JP's Plantengids
Inhoud blog
  • Viburnum plicatum 'Mariesii'
  • Prunus serrulata
  • Pleione formosana
  • Eucomis autumnalis
  • Hibiscus rosa-sinensis
  • Roetdauw bij Rozen
  • Persicaria amphibia
  • Ctenanthe
  • Cactussen
  • Paprika

    Zoeken in blog





    Mijn favorieten
  • bloggen.be
  • opaweetjes
  • fotoalbum
  • wandelroutes
  • fietsroutes
  • GPS-routes
  • koopjesblog

    Fruit
    Actinidia Deliciosa
    Cydonia oblonga
    Ribes rubrum

    Dropbox

    Druk op onderstaande knop om je bestand naar mij te verzenden.


    E-mail mij

    Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Archief per jaar
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007

    Vraag & antwoord

    *Luister naar je planten
    *Cissus is zeer gevoelig
    *Cyclamen problemen
    *Uitgebloeide bloembollen
    *Amaryllisbol niet weggooien
    *Blauwe regen met kuren
    * Pioenlegende
    *Roetdauw bij Rozen

    JanuariTips
    Januaritips
    Geraniums zaaien

    Februaritips :
    Februaritips

    Maarttips :
    Maarttips

    Apriltips :
    April siertuin

    Meitips :
    Mei-siertuin

    Juni Tips
    Juni Tips

    Tips Juli
    TuinTips Juli

    Augustus Tips
    Tips Augustus

    NovemberTips
    November doe kalender

    DecemberTips
    Tuintips december

    Archief per jaar
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007

    Inhoud blog
  • Viburnum plicatum 'Mariesii'
  • Prunus serrulata
  • Pleione formosana
  • Eucomis autumnalis
  • Hibiscus rosa-sinensis
  • Roetdauw bij Rozen
  • Persicaria amphibia
  • Ctenanthe
  • Cactussen
  • Paprika
  • Abutilon megapotamicum
  • Polystichum
  • Camellia sinensis
  • Gypsophila
  • Fuchsia's
  • Pulsatilla vulgaris
  • Pioenlegende
  • Deutzia gracilis
  • Rosa 'Auslo'
  • Dieffenbáchia
  • Nerium oleander
  • Pilea microphylla
  • Senecio rowleyanus
  • Raphis
  • Callistémon
  • Puschkinia scilloides
  • Graptopetalum
  • Cyclamen problemen
  • Callisia
  • Kalanchoe beharensis
  • Passiflora caerulea
  • Blauweregen met kuren
  • amaryllisbol
  • Solanum Thurino
  • Robinia pseudoacacia 'Frisia'
  • Fittonia
  • Aërides
  • Ligustrum ovalifolium 'Argenteum'
  • Laburnum watererii 'Vossii'
  • Hosta undulata
  • Rosa 'Auslight'
  • Heracleum mantegazzianum
  • Plumbago auriculata
  • Paeonia suffruticosa
  • Rosa 'Auscot'
  • Aeonium arboreum
  • Senecio jacobaea
  • Abies koreana
  • Prunus subhirtella
  • Lobelia erinus
  • Fallopia aubertii
  • Calceolaria Hybride
  • Rosa 'Ausbuff'
  • Sempervivum arachnoideum
  • Sisyrinchium californicum
  • Hydrangea paniculata
  • Buxus-ziekten
  • Dryas octopetala
  • Geranium cinereum 'Ballerina'
  • Fritillaria Bucharica
  • Caesalpina giliesii
  • Cydonia oblonga
  • Malus toringo
  • Rosa 'Ausbord'
  • Lychnis chalcedonica
  • Veronica longifolia
  • Tuintips voor Augustus
  • Liatris spicata
  • Lonicera caprifolium
  • Clerodendrum trichotomum
  • Pterostyrax hispida
  • Laburnocytisus adamii
  • TUINTIPS IN JULI
  • Prunus gondouinii
  • Agrimonia eupatoria
  • Lilium `Mona Lisa'
  • Dorotheanthus
  • Ptelea trifoliata
  • Tuintips in Juni
  • Rosa 'Korliluc'
  • Cornus alba 'Elegantissima'
  • Impatiens balsamina
  • Sandersonia aurantiaca
  • Waldsteinia ternata
  • Prunus lusitanica
  • Oenothera macrocarpa
  • Corokia cotoneaster
  • Clematis 'Madame Baron Veillard'
  • Rhododendron 'Apple Blossom'
  • Platanus acerifolia
  • Kalimeris incisa
  • Mandevilla of Dipladenia
  • Myosotis sylvatica
  • Fritillaria imperialis
  • Rosa 'Swan Lake'
  • Digitalis purpurea
  • Dictamnus albus
  • Pelargonium
  • Ledum groenlandicum
  • Lantana camara
  • Elaeagnus ebbingei
  • Ceanothus
  • Magnolia kobus
  • Taxus baccata
  • Kerria japonica
  • Euonymus alatus
  • Buxus sempervirens
  • Salix integra
  • Pieris japonica
  • Rosa 'Ausblush'
  • Exochorda racemosa
  • Pittosporum tobira
  • Prunus triloba
  • Limonium latifolium
  • Lagurus ovatus
  • Crocus cancellatus
  • Ranunculus ficaria
  • Geranium
  • Maarttips
  • Smilacina racemosa
  • Pernettya mucronata
  • Melilotus alba
  • Malus 'Radiant'
  • Lilium pumilum
  • Rosa 'Frau Astrid '
  • Periploca graeca
  • Pseudofumaria lutea
  • Salix babylonica
  • Kalender Februari
  • Rhipsalidopsis
  • Dracaena
  • Galanthus
  • Begonia sutherlandii
  • luister naar je planten
  • Rosa 'Meitoifar'
  • JANUARI – TIPS
  • Phytolacca
  • Omphalodes verna
  • Eucalyptus niphophila
  • Ranunculus lingua
  • Rosa 'American Pillar'
  • Centranthus ruber
  • Geranium sylvaticum
  • Rosa 'Admired Miranda'
  • Tuintips december
  • Acorus calamus
  • Aeonium arboreum
  • Aristolochia durior
  • Actinidia deliciosa
  • Achillea ptarmica
  • Acer campestre
  • Stapelia hirsuta
  • Aralia elata
  • Persicaria
  • November – Doe kalender
  • Camassia
  • Dipteracanthus
  • Rosa 'Altissimo'
  • Sanseveria
  • Viburnum davidii
  • Echinops bannaticus
  • Alchemilla mollis
  • Scabiosa
  • Campanula persicifolia
  • Aponogeton
  • Miscanthus sinensis
  • Sarcococca
  • Choisya
  • Aster alpinus
  • Deschampsia
  • Rosa 'Allotria'
  • Hypericum
  • Philadelphus
  • Fargesia - Bamboe
  • Artemisia
  • Mahonia aquifolium
  • Euonymus fortunei
  • Carex elata
  • Lonicera nitida
  • Jasminum nudiflorum
  • Euphorbia characias
  • Rudbeckia
  • Montbretia--Crocosmia
  • Rosa 'Allgold'
  • Pyracantha
  • Clematis armandii
  • Lavatera
  • Potentilla atrosanguinea
  • Hydrangea arborescens 'Grandiflora'
  • Anemone hupehensis
  • Lamium maculatum
  • Rosa 'Albertine'
  • Hebe 'Autumn Glory'
  • Spiraea Japonica
  • Platycodon
  • Astilbe arendsii
  • Lysimachia Punctata
  • Tiarella cordifolia
  • Syringa vulgaris
  • Wisteria

    OM HET ZOEKEN IN DEZE PLANTENDATABASE MAKKELIJK TE MAKEN DRUK CTRL-F EN VUL IN HET KADERKE HET GEWENSTE WOORD IN BV."HULST" EN ALLE VERWANTE TEKSTEN MET HET WOORD "HULST" IN VERSCHIJNEN. WEL BLIJVEN KLIKKEN TOT U HET GEWENSTE ARTIKEL GEVONDEN HEBT ------------------------------ HOE MEER REAKTIES ER KOMEN HOE MEER DE SITE WORD UITGEBREID
    18-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Viburnum plicatum 'Mariesii'
     

    Viburnum plicatum 'Mariesii'


    Botanische naam  : Viburnum plicatum 'Mariesii'
    Nederlandse naam : Japanse sneeuwbal
    Herkomst         : Engeland
    Bijzonderheden   : fertiel/steriel
    Grondsoort       : alle, kalkrijk
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Groep            : (sier)heesters
    Gebruik          : groepen/vakken, tuinen, insecten
    Hoogte           : 1.00-2.00 m
    Vorm             : breed
    Bloeikleur/vorm  : wit/cré
    me
    Bloeitijd        : mei, juni
    Blad             : herfstkleur, bladverliezend

    Standplaats:
    Een Japanse sneeuwbal kan op vrijwel alle grondsoorten groeien, maar heeft een voorkeur voor humusrijke grond.
    De Viburnum Plicatum Mariesii groeit het best op een vruchtbare vochthoudende bodem; volle zon wordt verdragen, halfschaduw is beter.

    Kenmerken:
    De cultivar 'Mariesii' heeft een opvallende quasi horizontaal gelaagde takkenstruktuur waarop eind april en in mei grote ronde bloemhoofdjes groeien met witte schutbladen.
    De bladeren van de struik zijn eirond, spits en aan de voet wigvormig. Langs de rand is het blad getand. De verdiept liggende nervatuur is heel goed te zien. Op die nerven is een lichte beharing waar te nemen. In de herfst verkleuren de bladeren naar roodachtig paars.

    Bloemen :
    bloeien vanaf eind april tot zeker in juni, een enkele bloeit tot aan de eerste nachtvorst. Na de bloei komen er donker gekleurde bessen aan, die met enkele overgebleven, steriele bloemen prachtig zijn om te zien.

    De bloemschermen zitten langsheen de volle lengte van de horizontale takken, en bestaan uit roomwitte, vruchtbare bloempjes in het hart met daarrond een weelde aan opvallende, steriele, zuiver witte bloemen.

    Planten :
    Grond moet goed los en voedzaam zijn. Zware grond niet verdichten door bijvoorbeeld veel rond de struik te lopen, of er vlak langs te rijden (auto, oprit). Moet om de paar jaar gedund worden, d.w.z. oud hout wordt na de bloei zo diep mogelijk uit de struik gelicht.

    Eigenschappen:

    Standplaats lichtbehoefte: halfschaduw , de plant heeft mooie herfsttinten

    geschikt voor gebruik in de vasteplanten border

    geschikt voor groepsbeplantingen

    geschikt voor onderbeplantingen (heesters, bomen)

    geschikt voor een solitaire positie in een beplantingsschema

    deze plant verlangt een zurige bodem (pH 4,5-5 of lager)

    deze plant vraagt of gedijt goed op vochthoudende gronden

    deze plant vormt opvallende en aantrekkelijk bessen

    Vermeerderen :
    door stekken en zaaien

    Snoeien :
    Bij jonge planten de snoei tot een minimum beperken. In het hart van de struik ontwikkelen zich sterke, opgaande scheuten, die zich vertakken tot de karakteristieke lagen.

    Bij volgroeide planten kunnen nieuwe verticale scheuten, die door de lagen heen groeien, de vorm bederven: deze kunt u op het punt van ontstaan weghalen, maar het is beter ze tot ontwikkeling te laten komen en er oude, beschadigde of onproductieve takken mee te vervangen

    Snoeien in de zomer, na de bloei. Verjongingssnoei eind voorjaar

    Soorten :

    »Viburnum plicatum
    »Viburnum plicatum 'Watanabe'
    »Viburnum plicatum f. tomentosum
    »Viburnum plicatum nanum semperflorens

    Weetjes :

    Verwelkingsziekte: het plots afsterven van takken van struiken, bomen of andere planten, zonder aanwijsbare oorzaak. Dit wordt veroorzaakt door bodemschimmels die via de sapstroom doorheen de plant worden meegevoerd.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (2 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Prunus serrulata
     

    Prunus serrulata


    Botanische naam  : Prunus serrulata 'Amanogawa'
    Nederlandse naam : Japanse kers
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   : bronskleurig uitlopend, half gevuld
    Grondsoort       : alle
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Gebruik          : parken, tuinen, solitair
    Hoogte           : 5.00-8.00 m
    Vorm             : zuil
    Kroon            : half open
    Bloeikleur/vorm  : roze
    Bloeitijd        : april, mei
    Blad             : bladverliezend

    Standplaats:
    De Japanse sierkers vraagt een voedselrijke grond en veel vocht.
    Deze plant wenst een voedselrijke, vochthoudende tot vochtige bodem. Voor wat betreft de zuurgraad is ze vrij tolerant (pH = 5.5 - 8). Verlangt een plekje in de zon of lichte schaduw. Bij voorkeur uit de middagzon. Kan bij nachtvorst in april-mei schade oplopen.

    Kenmerken:
    Er zijn soorten die een 6-8 m hoge boom vormen, maar er zijn er ook die alleen een 2-5 m hoge struik vormen. De bladeren zijn ongeveer 10 cm lang en hebben een genaalde of getande bladrand en een toegespitse top. Het jonge blad is bruinrood. Later krijgt de bovenzijde een groene en de onderzijde een blauwgroene kleur.

    Bloemen :
    De boom of struik bloeit in Nederland eind april/begin mei met meestal gevulde bloemen. Er zijn echter ook cultivars met enkele en halfgevulde bloemen.Er ontstaan meestal geen vruchten.

    Planten :
    Met een grote sierwaarde, vooral bv. als accentplant in het openbaar groen en in de tuin vanwege de mooie vorm, de bloeiwijze of de bladkleur.

    Eigenschappen:

    1. solitair

    2. opgaande groei

    3. decoratief

    4. sterke groeier

    5. rijkbloeiend

    6. zowel in struik als in boom

    7. gevulde bloemen

    Vermeerderen :
    De cultivars worden vegetatief vermeerderd op boskers zaailingen of op de eveneens vegetatief vermeerderde onderstammen 'Colt' of MF 12/1.

    Soorten :
    Er zijn zeer veel verschillende cultivars voor aanplant in tuinen, straten, parken en plantsoenen.

    »Prunus serrulata

    »Prunus serrulata 'Amanogawa'

    »Prunus serrulata 'Kanzan'

    »Prunus serrulata 'Kiku-shidare'

    »Prunus serrulata 'Kiku-shidare-zakura'

    »Prunus serrulata f. erecta

    Weetjes :

    De Japanse sierkers (Prunus serrulata), in Vlaanderen Japanse kerselaar genoemd, is een soort uit geslacht Prunus. Deze sierkers komt van nature voor in het gebergte van West-China, in Korea, in Japan, op het eiland Izu Oshima, het eiland Honshu en in het noordwesten van het eiland Hokkaido.

    Ziekten
    De Japanse kers is gevoelig voor de gomziekte veroorzaakt door bacteriekanker (Pseodomonas mors-prunorum) en kan last hebben van een aantasting door de zwarte luis (Myzus cerasi).

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pleione formosana
     

    Pleione formosana


    Latijnse naam    : Pleione formosana
    Nederlandse naam : Orchidee
    Familie          : Orchidaceae
    Bloeikleur       : roze
    Bloeimaand       : mei, juni
    Bladkleur        : Groen
    Hoogte           : 10 - 20 cm
    Wintergroen      : Bladverliezend
    Winterhardheid   : Niet winterhard
    Standplaats      : Zon, Halfschaduw

    Standplaats:
    bodem en standplaats : licht : zon half schaduw - bodem : neutraal en afdekken
    De planten normaal groeien op de bosbodem, zodat ze het beste doen met gefilterd zonlicht of in de vroege ochtendzon. Beschermen tegen middagzon.
    Zij kunnen worden gekweekt in een kleine pot in goed doorlatende grond die rijk is aan organisch materiaal, zoals 1 deel potgrond en 1 deel perliet.
    Ze hebben een klein wortelgestel en moet worden gegeven regelmatig water tijdens het groeiseizoen.
    Meer dan ongeveer 50% luchtvochtigheid wordt aanbevolen.

    Kenmerken:
    Pleione formosana is een terrestrische (in de aarde groeiende) orchidee met eivormige, circa 3 cm grote pseudobulben (schijnknollen). In de pseudobulben zit reservevoedsel opgeslagen, dat wordt aangesproken als na de rustperiode de hergroei begint. Elke pseudobulb draagt een tot 30 cm lang, ellipsvormige blad. In het najaar wordt het blad geel en valt het af. Elk jaar worden er nieuwe pseudobulben gevormd en sterven de oude af.

    Bloemen :
    Komt in bloei rond maart of april, met prachtige, grote bloemen die bijna net zo groot als de plant

    De plant bloeit van februari tot mei. De 10-12 cm lange bloemstengel komt tevoorschijn aan de voet van de pseudobulb, meestal nog voordat het blad op de nieuwe pseudobulb tot ontwikkeling is gekomen. De alleenstaande bloemen hebben een doorsnede van 6-10 cm. De kroonbladen en kelkbladen zijn lang en smal en ongeveer gelijk van grootte en kleur. Ze zijn meestal roze gekleurd. Ook bestaat er een vorm met witte bloembladeren. De lip is opgerold tot een trompetvormige, aan het uiteinde gefranjerde koker, die lijkt op de bijkroon van narcissen. Van binnen is de lip meestal wit of geelachtig met roze en okerkleurige vlekken.

    Planten :
    De grond in de pot zelf dient te bestaan uit een mengsel van turf, bladaarde, steengruis en veenmos.

    De soort is niet winterhard en kan in België en Nederland het beste in de koude kas overwinteren. De plant kan niet goed tegen de vochtige winters hier. Tijdens de rustperiode, die zich aandient als het blad geel wordt en afvalt, moet de aarde droog worden gehouden. Zodra in februari of maart de bloemknoppen tevoorschijn komen, kan weer water worden gegeven. Vanaf half mei kan de plant wel in de tuin worden gezet

    Eigenschappen:
    Een laagblijvende orchidee met roze bloemblaadjes en een witte koker in het midden

    Vermeerderen :
    Pleione (uitgesproken Plee-OH-nee) groeit uit een bulb, die groeit op het bodem oppervlak. Het is gemakkelijk te vermenigvuldigen
    In het voorjaar, bij het verpotten, delen van volwassen planten.
    Houd ten minste 3 pseudobollen per plant.
    Verpotten om de twee jaar in het voorjaar, wanneer de bloemstengel verschijnt, maar voordat het blad is verschenen

    Weetjes :

    Pleione fomosana komt van nature voor in Taiwan en in de Oost-Chinese provincies Foetjien, Sjansi, Guangdong. Daar zijn koele, vochtige zomers, die worden gevolgd door droge winters.

    Pleione: van het Griekse Pleione (jaarlijks).
    Formosana: van het Latijnse formosanus (oorspronkelijk van het eiland Formosa = Taiwan).

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    13-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Eucomis autumnalis
     

    Eucomis autumnalis

    Latijnse naam    : Eucomis autumnalis
    Nederlandse naam : Kuiflelie/Ananasplant
    Familie          : Hyacinthaceae
    Bloeikleur       : wit
    Bloeimaand       : juni, juli, augustus, september
    Bladkleur        : Groen
    Hoogte           : 50 - 70 cm
    Wintergroen      : Bladverliezend
    Winterhardheid   : Niet winterhard
    Standplaats      : Zon, Halfschaduw
    Soort gewas      : Bol- en knolgewas
    kenmerken        : Snijbloem

    Standplaats:
    Geschikt voor halfschaduw. Zodra de bol uitloopt begint u met water te geven en geregeld flink wat mest.
    Plaats de plant op een zonnige, warme plek maar liefst niet in de directe zon.

    Kenmerken:
    Eucomis autumnalis lijkt op een ananas , bovenaan de groene bladeren en onderaan wit/groene bloei van kleine bloempjes die de vorm van een ananas vormen.

    Eucomis autumnalis is een bladverliezende, in de zomer groeilamp.

    De bollen zijn groot (8-10cm diameter), ovaal van vorm, en aanleiding geven tot een rozet van grote, brede, zachte textuur, vlezige, golvende randen bladeren, ongeveer 12-35 cm lang x 60-75 cm breed.

    Bloemen :
    De bloemen van Eucomis autumnalis ssp. autumnalis zijn wit van kleur, met een groen hartje
    Bloeimaanden: augustus - september

    Planten :
    Plant de knollen zo’n 8-10 cm diep.
    Haal de Eucomis autumnalis voor de winter uit de grond en plant hem in een pot om hem vorstvrij te bewaren , om de 2 weken begieten of plant hem in de lente met pot in de tuin op een zonnige plek, houd de grond wel vochtig.

    Gebruikte delen:
    Een bepaalde stam van Zuidbantoes, Xhosa, gebruikte de bollen als geneesmiddel tegen reuma.

    Eigenschappen:
    De opvallende stervormige bloemen van deze plant hebben een groengele kleur en kroonbladen met een paarse rand. De plant lijkt op een ananas vandaar ook de Nederlandse naam

    --De plant heeft regelmatig water nodig.

    --De grote bladeren verdampen vrij veel vocht.

    --Op warme, zonnige dagen zeker niet laten uitdrogen.

    --Gebruik potten die voorzien zijn van een drainagegat. Bedek de bodem met een laagje hydrokorrel.

    Vermeerderen :
    Vermeerderen kan door de pollen te delen.
    De plant vormt ook zaad dat na drie jaar bloeibare bollen oplevert.

    Soorten :
    Eucomis autumnalis omvat drie ondersoorten, waarvan de meest bekende

    **ssp. autumnalis is. Verder kom je

    **ssp. clavata nog wel eens tegen bij liefhebbers en in de diverse prijslijsten. De planten van dit soort bloeien met groen-witte tot witte bloemen. In vergelijking met

    **E. bicolor staan de bloemen wat verder van elkaar en oogt de bloeiwijze minder compact.


    Weetjes :

    --Overwinteren gebeurt door de bollen gewoon in de pot te laten zitten en op een koele, vorstvrije plek te zetten.

    --Het loof sterft af en kan gewoon worden weggessnoeid.

    --Tijdens het overwinteren mag de plant vrij droog gehouden worden maar niet laten uitdrogen.

    --Plaats de plant in potten met een universele potgrond.

    --Zorg voor een goede drainage.

    --Verpotten gebeurt het best in het voorjaar.

    --De natuurlijke groeiplaats is langs vochtige hellingen en stroompjes.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hibiscus rosa-sinensis
     

    Hibiscus rosa-sinensis

    Botanische naam  : Hibiscus rosa-sinensis
    Nederlandse naam : Chinese roos
    Herkomst         : Azié,zuiden van China
    Bijzonderheden   :
    Vochtbehoefte    : 's zomers rijkelijk
    Licht            : zon
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme, rood/bruin, roze, lila
    Blad             : bladverliezend
    Vermeerdering    : stekken, zaaien
    Voedingsbehoeft  : elke week
    Overwintering    : temperatuur 12-16 ř, licht

    Standplaats:
    De Chinese roos groeit in flink humeuze, goed gedraineerde potgrond, die vrij veel water moet kunnen bevatten. De plant staat het liefst warm en licht, zonder direct zonlicht.

    Kenmerken:
    De lang gesteelde bladeren zijn smal- tot breed-eivormig. Ze worden 5–15 cm lang en 2,5–8 cm breed. Bij de wilde soort is de bladrand scherp gezaagd, naar er bestaan cultivars met minder scherp gezaagde of zelfs gave bladranden.

    Bloemen :
    De bloemen staan solitair in de bladoksels en verschillen zelfs aan dezelfde plant sterk in grootte. De grootste bloemen hebben een diameter van 20 cm. De bloemen bestaan uit zeven tot tien bloembladeren. De wilde soort heeft karmozijnrode bloemen, maar er zijn cultivars ontwikkeld met witte, gele, zalmkleurige, lila, donkerrode en gemengdkleurige bloemen. Ook zijn er cultivars met gevulde bloemen ontwikkeld. Tevens bestaan er cultivars met bontgekleurde bladeren (zogenaamde 'variegata'-cultivars).

    Gebruikte delen:
    De bloem wordt medicinaal gebruikt maar ook als cosmeticum voor haarverzorging en in salades verwerkt. De bloemblaadjes kleuren zwart bij kneuzing en kunnen dan dienen als schoensmeermiddel. Ze fungeren als pH indicator: ze kleuren zure oplossingen magenta tot donkerroze, en basische oplossingen groen

    Verder wordt Hibiscusextracten gebruikt in een kruidendrank (Herbalife), die de stofwisseling zou stimuleren zodat men zou kunnen afvallen.

    Werkzame bestanddelen:
    Gebruik van een extract uit de wortel van Chinese roos gedurende zeven dagen na het paren blijkt bij ratten innesteling van de bevruchte eicel voor 100% te voorkomen. Het is nog onbekend of Chinese roos bij mensen een effectief en veilige natuurlijke morning-afterpil is.

    Eigenschappen:
    De Chinese roos wordt voornamelijk als kamerplant en kuipplant gehouden. In zijn habitat wordt het een los, vertakte struik tot 3-5 m hoog. De 6-10 cm glimmend groene, dunne bladeren zijn soms eirond tot elliptisch en grof en stomp of getand.

    Vanaf het uitlopen in februari tot september moet er regelmatig gegoten worden, met een wekelijkse toevoeging van een voedingsoplossing. Vanaf september moeten zowel het gieten als het bemesten verminderd worden, tot de plant in november aan de rusttijd begint. Tijdens de rusttijd mag de kluit beslist niet uitdrogen. De beste overwinteringstemperatuur ligt tussen 12 en 15 graden Celsius.

    Verpotten :
    De beste tijd om te verpotten is februari, net voordat de groei weer begint. Jonge planten kunnen jaarlijks, oudere planten wat minder vaak verpot worden.

    Snoeien :
    Wordt de plant te groot of te sprieterig dan kan hij in februari gesnoeid worden. De takken kunnen daarbij sterk teruggesnoeid worden, zodat de plant van onderaf nieuwe vertakkingen zal gaan vormen. Om een Chinese roos als hoogstam te kweken hoeven langs de doorgaande scheut alleen de zijtakken consequent verwijderd te worden. Op de gewenste hoogte wordt de scheut getopt. De aan de kroon uitlopende twijgen worden geleid en waar nodig ingekort om een mooie vorm te krijgen.

    Vermeerderen :
    De Chinese roos kan in het late voorjaar (mei of juni) gestekt worden. Van nog niet verhoute delen worden kopstekken gesneden, die in stekgrond gestoken worden. Gebruik van stekpoeder bevordert de wortelgroei en verkleint het risico van schimmels. De stekken worden licht en warm weggezet (bodemtemperatuur 24 tot 26 graden Celsius). Afdekken met een verhoogd geplaatste glasplaat of folie, voorzien van luchtgaatjes, helpt om de (lucht)vochtigheid constant te houden. Nadat zich wortels en het eerste blad gevormd hebben wordt de stek in het normale humeuze grondmengsel opgepot.

    Stekhandleiding:
    water de moederplant grondig een paar dagen voor de snoei
    neem een topstek tijdens de lente of zomer: selecteer een gezonde tip, vrij van ziekten of plagen
    snij een topstek van 15 cm ‘s ochtends
    verwijder alle bladeren, behalve de bovenste 2-3 bladeren
    dompel de afgesneden stek in bewortelingshormoon (facultatief maar versnelt de beworteling)
    bevochtig de potgrond alvorens de stek te planten
    plant de stek 2 cm diep
    druk de aarde aan
    hou het substraat vochtig maar niet nat zodat de stekken niet rotten
    plaats in halfschaduw
    wortelvorming vindt plaats na ongeveer 6 weken
    wanneer de wortels goed gevormd zijn, mag u de stekken overplanten
    bloei vindt plaats ongeveer 9 maanden na het stekken

    Weetjes :

    Het is de nationale bloem van Maleisië waar hij in de 12de eeuw werd geďntroduceerd.

    Hibiscus: van het Grieks hibiskos dat moeras kaasjeskruid betekent.Rosa-sinensis: van het Latijn rosa (roos) en sinensis (Chinees).

    De Chinese roos (Hibiscus rosa-sinensis) is een plant uit de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae). De soort wordt in België en Nederland als kamerplant gehouden. De plant is afkomstig uit tropisch Azië. In Azië wordt deze plant op grote schaal aangeplant en kan de plant meer dan 4 m hoog worden. Vaak wordt de soort daar als haag gebruikt. De Indonesische naam van de plant is 'kembang sepatu', wat "schoenbloem" betekent.

    Volgens een volksvertelling op Hawaii zouden de sappen van de Hibiscus worden gebruikt om wenkbrauwen of schoenen te kleuren (vandaar de bijnaam schoensmeerplant).

    Op Hawaii steken de vrouwen Hibiscus bloemen in hun haar steken als zij hun geliefde het hof maken.

    In Aziatische landen wordt de Hibiscus ook gebruikt als haagplant.

    Het belangrijkste van de Hibiscus is zijn sierwaarde. Dat geldt ook voor een groot aantal andere planten uit deze familie, bijvoorbeeld die van de geslachten Abutilon, Althaea, Lavatera, Malope en Malva.

    Chinese rozen stammen rechtstreeks af van de tuinrozen uit China. Ze zijn de oudste onder de oude rozen en ze bestonden reeds duizend jaar geleden .Ze zijn het resultaat van de kruisingen tussen Rosa gigantea, Rosa chinensis en waarschijnlijk Rosa multiflora.Het zijn doorbloeiende lage struiken en in een warm klimaat bloeien ze het hele jaar door.Toen ze indertijd naar Europa werden geëxporteerd zetten ze de rozenwereld op zijn kop. Vanaf 1750 raakten ze wijd verspreid in het Westen waar ze de basis vormden voor een groep in Europa gewonnen hybriden die daar bekend werden als Chinese rozen.

    Ziekten en plagen
    *Door een te koude overwinteringsplaats of tocht kan de Chinese roos (wol)luis oplopen.

    *Als de plant te droog gehouden wordt, kunnen de knoppen voortijdig afvallen.

    *Afvallen van knoppen kan ook veroorzaakt worden door voedselgebrek (de Chinese roos wil graag regelmatig extra kamerplantenvoeding).

    *De plant reageert ook vaak op verplaatsing of verandering in omgevingstemperatuur door knoppen te laten vallen, of blad af te stoten.

    *Vergeling van het blad is vaak te wijten aan een te warme overwintering.

    *Bladval tijdens het groeiseizoen duidt op een te royale watergift.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    09-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Roetdauw bij Rozen
        

    Roetdauw bij Rozen


    Voorkomen en bestrijden Roetdauw is gemakkelijk te herkennen, maar moeilijk te bestrijden.


    WAT IS ROETDAUW?
    Roetdauw is een veel voorkomende ziekte bij rozen. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen twee vormen: sterroetdauw en gewone roetdauw.
    Beide ontstaan weliswaar door schimmels, maar de oorzaken en de symptomen lopen nogal uiteen.

    Sterroetdauw
    Is het eerst op de bladeren te herkennen. Er zijn onregelmatig gevormde zwarte vlekken te zien met straalvormige randen. De bladeren worden geel en vallen in grote hoeveelheden van de planten. Deze massale bladval verzwakt de planten in hoge mate. De sporen verspreiden zich door de lucht en nestelen zich in de grond of op afgevallen bladeren.

    Roetdauw
    Treedt uitsluitend op in combinatie met blad- of schildluizen. De roetdauwschimmels nestelen zich in de honingdauw, die deze diertjes uitscheiden.
    Symptoom van een aantasting is de zwartachtige aanslag op de bladeren.

    --PREVENTIE--
    Een aantasting van rozen door roetdauw of sterroetdauw is helaas niet gemakkelijk te bestrijden. Maatregelen ter voorkoming van deze schimmelziekten zijn daarom de beste behandeling.
    Bijzonder belangrijk is de keuze van de juiste standplaats. Te natte, maar ook te droge grond, te weinig voedsel en een gebrekkige luchtcirculatie bevorderen in hoge mate het ontstaan van deze ziekten. Delen van aangetaste planten geeft u met het gewone afval mee.
    Nooit in de tuin
    laten liggen, op de composthoop of in de biobak doen.

    MAATREGELEN TER VOORKOMING VAN ROETDAUW

    Tip 1
    Als een roos herhaaldelijk door roetdauw wordt aangetast, moet u de plant flink terugsnoeien. Dan is de kans groot dat de delen die nog sporen bevatten, worden verwijderd.

    Tip 2
    Roetdauw verdwijnt pas definitief als u de blad- en schildluizen hebt bestreden. Spuit daarvoor de plant met een harde straal koud water af of met een oplossing van zachte zeep en water. Gebruik liever geen insekticiden.

    --Een goede luchtcirculatie is een van de voorwaarden om roetdauw te voorkomen. Plant uw rozen op een luchtige plaats, maar uit de wind.

    --Geef op de wortels water. Voorkom dat de bladeren en bloemen nat worden. Als deze voortdurend vochtig zijn, ontstaat gemakkelijk roetdauw.

    NATUURLIJKE SPUITMIDDELEN
    Ter voorkoming van sterroetdauw bespuit u de planten in mei/juni met een extract van paardestaart of een versterkend middel voor rozen. Vraag in het tuincentrum naar kant-en-klare preparaten.

    Roetdauw, beter gezegd bladluizen, kunt u met een oplossing van zachte zeep en water bestrijden. Los 250 gram zeep in tien liter heet water op. Na het afkoelen onverdund spuiten, bij voorkeur 's morgens.

    Verzamel en vernietig bladeren en bloemen, zodra deze zijn afgevallen. Zo voorkomt u dat de schimmels zich in de grond kunnen nestelen.

    Attentie
    Sterroetdauw kan meestal alleen met behulp van een schimmeldodend middel, een fungicide, worden bestreden. Houd u strikt aan de aanwijzingen op de verpakking. Draag handschoenen en eventueel een beschermende bril. Bewaar het middel te allen tijde buiten het bereik van kinderen en huisdieren.

    VERZORGING HET JAAR ROND

    VOORJAAR - Controleren
    Controleer uw rozen op symptomen van roetdauw Verwijder en vernietig aangetaste bladeren direct.
    Bestrijd roetdauw met een oplossing van zachte zeep.

    ZOMER - Behandelen
    Constateert u een ernstige aantasting met sterroetdauw, dan zult u de planten tot het najaar met een schimmeldodend middel moeten behandelen. Houd u strikt aan de gebruiksaanwijzing!

    NAJAAR - Schoonmaken
    Verwijder en vernietig afgevallen bladeren. Mulch de grond. Snoei aangetaste delen terug tot in het gezonde hout. Het kan even duren voor de planten zijn hersteld.

    Tip
    Voorkomen is beter dan genezen. Dit geldt ook voor roetdauw.

    *Zorg dat uw rozen niet constant in zeer natte grond staan. Voorkom dat de bloemen en bladeren bij het gieten nat worden.

    *Plant uw rozen niet op plaatsen waar al eerder rozen hebben gestaan.

    *Wilt u precies weten of de grond geschikt is voor rozen, laat dan een grondmonster analyseren.

    Aangezien de roetdauwsporen 's winters in de grond kunnen overleven, is het verstandig de aarde in het voorjaar te behandelen om alle sporen te vernietigen.
    Koop in het tuincentrum een middel dat voor rozen geschikt is.
    Maak het gereedschap dat met de aangetaste rozen in aanraking is gekomen, grondig schoon. Draag bij het snoeien van aangetaste planten bij voorkeur stevige wegwerphandschoenen (drogisterij of apotheek) en vernietig deze na gebruik. Zo voorkomt u dat u roetdauw overbrengt op gezonde rozen.

    Geeft u de voorkeur aan gewone werkhandschoenen, dan moet u deze na afloop grondig wassen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Persicaria amphibia
     

    Persicaria amphibia

    Botanische naam  : Persicaria amphibia
    Nederlandse naam : Veenwortel
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   : in de oever wortelend ver uitwaaierend
    Grondsoort       : alle, veen
    Licht            : half schaduw, zon
    Gebruik          : groepen, verwildering, moerasplant
    Hoogte           : drijvend
    Vorm             : overig
    Bloeikleur/vorm  : roze
    Bloeitijd        : juni, juli
    Waterstand       : 0.00-0.15 m
    Winterbeeld      : afstervend/overblijvend

    Standplaats:
    In ondiep, voedselrijk water, vooral in rivierarmen, zandafgravingen, duinplassen en vennen; op natte tot vochtige, voedselrijke grond aan slootkanten, in uiterwaarden, op akkers; op drogere standplaatsen vaak niet bloeiend.

    Kenmerken:
    De stengels en bladeren van de waterplant drijven op het oppervlak van stilstaand tot langzaam stromend water.

    Er bestaan ook landvormen die rechtopstaande stengels hebben en 30-70 cm lang worden. In dit geval zijn de bladeren wat korter gesteeld en zijn blad en ochrea behaard.

    Bij de watervorm zijn deze onbehaard. Bij de watervorm van de veenwortel zijn de bladeren langgesteeld, langwerpig tot lancetvormig en hebben een hartvormige voet. De landvorm heeft kortgesteelde bladeren die lancetvormig zijn. De stengelomvattende, vliezige steunblaadjes zijn vergroeid tot een tuitje.

    Bloemen :
    Veenwortel bloeit in dichte aren, die 2-4 cm lang worden. De bloeiperiode loopt van juni tot oktober. De bloemen zijn roze/rood of roze/wit. Ze hebben vijf meeldraden en twee stijlen. De vruchten van de veenwortel zijn (indien aanwezig) glazend, bruin en hebben de vorm van een ei. Meestal draagt de plant geen vruchten.

    Planten :
    Zonnige plaatsen in rustig, ondiep, voedselrijk water en op vochtige tot natte, zelden droge, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke grond (klei, leem, zavel en zand).

    Deze veenwortel kan flink woekeren en kruipt met zijn wortelstokken overal heen. Zet hem daarom in een aparte plantenbak in de vijver.

    De veenwortel moet voldoende diep worden geplant om tot bloei te kunnen komen. Plant ze op 40 cm diepte in de vijver.

    Eigenschappen:
    Plant overblijvend, met taaie, rode wortelstokken. Meeldraden uitstekend. Watervorm met lange, drijvende stengel en drijvende, gesteelde, lancetvormige bladen met afgeronde of zwak hartvormige voet. Landvorm met opstijgende of rechtopstaande stengel en korter gesteelde bladen.

    Vermeerderen :

    1. Ze zaaien zichzelf vrij gemakkelijk uit en kunnen daardoor overal opschieten.

    2. Neem in april delen van de wortelstok. Oppotten in containers met een mengsel van veen en klei.

    Weetjes :

    - Slakken vreten graag aan de zachte bladeren.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    06-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ctenanthe
     

    Ctenanthe


    Kenmerken :
    Zowel aan de groeiwijze als de bladvorm en -tekening is al dadelijk te zien dat Ctenanthe familie is van de tiengebodenplant (Maranta) en Stromanthe. Vooral de overeenkomst met enkele Stromanthesoorten is groot: langwerpige bladeren; lang gesteeld, aan de bovenzijde dikwijls fraai getekend en aan de onderzijde donkerrood gekleurd. Aangezien Ctenanthe een liefhebber is van warmte, kunt u deze plant het beste in de zomer aanschaffen.
    De overgang van warme kas naar huiskamer geeft dan de minste problemen. In de winter aangeschafte exemplaren hebben dikwijls grote problemen met de aanpassing aan de droge atmosfeer in onze woningen

    Soorten :
    In de vochtige regen bossen van Zuid-Amerika, vooral in Brazilië, komen ongeveer 20 soorten voor. Het zijn dikwijls forse, kruidachtige gewassen.
    Als kamerplant wordt vooral C. lubbersiana en C. oppenheimia gekweekt. De bladeren van eerstgenoemde soort zijn aan de bovenzijde geel-grijs-groen gemarmerd, aan de onderzijde lichtgroen.
    De tweede soort is te herkennen aan de donkerrode onderzijde, hoewel dit ook bij vele andere soorten voorkomt, zoals bijvoorbeeld bij C. sanguinea.

    --Ctenanthe lubbersiana, Eichler. (C. Lubbers, chef van de botanische tuin te Brussel, 1832-1905) Bladplant met lang gesteelde, 20cm, licht groene en langwerpige bladeren van 20cm lang en 6-8cm breed, met een stomp uiteinde en een korte, scherpe punt, donkergroen en geel gemarmerd

    --Ctenanthe oppenheimiana, Schum. (Duits Joodse sociologist, Franz Oppenheimer 1864-1943?) is een sterk groeiende plant van 90cm of meer hoog.Bladeren zijn 30cm lang en 10cm breed die bij de steel smal toelopen.

    Tricolor’ heeft donker groene bladeren die voor een groot gedeelte bedekt zijn met zilver/witte banden, onderkant is dieprood, een kleur die ook aan de bovenkant doordringt.

    --Ctenanthe setosa, Eichler. (zijdeachtig) de purper/rode blad stelen zijn 15cm lang en met fijne haartjes bezet.Spits toelopende, 45cm lange bladeren die 10cm breed zijn, licht groen met donkere nerven.

    Standplaats :
    Een Ctenanthe moet het gehele jaar op een lichte plaats staan, maar neemt toch ook met wat minder licht genoegen. Direct, fel zonlicht moet beslist worden vermeden. Zeer belangrijk is dat de temperatuur constant vrij hoog is (18-25°C) en de luchtvochtigheid niet te laag. Nooit mag de temperatuur tot beneden 16°C dalen.

    Ziekten :
    -Wanneer een bontbladige Ctenanthe de fraaie bladtekening verliest, staat de plant hoogstwaarschijnlijk te donker.

    -Gele bladvlekken kunnen door felle zon veroorzaakt worden

    -wanneer de bladranden omkrullen is dat een teken dat de lucht te droog is. In het laatste geval vaker sproeien of de Ctenanthe bij andere planten in een bak zetten.

    -Tengevolge van te droge lucht kan ook gemakkelijk spint en witte vlieg optreden. In eerste instantie moet u dit euvel trachten te bestrijden door de plant regelmatig met een flinke, lauwe douchestraal te behandelen. Pas als dat niet lukt neemt u uw toevlucht tot een bestrijdingsmiddel.
    Natuurlijk zullen ook de groeiomstandigheden moeten worden verbeterd.

    Verzorging :
    Voor het gieten moet u voor deze tropische planten altijd lauw, onthard water gebruiken. Gedurende de winter dagelijks de planten (met lauw water) besproeien of er op een andere wijze voor zorgen dat de luchtvochtigheid rond de plant voldoende hoog is. Tijdens de groeiperiode krijgt de plant wekelijks mest.


    Vermeerderen :
    Ctenanthe's ontwikkelen zich als bossige planten en zijn eenvoudig door scheuren Soms kunnen ook bewortelde uitlopers als nieuwe planten worden opgekweekt.

    Tip :

    *Ctenanthe's wortelen ondiep. Gebruik daarom bij voorkeur ondiepe, wijde bakken en zorg voor goede drainage.

    *Kalkhoudend water wordt zacht' door het te filteren. Een bloempot, bekleed met een doek, wordt gevuld met turf.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    02-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Cactussen
     

    CACTUSSEN
    Hoe u ze het beste kunt verzorgen

    Een rubriek waar we het nog niet over gehad hebben en een hobby die vele mensen toch veel plezier geeft gaan we vandaag eens nader bekijken

    *Een plaats in de zon
    Bijna alle cactussen zijn in hun land van herkomst gewend aan een overmaat aan licht. Ook in onze woning moeten ze dus zo licht mogelijk staan. Een zuidvenster is ideaal. Maar ook een licht oost- of westvenster kan goed voldoen.
    In een raam op het noorden zullen ze weliswaar overleven, maar mooie bloemen of doornen hoeft u niet te verwachten.

    Jammer genoeg bestaan er op deze regel nauwelijks uitzonderingen. Het beste kunt u van de volgende vuistregel uitgaan: Hoe meer doornen of haren een cactus heeft, des te meer zon heeft hij nodig. Tijdens de groeitijd - bij de meeste cactussen is dat het voorjaar en de zomer - heeft onze stekelige vriend veel warmte nodig. Dat geldt zowel op de vensterbank in de huiskamer als op een plaatsje op het balkon. De temperatuur mag rustig boven de 30°C komen, wat in ons klimaat maar weinig dagen echt het geval zal zijn. Maar ook 's nachts moet de temperatuur niet veel onder de 20°C zakken. Het vinden van een juiste plaats mag in de zomer wellicht nog eenvoudig zijn, problematisch wordt het pas in de herfst. Want in de winter maken de meeste cactussen een flinke rustperiode door. Ze moeten dan op een lichte en koele plaats staan en droog gehouden worden. Alleen dan zullen ze knoppen vormen en in het voorjaar bloeien.
    Ongeveer eind oktober kunt u uw cactussen op een koele overwinteringsplaats neerzetten. Voor de meeste soorten ligt de gewenste temperatuur tussen de 5 en 10 graden. Maar de cactussen moeten in deze maanden niet te donker staan. Een donkere kelder is dus ongeschikt, ook als het er lekker koel is. Zet uw potten met cactussen dus in het raam van een trappenhuis of in een meestal wat koelere slaapkamer. De overwinteringsruimte mag in geen geval vochtig of nattig zijn. Anders zullen de cactussen zeker gaan schimmelen en rotten.

    In februari als bij de cactussen hopelijk de eerste knopvorming zichtbaar wordt,mogen we de planten weer langzaam wakker maken. Haal ze niet te plotseling uit hun winterslaap. Als de temperatuur langzamerhand gaat stijgen, moet u de planten in het begin een beetje beschermen tegen een plotseling, scherp optredend voorjaarszonnetje. Ook de watergift moet heel voorzichtig worden opgevoerd.

    I*Voorzichtig met watergeven
    Cactussen staan bekend als sterk en eenvoudig te verzorgen. Zonder al te veel problemen overleven ze een verkeerde standplaats of een periode zonder mest of verse aarde. Een fout mag u echter niet maken, want dat is niet alleen schadelijk, maar in veel gevallen zal de plant dat zelfs niet overleven: teveel water. En dat is vooral daarom belangrijk, omdat het bladloze plantje geen waarschuwingssignalen afgeeft, zoals andere planten. Als hij omvalt is het vrijwel altijd te laat. Jammer genoeg is er geen recept, waarmee we kunnen aangeven hoeveel milliliter water een cactus dagelijks gebruiken kan. Zijn dorst is namelijk afhankelijk van een aantal factoren:

    Van het soort -
    ook onder de cactussen zijn er soorten, zoals de bladcactussen, die meer water gebruiken dan de anderen.

    Of de cactus zich in de groeiperiode of rustperiode bevindt.
    In de eerste situatie heeft hij wat meer water nodig, in de tweede situatie vrijwel niets.

    Of hij bloeit -
    dan is hij wat dorstiger.

    Van het weer -
    op mooie zomerdagen droogt de grond sneller uit dan bij regenachtig weer.

    Van de pot -
    cactussen in plastic potten moeten we nog minder water geven dan in stenen potten.

    Een houvast:
    Tijdens de groeitijd hooguit een keer per week gieten; in de rustperiode droog houden. Echt groene Vingers moet u hebben voor het watergeven van jonge cactussen en cactussen die in kleine potjes staan. Soms ziet een cactus er tijdens de winterperiode een beetje slap en grauw uit. Dan heeft hij zoveel van zijn eigen watervoorraad gebruikt dat een beetje extra geen kwaad kan. Geef hem ook nu echter geen flinke hoeveelheid, een klein scheutje water zal voldoende zijn. Ook in februari als de cactussen weer beginnen te groeien, moet u de eerste twee, drie weken alleen maar sproeien en pas daarna weer voorzichtig beginnen met gieten.

    *Zacht water gebruiken
    Hard, dus kalkrijk water, is voor veel cactussen schadelijk. Want daardoor zal in de loop van de tijd de aarde zo veranderen, dat de fijne cactus wortels afsterven.
    Bijzonder gevoelig in dit verband zijn epiphytisch groeiende cactussen, maar ook verschillende Rebutia- en Gymnocalycium-soorten. En nog belangrijker dan voor volwassen cactussen is zacht water voor zaailingen en jonge cactussen. (Afhankelijk van de hardheid kunt U het water laten staan, koken, turf of chemische middelen gebruiken.) Tot slot moet het gietwater steeds op kamertemperatuur zijn. IJskoud water dat in de winter zo uit de kraan komt, stelt geen enkele plant op prijs, dus ook een cactus niet
    Als u het gietwater dan ook een of enkele dagen in de gieter laat staan, vangt u twee vliegen in een klap. Het water wordt warmer en zachter.

    I*Droge lucht,
    geen probleem De meeste cactussen kunnen het in droge lucht uitstekend uithouden. Ze zijn niet anders gewend. Sommige, zoals de bladcactussen, zijn van nature gewend aan dauwen nevel. Zij stellen dus in de huiskamer een wat hogere luchtvochtigheid op prijs. Deze cactussen moeten daarom regelmatig besproeid worden. Bij grote cactusverzamelingen kunt u ook schalen met water in de vensterbank zetten. Door het verdampen wordt de lucht dan vanzelf vochtiger. Wat u zeker niet moet doen, is de cactussen inkuilen in een met turf of kleikorrels gevulde schaal. Weliswaar wordt de lucht dan vochtiger, maar ook de grond. En dat is zonder meer schadelijk voor cactussen, terwijl deze methode voor gewone planten daarentegen juist aan te bevelen is.

    *Voeding is noodzakelijk
    Hoewel cactussen met weinig genoegen nemen, hebben toch ook zij van tijd tot tijd wat extra voeding nodig. En wat niet in de grond of het water te vinden is, moet toegevoegd worden. Ze groeien dan niet alleen beter, maar ze krijgen ook meer bloemen en mooiere doornen en haren.
    Het is dus belangrijk dat u de juiste voeding op de juiste tijd geeft. De gebruikelijke meststoffen, die voor al uw andere kamerplanten geschikt zijn, zijn voor cactussen minder gewenst. Er zit teveel stikstof in. Als u de cactussen met die meststof verzorgt, zullen ze te welig gaan groeien, dunne, kleurloze doornen krijgen en weinig bloemen geven.
    Cactussen hebben dus een speciale meststof nodig. Dat is echter geen probleem. In vrijwel elk tuincentrum kunt u cactusmeststof kopen. Voeding hebben de planten natuurlijk alleen maar in het voorjaar en in de zomer nodig, dus in de periode dat ze groeien en bloeien. Nu moet u natuurlijk niet gelijk in februari, als u de planten begint water te' geven, bemesten. Dat is - zelfs als u een cactusmeststof gebruikt - te veel van het goede. De eerste drie, vier weken giet u alleen met water. Pas daarna begint u met het bemesten. In het begin met een lage concentratie (ongeveer eenderde van wat op de verpakking staat). En later voert u dit op tot de gewenste hoeveelheid.

    Bemesten
    doet u om de twee tot drie weken tot aan eind augustus. Dan moeten de cactussen zich weer in gaan stellen op de winterrustperiode. Let erop dat u nooit op de droge grond bemest. Cactussen zijn namelijk zoutgevoelig. Maak de grond dus eerst vochtig. Anders kunnen de wortels van de cactus gemakkelijk schade oplopen.

    *Stek snijden
    Als de opkweek van cactussen uit zaad te lang duurt of te moeilijk is, kunnen we ook stek snijden. Ook bij Opuntiasoorten kunt u complete delen, de zogenaamde schijven, er van af breken. Iets moeilijker is het bij zuilcactussen. Daar moeten we de kop van afhalen (trouwens ook een mogelijkheid om grote cactussen kleiner te maken). Snij de cactus op een smal gedeelte doormidden.
    De gunstigste tijd om stek te snijden is mei-juni. Vervolgens snijden we de wond enigszins bij en dopen hem in fijne houtskool, zodat hij niet gaat rotten. Als na een paar dagen de wond goed droog is, zetten we de stek rechtop in een stenen pot.
    Het kan weken, zelfs maanden duren voordat er wortels gevormd zijn. Tot die tijd wordt de stenen pot alleen van buiten natgesproeid. Na verloop van tijd ontwikkelen zich de wortels. Pas als de wortels goed ontwikkeld zijn, wordt er opgepot. '

    *Cactussen zaaien
    Een goed resultaat bij het zaaien begint met een grote hygiëne. Borstel uw pot of schaal goed schoon met heet water. Steriliseerde zaaigrond eventueel in de oven (ongeveer 15 tot 20 minuten verhitten tot 80°C).
    Natuurlijk hangt het resultaat van het zaaien ook af van de zorg die u er aan besteedt. Zorg voor voldoende licht, maar vermijd de volle zon. Het moet voldoende warm zijn en de grond steeds vochtig. U moet echter niet gieten, maar alleen sproeien. Nog beter is een bevochtiging van onderen. In dat geval moet u het potje met zaad in een schaal met water zetten.
    Tot slot is het belangrijk dat er juist en op tijd verspeend wordt. De jonge cac-tusplantjes moeten niet te vroeg in een pot gezet worden en zo hoog dat de wortelhals precies gelijk valt met het grondoppervlak. Erg belangrijk voor de verdere ontwikkeling: jonge cactusplanten heel voorzichtig watergeven en bemesten.

    *Cactussen enten
    Over enten praten we als twee verschillende cactussoorten op elkaar gezet worden en met elkaar vergroeien. We hebben dan een onderstam met wortels en daarop bevindt zich de ent. We passen dit vaak toe om cactussen sneller te laten groeien ofvroeger te laten bloeien, Maar ook als de ent (de bovenste cactus) op eigen wortel zou wegkwijnen. In dat geval moet de onderstam alle eigenschappen bezitten die bij de ent ontbreken, Vaak kiezen we dan voor Eriocereus jusbertii en verschillende Trichocereussoorten

    De beste tijd om te enten is een zonnige periode in april-mei. Eerst wordt de onderstam met een scherp mes recht afgesneden. Dat geldt ook voor de ent. Vervolgens wordt de wond van de onderstam schuin bijgesneden. En nu schuiven we beide delen op elkaar en wel zo dat er geen luchtbellen tussen komen. Snelheid is hierbij erg belangrijk, De snijvlakken van zowel onderstam als ook ent mogen niet opdrogen. Met elastiekjes kruisgewijs over de pot en ent houden we dit tenminste vier weken op zijn plaats. En zorg dat de zojuist geënte exemplaren wel warm maar in de eerste weken niet in de zon staan.
    Na vier weken zijn ent en onderstam met, elkaar vergroeid.
    Bij het enten is het belangrijk dat ent en onderstam goed op elkaar passen. Een elastiekje zorgt ervoor dat het een en ander goed op z'n plaats blijft zitten.

    *Tips

    Als u voor de eerste keer uitzaait en snel resultaat wilt zien, moet u met Rebutia of Aylostera (verwant aan de Rebutia) beginnen. Deze cactussoorten kiemen snel en groeien daarna vlot door, zodat u tweejaar na het zaaien al bloeiende cactussen hebt. Astrophytum bijvoorbeeld is wel een snelle kiemer (na drie, vier dagen), maar een trage groeier.

    Het voorjaar, maart-april, is de beste zaaitijd. Wilt u echter niet belichten en ook niet verwarmen, dan moet u zeker wachten tot mei.

    De zaailingen hebben veel warmte nodig, 20-30 °C. Belangrijk is echter dat het zaad niet uitdroogt, want dan wordt het kiem proces onderbroken, Wat na vier weken nog niet gekiemd is, kunt u zonder meer weggooien, Dat zal toch niet meer opkomen.

    Veel cactusliefhebbers maken bij het uitzaaien twee fouten. Ze zaaien in te grote schalen of bakken en de zaailingen worden te snel verspeend, Wilt u ongeveer 100 korrels van een soort uitzaaien, dan is een vrij kleine bloempot al voldoende groot. Als u in het voorjaar uitzaait, moeten de jonge cactussen een heel jaar in de kleine pot blijven staan. In de winter houden we de grond droog en in het voorjaar kan dan verspeend worden. Ook de eerste weken na het verspenen geven we nog geen water. Dat komt pas later.
    Te veel mensen willen al verspenen als de plantjes nog nauwelijks te hanteren zijn, De cactussen zijn zo klein, dat ze niet goed vast te houden zijn. Ze zullen beschadigd worden, gaan rotten en sterven af.

    Een volgende fout komen we zelfs in de cactusliteratuur vaak tegen. Overal staat het: cactussen zijn lichtkiemers en mogen zodoende na het zaaien niet afgedekt worden. Dat is natuurlijk onzin. Als we de grond niet afdekken, krijgen we vrij snel algen mosgroei. Het zaad zal dan verstikken. Voor een goed resultaat kunt u dus beter het zaad afdekken met een dun laagje fijn zand.

    U kunt ook zelf zaad winnen van uw eigen cactussen. U krijgt dan wel heel veel nakomelingen van een soort.
    Het eenvoudigst kunt u een vrucht met zaad herkennen bij Mammillaria. Na de bloei vormt de plant rode bessen. Die moeten gedroogd worden en later opengemaakt om de zaden vrij te maken. U moet dan wel eerst zorgen dat er vruchtvorming optreedt. En een beetje hulp bij het bestuiven van de cactussen is dan nodig. Met een penseel brengt u, als de bloem geopend is, het stuifmeel op de stamper. Bij voorkeur op een zonnige dag.

    *Wat u ook nog moet weten

    --Hydrocultuur
    Ook al klinkt het nog zo onwaarschijnlijk: de kinderen uit de woestijn, de cactussen, doen het uitstekend op water - in hydrocultuur. U moet dan wel op de volgende punten letten. Er mag niet te veel voeding in de oplossing zitten.
    In de winter tijdens de rusttijd wordt de voedingsoplossing zelfs verwijderd. Alleen af en toe zullen we de kleikorrels wat vochtig maken met water. En ook nu moet u geen gebruik maken van normale hydrovoeding, maar een speciale cactusmeststof.

    --Reddingsactie
    Zelfs als een cactus bijna verzopen is, ofvan onderen aan het rotten is, of als de wortels door luizen opgevreten zijn, dan nog hoeft u hem niet weg te gooien. Haal de cactus uit de pot, verwijder zoveel mogelijk grond en snij alles wat rot of ziek is weg. De rest van de cactus zet u op een kleine pot, zodat er veel lucht bij de wondplaats kan komen. Dan moet u net zo lang wachten tot zich genoeg nieuwe wortels gevormd hebben.

    --Schermen tegen de zon
    Bijna alle cactussen kunnen veel zon verdragen. Alleen de overgang van de donkere winter naar het lichte voorjaar kan wel eens te snel komen. Vooral ook als u nog van plaats wisselt, (van een koele winterplek naar een standplaats voor de zomer) en de zonnestralen plotseling uit een andere richting komen. Ook de eerste twee weken na het verpotten zijn cactussen gevoelig voor de zon. Zet daarom de eerste mooie voorjaarsweken een stuk papier tussen de cactussen en het vesterraam. Als u elke dag 's morgens en 's middags een half uur korter schermt, kunt u spoedig het stuk papier weglaten.

    --Ongewenste gasten

    Ook een cactusliefhebber zal te Wolluis op een bladcactus. maken krijgen met ziekten en aantastingen. Alleen bladluizen komen weinig voor. Het volgende kunt u wel tegenkomen:

    Wolluizen zitten bij cactussen meestal diep tussen de ribbentussen de schijven of andere moeilijk bereikbare plaatsen. De beste bestrijdingsmethode: de luizen regelmatig met een pincet wegnemen. Let er dan op dat u niet alleen het plukje wol, maar ook de luis die eronder zit wegneemt.

    Dopluizen lijken een beetje op kleine, bruine, halve kogeltjes. Ook hier is het wegnemen de beste methode. Bij dicht behaarde of sterk bedoornde soorten kunt u eventueel ook een insekticide gebruiken.

    Spint is de schrik van alle cactusvrienden. De aanwezigheid wordt pas vaak waargenomen als de plant plotseling bruin kleurt. Zieke cactussen direct isoleren. Regelmatig, dus om de 5-7 dagen, sproeien met een spint bestrijdingsmiddel is meest aan te bevelen.

    Wortelluis kan volop aan het werk zijn als om onduidelijke reden de plant staat te verkommeren. Een blik op de wortels zal snel duidelijkheid verschaffen. Als er witte vlokken tussen de wortels zitten is het zover. De wortels goed schoon wassen. Daarna kunt u in de vakhandel een speciaal bestrijdingsmiddel kopen, waarin u de wortelkluit kunt dopen. Pas dan kunt u weer opnieuw oppotten. Gebruik verse grond en ontsmet de oude bloempot.
    Een zomerlang in de buitenlucht, tussen half mei en begin september, bevalt de meeste cactussen wel. Woont u echter in een omgeving met sterk verontreinigde lucht, dan kunt u zekerde wit-behaarde cactussen beter binnen laten staan. Binnen de kortste keren zullen ze smerig en vies zijn. Als u cactussen het gehele jaar door buiten wilt hebben - bijvoorbeeld uitgeplant in een perk - dan moet u de volgende Opuntia-soorten eens proberen:
    --0. engelmannii,
    --0. fragilis,
    --0. humifusa,
    --0. phaeacantha.
    Een zonnige, windvrije plaats, een goed doorlatende grond en een regenscherm voor de herfst en winter zijn dan wel belangrijk.

