JP's Plantengids
Inhoud blog
  • http://plantengids2.blogspot.be/
  • Ixiolirion tataricum
  • Plumeria
  • Phuopsis stylosa
  • Lagerstroemia
  • Hypocyrta
  • Allium aflatunense
  • Cosmos bipinnatus
  • Convallaria majalis
  • Scilla siberica

    Zoeken in blog





    Mijn favorieten
  • bloggen.be
  • opaweetjes
  • fotoalbum
  • wandelroutes
  • fietsroutes
  • GPS-routes
  • koopjesblog

  • Fruit
    Actinidia Deliciosa
    Cydonia oblonga
    Ribes rubrum

    Dropbox

    Druk op onderstaande knop om je bestand naar mij te verzenden.


    E-mail mij

    Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Archief per jaar
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007

    Vraag & antwoord
    *Het plantenseizoen
    *Luister naar je planten
    *Cissus is zeer gevoelig
    *Cyclamen problemen
    *Uitgebloeide bloembollen
    *Amaryllisbol niet weggooien
    *Blauwe regen met kuren
    * Pioenlegende
    *Roetdauw bij Rozen
    *Planten overwinteren

    JanuariTips
    Januaritips
    Geraniums zaaien

    Februaritips :
    Februaritips

    Maarttips :
    Maarttips

    Apriltips :
    April siertuin

    Meitips :
    Mei-siertuin

    Juni Tips
    Juni Tips

    Tips Juli
    TuinTips Juli

    Augustus Tips
    Tips Augustus

    NovemberTips
    November doe kalender

    DecemberTips
    Tuintips december

    Archief per jaar
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007

    Inhoud blog
  • http://plantengids2.blogspot.be/
  • Ixiolirion tataricum
  • Plumeria
  • Phuopsis stylosa
  • Lagerstroemia
  • Hypocyrta
  • Allium aflatunense
  • Cosmos bipinnatus
  • Convallaria majalis
  • Scilla siberica
  • Crambe
  • Kamerplanten lusten geen leidingwater
  • HET PLANTENSEIZOEN
  • Carissa
  • Symphytum officinale
  • Howeia
  • Exacum
  • Rosa 'Dortmund'
  • Selaginella
  • Acaena magellanica
  • Eupatorium purpureum
  • Paeonia lutea
  • Schizostylis coccinea
  • Chrysanthemum
  • Helianthus salicifolia
  • Planten overwinteren
  • Morus alba
  • Osmanthus burkwoodii
  • Lemna trisulca
  • Harpagophytum procumbens
  • Hippophae rhamnoides
  • Astilbe 'Fanal'
  • ILEX - HULST
  • Hydrangea - Annabelle
  • Cattleya
  • Allium Savitum
  • Crassula
  • Prunella grand. 'Loveliness'
  • Potentilla fruticosa 'Abbotswood'
  • Rosa 'Baron Girod de L'Ain'
  • Helianthemum 'Wisley Pink'
  • Abelia schumannii
  • Centaurea montana
  • Enkianthus campanulatus
  • Ipheion uniflorum
  • Iberis umbellata
  • Sedum acre
  • Tropaeolum majus
  • Viburnum plicatum 'Mariesii'
  • Prunus serrulata
  • Pleione formosana
  • Eucomis autumnalis
  • Hibiscus rosa-sinensis
  • Roetdauw bij Rozen
  • Persicaria amphibia
  • Ctenanthe
  • Cactussen
  • Paprika
  • Abutilon megapotamicum
  • Polystichum
  • Camellia sinensis
  • Gypsophila
  • Fuchsia's
  • Pulsatilla vulgaris
  • Pioenlegende
  • Deutzia gracilis
  • Rosa 'Auslo'
  • Dieffenbáchia
  • Nerium oleander
  • Pilea microphylla
  • Senecio rowleyanus
  • Raphis
  • Callistémon
  • Puschkinia scilloides
  • Graptopetalum
  • Cyclamen problemen
  • Callisia
  • Kalanchoe beharensis
  • Passiflora caerulea
  • Blauweregen met kuren
  • amaryllisbol
  • Solanum Thurino
  • Robinia pseudoacacia 'Frisia'
  • Fittonia
  • Aërides
  • Ligustrum ovalifolium 'Argenteum'
  • Laburnum watererii 'Vossii'
  • Hosta undulata
  • Rosa 'Auslight'
  • Heracleum mantegazzianum
  • Plumbago auriculata
  • Paeonia suffruticosa
  • Rosa 'Auscot'
  • Aeonium arboreum
  • Senecio jacobaea
  • Abies koreana
  • Prunus subhirtella
  • Lobelia erinus
  • Fallopia aubertii
  • Calceolaria Hybride
  • Rosa 'Ausbuff'
  • Sempervivum arachnoideum
  • Sisyrinchium californicum
  • Hydrangea paniculata
  • Buxus-ziekten
  • Dryas octopetala
  • Geranium cinereum 'Ballerina'
  • Fritillaria Bucharica
  • Caesalpina giliesii
  • Cydonia oblonga
  • Malus toringo
  • Rosa 'Ausbord'
  • Lychnis chalcedonica
  • Veronica longifolia
  • Tuintips voor Augustus
  • Liatris spicata
  • Lonicera caprifolium
  • Clerodendrum trichotomum
  • Pterostyrax hispida
  • Laburnocytisus adamii
  • TUINTIPS IN JULI
  • Prunus gondouinii
  • Agrimonia eupatoria
  • Lilium `Mona Lisa'
  • Dorotheanthus
  • Ptelea trifoliata
  • Tuintips in Juni
  • Rosa 'Korliluc'
  • Cornus alba 'Elegantissima'
  • Impatiens balsamina
  • Sandersonia aurantiaca
  • Waldsteinia ternata
  • Prunus lusitanica
  • Oenothera macrocarpa
  • Corokia cotoneaster
  • Clematis 'Madame Baron Veillard'
  • Rhododendron 'Apple Blossom'
  • Platanus acerifolia
  • Kalimeris incisa
  • Mandevilla of Dipladenia
  • Myosotis sylvatica
  • Fritillaria imperialis
  • Rosa 'Swan Lake'
  • Digitalis purpurea
  • Dictamnus albus
  • Pelargonium
  • Ledum groenlandicum
  • Lantana camara
  • Elaeagnus ebbingei
  • Ceanothus
  • Magnolia kobus
  • Taxus baccata
  • Kerria japonica
  • Euonymus alatus
  • Buxus sempervirens
  • Salix integra
  • Pieris japonica
  • Rosa 'Ausblush'
  • Exochorda racemosa
  • Pittosporum tobira
  • Prunus triloba
  • Limonium latifolium
  • Lagurus ovatus
  • Crocus cancellatus
  • Ranunculus ficaria
  • Geranium
  • Maarttips
  • Smilacina racemosa
  • Pernettya mucronata
  • Melilotus alba
  • Malus 'Radiant'
  • Lilium pumilum
  • Rosa 'Frau Astrid '
  • Periploca graeca
  • Pseudofumaria lutea
  • Salix babylonica
  • Kalender Februari
  • Rhipsalidopsis
  • Dracaena
  • Galanthus
  • Begonia sutherlandii
  • luister naar je planten
  • Rosa 'Meitoifar'
  • JANUARI – TIPS
  • Phytolacca
  • Omphalodes verna
  • Eucalyptus niphophila
  • Ranunculus lingua
  • Rosa 'American Pillar'
  • Centranthus ruber
  • Geranium sylvaticum
  • Rosa 'Admired Miranda'
  • Tuintips december
  • Acorus calamus
  • Aeonium arboreum
  • Aristolochia durior
  • Actinidia deliciosa
  • Achillea ptarmica
  • Acer campestre
  • Stapelia hirsuta

    OM HET ZOEKEN IN DEZE PLANTENDATABASE MAKKELIJK TE MAKEN DRUK CTRL-F EN VUL IN HET KADERKE HET GEWENSTE WOORD IN BV."HULST" EN ALLE VERWANTE TEKSTEN MET HET WOORD "HULST" IN VERSCHIJNEN. WEL BLIJVEN KLIKKEN TOT U HET GEWENSTE ARTIKEL GEVONDEN HEBT ------------------------------ HOE MEER REAKTIES ER KOMEN HOE MEER DE SITE WORD UITGEBREID
    17-04-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Scilla siberica
     

    Scilla siberica

    Botanische naam  : Scilla siberica
    Nederlandse naam : Sterhyacint
    Herkomst         : Centraal- en Zuid-Rusland, Klein-Azi‰
    Bijzonderheden   : kleine tros
    Grondsoort       : alle, humeus
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Groep            : bol
    Gebruik          : rotstuinen, verwildering
    Hoogte           : 0.15-0.30 m
    Bloeikleur/vorm  : blauw
    Bloeitijd        : maart, april
    Plantdiepte      : 0.05-0.10 m

    Standplaats:
    De snel uitdijende scilla's zorgen in het voorjaar voor aparte kleuraccenten. Ze gedijen in vrijwel elke grond, zolang deze maar goed doorlatend is.
    Daarnaast verdragen ze zon, halfschaduwen schaduw.
    In bosachtige gedeelten van een grote tuin kunnen scilla's vrij verwilderen en prachtige bloementapijten vormen.
    Voor vrijstaande hagen gedijen scilla's even goed als onder vrijstaande bomen of struiken.
    Op al deze licht beschaduwde standplaatsen vinden de planten bijna ideale condities voor een gezonde groei en bloei.

    Kenmerken:
    Scilla sibirica, ook bekend als sterhyacint, komt als tuinplant het meeste voor.
    Iedere bol produceert twee tot vier brede lancetvormige bladeren en twee tot drie bloemstengels. Deze zijn 15 tot 20 cm hoog en dragen een aantal stervormige, meestal blauwe bloemen.

    Bloemen :
    Sterhyacinten bloeien in maart en april

    Planten :
    Scilla's zijn mooie, kleine bolgewassen, die geschikt zijn voor verwildering. Ze gedijen in vrijwel elke goed doorlatende grond.
    Planttijd: najaar. Voor verwildering onder houtige gewassen: grotere graszoden aan drie kanten afsteken en opklappen,
    Meng door de aarde een halve hand volledige meststof. Strooi vervolgens ook wat van deze meststof naast de plantgaten.
    Vul de plantgaten op met grond en druk de grond aan. Vervolgens klapt u de graszode weer terug op haar oorspronkelijke plaats. Maak de grond met een spitvork los.
    Let goed op dat u daarbij de wortels van de bomen of struiken niet beschadigt.
    Plant de bollen ongeveer 10 cm diep en op een afstand van 10 cm van elkaar
    De punten van de bollen moeten naar boven wijzen.
    Geef water en markeer de plaats met houten plastic stokjes, zodat u altijd weet waar u de bloemen kunt verwachten.

    Werkzame bestanddelen:
    Een extract wordt samen met ethanol gebruikt als onderdeel van hoestsiroop en bij hartoperaties

    Eigenschappen:
    De bloemen zijn meestal blauw, maar ook wit, roze en paars komen voor. Het zijn bolgewassen, die meestal in het voorjaar bloeien, maar er zijn ook enkele herfstsoorten bekend. De soorten komen voor in bossen, duinen, subalpine weilanden, en kusten in de oude wereld.

    Vermeerderen :
    kunnen zich door broed bollen en zaad in hoog tempo vermenigvuldigen.
    Zaailingen bloeien na twee tot drie jaar voor de eerste keer.

    Soorten :

    'Spring Beauty' is een uitzondering en vormt geen zaad.

    'Alba' is een prachtig 'witbloeiend ras.

    Scilla bifolia is als tuinplant minder bekend. De planten hebben twee gootvormige bladeren en worden maar 10-15 cm hoog.
    Scilla miscbtscbenleoana is een plant voor liefhebbers. Ze bloeit zachtblauw en zeer vroeg.

    Weetjes :

    Scilla's en narcissen onder een schijnhazelaar. In borders en perken tussen andere voorjaarsbloemen vallen vooral de blauwbloeiende scilla's op.
    U moet er echter op letten dat ze niet de overhand krijgen.

    Voor de rotstuin komen met name Scilla bifolia en Scilla mischtschenkoana in aanmerking. Ze kunnen goed met andere rotsplanten gecombineerd worden.

    IDEALE PARTNERS
    Een romantisch stilleven creëert u met een rozebloeiende magnolia boven een tapijt van blauwe scilla's.
    Een zeer levendig effect bereikt u met tulpen of in losse groepen geplante narcissen met scilla's.
    Scilla's met hun meestal stralend blauwe bloemen kunnen uitstekend met andere voorjaarsbloeiers worden gecombineerd.
    Begin het voorjaar met blauwe en gouden tinten.
    Plant de koningsblauwe scilla 'Spring Beauty' onder een forsythia.
    Vervolmaak dit geheel met de narcis 'Jetfire'. Scilla bifolia

    TIPS BIJ HET KOPEN

    Koop zodra ze verkrijgbaar zijn grote, vlezige bollen die stevig en glad aanvoelen.

    Koop nooit zachte of beschimmelde bollen. Koop ook geen bollen met ingedeukte plekken of bollen die al uitlopen.

    VROEG IN HET NAJAAR

    Planten
    Plant de scillabollen zodra deze in het tuincentrum of door postorderbedrijven worden aangeboden. Zo hebben ze de kans om nog voor het aanbreken van de vorstperiode goed te wortelen.

    LICHT & GROND
    Halfschaduw. Scilla's bloeien echter ook op zonnige en schaduwrijke plaatsen.

    Doorlatende grond. Scilla's gedijen in vrijwel iedere grond, maar bloeien bijzonder rijk in vochtige grond. Stilstaand water rond de bollen is echter funest!

    LAAT IN HET VOORJAAR
    Schoonmaken & delen Snij afgestorven bladeren af . Breng een 2,5 tot 5 cm dikke laag compost op de grond, om de aarde te verbeteren en vochtig te houden.
    Als u na enkele jaren vindt dat de planten te groot zijn geworden, kunt u ze delen en op een andere plaats opnieuw planten. Graaf de bollen uit zodra de bladeren zijn afgestorven; haal de broedbollen eraf en plant deze afzonderlijk. Na twee of drie jaar kunt u de eerste bloemen verwachten.

    Om te voorkomen dat de planten zichzelf uitzaaien, kunt u uitgebloeide bloemen afknijpen. Het best gedijen scilla's echter als u ze ongemoeid laat.

    Scilla's beschermen door hun zachte uiegeur andere bolgewassen tegen muizen.

    Problemen
    Schimmels van het geslacht Fusarium kunnen scilla's aantasten. Op de bollen verschijnen dan zwartbruine, rottende plekken. Ze kunnen nauwelijks wortels vormen.
    Zieke planten moet u uitgraven en vernietigen.
    Enkele jaren op deze plaats niets planten.


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (3 Stemmen)
    12-02-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Crambe
     

    Crambe

    Latijnse naam    : Crambe
    Nederlandse naam : Zeekool
    Familie          : Brassicaceae / Cruciferae = kruisbloemenfamilie
    Bloeikleur       : wit
    Bloeimaand       : mei, juni, juli
    Bladkleur        : Groen
    Hoogte           : 50 - 70 cm (bladeren), 2 - 4 m (bloei) en 1 meter breed.
    Wintergroen      : Bladverliezend
    Winterhardheid   : Goed winterhard
    Standplaats      : Zonnig
    Soort gewas      : Vaste plant
    Habitat          : Droge bodem of normale bodem

    Standplaats:
    Ze kunnen als solitair of achteraan in de border geplant worden, liefst op een voedselrijke kalkhoudende grond met een pH van 6,5 en hoger.

    Kenmerken:
    Snijbloem
    Geurende bloemen (ruiken een beetje naar kolen)
    Opvallende bladeren
    Bijenplant

    Bloemen :
    Deze plant krijgt eerst grote groene bladeren van 70 cm hoog die gemakkelijk 1 m² bedekken.
    In mei komen dan lange stengels van wel 2 m met grote pluimen met hele kleine fijn witte bloempjes. Als bloeiende struik lijkt de plant dan van veraf wel op Gypsophila / gipskruid.
    Best is om de bloemstengels te steunen met bamboestokken, want bij de minste wind breken ze.
    De planten bloeien vaak pas na meerdere jaren, maar als ze dan hun bloemschermen laten zien, dan zijn het ook echte blikvangers die ook na de bloei nog mooi zijn.

    Planten :
    Zeekool kan in de tuin groeien, mits de grond zeer diep humeus is en goed water doorlatend. Op weinig vruchtbare grond is de bloei gering of de plant bloeit helemaal niet. Plant een zeekool op een plaats in de volle zon, het liefste tussen stenen of rotsblokkken

    Gebruikte delen:
    De jonge bladscheuten zijn eetbaar.

    Eigenschappen:
    Langs de kust is de plant van nature te vinden tussen basaltblokken.
    Ook in de duinen is de plant te vinden.

    Vermeerderen :
    Crambe is in het voorjaar te vermeerderen door scheuren of delen.
    Vermenigvuldigen uit zaad kan eveneens.
    Zaaien kan dan vanaf februari tot maart met een zaaidiepte van 6mm.

    Soorten :
    Afrikaanse bolletjeskool (Crambe abyssinica) die vanwege de olie in de zaden geteeld wordt, de olie heeft vergelijkbare karakteristieken met walvisolie.

    Zeekool (Crambe maritima), die als groente verbouwd wordt, en in Nederland wel in het wild wordt aangetroffen langs zeedijken.

    Crambe cordifolia - veel gekweekt voor haar bloemen

    Crambe koktebelica

    Crambe orientalis

    Weetjes :

    Naast de Crambe maritima is er ook de Crambe cordifolia Deze plant wordt veel hoger tot wel twee meter hoog en breed. De spectaculaire bloemtrossen geuren sterk naar kool. Het nadeel van deze cordifolia is dat de plant na de bloei meestal volledig afsterft.

    Zeekool is niet bepaald een moeilijk groente om te telen, al vereist deze toch wat aandacht bij het zaaien hiervan. Zaaien kan vanaf maart tot april in zaaibakjes of potjes en dit in een verwarmde kas.
    Het is belangrijk alles goed vochtig te houden om de kieming te bevorderen.
    Na 2 tot 3 weken zal het eerste teken van leven pas waargenomen worden, geef alles dus voldoende tijd.
    Eenmaal alle zaailingen hun eerste echte blaadjes krijgen kan er over gegaan worden tot verspenen.
    Het uiteindelijke uitplanten kan vanaf half april.

