Bij een schaafwond ontstaat meestal een vrij groot wondoppervlak. Dat wondoppervlak is - roder gekleurd dan de huid eromheen omdat de opperhuid daar aanzienlijk dunner is. In dat rode gebied zijn telkens kleine bloedinkjes te zien.
Puntbloedinkjes, veroorzaakt door het doorsnijden van de bloedvaatjes in de lederhuidpapillen. In die papillen zijn ook de zenuweinden geraakt. Dat veroorzaakt een flinke pijn. Een heel naar schrijnend gevoel dat iedereen kent en waar vooral kinderen nogal luidruchtig op plegen te reageren. Door het grote oppervlak is er ruim gelegenheid voor bacteriën in de wond binnen te dringen.
Doordat een schaafwond nauwelijks bloedt, zullen die bacteriën moeilijk of niet uit de wond worden weggespoeld. Daardoor is de kans op infectie van een schaafwond tamelijk groot. Gelukkig is een schaafwond nooit erg diep en daardoor is de kans op uitbreiding van de infectie gering. In eerste instantie is wondreiniging van belang.
Er moet goed worden gekeken of er geen vreemde voorwerpen in de wond zijn achtergebleven, bijvoorbeeld zand, aarde of fijn grind. Dergelijke verontreinigingen moeten worden uitgespoeld. Na het schoonspoelen zullen de zeker aanwezige ziektekiemen moeten worden gedood. Dat kan door de natuur haar beloop te laten.
Dus de wond laten drogen aan de lucht tot er een korstje is ontstaan. Een verband is meestal niet dringend nodig bij een schaafwond, al vinden veel kinderen het reusachtig interessant (en daardoor pijnstillend) om een pleister te krijgen. Er is weinig tegen om dat te doen.
|