Inhoud blog
  • Tweede dag acclimatisatie, toch zeg ik je geen vaarwel mijn vriend, dra zien w'elkander weer.
  • Wat is het hard om te wennen.
  • De definitieve aftocht is begonnen!
  • Een mooiere afsluiter van deze missie kon ik niet dromen.
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Onder mijn voeten en handen.
    40 jaar kinesitherapie praktijk - 95 dagen wandelfeest.
    29-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.En plots is mijn weg, weg: verdwenen.
    DAG 31: Dinsdag 29 mei 2018.  

    Onder mijn voeten: Buxerolles – Fontaine-le-Comte – Lusignan 46,4 kilometer. 

    En plots is mijn weg, weg: verdwenen. Robinière daar liep het volledig fout. 

    Vetrekken om 7.00 uur stipt. Het is zoals in de boekjes maar het ochtendritueel verloopt zo alert en zo structureel dat bij het opstaan om 06.30 ik reeds na een 30 minuten later klaar sta om te vertrekken. Ik loop westwaarts onder Poitiers door maar kan niet vermijden dat ik de voorstadjes en al het bijgevoegde sociale woningnet willens nillens moet doorkruisen. Ook hier zie je vele andere culturen en vele anders gepigmenteerden. Het Franse rijk wordt voor een groot deel bevolkt door nieuwe Fransen, dat heb ik nu al wel door. Ik wandel door een park van Poitiers waar allerlei tuinen gratis te bezoeken zijn. Ik wandel erg geïnteresseerd door het onderdeel Engelse tuinen. Prachtig onderhouden en bovendien zeer kleurrijk. Het regent zoals een man die lijdt aan een prostaat zwelling. Eventjes droog, daarna een straal met intense wateroverdracht, daarna weer eventjes droog. De intensiteit van de waterstralen zijn recht evenredig met de tussenpauze. Wanneer ik na 19 kilometer om 11 uur bij Walter zijn eerste afspreekpunt aankom ben ik even nat als een onderwater gedoken eend. Nieuw ondergoed, verse broek en kousen en na een halfuurtje rust kan ik er weer tegen. Ik wil naar Coulombiers via de GR 556. In Coulombiers is net hetzelfde gebeurd als in Herent in 2006. Toen de TGV-lijn er werd aangelegd werd Herent voor de zoveelste maal in twee verdeeld. Ook de aanleg van de E-314 en de aanleg van omleiding en de Brusselse steenweg maakte dat Herent nu een taart is die in acht stukken is verdeeld. Hier gebeurde net hetzelfde. In 2017 werd de lijn Parijs-Bordeaux commercieel actief en moesten in de omgeving van Coulombiers heel wat huizen en eigendommen worden onteigend voor dit project. Op mijn GPS merk ik zeer snel al enkele onregelmatigheden die mijn techniek van navigatie niet eenvoudig maken. Zo is het bos van het schermpje nergens te verkennen. Zo is ook de afstand tussen mijn positie en een bestaande spoorweg ( de TGV-lijn) minder dan op het scherm is te zien. Ook mijn traject (een GR-pad) is sinds lang niet meer gebruikt en ook de indicaties op de bomen en stenen zijn erg lang geleden geplaatst en verouderd. Wanneer ik een 4 tal kilometer na vertrek op een TGV-lijn bots, begint mijn paniekerige frank te vallen. Dit is allemaal nieuw en het traject van het GR pad bestaat gewoon niet meer. Wanneer ik voor het spoor van de snelheidslijn niet verder kan waar ik normaal nog rechtdoor moet, beslis ik vooreerst niet over die sporen te lopen. Mijn tweede besluit is Jos zijn principe toe te passen. Ik wil zeker zijn van mijn positie en zie naderhand dat heel het plaatje op het scherm van de GPS niet meer klopt met de huidige realiteit. Aan de infrastructuur van de nieuwe TGV-lijn zie ik dat alles nog heel recent werd aangelegd. Mijn derde besluit is dat ik moet weerkeren voor een 4 tal kilometer omdat hier geen andere vluchtwegen voorhanden zijn en om hier echt uit te geraken moet ik wederkeren. Ik loop bunkerend ( via rechte lijnen op kompas en geen rekening houden met paden of wegen) over de aangrenzende akkers die beplant zijn met kleine koolplantjes en met graan. Na een tijdje kom ik op de weg naar Robinière een tractor met boer tegen. Ik doe mijn verhaal uit de doeken en de brave man geeft me alle uitleg en verklaring. De TGV is nieuw sinds 2017 en de GR is oud, maar een nieuw traject werd verlegd reeds 7 kilometer van hier. Dit wordt enkel aangegeven bij het begin van de route in Croutelle, 10 kilometer meer noordwaarts. Ik krijg van hem een lift op zijn tractor voor 2 kilometer en hij zet mij af op de weg die mij via een brug over de snelheidslijn loodst. Op geen tijd ben ik in Coulombiers en bijna op hetzelfde tijdstip komen Walter en ik aan op de afgesproken plaats. Ik verorber een tomatensoepje met balletjes (dank u Liliane), leg mij een half uur neer en besluit voor de laatste trip mij te beperken tot 10 kilometer. Wonderbaarlijke natuur en laat het toeval niet in twijfel worden getrokken, op 6 kilometer voor Lusignan kom ik een ploeg van drie mannen tegen die alle GR-aanduidingen aan het oververven zijn met nieuwe verf. Ik meld hun mijn frustratie in Robinière. Ze weten ervan maar het is niet hun zone waar ze verantwoordelijk voor zijn. Maar…ze hebben er nog klachten over gehoord en gingen meteen aan de slag om de plaatselijke organisatie er van in te lichten. Dit mag echt niet blijven duren vinden zij ook. Na nog een uurtje wandelen staat er op mijn GPS 48,6 kilometer. Ik ben eerlijk, twee ervan heb ik niet gewandeld, maar het zitten op een tractor is ook echt niet comfortabel… Redelijk vermoeid ontmoet ik Walter in het centrum van een heel aangenaam dorp waar men veel geld over heeft voor de renovatie van de “Place Notre dame” en het kerkplein maar de kerk zelve is echt niet meer in de beste staat. Niet moeilijk dat ik vermoeid aankom, het kerkplein ligt wederom op een hoogte met trappen. Ik passeerde bij het binnenlopen van het dorp een plaatselijke mooie gemeentelijke camping, en stel aan Walter voor om daar te gaan staan, al was het maar om een heerlijk ontspannende warme douche te nemen. We doen het en betalen voor elektriciteit en warm water 15 euro. Daar kan een mens niet vuil voor rond lopen vinden we beiden. Deze avond eten we varkens fricassée (weer dank u wel Liliane) met rijst en een heerlijk glaasje wijn. Daarna is er een toetje maar Walter wil niet verklappen wat. Wat zal ik goed slapen vannacht en de topklassieker die hoor ik wel van Walter zijn zeer zacht zescylinderachtig gesnurk. Ik slaap er altijd dwars doorheen, Mag ik je morgen nog eens een verhaal uit de doeken doen. Tot dan. 

