Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
E-mail mij
Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.
fotograffiti
de blog die in feite niet meer bestaat: fotofragmenten in tekstslierten
11-02-2006
Zonnewijzer
Wat een mens niet tegenkomt als hij een wandelingetje maakt. Ja, ik volg de raad op van mijn medebloggers om af en toe eens uit te waaien. Er was wel weinig wind vandaag maar het winterzonnetje maakt veel goed. Dus, op mijn wandeling kwam ik een houten plank tegen die aan een kerkgevel hangt. Dank zij de uitleg die erbij hangt weet ik wat het voorstelt. Dus niet zomaar een houten plankje maar een echte zonnewijzer die oorspronkelijk uit 1700 afkomstig is. Het is dus een gesplitste polaire zonnewijzer met gegraveerde eiken wijzerplaat en metalen schaduwwerper. En waarom gesplitst ? Er hangen er namelijk twee, eentje aan de oostkant die van 4 uur tot 12 uur aanduidt, en eentje aan de westkant die van 12 uur tot 20 uur aanduidt. En daartussen ... is het donker !
Vrijdagavond is fotoclubavond. Ik behoor nog bij het zeldzame ras die aangesloten is bij een fotoclub. Dat is al jaren zo en ik voel me daar goed bij, waarom nu daarmee stoppen. Het gaat namelijk niet enkel over de fotografie maar eveneens over vriendschap. Een groepje, overwegend mannen, die bijeen komen om over fotografie te babbelen, naar fotos te kijken en te bespreken of eens een clubactiviteit te doen. Het zijn dus wel mannen want de vrouwen laten het afweten in onze club. Ik heb geen idee waarom. Is fotografie uitsluitend een mannengelegenheid of voelen vrouwen zich niet thuis bij een fotoclub omdat er toch af en toe competitie in de lucht hangt. Wie maakt de mooiste foto, wie heeft het beste fototoestel ? Met de huidige digitale toestellen kan het toch niet zijn dat fotografie te technisch zou zijn en dat dit vrouwen minder aanspreken. Een foto moet volgens mij niet altijd technisch perfect zijn maar moet ook gevoelsmatig kloppen. Een vrouwelijk aspect van de fotografie, toch ? Maar ze komen niet de vrouwen. Waarschijnlijk is dit bij andere fotoclubs hetzelfde probleem. Of zijn fotoclubs een ouderwetse aangelegenheid die in dit digitale tijdperk afgeschreven zijn ? De jongere generatie laat het afweten.
Toch zou ik een pleidooi willen houden om meer vrouwen aan te trekken bij fotoclubs. Dat kan niet alleen de goede sfeer bevorderen maar we zouden ook een andere soort fotografie zien. Vrouwvriendelijker.
Fotoclubs, mannenclubs, een groep mannen rond de tafel, bier tijdens of na de clubbijeenkomst, oeverloos gezwets over wéér een nieuw fototoestel, eindeloze discussie over een foto. Een avondje uit. Fotoclubs, het zal veelal zo zijn. Dju, ik verlang weer naar enkele vrouwen in onze club !
Annie Leibovitz, Eve Arnold, Hilde Braet, Lieve Blancquaert, beroemde, bekende fotografes. En er zijn er tientallen anderen. Vrouwen staan wel degelijk hun mannetje in de fotografiewereld.
Het gevaar schuilt dat ik veel te lang op dezelfde werkplaats bezig ben. Dat mijn werkwereld te eng wordt. Dat ik steeds te veel in mijn enge denkwereld opgesloten zit. Een buitenstaander zou zeggen dat ik saai begin te worden, te voorspelbaar. Mijn creativiteit begint een beetje af te slijten. En dat begint zich nu al te uiten in mijn grootste hobby: de fotografie. Ik krijg het gevoel dat ik alles reeds gefotografeerd heb.
Werkwereld te eng, denkwereld te eng. Creativiteit heeft juist een open geest nodig. Mijn fantasie moet meer aan bod komen. Als kind was ik een echte dromer zoals kinderen kunnen zijn in hun fantasiewereld. Fantasie is de voedingsbodem voor creativiteit. Ik moet dus weer kind worden en openstaan voor nieuwe impulsen !
