Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
E-mail mij
Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.
fotograffiti
de blog die in feite niet meer bestaat: fotofragmenten in tekstslierten
07-02-2006
Rafelige klanken
Rafelige klanken, een slecht gestemde viool. Ik voel me een beetje moe de laatste tijd. Voorjaarsmoeheid, een beetje te vroeg. Winterblues, het zou kunnen. Ik zit te veel binnen denk ik, vrees ik. Een beetje meer bewegen, een wandelingetje doen. Goede raad van goedbedoelde mensen. Die ik niet altijd opvolg. Eigenwijs.
Krassende snaren, valse noten. Mijn ogen vallen toe. De melodieuze tonen zijn er niet meer. Het zal deze tijd van het jaar zijn.
Wat doet een mens als hij een andere weg zoekt die hij normaal bewandelt maar die weg is zo voorspelbaar geworden dat het een sleur geworden is. Wat moet een mens doen in zon geval, als je al de leuke dingen die je graag doet niet meer doet omdat je het niet meer leuk vindt ?
Een andere weg zoeken zeg je ! Alle bekende, bestaande paden verlaten en een onbekende weg inslaan. Mijn beschermde cocon verlaten, mijn veilig gemakzuchtig leventje veranderen. Mijn zekerheden achterlaten en wat dan ?
Ik kijk door mijn vensterraam naar de lucht. Weet je wat ik dan denk ? De zon schijnt altijd, alleen zie je ze soms niet, door de wolken. Je weet dat dit klopt. Waarom heb ik het dan zo moeilijk om dit te geloven?
Op een dag verlaat ik mijn huis, verlaat ik mijn stad, verlaat ik mijn land. Hier is toch niets meer wat mij bindt. Ik zoek een open vlakte waar ik nog de horizon kan zien. Een plek waar nooit files zijn en opeen gepakte mensen die voor zich uit staren. Ik zoek een landschap waar ik ongedwongen wandel zonder iemand tegen te komen. Een land met ruimte.
Hier wil ik blijven in mijn geboortestad, in mijn huisje. In dit land wil ik blijven wonen waar alles dicht bijeen is, gezellig, zonder veel wereldschokkende problemen. Hier kent men mij nog, ben ik nog vrij. Een gezellig terrasje in de zomer en muziek in de open lucht. Een stad heeft ook zijn voordelen. Zelfs een klein stadje.
Waarom moet een mens altijd kiezen. Misschien ben jij ook niet tevreden met hetgeen wat je doet. Misschien wou je muzikant worden, een bed&breakfast openen, acteur zijn en heeft men je ooit beïnvloedt in je keuze.
Het onzekere kleine jongetje in mij is bang voor verandering. Ik wil niet kiezen.
Ik verwaarloos de laatste tijd mijn grote liefde van weleer. Het is bijna twee jaar geleden dat ik nog in de bibliotheek ben binnengegaan. Waarom mijn leeshonger nu plotseling zo gestild is weet ik niet. Of toch, mijn computer is nu mijn minnares. Ik betrap me erop dat ik meer en meer verslaafd geraak aan dat ding. Als ik nu nog eens een boek ter hand neem leg ik het al na een halfuurtje weer neer.
Boeken, die heerlijke geur die vrijkomt bij het doorbladeren van een maagdelijk onaangeroerd exemplaar. De aanraking van een gaaf, zonder ezelsoren bezoedeld boek geeft mij tintelingen.
Gewoon het vastpakken, de streling van de kaft, de eerste woorden.
Ik koop nog altijd boeken maar beschaamd moet ik je zeggen dat er nog heel veel werken in mijn boekenkast staan ongelezen ! Ik heb te weinig tijd en het schaamrood stijgt naar mijn wangen dat ik mijn liefde van weleer zo verwaarloos.
Gisteravond. Dikke mist. Rijden door de wolken. Mijn bestemming lijkt onbekend. Niets is hier wat het lijkt. Ik waad me verder door de watten gevulde donkere avond.
Er is een tijd geweest, nog niet zo heel lang geleden, dat ik verzot was op vulpennen. Ik kocht er verschillende, maar het waren iedere keer van die goedkope, zoals er soms in de Aldi liggen, die na een tijdje niet meer goed schrijven. Zo heb ik er thuis nog enkele liggen die het niet meer doen. Eentje heb ik laten vallen, pats, juist op de punt de grond geraakt, pen naar de knoppen. Ze krast nu op het papier. Anderen schrijven absoluut niet meer wat ik ook probeer. Ik heb ze al eens in het water gelegd maar echt "schoon" waren ze niet ! Mijn handen waren ook blauw en ik kreeg ze ook niet meer proper. Als iemand een tip weet hoe die dingen "ontstopt" kunnen worden zodat de inkt terug uit de pen vloeit laat maar weten. In feite ben ik nog altijd verliefd op vulpennen. Een haat-liefde verhouding. Moest ik nu eens in plaats van die goedkope brol een degelijke pen kopen, zoals die onbereikbare "Mont Blanc". Schrijft waarschijnlijk heel lekker maar ik heb er nog nooit eentje in mijn handen gehad. Veel te duur voor mijn budget ! Krabbeltjes, notities, kattebelletjes ... nog altijd liever met een vloeiende trek van een vulpen dan met een ordinaire stylo !
