Hij zei dat zijn gezin wit was. Dat kon betekenen dat hij dat als zuiver beschouwd, als neutraal, als ten dienste van hem, als weinig betekenisvol, als negatie dat mensen kleur zou kunnen hebben. Dat ze dus wel betekenisvol zouden kunnen zijn, dat ze niet dienste staan van hem, dat ze niet neutraal zijn, dat ze niet wit zijn. Dat ze wachten tot hij ze ziet staan.
Ze zei: God bestaat zolang je hoopt. Wanneer je niet meer hoopt, moet je op jezelf bestaan. Of zelf voor God spelen. Dat komt op hetzelfde neer maar het eerste is leger dan het tweede.
Sommigen vinden elkaar in wat gemeenschappelijk is. Anderen is wat juist 'anders' is. Het laatste gaat meestal gepaard met veel confrontatie. Die confrontatie is doorgaans nogal hard. Enkel het leren omgaan ermee wordt zachter doorheen de tijd.
Jonge mensen hebben veel verwachtingen van het leven, al weten ze eigenlijk niet goed wat die juist zijn. Achteraf constateren ze dat die verwachtingen niet ingelost zijn, al weten ze nog altijd niet goed wat die juist waren.
Het stormt. Ik hou wel van het wilde ervan, het ongenadige, het machtige, het natuurlijke. Terwijl we tegelijk kunnen genieten van de warmte van menselijke aanwezigheid en van muntthee.
Ze zijn jong en ze willen wat: meestal een vriendje dat niet bij hen past maar wel de nodige opwinding en pijn veroorzaakt. Dat duurt tot zo lang ze de pijn niet meer verdragen en aldus ook aan de opwinding willen verzaken.
Sommige vrouwen zijn ronduit dapper. Hun leven verloopt niet zoals verwacht had mogen worden maar ze kiezen een nieuw pad. Ze verkopen wat ze hadden, settelen zich opnieuw, realiseren een oude droom en worden weer gelukkig. Ik heb daar mateloos bewondering voor.
Ik ben het eens met Hugo Camps deze morgen in De Morgen: " Er is nood aan leermeesters die zich verheffen boven de waan van de dag". Hij heeft het dan over politieke leiders. Ik beschik niet over de capaciteiten om een leider te zijn. Ik kan slechts proberen om mij te verheffen in mijn kleine wereld.
Ik ben niet echt een wensmens. Ik ben tevreden met wat is. En de enige echte wens die ik heb, is er één waarbij ik afhankelijk ben van anderen. Zo moet dat ook zou zijn bij wensen. Dingen die je volledig zelf kan controleren en realiseren, zijn niet wenswaardig.
Geboorte, liefde en dood: het zijn drie gebeurtenissen die een complexe mix van allerlei emoties oproepen. Maar belangrijker: onderliggend hebben ze eenzelfde ding gemeenschappelijk: ze zijn cataleptisch. "Een kataleptische indruk is een indruk die, eenvoudig door de manier waarop wij ze beleven, onze instemming afdwingen en ons ervan overtuigen dat het zó en niet anders moet zijn. (uit M. Nussbaum: Wat liefde weet, 1998 Boom/Paèsia, p.103).
Ik daag graag uit. Hoe betekenisvoller iemand voor mij is, hoe meer ik het doe. Het is totaal zinloos en tegelijk totaal zinvol. Alle betekenisvolle handelingen en woorden balanceren op die grens.
Sereen. De betekenis klinkt door in het woord. Ik heb het vroeger met statigheid geassocieerd (wat niet helemaal juist is), daarna met waardigheid (wat al wat beter past) maar heden denk ik vooral aan mildheid. Volgens van Dale betekent het kalm en ongestoord.
Nee, ik behoor blijkbaar niet tot een familie die huilt maar tot een familie die een verhaal weeft. Er wordt uren, eigenlijk dagen, verteld over het goede wat is geweest, over het onvermijdelijke wat is gebeurd en over het goede wat nog moet komen. Een verhaal dat betekenis heeft en geeft. Waar alles zijn plaats krijgt, ook de dingen die niet gezegd zijn en ook niet meer gezegd zullen worden. Tenzij gefluisterd in het donker.
De reacties van mensen op een overlijden zijn interessant. Sommige huilen, anderen krijgen geen woord gezegd. Nog anderen beginnen druk te praten, de grootste onzin eerst. Hier en daar een fake-betraand of een net-iets-teveel-medelijden-vervuld-gezicht. Vele drukken gewoon hun medeleven uit wat eenvoudig en goed is. Maar er zijn er die erin slagen om de 'juiste woorden' te zeggen. De juiste woorden zijn voor mij de woorden van dankbaarheid om de persoon die is geweest.