    Achter mijn handen: JUFFROUW, ALS JE NIET GOED ADEMT, GA JE DOOD 

    Juffrouw J. was een oudere onderwijzeres in de meisjesschool in Herent. Toen heette die nog net niet de Kraal. Ze was een ongehuwde dame en bij mijn weten had ze nooit een relatie, al steek ik daarvoor mijn beide waardevolle handen niet in het vuur. Eén hand zelfs ook niet. Ze had nu, nog steeds als Juffrouw, de hoogbejaarde leeftijd bereikt. Mede door het feit dat ik ooit in het eerste studiejaar als angstige zesjarige voor haar majestueuze verschijning moest komen leren hoe ik van de Pastoor de heilige hostie zou ontvangen op mijn tong (ze dipte dan met de klassleutel telkens op ieders uitgestoken tong) stond ik terug enigszins timide op mijn minder jeugdige leeftijd met respectvolle attitude voor dit icoon van de door ons allen gekende onderwijzeres van de parochie. Op het voorschrift stond dat ze slecht ademde en symptomen vertoonde van hyperventilatie. Toen een familielid mij aan de voordeur opwachtte en binnen liet, gaf deze mevrouw me gauw nog vertrouwelijk enkele hinten. Ze was onhandelbaar, vroeg aandacht, was niet coöperatief en wou geen goede raad aanvaarden. Ik zou er een moeilijke patiënt aan hebben zei men mij. Ik voelde me net een opgedraaide regulateur. Nu was het mijn beurt om deze onderwijzeres eens wat les te geven in goed ademen. Bij het betreden van de leefkamer zat er inderdaad een klein hompje mens met een nors gezicht en ademend als een visje in zuurstofarm water. Wat was deze reuzin van weleer erg gekrompen. Hulpeloos staarde ze mij aan en wist nog te prevelen, dat ik na zoveel jaren toch wel erg groot geworden was. “Ik heb je nog gekend als klein manneke, Jowanneke van de koster”. Het ijs was dus rap gebroken en eigenlijk lukte het vrij goed om enkele oefeningen aan te leren. Inderdaad het was wel wat koud en warm blazen bij de uitvoering van deze diepere ademhalingsoefeningen, maar al bij al lukte dit zeer goed naar mijn believen en de gestelde doelstellingen. Na een verrassend toffe sessie rondde ik af met de vraag in de namiddag en ‘s avonds enkele oefeningen (die ik had aangeleerd) te herhalen. Ik beklemtoonde nog dat ze bij voortdurend slecht inademen, zou sterven. Te veel en te kort ademen zou nefast zijn. Ik reed met een buitengewoon tof en goed gevoel naar de volgende patiënt omdat ik overtuigd was van de zin van deze sessie en therapie. We zouden Juffrouw J. er wel doorheen helpen. De volgende ochtend belde ik zoals afgesproken terug aan. Dezelfde mevrouw als de voorgaande dag kwam open doen en meldde mij terstond dat Juffrouw J. vorige avond was overleden. Kouder en beschamend ongemakkelijk dan een ijskoude douche je pijn kan doen, was de beschrijving van de niet fraaie emotie die ik doormaakte. Zo goed als mijn gevoel was geweest de dag voordien, zo ongemakkelijk en gênant voelde ik me nu. Niets aan te doen, afscheid nemen van patiënten is deel van onze professie en ik weet het zeker voor mezelf: ik leer het nooit.






























    29-05-2018 om 00:00 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    28-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een zwaar obese atmosfeer à la Maggie geeft me regelmatig zwoele regen.
    DAG 30: Maandag 28 mei 2018. 

    Onder mijn voeten: Thuré – Saint Georges lès Baillargeaux – Buxerolles 34,6 kilometer. 

    Een zwaar obese atmosfeer à la Maggie geeft me regelmatig zwoele warme regen. Ik kan ze beide zo erg veel missen! 

    Heel de nacht heeft de hemel ons een decor bezorgd van puur expressionistische borstelvegen die kris kras door elkaar waren geborsteld. Een wilde schilderij van puur wolkenvechterij die het slechtste liet verwachten maar niets van het naarste te verwachten, prijs gaf. Om zeven uur als we beiden onze ogen wat licht gunden, hoorden we de tikjes op het dak van de eerste bui vandaag. Het zou niet de laatste zijn. Nochtans wanneer ik me klaar maak onder de luifel voel ik warmte en de atmosferische zwoelheid rond mijn lijf maakt zich meester van mijn thermostaat. Ik zweet van mijn veters te binden en ben buiten adem van mijn rugzak over mijn schouders te werpen. Dat belooft! Al van bij de eerste passen weg van het kerkhof is mijn ingebouwde thermostaat complex in de war. Het resultaat is een zweetpartij waar je U kan tegen zeggen en zonder een antwoord te krijgen. Ook het terrein is mij niet echt gunstig gezind: ik loop door hoog gras dat net nat is geregend. Bovendien had ik mijn heel lichte en gemakkelijke Nikes laten meebrengen omdat de kleine rechterteen onverklaarbaar blijft zeuren. Niet echt pijn, maar een last die mij doet denken aan een gewrichtsklacht waarbij het tweede gewrichtje bij manipulatie echt wel uit zijn rol valt. Het volledig gamma van tenen is echt wel in goede vorm, en globaal zijn er op dermatologisch vlak geen “ blaar-problemen” meer, maar dat kleine mormel aan mijn rechter voet blijft mijn zorgenkind. Joke had drie jaar geleden speciale tape meegegeven die zachter is dan de normale en ook meer weerstand biedt tegen vocht en transpiratie. Wellicht moet ik die eens proberen morgen. Bij het verlaten van Thuré passeer ik via een tamelijk groot bos de regio. Er is een Avonturenpark waar Marcske Coucke in zijn Durbuy nog eens een lesje zou kunnen van krijgen. Het noemt : AvenThuré. Goed gevonden vind ik. Ondertussen is het vrij ernstig beginnen te regenen en toch verlies ik zweet zoveel als calorieën. Ik ontdek de techniek die ik ergens las, dat een KW-spray heel gemakkelijk over je hoofd (kap) en rugzak kan worden geworpen waarbij je romp en armen vrij blijven. De kap fixeer je dan met een canvas regenhoed en de onder je kin maak je beide koordjes vast via een musketonklem. Dit werkt prima: je lichaam kan ademen en wordt NIET kletsnat van de condensatie aan de binnenkant van de KW. Bovendien wordt je borstkas niet nat, enerzijds omwille van de regenhoed en anderzijds ook omdat de KW deels voor je thorax hangt. Ondanks de vele Maggie-buien ben ik vrijwel droog uit deze dagtrip tevoorschijn gekomen. Wat gaat het hier al een hele tijd opwaarts. Dat kan niet anders eindigen dan met een goed zicht en goed gevoel. Het is ook zo. Wanneer ik na een laatste explosieve klim van amper 150 meter toch een hoogte overwin van 35 meter zie ik plots pal voor mij de voorsteden van Poitiers verschijnen. Het landschap verandert en de horizon is bezaaid met bossenreepjes. Wanneer ik het dorpje Jaunay-Clan doorloop merk ik op dat er enerzijds mensen hebben gewoond die goed geld verdienden en anderzijds er architecten werden aangesproken die meestal hun inspiratie uit dezelfde pot mosterd haalden. Ik neem er foto’s van enkele heel mooie kleinere kasteelhuisjes en bedenk dat hier toch veel architectonische inspiratie van de huistekenaars onder elkaar gecharmeerd werd gestolen. Ik passeer ook enkele oudere dorpjes die niet zo vernieuwd of gerenoveerd werden als in het centrum. Zij hebben echter andere eyecatchers. Heel toffe dingen wanneer je ze in detail fotografeert zie je het object in de functie en de tijd van weleer. Dat is ook boeiend vind ik. Wanneer ik mijn trouwe kompaan op de afgesproken plaats aantref zie ik naast ons een druk verkeerskruispunt met een rotonde. Nochtans is dit ook de parking van het kerkhof. Na overleg besluiten we deze slaaplocatie niet te gebruiken en nog een 8 tal kilometer verder te wandelen naar Buxerolles en daar een rustig kerkhofplaatsje op te zoeken. Ik wandel dus nog wat verder langs de Gr655 en ontwaar weer een ongelooflijke pracht van een natuurlijk decor. De weg wordt regelmatig “voie Romaine” genoemd en ik veronderstel omwille van de kwaliteit van het wegdek dat dit vrij vertaald mag worden als Romeinse heirbaan naar Poitiers. Het zicht hier is wederom gratis en bovendien prachtig tot adembenemend. Ik wou dat jij erbij was. Wanneer ik aankom bij de plaats van afspraak wacht mij nog een fel vermoeiende verrassing: ik moet op het einde 280 trappen opwaarts (het stond aangeduid) want tussen de D4 en de parking van het kerkhof zijn ongeveer 50 hoogtemeters. Ik luk er wel in, maar Walter ziet een mens verschijnen die druipt van het zweet en buiten adem is als een net galopperend paard. Na een wasje op het plaatselijke kerkhof ( ik word met de dag geloviger en vestig mijn hoop steeds meer op deze plaatsen) en bijwerking van mijn persoonlijke hygiëne, ben ik weer een aanspreekbaar mens. Walter heeft zowaar hapje klaargemaakt. Grissini stokjes met parmaham en olijfjes. Hij bekomt alzo zonder enig concurrentie zijn nominatie voor de Masterchef. Vanavond eten we de overschot van het stoofvlees en brood. Lakker en vooral zeer goed en lekker. Morgen doe ik de rest van de trip die nog overschiet, maar wees gerust dat ik tegen het einde van de week wellicht een dagje langer op de camping zal kunnen blijven staan omwille van ingehaalde dagen. 
    Sta mij toe om Guy van Sacocorchos even te vernoemen. De man heeft me enerzijds een geweldige tip gegeven om bij mijn intrede in Baskenland  een heel speciale gekende streekwijn te proeven. Doe ik zeker en vast Guy, en ik laat je eerlijk mijn gedacht wel weten. Anderzijds viert hij zijn 25 jaar bestaan van zijn Spaanse wijnzaak in Kortenberg en Beveren Waas. Mag ik je van harte gelukwensen Guy? Je inzet en jaren enthousiaste selectie hebben hun vruchten al lang afgeworpen. Proficiat.
    Tot morgen.

