JP's Plantengids
Inhoud blog
  • http://plantengids2.blogspot.be/
  • Ixiolirion tataricum
  • Plumeria
  • Phuopsis stylosa
  • Lagerstroemia
  • Hypocyrta
  • Allium aflatunense
  • Cosmos bipinnatus
  • Convallaria majalis
  • Scilla siberica

    Zoeken in blog





    Mijn favorieten
  • bloggen.be
  • opaweetjes
  • fotoalbum
  • wandelroutes
  • fietsroutes
  • GPS-routes
  • koopjesblog

  • Fruit
    Actinidia Deliciosa
    Cydonia oblonga
    Ribes rubrum

    Dropbox

    Druk op onderstaande knop om je bestand naar mij te verzenden.


    E-mail mij

    Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Archief per jaar
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007

    Vraag & antwoord
    *Het plantenseizoen
    *Luister naar je planten
    *Cissus is zeer gevoelig
    *Cyclamen problemen
    *Uitgebloeide bloembollen
    *Amaryllisbol niet weggooien
    *Blauwe regen met kuren
    * Pioenlegende
    *Roetdauw bij Rozen
    *Planten overwinteren

    JanuariTips
    Januaritips
    Geraniums zaaien

    Februaritips :
    Februaritips

    Maarttips :
    Maarttips

    Apriltips :
    April siertuin

    Meitips :
    Mei-siertuin

    Juni Tips
    Juni Tips

    Tips Juli
    TuinTips Juli

    Augustus Tips
    Tips Augustus

    NovemberTips
    November doe kalender

    DecemberTips
    Tuintips december

    Archief per jaar
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007

    Inhoud blog
  • http://plantengids2.blogspot.be/
  • Ixiolirion tataricum
  • Plumeria
  • Phuopsis stylosa
  • Lagerstroemia
  • Hypocyrta
  • Allium aflatunense
  • Cosmos bipinnatus
  • Convallaria majalis
  • Scilla siberica
  • Crambe
  • Kamerplanten lusten geen leidingwater
  • HET PLANTENSEIZOEN
  • Carissa
  • Symphytum officinale
  • Howeia
  • Exacum
  • Rosa 'Dortmund'
  • Selaginella
  • Acaena magellanica
  • Eupatorium purpureum
  • Paeonia lutea
  • Schizostylis coccinea
  • Chrysanthemum
  • Helianthus salicifolia
  • Planten overwinteren
  • Morus alba
  • Osmanthus burkwoodii
  • Lemna trisulca
  • Harpagophytum procumbens
  • Hippophae rhamnoides
  • Astilbe 'Fanal'
  • ILEX - HULST
  • Hydrangea - Annabelle
  • Cattleya
  • Allium Savitum
  • Crassula
  • Prunella grand. 'Loveliness'
  • Potentilla fruticosa 'Abbotswood'
  • Rosa 'Baron Girod de L'Ain'
  • Helianthemum 'Wisley Pink'
  • Abelia schumannii
  • Centaurea montana
  • Enkianthus campanulatus
  • Ipheion uniflorum
  • Iberis umbellata
  • Sedum acre
  • Tropaeolum majus
  • Viburnum plicatum 'Mariesii'
  • Prunus serrulata
  • Pleione formosana
  • Eucomis autumnalis
  • Hibiscus rosa-sinensis
  • Roetdauw bij Rozen
  • Persicaria amphibia
  • Ctenanthe
  • Cactussen
  • Paprika
  • Abutilon megapotamicum
  • Polystichum
  • Camellia sinensis
  • Gypsophila
  • Fuchsia's
  • Pulsatilla vulgaris
  • Pioenlegende
  • Deutzia gracilis
  • Rosa 'Auslo'
  • Dieffenbáchia
  • Nerium oleander
  • Pilea microphylla
  • Senecio rowleyanus
  • Raphis
  • Callistémon
  • Puschkinia scilloides
  • Graptopetalum
  • Cyclamen problemen
  • Callisia
  • Kalanchoe beharensis
  • Passiflora caerulea
  • Blauweregen met kuren
  • amaryllisbol
  • Solanum Thurino
  • Robinia pseudoacacia 'Frisia'
  • Fittonia
  • Aërides
  • Ligustrum ovalifolium 'Argenteum'
  • Laburnum watererii 'Vossii'
  • Hosta undulata
  • Rosa 'Auslight'
  • Heracleum mantegazzianum
  • Plumbago auriculata
  • Paeonia suffruticosa
  • Rosa 'Auscot'
  • Aeonium arboreum
  • Senecio jacobaea
  • Abies koreana
  • Prunus subhirtella
  • Lobelia erinus
  • Fallopia aubertii
  • Calceolaria Hybride
  • Rosa 'Ausbuff'
  • Sempervivum arachnoideum
  • Sisyrinchium californicum
  • Hydrangea paniculata
  • Buxus-ziekten
  • Dryas octopetala
  • Geranium cinereum 'Ballerina'
  • Fritillaria Bucharica
  • Caesalpina giliesii
  • Cydonia oblonga
  • Malus toringo
  • Rosa 'Ausbord'
  • Lychnis chalcedonica
  • Veronica longifolia
  • Tuintips voor Augustus
  • Liatris spicata
  • Lonicera caprifolium
  • Clerodendrum trichotomum
  • Pterostyrax hispida
  • Laburnocytisus adamii
  • TUINTIPS IN JULI
  • Prunus gondouinii
  • Agrimonia eupatoria
  • Lilium `Mona Lisa'
  • Dorotheanthus
  • Ptelea trifoliata
  • Tuintips in Juni
  • Rosa 'Korliluc'
  • Cornus alba 'Elegantissima'
  • Impatiens balsamina
  • Sandersonia aurantiaca
  • Waldsteinia ternata
  • Prunus lusitanica
  • Oenothera macrocarpa
  • Corokia cotoneaster
  • Clematis 'Madame Baron Veillard'
  • Rhododendron 'Apple Blossom'
  • Platanus acerifolia
  • Kalimeris incisa
  • Mandevilla of Dipladenia
  • Myosotis sylvatica
  • Fritillaria imperialis
  • Rosa 'Swan Lake'
  • Digitalis purpurea
  • Dictamnus albus
  • Pelargonium
  • Ledum groenlandicum
  • Lantana camara
  • Elaeagnus ebbingei
  • Ceanothus
  • Magnolia kobus
  • Taxus baccata
  • Kerria japonica
  • Euonymus alatus
  • Buxus sempervirens
  • Salix integra
  • Pieris japonica
  • Rosa 'Ausblush'
  • Exochorda racemosa
  • Pittosporum tobira
  • Prunus triloba
  • Limonium latifolium
  • Lagurus ovatus
  • Crocus cancellatus
  • Ranunculus ficaria
  • Geranium
  • Maarttips
  • Smilacina racemosa
  • Pernettya mucronata
  • Melilotus alba
  • Malus 'Radiant'
  • Lilium pumilum
  • Rosa 'Frau Astrid '
  • Periploca graeca
  • Pseudofumaria lutea
  • Salix babylonica
  • Kalender Februari
  • Rhipsalidopsis
  • Dracaena
  • Galanthus
  • Begonia sutherlandii
  • luister naar je planten
  • Rosa 'Meitoifar'
  • JANUARI – TIPS
  • Phytolacca
  • Omphalodes verna
  • Eucalyptus niphophila
  • Ranunculus lingua
  • Rosa 'American Pillar'
  • Centranthus ruber
  • Geranium sylvaticum
  • Rosa 'Admired Miranda'
  • Tuintips december
  • Acorus calamus
  • Aeonium arboreum
  • Aristolochia durior
  • Actinidia deliciosa
  • Achillea ptarmica
  • Acer campestre
  • Stapelia hirsuta

    OM HET ZOEKEN IN DEZE PLANTENDATABASE MAKKELIJK TE MAKEN DRUK CTRL-F EN VUL IN HET KADERKE HET GEWENSTE WOORD IN BV."HULST" EN ALLE VERWANTE TEKSTEN MET HET WOORD "HULST" IN VERSCHIJNEN. WEL BLIJVEN KLIKKEN TOT U HET GEWENSTE ARTIKEL GEVONDEN HEBT ------------------------------ HOE MEER REAKTIES ER KOMEN HOE MEER DE SITE WORD UITGEBREID
    17-03-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Buxus sempervirens

    DOSSIER BUXUS
    Buxus sempervirens


    Botanische naam  : Buxus sempervirens
    Nederlandse naam : Palmboompje
    Herkomst         : Middellandse zeegebied,Klein-Azié
    Bijzonderheden   : geschikt voor knipvormen
    Grondsoort       : alle, humeus, kalkrijk
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : schaduw, half schaduw, zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Groep            : (sier)heesters
    Gebruik          : randen/hagen, tuinen, wintergroen
    Hoogte           : 2.00-3.00 m
    Vorm             : opgaand
    Bloeikleur/vorm  : groen, onopvallend
    Bloeitijd        : april, mei
    Blad             : wintergroen

    Standplaats:
    Buxus stelt weinig eisen aan de grondsoort of standplaats, kan zowel in volle zon als in half schaduw goed gedijen. Belangrijk bij het planten is wel een goede grondbewerking, voldoende diep spitten om storende bodemlagen te doorbreken, een humusrijke grond toevoegen en voor voldoende kalkbemesting zorgen.

    Kenmerken:
    Bloemkleur   : geelgroen
    Bloeiperiode : mei -
    Bloemen      : kleine bloemen in de bladoksels
    Bladkleur     : groen
    Wintergroen : ja
    Bladeren      : kleine, leerachtige bladeren. Giftig bij inname.
    Vruchten      : kleine zaaddoosjes. Giftig.

    Planten :
    Bij het aanplanten van buxus dienen de planten dan ook uit de pot verwijderd te worden. Dan heeft u twee mogelijkheden: de buxus planten - aanplanten in volle aarde of overplanten in pot.

    Aanplanten in volle grond
    Buxus planten in volle grond , planten doe je best in het voorjaar (maart-april) en vanaf september tot de vorst invalt.
    Graaf een geschikte grote kuil of sleuf. De minimumafmeting is altijd minstens het dubbele van de kluit. Algemeen bekend : hoe groter het plantvak, hoe beter voor de plant, want de wortels
    kunnen dan uitgroeien en de plant kan voldoende voedsel en water opnemen. Vermeng de uitgegraven grond met 1/3 deel turf of humus en wat (champignon-)mest. Voeg eventueel wat kalk toe (zeewierkalk in korrelvorm). Wanneer u in zware grond wil planten, meng deze grond dan met scherp zand (Rijn- of Maaszand). Buxus houdt van een losse en kalkrijke grond.

    Voor buxus planten geldt: investeer in goed grondwerk, want zelfs een plant met de beste kwaliteiten kan niet groeien in slechte of onvoldoende bewerkte grond!

    Overplanten in pot
    Onderworpen van de grootte van een buxus plant, kies je een gepaste pot. Welke pot je ook kiest bij het overplanten, zorg ervoor dat je degelijke potgrond gebruikt. De kans op problemen bij buxusplanten, te wijten aan bijvoorbeeld een tekort of een overmaat aan vocht, is in de pot dan ook heel wat denkelijker dan in de volle grond. Besteed daarom genoeg aandacht aan de kwaliteit van de potgrond. Niet alleen de voeding maar vooral de structuur van de potgrond is belangrijk. Deze grond bestaat uit een speciale mengeling waarin ook polymeren zijn verwerkt. In de handel zijn meststoffen te verkrijgen die 6, 8 of 12 maanden blijven werken. De keuze hangt af van de tijd die je aan je plant wil besteden. Buxus in pot kan je het hele jaar door planten.

    Bemesten :
    Wanneer beginnen met de bemesting van buxus
    In het voorjaar (einde februari - maart) beginnen om de buxus te bemesten.

    Niet te lang blijven doormesten is ook belangrijk, omdat de plant anders te lang doorgroeit en niet op tijd kan afharden voor de winter.
    Het is verstandig om met de laatste mestgift wat minder stikstof en wat meer kali te geven, dat is goed voor het afharden.

    Geschikte meststoffen
    Uiterst geschikte meststoffen hiervoor zijn kippenmestkorrels en koemestkorrels. kippenmest bevat veel kalk wat goed voor het pH gehalte, buxus heeft graag kalk. buxus is een echte veelvraat dus bij het uitstrooien niet te zuinig wezen. Andere meststoffen zoals bloed, beendermeel, champignonnenmest, wormenmest werkt ook goed.

    in gebruik een stuk duurder is buxus bemesting dewelke in de handel verkrijgbaar is, maar deze is dan ook uiterst geschikt en afgestemd op zijn behoeften.

    Staat de buxus in een kuip, geef dan tussen april en september ten minste driemaal een in water opgeloste voedingsstof: een samengestelde organische meststof, bloed- of beendermeel of Viano.

    Problemen door verkeerde bemesting van buxus
    Bij gebrek aan vocht- of stikstof kunnen de bladranden geel worden. Heeft u uw buxus wel stikstof gegeven, kan een te droge grond of potkluit de oorzaak zijn dat de plant de stikstof niet op kan nemen. Daar heeft de plant water voor nodig. Voor de magnesiumbehoefte kunt u kieseriet meststof geven. Deze werkt minder snel als bitterzout en kan eventueel uit voorzorg jaarlijks een keer in het voorjaar worden gestrooid. Uw buxus blijft dan prachtig donkergroen.
    U kunt in het voorjaar een wat grotere voorraadbemesting geven met kieseriet en gedurende het groeiseizoen dat regelmatig in kleinere hoeveelheden herhalen.

    Soms heeft buxus gebrekverschijnselen die niet met bemesting op te lossen zijn. Als de grond verslempt en te nat is, omdat de grond extreem bewerkt is b.v. door diepspitten of de structuur van de grond is vernield door zware machines of er is veel of allemaal nieuwe grond in uw tuin gereden. Als die grond te lang ergens op een grote hoop gelegen heeft, kan het bodemleven te laag zijn of zelfs bijna afwezig zijn en dat bodemleven is erg nodig voor de mineralisatie van de mest en het luchtig houden van de grond. Als er te weinig lucht in de grond zit stikken de wortels.