Die nacht had ik moeilijk geslapen, onrustig, steeds tussen indommelen en weer wakker schieten. Me draaiend van de ene zijde naar de andere, maar de slaap kon ik niet vatten. En op een bepaald moment lag ik klaarwakker naar het plafond te staren, de wekker stond op 5u19.
Ik ben maar opgestaan, me gewassen en aangekleed. Het zwart van de nacht was reeds aan het oplossen, slierten licht priemden door de duisternis. Een beetje als een dief ben ik uit mijn hotelkamer geslopen, het hotel lag er verlaten bij, aan de balie was er niemand te zien maar, hoe wonderbaar, de deur naar buiten was open, maar misschien was dat normaal. Ik had niet zoveel ervaringen met hotels in de vroege ochtend.
De stilte van de stad deed me eerst een beetje opschrikken, tijdens de dag hoort men altijd iets, een constant geroezemoes van geluiden die nu eenmaal bij een stad horen. Het geruis van autos, stemmen, voetstappen, muziek, het gebengel van een voorbijrijdende tram en nu, niets. Het was 6u, een klokje ergens in een toren luidde, waarschijnlijk de aankondiging van de eerste mis, het kon ook voor iets anders zijn maar mijn fantasie liet ik maar de vrije loop. Er liep werkelijk niemand op de straat. Het licht nam de bovenhand op het zwart van de nacht en de eerste geluiden waren er ook, enkele mussen en stadsduiven waren wakker. Een trein denderde in de verte over de sporen.
Ik voelde een zalige rust, een tevredenheid over mij neerdalen. Dit was mijn moment, de stad behoorde een beetje aan mij alleen toe, of ik had toch dat gevoel. In het stadspark met zijn lange rechte lanen omgeven door lantaarnpalen, hing er laag bij de grond een mistsliert. Je zag geen fijn afgelijnde contouren meer van de gebouwen tussen de bomen maar enkel een kleurenwaas zoals bij een impressionistisch schilderij van Claude Monet. Een filmisch decor of scéne uit roman waardig . In de kleurenwaas van scherp en onscherp liep nog iemand. Een bondgenoot die zijn hond aan het uitlaten was. Hij liep tussen de bomen door, af en toe stoppend om zijn hond even te laten snuffelen of zijn plasje te laten doen. Toen we elkaar kruisten knikten we tegen elkaar maar we zeiden niets, je moet dit heilig moment zo laten zoals het is.
"Er is één tijdstip op de dag die ik, hoe mooi de andere momenten ook zijn geweest, altijd het beste moment van de dag beschouw. Een moment die ik telkens weer als een magisch moment aanzie en dat is 's morgens heel vroeg. Als in de zomer het eerste zonlicht de aarde doet ontwaken en 's winters in de nog donkere periode de stilte je doet verbazen. Een heilig moment, die eenieder die dit al eens meegemaakt heeft als de zijne beschouwt. Als je dan in je tuin wandelt en de eerste vogels hun gefluit hoort, dan is alsof de wereld aan jou alleen toebehoort. Het brengt rust en kalmte in mij. Het is eveneens het beste moment van de dag, als je in een vreemde stad bent, om de omgeving te verkennen. Het ontwaken van een stad."
Zal ik het blauw zijn aan de hemel van je stad de donkere vlekken bedekken met wat ongeschreven wit het kille ochtendgrijs vergeten nooit meer klagen over de regen zal ik het huis zijn dat je zocht de taal die je wou spreken de brief die je niet meer had verwacht zal ik het blauw zijn aan de hemel van je stad
Altijd weer tikt de klok. Mijn beste vriend, ik kom je tegen, ik herken je gezicht maar je naam daar kom ik maar niet op. Frustratie, woede, angst, het zand glipt door mijn vingers heen. Ik weet niet meer. Wat dacht ik daarnet nog, weeral is het weg, een deur valt terug dicht. Angstig klap ik terug ineen, binnengekeerd, zoekend naar wist ik maar wat. Ik zoek en zoek en vind maar niet. Waar ken ik je van, waar heb ik iets gelegd. ik weet zeker dat het daar ligt
Ik weet het, ik weet het zeker maar wat weet ik. Geheime kamers, nu op slot, de sleutel verloren. Ik wil er niet achter zoeken. Bestofte kamers verborgen in mijn hoofd.