    Achter mijn handen: WERKEN IN TEAM OP GELIJKWAARDIGE BASIS 

    Het is mij niet bespaard gebleven: het opgedrongen minderwaardigheidsgevoel ten overstaan van artsen die zich soms op een wereldvreemde wijze gedragen als superieure wezens die zogezegd voorbestemd zijn om de zware taak op zich te krijgen, alle problemen te moeten kunnen oplossen. Met alle problemen bedoel ik dan ook letterlijk alle problemen. Ook de moeilijke situaties die zich ver buiten hun medisch domein bevinden. Ook de moeilijkheden die zich bevinden buiten hun huisartsen-territorium en die dus behoren tot het domein van andere specialisten. Ook toestanden waar ze wel over gehoord hebben maar lang niet kunnen weten hoe de vork in de steel zit. Blijkbaar –en dit zeg ik vanuit eigen ervaring- heeft een huisarts het moeilijk om bekend te maken dat hij zich niet in staat acht dit of een ander probleem te kunnen oplossen. Ik mocht het ervaren binnen mijn eigen kine-praktijk hoe sommige artsen aan patiënten dingen verklaren die halve waarheden bevatten, die gestoeld zijn op slechte ervaringen, die met de werkelijkheid geen zier te maken hebben of die verdraaid worden uitgelegd om zo niet de bal te hoeven spelen maar wel de man. Daar hebben wij menig voorbeeld van binnen ons specialistisch werkterrein en al wie er om vraagt zal met voorbeelden bediend worden. Ik heb er de laatste jaren niet meer op gereageerd want het heeft mij in geen enkel geval voordeel of oplossingen bezorgd. In december 1996 was er in Gent een colloquium. Het enige thema van de ganse dag was: de communicatie tussen huisarts en kinesist bij de behandeling van dezelfde patiënt. Een huisarts vroeg mij om die nascholing te volgen en daarna verslag uit te brengen voor een groep. Zodoende hoefde een aantal huisartsen deze bijscholing niet te volgen en konden zij beroep doen op mijn verslag. Ik had mij echter al lang voor deze vraag ingeschreven en was gemotiveerd tot en met. Van de 210 aanwezigen waren er 196 kinesitherapeuten en 14 artsen. De bijscholing was tot stand gekomen door een samenwerking van de “Wetenschappelijke verenigingen der artsen en kinesitherapeuten.” Door rollenspellen werden allerlei situaties geschetst die recht uit het praktijkveld kwamen, heel herkenbaar en niet altijd even vrolijk voor de aanwezige huisartsen omwille van de steeds weerkerende dominante houding van deze beroepsgroep. De aanwezige huisartsen waren opmerkelijk bij menig rollenspel “not amused”. De rode draad door alle situatie-evaluaties en elke eindbespreking kwam steeds maar neer op dezelfde conclusie: huisarts, verpleger (verpleegster), maatschappelijk assistent(e), psycholoog (psychologe), diëtist(e), kinesist(e), logopedist(e) en andere zorgverstrekkers moeten een kring vormen rond de patiënt, en hand in hand op GELIJKWAARDIGE BASIS werken aan het welzijn en het verbeteren van de algemene toestand van de patiënt. Vooral de term “OP GELIJKWAARDIGE BASIS” kwam veelvuldig terug en werd tot vervelens toe herhaald. Tijdens een volgende bijeenkomst van een groep gezondheidswerkers werd navraag gedaan door die arts die me gevraagd had naar deze bijscholing te gaan. Ik vertelde het verhaal van de gelijkwaardigheid en staafde mijn uiteenzetting met de gedrukte syllabus die ter hand werd gesteld van elke deelnemer op het einde van die bijscholing. Ik merk tijdens mijn uiteenzetting op dat één der artsen (de arts die me vroeg deze uiteenzetting te volgen) zich ongemakkelijk begint te draaien en te keren op zijn zitplaats. Het blijft niet bij een attitude. Er komt spontaan een mededeling die ik tot op heden nog steeds niet goed kan plaatsen. Vermits het uit de denkwereld komt van een persoon die 7 universiteitsjaren achter de rug heeft en die geacht wordt met problemen (ook de eigen moeilijkheden) te kunnen omgaan, ben ik nog steeds mysterieus wat betreft de raadselachtige uitspraak die toen volgde. De arts in kwestie meldde me dat die zich helemaal niet gelijkwaardig kon voelen met om het even welke andere zorgverstrekker in de thuiszorg. 1 - Ten eerste beroept de arts zich op een universitaire vorming van minstens 7 jaar. Geen enkele andere thuisverzorger in een team kan zo’n palmares voorleggen. Bovendien gaan aan die universitaire studies heel dikwijls andere studies vooraf die men niet aantreft bij de rest van de groep in het team. 2 - De verantwoordelijkheid en de coördinerende rol die de huisarts moet vervullen binnen de zorg van een patiënt die door verscheidene therapeuten tegelijk wordt behandeld, is van geen voorgaande en nooit te vergelijken met een andere zorgverstrekker. Het is de arts die de ketting tussen alle disciplines gesmeerd moet houden. 3 – De financiële verdienste van een arts is bovendien van die aard dat gelijkwaardigheid met andere disciplines niet kan, omwille van een verloning die toch hoger blijkt te zijn. Niemand kan daar om heen kijken. Toen zakte mijn broek bijna tot aan mijn enkels. Ik stond recht (gelukkig zijn er van deze uitspraak enkele getuigen) en zei dat de persoon in kwestie nog eens heel dichtbij en goed in mijn ogen moest kijken. Ik verduidelijkte op een heel rustige en voor mij haast onbekend kalme toon, dat ik in al mijn onderdanigheid met deze arts, die zichzelf zo hoog inschatte, geen verdere relatie meer wou onderhouden. Ook met het eventueel verwijzen van de patiënten naar mijn praktijk wou ik bewust vanaf dat ogenblik breken want dit was echt niet binnen mijn waardigheid. Ja, er waren nog getuigen van dit verhaal. Eén man nam het hoofd tussen beide handen en tuurde doelloos naar de map op de tafel. Er was iemand die mij de volgende dag heeft getelefoneerd om te melden dat hij zich volledig distantieerde van deze stellingname. Er was ook een persoon die mij wou melden dat dit geen gezamenlijk standpunt was van een vooraf in groep doorgenomen gesprek. Het probleem tussen mij en de betreffende arts heeft nooit zijn rechtmatige oplossing gekregen. Sinds het voorval is die arts mij ook vreemd in het doorverwijzend patiëntenbestand, maar daar heb ik tot op heden nog steeds geen traan om gelaten.




























    28-05-2018 om 19:00 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    27-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het bezoek van de echtgenote's heeft zijn gevolgen.
    DAG 29: Zondag 27 mei 2018. 

    Onder mijn voeten: Thuré - 35 kilometer van Descartes. 

    Het bezoek van de echtgenotes heeft zijn gevolgen, maar we blijven eerlijk. 

