Bard
Cottage was de naam van een huis vlakbij een brug met de naam 'Bard's
Causeway'. De begraafplaats lag onder de beschutting van de kanaalberm.

Er werden bijzettingen verricht tussen juni 1915 en oktober 1918.
Deze duiden
op de aanwezigheid van de 49 (West Riding) Division, de 38th (Welsh) Division
en nog andere infanteriedivisies in de noordelijke sectoren van de Ypres
Salient en op het vooruitbrengen van de artillerie in de herfst van 1917.
Na de
oorlog werden nog 46 stoffelijke overschotten uit de omgeving bijgezet,
waaronder 32 graven van 'Marengo Farm Cemetery' enkele honderden meter ten
zuiden.
Er zijn/worden nu 1639 Commonwealthmilitairen begraven of herdacht. 39 graven
bevatten niet-geïdentificeerden waaronder drie 'special memorials' "Known
to be buried in this cemetery".
De begraafplaats werd door Sir Reginald Blomfield ontworpen.
Bijzettingen (Commonwealth War Graves Commission) :
Verenigd Koninkrijk : 1619
Canada : 15
Zuid-Afrika : 2
Andere Commonwealth : 3
Totaal Commonwealth : 1639


Meer bekend is het Essex Farm Cemetry met de gedenksteen van
John McCrae
Bijna
halfweg de weg van Ieper naar Boezinge stond een boerderij met de naam Essex
Farm.
Op deze plaats lag de Britse frontlijn meerdere kilometers ten oosten van
het kanaal.
Het veld ten zuiden van de boerderij werd als verbandplaats gebruikt in april
1915.
Dit bleef zo tot augustus 1917. De bijzettingen werden min of meer
willekeurig verricht, zonder een vast plan. Daardoor zijn de meeste doden van
de divisies door mekaar begraven.
Uitzondering daarop vormen de 49th (West
Riding) Division die haar doden van 1915 in Plot I begroeven en de 38th (Welsh)
Division die in het najaar 1916 Plot III gebruikte.
Er worden nu 1199 commonwealthdoden herdacht. Daarvan zijn er ruim 100 niet-geïdentificeerden.
19 militairen uit het Verenigd Koninkrijk kregen een 'special memorial'
"Known/Believed to be buried in this cemetery".
De begraafplaats heeft een oppervlakte van 6032 m² en is gedeeltelijk aan de
zuid- en oostzijd met een ruwstenen muur afgesloten.
Het monument voor de 49th Division staat vlak achter de begraafplaats op de
kanaalberm.
Naast de begraafplaats bevindt zicht de John McCrae-site.
Bijzettingen (Commonwealth War Graves Commission) :
Verenigd Koninkrijk : 1107
Niet-identificeerbaar : 83
Totaal Commonwealth : 1199
Andere nationaliteiten : 5

Luitenant-kolonel John Alexander
McCrae (Guelph (Ontario), 30 november 1872 - Boulogne-sur-Mer, 28
januari 1918) was een Canadese dichter, arts, auteur, kunstenaar, militair
tijdens de Eerste Wereldoorlog en een chirurg tijdens de Slagen om Ieper.
McCrae is geboren in Guelph, Ontario. Hij is het best gekend voor het schrijven
van het gedicht In Flanders Fields.
Op 28 januari 1918, dienstdoende als commandant van het Canadese General
Hospital (McGill) bij Boulogne, stierf hij aan een longontsteking die al snel
werd gecompliceerd door meningitis. Hij werd begraven op de Commonwealth War
Graves (sectie Wimereux Cemetery), op slechts een paar kilometer van de kust
van Boulogne. Zijn paard "Bonfire", leidde de begrafenisstoet,
volgens militaire traditie zijn meesters laarzen omgekeerd in de stijgbeugels.
De grafsteen van McCrae is liggend geplaatst.

De 'dugouts' achteraan het kerkhof...