    Bron : verschillende artikels samengebracht

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    30-04-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Paprika
     

    Paprika als kamerplant


    Sommige groentegewassen zijn geschikt om in pot te laten groeien. Ze kunnen in de zomer een plekje krijgen op het balkon, maar planten die van warmte houden kunnen ook in de vensterbank groeien.

    Zo'n plant is paprika of zoete peper. Er zijn rassen in de handel die laag blijven- en compact groeien.

    Zo'n ras is bijvoorbeeld 'Clio', of 'Twiggy'. Kijk eens bij de groente zaden of er kleinblijvende rassen bij zitten.

    Scherpe peper kan op dezelfde manier worden gebruikt, de planten blijven lager. Beide pepers hebben in onrijpe toestand groene vruchten; die kunnen worden geoogst, maar we kunnen ze ook rijp laten worden.

    Zowel zoete peper als scherpe peper wordt gezaaid in de vensterbank en in kleine potjes opgekweekt. Ze houden van een lichte, niet te zonnige plek.

    Verpot elke keer als er wortels onder uit de pot komen. Gebruik verse potgrond en vermeng het in de 'eindpot' met wat klei en gedroogde koemest (ex- tra voeding).

    Toppen is niet nodig. Pas als de temperatuur in de nacht niet meer onder de 13°C zakt, mogen de plantjes eventueel buiten staan.

    Omdat de dunne bladeren tamelijk gevoelig zijn voor spint, is regelmatig sproeien zinvol. In de vensterbank moet volop zon worden vermeden. Grote warmte bevordert de kans op spint- en/ of thripsaantasting.

    Paprika is een wereldreiziger. De plant groeide voor het eerst op in Midden-Amerika en Zuid-Oost-Azië. De Spanjaarden brachten in de 15de eeuw wat zaad mee naar huis. Dat raakte ook in Arabische handen. Die gaven de paprika door aan de Turken en op die manier kwam de paprika terecht bij de Hongaren. Uiteindelijk maakten ook wij er ken­nis mee.

    Om paprikapoeder te maken worden de grote paprika’s eerst gedroogd. Vroeger werden ze gewoon opgehangen aan een draadje. Daarna worden de gedroogde vruchten gema­len. Paprikapoeder wordt meestal vanaf het begin aan een bereiding toegevoegd. Vooral vlees krijgt er een zachte, kruidige smaak door. Paprikapoeder is dus niet, of matig, pikant.

    Niet enkel in de keuken, maar ook voor de gezondheid zijn paprika’s uitstekend. Het is een prima inwendig ontsmettingsmiddel en is ook versterkend.

    Bij reumatische aandoeningen kan paprika als pleister worden gebruikt.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Abutilon megapotamicum



    Abutilon megapotamicum               


    Botanische naam  :  Abutilon megapotamicum               

    Nederlandse naam :  Abutilon                             

    Herkomst         :  Brazilié                             

    Bijzonderheden   :  vele rassen                          

    Vochtbehoefte    :  's zomers rijkelijk

    Licht            :  zon

    Bloeikleur/vorm  :  geel, rood/bruin

    Blad             :  bladverliezend

    Vermeerdering    :  stekken

    Voedingsbehoeft  :  elke week

    Overwintering    :  temperatuur 4- 8 ř, temperatuur 8-12 ř, licht, donker


    Abutilon behoort tot de kaasjeskruidachtigen (Malvaceae) en dat de planten familie zijn van kaasjeskruid (Malva) en Chinese roos (Hibiscus) is aan de bloemen duidelijk te zien. Meestal zijn het kleine boompjes met overhangende, dunne twijgen en handvormig gelobde, zachtbehaarde bladeren waarvan de vorm aan die van een esdoorn herinnert. De zo geliefde geelbonte bladeren zijn het gevolg van een - overigens ongevaarlijke - virus- ziekte.

    Tip
    Abutilon houdt van frisse lucht en staat graag voor een open venster. Maar: wel tocht vermijden.
    De hangende, klokvormige bloemen zijn meestal geel, oranje of rood, zelden wit.

    Soorten
    Men kent ongeveer 150 soorten, die alle van tropische origine zijn, maar in de subtropen soms al eeuwen zijn ingeburgerd.
    Als kamerplant worden vrijwel uitsluitend hybriden gekweekt: kruisingsprodukten van A. darwinii en A. pictum. Ze ontwikkelen zich als struikjes of kleine boompjes die van mei tot oktober bloeien.
    Een geheel andere bloem vorm bezit A. megapotamicum: rode kelk, gele kroon en violette meeldraden.
    Vanwege de kleurcombinatie bekend als 'Belgische vlag'.

    Standplaats
    Op een lichte plaats, niet in de volle zon, maar zeker niet te donker gedijt een Abutilon uitstekend. 's Zomers kunt u de plant heel goed buiten op een beschutte plaats zetten.
    Van september tot februari op een lichte en koele plaats zetten (12-15 "C). Op een warme plaats zal dikwijls bladval optreden.

    Verzorging
    Gedurende de zomer moet u veel gieten en iedere veertien dagen mest geven. Tijdens de winter - zeker wanneer de plant koel staat - moet de grond vrij droog zijn.
    Na het verpotten in het voorjaar worden de twijgen voor ongeveer eenderde ingekort.

    Ziekten
    Het laten vallen van knoppen, bloemen en bladeren is dikwijls het gevolg van veranderingen van omgeving. Wordt een plant van buiten naar binnen gezet, of omgekeerd, zorg dan voor een geleidelijke overgang.

    -Worden de scheuten in de win- ter lang en dun, dan staat de plant waarschijnlijk te donker en/of te warm. Dikwijls zal ook het blad afvallen.

    -Gebrek aan water - en dat treedt vooral tijdens de bloei op - heeft tot gevolg dat de bladeren gaan hangen. Plant eventueel regelmatig dompelen.

    -Wanneer de plant 's winters te warm staat kan wel eens spint optreden, dikwijls ook blad- en dopluizen. Bij een beginnende aantasting kan flink besproeien met lauwwarm water dikwijls helpen. In een later stadium kunnen alleen bepaalde middelen helpen.

    Vermeerderen
    Abutilon kan gemakkelijk uit zaad worden opgekweekt bij een temperatuur van 18°C. Maar op deze wijze krijgt u altijd planten met groene bladeren. Bontbladige cultivars moeten door stek worden vermeerderd (februari/ maart) op bodem warmte (22-25°C).

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (8 Stemmen)
    22-04-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Polystichum
     

    Polystichum
    NIERVAREN


    Kleur        : bloeit onopvallend
    Bloeiperiode : niet van toepassing
    Hoogte       : 70 - 100 cm
    Bladkleur    : opvallend groen glimmend blad
    Vorm         : opgaande groei
    Standplaats  : kan in zon, liever halfschaduw of schaduw


    Standplaats:
    Een lichte standplaats, nooit in de zon, maar bijvoorbeeld voor een venster op het noorden of oosten. Ideale planten voor een vrij koel vertrek. Droge lucht van centrale verwarming wordt goed verdragen, al is een enigszins koele plaats in de winter aan te bevelen (10-12°C). Blijft de plant in een warm vertrek, dan herstelt ze zich in het voorjaar maar langzaam.

    Kenmerken:
    Vele soorten bezitten stug, enigszins leerachtig blad. Dat betekent dat ze een droge atmosfeer in huis goed verdragen.
    De wetenschappelijke naam 'PoIystichum' betekent 'veelrijig' en dit wijst op de sporenhoopjes aan de onderzijde van de bladeren. Ze zijn meestal niervormig (vandaar de 'niervaren ') en staan in dichte rijen.
    De varens van de niervarenfamilie hebben allen een korte, kruipende of rechtstaande wortelstok met schubben. Ook de steel is beschubt en dikwijls voorzien van klieren en/of haren. De bladen of veren zitten bij elkaar in dicht bundels en zijn enkel, dubbel of meervoudig geveerd. Er zijn nooit steriele bladen, alle volwassen bladen dragen sporenhoopjes

    Panten :
    Aantal per m˛ 5 ŕ 7

    Verzorging :
    Vooral in de zomermaanden heeft deze varen veel water nodig. Rijkelijk gieten, maar voorkomen dat de grond te nat blijft. Bij warme 'overwintering' moet u ook zorgen voor een vochtige grond. Staat de plant koel, dan mag de aarde aan de droge kant zijn, maar nooit geheel uitdrogen.
    Ondanks het stugge blad is regelmatig besproeien, ook in de winter, aan te bevelen, vooral wanneer de plant warm staat. 's Zomers regelmatig - wekelijks - mest geven, maar wel in een zeer geringe concentratie. Varens zijn namelijk zeer gevoelig voor zout. Af en toe dompelen van de plant is ideaal.

    Gebruikte delen:
    Het fijne, dikwijls enigszins leerachtige blad wordt ook veel als snijgroen in bloemstukken gebruikt.

    Eigenschappen:
    overhangend- borderplant- donkergroen blad- wintergroen- glanzend
    Vele van deze varens zijn geliefde tuinplanten, vooral de groenblijvende soorten die een ideale beplanting vormen voor schaduwrijke plaatsen.

    Vermeerderen :
    Grotere exemplaren kunnen gemakkelijk door scheuren vermeerderd worden. Het voorjaar - maart - is daarvoor de beste tijd; er wordt dan dikwijls toch verpot. Het uitzaaien van de sporen is niet eenvoudig. U heeft daarvoor een steriele turfgrond nodig, bodemwarmte (20°C) en een hoge luchtvochtigheid. Bij enkele soorten cultivars ontstaan aan de basis van de blaadjes broedknoppen, waaruit zich nieuwe plantjes ontwikkelen

    Soorten :
    Als kamerplant worden vooral de uit het Verre Oosten afkomstige soorten toegepast. Daartoe behoort bijvoorbeeld

    --P. auriculatum uit Voor-Indië en Sri Lanka met sikkelvormige bLaadjes.

    --P. aculeatum, de echte naaldvaren, komt uit gematigde streken en kan zowel binnen als buiten toegepast worden, zij het in het laatste geval 's winters met enige bescherming.

    --Dit geldt ook voor de bekendste soort, P. setiferum, een Europese soort waarvan veel cultivars bekend zijn. Sommige kunnen uitgroeien tot forse exemplaren.

    --Uit Japan stamt P. tsussimense, een kleine varen met leerachtig blad; zeer sterke kamerplant.


    Weetjes :

    Het geslacht Polystichum omvat ongeveer 250 soorten die verspreid over de gehele wereld voorkomen, zowel in tropische als gematigde streken.

    Als kamerplant is dit geslacht minder bekend. Ten onrechte, want enkele soorten zijn sterk en gemakkelijk te verzorgen en u kunt er jarenlang plezier van hebben.

    Ziekten
    Wanneer een varen slecht groeit en/ of gele bladeren krijgt, is dat dikwijls het gevolg van voedsegebrek.
    In voorjaar en zomer moeten varens regelmatig bemest worden.

    Bij deze varens zijn bruine bladranden meestal niet het gevolg van te droge lucht, maar een teken dat de aarde te droog is. Dompel de pot in lauwwarm water totdat
    alle luchtbelletjes verdwenen zijn.

    Soms komen bladluizen voor. Probeer deze insekten te verwijderen door de plant herhaalde malen met een flinke straal van een lauwe douche te bewerken.


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    20-04-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Camellia sinensis
     

    Camellia sinensis
    Theeplant


    Standplaats:
    Als kamerplant heeft de theeplant een lichte plaats nodig, maar liever niet direct boven de verwarming.
    De potgrond moet lichtzuur zijn (gebruik bij het verpotten speciale azalea grond) en het water kalkvrij.
    Hoe exotisch de planten er ook uit mogen zien, beide planten zijn geen tropische gewassen van oorsprong, hoewel ze zich het best thuis voelen bij een gelijkmatige temperatuur van ongeveer 20°C en een hoge luchtvochtigheid.

    Kenmerken:
    Op het eerste gezicht doet de altijd groene theestruik met zijn glanzend groene bladeren denken aan een camellia. Dat is zeker geen toeval.
    De mooie camellia (Camelliajaponica)en de Chinese theestruik (Camellia sinensis) zijn nauwe verwanten.

    Bloemen :
    De bloemen zijn geel-wit met een diameter van zo'n 2,5-4 cm met 7 of 8 bloemblaadjes.

    Gebruikte delen:
    De zaden van de theeplant kunnen fijngemalen worden voor thee-olie, een zoete olie voor kookdoeleinden die niet verward moet worden met Tea Tree-olie, een etherische olie die gebruikt wordt voor medische en cosmetische doeleinden en gemaakt wordt van de bladeren van een andere plant.

    Werkzame bestanddelen:
    In warmere streken groeit de plant gans het jaar door, terwijl in een koeler klimaat de plant in de winter rust. De bladeren worden geplukt van zodra de nieuwe loten beginnen te groeien. Deze eerste blaadjes zijn zeer gegeerd en van bijzondere fijne kwaliteit. Maar het is toch de 2de pluk die de beste thee geeft. Voor thee van de beste kwaliteit worden van de nieuwe loten enkel de knop en de eerste 2 blaadjes geplukt.

    Eigenschappen:
    De theeplant is een groenblijvende struik of kleine boom die zo'n 17 m hoog kan worden, maar meestal tot onder de twee meter wordt gesnoeid als het voor de bladeren wordt geteeld. De plant heeft een sterke penwortel

    Vermeerderen :
    Vroeger werden theestruiken gekweekt uit de zaden van de plant. Nu worden ze vermeerderd via stekken of worden takken afgelegd die dan wortel laat schieten. Zo verhoogt de kwaliteit van de planten door enkel stekken te nemen van planten die goed produceren en bestand zijn tegen droogte, ongedierte en ziekte.

    Weetjes :

    Van groen blad naar zwarte thee. Met een theestruik op de vensterbank kunt u zelf de produktie ter hand nemen.
    Het herkomstgebied van de Chinese theestruik is het steeds groenblijvende woud van het voorgebergte van de Himalaya in Birma en Assam. Hier groeit hij in het wild tot op een hoogte van 2000 meter.

    Bemesten doen we tijdens de groei periode van maart tot september. Als zij liefdevol verzorgd wordt, groeit de theeplant uit tot een prachtige volle struik, waarvan u spoedig de eerste theebladeren kunt oogsten.

    Voor het watergeven zijn groene vingers noodzakelijk. De potkluit moet vochtig, maar nooit te nat of te droog zijn. Steek uw vinger dus regelmatig in de potgrond om de vochtigheid te controleren. Wateroverlast beschadigt de wortel en vernietigt de plant. In en om pot of de schotel mag nooit voor langere tijd water staan. Tijdens het winterhalfjaar gebruikt u een platte schaal met daarin een omgekeerd schoteltje. Daarop zet u de plant. We krijgen dan vanzelf een hogere luchtvochtigheid. 's Zomers kan de plant ook buiten staan.
    Voor de eerste nachtvorsten moet u de plant weer naar binnen halen, want de theeplant kan slechts enkele graden vorst verdragen (max. -3°C).

    Van groen blad naar zwarte thee

    Niet alleen op de plantage, maar ook op de vensterbank kunnen we het hele jaar door oogsten. Dat betekent dat, ook als u de theebladeren niet gebruikt, u de plant regelmatig moet terugsnijden. Alleen op die manier kan er een krachtige, bossige struik ontstaan.

    Oogsten, verwelken, rollen, fermenteren en drogen, dat zijn de behandelingen die theebladeren moeten ondergaan. Wat op grote schaal in de fabrieken gebeurt, kunt u ook thuis proberen.

    Oogsten:
    Elke keer worden de nieuw gevormde bladeren geoogst. Het gaat dan steeds om een eindgroeipunt en twee bladeren. De scheut moet wel uit meerdere bladeren bestaan, zodat niet alle nieuwe aanwas weggeoogst wordt. Na het plukken laten we de scheuten verwelken.

    Verwelken:
    Wat normaal door grote, krachtige ventilatoren bewerkstelligd wordt, kunt u zelf met een föhn bereiken. De geplukte theebladeren worden voorzichtig geföhnd. De hete lucht zorgt ervoor dat het blad goed slap wordt.

    Rollen:
    Twee grote, zware metalen schijven, die tegen elkaar indraaien, moeten de celwanden van de verwelkte theebladeren breken. Het celsap komt zo in verbinding met zuurstof en daarmee kan het fermentatieproces beginnen. In het blad vormen zich dan aromatische stoffen, etherische oliën en geurstoffen. Thuis kunnen we dit proces nabootsen door de theebladeren net zo lang in onze handen te wrijven totdat de bladeren enigszins vochtig en donkergroen zijn. De bladeren blijven dan ook aan elkaar kleven.

    Fermenteren:
    Op de plantages wordt gewerkt met sproeiers die de bladeren regelmatig vochtig houden. Thuis bereiken we dit klimaat in een goed verwarmde (25°C) badkamer.
    Heet water in de badkuip zorgt voor de noodzakelijke luchtvochtigheid. Na drie, vier uur hebben de zo behandelde bladeren een koperrode kleur aangenomen. Precies dezelfde kleur als vers gezette thee in theepot. Nu wordt het fermentatieproces onderbroken.

    Drogen:
    De theebladeren worden 20 minuten bij 90°C in een oven gedroogd, terwijl de ovendeur iets geopend is. Op die manier verdampt het vocht uit het blad en droogt het celsap. Het blad wordt droger, donkerder tot tenslotte de zwarte thee ontstaat. Het vochtgehalte van de bladeren is dan nog maar 6%. Als we nu kokend water over de theebladeren gieten, lost het ingedikte celsap op. En zo komen we dus aan ons koperrode lievelingsdrankje: de thee.

    En zo begon de verbouw van thee

    Chinese bergboeren plantten wilde theeplanten in hun eigen tuin. Ook werd wel gebruik maakt van zaden. En daarmee konden ze aan hun eigen behoefte voldoen. Want theedrinken was in het oude China heel gebruikelijk. Tijdens de Cha-dy- nastie, zo rond het jaar 700, burgerde het gebruik van thee als familiedrank volledig in. Boe- distische priesters brachten het naar Japan: mongoolse krijgers op hun veldtochten naar Rusland. Vooral na 1600 kon de 'Tschai' zich in een groeiende belangstelling verheugen.
    In West-Europa werd thee lang- zamerhand bekend: heel lang was het een exclusieve drank voor de rijken der aard. De geschiedenis van de theestruik als commerciële gebruiksplant is eigenlijk pas de vori e eeuw begonnen. Thans is India het grootste theeproducerende land.

    De grootste theedrinkers zijn - en wie had anders verwacht - de Engelsen. Jaarlijks gebruiken zij 3000 gram per hoofd van de bevolking. En dat is de Engelsen zeker niet af te raden. Thee is immers heel gezond. Afhankelijk van de trektijd is het opwekkend of kalmerend. Laten we de thee maar 2 of 3 minuten trekken, dan is het een opwekkend drankje. Is de trektijd langer, bijvoorbeeld 5 minuten, dan kunnen de looistoffen opgelost worden en krijgt de thee een kalmerende werking. Thee zetten is overigens een koud kunstje: per kopje een theelepel. Daarom spreekt men ook steeds over theelepeltjes.


    Tot slot

    Er zijn twee oorspronkelijke theesoorten: de Chinese theeplant en de Assarntheeplant. Beide soorten zijn herhaaldelijk gekruist, zodat een steeds fijnere en smaakvollere thee ontstond. Ook werden de planten minder gevoelig voor allerlei uitwendige omstandigheden.
    En de Assamhybriden, zo worden de kruisingsprodukten genoemd, komen we tegenwoordig overal in de wereld tegen op de theeplantages.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    14-04-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gypsophila
     

    Gypsophila


    Standplaats:

    Alle soorten gipskruid verlangen een goed doorlatende en humusrijke grond. Een beetje kalk door de grond zorgt voor een optimale groei.Het gipskruid vraagt een zonnige standplaats.
    De bodem eisen: vooral diep, droog, licht, poreus, niet te vruchtbaar en bij voorkeur kalkhoudend; voldoet niet op vochtige gronden.

    Kenmerken:
    De plant wordt 5-15 cm hoog met een bijna van de voet af gaffelvormig vertakte stengel. De lijn- tot lancetvormige, 5-20 mm lange en 0,2-2 mm brede, tegenoverstaande bladeren hebben geen steunblaadjes.

    Bloemen :
    Gipskruid bloeit van juli tot oktober met donker geaderde, roze, soms witte, bloemen. De 3,5-6 mm grote kroonbladen zijn uitgerand of gekarteld. De klokvormige tot tolvormige, vijfnervige kelk is 4-5 mm lang. De vrucht is een eenhokkige, openspringende doosvrucht. Het zwarte, 0,3 mm grote zaad is niervormig.

    Planten :
    Gipskruid is goed bestand tegen harde wind, maar hoge vormen kunnen wel wat steun nodig hebben.
    Plantdichtheid: 2-3 planten/m˛, voor de cv. ‘Rosenschleier’ tot 5 planten/m˛.
    Uitstekend geschikt voor een plaats midden in de border, voor de begroeiing van hellingen
    Terugsnijden na eerste bloei geeft wat nabloei in september/oktober.

    Gebruikte delen:
    Onovertroffen als snijbloem, zowel vers als in droogboeketten

    Eigenschappen:
    Gypsophila muralis is een eenjarige, Gypsophila paniculata is een vaste. Het is een plant van droogvallende plaatsen langs rivieren en plassen in de uiterwaarden. De plant komt van nature voor in Eurazië. De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeer zeldzaam en zeer sterk afgenomen.

    Vermeerderen :
    Zaai op de plaats, waar de planten de hele zomer moeten staan. De grond moet goed verteerde humus bevatten en goed water doorlatend zijn. Na het opkomen van de jonge planten moeten ze worden uitgedund. Een onderlinge afstand van dertig centimeter moet worden aangehouden

    Soorten :

    --Pluimgipskruid (Gypsophila paniculata) staat op de lijst van Nieuwe planten in Nederland. De plant komt van nature voor in Zuidoost-Europa en West-Siberië en is in Nederland vanuit siertuinen verwilderd.

    --Gipskruid(Gypsophila muralis) is een eenjarige plant van droogvallende plaatsen langs rivieren en plassen in de uiterwaarden. De plant komt van nature voor in Eurazië. De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeer zeldzaam en zeer sterk afgenomen.

    --Kruipend gipskruid (Gypsophila repens) is een algemene plant in de Kalkalpen.

    --Gypsophila elegans is een eenjarige plant die inheems is in Oost-Europa, de Kaukasus en West-Azië, en wordt als sierplant gebruikt.

    In Noord-Amerika is ze in een aantal staten ingeburgerd

    Gypsophila 'Rosenschleier' (Gypsophila)
    »bloem: bleek roze»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juni, Juli en Augustus

    Gypsophila 'Rosy Veil' (Gypsophila)
    »bloem: bleek roze»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juni, Juli en Augustus

    Gypsophila aretoides 'Caucasica' (Gypsophila)
    »bloem: wit»blad: groengrijs»bloeimaanden: Juni

    Gypsophila cerastioides (Gypsophila)
    »bloem: wit+lila»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Mei en Juni

    Gypsophila dubia (Gypsophila)
    »bloem: wit»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juni, Juli en Augustus

    Gypsophila pacifica (Gypsophila)
    »bloem: bleekroze»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juli en Augustus

    Gypsophila paniculata (Gypsophila)
    »bloem: wit»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juli en Augustus

    Gypsophila paniculata 'Bristol Fairy' (Gypsophila)
    »bloem: wit gevuld»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juli en Augustus

    Gypsophila paniculata 'Fairy Perfect' (Gypsophila)
    »bloem: wit gevuld»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juli en Augustus

    Gypsophila paniculata 'Flamingo' (Gypsophila)
    »bloem: roze»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juli en Augustus

    Gypsophila paniculata 'Perfecta' (Gypsophila)
    »bloem: wit gevuld»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juli en Augustus

    Gypsophila paniculata 'Schneeflocke' (Gypsophila)
    »bloem: wit h.gevuld»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juli en Augustus

    Gypsophila paniculata 'Sneeuwvlok' (Gypsophila)
    »bloem: wit h.gevuld»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juli en Augustus

    Gypsophila repens (Gypsophila)
    »bloem: wit»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juni, Juli en Augustus

    Gypsophila repens 'Pink Beauty' (Gypsophila)
    »bloem: donkerroze»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juni, Juli en Augustus

    Gypsophila repens 'Pink Star' (Gypsophila)
    »bloem: roze»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juni, Juli en Augustus

    Gypsophila repens 'Rosa Schönheit' (Gypsophila)
    »bloem: donkerroze»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juni, Juli en Augustus

    Gypsophila repens 'Rosea' (Gypsophila)
    »bloem: roze»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juni, Juli en Augustus

    Weetjes :

    De botanische naam is afgeleid van de griekse woorden gupsos = krijt en philos is liefhebben

    Iedereen kent wel de luchtige takken vol sneeuwwitte kleine gevulde bloemen in bloemboeketten. Het is het gipskruid of Gypsophila. Wat minder bekend is dat die takken afkomstig zijn van een struik die ook in jouw tuin ,kan staan en dat er niet enkel witbloeiende maar ook roze en roodbloeiende struiken bestaan. De veelvuldige en lange bloei, van juni tot september, van de gispkruidstruik is dus niet enkel voor bloempaketten bedoeld maar ook voor de tuin.

    De Gypsophila behoort tot de anjerfamilie (Caryphylaceae) en heeft een dikke lange penwortel. Afkomstig uit het dorre steppegebied van Oost-Europa is die wortel nodig om diep in de grond het nodige water boven te halen: Meteen kunnen we noteren dat gispkruid eerder in droge grond thuishoort dan in natte grond.

    Winterhard is de heester wel; als hij het na de winter laat afweten is het eerder een gevolg van natte wortels dan van koude.

    Een dikke vlezige penwortel betekent ook dat wie gipskruid wenst uit te zaaien (Gypsophila wordt immers meestal als zaad verhandeld) dit ter plaatse moet doen; verspenen is uit den boze want dan breekt de hoofdwortel bij de zaailingen af.
    Verplanten mag pas wanneer de planten al groot zijn.

    Sortiment

    De bloempjesvan het gipskruid, zijn van oorsprong enkelvoudig.
    Door selectie werden er cultivars met gevulde bloemen bekomen.
    Wie zaad aankoopt kan kiezen: enkelbloemige of gevuldbloemige, ook wel dubbelbloemige genoemd.Bovendien zijn er cultivars met kleine bloemen en andere met grote bloemen. Vervolgens zijn er verschillende bloemkleuren van zuiverwit over roze naar rood. Tenslotte, zijn er grote struikenvormen tot 120 cm hoogte, terwijl andere cultivars eerder laagblijven tot zelfs zeer laag, nl 20 cm.

    Gipskruid is dus in feite een doorlevende struik. Je zal merken dat er ook een eenjarige Gypsophila op de markt is: te zaaien zeer dun in mei, voor bloei nog hetzelfde jaar, dit in tegenstelling tot de doorlevende soorten.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    10-04-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fuchsia's
     

    Fabelachtige Fuchsia's

    De Fuchsia, ofwel bellenplant, is een buitengewoon populaire kuipplant door de langdurige en overdadige bloei.

    Voordat we dieper ingaan op de soorten geven we hieronder al een aantal tips hoe we onze “Bellekesplanten” moeten verzorgen

    Fuchsia’s zijn planten om te verzamelen. Er bestaan ongelooflijk veel cultivars van deze planten met hun sentimentele, op klokjes lijkende bloempjes. Het is niet voor niets dat deze planten in de volksmond vertederend als “bellekes” door het leven gaan. De overheersend zoet roze, zacht paarse en witte kleur van de bloempjes zorgen in dit opzicht nog voor een versterkend effect. Zoals de teddybeer het knuffeldier bij uitstek blijft voor het kind, blijft de fuchsia de hartsbloem van zovele die met hart en ziel aan het tuinleven verknocht zijn

    Na de winterse rustperiode staat de Fuchsia weer volop in de belangstelling. Deze niet-winterharde planten worden bij een goede behandeling van jaar tot jaar mooier. Ze verfraaien 's zomers het terras of balkon met een zee van meestal hangende bloemen bekend als de 'bellen'.
    Fuchsia is een groot geslacht dat bestaat uit tientallen soorten die verschillen in bloemkleur, vorm en groeiwijze. Het assortiment biedt zowel enkel - als gevuld- bloemigen met kelk - en kroon- bladen in allerlei pasteltinten of felle kleuren en combinaties daarvan.

    Fuchsia's regelmatig toppen

    Het beste is de Fuchsia als kuipplant te behandelen; in de zomer buiten en 's winters in een koele vorstvrije kas of wintertuin.
    **De planten kunnen voor de winter flink worden teruggeknipt.
    **In het voorjaar worden ze verpot.
    Er zijn verschillende vormen te verkrijgen door de Fuchsia's te 'toppen'. De groeitopjes van de plant worden dan weggehaald, waardoor de plant gedwongen wordt te vertakken.

    Een pyramidevorm is te krijgen door in het voorjaar bij de stek een stok te plaatsen als steun. De zijscheuten bovenin de plant worden iets korter teruggeknipt dan de onderste scheuten.

    Fuchsia's op stam zijn te maken door in het begin elke zijtak weg te nemen en als de stam hoog genoeg is te gaan toppen, hetgeen het vertakken stimuleert. Er moet wel blad aan de stam blijven tot de hele kruin gevormd is.

    Na het toppen ontluiken na zes tot acht weken de eerste bloemen.

    Er bestaan ook winterharde soorten, die als volwassen plant 's winters in de volle grond kunnen blijven staan. Na de winter worden ze flink ingesnoeid en bij vorst afgedekt met stro of dennetakken.

    Het houden van Fuchsia's is voor veel mensen een vorm van vrijetijdsbesteding.

    De juiste verzorging in de zomer

    Fuchsia's stellen hoge eisen aan de potgrond, deze hoort luchtig en vochthoudend te zijn. Geef ruimschoots water tijdens warm weer, maar maak de potgrond niet te nat. Van het voorjaar tot en met de zomer wekelijks bijmesten. Er zijn veel soorten plantenmest in de handel. Het beste is een samengestelde meststof waarin niet alleen stikstof, fosfor en kalium, maar ook sporenelementen aanwezig zijn.
    In het gietwater opgelost of in kor- rels strooien voor het watergeven.

    Hoewel de Fuchsia's van nature schaduwminnend zijn, is het toch goed mogelijk om ze een zonnig plaatsje te geven. Gefilterd zonlicht is eigenlijk het meest ideaal. Er moet wel rekening gehouden worden met de kleur van de bloem; zo kunnen praktisch alle oranje en roodpaars gekleurde cultivars goed in de volle zon.

    Hoe witter destemeer schaduw de planten verlangen. De enkelbloemigen verdragen de zon beter dan de gevuldbloemige cultivars.

    Fuchsia's verlangen bovendien een hoge luchtvochtigheid. Een droge lucht trekt allerlei ziekten en plagen aan.

    Gedurende de zomermaanden kan de voet van de Fuchsia-op- stam beplant worden met bossig groeiende eenjarige planten.

    Verzorging in de winter

    Het is moeilijk om een eensluidend antwoord te geven op de vraag hoe Fuchsia's het best door de winter kunnen worden geholpen. In elk geval verliezen de planten in de maand oktober buiten hun blad en blijven er kale struikjes over.
    We snoeien deze planten nu terug. Erg dunne takjes worden geheel weggeknipt.
    De mooiste bewaarplaats voor oudere Fuchia's is een kas waar de temperatuur op ongeveer 5- 8 °C kan worden gehouden.
    Houd de potgrond droog maar voorkom uitdroging. Niet veel liefhebbers zijn echter in het bezit van een kas. Een redelijk alternatief is dan een serre, een onverwarmde (slaap)kamer of zolderruimte. Deze ruimte moet wel licht en uiteraard vorstvrij zijn. Een methode die niet zo bekend is, is het inkuilen van planten buiten.

    Stekken

    Stekken is een deel van een plant laten uitgroeien tot een nieuwe plant met dezelfde eigenschappen als de oude plant. Dit in tegenstelling tot zaaien, waarbij andere eigenschappen naar voren kunnen komen.

    Wanneer stekken?
    Stekken kan het hele jaar door, mits u over stekmateriaal kunt beschikken. Maar in het voorjaar en begin zomer lukt het wat beter dan in de rest van het jaar. De pas uitlopende planten hebben veel zacht stekmateriaal, er is dan voldoende licht en een hoge temperatuur.
    Bedenk wel dat bij het stekken in het najaar het overhouden van jonge plantjes problemen met zich meebrengt.

    Wat is de ideale stek?
    Een ideale Fuchsiastek is een kopstek zonder bloemen of bloemknoppen, van ongeveer 7 cm lengte met twee knopen en een top. Het onderste bladpaar halen we er af en we snijden de stek vlak onder de knoop af. Maar ook een stek met één knop en de top of alleen een topje met een paar blaadjes zal goed wortelen.
    Voor een boompje gebruiken wij stekken van goed doorgroeiende variëteiten met 3 tot 4 bladeren in één krans.

    Stekken op water
    Het is gemakkelijker om een stek in een flesje water te zetten dan in een potje met stekgrond. Een stek met in water gevormde wortels komt na het oppotten met moeite in groei.
    Om te voorkomen dat de “waterwortels” problemen geven bij het oppotten, pot men de stekken op zodra de wortels enkele millimeters lang zijn.

    Stekgrond
    Indien wij niet in water stekken gebruiken wij als stekmedium een arm grondmengsel (˝ tot ľ deel fijne turfmolm - ˝ tot Ľ deel scherp metselzand). Het voornaamste is dat de stekgrond arm is. Men kan zijn eigen stekgrond samenstellen uit de afgeleefde potgrond van vorig jaar voor de helft te mengen met scherp zand en turf.

    Bij kruidachtige stekken gebruiken we stekpoeder. Wij zijn hiermee zeer spaarzaam. Teveel stekpoeder remt de wortelvorming. In het voorjaar is gebruik van stekpoeder nauwelijks nodig, maar stekken die “niet koosjer” zijn, zoals de wat steviger stekken in de nazomer, wortelen met gebruik van stekpoeder wat gemakkelijker.

    Meteen plaatsen we een label met de naam van de Fuchsia erbij. We geven de stekjes water en zetten ze op een plaats waar veel licht is maar niet in de zon bij een temperatuur van 18 °C.

    Een bodemwarmte van 20 tot 25 °C versnelt de wortelvorming.

    We dekken het geheel af om teveel verdamping tegen te gaan. Stekken vragen weinig water maar wel een vochtig milieu. Tijdens de beworteling houden wij de stekbak zoveel mogelijk dicht om verdamping te voorkomen.

    Bestrijding van ongedierte

    Witte vlieg en bladluis zijn de voornaamste belagers van de Fuchsia. Ze belemmeren de groei en bloei van de planten.
    Bij gebruik van een biologisch bestrijdingsmiddel, zoals plant- schoon voor Fuchsia 's, vooral de onderkant van de bladeren bespuiten. Daar zitten de meeste belagers .
    Herhaal het spuiten na drie dagen om ook de uitgekomen eieren en larven te kunnen bestrijden.

    Ook chemische bestrijding behoort natuurlijk tot de mogelijkheden, al moeten we daar in toenemende mate bedenkingen tegen hebben.

    Informeer verder bij uw tuincentrum.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    07-04-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pulsatilla vulgaris
     

    Pulsatilla vulgaris


    Botanische naam  : Pulsatilla vulgaris
    Nederlandse naam : Wildemanskruid
    Herkomst         : Europa
    Bijzonderheden   : stapelmuur
    Grondsoort       : alle, humeus, zand
    Vochtbehoefte    : droog, normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Gebruik          : groepen/vakken, borders, giftig, rotstuinen
    Hoogte           : 0.20-0.40 m
    Bloeikleur/vorm  : paars
    Bloeitijd        : maart, april
    Blad             : groen, ingesneden

    Standplaats:
    Zon tot halfschaduw
    Ze verlangen een humusrijke en kalkrijke grond en in de winter vragen ze om een lichte winterdekking
    Ze gedijen het beste wanneer men ze met rust laat en niet met opdringerige planten worden gecombineerd.

    Kenmerken:
    Opvallende vruchten (dopvruchten), Opvallende bladeren, Zeer giftig

    Bloemen :
    Bloeit in april tot mei op vrij korte stengels en nŕ de bloei groeien deze door tot 50 cm en verschijnen er ronde behaarde pluisvormige zaadhoofdjes. Deze lijken op de zaadhoofdjes van Clematis wat niet verwonderlijk is aangezien beide tot de Ranunculaceae behoren. Gedurende de bloeiperiode komen er tot 30 bloemen of meer aan een volgroeide plant

    Planten :
    Bij het aanplanten rekent men 6 tot max 9 planten per m˛.
    De mooiste combinaties ontstaan met andere bolgewassen zoals Puschkinia, blauwe druifjes en Chinodoxa. Andere geschikte buren zijn bijvoorbeeld Draba, adonis, Heuchera, dwerg zwaardlelie, zilverdistel, Saxifraga en kleine siergrassen. Pulsatilla vulgaris zijn sterke planten die lang kunnen meegaan

    Werkzame bestanddelen:
    Het wildemanskruid is een giftige plant. Van het extract maakt men een verdunning dat kan worden gebruikt bij uiteenlopende klachten zoals in geval van migraine, onregelmatige menstruatie, PMS klachten, spataderen, verkoudheid en oorproblemen. Het werkt krampopheffend, kalmerend, doet zweten en maakt het hoofd helder.

    Eigenschappen:

    • De enorme klokvormige bloemen zijn erg groot in verhouding met de plant.

    • De geveerde bladeren zijn eveneens fel behaard en zeer decoratief tot in de late herfst.

    • deze plant bevat giftige plantendelen

    • - geschikt voor gebruik in de rotstuin

    • - geschikt voor gebruik in wilde tuinen of natuurtuinen

    • - deze plant verlangt een kalkhoudende bodem (pH 6,5 of hoger)

    • - deze plant vraagt of gedijt goed op droge gronden

    Vermeerderen :
    Vermeerderen door scheuren / delen van de plant kan best in het najaar gebeuren.
    Kan makkelijk door zaaien of door delen van uit de kluiten gewassen pollen. Oogst de verse rijpe zaden en zaai ze dan onmiddellijk uit. Ze kiemen echter heel onregelmatig

    Soorten :
    Pulsatilla vulgaris 'Letchworth Seedling' rode bloemen
    Pulsatilla vulgaris 'Mrs. Van der Elst' met zuiverroze bloemen
    Pulsatilla vulgaris 'Nigella' donker violette bloemen
    Pulsatilla vulgaris 'Rode Klokke' grootbloemig, rode bloem
    Pulsatilla vulgaris ‘Papageno’: paarse bloemen
    Pulsatilla vulgaris ‘Pink Shades’: zachtroze bloemen
    Pulsatilla vulgaris var. alba wit bloeiend
    Pulsatilla vulgaris var. rubra donkerrode bloemen

    Weetjes :

    Dit was eveneens een inheemse plant maar ze is nu zo goed als uitgestorven in het wild. Vele cultivars van de Pulsatilla vulgaris vinden massaal de weg naar de Nederlandse en Vlaamse tuinen.

    De Latijnse vertaling van Pulsatilla is geruststellender: pulsata = aangeslagen geluid. Om kort te gaan houden we het maar op 'klokje'

    Pulsatilla vulgaris vind je in oude boeken nog terug als Anemone pulsatilla

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pioenlegende


    De legende van  

    Pioen of stinkende juffrouw

    Het is hier al vaker aan de orde geweest: inlandse namen zijn prachtig en zeggen vaak iets heel kenmerkends over de eigenschappen van een plant; bruikbaar zijn ze echter zelden. Dat blijkt maar weer eens uit het proefschrift van Drs H. Brol:
    'Enkele bloemnamen in de Nederlandse dialecten'. Bruidsroos is nog maar een van de 140 namen die in de verschillende Nederlandse dialecten worden gegeven aan pioen. Maar er waren meer namen met 'roos';
    Bommelroos, paarderoos, dikke roos en steeds geven ze aan dat 1 pioen in knop bolvormig en bouot is en bovendien gelijkenis vertoont met de roos. De namen boerenpioen en boerenroos dankt Paeonia waarschijnlijk aan het feit dat de plant vroeger veelvuldig in boerentuinen werd aangetroffen.
    Prachtige namen als kattekop, kinderkop of papkop zeggen vooral iets over de omvang van de bloem.
    Namen als stinkende juffrouw, stinkbloem of stinkroos geven al aan hoe we de geurende eigenschap van deze bloem waarderen. De bloeitijd van pioenen valt meestal eind mei en begin juni en dat is ook de periode dat Pinksteren valt en daarmee zijn inlandse namen als pinksterbloem, pinksterlelie en pinksterpol te verklaren.
    Maar ook heiligen leenden hun naam aan deze plant, zoals blijkt uit de naam Sint-Urbanusroos, De feestdag van deze heilige valt op 25 mei.
    De grote zwarte zaden werden 'vaak aaneengeregen tot een ketting en gebruikt als bezwering van kinderziekten. Op de zaden en vooral op deze toepassing duidt de naam kraalpioen.

    U begrijpt het al, wij klampen ons toch maar weer vast aan de Latijnse naam Paeonia, afgeleid van Paioon, de geneesheer van de Griekse goden. De plant heeft vroeger in hoog aanzien gestaan als geneeskrachtige plant.
    In het Cruydtboeck van Dodonaeus staat: 'De wortel aan en hals gehangen, geneest de vallende siekte. Vijfthien of sesthien swerte saden met wijn oft mee ghedroneken sijn se er goed ghebruyckt den genen die van die mare (nachtmerrie) ende sware droomen ghequelt sijn.' .

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    09-03-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Deutzia gracilis
     

    Deutzia gracilis

    Botanische naam  : Deutzia gracilis
    Nederlandse naam : Bruidsbloem
    Herkomst         : Japan
    Bijzonderheden   : rijkbloeiend, eventueel bloemhaag
    Grondsoort       : alle, humeus, zware klei
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Groep            : (sier)heesters
    Gebruik          : groepen/vakken, randen/hagen, tuinen
    Hoogte           : 0.50-1.00 m
    Vorm             : opgaand
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme
    Bloeitijd        : mei
    Blad             : bladverliezend
    Twijg/stam       : afschilverend


    Standplaats:
    Standplaats : zonnig halfschaduw
    Vochtigheid : droog, normaal, nat
    Zuurtegraad : kalkrijk, neutraal, zuur
    Deze plant wenst een voedselrijke, vochthoudende tot vochtige bodem. Voor wat betreft de zuurgraad is ze vrij tolerant (pH = 5.5 - 8). Verlangt een plekje in de zon of lichte schaduw.

    Kenmerken:
    Geschikt voor een kleine tuin.
    D. gracilis kan in groepen (vakbeplanting) worden toegepast maar ook in potten.
    Ook vooraan in de border of als heesterrand.

    Bloemen :
    Bloeit in mei-juni met zuiverwitte bloemen in pluimen.
    De bloemen verschijnen aan het hout dat het voorafgaande jaar is gevormd.
    Rijkbloeiend.

    Planten :
    Met een grote sierwaarde, vooral bv. als accentplant in het openbaar groen en in de tuin vanwege de mooie vorm, de bloeiwijze of de bladkleur. Deze plant is goed te combineren met 'borderplanten', zolang die er niet te dicht op staan.

    Kleine struik die u goed met vaste planten in de border kunt combineren. De plant is gevoelig voor late nachtvorst, maar vraagt weinig onderhoud. Snoei om de paar jaar na de bloei, door oudere takken die gebloeid hebben, zo diep mogelijk weg te knippen. Laat jong hout staan.

    Snoeien :
    Na de bloei kunnen enkele van de oudste takken tot bij de grond worden weggesnoeid.
    Oude bloeischeuten uitdunnen en terugsnoeien tot even in het oude hout.

    Eigenschappen:
    De nederlandse naam is Slanke deutzia, familie van de Philadelphaceae.
    De bloemkleur is wit en de bloeitijd is van ca. mei.
    De bladeren zijn groen.
    De volwassen hoogte van deze kleine heester is ca. 100 cm.
    Verdraagt een temperatuur tot -25 gr. C.
    Heeft een opvallende bloeiwijze.
    Is goed verkrijgbaar.

    Vermeerderen :
    Uit stek in het voorjaar of in de winter, of door te zaaien

    Soorten :
    »Deutzia gracilis 'Nikko'
    »Deutzia gracilis rosea

    Bemesting Deutzia gracilis
    Voor bloeiende heesters is het belangrijk om een N:K verhouding te hebben van 1,3 – 1,8 voor een goede knopontwikkeling. Bij houtige gewassen is tevens fosfor erg belangrijk gedurende het hele seizoen voor het stimuleren van de ademhaling van de plant (nodig voor het omzetten van de NPK in voor de plant benodigde eiwitten) en het afrijpen van het gewas (dat de houtcellen goed gevormd worden). Advies samenstelling: N5+P2+K4 tot maximaal N9+P6+K8


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    05-03-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rosa 'Auslo'
     

    Rosa 'Auslo'

    Botanische naam  : Rosa 'Auslo' ('Othello')
    Nederlandse naam : Engelse roos
    Herkomst         : Engeland
    Bijzonderheden   :
    Grondsoort       : alle, humeus, lichte klei
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Groep            : engelse rozen
    Gebruik          : groepen/vakken, tuinen
    Hoogte           : 0.50-1.00 m
    Vorm             : breed
    Bloeikleur/vorm  : geurend, rood/bruin


    Standplaats:
    Grondsoort: Humusrijk-Kleihoudend-Voedselrijk-Zandgrond
    Goed gedraineerd-Kalkrijke grond
    Rozen zijn zonaanbidders en staan daarom het liefst op een zonnige, warme en luchtige plaats in de tuin.

    Kenmerken:
    De rosa " Othello" is een David Austin roos.
    Ze wordt ongeveer 150-180 cm hoog.
    Alle David Austin rozen zijn sterk geurend.
    Ook als snijroos geschikt.

    Bloemen :
    Kleur rood
    Bloeitijd:Juni-Juli-Augustus-September-Oktober
    Deze plant bloeit met grote gevulde diep-rode bloemen in juni tot oktober.

    Planten :
    Te gebruiken voor: sollitair, groep en in bloempotten.

    Eigenschappen:
    Geurend – Gedoornd - Geschikt als snijbloem

    Om de bloeitijd en de gezondheid van de rozen te waarborgen, is het belangrijk dat de rozen in een humus-, voedindsrijke grond staan. Ook is een afgewogen en regelmatige bemesting belangrijk voor een goede groei .


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    11-02-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dieffenbáchia
     

    Dieffenbáchia


    Familie : Aráceae

    Naam:
    Vernoemd naar een Dieffenbach, maar er zijn drie heren die hiervoor in aanmerking komen en wie van de drie dat is weten we niet.
    -Als eerste noemen we Joseph Dieffenbach, hoofdtuinman van de Botanische Tuin te Wenen, die leefde in de vorige eeuw.
    -Dan professor J. F. Dieffenbach uit Berlijn, ook uit de vorige eeuw, en ten slotte
    -Professor E. Dieffenbach, een ontdekkingsreiziger.

    Herkomst :
    Dit geslacht omvat zo'n 30 soorten, die oorspronkelijk uit tropisch Midden- en Zuid-Amerika komen.

    Beschrijving :
    Groen- en overblijvende planten, die wij om hun prachtige bladeren kweken. De bladeren zitten meestal aan een rechte stam, en een stevige bladsteel. Ze zijn groot, onregelmatig getekend met stippels of strepen in groen en roomwit. Aan de bloemen kunnen we duidelijk zien dat de Dieffenbáchiatot de Aronskelkachtigen behoort.
    De plant is in alle delen giftig.

    Naast huid irritaties worden vooral de slijmvliezen snel aangetast.

    Het sap bevat eiwitsplitsende enzymen, scherpe, naaldvormige kristallen van calciumoxalaat en stoffen die pijn veroorzaken en giftig zijn. Ook bestaat de mogelijkheid dat een in de plant aanwezig proteolytisch enzym een op trypsine gelijkende werking zou kunnen ontwikkelen, Daarbij zou histamine vrijkomen. Voor een angstpsychose is echter geen reden omdat van de tot januari 1977 bekende Dieffenbáchia-vergiftigingen geen enkele patiënt is overleden. Wel kwamen twee katten om door het eten van de bladeren.

    Het is verstandig om de planten uit de buurt van de box, buiten het bereik van kauwlustige huisdieren en uit het zicht van psychisch gestoorden te plaatsen.

    Breng kinderen die op een blad hebben gekauwd meteen naar een ziekenhuis

    Standplaats :
    In de vrije natuur zijn ze gewend van veel vocht, warmte en gefilterd licht te kunnen profiteren. Als u deze omstandigheden in huis kunt realiseren, zult u van deze planten erg veel plezier beleven. Zet ze op een halfbeschaduwde plek, waar ze nooit door felle zonnestralen beschenen worden. Krijgt de plant te weinig licht, dan loopt de bonte tekening van het blad sterk terug.

    Verzorging :
    Ook in de winter mag de temperatuur niet onder de 15-18 °C komen. Zet de plant nooit op de tocht, want dan valt het ongedierte eerder aan. De rustperiode valt van september tot februari, en in die tijd zorgen we door matig gieten en niet bijmesten dat de ontwikkeling van nieuwe bladeren tot een minimum beperkt blijft. Deze periode levert namelijk niet voldoende licht om de bladeren een optimale groei te kunnen garanderen.

    Water :
    Tijdens de groeiperiode geven we veel, lauwwarm en onthard water, liefst regenwater. De rust valt tussen september en maart, en in deze tijd giet u matig. De potkluit mag nooit helemaal uitdrogen, want dan komen er bruine randen langs het blad. Het is goed om de diepe-bord-methode toe te passen, want de Dieffenbáchia verlangt het hele jaar door een hoge luchtvochtigheid. Sproei of nevel het blad vaak. Haal ook regelmatig het stof van de bladeren. Neem hiervoor lauwwarm water,.eventuečl met wat bladglansmiddel als de kalk er slecht afgaat.

    Voeding :
    Van maart tot augustus geven we iedere veertien dagen een kalkarme voedingsoplossing in de concentratie die op de verpakking staat aangegeven.

    Verpotten :
    We verpotten ieder jaar in de lente en zetten de planten dan in een iets grotere pot. Maak een luchtig en voedzaam mengsel, bijvoorbeeld van bladaarde, klei en oude koemest in de verhouding van 3 : 1 : 1, plus een kleine hoeveelheid turf. Wat stukjes houtskool worden ook altijd op prijs gesteld.

    Vermeerdering :
    Oude, van onderen kaal geworden planten kunnen weer acceptabel worden als u ze tot op 10-15 cm van de grond terugsnijdt. Bij gezonde planten lopen de stompjes na verloop van tijd weer uit. Van de overgebleven kale stengeldelen maakt u 8 cm lang stengelstek en van de bebladerde toppen snijdt u kopstekjes. Laat de stekken bij 24-26 °C onder glas bewortelen. Bij kop stek vermindert u de verdamping door het bladoppervlak te verkleinen: rol de bladeren op of snijd de helft eraf. Laat stekken in turf, eventueel vermengd met sfagnum, bewortelen.

    Marcotteren is ook een goede methode om uw Dieffenbáchia-bestand te verjongen.

    Ziekten :
    Blad-, schild-, wol- en wortelluis, spint, thrips en wortelrot. Bij goede cultuurmaatregelen echter weinig last.

    Soorten :
    --Dieffenbáchia amoéna
    Maakt zeer grote bladeren aan een dikke stam, die meer dan een meter hoog kan worden. De langwerpige, tot 60 cm lange bladeren verschijnen na elkaar aan de stengel, die op latere leeftijd echte stamallures krijgt. Donkergroen blad, dat langs de zijnerven wit tot crčme gemarmerd is.
    Verschillende rassen, waaronder
    -'Tropie Snow' met meer witte vlekjes.

    --Dieffenbáchia x beűsei
    Aan donkergroene stengels zitten tot 20 cm lange, gemarmerde bladstelen en tot 30 cm lange bladeren van een geelgroene kleur, getekend met een aantal donkergroene en witte vlekken. Ook de bladwand is donkergroen.

    --Dieffenbáchia bowmánnii
    Syn. Dieffenbáchia reginae. De grootste soort, waarvan de bladeren wel 75 cm lang kunnen worden. Lichtgroene stengels, groene bladstelen en matgroen blad met veel donkergroene en een paar witte vlekjes.
    -'Arvida' heeft eveneens matgroen blad, maar aan de bovenzijde is het onregelmatig, maar dicht gevlekt.

    --Dieffenbáchia hűmitis
    Een groenbladige soort, die zelfs in de diepste schaduw nog goed groeit.

    --Dieffenbáchia imperiális
    Krachtige groeier met 3 tot 4 dikke, tot 60 cm lange stammetjes, en 1 cm dikke bladstelen. De bladeren worden tot 60 cm lang en 30 cm breed. Ze zijn dik-leerachtig en donkergroen met onregelmatige, geelgroene vlekken.

    --Dieffenbáchia leopóldii
    Uit een klein stammetje ontspringen heldergroene, lilagevlekte bladstelen. Blad tot 25 cm lang en 6 cm breed. Het is donkergroen, met een witte streep langs de middennerf.

    --Dieffenbáchia maculáta
    Syn. Dieffenbáchia picte. Krachtig stammetje, dat wel een meter hoog kan worden. Aan de basis hartvormige bladeren, die 40-60 cm lang bij 20 cm breed kunnen worden. Veel rassen met allerlei vlekken en strepen.
    -'Jenmannii', witte banden tussen de zijnerven;
    -'Memoria', langs de zijnerven wittige strepen en vlekken, plus grijsgroene vlekken.

    --Dieffenbáchia seguine
    Vormt een sterke, groene stam. De bladstelen zijn voor een groot deel schedevormig, groen, met witte vlekken of strepen. Eivormig tot langwerpig blad in verschillende bonte uitvoeringen:
    -'Lineata', wit gestreept,
    -'Liturata' witte middennerf,
    -'Nobilis', groen gevlekt. 

    Weetjes :

    --Uit onderzoek is gebleken dat Dieffenbachia een luchtzuiverende plant is.
    Daarom is hij geschikt voor gebruik in kantoren en schoolgebouwen.


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    08-02-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nerium oleander
     

    Nerium oleander

    Botanische naam  : Nerium oleander
    Nederlandse naam : Oleander
    Herkomst         : Middellandse Zee
    Bijzonderheden   : vele rassen
    Vochtbehoefte    : 's zomers rijkelijk
    Licht            : zon
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme, rood/bruin, roze, lila
    Blad             : wintergroen
    Vermeerdering    : stekken
    Voedingsbehoeft  : elke week
    Overwintering    : temperatuur 4- 8 ř, licht


    Standplaats:
    's Zomers zo zonnig en luchtig mogelijk, vanaf half mei bij voorkeur buiten op terras of balkon.
    In de winter licht en koel zetten: 5-10°C
    Oleanders zijn van oorsprong oeverplanten. Dat betekent dat de grond altijd vochtig, zelfs nat, moet zijn. Vorst en striemende regen zijn een ramp voor deze mediterrane planten. De overwintering is meestal een probleem, want de struiken verdragen absoluut geen temperaturen onder 0°C

    Kenmerken:
    (Nerium oleander), een struik of een kleine boom die overigens wel 6 m hoog kan worden in de landen rond de Middellandse Zee even algemeen als bij ons de wilg en bovendien gehecht aan dezelfde leefomstandigheden: vochtige klei- of leemhoudende grond langs rivieren en waterlopen.
    En zoals een wilg ook zeer snel groeiend.

    Bloemen :
    staan in trossen ingedeeld en kunnen verscheidene kleuren aannemen. Ze kunnen enkelvoudig samengesteld of dubbel meervoudig zijn. Dit laatste is te danken aan de kroonbladen die zich ontwikkeld hebben tot bloembladen, door genmutatie.
    kleuren: wit, geel, roze, rode, oranje,...

    Planten :
    In de zomer hebben oleanders een zeer beschutte, warme en zonnige plaats nodig om in ons klimaat te kunnen bloeien. Wie een kas heeft, laat de plant daarin zo lang mogelijk staan zodat de bloemknoppen tot volle ontwikkeling kunnen komen. Pas vanaf eind mei verhuist de oleander naar buiten.
    Oleanders worden tot de oranjerieplanten gerekend: planten die 's zomers buiten staan maar in de winter -om ze tegen vorst te beschermen - naar binnen verhuizen.

    Werkzame bestanddelen:
    Belangrijk: alle plantendelen van de Nerium oleander bevatten een sterk gif het zogenaamde oleandrine!
    Inname leidt onherroepelijk tot spasmen en verstikking met de dood tot gevolg. Het witte melksap, is zelfs na droging nog giftig. Dus oppassen voor dieren in de tuin! Ook het plantwater van de plantenvaas is toxisch.

    De bladeren bevatten flavonoďden en een groot aantal giftige verbindingen, waaronder oleandrine en neroside. Deze glycosiden werken op het hart, maar minder sterk dan de glycosiden uit vingerhoedskruid. In India en Sri Lanka komen opzettelijke zelfvergiftigingen geregeld voor. In de geneeskunde vindt het geen toepassing. Honderd gram van de plant zou voldoende zijn om een paard te doden.

    Je kan niet voorzichtig genoeg zijn hieromtrent.

    Eigenschappen:
    -Een geurende zuiderse plant die niet in volle grond kan overwinteren.
    Na de ijsheiligen mag hij naar buiten , en moet op een zonnige warme plaats staan liefst tegen een warme zuidenmuur, beschut tegen slagregens.
    In de zomer goed begieten met zacht water.
    De enkelbloemige soorten zijn sterker dan de dubbele.
    Het blad is langwerpig en leerachtig.
    In de winter op een lichte plaats laten overwinteren bij 4 ŕ 8°C en matig begieten.
    Hier wordt hij 2m hoog en bestaat in het wit, roze, rood, oranje en geel
    Is zeer giftig, dus opletten voor kinderen en dieren

    Snoeien:
    Regelmatig enkele oude takken afknippen om een goed vertakte plant te behouden.
    Nooit teveel in een keer snoeien, zodat er toch altijd bloeiende scheuten aanwezig blijven.
    Oleanders bloeien altijd aan de jonge frisgroene twijgen.

    Vermeerderen :
    Stekken of vermeerderen: vanaf juni tot en met september.
    Oleander wordt door stek vermeerderd. Dat kan vrijwel het gehele jaar door gebeuren, maar de beworteling verloopt 's zomers het vlotst. Nog niet verhoute twijgen kunnen gewoon in een potje met water worden gezet. Maar ook in een mengsel van scherp zand en turf zullen de stekken bewortelen.
    Zelfs gewoon in de tuin in de volle grond wil het tijdens warme zomers wel lukken. Let u op dat het melksap van oleander giftig is!

    Vruchten: kunnen tot 20 cm lang worden en zien eruit als lange smalle 'boontjes' waar de zaden in zitten.
    Zaden kunnen mogelijk gebruikt worden om te zaaien omstreeks april. Doe dit in zaaibakken onder glas bij hogere temperatuur.

    Soorten :
    Halverwege de vorige eeuw kende men reeds meer dan 50 cultuurvariëteiten, inmiddels zijn ruim 100 gecultiveerde oleanders bekend, waarvan echter maar een zeer klein aantal algemeen in de handel is. Er zijn zowel enkelbloemige als gevuldbloemige cultuurvariëteiten in de kleuren wit, geel, roze tot donkerrood; bovendien bontbladige vormen. Het meest bekend is de rozerode, gevuldbloemige 'Amboinia' ook bekend als 'Hollandse vensterbankoleander'

    Bemesten:
    Vrij veel. Van April tot augustus wekelijks bemesten .

    Verpotten:
    Jonge planten ieder voorjaar, oudere exemplaren om de paar jaar verpotten. Onderin de pot altijd een drainagelaag van steenslag of kleikorrels leggen. U kunt het beste zelf potgrond maken op basis van normale verpakte grond waaraan u klei, zand en organische mest (zeer oude stalmest of gedroogde mest) toevoegt.
    Deze 'stevige' grond is vooral voor oudere planten aan te bevelen.
    En tot slot: in plastic potten droogt de grond minder snel uit dan in stenen potten,

    Weetjes :

    oleanders zijn terrasplanten bij uitstek, maar wel voor volle zon.

    De plant roept herinneringen op aan het warme zuiden: terrasjes, en straatjes met deze roze, bloeiende planten, maar vooral grote struiken overal in tuinen en langs wegen en zelfs in het wild.
    Volop en eindeloos in bloei, soms zelfs geurend, vooral tegen de avond.

    Volgens Theophrastus werd de oleander op de veldtocht van Alexander de Grote als gifplant gebruikt. Hieronymus Bock en Pietro Andrea Mattioli (Matthiolus) duidden de oleander in hun kruidenboeken (1565 en 1626) aan als demonenkruid dat mens en vee kon doden. Vroeger werden aftreksels of tincturen van de bladeren als menstruatiebevorderend middel en als abortivum ingezet.