    Ik vind samen met Walter dat we het spel eerlijk moeten blijven spelen. Descartes lag op zo een 35 kilometer van Pussigny en beeld je een gelijkzijdige driehoek in waarbij de drie hoekpunten de drie dorpen Pussigny, Descartes en Thuré zijn. De drie zijden zouden elk 35 kilometer zijn. In Pussigny kwam ik aan op vrijdag voormiddag om 10.30 uur. In Descartes was de camping (omdat we de bezoekers toch wat comfort wilden aanbieden wat betreft sanitaire hygiëne en culinaire fascilitatie). In Thuré vertrekt de volgende voettrip. De dames stellen hun vertrek zo lang als mogelijk uit, wat in deze omstandigheden niet zo uitzonderlijk te noemen valt. Om 14.00 uur gaan ze op de loop maar het tijdstip is volgens de planning toch te laat om nog een tocht aan te vangen. Om complicaties in de programmatie met Jos zijn bezoek aan ons te vermijden hebben we besloten de tocht van Descartes naar Thuré met de wagen te overbruggen. In de voormiddag bezoeken we nog de plaatselijke zondagsmarkt na een heel aangenaam terrasje in de hoofdstraat. De plaatselijke vrouwelijke kelner verschiet zich haast een bult wanneer die vier mensen reeds om 10.00 uur een “pression 1664” bestellen. En vermits we met vieren zijn, doen we die bestelling zelfs nog eens over. Hopelijk zijn er onderweg naar de camping toe, niet te veel valkuilen want ikzelf en Jack zijn te voet. Er worden croissants en  "pains au chocolat"  gekocht voor ons middagmaal en na een poosje besluiten we toch maar een verlenging te breien aan ons dagelijkse kost leventje. We eten alle koeken op zoals grote mensen na bier wel nog al eens plegen te doen, en begonnen alles op te ruimen om de vrouwtjes uit te wuiven. Het afscheid was wederom eens pijnlijk maar net zoals mooie liedjes nooit blijven duren, troostte ik Walter dat ook deze lelijke tonen niet blijven duren. Binnen veertien dagen staan we opnieuw borst tegen borst. Even later kom ik tot de vaststelling dat door mijn vergetelheid, Marie Rose mijn GSM en bankkaarten, maar vooral mijn identiteitskaart (in het GSM-hoesje) mee huiswaarts nam in haar sacoche! Ze zijn al te ver onderweg om terug te keren. Hopelijk krijg ik niet te maken met de “Marechaussee” of “Gendarmerie” volgende dagen. Ik ga mij gedeisd houden. Walter en ik rijden naar Thuré waar het eenvoudige wandelleven morgen zijn draad opnieuw zal opnemen. Mijn beentjes bibberen al en vermits ik van een heel goed jaartal ben en uiterst goed werd bewaard met nooit hard te hoeven werken, belooft dit nog een mooie tocht te worden. Een crash zit er tot heden nog niet in en al weet ik dat Hilde in Herent zit te wachten om aanmoedigende woorden te sturen zodra ik in een dipje zal zitten, voorlopig is hier nog geen nood aan beste Hilde. Morgen trek ik voor 25 kilometer zuidwaarts en nu komt Poitiers echt wel in het vizier. In de vierde eeuw vestigde men er reeds de bisschoppelijke zetel van het bisdom Poitiers, en in 732 versloeg Karel Martel er de Saracenen. Vermoedelijk als alles verloopt zoals het moet, kom ik op 10 juni aan in Bordeaux en volgt er daar een aflossing van de wacht en de begeleiding. Sonja en Marie Rose nemen dan de onnoemlijk zware taak van Walter over en zullen zich erg goed moeten prepareren om hun werklast evenzo degelijk uit te voeren als mijn luxekok op dit ogenblik. Punten worden er pas gegeven bij de aankomst in Finistera. Vanavond houden we de maaltijd heel schappelijk: we drinken een tomatensoepje met balletjes en korstjes met een boterham. Voor mij, mmmmmmmm heel lakker (Joppe) en hoeft het niet meer te zijn. Tot morgen met terug foto’s en verhalen van onderweg. 

     Achter mijn handen: DE KLUIS VAN PETRUS 

    Charel en Petrus zijn twee buren op leeftijd die elkaar om de beurt al jaren aan een stuk poetsen bakken. Petrus is een oude melkboer die zoals het er destijds nog aan toe ging en zoals het nu niet meer zou kunnen de ronde deed met zijn paard en kar. De pony die de kar trok moest soms de drijver thuis brengen, en dat ging dan op zo’n gesmeerde manier dat men nu zou kunnen spreken van een zelfrijdende wagen. Petrus was een norse man van opzicht maar de ziel was koekebrood dat een paar dagen in de regen had gelegen. Zo zacht. Hij kon geen beest of mens kwaad doen, maar met een deel mensen zijn we er toch zeker van, dat zijn melk percentsgewijs toch uit een meervoud van 5 met water was aangevuld, al kan niemand dat nog bewijzen. Dus, van de doden niets dan goed. Petrus was een goede man en we hebben samen toch zoveel gelachen. Hij had nog welgeteld één bruine schuin afgesleten tand in zijn bovenste kaakbeen steken. Je kon er gewoon niet naast zien. Centraal in het middenveld, bovenaan stond die eenzame gozer bruin te blinken en telkens hij lachte, kwam die “braun-tooth” fier op het voorplan. Je zou Petrus alleen al daarom doen lachen. Meermaals heb ik voorgesteld om met hem op “Leuven Foor” te gaan staan met hem als speciale attractie: “kom dat zien, kom dat zien, de enige ware man met de eenzame bruine tand, dit zal je in je mensenheugenis nooit meer kunnen gade slaan…” Hij zou akkoord gegaan zijn maar plaatste mij voor een onmogelijk voorstel: alle onkosten voor mij en totale opbrengst voor hem. Geen enkele trainer zou onder zo’n omstandigheden tekenen, laat staan bij de ploeg blijven. Charel was de stille sloeber van de twee. Iets intelligenter, iets minder naïef-eerlijk. Hij zou nooit veel initiatief nemen maar pushte de andere wel in zo’n situatie dat het scenario verliep zoals hij het zich had voorgesteld. Hij was een oudgediende van de spoorwegen en was er fier op dat er in zijn tijd in zijn entourage nooit heel hard gewerkt is geworden. Op een dag kwam Petrus met een geldkluis thuis. Gesloten, maar de sleutel was er bij. Waar hij die vandaan had, heeft hij nooit verklaard, maar ze lag op zijn karretje tussen de zilverkleurige melkbidons. Charel kwam er aan te pas om ze uit de kar te hijsen. De sleutel stak wel in Petrus zijn broekzak. De buit werd binnen gezet in de gang en onmiddellijk werd getracht deze kluis te openen. Door de onjuiste combinatie van de drie lettersloten werd echter een “OPEN-SESAM-U” scenario niet mogelijk. Charel wierp zich plots op tot deskundige in deze objecten en vertelde dat hij ooit de kluis van Mijnheer Pastoor in de sacristie in de kerk van Herent ook had open gekregen door goed te luisteren naar een klik bij een bepaalde positie van elke draaiknop. Petrus liet Charel begaan. De code werd ontmaskerd en Charel kreeg de kluis open. Wat erin zat was weliswaar een ontgoocheling. Niets, helemaal niets. Bij de thuiskomst van Petrus, vertelde Charel fier over zijn kunde en zijn expertenwerk. Hij zegde er zelfs bij dat hij de kluis nog niet had opengedaan om Petrus als eerste te laten zien wat er in zat. Wat hij niet aan Petrus verteld had: Charel had nog een deel fysieke oude vervallen obligatiepapieren liggen thuis, die hij niet meer moest verzilveren omdat alle coupons er af gesneden waren en de waardepapieren terug belegd waren in andere beleggingen. Hij had deze waardeloze vellen wel in de open kluis gestoken en de deur terug gesloten. Petrus bijt met zijn bruine tand zijn onderlip haast in twee stukken wanneer hij met de draaiwieltjes de sloten de juiste combinatie te voorschijn haalt. Met de code van Charel in zijn hand krijgt hij de klus haast niet geklaard van excitatie. De deur gaat open en daar ligt een wereld van fortuin in vier vellen papier. Charel doet nog een beetje zout bij op de frietjes van geluk door de waarde van deze bons te overdrijven en te zeggen dat daar voor een half miljoen aan Belgische franken aan waardepapieren insteken. Petrus weet met dit schokkend nieuws echt geen blijf en vraagt aan Charel wat te doen. Charel geeft hem de raad naar de bank te gaan en te vragen of deze papieren aan toonder kunnen uitbetaald worden. De volgende dag laat Petrus kar en paard thuis en trekt erop uit naar de bank. Natuurlijk volgt daar een zware ontnuchtering en weet de bank hem te vertellen dat de waardepapieren waardeloos zijn. Charel wist er natuurlijk van en zit thuis op Petrus te wachten. Het moeilijkste voor Charel was om zich serieus te houden, vertelde hij later. Bij aanvang van het ontdekkingsverhaal was er ontkenning en ongeloof, die sloeg om in woede, dan volgde er treurnis om te eindigen in ontnuchterende humor omwille van zijn eigen naïviteit. Eigenlijk het draaiboek van een rouwproces. Ik heb het verhaal wel driemaal gehoord, zowel van Charel als van Petrus. Beiden zijn niet meer, maar telkens als het dondert denk ik zonder oorzaak aan plof-poets door één van de twee kompanen.