    Belangrijk en niet te vergeten is dat zowel de zaailingen als plantgoed erg breekbaar zijn en dus met enige zorg moeten worden uitgeplant.

    Van ziektes en belagers heeft de zeekool zelden last, behalve bij het uitlopen van de bladeren is het opletten geblazen voor de slakken die een jong blaadje wel weten te smaken.


    In de keuken:
    Vanaf april zal de zeekool volop gaan uitschieten waardoor het mogelijk wordt om de scheuten te bleken.
    Door middel van een bloempot omgekeerd over de jonge scheuten te plaatsen zullen ze na verloop van tijd gaan bleken.
    Het vers verwerken kan perfect in salades.
    Stomen van de jonge scheuten wordt ook wel toegepast, een frisse smaak te vergelijken met asperges.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (4 Stemmen)
    10-02-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kamerplanten lusten geen leidingwater
     

    Kamerplanten lusten geen leidingwater


    Nu wij onze tuin nog wel een poosje rustig kunnen laten betijen en het werk zich nog tendeels., beperkt tot het doorkijken van de nieuwe zaaigids.
    Het overdenken van de planning en het opmaken van de zaadbestelling. kunnen wij wat extra aandacht besteden aan onze kamerplantén.
    Het is vanzelfsprekend dat in de buurt van een kamerplant speciale klimatologische omstandigheden vereist zijn, voornamelijk dan wat de luchtvochtigheid betreft. Daarom is het belangrijk meerdere planten, die ongeveer dezelfde licht- en temperatuureisen stellen, samen te brengen. Zij vormen een prima "sfeer". Hoe dichter je de planten bij elkaar kan plaatsen, hoe minder vocht de potgrond verliest.

    Plantenbakken met vochtig gehouden turf vormen een ideale standplaats waar de planten met pot en al tot aan de rand worden in geplaatst. Het uit de turflaag verdampende water zorgt voor een ononderbroken vochtig milieu rond de planten zodat er geen gevaar voor uitdroging bestaat. Door dit systeem wordt ook het ovetollige gietwater opgenomen zodat de planten nooit met hun wortels in water staan. Vooral in de winterperiode speelt een goed te kontroleren luchtvochtigheid voor alle kamerplanten een belangrijke rol.
    Meestal haten zij de droge atmosfeer die de centrale verwarming veroorzaakt.

    Zouten
    Bij Kamerplanten raadt men ook de onderdompelmetode aan. De plant wordt daarbij met pot en al in een emmer water gezet, het waterpeil moet tot boven de rand van de pot komen. Dit bad duurt tot geen luchtbellen meer te zien zijn, daarna laat je het overtollige water uitlekken. Die metode wordt vooral aanbevolen om de overbodige zouten die met meststoffen in de grond terecht kwamen, uit te spoelen.
    Vergeet niet dat bij dit bad ook nuttige voedingsstoffen in oplossing kunnen gaan en uit de potgrond verdwijnen, zodat de grond verarmt. Stop je kamerplanten daarom niet te vaak in bad en als je het doet, geef je nadien een bemesting.
    Een bloempot in gebakken klei is poreus, dit in tegenstelling tot een plastic eksemplaar. Vandaar het grote verschil in verdampend oppervlak en de daarmee gepaard gaande waterbehoefte. Hou er rekening mee bij de bepaling van de frekwentie waarop de kamerplanten hun gietbeurt krijgen. Dit is ook belangrijk als je bij het verpotten van de ene soort bloempot naar de andere wordt overgestapt.

    Kalkrijk water
    De witte uitslag die soms zichtbaar wordt op bloempotten uit gebakken klei is geen schimmelgroei, maar verraadt alleen het gebruik van kalkrijk gietwater. Het water dringt door de poriën van de pot, verdampt aan de buitenzijde en de kalk blijft achter. Het is duidelijk dat dergelijke neerslag ook de poriën van de pot verstopt zodat langs die weg geen lucht meer tot de wortels kan doordringen. Uit de leidingen van het waterdistributienet stroomt meestal re àtief kalkrijk water en dat betekent voor vele kamerplanten de langzame maar zekere dood.
    Naast de witte uitslag op stenen potten is ook de ontwikkeling van blauwwieren tussen potrand en -grond kenmerkend hiervoor.

    Als dergelijke verschijnselen optreden, is het de hoogste tijd want de fysiologische veranderingen bij de plant zullen dan niet lang meer op zich laten wachten. Zij uiten zich meestal in geel wordende bladeren, geringe groei en bladval. maar dan is het ook meestal reeds te laat om nog met goed gevolg in te grijpen.

    Dus tijdig voorzorgen treffen en vooral zacht water gebruiken. Wie daar geen beschikking over heeft bij gebrek aan een voorraad regenwater dient dan wel te zorgen voor ontharden. Dit kan chemisch gebeuren of door uitkoken, maar een niet te ingewikkelde metode is een linnen zakje (plastic met fijne gaatjes kan ook) gevuld met ongeveer één kilogram turfmolm een etmaal in zowat 5 of 6 liter water te laten hangen.

    De kalk in het water zal zich geleidelijk met de zuur reagerende turfmolmdeeltjes binden. Men kan de turf herhaaldelijk bezigen maar hem achteraf natuurlijk niet gebruiken om tussen potgrond te mengen.

    Sommige kamerplanten, gelukkig niet zo erg veel, verdragen helemaal niet dat zij van plaats veranderd worden of gewoon gedraaid als zij bloemknoppen dragen of in bloei zijn. Het resultaat van een dergelijke handeling zou afvallen van de knoppen en bloemen voor gevolg kunnen hebben. En laat ons tot besluit dan nog maar even de raad geven: niet bang zijn om een oudere en niet meer zo degelijke kamerplant weg te doen en door een gezond jong eksemplaar te vervangen, misschien zelfs eens een andere soort kiezen die het beter zou kunnen doen in het milieu dat je haar kunt bieden.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (10 Stemmen)
    02-01-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HET PLANTENSEIZOEN
     

    VOORUITZICHTEN VOOR HET PLANTENSEIZOEN


    De basis van een goed resultaat in de tuin wordt gelegd in de grond. Wanneer die optimaal is verzorgd en bemest, kan het al bijna niet meer mis gaan. Daarom deze maand - aan het begin van het nieuwe seizoen - veel aandacht voor deze belangrijke zaak. De planten in de tuin waren de afgelopen tijd in winterrust. In de bodem was het echter veel minder rustig. De bodemorganismen blijven, zolang de grond niet bevroren is, ook in de winter actief. In ons gematigd klimaat bevriest de bodem zelden dieper dan 10 tot 15 cm. Daaronder gaat ook in de winter het bodemleven door; zij het op een laag pitje. Op een kale grond hebben weer en wind veel meer invloed dan op een bedekte grond. In een kale grond hebben de bodemorganismen in de winter veel meer te lijden: alleen al omdat de afkoeling sterker is. Op een bedekte grond hebben weersinvloeden een minder grote invloed op de structuur van de grond; niet alleen in het bovenste laagje, maar ook op grotere diepten.

    Grondsoort speelt een rol

    Op lichte grond spoelen veel voedingsstoffen uit door regen en eventueel smeltwater van sneeuw. Ze zijn weggespoeld naar diepere lagen; te diep voor de plantenwortels. Deze uitspoeling is echter niet gelijkmatig; stikstof spoelt bijvoorbeeld sneller uit dan kalk. Daarom zijn er na de winter vaak te weinig voedingsstoffen van het ene element en teveel van het andere en komt de vorming van humus slechts langzaam op gang. Dit proces wordt immers in gang gezet door de micro-organismen in de grond die alléén goed werken wanneer ze de beschikking hebben over de juiste voedingsstoffen.

    Op zware grond worden regen- en smeltwater redelijk gelijkmatig opgenomen en lang vastgehouden. Dat betekent dat zware kleigrond ook nu nog erg nat is en slechts heel langzaam opwarmt. Daardoor zijn ook bodemorganismen weinig actief en komt de groei van planten langzaam op gang. Daarbij komt nog dat een natte grond gemakkelijk samenklontert en weinig zuurstof bevat. Juist dit laatste is erg belangrijk voor een goede groei en activiteit. Geen enkel levend wezen kan zonder zuurstof: ook bodemorganismen en planten niet. Doordat kleigrond de voedingsstoffen vasthoudt, is er waarschijnlijk nog een aardige voorraad aanwezig die overgebleven is van het vorige jaar. Wanneer u nu flink gaat bemesten, is de kans op overbemesting groot.

    Bedekte en onbedekte grond
    Wanneer de grond de afgelopen winter bedekt is geweest, zullen zich minder problemen voordoen. De bovengrond zal vrijwel niet verdicht zijn en de bacteriën hadden voldoende voedingsstoffen om door te gaan met de humusvorming. Wanneer de grond bedekt gehouden is door vorige zomer of herfst groen bemester te zaaien, moet u natuurlijk wel bedenken dat deze planten ook voedingsstoffen uit de grond hebben opgenomen. Het groen of de stoppel wordt ondergespit en gaat verteren.
    Daarbij wordt vrij veel stikstof verbruikt door de bacteriën. Ook wanneer de grond bedekt is met stro, moet wat extra stikstof worden bemest. Doet u dat niet, dan is de bodem weliswaar mooi los, maar laat de voedingstoestand te wensen over. Groenbemesters die hoger zijn dan 15 cm worden eerst afgemaaid voordat ze worden ondergespit. Door grote hoeveelheden loof onder te spitten kan de grond namelijk verzuren. Daarom wordt het loof op de composthoop verwerkt en alléén de stoppel ondergespit.

    Grond losmaken
    De zon kan zelfs op dagen dat het koud aanvoelt, de grond toch goed opwarmen. Op bedekte grond verloopt dit proces veel langzamer dan op onbedekte grond. Daarom wordt de bedekking, wanneer het ten minste niet meer vriest, de komende maand verwijderd. Op zware grond wordt daarna de boven grond losgemaakt en geëgaliseerd. Dit gaat bijvoorbeeld heel goed met een cultivator. Grote brokken die na het spitten zijn blijven liggen, worden fijngemaakt. Op lichte grond is losmaken meestal niet nodig als de grond bedekt geweest is. Op onbedekte grond wel. Dit gaat bijvoorbeeld goed met een plattander of riek. Probeer daarbij de grond niet teveel overhoop te gooien. Voor het biologische evenwicht is het beter de grondlagen te laten liggen zoals ze liggen. Ook een cultivator is voor dit doel geschikt. Tegelijkertijd met het losmaken kan organisch materiaal zoals rotte stalmest of zelfgemaakte compost worden doorgewerkt.

    Bemesting in het voorjaar
    Natuurlijk moet er in het voorjaar worden bemest. Niet alleen de bedjes die in de winter. gestaan hebben, maar ook de struiken, bomen en de vaste planten krijgen weer hun voedselvoorraad voor het komende seizoen mee. Het probleem is dat iedere soort z'n eigen eisen stelt aan de bemesting: eenheidsbemesting bestaat niet. De bemesting moet worden afgestemd op de behoefte van de planten en de voorraad die nog in de grond aanwezig is. Om dit alles aan de weet te komen kunt u het beste een grondonderzoek (laten) uitvoeren. Uiteraard is het niet mogelijk om dat voor ieder gewas apart te doen en bovendien zou het erg kostbaar worden om het iederjaar te doen. Daarom moet hier en daar een klein gokje worden gewaagd.

    Het probleem wordt echter al veel minder groot wanneer u zich realiseerd met welke soort planten u te doen heeft: sterke, matige of zwakke groeiers. Op het veld waarop vorig jaar de sterkgroeiende planten hebben gestaan, kunnen ze het komend seizoen natuurlijk weer worden geplant. Dat is echter niet logisch in verband met de bemesting. Het beste is namelijk om zo weinig mogelijk te bemesten om te voorkomen dat er een overmaat ontstaat in de grond. Het mooiste zou zijn wanneer u precies zoveel zou geven als de planten aan de grond onttrekken. Daarom worden op de bedjes waarop vorig jaar de sterkgroeiende gewassen zoals kool, prei en komkommers stonden dit jaar de matige groeiers geplant of gezaaid (sla, peentjes, kroten, uien of rammenas). Op de plaats waar deze gewassen vorig jaar stonden, komen nu de zwakgroeiende gewassen zoals bonen, erwten en tuinbonen. Waar deze gewassen vorig seizoen groeiden, wordt nu het bed goed bemest en worden dit seizoen de sterke groeiers gezaaid of geplant. Op deze wijze is een optimale voorziening mogelijk van voedingsstoffen en organische materialen.

    Ook in de siertuin en fruittuin
    Hetzelfde principe als hierboven beschreven geldt voor de sier- en fruittuin. Ook hier moet aan de bodem worden teruggegeven wat de planten er vorig jaar aan hebben onttrokken. Ook bij de sierplanten zijn er soorten die weinig eisen stellen en andere die hogere eisen stellen aan de bemesting. Sierstruiken die bloeien vragen meer mest dan groenblijvende struiken; zij krijgen speciale meststof zoals bijvoorbeeld rhododendron- of rozenmest.
    Vruchtbomen en struiken blijven jaren op dezelfde plaats staan. Zij krijgen in het voorjaar een onderhoudsbemesting die voor de komende maanden toereikend is.

    De wens van iedere tuinbezitter is natuurlijk dat de tuin er prachtig bijstaat en dat de planten goed bloeien, een rijke oogst leveren en niet ziek worden. Van de andere kant is het ook belangrijk de grond niet te verzieken door teveel nitraten, fosfaten of zware metalen. Dit alles kan het gevolg zijn van overbemesting. Dus bemesten is goed, maar teveel bemesten is uit den boze. Daarom ook is het erg belangrijk minimaal eens in de vijf jaar een grondonderzoek te doen. Steeds meer leveranciers gaan ertoe over meststoffen met een bepaalde samenstelling in de handel te brengen, waardoor heel gericht kan worden bemest. Deze meststoffen zijn soms samengesteld uit alleen kunstmest, soms bestaan ze ook gedeeltelijk of helemaal uit organische mest. De hoofdbestanddelen van vrijwel elke mestsoort zijn stikstof, fosfor en kalium. De samenstelling is afhankelijk van het gewas waarvoor de meststof is bedoeld.

    Zo bestaat de aardbeimeststof van bijvoorbeeld ASEF uit 7% stikstof, 14% fosfor en 28% kalium, terwijl de Rhododendronmest 7 + 7 + 17 bevat. De mest is afgestemd op de behoefte van het gewas. Om overbemesting te voorkomen volgt u de ge-bruiksaanwijzing op de verpakking. Omdat niet voor elk gewas een speciaal samengestelde meststof verkrijgbaar is, moet er toch een beetje worden geschipperd. Zo is bijvoorbeeld aardbeienmest ook wel bruikbaar voor tomaten en aardappelen.

    Organische mest of kunstmest?
    Organische meststoffen activeren het bodemleven, werken langzaam, maar kunnen niet erg gericht worden uitgestrooid.
    Van kunstmest zijn snelwerkende en langzaamwerkende meststoffen in de handel. Bij de langzaamwerkende meststoffen komen de voedingsstoffen maar langzaam vrij waardoor de planten geen groeischok krijgen. Kunstmest heeft geen invloed op het bodemleven; het heeft alléén een voedende waarde. Met snelwerkende kunstmest moet u voorzichtig omspringen: geef kleine beetjes tegelijk. Wanneer u in één keer teveel geeft, krijgt de plant een groeischok en wordt vatbaar voor ziekten. Bovendien zijn de produkten van dergelijke planten meestal slecht houdbaar. Wel is een snelwerkende kunstmest uitstekend bruikbaar om een gebrek bij de planten op te heffen. Leveranciers maken soms een mengsel van kunstmest en organische mest om de goede eigenschappen van beide soorten te combineren: de grote voedende waarde van kunstmest en de gunstige invloed op de bodemstructuur van organische mest.

    Zo werken de voedingsstoffen
    De basiselementen in mest zijn over het algemeen: stikstof, fosfor en kalium. Soms is de mest verrijkt met magnesium. Dit zijn dan ook de vier belangrijkste stoffen die nodig zijn voor een goede groei van planten.

    --Stikstof heeft de plant nodig voor de groei en de vorming van bladeren. Vooral bladgewassen vragen relatiefveel stikstof. Desondanks is het belangrijk toch zuinig te zijn met dit voedingselement. Wanneer teveel stikstof wordt gegeven, is de kans groot dat het nitraatgehalte in de plant te hoog wordt; met name in perioden met weinig licht is dit gevaar groot. Voor tomaten is dit meestal geen probleem omdat de vruchten geconsumeerd worden. Voor bladgewassen daarentegen wel omdat nitraat samen met eiwitten nitrosamine vormt, een stof die in grote hoeveelheden schadelijk is voor de gezondheid. Bovendien zijn planten die rijkelijk van stikstof zijn voorzien erg vatbaar voor ziekten en plagen. Een tekort aan stikstof ziet u onmiddellijk doordat de bladeren klein blijven en geel worden. Op dat moment kan dan worden bijgemest met een snelwerkende stikstofmeststof (kalksalpeter of chilisalpeter).

    --Fosfor heeft de plant nodig voor een goede bloei, zaad- en wortelvorming. Zaaddragende gewassen zoals bonen vragen wat extra fosfor. Een tekort is meestal te herkennen aan paarse verkleuringen op het blad. Op het moment dat u het gebrek constateert, is er weinig aan te doen.
    Fosfor komt zo langzaam vrij in de grond dat bijmesten op dat moment niet meer helpt. Daartegenover staat dat fosfor ook lang werkzaam blijft in de grond en dat daardoor snel overbemesting plaatsvindt met dit element. Zou u bijvoorbeeld ieder jaar een mengmeststof gebruiken, dan loopt u het risico dat het fosfaatgehalte in de grond op den duur te hoog oploopt

    --Kalium heeft de plant nodig voor de vruchtvorming, het suikergehalte, de kleur en de smaak van de vruchten, maar ook voor de vorming van knollen en de weerbaarheid van de plant als geheel.Gebrek aan kalium ziet u aan de lichtgekleurde of verdorde bladranden. Met name bessen zijn gevoelig. Wanneer ieder jaar de grond onder bessen wordt bedekt met rotte stalmest, zullen de planten geen gebrek hebben aan kalium. Op grond die te rijk is bemest met stikstof of kalk, kunnen de planten ook kaliumgebrek hebben ondanks dat er voldoende van dit element in de grond aanwezig is. Het probleem is dan dat de planten eerder geneigd zijn om stikstof of kalk op te nemen dan kalium.Dit laatste element blijft daardoor in de grond en wordt niet opgenomen. Een gebrek is te verhelpen door te bemesten met patentkali of zwavelzure kali.

