JP's Plantengids
Inhoud blog
  • http://plantengids2.blogspot.be/
  • Ixiolirion tataricum
  • Plumeria
  • Phuopsis stylosa
  • Lagerstroemia
  • Hypocyrta
  • Allium aflatunense
  • Cosmos bipinnatus
  • Convallaria majalis
  • Scilla siberica

    Zoeken in blog





    Mijn favorieten
  • bloggen.be
  • opaweetjes
  • fotoalbum
  • wandelroutes
  • fietsroutes
  • GPS-routes
  • koopjesblog

    Fruit
    Actinidia Deliciosa
    Cydonia oblonga
    Ribes rubrum

    Dropbox

    Druk op onderstaande knop om je bestand naar mij te verzenden.


    E-mail mij

    Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Archief per jaar
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007

    Vraag & antwoord
    *Het plantenseizoen
    *Luister naar je planten
    *Cissus is zeer gevoelig
    *Cyclamen problemen
    *Uitgebloeide bloembollen
    *Amaryllisbol niet weggooien
    *Blauwe regen met kuren
    * Pioenlegende
    *Roetdauw bij Rozen
    *Planten overwinteren

    JanuariTips
    Januaritips
    Geraniums zaaien

    Februaritips :
    Februaritips

    Maarttips :
    Maarttips

    Apriltips :
    April siertuin

    Meitips :
    Mei-siertuin

    Juni Tips
    Juni Tips

    Tips Juli
    TuinTips Juli

    Augustus Tips
    Tips Augustus

    NovemberTips
    November doe kalender

    DecemberTips
    Tuintips december

    Archief per jaar
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007

    Inhoud blog
  • http://plantengids2.blogspot.be/
  • Ixiolirion tataricum
  • Plumeria
  • Phuopsis stylosa
  • Lagerstroemia
  • Hypocyrta
  • Allium aflatunense
  • Cosmos bipinnatus
  • Convallaria majalis
  • Scilla siberica
  • Crambe
  • Kamerplanten lusten geen leidingwater
  • HET PLANTENSEIZOEN
  • Carissa
  • Symphytum officinale
  • Howeia
  • Exacum
  • Rosa 'Dortmund'
  • Selaginella
  • Acaena magellanica
  • Eupatorium purpureum
  • Paeonia lutea
  • Schizostylis coccinea
  • Chrysanthemum
  • Helianthus salicifolia
  • Planten overwinteren
  • Morus alba
  • Osmanthus burkwoodii
  • Lemna trisulca
  • Harpagophytum procumbens
  • Hippophae rhamnoides
  • Astilbe 'Fanal'
  • ILEX - HULST
  • Hydrangea - Annabelle
  • Cattleya
  • Allium Savitum
  • Crassula
  • Prunella grand. 'Loveliness'
  • Potentilla fruticosa 'Abbotswood'
  • Rosa 'Baron Girod de L'Ain'
  • Helianthemum 'Wisley Pink'
  • Abelia schumannii
  • Centaurea montana
  • Enkianthus campanulatus
  • Ipheion uniflorum
  • Iberis umbellata
  • Sedum acre
  • Tropaeolum majus
  • Viburnum plicatum 'Mariesii'
  • Prunus serrulata
  • Pleione formosana
  • Eucomis autumnalis
  • Hibiscus rosa-sinensis
  • Roetdauw bij Rozen
  • Persicaria amphibia
  • Ctenanthe
  • Cactussen
  • Paprika
  • Abutilon megapotamicum
  • Polystichum
  • Camellia sinensis
  • Gypsophila
  • Fuchsia's
  • Pulsatilla vulgaris
  • Pioenlegende
  • Deutzia gracilis
  • Rosa 'Auslo'
  • Dieffenbáchia
  • Nerium oleander
  • Pilea microphylla
  • Senecio rowleyanus
  • Raphis
  • Callistémon
  • Puschkinia scilloides
  • Graptopetalum
  • Cyclamen problemen
  • Callisia
  • Kalanchoe beharensis
  • Passiflora caerulea
  • Blauweregen met kuren
  • amaryllisbol
  • Solanum Thurino
  • Robinia pseudoacacia 'Frisia'
  • Fittonia
  • Aërides
  • Ligustrum ovalifolium 'Argenteum'
  • Laburnum watererii 'Vossii'
  • Hosta undulata
  • Rosa 'Auslight'
  • Heracleum mantegazzianum
  • Plumbago auriculata
  • Paeonia suffruticosa
  • Rosa 'Auscot'
  • Aeonium arboreum
  • Senecio jacobaea
  • Abies koreana
  • Prunus subhirtella
  • Lobelia erinus
  • Fallopia aubertii
  • Calceolaria Hybride
  • Rosa 'Ausbuff'
  • Sempervivum arachnoideum
  • Sisyrinchium californicum
  • Hydrangea paniculata
  • Buxus-ziekten
  • Dryas octopetala
  • Geranium cinereum 'Ballerina'
  • Fritillaria Bucharica
  • Caesalpina giliesii
  • Cydonia oblonga
  • Malus toringo
  • Rosa 'Ausbord'
  • Lychnis chalcedonica
  • Veronica longifolia
  • Tuintips voor Augustus
  • Liatris spicata
  • Lonicera caprifolium
  • Clerodendrum trichotomum
  • Pterostyrax hispida
  • Laburnocytisus adamii
  • TUINTIPS IN JULI
  • Prunus gondouinii
  • Agrimonia eupatoria
  • Lilium `Mona Lisa'
  • Dorotheanthus
  • Ptelea trifoliata
  • Tuintips in Juni
  • Rosa 'Korliluc'
  • Cornus alba 'Elegantissima'
  • Impatiens balsamina
  • Sandersonia aurantiaca
  • Waldsteinia ternata
  • Prunus lusitanica
  • Oenothera macrocarpa
  • Corokia cotoneaster
  • Clematis 'Madame Baron Veillard'
  • Rhododendron 'Apple Blossom'
  • Platanus acerifolia
  • Kalimeris incisa
  • Mandevilla of Dipladenia
  • Myosotis sylvatica
  • Fritillaria imperialis
  • Rosa 'Swan Lake'
  • Digitalis purpurea
  • Dictamnus albus
  • Pelargonium
  • Ledum groenlandicum
  • Lantana camara
  • Elaeagnus ebbingei
  • Ceanothus
  • Magnolia kobus
  • Taxus baccata
  • Kerria japonica
  • Euonymus alatus
  • Buxus sempervirens
  • Salix integra
  • Pieris japonica
  • Rosa 'Ausblush'
  • Exochorda racemosa
  • Pittosporum tobira
  • Prunus triloba
  • Limonium latifolium
  • Lagurus ovatus
  • Crocus cancellatus
  • Ranunculus ficaria
  • Geranium
  • Maarttips
  • Smilacina racemosa
  • Pernettya mucronata
  • Melilotus alba
  • Malus 'Radiant'
  • Lilium pumilum
  • Rosa 'Frau Astrid '
  • Periploca graeca
  • Pseudofumaria lutea
  • Salix babylonica
  • Kalender Februari
  • Rhipsalidopsis
  • Dracaena
  • Galanthus
  • Begonia sutherlandii
  • luister naar je planten
  • Rosa 'Meitoifar'
  • JANUARI – TIPS
  • Phytolacca
  • Omphalodes verna
  • Eucalyptus niphophila
  • Ranunculus lingua
  • Rosa 'American Pillar'
  • Centranthus ruber
  • Geranium sylvaticum
  • Rosa 'Admired Miranda'
  • Tuintips december
  • Acorus calamus
  • Aeonium arboreum
  • Aristolochia durior
  • Actinidia deliciosa
  • Achillea ptarmica
  • Acer campestre
  • Stapelia hirsuta

    OM HET ZOEKEN IN DEZE PLANTENDATABASE MAKKELIJK TE MAKEN DRUK CTRL-F EN VUL IN HET KADERKE HET GEWENSTE WOORD IN BV."HULST" EN ALLE VERWANTE TEKSTEN MET HET WOORD "HULST" IN VERSCHIJNEN. WEL BLIJVEN KLIKKEN TOT U HET GEWENSTE ARTIKEL GEVONDEN HEBT ------------------------------ HOE MEER REAKTIES ER KOMEN HOE MEER DE SITE WORD UITGEBREID
    24-12-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.http://plantengids2.blogspot.be/

    HET VERVOLG VAN DEZE SITE

    KAN JE VINDEN OP

    plantengids2.blogspot.be/



    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (33 Stemmen)
    17-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ixiolirion tataricum



    Ixiolirion tataricum


    Botanische naam   : Ixiolirion tataricum                 
    Nederlandse naam  : Bergamaryllis                                     
    Herkomst          : Centraal-Azie, Kaukasus              
    Bijzonderheden    : tussen bodembedekkers, kromme steel  
    Grondsoort        : alle, humeus
    Vochtbehoefte     : normaal
    Licht             : zon
    Wind              : gevoelig
    Groep             : bol
    Gebruik           : verwildering, snijbloem
    Hoogte            : 0.30-0.60 m
    Bloeikleur/vorm   : geurend, blauw
    Bloeitijd         : juni
    Plantdiepte       : 0.05-0.10 m

    Standplaats:
    Ixiolirion is een mooie plant voor in de rotstuin. Hij houdt van zon en warmte en een doorlatende, zandige grond. Men plant de bollen in de herfst op een diepte van 10-15 cm, het liefst in kleine groepen. De bollen moet men tegen vorst beschermen met een 10 cm dikke bladlaag. Bij een zware grond of bij zeer natte zomers moet men de bollen na het verwelken van de bladeren uitgraven en tot de herfst op een droge plaats bewaren.

    De bloembollen gedijen het beste wanneer u ze op een zonnige en beschutte plek plant. Zo beschermt u ze tegen regen en wind. Plant de Ixiolirion bijvoorbeeld in de buurt van een muurtje. Hark in de winter wat blad bij elkaar, op de plaatsen waar de Ixiolirion staat, als extra bescherming tegen de vorst.

    Kenmerken:
    Ixiolirion is een weinig bekend, sierlijk exotisch aandoend bolgewas uit de narcissenfamilie. Zijn natuurlijke verspreidingsgebied strekt zich uit van Afghanistan via Iran tot in Turkije. De bollen zijn ongeveer 3 cm lang en hebben een lange hals. De bladeren zijn smal en grasachtig. De donker- tot bleekblauwe, trechterbloemen zijn tot 4 cm lang en zitten in schermachtige bloeiwijzen. Ze bloeien in mei en juni.

    Bloemen :
    Tijdens de lente verschijnen er prachtige blauwe bloemen aan de lange hals van de Ixiolirion tataricum. De exotische trechtervormige bloemen hebben een lengte van 4 - 5 cm, de mooie smalle bladeren hebben wat weg van gras. De bloeiwijze is schermachtig en lijkt op de bloemen van een Lelie. Een volwassen Ixiolirion kan 40-50 cm hoog worden.

    Planten :
    De beste tijd om de Ixiolirion bollen te planten is tijdens de herfstmaanden, vanaf eind september. Plant de bloembollen op een diepte van 10 - 15 cm., het liefst in kleine groepen bij elkaar. Houdt hierbij ongeveer een plantafstand van 10 cm.

    Gebruik :
    De Ixiolirion tataricum heeft weinig verzorging nodig en verwildert gemakkelijk. Dat betekent dat u de bloembollen na de bloei gewoon in de grond kunt laten zitten. Ze zullen zichzelf vermeerderen en het volgende jaar rijker bloeien. Om de plant eventueel een handje te helpen met deze verwildering, kunt u het rijpe zaad verzamelen en uitstrooien. Na verloop van tijd zullen ook op die plekken de prachtige blauwe bloemen verschijnen.

    Eigenschappen:
    Standplaats lichtbehoefte: zon
    deze plant is vorstgevoelig 
    geschikt voor gebruik in de vasteplanten border 
    geschikt voor groepsbeplantingen 
    deze plant vraagt of gedijt goed op droge gronden

    Vermeerderen :
    Vermeerdering is mogelijk door broedbollen en door zaaien. De bolletjes worden in de herfst afgenomen. Het zaad verzamelen je meteen wanneer het rijp is. Ixiolirion zaait zich soms ook zelf uit.

    Weetjes :

    Het natuurlijk verspreidingsgebied van de Ixiolirion strekt zicht uit van Afghanistan via Iran tot in Turkije, waar ze in droge en koude steppen groeit. Het is een exotisch aandoend bolgewasje uit de narcissenfamilie (Amaryllidaceae). Het wordt ook wel Bergamaryllis genoemd.

    Ixiolirion Tataricum heeft blauwe trechterbloemen en grasachtig blad.

    Niet volledig winterhard moet dit plantje in de winter beschermd worden met een dikke bladlaag.

    Staan ze op natte grond is het beter om ze uit de grond te halen en vorstvrij droog te bewaren.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (7 Stemmen)
    08-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Plumeria


    Plumeria

    Standplaats:
    - Veel zon en warmte
    - Een goed doorlatend substraat
    - Weinig water geven
    Op een zonnig plekje kan hij dan de hele zomer blijven staan. De Plumeria vraagt zeer weinig aandacht. Zolang de grond goed doorlaatbaar is en er weinig water wordt gegeven.

    Bloemen :
    De bloemschermen zijn terminaal, 2- of 3-takkig, hangend. De schutbladeren zijn meestal groot en vallen af voor de bloei. De bloemen zijn geurend en wasachtig. De geur wordt ‘s nachts afgescheiden om nachtvlinders aan te trekken die instaan voor de bestuiving. De kelk is klein en zonder klieren: hoewel de bloem een parfum afscheidt heeft ze geen nectar. De corolla is wit, gelig, roze, rood, roze of paars, smal buisvormig en behaard aan de binnenkant. De bloembladeren overlappen mekaar naar links. De meeldraden bevinden zich op of dicht bij de basis van de bloemkroon,

    De vrucht is langwerpig, tot 30 cm lang, en giftig! De zaden zijn talrijk, vlak met een vliezige vleugel.

    Planten :
    Goed gedraineerde teelaarde. De pot moet vrij groot zijn omwille van het omvangrijk wortelsysteem

    Werkzame bestanddelen:
    Het zijn ook rubberplanten die een wit, melkachtig en irriterend sap afscheiden. Dit sap is sterk irriterend voor de ogen en de huid, let dus goed op bij het manipuleren van de plant en wees voorzichtig met kinderen en kleine huisdieren.

    Eigenschappen:
    De plant gaat in het najaar in zijn rustperiode en verliest zijn blad. Nu kan de plant naar binnen en op een koel plekje overwinteren (dit mag ook een donker plekje zijn).
    Als het maar vorstvrij is.
    Het belangrijkste is dat de Plumeria in de winter heel weinig water krijgt. Net genoeg water, om de kluit niet geheel te laten uitdrogen.

    Vermeerderen :
    Zaai en stek
    De zaailingen van Plumeria hebben nooit dezelfde eigenschappen als de moederplant.
    Er zijn daarom ook honderden variëteiten bekend over de hele wereld.
    Wanneer je een zaailing opkweekt, heb je eigenlijk al een nieuwe soort.

    Stekhandleiding:
    in april
    neem stekken van 15-20 cm, onder een knop
    ontdoe de stekken van de onderste bladeren
    stop het uitlopen van het sap door de wonde van de stekken in koud water te dompelen
    laat de stekken een paar dagen uitdrogen
    dompel de stekken in stekhormoon (facultatief maar versnelt de beworteling)
    plant in kleine potten gevuld met een vochtig mengsel van turf en zand
    verpak de pot in een plastieken zak of plaats hem in een miniserre en sluit af om verdamping tegen te gaan
    plaats in halfschaduw
    21-27 °C
    wanneer de groei herneemt, verlucht progressief
    het eerste jaar zijn de stekken kwetsbaar: verpot ze niet

    Soorten :
    Volgens de Flora of China bestaat het geslacht uit zeven soorten die voorkomen in tropisch Amerika.
    Een aantal soorten worden toegepast als sierplant. Ze staan ook wel bekend als 'frangipani'.

    Weetjes :

    Plumeria (Frangipani, Klanghout) is vernoemd naar de 17e eeuwse Franse botanicus: Charles Plumier
    Het is een boom, behorende tot de familie van de Apocynaceae die veel voorkomt in Tropische gebieden, zoals Zuid-Amerika, Hawaii, Azië, Afrika en Australië.

    In deze landen wordt de plant gehouden voor zijn zoet ruikende bloemen, maar ook voor de schoonheid van de bloemen; de lei in Hawaii. Hij groeit in deze warme gebieden ook uit tot een forse boom.

    De zaden van Plumeria Groeien en rijpen als een soort peulen aan de moederplant.
    Als deze zaden rijp zijn, springt de peul open en worden de meeste zaden door de wind verspreid.
    De zaden vallen draaiend ("helikopter") Met het zwaarste deel naar beneden.
    Een aantal zaden zal met de zwaarste kant met de punt in de grond terecht komen.
    Als de omstandigheden nu juist zijn zal het zaad ontkiemen.

    De zaden van de Plumeria rijpen eigenlijk alleen in warme gebieden.
    Er is veel zon voor nodig om de zaden te ontwikkelen en de zaadhoes te laten "drogen"
    Als de zaadhoes rijp is zal hij openspringen om de zaden te verspreiden.

    Water:
    Geef overvloedig water tijdens het groeiseizoen maar laat het substraat uitdrogen tussen twee gietbeurten. Geef spaarzaam water in de winter.
    De plant verdraagt droogte maar verliest dan tijdelijk zijn bladeren. Hij verdraagt geen stagnerend water onderaan in de pot, breng dan ook liefst een drainagelaag aan.

    Mest:
    Bemest met een mest die rijk is aan fosfor (P), bvb. een tomatenmeststof. Elke 2 weken in de lente, maandelijks in de zomer en niets in de winter.

    Temperatuur:
    Overwinter de plant bij minimum 10 °C.

    In de Pacifische eilanden worden de bloemen gebruikt voor het maken van lei of bloemenhalssnoeren, in de modernen Polynesische cultuur wordt de bloem door vrouwen aan het linkeroor gedragen om aan te toen dat zij reeds in een relatie zijn en over het rechteroor om te tonen dat zij beschikbaar zijn. In verschillende Aziatische culturen is de boom of bloem verweven met traditie en bijgeloof.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (20 Stemmen)
    02-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Phuopsis stylosa


    Phuopsis stylosa


    Botanische naam   : Phuopsis stylosa                     
    Nederlandse naam  : Perzische kruisjesplant                                     
    Herkomst          : Kaukasus, Iran                       
    Bijzonderheden    : snel groeiend                        
    Grondsoort        : alle, humeus
    Vochtbehoefte     : normaal
    Licht             : half schaduw, zon
    Gebruik           : bodembedekker, borders
    Hoogte            : 0.20-0.40 m
    Bloeikleur/vorm   : roze
    Bloeitijd         : juni, juli, augustus, september
    Blad              : groen


    Standplaats:
    licht : zon half schaduw
    bodem : neutraal
    Phuopsis stylosa bloeit in de periode juni-augustus en staat graag op een zonnige plaats. De bodem dient goed waterdoorlatend te zijn. De hoogte van Phuopsis stylosa bedraagt ongeveer 20-30 cm.

     Kenmerken:
    Sterke planten die het goed doen op muurtjes, tussen stenen ... waar het voldoende nat en schaduwrijk is.
    Is licht woekerend en verdraagt geen andere planten in zijn nabijheid.
    Phuopsis stylosa of Perzische kruisjesplant, kan uitstekend als bodembedekker gebruikt worden. Ook is de Perzische kruisjesplant geschikt om in de voorrand van een border of langs het pad toegepast te worden.

     Bloemen :
    De bloemen bloeien roze van juni tot september en worden 30cm hoog.
    Bloeitijd:juni, juli, augustus

    Planten :
    In de zon op een doorlatende kalkhoudende of normale tuingrond, niet te rijk aan voedsel. Mits voldoende zon gedijt deze plant ook onder bomen en struiken.
    De geadviseerde plantafstand is 30 cm. (8-11 st. per m2.)

    Snoeien:
    In het voorjaar kunt de Phuopsis stylosa het beste diep terugknippen ten behoeve van een rijke bloei.

    Eigenschappen:
    Deze plant verspreidt zich vlug op de grond, maar is niet wintergroen.
    Phuopsis is een snelgroeiende bodembedekker met roze geurende bloempjes. Ze lijken een beetje op lievevrouwbedstro maar dan in het roze. De liggende stengels kunnen grote matten vormen. De kleine roospaarse bloemen in bolvormige bloeiwijze , verschijnen de hele zomer door. De vlinders zijn gek op deze leuke en langbloeiende tuinplant.

    Vermeerderen :
    Door
    delen

    Soorten :
    Phuopsis stylosa
    Phuopsis stylosa 'Purpurea'

    Weetjes :

    Hij is door zijn wekenlange bloei met geurende bloemen een waardevolle plant voor de voorzijde van een zonnige border

    De nederlandse naam is Perzische kruisjesplant, familie van de Rubiaceae. De bloemkleur is roze en de bloeitijd is van ca. juni tot en met augustus. De bladeren zijn groen en ongeveer 10 cm. hoog. De volwassen hoogte van deze vaste plant is ca. 20 cm. Verdraagt een temperatuur tot -20 gr. C. en blijft de gehele winter groen. 
    Is ruim verkrijgbaar.

    Deze plant is zeer geschikt voor vrij open tuinen met slechts een enkele volwassen boom of heester. Verlangt een vrij zonnige plek met af en toe wat schaduw van bomen of heesters. Bodemwensen heeft ze nauwelijks. Ze doet het zelfs goed in voedselarme, vrij droge bodems, waarin ook nog eens veel boomwortels voorkomen. Groeit bodembedekkend en laat zich moeilijk combineren met andere planten.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (8 Stemmen)
    10-08-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Lagerstroemia


    Lagerstroemia

    Kenmerken :
    In China en Korea, landen waar Lagerstroemia algemeen in het wild voorkomt en ook als sierplant wordt toegepast, noemt men de plant 'sering uit bet zuiden'.
    Een Nederlandse naam is er helaas niet en dat is wel begrijpelijk, want het is door zijn eigenschappen geen algemeen ingeburgerde plant.
    Lagerstroemia is ongeveer 200 jaar geleden in West-Europa ingevoerd, maar tot nu toe alleen maar bekend geweest in kwekerijen en op landgoederen e.d. De laatste jaren wordt de plant meer als kamer-en balkonplant gepropageerd.
    Kies bij voorkeur de rode, oorspronkelijke soort, deze is sterk en bloeit rijker dan de roze en witte vormen.

    Standplaats :
    Voor een rijke bloei heeft Lagerstroemia veel licht, zelfs volop zon, nodig en in de zomer een warme en beschutte plaats. Een betegeld terras tegen een zuidmuur of een soortgelijke plaats op balkon of dakterras is ideaal.

    De zomer kan hoogstens roet in het eten gooien. Merkwaardig genoeg verdraagt de plant in de winter veel koude, zelfs enkele graden onder nul. Dat betekent dat Lagerstroemia pas bij het begin van de nachtvorst naar binnen verhuist. De struik laat alle bladeren vallen en het grote voordeel daarvan is, dat u hem op een donkere plaats kunt overwinteren. Het moet er koel zijn, bij temperaturen rond 5° C.
    Aangezien de plant voor de winterrust flink wordt gesnoeid, heeft hij ook niet veel ruimte nodig.
    Vanaf april warmer zetten en volop in het licht, zodat dejonge scheuten zich goed kunnen ontwikkelen: afharden!

    Planten :

    1.Maak een plantgat van 50 bij 50 cm .
    2.Verrijk de grond desnoods met wat zand en compost of turf.
    3.Voeg wat organische mest of bloemaarde toe.
    4.Dompel de wortelkluit van de Lagerstroemia 10 minuten onder in water.
    5.Haal de plant uit zijn pot.
    6.Plaats de Lagerstroemia in het plantgat en maak een heuveltje rond de stam. Zo blijft het water niet staan rond de
    stam. Een steunpaal naast de stam houdt de plant mooi recht.
    7.Giet de Lagerstroemia goed aan met 10 tot 20 liter water.
    8.In de eerste weken na aanplanting regelmatig water geven.

    Soorten :
    In Duitsland wordt Lagerstroemia 'crêpe-mirte' genoemd en dat is wel begrijpelijk, want de plant heeft iets van een mirte of granaatappel met crêpepapier bloemen. Helaas, is het geen familie van een van beide planten.

    Wij moeten de verwantschap zoeken bij het luciferplantjeen de kattestaart, hij behoort namelijk tot de kattestaartfamilie (Lythraceae). Ongeveer 30 soorten zijn inheems in de tropen en subtropen in Azië, vooral in China en Korea. Als kuip- en kamerplant wordt uitsluitend Lagerstroemia indica gekweekt.

    De rijkelijk bloeiende soorten Lagerstroemia Indica zijn goed op weg om de harten van alle vaste plantenliefhebbers te veroveren. Nieuw geënte soorten van de Lagerstroemia Indica groeien en bloeien uitstekend in ons klimaat. Een lagerstroemia in volle zon biedt uw tuin een blikvanger van formaat.

    Lagerstroemia 'Hopi' | roze | decoratieve schors | tot 3 meter hoog | ziekteresistent | winterhard | hybride

    Lagerstroemia 'Acoma' | wit | tot 3,5 meter hoog | ziekteresistent | winterhard | hybride

    Lagerstroemia 'Tonto' | magenta rood | tot 3 meter hoog | ziekteresistent | winterhard | hybride

    Lagerstroemia 'Victoria' | rood |

    Lagerstroemia 'Petit Red' | rood|

    Lagerstroemia 'Houston' | watermeloen rood | hanger in hangpot

    Lagerstroemia 'Cordon Blue' | mauve |

    Verzorging :
    Tijdens bet overwinteren geeft u heel weinig water, maar uitdrogen moet u voorkomen. Zodra de plant in het voorjaar warmer staat en gaat uitlopen, moet de potgrond matig vochtig zijn en 's zomers zal soms veel gieten nodig zijn.
    Vanaf april tot september geeft u wekelijks mest.
    Iedere twee jaar wordt Lagerstroemia in bet voorjaar in verse potgrond gezet: normale potgrond, aangevuld met 20% klei of leem, eventueel oude mest of gedroogde mest.

    Vermeerderen :
    --Zaaien is mogelijk, maar geeft problemen. In de eerste plaats is er moeilijk aan zaad te komen, in de tweede plaats moet spoedig na de oogst gezaaid worden en tenslotte verloopt de kieming (bij 20-25° C) traag.

    --Veel eenvoudiger is het om te stekken in voorjaar en zomer.
    Kopstek wordt in een turf-zand-mengsel gestoken en afgedekt met glas of plastic zodat de luchtvochtigheid hoog blijft. Bij een temperatuur van ca. 22° C kunnen de stekken na twee weken beworteld zijn.

    Ziekten :
    --Soms krijgt Lagerstroemia last van bladluis. Deze kunt u onder de douche afspoelen of bij een grote plant met een flinke straal uit de tuinslang, hoewel het koude water voor de plant minder goed is.

    --Meeldauw kan echt een probleem vormen; onder de soms vochtige zomeromstandigheden kan deze schimmel massaal optreden. Zodra u de witte schimmeluitslag bemerkt, is een behandeling gewenst. Door meeldauw aangetaste bloemknoppen komen niet meer tot bloei. Daarom direkt de nodige maatregelen treffen.

    --Wanneer de bloemknoppen tegen de herfst nog steeds niet open gaan, is dat meestal het gevolg van een koele zomer, respectievelijk standplaats. In een serre of kas heeft u dan meer succes!

    In het voorjaar de planten goed afharden alvorens ze buiten te zetten.

    Tip :
    --Wanneer Lagerstroemia in het voorjaar begint uit te lopen, moet u voorzichtig met de plant omgaan. Dejonge scheuten zijn erg breekbaar.
    --De Lagerstroemia maakt van tuinieren een waar plezier. Vele mensen kregen al groene vingers door het verbazend positieve resultaat dat ze met de Lagerstroemia mochten ervaren. Het zijn gegeerde planten die op veel waardering van de liefhebber kunnen rekenen.
    --Kies de cultivar die bij u past, voor in de tuin of voor op het terras.
    --Zorg voor droge voeten in de winter.
    --Zet hem op het warmste en zonnige plekje van uw tuin of terras.
    --Snoeien na de strengste vorst.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (9 Stemmen)
    07-08-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hypocyrta


    Hypocyrta

    De plant lijkt wel wat op een palmboompje (Buxus), maar de stengels zijn slapper, de blaadjes groter en glanzend donkergroen. En de grote verrassing is in de zomer de oranjekleurige, urnvormige bloemen die in de bladoksels verschijnen. De bloei is niet altijd rijk, maar ook zonder bloemen is het een fraaie plant.

    Standplaats
    Hypocyrta is een plant voor een zeer lichte tot zonnige plaats. Tegen felle middagzon in de zomer moet echter geschermd worden. Daarnaast doet de plant het in de schaduw ook nog aardig goed, maar enige bloei van betekenis moet u dan niet verwachten. Op een donkere plaats is het een (overigens ook aardige) bladplant.
    Vanaf begin juni kan Hypocyrta ook op een warme en beschutte plaats buiten staan.
    Wilt u de plant overhouden, dan moet u hem 's winters een rustperiode geven bij een vrij lage temperatuur.
    Van december tot februari zorgt u voor een temperatuur van 10-14° C, maar tegelijkertijd wel volop in het licht zetten. Alleen dan is opnieuw bloei te verwachten.

    De luchtvochtigheid hoeft niet hoog te zijn. Wel is het gunstig om 's zomers op warme dagen de plant regelmatig te besproeien en dat geldt ook voor het geval de atmosfeer 's winters te droog is.
    Tocht wordt zeer slecht verdragen.

    Vermeerderen
    Hypocyrta kan gezaaid worden maar zaad bemachtigen zal niet eenvoudig zijn.
    Zaaien bij 20-25 C.
    Grote oude exemplaren kunnen ook gedeeld worden, maar stekken is de meest gebruikelijke vorm van vermeerderen. Dit kan de gehele zomer. U neemt hiervoor kopstekjes van 6 tot 8 cm lengte die bij 20-25° C gemakkelijk bewortelen.
    Wanneer u enkele stekjes bij elkaar zet, ontstaat snel een fraaie plant.

    Soorten
    Het is nauwelijks te geloven, maar Hypocyrta behoort tot de gloxiniafamilie (Gesneriaceae) en is dus nauw verwant aan Gloxinia, Sinningia en het Kaaps viooltje (Saintpaulia).
    De verwantschap met Aeschynanthus en Columnea is al wat duidelijker.

    --Hypocyrta glabra moet inmiddels Nematanthus gregarius genoemd worden. We gebruiken hier echter nog de oude naam omdat deze ingeburgerd is en nog niemand de nieuwe naam kent.
    'Hypo' betekent onder en 'kryptos' is krom hetgeen te maken heeft met de vorm van de bloem; 'glabra' betekent glad en duidt op de glanzende bladeren.

    Verzorging
    Voor een goede verzorging is het belangrijk dat de potgrond de juiste vochtigheid heeft. De aarde moet 's zomers steeds matig vochtig zijn. In de wintermaanden wanneer de plant koeler staat, geeft u minder water, maar de grond mag niet uitdrogen.
    Belangrijk is ook dat u nooit koud water gebruikt, maar altijd giet met water op kamertemperatuur. Tijdens de groei periode, ongeveer van april tot eind augustus, geeft u iedere veertien dagen
    Gebruik een algemene meststof tijdens de lente en de zomer. 
    Verpotten na de bloei.

    kamerplantenvoeding.
    leder voorjaar wordt de plant direct na de rustperiode verpot. Gebruik normale potgrond of geef liever nog wat extra turf en compost. Zorg voor een goede

    Tip
    Hypocyrta vormt bloemknoppen na een koele rustperiode. Daarom is het niet onmogelijk dat de plant na een koele zomer in de herfst voor een tweede keer bloeit.

    Ziekten
    --Wanneer de bladeren plotseling gele vlekken vertonen, heeft u waarschijnlijk met te koud water gegoten of gesproeid.
    --Ook te felle zon kan blad vlekken veroorzaken. Wanneer er onachtzaam met water wordt omgesprongen, ontstaan er ook problemen:
    --Te vochtige grond kan snel leiden tot wortelrot en uitdrogen van de grond heeft direct tot gevolg dat de bladeren afvallen.
    --Wil de plant niet bloeien, dan staat hij te donker en/of heeft u niet voor een koele rustperiode gezorgd.
    --Soms heeft deze fraaie plant last van bladluis.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    26-06-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Allium aflatunense
     

    Allium aflatunense

    Botanische naam  : Allium aflatunense
    Nederlandse naam : Sierui
    Herkomst         : Centraal-Azié
    Bijzonderheden   :
    Grondsoort       : alle, humeus, zand
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Groep            : bol
    Gebruik          : borders, solitair, snijbloem
    Hoogte           : 0.60-1.00 m
    Bloeikleur/vorm  : roze, paars
    Bloeitijd        : mei, juni
    Plantdiepte      : > 0.15 m

    Standplaats:
    Zet ze op een zonnige plek. Goed doorlatende grond.
    Wintervocht vermijden.
    Het mooiste effect bekom je door ze in groepjes aan te planten. Plant ze zo'n 25 cm uit elkaar.
    Het eerste jaar hebben de bloembollen nog niet echt behoefte aan meststoffen.
    Bloembollen die in de grond worden gelaten voor meerjaren bloei zullen beter groeien door koeienmest

    Kenmerken:
    kleine bloempjes.
    Zeer mooi in combinatie met vaste planten zoals : Astrantia, Knautia macedonica, verbena bonariensis, hosta's of met grassen zoals Stipa tenuifolia.
    Kan ook in combinatie met bodembedekkers zoals Hedera, Vinca minor.
    De stengels hebben steun nodig, daarom best tussen andere planten zetten.
    Goede snijbloem.
    Ook na de bloei nog mooie zaaddozen.

    Planttijd
    Najaar. Eind september tot eind november.
    Als plantdiepte neem je tweemaal de hoogte van de bol.
    Hou bij het planten rekening met de grootte van de bloemen en plant daarom de bollen niet te dicht bij elkaar.


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    23-05-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Cosmos bipinnatus
     

    Cosmos bipinnatus


    Botanische naam  : Cosmos bipinnatus
    Nederlandse naam : Cosmea
    Herkomst         : Mexico
    Bijzonderheden   :
    Grondsoort       : alle
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : gevoelig
    Groep            : 1 jarig
    Gebruik          : borders, kuipen/potten, snijbloem, balkon, perkplant
    Hoogte           : > 0.90 m
    Bloeikleur/vorm  : wit/crŠme, rood/bruin, roze, opvallend, kleurenmengsel
    Bloeitijd        : juli, augustus, september
    Blad             : groen


    Standplaats:
    Ze verlangen een zonnige plaats en een goed drainerende grond

    Kenmerken:
    Cosmea, gewoonlijk de tuin cosmos of Mexicaanse aster genoemd, is een middelgrote bloeiende kruidachtige plant inheems aan Mexico. De soort en haar variëteiten en cultivars zijn populair als sierplant in gematigde klimaat tuinen. Het kan ook worden gevonden in natuurlijke gebieden in grote delen van Noord-Amerika, waar het een tuin ontsnapping

    Bloemen :
    De gekweekte variëteiten verschijnen in de kleuren roze en paars en wit.
    De bloemen van Cosmea trekken vogels en vlinders
    Ze bloeien van juli tot oktober.

    Eigenschappen:
    Ontkieming duurt 7 tot 10 dagen bij de optimale temperatuur van 75 graden Fahrenheit (24 ° C); bloei begint tussen 60 en 90 dagen na het ontkiemen
    Het geeft de voorkeur aan een bodem- pH tussen 6.0 en 8.5, als gevolg van zijn oorspronkelijke habitat in de alkalische regio van Centraal-Amerika
    Bloei is het beste in de volle zon, maar gedeeltelijke schaduw wordt getolereerd

    Vermeerderen :
    Zaaien onder glas: april
    Zaaien in volle grond: mei
    Om vroege bloeiers te hebben, kunnen ze al in februari in een broeikas gezaaid worden bij een temperatuur van circa 16°C, waarna ze in mei buiten uitgeplant kunnen worden.

    Soorten :
    Van de cosmea zijn er meerdere cultivars. De cultivars kunnen 60–90 centimeter hoog worden

    Cosmos bipinnatus 'Orange ruffels', die tot 1 meter hoog kan worden en vrij kleine, gegolfde oranje bloemen heeft.

    Cosmos bipinnatus 'Sensation Gloria'

    Weetjes :

    Zware regen kan breuk veroorzaken.

    Cosmea kan hitte tolereren zolang voldoende vocht wordt verstrekt, echter is het niet verwerken droogte, harde wind of koude temperaturen.

    Slakken, naaktslakken en bladluizen hebben een smaak voor Cosmea.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    23-04-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Convallaria majalis
     

    Convallaria majalis

    Botanische naam  : Convallaria majalis
    Nederlandse naam : Lelietje der dalen
    Herkomst         : Noord-Amerika
    Bijzonderheden   : woekert
    Grondsoort       : alle, humeus
    Vochtbehoefte    : droog
    Licht            : schaduw, half schaduw
    Gebruik          : bodembedekker, verwildering, snijbloem, giftig, rotstuinen

    Standplaats:
    Lelietjes van dalen zijn geschikt voor beschaduwde plaatsen in uw tuin. Ze groeien snel en breiden zich spoedig uit. Binnen enkele jaren hebben ze de ruimte tussen de oorspronkelijk geplante wortelstokken opgevuld.
    Als snelgroeiende bodembedekker in een bosachtige tuin of onder struiken en bomen zijn lelietjes van dalen in hun element. Op vochtige, humusrijke aarde gedijen ze bijzonder goed.

    Kenmerken:
    Karakteristiek voor lelietjes van dalen zijn de trossen van wasachtige, klokjesvormige, witte en soms roze bloemen. De bladeren zijn breed-elliptisch, gesteeld en onbehaard. Ze staan met z'n tweeën bijeen. Onder aan de plant bevindt zich een schede van papierachtige bladen

    Bloemen :
    Door veel lelietjes van dalen te planten, krijgt u een heerlijk geurend bloementapijt.
    De planten bloeien in het voorjaar. De bloemen hangen aan stengels, die 10 tot 15 cm hoog zijn. Na de bloei, in juni of juli, ontstaan er kleine, lichtoranje tot rode bessen, die evenals de rest van de plant zeer giftig zijn. Van vroeg in het voorjaar tot diep in de zomer vormen de donkergroene bladeren van de tere bloemen van 'Rosea'.

    Planten :
    Plant de wortelstokken bij voorkeur niet onder bomen met ondiepe wortelstelsels. Lelietjes van dalen en bomen concurreren met elkaar om water en voedsel.

    Gebruikte delen:
    De bloemen en wortels worden door de farmaceutische industrie verwerkt, omdat deze de hartwerking kunnen beïnvloeden. In oude geschriften uit de 16e eeuw is te lezen dat deze kennis toen al bekend was. Ook werden de gedroogde bloemen toegevoegd aan snuiftabak

    Werkzame bestanddelen:
    Uit de bloemen kan geen etherische olie worden gewonnen. Omdat de geur zeer populair is in de parfumerie en de cosmetica, wordt deze met behulp van geurstoffen als hydroxycitronellal samengesteld

    Eigenschappen:
    Aan de rand van een beschaduwde rotstuin vormen de compacte lelietjes van dalen een mooie overgang naar de veelal intense kleuren van de rotsplanten. Onder bomen fungeren ze als levend afdekmateriaal. Ze gaan de groei van onkruid tegen en houden de grond vochtig.

    Vermeerderen :
    Het Lelietje-der-dalen vermeerdert zich bij ons echter hoofdzakelijk door middel van de ondergrondse kruipende wortelstok.
    In het najaar zijn wortelstokken verkrijgbaar die in de winter binnenshuis opge-kweekt kunnen worden. Plant ze in voedselrijke potgrond en houd daarbij een onderlinge afstand aan van 7,5 cm.
    Zet de schaal op een zonnige vensterbank en geef regelmatig water. Na een maand bloeien de planten.het lelietje van dalen heeft een dicht bladertapijt.

    Soorten :

    --'Grandiflora' heeft grote witte bloemen en is het bekendste ras.

    --'Rosea' daarentegen is met haar zachtroze bloemen eerder een specialiteit voor liefhebbers.

    --'Plena' heeft opmerkelijke, dichtgevulde witte bloemen en is daardoor eveneens een bijzonderheid.

    Weetjes :

    Het lelietje-van-dalen is giftig doordat het bepaalde glycosiden bevat

    Het lelietje-van-dalen is de nationale bloem van Finland.
    Het lelietje-van-dalen wordt ook meiklokje genoemd.
    het Lelietje-der-dalen ronde, erwtgrote, eerst groene, later rode bessen vormt. En dat er in elke bes twee blauwe zaden zitten

    IDEALE PARTNERS
    Een zee van lelietjes van dalen en witbladige bosta's. De aardige witte bloempjes van lelietjes van dalen passen uitstekend bij andere schaduwminnende planten.
    Lelietjes van dalen komen bijzonder mooi uit als ze voor salomonszegel (poly- gonatumy worden geplant. Deze tot 1 m hoge bosplanten vallen op door de grote,op lelietjes van dalen lijkende bloemen, die in dezelfde periode verschijnen.
    Bijzonder aantrekkelijk zijn lelietjes van dalen van het ras --'Plena' in combinatie met hosta's. Met de stijl naar boven groeiende lelietjes van dalen en de ronde pollen van de hosta's kunt u als het ware patronen op bescha- duwde plaatsen maken.
    Blauwbladige en witgevlekte groenbladige hosta's zijn daarvoor zeer geschikt. Kies altijd lage hosta's, die de kleine bloemen van lelietjes van dalen niet overwoekeren.

    PLANTEN & VERZORGEN
    *Planttijd voor lelietjes van dalen is september/ oktober of maart/april.
    -Werk een 2,5-5 cm dikke laag compost door de grond.

    *Maak plantgaten van 15 cm diep.
    -Houd rekening met de planten ernaast door de grond op een stuk plasticfolie te scheppen.

    *Plant de wortelstokken horizontaal en 20 cm van elkaar. Met aarde bedekken en royaal water geven. Daarna steeds vochtig houden. Zodra de bladeren verschijnen, met compost of loof bedekken. Als de bladeren volgroeid zijn, vloeibarelangzaamwerkende mest geven
    Als de planten jaren later minder goed bloeien, deel dan de wortelstokken na de bloei. De afzonderlijke delen direct planten.
    De wortels, bloemen en bessen van de plant zijn giftig.
    Verwijder de bessen voordat ze rijp worden

    Wist je dat het bij ons nog altijd de gewoonte is om op 1 mei een tuiltje meiklokjes te geven aan al wie we lief hebben? Dit is waarschijnlijk nog een restant van een oud Germaans gebruik. Het meiklokje zou volgens de Germanen gewijd geweest zijn aan Ostara, de godin van de aanstaande lente en het opkomende licht. Ostara, de zus van de god Donar/Thor (de god van de donder), kondigde in die tijd de lente aan. Om haar te eren brandden de Germanen vreugdevuren. Haar vereerders gooiden meiklokjes in het vuur omdat ze geloofden in haar goddelijke waardigheid en uiting wilden geven aan hun respect. Bij de opkomst van het christendom was het uit met de carrière van Ostara. Zij ruimde de plaats voor Maria. De lelietjes-der-dalen staan van dan af mooi te wezen aan de voeten van Maria-beelden.

    In Heukels' Woordenboek der Nederlandse volksnamen van planten staat dat het lelietje-van-dalen in veel gedeelten van ons land (vooral in het noorden) lelietje-der-dalen genoemd wordt. Het boek Onze volkstaal voor kruiden en artsenijen (tweede druk, 1978) vermeldt het volgende: "De vroegere Latijnse naam van deze plant [lelietje-van-dalen] was 'Lilium convallium' = 'lelietje der dalen' (...)."

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    17-04-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Scilla siberica
     

    Scilla siberica

    Botanische naam  : Scilla siberica
    Nederlandse naam : Sterhyacint
    Herkomst         : Centraal- en Zuid-Rusland, Klein-Azi‰
    Bijzonderheden   : kleine tros
    Grondsoort       : alle, humeus
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Groep            : bol
    Gebruik          : rotstuinen, verwildering
    Hoogte           : 0.15-0.30 m
    Bloeikleur/vorm  : blauw
    Bloeitijd        : maart, april
    Plantdiepte      : 0.05-0.10 m

    Standplaats:
    De snel uitdijende scilla's zorgen in het voorjaar voor aparte kleuraccenten. Ze gedijen in vrijwel elke grond, zolang deze maar goed doorlatend is.
    Daarnaast verdragen ze zon, halfschaduwen schaduw.
    In bosachtige gedeelten van een grote tuin kunnen scilla's vrij verwilderen en prachtige bloementapijten vormen.
    Voor vrijstaande hagen gedijen scilla's even goed als onder vrijstaande bomen of struiken.
    Op al deze licht beschaduwde standplaatsen vinden de planten bijna ideale condities voor een gezonde groei en bloei.

    Kenmerken:
    Scilla sibirica, ook bekend als sterhyacint, komt als tuinplant het meeste voor.
    Iedere bol produceert twee tot vier brede lancetvormige bladeren en twee tot drie bloemstengels. Deze zijn 15 tot 20 cm hoog en dragen een aantal stervormige, meestal blauwe bloemen.

    Bloemen :
    Sterhyacinten bloeien in maart en april

    Planten :
    Scilla's zijn mooie, kleine bolgewassen, die geschikt zijn voor verwildering. Ze gedijen in vrijwel elke goed doorlatende grond.
    Planttijd: najaar. Voor verwildering onder houtige gewassen: grotere graszoden aan drie kanten afsteken en opklappen,
    Meng door de aarde een halve hand volledige meststof. Strooi vervolgens ook wat van deze meststof naast de plantgaten.
    Vul de plantgaten op met grond en druk de grond aan. Vervolgens klapt u de graszode weer terug op haar oorspronkelijke plaats. Maak de grond met een spitvork los.
    Let goed op dat u daarbij de wortels van de bomen of struiken niet beschadigt.
    Plant de bollen ongeveer 10 cm diep en op een afstand van 10 cm van elkaar
    De punten van de bollen moeten naar boven wijzen.
    Geef water en markeer de plaats met houten plastic stokjes, zodat u altijd weet waar u de bloemen kunt verwachten.

    Werkzame bestanddelen:
    Een extract wordt samen met ethanol gebruikt als onderdeel van hoestsiroop en bij hartoperaties

    Eigenschappen:
    De bloemen zijn meestal blauw, maar ook wit, roze en paars komen voor. Het zijn bolgewassen, die meestal in het voorjaar bloeien, maar er zijn ook enkele herfstsoorten bekend. De soorten komen voor in bossen, duinen, subalpine weilanden, en kusten in de oude wereld.

    Vermeerderen :
    kunnen zich door broed bollen en zaad in hoog tempo vermenigvuldigen.
    Zaailingen bloeien na twee tot drie jaar voor de eerste keer.

    Soorten :

    'Spring Beauty' is een uitzondering en vormt geen zaad.

    'Alba' is een prachtig 'witbloeiend ras.

    Scilla bifolia is als tuinplant minder bekend. De planten hebben twee gootvormige bladeren en worden maar 10-15 cm hoog.
    Scilla miscbtscbenleoana is een plant voor liefhebbers. Ze bloeit zachtblauw en zeer vroeg.

    Weetjes :

    Scilla's en narcissen onder een schijnhazelaar. In borders en perken tussen andere voorjaarsbloemen vallen vooral de blauwbloeiende scilla's op.
    U moet er echter op letten dat ze niet de overhand krijgen.

    Voor de rotstuin komen met name Scilla bifolia en Scilla mischtschenkoana in aanmerking. Ze kunnen goed met andere rotsplanten gecombineerd worden.

    IDEALE PARTNERS
    Een romantisch stilleven creëert u met een rozebloeiende magnolia boven een tapijt van blauwe scilla's.
    Een zeer levendig effect bereikt u met tulpen of in losse groepen geplante narcissen met scilla's.
    Scilla's met hun meestal stralend blauwe bloemen kunnen uitstekend met andere voorjaarsbloeiers worden gecombineerd.
    Begin het voorjaar met blauwe en gouden tinten.
    Plant de koningsblauwe scilla 'Spring Beauty' onder een forsythia.
    Vervolmaak dit geheel met de narcis 'Jetfire'. Scilla bifolia

    TIPS BIJ HET KOPEN

    Koop zodra ze verkrijgbaar zijn grote, vlezige bollen die stevig en glad aanvoelen.

    Koop nooit zachte of beschimmelde bollen. Koop ook geen bollen met ingedeukte plekken of bollen die al uitlopen.

    VROEG IN HET NAJAAR

    Planten
    Plant de scillabollen zodra deze in het tuincentrum of door postorderbedrijven worden aangeboden. Zo hebben ze de kans om nog voor het aanbreken van de vorstperiode goed te wortelen.

    LICHT & GROND
    Halfschaduw. Scilla's bloeien echter ook op zonnige en schaduwrijke plaatsen.

    Doorlatende grond. Scilla's gedijen in vrijwel iedere grond, maar bloeien bijzonder rijk in vochtige grond. Stilstaand water rond de bollen is echter funest!

    LAAT IN HET VOORJAAR
    Schoonmaken & delen Snij afgestorven bladeren af . Breng een 2,5 tot 5 cm dikke laag compost op de grond, om de aarde te verbeteren en vochtig te houden.
    Als u na enkele jaren vindt dat de planten te groot zijn geworden, kunt u ze delen en op een andere plaats opnieuw planten. Graaf de bollen uit zodra de bladeren zijn afgestorven; haal de broedbollen eraf en plant deze afzonderlijk. Na twee of drie jaar kunt u de eerste bloemen verwachten.

    Om te voorkomen dat de planten zichzelf uitzaaien, kunt u uitgebloeide bloemen afknijpen. Het best gedijen scilla's echter als u ze ongemoeid laat.

    Scilla's beschermen door hun zachte uiegeur andere bolgewassen tegen muizen.

