JP's Plantengids
Inhoud blog
  • http://plantengids2.blogspot.be/
  • Ixiolirion tataricum
  • Plumeria
  • Phuopsis stylosa
  • Lagerstroemia
  • Hypocyrta
  • Allium aflatunense
  • Cosmos bipinnatus
  • Convallaria majalis
  • Scilla siberica

    Zoeken in blog





    Mijn favorieten
  • bloggen.be
  • opaweetjes
  • fotoalbum
  • wandelroutes
  • fietsroutes
  • GPS-routes
  • koopjesblog

  • Fruit
    Actinidia Deliciosa
    Cydonia oblonga
    Ribes rubrum

    Dropbox

    Druk op onderstaande knop om je bestand naar mij te verzenden.


    E-mail mij

    Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Archief per jaar
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007

    Vraag & antwoord
    *Het plantenseizoen
    *Luister naar je planten
    *Cissus is zeer gevoelig
    *Cyclamen problemen
    *Uitgebloeide bloembollen
    *Amaryllisbol niet weggooien
    *Blauwe regen met kuren
    * Pioenlegende
    *Roetdauw bij Rozen
    *Planten overwinteren

    JanuariTips
    Januaritips
    Geraniums zaaien

    Februaritips :
    Februaritips

    Maarttips :
    Maarttips

    Apriltips :
    April siertuin

    Meitips :
    Mei-siertuin

    Juni Tips
    Juni Tips

    Tips Juli
    TuinTips Juli

    Augustus Tips
    Tips Augustus

    NovemberTips
    November doe kalender

    DecemberTips
    Tuintips december

    Archief per jaar
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007

    Inhoud blog
  • http://plantengids2.blogspot.be/
  • Ixiolirion tataricum
  • Plumeria
  • Phuopsis stylosa
  • Lagerstroemia
  • Hypocyrta
  • Allium aflatunense
  • Cosmos bipinnatus
  • Convallaria majalis
  • Scilla siberica
  • Crambe
  • Kamerplanten lusten geen leidingwater
  • HET PLANTENSEIZOEN
  • Carissa
  • Symphytum officinale
  • Howeia
  • Exacum
  • Rosa 'Dortmund'
  • Selaginella
  • Acaena magellanica
  • Eupatorium purpureum
  • Paeonia lutea
  • Schizostylis coccinea
  • Chrysanthemum
  • Helianthus salicifolia
  • Planten overwinteren
  • Morus alba
  • Osmanthus burkwoodii
  • Lemna trisulca
  • Harpagophytum procumbens
  • Hippophae rhamnoides
  • Astilbe 'Fanal'
  • ILEX - HULST
  • Hydrangea - Annabelle
  • Cattleya
  • Allium Savitum
  • Crassula
  • Prunella grand. 'Loveliness'
  • Potentilla fruticosa 'Abbotswood'
  • Rosa 'Baron Girod de L'Ain'
  • Helianthemum 'Wisley Pink'
  • Abelia schumannii
  • Centaurea montana
  • Enkianthus campanulatus
  • Ipheion uniflorum
  • Iberis umbellata
  • Sedum acre
  • Tropaeolum majus
  • Viburnum plicatum 'Mariesii'
  • Prunus serrulata
  • Pleione formosana
  • Eucomis autumnalis
  • Hibiscus rosa-sinensis
  • Roetdauw bij Rozen
  • Persicaria amphibia
  • Ctenanthe
  • Cactussen
  • Paprika
  • Abutilon megapotamicum
  • Polystichum
  • Camellia sinensis
  • Gypsophila
  • Fuchsia's
  • Pulsatilla vulgaris
  • Pioenlegende
  • Deutzia gracilis
  • Rosa 'Auslo'
  • Dieffenbáchia
  • Nerium oleander
  • Pilea microphylla
  • Senecio rowleyanus
  • Raphis
  • Callistémon
  • Puschkinia scilloides
  • Graptopetalum
  • Cyclamen problemen
  • Callisia
  • Kalanchoe beharensis
  • Passiflora caerulea
  • Blauweregen met kuren
  • amaryllisbol
  • Solanum Thurino
  • Robinia pseudoacacia 'Frisia'
  • Fittonia
  • Aërides
  • Ligustrum ovalifolium 'Argenteum'
  • Laburnum watererii 'Vossii'
  • Hosta undulata
  • Rosa 'Auslight'
  • Heracleum mantegazzianum
  • Plumbago auriculata
  • Paeonia suffruticosa
  • Rosa 'Auscot'
  • Aeonium arboreum
  • Senecio jacobaea
  • Abies koreana
  • Prunus subhirtella
  • Lobelia erinus
  • Fallopia aubertii
  • Calceolaria Hybride
  • Rosa 'Ausbuff'
  • Sempervivum arachnoideum
  • Sisyrinchium californicum
  • Hydrangea paniculata
  • Buxus-ziekten
  • Dryas octopetala
  • Geranium cinereum 'Ballerina'
  • Fritillaria Bucharica
  • Caesalpina giliesii
  • Cydonia oblonga
  • Malus toringo
  • Rosa 'Ausbord'
  • Lychnis chalcedonica
  • Veronica longifolia
  • Tuintips voor Augustus
  • Liatris spicata
  • Lonicera caprifolium
  • Clerodendrum trichotomum
  • Pterostyrax hispida
  • Laburnocytisus adamii
  • TUINTIPS IN JULI
  • Prunus gondouinii
  • Agrimonia eupatoria
  • Lilium `Mona Lisa'
  • Dorotheanthus
  • Ptelea trifoliata
  • Tuintips in Juni
  • Rosa 'Korliluc'
  • Cornus alba 'Elegantissima'
  • Impatiens balsamina
  • Sandersonia aurantiaca
  • Waldsteinia ternata
  • Prunus lusitanica
  • Oenothera macrocarpa
  • Corokia cotoneaster
  • Clematis 'Madame Baron Veillard'
  • Rhododendron 'Apple Blossom'
  • Platanus acerifolia
  • Kalimeris incisa
  • Mandevilla of Dipladenia
  • Myosotis sylvatica
  • Fritillaria imperialis
  • Rosa 'Swan Lake'
  • Digitalis purpurea
  • Dictamnus albus
  • Pelargonium
  • Ledum groenlandicum
  • Lantana camara
  • Elaeagnus ebbingei
  • Ceanothus
  • Magnolia kobus
  • Taxus baccata
  • Kerria japonica
  • Euonymus alatus
  • Buxus sempervirens
  • Salix integra
  • Pieris japonica
  • Rosa 'Ausblush'
  • Exochorda racemosa
  • Pittosporum tobira
  • Prunus triloba
  • Limonium latifolium
  • Lagurus ovatus
  • Crocus cancellatus
  • Ranunculus ficaria
  • Geranium
  • Maarttips
  • Smilacina racemosa
  • Pernettya mucronata
  • Melilotus alba
  • Malus 'Radiant'
  • Lilium pumilum
  • Rosa 'Frau Astrid '
  • Periploca graeca
  • Pseudofumaria lutea
  • Salix babylonica
  • Kalender Februari
  • Rhipsalidopsis
  • Dracaena
  • Galanthus
  • Begonia sutherlandii
  • luister naar je planten
  • Rosa 'Meitoifar'
  • JANUARI – TIPS
  • Phytolacca
  • Omphalodes verna
  • Eucalyptus niphophila
  • Ranunculus lingua
  • Rosa 'American Pillar'
  • Centranthus ruber
  • Geranium sylvaticum
  • Rosa 'Admired Miranda'
  • Tuintips december
  • Acorus calamus
  • Aeonium arboreum
  • Aristolochia durior
  • Actinidia deliciosa
  • Achillea ptarmica
  • Acer campestre
  • Stapelia hirsuta

    OM HET ZOEKEN IN DEZE PLANTENDATABASE MAKKELIJK TE MAKEN DRUK CTRL-F EN VUL IN HET KADERKE HET GEWENSTE WOORD IN BV."HULST" EN ALLE VERWANTE TEKSTEN MET HET WOORD "HULST" IN VERSCHIJNEN. WEL BLIJVEN KLIKKEN TOT U HET GEWENSTE ARTIKEL GEVONDEN HEBT ------------------------------ HOE MEER REAKTIES ER KOMEN HOE MEER DE SITE WORD UITGEBREID
    13-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Helianthus salicifolia
     

    Helianthus salicifolia

    Botanische naam  : Helianthus salicifolia
    Nederlandse naam : Zonnebloem
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   : drachtplant, overhangend
    Grondsoort       : alle, zand
    Vochtbehoefte    : droog
    Licht            : zon
    Gebruik          : solitair, borders, snijbloem, insecten
    Hoogte           : > 1.20 m
    Bloeikleur/vorm  : geel, hoofdje
    Bloeitijd        : september, oktober
    Blad             : groen

    Standplaats:
    deze gemakkelijk groeiende vaste plant die graag in de zon staat weinig eisen.
    Verlangt een warme, zonnige plek en een vochthoudende bodem die af en toe droog mag zijn.

    Kenmerken:
    De hoofdkleur is altijd geel en de hoogte varieert van 1.50m tot 2.00m Een plek achterin de border is daarom aan te raden.

    De bladeren zijn groen en ongeveer 180 cm. hoog. De volwassen hoogte van deze vaste plant is ca. 200 cm. Verdraagt een temperatuur tot -30 gr. C. De geadviseerde plantafstand is 58 cm. (1-3 st. per m2.) Is

    Bloemen :
    De bloemkleur is geel en de bloeitijd is van ca. september tot en met oktober.

    Planten :
    Het zijn gemakkelijke snijbloemen, maar aanbinden aan steunmateriaal is noodzakelijk.
    Bemest jaarlijks.
    Weinig wiedwerk.
    Knip uitgebloeide bloemen uit voor een goede doorbloei.

    Eigenschappen:
    Deze plant heeft een opvallende vorm welke gezichtsbepalend en sfeerbepalend kan zijn voor de tuin. Daardoor soms wat lastig te combineren. De plant heeft een karakteristieke vorm. Woekert niet of nauwelijks en laat zich goed combineren met andere planten.

    Vermeerderen :
    Scheur de planten om de twee jaar.

    Soorten :
    --Helianthus atrorubens
    --Helianthus decapetalus
    --Helianthus 'Lemon Queen'
    Is verwant aan de eenjarige zonnebloemen.
    Hij bloeit in de herfst met grote aantallen lichtgele bloemen.
    Een steuntje voor de dunne stengels is wenselijk .
    Hoogte : 180 cm


    --Helianthus annuus


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (8 Stemmen)
    22-09-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Planten overwinteren
     



    Welke planten moet ik wanneer, waar en hoe binnen zetten?

    Vragen die in deze tijd veel gesteld worden, want waar moet u heen met de fuchsia en de oleander ?

    Het wordt langzamerhand wel tijd om voorbereidingen te treffen voor de overwintering van uw balkon- en terrasplanten. Dat wil zeggen voor de soorten die koel en vorstvrij moeten over-winteren. Het mag dan overdag nog heerlijk zonnig zijn, 's nachts kan het behoorlijk koud worden, zelfs nachtvorst is niet uitgesloten.


    Welke planten moeten naar binnen?

    In principe de overblijvende planten die in ons klimaat niet winterhard zijn en die volgend jaar weer bloeiend op terras of balkon moeten staat.

    Dit zijn de zgn. mediterrane-. of oranjerieplanten, zoals oleander, laurier en sinaasappelboompje. Uiteraard moeten ook fuchsia en geranium naar binnen en kamerplanten die deze zomer buiten stonden (vingerplant, Yucca).

    Sommige struikachtige zomerbloemen kunt u goed overwinteren: struikmargriet, Felicia, heliotroop.

    Tot slot moeten enkele zomerbloeiende bloembollen vorstvrij bewaard worden, zoals dahlia, knolbegonia.

    Winterharde heesters en bomen (Clematis, bamboe, roos, wilg) laat u buiten staan. Wel moeten de potten bij strenge vorst beschermd worden en is het aan te bevelen ze beschut te zetten, bijvoorbeeld dicht tegen de muur en onder een afdak.

    Denkt u er wel aan dat deze planten ook 's winters af en toe water nodig hebben! Wie over een tuin beschikt, kan de planten met pot en al in de grond zetten. Op die manier hebben ze minder van vorst te lijden. In andere gevallen, gevoelige planten bijvoorbeeld, met een rietmat beschermen.


    Wanneer is het de beste tijd?

    Helaas bieden de meeste huizen onvoldoende ruimte om al deze planten te overwinteren. Het is dikwijls te warm en te donker en bovendien is de lucht erg droog. De overgang van buiten naar binnen moet zeer geleidelijk gebeuren, zodat de planten zich kunnen aanpassen aan de gewijzigde groeiomstandigheden. Bij het naar binnen brengen van grote kuipplanten heeft u meestal hulp nodig. Gedurende een week een plaats in een garage, schuurtje of vertrek waar ook 's nachts gelucht wordt, biedt een goede overgangsoplossing.

    Direct naar binnen moeten de kamerplanten die de zomer buiten hebben doorgebracht, zoals
    vingerplant (Fatsia), drakenboom (Dracaena) en rubberplant (Ficus). Zelfs al houden deze planten van warmte, u moet ze toch ook enige tijd op een wat koelere plaats laten acclimatiseren.

    Voor de eerste nachtvorst toeslaat moeten ook de oranjerieplanten naar binnen: Bougainvillea, Datura, sinaasappelboompje, Chinese roos (Hibiscus), vijg, oleander, Tibouchina en natuurlijk struikrnargriet, fuchsia en geranium.

    Daalt de temperatuur beneden 5 °C, dan moeten de volgende planten in huis, loodplant (Plumbago), dadelpalm, hortensia, olijf, Yucca en Callistemon. Ook de echte vijg, granaatappel, laurier en mirte kunnen enkele graden vorst verdragen.