    --Magnesium heeft de plant nodig voor de vorming van bladgroen. Zonder bladgroen kunnen planten geen voedingsstoffen maken en zullen dus slecht groeien. Bij gebrek aan magnesium wordt onvoldoende bladgroen gevormd en worden vooral oudere bladeren geel; de nerven blijven wel groen. Magnesiumgebrek komt heel vaak voor op zure zandgrond en op kalkrijke lichte kleigrond. Ook wanneer er teveel kalium is bemest, kan magnesiumgebrek in de plant optreden omdat deze liever kalium opneemt dan magnesium. Wanneer een tekort snel wordt opgemerkt, is het te verhelpen door te spuiten met bitterzout (magnesiumsulfaat).

    Voorkom overbemesting
    Hierboven heeft u kunnen lezen hoe een tekort aan een bepaald element snel en effectief verholpen kan worden. Daarbij moet nog wel worden opgemerkt dat u vooral niet teveel meststoffen mag strooien onder het motto: 'baat het niet, dan schaadt het niet'. Want teveel meststoffen in de grond kunnen wel degelijk schadelijk zijn voor planten. Zo heeft u al kunnen lezen dat door een te grote hoeveelheid stikstof in de grond de opname van kalium wordt gereduceerd. Hetzelfde geldt voor een te hoog gehalte kalk. Door teveel magnesium neemt de plant nauwelijks kalium op en door teveel kalium blijft de opname van magnesium achter. De onderlinge verhoudingen van de verschillende elementen speelt een grote rol en moet dan ook in orde zijn. Daarnaast zijn er nog veel andere argumenten te noemen om niet te rijk te bemesten: door overbemesting met fosfaten verrijkt u de grond ongewild met zware metalen.
    Overbemesting maakt uw hobby ongewild duurder. Door overbemesting zullen de planten slecht groeien en soms zelfs doodgaan.

    Tip:

    Hoewel de dosering van de meststoffen op de verpakking staat aangegeven, wordt er meestal maar wat gestrooid. Ons voorstel: meet voordat u gaat bemesten één keer precies 50 gram af en strooi dat zo gelijkmatig mogelijk uit over een vierkante meter grond. Alleen op deze wijze krijgt u een goede indruk over de hoeveelheid mest die gegeven moet worden. Wanneer tegelijk met de korrelmest ook compost of stalmest wordt ondergewerkt, wordt de hoeveelheid korrelmest met minstens eenderde gereduceerd.


    VOEDING VOOR DE BODEM

    Bij de bemesting met kunstmest worden de voedingsstoffen heel gericht gegeven en zijn goed opneembaar voor de wortels. Biologische tuinders bewandelen echter een andere weg: niet de planten zelf worden van voedingsstoffen voorzien, maar de bodem. De bodemorganismen zetten deze stoffen om in stoffen die opneem baar zijn voor de planten. De biologische tuinders bemesten dus eigenlijk via een omweg. Dit heeft het voordeel dat planten nooit op korte termijn worden overbemest en een groeischok krijgen, maar steeds opnemen wat ze op dat moment nodig hebben. Daardoor groeien de planten zeer regelmatig en zijn minder vatbaar voor ziekten en plagen dan na bemesting met snelwerkende kunstmest. Bovendien spoelt minder stikstof uit naar het bodemwater.

    Drie weken voor het zaaien of planten
    Het 'nadeel' van organische bemesting is dat de bodemorganismen enige tijd nodig hebben om de voedingsstoffen om te zetten en voor de planten opneembaar te maken. Daarom moet minstens drie weken voor het zaaien of planten al voor de eerste keer worden bemest. De meststoffen worden oppervlakkig ingewerkt; niet dieper dan 5 cm.
    Een ander nadeel is dat minder precies kan worden bemest omdat de hoeveelheid voedingsstoffen wisselend is. Dat is de reden dat sommige leveranciers bepaalde stoffen toevoegen zodat op de verpakking wel precies kan worden aangegeven welke voedingsstoffen erin zitten en welke hoeveelheden. Doordat de voedingsstoffen slechts langzaam vrijkomen voor de planten kunnen de organische stoffen niet worden gebruikt om een tekort aan een bepaald element in de plant direct op te heffen.

    Compost: zelfgemaakt of gekocht
    De meestgebruikte organische stof in de tuin is compost. Terwijl vroeger een compostplaats op elk boerenbedrijf een vanzelfsprekendheid was, werken tegenwoordig vooral stadbewoners en hobby tuinders met compost. Er is zelfs een aantal gemeenten dat de aanschafvan een compostvat subsidieert om te voorkomen dat het tuin- en onverwerkte keukenafval met de vuilnisman wordt meegegeven,Maak van dit aanbod gebruik; van het plantaardige huis-, tuin- en keukenafval maakt u een bij- zonder goede grondverbeteraar waarvan u vrijwel zeker weet dat het geen zware metalen bevat. Dit kan niet altijd gezegd wor- den van de com post die u kant en klaar in zakken koopt. Compost is dus een uitstekende bodem verbeteraar, maar bevat niet zo heel veel voedingsstoffen.
    Bijmesten is dus nodig, zeker bij de matige en sterke groeiers. Goedverteerde compost geeft nooit aanleiding tot schade bij planten. Daarom kan het in onbeperkte hoeveelheden worden gebruikt.

    Verse of gedroogde mest
    Mest bevat meer voedingsstoffen dan compost. Als u de beschikking heeft over verse stalmest, dan kan dit direct worden ondergewerkt. Vooral niet meer dan 5 kg per m2 en minstens drie weken voor het planten om te voorkomen dat de planten ver-branden. Daarbij moet u bedenken dat de grond erg onrustig wordt van verse mest waardoor de onkruidgroei explosief kan toenemen en de gewassen een groeischok krijgen. Daarom ishet wellicht beter de mest voor gebruik te laten verteren op een mesthoop of te verwerken in de composthoop zodat die wat voedselrijker wordt. Van kippemest strooit u slechts l,S kg per m2.
    Lang niet iedereen heeft de beschikking over verse mest; gdroogde mest is echter een goed alternatief. Deze mest wordt in allerlei samenstellingen in de handel gebracht. De basis bestaat meestal uit kippe- of stalmest waaraan soms andere organische stoffen zijn toegevoegd zoals bijvoorbeeld beendermeel, hoornmeel, bloedmeel of sporenelementen. Op deze wijze ontstaat dan een evenwichtige meststof waarvan de verhoudingen op de verpakking zijn vermeld zodat u dus precies weet wat u bemest. Soms wordt de organische mest ook aangevuld met een snelwerkende kunst-meststof. Geef hiervan niet teveel om verbranding van de planten te voorkomen. De meeste organische meststoffen bevatten maar weinig kalium; bij gewassen met een grote kaliumbehoefte (tomaat, aardappel, peen) moet daarom worden bijgemest met bijvoorbeeld patentkali.
    Om het effect van gedroogde organische mest te verbeteren kan een bacteriemeststof worden toegevoegd. Bijvoorbeeld 'Cofuna'.De basis van deze 'meststof bestaat uit gedroogde druivepitten waaraan grote hoeveelheden bacteriën zijn toegevoegd. Deze zorgen ervoor dat de voedingsstoffen die al in de grond aan wezig zijn worden omgezet en bruikbaar worden voor de planten.

    Compost en meststoffen worden in het vroege voorjaar over de losgemaakte grond van de bedjes uitgespreid en met de hark of cultivator oppervlakkig ingewerkt. Regenwormen en micro-organismen zetten de voedingsstoffen dan om in stoffen die de planten in de loop van het groeiseizoen opnemen.

    Geconcentreerde organische meststoffen
    Een andere mogelijkheid om te tuin te voorzien van de nodige voedingsstoffen is het bemesten met geconcentreerde organische meststoffen zoals bloedmeel ,hoornmeel of beendermeel. De eerste twee bevatten voornamelijk stikstof; de laatste een beetje stikstof en vooral veel fosfor. Soms worden deze drie samen als mengmeststof aangeboden zodat een volledige bemesting mogelijk is.Ook enkelvoudige meststoffen kunnen uitstekend worden toegepast. Bijvoorbeeld hoornmeel of bloedmeel wanneer er alleen stikstof nodig is voor een goede groei omdat er al voldoende fosfaat in de grond aanwezig is. Deze geconcentreerde organische meststoffen moeten op tijd worden uitgestrooid en ondergewerkt. Bloedmeel is de snelstwerkende meststof van de drie en kan daarom ook worden gebruikt om gewassen met een lange groeiduur (kool, prei) later in het jaar bij te mesten. Het wordt op z'n laatst in juni uitgestrooid zodat de voedingsstoffen voldoende tijd hebben om vrij te komen.

    Als natuurlijke bodemverbeteraars worden ook gesteentemelen en -granulaten (korrels) gebruikt. Zowel meel als korrels zorgen ervoor dat de bodem meer vocht kan vasthouden waardoor ook wordt voorkomen dat voedingsstoffen teveel uitspoelen. Zij maken van de grond een soort provisiekamer voor de planten.

    -Op zware grond moet gesteentemeel met mate worden gebruikt omdat het de grond teveel kan verdichten, maar korrels zijn wel uitstekend geschikt om een dergelijke grond luchtiger te maken.

    -In lichte grond worden de micro-organismen door gesteentemeel aangezet tot humusvorming. In het voorjaar wordt het gesteentemeel uitgestrooid over het bed en
    oppervlakkig ingewerkt. Daarnaast wordt vlak voor het zaaien of planten nog. een beetje in de zaaigeulen en plantgaten gestrooid voor een goede start van het nieuwe gewas.

    Aanvullende bemesting met gier of extract
    Compost levert humus; meststoffen voeding voor de planten. Op deze wijze worden de planten bij het begin van het nieuwe seizoen van een evenwichtige voeding voorzien. Een gewas onttrekt echter voortdurend voedingsstoffen aan de bodem.
    Daarom wordt in de loop van het groeiseizoen een keer bijgemest. Wie geen snelwerkende kunstmest wil gebruiken, strooit bloedmeel of giet regelmatig gier of extract bij de voet van de planten. De stoffen in de gier verrijken de grond niet alleen met bepaalde voedingsstoffen, maar zij maken de planten ook sterker en actiever waardoor een betere opname van voedingsstoffen mogelijk is.

    --Brandnetelgier bevat stikstof waardoor de groei enigszins wordt bevordert. Bovendien worden regenwormen aangetrokken die weer gunstig zijn voor een goede bodemstructuur. Attentie: bonen, erwten en uiachtigen verdragen geen brand- netelgier.

    --Smeerwortelextract bevat veel stikstof en kalium; het kan uitstekend worden gebruikt bij sterkgroeiende gewassen als tomaat en kolen.

    Gecombineerde gier van koolbladeren, uien en knoflook die wordt verrijkt met kruiden als kamille, leeuwetand, pepermunt en melisse kan worden gebruikt om de planten te versterken.

    Gier wordt als volgt gemaakt:
    vul een emmer met grofgesneden planten, voeg regenwater toe en zet hem op een zonnige plaats. Al na 24 uur begint het goedje te gisten. Elke dag wordt een of meerdere keren geroerd om te zorgen dat er voldoende zuurstof in de vloeistof komt. Wanneer de gier stinkt voegt u wat gesteentemeel of valeriaanextract toe om de stank te verminderen. Op z'n vroegst na een week wordt de drap verdund met water in een verhouding van 1:20 en bij de wortels van de planten gegooid. Doe dat de hele zomer door elke 4 tot 6 weken.

    Niet iedereen heeft de mogelijkheid om dicht bij huis in het wild smeerwortel of brandnetels te verzamelen. Deze en andere kruidachtige planten zijn ook gedroogd of -zelfs als geconcentreerde kant en klare gier verkrijgbaar. Om de gier op de juiste wijze klaar te maken volgt u de aanwijzingen op de verpakking.

    ZO MAAKT MEN COMPOST
    Graaf de bodem ongeveer 15 cm uit en maak hem goed los. Op de grond komt grof materiaal voor een goede afwatering. Daarop wordt de hoop laag voor laag opgebouwd:
    een klein laagje oude compost, 20 cm gemengd tuinafval en een laagje kalk of compostversneller. Daarop weer een laagje oude compost, tuinafval en kalk. In droge perioden krijgt de composthoop water om uitdroging te voorkomen. Enkele maanden na het opzetten wordt de hoop omgezet (binnenstebuiten gekeerd) voor een gelijkmatige vertering. Wanneer de compost rul, zwart en goed verteerd is, wordt hij gezeefd en verspreid over de -tuin. Composteren is niet moeilijk en gaat bijna altijd goed mits u een aantal zaken in de gaten houdt.

    De laag tuinafval bestaat uit gezond plantaardig afval en onverwerkt keukenafval.

    Gras mag op de composthoop wanneer het goed wordt vermengd met grover materiaal. Teveel gras tegelijk vormt een dikke compacte laag die gaat verzuren. Verwerkt keukenafval zoals gekookte aardappel of brood trekt ongedierte aan en is heel vaak de oorzaak van stank. Theebladeren en koffiedik mogen wel op de composthoop. Grote hout- of koolstronken verteren te moeilijk; deze moeten worden kleingemaakt met bijvoorbeeld een hakselaar.

    Dierlijke mest kan ook in de composthoop worden verwerkt. Dit is zelfs gunstig om het stikstof gehalte te verhogen. Wanneer geen dierlijke mest wordt gebruikt, is het raadzaam regelmatig een beetje bloedmeel over de hoop te strooien; zeker wanneer er veel stro of bladeren worden verwerkt. De vulling uit de kattebak gaat met de vuilnisman mee: deze hoort niet op de composthoop in verband met eventuele overbrenging van ziekten.


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (3 Stemmen)
    26-12-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Carissa
     

    Carissa


    Standplaats:
    Maar als u de plant een koele, lichte overwinteringsplaats kunt bieden, moet u dat doen. Hij zal u er dankbaar voor zijn en rijker en prachtiger bloeien. In een verwarmde kamer moet u normaal doorgaan met het watergeven; op een koele plaats (10-15° C) hoeft u daarentegen maar een keer per week te gieten.

    Kenmerken:
    En omdat deze bizarre struik met zijn glanzende donkergroene bladeren (net zoals bij de citrusfamilie) gelijktijdig versierd is met bloemen en vruchten kun je zonder omhaal zeggen dat Carrissa een echte schoonheid is.

    Bloemen :
    Zelfs jonge planten kunnen al in bloei komen. Maar het mooist zijn toch de wat oudere struiken, die tijdens de bloei van februari tot april er niet alleen betoverend uitzien, maar ook de gehele kamer met een heerlijke geur vullen.

    Planten :
    Vanwege zijn scherpe doornen wordt hij in kustgebieden als heg toegepast.
    Maar we komen hem ook tegen als struik in de hoteltuinen van Spanje.

    Gebruikte delen:
    De bladeren en bloemen zijn giftig, maar de vruchten zijn eetbaar. Ze zijn enigszins zuur, ze doen een beetje denken aan pruimen en zijn bijzonder geschikt voor het maken van jam.

    Eigenschappen:
    Hij is zeer giftig, deze wasboom
    Bladeren zo dik als leer,
    doornen als gespleten slangetongen,
    sneeuwwitte naar jasmijn geurende bloemen en
    vruchten ter grootte van een pruim.

    Vermeerderen :
    Ze worden gretig geconsumeerd door vogels, die ook het zaad verdelen

    Soorten :
    Carissa bispinosa
    Carissa boiviniana
    Carissa carandas L.
    Carissa macrocarpa
    Carissa spinarum L.

    -Carrissa bispinosa uit de oostelijke kaapprovincie heeft kleine, 1,2 cm brede witte bloemen, terwijl op een krachtige struik Van

    -Carrissa grandiflora vaak ongeveer 5 cm brede bloemen en 3,5 cm lange spitsige doornen aangetroffen worden. Een uitdaging voor alle plantenliefhebbers die eens iets anders willen proberen.

    -De natalpruim (Carissa macrocarpa, basioniem: Arduina macrocarpa) is een plant uit de maagdenpalmfamilie (Apocynaceae). Het is een groenblijvende, klimmende, tot 0,5 m hoge struik. Alle plantendelen bevatten een kleverig melksap. De takken zijn bezet met tot 5 cm lange, vertakte doornen. De bladeren zijn tegenoverstaand, ovaal, 3-7 cm lang, donkergroen, leerachtig en glanzend aan de bovenzijde.

    De bloemen hebben een lange bloembuis en zijn erg geurend. Ze staan solitair in de bladoksels. De kroonbladeren zijn langwerpig en wit of roze van kleur.

    De vruchten zijn rond tot eivormig en rozerood van kleur. Het vruchtvlees is dieprood van kleur, sappig en smaakt aardbeiachtig. De vruchten kunnen als handfruit worden gegeten of verwerkt worden in compotes en vruchtensalades. Het sap van de natalpruim vormt een smaakvolle frisdrank.

    De natalpruim komt van nature voor in zuidelijk Afrika. Een verwante soort met eetbare vruchten is de caranda (Carissa carandas).

    Weetjes :

    Een mooie, giftige plant met eetbare vruchten. Alleen dat al maakt hem bijzonder, maar er is meer ...

    Maar als zo vaak heeft schoonheid ook zijn keerzijde. Hij is zeer giftig, deze wasboom, zoals deze uit de warmere delen van Afrika en Azië stammende plant ook genoemd wordt.

