De Chinezen zochten een manier om de muur sterker te maken.
Van zand tot steen Rond 1500 gingen de muurbouwers stenen gebruiken. Dat kostte veel meer tijd en geld. Voor het werk dat één Chinees vroeger kon doen, waren er nu honderd nodig. Waar-schijnlijk hebben in totaal bijna een miljoen Chinezen dag en nacht gewerkt aan de muur zoals we die nu kennen. Op verschillende plaatsen werden torens gebouwd. Sommige waren wachttorens, daar woonden soldaten. Andere waren een soort vuurtorens. Als de soldaten vijanden zagen, klommen ze snel in die torens om het leger te waarschuwen met rook (overda) of vuur (s nachts)
Opstanden en nieuwe vijanden De keizers hadden veel geld nodig om de muur te kunnen bouwen. Daarom verhoogden ze steeds vaker de belastingen. In 1600 waren de Chinezen dat zat. Er kwam een grote op-stand. Ook kwam er een nieuwe bedreiging vanuit het noorden. Dit keer van een volk dat de Mantsjoe heette. Zelfs de nieuwe stenen muur kon die vijanden niet tegenhouden. Vanaf de zeventiende eeuw vielen de Mantsjoe China binnen. Ze regeer-den over het land tot 1912. In dat jaar kwam er weer een opstand. En de laatste Chinese keizer verdween.
Oude muur, nieuwe problemen De Chinezen waren niet trots op hun muur. Want hij had de Mongolen en de Mantsjoes niet tegengehouden. Mensen braken er zelfs stukken af om er huizen van te bouwen. Honderden kilometers muur verdwenen op die manier. Toeristen vonden de Chinese Muur juist prachtig. En heel langzaam veranderden de Chinezen van gedachten. Nu is de muur voor de meeste Chinezen het symbool van hun grote geschiedenis. Ze zijn trots dat hun land zoiets geweldigs heeft gebouwd.
De muur is heel sterk, maar hij kán kapot. Bijvoorbeeld doordat er elk jaar miljoenen toeristen overheen lopen. Of door noodweer. Om te blijven staan heeft de muur hulp nodig. Daarom heeft het Wereld Monumenten Fonds de muur op de lijst gezet van de honderd meest bedreigde plaatsen op aarde. Ooit beschermde de muur China. Nu wordt het tijd dat China de muur beschermt! eerste deel