    27-05-2018 om 19:15 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    26-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. Onder mijn voeten: En toen ons de vrouwtjes opzochten, hebben Walter en ik éénmaal gekookt.
    DAG 28: Zaterdag 26 mei 2018 

    Rustdag in Descartes : Camping Municipal de la Roseraie.  

    Onder mijn voeten: En toen ons de vrouwtjes opzochten, hebben Walter en ik éénmaal gekookt. 

    Bij de aankomst van de sacoche madammen gisteren werd er onmiddellijk een proces verbaal opgesteld, want het rechter licht vooraan was defect. Er werd een rapport opgesteld en door de echtgenoten aangemaand dit euvel in orde te brengen vooraleer de terugrit zou worden aangevat. Voor de rest verliep de reünie heel bevredigend, waren er geen verdere opmerkingen en wisten we de “poesjes” met heel ons hart en driftvermogend lijf en leden in te palmen en zonder bruut geweld te imponeren. Ze zijn ongehavend uit deze vlucht op weduwschap tevoorschijn gekomen. Maar de straffe verhalen van reanimatie en mond op mond beademing willen we besparen. De selectieve grepen om een slachtoffer onbeschadigd op de kant te krijgen werden boven gehaald en alle ramen werden inkijkdicht afgesloten om ramptoeristen hun ongebreidelde en niet gezonde nieuwsgierigheid wat te tanen. Gelukkig beschikt de camping hier over een prachtige omheining want anders was met dit plaatselijk feest, bijna gans het kleine stadje hier bij onze fuif betrokken geweest. Niets dat wees op een huidige Ramadan, integendeel, zolang de zon scheen werd er gisteren gefeest, gedronken, gedanst en gegeten als bij de beesten…. Neen hoor, we zijn allemaal ongedeerd en geen enkele indigestie die zou kunnen wijzen op overmatig alcoholverbruik of eender welk ander exces. We reden dus vandaag naar een aangrenzende grote stad, Châtellerault, waar we een vervanglampje voor de madammen hun vervoermiddel konden vinden. Ook de lokale stofzuiger van ons mobiel huis was gisteren wat over zijn toeren van onze witte orkaan maneuvers. Vanuit volle activiteit zakte hij plots door zijn knieën. Na een hevige geurverspreiding van verbrande sigaren en stervend geronk als van een neergeschoten gevechtsvliegtuig besloot ik tot actieve euthanasie over te gaan. We hebben de stekker uit het stopcontact getrokken en de draad die overbleef afgeknipt om als een orgaandonatie door te geven aan een nieuwe dominostekker. In Châtellerault kochten we dus ook een nieuw zuigertje. Bij aankomst onmiddellijk uitgeprobeerd en moeder en kind stellen het wel bij deze geboorte. De delegatie die deze nieuweling welkom heette heeft zijn eerste activiteit gekeurd, goed bevonden en een zeer effectief actieplan opgelegd. Gelukkig beschikken we niet elke dag over de voldoende energie (220 volt) om de stofjeszuiger zijn werk te laten doen. Het weer is tot heden toe zeer bevredigend en laat ons niet toe om paraplu’s of afvoerpijpen te gebruiken. Enkel vanavond werd ons gedurende een 45 minuten een plaatselijk onweertje gegund. Want de warmte en de zwoelheid werd haast niet meer getolereerd omdat koele drank en andere middelen niet meer functioneel bleken te zijn. Op de middag besluiten we de dames toch niet te hard meer te laten werken tijdens hun luxe-bedrijfsbezoek en hun controlerende activiteit. Walter en ik trekken de koksmuts aan en koken via de buitenkeuken (“WIJ MAKEN UW KEUKEN) in openlucht de groene boontjes. De overschot van het vlees gisteren en ook de champignons met andere groenten, en “de mise en plats” worden met veel geste en gespeelde fierheid aangeboden aan de fel verschoten jonge dames. We amuseren ons echter wel tot op het bot en weten dit bezoekje zeer zeker te waarderen. Ook de bijhorende foerage van vooral liquide producten maar ook andere voedingsstoffen, weten we zeer goed te plaatsen en symbolisch dik in te schatten. Gisteren deden we een gourmet, vandaag eten we Vlaamse stoofcarbonade met Geuze, wortelstomp en een goed biertje. Als dessert eten we meloen direct uit de frigo. Morgen zien we wel wat er gebeurt maar vroeg vertrekken zit er echt niet in. Ik wil zo graag enkele mensen danken om hun reactie via “e-mail mij” langs de blog. Heel mooie reacties kreeg ik van Marcel en Roosje. Gelukkig dat de blog toch gelezen wordt. Stel je voor, anders is al die inspanning zo maar verloren. Ik groet ook speciaal vandaag Liliane en Christiaan uit Herent die er alles aan doen om toch maar die reisverhalen te kunnen lezen. Karine De Becker en Marc Beullens wil ik danken om hun zeer toffe respons en uitgebreid verhaal rond het herkennen van bepaalde praktijktoestanden in de verhalen “Achter mijn handen”. Tof te horen dat de verhalen zo herkenbaar zijn voor jullie. Ook de mening over de foto’s die heel bescheiden zijn gemaakt maar u toch een impressie willen geven van de vele dingen die op mij hier indruk maken, zijn echt een hart onder de riem. 

     Achter mijn handen: LIVE SHOW TUSSEN 6 EN 7 UUR IN DE OCHTEND 

    In Herent is er een sociale woonwijk en die heet ‘s Herenwegveld. Het is er heel sociaal wonen en zoals in elke wijk staan de huizen er mooi tegen elkaar geordend. Allen dezelfde formatie. Allen dezelfde materialen en allen dezelfde architectuur. Alleen de bewoners maken er het verschil. Sommige locaties hebben een zij ingang, anderen staan tegen elkaar. Er zijn er die achter hun huis ook een soort onverharde weg hebben die de landbouwer toegang moet verlenen tot een verderop gelegen veld. De postbode en nutsvoorzieningen maken daar echter af en toe ook gebruik van. Zo woont er in de achterkant van die wijk een mevrouw die zich mateloos stoort aan het regelmatig en steeds weerkerend ritueel van de postbode die tussen 6 en 7 uur in de ochtend de krant bedeelt. De situatie van ergernis is te begrijpen. Met de wagen rijdt de bode door het versmalde onverharde pad. Terwijl de motor draaiende blijft, voorziet hij een viertal huizen van de ochtendkrant. De mevrouw slaapt met open raam net ter hoogte waar de motor van die dienstwagen staat te ronken. Na een aantal frustrerende en veel te vroege “ontwakingen” en nog meer onplezierige ochtendhumeuren aan de ontbijttafel besluit ze hiervan toch iets te melden aan de postbode bij een volgend voorval. De beruchte ochtend tussen 6 en 7 uur doet speelt zich het ritueel opnieuw af. Oprijden van de wagen, gepiep van de rem, slaan van het portier en een uit haar slaap gerukte sukkel die zich met de krulspelden in het haar onwaarschijnlijk stoort aan het schouwspel voor haar raam. Met alle zorg en energie die ze nog over heeft, roept ze op dit ochtendlijk uur deftig en beleefd de bode bij zich aan het wijd geopende slaapkamervenster. Er wordt gemeld dat ze heel deze gang van zaken niet prettig vindt. Ze argumenteert met de opsomming van de auditieve signalen die chronologisch haar oor zintuig passeren en zodoende verantwoordelijk zijn voor een slecht gestarte dag en spreekt van een linkerbeen uit een bed. Om de tekst duidelijk en naar behoren kracht bij te zetten, wordt er gegesticuleerd zoals de ondertiteling bij een film. De bode bekijkt het zich beklagende subject, maar zegt geen woord. Er wordt een tweede maal geargumenteerd en zelfs nog meer gebarentaal gebruikt om de kracht en de ernst van de accusatie wat in de verf te zetten. Maar wederom volgt er geen verbale reactie van de “facteur”. Ze besluit dan maar zich wijselijk terug te trekken maar betreurt de roerloze respons van de lawaaimaker in kwestie. Wanneer men ’s morgens aan de ontbijtdis zit, wordt dit verhaal openbaar gemaakt aan de echtgenoot. Die kent meteen de verklaring van de roerloze bode: “Ge beseft toch wel waarom die man niet geantwoord heeft? Gij slaapt bij mijn weten toch altijd helemaal poedelnaakt. Kunt gij u voorstellen hoe die man zijn dag begonnen is met zo een live pin-up-show van in het venster?” De mevrouw had er niet aan gedacht iets aan te trekken. De live show had wel effect. Het is stil in de ochtend tussen 6 en 7 uur in de wijk aan nummer XXX.