Ik vergeet nu de dingen die ik niet meer belangrijk vind en onthoud niet meer wat jij belangrijk vindt. Ik ben bezig met iets en denk ondertussen aan wat anders die jij niet belangrijk vindt. Dagdromen, jij ziet me, ik ben ver weg. Wat zei je ook al weer ?
Ik ben bang om dement te komen
Ik schrijf nu alles op om niet meer te vergeten, kattebelletjes, briefjes overal, lijstjes
Misschien toch maar beter om te vergeten. Wat is nu eigenlijk belangrijk ? Dat de zon schijnt of dat het regent ? Ergens niet zo heel ver hier vandaan wordt een kind doodgeschoten en mensen gefolterd. Dat ik dingen vergeet is niet zo belangrijk. Ik ben niet belangrijk !
Geheime kamers, die zitten nog altijd in mijn hoofd.
Geheime kamers zitten overal verborgen in mijn hoofd, bestoft en doorleeft, weggestoken tot ik ze op een zeldzame keer nog eens binnenstap. Kamers vol met bijna vergeten herinneringen van heel lang geleden, flarden weetjes, stukjes van mijn leven. Er zijn kamers die ik nooit meer opendoe omdat de herinneringen die er insteken te pijnlijk zijn en mij een onrustig gevoel zullen geven.
Hoe ouder ik word hoe meer bestofte geheime kamers zich nestelen en hoe moeilijker ik het heb om de weg te vinden. Ik vergeet dingen, dingen die ik niet meer terugvind, die ik niet meer kan plaatsen en na lang nadenken schemert het weer een beetje in de duisternis. Dan weet ik terug je naam, vind ik het verloren gelegde object terug.
Af en toe wandel ik langs de donkere gangen en open een deur. Lichtstralen verlichten het donker. Sommige muziek, enkele liedjes, een foto, een tekst, een bepaalde geur hebben dan de donkere plekjes in mijn hoofd doen verdwijnen en ik weet het weer. De herinnering aan vroeger.
De secondewijzer van mijn horloge gaat alsmaar vooruit. Bij iedere seconde verlies ik weer.Altijd weer. De tijd tikt door. Morgen zal ik het doen, morgen zal het beter zijn, morgen ben ik het vergeten dat de tijd tikt.
De tijd doen terugkeren zonder die stoffige hersenspinsels die mij doen verdwalen in het verleden. Eventjes maar herbeginnen, enkele jaren achteruit. De secondewijzer van mijn horloge zegt iets anders. Ik ben nog niets veranderd als ik in de spiegel kijk, enkel de gesloten deuren in mijn hoofd zeggen iets anders. Wie is die oude man op die foto die mij zo uitgeblust aankijkt ?
Oude mannen, wijze mannen ! Het spijt me meisje, ik weet het ook niet. Ik kan je ook niet helpen met wijze goede raad, ik weet niet veel. Hoe ouder dat ik word hoe minder ik weet. Ik kan je geen levenswijsheid geven, je zal het zelf moeten zoeken. Ik weet niet veel van het leven, nog altijd niet. Geheime kamers hebben hun geheimen en blijven het liefst gesloten, ook voor jou mijn kind met je jeugdige schoonheid.
Grijs, grijs in alle tinten. Nooit geweten dat er zoveel soorten grijs zijn in de lucht.
Ik rij in mijn autootje naar mijn werk, een luttele 11 km verder. Niet dat ik klaag, ik stas morgens nooit in de file en s avonds ook niet. Van dat grijs zie ik s morgens niet veel, het is nog donker als ik vertrek. Breng eens een sprenkeltje kleur in je leven zou de slogan in deze dagen kunnen zijn.
Is het de moeite om die luttele kilometers met de auto af te leggen. Jazeker, er zijn teveel bergen op mijn reisroute. En mijn conditie is momenteel niet van die aard dat ik er moet over stoefen.
Kleur brengen in mijn leven is ook niet zo evident, ik hou van zwart of donkere tinten voor mijn kleren. Dat sprenkeltje moet wel lukken, ik zal iets kleurigs op mijn bureau zetten ! Of ik doe mijn jeans aan, die zitten toch altijd lekker.
Door mijn venster zie ik nu het grijs in de lucht, in de straat, in de mensen. Ze haasten zich verder, hebben precies geen tijd voor zichzelf dus ook niet voor de anderen.
Het was reeds enkele minuten na middernacht en na uren onderweg te zijn geweest kwam hij eindelijk thuis. Vermoeid stak hij de sleutel in het slot, aarzelend, een beetje angstig om naar binnen te gaan. Hij wist wat er zou zijn of beter wat er niet zou zijn. De stilte, de kilte overvalt hem, het liefst zou hij onmiddellijk terugkeren, de deur uit, maar daar is ook niets, helemaal niets, niemand om tegen te praten.