Het Solferino Farm Cemetry

De naam Solferino Farm werd aan de boerderij
tegenover de begraafplaats gegeven door Franse troepen.
De aanleg van de
begraafplaats werd pas in oktober 1917 gestart. Er liggen eveneens 5 doden uit
de Tweede Wereldoorlog begraven. Zodoende liggen er nu volgens het huidige
register 304 doden begraven.
De begraafplaats is ontworpen door R. Blomfield
(hoofdarchitect) en J.R. Truelove (uitvoerend architect).
Begraafplaats met een rechthoekige, langgerekte plattegrond en een
oppervlakte van ca. 1200m².
Het terrein is genivelleerd en ligt iets hoger dan
het straatniveau. De begraafplaats wordt omgeven door een muur uit grijsgroene
natuursteen, afgedekt met witte natuursteen.
Achteraan wordt de begraafplaats
afgezet met een haag (beuk). In witte natuursteen uitgevoerde toegangspartij
met trappen, zitbanken, een tweeledig smeedijzeren poortje en het opschrift
Solferino Farm Cemetery 1917-1918 op 2 pijlers. In de voormuur zijn de
teksten van de landplaten gegrift.
Vlakbij de toegang is het registerkastje en
de metalen informatieplaat terug te vinden. Centraal tegen de noordoostelijke
muur staat een dienstgebouw in natuursteen opgetrokken.
Centraal vooraan staat
het Cross of Sacrifice (type A1).

Voorbij Vlamertinge springt in de Hospitaalstraat opeens vantussen het struikgewas onderstaand beeld mij in het oog...


Aan de ingangspoort staat deze riante kapel.


Dit houdt me niet tegen om eens een kijkje te gaan nemen.
Even aanbellen en de sympathieke kasteelheer Christophe staat me te woord en begint zowat de gehele geschiedenis van dit familiekasteel uit de doeken te doen : het gaat hier om het Chateau du Parc, gebouwd in 1854-58 door architect Jos Schadde en staat op een domein van 25 ha.

Van Christophe mocht ik tal van foto's nemen van de buitenkant onder de belofte dat ik ze niet allemaal zou publiceren. Daarom beperk ik mij tot dit familieschild.

De familie Du Parc stamt af van de Franse Adel : zijn voorouders
zouden nog gevochten hebben aan de zijde van de musketiers van Louis XIX
en zijn samen met een van hen (waarschijnlijk d'Artagnan) meegetrokken naar Maastricht om daar banden te leggen met Nederlanders en er het kasteel Neerkanne (zie onder) op te trekken.


We rijden voorbij het Hospital Farm Cemetry
Gelegen in weide naast boerderij Hospitaalstraat
33, op 2 km ten ZW van Elverdinge.
Te bereiken via weide, waar in de zomer
koeien grazen (geen aangelegd pad).
Omgeving is licht heuvelachtig
plattelandsgebied.
xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />

Een kleine rechthoekige begraafplaats, ontworpen
door N.A. Rew, met een licht afhellend terrein.
De begraafplaats wordt deels
omgeven door een bakstenen muurtje met zuiltjes, deels door een afrastering
waarlangs een haag aangeplant is. Via een bruggetje kan de toegang van de
begraafplaats bereikt worden.
De 2 bakstenen toegangszuiltjes vermelden:
'Hospital Farm British Cemetery'. Vlakbij de toegang bevindt zich het
registerkastje en de CWGC-infoplaat op een lage, schuine tafel. Er zijn geen landplaten
aanwezig.
De 'Cross of Sacrifice' is van het kleinste type (A1) en bevindt zich
centraal achteraan op de begraafplaats (NW-kant). De grafstenen liggen vrij
onregelmatig geschikt over 1 perk. Op Hospital Farm Cemetery liggen 115 Britten
begraven, waarvan er 4 niet geïdentificeerd konden worden, naast 1 Belg of
Fransman.