    Bijlagen:
    DSCN2685.JPG (131.4 KB)   

    26-05-2018 om 20:36 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    25-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dit jaar, nu reeds mijn eerste kers gepikt, geplukt en met smaak opgegeten.
    DAG 27: Vrijdag 25 mei 2018. 

    Onder mijn voeten: Sainte-Maure-de-Touraine 22 kilometer. 

    Dit jaar, mijn eerste kers gepikt, geplukt en opgegeten. 

    In het kader van het hoog bezoek (Madame Sacoche zeiden ze vroeger op het Chirokamp) van de beide vrouwtjes hebben we enkele praktische schikkingen moeten treffen. Vermits het voor de cavalerie toch een 700 kilometer rijden is, zullen ze hier arriveren tussen 15 en 16 uur. Mijn project doet mij vandaag een klein tochtje lopen van 22 kilometer. Vermits wij de mobilhome piekfijn in orde en netjes willen aanbieden aan het vrouwelijke gezelschap hebben we nog even tijd nodig om deze witte orkaan de juiste richting uit te laten blazen. Ik vertrek dus om twee minuutjes voor zes uur in de ochtend, in de hoop tussen 10u en 10.30 u bij Walter te zijn en ons dan beiden onmiddellijk naar de camping te kunnen verplaatsen. Dat lukt ook netjes. Op “de place du ville” van onze aankomstplaats gisteren is het vandaag openbare markt. De eerste middenstanders zetten hun kraam op en kijken verrast in mijn richting wanneer ik hen om tien minuutjes na zes uur al passeer. Ik hoor er zelfs één tegen een collega zeggen dat ze mij een vroege vogel vindt. En al die Koekoeken dan die al om 5 uur zitten te roepen dat het tijd is om op te staan! Na een tijdje opwaarts kijken en lopen zie ik in de verte diep onder mij op de A10 verscheidene vrachtwagens in allerlei kleurentinten rustig de horizon volgen van rechts naar links. Het lijken wel Lego-speeltjes want ik zie hen wel, maar door de richting van de wind hoor ik ze niet. Ze schuiven echt langzaam de meander door, maar bevinden zich te ver om te zien welke waren ze vervoeren. Ik loop de brug onder een spoorweg door en vind het razend gevaarlijk want de tunnel is amper één wagen breed en langs de zijkant heb ik echt niet veel overschot. Ik lees dat het de TGV-lijn is van Parijs naar Bordeaux. Ik geraak er op mijn manier ook wel, al is het pas over veertien dagen. Het is de gewoonte om enkele meters voor de tunnel te claxonneren en zichzelf alzo aan te kondigen. Ik gebruik mijn toeter niet. Het enige dat ik gebruik zijn mijn snelle beentjes want ik wil hier zo snel mogelijk door. Mijn weg stijgt en kronkelt omhoog zoals een serpent zich voortbeweegt. Ik lees op mijn GPS dat ik ondertussen op 208 meter zit. Sinds vanmorgen ben ik afkomstig van de streek van 38 meter. Mijn zweetcirkels op mijn borstkas breiden zich uit en ook de okselvijvertjes zijn tot aan de rand, neen, overlopens toe gevuld. Mijn beschermende hoed moet ik even afzetten en er komt zowaar een wolk damp uit mijn haar. Kerncentrales kennen ook zulk een fenomeen. Puffend kom ik boven op de hoogvlakte. Wat een geschenk ik daar te zien krijg. Ik rust even uit, niet omdat ik te vermoeid zou zijn (!!!) maar omdat het uitzicht zijn tijd moet krijgen om opgeladen te geraken op mijn hersen-SD-kaart. Dit is waarlijk zoals een Zwitsers bergzicht maar dan moet je de Alpenweiden vervangen door graangewassen en trosjesbossen. Ook het onderliggende dorp kent in aanschouwelijkheid zijn gelijke niet. Wat is deze inspanning na deze openbaring toch wel de moeite waard geweest. Verder lopend moet ik nog eens voor de tweede maal over dezelfde A10 en dan zwalp ik in een karrespoor langs een bos recht het dorpje Pussigny binnen. Maar vooraleer te biechten te gaan, moet ik nog een zonde doen. Een kerselaar staat prachtig in mijn wandelzone. De kersen zijn oranje en rood en meer rijp dan die ik eergisteren zag. Ik laat je raden wat ik deed en hoe ze smaakten. Een verboden vrucht smaakt toch altijd lekkerder dan iets wat je zomaar krijgt: ik kan het je vertellen. Ik heb de steentjes achtergelaten zoals de eksters doen. Goed voor nieuwe bomen. Aan de kerk van Pussigny maak ik nog een foto van een affiche die aankondigt dat hier van 1 juni een expositie plaats heeft. De pancarte is zo speciaal mooi van kleur en expressie dat ze haar bedoeling niet voorbij loopt. Mijn aandacht is er getrokken. Walter staat op de afspraak en zo snel als het kan zijn we weg voor de grote schoonmaak. Het is hier bewolkt weer en zwoel vochtig. Vanavond doen we een gourmet festijn en drinken we wat ons hartje zoal lust. Morgen rust ik uit maar verzorg wel de blog omdat ik voorzie dat ik eens naar Châtellerault zal gaan om daar eens wat anders te doen dan de straten afschuimen. Tot morgen en gedraag je even zo goed en fijn als ik. Voor de zus van Walter wil ik wel vertellen dat Walter ermee akkoord ging om alles wat deze bedevaart aan geschonken producten opbracht onderweg eerlijk te delen. Dus wat je aan je broertje lief zoal meegeeft zal ook door mijn strot gaan. De mevrouw die regelmatig Jean-Filip een bezoek brengt in Leuven wil ik speciaal danken om haar aandacht en interesse voor mijn blog. Het doet deugd als het thuisfront melding maakt van “aangenaam leesvoer”. Ook de bedoeling van de foto’s om jullie allemaal een beetje meegesleurd te krijgen heeft blijkbaar zijn effect nog niet veel gemist. Dit is dankbaar nieuws en ik blijf het heel graag verder doen. Mag ik langs deze weg vragen om Jean Filip van mij te groeten, en hem duidelijk te maken dat er regelmatig doorheen de tochten al eens nostalgisch gedacht wordt aan tijden van weleer. Tot morgen. 