    Werkzame bestanddelen:
    vroeger werd over “buxus” geschreven als middel tegen ziektes. Recepten tegen schurft, jicht en ogenlijden vindt men al bij Hildegard von Bingen (1098-1179). Maar een verwittiging is hier op zijn plaats: dekte het woord “buxus” bij Hildegard de echte buxus? In Frankrijk werd buxus voorgeschreven bij een typisch Frans lijden: “leverluiheid” en tegen griep en zelfs als haargroeimiddel die de haren rood of geel maakte (Fuchs 1549 en 1558). Dit laatste werd ook in Italië beweerd. Fuchs en Matthioli (1653) gingen een stap verder en vertelden dat een boerin eruit zag als een apin nadat ze buxusextract had gebruikt. Vanaf de 16e eeuw werd ook ‘buxus’ als middel tegen syfilis ingezet. Tegen tandpijn en buikpijn werd in Frankrijk buxussap gebruikt. Lobelius (1570) beweerde zelfs dat hij iemand had zien genezen van pokken door buxus! Durante (1576) en Dodoens (1618) beweren dat buxussap helpt bij slangenbeten. Vreemd genoeg zei Fuchs (1549) voordien dat slangen zelf buxussap nemen bij een verwonding.

    In de hedendaagse Italiaanse 'fytotherapie' is de lijst van ziektes die behandeld zouden kunnen worden met onder meer buxusextracten zeer lang.

    Eigenschappen:
    de belangrijkste troef van de buxus is dat de plant wintergroen blijft. Deze zeer compacte, gesloten en donkergroene buxushagen zijn dan weer ideaal voor het afboorden van bloemborders. Door het aanplanten van buxushaagjes verkrijg je het hele jaar door bladhoudende structuren in de tuin. Je kunt uiteraard ook dergelijke structuren in de tuin aanbrengen met groenblijvende liguster of met lonicera, maar die moet je dan wel veel vaker snoeien aangezien deze veel sneller groeien dan de geliefde buxus. Buxus groeit niet zo snel en is daardoor de ideale plant voor laagblijvende haagjes en voor het vormen van figuren, bollen, kegels en spiralen.

    Vermeerderen :
    Buxus vermeerderen door het nemen van stekken
    Buxus of de boordpalm kan je zeer gemakkelijk vermeerderen door het nemen van stekken.
    Neem een goed afgerijpte stek vanaf september tot maart. De stek moet ongeveer 10 centimeter lang zijn. De onderste 3/4 van de stengel wordt van bladeren ontdaan. Dit kan met een scherp mesje worden gedaan. De stekken hebben best een donkergroene kleur met wat vertakkingen, maar ook zonder vertakkingen gaat het prima.

    In een piepschuim bakje gaat dit uitstekend maar voorzie toch een paar gaten in de bodem. Vul het bakje met stekgrond tot 1 cm onder de rand. Aandrukken en water geven. Nu bent u klaar om de stekken te plaatsen.

    De stekken zijn best van het zelfde formaat. Plaatst nu de stekken zo dicht mogelijk bijeen dit bevordert de wortelvorming. In zo een kistje kunnen wel 250 stekken of meer. Stekpoeder is voor buxus niet nodig.

    De hele winter staan de bakken met stekken gewoon op een beschutte (niet te donkere) plek achter in de tuin.

    Ook in de koude serre gaat het prima maar altijd uit de volle zon ook in de winter.

    De stekplanten kunnen prima overwinteren buiten

    Snoeien:
    Tegenwoordig tref je in elke tuin wel ergens buxus aan. Het is dan ook een plant met verschillende goede eigenschappen. De belangrijkste zijn wellicht dat buxus wintergroen is, niet snel groeit en zich gemakkelijk leent voor figuren en hagen. Deze zeer compacte, gesloten en donkergroene hagen zijn dan weer ideaal voor het afboorden van bloemborders.
    Om mooie strakke haagjes te bekomen dien je buxus toch minstens twee maal per jaar te snoeien. Snoei je maar één keer dan bekom je een losse, minder stevige plant die in de winter de sneeuwlaag niet kan dragen.

    De eerste snoeibeurt mag vanaf eind mei tot eind juni.

    De tweede snoei kan dan best volgen vanaf half augustus tot halfweg september. Wanneer U toch nog later zou scheren, weet dan dat de nieuwe takjes die nog voor de winter gevormd worden onvoldoende kunnen verhouten tegen dat het begint te vriezen. De kruidachtige jonge takjes zullen de eerste vorst dan ook moeilijk kunnen trotseren.
    Bij het snoeien van buxus wacht je best tot het een bewolkte dag is. Als je een buxushaag op een warme takjes en de bladeren hebben na het snoeien open wondjes waarlangs bij warm weer veel water kan verdampen. De bovenste bladeren zullen uitdrogen en geelbruin verkleuren wat de buxus een stuk minder mooi maakt. Aangezien buxus niet zo snel groeit zal het een heel tijdje duren vooraleer de haag terug mooi is.

    Om de snijwondes zo gaaf mogelijk te maken gebruik je best een goed geslepen manuele heggenschaar. Het spreekt voor zich dat de wondes bij gebruik van een elektrische of motorhaagschaar ruwer zullen zijn. Dit kun je een beetje vergelijken als het afrijden van gras met een messenkooimaaier die het gras afsnijdt tov een cirkelmaaier die het gras afslaat.

    Voor het scheren spuit je de buxus eerst nat zodat de schaar nog soepeler doorheen de takjes kan glijden. Dit is beter voor uw armen en voorkomt ook weer verbranding van de gesnoeide toppen.

    Indien de zon de dagen na het scheren toch vrij hevig en fel is dan kun je alsnog de buxus afdekken met een vliesdoek.
    Lange hagen kun je best scheren met een elektrische of een motorhaagschaar die goed gezet is (scherp). Dit levert een zeer mooi en strak resultaat op.
    Als snoeigereedschap kun je naast de manuele heggenschaar gebruik maken van een elektrische of een motorhaagschaar of een speciale buxusschaar.

    Buxusvormen worden vaak tot drie maal per jaar geschoren om de structuur van de vorm goed te laten uitkomen. Hierbij snoei je voor de eerste keer begin mei, de tweede keer eind juli en de derde keer begin september.

    Soorten :
    Totaal zijn er meer dan zestig soorten Sempervirens bekend, waarvan er tien soorten actief worden verkocht.

    Buxus sempervirens
    Deze soort is alom bekend als gewone buxus. De plant wordt meestal op één of andere manier in een keurslijf gedwongen door snoei. Dat gaat van snoei als haag, als over snoei in eenvoudige geometrische vormen tot de meer ingewikkelde topiaries maar ook als solitair.

    Buxus microphylla ‘Faulkner'
    Een bossige, breed uitgroeiende struik met mooie ronde olijfgroene, glanzende bladeren. Door zijn los vertakte groeiwijze is hij zeer geschikt voor het vormen van bollen en blokken. Is niet gevoelig voor tal van wortelziekten. De winterverkleuring die soms optreedt, heeft vooral te maken met de voedingstoestand van de bodem. Als die voldoende hoog blijft, zal de plant minder of niet verkleuren.

    Buxus sempervirens ‘Ingrid' ;
    Is een laagblijvende compacte struik met blauwgroene grote ronde bladeren die dicht bij elkaar staan ingeplant. Hij groeit wat sneller, maar blijft even compact en kan dus gebruikt worden als goed alternatief voor de ‘Suffruticosa ‘.

    Buxus sempervirens ‘suffruticosa' ;
    Lage traaggroeiende bolvormige struik met lichtgroene kleine ronde zachte bladeren. Het jonge schot is vorstgevoelig. Deze buxus is na de gewone sempervirens het meest gebruikt en ook wel gekend onder de namen “Franse buxus, en dwergbuxus”. Suffruticosa wordt vooral gebruikt voor lage hagen (parterres) en bollen. Oudere planten hebben veel te lijden onder schimmelziekten door de dichte structuur van de plant. Deze soort groeit wel een stuk trager dan de gewone sempervirens wat hem interessant maakt omdat hij maar jaarlijks 1 snoeibeurt nodig heeft om hem mooi in vorm te houden.

    Buxus sempervirens ‘Rotundifolia'
    Opgaande losse struik met een veeleer stijve groei en grote ronde bladeren. Deze cultivar kan forse afmetingen bereiken en is zeer geschikt voor hoge hagen.

    Buxus sempervirens ‘Handsworthiensis' ;
    Stijf opgaande struik met harde, blauwgroene bladeren. Zeer geschikt voor hoge hagen en grote vormen.

    Buxus sempervirens ‘Elegantissima' ;
    Een kleine, bossige struik met kleine ovale, witbonte bladeren. Net door die kleine bladeren is dit één van de mooiste bonte buxussen en vooral geschikt voor lagere toepassingen.

    Weetjes :

    Buxus is een geslacht uit de buxusfamilie (Buxaceae). De planten kunnen makkelijk gesnoeid worden en of zeer laag gehouden worden (in formele tuinen bijvoorbeeld), of juist hoog opgroeien en in een bijzondere vorm gesnoeid worden.

    Buxus staat ook bekend onder de namen 'buksboom' en 'palmboompje'. Soms wordt de naam 'palm' gebruikt. Buxus heeft niets met palmen te maken. Buxus, vroeger ook wel 'bosseboom' aangeduid, wordt zeer vaak verkeerd behandeld. Te vaak wordt ervan uitgegaan dat buxus, meer bepaald Buxus sempervirens, een mediterrane oorsprong heeft. Daarom wordt even vaak geloofd dat buxus van een zonnige, droge plaats houdt.

    ziektes :
    Buxus is heden ten dage niet meer weg te denken in onze tuinen, ook de tuinarchitecten maken er veel gebruik van. Deze plant is m.a.w. de hit van onze tuin. Dit heeft hij vooral te danken aan zijn veelzijdigheid o .a .als haagplant, kuip- en terrasplant en natuurlijk ook solitair om in vormen te snoeien (dierenfiguren, kegels, bollen, spiralen,...) Men gebruikt hiervoor best een buxusschaar.

    Als we teruggaan in de tijd vinden we de buxus vooral terug aan pastorijtuinen of aan boerderijen, ook kent men ze traditioneel als de plant die gewijd wordt op Palmzondag en zo een gans jaar in de Christelijke huiskamers terug te vinden is. Deze kleine groene takjes zijn een heilig teken, herinnering aan Jezus van Nazareth, teken van vrede en verzoening.
    Wanneer de Buxus niet op de juiste plaats staat kunnen er zich problemen voordoen. Dit kan men voorkomen door de Buxus op een kalkrijke, voedzame bodem te planten, liefst in de halfschaduw. Ook een goede waterhuishouding is noodzakelijk!

    1. Groenaanslag
    Dit wordt veroorzaakt door wieren of algen die de huidmondjes verstoppen waardoor de planten minder goed gaan groeien en er niet fris uitzien. Dit is te wijten aan een verkeerde standplaats, zoals teveel schaduw, niet opdrogen van de blaadjes door een te lange vochtigheid.

    2. In bloei schieten en gele bladrand
    Dit is vooral te wijten aan gebrek aan meststof en kalk. Door de planten bij te mesten met veel stikstof kan men de armoedige plantjes nieuw leven geven. Dit komt vooral voor bij Buxus in pot en slechte grondsamenstelling. Planten die constant met natte voeten staan vertonen hetzelfde beeld en geven een bruingroene kleur. In de handel vindt men speciale buxusmeststoffen.

    3. Takkenbreuk
    Soms ziet men bruinachtige, dode takken, dit is geen ziekte, maar is meestal te wijten aan een bruusk kontakt, denkt men hieraan aan grasmaaien, spelende kinderen, loslopende huisdieren enz. ….. Onze lieve viervoeters kunnen ook schade aanbrengen door onze buxushaag voor een urinoir te aanzien waardoor de blaadjes verbranden, dit wordt nog erger bij felle zon.

    Door een aantal gepaste maatregelen kan de ziektedruk fel verminderd worden.

    Een goede hygiëne is aanbevolen maar is geen garantie om de ziektes tegen te houden. Vermijd contact tussen besmette planten en gezonde planten.

    In tuinen met automatische beregening is het beter om, in droogteperiodes, 1 keer per week veel water te geven dan alle dagen te sproeien. Op deze manier kunnen de planten beter opdrogen en zal de schimmel minder kans maken. Ook het gebruik van druppelbevloeiing is aan te bevelen.

    Ook oordeelkundige bemesting kan heel wat leed voorkomen. Planten die op een rustige manier groeien, blijken minder gevoelig voor aantasting.

    Ook de manier waarop we Buxus gebruiken, heeft een grote invloed op het voorkomen van deze ziektes. Dichte massieven, geschoren vormen en wolken zijn veel gevoeliger voor aantasting dan natuurlijk gegroeide struiken. In zulke tuinen is wat extra zorg dan ook zeker aangewezen

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (18 Stemmen)
    14-03-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Salix integra
     

    Salix integra
    ´Hakuro-nishiki´


    Botanische naam  : Salix integra ´Hakuro-nishiki´
    Nederlandse naam : geoorde wilg
    Familie          : Salicaceae
    Bloeitijd        : 3-4
    Bladeren         : witgevlekt, roos bij uitlopen
    Eindhoogte       : 175 cm / 200 cm
    Groeiwijze       : Ronde kroon
    Bloemkleur       : Rood
    Winterhardheid   : Normaal winterhard
    Wintergroen      : Nee
    Bloeitijd        : Maart
    Grondsoort       : Vochtig,Alle grondsoorten
    Standplaats      : Halfschaduw,Zon


    Andere gebruikte benamingen: (Salix integra albomaculata, Salix integra ´Fuiri-koriyanagi´)

    Standplaats:
    Standplaats lichtbehoefte zon, halfschaduw

    Kenmerken:
    Deze populair geworden sierwilg valt op door zijn witgevlekte bladeren tegen een grijsgroene achtergrond (nog te herkennen in de oude benaming Salix integra albomaculata), die bij het uitlopen in het voorjaar, naar schitterend roos verkleuren en daardoor een afwisselende kleurschakering in de tuin kunnen brengen. Tegenoverstaande, dunne, lijn-lancetvormige bladeren

    Bloemen :
    deze wilg vooral mooi vanwege de purperrode kleur van de uiteinden van de twijgen. Meer naar het hart toe zijn de twijgen lichtgroen. In februari - april steekt de bladkleur opvallend af tegen die purperrode kleur

    Planten :
    Salix 'Hakuro-nishki' is heel geschikt voor op het balkon of in een kleine tuin. De struik wordt op stam aangeboden en is meestal niet hoger dan één tot anderhalve meter.
    Het planten : Met een kluit: maak een plantgat van minimaal 2x de breedte en de hoogte van de pot. Meng potgrond in het plantgat. Plaats, indien nodig, een boompaal in het plantgat. Verwijder de plastic pot. Plant met water goed aangieten. Een vaste kluit los maken. Plaats de potkluit in het plantgat. De bovenkant van de kluit gelijk houden met de grond. Trap de aanvulgrond stevig aan. Hierna flink water geven. Na het planten bemesten met gedroogde stalmest of kunstmest op de grond rond de stam. Plaats indien nodig een boompaal! Het eerste groeiseizoen, van april tot eind juli, iedere week water geven. Planten met kale wortel: de wortels enige uren water laten opzuigen en de plant met natte wortels planten.

