JP's Plantengids
Inhoud blog
  • http://plantengids2.blogspot.be/
  • Ixiolirion tataricum
  • Plumeria
  • Phuopsis stylosa
  • Lagerstroemia
  • Hypocyrta
  • Allium aflatunense
  • Cosmos bipinnatus
  • Convallaria majalis
  • Scilla siberica

    Zoeken in blog





    Mijn favorieten
  • bloggen.be
  • opaweetjes
  • fotoalbum
  • wandelroutes
  • fietsroutes
  • GPS-routes
  • koopjesblog

  • Fruit
    Actinidia Deliciosa
    Cydonia oblonga
    Ribes rubrum

    Dropbox

    Druk op onderstaande knop om je bestand naar mij te verzenden.


    E-mail mij

    Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Archief per jaar
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007

    Vraag & antwoord
    *Het plantenseizoen
    *Luister naar je planten
    *Cissus is zeer gevoelig
    *Cyclamen problemen
    *Uitgebloeide bloembollen
    *Amaryllisbol niet weggooien
    *Blauwe regen met kuren
    * Pioenlegende
    *Roetdauw bij Rozen
    *Planten overwinteren

    JanuariTips
    Januaritips
    Geraniums zaaien

    Februaritips :
    Februaritips

    Maarttips :
    Maarttips

    Apriltips :
    April siertuin

    Meitips :
    Mei-siertuin

    Juni Tips
    Juni Tips

    Tips Juli
    TuinTips Juli

    Augustus Tips
    Tips Augustus

    NovemberTips
    November doe kalender

    DecemberTips
    Tuintips december

    Archief per jaar
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007

    Inhoud blog
  • http://plantengids2.blogspot.be/
  • Ixiolirion tataricum
  • Plumeria
  • Phuopsis stylosa
  • Lagerstroemia
  • Hypocyrta
  • Allium aflatunense
  • Cosmos bipinnatus
  • Convallaria majalis
  • Scilla siberica
  • Crambe
  • Kamerplanten lusten geen leidingwater
  • HET PLANTENSEIZOEN
  • Carissa
  • Symphytum officinale
  • Howeia
  • Exacum
  • Rosa 'Dortmund'
  • Selaginella
  • Acaena magellanica
  • Eupatorium purpureum
  • Paeonia lutea
  • Schizostylis coccinea
  • Chrysanthemum
  • Helianthus salicifolia
  • Planten overwinteren
  • Morus alba
  • Osmanthus burkwoodii
  • Lemna trisulca
  • Harpagophytum procumbens
  • Hippophae rhamnoides
  • Astilbe 'Fanal'
  • ILEX - HULST
  • Hydrangea - Annabelle
  • Cattleya
  • Allium Savitum
  • Crassula
  • Prunella grand. 'Loveliness'
  • Potentilla fruticosa 'Abbotswood'
  • Rosa 'Baron Girod de L'Ain'
  • Helianthemum 'Wisley Pink'
  • Abelia schumannii
  • Centaurea montana
  • Enkianthus campanulatus
  • Ipheion uniflorum
  • Iberis umbellata
  • Sedum acre
  • Tropaeolum majus
  • Viburnum plicatum 'Mariesii'
  • Prunus serrulata
  • Pleione formosana
  • Eucomis autumnalis
  • Hibiscus rosa-sinensis
  • Roetdauw bij Rozen
  • Persicaria amphibia
  • Ctenanthe
  • Cactussen
  • Paprika
  • Abutilon megapotamicum
  • Polystichum
  • Camellia sinensis
  • Gypsophila
  • Fuchsia's
  • Pulsatilla vulgaris
  • Pioenlegende
  • Deutzia gracilis
  • Rosa 'Auslo'
  • Dieffenbáchia
  • Nerium oleander
  • Pilea microphylla
  • Senecio rowleyanus
  • Raphis
  • Callistémon
  • Puschkinia scilloides
  • Graptopetalum
  • Cyclamen problemen
  • Callisia
  • Kalanchoe beharensis
  • Passiflora caerulea
  • Blauweregen met kuren
  • amaryllisbol
  • Solanum Thurino
  • Robinia pseudoacacia 'Frisia'
  • Fittonia
  • Aërides
  • Ligustrum ovalifolium 'Argenteum'
  • Laburnum watererii 'Vossii'
  • Hosta undulata
  • Rosa 'Auslight'
  • Heracleum mantegazzianum
  • Plumbago auriculata
  • Paeonia suffruticosa
  • Rosa 'Auscot'
  • Aeonium arboreum
  • Senecio jacobaea
  • Abies koreana
  • Prunus subhirtella
  • Lobelia erinus
  • Fallopia aubertii
  • Calceolaria Hybride
  • Rosa 'Ausbuff'
  • Sempervivum arachnoideum
  • Sisyrinchium californicum
  • Hydrangea paniculata
  • Buxus-ziekten
  • Dryas octopetala
  • Geranium cinereum 'Ballerina'
  • Fritillaria Bucharica
  • Caesalpina giliesii
  • Cydonia oblonga
  • Malus toringo
  • Rosa 'Ausbord'
  • Lychnis chalcedonica
  • Veronica longifolia
  • Tuintips voor Augustus
  • Liatris spicata
  • Lonicera caprifolium
  • Clerodendrum trichotomum
  • Pterostyrax hispida
  • Laburnocytisus adamii
  • TUINTIPS IN JULI
  • Prunus gondouinii
  • Agrimonia eupatoria
  • Lilium `Mona Lisa'
  • Dorotheanthus
  • Ptelea trifoliata
  • Tuintips in Juni
  • Rosa 'Korliluc'
  • Cornus alba 'Elegantissima'
  • Impatiens balsamina
  • Sandersonia aurantiaca
  • Waldsteinia ternata
  • Prunus lusitanica
  • Oenothera macrocarpa
  • Corokia cotoneaster
  • Clematis 'Madame Baron Veillard'
  • Rhododendron 'Apple Blossom'
  • Platanus acerifolia
  • Kalimeris incisa
  • Mandevilla of Dipladenia
  • Myosotis sylvatica
  • Fritillaria imperialis
  • Rosa 'Swan Lake'
  • Digitalis purpurea
  • Dictamnus albus
  • Pelargonium
  • Ledum groenlandicum
  • Lantana camara
  • Elaeagnus ebbingei
  • Ceanothus
  • Magnolia kobus
  • Taxus baccata
  • Kerria japonica
  • Euonymus alatus
  • Buxus sempervirens
  • Salix integra
  • Pieris japonica
  • Rosa 'Ausblush'
  • Exochorda racemosa
  • Pittosporum tobira
  • Prunus triloba
  • Limonium latifolium
  • Lagurus ovatus
  • Crocus cancellatus
  • Ranunculus ficaria
  • Geranium
  • Maarttips
  • Smilacina racemosa
  • Pernettya mucronata
  • Melilotus alba
  • Malus 'Radiant'
  • Lilium pumilum
  • Rosa 'Frau Astrid '
  • Periploca graeca
  • Pseudofumaria lutea
  • Salix babylonica
  • Kalender Februari
  • Rhipsalidopsis
  • Dracaena
  • Galanthus
  • Begonia sutherlandii
  • luister naar je planten
  • Rosa 'Meitoifar'
  • JANUARI – TIPS
  • Phytolacca
  • Omphalodes verna
  • Eucalyptus niphophila
  • Ranunculus lingua
  • Rosa 'American Pillar'
  • Centranthus ruber
  • Geranium sylvaticum
  • Rosa 'Admired Miranda'
  • Tuintips december
  • Acorus calamus
  • Aeonium arboreum
  • Aristolochia durior
  • Actinidia deliciosa
  • Achillea ptarmica
  • Acer campestre
  • Stapelia hirsuta

    OM HET ZOEKEN IN DEZE PLANTENDATABASE MAKKELIJK TE MAKEN DRUK CTRL-F EN VUL IN HET KADERKE HET GEWENSTE WOORD IN BV."HULST" EN ALLE VERWANTE TEKSTEN MET HET WOORD "HULST" IN VERSCHIJNEN. WEL BLIJVEN KLIKKEN TOT U HET GEWENSTE ARTIKEL GEVONDEN HEBT ------------------------------ HOE MEER REAKTIES ER KOMEN HOE MEER DE SITE WORD UITGEBREID
    30-04-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Paprika
     

    Paprika als kamerplant


    Sommige groentegewassen zijn geschikt om in pot te laten groeien. Ze kunnen in de zomer een plekje krijgen op het balkon, maar planten die van warmte houden kunnen ook in de vensterbank groeien.

    Zo'n plant is paprika of zoete peper. Er zijn rassen in de handel die laag blijven- en compact groeien.

    Zo'n ras is bijvoorbeeld 'Clio', of 'Twiggy'. Kijk eens bij de groente zaden of er kleinblijvende rassen bij zitten.

    Scherpe peper kan op dezelfde manier worden gebruikt, de planten blijven lager. Beide pepers hebben in onrijpe toestand groene vruchten; die kunnen worden geoogst, maar we kunnen ze ook rijp laten worden.

    Zowel zoete peper als scherpe peper wordt gezaaid in de vensterbank en in kleine potjes opgekweekt. Ze houden van een lichte, niet te zonnige plek.

    Verpot elke keer als er wortels onder uit de pot komen. Gebruik verse potgrond en vermeng het in de 'eindpot' met wat klei en gedroogde koemest (ex- tra voeding).

    Toppen is niet nodig. Pas als de temperatuur in de nacht niet meer onder de 13°C zakt, mogen de plantjes eventueel buiten staan.

    Omdat de dunne bladeren tamelijk gevoelig zijn voor spint, is regelmatig sproeien zinvol. In de vensterbank moet volop zon worden vermeden. Grote warmte bevordert de kans op spint- en/ of thripsaantasting.

    Paprika is een wereldreiziger. De plant groeide voor het eerst op in Midden-Amerika en Zuid-Oost-Azië. De Spanjaarden brachten in de 15de eeuw wat zaad mee naar huis. Dat raakte ook in Arabische handen. Die gaven de paprika door aan de Turken en op die manier kwam de paprika terecht bij de Hongaren. Uiteindelijk maakten ook wij er ken­nis mee.

    Om paprikapoeder te maken worden de grote paprika’s eerst gedroogd. Vroeger werden ze gewoon opgehangen aan een draadje. Daarna worden de gedroogde vruchten gema­len. Paprikapoeder wordt meestal vanaf het begin aan een bereiding toegevoegd. Vooral vlees krijgt er een zachte, kruidige smaak door. Paprikapoeder is dus niet, of matig, pikant.

    Niet enkel in de keuken, maar ook voor de gezondheid zijn paprika’s uitstekend. Het is een prima inwendig ontsmettingsmiddel en is ook versterkend.

    Bij reumatische aandoeningen kan paprika als pleister worden gebruikt.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (4 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Abutilon megapotamicum



    Abutilon megapotamicum               


    Botanische naam  :  Abutilon megapotamicum               

    Nederlandse naam :  Abutilon                             

    Herkomst         :  Brazilié                             

    Bijzonderheden   :  vele rassen                          

    Vochtbehoefte    :  's zomers rijkelijk

    Licht            :  zon

    Bloeikleur/vorm  :  geel, rood/bruin

    Blad             :  bladverliezend

    Vermeerdering    :  stekken

    Voedingsbehoeft  :  elke week

    Overwintering    :  temperatuur 4- 8 ø, temperatuur 8-12 ø, licht, donker


    Abutilon behoort tot de kaasjeskruidachtigen (Malvaceae) en dat de planten familie zijn van kaasjeskruid (Malva) en Chinese roos (Hibiscus) is aan de bloemen duidelijk te zien. Meestal zijn het kleine boompjes met overhangende, dunne twijgen en handvormig gelobde, zachtbehaarde bladeren waarvan de vorm aan die van een esdoorn herinnert. De zo geliefde geelbonte bladeren zijn het gevolg van een - overigens ongevaarlijke - virus- ziekte.

    Tip
    Abutilon houdt van frisse lucht en staat graag voor een open venster. Maar: wel tocht vermijden.
    De hangende, klokvormige bloemen zijn meestal geel, oranje of rood, zelden wit.

    Soorten
    Men kent ongeveer 150 soorten, die alle van tropische origine zijn, maar in de subtropen soms al eeuwen zijn ingeburgerd.
    Als kamerplant worden vrijwel uitsluitend hybriden gekweekt: kruisingsprodukten van A. darwinii en A. pictum. Ze ontwikkelen zich als struikjes of kleine boompjes die van mei tot oktober bloeien.
    Een geheel andere bloem vorm bezit A. megapotamicum: rode kelk, gele kroon en violette meeldraden.
    Vanwege de kleurcombinatie bekend als 'Belgische vlag'.

    Standplaats
    Op een lichte plaats, niet in de volle zon, maar zeker niet te donker gedijt een Abutilon uitstekend. 's Zomers kunt u de plant heel goed buiten op een beschutte plaats zetten.
    Van september tot februari op een lichte en koele plaats zetten (12-15 "C). Op een warme plaats zal dikwijls bladval optreden.

    Verzorging
    Gedurende de zomer moet u veel gieten en iedere veertien dagen mest geven. Tijdens de winter - zeker wanneer de plant koel staat - moet de grond vrij droog zijn.
    Na het verpotten in het voorjaar worden de twijgen voor ongeveer eenderde ingekort.

    Ziekten
    Het laten vallen van knoppen, bloemen en bladeren is dikwijls het gevolg van veranderingen van omgeving. Wordt een plant van buiten naar binnen gezet, of omgekeerd, zorg dan voor een geleidelijke overgang.

    -Worden de scheuten in de win- ter lang en dun, dan staat de plant waarschijnlijk te donker en/of te warm. Dikwijls zal ook het blad afvallen.

    -Gebrek aan water - en dat treedt vooral tijdens de bloei op - heeft tot gevolg dat de bladeren gaan hangen. Plant eventueel regelmatig dompelen.

    -Wanneer de plant 's winters te warm staat kan wel eens spint optreden, dikwijls ook blad- en dopluizen. Bij een beginnende aantasting kan flink besproeien met lauwwarm water dikwijls helpen. In een later stadium kunnen alleen bepaalde middelen helpen.

    Vermeerderen
    Abutilon kan gemakkelijk uit zaad worden opgekweekt bij een temperatuur van 18°C. Maar op deze wijze krijgt u altijd planten met groene bladeren. Bontbladige cultivars moeten door stek worden vermeerderd (februari/ maart) op bodem warmte (22-25°C).