    Temperaturen tot -10 °C zijn voor de oranjerieplanten e.d. vrijwel altijd fataal.

    Winterharde kruiden zoals rozemarijn, tijm en salie verdragen vorst redelijk goed mits de planten beschut staan en voldoende droog, bijvoorbeeld onder een afdak.

    Winterbescherming is nodig voor: Clematis, klim- en struikroos, bamboesoorten en wanneer ze in de gure wind staan ook Buxus en andere wintergroene struiken en coniferen.

    Overblijvende zomerbloemen zoals fuchsia, geranium en verkleurbloemen (Lantana) worden binnen gezet wanneer de laatste bloemen zijn verwelkt, maar in ieder geval voorde eerste vorst.

    Bollen en knollen worden gerooid wanneer de planten meestal ten gevolge van nachtvorst verlept zijn. Met aanhangende grond worden ze koel en droog weggezet. Voor de winter worden ze gecontroleerd op rot, schimmel e.d.

    Voor de planten op hun overwinteringsplaats worden gezet, moet u drie zaken niet vergeten:
    alle planten op ziekten en dierlijke belagers controleren en zo nodig bestrijden (luis, witte vlieg);
    alle verlepte en dode bladeren en bloemen verwijderen. Dit moet ook in de daarop volgende weken regelmatig gedaan worden;
    te lange scheuten afknippen. Veel planten kunnen voor de winterrust flink worden gesnoeid.


    Hoe verplaatst u zware kuipen?

    Het binnenhalen van planten van normaal formaat vormt geen probleem. Maar het verplaatsen van exemplaren die de omvang van een kleine boom hebben bereikt, is heel wat lastiger.

    Een tip:
    Giet een paar dagen voor het verplaatsen niet. Droge grond is lichter dan natte.

    Is een zware pot nog nauwelijks te verplaatsen, probeert u er een stuk oud tapijt onder te krijgen. Dan kunt u het geheel trekken. Op een aantal ronde paaltjes kan een kuip voortgerold worden. Het eenvoudigst zijn grote bakken te verplaatsen met een steekkar, de karretjes die ook verhuizers en leveranciers gebruiken voor het
    transport van kisten.


    Waar moeten de planten staan?

    Om jaren achtereen succes te hebben met de typische oranjerie- en kuipplanten is het van groot belang dat ze 's winters op de juiste plaats staan. In grote lijnen kunnen de planten in drie groepen worden verdeeld:

    soorten die warm, bij normale kamertemperatuur moeten staan;

    soorten die liever wat koeler staan, 13-15 °C;

    soorten die echt koel moeten staan bij temperaturen tussen 5-IO°C.

    Bij de laatste groep kan dan nog een onderscheid worden gemaakt in soorten die in het volle licht moeten staan en soorten die een donkere plaats verdragen.

    De 'warme' planten
    zijn gemakkelijk onder te brengen: ze komen gewoon in de huiskamer, weliswaar na de gebruikelijke overgangsperiode. Tot deze groep behoren: banaan, cocospalm, paradijsvogelbloem (Strelitzia) en de echte kamerplanten die 's zomers buiten staan.

    De 'gematigde' planten
    vinden in de meeste huizen ook nog wel een geschikt onderkomen tijdens de winter, bijvoorbeeld in een koele logeer- of slaapkamer waar regelmatig voldoend, lucht kan worden. Ook een lichte hal of trappehuis is voor dit doel geschikt. In flatgebouwen kan wellicht gezamenlijk op een overloop of in een trappehuis ruimte gevonden worden.

    De 'koude' planten
    leveren altijd de meeste problemen. Dit zijn de echte oranjerieplanten die veel licht nodig hebben en toch bij ongeveer 5 °C moeten staan.
    Wie over een kasje beschikt dat 's winters op de juiste temperatuur kan worden gehouden hoeft zich geen zorgen te maken. Door aan de binnenzijde noppenfolie aan te brengen, kunt u de stookkosten drukken.
    Wel moet het altijd mogelijk zijn om flink te luchten. Ook een licht verwarmde serre of muurkas is voor deze planten geschikt. Bezit u niet een dergelijke accommodatie, dan moeten er andere oplossingen worden gevonden,


    bijvoorbeeld:
    Een kelder. Bezit deze een raam, dan is de ruimte goed te gebruiken voor de meeste 'koude' planten. Is het een donkere ruimte, dan kunt u de kelder alleen gebruiken voor de overwintering van bollen en knollen en bladverliezende planten.

    Een garage. Wat betreft de lichtinval geldt hiervoor hetzelfde als bij de kelder. Maar: de auto moet dan buiten staan, want uitlaatgassen zijn slecht voor de planten.

    Een zolder of vliering. Deze ruimte kan heel goed gebruikt worden wanneer er zich ramen in bevinden. Het zal er minder snel vriezen dan in een buiten het huis staande garage.

    Wie helemaal niet over de juiste ruimte beschikt, moet de kuipplanten aan hun lot overlaten of bij een tuincentrum of kweker in de buurt onderbrengen. Dit is soms tegen betaling wel mogelijk.


    Hoe beschermt u planten buiten?

    Wie een platte bak bezit, kan daarin heel goed diverse planten inkuilen (met of zonder pot). Bij strenge vorst afdekken met rietmatten of noppenfolie.

    In een tuin kunnen ook vele goed winterharde planten met pot en al worden ingegraven. De wortels hebben dan meer bescherming dan wanneer ze op de grond staan. In het gat onder pot of bak eerst een flinke laag grind, steenslag of klei korrels uitspreiden zodat overtollig water snel kan worden afgevoerd. Op de pot en rond de plant een dikke laag droog blad, ruige mest of turfmolm uitstrooien voor extra bescherming.

    Ook op balkon of terras kunt u planten in pot voldoende tegen de winter beschermen. Allereerst zoekt u een beschutte plaats, dicht tegen de muur en vooral beschermd tegen de koude noorden- en oostenwind. Een isolerende styroporplaat om de potten op te zetten voorkomt optrekken van koude.

    De pot, kuip of bak zelf kan omwikkeld worden met schuimplastic of noppenfolie. Een goede oplossing is ook kippegaas in een flinke hoogte en met voldoende ruimte rond de pot te plaatsen. De open ruimte tussen plant, pot en gaas wordt opgevuld met een isolerende laag van droge bladeren.


    Jonge planten zijn altijd gevoeliger voor vorst dan oudere exemplaren.

    Boompjes op stam - en dat geldt vooral voor rozen - lopen niet alleen de kans dat de wortels bevriezen. Veel meer gevaar loopt de entplaats aan het einde van de stam. Juist die plek moet beschermd worden. Omwikkelen met stro en daarna omwinden met folie waarin flinke, grote luchtgaten zijn gemaakt. In plaats van stro is sparregroen een zeer goed produkt.


    Moeten de planten nog worden verzorgd?

    Bemesten is tijdens de winter niet gewenst. Wel moet u regelmatig water geven, maar dat is zeer afhankelijk van de omstandigheden.

    Hoe koeler en hoe donkerder de planten staan, hoe minder water u moet geven. Totale uitdroging moet wel voorkomen worden.

    Regelmatige controle is noodzakelijk. Niet alleen om dode bladeren e.d. te verwijderen, maar ook om aantastingen door witte vlieg, spint en bladluis tijdig te signaleren.

    Waar u de planten ook heeft staan, tijdens vorstvrije dagen steeds zoveel mogelijk luchten.

    Overwinterings-ABC

    *Abutilon: licht en bij gematigde temperatuur, matig gieten, voor het binnenhalen snoeien.

    *Agave: koe! en met veel frisse lucht, weinig gieten.

    *Banaan: licht, bij kamertemperatuur, normaal gieten, regelmatig besproeien.

    *Bamboe: eventueel in huis koel en zeer licht overwinteren, veel gieten.

    *Bougainvillea: licht, veel luchten, koel overwinteren, weinig gieten, flink snoeien.

    *Bruidsbloem: licht en koel overwinteren, weinig gieten.

    *Buxus: buiten ofin huis licht en zeer koel, matig gieten.

    *Camellia: koe!, licht en luchtig zetten, royaal water geven.

    *Canna: wortelstokken in enigszins vochtige turfmolm overwinteren.

    *Coniferen: buiten op beschutte plaats ofbinnen licht, luchtig en koel, matig gieten.

    *Clerodendrum: koel, licht en luchtig, spaarzaam gieten.

    *Dadelpalm: licht, luchtig, matige temperatuur, matig gieten.

    *Dahlia: knollen in enigszins vochtige turfmolm, koel overwinteren.

    *Datura: in halfschaduwen bij gematigde tot koele temperatuur overwinteren, weinig gieten, snoeien voor het binnenhalen.

    *Fuchsia: kan donker overwinteren, koel, weinig gieten, bij het binnenhalen terugsnoeien.

    *Geranium: koel overwinteren, weinig gieten, bij het binnenhalen terugsnoeien.

    *Granaatappel: bij voorkeur licht, zeer koel, weinig gieten, bij het binnenhalen terugsnoeien.

    *Hibiscus: licht, gematigd tot koel, normaal gieten, voor het binnenhalen snoeien.

    *Jasmijn: licht, gematigd tof koel, normaal gieten, voor het binnenhalen snoeien.

    *Kentiapalm: gematigd tot koel, licht en af en toe besproeien, weinig gieten.

    *Knolbegonia: knollen donker en koel overwinteren in iets vochtige turfmolm.

    *Koraalboom : donker en koel overwinteren, nauwelijks gieten, bij hef binnenhalen snoeien.

    *Laurierboom: halfschaduwen zeer koel, matig gieten.

    *Loodplant: licht tot halfschaduw, gematigd koel overwinteren, matig gieten, lange scheuten snoeien.

    *Oleander: licht en zeer koel overwinteren, matig gieten.

    *Passiebloem: licht, luchtig en koel overwinteren, weinig gieten, lange scheuten snoeien.

    *Roos: buiten of binnen en zeer koel en luchtig overwinteren, weinig gieten, lange scheuten snoeien.

    *Sinaasappelboompje : licht, luchtig en gematigd tot koel overwinteren, weinig gieten.

    *Struikmargriet: licht en koel overwinteren, matig gieten, bij het binnenhalen snoeien.

    *Yucca: licht en koel overwinteren, weinig gieten.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (7 Stemmen)
    15-09-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Morus alba
     

    Morus alba


    Botanische naam  : Morus alba
    Nederlandse naam : Witte moerbezie, Witte moerbei
    Herkomst         : China
    Bijzonderheden   : vaak als grote struik
    Grondsoort       : alle, lichte klei, zware klei
    Vochtbehoefte    : droog
    Licht            : zon
    Wind             : gevoelig
    Gebruik          : parken, vruchthout
    Hoogte           : 5.00-8.00 m
    Vorm             : bol
    Kroon            : half open
    Bloeikleur/vorm  : onopvallend
    Bloeitijd        : mei
    Blad             : bladverliezend
    Vrucht           : wit, eetbaar


    Standplaats:
    Een moerbei groeit het beste op een vruchtbare, lichte zandgrond. De moerbei is kalkminnend. Een regelmatige bemesting met stalmest voldoet het beste om de kalk- en organische voorraad aan te vullen en op peil te houden.

    Kenmerken:
    Morus alba heeft een redelijk lange steel die ongeveer de helft van de vruchtlengte bedraagt. Bij onrijpheid heeft de vrucht een lichte flets zure smaak, bij rijpheid zoet tot zeer zoet zonder enige zuurheid. De vrucht is nogal vlezig. De vruchtjes rijpen doorgaans van half juni tot begin juli. De vruchten zijn wit,geel, lavendelkleurig of zwart. Het blad is getand hartvormig of gelobd, licht groen en glanzend bovenaan en licht harig onderaan met een lichte bladstructuur en nervatuur. Morus alba is een stevig groeiende boom die in jong stadium een struik vormt maar al gauw uitgroeit tot een stevige boom van zo’n 15 m hoog. De boom leeft zo’n 50 tot 100 jaar.

    Bloemen :
    De moerbei bloeit eind mei. De boom is zelf fertiel. Vruchten van de moerbei zijnbuitengewoon smakelijk

    Er zitten zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen aan de boom (eenhuizig). De mannelijke bloem lijkt op de bloeivorm van een hazelaar (katje): ze zijn alleenstaand. De vrouwelijke bloemen staan steeds bij elkaar en groeien na bevruchting uit tot een vlezige, op bramen lijkende vruchten.

    Planten :
    Een moerbei plant je in het najaar op een plaats die veel zon krijgt.
    Maak een ruim plantgat en vul dit op de bodem eerst met verteerd organisch materiaal (bladaarde, oude verteerde stalmest). Dek de wortels toe met verteerd, organisch materiaal.

    Snoeien :
    Om de groei er wel in te houden worden alle nieuwe scheuten in de winter getopt: de uiterste groeipunt wordt afgesnoeid
    Snoei een moerbei uitsluitend vanaf het begin tot midden winter. De bomen verkeren dan in rust.

    Gebruikte delen:
    Moerbeivruchten zijn niet in één keer rijp. Vanaf half augustus tot ver in september rijpen de vruchten. Er moet in die periode dus geregeld worden geplukt.

    Eigenschappen:
    Moerbeien zijn meestal 2 huizig, dat wil zeggen ofwel mannelijk ofwel vrouwelijk. Maar sommige variëteiten zijn éénhuizig. Voor de vruchtzetting heeft dat echter absoluut geen belang want de moerbei is parthenocarp,hij zet dus ook vrucht zonder bestuiving.

    Zijderupsen worden enkel gevoed met de bladeren van de witte moerbei, de andere soorten hebben te ruwe en behaarde bladeren. In Azië wordt de witte moerbei industrieel gekweekt voor de bladproduktie voor de zijderupsteelt. Daartoe zijn veredelingsprogramma’s opgezet om variëteiten te ontwikkelen met enorme bladproduktie, het ontstaan van variëteiten met lekkere vruchten is een toevallig neveneffect.