    Voorzichtig giftig!
    Deze waarschuwing moet u echt serieus nemen. U moet oppassen bij het terugknippen van de plant. Als er wat van het vrijkomende melksap in een wond terecht komt, kan dat (net zoals bij de oleander) vervelende gevolgen hebben. En omdat grote planten niet alleen bladeren hebben ter grootte van een rijksdaalder,

    maar ook 3,5 cm lange scherpe doornen, loopt u snel een bloedende wond op. Bij het verpotten of het uitvoeren van andere handelingen met de plant moet u dan ook altijd handschoenen dragen.


    Carrissa grandiflora is een uitgesproken gemakkelijk te verzorgen en robuuste kamerplant. En hij behoort tot de weinige exoten, die probleemloos in een verwarmde woonkamer kunnen overwinteren. Alleen de nieuwe, zachte scheuten zijn gevoelig.

    Zodra de plant begint uit te lopen, moet u hem goed in de gaten houden en door regelmatig te sproeien moet u de luchtvochtigheid wat verhogen. Maar zodra de bladeren eenmaal leerachtig geworden zijn, hebben zelfs insekten geen kans meer de plant aan te tasten.

    Giftige struik, eetbare vruchten Zoals reeds vermeld, overwintert de plant zonder problemen in een verwarmde kamer.

    In het algemeen geldt voor het watergeven: beter te weinig dan te veel.

    Bemesten doen we tijdens de groeiperiode van mei tot oktober met de normale vloeibare meststof die we ook voor kamerplanten gebruiken.

    Als u deze flink gedoornde struik 's winters een plaats kunt geven in een hobbykas of serre, zult u krachtigere planten krijgen dan degene die aangewezen zijn op een overwintering in de huiskamer. Maar niet alleen de standplaats is bepalend voor de grootte en het uiterlijk van de plant.


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (6 Stemmen)
    01-12-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Symphytum officinale
     

    Symphytum officinale

    Botanische naam  : Symphytum officinale
    Nederlandse naam : Gewone smeerwortel
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   :
    Grondsoort : alle
    Vochtbehoefte    : normaal, vochtig, nat
    Licht            : half schaduw, zon
    Groep            : vast
    Gebruik          : grasland, ruigte, bos en struweel
    Hoogte           : 0.30-0.60, > 0.60
    Vorm             : pol
    Bloeikleur/vorm  : wit, rood/bruin, roze, lila, paars
    Bloeitijd        : april, mei, juni, juli, augustus
    Vermeerdering    : zaaien, scheuren
    Voedingsbehoeft  : matig voedselrijk, voedselrijk, zeer voedselrijk
    Concurrentiekra  : matig

    Standplaats:
    De smeerwortel verkiest een goede, humusrijke bodem, bij voorkeur zand-lemig en enigszins vochtig, doch goed doorlatend, in zon tot halfschaduw.

    Kenmerken:
    Deze, in heel Europa voorkomende, winterharde vaste plant wordt 50 tot 80 cm hoog en is volledig overdekt met korte, stugge haartjes
    De Gewone smeerwortel (Symphytum officinale) is een vaste plant uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae). Deze soort is in België en Nederland een algemeen voorkomende plant in ruigtes, bermen, op dijken en bij slootkanten. Dit geldt voor geheel Europa met uitzondering van het hooggebergte.

    Bloemen :
    Bloempjes, die roomgeel of paars van kleur zijn hangen twee aan twee aan de schicht die ‘schorpioïed’ van vorm is, wat betekent dat de curve die gevolgd wordt, de vorm heeft van een schorpioenstaart. De bloemen staan ingeplant aan één kant van de stengel, en lopen in grootte af van de volledig geopende bloemen aan het begin, tot aan de bijna onooglijke knopjes aan het einde.
    De bloemkroon is eerder buis- dan klokvormig, de kelk vijfdelig gespleten.
    De vrucht bestaat uit vier blinkende ‘nootjes’,

    Planten :
    De smeerwortel is met name in vochtige bermen en langs beken te vinden. Van mei tot augustus staat de smeerwortel in bloei, er komen dan purperen, beige of roze bloemen aan. De wortels, die diep in de grond zitten, zijn zwart van buiten en wit van binnen. Wanneer je de wortel opensnijd komt er een witte, waterachtige vloeistof uit tevoorschijn waar de smeerwortel haar naam aan dankt.

    Gebruikte delen:
    De wortel van de smeerwortel wordt geoogst in voor- of najaar, wanneer zijn gehalte aan allantoïne het hoogst is. Men wacht voor het opgraven tot na het tweede groeijaar van de plant. Na de oogst wordt de wortel in schijfjes
    gesneden, of overlangs in repen, en vervolgens bij matige warmte gedroogd.

    Werkzame bestanddelen:
    Smeerwortel wordt hoofdzakelijk uitwendig gebruikt, en dat zowel bij de behandeling van kneuzingen, chronische aandoeningen van gewrichten, als bij ontstoken spataders. Historisch is vooral het gebruik bij botfracturen bekend.

    Eigenschappen:
    Smeerwortel is werkzaam als vulneratief (wondhelendmiddel), slijmvormer, astringens (doet de bloedvaatjes samentrekken) en expectorans (hoestmiddel).
    Het in de plant aanwezige allantoïne prikkelt beschadigd weefsel tot het vormen van nieuw granulatieweefsel en stimuleert ook de celdeling. Het gebruik van smeerwortel bij allerhande verwondingen en zweren vindt hierin zijn verklaring.
    De wortels bevatten zoveel kleefstoffen dat ze in stukken gehakt vlees aaneensmeden; en als smeerwortel wordt gekookt tot een massa of het blad wordt gekneusd en de massa als pleister op een wonde wordt gelegd, zal hij alle vleeswonden genezen.

    Vermeerderen :
    De plant kan vermeerderd worden door zaad of door scheuren. Zaailingen worden uitgeplant op ongeveer een halve meter onderlinge afstand.

    Soorten :
    Symphytum officinale en S. x uplandicum zijn erg gelijk en hun nakomelingen zijn vruchtbaar.
    Deze soort is in België en Nederland een algemeen voorkomende plant in bermen, op dijken en bij slootkanten. Dit geldt voor geheel Europa met uitzondering van het hooggebergte. De plant is in Noord-Amerika ingevoerd en verwilderd.
    S. officinale is kleiner, minder borstelig en heeft gevleugelde bladribben die ieder blad verbinden aan de bladverbinding daaronder. S. x uplandicum heeft smallere vleugels die de vorige bladverbinding niet bereiken. De zaden van de S. officinale zijn glanzend en bij de S. x uplandicum zijn ze dof.

    Weetjes :

    Sedert enkele jaren wordt in heel wat de landen de verkoop van smeerwortelpreparaten voor inwendig gebruik verboden of aan strenge beperkingen onderworpen. Reden hiervoor is het feit dat wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat het gebruik van grote hoeveelheden smeerwortel risico’s op leverbeschadiging met zich mee kan brengen.

    De Botanische naam ‘Symphytum’ vindt zijn wortels in het Grieks: Je herkent erin ‘Sym-phyteuoo’, wat je zou kunnen vertalen als ‘ik doe tesamen groeien’. ‘Officinale’ is al ettelijke keren in deze site verklaard: het wijst op het oude gebruik als geneeskruid.

    De Nederlandse naam vergt misschien iets meer verklaring: Smeerwortel bevat vrij veel slijmstoffen, waardoor de papjes die van de wortel bereid worden, er erg slijmerig en ‘smerig’ uitzien!

    Smeerwortelzalf

    Smeerwortelzalf kan gebruikt worden bij schaafwonden en andere kleine verwondingen. Daarnaast werkt smeerwortelzalf pijnstillend bij botbreuken en kneuzingen. Voor smeerwortel zalf heb je twee handjes verse of gedroogde wortels van de smeerwortel, vijf eetlepels vaseline en twee eetlepels zonnebloemolie nodig. Snij de wortels in kleine stukjes en meng deze in een vuurvaste kom met de vaseline. Verwarm dit mengsel gedurende minimaal tien uur au bain-marie. Zeef het geheel vervolgens en roer de zonnebloemolie door de zalf.

    Smeerwortelolie

    Je kunt een medicinale olie van smeerwortel maken voor het behandelen van pijnlijke gewrichten, verstuikingen en bloeduitstortingen. Breng hiervoor 250 gram gedroogde of 750 gram verse smeerwortelbladeren in 500 milliliter zonnebloemolie au bain-marie aan de kook. Laat de olie ongeveer drie uur koken en filter de olie vervolgens. Je kunt de zelfgemaakte smeerwortel olie maximaal een jaar bewaren op een koele en donkere plaats in een luchtdichte fles.

    Kan je smeerwortel nog op een andere manier gebruiken?

    Je kan inderdaad nog meer doen met smeerwortel. Zo kan je je arme, getergde rug, eens extra verwennen met een afkooksel van smeerwortelbladeren.

    Doe die bladeren in een emmer en giet er kokend heet water op. Na 20 minuten is het aftreksel klaar. De bladeren vis je eruit, want die wriemelen zo als je in je bad zit... Voeg dit aftreksel toe aan je badwater. Blijf 15 minuutjes lekker genieten in je warm, verwennend bad. Je komt als herboren eruit.

    Culinair:

    in Engeland wordt smeerwortel al lang als spinazie gegeten

    jonge blaadjes rauw in salades

    - Het werd vroeger als veevoedergewas voor varkens, koeien (meer melkproduktie) en renpaarden gekweekt.

    - Door zijn proteïne-rijkdom ook goed als grondverbeteraar, als groenbemester (voor tomaten, bonen en aardappelen) en compost.

    - Het helpt composthopen sneller verteren.


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (33 Stemmen)
    30-11-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Howeia
     

    Howeia
    KENTIAPALM

    Standplaats:
    Een lichte standplaats werkt gunstig, maar is niet echt nodig
    Wortelkluit goed vochtig houden met lauw en kalkarm water, vooral onder warme omstandigheden. Minder gieten bij lagere temperatuur. Regelmatig broezen.
    Redelijk vochtig milieu komt het blad ten goede.
    Klassieke, voedselrijke potgrond met wat leem om het vocht vast te houden. Goed gedraineerde palmpot. In de groei om de twee weken bemesten, later om de maand lichte mest via vochtige potgrond. Om de drie jaar verpotten, bij voorkeur in de lente
    Wanneer ze vanuit haar donkere hoek voor het eerst het daglicht ziet, moet de plant langzaam aan het volle daglicht wennen. Dit kan door zonwerend materiaal over de bladeren te leggen en ze geleidelijk aan het zonlicht bloot te stellen. Ofwel kan u een schaduwrijke plek in de tuin uitzoeken en de palm geleidelijk naar het zonlicht toeschuiven. Die jaarlijks behandeling zorgt ervoor dat u een stevige en gedrongen plant verkrijgt

    Kenmerken:
    Howea forsteriana is de meest gekweekte; Howea belmoreana is sierlijker, maar heeft meer verzorging nodig. Als jonge plant zijn ze moeilijk uit elkaar te houden. De volslanke stammetjes dragen een kroon met breed uitwaaierende geveerde bladeren. Meestal worden ze aangeboden in een pot met enkele planten bijeen.
    Hoog opgroeiend, gemiddeld 200 cm hoog en 150 cm breed, maar groter kan ook.

    Planten :
    Niet winterhard. Mag in de zomer naar buiten. Zowel hoge als lage (tot 10 C) temperatuur wordt goed doorstaan. Matig warm overwinteren (14 18 C).
    De Kentiapalm groeit traag maar vormt toch regelmatig nieuwe bladeren, zeker wanneer hij zich goed voelt. De trage groei maakt het jaarlijks verpotten overbodig. In de regel volstaat het eenmaal om de 3 jaar in het voorjaar. Men gebruikt hiervoor een diepe maar smalle pot met voedselrijke potgrond, waaraan een beetje leemgrond wordt toegevoegd om de grond langer vochtig te houden.

    Eigenschappen:
    Standplaats lichtbehoefte: zon, halfschaduw, schaduw
    deze plant is vorstgevoelig
    deze plant is wintergroen (groenblijvend)
    deze plant verlangt een zurige bodem (pH 4,5-5 of lager)
    De Kentiapalm is erg goed bestand tegen stof en lage temperaturen. De plant vreest ook geen schaduw.
    Na de laatste nachtvorst mag hij naar buiten. Vanuit de donkere hoek langzaam aan het volle daglicht wennen door zonwerend materiaal over de bladeren te leggen en geleidelijk aan het zonlicht bloot te stellen. Of van een schaduwrijke plek in de tuin geleidelijk naar het zonlicht toe te schuiven.

    Vermeerderen :
    Howea kan uit zaad worden vermeerderd. Om zaden te laten kiemen is een constant warme grond van 27 °C vereist. Een kas is onontbeerlijk om de palm verder groot te brengen.

    Soorten :
    De Kentiapalm is van oorsprong tropisch, maar perfect geschikt als kamerplant. In deze groep van palmen zijn Howea forsteriana en Howea belmoreana de enige soorten.

    Weetjes :

    Een goede verzorging uit zich in een rijkelijk groeiende plant, die op latere leeftijd bloemen en vruchten kan dragen. Voor een vochtige omgeving wordt de plant op een omgekeerd schaaltje in een met water gevulde schaal gezet. Zonder natte voeten, want dat leidt tot wortelrot.

    Het blad blijft frisgroen door de plant regelmatig in de regen te zetten of lauw te douchen. Af en toe de kluit onderdompelen en goed laten uitlekken is aangeraden. Bij lage temperatuur, de aarde droger houden.
    De Kentiapalm is een trage groeier, verpotten slechts om de drie jaar. Bij voorkeur in een diepe, smalle pot.

    Het beste water is regen water. Elke 8 maanden kan uw Kentia Palm wat extra meststof gebruiken. Na een jaar kan het geen kwaad uw Kentia Palm te herpotten gebruik dan speciale Kentia Palm grond (Veengrond)

    Howea fosteriana groeit van nature op Lord Howe Island voor de oostkust van Australië. De eerste naam is afgeleid van de hoofdstad op het eiland: Howeia. De tweede naam is afkomstig van de Duitse plantkundige H. von Forster (1847 - 1930).


    Ziekten :

    In de winterperiode bobbelige vlekken aan de onderkant van de bladeren !!

    Is een typisch ziektebeeld van palmen die onder ongunstige omstandigheden overwinteren.Hoge temperaturen, veel (giet) water samen met een geringe hoeveelheid licht zijn de oorzaken.
    Minder gieten dus ,zonder de kluit te laten uitdrogen en zet de palm op een wat koelere plaats (14 tot 18 °C)
    De onderste bladen kunnen bruin worden. Dat is normaal. Verwijder deze bruine bladen

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (2 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Exacum
     

    Exacum


    Botanische naam  : Exacum
    Nederlandse naam : Bitterblad
    Herkomst         : Socota
    Bijzonderheden   : eenjarig
    Grondsoort       : goed doorlatende
    Vochtbehoefte    : matig water geven,potkluit vochtig houden
    Licht            : half schaduw
    Wind             : koude en tocht vermijden
    Gebruik          : als kamerplant
    Hoogte           : 20 – 40 cm
    Bloeikleur/vorm  : wit,lila,geurend
    Bloeitijd        : juni - oktober
    Blad             : groen

    Standplaats:
    Het blauwe liesje is in de eerste plaats een kamerplant maar ook buiten op terras of balkon, bij voorkeur in een pot of bloembak, kunt u er veel plezier aan beleven.
    In het laatste geval moet de plant wel beschut staan en moet de zomer warm en niet te nat zijn.
    Voorwaarde voor een goede ontwikkeling is in alle gevallen dat de plant op een lichte tot half beschaduwde plaats
    staat en dat het niet te warm is. In huis betekent dat schermen tegen de middagzon of kiezen voor een plaats op het zuidoosten of noordwesten.

    Bloemen :
    Een allerliefst plantje met lilablauwe bloempjes.

    Planten :
    Tijdens de opkweek van zaailingen en stekken is een zeer lichte standplaats noodzakelijk, maar ook dan beschermd tegen felle zon". De temperatuur moet matig zijn, tussen 15-20 °C.

    Vermeerderen :
    Het is een echt zomerbloeiende kamerplant, die u kunt voortkweken door middel van zaaien, wat al vroeg in het voorjaar moet gebeuren.Dat doet u in een pot binnenshuis en stop het zaad vooral niet te diep in de grond. Het is ruim voldoende, als het juist onder de oppervlakte zit. Na het zaaien dient u de pot met een ruit en daaroverheen een papier af te dekken. De potgrond zult u vochtig moeten houden.

    Zodra de jonge plantjes tevoorschijn komen, zult u ruit en papier moeten verwijderen, want ze hebben direct de volle zon nodig.
    Als de plantjes hanteerbaar worden moet u ze verplanten in een aparte pot.
    Ze komen daarin op een onderlinge afstand van een paar centimeter.
    Zodra ze elkaar met de blaadjes raken, dient u elk plantje afzonderlijk in een potje te zetten.
    Gebruik er de bekende bloemistengrond voor.

    Bitterblad kan op twee manieren worden vermeerderd: uit zaad of door te stekken.
    De meest gebruikelijke methode is zaaien. Aangezien de planten pas ongeveer

    zes maanden na het zaaien bloeien, moet al in januari/februari worden gezaaid. Bitterblad is een lichtkiemer en dat betekent dat het fijne zaad niet met aarde wordt bedekt, wel met glas of plastic.

    Soms blijven de planten na de bloei in leven; daarvan kan in het voorjaar gestekt worden. Jonge planten altijd enkele malen toppen en liefst een paar plantjes in een pot bij elkaar zetten, om een bossig geheel te krijgen.

    Soorten :
    Van bitterblad is slechts één soort bekend:
    --Exacum affine, een tweejarige plant die begin deze eeuw op het eiland Socotra (Indische Oceaan) werd gevonden.

    Van het geslacht Exacum kent men ongeveer 40 soorten, waarvan sommige meer struikachtig groeien. U zou er wellicht niet op komen, maar Exacum behoort tot de gentiaanfamilie (Gentianaceae).

    Weetjes :

    Eigenlijk zou men de plantjes in dit stadium in een broeikasje verder moeten kweken.