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (11 Stemmen)
    22-04-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Polystichum
     

    Polystichum
    NIERVAREN


    Kleur        : bloeit onopvallend
    Bloeiperiode : niet van toepassing
    Hoogte       : 70 - 100 cm
    Bladkleur    : opvallend groen glimmend blad
    Vorm         : opgaande groei
    Standplaats  : kan in zon, liever halfschaduw of schaduw


    Standplaats:
    Een lichte standplaats, nooit in de zon, maar bijvoorbeeld voor een venster op het noorden of oosten. Ideale planten voor een vrij koel vertrek. Droge lucht van centrale verwarming wordt goed verdragen, al is een enigszins koele plaats in de winter aan te bevelen (10-12°C). Blijft de plant in een warm vertrek, dan herstelt ze zich in het voorjaar maar langzaam.

    Kenmerken:
    Vele soorten bezitten stug, enigszins leerachtig blad. Dat betekent dat ze een droge atmosfeer in huis goed verdragen.
    De wetenschappelijke naam 'PoIystichum' betekent 'veelrijig' en dit wijst op de sporenhoopjes aan de onderzijde van de bladeren. Ze zijn meestal niervormig (vandaar de 'niervaren ') en staan in dichte rijen.
    De varens van de niervarenfamilie hebben allen een korte, kruipende of rechtstaande wortelstok met schubben. Ook de steel is beschubt en dikwijls voorzien van klieren en/of haren. De bladen of veren zitten bij elkaar in dicht bundels en zijn enkel, dubbel of meervoudig geveerd. Er zijn nooit steriele bladen, alle volwassen bladen dragen sporenhoopjes

    Panten :
    Aantal per m² 5 à 7

    Verzorging :
    Vooral in de zomermaanden heeft deze varen veel water nodig. Rijkelijk gieten, maar voorkomen dat de grond te nat blijft. Bij warme 'overwintering' moet u ook zorgen voor een vochtige grond. Staat de plant koel, dan mag de aarde aan de droge kant zijn, maar nooit geheel uitdrogen.
    Ondanks het stugge blad is regelmatig besproeien, ook in de winter, aan te bevelen, vooral wanneer de plant warm staat. 's Zomers regelmatig - wekelijks - mest geven, maar wel in een zeer geringe concentratie. Varens zijn namelijk zeer gevoelig voor zout. Af en toe dompelen van de plant is ideaal.

    Gebruikte delen:
    Het fijne, dikwijls enigszins leerachtige blad wordt ook veel als snijgroen in bloemstukken gebruikt.

    Eigenschappen:
    overhangend- borderplant- donkergroen blad- wintergroen- glanzend
    Vele van deze varens zijn geliefde tuinplanten, vooral de groenblijvende soorten die een ideale beplanting vormen voor schaduwrijke plaatsen.

    Vermeerderen :
    Grotere exemplaren kunnen gemakkelijk door scheuren vermeerderd worden. Het voorjaar - maart - is daarvoor de beste tijd; er wordt dan dikwijls toch verpot. Het uitzaaien van de sporen is niet eenvoudig. U heeft daarvoor een steriele turfgrond nodig, bodemwarmte (20°C) en een hoge luchtvochtigheid. Bij enkele soorten cultivars ontstaan aan de basis van de blaadjes broedknoppen, waaruit zich nieuwe plantjes ontwikkelen

    Soorten :
    Als kamerplant worden vooral de uit het Verre Oosten afkomstige soorten toegepast. Daartoe behoort bijvoorbeeld

    --P. auriculatum uit Voor-Indië en Sri Lanka met sikkelvormige bLaadjes.

    --P. aculeatum, de echte naaldvaren, komt uit gematigde streken en kan zowel binnen als buiten toegepast worden, zij het in het laatste geval 's winters met enige bescherming.

    --Dit geldt ook voor de bekendste soort, P. setiferum, een Europese soort waarvan veel cultivars bekend zijn. Sommige kunnen uitgroeien tot forse exemplaren.

    --Uit Japan stamt P. tsussimense, een kleine varen met leerachtig blad; zeer sterke kamerplant.


    Weetjes :

    Het geslacht Polystichum omvat ongeveer 250 soorten die verspreid over de gehele wereld voorkomen, zowel in tropische als gematigde streken.

    Als kamerplant is dit geslacht minder bekend. Ten onrechte, want enkele soorten zijn sterk en gemakkelijk te verzorgen en u kunt er jarenlang plezier van hebben.

    Ziekten
    Wanneer een varen slecht groeit en/ of gele bladeren krijgt, is dat dikwijls het gevolg van voedsegebrek.
    In voorjaar en zomer moeten varens regelmatig bemest worden.

    Bij deze varens zijn bruine bladranden meestal niet het gevolg van te droge lucht, maar een teken dat de aarde te droog is. Dompel de pot in lauwwarm water totdat
    alle luchtbelletjes verdwenen zijn.

    Soms komen bladluizen voor. Probeer deze insekten te verwijderen door de plant herhaalde malen met een flinke straal van een lauwe douche te bewerken.


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (6 Stemmen)
    20-04-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Camellia sinensis
     

    Camellia sinensis
    Theeplant


    Standplaats:
    Als kamerplant heeft de theeplant een lichte plaats nodig, maar liever niet direct boven de verwarming.
    De potgrond moet lichtzuur zijn (gebruik bij het verpotten speciale azalea grond) en het water kalkvrij.
    Hoe exotisch de planten er ook uit mogen zien, beide planten zijn geen tropische gewassen van oorsprong, hoewel ze zich het best thuis voelen bij een gelijkmatige temperatuur van ongeveer 20°C en een hoge luchtvochtigheid.

    Kenmerken:
    Op het eerste gezicht doet de altijd groene theestruik met zijn glanzend groene bladeren denken aan een camellia. Dat is zeker geen toeval.
    De mooie camellia (Camelliajaponica)en de Chinese theestruik (Camellia sinensis) zijn nauwe verwanten.

    Bloemen :
    De bloemen zijn geel-wit met een diameter van zo'n 2,5-4 cm met 7 of 8 bloemblaadjes.

    Gebruikte delen:
    De zaden van de theeplant kunnen fijngemalen worden voor thee-olie, een zoete olie voor kookdoeleinden die niet verward moet worden met Tea Tree-olie, een etherische olie die gebruikt wordt voor medische en cosmetische doeleinden en gemaakt wordt van de bladeren van een andere plant.

    Werkzame bestanddelen:
    In warmere streken groeit de plant gans het jaar door, terwijl in een koeler klimaat de plant in de winter rust. De bladeren worden geplukt van zodra de nieuwe loten beginnen te groeien. Deze eerste blaadjes zijn zeer gegeerd en van bijzondere fijne kwaliteit. Maar het is toch de 2de pluk die de beste thee geeft. Voor thee van de beste kwaliteit worden van de nieuwe loten enkel de knop en de eerste 2 blaadjes geplukt.

    Eigenschappen:
    De theeplant is een groenblijvende struik of kleine boom die zo'n 17 m hoog kan worden, maar meestal tot onder de twee meter wordt gesnoeid als het voor de bladeren wordt geteeld. De plant heeft een sterke penwortel

    Vermeerderen :
    Vroeger werden theestruiken gekweekt uit de zaden van de plant. Nu worden ze vermeerderd via stekken of worden takken afgelegd die dan wortel laat schieten. Zo verhoogt de kwaliteit van de planten door enkel stekken te nemen van planten die goed produceren en bestand zijn tegen droogte, ongedierte en ziekte.

    Weetjes :

    Van groen blad naar zwarte thee. Met een theestruik op de vensterbank kunt u zelf de produktie ter hand nemen.
    Het herkomstgebied van de Chinese theestruik is het steeds groenblijvende woud van het voorgebergte van de Himalaya in Birma en Assam. Hier groeit hij in het wild tot op een hoogte van 2000 meter.

    Bemesten doen we tijdens de groei periode van maart tot september. Als zij liefdevol verzorgd wordt, groeit de theeplant uit tot een prachtige volle struik, waarvan u spoedig de eerste theebladeren kunt oogsten.

    Voor het watergeven zijn groene vingers noodzakelijk. De potkluit moet vochtig, maar nooit te nat of te droog zijn. Steek uw vinger dus regelmatig in de potgrond om de vochtigheid te controleren. Wateroverlast beschadigt de wortel en vernietigt de plant. In en om pot of de schotel mag nooit voor langere tijd water staan. Tijdens het winterhalfjaar gebruikt u een platte schaal met daarin een omgekeerd schoteltje. Daarop zet u de plant. We krijgen dan vanzelf een hogere luchtvochtigheid. 's Zomers kan de plant ook buiten staan.
    Voor de eerste nachtvorsten moet u de plant weer naar binnen halen, want de theeplant kan slechts enkele graden vorst verdragen (max. -3°C).

    Van groen blad naar zwarte thee

    Niet alleen op de plantage, maar ook op de vensterbank kunnen we het hele jaar door oogsten. Dat betekent dat, ook als u de theebladeren niet gebruikt, u de plant regelmatig moet terugsnijden. Alleen op die manier kan er een krachtige, bossige struik ontstaan.

    Oogsten, verwelken, rollen, fermenteren en drogen, dat zijn de behandelingen die theebladeren moeten ondergaan. Wat op grote schaal in de fabrieken gebeurt, kunt u ook thuis proberen.

    Oogsten:
    Elke keer worden de nieuw gevormde bladeren geoogst. Het gaat dan steeds om een eindgroeipunt en twee bladeren. De scheut moet wel uit meerdere bladeren bestaan, zodat niet alle nieuwe aanwas weggeoogst wordt. Na het plukken laten we de scheuten verwelken.

    Verwelken:
    Wat normaal door grote, krachtige ventilatoren bewerkstelligd wordt, kunt u zelf met een föhn bereiken. De geplukte theebladeren worden voorzichtig geföhnd. De hete lucht zorgt ervoor dat het blad goed slap wordt.

    Rollen:
    Twee grote, zware metalen schijven, die tegen elkaar indraaien, moeten de celwanden van de verwelkte theebladeren breken. Het celsap komt zo in verbinding met zuurstof en daarmee kan het fermentatieproces beginnen. In het blad vormen zich dan aromatische stoffen, etherische oliën en geurstoffen. Thuis kunnen we dit proces nabootsen door de theebladeren net zo lang in onze handen te wrijven totdat de bladeren enigszins vochtig en donkergroen zijn. De bladeren blijven dan ook aan elkaar kleven.

    Fermenteren:
    Op de plantages wordt gewerkt met sproeiers die de bladeren regelmatig vochtig houden. Thuis bereiken we dit klimaat in een goed verwarmde (25°C) badkamer.
    Heet water in de badkuip zorgt voor de noodzakelijke luchtvochtigheid. Na drie, vier uur hebben de zo behandelde bladeren een koperrode kleur aangenomen. Precies dezelfde kleur als vers gezette thee in theepot. Nu wordt het fermentatieproces onderbroken.

    Drogen:
    De theebladeren worden 20 minuten bij 90°C in een oven gedroogd, terwijl de ovendeur iets geopend is. Op die manier verdampt het vocht uit het blad en droogt het celsap. Het blad wordt droger, donkerder tot tenslotte de zwarte thee ontstaat. Het vochtgehalte van de bladeren is dan nog maar 6%. Als we nu kokend water over de theebladeren gieten, lost het ingedikte celsap op. En zo komen we dus aan ons koperrode lievelingsdrankje: de thee.

    En zo begon de verbouw van thee

    Chinese bergboeren plantten wilde theeplanten in hun eigen tuin. Ook werd wel gebruik maakt van zaden. En daarmee konden ze aan hun eigen behoefte voldoen. Want theedrinken was in het oude China heel gebruikelijk. Tijdens de Cha-dy- nastie, zo rond het jaar 700, burgerde het gebruik van thee als familiedrank volledig in. Boe- distische priesters brachten het naar Japan: mongoolse krijgers op hun veldtochten naar Rusland. Vooral na 1600 kon de 'Tschai' zich in een groeiende belangstelling verheugen.
    In West-Europa werd thee lang- zamerhand bekend: heel lang was het een exclusieve drank voor de rijken der aard. De geschiedenis van de theestruik als commerciële gebruiksplant is eigenlijk pas de vori e eeuw begonnen. Thans is India het grootste theeproducerende land.

    De grootste theedrinkers zijn - en wie had anders verwacht - de Engelsen. Jaarlijks gebruiken zij 3000 gram per hoofd van de bevolking. En dat is de Engelsen zeker niet af te raden. Thee is immers heel gezond. Afhankelijk van de trektijd is het opwekkend of kalmerend. Laten we de thee maar 2 of 3 minuten trekken, dan is het een opwekkend drankje. Is de trektijd langer, bijvoorbeeld 5 minuten, dan kunnen de looistoffen opgelost worden en krijgt de thee een kalmerende werking. Thee zetten is overigens een koud kunstje: per kopje een theelepel. Daarom spreekt men ook steeds over theelepeltjes.


    Tot slot

    Er zijn twee oorspronkelijke theesoorten: de Chinese theeplant en de Assarntheeplant. Beide soorten zijn herhaaldelijk gekruist, zodat een steeds fijnere en smaakvollere thee ontstond. Ook werden de planten minder gevoelig voor allerlei uitwendige omstandigheden.
    En de Assamhybriden, zo worden de kruisingsprodukten genoemd, komen we tegenwoordig overal in de wereld tegen op de theeplantages.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    14-04-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gypsophila
     

    Gypsophila


    Standplaats:

    Alle soorten gipskruid verlangen een goed doorlatende en humusrijke grond. Een beetje kalk door de grond zorgt voor een optimale groei.Het gipskruid vraagt een zonnige standplaats.
    De bodem eisen: vooral diep, droog, licht, poreus, niet te vruchtbaar en bij voorkeur kalkhoudend; voldoet niet op vochtige gronden.

    Kenmerken:
    De plant wordt 5-15 cm hoog met een bijna van de voet af gaffelvormig vertakte stengel. De lijn- tot lancetvormige, 5-20 mm lange en 0,2-2 mm brede, tegenoverstaande bladeren hebben geen steunblaadjes.

    Bloemen :
    Gipskruid bloeit van juli tot oktober met donker geaderde, roze, soms witte, bloemen. De 3,5-6 mm grote kroonbladen zijn uitgerand of gekarteld. De klokvormige tot tolvormige, vijfnervige kelk is 4-5 mm lang. De vrucht is een eenhokkige, openspringende doosvrucht. Het zwarte, 0,3 mm grote zaad is niervormig.