    Achter mijn handen: ZAP, WILD VAN TAPE 

    Een oudere man zat dagelijks urenlang in zijn rolstoel naar de televisie te kijken. Wegens een hersenbloeding had hij de motorische controle en ook het gevoel in zijn onderste ledematen verloren. Daardoor gebeurde het dat de voet door zijn eigen gewicht naast de steunen van die rolstoel zakte. Zo ontstond er een inklemming van het enkelgewricht tussen de metalen steun van deze rolstoel, waardoor er zich als gevolg ook een doorbloedingsprobleem voordeed ter hoogte van die voet. De man klaagde dan van koude voeten die tintelden en onaangenaam aanvoelden. Dit herhaalde zich enkele keren wanneer wij er de thuisbehandeling uitvoerden. Inventief en zeer creatief zoals kinesisten wel eens plegen genoemd te worden nam ik de volgende keer een rolletje tape mee naar dit huisbezoek. De voet werd heel deskundig gefixeerd op de steun zonder gevaar voor afknelling, immobiel omzwachteld en vastgekleefd op de verticale metalen steun. Perfect plan en nog perfecter resultaat. Tape is een heel kleverig goedje. Eens geplakt moet je grove mankracht gebruiken om het van je huid verwijderd te krijgen. Daarom ook dat deskundig gebruik aangewezen is en dat we steeds trachten te werken met een soort onder-wrap (een dun en zeer goed afrolbaar stukje mouse op rol) waarvan de bovenkant en onderkant alleen worden gekleefd aan de huid als ankers voor de eigenlijke tape. Bij het verwijderen van de tape zou anders een soort van ontharingskuur volgen voor de patiënt. We willen het soms wel, maar kunnen ons niet veroorloven het werk van schoonheidssalons af te nemen … Zo ook dus bij deze man. Wanneer de verpleging de man kwam omkleden om in bed te leggen haalden ze even deskundig de tape van het onderbeen en draaiden die tape dan tussen beide handen in een bolletje. Wat overbleef, was een kleverige prop die op tafel achtergelaten werd. Zap heette de poes van de hulpbehoevende man. Zap had er een prinsenleven. Het is te zeggen, een prinsessenleven, want ze was vrouwelijk en ook juist daardoor erg graag gezien door onze patiënt. Alles met een rokje werd geprezen. Zap lag steeds in de korte nabijheid van de wielstoel. Op de armleuning van de rolstoel, of op de beide knieën, of in de nek, of aan de voeten of zelfs naast het eetbord op de tafel. Niets van de baas des huizes dat niet mocht of werd verboden. Zap was zowat een heilige koe in kattenformaat. Ze kon niets misdoen en kreeg zelfs meer respect dan ikzelf. De man lag in bed wanneer er plots in de kamer ernaast heel veel lawaai ontstond en tumult zich meester maakte van het anders zo rustige moment van het “zandmannetje”. Uit zijn eerste slaap getuimeld belt die mens mij op via een alarmsysteem en weet nog te mompelen dat zijn Zapje waarschijnlijk “iets in haar kop heeft gekregen” want ze blijft maar rondspringen en spurten in de aangrenzende kamer. De patiënt “vreest voor een tragedie”. In zeven haasten spoed ik me naar de woning en kan via de huissleutel (steeds in ons bezit) binnen. Ik zie nog net dat Zap gebruik maakt van de opening tussen mijn been en de deurstijl. Ze ontsnapt het wijde veld in en geeft de versnelde replay van Usan Bolt zijn 100 meter spurt weer. Ik had wel opgemerkt dat ze een witte grote bol aan haar flank had hangen. De verklaring volgde snel. Zap was gaan liggen op de tafel waar de prop met tape ook lag. Ze was er op gaan slapen en had zich ongewild op die prop gerold die zich vast had gekleefd op haar pels. Bij het zich oprichten had ze zich waarschijnlijk een aap geschrokken van deze witte tumor op haar flank en wou ze al springend en lopend zich ontdoen van deze kleverige parasiet. Dit was de uitleg waarom ze zo wild om zich heen schopte en de oudere man uit zijn slaap had gehaald. De morgen nadien zat Zap terug aan de voordeur helemaal ontdaan en hersteld van het kleeftrauma. Sindsdien werd de tape echter wel door de verpleging in het vuilbakje gedropt. We hebben er echter nog menige keer om gelachen.
















    25-05-2018 om 14:55 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    24-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Persoonlijk gesprek met een kasteelheer aan de Loire.
    DAG 26: Donderdag 24 mei 2018. 

    Onder mijn voeten: Montbazon – Sainte-Maure-de-Touraine 30,6 kilometer 

    Persoonlijk gesprek met een kasteelheer aan de Loire. 

    Wanneer er drie dagen vooraf gingen die de dertig kilometer ruim overschreden, dan ben je geneigd om te denken dat alles onder die dertig kilometer peanuts zullen zijn. Niets is minder waar. Vandaag zou het een lichte tocht worden van 28 kilometer, maar deze afstand onderschatten is een instelling die niet soepel doet lopen. Ik vond deze afstand vandaag zeker zo zwaar als de 40 van gisteren. Het lange lopen op asfalt, de hellingen, de zwoele warme temperaturen maar ook de opstapeling van de vermoeidheid van de vorige dagen spelen hier allen in mee. Aan de attractieve en aantrekkelijke natuur onderweg heeft het zeker niet gelegen. Voor het eerst merk ik oranje-gele kersen onderweg. Binnen een week tot veertien dagen zijn die plukrijp. De beelden van de bossen en hun aanhorige kastelen blijven mij imponeren. Ze zijn dikwijls privé domein, maar af en toe is er een sociale kasteelheer die zijn mooi onderhouden domein ten gunste van de gemeenschap open stelt en zijn onroerend goed laat bewonderen in al zijn hoekjes en kanten. Wanneer ik aankom bij “Le Chateau de Longue Plaine” valt mijn maalderij wijd open en zeg ik met nog amper te horen volume en intonatie: “waw”. Dit is echt een prachtig kasteel en de staat van onderhoud heeft wellicht heel veel investering en moeite gekost. Heel veel bezoekers zie ik op de binnenkoer, want ik moet volgens de GPS rechtdoor dwars over het privé domein van dit doeninkske, en daardoor ben ik geneigd om toch maar eerst te vragen of dit wel mag. Wanneer ik eerst een bezoeker naar deze gunst vraag, verwijst hij mij naar een deur waar de eigenaar zelf achter huist. Als bij groot toeval komt deze rijzige man op het eigenste ogenblik naar buiten en komt hij recht op de groep af die ik aansprak. Hij wordt aangeduid door iemand van de groep als “le propriétaire, monsieur du chateau”. Een heel aimabele man van tussen de 75 en 80 jaar. Fier op zijn optrekje is hij wel, want wanneer ik wat smoelen trek en hem zeg dat ik speciaal voor dit kasteel te zien een omweg maakte van 7 kilometer naast de Compostella route, glunderen zijn oogjes en gaat die bovenlip wat tuitend naar voor. Hij vindt dit een prachtige instelling en waardeert mijn houding. Wanneer ik hem erop wijs dat ik met een probleem zit in verband met mijn te volgen route, is dit echt geen kwestie en wijst hij mij zelfs met de verticale hand dat ik gerust zijn weg van 5 kilometer (!) lang mag volgen over zijn domein en brug over zijn meer. Aan de andere zijde zal het hek open staan meldt hij me nog. Een foto van hem maken heeft hij liever niet, en zodus laat ik dat maar zo. Zijn kasteel is zeker zo mooi als zijn Kathedraal van een lichaam (Marcel, weet je nog?). Als bevoorrechte wandelaar loop ik met een voldaan gevoel door deze rijkdom van bossen, plantsoen, aangelegde vijver en brug, gazonboorden en zelfs niet rendabele weivelden. Uit zijn eigendom wandelend loop ik recht af op het dorpje Villeperdue. Niets dat wijst op een verloren stad, al moet ik bekennen dat een total-lost Amerikaanse leger helikopter hier ook eigenlijk niet thuis hoort. Als bij wonder loop ik op het einde van de straat op een bar-café-restaurant, die worden bevoorraad door …Stella Artois au fut. Dat kon ik in deze omstandigheden niet overslaan. Warm, moe, pijnlijke voetjes, dorst en niet thuis, dat vraagt om een heerlijk heldere Stella. Smaak gaat boven heimwee en honger. Geen van beiden die ik op dit ogenblik bezit, maar voorkomen is beter dan genezen denk ik even. Een dagje dorst is een verloren dag. Ik ontmoet Walter in het grotere dorp dat Sainte-Maure-de-Touraine toch wel is, en uit plaatsvervangende schaamte lok ik hem mee naar het plaatselijk terrasje van een bar op het gemeenteplein. We drinken er tot we geen dorst meer hebben en bespreken hoe we de dames morgen zullen ont- en binnenhalen. Het wordt dus een ontvangst met strik en lange broek met opgerolde pijpen. We zullen toch met iets moeten indruk maken. Vanavond op het menu: koude schotel met zalm, sla, worteltjes, hard gekookte ei, erwtjes en tomaten met brood. De witte wijn staat koel en de zure haring die gebruiken we in stukjes bij het aperitief. Zijn wij hier niet goed denk je? Morgen vertrek ik heeeeel vroeg. Walter zit er niets mee in zegt hij, maar om zes uur ben ik reeds op pad om op tijd op de camping te zijn. Daar moet immers die witte orkaan gestuit worden die ons rijdend huis van alle restjes van een kommerloze veertien vorige dagen moeten opkuisen en doen verdwijnen. Ik rapporteer je wel over deze ontluizingsprocedure en zijn effect. 