    Problemen
    Schimmels van het geslacht Fusarium kunnen scilla's aantasten. Op de bollen verschijnen dan zwartbruine, rottende plekken. Ze kunnen nauwelijks wortels vormen.
    Zieke planten moet u uitgraven en vernietigen.
    Enkele jaren op deze plaats niets planten.


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    12-02-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Crambe
     

    Crambe

    Latijnse naam    : Crambe
    Nederlandse naam : Zeekool
    Familie          : Brassicaceae / Cruciferae = kruisbloemenfamilie
    Bloeikleur       : wit
    Bloeimaand       : mei, juni, juli
    Bladkleur        : Groen
    Hoogte           : 50 - 70 cm (bladeren), 2 - 4 m (bloei) en 1 meter breed.
    Wintergroen      : Bladverliezend
    Winterhardheid   : Goed winterhard
    Standplaats      : Zonnig
    Soort gewas      : Vaste plant
    Habitat          : Droge bodem of normale bodem

    Standplaats:
    Ze kunnen als solitair of achteraan in de border geplant worden, liefst op een voedselrijke kalkhoudende grond met een pH van 6,5 en hoger.

    Kenmerken:
    Snijbloem
    Geurende bloemen (ruiken een beetje naar kolen)
    Opvallende bladeren
    Bijenplant

    Bloemen :
    Deze plant krijgt eerst grote groene bladeren van 70 cm hoog die gemakkelijk 1 m² bedekken.
    In mei komen dan lange stengels van wel 2 m met grote pluimen met hele kleine fijn witte bloempjes. Als bloeiende struik lijkt de plant dan van veraf wel op Gypsophila / gipskruid.
    Best is om de bloemstengels te steunen met bamboestokken, want bij de minste wind breken ze.
    De planten bloeien vaak pas na meerdere jaren, maar als ze dan hun bloemschermen laten zien, dan zijn het ook echte blikvangers die ook na de bloei nog mooi zijn.

    Planten :
    Zeekool kan in de tuin groeien, mits de grond zeer diep humeus is en goed water doorlatend. Op weinig vruchtbare grond is de bloei gering of de plant bloeit helemaal niet. Plant een zeekool op een plaats in de volle zon, het liefste tussen stenen of rotsblokkken

    Gebruikte delen:
    De jonge bladscheuten zijn eetbaar.

    Eigenschappen:
    Langs de kust is de plant van nature te vinden tussen basaltblokken.
    Ook in de duinen is de plant te vinden.

    Vermeerderen :
    Crambe is in het voorjaar te vermeerderen door scheuren of delen.
    Vermenigvuldigen uit zaad kan eveneens.
    Zaaien kan dan vanaf februari tot maart met een zaaidiepte van 6mm.

    Soorten :
    Afrikaanse bolletjeskool (Crambe abyssinica) die vanwege de olie in de zaden geteeld wordt, de olie heeft vergelijkbare karakteristieken met walvisolie.

    Zeekool (Crambe maritima), die als groente verbouwd wordt, en in Nederland wel in het wild wordt aangetroffen langs zeedijken.

    Crambe cordifolia - veel gekweekt voor haar bloemen

    Crambe koktebelica

    Crambe orientalis

    Weetjes :

    Naast de Crambe maritima is er ook de Crambe cordifolia Deze plant wordt veel hoger tot wel twee meter hoog en breed. De spectaculaire bloemtrossen geuren sterk naar kool. Het nadeel van deze cordifolia is dat de plant na de bloei meestal volledig afsterft.

    Zeekool is niet bepaald een moeilijk groente om te telen, al vereist deze toch wat aandacht bij het zaaien hiervan. Zaaien kan vanaf maart tot april in zaaibakjes of potjes en dit in een verwarmde kas.
    Het is belangrijk alles goed vochtig te houden om de kieming te bevorderen.
    Na 2 tot 3 weken zal het eerste teken van leven pas waargenomen worden, geef alles dus voldoende tijd.
    Eenmaal alle zaailingen hun eerste echte blaadjes krijgen kan er over gegaan worden tot verspenen.
    Het uiteindelijke uitplanten kan vanaf half april.

    Belangrijk en niet te vergeten is dat zowel de zaailingen als plantgoed erg breekbaar zijn en dus met enige zorg moeten worden uitgeplant.

    Van ziektes en belagers heeft de zeekool zelden last, behalve bij het uitlopen van de bladeren is het opletten geblazen voor de slakken die een jong blaadje wel weten te smaken.


    In de keuken:
    Vanaf april zal de zeekool volop gaan uitschieten waardoor het mogelijk wordt om de scheuten te bleken.
    Door middel van een bloempot omgekeerd over de jonge scheuten te plaatsen zullen ze na verloop van tijd gaan bleken.
    Het vers verwerken kan perfect in salades.
    Stomen van de jonge scheuten wordt ook wel toegepast, een frisse smaak te vergelijken met asperges.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (4 Stemmen)
    10-02-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kamerplanten lusten geen leidingwater
     

    Kamerplanten lusten geen leidingwater


    Nu wij onze tuin nog wel een poosje rustig kunnen laten betijen en het werk zich nog tendeels., beperkt tot het doorkijken van de nieuwe zaaigids.
    Het overdenken van de planning en het opmaken van de zaadbestelling. kunnen wij wat extra aandacht besteden aan onze kamerplantén.
    Het is vanzelfsprekend dat in de buurt van een kamerplant speciale klimatologische omstandigheden vereist zijn, voornamelijk dan wat de luchtvochtigheid betreft. Daarom is het belangrijk meerdere planten, die ongeveer dezelfde licht- en temperatuureisen stellen, samen te brengen. Zij vormen een prima "sfeer". Hoe dichter je de planten bij elkaar kan plaatsen, hoe minder vocht de potgrond verliest.

    Plantenbakken met vochtig gehouden turf vormen een ideale standplaats waar de planten met pot en al tot aan de rand worden in geplaatst. Het uit de turflaag verdampende water zorgt voor een ononderbroken vochtig milieu rond de planten zodat er geen gevaar voor uitdroging bestaat. Door dit systeem wordt ook het ovetollige gietwater opgenomen zodat de planten nooit met hun wortels in water staan. Vooral in de winterperiode speelt een goed te kontroleren luchtvochtigheid voor alle kamerplanten een belangrijke rol.
    Meestal haten zij de droge atmosfeer die de centrale verwarming veroorzaakt.

    Zouten
    Bij Kamerplanten raadt men ook de onderdompelmetode aan. De plant wordt daarbij met pot en al in een emmer water gezet, het waterpeil moet tot boven de rand van de pot komen. Dit bad duurt tot geen luchtbellen meer te zien zijn, daarna laat je het overtollige water uitlekken. Die metode wordt vooral aanbevolen om de overbodige zouten die met meststoffen in de grond terecht kwamen, uit te spoelen.
    Vergeet niet dat bij dit bad ook nuttige voedingsstoffen in oplossing kunnen gaan en uit de potgrond verdwijnen, zodat de grond verarmt. Stop je kamerplanten daarom niet te vaak in bad en als je het doet, geef je nadien een bemesting.
    Een bloempot in gebakken klei is poreus, dit in tegenstelling tot een plastic eksemplaar. Vandaar het grote verschil in verdampend oppervlak en de daarmee gepaard gaande waterbehoefte. Hou er rekening mee bij de bepaling van de frekwentie waarop de kamerplanten hun gietbeurt krijgen. Dit is ook belangrijk als je bij het verpotten van de ene soort bloempot naar de andere wordt overgestapt.

    Kalkrijk water
    De witte uitslag die soms zichtbaar wordt op bloempotten uit gebakken klei is geen schimmelgroei, maar verraadt alleen het gebruik van kalkrijk gietwater. Het water dringt door de poriën van de pot, verdampt aan de buitenzijde en de kalk blijft achter. Het is duidelijk dat dergelijke neerslag ook de poriën van de pot verstopt zodat langs die weg geen lucht meer tot de wortels kan doordringen. Uit de leidingen van het waterdistributienet stroomt meestal re àtief kalkrijk water en dat betekent voor vele kamerplanten de langzame maar zekere dood.
    Naast de witte uitslag op stenen potten is ook de ontwikkeling van blauwwieren tussen potrand en -grond kenmerkend hiervoor.

    Als dergelijke verschijnselen optreden, is het de hoogste tijd want de fysiologische veranderingen bij de plant zullen dan niet lang meer op zich laten wachten. Zij uiten zich meestal in geel wordende bladeren, geringe groei en bladval. maar dan is het ook meestal reeds te laat om nog met goed gevolg in te grijpen.

    Dus tijdig voorzorgen treffen en vooral zacht water gebruiken. Wie daar geen beschikking over heeft bij gebrek aan een voorraad regenwater dient dan wel te zorgen voor ontharden. Dit kan chemisch gebeuren of door uitkoken, maar een niet te ingewikkelde metode is een linnen zakje (plastic met fijne gaatjes kan ook) gevuld met ongeveer één kilogram turfmolm een etmaal in zowat 5 of 6 liter water te laten hangen.

    De kalk in het water zal zich geleidelijk met de zuur reagerende turfmolmdeeltjes binden. Men kan de turf herhaaldelijk bezigen maar hem achteraf natuurlijk niet gebruiken om tussen potgrond te mengen.

    Sommige kamerplanten, gelukkig niet zo erg veel, verdragen helemaal niet dat zij van plaats veranderd worden of gewoon gedraaid als zij bloemknoppen dragen of in bloei zijn. Het resultaat van een dergelijke handeling zou afvallen van de knoppen en bloemen voor gevolg kunnen hebben. En laat ons tot besluit dan nog maar even de raad geven: niet bang zijn om een oudere en niet meer zo degelijke kamerplant weg te doen en door een gezond jong eksemplaar te vervangen, misschien zelfs eens een andere soort kiezen die het beter zou kunnen doen in het milieu dat je haar kunt bieden.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (9 Stemmen)
    02-01-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HET PLANTENSEIZOEN
     

    VOORUITZICHTEN VOOR HET PLANTENSEIZOEN


    De basis van een goed resultaat in de tuin wordt gelegd in de grond. Wanneer die optimaal is verzorgd en bemest, kan het al bijna niet meer mis gaan. Daarom deze maand - aan het begin van het nieuwe seizoen - veel aandacht voor deze belangrijke zaak. De planten in de tuin waren de afgelopen tijd in winterrust. In de bodem was het echter veel minder rustig. De bodemorganismen blijven, zolang de grond niet bevroren is, ook in de winter actief. In ons gematigd klimaat bevriest de bodem zelden dieper dan 10 tot 15 cm. Daaronder gaat ook in de winter het bodemleven door; zij het op een laag pitje. Op een kale grond hebben weer en wind veel meer invloed dan op een bedekte grond. In een kale grond hebben de bodemorganismen in de winter veel meer te lijden: alleen al omdat de afkoeling sterker is. Op een bedekte grond hebben weersinvloeden een minder grote invloed op de structuur van de grond; niet alleen in het bovenste laagje, maar ook op grotere diepten.

    Grondsoort speelt een rol

    Op lichte grond spoelen veel voedingsstoffen uit door regen en eventueel smeltwater van sneeuw. Ze zijn weggespoeld naar diepere lagen; te diep voor de plantenwortels. Deze uitspoeling is echter niet gelijkmatig; stikstof spoelt bijvoorbeeld sneller uit dan kalk. Daarom zijn er na de winter vaak te weinig voedingsstoffen van het ene element en teveel van het andere en komt de vorming van humus slechts langzaam op gang. Dit proces wordt immers in gang gezet door de micro-organismen in de grond die alléén goed werken wanneer ze de beschikking hebben over de juiste voedingsstoffen.

    Op zware grond worden regen- en smeltwater redelijk gelijkmatig opgenomen en lang vastgehouden. Dat betekent dat zware kleigrond ook nu nog erg nat is en slechts heel langzaam opwarmt. Daardoor zijn ook bodemorganismen weinig actief en komt de groei van planten langzaam op gang. Daarbij komt nog dat een natte grond gemakkelijk samenklontert en weinig zuurstof bevat. Juist dit laatste is erg belangrijk voor een goede groei en activiteit. Geen enkel levend wezen kan zonder zuurstof: ook bodemorganismen en planten niet. Doordat kleigrond de voedingsstoffen vasthoudt, is er waarschijnlijk nog een aardige voorraad aanwezig die overgebleven is van het vorige jaar. Wanneer u nu flink gaat bemesten, is de kans op overbemesting groot.

    Bedekte en onbedekte grond
    Wanneer de grond de afgelopen winter bedekt is geweest, zullen zich minder problemen voordoen. De bovengrond zal vrijwel niet verdicht zijn en de bacteriën hadden voldoende voedingsstoffen om door te gaan met de humusvorming. Wanneer de grond bedekt gehouden is door vorige zomer of herfst groen bemester te zaaien, moet u natuurlijk wel bedenken dat deze planten ook voedingsstoffen uit de grond hebben opgenomen. Het groen of de stoppel wordt ondergespit en gaat verteren.
    Daarbij wordt vrij veel stikstof verbruikt door de bacteriën. Ook wanneer de grond bedekt is met stro, moet wat extra stikstof worden bemest. Doet u dat niet, dan is de bodem weliswaar mooi los, maar laat de voedingstoestand te wensen over. Groenbemesters die hoger zijn dan 15 cm worden eerst afgemaaid voordat ze worden ondergespit. Door grote hoeveelheden loof onder te spitten kan de grond namelijk verzuren. Daarom wordt het loof op de composthoop verwerkt en alléén de stoppel ondergespit.

    Grond losmaken
    De zon kan zelfs op dagen dat het koud aanvoelt, de grond toch goed opwarmen. Op bedekte grond verloopt dit proces veel langzamer dan op onbedekte grond. Daarom wordt de bedekking, wanneer het ten minste niet meer vriest, de komende maand verwijderd. Op zware grond wordt daarna de boven grond losgemaakt en geëgaliseerd. Dit gaat bijvoorbeeld heel goed met een cultivator. Grote brokken die na het spitten zijn blijven liggen, worden fijngemaakt. Op lichte grond is losmaken meestal niet nodig als de grond bedekt geweest is. Op onbedekte grond wel. Dit gaat bijvoorbeeld goed met een plattander of riek. Probeer daarbij de grond niet teveel overhoop te gooien. Voor het biologische evenwicht is het beter de grondlagen te laten liggen zoals ze liggen. Ook een cultivator is voor dit doel geschikt. Tegelijkertijd met het losmaken kan organisch materiaal zoals rotte stalmest of zelfgemaakte compost worden doorgewerkt.

    Bemesting in het voorjaar
    Natuurlijk moet er in het voorjaar worden bemest. Niet alleen de bedjes die in de winter. gestaan hebben, maar ook de struiken, bomen en de vaste planten krijgen weer hun voedselvoorraad voor het komende seizoen mee. Het probleem is dat iedere soort z'n eigen eisen stelt aan de bemesting: eenheidsbemesting bestaat niet. De bemesting moet worden afgestemd op de behoefte van de planten en de voorraad die nog in de grond aanwezig is. Om dit alles aan de weet te komen kunt u het beste een grondonderzoek (laten) uitvoeren. Uiteraard is het niet mogelijk om dat voor ieder gewas apart te doen en bovendien zou het erg kostbaar worden om het iederjaar te doen. Daarom moet hier en daar een klein gokje worden gewaagd.

    Het probleem wordt echter al veel minder groot wanneer u zich realiseerd met welke soort planten u te doen heeft: sterke, matige of zwakke groeiers. Op het veld waarop vorig jaar de sterkgroeiende planten hebben gestaan, kunnen ze het komend seizoen natuurlijk weer worden geplant. Dat is echter niet logisch in verband met de bemesting. Het beste is namelijk om zo weinig mogelijk te bemesten om te voorkomen dat er een overmaat ontstaat in de grond. Het mooiste zou zijn wanneer u precies zoveel zou geven als de planten aan de grond onttrekken. Daarom worden op de bedjes waarop vorig jaar de sterkgroeiende gewassen zoals kool, prei en komkommers stonden dit jaar de matige groeiers geplant of gezaaid (sla, peentjes, kroten, uien of rammenas). Op de plaats waar deze gewassen vorig jaar stonden, komen nu de zwakgroeiende gewassen zoals bonen, erwten en tuinbonen. Waar deze gewassen vorig seizoen groeiden, wordt nu het bed goed bemest en worden dit seizoen de sterke groeiers gezaaid of geplant. Op deze wijze is een optimale voorziening mogelijk van voedingsstoffen en organische materialen.

    Ook in de siertuin en fruittuin
    Hetzelfde principe als hierboven beschreven geldt voor de sier- en fruittuin. Ook hier moet aan de bodem worden teruggegeven wat de planten er vorig jaar aan hebben onttrokken. Ook bij de sierplanten zijn er soorten die weinig eisen stellen en andere die hogere eisen stellen aan de bemesting. Sierstruiken die bloeien vragen meer mest dan groenblijvende struiken; zij krijgen speciale meststof zoals bijvoorbeeld rhododendron- of rozenmest.
    Vruchtbomen en struiken blijven jaren op dezelfde plaats staan. Zij krijgen in het voorjaar een onderhoudsbemesting die voor de komende maanden toereikend is.

    De wens van iedere tuinbezitter is natuurlijk dat de tuin er prachtig bijstaat en dat de planten goed bloeien, een rijke oogst leveren en niet ziek worden. Van de andere kant is het ook belangrijk de grond niet te verzieken door teveel nitraten, fosfaten of zware metalen. Dit alles kan het gevolg zijn van overbemesting. Dus bemesten is goed, maar teveel bemesten is uit den boze. Daarom ook is het erg belangrijk minimaal eens in de vijf jaar een grondonderzoek te doen. Steeds meer leveranciers gaan ertoe over meststoffen met een bepaalde samenstelling in de handel te brengen, waardoor heel gericht kan worden bemest. Deze meststoffen zijn soms samengesteld uit alleen kunstmest, soms bestaan ze ook gedeeltelijk of helemaal uit organische mest. De hoofdbestanddelen van vrijwel elke mestsoort zijn stikstof, fosfor en kalium. De samenstelling is afhankelijk van het gewas waarvoor de meststof is bedoeld.

    Zo bestaat de aardbeimeststof van bijvoorbeeld ASEF uit 7% stikstof, 14% fosfor en 28% kalium, terwijl de Rhododendronmest 7 + 7 + 17 bevat. De mest is afgestemd op de behoefte van het gewas. Om overbemesting te voorkomen volgt u de ge-bruiksaanwijzing op de verpakking. Omdat niet voor elk gewas een speciaal samengestelde meststof verkrijgbaar is, moet er toch een beetje worden geschipperd. Zo is bijvoorbeeld aardbeienmest ook wel bruikbaar voor tomaten en aardappelen.

    Organische mest of kunstmest?
    Organische meststoffen activeren het bodemleven, werken langzaam, maar kunnen niet erg gericht worden uitgestrooid.
    Van kunstmest zijn snelwerkende en langzaamwerkende meststoffen in de handel. Bij de langzaamwerkende meststoffen komen de voedingsstoffen maar langzaam vrij waardoor de planten geen groeischok krijgen. Kunstmest heeft geen invloed op het bodemleven; het heeft alléén een voedende waarde. Met snelwerkende kunstmest moet u voorzichtig omspringen: geef kleine beetjes tegelijk. Wanneer u in één keer teveel geeft, krijgt de plant een groeischok en wordt vatbaar voor ziekten. Bovendien zijn de produkten van dergelijke planten meestal slecht houdbaar. Wel is een snelwerkende kunstmest uitstekend bruikbaar om een gebrek bij de planten op te heffen. Leveranciers maken soms een mengsel van kunstmest en organische mest om de goede eigenschappen van beide soorten te combineren: de grote voedende waarde van kunstmest en de gunstige invloed op de bodemstructuur van organische mest.

    Zo werken de voedingsstoffen
    De basiselementen in mest zijn over het algemeen: stikstof, fosfor en kalium. Soms is de mest verrijkt met magnesium. Dit zijn dan ook de vier belangrijkste stoffen die nodig zijn voor een goede groei van planten.

    --Stikstof heeft de plant nodig voor de groei en de vorming van bladeren. Vooral bladgewassen vragen relatiefveel stikstof. Desondanks is het belangrijk toch zuinig te zijn met dit voedingselement. Wanneer teveel stikstof wordt gegeven, is de kans groot dat het nitraatgehalte in de plant te hoog wordt; met name in perioden met weinig licht is dit gevaar groot. Voor tomaten is dit meestal geen probleem omdat de vruchten geconsumeerd worden. Voor bladgewassen daarentegen wel omdat nitraat samen met eiwitten nitrosamine vormt, een stof die in grote hoeveelheden schadelijk is voor de gezondheid. Bovendien zijn planten die rijkelijk van stikstof zijn voorzien erg vatbaar voor ziekten en plagen. Een tekort aan stikstof ziet u onmiddellijk doordat de bladeren klein blijven en geel worden. Op dat moment kan dan worden bijgemest met een snelwerkende stikstofmeststof (kalksalpeter of chilisalpeter).

    --Fosfor heeft de plant nodig voor een goede bloei, zaad- en wortelvorming. Zaaddragende gewassen zoals bonen vragen wat extra fosfor. Een tekort is meestal te herkennen aan paarse verkleuringen op het blad. Op het moment dat u het gebrek constateert, is er weinig aan te doen.
    Fosfor komt zo langzaam vrij in de grond dat bijmesten op dat moment niet meer helpt. Daartegenover staat dat fosfor ook lang werkzaam blijft in de grond en dat daardoor snel overbemesting plaatsvindt met dit element. Zou u bijvoorbeeld ieder jaar een mengmeststof gebruiken, dan loopt u het risico dat het fosfaatgehalte in de grond op den duur te hoog oploopt

    --Kalium heeft de plant nodig voor de vruchtvorming, het suikergehalte, de kleur en de smaak van de vruchten, maar ook voor de vorming van knollen en de weerbaarheid van de plant als geheel.Gebrek aan kalium ziet u aan de lichtgekleurde of verdorde bladranden. Met name bessen zijn gevoelig. Wanneer ieder jaar de grond onder bessen wordt bedekt met rotte stalmest, zullen de planten geen gebrek hebben aan kalium. Op grond die te rijk is bemest met stikstof of kalk, kunnen de planten ook kaliumgebrek hebben ondanks dat er voldoende van dit element in de grond aanwezig is. Het probleem is dan dat de planten eerder geneigd zijn om stikstof of kalk op te nemen dan kalium.Dit laatste element blijft daardoor in de grond en wordt niet opgenomen. Een gebrek is te verhelpen door te bemesten met patentkali of zwavelzure kali.

    --Magnesium heeft de plant nodig voor de vorming van bladgroen. Zonder bladgroen kunnen planten geen voedingsstoffen maken en zullen dus slecht groeien. Bij gebrek aan magnesium wordt onvoldoende bladgroen gevormd en worden vooral oudere bladeren geel; de nerven blijven wel groen. Magnesiumgebrek komt heel vaak voor op zure zandgrond en op kalkrijke lichte kleigrond. Ook wanneer er teveel kalium is bemest, kan magnesiumgebrek in de plant optreden omdat deze liever kalium opneemt dan magnesium. Wanneer een tekort snel wordt opgemerkt, is het te verhelpen door te spuiten met bitterzout (magnesiumsulfaat).

    Voorkom overbemesting
    Hierboven heeft u kunnen lezen hoe een tekort aan een bepaald element snel en effectief verholpen kan worden. Daarbij moet nog wel worden opgemerkt dat u vooral niet teveel meststoffen mag strooien onder het motto: 'baat het niet, dan schaadt het niet'. Want teveel meststoffen in de grond kunnen wel degelijk schadelijk zijn voor planten. Zo heeft u al kunnen lezen dat door een te grote hoeveelheid stikstof in de grond de opname van kalium wordt gereduceerd. Hetzelfde geldt voor een te hoog gehalte kalk. Door teveel magnesium neemt de plant nauwelijks kalium op en door teveel kalium blijft de opname van magnesium achter. De onderlinge verhoudingen van de verschillende elementen speelt een grote rol en moet dan ook in orde zijn. Daarnaast zijn er nog veel andere argumenten te noemen om niet te rijk te bemesten: door overbemesting met fosfaten verrijkt u de grond ongewild met zware metalen.
    Overbemesting maakt uw hobby ongewild duurder. Door overbemesting zullen de planten slecht groeien en soms zelfs doodgaan.

    Tip:

    Hoewel de dosering van de meststoffen op de verpakking staat aangegeven, wordt er meestal maar wat gestrooid. Ons voorstel: meet voordat u gaat bemesten één keer precies 50 gram af en strooi dat zo gelijkmatig mogelijk uit over een vierkante meter grond. Alleen op deze wijze krijgt u een goede indruk over de hoeveelheid mest die gegeven moet worden. Wanneer tegelijk met de korrelmest ook compost of stalmest wordt ondergewerkt, wordt de hoeveelheid korrelmest met minstens eenderde gereduceerd.


    VOEDING VOOR DE BODEM

    Bij de bemesting met kunstmest worden de voedingsstoffen heel gericht gegeven en zijn goed opneembaar voor de wortels. Biologische tuinders bewandelen echter een andere weg: niet de planten zelf worden van voedingsstoffen voorzien, maar de bodem. De bodemorganismen zetten deze stoffen om in stoffen die opneem baar zijn voor de planten. De biologische tuinders bemesten dus eigenlijk via een omweg. Dit heeft het voordeel dat planten nooit op korte termijn worden overbemest en een groeischok krijgen, maar steeds opnemen wat ze op dat moment nodig hebben. Daardoor groeien de planten zeer regelmatig en zijn minder vatbaar voor ziekten en plagen dan na bemesting met snelwerkende kunstmest. Bovendien spoelt minder stikstof uit naar het bodemwater.

    Drie weken voor het zaaien of planten
    Het 'nadeel' van organische bemesting is dat de bodemorganismen enige tijd nodig hebben om de voedingsstoffen om te zetten en voor de planten opneembaar te maken. Daarom moet minstens drie weken voor het zaaien of planten al voor de eerste keer worden bemest. De meststoffen worden oppervlakkig ingewerkt; niet dieper dan 5 cm.
    Een ander nadeel is dat minder precies kan worden bemest omdat de hoeveelheid voedingsstoffen wisselend is. Dat is de reden dat sommige leveranciers bepaalde stoffen toevoegen zodat op de verpakking wel precies kan worden aangegeven welke voedingsstoffen erin zitten en welke hoeveelheden. Doordat de voedingsstoffen slechts langzaam vrijkomen voor de planten kunnen de organische stoffen niet worden gebruikt om een tekort aan een bepaald element in de plant direct op te heffen.

    Compost: zelfgemaakt of gekocht
    De meestgebruikte organische stof in de tuin is compost. Terwijl vroeger een compostplaats op elk boerenbedrijf een vanzelfsprekendheid was, werken tegenwoordig vooral stadbewoners en hobby tuinders met compost. Er is zelfs een aantal gemeenten dat de aanschafvan een compostvat subsidieert om te voorkomen dat het tuin- en onverwerkte keukenafval met de vuilnisman wordt meegegeven,Maak van dit aanbod gebruik; van het plantaardige huis-, tuin- en keukenafval maakt u een bij- zonder goede grondverbeteraar waarvan u vrijwel zeker weet dat het geen zware metalen bevat. Dit kan niet altijd gezegd wor- den van de com post die u kant en klaar in zakken koopt. Compost is dus een uitstekende bodem verbeteraar, maar bevat niet zo heel veel voedingsstoffen.
    Bijmesten is dus nodig, zeker bij de matige en sterke groeiers. Goedverteerde compost geeft nooit aanleiding tot schade bij planten. Daarom kan het in onbeperkte hoeveelheden worden gebruikt.

    Verse of gedroogde mest
    Mest bevat meer voedingsstoffen dan compost. Als u de beschikking heeft over verse stalmest, dan kan dit direct worden ondergewerkt. Vooral niet meer dan 5 kg per m2 en minstens drie weken voor het planten om te voorkomen dat de planten ver-branden. Daarbij moet u bedenken dat de grond erg onrustig wordt van verse mest waardoor de onkruidgroei explosief kan toenemen en de gewassen een groeischok krijgen. Daarom ishet wellicht beter de mest voor gebruik te laten verteren op een mesthoop of te verwerken in de composthoop zodat die wat voedselrijker wordt. Van kippemest strooit u slechts l,S kg per m2.
    Lang niet iedereen heeft de beschikking over verse mest; gdroogde mest is echter een goed alternatief. Deze mest wordt in allerlei samenstellingen in de handel gebracht. De basis bestaat meestal uit kippe- of stalmest waaraan soms andere organische stoffen zijn toegevoegd zoals bijvoorbeeld beendermeel, hoornmeel, bloedmeel of sporenelementen. Op deze wijze ontstaat dan een evenwichtige meststof waarvan de verhoudingen op de verpakking zijn vermeld zodat u dus precies weet wat u bemest. Soms wordt de organische mest ook aangevuld met een snelwerkende kunst-meststof. Geef hiervan niet teveel om verbranding van de planten te voorkomen. De meeste organische meststoffen bevatten maar weinig kalium; bij gewassen met een grote kaliumbehoefte (tomaat, aardappel, peen) moet daarom worden bijgemest met bijvoorbeeld patentkali.
    Om het effect van gedroogde organische mest te verbeteren kan een bacteriemeststof worden toegevoegd. Bijvoorbeeld 'Cofuna'.De basis van deze 'meststof bestaat uit gedroogde druivepitten waaraan grote hoeveelheden bacteriën zijn toegevoegd. Deze zorgen ervoor dat de voedingsstoffen die al in de grond aan wezig zijn worden omgezet en bruikbaar worden voor de planten.

    Compost en meststoffen worden in het vroege voorjaar over de losgemaakte grond van de bedjes uitgespreid en met de hark of cultivator oppervlakkig ingewerkt. Regenwormen en micro-organismen zetten de voedingsstoffen dan om in stoffen die de planten in de loop van het groeiseizoen opnemen.

    Geconcentreerde organische meststoffen
    Een andere mogelijkheid om te tuin te voorzien van de nodige voedingsstoffen is het bemesten met geconcentreerde organische meststoffen zoals bloedmeel ,hoornmeel of beendermeel. De eerste twee bevatten voornamelijk stikstof; de laatste een beetje stikstof en vooral veel fosfor. Soms worden deze drie samen als mengmeststof aangeboden zodat een volledige bemesting mogelijk is.Ook enkelvoudige meststoffen kunnen uitstekend worden toegepast. Bijvoorbeeld hoornmeel of bloedmeel wanneer er alleen stikstof nodig is voor een goede groei omdat er al voldoende fosfaat in de grond aanwezig is. Deze geconcentreerde organische meststoffen moeten op tijd worden uitgestrooid en ondergewerkt. Bloedmeel is de snelstwerkende meststof van de drie en kan daarom ook worden gebruikt om gewassen met een lange groeiduur (kool, prei) later in het jaar bij te mesten. Het wordt op z'n laatst in juni uitgestrooid zodat de voedingsstoffen voldoende tijd hebben om vrij te komen.

    Als natuurlijke bodemverbeteraars worden ook gesteentemelen en -granulaten (korrels) gebruikt. Zowel meel als korrels zorgen ervoor dat de bodem meer vocht kan vasthouden waardoor ook wordt voorkomen dat voedingsstoffen teveel uitspoelen. Zij maken van de grond een soort provisiekamer voor de planten.

    -Op zware grond moet gesteentemeel met mate worden gebruikt omdat het de grond teveel kan verdichten, maar korrels zijn wel uitstekend geschikt om een dergelijke grond luchtiger te maken.

    -In lichte grond worden de micro-organismen door gesteentemeel aangezet tot humusvorming. In het voorjaar wordt het gesteentemeel uitgestrooid over het bed en
    oppervlakkig ingewerkt. Daarnaast wordt vlak voor het zaaien of planten nog. een beetje in de zaaigeulen en plantgaten gestrooid voor een goede start van het nieuwe gewas.

    Aanvullende bemesting met gier of extract
    Compost levert humus; meststoffen voeding voor de planten. Op deze wijze worden de planten bij het begin van het nieuwe seizoen van een evenwichtige voeding voorzien. Een gewas onttrekt echter voortdurend voedingsstoffen aan de bodem.
    Daarom wordt in de loop van het groeiseizoen een keer bijgemest. Wie geen snelwerkende kunstmest wil gebruiken, strooit bloedmeel of giet regelmatig gier of extract bij de voet van de planten. De stoffen in de gier verrijken de grond niet alleen met bepaalde voedingsstoffen, maar zij maken de planten ook sterker en actiever waardoor een betere opname van voedingsstoffen mogelijk is.

    --Brandnetelgier bevat stikstof waardoor de groei enigszins wordt bevordert. Bovendien worden regenwormen aangetrokken die weer gunstig zijn voor een goede bodemstructuur. Attentie: bonen, erwten en uiachtigen verdragen geen brand- netelgier.

    --Smeerwortelextract bevat veel stikstof en kalium; het kan uitstekend worden gebruikt bij sterkgroeiende gewassen als tomaat en kolen.

    Gecombineerde gier van koolbladeren, uien en knoflook die wordt verrijkt met kruiden als kamille, leeuwetand, pepermunt en melisse kan worden gebruikt om de planten te versterken.

    Gier wordt als volgt gemaakt:
    vul een emmer met grofgesneden planten, voeg regenwater toe en zet hem op een zonnige plaats. Al na 24 uur begint het goedje te gisten. Elke dag wordt een of meerdere keren geroerd om te zorgen dat er voldoende zuurstof in de vloeistof komt. Wanneer de gier stinkt voegt u wat gesteentemeel of valeriaanextract toe om de stank te verminderen. Op z'n vroegst na een week wordt de drap verdund met water in een verhouding van 1:20 en bij de wortels van de planten gegooid. Doe dat de hele zomer door elke 4 tot 6 weken.

    Niet iedereen heeft de mogelijkheid om dicht bij huis in het wild smeerwortel of brandnetels te verzamelen. Deze en andere kruidachtige planten zijn ook gedroogd of -zelfs als geconcentreerde kant en klare gier verkrijgbaar. Om de gier op de juiste wijze klaar te maken volgt u de aanwijzingen op de verpakking.

    ZO MAAKT MEN COMPOST
    Graaf de bodem ongeveer 15 cm uit en maak hem goed los. Op de grond komt grof materiaal voor een goede afwatering. Daarop wordt de hoop laag voor laag opgebouwd:
    een klein laagje oude compost, 20 cm gemengd tuinafval en een laagje kalk of compostversneller. Daarop weer een laagje oude compost, tuinafval en kalk. In droge perioden krijgt de composthoop water om uitdroging te voorkomen. Enkele maanden na het opzetten wordt de hoop omgezet (binnenstebuiten gekeerd) voor een gelijkmatige vertering. Wanneer de compost rul, zwart en goed verteerd is, wordt hij gezeefd en verspreid over de -tuin. Composteren is niet moeilijk en gaat bijna altijd goed mits u een aantal zaken in de gaten houdt.

    De laag tuinafval bestaat uit gezond plantaardig afval en onverwerkt keukenafval.

    Gras mag op de composthoop wanneer het goed wordt vermengd met grover materiaal. Teveel gras tegelijk vormt een dikke compacte laag die gaat verzuren. Verwerkt keukenafval zoals gekookte aardappel of brood trekt ongedierte aan en is heel vaak de oorzaak van stank. Theebladeren en koffiedik mogen wel op de composthoop. Grote hout- of koolstronken verteren te moeilijk; deze moeten worden kleingemaakt met bijvoorbeeld een hakselaar.

    Dierlijke mest kan ook in de composthoop worden verwerkt. Dit is zelfs gunstig om het stikstof gehalte te verhogen. Wanneer geen dierlijke mest wordt gebruikt, is het raadzaam regelmatig een beetje bloedmeel over de hoop te strooien; zeker wanneer er veel stro of bladeren worden verwerkt. De vulling uit de kattebak gaat met de vuilnisman mee: deze hoort niet op de composthoop in verband met eventuele overbrenging van ziekten.


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (2 Stemmen)
    26-12-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Carissa
     

    Carissa


    Standplaats:
    Maar als u de plant een koele, lichte overwinteringsplaats kunt bieden, moet u dat doen. Hij zal u er dankbaar voor zijn en rijker en prachtiger bloeien. In een verwarmde kamer moet u normaal doorgaan met het watergeven; op een koele plaats (10-15° C) hoeft u daarentegen maar een keer per week te gieten.

    Kenmerken:
    En omdat deze bizarre struik met zijn glanzende donkergroene bladeren (net zoals bij de citrusfamilie) gelijktijdig versierd is met bloemen en vruchten kun je zonder omhaal zeggen dat Carrissa een echte schoonheid is.

    Bloemen :
    Zelfs jonge planten kunnen al in bloei komen. Maar het mooist zijn toch de wat oudere struiken, die tijdens de bloei van februari tot april er niet alleen betoverend uitzien, maar ook de gehele kamer met een heerlijke geur vullen.

    Planten :
    Vanwege zijn scherpe doornen wordt hij in kustgebieden als heg toegepast.
    Maar we komen hem ook tegen als struik in de hoteltuinen van Spanje.

    Gebruikte delen:
    De bladeren en bloemen zijn giftig, maar de vruchten zijn eetbaar. Ze zijn enigszins zuur, ze doen een beetje denken aan pruimen en zijn bijzonder geschikt voor het maken van jam.

    Eigenschappen:
    Hij is zeer giftig, deze wasboom
    Bladeren zo dik als leer,
    doornen als gespleten slangetongen,
    sneeuwwitte naar jasmijn geurende bloemen en
    vruchten ter grootte van een pruim.

    Vermeerderen :
    Ze worden gretig geconsumeerd door vogels, die ook het zaad verdelen

    Soorten :
    Carissa bispinosa
    Carissa boiviniana
    Carissa carandas L.
    Carissa macrocarpa
    Carissa spinarum L.

    -Carrissa bispinosa uit de oostelijke kaapprovincie heeft kleine, 1,2 cm brede witte bloemen, terwijl op een krachtige struik Van

    -Carrissa grandiflora vaak ongeveer 5 cm brede bloemen en 3,5 cm lange spitsige doornen aangetroffen worden. Een uitdaging voor alle plantenliefhebbers die eens iets anders willen proberen.

    -De natalpruim (Carissa macrocarpa, basioniem: Arduina macrocarpa) is een plant uit de maagdenpalmfamilie (Apocynaceae). Het is een groenblijvende, klimmende, tot 0,5 m hoge struik. Alle plantendelen bevatten een kleverig melksap. De takken zijn bezet met tot 5 cm lange, vertakte doornen. De bladeren zijn tegenoverstaand, ovaal, 3-7 cm lang, donkergroen, leerachtig en glanzend aan de bovenzijde.

    De bloemen hebben een lange bloembuis en zijn erg geurend. Ze staan solitair in de bladoksels. De kroonbladeren zijn langwerpig en wit of roze van kleur.

    De vruchten zijn rond tot eivormig en rozerood van kleur. Het vruchtvlees is dieprood van kleur, sappig en smaakt aardbeiachtig. De vruchten kunnen als handfruit worden gegeten of verwerkt worden in compotes en vruchtensalades. Het sap van de natalpruim vormt een smaakvolle frisdrank.

    De natalpruim komt van nature voor in zuidelijk Afrika. Een verwante soort met eetbare vruchten is de caranda (Carissa carandas).

    Weetjes :

    Een mooie, giftige plant met eetbare vruchten. Alleen dat al maakt hem bijzonder, maar er is meer ...

    Maar als zo vaak heeft schoonheid ook zijn keerzijde. Hij is zeer giftig, deze wasboom, zoals deze uit de warmere delen van Afrika en Azië stammende plant ook genoemd wordt.

    Voorzichtig giftig!
    Deze waarschuwing moet u echt serieus nemen. U moet oppassen bij het terugknippen van de plant. Als er wat van het vrijkomende melksap in een wond terecht komt, kan dat (net zoals bij de oleander) vervelende gevolgen hebben. En omdat grote planten niet alleen bladeren hebben ter grootte van een rijksdaalder,

    maar ook 3,5 cm lange scherpe doornen, loopt u snel een bloedende wond op. Bij het verpotten of het uitvoeren van andere handelingen met de plant moet u dan ook altijd handschoenen dragen.


    Carrissa grandiflora is een uitgesproken gemakkelijk te verzorgen en robuuste kamerplant. En hij behoort tot de weinige exoten, die probleemloos in een verwarmde woonkamer kunnen overwinteren. Alleen de nieuwe, zachte scheuten zijn gevoelig.

    Zodra de plant begint uit te lopen, moet u hem goed in de gaten houden en door regelmatig te sproeien moet u de luchtvochtigheid wat verhogen. Maar zodra de bladeren eenmaal leerachtig geworden zijn, hebben zelfs insekten geen kans meer de plant aan te tasten.

    Giftige struik, eetbare vruchten Zoals reeds vermeld, overwintert de plant zonder problemen in een verwarmde kamer.

    In het algemeen geldt voor het watergeven: beter te weinig dan te veel.

    Bemesten doen we tijdens de groeiperiode van mei tot oktober met de normale vloeibare meststof die we ook voor kamerplanten gebruiken.

    Als u deze flink gedoornde struik 's winters een plaats kunt geven in een hobbykas of serre, zult u krachtigere planten krijgen dan degene die aangewezen zijn op een overwintering in de huiskamer. Maar niet alleen de standplaats is bepalend voor de grootte en het uiterlijk van de plant.


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    01-12-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Symphytum officinale
     

    Symphytum officinale

    Botanische naam  : Symphytum officinale
    Nederlandse naam : Gewone smeerwortel
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   :
    Grondsoort : alle
    Vochtbehoefte    : normaal, vochtig, nat
    Licht            : half schaduw, zon
    Groep            : vast
    Gebruik          : grasland, ruigte, bos en struweel
    Hoogte           : 0.30-0.60, > 0.60
    Vorm             : pol
    Bloeikleur/vorm  : wit, rood/bruin, roze, lila, paars
    Bloeitijd        : april, mei, juni, juli, augustus
    Vermeerdering    : zaaien, scheuren
    Voedingsbehoeft  : matig voedselrijk, voedselrijk, zeer voedselrijk
    Concurrentiekra  : matig

    Standplaats:
    De smeerwortel verkiest een goede, humusrijke bodem, bij voorkeur zand-lemig en enigszins vochtig, doch goed doorlatend, in zon tot halfschaduw.

    Kenmerken:
    Deze, in heel Europa voorkomende, winterharde vaste plant wordt 50 tot 80 cm hoog en is volledig overdekt met korte, stugge haartjes
    De Gewone smeerwortel (Symphytum officinale) is een vaste plant uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae). Deze soort is in België en Nederland een algemeen voorkomende plant in ruigtes, bermen, op dijken en bij slootkanten. Dit geldt voor geheel Europa met uitzondering van het hooggebergte.

    Bloemen :
    Bloempjes, die roomgeel of paars van kleur zijn hangen twee aan twee aan de schicht die ‘schorpioïed’ van vorm is, wat betekent dat de curve die gevolgd wordt, de vorm heeft van een schorpioenstaart. De bloemen staan ingeplant aan één kant van de stengel, en lopen in grootte af van de volledig geopende bloemen aan het begin, tot aan de bijna onooglijke knopjes aan het einde.
    De bloemkroon is eerder buis- dan klokvormig, de kelk vijfdelig gespleten.
    De vrucht bestaat uit vier blinkende ‘nootjes’,

    Planten :
    De smeerwortel is met name in vochtige bermen en langs beken te vinden. Van mei tot augustus staat de smeerwortel in bloei, er komen dan purperen, beige of roze bloemen aan. De wortels, die diep in de grond zitten, zijn zwart van buiten en wit van binnen. Wanneer je de wortel opensnijd komt er een witte, waterachtige vloeistof uit tevoorschijn waar de smeerwortel haar naam aan dankt.

    Gebruikte delen:
    De wortel van de smeerwortel wordt geoogst in voor- of najaar, wanneer zijn gehalte aan allantoïne het hoogst is. Men wacht voor het opgraven tot na het tweede groeijaar van de plant. Na de oogst wordt de wortel in schijfjes
    gesneden, of overlangs in repen, en vervolgens bij matige warmte gedroogd.

    Werkzame bestanddelen:
    Smeerwortel wordt hoofdzakelijk uitwendig gebruikt, en dat zowel bij de behandeling van kneuzingen, chronische aandoeningen van gewrichten, als bij ontstoken spataders. Historisch is vooral het gebruik bij botfracturen bekend.

    Eigenschappen:
    Smeerwortel is werkzaam als vulneratief (wondhelendmiddel), slijmvormer, astringens (doet de bloedvaatjes samentrekken) en expectorans (hoestmiddel).
    Het in de plant aanwezige allantoïne prikkelt beschadigd weefsel tot het vormen van nieuw granulatieweefsel en stimuleert ook de celdeling. Het gebruik van smeerwortel bij allerhande verwondingen en zweren vindt hierin zijn verklaring.
    De wortels bevatten zoveel kleefstoffen dat ze in stukken gehakt vlees aaneensmeden; en als smeerwortel wordt gekookt tot een massa of het blad wordt gekneusd en de massa als pleister op een wonde wordt gelegd, zal hij alle vleeswonden genezen.

    Vermeerderen :
    De plant kan vermeerderd worden door zaad of door scheuren. Zaailingen worden uitgeplant op ongeveer een halve meter onderlinge afstand.

    Soorten :
    Symphytum officinale en S. x uplandicum zijn erg gelijk en hun nakomelingen zijn vruchtbaar.
    Deze soort is in België en Nederland een algemeen voorkomende plant in bermen, op dijken en bij slootkanten. Dit geldt voor geheel Europa met uitzondering van het hooggebergte. De plant is in Noord-Amerika ingevoerd en verwilderd.
    S. officinale is kleiner, minder borstelig en heeft gevleugelde bladribben die ieder blad verbinden aan de bladverbinding daaronder. S. x uplandicum heeft smallere vleugels die de vorige bladverbinding niet bereiken. De zaden van de S. officinale zijn glanzend en bij de S. x uplandicum zijn ze dof.

    Weetjes :

    Sedert enkele jaren wordt in heel wat de landen de verkoop van smeerwortelpreparaten voor inwendig gebruik verboden of aan strenge beperkingen onderworpen. Reden hiervoor is het feit dat wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat het gebruik van grote hoeveelheden smeerwortel risico’s op leverbeschadiging met zich mee kan brengen.

    De Botanische naam ‘Symphytum’ vindt zijn wortels in het Grieks: Je herkent erin ‘Sym-phyteuoo’, wat je zou kunnen vertalen als ‘ik doe tesamen groeien’. ‘Officinale’ is al ettelijke keren in deze site verklaard: het wijst op het oude gebruik als geneeskruid.

    De Nederlandse naam vergt misschien iets meer verklaring: Smeerwortel bevat vrij veel slijmstoffen, waardoor de papjes die van de wortel bereid worden, er erg slijmerig en ‘smerig’ uitzien!

    Smeerwortelzalf

    Smeerwortelzalf kan gebruikt worden bij schaafwonden en andere kleine verwondingen. Daarnaast werkt smeerwortelzalf pijnstillend bij botbreuken en kneuzingen. Voor smeerwortel zalf heb je twee handjes verse of gedroogde wortels van de smeerwortel, vijf eetlepels vaseline en twee eetlepels zonnebloemolie nodig. Snij de wortels in kleine stukjes en meng deze in een vuurvaste kom met de vaseline. Verwarm dit mengsel gedurende minimaal tien uur au bain-marie. Zeef het geheel vervolgens en roer de zonnebloemolie door de zalf.

    Smeerwortelolie

    Je kunt een medicinale olie van smeerwortel maken voor het behandelen van pijnlijke gewrichten, verstuikingen en bloeduitstortingen. Breng hiervoor 250 gram gedroogde of 750 gram verse smeerwortelbladeren in 500 milliliter zonnebloemolie au bain-marie aan de kook. Laat de olie ongeveer drie uur koken en filter de olie vervolgens. Je kunt de zelfgemaakte smeerwortel olie maximaal een jaar bewaren op een koele en donkere plaats in een luchtdichte fles.

    Kan je smeerwortel nog op een andere manier gebruiken?

    Je kan inderdaad nog meer doen met smeerwortel. Zo kan je je arme, getergde rug, eens extra verwennen met een afkooksel van smeerwortelbladeren.

    Doe die bladeren in een emmer en giet er kokend heet water op. Na 20 minuten is het aftreksel klaar. De bladeren vis je eruit, want die wriemelen zo als je in je bad zit... Voeg dit aftreksel toe aan je badwater. Blijf 15 minuutjes lekker genieten in je warm, verwennend bad. Je komt als herboren eruit.

    Culinair:

    in Engeland wordt smeerwortel al lang als spinazie gegeten

    jonge blaadjes rauw in salades

    - Het werd vroeger als veevoedergewas voor varkens, koeien (meer melkproduktie) en renpaarden gekweekt.

    - Door zijn proteïne-rijkdom ook goed als grondverbeteraar, als groenbemester (voor tomaten, bonen en aardappelen) en compost.

    - Het helpt composthopen sneller verteren.


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (33 Stemmen)
    30-11-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Howeia
     

    Howeia
    KENTIAPALM

    Standplaats:
    Een lichte standplaats werkt gunstig, maar is niet echt nodig
    Wortelkluit goed vochtig houden met lauw en kalkarm water, vooral onder warme omstandigheden. Minder gieten bij lagere temperatuur. Regelmatig broezen.
    Redelijk vochtig milieu komt het blad ten goede.
    Klassieke, voedselrijke potgrond met wat leem om het vocht vast te houden. Goed gedraineerde palmpot. In de groei om de twee weken bemesten, later om de maand lichte mest via vochtige potgrond. Om de drie jaar verpotten, bij voorkeur in de lente
    Wanneer ze vanuit haar donkere hoek voor het eerst het daglicht ziet, moet de plant langzaam aan het volle daglicht wennen. Dit kan door zonwerend materiaal over de bladeren te leggen en ze geleidelijk aan het zonlicht bloot te stellen. Ofwel kan u een schaduwrijke plek in de tuin uitzoeken en de palm geleidelijk naar het zonlicht toeschuiven. Die jaarlijks behandeling zorgt ervoor dat u een stevige en gedrongen plant verkrijgt

    Kenmerken:
    Howea forsteriana is de meest gekweekte; Howea belmoreana is sierlijker, maar heeft meer verzorging nodig. Als jonge plant zijn ze moeilijk uit elkaar te houden. De volslanke stammetjes dragen een kroon met breed uitwaaierende geveerde bladeren. Meestal worden ze aangeboden in een pot met enkele planten bijeen.
    Hoog opgroeiend, gemiddeld 200 cm hoog en 150 cm breed, maar groter kan ook.