    Wat is oleanderkanker?
    Dit is de bacteriegalziekte, die veroorzaakt wordt door een Pseudomonassoort, uitsluitend voorkomend bij oleander. Het ziektebeeld is vrij duidelijk:
    -Op de bladeren verschijnen eerst kleine, ronde lichtgroene waterige vlekjes waaruit later bruinachtige gezwelletjes ontstaan, omgeven door een gele rand.
    -Op de stengels verschijnen onregelmatig gevormde donkerbruine totzwarte wratachtige gezwellen.
    -Jonge scheuten krijgen misvormingen.

    De ziekte is niet te bestrijden. Er is maar een remedie: de plant weggooien. Het verwijderen van reeds aangetaste delen helpt niet; de plant is totaal besmet.

    Ziekten en belagers: de rups (oranje - rode met zwarte haren) is een van de grootste belagers bij de oleander.
    Verder bacteriekanker, luis, spintmijten, wolluis, dopluis, schildluis, roetdauw,...

    Zeldzaam: oleander met zuiver gele bloemen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (5 Stemmen)
    05-02-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pilea microphylla



     

    Pilea microphylla

    kanonneerplantje


    Door de bijzondere en interessante bladtekeningen zijn deze planten erg geliefd.

    Eigenschappen :
    Het kanonneerplantje (Pilea microphylla) dankt zijn naam aan een grappige eigenschap: bij bevochtiging van de bloeiende plant worden de stuifmeelkorrels door het zich plotseling samentrekken van de meeldraden naar buiten geslingerd.

    Kenmerken :
    Deze soort blijft hier buiten beschouwing. Deze tropische plantjes worden bij ons vooral gekweekt om hun bladeren.

    Bloemen :
    De bloei is onopvallend, de bloemen zijn zeer klein en dat is niet zo verwonderlijk, want Pilea behoort tot de brandnetelfamilie.


    Soorten :
    In de handel komen veel Pilea's voor, de meeste hebben bladeren met een reliëf en frappante tekeningen: ze doen denken aan de huid van reptielen.
    De naam 'kanonneerplantje' heeft slechts op een soort betrekking (Pilea microphylla).

    Er zijn drie soorten die de naam eer aandoen:
    - Pilea microphylla – ook wel de Pilea muscosa
    - Pilea involucrata
    De stuifmeelkorrels worden weggeslingerd wanneer bij bevochtiging de meeldraden zich strekken met een schok.
    - Pilea spruceana
    Deze heeft ook het vermogen om de zaden weg te schieten.

    Standplaats :
    Pilea's zijn relatief gemakkelijk in de verzorging. Ze verlangen een matig warme en zonnige standplaats. Van begin juni tot september kan de plant eventueel naar buiten. De aarde mag matig vochtig zijn, 's winters moet wat minder gegoten worden. Van maart tot september om de 14 dagen bemesten met kamerplantenmest. De plant houdt van een hoge luchtvochtigheid, maar sproeien op het blad veroorzaakt zwarte vlekken.

    Verpotten :
    Zo nodig in het voorjaar verpotten in potgrond met wat extra droge koemest. Niet de potscherf vergeten!
    U moet in de zomermaanden de aarde vochtig houden en alleen begieten als de aarde licht gekleurd wordt en droog gaat aanvoelen. Van de maand februari tot de maand augustus mag u om de tien dagen plantenvoeding geven.
    In de wintermaanden moet u hem in een vochtige omgeving zetten en minder water geven en géén voeding. De temperatuur die dan ideaal is is 15°C.

    Snoeien :
    In de maanden april maart worden de stengels ingesnoeid, de plant loopt daarna opnieuw uit.

    Vermeerderen :
    Oudere planten gaan er op den duur niet zo mooi uitzien, dus is het raadzaam om tijdig stekjes te nemen. De toppen en zijscheuten van 6-10 cm kunnen als stek dienen. De stekjes wortelen in water en kunnen daarna worden opgepot.
    U kan beter stekken nemen i.p.v. de Pilea te proberen over te houden in de winter, ofwel uit zaad nieuwe planten kweken. Het stekken doet u in de maand mei door stekken van 6 tot 10 cm lang te nemen die u in water laat wortelen en daarna kan u ze in potgrond oppotten. Een beetje bodemwarmte doet goed. Zet u één stek in een pot dan zal u een paar keer moeten toppen om een bossige plant te krijgen. Zet u drie stekken in een pot dan zal u een flinke plant krijgen. U mag de stekken ook in stekveen zetten dit onder plastiek. Na twee weken zullen ze voldoende wortels hebben om ze dan in een pot van 9 centimeter doorsnede over te zetten.

    Weetjes :

    In Amerika wordt de Pilea de Artillery plant genoemd en in Duitsland noemt men deze de Kanonierblume.

    Hebt u bladval bij de Pilea dan kan dit wijzen op te veel of te weinig water, u moet zien dat u de juiste hoeveelheid kan bepalen.

    Zwarte vlekken op de bladeren – vooral bij de Pilea spruceana soort zijn dikwijls het gevolg van waterdruppels die na het besproeien van de plant tussen de bobbels hiervan zijn achtergebleven. Echter een te koude standplaats in de wintermaanden kan ook hiervan een oorzaak zijn.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Senecio rowleyanus
     

    Senecio rowleyanus

    Erwtenplantje


    Het is zelfs mogelijk dat u in de verleiding komt om de erwten door de soep te roeren. Als het erwtenplantje een paar van zijn kogelronde blaadjes verliest, zijn deze - zonder bladsteel - nauwelijks van echte erwten te onderscheiden. Zelfs in grootte komen ze overeen. In het geval dat er kinderen bij u over de vloer komen, moet u ze er goed van doordringen dat het geen echte groente is wat er voor het raam hangt, maar een sierplant.

    Een bijzondere toepassing: Met erwtenplantjes kunt u ook een heel mooi kralen gordijn maken. U moet dan meerdere plantjes op een rij op een plankje zetten en de lange ranken netjes naast elkaar naar beneden laten hangen.

    Kenmerken :
    Dat, wat u als erwten waarneemt, zijn in werkelijkheid bladeren. Deze bladeren zijn opgebouwd uit meerdere lagen verdikte opperhuidcellen. Zo ontstaat de kogelronde vorm. De bladeren worden bovendien beschermd door een dikke waslaag. Als u heel nauwkeurig naar de erwten kijkt, dan ontdekt u een smalle, doorschijnende streep: een venster dat het zonlicht opneemt.

    De afzonderlijke blaadjes zitten - als kralen aan een koord - aan een dunne, slappe stengel, die wel 2 meter lang kan worden.

    De Latijnse naam voor het erwten plantje is Senecio rowleyanus.
    De naam is afgeleid van de Engelse botanicus Gordon Rowley.

    Soorten :
    Er zijn nog twee andere Seneciosoorten, die soortgelijke, wonderlijk gevormde bladeren hebben:

    --Senecio herreianus heeft spitser blad met een iets groter venster.

    --Senecio citriformis zijn de bladeren citroenvormig en de ranken erg kort.

    Planten :
    Het mooiste komen erwtenplantjes tot hun recht in een hangpot. In de natuur is het een echte bodembedekker. Het plantje ligt dan als een mat op de grond, soms wel ter grootte van een vierkante meter. Naar alle kanten groeien de scheuten uit en overal worden wortels gevormd.

    Bloemen :
    In het late voorjaar verschijnen kleine, witte of roze bloemetjes, die naar kaneel ruiken.

    Standplaats :
    Of de plant nu kruipt of hangt, de standplaats moet licht zijn. De plant kan zonder problemen voor een zuid venster. Alleen op echt hete, zonnige dagen moet u voor een klein beetje schaduw zorgen. Vitrage tussen de plant en het raam is dan al voldoende.
    Als het erwten plant je in de keuken of in de kamer staat, moet u in de winter - als het mogelijk is - een ander plaatsje zoeken.
    Want dan wil dit succulente plantje een rustperiode doormaken, bij voorkeur bij een temperatuur van ongeveer 10 °C.

    Als u niet in het bezit bent van zo'n plaats (en wie is dat wel?), moet u het plantje maar wat dichter tegen het koele glas zetten. Maar natuurlijk ook weer niet zo dicht dat de bladeren tegen het glas worden gedrukt. Want dan kunnen ze in koude nachten gemakkelijk bevriezen.

    Eigenschappen :
    Honger en dorst deren hem niet Met de kogelronde blaadjes kan het erwtenplantje een grote hoeveelheid vocht verzamelen. U moet daarom alleen dan gieten als de grond echt droog aanvoelt. Dat betekent in de zomer spaarzaam gieten en in de winter nog minder.

    Mest hoeft u ook niet veel te geven: in het voorjaar en in de zomer eenmaal per maand een beetje vloeibare meststof is meer dan voldoende.

    In het voorjaar kunnen we het erwten plantje weer in verse cactusgrond zetten en zo mogelijk in een platte schaal of in een kleine pot.

    Vermeerderen :
    Het verpotten is overigens bij planten met veel ranken niet eenvoudig. Mochten er eventueel ranken afbreken, dan kunt u die gelijk als stekken gebruiken. Deze stekken zullen relatief snel wortels vormen. U moet de ranken dan wel twee dagen voor het stekken laten drogen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (3 Stemmen)
    03-02-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Raphis
     

    Raphis


    Herkomst :
    Meer dan driehonderd jaar lang was een uit China afkomstige palm het symbool van het Japanse keizerrijk.
    Wie in het bezit was van deze palm bezat macht en aanzien.
    Tegenwoordig geldt hij weliswaar niet meer als statussymbool maar hij behoort in Japan nog steeds tot een van de meest geliefde kamerplanten.
    Aan het einde van de achttiende eeuw bracht een Engelse botanicus een van de beroemdste palmenverzamelingen bijeen in de Londense Kew Gardens en daar was ook een vertegenwoordiger van het geslacht Rhapis bij.
    Vijftig jaar later kwamen de eerste Rhapis-palmen naar Duitsland en rond de eeuwwisseling was het geen onbekende plant in de landhuizen van de rijke kooplui.
    Maar na de eerste wereldoorlog raakte hij weer in de vergetelheid.
    En daar hoort deze prachtige palm ons inziens niet thuis.

    Soorten :
    Twee soorten met een goede naam In Oost-Azië, vooral in China, Japan en Thailand, heeft men 17 verschillende Rhapis-soorten gevonden.
    Twee daarvan hebben een goede naam als kamerplant. Ze zien er ongeveer hetzelfde uit, hebben slanke, bamboe-achtige stengels, die aan de basis met bruine vezels omgeven zijn.
    De bladeren zijn waaiervormig, gedeeld en ongeveer 30 cm breed.
    Het verschil tussen de twee soorten zit hem vooral in de hoogte.

    Kenmerken :

    De grootste, Rhapis exelsa, wordt ook in een pot wel twee meter hoog. Hij krijgt ook een dikkere stam. Van een volwassen plant is de doorsnede van de stengel gemakkelijk 3 tot 5 cm. De bladeren zijn diep ingesneden. Elk blad is zo opgebouwd uit vijf of zes bladdelen.

    Het tweede soort, Rhapis humilis, is wat sierlijker. Hij wordt ongeveer één meter hoog. De plant heeft dunnere, dicht bij elkaar staande stengels en fijner samengesteld blad. Ook bij deze palm is het blad diep ingesneden en bestaat het uit tenminste 10 smalle bladdelen.

    Standplaats :
    Bij voorkeur: een plaats in de half-schaduw
    Beide Rhapis-soorten staan het liefst in de half-schaduw. Vaak leest u ook, dat ze aanbevolen worden voor een plaatsje in de echte schaduw. Dat is niet helemaal verkeerd tenslotte groeien ze ook in een noord-venster of op een plaats iets verderop in de kamer gewoon door, zij het zeer langzaam.

    Wat deze planten erg goed doet, is een lekker fris plaatsje op het balkon of in de tuin. Uiteraard vanaf half mei (IJsheiligen) tot midden september. Blijven ze echter in de kamer staan, dan moet u voor verse lucht zorgen. Als het niet anders kan, dan kunnen deze palmsoorten ook het gehele jaar door in de huiskamer blijven staan.
    In dewinter dan wel op een wat koelere plaats.

    Gieten :
    Veel water heeft Rhapis nodig in het voorjaar en in de zomer tijdens het groeiseizoen. Maar overtollig water moet snel worden afgevoerd, want natte voeten verdraagt deze palm niet. Net als talloze andere planten overigens.
    Hoe vaak u moet gieten in de winter hangt van de temperatuur af. Hoe koeler de plaats, hoe minder u water moet geven. Wilt u de plant verwennen, dan moet u af en toe de bladeren eens sproeien en met een vochtige doek het stof van de bladeren verwijderen.

    Bemesten :
    doen we in de periode van april tot september om de twee weken.

    Verpotten :
    Rhapis kan jarenlang in dezelfde pot blijven staan. Pas als de plant met zijn wortels de potkluit omhoogdrukt, moet u gaan verpotten.
    Het voorjaar is daar natuurlijk de beste tijd voor.
    Gebruik bij voorkeur een enigzins kleihoudende potgrond.
    Er is tegenwoordig speciale potgrond voor palmen in kleinverpakking verkrijgbaar.
    En druk vooral langs de potrand de plant goed vast.

    Vermeerderen.
    Deze twee vertegenwoordigers van de palmenfamilie zijn eenvoudig te
    Aan de basis worden steeds nieuwe scheuten gevormd (tegelijk met wortels), die u eraf kunt scheuren en vervolgens kunt oppotten.
    Deze vermeerderingswijze kunnen we gerust als bijzonder beschouwen, omdat vermeerdering door scheuren of stekken binnen de familie der palmen vrij zelden voorkomt. In de meeste gevallen is dat gewoon onmogelijk.
    De gebruikelijkste vermeerderingswijze is dan ook zaaien.
    Het zaad is hardschalig en dient tenminste 48 uren te worden voorgeweekt.
    Na het zaaien is vooral bodemwarmte (25-30 "C) erg belangrijk, maar bovenal geduld. Rhapis kiemt traag, ontwikkelt zich langzaam en het duurt jaren voor u een mooie volwassen plant heeft.

    Maar hij zal u dan zeker ook dankbaar zijn, want hij stelt weinig eisen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    31-01-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Callistémon
     

    Callistémon Myrtáceae

    Lampepoetser

    -Naam.
    Van de Griekse woorden kalos en stemon, die achtereen volgens schoonheid (of mooi) en meeldraad betekenen.

    -Herkomst.
    Dit geslacht kent zo'n 25 soorten, die alle afkomstig zijn uit Australië en Tasmanië.

    -Beschrijving.
    In Australië worden deze groenblijvende struiken of kleine bomen een tot drie meter hoog. Als pot- of kuipplant bereiken ze ongeveer een derde van deze hoogte.
    Het blad is stijf en leerachtig, vaak met een stekende top en opvallende nervatuur, groen en lancetvormig.
    In de zomer bloeien ze met prachtige, 5-10 cm lange bloeiaren.
    Wat we zien zijn de scharlaken, soms gele helmdraden die in cilindervormige bloeiwijzen aan het eind van de takken staan.

    Ze doen denken aan de borstels waarmee vroeger de glazen van petroleumlampen schoongepoetst werden. In feite zijn het spiralen van bloemen die, zodra de knoppen open gingen, hun kelk- en kroonbladen verloren.

    Na twee maanden laten deze vlammende toortsen ook hun meeldraden vallen. Uit de vruchtbeginsels ontwikkelen zich harde, verhoute,grijze, drie- tot vierhoekige vruchtjes die vlak tegen de tak aan zitten gedrukt. Voorbij de bloeiwijze groeit de tak door en vormt weer blaadjes.

    -Standplaats.
    Het is vanouds een bekende plant in koude kassen en oranjerieën. Maar als u een lichte kamer en een balkon heeft lukt het ook. U laat de plant bij 6-8 °C overwinteren op een lichte plaats. 's Zomers buiten op een zonnige plaats
    Anders zo licht en luchtig mogelijk in de kamer. Een zonnig plaatsje en buitenlucht zijn voorwaarden voor de bloei en een goede ontwikkeling.

    -Verzorging.
    Om een bossige groei te krijgen of de planten weer in model te brengen kunnen we in het voorjaar, voor de hergroei, maar liever na de bloei in de zomer, de plant terugsnijden.
    U moet er tijdens de snoei rekening mee houden dat de bloemen verschijnen op stengels die een jaar eerder gevormd zijn.

    -Water.
    We gieten altijd met onthard water. 's Winters weinig. Vanaf het voorjaar de potkluit vochtig houden. Ook als hij 's zomers buiten staat regelmatig gieten.
    Als de plant knoppen draagt, moet u opletten dat het huis niet te warm wordt, of regelmatig nevelen zodat de luchtvochtigheid op peil blijft, anders verdrogen ze.

    -Voeding.
    Van april tot begin augustus iedere 14 dagen bijmesten met een kalkvrije voedingsoplossing.

    -Verpotten.
    Jonge planten om de 2-3 jaar, oudere eens per 5-6 jaar. In maart in humusrijke bosgrond, bijvoorbeeld naaldenbosgrond.

    -Vermeerdering.
    Van augustus tot maart kunt u 5 cm lange stek les snijden en bij een bodemwarmte van 18-20°C in zand laten bewortelen.
    Afdekken met glas of plastic.
    Na een week of vijf is de beworteling een feit en kunnen ze opgepot worden.
    Ze verdragen geen kalk; neem een mengsel van bladaarde of naalden bosgrond met turfmolm en zand.
    Houd ze voorlopig bij 15°C onder glas.
    Het tweede jaar mogen ze naar buiten.
    Regelmatig toppen en voldoende licht, water en voedsel toedienen.

    Callistémon citrinus
    De enige soort die al op jonge leeftijd bloemen voortbrengt en daarom de meest geteelde soort. Heette vroeger Callistémon lanceolátus, naar de lancetvormige blaadjes, die bij kneuzen naar citroen geuren.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    27-01-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Puschkinia scilloides



    Puschkinia scilloides


    Botanische naam  : Puschkinia scilloides libanotica
    Nederlandse naam :
    Herkomst         : Klein-Azië, Kaukasus
    Bijzonderheden   : kas
    Grondsoort       : alle
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Groep            : bol
    Gebruik          : borders, rotstuinen, verwildering, kuipen/potten
    Hoogte           : 0.15-0.30 m
    Bloeikleur/vorm  : blauw
    Bloeitijd        : maart, april, mei
    Plantdiepte      : 0.05-0.10 m


    De bleekblauwe klokjes van puschkinia's vallen ieder jaar weer op in de voorjaars tuin.

    KLEUREN & RASSEN
    Puschkinia's zijn nauw verwant aan de soorten van het plantengeslacht Scilla en van sneeuwroem (Chionodoxa). Echte familietrekken zijn de dichte bloeiwijzen met de klokjesvormige, blauwe of witte bloemen met elk zes bloemblaadjes.
    Puschkinia's vormen telkens twee tot drie grasachtige blaadjes, waar de bloemen tussendoor groeien.
    De bloemen worden door een donkere middenstreep geaccentueerd. Iets groter dan de wilde soort en bijzonder aantrekkelijk is Puschkinia scilloides var. libanotica met grotere bloemen in zacht porseleinwit met een blauwe middenstreep. Helemaal wit bloeit het ras 'Alba'.

    STANDPLAATS
    Puschkinia's vestigen in een lentetuin steeds de aandacht op zich. Ieder jaar weer bloeien ze onvermoeibaar. Ze kunnen geleidelijk dichte, aaneengesloten groepen vormen. In rotstuinen komt hun charme bijzonder mooi tot zijn recht. De sierlijke verschijningsvorm past voortreffelijk bij lage, zoden vormende vaste planten. Hun koele elegantie vult de heldere kleuren van veel andere voorjaarsbloemen mooi aan.
    Onder bomen en struiken kunt u ze in grote groepen planten. Ze breiden zich dan van jaar tot jaar meer uit en vormen op den duur een dichte bloemenzee. Deze sierlijke bloemen zijn ook geschikt voor de verwildering in een niet al te dicht gazon. Langs het tuinpad kunt u ze heel goed combineren met andere vroeg bloeiende bolbloemen. Puschkinia's woekeren niet en sterven, nadat ze uitgebloeid zijn, onopvallend af. Puscbleinia's breiden zich onder bomen uit als een tapijt. In een bonte border kun- nen ze het best in grote, royale groepen worden geplant.

    IDEALE PARTNERS
    De bleke kleuren van puschkinia's zijn een goede aanvulling voor veel andere voorjaarsbloeiers. Zet ze wel steeds vooraan, daar de planten niet zo groot zijn. In het gras onder vroegbloeiende bomen en struiken, zoals sierkersen (Prunus), forsythia of schijnhazelaar (Corylopsis spicata), vormen puschkinia's sluiers van zachte kleuren. De bonte kleuren van stengelloze sleutelbloemen (Primula Vulgaris Groep), maar ook lage narcissen passen er goed bij. Zodenvormende vaste planten, zoals aubrieta (Aubrieta), begijntje (Arabis caucasicay of phlox (Phlox Subulata Groep), zijn wat speelser als er hier en daar wat bleekblauwe puschkinia's tussen staan.

    Het witte ras 'Alba' heeft partnerplanten in krachtige kleuren nodig. Stralend is eencombinatie met blauwe druifjes (Muscari armeniacum) en lage, rode tulpen (bijvoorbeeld Tulipa greigii 'Roodkapje).

    PLANTEN & VERZORGEN

    * Plant in het vroege najaar. Voor een 15 cm brede omlijsting hebt u twaalf bollen per 30 cm lengte nodig. Maak een geul van 15 cm diep.

    * Vul de geul met een ongeveer 5 cm dikke laag compost en druk deze licht aan. In zware grond onder de compost eerst zand aanbrengen.

    * Zet de bollen in rijen van drie met de punt naar boven in de geul op 5-10 cm onderlinge afstand. Vul daarna voorzichtig op met aarde.

    * Druk de aarde met de handen aan en geef veel water. Als bescherming voor de winter met een circa 2,5 cm dikke laag mulch afdekken.

    * Snij in het voorjaar de uitgebloeide bloemen af, zodat ze zichzelf niet kunnen uitzaaien. Laat de bladeren rustig afsterven.

    * Puschkinia's houden ervan het hele jaar door vochtig te staan. Ze zijn niet bestand tegen droge grond. Geef zonodig water.

    VOORJAAR
    Schoonmaken
    De uitgebloeide bloemen verwijderen om te voorkomen dat ze zichzelf uitzaaien. Laat verwilderende puschkinia's wel zaad vormen. Ze vormen dan na verloop van tijd een dicht tapijt. U kunt ook het zaad oogsten en zaaien. Laat de bladeren rustig afsterven.

    VROEG IN HET NAJAAR
    Planten
    Plant puschkinia's meteen, anders drogen ze uit. U kunt de bollen vervroegd in bloei brengen door ze dicht in een schaal te planten en deze veertien weken onder plat glas te zetten.

    LAAT IN DE WINTER
    Voorkweken
    Haal de schaal met de voorgekweekte bollen naar binnen (linksonder). Na het uitbloeien buiten zetten.

    TIPS BIJ HET KOPEN
    Koop stevige bollen met gladde, lichtbruine, perkamentachtige schillen. Gezonde bollen hebben een doorsnede van ongeveer 2 cm.
    Koop nooit zachte, beschimmelde, uitgedroogde of reeds uitlopende bollen.

    LICHT & GROND
    Zon tot halfschaduw . Puschkinia's hebben in het voorjaar zon nodig, in de zomer wat schaduw.

    Doorlatende grond. De planten hebben geen bijzondere wensen, zolang de grond maar goed doorlatend is en niet te droog.

    TIPS
    In het eerste jaar na het planten bloeien puschkinia's soms dicht boven de grond. Het jaar erna bereiken ze dan meestal hun normale hoogte.
    Puschkinia's groeien het best als u ze jarenlang met rust laat.

    Problemen

    De tere bladeren van puschkinla's vallen vaak ten prooi aan de eerste slakken. Zet schoteltjes met bier neer. In een regenachtig voorjaar is het misschien raadzaam overdekte slakkenvallen uit de speciaalzaak te gebruiken, die wel voor slakken toegankelijk zijn, maar waar de regen niet in kan komen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (12 Stemmen)
    25-01-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Graptopetalum
     

    Graptopetalum


    Bloemen :
    Het maakt een bladrozet, die nog eens extra mooi is, doordat de randjes roodachtig zijn.
    In mei zullen er karmijnrode bloeiwijzen verschijnen, die fraai zijn getekend en wekenlang hun sierwaarde houden.

    Planten :
    In hun thuisland Mexico groeien deze planten - er zijn nog meer soorten als kamerplant in omloop - aan de schaduwkant van berghellingen, die tamelijk vochtig is. In de vensterbank mogen deze vetplanten dan ook niet in de felle zon worden gezet, want daar kunnen ze niet tegen, ook al zijn het vetplanten.

    Vermeerderen :
    Vrijwel alle soorten van het geslacht Graptopetalum laten zich gemakkelijk vermeerderen door kopstek of blad stek, afhankelijk van de groei vorm. Ze groeien het beste in speciale cactusgrond, die sterk doorlatend is. Om veel plezier van de planten te hebben vragen ze een simpele, maar wel juiste verzorging.

    Soorten :
    Van het geslacht Graptopetalum zijn nog andere soorten als kamerplant in omloop. Heel anders van uiterlijk dan

    --Graptopetalum bellum is

    --G. paraguayense, die wel opaalblad wordt genoemd naar de bladkleur. Het is een vertakkend plantje met geënde stengels en een struikige groei. De blaadjes zitten eigenlijk in een korte rozet aan de stengels en de bloempjes zijn bijna wit met wat rode spikkeltjes.

    Weetjes :

    Het aardige vetplantje Graptopetalum bellum zal een jaar of vijftien geleden zijn ontdekt in Mexico.

    Dit aardige vetplantje is een bijzonder gemakkelijke huisgenoot, die dan ook bij de plantenliefhebbers als kamerplant in korte tijd populair is geworden.

    De naam Graptophyllum zou 'met beschilderd bloemblad' betekenen en dat slaat op de bloemkroonblaadjes die roodachtig getekend zijn met stippen of dwarsbanden.

    Het feit dat deze planten verdikte bladeren hebben, heeft te maken met een rusttijd waarop ze in hun thuisland zijn ingesteld. Die rusttijd kan onder huiskamer- omstandigheden in de winter worden gegeven en betekent dat de planten dan koel moeten staan. Tussen 5 en 10°C is in die periode voldoende, sterker nog: optimaal. Staan de planten in de winter te warm, dan verliezen ze echter hun karakteristiek uiterlijk en worden slap en sliertig.

    Dat is ook het geval als ze te veel voeding krijgen en eigenlijk geldt dat voor alle vetplanten en ook voor cactussen. Uitsluitend in de groeiperiode mogen deze planten voeding krijgen, dat is dus ongeveer tussen april en september. Bij voorkeur krijgen ze dan alleen maar een speciale samenstelling, die als cactusvoeding te koop is.

    Verzorging bestaat uit

    • --Geef deze planten veel licht maar geen volle zon,

    • --In de winter moet u ze een koele plek geven en ze droog houden,

    • --Alleen voedsel geven tijdens de groeiperiode,

    • --Bij voorkeur cactusgrond gebruiken.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Cyclamen problemen
     

    CYCLAMEN

    In deze weken (Januari-februari) treft u ze overal in de bloemenwinkels weer aan.

    De cyclamen (Cyclamen persicum) is evenals de kerster een zeer gewaardeerde bloeiende potplant voor de wintermaanden. Jammer genoeg wordt te vaak gedacht dat het een wegwerpartikel is. Want na de bloei verliest de plant zijn schoonheid. De bladeren sterven af en wat overblijft is weinig aantrekkelijk.

    Verzorgingsfouten zijn in dit geval meestal niet de oorzaak van de achteruitgang. Het is veel eerder een normaal verloop in het leven van een cyclamen. Want er zijn maar weinig kamerplantenliefhebbers die weten hoe prachtig een overjarige cyclamen er uit kan zien. Schitterende exemplaren, groot en met zeer veel bloemen boven het dichte bladerdek kunt u tegenkomen op tentoonstellingen en een enkele keer in winkeletalages. Zulke overjarige planten zijn echter hooggeprijsd. Wat u normaal in de winkel aantreft, is ongeveer één jaar oud.

    De verzorging van deze plant - jaarrond - is niet uitzonderlijk moeilijk. Zolang de cyclamen bij u op de vensterbank staat, moet u regelmatig gieten. De temperatuur mag niet boven de 18°C komen, maar ook niet onder de 10°C. In centraal verwarmde huizen is hier moeilijk aan te voldoen. Probeer in ieder geval de plant 's nachts een koele plaats te geven, anders is de bloei wel erg snel voorbij.

    Enkele verzorgingstips

    Tijdens de bloeitijd moeten de uitgebloeide bloemen er steeds worden uitgetrokken. Zodra er geen bloemen meer gevormd worden, begint ook het blad af te sterven. Langzamerhand gaan we steeds minder gieten.

    Na de IJsheiligen (begin mei) zet u de plant met pot op een schaduwrijke plaats in uw tuin. Voordien moet u het drainagegat dichtmaken, zodat er via dat gat geen ongedierte naar binnen kan kruipen. Hou de pot steeds in de gaten, want de knol mag niet geheel uitdrogen. Mochten zich af en toe grote bladeren ontwikkelen dan kunt u die het best verwijderen.

    Eind september wordt de pot weer in huis gehaaId en de knol in nieuwe, verse
    potgrond gezet.

    U kunt direct met water geven en bemesten beginnen (wekelijks). Eerst ontwikkelen zich enkele grote bladeren. Die kunt u het beste verwijderen, want ze trekken te veel voedsel uit de knol weg.

    Elke dag moet u op de schotel water geven. Het water dat na twee uur nog niet opgezogen is, moet worden weggegooid. Na ongeveer 6 weken heeft zich een dicht rozet van bladeren ontwikkeld. De eerste bloemen komen langzaam te voorschijn.

    Als u niet in het bezit bent van een tuin, moet u de pot met knol op een koele plaats in de kelder of schuur neerzetten. U moet nu zodanig water geven dat de knol
    niet verschrompeld.

    Hoe ouder de cyclamen wordt des te groter wordt de plant.
    Het bladerdek wordt ook steeds dichter en de bloemen steeds talrijker.
    Reden genoeg dus om de cyclamen eens een kans te geven voor een wat langer leven.


    Bladeren misvormd,
    terwijl op de bloemen strepen en vlekken te zien zijn.
    Deze aantastingen worden meestal door de (kleine)Cyclamenmijt veroorzaakt.
    Bestrijding is niet mogelijk.
    Direct de aangetaste plant(en)wegdoen om verspreiding tegen te gaan.

    Muisgrijs schimmelpluis
    op de ondereinden van blad en bloemstengels van Cyclamen.
    Een typisch aantastingsbeeld (hartrot), veroorzaakt door de Grauwe schimmel. Bestrijden:
    aangetaste plantedelen verwijderen en eventueel gezonde delen met fungicide

    Voorkomen:
    luchtvochtigheid verlagen, de planten ruimer zetten en afgestorven plantedelen direct weghalen.

    Knolrot,
    veroorzaakt door bacteriën.
    Bladvergeling en verwelking treden op. Knol is binnenin rot en stinkt.
    Aangetaste planten direct vernietigen.

    Voorkomen:
    beschadigingen van de knolvermijden, de knol niet te diep oppotten en de aarde matig vochtig houden.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    24-01-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Callisia
     

    Callisia


    Standplaats:
    beschaduwde plaats (nooit in de zon), vrij warm en een niet te droge lucht.
    De temperatuur in huis bepaalt de groeisnelheid. Hoe warmer het is, hoe sneller de plant groeit, hoe mooier en hoe langer de scheuten bij de hangende soorten. Is het 's winters koel (maar nooit beneden 15°C), dan blijft de groeiwijze meer gedrongen.

    Voor de groene soorten moet de standplaats vrij schaduwrijk zijn, tot zelfs schaduw; bontbladige exemplaren hebben meer licht nodig, maar mogen nooit in de zon staan. Alleen wat ochtend- of avondzon is toegestaan.

    Kenmerken:
    Zeer belangrijk voor alle Callisia's is een hoge luchtvochtigheid, liefst boven 60%. Wanneer de verwarming brandt en op warme dagen zal regelmatig besproeien nodig zijn. Gebruikt u altijd onthard water om te voorkomen dat er witte blad vlekken optreden.

    Bloemen :
    in de zomer kleine, witte bloempjes

    Planten :
    In het voorjaar verpotten in normale potgrond en een niet te kleine pot.

    Eigenschappen:
    De aarde moet altijd enigszins vochtig zijn. Staat de plant in de winter warm, dan geeft u meer water dan wanneer voor een koele plaats is gekozen. Ook planten die hoog hangen hebben meer water nodig. Tijdens de groeiperiode in voorjaar en zomer wekelijks mest geven.

    Vermeerderen :
    Door regelmatig zelf te stekken kunt u voor nieuwe planten zorgen.
    Het gehele jaar door kan Callisia door kopstek worden vermeerderd. Daarvoor worden scheuten van 7-10 cm lengte gebruikt die in een zandig grondmengsel worden gestoken. Ook in een potje met water bewortelen de stengels gemakkelijk. Om uitdrogen te voorkomen wordt over de stekken een plastic zak gezet. Bewortelde stekken worden naderhand met enkele bij elkaar in een pot geplant. Op die manier heeft u al snel een mooie, bossige plant.

    Snoeien :
    Worden de stengels te lang, dan kunt u die op ieder moment inkorten.

    Soorten :
    Van de ruim 12 bekende soorten worden er slechts drie af en toe als kamerplant aangeboden.
    Het meest bekend is

    --Callisia elegans, een hangend/kruipende plant,
    zeer fijn behaard met dofgroen blad met witte strepen.
    Deze bontbladige soort heeft iets meer licht nodig, dan de groenbladige soorten.

    --Callisia repens (= de kruipende) vormt nog meer en langere kruipend/hangende stengels. De kleine, ovaal tot ronde blaadjes zijn glanzend donkergroen.
    Heel bijzonder, en zeldzamer is

    --Callisia fragrans, rechtop groeiend met vrij grote, groene bladeren. De witte bloempjes verspreiden een heerlijke geur.

    Weetjes :

    Eigenlijk is het verhaal heel eenvoudig: Callisia vertoont veel overeenkomst met de vaderplant (Tradescantia) en de verzorging is in grote lijnen hetzelfde.

    Callisia's stammen uit Midden- en Zuid-Amerika. Daar groeien ze onder tropische omstandigheden als bodembedekker in de uitgestrekte wouden. In huis moet u tegemoet komen aan de wensen van de plant. Dat betekent een enigszins beschaduwde plaats (nooit in de zon), vrij warm en een niet te droge lucht.

    Wat betreft de groeiomstandigheden zijn Callisia's moeilijker dan de nauw verwante Tradescantia en Setcreasea.
    Evenals Tradescantia vormt ook Callisia in de zomer kleine, witte bloempjes. Oudere exemplaren worden dikwijls lelijk.

    Callisia elegans lijkt door groeiwijze en de bonte bladkleur erg veel op Tradescantia. Ze verlangen echter meer licht en vochtigere lucht.

    Tip
    Een plastic zak zorgt voor een hoge luchtvochtigheid rond de stekken. Na een dag of tien moet u gaten in defolie maken, zodat de stekken langzamerhand aan de drogere kamerlucht kunnen wennen.

    Ziekten
    Wanneer bontbladige Callisia plotseling volledig groen blad vormt, dan is dat meestal een lichtkwestie: de plant staat te donker. Verliest een ouder exemplaar veel blad, dan is dat meestal heel normaal. Flink terugsnoeien en de plant groeit weer mooi uit. Flets, geelachtig blad kan veroorzaakt worden door teveel licht of gebrek aan voeding.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    23-01-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kalanchoe beharensis
     

    Kalanchoe beharensis

    Standplaats:
    De Kalanchoë beharensis verdraagt veel zon, maar ook lichte schaduw. Wel is het van belang de plant op een beschutte plaats te zetten, daar de plant meer tropisch dan subtropisch is. De grond moet goed doorlatend zijn en liefst wat humusrijk.
    Standplaats en verzorging
    Licht: Kalanchoe beharensis verlangt veel zonlicht. .
    Wintertemperatuur: 8-10°C is ideaal (blijft de plant in de huiskamer staan bij ± 20°C, dan wordt hij lang en slap).

    Kenmerken:
    Deze opgaande plant heeft vlezige takken met flinke grote bladeren met een gekartelde rand en is aan de rugzijde erg gewelfd. Aan de bovenkant zijn de bladeren bedekt met zilverwit of kameelkleurig, wollig vilt. Je zou eigenlijk eerder moeten zeggen mooi fluweelachtig grijs. De grote bladeren worden ook wel eens vergeleken met de oren van een olifant.

    Bloemen :
    Heeft kleine licht gekleurde bloempjes, die ontstaan op stengels van zo'n 50 ŕ 60 cm lang. Maar deze bloempjes stellen niet zoveel voor. Het gaat vooral om het zilverwitte blad.

    Planten :
    Kalanchoe beharensis heeft een knobbelige stam hetgeen veroorzaakt wordt door de oude bladmerken, plaatsen waarvan bladeren zijn afgevallen. De viltige bladeren kunnen uitgroeien tot 30 cm lang en 10 cm breed. Ze zijn licht gezwollen en met een grijs 'kleed' bedekt. In de natuur kan de plant aan het einde van de winter bloeien met geel-witte bloemen. Helaas zal de bloei van deze potplanten in huis zelden voorkomen.

    Eigenschappen:
    Door zijn aparte verschijning en zijn decoratieve uiterlijk kan ik u deze Kalanchoë beharensis met zijn zilverachtige verschijning, die fraai afsteekt t.o.v. het groene loof van andere planten
    Het blad is doorgaans pijlvormig en licht afhangend, zilver tot lichtgroen van kleur.
    De uit woestijnklimaat afkomstige beharensis is lang houdbaar bij koele tot zeer warme omstandigheden

    Vermeerderen :
    In het voorjaar door stekken.
    Voor vermeerdering van deze plant kunt u naast een stek, ook gewoon een blad afnemen. Dit blad kunt u op de aarde van een pot leggen. Als u de grond wat vochtig houdt dan zullen zich wortelen ontwikkelen en zal er een nieuw plantje ontstaan. In de vrije natuur is dit vaak de wijze van vermenigvuldiging

    Soorten :
    Het geslacht Kalanchoe telt ongeveer 120 soorten. De bekendste soort is Kalanchoe blossfeldiana, die als een massa-artikel kan worden beschouwd. Ze bezitten bloemen in allerlei kleuren, van geel tot scharlakenrood en bloeien erg lang door. Daarom is het een aantrekkelijke kamerplant.

    Weetjes :

    De plant is niet gevoelig voor overtollige watergift en kan tot zeer droog worden gehouden.

    Kalanchoe's komen o.a. voor in Zuid- en Midden-Afrika, Zuid- Arabië, Oost-Azië en Madagascar.

    Kalanchoe beharensis wordt in Madagascar, zijn thuisland, wel drie meter hoog. In de huiskamer zal een plant ongeveer een hoogte bereiken van één meter.

    Tot het geslacht Kalanchoe rekent men ook wel het zgn. broedblad (Bryophyllum), dat met zo'n twintigtal soorten ook al afkomstig is van Madagascar.

    Er verschijnen bij deze soorten jonge plantjes aan de randen of aan de toppen van de bladeren.

    Gieten:
    In de zomer de aarde een beetje vochtig houden en in de winter heel weinig gieten.

    Sproeien:
    Niet aan te raden, de viltige bladeren mogen namelijk niet nat worden.

    Bemesten:
    In het voorjaar en de zomer om de maand met cactusmest bemesten.

    Verpotten:
    In het voorjaar verpotten in potaarde met een beetje zand.

    Ziektes:
    Luis bij een te warme overwinteringsplaats en schimmel bij een te vochtige omgeving.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    22-01-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Passiflora caerulea
     

    Passiflora caerulea

    Botanische naam  : Passiflora caerulea
    Nederlandse naam : Passiebloem
    Herkomst         : Brazilié
    Bijzonderheden   : zuidmuren, soms vruchten,vorstgevoelig
    Grondsoort       : alle, humeus
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : gevoelig
    Gebruik          : solitair, tuinen en parken
    Hoogte           : 5.00-10.00 m

    Vorm             : klimmend
    Bloeikleur/vorm  : blauw, opvallend
    Bloeitijd        : juli, augustus, september, oktober
    Blad             : halfwintergroen
    Vrucht           : geel


    Algemeenheden over de Passiebloem

    Het zaaien
    heeft alleen zin als het zaad vers uit de vruchten komt en direct in de grond gestopt wordt. U kunt dan het beste gebruik maken van een minibroeikasje of een oud aquarium. Een warme, lichte plaats in de vensterbank vlak bij de verwarming is ideaal. In deze afgesloten ruimte krijgen we zo vanzelf een warm en vochtig klimaat en dat is ideaal voor het kiemen van het zaad.

    Stekken
    kunt u gewoon snijden van bloeiende scheuten.
    Twee, drie bladeren per stek is heel normaal.

    kopstekken
    komen moeilijk aan de wortel. U kunt beter gebruik maken van uitgerijpt tussenstek.
    Meestal wordt gestekt in een turf-zandmengsel.

    Passiebloemen hebben veel ruimte nodig

    Een moeilijk punt bij de opkweek van passiebloem is de grote ruimtebehoefte van de plant. En ook het vinden van een goede winterstandplaats kan problemen opleveren.

    De temperatuur
    moet in de winter namelijk niet te hoog en niet te laag zijn. Ongeveer 15°C is voor de meeste tropische soorten ideaal. De planten maken zo geen echte rusttijd door, maar groeien langzaam verder. Er moet dan wel minstens 10 uur licht per etmaal zijn.
    Het is af te raden de passiebloem in de herfst sterk terug te knippen. In de winter drogen de planten vaak een stuk in. Heeft u ze voor die tijd echter flink ingekort, dan bestaat de kans dat u niets overhoudt en de plant afsterft.

    Daarom worden in de herfst alleen een paar zwakke scheuten verwijderd. En de krachtige hoofdscheuten, die soms wel 4 m lang zijn, laten we staan. Die lange scheuten moet u opbinden aan een stevige bamboestok, die u in de pot gestoken heeft.

    Vanaf eind maart komen de warmte-minnende soorten, nadat we ze op 1,5 meter hebben teruggeknipt, weer op hun zomerplaats in de foliekas. Dit kasje is voorzien van een eenvoudige verwarmingspijp om de gevoelige planten een beetje tegen de kou te beschermen.

    Ideaal is natuurlijk een flinke hobbykas met een goed regelbare verwarming en luchting, zodat de planten daar het gehele jaar kunnen blijven.

    Sterke cultivars, zoals-'Kaiserin Eugenie' kunt u 's zomers gewoon buiten kweken.
    Vanaf eind mei kunt u ze vanuit de winterverblijfplaats direct in de tuin neerzetten.

    Tijdens de hoofdgroeiperiode van april tot oktober moeten de planten regelmatig gegoten en bemest worden. 'De planten laten hongeren, zodat ze meer bloemen krijgen, is geen aanrder

    U kunt het beste regelmatig gieten met een licht geconcentreerde oplossing. In het begin kiezen we een meststof met wat meer stikstof om de groei te stimuleren. Later, als de eerste knoppen komen, kunnen we beter gebruik maken van een meststof met een wat hoger fosfor en kalium gehalte.

    In juli kunt u de scheuten die geen bloemknoppen hebben wegsnijden. De scheuten die wel in het bezit zijn van bloemknoppen kunnen zich dan beter ontwikkelen.

    De zomer is ook de beste tijd om stek te snijden.

    Het is verstandig elke drie jaar met jonge planten te beginnen.

    Welke soorten zijn geschikt?

    Een echte potplant voor de vensterbank is natuurlijk de overbekende
    --Passiflora caerulea. Die plant wordt dan ook overal aangeboden.
    --P. racemosa en
    --P. coccinea
    zijn zwakke groeiers en minder bekend. De opkweek van stek tot bloeiende plant duurt dan ook lang.

    Geschikt als kuipplant om de gehele zomer buiten te kunnen staan, is
    --P. incarnata, maar ook de kruisingsprodukten
                      
    -'Constance Elliott' en
                      
    -'Kaiserin Eugenie'.
    Overwinteren zal meestal binnen gebeuren. De ideale overwinteringstemperatuur ligt tussen de 5 en 10°C. De plant kan rustig op een donkere plaats staan, want deze soorten verliezen toch al hun bladeren.

    Duidelijk gevoeliger en alleen geschikt voor een warm, bescheiden plaatsje op het zuiden zijn :
    --P. atropurpurea,
    --P. incence,
    --P. violaceae en
    --P. amethystina.
    Deze soorten overwinteren het beste op een lichte plaats bij een temperatuur van 10 tot 15° C. De grond moet steeds matig vochtig worden gehouden.

    Bijzonder waardevol, maar bepaald niet eenvoudig in cultuur zijn de soorten die tot de Taxonia-groep behoren. Ze hebben grote pijpvormige bloemen.
    --Passiflora mollisima,
    --P. antioquiensis en
    --P. x exoniensis
    behoren hiertoe. Ze stammen uit de bergachtige streken van Zuid- Amerika en hebben veel licht en lucht nodig, maar de volle zon verdragen ze niet.

    Als U het precies wilt weten Passiflora is een van de weinige geslachten binnen de familie der passiebloemachtigen (Passifloraceae). Er zijn meer dan 400 verschillende soorten en talloze kruisingen. In de natuur kunt u ze tegenkomen in alle subtropische en tropische gebieden van de gehele wereld met het zwaartepunt in Zuid- Amerika. Daar kunt u passiebloemen aantreffen zowel in de regenwouden als in het gebergte tot 4.500 m hoogte. Meer dan 60 soorten dragen eetbare vruchten.

    Vooral de
    --P. granadilla (Passiflora edulis edulis) met paarse vruchten,
    --de maracuja (Passiflora edulis flavicarpa) met gele vruchten en de
    --markieza (Passiflora quadrangularis) worden in de tropen gekweekt om vruchtsappen te maken.

    Legende :
    Volgens de overlevering gebruikten Spaanse missionarissen passiebloemen ter illustratie om het kruisigingverhaal van Jezus Christus over te brengen. Toen zij passiebloemen in Amerika ontdekten, zagen zij in de vijf kelk- en de vijf kroonbladeren een verwijzing naar tien van de twaalf apostelen: Petrus en Judas zijn uitgezonderd. De drie stampers leken op de spijkers waarmee Jezus Christus aan het kruis werd genageld. De corona leek op de doornenkroon van Christus. De kronkelige ranken leken op een zweep. De drie schutbladeren stelden de drie Maria's bij het kruis voor. Het blauw van de bloem verwees naar de hemel of naar het blauwe kleed van Maria.

    Aangezien de passiebloemen pas in de 16e eeuw in Zuid-Amerika ontdekt zijn, moet de legende dat de plant zich om het kruis van Christus heeft gewonden, als onzin worden afgedaan. Het verhaal is waarschijnlijk ook aangepast om hem kloppend te maken met de beschrijving van Passiflora caerulea omdat deze soort waarschijnlijk als eerste passiebloem in Europa in cultuur is geďntroduceerd.

    Gebruik
    De bladeren van de passiebloem Passiflora incarnata worden in de fytotherapie als kalmeringsmiddel en als slaapmiddel gebruikt. Ze bevatten MAO-remmers als harmine en kunnen ook als drug gebruikt worden. De passievruchten van een aantal soorten zijn eetbaar. Echte gebruikers kweken het op grotere schaal. Dit doet men door steeds scheutjes van de plant te halen om hierdoor een optimaal drugsaroma te bekomen


    Reageer (1)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    21-01-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Blauweregen met kuren
     

    Blauweregens vertonen soms kuren.

    Vroeger zei men dat een blauweregen niet bloeide wanneer hij niet geënt was. Onzin, ook afleggers bloeien prima en zelfs van zaad bloeien de meeste Wisteria' na een jaar of vijf.
    Zelfs te veel mest is niet altijd de reden voor het uitblijven van bloei. Blijkbaar vertikken sommige exemplaren het gewoonweg. Koop daarom een wat oudere blauweregen in bloei, ook al is die in aanschaf wezenlijk prijziger. Het tijdstip waarop ze bloeien, april-mei, is een geschikte planttijd voor klimmers in pot.

    Koop uw Wisteria steeds in container. Dat garandeert een betere beworteling na het planten. Hangt er een label aan met de naam van de cultivar, mag u er in uw vertrouwde kwekerij van uitgaan dat u een rijkbloeiend exemplaar koopt.

    Elke blauweregen?
    In hoofdzaak zijn er twee soorten blauweregen.
    De Chinese blauweregen, Wisteria sinensis, groeit het gemakkelijkst. Het is een liaan die tot 15 m kan klimmen.
    Begin mei is hij beladen met honderden violetblauwe trossen, honingzoet geurend, 30 cm lang. De bloemen verschijnen voor het blad.
    De meeste trossen en de afzonderlijke bloemen in de trossen komen gelijktijdig open.
    Wisteria sinensis windt zich tegen de wijzers van de klok langs draden, palen en andere steun elementen omhoog.

    De Japanse blauweregen, Wisteria floribunda, bloeit iets later. De trossen openen zich tegelijk met het ontluikende blad. Bovendien slingert deJapanse blauweregen zich met de wijzers van de klok naar boven. Ook Wisteria floribunda bloeit lilablauw maar zijn groei is minder weelderig dan die van de Chinese blauweregen en dat kan in sommige omstandigheden een voordeel zijn.

    Zoals zo vaak met tuinplanten zijn de fraaiste exemplaren nogal eens hybride rassen.

    Een kruising tussen vermoedelijk de Japanse en de Chinese blauweregen is
    Wisteria x formosa'lssai'. De verbeterde versie 'Issai Perfect' draagt begin mei een overvloed aan lila blauwe trossen. Over de afkomst zijn de botanici het niet eens, maar 'lssai Perfect' heeft bloeiperiode ,groeikracht en trosvorm van Wisteria sinensis, en is rechtsdraaiend als Wisteria floribunda. 'Issai Perfect' is ongetwijfeld de eerste
    blauweregen die u in de tuin zou moeten hebben.

    Hoe en wanneer snoeien?
    Tijdens de groei ontstaan ertwee soorten twijgen: korte, met ogen die alle het volgend voorjaar zullen bloeien, en meters lange. De meest gebruikelijke methode is die lange, al dan niet windende ranken in februari-maart tot op maximaal 30 cm terug te snoeien:
    alleen de onderste knoppen zullen bloemen schenken.

    Verwijder dan meteen de fijnste twijgen en de restanten van de trossen van het vorige jaar.
    Een andere methode is de lange ranken in de zomer zelf reeds te kortwieken.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (2 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.amaryllisbol
     

    Gooide u uw amaryllisbol na de bloei altijd weg

    lees dan volgende raadgevingen !!

    Als de schitterende bloemen uitgebloeid zijn, weten maar weinig mensen wat ze moeten doen om de bol ook het volgend jaar weer in bloei te krijgen.
    Als u het het volgende ter harte neemt, is de kans groot dat u jaar na jaar van de bloemen van die ene bol kunt genieten.
    In de eerste plaats moet de amaryllis het hele jaar aan de groei worden gehouden en niet, zoals wel eens wordt geadviseerd, een verplichte rustperiode doormaken. Ook is het een verzinsel dat de bol gedwongen moet worden om af te sterven. De planten groeien constant, hoewel veel minder in de koude periode.

    --Verwijder na de bloei de uitgebloeide bloemen, maar laat de bloemstengel eraan zitten, zodat deze op een natuurlijke manier kan afsterven.
    Een van de geheimen van een goede bloei is een lang groeiseizoen in de zomer. Hoe
    langer de bol van de warmte van de zomermaanden kan profiteren, hoe groter de
    kans op goede bladgroei is en hoe meer tijd voorde bol om te groeien.
    Meer blad betekent Warme zomer

    --Gebruik vliesdoek om de planten af te dekken als de temperatuur daalt.

    --Zet de amaryllis in de zomer op een lichte, goed geventileerde plaats in een kasje of op de vensterbank.

    --Geef regelmatig water en geef één keer per week mest om de plant goed te laten groeien. Neem hiervoor goede kamerplantenmest.

    --Het is niet aan te bevelen de planten buiten te zetten. Niet alleen kunnen de bladeren beschadigen als de potten omwaaien, slakken zijn ook dol op het blad van amaryllis. En ze beperken zich niet tot de bladeren, maar eten ook de bollen en wortels. Hierdoor wordt de plant ziek: hij gaat kwijnen en gaat uiteindelijk dood.

    --Kijk de plant ook geregeld na op ongedierte, zoals kleine zwarte vliegjes en luizen, en verwijder deze. En hoewel amaryllis van een warme zomer houdt, moet u de plant wel uit de brandende zon houden. Hierdoor kunt u schroeiplekken op het blad krijgen.

    --Wat kouder zetten
    Vanaf half oktober moet u de planten gedurende tien tot twaalf weken op een koele, lichte en goed geventileerde plaats zetten. Een vensterbank in een niet-ver-warmde
    kamer of een koude vorstvrije kas is ideaal.

    Deze periode is nodig om de bloemknoppen in de bol tot ontwikkeling te laten komen.
    De bol zal niet bloeien als hij geen koele periode heeft doorgemaakt. De beste temperatuur is 13 C, maar hij kan ook wel wat meer kou verdragen. Dreigt de temperatuur onder de 4 C te zakken, dan kunt u vliesdoek over de plant leggen voor extra bescherming.

    --De kas bekleden met bobbeltjesplastic helpt ook om de kou buiten te sluiten. Blijf er wel op letten dat het niet gaat vriezen in de kas. Hou de aarde vochtig gedurende de koude periode. Geef ongeveer eens per week water, maar nooit te veel en geef ook geen mest. Soms gaat er een blad dood. De nieuwe bladeren die verschijnen, groeien veel trager dan in het voorjaar of de zomer. Kijk ook nu de planten regelmatig na op
    ongedierte.

    --Na de koude periode van tien tot twaalf weken kunt u de bladeren op ongeveer tien centimeter van de bol afsnijden. Verhuis de planten dan naar een warmere plaats. Verplant de bollen alleen als ze helemaal uit hun pot gegroeid zijn. Schraap anders
    alleen de toplaag van de aarde af en geef de bollen een laagje nieuwe potgrond voordat ze naar een warmere plaats verhuizen.

    --Zet de planten op een lichte plaats boven de verwarming en binnen een paar dagen of weken verschijnt er een bloemstengel.
    De warmte zorgt voor de groei.
    Geef nu vaker water en ook weer mest om sterke gezonde planten te krijgen.

    Succes !!


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    30-12-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Solanum Thurino
     

    Solanum Thurino
    Volksnaam: Appeltje der liefde


    Standplaats:
    Solanum houdt van een lichte koele standplaats, maar niet teveel direct zonlicht. Solanum zal het zeer goed doen op het terras of balkon van augustus tot en met november.
    De plant houd van veel zon tot een klein beetje schaduw

    Kenmerken:
    In huis heeft Solanum liever een koelere plek, dus liever niet in de vensterbank waar de zon op schijnt
    Een algemeen bekende kamerplant, die zich in de late herfst en in de winter met oranjeappeltjes tooit. De geur van de groene blaadjes is niet zo aangenaam. Het is een sterke kamerplant en ze heeft niet zoveel warmte nodig. De normaal verwarmde kamer is voor haar echt te veel van het goede. Van de mooie appeltjes kunt u het langst plezier hebben, als de plant in een vorstvrije kamer geplaatst wordt. In die koele omgeving zult u vooral met lauw water moeten gieten. Eigenlijk kunt u deze plant het best in het najaar aanschaffen. U dient de potgrond goed vochtig te houden en wekelijks een weinig bemesten.

    Laagblijvend struikje met lancetvormige donkergroene blaadjes met een golvende bladrand. De bloemen zijn wit maar onopvallend. Na de bloei komen de ronde bessen die oranje, geel of rood van kleur zijn

    Bloemen :
    De bloemen kleuren van wit tot diep roze/paars en vervolgens kogelronde vuurrode vruchtjes.

    Planten :
    Solanum of Appeltje der liefde is een erg mooi plant. Een miniatuur in de natuur. Goed te gebuiken op potten maar ook in de border mistaan ze niet.

    Eigenschappen:
    vruchten kleuren op zijn vroegst eind augustus en zijn leverbaar tot half oktober.
    Als vroeg in het voorjaar de appeltjes afvallen of verschrompelen, zult u de plant uit de pot moeten nemen, dient u alle oude grond tussen de wortels uit te schudden en voor verse bloemistengrond te zorgen.
    De plant kunt u dan eventueel ook wat terugsnoeien. Zet haar zo koel mogelijk, maar geef haar wel de volle zon. Na half mei kan de plant met pot en al in de tuin worden ingegraven, bij voorkeur op een zeer zonnig plekje. Vergeet het gieten niet. Half oktober moet ze naar binnen.

    Vermeerderen :
    Voortkweken is mogelijk door middel van stekken. Jonge scheutjes kunt u vroeg in het voorjaar in een glazen potje met water zetten, ze zullen er voldoende wortels in vormen. Later kan opgepot worden.
    Voortkweken door middel van zaaien kan ook heel goed, maar dat moet in het vroege voorjaar gedaan worden, in een pot in de warme kamer. Later zal elk plantje apart opgepot moeten worden.

    Weetjes :

    De bessen zijn niet eetbaar en Giftig

    Water en voeding
    Het is belangrijk dat je Solanum voldoende water geeft, in ieder geval de grond niet uit laten drogen. Een maal in de twee weken bijmesten bevorderd de bloei en vorming van de mooi oranje bessen

    Temperatuur
    Jouw Solanum kan goed tegen de koude nachten als deze buiten staat.

    Verzorging
    Regelmatig gieten. Regelmatig nevelen behalve wanneer deze in bloei staat of vrucht draagt. Beter is deze op een omgekeerd bord in een schaal met water te zetten ivm de luchtvochtigheid. Potgrond mag niet uitdrogen.

    Solanum Thurino tomatenzaad

    'Solanum Thurino' is een decoratieve tomaat en met de noodzaak om zo specifiek en zo breed mogelijk opgevat als -je deze niet kunt eten deze tomaten! -

    Niet in de verleiding om eens te proberen.

    Zaai de zaden in februari of maart in de kas (met uw gebruikelijke tomaten), pot op als het groot genoeg is ,dan afharden en laat buiten staan voor de zomer.

    Net als de vorst begint, brengen we ze binnen , ongeveer in het midden / eind oktober, afhankelijk waar je woont en laat in een koele plaats in het huis, maar met goed licht.

    Jeruzalem kers: de kleine Zuid-Amerikaanse struik gekweekt als kamerplant voor zijn overvloedige sierdoeleinden maar giftige rode of gele cherry-sized fruit

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
    28-12-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinia pseudoacacia 'Frisia'
     

    Robinia pseudoacacia 'Frisia'


    Botanische naam  : Robinia pseudoacacia 'Frisia'
    Nederlandse naam : Valse acacia, Schijnacacia
    Herkomst         : Nederland
    Bijzonderheden   : takbreuk, zelden in bloei Grondsoort : alle, kalkrijk
    Vochtbehoefte    : droog, normaal
    Licht            : zon
    Wind             : weinig gevoelig, gevoelig
    Gebruik          : parken, tuinen, industrie
    Hoogte           : 8.00-15.00 m
    Vorm             : bol
    Kroon            : half open
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme
    Bloeitijd        : juni
    Blad             : bladverliezend, geel
    Twijg/stam       : doorns/stekels


    Standplaats:
    Zet deze boom op een niet te natte goed doorlatende bodem en een beetje beschut voor de wind want Robinia's zijn nogal gevoelig voor takbreuk bij stormweer.
    Deze plant wenst een voedselrijke, droge tot vochthoudende 'gemiddelde' bodem.
    Dus niet te zware of te lichte grond en een vrij neutrale zuurgraad (pH = 6 - 8). Verlangt een plekje in de volle zon en verdraagt zomerse hitte redelijk, mits de standplaats voldoende vochthoudend is. Kan bij nachtvorst in april-mei schade oplopen.

    Kenmerken:
    De bladeren zijn groot, geveerd en mooi goudgeel gekleurd. Aan de takken zitten stevige doorns die op jeugdige leeftijd roodachtig gekleurd zijn. Afkomstig uit Nederland. Er treedt makkelijk takbreuk op.
    Groeit uit tot een 8 tot 15 m hoge boom, maar kan gesnoeid worden. Decoratief. Windgevoelig.

    Bloemen :
    Komt zelden in bloei. De licht goudgele bladkleur blijft tot in het najaar behouden en kan een donkere beplanting zeer mooi opfleuren

    Snoeien :
    Weinig snoei nodig. Na de winter dode takken wegsnoeien. Krooncorrecties kan je in juni uitvoeren. Je kan de boom ook knotten in november-december.