    De moerbeivruchten worden reeds duizenden jaren gebruikt als voedsel. De vrucht wordt ook gedroogd net als rozijnen en kan op die manier lang bewaard worden .

    Moerbeivruchten zijn uitermate bevorderlijk voor de spijsvertering.

    Vermeerderen :
    De moerbei laat zich eenvoudig stekke,:snij een tak af welke ongeveer een halve meter lang is en doe deze in een pot met aarde

    Soorten :

    Morus alba” of de “witte moerbei” heeft witte,gele,lavendelkleurige of zwarte vruchten.

    Morus nigra” of de “zwarte moerbei” heeft steeds zwarte vruchten.

    Morus rubra” of de “rode moerbei” heeft steeds zwarte vruchten

    Morus alba heeft een steeltje dat ongeveer half zo lang is als de vrucht. De onrijpe vrucht smaakt flets zurig. De kleur van de rijpe vrucht kan zowel wit, geel, lila of zelfs zwart zijn.

    Morus rubra heeft een iets langere steel dan Morus alba. Bij onrijpheid (rood) smaakt de vrucht stevig zuur, bij rijpheid (zwart) is de vrucht lekker zoetzuur. Het vruchtvlees is steviger dan bij Morus alba.

    Morus nigra heeft een steeltje dat zo kort is dat het lijkt alsof er geen is omdat het kleine dingetje helemaal in de vrucht is ingebed. Bij onrijpheid (rood) is de vrucht nog zuurder dan een citroen , bij rijpheid (zwart) heeft de vrucht een zeer geconcentreerde zoetzure smaak en is ze extreem sappig

    Weetjes :

    Minder bekend zijn de heerlijk sappige vruchten. 't Is wel oppassen geblazen met die vruchten; vlekken zijn bijna niet te verwijderen.

    De witte moerbei (Morus alba) is een plant uit de moerbeifamilie (Moraceae). De soort komt oorspronkelijk uit China. Omdat dit de belangrijkste moerbei voor de zijderups is, wordt de soort ook buiten China in veel gebieden met een geschikt klimaat aangeplant. In Duitsland staat de plant niet alleen in parken, maar wordt de soort ook als haagplant gebruikt.

    De witte moerbei is een tot 16 m hoge boom. De schors is grijsgroen tot roodbruin, die van een oude boom donker oranjebruin. De kruin is hoog en tamelijk smal. Takken zijn opvallend vaak gebroken, waardoor de kruin vaak ook lager en gewelfd wordt.

    De loten zijn dun en recht en fijn behaard. De vorm van het blad is zeer variabel, aan een boom kunnen gelobde en ongelobde bladeren voorkomen. Veel bladeren zijn aan de basis hartvormig of rond en de meeste zijn eivormig toegespitst. De bladeren zijn meestal 8 x 10 cm groot met uitschieters naar boven van 12 x 20 cm. De bladeren hebben een zaagrand en de bladnerven zijn aan de onderkant behaard. De bladsteel is ongeveer 2,5 cm lang, gegroefd en licht behaard.

    De vruchten zijn wit, later geel, maar vaak ook roze tot paars en eetbaar. Omdat ze niet lang houdbaar zijn, worden ze, als ze al worden aangeboden, in gedroogde vorm aangeboden.

    De witte moerbij is interessant vanwege het record voor de snelste beweging in de plantenwereld. De meeldraden schieten het stuifmeel weg in een beweging die slechts 25 μs duurt. De beweging bereikt daarbij een snelheid van meer dan de helft van de geluidssnelheid

     

    Moerbei-appeljam

    Ingrediënten Voor 4 potten

    600 g schone moerbeien
    400 g zure appels
    2 dl water
    1 kg Geleisuiker

    Bereiding
    De moerbeien in een grote, hoge pan doen. De appels halveren, klokhuis verwijderen en het vruchtvlees in stukjes snijden. De appels en het water bij de moerbeien voegen. De massa aan de kook brengen en circa 10 minuten zachtjes laten koken. Af en toe roeren. De geleisuiker erdoor roeren. Het mengsel al roerend langzaam weer aan de kook brengen en 4 minuten goed borrelend laten koken. De kooktijd gaat in op het moment dat het gehele oppervlak van de massa borrelt en dit niet meer door roeren ongedaan gemaakt wordt. Eventueel de jam met een schuimspaan afschuimen en in schoongemaakte potten schenken. De potten tot de rand vullen, direct sluiten en 5 minuten op hun kop zetten.

    Bewaarvoorschrift
    ± 1 jaar; na openen gekoeld bewaren.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 6/5 - (6 Stemmen)
    04-09-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Osmanthus burkwoodii
     

    Osmanthus burkwoodii


    Botanische naam  : Osmanthus burkwoodii
    Nederlandse naam : Schijnhulst
    Herkomst         : Engeland
    Bijzonderheden   :
    Grondsoort       : humeus
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Groep            : (sier)heesters
    Gebruik          : groepen/vakken, solitair, tuinen
    Hoogte           : 2.00-3.00 m
    Vorm             : opgaand
    Bloeikleur/vorm  : geurend, wit/créme
    Bloeitijd        : april, mei
    Blad             : wintergroen

    Standplaats:
    Groeit op elke normale, humusrijke grond.
    Stelt geen bijzondere eisen alhoewel een beschutte plek tegen koude wind wordt aangeraden.
    Volle zon of halfschaduw.

    Kenmerken:
    mooie bloem- en bladstruik met dichte, afgeronde groeiwijze, die zelfs als haag kan gebruikt worden. Trekt bijen aan.
    De donkergroene bladeren zijn 2-4 cm lang, eirond tot elliptisch en enigszins gezaagd en leerachtig. Aan de bovenzijde zijn ze glanzend donkergroen terwijl de onderzijde meer lichtgroenig gekleurd is.
    Een wintergroene, compact groeiende heester.
    Zowel als solitair als in groepen een opvallende plant met donkergroen blad.

    Bloemen :
    Bloeit met kleine witte, geurende bloemen in april- mei

    Planten :
    ook geschikt voor kleinere tuinen.
    Kan worden toegepast in groepen of als lage haag.

    Snoeien :
    Snoeien is niet echt nodig. Enkel nodig om te modelleren.
    Laat zich makkelijk op vorm snoeien.
    Snoeien in het voorjaar na de bloei

    Gebruik:
    Osmanthus burkwoodii is een mooie bloem- of bladstruik die ook in de rotstuin past. Zelfs als geurende luxehaag is hij heel goed toe te passen. Kies altijd een ietwat warme en beschutte groeiplaats. Ze doen het ook nog goed op drogere gronden.

    Eigenschappen:
    deze plant bevat geurende plantendelen

    - deze plant is wintergroen (groenblijvend)

    - exotische aandoende plant voor gebruik in potten, bakken, terraskuipen edm.

    - geschikt voor groepsbeplantingen

    - geschikt voor een solitaire positie in een beplantingsschema

    - deze plant is aantrekkelijk voor bijen (lokt bijen)

    - deze plant is zijn onaantrekkelijk voor konijnen, zijn min of meer veilig voor konijnenvraat

    Vermeerderen :
    door zaaien, stekken of afleggen


    Weetjes :

    Eventueel winterbescherming geven bij felle zon tijdens kale vorst. Als de bloemen na de bloei lelijk zijn, kunnen ze net als bij Rhododendron voorzichtig worden uitgebroken.

    Mulchen is uitstekend

    De naam schijnhulst is goed gekozen, omdat deze struik erg op hulst lijkt. De bladeren zijn vrijwel gelijk, leerachtig met scherpe tanden. Een kenner ziet het verschil aan hoe de bladeren aan de tak zitten. Bij hulst zijn ze over de tak verspreid en bij schijnhulst zitten ze tegenover elkaar, overstaand genoemd

    Osmanthus x burkwoodii is ontstaan uit een kruising tussen twee andere schijnhulst-soorten namelijk Osmanthus decorus en Osmanthus delavayi. De eerst genoemde Osmanthus komt oorspronkelijk uit Noordoost-Turkije en de tweede uit Zuidwest-China.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (6 Stemmen)
    30-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Lemna trisulca
     

    Lemna trisulca


    Botanische naam  : Lemna trisulca
    Nederlandse naam : Puntkroos
    Herkomst         : Europa, Azié, Noord-Amerika, Mexico
    Bijzonderheden   : onder water, bij bloei aan oppervlakte
    Grondsoort       : alle
    Licht            : half schaduw, zon
    Gebruik          : groepen, verwildering,zuurstofplant
    Hoogte           : drijvend
    Vorm             : overig
    Winterbeeld      : ondergedoken, overblijvend

    Standplaats:
    In zoet of brak, voedselrijk water.
    Geschikte pH: neutraal en basisch (alkalisch) bodems. Het kan niet groeien in de schaduw. Het kan alleen groeien in het water

    Kenmerken:
    Puntkroos (Lemna trisulca ) is een plant uit de aronskelkfamilie (Araceae) die voorkomt in Europa, Azië, Noord-Amerika en Mexico. Bij de plant zitten de lancetvormige schijfjes onder water, behalve als ze bloeien. De schijfjes zijn aan één eind steelachtig versmald. Bloeiende schijfjes zijn eirond tot eirond-lancetvormig. Hierin verschilt puntkroos van klein kroos (Lemna minor), waarbij de schijfjes altijd op het wateroppervlak drijven. De plant komt voor in zoet en brak, voedselrijk water en vermeerdert zich vooral vegetatief.

    Een schijfje is een bladachtige stengel zonder bladeren. Een enkel worteldraadje hangt aan elk plantje.

    Bloemen :
    Puntkroos bloeit van mei tot juni
    De bloemen zijn eenslachtig en eenhuizig. Een bloemdek ontbreekt. Aan de rand van een schijfje zitten vaak twee mannelijke en één vrouwelijke bloem bijeen. De mannelijke bloem heeft één meeldraad en de vrouwelijke een eenhokkig vruchtbeginsel.
    De vrucht is een droge vrucht.

    Planten :
    Ze kunnen heel goed samen gaan met andere drijvers als kikkerbeet en krabbescheer en ook met hoornblad gecombineerd worden.

    Werkzame bestanddelen:
    Puntkroos bezit een grote reinigende kracht waardoor ze ook sterke algengroei afremmen. Je moet er wel voor zorgen dat de plantjes de vijver niet gaan overheersen.
    Regelmatig verwijderen is dan ook absoluut noodzakelijk.

    Eigenschappen:

    -Doordat hun bladeren zo zacht zijn levert de plant enorme hoeveelheden zuurstof. Vanwege die zuurstofproductie zijn ze dan ook heel belangrijk in de vijver.

    -Vereist een zonnige ligging in stilstaand water dat rijk is aan nitraten en limoen

    -Kroos kan een lastige vijver onkruid zijn al is het gemakkelijk te controleren door simpelweg scheppen het uit

    -Dit schepte materiaal is een uitstekende aanvulling op de composthoop.

    -De groeiende plant is een goede bron van voedsel voor vissen en vogels, alsmede het verschaffen van dekking voor wezens in de vijver

    -Deze soort is zeer geschikt voor gebruik in koud water aquaria echter als alle leden van het geslacht, kan haven visparasieten

    -De plant overwintert in gematigde gebieden door middel van rust knoppen die zinken naar de bodem van de vijver in de late herfst en opstaan ​​in de lente

    Vermeerderen :
    Deze kleine plantjes vermeerderen zich enorm snel en vormen al gauw hele plakkaten. Regelmatig een deel verwijderen is absoluut nodig

    Weetjes :

    Puntkroos is afkomstig uit Europa, Azië, Noord-Amerika, Mexico en onder water groeiend, bij bloei komen ze aan de oppervlakte

    Vissen, kikkerdikkopjes en andere vijverbewoners houden veel van kroos. Vissen eten zelfs graag van deze plantjes

    Voedsel voor vissen en watervogels en habitat voor aquatische ongewervelden. Vanwege zijn hoge voedingswaarde, word Puntkroos gebruikt voor vee en varkensvoer in Afrika, India en Zuidoost-Azië.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (4 Stemmen)
    29-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Harpagophytum procumbens
     

    Harpagophytum procumbens


    Duivelsklauw, Harpagophytum procumbens, is een plant uit de woestijngebieden van Namibië, Botswana en het noorden van Zuid-Afrika. De plant wordt ook wel naar zijn herkomst vernoemd, nl 'bitterwortel van Namibië' of naar de hoofdstad van Namibië 'de wortel van Windhoek". Op het eerste gezicht is het een zeer aantrekkelijke plant, met op de grond liggende uitlopers, die in het voorjaar met schitterende rood-paarse bloemen bedekt zijn en doen denken aan de bloemen van vingerhoedskruid

    De plant duivelsklauw (devil's claw) is afkomstig uit de woestijnstreken van zuidoost Afrika en dankt zijn naam aan het feit dat de vrucht is voorzien van talrijke 'klauwtjes'.

    Deze 'klauwtjes' zorgen ervoor dat de vruchten zich aan de hoeven van vee kunnen vasthouden waardoor de verspreiding ervan makkelijker wordt.


    Gewrichten, spieren en rugpijn

    Duivelsklauw is ontstekingswerend bij chronische en acute reumatische aandoeningen. Het is het absolute hoofdmiddel bij artritis en de ziekte van Bechterew, waarbij nachtelijke pijn en startpijn of stijfheid op de voorgrond staan. Het vermindert de zwelling en de pijn, ook bij artrose.

    Duivelsklauw geeft verbluffende resultaten bij jicht, artritis en reuma door o.a. de uitscheiding van urinezuur en de beschermende werking op het kraakbeen.