    Gebruik :
    Solitair,Potten en bakken,Balkon

    Eigenschappen:
    Decoratieve bladeren , Decoratieve vorm

    - geschikt voor gebruik in de rotstuin
    - exotische aandoende plant voor gebruik in potten, bakken, terraskuipen edm.
    - geschikt voor gebruik in de vijvertuin
    - geschikt voor groepsbeplantingen
    - geschikt voor een solitaire positie in een beplantingsschema
    - deze plant vraagt of gedijt goed op vochthoudende gronden

    Vermeerderen :
    Wordt geënt op verschillende stamhoogtes: 40, 60, 80, 120, 125 en 150 cm. De standaard enthoogte is 120 cm.

    Weetjes :
    Salix integra ´Hakuro-nishiki´is meestal te vinden als een klein stamboompje. Hij werd door Nederlandse plantenzoekers in Japan ontdekt en meegenomen naar Europa.

    Salix integra ´Hakuro-nishiki´ is ook sierlijk in de winterperiode met zijn de mooie, rode decoratieve takken. Door zijn beperkte omvang geschikt voor alle tuinen.

    Kan best jaarlijks gesnoeid worden omdat de tint bij oudere planten afneemt. Windgevoelig. Voorzie een steunstok of steunpaal.

    Bontbladige dwergwilg ook leuk als klein haagje!. De hoogte na 10 jaar is 250 cm. Het blad is rosebont. Deze plant is zeer winterhard.

    Ziekten en plagen:
    Het witgetint blad is gevoelig voor zonnebrand. Daarom bij voorkeur op licht beschaduwde en koele plaats planten. Bij toepassing in kuipen of bakken moet er zeer regelmatig water worden gegeven.

    Bladeren of bloemen worden door rupsen kapotgevreten. De verscheidene rupsensoorten zijn verschillend qua grootte en kleur. U treft ze reeds aan vanaf de maand juni, tot ver in de maand oktober. Naargelang de soort rups varieert de beschadiging: wegvreten van de rand, vreten van gaten, vensters of geraamten.

    Snoeien ;
    Deze heesters bloeien vroeg in het voorjaar tot mei op het hout dat het vorige jaar is gegroeid. Snoeien is niet noodzakelijk. Als u de plant jong en fris wilt houden dan is snoeien wel nodig. Dit noemen we verjongingssnoei. Eerst snoeit u alle dode en zieke takken terug tot op het gezonde hout. Hetzelfde doet u bij alle gebroken en schurende takken. Als u dit niet doet dan is er een kans dat door een schurende tak er een wond ontstaat waardoor er meer kans is op ziektes. De gezonde takken snoeien we tot op 1 derde terug. Zorg wel dat u boven een knop snoeit want hier komt de nieuwe scheut uit. Hoe dan ook: probeer zoveel mogelijk de vorm van de plant te behouden. We snoeien deze struiken het liefst zo snel mogelijk na de bloei terug. Let op! Deze planten moeten voor de langste dag (21 juni) gesnoeid worden. Anders heeft de plant te weinig tijd om nieuwe knoppen te maken op het jonge hout. Na de snoei krijgt de plant nieuwe scheuten die het volgende jaar weer zullen bloeien. Gebruik voor snoei en onderhoud altijd goed en degelijk gereedschap. Zorg ervoor dat uw snoeischaar altijd scherp en schoon is. Dit voorkomt rafelige snoeiwonden en ziektes.


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (12 Stemmen)
    13-03-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pieris japonica
     

    Pieris japonica

    Botanische naam  : Pieris japonica
    Nederlandse naam : Rotsheide
    Herkomst         : Japan
    Bijzonderheden   : bruin uitlopend, hangende bloempluim
    Grondsoort       : humeus, veen, kalkarm
    Vochtbehoefte    : normaal, nat
    Licht            : schaduw, half schaduw, zon
    Wind             : gevoelig
    Groep            : (sier)heesters
    Gebruik          : solitair, tuinen, heidetuinen, wintergroen
    Hoogte           : 1.00-2.00 m
    Vorm             : opgaand
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme
    Bloeitijd        : maart, april
    Blad             : wintergroen


    Standplaats:
    Rotsheide houdt van een humusrijke, zure plek in de halfschaduw, bv. onder een hogere heester of boom.

    Kenmerken:
    Donkergroen, leerachtig, smal ovaal. Jonge bladeren zijn rood of bronskleurig.
    Bladhoudend, wintergroen.
    Eind maart; begin april gaan de hangende witte kelkjes open. Het zijn klokjesachtige bloemen die een beetje aan een koeienbel doen denken
    Het mooie van de rotsheide is dat de struik tot aan de grond bebladerd blijft. Je moet hem daarom ook nooit snoeien. In combinatie met rododendrons is hij een lust voor het oog.

    Bloemen :
    Afhankelijk van de soort zijn ze wit, roze, of rood.
    Na de lentebloei loopt rotsheide met koperkleurig, rood, roze of geelgroen jong schot uit. Het lijken wel bloemen
    Witte urnvormige of klokvormige bloemen in hangende eindstandige pluimen of trossen.
    De bloempjes zelf lijken een beetje op een meiklokje of lelietje-der-dalen.
    De bloemen worden in de voorafgaande herfst gevormd en overwinteren in knopstadium.

    Planten :
    De rotsheidesoorten worden bij een goede verzorging zelden of nooit door ziektes aangetast. Staat hij in te voedzame grond, dan kan wel eens de bodemschimmel Fusarium of Verticillium toeslaan waardoor de planten in korte tijd verwelken.

    Eigenschappen:
    De blaadjes die in het begin zacht zijn, worden langzamerhand leerachtig en staan in kransen rond de twijgen. Ze zijn diep- of lichtgroen. Er komen ook soorten voor die langs de bladrand gele of geelwitte lijnpatronen hebben. Het hele jaar door komen er nieuwe blaadjes bij, waardoor de plant nooit saai is.
    Rotsheide groeit langzaam. Hij doet er vaak 10 jaar over om 11/2 m hoog te worden. Dus past hij in het kleinste tuintje.

    Vermeerderen :
    Door zaaien,
    De bloeitijd is in april en mei. De bloemen zijn klokvormig en 0,5-1,5 cm lang. Aan elk uiteinde van een tak hangen meerdere bloemtrossen van 5-12 cm lang. De vrucht is een droge vrucht met daarin enkele zaden.

    Soorten :
    In Nederland en België worden 5 pierissoorten en ruim tachtig cultivars en variëteiten aangeboden.

    Enkele witbloeiende rotsheidesoorten:

    --Pieris japonica ,
    --Pieris jap. ‘Variëgata’,
    --Pieris jap. ‘Flamingo Silver’,
    --Pieris jap. ‘White Pearl’,
    --Pieris floribunda,
    --Pieris jap ‘taiwanensis’,
    --Pieris jap. ‘Prelude’.

    Enkele rood en roze bloeiende rotsheidessoorten:

    --Pieris japonica. ‘Valley Rose’
    --Pieris japonica ‘Mountain Fire’
    --Pieris japonica ’Forrest Flame’,dicht vertakte heester tot 2.5m.
    Glimmend groen blad dat zeer mooi rood is bij het uitlopen.
    --Pieris japonica ‘Valley Valentine’.

    Een bijzondere cultivar is ‘Christmas Cheer’ die al midden in de winter enkele bloempjes opent .

    Cultivars van P.japonica:

    --'Cupido': breed opgaand, bossig groeiend. Via diep bruinrode knoppen in de winter naar roomwitte bloemen. Sterk vertakte trossen
    --'Debutante': zeer breed en compact groeiend. Zuiverwitte bloemen.
    --'Little Health': bolvormig, dicht compact groeiend. Witte bloemen in enigszins hangende korte trossen.
    --'Mountain Fire': tamelijk compact groeiend met witte bloemen in hangende trossen. Bloemknoppen in de winter paarsrood.
    --'Prelude': witte bloemen in opstaande trossen.
    --'Red Mill': zuiver roomwitte bloemen in sterk vertakte overhangende trossen.
    --'Rosalinda': lichtroze bloemen, bloemknoppen in de winter paarsrood.
    --'Sarabande': zeer breed en compact groeiend. Zuiver witte bloemen.
    --'Valley Rose': vrij hoog en los groeiend. Via zuiver roze naar witachtig roze bloemen. Knoppen in de winter bruinrood.
    --'Variegata': platronde bol, compact groeiend. Roomwitte bloemen met geelgroene kelk.
    --'White Cascade': goed vertakte opgaande struik.
    --'White Pearl': breed opgaand, compact, tamelijk laag. Witte bloemen.

    Weetjes :

    De oorsprongslanden van Pieris japonica zijn Japan en Himalaya. Hij groeit daar samen met rododendronsoorten op de mistige hellingen van het laaggebergte. Een andere soort, Pieris floribunda, is inheems in het Alleghany-gebergte in het zuidoosten van de V.S.

    Het woord pieris is afgeleid van pieriden, Griekse muzen. De Nederlandse naam rotsheide wordt zelden gebruikt. Onterecht want het geeft aan dat de struik zich goed voelt in een rotstuin waar o.a. heidesoorten en rododendrons groeien.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (10 Stemmen)
    12-03-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rosa 'Ausblush'
     

    Rosa 'Ausblush'


    Botanische naam  : Rosa 'Ausblush' ('Heritage')
    Nederlandse naam : Engelse roos
    Herkomst         : Engeland
    Bijzonderheden   : citroenachtige geur
    Grondsoort       : alle, humeus, lichte klei
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Groep            : engelse rozen
    Gebruik          : groepen/vakken, randen/hagen, tuinen
    Hoogte           : 0.50-1.00 m
    Vorm             : breed
    Bloeikleur/vorm  : geurend, roze
    Bloeitijd        : juni, juli, augustus
    Blad             : bladverliezend
    Twijg/stam       : doorns/stekels


    Standplaats:
    Tolereerd ook voedingsarme grond, de voorkeur gaat uit naar vruchtbare grond.

    Kenmerken:
    Aantrekkelijke, middelgrote, dichtgevulde, schalenvormige bloemen, zacht roze van kleur en sterk geurend.
    De plant groeit sterk en als struikgewas.
    Vast en ononderbroken en rijkelijk bloeiend.

    Bloemen :
    zacht roze

    Planten :
    Te gebruiken voor: sollitaire, groepen, bloempotten en als haag.

    Eigenschappen:
    Goede snijroos.

    Weetjes :

    --Om de bloeitijd en de gezondheid van de rozen te waarborgen, is het belangrijk dat de rozen in een humus-, voedindsrijke grond staan.

    --Ook is een afgewogen en regelmatige bemesting belangrijk voor een goede groei --Rozen zijn zonaanbidders en staan daarom het liefst op een zonnige, warme en luchtige plaats in de tuin.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (5 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Exochorda racemosa
     

    Exochorda racemosa


    Botanische naam  : Exochorda racemosa
    Nederlandse naam : Grootbloemspiraea, Parelstruik
    Herkomst         : China
    Bijzonderheden   :
    Grondsoort       : humeus, kalkrijk
    Vochtbehoefte    : droog, normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Wind             : weinig gevoelig, gevoelig
    Groep            : (sier)heesters
    Gebruik          : groepen/vakken, solitair, tuinen
    Hoogte           : 3.00-5.00 m
    Vorm             : opgaand
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme
    Bloeitijd        : mei
    Blad             : bladverliezend


    Standplaats:
    Zon, Halfschaduw,Normale bodem
    Groeit op elke normale grond, maar best niet te kalkrijk.
    Teveel kalk in de bodem kan aanleiding geven tot gele bladeren.Zonnig en een beschutte plaats. Zorg voor een goed doorlatende grond, wintervocht vermijden.

    Kenmerken:
    Een opgaande struik met witte bloemen, enkel of dubbel.
    Ze kan 2 à 2,50m hoog worden.
    In de herfst verschijnen de bruinzwarte zaaddoosjes en ook het blad verkleurt dan mooi geeloranje.
    Haagplant, Opvallende vruchten, Opvallende bloemen, Solitairplant, In groep planten

    Bloemen :
    witte bloemen, enkel of dubbel in april, mei, juni
    De bloemknoppen zijn bijna rond en doen denken aan parels, vandaar de Nederlandse naam.
    Rijkbloeiend.
    Na de bloei is het raadzaam om de uitgebloeide takken terug te snoeien tot een sterke knop en om de 3 jaar de oude takken tot de grond weg te snoeien.

    Planten :
    Zowel als solitair als in groepen toe te passen.
    Kan ook gebruikt worden als achtergrondheester in de border.
    Bloeit ongeveer gelijktijdig met de magnolia.

    Eigenschappen:
    Exochorda is niet vatbaar voor ziektes, maar staat het liefst wel beschut.
    Ze zou niet geheel wintervast zijn maar deze winter (2008-09) heeft ze toch de -20°C zonder schade overleefd.

