Sommigen nemen mij niet ernstig als ik zeg dat ik mij niet goed voel. Ze hechten meer belang aan hoe ik eruit ziet (blijkbaar goed genoeg) dan aan wat ik zeg hoe ik mij voel (niet goed genoeg). Sommige kunnen het zelfs niet laten er een grapje over te maken. Wat moet ik doen om ernstig genomen te worden? Instorten? In huilen uitbarsten? Ziek worden? Gelukkig geloven anderen mij op mijn woord. Meer nog, ze zijn bekommerd.
Nee, het komt niet goed. Het komt nooit meer goed. Leven met het feit dat het nooit meer goed komt. Beseffen dat je moet leven met het feit dat het nooit meer goed komt. Leven met het besef dat je moet leven met het feit dat het nooit meer goed komt. Doodgaan het het besef dat je moet doodgaan met het feit dat het nooit meer goed gekomen is. Doodgaan komt altijd goed. Ja, doodgaan komt goed.
Kent u het gevoel van vervreemding? Alsof de wereld waarin je je bevindt, een voor jou vreemde wereld is? Een wereld waarin je niet thuis hoort? Een wereld die functioneert volgens regels en wetten die je niet kent of niet wil kennen? Wat moet je dan? You tell me.
"De fantasma's van de man zijn niet opgewassen tegen de probleemloze affirmatie die de vrijgevochten seksuele vrouw hem aanbiedt. Het obscene fatasma van de typische Don Juan leeft slechts op wanneer het, snuffelend als een roofdier, op het spoor komt van zuiverheid, onderdanige passiviteit of hem aanvurende frigiditeit. Het mannelijk fantasma is gedoemd de werkelijk seksueel actieve vrouw te ontgoochelen - het is ook nooit voor haar bedoeld geweest."
De vraag naar de zogenaamde poëtische rechtvaardigheid berust op een volkomen verkeerd begrijpen van de aard van de tragedie, ja van de aard van de wereld zelf. De ware betekenis van de tragedie is het diepere inzicht dat de held niet boet voor zijn individuele zonder maar voor de oer-zonde- namelijk de misdaad het die bestaan zelf is (Nietzsche)
Uit: S. Hertmans: Het zwijgen van de tragedie (2007).
Botsingen tussen mensen en aldus tussen levensopvattingen zouden niet mogen leiden tot schisma's maar tot besef van verdeeldheid van de wereld en in de mens zelf. Tot veelvuldigheid. Zoals van de goden.
Capriccio is een opera van Strauss over het wezen van ...'opera'. Het niet kunnen kiezen tussen woord en muziek. Het niet kunnen kiezen tussen gevoel en rede. Het niet kunnen kiezen tussen een apollonistische en dyionische wereld. Het leren leven met de onmogelijke op te lossen mix van beide werelden, met het doordringen van van de ene in de andere wereld, met het paradoxale ervan, met het leven en de dood.
Persoonlijke tragedies zijn enkel te overstijgen als je het archetypische karakter ervan ziet. Daarom zijn de grote traditionele 'verhalen' zo van belang.
Hij zag haar. Zij wou hem. Hij aarzelde. Zij bepleitte. Hij liep weg. Zij bleef staan. Hij kwam terug. Zij bleef staan. Hij draaide rond. Zij bleef staan.
Een muur schilderen, dat vind ik moeilijk. Je moet dingen afplakken en netjes tewerk gaan en dat is niets voor mij. Maar werken in een bos, dat is mijn ding. Je mag droge takken breken met de blote hand en wild tekeer gaan en daar voel ik mij goed bij.
Ik hou vooral van klassieke muziek, meer bepaald Bach maar ik heb altijd zo mijn afwijkingen in allerlei richtingen: Mink deville, Whitney Houston, Queen, Marco Borsato. Maar als ik zou kunnen kiezen om een avond met één van mijn favorieten door te brengen zou het helaas niet Bach zijn maar Freddy Mercury.
Ik heb helemaal geen interesse in auto's. Ik weet er ook helemaal niets van. Het moet gewoon rijden en er mag niks aan mankeren. Zo simpel is het. Maar het moet wel een cabrio zijn. Er is immers niets zo fantastisch als gaan wandelen met je auto in de zon.
Ooit had ik het wel wat met de muziek van Bob Marley. Heden heeft mijn dochter wel wat met de muziek van Damian Marley. Zo vader, zo zoon. Zo moeder, zo dochter. Benieuwd waar ze mij nog allemaal in zal volgen. Of juist helemaal niet.
Ik heb oude en nieuwe vriendinnen. Ik wil weg van de oude. Ik wil enkel de nieuwe. Ik weet heel goed waarom. Alsof ik een man ben met een midlifecrisis.
De zee. Ik ben er geweest en ze zei me op dit moment niet zoveel. Te rustig en een te vuile aanblik. Ik hou van de zee als ze wild is, de temperatuur lager en het aantal mensen beperkter. Maar fietsen is er heerlijk. Altijd vlak en rechtdoor, zonder veel tegenwind. Net wat ik nodig heb.
In ons blootje staan, hetzij letterlijk hetzij figuurlijk, is zo gênant. Dat iemand ons ziet zoals we écht zijn, niet bedekt met kleren of met woorden maar onverbloemd, met een teveel aan het ene, het te weinig aan het andere. Oordelen van de andere partij en in de eerste plaats van onszelf. Zonder oordeel kan ook. Als de natuurlijke diversiteit ons meer boeit dan de natuurlijke selectie.