    Gebruik :
    Toepassing en gebruik: bladplant - snoeibaar - herfstkleur

    Eigenschappen:
    Matig groeiend. De grote bladeren zijn koperkleurig bij het uitlopen, later goudgeel. De jonge takken zijn bezet met wijnrode doornen. De groeiwijze van 'Frisia' is minder sterk dan bij de soort. De bladeren zijn groot, geveerd en mooi goudgeel gekleurd. Aan de takken zitten stevige doorns die op jeugdige leeftijd roodachtig gekleurd zijn

    Vermeerderen :
    Door zaaien of veredelen

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    27-12-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fittonia
     

    Fittonia

    Standplaats:

    Tevreden met minder licht. Geen volle zon. Geschikt voor een donkere plaats in de huiskamer. Minimum in de winter 15°C. Hou de temperatuur zo constant :mogelijk (18-21°C)

    Kenmerken:
    Fittonia behoort tot de familie van de Acanthaceae (Acanthusachtigen). Fittonia groeit van oorsprong in de tropen van Peru, als bodembedekker in de schaduw van hoge bomen.
    Laaggroeiende kruidachtige planten die gekweekt worden om hun mooi getekend blad

    Bloemen :
    De geelachtige bloempjes verschijnen meestal in het voorjaar
    kleuren wit, roze, groen en zelfs bijna zwart. Daarnaast zijn ook allerlei kleurcombinaties mogelijk. De onderkant van de bladeren is altijd lichtgroen.

    Planten :
    Regelmatig benevelen bij een kamertemperatuur van 18°C.
    Gebruik gedistilleerd water of regenwater.
    Regelmatig toppen om de plant compact te houden

    Gebruik :
    De plant is geschikt als solitair, als tapijtbeplanting, bijvoorbeeld voor het afdekken van de potkluit van grote planten, en als aandachttrekker in minilandschapjes.

    Eigenschappen:
    een lage, kruipende bodembedekker met gemarmerde bladeren.
    De bloei is onbeduidend.

    Vermeerderen :
    Makkelijk te vermeerderen door het nemen van stengelstekken.
    Door stekken op warme voet in het voorjaar bij 20°
    Bewortelde uitlopers kunnen ook prima als stek dienen,toppen om een bossige groei te bekomen
    Stekgrond : een mengsel van 4 delen verpakte potgrond,1 deel scherp zand en 1 deel turfmolm

    Soorten :
    Fittonia verschaffeltii ,verschaffeltii is kleinbladig.
    Fittonia superba. Superba is grootbladig,

    Weetjes :

    Fittonia is genoemd naar de gezusters Elizabeth Fitton en Sarah Mary Fitton, schrijfsters van enkele populaire botanische werken. In Nederland wordt de plant ook wel mozaďekplant genoemd, vanwege de mozaďekachtige nervatuur op het blad.

    Warmte
    De Fittonia komt uit de tropen, het is dus duidelijk een kamerplant. De kweker heeft echter de nieuwe varianten zó gekweekt dat ze ook bestand zijn tegen temperaturen vanaf 10 °C. Als terras- of balkonplant is Fittonia tegenwoordig dus ook erg leuk (natuurlijk geen felle zon).

    Water
    Maximaal eenmaal per week (lauw) water is onder normale omstandigheden voldoende. Test of de potgrond nat/droog aanvoelt (gewoon je vinger erin steken). De grond mag niet continu erg nat zijn (wortelrot). De binnenbak in een emmer lauw water dompelen is erg effectief; dan wordt alle potgrond (incl alle wortels) even (1 min.) goed doordrenkt. Het overtollig water wel goed uit laten lekken door de gaten onder in de pot. Mochten de bladeren slap worden, dan heeft u de grond waarschijnlijk laten uitdrogen. Geen nood. Fittonia kan tegen een stootje! Dompelen helpt of gedoseerd lauw water geven, zodat de gedroogde grond zich langzaam weer kan volzuigen. De blaadjes zullen dan snel weer overeind gaan staan! Bijmesten is mogelijk, maar niet noodzakelijk.

    Licht
    Felle zon is te extreem voor het blad (het is geen woestijnplant). Elke plant heeft wel (buiten)licht nodig; Fittonia gedijt dan ook het best op een lichte plek in huis. Een flinke bak Fittonia's in een donkere hoek van het huis zal echter ook lang mooi blijven. De hoeveelheid licht is bij Fittonia van invloed op de kleur en het model. Krijgt de bak aan de ene zijde veel meer licht dan aan de andere, dan kunnen de stelen gaan rekken om licht te zoeken. Tip: draai de bak/schaal met Fittonia's regelmatig om!

    Grond
    Normale potgrond voor kamerplanten is nodig om een diepe bak en de gaten tussen de afzonderlijke plantjes te vullen. Verwijder de plastic potjes, zodat de wortels stevig in de aangevulde potgrond staan (en kunnen doorgroeien). Wees niet zuinig, hoe dichter de planten tegen elkaar staan en hoe meer potgrond gebruikt wordt; des te beter ontwikkelt het wortelgestel zich en des te langer is de plant mooi en sterk. Zorg dat de stelen net onder de rand van de pot of bak beginnen, zodat de bladeren mooi boven de pot uit komen.

    Oorspronkelijk
    Fittonia groeit oorspronkelijk in de tropen van Peru, als bodembedekker in de schaduw van hoge bomen. Het blad van de oorspronkelijke Fittonia is groter dan de nieuwe vormen. Fittonia is genoemd naar de gezusters Elizabeth Fitton en Sarah Mary Fitton, schrijfsters van enkele populaire botanische boeken. In Nederland wordt de plant ook wel mozaďekplant genoemd vanwege de mozaďekachtige nervatuur op het blad.

    Kleuren
    De kleur van de fittonia zit hem in de nerven op het blad. Het blad is van oorsprong donkergroen, de kweker heeft de kleurrijke nerf doen uitlopen/verbreden, zodat het groene blad als het ware 'overstroomd' wordt door de kleur van de nerf. Een bijzonder felgekleurd blad is het resultaat. Groen/wit (bijv. Fittonia Snow Anne: bijna sneeuwwit) Rood (het is eigenlijk heel donker/hard roze, dus erg mooi bij bordeaux en fuchsia-roze ondergronden) Hard roze (komt erg mooi uit bij aubergine, donkerroze en zwart) Licht roze/zalm (deze lichte kleur is erg zacht en stijlvol. Het kleurt niet bij snoepjesroze, er zit meer zalm/poederachtig oud-roze in. Geweldig bij zalmkleurige ondergronden, maar ook aubergine, soms terra-cotta, zwart)


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    19-12-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Aërides
     

    Aërides



    Een geslacht van epiphytal planten, natuurlijke orde van Orchidaceae.
    Deze planten hebben dikke bladeren en grote, helder gekleurde, zoet geurende bloemen.
    Zij zijn inwoners van de warmere delen van Azië, en worden op grote schaal geteeld in kassen.

    Naam :
    Aër betekend lucht, dat wil zeggen dat de plant niet op de grond groeit maar in de lucht op bomen

    Herkomst :
    De tropische wouden van Azié.
    We vinden ze van India tot Japan,groeiend op plekjes in bomen waar rotte bladeren en vogelmest zich verzameld hebben en voor een goede voedingsbodem zorgen

    Beschrijving :
    De meeste epifytische orchideeën beschikken over speudobulben,bovengrondse organen,waarin ze hun voedsel op kunnen slaan.
    Bij Aërides ontbreken deze,deze orchidee heeft een centrale bebladerde stengel die tot anderhalve meter hoog wordt.
    Aan de hangende bloemstengel zitten bij alle soorten veel mooie ,geurende bloempjes

    Standplaats :
    In het volle licht,alleen tegen felle zonnestralen beschermen
    Voor de gevoeligste soorten is een kamerkasje of een gesloten bloemenvenster onontbeerlijk

    Verzorging :
    De verschillende soorten hebben een uiteenlopende warmtebehoefte.
    Het best kan men experimenteren met temperaturen tussen matig en zeer warm

    Water :
    Tijdens de groei is een grote luchtvochtigheid noodzakelijk; veel nevelen dus
    Twee tot driemaal gieten per week is voldoende
    Zorg voor een goede afwatering
    In de winter éénmaal per week gieten

    Verpotten :
    Gebruik een speciaal orchideenmengsel of meng zelf grove varenwortels,veenmos, houtskool en stukjes turf.
    Zorg voor een goede drainage

    Vermeedering :
    Uit zaad

    Soorten :

    -Aërides japonicum: geurende bloemen,groenwit met purperrood,bloeit in de zomer

    -Aërides lawrénceae : geurende zomerbloeier,Wasachtige,wit met purper bloemen

    -Aërides multiflorum :wit met roze en paarse bloemen in de zomer

    -Aërides vandarum : de bekenste soort,witte heerlijk geurende bloemen in de lente

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    11-12-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ligustrum ovalifolium 'Argenteum'
     

    Ligustrum ovalifolium 'Argenteum'


    Botanische naam  : Ligustrum ovalifolium 'Argenteum'
    Nederlandse naam : Witbonte haagliguster
    Herkomst         : Engeland
    Bijzonderheden   : hagen
    Grondsoort       : alle, kalkrijk
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Groep            : (sier)heesters
    Gebruik          : groepen/vakken, randen/hagen, tuinen, insecten
    Hoogte           : 3.00-5.00 m
    Vorm             : opgaand
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme
    Bloeitijd        : juni, juli
    Blad             : halfwintergroen, witbont
    Vrucht           : zwart

    Standplaats:
    Deze plant wenst een voedselrijke, droge tot vochthoudende 'gemiddelde' bodem. Dus niet te zware of te lichte grond en een vrij neutrale zuurgraad (pH = 6 - 8). Verlangt een plekje uit de volle zon. Dus bij voorkeur in gefilterd licht van andere planten. Verdraagt zomerse hitte redelijk, mits de standplaats voldoende vochthoudend is. Kan bij nachtvorst in april-mei schade oplopen

    Kenmerken:
    zilverbonte ligustrum geschikt voor hagen. De hoogte na 10 jaar is 300 cm. Deze plant is zeer winterhard,De bladeren zijn witbont.

    Bloemen :
    De bloemkleur is wit. De bloeiperiode is juli.
    Ligustrum ovalifolium 'Argenteum' of bonte grootbladige liguster bloeit met witte pluimen in de periode juni-augustus. Na de bloei vormt deze liguster zwarte besjes

    Planten :
    Planten : De pot 10 minuten in een emmer water laten staan, daarna in de tuin uitplanten. Positie : volle zon, halfschaduw.
    Bij het aanplanten van een haag mag je rekenen op 5 a 6 planten met lopende meter

    Gebruik :
    goede haagplant. Geschikt voor decoratie, niet voor consumptie.

    Eigenschappen:
    Als je tijdens de bloeiperiode naast een ligusterhaag loopt merk je een aangename bloemgeur op. De witte bloemen verspreiden een overweldigende geur.

    Snoeien :
    De eerste snoeibeurt kan het best voor de langste dag van het jaar gebeuren
    Snoei is onnodig maar ze verdraagt het prima, zodat liguster voor vele doeleinden geschikt is. Zelfs voor vormsnoei. Als we liguster toepassen in een haag, moeten we hem direct na aanplant voor tweederde terugsnoeien. De haag wordt dan ook aan de onderkant mooi dicht. We kunnen er natuurlijk ook voor kiezen om met kleine plantjes te beginnen. Liguster groeit vrij snel. Als de haag is dichtgegroeid knippen we haar twee tot driemaal per zomer bij. Als de liguster solitair mag staan, is snoei onnodig en kunnen we eventueel in het voorjaar een enkele oude tak verwijderen

    Na eind september wordt het snoeien van liguster afgeraden zodat de plant zich nog voldoende kan herstellen tegen de komende vorstperiode

    Vermeerderen :
    Liguster is eenvoudig te vermeerderen door het nemen van houtachtige winterstek in het najaar.

    Soorten :
    Ligustrum ovalifolium
    Ligustrum ovalifolium 'Argenteum'
    Ligustrum ovalifolium 'Aureum'

    Weetjes :

    Het nadeel van de snelle groei is dat een ligusterhaag ook minstens drie keer per jaar moet gesnoeid worden.

    Ligusterhagen zijn goede verblijfplaatsen voor de vogels, ook de bessen eten ze graag (voor de mens zijn deze bessen giftig). Hagen zijn ook nuttig om de wind te breken en nieuwsgierige blikken uit uw tuin te houden.

    Het zijn gemakkelijke planten maar zorg er wel voor dat de zon niet rechtstreeks op de wortels schijnt, daar kunnen ze echt niet tegen.

    Ziektes en plagen bij liguster:

    Liguster is wel uitermate gevoelig aan sproeistoffen. Liguster heeft dan ook een vrij oppervlakkig wortelgestel. Het kan gebeuren dat er enkele ligusters afsterven nadat men er te dicht heeft langs gesproeid met een herbicide.

    De liguster bladvlekkenziekte wordt veroorzaakt door Phyllosticta, Cercospora of Ascochyta schimmels vooral onder vochtige omstandigheden. Op de bladeren komen bruine tot zwarte vlekken voor. Bij een zware aantasting vallen ook de bladeren af.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (5 Stemmen)
    10-12-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Laburnum watererii 'Vossii'
     

    Laburnum watererii 'Vossii'


    Botanische naam  : Laburnum watererii 'Vossii'
    Nederlandse naam : Goudenregen
    Herkomst         : Nederland
    Bijzonderheden   : zaad giftig, tros zeer lang
    Grondsoort       : alle, kalkrijk
    Vochtbehoefte    : droog, normaal
    Wind             : ongevoelig, zeewind bestendig
    Gebruik          : parken, tuinen, solitair, kust/zeewind,
    Hoogte           : 5.00-8.00 m
    Vorm             : spreidend
    Bloeikleur/vorm  : geel
    Bloeitijd        : mei
    Blad             : bladverliezend
    Twijg/stam       : gekleurd

    Standplaats:
    Licht: zonlicht halfschaduw
    Bodem: Humeus
    Vochtigheid: doorlatend
    Zuurtegraad: Neutraal

    De Goudenregen prefereerd een kalkrijke grond. De soort is gevoelig voor harde wind omdat hij soms een slechte verankering heeft.
    De Laburnum watereri 'Vossii' verdraag geen verharding.

    Kenmerken:
    kleine boom of brede struik, driedelig blad, reukloze bloemen
    Ze zijn afkomstig uit de bergen van Zuid- Europa van Frankrijk tot de Balkan-schiereiland

    Bloemen :
    Mei-juli met gele bloemtrossen
    De Laburnum watereri 'Vossii' bloeit uitbundig geel met trossen in juni. De takken zijn bruingroen. De jonge twijgen zijn groen. De stam van de Laburnum watereri 'Vossii' blijft glad.

    Snoeien :
    De Laburnum watereri 'Vossii' bomen snoeien in de winter of het voorjaar. Houdt u bij de snoei de natuurlijke vormen van de boom aan en verwijder wildopslag, dode en kruisende takken. Snoei nooit meer dan 30% van de takken weg.

    Gebruikt :
    draagt vruchten - geurend - bestand tegen zeewind - bladplant - snijbloem - bloemschikken - snoeibaar - giftig - bijenplant - herfstkleur

    Werkzame bestanddelen:
    Alle delen van de plant zijn giftig en kunnen dodelijk zijn als het in overmaat.

    Symptomen van vergiftiging gouden regen kunnen intens slaperigheid, braken, krampachtige bewegingen, coma, lichte schuim op de mond en ongelijk verwijde pupillen. In sommige gevallen, diarree is zeer ernstig, en soms de stuipen zijn sterk tetanische .

    De belangrijkste toxine in de plant is Cytisine , een nicotinereceptor agonist .
    Het wordt gebruikt als een voedingsmiddel plant door de larven van sommige Lepidoptera soorten,

    Eigenschappen:
    Deze boom heeft donkergroene geveerde bladeren en draagt van het eind van de lente tot het begin van de zomer 60 cm lange, diepgele bloemen in samengestelde trossen. Dit is een variant, die waarschijnlijk door kruising tussen wat oudersoorten is verkregen

    Vermeerderen :
    Uit zachthout stekken
    Uit zaad, direct zaaien na de laatste vorst
    stratificeren of laten overwinteren buiten van het zaad voor het zaaien

    Weetjes :

    Laburnum is van oudsher gebruikt voor de meubelmakerij en inlay, evenals voor muziekinstrumenten.

    Naast dergelijke blaasinstrumenten zoals blokfluiten en fluiten, het was een populaire hout voor Great Highland doedelzak

    Mooi in combinatie meteen onderbeplanting van bijvoorbeeld Waldsteinia, Allium (sierui) en Iris sibirica (Sibirische lis). Of in een heesterborder in combinatie met Syringa (sering) en Viburnum opulus (sneeuwbal).

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    01-12-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hosta undulata
     

    Hosta undulata


    Botanische naam  : Hosta undulata 'Erromena'
    Nederlandse naam : Hartlelie, Funkia
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   :
    Grondsoort       : alle, humeus
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : schaduw, half schaduw, zon
    Gebruik          : groepen/vakken, randen, solitair, bladplant, snijbloem
    , bostuinen, waterkant
    Hoogte           : 0.80-1.20 m
    Bloeikleur/vorm  : lila, paars, tros
    Bloeitijd        : juni, juli
    Blad             : groen


    Standplaats:
    Zon tot halfschaduw ,Lichte schaduw
    Verlangt een plaats met volle schaduw tussen of bij bomen of struiken en een humusrijke bodem

    Kenmerken:
    Hosta Undulata Erromena heeft middelgrote groene toelopend bladeren met daarop hoge scapes van paarse bloemen.
    Zeer snel groeiende goede bodembedekker
    De bladeren zijn groen en ongeveer 30 cm. hoog. De volwassen hoogte van deze vaste plant is ca. 120 cm. Verdraagt een temperatuur tot -30 gr. C

    Bloemen :
    De bloemkleur is violetpaars en de bloeitijd is van ca. juli tot en met augustus.
    De bloei van de knoppen wordt gestimuleerd door een hoog kalium gehalte 

    Planten :
    De geadviseerde plantafstand is 33 cm. (7-9 st. per m2.)
    Deze plant is ook te gebruiken als borderplant (op een iets zonniger plek). De bodem moet dan wel goed vochthoudend zijn. Het is een opvallende plant, die ook als solitair te gebruiken is.

    Eigenschappen:
    Hosta's zijn vaste planten gekweekt voor hun mooie bladeren, tolerantie voor schaduw, taaiheid,

    Het hogere kalium gehalte zorgt tevens voor een langere bloei en verbetert de kwalitatieve eigenschappen zoals geur van de bloemen. Daarnaast zorgt het hogere kalium gehalte voor een efficiëntere waterhuishouding zodat de planten zuiniger zijn met water.

    Vermeerderen :
    Scheur de plant na vijf jaar, zelden te telen uit zaad

    Soorten :

    • Hosta 'Undulata Albomarginata'
    • Hosta 'Undulata Erromena'
    • Hosta 'Undulata Mediovariegata'
    • Hosta 'Undulata Univittata'


    Weetjes :

    Het blad verkleurt naargelang de zon van donkergroen naar lichtgroen om teslotte te eindigen met wit in het midden, langs de rand heeft het gegolfd blad een groen kleur.

    De bloem van deze Hosta is mooier dan de meeste andere Hosta's

    De naam kan verwijzen naar de Latijnse stam Erro-, om te wandelen, dwalen, of doorvoer (= rond te dwalen).

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    24-11-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rosa 'Auslight'
    ROSA_CLAIRE_ROSE_ROSE_AUSLIGHT_ENGLISH_ROSE_DAVID_AUSTIN 

    Rosa 'Auslight'

    Botanische naam  : Rosa 'Auslight' ('Clare Rose')
    Nederlandse naam : Engelse roos
    Herkomst         : Engeland
    Bijzonderheden   : grote, gevulde bloem
    Grondsoort       : alle, humeus, lichte klei
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Groep            : engelse rozen
    Gebruik          : groepen/vakken, tuinen
    Hoogte           : 1.00-2.00 m
    Vorm             : opgaand
    Bloeikleur/vorm  : geurend, roze
    Bloeitijd        : juni, juli, augustus
    Blad             : bladverliezend
    Twijg/stam       : doorns/stekels

    Standplaats:
    Om de bloeitijd en de gezondheid van de rozen te waarborgen, is het belangrijk dat de rozen in een humus-, voedindsrijke grond staan. Ook is een afgewogen en regelmatige bemesting belangrijk voor een goede groei Rozen zijn zonaanbidders en staan daarom het liefst op een zonnige, warme en luchtige plaats in de tuin.

    Kenmerken:
    De groei is sterk en recht omhoog. Geschikt als snijbloem. Een mooie openbloeiende "Engelse roos".

    Bloemen :
    Bloeitijd van juni tot oktober
    De bloemen zijn zeer mooi gevormd in dichte bundels met een zachte roze tot bijna witte kleur. De geel, vol gevulde bloemen zijn in het begin schaalvormig, eenmaal volbloeit bloeit de plant met platte rozetvormig en geurende bloemen.

    Planten :
    Rozen kunt u het beste tweemaal per jaar mesten met rozenmest. Aangeraden wordt om rozen na de eerste snoeibeurt in maart te mesten en na de eerste bloei in juni. Rozen kunnen last hebben van luis, sterroetdauw en/of meeldauw. Er bestaan biologische gewasbeschermingsmiddelen die deze aantastingen vookomen of bestrijden.

     

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (4 Stemmen)
    22-11-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Heracleum mantegazzianum
     

    Heracleum mantegazzianum

    Botanische naam  : Heracleum mantegazzianum
    Nederlandse naam : ReuzeBereklauw
    Herkomst         : Klein-Azië, Kaukasus
    Bijzonderheden   : drachtplant, 2.50 m, zaait uit
    Grondsoort       : alle, humeus
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Gebruik          : solitair, verwildering, snijbloem, droogbloem, giftig, insecten
    Hoogte           : > 1.20 m
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme, scherm
    Bloeitijd        : juli, augustus
    Blad             : groen

    Standplaats:
    Deze tweejarige plant houdt van verstoorde, voedselrijke grond
    Op vochtige, zeer voedselrijke grond op bermen, in tuinen, plantsoenen en struweel

    Kenmerken:
    Stengel rood gevlekt. Bladen enkelvoudig, dubbel geveerd, vaak meer dan 1 Maritiemdistrict lang. Scherm met 50-150 stralen, tot 50 cm in doorsnede.
    is een tweejarige plant, maar kan ook meerjarig zijn en stamt uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae). Het is een in de Benelux als exoot voorkomende plant uit Zuidwest-Azië. In de 19e eeuw is de soort als tuinplant in Europa geďntroduceerd.
    Zoals de naam al zegt heeft de plant klauwvormige bladeren en is ze nauw verwant aan de Gewone berenklauw, maar veel groter. Een nog veel sterker gelijkende verwant is de Perzische berenklauw.

    Bloemen :
    Bloeimaanden: Juli t/m september.
    Het eerste jaar blijft de plant laag (ca. 50 cm), het jaar erop is hij meestal volgroeid en bloeit van juni tot augustus met een variabel aantal schermen vol witte bloemetjes. Na gebloeid te hebben sterft de plant af.

    Planten :
    langs wegen en overige plaatsen die niet begraasd of bewerkt worden. De reuzenberenklauw wordt anno 2010 steeds vaker in verstedelijkt gebied aangetroffen en mede door de giftige uitwerking bij contact in toenemende mate als een probleem ervaren wordt de soort beschouwd als een onkruid

    Gebruikte delen:
    Gedroogde stengels en bloemschermen met vruchten eraan zijn populair voor gebruik in droogboeketten

    Werkzame bestanddelen:
    Het is verstandig bij het werken met de plant volledig gekleed te zijn (lange broek, lange mouwen, handschoenen). Een veiligheidsbril is, zeker bij mechanische bestrijding, aan te bevelen. Bij zonneschijn is extra voorzichtigheid op z'n plaats, het effect van contact met het plantenvocht in combinatie met zonlicht is gelijk aan dat van carbolineum

    Eigenschappen:
    Wel bevat het sap van de plant furocoumarinen, die voor mensen sterk fototoxisch zijn.
    Blootstelling aan zonlicht na contact met het sap kan bij sommige mensen na 24 uur rode jeukende vlekken veroorzaken, die gevolgd worden door zwelling en blaarvorming (fytofotodermatitis). Het letsel kan eruitzien als een brandwond en het kan twee weken duren voordat het genezen is.
    Als litteken kan er een bruinverkleuring optreden.
    Wanneer het sap in de ogen komt, kan dit tot blindheid leiden.
    Als voorzorgsmaatregel moet dus elk contact met het plantensap vermeden worden; als dit toch gebeurd is, moet het sap zo snel mogelijk afgespoeld worden en moet blootstelling aan zonlicht van de huiddelen die in contact geweest zijn met het sap vermeden worden.

    Vermeerdering :
    Omdat de plant zich aan maaien aanpast, dient er herhaald gemaaid te worden, om te voorkomen dat de plant in bloei komt en tot zaadvorming overgaat.

    Soorten :
    Er zijn ongeveer 60 soorten van dit geslacht

    Weetjes :

    De reuzenberenklauw is niet giftig, althans in vergelijking met b.v. monnikskap (Aconitum) of de Taxus baccata, vooral schapen zijn er dol op

    In de landen waar de plant oorspronkelijk vandaan komt blijkt een combinatie van een soort aaltje en een soort kever de plant onder controle te houden. Het aaltje belaagt de wortels van de plant, de kever de bovengrondse delen.

    In Nederland wordt een schimmel toegepast. De planten moeten er in het voorjaar mee worden behandeld. Anderhalf jaar later is de reuzenberenklauw ter plaatse verdwenen

    De stijve stengelharen op rode knobbeltjes maken bij aanraking gemakkelijk wondjes in de huid, waarna het sap van de plant de huid overgevoelig maakt voor zonnestraling. Daardoor kan de plant bij zonnig weer jeuk, forse blaren of soms zelfs bloedvergiftiging veroorzaken. (De werkzame stof - furocumarine - komt overigens ook in andere Schermbloemigen voor, maar door hun spaarzame of zachte beharing of tengerder bouw zorgen deze veel minder vaak dan Reuzenbereklauw voor overlast.) Eén enkele plant kan vele duizenden nakomelingen voortbrengen.

    Het woord Heracleum komt van de Griekse halfgod Heracles/Hercules. Het mag met recht een geslacht met krachtpatsers onder de planten genoemd worden. Ruw behaard, grof door grote kroezige bladsegmenten en de buikige bladscheden, soms manshoog met wijd uitdijende stengels.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    18-11-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Plumbago auriculata
     

    Plumbago auriculata


    Botanische naam  : Plumbago auriculata
    Nederlandse naam : Loodplant,mannentrouw
    Herkomst         : Zuid-Afrika
    Bijzonderheden   :
    Vochtbehoefte    : 's zomers rijkelijk
    Licht            : zon
    Bloeikleur/vorm  : lila
    Blad             : wintergroen
    Vermeerdering    : stekken
    Voedingsbehoeft  : elke week
    Overwintering    : temperatuur 4- 8 ř, licht, donker


    Standplaats:
    In ons klimaat wordt Plumbago best als terrasplant behandeld.
    Vanaf mei/juni kan de Plumbago op een zonnige (volle zon) en beschutte plaats buiten worden gezet. Bij voorkeur tegen een zuidmuur.
    Loodglans kan men de ganse zomer in de pot houden op een plaatsje in de volle zon. De ganse zomer door rijkelijk begieten.

    Kenmerken:
    Plumbago auriculata of mannentrouw is afkomstig uit Zuid-Afrika. In het vorstvrije Middellandse Zeegebied vaak in tuinen te vinden. Bij ons is hij een geliefde kuipplant omwille van zijn lange bloeitijd.
    De Plumbago is een groenblijvende klimplant, die geleid en gesteund dient te worden. In een kuip kan ze anderhalve meter hoog worden, in de volle grond zelfs drie tot vier meter. De langwerpige bladeren staan verspreid langs de stengels.

    Bloemen :
    De bloemen verschijnen aan het eind van de lange ranken.

    Planten :
    De plant wordt best voor de eerste nachtvorst naar binnen gehaald en moet overwinterd worden op een, koele, lichte plaats bij een temperatuur tussen 5-15°C.
    Bij deze temperatuur zal de plant zijn blad behouden.
    Bij overwinteren op een donkere en koele plek verliest Plumbago zijn blad.In de winter net voldoende water geven om uitdroging van de aarde te voorkomen.
    De ruimte regelmatig luchten om aantasting van insecten en ziektes te voorkomen.
    Plaats de plant in potten met humusrijke, vochthoudende maar goed doorlatende grond.
    Zorg voor een goede drainage.
    Verpotten gebeurt het best in het voorjaar.
    Tijdens de bloeiperiode regelmatig voedsel geven.

    Eigenschappen:
    Standplaats lichtbehoefte: zon
    geschikt voor een solitaire positie in een beplantingsschema
    deze plant vraagt of gedijt goed op vochthoudende gronden

    Vermeerderen :
    Middels het nemen van een topstek kan de Plumbago vermeerderd worden. De beste tijd daarvoor is het najaar. Neem een half verhoute stek en plant deze in een pot met grond. Zet er een plastic zak overheen, waarbij het van belang is het geheel dagelijks te luchten. Spoedig zal de stek wortelen, waarna de zak verwijderd kan worden. Het volgende voorjaar kan de nieuweling naar zijn definitieve bestemming verhuisd worden.

    Snoeien :
    Direct na de bloei dienen de bloemstengels teruggesnoeid te worden. Door bovendien de stengels tot 25 centimeter in te korten, worden er weer nieuwe stengels met bloemen gevormd. In de winter kan de plant gefatsoeneerd worden door takken flink terug te knippen en oude stengels te verwijderen.

    Soorten :
    Plumbago auriculata 'Alba' heeft zuiver witte bloemen.

    Weetjes :

    de kleverige haartjes aan de bloemkelk blijven makkelijk aan de kleren hangen en verklaren de Nederlandse naam (mannentrouw) van deze plant.

    Ze wordt ook wel loodplant genoemd vanwege het vettige, loodgrijze vocht dat de beschadigde wortels afscheiden.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    12-11-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Paeonia suffruticosa
     

    Paeonia suffruticosa

    Botanische naam  : Paeonia suffruticosa
    Nederlandse naam : Gewone boompioen
    Herkomst         : Oost-Azié
    Bijzonderheden   : grote bloem, vaak gevuld
    Grondsoort       : humeus
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : gevoelig
    Groep            : (sier)heesters
    Gebruik          : groepen/vakken, solitair
    Hoogte           : 1.00-2.00 m
    Vorm             : bol
    Bloeikleur/vorm  : roze
    Bloeitijd        : mei, juni
    Blad             : bladverliezend


    Standplaats:
    Verlang eerder droge grond op een zonnige warme plek, in de winter voor bedekking zorgen.
    Grond bestaande uit verteerde graszodenaarde verrijkt met verteerde stalmest geeft een heel goed resultaat

    Kenmerken:
    Uit China afkomstige struik die bloeit in het voorjaar met zeer grote bloemen. De bloei zal overvloedig zijn alleen na een strenge koude winter maar de vorst kan de komende bloeitoppen wel vervriezen. Plant ze in de volle zon of een plaats met heel weinig schaduw en beschut. Hij groeit tot 2m hoog en even breed. Een boompioen hoeft U niet te snoeien tenzij heel zwakke takken

    Bloemen :
    De bloemkleur is divers.
    Deze plant is goed winterhard.
    De bloeiperiode is april – mei.
    Verwijder uitgebloeide bloemen voor een goede bloei, maar niet alle: in de bloemen wordt fraai gekleurd zaad gevormd.

    Planten :
    De beste tijd om pioen te planten is september - oktober. De ogen op de wortelstokken mogen niet dieper dan 5 cm onder de grond worden geplant
    De geadviseerde plantafstand is 58 cm. (1-3 st. per m2.)

    Gebruikte delen:
    Pioenboom. Andere namen voor de Paeonia suffruticosa zijn Bergpioen en Boompioenroos. 'Mu Dan Pi' noemt men dit kruid in China. De wortelschors wordt gebruikt, de smaak is bitter en scherp.

    Werkzame bestanddelen:
    Aan de zaden van de pioen werd een geneeskrachtige werking toegeschreven: tegen vallende ziekte en het tegengaan van nachtmerries

    Eigenschappen:
    De bloemkleur is geelachtig gevuld en de bloeitijd is van ca. mei tot en met juni.
    De bladeren zijn groen en ongeveer 90 cm. hoog.
    De volwassen hoogte van deze vaste plant is ca. 125 cm.
    Verdraagt een temperatuur tot -20 gr. C.
    Is goed verkrijgbaar.

    Vermeerderen :
    Pioenen worden vermenigvuldigd door scheuren of delen en door zaaien.
    zaaien in de herfst
    Oude planten kunnen we eventueel verjongen door ze in het voorjaar (april) tot vlak boven de grond terug te snoeien. Ze zullen vervolgens weer snel uitlopen. Op dezelfde manier verwijderen we ernstige vorstschade

    Soorten :

    • 'High Noon' geel/bruin
    • 'Kinkaku' dubbel oranje
    • 'Shin-Kumagaii' roze/paarsroze
    • 'Shin-Shichifukujin' roodroze
    • 'Tamafuyo' zachtroze
    • 'Teni' zachtroze/wit
    • 'Yachiyo Tsubaki' zilverroze, halfdubbele bloemen


    Weetjes :

    De Latijnse naam Paeonia is afgeleid van het Griekse Paion, de geneesheer van de Griekse goden, of paionia, een plant uit het oude Griekenland.

    In het vroege voorjaar behandelen met een schimmelbestrijdingsmiddel om grauwe schimmel tegen te gaan.

    Jaarlijks zwaar bemesten.

    Tijdig opbinden.

    Paeonia's kunt u het beste planten in het najaar in de maanden september en oktober. Pioenrozen bloeien niet of slecht wanneer de planten verhuisd worden naar een andere plek in de tuin.

    Vermeerdering door wortelstekken en grote planten zijn ook te scheuren.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    04-11-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rosa 'Auscot'
     

    Rosa 'Auscot'

    Botanische naam  : Rosa 'Auscot' ('Abraham Darby')
    Nederlandse naam : Engelse roos
    Herkomst         : Engeland
    Bijzonderheden   : geschikt als kleine leiroos
    Grondsoort       : alle, humeus, lichte klei
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Groep            : engelse rozen
    Gebruik          : groepen/vakken, randen/hagen, tuinen
    Hoogte           : 1.00-2.00 m
    Vorm             : opgaand
    Bloeikleur/vorm  : geurend, roze

    Standplaats:
    Rozen zijn zonaanbidders en staan daarom het liefst op een zonnige, warme en luchtige plaats in de tuin

    Bloemen :
    Engelse struikroos. Bloeit meerdere malen in het seizoen, met enkelvoudige abrikoos gele bloemen .Zeer sterk geurend. Robuust, met sterke vertakking en gezond loof.
    Bloemen van juni tot oktober

    Planten :
    Planten in Voedselrijke ,Kleihoudendende, Humusrijke Zandgrond
    Goed gedraineerd
    Kalkrijke grond

    Weetjes :

    De zeer grote, goed gevulde, schaalvormige bloemen staan alleen of in kleine bundels. De roos is abrikozen-geel van kleur met een schemering van roze en geuren zeer intensief. Mooi gevormd, struikgewas met lange boogvormige takken.

    Zeer rijkelijk- en tot de herfst bloeiend.

    Om de bloeitijd en de gezondheid van de rozen te waarborgen, is het belangrijk dat de rozen in een humus-, voedindsrijke grond staan.

    Ook is een afgewogen en regelmatige bemesting belangrijk voor een goede groei

    Rozen zullen pas echt goed groeien en bloeien als de grond een rijkbemeste grond is. In het vroege voorjaar geeft men bij voorkeur een gift gedroogde koemest, en gedurende het groeiseizoen 2x per jaar rozenmest, liefst in organische vorm,dit is speciale mest welke is voorzien van sporenelementen (vitamines voor de plant) waardoor u gezonde goed bloeiende rozen krijgt. Na augustus moet u de rozen niet meer bemesten omdat de rozen dan te lang zullen doorgroeien. De jonge twijgen zullen hierdoor niet voldoende afharden en niet bestand zijn tegen de winterkou.

     

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Aeonium arboreum
     

    Aeonium arboreum

    Botanische naam  : Aeonium arboreum
    Nederlandse naam :
    Herkomst         : Marokko
    Bijzonderheden   :
    Vochtbehoefte    : matig/spaarzaam
    Licht            : zon
    Bloeikleur/vorm  : geel
    Blad             : wintergroen, rood/bruin
    Vermeerdering    : stekken
    Voedingsbehoeft  : om de week
    Overwintering    : temperatuur 8-12 ř, licht

    Standplaats:
    groeit zowel in de volle zon als in een halfschaduwrijke situatie in een goed doorlatende, zandige grond en een overwegend warme temperatuur.

    Kenmerken:
    Aeonium arboreum is afkomstig van de Atlantische kust van Marokko wordt 60 cm hoog. Deze soort vormt diverse stengels met rozetten vol heldergroene bladeren. In het voorjaar dragen enkele daarvan kegelvormige trossen goudgele bloemen. Wanneer deze zijn uitgebloeid sterft de hele stengel af.

    Bloemen :
    In het vroege voorjaar bloeien deze planten met stervormige gele, rode, roze of witte bloemen.
    Uitgebloeide bloemen worden uitgeknipt.
    De bloemstengel komt uit het hart van een rozet en vertakt zich in verscheidene zijscheuten. Na de bloei sterft de rozet waaruit de bloemstengel kwam af.

    Planten :
    Sommige soorten verdragen lichte vorst.
    's Zomers op een zonnig plaatsje in de tuin.
    Anders een zonnige en koele plaats in huis.

    Gebruik :
    Architecturale plant die kan toegepast worden in moderne interieurs. Vooral de donkerbladige soorten

    Eigenschappen:

    • Standplaats lichtbehoefte: zon
    • deze plant is vorstgevoelig
    • deze plant is wintergroen (groenblijvend)
    • geschikt voor een solitaire positie in een beplantingsschema
    • deze plant vraagt of gedijt goed op droge gronden

    Vermeerderen :
    kan worden vermeerderd uit zaad of door stengel- of bladstek in het voorjaar

    Soorten :
    Van Aeonium zijn meer dan veertig soorten bekend
    De meest toegepaste soorten zijn de donkerbladige zoals
    -'Atropurpureum' of
    -'Zwartkop'

    Weetjes :

    Planten die buiten staan eind oktober binnenhalen en koel laten overwinteren bij maximaal 10°C, anders krijgt men een slap blad. Tijdens de rustperiode maar net zoveel gieten dat de wortels niet verdrogen. Hoe koeler ze staan, hoe minder water ze nodig hebben. In deze periode zullen veel blaadjes geel worden en verschrompelen. Na de winterstop, in maart of april, weer regelmatiger beginnen gieten.

    Verpotten
    Iedere lente in een voedzame, doorlatende grond samengesteld uit 2 delen bladaarde, 1 deel scherp zand en 1 deel klei.

    Aeonium is een geslacht uit de vetplantenfamilie (Crassulaceae). De naam komt van het Griekse 'aioon', dat volhardend of eeuwig betekent. Dit is om aan te duiden dat ze hun bladeren nooit helemaal verliezen.

    De Aeonium-soorten kruisen gemakkelijk met elkaar en daarom is het moeilijk de soorten zuiver te houden. De soorten die niet monocarpisch zijn kunnen daarom beter gestekt worden om de soort zuiver te houden.

    Het is een vetplant die in de bladeren een waterreserve kan opslaan. De grond weliswaar niet volledig laten uitdrogen. In de winter zeer matig water geven als de plant op een koele plaats staat.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    27-10-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Senecio jacobaea
     

    Senecio jacobaea

    Botanische naam  : Senecio jacobaea
    Nederlandse naam : Jacobskruiskruid
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   : Giftig
    Grondsoort       : alle
    Vochtbehoefte    : droog, normaal, vochtig
    Licht            : zon
    Groep            : vast, tweejarig
    Gebruik          : pionier, grasland
    Hoogte           : 0.30-0.60, > 0.60
    Vorm             : enkeling
    Bloeikleur/vorm  : geel
    Bloeitijd        : juni, juli, augustus, september, oktober
    Vermeerdering    : zaaien
    Voedingsbehoeft  : voedselarm, matig voedselrijk
    Concurrentiekra  : groot

    Standplaats:
    Jacobskruiskruid komt vooral voor op matig voedselrijke zandgronden. De plant mijdt zure en vochtige bodems. Ze komt meestal voor in zonnige, vrij open grazige vegetaties. Vooral op plaatsen waar een verstoring van de bodem is geweest, kan Jacobskruiskruid zich makkelijk vestigen.

    Kenmerken:
    Inheemse plant die van nature voorkomt op schrale gronden met open, kale plekken. Jacobskruiskruid staat veel in de belangstelling omdat deze plant giftig is en vooral voor vee een gezondheidsrisico vormt. De giftige stoffen brengen onherstelbare schade toe aan de lever waardoor dieren sterven.

    Bloemen :
    Senecio jacobaea is een wilde, in de regel tweejarige plant met gele bloempjes
    Jacobskruiskruid heeft een gele stralenkrans van straalbloempjes
    De plant bloeit van juni tot oktober

    Planten :
    In het eerste jaar vormt de plant een onopvallend rozet, waardoor jonge planten vaak over het hoofd worden gezien. In het tweede jaar bloeien de meeste planten, zetten ze zaad en sterven ze af. De stengel van Jacobskruiskruid is veelal iets paars van kleur. De ‘boerenkoolachtig’ gelobde bladeren van Jacobskruiskruid zijn aan de bovenkant donkergroen en aan de onderkant iets wittig van kleur. Waar de plant niet tot bloei komt (b.v. door maaien of beweiding) blijven de planten als rozet aanwezig in de vegetatie

    Werkzame bestanddelen:
    Jakobskruiskruid is giftig voor de meeste zoogdieren, waaronder ook de mens, doordat het zestien verschillende alkaloďden bevat. De bloemen bevatten twee keer zoveel gif als de bladeren. In de plant zijn pyrrolizidine alkaloďden aanwezig in de N-oxide vorm en zijn dan niet giftig. Pas als de plant opgegeten wordt, worden deze verbindingen met name in de dunne darm omgezet in giftige, vrije alkaloďden die de lever aantasten waarbij kleine bloedvaatjes verstopt raken. ('Hepatische veno-occlusie'). Ook bij mensen die geregeld kruidenthee van de plant dronken is dit ziektebeeld beschreven

    Eigenschappen:
    Jakobskruiskruid kan na huidcontact een allergische reactie geven, die "contactallergisch eczeem door composieten" wordt genoemd. Deze allergie kan optreden bij gesensibiliseerde personen na huidcontact of na opname van planten(delen) via de mond.

    Vermeerderen :
    De plant is een pioniersplant en verspreidt zich snel doordat een volwassen plant 75.000 tot 200.000 zaadjes kan produceren, die op open plekken in het gras of de berm makkelijk kiemen. De zaadjes worden door het vruchtpluis met de wind meegevoerd

    Weetjes :

    Runderen en paarden vermijden het plantje normaal gesproken bij het grazen, maar in tijden van droogte en schaarste kunnen ze het wel gaan eten.

    Ze raken eerst verslaafd aan het plantje.

    Als ze een dodelijke dosis binnen hebben gekregen duurt het vaak een paar maanden voordat de symptomen van vergiftiging optreden.

    Daarna duurt het ongeveer nog een week voordat het dier sterft.

    Ter illustratie: in Engeland overleden in 2002 6500 paarden door het eten van Jacobskruiskruid.

    Schapen eten het plantje graag en zijn iets minder gevoelig voor de gevolgen.

    Ze krijgen later echter wel problemen in de groei


    Laat een gemaaide, bespoten of uitgetrokken plant nooit op de grond liggen! Bij het verdrogen verliest de plant zijn bittere geur en wordt daardoor door paarden en andere dieren ineens wel graag gegeten! Bovendien zal de plant proberen om nog snel wat zaadjes te maken

    Reageer (1)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    25-10-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Abies koreana
     

    Abies koreana

    Botanische naam  : Abies koreana
    Nederlandse naam : Koreaanse zilverspar
    Herkomst         : Korea
    Bijzonderheden   : veel kegels, trage groei
    Grondsoort       : alle, zand, kalkarm
    Vochtbehoefte    : droog, normaal
    Wind             : ongevoelig
    Gebruik          : solitair, tuinen
    Hoogte           : 2-5 m
    Vorm             : breed opgaand
    Bloeikleur/vorm  : rood/bruin, roze, groen
    Bloeitijd        : mei
    Blad             : wintergroen
    Vrucht           : paars, groen, opvallend

    Standplaats:
    De Koreaanse zilverspar kan op alle, niet te kleirijke en natte gronden worden geplant.

    Kenmerken:
    De Koreaanse zilverspar (Abies koreana) of Koreanais is een groenblijvende naaldboom die behoort tot de dennenfamilie (Pinaceae).
    Het is een langzaam groeiende plant die in siertuinen wordt aangeplant en als kerstboom geteeld wordt.
    De naalden vallen bij een afgezaagde boom niet uit

    Bloemen :
    Geeft prachtige rechtopstaande kegels die mooi verkleuren naar paarsachtig.
    De boom vormt al op jonge leeftijd veel 5-7,5 cm lange kegels, die in grote groepen op de takken staan. Hierdoor heeft de boom een hoge sierwaarde. De jonge kegels kleuren zilverblauw. De rijpe kegels kleuren bruin en vallen bij rijpheid uit elkaar. Alleen de spil blijft aan de tak zitten

    Planten :
    De fraaie Koreaanse zilverspar is door de trage groei ideaal voor kleinere tuinen en zelfs in een plantenbak op terras of balkon.en wordt meestal als solitaire blikvanger aangeplant. Na tien jaar is deze meestal nog niet hoger dan 2,5 meter

    Gebruik :
    Coniferen zijn goed te gebruiken om accenten aan de tuin te geven. Een schaarse toepassing ervan brengt rust in de tuin en zorgt voor een gedoseerde afwisseling met bladverliezende gewassen

    Eigenschappen:
    Abies koreana is groenblijvend
    De gladde schors is grijsbruin en bezet met harsblaasjes.
    De takken zijn dicht bezet met zachte, omhoogstaande, aan de bovenzijde glimmende naalden. De 1,2-2,5 cm lange, platte, naar de top toe breder wordende naalden zijn donker- tot grijsgroen. Op de onderkant zijn de huidmondjes in twee zeer brede zilverwitte lengtestrepen, gescheiden door een smalle middennerf, gerangschikt. De punt van de naald is stomp en ingekeept

    Vermeerderen :
    Het zaad is in de herfst rijp

    Soorten :

    • »Abies koreana 'Horstmann's Silberlocke'
    • »Abies koreana 'Piccolo'
    • »Abies koreana 'Prostrate Beauty'
    • »Abies koreana 'Silberlocke'

    Weetjes :

    -Zeer goede naaldbehoudende kerstboom.
    De Abies Koreana is een mooi gevormde kerstboom die zo goed als geen naalden verliest in de huiskamer.
    De zachte naalden zijn glanzend groen en hebben een zilverwitte onderkant, dit geeft deze kerstboom een bijzonder decoratieve waarde.

    -In de kerstperiode bezitten deze sparren vaak ook nog prachtige purperblauwe kegels. In tegenstelling tot de meeste andere sparren, vinden we deze omhoog gerichte kegels zelfs terug op jonge, kleine exemplaren van amper 1 meter hoog.

    -De afgesneden takken verliezen hun naalden niet en zijn dus net als de kegels ideaal voor kerstversieringen en voor het maken van kerststukjes.

    Kenbaar verschil tussen Abies en Picea.

    -Een onderscheid tussen Abies (spar) en Picea (den) kunnen we maken aan de hand van volgende kenmerken.

    -De rechtopstaande, stompe naalden van de Abies (spar) voelen veel zachter aan. -Sparrenkegels zijn altijd rechtopstaand.

    -De hangende naalden van de Picea (den) zijn stekelig.

    -Wanneer we een naald los trekken komt een stukje bast (vlaggetje) mee. -Denneappels zijn steeds neerwaarts gericht

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    19-10-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Prunus subhirtella
     

    Prunus subhirtella


    Botanische naam  : Prunus subhirtella 'Autumnalis Rosea'
    Nederlandse naam : Sierkers
    Herkomst         : Midden-Japan
    Bijzonderheden   : bloem halfgevuld, oktober-april
    Grondsoort       : alle
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Gebruik          : parken, tuinen
    Hoogte           : 5.00-8.00 m
    Vorm             : spreidend
    Kroon            : half open
    Bloeikleur/vorm  : roze
    Bloeitijd        : januari, februari, maart, november, december
    Blad             : bladverliezend
    Vrucht           : zwart

    Standplaats:
    In de volle zon tot halfschaduw op een vruchtbare doorlatende bodem met een zuurtegraad die Neutraal/kalkrijk is

    Kenmerken:
    is een dicht vertakte grote struik of middelgrote boom met schuin uitstaande en iets overhangende takken. Hij heeft een brede, open kroon, zodat er genoeg licht doorheen komt voor planten die aan zijn voet groeien. Onderaan is de stam bij oudere bomen meestal kaal, zodat je daar laagblijvende struiken kunt planten. Als hij in blad staat, lijkt hij net een parasol zonder te veel licht weg te nemen.
    De bladeren zijn eerst groen en kleuren in de herfst oranjegeel

    Bloemen :
    Globaal bloeit de struik vanaf oktober tot ver in februari.
    Vaak begint hij al in november te bloeien, en dat kan tot maart/april doorgaan (behalve als het vriest). Soms zie je een door sneeuw bestoven boom staan naast een bloeiende prunus. Je moet goed kijken om het verschil te zien: witroze bloemetjes.

    Planten :
    Je kan hem aanplanten als heester, als halfstammige of als hoogstammige sierboom. De kroon is breed en fijn vertakt.

    Eigenschappen:
    Deze sierlijke kers uit Japan draagt van eind herfst tot in het voorjaar een zee van witte bloemen uit roze knoppen met tussenpozen.
    Deze soort groeit uit tot een kleine boom.
    Kenmerkend zijn de gespreide takken.
    De bloei vindt in de maanden november t/m april plaats

    Snoeien :
    Snoeien kun je bij deze kers maar beter achterwege laten. De struik wordt er beslist niet mooier door

    Soorten :

    • P. subhirtella 'Autumnalis Rosea' 400 - 600 lichtroze bloemen half gevuld

    • P. subhirtella 'Fukubana' 250 karmijnroze dicht vertakte struik, bloemen half gevuld, bloeit in april - mei

    • P. subhirtella 'Pendula Rubra' 500 dieproze treurvorm, bloeit vanaf januari, bloemen enkel

    Ziektes
    De winterprunus is helaas gevoelig voor de zogenaamde verdrogingziekte. Dit gebeurt vooral in het voorjaar als het warmer wordt. Dan slaat de schimmelziekte toe. Bloemen en bladeren verwelken en worden bruin. De ziekte slaat gauw over naar andere prunussen. Je kunt hem bestrijden door de boom met een mosaftreksel te besproeien.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    16-10-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Lobelia erinus
     

    Lobelia erinus

    Botanische naam  : Lobelia erinus
    Nederlandse naam : Lobelia, Tuinlobelia
    Herkomst         : Zuid-Afrika
    Bijzonderheden   :
    Grondsoort       : alle, humeus
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Wind             : gevoelig
    Groep            : 1 jarig
    Gebruik          : borders, kuipen/potten, hangplant, perkplant
    Hoogte           : 0.10-0.30 m
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme, blauw
    Bloeitijd        : juni, juli, augustus, september, oktober
    Blad             : groen

    Standplaats:
    Ze staan graag in volle zon maar lichte schaduw deert hen niet.
    De grond mag niet uitdrogen en regelmatig vloeibaar mest toedienen.
    Zonnige standplaats. Verdraagt ook lichte schaduw.
    Uitermate geschikt voor bloembakken, potten, baskets en randplant in perken.

    Kenmerken:
    Een ideale éénjarige voor balkon en vensterbakken, ook voor hangmanden zijn ze best te gebruiken.
    Ze bestaan als opgaande (compacta) of hangende (pendula) Lobelia's.

    Bloemen :
    Langdurig bloeiend met bloemen in diverse blauwtinten
    verkrijgbaar in het wit, hemels- en donkerblauw, roodviolet en blauw met wit oog.
    Na de eerste bloei mogen ze ingekort worden om zo een tweede bloei te bekomen

    Planten :
    Van zodra de ijsheiligen zijn gepasseerd, kunnen de plantjes zonder probleem de tuin in
    Je geeft je planten best 's morgens water. 's Avonds kan ook, maar de planten zijn dan nog vochtig wanneer de avond valt. Dit maakt ze zeer aantrekkelijk voor schimmels en slakken.
    Geef het water zoveel mogelijk aan de basis van de planten en niet op de bladeren of bloemen.

    Gebruik :
    vooral als borderplant in de tuin, maar de lobelia is evenzeer goed geschikt voor in de terrasbak of hangmand. Lobelia's kunnen ook als waterplant voorkomen in sloten of vijvers of in Afrika waar hij makkelijk 7 tot 8 meter kan worden

    Werkzame bestanddelen:
    de lobelia kent zijn toepassing in onze apotheek, hij wordt gebruikt als kruid (plant en zaden).
    Vooral gekend omwille zijn helende eigenschappen voor:

    Astmatische toestanden
    Kneuzingen
    Spasmen
    Bronchitis
    Als spierontspanner

    De actieve stoffen die hier spelen zijn: lobeline, isolobeline. (Alkaloďden).

    Eigenschappen:
    De bladeren zijn meest afwisselend geplaatst.
    De bloemen verschijnen vaak in druiventrossen.
    Het vruchtbeginsel is onderstandig. Er ontwikkelt zich een doosvrucht.
    Bij de bloemen wordt het stuifmeel verspreid voordat de stempel bestoven kan worden, waardoor zelfbestuiving wordt voorkomen.
    De meeste soorten hebben helder gekleurde bloemen.
    Veel soorten in de Andes worden door vogels bestoven (kolibries).
    Andere soorten worden door insecten (bijen en vlinders) bestoven.
    Ze bevatten een giftig wit melksap, dat ook op de menselijk huid irritatie kan veroorzaken.

    Vermeerderen :
    zaait zich makkelijk uit in de tuin bij ideale bodemomstandigheden.
    Dit resulteert onherroepelijk tot nieuwe plantjes die zich elders, ver van je oorspronkelijke border ontpoppen.
    De zaadjes kunnen gebruikt worden om plantjes mee op te kweken. We gebruiken hiervoor perspotjes, gevuld met 2/3de kompost en 1/3de wit zand. Vervolgens doen we de zaadjes erover (licht aangedrukt) en houden de potjes vochtig doch niet nat! We letten erop dat de zaadjes niet kunnen uitdrogen!
    Beste kiemtemperatuur moet hoger zijn dan kamertemperatuur.

    Soorten :
    Er zijn tot bijna 400 kleine en zeer hoge soorten.
    Inheemse soorten zijn: blaaslobelia, waterlobelia.

    Lobelia erinus Compacta Group en
    Lobelia erinus Pendula Group

    • Lobelia Erinus - compacte plant met de klassieke blauwe bloempjes
    • Lobelia Vedrariensis - met grote paarsblauwe bloemen die in de late zomermaanden of het begin van de herfst bloeien.
    • Lobelia Cascade Mix - een kleurrijke mix met bloemen in bloei, paarse, rode en witte tinten
    • Lobelia Regatta - met wit gespikkelde bloemen
    • Lobelia Tania - met grote magenta bloemen
    • Lobelia Summit Snow - winterharde lobelia met witte bloemen
    • Lobelia Gerardii - hoog opgroeiende lobelia (+-80cm) met paarsblauwe bloemen

    Weetjes :

    -De lobelia is genoemd naar Matthias de Lobel (een vlaming) een inwoner van Lille eind 16de eeuw.
    In 1576 schreef hij het boek 'Plantarum Seu Stirpium Historia' waarin 1441 houtgravures van planten.
    Matthias De L'Obel (Rijsel, 1538 - Londen, 3 maart 1616), ook Lobelius genoemd, was een Vlaams plantkundige en arts.

    Zijn grootste verdiensten en grote faam liggen op het gebied van de genees-, plant-, kruid- en artsenijkunde. Hij studeerde te Leuven en Parijs en verbleef onder andere langdurig te Padua, Montpellier en Engeland. Samen met Dodoens en Clusius maakte hij deel uit van het 'grote botanische driespan' in de 16de eeuw.

    -De indianen gebruikten de Lobelia als kruid reeds lang voor de plant zijn benaming kreeg.De oorspronkelijke indianen van Noord-Amerika gebruikten Lobelia voor het behandelen van ademhalingsproblemen en spierstoornissen. Ook werd het als braakmiddel gebruikt. Lobelia siphilitica werd als geneesmiddel tegen syfilis beschouwd.

    -De plant bevat een witachtig melksap dat huidirritaties kan veroorzaken

    -De zaadjes van Lobelia zijn ontzettend klein. Zorg er daarom voor dat je het zaad goed verspreid in een zaaibak of je hebt heel wat werk met verspenen. Zaai bij voorkeur in stekgrond die aangelengd is met zand voor een goede wortelvorming. Houd deze continu vochtig, maar niet te nat. Een relatief constante kamertemperatuur volstaat om het zaaigoed te doen ontkiemen. Als de zaden ontkiemd zijn en miniplantjes beginnen te vormen, mag je ze verspenen en planten in gewone potgrond. Ook na het verspenen houd je Lobelia best op een gelijkmatige kamertemperatuur. Dan zijn ze krachtig genoeg om vanaf half mei, de zogenaamde ijsheiligen, buiten te planten.

    -Je kan lobelia ook rechtstreeks in volle grond zaaien. Dat kan wel enkel onder glas. Je kan tussen half maart en begin april beginnen zaaien, afhankelijk van de weersomstandigheden. Dergelijke lobelia’s bloeien wel later in de zomer.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    14-10-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fallopia aubertii
     

    Fallopia aubertii

    Botanische naam  : Fallopia aubertii
    Nederlandse naam : Duizendknoop, Bruidssluier
    Herkomst         : West-China
    Bijzonderheden   : groeit snel, rood uitlopend
    Grondsoort       : alle, humeus
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Gebruik          : solitair, tuinen en parken
    Hoogte           : 5.00-10.00 m
    Vorm             : slingerend
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme, groen
    Bloeitijd        : juli, augustus, september, oktober
    Blad             : bladverliezend

    Standplaats:
    Qua standplaats is hij nooit moeilijk zelfs in veel schaduw groeit hij nog weliswaar met minder bloemen
    Kan zowel in de zon als in de schaduw worden geplant. Stelt geen bijzondere eisen aan de grondsoort

    Kenmerken:
    De Chinese bruidssluier (Fallopia baldschuanica, synoniem: Polygonum aubertii) is een plant uit de duizendknoopfamilie (Polygonaceae).
    Het is een snelgroeiende, tot 15 m hoge slingerplant afkomstig uit het westen van China.
    In West-Europa wordt de plant veel aangeplant als begroeiing van pergola's, muren en afscheidingen. Van hieruit verwildert de plant ook.
    De groenwitte, bladokselstandige pluimen bloeien van juni tot september. In september of oktober gaan de bloemen haast ongemerkt over in witte vruchten.

    Bloemen :
    Bloemen zijn groenachtig wit en verkleuren later iets roze
    De bloemen zitten in lange hangende pluimpjes. De bloemen geuren iets. De bijen en andere insecten vliegen massaal op de Fallopia. De bloemkleur is wit; als er vruchten komen kleuren de bloempjes iets roze
    Bloeit in juli tot oktober op scheuten die op de scheuten van het vorige jaar zijn gegroeid

    Planten :
    Planten kan zolang het niet vriest,de plant is trouwens zeer vorstbestendig
    Zet voor het maken van het plantgat de plant met pot in een emmer water zodat de kluit vol zuigt. Maak een plantgat van 2x de breedte en de hoogte van de pot. Doe in het plantgat, om beter water vast te houden, organisch materiaal zoals turfmolm of potgrond. Neem de plant uit de pot en zet de kluit in het plantgat. De kluit net onder het grondoppervlak houden. Vul het plantgat aan met grond en trap de grond stevig aan. Neem de stokjes waaraan de plant is opgekweekt uit de pot en bind de scheuten tegen de klimhulp.

    Gebruik :
    Als klimplant in draad, langs een hekwerk, pergola, tegen muren en op schuurtjes enz. Een stevige klimhulp is noodzakelijk vanwege de sterke groei.

    Snoeien :
    Als snoei nodig is dan gebeurt dat in het vroege voorjaar als er geen nachtvorsten meer zijn te verwachten. Ook tijdens de groei kan naar believen gesnoeid worden. Een rigoreuze snoei wordt goed verdragen om de bruidsluier in toom te houden.