    Later zult u dan nog eens moeten verpotten in een iets ruimere pot.
    Als het plantje volop bloeit, kunt u haar in de zonnige kamer zetten, maar op warme dagen zult u haar toch een weinig moeten beschermen.
    Ze kan vrij veel voedsel hebben en het is nodig haar wekelijks een weinig te bemesten.

    Overhouden is mogelijk, maar over het algemeen wegen alle moeiten en zorgen niet op tegen de te bereiken resultaten.

    U kunt beter in het voorjaar zelf zaaien of in de zomer een bloeiende plant bij de bloemist kopen.

    Dikwijls worden de planten in veel te kleine pages verkocht. Thuis direct in een grotere pot zetten is dan aan te raden.

    Over het algemeen groeit dit plantje beter in een droge huiskamer dan in de vochtige kassen van de bloemist.

    Ook al groeit bitterblad onder de meest ideale omstandigheden, overhouden van dit kamerplant je is niet mogelijk.
    Het is van nature een tweejarige plant die echter meestal als éénjarige wordt gekweekt.

    Voor de verzorging maakt dat weinig uit, want het betekent dat in beide gevallen de plant na de bloei afsterft. Toch is dat geen reden om er niet aan te beginnen. Allereerst is bitterblad een langdurige zomerbloeier met blauwe bloemen en bovendien is de verzorging eenvoudig.

    Bitterblad wordt ook wel 'blauw liesje' genoemd, waarschijnlijk omdat de plant even rijk bloeit als 'vlijtig liesje'. Maar alles is veel kleiner: de sierlijke, stervormige bloemen en de glanzend groene, hartvormige blaadjes.
    Behalve rassen in diverse tinten blauw, kent men nu ook selecties die witte, roze of rode bloemen dragen.

    Aan tocht heeft bitterblad een hekel.

    Verzorging
    Voor de dagelijkse verzorging is het belangrijk dat de uitgebloeide bloemen worden verwijderd. Dat vereist enige aandacht, maar de plant blijft daardoor mooier en bloeit langer. Water geven moet ook met zorg gebeuren, want een optimale ontwikkeling is alleen mogelijk wanneer de aarde voortdurend matig vochtig is.
    Langdurig te natte grond is voor bitterblad funest: wortelrot is het gevolg en de plant gaat slap hangen en gaat tenslotte dood.
    Houdt u dus liefst de potgrond aan de enigszins droge kant. Bij een zo kort levende plant - zeker wanneer het om een gekocht exemplaar gaat - is bemesten eigenlijk niet aan de orde.
    Mochten er geen bloemknoppen meer verschijnen, zijn de bladeren geel, dan kan bemesten gewenst zijn.
    Eênmaal in de week uitgebloeide bloemen verwijderen. De plant oogt mooier en ontwikkelt nieuwe bloemknoppen.

    Ziekten :
    Bitterblad is een sterke, gemakkelijk te kweken plant waarbij zich slechts zelden problemen voordoen. Staat de plant op een ongunstige plaats (bijv. tocht " dan treedt soms bladluis op.

    Verder zijn narigheden uitsluitend het gevolg van een onjuiste behandeling. Is de aarde te nat en/ofis het een sombere, natte zomer, dan kan gemakkelijk grauwe schimmel optreden. Op de plant vormt zich dan een grijs schimmelpluis. Aangetaste delen verwijderen en de plant droger zetten. Ook wortelrot kan door te veel vocht optreden; de planten worden dan geel en gaan dood.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    18-11-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rosa 'Dortmund'
     

    Rosa 'Dortmund'

    Botanische naam  : Rosa 'Dortmund'
    Nederlandse naam : Leiroos
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   : rood/wit hart, weinig bottels
    Grondsoort       : alle, humeus, lichte klei
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Groep            : leirozen, heesterrozen
    Gebruik          : groepen/vakken, randen/hagen, solitair, tuinen
    Hoogte           : 2.00-3.00 m
    Vorm             : leirozen
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme, rood/bruin
    Bloeitijd        : juni, juli
    Blad             : bladverliezend
    Twijg/stam       : doorns/stekels

    Standplaats:
    In licht vochtige, goed gedraineerde grond in de volle zon.
    ook geschikt voor een noordmuur.

    Kenmerken:
    Deze sterke, rechte roos produceert gerekte knoppen die open bloeien tot grote, enkele bloemen. De bloemen verschijnen in trossen en geuren. Bloeit de hele zomer door. Verdraagt armere grond. Geschikt als haag of klimroos en als lage leiroos.

    Bloemen :
    Bloedrood met wit centrum, grote, enkele, open bloemen met gegolfde bloemblaadjes in grote trossen, lichtgeurend, krachtige groei, doorbloeier, hoogte: 3-4 m.
    Sterke doorbloeier
    Weinig of niet geurend.
    Draagt rijkelijk oranje bottels in het najaar.
    Bloeitijd: juni- juli- augustus . Eénmaal bloeiend

    Planten :
    Best als free-bloeiende klimmer voor muren, priëlen, hekken of andere structuren. Kan ook worden geteeld als een struik.

    Eigenschappen:
    Deze roos is een klim-of pilaar roos die typisch groeit
    Eigenschappen overvloedig clusters van geurige, karmozijnrood, enkele bloemen met witte ogen.
    Bloeit vrij van de late lente tot vorst.
    Glanzend, donkergroene bladeren.
    Oranje heupen.
    Prima, lage, sterk vertakte klimroos.
    Ook geschikt voor een kleine tuin.
    Donker, gezond blad.

    Snoeien :
    snoeien in het voorjaar
    Vermijd snoeien voor de eerste twee jaar na het planten, zodat de lange stokken van deze klimmer zich ontwikkelen. Snoei daarna zo nodig in de late winter tot het vroege voorjaar.

    Cultuur
    Beste gekweekt in gemiddeld, medium vocht, goed gedraineerde grond in de volle zon. Beste bloei en weerstand tegen ziektes voorkomen in de volle zon. Water diep en regelmatig ('s ochtends zijn het beste). Vermijd te veel water geven. Goede luchtcirculatie bevordert krachtige en gezonde groei en helpt controle blad ziekten. Zomer mulch helpt vocht vasthouden, houden wortels koel en ontmoedigen onkruid.

    Verwijderen en te vernietigen zieke bladeren van planten (mogelijk), en opruimen en vernietigen dode bladeren van de grond rond de planten zowel tijdens het groeiseizoen en als onderdeel van een grondige sanering in de winter (slapende seizoen).

    Problemen
    Rozen gevoelig voor een groot aantal ziekten, de meest voorkomende daarvan zijn zwarte vlek, meeldauw, roest en rose rozet. Hoewel goede culturele praktijken, zijn de eerste lijn van verdediging in ziektebestrijding, worden regelmatig preventieve fungicide toepassingen gedurende het groeiseizoen meestal nodig, met name in vochtige klimaten met regelmatige neerslag in de zomer
    'Dortmund' is uitstekend bestand tegen de bovengenoemde bladziekten.
    Mogelijke insect problemen zijn bladluizen, kevers, boren, schaal, trips, muggen, en spint.


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (2 Stemmen)
    12-11-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Selaginella
     

    Selaginella


    Standplaats:
    Mosjes houden van een vochtige omgeving, een constante temperatuurrond 20° C en een beschaduwde plaats.
    Regelmatig benevelen bij een kamertemperatuur van 18°C. Gebruik gedistilleerd water of regenwater.

    Kenmerken:
    Slaapkamergeluk' of 'mosje': namen voor groene planten die zich op niet te zonnige plaatsen tot ware groene plakkaten kunnen ontwikkelen.
    Mosjes zijn snelgroeiende kussenvormende plantjes. Niet alleen mooi frisgroen van kleur, gemakkelijk te verzorgen en snel groeiend, maar ook interessant.
    Deze planten, die behoren tot het geslacht Selaginella, zijn namelijk te beschouwen als een tussenvorm tussen mossen en varens.
    Er zijn rozetvormige, klimmende en kruipende soorten. De wortels ontstaan in de stengel en kunnen grote plakkaten vormen.

    Eigenschappen:

    De grond moet voortdurend vochtig zijn, maar niet te nat. Zorgt u dus voor een goede waterafvoer.

    In huis mogen de planten alleen in de winter in de zon staan; overigens alleen in schaduwen halfschaduw, voor een venster op het noorden of oosten.

    Voor de gangbare soorten is een gematigde temperatuur (15- 20° C) aan te bevelen. Minder bekende soorten kunnen het beste warmer, bijvoorbeeld in een kas of serre staan.

    Weinig mest geven, de helft van de op de verpakking aangegeven concentratie en alleen in de zomermaanden.

    In het voorjaar verpotten in normale potgrond, bij voorkeur in wijde, ondiepe potten of schalen. Grote exemplaren kunnen tijdens het verpotten worden gescheurd.

    Vermeerderen :
    De vermeerdering geschiedt net als bij varens via sporen, maar is ook te vergelijken met die van mossen.

    Soorten :

    Tropisch en koel
    Als kamer- en kasplant worden voornamelijk drie soorten gekweekt.
    Selaginelia apoda is een lage, zodenvormende plant met lichtgroene, zeer fijn gezaagde blaadjes. Op den duur zijn ze als hangplant je te gebruiken. Nog langere en echt kruipende stengels heeft
    S. kraussiana. Vrij zeldzaam is S. martensii, een meer rechtop groeiende soort,
    maar toch later met liggende takjes, voorzien van luchtwortels. Vooral 'Watsonia' is bekend, met opvallend witte sten- geltoppen.
    Iets geheel anders is de 'opstandingsplant', die ook wel als de 'Roos van lericho' wordt aangeboden: S. lepidophylla. Korte stengels, donkergroen die bij droogte inrollen. Bij bevochtiging gaat de plant weer open.

    Vochtig en in de schaduw
    Mosjes houden van een vochtige omgeving, een constante temperatuurrond 20° C en een beschaduwde plaats.
    Vandaar wellicht de Nederlandse naam 'slaapkamergeluk', want een slaap- of badkamer met weinig zon en het gehele jaar een gematigde temperatuur vormt voor de meest bekende soorten een ideale omgeving.

    S. lepidophylla kan langdurige periqden van droogte verdragen, maar de meeste soorten houden van een tropische omgeving (schaduw, 20- 25° C, vochtige atmosfeer).

    Winterharde soorten
    Enkele soorten kunnen in ons klimaat op beschutte plaatsen en in goed doorlatende grond buiten groeien. Bekend is o.a.

    S. denticulets uit het Middellandse-Zeegebied, Canarische Eilanden. Lijkt veel op

    S. Kraussiana.

    S. Heivetlee groeit in bergstreken in Europa, Siberië en Japan en heeft veervormig vertakte bladeren, zodat het net een kleine varen lijkt. Onder droge en koude omstandigheden verkleurt het blad bruin- tot wijnrood. Geschikt voor beschaduwde plaatsen in veenachtige grond.

    Weetjes :

    De planten bezitten kleine bladeren soms van tweeërlei soort: zogenaamde grote onvruchtbare bladeren en vruchtbare bladeren die zijn voorzien van een ligula

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    02-11-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Acaena magellanica
    File:Acaena magellanica magellanica 1.jpg 

    Acaena magellanica

    Botanische naam  : Acaena magellanica
    Nederlandse naam : Stekelnootje
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   : zodenvormend
    Grondsoort       : alle, humeus, zand
    Vochtbehoefte    : droog, normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Wind             : ongevoelig
    Gebruik          : groepen/vakken, bodembedekker, rotstuinen
    Hoogte           : < 0.10 m
    Bloeikleur/vorm  : rood/bruin
    Bloeitijd        : juni, juli, augustus
    Blad             : halfwintergroen, groen, grijsgroen

    Standplaats:
    Acaena houdt van een zonnige en goed doorlaatbare bodem. Hij geeft de voorkeur aan een open plaats zonder bomen en struiken met een min of meer voedselrijke bodem , groeit het liefst in een kalkrijke grond.

    Kenmerken:
    Kenmerkend is het aantal blaadjes, altijd rond het getal elf: 11, meer dan elf of minder dan 11. Stekelnoot heeft liggende of kruipende stengels. De blaadjes zijn altijd gezaagd, aan beide zijden behaard of alleen op de bladnerf

    Acaena magellanica groeit in de natuur op zand en rotsen in de buurt van de zee, onder kreupelhout, in open bossen, op vochtig grasland en in vennetjes tot 1100 m hoogte. De bladschijf is 2-8 cm lang, met 5-8 paar blaadjes waarvan de onderzijde is berijpt. De bloeistengels zijn 7-14 cm groot met 1 tot 3 brede bloemhoofdjes, paarsachtig als je jong zijn.

    Bloemen :
    Kleur : wit
    Bloeitijd : juli - augustus

    Planten :
    De onderlinge plantafstand die bij aanleg van het tapijt moet worden aangehouden, is vijftien centimeter. Binnen een jaar groeit het tapijt dicht. Stekelnoot is zodenvormend en kan zowel in de volle zon als in de halfschaduw worden gebruikt.

    Acaena's zijn zodevormend en in matig strenge winters ook wintergroen. Ze worden naast bodembedekkend, ook in rotspartijtjes gebruikt. Acaena groeit het liefst in een kalkrijke grond. Stekelnootje is een zeer goede bodembedekker voor zonnige standplaatsen, maar ook lichte schaduw wordt verdragen. Ze zijn zeer mooi zijn ze in combinatie met voorjaarsbollen,

    Eigenschappen:
    - deze plant is wintergroen (groenblijvend)
    - deze plant is vorstgevoelig
    - geschikt voor gebruik in de rotstuin
    - goed bruikbaar voor bodembedekking
    - deze plant is zijn onaantrekkelijk voor konijnen, zijn min of meer veilig voor konijnenvraat
    - deze plant verlangt een kalkhoudende bodem (pH 6,5 of hoger)
    - deze plant vraagt of gedijt goed op droge gronden

    Vermeerderen :
    - door zaaien
    - door stekken
    - door afleggen, door het afnemen van uitlopers in het voorjaar
    - door scheuren

    Soorten :
    Acaena buchananii,
    Acaena magellanica,
    Acaena microphylla en
    Acaena novae-zelandiae.

    Weetjes :

    Deze soort heeft de volgende winterhardheid:
    De plant verdraagt ​​lage temperaturen (-15 ° C, zelfs -20 ° C),

    Het geslacht komt vooral in het zuidelijk halfrond voor, met name in Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Amerika. Soorten als Acaena exigua (Hawaï) en Acaena pinnatifida (Californië) komen ook in het noordelijk halfrond voor. Californië beschouwt de als zandminnende tuinplant geïmporteerde Acaena pallida als invasieve soort.

    In Groot-Brittannië wordt de Acaena novae-zelandiae als invasieve soort beschouwd. Accidenteel geïmporteerd via schaapswol, woekert de stekelige plant er op kusten en duinen.

    In heel Europa vindt men (verwilderde) cultivars, die met name zijn ontwikkeld voor de vraag naar (half)groenblijvende kruiden en heesters, die daarenboven weinig veeleisend zijn qua bodemsamenstelling en bewatering.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (3 Stemmen)
    31-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Eupatorium purpureum
    Bestand: Eupatorium purpureum2.jpg 

    Eupatorium purpureum


    Botanische naam  : Eupatorium purpureum
    Nederlandse naam : Purper leverkruid, Koninginnekruid
    Herkomst         : Noord-Amerika
    Bijzonderheden   : donkerroze, zaait uit
    Grondsoort       : alle, humeus, veen
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Gebruik          : groepen/vakken, solitair, borders, snijbloem,insecten ,    waterkant
    Hoogte           : > 1.20 m
    Bloeikleur/vorm  : roze, paars, scherm
    Bloeitijd        : juni, juli, augustus, september
    Blad             : groen

    Standplaats:
    Zon of halfschaduw. Groeit op vrijwel elke grond met voorkeur voor rijke, vochtige grond.Verdraagt meer droogte in de zomer dan E.maculatum.

    Kenmerken:
    Een sterke,solide, hoog opgroeiende en laatbloeiende vaste plant die zowel als solitair of in groepen, in de border kan worden toegepast.
    Sterke rechtop groeiende stengels.
    De nectarrijke bloemen trekken bijen en vlinders aan.
    Ideale plant voor toepassing langs een vijverrand of voor een 'wilde' tuin en in een bijen- en vlinderborder.
    Hij heeft schitterende schermvormige bloemtrossen die in de zomer uw tuin doen sieren. Meestal zijn de rood/bruine kleuren bekend maar ook wit tinten zijn mogelijk.

    Bloemen :
    3-7 buisvormige bloemen per hoofdje.Grote piramidale bloeiwijze. Lichtroze, mauve
    Ook na de bloei blijft de plant decoratief.
    Bloeitijd: augustus-september.

    Planten :
    Op een plaats in de achtergrond van een border komt het het beste uit.
    Het kruid trekt veel bijen aan.
    Plantafstand zeventig bij zeventig centimeter. Maak de grond voorafgaand aan het planten goed los en breng flink wat humus vermengd met compost in de grond. Een rijke groei en bloei zal dan uw beloning zijn.

    Gebruikte delen:
    Uit de tinctuur van de wortel komen de geneeskrachtige bestanddelen. Eupatorium Purpureum bevat eupatorine, een flavonoïde. Van dit kruid wordt gezegd dat het een sterke, stimulerende invloed heeft op het immuunsysteem.

    Werkzame bestanddelen:
    Dit kruid kan het immuunsysteem stimuleren.
    Grote hoeveelheiden echter kunnen vergiftigend werken.
    In het verleden werd van de bladen thee getrokken
    Hoewel de naam verwijst naar de lever, is de werking van de plant op dit orgaan niet aangetoond of waarneembaar. Toch werkt ze er blijkbaar op omdat ze malaria kan bestrijden, in elk geval het symptoom koude rillingen (de lever is onze warmtebron).

    Eigenschappen:
    De purpureum is een van de 40 soorten Eupatoriums. Paars Leverkruid is een vaste plant die vanuit de overblijvende wortels opschiet met meerdere bruine, tot roodpaarse houtige stengels. Hij kan zeer hoog worden, tot wel 2-3 meter. Hij bloeit met rozerode buisbloemen in juli, augustus en september. Leverkruid verspreidt een heuse vanillegeur die vlinders, bijen en andere insecten aantrekken voor bevruchting, naast het nectar.