'Hospital Farm Cemetery' is genoemd naar een boerderij die van oudsher
'Hospitaalhoeve' genoemd werd, en tijdens de oorlog fungeerde als medische
post. De 'Hospitaalhoeve' dankte in feite haar naam aan de Johannieter
Ridderorde, de Hospitaalridders, die van oudsher eigenaar waren van het goed ( http://nl.wikipedia.org/wiki/Hospitaalridders).
De oude gebouwen van de hoeve werden tijdens een bombardement op 17/6/1916 in
as gelegd.
De begraafplaats werd vooral in 1915 en 1917 gebruikt door
regimenten en batterijen die aan de gevechten rond Ieper deelnamen. De
begraafplaats lag tijdens WOI vlak naast een spoorlijn (van de Peselhoek naar
Ieper) Eén van de doden op de begraafplaats, nl. Marcel Top, was vermoedelijk
een Franse burger.
En dan komt dit plots uit een bloembak gekropen !

Langsheen de Galgebossen rijden we met de N333 richting Poperinge.

De Galgebossen, op de
grens tussen Elverdinge, Poperinge en Vlamertinge (gehucht De Brandhoek) vormen
het overblijfsel van een woud dat zich uitstrekte van Beselare naar Watou, maar
tussen de 9e en 11e eeuw verdween. Het Vlaams Gewest kocht in
1995 de Galgebossen aan.
Het Agentschap voor Natuur en Bos staat in voor het
beheer. Bij de aankoop in 1995 bedroeg de bosoppervlakte zon 70 hectare.
Ondertussen groeide het domein aan tot 107 ha.

En wie Poperinge zegt, zegt hop...

We rijden langsheen Gwalia Cemetry
Gelegen langs de Elverdingseweg, op ca. 3500m
ten noordoosten van het centrum van Poperinge, in een landelijke omgeving. De
begraafplaats is bereikbaar via een graspad naast de boerderij met huisnummer
22 (Gwalia Farm).
Begraafplaats met een langwerpig, rechthoekig
grondplan en een oppervlakte van ca. 1427m².