    Planten :
    Gipskruid is goed bestand tegen harde wind, maar hoge vormen kunnen wel wat steun nodig hebben.
    Plantdichtheid: 2-3 planten/m², voor de cv. ‘Rosenschleier’ tot 5 planten/m².
    Uitstekend geschikt voor een plaats midden in de border, voor de begroeiing van hellingen
    Terugsnijden na eerste bloei geeft wat nabloei in september/oktober.

    Gebruikte delen:
    Onovertroffen als snijbloem, zowel vers als in droogboeketten

    Eigenschappen:
    Gypsophila muralis is een eenjarige, Gypsophila paniculata is een vaste. Het is een plant van droogvallende plaatsen langs rivieren en plassen in de uiterwaarden. De plant komt van nature voor in Eurazië. De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeer zeldzaam en zeer sterk afgenomen.

    Vermeerderen :
    Zaai op de plaats, waar de planten de hele zomer moeten staan. De grond moet goed verteerde humus bevatten en goed water doorlatend zijn. Na het opkomen van de jonge planten moeten ze worden uitgedund. Een onderlinge afstand van dertig centimeter moet worden aangehouden

    Soorten :

    --Pluimgipskruid (Gypsophila paniculata) staat op de lijst van Nieuwe planten in Nederland. De plant komt van nature voor in Zuidoost-Europa en West-Siberië en is in Nederland vanuit siertuinen verwilderd.

    --Gipskruid(Gypsophila muralis) is een eenjarige plant van droogvallende plaatsen langs rivieren en plassen in de uiterwaarden. De plant komt van nature voor in Eurazië. De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeer zeldzaam en zeer sterk afgenomen.

    --Kruipend gipskruid (Gypsophila repens) is een algemene plant in de Kalkalpen.

    --Gypsophila elegans is een eenjarige plant die inheems is in Oost-Europa, de Kaukasus en West-Azië, en wordt als sierplant gebruikt.

    In Noord-Amerika is ze in een aantal staten ingeburgerd

    Gypsophila 'Rosenschleier' (Gypsophila)
    »bloem: bleek roze»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juni, Juli en Augustus

    Gypsophila 'Rosy Veil' (Gypsophila)
    »bloem: bleek roze»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juni, Juli en Augustus

    Gypsophila aretoides 'Caucasica' (Gypsophila)
    »bloem: wit»blad: groengrijs»bloeimaanden: Juni

    Gypsophila cerastioides (Gypsophila)
    »bloem: wit+lila»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Mei en Juni

    Gypsophila dubia (Gypsophila)
    »bloem: wit»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juni, Juli en Augustus

    Gypsophila pacifica (Gypsophila)
    »bloem: bleekroze»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juli en Augustus

    Gypsophila paniculata (Gypsophila)
    »bloem: wit»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juli en Augustus

    Gypsophila paniculata 'Bristol Fairy' (Gypsophila)
    »bloem: wit gevuld»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juli en Augustus

    Gypsophila paniculata 'Fairy Perfect' (Gypsophila)
    »bloem: wit gevuld»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juli en Augustus

    Gypsophila paniculata 'Flamingo' (Gypsophila)
    »bloem: roze»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juli en Augustus

    Gypsophila paniculata 'Perfecta' (Gypsophila)
    »bloem: wit gevuld»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juli en Augustus

    Gypsophila paniculata 'Schneeflocke' (Gypsophila)
    »bloem: wit h.gevuld»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juli en Augustus

    Gypsophila paniculata 'Sneeuwvlok' (Gypsophila)
    »bloem: wit h.gevuld»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juli en Augustus

    Gypsophila repens (Gypsophila)
    »bloem: wit»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juni, Juli en Augustus

    Gypsophila repens 'Pink Beauty' (Gypsophila)
    »bloem: donkerroze»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juni, Juli en Augustus

    Gypsophila repens 'Pink Star' (Gypsophila)
    »bloem: roze»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juni, Juli en Augustus

    Gypsophila repens 'Rosa Schönheit' (Gypsophila)
    »bloem: donkerroze»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juni, Juli en Augustus

    Gypsophila repens 'Rosea' (Gypsophila)
    »bloem: roze»blad: grijsgroen»bloeimaanden: Juni, Juli en Augustus

    Weetjes :

    De botanische naam is afgeleid van de griekse woorden gupsos = krijt en philos is liefhebben

    Iedereen kent wel de luchtige takken vol sneeuwwitte kleine gevulde bloemen in bloemboeketten. Het is het gipskruid of Gypsophila. Wat minder bekend is dat die takken afkomstig zijn van een struik die ook in jouw tuin ,kan staan en dat er niet enkel witbloeiende maar ook roze en roodbloeiende struiken bestaan. De veelvuldige en lange bloei, van juni tot september, van de gispkruidstruik is dus niet enkel voor bloempaketten bedoeld maar ook voor de tuin.

    De Gypsophila behoort tot de anjerfamilie (Caryphylaceae) en heeft een dikke lange penwortel. Afkomstig uit het dorre steppegebied van Oost-Europa is die wortel nodig om diep in de grond het nodige water boven te halen: Meteen kunnen we noteren dat gispkruid eerder in droge grond thuishoort dan in natte grond.

    Winterhard is de heester wel; als hij het na de winter laat afweten is het eerder een gevolg van natte wortels dan van koude.

    Een dikke vlezige penwortel betekent ook dat wie gipskruid wenst uit te zaaien (Gypsophila wordt immers meestal als zaad verhandeld) dit ter plaatse moet doen; verspenen is uit den boze want dan breekt de hoofdwortel bij de zaailingen af.
    Verplanten mag pas wanneer de planten al groot zijn.

    Sortiment

    De bloempjesvan het gipskruid, zijn van oorsprong enkelvoudig.
    Door selectie werden er cultivars met gevulde bloemen bekomen.
    Wie zaad aankoopt kan kiezen: enkelbloemige of gevuldbloemige, ook wel dubbelbloemige genoemd.Bovendien zijn er cultivars met kleine bloemen en andere met grote bloemen. Vervolgens zijn er verschillende bloemkleuren van zuiverwit over roze naar rood. Tenslotte, zijn er grote struikenvormen tot 120 cm hoogte, terwijl andere cultivars eerder laagblijven tot zelfs zeer laag, nl 20 cm.

    Gipskruid is dus in feite een doorlevende struik. Je zal merken dat er ook een eenjarige Gypsophila op de markt is: te zaaien zeer dun in mei, voor bloei nog hetzelfde jaar, dit in tegenstelling tot de doorlevende soorten.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (5 Stemmen)
    10-04-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fuchsia's
     

    Fabelachtige Fuchsia's

    De Fuchsia, ofwel bellenplant, is een buitengewoon populaire kuipplant door de langdurige en overdadige bloei.

    Voordat we dieper ingaan op de soorten geven we hieronder al een aantal tips hoe we onze “Bellekesplanten” moeten verzorgen

    Fuchsia’s zijn planten om te verzamelen. Er bestaan ongelooflijk veel cultivars van deze planten met hun sentimentele, op klokjes lijkende bloempjes. Het is niet voor niets dat deze planten in de volksmond vertederend als “bellekes” door het leven gaan. De overheersend zoet roze, zacht paarse en witte kleur van de bloempjes zorgen in dit opzicht nog voor een versterkend effect. Zoals de teddybeer het knuffeldier bij uitstek blijft voor het kind, blijft de fuchsia de hartsbloem van zovele die met hart en ziel aan het tuinleven verknocht zijn

    Na de winterse rustperiode staat de Fuchsia weer volop in de belangstelling. Deze niet-winterharde planten worden bij een goede behandeling van jaar tot jaar mooier. Ze verfraaien 's zomers het terras of balkon met een zee van meestal hangende bloemen bekend als de 'bellen'.
    Fuchsia is een groot geslacht dat bestaat uit tientallen soorten die verschillen in bloemkleur, vorm en groeiwijze. Het assortiment biedt zowel enkel - als gevuld- bloemigen met kelk - en kroon- bladen in allerlei pasteltinten of felle kleuren en combinaties daarvan.

    Fuchsia's regelmatig toppen

    Het beste is de Fuchsia als kuipplant te behandelen; in de zomer buiten en 's winters in een koele vorstvrije kas of wintertuin.
    **De planten kunnen voor de winter flink worden teruggeknipt.
    **In het voorjaar worden ze verpot.
    Er zijn verschillende vormen te verkrijgen door de Fuchsia's te 'toppen'. De groeitopjes van de plant worden dan weggehaald, waardoor de plant gedwongen wordt te vertakken.

    Een pyramidevorm is te krijgen door in het voorjaar bij de stek een stok te plaatsen als steun. De zijscheuten bovenin de plant worden iets korter teruggeknipt dan de onderste scheuten.

    Fuchsia's op stam zijn te maken door in het begin elke zijtak weg te nemen en als de stam hoog genoeg is te gaan toppen, hetgeen het vertakken stimuleert. Er moet wel blad aan de stam blijven tot de hele kruin gevormd is.

    Na het toppen ontluiken na zes tot acht weken de eerste bloemen.

    Er bestaan ook winterharde soorten, die als volwassen plant 's winters in de volle grond kunnen blijven staan. Na de winter worden ze flink ingesnoeid en bij vorst afgedekt met stro of dennetakken.

    Het houden van Fuchsia's is voor veel mensen een vorm van vrijetijdsbesteding.

    De juiste verzorging in de zomer

    Fuchsia's stellen hoge eisen aan de potgrond, deze hoort luchtig en vochthoudend te zijn. Geef ruimschoots water tijdens warm weer, maar maak de potgrond niet te nat. Van het voorjaar tot en met de zomer wekelijks bijmesten. Er zijn veel soorten plantenmest in de handel. Het beste is een samengestelde meststof waarin niet alleen stikstof, fosfor en kalium, maar ook sporenelementen aanwezig zijn.
    In het gietwater opgelost of in kor- rels strooien voor het watergeven.

    Hoewel de Fuchsia's van nature schaduwminnend zijn, is het toch goed mogelijk om ze een zonnig plaatsje te geven. Gefilterd zonlicht is eigenlijk het meest ideaal. Er moet wel rekening gehouden worden met de kleur van de bloem; zo kunnen praktisch alle oranje en roodpaars gekleurde cultivars goed in de volle zon.

    Hoe witter destemeer schaduw de planten verlangen. De enkelbloemigen verdragen de zon beter dan de gevuldbloemige cultivars.

    Fuchsia's verlangen bovendien een hoge luchtvochtigheid. Een droge lucht trekt allerlei ziekten en plagen aan.

    Gedurende de zomermaanden kan de voet van de Fuchsia-op- stam beplant worden met bossig groeiende eenjarige planten.

    Verzorging in de winter

    Het is moeilijk om een eensluidend antwoord te geven op de vraag hoe Fuchsia's het best door de winter kunnen worden geholpen. In elk geval verliezen de planten in de maand oktober buiten hun blad en blijven er kale struikjes over.
    We snoeien deze planten nu terug. Erg dunne takjes worden geheel weggeknipt.
    De mooiste bewaarplaats voor oudere Fuchia's is een kas waar de temperatuur op ongeveer 5- 8 °C kan worden gehouden.
    Houd de potgrond droog maar voorkom uitdroging. Niet veel liefhebbers zijn echter in het bezit van een kas. Een redelijk alternatief is dan een serre, een onverwarmde (slaap)kamer of zolderruimte. Deze ruimte moet wel licht en uiteraard vorstvrij zijn. Een methode die niet zo bekend is, is het inkuilen van planten buiten.

    Stekken

    Stekken is een deel van een plant laten uitgroeien tot een nieuwe plant met dezelfde eigenschappen als de oude plant. Dit in tegenstelling tot zaaien, waarbij andere eigenschappen naar voren kunnen komen.

    Wanneer stekken?
    Stekken kan het hele jaar door, mits u over stekmateriaal kunt beschikken. Maar in het voorjaar en begin zomer lukt het wat beter dan in de rest van het jaar. De pas uitlopende planten hebben veel zacht stekmateriaal, er is dan voldoende licht en een hoge temperatuur.
    Bedenk wel dat bij het stekken in het najaar het overhouden van jonge plantjes problemen met zich meebrengt.

    Wat is de ideale stek?
    Een ideale Fuchsiastek is een kopstek zonder bloemen of bloemknoppen, van ongeveer 7 cm lengte met twee knopen en een top. Het onderste bladpaar halen we er af en we snijden de stek vlak onder de knoop af. Maar ook een stek met één knop en de top of alleen een topje met een paar blaadjes zal goed wortelen.
    Voor een boompje gebruiken wij stekken van goed doorgroeiende variëteiten met 3 tot 4 bladeren in één krans.

    Stekken op water
    Het is gemakkelijker om een stek in een flesje water te zetten dan in een potje met stekgrond. Een stek met in water gevormde wortels komt na het oppotten met moeite in groei.
    Om te voorkomen dat de “waterwortels” problemen geven bij het oppotten, pot men de stekken op zodra de wortels enkele millimeters lang zijn.

    Stekgrond
    Indien wij niet in water stekken gebruiken wij als stekmedium een arm grondmengsel (½ tot ¾ deel fijne turfmolm - ½ tot ¼ deel scherp metselzand). Het voornaamste is dat de stekgrond arm is. Men kan zijn eigen stekgrond samenstellen uit de afgeleefde potgrond van vorig jaar voor de helft te mengen met scherp zand en turf.

    Bij kruidachtige stekken gebruiken we stekpoeder. Wij zijn hiermee zeer spaarzaam. Teveel stekpoeder remt de wortelvorming. In het voorjaar is gebruik van stekpoeder nauwelijks nodig, maar stekken die “niet koosjer” zijn, zoals de wat steviger stekken in de nazomer, wortelen met gebruik van stekpoeder wat gemakkelijker.

    Meteen plaatsen we een label met de naam van de Fuchsia erbij. We geven de stekjes water en zetten ze op een plaats waar veel licht is maar niet in de zon bij een temperatuur van 18 °C.

    Een bodemwarmte van 20 tot 25 °C versnelt de wortelvorming.

    We dekken het geheel af om teveel verdamping tegen te gaan. Stekken vragen weinig water maar wel een vochtig milieu. Tijdens de beworteling houden wij de stekbak zoveel mogelijk dicht om verdamping te voorkomen.