    Duivelsklauw helpt bij chronische rugpijn, spierpijn en spierstijfheid, peesontstekingen, verstuikingen en zenuwpijn. Het kan helpen de dosis klassieke pijnstillers te verlagen of af te schaffen en heeft een veel betere tolerantie.

    Duivelsklauw heeft een bloedzuiverende werking bij bijvoorbeeld chronische nicotine-intoxicatie

    Duivelsklauwextract wordt gemaakt uit de wortels van de plant en bevat de actieve stoffen gluco-iridoïden.

    Voor sporters kan duivelsklauw erg handig zijn wanneer je je onderrug soepel wil rekken en strekken. Daar wordt het vaak voor ingenomen.

    Ouderen kunnen duivelsklauw proberen bij ongemakken in het heup- en kniegewricht.

    Duivelsklauw wordt overigens ook nog wel eens toegepast op paarden en/of honden. In veel landen wordt duivelsklauw beschouwd als doping voor een paard, en de werking is nog niet afdoende onderzocht. De werking van duivelsklauw op het paard en op honden zal hier daarom verder niet worden besproken. Vooralsnog is er onvoldoende bewijs om het gebruik van duivelsklauw bij het paard of bij honden af te raden, dan wel aan te bevelen. Wel moet worden opgemerkt dat u bij het gebruik van onvoldoende onderzochte producten altijd met enige terughoudendheid dient op te treden!

    De bijwortels van de Duivelsklauw verbeteren de beweeglijkheid van de gewrichten omdat ze bestanddelen bevatten die zowel een pijnstillende als ontstekingsremmende werking hebben.

    Te gebruiken bij:

    --Reuma, gewrichtspijn
    --Artrose, artritis
    --Iaschias, jicht
    --Peesontsteking, tennisarm

    Niet gebruiken bij: Zwangerschap

    Algemene beschrijving

    Door sporters wordt Duivelsklauw o.a. gebruikt om door overbelasting ontstane tendinitis (peesontsteking) en de symptomen van een tennisarm te bestrijden.

    Inwendig

    Door Duivelsklauw oraal in combinatie met Lithotamnium te gebruiken wordt de uitscheiding van urinezuur gestimuleerd en geneutraliseerd waardoor verbluffende resultaten worden geboekt bij jicht, artritis en reuma.

    Uitwendig

    De heilzame en waardevolle plantaardige bestanddelen van de Duivelsklauw gewrichten-gel, worden snel in de huid opgenomen en zorgen voor smering van de gewrichten waardoor u zich beduidend beter kunt bewegen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (2 Stemmen)
    24-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hippophae rhamnoides
     

    Hippophae rhamnoides


    Botanische naam  : Hippophae rhamnoides
    Nederlandse naam : Duindoorn
    Herkomst         : Europa, China
    Bijzonderheden   : tweehuizig
    Grondsoort       : alle, zand, kalkrijk
    Vochtbehoefte    : droog, normaal, nat
    Licht            : zon
    Wind             : ongevoelig, zeewind bestendig
    Groep            : (sier)heesters
    Gebruik          : groepen/vakken, kust/zeewind, landschap
    Hoogte           : 1.00-2.00 m
    Vorm             : breed
    Bloeikleur/vorm  : geel, groen, onopvallend
    Bloeitijd        : april, mei
    Blad             : bladverliezend, grijsgroen
    Vrucht           : oranje, eetbaar
    Twijg/stam       : doornen/stekels


    Standplaats:
    Zonnige plaatsen op droge tot vrij vochtige, voedselarme, kalkhoudende, humusarme grond. De struik verdraagt zout (zand en stenige plaatsen).

    Kenmerken:
    De duindoorn (Hippophae rhamnoides) is een tweehuizige struik; er zijn mannelijke en vrouwelijke planten. De plant komt in Nederland van nature vooral voor in open, kalkrijke duinen. De duindoorn is een xerofyt; ook is hij goed bestand tegen zout en het stuiven van het zand. Hij wortelt dan ook zowel horizontaal als verticaal. In Centraal-Azië groeit hij in woestijn-achtige omgevingen, in de Alpen in open land en aan rivieroevers.

    Bloemen :
    Bloeimaanden: April en mei
    De struiken zijn tweehuizig. De groenige bloemen groeien in de oksels van dicht bij elkaar geplaatste, bruine knopschubben. Ze verschijnen voor de bladen. Mannelijke bloemen hebben 2 min of meer rechtopstaande ronde slippen, die samen de 4 meeldraden helemaal kunnen omsluiten. Vrouwelijke bloemen zijn spoelvormig en hebben bijna allemaal geen steeltje. De lange stempel is roodbruin.
    Vruchten: De oranje bessen zijn bijna bolrond en 6 tot 8 mm groot. Ze zijn eetbaar, maar vrij zuur

    Planten :
    Duinen (duinstruwelen en zandvlakten), opgespoten grond (met kalkrijk zand), langs spoorwegen (spoordijken), rotskusten, rivieroevers, grindafzettingen in gebergten en kiezelbanken.

    Gebruikte delen:
    het sap van de duindoorn kan preventief tegen verkoudheden worden gedronken.
    De besjes zijn erg zuur, maar met suiker kan je ze lekker verwerken tot siroop of jam. Van de siroop maken ze lekkere limonade. Een deel van de overgebleven duindoornvelletjes gaat naar de theefabriek. Daar verwerken ze de restanten van de bessen tot thee

    Werkzame bestanddelen:
    De zure bessen zijn rijk aan vitamine C en daarnaast vitamine A, B1, B2 en E.

    Eigenschappen:
    Hij kan ook gebruikt worden om sikstof in de bodem vast te leggen en de bodem vruchtbaarder te maken.
    Het is ook een ideale plant om als haag te gebruiken.

    Vermeerderen :
    vermeerdert zich door uitlopers.

    Soorten :

    -- 'Leikora': tot ong. 3m hoog. Zeer grote vruchten.
    Voor een goede vruchtzetting moet de mannelijke cultivar 'Pollmix' in de buurt worden geplant. Heldergrijs blad.

    -- 'Pollmix': mannelijke vorm van 'Leikora'.

    -- Hippohae rhamnoides Silver Star® 'Darstar', uit Denemarken afkomstige cultivar. Zeer mooie bossige plant met dichtbebladerde, zilverwitte tallen.
    Vormt een dichte struik.
    Het is een mannelijke vorm zonder vruchten.

    Weetjes :

    De duindoorn leeft in symbiose met een bacterie van het geslacht Frankia die in wortelknolletjes stikstof bindt. Dit proces vindt vooral plaats in jonge wortels. Door de stikstoffixatie is er lokaal meer stikstof in de grond waardoor men vaak stikstoflievende planten als brandnetels onder de duindoorn vindt. De duindoorn wordt in zijn milieu tien tot vijftien jaar oud waarna zijn plaats ingenomen wordt door opvolgende plantensoorten

    In de winter kunnen de bessen gaan gisten, hierdoor kunnen vogels (o.a. kramsvogels) dronken worden.

    In de zestiende eeuw schrijft de Engelse botanicus William Turner dat arme kustbewoners uit de bessen een saus maken. De Nederlandse botanicus Abraham Munting spreekt over de 'duynbezie', zoals hij de duindoorn noemt. In zijn Nauwkeurige Beschryving der Aardgewassen (1696) staat: De bladeren en Vruchten der Duynbezien zijn koud en droog van aart. Verslaan den dorst der Koortsige lieden drijven ook uyt alle slijmerige en taye vochten. Van het zap dezer Vruchten werd een Verjuys gemaakt, zeer bequaam ten gebruyk in spijzen. Op een paar plaatsen wordt de struik gekweekt voor de fruitteelt.

    in China worden echte plantages aangelegd om er producten van te maken die worden gebruikt in de culinaire, cosmetische en farmaceutische industrie.

    De oude Grieken wreven de huid van paarden in met bladeren en jonge spruiten van de duindoorn. Ze glansden dan mooi. Dat is ook de oorsprong van de wetenschappelijk geslachtsnaam Hippophae van hippos = paard en phaes = lichtend. De botanische soortnaam rhamnoides = doornachtig geeft aan dat de plant doornen heeft.De Fransen voedden de schapen met duindoornbladeren zodat de vacht een speciale glans kreeg.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (2 Stemmen)
    22-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Astilbe 'Fanal'
     

    Astilbe 'Fanal'


    Botanische naam  : Astilbe 'Fanal'
    Nederlandse naam : Astilbe (arendsii groep)
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   : granaatrood
    Grondsoort       : alle, humeus, veen, kalkarm
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw
    Gebruik          : groepen/vakken, borders, snijbloem, waterkant
    Hoogte           : 0.40-0.60 m
    Bloeikleur/vorm  : rood/bruin, pluim
    Bloeitijd        : juni, juli, augustus
    Blad             : groen

    Standplaats:
    Verlangt een plekje in de halfschaduw en een voedzame, humusrijke bodem met weinig boomwortels in haar nabijheid.

    Bloemen :
    Ziet er prachtig uit het weergeven van de robijn rode bloemen in het midden om van een schaduw achtertuin. Vooral opvallend in een grote groep omringd door kleinere, witte bloeiende planten

    Bij bloeiende planten is het belangrijk om veel knoppen te hebben en om die knoppen uit te laten komen. De aanmaak van knoppen wordt gestimuleerd met een, verhoudingsgewijs, hoger fosfor gehalte. De bloei van de knoppen wordt gestimuleerd door een hoog kalium gehalte. Het hogere kalium gehalte zorgt tevens voor een langere bloei en verbetert de kwalitatieve eigenschappen zoals geur van de bloemen. Daarnaast zorgt het hogere kalium gehalte voor een efficiëntere waterhuishouding zodat de planten zuiniger zijn met water. Hoe verder de onderlinge gehalten uiteenlopen des te sterker gaat er een stimulerende werking vanuit. Advies samenstelling: N5+P2+K4 tot maximaal N9+P6+K8

    Planten :
    Zorg voor voldoende vocht in de bovenlaag van de grond. Dek lichte gronden met blad en houtsnippers af om vocht vast te houden.
    Volg een regelmatig water schema tijdens het eerste groeiseizoen om een diepe, uitgebreid wortelstelsel vast te stellen. Voor een nette uitstraling, verwijder de oude gebladerte voor nieuwe bladeren ontstaan.

    Gebruikte delen:
    Word ook als snijbloem gebruikt

    Eigenschappen:
    Deze plant is ook te gebruiken als borderplant (op een iets zonniger plek). De bodem moet dan wel goed vochthoudend zijn. Woekert niet of nauwelijks en laat zich goed combineren met andere planten.

    Vermeerderen :
    Na een jaar of vier scheuren.

    Weetjes :

    -Regelmatig wieden.

    -Konijnen blijven er vanaf.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    21-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ILEX - HULST
     

    ILEX - HULST

    Botanische naam     : Ilex aquifolium
    Nederlandse naam    : Scherpe hulst, Groene hulst
    Herkomst            : West-Europa, China, Inheems
    Bijzonderheden      : haag, twee-huizig
    Grondsoort          : alle, kalkrijk
    Vochtbehoefte       : normaal
    Licht               : half schaduw
    Wind                : weinig gevoelig
    Groep               : (sier)heesters
    Gebruik             : randen/hagen, solitair, kust/zeewind, tuinen, insecten
    Hoogte              : 5.00-10.00 m
    Vorm                : kegel
    Bloeikleur/vorm     : wit/créme
    Bloeitijd           : mei, juni
    Blad                : wintergroen, gestekeld
    Vrucht              : rood/bruin


    Standplaats:
    Hulst groeit zowel in volle zon, halfschaduw en schaduw, maar verlangt voldoende vochthoudende humusrijke grond. Een kalkbodem hebben ze niet graag. Zeer natte gronden zijn niet geschikt voor hulst.

    Kenmerken:
    De besdragende soorten dragen in de lente onopvallende, witte bloemen van ongeveer 8 millimeter groot. Ook de vruchten zijn ongeveer 8 millimeter groot, min of meer rond en rood van kleur. Niet elke cultivar draagt veel bessen

    Bloemen :
    In mei verschijnen de kleine, waswitte bloemetjes. Ze zijn okselstandig geplaatst en verschijnen in bosjes. Ze hebben een vijfgelobde kelk met een witte, gespleten kroon en vier of vijf meeldraden, die aan het vruchtbeginsel kleven. De groene bessen kleuren in het najaar prachtig rood Hulst is doorgaans tweehuizig: mannelijke en vrouwelijke bloemen groeien niet aan dezelfde plant. In de rode bes zitten twee tot acht zaden.

    Planten :
    Plant u een hulst om de vele mooie, rode bessen, dan kunt u voor de bevruchting het beste bij vrouwelijke exemplaren een mannelijke planten. En om bezitters van kleine tuinen toch van hulsttakken vol bessen te laten genieten, hebben kwekers zelfbestuivende variëteiten ontwikkeld. Ilex aquifolium 'J.C. van Tol', 'Pyramidalis' en 'Alaska' zijn er als beshulst. Ook van deze variëteiten zal het aantal bessen groter zijn als er een mannelijke hulst in de buurt staat.

    Gebruikte delen:
    De bladeren en bessen worden gebruikt in kerststukjes. Hout van de hulst wordt gebruikt voor meubilair en inlegwerk. De jonge bladeren kunnen in juni worden geplukt en gedroogd. Thee die hiervan wordt getrokken, werkt koortsverlagend en urinedrijvend.
    Hulst is in bepaalde gebieden beschermd.

    Werkzame bestanddelen:
    Werkzame stoffen: Looizuur ,Bitterstof

    Eigenschappen:
    Hulst laat zich zeer gemakkelijk knippen en kan gebruikt worden als solitair, in groepen en als haag. Zelfs de Romeinen gebruikten al hulst om er ondoordringbare hagen mee aan te planten.