    Vermeerderen :
    door het nemen van zomerstek of door afleggen.

    Soorten :
    Er bestaan verschillende cultivars maar de meest bekende is

    -Exochorda macrantha 'The Bride', blijft lager namelijk 1 à 1,5m.

    Weetjes :

    Een verrassend voorbeeld van een echt uitbundige bloeier is de Exochorda macrantha 'The Bride'. Zoals de naam al verraadt, vormt deze struik een sluier van helderwitte bloemen, die mooi afsteken tegen het frisgroene blad.

    Een lichte, strak gevormde vaas vormt een mooie tegenhanger voor deze wat los groeiende struik met breed overhangende takken. Deze combinatie past ook prima in de voorjaarstrend van dit jaar, waarin bleke pasteltinten een belangrijke rol spelen.

    Ook is het belangrijk dat het overtollige water goed weg kan lopen. Planten houden niet van een te natte kluit. Zorg voor een goed afvoergat onder in de pot. Leg daarop een grote potscherf om te voorkomen dat het gaatje verstopt raakt met grond en wortels

    Snoeien
    Uitgebloeide scheuten na de bloei terugsnoeien tot een sterke knop. Om de 3 à 4 jaar enkele van de oudere takken tot bij de basis weg te snoeien. Dit stimuleert de vorming van nieuwe scheuten.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (19 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pittosporum tobira
     

    Pittosporum tobira


    Botanische naam  : Pittosporum tobira
    Nederlandse naam :
    Herkomst         : China, Japan
    Bijzonderheden   :
    Vochtbehoefte    : 's zomers rijkelijk
    Licht            : half schaduw, zon
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme
    Blad             : wintergroen
    Vermeerdering    : stekken, zaaien
    Voedingsbehoeft  : om de week
    Overwintering    : temperatuur 4- 8 ø, temperatuur 8-12 ø, licht

    Standplaats:
    Zonnig of halfschaduw. Goed gedraineerde, humusrijke grond.
    verlangt een vruchtbare, goed humusrijke grond met een beetje klei daaraan toegevoegd. In de zomer moet de grond permanent vochtig zijn

    Kenmerken:
    Het fraaie, blad en de bloemen maken van deze plant een meer en meer toegepaste terrasplant.
    De plant is ook bij bloemschikkers geliefd omwille van het decoratieve, leerachtige blad.
    Pittosporum kan in de zomer buiten staan en is heel geschikt om op een balkon of terras te worden gehouden

    Bloemen :
    Bloeit in het voorjaar (april-juni) met witte stervormige en geurende bloemen (de geur doet aan die van
    sinaasappelbloesem denken).
    Na de bloemen verschijnen de harde ronde vruchten.

    Planten :
    In ons klimaat moet Pittosporum binnen op een vorstvrije plaats overwinteren

    Eigenschappen:
    Overwinter de plant op een lichte, koele (5-10°C) plaats.
    wintergroen
    decoratief
    geurend
    terrasplant
    donkergroen blad
    witte stervormige bloemen

    Vermeerderen :
    Door zaaien of stekken

    Soorten :
    Er zijn meer dan tweehonderd soorten. Ze zijn allemaal groenblijvend.
    Pittosporum tobira 'Variegatum' heeft eivormige bladen en is onregelmatig wit gerand.
    Pittosporum tobira 'Wheeler's Dwarf' is kleinbladiger dan de gewone soort

    Pittosporum tobira nanum – maximum hoogte 1,2m breedte 1m, zelfde kenmerken als hierboven , maar wel met effen groen blad Èn de struik is héél compact.

    Pittosporum tenuifolium, kleinbladige, kleine heester groeit tot 1m hoog en 0,8m breed, mooi olijkgroen blinkend blaadje, geschikt als heestertje in borders, klein haagje.

    Pittosporum tenuifolium ‘ Goldstar’ matig winterhard, groeit slechts 15 cm per jaar. Blad is zacht groen met crÍmegele rand . max hoogte 1m – breedte 0,80m

    Pittosporum tenuifolium ‘ Irene Paterson’ : eveneens een dwergvorm met na 5 jaar een hoogte van amper +- 70 cm . Dit is een bladhoudend, luchtig heestertje met zilverbont blinkend blaadje, met roomwitte bloei in mei en juni.


    Pittosporum heterofylum : bladhoudend, eerder zachtgroen, groeit ongeveer 25 cm per jaar. Bloemkleur zacht zwavelgeel in mei/ juni.

    Pittosporum parvilimbum ( geurend
    Bloeit wit in mei – juni, groeit slechts 10 cm per jaar, maar is héél zeldzaam.


    Weetjes :

    Algemene tips voor planten in potten:
    neem een aangepaste potgrond die goed voorzien is van de nodige voedingsstoffen.
    Er zijn in de handel ook potgronden verkrijgbaar waaraan waterabsorberende polymeren zijn toegevoegd, waardoor de planten minder vaak water moeten krijgen.
    zorg ervoor dat water steeds kan weglopen.
    De meeste soorten houden niet van natte voeten, dit kan wortelrot veroorzaken.
    voor een goede drainage leg je onderaan de pot een laag hydrokorrels.
    leg bovenop deze laag een vel antiworteldoek, vliesdoek of geperforeerd plastic zodat de grond van de korrels gescheiden blijft. Dit kan nuttig zijn bij het verpotten.
    vul de potten met potgrond tot enkele centimeters onder de potrand. Zo kan het gietwater goed in de grond trekken.
    wat water betreft hou je rekening met deze stelregel:
    hoe meer blad de plant heeft, hoe meer water er zal verdampen en hoe meer u zult moeten gieten.
    In dit verband is ook de standplaats belangrijk: op een warme plaats verbruikt de plant meer water dan op een koele plek. Een plant die op een winderige plaats staat zal ook meer water verdampen.
    potplanten moeten hun voedingsstoffen uit een beperkte ruimte halen. Zorg dus dat er steeds voldoende voedingsstoffen aanwezig zijn.
    afhankelijk van de soort kan verpotten in het voorjaar (april) nuttig zijn.

    Deze struik heeft glanzend groene en of meerkleurige bladeren afhankelijk van de soort , en kan 2m. hoog worden. De bladeren worden veel gebruikt in de bloemsierkunst. Aan het einde van het voorjaar vormen zich stervormige, roomwitte, geurende bloemen. Zijn natuurlijke groeiplaats is Japan en China. Hij gedijt op een zonnige standplaats en leent zich uitstekend voor vormsnoei. Op een beschutte plaats is hij volledig winterhard.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (4 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Prunus triloba
     

    Prunus triloba


    Botanische naam  : Prunus triloba
    Nederlandse naam : Amandelboompje
    Herkomst         : Oost-Azi(in 't wild echter onbekend)
    Bijzonderheden   : op stam ge?t, bloem halfgevuld
    Grondsoort       : alle
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Groep            : (sier)heesters
    Gebruik          : solitair, tuinen
    Hoogte           : 0.50-1.00 m
    Vorm             : spreidend
    Bloeikleur/vorm  : roze
    Bloeitijd        : april, mei
    Blad             : bladverliezend
    Vrucht           : rood/bruin

    Standplaats:
    De amandelboom is ook bij ons een opvallende voorjaarsbloeier. Hij groeit het beste op een beschutte plaats in de volle zon

    Bloemen :
    De bloemen van de amandelboom verschijnen in maart-april op de takken voor de bladontwikkeling. Snijtakken worden vaak in de bloemhandel aangeboden. Regelmatig wilde scheuten wegnemen. Na de bloei, omstreeks april-mei steeds kort insnoeien anders sterven oudere twijgen vlugger af.

    Planten :
    Prunus triloba en Prunus tenella zijn kleine sieramandelboompjes die graag in tuinen geplant worden om hun vroege en overvloedige bloei.

    Werkzame bestanddelen:
    In de natuurgeneeswijze wordt tegenwoordig bitteramandelwater (Oleum Amygdalarum aethericum) gebruikt bij hoest en braakneiging. Dit middel wordt ook gebruikt om gebak te aromatiseren en de smaak van geneeskrachtige sappen te verbeteren.

    Eigenschappen:
    decoratief
    snijbloem
    rijkbloeiend
    ronde kroon

    Vermeerderen :
    door enten

    Weetjes :

    Het amandelboompje is afkomstig uit Oost-Azië (in 't wild echter onbekend) en altijd op een stam geënt. Prunus triloba is zéér gekend omwille van zijn vroege, dubbelroze bloempjes.

    De amandelboom is inheems in Centraal-Azië en het oostelijke Middellandse-Zeegebied. Sinds meer dan 2000 jaar wordt hij in het mediterrane gebied gecultiveerd. Men vermoedt dat handelaren amandelbomen vanuit China langs de oude zijdenroute naar Europa en het Middenoosten gebracht hebben. Spaanse Franciscaner monniken brachten de amandelboom in de 17e eeuw naar Californië. De professionele amandelteelt begon in de 19e eeuw.

    In alle Europese talen gaat de naam voor deze steenvrucht terug naar het Griekse woord amygdale of amygdalos. Prunus (een soortnaam) is afgeleid van proummon wat eigenlijk pruim (dt. Pflaume) betekent. Dulcis betekent zoet en heeft betrekking op de zoete pitten.

    Amandelboompje (Prunus triloba): zal betrouwbaarder bloeien als er elk jaar wordt gesnoeid. Snoeien in de vroege zomer

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (6 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Limonium latifolium
     

    Limonium latifolium


    Botanische naam  : Limonium latifolium
    Nederlandse naam : Statice, Lamsoor,zeelavendel
    Herkomst         : Centraal-Europa, Kaukasus
    Bijzonderheden   :
    Grondsoort       : alle, zand
    Vochtbehoefte    : droog, normaal
    Licht            : zon
    Wind             : zeewind bestendig
    Gebruik          : borders, kust/zeewind, snijbloem, droogbloem, insecten
    Hoogte           : 0.40-0.60 m
    Bloeikleur/vorm  : lila, blauw
    Bloeitijd        : juni, juli, augustus
    Blad             : groen

    Standplaats:
    Ze staan graag in de volle zon op goed gedraineerde grond. Ook tegen zoute lucht is de plant goed bestand
    Limonium latifolium is een losgroeiende plant met lichtpaarse bloemenwolk. De hoogte van Limonium latifolium bedraagt ongeveer 40 tot 50 cm. verlangt een zonnige standplaats. De bodem dient goed waterdoorlatend te zijn.

    Kenmerken:
    De Statice soorten zijn éénjarig, tweejarig of zijn vaste planten en behoren tot de familie der Plumbaginaceae, afkomstig uit het Middelands Zeegebied.
    Alle soorten zijn aangepast aan groei op droge standplaatsen.
    Mooie plant die in de voorgrond van de border het beste tot haar recht komt. Limonium latifolium kan ook als snijbloem gebruikt worden.

    Bloemen :
    Deze lamsoor bloeit in de periode juli-augustus

    Planten :
    Ze zijn ook geschikt als perkplanten, voor de border, potten, randbeplanting,rotstuin
    Plant ze in gewone tuingrond en op een zonnige plek.

    Gebruikte delen:
    De bloemstengels zijn goed vertakt en is daarom als decoratieve snijbloem uitstekend geschikt in boeketten. Ook kunt u de stengels met bloemetjes goed drogen.

    Eigenschappen:
    Vooral zeer bekend omdat ze veel verkocht worden als droogbloemen onder de naam Statice, hebben het voordeel dat ze hun kleur behouden bij het drogen.
    De beste pluktijd is juist voor de bloempjes open gaan.

    Vermeerderen :
    De plant vermeerdert zich vooral vegetatief door middel van stekken.
    Zaaitijd buitenteelt: Statice sinuata : zaaien in de winter, uitplanten in het voorjaar. De buitenteelt van Statice sinuata is niet gemakkelijk, aangezien de bloem smetgevoelig is en dus niet bij vochtig weer geoogst kan worden.
    S. suwurowii wordt in april gezaaid.
    Zaadverbruik: S. sinuata: 350 zaden per gram. Voor 1.000 planten ongeveer 5 gram nodig.
    S. suwurowii: 400 zaden per gram. Voor 1.000 planten ongeveer 5 gram nodig Voor regelzaai ongeveer 100 gram zaad nodig voor 100 m2.

    Soorten :

    De statice sinuata vormt een bij de grond staand roset, de bloemstelen zijn gevleugeld, verlangt een lichte standplaats.
    De staartstatice is een éénjarig gewas met kantige bloemstengels met vertakte aren van kleine rose bloemen. Is geschikt voor de teelt onder glas en als buitenteelt. Hoogte ± 65 cm. Dit gewas is ook bijzonder geschikt om te drogen; de kleur blijft bijzonder goed, terwijl de stengels in gedroogde toestand vrij stevig blijven
    Kieming : 10 tot 14 dagen bij 15-18 o C.
    Zaaitijd kasteelt: Bij Statice sinuata wordt uitgegaan van pluggen, welke in de winter gezaaid worden. De plant heeft een hoeveelheid koude nodig voor de aanleg van de bloemknop. Ook gaat men vaak uit van materiaal, vermeerderd via weekselkweek.

    Statice suworowii kan in januari-februari gezaaid worden en in maart in de kas geplant worden.


    Weetjes :

    Ziekten
    Botrytis, Bladluis en Spint kunnen voorkomen in Statice.
    Preventie:
    1. Tijdens de teelt; ‐ Bloemen niet in aanraking laten komen met water.
    Stoken en luchten tijdens de bloei.
    Preventief bestrijden.
    2. Tijdens de verwerking; ‐ Vochtige bloemen nooit in de koelcel plaatsen.
    Bloemen niet te strak bossen zodat het vocht door het ademen van het blad kan verdampen.
    Beschadigde of losse bladeren verwijderen, daar deze gemakkelijk door Botrytis worden aangetast.
    Emmers goed schoon houden.

    Grondontsmetting (stomen)
    Grondontsmetting bij de teelt van limonium wordt aangeraden; het geeft meestal een groeistimulans en het perceel wordt voor een groot deel onkruidvrij. Bovendien is het nuttig omdat het aaltjes,ritnaalden, wortelduizendpoot en Rhizoctonia bestrijdt.