    Bestrijding van ongedierte

    Witte vlieg en bladluis zijn de voornaamste belagers van de Fuchsia. Ze belemmeren de groei en bloei van de planten.
    Bij gebruik van een biologisch bestrijdingsmiddel, zoals plant- schoon voor Fuchsia 's, vooral de onderkant van de bladeren bespuiten. Daar zitten de meeste belagers .
    Herhaal het spuiten na drie dagen om ook de uitgekomen eieren en larven te kunnen bestrijden.

    Ook chemische bestrijding behoort natuurlijk tot de mogelijkheden, al moeten we daar in toenemende mate bedenkingen tegen hebben.

    Informeer verder bij uw tuincentrum.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (12 Stemmen)
    07-04-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pulsatilla vulgaris
     

    Pulsatilla vulgaris


    Botanische naam  : Pulsatilla vulgaris
    Nederlandse naam : Wildemanskruid
    Herkomst         : Europa
    Bijzonderheden   : stapelmuur
    Grondsoort       : alle, humeus, zand
    Vochtbehoefte    : droog, normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Gebruik          : groepen/vakken, borders, giftig, rotstuinen
    Hoogte           : 0.20-0.40 m
    Bloeikleur/vorm  : paars
    Bloeitijd        : maart, april
    Blad             : groen, ingesneden

    Standplaats:
    Zon tot halfschaduw
    Ze verlangen een humusrijke en kalkrijke grond en in de winter vragen ze om een lichte winterdekking
    Ze gedijen het beste wanneer men ze met rust laat en niet met opdringerige planten worden gecombineerd.

    Kenmerken:
    Opvallende vruchten (dopvruchten), Opvallende bladeren, Zeer giftig

    Bloemen :
    Bloeit in april tot mei op vrij korte stengels en nà de bloei groeien deze door tot 50 cm en verschijnen er ronde behaarde pluisvormige zaadhoofdjes. Deze lijken op de zaadhoofdjes van Clematis wat niet verwonderlijk is aangezien beide tot de Ranunculaceae behoren. Gedurende de bloeiperiode komen er tot 30 bloemen of meer aan een volgroeide plant

    Planten :
    Bij het aanplanten rekent men 6 tot max 9 planten per m².
    De mooiste combinaties ontstaan met andere bolgewassen zoals Puschkinia, blauwe druifjes en Chinodoxa. Andere geschikte buren zijn bijvoorbeeld Draba, adonis, Heuchera, dwerg zwaardlelie, zilverdistel, Saxifraga en kleine siergrassen. Pulsatilla vulgaris zijn sterke planten die lang kunnen meegaan

    Werkzame bestanddelen:
    Het wildemanskruid is een giftige plant. Van het extract maakt men een verdunning dat kan worden gebruikt bij uiteenlopende klachten zoals in geval van migraine, onregelmatige menstruatie, PMS klachten, spataderen, verkoudheid en oorproblemen. Het werkt krampopheffend, kalmerend, doet zweten en maakt het hoofd helder.

    Eigenschappen:

    • De enorme klokvormige bloemen zijn erg groot in verhouding met de plant.

    • De geveerde bladeren zijn eveneens fel behaard en zeer decoratief tot in de late herfst.

    • deze plant bevat giftige plantendelen

    • - geschikt voor gebruik in de rotstuin

    • - geschikt voor gebruik in wilde tuinen of natuurtuinen

    • - deze plant verlangt een kalkhoudende bodem (pH 6,5 of hoger)

    • - deze plant vraagt of gedijt goed op droge gronden

    Vermeerderen :
    Vermeerderen door scheuren / delen van de plant kan best in het najaar gebeuren.
    Kan makkelijk door zaaien of door delen van uit de kluiten gewassen pollen. Oogst de verse rijpe zaden en zaai ze dan onmiddellijk uit. Ze kiemen echter heel onregelmatig

    Soorten :
    Pulsatilla vulgaris 'Letchworth Seedling' rode bloemen
    Pulsatilla vulgaris 'Mrs. Van der Elst' met zuiverroze bloemen
    Pulsatilla vulgaris 'Nigella' donker violette bloemen
    Pulsatilla vulgaris 'Rode Klokke' grootbloemig, rode bloem
    Pulsatilla vulgaris ‘Papageno’: paarse bloemen
    Pulsatilla vulgaris ‘Pink Shades’: zachtroze bloemen
    Pulsatilla vulgaris var. alba wit bloeiend
    Pulsatilla vulgaris var. rubra donkerrode bloemen

    Weetjes :

    Dit was eveneens een inheemse plant maar ze is nu zo goed als uitgestorven in het wild. Vele cultivars van de Pulsatilla vulgaris vinden massaal de weg naar de Nederlandse en Vlaamse tuinen.

    De Latijnse vertaling van Pulsatilla is geruststellender: pulsata = aangeslagen geluid. Om kort te gaan houden we het maar op 'klokje'

    Pulsatilla vulgaris vind je in oude boeken nog terug als Anemone pulsatilla

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pioenlegende


    De legende van  

    Pioen of stinkende juffrouw

    Het is hier al vaker aan de orde geweest: inlandse namen zijn prachtig en zeggen vaak iets heel kenmerkends over de eigenschappen van een plant; bruikbaar zijn ze echter zelden. Dat blijkt maar weer eens uit het proefschrift van Drs H. Brol:
    'Enkele bloemnamen in de Nederlandse dialecten'. Bruidsroos is nog maar een van de 140 namen die in de verschillende Nederlandse dialecten worden gegeven aan pioen. Maar er waren meer namen met 'roos';
    Bommelroos, paarderoos, dikke roos en steeds geven ze aan dat 1 pioen in knop bolvormig en bouot is en bovendien gelijkenis vertoont met de roos. De namen boerenpioen en boerenroos dankt Paeonia waarschijnlijk aan het feit dat de plant vroeger veelvuldig in boerentuinen werd aangetroffen.
    Prachtige namen als kattekop, kinderkop of papkop zeggen vooral iets over de omvang van de bloem.
    Namen als stinkende juffrouw, stinkbloem of stinkroos geven al aan hoe we de geurende eigenschap van deze bloem waarderen. De bloeitijd van pioenen valt meestal eind mei en begin juni en dat is ook de periode dat Pinksteren valt en daarmee zijn inlandse namen als pinksterbloem, pinksterlelie en pinksterpol te verklaren.
    Maar ook heiligen leenden hun naam aan deze plant, zoals blijkt uit de naam Sint-Urbanusroos, De feestdag van deze heilige valt op 25 mei.
    De grote zwarte zaden werden 'vaak aaneengeregen tot een ketting en gebruikt als bezwering van kinderziekten. Op de zaden en vooral op deze toepassing duidt de naam kraalpioen.

    U begrijpt het al, wij klampen ons toch maar weer vast aan de Latijnse naam Paeonia, afgeleid van Paioon, de geneesheer van de Griekse goden. De plant heeft vroeger in hoog aanzien gestaan als geneeskrachtige plant.
    In het Cruydtboeck van Dodonaeus staat: 'De wortel aan en hals gehangen, geneest de vallende siekte. Vijfthien of sesthien swerte saden met wijn oft mee ghedroneken sijn se er goed ghebruyckt den genen die van die mare (nachtmerrie) ende sware droomen ghequelt sijn.' .

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (3 Stemmen)
    09-03-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Deutzia gracilis
     

    Deutzia gracilis

    Botanische naam  : Deutzia gracilis
    Nederlandse naam : Bruidsbloem
    Herkomst         : Japan
    Bijzonderheden   : rijkbloeiend, eventueel bloemhaag
    Grondsoort       : alle, humeus, zware klei
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Groep            : (sier)heesters
    Gebruik          : groepen/vakken, randen/hagen, tuinen
    Hoogte           : 0.50-1.00 m
    Vorm             : opgaand
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme
    Bloeitijd        : mei
    Blad             : bladverliezend
    Twijg/stam       : afschilverend


    Standplaats:
    Standplaats : zonnig halfschaduw
    Vochtigheid : droog, normaal, nat
    Zuurtegraad : kalkrijk, neutraal, zuur
    Deze plant wenst een voedselrijke, vochthoudende tot vochtige bodem. Voor wat betreft de zuurgraad is ze vrij tolerant (pH = 5.5 - 8). Verlangt een plekje in de zon of lichte schaduw.

    Kenmerken:
    Geschikt voor een kleine tuin.
    D. gracilis kan in groepen (vakbeplanting) worden toegepast maar ook in potten.
    Ook vooraan in de border of als heesterrand.

    Bloemen :
    Bloeit in mei-juni met zuiverwitte bloemen in pluimen.
    De bloemen verschijnen aan het hout dat het voorafgaande jaar is gevormd.
    Rijkbloeiend.

    Planten :
    Met een grote sierwaarde, vooral bv. als accentplant in het openbaar groen en in de tuin vanwege de mooie vorm, de bloeiwijze of de bladkleur. Deze plant is goed te combineren met 'borderplanten', zolang die er niet te dicht op staan.

    Kleine struik die u goed met vaste planten in de border kunt combineren. De plant is gevoelig voor late nachtvorst, maar vraagt weinig onderhoud. Snoei om de paar jaar na de bloei, door oudere takken die gebloeid hebben, zo diep mogelijk weg te knippen. Laat jong hout staan.

    Snoeien :
    Na de bloei kunnen enkele van de oudste takken tot bij de grond worden weggesnoeid.
    Oude bloeischeuten uitdunnen en terugsnoeien tot even in het oude hout.

    Eigenschappen:
    De nederlandse naam is Slanke deutzia, familie van de Philadelphaceae.
    De bloemkleur is wit en de bloeitijd is van ca. mei.
    De bladeren zijn groen.
    De volwassen hoogte van deze kleine heester is ca. 100 cm.
    Verdraagt een temperatuur tot -25 gr. C.
    Heeft een opvallende bloeiwijze.
    Is goed verkrijgbaar.

    Vermeerderen :
    Uit stek in het voorjaar of in de winter, of door te zaaien

    Soorten :
    »Deutzia gracilis 'Nikko'
    »Deutzia gracilis rosea

    Bemesting Deutzia gracilis
    Voor bloeiende heesters is het belangrijk om een N:K verhouding te hebben van 1,3 – 1,8 voor een goede knopontwikkeling. Bij houtige gewassen is tevens fosfor erg belangrijk gedurende het hele seizoen voor het stimuleren van de ademhaling van de plant (nodig voor het omzetten van de NPK in voor de plant benodigde eiwitten) en het afrijpen van het gewas (dat de houtcellen goed gevormd worden). Advies samenstelling: N5+P2+K4 tot maximaal N9+P6+K8


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    05-03-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rosa 'Auslo'
     

    Rosa 'Auslo'

    Botanische naam  : Rosa 'Auslo' ('Othello')
    Nederlandse naam : Engelse roos
    Herkomst         : Engeland
    Bijzonderheden   :
    Grondsoort       : alle, humeus, lichte klei
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Groep            : engelse rozen
    Gebruik          : groepen/vakken, tuinen
    Hoogte           : 0.50-1.00 m
    Vorm             : breed
    Bloeikleur/vorm  : geurend, rood/bruin


    Standplaats:
    Grondsoort: Humusrijk-Kleihoudend-Voedselrijk-Zandgrond
    Goed gedraineerd-Kalkrijke grond
    Rozen zijn zonaanbidders en staan daarom het liefst op een zonnige, warme en luchtige plaats in de tuin.

    Kenmerken:
    De rosa " Othello" is een David Austin roos.
    Ze wordt ongeveer 150-180 cm hoog.
    Alle David Austin rozen zijn sterk geurend.
    Ook als snijroos geschikt.

    Bloemen :
    Kleur rood
    Bloeitijd:Juni-Juli-Augustus-September-Oktober
    Deze plant bloeit met grote gevulde diep-rode bloemen in juni tot oktober.

    Planten :
    Te gebruiken voor: sollitair, groep en in bloempotten.

    Eigenschappen:
    Geurend – Gedoornd - Geschikt als snijbloem

    Om de bloeitijd en de gezondheid van de rozen te waarborgen, is het belangrijk dat de rozen in een humus-, voedindsrijke grond staan. Ook is een afgewogen en regelmatige bemesting belangrijk voor een goede groei .


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    11-02-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dieffenbáchia
     

    Dieffenbáchia


    Familie : Aráceae

    Naam:
    Vernoemd naar een Dieffenbach, maar er zijn drie heren die hiervoor in aanmerking komen en wie van de drie dat is weten we niet.
    -Als eerste noemen we Joseph Dieffenbach, hoofdtuinman van de Botanische Tuin te Wenen, die leefde in de vorige eeuw.
    -Dan professor J. F. Dieffenbach uit Berlijn, ook uit de vorige eeuw, en ten slotte
    -Professor E. Dieffenbach, een ontdekkingsreiziger.

    Herkomst :
    Dit geslacht omvat zo'n 30 soorten, die oorspronkelijk uit tropisch Midden- en Zuid-Amerika komen.

    Beschrijving :
    Groen- en overblijvende planten, die wij om hun prachtige bladeren kweken. De bladeren zitten meestal aan een rechte stam, en een stevige bladsteel. Ze zijn groot, onregelmatig getekend met stippels of strepen in groen en roomwit. Aan de bloemen kunnen we duidelijk zien dat de Dieffenbáchiatot de Aronskelkachtigen behoort.
    De plant is in alle delen giftig.

    Naast huid irritaties worden vooral de slijmvliezen snel aangetast.

    Het sap bevat eiwitsplitsende enzymen, scherpe, naaldvormige kristallen van calciumoxalaat en stoffen die pijn veroorzaken en giftig zijn. Ook bestaat de mogelijkheid dat een in de plant aanwezig proteolytisch enzym een op trypsine gelijkende werking zou kunnen ontwikkelen, Daarbij zou histamine vrijkomen. Voor een angstpsychose is echter geen reden omdat van de tot januari 1977 bekende Dieffenbáchia-vergiftigingen geen enkele patiënt is overleden. Wel kwamen twee katten om door het eten van de bladeren.

    Het is verstandig om de planten uit de buurt van de box, buiten het bereik van kauwlustige huisdieren en uit het zicht van psychisch gestoorden te plaatsen.

    Breng kinderen die op een blad hebben gekauwd meteen naar een ziekenhuis

    Standplaats :
    In de vrije natuur zijn ze gewend van veel vocht, warmte en gefilterd licht te kunnen profiteren. Als u deze omstandigheden in huis kunt realiseren, zult u van deze planten erg veel plezier beleven. Zet ze op een halfbeschaduwde plek, waar ze nooit door felle zonnestralen beschenen worden. Krijgt de plant te weinig licht, dan loopt de bonte tekening van het blad sterk terug.