Het terrein is vlak en wordt
omgeven door een lage bakstenen muur, afgewerkt met witte natuursteen. Toegang
in de oostelijke hoek via een smeedijzeren toegangsmuurtje bij het Cross of Sacrifice
(type A) dat op een verhoog geplaatst is. Bij de toegang zijn het
registerkastje, de metalen informatieplaat en het opschrift 'Gwalia Cemetery
1917-1918' aanwezig.
Vanaf de toegang vertrekt een as langs de noordoostelijke
muur, via de Stone of Remembrance, eindigend bij een stenen zitbank. De
landplaten zijn in de boord van de omheiningsmuur verwerkt. In de zuidelijke
hoek staat een bakstenen dienstgebouwtje. De graven liggen verspreid over 2
perken. Het geheel wordt getooid met bloemperken bij de graven en veldesdoorns
rondom rond.
De hoeve bij de begraafplaats werd tijdens de
Eerste Wereldoorlog door Britse militairen 'Gwalia Farm' genoemd, naar een
plaatsje in Wales. De bewoners mochten in de bijgebouwen van hun hophoeve
blijven wonen, mits ze de militairen die de hoeve hadden opgeëist, niet voor de
voeten liepen. Gwalia Farm lag tussen de toenmalige kampen in vlak en waterrijk
gebied, ten noorden van de weg van Poperinge naar Vlamertinge, zon 5km van het
front verwijderd.
Vanaf 29 juni 1917 nam de 143th Field
Ambulance haar intrek in de hoeve.
Later werd het kamp uitgebouwd tot een veel
groter hospitaalcomplex, een zogenaamd corps main dressing station, dit naar
aanleiding van het grootscheeps offensief dat in eind juli 1917 van start ging
(Derde Slag bij Ieper). Er werd een speciale spoorlijn aangelegd om de toevoer
van gewonden en materiaal te vergemakkelijken. De gewonden werden volgens het
systeem van medische evacuatie eerst in een advanced dressing station
(vooruitgeschoven medische post) opgevangen, van waaruit ze naar een main
dressing station (M.D.S.) werden overgebracht.
Zij die verdere verzorging
nodig hadden, werden doorgestuurd naar een casualty clearing station. Zij die
de M.D.S. niet overleefden, werden ter plekke begraven zoals op de
begraafplaats die bij Gwalia Farm werd aangelegd in de iets hoger gelegen
weide achter de hoeve. Deze begraafplaats zou gebruikt worden vanaf begin juli
1917 tot in september 1918. Het kamp was zeker twee maal het doelwit van de
Duitse artillerie, nl. op 8 juli 1917 en op 4 september 1917. Bij deze laatste
aanval, bekend als de Raid on the Dirty Bucket Camp was vooral de
nabijgelegen wijk Vuile Seule getroffen. 14 manschappen van de 9th
Lancashire Fusiliers die deze aanval niet overleefden, liggen nu begraven in
perk I, rij H.
Volgens het huidige register liggen er 470 doden
uit de Eerste Wereldoorlog begraven. Het gaat om 454 doden uit het Verenigd
Koninkrijk (waarvan er 2 niet geïdentificeerd konden worden), 2 Australiërs, 5
Canadezen, 5 Nieuw-Zeelanders, 1 Zuid-Afrikaan en 3 Duitsers.
179 doden behoorden tot de artillerie, 30 tot de
Royal Engineers en 30 tot het Labour Corps. Er liggen o.m. 4 Chinese
arbeiders en 3 Duitse krijgsgevangenen begraven.
Vroeger lagen hier nog 2
Belgen en 1 Amerikaan, maar die werden ontgraven.
De begraafplaats is ontworpen door R. Blomfield (hoofdarchitect) en N.A.
Rew
(uitvoerend architect).
In het industriepark liggen deze reuzen-snooker-ballen,
een idee van A-mode.

Aan de aangrenzende Renault-garage Coppennolle
staat deze plezante oldtimer te koop.

http://nl.autoscout24.be/Details.aspx?id=193455118
Met de N38 gaat het richting Steenvoorde alwaar we in de wijk
De Boonaert het imposante Lyssenthoek Military Cemetry tegenkomen.

Tijdens
de eerste wereldoorlog lag de Lijssenthoek op de hoofdcommunicatielijn tussen
de geallieerde bases en de Ieperboog. Dicht bij het front maar toch buiten het
bereik van de Duitse artillerie kwamen er bijna vanzelfsprekend allerlei
voorzieningen voor de gewondenverzorging.
De begraafplaats werd eerst gebruikt
door de Franse 15ème Hopital d'Evacuation.
Vanaf juni 1915 gebruikten casualty
clearing stations van de Commonwealthstrijdkrachten het.
Van april tot augustus 1918 trokken de verzorgingsposten achteruit door de
Duitse vooruitgang tijdens het lenteoffensief van dat jaar. Field Ambulances
inclusief ook een Franse namen de plaats van de casualty clearing stations in.
De begraafplaats bevat 9902 Commonwealthgraven en 884 graven van andere
nationaliteiten, vooral Franse en Duitse. Er waren vroeger ook Amerikaanse
graven ten westen van de 'Stone of Remembrance' (nu gras).
Er liggen nu nog
slechts drie Amerikanen.
Het is de tweede grootste Commonwealthbegraafplaats (na Tyne Cot Cemetery) in
België.
De begraafplaats werd door Sir Reginald Blomfield ontworpen.
Bijzettingen (Commonwealth War Graves Commission) :
Verenigd Koninkrijk : 7367
Canada : 1058
Australië : 1131
Nieuw-Zeeland : 291
Zuid-Afrika : 29
Undivided India : 2
Andere Commonwealth : 21
Niet-identificeerbaar : 3
Totaal Commonwealth : 9902
Andere nationaliteiten : 884
Non WorldWar Dead : 1

Een zeer katholiek wijkske, als je het mij vraagt...