    Planten :
    Niet winterhard. Mag in de zomer naar buiten. Zowel hoge als lage (tot 10 C) temperatuur wordt goed doorstaan. Matig warm overwinteren (14 18 C).
    De Kentiapalm groeit traag maar vormt toch regelmatig nieuwe bladeren, zeker wanneer hij zich goed voelt. De trage groei maakt het jaarlijks verpotten overbodig. In de regel volstaat het eenmaal om de 3 jaar in het voorjaar. Men gebruikt hiervoor een diepe maar smalle pot met voedselrijke potgrond, waaraan een beetje leemgrond wordt toegevoegd om de grond langer vochtig te houden.

    Eigenschappen:
    Standplaats lichtbehoefte: zon, halfschaduw, schaduw
    deze plant is vorstgevoelig
    deze plant is wintergroen (groenblijvend)
    deze plant verlangt een zurige bodem (pH 4,5-5 of lager)
    De Kentiapalm is erg goed bestand tegen stof en lage temperaturen. De plant vreest ook geen schaduw.
    Na de laatste nachtvorst mag hij naar buiten. Vanuit de donkere hoek langzaam aan het volle daglicht wennen door zonwerend materiaal over de bladeren te leggen en geleidelijk aan het zonlicht bloot te stellen. Of van een schaduwrijke plek in de tuin geleidelijk naar het zonlicht toe te schuiven.

    Vermeerderen :
    Howea kan uit zaad worden vermeerderd. Om zaden te laten kiemen is een constant warme grond van 27 °C vereist. Een kas is onontbeerlijk om de palm verder groot te brengen.

    Soorten :
    De Kentiapalm is van oorsprong tropisch, maar perfect geschikt als kamerplant. In deze groep van palmen zijn Howea forsteriana en Howea belmoreana de enige soorten.

    Weetjes :

    Een goede verzorging uit zich in een rijkelijk groeiende plant, die op latere leeftijd bloemen en vruchten kan dragen. Voor een vochtige omgeving wordt de plant op een omgekeerd schaaltje in een met water gevulde schaal gezet. Zonder natte voeten, want dat leidt tot wortelrot.

    Het blad blijft frisgroen door de plant regelmatig in de regen te zetten of lauw te douchen. Af en toe de kluit onderdompelen en goed laten uitlekken is aangeraden. Bij lage temperatuur, de aarde droger houden.
    De Kentiapalm is een trage groeier, verpotten slechts om de drie jaar. Bij voorkeur in een diepe, smalle pot.

    Het beste water is regen water. Elke 8 maanden kan uw Kentia Palm wat extra meststof gebruiken. Na een jaar kan het geen kwaad uw Kentia Palm te herpotten gebruik dan speciale Kentia Palm grond (Veengrond)

    Howea fosteriana groeit van nature op Lord Howe Island voor de oostkust van Australië. De eerste naam is afgeleid van de hoofdstad op het eiland: Howeia. De tweede naam is afkomstig van de Duitse plantkundige H. von Forster (1847 - 1930).


    Ziekten :

    In de winterperiode bobbelige vlekken aan de onderkant van de bladeren !!

    Is een typisch ziektebeeld van palmen die onder ongunstige omstandigheden overwinteren.Hoge temperaturen, veel (giet) water samen met een geringe hoeveelheid licht zijn de oorzaken.
    Minder gieten dus ,zonder de kluit te laten uitdrogen en zet de palm op een wat koelere plaats (14 tot 18 °C)
    De onderste bladen kunnen bruin worden. Dat is normaal. Verwijder deze bruine bladen

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (2 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Exacum
     

    Exacum


    Botanische naam  : Exacum
    Nederlandse naam : Bitterblad
    Herkomst         : Socota
    Bijzonderheden   : eenjarig
    Grondsoort       : goed doorlatende
    Vochtbehoefte    : matig water geven,potkluit vochtig houden
    Licht            : half schaduw
    Wind             : koude en tocht vermijden
    Gebruik          : als kamerplant
    Hoogte           : 20 – 40 cm
    Bloeikleur/vorm  : wit,lila,geurend
    Bloeitijd        : juni - oktober
    Blad             : groen

    Standplaats:
    Het blauwe liesje is in de eerste plaats een kamerplant maar ook buiten op terras of balkon, bij voorkeur in een pot of bloembak, kunt u er veel plezier aan beleven.
    In het laatste geval moet de plant wel beschut staan en moet de zomer warm en niet te nat zijn.
    Voorwaarde voor een goede ontwikkeling is in alle gevallen dat de plant op een lichte tot half beschaduwde plaats
    staat en dat het niet te warm is. In huis betekent dat schermen tegen de middagzon of kiezen voor een plaats op het zuidoosten of noordwesten.

    Bloemen :
    Een allerliefst plantje met lilablauwe bloempjes.

    Planten :
    Tijdens de opkweek van zaailingen en stekken is een zeer lichte standplaats noodzakelijk, maar ook dan beschermd tegen felle zon". De temperatuur moet matig zijn, tussen 15-20 °C.

    Vermeerderen :
    Het is een echt zomerbloeiende kamerplant, die u kunt voortkweken door middel van zaaien, wat al vroeg in het voorjaar moet gebeuren.Dat doet u in een pot binnenshuis en stop het zaad vooral niet te diep in de grond. Het is ruim voldoende, als het juist onder de oppervlakte zit. Na het zaaien dient u de pot met een ruit en daaroverheen een papier af te dekken. De potgrond zult u vochtig moeten houden.

    Zodra de jonge plantjes tevoorschijn komen, zult u ruit en papier moeten verwijderen, want ze hebben direct de volle zon nodig.
    Als de plantjes hanteerbaar worden moet u ze verplanten in een aparte pot.
    Ze komen daarin op een onderlinge afstand van een paar centimeter.
    Zodra ze elkaar met de blaadjes raken, dient u elk plantje afzonderlijk in een potje te zetten.
    Gebruik er de bekende bloemistengrond voor.

    Bitterblad kan op twee manieren worden vermeerderd: uit zaad of door te stekken.
    De meest gebruikelijke methode is zaaien. Aangezien de planten pas ongeveer

    zes maanden na het zaaien bloeien, moet al in januari/februari worden gezaaid. Bitterblad is een lichtkiemer en dat betekent dat het fijne zaad niet met aarde wordt bedekt, wel met glas of plastic.

    Soms blijven de planten na de bloei in leven; daarvan kan in het voorjaar gestekt worden. Jonge planten altijd enkele malen toppen en liefst een paar plantjes in een pot bij elkaar zetten, om een bossig geheel te krijgen.

    Soorten :
    Van bitterblad is slechts één soort bekend:
    --Exacum affine, een tweejarige plant die begin deze eeuw op het eiland Socotra (Indische Oceaan) werd gevonden.

    Van het geslacht Exacum kent men ongeveer 40 soorten, waarvan sommige meer struikachtig groeien. U zou er wellicht niet op komen, maar Exacum behoort tot de gentiaanfamilie (Gentianaceae).

    Weetjes :

    Eigenlijk zou men de plantjes in dit stadium in een broeikasje verder moeten kweken.

    Later zult u dan nog eens moeten verpotten in een iets ruimere pot.
    Als het plantje volop bloeit, kunt u haar in de zonnige kamer zetten, maar op warme dagen zult u haar toch een weinig moeten beschermen.
    Ze kan vrij veel voedsel hebben en het is nodig haar wekelijks een weinig te bemesten.

    Overhouden is mogelijk, maar over het algemeen wegen alle moeiten en zorgen niet op tegen de te bereiken resultaten.

    U kunt beter in het voorjaar zelf zaaien of in de zomer een bloeiende plant bij de bloemist kopen.

    Dikwijls worden de planten in veel te kleine pages verkocht. Thuis direct in een grotere pot zetten is dan aan te raden.

    Over het algemeen groeit dit plantje beter in een droge huiskamer dan in de vochtige kassen van de bloemist.

    Ook al groeit bitterblad onder de meest ideale omstandigheden, overhouden van dit kamerplant je is niet mogelijk.
    Het is van nature een tweejarige plant die echter meestal als éénjarige wordt gekweekt.

    Voor de verzorging maakt dat weinig uit, want het betekent dat in beide gevallen de plant na de bloei afsterft. Toch is dat geen reden om er niet aan te beginnen. Allereerst is bitterblad een langdurige zomerbloeier met blauwe bloemen en bovendien is de verzorging eenvoudig.

    Bitterblad wordt ook wel 'blauw liesje' genoemd, waarschijnlijk omdat de plant even rijk bloeit als 'vlijtig liesje'. Maar alles is veel kleiner: de sierlijke, stervormige bloemen en de glanzend groene, hartvormige blaadjes.
    Behalve rassen in diverse tinten blauw, kent men nu ook selecties die witte, roze of rode bloemen dragen.

    Aan tocht heeft bitterblad een hekel.

    Verzorging
    Voor de dagelijkse verzorging is het belangrijk dat de uitgebloeide bloemen worden verwijderd. Dat vereist enige aandacht, maar de plant blijft daardoor mooier en bloeit langer. Water geven moet ook met zorg gebeuren, want een optimale ontwikkeling is alleen mogelijk wanneer de aarde voortdurend matig vochtig is.
    Langdurig te natte grond is voor bitterblad funest: wortelrot is het gevolg en de plant gaat slap hangen en gaat tenslotte dood.
    Houdt u dus liefst de potgrond aan de enigszins droge kant. Bij een zo kort levende plant - zeker wanneer het om een gekocht exemplaar gaat - is bemesten eigenlijk niet aan de orde.
    Mochten er geen bloemknoppen meer verschijnen, zijn de bladeren geel, dan kan bemesten gewenst zijn.
    Eênmaal in de week uitgebloeide bloemen verwijderen. De plant oogt mooier en ontwikkelt nieuwe bloemknoppen.

    Ziekten :
    Bitterblad is een sterke, gemakkelijk te kweken plant waarbij zich slechts zelden problemen voordoen. Staat de plant op een ongunstige plaats (bijv. tocht " dan treedt soms bladluis op.

    Verder zijn narigheden uitsluitend het gevolg van een onjuiste behandeling. Is de aarde te nat en/ofis het een sombere, natte zomer, dan kan gemakkelijk grauwe schimmel optreden. Op de plant vormt zich dan een grijs schimmelpluis. Aangetaste delen verwijderen en de plant droger zetten. Ook wortelrot kan door te veel vocht optreden; de planten worden dan geel en gaan dood.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    18-11-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rosa 'Dortmund'
     

    Rosa 'Dortmund'

    Botanische naam  : Rosa 'Dortmund'
    Nederlandse naam : Leiroos
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   : rood/wit hart, weinig bottels
    Grondsoort       : alle, humeus, lichte klei
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Groep            : leirozen, heesterrozen
    Gebruik          : groepen/vakken, randen/hagen, solitair, tuinen
    Hoogte           : 2.00-3.00 m
    Vorm             : leirozen
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme, rood/bruin
    Bloeitijd        : juni, juli
    Blad             : bladverliezend
    Twijg/stam       : doorns/stekels

    Standplaats:
    In licht vochtige, goed gedraineerde grond in de volle zon.
    ook geschikt voor een noordmuur.

    Kenmerken:
    Deze sterke, rechte roos produceert gerekte knoppen die open bloeien tot grote, enkele bloemen. De bloemen verschijnen in trossen en geuren. Bloeit de hele zomer door. Verdraagt armere grond. Geschikt als haag of klimroos en als lage leiroos.

    Bloemen :
    Bloedrood met wit centrum, grote, enkele, open bloemen met gegolfde bloemblaadjes in grote trossen, lichtgeurend, krachtige groei, doorbloeier, hoogte: 3-4 m.
    Sterke doorbloeier
    Weinig of niet geurend.
    Draagt rijkelijk oranje bottels in het najaar.
    Bloeitijd: juni- juli- augustus . Eénmaal bloeiend

    Planten :
    Best als free-bloeiende klimmer voor muren, priëlen, hekken of andere structuren. Kan ook worden geteeld als een struik.

    Eigenschappen:
    Deze roos is een klim-of pilaar roos die typisch groeit
    Eigenschappen overvloedig clusters van geurige, karmozijnrood, enkele bloemen met witte ogen.
    Bloeit vrij van de late lente tot vorst.
    Glanzend, donkergroene bladeren.
    Oranje heupen.
    Prima, lage, sterk vertakte klimroos.
    Ook geschikt voor een kleine tuin.
    Donker, gezond blad.

    Snoeien :
    snoeien in het voorjaar
    Vermijd snoeien voor de eerste twee jaar na het planten, zodat de lange stokken van deze klimmer zich ontwikkelen. Snoei daarna zo nodig in de late winter tot het vroege voorjaar.

    Cultuur
    Beste gekweekt in gemiddeld, medium vocht, goed gedraineerde grond in de volle zon. Beste bloei en weerstand tegen ziektes voorkomen in de volle zon. Water diep en regelmatig ('s ochtends zijn het beste). Vermijd te veel water geven. Goede luchtcirculatie bevordert krachtige en gezonde groei en helpt controle blad ziekten. Zomer mulch helpt vocht vasthouden, houden wortels koel en ontmoedigen onkruid.

    Verwijderen en te vernietigen zieke bladeren van planten (mogelijk), en opruimen en vernietigen dode bladeren van de grond rond de planten zowel tijdens het groeiseizoen en als onderdeel van een grondige sanering in de winter (slapende seizoen).

    Problemen
    Rozen gevoelig voor een groot aantal ziekten, de meest voorkomende daarvan zijn zwarte vlek, meeldauw, roest en rose rozet. Hoewel goede culturele praktijken, zijn de eerste lijn van verdediging in ziektebestrijding, worden regelmatig preventieve fungicide toepassingen gedurende het groeiseizoen meestal nodig, met name in vochtige klimaten met regelmatige neerslag in de zomer
    'Dortmund' is uitstekend bestand tegen de bovengenoemde bladziekten.
    Mogelijke insect problemen zijn bladluizen, kevers, boren, schaal, trips, muggen, en spint.


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (2 Stemmen)
    12-11-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Selaginella
     

    Selaginella


    Standplaats:
    Mosjes houden van een vochtige omgeving, een constante temperatuurrond 20° C en een beschaduwde plaats.
    Regelmatig benevelen bij een kamertemperatuur van 18°C. Gebruik gedistilleerd water of regenwater.

    Kenmerken:
    Slaapkamergeluk' of 'mosje': namen voor groene planten die zich op niet te zonnige plaatsen tot ware groene plakkaten kunnen ontwikkelen.
    Mosjes zijn snelgroeiende kussenvormende plantjes. Niet alleen mooi frisgroen van kleur, gemakkelijk te verzorgen en snel groeiend, maar ook interessant.
    Deze planten, die behoren tot het geslacht Selaginella, zijn namelijk te beschouwen als een tussenvorm tussen mossen en varens.
    Er zijn rozetvormige, klimmende en kruipende soorten. De wortels ontstaan in de stengel en kunnen grote plakkaten vormen.

    Eigenschappen:

    De grond moet voortdurend vochtig zijn, maar niet te nat. Zorgt u dus voor een goede waterafvoer.

    In huis mogen de planten alleen in de winter in de zon staan; overigens alleen in schaduwen halfschaduw, voor een venster op het noorden of oosten.

    Voor de gangbare soorten is een gematigde temperatuur (15- 20° C) aan te bevelen. Minder bekende soorten kunnen het beste warmer, bijvoorbeeld in een kas of serre staan.

    Weinig mest geven, de helft van de op de verpakking aangegeven concentratie en alleen in de zomermaanden.

    In het voorjaar verpotten in normale potgrond, bij voorkeur in wijde, ondiepe potten of schalen. Grote exemplaren kunnen tijdens het verpotten worden gescheurd.

    Vermeerderen :
    De vermeerdering geschiedt net als bij varens via sporen, maar is ook te vergelijken met die van mossen.

    Soorten :

    Tropisch en koel
    Als kamer- en kasplant worden voornamelijk drie soorten gekweekt.
    Selaginelia apoda is een lage, zodenvormende plant met lichtgroene, zeer fijn gezaagde blaadjes. Op den duur zijn ze als hangplant je te gebruiken. Nog langere en echt kruipende stengels heeft
    S. kraussiana. Vrij zeldzaam is S. martensii, een meer rechtop groeiende soort,
    maar toch later met liggende takjes, voorzien van luchtwortels. Vooral 'Watsonia' is bekend, met opvallend witte sten- geltoppen.
    Iets geheel anders is de 'opstandingsplant', die ook wel als de 'Roos van lericho' wordt aangeboden: S. lepidophylla. Korte stengels, donkergroen die bij droogte inrollen. Bij bevochtiging gaat de plant weer open.

    Vochtig en in de schaduw
    Mosjes houden van een vochtige omgeving, een constante temperatuurrond 20° C en een beschaduwde plaats.
    Vandaar wellicht de Nederlandse naam 'slaapkamergeluk', want een slaap- of badkamer met weinig zon en het gehele jaar een gematigde temperatuur vormt voor de meest bekende soorten een ideale omgeving.

    S. lepidophylla kan langdurige periqden van droogte verdragen, maar de meeste soorten houden van een tropische omgeving (schaduw, 20- 25° C, vochtige atmosfeer).

    Winterharde soorten
    Enkele soorten kunnen in ons klimaat op beschutte plaatsen en in goed doorlatende grond buiten groeien. Bekend is o.a.

    S. denticulets uit het Middellandse-Zeegebied, Canarische Eilanden. Lijkt veel op

    S. Kraussiana.

    S. Heivetlee groeit in bergstreken in Europa, Siberië en Japan en heeft veervormig vertakte bladeren, zodat het net een kleine varen lijkt. Onder droge en koude omstandigheden verkleurt het blad bruin- tot wijnrood. Geschikt voor beschaduwde plaatsen in veenachtige grond.

    Weetjes :

    De planten bezitten kleine bladeren soms van tweeërlei soort: zogenaamde grote onvruchtbare bladeren en vruchtbare bladeren die zijn voorzien van een ligula

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    02-11-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Acaena magellanica
    File:Acaena magellanica magellanica 1.jpg 

    Acaena magellanica

    Botanische naam  : Acaena magellanica
    Nederlandse naam : Stekelnootje
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   : zodenvormend
    Grondsoort       : alle, humeus, zand
    Vochtbehoefte    : droog, normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Wind             : ongevoelig
    Gebruik          : groepen/vakken, bodembedekker, rotstuinen
    Hoogte           : < 0.10 m
    Bloeikleur/vorm  : rood/bruin
    Bloeitijd        : juni, juli, augustus
    Blad             : halfwintergroen, groen, grijsgroen

    Standplaats:
    Acaena houdt van een zonnige en goed doorlaatbare bodem. Hij geeft de voorkeur aan een open plaats zonder bomen en struiken met een min of meer voedselrijke bodem , groeit het liefst in een kalkrijke grond.

    Kenmerken:
    Kenmerkend is het aantal blaadjes, altijd rond het getal elf: 11, meer dan elf of minder dan 11. Stekelnoot heeft liggende of kruipende stengels. De blaadjes zijn altijd gezaagd, aan beide zijden behaard of alleen op de bladnerf

    Acaena magellanica groeit in de natuur op zand en rotsen in de buurt van de zee, onder kreupelhout, in open bossen, op vochtig grasland en in vennetjes tot 1100 m hoogte. De bladschijf is 2-8 cm lang, met 5-8 paar blaadjes waarvan de onderzijde is berijpt. De bloeistengels zijn 7-14 cm groot met 1 tot 3 brede bloemhoofdjes, paarsachtig als je jong zijn.

    Bloemen :
    Kleur : wit
    Bloeitijd : juli - augustus

    Planten :
    De onderlinge plantafstand die bij aanleg van het tapijt moet worden aangehouden, is vijftien centimeter. Binnen een jaar groeit het tapijt dicht. Stekelnoot is zodenvormend en kan zowel in de volle zon als in de halfschaduw worden gebruikt.

    Acaena's zijn zodevormend en in matig strenge winters ook wintergroen. Ze worden naast bodembedekkend, ook in rotspartijtjes gebruikt. Acaena groeit het liefst in een kalkrijke grond. Stekelnootje is een zeer goede bodembedekker voor zonnige standplaatsen, maar ook lichte schaduw wordt verdragen. Ze zijn zeer mooi zijn ze in combinatie met voorjaarsbollen,

    Eigenschappen:
    - deze plant is wintergroen (groenblijvend)
    - deze plant is vorstgevoelig
    - geschikt voor gebruik in de rotstuin
    - goed bruikbaar voor bodembedekking
    - deze plant is zijn onaantrekkelijk voor konijnen, zijn min of meer veilig voor konijnenvraat
    - deze plant verlangt een kalkhoudende bodem (pH 6,5 of hoger)
    - deze plant vraagt of gedijt goed op droge gronden

    Vermeerderen :
    - door zaaien
    - door stekken
    - door afleggen, door het afnemen van uitlopers in het voorjaar
    - door scheuren

    Soorten :
    Acaena buchananii,
    Acaena magellanica,
    Acaena microphylla en
    Acaena novae-zelandiae.

    Weetjes :

    Deze soort heeft de volgende winterhardheid:
    De plant verdraagt ​​lage temperaturen (-15 ° C, zelfs -20 ° C),

    Het geslacht komt vooral in het zuidelijk halfrond voor, met name in Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Amerika. Soorten als Acaena exigua (Hawaï) en Acaena pinnatifida (Californië) komen ook in het noordelijk halfrond voor. Californië beschouwt de als zandminnende tuinplant geïmporteerde Acaena pallida als invasieve soort.

    In Groot-Brittannië wordt de Acaena novae-zelandiae als invasieve soort beschouwd. Accidenteel geïmporteerd via schaapswol, woekert de stekelige plant er op kusten en duinen.

    In heel Europa vindt men (verwilderde) cultivars, die met name zijn ontwikkeld voor de vraag naar (half)groenblijvende kruiden en heesters, die daarenboven weinig veeleisend zijn qua bodemsamenstelling en bewatering.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (3 Stemmen)
    31-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Eupatorium purpureum
    Bestand: Eupatorium purpureum2.jpg 

    Eupatorium purpureum


    Botanische naam  : Eupatorium purpureum
    Nederlandse naam : Purper leverkruid, Koninginnekruid
    Herkomst         : Noord-Amerika
    Bijzonderheden   : donkerroze, zaait uit
    Grondsoort       : alle, humeus, veen
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Gebruik          : groepen/vakken, solitair, borders, snijbloem,insecten ,    waterkant
    Hoogte           : > 1.20 m
    Bloeikleur/vorm  : roze, paars, scherm
    Bloeitijd        : juni, juli, augustus, september
    Blad             : groen

    Standplaats:
    Zon of halfschaduw. Groeit op vrijwel elke grond met voorkeur voor rijke, vochtige grond.Verdraagt meer droogte in de zomer dan E.maculatum.

    Kenmerken:
    Een sterke,solide, hoog opgroeiende en laatbloeiende vaste plant die zowel als solitair of in groepen, in de border kan worden toegepast.
    Sterke rechtop groeiende stengels.
    De nectarrijke bloemen trekken bijen en vlinders aan.
    Ideale plant voor toepassing langs een vijverrand of voor een 'wilde' tuin en in een bijen- en vlinderborder.
    Hij heeft schitterende schermvormige bloemtrossen die in de zomer uw tuin doen sieren. Meestal zijn de rood/bruine kleuren bekend maar ook wit tinten zijn mogelijk.

    Bloemen :
    3-7 buisvormige bloemen per hoofdje.Grote piramidale bloeiwijze. Lichtroze, mauve
    Ook na de bloei blijft de plant decoratief.
    Bloeitijd: augustus-september.

    Planten :
    Op een plaats in de achtergrond van een border komt het het beste uit.
    Het kruid trekt veel bijen aan.
    Plantafstand zeventig bij zeventig centimeter. Maak de grond voorafgaand aan het planten goed los en breng flink wat humus vermengd met compost in de grond. Een rijke groei en bloei zal dan uw beloning zijn.

    Gebruikte delen:
    Uit de tinctuur van de wortel komen de geneeskrachtige bestanddelen. Eupatorium Purpureum bevat eupatorine, een flavonoïde. Van dit kruid wordt gezegd dat het een sterke, stimulerende invloed heeft op het immuunsysteem.

    Werkzame bestanddelen:
    Dit kruid kan het immuunsysteem stimuleren.
    Grote hoeveelheiden echter kunnen vergiftigend werken.
    In het verleden werd van de bladen thee getrokken
    Hoewel de naam verwijst naar de lever, is de werking van de plant op dit orgaan niet aangetoond of waarneembaar. Toch werkt ze er blijkbaar op omdat ze malaria kan bestrijden, in elk geval het symptoom koude rillingen (de lever is onze warmtebron).

    Eigenschappen:
    De purpureum is een van de 40 soorten Eupatoriums. Paars Leverkruid is een vaste plant die vanuit de overblijvende wortels opschiet met meerdere bruine, tot roodpaarse houtige stengels. Hij kan zeer hoog worden, tot wel 2-3 meter. Hij bloeit met rozerode buisbloemen in juli, augustus en september. Leverkruid verspreidt een heuse vanillegeur die vlinders, bijen en andere insecten aantrekken voor bevruchting, naast het nectar.

    Vermeerderen :
    Volwassen planten in het voorjaar of in de herfst delen.
    Ter plaatse zaaien in de herfst of kruidachtige stekken nemen in het voorjaar

    Soorten :
    Er zijn ongeveer veertig soorten van bekend, waarvan maar een klein deel in cultuur is.

    --Eupatorium purpureum wordt het meeste in tuinen gebruikt.

    --Eupatorium cannabium is een Europese, wat minder goede soort. Deze plant bloeit met pluizige, platte trossen met lichtroze bloemen.

    --Eupatorium rugosum blijft aanmerkelijk lager dan de andere genoemde soorten. --Eupatorium fistulosum komt uit het zuidoosten van de Verenigde Staten. Hij verdraagt een flink natte grond en kan tot drie meter hoog worden.

    --Eupatorium bloeit overwegend met diep paarsroze, roze, lichtroze of witte bloemen, afhankelijk van de soort of variëteit.

    --Eupatorium purpurea wordt anderhalve tot twee meter hoog en minstens anderhalve meter breed.

    Weetjes :

    Van koninginnekruid worden de stengels van het voorgaande jaar pas in het voorjaar afgeknipt

    Indianen en kolonisten gebruikten het aftreksel tegen koorts en griep.

    Tijdens griepepidemieën in de Verenigde Staten werd in de negentiende eeuw thee van het kruid op grote schaal gebruikt.

    Eupatorium Purpureum wordt ook Leverkruid genoemd. De officiële naam is afkomstig van de Griekse koning Mithridates VI Eupator, koning van Pontus. In Klein Azië was deze koning de vijand van Rome. Deze koning gebruikte Eupatorium soorten als een antidote tegen een in die tijd algemeen gebruikt gif, waarvan de naam ons helaas niet is overgeleverd. Purpureum is Latijn voor purper.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    18-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Paeonia lutea
     

    Paeonia lutea


    Naam             : Paeonia lutea
    Nederlandse naam : Gele boompioen
    Familie          : Paeoniaceae
    Herkomst         : Zuidwest-China Chinese provincies Yunnan en Sichuan en het zuid-oosten  van Tibet
    Categorie        : Bladverliezende heester
    Hoogte           : tot 1.5m
    Breedte          : 1.5m
    Blad             : onregelmatig dubbel geveerd. Licht tot donkergroen met een grijsgroene onderkant.
    Bloei            : De buitenste bloembladen zijn groenachtig geel en de binnenste geel en meestal met een donkerrode vlek aan de basis.
    Bloeitijd        : mei-juni

    Standplaats:
    Zon- halfschaduw
    Vruchtbare, goed losgemaakte en goed afwaterende grond. Op lichte grond zal de plant meer blad geven dan bloemen.
    Pioenen hebben een hekel aan natte voeten.
    De grond niet laten uitdrogen.
    Bij te zure grond wat kalk ondermengen. (pH 6-7)

    Kenmerken:
    Breed opgaande heester met sterk verhoute takken.
    Mooie gele bloemen.
    Met pioenen moet je wat geduld hebben want ze bloeien niet altijd direct na het aanplanten. Het kan een paar jaar duren voor ze gaan bloeien.
    Mits aan enkele basisregels is voldaan zijn pioenen schitterende planten met mooi blad en prachtige bloemen.

    Bloemen :
    Paeonia lutea of boompioen is een opvallende struik met gele bloemen.
    Deze bloemen verschijnen in de periode mei-juni.

    Planten :
    Bij geënte exemplaren moet de entplaats zo'n 15cm onder de grond zitten.
    Bij het aanplanten voldoende organische meststoffen of humusrijke grond ondermengen.
    Voorzie een ruim plantgat.
    Geef de planten voldoende ruimte, ze houden niet van concurrentie van andere planten in de buurt.
    Geef ze een bemesting in het voorjaar en na de bloei.

    Gebruikte delen:
    De bloemen zouden eetbaar zijn

    Werkzame bestanddelen:

    **De wortel is ook anti-inflammatoire en is met succes gebruikt in de behandeling van artritis zwelling

    **De plant wordt intern gebruikt bij de behandeling van koorts, steenpuisten, menstruatiestoornissen, neusbloedingen, zweren, prikkelbaarheid en gastro-intestinale infecties

    **Een thee gemaakt van de gedroogde gemalen bloemblaadjes van diverse soorten pioen is gebruikt als een hoest te verhelpen, en als een behandeling voor aambeien en spataderen

    Eigenschappen:
    De hoogte van Paeonia lutea bedraagt circa 120 tot 160 cm.
    De takken vanPaeonia lutea hebben een opgaande vorm en zijn vrij dik.
    Paeonia lutea is ook in de winter decoratief.
    Opvallende plant!

    Vermeerderen :
    Deze soort geeft ook zaden die je het best direkt zaait
    Zaait men achteraf duurd de ontkiemi,g tot 18  maanden
    Wanneer vers gezaaid, het zaad produceert een wortel ongeveer 6 weken na het zaaien met scheuten gevormd in de lente
    We meestal verspenen van de zaailingen in afzonderlijke potten zodra ze groot genoeg zijn om te behandelen, en dan groeien ze op in een koude bak gedurende ten minste twee groeiseizoenen voor het planten ze uit als ze in de groei in het voorjaar

    Soorten :
    'Yellow Queen' heldergele bloemen

    Weetjes :

    De etymologische wortel van de binomiale naam Paeonia is vernoemd naar Paeon, een Griekse arts van de goden, die in de mythologie, werd in een bloem veranderd door Pluto.

    Lutea is uit het Latijn en betekent 'geel'.

    Ecologisch, P. lutea is aantrekkelijk voor bijen en andere bestuivende insecten.

    Mieren zijn ook aangetrokken tot de bloemknoppen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (2 Stemmen)
    14-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Schizostylis coccinea
     

    Schizostylis coccinea


    Botanische benaming : Schizostylis
    Nederlandse naam    : Kafferlelie
    Kleur               : Rood, Roze, Wit
    Bloeiperiode        : augustus, september, oktober, november
    Zaaiperiode         : maart, april
    Plantperiode        : maart, april
    Winterhard          : Is half winterhard
    Wintergroen         : Is half bladhoudend
    Standplaats         : Zon
    Ondergrond          : Neutraal, Voedingsrijk
    Vochtigheid         : Goed doorlatend, Vochtig, Normale grond


    Standplaats:
    De plant heeft grasachtig blad en groeit op een warme plaats in de zon, in de omgeving van een vijver
    Naast een vochtige grond is een voedzame, humusrijke grond van belang voor een goede groei en bloei.
    Winterhard tot -10°C, breng een dikke mulchlaag aan als het vriest.

    Kenmerken:
    Laatbloeiend knolgewas/ vaste plant met grasachtige bladeren.
    Groeit in Zuid-Afrika vooral langs stromend water.
    De rode of roze bloemen met 6 kroonbladen staan in trosjes en staan aan lange stengels.
    Zeer goede snijbloem.
    De wortelstokken vormen uitlopers waardoor de plant flink kan uitgroeien en de clusters kunnen in het voorjaar na de ijsheiligen gedeeld worden

    Bloemen :
    De bloemen met 6 kroonbladen staan in trosjes aan lange stengels.
    Zeer goede snijbloem.
    Kleur van de bloemen afhankelijk van de varieteit . Het meest voorkomend is scharlaken rood, maar ook roze en wit.
    Bloei : sept / nov.
    Schizostylis is langzaam groeiend en duurt vele jaren voor de productie van veel bloemaren. Maar het is het wachten waard. Eenmaal gevestigd, zal elke stengel produceren tussen de zes en 12 bloemen of meer.

    Planten :
    de kafferlelie heeft in de winter wel enige bescherming in de vorm van bladdekking nodig.
    De plant verdraagt geen langdurige droogte in de zomer.
    Plantdiepte : +10 tot -5cm in het voorjaar: april-mei

    Eigenschappen:
    Geen snoei nodig.
    Goed bestand tegen ziekten en plagen. Slakken lusten wel een jong kafferlelieblaadje.
    Kan aan de rand van de vijver geplant worden of in ondiep water.
    Heb je geen vijver dan kan je ze ook in een pot op het terras zetten in modderige grond. Regelmatig water geven is dan een must!

    Vermeerderen :
    De planten om de 3 à 4 jaar in het najaar te scheuren en op afstand van elkaar opnieuw uit te planten
    De wortelstokken vormen uitlopers waardoor de plant flink kan uitgroeien. Kan soms woekeren.
    Soms worden onder gunstige onstandigheden zaden gevormd. Die kunnen in het voorjaar in een een verwarmde kas of in de vensterbank op een warme plaats tot kiemen worden gebracht.

    Soorten :

    'Grandiflora' : karmozijnroze
    'Major' : rood
    'Mrs. Hegarty' : roze
    'Pink Princess' : lichtroze , wit
    'Sunrise' : zalmroze
     In strenge winters niet voldoende hard.Hoogte : 60 cm
    'Viscountess Byng' : lichtroze

    Weetjes :

    Het woord kaffer is afgeleid van het Arabische woord kafir, dat ongelovige betekent

    Schizostylis coccinea zijn Zuid-Afrikaanse bloemen, leden van de Iris familie en algemeen bekend als Kafferlelies. Ze zijn een geweldige toevoeging aan het eind van de seizoengrens

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (7 Stemmen)
    13-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Chrysanthemum
     

    Chrysanthemum

    Herfstbloeiende chrysanten

    Deze kleinbloemige variëteiten van de vertrouwde Allerheiligenchrysant wordt veel te weinig gekweekt. Deze kunnen zeer goed in potten gekweekt worden zodat men de bloeitijd gevoelig kan verlengen. Indien de planten tegen de vorst nog niet bloeien kan men ze op een beschutte plaats zetten en daar tot bloei laten komen.

    Stekken :
    Deze planten zijn zeer gemakkelijk te stekken. Wanneer men begin mei stekken neemt, ze begin juni oppot en ze begin juli topt heeft men in oktober-november bloemen. Om te stekken moeten wij erop letten dat er nog een paar blaadjes aan het stekje zitten want een bladloze stek wortelt moeilijk. Stekpoeder is voor een chrysant niet nodig. Een chrysant stekt het best in een aarden pot. Voor elke stek is het belangrijk dat men de natte grond tegen de snijwonde drukt. Een plastik zak over de pot trekken is geen overbodige luxe.

    Het stekken moet gebeuren van goede en gezonde moederplanten. Enkel de vegetatieve delen komen in aanmerking om gestekt te worden. (= kruidachtige stengels). De stekken worden gescheurd, niet met een mes gesneden. Dit met het oog op virus-infecties. Stekjes worden best behandeld met stekpoeder en in een luchtig mengsel geplaatst van turf en perlite.

    Het stekken in zwarte plastieken potten is gevaarlijk omdat de juni zon deze potten zo kan opwarmen dat onze stekken gekookt worden.

    Na een achttal dagen hebben de stekken reeds voldoende wortels om verpot te worden. Daarna geven wij wat meststoffen. Eens in de was halen wij de top uit de plant. Dan geeft de plant 5-6 scheuten. De meeste mensen laten de stekken te lang in het kleine potje staan zodat door gebrek aan voeding en voldoende verse grond de groei uit de plant verdwijnt.

    De flink bewortelde stekken zet men in een "chrysantenpot". Dit zijn aarden potten met een immens groot gat in de bodem. Deze potten kan men dan eind juli in de volle grond plaatsen. Deze potten moeten niet te diep staan. Indien ze te diep zitten hebben de wortels niet genoeg lucht en wortelen ze niet door. Door ze een vijftal cm in de grond te zetten wordt de kans van het omwaaien van de potten verkleind.

    Afleggen kan ook.

    Het pluizen :
    In knijpen moet gebeuren om goede volle en dichtvertakte planten te krijgen. Het stimuleert om gevulde planten te krijgen, maar het tempert de hoogte groei, wat dan weer ten goede komt aan een rijke bloei. En hoe meer vertakkingen hoe groter het aantal bloemen per plant.
    In de klassieke kweek van chrysanten moet de derde en laatste in nijping gebeuren rond 15 juni. Dit geeft de plant de kans een laatste maal gelijkmatig te vertakken en mooi bol te staan.

    Pluizen is een bewerking die dan weer veel gemeen heeft met het in nijpen maar meer een 'opkuis-functie' in zich heeft. Waar bij het in nijpen de eigenlijke stengels worden verkort, met het oog op een goede en regelmatige vertakking dient het pluizen voor het verwijderen van alles wat onregelmatig is en het eindproduct in gevaar brengt. In de eerste plaats zijn dat de okselscheuten die dienen verwijderd te worden bij het pluizen. Zeker als deze aanleg hebben zelf bloemen te vormen. Verzwakt de eigenlijke plant te veel.

    Afharden :
    Het afharden gaat meestal de laatste in nijp beurt vooraf. Dit gebeurt vanaf half mei. Het afharden wordt vaak overbodig. Sommige culturen gebeuren volledig onder glas. De korte dag periode is een bewerking die een uitgerekend aantal weken of dagen voor het gewenste bloeitijdstip aanvangt en tot doel heeft de plant aan te zetten tot knopvorming en bloei.

    De Chrysant is een herfstbloeier. Dus onder invloed van kortere dagen (minder licht) zal deze aanzetten tot het vormen van bloemen. Door een korte dag periode in te voegen in het kweekschema wordt dit bevorderd en kan het uiteraard ook vervroegd of verlaat worden.

    Overwinteren :
    Na de bloei, en in ieder geval voor het invallen van de vorst, worden de planten opgenomen en vorstvrij en zo droog mogelijk overwinterd. De planten moeten in rust blijven, maar mogen niet verdrogen.

    Zij worden in februari weer aan de groei gebracht.

    Weetjes :

    Aan te hoog opgeschoten chrysanten zetten wij een steun en wij controleren de planten regelmatig op de aanwezigheid van bladluizen die wij dan met de gepaste middelen gaan bestrijden.

    Een chrysant zet men best zo vlug mogelijk buiten om te lange "nekken" te vermijden.

    Deze chrysanten lenen zich uitstekend voor het bloemschikken en met een mum van inspanning kan men ze overwinteren om het volgend jaar weer in bloei te trekken.

    Er zijn heel wat variëteiten die afhankelijk van de soort bloeien van augustus tot oktober.


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (11 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Helianthus salicifolia
     

    Helianthus salicifolia

    Botanische naam  : Helianthus salicifolia
    Nederlandse naam : Zonnebloem
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   : drachtplant, overhangend
    Grondsoort       : alle, zand
    Vochtbehoefte    : droog
    Licht            : zon
    Gebruik          : solitair, borders, snijbloem, insecten
    Hoogte           : > 1.20 m
    Bloeikleur/vorm  : geel, hoofdje
    Bloeitijd        : september, oktober
    Blad             : groen

    Standplaats:
    deze gemakkelijk groeiende vaste plant die graag in de zon staat weinig eisen.
    Verlangt een warme, zonnige plek en een vochthoudende bodem die af en toe droog mag zijn.

    Kenmerken:
    De hoofdkleur is altijd geel en de hoogte varieert van 1.50m tot 2.00m Een plek achterin de border is daarom aan te raden.

    De bladeren zijn groen en ongeveer 180 cm. hoog. De volwassen hoogte van deze vaste plant is ca. 200 cm. Verdraagt een temperatuur tot -30 gr. C. De geadviseerde plantafstand is 58 cm. (1-3 st. per m2.) Is

    Bloemen :
    De bloemkleur is geel en de bloeitijd is van ca. september tot en met oktober.

    Planten :
    Het zijn gemakkelijke snijbloemen, maar aanbinden aan steunmateriaal is noodzakelijk.
    Bemest jaarlijks.
    Weinig wiedwerk.
    Knip uitgebloeide bloemen uit voor een goede doorbloei.

    Eigenschappen:
    Deze plant heeft een opvallende vorm welke gezichtsbepalend en sfeerbepalend kan zijn voor de tuin. Daardoor soms wat lastig te combineren. De plant heeft een karakteristieke vorm. Woekert niet of nauwelijks en laat zich goed combineren met andere planten.

    Vermeerderen :
    Scheur de planten om de twee jaar.

    Soorten :
    --Helianthus atrorubens
    --Helianthus decapetalus
    --Helianthus 'Lemon Queen'
    Is verwant aan de eenjarige zonnebloemen.
    Hij bloeit in de herfst met grote aantallen lichtgele bloemen.
    Een steuntje voor de dunne stengels is wenselijk .
    Hoogte : 180 cm


    --Helianthus annuus


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (8 Stemmen)
    22-09-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Planten overwinteren
     



    Welke planten moet ik wanneer, waar en hoe binnen zetten?

    Vragen die in deze tijd veel gesteld worden, want waar moet u heen met de fuchsia en de oleander ?

    Het wordt langzamerhand wel tijd om voorbereidingen te treffen voor de overwintering van uw balkon- en terrasplanten. Dat wil zeggen voor de soorten die koel en vorstvrij moeten over-winteren. Het mag dan overdag nog heerlijk zonnig zijn, 's nachts kan het behoorlijk koud worden, zelfs nachtvorst is niet uitgesloten.


    Welke planten moeten naar binnen?

    In principe de overblijvende planten die in ons klimaat niet winterhard zijn en die volgend jaar weer bloeiend op terras of balkon moeten staat.

    Dit zijn de zgn. mediterrane-. of oranjerieplanten, zoals oleander, laurier en sinaasappelboompje. Uiteraard moeten ook fuchsia en geranium naar binnen en kamerplanten die deze zomer buiten stonden (vingerplant, Yucca).

    Sommige struikachtige zomerbloemen kunt u goed overwinteren: struikmargriet, Felicia, heliotroop.

    Tot slot moeten enkele zomerbloeiende bloembollen vorstvrij bewaard worden, zoals dahlia, knolbegonia.

    Winterharde heesters en bomen (Clematis, bamboe, roos, wilg) laat u buiten staan. Wel moeten de potten bij strenge vorst beschermd worden en is het aan te bevelen ze beschut te zetten, bijvoorbeeld dicht tegen de muur en onder een afdak.

    Denkt u er wel aan dat deze planten ook 's winters af en toe water nodig hebben! Wie over een tuin beschikt, kan de planten met pot en al in de grond zetten. Op die manier hebben ze minder van vorst te lijden. In andere gevallen, gevoelige planten bijvoorbeeld, met een rietmat beschermen.


    Wanneer is het de beste tijd?

    Helaas bieden de meeste huizen onvoldoende ruimte om al deze planten te overwinteren. Het is dikwijls te warm en te donker en bovendien is de lucht erg droog. De overgang van buiten naar binnen moet zeer geleidelijk gebeuren, zodat de planten zich kunnen aanpassen aan de gewijzigde groeiomstandigheden. Bij het naar binnen brengen van grote kuipplanten heeft u meestal hulp nodig. Gedurende een week een plaats in een garage, schuurtje of vertrek waar ook 's nachts gelucht wordt, biedt een goede overgangsoplossing.

    Direct naar binnen moeten de kamerplanten die de zomer buiten hebben doorgebracht, zoals
    vingerplant (Fatsia), drakenboom (Dracaena) en rubberplant (Ficus). Zelfs al houden deze planten van warmte, u moet ze toch ook enige tijd op een wat koelere plaats laten acclimatiseren.

    Voor de eerste nachtvorst toeslaat moeten ook de oranjerieplanten naar binnen: Bougainvillea, Datura, sinaasappelboompje, Chinese roos (Hibiscus), vijg, oleander, Tibouchina en natuurlijk struikrnargriet, fuchsia en geranium.

    Daalt de temperatuur beneden 5 °C, dan moeten de volgende planten in huis, loodplant (Plumbago), dadelpalm, hortensia, olijf, Yucca en Callistemon. Ook de echte vijg, granaatappel, laurier en mirte kunnen enkele graden vorst verdragen.

    Temperaturen tot -10 °C zijn voor de oranjerieplanten e.d. vrijwel altijd fataal.

    Winterharde kruiden zoals rozemarijn, tijm en salie verdragen vorst redelijk goed mits de planten beschut staan en voldoende droog, bijvoorbeeld onder een afdak.

    Winterbescherming is nodig voor: Clematis, klim- en struikroos, bamboesoorten en wanneer ze in de gure wind staan ook Buxus en andere wintergroene struiken en coniferen.

    Overblijvende zomerbloemen zoals fuchsia, geranium en verkleurbloemen (Lantana) worden binnen gezet wanneer de laatste bloemen zijn verwelkt, maar in ieder geval voorde eerste vorst.

    Bollen en knollen worden gerooid wanneer de planten meestal ten gevolge van nachtvorst verlept zijn. Met aanhangende grond worden ze koel en droog weggezet. Voor de winter worden ze gecontroleerd op rot, schimmel e.d.

    Voor de planten op hun overwinteringsplaats worden gezet, moet u drie zaken niet vergeten:
    alle planten op ziekten en dierlijke belagers controleren en zo nodig bestrijden (luis, witte vlieg);
    alle verlepte en dode bladeren en bloemen verwijderen. Dit moet ook in de daarop volgende weken regelmatig gedaan worden;
    te lange scheuten afknippen. Veel planten kunnen voor de winterrust flink worden gesnoeid.


    Hoe verplaatst u zware kuipen?

    Het binnenhalen van planten van normaal formaat vormt geen probleem. Maar het verplaatsen van exemplaren die de omvang van een kleine boom hebben bereikt, is heel wat lastiger.

    Een tip:
    Giet een paar dagen voor het verplaatsen niet. Droge grond is lichter dan natte.

    Is een zware pot nog nauwelijks te verplaatsen, probeert u er een stuk oud tapijt onder te krijgen. Dan kunt u het geheel trekken. Op een aantal ronde paaltjes kan een kuip voortgerold worden. Het eenvoudigst zijn grote bakken te verplaatsen met een steekkar, de karretjes die ook verhuizers en leveranciers gebruiken voor het
    transport van kisten.


    Waar moeten de planten staan?

    Om jaren achtereen succes te hebben met de typische oranjerie- en kuipplanten is het van groot belang dat ze 's winters op de juiste plaats staan. In grote lijnen kunnen de planten in drie groepen worden verdeeld:

    soorten die warm, bij normale kamertemperatuur moeten staan;

    soorten die liever wat koeler staan, 13-15 °C;

    soorten die echt koel moeten staan bij temperaturen tussen 5-IO°C.

    Bij de laatste groep kan dan nog een onderscheid worden gemaakt in soorten die in het volle licht moeten staan en soorten die een donkere plaats verdragen.

    De 'warme' planten
    zijn gemakkelijk onder te brengen: ze komen gewoon in de huiskamer, weliswaar na de gebruikelijke overgangsperiode. Tot deze groep behoren: banaan, cocospalm, paradijsvogelbloem (Strelitzia) en de echte kamerplanten die 's zomers buiten staan.

    De 'gematigde' planten
    vinden in de meeste huizen ook nog wel een geschikt onderkomen tijdens de winter, bijvoorbeeld in een koele logeer- of slaapkamer waar regelmatig voldoend, lucht kan worden. Ook een lichte hal of trappehuis is voor dit doel geschikt. In flatgebouwen kan wellicht gezamenlijk op een overloop of in een trappehuis ruimte gevonden worden.

    De 'koude' planten
    leveren altijd de meeste problemen. Dit zijn de echte oranjerieplanten die veel licht nodig hebben en toch bij ongeveer 5 °C moeten staan.
    Wie over een kasje beschikt dat 's winters op de juiste temperatuur kan worden gehouden hoeft zich geen zorgen te maken. Door aan de binnenzijde noppenfolie aan te brengen, kunt u de stookkosten drukken.
    Wel moet het altijd mogelijk zijn om flink te luchten. Ook een licht verwarmde serre of muurkas is voor deze planten geschikt. Bezit u niet een dergelijke accommodatie, dan moeten er andere oplossingen worden gevonden,


    bijvoorbeeld:
    Een kelder. Bezit deze een raam, dan is de ruimte goed te gebruiken voor de meeste 'koude' planten. Is het een donkere ruimte, dan kunt u de kelder alleen gebruiken voor de overwintering van bollen en knollen en bladverliezende planten.

    Een garage. Wat betreft de lichtinval geldt hiervoor hetzelfde als bij de kelder. Maar: de auto moet dan buiten staan, want uitlaatgassen zijn slecht voor de planten.

    Een zolder of vliering. Deze ruimte kan heel goed gebruikt worden wanneer er zich ramen in bevinden. Het zal er minder snel vriezen dan in een buiten het huis staande garage.

    Wie helemaal niet over de juiste ruimte beschikt, moet de kuipplanten aan hun lot overlaten of bij een tuincentrum of kweker in de buurt onderbrengen. Dit is soms tegen betaling wel mogelijk.


    Hoe beschermt u planten buiten?

    Wie een platte bak bezit, kan daarin heel goed diverse planten inkuilen (met of zonder pot). Bij strenge vorst afdekken met rietmatten of noppenfolie.