    Eigenschappen:

    • Standplaats lichtbehoefte: zon

    • geschikt voor gebruik in wilde tuinen of natuurtuinen

    • geschikt voor een solitaire positie

    • deze plant moet gesteund worden

    Fallopia is een sterk groeiende klimmer die van nature voorkomt in Zuidwest China. Tot voor kort was de Latijnse naam Polygonum aubertii. De Bruidsluier is bladverliezend en goed winterhard. Heeft door de massa aan takken een stevige klimhulp nodig. De takken zijn houtig. Het is een bladverliezende klimheester.

    Vermeerderen :
    Midden in de zomer stekken nemen en direct in de volle grond steken
    De plant kan vermeerderd worden door half juni van jonge loten zomerstekken te nemen. Houd er bij het planten rekening mee dat de plant met de wind mee en niet tegen de wind in groeit.

    Soorten :
    »Fallopia japonica
    »Fallopia japonica var. compacta
    »Fallopia sachalinensis

    Weetjes :

    -Andere gebruikte benamingen:
    Fallopia aubertii, Polygonum baldschuanica, Polygonum auberti

    -De ideale klimplant om iets op een jaar tijd te bedekken.
    Is een snelle groeier.

    -Mag gesnoeid worden in maart.

    -Nog geen eeuw geleden is de bruidssluier uit West China ingevoerd.

    -Steeds jonge planten omhoog leiden via draden, latwerk,enz.

    -Bruidssluier kan nogal eens last hebben van bladluizen.

    -Weinig klimplanten geven zo snel een mooi effect!!

    -Bruidssluier wordt vaak foutief onder de naam Polygonum baldschuanicum aangeboden, deze weinig courante soort heeft opvallender pluimen op het einde van bebladerde zijscheuten, maar de bladkleur is doffer

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    12-10-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Calceolaria Hybride
     

    Calceolaria

    Botanische naam  : Calceolaria hybride
    Nederlandse naam : Pantoffelbloem
    Herkomst         : Zuid-Amerika
    Bijzonderheden   :
    Grondsoort       : Extra zure potgrond
    Vochtbehoefte    : Matig vochtig
    Licht            : Halfschaduw
    Groep            : Eenjarige kamerplant
    Hoogte           : 40 - 50 cm
    Bloeikleur/vorm  : geel, meerkleurig
    Bloeitijd        : maart, april, mei, juni, juli, augustus, september, oktober
    Blad             : Groen
    Winterhardheid   : Niet winterhard

    Standplaats:
    Verlangt een humusrijke vochtige leemgrond

    Kenmerken:
    De bladeren zijn tegenoverstaand en getand of gaafrandig.
    De bloemen zijn viertallig en hebben normaal gesproken twee bloemdekbladen.

    Bloemen :
    De bloemen lijken op gele beursjes, sommigen met bruine of rode vlekken.
    Het vruchtbeginsel bevindt zich half onder de bloem. De onderkroonbladen hebben de typerende pantoffelvorm en de kroonrij is tweelippig, met een mondvormige opening. De bloemkleur varieert van rood, oranje, geel en bruin tot purper.

    Planten :
    Calceolaria staat in de huiskamer graag op een licht en koel plekje. Het is geen waterminnende plant, dus zo weinig mogelijk water geven

    Gebruik :
    Te gebruiken in perken, op balcon,in bloembakken,als randbeplanting, rotstuin, border

    Eigenschappen:
    Calceolaria bloeit binnenshuis in de winter en in het vroege voorjaar in drie verschillende kleuren, die op zichzelf weer vele kleurschakeringen hebben.
    De totale bloeitijd is vijf ŕ zes weken.
    In deze tijd tooit deze Calceolaria zich met een groot bloemenscherm van vrolijk gekleurde bloemetjes.

    Vermeerderen :
    -Door stekken in juli
    -Sommige rassen door zaaien,
    koel opkweken,beschermen tegen zonnestralen en bij goed weer veel luchten

    Soorten :
    Tot dit geslacht behoren tussen de 240 en 275 soorten.
    De meeste soorten komen voor in het zuiden van Ecuador en in Peru in de departementen Amazonas en Cajamarca.
    Naar het noorden neemt de soortenrijkheid af.

    Weetjes :

    De grootbloemige soorten worden als éénjarigen gekweekt en worden na het bloeiseizoen weg gesmeten.
    De tweejarigen hebben kleinere bloemen maar zijn moeilijk door de winter te krijgen tenzij in een serre.

    Als de mond sterk gesloten is, wordt de plant door hommels bestoven — staat de mond sterk open, dan zijn bijen de bestuivers.

    De insecten die de bloemen bezoeken, worden hiervoor beloond met olie en pollen.

    In elke bloem bevinden zich twee stempels, die er bij bevruchting voor zorgen dat er doosvruchtjes ontstaan, die talrijke kleine zaden bevatten

    Verzorging :

    • -De potgrond zult u normaal vochtig moeten houden, maar een bloeiende plant kunt u beter niet besproeien.

      -Zolang de plant nog niet in volle bloei staat, zult u haar ook wekelijks een beetje moeten bemesten.

      -Gebruik hiervoor de bekende kamerplantemest.

      -De plant is erg gevoelig voor tocht. Vermijd dat dus zoveel mogelijk, anders zit ze dirext onder de luis, dit gebeurt ook als de plant te warm gekweekt wordt.

      -Zit er luis in dan kunt u de plant beter weggooien. Pogen de luizen met een middel uit een sproeibus te bestrijden, zal wellicht niet de gewenste resultaten opleveren.

      -Overhouden van een pantoffelbloem is mogelijk, maar alle moeite en zorgen wegen niet op tegen de te bereiken resultaten.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rosa 'Ausbuff'
    File:Rosa English Garden 01.jpg 

    Rosa 'Ausbuff'


    Botanische naam  : Rosa 'Ausbuff' ('English Garden')
    Nederlandse naam : Engelse roos
    Herkomst         : Engeland
    Bijzonderheden   : pomponvormige bloemen
    Grondsoort       : alle, humeus, lichte klei
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Groep            : engelse rozen
    Gebruik          : groepen/vakken, tuinen
    Hoogte           : 1.00-2.00 m
    Vorm             : breed
    Bloeikleur/vorm  : roze
    Bloeitijd        : juni, juli, augustus
    Blad             : bladverliezend
    Twijg/stam       : doorns/stekels

    Standplaats:
    Volle zon , leem, vochtig, goed gedraineerde grond
    Water: Gemiddelde watergift
    Houdt van vruchtbare grond en een licht snoei bevorderd een kompakte groei.

    Kenmerken:
    Compacte, rechtopstaande struik, duurzaam stengels, donkergroene bladeren, winterharde, sterke plant

    Bloemen :
    Juni, juli, augustus
    De bloemen zijn volledig dubbel, tamelijk vlak geconfronteerd bloei.
    Ze zijn warm afgezwakt, licht abrikoos en dragen een goede theeroos geur.
    De bloemen komen uit roodachtige knoppen en de plant kan herhalend bloemen.

    Planten :
    Te gebruiken voor: als Solitair, in groepen, op een lijn (haag) en bloempotten.

    Weetjes :

    De bloem is in het begin abrikozen kleurend, maar later wordt deze geel, aan de rand overgaand naar wit. De zeer grote schaalvormige bloemen zijn plat, vaak in kwarten verdeeld, sterk gevuld en geurend. Een recht omhoog gaande en gezonde groei. Zeer mooi gevormde, rijkelijke- en langbloeiende " Engelse roos"!

    Om de bloeitijd en de gezondheid van de rozen te waarborgen, is het belangrijk dat de rozen in een humus-, voedindsrijke grond staan.

    Ook is een afgewogen en regelmatige bemesting belangrijk voor een goede groei

    Rozen zijn zonaanbidders en staan daarom het liefst op een zonnige, warme en luchtige plaats in de tuin.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    10-10-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Sempervivum arachnoideum
     

    Sempervivum arachnoideum


    Botanische naam  : Sempervivum arachnoideum
    Nederlandse naam : Spinnwebhuislook
    Herkomst         : Pyreneeen, Alpen, Apenijnen
    Bijzonderheden   : stapelmuur
    Grondsoort       : alle, zand, kalkarm
    Vochtbehoefte    : droog
    Licht            : zon
    Gebruik          : bladplant, rotstuinen
    Hoogte           : 0.10-0.20 m
    Bloeikleur/vorm  : roze, tros
    Bloeitijd        : juli, augustus
    Blad             : wintergroen

    Standplaats:
    zonnig Lichte, goed doorlatende grond
    Zorg er voor dat sempervivum zo'n 4-6 uur licht per dag krijgt om te vermijden dat de planten een donkere grauwe kleur krijgen en opschieten.

    Kenmerken:
    Het vlezige blad is grijsachtig groen. De doorsnede van een bladrozet is circa 2 cm. De plant dankt zijn naam aan de spinnenwebachtige beharing. De vlezige bladeren en de beharing zijn natuurlijke aanpassingen om zuinig te zijn met water

    Bloemen :
    Bloemen komen in juli te voorschijn en zijn helder karmijnrood van kleur.
    De plant bloeit van juli tot september. De bloem is roodachtig roze, stervormig en ongeveer 1,5 cm in doorsnede. De bloemen vormen bijschermen

    Gebruik :
    zijn geschikt voor een rotstuin, begroeing van daken en in potten of kuipen voor op het balkon.

    Eigenschappen:
    Groenblijvende, zodenvormende succulent.
    Geschikt voor toepassing in een rotstuin, grindbed, muurtjes, troggen.
    Na de bloei sterft het rozet af (monocarpie)

    Vermeerderen :
    Hij plant zich voort door middel van uitlopers of scheuten en door zaad.
    Jonge planten op uitlopers van de moederplant worden opgepot

    Soorten :
    Verwante soorten komen in Europese gebergten voor. De meeste hebben roze bloemen, maar er zijn ook soorten met gele bloemen

    Weetjes :

    Sempervivum arachnoideum, spinnenwebhuislook, dankt zijn naam aan de typisch spinnenwebachtige beharing op de bladtoppen. De rozetten zijn twee centimeter in doorsnede. Het uiteinde van de rozetbladen is roodbruin van kleur.


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    08-10-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Sisyrinchium californicum
     

    Sisyrinchium californicum


    Botanische naam  : Sisyrinchium californicum
    Nederlandse naam : Bieslelie / Blauwogengras
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   : matig winterhard
    Grondsoort       : alle, humeus
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : gevoelig
    Gebruik          : groepen/vakken, randen, borders, snijbloem, kuipen/potten
    Hoogte           : 0.20-0.40 m
    Bloeikleur/vorm  : geel
    Bloeitijd        : juni, juli, augustus

    Standplaats:
    Hij verlangd wel een zonnige plaats en de grond moet wat vochtig zijn ,maar wel goed doorlatend.

    Kenmerken:
    Deze vaste plant doet een beetje lis-achtig aan. Dit vanwege zijn blad. Blauwogengras zoals deze ook wel wordt genoemd lijkt ook wel grasachtig, kortom zeer de moeite waard.

    Bloemen :
    van juni tot september
    Het blad is smal en langwerpig en groen van kleur.

    Planten :
    Als enkeling in een rotstuin komt hij mooi uit, maar zeker nog als groep langs een vijver of slootrand.
    De geadviseerde plantafstand is 26 cm. (11-15 st. per m2.)

    Eigenschappen:
    Deze plant komt van oorsprong uit de bergen en is dan ook zeer geschikt voor de rotstuin als 'voegenvuller' in de stapelmuur of tussen stenen (ook bestrating). Verlangt een zonnige plek en een matig voedselrijke, stenige bodem.

    Vermeerderen :
    Door zaaien of scheuren van de oude pollen in maart of september
    Kan zich sterk uitzaaien als de omstandigheden juist zijn.
    In dat geval is uitzaaien te voorkomen door bv. de uitgebloeide bloemen te verwijderen.

    Snoeien :
    Kleine struik die u goed met vaste planten in de border kunt combineren. De plant is gevoelig voor late nachtvorst, maar vraagt weinig onderhoud. Snoei om de paar jaar na de bloei, door oudere takken die gebloeid hebben, zo diep mogelijk weg te knippen. Laat jong hout staan.

    Soorten :
    Er zijn ook soorten met witte en gele bloemen

    • Sisyrinchium 'Mrs Spivey'
    • Sisyrinchium angustifolium
    • Sisyrinchium bermudianum 'Album'
    • Sisyrinchium californicum
    • Sisyrinchium montanum
    • Sisyrinchium striatum
    • Sisyrinchium striatum 'Aunt May'


    Weetjes :

    -Je kunt de bloei ook niet verlengen door weg te plukken:klaar is klaar.

    -'s Winters zou je er wat oud boomblad op kunnen leggen, waardoor het hart van het plantje en de grond vrij droog blijft.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    02-10-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hydrangea paniculata
     

    Hydrangea paniculata

    Botanische naam  : Hydrangea paniculata
    Nederlandse naam : Pluimhortensia
    Herkomst         : China, Japan
    Bijzonderheden   : weinig steriele bloemen
    Grondsoort       : humeus, kalkarm
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Groep            : (sier)heesters
    Gebruik          : groepen/vakken, solitair, tuinen
    Hoogte           : 2.00-3.00 m
    Vorm             : opgaand
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme, opvallend
    Bloeitijd        : augustus
    Blad             : bladverliezend

    Standplaats:
    Zonnig tot halfschaduw. Vochtige, goed doorlatende vruchtbare grond (voorkeur voor eerder zure grond).
    Bij volle zon moet de bodem voldoende vochtig zijn.

    Kenmerken:
    Een bladverliezende struik met ovale, donkergroene bladeren. die wel 3m hoog kan worden, met grote witte bloemtuilen van 40 cm lang en 25 cm breed

    Bloemen :
    tussen juni en half juli en dit tot eind augustus/september.
    Vanaf juni verschijnen de langwerpige bloempluimen met witte bloemblaadjes

    Planten :
    solitair - in borders als achtergrond - cottagegardens

    Gebruikte delen:
    zeer geschikt voor droogboeketten- bloemschikken...

    Eigenschappen:
    De plant is een gemiddelde groeier en vormt brede bossige struiken. De bloempluimen kunnen gerust tot bijna 25 cm lang worden. Ideale plant om op de achtergrond van vasteplanten of hydrangeaborders te plaatsen

    Pluimhortensia’s zijn ook echte zonnekloppers, ze voelen zich lekker in volle zon op voorwaarde dat de grond niet uitgedroogd is, ze beschikken ook meestal over een mooie uitbloei (roze rood) van de bloemen én soms van de bladeren

    Vermeerderen :
    Neem vanaf eind augustus, begin september half verhoute stekken en laat ze wortelen in stekgrond in de koude bak,
    Een veel eenvoudiger manier is het afsteken van de worteluitlopers tijdens de periode dat de plant in rust is. (na het verliezen van de bladeren en bij vorstvrij weer) Deze kun je dan verplanten naar de gewenste plaats

    Snoeien :
    De pluimhortensia snoei je in maart tot op 20 a 30 cm boven de grond om grotere bloempluimen te bekomen. Indien je niet snoeit zal de struik veel hoger uitgroeien met veel meer, maar stukken kleinere bloemen. Door uw Hydrangea paniculata jaarlijks te snoeien worden ze niet hoger dan 1,5 meter en hou je eveneens het volume in bedwang waardoor de stuiken ook in kleinere tuinen goed tot hun recht kunnen komen

    Soorten :

    • 'Ammarin': snelgroeiende struik met grote bloemen
    • 'Barbara': kleine heester met grote randbloemen, zuiver wit
    • 'Big Ben': middelgrote heester, grote bloempluimen
    • 'Bridal Veil': grote brede heester
    • Brussels Lace’: zeer grote bloeiwijze
    • 'Burgundy Lace': traaggroeiend, kleine witte bloemen
    • 'Chantilly Lace': grote bloemen met zuiverwitte
    • randbloemen.
    • Dart’s Little Dot ‘Darlido’: Compacte bossige heester
    • (08m) Kan ook in potten gebruikt worden.
    • 'Dharuma': kleine heester, 1.5m hoog
    • 'Dolly': lijkt op 'Grandiflora'
    • 'D.V.P. Pinky': stevige heester met toegespitste
    • bloempluimen en zuiver witte bloemen.
    • 'Everest': stevige heester met crčmewitte steriele bloemen
    • Floribunda’: zeer grote crčmewitte bloemen. Mooie
    • herfstkleur
    • 'Garnet': rijkbloeiend
    • 'Goliath': snelgroeiende heester.
    • Grandiflora’: grote, steriele bloempluimen
    • 'Great Escape': kleine bloeiwijze, crčmewitte bloemen
    • 'Green Spire': zeer grote heester, 5-6 m
    • Kyushu’: vroegbloeiend met roomwitte bloemen
    • 'Lammetje': klein, traag groeiend heestertje, zuiver wit
    • Last Post’: bossige struik, 1.25m hoog
    • Pink Diamond’: opgaande heester met opvallend
    • roodbruine jonge twijgen
    • Praecox’: vroegbloeiend, juni- juli. Mooie herfstkleur
    • Tardiva’: Amerikaanse cultivar : 1.75m
    • Tender Rose’: grote witte, steriele bloemen
    • Unique’: zeer grote bloempluimen
    • White Moth’: bloeit met bijna bolronde bloempluimen
    • Hydrangea paniculata 'Pinky Winky'Nieuw op de markt en nu reeds veelgevraagde planten zijn ‘Limelight', die van juli tot oktober bloemen produceert in een zeer subtiele limoen- tot crčmewitte kleur en ‘Pinky Winky’, die al roze verkleurt in de loop van de bloeiperiode.


    Weetjes :

    De kleur van de hortensiabloem reageert op de zuurgraad van de grond.

    De zuurgraad van een grond wordt uitgedrukt in pH, een getal.

    Zure gronden hebben een pH-getal tussen 4,5 - 5,5, lichtzure gronden hebben een pH van 5,6 - 6,5 en basische gronden een pH tussen 6,6 - 7,2.

    Naarmate de grond zuurder is, kunnen meer metalen oplossen.

    De aanwezigheid van ijzer en/of aluminium in zure gronden bleken de verkleuring te veroorzaken.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    23-09-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Buxus-ziekten




    NAAR AANLEIDING VAN DE VELE VRAGEN OMTREND DE ZIEKTEN VAN BUXUS OP HET MOMENT
    HEBBEN WE DEZE INFORMATIE GEHAALD BIJ  

    http://www.buxushof.nl/index.php/nl/ WAARVOOR DANK



    Tak- en bladsterfte

    De schimmel (Volutella buxi of pseudonectria rousseltana) veroorzaakt opvallende plekken van bruinverkleurende, verschrompelende blaadjes; en andere plekken van wegkwijnende, geelverkleurende afstervende blaadjes. Vervolgens verdroogt het blad en kan gaan afvallen. Wanneer men dan meer in detail kijkt, komt het naar voor dat alle afstervende, of reeds afgestorven, blaadjes op één en dezelfde zijtak zitten. Op de reeds geďnfecteerde twijgjes zitten de blaadjes dichter tegen het twijgje aan, dan bij een gezond takje. Er is een ‘insnoerings’plaats te vinden waarboven het takgedeelte verkleurt en afsterft. Soms kunnen er op de grotere takken ook een soort kankers ontstaan. De schors van geďnfecteerde takjes is dood en kan gemakkelijk worden losgemaakt van het onderliggende hout. Dit onderliggende hout is grijs tot zwart verkleurd. Aan de onderzijde van blaadjes op de geďnfecteerde takjes, kan men bleekroze puistjes terugvinden als er voldoende vochtigheid is over een langere periode. Op dode blaadjes kan men zeer kleine groene of rode bolvormige uitgroeiingen vinden (moeilijk met het blote oog). Deze laatste zijn de vruchtlichamen van de schimmel. De gevormde schimmelsporen overwinteren in de blaadjes, al dan niet afgevallen. In de lente infecteren ze de buxusplant via allerlei wondjes bijvoorbeeld na vormsnoei. Daarom is het van het allergrootste belang om bij infectie ŕlle afgevallen blaadjes netjes op te ruimen, én mee te geven met GTF-container. Nooit deze blaadjes op de composthoop werpen, daar de sporen tot 3 jaar levensvatbaar zijn ! Bij infectie de aangetaste twijgen terugsnoeien tot in het gezonde hout. Na elke knipbeurt uw snoeimateriaal ONTSMETTEN, om geen overdracht te hebben. Preventief is het ook van belang om uw snoeimateriaal sowieso steeds te ontsmetten als u naar een andere buxuspartij overgaat bij het snoeien. Deze ziekte kan eigenlijk veel schade berokkenen bij vormgesnoeide buxusplanten omdat de taksterfte lege plekken creëert in de snoeivorm. Om te weten of je met deze ziekte te maken hebt, bestaat er een eenvoudige test. Een aangetaste tak afknippen, een beetje vochtig maken, en in een afgesloten plastiek zakje steken gedurende 2 tot 3 dagen. Deze gesloten plastiek zak op kamertemperatuur bewaren. Na een 3-tal dagen moeten er bij infectie van Volutella dan roze puntjes verschijnen op de onderzijde van de bladeren.
    Bestrijding: Een middel met koper als werkzame stof (in Nederland niet meer toegestaan) In België kan met bordeauxe pap gebruiken.


    Controleer Buxus op Cylindrocladium.

    Vooral bij vochtige omstandigheden en hogere temperaturen kan de schimmel zich sterk ontwikkelen. Bestrijding is mogelijk met bijvoorbeeld 350 ml Mirage Plus per 100 I water.Let op dat dit middel maximaal vier keer per groeiseizoen mag worden toegepast. Het is daarom belangrijk in perioden met een lage infectiedruk te kiezen voor andere middelen, zoals Topsin M Vloeibaar, Flint, Ortiva, Kenbyo, Daconil of captan.

    De vochtige zomers van de afgelopen twee jaar hebben op heel wat plaatsen gezorgd voor zware schimmelaantastingen in Buxus in heel West-Europa.

    Er komen twee verschillende schimmels voor namelijk Cylindrocladium buxicola en Volutella buxi.

    Beide schimmels veroorzaken blad –en taksterfte. De aantasting begint meestal met Cylindrocladium en kan gevolgd worden door een secundaire aantasting van Volutella. Beide schimmels dienen dan ook bestreden te worden.

    Beschrijving Cylindrocladium
    De aantasting begint met zwarte vlekken op het blad. Na enkele dagen vallen de aangetaste bladeren massaal af en er ontstaan zwarte strepen op de jonge twijgen

    Beschrijving Volutella
    De aantasting begint met bruinverkleuring van de bladeren die daarna verdorren en tijdelijk aan de plant blijven hangen. Onderaan de bladeren ontstaan er bleekroze schimmelsporen.

    Deze ziektes zijn bij een correcte behandeling goed onder controle te houden. Wanneer er bij aantasting echter geen behandeling wordt uitgevoerd, kan de schade enorm zijn. Dit schadebeeld begint meestal met enkele kleine plekken om dan het tweede jaar uit te groeien tot grote aangetaste vlakken .In 2007 werd er al vanaf mei schade geconstateerd, waarschijnlijk te wijten aan de zeer warme aprilmaand. De grootste schade gebeurt in de zomer en herfst, vooral bij vochtige omstandigheden. Extra waakzaamheid is dan zeker geboden. De eerste schade in 2008 werd vastgesteld eind mei/begin juni tijdens een week met veel regen.

    Bestrijding:

    boomkwekerij/tuinaanleg:
    Er zijn meerdere behandelingen nodig om de ziekte onder controle te houden. Een goede afwisseling van de gebruikte fungiciden is nodig resistentie te voorkomen. Alle informatie verkrijgbaar via het Waarschuwingssysteem voor de Sierteelt

    particulier:
    Door het beperkt aantal goedgekeurde middelen is bestrijding niet zo evident.
    Meer informatie via gespecialiseerde tuincentra of vakhandel

    Preventie:
    Door een aantal gepaste maatregelen kan de ziektedruk fel verminderd worden.

    Een goede hygiëne is aanbevolen maar is geen garantie om de ziektes tegen te houden.Vermijd contact tussen besmette planten en gezonde planten.

    In tuinen met automatische beregening is het beter om, in droogteperiodes, 1 keer per week veel water te geven dan alle dagen te sproeien. Op deze manier kunnen de planten beter opdrogen en zal de schimmel minder kans maken. Ook het gebruik van druppelbevloeiing is aan te bevelen.

    Ook oordeelkundige bemesting kan heel wat leed voorkomen. Planten die op een rustige manier groeien, blijken minder gevoelig voor aantasting. Het gebruik van gecoate meststoffen heeft dan ook de voorkeur. Overbemesting moet zeker vermeden worden.

    Ook de manier waarop we Buxus gebruiken, heeft een grote invloed op het voorkomen van deze ziektes. Dichte massieven, geschoren vormen en wolken zijn veel gevoeliger voor aantasting dan natuurlijk gegroeide struiken. In zulke tuinen is wat extra zorg dan ook zeker aangewezen.

    Afwisseling in het sortiment kan ook heel wat problemen voorkomen. Vermijden van gevoelige soorten is zeker te overwegen. Sommige soorten Buxus blijken niet of weinig gevoelig te zijn.

    Conclusie:
    Het is een feit dat we meer een meer geconfronteerd worden met lange, vochtige periodes in de groeimaanden, mogelijk een gevolg van de opwarming van ons klimaat. Deze omstandigheden bevorderen vooral schimmelaantastingen bij planten. Ook Buxus wordt hierdoor getroffen. Door het vooroordeel dat er met Buxus niets kon gebeuren, werden deze schimmelziektes niet of weinig aangepakt. Door de povere kennis van deze schimmels werden er dikwijls foutieve adviezen gegeven.

    Een adequate opvolging en behandeling zijn volgens mij de enige oplossing om deze plaag onder controle te houden.

    Buxus met gele bladranden
    Wanneer de buxus gele bladranden gaat vertonen is het de hoogste tijd om flink bij te mesten. De gele bladranden zijn te wijten aan gebrek aan meststoffen en kalk. In november een flinke kalkgift toedienen en in het voorjaar flink bemesten met kippenmestkorrels en/of koemestkorrels. Ook in de handel verkrijgbare speciale buxusmeststoffen zijn hiervoor goed bruikbaar. Om snel de groene kleur weer te krijgen bemesten met bitterzout (ook te gebruiken als bladbemester) of kieresiet.

    Buxus met gele bladranden en een bruingroene kleur
    Buxus houdt van een vochtige bodem, maar als ze te lang met hun wortels in het water staan krijgen ze ook gele bladranden en een bruingroene kleur. De afwatering verbeteren door drainage aan te brengen helpt. Ook de buxus herplanten in nieuwe bemeste tuinaarde eventueel vermengen met compost en of dierlijke mest zal de plant een nieuwe impuls geven. wanneer er men geen maatregelen neemt zal de buxus afsterven.

    Bloei in buxus
    Dit kan diverse oorzaken hebben zoals, te droog of te nat ,verplanten e.d.
    nu kan het natuurlijk altijd wel een keer gebeuren dat er een natte of een droge periode is en zou dat betekenen dat de buxus jaarlijks zou gaan bloeien, Ware het niet dat wanneer er regelmatig in de buxus wordt gesnoeid er weinig of geen zaadproductie is.
    wanneer er zaad in de buxus komt , probeer dan te achterhalen wat de oorzaak zou kunnen zijn. Is uw buxus in het voorjaar tijdens het groeien droog geweest, en er word niet tijdig gesnoeid, dan is de kans dat er bloem in de buxus komt erg groot. Zit er eenmaal bloem in de buxus dan is het belangrijk dat er gesnoeid word. Door er flink wat bloem uit te snoeien , is de kans groot dat de buxus weer gaat groeien. Buxus maakt zijn bloem normaal gesproken op zijn eerste gewas (vanaf april / juni) en is pas goed zichtbaar in de nazomer en winter. uit een buxus die veel bloemen heeft komen in mei grote hoeveelheden geel stuifmeel te voorschijn wanneer u ze aanraakt.

    Voorkomen dat de buxus gaat bloeien kun je door ze niet te droog / nat te houden. en tijdig te snoeien.

    Roest
    Zichtbare symptomen zijn de verdikkende bladeren. (puccinia buxi) Deze verschijnen gedurende de zomer op de blaadjes die nog datzelfde jaar werden gevormd. De verdikkingen op de bladeren zijn vlekken met purperachtig – bruine, op blaren lijkende puistjes. In deze puistjes bevinden zich de schimmelsporen. Deze verdikkingen kunnen zowel aan de bovenkant als aan de onderkant teruggevonden worden. Bij zware infectie kunnen, in de nazomer, nieuwe jonge en sappige scheutjes eventueel gaan afsterven aan de top.

    bestrijding :Bayfidan special

    Specifiek meeldauw- en roestmiddel. · Systemische werking. · Zowel voorkomend als genezend (preventief en curatief). · Zeer effectief voor de verbruining van coniferen. · Kwaliteitsformulering met een sterk uitvloeiend vermogen, ook op bladeren met een waslaag. De behandeling tijdig starten (mei), bij het begin van de eerste infectie.De planten goed bevochtigen, maar afdruipen van de spuitvloeistof voorkomen.

    Buxusbladmineerder
    Op enkel individuele bladeren van het vorige jaar kunnen aan de boven- en onderzijde van het blad blaasvormige gallen te zien zijn. (Monarthropalpus buxi) Deze aangetaste bladeren verkleuren geel tot oranje. Aan de onderzijde van deze bladeren zijn vervellingen van de mugjes te zien. De larven en de poppen die in deze gallen zitten zijn niet bereikbaar om chemisch af te doden. Men moet dus proberen te behandelen op het ogenblik dat de mugjes in het late voorjaar (eind april - maand MEI) uit de gallen komen. Dit is het enige moment om een efficiënte bestrijding uit te voeren daar deze galmug maar één generatie per jaar voortbrengt. De larven uit de versgelegde eitjes zullen zich tot het volgende jaar IN het blad verschuilen en er schade aanrichten. Ze overwinteren als larve. De verpopping vindt plaats begin april van het daaropvolgende jaar. Deze plaag komt eerder sporadisch voor ! Planten die op een beschutte plaats staan worden wel eens het vlugst aangetast.

    bestrijding :Talstar 2.5

    Middel spuiten op het ogenblik dat de mugjes ontluiken uit de gallen : eind april en de maand mei. De rest van het jaar is er geen efficiënte chemische bestrijding.

    Info : http://www.buxushof.nl/index.php/nl/


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (4 Stemmen)
    19-09-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dryas octopetala
     

    Dryas octopetala

    Botanische naam  : Dryas octopetala
    Nederlandse naam : Achtster
    Herkomst         : Alpen, Balkan, Pyreneeën
    Bijzonderheden   : stapelmuur, pluizig zaad
    Grondsoort       : alle, humeus, zand, kalkrijk
    Vochtbehoefte    : droog, normaal
    Licht            : zon
    Gebruik          : bodembedekker, rotstuinen
    Hoogte           : 0.10-0.20 m
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme
    Bloeitijd        : mei, juni, juli
    Blad             : wintergroen, donkergroen

    Standplaats:
    Heeft een tamelijk zonnige plaats nodig en geeft de voorkeur aan een enigszins kalkhoudend grondmengsel
    Verlangt een humusrijke, goed water doorlatende grond.
    Plant ze in de volle zon of halfschaduw.

    Kenmerken:
    Ooit was dit plat op de grond groeiend plantje een heerser op de toendra. Nu is het veel zeldzamer geworden maar we komen dit plantje toch nog overvloedig tegen op de bergkammen o.a. in de buurt van het Franse Ceillac.

    Alhoewel de niet-bloeiende planten weinig opvallen door hun liggende vorm, hebben we in juni geen moeite om ze te herkennen. De vrije grote witte bloemen met hun acht bloemblaadjes

    Bloemen :
    Witte tot 3,5 cm. grote kroonbladeren en gele meeldraden. De bloei concentreert zich voornamelijk op de jonge groeischeuten. Door zijn prachtige witte tot 3,5 cm. grote kroonbladeren en zijn echt gele meeldraden vormt deze plant een echter blikvanger in de rotstuin. De bloemen hebben meestal 7-10 kelkblaadjes
    Bloeit begin van de zomer met grote, opvallende, alleenstaande bloemen.
    De bloemen zijn tot vijf centimeter in doorsnede met in het midden een gele toef meeldraden.
    De bloemen hebben een paraboolvorm en vangen de zonnewarmte op

    Gebruikte delen:
    Het is niet echt een bekende medicinale plant, maar de naam Thé suisse, verwijst wel naar zijn sporadisch gebruik als drank. Er zijn ook looistoffen en flavonoďden in het blad gevonden, zoals er ook in de Chinese thee zitten.

    Werkzame bestanddelen:
    En waarschijnlijk hebben ze daardoor ook een anti-oxydantwerking en bij het drinken van grotere hoeveelheden ook een stoppende werking

    Eigenschappen:
    De plantjes vragen een zonnige en goed gedraineerde grond. De bloei kan soms uitbundig zijn, maar er kunnen ook jaren zijn dat er weinig bloemen verschijnen. Je kan daar weinig aan doen; het is vooral een kwestie van de juiste temperatuur en regen op het juiste moment

    De bladeren van de Dryas octopetala zijn elliptisch van vorm en hebben een gekartelde rand die enigszins omrolt. De bladeren zijn overblijvend en zijn aan de onderzijde licht behaard

    Vermeerderen :
    Vermeerderen kan door zaaien, maar als je eenmaal een plant in de tuin hebt, kun je gewortelde uitlopers af nemen of je kunt de planten vermeerderen door ze te stekken

    Snoeien :
    Snoeien van de plant bevorderd zeker de groeistijl en de bloei. Wanneer men de plant niet snoeit wil hij nogal wat kale takken vormen.

    Soorten :

    • -Dryas octopetala var. argentea.

    • Deze kenmerkt zich door het feit dat het blad tweezijdig behaard is.

    • -Dryas octopetala 'Minor' kenmerkt zich door de kleinere bloemen en bladeren dan de gewone Dryas ocotopetala.

    • Daarnaast bestaat er ook nog een kruising, t.w.

    • -Dryas suendermannii. Dit is een kruising van Dryas octopetala x Dryas drummondii.

    Weetjes :

    Gedurende en na de ijstijden bedekte dit plantje grote delen van de toendra's. In de kleilagen van de morenen zijn er veel resten gevonden van Dryas naast de fossielen van berk en wilg. Die periode is dan ook naar de Achtster genoemd, het dryastijdperk.

    De Duitse naam Silberwürz, zilverwortel en de oude Nederlandse naam zilverkruid verwijzen naar de kleur van het blad. In de noordelijke landen werd de plant naar de sneeuwhoenders genoemd, omdat die zich met het blad en de vrucht voeden.

    Drys is een oude naam voor eik, het blad maar dan vele maatjes kleiner, heeft de typische vorm van het eikenblad. Het tweede deel van de naam octopetala en de Nederlandse naam Achtster, verwijst naar de acht bloemblaadjes

    De naam octopetala komt van het Griekse octo (acht) en petalon (bloemblaadje), verwijzend naar de acht bloemblaadjes van de bloem - een ongebruikelijk aantal bij de Rosaceae, waar vijf het normale aantal is. Nochtans komen ook bloemen voor met maar liefst 16 bloemblaadjes

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    18-09-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Geranium cinereum 'Ballerina'
     

    Geranium cinereum 'Ballerina'

    Botanische naam  : Geranium cinereum 'Ballerina'
    Nederlandse naam : Ooievaarsbek
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   : talud
    Grondsoort       : alle, zand
    Vochtbehoefte    : droog, normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Wind             : weinig gevoelig, zeewind bestendig
    Gebruik          : groepen/vakken, borders, kust/zeewind, rotstuinen
    Hoogte           : 0.10-0.20 m
    Bloeikleur/vorm  : roze, lila
    Bloeitijd        : juni, juli, augustus, september
    Blad             : grijsgroen, ingesneden

    Standplaats:
    lichtbehoefte zon, halfschaduw,deze plant vraagt of gedijt goed op droge gronden
    Geranium cinereum 'Ballerina' staat graag op een zonnige tot lichtbeschaduwde plaats. Deze ooievaarsbek is geschikt om te worden toegepast in een rotstuin of in de voorrand van een (roze) vaste plantenborder.

    Kenmerken:
    Geranium cinereum 'Ballerina' is een kleine en laagblijvende geraniumsoort geschikt voor de rotstuin
    Ontstaan uit de kruising van Geranium cinereum ssp. cinereum en Geranium cinereum ssp. subcaulescens.

    Bloemen :
    bloeit met lilaroze bloemen met een opvallende donkere adering en een purper hartje. Komvormige bloemen tot 3 cm groot.

    Planten :
    De geadviseerde plantafstand is 20 cm. (25 st. per m2.)
    Deze plant komt van oorsprong uit de bergen en is dan ook zeer geschikt voor de rotstuin als 'voegenvuller' in de stapelmuur of tussen stenen (ook bestrating).

    Verzorging :

    • -Starten doorgaans uit zaad of scheuren in begin lente of najaar

    • weinig onderhoud

    • - als de planten er op het einde van de bloeiperiode wat slordig gaan uitzien , kan men best de plant stek terugknippen , dat stimuleerd nieuwe bladvorming , en de plant blijft tot de winter mooi groen

    • - in groeiseizoen maandelijks bemesten

    • - uitgebloeide bloemstengels wegsnijden voor nieuwe bloei kan zonder extra voeding , maar wat extra organische mest in het voorjaar kan geen kwaad . -Deel de planten indien nodig in het voorjaar

    Eigenschappen:
    De bloemkleur is roze+lila en de bloeitijd is van ca. juni tot en met augustus. De bladeren zijn groen en ongeveer 10 cm. hoog. De volwassen hoogte van deze vaste plant is ca. 15 cm. Verdraagt een temperatuur tot -25 gr. C.
    Woekert niet of nauwelijks en laat zich goed combineren met andere planten.

    Vermeerderen :
    Geranium cinereum 'Ballerina' kan vermeerderd worden door de plant in het voorjaar op te nemen en te delen.

    Weetjes :

    • Deze geranium vormt kussens die pas na een aantal jaren gescheurd moeten worden. Dit bij voorkeur in het voorjaar doen.

    • Regelmatig wieden tussen de planten.

    • Konijnen eten deze ooievaarsbekken niet.

    • De Geranium cinereum 'Ballerina' wordt ook wel Geranium cinereum var. cinereum 'Balleri genoemd en behoort tot de familie Geraniaceae. De Nederlandstalige naam van deze Geranium is Ooievaarsbek

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    17-09-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fritillaria Bucharica

     

    Fritillaria Bucharica


    • Intro: 1884.

    • Herkomst: Noord-Afghanistan, Tadzjikistan en het oosten van Oezbekistan.

    • De donkergroene bladeren zijn breed lancetvormig die naar de top smaller worden.

    • Zo'n acht tot tien witte bloemen met een grijsachtige waas is normaal.

    • Verlangt een droge en zonnige plek gedurende de zomermaanden.

    • Hoogte: 20-30 cm.

    • Bloeitijd: april-mei.

    • Bolgrootte: 6 cm.


    Hoewel dit bolgewas vaak onder glas wordt gekweekt,zal deze mooie plant ook goed bloeien in een warme,droge border.
    De bloemen zijn meer geopend dan bij veel andere Fritillaria's waardoor de prachtige groengevlekte hartjes goed zichtbaar zijn

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    13-09-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Caesalpina giliesii
     

    Caesalpina giliesii


    Botanische naam  : Caesalpina giliesii
    Nederlandse naam : Paradijsvogelstruik
    Herkomst         : Mexico
    Bijzonderheden   : roodachtige meeldraden
    Vochtbehoefte    : licht vochtig houden
    Licht            : zon
    Bloeikleur/vorm  : oranje
    Blad             : bladverliezend
    Vermeerdering    : stekken, zaaien
    Voedingsbehoeft  : om de week
    Overwintering    : temperatuur 4- 8 ř, donker

    Standplaats:
    op een warme zonnige plaats; aan de grond worden geen bijzondere eisen gesteld;
    een goed doorlatende, zandige grond met een beetje humus is voldoende om de plant te laten groeien.

    Kenmerken:
    Caesalpinia is eigenlijk een tropisch of subtropisch peulgewas met donkerroze tot roodachtige meeldraden. Caesalpinia gilliesii is een exotische struik of kleine boom
    De Paradijsvogelstruik is bladhoudend als hij bij +5 graden de winter doorkomt.
    Als het rond het vriespunt is dan verliest hij zijn blad. Het blad lijkt op dat van de slaapboom en is ook dubbel geveerd, ook deze bladeren vouwen zich ‘s-avonds samen in de slaapstand

    Bloemen :
    Bloemkleur: goudgeel met rode meeldraden vanaf mei

    Planten :
    ook geschikt voor gebruik in potten, bakken of terraskuipen
    In de volle grond planten kan, mits zeer goed beschermd tegen matige en strenge vorst.

    Eigenschappen:
    Deze plant komt oorspronkelijk uit tropisch Amerika die weinig behoefte heeft aan water en voedingsstoffen.
    Inheems in Argentinië, Uruguay, Texas en Zuid-Amerika.
    Zijn naam Paradijsvogel heeft hij te danken aan de lange, rode meeldraden die uit de goudgele, 3 tot 4 cm lange bloemen steken en zo aan een vogelstaart doen denken. In het wild tot 3 m hoog groeiend, als kuipplant 1.25 m

    Vermeerderen :
    uit zaad; het zaad eerst wat opruwen en daarna weken in heet water om het kiemen te bevorderen.
    Aan het einde van de bloeiperiode die de hele zomer duurt, verschijnen peulen uit de uitgebloeide bloemen. Deze worden 10/15 cm lang.
    Het zaad in deze peulen kiemt in ons klimaat moeilijk.

    Ontkieming kan worden bevorderd door de zaden eerst te scarificeren; met een scherp voorwerp de zaadhuid doorboren zonder de kern te raken. Vervolgens enige uren in warm water laten weken. Daarna bij plm. 21C zaaien in een goed doorlatende zaaigrond. Kiemt gewoonlijk binnen drie weken. Langzamerhand aan volle zon wennen. Eventueel snoeien om de plant wat bossiger te maken. Kan temperaturen tot -7C tijdelijk hebben

    Soorten :
    Caesalpinia christa:
    Caesalpinia decapetala:
    Caesalpinia ferrea (= ijzerboom):
    Caesalpinia gilliesii: meest winterhard, bloeit vanaf een hoogte vanaf één meter.
    Caesalpinia pulcherrima: (= pauwenbloem)

    Weetjes :
    Is een echte aanrader vanwege zijn prachtige bladeren en bloemen die de hele zomer tot bloei komen en voor wie iets bijzonders in zijn tuin/terras wil hebben. Winterhardheid zone 9a (-6 graden).

    Verzorging:
    de grond moet de hele zomer voortdurend vochtig gehouden worden, maar niet langdurig tč nat laten; dus zorgen voor een goede drainage!

    Bemesting:
    in groeiseizoen wekelijks kuipplantenvoeding.

    Overwintering:
    voor de eerste vorst naar binnen brengen op een lichte plaats; bij een temperatuur boven 10°C behoudt ze haar bladeren; dan matig water geven zodat de wortelkluit niet uitdroogt

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    04-09-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Cydonia oblonga
     

    Cydonia oblonga

    Botanische naam  : Cydonia oblonga
    Nederlandse naam : Kweepeer, Gewone kwee
    Herkomst         : Centraal-Azië
    Bijzonderheden   : herfstkleur geel, meestal struik
    Grondsoort       : alle, lichte klei
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Gebruik          : parken, tuinen, solitair, vruchthout
    Hoogte           : 5.00-8.00 m
    Vorm             : kegel
    Kroon            : half open
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme
    Bloeitijd        : mei, juni
    Blad             : herfstkleur, bladverliezend
    Vrucht           : geel, eetbaar

    Standplaats:
    De kweepeerboom of kortweg kwee is een gemakkelijke klant. Hij wil wel niet voortdurend met zijn wortels in
    een plas staan, maar wie wil dat nu wel. Bovendien is dat zijn enige eis.De kwee is kort van stam, maar kan toch nog 12 meter hoog worden. Kort maar krachtig dus. De bladeren voelen zacht aan

    Kenmerken:
    De kweepeer is een bittere vrucht die nauw verwant is aan de appel, peer en de lijsterbes. De harde vrucht groeit aan een boom die vier tot zes meter hoog kan worden.

    Het is een harde, peervormige vrucht met een gele kleur en donzige schil. Het stevige vruchtvlees van kweeperen heeft een aangenaam aroma dat een hele kamer aangenaam doet geuren.

    Bloemen :
    Bloeitijd mei, juni ;Snoeimaand maart
    De bloesems zijn enig mooi. Ze doen een beetje aan grote appelbloesems denken. Je kan eigenlijk het hele jaar door van kweepeer genieten.
    De vrucht van de kweepeer geurt verrukkelijk en kan gebruikt voor verschillende bereidingen zoals o.a. compote, jam, marmelade, gelei, vruchtensap, taart, wijn en likeuren.

    Planten :
    Planten doe je in herfst of winter, wanneer de bladeren zijn afgevallen. Vroeg planten en aanbinden aan een steunpaal zal de hergroei sterk bevorderen

    Gebruikte delen:
    De vruchten zijn vanaf oktober te oogsten en groot: exemplaren van een kilo zijn heel goed mogelijk! Je kunt eigenlijk alleen aan de kleur zien of ze rijp zijn. De kweepeer is vrij lang houdbaar

    Kweeperen worden verwerkt tot compote, jam, marmelade, gelei, vruchtensap, vruchtenpasta (in blokjes lijkend op bonbons), taart, cotignac (vruchtenbrood), gekonfijt, wijn en likeuren

    Werkzame bestanddelen:
    Kweeperen zijn rauw vrijwel niet te eten door het harde en zure vruchtvlees. Ook komen de looistoffen tannine en fenolen in het vruchtvlees voor. Daarnaast bevat de kweepeer veel steencellen, cellen met een harde wand. Kweeperen bevatten veel pectine en 10-14% suiker.

    Eigenschappen:
    De kweepeer Cydonia oblonga is het enige lid van het geslacht Cydonia en behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae). De botanische naam Cydonia is afkomstig van Kydonia. Deze Griekse stad ligt aan de westkant van Kreta en heet tegenwoordig Chania

    Vermeerderen :
    Kweeperen kun je vermeerderen door zaaien of stekken. Bij zaaien weet je alleen bij de soortechte variëteiten dat de eigenschappen van de moederplant terugkomen. Je kunt ook stekken. Dat gaat als volgt: gesnoeide takken steek je in het najaar of vroege winter diep in de aarde waarbij je drie tot vier ogen boven de grond houdt. Succes is echter in zijn geheel niet verzekerd! Tijdens de zomer kunt je ook groene takjes laten wortelen met behulp van stekpoeder.

    Soorten :
    Er zijn twee vormen van kweeperen: appel- en peervormig.

    * Agvambari, peervormig
    * Bourgeault, peervormig
    * Ekmek, peervormig
    * Leskovacka, appelvormig
    * Ludovic, appelvormig
    * Rea's Mammoth, peervormig
    * Ronda, peervormig
    * Sobu, peervormig
    * Vranja, peervormig en geurend
    * Champion, peervormig en geurend

    Weetjes :

    Rauwe peren zijn oneetbaar, maar het zijn prima luchtverfrissers: een kweepeer die u in een kast of op de fruitschaal bewaart zal verschrompelen maar niet rotten, en maximaal 4 maanden een heerlijk geur verspreiden

    De kweepeer of kwee (Cydonia oblonga) is een plant uit de rozenfamilie (Rosaceae). De soort komt oorspronkelijk uit het gebied rondom de Kaspische Zee en is een algemeen bekende vrucht in veel landen, vooral in de zuidelijke landen van Europa en in Japan. In Nederland wordt deze vrucht weer steeds vaker aangeboden op markten, in groentespeciaalzaken en in toko's. Vroeger stond bij veel boerderijen een kweepeer. De boom kan 4-6 m hoog worden. De kweepeer bloeit in vergelijking met de appel en peer laat, namelijk van mei tot in juni. De kweepeer is nauw verwant aan de appel, de peer en de lijsterbes.

    De botanische naam is afkomstig van de Griekse stad Kydonia, tegenwoordig Chania, dat in het noordwesten van het eiland Kreta ligt.

    Het woord "marmelade", dat oorspronkelijk kweeperenjam betekent, ontleent zijn betekenis aan de Portugese naam van deze vrucht, marmelo

    Bereiden
    Kweeperen kan u niet rauw eten, de smaak is bitter. De bittere stoffen verdwijnen echter bij het koken. U kookt kweeperen op dezelfde manier als appelen: u schilt ze eerst en ontdoet ze van hun klokhuis.
    Er zit veel smaak in de schil. Probeer daarom als het kan de schil mee te koken. Enkele rassoorten geven na het koken een mooi rood vruchtvlees. Deze zijn bijzonder geschikt om er gelei van te maken. De jam of gelei kan in verschillende gerechten gebruikt worden.
    Laat kweeperen na het koken een nacht afgedekt staan om de smaak goed in te laten trekken. Dit zal ook de rode kleur ten goede komen. Kweeperengelei smaakt bijzonder goed bij varkensvlees en wildgerechten. Kweeperen combineren goed met appel. Vervang een deel van de appels eens door kweeperen om een bijzondere smaak te verkrijgen, bijvoorbeeld in een appeltaart. Van kweeperen kun je een heerlijke likeur maken.

    Voedingswaarde/Gezondheid
    Kweeperen bevatten veel vitamine C.

    Tips

    1.Koop alleen gele vruchten die stevig aanvoelen en bij voorkeur lekker ruiken. Een bruin plekje mag best.

    2.Zijn de peren nog vrij hard, laat ze dan gerust een paar weken in huis narijpen. Het hele huis ruikt dan lekker naar kweeperen. Controleer wel of ze niet bederven.

    3.Verwijder altijd het vilt door de vruchten te wrijven met een zachte doek. Alles wat je erna van de vrucht maakt krijgt een veel mooier uiterlijk. Vooral voor kweepeer gelei is dit cruciaal.

    4.Veel smaak zit in de schil. Wanneer een recept geschilde kweeperen vereist, probeer dan de schillen mee te koken. Als je veel schillen hebt en klokhuizen, dan kun je hier een uitstekende gelei van maken zelfs zonder vruchtvlees te gebruiken.

    5.Kook de klokhuizen desnoods apart mee bij recepten waarvoor het klokhuis verwijderd moet worden. In de pitten zit veel pectine en zo krijg je toch een mooi gebonden resultaat.

    6.Koop een echte koperen jampan. Het resultaat is verbluffend veel beter dan in een gewone pan. Door de geleiding van koper, krijg je snel een geconcentreerdere gelei met een mooiere kleur en stevigere gelei. De pannen hebben het formaat van een flinke wok, met 2 handvatten, een platte bodem en wanden die licht uitlopen. Kosten: al gauw € 100,- of meer. Inderdaad veel geld, maar je hebt er je hele leven plezier van. Merken die ik aan kan bevelen: De Buyer en Mauviel. In Frankrijk zijn ze goed verkrijgbaar, in Nederland alleen in de betere kookwinkel.

    7.Laat kweeperen na het koken een nacht afgedekt staan. Vruchtensap of vruchtvlees krijgen zo een veel mooiere diep rode kleur en alle smaak trekt in het sap.

    8.Combineer kweeperen met appel. Een gewoon gerecht met appel wordt door een deel te vervangen door kweepeer direct bijzonder van smaak.

    Kweepeerjam
    Ze zien er niet naar uit, maar van kweeperen kan je heerlijke jam maken. Als je mijn recept wil volgen, was je de kweeperen en wrijf je ze eerst goed over hun 'fluwelen' jas. Je kan de peren ook schillen, maar dan worden ze vlug bruin en wordt je jam donkerder van kleur. Snij de kweeperen dan in dunne plakjes. (Verzamel de pitten in een glazen pot. Die heb je nodig voor een ander recept, zie verder.) Overgiet de kweepeerplakjes met warm water tot er twee vingers water boven de kweeperenstukjes zit. Breng alles langzaam aan de kook. Prik er eens met je vork in, zoals je bij aardappels doet. Als ze zacht zijn, neem je de kookpot van het vuur en laat je alles een nachtje staan. Dan doe je de brij in een neteldoek. Druk al het vocht er goed uit. Neem nu een liter vocht, doe er een halve kg suiker bij en een bindmiddel. In de handel kan je een product krijgen dat van sap jam maakt, ook al doe je op 1 liter water maar een halve kg suiker. Volg de instructies op de verpakking en giet de kokend hete jam in glazen bokaaltjes, boordevol. Doe het metalen schroefdeksel erop en zet de potjes op hun kop om af te koelen. Dan sluiten ze zich hermetisch.
    Deze jam is niet alleen heerlijk, hij stopt diarree en is een weldaad voor maag en darmen.
    recept van Daniëlle Houbrechts

    Ziekten en plagen
    De kweepeer is niet speciaal onderhevig aan bepaalde ziekten; soms heeft hij wel een last van monilia, meeldauw, bladvalziekte of bacterievuur. De vatbaarheid voor deze ziekten is afhankelijk van ras en standplaats.

    Gescheurde kweevruchten (kort voor de pluk) zijn erg vatbaar voor schimmelaantasting. Controleer hierop en verwijder de aangetaste vruchten.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (4 Stemmen)
    30-08-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Malus toringo
     

    Malus toringo


    Botanische naam  : Malus toringo
    Nederlandse naam : Appel, Sierappel
    Herkomst         : Japan
    Bijzonderheden   : schurftvrij, verbloeit wit
    Grondsoort       : alle
    Vochtbehoefte    : normaal
    Wind             : ongevoelig, zeewind bestendig
    Gebruik          : parken, tuinen, solitair, kust/zeewind
    Hoogte           : 2.50-5.00 m
    Bloeikleur/vorm  : roze
    Bloeitijd        : mei
    Blad             : bladverliezend
    Vrucht           : geel, oranje

    Standplaats:
    sierappels groeien op alle, niet te natte en te arme gronden; voor neutrale tot licht kalkhoudende gronden. Ze wensen een plaats in de zon en zijn zeewind-gevoelig.

    Kenmerken:
    glimmend groen; 5-7 cm. doorsnede; later aan langloten groter en meestal 3(-5)-delig; in herfst geel.
    Vruchten: rond; 8-10 mm. doorsnede; geel tot oranjegeel (of rood); tot eind oktober.

    Bloemen :
    enkel; 2,5 cm. doorsnede, wit; in knop rozerood; talrijk; iets minder rijk dan M.floribunda, maar iets meer rozerood; bloeitijd midden tot laat.

    Planten :
    Boom met breed, ovale, tot ronde kroon met iets overhangende takken, gebruikt in straten, lanen en parken; ook in verharding.

    Eigenschappen:
    De nederlandse naam is Appel, familie van de Rosaceae. De bloemkleur is rozewit en de bloeitijd is van ca. mei. De bladeren zijn glimmendgroen. De volwassen hoogte van deze middelgrote heester is ca. 700 cm. Verdraagt een temperatuur tot -25 gr. C. Met opvallende vruchten. Geeloranje Is matig verkrijgbaar

    Vermeerderen :
    Zaad - best zodra het rijp is in het najaar in een koude bak gezaaid. Het ontkiemt meestal in de late winter.
    Opgeslagen zaad nodig stratificatie voor 3 maanden bij 1 ° C en moet worden gezaaid in een koude bak, zodra het is ontvangen. Het is misschien niet ontkiemen voor 12 maanden of meer.
    Prik de zaailingen in afzonderlijke potten zodra ze groot genoeg zijn om te behandelen.

    Indien gegeven een rijke compost zijn ze meestal snel te groeien weg en kan worden groot genoeg om uit te planten in de late zomer, maar overwegen om hen enige bescherming tegen de kou in hun eerste winter.
    Zo niet, bewaar ze in potten in een koude bak en plant ze uit in het late voorjaar van het volgende jaar.

    Snoeien :
    Snoeien doe je best in het voorjaar na de bloei want het is zonde om takken vol met prachtige bloesems weg te snoeien.

    Malus ‘Tina’ verdraagt snoei bijzonder goed. Als jonge boom gekocht, hoeft hij nauwelijks te worden gesnoeid. Verwijder alleen elkaar kruisende scheuten of takken die sterk vanaf de zijtakken in de richting van de stam naar binnen groeien. Zo blijft de kruin luchtig en kan er voldoende zonlicht aan de bladen.

    Verjongingssnoei kan je best in het najaar doen als al het blad van de boom is gevallen. Er worden dan in het voorjaar nieuwe scheuten gemaakt waarmee je terug aan de slag kan om vorm aan het boompje te geven. Deze nieuwe scheuten zijn sterk genoeg om een nieuw gestel te vormen.

    Soorten :
    --Malus toringo 'Tina'
    Dwergvorm; traag groeide malus. Kroon net zo breed als hoog. Bloeit zeer rijk, ook al op 1-jarig hout. Sterk verbloeiend van hard-rose (knop) naar creme-wit (uitbloei). Vruchten soms talrijk, maar te klein (ca 0.5 cm.) om op te vallen. Deze Malus kan goed gesnoeid worden en is zeer ziekte resistent. Leverbaar op stam 60 en 80 cm.

    Weetjes :
    Bekende gevaren van Malus toringo:
    --
    Alle leden van dit geslacht bevatten de toxine waterstof cyanide in hun zaden en mogelijk ook in hun bladeren, maar niet in hun vruchten.
    --
    Waterstofcyanide is de stof die amandelen hun karakteristieke smaak, maar het dient alleen te worden geconsumeerd in zeer kleine hoeveelheden.
    --
    Apple zaden normaal gesproken niet bevatten zeer grote hoeveelheden waterstof cyanide, maar zelfs dan mag niet worden verbruikt in zeer grote hoeveelheden.
    --
    In kleine hoeveelheden waterstof cyanide is aangetoond dat de ademhaling te stimuleren en de spijsvertering te verbeteren, is het ook beweerd dat van de uitkering worden in de behandeling van kanker.
    --
    In eigen risico, echter, kan dit leiden tot ademhalingsproblemen en zelfs de dood.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    26-08-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rosa 'Ausbord'
    Gertrude Jekyll 

    Rosa 'Ausbord'


    Botanische naam  : Rosa 'Ausbord' ('Gertrude Jekyll')
    Nederlandse naam : Engelse roos
    Herkomst         : Engeland
    Bijzonderheden   : ook als leiroos
    Grondsoort       : alle, humeus, lichte klei
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Groep            : engelse rozen
    Gebruik          : groepen/vakken, tuinen
    Hoogte           : 1.00-2.00 m
    Vorm             : spreidend
    Bloeikleur/vorm  : roze
    Bloeitijd        : juni, juli, augustus
    Blad             : bladverliezend
    Twijg/stam       : doorns/stekels

    Standplaats:
    Om de bloeitijd en de gezondheid van de rozen te waarborgen, is het belangrijk dat de rozen in een humus-, voedindsrijke grond staan. Ook is een afgewogen en regelmatige bemesting belangrijk voor een goede groei
    Rozen zijn zonaanbidders en staan daarom het liefst op een zonnige, warme en luchtige plaats in de tuin.

    Kenmerken:
    Goed groeiende robuuste roze roos met een vol geurend boeket.
    Bloeit meerdere malen en is zowel een struik- als klimroos.

    Bloemen :
    Roze bloemen van Juni tot Oktober

    Planten :
    Op een Kalkrijke grond,goed gedraineerde
    Zandgrond,Voedselrijk,Kleihoudend,Humusrijk
    Standplaats : Zon

    Gebruik:
    Als Haag en in de Vaste planten border

    Eigenschappen:
    --Geschikt als snijbloem
    --Gedoornd
    --Geurend

    Weetjes :

    Eén van de pioniers voor het gebruik van vaste planten is Gertrude Jekyll geweest. Werden de eerste vaste planten in rijtjes in de tuin geplant en was de samenhang ver te zoeken. Gertrude Jekyll (1843-1932) combineerde als kunstschilderes de bovengrondse eigenschappen van de planten, als kleur, hoogte, bloeitijd en vorm tot een gewenst totaalbeeld. De door haar ontworpen borders zijn dan ook een lichtend voorbeeld van schilderen met planten.

    Gertrude Jekyll was een beroemde tuinarchitect welke een belangrijke invloed heeft gehad op de stijl van de huidige Engelse tuinen. Zij was de grondlegger van de ‘Cottage Garden’

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    23-08-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Lychnis chalcedonica
     

    Lychnis chalcedonica


    Botanische naam  : Lychnis chalcedonica
    Nederlandse naam : Brandende liefde , Constantinopel
    Herkomst         : Klein-Azië, Oost-Rusland
    Bijzonderheden   : zaait uit
    Grondsoort       : alle, humeus
    Vochtbehoefte    : droog, normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Gebruik          : borders, verwildering, insecten
    Hoogte           : 0.60-0.80 m
    Bloeikleur/vorm  : rood/bruin
    Bloeitijd        : juni, juli, augustus
    Blad             : groen


    Standplaats:
    Zonnig- halfschaduw, Goed vochtige grond. Beschut

    Kenmerken:
    Lychnis chalcedonica komt van nature voor in Oost-Rusland en wordt in het Nederlands Brandende liefde genoemd. De 80-100 cm hoge plant wordt in de Angelsaksische wereld veel als tuinplant gekweekt. Hij draagt dan namen als Maltezer kruis of Jeruzalemkruis. De bloemen hebben een felrode kleur en staan in schermen van 5-12 cm. De rechtopstaande stengels zijn stijf en bebladerd.