    Vermeerderen :
    Volwassen planten in het voorjaar of in de herfst delen.
    Ter plaatse zaaien in de herfst of kruidachtige stekken nemen in het voorjaar

    Soorten :
    Er zijn ongeveer veertig soorten van bekend, waarvan maar een klein deel in cultuur is.

    --Eupatorium purpureum wordt het meeste in tuinen gebruikt.

    --Eupatorium cannabium is een Europese, wat minder goede soort. Deze plant bloeit met pluizige, platte trossen met lichtroze bloemen.

    --Eupatorium rugosum blijft aanmerkelijk lager dan de andere genoemde soorten. --Eupatorium fistulosum komt uit het zuidoosten van de Verenigde Staten. Hij verdraagt een flink natte grond en kan tot drie meter hoog worden.

    --Eupatorium bloeit overwegend met diep paarsroze, roze, lichtroze of witte bloemen, afhankelijk van de soort of variëteit.

    --Eupatorium purpurea wordt anderhalve tot twee meter hoog en minstens anderhalve meter breed.

    Weetjes :

    Van koninginnekruid worden de stengels van het voorgaande jaar pas in het voorjaar afgeknipt

    Indianen en kolonisten gebruikten het aftreksel tegen koorts en griep.

    Tijdens griepepidemieën in de Verenigde Staten werd in de negentiende eeuw thee van het kruid op grote schaal gebruikt.

    Eupatorium Purpureum wordt ook Leverkruid genoemd. De officiële naam is afkomstig van de Griekse koning Mithridates VI Eupator, koning van Pontus. In Klein Azië was deze koning de vijand van Rome. Deze koning gebruikte Eupatorium soorten als een antidote tegen een in die tijd algemeen gebruikt gif, waarvan de naam ons helaas niet is overgeleverd. Purpureum is Latijn voor purper.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    18-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Paeonia lutea
     

    Paeonia lutea


    Naam             : Paeonia lutea
    Nederlandse naam : Gele boompioen
    Familie          : Paeoniaceae
    Herkomst         : Zuidwest-China Chinese provincies Yunnan en Sichuan en het zuid-oosten  van Tibet
    Categorie        : Bladverliezende heester
    Hoogte           : tot 1.5m
    Breedte          : 1.5m
    Blad             : onregelmatig dubbel geveerd. Licht tot donkergroen met een grijsgroene onderkant.
    Bloei            : De buitenste bloembladen zijn groenachtig geel en de binnenste geel en meestal met een donkerrode vlek aan de basis.
    Bloeitijd        : mei-juni

    Standplaats:
    Zon- halfschaduw
    Vruchtbare, goed losgemaakte en goed afwaterende grond. Op lichte grond zal de plant meer blad geven dan bloemen.
    Pioenen hebben een hekel aan natte voeten.
    De grond niet laten uitdrogen.
    Bij te zure grond wat kalk ondermengen. (pH 6-7)

    Kenmerken:
    Breed opgaande heester met sterk verhoute takken.
    Mooie gele bloemen.
    Met pioenen moet je wat geduld hebben want ze bloeien niet altijd direct na het aanplanten. Het kan een paar jaar duren voor ze gaan bloeien.
    Mits aan enkele basisregels is voldaan zijn pioenen schitterende planten met mooi blad en prachtige bloemen.

    Bloemen :
    Paeonia lutea of boompioen is een opvallende struik met gele bloemen.
    Deze bloemen verschijnen in de periode mei-juni.

    Planten :
    Bij geënte exemplaren moet de entplaats zo'n 15cm onder de grond zitten.
    Bij het aanplanten voldoende organische meststoffen of humusrijke grond ondermengen.
    Voorzie een ruim plantgat.
    Geef de planten voldoende ruimte, ze houden niet van concurrentie van andere planten in de buurt.
    Geef ze een bemesting in het voorjaar en na de bloei.

    Gebruikte delen:
    De bloemen zouden eetbaar zijn

    Werkzame bestanddelen:

    **De wortel is ook anti-inflammatoire en is met succes gebruikt in de behandeling van artritis zwelling

    **De plant wordt intern gebruikt bij de behandeling van koorts, steenpuisten, menstruatiestoornissen, neusbloedingen, zweren, prikkelbaarheid en gastro-intestinale infecties

    **Een thee gemaakt van de gedroogde gemalen bloemblaadjes van diverse soorten pioen is gebruikt als een hoest te verhelpen, en als een behandeling voor aambeien en spataderen

    Eigenschappen:
    De hoogte van Paeonia lutea bedraagt circa 120 tot 160 cm.
    De takken vanPaeonia lutea hebben een opgaande vorm en zijn vrij dik.
    Paeonia lutea is ook in de winter decoratief.
    Opvallende plant!

    Vermeerderen :
    Deze soort geeft ook zaden die je het best direkt zaait
    Zaait men achteraf duurd de ontkiemi,g tot 18  maanden
    Wanneer vers gezaaid, het zaad produceert een wortel ongeveer 6 weken na het zaaien met scheuten gevormd in de lente
    We meestal verspenen van de zaailingen in afzonderlijke potten zodra ze groot genoeg zijn om te behandelen, en dan groeien ze op in een koude bak gedurende ten minste twee groeiseizoenen voor het planten ze uit als ze in de groei in het voorjaar

    Soorten :
    'Yellow Queen' heldergele bloemen

    Weetjes :

    De etymologische wortel van de binomiale naam Paeonia is vernoemd naar Paeon, een Griekse arts van de goden, die in de mythologie, werd in een bloem veranderd door Pluto.

    Lutea is uit het Latijn en betekent 'geel'.

    Ecologisch, P. lutea is aantrekkelijk voor bijen en andere bestuivende insecten.

    Mieren zijn ook aangetrokken tot de bloemknoppen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (2 Stemmen)
    14-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Schizostylis coccinea
     

    Schizostylis coccinea


    Botanische benaming : Schizostylis
    Nederlandse naam    : Kafferlelie
    Kleur               : Rood, Roze, Wit
    Bloeiperiode        : augustus, september, oktober, november
    Zaaiperiode         : maart, april
    Plantperiode        : maart, april
    Winterhard          : Is half winterhard
    Wintergroen         : Is half bladhoudend
    Standplaats         : Zon
    Ondergrond          : Neutraal, Voedingsrijk
    Vochtigheid         : Goed doorlatend, Vochtig, Normale grond


    Standplaats:
    De plant heeft grasachtig blad en groeit op een warme plaats in de zon, in de omgeving van een vijver
    Naast een vochtige grond is een voedzame, humusrijke grond van belang voor een goede groei en bloei.
    Winterhard tot -10°C, breng een dikke mulchlaag aan als het vriest.

    Kenmerken:
    Laatbloeiend knolgewas/ vaste plant met grasachtige bladeren.
    Groeit in Zuid-Afrika vooral langs stromend water.
    De rode of roze bloemen met 6 kroonbladen staan in trosjes en staan aan lange stengels.
    Zeer goede snijbloem.
    De wortelstokken vormen uitlopers waardoor de plant flink kan uitgroeien en de clusters kunnen in het voorjaar na de ijsheiligen gedeeld worden

    Bloemen :
    De bloemen met 6 kroonbladen staan in trosjes aan lange stengels.
    Zeer goede snijbloem.
    Kleur van de bloemen afhankelijk van de varieteit . Het meest voorkomend is scharlaken rood, maar ook roze en wit.
    Bloei : sept / nov.
    Schizostylis is langzaam groeiend en duurt vele jaren voor de productie van veel bloemaren. Maar het is het wachten waard. Eenmaal gevestigd, zal elke stengel produceren tussen de zes en 12 bloemen of meer.

    Planten :
    de kafferlelie heeft in de winter wel enige bescherming in de vorm van bladdekking nodig.
    De plant verdraagt geen langdurige droogte in de zomer.
    Plantdiepte : +10 tot -5cm in het voorjaar: april-mei

    Eigenschappen:
    Geen snoei nodig.
    Goed bestand tegen ziekten en plagen. Slakken lusten wel een jong kafferlelieblaadje.
    Kan aan de rand van de vijver geplant worden of in ondiep water.
    Heb je geen vijver dan kan je ze ook in een pot op het terras zetten in modderige grond. Regelmatig water geven is dan een must!

    Vermeerderen :
    De planten om de 3 à 4 jaar in het najaar te scheuren en op afstand van elkaar opnieuw uit te planten
    De wortelstokken vormen uitlopers waardoor de plant flink kan uitgroeien. Kan soms woekeren.
    Soms worden onder gunstige onstandigheden zaden gevormd. Die kunnen in het voorjaar in een een verwarmde kas of in de vensterbank op een warme plaats tot kiemen worden gebracht.

    Soorten :

    'Grandiflora' : karmozijnroze
    'Major' : rood
    'Mrs. Hegarty' : roze
    'Pink Princess' : lichtroze , wit
    'Sunrise' : zalmroze
     In strenge winters niet voldoende hard.Hoogte : 60 cm
    'Viscountess Byng' : lichtroze

    Weetjes :

    Het woord kaffer is afgeleid van het Arabische woord kafir, dat ongelovige betekent

    Schizostylis coccinea zijn Zuid-Afrikaanse bloemen, leden van de Iris familie en algemeen bekend als Kafferlelies. Ze zijn een geweldige toevoeging aan het eind van de seizoengrens

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (7 Stemmen)
    13-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Chrysanthemum
     

    Chrysanthemum

    Herfstbloeiende chrysanten

    Deze kleinbloemige variëteiten van de vertrouwde Allerheiligenchrysant wordt veel te weinig gekweekt. Deze kunnen zeer goed in potten gekweekt worden zodat men de bloeitijd gevoelig kan verlengen. Indien de planten tegen de vorst nog niet bloeien kan men ze op een beschutte plaats zetten en daar tot bloei laten komen.

    Stekken :
    Deze planten zijn zeer gemakkelijk te stekken. Wanneer men begin mei stekken neemt, ze begin juni oppot en ze begin juli topt heeft men in oktober-november bloemen. Om te stekken moeten wij erop letten dat er nog een paar blaadjes aan het stekje zitten want een bladloze stek wortelt moeilijk. Stekpoeder is voor een chrysant niet nodig. Een chrysant stekt het best in een aarden pot. Voor elke stek is het belangrijk dat men de natte grond tegen de snijwonde drukt. Een plastik zak over de pot trekken is geen overbodige luxe.

    Het stekken moet gebeuren van goede en gezonde moederplanten. Enkel de vegetatieve delen komen in aanmerking om gestekt te worden. (= kruidachtige stengels). De stekken worden gescheurd, niet met een mes gesneden. Dit met het oog op virus-infecties. Stekjes worden best behandeld met stekpoeder en in een luchtig mengsel geplaatst van turf en perlite.

    Het stekken in zwarte plastieken potten is gevaarlijk omdat de juni zon deze potten zo kan opwarmen dat onze stekken gekookt worden.

    Na een achttal dagen hebben de stekken reeds voldoende wortels om verpot te worden. Daarna geven wij wat meststoffen. Eens in de was halen wij de top uit de plant. Dan geeft de plant 5-6 scheuten. De meeste mensen laten de stekken te lang in het kleine potje staan zodat door gebrek aan voeding en voldoende verse grond de groei uit de plant verdwijnt.

    De flink bewortelde stekken zet men in een "chrysantenpot". Dit zijn aarden potten met een immens groot gat in de bodem. Deze potten kan men dan eind juli in de volle grond plaatsen. Deze potten moeten niet te diep staan. Indien ze te diep zitten hebben de wortels niet genoeg lucht en wortelen ze niet door. Door ze een vijftal cm in de grond te zetten wordt de kans van het omwaaien van de potten verkleind.

    Afleggen kan ook.

    Het pluizen :
    In knijpen moet gebeuren om goede volle en dichtvertakte planten te krijgen. Het stimuleert om gevulde planten te krijgen, maar het tempert de hoogte groei, wat dan weer ten goede komt aan een rijke bloei. En hoe meer vertakkingen hoe groter het aantal bloemen per plant.
    In de klassieke kweek van chrysanten moet de derde en laatste in nijping gebeuren rond 15 juni. Dit geeft de plant de kans een laatste maal gelijkmatig te vertakken en mooi bol te staan.

    Pluizen is een bewerking die dan weer veel gemeen heeft met het in nijpen maar meer een 'opkuis-functie' in zich heeft. Waar bij het in nijpen de eigenlijke stengels worden verkort, met het oog op een goede en regelmatige vertakking dient het pluizen voor het verwijderen van alles wat onregelmatig is en het eindproduct in gevaar brengt. In de eerste plaats zijn dat de okselscheuten die dienen verwijderd te worden bij het pluizen. Zeker als deze aanleg hebben zelf bloemen te vormen. Verzwakt de eigenlijke plant te veel.

    Afharden :
    Het afharden gaat meestal de laatste in nijp beurt vooraf. Dit gebeurt vanaf half mei. Het afharden wordt vaak overbodig. Sommige culturen gebeuren volledig onder glas. De korte dag periode is een bewerking die een uitgerekend aantal weken of dagen voor het gewenste bloeitijdstip aanvangt en tot doel heeft de plant aan te zetten tot knopvorming en bloei.

    De Chrysant is een herfstbloeier. Dus onder invloed van kortere dagen (minder licht) zal deze aanzetten tot het vormen van bloemen. Door een korte dag periode in te voegen in het kweekschema wordt dit bevorderd en kan het uiteraard ook vervroegd of verlaat worden.

    Overwinteren :
    Na de bloei, en in ieder geval voor het invallen van de vorst, worden de planten opgenomen en vorstvrij en zo droog mogelijk overwinterd. De planten moeten in rust blijven, maar mogen niet verdrogen.

    Zij worden in februari weer aan de groei gebracht.

    Weetjes :

    Aan te hoog opgeschoten chrysanten zetten wij een steun en wij controleren de planten regelmatig op de aanwezigheid van bladluizen die wij dan met de gepaste middelen gaan bestrijden.

    Een chrysant zet men best zo vlug mogelijk buiten om te lange "nekken" te vermijden.

    Deze chrysanten lenen zich uitstekend voor het bloemschikken en met een mum van inspanning kan men ze overwinteren om het volgend jaar weer in bloei te trekken.

    Er zijn heel wat variëteiten die afhankelijk van de soort bloeien van augustus tot oktober.


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (12 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Helianthus salicifolia
     

    Helianthus salicifolia

    Botanische naam  : Helianthus salicifolia
    Nederlandse naam : Zonnebloem
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   : drachtplant, overhangend
    Grondsoort       : alle, zand
    Vochtbehoefte    : droog
    Licht            : zon
    Gebruik          : solitair, borders, snijbloem, insecten
    Hoogte           : > 1.20 m
    Bloeikleur/vorm  : geel, hoofdje
    Bloeitijd        : september, oktober
    Blad             : groen

    Standplaats:
    deze gemakkelijk groeiende vaste plant die graag in de zon staat weinig eisen.
    Verlangt een warme, zonnige plek en een vochthoudende bodem die af en toe droog mag zijn.

    Kenmerken:
    De hoofdkleur is altijd geel en de hoogte varieert van 1.50m tot 2.00m Een plek achterin de border is daarom aan te raden.

    De bladeren zijn groen en ongeveer 180 cm. hoog. De volwassen hoogte van deze vaste plant is ca. 200 cm. Verdraagt een temperatuur tot -30 gr. C. De geadviseerde plantafstand is 58 cm. (1-3 st. per m2.) Is

    Bloemen :
    De bloemkleur is geel en de bloeitijd is van ca. september tot en met oktober.

    Planten :
    Het zijn gemakkelijke snijbloemen, maar aanbinden aan steunmateriaal is noodzakelijk.
    Bemest jaarlijks.
    Weinig wiedwerk.
    Knip uitgebloeide bloemen uit voor een goede doorbloei.

    Eigenschappen:
    Deze plant heeft een opvallende vorm welke gezichtsbepalend en sfeerbepalend kan zijn voor de tuin. Daardoor soms wat lastig te combineren. De plant heeft een karakteristieke vorm. Woekert niet of nauwelijks en laat zich goed combineren met andere planten.

    Vermeerderen :
    Scheur de planten om de twee jaar.

    Soorten :
    --Helianthus atrorubens
    --Helianthus decapetalus
    --Helianthus 'Lemon Queen'
    Is verwant aan de eenjarige zonnebloemen.
    Hij bloeit in de herfst met grote aantallen lichtgele bloemen.
    Een steuntje voor de dunne stengels is wenselijk .
    Hoogte : 180 cm


    --Helianthus annuus


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (8 Stemmen)
    22-09-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Planten overwinteren
     



    Welke planten moet ik wanneer, waar en hoe binnen zetten?

    Vragen die in deze tijd veel gesteld worden, want waar moet u heen met de fuchsia en de oleander ?

    Het wordt langzamerhand wel tijd om voorbereidingen te treffen voor de overwintering van uw balkon- en terrasplanten. Dat wil zeggen voor de soorten die koel en vorstvrij moeten over-winteren. Het mag dan overdag nog heerlijk zonnig zijn, 's nachts kan het behoorlijk koud worden, zelfs nachtvorst is niet uitgesloten.


    Welke planten moeten naar binnen?

    In principe de overblijvende planten die in ons klimaat niet winterhard zijn en die volgend jaar weer bloeiend op terras of balkon moeten staat.

    Dit zijn de zgn. mediterrane-. of oranjerieplanten, zoals oleander, laurier en sinaasappelboompje. Uiteraard moeten ook fuchsia en geranium naar binnen en kamerplanten die deze zomer buiten stonden (vingerplant, Yucca).

    Sommige struikachtige zomerbloemen kunt u goed overwinteren: struikmargriet, Felicia, heliotroop.

    Tot slot moeten enkele zomerbloeiende bloembollen vorstvrij bewaard worden, zoals dahlia, knolbegonia.

    Winterharde heesters en bomen (Clematis, bamboe, roos, wilg) laat u buiten staan. Wel moeten de potten bij strenge vorst beschermd worden en is het aan te bevelen ze beschut te zetten, bijvoorbeeld dicht tegen de muur en onder een afdak.