    In een tuin kunnen ook vele goed winterharde planten met pot en al worden ingegraven. De wortels hebben dan meer bescherming dan wanneer ze op de grond staan. In het gat onder pot of bak eerst een flinke laag grind, steenslag of klei korrels uitspreiden zodat overtollig water snel kan worden afgevoerd. Op de pot en rond de plant een dikke laag droog blad, ruige mest of turfmolm uitstrooien voor extra bescherming.

    Ook op balkon of terras kunt u planten in pot voldoende tegen de winter beschermen. Allereerst zoekt u een beschutte plaats, dicht tegen de muur en vooral beschermd tegen de koude noorden- en oostenwind. Een isolerende styroporplaat om de potten op te zetten voorkomt optrekken van koude.

    De pot, kuip of bak zelf kan omwikkeld worden met schuimplastic of noppenfolie. Een goede oplossing is ook kippegaas in een flinke hoogte en met voldoende ruimte rond de pot te plaatsen. De open ruimte tussen plant, pot en gaas wordt opgevuld met een isolerende laag van droge bladeren.


    Jonge planten zijn altijd gevoeliger voor vorst dan oudere exemplaren.

    Boompjes op stam - en dat geldt vooral voor rozen - lopen niet alleen de kans dat de wortels bevriezen. Veel meer gevaar loopt de entplaats aan het einde van de stam. Juist die plek moet beschermd worden. Omwikkelen met stro en daarna omwinden met folie waarin flinke, grote luchtgaten zijn gemaakt. In plaats van stro is sparregroen een zeer goed produkt.


    Moeten de planten nog worden verzorgd?

    Bemesten is tijdens de winter niet gewenst. Wel moet u regelmatig water geven, maar dat is zeer afhankelijk van de omstandigheden.

    Hoe koeler en hoe donkerder de planten staan, hoe minder water u moet geven. Totale uitdroging moet wel voorkomen worden.

    Regelmatige controle is noodzakelijk. Niet alleen om dode bladeren e.d. te verwijderen, maar ook om aantastingen door witte vlieg, spint en bladluis tijdig te signaleren.

    Waar u de planten ook heeft staan, tijdens vorstvrije dagen steeds zoveel mogelijk luchten.

    Overwinterings-ABC

    *Abutilon: licht en bij gematigde temperatuur, matig gieten, voor het binnenhalen snoeien.

    *Agave: koe! en met veel frisse lucht, weinig gieten.

    *Banaan: licht, bij kamertemperatuur, normaal gieten, regelmatig besproeien.

    *Bamboe: eventueel in huis koel en zeer licht overwinteren, veel gieten.

    *Bougainvillea: licht, veel luchten, koel overwinteren, weinig gieten, flink snoeien.

    *Bruidsbloem: licht en koel overwinteren, weinig gieten.

    *Buxus: buiten ofin huis licht en zeer koel, matig gieten.

    *Camellia: koe!, licht en luchtig zetten, royaal water geven.

    *Canna: wortelstokken in enigszins vochtige turfmolm overwinteren.

    *Coniferen: buiten op beschutte plaats ofbinnen licht, luchtig en koel, matig gieten.

    *Clerodendrum: koel, licht en luchtig, spaarzaam gieten.

    *Dadelpalm: licht, luchtig, matige temperatuur, matig gieten.

    *Dahlia: knollen in enigszins vochtige turfmolm, koel overwinteren.

    *Datura: in halfschaduwen bij gematigde tot koele temperatuur overwinteren, weinig gieten, snoeien voor het binnenhalen.

    *Fuchsia: kan donker overwinteren, koel, weinig gieten, bij het binnenhalen terugsnoeien.

    *Geranium: koel overwinteren, weinig gieten, bij het binnenhalen terugsnoeien.

    *Granaatappel: bij voorkeur licht, zeer koel, weinig gieten, bij het binnenhalen terugsnoeien.

    *Hibiscus: licht, gematigd tot koel, normaal gieten, voor het binnenhalen snoeien.

    *Jasmijn: licht, gematigd tof koel, normaal gieten, voor het binnenhalen snoeien.

    *Kentiapalm: gematigd tot koel, licht en af en toe besproeien, weinig gieten.

    *Knolbegonia: knollen donker en koel overwinteren in iets vochtige turfmolm.

    *Koraalboom : donker en koel overwinteren, nauwelijks gieten, bij hef binnenhalen snoeien.

    *Laurierboom: halfschaduwen zeer koel, matig gieten.

    *Loodplant: licht tot halfschaduw, gematigd koel overwinteren, matig gieten, lange scheuten snoeien.

    *Oleander: licht en zeer koel overwinteren, matig gieten.

    *Passiebloem: licht, luchtig en koel overwinteren, weinig gieten, lange scheuten snoeien.

    *Roos: buiten of binnen en zeer koel en luchtig overwinteren, weinig gieten, lange scheuten snoeien.

    *Sinaasappelboompje : licht, luchtig en gematigd tot koel overwinteren, weinig gieten.

    *Struikmargriet: licht en koel overwinteren, matig gieten, bij het binnenhalen snoeien.

    *Yucca: licht en koel overwinteren, weinig gieten.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (7 Stemmen)
    15-09-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Morus alba
     

    Morus alba


    Botanische naam  : Morus alba
    Nederlandse naam : Witte moerbezie, Witte moerbei
    Herkomst         : China
    Bijzonderheden   : vaak als grote struik
    Grondsoort       : alle, lichte klei, zware klei
    Vochtbehoefte    : droog
    Licht            : zon
    Wind             : gevoelig
    Gebruik          : parken, vruchthout
    Hoogte           : 5.00-8.00 m
    Vorm             : bol
    Kroon            : half open
    Bloeikleur/vorm  : onopvallend
    Bloeitijd        : mei
    Blad             : bladverliezend
    Vrucht           : wit, eetbaar


    Standplaats:
    Een moerbei groeit het beste op een vruchtbare, lichte zandgrond. De moerbei is kalkminnend. Een regelmatige bemesting met stalmest voldoet het beste om de kalk- en organische voorraad aan te vullen en op peil te houden.

    Kenmerken:
    Morus alba heeft een redelijk lange steel die ongeveer de helft van de vruchtlengte bedraagt. Bij onrijpheid heeft de vrucht een lichte flets zure smaak, bij rijpheid zoet tot zeer zoet zonder enige zuurheid. De vrucht is nogal vlezig. De vruchtjes rijpen doorgaans van half juni tot begin juli. De vruchten zijn wit,geel, lavendelkleurig of zwart. Het blad is getand hartvormig of gelobd, licht groen en glanzend bovenaan en licht harig onderaan met een lichte bladstructuur en nervatuur. Morus alba is een stevig groeiende boom die in jong stadium een struik vormt maar al gauw uitgroeit tot een stevige boom van zo’n 15 m hoog. De boom leeft zo’n 50 tot 100 jaar.

    Bloemen :
    De moerbei bloeit eind mei. De boom is zelf fertiel. Vruchten van de moerbei zijnbuitengewoon smakelijk

    Er zitten zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen aan de boom (eenhuizig). De mannelijke bloem lijkt op de bloeivorm van een hazelaar (katje): ze zijn alleenstaand. De vrouwelijke bloemen staan steeds bij elkaar en groeien na bevruchting uit tot een vlezige, op bramen lijkende vruchten.

    Planten :
    Een moerbei plant je in het najaar op een plaats die veel zon krijgt.
    Maak een ruim plantgat en vul dit op de bodem eerst met verteerd organisch materiaal (bladaarde, oude verteerde stalmest). Dek de wortels toe met verteerd, organisch materiaal.

    Snoeien :
    Om de groei er wel in te houden worden alle nieuwe scheuten in de winter getopt: de uiterste groeipunt wordt afgesnoeid
    Snoei een moerbei uitsluitend vanaf het begin tot midden winter. De bomen verkeren dan in rust.

    Gebruikte delen:
    Moerbeivruchten zijn niet in één keer rijp. Vanaf half augustus tot ver in september rijpen de vruchten. Er moet in die periode dus geregeld worden geplukt.

    Eigenschappen:
    Moerbeien zijn meestal 2 huizig, dat wil zeggen ofwel mannelijk ofwel vrouwelijk. Maar sommige variëteiten zijn éénhuizig. Voor de vruchtzetting heeft dat echter absoluut geen belang want de moerbei is parthenocarp,hij zet dus ook vrucht zonder bestuiving.

    Zijderupsen worden enkel gevoed met de bladeren van de witte moerbei, de andere soorten hebben te ruwe en behaarde bladeren. In Azië wordt de witte moerbei industrieel gekweekt voor de bladproduktie voor de zijderupsteelt. Daartoe zijn veredelingsprogramma’s opgezet om variëteiten te ontwikkelen met enorme bladproduktie, het ontstaan van variëteiten met lekkere vruchten is een toevallig neveneffect.

    De moerbeivruchten worden reeds duizenden jaren gebruikt als voedsel. De vrucht wordt ook gedroogd net als rozijnen en kan op die manier lang bewaard worden .

    Moerbeivruchten zijn uitermate bevorderlijk voor de spijsvertering.

    Vermeerderen :
    De moerbei laat zich eenvoudig stekke,:snij een tak af welke ongeveer een halve meter lang is en doe deze in een pot met aarde

    Soorten :

    Morus alba” of de “witte moerbei” heeft witte,gele,lavendelkleurige of zwarte vruchten.

    Morus nigra” of de “zwarte moerbei” heeft steeds zwarte vruchten.

    Morus rubra” of de “rode moerbei” heeft steeds zwarte vruchten

    Morus alba heeft een steeltje dat ongeveer half zo lang is als de vrucht. De onrijpe vrucht smaakt flets zurig. De kleur van de rijpe vrucht kan zowel wit, geel, lila of zelfs zwart zijn.

    Morus rubra heeft een iets langere steel dan Morus alba. Bij onrijpheid (rood) smaakt de vrucht stevig zuur, bij rijpheid (zwart) is de vrucht lekker zoetzuur. Het vruchtvlees is steviger dan bij Morus alba.

    Morus nigra heeft een steeltje dat zo kort is dat het lijkt alsof er geen is omdat het kleine dingetje helemaal in de vrucht is ingebed. Bij onrijpheid (rood) is de vrucht nog zuurder dan een citroen , bij rijpheid (zwart) heeft de vrucht een zeer geconcentreerde zoetzure smaak en is ze extreem sappig

    Weetjes :

    Minder bekend zijn de heerlijk sappige vruchten. 't Is wel oppassen geblazen met die vruchten; vlekken zijn bijna niet te verwijderen.

    De witte moerbei (Morus alba) is een plant uit de moerbeifamilie (Moraceae). De soort komt oorspronkelijk uit China. Omdat dit de belangrijkste moerbei voor de zijderups is, wordt de soort ook buiten China in veel gebieden met een geschikt klimaat aangeplant. In Duitsland staat de plant niet alleen in parken, maar wordt de soort ook als haagplant gebruikt.

    De witte moerbei is een tot 16 m hoge boom. De schors is grijsgroen tot roodbruin, die van een oude boom donker oranjebruin. De kruin is hoog en tamelijk smal. Takken zijn opvallend vaak gebroken, waardoor de kruin vaak ook lager en gewelfd wordt.

    De loten zijn dun en recht en fijn behaard. De vorm van het blad is zeer variabel, aan een boom kunnen gelobde en ongelobde bladeren voorkomen. Veel bladeren zijn aan de basis hartvormig of rond en de meeste zijn eivormig toegespitst. De bladeren zijn meestal 8 x 10 cm groot met uitschieters naar boven van 12 x 20 cm. De bladeren hebben een zaagrand en de bladnerven zijn aan de onderkant behaard. De bladsteel is ongeveer 2,5 cm lang, gegroefd en licht behaard.

    De vruchten zijn wit, later geel, maar vaak ook roze tot paars en eetbaar. Omdat ze niet lang houdbaar zijn, worden ze, als ze al worden aangeboden, in gedroogde vorm aangeboden.

    De witte moerbij is interessant vanwege het record voor de snelste beweging in de plantenwereld. De meeldraden schieten het stuifmeel weg in een beweging die slechts 25 μs duurt. De beweging bereikt daarbij een snelheid van meer dan de helft van de geluidssnelheid

     

    Moerbei-appeljam

    Ingrediënten Voor 4 potten

    600 g schone moerbeien
    400 g zure appels
    2 dl water
    1 kg Geleisuiker

    Bereiding
    De moerbeien in een grote, hoge pan doen. De appels halveren, klokhuis verwijderen en het vruchtvlees in stukjes snijden. De appels en het water bij de moerbeien voegen. De massa aan de kook brengen en circa 10 minuten zachtjes laten koken. Af en toe roeren. De geleisuiker erdoor roeren. Het mengsel al roerend langzaam weer aan de kook brengen en 4 minuten goed borrelend laten koken. De kooktijd gaat in op het moment dat het gehele oppervlak van de massa borrelt en dit niet meer door roeren ongedaan gemaakt wordt. Eventueel de jam met een schuimspaan afschuimen en in schoongemaakte potten schenken. De potten tot de rand vullen, direct sluiten en 5 minuten op hun kop zetten.

    Bewaarvoorschrift
    ± 1 jaar; na openen gekoeld bewaren.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 6/5 - (6 Stemmen)
    04-09-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Osmanthus burkwoodii
     

    Osmanthus burkwoodii


    Botanische naam  : Osmanthus burkwoodii
    Nederlandse naam : Schijnhulst
    Herkomst         : Engeland
    Bijzonderheden   :
    Grondsoort       : humeus
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Groep            : (sier)heesters
    Gebruik          : groepen/vakken, solitair, tuinen
    Hoogte           : 2.00-3.00 m
    Vorm             : opgaand
    Bloeikleur/vorm  : geurend, wit/créme
    Bloeitijd        : april, mei
    Blad             : wintergroen

    Standplaats:
    Groeit op elke normale, humusrijke grond.
    Stelt geen bijzondere eisen alhoewel een beschutte plek tegen koude wind wordt aangeraden.
    Volle zon of halfschaduw.

    Kenmerken:
    mooie bloem- en bladstruik met dichte, afgeronde groeiwijze, die zelfs als haag kan gebruikt worden. Trekt bijen aan.
    De donkergroene bladeren zijn 2-4 cm lang, eirond tot elliptisch en enigszins gezaagd en leerachtig. Aan de bovenzijde zijn ze glanzend donkergroen terwijl de onderzijde meer lichtgroenig gekleurd is.
    Een wintergroene, compact groeiende heester.
    Zowel als solitair als in groepen een opvallende plant met donkergroen blad.

    Bloemen :
    Bloeit met kleine witte, geurende bloemen in april- mei

    Planten :
    ook geschikt voor kleinere tuinen.
    Kan worden toegepast in groepen of als lage haag.

    Snoeien :
    Snoeien is niet echt nodig. Enkel nodig om te modelleren.
    Laat zich makkelijk op vorm snoeien.
    Snoeien in het voorjaar na de bloei

    Gebruik:
    Osmanthus burkwoodii is een mooie bloem- of bladstruik die ook in de rotstuin past. Zelfs als geurende luxehaag is hij heel goed toe te passen. Kies altijd een ietwat warme en beschutte groeiplaats. Ze doen het ook nog goed op drogere gronden.

    Eigenschappen:
    deze plant bevat geurende plantendelen

    - deze plant is wintergroen (groenblijvend)

    - exotische aandoende plant voor gebruik in potten, bakken, terraskuipen edm.

    - geschikt voor groepsbeplantingen

    - geschikt voor een solitaire positie in een beplantingsschema

    - deze plant is aantrekkelijk voor bijen (lokt bijen)

    - deze plant is zijn onaantrekkelijk voor konijnen, zijn min of meer veilig voor konijnenvraat

    Vermeerderen :
    door zaaien, stekken of afleggen


    Weetjes :

    Eventueel winterbescherming geven bij felle zon tijdens kale vorst. Als de bloemen na de bloei lelijk zijn, kunnen ze net als bij Rhododendron voorzichtig worden uitgebroken.

    Mulchen is uitstekend

    De naam schijnhulst is goed gekozen, omdat deze struik erg op hulst lijkt. De bladeren zijn vrijwel gelijk, leerachtig met scherpe tanden. Een kenner ziet het verschil aan hoe de bladeren aan de tak zitten. Bij hulst zijn ze over de tak verspreid en bij schijnhulst zitten ze tegenover elkaar, overstaand genoemd

    Osmanthus x burkwoodii is ontstaan uit een kruising tussen twee andere schijnhulst-soorten namelijk Osmanthus decorus en Osmanthus delavayi. De eerst genoemde Osmanthus komt oorspronkelijk uit Noordoost-Turkije en de tweede uit Zuidwest-China.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (4 Stemmen)
    30-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Lemna trisulca
     

    Lemna trisulca


    Botanische naam  : Lemna trisulca
    Nederlandse naam : Puntkroos
    Herkomst         : Europa, Azié, Noord-Amerika, Mexico
    Bijzonderheden   : onder water, bij bloei aan oppervlakte
    Grondsoort       : alle
    Licht            : half schaduw, zon
    Gebruik          : groepen, verwildering,zuurstofplant
    Hoogte           : drijvend
    Vorm             : overig
    Winterbeeld      : ondergedoken, overblijvend

    Standplaats:
    In zoet of brak, voedselrijk water.
    Geschikte pH: neutraal en basisch (alkalisch) bodems. Het kan niet groeien in de schaduw. Het kan alleen groeien in het water

    Kenmerken:
    Puntkroos (Lemna trisulca ) is een plant uit de aronskelkfamilie (Araceae) die voorkomt in Europa, Azië, Noord-Amerika en Mexico. Bij de plant zitten de lancetvormige schijfjes onder water, behalve als ze bloeien. De schijfjes zijn aan één eind steelachtig versmald. Bloeiende schijfjes zijn eirond tot eirond-lancetvormig. Hierin verschilt puntkroos van klein kroos (Lemna minor), waarbij de schijfjes altijd op het wateroppervlak drijven. De plant komt voor in zoet en brak, voedselrijk water en vermeerdert zich vooral vegetatief.

    Een schijfje is een bladachtige stengel zonder bladeren. Een enkel worteldraadje hangt aan elk plantje.

    Bloemen :
    Puntkroos bloeit van mei tot juni
    De bloemen zijn eenslachtig en eenhuizig. Een bloemdek ontbreekt. Aan de rand van een schijfje zitten vaak twee mannelijke en één vrouwelijke bloem bijeen. De mannelijke bloem heeft één meeldraad en de vrouwelijke een eenhokkig vruchtbeginsel.
    De vrucht is een droge vrucht.

    Planten :
    Ze kunnen heel goed samen gaan met andere drijvers als kikkerbeet en krabbescheer en ook met hoornblad gecombineerd worden.

    Werkzame bestanddelen:
    Puntkroos bezit een grote reinigende kracht waardoor ze ook sterke algengroei afremmen. Je moet er wel voor zorgen dat de plantjes de vijver niet gaan overheersen.
    Regelmatig verwijderen is dan ook absoluut noodzakelijk.

    Eigenschappen:

    -Doordat hun bladeren zo zacht zijn levert de plant enorme hoeveelheden zuurstof. Vanwege die zuurstofproductie zijn ze dan ook heel belangrijk in de vijver.

    -Vereist een zonnige ligging in stilstaand water dat rijk is aan nitraten en limoen

    -Kroos kan een lastige vijver onkruid zijn al is het gemakkelijk te controleren door simpelweg scheppen het uit

    -Dit schepte materiaal is een uitstekende aanvulling op de composthoop.

    -De groeiende plant is een goede bron van voedsel voor vissen en vogels, alsmede het verschaffen van dekking voor wezens in de vijver

    -Deze soort is zeer geschikt voor gebruik in koud water aquaria echter als alle leden van het geslacht, kan haven visparasieten

    -De plant overwintert in gematigde gebieden door middel van rust knoppen die zinken naar de bodem van de vijver in de late herfst en opstaan ​​in de lente

    Vermeerderen :
    Deze kleine plantjes vermeerderen zich enorm snel en vormen al gauw hele plakkaten. Regelmatig een deel verwijderen is absoluut nodig

    Weetjes :

    Puntkroos is afkomstig uit Europa, Azië, Noord-Amerika, Mexico en onder water groeiend, bij bloei komen ze aan de oppervlakte

    Vissen, kikkerdikkopjes en andere vijverbewoners houden veel van kroos. Vissen eten zelfs graag van deze plantjes

    Voedsel voor vissen en watervogels en habitat voor aquatische ongewervelden. Vanwege zijn hoge voedingswaarde, word Puntkroos gebruikt voor vee en varkensvoer in Afrika, India en Zuidoost-Azië.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (4 Stemmen)
    29-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Harpagophytum procumbens
     

    Harpagophytum procumbens


    Duivelsklauw, Harpagophytum procumbens, is een plant uit de woestijngebieden van Namibië, Botswana en het noorden van Zuid-Afrika. De plant wordt ook wel naar zijn herkomst vernoemd, nl 'bitterwortel van Namibië' of naar de hoofdstad van Namibië 'de wortel van Windhoek". Op het eerste gezicht is het een zeer aantrekkelijke plant, met op de grond liggende uitlopers, die in het voorjaar met schitterende rood-paarse bloemen bedekt zijn en doen denken aan de bloemen van vingerhoedskruid

    De plant duivelsklauw (devil's claw) is afkomstig uit de woestijnstreken van zuidoost Afrika en dankt zijn naam aan het feit dat de vrucht is voorzien van talrijke 'klauwtjes'.

    Deze 'klauwtjes' zorgen ervoor dat de vruchten zich aan de hoeven van vee kunnen vasthouden waardoor de verspreiding ervan makkelijker wordt.


    Gewrichten, spieren en rugpijn

    Duivelsklauw is ontstekingswerend bij chronische en acute reumatische aandoeningen. Het is het absolute hoofdmiddel bij artritis en de ziekte van Bechterew, waarbij nachtelijke pijn en startpijn of stijfheid op de voorgrond staan. Het vermindert de zwelling en de pijn, ook bij artrose.

    Duivelsklauw geeft verbluffende resultaten bij jicht, artritis en reuma door o.a. de uitscheiding van urinezuur en de beschermende werking op het kraakbeen.

    Duivelsklauw helpt bij chronische rugpijn, spierpijn en spierstijfheid, peesontstekingen, verstuikingen en zenuwpijn. Het kan helpen de dosis klassieke pijnstillers te verlagen of af te schaffen en heeft een veel betere tolerantie.

    Duivelsklauw heeft een bloedzuiverende werking bij bijvoorbeeld chronische nicotine-intoxicatie

    Duivelsklauwextract wordt gemaakt uit de wortels van de plant en bevat de actieve stoffen gluco-iridoïden.

    Voor sporters kan duivelsklauw erg handig zijn wanneer je je onderrug soepel wil rekken en strekken. Daar wordt het vaak voor ingenomen.

    Ouderen kunnen duivelsklauw proberen bij ongemakken in het heup- en kniegewricht.

    Duivelsklauw wordt overigens ook nog wel eens toegepast op paarden en/of honden. In veel landen wordt duivelsklauw beschouwd als doping voor een paard, en de werking is nog niet afdoende onderzocht. De werking van duivelsklauw op het paard en op honden zal hier daarom verder niet worden besproken. Vooralsnog is er onvoldoende bewijs om het gebruik van duivelsklauw bij het paard of bij honden af te raden, dan wel aan te bevelen. Wel moet worden opgemerkt dat u bij het gebruik van onvoldoende onderzochte producten altijd met enige terughoudendheid dient op te treden!

    De bijwortels van de Duivelsklauw verbeteren de beweeglijkheid van de gewrichten omdat ze bestanddelen bevatten die zowel een pijnstillende als ontstekingsremmende werking hebben.

    Te gebruiken bij:

    --Reuma, gewrichtspijn
    --Artrose, artritis
    --Iaschias, jicht
    --Peesontsteking, tennisarm

    Niet gebruiken bij: Zwangerschap

    Algemene beschrijving

    Door sporters wordt Duivelsklauw o.a. gebruikt om door overbelasting ontstane tendinitis (peesontsteking) en de symptomen van een tennisarm te bestrijden.

    Inwendig

    Door Duivelsklauw oraal in combinatie met Lithotamnium te gebruiken wordt de uitscheiding van urinezuur gestimuleerd en geneutraliseerd waardoor verbluffende resultaten worden geboekt bij jicht, artritis en reuma.

    Uitwendig

    De heilzame en waardevolle plantaardige bestanddelen van de Duivelsklauw gewrichten-gel, worden snel in de huid opgenomen en zorgen voor smering van de gewrichten waardoor u zich beduidend beter kunt bewegen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (2 Stemmen)
    24-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hippophae rhamnoides
     

    Hippophae rhamnoides


    Botanische naam  : Hippophae rhamnoides
    Nederlandse naam : Duindoorn
    Herkomst         : Europa, China
    Bijzonderheden   : tweehuizig
    Grondsoort       : alle, zand, kalkrijk
    Vochtbehoefte    : droog, normaal, nat
    Licht            : zon
    Wind             : ongevoelig, zeewind bestendig
    Groep            : (sier)heesters
    Gebruik          : groepen/vakken, kust/zeewind, landschap
    Hoogte           : 1.00-2.00 m
    Vorm             : breed
    Bloeikleur/vorm  : geel, groen, onopvallend
    Bloeitijd        : april, mei
    Blad             : bladverliezend, grijsgroen
    Vrucht           : oranje, eetbaar
    Twijg/stam       : doornen/stekels


    Standplaats:
    Zonnige plaatsen op droge tot vrij vochtige, voedselarme, kalkhoudende, humusarme grond. De struik verdraagt zout (zand en stenige plaatsen).

    Kenmerken:
    De duindoorn (Hippophae rhamnoides) is een tweehuizige struik; er zijn mannelijke en vrouwelijke planten. De plant komt in Nederland van nature vooral voor in open, kalkrijke duinen. De duindoorn is een xerofyt; ook is hij goed bestand tegen zout en het stuiven van het zand. Hij wortelt dan ook zowel horizontaal als verticaal. In Centraal-Azië groeit hij in woestijn-achtige omgevingen, in de Alpen in open land en aan rivieroevers.

    Bloemen :
    Bloeimaanden: April en mei
    De struiken zijn tweehuizig. De groenige bloemen groeien in de oksels van dicht bij elkaar geplaatste, bruine knopschubben. Ze verschijnen voor de bladen. Mannelijke bloemen hebben 2 min of meer rechtopstaande ronde slippen, die samen de 4 meeldraden helemaal kunnen omsluiten. Vrouwelijke bloemen zijn spoelvormig en hebben bijna allemaal geen steeltje. De lange stempel is roodbruin.
    Vruchten: De oranje bessen zijn bijna bolrond en 6 tot 8 mm groot. Ze zijn eetbaar, maar vrij zuur

    Planten :
    Duinen (duinstruwelen en zandvlakten), opgespoten grond (met kalkrijk zand), langs spoorwegen (spoordijken), rotskusten, rivieroevers, grindafzettingen in gebergten en kiezelbanken.

    Gebruikte delen:
    het sap van de duindoorn kan preventief tegen verkoudheden worden gedronken.
    De besjes zijn erg zuur, maar met suiker kan je ze lekker verwerken tot siroop of jam. Van de siroop maken ze lekkere limonade. Een deel van de overgebleven duindoornvelletjes gaat naar de theefabriek. Daar verwerken ze de restanten van de bessen tot thee

    Werkzame bestanddelen:
    De zure bessen zijn rijk aan vitamine C en daarnaast vitamine A, B1, B2 en E.

    Eigenschappen:
    Hij kan ook gebruikt worden om sikstof in de bodem vast te leggen en de bodem vruchtbaarder te maken.
    Het is ook een ideale plant om als haag te gebruiken.

    Vermeerderen :
    vermeerdert zich door uitlopers.

    Soorten :

    -- 'Leikora': tot ong. 3m hoog. Zeer grote vruchten.
    Voor een goede vruchtzetting moet de mannelijke cultivar 'Pollmix' in de buurt worden geplant. Heldergrijs blad.

    -- 'Pollmix': mannelijke vorm van 'Leikora'.

    -- Hippohae rhamnoides Silver Star® 'Darstar', uit Denemarken afkomstige cultivar. Zeer mooie bossige plant met dichtbebladerde, zilverwitte tallen.
    Vormt een dichte struik.
    Het is een mannelijke vorm zonder vruchten.

    Weetjes :

    De duindoorn leeft in symbiose met een bacterie van het geslacht Frankia die in wortelknolletjes stikstof bindt. Dit proces vindt vooral plaats in jonge wortels. Door de stikstoffixatie is er lokaal meer stikstof in de grond waardoor men vaak stikstoflievende planten als brandnetels onder de duindoorn vindt. De duindoorn wordt in zijn milieu tien tot vijftien jaar oud waarna zijn plaats ingenomen wordt door opvolgende plantensoorten

    In de winter kunnen de bessen gaan gisten, hierdoor kunnen vogels (o.a. kramsvogels) dronken worden.

    In de zestiende eeuw schrijft de Engelse botanicus William Turner dat arme kustbewoners uit de bessen een saus maken. De Nederlandse botanicus Abraham Munting spreekt over de 'duynbezie', zoals hij de duindoorn noemt. In zijn Nauwkeurige Beschryving der Aardgewassen (1696) staat: De bladeren en Vruchten der Duynbezien zijn koud en droog van aart. Verslaan den dorst der Koortsige lieden drijven ook uyt alle slijmerige en taye vochten. Van het zap dezer Vruchten werd een Verjuys gemaakt, zeer bequaam ten gebruyk in spijzen. Op een paar plaatsen wordt de struik gekweekt voor de fruitteelt.

    in China worden echte plantages aangelegd om er producten van te maken die worden gebruikt in de culinaire, cosmetische en farmaceutische industrie.

    De oude Grieken wreven de huid van paarden in met bladeren en jonge spruiten van de duindoorn. Ze glansden dan mooi. Dat is ook de oorsprong van de wetenschappelijk geslachtsnaam Hippophae van hippos = paard en phaes = lichtend. De botanische soortnaam rhamnoides = doornachtig geeft aan dat de plant doornen heeft.De Fransen voedden de schapen met duindoornbladeren zodat de vacht een speciale glans kreeg.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (2 Stemmen)
    22-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Astilbe 'Fanal'
     

    Astilbe 'Fanal'


    Botanische naam  : Astilbe 'Fanal'
    Nederlandse naam : Astilbe (arendsii groep)
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   : granaatrood
    Grondsoort       : alle, humeus, veen, kalkarm
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw
    Gebruik          : groepen/vakken, borders, snijbloem, waterkant
    Hoogte           : 0.40-0.60 m
    Bloeikleur/vorm  : rood/bruin, pluim
    Bloeitijd        : juni, juli, augustus
    Blad             : groen

    Standplaats:
    Verlangt een plekje in de halfschaduw en een voedzame, humusrijke bodem met weinig boomwortels in haar nabijheid.

    Bloemen :
    Ziet er prachtig uit het weergeven van de robijn rode bloemen in het midden om van een schaduw achtertuin. Vooral opvallend in een grote groep omringd door kleinere, witte bloeiende planten

    Bij bloeiende planten is het belangrijk om veel knoppen te hebben en om die knoppen uit te laten komen. De aanmaak van knoppen wordt gestimuleerd met een, verhoudingsgewijs, hoger fosfor gehalte. De bloei van de knoppen wordt gestimuleerd door een hoog kalium gehalte. Het hogere kalium gehalte zorgt tevens voor een langere bloei en verbetert de kwalitatieve eigenschappen zoals geur van de bloemen. Daarnaast zorgt het hogere kalium gehalte voor een efficiëntere waterhuishouding zodat de planten zuiniger zijn met water. Hoe verder de onderlinge gehalten uiteenlopen des te sterker gaat er een stimulerende werking vanuit. Advies samenstelling: N5+P2+K4 tot maximaal N9+P6+K8

    Planten :
    Zorg voor voldoende vocht in de bovenlaag van de grond. Dek lichte gronden met blad en houtsnippers af om vocht vast te houden.
    Volg een regelmatig water schema tijdens het eerste groeiseizoen om een diepe, uitgebreid wortelstelsel vast te stellen. Voor een nette uitstraling, verwijder de oude gebladerte voor nieuwe bladeren ontstaan.

    Gebruikte delen:
    Word ook als snijbloem gebruikt

    Eigenschappen:
    Deze plant is ook te gebruiken als borderplant (op een iets zonniger plek). De bodem moet dan wel goed vochthoudend zijn. Woekert niet of nauwelijks en laat zich goed combineren met andere planten.

    Vermeerderen :
    Na een jaar of vier scheuren.

    Weetjes :

    -Regelmatig wieden.

    -Konijnen blijven er vanaf.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    21-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ILEX - HULST
     

    ILEX - HULST

    Botanische naam     : Ilex aquifolium
    Nederlandse naam    : Scherpe hulst, Groene hulst
    Herkomst            : West-Europa, China, Inheems
    Bijzonderheden      : haag, twee-huizig
    Grondsoort          : alle, kalkrijk
    Vochtbehoefte       : normaal
    Licht               : half schaduw
    Wind                : weinig gevoelig
    Groep               : (sier)heesters
    Gebruik             : randen/hagen, solitair, kust/zeewind, tuinen, insecten
    Hoogte              : 5.00-10.00 m
    Vorm                : kegel
    Bloeikleur/vorm     : wit/créme
    Bloeitijd           : mei, juni
    Blad                : wintergroen, gestekeld
    Vrucht              : rood/bruin


    Standplaats:
    Hulst groeit zowel in volle zon, halfschaduw en schaduw, maar verlangt voldoende vochthoudende humusrijke grond. Een kalkbodem hebben ze niet graag. Zeer natte gronden zijn niet geschikt voor hulst.

    Kenmerken:
    De besdragende soorten dragen in de lente onopvallende, witte bloemen van ongeveer 8 millimeter groot. Ook de vruchten zijn ongeveer 8 millimeter groot, min of meer rond en rood van kleur. Niet elke cultivar draagt veel bessen

    Bloemen :
    In mei verschijnen de kleine, waswitte bloemetjes. Ze zijn okselstandig geplaatst en verschijnen in bosjes. Ze hebben een vijfgelobde kelk met een witte, gespleten kroon en vier of vijf meeldraden, die aan het vruchtbeginsel kleven. De groene bessen kleuren in het najaar prachtig rood Hulst is doorgaans tweehuizig: mannelijke en vrouwelijke bloemen groeien niet aan dezelfde plant. In de rode bes zitten twee tot acht zaden.

    Planten :
    Plant u een hulst om de vele mooie, rode bessen, dan kunt u voor de bevruchting het beste bij vrouwelijke exemplaren een mannelijke planten. En om bezitters van kleine tuinen toch van hulsttakken vol bessen te laten genieten, hebben kwekers zelfbestuivende variëteiten ontwikkeld. Ilex aquifolium 'J.C. van Tol', 'Pyramidalis' en 'Alaska' zijn er als beshulst. Ook van deze variëteiten zal het aantal bessen groter zijn als er een mannelijke hulst in de buurt staat.

    Gebruikte delen:
    De bladeren en bessen worden gebruikt in kerststukjes. Hout van de hulst wordt gebruikt voor meubilair en inlegwerk. De jonge bladeren kunnen in juni worden geplukt en gedroogd. Thee die hiervan wordt getrokken, werkt koortsverlagend en urinedrijvend.
    Hulst is in bepaalde gebieden beschermd.

    Werkzame bestanddelen:
    Werkzame stoffen: Looizuur ,Bitterstof

    Eigenschappen:
    Hulst laat zich zeer gemakkelijk knippen en kan gebruikt worden als solitair, in groepen en als haag. Zelfs de Romeinen gebruikten al hulst om er ondoordringbare hagen mee aan te planten.

    Vermeerderen :
    Een hulst kan worden vermeerderd door te zaaien, te stekken, te delen of via uitlopers. Neem aan het eind van de zomer of begin van het najaar de halfhoutige takken als stekken. Of pluk de bessen meteen nadat ze goed op kleur zijn. Laat het vruchtvlees verrotten en was daarna de zaden heel goed schoon. Het vruchtvlees bevat namelijk stoffen, die de kiemkracht remmen. Bewaar het zaad in wat vochtig zand. Zaai ze het eerstkomende voorjaar op een halfschaduwrijke plek in vochtige, humusrijke grond. De opkomst kan een periode van drie jaar bestrijken. Cultivars kunnen door afleggen, enten of stekken worden vermeerderd. De jonge boompjes kunnen in strenge winters, vooral als ze in de volle winterzon staan, nog wel eens wat vorstschade oplopen.

    Soorten :
    Meer dan 400 bladhoudende en bladverliezende soorten uit de gematigde zones van het noordelijk en zuidelijk halfrond.Mannelijke en vrouwelijke soorten.Met en zonder rode, gele, zwarte en of witte bessen.

    Weetjes :

    De vrucht is een kleine bes, meestal rood, met een tot tien zaden. De bessen zijn mild giftig en kunnen bij mensen braken en/of diarree veroorzaken. Ze zijn echter zeer belangrijk voedsel voor veel soorten vogels. Ook andere wilde dieren eten de bessen. In de herfst en de vroege winter zijn de bessen hard en ogen niet aantrekkelijk. Wanneer echter de vorst enkele malen er over is gegaan, worden de bessen zacht en eetbaar. Tijdens winterstormen nemen vogels graag hun toevlucht in Ilex-soorten. Ze vinden daar een schuilplaats, bescherming tegen roofdieren door de stekelige bladeren en voedsel.

    Symboliek
    Hulst is een symbolische plant vanwege zijn altijd groene verschijning. Volgens het volksgeloof beschermt hulst tegen blikseminslag en tegen vijandige machten zoals demonen en heksen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (11 Stemmen)
    20-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hydrangea - Annabelle



    Hydrangea arborescens 'Annabelle'



    Familie        :  hortensiafamilie (Hydrangeaceae)

    Bloeikleur     :  wit

    Bloeimaand     :  juni, juli, augustus, september

    Bladkleur      :  Groen

    Hoogte         :  120 - 150 cm, 1,5 m - 2 m

    Wintergroen    :  Bladverliezend

    Winterhardheid :  Goed winterhard

    Standplaats    :  Zon, Halfschaduw

    Soort gewas    :  Heester / struik

    PH bodem       :  Kalkminnend

    kenmerken      :  Droogbloem


    Standplaats:

    Hydrangea arborescens is perfect winterhard, en geschikt voor zowel zon als halfschaduw.

    Enkel in voldoende vochtige grond kunnen ze in de volle zon staan. Vij voorkeur op koele, licht tot rijk beschaduwde plaatsen. Bij teveel aan zon of een tekort aan water kunnen de bladeren verdrogen of verbranden. Zorg voor een voldoende vochtige standplaats die goed waterdoorlatend is. Hortensia's haten nattige voeten in de winter.

     

    Kenmerken:

    De bloemknoppen van de Hydrangea arborescens 'Annabelle' bevriezen nooit omdat de plant bloeit op het hout dat hij in het voorjaar maakt.

    Hydrangea arborescens 'Annabelle' vormt bolronde tuilen die eerst wit bloeien en in de nazomer groen verkleuren. De tuilen kunnen mooi drogen.

     

    bloemen :

    De plant is bijna de hele zomer overdekt met enorme witte bloemschermen, die prachtig staan bij het lichtgroene blad. Bekendst is 'Annabelle', met haar bolvormige bloemschermen die bijna zo groot als een voetbal zijn.

    Zij bloeit van eind juni tot aan de eerste vorst, en kan na enkele jaren gerust twee meter hoog en breed worden

     

    Vermeerderen :

    Vermeerderen uit stekken of door afleggen

     

    Snoeien :

    Dikke bloemtuilen bekomt men door de stuik in de lente tot 30 cm terug te snoeien.

    Kleinere bekomt men dus door niet te snoeien, met het voordeel dat ze minder zwaar zijn en niet zullen doorbuigen.

    Knip in de vroege lente de twijgen steeds kort in (op 3-4 ogen). Sommigen maaien ze zelfs gewoon af, maar dat kan ik niet aanraden op te volgen. Deze cultivar is bijzonder winterhard.

    De grond heeft voor deze cultivar geen invloed op de kleur van de bloem.

     

     

    Weetjes :

     

    tip: een korf rond de Hydrangea arborescens 'Annabelle' maken met gaas en zo de takken steunen

     

    Hydrangea arborescens 'Annabelle' is mooi te combineren met Alchemilla, Hedera, Hosta, Taxus, Buxus, herfstanemonen, Monnikskap

     

    De hortensia "Annabelle" variëteit kent zonder twijfel het meest succes bij de kenners. Het is een cultivar (een gekweekte variëteit), die oorspronkelijk uit de Verenigde Staten afkomstig is. Sommigen bronnen spreken van een selectie van H. arborescens 'Grandiflora'. In de VS, kent de plant een onafgebroken succes sinds 1978. De Annabelle heeft uiteraad de erg typische Hortensia-bloem, die eigenlijk samengesteld is uit tal van kleine bloempjes. De kleur varieert van zachtgroen tot een erg puur wit. De bloemen zijn een stuk groter dan bij 'Grandiflora' en daarom lijkt deze ook krachtiger. Deze spectaculaire plant kan bloeien van eind juni, tot aan de eerste vriesdagen; het is daarbij niet ongewoon dat de bloemen een doorsnede van 20- 30 cm bereiken

    Soms kan een Hortensia niet bloeien:

    - Omdat de knoppen bevroren zijn door late vorst in het voorjaar. Je kan ze daartegen beschermen door de oude bloem te laten staan tot aan de ijsheiligen.

    Deze dienen dan tevens als steun voor eventueel afdekmateriaal zoals vliesdoek, lakens of papier,

    maar geen plastiek.

    - Verkeerd snoeien. Elke soort heeft zijn eigen snoeimethode.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (35 Stemmen)
    08-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Cattleya
     

    Cattleya


    Standplaats:
    Het hele jaar zo licht mogelijk. Alleen tegen zeer felle zon moet geschermd worden (verbrandingsgevaar).

    Kenmerken :
    In niet-bloeiende toestand zijn de planten bepaald niet decoratief. De langwerpige pseudobulben eindigen in een of twee min of meer stugge bladeren. Ze zijn om ze zoveel mogelijk tegen de felle zon te beschermen nog van een waslaagje voorzien.

    Soorten :
    Heel veel soorten en varieteiten

    Gieten:
    Gedurende de groeiperiode vrij ruim. De grond mag nooit helemaal uitdrogen. Tijdens de rustperiode minder gieten. De pseudobulben mogen best wat indrogen.

    Bemesting:
    Gedurende de groeiperiode bij elke derde watergift wat speciale orchideeënmest aan het gietwater toevoegen.

    Verpotten:
    Om de twee tot drie jaar, steeds aan het begin van de groeiperiode. We gebruiken uiteraard speciale orchideeëngrond.
    De Cattleya’s bezitten dikke vleesachtige wortels en deze zijn omgeven door een velamen, alleen het puntje is groen. Deze wortels bezitten een hoge zuigkracht en houden de vochtigheid vast. Bij sommige wortels is chlorofyl te vinden, waardoor ze kunnen ademen. Hiervoor verlangen ze een luchtige grond. Nooit water geven waarin teveel kalk zit, want dan verkalt het velamen en wordt de wortelwerking onderbroken. Ook teveel water verdrijft de lucht uit de grond en doet de wortels afsterven. Hierbij worden de bladeren dof, slap en verschrompelen. Deze plant dient verpot te worden in een luchtig substraat.

    Beschadigers:
    Wanneer de bloei schede nog gesloten is, wordt daar vaak plantesap afgescheiden. Daar bevinden zich vaak blad-, schild- en wolluizen, die zeker tijdig bestreden moeten worden.

    Temperatuur:
    Gedurende de groei periode 20 à 25°C (overdag). In de rusttijd 15 à 17°C (sommige vormen iets warmer).

    Bij aankoop op letten:
    --Kies steeds planten die óf in volle bloei staan of waarvan de bloemknoppen zich nog in de bloemschede bevinden. Op die manier wordt voorkomen dat de planten ten gevolge van de verandering in standplaats de bloemknoppen afstoten.
    --Cattleya's zijn duurder dan andere orchideeën. Dat is onder meer een gevolg van de langere kweekduur. Indien er goedkope Cattleyaplanten worden aangeboden, is daar meestal wat mee aan de hand.


    Er was eens... een beroemde plantkundige.

    Hij ondernam in 1818 een expeditie naar Brazilië. Hij verzamelde orchideeën en andere tropische planten voor de Europese markt.
    De gevonden planten werden zorgvuldig in kisten verpakt. Als verpakkingsmateriaal voor zijn 'groene buit' gebruikte deze plantenjager delen van allerlei andere planten die daar in massa's voor het grijpen lagen.
    Ontvanger van deze zending was de Engelse plantenliefhebber Cattleya.
    Hij was ook geïnteresseerd in het eigenaardige verpakkingsmateriaal dat o.a. uit lange plantendelen bestond. Uit nieuwsgierigheid plantte hij enige van die lange stengels in een compostmengsel en zette ze in zijn kas.

    Groot was zijn verbazing toen zich uit deze plantendelen nooit eerder waargenomen orchideeënbloemen ontwikkelden. U zult het al wel begrepen hebben: de Cattleya had z'n intrede in Europa gedaan.

    Ook heden ten dage is de Cattleya een buitenbeentje onder de orchideeën. Zijn sprookjesachtige, mooie bloemen, de geur en het gevarieerde kleurenspel houden talloze plantenliefhebbers in de ban.

    Verzorging :

    Eigenlijk is de verzorging van Cattleya betrekkelijk eenvoudig.
    Dat komt omdat alle ongeveer 30 soorten die bekend zijn en in Midden- en Zuid-Amerika voorkomen onder ongeveer gelijke klimatologische omstandigheden groeien. Ze groeien epifytisch, dus op bomen maar ook op rotsstenen .
    Tijdens de groei periode staan ze graag warm; zo'n 20 à 25 °C. In de rustperiode daarentegen nemen ze al genoegen met 15 à 17 °C. Deze rustperiode is voor een Cattleya uiterst belangrijk.
    Indien deze ontbreekt zal de bloei te wensen overlaten.

    Helaas is deze rustperiode niet precies aan een bepaald jaargetijde gebonden. Meestal echter zijn het de lichtarme wintermaanden. Daarna is het zaak de planten goed te observeren.

    De nieuwe groeischeut die aan de pseudobulben zichtbaar wordt, geeft het begin van groei periode aan. Men ontdekt dan ook snel nieuwe wortels; ( nieuwe scheut groeit en de nieuwe bladeren worden gevormd

    Bloemen :
    Heel vlot daarna ontwikkelt zie een platte bloemschede aan ,basis van het blad.

    Hierin bevindt zich een korte, niet-vertakkende bloemstengel met bloemen. Het kan echter vaak lang duren voor die bloemen te voorschijn komen; soms ontluiken ze pas als er nog een rustperiode is geweest. Aanvankelijk is de schede zachtgroen, maar in de maanden die volgen wordt hij bruinachtig en verdroogt. Dat is normaal.

    Dat de jaarlijkse groei ten einde is, kan men vaststellen aan de donkergroene kleur. De plant moet dan koeler gehouden worden. Daarbij wordt natuurlijk ook veel minder gegoten. Pas wanneer men vaststelt dat er zich in de schede een knop bevindt of dat er wortelvorming plaatsvindt, mag er weer wat meer gegoten worden en mogen de planten weer wat warmer staan. Om in de kamer, waar de relatieve luchtvochtigheid laag is, de bloei te bevorderen kan men proberen de bruine schede te openen. Doe dat uiterst voorzichtig, want de kans dat de bloemknoppen daarbij beschadigd worden is natuurlijk aanwezig. Wanneer de bloeiperiode erg kort duurt, heeft dat dikwijls te maken met lichtgebrek. Maar ook wateroverlast door te veel gieten kan de oorzaak zijn.

    Door kruisingen o.a. met andere geslachten (Brassavola. Laelia en Sophronitis) zijn talloze nieuwe vormen ontstaan. Cattleya's en verwanten zijn dan ook tegenwoordig vrijwel het hele jaar in allerlei kleuren te koop.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 7/5 - (4 Stemmen)
    14-07-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Allium Savitum
     

    Allium Savitum - Knoflook

    Standplaats:
    De plant groeit op goed doorlatende grond en in de volle zon
    Je kan knoflook uitsluitend voor de plantbol, op zonnige, tamelijk vochtige plaatsen kweken. Zorg ervoor dat je lichte, goed omgespitte grond

    Kenmerken:
    Geur :Veel componenten in knoflook zijn zwavelverbindingen. Deze worden bijna allemaal door het lichaam verteerd, behalve allylmethylsulfide (AMS). Dit wordt niet verteerd in de ingewanden, maar opgenomen in het bloed. Het bloed brengt de AMS naar de longen en de huid waar het een, voor anderen, onprettige geur veroorzaakt. Uit een onderzoek gedaan door de Universiteit van Edinburgh blijkt dat de geur helpt tegen muggen.

    Ook kleine stukjes knoflook in de mond, zoals tussen de tanden, kunnen slechte adem veroorzaken.

    Dit laatste kan gedeeltelijk verholpen worden door het kauwen van peterselie, of kervel,door het eten van een geraspte appel of enkele lepeltjes honing

    Bloemen :
    Deze plant bloeit in juli en moet je oogsten eind augustus
    Wit tot roze bloempjes

    Planten :
    De broedbolletjes in maart of oktober planten op een onderlinge afstand van 15 tot 20 cm

    Gebruik Inwendig
    Knoflook is een goed lange termijnmiddel bij problemen met de bloedsomloop.

    --Het houdt de bloedvaten schoon en de bloeddruk laag.

    --Vermindert het risico op problemen met de bloedsomloop bij diabetici.

    --Beschermt het hart.

    --Desinfecteert en verwijdert slijm uit de longen.

    --Helpt bij aandoeningen en infecties van de luchtwegen met slijmvorming.

    --Werkt preventief tegen verkoudheid, griep en andere virusinfecties.

    --Verlicht de symptomen van bijholteontstekingen en hooikoorts.

    --Verbetert de vertering van vetten.

    --Doodt wormen in de ingewanden.

    Gebruik Uitwendig

    --Knoflookolie bij oor- en neusinfecties (druppels).

    --Olie als borstzalf bij verkouden kinderen.

    --Op pessaria bij vaginale infecties.

    --Op wratten en schimmelinfecties, waaronder dauwworm.

    --Als kompres bij abcessen.

    Opgelet!
    Knoflook kan de maag irriteren, maar is wel zeer heilzaam.