    Grondbewerking
    Voor het uitplanten van de limonium moet de grond goed bewerkt worden. Meestal is een grondbewerking van 40 cm voldoende, tenzij er dieper in het profiel storende lagen voorkomen.
    Fouten bij de grondbewerking kunnen tijdens de teelt niet meer worden hersteld. Een gevolg van een slechte structuur van de bovengrond is dat het planten minder gemakkelijk gaat en het plantmateriaal moeilijker aanslaat. Dit alles kan leiden tot een verhoogde uitval. Vooral het vochtgehalte van de grond tijdens de grondbewerking speelt een belangrijke rol. Bij bewerking van te vochtige kleigronden kan makkelijk structuurbederf optreden. 
    In de meest gevallen wordt de grond bewerkt met een spitfrees.
    Op de zwaardere gronden worden de bedden nog eens extra bewerkt met een frees.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (3 Stemmen)
    11-03-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Lagurus ovatus
     

    Lagurus ovatus


    Botanische naam  : Lagurus ovatus
    Nederlandse naam : Hazestaartje
    Herkomst         : Middellandse-Zeegebied
    Bijzonderheden   :
    Grondsoort       : alle
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Groep            : 1 jarig
    Gebruik          : borders, droogbloem, siergrassen
    Hoogte           : 0.10-0.30 m
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme
    Bloeitijd        : juli, augustus
    Blad             : groen

    Standplaats:
    Op open, droge zandgrond, vooral aan de rand van ontziltende hoge schorren.

    Kenmerken:
    Snijbloem, Droogbloem, Opvallende bladeren
    Een dichte pol van frisgroen opgaande bladeren.
    De aren zijn kort, dik en zacht zoals langgerekte pomponnetjes, wollig behaard, witachtig/groenig

    Bloemen :
    De dichte en zacht witbehaarde bloeiwijze is ei- of bolvormig en 1 tot 4 cm lang. De aartjes met de naalden zijn 0,8 tot 1 cm lang.

    Planten :
    Zonnige, open plaatsen op droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, kalkrijke, vaak brakke zandgrond.
    Groeiplaatsen: Duinen en aan de rand van ontziltende hoge kwelders.

    Eigenschappen:

    * Polvormig, eenjarig siergras.
    * Goed bestand tegen ziekten en plagen.
    * Geschikt voor droogboeketten

    Vermeerderen :
    Zaaien
    de pluimpjes goed binnen drogen en de zaden komen dan mooi los

    Weetjes :

    Het ‘hazenstaartje’ is een eenjarig siergrasje, tot 50 cm hoog groeiend en de hele zomer bloeiend met de typische, pluizige, roomwitte aartjes die een originele toevoeging zijn van boeketten, vers of gedroogd


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    09-03-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Crocus cancellatus
    Crocus cancellatus

     Crocus cancellatus


    Botanische naam  : Crocus cancellatus
    Nederlandse naam : Krokus
    Herkomst         : Klein-Azié, Noordwest-Iran
    Bijzonderheden   : bloei voor blad
    Grondsoort       : alle, humeus
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Groep            : knol
    Gebruik          : rotstuinen, kuipen/potten
    Hoogte           : < 0.15 m
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme, lila
    Bloeitijd        : september, oktober
    Plantdiepte      : 0.05-0.10 m


    Synoniemen:

    C.cancellatus var. Cilicicus,
    C.cancellatus var. kotschianus en
    C. cilicicus)

    Intro: voor 1841. Herkomst: Zuid-Turkije, West-Syrië, Libanon en Noord-Israël.

    -De bloemkleur van deze zeven tot tien cm hoge species is licht blauwachtig lila met aan de buitenzijde een violette blos.

    -De buitenste kelkblaadjes zijn violet gestreept.

    -Heel mooi zijn de oranje stempels.

    -Na de bloei verschijnen de bladeren.

    -De knolletjes zijn eetbaar.

    -Bloeitijd: eind september-oktober.

    -Bolgrootte: 8 cm.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (3 Stemmen)
    07-03-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ranunculus ficaria
     

    Ranunculus ficaria


    Botanische naam  : ranunculus ficaria
    Nederlandse naam : Speenkruid
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   : Maakt okselknolletjes
    Grondsoort       : alle
    Vochtbehoefte    : normaal, vochtig
    Licht            : half schaduw, zon
    Groep            : vast
    Gebruik          : grasland, bos en struweel
    Hoogte           : < 0.10, 0.10-0.30
    Vorm             : bodembedekker
    Bloeikleur/vorm  : geel
    Bloeitijd        : maart, april, mei
    Voedingsbehoeft  : voedselrijk, zeer voedselrijk
    Concurrentiekra  : matig


    Standplaats:
    Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke grond
    De plant komt algemeen voor op vochtige gronden, langs natte bosranden en slootkanten.

    Kenmerken:
    De plant wordt tot 30 cm hoog. De hartvormige bladeren zitten aan het uiteinde van een lange bladsteel. De gele bloemen hebben acht tot twaalf kroonbladeren en drie groene kelkbladeren, een afwijking ten opzichte van de overige leden van de ranonkelfamilie. Bij slecht weer blijven de bloemen gesloten, bij zon spreidt de bloem zich wijd open. De planten vormen als het ware een "tapijt", het geheel is niet hoger dan 10 cm.

    Bloemen :
    bloeit van maart tot mei
    Na de bloei sterft het bovengrondse deel van de plant af, de ondergrondse knolletjes van enkele millimeters lengte blijven in leven voor het volgende jaar.

    De gele bloemen zijn 2 tot 3 cm groot. Ze bestaan uit 6 tot 12 langwerpig-eironde kroonbladen en 3 of soms 4 bleekgroene, afgerond driehoekige kelkbladen.

    Planten :
    Op beschaduwde of grazige, vochtige, voedselrijke bodem; zoutmijdend.
    aantal per m² : 9-15

    Gebruikte delen:
    De bladeren van gewoon speenkruid bevatten veel vitamine C. Vroeger werd de plant dan ook gebruikt tegen scheurbuik. Ze werd ook veel verwerkt in salades. Belangrijk is dat de bladeren dan voor de bloei worden geplukt. Tijdens de bloei ontwikkelt de plant in de bladeren namelijk protoanemonine en saponine, giftige stoffen. De bladeren smaken dan bitter, en ze wordt dan ook door weidedieren gemeden.

    Werkzame bestanddelen:
    Bij drogen wordt protoanemonine omgezet in een minder werkzame stof, anemcunine, die ook giftig is.
    In de Apennijnen en de Alpenlanden werd het plantesap vroeger gebruikt als pijlgif. De plant bevat ook etherische olie.
    De wortel bevat anemonine, tannine en triterpeensaponinen. Vroeger werd ze in- en uitwendig gebruikt bij aambeien. Inwendig gebruik is echter niet verantwoord.

    Eigenschappen:
    Het bijzondere van speenkruid is dat het alleen van maart tot mei groeit en niet in andere jaargetijden.

    Vermeerderen :
    Gewoon speenkruid verspreidt zich zowel door zaadvorming en verspreiding als door knollen. Deze laatste groeien niet alleen in de grond, maar ook als broedknollen in de oksels van de bladstelen. In een tuin is gewoon speenkruid een aardig plantje, maar het moet wel in de hand gehouden worden omdat het zich via de in de grond blijvende knolletjes snel verspreidt.

    Soorten :

    --R ficaria cupreus Koperkleurig geel. Hart citroengeel. Enkelbloemig.

    --R ficaria album Wit. Enkelbloemig.

    --R ficaria 'Brazen Hussy' Diepgeel. Blad zeer donker groenblauw. Enkelbloemig.

    --R ficaria 'Salmon's White' Bloemblaadjes ivoorkleurig wit met bleekgeel hart. Enkelbloemig.

    --R ficaria 'Primrose' Bleekgeel. Brede bloemblaadjes. Enkelbloemig.

    --R ficaria flore pleno Citroengeel. Groen hart. Dubbelbloemig.

    --R ficaria 'Picton's Double' Heldergeel. Dubbelbloemig.

    --R ficaria 'E.A. Bowles' Helder lichtgeel. Dubbelbloemig.

    --R ficaria 'Collarette' Matgeel. Dubbelbloemig.

    Weetjes :

    Het gewoon speenkruid (Ranunculus ficaria subsp. bulbilifer) is een laagblijvende voorjaarsbloeier die behoort tot de ranonkelfamilie (Ranunculaceae).
    De soortaanduiding ficaria komt van het Latijnse Ficus, dat vijg betekent.
    Oude namen voor deze plant zijn 'vijgwortel', 'oaneklootjes' en 'katteklootjes'.

    De naam 'speenkruid' is volgens sommigen afgeleid van de vorm van de knollen, die op kleine speentjes lijken. Volgens anderen is de naam afgeleid van de toepassing tegen aambeien, oftewel speen.

    Je moet er wel van houden want hij woekert enorm, een voordeel is dat hij alleen in de lente te zien is en dan valt het nog mee want in deze periode bloeit er nog niet zoveel in de tuin , tenzij de voorjaarsbloeiers die er wel mooi bij passen

    De Nederlandse naam Speenkruid slaat op de knotsvormige verdikkingen aan de wortels van het plantje. Die vormen een voedselreserve. In het Duits heet Speenkruid ‘Scharbockskraut’, letterlijk vertaald ‘Scheurbuikkruid’. De plantjes zijn immers , in een jong stadium, rijk aan vitamine C.

    Vroeger, toen vers fruit en groenten aan het eind van de winter zeldzaam waren, vormden de vroege Speenkruidplantjes een welkome bron van vitamine C. Op die manier hielpen ze om de gevreesde scheurbuik (een ziekte veroorzaakt door tekort aan vitamine C) te voorkomen. Je mag wel niet te lang wachten alvorens de plantjes te verbruiken: naarmate ze ouder worden en beginnen bloeien verhoogt de concentratie aan giftige stoffen. Soms zie je op bladeren van Speenkruid gele verdikkingen. Deze worden veroorzaakt door parasiterende roestzwammen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (1 Stemmen)
    04-03-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Geranium
    GERANIUM - OOIEVAARSBEK

    Uitgebreide informatie over deze plantensoort

    Kenmerken :
    -Veelzijdige vaste planten voor rotstuin,perk en natuurtuin
    -Groeiplaats  -:Zon tot halfschaduw, doorlatende grond
    -Hoogte        -:10 tot 80 cm
    -Bloeitijd      -:mei-sept

    Vermeerderen
    :zaaien tot maart bij de soort, uitplanten in sept
    :scheuren en herplanten in het najaar
    :wortelstokken

    Snoeien :
    na de bloei afsnijden voor soms een tweede bloei

    SOORTEN-:

    VOOR ROTSTUIN-:

    -G.CINEREUM :15 cm,paarsrood,juni-sept
           -Ballerina  :zilverachtig rood met donkere adering 
           -Giuseppii :diep paarsrood
           -Splendens:zalmkleurig 

    -G.DALMATICUM :10 cm,roze,juli-aug
           -Bressingham Pink:donkerroze
           -Album :wit

    -G.RENARDII :30 cm,wit met violettekening,juni

    Bodembedekkers en voor verwildering

    -G.ENDRESSII :25 cm,roze,juni-aug
         
    -Wargrave Pink :45 cm, zalmkleurig
         
    -Rosa de Claire :45 cm,roze met witte adering
          -A.T.Johnson :zilverig roze
         
    -Claridge Druce :60 cm,roze-violet,juni-juli

    -G.ERIOSTEMON :50 cm,roodviolet,juni-juli

    -G.MACRORRHIZUM :30 cm,purperrood,mei-juli
         
    -Ingwersen :20 cm,violetroze
         
    -Spessart :30 cm,zachtroze,goede bodembedekker, kalkminnend
         
    -Album :wit met rode meeldraden,groenblijvend
         
    -Variegata :witbonte bladeren en lichtpaarse bloem'n

    -G.MEEBOLDII :50 cm,blauwviolet met donker oog,
         
    -Johnson Blue :glanzend blauw

    -G.PLATYPETALUM :70 cm,blauwviolet,rijkbloeiend,juni-aug

    -G.SANGUINEUM/INHEEMSE BLOEDOOIEVAARSBEK :20 cm,karmijnrood,mei-hele zomer 
          
    -Album :wit,iets hoger
         
    -Lancastrense :kleiner blad,grote,roze,roodgeaarde bloemen
         
    -G.S.PROSTRATUM :20 cm,purperroze,

    -G.SYLVATICUM/BOSOOIEVAARSBEK ,iets vochtiger grond nodig :60 cm,purperblauw,mei-juli
         
    -Album :wit
         
    -Mayflower : lichtblauw 
         
    -G.WALLICHIANUM :20 cm,violetrood met donkere aders,aug-sept
         
    -Buxton's Blue :blauwviolet met licht hart

    VOOR BLOEMBED-:

    -G.HIMALAYENSE :breidt zich uit door schijnwortelstokken
         
    -Johnson Blue :30 cm,lavendelblauw,mei-juli

    -G.X MAGNIFICUM :paars,juni-juli

    -G.PRATENSE/BEEMDOOEIVAARSBEK :60 cm,blauwpaars,juni-aug
         
    -Mrs.Kendall Clark:parelgrijs met roze gloed
         
    -Kashmir White :wit,laag
         
    -Plenum :gevulde bloemen

    -G.PSILOSTEMON :vorstgevoelig,magenta,juni-juli,80 cm


       
     geranium_himalayense                                 Geranium sanguineum.

     
    Geranium endressii.                            geranium_renardi

     
    Geranium cantabrigiense                     Geranium‑maderense

     
    Geranium magnificum                         Geranium robertianum

      
     Geranium macrorrhizum                    Geranium sylvaticum

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (29 Stemmen)
    02-03-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Maarttips
    MAARTTIPS

    KALENDER MAART KAMERPLANTEN

    ZAAIEN:
    Op een warme en lichte plaats

    Nu zaaien van :
    --ANAGALLIS (guigelheil) --CENTA~ (korenbloem) --MALVA (groot- kaasjeskruid)--CACTUSSEN--STREPTOCARPUS--IJSKRUID--PORTULAK--DRIEJKLEURIGE WINDE--LEEUWEBEKJES—

    -Wie ruimte heeft voor een grote eenjarige,kan nu zaden van RICINUS of de wonderboom laten kiemen.