Is het nu de cafe die genaamd is naar de wijk of omgekeerd ?
In ieder geval schenken ze er het gepaste bier !

Nunnebier is e streekbier uut Poperienge
da bestoat sedert 2007.
Nunnebier is e goudblound, kloar
degustoasjebier van 7,7°. D'ingrediëntn zyn mout, gist, woater en ommel.
De smoake is, deur de gebruuktn ommel, bitter. Nunnebier is verkocht in
fleschen van 33 santeliter en in voatn van 30 liter.
Nunnebier is begun lik e
kluchtje. Op e persconferensje lanceernde e brouwer (Nevejan uut
Krombeke),
een ommelboer (Joris Cambie), e caféboas en e reclamemoaker e nieuw bier:
Poperings Nunnebier. Da bier moste concureern me 'n poater uut Westvleetern. De stunt wos
elukt, want 't verhaal kwam in ol de gazettn. Moar e poar doagn loater kwam et
uut: 't wos e stunt vo 't carnaval, en mêer bepoald van de groep Sint-Syfilia.
Moar intusschenwyne wos de vroage na 't Nunnebier (da ni bestoeg!) zo grôot
ekommn, dat brouwer Nevejan begun is me brouwn. En 't adde van by 't begun vele
succes.
'n Ommel in Nunnebier is redelik
exclusief. Volgens ommelboer Cambie is Buvrinnehop een oude sôorte ommel die ni
vele opbriengt. En adde d'r moa en plante of tiene van stoan dat 'n kwikte op
biobasis.

Via de Rue du Brabant rijden we op de N139 in Boekhoute Frankrijk binnen.
Godewaersvelde - D69 - Flêtre - D947 - Strazeele - Merris waar we weer die eigenaardige kerktoren tegenkomen (zie Ronde van Vlaanderen 2010)

Op weg naar Bailleul dit grote kruisbeeld met opschrift O.Crux. Ave 1936.
Het is ondertussen reeds 11.00u.

D23 naar Vieux-Berquin...
Deze kunstbloementuiltjes langs de kant van de rijbaan herinneren er ons aan dat hier een ongeval is gebeurt, meestal met dodelijke afloop. Niet verwonderlijk dat langs zo'n tweevaksbaantjes de fietsers meestal het slachtoffer zijn van een aanrijding.

D188 : we rijden door de wijken La Motte au Bois en Bois Berquin en komen terecht in een mooi stukje natuur : het Forêt Domaniale de Nieppe.

Even halt houden ter hoogte van de Dréve du Marais Noir
waar een sympathieke boswachter Hubert mij het een en ander uitlegde over 'zijn bos'.


In en rondom het domein zijn nog bunkers te bezichtigen,
maar daar had ik weer geen tijd voor.


Aan de rand van het domein ligt het British Cemetry Nieppe Bois met een honderdtal '14-'18-graven
en ook nog een dertigtal uit de Tweede Wereldoorlog.

Een eerste controlepost was in De Swaetelaere in Vieux-Berquin.

Even verder dit eigenaardig zeshoeking kapelletje.

Een blik naar binnen vertelde ons dat het tamelijk verwaarloosd was en praktisch ieder stuk beschadigd...

Jaja, ondanks de nieuwere geel-plastieken, met kleefplakkertjes aangegeven kilometerpalen,
bestaan de goeie ouwe betonnen mijlpalen nog steeds.
Ge moet ze soms goed zoeken in het hoge gras.