    Verzorging :
    Ook in de winter mag de temperatuur niet onder de 15-18 °C komen. Zet de plant nooit op de tocht, want dan valt het ongedierte eerder aan. De rustperiode valt van september tot februari, en in die tijd zorgen we door matig gieten en niet bijmesten dat de ontwikkeling van nieuwe bladeren tot een minimum beperkt blijft. Deze periode levert namelijk niet voldoende licht om de bladeren een optimale groei te kunnen garanderen.

    Water :
    Tijdens de groeiperiode geven we veel, lauwwarm en onthard water, liefst regenwater. De rust valt tussen september en maart, en in deze tijd giet u matig. De potkluit mag nooit helemaal uitdrogen, want dan komen er bruine randen langs het blad. Het is goed om de diepe-bord-methode toe te passen, want de Dieffenbáchia verlangt het hele jaar door een hoge luchtvochtigheid. Sproei of nevel het blad vaak. Haal ook regelmatig het stof van de bladeren. Neem hiervoor lauwwarm water,.eventueèl met wat bladglansmiddel als de kalk er slecht afgaat.

    Voeding :
    Van maart tot augustus geven we iedere veertien dagen een kalkarme voedingsoplossing in de concentratie die op de verpakking staat aangegeven.

    Verpotten :
    We verpotten ieder jaar in de lente en zetten de planten dan in een iets grotere pot. Maak een luchtig en voedzaam mengsel, bijvoorbeeld van bladaarde, klei en oude koemest in de verhouding van 3 : 1 : 1, plus een kleine hoeveelheid turf. Wat stukjes houtskool worden ook altijd op prijs gesteld.

    Vermeerdering :
    Oude, van onderen kaal geworden planten kunnen weer acceptabel worden als u ze tot op 10-15 cm van de grond terugsnijdt. Bij gezonde planten lopen de stompjes na verloop van tijd weer uit. Van de overgebleven kale stengeldelen maakt u 8 cm lang stengelstek en van de bebladerde toppen snijdt u kopstekjes. Laat de stekken bij 24-26 °C onder glas bewortelen. Bij kop stek vermindert u de verdamping door het bladoppervlak te verkleinen: rol de bladeren op of snijd de helft eraf. Laat stekken in turf, eventueel vermengd met sfagnum, bewortelen.

    Marcotteren is ook een goede methode om uw Dieffenbáchia-bestand te verjongen.

    Ziekten :
    Blad-, schild-, wol- en wortelluis, spint, thrips en wortelrot. Bij goede cultuurmaatregelen echter weinig last.

    Soorten :
    --Dieffenbáchia amoéna
    Maakt zeer grote bladeren aan een dikke stam, die meer dan een meter hoog kan worden. De langwerpige, tot 60 cm lange bladeren verschijnen na elkaar aan de stengel, die op latere leeftijd echte stamallures krijgt. Donkergroen blad, dat langs de zijnerven wit tot crème gemarmerd is.
    Verschillende rassen, waaronder
    -'Tropie Snow' met meer witte vlekjes.

    --Dieffenbáchia x beûsei
    Aan donkergroene stengels zitten tot 20 cm lange, gemarmerde bladstelen en tot 30 cm lange bladeren van een geelgroene kleur, getekend met een aantal donkergroene en witte vlekken. Ook de bladwand is donkergroen.

    --Dieffenbáchia bowmánnii
    Syn. Dieffenbáchia reginae. De grootste soort, waarvan de bladeren wel 75 cm lang kunnen worden. Lichtgroene stengels, groene bladstelen en matgroen blad met veel donkergroene en een paar witte vlekjes.
    -'Arvida' heeft eveneens matgroen blad, maar aan de bovenzijde is het onregelmatig, maar dicht gevlekt.

    --Dieffenbáchia hûmitis
    Een groenbladige soort, die zelfs in de diepste schaduw nog goed groeit.

    --Dieffenbáchia imperiális
    Krachtige groeier met 3 tot 4 dikke, tot 60 cm lange stammetjes, en 1 cm dikke bladstelen. De bladeren worden tot 60 cm lang en 30 cm breed. Ze zijn dik-leerachtig en donkergroen met onregelmatige, geelgroene vlekken.

    --Dieffenbáchia leopóldii
    Uit een klein stammetje ontspringen heldergroene, lilagevlekte bladstelen. Blad tot 25 cm lang en 6 cm breed. Het is donkergroen, met een witte streep langs de middennerf.

    --Dieffenbáchia maculáta
    Syn. Dieffenbáchia picte. Krachtig stammetje, dat wel een meter hoog kan worden. Aan de basis hartvormige bladeren, die 40-60 cm lang bij 20 cm breed kunnen worden. Veel rassen met allerlei vlekken en strepen.
    -'Jenmannii', witte banden tussen de zijnerven;
    -'Memoria', langs de zijnerven wittige strepen en vlekken, plus grijsgroene vlekken.

    --Dieffenbáchia seguine
    Vormt een sterke, groene stam. De bladstelen zijn voor een groot deel schedevormig, groen, met witte vlekken of strepen. Eivormig tot langwerpig blad in verschillende bonte uitvoeringen:
    -'Lineata', wit gestreept,
    -'Liturata' witte middennerf,
    -'Nobilis', groen gevlekt. 

    Weetjes :

    --Uit onderzoek is gebleken dat Dieffenbachia een luchtzuiverende plant is.
    Daarom is hij geschikt voor gebruik in kantoren en schoolgebouwen.


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (2 Stemmen)
    08-02-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nerium oleander
     

    Nerium oleander

    Botanische naam  : Nerium oleander
    Nederlandse naam : Oleander
    Herkomst         : Middellandse Zee
    Bijzonderheden   : vele rassen
    Vochtbehoefte    : 's zomers rijkelijk
    Licht            : zon
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme, rood/bruin, roze, lila
    Blad             : wintergroen
    Vermeerdering    : stekken
    Voedingsbehoeft  : elke week
    Overwintering    : temperatuur 4- 8 ø, licht


    Standplaats:
    's Zomers zo zonnig en luchtig mogelijk, vanaf half mei bij voorkeur buiten op terras of balkon.
    In de winter licht en koel zetten: 5-10°C
    Oleanders zijn van oorsprong oeverplanten. Dat betekent dat de grond altijd vochtig, zelfs nat, moet zijn. Vorst en striemende regen zijn een ramp voor deze mediterrane planten. De overwintering is meestal een probleem, want de struiken verdragen absoluut geen temperaturen onder 0°C

    Kenmerken:
    (Nerium oleander), een struik of een kleine boom die overigens wel 6 m hoog kan worden in de landen rond de Middellandse Zee even algemeen als bij ons de wilg en bovendien gehecht aan dezelfde leefomstandigheden: vochtige klei- of leemhoudende grond langs rivieren en waterlopen.
    En zoals een wilg ook zeer snel groeiend.

    Bloemen :
    staan in trossen ingedeeld en kunnen verscheidene kleuren aannemen. Ze kunnen enkelvoudig samengesteld of dubbel meervoudig zijn. Dit laatste is te danken aan de kroonbladen die zich ontwikkeld hebben tot bloembladen, door genmutatie.
    kleuren: wit, geel, roze, rode, oranje,...

    Planten :
    In de zomer hebben oleanders een zeer beschutte, warme en zonnige plaats nodig om in ons klimaat te kunnen bloeien. Wie een kas heeft, laat de plant daarin zo lang mogelijk staan zodat de bloemknoppen tot volle ontwikkeling kunnen komen. Pas vanaf eind mei verhuist de oleander naar buiten.
    Oleanders worden tot de oranjerieplanten gerekend: planten die 's zomers buiten staan maar in de winter -om ze tegen vorst te beschermen - naar binnen verhuizen.

    Werkzame bestanddelen:
    Belangrijk: alle plantendelen van de Nerium oleander bevatten een sterk gif het zogenaamde oleandrine!
    Inname leidt onherroepelijk tot spasmen en verstikking met de dood tot gevolg. Het witte melksap, is zelfs na droging nog giftig. Dus oppassen voor dieren in de tuin! Ook het plantwater van de plantenvaas is toxisch.

    De bladeren bevatten flavonoïden en een groot aantal giftige verbindingen, waaronder oleandrine en neroside. Deze glycosiden werken op het hart, maar minder sterk dan de glycosiden uit vingerhoedskruid. In India en Sri Lanka komen opzettelijke zelfvergiftigingen geregeld voor. In de geneeskunde vindt het geen toepassing. Honderd gram van de plant zou voldoende zijn om een paard te doden.

    Je kan niet voorzichtig genoeg zijn hieromtrent.

    Eigenschappen:
    -Een geurende zuiderse plant die niet in volle grond kan overwinteren.
    Na de ijsheiligen mag hij naar buiten , en moet op een zonnige warme plaats staan liefst tegen een warme zuidenmuur, beschut tegen slagregens.
    In de zomer goed begieten met zacht water.
    De enkelbloemige soorten zijn sterker dan de dubbele.
    Het blad is langwerpig en leerachtig.
    In de winter op een lichte plaats laten overwinteren bij 4 à 8°C en matig begieten.
    Hier wordt hij 2m hoog en bestaat in het wit, roze, rood, oranje en geel
    Is zeer giftig, dus opletten voor kinderen en dieren

    Snoeien:
    Regelmatig enkele oude takken afknippen om een goed vertakte plant te behouden.
    Nooit teveel in een keer snoeien, zodat er toch altijd bloeiende scheuten aanwezig blijven.
    Oleanders bloeien altijd aan de jonge frisgroene twijgen.

    Vermeerderen :
    Stekken of vermeerderen: vanaf juni tot en met september.
    Oleander wordt door stek vermeerderd. Dat kan vrijwel het gehele jaar door gebeuren, maar de beworteling verloopt 's zomers het vlotst. Nog niet verhoute twijgen kunnen gewoon in een potje met water worden gezet. Maar ook in een mengsel van scherp zand en turf zullen de stekken bewortelen.
    Zelfs gewoon in de tuin in de volle grond wil het tijdens warme zomers wel lukken. Let u op dat het melksap van oleander giftig is!

    Vruchten: kunnen tot 20 cm lang worden en zien eruit als lange smalle 'boontjes' waar de zaden in zitten.
    Zaden kunnen mogelijk gebruikt worden om te zaaien omstreeks april. Doe dit in zaaibakken onder glas bij hogere temperatuur.

    Soorten :
    Halverwege de vorige eeuw kende men reeds meer dan 50 cultuurvariëteiten, inmiddels zijn ruim 100 gecultiveerde oleanders bekend, waarvan echter maar een zeer klein aantal algemeen in de handel is. Er zijn zowel enkelbloemige als gevuldbloemige cultuurvariëteiten in de kleuren wit, geel, roze tot donkerrood; bovendien bontbladige vormen. Het meest bekend is de rozerode, gevuldbloemige 'Amboinia' ook bekend als 'Hollandse vensterbankoleander'

    Bemesten:
    Vrij veel. Van April tot augustus wekelijks bemesten .

    Verpotten:
    Jonge planten ieder voorjaar, oudere exemplaren om de paar jaar verpotten. Onderin de pot altijd een drainagelaag van steenslag of kleikorrels leggen. U kunt het beste zelf potgrond maken op basis van normale verpakte grond waaraan u klei, zand en organische mest (zeer oude stalmest of gedroogde mest) toevoegt.
    Deze 'stevige' grond is vooral voor oudere planten aan te bevelen.
    En tot slot: in plastic potten droogt de grond minder snel uit dan in stenen potten,

    Weetjes :

    oleanders zijn terrasplanten bij uitstek, maar wel voor volle zon.

    De plant roept herinneringen op aan het warme zuiden: terrasjes, en straatjes met deze roze, bloeiende planten, maar vooral grote struiken overal in tuinen en langs wegen en zelfs in het wild.
    Volop en eindeloos in bloei, soms zelfs geurend, vooral tegen de avond.

    Volgens Theophrastus werd de oleander op de veldtocht van Alexander de Grote als gifplant gebruikt. Hieronymus Bock en Pietro Andrea Mattioli (Matthiolus) duidden de oleander in hun kruidenboeken (1565 en 1626) aan als demonenkruid dat mens en vee kon doden. Vroeger werden aftreksels of tincturen van de bladeren als menstruatiebevorderend middel en als abortivum ingezet.

    Wat is oleanderkanker?
    Dit is de bacteriegalziekte, die veroorzaakt wordt door een Pseudomonassoort, uitsluitend voorkomend bij oleander. Het ziektebeeld is vrij duidelijk:
    -Op de bladeren verschijnen eerst kleine, ronde lichtgroene waterige vlekjes waaruit later bruinachtige gezwelletjes ontstaan, omgeven door een gele rand.
    -Op de stengels verschijnen onregelmatig gevormde donkerbruine totzwarte wratachtige gezwellen.
    -Jonge scheuten krijgen misvormingen.

    De ziekte is niet te bestrijden. Er is maar een remedie: de plant weggooien. Het verwijderen van reeds aangetaste delen helpt niet; de plant is totaal besmet.

    Ziekten en belagers: de rups (oranje - rode met zwarte haren) is een van de grootste belagers bij de oleander.
    Verder bacteriekanker, luis, spintmijten, wolluis, dopluis, schildluis, roetdauw,...

    Zeldzaam: oleander met zuiver gele bloemen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (27 Stemmen)
    05-02-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pilea microphylla



     

    Pilea microphylla

    kanonneerplantje


    Door de bijzondere en interessante bladtekeningen zijn deze planten erg geliefd.

    Eigenschappen :
    Het kanonneerplantje (Pilea microphylla) dankt zijn naam aan een grappige eigenschap: bij bevochtiging van de bloeiende plant worden de stuifmeelkorrels door het zich plotseling samentrekken van de meeldraden naar buiten geslingerd.

    Kenmerken :
    Deze soort blijft hier buiten beschouwing. Deze tropische plantjes worden bij ons vooral gekweekt om hun bladeren.

    Bloemen :
    De bloei is onopvallend, de bloemen zijn zeer klein en dat is niet zo verwonderlijk, want Pilea behoort tot de brandnetelfamilie.


    Soorten :
    In de handel komen veel Pilea's voor, de meeste hebben bladeren met een reliëf en frappante tekeningen: ze doen denken aan de huid van reptielen.
    De naam 'kanonneerplantje' heeft slechts op een soort betrekking (Pilea microphylla).