    Vermeerderen :
    Een hulst kan worden vermeerderd door te zaaien, te stekken, te delen of via uitlopers. Neem aan het eind van de zomer of begin van het najaar de halfhoutige takken als stekken. Of pluk de bessen meteen nadat ze goed op kleur zijn. Laat het vruchtvlees verrotten en was daarna de zaden heel goed schoon. Het vruchtvlees bevat namelijk stoffen, die de kiemkracht remmen. Bewaar het zaad in wat vochtig zand. Zaai ze het eerstkomende voorjaar op een halfschaduwrijke plek in vochtige, humusrijke grond. De opkomst kan een periode van drie jaar bestrijken. Cultivars kunnen door afleggen, enten of stekken worden vermeerderd. De jonge boompjes kunnen in strenge winters, vooral als ze in de volle winterzon staan, nog wel eens wat vorstschade oplopen.

    Soorten :
    Meer dan 400 bladhoudende en bladverliezende soorten uit de gematigde zones van het noordelijk en zuidelijk halfrond.Mannelijke en vrouwelijke soorten.Met en zonder rode, gele, zwarte en of witte bessen.

    Weetjes :

    De vrucht is een kleine bes, meestal rood, met een tot tien zaden. De bessen zijn mild giftig en kunnen bij mensen braken en/of diarree veroorzaken. Ze zijn echter zeer belangrijk voedsel voor veel soorten vogels. Ook andere wilde dieren eten de bessen. In de herfst en de vroege winter zijn de bessen hard en ogen niet aantrekkelijk. Wanneer echter de vorst enkele malen er over is gegaan, worden de bessen zacht en eetbaar. Tijdens winterstormen nemen vogels graag hun toevlucht in Ilex-soorten. Ze vinden daar een schuilplaats, bescherming tegen roofdieren door de stekelige bladeren en voedsel.

    Symboliek
    Hulst is een symbolische plant vanwege zijn altijd groene verschijning. Volgens het volksgeloof beschermt hulst tegen blikseminslag en tegen vijandige machten zoals demonen en heksen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (12 Stemmen)
    20-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hydrangea - Annabelle



    Hydrangea arborescens 'Annabelle'



    Familie        :  hortensiafamilie (Hydrangeaceae)

    Bloeikleur     :  wit

    Bloeimaand     :  juni, juli, augustus, september

    Bladkleur      :  Groen

    Hoogte         :  120 - 150 cm, 1,5 m - 2 m

    Wintergroen    :  Bladverliezend

    Winterhardheid :  Goed winterhard

    Standplaats    :  Zon, Halfschaduw

    Soort gewas    :  Heester / struik

    PH bodem       :  Kalkminnend

    kenmerken      :  Droogbloem


    Standplaats:

    Hydrangea arborescens is perfect winterhard, en geschikt voor zowel zon als halfschaduw.

    Enkel in voldoende vochtige grond kunnen ze in de volle zon staan. Vij voorkeur op koele, licht tot rijk beschaduwde plaatsen. Bij teveel aan zon of een tekort aan water kunnen de bladeren verdrogen of verbranden. Zorg voor een voldoende vochtige standplaats die goed waterdoorlatend is. Hortensia's haten nattige voeten in de winter.

     

    Kenmerken:

    De bloemknoppen van de Hydrangea arborescens 'Annabelle' bevriezen nooit omdat de plant bloeit op het hout dat hij in het voorjaar maakt.

    Hydrangea arborescens 'Annabelle' vormt bolronde tuilen die eerst wit bloeien en in de nazomer groen verkleuren. De tuilen kunnen mooi drogen.

     

    bloemen :

    De plant is bijna de hele zomer overdekt met enorme witte bloemschermen, die prachtig staan bij het lichtgroene blad. Bekendst is 'Annabelle', met haar bolvormige bloemschermen die bijna zo groot als een voetbal zijn.

    Zij bloeit van eind juni tot aan de eerste vorst, en kan na enkele jaren gerust twee meter hoog en breed worden

     

    Vermeerderen :

    Vermeerderen uit stekken of door afleggen

     

    Snoeien :

    Dikke bloemtuilen bekomt men door de stuik in de lente tot 30 cm terug te snoeien.

    Kleinere bekomt men dus door niet te snoeien, met het voordeel dat ze minder zwaar zijn en niet zullen doorbuigen.

    Knip in de vroege lente de twijgen steeds kort in (op 3-4 ogen). Sommigen maaien ze zelfs gewoon af, maar dat kan ik niet aanraden op te volgen. Deze cultivar is bijzonder winterhard.

    De grond heeft voor deze cultivar geen invloed op de kleur van de bloem.

     

     

    Weetjes :

     

    tip: een korf rond de Hydrangea arborescens 'Annabelle' maken met gaas en zo de takken steunen

     

    Hydrangea arborescens 'Annabelle' is mooi te combineren met Alchemilla, Hedera, Hosta, Taxus, Buxus, herfstanemonen, Monnikskap

     

    De hortensia "Annabelle" variëteit kent zonder twijfel het meest succes bij de kenners. Het is een cultivar (een gekweekte variëteit), die oorspronkelijk uit de Verenigde Staten afkomstig is. Sommigen bronnen spreken van een selectie van H. arborescens 'Grandiflora'. In de VS, kent de plant een onafgebroken succes sinds 1978. De Annabelle heeft uiteraad de erg typische Hortensia-bloem, die eigenlijk samengesteld is uit tal van kleine bloempjes. De kleur varieert van zachtgroen tot een erg puur wit. De bloemen zijn een stuk groter dan bij 'Grandiflora' en daarom lijkt deze ook krachtiger. Deze spectaculaire plant kan bloeien van eind juni, tot aan de eerste vriesdagen; het is daarbij niet ongewoon dat de bloemen een doorsnede van 20- 30 cm bereiken

    Soms kan een Hortensia niet bloeien:

    - Omdat de knoppen bevroren zijn door late vorst in het voorjaar. Je kan ze daartegen beschermen door de oude bloem te laten staan tot aan de ijsheiligen.

    Deze dienen dan tevens als steun voor eventueel afdekmateriaal zoals vliesdoek, lakens of papier,

    maar geen plastiek.

    - Verkeerd snoeien. Elke soort heeft zijn eigen snoeimethode.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (35 Stemmen)
    08-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Cattleya
     

    Cattleya


    Standplaats:
    Het hele jaar zo licht mogelijk. Alleen tegen zeer felle zon moet geschermd worden (verbrandingsgevaar).

    Kenmerken :
    In niet-bloeiende toestand zijn de planten bepaald niet decoratief. De langwerpige pseudobulben eindigen in een of twee min of meer stugge bladeren. Ze zijn om ze zoveel mogelijk tegen de felle zon te beschermen nog van een waslaagje voorzien.

    Soorten :
    Heel veel soorten en varieteiten

    Gieten:
    Gedurende de groeiperiode vrij ruim. De grond mag nooit helemaal uitdrogen. Tijdens de rustperiode minder gieten. De pseudobulben mogen best wat indrogen.

    Bemesting:
    Gedurende de groeiperiode bij elke derde watergift wat speciale orchideeënmest aan het gietwater toevoegen.

    Verpotten:
    Om de twee tot drie jaar, steeds aan het begin van de groeiperiode. We gebruiken uiteraard speciale orchideeëngrond.
    De Cattleya’s bezitten dikke vleesachtige wortels en deze zijn omgeven door een velamen, alleen het puntje is groen. Deze wortels bezitten een hoge zuigkracht en houden de vochtigheid vast. Bij sommige wortels is chlorofyl te vinden, waardoor ze kunnen ademen. Hiervoor verlangen ze een luchtige grond. Nooit water geven waarin teveel kalk zit, want dan verkalt het velamen en wordt de wortelwerking onderbroken. Ook teveel water verdrijft de lucht uit de grond en doet de wortels afsterven. Hierbij worden de bladeren dof, slap en verschrompelen. Deze plant dient verpot te worden in een luchtig substraat.

    Beschadigers:
    Wanneer de bloei schede nog gesloten is, wordt daar vaak plantesap afgescheiden. Daar bevinden zich vaak blad-, schild- en wolluizen, die zeker tijdig bestreden moeten worden.

    Temperatuur:
    Gedurende de groei periode 20 à 25°C (overdag). In de rusttijd 15 à 17°C (sommige vormen iets warmer).

    Bij aankoop op letten:
    --Kies steeds planten die óf in volle bloei staan of waarvan de bloemknoppen zich nog in de bloemschede bevinden. Op die manier wordt voorkomen dat de planten ten gevolge van de verandering in standplaats de bloemknoppen afstoten.
    --Cattleya's zijn duurder dan andere orchideeën. Dat is onder meer een gevolg van de langere kweekduur. Indien er goedkope Cattleyaplanten worden aangeboden, is daar meestal wat mee aan de hand.


    Er was eens... een beroemde plantkundige.

    Hij ondernam in 1818 een expeditie naar Brazilië. Hij verzamelde orchideeën en andere tropische planten voor de Europese markt.
    De gevonden planten werden zorgvuldig in kisten verpakt. Als verpakkingsmateriaal voor zijn 'groene buit' gebruikte deze plantenjager delen van allerlei andere planten die daar in massa's voor het grijpen lagen.
    Ontvanger van deze zending was de Engelse plantenliefhebber Cattleya.
    Hij was ook geïnteresseerd in het eigenaardige verpakkingsmateriaal dat o.a. uit lange plantendelen bestond. Uit nieuwsgierigheid plantte hij enige van die lange stengels in een compostmengsel en zette ze in zijn kas.

    Groot was zijn verbazing toen zich uit deze plantendelen nooit eerder waargenomen orchideeënbloemen ontwikkelden. U zult het al wel begrepen hebben: de Cattleya had z'n intrede in Europa gedaan.

    Ook heden ten dage is de Cattleya een buitenbeentje onder de orchideeën. Zijn sprookjesachtige, mooie bloemen, de geur en het gevarieerde kleurenspel houden talloze plantenliefhebbers in de ban.

    Verzorging :

    Eigenlijk is de verzorging van Cattleya betrekkelijk eenvoudig.
    Dat komt omdat alle ongeveer 30 soorten die bekend zijn en in Midden- en Zuid-Amerika voorkomen onder ongeveer gelijke klimatologische omstandigheden groeien. Ze groeien epifytisch, dus op bomen maar ook op rotsstenen .
    Tijdens de groei periode staan ze graag warm; zo'n 20 à 25 °C. In de rustperiode daarentegen nemen ze al genoegen met 15 à 17 °C. Deze rustperiode is voor een Cattleya uiterst belangrijk.
    Indien deze ontbreekt zal de bloei te wensen overlaten.

    Helaas is deze rustperiode niet precies aan een bepaald jaargetijde gebonden. Meestal echter zijn het de lichtarme wintermaanden. Daarna is het zaak de planten goed te observeren.

    De nieuwe groeischeut die aan de pseudobulben zichtbaar wordt, geeft het begin van groei periode aan. Men ontdekt dan ook snel nieuwe wortels; ( nieuwe scheut groeit en de nieuwe bladeren worden gevormd

    Bloemen :
    Heel vlot daarna ontwikkelt zie een platte bloemschede aan ,basis van het blad.

    Hierin bevindt zich een korte, niet-vertakkende bloemstengel met bloemen. Het kan echter vaak lang duren voor die bloemen te voorschijn komen; soms ontluiken ze pas als er nog een rustperiode is geweest. Aanvankelijk is de schede zachtgroen, maar in de maanden die volgen wordt hij bruinachtig en verdroogt. Dat is normaal.

    Dat de jaarlijkse groei ten einde is, kan men vaststellen aan de donkergroene kleur. De plant moet dan koeler gehouden worden. Daarbij wordt natuurlijk ook veel minder gegoten. Pas wanneer men vaststelt dat er zich in de schede een knop bevindt of dat er wortelvorming plaatsvindt, mag er weer wat meer gegoten worden en mogen de planten weer wat warmer staan. Om in de kamer, waar de relatieve luchtvochtigheid laag is, de bloei te bevorderen kan men proberen de bruine schede te openen. Doe dat uiterst voorzichtig, want de kans dat de bloemknoppen daarbij beschadigd worden is natuurlijk aanwezig. Wanneer de bloeiperiode erg kort duurt, heeft dat dikwijls te maken met lichtgebrek. Maar ook wateroverlast door te veel gieten kan de oorzaak zijn.

    Door kruisingen o.a. met andere geslachten (Brassavola. Laelia en Sophronitis) zijn talloze nieuwe vormen ontstaan. Cattleya's en verwanten zijn dan ook tegenwoordig vrijwel het hele jaar in allerlei kleuren te koop.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 7/5 - (4 Stemmen)
    14-07-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Allium Savitum
     

    Allium Savitum - Knoflook

    Standplaats:
    De plant groeit op goed doorlatende grond en in de volle zon
    Je kan knoflook uitsluitend voor de plantbol, op zonnige, tamelijk vochtige plaatsen kweken. Zorg ervoor dat je lichte, goed omgespitte grond

    Kenmerken:
    Geur :Veel componenten in knoflook zijn zwavelverbindingen. Deze worden bijna allemaal door het lichaam verteerd, behalve allylmethylsulfide (AMS). Dit wordt niet verteerd in de ingewanden, maar opgenomen in het bloed. Het bloed brengt de AMS naar de longen en de huid waar het een, voor anderen, onprettige geur veroorzaakt. Uit een onderzoek gedaan door de Universiteit van Edinburgh blijkt dat de geur helpt tegen muggen.

    Ook kleine stukjes knoflook in de mond, zoals tussen de tanden, kunnen slechte adem veroorzaken.

    Dit laatste kan gedeeltelijk verholpen worden door het kauwen van peterselie, of kervel,door het eten van een geraspte appel of enkele lepeltjes honing

    Bloemen :
    Deze plant bloeit in juli en moet je oogsten eind augustus
    Wit tot roze bloempjes

    Planten :
    De broedbolletjes in maart of oktober planten op een onderlinge afstand van 15 tot 20 cm

    Gebruik Inwendig
    Knoflook is een goed lange termijnmiddel bij problemen met de bloedsomloop.