Dan gaat het naar Merville waar ze er een eigenaardige stadreus op na houden : De Caou
In de
februari 1998, gedurende een vergadering van de commissie van de jeugd,
voorgezeten door gemeenteraadlied René Dutriez, stelden de jonglui voor een
reusachtige CAOU te maken. René Dutriez vond dit plan voortreffelijk en in juni
van hetzelfde jaar stichtte hij de vereniging " De Kat Vrienden " met
het doel de verwezenlijking van die reus CAOU.
Als voorzitter van de Kat
Vrienden deed René Dutriez beroep op kunstenaar en reuzenbouwer Albert
Uyttenhove uit Rysel, deze reus CAOU te ontwerpen. En onder zijn kundige leiden
bouwden enkele vrij willige deze reus. In tegenstelling met zijn twee
voorgangers, heeft de hedendaagse kat een grijze vacht en wordt door
mensenschouders.

De doop van de reus : Op 8 april
2000, werd de reus CAOU aan het publiek voorgesteld en op het plein voor de
stadhuis gedoopt. Mijnheer de Deken, de dichtbijste van de God uit alle
inwoners van Merville, had Hem voor die dag het mooiste lenteweer gevraagd.
Zijn gebed werd verhoord en we moeten Onze Heer en onze Deken ervoor danken. De plechtigheid was in alle opzichten een succes. De peter en de meter waren
twee reuzen : Harry de commies van Godewaersvelde en de Belle Roze van Ardres.
Van Merville gaat het richting Le Sart en via de D122 naar StVenant.
Op de hoek van de Rue du Colonel Harison die leidt naar het Haverskerke British Cemetry staat een mooie kapel.


Haverskercque : Ja, hier hangen de telefoondraden nog aan palen boven de grond !

D916 - StVenant : waar de Rue à Aire en de Rue du Bas Hameel samenkomen staat dit kruisbeeld.
In tegenstelling tot Vlaanderen waar je in iedere boerewegel een kapelletje vindt, staan hier tal van die kuisbeelden verspreid in het landschap.

... zoals hier ook in Houleron.

In Pecqueur rijden we over de Leiebrug en gaat het verder met de D238 en de D122 naar Boeseghem.

De brug over de Leie in Blaringhem lag opgebroken, vandaar een korte omleiding via de D157e3 naar Garlinghem.
Daar kunnen we over de brug van het Canal de Neuffossé.
(zie http://www.bluebayou.nl/site/index.php?page=14&id=73)

D943 - Aire s/l Lys - D192 - La Jumelle - Le Bruveau - Rincq.
Tegen de gevel van de plaatselijke kerk staat een oude calvarie die jammergenoeg
in de verkeerde verf werd gestopt.


Dit oude smeedijzeren grafkruis trok mijn aandacht...

In Glomenghem hebben ze deze eigenaardige zwarte kerktoren...

D192 - Rebecques - D189 - StWinocq - D190 - Racquinghem - D195 - Cochendal
En nog steeds zie je hier tv-antennes op de daken staan.
Hebben die gasten hier nog geen distributie misschien ?


In Roquetoire hebben ze het oudstrijdersbeeld ook in een kleurtje gezet !

De kerk aldaar mag er dan wel weer zijn : prachtige architectuur.

In Wittes passeren we de oude Priorij van StJedan-Baptiste

Een priorij
is een tweede huis van een bestaand klooster.
Afhankelijk van de kloosterorde of congregatie wordt de term
ook gebruikt voor een klooster waar een prior of priorin/priores
aan het hoofd staat. Een uitheemse priorij is een priorij die
afhankelijk is van een moederhuis en een priorij hermitage
was een woonplaats van twee of drie monniken die afhankelijk waren van een
buitenlands moederhuis. Deze monniken waren naar het buitenland gezonden om een
afgelegen landgoed te exploiteren. Deze hermitages werden in 1414 afgeschaft.

Naast deze 'prieuré' ontdekte ik, ietwat verscholen achter een bos, een min of meer verwaarloosde houtzagerij.
Even van dichterbij bekijken : ja, ze was nog actief... maar hoe !




Verder geen bebouwing : alleen een zware jeep aan de oprijstrook en dit... !