Het zijn uitgesproken liefhebbers van de zon. De zon zet het mechanisme in werking, dat vocht aantrekt. In koude tijden wordt het nodige vocht aan het blad of wortels onttrokken. Met wat extra zorg is een grote verscheidenheid aan succulenten bestand tegen winters weer.
Aloë behoort tot het omvangrijke geslacht van de lelieachtigen (Liliaceae). In het Midden-Oosten is de plant al lang in cultuur. Van Aloë barbadensis (syn. Aloë vera) werd het sap al door de Egyptenaren gebruikt om hun mummies mee te balsemen. In veel cosmeticamiddelen is Aloë nog steeds een wezenlijk bestanddeel.
Aloë arborescens is in West-Europa het langst in cultuur. Het is een forse plant met lange bladen en stekelige punten op de bladzoom. Sap van Aloë barbadensis wordt in cosmetica-artikelen gebruikt
Ze zijn vaak te vinden als kuipplant op buitenplaatsen en kastelen. Er bestaat een volledig groene en een bonte variëteit. Alle Aloë's moeten in het najaar binnen bij een koele temperatuur overwinteren. Het zijn planten die je in een kuip te pronk zet. De planten bereiken een respectabele leeftijd bij een goede verzorging.
Zorg er wel voor dat Aloë in de zomer niet verdroogt. Juist in het groeiseizoen (april - september) heeft de plant veel water nodig. In de winter wordt er geen water meer gegeven. Plant Aloë in een mengsel van potgrond met daaraan toegevoegd een hoog percentage klei of leem. Goede soorten van het geslacht zijn o.m: Aloë ferox met blauwgroen blad en pittige stekels (deze soort wordt vaak te koop aangeboden), Aloë plicatilis, Aloë cilliaris, Aloë mitriformis, Aloë saponaria.
|