    Eigenschappen:
    Antisceptisch, antiviraal, schimmeldodend, krampstillend, slijmoplossend, anti-allergisch, verlaagt de bloeddruk, verlaagt het bloedsuiker- en cholesterolgehalte, bevordert de bloedsomloop.

    Knoflook is een kruidachtige, overblijvende plant, behorende tot de leliefamilie. De stengel is tot aan het midden bebladerd. De bloeiwijze draagt bolletjes.

    De werkzame bestanddelen die uit de bol gewonnen worden, bestaan uit etherische olie, waarin zich glycosiden bevinden die uiteenvallen in vluchtige zwavelhoudende mengsels. Andere bestanddelen zijn suikers, pectinen, vitaminen en hormoonstoffen.

    Vermeerderen :
    Knoflook kan alleen vegetatief vermeerderd worden. In hun bloeiwijze komen wel bloemen voor maar deze vormen geen zaad. In plaats van zaad vormen ze in de bloemtop broedbolletjes.


    Soorten :
    Knoflook hoort bij de Alliaceae familie die uit 600 soorten planten bestaat.
    Rose de Lautrec, Thermidrome, Cristo, Printanor, Rose d'Auvergne, Blan de la Drôme, Olifant Knoflook (grote bollen), Blanke Reuzen, enz...
    Vermoedelijk komt knoflook van de steppen in Centraal-Azië. Via nomaden ging deze plant naar het Midden-Oosten. Daar werd hij in cultuur gebracht en veredeld tot een variëteit met grote bollen

    Knoflook bewaren
    Verse knoflookteentjes voelen stevig aan. Knijp daarom bij de aankoop voorzichtig in de bol. Bewaar knoflook op een donkere, droge plaats in een open pot of mand. Zo zijn de bollen doorgaans enkele maanden houdbaar. Zodra de tenen binnen het omhulsel beginnen te verschrompelen of te ontspruiten, is de knoflook niet meer goed. Bewaren in de koelkast vermindert de typische knoflooksmaak en bevordert meer een uiensmaak.
    Knoflook kan je wel goed invriezen.
    Verwijder de pel en hak de knoflook fijn. Bewaar dit in een potje in de diepvriezer. Zo heb je steeds knoflook in huis.

    Geschilde knoflookteentjes worden vaak bewaard in olie. Hierbij is echter voorzichtigheid geboden. Deze manier van bewaren in afwezigheid van lucht kan de groei van de dodelijke bacterie Clostridium botulinum of de botulismebacterie bevorderen indien aanwezig.
    Dit kan worden voorkomen door de knoflooktenen vooraf een paar uren in azijn of citroensap te leggen. Om de vorming van een groenblauw lint te voorkomen als gevolg van een reactie van een zwavelhoudende verbinding in knoflook met het zuur, kunnen de knoflooktenen voor het inleggen ook nog worden geblancheerd.

    Weetjes :

    Knoflook, een van de meest gebruikte keukenkruiden, stamt oorspronkelijk uit Centraal-Azie maar wordt nu in de meeste klimaten gekweekt. De knoflookbol bestaat uit vele afzonderlijke teentjes onder een wit, papierachtig vel.

    Folklore
    Knoflook wordt al eeuwen gebruikt als versterkend voedsel en tegen infecties.

    Culpeper merkte op dat knoflook al in de Oudheid als goedkoop middel tegen alle kwalen gold. Hij achtte knoflook vanwege de sterke geur ongeschikt voor mensen met een cholerische of melancholieke natuur.

    Europese landarbeiders meenden dat knoflook hen de kracht gaf om onder de hete zon te kunnen werken.

    In het graf van Toetanchamon werden knoflooktenen gevonden

    In Rusland wordt Knoflook ook wel 'Penicilline voor de arme' genoemd

    De Chinezen, de oude Grieken en ook de Romeinen gebruikten al knoflook tegen allerlei kwalen zoals infecties, wonden en zweren, zwakte, en tumoren.

    In het oude Egypte zwoeren artsen hun eed onder het aanroepen van de Knoflook, deze plant werd als heilig beschouwd. Hoe belangrijk de Knoflook was in Egypte blijkt verder uit een bericht van de Griekse schrijver Herodotus (van 480 v. Chr. – na 430 v. Chr.) waarin staat dat bij de bouw van de grote piramide van Cheops 1600 zilvertalenten werden uitgegeven voor de aankoop van een voorraad uien, knoflook en radijzen voor de arbeiders. In de bijbel wordt Knoflook vermeld als een van de planten waarnaar men terugverlangt na de vlucht uit Egypte

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (1 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Crassula
     

    Crassula

    Wie eenmaal dikblad in huis heeft gehaald zal waarschijnlijk zo enthousiast zijn, dat hij/zij zal proberen het sortiment uit te breiden. Reden genoeg om winkels af te lopen, bij vrienden te ruilen om zo een hele verzameling aan te leggen. Zijn de omstandigheden in uw huis ideaal, dan kunt u een zeer vormenrijke en interessante groep planten aanschaffen.

    Soorten
    Er zijn meer dan 300 soorten Crassula (afgeleid van het Latijn crassus = dik) bekend. Het overgrote deel hiervan groeit in droge en warme streken van Zuid-Afrika.
    Crassula behoort tot de vetkruidfamilie (Crassulaceae), vetplanten waartoe o.a. ook Kalanchoe, Echeveria, Rochea en de in tuinen veel voorkomende huislook (Sempervivum) en muurpeper (Sedum acre) behoren.

    Standplaats
    Dikblad moet warm en zonnig staan en dat betekent dus een venster op hetzuiden. Wit berijpte en lichtgroene soorten tegen te felle zon beschermen. In de winter de planten koel (8-12 "C) zetten. De bladkleur blijft dan mooier en de kans op bloei wordt groter.

    Verzorging
    Weinig gieten en wanneer de planten 's winters koel staan zelfs uiterst weinig water geven.
    In de zomermaanden eenmaal per maand mest geven, meer is niet nodig. Wel moeten de planten jaarlijks, als ze ouder zijn om de drie jaar worden verpot. Daarvoor wordt de potgrond vermengd met scherp zand en klei gebruikt. Denkt u vooral aan een goede drainage.

    Ziekten
    Echte ziekten komen bij dikblad nauwelijks voor. Het zijn heel sterke planten, mits ze op de juiste plaats staan en een goede verzorging krijgen.
    Problemen zijn vooral het gevolg van teveel water in de winter: wortels verrotten en dat heeft ook tot gevolg dat de stengelbasis verrot en de plant dood gaat.
    Te hoge wintertemperatuur betekent ook slappe planten en nauwelijks of geen bloei. Bovendien kan er gemakkelijk spint, thrips en bladluis optreden, soms zelfs schild- en wolluis.

    In een vroeg stadium van aantasting helpt een flinke waterstraal met lauwwarm water, bijvoorbeeld onder de douche.
    De oplossing is echter nadat de diertjes dood zijn - zorgen voor een juiste standplaats. De meeste mensen geven vooral tijdens de winter teveel water en de planten staan in die periode bovendien meestal te warm.

    Vermeerderen
    Alle dikbladsoorten zijn gemakkelijk te vermeerderen. U kunt kopstek of zelfs de dikke bladen gebruiken.
    zowel blad- als kopstek ongeveer een week laten drogen. Daarna stekken in zandige grond ol op kleikorrels.


    Tip
    Veel dikbladsoorten kunnen 's zomers op een zonnige plaats buiten staan. Beschermen tegen te veel regen en eind augustus naar binnen halen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (9 Stemmen)
    13-07-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Prunella grand. 'Loveliness'
    Prunella grandiflora  

    Prunella grand. 'Loveliness'


    Botanische naam  : Prunella grand. 'Loveliness'
    Nederlandse naam : Brunel , bijenkorf 
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   : drachtplant, vlinders, mauveblauw
    Grondsoort       : alle
    Vochtbehoefte    : droog, normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Gebruik          : groepen/vakken, randen, bodembedekker, verwildering , kust/zeewind, insecten, bloemenweide, bostuinen
    Hoogte           : 0.20-0.40 m
    Bloeikleur/vorm  : blauw, aar
    Bloeitijd        : mei, juni, juli, augustus
    Blad             : groen

    Standplaats:
    Deze bodembedekkende vaste plant stelt weinig eisen aan de grond.

    Kenmerken:
    In bloei is het een zee van golvende aren, die vaak lilapaars, wit, of diep lilaroze van kleur zijn

    Bloemen :
    In de zomer bloeit de hij vanaf juni tot aan de eerste nachtvorst. Bijen vliegen af en aan op de bloeiende brunel

    Eigenschappen:
    Bij de Grandiflora-groep vallen vooral de bloemaren op door hun grootte. De bladeren zijn gaafrandig en ei-lancetvormig. Het blad is frisgroen van kleur. De stengels stijgen op tot een hoogte van 15 - 20 cm. Dit is de beste soort om een tapijt te vormen.

    Vermeerderen :
    Door uitlopers

    Weetjes :

    Een zeker gemakkelijk te houden plant voor iedere tuin is de brunel of prunel.

    Wanneer hij het naar z'n zin heeft, verovert hij elk jaar wel wat meer van de ruimte om zich heen. Uitlopers van 10 - 20 cm zijn heel gewoon.

    Het is een uitstekende plant om een tapijt te vormen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (2 Stemmen)
    10-07-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Potentilla fruticosa 'Abbotswood'
     

    Potentilla fruticosa 'Abbotswood'


    Botanische naam  : Potentilla fruticosa 'Abbotswood'
    Nederlandse naam : Ganzerik , Vijfvingerkruid
    Herkomst         : Noord-Europa, Noord-Amerika en Azie
    Bijzonderheden   : grote bloem, beste witbloeiende vorm
    Grondsoort       : alle, kalkarm
    Vochtbehoefte    : droog, normaal
    Licht            : zon
    Groep            : (sier)heesters
    Gebruik          : groepen/vakken, randen/hagen, tuinen
    Hoogte           : 0.50-1.00 m
    Vorm             : breed
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme
    Bloeitijd        : juni, juli, augustus, september
    Blad             : bladverliezend, blauwgroen

    Standplaats:
    Deze plant wenst een voedselrijke, vochthoudende tot vochtige bodem. Voor wat betreft de zuurgraad is ze vrij tolerant (pH = 5.5 - 8). Verlangt een plekje in de zon of lichte schaduw. Bij voorkeur uit de middagzon. Kan bij nachtvorst in april-mei schade oplopen.

    Kenmerken:
    De nederlandse naam is Heesterganzerik, familie van de Rosaceae.
    De bloemkleur is wit en de bloeitijd is van ca. juni tot en met september.
    De bladeren zijn blauwgroen.
    De volwassen hoogte van deze middelgrote heester is ca. 70 cm.
    Verdraagt een temperatuur tot -35 gr. C.
    Heeft een opvallende bloeiwijze.
    Is goed verkrijgbaar.

    Bloemen :
    Bloemkleur : wit
    Bloeiperiode : juni - sept ,grote bloemen van 2,5 cm groot

    Planten :
    4 tot 5 /m²

    Snoeien :
    moet ieder jaar in het voorjaar, bij voorkeur in maart, gesnoeid worden. Knip alle takken ongeveer 7 cm boven de grond af. Wanneer de struik als haag wordt gebruikt, moet deze ook in haagvorm worden gesnoeid. Vergeet dan niet ook enkele takken diep uit de struiken weg te knippen. De haag blijft zodoende tot vlak boven de grond.

    Oude, verwaarloosde heesters kunnen ook tot vlak boven de grond (10-15 cm) worden teruggezet.  

    Eigenschappen:
    De bloei van de knoppen wordt gestimuleerd door een hoog kalium gehalte. Het hogere kalium gehalte zorgt tevens voor een langere bloei en verbetert de kwalitatieve eigenschappen zoals geur van de bloemen. Daarnaast zorgt het hogere kalium gehalte voor een efficiëntere waterhuishouding zodat de planten zuiniger zijn met water.

    Vermeerderen :
    Moeten iedere 3 tot 4 jaar gescheurd worden

    Soorten :

    --'Daydawn': zalmroze bloemen

    --'Primrose Beauty': hooggroeiend, met spreidende, overhangende takken en talrijke crèmegele bloemen

    --'Tangerine': oranje bloemen

    --'Elisabeth': citroengele bloemen

    --'Longacre': geel, tot 1 m

    Weetjes :

    Potentilla of ganzerik behoort tot de familie van de roos-achtigen (Rosaceae). De 500 soorten zijn voornamelijk te vinden in noordelijke gematigde gebieden. De potentilla vertegenwoordigd zowel eenjarige, vaste planten als heesters.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (2 Stemmen)
    07-07-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rosa 'Baron Girod de L'Ain'
     

    Rosa 'Baron Girod de L'Ain'


    Botanische naam  : Rosa 'Baron Girod de L'Ain'
    Nederlandse naam : Remontant roos
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   :
    Grondsoort       : alle, humeus, lichte klei
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Groep            : oude rozen
    Gebruik          : groepen/vakken, tuinen
    Hoogte           : 1.00-2.00 m
    Vorm             : opgaand
    Bloeikleur/vorm  : geurend, rood/bruin
    Bloeitijd        : juni, augustus
    Blad             : bladverliezend
    Twijg/stam       : doorns/stekels


    Beschrijving:
    Karmijn rood met een witte kraag, vol, zeer geurig. Bewezen ras met anjer-achtige bloemen en grijs-groene bladeren
    Is een hybride eeuwigdurende roos. Het is een krachtige groeier van bossige gewoonte, met stekelige stengels en donkergroene bladeren. In de zomer en de herfst, het produceert geurende, dubbel, donker-rode bloemen met een aantal bloemblaadjes met subtiele witte aftekeningen aan de randen

    Snoeien :
    Bloeit op oud hout, snoeien na de bloei

    Bodem pH vereisten:
    5,6 tot 6,0 (zure)
    6,1 tot 6,5 (zwak zuur)

    Vermeerdering:
    Van zomerstek
    Van semi-stekjes
    Van stekjes
    Door enten
    Door knopvorming


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    16-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Helianthemum 'Wisley Pink'
     

    Helianthemum 'Wisley Pink'


    Botanische naam  : Helianthemum 'Wisley Pink'
    Nederlandse naam : Zonneroosje
    Herkomst         : uit de bergen 
    Bijzonderheden   : matig winterhard
    Grondsoort       : alle, humeus, kalkrijk
    Vochtbehoefte    : droog
    Licht            : zon
    Wind             : weinig gevoelig, zeewind bestendig
    Gebruik          : groepen/vakken, randen, bodembedekker, borders
    , verwildering, kust/zeewind, insecten, rotstuinen
    Hoogte           : 0.10-0.20 m
    Bloeikleur/vorm  : roze
    Bloeitijd        : juni, juli, augustus
    Blad             : wintergroen, donkergroen

    Standplaats:
    Halfschaduw -Zon
    Alle grondsoorten -Droog -Goed gedraineerd -Humusrijk
    Plant zonneroosjes bij voorkeur op de zuidkant of op de zuidelijke helling van de rotstuin. Alvast in de volle zon en op een goed doorlatende grond. Helianthemum vraagt een kalkrijke grond. Geef wat kalk in het najaar (oktober-november).

    Kenmerken:
    Zonneroosjes zijn stevige, meestal groenblijvende planten. Ze hebben glimmende, groene tot grijze, viltige kleine bladeren afhankelijk van ras tot ras. In koude winters kunnen soms de bladeren gedeeltelijk afvallen.

    Bloemen :
    De bloemkleur is zachtroze en de bloeitijd is van ca. juni tot en met augustus.
    De bloemen variëren van enkel, halfgevuld of gevuld in vele kleurschakeringen.
    In het voorjaar de plant flink terugsnoeien zodat deze weer opnieuw kan uitlopen en een zee aan bloemen kan geven in de zomer 20 cm hoge soort bloeit zachtroze van juni t/m augustus. Het blad is grijs van kleur

    Planten :
    plantafstand is 30 cm. (8-11 st. per m2.)
    Balkon-Bodembedekker-Potten en bakken-Randbeplanting-Rotstuin
    Vakbeplanting-Vaste planten border

    Gebruik :
    Helianthemum zijn bijzonder geschikt voor rotstuinen, de heidetuin of een plaatsje vooraan in de border. Ze zijn altijd mooi te combineren met grassen, ereprijs, vlas of havikskruid

    Eigenschappen:
    De bladeren zijn grijs en ongeveer 20 cm. hoog. De volwassen hoogte van deze vaste plant is ca. 25 cm. Verdraagt een temperatuur tot -20 gr. C. en blijft de gehele winter groen.

    Vermeerderen :
    De plant is te vermeerderen door het stekken van gerijpte scheutjes in de zomer en te zaaien.
    Zonneroosjes zijn te vermeerderen door het nemen van kruidachtige stekken in het najaar. Neem bij voorkeur stekken met een hieltje. Dat zijn stekjes die van de plant worden getrokken waardoor er nog een vlaggetje oud hout aan de onderkant blijft hangen. Deze stekjes worden dan in een koude bak of in een serre overwinterd en in het voorjaar als ze beworteld zijn worden ze opgepot.

    Soorten :
    Meerdere bekende soorten van zonneroosje

    Weetjes :

    Helianthemum betekent 'bloem van de zon' die zich alleen bij zonneschijn openen, en dat kan je zo letterlijk nemen. Het zijn dwergachtige, struikachtige, vaste planten en met zo'n 100 soorten ruim vertegenwoordigd zijn in de vaste planten wereld.

    Er zijn talloze hybriden die meestal laag blijven en breed uitgroeien.

    Zonneroosjes groeien overal waar de grond droog is en een beetje kalk bevat. Strooi eventueel in de herfst wat kalk. Kort ieder voorjaar alle takjes zo in, dat onder de plaats waar u knipt nog wat groen zit. Knip absoluut niet na half augustus in. De plant is gevoelig voor strenge vorst. Dek eventueel in de winter af met wat blad en takken.

    De planten bloeien op de takken die het vorige jaar werden gevormd. Om de planten compacter te houden kun je best na de bloei deels terug snoeien.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (3 Stemmen)
    08-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Abelia schumannii
     

    Abelia schumannii


    Familie          : Caprifoliaceae - kamperfoelieachtigen
    Botanische naam  : Abelia schumannii
    Nederlandse naam : Abelia
    Bloeikleur       : roze, geurende bloemen
    Bloeimaand       : mei, juni, juli, augustus, september
    Bladkleur        : Groen
    Hoogte           : 70 - 120 cm (kan na tien jaar uiteindelijk tot 2 meter hoog worden)
    Wintergroen      : Bladverliezend
    Winterhardheid   : Goed winterhard
    Standplaats      : Zon tot halfschaduw
    Soort gewas      : Heester / struik
    Habitat          : Normale bodem

    Standplaats:
    Abelia presteert het best in de volle zon, in een vochtige maar goed doorlatende grond.

    Kenmerken:
    Abelia shumannii is een bladverliezende struik die een stuk lager blijft dan de meeste andere soorten abelia's.
    Schumann Abelia is een elegante struik met gebogen stengels, die clusters van aantrekkelijke, lila-roze bloemen in de zomer te dragen

    Bloemen :
    De kleine plant met de rode takken staat graag beschut en bloeit vanaf mei tot aan september met roze bloempjes.

    Planten :
    Het is een prima plant, die uitstekend kan worden gebruikt als lage haag. En een aantal soorten is bruikbaar als potplant voor op het balkon of op het terras.

    Eigenschappen:
    Een bladverliezende struik tot circa 2 m hoog, met slanke, gebogen takken. De jonge twijgen zijn paars en bedekt met donshaartjes. De bladeren zijn groen, ovaal, afgeronde punt tot ca. 3 cm lang ongeveer 1 cm. De trechtervormige bloemen zijn roze-roze met oranje markeringen en tot ongeveer 1,5 cm lang, en bloei van mei tot augustus.

    Vermeerderen :
    Het kan worden vermeerderd door stekken
    Abelia kan je vermeerderen door in het midden van de zomer (juli - augustus) half verhoute stekken te nemen. Knip hiervoor tot tien cm lange takuiteinden af. De wond onderaan moet gaaf zijn. Strip de onderste blaadjes af en laat enkele de bovenste twee bladparen zitten. Plaats de stekken naast elkaar in een pot gevuld met voedselarme stekgrond. Benevel de stekjes maar zorg ervoor dat de grond ook niet te nat is. De pot met stekken (die elkaar net mogen raken), zet je op lichte standplaats waar de stekken niet in contact komen met rechtstreekse zonnestralen. De eerste winter plaats je de pot op een vorstvrije plek in een kas, serre, garage, tuinhuis of zolder. In de lente als de ergste vorst is geweken kunnen de bewortelde stekken in de tuin worden uitgeplant en getopt om het vertakken te bevorderen.

    Soorten :
    Het geslacht telt ongeveer 23 soorten, de meeste geconcentreerd in Noord-oost Azië en drie soorten in Mexico. Het geslacht is vernoemd naar Dr. Clarke Abel (1780-1826), die de soort Abelia chinensis ontdekte tijdens zijn reis door China toen hij als arts verbonden was aan het gezantschap van Lord Amherst

    Snoeien :
    Abelia's die tot augustus en langer bloeien kun je best pas in het voorjaar snoeien. In de lente wanneer de kans op strenge vorst is geweken, zie je ineens welke takken de winter niet hebben overleefd of een stuk zijn ingevroren. Dode en zwakke takken snoei je volledig weg. Bij de gezonde takken, snij je per struik een derde van de oudste takken weg. Op die manier zijn alle takken van de abelia nooit ouder dan drie jaar en stimuleer je de vorming van nieuwe scheuten die uit de grond komen opschieten. Zo heb je struiken met jonge takken die veel bloemen produceren, want de meeste bloemen verschijnen op de twijgen van het voorafgaande jaar en op de scheuten die vroeg in het voorjaar werden gevormd. Regelmatig de uiteinden van de takken toppen is aan te raden om compacte, gesloten struiken te bekomen.

    Weetjes :

    De generieke naam, Abelia, herdenkt dr. Clarke Abel, een botanicus en chirurg die China bezocht in 1816-1817 als Chief Medical Officer (op voordracht van Sir Joseph Banks ) en Naturalist naar de ambassade. Er werd echter Abelia parvifolia niet gegroeid in het westen van tuinen tot bijna een eeuw later. Zoals A. schumannii in Plantae Wilsonae, het was een van de vele planten verzameld door Ernest Wilson (ook bekend als 'Chinees' Wilson) op expedities in 1907, 1908 en 1910, en teruggestuurd naar het Arnold Arboretum

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    04-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Centaurea montana
     

    Centaurea montana


    Botanische naam  : Centaurea montana
    Nederlandse naam : Bergkorenbloem
    Herkomst         : Alpen
    Bijzonderheden   : talud, drachtplant
    Grondsoort       : alle, humeus, lichte klei
    Vochtbehoefte    : droog
    Licht            : half schaduw, zon
    Wind             : weinig gevoelig, zeewind bestendig
    Gebruik          : snijbloem, insecten, bloemenweide, kuipen/potten, waterkant
    Hoogte           : 0.40-0.60 m
    Bloeikleur/vorm  : paars, roze, wit, zwart, violetblauw
    Bloeitijd        : mei, juni, juli
    Blad             : grijsgroen

    Standplaats:
    Een langbloeiende plant die vookeur geeft aan kalkrijke grond en een warme zonnige plek
    De Bergkorenbloem stelt weinig eisen aan de bodem; bij voorkeur vochthoudend, goed gedraineerd en niet te licht.
    Verdraagt goed kalk en tijdelijke droogte.

    Kenmerken:
    De plant wordt 30-60 cm hoog en heeft langwerpige tot lancetvormige bladeren, die van boven spoedig kaal worden. De bladeren zijn tot 4 cm breed en lopen langs de stengel af

    Bloemen :
    De bergcentaurie bloeit van mei tot september met bloemhoofdjes, die bestaan uit buisbloempjes. De bloemkroon van de randbloemen is blauw en die van de andere bloemen roodachtig. De omwindselbladen zijn franjeachtig ingesneden en hebben aan de top geen stekel.

    Planten :
    Komen het mooist tot hun recht in grotere groepen
    De plantdichtheid voor de Bergkorenbloem is 6 tot 9 planten per m² .
    Vooral geschikt voor een plaats vooraan de border; niet onaardig langs heester- en bosranden of in de verwilderde tuin.

    Werkzame bestanddelen:
    De bloemen van C. cyanus en C. montana zijn geneeskrachtig en worden nog steeds gebruikt als oogwater.

    Eigenschappen:
    Dit is een zeer variabel, maar altijd aantrekkelijke plant te vinden in weiden en bossen op de bergen van Europa. De typische vorm gekweekt in tuinen heeft grijs, lancet-vormige bladeren en grote, diepe blauw of blauw-paarse bloemen, tot 3 (7,5 cm) over in de vroege zomer. Het doet het best in een vocht vasthoudende bodem en is even goed thuis in de zon of halfschaduw.

    Vermeerderen :
    Ze zaaien zich wel uit maar de jonge plantjes zijn gemakkelijk te verplanten
    De soort heeft de neiging zichzelf uit te zaaien en door worteluitlopers z'n eigen plekje te veroveren.

    Zaaien:
    Kiemtemperatuur 18°C. Maart - april in potten in de koude bak.
    Ter plekke zaai je in maart - april en september - oktober. Kiemtijd 14-21 dagen
    Bloeit het jaar na zaaien.

    Soorten
    Er zijn ongeveer 500 soorten, waarvan slechts een beperkt aantal met voldoende sierwaarde voor de tuin.

    **'Alba' wit
    **'Carnea(rosea)' roze
    **'Caerulea' blauwpaars
    **'Jordy' zwartpurper
    **'Violetta' violetblauw

    Weetjes :

    --Gevoelig voor meeldauw en om dit zoveel mogelijk te vermijden is een schrale humusrijke grond te verkiezen, na de bloei terugsnoeien , dan krijg je weer gezond groen blad.

    --De naam Centaurea is een verwijzing naar de legendarische centaur (half mens, half paard) Chiron, die in de Griekse mythologie de opvoeder en geneesheer was van Achilles.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    03-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Enkianthus campanulatus
     

    Enkianthus campanulatus


    Botanische naam  : Enkianthus campanulatus
    Nederlandse naam :
    Herkomst         : Japan
    Bijzonderheden   : herfstkleur rood, doosvrucht
    Grondsoort       : humeus, veen, kalkarm
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw
    Wind             : gevoelig
    Groep            : (sier)heesters
    Gebruik          : solitair, tuinen, heidetuinen, giftig
    Hoogte           : 2.00-3.00 m
    Vorm             : opgaand
    Bloeikleur/vorm  : roze
    Bloeitijd        : mei
    Blad             : herfstkleur, bladverliezend
    Vrucht           : rood/bruin

    Standplaats:
    Hij groeit goed in vochtige, voedzame, zure grond.
    Deze plant verkiest een humeuze,zure, vochtige, koele grond. Vermijd hete, droge plaatsen al mag de plant wel in volle zon tot halfschaduw staan.

    Kenmerken:
    Over het algemeen zijn deze planten middelgrote struiken, bladverliezend en hun kleine takken vormen een soort kransjes, Hun verspreide bladeren staan in groepjes aan het eind van de takken, ze zijn gesteeld en getand. Hun bladschijf is ellipsvormig, bijna ruitvormig, 3 tot 7 cm lang, behaard aan de bovenkant, evenals op de nerven aan de onderzijde.

    Bloemen :
    Enkianthus bloeit vanaf half mei tot ver in juni. Vanaf augustus zijn bruine, min of meer ovale vruchten te bewonderen.
    De bloemen hebben kroonties in de vorm van vijfpuntige klokjes. De bloemkroon kan twaalf mm lang worden en is oranje-geel met rode nerfjes. De bloemen vormen tosjes, in tuiltjes hangend aan een ongeveer 2 cm lang steeltje. ze bloeien in mei, na het verschijnen van het blad. De vruchtjes zijn doosjes met 5 afdelingen

    Planten :
    Hij is heel geschikt voor moerascultuur en als onderbeplanting van coniferen.

    Gebruikt :
    draagt vruchten - geurend - bestand tegen zeewind - bladplant - snijbloem - bloemschikken - snoeibaar - bijenplant – herfstkleur
    Ze worden gekweekt voor hun massa's van delicate klokvormige bloemen, die vanaf medio voorjaar lijken de vroege zomer en hun vurige herfstkleuren. Ze zijn ideaal struiken voor een open bos tuin of in een schaduwrijke border.

    Eigenschappen:
    --
    Zuurminnende struik met een mooie herfstkleur.
    --De hoogte na 10 jaar is 300 cm.
    --De bloemkleur is wit met een rose randje.
    --Deze plant is zeer winterhard

    Vermeerderen :
    kan worden gezaaid of gestekt
    Ze kunnen heel goed uit zaad vermeerderd worden ('s winters onder glas, op veengrond vermengd met zand), maar ook uit zomerstek in augustus of door afsnijden van eenjarige scheuten.

    Soorten :

    **'Albiflorus' - Een soort met roomwitte bloemen die grote rode markeringen missen. De plant is compact groeien met redelijk goede oranje-rode kleur val

    **'Red Bells' - Waarschijnlijk de meest voorkomende cultivar, deze plant heeft bloemen met een rode rand. De daling van de kleur is altijd goed en de groeiwijze rechtop staant.

    **'Showy Lantern' - Een nieuwe vorm gekozen op een kinderdagverblijf Massachusetts, deze cultivar heeft dieproze bloemen en dichte vertakking van de grond af. In de zomer is het blad donkergroen en de bladeren scharlaken . Een superieure kloon, maar minder winterhard dan de soort.

    **'Sikokianus' (ook gezien vermeld als var sikokianus en 'Siko-kianus'.) - Een speciale bloeiende selectie met kastanjebruine bloemknoppen die open te stellen voor baksteen rode bloemen te onthullen.

    **'Variegata' (misschien hetzelfde als 'Tokyo Masquerade') – Deze soort werd verlaat met een witte rand die worden gehouden op de roodachtige stengels. Het wordt zelden gezien en waarschijnlijk minder winterhard dan de soort.

    Weetjes :

    Hij is in 1880 in Engeland geimporteerd uit zijn vaderland Japan. De naam van het geslacht is gevormd uit twee Griekse woorden: egkyein - rijk, vruchtbaar - en anthos – bloem

    Haar oorsprong ligt in Japan en is hier goed winterhard. Heeft een prachtige herfstverkleuring! Gele, oranje en rode kleuren sieren dan uw tuin in het najaar.

    Deze heester wil absoluut geen zon op de voet. Dek de voet af met oud blad, dennentakken of een laag grove compost. Regelmatig snoeien is niet nodig. Eventueel oud hout na de bloei verwijderen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 8/5 - (2 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ipheion uniflorum
     

    Ipheion uniflorum


    Botanische naam  : Ipheion uniflorum
    Nederlandse naam : Oude Wijfjes
    Herkomst         : Peru, Argentinie
    Bijzonderheden   : violetblauw
    Grondsoort       : alle, humeus
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Wind             : gevoelig
    Groep            : bol
    Gebruik          : borders, rotstuinen, verwildering
    Hoogte           : 0.15-0.30 m
    Bloeikleur/vorm  : geurend, paars, blauw
    Bloeitijd        : april, mei
    Plantdiepte      : < 0.05 m

    Standplaats:
    Zonnige plaats. Natte voeten vermijden.
    Zorg voor een goed doorlatende grond
    Verlangt een goed vochtdoorlatende grond, vooral in de winter is natte grond nefast; zandgrond tot lichte leem.

    Kenmerken:
    De bloemen van I.uniflorum zijn bleekblauw en doen denken aan deze van Vinca major (grote maagdenpalm).
    Geschikt als onderbegroeiing bij rhododendrons of zelfs bij rozen.
    De knolletjes hebben een lichte uiengeur die aaltjes bij rozen op afstand zou houden.
    Goed voor verwildering.
    Ipheion uniflorum is ongeveer 15-20 cm hoog en aan ieder steeltje verschijnt maar één bloemetje. Het blad is grasachtig en lijkt wel wat op bieslook.

    Bloemen :
    Maart- mei
    Lilablauwe stervormige bloempjes en gele meeldraden met wintergroen grasachtig blad dat mals aanvoelt.
    Na de bloei sterft het blad af maar in augustus/september verschijnt het nieuw blad.

    Planten :
    Najaar: eind september- eind november.
    Als plantdiepte neem je twee keer de hoogte van de bol.
    de kleine bollen moeten in oktober 5 cm. diep geplant worden. Beschermen tegen strenge vorst door ze af te dekken met blad

    Eigenschappen:
    Goed voor verwildering en passend bij lage siergrassen, Muscari armeniacum, Crocus chrysanthus 'Saturnus' en andere bodembedekkers.
    Ze zouden ook de aaltjes bij de rozen op afstand houden zoals de bekende stinkertjes dat doen.

    Vermeerderen :
    afnemen van broedbolletjes
    Met veel zon en warmte bloeit zij uitbundig en vermeerderd zij het beste.

    Soorten :

    **'Charlotte Bishop' bloeit roze met een donkere nerf op elk bloemblaadje,

    **'Wisley Blue' heeft grotere blauwe bloemen met een donkerblauwe middennerf en bloeit het vroegst,

    **'Jessie' heeft donkerblauwe bloemen,

    **'Rolf Fiedler' bloeit met grote hoeveelheden helderblauwe bloemen, zoet geurend, **'Alberto Castillo' is een rijkbloeiende witte selectie

    Weetjes :

    Een pollenvormend bolgewasje met stervormige, geurende bloempjes en grasachtig blad. Mooi als randplant, tussen stenen maar ook heel goed tussen vaste planten toe te passen. Geschikt voor verwildering.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (3 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Iberis umbellata
     

    Iberis umbellata


    Botanische naam  : Iberis umbellata
    Nederlandse naam : Scheefbloem, Schermscheefbloem
    Herkomst         : Zuid-Europa
    Bijzonderheden   : korte bloei
    Grondsoort       : alle, humeus, kalkrijk
    Vochtbehoefte    : droog, normaal
    Licht            : zon
    Groep            : 1 jarig
    Gebruik          : borders, rotstuinen, kuipen/potten, perkplant
    Hoogte           : 0.10-0.30 m
    Bloeikleur/vorm  : lila
    Bloeitijd        : mei, juni, juli
    Blad             : groen

    Standplaats:
    Vaak licht beschaduwde, open plaatsen op matig droge tot matig vochtige, neutrale tot meestal kalkrijke, matig voedselrijke tot matig voedselarme, vaak stenige grond.
    Het groeit in droge rotsachtige hellingen, in dichtbegroeide gebieden en op open plekken, bij voorkeur op kalkrijke gronden, op een hoogte van 0-1,300 meter (0-4,300 ft) boven zeeniveau

    Kenmerken:
    is een kruidachtige jaarlijkse bloeiende plant van het geslacht Iberis en de familie Brassicaceae .
    De geslachtsnaam is afgeleid van "Iberia", de oude naam van Spanje, terwijl de soort bijnaam komt van het Latijnse "scherm", wat "paraplu" en verwijst naar de vorm van de bloeiwijze

    Bloemen :
    De bloemen zijn in het scherm- vormige tuilen . De kelk is violet en de bloemkroon bestaat uit vier witte, roze of paars. De bloemblaadjes zijn afgerond aan de top, met de perifere die de vorming van een grote vexillum 8-10 millimeter (0,31-+0.39 in) lang is.
    De bloeiperiode loopt van mei tot en met juni.
    De bloemen zijn tweeslachtig en bestoven door bijen en vlinders. De vrucht is een silique 7-10 mm (0,28 tot 0.39 in) lang.
    Plukken verlengt de bloei
    De hoofdbloei is wel van mei tot juni maar tot de vorst komen er nog enkele bloempjes op.

    Planten :
    Een mooi randplantje en geschikt voor de voorrand van de border

    Gebruikt :
    Zeer geschikt voor de siertuin. Heeft opvallend blad, bloeiwijze, of vorm en laat zich eenvoudig combineren. Deze eenjarige plant verlangt een zonnige plek en goed doorlatende, voedselrijke grond. Is zeer geschikt om te combineren met de 'basisplanten'. Ook bruikbaar in potten en bloembakken. De plant heeft stevige stengels en laat zich goed combineren.

    Eigenschappen:
    Deze plant bereikt een hoogte van 30-50 cm (12-20 cm).
    De bladeren zijn groen en lineair-lancetvormig, 15-25 millimeter (0,59 tot 0.98 in) lang is.
    Schermscheefbloem is een sierplant uit Zuid-Europa, die vanuit tuinen is verwilderd.

    Vermeerderen :
    Zaait zich uit in de onmiddelijke omgeving van de plant.
    Zaaien:
    Kiemtemperatuur 18.5 - 28.0. Maart - april in potten in koude bak.
    Ter plekke zaai je in april - mei en september - oktober.
    Uitdunnen op 15 cm. Kiemtijd 10 - 30 dagen. Onregelmatige kieming.
    Voor verspreide bloei elke 3 weken opnieuw op dezelfde plek wat zaadjes uitzaaien.

    Soorten :
    --Iberis umbellata 'Dwarf Fairy'
    --Iberis umbellata 'Splendens'

    Weetjes :

    Deze plant is aantrekkelijk voor bijen, vlinders en / of vogels
    Bloemen zijn geurend
    Regelmatig water geven

    Dien op zure gronden in het najaar wat kalk toe. Snoei ieder jaar direct na de bloei de planten in, zodat ze tot onder toe goed in het blad blijven. Weinig wiedwerk. Na 5 jaar scheuren.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    27-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Sedum acre
     

    Sedum acre

    Botanische naam  : Sedum acre
    Nederlandse naam : Vetkruid, Muurpeper
    Herkomst         : Europa, Middellands zeegebied
    Bijzonderheden   : drachtplant,vlinders, talud/stapelmuur
    Grondsoort       : alle, zand
    Vochtbehoefte    : droog
    Licht            : half schaduw, zon
    Wind             : zeewind bestendig
    Gebruik          : bodembedekker, verwildering, inheems, kust/zeewind , insecten, rotstuinen, bostuinen
    Hoogte           : < 0.10 m
    Bloeikleur/vorm  : geel, tuil
    Bloeitijd        : juni, juli
    Blad             : wintergroen, groen

    Standplaats:
    Op dorre, droge plaatsen waar niets wil groeien
    De muurpeper stelt geen hoge eisen aan de grond. De soort komt voor op droge zandgrond, tussen stoeptegels langs kaden, muren of tussen rotsen, vaak op kalkhoudende grond kan men de plant aantreffen

    Kenmerken:
    Het blad is zeer klein, dik, ovaal en geelgroen
    De muurpeper (Sedum acre) is een 5-25 cm hoge, vaste plant uit de vetplantenfamilie (Crassulaceae). De naam peper is afgeleid van de scherpe smaak van de bladen

    Bloemen :
    Ze bloeien in juni/juli met glanzende gele sterachtige bloempjes
    De plant bloeit van mei tot augustus met felgele 1,2 cm grote bloemen. De bloemen bloeien hebben vijf kroon- en vijf kelkbladen.

    Planten :
    zeer geschikt ; als bodembedekker tussen stenen

    Werkzame bestanddelen:
    In de plant zijn een aantal werkzame stoffen aangetroffen: alkaloïden, mucilage, rutine, en tannine.
    Het effect is bloedstelpend bij wonden, maar veroorzaakt wel rode uitslag en blaren op de huid.
    In de volksgeneeskunden werd het gebruikt om likdoorns zacht te maken.
    De plant bevat namelijk hoge concentraties aan piperidine alkaloïden, waaronder sedridines, sedinone en isopelletierine.

    Eigenschappen:
    Het zijn gemakkelijke rotsplantjes die ook als bodembedekker kunnen dienen en vormen zo dichte zoden.
    De plant vormt vaak kleine tapijten. De 3-4 mm grote bladen zitten dicht opeen langs de stengels
    Muurpeper bevat vrij veel gifstoffen en is dan ook niet echt eetbaar

    Vermeerderen :
    uit alle afgebroken stukken en bladeren kunnen nieuwe plantjes ontstaan.
    Ook door zaaien

    Weetjes :

    De Muurpeperbloemen smaken echt naar peper. Geen wonder dat ze muurpeper heten. Door de pepersmaak beschermen die slimmerds zich tegen dieren die wel eens een groen blaadje lusten

    Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Sedum, is afkomstig van het Latijnse woord sedo dat ‘zich vestigen’ betekent en de eigenschap van de muurpeper verklaart dat hij bijna overal kan overleven. Het tweede deel, acre, stamt eveneens uit het Latijns want acer is ‘scherp’ of ‘bitter’. Vergelijk het met het tegenwoordige Engelse woord acrid dat hetzelfde betekent. Maar beide woorden hebben hun bron uit het nog oudere Griekse woord akis dat ‘scherpe punt (van een pijl)’ heeft betekend

    In Engeland had de plant een mooie volksnaam: Welcome Home Husband Though Never So Drunk. Het eten van muurpeper zou je viriliteit kunnen verhogen. Het blad werd door de man als smaakmaker op vlees gegeten en daarna zouden zijn seksuele prestaties verbeteren.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (6 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tropaeolum majus
     

    Tropaeolum majus

    Botanische naam  : Tropaeolum majus
    Nederlandse naam : Oostindische kers
    Herkomst         : Zuid-Amerika
    Bijzonderheden   : 2.50-3.00 m
    Grondsoort       : alle, zand
    Vochtbehoefte    : droog, normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Groep            : 1 jarig
    Gebruik          : borders,verwildering, kuipen/potten, hangplant
                       , klimplant/slingerplant
    Hoogte           : > 0.90 m
    Bloeikleur/vorm  : geurend, geel, oranje
    Bloeitijd        : juni, juli, augustus, september
    Blad             : groen


    Standplaats:
    Volle zon. Oostindische kers houdt van een beschutte standplaats. Bij een temperatuur beneden de 12°C Doorlatende grond is belangrijk. Te veel stikstof leidt tot veel bladeren en weinig bloemen.

    Kenmerken:
    is een eenjarige, kruipende en soms klimmende, kruidachtige plant
    De opvallende bloemen en de mooie bladeren kunnen veel plaatsen in de tuin verfraaien.

    Bloemen :
    Oostindische kers heeft sierlijke bloemen in talloze oranje, goudgele, rode en bruinachtige tinten en zelfs in crèmeachtig wit. De donkergroene, ronde bladeren die aan parasols doen denken, omlijsten de bloemenpracht. Bloeit 's zomers in veel tuinen in talrijke kleuren.
    De planten kunnen tot 3 m lange scheuten vormen, waaraan steeds weer nieuwe bloemen tussen de schildvormige bladeren verschijnen. Er zijn ook kweekvormen met een meer bolvormige en compacte groeiwijze.

    Planten :
    Waar u Oostindische kers ook plant, ze staat garant voor een vuurwerk van kleuren. De rassen zijn voor veel verschillende standplaatsen geschikt.

    *Als bodembedekker kan Oostindische kers een zonnig tuinpad omzomen. Ze kan over lage muren groeien of glooiingen verfraaien.

    *Als klimplant kunt u de rassen met lange scheuten aan latwerk en, palen of hekken en schuttingen laten groeien.

    *Onder fruitbomen houdt Oostindische kers schadelijke insekten op afstand, vooral bloedluizen.

    *In hangpotten of plantenbakken is Oostindische kers een kleurige aanwinst voor balkon en terras.

    Gebruikte delen:
    Oostindische kers kunt u ook in de keuken gebruiken. Bloemen en bladeren geven aan salades een peperachtige kruidige smaak en een mooie kleur. Pluk ze vroeg in de ochtend, meteen nadat de dauw is gedroogd.

    Bloemen, bladeren en zaden zijn eetbaar en doen met hun licht peperige smaak denken aan waterkers. De Oost-Indische kers wordt ook wel tot de specerijen gerekend. De bladeren kunnen ingezouten worden en de bloemknoppen en groene vruchten kunnen worden gemarineerd.

    De gehele plant wordt medicinaal gebruikt voor zijn antibiotishe werking. Zowel de zaden, als de bloemen en bladeren kun je gebruiken bij infecties van de urine- en luchtwegen. Het is een natuurlijk middel dat bij maag en darmen geen last berokkend. Uw lichaam wordt niet immuun tegen de actieve stoffen en je krijgt meer weerstand, waardoor je minder vatbaar wordt voor infecties

    Werkzame bestanddelen:
    Oost Indische kers bevat heel wat stoffen die sommige infecties en bacteriën gaan weren. Vooral luchtwegeninfecties worden hierbij aangepakt.
    De bloemen en knoppen bevatten een groot vitamine B en C gehalte die noodzakelijk zijn in een gezond leven!
    Oost-indische kers bevordert ook de eetlust, kalmeert de hoest en remt de veroudering af. Oost Indische-kers is goed voor de huid.

    Drogen kan niet. Daardoor verdwijnt de werking. Wel kun je de bloemen op (appel)azijn zetten en bewaren voor later. Deze azijn kun je dan gebruiken in sauzen en over de sla of om in te maken. Het is ook heel lekker om stukjes brood te dippen en op te peuzelen. Daarnaast maak ik tinctuur om in de wintermaanden mensen te behandelen.

    Eigenschappen:

    IN HETVOORJAAR
    Zaaien & planten Zet de potten overdag enkele uren buiten. Pas vanaf eind mei kunt u direct op de bestemde plaats zaaien. Doe dit zo mogelijk op een dag zonder zon.

    NAJAAR
    'Overwinteren' Laat Oostindische kers gedurende de winter op het bed liggen. De plant is dan weliswaar niet meer mooi, maar vormt een beschermende laag op de grond.

    Vermeerderen :
    Alle planten zijn uitermate vorstgevoelig en worden daarom in ons klimaat als eenjarige planten gekweekt.
    Je kunt dus zonder problemen in volle grond gaan zaaien zonder te verspenen, de zaden groeien overal! Tussen een tuinpad of kasei, deze plant gaat overal gaan kiemen wanneer er aarde voorradig is.

    Voorkweken
    U kunt de Oostindische kers eind maart of begin april al zaaien in een kweekbak of kas. Voorgekweekte zaailingen enkele dagen voor het planten afharden.

    *Opkweken:
    --zaai vanaf maart in schalen met zaaiaarde. Op een lichte en warme plaats laten kiemen. Eind mei buiten planten.
    --Geef in beide gevallen royaal water. Dek de grond zo nodig af met stro, zodat de grond langer vochtig blijft.
    --Dun de zaailingen evetueel uit en geef om de twee weken een vloeibare volledige meststof met het gietwater mee.
    --Direct op de bestemde plaats zaaien: vanaf eind mei één tot twee zaden op 20-25 cm van elkaar in de grond drukken.

    Soorten :
    --Canarische kers :(Tropaeoturn peregrinum) heeft zuivergele, enigszins gerafelde bloemen met minstens even lange scheuten als de Oostindische kers.

    --T. tuberosum, is een overblijvende soort die zich net als de aardappel vermeerdert door knollen. Haal de knollen in de herfst uit de grond, en houd de kleinste om verder op te kweken. Plant ze in het voorjaar op goed voorbereide grond. Oost-indische kers kan ook in potten of hangmanden gekweekt worden

    Weetjes :

    Oost-indische kers werd omstreeks de 16de eeuw vanuit Peru naar Europa gehaald waar men hem eerst tot de witte waterkers catalogeerde, vanwege de peperige watersmaak van het blad. In het Nabije Oosten ontstond de gewoonte de verse bloemblaadjes te eten en er thee van te trekken.

    U kunt ze in vochtige papieren doekjes in de koelkast bewaren.

    Combineer Oostindische kers met andere eenjarige planten in warme kleuren.

    Een landelijke sfeer creëert u door de combinatie met goudsbloemen, afrikaantjes en zinnia's. Elegante accenten kunt u aanbrengen met cosmos (Cosmos sulpbureus) of tithonia's (Tithonia rotundifotia).

    Bijzonder kleurrijk is een combinatie met blauwpaars bloeiende partners zoals bijvoorbeeld salvia (Salvia farinacea),

    TIPS
    Koop zaad of jonge plantjes. Planten moeten een compacte vorm, een gezon- de bladkleur en enkele bloemknoppen hebben.
    Koop nooit planten die al bloeien, evenmin planten met lange scheuten of met weinig of gele bladeren.
    Verwijder regelmatig verwelkte bloemen en bladeren, zodat de plant onbelemmerd kan bloeien. Oostindische kers kan ook als groenbemestingsgewas worden gebruikt. De wortels zorgen voor een goede rijpheid van de grond.


    Ziekten :
    Oostindische kers wordt soms door bladluizen aangetast. Controleer de planten regelmatig en spoel eventuele insekten met water weg. Bij een ernstige aantasting spuit u met een oplossing van groene zeep en spiritus.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    18-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Viburnum plicatum 'Mariesii'
     

    Viburnum plicatum 'Mariesii'


    Botanische naam  : Viburnum plicatum 'Mariesii'
    Nederlandse naam : Japanse sneeuwbal
    Herkomst         : Engeland
    Bijzonderheden   : fertiel/steriel
    Grondsoort       : alle, kalkrijk
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Groep            : (sier)heesters
    Gebruik          : groepen/vakken, tuinen, insecten
    Hoogte           : 1.00-2.00 m
    Vorm             : breed
    Bloeikleur/vorm  : wit/cré
    me
    Bloeitijd        : mei, juni
    Blad             : herfstkleur, bladverliezend

    Standplaats:
    Een Japanse sneeuwbal kan op vrijwel alle grondsoorten groeien, maar heeft een voorkeur voor humusrijke grond.
    De Viburnum Plicatum Mariesii groeit het best op een vruchtbare vochthoudende bodem; volle zon wordt verdragen, halfschaduw is beter.

    Kenmerken:
    De cultivar 'Mariesii' heeft een opvallende quasi horizontaal gelaagde takkenstruktuur waarop eind april en in mei grote ronde bloemhoofdjes groeien met witte schutbladen.
    De bladeren van de struik zijn eirond, spits en aan de voet wigvormig. Langs de rand is het blad getand. De verdiept liggende nervatuur is heel goed te zien. Op die nerven is een lichte beharing waar te nemen. In de herfst verkleuren de bladeren naar roodachtig paars.