You may say Im a dreamer, but Im not the only one, I hope some day you'll join us, And the world will live as one.
Rafelige klanken, een slecht gestemde viool. Ik voel me een beetje moe de laatste tijd. Voorjaarsmoeheid, een beetje te vroeg. Winterblues, het zou kunnen. Ik zit te veel binnen denk ik, vrees ik. Een beetje meer bewegen, een wandelingetje doen. Goede raad van goedbedoelde mensen. Die ik niet altijd opvolg. Eigenwijs.
Krassende snaren, valse noten. Mijn ogen vallen toe. De melodieuze tonen zijn er niet meer. Het zal deze tijd van het jaar zijn.
Wat doet een mens als hij een andere weg zoekt die hij normaal bewandelt maar die weg is zo voorspelbaar geworden dat het een sleur geworden is. Wat moet een mens doen in zon geval, als je al de leuke dingen die je graag doet niet meer doet omdat je het niet meer leuk vindt ?
Een andere weg zoeken zeg je ! Alle bekende, bestaande paden verlaten en een onbekende weg inslaan. Mijn beschermde cocon verlaten, mijn veilig gemakzuchtig leventje veranderen. Mijn zekerheden achterlaten en wat dan ?
Ik kijk door mijn vensterraam naar de lucht. Weet je wat ik dan denk ? De zon schijnt altijd, alleen zie je ze soms niet, door de wolken. Je weet dat dit klopt. Waarom heb ik het dan zo moeilijk om dit te geloven?
Op een dag verlaat ik mijn huis, verlaat ik mijn stad, verlaat ik mijn land. Hier is toch niets meer wat mij bindt. Ik zoek een open vlakte waar ik nog de horizon kan zien. Een plek waar nooit files zijn en opeen gepakte mensen die voor zich uit staren. Ik zoek een landschap waar ik ongedwongen wandel zonder iemand tegen te komen. Een land met ruimte.
Hier wil ik blijven in mijn geboortestad, in mijn huisje. In dit land wil ik blijven wonen waar alles dicht bijeen is, gezellig, zonder veel wereldschokkende problemen. Hier kent men mij nog, ben ik nog vrij. Een gezellig terrasje in de zomer en muziek in de open lucht. Een stad heeft ook zijn voordelen. Zelfs een klein stadje.
Waarom moet een mens altijd kiezen. Misschien ben jij ook niet tevreden met hetgeen wat je doet. Misschien wou je muzikant worden, een bed&breakfast openen, acteur zijn en heeft men je ooit beïnvloedt in je keuze.
Het onzekere kleine jongetje in mij is bang voor verandering. Ik wil niet kiezen.
Ik verwaarloos de laatste tijd mijn grote liefde van weleer. Het is bijna twee jaar geleden dat ik nog in de bibliotheek ben binnengegaan. Waarom mijn leeshonger nu plotseling zo gestild is weet ik niet. Of toch, mijn computer is nu mijn minnares. Ik betrap me erop dat ik meer en meer verslaafd geraak aan dat ding. Als ik nu nog eens een boek ter hand neem leg ik het al na een halfuurtje weer neer.
Boeken, die heerlijke geur die vrijkomt bij het doorbladeren van een maagdelijk onaangeroerd exemplaar. De aanraking van een gaaf, zonder ezelsoren bezoedeld boek geeft mij tintelingen.
Gewoon het vastpakken, de streling van de kaft, de eerste woorden.
Ik koop nog altijd boeken maar beschaamd moet ik je zeggen dat er nog heel veel werken in mijn boekenkast staan ongelezen ! Ik heb te weinig tijd en het schaamrood stijgt naar mijn wangen dat ik mijn liefde van weleer zo verwaarloos.
Gisteravond. Dikke mist. Rijden door de wolken. Mijn bestemming lijkt onbekend. Niets is hier wat het lijkt. Ik waad me verder door de watten gevulde donkere avond.