    Bloemen :
    Bloemen in helder scharlakenrood in flinke platte trossen met heldergroene ruw aanvoelende blaadjes

    Planten :
    Geschikt voor perken, borders en achtergrondbeplanting
    De geadviseerde plantafstand is 30 cm. (8-11 st. per m2.)
    Bescherm de plant tegen slakken.

    Eigenschappen:
    --borderplant
    --snijbloem
    --zomerbloeier
    --bladhoogte 40 cm

    Deze plant is zeer geschikt voor de siertuin. Ze heeft opvallend blad, bloei, of vorm en laat zich eenvoudig combineren. Verlangt een zonnige plek en goed doorlatende, voedselrijke grond. Deze plant is zeer geschikt om te combineren met de 'basisplanten'. Verdraagt korte periodes van droogte prima. Natte winters daarentegen niet. Woekert niet of nauwelijks en laat zich goed combineren met andere planten.

    Vermeerderen :
    Uit zaad of delen.
    Bij voorkeur direct op plaats van bestemming zaaien. Dun uitzaaien en zo nodig nog uitdunnen. Bloeit in het 2e jaar
    De planten kunnen best om de 2-3 jaar worden opgegraven en gedeeld om te verjongen.

    Soorten :
    Lychnis chalcedonica 'Alba': witte bloemen
    Lychnis chalcedonica 'Alba plena': dubbelbloemige witte bloemen
    Lychnis chalcedonica 'Carnea'
    Lychnis chalcedonica 'Day and Night'
    Lychnis chalcedonica 'Morgenrot'
    Lychnis chalcedonica 'Plena' : dubbelbloemige variant.
    Lychnis chalcedonica 'Rauhreif'
    Lychnis chalcedonica 'Rosea'
    Lychnis chalcedonica 'Salmonea'

    Bemesting Lychnis chalcedonica
    Bij bloeiende planten is het belangrijk om veel knoppen te hebben en om die knoppen uit te laten komen. De aanmaak van knoppen wordt gestimuleerd met een, verhoudingsgewijs, hoger fosfor gehalte. De bloei van de knoppen wordt gestimuleerd door een hoog kalium gehalte. Het hogere kalium gehalte zorgt tevens voor een langere bloei en verbetert de kwalitatieve eigenschappen zoals geur van de bloemen. Daarnaast zorgt het hogere kalium gehalte voor een efficiëntere waterhuishouding zodat de planten zuiniger zijn met water. Hoe verder de onderlinge gehalten uiteenlopen des te sterker gaat er een stimulerende werking vanuit. Advies samenstelling: N5+P2+K4 tot maximaal N9+P6+K8

    Weetjes :

    De botanische naam Lychnis is afkomstig van het Griekse woord 'lychnos' dat lamp betekent. Er zijn verschillende verklaringen. Volgens een verklaring slaat de naam op de heldere kleur van de bloemen, volgens een andere verklaring slaat de naam op het gebruik van de wollige bladeren als lampepitten. De naam werd door de Griek Theophrastus gebruikt.


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    20-08-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Veronica longifolia
     

    Veronica longifolia


    Botanische naam  : Veronica longifolia 'Blauriesin'
    Nederlandse naam : Aarereprijs ,Lange ereprijs
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   :
    Grondsoort       : alle
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Gebruik          : groepen/vakken, randen, borders, insecten, bloemenweide, waterkant
    Hoogte           : 0.60-0.80 m
    Bloeikleur/vorm  : blauw, aar
    Bloeitijd        : juli, augustus
    Blad             : groen

    Standplaats:
    Zon tot halfschaduw.
    Humusrijke, voldoende vochtige grond. Kalkrijke grond
    Zonnige plaatsen op vochtige tot natte, matig voedselrijke, humeuze, neutrale tot zwak zure zandgrond.

    Kenmerken:
    De plant komt van nature voor in Europa en wordt ook gebruikt in siertuinen. De plant wordt 60-120 cm lang en heeft eironde tot lancetvormige bladeren, die tegenoverstaand of in kransen van drie tot vier bladeren aan de stengel zitten. De bladeren zijn aan de voet dubbelgezaagd.
    De lange ereprijs bloeit in Nederland in juli en augustus met eindstandige trossen. De bloem is meestal hemelsblauw, maar soms wit.
    De vrucht is een hartvormige doosvrucht.

    Bloemen :
    Violetblauwe bloempjes gegroepeerd in aarvormige trosjes.
    Goede snijbloem.
    Bloeitijd: juli-september

    Planten :
    De geadviseerde plantafstand is 30 cm. (8-11 st. per m2.)

    Gebruik:
    In de border heel mooi te combineren met bijvoorbeeld Alchemilla mollis ´Select´, Eryngium ´Blaukappe´ en Echinacea ´Magnus´

    Eigenschappen:
    * In het najaar snijd je de stengels bij de grond af
    * Scheuren in het voor- of najaar
    * Planten in luchtige grond
    * Gevoelig voor meeldauw

    Vermeerderen :
    Door zaaien het hele jaar door, kiemt makkelijk of door scheuren.
    Ondergrondse uitlopers delen

    Soorten :
    Veronica longifolia 'Blaue Sommer'
    Veronica longifolia 'Blauriesin'
    Veronica longifolia 'Blue Giant'
    Veronica longifolia 'Schneeriesin'
    Veronica longifolia var. subsessilis

    Weetjes :

    Deze plant is zeer geschikt voor 'de tuin op het zuiden'. Verlangt een zonnige, warme plek op niet te arme grond en buiten de schaduwzone van bomen en heesters. U kunt haar ook gebruiken in de rotstuin en de stapelmuur. Deze plant heeft in de winter bescherming nodig tegen overvloedige regen en sneeuw. In de zomer moet u ervoor waken dat ze niet uitdroogt.

    Woekert niet of nauwelijks en laat zich goed combineren met andere planten

    Ereprijs of Veronica hebben gauw meeldauw. Dit moment van de zomer komt meeldauw meer voor in de tuin dan bv in de lente of vroege zomer.

    De planten op een luchtige plaats zetten, niet op een hete of ingesloten plek... zou kunnen helpen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    15-08-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tuintips voor Augustus
     

    Tuintips voor Augustus



    Siertuin -
    plantenborders:
    -Het onkruid in de borders blijven hakken, schoffelen en wieden.

    -Verwijder de uitgebloeide bloemen zodat ze geen energie steken in de zaadvorming waardoor de planten langer doorbloeien en de bloemenborder mooier oogt.

    -Verzamel zaden en steek ze in een koffiefilter of in een enveloppe. Bewaar ze gedurende de winter op een droge plaats.

    -Irissen met een wortelstok kunnen worden gescheurd.

    -Penstemon kan deze maand zeer gemakkelijk door stekken vermeerderd worden.

    -Door regen en wind omgevallen planten zoals zonnebloemen, riddersporen,... opbinden met touw of steunen met bamboestokken, rijshout.

    -De uitgebloeide bloeiaren van de lavendel mag je net boven de bladeren snoeien. De takken die er hier en daar uitspringen en zo een mooi zicht belemmeren mogen ook al worden afgeknipt. U mag zeker niet te diep snoeien, want de plant moet nog weerstand bieden tegen de vorst, vandaar enkel snoeien ter verfraaiing van de lavendel na de bloei.

    -Eind augustus zijn de meeste hagen volledig gestopt met groeien. Als u de hagen met een vlakke bovenkant door de winter wil loodsen dan kan u nog snoeien tot eind augustus. Plaats aan het begin en aan het einde van de haag een paal en span daartussen een touw die je kunt gebruiken als leidraad. Bij de eerste scheerbeurt van de bovenkant controleer je de horizontale touw met een waterpas. Ga aan de haagkant staan waar je het makkelijkst kunt opruimen. Op deze manier komt daar het meeste snoeiafval terecht.

    -Let er bij het snoeien op dat bewolkt weer is, als de zon te fel schijnt heb je steeds kans op verbranding.

    -Scheer coniferenhagen nooit na augustus want dat gaat ten koste van de winterhardheid. Snoei ze bij voorkeur licht conisch zodat het licht ook de onderkant van uw haag kan belichten en de haag ook onderaan mooi gesloten blijft.

    Zolang de gewenste hoogte bij een loofbladerenhaag niet bereikt is, snoeit u de omhoog groeiende takken ieder jaar een stuk terug. Dit bevordert de groei van de zijtakken.

    -Klimhortensia kunnen na de bloei plat tegen de gevel worden terug gesnoeid.

    -Snoei alle snoeivormen van heesters zoals buxus, liguster, lonicera, Taxus,...

    -Vanaf eind augustus kun je buxus stekken.

    -Planten in pot zoals buxusbollen met een groot, dicht bladerdek boven de pot dien je regelmatig water te geven. Het bladerdek fungeert als een paraplu waarbij bijna al het regenwater naast de pot terecht komt.

    -Rozen op aantastingen controleren. Schimmelaantastingen zoals sterreroetdauw en meeldauw komen deze maand veel voor.

    -Vergeet niet om regelmatig op het terras onder de parasol van de tuin te genieten. Let wel op met zoete dranken, want vanaf deze maand zijn de wespen op zoek naar zoetigheid en tracteren ze zichzelf maar al te graag op een cola, limonade of biertje van het huis. Hang in de buurt van het balkon of terras een wespenval om de onuitgenodigde gasten te weren.

    Gazon:
    -
    Het gazon gaan we 1 of 2 keer per week maaien, afhankelijk van de groei. In droge periodes minder vaak maaien en het gras op een hogere stand afrijden. Om uitdroging door te grote verdamping tegen te gaan kan men bij warm weer met maaien beter wachten tot 's avonds. Het zou anders te snel kunnen verbranden (geel worden). De verse snijwondes van het maaien verdampen immers veel meer.

    -In de zomer moet je, als je in het voorjaar langzaam werkende meststoffen gebruikt hebt in juli of augustus een keer bijmesten. Heb je een kortwerkende meststof gebruikt dan verdient het de aanbeveling om elke maand bij te mesten. Als je je gazon bemest, doe dit dan op een wat sombere niet zonnige dag, dit voorkomt gele plekken. Indien mogelijk het liefst bemesten als de weersvoorspellingen voor de komende dag(en) veel kans op regen geven. Mestkorrels verdeel je op een groot gazon bij voorkeur met een strooiwagen. Doe je dat niet dan kan het zijn dat je plekken vergeet of op de ene plek meer strooit dan op de andere, dit heeft als resultaat dat je een gazon met ‘golven’ krijgt op de ene plek groeit het sneller dan op de andere plek.

    -Als je terug komt van enkele weken vakantie en het gras staat zeer lang, dan maai je dit best eerst in een hogere maaistand en pas na enkele dagen op de normale maaihoogte.

    -Om van je maaisel af te raken, kun je het in een dun laagje uitspreiden achteraan in de plantenborders tussen de sierheesters. Op de plaatsen waar zo'n laagje afgereden grasmaaisel ligt hoef je minder of niet meer te wieden en het maaisel wordt door de tuinwormen omgezet tot humus en voedsel voor de planten.

    -Je kunt ook een grasmaaier gebruiken die het gras bij het maaien ineens versnippert en verspreidt over het gazon.

    -Graskanten afsteken zodat ze niet te diep in de bloemenborder groeien. Slordige graskanten zorgen voor een minder net aanzicht van het gazon.

    -Bij aanhoudend droog en warm weer het gazon regelmatig besproeien. Eenmaal per week gedurende enkele uren water geven is beter dan dagelijks een kwartiertje het zand te blussen. Weet wel dat het niet echt noodzakelijk is om een bestaand gazon te besproeien, want na enkele regenbuien zal het zich heel snel herstellen. Bij het water geven met een tuinslang voorkomen tuinslanggeleiders op de hoeken van de tuinborders dat de waterdarm doorheen de plantenborder worden gesleurd.

    Bloembollen en -knollen:
    -Plant vanaf nu paaslelies / narcissen. Als je narcissen in het gazon plant moet je er wel rekening mee houden dat je het gras tot zes weken na de bloei niet mag maaien wil je volgend voorjaar terug bloemen zien.

    -Voor het planten van bloembollen gebruiken we steeds de regel: 'twee maal zo diep planten als de bol hoog is'.

    -Plant bloembollen die in de herfst bloeien zoals bijv. cyclamen.

    -Bij enkelbloemige dahlia's bestaat de kans dat ze na de bloei over gaan tot zaadvorming. Pluk de uitgebloeide bloemen weg zodat de planten deze energie gebruiken om veel beter door te bloeien.

    -Voorjaarsbloembollen moeten in de herfst worden geplant omdat ze een koude periode nodig hebben om in het voorjaar tot bloei te komen. De enige regel is dat voorjaarsbloemen voor de eerste vorst moeten worden geplant. Het is het beste de bollen zo snel mogelijk na aankoop, te planten. Als je ze nog even moet opslaan, zorg dan dat ze droog en koel (tussen de 10 en 15 graden Celsius) bewaard worden. Bloembollen en -knollen die in het vroege voorjaar bloeien zoals Iris reticulata, kievitsbloem (=Fritillaria persica), sterhyacint (=Scilla sibirica), hondstand (=Erythronium pagoda), Naald van Cleopatra (=Eremus), prairielelie (=Camassia) kunnen vanaf half augustus worden geplant in de tuin.

    Moestuin:
    -Tot midden augustus kunt u nog spinazie, winterrammenas, veldsla, radijsjes, raapstelen,... zaaien.

    -Plantjes van koolrabi, bloemkool, sla, andijvie,... kunnen in de moestuin worden uitgeplant.

    -Doorlopend oogsten van de plukrijpe groenten zoals tomaten, pepers, aubergine, peulvruchten,...

    -In augustus wordt het al vochtiger en is de kans op schimmelaantasting groter. Wees alert en pas uw buitentomaten een tomatenhoes aan. De hoofdscheut van uw tomatenplanten mag je ook toppen aangezien er zich toch geen vruchten meer kunnen vormen die voor de winter kunnen geoogst worden.

    -Schoffelen en bij droog weer regelmatig water geven

    -Oogst regelmatig uw komkommers en courgettes en dit als ze nog jong en mals zijn. -Hoe ouder en dikker de vruchten des te grover de structuur. Jonge groente smaakt dan ook veel beter. Wanneer er regelmatig vruchten worden afgesneden zullen de planten ook steeds weer nieuwe bloemen en vruchten dragen tot laat in het najaar.

    -Bonen oogsten en invriezen of liever inmaken als wintervoorraad.

    -De ajuinen kunnen worden gerooid als het bladloof dood begint te vallen. Kies een droge dag want droog zullen ze langer bewaren.

    -Het loof van de gerooide aardappelen bevat vaak ziektekiemen. Voer het blad daarom bij voorkeur af met het GFT-afval en laat het niet op uw composthoop terecht komen.

    -Beschikt u over een serre dan kunt u tegen het einde van de maand de deuren en de verluchtingsramen 's avonds sluiten om de warmte binnen te houden. De volgende morgen doe je ze dan terug open.

    -De onderste bladeren van onze serretomaten kunnen we geleidelijk aan verwijderen. Zo krijgen de rijpende vruchten meer zonlicht en is er meer luchtcirculatie wat dan weer schimmelziektes voorkomt.

    -Bij vochtig weer kunnen in een korte periode grote aantallen slakken actief worden. -Vanaf half augustus worden de nachten langer en zijn er in de ochtend langere dauwperioden. Deze vochtige omstandigheden zijn ideaal voor de naaktslakken. Zodra slakken of slakkenschade wordt opgemerkt en de weersomstandigheden gunstig blijven voor slakken, is bestrijden met slakkenvallen zinvol.

    Fruittuin:
    -Oogsten van vroege appels en peren. De vruchten zijn rijp als het steeltje van de tak lost na een licht draaiende beweging.

    -Snoei bij de druivenranken alle bladeren weg die voor de druiventrossen hangen. Die bladeren houden het licht tegen dat voor de druiven nodig is om te rijpen.

    -Knip oude geoogste frambozenstengels af en bind de nieuwe stengels van dit jaar vast. Deze zullen volgend jaar vruchten dragen.

    -Oogsten van rode bessen, bosbessen, bramen, frambozen, kersen, kruisbessen, perziken, pruimen, vijgen, wijnbessen,...

    -Na de oogst van perziken, pruimen, kersen en bessen mag je deze bomen en struiken snoeien.

    -Plant deze maand ( liefst voor 15 aug)nieuwe aardbeibedden in. Deze kunnen zich voor de winter nog goed ontwikkelen zodat ze volgend jaar een mooie oogst geven.

    Kuipplanten, perkgoed, eenjarige en tweejarige planten:
    -Dit is de maand om te beginnen met stekken te nemen van uw kuipplanten: Pelargoniums (geraniums), Fuchsia's (bellenkensplanten),... Neem krachtige kopstekken van ± 10 cm en verwijder de bloemen. Verwijder de onderste bladeren en snij de stek onderaan net onder een bladknoop schuin af. Bij de Pelargonium kun je best de kleine steunblaadjes op het stengelgedeelte verwijderen want anders kunnen die in de stekgrond beginnen te rotten.

    -Eenjarigen en perkgoed regelmatig water geven en wekelijks bijbemesten om de planten langer te laten doorbloeien.

    -Vanaf augustus kan men volop starten met het zaaien van tweejarige planten. Viooltjes, vergeet-me-nietjes, muurbloemen, duizendschoon,...

    -Uitgebloeide bloemen verwijderen zorgt er voor dat de planten geen energie steken in de aanmaak van zaad maar in de vorming van nieuwe bloemen. De bloembakken staan er alzo ook steeds net en fris bij.

    Vijver:
    -Overtollige bladeren van in de vijver te groot geworden planten en beschadigde bladeren wegknippen. In een vijver die volledig is dicht gegroeid met bladeren van bv waterlelies is er teveel schaduw. Dun de planten maar verwijder per opkuisbeurt niet meer dan 1/3 van de planten.

    -Verwijder eveneens af en toe de uitgebloeide bloemen en dode, beschadigde en afstervende planten. Het voorkomt dat deze in de vijver rotten waardoor de algengroei zou toenemen.

    -Drijvende planten zoals sommige zuurstofplanten kunnen zich tijdens warme dagen zeer snel vermeerderen waardoor het wateroppervlak al snel dreigt dicht te groeien. -Dun deze snel groeiende waterplanten regelmatig uit.

    -Draadalgen groeien bij deze temperaturen ook heel snel. Haal eventuele draadalgen regelmatig weg. Algen verwijderen lukt makkelijk met een stok waar u ze omheen draait. Een riek met daaromheen kippengaas gewikkeld is ook handig om in de vijver te roeren en alzo de wieren op te vissen.

    -Door watervlooien aan het vijverwater toe te voegen kun je ook zwevende algen voorkomen. In een vijver met vissen in heeft het weinig zin watervlooien in te zetten daar deze op het menu staan van de vissen.

    -Controleer de waterwaarden regelmatig om tijdig in te kunnen grijpen. Meet de PH-waarde (zuurgraad), de GH-waarde (gezamenlijke hardheid) en de KH-waarde (carbonaatheid).

    -Kijk bij het kopen van een vijverpomp of er geen spons in zit. Pompen zonder spons zijn minder gevoelig voor slijtage door slib.

    -Leg je nu uw vijver aan? Doe dan het volgende: opengevouwen folie een tijdje in de warme zon leggen om beter te verwerken.

    -Vul een nieuwe vijver met kraantjeswater en lees de watermeter voor en na af. Dat bespaart rekenwerk als u er later producten moet aan toevoegen.

    -Leg een nieuwe vijver in de zomer aan, want dan zijn voldoende zuurstofplanten te koop. Die kunnen na enkele dagen in de vijver.
    -Goede zuurstofplanten zijn waterpest, hoornblad, fonteinkruid, sterrenkruid, vederkruid en waterranonkel.

    -Maak u geen zorgen als pas uitgeplante waterplanten wegkwijnen. Ze zullen snel nieuwe scheuten vormen en zijn dan volledig aangepast.
    -Planten waarvan de namen eindigen op 'Nana', 'Minima' of 'Pygmaea' zijn geschikt voor de kleinste waterpartijtjes, watertonnen en -troggen.

    -Geef nooit steurvoeder aan karperachtigen. Het bevat bloedmeel en veroorzaakt leverziekten bij andere vissen.

    -Geef vissen niet meer voer dan ze binnen de tien minuten kunnen opeten. Het eten dat langer blijft liggen zal naar de bodem zakken en beginnen rotten. Haal voer dat na tien minuten nog in het water drijft weg.

    -Hou de waterstand in de gaten. Op warme dagen verdampen er heel veel liters vijverwater waardoor je het waterniveau van de vijver ziet dalen. Vul regelmatig de vijver bij.

    I-n warm en stilstaand water zal het zuurstofgehalte snel dalen. Bij het bijvullen van de vijver spuit je best op het wateroppervlak waardoor er meer zuurstof in het water wordt opgenomen. Dat is van belang voor de vissen en de waterplanten.

    -Je kunt ook een fontein in de vijver plaatsen om ervoor te zorgen dat het water van zuurstof wordt voorzien.

    -Tijdens hete zomerdagen kunt u de fontein overdag afzetten om te sterke opwarming van het vijverwater te voorkomen. 's Nachts mag hij weer aan. Denk er aan dat ook onderwaterspots veel warmte afgeven. Vooral in kleine vijvertjes.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    13-08-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Liatris spicata
    LIATRIS SPICATA 'KOBOLD'
     

    Liatris spicata


    Botanische naam  : Liatris spicata 'Kobold'
    Nederlandse naam : Lampepoetser
    Herkomst         : N.Amerika
    Bijzonderheden   : trekt vlinders aan
    Grondsoort       : alle, zand
    Vochtbehoefte    : droog, normaal
    Licht            : zon
    Gebruik          : groepen/vakken, borders, snijbloem, insecten
    Hoogte           : 0.40-0.60 m
    Bloeikleur/vorm  : paars, aar
    Bloeitijd        : juli, augustus, september
    Blad             : groen


    Standplaats:
    Verdraagt goed droge gronden maar haat in de winter natte voeten.
    Liatris groeit op alle gronden en zelfs in een moerassituatie nabij een vijver.
    De Liatris spicata houdt van vochtige, maar goed doorlatende grond en is daardoor ook te planten in de buurt van een vijver, dit in tegenstelling tot de soort Liatris pycnostachya, die het goed doet op droge plaatsen

    Kenmerken:
    Liatris spicata is een overblijvende knolachtige vaste plant afkomstig uit Noord-Amerika
    Liatris spicata is een vaste plant en een populaire zomerbloeier voor gebruik in boeketten en in de border. Deze soort kan een hoogte bereiken die varieert van 30 tot 70 centimeter

    Bloemen :
    De donzige violetpaarse bloemen verschijnen in juli-augustus aan 60-80 cm hoge bloemstelen.
    Opmerkelijk is dat ze niet zoals gebruikelijk van onder naar boven bloeien, maar omgekeerd. Ze beginnen te bloeien aan de top. Deze vaste planten zouden wat meer moeten aangeplant worden: ze trekken zowel bijen als vlinders aan

    Planten :
    Meestal plant men Liatris als solitair in een rotstuin of in de border

    Eigenschappen:

    - geschikt voor gebruik in de vasteplanten border

    - geschikt voor gebruik in de heidetuin

    - deze plant vraagt of gedijt goed op droge gronden

    - deze plant is aantrekkelijk voor bijen (lokt bijen)

    - deze plant is aantrekkelijk voor vlinders (lokt vlinders)

    Vermeerderen :
    Liatris heeft knolachtige wortelstokken waarmee de planten vermeerderd kunnen worden door delen in het voorjaar en scheuren in het najaar
    Ook zaaien behoort tot de mogelijkheden. Selecteer dan echter streng op kleur en eigenschappen

    Snoeien :
    Uitgebloeide bloemen worden na de bloei verwijderd of gebruik ze bij aanvang van de bloei als snijbloem

    Soorten :
    Liatris spicata lichtroze 60
    Liatris spicata 'Floristan' donkerroze 150
    Liatris spicata 'Floristan Violett' donkerviolet 150
    Liatris spicata 'Floristan Weiss' wit 150
    Liatris spicata 'Kobold' paarsroze 40
    Liatris elegans donkerrood 100

    Weetjes :

    Mooie stevige planten voor in de border, vooral in grote groepen komen ze tot hun recht.

    Merkwaardig is dat de bloei bovenaan de aarvormige groeiwijze begint.

    Ze worden 80cm hoog en bloeien purperrood van juli tot augustus.


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    07-08-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Lonicera caprifolium
     

    Lonicera caprifolium


    Botanische naam  : Lonicera caprifolium
    Nederlandse naam : Gewone kamperfoelie, Tuinkamperfoelie
    Herkomst         : Europa, West-Azi‰
    Bijzonderheden   : Klimplant
    Grondsoort       : alle, humeus
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : schaduw, half schaduw, zon
    Gebruik          : solitair, tuinen en parken
    Hoogte           : 5.00-10.00 m
    Vorm             : slingerend
    Bloeikleur/vorm  : geurend, wit/créme, geel
    Bloeitijd        : mei, juni, juli
    Blad             : bladverliezend
    Vrucht           : oranje

    Standplaats:
    Vraagt een vochthoudende tot vochtige, humusrijke grond met een neutrale tot basische zuurgraad (pH = 7 - 9). Verlangt een plekje uit de volle zon. Dus bij voorkeur in gefilterd licht van andere planten. Deze plant is goed te combineren met 'bosrand' en 'borderplanten', zolang die er niet te dicht op staan.
    Kamperfoelie´s houden van een vochtige grond.
    Daar het een bosplant is staat haar “kop” graag in de zon, maar haar voeten houden van schaduw. Als haar voeten te heet worden is ze gevoeliger voor een aanval van bladluizen. Na de bloei kan de plant gesnoeid worden.

    Kenmerken:
    Lonicera caprifoliumis een sterk groeiende klimplant met glanzend donkergroene bladeren die meestal eirond of breed ovaal zijn. De onderzijde is meestal blauwgroen van kleur. Aan het eind van děe twijgen die de bloemen dragen, zijn de paarsgewijze bladeren met elkaar vergroeid, en onder de bloeiwijze zelf een breed elliptische schijf vormend.

    Bloemen :
    In mei en juni verschijnen de sterk geurende, buisvormige bloemen vanuit de oksels van de schotelvormig vergroeide bladeren. Deze zijn tot 5 cm lang en crčme-wit van kleur, soms wat roze getint aan de buitenzijde. Zes bloemen staan in kransen bij elkaar, meestal twee of drie kransen boven elkaar, maar altijd gescheiden door de schotelvormig vergroeide bladeren. De bloemen zijn tweelippig; de bovenlip iets terug geslagen, de onderlip sterk terug geslagen. Daardoor steken de stamper en meeldraden ver uit. Na de bloei ontwikkelen zich oranje-rode vruchten.

    Planten :
    Bijvoorbeeld voor aanplant in windbeschutte (stads)tuinen en openbaar groen. Deze plant slaat vrij traag aan.

    Eigenschappen:
    zeer winterhard en aangenaam geurend.
    Geschikt voor begroeiing tegen hekken, balustrades, pergola's en lage muren

    Vermeerderen :
    De plant is vrij gemakkeljk te vermeerderen uit zomer- of winterstekken.

    Snoeien :
    Na de bloei snoeien om vertakking te stimuleren en kale plekken onderaan de plant te voorkomen. Echte snoei verder niet noodzakelijk.

    Soorten :

    Lonicera caprifolium ´Anna Fletcher´ heeft bloemen die meer geel van kleur zijn, de buitenzijde zelden roze.

    Lonicera caprifolium `Inga´ heeft iets grotere bloemen dan de soort en bloeit iets vroeger. De twijgen en bladeren zijn sterk behaard. De bloemen zijn creme-wit, aan de buitenzijde roze getint.

    Weetjes :

    Deze soort komt van nature voor in west Europa en noord Azië. In Nederland soms verwilderd.


    Geneeskrachtige eigenschappen
    Als huismiddel werden vroeger de vruchten gegeten, rauw of gekookt, als braak of laxeermiddel.

    Een siroop gemaakt van de bloemen werd vroeger gebruikt bij astma. Zowel de bloemen als de bladeren werden vroeger gebruikt als slijmoplossend middel en tegen krampen.

    Thans wordt de plant nog gebruikt in de Bach bloesemtherapie. Het wordt gebruikt voor mensen die leven in het verleden en geen perspectief zien in de toekomst.

    Vroeger werden de bloemen gebruikt voor het maken van parfum. Thans wordt het nog wel gebruikt in zeep.


    Bemesting Lonicera caprifolium
    Voor bloeiende heesters is het belangrijk om een N:K verhouding te hebben van 1,3 – 1,8 voor een goede knopontwikkeling. Bij houtige gewassen is tevens fosfor erg belangrijk gedurende het hele seizoen voor het stimuleren van de ademhaling van de plant (nodig voor het omzetten van de NPK in voor de plant benodigde eiwitten) en het afrijpen van het gewas (dat de houtcellen goed gevormd worden). Advies samenstelling: N5+P2+K4 tot maximaal N9+P6+K8

    Ziekten
    Een veel voorkomende aantasting is vraat door bladluis. Kamperfoelie kan overdekt raken met dikke kolonies ervan. Ze zijn te bestrijden met eenvoudige middelen zoals een mengsel van water gemengd met groene zeep en spiritus of een speciaal middel tegen bladluizen.

    Meeldauw ('het wit') overdekt blad en bloem met een wit, pluizig dons.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
    03-08-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Clerodendrum trichotomum
     

    Clerodendrum trichotomum


    Botanische naam  : Clerodendrum trichotomum fargesii
    Nederlandse naam : Kansenboom
    Herkomst         : China
    Bijzonderheden   : purperbruin uitlopend
    Grondsoort       : alle
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Wind             : gevoelig
    Groep            : (sier)heesters
    Gebruik          : solitair, tuinen, insecten
    Hoogte           : 3.00-5.00 m
    Vorm             : opgaand
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme, rood/bruin, opvallend
    Bloeitijd        : augustus, september
    Blad             : bladverliezend
    Vrucht           : zwart, blauw


    Standplaats:
    Geeft de voorkeur aan een humeuze grondsoort, die zowel doorlatend als vocht vasthoudend moet zijn
    Plant Clerodendron bij voorkeur op een beschutte plaats waar voldoende zon schijnt. Op zware klei het plantgat voldoende ruim maken en compost en zand mengen met de uitgegraven grond. Waar het flink kan vriezen, de voet van de struik afdekken met bladeren of compost om de wortels te beschutten.

    Kenmerken:
    Een bijzonder kenmerk van deze plant is de bloeitijd: pas laat, in de nazomer. In augustus tot september verschijnen de trossen met bloemen.

    Bloemen :
    Deze hoge struik of kleine boom draagt van augustus tot september witte buisvormige bloemen die gevolgd worden door vlezige, ronde helderblauwe vruchten.
    De bloemen verschijnen pas in grote hoeveelheden als de plant een weinig is uitgegroeid. De eerste jaren zuller er daarom vooral takken en hartvormig toegespitste bladeren worden gevormd, maar na de hevigste groeistuipen verschijnen er losse bundels stervormige, witte bloemen vanuit rode kelkbladeren
    Deze heester bloeit vanaf eind augustus met vele witte bloempjes met roze schutbladeren. De bloemen geuren lichtjes en worden graag bezocht door bijen en vlinders.
    De variëtiet fargesi heeft iets grotere bloemen.

    Planten :
    groeit best op open lichte gronden en houdt van de volle zon.
    Het boompje is zeer goed bestand tegen hittereflectie wat hem ideaal maakt voor de aanplant in kleine besloten, verharde ruimtes.

    Gebruikte delen:
    deze plant bevat geurende plantendelen
    ook geschikt voor gebruik in potten, bakken of terraskuipen

    Eigenschappen:
    Na de bloei worden blauwe bessen gevormd waarrond de rode schutblaadjes blijven zitten. Zeer decoratief in een herfstbloemstuk.

    De parfumachtige geur van de bloemen, die vaak tot tientallen meters reikt, is na een zonnige dag een dankbare herinnering in de zwoele avonduren.

    Hij vormt een elegante, vrij dichte struik met een opgaande en nauwelijks vertakte groeiwijze en dunne, donzige, eivormige bladeren. Bladeren onaangenaam riekend bij kneuzing. Wordt vanwege de geur in Nederland ook wel pindakaasboom genoemd

    Vermeerderen :
    Uit stekken, die op warmte snel aanslaan.
    Bij de vele soorten die wortelopslag vormen, kan wortelstek veel snellere resultaten geven.

    De uitlopers kunnen echter vrij gemakkelijk worden weggehaald. Binnen korte tijd kan elke uitloper tot een nieuwe plant uitgroeien.

    Snoeien :
    In het voorjaar een flinke snoeibeurt geven is dus de boodschap. De bloei heeft daardoor niet te lijden want de struik bloeit op de takken die hetzelfde jaar gevormd werden.
    Het snoeien kan direct worden uitgevoerd na de laatste bloei in oktober.

    Soorten :
    Clerodendron is een telg uit de familie van de Verbenaceae en alhoewel er ongeveer 300 verschillende soorten Clerodendron bestaan, kunnen er maar twee onze winters overleven in volle grond.

    Clerodendron trichotomum is de meest winterharde. Toch zullen de takken ieder jaar invriezen.

    Clerodendron bungei is een matig winterharde heester
    Deze struik gedraagt zich in ons klimaat eerder als een vaste plant dan als een heester. Ieder jaar vriezen de takken af tot tegen de grond, maar in de lente worden nieuwe uitlopers gevormd, die in het zelfde jaar uitgroeien tot 1,5 meter hoog en in augustus en september bloeien met heerlijk geurende paarsrode bloemen die samen grote (tot 20 cm diameter) bloemschermen vormen. Het grote, donkergroene blad is ook zeer decoratief. Het gekneusde blad ruikt onaangenaam. Clerodendron bungei is een woekeraar. Hij vormt ondergrondse uitlopers die op enkele meter van de plant weer boven de grond komen. Deze kunnen wel gemakkelijk verwijderd worden.

    Weetjes :

    Kansenboom of de Clerodendron met prachtige vruchten

    Wil je in september nog wat kleur in de border dan is de Clerodendron een geschikte keuze.

    Bij warm weer flink begieten, want vooral bij C. bungei gaat de bladeren snel slap worden en afvallen.

    Ziekten komen weinig voor en insectenplagen evenmin. Kortom: een struik met weinig problemen en veel voldoening.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    02-08-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pterostyrax hispida
     

    Pterostyrax hispida


    Grondsoort       : Alle grondsoorten
    Standplaats      : Schaduw,Halfschaduw,Zon
    Groeiwijze       : Ronde kroon
    Bloemkleur       : Wit
    Winterhardheid   : Normaal winterhard
    Wintergroen      : Nee
    Bloeitijd        : Juli,Juni
    Hoogte           : 6 - 8 (12) m
    Vruchten         : langwerpige steenvrucht, circa 1 cm
    Toepassing       : parken, plantsoenen
    Grondsoort       : weinig eisend, verdraagt kalk
    Windbestendigheid: slecht
    Herkomst         : Japan en China

    Standplaats:
    Gedijt in iedere grondsoort en verdraagt ook luchtvervuiling.
    betrekkelijk snel groeit en geschikt is voor standplaatsen in de zon of halfschaduw. Hoewel hij in staat is jaren te leven in de schaduw van andere houtige soorten dichtbij watervlakten, houdt hij niet van al te vochtige bodem.

    Kenmerken:
    Pterostyrax hispida kan 5 ŕ 7 m hoog worden en de bladeren tot 15 cm lang. De roomwitte, lange bloemtrossen komen in mei aan het uiteinde van de takken en geuren naar kamperfoelie. Hij is zeer winterhard en groeit niet vlug.

    De bast is grijs met diepe groeven en de twijgen zijn behaard. Het frisgroene eirond tot ovale blad is 6cm tot 17cm groot.
    Later ontstaan de behaarde vruchten die de gehele winter in de boom blijven hangen,

    Bloemen :
    De witte bloemen verschijnen in juni/juli en staan verzameld in tot 20 cm grote pluimen, ze geuren sterk en aangenaam.
    De klokvormige geurende bloemen hangen in witte pluimen en verchijnen in juni/juli en zijn 10cm tot 20cm lang.

    Planten :
    Deze boom heeft een brede/ronde dichte kroon en kan uiteindelijk een hoogte bereiken van 6m tot 8m.deze boom is ook geschikt voor de kleinere tuin

    Eigenschappen:
    Grote struik, kleine boom met in zomer hangende pluimen met witte bloemen.
    Het verspreidstaande, afvallende blad is langwerpig, ongeveer 17 cm lang en donzig aan de achterkant. De heerlijk geurende bloeiwijzen vormen zich aan de zijtakken. Ze bloeien in juini. De kroonbladeren, haast wit, zijn bijna los, alleen aan de voet nog een klein stukje met elkaar verbonden. De vruchten zijn vlezige steenvruchtjes met 1-2 nootjes, langwerpig, met geribbelde vleugeltjes die verdorren. Pterostyrax hispida is een houtachtig gewas, dat

    Vermeerderen :
    Hij kan tamelijk goed gekweekt worden uit zaad, dat 's winters op een droge plaats bewaard moet worden. Hijkan in juli ook vermeerderd worden uit groene stekken.

    Weetjes :

    Is afkomstig van China en Japan. P. corymbosa lijkt er goed op en is eveneens geurend. Deze heester verdient beter gekend te zijn en zou in de stadsparken of ook in de tuin een mooie blikvanger zijn.

    Gedurende de eerste jaren, die volgden op zijn ontdekking in 1839 en het kweken van de pterostyrax (P. corymbosa in 1850 en P. hispida in 1875), heeft men deze houtachtige gewassen lange tijd beschouwd als Halesiasoorten, afkomstig uit Oost-Azie.

    Toch zijn de verschillen overduidelijk: Pterostyrax is afkomstig uit Japan en China, de bloeiwijzen vormen een 25 cm lange hangende tros. Pterostyrax vormt flinke struiken of bompjes met verschillende stammetjes.

    Bovendien kan hij niet goed tegen lage temperaturen; in elk geval is hij na een vorstperiode wel in staat opnieuw uit te spruiten. De kwalificatie hispida heeft betrekking op de bloeiwijzen, die klierachtig behaard zijn.

    Pterostyrax hispida is een rechtopstaande struik of een struik met verschillende stammetjes, die 15 meter hoog kan worden. Hij heeft een grote esthetische waarde.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Laburnocytisus adamii
     

    Laburnocytisus adamii


    Botanische naam  : Laburnocytisus adamii
    Nederlandse naam : Adam's goudenregen
    Herkomst         : Frankrijk (Parijs)
    Bijzonderheden   : vleeskleurig, op leeftijd bonte bloei
    Grondsoort       : alle, humeus
    Vochtbehoefte    : normaal
    Wind             : ongevoelig
    Gebruik          : parken, tuinen, solitair
    Hoogte           : 2.50-5.00 m
    Vorm             : zuil
    Kroon            : half open
    Bloeikleur/vorm  : geel, roze
    Bloeitijd        : juni,juli
    Blad             : bladverliezend

    Standplaats:
    Deze plant wenst een matig voedselrijke, droge tot vochthoudende, zandige bodem. Heeft een voorkeur voor neutrale tot basische grond (ph = 7 - 9). Verlangt een plekje in de zon of lichte schaduw. Deze plant is in haar jonge jaren eenvoudig met allerlei vaste planten te combineren. Later alleen nog maar met 'bosrand' en 'bosplanten'.

    Kenmerken:
    De nederlandse naam is Laburnocytisus, familie van de Fabaceae. De bloemkleur is geel+rozepaars en de bloeitijd is van ca. mei tot en met juni. De bladeren zijn groen. De volwassen hoogte van deze middelgrote heester is ca. 600 cm. Verdraagt een temperatuur tot -15 gr. C. Heeft een opvallende bloeiwijze.

    Bloemen :
    De boom heeft twee verschillende kleuren bloemen: gele bloemtrossen van de gouden regen en roze bloemtrossen van de brem!

    Planten :
    Zorg ervoor dat de kluit van Laburnocytisus adamii goed vochtig is. Zet de boom eerst in een emmer lauwwarm water. Maak een ruim plantgat van minstens 50 x 50 x 50 cm en maak de grond goed los. Zet de kluit van Adam's gouden regen op de juiste hoogte in het plantgat. De bovenkant van de kluit moet net iets onder het grondniveau komen. Vul het plantgat met aarde en druk stevig aan. Geef na het planten direct water. Adam's gouden regen groeit goed in voedselrijke, kalkhoudende grond. Verbeter arme tuingrond met compost en koemestkorrels. Geef de boom een plekje in de volle zon.

    Eigenschappen:
    Met een grote sierwaarde, vooral bv. als accentplant in het openbaar groen en in de tuin vanwege de mooie vorm, de bloeiwijze of de bladkleur.

    Vermeerderen :
    De bijzondere Laburnocytisus adamii is ontstaan door de brem (Cytisus) op een stam van de bekende gouden regen (Laburnum) te enten. Zo kan het dat deze kleine boom twee verschillende kleuren bloemen heeft: roze bloemtrossen van de brem en gele bloemtrossen van de gouden regen. Werkelijk spectaculair als solitair in uw tuin. Snoeien :
    Laburnocytisus adamii is een makkelijk te kweken boom die het op elke zonnige plek goed zal doen. Deze gouden regen heeft wel een hekel aan zeer natte grond. U kunt na de bloei de zijscheuten toppen om zo een compacte kroon te houden. Snoei zonodig kruisende takken in de kroon weg. Wilt u een hoge kroon? Snoei dan in de winter de onderste takken weg

    Weetjes :

    Bemesting Laburnocytisus adamii
    Voor bloeiende heesters is het belangrijk om een N:K verhouding te hebben van 1,3 – 1,8 voor een goede knopontwikkeling. Bij houtige gewassen is tevens fosfor erg belangrijk gedurende het hele seizoen voor het stimuleren van de ademhaling van de plant (nodig voor het omzetten van de NPK in voor de plant benodigde eiwitten) en het afrijpen van het gewas (dat de houtcellen goed gevormd worden). Advies samenstelling: N5+P2+K4 tot maximaal N9+P6+K8

    De naam 'Adam's gouden regen' (Laburnocytisus adamii) kunt u wel begrijpen als u naar de schitterende foto's kijkt. Deze zeer speciale soort is ontstaan door een brem (Cytisus) te enten op een stam van de gouden regen (Laburnum).

    Het blad en de peulen zijn giftig.!!!!!!!!!

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    07-07-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.TUINTIPS IN JULI
     
    TUINTIPS IN JULI


    Siertuin - plantenborders:

    --Hakken en wieden zal men niemand verbieden.
    Verwijder de uitgebloeide bloemen, zodat de planten langer doorbloeien en de border mooier oogt.
    --Verzamelen van zaden.
    --Vergeet uw borders niet te bemesten. Je planten kunnen nu wat extra voedsel goed gebruiken!
    --Door regen en wind omgevallen planten steunen met bamboestokken of rijshout.
    Heesters en bomen•Heesters in bakken hebben nood aan een regelmatige begieting. Eenmaal per dag bij gewoon weer en tweemaal bij erg warm weer.

    Snoeien :
    --Wie zijn hagen voor de langste dag nog niet heeft geschoren kan dit ook nu nog goed doen. De meeste haagplanten krijgen nu hun tweede groeischeut waardoor ze zich nog snel kunnen herstellen.
    --De ligusterhaag kan terug een snoeibeurt gebruiken. Knip liguster vrij kort en strak om een mooi geheel te behouden. Door te snoeien dwing je de plant om zich terug te vertakken. Hoe vaker je een haag knipt, hoe bossiger deze wordt waardoor je meer privacy bekomt.
    --Snoei de groene takken weg bij bontbladige heesters of bomen, ze gaan anders spoedig de planten overheersen.
    --Knip lavendel om te drogen.
    --Boerenjasmijn en weigela zijn ongeveer uitgebloeid en moeten gesnoeid worden.
    --Ongewenste scheuten en wildopslag aan de voet van bomen of heesters verwijder je best zo snel mogelijk, want ze tasten de kracht van de boom of heester aan.
    --Coniferenhagen hebben de neiging om heel snel te groeien en moeten vaak gesnoeid worden. Doe dat in juli. Als je extra planten wilt, kan je zelfs een paar gezonde scheuten die verhouten aan de voet als stek gebruiken.

    Vermeerderen :
    --Vanaf half juli is het de ideale periode voor het nemen van kruidachtige kopstekken bij sierheesters.
    --Planten die zich door zomerstek goed laten vermeerderen zijn o.a.
    laurierkers (= Prunus laurocerasus),
    kardinaalsmuts (= Euonymus),
    broodboom (= Aucuba),
    Skimmia,
    hortensia (= Hydrangea),
    Camellia, Taxus,...

    --Hortensia’s zijn klaar om stekken van te nemen. Knip daarvoor niet bloeiende scheuten van ongeveer 10 cm vlak boven een knop.
    --Scheuten van heesters uit hetzelfde jaar die reeds aan de voet verhouten, kunnen gestekt worden om de heester te vermeerderen.
    --Scheur irissen en knip de lelijke bladeren af.
    --Oosterse papaver en tuingeranium knip je vlak boven de grond af. Riddersporen, akeleien en andere hoge planten hoeven enkel een snoeibeurt van de uitgebloeide bloemstengels. Vergeet daarna niet te bemesten en water te geven.
    --Leg grasanjertjes af indien je ze wilt vermeerderen.
    --In het algemeen kunnen vaste planten en late bloeiers (herfstasters en chrysanten) organische meststof goed gebruiken.

    Gazon:
    --Het gazon gaan we 1 of 2 keer per week maaien, afhankelijk van de groei. In droge periodes minder vaak maaien en het gras op een hogere stand afrijden. Bij zonnig en warm weer kun je beter tot 's avonds wachten met maaien om uitdroging door te grote verdamping tegen te gaan. De verse snijwondes van het maaien verdampen immers veel meer.
    --Grasmaaisel op de composthoop goed open spreiden. Indien het maaisel op een hoop wordt gelegd zal het liggen broeien, rotten, stinken en verslijmen wat de composthoop niet ten goede komt. Een goed opgezette composthoop zal nooit stinken.
    --Strooi als er regen wordt voorspeld kunstmest op het gazon en herhaal dat om de vijf a zes weken tot aan de herfst. Zo hou je je gazon gezond! Kunstmest toedienen in droge en warme periodes kan verbranding van het gazon veroorzaken.
    Graskanten afsteken, slordige kanten zorgen voor een minder net aanzicht van het gazon.
    --Steek het gras met een graskantensteker langs de gespannen plantkoord af. Zorg ervoor dat de graskantensteker schuin de grond in gaat. Zo staan de kanten stevig vast dit om te vermijden dat de boord afbrokkelt. Het gras zal dan ook veel minder vlug in de percelen groeien of woekeren.

    --De meeste onkruiden verdwijnen uit het gazon door regelmatig te maaien. Er zijn echter verschillende soorten onkruid die met hun platte bladrozetten weinig last ondervinden van de grasmaaier en rustig verder woekeren in het gazon. Hierbij denk ik onder andere aan madeliefjes, paardebloemen, boterbloemen, klavertjes en weegbree. Verwijder dit onkruid uit het gazon, steek het uit of gebruik onkruidbestrijdingsmiddelen tegen tweezaadlobbige planten. (gras is immers éénzaadlobbig).
    --Maai je gazon een- of tweemaal per week. In drogere periodes is het best om niet te veel te maaien en een hogere messenstand te gebruiken.
    --Gooi je maaisel niet op de composthoop, maar laat het liggen. Dat helpt mee om het vocht in de bodem te houden.
    --Besproeien kan alleen als het echt nodig is. Veelvuldig gras besproeien is een serieuze verspilling van water!
    --Is je gras in heel slechte staat, dan kan het eventueel wat vloeibare meststof gebruiken. Let er op dat je niet teveel gebruikt.
    --Nieuwe gazons hebben extra zorg nodig. Deze mag en moet je wel extra besproeien.

    Bloembollen en -knollen:

    --Steek de bollen van de Colchicum / herfsttijloos in juli in de grond om in hetzelfde jaar vanaf september tot november van de bloemen te genieten. Plant de bloembollen uit op een onderlinge afstand van 15 cm met een plantdiepte van 10 cm. Je kunt de bollen van de herfsttijloos ook in bloembakken aanplanten zodat je ze op de vensterbank of op het terras of balkon kan bewonderen.
    --Geef de gladiolen en de dahlia's bloembollenmest. Deze mest bevat veel kalium en magnesium voor intense bloemkleuren en voor het bekomen van een stevige bol en/of knol.
    --De bladeren van de uitgebloeide lentebloembollen zijn nu volledig uitgedroogd en mogen worden opgegraven en bewaard tot in de herfst. Het bewaren kan het best op een koele, donkere, droge en luchtige kamer. Bewaar de bloembollen in kisten tussen droge turf.
    --Doe wat grasmaaisel of ander organisch materiaal rond de voet van de lelies zodat die niet rechtstreeks door de zon kan worden beschenen.
    --Opbinden van uw dahlia's zodat ze bij wind of bij regen niet onmiddellijk omvallen. Zijn de bloemknoppen of de bladeren van uw dahlia's aangevreten dan zijn de oorwormen wellicht de daders. Vroeger werd verteld dat de diertjes in de oren kropen van mensen die vast sliepen en dat ze het trommelvlies beschadigden. Vandaar de benaming van de oorworm. Deze zijn milieuvriendelijk uit de dahlia's weg te vangen door bloempotten op te vullen met stro. Plaats de opgevulde bloempotten omgekeerd op een bamboestok. De oorwormen zullen na hun nachtelijke eetfestijn onder de (hout)wol een droge en warme schuilplaats vinden. Na enkele dagen kunt u de bloempotvallen leegmaken in uw tuin waar zich bladluizen bevinden. Oorwormen zijn nuttig als biologische bestrijding van bladluizen. De oorworm voedt zich eveneens met mijten, larven en eieren van insecten (appelmade/fruitmot), kommaschildluizen, kleine rupsjes en andere parasieten. Ook eten ze plantaardig voedsel zoals algen.
    --Zorg ervoor dat je de voet van je lelies beschermd tegen direct zonlicht.
    --Geef je Gladiolen en dahlia’s bloembollenmest, zo krijgen ze intensere kleuren en word hun bloembol steviger. Dahlia’s die groter worden geef je best steun met een stok, want bij regen of wind kunnen ze omvallen.

    Moestuin:

    Buiten in de volle grond:

    --Oogsten van de plukrijpe groenten.
    --Laat aardappelen na het rooien nog enkele uren in de tuin drogen vooraleer ze naar binnen te brengen.
    --Laat courgettes niet langer worden dan ± 20 cm. Grotere exemplaren smaken minder lekker en zorgen ervoor dat de plant uitgeput geraakt.
    --Schoffelen en water geven.

    --Zaaien van snel groeiende en vorstbestendige groenten zoals winteruien, herfstandijvie, pastinaak, groenlof en roodlof, veldsla, winterpostelein, radijsjes, worteltjes, Chinese kool, tuinrapen, herfstbloemkool, stamslabomen, struikbonen, kervel, knolvenkel, kropsla, peterselie, winterprei, rode biet, spinazie, winterrammenas,...

    --Planten van slasoorten,...
    De groenten groeien goed, maar ook het onkruid groeit zeer snel. Regelmatig wieden en schoffelen zal nodig zijn.
    --Geef bij droog weer regelmatig water.

    Binnen in een serre of onder glas:

    --Bij warm en zonnig weer de serre tijdig afschermen of aanwitten en regelmatig luchten.
    --Laat de ramen zoveel als mogelijk dag en nacht open staan, maar voorkom tocht.
    --Grijp tijdig in tegen witte vlieg en bladluizen.
    --Groenten onder glas regelmatig begieten. Meloenen en komkommers houden van veel water. Giet bij voorkeur 's morgens zodat de gewassen de nachten droog in kunnen gaan.
    --Als tomaten beginnen rijpen mag je niet meer royaal water toedienen. Door de grote hoeveelheid water groeien de vruchten te snel waardoor de velletjes scheuren en de tomaten open barsten.

    Fruittuin:

    --Bescherm uw rode bessen tegen de vogels want zij vinden ze reeds lekker als wij ze nog te zuur vinden. Witte bessen vallen voor vogels veel minder op en worden dan ook veel minder aangevreten. De smaak van witte bessen is minstens even lekker en zelfs iets zoeter dan rode bes.

    Snoeien :
    --Uitlopers van aardbeien afknippen en op een plantbed laten inwortelen.
    --zomersnoei van druiven. Krenten van buitendruiven kan deze maand gebeuren.
    --Zomersnoei bij pitfruit (= appels en peren). In juli en augustus is dit een snoei waardoor het zonlicht tot aan het fruit kan zodat het beter kan rijpen. Het snoeien gebeurd doorgaans een drie a vier weken voor het oogsten van het betreffende fruit.
    Bij appels en peren kun je nu al zien welke vruchten er klein zullen blijven. Deze mag je nu verwijderen, zodat alle energie naar de andere vruchten kan gaan zodat die dikker kunnen worden.
    --Steenfruit zoals kersen, krieken, perzik, abrikozen en pruimen worden steeds na de oogst gesnoeid. Dit bij voorkeur bij droog weer zodat de wondes snel opdrogen.
    Na de oogst van de zomerdragende frambozen, worden de takken die vruchten hebben gedragen tot aan de bodem af gesnoeid. Er zullen massaal nieuwe twijgen uit de grond verschijnen die volgend seizoen frambozen zullen dragen. Beperk het aantal takken echter tot maximum tien stuks per plant.
    --Zwarte bessen snoei je best onmiddellijk na de oogst. Hierbij snoei je de besdragende takken terug tot op de lager gelegen jongere scheuten.
    --Struiken van de braambes bloeien en dragen vruchten op het éénjarige hout. Daarom moet je de lange uitlopers naar de grond leiden en verankeren zodat ze op die plaatsen nieuwe wortels kunnen aanmaken.

    Kuipplanten, perkgoed, eenjarige en tweejarige planten:

    --Eenjarigen en perkgoed regelmatig water geven en wekelijks bijmesten.
    --Uitgebloeide bloemen verwijderen zorgt er voor dat de planten geen energie steken in de aanmaak van zaad maar in de vorming van nieuwe bloemen. De bloembakken staan er alzo ook steeds netjes en fris bij.

    Zaaien :
    --Vanaf juli kan men volop starten met het zaaien van tweejarige planten. Viooltjes (=Viola), vergeet-me-nietjes (=Myosotis), madeliefjes (=Bellis), muurbloem (=Cheiranthus cheiri), duizendschoon (=Dianthus barbatus).

    --De knoppen van knolbegonia’s in potten of perken moeten uitgedund te worden. Het doel is om de grote mannelijke bloemknop in het midden te behouden en de kleinere vrouwelijke knoppen aan de zijkant te verwijderen. --Tweejarige zaailingen (muurbloemen, vergeet-mij-nietjes, meizoentjes, Mariëtteklokjes en sierkolen) die in mei en juni zijn gezaaid, kunnen nu verplant worden op een kweekbed. In de herfst verhuizen ze dan naar hun definitieve standplaats. Het is belangrijk om de plantjes voor en na het verplanten water te geven

    Onderhoud

    --Controleer planten op ongedierte en ziekten.
    --Water is van levensbelang voor de planten. Besproei de planten elke dag. Spendeer niet veel tijd aan je gras, dit zou sterk genoeg moeten zijn om er tegen te kunnen. Extra aandacht is nodig voor pas geplante bomen en heesters, dorstige groenten, planten in borders, bakken en hangmanden.
    --Blijf uitgebloeide bloemen verwijderen. Dit zorgt ervoor dat je vaste planten langer blijven doorbloeien.

    Rozen
    Verwijder uitgebloeide bloemen voor een betere doorbloei. Als je wilt dat je rozen tot in de herfst blijven bloeien, is het niet voldoende om alleen de oude bloemen weg te halen. Knip tot een lager gelegen knop in de bladoksel. Na de snoeibeurt kunnen je rozen een extra bemesting goed gebruiken.

    Kruiden
    Oogst nu je kruiden en droog ze om ze te bewaren.

    Klimplanten
    In juli is het tijd om op een eenvoudige manier je clematis te stekken. Snijd een stek tussen de bladknopen en dus niet vlak onder een blad.
    --Blauwe regen kan in deze periode heel wild staan met veel nieuwe scheuten. Kort deze in tot vijf of zes knoppen van de hoofdstengels. Zo krijg je het volgende jaar veel nieuwe bloemknoppen.

    Vijver
    --Hou het waterpeil in de gaten en vul bij wanneer nodig.
    --Bij warm weer en stilstaand water kan er een gebrek aan zuurstof in de vijver optreden. Dat is nefast voor de eventueel aanwezige vissen. Voorzie daarom een fonteintje of een andere waterstraal.
    --Zuurstofplanten die woekeren in de vijver dun je het best uit. Haal ze uit de vijver met een hark en laat ze aan de rand drogen. Zo geef je de kans aan eventueel meegereisde beestjes om terug te keren naar het water.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (2 Stemmen)
    24-06-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Prunus gondouinii
     

    Prunus gondouinii


    Botanische naam  : Prunus gondouinii 'Schnee'
    Nederlandse naam : Sierkers
    Herkomst         : Duitsland
    Bijzonderheden   : rijke bloei, weinig vrucht
    Grondsoort       : alle
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Gebruik          : straten/pleinen, parken, tuinen, solitair
    Hoogte           : 2.50-5.00 m
    Vorm             : bol
    Kroon            : half open
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme
    Bloeitijd        : april, mei
    Blad             : bladverliezend, rood/bruin
    Vrucht           : rood/bruin


    Standplaats:
    stelt weinig eisen aan de bodem en heeft een voorkeur voor kalkhoudende bodems die matig vochtig zijn.
    Hoge grondwaterstand vermindert de vitaliteit en maakt de plant meer gevoelig voor ziekten en aantastingen.

    Kenmerken:
    Boom met brede, afgeplatte, ronde, halfopen kroon, gebruikt als straatboom; als drachtplant.

    Bloemen :
    Bloemen :gevuld; wit, iets roze; bloeitijd midden - laat.
    Vruchten :weinig; dieprood; erwtgroot; niet eetbaar.
    'Schnee' is rijkbloeiend met grote enkelvoudige en zuiver witte bloemen van eind april tot begin mei, vóór de bladontwikkeling. De bloemen staan in bundels (tot 10 bloemen per bundel) bijeen.
    Kleur wit, zeer rijkbloeiend, enkele bloem (2 cm) in bundels van 8-10 stuks, 6-9 cm
    Bloeiperiode april, mei

    Planten :
    Hij wordt gebruikt voor aanplant in parken, straten en kleine tuinen. Prefereert een voedzame, vochthoudende grond.

    Gebruik :
    Toepassing: stedelijk gebied, straten, parken en plantsoenen

    Eigenschappen:
    Omgevingsfactoren: verdraagt half-open verharding
    Bodem: goed doorlaatbare, niet te natte grondsoort
    Bloemen: rijkbloeiend met enkelvoudig, zuiver witte bloemen (eind april)
    Vruchten: rijpe, niet talrijke vruchten zijn rood gekleurd
    Bladeren: ovale donkergroene kleur, oranjerode herfstkleuring
    Bijzonderheden: zeer winterhard

    Weetjes :

    Herkomst: W. Pfitzer heeft de soort in de handel gebracht in 1910 in Duitsland
    Hoogte: 4-6 meter, aanvankelijk vaasvormig en later afgeplat bolvormig


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (1 Stemmen)
    16-06-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Agrimonia eupatoria
     

    Agrimonia eupatoria


    Botanische naam  : Agrimonia eupatoria
    Nederlandse naam : Gewone agrimonie
    Herkomst         : Nederland
    Bijzonderheden   :
    Grondsoort       : alle
    Vochtbehoefte    : droog, normaal, vochtig
    Licht            : zon
    Groep            : vast
    Gebruik          : grasland, ruigte, bos en struweel
    Hoogte           : 0.10-0.30, 0.30-0.60, > 0.60
    Vorm             : pol
    Bloeikleur/vorm  : geel
    Bloeitijd        : juni, juli, augustus, september
    Vermeerdering    : zaaien voor de winter
    Voedingsbehoeft  : voedselarm, matig voedselrijk, voedselrijk, zeer voedselrijk


    Standplaats:
    De gewone agrimonie prefereert matig droge tot vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, kalkrijke of leemachige grond op licht beschaduwde plaatsen.