    Er zijn drie soorten die de naam eer aandoen:
    - Pilea microphylla – ook wel de Pilea muscosa
    - Pilea involucrata
    De stuifmeelkorrels worden weggeslingerd wanneer bij bevochtiging de meeldraden zich strekken met een schok.
    - Pilea spruceana
    Deze heeft ook het vermogen om de zaden weg te schieten.

    Standplaats :
    Pilea's zijn relatief gemakkelijk in de verzorging. Ze verlangen een matig warme en zonnige standplaats. Van begin juni tot september kan de plant eventueel naar buiten. De aarde mag matig vochtig zijn, 's winters moet wat minder gegoten worden. Van maart tot september om de 14 dagen bemesten met kamerplantenmest. De plant houdt van een hoge luchtvochtigheid, maar sproeien op het blad veroorzaakt zwarte vlekken.

    Verpotten :
    Zo nodig in het voorjaar verpotten in potgrond met wat extra droge koemest. Niet de potscherf vergeten!
    U moet in de zomermaanden de aarde vochtig houden en alleen begieten als de aarde licht gekleurd wordt en droog gaat aanvoelen. Van de maand februari tot de maand augustus mag u om de tien dagen plantenvoeding geven.
    In de wintermaanden moet u hem in een vochtige omgeving zetten en minder water geven en géén voeding. De temperatuur die dan ideaal is is 15°C.

    Snoeien :
    In de maanden april maart worden de stengels ingesnoeid, de plant loopt daarna opnieuw uit.

    Vermeerderen :
    Oudere planten gaan er op den duur niet zo mooi uitzien, dus is het raadzaam om tijdig stekjes te nemen. De toppen en zijscheuten van 6-10 cm kunnen als stek dienen. De stekjes wortelen in water en kunnen daarna worden opgepot.
    U kan beter stekken nemen i.p.v. de Pilea te proberen over te houden in de winter, ofwel uit zaad nieuwe planten kweken. Het stekken doet u in de maand mei door stekken van 6 tot 10 cm lang te nemen die u in water laat wortelen en daarna kan u ze in potgrond oppotten. Een beetje bodemwarmte doet goed. Zet u één stek in een pot dan zal u een paar keer moeten toppen om een bossige plant te krijgen. Zet u drie stekken in een pot dan zal u een flinke plant krijgen. U mag de stekken ook in stekveen zetten dit onder plastiek. Na twee weken zullen ze voldoende wortels hebben om ze dan in een pot van 9 centimeter doorsnede over te zetten.

    Weetjes :

    In Amerika wordt de Pilea de Artillery plant genoemd en in Duitsland noemt men deze de Kanonierblume.

    Hebt u bladval bij de Pilea dan kan dit wijzen op te veel of te weinig water, u moet zien dat u de juiste hoeveelheid kan bepalen.

    Zwarte vlekken op de bladeren – vooral bij de Pilea spruceana soort zijn dikwijls het gevolg van waterdruppels die na het besproeien van de plant tussen de bobbels hiervan zijn achtergebleven. Echter een te koude standplaats in de wintermaanden kan ook hiervan een oorzaak zijn.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (4 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Senecio rowleyanus
     

    Senecio rowleyanus

    Erwtenplantje


    Het is zelfs mogelijk dat u in de verleiding komt om de erwten door de soep te roeren. Als het erwtenplantje een paar van zijn kogelronde blaadjes verliest, zijn deze - zonder bladsteel - nauwelijks van echte erwten te onderscheiden. Zelfs in grootte komen ze overeen. In het geval dat er kinderen bij u over de vloer komen, moet u ze er goed van doordringen dat het geen echte groente is wat er voor het raam hangt, maar een sierplant.

    Een bijzondere toepassing: Met erwtenplantjes kunt u ook een heel mooi kralen gordijn maken. U moet dan meerdere plantjes op een rij op een plankje zetten en de lange ranken netjes naast elkaar naar beneden laten hangen.

    Kenmerken :
    Dat, wat u als erwten waarneemt, zijn in werkelijkheid bladeren. Deze bladeren zijn opgebouwd uit meerdere lagen verdikte opperhuidcellen. Zo ontstaat de kogelronde vorm. De bladeren worden bovendien beschermd door een dikke waslaag. Als u heel nauwkeurig naar de erwten kijkt, dan ontdekt u een smalle, doorschijnende streep: een venster dat het zonlicht opneemt.

    De afzonderlijke blaadjes zitten - als kralen aan een koord - aan een dunne, slappe stengel, die wel 2 meter lang kan worden.

    De Latijnse naam voor het erwten plantje is Senecio rowleyanus.
    De naam is afgeleid van de Engelse botanicus Gordon Rowley.

    Soorten :
    Er zijn nog twee andere Seneciosoorten, die soortgelijke, wonderlijk gevormde bladeren hebben:

    --Senecio herreianus heeft spitser blad met een iets groter venster.

    --Senecio citriformis zijn de bladeren citroenvormig en de ranken erg kort.

    Planten :
    Het mooiste komen erwtenplantjes tot hun recht in een hangpot. In de natuur is het een echte bodembedekker. Het plantje ligt dan als een mat op de grond, soms wel ter grootte van een vierkante meter. Naar alle kanten groeien de scheuten uit en overal worden wortels gevormd.

    Bloemen :
    In het late voorjaar verschijnen kleine, witte of roze bloemetjes, die naar kaneel ruiken.

    Standplaats :
    Of de plant nu kruipt of hangt, de standplaats moet licht zijn. De plant kan zonder problemen voor een zuid venster. Alleen op echt hete, zonnige dagen moet u voor een klein beetje schaduw zorgen. Vitrage tussen de plant en het raam is dan al voldoende.
    Als het erwten plant je in de keuken of in de kamer staat, moet u in de winter - als het mogelijk is - een ander plaatsje zoeken.
    Want dan wil dit succulente plantje een rustperiode doormaken, bij voorkeur bij een temperatuur van ongeveer 10 °C.

    Als u niet in het bezit bent van zo'n plaats (en wie is dat wel?), moet u het plantje maar wat dichter tegen het koele glas zetten. Maar natuurlijk ook weer niet zo dicht dat de bladeren tegen het glas worden gedrukt. Want dan kunnen ze in koude nachten gemakkelijk bevriezen.

    Eigenschappen :
    Honger en dorst deren hem niet Met de kogelronde blaadjes kan het erwtenplantje een grote hoeveelheid vocht verzamelen. U moet daarom alleen dan gieten als de grond echt droog aanvoelt. Dat betekent in de zomer spaarzaam gieten en in de winter nog minder.

    Mest hoeft u ook niet veel te geven: in het voorjaar en in de zomer eenmaal per maand een beetje vloeibare meststof is meer dan voldoende.

    In het voorjaar kunnen we het erwten plantje weer in verse cactusgrond zetten en zo mogelijk in een platte schaal of in een kleine pot.

    Vermeerderen :
    Het verpotten is overigens bij planten met veel ranken niet eenvoudig. Mochten er eventueel ranken afbreken, dan kunt u die gelijk als stekken gebruiken. Deze stekken zullen relatief snel wortels vormen. U moet de ranken dan wel twee dagen voor het stekken laten drogen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (28 Stemmen)
    03-02-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Raphis
     

    Raphis


    Herkomst :
    Meer dan driehonderd jaar lang was een uit China afkomstige palm het symbool van het Japanse keizerrijk.
    Wie in het bezit was van deze palm bezat macht en aanzien.
    Tegenwoordig geldt hij weliswaar niet meer als statussymbool maar hij behoort in Japan nog steeds tot een van de meest geliefde kamerplanten.
    Aan het einde van de achttiende eeuw bracht een Engelse botanicus een van de beroemdste palmenverzamelingen bijeen in de Londense Kew Gardens en daar was ook een vertegenwoordiger van het geslacht Rhapis bij.
    Vijftig jaar later kwamen de eerste Rhapis-palmen naar Duitsland en rond de eeuwwisseling was het geen onbekende plant in de landhuizen van de rijke kooplui.
    Maar na de eerste wereldoorlog raakte hij weer in de vergetelheid.
    En daar hoort deze prachtige palm ons inziens niet thuis.

    Soorten :
    Twee soorten met een goede naam In Oost-Azië, vooral in China, Japan en Thailand, heeft men 17 verschillende Rhapis-soorten gevonden.
    Twee daarvan hebben een goede naam als kamerplant. Ze zien er ongeveer hetzelfde uit, hebben slanke, bamboe-achtige stengels, die aan de basis met bruine vezels omgeven zijn.
    De bladeren zijn waaiervormig, gedeeld en ongeveer 30 cm breed.
    Het verschil tussen de twee soorten zit hem vooral in de hoogte.

    Kenmerken :

    De grootste, Rhapis exelsa, wordt ook in een pot wel twee meter hoog. Hij krijgt ook een dikkere stam. Van een volwassen plant is de doorsnede van de stengel gemakkelijk 3 tot 5 cm. De bladeren zijn diep ingesneden. Elk blad is zo opgebouwd uit vijf of zes bladdelen.

    Het tweede soort, Rhapis humilis, is wat sierlijker. Hij wordt ongeveer één meter hoog. De plant heeft dunnere, dicht bij elkaar staande stengels en fijner samengesteld blad. Ook bij deze palm is het blad diep ingesneden en bestaat het uit tenminste 10 smalle bladdelen.

    Standplaats :
    Bij voorkeur: een plaats in de half-schaduw
    Beide Rhapis-soorten staan het liefst in de half-schaduw. Vaak leest u ook, dat ze aanbevolen worden voor een plaatsje in de echte schaduw. Dat is niet helemaal verkeerd tenslotte groeien ze ook in een noord-venster of op een plaats iets verderop in de kamer gewoon door, zij het zeer langzaam.

    Wat deze planten erg goed doet, is een lekker fris plaatsje op het balkon of in de tuin. Uiteraard vanaf half mei (IJsheiligen) tot midden september. Blijven ze echter in de kamer staan, dan moet u voor verse lucht zorgen. Als het niet anders kan, dan kunnen deze palmsoorten ook het gehele jaar door in de huiskamer blijven staan.
    In dewinter dan wel op een wat koelere plaats.

    Gieten :
    Veel water heeft Rhapis nodig in het voorjaar en in de zomer tijdens het groeiseizoen. Maar overtollig water moet snel worden afgevoerd, want natte voeten verdraagt deze palm niet. Net als talloze andere planten overigens.
    Hoe vaak u moet gieten in de winter hangt van de temperatuur af. Hoe koeler de plaats, hoe minder u water moet geven. Wilt u de plant verwennen, dan moet u af en toe de bladeren eens sproeien en met een vochtige doek het stof van de bladeren verwijderen.

    Bemesten :
    doen we in de periode van april tot september om de twee weken.

    Verpotten :
    Rhapis kan jarenlang in dezelfde pot blijven staan. Pas als de plant met zijn wortels de potkluit omhoogdrukt, moet u gaan verpotten.
    Het voorjaar is daar natuurlijk de beste tijd voor.
    Gebruik bij voorkeur een enigzins kleihoudende potgrond.
    Er is tegenwoordig speciale potgrond voor palmen in kleinverpakking verkrijgbaar.
    En druk vooral langs de potrand de plant goed vast.

    Vermeerderen.
    Deze twee vertegenwoordigers van de palmenfamilie zijn eenvoudig te
    Aan de basis worden steeds nieuwe scheuten gevormd (tegelijk met wortels), die u eraf kunt scheuren en vervolgens kunt oppotten.
    Deze vermeerderingswijze kunnen we gerust als bijzonder beschouwen, omdat vermeerdering door scheuren of stekken binnen de familie der palmen vrij zelden voorkomt. In de meeste gevallen is dat gewoon onmogelijk.
    De gebruikelijkste vermeerderingswijze is dan ook zaaien.
    Het zaad is hardschalig en dient tenminste 48 uren te worden voorgeweekt.
    Na het zaaien is vooral bodemwarmte (25-30 "C) erg belangrijk, maar bovenal geduld. Rhapis kiemt traag, ontwikkelt zich langzaam en het duurt jaren voor u een mooie volwassen plant heeft.

    Maar hij zal u dan zeker ook dankbaar zijn, want hij stelt weinig eisen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    31-01-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Callistémon
     

    Callistémon Myrtáceae

    Lampepoetser

    -Naam.
    Van de Griekse woorden kalos en stemon, die achtereen volgens schoonheid (of mooi) en meeldraad betekenen.

    -Herkomst.
    Dit geslacht kent zo'n 25 soorten, die alle afkomstig zijn uit Australië en Tasmanië.

    -Beschrijving.
    In Australië worden deze groenblijvende struiken of kleine bomen een tot drie meter hoog. Als pot- of kuipplant bereiken ze ongeveer een derde van deze hoogte.
    Het blad is stijf en leerachtig, vaak met een stekende top en opvallende nervatuur, groen en lancetvormig.
    In de zomer bloeien ze met prachtige, 5-10 cm lange bloeiaren.
    Wat we zien zijn de scharlaken, soms gele helmdraden die in cilindervormige bloeiwijzen aan het eind van de takken staan.

    Ze doen denken aan de borstels waarmee vroeger de glazen van petroleumlampen schoongepoetst werden. In feite zijn het spiralen van bloemen die, zodra de knoppen open gingen, hun kelk- en kroonbladen verloren.

    Na twee maanden laten deze vlammende toortsen ook hun meeldraden vallen. Uit de vruchtbeginsels ontwikkelen zich harde, verhoute,grijze, drie- tot vierhoekige vruchtjes die vlak tegen de tak aan zitten gedrukt. Voorbij de bloeiwijze groeit de tak door en vormt weer blaadjes.

    -Standplaats.
    Het is vanouds een bekende plant in koude kassen en oranjerieën. Maar als u een lichte kamer en een balkon heeft lukt het ook. U laat de plant bij 6-8 °C overwinteren op een lichte plaats. 's Zomers buiten op een zonnige plaats
    Anders zo licht en luchtig mogelijk in de kamer. Een zonnig plaatsje en buitenlucht zijn voorwaarden voor de bloei en een goede ontwikkeling.

    -Verzorging.
    Om een bossige groei te krijgen of de planten weer in model te brengen kunnen we in het voorjaar, voor de hergroei, maar liever na de bloei in de zomer, de plant terugsnijden.
    U moet er tijdens de snoei rekening mee houden dat de bloemen verschijnen op stengels die een jaar eerder gevormd zijn.