De meeste bestempelen mij als direct en confronterend. En als ik vraag of dat goed of slecht is, dan is hun antwoord dubbel: slecht omdat ze dat niet echt aangenaam vinden, goed omdat er dan ook tegelijk iets in hunzelf verandert. Verandering, daar gaat het mij tenslotte om. Tenminste bij anderen. Zelf kan ik daar heel stuk minder goed mee om.
In Ikea ligt alles zo voor het grijpen. Ze stralen dat ook uit. Het is hun concept. De dingen worden kant en klaar uitgestald en jij kan je eigen combinatie kiezen en meenemen. Ze lijken ook alles ter beschikking te hebben. Tegen redelijke prijzen. Laat ons alles nieuw kopen. Ik ga dat ook doen. Behalve posters: ik zal ze zelf maken en aan de muur hangen. Liever mijn eigen probeersels, mijn eigen expressies van wat in mij leeft, mijn eigen falende maar unieke (kunst-) werken dan één van de exemplaren in grote oplage van iemand anders.
Misschien hebt u ook de reportage gezien over Ingrid Bettancourt op Canvas. Een Columbiaanse politica die vijf en half jaar lang door de FARC werd gevangen gehouden in de jungle. Het is een onwaarschijnlijk verhaal. Hoe overleven mensen zo iets? Hoe kunnen die daarna terug normaal in de maatschappij functioneren? Wat zijn wij toch watjes met al onze kleine probleempjes.
Een Frans toneelstuk in het 'Theatre Royal des galeries': het is eens wat anders. Een burlesk stuk over vermeende ontrouw en bijbehorende perikelen. Maar wat een theater! Alles in rood fluweel, bedoeld voor de betere stand in eerdere tijden. In de koninggalerij zelf, vlak naast de Beenhouwerstraat. We zijn er gaan eten alsof we toeristen waren. We zijn ook toeristen.
Wat is heerlijk dat er terrassen bestaan. Je kan daar met elkaar afspreken en hetzij in korte of langere tijd samen in de zon zitten, iets drinken en een babbeltje slaan. Hoe ontspannend. Een recht, geen plicht. Ooit eens leek dat voor de andere partij haast een lijden. Maar dat kan ook door mijn aanwezigheid zijn geweest.
Ik ben niet meer mee. Ik heb een gsm en een i-pod maar dat is het ook. Ik heb geen weet van smart-phones, touch screens, i-pads, blackberries. Ik zit niet te face-booken, te twitteren of professioneel te netwerken. Ik kan geen krant lezen zonder angstig te worden of TV kijken zonder mij te ergeren. Ik neem niet deel aan kookprogramma's, laat staan aan dating programma's. Ik zou voor geen van beide overigens in aanmerking komen. Nee, ik ben wat ouderwets: ik doe aan terrasjes. En och ja, ik blog wel.
Bescheidenheid. Ik heb het daar nogal moeilijk mee. Ik doe mezelf altijd graag groter, sterker, straffer en zelfstandiger voor dan ik werkelijk ben. Ik ben immers kleiner, zwakker, kwetsbaarder en afhankelijker dan ik zou willen. Ik heb daar nogal moeilijk mee.
Le comte Ory is een komische opera over een graaf die zich vermomt als een non om een gravin te verleiden. Een interessant personage is Isolier, de page van de graaf die oprecht verliefd is op de gravin. Wat? Dragen alle verleiders ook oprecht gevoel in zich? Of hebben alle oprechte gevoelens een verleidelijke kant?
Ambitie of niet. Het lijkt of iedereen in deze maatschappij ambitie moet hebben. Ambitie om zijn 'talenten' te gebruiken. Het klinkt haast bijbels: talenten moeten benut worden. Haal het onderste uit je eigen kan. Wat als deze talenten minimaal zijn of onvoldoende voor deze maatschappij? Wat als je geen kan hebt maar een vergiet? Mag het allemaal iets minder?
Een bos heeft altijd iets magisch. Zeker in de lente. Het lijkt alsof de wereld niet bestaat. Geen mensen, huizen, laat staan kantoren, fabrieken, files. Nee, enkel groene blaadjes, bloesems en vogels die fluiten. Zalig. Ach ja, wel doornen maar ja, geen rozen zonder.
Waarom en wanneer beslis je om je terug naar iemand toe te keren nadat je je voordien hebt afgekeerd? Wat maakt dat je beslist om iemand toch te vriend te houden wanneer je gezien hebt dat ze niet altijd vriend zijn? Misschien omdat ze wel ooit je ego gekwetst hebben maar nooit echt jou?
Volgens een spreker, laatst op een congres, zijn sommige mensen, hoewel nog jong in leeftijd, 'mentaal op pensioen'. Blijkbaar zijn ze (en ik ga een beetje kort door de bocht) zo geworden door hun bazen die van hen hoofdzakelijk gehoorzaamheid eisen in een model waarin zijzelf graag de macht houden. De nieuwe generatie bazen zouden meer beroep doen op creativiteit in een model waar netwerking belangrijk is. Mooi.
Volgens mij verandert die nieuwe generatie (steeds opnieuw) in een mum van tijd van model.
Niet goed genoeg. Hoeveel mensen denken hoeveel keer per dag dat ze niet goed genoeg zijn? Niet mooi genoeg, niet slim genoeg, niet snel genoeg, niet nauwkeurig genoeg, niet vriendelijke genoeg, niet perfect genoeg. Anderen slagen erin om ons die gedachte bij te brengen en als de anderen het niet doen, dan doen we het zelf wel. Waarom zijn we niet goed genoeg zoals we zijn?