    Bloemen :
    bloeien vanaf eind april tot zeker in juni, een enkele bloeit tot aan de eerste nachtvorst. Na de bloei komen er donker gekleurde bessen aan, die met enkele overgebleven, steriele bloemen prachtig zijn om te zien.

    De bloemschermen zitten langsheen de volle lengte van de horizontale takken, en bestaan uit roomwitte, vruchtbare bloempjes in het hart met daarrond een weelde aan opvallende, steriele, zuiver witte bloemen.

    Planten :
    Grond moet goed los en voedzaam zijn. Zware grond niet verdichten door bijvoorbeeld veel rond de struik te lopen, of er vlak langs te rijden (auto, oprit). Moet om de paar jaar gedund worden, d.w.z. oud hout wordt na de bloei zo diep mogelijk uit de struik gelicht.

    Eigenschappen:

    Standplaats lichtbehoefte: halfschaduw , de plant heeft mooie herfsttinten

    geschikt voor gebruik in de vasteplanten border

    geschikt voor groepsbeplantingen

    geschikt voor onderbeplantingen (heesters, bomen)

    geschikt voor een solitaire positie in een beplantingsschema

    deze plant verlangt een zurige bodem (pH 4,5-5 of lager)

    deze plant vraagt of gedijt goed op vochthoudende gronden

    deze plant vormt opvallende en aantrekkelijk bessen

    Vermeerderen :
    door stekken en zaaien

    Snoeien :
    Bij jonge planten de snoei tot een minimum beperken. In het hart van de struik ontwikkelen zich sterke, opgaande scheuten, die zich vertakken tot de karakteristieke lagen.

    Bij volgroeide planten kunnen nieuwe verticale scheuten, die door de lagen heen groeien, de vorm bederven: deze kunt u op het punt van ontstaan weghalen, maar het is beter ze tot ontwikkeling te laten komen en er oude, beschadigde of onproductieve takken mee te vervangen

    Snoeien in de zomer, na de bloei. Verjongingssnoei eind voorjaar

    Soorten :

    »Viburnum plicatum
    »Viburnum plicatum 'Watanabe'
    »Viburnum plicatum f. tomentosum
    »Viburnum plicatum nanum semperflorens

    Weetjes :

    Verwelkingsziekte: het plots afsterven van takken van struiken, bomen of andere planten, zonder aanwijsbare oorzaak. Dit wordt veroorzaakt door bodemschimmels die via de sapstroom doorheen de plant worden meegevoerd.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (8 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Prunus serrulata
     

    Prunus serrulata


    Botanische naam  : Prunus serrulata 'Amanogawa'
    Nederlandse naam : Japanse kers
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   : bronskleurig uitlopend, half gevuld
    Grondsoort       : alle
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Gebruik          : parken, tuinen, solitair
    Hoogte           : 5.00-8.00 m
    Vorm             : zuil
    Kroon            : half open
    Bloeikleur/vorm  : roze
    Bloeitijd        : april, mei
    Blad             : bladverliezend

    Standplaats:
    De Japanse sierkers vraagt een voedselrijke grond en veel vocht.
    Deze plant wenst een voedselrijke, vochthoudende tot vochtige bodem. Voor wat betreft de zuurgraad is ze vrij tolerant (pH = 5.5 - 8). Verlangt een plekje in de zon of lichte schaduw. Bij voorkeur uit de middagzon. Kan bij nachtvorst in april-mei schade oplopen.

    Kenmerken:
    Er zijn soorten die een 6-8 m hoge boom vormen, maar er zijn er ook die alleen een 2-5 m hoge struik vormen. De bladeren zijn ongeveer 10 cm lang en hebben een genaalde of getande bladrand en een toegespitse top. Het jonge blad is bruinrood. Later krijgt de bovenzijde een groene en de onderzijde een blauwgroene kleur.

    Bloemen :
    De boom of struik bloeit in Nederland eind april/begin mei met meestal gevulde bloemen. Er zijn echter ook cultivars met enkele en halfgevulde bloemen.Er ontstaan meestal geen vruchten.

    Planten :
    Met een grote sierwaarde, vooral bv. als accentplant in het openbaar groen en in de tuin vanwege de mooie vorm, de bloeiwijze of de bladkleur.

    Eigenschappen:

    1. solitair

    2. opgaande groei

    3. decoratief

    4. sterke groeier

    5. rijkbloeiend

    6. zowel in struik als in boom

    7. gevulde bloemen

    Vermeerderen :
    De cultivars worden vegetatief vermeerderd op boskers zaailingen of op de eveneens vegetatief vermeerderde onderstammen 'Colt' of MF 12/1.

    Soorten :
    Er zijn zeer veel verschillende cultivars voor aanplant in tuinen, straten, parken en plantsoenen.

    »Prunus serrulata

    »Prunus serrulata 'Amanogawa'

    »Prunus serrulata 'Kanzan'

    »Prunus serrulata 'Kiku-shidare'

    »Prunus serrulata 'Kiku-shidare-zakura'

    »Prunus serrulata f. erecta

    Weetjes :

    De Japanse sierkers (Prunus serrulata), in Vlaanderen Japanse kerselaar genoemd, is een soort uit geslacht Prunus. Deze sierkers komt van nature voor in het gebergte van West-China, in Korea, in Japan, op het eiland Izu Oshima, het eiland Honshu en in het noordwesten van het eiland Hokkaido.

    Ziekten
    De Japanse kers is gevoelig voor de gomziekte veroorzaakt door bacteriekanker (Pseodomonas mors-prunorum) en kan last hebben van een aantasting door de zwarte luis (Myzus cerasi).

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (5 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pleione formosana
     

    Pleione formosana


    Latijnse naam    : Pleione formosana
    Nederlandse naam : Orchidee
    Familie          : Orchidaceae
    Bloeikleur       : roze
    Bloeimaand       : mei, juni
    Bladkleur        : Groen
    Hoogte           : 10 - 20 cm
    Wintergroen      : Bladverliezend
    Winterhardheid   : Niet winterhard
    Standplaats      : Zon, Halfschaduw

    Standplaats:
    bodem en standplaats : licht : zon half schaduw - bodem : neutraal en afdekken
    De planten normaal groeien op de bosbodem, zodat ze het beste doen met gefilterd zonlicht of in de vroege ochtendzon. Beschermen tegen middagzon.
    Zij kunnen worden gekweekt in een kleine pot in goed doorlatende grond die rijk is aan organisch materiaal, zoals 1 deel potgrond en 1 deel perliet.
    Ze hebben een klein wortelgestel en moet worden gegeven regelmatig water tijdens het groeiseizoen.
    Meer dan ongeveer 50% luchtvochtigheid wordt aanbevolen.

    Kenmerken:
    Pleione formosana is een terrestrische (in de aarde groeiende) orchidee met eivormige, circa 3 cm grote pseudobulben (schijnknollen). In de pseudobulben zit reservevoedsel opgeslagen, dat wordt aangesproken als na de rustperiode de hergroei begint. Elke pseudobulb draagt een tot 30 cm lang, ellipsvormige blad. In het najaar wordt het blad geel en valt het af. Elk jaar worden er nieuwe pseudobulben gevormd en sterven de oude af.

    Bloemen :
    Komt in bloei rond maart of april, met prachtige, grote bloemen die bijna net zo groot als de plant

    De plant bloeit van februari tot mei. De 10-12 cm lange bloemstengel komt tevoorschijn aan de voet van de pseudobulb, meestal nog voordat het blad op de nieuwe pseudobulb tot ontwikkeling is gekomen. De alleenstaande bloemen hebben een doorsnede van 6-10 cm. De kroonbladen en kelkbladen zijn lang en smal en ongeveer gelijk van grootte en kleur. Ze zijn meestal roze gekleurd. Ook bestaat er een vorm met witte bloembladeren. De lip is opgerold tot een trompetvormige, aan het uiteinde gefranjerde koker, die lijkt op de bijkroon van narcissen. Van binnen is de lip meestal wit of geelachtig met roze en okerkleurige vlekken.

    Planten :
    De grond in de pot zelf dient te bestaan uit een mengsel van turf, bladaarde, steengruis en veenmos.

    De soort is niet winterhard en kan in België en Nederland het beste in de koude kas overwinteren. De plant kan niet goed tegen de vochtige winters hier. Tijdens de rustperiode, die zich aandient als het blad geel wordt en afvalt, moet de aarde droog worden gehouden. Zodra in februari of maart de bloemknoppen tevoorschijn komen, kan weer water worden gegeven. Vanaf half mei kan de plant wel in de tuin worden gezet

    Eigenschappen:
    Een laagblijvende orchidee met roze bloemblaadjes en een witte koker in het midden

    Vermeerderen :
    Pleione (uitgesproken Plee-OH-nee) groeit uit een bulb, die groeit op het bodem oppervlak. Het is gemakkelijk te vermenigvuldigen
    In het voorjaar, bij het verpotten, delen van volwassen planten.
    Houd ten minste 3 pseudobollen per plant.
    Verpotten om de twee jaar in het voorjaar, wanneer de bloemstengel verschijnt, maar voordat het blad is verschenen

    Weetjes :

    Pleione fomosana komt van nature voor in Taiwan en in de Oost-Chinese provincies Foetjien, Sjansi, Guangdong. Daar zijn koele, vochtige zomers, die worden gevolgd door droge winters.

    Pleione: van het Griekse Pleione (jaarlijks).
    Formosana: van het Latijnse formosanus (oorspronkelijk van het eiland Formosa = Taiwan).

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
    13-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Eucomis autumnalis
     

    Eucomis autumnalis

    Latijnse naam    : Eucomis autumnalis
    Nederlandse naam : Kuiflelie/Ananasplant
    Familie          : Hyacinthaceae
    Bloeikleur       : wit
    Bloeimaand       : juni, juli, augustus, september
    Bladkleur        : Groen
    Hoogte           : 50 - 70 cm
    Wintergroen      : Bladverliezend
    Winterhardheid   : Niet winterhard
    Standplaats      : Zon, Halfschaduw
    Soort gewas      : Bol- en knolgewas
    kenmerken        : Snijbloem

    Standplaats:
    Geschikt voor halfschaduw. Zodra de bol uitloopt begint u met water te geven en geregeld flink wat mest.
    Plaats de plant op een zonnige, warme plek maar liefst niet in de directe zon.

    Kenmerken:
    Eucomis autumnalis lijkt op een ananas , bovenaan de groene bladeren en onderaan wit/groene bloei van kleine bloempjes die de vorm van een ananas vormen.

    Eucomis autumnalis is een bladverliezende, in de zomer groeilamp.

    De bollen zijn groot (8-10cm diameter), ovaal van vorm, en aanleiding geven tot een rozet van grote, brede, zachte textuur, vlezige, golvende randen bladeren, ongeveer 12-35 cm lang x 60-75 cm breed.

    Bloemen :
    De bloemen van Eucomis autumnalis ssp. autumnalis zijn wit van kleur, met een groen hartje
    Bloeimaanden: augustus - september

    Planten :
    Plant de knollen zo’n 8-10 cm diep.
    Haal de Eucomis autumnalis voor de winter uit de grond en plant hem in een pot om hem vorstvrij te bewaren , om de 2 weken begieten of plant hem in de lente met pot in de tuin op een zonnige plek, houd de grond wel vochtig.

    Gebruikte delen:
    Een bepaalde stam van Zuidbantoes, Xhosa, gebruikte de bollen als geneesmiddel tegen reuma.

    Eigenschappen:
    De opvallende stervormige bloemen van deze plant hebben een groengele kleur en kroonbladen met een paarse rand. De plant lijkt op een ananas vandaar ook de Nederlandse naam

    --De plant heeft regelmatig water nodig.

    --De grote bladeren verdampen vrij veel vocht.

    --Op warme, zonnige dagen zeker niet laten uitdrogen.

    --Gebruik potten die voorzien zijn van een drainagegat. Bedek de bodem met een laagje hydrokorrel.

    Vermeerderen :
    Vermeerderen kan door de pollen te delen.
    De plant vormt ook zaad dat na drie jaar bloeibare bollen oplevert.

    Soorten :
    Eucomis autumnalis omvat drie ondersoorten, waarvan de meest bekende

    **ssp. autumnalis is. Verder kom je

    **ssp. clavata nog wel eens tegen bij liefhebbers en in de diverse prijslijsten. De planten van dit soort bloeien met groen-witte tot witte bloemen. In vergelijking met

    **E. bicolor staan de bloemen wat verder van elkaar en oogt de bloeiwijze minder compact.


    Weetjes :

    --Overwinteren gebeurt door de bollen gewoon in de pot te laten zitten en op een koele, vorstvrije plek te zetten.

    --Het loof sterft af en kan gewoon worden weggessnoeid.

    --Tijdens het overwinteren mag de plant vrij droog gehouden worden maar niet laten uitdrogen.

    --Plaats de plant in potten met een universele potgrond.

    --Zorg voor een goede drainage.

    --Verpotten gebeurt het best in het voorjaar.

    --De natuurlijke groeiplaats is langs vochtige hellingen en stroompjes.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (3 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hibiscus rosa-sinensis
     

    Hibiscus rosa-sinensis

    Botanische naam  : Hibiscus rosa-sinensis
    Nederlandse naam : Chinese roos
    Herkomst         : Azié,zuiden van China
    Bijzonderheden   :
    Vochtbehoefte    : 's zomers rijkelijk
    Licht            : zon
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme, rood/bruin, roze, lila
    Blad             : bladverliezend
    Vermeerdering    : stekken, zaaien
    Voedingsbehoeft  : elke week
    Overwintering    : temperatuur 12-16 ø, licht

    Standplaats:
    De Chinese roos groeit in flink humeuze, goed gedraineerde potgrond, die vrij veel water moet kunnen bevatten. De plant staat het liefst warm en licht, zonder direct zonlicht.

    Kenmerken:
    De lang gesteelde bladeren zijn smal- tot breed-eivormig. Ze worden 5–15 cm lang en 2,5–8 cm breed. Bij de wilde soort is de bladrand scherp gezaagd, naar er bestaan cultivars met minder scherp gezaagde of zelfs gave bladranden.

    Bloemen :
    De bloemen staan solitair in de bladoksels en verschillen zelfs aan dezelfde plant sterk in grootte. De grootste bloemen hebben een diameter van 20 cm. De bloemen bestaan uit zeven tot tien bloembladeren. De wilde soort heeft karmozijnrode bloemen, maar er zijn cultivars ontwikkeld met witte, gele, zalmkleurige, lila, donkerrode en gemengdkleurige bloemen. Ook zijn er cultivars met gevulde bloemen ontwikkeld. Tevens bestaan er cultivars met bontgekleurde bladeren (zogenaamde 'variegata'-cultivars).

    Gebruikte delen:
    De bloem wordt medicinaal gebruikt maar ook als cosmeticum voor haarverzorging en in salades verwerkt. De bloemblaadjes kleuren zwart bij kneuzing en kunnen dan dienen als schoensmeermiddel. Ze fungeren als pH indicator: ze kleuren zure oplossingen magenta tot donkerroze, en basische oplossingen groen

    Verder wordt Hibiscusextracten gebruikt in een kruidendrank (Herbalife), die de stofwisseling zou stimuleren zodat men zou kunnen afvallen.

    Werkzame bestanddelen:
    Gebruik van een extract uit de wortel van Chinese roos gedurende zeven dagen na het paren blijkt bij ratten innesteling van de bevruchte eicel voor 100% te voorkomen. Het is nog onbekend of Chinese roos bij mensen een effectief en veilige natuurlijke morning-afterpil is.

    Eigenschappen:
    De Chinese roos wordt voornamelijk als kamerplant en kuipplant gehouden. In zijn habitat wordt het een los, vertakte struik tot 3-5 m hoog. De 6-10 cm glimmend groene, dunne bladeren zijn soms eirond tot elliptisch en grof en stomp of getand.

    Vanaf het uitlopen in februari tot september moet er regelmatig gegoten worden, met een wekelijkse toevoeging van een voedingsoplossing. Vanaf september moeten zowel het gieten als het bemesten verminderd worden, tot de plant in november aan de rusttijd begint. Tijdens de rusttijd mag de kluit beslist niet uitdrogen. De beste overwinteringstemperatuur ligt tussen 12 en 15 graden Celsius.

    Verpotten :
    De beste tijd om te verpotten is februari, net voordat de groei weer begint. Jonge planten kunnen jaarlijks, oudere planten wat minder vaak verpot worden.

    Snoeien :
    Wordt de plant te groot of te sprieterig dan kan hij in februari gesnoeid worden. De takken kunnen daarbij sterk teruggesnoeid worden, zodat de plant van onderaf nieuwe vertakkingen zal gaan vormen. Om een Chinese roos als hoogstam te kweken hoeven langs de doorgaande scheut alleen de zijtakken consequent verwijderd te worden. Op de gewenste hoogte wordt de scheut getopt. De aan de kroon uitlopende twijgen worden geleid en waar nodig ingekort om een mooie vorm te krijgen.

    Vermeerderen :
    De Chinese roos kan in het late voorjaar (mei of juni) gestekt worden. Van nog niet verhoute delen worden kopstekken gesneden, die in stekgrond gestoken worden. Gebruik van stekpoeder bevordert de wortelgroei en verkleint het risico van schimmels. De stekken worden licht en warm weggezet (bodemtemperatuur 24 tot 26 graden Celsius). Afdekken met een verhoogd geplaatste glasplaat of folie, voorzien van luchtgaatjes, helpt om de (lucht)vochtigheid constant te houden. Nadat zich wortels en het eerste blad gevormd hebben wordt de stek in het normale humeuze grondmengsel opgepot.

    Stekhandleiding:
    water de moederplant grondig een paar dagen voor de snoei
    neem een topstek tijdens de lente of zomer: selecteer een gezonde tip, vrij van ziekten of plagen
    snij een topstek van 15 cm ‘s ochtends
    verwijder alle bladeren, behalve de bovenste 2-3 bladeren
    dompel de afgesneden stek in bewortelingshormoon (facultatief maar versnelt de beworteling)
    bevochtig de potgrond alvorens de stek te planten
    plant de stek 2 cm diep
    druk de aarde aan
    hou het substraat vochtig maar niet nat zodat de stekken niet rotten
    plaats in halfschaduw
    wortelvorming vindt plaats na ongeveer 6 weken
    wanneer de wortels goed gevormd zijn, mag u de stekken overplanten
    bloei vindt plaats ongeveer 9 maanden na het stekken

    Weetjes :

    Het is de nationale bloem van Maleisië waar hij in de 12de eeuw werd geïntroduceerd.

    Hibiscus: van het Grieks hibiskos dat moeras kaasjeskruid betekent.Rosa-sinensis: van het Latijn rosa (roos) en sinensis (Chinees).

    De Chinese roos (Hibiscus rosa-sinensis) is een plant uit de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae). De soort wordt in België en Nederland als kamerplant gehouden. De plant is afkomstig uit tropisch Azië. In Azië wordt deze plant op grote schaal aangeplant en kan de plant meer dan 4 m hoog worden. Vaak wordt de soort daar als haag gebruikt. De Indonesische naam van de plant is 'kembang sepatu', wat "schoenbloem" betekent.

    Volgens een volksvertelling op Hawaii zouden de sappen van de Hibiscus worden gebruikt om wenkbrauwen of schoenen te kleuren (vandaar de bijnaam schoensmeerplant).

    Op Hawaii steken de vrouwen Hibiscus bloemen in hun haar steken als zij hun geliefde het hof maken.

    In Aziatische landen wordt de Hibiscus ook gebruikt als haagplant.

    Het belangrijkste van de Hibiscus is zijn sierwaarde. Dat geldt ook voor een groot aantal andere planten uit deze familie, bijvoorbeeld die van de geslachten Abutilon, Althaea, Lavatera, Malope en Malva.

    Chinese rozen stammen rechtstreeks af van de tuinrozen uit China. Ze zijn de oudste onder de oude rozen en ze bestonden reeds duizend jaar geleden .Ze zijn het resultaat van de kruisingen tussen Rosa gigantea, Rosa chinensis en waarschijnlijk Rosa multiflora.Het zijn doorbloeiende lage struiken en in een warm klimaat bloeien ze het hele jaar door.Toen ze indertijd naar Europa werden geëxporteerd zetten ze de rozenwereld op zijn kop. Vanaf 1750 raakten ze wijd verspreid in het Westen waar ze de basis vormden voor een groep in Europa gewonnen hybriden die daar bekend werden als Chinese rozen.

    Ziekten en plagen
    *Door een te koude overwinteringsplaats of tocht kan de Chinese roos (wol)luis oplopen.

    *Als de plant te droog gehouden wordt, kunnen de knoppen voortijdig afvallen.

    *Afvallen van knoppen kan ook veroorzaakt worden door voedselgebrek (de Chinese roos wil graag regelmatig extra kamerplantenvoeding).

    *De plant reageert ook vaak op verplaatsing of verandering in omgevingstemperatuur door knoppen te laten vallen, of blad af te stoten.

    *Vergeling van het blad is vaak te wijten aan een te warme overwintering.

    *Bladval tijdens het groeiseizoen duidt op een te royale watergift.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (9 Stemmen)
    09-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Roetdauw bij Rozen
        

    Roetdauw bij Rozen


    Voorkomen en bestrijden Roetdauw is gemakkelijk te herkennen, maar moeilijk te bestrijden.


    WAT IS ROETDAUW?
    Roetdauw is een veel voorkomende ziekte bij rozen. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen twee vormen: sterroetdauw en gewone roetdauw.
    Beide ontstaan weliswaar door schimmels, maar de oorzaken en de symptomen lopen nogal uiteen.

    Sterroetdauw
    Is het eerst op de bladeren te herkennen. Er zijn onregelmatig gevormde zwarte vlekken te zien met straalvormige randen. De bladeren worden geel en vallen in grote hoeveelheden van de planten. Deze massale bladval verzwakt de planten in hoge mate. De sporen verspreiden zich door de lucht en nestelen zich in de grond of op afgevallen bladeren.

    Roetdauw
    Treedt uitsluitend op in combinatie met blad- of schildluizen. De roetdauwschimmels nestelen zich in de honingdauw, die deze diertjes uitscheiden.
    Symptoom van een aantasting is de zwartachtige aanslag op de bladeren.

    --PREVENTIE--
    Een aantasting van rozen door roetdauw of sterroetdauw is helaas niet gemakkelijk te bestrijden. Maatregelen ter voorkoming van deze schimmelziekten zijn daarom de beste behandeling.
    Bijzonder belangrijk is de keuze van de juiste standplaats. Te natte, maar ook te droge grond, te weinig voedsel en een gebrekkige luchtcirculatie bevorderen in hoge mate het ontstaan van deze ziekten. Delen van aangetaste planten geeft u met het gewone afval mee.
    Nooit in de tuin
    laten liggen, op de composthoop of in de biobak doen.

    MAATREGELEN TER VOORKOMING VAN ROETDAUW

    Tip 1
    Als een roos herhaaldelijk door roetdauw wordt aangetast, moet u de plant flink terugsnoeien. Dan is de kans groot dat de delen die nog sporen bevatten, worden verwijderd.

    Tip 2
    Roetdauw verdwijnt pas definitief als u de blad- en schildluizen hebt bestreden. Spuit daarvoor de plant met een harde straal koud water af of met een oplossing van zachte zeep en water. Gebruik liever geen insekticiden.

    --Een goede luchtcirculatie is een van de voorwaarden om roetdauw te voorkomen. Plant uw rozen op een luchtige plaats, maar uit de wind.

    --Geef op de wortels water. Voorkom dat de bladeren en bloemen nat worden. Als deze voortdurend vochtig zijn, ontstaat gemakkelijk roetdauw.

    NATUURLIJKE SPUITMIDDELEN
    Ter voorkoming van sterroetdauw bespuit u de planten in mei/juni met een extract van paardestaart of een versterkend middel voor rozen. Vraag in het tuincentrum naar kant-en-klare preparaten.

    Roetdauw, beter gezegd bladluizen, kunt u met een oplossing van zachte zeep en water bestrijden. Los 250 gram zeep in tien liter heet water op. Na het afkoelen onverdund spuiten, bij voorkeur 's morgens.

    Verzamel en vernietig bladeren en bloemen, zodra deze zijn afgevallen. Zo voorkomt u dat de schimmels zich in de grond kunnen nestelen.

    Attentie
    Sterroetdauw kan meestal alleen met behulp van een schimmeldodend middel, een fungicide, worden bestreden. Houd u strikt aan de aanwijzingen op de verpakking. Draag handschoenen en eventueel een beschermende bril. Bewaar het middel te allen tijde buiten het bereik van kinderen en huisdieren.

    VERZORGING HET JAAR ROND

    VOORJAAR - Controleren
    Controleer uw rozen op symptomen van roetdauw Verwijder en vernietig aangetaste bladeren direct.
    Bestrijd roetdauw met een oplossing van zachte zeep.

    ZOMER - Behandelen
    Constateert u een ernstige aantasting met sterroetdauw, dan zult u de planten tot het najaar met een schimmeldodend middel moeten behandelen. Houd u strikt aan de gebruiksaanwijzing!

    NAJAAR - Schoonmaken
    Verwijder en vernietig afgevallen bladeren. Mulch de grond. Snoei aangetaste delen terug tot in het gezonde hout. Het kan even duren voor de planten zijn hersteld.

    Tip
    Voorkomen is beter dan genezen. Dit geldt ook voor roetdauw.

    *Zorg dat uw rozen niet constant in zeer natte grond staan. Voorkom dat de bloemen en bladeren bij het gieten nat worden.

    *Plant uw rozen niet op plaatsen waar al eerder rozen hebben gestaan.

    *Wilt u precies weten of de grond geschikt is voor rozen, laat dan een grondmonster analyseren.

    Aangezien de roetdauwsporen 's winters in de grond kunnen overleven, is het verstandig de aarde in het voorjaar te behandelen om alle sporen te vernietigen.
    Koop in het tuincentrum een middel dat voor rozen geschikt is.
    Maak het gereedschap dat met de aangetaste rozen in aanraking is gekomen, grondig schoon. Draag bij het snoeien van aangetaste planten bij voorkeur stevige wegwerphandschoenen (drogisterij of apotheek) en vernietig deze na gebruik. Zo voorkomt u dat u roetdauw overbrengt op gezonde rozen.

    Geeft u de voorkeur aan gewone werkhandschoenen, dan moet u deze na afloop grondig wassen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Persicaria amphibia
     

    Persicaria amphibia

    Botanische naam  : Persicaria amphibia
    Nederlandse naam : Veenwortel
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   : in de oever wortelend ver uitwaaierend
    Grondsoort       : alle, veen
    Licht            : half schaduw, zon
    Gebruik          : groepen, verwildering, moerasplant
    Hoogte           : drijvend
    Vorm             : overig
    Bloeikleur/vorm  : roze
    Bloeitijd        : juni, juli
    Waterstand       : 0.00-0.15 m
    Winterbeeld      : afstervend/overblijvend

    Standplaats:
    In ondiep, voedselrijk water, vooral in rivierarmen, zandafgravingen, duinplassen en vennen; op natte tot vochtige, voedselrijke grond aan slootkanten, in uiterwaarden, op akkers; op drogere standplaatsen vaak niet bloeiend.

    Kenmerken:
    De stengels en bladeren van de waterplant drijven op het oppervlak van stilstaand tot langzaam stromend water.

    Er bestaan ook landvormen die rechtopstaande stengels hebben en 30-70 cm lang worden. In dit geval zijn de bladeren wat korter gesteeld en zijn blad en ochrea behaard.

    Bij de watervorm zijn deze onbehaard. Bij de watervorm van de veenwortel zijn de bladeren langgesteeld, langwerpig tot lancetvormig en hebben een hartvormige voet. De landvorm heeft kortgesteelde bladeren die lancetvormig zijn. De stengelomvattende, vliezige steunblaadjes zijn vergroeid tot een tuitje.

    Bloemen :
    Veenwortel bloeit in dichte aren, die 2-4 cm lang worden. De bloeiperiode loopt van juni tot oktober. De bloemen zijn roze/rood of roze/wit. Ze hebben vijf meeldraden en twee stijlen. De vruchten van de veenwortel zijn (indien aanwezig) glazend, bruin en hebben de vorm van een ei. Meestal draagt de plant geen vruchten.

    Planten :
    Zonnige plaatsen in rustig, ondiep, voedselrijk water en op vochtige tot natte, zelden droge, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke grond (klei, leem, zavel en zand).

    Deze veenwortel kan flink woekeren en kruipt met zijn wortelstokken overal heen. Zet hem daarom in een aparte plantenbak in de vijver.

    De veenwortel moet voldoende diep worden geplant om tot bloei te kunnen komen. Plant ze op 40 cm diepte in de vijver.

    Eigenschappen:
    Plant overblijvend, met taaie, rode wortelstokken. Meeldraden uitstekend. Watervorm met lange, drijvende stengel en drijvende, gesteelde, lancetvormige bladen met afgeronde of zwak hartvormige voet. Landvorm met opstijgende of rechtopstaande stengel en korter gesteelde bladen.

    Vermeerderen :

    1. Ze zaaien zichzelf vrij gemakkelijk uit en kunnen daardoor overal opschieten.

    2. Neem in april delen van de wortelstok. Oppotten in containers met een mengsel van veen en klei.

    Weetjes :

    - Slakken vreten graag aan de zachte bladeren.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (4 Stemmen)
    06-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ctenanthe
     

    Ctenanthe


    Kenmerken :
    Zowel aan de groeiwijze als de bladvorm en -tekening is al dadelijk te zien dat Ctenanthe familie is van de tiengebodenplant (Maranta) en Stromanthe. Vooral de overeenkomst met enkele Stromanthesoorten is groot: langwerpige bladeren; lang gesteeld, aan de bovenzijde dikwijls fraai getekend en aan de onderzijde donkerrood gekleurd. Aangezien Ctenanthe een liefhebber is van warmte, kunt u deze plant het beste in de zomer aanschaffen.
    De overgang van warme kas naar huiskamer geeft dan de minste problemen. In de winter aangeschafte exemplaren hebben dikwijls grote problemen met de aanpassing aan de droge atmosfeer in onze woningen

    Soorten :
    In de vochtige regen bossen van Zuid-Amerika, vooral in Brazilië, komen ongeveer 20 soorten voor. Het zijn dikwijls forse, kruidachtige gewassen.
    Als kamerplant wordt vooral C. lubbersiana en C. oppenheimia gekweekt. De bladeren van eerstgenoemde soort zijn aan de bovenzijde geel-grijs-groen gemarmerd, aan de onderzijde lichtgroen.
    De tweede soort is te herkennen aan de donkerrode onderzijde, hoewel dit ook bij vele andere soorten voorkomt, zoals bijvoorbeeld bij C. sanguinea.

    --Ctenanthe lubbersiana, Eichler. (C. Lubbers, chef van de botanische tuin te Brussel, 1832-1905) Bladplant met lang gesteelde, 20cm, licht groene en langwerpige bladeren van 20cm lang en 6-8cm breed, met een stomp uiteinde en een korte, scherpe punt, donkergroen en geel gemarmerd

    --Ctenanthe oppenheimiana, Schum. (Duits Joodse sociologist, Franz Oppenheimer 1864-1943?) is een sterk groeiende plant van 90cm of meer hoog.Bladeren zijn 30cm lang en 10cm breed die bij de steel smal toelopen.

    Tricolor’ heeft donker groene bladeren die voor een groot gedeelte bedekt zijn met zilver/witte banden, onderkant is dieprood, een kleur die ook aan de bovenkant doordringt.

    --Ctenanthe setosa, Eichler. (zijdeachtig) de purper/rode blad stelen zijn 15cm lang en met fijne haartjes bezet.Spits toelopende, 45cm lange bladeren die 10cm breed zijn, licht groen met donkere nerven.

    Standplaats :
    Een Ctenanthe moet het gehele jaar op een lichte plaats staan, maar neemt toch ook met wat minder licht genoegen. Direct, fel zonlicht moet beslist worden vermeden. Zeer belangrijk is dat de temperatuur constant vrij hoog is (18-25°C) en de luchtvochtigheid niet te laag. Nooit mag de temperatuur tot beneden 16°C dalen.

    Ziekten :
    -Wanneer een bontbladige Ctenanthe de fraaie bladtekening verliest, staat de plant hoogstwaarschijnlijk te donker.

    -Gele bladvlekken kunnen door felle zon veroorzaakt worden

    -wanneer de bladranden omkrullen is dat een teken dat de lucht te droog is. In het laatste geval vaker sproeien of de Ctenanthe bij andere planten in een bak zetten.

    -Tengevolge van te droge lucht kan ook gemakkelijk spint en witte vlieg optreden. In eerste instantie moet u dit euvel trachten te bestrijden door de plant regelmatig met een flinke, lauwe douchestraal te behandelen. Pas als dat niet lukt neemt u uw toevlucht tot een bestrijdingsmiddel.
    Natuurlijk zullen ook de groeiomstandigheden moeten worden verbeterd.

    Verzorging :
    Voor het gieten moet u voor deze tropische planten altijd lauw, onthard water gebruiken. Gedurende de winter dagelijks de planten (met lauw water) besproeien of er op een andere wijze voor zorgen dat de luchtvochtigheid rond de plant voldoende hoog is. Tijdens de groeiperiode krijgt de plant wekelijks mest.


    Vermeerderen :
    Ctenanthe's ontwikkelen zich als bossige planten en zijn eenvoudig door scheuren Soms kunnen ook bewortelde uitlopers als nieuwe planten worden opgekweekt.

    Tip :

    *Ctenanthe's wortelen ondiep. Gebruik daarom bij voorkeur ondiepe, wijde bakken en zorg voor goede drainage.

    *Kalkhoudend water wordt zacht' door het te filteren. Een bloempot, bekleed met een doek, wordt gevuld met turf.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (7 Stemmen)
    02-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Cactussen
     

    CACTUSSEN
    Hoe u ze het beste kunt verzorgen

    Een rubriek waar we het nog niet over gehad hebben en een hobby die vele mensen toch veel plezier geeft gaan we vandaag eens nader bekijken

    *Een plaats in de zon
    Bijna alle cactussen zijn in hun land van herkomst gewend aan een overmaat aan licht. Ook in onze woning moeten ze dus zo licht mogelijk staan. Een zuidvenster is ideaal. Maar ook een licht oost- of westvenster kan goed voldoen.
    In een raam op het noorden zullen ze weliswaar overleven, maar mooie bloemen of doornen hoeft u niet te verwachten.

    Jammer genoeg bestaan er op deze regel nauwelijks uitzonderingen. Het beste kunt u van de volgende vuistregel uitgaan: Hoe meer doornen of haren een cactus heeft, des te meer zon heeft hij nodig. Tijdens de groeitijd - bij de meeste cactussen is dat het voorjaar en de zomer - heeft onze stekelige vriend veel warmte nodig. Dat geldt zowel op de vensterbank in de huiskamer als op een plaatsje op het balkon. De temperatuur mag rustig boven de 30°C komen, wat in ons klimaat maar weinig dagen echt het geval zal zijn. Maar ook 's nachts moet de temperatuur niet veel onder de 20°C zakken. Het vinden van een juiste plaats mag in de zomer wellicht nog eenvoudig zijn, problematisch wordt het pas in de herfst. Want in de winter maken de meeste cactussen een flinke rustperiode door. Ze moeten dan op een lichte en koele plaats staan en droog gehouden worden. Alleen dan zullen ze knoppen vormen en in het voorjaar bloeien.
    Ongeveer eind oktober kunt u uw cactussen op een koele overwinteringsplaats neerzetten. Voor de meeste soorten ligt de gewenste temperatuur tussen de 5 en 10 graden. Maar de cactussen moeten in deze maanden niet te donker staan. Een donkere kelder is dus ongeschikt, ook als het er lekker koel is. Zet uw potten met cactussen dus in het raam van een trappenhuis of in een meestal wat koelere slaapkamer. De overwinteringsruimte mag in geen geval vochtig of nattig zijn. Anders zullen de cactussen zeker gaan schimmelen en rotten.

    In februari als bij de cactussen hopelijk de eerste knopvorming zichtbaar wordt,mogen we de planten weer langzaam wakker maken. Haal ze niet te plotseling uit hun winterslaap. Als de temperatuur langzamerhand gaat stijgen, moet u de planten in het begin een beetje beschermen tegen een plotseling, scherp optredend voorjaarszonnetje. Ook de watergift moet heel voorzichtig worden opgevoerd.

    I*Voorzichtig met watergeven
    Cactussen staan bekend als sterk en eenvoudig te verzorgen. Zonder al te veel problemen overleven ze een verkeerde standplaats of een periode zonder mest of verse aarde. Een fout mag u echter niet maken, want dat is niet alleen schadelijk, maar in veel gevallen zal de plant dat zelfs niet overleven: teveel water. En dat is vooral daarom belangrijk, omdat het bladloze plantje geen waarschuwingssignalen afgeeft, zoals andere planten. Als hij omvalt is het vrijwel altijd te laat. Jammer genoeg is er geen recept, waarmee we kunnen aangeven hoeveel milliliter water een cactus dagelijks gebruiken kan. Zijn dorst is namelijk afhankelijk van een aantal factoren:

    Van het soort -
    ook onder de cactussen zijn er soorten, zoals de bladcactussen, die meer water gebruiken dan de anderen.

    Of de cactus zich in de groeiperiode of rustperiode bevindt.
    In de eerste situatie heeft hij wat meer water nodig, in de tweede situatie vrijwel niets.

    Of hij bloeit -
    dan is hij wat dorstiger.

    Van het weer -
    op mooie zomerdagen droogt de grond sneller uit dan bij regenachtig weer.

    Van de pot -
    cactussen in plastic potten moeten we nog minder water geven dan in stenen potten.

    Een houvast:
    Tijdens de groeitijd hooguit een keer per week gieten; in de rustperiode droog houden. Echt groene Vingers moet u hebben voor het watergeven van jonge cactussen en cactussen die in kleine potjes staan. Soms ziet een cactus er tijdens de winterperiode een beetje slap en grauw uit. Dan heeft hij zoveel van zijn eigen watervoorraad gebruikt dat een beetje extra geen kwaad kan. Geef hem ook nu echter geen flinke hoeveelheid, een klein scheutje water zal voldoende zijn. Ook in februari als de cactussen weer beginnen te groeien, moet u de eerste twee, drie weken alleen maar sproeien en pas daarna weer voorzichtig beginnen met gieten.

    *Zacht water gebruiken
    Hard, dus kalkrijk water, is voor veel cactussen schadelijk. Want daardoor zal in de loop van de tijd de aarde zo veranderen, dat de fijne cactus wortels afsterven.
    Bijzonder gevoelig in dit verband zijn epiphytisch groeiende cactussen, maar ook verschillende Rebutia- en Gymnocalycium-soorten. En nog belangrijker dan voor volwassen cactussen is zacht water voor zaailingen en jonge cactussen. (Afhankelijk van de hardheid kunt U het water laten staan, koken, turf of chemische middelen gebruiken.) Tot slot moet het gietwater steeds op kamertemperatuur zijn. IJskoud water dat in de winter zo uit de kraan komt, stelt geen enkele plant op prijs, dus ook een cactus niet
    Als u het gietwater dan ook een of enkele dagen in de gieter laat staan, vangt u twee vliegen in een klap. Het water wordt warmer en zachter.

    I*Droge lucht,
    geen probleem De meeste cactussen kunnen het in droge lucht uitstekend uithouden. Ze zijn niet anders gewend. Sommige, zoals de bladcactussen, zijn van nature gewend aan dauwen nevel. Zij stellen dus in de huiskamer een wat hogere luchtvochtigheid op prijs. Deze cactussen moeten daarom regelmatig besproeid worden. Bij grote cactusverzamelingen kunt u ook schalen met water in de vensterbank zetten. Door het verdampen wordt de lucht dan vanzelf vochtiger. Wat u zeker niet moet doen, is de cactussen inkuilen in een met turf of kleikorrels gevulde schaal. Weliswaar wordt de lucht dan vochtiger, maar ook de grond. En dat is zonder meer schadelijk voor cactussen, terwijl deze methode voor gewone planten daarentegen juist aan te bevelen is.

    *Voeding is noodzakelijk
    Hoewel cactussen met weinig genoegen nemen, hebben toch ook zij van tijd tot tijd wat extra voeding nodig. En wat niet in de grond of het water te vinden is, moet toegevoegd worden. Ze groeien dan niet alleen beter, maar ze krijgen ook meer bloemen en mooiere doornen en haren.
    Het is dus belangrijk dat u de juiste voeding op de juiste tijd geeft. De gebruikelijke meststoffen, die voor al uw andere kamerplanten geschikt zijn, zijn voor cactussen minder gewenst. Er zit teveel stikstof in. Als u de cactussen met die meststof verzorgt, zullen ze te welig gaan groeien, dunne, kleurloze doornen krijgen en weinig bloemen geven.
    Cactussen hebben dus een speciale meststof nodig. Dat is echter geen probleem. In vrijwel elk tuincentrum kunt u cactusmeststof kopen. Voeding hebben de planten natuurlijk alleen maar in het voorjaar en in de zomer nodig, dus in de periode dat ze groeien en bloeien. Nu moet u natuurlijk niet gelijk in februari, als u de planten begint water te' geven, bemesten. Dat is - zelfs als u een cactusmeststof gebruikt - te veel van het goede. De eerste drie, vier weken giet u alleen met water. Pas daarna begint u met het bemesten. In het begin met een lage concentratie (ongeveer eenderde van wat op de verpakking staat). En later voert u dit op tot de gewenste hoeveelheid.

    Bemesten
    doet u om de twee tot drie weken tot aan eind augustus. Dan moeten de cactussen zich weer in gaan stellen op de winterrustperiode. Let erop dat u nooit op de droge grond bemest. Cactussen zijn namelijk zoutgevoelig. Maak de grond dus eerst vochtig. Anders kunnen de wortels van de cactus gemakkelijk schade oplopen.

    *Stek snijden
    Als de opkweek van cactussen uit zaad te lang duurt of te moeilijk is, kunnen we ook stek snijden. Ook bij Opuntiasoorten kunt u complete delen, de zogenaamde schijven, er van af breken. Iets moeilijker is het bij zuilcactussen. Daar moeten we de kop van afhalen (trouwens ook een mogelijkheid om grote cactussen kleiner te maken). Snij de cactus op een smal gedeelte doormidden.
    De gunstigste tijd om stek te snijden is mei-juni. Vervolgens snijden we de wond enigszins bij en dopen hem in fijne houtskool, zodat hij niet gaat rotten. Als na een paar dagen de wond goed droog is, zetten we de stek rechtop in een stenen pot.
    Het kan weken, zelfs maanden duren voordat er wortels gevormd zijn. Tot die tijd wordt de stenen pot alleen van buiten natgesproeid. Na verloop van tijd ontwikkelen zich de wortels. Pas als de wortels goed ontwikkeld zijn, wordt er opgepot. '

    *Cactussen zaaien
    Een goed resultaat bij het zaaien begint met een grote hygiëne. Borstel uw pot of schaal goed schoon met heet water. Steriliseerde zaaigrond eventueel in de oven (ongeveer 15 tot 20 minuten verhitten tot 80°C).
    Natuurlijk hangt het resultaat van het zaaien ook af van de zorg die u er aan besteedt. Zorg voor voldoende licht, maar vermijd de volle zon. Het moet voldoende warm zijn en de grond steeds vochtig. U moet echter niet gieten, maar alleen sproeien. Nog beter is een bevochtiging van onderen. In dat geval moet u het potje met zaad in een schaal met water zetten.
    Tot slot is het belangrijk dat er juist en op tijd verspeend wordt. De jonge cac-tusplantjes moeten niet te vroeg in een pot gezet worden en zo hoog dat de wortelhals precies gelijk valt met het grondoppervlak. Erg belangrijk voor de verdere ontwikkeling: jonge cactusplanten heel voorzichtig watergeven en bemesten.

    *Cactussen enten
    Over enten praten we als twee verschillende cactussoorten op elkaar gezet worden en met elkaar vergroeien. We hebben dan een onderstam met wortels en daarop bevindt zich de ent. We passen dit vaak toe om cactussen sneller te laten groeien ofvroeger te laten bloeien, Maar ook als de ent (de bovenste cactus) op eigen wortel zou wegkwijnen. In dat geval moet de onderstam alle eigenschappen bezitten die bij de ent ontbreken, Vaak kiezen we dan voor Eriocereus jusbertii en verschillende Trichocereussoorten

    De beste tijd om te enten is een zonnige periode in april-mei. Eerst wordt de onderstam met een scherp mes recht afgesneden. Dat geldt ook voor de ent. Vervolgens wordt de wond van de onderstam schuin bijgesneden. En nu schuiven we beide delen op elkaar en wel zo dat er geen luchtbellen tussen komen. Snelheid is hierbij erg belangrijk, De snijvlakken van zowel onderstam als ook ent mogen niet opdrogen. Met elastiekjes kruisgewijs over de pot en ent houden we dit tenminste vier weken op zijn plaats. En zorg dat de zojuist geënte exemplaren wel warm maar in de eerste weken niet in de zon staan.
    Na vier weken zijn ent en onderstam met, elkaar vergroeid.
    Bij het enten is het belangrijk dat ent en onderstam goed op elkaar passen. Een elastiekje zorgt ervoor dat het een en ander goed op z'n plaats blijft zitten.

    *Tips

    Als u voor de eerste keer uitzaait en snel resultaat wilt zien, moet u met Rebutia of Aylostera (verwant aan de Rebutia) beginnen. Deze cactussoorten kiemen snel en groeien daarna vlot door, zodat u tweejaar na het zaaien al bloeiende cactussen hebt. Astrophytum bijvoorbeeld is wel een snelle kiemer (na drie, vier dagen), maar een trage groeier.

    Het voorjaar, maart-april, is de beste zaaitijd. Wilt u echter niet belichten en ook niet verwarmen, dan moet u zeker wachten tot mei.

    De zaailingen hebben veel warmte nodig, 20-30 °C. Belangrijk is echter dat het zaad niet uitdroogt, want dan wordt het kiem proces onderbroken, Wat na vier weken nog niet gekiemd is, kunt u zonder meer weggooien, Dat zal toch niet meer opkomen.

    Veel cactusliefhebbers maken bij het uitzaaien twee fouten. Ze zaaien in te grote schalen of bakken en de zaailingen worden te snel verspeend, Wilt u ongeveer 100 korrels van een soort uitzaaien, dan is een vrij kleine bloempot al voldoende groot. Als u in het voorjaar uitzaait, moeten de jonge cactussen een heel jaar in de kleine pot blijven staan. In de winter houden we de grond droog en in het voorjaar kan dan verspeend worden. Ook de eerste weken na het verspenen geven we nog geen water. Dat komt pas later.
    Te veel mensen willen al verspenen als de plantjes nog nauwelijks te hanteren zijn, De cactussen zijn zo klein, dat ze niet goed vast te houden zijn. Ze zullen beschadigd worden, gaan rotten en sterven af.

    Een volgende fout komen we zelfs in de cactusliteratuur vaak tegen. Overal staat het: cactussen zijn lichtkiemers en mogen zodoende na het zaaien niet afgedekt worden. Dat is natuurlijk onzin. Als we de grond niet afdekken, krijgen we vrij snel algen mosgroei. Het zaad zal dan verstikken. Voor een goed resultaat kunt u dus beter het zaad afdekken met een dun laagje fijn zand.

    U kunt ook zelf zaad winnen van uw eigen cactussen. U krijgt dan wel heel veel nakomelingen van een soort.
    Het eenvoudigst kunt u een vrucht met zaad herkennen bij Mammillaria. Na de bloei vormt de plant rode bessen. Die moeten gedroogd worden en later opengemaakt om de zaden vrij te maken. U moet dan wel eerst zorgen dat er vruchtvorming optreedt. En een beetje hulp bij het bestuiven van de cactussen is dan nodig. Met een penseel brengt u, als de bloem geopend is, het stuifmeel op de stamper. Bij voorkeur op een zonnige dag.

    *Wat u ook nog moet weten

    --Hydrocultuur
    Ook al klinkt het nog zo onwaarschijnlijk: de kinderen uit de woestijn, de cactussen, doen het uitstekend op water - in hydrocultuur. U moet dan wel op de volgende punten letten. Er mag niet te veel voeding in de oplossing zitten.
    In de winter tijdens de rusttijd wordt de voedingsoplossing zelfs verwijderd. Alleen af en toe zullen we de kleikorrels wat vochtig maken met water. En ook nu moet u geen gebruik maken van normale hydrovoeding, maar een speciale cactusmeststof.

    --Reddingsactie
    Zelfs als een cactus bijna verzopen is, ofvan onderen aan het rotten is, of als de wortels door luizen opgevreten zijn, dan nog hoeft u hem niet weg te gooien. Haal de cactus uit de pot, verwijder zoveel mogelijk grond en snij alles wat rot of ziek is weg. De rest van de cactus zet u op een kleine pot, zodat er veel lucht bij de wondplaats kan komen. Dan moet u net zo lang wachten tot zich genoeg nieuwe wortels gevormd hebben.

    --Schermen tegen de zon
    Bijna alle cactussen kunnen veel zon verdragen. Alleen de overgang van de donkere winter naar het lichte voorjaar kan wel eens te snel komen. Vooral ook als u nog van plaats wisselt, (van een koele winterplek naar een standplaats voor de zomer) en de zonnestralen plotseling uit een andere richting komen. Ook de eerste twee weken na het verpotten zijn cactussen gevoelig voor de zon. Zet daarom de eerste mooie voorjaarsweken een stuk papier tussen de cactussen en het vesterraam. Als u elke dag 's morgens en 's middags een half uur korter schermt, kunt u spoedig het stuk papier weglaten.

    --Ongewenste gasten

    Ook een cactusliefhebber zal te Wolluis op een bladcactus. maken krijgen met ziekten en aantastingen. Alleen bladluizen komen weinig voor. Het volgende kunt u wel tegenkomen:

    Wolluizen zitten bij cactussen meestal diep tussen de ribbentussen de schijven of andere moeilijk bereikbare plaatsen. De beste bestrijdingsmethode: de luizen regelmatig met een pincet wegnemen. Let er dan op dat u niet alleen het plukje wol, maar ook de luis die eronder zit wegneemt.

    Dopluizen lijken een beetje op kleine, bruine, halve kogeltjes. Ook hier is het wegnemen de beste methode. Bij dicht behaarde of sterk bedoornde soorten kunt u eventueel ook een insekticide gebruiken.