    -Water.
    We gieten altijd met onthard water. 's Winters weinig. Vanaf het voorjaar de potkluit vochtig houden. Ook als hij 's zomers buiten staat regelmatig gieten.
    Als de plant knoppen draagt, moet u opletten dat het huis niet te warm wordt, of regelmatig nevelen zodat de luchtvochtigheid op peil blijft, anders verdrogen ze.

    -Voeding.
    Van april tot begin augustus iedere 14 dagen bijmesten met een kalkvrije voedingsoplossing.

    -Verpotten.
    Jonge planten om de 2-3 jaar, oudere eens per 5-6 jaar. In maart in humusrijke bosgrond, bijvoorbeeld naaldenbosgrond.

    -Vermeerdering.
    Van augustus tot maart kunt u 5 cm lange stek les snijden en bij een bodemwarmte van 18-20°C in zand laten bewortelen.
    Afdekken met glas of plastic.
    Na een week of vijf is de beworteling een feit en kunnen ze opgepot worden.
    Ze verdragen geen kalk; neem een mengsel van bladaarde of naalden bosgrond met turfmolm en zand.
    Houd ze voorlopig bij 15°C onder glas.
    Het tweede jaar mogen ze naar buiten.
    Regelmatig toppen en voldoende licht, water en voedsel toedienen.

    Callistémon citrinus
    De enige soort die al op jonge leeftijd bloemen voortbrengt en daarom de meest geteelde soort. Heette vroeger Callistémon lanceolátus, naar de lancetvormige blaadjes, die bij kneuzen naar citroen geuren.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (2 Stemmen)
    27-01-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Puschkinia scilloides



    Puschkinia scilloides


    Botanische naam  : Puschkinia scilloides libanotica
    Nederlandse naam :
    Herkomst         : Klein-Azië, Kaukasus
    Bijzonderheden   : kas
    Grondsoort       : alle
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Groep            : bol
    Gebruik          : borders, rotstuinen, verwildering, kuipen/potten
    Hoogte           : 0.15-0.30 m
    Bloeikleur/vorm  : blauw
    Bloeitijd        : maart, april, mei
    Plantdiepte      : 0.05-0.10 m


    De bleekblauwe klokjes van puschkinia's vallen ieder jaar weer op in de voorjaars tuin.

    KLEUREN & RASSEN
    Puschkinia's zijn nauw verwant aan de soorten van het plantengeslacht Scilla en van sneeuwroem (Chionodoxa). Echte familietrekken zijn de dichte bloeiwijzen met de klokjesvormige, blauwe of witte bloemen met elk zes bloemblaadjes.
    Puschkinia's vormen telkens twee tot drie grasachtige blaadjes, waar de bloemen tussendoor groeien.
    De bloemen worden door een donkere middenstreep geaccentueerd. Iets groter dan de wilde soort en bijzonder aantrekkelijk is Puschkinia scilloides var. libanotica met grotere bloemen in zacht porseleinwit met een blauwe middenstreep. Helemaal wit bloeit het ras 'Alba'.

    STANDPLAATS
    Puschkinia's vestigen in een lentetuin steeds de aandacht op zich. Ieder jaar weer bloeien ze onvermoeibaar. Ze kunnen geleidelijk dichte, aaneengesloten groepen vormen. In rotstuinen komt hun charme bijzonder mooi tot zijn recht. De sierlijke verschijningsvorm past voortreffelijk bij lage, zoden vormende vaste planten. Hun koele elegantie vult de heldere kleuren van veel andere voorjaarsbloemen mooi aan.
    Onder bomen en struiken kunt u ze in grote groepen planten. Ze breiden zich dan van jaar tot jaar meer uit en vormen op den duur een dichte bloemenzee. Deze sierlijke bloemen zijn ook geschikt voor de verwildering in een niet al te dicht gazon. Langs het tuinpad kunt u ze heel goed combineren met andere vroeg bloeiende bolbloemen. Puschkinia's woekeren niet en sterven, nadat ze uitgebloeid zijn, onopvallend af. Puscbleinia's breiden zich onder bomen uit als een tapijt. In een bonte border kun- nen ze het best in grote, royale groepen worden geplant.

    IDEALE PARTNERS
    De bleke kleuren van puschkinia's zijn een goede aanvulling voor veel andere voorjaarsbloeiers. Zet ze wel steeds vooraan, daar de planten niet zo groot zijn. In het gras onder vroegbloeiende bomen en struiken, zoals sierkersen (Prunus), forsythia of schijnhazelaar (Corylopsis spicata), vormen puschkinia's sluiers van zachte kleuren. De bonte kleuren van stengelloze sleutelbloemen (Primula Vulgaris Groep), maar ook lage narcissen passen er goed bij. Zodenvormende vaste planten, zoals aubrieta (Aubrieta), begijntje (Arabis caucasicay of phlox (Phlox Subulata Groep), zijn wat speelser als er hier en daar wat bleekblauwe puschkinia's tussen staan.

    Het witte ras 'Alba' heeft partnerplanten in krachtige kleuren nodig. Stralend is eencombinatie met blauwe druifjes (Muscari armeniacum) en lage, rode tulpen (bijvoorbeeld Tulipa greigii 'Roodkapje).

    PLANTEN & VERZORGEN

    * Plant in het vroege najaar. Voor een 15 cm brede omlijsting hebt u twaalf bollen per 30 cm lengte nodig. Maak een geul van 15 cm diep.

    * Vul de geul met een ongeveer 5 cm dikke laag compost en druk deze licht aan. In zware grond onder de compost eerst zand aanbrengen.

    * Zet de bollen in rijen van drie met de punt naar boven in de geul op 5-10 cm onderlinge afstand. Vul daarna voorzichtig op met aarde.

    * Druk de aarde met de handen aan en geef veel water. Als bescherming voor de winter met een circa 2,5 cm dikke laag mulch afdekken.

    * Snij in het voorjaar de uitgebloeide bloemen af, zodat ze zichzelf niet kunnen uitzaaien. Laat de bladeren rustig afsterven.

    * Puschkinia's houden ervan het hele jaar door vochtig te staan. Ze zijn niet bestand tegen droge grond. Geef zonodig water.

    VOORJAAR
    Schoonmaken
    De uitgebloeide bloemen verwijderen om te voorkomen dat ze zichzelf uitzaaien. Laat verwilderende puschkinia's wel zaad vormen. Ze vormen dan na verloop van tijd een dicht tapijt. U kunt ook het zaad oogsten en zaaien. Laat de bladeren rustig afsterven.

    VROEG IN HET NAJAAR
    Planten
    Plant puschkinia's meteen, anders drogen ze uit. U kunt de bollen vervroegd in bloei brengen door ze dicht in een schaal te planten en deze veertien weken onder plat glas te zetten.

    LAAT IN DE WINTER
    Voorkweken
    Haal de schaal met de voorgekweekte bollen naar binnen (linksonder). Na het uitbloeien buiten zetten.

    TIPS BIJ HET KOPEN
    Koop stevige bollen met gladde, lichtbruine, perkamentachtige schillen. Gezonde bollen hebben een doorsnede van ongeveer 2 cm.
    Koop nooit zachte, beschimmelde, uitgedroogde of reeds uitlopende bollen.

    LICHT & GROND
    Zon tot halfschaduw . Puschkinia's hebben in het voorjaar zon nodig, in de zomer wat schaduw.

    Doorlatende grond. De planten hebben geen bijzondere wensen, zolang de grond maar goed doorlatend is en niet te droog.

    TIPS
    In het eerste jaar na het planten bloeien puschkinia's soms dicht boven de grond. Het jaar erna bereiken ze dan meestal hun normale hoogte.
    Puschkinia's groeien het best als u ze jarenlang met rust laat.

    Problemen

    De tere bladeren van puschkinla's vallen vaak ten prooi aan de eerste slakken. Zet schoteltjes met bier neer. In een regenachtig voorjaar is het misschien raadzaam overdekte slakkenvallen uit de speciaalzaak te gebruiken, die wel voor slakken toegankelijk zijn, maar waar de regen niet in kan komen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (14 Stemmen)
    25-01-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Graptopetalum
     

    Graptopetalum


    Bloemen :
    Het maakt een bladrozet, die nog eens extra mooi is, doordat de randjes roodachtig zijn.
    In mei zullen er karmijnrode bloeiwijzen verschijnen, die fraai zijn getekend en wekenlang hun sierwaarde houden.

    Planten :
    In hun thuisland Mexico groeien deze planten - er zijn nog meer soorten als kamerplant in omloop - aan de schaduwkant van berghellingen, die tamelijk vochtig is. In de vensterbank mogen deze vetplanten dan ook niet in de felle zon worden gezet, want daar kunnen ze niet tegen, ook al zijn het vetplanten.

    Vermeerderen :
    Vrijwel alle soorten van het geslacht Graptopetalum laten zich gemakkelijk vermeerderen door kopstek of blad stek, afhankelijk van de groei vorm. Ze groeien het beste in speciale cactusgrond, die sterk doorlatend is. Om veel plezier van de planten te hebben vragen ze een simpele, maar wel juiste verzorging.

    Soorten :
    Van het geslacht Graptopetalum zijn nog andere soorten als kamerplant in omloop. Heel anders van uiterlijk dan

    --Graptopetalum bellum is

    --G. paraguayense, die wel opaalblad wordt genoemd naar de bladkleur. Het is een vertakkend plantje met geënde stengels en een struikige groei. De blaadjes zitten eigenlijk in een korte rozet aan de stengels en de bloempjes zijn bijna wit met wat rode spikkeltjes.

    Weetjes :

    Het aardige vetplantje Graptopetalum bellum zal een jaar of vijftien geleden zijn ontdekt in Mexico.

    Dit aardige vetplantje is een bijzonder gemakkelijke huisgenoot, die dan ook bij de plantenliefhebbers als kamerplant in korte tijd populair is geworden.

    De naam Graptophyllum zou 'met beschilderd bloemblad' betekenen en dat slaat op de bloemkroonblaadjes die roodachtig getekend zijn met stippen of dwarsbanden.

    Het feit dat deze planten verdikte bladeren hebben, heeft te maken met een rusttijd waarop ze in hun thuisland zijn ingesteld. Die rusttijd kan onder huiskamer- omstandigheden in de winter worden gegeven en betekent dat de planten dan koel moeten staan. Tussen 5 en 10°C is in die periode voldoende, sterker nog: optimaal. Staan de planten in de winter te warm, dan verliezen ze echter hun karakteristiek uiterlijk en worden slap en sliertig.

    Dat is ook het geval als ze te veel voeding krijgen en eigenlijk geldt dat voor alle vetplanten en ook voor cactussen. Uitsluitend in de groeiperiode mogen deze planten voeding krijgen, dat is dus ongeveer tussen april en september. Bij voorkeur krijgen ze dan alleen maar een speciale samenstelling, die als cactusvoeding te koop is.

    Verzorging bestaat uit

    • --Geef deze planten veel licht maar geen volle zon,

    • --In de winter moet u ze een koele plek geven en ze droog houden,

    • --Alleen voedsel geven tijdens de groeiperiode,

    • --Bij voorkeur cactusgrond gebruiken.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (3 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Cyclamen problemen
     

    CYCLAMEN

    In deze weken (Januari-februari) treft u ze overal in de bloemenwinkels weer aan.

    De cyclamen (Cyclamen persicum) is evenals de kerster een zeer gewaardeerde bloeiende potplant voor de wintermaanden. Jammer genoeg wordt te vaak gedacht dat het een wegwerpartikel is. Want na de bloei verliest de plant zijn schoonheid. De bladeren sterven af en wat overblijft is weinig aantrekkelijk.

    Verzorgingsfouten zijn in dit geval meestal niet de oorzaak van de achteruitgang. Het is veel eerder een normaal verloop in het leven van een cyclamen. Want er zijn maar weinig kamerplantenliefhebbers die weten hoe prachtig een overjarige cyclamen er uit kan zien. Schitterende exemplaren, groot en met zeer veel bloemen boven het dichte bladerdek kunt u tegenkomen op tentoonstellingen en een enkele keer in winkeletalages. Zulke overjarige planten zijn echter hooggeprijsd. Wat u normaal in de winkel aantreft, is ongeveer één jaar oud.

    De verzorging van deze plant - jaarrond - is niet uitzonderlijk moeilijk. Zolang de cyclamen bij u op de vensterbank staat, moet u regelmatig gieten. De temperatuur mag niet boven de 18°C komen, maar ook niet onder de 10°C. In centraal verwarmde huizen is hier moeilijk aan te voldoen. Probeer in ieder geval de plant 's nachts een koele plaats te geven, anders is de bloei wel erg snel voorbij.

    Enkele verzorgingstips

    Tijdens de bloeitijd moeten de uitgebloeide bloemen er steeds worden uitgetrokken. Zodra er geen bloemen meer gevormd worden, begint ook het blad af te sterven. Langzamerhand gaan we steeds minder gieten.

    Na de IJsheiligen (begin mei) zet u de plant met pot op een schaduwrijke plaats in uw tuin. Voordien moet u het drainagegat dichtmaken, zodat er via dat gat geen ongedierte naar binnen kan kruipen. Hou de pot steeds in de gaten, want de knol mag niet geheel uitdrogen. Mochten zich af en toe grote bladeren ontwikkelen dan kunt u die het best verwijderen.

    Eind september wordt de pot weer in huis gehaaId en de knol in nieuwe, verse
    potgrond gezet.

    U kunt direct met water geven en bemesten beginnen (wekelijks). Eerst ontwikkelen zich enkele grote bladeren. Die kunt u het beste verwijderen, want ze trekken te veel voedsel uit de knol weg.

    Elke dag moet u op de schotel water geven. Het water dat na twee uur nog niet opgezogen is, moet worden weggegooid. Na ongeveer 6 weken heeft zich een dicht rozet van bladeren ontwikkeld. De eerste bloemen komen langzaam te voorschijn.

    Als u niet in het bezit bent van een tuin, moet u de pot met knol op een koele plaats in de kelder of schuur neerzetten. U moet nu zodanig water geven dat de knol
    niet verschrompeld.

    Hoe ouder de cyclamen wordt des te groter wordt de plant.
    Het bladerdek wordt ook steeds dichter en de bloemen steeds talrijker.
    Reden genoeg dus om de cyclamen eens een kans te geven voor een wat langer leven.