    Denkt u er wel aan dat deze planten ook 's winters af en toe water nodig hebben! Wie over een tuin beschikt, kan de planten met pot en al in de grond zetten. Op die manier hebben ze minder van vorst te lijden. In andere gevallen, gevoelige planten bijvoorbeeld, met een rietmat beschermen.


    Wanneer is het de beste tijd?

    Helaas bieden de meeste huizen onvoldoende ruimte om al deze planten te overwinteren. Het is dikwijls te warm en te donker en bovendien is de lucht erg droog. De overgang van buiten naar binnen moet zeer geleidelijk gebeuren, zodat de planten zich kunnen aanpassen aan de gewijzigde groeiomstandigheden. Bij het naar binnen brengen van grote kuipplanten heeft u meestal hulp nodig. Gedurende een week een plaats in een garage, schuurtje of vertrek waar ook 's nachts gelucht wordt, biedt een goede overgangsoplossing.

    Direct naar binnen moeten de kamerplanten die de zomer buiten hebben doorgebracht, zoals
    vingerplant (Fatsia), drakenboom (Dracaena) en rubberplant (Ficus). Zelfs al houden deze planten van warmte, u moet ze toch ook enige tijd op een wat koelere plaats laten acclimatiseren.

    Voor de eerste nachtvorst toeslaat moeten ook de oranjerieplanten naar binnen: Bougainvillea, Datura, sinaasappelboompje, Chinese roos (Hibiscus), vijg, oleander, Tibouchina en natuurlijk struikrnargriet, fuchsia en geranium.

    Daalt de temperatuur beneden 5 °C, dan moeten de volgende planten in huis, loodplant (Plumbago), dadelpalm, hortensia, olijf, Yucca en Callistemon. Ook de echte vijg, granaatappel, laurier en mirte kunnen enkele graden vorst verdragen.

    Temperaturen tot -10 °C zijn voor de oranjerieplanten e.d. vrijwel altijd fataal.

    Winterharde kruiden zoals rozemarijn, tijm en salie verdragen vorst redelijk goed mits de planten beschut staan en voldoende droog, bijvoorbeeld onder een afdak.

    Winterbescherming is nodig voor: Clematis, klim- en struikroos, bamboesoorten en wanneer ze in de gure wind staan ook Buxus en andere wintergroene struiken en coniferen.

    Overblijvende zomerbloemen zoals fuchsia, geranium en verkleurbloemen (Lantana) worden binnen gezet wanneer de laatste bloemen zijn verwelkt, maar in ieder geval voorde eerste vorst.

    Bollen en knollen worden gerooid wanneer de planten meestal ten gevolge van nachtvorst verlept zijn. Met aanhangende grond worden ze koel en droog weggezet. Voor de winter worden ze gecontroleerd op rot, schimmel e.d.

    Voor de planten op hun overwinteringsplaats worden gezet, moet u drie zaken niet vergeten:
    alle planten op ziekten en dierlijke belagers controleren en zo nodig bestrijden (luis, witte vlieg);
    alle verlepte en dode bladeren en bloemen verwijderen. Dit moet ook in de daarop volgende weken regelmatig gedaan worden;
    te lange scheuten afknippen. Veel planten kunnen voor de winterrust flink worden gesnoeid.


    Hoe verplaatst u zware kuipen?

    Het binnenhalen van planten van normaal formaat vormt geen probleem. Maar het verplaatsen van exemplaren die de omvang van een kleine boom hebben bereikt, is heel wat lastiger.

    Een tip:
    Giet een paar dagen voor het verplaatsen niet. Droge grond is lichter dan natte.

    Is een zware pot nog nauwelijks te verplaatsen, probeert u er een stuk oud tapijt onder te krijgen. Dan kunt u het geheel trekken. Op een aantal ronde paaltjes kan een kuip voortgerold worden. Het eenvoudigst zijn grote bakken te verplaatsen met een steekkar, de karretjes die ook verhuizers en leveranciers gebruiken voor het
    transport van kisten.


    Waar moeten de planten staan?

    Om jaren achtereen succes te hebben met de typische oranjerie- en kuipplanten is het van groot belang dat ze 's winters op de juiste plaats staan. In grote lijnen kunnen de planten in drie groepen worden verdeeld:

    soorten die warm, bij normale kamertemperatuur moeten staan;

    soorten die liever wat koeler staan, 13-15 °C;

    soorten die echt koel moeten staan bij temperaturen tussen 5-IO°C.

    Bij de laatste groep kan dan nog een onderscheid worden gemaakt in soorten die in het volle licht moeten staan en soorten die een donkere plaats verdragen.

    De 'warme' planten
    zijn gemakkelijk onder te brengen: ze komen gewoon in de huiskamer, weliswaar na de gebruikelijke overgangsperiode. Tot deze groep behoren: banaan, cocospalm, paradijsvogelbloem (Strelitzia) en de echte kamerplanten die 's zomers buiten staan.

    De 'gematigde' planten
    vinden in de meeste huizen ook nog wel een geschikt onderkomen tijdens de winter, bijvoorbeeld in een koele logeer- of slaapkamer waar regelmatig voldoend, lucht kan worden. Ook een lichte hal of trappehuis is voor dit doel geschikt. In flatgebouwen kan wellicht gezamenlijk op een overloop of in een trappehuis ruimte gevonden worden.

    De 'koude' planten
    leveren altijd de meeste problemen. Dit zijn de echte oranjerieplanten die veel licht nodig hebben en toch bij ongeveer 5 °C moeten staan.
    Wie over een kasje beschikt dat 's winters op de juiste temperatuur kan worden gehouden hoeft zich geen zorgen te maken. Door aan de binnenzijde noppenfolie aan te brengen, kunt u de stookkosten drukken.
    Wel moet het altijd mogelijk zijn om flink te luchten. Ook een licht verwarmde serre of muurkas is voor deze planten geschikt. Bezit u niet een dergelijke accommodatie, dan moeten er andere oplossingen worden gevonden,


    bijvoorbeeld:
    Een kelder. Bezit deze een raam, dan is de ruimte goed te gebruiken voor de meeste 'koude' planten. Is het een donkere ruimte, dan kunt u de kelder alleen gebruiken voor de overwintering van bollen en knollen en bladverliezende planten.

    Een garage. Wat betreft de lichtinval geldt hiervoor hetzelfde als bij de kelder. Maar: de auto moet dan buiten staan, want uitlaatgassen zijn slecht voor de planten.

    Een zolder of vliering. Deze ruimte kan heel goed gebruikt worden wanneer er zich ramen in bevinden. Het zal er minder snel vriezen dan in een buiten het huis staande garage.

    Wie helemaal niet over de juiste ruimte beschikt, moet de kuipplanten aan hun lot overlaten of bij een tuincentrum of kweker in de buurt onderbrengen. Dit is soms tegen betaling wel mogelijk.


    Hoe beschermt u planten buiten?

    Wie een platte bak bezit, kan daarin heel goed diverse planten inkuilen (met of zonder pot). Bij strenge vorst afdekken met rietmatten of noppenfolie.

    In een tuin kunnen ook vele goed winterharde planten met pot en al worden ingegraven. De wortels hebben dan meer bescherming dan wanneer ze op de grond staan. In het gat onder pot of bak eerst een flinke laag grind, steenslag of klei korrels uitspreiden zodat overtollig water snel kan worden afgevoerd. Op de pot en rond de plant een dikke laag droog blad, ruige mest of turfmolm uitstrooien voor extra bescherming.

    Ook op balkon of terras kunt u planten in pot voldoende tegen de winter beschermen. Allereerst zoekt u een beschutte plaats, dicht tegen de muur en vooral beschermd tegen de koude noorden- en oostenwind. Een isolerende styroporplaat om de potten op te zetten voorkomt optrekken van koude.

    De pot, kuip of bak zelf kan omwikkeld worden met schuimplastic of noppenfolie. Een goede oplossing is ook kippegaas in een flinke hoogte en met voldoende ruimte rond de pot te plaatsen. De open ruimte tussen plant, pot en gaas wordt opgevuld met een isolerende laag van droge bladeren.


    Jonge planten zijn altijd gevoeliger voor vorst dan oudere exemplaren.

    Boompjes op stam - en dat geldt vooral voor rozen - lopen niet alleen de kans dat de wortels bevriezen. Veel meer gevaar loopt de entplaats aan het einde van de stam. Juist die plek moet beschermd worden. Omwikkelen met stro en daarna omwinden met folie waarin flinke, grote luchtgaten zijn gemaakt. In plaats van stro is sparregroen een zeer goed produkt.


    Moeten de planten nog worden verzorgd?

    Bemesten is tijdens de winter niet gewenst. Wel moet u regelmatig water geven, maar dat is zeer afhankelijk van de omstandigheden.

    Hoe koeler en hoe donkerder de planten staan, hoe minder water u moet geven. Totale uitdroging moet wel voorkomen worden.

    Regelmatige controle is noodzakelijk. Niet alleen om dode bladeren e.d. te verwijderen, maar ook om aantastingen door witte vlieg, spint en bladluis tijdig te signaleren.

    Waar u de planten ook heeft staan, tijdens vorstvrije dagen steeds zoveel mogelijk luchten.

    Overwinterings-ABC

    *Abutilon: licht en bij gematigde temperatuur, matig gieten, voor het binnenhalen snoeien.

    *Agave: koe! en met veel frisse lucht, weinig gieten.

    *Banaan: licht, bij kamertemperatuur, normaal gieten, regelmatig besproeien.

    *Bamboe: eventueel in huis koel en zeer licht overwinteren, veel gieten.

    *Bougainvillea: licht, veel luchten, koel overwinteren, weinig gieten, flink snoeien.

    *Bruidsbloem: licht en koel overwinteren, weinig gieten.

    *Buxus: buiten ofin huis licht en zeer koel, matig gieten.

    *Camellia: koe!, licht en luchtig zetten, royaal water geven.

    *Canna: wortelstokken in enigszins vochtige turfmolm overwinteren.

    *Coniferen: buiten op beschutte plaats ofbinnen licht, luchtig en koel, matig gieten.

    *Clerodendrum: koel, licht en luchtig, spaarzaam gieten.

    *Dadelpalm: licht, luchtig, matige temperatuur, matig gieten.

    *Dahlia: knollen in enigszins vochtige turfmolm, koel overwinteren.

    *Datura: in halfschaduwen bij gematigde tot koele temperatuur overwinteren, weinig gieten, snoeien voor het binnenhalen.

    *Fuchsia: kan donker overwinteren, koel, weinig gieten, bij het binnenhalen terugsnoeien.

    *Geranium: koel overwinteren, weinig gieten, bij het binnenhalen terugsnoeien.

    *Granaatappel: bij voorkeur licht, zeer koel, weinig gieten, bij het binnenhalen terugsnoeien.

    *Hibiscus: licht, gematigd tot koel, normaal gieten, voor het binnenhalen snoeien.

    *Jasmijn: licht, gematigd tof koel, normaal gieten, voor het binnenhalen snoeien.

    *Kentiapalm: gematigd tot koel, licht en af en toe besproeien, weinig gieten.

    *Knolbegonia: knollen donker en koel overwinteren in iets vochtige turfmolm.

    *Koraalboom : donker en koel overwinteren, nauwelijks gieten, bij hef binnenhalen snoeien.

    *Laurierboom: halfschaduwen zeer koel, matig gieten.

    *Loodplant: licht tot halfschaduw, gematigd koel overwinteren, matig gieten, lange scheuten snoeien.

    *Oleander: licht en zeer koel overwinteren, matig gieten.

    *Passiebloem: licht, luchtig en koel overwinteren, weinig gieten, lange scheuten snoeien.

    *Roos: buiten of binnen en zeer koel en luchtig overwinteren, weinig gieten, lange scheuten snoeien.

    *Sinaasappelboompje : licht, luchtig en gematigd tot koel overwinteren, weinig gieten.

    *Struikmargriet: licht en koel overwinteren, matig gieten, bij het binnenhalen snoeien.

    *Yucca: licht en koel overwinteren, weinig gieten.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (7 Stemmen)
    15-09-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Morus alba
     

    Morus alba


    Botanische naam  : Morus alba
    Nederlandse naam : Witte moerbezie, Witte moerbei
    Herkomst         : China
    Bijzonderheden   : vaak als grote struik
    Grondsoort       : alle, lichte klei, zware klei
    Vochtbehoefte    : droog
    Licht            : zon
    Wind             : gevoelig
    Gebruik          : parken, vruchthout
    Hoogte           : 5.00-8.00 m
    Vorm             : bol
    Kroon            : half open
    Bloeikleur/vorm  : onopvallend
    Bloeitijd        : mei
    Blad             : bladverliezend
    Vrucht           : wit, eetbaar


    Standplaats:
    Een moerbei groeit het beste op een vruchtbare, lichte zandgrond. De moerbei is kalkminnend. Een regelmatige bemesting met stalmest voldoet het beste om de kalk- en organische voorraad aan te vullen en op peil te houden.

    Kenmerken:
    Morus alba heeft een redelijk lange steel die ongeveer de helft van de vruchtlengte bedraagt. Bij onrijpheid heeft de vrucht een lichte flets zure smaak, bij rijpheid zoet tot zeer zoet zonder enige zuurheid. De vrucht is nogal vlezig. De vruchtjes rijpen doorgaans van half juni tot begin juli. De vruchten zijn wit,geel, lavendelkleurig of zwart. Het blad is getand hartvormig of gelobd, licht groen en glanzend bovenaan en licht harig onderaan met een lichte bladstructuur en nervatuur. Morus alba is een stevig groeiende boom die in jong stadium een struik vormt maar al gauw uitgroeit tot een stevige boom van zo’n 15 m hoog. De boom leeft zo’n 50 tot 100 jaar.

    Bloemen :
    De moerbei bloeit eind mei. De boom is zelf fertiel. Vruchten van de moerbei zijnbuitengewoon smakelijk

    Er zitten zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen aan de boom (eenhuizig). De mannelijke bloem lijkt op de bloeivorm van een hazelaar (katje): ze zijn alleenstaand. De vrouwelijke bloemen staan steeds bij elkaar en groeien na bevruchting uit tot een vlezige, op bramen lijkende vruchten.

    Planten :
    Een moerbei plant je in het najaar op een plaats die veel zon krijgt.
    Maak een ruim plantgat en vul dit op de bodem eerst met verteerd organisch materiaal (bladaarde, oude verteerde stalmest). Dek de wortels toe met verteerd, organisch materiaal.

    Snoeien :
    Om de groei er wel in te houden worden alle nieuwe scheuten in de winter getopt: de uiterste groeipunt wordt afgesnoeid
    Snoei een moerbei uitsluitend vanaf het begin tot midden winter. De bomen verkeren dan in rust.

    Gebruikte delen:
    Moerbeivruchten zijn niet in één keer rijp. Vanaf half augustus tot ver in september rijpen de vruchten. Er moet in die periode dus geregeld worden geplukt.

    Eigenschappen:
    Moerbeien zijn meestal 2 huizig, dat wil zeggen ofwel mannelijk ofwel vrouwelijk. Maar sommige variëteiten zijn éénhuizig. Voor de vruchtzetting heeft dat echter absoluut geen belang want de moerbei is parthenocarp,hij zet dus ook vrucht zonder bestuiving.

    Zijderupsen worden enkel gevoed met de bladeren van de witte moerbei, de andere soorten hebben te ruwe en behaarde bladeren. In Azië wordt de witte moerbei industrieel gekweekt voor de bladproduktie voor de zijderupsteelt. Daartoe zijn veredelingsprogramma’s opgezet om variëteiten te ontwikkelen met enorme bladproduktie, het ontstaan van variëteiten met lekkere vruchten is een toevallig neveneffect.

    De moerbeivruchten worden reeds duizenden jaren gebruikt als voedsel. De vrucht wordt ook gedroogd net als rozijnen en kan op die manier lang bewaard worden .

    Moerbeivruchten zijn uitermate bevorderlijk voor de spijsvertering.

    Vermeerderen :
    De moerbei laat zich eenvoudig stekke,:snij een tak af welke ongeveer een halve meter lang is en doe deze in een pot met aarde

    Soorten :

    Morus alba” of de “witte moerbei” heeft witte,gele,lavendelkleurige of zwarte vruchten.

    Morus nigra” of de “zwarte moerbei” heeft steeds zwarte vruchten.

    Morus rubra” of de “rode moerbei” heeft steeds zwarte vruchten

    Morus alba heeft een steeltje dat ongeveer half zo lang is als de vrucht. De onrijpe vrucht smaakt flets zurig. De kleur van de rijpe vrucht kan zowel wit, geel, lila of zelfs zwart zijn.

    Morus rubra heeft een iets langere steel dan Morus alba. Bij onrijpheid (rood) smaakt de vrucht stevig zuur, bij rijpheid (zwart) is de vrucht lekker zoetzuur. Het vruchtvlees is steviger dan bij Morus alba.

    Morus nigra heeft een steeltje dat zo kort is dat het lijkt alsof er geen is omdat het kleine dingetje helemaal in de vrucht is ingebed. Bij onrijpheid (rood) is de vrucht nog zuurder dan een citroen , bij rijpheid (zwart) heeft de vrucht een zeer geconcentreerde zoetzure smaak en is ze extreem sappig

    Weetjes :

    Minder bekend zijn de heerlijk sappige vruchten. 't Is wel oppassen geblazen met die vruchten; vlekken zijn bijna niet te verwijderen.

    De witte moerbei (Morus alba) is een plant uit de moerbeifamilie (Moraceae). De soort komt oorspronkelijk uit China. Omdat dit de belangrijkste moerbei voor de zijderups is, wordt de soort ook buiten China in veel gebieden met een geschikt klimaat aangeplant. In Duitsland staat de plant niet alleen in parken, maar wordt de soort ook als haagplant gebruikt.

    De witte moerbei is een tot 16 m hoge boom. De schors is grijsgroen tot roodbruin, die van een oude boom donker oranjebruin. De kruin is hoog en tamelijk smal. Takken zijn opvallend vaak gebroken, waardoor de kruin vaak ook lager en gewelfd wordt.

    De loten zijn dun en recht en fijn behaard. De vorm van het blad is zeer variabel, aan een boom kunnen gelobde en ongelobde bladeren voorkomen. Veel bladeren zijn aan de basis hartvormig of rond en de meeste zijn eivormig toegespitst. De bladeren zijn meestal 8 x 10 cm groot met uitschieters naar boven van 12 x 20 cm. De bladeren hebben een zaagrand en de bladnerven zijn aan de onderkant behaard. De bladsteel is ongeveer 2,5 cm lang, gegroefd en licht behaard.