    Spint is de schrik van alle cactusvrienden. De aanwezigheid wordt pas vaak waargenomen als de plant plotseling bruin kleurt. Zieke cactussen direct isoleren. Regelmatig, dus om de 5-7 dagen, sproeien met een spint bestrijdingsmiddel is meest aan te bevelen.

    Wortelluis kan volop aan het werk zijn als om onduidelijke reden de plant staat te verkommeren. Een blik op de wortels zal snel duidelijkheid verschaffen. Als er witte vlokken tussen de wortels zitten is het zover. De wortels goed schoon wassen. Daarna kunt u in de vakhandel een speciaal bestrijdingsmiddel kopen, waarin u de wortelkluit kunt dopen. Pas dan kunt u weer opnieuw oppotten. Gebruik verse grond en ontsmet de oude bloempot.
    Een zomerlang in de buitenlucht, tussen half mei en begin september, bevalt de meeste cactussen wel. Woont u echter in een omgeving met sterk verontreinigde lucht, dan kunt u zekerde wit-behaarde cactussen beter binnen laten staan. Binnen de kortste keren zullen ze smerig en vies zijn. Als u cactussen het gehele jaar door buiten wilt hebben - bijvoorbeeld uitgeplant in een perk - dan moet u de volgende Opuntia-soorten eens proberen:
    --0. engelmannii,
    --0. fragilis,
    --0. humifusa,
    --0. phaeacantha.
    Een zonnige, windvrije plaats, een goed doorlatende grond en een regenscherm voor de herfst en winter zijn dan wel belangrijk.

    Bron : verschillende artikels samengebracht

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (3 Stemmen)
    30-04-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Paprika
     

    Paprika als kamerplant


    Sommige groentegewassen zijn geschikt om in pot te laten groeien. Ze kunnen in de zomer een plekje krijgen op het balkon, maar planten die van warmte houden kunnen ook in de vensterbank groeien.

    Zo'n plant is paprika of zoete peper. Er zijn rassen in de handel die laag blijven- en compact groeien.

    Zo'n ras is bijvoorbeeld 'Clio', of 'Twiggy'. Kijk eens bij de groente zaden of er kleinblijvende rassen bij zitten.

    Scherpe peper kan op dezelfde manier worden gebruikt, de planten blijven lager. Beide pepers hebben in onrijpe toestand groene vruchten; die kunnen worden geoogst, maar we kunnen ze ook rijp laten worden.

    Zowel zoete peper als scherpe peper wordt gezaaid in de vensterbank en in kleine potjes opgekweekt. Ze houden van een lichte, niet te zonnige plek.

    Verpot elke keer als er wortels onder uit de pot komen. Gebruik verse potgrond en vermeng het in de 'eindpot' met wat klei en gedroogde koemest (ex- tra voeding).

    Toppen is niet nodig. Pas als de temperatuur in de nacht niet meer onder de 13°C zakt, mogen de plantjes eventueel buiten staan.

    Omdat de dunne bladeren tamelijk gevoelig zijn voor spint, is regelmatig sproeien zinvol. In de vensterbank moet volop zon worden vermeden. Grote warmte bevordert de kans op spint- en/ of thripsaantasting.

    Paprika is een wereldreiziger. De plant groeide voor het eerst op in Midden-Amerika en Zuid-Oost-Azië. De Spanjaarden brachten in de 15de eeuw wat zaad mee naar huis. Dat raakte ook in Arabische handen. Die gaven de paprika door aan de Turken en op die manier kwam de paprika terecht bij de Hongaren. Uiteindelijk maakten ook wij er ken­nis mee.

    Om paprikapoeder te maken worden de grote paprika’s eerst gedroogd. Vroeger werden ze gewoon opgehangen aan een draadje. Daarna worden de gedroogde vruchten gema­len. Paprikapoeder wordt meestal vanaf het begin aan een bereiding toegevoegd. Vooral vlees krijgt er een zachte, kruidige smaak door. Paprikapoeder is dus niet, of matig, pikant.

    Niet enkel in de keuken, maar ook voor de gezondheid zijn paprika’s uitstekend. Het is een prima inwendig ontsmettingsmiddel en is ook versterkend.

    Bij reumatische aandoeningen kan paprika als pleister worden gebruikt.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (4 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Abutilon megapotamicum



    Abutilon megapotamicum               


    Botanische naam  :  Abutilon megapotamicum               

    Nederlandse naam :  Abutilon                             

    Herkomst         :  Brazilié                             

    Bijzonderheden   :  vele rassen                          

    Vochtbehoefte    :  's zomers rijkelijk

    Licht            :  zon

    Bloeikleur/vorm  :  geel, rood/bruin

    Blad             :  bladverliezend

    Vermeerdering    :  stekken

    Voedingsbehoeft  :  elke week

    Overwintering    :  temperatuur 4- 8 ø, temperatuur 8-12 ø, licht, donker


    Abutilon behoort tot de kaasjeskruidachtigen (Malvaceae) en dat de planten familie zijn van kaasjeskruid (Malva) en Chinese roos (Hibiscus) is aan de bloemen duidelijk te zien. Meestal zijn het kleine boompjes met overhangende, dunne twijgen en handvormig gelobde, zachtbehaarde bladeren waarvan de vorm aan die van een esdoorn herinnert. De zo geliefde geelbonte bladeren zijn het gevolg van een - overigens ongevaarlijke - virus- ziekte.

    Tip
    Abutilon houdt van frisse lucht en staat graag voor een open venster. Maar: wel tocht vermijden.
    De hangende, klokvormige bloemen zijn meestal geel, oranje of rood, zelden wit.

    Soorten
    Men kent ongeveer 150 soorten, die alle van tropische origine zijn, maar in de subtropen soms al eeuwen zijn ingeburgerd.
    Als kamerplant worden vrijwel uitsluitend hybriden gekweekt: kruisingsprodukten van A. darwinii en A. pictum. Ze ontwikkelen zich als struikjes of kleine boompjes die van mei tot oktober bloeien.
    Een geheel andere bloem vorm bezit A. megapotamicum: rode kelk, gele kroon en violette meeldraden.
    Vanwege de kleurcombinatie bekend als 'Belgische vlag'.

    Standplaats
    Op een lichte plaats, niet in de volle zon, maar zeker niet te donker gedijt een Abutilon uitstekend. 's Zomers kunt u de plant heel goed buiten op een beschutte plaats zetten.
    Van september tot februari op een lichte en koele plaats zetten (12-15 "C). Op een warme plaats zal dikwijls bladval optreden.

    Verzorging
    Gedurende de zomer moet u veel gieten en iedere veertien dagen mest geven. Tijdens de winter - zeker wanneer de plant koel staat - moet de grond vrij droog zijn.
    Na het verpotten in het voorjaar worden de twijgen voor ongeveer eenderde ingekort.

    Ziekten
    Het laten vallen van knoppen, bloemen en bladeren is dikwijls het gevolg van veranderingen van omgeving. Wordt een plant van buiten naar binnen gezet, of omgekeerd, zorg dan voor een geleidelijke overgang.

    -Worden de scheuten in de win- ter lang en dun, dan staat de plant waarschijnlijk te donker en/of te warm. Dikwijls zal ook het blad afvallen.

    -Gebrek aan water - en dat treedt vooral tijdens de bloei op - heeft tot gevolg dat de bladeren gaan hangen. Plant eventueel regelmatig dompelen.

    -Wanneer de plant 's winters te warm staat kan wel eens spint optreden, dikwijls ook blad- en dopluizen. Bij een beginnende aantasting kan flink besproeien met lauwwarm water dikwijls helpen. In een later stadium kunnen alleen bepaalde middelen helpen.

    Vermeerderen
    Abutilon kan gemakkelijk uit zaad worden opgekweekt bij een temperatuur van 18°C. Maar op deze wijze krijgt u altijd planten met groene bladeren. Bontbladige cultivars moeten door stek worden vermeerderd (februari/ maart) op bodem warmte (22-25°C).

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (11 Stemmen)
    22-04-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Polystichum
     

    Polystichum
    NIERVAREN


    Kleur        : bloeit onopvallend
    Bloeiperiode : niet van toepassing
    Hoogte       : 70 - 100 cm
    Bladkleur    : opvallend groen glimmend blad
    Vorm         : opgaande groei
    Standplaats  : kan in zon, liever halfschaduw of schaduw


    Standplaats:
    Een lichte standplaats, nooit in de zon, maar bijvoorbeeld voor een venster op het noorden of oosten. Ideale planten voor een vrij koel vertrek. Droge lucht van centrale verwarming wordt goed verdragen, al is een enigszins koele plaats in de winter aan te bevelen (10-12°C). Blijft de plant in een warm vertrek, dan herstelt ze zich in het voorjaar maar langzaam.

    Kenmerken:
    Vele soorten bezitten stug, enigszins leerachtig blad. Dat betekent dat ze een droge atmosfeer in huis goed verdragen.
    De wetenschappelijke naam 'PoIystichum' betekent 'veelrijig' en dit wijst op de sporenhoopjes aan de onderzijde van de bladeren. Ze zijn meestal niervormig (vandaar de 'niervaren ') en staan in dichte rijen.
    De varens van de niervarenfamilie hebben allen een korte, kruipende of rechtstaande wortelstok met schubben. Ook de steel is beschubt en dikwijls voorzien van klieren en/of haren. De bladen of veren zitten bij elkaar in dicht bundels en zijn enkel, dubbel of meervoudig geveerd. Er zijn nooit steriele bladen, alle volwassen bladen dragen sporenhoopjes

    Panten :
    Aantal per m² 5 à 7

    Verzorging :
    Vooral in de zomermaanden heeft deze varen veel water nodig. Rijkelijk gieten, maar voorkomen dat de grond te nat blijft. Bij warme 'overwintering' moet u ook zorgen voor een vochtige grond. Staat de plant koel, dan mag de aarde aan de droge kant zijn, maar nooit geheel uitdrogen.
    Ondanks het stugge blad is regelmatig besproeien, ook in de winter, aan te bevelen, vooral wanneer de plant warm staat. 's Zomers regelmatig - wekelijks - mest geven, maar wel in een zeer geringe concentratie. Varens zijn namelijk zeer gevoelig voor zout. Af en toe dompelen van de plant is ideaal.

    Gebruikte delen:
    Het fijne, dikwijls enigszins leerachtige blad wordt ook veel als snijgroen in bloemstukken gebruikt.

    Eigenschappen:
    overhangend- borderplant- donkergroen blad- wintergroen- glanzend
    Vele van deze varens zijn geliefde tuinplanten, vooral de groenblijvende soorten die een ideale beplanting vormen voor schaduwrijke plaatsen.

    Vermeerderen :
    Grotere exemplaren kunnen gemakkelijk door scheuren vermeerderd worden. Het voorjaar - maart - is daarvoor de beste tijd; er wordt dan dikwijls toch verpot. Het uitzaaien van de sporen is niet eenvoudig. U heeft daarvoor een steriele turfgrond nodig, bodemwarmte (20°C) en een hoge luchtvochtigheid. Bij enkele soorten cultivars ontstaan aan de basis van de blaadjes broedknoppen, waaruit zich nieuwe plantjes ontwikkelen

    Soorten :
    Als kamerplant worden vooral de uit het Verre Oosten afkomstige soorten toegepast. Daartoe behoort bijvoorbeeld

    --P. auriculatum uit Voor-Indië en Sri Lanka met sikkelvormige bLaadjes.

    --P. aculeatum, de echte naaldvaren, komt uit gematigde streken en kan zowel binnen als buiten toegepast worden, zij het in het laatste geval 's winters met enige bescherming.

    --Dit geldt ook voor de bekendste soort, P. setiferum, een Europese soort waarvan veel cultivars bekend zijn. Sommige kunnen uitgroeien tot forse exemplaren.

    --Uit Japan stamt P. tsussimense, een kleine varen met leerachtig blad; zeer sterke kamerplant.


    Weetjes :

    Het geslacht Polystichum omvat ongeveer 250 soorten die verspreid over de gehele wereld voorkomen, zowel in tropische als gematigde streken.

    Als kamerplant is dit geslacht minder bekend. Ten onrechte, want enkele soorten zijn sterk en gemakkelijk te verzorgen en u kunt er jarenlang plezier van hebben.

    Ziekten
    Wanneer een varen slecht groeit en/ of gele bladeren krijgt, is dat dikwijls het gevolg van voedsegebrek.
    In voorjaar en zomer moeten varens regelmatig bemest worden.

    Bij deze varens zijn bruine bladranden meestal niet het gevolg van te droge lucht, maar een teken dat de aarde te droog is. Dompel de pot in lauwwarm water totdat
    alle luchtbelletjes verdwenen zijn.

    Soms komen bladluizen voor. Probeer deze insekten te verwijderen door de plant herhaalde malen met een flinke straal van een lauwe douche te bewerken.


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (6 Stemmen)
    20-04-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Camellia sinensis
     

    Camellia sinensis
    Theeplant


    Standplaats:
    Als kamerplant heeft de theeplant een lichte plaats nodig, maar liever niet direct boven de verwarming.
    De potgrond moet lichtzuur zijn (gebruik bij het verpotten speciale azalea grond) en het water kalkvrij.
    Hoe exotisch de planten er ook uit mogen zien, beide planten zijn geen tropische gewassen van oorsprong, hoewel ze zich het best thuis voelen bij een gelijkmatige temperatuur van ongeveer 20°C en een hoge luchtvochtigheid.

    Kenmerken:
    Op het eerste gezicht doet de altijd groene theestruik met zijn glanzend groene bladeren denken aan een camellia. Dat is zeker geen toeval.
    De mooie camellia (Camelliajaponica)en de Chinese theestruik (Camellia sinensis) zijn nauwe verwanten.

    Bloemen :
    De bloemen zijn geel-wit met een diameter van zo'n 2,5-4 cm met 7 of 8 bloemblaadjes.

    Gebruikte delen:
    De zaden van de theeplant kunnen fijngemalen worden voor thee-olie, een zoete olie voor kookdoeleinden die niet verward moet worden met Tea Tree-olie, een etherische olie die gebruikt wordt voor medische en cosmetische doeleinden en gemaakt wordt van de bladeren van een andere plant.

    Werkzame bestanddelen:
    In warmere streken groeit de plant gans het jaar door, terwijl in een koeler klimaat de plant in de winter rust. De bladeren worden geplukt van zodra de nieuwe loten beginnen te groeien. Deze eerste blaadjes zijn zeer gegeerd en van bijzondere fijne kwaliteit. Maar het is toch de 2de pluk die de beste thee geeft. Voor thee van de beste kwaliteit worden van de nieuwe loten enkel de knop en de eerste 2 blaadjes geplukt.

    Eigenschappen:
    De theeplant is een groenblijvende struik of kleine boom die zo'n 17 m hoog kan worden, maar meestal tot onder de twee meter wordt gesnoeid als het voor de bladeren wordt geteeld. De plant heeft een sterke penwortel

    Vermeerderen :
    Vroeger werden theestruiken gekweekt uit de zaden van de plant. Nu worden ze vermeerderd via stekken of worden takken afgelegd die dan wortel laat schieten. Zo verhoogt de kwaliteit van de planten door enkel stekken te nemen van planten die goed produceren en bestand zijn tegen droogte, ongedierte en ziekte.

    Weetjes :

    Van groen blad naar zwarte thee. Met een theestruik op de vensterbank kunt u zelf de produktie ter hand nemen.
    Het herkomstgebied van de Chinese theestruik is het steeds groenblijvende woud van het voorgebergte van de Himalaya in Birma en Assam. Hier groeit hij in het wild tot op een hoogte van 2000 meter.

    Bemesten doen we tijdens de groei periode van maart tot september. Als zij liefdevol verzorgd wordt, groeit de theeplant uit tot een prachtige volle struik, waarvan u spoedig de eerste theebladeren kunt oogsten.

    Voor het watergeven zijn groene vingers noodzakelijk. De potkluit moet vochtig, maar nooit te nat of te droog zijn. Steek uw vinger dus regelmatig in de potgrond om de vochtigheid te controleren. Wateroverlast beschadigt de wortel en vernietigt de plant. In en om pot of de schotel mag nooit voor langere tijd water staan. Tijdens het winterhalfjaar gebruikt u een platte schaal met daarin een omgekeerd schoteltje. Daarop zet u de plant. We krijgen dan vanzelf een hogere luchtvochtigheid. 's Zomers kan de plant ook buiten staan.
    Voor de eerste nachtvorsten moet u de plant weer naar binnen halen, want de theeplant kan slechts enkele graden vorst verdragen (max. -3°C).

    Van groen blad naar zwarte thee

    Niet alleen op de plantage, maar ook op de vensterbank kunnen we het hele jaar door oogsten. Dat betekent dat, ook als u de theebladeren niet gebruikt, u de plant regelmatig moet terugsnijden. Alleen op die manier kan er een krachtige, bossige struik ontstaan.

    Oogsten, verwelken, rollen, fermenteren en drogen, dat zijn de behandelingen die theebladeren moeten ondergaan. Wat op grote schaal in de fabrieken gebeurt, kunt u ook thuis proberen.

    Oogsten:
    Elke keer worden de nieuw gevormde bladeren geoogst. Het gaat dan steeds om een eindgroeipunt en twee bladeren. De scheut moet wel uit meerdere bladeren bestaan, zodat niet alle nieuwe aanwas weggeoogst wordt. Na het plukken laten we de scheuten verwelken.

    Verwelken:
    Wat normaal door grote, krachtige ventilatoren bewerkstelligd wordt, kunt u zelf met een föhn bereiken. De geplukte theebladeren worden voorzichtig geföhnd. De hete lucht zorgt ervoor dat het blad goed slap wordt.

    Rollen:
    Twee grote, zware metalen schijven, die tegen elkaar indraaien, moeten de celwanden van de verwelkte theebladeren breken. Het celsap komt zo in verbinding met zuurstof en daarmee kan het fermentatieproces beginnen. In het blad vormen zich dan aromatische stoffen, etherische oliën en geurstoffen. Thuis kunnen we dit proces nabootsen door de theebladeren net zo lang in onze handen te wrijven totdat de bladeren enigszins vochtig en donkergroen zijn. De bladeren blijven dan ook aan elkaar kleven.

    Fermenteren:
    Op de plantages wordt gewerkt met sproeiers die de bladeren regelmatig vochtig houden. Thuis bereiken we dit klimaat in een goed verwarmde (25°C) badkamer.
    Heet water in de badkuip zorgt voor de noodzakelijke luchtvochtigheid. Na drie, vier uur hebben de zo behandelde bladeren een koperrode kleur aangenomen. Precies dezelfde kleur als vers gezette thee in theepot. Nu wordt het fermentatieproces onderbroken.

    Drogen:
    De theebladeren worden 20 minuten bij 90°C in een oven gedroogd, terwijl de ovendeur iets geopend is. Op die manier verdampt het vocht uit het blad en droogt het celsap. Het blad wordt droger, donkerder tot tenslotte de zwarte thee ontstaat. Het vochtgehalte van de bladeren is dan nog maar 6%. Als we nu kokend water over de theebladeren gieten, lost het ingedikte celsap op. En zo komen we dus aan ons koperrode lievelingsdrankje: de thee.

    En zo begon de verbouw van thee

    Chinese bergboeren plantten wilde theeplanten in hun eigen tuin. Ook werd wel gebruik maakt van zaden. En daarmee konden ze aan hun eigen behoefte voldoen. Want theedrinken was in het oude China heel gebruikelijk. Tijdens de Cha-dy- nastie, zo rond het jaar 700, burgerde het gebruik van thee als familiedrank volledig in. Boe- distische priesters brachten het naar Japan: mongoolse krijgers op hun veldtochten naar Rusland. Vooral na 1600 kon de 'Tschai' zich in een groeiende belangstelling verheugen.
    In West-Europa werd thee lang- zamerhand bekend: heel lang was het een exclusieve drank voor de rijken der aard. De geschiedenis van de theestruik als commerciële gebruiksplant is eigenlijk pas de vori e eeuw begonnen. Thans is India het grootste theeproducerende land.

    De grootste theedrinkers zijn - en wie had anders verwacht - de Engelsen. Jaarlijks gebruiken zij 3000 gram per hoofd van de bevolking. En dat is de Engelsen zeker niet af te raden. Thee is immers heel gezond. Afhankelijk van de trektijd is het opwekkend of kalmerend. Laten we de thee maar 2 of 3 minuten trekken, dan is het een opwekkend drankje. Is de trektijd langer, bijvoorbeeld 5 minuten, dan kunnen de looistoffen opgelost worden en krijgt de thee een kalmerende werking. Thee zetten is overigens een koud kunstje: per kopje een theelepel. Daarom spreekt men ook steeds over theelepeltjes.


    Tot slot

    Er zijn twee oorspronkelijke theesoorten: de Chinese theeplant en de Assarntheeplant. Beide soorten zijn herhaaldelijk gekruist, zodat een steeds fijnere en smaakvollere thee ontstond. Ook werden de planten minder gevoelig voor allerlei uitwendige omstandigheden.
    En de Assamhybriden, zo worden de kruisingsprodukten genoemd, komen we tegenwoordig overal in de wereld tegen op de theeplantages.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    14-04-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gypsophila
     

    Gypsophila


    Standplaats:

    Alle soorten gipskruid verlangen een goed doorlatende en humusrijke grond. Een beetje kalk door de grond zorgt voor een optimale groei.Het gipskruid vraagt een zonnige standplaats.
    De bodem eisen: vooral diep, droog, licht, poreus, niet te vruchtbaar en bij voorkeur kalkhoudend; voldoet niet op vochtige gronden.

    Kenmerken:
    De plant wordt 5-15 cm hoog met een bijna van de voet af gaffelvormig vertakte stengel. De lijn- tot lancetvormige, 5-20 mm lange en 0,2-2 mm brede, tegenoverstaande bladeren hebben geen steunblaadjes.

    Bloemen :
    Gipskruid bloeit van juli tot oktober met donker geaderde, roze, soms witte, bloemen. De 3,5-6 mm grote kroonbladen zijn uitgerand of gekarteld. De klokvormige tot tolvormige, vijfnervige kelk is 4-5 mm lang. De vrucht is een eenhokkige, openspringende doosvrucht. Het zwarte, 0,3 mm grote zaad is niervormig.

    Planten :
    Gipskruid is goed bestand tegen harde wind, maar hoge vormen kunnen wel wat steun nodig hebben.
    Plantdichtheid: 2-3 planten/m², voor de cv. ‘Rosenschleier’ tot 5 planten/m².
    Uitstekend geschikt voor een plaats midden in de border, voor de begroeiing van hellingen
    Terugsnijden na eerste bloei geeft wat nabloei in september/oktober.

    Gebruikte delen:
    Onovertroffen als snijbloem, zowel vers als in droogboeketten

    Eigenschappen:
    Gypsophila muralis is een eenjarige, Gypsophila paniculata is een vaste. Het is een plant van droogvallende plaatsen langs rivieren en plassen in de uiterwaarden. De plant komt van nature voor in Eurazië. De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeer zeldzaam en zeer sterk afgenomen.

    Vermeerderen :
    Zaai op de plaats, waar de planten de hele zomer moeten staan. De grond moet goed verteerde humus bevatten en goed water doorlatend zijn. Na het opkomen van de jonge planten moeten ze worden uitgedund. Een onderlinge afstand van dertig centimeter moet worden aangehouden

    Soorten :

    --Pluimgipskruid (Gypsophila paniculata) staat op de lijst van Nieuwe planten in Nederland. De plant komt van nature voor in Zuidoost-Europa en West-Siberië en is in Nederland vanuit siertuinen verwilderd.

    --Gipskruid(Gypsophila muralis) is een eenjarige plant van droogvallende plaatsen langs rivieren en plassen in de uiterwaarden. De plant komt van nature voor in Eurazië. De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeer zeldzaam en zeer sterk afgenomen.

    --Kruipend gipskruid (Gypsophila repens) is een algemene plant in de Kalkalpen.

    --Gypsophila elegans is een eenjarige plant die inheems is in Oost-Europa, de Kaukasus en West-Azië, en wordt als sierplant gebruikt.

    In Noord-Amerika is ze in een aantal staten ingeburgerd

    Gypsophila 'Rosenschleier' (Gypsophila)
    »bloem: bleek roze»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juni, Juli en Augustus

    Gypsophila 'Rosy Veil' (Gypsophila)
    »bloem: bleek roze»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juni, Juli en Augustus

    Gypsophila aretoides 'Caucasica' (Gypsophila)
    »bloem: wit»blad: groengrijs»bloeimaanden: Juni

    Gypsophila cerastioides (Gypsophila)
    »bloem: wit+lila»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Mei en Juni

    Gypsophila dubia (Gypsophila)
    »bloem: wit»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juni, Juli en Augustus

    Gypsophila pacifica (Gypsophila)
    »bloem: bleekroze»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juli en Augustus

    Gypsophila paniculata (Gypsophila)
    »bloem: wit»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juli en Augustus

    Gypsophila paniculata 'Bristol Fairy' (Gypsophila)
    »bloem: wit gevuld»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juli en Augustus

    Gypsophila paniculata 'Fairy Perfect' (Gypsophila)
    »bloem: wit gevuld»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juli en Augustus

    Gypsophila paniculata 'Flamingo' (Gypsophila)
    »bloem: roze»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juli en Augustus

    Gypsophila paniculata 'Perfecta' (Gypsophila)
    »bloem: wit gevuld»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juli en Augustus

    Gypsophila paniculata 'Schneeflocke' (Gypsophila)
    »bloem: wit h.gevuld»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juli en Augustus

    Gypsophila paniculata 'Sneeuwvlok' (Gypsophila)
    »bloem: wit h.gevuld»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juli en Augustus

    Gypsophila repens (Gypsophila)
    »bloem: wit»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juni, Juli en Augustus

    Gypsophila repens 'Pink Beauty' (Gypsophila)
    »bloem: donkerroze»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juni, Juli en Augustus

    Gypsophila repens 'Pink Star' (Gypsophila)
    »bloem: roze»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juni, Juli en Augustus

    Gypsophila repens 'Rosa Schönheit' (Gypsophila)
    »bloem: donkerroze»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juni, Juli en Augustus

    Gypsophila repens 'Rosea' (Gypsophila)
    »bloem: roze»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juni, Juli en Augustus

    Weetjes :

    De botanische naam is afgeleid van de griekse woorden gupsos = krijt en philos is liefhebben

    Iedereen kent wel de luchtige takken vol sneeuwwitte kleine gevulde bloemen in bloemboeketten. Het is het gipskruid of Gypsophila. Wat minder bekend is dat die takken afkomstig zijn van een struik die ook in jouw tuin ,kan staan en dat er niet enkel witbloeiende maar ook roze en roodbloeiende struiken bestaan. De veelvuldige en lange bloei, van juni tot september, van de gispkruidstruik is dus niet enkel voor bloempaketten bedoeld maar ook voor de tuin.

    De Gypsophila behoort tot de anjerfamilie (Caryphylaceae) en heeft een dikke lange penwortel. Afkomstig uit het dorre steppegebied van Oost-Europa is die wortel nodig om diep in de grond het nodige water boven te halen: Meteen kunnen we noteren dat gispkruid eerder in droge grond thuishoort dan in natte grond.

    Winterhard is de heester wel; als hij het na de winter laat afweten is het eerder een gevolg van natte wortels dan van koude.

    Een dikke vlezige penwortel betekent ook dat wie gipskruid wenst uit te zaaien (Gypsophila wordt immers meestal als zaad verhandeld) dit ter plaatse moet doen; verspenen is uit den boze want dan breekt de hoofdwortel bij de zaailingen af.
    Verplanten mag pas wanneer de planten al groot zijn.

    Sortiment

    De bloempjesvan het gipskruid, zijn van oorsprong enkelvoudig.
    Door selectie werden er cultivars met gevulde bloemen bekomen.
    Wie zaad aankoopt kan kiezen: enkelbloemige of gevuldbloemige, ook wel dubbelbloemige genoemd.Bovendien zijn er cultivars met kleine bloemen en andere met grote bloemen. Vervolgens zijn er verschillende bloemkleuren van zuiverwit over roze naar rood. Tenslotte, zijn er grote struikenvormen tot 120 cm hoogte, terwijl andere cultivars eerder laagblijven tot zelfs zeer laag, nl 20 cm.

    Gipskruid is dus in feite een doorlevende struik. Je zal merken dat er ook een eenjarige Gypsophila op de markt is: te zaaien zeer dun in mei, voor bloei nog hetzelfde jaar, dit in tegenstelling tot de doorlevende soorten.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (5 Stemmen)
    10-04-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fuchsia's
     

    Fabelachtige Fuchsia's

    De Fuchsia, ofwel bellenplant, is een buitengewoon populaire kuipplant door de langdurige en overdadige bloei.

    Voordat we dieper ingaan op de soorten geven we hieronder al een aantal tips hoe we onze “Bellekesplanten” moeten verzorgen

    Fuchsia’s zijn planten om te verzamelen. Er bestaan ongelooflijk veel cultivars van deze planten met hun sentimentele, op klokjes lijkende bloempjes. Het is niet voor niets dat deze planten in de volksmond vertederend als “bellekes” door het leven gaan. De overheersend zoet roze, zacht paarse en witte kleur van de bloempjes zorgen in dit opzicht nog voor een versterkend effect. Zoals de teddybeer het knuffeldier bij uitstek blijft voor het kind, blijft de fuchsia de hartsbloem van zovele die met hart en ziel aan het tuinleven verknocht zijn

    Na de winterse rustperiode staat de Fuchsia weer volop in de belangstelling. Deze niet-winterharde planten worden bij een goede behandeling van jaar tot jaar mooier. Ze verfraaien 's zomers het terras of balkon met een zee van meestal hangende bloemen bekend als de 'bellen'.
    Fuchsia is een groot geslacht dat bestaat uit tientallen soorten die verschillen in bloemkleur, vorm en groeiwijze. Het assortiment biedt zowel enkel - als gevuld- bloemigen met kelk - en kroon- bladen in allerlei pasteltinten of felle kleuren en combinaties daarvan.

    Fuchsia's regelmatig toppen

    Het beste is de Fuchsia als kuipplant te behandelen; in de zomer buiten en 's winters in een koele vorstvrije kas of wintertuin.
    **De planten kunnen voor de winter flink worden teruggeknipt.
    **In het voorjaar worden ze verpot.
    Er zijn verschillende vormen te verkrijgen door de Fuchsia's te 'toppen'. De groeitopjes van de plant worden dan weggehaald, waardoor de plant gedwongen wordt te vertakken.

    Een pyramidevorm is te krijgen door in het voorjaar bij de stek een stok te plaatsen als steun. De zijscheuten bovenin de plant worden iets korter teruggeknipt dan de onderste scheuten.

    Fuchsia's op stam zijn te maken door in het begin elke zijtak weg te nemen en als de stam hoog genoeg is te gaan toppen, hetgeen het vertakken stimuleert. Er moet wel blad aan de stam blijven tot de hele kruin gevormd is.

    Na het toppen ontluiken na zes tot acht weken de eerste bloemen.

    Er bestaan ook winterharde soorten, die als volwassen plant 's winters in de volle grond kunnen blijven staan. Na de winter worden ze flink ingesnoeid en bij vorst afgedekt met stro of dennetakken.

    Het houden van Fuchsia's is voor veel mensen een vorm van vrijetijdsbesteding.

    De juiste verzorging in de zomer

    Fuchsia's stellen hoge eisen aan de potgrond, deze hoort luchtig en vochthoudend te zijn. Geef ruimschoots water tijdens warm weer, maar maak de potgrond niet te nat. Van het voorjaar tot en met de zomer wekelijks bijmesten. Er zijn veel soorten plantenmest in de handel. Het beste is een samengestelde meststof waarin niet alleen stikstof, fosfor en kalium, maar ook sporenelementen aanwezig zijn.
    In het gietwater opgelost of in kor- rels strooien voor het watergeven.

    Hoewel de Fuchsia's van nature schaduwminnend zijn, is het toch goed mogelijk om ze een zonnig plaatsje te geven. Gefilterd zonlicht is eigenlijk het meest ideaal. Er moet wel rekening gehouden worden met de kleur van de bloem; zo kunnen praktisch alle oranje en roodpaars gekleurde cultivars goed in de volle zon.

    Hoe witter destemeer schaduw de planten verlangen. De enkelbloemigen verdragen de zon beter dan de gevuldbloemige cultivars.

    Fuchsia's verlangen bovendien een hoge luchtvochtigheid. Een droge lucht trekt allerlei ziekten en plagen aan.

    Gedurende de zomermaanden kan de voet van de Fuchsia-op- stam beplant worden met bossig groeiende eenjarige planten.

    Verzorging in de winter

    Het is moeilijk om een eensluidend antwoord te geven op de vraag hoe Fuchsia's het best door de winter kunnen worden geholpen. In elk geval verliezen de planten in de maand oktober buiten hun blad en blijven er kale struikjes over.
    We snoeien deze planten nu terug. Erg dunne takjes worden geheel weggeknipt.
    De mooiste bewaarplaats voor oudere Fuchia's is een kas waar de temperatuur op ongeveer 5- 8 °C kan worden gehouden.
    Houd de potgrond droog maar voorkom uitdroging. Niet veel liefhebbers zijn echter in het bezit van een kas. Een redelijk alternatief is dan een serre, een onverwarmde (slaap)kamer of zolderruimte. Deze ruimte moet wel licht en uiteraard vorstvrij zijn. Een methode die niet zo bekend is, is het inkuilen van planten buiten.

    Stekken

    Stekken is een deel van een plant laten uitgroeien tot een nieuwe plant met dezelfde eigenschappen als de oude plant. Dit in tegenstelling tot zaaien, waarbij andere eigenschappen naar voren kunnen komen.

    Wanneer stekken?
    Stekken kan het hele jaar door, mits u over stekmateriaal kunt beschikken. Maar in het voorjaar en begin zomer lukt het wat beter dan in de rest van het jaar. De pas uitlopende planten hebben veel zacht stekmateriaal, er is dan voldoende licht en een hoge temperatuur.
    Bedenk wel dat bij het stekken in het najaar het overhouden van jonge plantjes problemen met zich meebrengt.

    Wat is de ideale stek?
    Een ideale Fuchsiastek is een kopstek zonder bloemen of bloemknoppen, van ongeveer 7 cm lengte met twee knopen en een top. Het onderste bladpaar halen we er af en we snijden de stek vlak onder de knoop af. Maar ook een stek met één knop en de top of alleen een topje met een paar blaadjes zal goed wortelen.
    Voor een boompje gebruiken wij stekken van goed doorgroeiende variëteiten met 3 tot 4 bladeren in één krans.

    Stekken op water
    Het is gemakkelijker om een stek in een flesje water te zetten dan in een potje met stekgrond. Een stek met in water gevormde wortels komt na het oppotten met moeite in groei.
    Om te voorkomen dat de “waterwortels” problemen geven bij het oppotten, pot men de stekken op zodra de wortels enkele millimeters lang zijn.

    Stekgrond
    Indien wij niet in water stekken gebruiken wij als stekmedium een arm grondmengsel (½ tot ¾ deel fijne turfmolm - ½ tot ¼ deel scherp metselzand). Het voornaamste is dat de stekgrond arm is. Men kan zijn eigen stekgrond samenstellen uit de afgeleefde potgrond van vorig jaar voor de helft te mengen met scherp zand en turf.

    Bij kruidachtige stekken gebruiken we stekpoeder. Wij zijn hiermee zeer spaarzaam. Teveel stekpoeder remt de wortelvorming. In het voorjaar is gebruik van stekpoeder nauwelijks nodig, maar stekken die “niet koosjer” zijn, zoals de wat steviger stekken in de nazomer, wortelen met gebruik van stekpoeder wat gemakkelijker.

    Meteen plaatsen we een label met de naam van de Fuchsia erbij. We geven de stekjes water en zetten ze op een plaats waar veel licht is maar niet in de zon bij een temperatuur van 18 °C.

    Een bodemwarmte van 20 tot 25 °C versnelt de wortelvorming.

    We dekken het geheel af om teveel verdamping tegen te gaan. Stekken vragen weinig water maar wel een vochtig milieu. Tijdens de beworteling houden wij de stekbak zoveel mogelijk dicht om verdamping te voorkomen.

    Bestrijding van ongedierte

    Witte vlieg en bladluis zijn de voornaamste belagers van de Fuchsia. Ze belemmeren de groei en bloei van de planten.
    Bij gebruik van een biologisch bestrijdingsmiddel, zoals plant- schoon voor Fuchsia 's, vooral de onderkant van de bladeren bespuiten. Daar zitten de meeste belagers .
    Herhaal het spuiten na drie dagen om ook de uitgekomen eieren en larven te kunnen bestrijden.

    Ook chemische bestrijding behoort natuurlijk tot de mogelijkheden, al moeten we daar in toenemende mate bedenkingen tegen hebben.

    Informeer verder bij uw tuincentrum.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (12 Stemmen)
    07-04-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pulsatilla vulgaris
     

    Pulsatilla vulgaris


    Botanische naam  : Pulsatilla vulgaris
    Nederlandse naam : Wildemanskruid
    Herkomst         : Europa
    Bijzonderheden   : stapelmuur
    Grondsoort       : alle, humeus, zand
    Vochtbehoefte    : droog, normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Gebruik          : groepen/vakken, borders, giftig, rotstuinen
    Hoogte           : 0.20-0.40 m
    Bloeikleur/vorm  : paars
    Bloeitijd        : maart, april
    Blad             : groen, ingesneden

    Standplaats:
    Zon tot halfschaduw
    Ze verlangen een humusrijke en kalkrijke grond en in de winter vragen ze om een lichte winterdekking
    Ze gedijen het beste wanneer men ze met rust laat en niet met opdringerige planten worden gecombineerd.

    Kenmerken:
    Opvallende vruchten (dopvruchten), Opvallende bladeren, Zeer giftig

    Bloemen :
    Bloeit in april tot mei op vrij korte stengels en nà de bloei groeien deze door tot 50 cm en verschijnen er ronde behaarde pluisvormige zaadhoofdjes. Deze lijken op de zaadhoofdjes van Clematis wat niet verwonderlijk is aangezien beide tot de Ranunculaceae behoren. Gedurende de bloeiperiode komen er tot 30 bloemen of meer aan een volgroeide plant

    Planten :
    Bij het aanplanten rekent men 6 tot max 9 planten per m².
    De mooiste combinaties ontstaan met andere bolgewassen zoals Puschkinia, blauwe druifjes en Chinodoxa. Andere geschikte buren zijn bijvoorbeeld Draba, adonis, Heuchera, dwerg zwaardlelie, zilverdistel, Saxifraga en kleine siergrassen. Pulsatilla vulgaris zijn sterke planten die lang kunnen meegaan

    Werkzame bestanddelen:
    Het wildemanskruid is een giftige plant. Van het extract maakt men een verdunning dat kan worden gebruikt bij uiteenlopende klachten zoals in geval van migraine, onregelmatige menstruatie, PMS klachten, spataderen, verkoudheid en oorproblemen. Het werkt krampopheffend, kalmerend, doet zweten en maakt het hoofd helder.

    Eigenschappen:

    • De enorme klokvormige bloemen zijn erg groot in verhouding met de plant.

    • De geveerde bladeren zijn eveneens fel behaard en zeer decoratief tot in de late herfst.

    • deze plant bevat giftige plantendelen

    • - geschikt voor gebruik in de rotstuin

    • - geschikt voor gebruik in wilde tuinen of natuurtuinen

    • - deze plant verlangt een kalkhoudende bodem (pH 6,5 of hoger)

    • - deze plant vraagt of gedijt goed op droge gronden

    Vermeerderen :
    Vermeerderen door scheuren / delen van de plant kan best in het najaar gebeuren.
    Kan makkelijk door zaaien of door delen van uit de kluiten gewassen pollen. Oogst de verse rijpe zaden en zaai ze dan onmiddellijk uit. Ze kiemen echter heel onregelmatig

    Soorten :
    Pulsatilla vulgaris 'Letchworth Seedling' rode bloemen
    Pulsatilla vulgaris 'Mrs. Van der Elst' met zuiverroze bloemen
    Pulsatilla vulgaris 'Nigella' donker violette bloemen
    Pulsatilla vulgaris 'Rode Klokke' grootbloemig, rode bloem
    Pulsatilla vulgaris ‘Papageno’: paarse bloemen
    Pulsatilla vulgaris ‘Pink Shades’: zachtroze bloemen
    Pulsatilla vulgaris var. alba wit bloeiend
    Pulsatilla vulgaris var. rubra donkerrode bloemen

    Weetjes :

    Dit was eveneens een inheemse plant maar ze is nu zo goed als uitgestorven in het wild. Vele cultivars van de Pulsatilla vulgaris vinden massaal de weg naar de Nederlandse en Vlaamse tuinen.

    De Latijnse vertaling van Pulsatilla is geruststellender: pulsata = aangeslagen geluid. Om kort te gaan houden we het maar op 'klokje'

    Pulsatilla vulgaris vind je in oude boeken nog terug als Anemone pulsatilla

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pioenlegende


    De legende van  

    Pioen of stinkende juffrouw

    Het is hier al vaker aan de orde geweest: inlandse namen zijn prachtig en zeggen vaak iets heel kenmerkends over de eigenschappen van een plant; bruikbaar zijn ze echter zelden. Dat blijkt maar weer eens uit het proefschrift van Drs H. Brol:
    'Enkele bloemnamen in de Nederlandse dialecten'. Bruidsroos is nog maar een van de 140 namen die in de verschillende Nederlandse dialecten worden gegeven aan pioen. Maar er waren meer namen met 'roos';
    Bommelroos, paarderoos, dikke roos en steeds geven ze aan dat 1 pioen in knop bolvormig en bouot is en bovendien gelijkenis vertoont met de roos. De namen boerenpioen en boerenroos dankt Paeonia waarschijnlijk aan het feit dat de plant vroeger veelvuldig in boerentuinen werd aangetroffen.
    Prachtige namen als kattekop, kinderkop of papkop zeggen vooral iets over de omvang van de bloem.
    Namen als stinkende juffrouw, stinkbloem of stinkroos geven al aan hoe we de geurende eigenschap van deze bloem waarderen. De bloeitijd van pioenen valt meestal eind mei en begin juni en dat is ook de periode dat Pinksteren valt en daarmee zijn inlandse namen als pinksterbloem, pinksterlelie en pinksterpol te verklaren.
    Maar ook heiligen leenden hun naam aan deze plant, zoals blijkt uit de naam Sint-Urbanusroos, De feestdag van deze heilige valt op 25 mei.
    De grote zwarte zaden werden 'vaak aaneengeregen tot een ketting en gebruikt als bezwering van kinderziekten. Op de zaden en vooral op deze toepassing duidt de naam kraalpioen.

    U begrijpt het al, wij klampen ons toch maar weer vast aan de Latijnse naam Paeonia, afgeleid van Paioon, de geneesheer van de Griekse goden. De plant heeft vroeger in hoog aanzien gestaan als geneeskrachtige plant.
    In het Cruydtboeck van Dodonaeus staat: 'De wortel aan en hals gehangen, geneest de vallende siekte. Vijfthien of sesthien swerte saden met wijn oft mee ghedroneken sijn se er goed ghebruyckt den genen die van die mare (nachtmerrie) ende sware droomen ghequelt sijn.' .

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (3 Stemmen)
    09-03-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Deutzia gracilis
     

    Deutzia gracilis

    Botanische naam  : Deutzia gracilis
    Nederlandse naam : Bruidsbloem
    Herkomst         : Japan
    Bijzonderheden   : rijkbloeiend, eventueel bloemhaag
    Grondsoort       : alle, humeus, zware klei
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Groep            : (sier)heesters
    Gebruik          : groepen/vakken, randen/hagen, tuinen
    Hoogte           : 0.50-1.00 m
    Vorm             : opgaand
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme
    Bloeitijd        : mei
    Blad             : bladverliezend
    Twijg/stam       : afschilverend


    Standplaats:
    Standplaats : zonnig halfschaduw
    Vochtigheid : droog, normaal, nat
    Zuurtegraad : kalkrijk, neutraal, zuur
    Deze plant wenst een voedselrijke, vochthoudende tot vochtige bodem. Voor wat betreft de zuurgraad is ze vrij tolerant (pH = 5.5 - 8). Verlangt een plekje in de zon of lichte schaduw.

    Kenmerken:
    Geschikt voor een kleine tuin.
    D. gracilis kan in groepen (vakbeplanting) worden toegepast maar ook in potten.
    Ook vooraan in de border of als heesterrand.

    Bloemen :
    Bloeit in mei-juni met zuiverwitte bloemen in pluimen.
    De bloemen verschijnen aan het hout dat het voorafgaande jaar is gevormd.
    Rijkbloeiend.

    Planten :
    Met een grote sierwaarde, vooral bv. als accentplant in het openbaar groen en in de tuin vanwege de mooie vorm, de bloeiwijze of de bladkleur. Deze plant is goed te combineren met 'borderplanten', zolang die er niet te dicht op staan.

    Kleine struik die u goed met vaste planten in de border kunt combineren. De plant is gevoelig voor late nachtvorst, maar vraagt weinig onderhoud. Snoei om de paar jaar na de bloei, door oudere takken die gebloeid hebben, zo diep mogelijk weg te knippen. Laat jong hout staan.

    Snoeien :
    Na de bloei kunnen enkele van de oudste takken tot bij de grond worden weggesnoeid.
    Oude bloeischeuten uitdunnen en terugsnoeien tot even in het oude hout.

    Eigenschappen:
    De nederlandse naam is Slanke deutzia, familie van de Philadelphaceae.
    De bloemkleur is wit en de bloeitijd is van ca. mei.
    De bladeren zijn groen.
    De volwassen hoogte van deze kleine heester is ca. 100 cm.
    Verdraagt een temperatuur tot -25 gr. C.
    Heeft een opvallende bloeiwijze.
    Is goed verkrijgbaar.

    Vermeerderen :
    Uit stek in het voorjaar of in de winter, of door te zaaien

    Soorten :
    »Deutzia gracilis 'Nikko'
    »Deutzia gracilis rosea

    Bemesting Deutzia gracilis
    Voor bloeiende heesters is het belangrijk om een N:K verhouding te hebben van 1,3 – 1,8 voor een goede knopontwikkeling. Bij houtige gewassen is tevens fosfor erg belangrijk gedurende het hele seizoen voor het stimuleren van de ademhaling van de plant (nodig voor het omzetten van de NPK in voor de plant benodigde eiwitten) en het afrijpen van het gewas (dat de houtcellen goed gevormd worden). Advies samenstelling: N5+P2+K4 tot maximaal N9+P6+K8


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    05-03-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rosa 'Auslo'
     

    Rosa 'Auslo'

    Botanische naam  : Rosa 'Auslo' ('Othello')
    Nederlandse naam : Engelse roos
    Herkomst         : Engeland
    Bijzonderheden   :
    Grondsoort       : alle, humeus, lichte klei
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Groep            : engelse rozen
    Gebruik          : groepen/vakken, tuinen
    Hoogte           : 0.50-1.00 m
    Vorm             : breed
    Bloeikleur/vorm  : geurend, rood/bruin


    Standplaats:
    Grondsoort: Humusrijk-Kleihoudend-Voedselrijk-Zandgrond
    Goed gedraineerd-Kalkrijke grond
    Rozen zijn zonaanbidders en staan daarom het liefst op een zonnige, warme en luchtige plaats in de tuin.

    Kenmerken:
    De rosa " Othello" is een David Austin roos.
    Ze wordt ongeveer 150-180 cm hoog.
    Alle David Austin rozen zijn sterk geurend.
    Ook als snijroos geschikt.

    Bloemen :
    Kleur rood
    Bloeitijd:Juni-Juli-Augustus-September-Oktober
    Deze plant bloeit met grote gevulde diep-rode bloemen in juni tot oktober.

    Planten :
    Te gebruiken voor: sollitair, groep en in bloempotten.

    Eigenschappen:
    Geurend – Gedoornd - Geschikt als snijbloem

    Om de bloeitijd en de gezondheid van de rozen te waarborgen, is het belangrijk dat de rozen in een humus-, voedindsrijke grond staan. Ook is een afgewogen en regelmatige bemesting belangrijk voor een goede groei .


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    11-02-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dieffenbáchia
     

    Dieffenbáchia


    Familie : Aráceae

    Naam:
    Vernoemd naar een Dieffenbach, maar er zijn drie heren die hiervoor in aanmerking komen en wie van de drie dat is weten we niet.
    -Als eerste noemen we Joseph Dieffenbach, hoofdtuinman van de Botanische Tuin te Wenen, die leefde in de vorige eeuw.
    -Dan professor J. F. Dieffenbach uit Berlijn, ook uit de vorige eeuw, en ten slotte
    -Professor E. Dieffenbach, een ontdekkingsreiziger.

    Herkomst :
    Dit geslacht omvat zo'n 30 soorten, die oorspronkelijk uit tropisch Midden- en Zuid-Amerika komen.

    Beschrijving :
    Groen- en overblijvende planten, die wij om hun prachtige bladeren kweken. De bladeren zitten meestal aan een rechte stam, en een stevige bladsteel. Ze zijn groot, onregelmatig getekend met stippels of strepen in groen en roomwit. Aan de bloemen kunnen we duidelijk zien dat de Dieffenbáchiatot de Aronskelkachtigen behoort.
    De plant is in alle delen giftig.

    Naast huid irritaties worden vooral de slijmvliezen snel aangetast.

    Het sap bevat eiwitsplitsende enzymen, scherpe, naaldvormige kristallen van calciumoxalaat en stoffen die pijn veroorzaken en giftig zijn. Ook bestaat de mogelijkheid dat een in de plant aanwezig proteolytisch enzym een op trypsine gelijkende werking zou kunnen ontwikkelen, Daarbij zou histamine vrijkomen. Voor een angstpsychose is echter geen reden omdat van de tot januari 1977 bekende Dieffenbáchia-vergiftigingen geen enkele patiënt is overleden. Wel kwamen twee katten om door het eten van de bladeren.

    Het is verstandig om de planten uit de buurt van de box, buiten het bereik van kauwlustige huisdieren en uit het zicht van psychisch gestoorden te plaatsen.