    --Het houdt de bloedvaten schoon en de bloeddruk laag.

    --Vermindert het risico op problemen met de bloedsomloop bij diabetici.

    --Beschermt het hart.

    --Desinfecteert en verwijdert slijm uit de longen.

    --Helpt bij aandoeningen en infecties van de luchtwegen met slijmvorming.

    --Werkt preventief tegen verkoudheid, griep en andere virusinfecties.

    --Verlicht de symptomen van bijholteontstekingen en hooikoorts.

    --Verbetert de vertering van vetten.

    --Doodt wormen in de ingewanden.

    Gebruik Uitwendig

    --Knoflookolie bij oor- en neusinfecties (druppels).

    --Olie als borstzalf bij verkouden kinderen.

    --Op pessaria bij vaginale infecties.

    --Op wratten en schimmelinfecties, waaronder dauwworm.

    --Als kompres bij abcessen.

    Opgelet!
    Knoflook kan de maag irriteren, maar is wel zeer heilzaam.

    Eigenschappen:
    Antisceptisch, antiviraal, schimmeldodend, krampstillend, slijmoplossend, anti-allergisch, verlaagt de bloeddruk, verlaagt het bloedsuiker- en cholesterolgehalte, bevordert de bloedsomloop.

    Knoflook is een kruidachtige, overblijvende plant, behorende tot de leliefamilie. De stengel is tot aan het midden bebladerd. De bloeiwijze draagt bolletjes.

    De werkzame bestanddelen die uit de bol gewonnen worden, bestaan uit etherische olie, waarin zich glycosiden bevinden die uiteenvallen in vluchtige zwavelhoudende mengsels. Andere bestanddelen zijn suikers, pectinen, vitaminen en hormoonstoffen.

    Vermeerderen :
    Knoflook kan alleen vegetatief vermeerderd worden. In hun bloeiwijze komen wel bloemen voor maar deze vormen geen zaad. In plaats van zaad vormen ze in de bloemtop broedbolletjes.


    Soorten :
    Knoflook hoort bij de Alliaceae familie die uit 600 soorten planten bestaat.
    Rose de Lautrec, Thermidrome, Cristo, Printanor, Rose d'Auvergne, Blan de la Drôme, Olifant Knoflook (grote bollen), Blanke Reuzen, enz...
    Vermoedelijk komt knoflook van de steppen in Centraal-Azië. Via nomaden ging deze plant naar het Midden-Oosten. Daar werd hij in cultuur gebracht en veredeld tot een variëteit met grote bollen

    Knoflook bewaren
    Verse knoflookteentjes voelen stevig aan. Knijp daarom bij de aankoop voorzichtig in de bol. Bewaar knoflook op een donkere, droge plaats in een open pot of mand. Zo zijn de bollen doorgaans enkele maanden houdbaar. Zodra de tenen binnen het omhulsel beginnen te verschrompelen of te ontspruiten, is de knoflook niet meer goed. Bewaren in de koelkast vermindert de typische knoflooksmaak en bevordert meer een uiensmaak.
    Knoflook kan je wel goed invriezen.
    Verwijder de pel en hak de knoflook fijn. Bewaar dit in een potje in de diepvriezer. Zo heb je steeds knoflook in huis.

    Geschilde knoflookteentjes worden vaak bewaard in olie. Hierbij is echter voorzichtigheid geboden. Deze manier van bewaren in afwezigheid van lucht kan de groei van de dodelijke bacterie Clostridium botulinum of de botulismebacterie bevorderen indien aanwezig.
    Dit kan worden voorkomen door de knoflooktenen vooraf een paar uren in azijn of citroensap te leggen. Om de vorming van een groenblauw lint te voorkomen als gevolg van een reactie van een zwavelhoudende verbinding in knoflook met het zuur, kunnen de knoflooktenen voor het inleggen ook nog worden geblancheerd.

    Weetjes :

    Knoflook, een van de meest gebruikte keukenkruiden, stamt oorspronkelijk uit Centraal-Azie maar wordt nu in de meeste klimaten gekweekt. De knoflookbol bestaat uit vele afzonderlijke teentjes onder een wit, papierachtig vel.

    Folklore
    Knoflook wordt al eeuwen gebruikt als versterkend voedsel en tegen infecties.

    Culpeper merkte op dat knoflook al in de Oudheid als goedkoop middel tegen alle kwalen gold. Hij achtte knoflook vanwege de sterke geur ongeschikt voor mensen met een cholerische of melancholieke natuur.

    Europese landarbeiders meenden dat knoflook hen de kracht gaf om onder de hete zon te kunnen werken.

    In het graf van Toetanchamon werden knoflooktenen gevonden

    In Rusland wordt Knoflook ook wel 'Penicilline voor de arme' genoemd

    De Chinezen, de oude Grieken en ook de Romeinen gebruikten al knoflook tegen allerlei kwalen zoals infecties, wonden en zweren, zwakte, en tumoren.

    In het oude Egypte zwoeren artsen hun eed onder het aanroepen van de Knoflook, deze plant werd als heilig beschouwd. Hoe belangrijk de Knoflook was in Egypte blijkt verder uit een bericht van de Griekse schrijver Herodotus (van 480 v. Chr. – na 430 v. Chr.) waarin staat dat bij de bouw van de grote piramide van Cheops 1600 zilvertalenten werden uitgegeven voor de aankoop van een voorraad uien, knoflook en radijzen voor de arbeiders. In de bijbel wordt Knoflook vermeld als een van de planten waarnaar men terugverlangt na de vlucht uit Egypte

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (1 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Crassula
     

    Crassula

    Wie eenmaal dikblad in huis heeft gehaald zal waarschijnlijk zo enthousiast zijn, dat hij/zij zal proberen het sortiment uit te breiden. Reden genoeg om winkels af te lopen, bij vrienden te ruilen om zo een hele verzameling aan te leggen. Zijn de omstandigheden in uw huis ideaal, dan kunt u een zeer vormenrijke en interessante groep planten aanschaffen.

    Soorten
    Er zijn meer dan 300 soorten Crassula (afgeleid van het Latijn crassus = dik) bekend. Het overgrote deel hiervan groeit in droge en warme streken van Zuid-Afrika.
    Crassula behoort tot de vetkruidfamilie (Crassulaceae), vetplanten waartoe o.a. ook Kalanchoe, Echeveria, Rochea en de in tuinen veel voorkomende huislook (Sempervivum) en muurpeper (Sedum acre) behoren.

    Standplaats
    Dikblad moet warm en zonnig staan en dat betekent dus een venster op hetzuiden. Wit berijpte en lichtgroene soorten tegen te felle zon beschermen. In de winter de planten koel (8-12 "C) zetten. De bladkleur blijft dan mooier en de kans op bloei wordt groter.

    Verzorging
    Weinig gieten en wanneer de planten 's winters koel staan zelfs uiterst weinig water geven.
    In de zomermaanden eenmaal per maand mest geven, meer is niet nodig. Wel moeten de planten jaarlijks, als ze ouder zijn om de drie jaar worden verpot. Daarvoor wordt de potgrond vermengd met scherp zand en klei gebruikt. Denkt u vooral aan een goede drainage.

    Ziekten
    Echte ziekten komen bij dikblad nauwelijks voor. Het zijn heel sterke planten, mits ze op de juiste plaats staan en een goede verzorging krijgen.
    Problemen zijn vooral het gevolg van teveel water in de winter: wortels verrotten en dat heeft ook tot gevolg dat de stengelbasis verrot en de plant dood gaat.
    Te hoge wintertemperatuur betekent ook slappe planten en nauwelijks of geen bloei. Bovendien kan er gemakkelijk spint, thrips en bladluis optreden, soms zelfs schild- en wolluis.

    In een vroeg stadium van aantasting helpt een flinke waterstraal met lauwwarm water, bijvoorbeeld onder de douche.
    De oplossing is echter nadat de diertjes dood zijn - zorgen voor een juiste standplaats. De meeste mensen geven vooral tijdens de winter teveel water en de planten staan in die periode bovendien meestal te warm.

    Vermeerderen
    Alle dikbladsoorten zijn gemakkelijk te vermeerderen. U kunt kopstek of zelfs de dikke bladen gebruiken.
    zowel blad- als kopstek ongeveer een week laten drogen. Daarna stekken in zandige grond ol op kleikorrels.


    Tip
    Veel dikbladsoorten kunnen 's zomers op een zonnige plaats buiten staan. Beschermen tegen te veel regen en eind augustus naar binnen halen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (9 Stemmen)
    13-07-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Prunella grand. 'Loveliness'
    Prunella grandiflora  

    Prunella grand. 'Loveliness'


    Botanische naam  : Prunella grand. 'Loveliness'
    Nederlandse naam : Brunel , bijenkorf 
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   : drachtplant, vlinders, mauveblauw
    Grondsoort       : alle
    Vochtbehoefte    : droog, normaal
    Licht            : half schaduw, zon
    Gebruik          : groepen/vakken, randen, bodembedekker, verwildering , kust/zeewind, insecten, bloemenweide, bostuinen
    Hoogte           : 0.20-0.40 m
    Bloeikleur/vorm  : blauw, aar
    Bloeitijd        : mei, juni, juli, augustus
    Blad             : groen

    Standplaats:
    Deze bodembedekkende vaste plant stelt weinig eisen aan de grond.

    Kenmerken:
    In bloei is het een zee van golvende aren, die vaak lilapaars, wit, of diep lilaroze van kleur zijn

    Bloemen :
    In de zomer bloeit de hij vanaf juni tot aan de eerste nachtvorst. Bijen vliegen af en aan op de bloeiende brunel

    Eigenschappen:
    Bij de Grandiflora-groep vallen vooral de bloemaren op door hun grootte. De bladeren zijn gaafrandig en ei-lancetvormig. Het blad is frisgroen van kleur. De stengels stijgen op tot een hoogte van 15 - 20 cm. Dit is de beste soort om een tapijt te vormen.

    Vermeerderen :
    Door uitlopers

    Weetjes :

    Een zeker gemakkelijk te houden plant voor iedere tuin is de brunel of prunel.

    Wanneer hij het naar z'n zin heeft, verovert hij elk jaar wel wat meer van de ruimte om zich heen. Uitlopers van 10 - 20 cm zijn heel gewoon.

    Het is een uitstekende plant om een tapijt te vormen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (2 Stemmen)
    10-07-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Potentilla fruticosa 'Abbotswood'
     

    Potentilla fruticosa 'Abbotswood'


    Botanische naam  : Potentilla fruticosa 'Abbotswood'
    Nederlandse naam : Ganzerik , Vijfvingerkruid
    Herkomst         : Noord-Europa, Noord-Amerika en Azie
    Bijzonderheden   : grote bloem, beste witbloeiende vorm
    Grondsoort       : alle, kalkarm
    Vochtbehoefte    : droog, normaal
    Licht            : zon
    Groep            : (sier)heesters
    Gebruik          : groepen/vakken, randen/hagen, tuinen
    Hoogte           : 0.50-1.00 m
    Vorm             : breed
    Bloeikleur/vorm  : wit/créme
    Bloeitijd        : juni, juli, augustus, september
    Blad             : bladverliezend, blauwgroen

    Standplaats:
    Deze plant wenst een voedselrijke, vochthoudende tot vochtige bodem. Voor wat betreft de zuurgraad is ze vrij tolerant (pH = 5.5 - 8). Verlangt een plekje in de zon of lichte schaduw. Bij voorkeur uit de middagzon. Kan bij nachtvorst in april-mei schade oplopen.

    Kenmerken:
    De nederlandse naam is Heesterganzerik, familie van de Rosaceae.
    De bloemkleur is wit en de bloeitijd is van ca. juni tot en met september.
    De bladeren zijn blauwgroen.
    De volwassen hoogte van deze middelgrote heester is ca. 70 cm.
    Verdraagt een temperatuur tot -35 gr. C.
    Heeft een opvallende bloeiwijze.
    Is goed verkrijgbaar.

    Bloemen :
    Bloemkleur : wit
    Bloeiperiode : juni - sept ,grote bloemen van 2,5 cm groot

    Planten :
    4 tot 5 /m²

    Snoeien :
    moet ieder jaar in het voorjaar, bij voorkeur in maart, gesnoeid worden. Knip alle takken ongeveer 7 cm boven de grond af. Wanneer de struik als haag wordt gebruikt, moet deze ook in haagvorm worden gesnoeid. Vergeet dan niet ook enkele takken diep uit de struiken weg te knippen. De haag blijft zodoende tot vlak boven de grond.

    Oude, verwaarloosde heesters kunnen ook tot vlak boven de grond (10-15 cm) worden teruggezet.  

    Eigenschappen:
    De bloei van de knoppen wordt gestimuleerd door een hoog kalium gehalte. Het hogere kalium gehalte zorgt tevens voor een langere bloei en verbetert de kwalitatieve eigenschappen zoals geur van de bloemen. Daarnaast zorgt het hogere kalium gehalte voor een efficiëntere waterhuishouding zodat de planten zuiniger zijn met water.