    -JAPANSE HOP voor het balkon moet deze maand in huis in een kweekbakje worden gezaaid.

    PLANTEN:
    Uitplanten van: --PRIMULA 'S--VIOLA—

    VERMEERDEREN:
    -Kopstek :--PLUMBAGO--OLEANDER--GRANAATAPPEL--PHILODENDRON--DIEFFENBACHIA--HIBISCUS--GARDENIA—
    -Marcoteren :--CITRUS-SOORTEN—
    -Scheuren : --ANTHlRIUM--
    -Scheutstek :--MONSTERA--DIEFFENBACHIA--HIBISCUS--GARDENIA--BEGONIA-- --AGLAONEMA--
    -Stengelstek : --DRACAENA--YUCCA—
    -Vruchtstek :--ANANAS--

    VERPOTTEN:
    Bladplanten en bloeiende planten waarvan de potkluit volledig is doorgeworteld,kunnen nu aan het begin van de groeitijd verpot worden.
    --MONSTERA(gatenplant)--FICUS--STEPHANOTIS(bruidsbloem)--ORCHIDEEEN—

    -STAPELIA of aasbloem kan worden verpot;bij deze succulente plant komen alleen knoppen aan de jongere delen.Een mengsel van lavagruis en potgrond is ideaal. Daarna een hele week lang niet gieten.

    TIPS:
    -Als de dagen langer worden en de temperatuur op de vensterbank stijgt,hebben de planten wat meer water en voedingsstoffen nodig. Vooral de bloeiende planten.

    -De KERSTCACTUS verlangt na de bloei een rustperiode in een koele kamer zonder zon.



    KALENDER MAART SIERTUIN

    ZAAIEN:
    -In warme kas of serre:
    --BALSEMIEN--ZINNIA--SIERERWT--SALPIGLOSSIS--KATTESNOR-- --IPOMOEA--

    -Ter plaatse :
    --SCHEEFBLOEM--KLAPROOS--GIPSKRUID--GOUDSBLOEM--KORENBLOEM-- --JUFFERTJE-IN-'T-GROEN--BOLDERIK—

    PLANTEN:
    -Bomen en struiken kunnen bij vorstvrij weer nog uitgeplant worden. Het plantvak wordt met kompost verbeterd. -Ook vaste planten kunt u nu uitplanten en of scheuren.
    -Knollen van ANEMONEN worden voor het planten 24 uur in lauwwarm water gelegd.Ze lopen dan sneller uit.
    -TIJGERBLOEMEN,LELIES en MONTBRETIA'S worden nu geplant.
    -De knollen van de GLORIOSA kunnen nu in potten worden geplant.

    STEKKEN:
    -Dahliaplanten die men opplant en op een warme plaats neerzet, maken jonge scheuten die nu gestekt kunnen worden.
    -Van dahliaknollen die al scheuten gevormd hebben kunnen we deze eraf trekken en als stek laten dienst doen (stektemperatuur 20 a 25'C)

    SNOEIEN:
    -Heesters die in de zomer bloeien worden gesnoeid.
    -Heesters die in het voorjaar bloeien worden pas na de bloei gedund.
    Dit geldt bv. voor FORSYTHIA--PEPERBOOMPJE--TOVERHAZELAAR--HAZELAAR alleen als het nodig is.

    -Struik- en klimrozen snoeien.
    -Uitgebloeide HEIDE krijgt nu ook een snoeibeurt.Daarna turf tussen de planten uitstrooien.
    -Is de zomerbloeiende CLEMATIS "JACKMANII"te woest geworden, dan kan de plant tot op 50 cm hoogte worden afgeknipt.
    -HIBISCUS verdraagt een flinke snoeibeurt.In geval van ernstige vorstschade zelfs tot bij de grond.

    TIPS:
    -Dichtgeslagen composthopen moeten nu omgezet worden, hierdoor komt de vertering weer op gang.
    -Gazons mogen vanaf deze maand verlucht worden en strooit wat kompost erover Het moet wel voldoende droog en stevig zijn.
    -Met zacht weer groeien kruiskruid en bittere veldkers steeds door en die kunnen nu alweer bloeien.Daarom is het belangrijk dat deze eerste onkruiden gewied worden voordat ze zich uitzaaien. -Tegen het eind van de maand het winterdek van de rozen verwijderen.
    -Knolbegonia's in vochtige turfmolm in huis op een warme plaats voorkiemen.
    -Wanneer het de laatste maanden weinig geregend heeft, moeten RODODENDRON en AZALEA'5 flink gegoten worden.


    KALENDER MAART MOESTUIN

    ZAAIEN:
    -Direkt op de plaats van bestemming:
    -RADIJS - -RAAPSTELEN - - PEENTJES - -SPINAZIE- -KROOTJES - -PEUL VRUCHTEN - -SNIJSLA -
    --CAPUCIJNERS- -RAMMENAS - -BINDSLA - -KERVEL- -SNIJBIET--

    -Binnenshuis voorzaaien:
    --TOMAAT--PAPRIKA--AUBERGINE--ANDIJVIE--SLA--SELDERIJ—

    PLANTEN:
    -Tegen het einde van de maand:
    --PLANTUITJES--SLA--VROEGE AARDAPPELS--DOORDRAGENDE AARDBEIEN--ANDIJVIE--
    --BLOEMKOOL--KOOLRABI--SAVOOIKOOL--SPITSKOOL--TUINBONEN--ERWTEN--PEULEN—

    -Fruitbomen en struiken met kale wortels kunnen de komende maand worden geplant.
    -Tot half maart kan RABARBER worden geplant. Kan ook worden vervroegd door er een emmer over te zetten.
    -UITJES worden geplant op een onderlinge afstand van 30x5cm.Bedek het veld met insektengaas of vliesdoek om aantasting door uienvlieg te voorkomen.
    -De vroege AARDAPPELS worden vanaf half maart geplant op een onderlinge afstand van 75 x 35 cm.

    VERMEERDEREN:
    BRAMEN en BESSEN die vorig jaar zijn afgelegd, snijdt u nu " van de moederplant los en plant u opnieuw.

    OOGSTEN:
    Ui -VELDSLA--DE LAATSTE PREI--BOEREKOOL--SPRUITJES--SNIJBIET—

    TIPS:
    -De composthoop wordt omgezet om de verdere vertering te bevorderen.
    -Bij de AARDBEIEN worden dorre bladeren verwijderd en de basisbemesting voor het komende jaar gestrooid.
    -Het glas van de platte bak en serre wordt schoongemaakt.
    -De lijmbanden worden verwijderd en de stam eronder schoongeborsteld. -MEELDAUWTOPJES bij kruisbessen, zwarte bessen en appels worden zo snel mogelijk verwijderd om verdere uitbreiding van de ziekte te voorkomen.De afgesneden topjes gaan met de vuilnisman mee of worden verbrand.
    -Wanneer bij controle van de fruitbomen en struiken veel schadelijke RUPSEN voorkomen spuiten we met een middel op basis van bacillus thuringiensis zoals bv. "AA BIO RUPS"-"BACTOSPEINE"-of "THURICIDE".
    -Deze maand wordt een basisbemesting gegeven. Hiervoor komen langzaamwerkende meststoffen in anmerking, zoals bloed-en of beendermeel en mengmeststof van bv.12 + 10 + 18 .

    -PERZIKBOOMPJES in de kas worden tijdens de bloei bestoven door met een heel zachte borstel langs de takken met bloemen te "aaien".

    ZIEKTEN:
    -Bij fruitbomen en struiken in het algemeen regelmatig spuiten met een schimmeldodend middel.
    -Bij PRUIME-EN KERSEBOMEN attent zijn op bladluizen.
    -Bij ZWARTE BES en KRUISBES kunnen de jonge topjes aangetast zijn door de Amerikaanse kruisbessenmeeldauw.


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (4 Stemmen)
    26-02-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Smilacina racemosa
     

    Smilacina racemosa

    Botanische naam  : Smilacina racemosa
    Nederlandse naam : Valse salomonszegel
    Herkomst         : Noord-Amerika
    Bijzonderheden   :
    Grondsoort       : alle, humeus, veen
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : schaduw, half schaduw
    Gebruik          : borders, bostuinen
    Hoogte           : 0.60-0.80 m
    Bloeikleur/vorm  : geurend, wit/créme, pluim
    Bloeitijd        : mei, juni
    Blad             : groen
    Vrucht           : paars


    Standplaats:
    Verlangt een schaduwrijke en voedzame standplaats.
    Aantrekkelijke plant voor beschaduwde tot halfbeschaduwde plaatsen op vochtige, humusrijke grond.

    Kenmerken:
    Is traag maar ijzersterk met een kruipende wortelstok. Prachtige groene bladplant bovenaan sierlijke, dicht bebladerde stelen . Mooi blad dat in het najaar warm goudgeel verkleurt. In het najaar verschijnen er koraalrode bessen. Deze langzame groeier houdt van een humeuze plaats. De enigszins gebogen bloeitrossen ontluiken in mei en zijn 15 cm lang.

    Bloemen :
    Smilacina racemosa of valse salomonzegel,of vaste salomonszegel bloeit met crèmewitte bloempluimen in mei-juni ; 40 tot 60 cm

    Eigenschappen:

    --Standplaats lichtbehoefte: halfschaduw, schaduw
    --de plant heeft mooie herfsttinten
    --geschikt voor gebruik in de vasteplanten border
    --goed bruikbaar voor bodembedekking
    --geschikt voor groepsbeplantingen
    --geschikt voor onderbeplantingen (heesters, bomen)
    --deze plant vraagt of gedijt goed op vochthoudende gronden
    --deze plant vormt opvallende en aantrekkelijk bessen

    Vermeerderen :
    In oktober door het scheuren van oude pollen

    Soorten :
    Smilacina fusca
    Smilacina henryi
    Smilacina japonica
    Smilacina oleracea
    Smilacina purpurea
    Smilacina racemosa
    Smilacina racemosa var. amplexicaulis
    Smilacina stellata
    Smilacina trifolia

    Weetjes :

    Hij past goed bij varens, spirea, longkruid (Pulmonaria) en andere schaduwminnende vaste planten.

    De Smilacina racemosa wordt ook wel Maianthemum racemosa genoemd en behoort tot de familie Liliaceae. De Nederlandstalige naam van deze Smilacina is Valse salomonszegel. De Smilacina racemosa heeft een groen blad en een wit kleurige bloem. Deze vaste plant bloeit in mei en april en wordt ongeveer 80 cm hoog.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pernettya mucronata
     

    Pernettya mucronata


    Botanische naam  : Pernettya mucronata
    Nederlandse naam : Parelbes
    Herkomst         : Zuid-Amerika
    Bijzonderheden   : 2-huizig
    Grondsoort       : humeus
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : gevoelig
    Groep            : (sier)heesters
    Gebruik          : groepen/vakken, tuinen, heidetuinen
    Hoogte           : 0.50-1.00 m
    Vorm             : opgaand
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme, roze
    Bloeitijd        : mei, juni
    Blad             : wintergroen, gestekeld
    Vrucht           : wit, roze


    Standplaats:
    Groeit het best op een kalkvrije grond die enigszins vochtig en zanderig is, voorzien van veel humus (turf). Ideaal is een plaatsje in de halfschaduw. Kan u de bodem voldoende vochtig houden dan kunnen ze ook in de volle zon.
    Verdagen geen kalk, daarom ze nooit gieten met het leidingwater. Gebruik onthard water of regenwater. Geef altijd kalkarme meststoffen. In de handel zijn speciale meststoffen voor heidegrondplanten (zoals rhododendron, azalea) verkrijgbaar.

    Kenmerken:
    --Standplaats lichtbehoefte: halfschaduw
    --deze plant is vorstgevoelig
    --deze plant is wintergroen (groenblijvend)
    --de plant heeft mooie herfsttinten
    --geschikt voor gebruik in de heidetuin
    --deze plant vraagt of gedijt goed op vochthoudende gronden

    Bloemen :
    De knikkende witte bloempjes met een roze gloed, staan afzonderlijk in de bladoksels op korte steeltjes. De talrijke bessen zijn 8 tot 12 mm groot. Bij de wilde soort zijn ze rood.

    Planten :
    De planten zijn bij ons niet geheel winterhard. Plant ze daarom op een beschutte plaats en geef ze in de winter een bescherming van dennentakken die je eroverheen legt.
    Om zeker te zijn van voldoende kleurrijke bessen moet men naast de besdragende vrouwelijke planten, ook enkele niet-besdragende mannelijke exemplaren aanplanten.

    Eigenschappen:
    Gaultheria mucronata of parelbes, veenmytre (synoniem Pernettya mucronata),
    vormt een grote hoeveelheid kleurige bessen die de gehele winter aan de struik blijven zitten. Afkomstig uit Zuid-Amerika tot aan Vuurland. De planten groeien sterk vertakt en breed uit en vormen ondergrondse uitlopers, waardoor hij sterk kan uitbreiden. Tot de heidefamilie behorend, dus schuwen ze kalkrijke gronden. De bladeren zijn stevig leerachtig. Aan de bovenzijde glanzend donkergroen, aan de onderzijde een stuk lichter.

    Vermeerderen :
    door scheuren of stekken in november – december

    Soorten :
    Er zijn talrijke diverse tuincultivars met kleurschakeringen van wit naar roze tot rood en lila in mei-juni

    --Alba´ met witte vruchten.
    --Bell´s Seedling´ met rode vruchten.
    --Crimsonia': karmozijnrood
    --Lilian': lilaroze
    --Mas´ is een mannelijke vorm.
    --Parelmoer': lichtroze
    --Rosalind': helderroze
    --Rosea´ met roze vruchten.
    --Signaal': dieprood
    --Sneeuwwitje': zuiverwit met roze stippen
    --Stag River´ - deze cultivar is hermafrodiet, dus eenhuizig, en is in alle delen kleiner: habitus, bloemen en de roze vruchten zijn van de halve grootte dan bij de soort. Toch een goede aanwinst voor ons toch al veel te kleine tuinen.
    --Wintertime': zuiverwit

    Snoeien :
    Hoog opschietende planten in de winter of in het voorjaar sterk insnoeien om de vorming van nieuwe scheuten te stimuleren.