    Bladeren misvormd,
    terwijl op de bloemen strepen en vlekken te zien zijn.
    Deze aantastingen worden meestal door de (kleine)Cyclamenmijt veroorzaakt.
    Bestrijding is niet mogelijk.
    Direct de aangetaste plant(en)wegdoen om verspreiding tegen te gaan.

    Muisgrijs schimmelpluis
    op de ondereinden van blad en bloemstengels van Cyclamen.
    Een typisch aantastingsbeeld (hartrot), veroorzaakt door de Grauwe schimmel. Bestrijden:
    aangetaste plantedelen verwijderen en eventueel gezonde delen met fungicide

    Voorkomen:
    luchtvochtigheid verlagen, de planten ruimer zetten en afgestorven plantedelen direct weghalen.

    Knolrot,
    veroorzaakt door bacteriën.
    Bladvergeling en verwelking treden op. Knol is binnenin rot en stinkt.
    Aangetaste planten direct vernietigen.

    Voorkomen:
    beschadigingen van de knolvermijden, de knol niet te diep oppotten en de aarde matig vochtig houden.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (8 Stemmen)
    24-01-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Callisia
     

    Callisia


    Standplaats:
    beschaduwde plaats (nooit in de zon), vrij warm en een niet te droge lucht.
    De temperatuur in huis bepaalt de groeisnelheid. Hoe warmer het is, hoe sneller de plant groeit, hoe mooier en hoe langer de scheuten bij de hangende soorten. Is het 's winters koel (maar nooit beneden 15°C), dan blijft de groeiwijze meer gedrongen.

    Voor de groene soorten moet de standplaats vrij schaduwrijk zijn, tot zelfs schaduw; bontbladige exemplaren hebben meer licht nodig, maar mogen nooit in de zon staan. Alleen wat ochtend- of avondzon is toegestaan.

    Kenmerken:
    Zeer belangrijk voor alle Callisia's is een hoge luchtvochtigheid, liefst boven 60%. Wanneer de verwarming brandt en op warme dagen zal regelmatig besproeien nodig zijn. Gebruikt u altijd onthard water om te voorkomen dat er witte blad vlekken optreden.

    Bloemen :
    in de zomer kleine, witte bloempjes

    Planten :
    In het voorjaar verpotten in normale potgrond en een niet te kleine pot.

    Eigenschappen:
    De aarde moet altijd enigszins vochtig zijn. Staat de plant in de winter warm, dan geeft u meer water dan wanneer voor een koele plaats is gekozen. Ook planten die hoog hangen hebben meer water nodig. Tijdens de groeiperiode in voorjaar en zomer wekelijks mest geven.

    Vermeerderen :
    Door regelmatig zelf te stekken kunt u voor nieuwe planten zorgen.
    Het gehele jaar door kan Callisia door kopstek worden vermeerderd. Daarvoor worden scheuten van 7-10 cm lengte gebruikt die in een zandig grondmengsel worden gestoken. Ook in een potje met water bewortelen de stengels gemakkelijk. Om uitdrogen te voorkomen wordt over de stekken een plastic zak gezet. Bewortelde stekken worden naderhand met enkele bij elkaar in een pot geplant. Op die manier heeft u al snel een mooie, bossige plant.

    Snoeien :
    Worden de stengels te lang, dan kunt u die op ieder moment inkorten.

    Soorten :
    Van de ruim 12 bekende soorten worden er slechts drie af en toe als kamerplant aangeboden.
    Het meest bekend is

    --Callisia elegans, een hangend/kruipende plant,
    zeer fijn behaard met dofgroen blad met witte strepen.
    Deze bontbladige soort heeft iets meer licht nodig, dan de groenbladige soorten.

    --Callisia repens (= de kruipende) vormt nog meer en langere kruipend/hangende stengels. De kleine, ovaal tot ronde blaadjes zijn glanzend donkergroen.
    Heel bijzonder, en zeldzamer is

    --Callisia fragrans, rechtop groeiend met vrij grote, groene bladeren. De witte bloempjes verspreiden een heerlijke geur.

    Weetjes :

    Eigenlijk is het verhaal heel eenvoudig: Callisia vertoont veel overeenkomst met de vaderplant (Tradescantia) en de verzorging is in grote lijnen hetzelfde.

    Callisia's stammen uit Midden- en Zuid-Amerika. Daar groeien ze onder tropische omstandigheden als bodembedekker in de uitgestrekte wouden. In huis moet u tegemoet komen aan de wensen van de plant. Dat betekent een enigszins beschaduwde plaats (nooit in de zon), vrij warm en een niet te droge lucht.

    Wat betreft de groeiomstandigheden zijn Callisia's moeilijker dan de nauw verwante Tradescantia en Setcreasea.
    Evenals Tradescantia vormt ook Callisia in de zomer kleine, witte bloempjes. Oudere exemplaren worden dikwijls lelijk.

    Callisia elegans lijkt door groeiwijze en de bonte bladkleur erg veel op Tradescantia. Ze verlangen echter meer licht en vochtigere lucht.

    Tip
    Een plastic zak zorgt voor een hoge luchtvochtigheid rond de stekken. Na een dag of tien moet u gaten in defolie maken, zodat de stekken langzamerhand aan de drogere kamerlucht kunnen wennen.

    Ziekten
    Wanneer bontbladige Callisia plotseling volledig groen blad vormt, dan is dat meestal een lichtkwestie: de plant staat te donker. Verliest een ouder exemplaar veel blad, dan is dat meestal heel normaal. Flink terugsnoeien en de plant groeit weer mooi uit. Flets, geelachtig blad kan veroorzaakt worden door teveel licht of gebrek aan voeding.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (13 Stemmen)

    Vaste planten
    Acaena magellanica
    Aconitum 
    Acanthus
    Achillea Millefolium
    Adonis amurensis  
    Ajuga Reptans 
    Alchemilla Mollis
    Anaphalis triplnervis
    Anemone Hupehensis
    Arum italicum
    Aster Alpinus
    Astilbe Arendsii
    Astilbe "Fanal"
    Ballota
    Baptisia
    Bergenia Cordifolia
    Calluna
    Campanula Persicifolia
    Centaurea montana
    Cerastium tomentosum
    Convallaria majalis
    Chrysanthemum
    Crambe
    Dictamnus albus
    Doronicum
    Echinacea
    Echinops Banaticus
    Eupatorium purureum
    Euphorbia Characias
    Fargesia
    Gaillardia
    Geranium
    Geranium Sylvaticum
    Gypsophila
    Helleboris niger
    Helianthus salicifolius
    Hemerocallis
    Hepatica transsylvanica
    Heuchera 
    Hosta undulata
    Hypericum
    Iberis sempervivum
    Inula magnifica
    Iris Ambassadeur
    Iris Sibirica
    Kalimeris incisa
    Lamium Maculatum
    Lavandula A.Hidcote
    Lavandula Stoechas
    Liriope muscari  
    Lychnis chalcedonica
    Lysimachia Punctata
    Oenothera macrocarpa
    Omphalodes Verna
    Onoclea sensibilis
    Pachysandra 
    Persicaria
    Phlox Subulata
    Phuopsis stylosa
    Physostegia virginiana
    Phytolacca
    Potentilla Atrosanguinea
    Primula 
    Prunella grand "Loveliness"
    Pulmonaria
    Pulsatilla vulgaris
    Rudbeckia
    Ranunculus ficaria
    Salvia Nemorosa
    Saxifraga 
    Scabiosa
    Sedum Str.& Cr
    Smilacina racemosa
    Solidago GD
    Stokesia 
    Tarella Cordifolia
    Veronica longifolia
    Vinca minor en major  
    Waldsteinia ternata
    Yucca Filamentosa


    Heesters
    Abelia schmannii
    Aucuba
    Andromeda
    Aralia elata
    Berberis
    Buxus sempervirens
    Buxus-ziekten
    Callicarpa
    Camelia

    Caryopteris C.HB
    Ceanothus
    Chaenomeles
    Choisya
    Clerodendrum trichotomum
    Clethra alnifolia
    Cornus alba "elegantissima'
    Corokia Cotoneaster
    Cotoneaster
    Daphne pontica
    Deutzia gracilis
    Exochorda racemosa
    Elaeagnus ebbingei
    Enkianthus campanulatus
    Euonymus alatus
    Euonymus fortunei
    Forsythia Intermedia
    Hamamelis Mollis
    Hebe "Autumn Glory"
    Hebe buxifolia
    Hydrangea annabelle
    Hydrangea Arborescens "Grandiflora"
    Hydrangea paniculata
    Hippophae rhamnoides
    Ilex aquifolium
    Jasminum Nudiflorum
    Kalmia
    Kerria japonica
    Lagerstroemia
    Lavatera Rosea
    Ledum groenlandicum
    Ligustrum ovalifolium 'Argenteum'
    Lonicera Nitida
    Mahonia aquifolium
    Osmanthus burkwoodii
    Paeonia lutea
    Paeonia suffruticosa
    Pernettya mucronata
    Philadelphus
    Pieris japonica
    Polygala
    Potentilla fruticosa A 
    Pyracantha
    Prunus Lusitanica
    Prunus triloba
    Rhododendron "Apple Blossom"
    Rhododendron
    'chr.ch'
    Sarcococca
    Skimmia Japonica
    Spiraea Japonica
    Syringa Vulgaris
    Viburnum Davidii
    Viburnum Opulus
    Viburnum plicatum "mariesii"
    Weigela

    Grassen
    Calamagrostis
    Carex Elata
    Cortaderia selloana
    Deschampsia
    Imperata Red Baron
    Lampepoetser
    Miscanthus Sinensis
    Molinia caerulea

    Bolgewassen :
    Allium Giganteum
    Begonia x T
    Begonia sutherlandii
    Blauw druifje
    Camassia
    Colchicum autumnale
    Colchicum speciosum
    Crocus cancellatus
    Crocosmia
    Dahlia
    Eucomis autumnalis
    Fritillaria bucharica
    Fritillaria imperialis
    Galanthus
    Ixiolirion tataricum
    Ipheion uniflorum
    Lilium "Mona Lisa"
    Lilium Pumilum
    Montbretia-Crocosmia
    Puschkinia  
    Sandersonia aurantiaca
    Schizostylis
    Scilla siberica
    Sierui 

    Een en tweejarigen 
    Adonis aestivalis 
    Ageratum Houstonianum  
    Alcea Rosea
    Cobaea scandens
    Cosmos bipinnatus
    Digitalis purpurea
    Dorotheantus
    Heracleum mantegazzianum
    Iberis umbellata
    Impatiens balsamina
    Ipomoea Tricolor
    Jasione
    Lagurus ovatus
    Limonium latifolium
    Myosotis sylvatica
    Nicotiana alata 
    Pelargonium
    Platycodon
    Portulaca
    Salpiglossis
    Tropaeolum malus


    Kamerplanten  
    Abutilon
    Achimenes
    Aërides
    Aeschynanthus
    Anigozanthos

    Bougainvillea
    Browallia
    Cactussen
    Calceolaria hybr
    Callicia
    Calistémon
    Cattleya
    Crassula
    Croton
    Ctenanthe
    Dieffenbachia
    Dipteracanthus
    Episcia
    Euphorbia Pulcherrima
    Exacum
    Fittonia
    Gloriosa
    Graptopetalum
    Hypocyrta
    Howeia
    Jatropha
    Kalanchoe beharensis
    Kalanchoe blossfeldiana
    Mandevilla of Dipladenia
    Pilea microphylla
    Plumeria
    Polystichum
    Raphis
    Rhipsalidopsis
    Sanseveria
    Schefflera
    Selaginella
    Senecio Kleinia  
    Senecio rowleyanus
    Stapelia hirsuta
    Vriesea Astrid
    Zantedeschia of Calla lily

    Bomen :  
    Acer Campestre
    Laburnocytisus adamii 
    Laburnum watererii 'Vossii'
    Magnolia kobus
    Malus "Radiant"
    Malus "Toringo"
    Morus alba
    Platanus acerifolia
    Ptelea trifoliata
    Pterostyrax hispida
    Prunus cerasifera'nigra'
    Prunus gondouinii
    Prunus serrulata
    Prunus subhirtella
    Robinia pseudoacacia 'Frisia'
    Salix Babylonica
    Salix integra
    Taxus baccata

    Kruiden :
    Achillea ptarmica
    Agrimonia eupatoria
    Allium savitum
    Artemisia
    Harpagophytum procumbens
    Lysimachia vulgaris
    Melilotus Alba
    Pseudofumaria lutea
    Senecio jacoaea
    Symphytum officinale

    Klimplanten : 
    Aristolochia durior
    Clematis Armandii
    Clematis "Madame Baron V"
    Clematis vitalba  
    Fallopia aubertii
    Gelsemium
    Hedera helix
    Lonicera caprifolium
    Passiflora caerulea
    Periploca graeca
    Wisteria

    Kuipplanten
    Abelia
    Aeonium arboreum 
    Agapanthus
    Brugmansia
    Caesalpinia
    Camellia sinensis
    Carissa
    Dracaena
    Erythina
    Eucalyptus niphophila 
    Fuchsia's
    Hedychium gardnerianum
    Hibiscus rosa-sinensis
    Lantana camara
    Lapageria rosea
    Laurus Nobilis
    Nerium oleander
    Pittosporum tobira
    Pleione formosana
    Plumbago auriculata
    Punica granatum
    Solanum Thurino

    Waterplanten
    Acorus calamus
    Aponogeton
    Lemna trisulca
    Nymphaea 'Alba'  
    Persicaria amphibium
    Pontederia Cordata
    Ranunculus Lingua

    Rozen :
    Rosa "Anneke Doorenbos"  
    Rosa "Alain"
    Rosa "Albertine"
    Rosa "Allgold" 
    Rosa "Allotria"
    Rosa "Altissimo"
    Rosa 'Admired Miranda'
    Rosa "Ausblush"
    Rosa "Ausbord"
    Rosa "Ausbuff"
    Rosa 'Auscot'
    Rosa 'Auslight'
    Rosa 'Auslo'
    Rosa 'Baron Girod de L'ain'
    Rosa 'Dortmund'
    Rosa "Frau Astrid"
    Rosa "Korliluc"
    Rosa 'Meitoifar'
    Rosa regusa   
    Rosa "Swan Lake"

    Rotsplanten
    Geranium cinereum 'Ballerina'
    Dryas octopetala
    Helianthemum "wisley pink"
    Sedum acre
    Sempervivum arachnoideum
    Sisyrinchium californium


    Groenten :

    Paprika


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!