    Breng kinderen die op een blad hebben gekauwd meteen naar een ziekenhuis

    Standplaats :
    In de vrije natuur zijn ze gewend van veel vocht, warmte en gefilterd licht te kunnen profiteren. Als u deze omstandigheden in huis kunt realiseren, zult u van deze planten erg veel plezier beleven. Zet ze op een halfbeschaduwde plek, waar ze nooit door felle zonnestralen beschenen worden. Krijgt de plant te weinig licht, dan loopt de bonte tekening van het blad sterk terug.

    Verzorging :
    Ook in de winter mag de temperatuur niet onder de 15-18 °C komen. Zet de plant nooit op de tocht, want dan valt het ongedierte eerder aan. De rustperiode valt van september tot februari, en in die tijd zorgen we door matig gieten en niet bijmesten dat de ontwikkeling van nieuwe bladeren tot een minimum beperkt blijft. Deze periode levert namelijk niet voldoende licht om de bladeren een optimale groei te kunnen garanderen.

    Water :
    Tijdens de groeiperiode geven we veel, lauwwarm en onthard water, liefst regenwater. De rust valt tussen september en maart, en in deze tijd giet u matig. De potkluit mag nooit helemaal uitdrogen, want dan komen er bruine randen langs het blad. Het is goed om de diepe-bord-methode toe te passen, want de Dieffenbáchia verlangt het hele jaar door een hoge luchtvochtigheid. Sproei of nevel het blad vaak. Haal ook regelmatig het stof van de bladeren. Neem hiervoor lauwwarm water,.eventueèl met wat bladglansmiddel als de kalk er slecht afgaat.

    Voeding :
    Van maart tot augustus geven we iedere veertien dagen een kalkarme voedingsoplossing in de concentratie die op de verpakking staat aangegeven.

    Verpotten :
    We verpotten ieder jaar in de lente en zetten de planten dan in een iets grotere pot. Maak een luchtig en voedzaam mengsel, bijvoorbeeld van bladaarde, klei en oude koemest in de verhouding van 3 : 1 : 1, plus een kleine hoeveelheid turf. Wat stukjes houtskool worden ook altijd op prijs gesteld.

    Vermeerdering :
    Oude, van onderen kaal geworden planten kunnen weer acceptabel worden als u ze tot op 10-15 cm van de grond terugsnijdt. Bij gezonde planten lopen de stompjes na verloop van tijd weer uit. Van de overgebleven kale stengeldelen maakt u 8 cm lang stengelstek en van de bebladerde toppen snijdt u kopstekjes. Laat de stekken bij 24-26 °C onder glas bewortelen. Bij kop stek vermindert u de verdamping door het bladoppervlak te verkleinen: rol de bladeren op of snijd de helft eraf. Laat stekken in turf, eventueel vermengd met sfagnum, bewortelen.

    Marcotteren is ook een goede methode om uw Dieffenbáchia-bestand te verjongen.

    Ziekten :
    Blad-, schild-, wol- en wortelluis, spint, thrips en wortelrot. Bij goede cultuurmaatregelen echter weinig last.

    Soorten :
    --Dieffenbáchia amoéna
    Maakt zeer grote bladeren aan een dikke stam, die meer dan een meter hoog kan worden. De langwerpige, tot 60 cm lange bladeren verschijnen na elkaar aan de stengel, die op latere leeftijd echte stamallures krijgt. Donkergroen blad, dat langs de zijnerven wit tot crème gemarmerd is.
    Verschillende rassen, waaronder
    -'Tropie Snow' met meer witte vlekjes.

    --Dieffenbáchia x beûsei
    Aan donkergroene stengels zitten tot 20 cm lange, gemarmerde bladstelen en tot 30 cm lange bladeren van een geelgroene kleur, getekend met een aantal donkergroene en witte vlekken. Ook de bladwand is donkergroen.

    --Dieffenbáchia bowmánnii
    Syn. Dieffenbáchia reginae. De grootste soort, waarvan de bladeren wel 75 cm lang kunnen worden. Lichtgroene stengels, groene bladstelen en matgroen blad met veel donkergroene en een paar witte vlekjes.
    -'Arvida' heeft eveneens matgroen blad, maar aan de bovenzijde is het onregelmatig, maar dicht gevlekt.

    --Dieffenbáchia hûmitis
    Een groenbladige soort, die zelfs in de diepste schaduw nog goed groeit.

    --Dieffenbáchia imperiális
    Krachtige groeier met 3 tot 4 dikke, tot 60 cm lange stammetjes, en 1 cm dikke bladstelen. De bladeren worden tot 60 cm lang en 30 cm breed. Ze zijn dik-leerachtig en donkergroen met onregelmatige, geelgroene vlekken.

    --Dieffenbáchia leopóldii
    Uit een klein stammetje ontspringen heldergroene, lilagevlekte bladstelen. Blad tot 25 cm lang en 6 cm breed. Het is donkergroen, met een witte streep langs de middennerf.

    --Dieffenbáchia maculáta
    Syn. Dieffenbáchia picte. Krachtig stammetje, dat wel een meter hoog kan worden. Aan de basis hartvormige bladeren, die 40-60 cm lang bij 20 cm breed kunnen worden. Veel rassen met allerlei vlekken en strepen.
    -'Jenmannii', witte banden tussen de zijnerven;
    -'Memoria', langs de zijnerven wittige strepen en vlekken, plus grijsgroene vlekken.

    --Dieffenbáchia seguine
    Vormt een sterke, groene stam. De bladstelen zijn voor een groot deel schedevormig, groen, met witte vlekken of strepen. Eivormig tot langwerpig blad in verschillende bonte uitvoeringen:
    -'Lineata', wit gestreept,
    -'Liturata' witte middennerf,
    -'Nobilis', groen gevlekt. 

    Weetjes :

    --Uit onderzoek is gebleken dat Dieffenbachia een luchtzuiverende plant is.
    Daarom is hij geschikt voor gebruik in kantoren en schoolgebouwen.


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (2 Stemmen)
    08-02-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nerium oleander
     

    Nerium oleander

    Botanische naam  : Nerium oleander
    Nederlandse naam : Oleander
    Herkomst         : Middellandse Zee
    Bijzonderheden   : vele rassen
    Vochtbehoefte    : 's zomers rijkelijk
    Licht            : zon
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme, rood/bruin, roze, lila
    Blad             : wintergroen
    Vermeerdering    : stekken
    Voedingsbehoeft  : elke week
    Overwintering    : temperatuur 4- 8 ø, licht


    Standplaats:
    's Zomers zo zonnig en luchtig mogelijk, vanaf half mei bij voorkeur buiten op terras of balkon.
    In de winter licht en koel zetten: 5-10°C
    Oleanders zijn van oorsprong oeverplanten. Dat betekent dat de grond altijd vochtig, zelfs nat, moet zijn. Vorst en striemende regen zijn een ramp voor deze mediterrane planten. De overwintering is meestal een probleem, want de struiken verdragen absoluut geen temperaturen onder 0°C

    Kenmerken:
    (Nerium oleander), een struik of een kleine boom die overigens wel 6 m hoog kan worden in de landen rond de Middellandse Zee even algemeen als bij ons de wilg en bovendien gehecht aan dezelfde leefomstandigheden: vochtige klei- of leemhoudende grond langs rivieren en waterlopen.
    En zoals een wilg ook zeer snel groeiend.

    Bloemen :
    staan in trossen ingedeeld en kunnen verscheidene kleuren aannemen. Ze kunnen enkelvoudig samengesteld of dubbel meervoudig zijn. Dit laatste is te danken aan de kroonbladen die zich ontwikkeld hebben tot bloembladen, door genmutatie.
    kleuren: wit, geel, roze, rode, oranje,...

    Planten :
    In de zomer hebben oleanders een zeer beschutte, warme en zonnige plaats nodig om in ons klimaat te kunnen bloeien. Wie een kas heeft, laat de plant daarin zo lang mogelijk staan zodat de bloemknoppen tot volle ontwikkeling kunnen komen. Pas vanaf eind mei verhuist de oleander naar buiten.
    Oleanders worden tot de oranjerieplanten gerekend: planten die 's zomers buiten staan maar in de winter -om ze tegen vorst te beschermen - naar binnen verhuizen.

    Werkzame bestanddelen:
    Belangrijk: alle plantendelen van de Nerium oleander bevatten een sterk gif het zogenaamde oleandrine!
    Inname leidt onherroepelijk tot spasmen en verstikking met de dood tot gevolg. Het witte melksap, is zelfs na droging nog giftig. Dus oppassen voor dieren in de tuin! Ook het plantwater van de plantenvaas is toxisch.

    De bladeren bevatten flavonoïden en een groot aantal giftige verbindingen, waaronder oleandrine en neroside. Deze glycosiden werken op het hart, maar minder sterk dan de glycosiden uit vingerhoedskruid. In India en Sri Lanka komen opzettelijke zelfvergiftigingen geregeld voor. In de geneeskunde vindt het geen toepassing. Honderd gram van de plant zou voldoende zijn om een paard te doden.

    Je kan niet voorzichtig genoeg zijn hieromtrent.

    Eigenschappen:
    -Een geurende zuiderse plant die niet in volle grond kan overwinteren.
    Na de ijsheiligen mag hij naar buiten , en moet op een zonnige warme plaats staan liefst tegen een warme zuidenmuur, beschut tegen slagregens.
    In de zomer goed begieten met zacht water.
    De enkelbloemige soorten zijn sterker dan de dubbele.
    Het blad is langwerpig en leerachtig.
    In de winter op een lichte plaats laten overwinteren bij 4 à 8°C en matig begieten.
    Hier wordt hij 2m hoog en bestaat in het wit, roze, rood, oranje en geel
    Is zeer giftig, dus opletten voor kinderen en dieren

    Snoeien:
    Regelmatig enkele oude takken afknippen om een goed vertakte plant te behouden.
    Nooit teveel in een keer snoeien, zodat er toch altijd bloeiende scheuten aanwezig blijven.
    Oleanders bloeien altijd aan de jonge frisgroene twijgen.

    Vermeerderen :
    Stekken of vermeerderen: vanaf juni tot en met september.
    Oleander wordt door stek vermeerderd. Dat kan vrijwel het gehele jaar door gebeuren, maar de beworteling verloopt 's zomers het vlotst. Nog niet verhoute twijgen kunnen gewoon in een potje met water worden gezet. Maar ook in een mengsel van scherp zand en turf zullen de stekken bewortelen.
    Zelfs gewoon in de tuin in de volle grond wil het tijdens warme zomers wel lukken. Let u op dat het melksap van oleander giftig is!

    Vruchten: kunnen tot 20 cm lang worden en zien eruit als lange smalle 'boontjes' waar de zaden in zitten.
    Zaden kunnen mogelijk gebruikt worden om te zaaien omstreeks april. Doe dit in zaaibakken onder glas bij hogere temperatuur.

    Soorten :
    Halverwege de vorige eeuw kende men reeds meer dan 50 cultuurvariëteiten, inmiddels zijn ruim 100 gecultiveerde oleanders bekend, waarvan echter maar een zeer klein aantal algemeen in de handel is. Er zijn zowel enkelbloemige als gevuldbloemige cultuurvariëteiten in de kleuren wit, geel, roze tot donkerrood; bovendien bontbladige vormen. Het meest bekend is de rozerode, gevuldbloemige 'Amboinia' ook bekend als 'Hollandse vensterbankoleander'

    Bemesten:
    Vrij veel. Van April tot augustus wekelijks bemesten .

    Verpotten:
    Jonge planten ieder voorjaar, oudere exemplaren om de paar jaar verpotten. Onderin de pot altijd een drainagelaag van steenslag of kleikorrels leggen. U kunt het beste zelf potgrond maken op basis van normale verpakte grond waaraan u klei, zand en organische mest (zeer oude stalmest of gedroogde mest) toevoegt.
    Deze 'stevige' grond is vooral voor oudere planten aan te bevelen.
    En tot slot: in plastic potten droogt de grond minder snel uit dan in stenen potten,

    Weetjes :

    oleanders zijn terrasplanten bij uitstek, maar wel voor volle zon.

    De plant roept herinneringen op aan het warme zuiden: terrasjes, en straatjes met deze roze, bloeiende planten, maar vooral grote struiken overal in tuinen en langs wegen en zelfs in het wild.
    Volop en eindeloos in bloei, soms zelfs geurend, vooral tegen de avond.

    Volgens Theophrastus werd de oleander op de veldtocht van Alexander de Grote als gifplant gebruikt. Hieronymus Bock en Pietro Andrea Mattioli (Matthiolus) duidden de oleander in hun kruidenboeken (1565 en 1626) aan als demonenkruid dat mens en vee kon doden. Vroeger werden aftreksels of tincturen van de bladeren als menstruatiebevorderend middel en als abortivum ingezet.

    Wat is oleanderkanker?
    Dit is de bacteriegalziekte, die veroorzaakt wordt door een Pseudomonassoort, uitsluitend voorkomend bij oleander. Het ziektebeeld is vrij duidelijk:
    -Op de bladeren verschijnen eerst kleine, ronde lichtgroene waterige vlekjes waaruit later bruinachtige gezwelletjes ontstaan, omgeven door een gele rand.
    -Op de stengels verschijnen onregelmatig gevormde donkerbruine totzwarte wratachtige gezwellen.
    -Jonge scheuten krijgen misvormingen.

    De ziekte is niet te bestrijden. Er is maar een remedie: de plant weggooien. Het verwijderen van reeds aangetaste delen helpt niet; de plant is totaal besmet.

    Ziekten en belagers: de rups (oranje - rode met zwarte haren) is een van de grootste belagers bij de oleander.
    Verder bacteriekanker, luis, spintmijten, wolluis, dopluis, schildluis, roetdauw,...

    Zeldzaam: oleander met zuiver gele bloemen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (19 Stemmen)
    05-02-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pilea microphylla



     

    Pilea microphylla

    kanonneerplantje


    Door de bijzondere en interessante bladtekeningen zijn deze planten erg geliefd.

    Eigenschappen :
    Het kanonneerplantje (Pilea microphylla) dankt zijn naam aan een grappige eigenschap: bij bevochtiging van de bloeiende plant worden de stuifmeelkorrels door het zich plotseling samentrekken van de meeldraden naar buiten geslingerd.

    Kenmerken :
    Deze soort blijft hier buiten beschouwing. Deze tropische plantjes worden bij ons vooral gekweekt om hun bladeren.

    Bloemen :
    De bloei is onopvallend, de bloemen zijn zeer klein en dat is niet zo verwonderlijk, want Pilea behoort tot de brandnetelfamilie.


    Soorten :
    In de handel komen veel Pilea's voor, de meeste hebben bladeren met een reliëf en frappante tekeningen: ze doen denken aan de huid van reptielen.
    De naam 'kanonneerplantje' heeft slechts op een soort betrekking (Pilea microphylla).

    Er zijn drie soorten die de naam eer aandoen:
    - Pilea microphylla – ook wel de Pilea muscosa
    - Pilea involucrata
    De stuifmeelkorrels worden weggeslingerd wanneer bij bevochtiging de meeldraden zich strekken met een schok.
    - Pilea spruceana
    Deze heeft ook het vermogen om de zaden weg te schieten.

    Standplaats :
    Pilea's zijn relatief gemakkelijk in de verzorging. Ze verlangen een matig warme en zonnige standplaats. Van begin juni tot september kan de plant eventueel naar buiten. De aarde mag matig vochtig zijn, 's winters moet wat minder gegoten worden. Van maart tot september om de 14 dagen bemesten met kamerplantenmest. De plant houdt van een hoge luchtvochtigheid, maar sproeien op het blad veroorzaakt zwarte vlekken.

    Verpotten :
    Zo nodig in het voorjaar verpotten in potgrond met wat extra droge koemest. Niet de potscherf vergeten!
    U moet in de zomermaanden de aarde vochtig houden en alleen begieten als de aarde licht gekleurd wordt en droog gaat aanvoelen. Van de maand februari tot de maand augustus mag u om de tien dagen plantenvoeding geven.
    In de wintermaanden moet u hem in een vochtige omgeving zetten en minder water geven en géén voeding. De temperatuur die dan ideaal is is 15°C.

    Snoeien :
    In de maanden april maart worden de stengels ingesnoeid, de plant loopt daarna opnieuw uit.

    Vermeerderen :
    Oudere planten gaan er op den duur niet zo mooi uitzien, dus is het raadzaam om tijdig stekjes te nemen. De toppen en zijscheuten van 6-10 cm kunnen als stek dienen. De stekjes wortelen in water en kunnen daarna worden opgepot.
    U kan beter stekken nemen i.p.v. de Pilea te proberen over te houden in de winter, ofwel uit zaad nieuwe planten kweken. Het stekken doet u in de maand mei door stekken van 6 tot 10 cm lang te nemen die u in water laat wortelen en daarna kan u ze in potgrond oppotten. Een beetje bodemwarmte doet goed. Zet u één stek in een pot dan zal u een paar keer moeten toppen om een bossige plant te krijgen. Zet u drie stekken in een pot dan zal u een flinke plant krijgen. U mag de stekken ook in stekveen zetten dit onder plastiek. Na twee weken zullen ze voldoende wortels hebben om ze dan in een pot van 9 centimeter doorsnede over te zetten.

    Weetjes :

    In Amerika wordt de Pilea de Artillery plant genoemd en in Duitsland noemt men deze de Kanonierblume.

    Hebt u bladval bij de Pilea dan kan dit wijzen op te veel of te weinig water, u moet zien dat u de juiste hoeveelheid kan bepalen.

    Zwarte vlekken op de bladeren – vooral bij de Pilea spruceana soort zijn dikwijls het gevolg van waterdruppels die na het besproeien van de plant tussen de bobbels hiervan zijn achtergebleven. Echter een te koude standplaats in de wintermaanden kan ook hiervan een oorzaak zijn.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (4 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Senecio rowleyanus
     

    Senecio rowleyanus

    Erwtenplantje


    Het is zelfs mogelijk dat u in de verleiding komt om de erwten door de soep te roeren. Als het erwtenplantje een paar van zijn kogelronde blaadjes verliest, zijn deze - zonder bladsteel - nauwelijks van echte erwten te onderscheiden. Zelfs in grootte komen ze overeen. In het geval dat er kinderen bij u over de vloer komen, moet u ze er goed van doordringen dat het geen echte groente is wat er voor het raam hangt, maar een sierplant.

    Een bijzondere toepassing: Met erwtenplantjes kunt u ook een heel mooi kralen gordijn maken. U moet dan meerdere plantjes op een rij op een plankje zetten en de lange ranken netjes naast elkaar naar beneden laten hangen.

    Kenmerken :
    Dat, wat u als erwten waarneemt, zijn in werkelijkheid bladeren. Deze bladeren zijn opgebouwd uit meerdere lagen verdikte opperhuidcellen. Zo ontstaat de kogelronde vorm. De bladeren worden bovendien beschermd door een dikke waslaag. Als u heel nauwkeurig naar de erwten kijkt, dan ontdekt u een smalle, doorschijnende streep: een venster dat het zonlicht opneemt.

    De afzonderlijke blaadjes zitten - als kralen aan een koord - aan een dunne, slappe stengel, die wel 2 meter lang kan worden.

    De Latijnse naam voor het erwten plantje is Senecio rowleyanus.
    De naam is afgeleid van de Engelse botanicus Gordon Rowley.

    Soorten :
    Er zijn nog twee andere Seneciosoorten, die soortgelijke, wonderlijk gevormde bladeren hebben:

    --Senecio herreianus heeft spitser blad met een iets groter venster.

    --Senecio citriformis zijn de bladeren citroenvormig en de ranken erg kort.

    Planten :
    Het mooiste komen erwtenplantjes tot hun recht in een hangpot. In de natuur is het een echte bodembedekker. Het plantje ligt dan als een mat op de grond, soms wel ter grootte van een vierkante meter. Naar alle kanten groeien de scheuten uit en overal worden wortels gevormd.

    Bloemen :
    In het late voorjaar verschijnen kleine, witte of roze bloemetjes, die naar kaneel ruiken.

    Standplaats :
    Of de plant nu kruipt of hangt, de standplaats moet licht zijn. De plant kan zonder problemen voor een zuid venster. Alleen op echt hete, zonnige dagen moet u voor een klein beetje schaduw zorgen. Vitrage tussen de plant en het raam is dan al voldoende.
    Als het erwten plant je in de keuken of in de kamer staat, moet u in de winter - als het mogelijk is - een ander plaatsje zoeken.
    Want dan wil dit succulente plantje een rustperiode doormaken, bij voorkeur bij een temperatuur van ongeveer 10 °C.

    Als u niet in het bezit bent van zo'n plaats (en wie is dat wel?), moet u het plantje maar wat dichter tegen het koele glas zetten. Maar natuurlijk ook weer niet zo dicht dat de bladeren tegen het glas worden gedrukt. Want dan kunnen ze in koude nachten gemakkelijk bevriezen.

    Eigenschappen :
    Honger en dorst deren hem niet Met de kogelronde blaadjes kan het erwtenplantje een grote hoeveelheid vocht verzamelen. U moet daarom alleen dan gieten als de grond echt droog aanvoelt. Dat betekent in de zomer spaarzaam gieten en in de winter nog minder.

    Mest hoeft u ook niet veel te geven: in het voorjaar en in de zomer eenmaal per maand een beetje vloeibare meststof is meer dan voldoende.

    In het voorjaar kunnen we het erwten plantje weer in verse cactusgrond zetten en zo mogelijk in een platte schaal of in een kleine pot.

    Vermeerderen :
    Het verpotten is overigens bij planten met veel ranken niet eenvoudig. Mochten er eventueel ranken afbreken, dan kunt u die gelijk als stekken gebruiken. Deze stekken zullen relatief snel wortels vormen. U moet de ranken dan wel twee dagen voor het stekken laten drogen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (23 Stemmen)
    03-02-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Raphis
     

    Raphis


    Herkomst :
    Meer dan driehonderd jaar lang was een uit China afkomstige palm het symbool van het Japanse keizerrijk.
    Wie in het bezit was van deze palm bezat macht en aanzien.
    Tegenwoordig geldt hij weliswaar niet meer als statussymbool maar hij behoort in Japan nog steeds tot een van de meest geliefde kamerplanten.
    Aan het einde van de achttiende eeuw bracht een Engelse botanicus een van de beroemdste palmenverzamelingen bijeen in de Londense Kew Gardens en daar was ook een vertegenwoordiger van het geslacht Rhapis bij.
    Vijftig jaar later kwamen de eerste Rhapis-palmen naar Duitsland en rond de eeuwwisseling was het geen onbekende plant in de landhuizen van de rijke kooplui.
    Maar na de eerste wereldoorlog raakte hij weer in de vergetelheid.
    En daar hoort deze prachtige palm ons inziens niet thuis.

    Soorten :
    Twee soorten met een goede naam In Oost-Azië, vooral in China, Japan en Thailand, heeft men 17 verschillende Rhapis-soorten gevonden.
    Twee daarvan hebben een goede naam als kamerplant. Ze zien er ongeveer hetzelfde uit, hebben slanke, bamboe-achtige stengels, die aan de basis met bruine vezels omgeven zijn.
    De bladeren zijn waaiervormig, gedeeld en ongeveer 30 cm breed.
    Het verschil tussen de twee soorten zit hem vooral in de hoogte.

    Kenmerken :

    De grootste, Rhapis exelsa, wordt ook in een pot wel twee meter hoog. Hij krijgt ook een dikkere stam. Van een volwassen plant is de doorsnede van de stengel gemakkelijk 3 tot 5 cm. De bladeren zijn diep ingesneden. Elk blad is zo opgebouwd uit vijf of zes bladdelen.

    Het tweede soort, Rhapis humilis, is wat sierlijker. Hij wordt ongeveer één meter hoog. De plant heeft dunnere, dicht bij elkaar staande stengels en fijner samengesteld blad. Ook bij deze palm is het blad diep ingesneden en bestaat het uit tenminste 10 smalle bladdelen.

    Standplaats :
    Bij voorkeur: een plaats in de half-schaduw
    Beide Rhapis-soorten staan het liefst in de half-schaduw. Vaak leest u ook, dat ze aanbevolen worden voor een plaatsje in de echte schaduw. Dat is niet helemaal verkeerd tenslotte groeien ze ook in een noord-venster of op een plaats iets verderop in de kamer gewoon door, zij het zeer langzaam.

    Wat deze planten erg goed doet, is een lekker fris plaatsje op het balkon of in de tuin. Uiteraard vanaf half mei (IJsheiligen) tot midden september. Blijven ze echter in de kamer staan, dan moet u voor verse lucht zorgen. Als het niet anders kan, dan kunnen deze palmsoorten ook het gehele jaar door in de huiskamer blijven staan.
    In dewinter dan wel op een wat koelere plaats.

    Gieten :
    Veel water heeft Rhapis nodig in het voorjaar en in de zomer tijdens het groeiseizoen. Maar overtollig water moet snel worden afgevoerd, want natte voeten verdraagt deze palm niet. Net als talloze andere planten overigens.
    Hoe vaak u moet gieten in de winter hangt van de temperatuur af. Hoe koeler de plaats, hoe minder u water moet geven. Wilt u de plant verwennen, dan moet u af en toe de bladeren eens sproeien en met een vochtige doek het stof van de bladeren verwijderen.

    Bemesten :
    doen we in de periode van april tot september om de twee weken.

    Verpotten :
    Rhapis kan jarenlang in dezelfde pot blijven staan. Pas als de plant met zijn wortels de potkluit omhoogdrukt, moet u gaan verpotten.
    Het voorjaar is daar natuurlijk de beste tijd voor.
    Gebruik bij voorkeur een enigzins kleihoudende potgrond.
    Er is tegenwoordig speciale potgrond voor palmen in kleinverpakking verkrijgbaar.
    En druk vooral langs de potrand de plant goed vast.

    Vermeerderen.
    Deze twee vertegenwoordigers van de palmenfamilie zijn eenvoudig te
    Aan de basis worden steeds nieuwe scheuten gevormd (tegelijk met wortels), die u eraf kunt scheuren en vervolgens kunt oppotten.
    Deze vermeerderingswijze kunnen we gerust als bijzonder beschouwen, omdat vermeerdering door scheuren of stekken binnen de familie der palmen vrij zelden voorkomt. In de meeste gevallen is dat gewoon onmogelijk.
    De gebruikelijkste vermeerderingswijze is dan ook zaaien.
    Het zaad is hardschalig en dient tenminste 48 uren te worden voorgeweekt.
    Na het zaaien is vooral bodemwarmte (25-30 "C) erg belangrijk, maar bovenal geduld. Rhapis kiemt traag, ontwikkelt zich langzaam en het duurt jaren voor u een mooie volwassen plant heeft.

    Maar hij zal u dan zeker ook dankbaar zijn, want hij stelt weinig eisen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    31-01-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Callistémon
     

    Callistémon Myrtáceae

    Lampepoetser

    -Naam.
    Van de Griekse woorden kalos en stemon, die achtereen volgens schoonheid (of mooi) en meeldraad betekenen.

    -Herkomst.
    Dit geslacht kent zo'n 25 soorten, die alle afkomstig zijn uit Australië en Tasmanië.

    -Beschrijving.
    In Australië worden deze groenblijvende struiken of kleine bomen een tot drie meter hoog. Als pot- of kuipplant bereiken ze ongeveer een derde van deze hoogte.
    Het blad is stijf en leerachtig, vaak met een stekende top en opvallende nervatuur, groen en lancetvormig.
    In de zomer bloeien ze met prachtige, 5-10 cm lange bloeiaren.
    Wat we zien zijn de scharlaken, soms gele helmdraden die in cilindervormige bloeiwijzen aan het eind van de takken staan.

    Ze doen denken aan de borstels waarmee vroeger de glazen van petroleumlampen schoongepoetst werden. In feite zijn het spiralen van bloemen die, zodra de knoppen open gingen, hun kelk- en kroonbladen verloren.

    Na twee maanden laten deze vlammende toortsen ook hun meeldraden vallen. Uit de vruchtbeginsels ontwikkelen zich harde, verhoute,grijze, drie- tot vierhoekige vruchtjes die vlak tegen de tak aan zitten gedrukt. Voorbij de bloeiwijze groeit de tak door en vormt weer blaadjes.

    -Standplaats.
    Het is vanouds een bekende plant in koude kassen en oranjerieën. Maar als u een lichte kamer en een balkon heeft lukt het ook. U laat de plant bij 6-8 °C overwinteren op een lichte plaats. 's Zomers buiten op een zonnige plaats
    Anders zo licht en luchtig mogelijk in de kamer. Een zonnig plaatsje en buitenlucht zijn voorwaarden voor de bloei en een goede ontwikkeling.

    -Verzorging.
    Om een bossige groei te krijgen of de planten weer in model te brengen kunnen we in het voorjaar, voor de hergroei, maar liever na de bloei in de zomer, de plant terugsnijden.
    U moet er tijdens de snoei rekening mee houden dat de bloemen verschijnen op stengels die een jaar eerder gevormd zijn.

    -Water.
    We gieten altijd met onthard water. 's Winters weinig. Vanaf het voorjaar de potkluit vochtig houden. Ook als hij 's zomers buiten staat regelmatig gieten.
    Als de plant knoppen draagt, moet u opletten dat het huis niet te warm wordt, of regelmatig nevelen zodat de luchtvochtigheid op peil blijft, anders verdrogen ze.

    -Voeding.
    Van april tot begin augustus iedere 14 dagen bijmesten met een kalkvrije voedingsoplossing.

    -Verpotten.
    Jonge planten om de 2-3 jaar, oudere eens per 5-6 jaar. In maart in humusrijke bosgrond, bijvoorbeeld naaldenbosgrond.

    -Vermeerdering.
    Van augustus tot maart kunt u 5 cm lange stek les snijden en bij een bodemwarmte van 18-20°C in zand laten bewortelen.
    Afdekken met glas of plastic.
    Na een week of vijf is de beworteling een feit en kunnen ze opgepot worden.
    Ze verdragen geen kalk; neem een mengsel van bladaarde of naalden bosgrond met turfmolm en zand.
    Houd ze voorlopig bij 15°C onder glas.
    Het tweede jaar mogen ze naar buiten.
    Regelmatig toppen en voldoende licht, water en voedsel toedienen.

    Callistémon citrinus
    De enige soort die al op jonge leeftijd bloemen voortbrengt en daarom de meest geteelde soort. Heette vroeger Callistémon lanceolátus, naar de lancetvormige blaadjes, die bij kneuzen naar citroen geuren.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (2 Stemmen)
    27-01-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Puschkinia scilloides



    Puschkinia scilloides


    Botanische naam  : Puschkinia scilloides libanotica
    Nederlandse naam :
    Herkomst         : Klein-Azië, Kaukasus
    Bijzonderheden   : kas
    Grondsoort       : alle
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Groep            : bol
    Gebruik          : borders, rotstuinen, verwildering, kuipen/potten
    Hoogte           : 0.15-0.30 m
    Bloeikleur/vorm  : blauw
    Bloeitijd        : maart, april, mei
    Plantdiepte      : 0.05-0.10 m


    De bleekblauwe klokjes van puschkinia's vallen ieder jaar weer op in de voorjaars tuin.

    KLEUREN & RASSEN
    Puschkinia's zijn nauw verwant aan de soorten van het plantengeslacht Scilla en van sneeuwroem (Chionodoxa). Echte familietrekken zijn de dichte bloeiwijzen met de klokjesvormige, blauwe of witte bloemen met elk zes bloemblaadjes.
    Puschkinia's vormen telkens twee tot drie grasachtige blaadjes, waar de bloemen tussendoor groeien.
    De bloemen worden door een donkere middenstreep geaccentueerd. Iets groter dan de wilde soort en bijzonder aantrekkelijk is Puschkinia scilloides var. libanotica met grotere bloemen in zacht porseleinwit met een blauwe middenstreep. Helemaal wit bloeit het ras 'Alba'.

    STANDPLAATS
    Puschkinia's vestigen in een lentetuin steeds de aandacht op zich. Ieder jaar weer bloeien ze onvermoeibaar. Ze kunnen geleidelijk dichte, aaneengesloten groepen vormen. In rotstuinen komt hun charme bijzonder mooi tot zijn recht. De sierlijke verschijningsvorm past voortreffelijk bij lage, zoden vormende vaste planten. Hun koele elegantie vult de heldere kleuren van veel andere voorjaarsbloemen mooi aan.
    Onder bomen en struiken kunt u ze in grote groepen planten. Ze breiden zich dan van jaar tot jaar meer uit en vormen op den duur een dichte bloemenzee. Deze sierlijke bloemen zijn ook geschikt voor de verwildering in een niet al te dicht gazon. Langs het tuinpad kunt u ze heel goed combineren met andere vroeg bloeiende bolbloemen. Puschkinia's woekeren niet en sterven, nadat ze uitgebloeid zijn, onopvallend af. Puscbleinia's breiden zich onder bomen uit als een tapijt. In een bonte border kun- nen ze het best in grote, royale groepen worden geplant.

    IDEALE PARTNERS
    De bleke kleuren van puschkinia's zijn een goede aanvulling voor veel andere voorjaarsbloeiers. Zet ze wel steeds vooraan, daar de planten niet zo groot zijn. In het gras onder vroegbloeiende bomen en struiken, zoals sierkersen (Prunus), forsythia of schijnhazelaar (Corylopsis spicata), vormen puschkinia's sluiers van zachte kleuren. De bonte kleuren van stengelloze sleutelbloemen (Primula Vulgaris Groep), maar ook lage narcissen passen er goed bij. Zodenvormende vaste planten, zoals aubrieta (Aubrieta), begijntje (Arabis caucasicay of phlox (Phlox Subulata Groep), zijn wat speelser als er hier en daar wat bleekblauwe puschkinia's tussen staan.

    Het witte ras 'Alba' heeft partnerplanten in krachtige kleuren nodig. Stralend is eencombinatie met blauwe druifjes (Muscari armeniacum) en lage, rode tulpen (bijvoorbeeld Tulipa greigii 'Roodkapje).

    PLANTEN & VERZORGEN

    * Plant in het vroege najaar. Voor een 15 cm brede omlijsting hebt u twaalf bollen per 30 cm lengte nodig. Maak een geul van 15 cm diep.

    * Vul de geul met een ongeveer 5 cm dikke laag compost en druk deze licht aan. In zware grond onder de compost eerst zand aanbrengen.

    * Zet de bollen in rijen van drie met de punt naar boven in de geul op 5-10 cm onderlinge afstand. Vul daarna voorzichtig op met aarde.

    * Druk de aarde met de handen aan en geef veel water. Als bescherming voor de winter met een circa 2,5 cm dikke laag mulch afdekken.

    * Snij in het voorjaar de uitgebloeide bloemen af, zodat ze zichzelf niet kunnen uitzaaien. Laat de bladeren rustig afsterven.

    * Puschkinia's houden ervan het hele jaar door vochtig te staan. Ze zijn niet bestand tegen droge grond. Geef zonodig water.

    VOORJAAR
    Schoonmaken
    De uitgebloeide bloemen verwijderen om te voorkomen dat ze zichzelf uitzaaien. Laat verwilderende puschkinia's wel zaad vormen. Ze vormen dan na verloop van tijd een dicht tapijt. U kunt ook het zaad oogsten en zaaien. Laat de bladeren rustig afsterven.

    VROEG IN HET NAJAAR
    Planten
    Plant puschkinia's meteen, anders drogen ze uit. U kunt de bollen vervroegd in bloei brengen door ze dicht in een schaal te planten en deze veertien weken onder plat glas te zetten.

    LAAT IN DE WINTER
    Voorkweken
    Haal de schaal met de voorgekweekte bollen naar binnen (linksonder). Na het uitbloeien buiten zetten.

    TIPS BIJ HET KOPEN
    Koop stevige bollen met gladde, lichtbruine, perkamentachtige schillen. Gezonde bollen hebben een doorsnede van ongeveer 2 cm.
    Koop nooit zachte, beschimmelde, uitgedroogde of reeds uitlopende bollen.

    LICHT & GROND
    Zon tot halfschaduw . Puschkinia's hebben in het voorjaar zon nodig, in de zomer wat schaduw.

    Doorlatende grond. De planten hebben geen bijzondere wensen, zolang de grond maar goed doorlatend is en niet te droog.

    TIPS
    In het eerste jaar na het planten bloeien puschkinia's soms dicht boven de grond. Het jaar erna bereiken ze dan meestal hun normale hoogte.
    Puschkinia's groeien het best als u ze jarenlang met rust laat.

    Problemen

    De tere bladeren van puschkinla's vallen vaak ten prooi aan de eerste slakken. Zet schoteltjes met bier neer. In een regenachtig voorjaar is het misschien raadzaam overdekte slakkenvallen uit de speciaalzaak te gebruiken, die wel voor slakken toegankelijk zijn, maar waar de regen niet in kan komen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (13 Stemmen)
    25-01-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Graptopetalum
     

    Graptopetalum


    Bloemen :
    Het maakt een bladrozet, die nog eens extra mooi is, doordat de randjes roodachtig zijn.
    In mei zullen er karmijnrode bloeiwijzen verschijnen, die fraai zijn getekend en wekenlang hun sierwaarde houden.

    Planten :
    In hun thuisland Mexico groeien deze planten - er zijn nog meer soorten als kamerplant in omloop - aan de schaduwkant van berghellingen, die tamelijk vochtig is. In de vensterbank mogen deze vetplanten dan ook niet in de felle zon worden gezet, want daar kunnen ze niet tegen, ook al zijn het vetplanten.

    Vermeerderen :
    Vrijwel alle soorten van het geslacht Graptopetalum laten zich gemakkelijk vermeerderen door kopstek of blad stek, afhankelijk van de groei vorm. Ze groeien het beste in speciale cactusgrond, die sterk doorlatend is. Om veel plezier van de planten te hebben vragen ze een simpele, maar wel juiste verzorging.

    Soorten :
    Van het geslacht Graptopetalum zijn nog andere soorten als kamerplant in omloop. Heel anders van uiterlijk dan

    --Graptopetalum bellum is

    --G. paraguayense, die wel opaalblad wordt genoemd naar de bladkleur. Het is een vertakkend plantje met geënde stengels en een struikige groei. De blaadjes zitten eigenlijk in een korte rozet aan de stengels en de bloempjes zijn bijna wit met wat rode spikkeltjes.

    Weetjes :

    Het aardige vetplantje Graptopetalum bellum zal een jaar of vijftien geleden zijn ontdekt in Mexico.

    Dit aardige vetplantje is een bijzonder gemakkelijke huisgenoot, die dan ook bij de plantenliefhebbers als kamerplant in korte tijd populair is geworden.

    De naam Graptophyllum zou 'met beschilderd bloemblad' betekenen en dat slaat op de bloemkroonblaadjes die roodachtig getekend zijn met stippen of dwarsbanden.

    Het feit dat deze planten verdikte bladeren hebben, heeft te maken met een rusttijd waarop ze in hun thuisland zijn ingesteld. Die rusttijd kan onder huiskamer- omstandigheden in de winter worden gegeven en betekent dat de planten dan koel moeten staan. Tussen 5 en 10°C is in die periode voldoende, sterker nog: optimaal. Staan de planten in de winter te warm, dan verliezen ze echter hun karakteristiek uiterlijk en worden slap en sliertig.

    Dat is ook het geval als ze te veel voeding krijgen en eigenlijk geldt dat voor alle vetplanten en ook voor cactussen. Uitsluitend in de groeiperiode mogen deze planten voeding krijgen, dat is dus ongeveer tussen april en september. Bij voorkeur krijgen ze dan alleen maar een speciale samenstelling, die als cactusvoeding te koop is.

    Verzorging bestaat uit

    • --Geef deze planten veel licht maar geen volle zon,

    • --In de winter moet u ze een koele plek geven en ze droog houden,

    • --Alleen voedsel geven tijdens de groeiperiode,

    • --Bij voorkeur cactusgrond gebruiken.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (3 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Cyclamen problemen
     

    CYCLAMEN

    In deze weken (Januari-februari) treft u ze overal in de bloemenwinkels weer aan.

    De cyclamen (Cyclamen persicum) is evenals de kerster een zeer gewaardeerde bloeiende potplant voor de wintermaanden. Jammer genoeg wordt te vaak gedacht dat het een wegwerpartikel is. Want na de bloei verliest de plant zijn schoonheid. De bladeren sterven af en wat overblijft is weinig aantrekkelijk.

    Verzorgingsfouten zijn in dit geval meestal niet de oorzaak van de achteruitgang. Het is veel eerder een normaal verloop in het leven van een cyclamen. Want er zijn maar weinig kamerplantenliefhebbers die weten hoe prachtig een overjarige cyclamen er uit kan zien. Schitterende exemplaren, groot en met zeer veel bloemen boven het dichte bladerdek kunt u tegenkomen op tentoonstellingen en een enkele keer in winkeletalages. Zulke overjarige planten zijn echter hooggeprijsd. Wat u normaal in de winkel aantreft, is ongeveer één jaar oud.

    De verzorging van deze plant - jaarrond - is niet uitzonderlijk moeilijk. Zolang de cyclamen bij u op de vensterbank staat, moet u regelmatig gieten. De temperatuur mag niet boven de 18°C komen, maar ook niet onder de 10°C. In centraal verwarmde huizen is hier moeilijk aan te voldoen. Probeer in ieder geval de plant 's nachts een koele plaats te geven, anders is de bloei wel erg snel voorbij.

    Enkele verzorgingstips

    Tijdens de bloeitijd moeten de uitgebloeide bloemen er steeds worden uitgetrokken. Zodra er geen bloemen meer gevormd worden, begint ook het blad af te sterven. Langzamerhand gaan we steeds minder gieten.

    Na de IJsheiligen (begin mei) zet u de plant met pot op een schaduwrijke plaats in uw tuin. Voordien moet u het drainagegat dichtmaken, zodat er via dat gat geen ongedierte naar binnen kan kruipen. Hou de pot steeds in de gaten, want de knol mag niet geheel uitdrogen. Mochten zich af en toe grote bladeren ontwikkelen dan kunt u die het best verwijderen.

    Eind september wordt de pot weer in huis gehaaId en de knol in nieuwe, verse
    potgrond gezet.

    U kunt direct met water geven en bemesten beginnen (wekelijks). Eerst ontwikkelen zich enkele grote bladeren. Die kunt u het beste verwijderen, want ze trekken te veel voedsel uit de knol weg.

    Elke dag moet u op de schotel water geven. Het water dat na twee uur nog niet opgezogen is, moet worden weggegooid. Na ongeveer 6 weken heeft zich een dicht rozet van bladeren ontwikkeld. De eerste bloemen komen langzaam te voorschijn.

    Als u niet in het bezit bent van een tuin, moet u de pot met knol op een koele plaats in de kelder of schuur neerzetten. U moet nu zodanig water geven dat de knol
    niet verschrompeld.

    Hoe ouder de cyclamen wordt des te groter wordt de plant.
    Het bladerdek wordt ook steeds dichter en de bloemen steeds talrijker.
    Reden genoeg dus om de cyclamen eens een kans te geven voor een wat langer leven.


    Bladeren misvormd,
    terwijl op de bloemen strepen en vlekken te zien zijn.
    Deze aantastingen worden meestal door de (kleine)Cyclamenmijt veroorzaakt.
    Bestrijding is niet mogelijk.
    Direct de aangetaste plant(en)wegdoen om verspreiding tegen te gaan.

    Muisgrijs schimmelpluis
    op de ondereinden van blad en bloemstengels van Cyclamen.
    Een typisch aantastingsbeeld (hartrot), veroorzaakt door de Grauwe schimmel. Bestrijden:
    aangetaste plantedelen verwijderen en eventueel gezonde delen met fungicide

    Voorkomen:
    luchtvochtigheid verlagen, de planten ruimer zetten en afgestorven plantedelen direct weghalen.

    Knolrot,
    veroorzaakt door bacteriën.
    Bladvergeling en verwelking treden op. Knol is binnenin rot en stinkt.
    Aangetaste planten direct vernietigen.

    Voorkomen:
    beschadigingen van de knolvermijden, de knol niet te diep oppotten en de aarde matig vochtig houden.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (8 Stemmen)
    24-01-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Callisia
     

    Callisia


    Standplaats:
    beschaduwde plaats (nooit in de zon), vrij warm en een niet te droge lucht.
    De temperatuur in huis bepaalt de groeisnelheid. Hoe warmer het is, hoe sneller de plant groeit, hoe mooier en hoe langer de scheuten bij de hangende soorten. Is het 's winters koel (maar nooit beneden 15°C), dan blijft de groeiwijze meer gedrongen.

    Voor de groene soorten moet de standplaats vrij schaduwrijk zijn, tot zelfs schaduw; bontbladige exemplaren hebben meer licht nodig, maar mogen nooit in de zon staan. Alleen wat ochtend- of avondzon is toegestaan.

    Kenmerken:
    Zeer belangrijk voor alle Callisia's is een hoge luchtvochtigheid, liefst boven 60%. Wanneer de verwarming brandt en op warme dagen zal regelmatig besproeien nodig zijn. Gebruikt u altijd onthard water om te voorkomen dat er witte blad vlekken optreden.

    Bloemen :
    in de zomer kleine, witte bloempjes

    Planten :
    In het voorjaar verpotten in normale potgrond en een niet te kleine pot.

    Eigenschappen:
    De aarde moet altijd enigszins vochtig zijn. Staat de plant in de winter warm, dan geeft u meer water dan wanneer voor een koele plaats is gekozen. Ook planten die hoog hangen hebben meer water nodig. Tijdens de groeiperiode in voorjaar en zomer wekelijks mest geven.

    Vermeerderen :
    Door regelmatig zelf te stekken kunt u voor nieuwe planten zorgen.
    Het gehele jaar door kan Callisia door kopstek worden vermeerderd. Daarvoor worden scheuten van 7-10 cm lengte gebruikt die in een zandig grondmengsel worden gestoken. Ook in een potje met water bewortelen de stengels gemakkelijk. Om uitdrogen te voorkomen wordt over de stekken een plastic zak gezet. Bewortelde stekken worden naderhand met enkele bij elkaar in een pot geplant. Op die manier heeft u al snel een mooie, bossige plant.

    Snoeien :
    Worden de stengels te lang, dan kunt u die op ieder moment inkorten.

    Soorten :
    Van de ruim 12 bekende soorten worden er slechts drie af en toe als kamerplant aangeboden.
    Het meest bekend is

    --Callisia elegans, een hangend/kruipende plant,
    zeer fijn behaard met dofgroen blad met witte strepen.
    Deze bontbladige soort heeft iets meer licht nodig, dan de groenbladige soorten.

    --Callisia repens (= de kruipende) vormt nog meer en langere kruipend/hangende stengels. De kleine, ovaal tot ronde blaadjes zijn glanzend donkergroen.
    Heel bijzonder, en zeldzamer is

    --Callisia fragrans, rechtop groeiend met vrij grote, groene bladeren. De witte bloempjes verspreiden een heerlijke geur.

    Weetjes :

    Eigenlijk is het verhaal heel eenvoudig: Callisia vertoont veel overeenkomst met de vaderplant (Tradescantia) en de verzorging is in grote lijnen hetzelfde.

    Callisia's stammen uit Midden- en Zuid-Amerika. Daar groeien ze onder tropische omstandigheden als bodembedekker in de uitgestrekte wouden. In huis moet u tegemoet komen aan de wensen van de plant. Dat betekent een enigszins beschaduwde plaats (nooit in de zon), vrij warm en een niet te droge lucht.

    Wat betreft de groeiomstandigheden zijn Callisia's moeilijker dan de nauw verwante Tradescantia en Setcreasea.
    Evenals Tradescantia vormt ook Callisia in de zomer kleine, witte bloempjes. Oudere exemplaren worden dikwijls lelijk.

    Callisia elegans lijkt door groeiwijze en de bonte bladkleur erg veel op Tradescantia. Ze verlangen echter meer licht en vochtigere lucht.

    Tip
    Een plastic zak zorgt voor een hoge luchtvochtigheid rond de stekken. Na een dag of tien moet u gaten in defolie maken, zodat de stekken langzamerhand aan de drogere kamerlucht kunnen wennen.

    Ziekten
    Wanneer bontbladige Callisia plotseling volledig groen blad vormt, dan is dat meestal een lichtkwestie: de plant staat te donker. Verliest een ouder exemplaar veel blad, dan is dat meestal heel normaal. Flink terugsnoeien en de plant groeit weer mooi uit. Flets, geelachtig blad kan veroorzaakt worden door teveel licht of gebrek aan voeding.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (11 Stemmen)
    23-01-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kalanchoe beharensis
     

    Kalanchoe beharensis

    Standplaats:
    De Kalanchoë beharensis verdraagt veel zon, maar ook lichte schaduw. Wel is het van belang de plant op een beschutte plaats te zetten, daar de plant meer tropisch dan subtropisch is. De grond moet goed doorlatend zijn en liefst wat humusrijk.
    Standplaats en verzorging
    Licht: Kalanchoe beharensis verlangt veel zonlicht. .
    Wintertemperatuur: 8-10°C is ideaal (blijft de plant in de huiskamer staan bij ± 20°C, dan wordt hij lang en slap).

    Kenmerken:
    Deze opgaande plant heeft vlezige takken met flinke grote bladeren met een gekartelde rand en is aan de rugzijde erg gewelfd. Aan de bovenkant zijn de bladeren bedekt met zilverwit of kameelkleurig, wollig vilt. Je zou eigenlijk eerder moeten zeggen mooi fluweelachtig grijs. De grote bladeren worden ook wel eens vergeleken met de oren van een olifant.

    Bloemen :
    Heeft kleine licht gekleurde bloempjes, die ontstaan op stengels van zo'n 50 à 60 cm lang. Maar deze bloempjes stellen niet zoveel voor. Het gaat vooral om het zilverwitte blad.

    Planten :
    Kalanchoe beharensis heeft een knobbelige stam hetgeen veroorzaakt wordt door de oude bladmerken, plaatsen waarvan bladeren zijn afgevallen. De viltige bladeren kunnen uitgroeien tot 30 cm lang en 10 cm breed. Ze zijn licht gezwollen en met een grijs 'kleed' bedekt. In de natuur kan de plant aan het einde van de winter bloeien met geel-witte bloemen. Helaas zal de bloei van deze potplanten in huis zelden voorkomen.

    Eigenschappen:
    Door zijn aparte verschijning en zijn decoratieve uiterlijk kan ik u deze Kalanchoë beharensis met zijn zilverachtige verschijning, die fraai afsteekt t.o.v. het groene loof van andere planten
    Het blad is doorgaans pijlvormig en licht afhan