Er is een tijd geweest, nog niet zo heel lang geleden, dat ik verzot was op vulpennen. Ik kocht er verschillende, maar het waren iedere keer van die goedkope, zoals er soms in de Aldi liggen, die na een tijdje niet meer goed schrijven. Zo heb ik er thuis nog enkele liggen die het niet meer doen. Eentje heb ik laten vallen, pats, juist op de punt de grond geraakt, pen naar de knoppen. Ze krast nu op het papier. Anderen schrijven absoluut niet meer wat ik ook probeer. Ik heb ze al eens in het water gelegd maar echt "schoon" waren ze niet ! Mijn handen waren ook blauw en ik kreeg ze ook niet meer proper. Als iemand een tip weet hoe die dingen "ontstopt" kunnen worden zodat de inkt terug uit de pen vloeit laat maar weten. In feite ben ik nog altijd verliefd op vulpennen. Een haat-liefde verhouding. Moest ik nu eens in plaats van die goedkope brol een degelijke pen kopen, zoals die onbereikbare "Mont Blanc". Schrijft waarschijnlijk heel lekker maar ik heb er nog nooit eentje in mijn handen gehad. Veel te duur voor mijn budget ! Krabbeltjes, notities, kattebelletjes ... nog altijd liever met een vloeiende trek van een vulpen dan met een ordinaire stylo !
Die nacht had ik moeilijk geslapen, onrustig, steeds tussen indommelen en weer wakker schieten. Me draaiend van de ene zijde naar de andere, maar de slaap kon ik niet vatten. En op een bepaald moment lag ik klaarwakker naar het plafond te staren, de wekker stond op 5u19.
Ik ben maar opgestaan, me gewassen en aangekleed. Het zwart van de nacht was reeds aan het oplossen, slierten licht priemden door de duisternis. Een beetje als een dief ben ik uit mijn hotelkamer geslopen, het hotel lag er verlaten bij, aan de balie was er niemand te zien maar, hoe wonderbaar, de deur naar buiten was open, maar misschien was dat normaal. Ik had niet zoveel ervaringen met hotels in de vroege ochtend.
De stilte van de stad deed me eerst een beetje opschrikken, tijdens de dag hoort men altijd iets, een constant geroezemoes van geluiden die nu eenmaal bij een stad horen. Het geruis van autos, stemmen, voetstappen, muziek, het gebengel van een voorbijrijdende tram en nu, niets. Het was 6u, een klokje ergens in een toren luidde, waarschijnlijk de aankondiging van de eerste mis, het kon ook voor iets anders zijn maar mijn fantasie liet ik maar de vrije loop. Er liep werkelijk niemand op de straat. Het licht nam de bovenhand op het zwart van de nacht en de eerste geluiden waren er ook, enkele mussen en stadsduiven waren wakker. Een trein denderde in de verte over de sporen.
Ik voelde een zalige rust, een tevredenheid over mij neerdalen. Dit was mijn moment, de stad behoorde een beetje aan mij alleen toe, of ik had toch dat gevoel. In het stadspark met zijn lange rechte lanen omgeven door lantaarnpalen, hing er laag bij de grond een mistsliert. Je zag geen fijn afgelijnde contouren meer van de gebouwen tussen de bomen maar enkel een kleurenwaas zoals bij een impressionistisch schilderij van Claude Monet. Een filmisch decor of scéne uit roman waardig . In de kleurenwaas van scherp en onscherp liep nog iemand. Een bondgenoot die zijn hond aan het uitlaten was. Hij liep tussen de bomen door, af en toe stoppend om zijn hond even te laten snuffelen of zijn plasje te laten doen. Toen we elkaar kruisten knikten we tegen elkaar maar we zeiden niets, je moet dit heilig moment zo laten zoals het is.
"Er is één tijdstip op de dag die ik, hoe mooi de andere momenten ook zijn geweest, altijd het beste moment van de dag beschouw. Een moment die ik telkens weer als een magisch moment aanzie en dat is 's morgens heel vroeg. Als in de zomer het eerste zonlicht de aarde doet ontwaken en 's winters in de nog donkere periode de stilte je doet verbazen. Een heilig moment, die eenieder die dit al eens meegemaakt heeft als de zijne beschouwt. Als je dan in je tuin wandelt en de eerste vogels hun gefluit hoort, dan is alsof de wereld aan jou alleen toebehoort. Het brengt rust en kalmte in mij. Het is eveneens het beste moment van de dag, als je in een vreemde stad bent, om de omgeving te verkennen. Het ontwaken van een stad."