    Vermeerderen :
    Moeten iedere 3 tot 4 jaar gescheurd worden

    Soorten :

    --'Daydawn': zalmroze bloemen

    --'Primrose Beauty': hooggroeiend, met spreidende, overhangende takken en talrijke crèmegele bloemen

    --'Tangerine': oranje bloemen

    --'Elisabeth': citroengele bloemen

    --'Longacre': geel, tot 1 m

    Weetjes :

    Potentilla of ganzerik behoort tot de familie van de roos-achtigen (Rosaceae). De 500 soorten zijn voornamelijk te vinden in noordelijke gematigde gebieden. De potentilla vertegenwoordigd zowel eenjarige, vaste planten als heesters.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (3 Stemmen)
    07-07-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rosa 'Baron Girod de L'Ain'
     

    Rosa 'Baron Girod de L'Ain'


    Botanische naam  : Rosa 'Baron Girod de L'Ain'
    Nederlandse naam : Remontant roos
    Herkomst         :
    Bijzonderheden   :
    Grondsoort       : alle, humeus, lichte klei
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : zon
    Wind             : weinig gevoelig
    Groep            : oude rozen
    Gebruik          : groepen/vakken, tuinen
    Hoogte           : 1.00-2.00 m
    Vorm             : opgaand
    Bloeikleur/vorm  : geurend, rood/bruin
    Bloeitijd        : juni, augustus
    Blad             : bladverliezend
    Twijg/stam       : doorns/stekels


    Beschrijving:
    Karmijn rood met een witte kraag, vol, zeer geurig. Bewezen ras met anjer-achtige bloemen en grijs-groene bladeren
    Is een hybride eeuwigdurende roos. Het is een krachtige groeier van bossige gewoonte, met stekelige stengels en donkergroene bladeren. In de zomer en de herfst, het produceert geurende, dubbel, donker-rode bloemen met een aantal bloemblaadjes met subtiele witte aftekeningen aan de randen

    Snoeien :
    Bloeit op oud hout, snoeien na de bloei

    Bodem pH vereisten:
    5,6 tot 6,0 (zure)
    6,1 tot 6,5 (zwak zuur)

    Vermeerdering:
    Van zomerstek
    Van semi-stekjes
    Van stekjes
    Door enten
    Door knopvorming


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    16-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Helianthemum 'Wisley Pink'
     

    Helianthemum 'Wisley Pink'


    Botanische naam  : Helianthemum 'Wisley Pink'
    Nederlandse naam : Zonneroosje
    Herkomst         : uit de bergen 
    Bijzonderheden   : matig winterhard
    Grondsoort       : alle, humeus, kalkrijk
    Vochtbehoefte    : droog
    Licht            : zon
    Wind             : weinig gevoelig, zeewind bestendig
    Gebruik          : groepen/vakken, randen, bodembedekker, borders
    , verwildering, kust/zeewind, insecten, rotstuinen
    Hoogte           : 0.10-0.20 m
    Bloeikleur/vorm  : roze
    Bloeitijd        : juni, juli, augustus
    Blad             : wintergroen, donkergroen

    Standplaats:
    Halfschaduw -Zon
    Alle grondsoorten -Droog -Goed gedraineerd -Humusrijk
    Plant zonneroosjes bij voorkeur op de zuidkant of op de zuidelijke helling van de rotstuin. Alvast in de volle zon en op een goed doorlatende grond. Helianthemum vraagt een kalkrijke grond. Geef wat kalk in het najaar (oktober-november).

    Kenmerken:
    Zonneroosjes zijn stevige, meestal groenblijvende planten. Ze hebben glimmende, groene tot grijze, viltige kleine bladeren afhankelijk van ras tot ras. In koude winters kunnen soms de bladeren gedeeltelijk afvallen.

    Bloemen :
    De bloemkleur is zachtroze en de bloeitijd is van ca. juni tot en met augustus.
    De bloemen variëren van enkel, halfgevuld of gevuld in vele kleurschakeringen.
    In het voorjaar de plant flink terugsnoeien zodat deze weer opnieuw kan uitlopen en een zee aan bloemen kan geven in de zomer 20 cm hoge soort bloeit zachtroze van juni t/m augustus. Het blad is grijs van kleur

    Planten :
    plantafstand is 30 cm. (8-11 st. per m2.)
    Balkon-Bodembedekker-Potten en bakken-Randbeplanting-Rotstuin
    Vakbeplanting-Vaste planten border

    Gebruik :
    Helianthemum zijn bijzonder geschikt voor rotstuinen, de heidetuin of een plaatsje vooraan in de border. Ze zijn altijd mooi te combineren met grassen, ereprijs, vlas of havikskruid

    Eigenschappen:
    De bladeren zijn grijs en ongeveer 20 cm. hoog. De volwassen hoogte van deze vaste plant is ca. 25 cm. Verdraagt een temperatuur tot -20 gr. C. en blijft de gehele winter groen.

    Vermeerderen :
    De plant is te vermeerderen door het stekken van gerijpte scheutjes in de zomer en te zaaien.
    Zonneroosjes zijn te vermeerderen door het nemen van kruidachtige stekken in het najaar. Neem bij voorkeur stekken met een hieltje. Dat zijn stekjes die van de plant worden getrokken waardoor er nog een vlaggetje oud hout aan de onderkant blijft hangen. Deze stekjes worden dan in een koude bak of in een serre overwinterd en in het voorjaar als ze beworteld zijn worden ze opgepot.

    Soorten :
    Meerdere bekende soorten van zonneroosje

    Weetjes :

    Helianthemum betekent 'bloem van de zon' die zich alleen bij zonneschijn openen, en dat kan je zo letterlijk nemen. Het zijn dwergachtige, struikachtige, vaste planten en met zo'n 100 soorten ruim vertegenwoordigd zijn in de vaste planten wereld.

    Er zijn talloze hybriden die meestal laag blijven en breed uitgroeien.

    Zonneroosjes groeien overal waar de grond droog is en een beetje kalk bevat. Strooi eventueel in de herfst wat kalk. Kort ieder voorjaar alle takjes zo in, dat onder de plaats waar u knipt nog wat groen zit. Knip absoluut niet na half augustus in. De plant is gevoelig voor strenge vorst. Dek eventueel in de winter af met wat blad en takken.

    De planten bloeien op de takken die het vorige jaar werden gevormd. Om de planten compacter te houden kun je best na de bloei deels terug snoeien.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (3 Stemmen)
    08-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Abelia schumannii
     

    Abelia schumannii


    Familie          : Caprifoliaceae - kamperfoelieachtigen
    Botanische naam  : Abelia schumannii
    Nederlandse naam : Abelia
    Bloeikleur       : roze, geurende bloemen
    Bloeimaand       : mei, juni, juli, augustus, september
    Bladkleur        : Groen
    Hoogte           : 70 - 120 cm (kan na tien jaar uiteindelijk tot 2 meter hoog worden)
    Wintergroen      : Bladverliezend
    Winterhardheid   : Goed winterhard
    Standplaats      : Zon tot halfschaduw
    Soort gewas      : Heester / struik
    Habitat          : Normale bodem

    Standplaats:
    Abelia presteert het best in de volle zon, in een vochtige maar goed doorlatende grond.

    Kenmerken:
    Abelia shumannii is een bladverliezende struik die een stuk lager blijft dan de meeste andere soorten abelia's.
    Schumann Abelia is een elegante struik met gebogen stengels, die clusters van aantrekkelijke, lila-roze bloemen in de zomer te dragen

    Bloemen :
    De kleine plant met de rode takken staat graag beschut en bloeit vanaf mei tot aan september met roze bloempjes.

    Planten :
    Het is een prima plant, die uitstekend kan worden gebruikt als lage haag. En een aantal soorten is bruikbaar als potplant voor op het balkon of op het terras.

    Eigenschappen:
    Een bladverliezende struik tot circa 2 m hoog, met slanke, gebogen takken. De jonge twijgen zijn paars en bedekt met donshaartjes. De bladeren zijn groen, ovaal, afgeronde punt tot ca. 3 cm lang ongeveer 1 cm. De trechtervormige bloemen zijn roze-roze met oranje markeringen en tot ongeveer 1,5 cm lang, en bloei van mei tot augustus.

    Vermeerderen :
    Het kan worden vermeerderd door stekken
    Abelia kan je vermeerderen door in het midden van de zomer (juli - augustus) half verhoute stekken te nemen. Knip hiervoor tot tien cm lange takuiteinden af. De wond onderaan moet gaaf zijn. Strip de onderste blaadjes af en laat enkele de bovenste twee bladparen zitten. Plaats de stekken naast elkaar in een pot gevuld met voedselarme stekgrond. Benevel de stekjes maar zorg ervoor dat de grond ook niet te nat is. De pot met stekken (die elkaar net mogen raken), zet je op lichte standplaats waar de stekken niet in contact komen met rechtstreekse zonnestralen. De eerste winter plaats je de pot op een vorstvrije plek in een kas, serre, garage, tuinhuis of zolder. In de lente als de ergste vorst is geweken kunnen de bewortelde stekken in de tuin worden uitgeplant en getopt om het vertakken te bevorderen.

    Soorten :
    Het geslacht telt ongeveer 23 soorten, de meeste geconcentreerd in Noord-oost Azië en drie soorten in Mexico. Het geslacht is vernoemd naar Dr. Clarke Abel (1780-1826), die de soort Abelia chinensis ontdekte tijdens zijn reis door China toen hij als arts verbonden was aan het gezantschap van Lord Amherst

    Snoeien :
    Abelia's die tot augustus en langer bloeien kun je best pas in het voorjaar snoeien. In de lente wanneer de kans op strenge vorst is geweken, zie je ineens welke takken de winter niet hebben overleefd of een stuk zijn ingevroren. Dode en zwakke takken snoei je volledig weg. Bij de gezonde takken, snij je per struik een derde van de oudste takken weg. Op die manier zijn alle takken van de abelia nooit ouder dan drie jaar en stimuleer je de vorming van nieuwe scheuten die uit de grond komen opschieten. Zo heb je struiken met jonge takken die veel bloemen produceren, want de meeste bloemen verschijnen op de twijgen van het voorafgaande jaar en op de scheuten die vroeg in het voorjaar werden gevormd. Regelmatig de uiteinden van de takken toppen is aan te raden om compacte, gesloten struiken te bekomen.

    Weetjes :

    De generieke naam, Abelia, herdenkt dr. Clarke Abel, een botanicus en chirurg die China bezocht in 1816-1817 als Chief Medical Officer (op voordracht van Sir Joseph Banks ) en Naturalist naar de ambassade. Er werd echter Abelia parvifolia niet gegroeid in het westen van tuinen tot bijna een eeuw later. Zoals A. schumannii in Plantae Wilsonae, het was een van de vele planten verzameld door Ernest Wilson (ook bekend als 'Chinees' Wilson) op expedities in 1907, 1908 en 1910, en teruggestuurd naar het Arnold Arboretum

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    04-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Centaurea montana
     

    Centaurea montana


    Botanische naam  : Centaurea montana
    Nederlandse naam : Bergkorenbloem
    Herkomst         : Alpen
    Bijzonderheden   : talud, drachtplant
    Grondsoort       : alle, humeus, lichte klei
    Vochtbehoefte    : droog
    Licht            : half schaduw, zon
    Wind             : weinig gevoelig, zeewind bestendig
    Gebruik          : snijbloem, insecten, bloemenweide, kuipen/potten, waterkant
    Hoogte           : 0.40-0.60 m
    Bloeikleur/vorm  : paars, roze, wit, zwart, violetblauw
    Bloeitijd        : mei, juni, juli
    Blad             : grijsgroen

    Standplaats:
    Een langbloeiende plant die vookeur geeft aan kalkrijke grond en een warme zonnige plek
    De Bergkorenbloem stelt weinig eisen aan de bodem; bij voorkeur vochthoudend, goed gedraineerd en niet te licht.
    Verdraagt goed kalk en tijdelijke droogte.

    Kenmerken:
    De plant wordt 30-60 cm hoog en heeft langwerpige tot lancetvormige bladeren, die van boven spoedig kaal worden. De bladeren zijn tot 4 cm breed en lopen langs de stengel af

    Bloemen :
    De bergcentaurie bloeit van mei tot september met bloemhoofdjes, die bestaan uit buisbloempjes. De bloemkroon van de randbloemen is blauw en die van de andere bloemen roodachtig. De omwindselbladen zijn franjeachtig ingesneden en hebben aan de top geen stekel.

    Planten :
    Komen het mooist tot hun recht in grotere groepen
    De plantdichtheid voor de Bergkorenbloem is 6 tot 9 planten per m² .
    Vooral geschikt voor een plaats vooraan de border; niet onaardig langs heester- en bosranden of in de verwilderde tuin.

    Werkzame bestanddelen:
    De bloemen van C. cyanus en C. montana zijn geneeskrachtig en worden nog steeds gebruikt als oogwater.

    Eigenschappen:
    Dit is een zeer variabel, maar altijd aantrekkelijke plant te vinden in weiden en bossen op de bergen van Europa. De typische vorm gekweekt in tuinen heeft grijs, lancet-vormige bladeren en grote, diepe blauw of blauw-paarse bloemen, tot 3 (7,5 cm) over in de vroege zomer. Het doet het best in een vocht vasthoudende bodem en is even goed thuis in de zon of halfschaduw.

    Vermeerderen :
    Ze zaaien zich wel uit maar de jonge plantjes zijn gemakkelijk te verplanten
    De soort heeft de neiging zichzelf uit te zaaien en door worteluitlopers z'n eigen plekje te veroveren.

    Zaaien:
    Kiemtemperatuur 18°C. Maart - april in potten in de koude bak.
    Ter plekke zaai je in maart - april en september - oktober. Kiemtijd 14-21 dagen
    Bloeit het jaar na zaaien.

    Soorten
    Er zijn ongeveer 500 soorten, waarvan slechts een beperkt aantal met voldoende sierwaarde voor de tuin.

    **'Alba' wit
    **'Carnea(rosea)' roze
    **'Caerulea' blauwpaars
    **'Jordy' zwartpurper
    **'Violetta' violetblauw

    Weetjes :

    --Gevoelig voor meeldauw en om dit zoveel mogelijk te vermijden is een schrale humusrijke grond te verkiezen, na de bloei terugsnoeien , dan krijg je weer gezond groen blad.