    De vruchten zijn wit, later geel, maar vaak ook roze tot paars en eetbaar. Omdat ze niet lang houdbaar zijn, worden ze, als ze al worden aangeboden, in gedroogde vorm aangeboden.

    De witte moerbij is interessant vanwege het record voor de snelste beweging in de plantenwereld. De meeldraden schieten het stuifmeel weg in een beweging die slechts 25 μs duurt. De beweging bereikt daarbij een snelheid van meer dan de helft van de geluidssnelheid

     

    Moerbei-appeljam

    Ingrediënten Voor 4 potten

    600 g schone moerbeien
    400 g zure appels
    2 dl water
    1 kg Geleisuiker

    Bereiding
    De moerbeien in een grote, hoge pan doen. De appels halveren, klokhuis verwijderen en het vruchtvlees in stukjes snijden. De appels en het water bij de moerbeien voegen. De massa aan de kook brengen en circa 10 minuten zachtjes laten koken. Af en toe roeren. De geleisuiker erdoor roeren. Het mengsel al roerend langzaam weer aan de kook brengen en 4 minuten goed borrelend laten koken. De kooktijd gaat in op het moment dat het gehele oppervlak van de massa borrelt en dit niet meer door roeren ongedaan gemaakt wordt. Eventueel de jam met een schuimspaan afschuimen en in schoongemaakte potten schenken. De potten tot de rand vullen, direct sluiten en 5 minuten op hun kop zetten.

    Bewaarvoorschrift
    ± 1 jaar; na openen gekoeld bewaren.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 6/5 - (6 Stemmen)
    04-09-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Osmanthus burkwoodii
     

    Osmanthus burkwoodii


    Botanische naam  : Osmanthus burkwoodii
    Nederlandse naam : Schijnhulst
    Herkomst         : Engeland
    Bijzonderheden   :
    Grondsoort       : humeus
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Groep            : (sier)heesters
    Gebruik          : groepen/vakken, solitair, tuinen
    Hoogte           : 2.00-3.00 m
    Vorm             : opgaand
    Bloeikleur/vorm  : geurend, wit/créme
    Bloeitijd        : april, mei
    Blad             : wintergroen

    Standplaats:
    Groeit op elke normale, humusrijke grond.
    Stelt geen bijzondere eisen alhoewel een beschutte plek tegen koude wind wordt aangeraden.
    Volle zon of halfschaduw.

    Kenmerken:
    mooie bloem- en bladstruik met dichte, afgeronde groeiwijze, die zelfs als haag kan gebruikt worden. Trekt bijen aan.
    De donkergroene bladeren zijn 2-4 cm lang, eirond tot elliptisch en enigszins gezaagd en leerachtig. Aan de bovenzijde zijn ze glanzend donkergroen terwijl de onderzijde meer lichtgroenig gekleurd is.
    Een wintergroene, compact groeiende heester.
    Zowel als solitair als in groepen een opvallende plant met donkergroen blad.

    Bloemen :
    Bloeit met kleine witte, geurende bloemen in april- mei

    Planten :
    ook geschikt voor kleinere tuinen.
    Kan worden toegepast in groepen of als lage haag.

    Snoeien :
    Snoeien is niet echt nodig. Enkel nodig om te modelleren.
    Laat zich makkelijk op vorm snoeien.
    Snoeien in het voorjaar na de bloei

    Gebruik:
    Osmanthus burkwoodii is een mooie bloem- of bladstruik die ook in de rotstuin past. Zelfs als geurende luxehaag is hij heel goed toe te passen. Kies altijd een ietwat warme en beschutte groeiplaats. Ze doen het ook nog goed op drogere gronden.

    Eigenschappen:
    deze plant bevat geurende plantendelen

    - deze plant is wintergroen (groenblijvend)

    - exotische aandoende plant voor gebruik in potten, bakken, terraskuipen edm.

    - geschikt voor groepsbeplantingen

    - geschikt voor een solitaire positie in een beplantingsschema

    - deze plant is aantrekkelijk voor bijen (lokt bijen)

    - deze plant is zijn onaantrekkelijk voor konijnen, zijn min of meer veilig voor konijnenvraat

    Vermeerderen :
    door zaaien, stekken of afleggen


    Weetjes :

    Eventueel winterbescherming geven bij felle zon tijdens kale vorst. Als de bloemen na de bloei lelijk zijn, kunnen ze net als bij Rhododendron voorzichtig worden uitgebroken.

    Mulchen is uitstekend

    De naam schijnhulst is goed gekozen, omdat deze struik erg op hulst lijkt. De bladeren zijn vrijwel gelijk, leerachtig met scherpe tanden. Een kenner ziet het verschil aan hoe de bladeren aan de tak zitten. Bij hulst zijn ze over de tak verspreid en bij schijnhulst zitten ze tegenover elkaar, overstaand genoemd

    Osmanthus x burkwoodii is ontstaan uit een kruising tussen twee andere schijnhulst-soorten namelijk Osmanthus decorus en Osmanthus delavayi. De eerst genoemde Osmanthus komt oorspronkelijk uit Noordoost-Turkije en de tweede uit Zuidwest-China.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (6 Stemmen)
    30-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Lemna trisulca
     

    Lemna trisulca


    Botanische naam  : Lemna trisulca
    Nederlandse naam : Puntkroos
    Herkomst         : Europa, Azié, Noord-Amerika, Mexico
    Bijzonderheden   : onder water, bij bloei aan oppervlakte
    Grondsoort       : alle
    Licht            : half schaduw, zon
    Gebruik          : groepen, verwildering,zuurstofplant
    Hoogte           : drijvend
    Vorm             : overig
    Winterbeeld      : ondergedoken, overblijvend

    Standplaats:
    In zoet of brak, voedselrijk water.
    Geschikte pH: neutraal en basisch (alkalisch) bodems. Het kan niet groeien in de schaduw. Het kan alleen groeien in het water

    Kenmerken:
    Puntkroos (Lemna trisulca ) is een plant uit de aronskelkfamilie (Araceae) die voorkomt in Europa, Azië, Noord-Amerika en Mexico. Bij de plant zitten de lancetvormige schijfjes onder water, behalve als ze bloeien. De schijfjes zijn aan één eind steelachtig versmald. Bloeiende schijfjes zijn eirond tot eirond-lancetvormig. Hierin verschilt puntkroos van klein kroos (Lemna minor), waarbij de schijfjes altijd op het wateroppervlak drijven. De plant komt voor in zoet en brak, voedselrijk water en vermeerdert zich vooral vegetatief.

    Een schijfje is een bladachtige stengel zonder bladeren. Een enkel worteldraadje hangt aan elk plantje.

    Bloemen :
    Puntkroos bloeit van mei tot juni
    De bloemen zijn eenslachtig en eenhuizig. Een bloemdek ontbreekt. Aan de rand van een schijfje zitten vaak twee mannelijke en één vrouwelijke bloem bijeen. De mannelijke bloem heeft één meeldraad en de vrouwelijke een eenhokkig vruchtbeginsel.
    De vrucht is een droge vrucht.

    Planten :
    Ze kunnen heel goed samen gaan met andere drijvers als kikkerbeet en krabbescheer en ook met hoornblad gecombineerd worden.

    Werkzame bestanddelen:
    Puntkroos bezit een grote reinigende kracht waardoor ze ook sterke algengroei afremmen. Je moet er wel voor zorgen dat de plantjes de vijver niet gaan overheersen.
    Regelmatig verwijderen is dan ook absoluut noodzakelijk.

    Eigenschappen:

    -Doordat hun bladeren zo zacht zijn levert de plant enorme hoeveelheden zuurstof. Vanwege die zuurstofproductie zijn ze dan ook heel belangrijk in de vijver.

    -Vereist een zonnige ligging in stilstaand water dat rijk is aan nitraten en limoen

    -Kroos kan een lastige vijver onkruid zijn al is het gemakkelijk te controleren door simpelweg scheppen het uit

    -Dit schepte materiaal is een uitstekende aanvulling op de composthoop.

    -De groeiende plant is een goede bron van voedsel voor vissen en vogels, alsmede het verschaffen van dekking voor wezens in de vijver

    -Deze soort is zeer geschikt voor gebruik in koud water aquaria echter als alle leden van het geslacht, kan haven visparasieten

    -De plant overwintert in gematigde gebieden door middel van rust knoppen die zinken naar de bodem van de vijver in de late herfst en opstaan ​​in de lente

    Vermeerderen :
    Deze kleine plantjes vermeerderen zich enorm snel en vormen al gauw hele plakkaten. Regelmatig een deel verwijderen is absoluut nodig

    Weetjes :

    Puntkroos is afkomstig uit Europa, Azië, Noord-Amerika, Mexico en onder water groeiend, bij bloei komen ze aan de oppervlakte

    Vissen, kikkerdikkopjes en andere vijverbewoners houden veel van kroos. Vissen eten zelfs graag van deze plantjes

    Voedsel voor vissen en watervogels en habitat voor aquatische ongewervelden. Vanwege zijn hoge voedingswaarde, word Puntkroos gebruikt voor vee en varkensvoer in Afrika, India en Zuidoost-Azië.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (4 Stemmen)

    Vaste planten
    Acaena magellanica
    Aconitum 
    Acanthus
    Achillea Millefolium
    Adonis amurensis  
    Ajuga Reptans 
    Alchemilla Mollis
    Anaphalis triplnervis
    Anemone Hupehensis
    Arum italicum
    Aster Alpinus
    Astilbe Arendsii
    Astilbe "Fanal"
    Ballota
    Baptisia
    Bergenia Cordifolia
    Calluna
    Campanula Persicifolia
    Centaurea montana
    Cerastium tomentosum
    Convallaria majalis
    Chrysanthemum
    Crambe
    Dictamnus albus
    Doronicum
    Echinacea
    Echinops Banaticus
    Eupatorium purureum
    Euphorbia Characias
    Fargesia
    Gaillardia
    Geranium
    Geranium Sylvaticum
    Gypsophila
    Helleboris niger
    Helianthus salicifolius
    Hemerocallis
    Hepatica transsylvanica
    Heuchera 
    Hosta undulata
    Hypericum
    Iberis sempervivum
    Inula magnifica
    Iris Ambassadeur
    Iris Sibirica
    Kalimeris incisa
    Lamium Maculatum
    Lavandula A.Hidcote
    Lavandula Stoechas
    Liriope muscari  
    Lychnis chalcedonica
    Lysimachia Punctata
    Oenothera macrocarpa
    Omphalodes Verna
    Onoclea sensibilis
    Pachysandra 
    Persicaria
    Phlox Subulata
    Phuopsis stylosa
    Physostegia virginiana
    Phytolacca
    Potentilla Atrosanguinea
    Primula 
    Prunella grand "Loveliness"
    Pulmonaria
    Pulsatilla vulgaris
    Rudbeckia
    Ranunculus ficaria
    Salvia Nemorosa
    Saxifraga 
    Scabiosa
    Sedum Str.& Cr
    Smilacina racemosa
    Solidago GD
    Stokesia 
    Tarella Cordifolia
    Veronica longifolia
    Vinca minor en major  
    Waldsteinia ternata
    Yucca Filamentosa


    Heesters
    Abelia schmannii
    Aucuba
    Andromeda
    Aralia elata
    Berberis
    Buxus sempervirens
    Buxus-ziekten
    Callicarpa
    Camelia

    Caryopteris C.HB
    Ceanothus
    Chaenomeles
    Choisya
    Clerodendrum trichotomum
    Clethra alnifolia
    Cornus alba "elegantissima'
    Corokia Cotoneaster
    Cotoneaster
    Daphne pontica
    Deutzia gracilis
    Exochorda racemosa
    Elaeagnus ebbingei
    Enkianthus campanulatus
    Euonymus alatus
    Euonymus fortunei
    Forsythia Intermedia
    Hamamelis Mollis
    Hebe "Autumn Glory"
    Hebe buxifolia
    Hydrangea annabelle
    Hydrangea Arborescens "Grandiflora"
    Hydrangea paniculata
    Hippophae rhamnoides
    Ilex aquifolium
    Jasminum Nudiflorum
    Kalmia
    Kerria japonica
    Lagerstroemia
    Lavatera Rosea
    Ledum groenlandicum
    Ligustrum ovalifolium 'Argenteum'
    Lonicera Nitida
    Mahonia aquifolium
    Osmanthus burkwoodii
    Paeonia lutea
    Paeonia suffruticosa
    Pernettya mucronata
    Philadelphus
    Pieris japonica
    Polygala
    Potentilla fruticosa A 
    Pyracantha
    Prunus Lusitanica
    Prunus triloba
    Rhododendron "Apple Blossom"
    Rhododendron
    'chr.ch'
    Sarcococca
    Skimmia Japonica
    Spiraea Japonica
    Syringa Vulgaris
    Viburnum Davidii
    Viburnum Opulus
    Viburnum plicatum "mariesii"
    Weigela

    Grassen
    Calamagrostis
    Carex Elata
    Cortaderia selloana
    Deschampsia
    Imperata Red Baron
    Lampepoetser
    Miscanthus Sinensis
    Molinia caerulea

    Bolgewassen :
    Allium Giganteum
    Begonia x T
    Begonia sutherlandii
    Blauw druifje
    Camassia
    Colchicum autumnale
    Colchicum speciosum
    Crocus cancellatus
    Crocosmia
    Dahlia
    Eucomis autumnalis
    Fritillaria bucharica
    Fritillaria imperialis
    Galanthus
    Ixiolirion tataricum
    Ipheion uniflorum
    Lilium "Mona Lisa"
    Lilium Pumilum
    Montbretia-Crocosmia
    Puschkinia  
    Sandersonia aurantiaca
    Schizostylis
    Scilla siberica
    Sierui 

    Een en tweejarigen 
    Adonis aestivalis 
    Ageratum Houstonianum  
    Alcea Rosea
    Cobaea scandens
    Cosmos bipinnatus
    Digitalis purpurea
    Dorotheantus
    Heracleum mantegazzianum
    Iberis umbellata
    Impatiens balsamina
    Ipomoea Tricolor
    Jasione
    Lagurus ovatus
    Limonium latifolium
    Myosotis sylvatica
    Nicotiana alata 
    Pelargonium
    Platycodon
    Portulaca
    Salpiglossis
    Tropaeolum malus


    Kamerplanten  
    Abutilon
    Achimenes
    Aërides
    Aeschynanthus
    Anigozanthos

    Bougainvillea
    Browallia
    Cactussen
    Calceolaria hybr
    Callicia
    Calistémon
    Cattleya
    Crassula
    Croton
    Ctenanthe
    Dieffenbachia
    Dipteracanthus
    Episcia
    Euphorbia Pulcherrima
    Exacum
    Fittonia
    Gloriosa
    Graptopetalum
    Hypocyrta
    Howeia
    Jatropha
    Kalanchoe beharensis
    Kalanchoe blossfeldiana
    Mandevilla of Dipladenia
    Pilea microphylla
    Plumeria
    Polystichum
    Raphis
    Rhipsalidopsis
    Sanseveria
    Schefflera
    Selaginella
    Senecio Kleinia  
    Senecio rowleyanus
    Stapelia hirsuta
    Vriesea Astrid
    Zantedeschia of Calla lily

    Bomen :  
    Acer Campestre
    Laburnocytisus adamii 
    Laburnum watererii 'Vossii'
    Magnolia kobus
    Malus "Radiant"
    Malus "Toringo"
    Morus alba
    Platanus acerifolia
    Ptelea trifoliata
    Pterostyrax hispida
    Prunus cerasifera'nigra'
    Prunus gondouinii
    Prunus serrulata
    Prunus subhirtella
    Robinia pseudoacacia 'Frisia'
    Salix Babylonica
    Salix integra
    Taxus baccata

    Kruiden :
    Achillea ptarmica
    Agrimonia eupatoria
    Allium savitum
    Artemisia
    Harpagophytum procumbens
    Lysimachia vulgaris
    Melilotus Alba
    Pseudofumaria lutea
    Senecio jacoaea
    Symphytum officinale

    Klimplanten : 
    Aristolochia durior
    Clematis Armandii
    Clematis "Madame Baron V"
    Clematis vitalba  
    Fallopia aubertii
    Gelsemium
    Hedera helix
    Lonicera caprifolium
    Passiflora caerulea
    Periploca graeca
    Wisteria

    Kuipplanten
    Abelia
    Aeonium arboreum 
    Agapanthus
    Brugmansia
    Caesalpinia
    Camellia sinensis
    Carissa
    Dracaena
    Erythina
    Eucalyptus niphophila 
    Fuchsia's
    Hedychium gardnerianum
    Hibiscus rosa-sinensis
    Lantana camara
    Lapageria rosea
    Laurus Nobilis
    Nerium oleander
    Pittosporum tobira
    Pleione formosana
    Plumbago auriculata
    Punica granatum
    Solanum Thurino

    Waterplanten
    Acorus calamus
    Aponogeton
    Lemna trisulca
    Nymphaea 'Alba'  
    Persicaria amphibium
    Pontederia Cordata
    Ranunculus Lingua

    Rozen :
    Rosa "Anneke Doorenbos"  
    Rosa "Alain"
    Rosa "Albertine"
    Rosa "Allgold" 
    Rosa "Allotria"
    Rosa "Altissimo"
    Rosa 'Admired Miranda'
    Rosa "Ausblush"
    Rosa "Ausbord"
    Rosa "Ausbuff"
    Rosa 'Auscot'
    Rosa 'Auslight'
    Rosa 'Auslo'
    Rosa 'Baron Girod de L'ain'
    Rosa 'Dortmund'
    Rosa "Frau Astrid"
    Rosa "Korliluc"
    Rosa 'Meitoifar'
    Rosa regusa   
    Rosa "Swan Lake"

    Rotsplanten
    Geranium cinereum 'Ballerina'
    Dryas octopetala
    Helianthemum "wisley pink"
    Sedum acre
    Sempervivum arachnoideum
    Sisyrinchium californium


    Groenten :

    Paprika


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!