Met tegenzin begint hij zijn koffer uit te pakken, het enige alternatief om niet naar bed te gaan waar hij toch niet in slaap zou geraken en uren wakker te liggen met zijn hoofd vol met voorbije gebeurtenissen, herinneringen. Liefst zou hij nu willen spreken, zijn gedachten delen met iemand. De stilte maakt hem bang, omfloerst hem als een dikke mist die je insluit.
Het licht begint langzaam doorheen de gordijnen te filteren. Zijn ogen staren naar het nog donkere plafond, het is stil, heel stil. Kreunend stapt hij uit zijn bed, het heeft geen zin om nog langer te blijven liggen, hij zou toch maar liggen woelen en niet meer in slaap geraken. De koude doet hem bibberen, er is geen verwarming op de slaapkamer.
De trap kraakt onder zijn gewicht, het enige geluid in de doodse stilte van de vroege ochtend. Geroutineerd begint hij koffie te zetten, automatisch zonder er bij na te denken, alle dagen hetzelfde ritme en terwijl de koffie aan het doorlopen is zet hij de radio aan. De stilte is verbroken, een radiostem zegt iets tegen hem maar echt luisteren doet hij niet, het is gewoon geluid als achtergrond.
Het warme vocht van de koffie doet hem verder ontwaken, maar zijn gedachten zijn nog ver weg, hij is nog steeds op reis. Reizen maakt van iedereen een ander mens, je doet andere ervaringen op en nog veel belangrijker is de dagelijkse routine die verdwenen is. Steeds opnieuw dezelfde dingen, telkens opnieuw. Dat gevoel zal heel vlug terugkeren, dat weet hij, je weet wat er zal gebeuren maar toch geeft het geen bevredigende gevoel, er ontbreekt iets aan het leven. Daarom moet hij af en toe weg, een paar dagen op een andere plek, een anoniem iemand zijn tussen veel mensen, steeds op de achtergrond blijven dit was wat hij zijn leven lang al had gedaan: reizen maken, bij mensen zijn en dan op de een of andere manier niets zien of horen, rondlopen met zijn ogen op de grond gericht, opgesloten in zijn eigen innerlijke wereld.
Na zijn ochtendritueel van wassen, scheren, zich aankleden, steeds in dezelfde volgorde, denkt hij na wat hij deze dag zou doen. De muziek uit de radio is als muzikaal behang, maar liever muziek dan de stilte. Alhoewel hij wel van de stilte houdt, maar nu niet, het zou hem alleen maar depressief maken. De krant moet hij nog lezen, een dag zonder krant, hij kan het zich niet voorstellen. Nieuwsfeiten moet je opslorpen, weten wat er in de wereld gebeurt, wat er kan gebeuren
Thuis zijn geeft hem een veilig gevoel al is hij er alleen. De laatste tijd is hij bang voor nieuwe dingen, ervaringen, situaties maar thuis zijn is voor hem als een veilige haven. Hij gaat nooit meer weg in het weekend, waarom zou hij, de verveling slaat toch maar toe. Vroeger ging hij nog wandelen. Helemaal op je eentje in het bos, een zalig gevoel, in alle weersomstandigheden maar toch liefst op een regenachtige dag want dan kwam je niemand tegen. Het was alsof het bos dan helemaal van jezelf is.
Maar nu, neen het gaat niet meer, er komt altijd een angstig gevoel naar hem boven als hij in het bos loopt.
Toch is hij graag alleen, hij is al heel zijn leven alleen, iedere avond, ieder weekend .
Niemand uit zijn beperkte vriendenkring kan begrijpen waarom hij er altijd voor kiest om alleen te zijn, afgezonderd van de buitenwereld, maar hij houdt gewoon van de eenzaamheid.
Hij heeft niemand nodig en niemand heeft hem nodig.
Een alledaagse dag. Alles is anders, niets lijkt op wat je denkt ! Ik heb stiekem gekeken naar jou, vluchtig een glimp en heel even gedroomd ...
Ik wou me verbergen,onbereikbaar voor jou maar af en toe tevoorschijn komen een stukje van mij zou je dan moeten nemen een klein beetje ik die verder dwaalt.
Een gevoel van jou wil ik bezitten, een klein beetje van jezelf, iets dat ik graag hebben wou. Diep in mij wil ik weg van jou, zonder brug, zonder weg terug. Misschien niet voor altijd, wel voor een tijdje als mijn eigen toerist, mijn eigen weg zoekend.
En toch... ik blijf stiekem kijken naar jou de onrust diep in mij komt dan terug naar boven, een droom van een alledaagse dag waar alles anders is en niets lijkt op wat je denkt.
Een gevoel van regendruppels die pletsen op de natte straatstenen blijft over.