    --De naam Centaurea is een verwijzing naar de legendarische centaur (half mens, half paard) Chiron, die in de Griekse mythologie de opvoeder en geneesheer was van Achilles.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    03-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Enkianthus campanulatus
     

    Enkianthus campanulatus


    Botanische naam  : Enkianthus campanulatus
    Nederlandse naam :
    Herkomst         : Japan
    Bijzonderheden   : herfstkleur rood, doosvrucht
    Grondsoort       : humeus, veen, kalkarm
    Vochtbehoefte    : normaal
    Licht            : half schaduw
    Wind             : gevoelig
    Groep            : (sier)heesters
    Gebruik          : solitair, tuinen, heidetuinen, giftig
    Hoogte           : 2.00-3.00 m
    Vorm             : opgaand
    Bloeikleur/vorm  : roze
    Bloeitijd        : mei
    Blad             : herfstkleur, bladverliezend
    Vrucht           : rood/bruin

    Standplaats:
    Hij groeit goed in vochtige, voedzame, zure grond.
    Deze plant verkiest een humeuze,zure, vochtige, koele grond. Vermijd hete, droge plaatsen al mag de plant wel in volle zon tot halfschaduw staan.

    Kenmerken:
    Over het algemeen zijn deze planten middelgrote struiken, bladverliezend en hun kleine takken vormen een soort kransjes, Hun verspreide bladeren staan in groepjes aan het eind van de takken, ze zijn gesteeld en getand. Hun bladschijf is ellipsvormig, bijna ruitvormig, 3 tot 7 cm lang, behaard aan de bovenkant, evenals op de nerven aan de onderzijde.

    Bloemen :
    Enkianthus bloeit vanaf half mei tot ver in juni. Vanaf augustus zijn bruine, min of meer ovale vruchten te bewonderen.
    De bloemen hebben kroonties in de vorm van vijfpuntige klokjes. De bloemkroon kan twaalf mm lang worden en is oranje-geel met rode nerfjes. De bloemen vormen tosjes, in tuiltjes hangend aan een ongeveer 2 cm lang steeltje. ze bloeien in mei, na het verschijnen van het blad. De vruchtjes zijn doosjes met 5 afdelingen

    Planten :
    Hij is heel geschikt voor moerascultuur en als onderbeplanting van coniferen.

    Gebruikt :
    draagt vruchten - geurend - bestand tegen zeewind - bladplant - snijbloem - bloemschikken - snoeibaar - bijenplant – herfstkleur
    Ze worden gekweekt voor hun massa's van delicate klokvormige bloemen, die vanaf medio voorjaar lijken de vroege zomer en hun vurige herfstkleuren. Ze zijn ideaal struiken voor een open bos tuin of in een schaduwrijke border.

    Eigenschappen:
    --
    Zuurminnende struik met een mooie herfstkleur.
    --De hoogte na 10 jaar is 300 cm.
    --De bloemkleur is wit met een rose randje.
    --Deze plant is zeer winterhard

    Vermeerderen :
    kan worden gezaaid of gestekt
    Ze kunnen heel goed uit zaad vermeerderd worden ('s winters onder glas, op veengrond vermengd met zand), maar ook uit zomerstek in augustus of door afsnijden van eenjarige scheuten.

    Soorten :

    **'Albiflorus' - Een soort met roomwitte bloemen die grote rode markeringen missen. De plant is compact groeien met redelijk goede oranje-rode kleur val

    **'Red Bells' - Waarschijnlijk de meest voorkomende cultivar, deze plant heeft bloemen met een rode rand. De daling van de kleur is altijd goed en de groeiwijze rechtop staant.

    **'Showy Lantern' - Een nieuwe vorm gekozen op een kinderdagverblijf Massachusetts, deze cultivar heeft dieproze bloemen en dichte vertakking van de grond af. In de zomer is het blad donkergroen en de bladeren scharlaken . Een superieure kloon, maar minder winterhard dan de soort.

    **'Sikokianus' (ook gezien vermeld als var sikokianus en 'Siko-kianus'.) - Een speciale bloeiende selectie met kastanjebruine bloemknoppen die open te stellen voor baksteen rode bloemen te onthullen.

    **'Variegata' (misschien hetzelfde als 'Tokyo Masquerade') – Deze soort werd verlaat met een witte rand die worden gehouden op de roodachtige stengels. Het wordt zelden gezien en waarschijnlijk minder winterhard dan de soort.

    Weetjes :

    Hij is in 1880 in Engeland geimporteerd uit zijn vaderland Japan. De naam van het geslacht is gevormd uit twee Griekse woorden: egkyein - rijk, vruchtbaar - en anthos – bloem

    Haar oorsprong ligt in Japan en is hier goed winterhard. Heeft een prachtige herfstverkleuring! Gele, oranje en rode kleuren sieren dan uw tuin in het najaar.

    Deze heester wil absoluut geen zon op de voet. Dek de voet af met oud blad, dennentakken of een laag grove compost. Regelmatig snoeien is niet nodig. Eventueel oud hout na de bloei verwijderen.

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 8/5 - (2 Stemmen)

    Vaste planten
    Acaena magellanica
    Aconitum 
    Acanthus
    Achillea Millefolium
    Adonis amurensis  
    Ajuga Reptans 
    Alchemilla Mollis
    Anaphalis triplnervis
    Anemone Hupehensis
    Arum italicum
    Aster Alpinus
    Astilbe Arendsii
    Astilbe "Fanal"
    Ballota
    Baptisia
    Bergenia Cordifolia
    Calluna
    Campanula Persicifolia
    Centaurea montana
    Cerastium tomentosum
    Convallaria majalis
    Chrysanthemum
    Crambe
    Dictamnus albus
    Doronicum
    Echinacea
    Echinops Banaticus
    Eupatorium purureum
    Euphorbia Characias
    Fargesia
    Gaillardia
    Geranium
    Geranium Sylvaticum
    Gypsophila
    Helleboris niger
    Helianthus salicifolius
    Hemerocallis
    Hepatica transsylvanica
    Heuchera 
    Hosta undulata
    Hypericum
    Iberis sempervivum
    Inula magnifica
    Iris Ambassadeur
    Iris Sibirica
    Kalimeris incisa
    Lamium Maculatum
    Lavandula A.Hidcote
    Lavandula Stoechas
    Liriope muscari  
    Lychnis chalcedonica
    Lysimachia Punctata
    Oenothera macrocarpa
    Omphalodes Verna
    Onoclea sensibilis
    Pachysandra 
    Persicaria
    Phlox Subulata
    Phuopsis stylosa
    Physostegia virginiana
    Phytolacca
    Potentilla Atrosanguinea
    Primula 
    Prunella grand "Loveliness"
    Pulmonaria
    Pulsatilla vulgaris
    Rudbeckia
    Ranunculus ficaria
    Salvia Nemorosa
    Saxifraga 
    Scabiosa
    Sedum Str.& Cr
    Smilacina racemosa
    Solidago GD
    Stokesia 
    Tarella Cordifolia
    Veronica longifolia
    Vinca minor en major  
    Waldsteinia ternata
    Yucca Filamentosa


    Heesters
    Abelia schmannii
    Aucuba
    Andromeda
    Aralia elata
    Berberis
    Buxus sempervirens
    Buxus-ziekten
    Callicarpa
    Camelia

    Caryopteris C.HB
    Ceanothus
    Chaenomeles
    Choisya
    Clerodendrum trichotomum
    Clethra alnifolia
    Cornus alba "elegantissima'
    Corokia Cotoneaster
    Cotoneaster
    Daphne pontica
    Deutzia gracilis
    Exochorda racemosa
    Elaeagnus ebbingei
    Enkianthus campanulatus
    Euonymus alatus
    Euonymus fortunei
    Forsythia Intermedia
    Hamamelis Mollis
    Hebe "Autumn Glory"
    Hebe buxifolia
    Hydrangea annabelle
    Hydrangea Arborescens "Grandiflora"
    Hydrangea paniculata
    Hippophae rhamnoides
    Ilex aquifolium
    Jasminum Nudiflorum
    Kalmia
    Kerria japonica
    Lagerstroemia
    Lavatera Rosea
    Ledum groenlandicum
    Ligustrum ovalifolium 'Argenteum'
    Lonicera Nitida
    Mahonia aquifolium
    Osmanthus burkwoodii
    Paeonia lutea
    Paeonia suffruticosa
    Pernettya mucronata
    Philadelphus
    Pieris japonica
    Polygala
    Potentilla fruticosa A 
    Pyracantha
    Prunus Lusitanica
    Prunus triloba
    Rhododendron "Apple Blossom"
    Rhododendron
    'chr.ch'
    Sarcococca
    Skimmia Japonica
    Spiraea Japonica
    Syringa Vulgaris
    Viburnum Davidii
    Viburnum Opulus
    Viburnum plicatum "mariesii"
    Weigela

    Grassen
    Calamagrostis
    Carex Elata
    Cortaderia selloana
    Deschampsia
    Imperata Red Baron
    Lampepoetser
    Miscanthus Sinensis
    Molinia caerulea

    Bolgewassen :
    Allium Giganteum
    Begonia x T
    Begonia sutherlandii
    Blauw druifje
    Camassia
    Colchicum autumnale
    Colchicum speciosum
    Crocus cancellatus
    Crocosmia
    Dahlia
    Eucomis autumnalis
    Fritillaria bucharica
    Fritillaria imperialis
    Galanthus
    Ixiolirion tataricum
    Ipheion uniflorum
    Lilium "Mona Lisa"
    Lilium Pumilum
    Montbretia-Crocosmia
    Puschkinia  
    Sandersonia aurantiaca
    Schizostylis
    Scilla siberica
    Sierui 

    Een en tweejarigen 
    Adonis aestivalis 
    Ageratum Houstonianum  
    Alcea Rosea
    Cobaea scandens
    Cosmos bipinnatus
    Digitalis purpurea
    Dorotheantus
    Heracleum mantegazzianum
    Iberis umbellata
    Impatiens balsamina
    Ipomoea Tricolor
    Jasione
    Lagurus ovatus
    Limonium latifolium
    Myosotis sylvatica
    Nicotiana alata 
    Pelargonium
    Platycodon
    Portulaca
    Salpiglossis
    Tropaeolum malus


    Kamerplanten  
    Abutilon
    Achimenes
    Aërides
    Aeschynanthus
    Anigozanthos

    Bougainvillea
    Browallia
    Cactussen
    Calceolaria hybr
    Callicia
    Calistémon
    Cattleya
    Crassula
    Croton
    Ctenanthe
    Dieffenbachia
    Dipteracanthus
    Episcia
    Euphorbia Pulcherrima
    Exacum
    Fittonia
    Gloriosa
    Graptopetalum
    Hypocyrta
    Howeia
    Jatropha
    Kalanchoe beharensis
    Kalanchoe blossfeldiana
    Mandevilla of Dipladenia
    Pilea microphylla
    Plumeria
    Polystichum
    Raphis
    Rhipsalidopsis
    Sanseveria
    Schefflera
    Selaginella
    Senecio Kleinia  
    Senecio rowleyanus
    Stapelia hirsuta
    Vriesea Astrid
    Zantedeschia of Calla lily

    Bomen :  
    Acer Campestre
    Laburnocytisus adamii 
    Laburnum watererii 'Vossii'
    Magnolia kobus
    Malus "Radiant"
    Malus "Toringo"
    Morus alba
    Platanus acerifolia
    Ptelea trifoliata
    Pterostyrax hispida
    Prunus cerasifera'nigra'
    Prunus gondouinii
    Prunus serrulata
    Prunus subhirtella
    Robinia pseudoacacia 'Frisia'
    Salix Babylonica
    Salix integra
    Taxus baccata

    Kruiden :
    Achillea ptarmica
    Agrimonia eupatoria
    Allium savitum
    Artemisia
    Harpagophytum procumbens
    Lysimachia vulgaris
    Melilotus Alba
    Pseudofumaria lutea
    Senecio jacoaea
    Symphytum officinale

    Klimplanten : 
    Aristolochia durior
    Clematis Armandii
    Clematis "Madame Baron V"
    Clematis vitalba  
    Fallopia aubertii
    Gelsemium
    Hedera helix
    Lonicera caprifolium
    Passiflora caerulea
    Periploca graeca
    Wisteria

    Kuipplanten
    Abelia
    Aeonium arboreum 
    Agapanthus
    Brugmansia
    Caesalpinia
    Camellia sinensis
    Carissa
    Dracaena
    Erythina
    Eucalyptus niphophila 
    Fuchsia's
    Hedychium gardnerianum
    Hibiscus rosa-sinensis
    Lantana camara
    Lapageria rosea
    Laurus Nobilis
    Nerium oleander
    Pittosporum tobira
    Pleione formosana
    Plumbago auriculata
    Punica granatum
    Solanum Thurino

    Waterplanten
    Acorus calamus
    Aponogeton
    Lemna trisulca
    Nymphaea 'Alba'  
    Persicaria amphibium
    Pontederia Cordata
    Ranunculus Lingua

    Rozen :
    Rosa "Anneke Doorenbos"  
    Rosa "Alain"
    Rosa "Albertine"
    Rosa "Allgold" 
    Rosa "Allotria"
    Rosa "Altissimo"
    Rosa 'Admired Miranda'
    Rosa "Ausblush"
    Rosa "Ausbord"
    Rosa "Ausbuff"
    Rosa 'Auscot'
    Rosa 'Auslight'
    Rosa 'Auslo'
    Rosa 'Baron Girod de L'ain'
    Rosa 'Dortmund'
    Rosa "Frau Astrid"
    Rosa "Korliluc"
    Rosa 'Meitoifar'
    Rosa regusa   
    Rosa "Swan Lake"

    Rotsplanten
    Geranium cinereum 'Ballerina'
    Dryas octopetala
    Helianthemum "wisley pink"
    Sedum acre
    Sempervivum arachnoideum
    Sisyrinchium californium


    Groenten :

    Paprika


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!