Roeselare ligt aan de Mandel in het hart van West-Vlaanderen. De E403 verbindt de stad met Brugge en Kortrijk. Aan de drukke Ring hebben zich sinds de jaren '80 heel wat nieuwe bedrijven gevestigd. De landelijke streek rond Roeselare wordt op economisch vlak vooral gekenmerkt door intensieve veehouderij en landbouwteelt. Roeselare is op cultureel-historisch vlak vooral bekend door de invloed van Albrecht Rodenbach, Guido Gezelle en Hugo Verriest op de Vlaamse Beweging. In de 19de eeuw telde de stad nogal wat beeldende kunstenaars. Ondanks de verwoestingen van de Eerste Wereldoorlog heeft Roeselare nog een aantal interessante monumenten bewaard.
Geschiedenis:
De oorsprong van de stad Roeselare gaat terug tot een kleine bewoningskern uit de Romeinse periode aan een kruispunt van heirbanen met de Mandel. Een oorkonde uit de vroege 9de eeuw maakt melding van een dorpje 'Roslar' dat eigendom is van een abdij in het noorden van Frankrijk. Margaretha van Constantinopel verleende Roeselare stadsrechten in het midden van de 13de eeuw.
De stad werd een belangrijk centrum van de lakennijverheid. Vanaf de 16de eeuw vond er een omschakeling plaats naar de linnenindustrie. Door de oorlogen van de late 16de en de vroege 17de eeuw werd de bevolking van de stad herleid tot een paar honderd inwoners.
In de 19de eeuw bracht de stedelijke academie een aantal vooraanstaande kunstenaars voort. Ook het literaire leven werd gestimuleerd door de aanwezigheid van meerdere invloedrijke schrijvers aan het Klein Seminarie.
Na de Tweede Wereldoorlog begon de hele streek zich in een recordtempo te ontwikkelen. Roeselare kende een aanzienlijke bevolkingsgroei, die zijn weerslag heeft gehad op het stadsbeeld. Meerdere historische gebouwen zijn aan de oorlogsverwoestingen ontsnapt of later heropgebouwd, zoals het stadhuis op de Grote Markt en de laatgotische Sint-Michielskerk.
Verspreid over de stad staan een aantal standbeelden die herinneren aan beroemde figuren uit het Roeselaarse verleden.