    Weetjes :

    Staat mooi in de rotstuin of de heidetuin. Je kan ze ook gebruiken om in de herfst je balkon mee op te fleuren. Vergeet dan niet de balkonbakken in de winter binnen te halen. De bloembakken kan u op een koele plaats overwinteren.

    Pernettya mucronata is een plant met unieke presentatie eigenschappen: De plant heeft klein puntig ovaalvormig blad. De plant is vooral gekend om de bessen. De bessen van een Pernettya mucronata verkleuren van wit/groen naar helder rood, rose of wit.

    Pernettya mucronata is een plant welke zich goed leent voor de aanplant van schalen en potten voor de najaar- en kerstperiode. Daarnaast is het een plant welke goed als terras- en kuipplant kan worden gebruikt

    De nederlandse naam is "Pernettya", familie van de Ericaceae. De bloemkleur is wit en de bloeitijd is van ca. mei tot en met juni. De bladeren zijn glimmendgroen. De volwassen hoogte van deze kleine heester is ca. 75 cm. Verdraagt een temperatuur tot -15 gr. C. en blijft de gehele winter groen. Ook als bodembedekker te gebruiken. Rose bessen.Geschikt voor een natte plaats.

    Waar een constante hoge grondwaterstand is zoals moerasachtige gebieden, langs oevers of sloten ed. Met een vochtige tot natte grond, die uit zuur, voedselarm, veen bestaat. Zonnig tot halfschaduw maar niet overmatig warm. Te combineren met vaste planten van het type bosrand- en borderplant maar niet te dicht er op.

    Een dichtvertakte besheester, die slechts een enkele maal in model geknipt hoeft te worden. De plant houdt van een beschutte standplaats. De plant is tweehuizig, d.w.z. er zijn planten met vrouwelijke bloemen en exemplaren met mannelijke bloemen. Een mannelijke plant is genoeg om meerdere vrouwelijke planten te bestuiven.

    Problemen :
    1)
    Pernettya’s sterven gedeeltelijk af, met insterving juist boven de grond. Op de wortels zijn oranje bolletjes te zien.

    Deze planten hebben last van voetrot, veroorzaakt door de schimmel Cylindrocladium. De oranjegekleurde bolletjes zijn microsclerotia (rustlichamen) van deze schimmel.

    De schimmel Cylindrocladium houdt van een vochtig, warm klimaat en overhead beregening, evenals van een overmaat aan voeding en andere stressfactoren die de plant zwakker maken.

    Hoe te voorkomen?
    Gebruik altijd alleen schoon uitgangsmateriaal (vrij van Cylindrocladium)
    Verwijder en vernietig aangetaste planten
    Verwijder en vernietig afgevallen bladeren

    Bestrijding is mogelijk met chloorthalonil (Daconil)

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (1 Stemmen)
    19-02-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Melilotus alba
     

    Melilotus alba


    Botanische naam  : Melilotus alba
    Nederlandse naam : Witte honingklaver
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   :
    Grondsoort       : alle
    Vochtbehoefte    : droog, normaal
    Licht            : zon
    Groep            : vast, tweejarig
    Gebruik          : pionier, ruigte
    Hoogte           : 0.30-0.60, > 0.60
    Vorm             : enkeling
    Bloeikleur/vorm  : wit
    Bloeitijd        : juli, augustus, september
    Vermeerdering    : zaaien
    Voedingsbehoeft  : matig voedselrijk, voedselrijk
    Concurrentiekra  : groot

    Standplaats:
    Zonnige, open plaatsen op vochtige tot droge, matig voedselrijke, omgewerkte, vaak kalkhoudende en stenige grond

    Kenmerken:
    Deze klaversoort kan een hoogte bereiken van ongeveer 1 meter. De bladeren zijn driedelig, gedeeld en langwerpig elliptisch. De randen van de bladeren zijn gekarteld. De gelige bloemtrossen groeien in losse bloemen boven elkaar aan de stengel. De vruchten met zaden zijn geelbruin en glad.
    Is een één of meerjarige plant

    Bloemen :
    Juli t/m september
    IJle bloemtrossen van 4 tot 6 cm met 40 tot 80 bloemen, wit, 4 tot 5 mm, de vlag duidelijk langer dan de zwaarden, vruchtbeginsel kaal, niet gesteeld (anders dan bij Citroengele honingklaver), bloemstelen 1 tot 2 mm.

    Vruchten: Peulen 3 tot 5 mm, kaal, omgekeerd eivormig, kaal, dof donkerbruin, 3 tot 6 dwarsrichels, een zeer korte snavel, gewoonlijk met 1 zaad.

    Planten :
    Akkerranden, bermen, spoorbermen, spoorwegterreinen, industrieterreinen, bij havens, braakliggende grond, parkeerplaatsen,vluchtheuvels, tussen bestrating, plantsoenen, opgespoten zandvlakten, stortterreinen, zandige dijken, ruderale plaatsen, wanden van mergel- en leemgroeven en ruigte.

    Gebruik :
    Melilotus alba: witte honingklaver is een uitstekende bijenplant en een grondverbeteraar.

    Werkzame bestanddelen:
    Voornamelijk in de bloemen: etherische olie, slechts 0.01%, verder melilotine, waaruit door enzymatische splitsing coumarine ontstaat.

    Eigenschappen:
    De olie is kalmerend en krampstillend, versterkt de vaatwanden, verdrijft en doodt motten. Homeopatisch gebruikt tegen hoofdpijn, migraine, bloedneuzen. De olie wordet gebruikt als aroma en om tabak te aromatiseren en jenevers.

    Toepassingen:

    *bij steenpuisten, zweren en wonden: 10 druppels honingklaver mengen met een glas gekookt afgekoeld water en hiermee deppen of afspoelen.

    *ontstoken en gezwollen gewrichten: meng 5-10 druppels in een eetlepel amandelolie en wrijf hiermee de pijnlijke plaatsen in.

    *bij spataderen

    *honingklaverthee met honing gebruiken als hoestdrank en gorgeldrank.

    *bij slapeloosheid, onrust, rusteloosheid.

    Vermeerderen :
    Zaaien

    Weetjes :

    Ze komt in ons land vrij algemeen voor, langs de binnenwegen en op bouwland.

    Al in gebruik bij de Egyptenaren tegen oorpijn, wormen en blauwe plekken.

    Ook in magische gezangen werd de klaver vermeld om de dood te bezweren.

    De Grieken en Romeinen schreven de plant een kalmerende invloed toe, vooral bij dronkenschap.

    Ook was het in de oudheid de plant van de schoonheid en de welsprekendheid, de plant van Apollo en zijn Muzen.

    Bij hoofdpijn zette men een krans van honingklaver op zijn hoofd om zich beter te voelen.

    In de Middeleeuwen werd de klaver in toverdraken toegepast en ten tijden van Molière schreven de doktoren het voor bij de meest uiteenlopende aandoeningen, zoals kolieken, tumoren, pijn in de onderbuik, jicht, urinedetentie, enz.

    Vroeger was het met honing een middel tegen hoest.

    De bloemen werden in kussentjes gedaan tegen de bof.

    Zalf werd gemaakt van de bloemen tegen fijt en omloop met reuzel, de zogenaamde balsem van Oordt.

    In Engeland wordt de plant gebruikt in de vulling van konijn, andere vullingen en worstsoorten.

    Ook vroeger gebruikt in kruidenwijnen en bij het bier brouwen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (5 Stemmen)
    18-02-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Malus 'Radiant'
     

    Malus 'Radiant'


    Botanische naam  : Malus 'Radiant'
    Nederlandse naam : Sierappel
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   : rijke bloei
    Grondsoort       : alle
    Vochtbehoefte    : normaal
    Wind             : ongevoelig
    Gebruik          : parken, tuinen, solitair
    Hoogte           : 2.50-5.00 m
    Vorm             : bol
    Kroon            : half open
    Bloeikleur/vorm  : roze
    Bloeitijd        : mei
    Blad             : bladverliezend
    Vrucht           : rood/bruin


    Het geslacht Appel (Malus) bevat bomen die de algemeen bekende vruchten dragen, vooral op het noordelijk halfrond. Ook zijn er sierappels, die kleine appeltjes geven. De appel groeit in de gematigde streken.

    De appel werd al 10.000 v.Chr. in Europa in het wild verzameld en al in het Nabije Oosten geteeld in 4000 v.Chr. Waarschijnlijk is de appel langs de oude zijderoute verspreid, omdat ook het genencentrum van de appel in de omgeving van deze route ligt. In Centraal-Azië komen meer dan 25 wilde appelsoorten voor, waarmee de gekweekte appel zich in de loop der eeuwen heeft gekruist. Geselecteerde rassen werden later in stand gehouden door de door Chinezen ontdekte techniek van enting. Ten tijde van de Oude Grieken en Romeinen tussen de achtste eeuw v.Chr. en de vijfde eeuw na Chr. was er een florerende teelt van appels. De Romeinen hebben deze rassen verder verspreid over West-Europa. Later is dit gevolgd door verschillende herintroducties vanuit het genencentrum. In de negentiende eeuw hadden vele steden in Europa en Nederland hun eigen rassen. Deze rassen waren zoet of halfzuur, verschillend gekleurd en met verschillende vormen en grootte. Enkele voorbeelden hiervan zijn Lunterse Pippeling, Brabantse Bellefleur, Groninger Kroon, Eijsdener Klumpke, Gronsvelder Klumpke enz. Vanuit Europa is de appel door kolonisten verder over de hele wereld verspreid. Met het verdwijnen van de hoogstamboomgaarden zijn veel rassen weer verloren gegaan. De verschillende pomologische verenigingen in Nederland proberen zoveel mogelijk oude rassen in stand te houden

    De keuze van een sierappel is vaak niet eenvoudig. Er zijn veel aspecten waar op gelet moet worden, zoals de hoogte, de kroonvorm, de bladkleur en, niet te vergeten, de bloesem en de appeltjes. In het onderstaande overzicht zijn de belangrijkste kenmerken van de sierappelbomen op een rij gezet.

    Malus 'Radiant'' is een bijzonder winterharde sierappel met een hoogte van 4 - 6 m. Jong blad is bronsrood maar kleurt later groen. De bloemknoppen zijn dieprood, geopende bloemen rozerood met gele meeldraden. Bloemdoorsnede 2 - 3 cm. De langwerpige kersrode vruchten blijven tot half oktober aan de boom. Vruchtdoorsnede 0,5 - 1,5 cm. Toepasbaar in parken, openbaar groen en tuinen. De boom stelt hoge bodemeisen qua vochtleverend vermogen en bodemvruchtbaarheid. 'Radiant' is iets gevoelig voor schurft en meeldauw.



    soort en/of variëteit

    hoogte

    kroonvorm

    bloemkleur

    vruchten

     

     

     

     

     

    Malus baccata ‘Gracilis’

    5 m

    treurvorm

    wit

    geel, 10 mm

    Malus baccata ‘Street Parade’

    5 - 6 m

    rond

    wit

    paarsrood, 15 mm, talrijk

    Malus floribunda

    5 m

    breed, overhangend

    lichtroze

     

    Malus toringo

    5 m

    eirond opgaand

    wit

    geel/iets rood, 8-10 mm, talrijk

    Malus tschonoskii

    10 m

    rond, herfstkleur

    wit

     

    Malus yunnanensis var. veitchii

    10 m

    opgaand, later breder

    wit

    rood met witte stippen, 13 mm

     

     

     

     

     

    Malus ‘Adirondack’

    2 - 3 m

    steil opgaand, halfstam of struik

    wit

    rood, 15-18 mm, talrijk

    Malus ‘Aldenhamensis’

    3 – 4 m

    los, rond

    donkerroze

    dof purper 15-20 mm

    Malus ‘Butterball’

    5 m

    breed, overhangend

    wit

    goudgeel 20-30 mm, talrijk, kort aanblijvend

    Malus ‘Donald Wyman’

    5 m

    rond

    wit

    helderrood, talrijk

    Malus ‘Evereste’

    10 m

    rond, later breder

    wit

    oranjerood 18-25 mm, talrijk, lang aanblijvend

    Malus ‘Golden Hornet’

    5 – 8 m

    rond

    wit

    geel, 20-25 mm, talrijk

    Malus ‘Gorgeous’

    5 m

    breed

    lichtroze/wit

    glanzend rood, 20-25 mm

    Malus ‘John Downie’

    6 m

    rond

    wit

    geel/oranjerood, 25-30 mm, talrijk

    Malus ‘Liset’

    5 m

    rond, purper blad

    rood

    donker purper, 10-15 mm

    Malus ‘Makamik’

    4 – 5 m

    rond, purper uitlopend blad

    lilaroze

    helderrood 20-25 mm

    Malus ‘Neville Copeman’

    8 m

    rond

    lilaroze

    30-40 mm

    Malus ‘Prof. Sprenger’

    5 – 6 m

    rond

    wit

    geeloranje, 15 mm

    Malus ‘Profusion’

    6 – 8 m

    rond, purper blad

    donkerrood

    oranjegeel-dieporanje, 10-15 mm

    Malus ‘Radiant’

    4 – 6 m

    rond, bronsrood uitlopend

    rozerood

    kersrood

    Malus ‘Red Jade’

    5 m

    treurvorm

    wit

    glanzend rood, 15 mm

    Malus ‘Red Sentinel’

    4 m

    rond

    wit

    helderrood, 15-20 mm, talrijk, lang aanblijvend

    Malus ‘Red Splendor’

    5 m

    5 m, blad purpergroen

    zachtroze

    lichtrood

    Malus ‘Rudolph’

    6 m

    rond, rood uitlopend

    rozerood

    oranjegeel, 15-20 mm

    Malus ‘Van Eseltine’