    Kenmerken:
    De gewone agrimonie (Agrimonia eupatoria) is een kruidachtige plant uit de rozenfamilie (Rosaceae). Deze plant met zijn helgele bloemen in lange, slanke aren is vrij algemeen op kalkrijke bermen en dijken in België en Nederland.

    De gewone agrimonie is een 40-100 cm hoge, donkergroene plant met een behaarde, weinig vertakte bloemstengel, talrijke verspreid staande, gedeelde bladeren en lange, slanke aarvormige bloeiwijzen.

    Bloemen :
    De aren zijn dicht bezet met gele bloemen. De bloemen openen zich het eerst onderaan de aar en naarmate het bloeiseizoen vordert, gaan ook de hogere bloemen open. Zodra de bloemen uitgebloeid zijn, verlengen de aren zich zodat de schijnvruchten ver uit elkaar komen te staan.

    De bloemen zijn klein en staan dicht op elkaar. Elk bloempje wordt ondersteund door een gedeeld steunblaadje. De bloemen hebben 5 wijd uitgespreide, eivormige en heldergele kroonblaadjes en tot twaalf meeldraden, die tevoorschijn komen uit een kelkbuis.

    De bloemen van de gewone agrimonie hebben een vage, zoete geur die doet denken aan abrikozen.

    De bloeitijd is van juni tot september.

    Planten :
    Hij is vooral te vinden op dijken, spoorweg- en wegbermen, holle wegen, bosranden, tussen laag struweel, langs akkerlanden en hooilanden.

    In zandige, kalkarme streken, zoals de Antwerpse Kempen, wordt hij nogal eens aangetroffen in bermen van dolomietpaden.

    Gebruik :
    Men gebruikt de gehele bovengrondse plant zowel voor de tinctuur als de thee. Het is een smaakvolle thee, die ook graag door kinderen wordt gedronken. Men kan de plant het best plukken wanneer de bloemen net bloeien,

    Constitutie
    Agrimonie bevat veel vitamine B en kiezel. Een uitstekend constitutiekruid met een opbouwende en genezende werking. Het ondersteunt het hele organisme door stimulering van de stofwisseling en kalmeert het zenuwstelsel.

    Spijsvertering
    Wordt gerekend tot de Amara aromatica: speelt dus een rol bij de spijsvertering, lever, darmen en alvleesklier wordt aangezet (diabetes). Het werkt regulerend en reinigend op darmen en nieren; hierdoor is het een goed kruid bij reuma en allerlei maag - en darmklachten van nerveuze aard. Specifiek middel bij diarree bij kinderen. Bij blindedarmontsteking. Bij bloedend tandvlees, tandvleesontsteking.

    Luchtwegen
    Agrimonie is een uitstekend versterkend kruid in het bijzonder voor kinderen met nerveuze aandoeningen en KNO-problemen, zoals chronische verkoudheid, oorinfecties, infecties van keel of amandelen, angina of bronchitis. Ook bij hooikoorts en de ziekte van Meniere.

    Huid
    Bij zweren, gezwelletjes, cysten, poliepen en droge eczemen. Het is door silicium herstellend en genezend.

    Werkzame bestanddelen:
    Looistoffen (tot 5%)
    Mineralen kiezelzuur, ijzer,
    Bitterstoffen
    Vitaminen B en K
    Etherische olie

    Eigenschappen:
    De gewone agrimonie is ruim voorzien van bladeren, variërend in grootte van bijna 20 cm onderaan tot slechts 10 cm bovenaan. De bladeren zijn afgebroken geveerd; grote paren zijblaadjes worden afgewisseld met kleinere. De lagere bladeren hebben het meeste blaadjes, naar boven toe worden ze eenvoudiger. De blaadjes zijn elliptisch, de bladrand ervan gezaagd. De blaadjes zijn bezet met lange haren en kunnen aan de onderzijde klieren dragen.

    Uit de kelkbuis ontwikkeld zich na de bloei een schijnvrucht, die aan de buitenzijde over de volledige lengte gegroefd is en bezet met haken. De onderste rij haken staan schuin tot bijna recht af. Deze kenmerken onderscheiden de gewone agrimonie van zijn soortgenoot, de welriekende agrimonie (Agrimonia procera)

    Vermeerderen :
    De zaden van de gewone agrimonie bezitten kleine weerhaakjes, waarmee ze zich aan de vacht van passerende dieren vasthechten. De zaden hebben zo meer kans om in een wijde omgeving verspreid te raken. Deze eigenschap verklaart de Nederlandse volksnaam 'verkeerde klis' en de Engelstalige namen 'Cockeburr' (haneklit) en 'Sticklewort' (stekelkruid).

    Soorten :
    Verwante en gelijkende soortenDe gewone agrimonie lijkt zeer sterk op de welriekende agrimonie (A. procera). Hij kan ervan onderscheiden worden door de groeven op de kelkbuis of schijnvrucht, die tot op de voet doorlopen, en door de buitenste rij haken, die schuin of recht afstaan en niet terugbuigen. De gewone agrimonie is ook donkerder groen gekleurd en dichter behaard dan de welriekende.

    Weetjes :

    Naamgeving en etymologieDuits: Gemeiner Odermennig, Gewöhnlicher Odermennig
    Engels: Common Agrimony, Church Steeples, Cockeburr, Sticklewort
    Frans: Aigremoine eupatoire
    Nederlands: Avermonie, Zangerskruid, Leverkruid, Verkeerde Klis, Drakenbloed, Edelleverkruid

    De meest waarschijnlijk herkomst van de botanische naam Agrimonia is het Oudgriekse Argemone, letterlijk vertaald 'vlek op het oog', waarmee planten werden aangeduid die heilzaam waren voor de ogen.

    De soortaanduiding eupatoria zou verwijzen naar Mithridates VI Eupator, een Pontische koning die bekend was vanwege zijn kruidenkennis.

    De gewone agrimonie is een hemikryptofyt, een meerjarige plant overwintert met een knop boven de grond, omgeven door een bladrozet.

    De gewone agrimonie komt voor in heel Europa tot in Schotland en zuidelijk Scandinavië, verder tot in Midden-Azië en Noord-Afrika.

    In Nederland is hij vrij algemeen in Zuid-Limburg, langs de grote rivieren en de aangrenzende laagveengebieden, in Zeeland en in de duinengordel. Komt niet voor op de Waddeneilanden.

    In België is hij vrij algemeen over heel het land, vooral in het Maasgebied.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (2 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Lilium `Mona Lisa'

     

    Lilium `Mona Lisa'


    Botanische naam  : Lilium `Mona Lisa'
    Nederlandse naam : Lelie (Oriental)
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   : met donker hart
    Grondsoort       : alle
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : gevoelig
    Groep            : bol
    Gebruik          : borders, kuipen/potten
    Hoogte           : 0.60-1.00 m
    Bloeikleur/vorm  : roze
    Bloeitijd        : augustus, september
    Plantdiepte      : 0.10-0.15 m


    Snij-Lelies zullen langer houden op water als de stengels voor het schikken 10/12 uur tot tegen de bloemhals in water gezet worden. In de vaas de bladeren die onder water komen verwijderen . Zet ze nooit in felle zon. Gebruik snijbloemvoedsel of ververs troebel water regelmatig. Verwijderen van de dikke stuimeel stampers voorkomt vlekken , maar doet afbreuk aan de bloem.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    07-06-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dorotheanthus
     

    Dorotheanthus


    Botanische naam  : Dorotheanthus bellidiformis
    Nederlandse naam : IJsplantje, Middagbloem
    Herkomst         : Zuid-Afrika
    Bijzonderheden   : diverse kleuren, bloeit alleen in zon
    Grondsoort       : alle, zand, kalkrijk
    Vochtbehoefte    : droog, normaal
    Licht            : zon
    Groep            : 1 jarig
    Gebruik          : borders, rotstuinen, perkplant
    Hoogte           : < 0.10 m
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme, geel, oranje, rood/bruin, roze
    Bloeitijd        : juli, augustus
    Blad             : groen

    Standplaats:
    Zet uw ijsbloemetjes in de volle zon, u geniet dan het meest van de prachtige bloemen. Veel meer hebben ze niet nodig, een lichte, zanderige, (kalkrijke) grond is goed genoeg. Ze zijn zeer geschikt voor de voorkant van uw border, rotstuinen maar ook in potten of bakken op uw balkon doen ze het prima. Als het maar in de zon is

    Kenmerken:
    Het bekende laag kruipende kleverige plantje, vol van verschillende kleuren bloemen.
    De bloem die in de volksmond ook wel ijsbloem wordt genoemd heet officieel Dorotheantus en vroeger ook wel Mesembryanthemum. Het is een eenjarige plant die in het voorjaar, april en mei volop in tuincentra te verkrijgen is. Ze zijn niet duur maar u heeft er heel veel plezier van. IJsbloemen kunnen goed tegen de droogte, ze houden niet van (te)veel regen. Zet u de plant op een zonnige plek in de tuin of in een pot op uw balkon. Mits niet te nat zult u verbaast staan van het aantal bloemen en de prachtig schitterende druppels aan de stelen en bladeren van deze plantjes

    Bloemen :
    IJsbloemen bloeien de gehele zomer. De soorten die u in een tuincentrum koopt hebben meestal eerder bloemen dan planten die u zelf zou hebben gezaaid. Zolang het zonnig is en niet te nat zullen de bloemen blijven bloeien. In augustus zal het aantal bloemen minder worden. U kunt ze niet overhouden.

    De ijsbloem heeft vaak een mengeling van kleuren, in één pot ziet u vaak al drie verschillende kleuren naast elkaar terugkomen. Daarnaast heeft vaak ook één bloem meerdere kleuren. Meestal varieert dit van roze tot geel, roodachtige tinten komen ook voor. Ook vaak in combinatie met wit in de bloembladeren. Steel en bladeren zijn lichtgroen van kleur en bedekt met parelachtige verdikkingen, waaraan de plant ook zijn naam dankt

    Planten :
    Dit eenjarige plantje zorgt voor wat vrolijke kleuren in de border,het zijn langslapers want ze gaan tegen de middag pas helemaal open. Na een forse regenbui slaan ze het water op en dan is het net of ze voorzien zijn van een laagje ijs vandaar ook de naam ijsbloemen.

    Gebruikte delen:
    In de keuken gebruikt men de blaadjes in een salades.

    Eigenschappen:
    De ijsbloem is een lage breed uitgroeiende plant die fraai lichtgroen blad heeft. Dikke bladeren en stelen met daarop de typische druppelachtige doorzichtige verdikkingen. Meestal vindt u meerdere kleuren naast elkaar in een potje. Hierdoor ontstaat een bonte, zonnige mengeling van kleuren. Bloemen verlopen vaak van kleur. Binnenin zijn ze wit, aan de buitenrand van de bloemblaadjes kan dit knalroze zijn. De bloemen gaan alleen open bij als de zon schijnt. De hoogte zal tussen de 10 en 20 centimeter liggen, ze groeien breed uit

    Vermeerderen :
    Half maart tot half april onder glas of half april tot half mei buiten op een zaaibed.
    Als de plantjes 3 blaadjes hebben , verspenen . Na het verspenen wat vloeibare mest toevoegen aan het gietwater.
    5-6 weken na de uitzaai uitplanten.
    Ze zijn vanaf mei ook massaal en goedkoop te verkrijgen in tuicentrums.

    Soorten :

    Dorotheanthus bellidiformis
    Dorotheanthus bellidiformis 'Gelato Deep Pink'
    Dorotheanthus bellidiformis 'Gelato White'
    Dorotheanthus bellidiformis 'Lunette'
    Dorotheanthus bellidiformis 'Magic Carpet'
    Dorotheanthus bellidiformis 'Yellow Ice': zie Dorotheanthus bellidiformis 'Lunette'
    Dorotheanthus gramineus
    Dorotheanthus littlewoodii: zie Dorotheanthus bellidiformis
    Dorotheanthus oculatus: zie Dorotheanthus bellidiformis

    Weetjes :

    De bloempjes gaan open bij volle zon, bij donker weer blijven ze dicht.
    Te gebruiken in perken, op balcon,in bloembakken,als randbeplanting, rotstuin
    Voor licht zanderig kalkhoudende grond


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    06-06-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ptelea trifoliata
     

    Ptelea trifoliata


    Botanische naam  : Ptelea trifoliata
    Nederlandse naam : Lederboom
    Herkomst         : Oostelijk Noord-Amerika
    Bijzonderheden   : gevleugelde vrucht, herfstkleur geel
    Grondsoort       : alle, zand
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw
    Gebruik          : parken, tuinen, solitair
    Hoogte           : 2.50-5.00 m
    Vorm             : bol
    Bloeikleur/vorm  : geel, groen
    Bloeitijd        : juni
    Blad             : herfstkleur, bladverliezend
    Vrucht           : opvallend

    Standplaats:
    Zet deze kleinblijvende boom in de schaduw (van bijvoorbeeld andere grotere bomen) in een goed doorlatende grond en hou de bodem steeds goed vochtig door bijvoorbeeld een dikke mulchlaag aan te brengen.
    Dus niet te zware of te lichte grond en een vrij neutrale zuurgraad (pH = 6 - 8). Verlangt een plekje in de zon of lichte schaduw. Kan bij nachtvorst in april-mei schade oplopen.

    Kenmerken:
    Ptelea trifoliata is afkomstig uit het koele oostelijk deel van Noord-Amerika.
    De ovale, donkergroene bladeren zijn tot 10 cm groot.
    Bij aanraking (kneuzing) geuren de bladeren lekker zoals bij bladeren van de citrusfamilie, die ook olieklieren bezitten.
    Ook de kleine, groene tot witte bloemen geuren lekker.
    Na de bloei verschijnen gevleugelde vruchten die lijken op iepenzaden.
    De schors heeft een mooie, rijkbruine kleur.
    Op het eind van het seizoen wordt u dan nogmaals verwend met zijn mooie gele herfstkleur.

    Bloemen :
    De boom bloeit in hoofdzaak in mei - juni met tamelijk platte schijnschermen vol witte bloemen.
    Omstreeks juni-juli verschijnen de lichtgroene bloemen in tot 10 cm grote, halfbolronde schermen. Afzonderlijke bloemen zijn ongeveer 1 cm groot. De mannelijke en vrouwelijke bloemen staan bij elkaar in de schermen. Vooral tegen de avond geuren de bloemen sterk en aangenaam. De bloemen worden erg goed door bijen en hommels bezocht

    Planten :
    voor stedelijk openbaar groen (parken) en bostuinen

    Gebruik :
    Kan zowel als boomvorm of struikvorm gehouden worden.

    Eigenschappen:
    deze plant bevat geurende plantendelen

    - de plant heeft mooie herfsttinten

    - geschikt voor onderbeplantingen (heesters, bomen)

    - geschikt voor een solitaire positie in een beplantingsschema

    - deze plant vraagt of gedijt goed op vochthoudende gronden

    Vermeerderen :
    In de herfst uit zaad, in het voorjaar door afleggen of enten.

    Zaaien:
    Kiemtemperatuur 3.8 > 21 °C. Januari gedurende 3 maanden een koudeperiode van maximaal 3.8 °C laten ondergaan om de kiem te activeren. Vervolgens zal het zaad in het voorjaar erop ontkiemen.

    Let op: Deze zaadsoort is voor echte liefhebbers. Het is boomzaad en het duurt een lange tijd om er een boom van formaat mee op te kweken.

    Soorten :
    Ptelea trifoliata
    Ptelea trifoliata 'Aurea'

    Weetjes :

    De nederlandse naam is Lederboom, familie van de Rutaceae. De bloemkleur is geelgroen en de bloeitijd is van ca. juni. De bladeren zijn heldergroen. De volwassen hoogte van deze grote heester is ca. 300 cm. Verdraagt een temperatuur tot -25 gr. C. Heeft een opvallende bladkleur

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    01-06-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tuintips in Juni
     


    Tuintips in Juni

    • Sierheesters:

      • Haal alle peulen weg die worden gevormd na de bloei van de blauwe regen of Wisteria. Indien je ze verwijderd krijg je volgend jaar een rijkere bloei. Je kunt ze ook laten hangen als decoratief element, maar weet dat de peulen zeer giftig zijn.

      • Verwijder de uitgebloeide bloemen en zaaddozen van rododendrons voorzichtig tussen duim en wijsvinger.

      • Uitgebloeide struiken zoals Kolkwitzia, Deutzia, Philadelphus, Psychocarpus, Weigela mogen nu worden gesnoeid. Ze zullen volgend jaar bloeien op de takken die ze dit jaar vormen. Verwijder ook elk jaar een paar van de oudste, dikste takken. Snoei deze tot helemaal bij de voet van de plant weg. De struiken lopen van onder af weer uit en blijven zo als het ware 'eeuwig jong'. Heeft u dit een aantal jaren uitgesteld, dan is het een hele klus om de dikste takken met een takkenzaag uit te dunnen.

      • Snoeien van Buxus mag in juni gebeuren. Bij het snoeien van Buxus wacht je best tot het een bewolkte dag is. Als je een Buxushaag op een warme zonnige dag snoeit dan zal deze na enkele dagen verbrandingsverschijnselen tonen. Buxushaagjes snoei je indien mogelijk best niet met een elektrische haagschaar. Bij het gebruik van een manuele heggeschaar spuit je de buxushaag eerst nat zodat deze nog soepeler doorheen de takjes kan glijden. Dit is beter voor uw armen en voorkomt ook weer verbranding van de gesnoeide toppen.

      • Hagen van taxus, thuja, beuk, haagbeuk, liguster, hulst en de snelgroeiende Leyland-coniferen kunnen in de maand juni worden geschoren. Als u hagen snoeit voor de langste dag (21 juni), dan vormen deze nog nieuwe scheuten. Meestal zult u in augustus een tweede keer moeten knippen. Daarmee is het snoeiwerk van de hagen voor dit jaar achter de rug en gaat u met redelijk strakke en gesloten hagen de winter in. Snoeien doet u altijd op een wat sombere, bewolkte dag.

      • Snoei de groene takken weg bij bontbladige heesters of bomen, ze gaan anders overheersen.

    • Plantenborders:

      • Onkruid wieden zal men niemand verbieden.

      • Verwijder de uitgebloeide bloemen van o.a. lupinen, riddersporen, euphorbia's, veronica's,...

      • Stekken snijden van vaste planten gaat nog vrij gemakkelijk oa. Nepeta (kattenkruid), Sedum, Anthemis, Dianthus,...

      • Vergeet uw borders niet te bemesten. Je planten kunnen nu wat extra voedsel goed gebruiken!

      • Door regen en wind omgevallen planten steunen met bamboestokken of rijshout.

      • Rozen staan in juni volop in bloei. Controleer de planten dagelijks op bladluis of andere ziekten. Onderneem direct maatregelen bij de eerste waarneming van dit ongedierte waar rozen gevoelig voor zijn. Verwijder ook regelmatig de uitgebloeide bloemen van de rozen zodat ze geen energie steken in het vormen van de bottels, maar in het aanmaken van nieuwe bloemen.

      • Nu de rozen in bloei staan is het ideaal om in kwekerijen of bij open tuinen te kijken welke cultivars je mooi vindt. Noteer de namen om deze dan in het najaar aan te kopen of koop ineens rozen die in potten werden opgekweekt (containerplanten). Deze potplanten kunnen het hele jaar door geplant worden, maar zijn uiteraard ook een stuk duurder dan de planten die in de rustperiode met blote wortel worden verkocht. Anderzijds ben je wel 100% zeker van de kleuren en de geuren van de gewenste roos en kun je ineens van de bloemen genieten. Bij het aanplanten van rozen uit pot dompel je deze eerst even in een emmer water.

      • Planten die in potten zijn opgekweekt kunnen het jaar rond worden uitgeplant. Denk er wel aan van ze de eerste weken bij warm weer van water te voorzien.


    -
    Gazon:

      • Het gazon gaan we 1 of 2 keer per week maaien, afhankelijk van de groei. In droge periodes minder vaak maaien en het gras niet te kort afrijden. Om uitdroging door te grote verdamping tegen te gaan kan men bij warm weer met maaien beter wachten tot 's avonds. De verse snijwondes van het maaien verdampen immers veel meer.

      • Grasmaaisel op de composthoop goed open spreiden. Indien het maaisel op een hoop wordt gelegd zal het liggen broeien, rotten en verslijmen wat de composthoop niet ten goede komt.

      • Verwijder onkruid uit het gazon, steek het uit of gebruik onkruidbestrijdingsmiddelen.

      • Strooi als er regen is voorspeld kunstmest op het gazon, herhaal dat over een maand. Zo hou je je gazon gezond! Controleer het gazon op zieke plekken.

      • Graskanten afsteken, slordige kanten zorgen voor een minder net aanzicht van het gazon.
        Steek het gras met een graskantensteker langs de gespannen plantkoord af. Zorg ervoor dat de graskantensteker schuin de grond in gaat. Zo staan de kanten stevig vast dit om te vermijden dat de boord afbrokkelt. Het gras zal dan ook veel minder vlug in de percelen groeien of woekeren.

    • Bloembollen:

      • Er zijn minstens zes weken verstreken na de bloei van de tulpen, hyacinten, paaslelies, blauwe druifjes, krokussen,... De bladeren mogen dan ook worden afgesneden. Indien men te snel na de bloei de bladeren zou verwijderen dan bloeien de bollen het volgende jaar veel minder tot niet. Bloembollen kunnen wanneer het blad is afgestorven ook worden opgegraven, gedroogd en bewaard.

      • Gerooide voorjaarsbloembollen op een beschutte plek laten opdrogen. Daarna de aarde eraf schudden en op een droge donkere plek bewaren tot in het najaar.

      • De op pot gekweekte Canna's (Indisch bloemriet) en de lelies moeten nu dringend de grond in. Je kunt ze uiteraard ook verder in potten laten uitgroeien voor op het balkon of op een terras. In potten zullen ze wel veel water nodig hebben.

      • De bolletjes van de herfstanemonen mogen drie maanden voor het bloeien de grond in. Door de knolletjes nu te planten zullen ze bloeien als de meeste planten over hun hoogtepunt heen zijn.

      • Zomerbloeiende bollen en knollen zoals de bekende dahlia, begonia, gladiolen kunnen nog steeds de grond in, alhoewel het nu toch begint te dringen. Er zijn naast de gekende eerder genoemde zomerbloembollen ook minder gekende soorten die voor extra sfeer in de tuin kunnen zorgen zoals fresia's, tijgerbloem, aronskelk, ranonkel, ixia,...

    • de moestuin:

      • oogsten van de plukrijpe groenten zoals de vroege erwten,sla, radijzen,...

      • Buiten zaaien en planten:

        • kolen, rode bietjes, wortelen, witloof, sla, erwten, boontjes, radijs, knolrapen,pompoenen, courgettes, suikermaďs,...

        • planten van seldersoorten, uitplanten van prei, pompoenen, courgettes, tomaten,...

      • Geef bij droog weer regelmatig water

      • Uitdunnen van de op rijen uitgezaaide groenten.

      • Schoffelen en water geven

      • Beschermen van de jonge koolgewassen tegen de vogels. Duiven, fazanten,... zijn verlekkerd op net geplante koolplantjes. Het meest effectieve beschermmiddel is om er netten over te spannen.

      • De eitjes van het koolwitje verschijnen in juni op de onderzijde van de koolbladeren. Controleer af en toe of er groepjes gele eitjes te vinden zijn. Knijp ze plat of spuit met een milieuvriendelijk product op basis van pyrethrum. Afdekken met een vliesdoek is een alternatief waardoor de vlinders worden verhinderd om bij de kolen te geraken.
        Het klein koolwitje veroorzaakt meer schade dan het groot koolwitje. Het wijfje van het grote koolwitje legt de eitjes in pakjes waardoor de rupsen bij elkaar zitten waardoor de schade beperkt blijft tot enkele planten per veld. Het klein koolwitje daarentegen legt slechts één geel, ovaal eitje per plant. De rupsen richten vooral schade aan in het hart van de plant.

      • Vliesdoek kan ook nuttig zijn om de wortelvliegen weg te houden van onze wortelen. Vliesdoek beschermt het gewas niet alleen tegen insecten maar bewijst ook zijn nut tegen koude, stuifzand, storm en slagregens. Het maakt tevens klimaatbeďnvloeding en oogstvervroeging mogelijk. Vliesdoek reduceert verder ook grote en plotselinge temperatuurverschillen.

    de fruittuin:

      • aardbeien oogsten + onkruid en uitlopers verwijderen. Deze uitlopers of kindplantjes kun je oppotten in bloempotjes gevuld met potgrond. Eenmaal de worteltjes door de onderste gaatjes van het potje groeien, kun je er een nieuw aardbeiperceel mee beplanten.

      • De eerste aardbeien uit de eigen tuin kunnen geoogst worden. Pluk ze met het kroontje, de vruchten blijven langer goed en het voorkomt schimmel op de planten.

      • perziken, nectarines en pruimen mogen nu gesnoeid worden. Hoe sneller de snoeiwonden zich afdichten, hoe minder kans op een aantasting van loodglans. Doe rond de dikste perzikvruchten een papieren broodzak en het tere velletje zal vrij blijven van vlekken.

      • Voor een grote oogst van amandelen, kersen, perziken en pruimen worden de vruchten deze maand nog uitgedund. Door het uitdunnen wordt ook voorkomen dat de takken onder het gewicht afbreken.

      • De bessen zoals de aalbessen, kruisbessen en frambozen kleuren stilaan rood, roze, zwart of wit naargelang de soort. De vogels wachten vol ongeduld tot de bessen rijp zijn. Indien je wil voorkomen dat de vogels alle bessen opeten vooraleer jij er kan van proeven, dan kun je best netten aanbrengen over de bessenstruiken. Zorg er dan wel voor dat de netten tot helemaal onderaan de struiken goed afsluiten, want anders kruipen de vogels er toch nog onder. Je kunt ook vogelverschrikkers plaatsen om de vogels uit de buurt te houden van jouw fruit. Dat kan een klassieke vogelschrik zijn, maar een goed blinkende CD die je omhoog hangt aan een touwtje zal de vogels ook verjagen.

      • Wachten met het uitdunnen van appelen en peren tot na de junival. Controleer uw appelbomen wekelijks op meeldauw

      • zomersnoei van druiven.

      • Kiwi's kunnen geplant worden.

    • de vijver:

      • Probeer deze maand van de vijver te genieten en laat de beplanting zoveel mogelijk met rust.

      • Eendekroos vormt in veel vijvers een vervelend probleem. De eendekroos is een klein drijfplantje. Dit plantje groeit 20 x sneller dan maďs en wordt daardoor soms tot een plaag die andere waterplanten verstikt. De kroos is makkelijk te verwijderen met een schepnet.

      • Algen / wieren zijn over het algemeen een indicator voor de waterkwaliteit waarin zij voorkomen. Te veel algen in de vijver wijst op te voedselrijk water. Overdag produceren ze zuurstof maar 's nachts zullen de algen zoveel zuurstof uit het water opnemen dat andere organismen niet kunnen overleven. Algen verwijderen lukt makkelijk met een stok waar u ze omheen draait. Een riek met daaromheen kippengaas gewikkeld is ook handig om in de vijver te roeren en alzo de wieren op te vissen.

      • Het is een goed tijdstip om nieuwe vissen in de vijver te zetten. Het water is nu al een stuk opgewarmd en de vissen zullen zich snel aanpassen aan de watertemperatuur. Als je vissen koopt in een plastiek zakje, breng deze dan zo snel mogelijk naar huis want de zak bevat slechts een beperkte hoeveelheid zuurstof. Laat de vissen voorzichtig in de vijver glijden.

      • De winterharde drijfplanten en waterplanten mogen vanaf nu terug de vijver in.

      • Bij warm weer zal er heel wat water uit de vijver verdampen en is het nodig de vijver regelmatig bij te vullen.

    • kuipplanten, perkgoed en eenjarigen:

      • Eenjarigen en perkgoed mogen nog steeds worden uitgeplant maar geef ze de eerste weken na het planten wel regelmatig water

      • Sommige eenjarigen kunnen nu nog buiten ter plaatse worden gezaaid: Clarkia, Godetia, Calendula,...

      • De Brugmansia of engelentrompet kan afhankelijk van waar deze werd overwinterd al beginnen bloeien. Plant een Brugmansia in een voldoende grote plantkuip zodat deze voldoende grote waterbuffer, potgrond en voedsel bezit om rijkelijk te bloeien.

      • Alle planten die in kuipen of in bloembakken staan kun je best dagelijks gieten. Bij warm weer zelfs meerdere keren per dag.

      • Geef alle bloeiende kuipplanten die in potten of bakken staan een wekelijks gietbeurt met daarin vloeibare meststof of strooi voorzichtig wat meststofkorrels op de potgrond. Wees voorzichtig dat je niet teveel mest in één keer toedient, want dan verbranden de wortels en sterven de planten af.

    • Kamerplanten:
       

      • Geef uw kamerplanten wekelijks vloeibare meststof mee in het gietwater.

      • Als het buiten zeer warm is, zullen de kamerplanten ook regelmatiger een gietbeurt kunnen verdragen.



    Weerspreuken voor juni (zomermaand)

    • Juni regen is Gods zegen. Komt de zon daarbij, dan maakt hij boer en stadslui blij

    • Natte zomers, de klavers komen

    • Vlug gras, slecht gewas

    • Mei koel en juni nat, is voor de oogst een ware schat

    • Half juni schapenscheerders kan

    • Juni koud en guur, wordt alles duur



    • Juni koud en nat, komt er weinig in het vat

    • Met een zomerwervelwind, is het weer ons goed gezind

    • Als het koud en nat in juni is, dan is de rest van het jaar ook mis

    • Komt in mei en juni veel onweer opdraven, dan is dat goed voor de klaver

    • Hoort men in juni de donder kraken, maakt de boer slechte zaken

    • Te veel koude regens in juni aan de rok, schaden wijn en bijenstok

    • Donderweer op junidagen, vult de korenaren

    • Tips van Fonz


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    27-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rosa 'Korliluc'
    Rosa 'Korlilub' 

    Rosa 'Korliluc'


    Synoniem Rosa    : LICHTKÖNIGIN LUCIA
    Nederlandse naam : Klimroos
    familie          : Rosaceae
    planttype        : Rozen
    grondsoort       : Alle
    vochtigheid      : normaal
    licht            : half schaduw, zon
    hoogte           : 200-250 cm
    takken           : doorns/stekels
    bloemkleur       : geel, geurend
    bloeivorm        : gevuld
    bloeitijd        : juli, aug., sept., okt.
    winterhardheid uitstekend (-34,4 tot -28,9şC), USDA zone 4

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    26-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Cornus alba 'Elegantissima'
     

    Cornus alba 'Elegantissima'


    Botanische naam  : Cornus alba 'Elegantissima'
    Nederlandse naam : Kornoelje
    Herkomst         : Oostenrijk
    Bijzonderheden   : purperrode twijg
    Grondsoort       : alle, kalkarm
    Vochtbehoefte    : droog, normaal, nat
    Licht            : zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Groep            : (sier)heesters
    Gebruik          : groepen/vakken, tuinen
    Hoogte           : 2.00-3.00 m
    Vorm             : opgaand
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme, onopvallend
    Bloeitijd        : mei, juni
    Blad             : bladverliezend, witbont
    Vrucht           : wit
    Twijg/stam       : kleurig

    Standplaats:
    Gedijt goed op een zonnige tot halfschaduwrijke plaats die voldoende vruchtbaar is. Vocht wordt goed verdagen.

    Kenmerken:
    Cornus alba ´Elegantissima´ is afkomstig uit Oostenrijk. De mooie, witgerande en gevlekte bladeren welke in de herfst karmijnrood verkleuren maakten hem tot de populairste. Heeft ook nog purperrode twijgen die in de winter aantrekkelijk ogen.

    Witte kornoelje (Cornus alba) munt uit door zijn felgeel, rood of groen gekleurde stengels.

    De volwassen hoogte van deze middelgrote heester is ca. 300 cm. Verdraagt een temperatuur tot -35 gr. C. Heeft een decoratieve vorm.

    Bloemen :
    De nederlandse naam is Witte kornoelje, familie van de Cornaceae. De bloemkleur is wit en de bloeitijd is van ca. mei tot en met juni. De bladeren zijn wit gerand.

    Planten :
    Met een grote sierwaarde, vooral bv. als accentplant in het openbaar groen en in de tuin vanwege de mooie vorm, de bloeiwijze of de bladkleur. Deze plant wenst een voedselrijke, vochthoudende tot vochtige bodem. Voor wat betreft de zuurgraad is ze vrij tolerant (pH = 5.5 - 8). Verlangt een plekje in de zon of lichte schaduw. Deze plant is goed te combineren met 'bosrand' en 'borderplanten', zolang die er niet te dicht op staan
    Aanplant in groepen of als solitair

    Eigenschappen:
    - de plant heeft mooie herfsttinten
    - geschikt voor groepsbeplantingen
    - plant heeft opvallende takken, twijgen of schors

    Vermeerderen :
    Door afleggen of het nemen van winterstekken.
    De bolvormige rode vruchten kan men in het najaar verzamelen en zaaien.
    Het zaad heeft vorst nodig om te kiemen

    Soorten :
    »Cornus alba
    »Cornus alba 'Aurea'
    »Cornus alba 'Gouchaultii'
    »Cornus alba 'Kesselringii'
    »Cornus alba 'Sibirica'
    »Cornus alba 'Spaethii'
    »Cornus alba 'Westonbirt'
    »Cornus alba 'argenteomarginata'

    Weetjes :

    Bemesting
    Voor bloeiende heesters is het belangrijk om een N:K verhouding te hebben van 1,3 – 1,8 voor een goede knopontwikkeling. Bij houtige gewassen is tevens fosfor erg belangrijk gedurende het hele seizoen voor het stimuleren van de ademhaling van de plant (nodig voor het omzetten van de NPK in voor de plant benodigde eiwitten) en het afrijpen van het gewas (dat de houtcellen goed gevormd worden). Advies samenstelling: N5+P2+K4 tot maximaal N9+P6+K8

    Onderhoud
    Het jongste hout kleurt het mooiste rood, vandaar dat u deze struik in het voorjaar diep moet insnoeien. Om te voorkomen dat er een groot gat na de snoei ontstaat, verwijdert u alleen de oude takken. Het jonge hout, te herkennen aan de felrode kleur, laat u staan.

    Snoeien
    Cornus (kornoelje) De meeste kornoeljes hebben geen snoei nodig. De planten die we gebruiken vanwege hun mooie twijgkleur moeten we echter wel snoeien. Die mooie twijgkleur zit namelijk alleen op de scheuten en jonge takken. Zonder snoei zouden we de kenmerkende kleur na een jaar of drie kwijt zijn. De snoei kan op twee manieren plaatsvinden. We kunnen elk jaar in maart de heester terugsnoeien tot enkele cm boven de grond. Ze wordt dan niet hoger dan ongeveer een meter. Bij de tweede manier verwijderen we in maart slechts een derde van de heester tot vlak boven de grond. De kornoelje wordt in dat geval ruim twee meter hoog. De gele kornoelje (Cornus mas) groeit in zijn jeugd erg langzaam. Deze kornoelje hoeven we daarom pas na ongeveer drie jaar voor het eerst en vrijwel laatst te snoeien. We laten bij deze snoei slechts drie tot vijf mooie, stevige taken staan. Dit worden de gesteltakken. We moeten ervoor zorgen dat deze gesteltakken evenwichtig verdeeld zijn over de plant. Als dat lukt hoeven we later nauwelijks meer te snoeien.

    Ziekten
    Bij een ernstige aantasting door de langwerpige kommaschildluizen kunnen jonge takjes afsterven.
    Verwijder aangetaste delen.
    Vanaf juni kan men ook enkele keren met een parafineoliehoudend middel spuiten.
    Niet gebruiken in de winter of als de planten uitlopen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    23-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Impatiens balsamina
     

    Impatiens balsamina


    Botanische naam  : Impatiens balsamina
    Nederlandse naam : Balsemien
    Herkomst         : Azié
    Bijzonderheden   : diverse rassen
    Grondsoort       : alle, humeus
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : schaduw, half schaduw
    Groep            : 1 jarig
    Gebruik          : borders, verwildering, kuipen/potten, perkplant
    Hoogte           : 0.30-0.60 m
    Bloeikleur/vorm  : roze
    Bloeitijd        : juni, juli, augustus, september, oktober
    Blad             : groen

    Standplaats:
    De plant verdraagt volle zon maar kan slecht tegen droogte. Ze is ook vorstgevoelig
    Het Vlijtige liesje houdt niet van zon ,maar heeft wel veel water nodig .De Balsemienen voor de tuin houden van een lichte vochtige standplaats.

    Kenmerken:
    De stengels zijn stijl rechtopstaand en weinig vertakt.
    Ze bereikt hiermee hoogten van meestal 0,5 meter.
    De bovenste bladeren staan vertakt.
    De bladeren zijn langwerpig, glad maar langs de rand getand

    Bloemen :
    De tweeslachtige, roze tot witte bloemen kunnen alleenstaand zijn, maar ook in groepjes. Het spoor is recht en langer dan de kroon, maar kan ook ontbreken.
    De bloeitijd loopt van juni tot september.
    Een vlijtig liesje bloeit het hele jaar door. Als je een mooie volle bloeiende plant wilt, is het belangrijk om te voorkomen dat zaden worden aangemaakt. Daarom moet je het uitgebloeide bloemetje met steeltje en al eruit halen. Als je dat niet doet steekt de plant zijn energie in het maken van zaden. Wanneer het uitgebloeide bloemetje is weg gehaald gaat de plant snel weer een nieuw bloemetje vormen.

    Planten :
    Het vlijtig Liesje kan op vele manieren worden gebruikt, zoals perken, randen, bloembakken en hanging-baskets.

    Gebruikte delen:
    Het sap van de bloemen wordt tegen slangebeten gebruikt

    Eigenschappen:
    Het zijn kamerplanten die in de zomermaanden prima in de tuin kunnen staan. We moeten wel oppassen dat ze niet op de tocht komen te staan want dan komen de spinten en bladluizen er op af.

    • Compacte, vorstgevoelige vaste plant.

    • De hele zomer rijkbloeiend. Bloeit door tot de eerste vorst.

    • Mooi in potten en bakken of in een hangmand.

    • Binnen zaaien in het voorjaar, uitplanten na ijsheiligen.

    • De plant heeft veel water nodig en bloeit goed in de schaduw.

    • Haal uitgebloeide bloemetjes steeds weg om zaadvorming te voorkomen.

    Vermeerderen :
    Door stekken te nemen in april. Deze zetten we in potgrond waar ze gaan wortelen en eind mei kunnen ze naar buiten. De tuinbalsemien zaaien we in het voor of najaar direct op de plaats van bestemming.

    Vanaf februari tot half april in kweekbakje bij ca. 20°C of vanaf begin april tot mei onder "koud" glas. Begin mei buiten uitplanten.

    Als er een takje van een vlijtige liesje afbreekt hoef je die alleen maar in een fles water te doen en er komen binnen 3 dagen wortels aan. Hij is dus makkelijk te stekken. Het zijn éénjarige planten. Eventueel kun je de zaden bewaren en volgend jaar opnieuw in de grond stoppen.

    Springzaad
    Als je de bloemetjes niet weghaalt ontstaat er een kokertje waarin het zaad van de plant zich ontwikkeld. Dit puntige kokertje wordt steeds groter, totdat het barst. Alle zaden vliegen in het rond. Vandaar de naam “springzaad”. Als je het aanraakt springt het open. Impatiens betekent in het Latijn ongeduldig. Het is alsof de plant niet meer kan wachten en zo snel mogelijk nieuwe zaadjes wil verspreiden

    Soorten :

    Impatiens balsamina "Camelia flower pink"

    Impatiens balsamina "Camelia flower red"


    Weetjes :

    De plant is populair bij bijen en andere insecten.



    http://youtu.be/L03bJZ0X-Ts

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    19-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Sandersonia aurantiaca
     

    Sandersonia aurantiaca


    Botanische naam  : Sandersonia aurantiaca
    Nederlandse naam : Chinese lantaarnplant
    Herkomst         : Zuid-Afrika
    Bijzonderheden   : klimplant
    Grondsoort       : alle, humeus
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Groep            : knol
    Gebruik          : borders, kuipen/potten
    Hoogte           : 0.60-1.00 m
    Bloeikleur/vorm  : geel
    Bloeitijd        : juli, augustus, september
    Plantdiepte      : 0.05-0.10 m

    Standplaats:
    Klimplantje voor teelt in potten en schalen in warme of matig warme kas en op het terras, liefst licht tot volle zon.

    Kenmerken:
    De bloemen van Sandersonia staan in de baldoksels aan de bovenste helft van de stengel. Ze zijn opvallend van kleur en vorm: oranje en lampionvormig

    Bloemen :
    De talrijke bloempjes lijken op oranje lampionnetjes, hangend aan dunne steeltjes.

    Planten :
    De knollen gaan in het voorjaar 8-10 cm diep in een grote pot en kunnen in de kamer, in de kas of in de serre in bloei worden getrokken.

    s Zomers kan de plant naar buiten en in de winter in de pot bewaren op een koele plaats.

    De vingervormige knollen worden in het voorjaar in potten en schalen met doorlatende, zandig-lemige en goed bemeste aarde gelegd en bij een temperatuur van 16-18°C weggezet. De verzorging beperkt zich tot matig gieten, totdat de knol uitloopt: daarna goed gieten, met tweewekelijkse bemesting. In de herfst wordt het gieten minder, waarmee de rustperiode wordt ingeluid. Na volledig afsterven worden de knollen in de schalen bewaard, bij een temperatuur die niet lager mag zijn dan 12-15 ° C.

    Eigenschappen:

    --Standplaats lichtbehoefte: zon

    --deze plant is vorstgevoelig

    --geschikt voor een solitaire positie in een beplantingsschema

    --deze plant moet gesteund worden

    Vermeerderen :
    Door delen van knollen of zaaien. Zaaien is tijdrovend en het duurt verscheidene jaren voordat de planten gaan bloeien. Daarom vermeerdert men het beste door middel van jonge knollen, die overigens slechts met mate worden gevormd.

    Soorten :
    S. aurantiaca. Dit geslacht komt oorspronkelijk uit Zuid-Afrika.
    Deze plant wordt op relatief grote schaal geteeld in Nieuw-Zeeland.

    Weetjes :

    Sandersonia aurantiaca is een niet winterharde klimplant afkomstig uit Zuid-Afrika. De kweekwijze komt overeen met Gloriosa.

    Door de knollen in de droge grond te bewaren drogen de knollen niet uit en kan het groeipunt niet worden beschadigd. In april worden de knollen in verse potgrond geplant. De pot wordt op een zonnige en warme plek gezet. zet de planten op de vensterbank, op het zuidoosten, voor het raam. De potgrond wordt gedurende het gehele groeiseizoen vochtig gehouden. mest de potgrond circa 1 maal in de drie weken bij met kunstmest (K:N:P 10:10:10): zo'n 1,5-2 gram per liter. Als de plant begint af te sterven, stop met watergeven. Pas als de gehele plant is afgestorven én verdoogd haal de plant van z'n plek af en haal voorzichtig de steel van de plant.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    15-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Waldsteinia ternata
     

    Waldsteinia ternata


    Botanische naam  : Waldsteinia ternata
    Nederlandse naam : Goudaardbei
    Herkomst         : Zuidoost-Europa, Siberië en Japan
    Bijzonderheden   : half-wintergroen
    Grondsoort       : droog,normaal
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zonnig halfschaduw schaduw
    Wind             :
    Gebruik          : bodembedekker
    Hoogte           : 10 - 25 cm
    Bloeikleur/vorm  : geel
    Bloeitijd        : april - juni
    Blad             : lichtgroen,


    Standplaats:
    Verlangt een doorlatende humusrijke grond.

    Kenmerken:
    groeit breed uit met uitlopers en vormt een zeer dichte mat. Verdraagt goed schaduw maar heeft zon nodig voor een rijke bloei. Makkelijke plant.

    Bloemen :
    Gele stervormige bloemen in trosjes.

    Planten :
    bos, bosrand, droge, frisse bodem. Woon- en werkomgeving.

    Gebruik:
    bodembedekker,groep,grote groep,middelgrote groep,onderbeplanting

    Eigenschappen:
    --wintergroen
    --borderplant
    --kruipend
    --bodembedekker
    --vakbeplanting

    Vermeerderen :
    Met uitlopers , die kunnen gescheurd of gedeeld worden.

    Soorten :

    W. ternata
    wordt ongeveer 15 cm hoog met goudgele, boterbloemachtige bloemen van ruim 1 cm groot, en is een prima bodembedekker, bestand tegen zeewind.

    W. geoides
    heeft een grover blad en is de langstbloeiende soort, van april tot juni. In tegenstelling tot W. ternata maakt zij geen uitlopers

    Weetjes :

    De nederlandse naam is Waldsteinia, familie van de Rosaceae. De bloemkleur is geel en de bloeitijd is van ca. mei tot en met juni. De bladeren zijn groen en ongeveer 10 cm. hoog. De volwassen hoogte van deze vaste plant is ca. 15 cm. Verdraagt een temperatuur tot -35 gr. C. en blijft de gehele winter groen. De geadviseerde plantafstand is 30 cm. (8-11 st. per m2.) Is ruim verkrijgbaar.

    Deze plant is zeer geschikt voor tuinen met meerdere (vrijwel) volwassen bomen en heesters. Verlangt een plaats met volle schaduw tussen of bij bomen of struiken en een humusrijke bodem. Deze plant neemt echter ook genoegen met een meer beschaduwde standplaats en zelfs een vrij droge bodem is zelden een probleem. Groeit bodembedekkend en laat zich goed combineren met andere planten.

    De Waldsteinia is een groen blijvende bodembedekker die zeer laag blijft. Ondanks zijn snelle groei is het geen woekerend ‘onkruid’ te noemen, één á twee keer per jaar de randen bijknippen is ruim voldoende om de plant op zijn plaats te houden. De plant verkleurt in het najaar en in de winter brons/groen en is in die periode prima af te harken met een bladhark om zodanig de oude bladeren te verwijderen en de plant klaar te maken voor het voorjaar. In het voorjaar komen snel de eerste fris groene blaadjes uit gevolgd door een korte periode gele bloei. De bloei wordt snel gevolgd door een tweede uitbundige groei van nieuw fris groen blad waardoor de plant er uitziet als nieuw.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (5 Stemmen)
    12-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Prunus lusitanica
     

    Prunus lusitanica


    Botanische naam  : Prunus lusitanica
    Nederlandse naam : Portugese laurierkers
    Herkomst         : Zuidwest-Europa, Canarische eilanden
    Bijzonderheden   : zelden vrucht, matig winterhard

    Grondsoort       : humeus
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : gevoelig
    Groep            : (sier)heesters
    Gebruik          : groepen/vakken, solitair, tuinen, insecten
    Hoogte           : 2.00-3.00 m
    Vorm             : opgaand
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme
    Bloeitijd        : mei, juni
    Blad             : wintergroen

    Standplaats:
    Houdt van humusrijke, goed doorlatende tot vochtige bodem

    Kenmerken:
    solitair--haagplant--breed uitgroeiend--wintergroen--vakbeplanting--donkergroene bladkleur--rode vruchten na de bloei--makkelijk te snoeien
    Bladeren : glanzend, 8 tot 10 cm lang, elliptisch, gijn gezaagd, met overhangende punt. De jonge, fijne twijgen kleuren donkerrood.
    Vruchten : klein, groenrood, naar donkerpaars verkleurend

    Bloemen :
    Bloemkleur : wit
    Bloeiperiode : mei - juni
    Bloemen : klein, geurend, in trossen tot 25cm lang, die enkele weken bloeien

    Planten :
    Deze laurierkers heeft een donkergroen, fijn blad.
    De bladeren van deze soort zijn fijner dan van de gewone laurierkers.
    Ideaal voor het vormen van strakke, hogere hagen.
    Begin zomer heeft ze een overvloed aan hangende aren met kleine witte bloemen.

    Gebruik :
    groep,grote groep,haag,kleine groep,middelgrote groep,solitair,solitair (snoeivorm),windbreker

    Eigenschappen:
    Grote struik of kleine boom met gespreide groei.
    In volwassen toestand neemt hij een piramidale vorm aan.
    Groeit breed uit, waardoor hij ook als haag kan worden aangeplant.

    Vermeerderen :
    Vermeerdering door stek
    Laurier stekken doe je best met half verhoutte kopstekken. Je kunt het best je plant in het oog houden en zodra je merkt dat de scheuten houterig worden, snoeien maar. Je stekken vochtig houden, niet TE nat, de hele winter.

    Misschien kun je je stekken in doorzichtige potten planten, dan kun je na en tijdje door de pot heen de beworteling opvolgen

    Soorten :
    Prunus l--Variegata’
    groeit minder hard, met lichtgroen blad met een roomwitte tot gele rand omheen.

    Prunus l--'Myrtifolia' (syn. 'Angustifolia')
    groeit langzamer en wordt niet hoger dan 3 meter.

    Weetjes :
    laat zich heel makkelijk snoeien in allerlei vormen. Snoei na de bloei. De plant kan ook in pot, mits een zekere bescherming tegen koude wind

    De Prunus lusitanica (Portugese laurier) is een bladhoudende struik die mooi donkergroen glanzend blad heeft.
    De bladeren van de Prunus lusitanica zijn 8 tot 10 cm lang met een overhangend puntig blad.

    De Prunus lusitanica kan 3 tot 4 meter hoog worden. De twijgen van de struik zijn donkerrood van kleur.

    In het voorjaar rond de meimaand vormen zich bloemknoppen die uitgroeien tot lange elegante bloemtrossen. Deze bloei duurt slechts een paar weken.

    De Prunus lusitanica is goed winterhard mits hij beschut wordt geplant. Bij zeer extreme vorstperiodes kan deze struik bladschade oplopen door vorst in combinatie met veel wind.


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (5 Stemmen)
    10-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Oenothera macrocarpa
     

    Oenothera macrocarpa


    Botanische naam  : Oenothera macrocarpa
    Nederlandse naam : Teunisbloem
    Herkomst         : Zuid-U.S.A.
    Bijzonderheden   : drachtplant, grote bloem
    Grondsoort       : alle, humeus, zand
    Vochtbehoefte    : droog, normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Wind             : zeewind bestendig
    Gebruik          : groepen/vakken, borders, verwildering, kust/zeewind, insecten, rotstuinen
    Hoogte           : 0.10-0.20 m
    Bloeikleur/vorm  : geel
    Bloeitijd        : juni, juli, augustus
    Blad             : groen

    Standplaats:
    zon tot halfschaduw op droge, goed doorlatende grond, beschut

    Kenmerken:
    "Een bekroonde vaste plant. De grote, citroengele bloemen gaan tegen de avond open. De teunisbloem is het mooist in kleine, bodembedekkende groepjes vooraan in de zonnige border. Ze staat graag in schrale zandgrond met iets kalk."

    De nederlandse naam is Teunisbloem, familie van de Oenotheraceae. De bloemkleur is geel en de bloeitijd is van ca. juni tot en met augustus. De bladeren zijn groen en ongeveer 15 cm. hoog. De volwassen hoogte van deze vaste plant is ca. 20 cm. Verdraagt een temperatuur tot -25 gr. C. De geadviseerde plantafstand is 26 cm. (11-15 st. per m2

    Bloemen :
    Bloei: juni - oktober
    Liggende tot kruipende plant. Grote, gele bloemen

    Planten :
    Plant ze vooraan in de border of de rotstuin in combinatie met Sedum ´Czar´s Gold´, Veronica ´Blue Feathers´ en Dracocephalum ´Blue Dragon´.

    Gebruikte delen:
    De olie uit de zaden van teunisbloem is rijk aan onverzadigde vetzuren. Het gehalte aan gamma-linoleenzuur kan oplopen tot 14%. Door de bijzondere samenstelling kunnen ontstekingen in het lichaam gunstig worden beďnvloed.

    De symptomen van neurodermitis kunnen door het innemen of via de huid absorberen verlicht worden. Ook uitwendig te gebruiken bij de volgende klachten: huidschilfers, roodheid van de huid, psoriasis, droge huid.

    Inwendig is teunisbloemolie te gebruiken bij de volgende klachten: menopauze, reuma, pms, overgewicht door stofwisselingsstoornissen, hart en vaatziekten, hoge bloeddruk, astma, hooikoorts, allergieën, leverklachten door alcohol, hyperactiviteit, geďrriteerdheid, huidklachten, ontwenningsverschijnselen (alcoholisme), katers. Het kan belangrijk zijn bij de opbouw van de myelinelaag bij M.S.

    Gebruik van teunisbloemolie is af te raden bij manische depressiviteit of epilepsie.

    Er is bloedonderzoek mogelijk, waarin het gehalte van verschillende vetzuren, waaronder gamma-linoleenzuur, in het bloed gemeten wordt

    Teunisbloemolie best niet combineren
    Zoals heel vaak staan bloedverdunners ook hier in het rijtje van medicijnen waarmee interacties kunnen verwacht worden, maar ook bepaalde antipsychotica, bloeddrukverhogende middelen, bloedsuikerverlagende middelen enz…

    Werkzame bestanddelen:
    Teunisbloemolie bevat een hoog gehalte (tot 70 %) aan cis-linoleenzuur en ook een behoorlijk gehalte (tot 9%) van het vetzuur gamma-linoleenzuur (GLA). Dat gamma-linoleenzuur is een stof die in het lichaam gebruikt wordt bij de synthese van met name prostaglandines, hormoonachtige stoffen die tussenkomen in een hele reeks verschillende processen. Bovendien speelt GLA ook een rol in de opbouw van de celmembranen.

    Eigenschappen:
    geschikt voor gebruik in de vasteplanten border
    geschikt voor gebruik in de rotstuin
    goed bruikbaar voor bodembedekking
    geschikt voor groepsbeplantingen
    deze plant vraagt of gedijt goed op droge gronden

    Vermeerderen :
    De plant valt ook niet te schreuren, om meerdere planten te hebben, want ze heeft een pinwortel zoals alle teunisbloemen,dus zaaien
    Zaden kunnen van het late voorjaar tot de vroege zomer in de volle grond gezaaid worden.

    Soorten :
    Teunisbloem (Oenothera) is een geslacht van zo'n 125 soorten eenjarige, tweejarige en vaste planten uit de teunisbloemfamilie (Onagraceae). De soorten komen van nature voor in Zuid- en Noord-Amerika, maar zijn ondertussen ingeburgerd in vele landen.

    Weetjes :

    De teunisbloem wordt vooral in de nacht bezocht door insecten. Dan worden de bloemen bestoven

    Deze teunisbloem is afkomstig uit Kansas een van de Verenigde Staten van Amerika.

    Deze plant bloeit van juli tot oktober en wordt ongeveer 20 cm hoog.

    Een rijk en langdurig bloeiende plant.Met zeer grote zwavelgele bloemen.

    Als bodembedekker toepassen in een rotstuin

    De botanische naam Oenothera betekent 'ezelsvanger', van het Oudgriekse 'oeno' = ezel en 'thera' = vangen, achtervolgen. Men gelooft dat de naam refereert aan de giftigheid van de plant die gebruikt kan worden om ezels en andere dieren te vangen.

    Het geslacht is verwant aan het wilgenroosje. Veel soorten zijn nachtbloeiers en hebben de gewoonte de bloemen 's avonds in de schemering te openen. De knoppen ontvouwen zich in enkele minuten tot bloemen. De volgende dag verwelken ze, maar 's avonds gaan weer nieuwe bloemen open, zo wekenlang. Ze worden door nachtactieve insecten bestoven.

    De bladeren van verschillende soorten zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog wel gebruikt als vervanging voor tabak.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    07-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Corokia cotoneaster
     

    Corokia cotoneaster


    Botanische naam  : Corokia cotoneaster
    Nederlandse naam : Zigzagstruik
    Herkomst         : Nieuw-Zeeland
    Bijzonderheden   :
    Vochtbehoefte    : matig/spaarzaam
    Licht            : half schaduw, zon
    Bloeikleur/vorm  : geel
    Blad             : wintergroen ,grijs
    Vermeerdering    : stekken
    Voedingsbehoeft  : om de week
    Standplaats      : halfschaduw, zon
    kenmerken        : wintergroen,decoratief,compacte groei,rode bessen na de bloei


    Deze heester wordt ook wel eens zig-zag struik genoemd door zijn specifieke takstand. De twijgen zijn viltig grijswit en geliefd in de bloemsierkunst. De plant heeft kleine gele stervormige bloempjes gevolgd door kleurige bessen. Voorkeur voor volle zon of halfschaduw en een vruchtbare goed doorlatende grond. Indien men na de bloei de struik terug snoeit behoudt deze zijn dichte en compacte vorm. Halfgroenblijvende heester met grijsgroene blaadjes.


    Twijgen viltig grijswit, z ig-zag-groeiend, kleine sterbloemen. De hoogte na 10 jaar is 50 cm. De bloemkleur is geel. Deze plant is matig winterhard. De bloeiperiode is mei - juni.


    Groenblijvende struik uit Nieuw-Zeeland. Bloeit met kleine, stervormige, gele bloemen. Bloeitijd mei/juni. Gevolgd door rode bessen. Standplaats in volle zon of halfschaduw. Vruchtbare, goed doorlatende grond. Na bloei snoeien voor dichte en compacte vorm. Verdraagt circa -15 graden vorst.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Clematis 'Madame Baron Veillard'

     

    Clematis 'Madame Baron Veillard'


    Botanische naam  : Clematis 'Madame Baron Veillard'
    Nederlandse naam : Bosrank, Bosdruif (Jackmanii-type)
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   : roodachtig purper
    Grondsoort       : alle, humeus, kalkrijk
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Wind             : weinig gevoelig, gevoelig
    Gebruik          : tuinen en parken
    Vorm             : klimmend
    Bloeikleur/vorm  : rood/bruin, paars
    Bloeitijd        : juli, augustus, september
    Blad             : bladverliezend


    Kenmerken :

    Jackmanii-groep lichte streep op kelkblad. De hoogte na 10 jaar is 4 m. De bloemkleur is rose. Deze plant is zeer winterhard. De bloeiperiode is juli - september.

    Clematis 'Madame Baron Veillard heeft rooskleurige bloemen tot 10 cm groot.

    deze plant verlangt een kalkhoudende bodem (pH 6,5 of hoger)

    De Jackmanii groep bloeit zeer rijk gedurende de gehele zomer en kan ieder jaar sterk teruggesnoeid worden. Het zijn over het algemeen grootbloemige clematissen maar er zijn cultivars met relatief kleinere bloemen en ook zijn er gevuldbloemigen (dubbelbloemigen). De bloemen hebben 4 tot 6, meestal bedekkende, bloembladen. Ze bloeien meestal rondom juli-augustus waarbij sommige cultivars nog een tweede maal nabloeien.


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rhododendron 'Apple Blossom'
     

    Rhododendron 'Apple Blossom'


    Botanische naam  : Rhododendron 'Apple Blossom'
    Nederlandse naam : Mollis azalea
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   : zuiverrose, 15/5-25/5, spint
    Grondsoort       : humeus, veen, kalkarm
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw
    Groep            : rhododendrons
    Gebruik          : groepen/vakken, solitair, onderbeplanting, tuinen, heidetuinen
    Hoogte           : 0.50-1.00 m
    Vorm             : breed
    Bloeikleur/vorm  : roze
    Bloeitijd        : mei
    Blad             : bladverliezend


    De nederlandse naam is Rododendron, familie van de Ericaceae. De bloemkleur is zuiverroze en de bloeitijd is van ca. mei. De bladeren zijn groen. De volwassen hoogte van deze middelgrote heester is ca. 100 cm. Verdraagt een temperatuur tot -20 gr. C. Heeft een opvallende bloeiwijze. Is slecht verkrijgbaar.

    Bijvoorbeeld voor stedelijk openbaar groen (parken) en bostuinen. Deze plant wenst een matig voedselrijke, vochthoudende tot vochtige, 'gemiddelde' bodem. Dus niet te zware of te lichte grond en een vrij neutrale zuurgraad (pH = 6 - 8). Verlangt een plekje in de zon of lichte schaduw. Kan bij nachtvorst in april-mei schade oplopen. Deze plant is goed te combineren met 'bosrand' en 'borderplanten', zolang die er niet te dicht op staan.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (2 Stemmen)
    02-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Platanus acerifolia
     

    Platanus acerifolia


    Botanische naam  : Platanus acerifolia
    Nederlandse naam : Plataan
    Herkomst         : Engeland
    Bijzonderheden   : donker/lichtgroen gevlekte stam
    Grondsoort       : alle, humeus
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Wind             : ongevoelig
    Gebruik          : straten/pleinen, parken, tuinen, verkeer, industrie
    Hoogte           : > 15.00 m
    Vorm             : bol
    Kroon            : half open
    Bloeikleur/vorm  : rood/bruin, groen, onopvallend
    Bloeitijd        : mei
    Blad             : bladverliezend
    Vrucht           : opvallend
    Twijg/stam       : gekleurd, afschilverend


    Standplaats:
    Platanen groeien goed op klei-, leem- en zandgrond en is een liefhebber van kalk in de grond.