Zal ik het blauw zijn aan de hemel van je stad de donkere vlekken bedekken met wat ongeschreven wit het kille ochtendgrijs vergeten nooit meer klagen over de regen zal ik het huis zijn dat je zocht de taal die je wou spreken de brief die je niet meer had verwacht zal ik het blauw zijn aan de hemel van je stad
Altijd weer tikt de klok. Mijn beste vriend, ik kom je tegen, ik herken je gezicht maar je naam daar kom ik maar niet op. Frustratie, woede, angst, het zand glipt door mijn vingers heen. Ik weet niet meer. Wat dacht ik daarnet nog, weeral is het weg, een deur valt terug dicht. Angstig klap ik terug ineen, binnengekeerd, zoekend naar wist ik maar wat. Ik zoek en zoek en vind maar niet. Waar ken ik je van, waar heb ik iets gelegd. ik weet zeker dat het daar ligt
Ik weet het, ik weet het zeker maar wat weet ik. Geheime kamers, nu op slot, de sleutel verloren. Ik wil er niet achter zoeken. Bestofte kamers verborgen in mijn hoofd.
Ik vergeet nu de dingen die ik niet meer belangrijk vind en onthoud niet meer wat jij belangrijk vindt. Ik ben bezig met iets en denk ondertussen aan wat anders die jij niet belangrijk vindt. Dagdromen, jij ziet me, ik ben ver weg. Wat zei je ook al weer ?
Ik ben bang om dement te komen
Ik schrijf nu alles op om niet meer te vergeten, kattebelletjes, briefjes overal, lijstjes
Misschien toch maar beter om te vergeten. Wat is nu eigenlijk belangrijk ? Dat de zon schijnt of dat het regent ? Ergens niet zo heel ver hier vandaan wordt een kind doodgeschoten en mensen gefolterd. Dat ik dingen vergeet is niet zo belangrijk. Ik ben niet belangrijk !
Geheime kamers, die zitten nog altijd in mijn hoofd.
Geheime kamers zitten overal verborgen in mijn hoofd, bestoft en doorleeft, weggestoken tot ik ze op een zeldzame keer nog eens binnenstap. Kamers vol met bijna vergeten herinneringen van heel lang geleden, flarden weetjes, stukjes van mijn leven. Er zijn kamers die ik nooit meer opendoe omdat de herinneringen die er insteken te pijnlijk zijn en mij een onrustig gevoel zullen geven.
Hoe ouder ik word hoe meer bestofte geheime kamers zich nestelen en hoe moeilijker ik het heb om de weg te vinden. Ik vergeet dingen, dingen die ik niet meer terugvind, die ik niet meer kan plaatsen en na lang nadenken schemert het weer een beetje in de duisternis. Dan weet ik terug je naam, vind ik het verloren gelegde object terug.
Af en toe wandel ik langs de donkere gangen en open een deur. Lichtstralen verlichten het donker. Sommige muziek, enkele liedjes, een foto, een tekst, een bepaalde geur hebben dan de donkere plekjes in mijn hoofd doen verdwijnen en ik weet het weer. De herinnering aan vroeger.
De secondewijzer van mijn horloge gaat alsmaar vooruit. Bij iedere seconde verlies ik weer.Altijd weer. De tijd tikt door. Morgen zal ik het doen, morgen zal het beter zijn, morgen ben ik het vergeten dat de tijd tikt.
De tijd doen terugkeren zonder die stoffige hersenspinsels die mij doen verdwalen in het verleden. Eventjes maar herbeginnen, enkele jaren achteruit. De secondewijzer van mijn horloge zegt iets anders. Ik ben nog niets veranderd als ik in de spiegel kijk, enkel de gesloten deuren in mijn hoofd zeggen iets anders. Wie is die oude man op die foto die mij zo uitgeblust aankijkt ?
Oude mannen, wijze mannen ! Het spijt me meisje, ik weet het ook niet. Ik kan je ook niet helpen met wijze goede raad, ik weet niet veel. Hoe ouder dat ik word hoe minder ik weet. Ik kan je geen levenswijsheid geven, je zal het zelf moeten zoeken. Ik weet niet veel van het leven, nog altijd niet. Geheime kamers hebben hun geheimen en blijven het liefst gesloten, ook voor jou mijn kind met je jeugdige schoonheid.