    6 m

    breed zuilvormig

    roze

    zeer weinig, (groen met donkerbruin)

    Malus ‘Wintergold’

    8 m

    breed

    wit

    heldergeel, 12-14 mm

    Bron ;   De Tuinen van Appeltern



    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (8 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Lilium pumilum
     

    Lilium pumilum


    Botanische naam  : Lilium pumilum
    Nederlandse naam : Lelie
    Herkomst         : Altai-gebergte in Siberié en Mongolié
    Bijzonderheden   :
    Grondsoort       : alle
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : gevoelig
    Groep            : bol
    Gebruik          : borders, kuipen/potten
    Hoogte           : 0.30-0.60 m
    Bloeikleur/vorm  : rood/bruin
    Bloeitijd        : juni, juli
    Plantdiepte      : 0.10-0.15 m


    Lelies met hetzelfde bloemtype als de bekende Turkse lelies, dus met sterk teruggeslagen bloembladeren en meestal hangende bloemen


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    15-02-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rosa 'Frau Astrid '


     Rosa 'Frau Astrid

    Botanische naam  : Rosa 'Frau Astrid Sp„th'
    Nederlandse naam : Trosroos (Floribunda)
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   : zuiver karmijnroze
    Grondsoort       : alle, humeus, lichte klei
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Groep            : trosrozen
    Gebruik          : groepen/vakken, randen/hagen, tuinen
    Hoogte           : 0.50-1.00 m
    Vorm             : opgaand
    Bloeikleur/vorm  : roze

    Middelgrote halfgevulde bloemen met een doorsnee van 5-7 cm.
    Matige groei.
    Blijft laag maar groeit wel breed.
    Compact en dicht vertakt.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    14-02-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Periploca graeca
     

    Periploca graeca


    Botanische naam  : Periploca graeca
    Nederlandse naam : Melkwingerd
    Herkomst         : Oostelijk Middellands zeegebied
    Bijzonderheden   : bloem 2-kleurig, sap giftig
    Grondsoort       : alle, humeus
    Licht            : zon
    Gebruik          : solitair, tuinen en parken
    Hoogte           : 5.00-10.00 m
    Vorm             : slingerend
    Bloeikleur/vorm  : geurend, geel, paars, onopvallend
    Bloeitijd        : juli, augustus
    Blad             : bladverliezend

    Standplaats:
    Deze bijzondere klimplant stelt geen specifieke eisen aan de grond. Elke grond is goed, mits ze maar vochtig is. Verder verlangt zij een plaats is de zon of halfschaduw en is in Nederland en België voldoende winterhard.

    Kenmerken:
    Deze klimplant heeft zeer mooie, glanzend groene, eivormige bladeren. Deze zijn tegenoverstaand en 6 tot 9 cm lang en 3 tot 4.5 cm breed met een spitse top en afgeronde bladvoet. Aan de onderzijde zijn de bladeren lichter groen dan aan de bovenzijde.

    Bloemen :
    Bloeit van juni tot begin augustus met okselstandige- of eindstandige langgesteelde schermen. De bloemen zijn 2 tot 2.5 cm in diameter, geurend, met vlakstaande, zeer smalle kroonbladen die aan de buitenzijde geelgroen zijn. De binnenzijde (de bovenkant die je ziet) is bruinrood. De bloemen zijn tweeslachtig en vijftallig, als een ster. De meeldraden zijn onderling en met de stijl vergroeid. De helmhokjes zitten aan de stempel vastgehecht.

    Na de bloei verschijnen er bruin getinte kokervruchten, deze zijn tot 12 cm lang. Ze bevatten gewoonlijk platte, eironde of langwerpige zaden met lange, zijdeachtige haren.

    Planten :
    Je kunt haar gebruiken voor het klimmen in een paal, een rek of in een boom. Behalve een verdwaalde luis heeft deze plant geen last van ziekten of plagen.

    Eigenschappen:
    Algemeen gemakkelijke klimmers die een pergola of schuttingen snel met hun blad kunnen bedekken. Geen vormsnoei nodig, alleen om jonge scheuten in de goede richting te leiden. Volgroeide planten begin voorjaar snoeien. Alleen snoeien om zwakke groei te verwijderen of plant binnen de perken te houden. Bijknippen met snoeischaar of heggenschaar.

    Vermeerderen :
    In het voorjaar kan de plant gesnoeid worden. De vermeerdering geschiedt door zaad of zomerstek.

    Weetjes :
    Deze rijkbloeiende klimplant behoort tot de zijdeplant familie (Asclepiadaceae) en is dus nauw verwant aan de zijdeplant (Asclepias), wasbloem (Hoya) en de bruidsbloem (Stephanotis). Hoewel de orchideeachtige bloemen niet opvallend groot zijn en niet zo´n sprekende kleur hebben, vallen ze toch wel in het oog. Op de koop toe geurt ze nog ook. Helaas wordt ze niet zoveel aangeboden.

    Het natuurlijk verspreidingsgebied is in het oostelijk deel van het Middellandse Zee gebied en het westen van Azië.

    De geslachtsnaam periploca is een Latijnse transcriptie van het Griekse periplŏkê, van peri (rondom) en plekein (draaien), dus een windende plant. De soortnaam gracaeca is niets meer dan de Latijnse naam voor Griekenland.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (4 Stemmen)

    Vaste planten
    Acaena magellanica
    Aconitum 
    Acanthus
    Achillea Millefolium
    Adonis amurensis  
    Ajuga Reptans 
    Alchemilla Mollis
    Anaphalis triplnervis
    Anemone Hupehensis
    Arum italicum
    Aster Alpinus
    Astilbe Arendsii
    Astilbe "Fanal"
    Ballota
    Baptisia
    Bergenia Cordifolia
    Calluna
    Campanula Persicifolia
    Centaurea montana
    Cerastium tomentosum
    Convallaria majalis
    Chrysanthemum
    Crambe
    Dictamnus albus
    Doronicum
    Echinacea
    Echinops Banaticus
    Eupatorium purureum
    Euphorbia Characias
    Fargesia
    Gaillardia
    Geranium
    Geranium Sylvaticum
    Gypsophila
    Helleboris niger
    Helianthus salicifolius
    Hemerocallis
    Hepatica transsylvanica
    Heuchera 
    Hosta undulata
    Hypericum
    Iberis sempervivum
    Inula magnifica
    Iris Ambassadeur
    Iris Sibirica
    Kalimeris incisa
    Lamium Maculatum
    Lavandula A.Hidcote
    Lavandula Stoechas
    Liriope muscari  
    Lychnis chalcedonica
    Lysimachia Punctata
    Oenothera macrocarpa
    Omphalodes Verna
    Onoclea sensibilis
    Pachysandra 
    Persicaria
    Phlox Subulata
    Phuopsis stylosa
    Physostegia virginiana
    Phytolacca
    Potentilla Atrosanguinea
    Primula 
    Prunella grand "Loveliness"
    Pulmonaria
    Pulsatilla vulgaris
    Rudbeckia
    Ranunculus ficaria
    Salvia Nemorosa
    Saxifraga 
    Scabiosa
    Sedum Str.& Cr
    Smilacina racemosa
    Solidago GD
    Stokesia 
    Tarella Cordifolia
    Veronica longifolia
    Vinca minor en major  
    Waldsteinia ternata
    Yucca Filamentosa


    Heesters
    Abelia schmannii
    Aucuba
    Andromeda
    Aralia elata
    Berberis
    Buxus sempervirens
    Buxus-ziekten
    Callicarpa
    Camelia

    Caryopteris C.HB
    Ceanothus
    Chaenomeles
    Choisya
    Clerodendrum trichotomum
    Clethra alnifolia
    Cornus alba "elegantissima'
    Corokia Cotoneaster
    Cotoneaster
    Daphne pontica
    Deutzia gracilis
    Exochorda racemosa
    Elaeagnus ebbingei
    Enkianthus campanulatus
    Euonymus alatus
    Euonymus fortunei
    Forsythia Intermedia
    Hamamelis Mollis
    Hebe "Autumn Glory"
    Hebe buxifolia
    Hydrangea annabelle
    Hydrangea Arborescens "Grandiflora"
    Hydrangea paniculata
    Hippophae rhamnoides
    Ilex aquifolium
    Jasminum Nudiflorum
    Kalmia
    Kerria japonica
    Lagerstroemia
    Lavatera Rosea
    Ledum groenlandicum
    Ligustrum ovalifolium 'Argenteum'
    Lonicera Nitida
    Mahonia aquifolium
    Osmanthus burkwoodii
    Paeonia lutea
    Paeonia suffruticosa
    Pernettya mucronata
    Philadelphus
    Pieris japonica
    Polygala
    Potentilla fruticosa A 
    Pyracantha
    Prunus Lusitanica
    Prunus triloba
    Rhododendron "Apple Blossom"
    Rhododendron
    'chr.ch'
    Sarcococca
    Skimmia Japonica
    Spiraea Japonica
    Syringa Vulgaris
    Viburnum Davidii
    Viburnum Opulus
    Viburnum plicatum "mariesii"
    Weigela

    Grassen
    Calamagrostis
    Carex Elata
    Cortaderia selloana
    Deschampsia
    Imperata Red Baron
    Lampepoetser
    Miscanthus Sinensis
    Molinia caerulea

    Bolgewassen :
    Allium Giganteum
    Begonia x T
    Begonia sutherlandii
    Blauw druifje
    Camassia
    Colchicum autumnale
    Colchicum speciosum
    Crocus cancellatus
    Crocosmia
    Dahlia
    Eucomis autumnalis
    Fritillaria bucharica
    Fritillaria imperialis
    Galanthus
    Ixiolirion tataricum
    Ipheion uniflorum
    Lilium "Mona Lisa"
    Lilium Pumilum
    Montbretia-Crocosmia
    Puschkinia  
    Sandersonia aurantiaca
    Schizostylis
    Scilla siberica
    Sierui 

    Een en tweejarigen 
    Adonis aestivalis 
    Ageratum Houstonianum  
    Alcea Rosea
    Cobaea scandens
    Cosmos bipinnatus
    Digitalis purpurea
    Dorotheantus
    Heracleum mantegazzianum
    Iberis umbellata
    Impatiens balsamina
    Ipomoea Tricolor
    Jasione
    Lagurus ovatus
    Limonium latifolium
    Myosotis sylvatica
    Nicotiana alata 
    Pelargonium
    Platycodon
    Portulaca
    Salpiglossis
    Tropaeolum malus


    Kamerplanten  
    Abutilon
    Achimenes
    Aërides
    Aeschynanthus
    Anigozanthos

    Bougainvillea
    Browallia
    Cactussen
    Calceolaria hybr
    Callicia
    Calistémon
    Cattleya
    Crassula
    Croton
    Ctenanthe
    Dieffenbachia
    Dipteracanthus
    Episcia
    Euphorbia Pulcherrima
    Exacum
    Fittonia
    Gloriosa
    Graptopetalum
    Hypocyrta
    Howeia
    Jatropha
    Kalanchoe beharensis
    Kalanchoe blossfeldiana
    Mandevilla of Dipladenia
    Pilea microphylla
    Plumeria
    Polystichum
    Raphis
    Rhipsalidopsis
    Sanseveria
    Schefflera
    Selaginella
    Senecio Kleinia  
    Senecio rowleyanus
    Stapelia hirsuta
    Vriesea Astrid
    Zantedeschia of Calla lily

    Bomen :  
    Acer Campestre
    Laburnocytisus adamii 
    Laburnum watererii 'Vossii'
    Magnolia kobus
    Malus "Radiant"
    Malus "Toringo"
    Morus alba
    Platanus acerifolia
    Ptelea trifoliata
    Pterostyrax hispida
    Prunus cerasifera'nigra'
    Prunus gondouinii
    Prunus serrulata
    Prunus subhirtella
    Robinia pseudoacacia 'Frisia'
    Salix Babylonica
    Salix integra
    Taxus baccata

    Kruiden :
    Achillea ptarmica
    Agrimonia eupatoria
    Allium savitum
    Artemisia
    Harpagophytum procumbens
    Lysimachia vulgaris
    Melilotus Alba
    Pseudofumaria lutea
    Senecio jacoaea
    Symphytum officinale

    Klimplanten : 
    Aristolochia durior
    Clematis Armandii
    Clematis "Madame Baron V"
    Clematis vitalba  
    Fallopia aubertii
    Gelsemium
    Hedera helix
    Lonicera caprifolium
    Passiflora caerulea
    Periploca graeca
    Wisteria

    Kuipplanten
    Abelia
    Aeonium arboreum 
    Agapanthus
    Brugmansia
    Caesalpinia
    Camellia sinensis
    Carissa
    Dracaena
    Erythina
    Eucalyptus niphophila 
    Fuchsia's
    Hedychium gardnerianum
    Hibiscus rosa-sinensis
    Lantana camara
    Lapageria rosea
    Laurus Nobilis
    Nerium oleander
    Pittosporum tobira
    Pleione formosana
    Plumbago auriculata
    Punica granatum
    Solanum Thurino

    Waterplanten
    Acorus calamus
    Aponogeton
    Lemna trisulca
    Nymphaea 'Alba'  
    Persicaria amphibium
    Pontederia Cordata
    Ranunculus Lingua

    Rozen :
    Rosa "Anneke Doorenbos"  
    Rosa "Alain"
    Rosa "Albertine"
    Rosa "Allgold" 
    Rosa "Allotria"
    Rosa "Altissimo"
    Rosa 'Admired Miranda'
    Rosa "Ausblush"
    Rosa "Ausbord"
    Rosa "Ausbuff"
    Rosa 'Auscot'
    Rosa 'Auslight'
    Rosa 'Auslo'
    Rosa 'Baron Girod de L'ain'
    Rosa 'Dortmund'
    Rosa "Frau Astrid"
    Rosa "Korliluc"
    Rosa 'Meitoifar'
    Rosa regusa   
    Rosa "Swan Lake"

    Rotsplanten
    Geranium cinereum 'Ballerina'
    Dryas octopetala
    Helianthemum "wisley pink"
    Sedum acre
    Sempervivum arachnoideum
    Sisyrinchium californium


    Groenten :

    Paprika


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!