    Kenmerken:
    De boom heeft een koepelvormige kroon met grote, gespreide takken aan een lange stam. De boomschors is glad, dun en grijsbruin. Door afschilferen ontstaan groenachtige of gele vlekken. De boom heeft bleekgroene twijgen, die later fors en bruin van kleur worden. De knoppen zijn kegelvormig, roodbruin en hebben een grote voet die uitsteekt. Ze zijn 6-8 mm groot.

    De plataan heeft vijflobbige bladeren, waarvan elke lob driehoekig is en een ruwe getande rand heeft.De bladkleur is aan de bovenzijde helder, glanzend groen en aan de onderzijde bleker.

    De plataan is eenhuizig. De mannelijke en vrouwelijke bloemen vormen katjes. Het zijn ronde hoofdjes aan lange stelen. De mannelijke zijn geel, de vrouwelijke karmijnrood.

    De boom heeft bruine dopvruchten (nootjes) die in bolvormige groepjes staan. Deze hebben een doorsnede van 8 cm. In de winter blijven de bolletjes aan de boom zitten. De zaden verspreiden zich in de lente. Dit zaad is voorzien van gele haartjes die als parachute dienen

    Bloemen :
    Bloemkleur : groen
    Bloeiperiode : mei -
    Bloemen : groen-roodbruin, vallen nauwelijks op

    Planten :
    De boom wordt veel aangeplant voor schaduw en om de sierwaarde in stadsstraten en op pleinen. De boom kan de luchtvervuiling in de stad goed verdragen, evenals de beperkte beschikbare ruimte voor de wortels. Ook flink snoeien kan de boom hebben. De gewone plataan kan ongeveer 35 m hoog worden.

    Gebruikte delen:
    Het roze-bruine hout van de plataan kan gebruikt worden voor speelgoed, fineer, etc.

    Eigenschappen:
    snelgroeiende boom met rechte, verticale, afschilferende stam met een attractief vlekkenpatroon in grijs, bruin en wit. De kruin wordt zo'n 5 ŕ 6 meter breed

    Vermeerderen :
    Even gemakkelijk te stekken als populieren (in oktober; stek best met voetje tweejarig hout).

    Soorten :
    Een veel gebruikte cultivar is Platanus hispanica 'Malburg'

    --Platanus acerifolia, met langgesteelde handvormige bladeren tot dertig centimeter groot. Groeit snel en is geschikt om op te leiden als dak- en leiplataan. Vrij groeiend wordt een hoogte van dertig meter bereikt bij een kroonomvang van twintig tot vijfentwintig meter. Heeft een karakteristieke geelgroen afschilferende stam.

    --Platanus acerifolia 'Tremonia', vormt een mooie rechte stam met piramidale kroon. Vrijwel gelijk aan voorgaande.

    --Platanus orientalis, met diep ingesneden en gelobd lichtgroen blad. Jonge bomen moeten beslist beschut staan en op een warme plaats worden geplant. Heeft 'zuidelijk bloed', daardoor in jeugdfase licht vorstgevoelig. Beslist mooi als solitair groeiende boom.

    --Platanus orientalis 'Digitata', met zeer diep ingesneden blad. Tot twintig meter hoog groeiend. Goed als solitair.

    Weetjes :

    Het jonge blad en twijgen zijn dicht bezet met stervormige haren. Als de haren uitvallen kunnen deze soms allergische reacties, zoals jeuk en irritaties aan de slijmvliezen, veroorzaken.

    De plataan kan aangetast worden door de schimmel Apiognomonia errabunda, die het blad aantast en kankerplekken op de twijgen en takken veroorzaakt. Bij aantasting kan het noodzakelijk zijn de takken fors terug te snoeien om zo de schimmel kwijt te raken, maar meestal herstelt de boom vanzelf.

    De plataanvouwmijnmot kan veel bladen aantasten, op een blad zijn wel tot zestig mijnen aangetroffen, maar de boom schijnt hiervan verder weinig schade te ondervinden.

    Een plataan met een kroon op stam heeft alleen in de jeugdfase snoei nodig om een goede harttak te vormen. De kroon van een dergelijke boom moet zich op een hoogte van drie meter kunnen gaan vormen. Alle scheuten vanuit de stam die lager groeien dan drie meter, worden systematisch in de herfst tot het einde van de winter weggesnoeid.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
    30-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kalimeris incisa
     

    Kalimeris incisa

    Latijnse naam    : Kalimeris incisa
    Nederlandse naam : Zomeraster
    Familie          : asteraceae
    Bladkleur        : Groen
    Bloeikleur       : blauw, wit
    Bloeimaand       : juni, juli, augustus, september
    Hoogte           : 50 - 70 cm, 70 - 100 cm
    Soort gewas      : Vaste plant

    Grondsoort       : Normale bodem
    Standplaats      : Zon
    Wintergroen      : Bladverliezend
    Winterhardheid   : Goed winterhard

    Standplaats:
    Zonnig. Normale tuingrond. Liefst kalkrijk.

    Kenmerken:
    Kalimeris incisa is afkomstig uit Japan, Korea, Noord-China en Mantsjoerije. De bladeren zijn lancetvormig ingesneden (incisa) en getand. Tijdens de bloeiperiode zijn de planten overdekt met lilablauw of witte bloemen. Het is een op aster lijkende vaste plant met lancetvormige ingesneden bladeren. In tegenstelling tot de asters hebben ze geen last van meeldauw.

    Deze plant is zeer geschikt voor de siertuin. Ze heeft opvallend blad, bloei, of vorm en laat zich eenvoudig combineren. Verlangt een zonnige plek en goed doorlatende, voedselrijke grond. Deze plant is zeer geschikt om te combineren met de 'basisplanten'. Verdraagt korte periodes van droogte prima. Natte winters daarentegen niet. Geeft een goede snijbloem.

    Bloemen :
    Bloeitijd: juni-september
    Bloemkleur: wit of paars + geel hart
    Mooie struikachtige plant waarvan de bloemen op asters lijken.
    Ze zijn wit met een geel hart en worden 50cm hoog.

    Planten :
    Je zou Kalimeris nog het best kunnen omschrijven als een vroegbloeiende aster. Het is een plant met een bossige groei, die in vergelijking met asters sterker is en minder gevoelig voor meeldauw. De bloemen trekken bijen en vlinders aan.

    Eigenschappen:
    *Standplaats lichtbehoefte: zon
    *geschikt voor gebruik in de vasteplanten border
    *geschikt voor groepsbeplantingen
    *deze plant verlangt een kalkhoudende bodem (pH 6,5 of hoger)
    *deze plant moet gesteund worden
    *deze plant is ziekteresistent (meeldauw)

    Vermeerderen :
    Scheuren of delen.

    Soorten :

    -- 'Blue Star': blauwe bloemen
    -- 'Madiva': een hoger wordende soort (80-90cm) met witte bloemen met een blauwe tint.
    - Kalimeris pinnatifida var. hortensis: wordt zo'n 60cm hoog en draagt dubbele witte bloemen.

    Weetjes :

    Kalimeris is een langbloeier, als je niet oppast bloeit hij zich dood. Je moet hem dus (hoewel hij nog steeds bloeit !) terugknippen (net zoals Gaura), zodat hij zijn laatste krachten spaart om sterk genoeg de winter in te gaan. 'Alba' hoef je eigenlijk nu niet meer aan de naam van de witte Kalimeris toe te voegen, dat is recent veranderd. 'Nana Blue' is de lichtblauwe mini-vorm die slechts een 20 cm hoog wordt, een rond compact bolletje, ook zo'n langbloeier; zet hem in de zon, vooraan in de border.


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    25-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mandevilla of Dipladenia
     
    Mandevilla of Dipladenia

    Standplaats:
    Mandevilla houdt van een lichte standplaats. Dit betekent dat U de plant in de zon kunt plaatsen.
    Hoe donkerder de plant staat, hoe minder bloemen.
    heeft een warme, beschutte plaats in de halfschaduw nodig om echt hoog te klimmen. De klimstruik kan goed in de morgenzon, maar volle zon in de middag is uit den boze.

    Kenmerken:
    Niet winterharde klimplant die in de natuur tot 4-5m hoog kan worden. Bij ons toegepast als terrasplant De plant heeft steun nodig en wordt langs een steun- frame geleid.

    Bloemen :
    Roze of rode bloemen die aan de bloemen van Oleander doen denken. De bloemen verschijnen enkel als de plant
    voldoende klimruimte heeft.
    Bloeit van vroege zomer tot ver in de herfst, april-oktober
    De kroonbuis van de bloemen is wijd en meestal van buiten bleekroze en van binnen geel of donkerroze. In de natuur worden de bloemen gevolgd door sigaarvormige vruchten. Deze verschijnen bijna nooit aan de cultuurplanten.

    Planten :
    Plant Mandevilla in grond voor heideachtigen en verschraal de grond met zand. Geef de klimstruik in de zomer op warme dagen veel water. Zorg ervoor dat het water gemakkelijk door de grond kan wegzakken.

    Eigenschappen:

    Dipladenia bloeit met grote witte of roze trompetvormige bloemen een ganse zomer lang. De groene leerachtige bladeren van deze zomerbloeier zijn ook zeer decoratief. Deze terrasplant houdt van veel zon en vraagt weinig zorgen. Slechts matig water geven.

    Vermeerderen :
    Door stekken die in warme aarde na een paar weken wortels vormen.
    De stekken zijn de licht verhoute tussenstekken met 1 bladpaar. Per moederplant kunnen 10-15 stekken gesneden worden.Bij het stek snijden kan er wit melksap uit de wonden lopen. Daarom worden de stekken in lauw water gedompeld.

    Snoeien:
    Te lange ranken kunt U het gehele jaar verwijderen door ze af te knippen. Het terug knippen tot een bloemtros geeft extra bloemen.

    Soorten :
    --Mandevilla x amoena 'Alice du Pont' 6 - 9
    Bloeit met geurloze donkerroze bloemen. Met donkergroen, ovaal blad. Vorstgevoelig.

    --Mandevilla laxa 6
    Bloeit met witte, geurende bloemen. Groenblijvend. Vorstgevoelig. Snoeien in de lente.

    --Mandevilla sanderi 4,5 Met roze bloemen.
    Bladeren zes centimeter lang. Is zelf windend. Vorstgevoelig.

    --Mandevilla sanderi 'My Fair Lady' 4,5
    Met rozewitte bloemen. Bloemen in knop roze. Is zelfwindend. Vorstgevoelig.

    --Mandevilla sanderi 'Red Riding Hood' 4,5
    Helderroze bloemen. Lang bloeiend. Is zelfwindend. Vorstgevoelig.

    --Mandevilla sanderi 'Scarlet Pimpernel' 4,5
    Donkerrode bloemen. Bloeit het hele jaar. Is zelfwindend. Vorstgevoelig.

    --Mandevilla splendens 3 Rozerode bloemen met geel hart.
    Bloeit vanaf de lente tot de herfst. Vorstgevoelig

    Weetjes :
    Genoemd naar de Engelse diplomaat en botanicus Henry Mandeville.
    In zijn tijd heette de plant wel Dipladenia

    Overwinteren:
    Mandevilla is een niet winterharde plant. Dit betekent dat U de plant in de herfst, als er kans op nachtvorst is, de plant naar binnen moet halen.
    Zorg ervoor dat de potkluit niet te nat is, vanwege de kans op wortelrot. Eventuele te lange ranken mag U verwijderen.
    Plaats de plant op een lichte plaats bij een een temperatuur van 10 graden of meer.
    Zorg ervoor dat de potkluit nog net voldoende nat is. Dit betekent dat U om de week water moet geven.
    Maar dit is natuurlijk afhankelijk van de standplaats en de temperatuur.
    Controleer dit door regelmatig de plant op te tillen.

    In de winter heeft de plant minder water nodig. De plant overwinteren op een lichte,vorstvrije plaats met een minimale temperatuur van 10°C. In het voorjaar de slappe scheuten inkorten. Opgelet: bevat giftig melksap dat kan irriteren.

    De verzorging is supereenvoudig. Vanaf half mei kan de plant dag en nacht buiten staan. Bij heel zonnig weer krijgt Dipladenia elke dag water. Wel is belangrijk dat het teveel aan giet- en regenwater gemakkelijk uit de pot kan weglopen. Ook stelt de plant wat voeding op prijs. Deze voeding kan in het gietwater worden opgelost. Ook kunnen er aan het begin van het seizoen wat gecoate mestkorrels bij de plant in de aarde worden gestoken.

    Dipladenia of mandevilla kan, voordat de vorst invalt, naar binnen. Het grote voordeel van deze plant is dat hij dan genoegen neemt met een temperatuur tussen de 10 en 16 graden. Ideaal is een plek voor het raam op een slaapkamer waar in de winter de verwarming niet volop brandt. Geef de plant in de winter weinig water, maar zorg wel dat de aarde niet uitdroogt. Vervolgens kan hij dan in april/mei van het volgend jaar gewoon weer naar buiten!

    Ziekten:
    Om ziekten te voorkomen is het best om de afgevallen en aangetaste bladeren te verwijderen tijdens de stekfase. Op de Dipladenia kunnen volgende parasieten voorkomen: witte vlieg, spint, bladluizen, schilluis en wolluis

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (9 Stemmen)
    23-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Myosotis sylvatica
     

    Myosotis sylvatica


    Botanische naam  : Myosotis sylvatica
    Nederlandse naam : Vergeet-mij-nietje
    Herkomst         : Europa
    Bijzonderheden   : variabele bloemkleur, grijsgroen blad
    Grondsoort       : alle, humeus
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Groep            : 2 jarig
    Gebruik          : borders, rotstuinen, verwildering, kuipen/potten
    Hoogte           : 0.30-0.60 m
    Bloeikleur/vorm  : geurend, wit/créme, roze, blauw
    Bloeitijd        : mei, juni
    Blad             : grijsgroen

    Standplaats:
    vraagt een losse, humusrijke grond op een zonnige plaats. De plant wordt ongeveer 15-20 cm hoog.
    Groeien het best in stevige grond die in lente en herfst vochthoudend is.
    Hebben weinig last van zomerse droogte.
    In zon tot halfschaduw geven ze het meeste bloemen.

    Kenmerken:
    Zoom van de bloemkroon vlak, 5-8 mm in doorsnede, lichtblauw (bij cultuurplanten soms roze blijvend). Niet-bloeiende, tamelijk grootbladige rozetten aanwezig.

    Bloemen :
    De bloeitijd is van april tot augustus. De bloemen zijn klein en variëren in grootte van 5-8 mm. De bloemkroon is vlak.

    Planten :
    Het klassieke tweejarige Vergeet-me-nietje, om te combineren met alle mogelijke voorjaarsbloeiers: viooltjes, muurbloemen, bolgewassen
    Verrijk lichte grond met compost,dan kan de aarde beter vocht vasthouden
    In oktober de zelfgekweekte plantjes op de gewenste plaats zetten.
    Bedek de grond met mulch

    Eigenschappen:
    -Geurend
    -Gemakkelijk te verzorgen
    - geschikt voor gebruik in de vasteplanten border
    - geschikt voor gebruik in de vijvertuin
    - goed bruikbaar voor bodembedekking
    -Is niet altijd winterhard. Zeer strenge winters zonder sneeuw hebben altijd een grote uitval tengevolge. Ook voortdurende nattigheid in de winter en in het vroege voorjaar kan veel verlies veroorzaken.

    Soorten :
    Er zijn twee soorten, één die vaak bijna zuilvormig groeit en ongeveer 30 cm hoog wordt en die door de kweker als snijbloem wordt gekweekt; een boeketje vergeetmijnietjes is lang houdbaar, de knoppen komen allemaal uit. ´Blaues Wunder´ is daarvoor heel geschikt, hij wordt ongeveer 40 cm hoog, met vele hemelsblauwe bloemen, die ongeveer 1 cm breed worden.

    Vermeerderen :
    zaait zich uit op alle soorten grond – 15 cm
    Zaaien : In mei / juni in een zaaibak. Strooi er wat zaaigrond over en duw de aarde aan . Geef water met een nevelsproeier.
    Leg daarna op de grond gedurende 1 week een blad krantenpapier. Hou de grond vochtig tot de eerste blaadjes 8 tot 10 dagen later verschijnen.
    Haal een maand later de zwakste exemplaren weg zodat er om de 10cm een plantje overblijft.
    Plant de jonge exemplaren in sept/okt op hun definitieve plaats.Plantafstand : 15/20 cm

    Weetjes :

    Het bosvergeet-mij-nietje (Myosotis sylvatica) is in Europa in tuinen een veel voorkomende plant met blauwe bloemen uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae). In tuinen komen ook vormen voor met witte en roze-rode bloemen. Ook zijn er gekweekte cultivars met meer dan vijf kroonslippen en met min of meer gevulde bloemen. Deze verwilderen vaak.

    In Nederland komen alleen in Zuid-Limburg op bosrijke heuvels echt wilde bosvergeet-mij-nietjes voor. Het bosvergeet-mij-nietje is tweejarig (soms meerjarig)

    Laat de bloemen na de bloei staan voor de zaadvorming.

    Als u de verdroogde planten weghaalt , schud ze dan even zodat dit zaad op de grond valt.

    Let in de herfst op de spontaan uitgezaaide jonge plantjes.

    Na de zaadvorming sterft de plant af. Hij zaait zich echter zeer gemakkelijk uit en kan dan overal in de tuin weer opkomen. In een gram zaad zitten ongeveer 1200 zaden.

    Het bosvergeet-mij-nietje lijkt sterk op het akkervergeet-mij-nietje (Myosotis arvensis).

    De vergeet-mij-nietjes kunnen last hebben van echte meeldauw

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    20-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fritillaria imperialis
     

    Fritillaria imperialis


    Botanische naam  : Fritillaria imperialis 'Aurora'
    Nederlandse naam : Keizerskroon, Stinklelie
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   :
    Grondsoort       : alle, humeus
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Groep            : bol
    Gebruik          : borders, solitair
    Hoogte           : 0.60-1.00 m
    Bloeikleur/vorm  : oranje
    Bloeitijd        : april, mei
    Plantdiepte      : > 0.15 m


    Standplaats:
    Ze verlangen een vruchtbare grond die niet te vochtig of alkalisch is wil men steeds opnieuw jaarlijks bloemen bekomen.
    Lichtomstandigheden: volle zon tot halfschaduw

    Kenmerken:
    De keizerskroon is een winterhard bolgewas met een circa 8 x 13 cm grote bol. De afgeronde bollen hebben twee tot drie hele dikke en stijve schubben. Boven op de bol zit in het midden een opvallende holte op de plek, waar de stengel uitgroeit.

    De stevige stengel groeit snel tot 90-120 cm lengte. Het onderste derde of halve deel van de stengel is bezet met vele, brede, staande tot hangende bladeren. De bovenste helft van de stengel draagt geen bladeren tot aan de bloemtros. Boven op de tros zit een kroon van glanzende, smalle bladeren

    Bloemen :
    De keizerskroon bloeit van het midden tot het eind van de lente. De bloemen zitten met tot zes stuks in een cirkelvormige bloeiwijze gerangschikt. Het zijn grote klokvormige bloemen. Wilde vormen hebben gele of oranje bloemen met soms een wat donkerdere adering. Aan de binnenkant hebben de bloemen dezelfde kleur, maar met een zwarte of donkergroene vlek rond de witte honingklieren. De stijl is net zo lang als de kroonbladeren en driehokkig. De vierkante, dikke zaaddozen hebben vier vleugels.

    Planten :
    De bloembollen mogen het jaarrond in de grond blijven.
    Koop steeds bollen van uitstekende kwaliteit. Plant ze vroeg in het najaar (begin oktober) op een diepte van 15-25 cm diepte (tot 3 maal de grootte van de bol en meer).

    Toepassingen: verwildering en borders
    Plant deze grote, vreemd gevormde bollen zo vroeg mogelijk in het seizoen, en meteen nadat je ze gekocht hebt. Dit is noodzakelijk omdat de wortels al beginnen te ontwikkelen in de verpakking, en dit kan resulteren tot beschadiging tijdens het planten. De grond moet snel en geheel opdrogen; klei heeft extra zand nodig. Soorten die goed worden verzorgt komen jaar na jaar terug. Soms gebeurt het dat stengels niet meer gaan bloeien. Plant in dat geval nieuwe bollen op een andere locatie het liefst in de buurt van bodembedekkers. De bloemen hebben een muskus-achtige geur en hebben grote druppels nectar.

    Gebruikte delen:
    Als men de keizerskronen voor de vaas snijdt,Mag men de stengels alleen tot de bladeren afsnijden,verwijder de bladeren nooit

    Bemesten :
    U kunt de planten in het najaar met rijpe compost bemesten.
    Wil men in het voorjaar mest geven, dan is een organische volledige meststof aan te raden.
    Keizerskronen zijn soms niet winterhard,enige bescherming is raadzaam

    Eigenschappen:

    * Opvallend bolgewas met trossen klokvormige bloemen aan een lange stengel

    * Ideaal in groep in een zonnige border

    * Zo weinig mogelijk snoeien

    * Verwijder beschadigd en dood hout

    * Geef nooit verse meststoffen

    * Bollen 20 cm diep planten

    De bloem van de keizerskroon verspreidt een geur die mollen zou afschrikken. De geur komt overeen met die welke door de vos wordt verspreid. Deze geur is door Wageningse onderzoekers van Plant Research International herleid tot 3-methyl-2-buteen-1-thiol, een zwavelhoudende terpeen.(Deze geur wordt ook door mensen als onaangenaam ervaren.)

    Vermeerderen :
    Door zaaien of delen kan maar is moeilijk. Doordat ze niet makkelijk zijn te vermeerderen zijn de bollen vaak prijzig. Het makkelijkst zijn ze te vermeerderen door het afnemen van broedbollen. De zaden zijn koudkiemers en vragen een koudeschok om tot kieming te kunnen komen. Zaai ze in het najaar (oktober-november) buiten. Het kan tot 12 maanden duren vooraleer de zaden ontkiemen.

    Soorten :

    Fritillaria imperialis 'Garland Star': oranjerode bloemen

    Fritillaria imperialis ‘Aurora’: oranjerood

    Fritillaria imperialis 'Lutea': fel geel

    Fritillaria imperialis ‘Lutea Maxima’: geel

    Fritillaria imperialis 'Rubra': diep rood

    Fritillaria imperialis ‘Rubra Maxima’: grote diep vermiljoen rode bloemen

    Fritillaria imperialis ‘The Premier’: oranjerood


    Weetjes :

    Dit is de bekendste soort fritillaria. Het is ook één van de eerste planten die gekweekt werd. Clusius introduceerde de keizerskroon al in de 16e eeuw in Nederland. Tekeningen dateren van 1610! De plant is gevonden op locaties in Turkije, Iran en Afghanistan

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    19-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rosa 'Swan Lake'

    foto : MijnTuin.org 

    Rosa 'Swan Lake'


    Botanische naam  : Rosa 'Swan Lake'
    Nederlandse naam : Leiroos, grootbloemig
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   : doorbloeiend
    Grondsoort       : alle, humeus, lichte klei
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Groep            : leirozen
    Gebruik          : tuinen
    Hoogte           : 3.00-5.00 m
    Vorm             : leirozen
    Bloeikleur/vorm  : roze
    Bloeitijd        : juni, juli, augustus, september
    Blad             : bladverliezend
    Twijg/stam       : doorns/stekels

     Standplaats:
    Op zonnige ,doorlatende en voedselrijke gronden
    Ideaal is een plekje met avond-en ochtendzon,een plaats waar de warmte blijft hangen verdraagd deze roos niet

    Bloemen :
    Van juni tot augustus
    Het is een staande, nette plant met mooie, grote, welgevormde witte bloemen met lichtroze centra die worden uitgevoerd tijdens de zomer.
    De overvloedige bladeren zijn afgerond, donkergroen en ziekte resistent.

    Planten :
    Leirozen vragen een goede verzorging anders gaan de planten snel achteruit. Dat betekent voldoende voeding tussen maart en september.

    Gezonde leirozen maken elk jaar nieuwe scheuten vanuit de grond: dat zijn de beste bloeitakken voor het volgende seizoen.

    Eigenschappen:
    -Ongevoelig voor ziekten
    -Gemakkelijk te verzorgen
    -Geurend

    Snoeien :
    van begin januari tot begin april
    verwijder alleen dode en dwarsgroeiende takken

    Weetjes :

    Bij lange aanhoudende warmte en droogte kunnen bladluizen toeslaan.
    Bestrijden alsvolgt :
    Los 250 gram groene zeep op in 10 liter warm water en laat de oplossing afkoelen
    Daarna onverdund spuiten

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
    15-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Digitalis purpurea
     

    Digitalis purpurea


    Botanische naam  : Digitalis purpurea
    Nederlandse naam : Vingerhoedskruid
    Herkomst         : West-Europa
    Bijzonderheden   :
    Grondsoort       : alle, humeus
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : schaduw, half schaduw
    Groep            : 2 jarig
    Gebruik          : borders, solitair, verwildering, drachtplant, giftig
    Hoogte           : > 0.90 m
    Bloeikleur/vorm  : paars
    Bloeitijd        : juni, juli, augustus
    Blad             : groen

    Standplaats:
    Digitalis is een makkelijke plant om te houden als er maar een vochtig humeuze en het liefst halfschaduwrijke plaats is
    Een wilde plant die toch veel voorkomt in onze tuinen, omdat ze ook op moeilijke plaatsen nog wil groeien, diepe schaduw, tussen bomen en struiken maar wel niet te droog.

    Kenmerken:
    Naar beneden hangende vingerhoedachtige klokjes, aan een hoogopstaande stengel
    Vingerhoedskruid wordt 30-150 cm groot. De plant heeft eironde tot lancetvormige bladeren, die aan de onderzijde grijs behaard zijn. De stengel en bloemstelen zijn bezet met korte, zachte haren.

    Bloemen :
    Vingerhoedskruid bloeit van mei tot oktober met meestal donkerrood gevlekte bloemen. Er zijn drie kleuren: donkerrood (hardroze), lichtpaars en wit. Om de rode vlek zit een witte rand. De witbloeiende planten worden soms als aparte soort gezien. De bloemkroon is 4-5 cm lang. De hommels moeten in de bloemkroon kruipen om bij de nectar te kunnen komen. Soms wordt echter een gaatje in de bloemkroon gebeten om zo bij de nectar te kunnen komen. Een plant kan meer dan negentig bloemen hebben en duizenden zaadjes.

    Planten :
    De plant komt zeer verbreid in het gehele land voor in bossen, op gekapte plekken in het bos en op bewerkte, in de schaduwliggende grond. Of het om wilde of verwilderde tuinplanten gaat is eigenlijk niet vast te stellen.

    Gebruikte delen:
    De plant wordt gerekend tot de zogenaamde heksenkruiden, het wordt soms genoemd als ingrediënt voor heksenzalf.

    De geneeskrachtige eigenschappen zijn te danken aan de digitalisglycosiden in de bladeren gedurende het jaar van de bloei. Zij produceren het bekende digitaliscomplex: saponine, digitonine en kleurstoffen.

    De grens tussen geneeskrachtig en gevaarlijk is hier echter erg nauw. De symptomen beginnen meestal met maagdarmstoornissen en kunnen in heel ernstige en uitzonderlijke gevallen leiden tot een hartstilstand. Na direct contact met de plant kun je een huidirritatie oplopen.

    Werkzame bestanddelen:
    De plant bevat de glycosiden: digoxine, gitoxine en gitaline en is erg giftig. Digoxine wordt gewonnen uit de bladeren van tweejarige planten en wordt gebruikt bij behandeling van bepaalde hartritmestoornissen (atriumfibrilleren) en (steeds minder) bij de behandeling van hartfalen. Deze toepassing is voor het eerst beschreven door de Engelse arts William Withering (1741-1799) uit Birmingham, die waarnam dat een kruidenmengsel van een lokale kruidengenezeres ("old Mother Hutton" uit Shropshire) zeer effectief was bij ernstig oedeem van de benen. Hij ontdekte dat vingerhoedskruid het effectieve bestanddeel in het mengsel was en publiceerde deze bevinding in 1785 in zijn boek "An Account of the Foxglove and some of its Medical Uses". Hoewel hij het middel voor oedemen aanbeval en de werkingswijze hem niet bekend was, was hem wel opgevallen dat het de pols verlangzaamt

    Eigenschappen:
    Het eerste jaar wordt er een rozet gevormd en het tweede jaar verschijnen de bloemen. Daarna sterft de plant af.(=tweejarige plant)

    Vermeerderen :
    Ze zaait zich fel uit, tenzij men na de bloei de bloemstengel afknipt.

    Soorten :
    'Alba' 120cm, wit
    'Camelot Creme' 90cm, wit, binnenin rode vlekken
    'Camelot Rose' 90cm, rose, binnenin rode vlekken
    'Camelot Lavender' 90cm, zachtrose, binnenin rode vlekken
    'Snow Thimble' 120cm, zuiverwit

    Weetjes :

    Vingerhoedskruid (Digitalis purpurea), ook wel gewoon vingerhoedskruid genoemd, is een tweejarige plant die veel in siertuinen wordt gebruikt. De witbloemige variant Digitalis purpurea 'Alba' heeft op de Nederlandse Rode lijst van planten gestaan.


    tweejarige plant die zich makkelijk uitzaait. Alle delen van de plant zijn giftig


    Het blad kan door schimmelziekten als meeldauw en de bladvlekkenziekte lelijk worden. Giet daarom niet op het blad en de stengel. Verwijder aangetast blad.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (1 Stemmen)
    10-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dictamnus albus
     

    Dictamnus albus


    Botanische naam  : Dictamnus albus 'Albiflorus'
    Nederlandse naam : Vuurwerkplant
    Herkomst         : Midden- en zuid-Europa; Oost-Azië
    Bijzonderheden   : drachtplant, etherische olien
    Grondsoort       : alle, kalkrijk
    Vochtbehoefte    : droog
    Licht            : half schaduw, zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Gebruik          : groepen/vakken, solitair, borders, snijbloem, insecten
    Hoogte           : 0.60-0.80 m
    Bloeikleur/vorm  : geurend, wit/créme, tros
    Bloeitijd        : juni, juli
    Blad             : donkergroen

    Standplaats:
    een warme, zonnige standplaats en een kalkrijke, humeuze grond.

    Kenmerken:
    De plant wordt 40-80 cm hoog. Het fototoxische blad is onevengeveerd en heeft zeven tot elf eivormige, 5-8 cm lange, fijn getande deelblaadjes

    Bloemen :
    In mei - juli bloeit de plant met witte (Dictamnus albus 'Albiflorus') of donker paarsrode (Dictamnus albus 'Purpureus') bloemen. Na de bloei ontwikkelen zich zaden in markante zaaddozen

    pas na enkele jaren bloeit hij massaal met rode/roze of witte bloemen, daarvoor bloeit hij maar met een paar bloemen.

    De bloem ruikt naar een mengsel van vanille en citroen. De bloeiwijze is een tros

    Planten :
    Deze plant is zeer geschikt voor vrij open tuinen met slechts een enkele volwassen boom of heester. Verlangt een vrij zonnige plek met af en toe wat schaduw van bomen of heesters.

    De planten laten zicht moeilijk verplanten. Eenmaal ze in de groei zijn kan je ze beter met rust laten.

    Gebruikte delen:
    De plant bevat etherische olie welke onder meer bestaat uit bergapteen, fraxinellon, thymolmethylether, pineen, anethol, estragol, myrceen, limoneen, cineol en alkaloďden als skimmianine, fagraine en dictamine. Verder komt saponine, bitterstof, anthocyaan en flavonglycoside voor.

    Volgens de volksgeneeskunde zou de plant koortsverlagend en bacteriedodend zijn. Een tinctuur van de bloemen en bladeren werd tegen reuma gebruikt.

    De wortelbast zou goed werken tegen wormen en malaria.

    Werkzame bestanddelen:
    Tijdens de bloei produceert de plant zoveel etherische olie dat deze al op grote afstand geroken kan worden. Op extreem hete dagen vat de olie vlam door de brandglaswerking op de druppeltjes etherische olie. Als het ook nog windstil is kunnen blauwe vlammetjes gezien worden.

    Eigenschappen:
    -Geurend
    -Ongevoelig voor ziekten
    -Goede snijbloem
    Aan de vuurwerkplant (Dictamnus albus) of vroeger essenkruid genoemd werd door Dodonaeus en Tabernaemontaeus een geneeskrachtige werking toegeschreven. Zo zou het helpen tegen brandende ogen en een reinigende werking hebben op de huid.

    Vermeerderen :
    Door zaaien,de plant doet het ook wel zelf .
    Zaai het rijpe zaad direkt na het oogsten,het heeft licht en kou nodig om te kiemen.
    de jonge planten bloeien pas na 3 jaar
    Vermeerderen door delen is niet echt gemakkelijk

    Soorten :
    »Dictamnus albus 'Albiflorus'
    »Dictamnus albus 'Purpureus'
    »Dictamnus albus var. purpureus
    »Dictamnus fraxinella

    Dictamnus albus 'Albiflorus', wit met geel dooraderd / Hoogte: 80 cm / Bloeimaanden: 6-7

    Dictamnus albus (fraxinella), rood / Hoogte: 80 cm / Bloeimaanden: 6-7

    Verzorging :
    In het voorjaar;
    Zodra de eerste jonge scheuten verschijnen wat compost rond de voet van de planten door de grond werken
    De in het najaar in een zaaibed gezaaide planten op 15 cm onderlinge afstand uitdunnen
    Zomer ;
    Zorg voor een nieuwe mulchlaag
    Geef royaal water als er lage tijd geen regen gevallen is
    Jonge planten 90 cm van elkaar op de definitieve plaats planten
    Najaar ;
    Dit is de gunstige planttijd.
    Zaai rijp zaad in kistjes of direkt in de volle grond
    Bereid de grond goed voor,hark deze glad en zaai maximaal 1 cm diep in gleuven
    Geefdaarna voorzichtig water

    Weetjes :

    De naam 'vuurwerkplant' heeft de plant te danken aan de vrijkomende vluchtige olie, die door alle delen van de plant wordt uitgescheiden. De tweede naam albus is ontleend aan de witte wortels en witachtige bloemkleur.

    Het aanraken van het blad kan huidirritatie veroorzaken die erger wordt door zonlicht.

    De bloemen ruiken net als de geveerde bladeren sterk naar citroen maar je kunt de plant beter niet aanraken, zeker niet als het zonnig is. De plant is net als de reuzenberenklauw fototoxisch. Dat wil zeggen dat je huid na aanraking van de plant onder invloed van last kan ondervinden van lichte irritatie zoals jeuk, een rode huid, schilfering of zelfs brandwonden!

    De plant wordt ook wel vuurwerkplant genoemd, omdat je 's avonds op een zeer zonnige en windluwe dag een vuurwerk van blauwe vlammetjes kunt creëren door de etherische oliën die de plant uitscheidt aan te steken.

    Hieronder de link naar een filmpje waar je kunt in zien waarom deze plant "vuurwerkplant" word genoemd

    http://youtu.be/c8yDWkwu5aI

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (4 Stemmen)
    09-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pelargonium
     

    Pelargonium


    Latijnse naam    : Pelargonium
    Nederlandse naam : Geranium
    Familie          : Geraniaceae
    Bloeikleur       : rood, roze, wit, roodpaars, meerkleurig
    Bloeimaand       : mei, juni, juli, augustus, september, oktober
    Bladkleur        : Groen, Bont / gestreept
    Hoogte           : 20 - 30 cm
    Wintergroen      : Bladverliezend
    Winterhardheid   : Niet winterhard
    Standplaats      : Zon
    Soort gewas      : Eenjarige plant
    Speciale kenm    : Bijen aantrekken

    Standplaats:
    Staat graag in de zon en mag dan begoten worden als de grond bijna droog is, eens overslagen bij bewolkt weer.
    Teveel water geeft geel blad, en teveel mest weinig bloemen dus ook hiermee niet overdrijven

    Kenmerken:
    Zeer geschikt voor de siertuin. Heeft opvallend blad, bloeiwijze, of vorm en laat zich eenvoudig combineren. Deze eenjarige plant verlangt een zonnige plek en goed doorlatende, voedselrijke grond. Is zeer geschikt om te combineren met de 'basisplanten'. Ook bruikbaar in potten en bloembakken. Deze plant wordt meestal als kuipplant toegepast. U kunt haar redelijk overhouden door haar koel, maar vorstvrij te laten overwinteren.

    Bloemen :
    Pelargoniums bestaan in wit, roze, rood, bordeaux, zalm en meerkleurige.
    Ook mini-Pelargoniums met heel kleine schattige bloempjes
    Regelmatig de verwelkte bloemen en lelijke bladeren uitknippen zorgt voor meer bloei.
    De bloemen kunnen verscheidene kleuren hebben en bestaan uit 5 bloembladeren (waarvan er 2 bovenaan staan en 3 onderaan). Dit met uitzondering van de spec. soort die 2 zijdige symetrische bloemen heeft.

    Planten :
    voorzie een goeie kompost en drainage in de plantbak. Gebruik eventueel potscherven of kleikorrels als onderlaag. Geef regelmatig vloeibare meststoffen, daar de plant het hele jaar doorgroeit. Watergiften kunnen beter met mate maar regelmatig gegeven worden
    Na de ijsheiligen kunnen we meestal met een gerust hart onze planten terug buiten zetten.

    Gebruikte delen:
    uit enkele soorten wordt een stof geëxtraheerd die het immuunstelsel zou versterken. Sommige planten zouden
    tevens antiseptische werkingen hebben alsook schimmelwerend zijn. Alsook etherische olie wordt teruggewonnen uit de Pelargonium graveolens (= sterk ruikend) voor zijn rozengeur en uit de Pelargonium Bourbon verkrijgt men de fijnste etherische olie.


    Eigenschappen:
    Pelargonium is een éénjarige die in de volksmond ook geranium genoemd wordt, niet te vergelijken met de vaste Geranium die dan weer in het nederlands ooievaarsbek genoemd wordt

    Vermeerderen :
    De vruchten: na de bloei vormt zich per bloem 1 zaadje per zaaddoos, die na verdroging openspringt en zorgt voor de nakomeling.

    kan perfect door stekken te nemen in stekzand of door ze in water te zetten voor beworteling. Laat maximaal per stek 2 blaadjes staan en zorg dat je steel (voor stek) minimaal 15 cm is. We snijden de steel schuin aan en steken hem ook schuin de grond in,

    De beste stekperiode is vlak na de zomerperiode. Controleer of de planten niet besmet zijn met schimmels of andere belagers. Voorzie verder een goede belichting en warmte. Zaaien kan ook het ganse jaar door.

    Soorten :

    --Pelargonium zonale-hybriden, die bijna ronde bladeren hebben. Tot deze groep behoren de meeste rechtopgroeiende soorten..

    --Pelargonium peltatum-hybriden, in tegenstelling tot de Zonale-hybriden met gladde, wasachtige bladeren en (half)hangende stengels

    --Franse pelargoniums, die als kamerplant worden gehouden, stammen overwegend van P. cucullatum en P. grandiflorum af.

    --Unique-pelargonium

    --Angel-pelargonium

    --Geurpelargonium, bijvoorbeeld P. odoratissimum, die voor een deel van kweek afkomstig is. Er zijn echter ook wilde soorten in cultuur zoals Pelargonium graveolens, de citroenpelargonium of rozenpelargonium. In (sub)tropische gebieden worden enkele soorten op grote schaal verbouwd voor de productie van etherische oliën.

    Pelargoniums die bekend staan om hun welriekendheid zijn Pelagonium graveolens (citroengeranium) en Pelagonium odier. Het gaat hier om bladpelargoniums, die weliswaar bloeien, maar minder spectaculair dan hun Franse collega´s. De geur varieert van fris (citroen) tot zoet (´zuurtjes´). Als het blad wordt aangeraakt, verspreidt hun geur zich in de hele huiskamer. De citroengeranium wordt om die reden ook wel ingezet om muggen te verdrijven

    Weetjes :

    De Citroenpelargonium zou de muggen verdrijven of alvast op afstand te houden, van zodra je over de bladeren gaat wrijven. (citroenolie).

    Pelargonium (afgeleid van pelargos = ooievaarsbek), dat in de omgangstaal "geranium" wordt genoemd, is een geslacht uit de familie Geraniaceae. Tot dit geslacht behoren 220 tot 280 soorten, waarvan de meeste soorten oorspronkelijk in Namibië en Zuid-Afrika voorkomen. Er komen ook soorten voor in tropisch Afrika, Voor-Azië, Australië en op sommige eilanden in de Indische Oceaan.

    De artsen uit het oude Griekenland merkten de gelijkenis op tussen de zaden van deze geneeskrachtige planten, en de bek van de kraanvogel en noemen hem Gerarion. In 1632 brengt een koopman uit Venetië kleine plantjes mee uit Kaap de Goede Hoop die onmiddelijk bij het publiek in de smaak vallen.

    Deze soort is vervolgens terechtgekomen in de plantentuin van de Universiteit van Padua waar ze werd bestudeerd, deze was waarschijnlijk de Pelargonium triste, de stamvader van de Pelargonium.

    Ziekten:
    Bladluizen zijn vaak aanwezig op de Pelargonium. Deze bladluizen richten voornamelijk zuigschade aan. Door de zuigschade ontstaan er op de bladeren gele plekken. Ze brengen virussen over. De bladluizen scheiden honingdauw af. Deze ligt als een glimmende massa op de bladeren die dan kleverig aanvoelen. Hierop ontwikkelen zich zwarschimmels en de plant krijgt een vies grauwzwart uiterlijk.

    Bij droog weer en warm weer is de spint aanwezig op de Pelargonium. De spint zuigt het plantensap op om zich te voeden. Hierdoor verkleuren de plantencellen geel, wat gele puntjes veroorzaakt op het blad. Zo heeft de Pelargonium minder bladgroen ter beschikking van de groei.

    Er zijn nog verschillende oorzaken waardoor de Pelargoniums ziek kunnen worden: rupsen, witte vlieg, bacterien, virussen, ... .


    Pelargonium stekken

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (4 Stemmen)
    05-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ledum groenlandicum
     

    Ledum groenlandicum


    Botanische naam  : Ledum groenlandicum
    Nederlandse naam : Moeraspalm, Moerasrozemarijn
    Herkomst         : Oostelijk Noor-Amerika, Groenland
    Bijzonderheden   :
    Grondsoort       : humeus, kalkarm
    Vochtbehoefte    : normaal, nat
    Licht : half schaduw
    Groep            : (sier)heesters
    Gebruik          : solitair, heidetuinen
    Hoogte           : 0.50-1.00 m
    Vorm             : opgaand
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme
    Bloeitijd        : mei, juni
    Blad             : wintergroen

    Standplaats:
    heeft een vochtige plek nodig en groeit in de schaduw, zon of halfschaduw. Vorstbestendig tot -15°C.

    Kenmerken:
    De struik (1,5 – 1,5 meter) is groenblijvend en groeit overvloedig in Canada en Scandinavië, vooral op veengronden en in moerassige gronden, samen met de Picea marina en de Picea glauca. Heeft het vermogen om te regeneren vanuit de rhizome, na bijvoorbeeld vuur.

    Bloemen :
    Bloeit eind mei tot begin juni en de vruchten worden rijp van eind augustus tot de late herfst. De geurige kleine witte bloemen zijn hermafrodiet (hebben mannelijke en vrouwelijke organen) en worden bestoven door bijen.

    Planten :
    Zeer geschikt voor tuinen en openbaar groen met een hoge grondwaterstand of aan de waterkant. Wenst een vochtige tot natte, zure, voedselarme veengrond en een plekje in de zon of halfschaduw. Bij voorkeur niet in de volle middagzon. Deze plant is goed te combineren met planten voor een 'open plaats'.

    Gebruikte delen:
    De bladeren geven een apart aroma af en worden gebruikt als infusie of om bier te aromatiseren. In Scandinavië gebruikt ter vervanging van hop.

    Werkzame bestanddelen:
    De bladeren zijn analgetisch, bloedzuiverend, diaphoretisch, diuretisch, tonisch. De thee werd gedronken tegen hoofdpijn, astma, verkoudheid, maagklachten, nierproblemen, enz. Uitwendig gebruikt bij verbrandingen, zweren, jeuk, roos, insectensteken/-beten, huidproblemen.

    Eigenschappen:
    Hij draagt veel harige takken. De bladeren zijn leerachtig, donkergroen bovenop, aan de onderkant roodachtig met dichte wollige haren. De schors is grijs tot roodbruin.

    Vermeerderen :
    Vermeerdering door zaad en vegetatief.

    Weetjes :

    In de volksgeneeskunde gebruikt voor alle huidproblemen, de thee zou de zenuwen en de maag stimuleren. Stond in de oude tijden bekend als een alleskunner. Van de thee werd een siroop gemaakt tegen hoest , heesheid en keelpijn. De thee is rijk aan vitamine C.

    De bladeren zijn kruidig en worden gebruikt als smaakmaker en voor de bereiding van thee. De Indianen gebruikten de thee tegen verschillende kwalen.

    De nederlandse naam is Moerasrozemarijn, familie van de Ericaceae. De bloemkleur is wit en de bloeitijd is van ca. mei tot en met juni. De bladeren zijn donkergroen. De volwassen hoogte van deze kleine heester is ca. 100 cm. Verdraagt een temperatuur tot -50 gr. C. en blijft de gehele winter groen. Heeft een opvallende bloeiwijze. Is matig verkrijgbaar

    Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, ‘Ledum’, komt van het Griekse woord ‘ledon’ en dat is het woord waarmee die Grieken de cisteroos aanduidden. De cisterozen zijn een groep bloemen uit een plantengeslacht van de zonneroosjesfamilie, een familie van wat kruidachtige planten en kleine struikjes die in het wild groeien in het Middellandse Zeegebied. Maar da’s niet het einde van het verhaal: ‘ledus’ betekent ook ‘wolvet’. Griekse herders stuurden hun schapen bosjes in waar de cisterozen groeiden. Die rozen scheidden een vet af en dat bleef aan de vacht kleven. Dat vet werd door de herders verkocht. Het tweede deel, ‘palustre’ betekent ‘moeras’ in het Latijn.

    Ledum wordt gebruikt bij wonden die weinig bloeden gevolgd door pijn, opzwellen en een koud gevoel, waarbij koude compressen verbeteren. De wond voelt ook koud aan.

    Ook gebruikt bij wonden veroorzaakt door puntige voorwerpen en bij kneuzingen en verstuikingen die niet reageren op Arnica, flink blauw zijn, koud aanvoelen en verbeteren door koude compressen.

    Ledum wordt ook gebruikt om tetanus te voorkomen. Een blauw oog ten gevolge van sneeuwballen of burenruzies geneest vaak sneller met Ledum dan met Arnica. Als de ogen zelf pijn doen, dan is Symphytum het juiste middel.

    Ledum helpt ook bij reumatische ontstekingen van de gewrichten zonder koorts en bij een stijve rug na lang in één houding zitten. Koude compressen op de pijnlijke plek verlichten de pijn, hoewel de aangedane plek koud aanvoelt.

    Vermindert de jeuk en zwelling bij insectensteken (bijen- en wespensteken) en muggenbeten.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    02-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Lantana camara
     

    Lantana camara


    Botanische naam  : Lantana camara
    Nederlandse naam : Verkleurbloem
    Herkomst         : India,Amerika
    Bijzonderheden   : ook als stamboompje
    Vochtbehoefte    : matig/spaarzaam
    Licht            : zon
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme, geel, rood/bruin, roze, lila
    Blad             : wintergroen
    Vermeerdering    : stekken
    Voedingsbehoeft  : om de week
    Overwintering    : temperatuur 4- 8 ř, temperatuur 8-12 ř, donker

    Standplaats:
    Zon, Halfschaduw. Lantana doet het zeer goed op een warme, windluwe en zonnige standplaats.
    Plant de struik in een voedzame, goed doorlatende potgrond. In de zomer de struik buiten in de tuin of op het balkon een plaats in de volle zon geven.

    Kenmerken:
    Een exotisch ogende kuipplant die zeer geliefd is bij de vlinders die de bloemen massaal bezoeken. De uit India afkomstige Lantana is een warmteminnende en vorstgevoelige plant. Aan de struik komen diepgroene bladeren die in tegenover elkaar staande paren staan. De Nederlandse naam verkleurbloem heeft de plant te danken aan de kleurverschillen die ontstaan bij het verbloeien van de prachtige bloemschermen. Hierbij verkleuren de bloemen van binnen naar buiten toe

    Bloemen :
    Bloemen staan in schermen en verbloeien van binnen naar buiten. Na de bloei kunnen zich braamachtige vruchten vormen.
    Lantana wordt bij ons wisselbloem of bourbontje genoemd.
    De bloemen groeien in 3-5 cm brede, meerkleurige bloemhoofdjes. De buitenste bloemen zijn roze, oranje of rood. Ze hebben een tot 2 cm lange kroonbuis en een 0,8-1 cm brede zoom van vijf ongelijke kroonslippen. De middelste bloemen zijn meestal geel, kleiner en regelmatiger van vorm. De vruchten zijn bolvormige, zwarte, 5-7 mm grote steenvruchten

    Planten :
    Geef deze kuipplant die in de volle zon staat voldoende water zodat de potkluit niet uit kan drogen. Doe in de potgrond wat waterkristallen zodat de er een grotere waterbuffer voorzien is. Zorg wel voor afwateringsgaten zodat het overtollige water uit de pot kan weg vloeien. Doe wekelijks in het gietwater wat vloeibare mest of steek in de kuip aan het begin van het groeiseizoen een gecoate meststofpil die meerdere maanden mest afgeeft bij het gieten.

    Eigenschappen:
    De wisselbloem (Lantana camara) is een plant uit de ijzerhardfamilie (Verbenaceae). Het is een weinig verhoutte, tot 3 m hoge halfheester die op sommige plekken met kromme stekels is bezet. De twijgen zijn vierkantig. De tegenoverstaande, iets gerimpelde bladeren zijn eivormig, gezaagd, ruwharig en 4-10 cm lang. Bij kneuzing ruiken de bladeren onaangenaam.

    Vermeerderen :

    stekken:
    in het voorjaar jonge scheuten van ongeveer 7 cm lang nemen en bij 15 a 20°C laten inwortelen in zaai- en stekgrond

    zaaien:
    in februari kun je zaden bij een temperatuur van 15 a 20°C zaaien. De zaden uit de gevormde bessen zijn goed kiemkrachtig.

    Met de afgeknipte scheuten kan worden gestekt. Zet ze in potjes met zanderige grond, waarin ze snel wortels zullen vormen. Als de stekken flink beworteld zijn, kunnen ze opnieuw worden opgepot. De jonge planten kunnen begin juni buiten worden uitplant. Lantana zaaien kan in januari - februari in een kamerkasje bij een temperatuur van 20 °C. Een nadeel van zaaien is, dat het kiempercentage nogal laag is.

    Snoeien :
    Lange takken die uit het model van de struik groeien mag je gerust weg snoeien, zodat de vorm kan worden behouden. Je kunt de planten ook snoeien als ze voor jouw smaak of veranda, serre te groot geworden zijn. De dikste takken mag je dan tot de helft terug snoeien. Doe dit bij voorkeur in het vroege voorjaar als je de nieuwe bladknopjes ziet verschijnen

    Soorten :

    Lantana camara 'Chelsea' oranje/rood

    Lantana camara 'Snowflake' wit

    Lantana camara 'Drap d'Or' geel

    Lantana camara 'Radiation' Oranje/roze

    Weetjes :

    Overwinteren van Lantana's:
    Deze kuipplanten zullen probleemloos binnen in huis koel overwinteren bij ongeveer 7°C. Geef matig water zodat de potkluit niet kan uitdrogen. Aanvankelijk blijven de bladeren nog aan de planten, maar vanaf januari beginnen ze massaal af te vallen en lijkt het erop dat de Lantana's afsterven. Een plant met weinig of geen bladeren verdampt in deze rustperiode zo goed als geen water meer en het is dan ook aangewezen zeer weinig water te geven. Vanaf maart mag je de kale Lantana wat warmer plaatsen en je zal spoedig nieuwe bladknoppen zien verschijnen. Vanaf het moment dat alle vorstgevaar is geweken mogen deze kuipplanten naar buiten het terras of balkon op. Je kunt ze ook met kuip en al in de plantenborder inplanten. In het voorjaar kun je de planten regelmatig toppen om een sterk vertakte en compacte struik te bekomen. De getopte scheuten kun je ineens gebruiken als kruidachtige stek.

    De stengels staan vol met kleine brandhaartjes die bij aanraking met de huid voor op een zonnige dag brandwonden kunnen veroorzaken vergelijkbaar met reuzenberenklauw.

    De wisselbloem trekt veel vlinders aan, maar is voor andere dieren te giftig. De plant is op veel plaatsen als sierplant ingevoerd. De plant vormt na verwildering een agressief onkruid, die alleen met de natuurlijke plaaginsecten is te bestrijden.

    Verzorging
    Tijdens de bloei moet de plant regelmatig water krijgen.
    De grond mag nooit droog worden.
    Gebruik potten die voorzien zijn van een drainagegat.
    Bedek de bodem met een laagje hydrokorrel.
    De wortelkluit goed vochtig houden en niet laten uitdrogen.
    In de winter kan de plant redelijk droog worden gehouden

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (4 Stemmen)

    Vaste planten
    Aconitum 
    Acanthus
    Achillea Millefolium
    Adonis amurensis  
    Ajuga Reptans 
    Alchemilla Mollis
    Anaphalis triplnervis
    Anemone Hupehensis
    Arum italicum
    Aster Alpinus
    Astilbe Arendsii
    Ballota
    Baptisia
    Bergenia Cordifolia
    Calluna
    Campanula Persicifolia
    Cerastium tomentosum
    Dictamnus albus
    Doronicum
    Echinacea
    Echinops Banaticus
    Euphorbia Characias
    Fargesia
    Gaillardia
    Geranium
    Geranium Sylvaticum
    Gypsophila
    Helleboris niger
    Hemerocallis
    Hepatica transsylvanica
    Heuchera 
    Hosta undulata
    Hypericum
    Iberis sempervivum
    Inula magnifica
    Iris Ambassadeur
    Iris Sibirica
    Kalimeris incisa
    Lamium Maculatum
    Lavandula A.Hidcote
    Lavandula Stoechas
    Liriope muscari  
    Lychnis chalcedonica
    Lysimachia Punctata
    Oenothera macrocarpa
    Omphalodes Verna
    Onoclea sensibilis
    Pachysandra 
    Persicaria
    Phlox Subulata
    Physostegia virginiana
    Phytolacca
    Potentilla Atrosanguinea
    Primula 
    Pulmonaria
    Pulsatilla vulgaris
    Rudbeckia
    Ranunculus ficaria
    Salvia Nemorosa
    Saxifraga 
    Scabiosa
    Sedum Str.& Cr
    Smilacina racemosa
    Solidago GD
    Stokesia 
    Tarella Cordifolia
    Veronica longifolia
    Vinca minor en major  
    Waldsteinia ternata
    Yucca Filamentosa


    Heesters
    Aucuba
    Andromeda
    Aralia elata
    Berberis
    Buxus sempervirens
    Buxus-ziekten
    Callicarpa
    Camelia

    Caryopteris C.HB
    Ceanothus
    Chaenomeles
    Choisya
    Clerodendrum trichotomum
    Clethra alnifolia
    Cornus alba "elegantissima'
    Corokia Cotoneaster
    Cotoneaster
    Daphne pontica
    Deutzia gracilis
    Exochorda racemosa
    Elaeagnus ebbingei
    Euonymus alatus
    Euonymus fortunei
    Forsythia Intermedia
    Hamamelis Mollis
    Hebe "Autumn Glory"
    Hebe buxifolia
    Hydrangea Annabelle
    Hydrangea Arborescens "Grandiflora"
    Ilex-Hulst
    Hydrangea paniculata
    Jasminum Nudiflorum
    Kalmia
    Kerria japonica
    Lavatera Rosea
    Ledum groenlandicum
    Ligustrum ovalifolium 'Argenteum'
    Lonicera Nitida
    Mahonia aquifolium
    Paeonia suffruticosa
    Pernettya mucronata
    Philadelphus
    Pieris japonica
    Polygala
    Pyracantha
    Prunus Lusitanica
    Prunus triloba
    Rhododendron "Apple Blossom"
    Rhododendron
    'chr.ch'
    Sarcococca
    Skimmia Japonica
    Spiraea Japonica
    Syringa Vulgaris
    Viburnum Davidii
    Viburnum Opulus
    Viburnum plicatum "mariesii"
    Weigela

    Grassen
    Calamagrostis
    Carex Elata
    Cortaderia selloana
    Deschampsia
    Imperata Red Baron
    Lampepoetser
    Miscanthus Sinensis
    Molinia caerulea

    Bolgewassen :
    Allium Giganteum
    Begonia x T
    Begonia sutherlandii
    Blauw druifje
    Camassia
    Colchicum autumnale
    Colchicum speciosum
    Crocus cancellatus
    Crocosmia
    Dahlia
    Eucomis autumnalis
    Fritillaria bucharica
    Fritillaria imperialis
    Galanthus
    Lilium "Mona Lisa"
    Lilium Pumilum
    Montbretia-Crocosmia
    Puschkinia  
    Sandersonia aurantiaca
    Sierui 

    Een en tweejarigen 
    Adonis aestivalis 
    Ageratum Houstonianum  
    Alcea Rosea
    Cobaea scandens
    Digitalis purpurea
    Dorotheantus
    Heracleum mantegazzianum
    Impatiens balsamina
    Ipomoea Tricolor
    Jasione
    Lagurus ovatus
    Limonium latifolium
    Myosotis sylvatica
    Nicotiana alata 
    Pelargonium
    Platycodon
    Portulaca
    Salpiglossis


    Kamerplanten  
    Abutilon
    Achimenes
    Aërides
    Aeschynanthus
    Anigozanthos

    Bougainvillea
    Browallia
    Cactussen
    Calceolaria hybr
    Callicia
    Calistémon
    Croton
    Ctenanthe
    Dieffenbachia
    Dipteracanthus
    Episcia
    Euphorbia Pulcherrima
    Exacum
    Fittonia
    Gloriosa
    Graptopetalum
    Jatropha
    Kalanchoe beharensis
    Kalanchoe blossfeldiana
    Mandevilla of Dipladenia
    Pilea microphylla
    Polystichum
    Raphis
    Rhipsalidopsis
    Sanseveria
    Schefflera
    Senecio Kleinia  
    Senecio rowleyanus
    Stapelia hirsuta
    Vriesea Astrid
    Zantedeschia of Calla lily

    Bomen :  
    Acer Campestre
    Laburnocytisus adamii 
    Laburnum watererii 'Vossii'
    Magnolia kobus
    Malus "Radiant"
    Malus "Toringo"
    Platanus acerifolia
    Ptelea trifoliata
    Pterostyrax hispida
    Prunus cerasifera'nigra'
    Prunus gondouinii
    Prunus serrulata
    Prunus subhirtella
    Robinia pseudoacacia 'Frisia'
    Salix Babylonica
    Salix integra
    Taxus baccata

    Kruiden :
    Achillea ptarmica
    Agrimonia eupatoria
    Artemisia
    Lysimachia vulgaris
    Melilotus Alba
    Pseudofumaria lutea
    Senecio jacoaea

    Klimplanten : 
    Aristolochia durior
    Clematis Armandii
    Clematis "Madame Baron V"
    Clematis vitalba  
    Fallopia aubertii
    Gelsemium
    Hedera helix
    Lonicera caprifolium
    Passiflora caerulea
    Periploca graeca
    Wisteria

    Kuipplanten
    Abelia
    Aeonium arboreum 
    Agapanthus
    Brugmansia
    Caesalpinia
    Camellia sinensis
    Dracaena
    Erythina
    Eucalyptus niphophila 
    Fuchsia's
    Hedychium gardnerianum
    Hibiscus rosa-sinensis
    Lantana camara
    Lapageria rosea
    Laurus Nobilis
    Nerium oleander
    Pittosporum tobira
    Pleione formosana
    Plumbago auriculata
    Punica granatum
    Solanum Thurino

    Waterplanten
    Acorus calamus
    Aponogeton
    Nymphaea 'Alba'  
    Persicaria amphibium
    Pontederia Cordata
    Ranunculus Lingua

    Rozen :
    Rosa "Anneke Doorenbos"  
    Rosa "Alain"
    Rosa "Albertine"
    Rosa "Allgold" 
    Rosa "Allotria"
    Rosa "Altissimo"
    Rosa 'Admired Miranda'
    Rosa "Ausblush"
    Rosa "Ausbord"
    Rosa "Ausbuff"
    Rosa 'Auscot'
    Rosa 'Auslight'
    Rosa 'Auslo'
    Rosa "Frau Astrid"
    Rosa "Korliluc"
    Rosa 'Meitoifar'
    Rosa regusa   
    Rosa "Swan Lake"

    Rotsplanten
    Geranium cinereum 'Ballerina'
    Dryas octopetala
    Sempervivum arachnoideum
    Sisyrinchium californium


    Groenten :

    Paprika


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op http://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!