    Achter mijn handen: EEN PORSELEINEN KEUKENSET 

    H.D. was een bejaarde vrouw die in een oud en groot herenhuis op de Winkselsesteenweg woonde. Van comfort was er niet veel sprake. Er was geen ingerichte keuken. ’s Avonds na zijn werkuren kreeg ze bezoek van haar zoon. Die maakte dan warm eten voor zijn moeder. In de vroege namiddag bracht de buurvrouw ook een inkijk-bezoekje zodat deze mevrouw sociaal toch bewaakt bleef. In de latere voormiddag kwam elke dag het Witgele kruis de verplegende activiteiten uitvoeren. Er kwam dus behoorlijk wat volk over de vloer. Mijn kiné-behandeling vond plaats in de vroege morgen. Ik had ze om 07.30 uur als eerste patiënt geplaatst omdat de leefkamer, waarin een geïmproviseerd bed was gemaakt van de lange zetel die naar de morgen toe wel snel afkoelde omdat de koleninhoud was opgebrand. De kolenkachel (de feu-continu in het Herents) was dan namelijk leeg gebrand. De voorraad kolen bevond zich in de voorste kelderruimte, tegen de straat. Vermits de mevrouw zelf het zwarte antraciet niet kon ophalen, had ik haar aangeboden dit zelf te doen om zo de kachel na de nacht brandend te houden. Het lukte me verbazingwekkend goed om het rood in de kolen te bewaren, de verbrande as telkens te verwijderen en de warme kolen eens goed “op te schudden”. H.D. beleefde de pret van de dag wanneer ze mij zag opgaan in mijn werk. Het plezierige van heel deze situatie was ook dat deze zorghulp aan huis na een tijdje erg gesmeerd liep. In de morgen de kinesist, in de voormiddag het Wit-Gele Kruis, na de middag de buurvrouw die de kachel weer vulde en ’s avonds de zoon die kookte en boodschappen mee bracht. Niemand zag elkaar, maar er werd danig gecommuniceerd via potlood en papier. Zo kon de mevrouw zonder plaatsing in een rusthuis of revalidatiecentrum thuis herstellen in eigen omgeving. Tot het bittere einde heeft deze ploeg dat volgehouden. Wanneer de mevrouw terug mobiel werd, besefte ze dat ze had geboft met zo’n team aan zorgkrachten. Ze stelde éénieder voor om haar dankbaarheid te aanvaarden onder vorm van een geschenk. We mochten allen iets kiezen van de inboedel. Eender wat mochten we kiezen. Er was iemand die een mooie vaas prefereerde, ook een schilderij werd verpast. Ik had mijn oogjes laten vallen op een porseleinen keukenstel voor zout, suiker, peper en dergelijke. De keukenattributen staan nog steeds te pronken in onze kook- en eet-omgeving. Telkens wanneer die wordt gebruikt, komt ongewild H.D. piepen in mijn herinnering.




























    24-05-2018 om 17:33 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    23-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Niet alleen Walter aan mijn zijde, ook Murphy wandelt mee !
    DAG 25: Woensdag 23 mei 2018. 

    Chargé – Montbazon 41,6 kilometer 

    Niet alleen Walter aan mijn zijde, ook Murphy wandelt mee ! 

    Stel je voor dat je ’s morgens wakker wordt en meteen denkt dat er een zware dag zit aan te komen. Ik wil zeker vandaag een tweede dag overbruggen door voor de derde maal op rij, mijn kilometers van de volgende dag voor één derde bij te voegen bij de huidige trip. Normaal moet ik vandaag 38,6 kilometer lopen. Wetende dat het de derde dag is dat ik over de 35 kilometer marcheer, ben ik toch een klein beetje bevreesd wat dat lichaam van mij daarvan vindt. Laat het nu de eerste ochtend zijn dat ik met niet al te frisse beentjes aan de ontbijtdis zit. Ik zeg het niet, maar voel het wel. De spiertjes zijn zo een beetje als gummi en ook de voetjes hebben de tocht van gisteren nog niet helemaal verteerd. Het lopen in kniehoog nat gras en de doordrenkte schoenen, maakten mijn voeten gisteren wat wak en daardoor ben ik ’s avonds wel gearriveerd met wat pijnlijke voetjes. Ook het laatste driekwart uur in de regen zal misschien wel een rol hebben gespeeld. Ik vertrek om 7.15u en het opdrogende dampende asfalt maakt me meteen duidelijk dat er inderdaad tijdens het onweer gisterenavond heel wat nattigheid de aarde bereikte. Het stapt wel vlot en ook de zuurstof in de lucht bereikt op een minimum van tijd mijn darmgebied. Ik moet zo dringend. Geplaatst in de berm van een zeer autoluwe straat word ik betrapt door die ene auto die hier vandaag passeert. Met mijn broek half opgetrokken in mijn handen groet ik de voorbij rijdende jonge dame. Die kijkt ostentatief naar de andere richting nadat ze mij met een wuivend gebaar verontschuldigde. Iedereen moet dat doen denk ik zo, alleen de plaats en het tijdstip durven al eens verschillen… Wanneer ik het eerste papaverveld opmerk, laat ik het niet na u ook te doen genieten van zoveel kleurenpracht. Wanneer ik door het park van Léonard de Vinci wandel (is hij hier geboren misschien?) kan ik het niet nalaten een naakte vrouw op mijn digitaal plaatje te plakken. Ze is in steen, gebeeldhouwd en voor de rest zijn er geen linken tussen ons beiden. Restanten van een oude omwalde kasteeltuin met hoge muren zijn ook een opmerkelijk aandachtspunt. Na een kwartier voetganger te zijn op een N weg heb ik er ruim genoeg van om steeds maar opzij te moeten springen voor het aanstormende razendsnelle autoverkeer, de vieze smoelen te zien omdat je een deel van hun wegdek inpikt en de chagrijnigheid van sommige bestuurders die om je angst aan te jagen op amper dertig centimeter van je lichaam passeren. Ik maak een oplossing aan de verscheurende keuze tussen 1,5 kilometer meer te lopen door het bos en zo de N weg voor een groot stuk te omzeilen, of verder mijn leven in de weegschaal te werpen. Ik kies voor de rust, de boompjes, de varens, de vogels, het zachte wegdek. Geen dag ging er tot heden voorbij of ik hoorde vlakbij de koekoek zijn eieren in een ander zijn nest gaan leggen. Hij roept dan Koekoek, broedt ze maar uit. Ik beland na een tijdje terug tussen de mensen en de landbouw. Aan de sputterende sproei-installaties zie ik dat de boeren nog niet te veel regen verwachten. Elke akker die ik voorbij loop wordt geïrrigeerd door machtige en omvangrijke buizensystemen. Aan de boorden van de Indre is het weer één en al nostalgie. Huizen uit de goede tijd van weleer met scheepswrakken die al een tijdje liggen te rotten langs de kade doen mijn verbeelding weer ontsporen. In het volgende dorpje, Veigné, kijk ik wel even verrast op want de toren van de kerk is gewoon gemetst met stenen en cement. Op de zijkant van de kerk staat nog een mooie tekst over handen. Lees maar. Wanneer ik naar het einde van deze lange tocht snak maak ik door te weinig focus nog een belangrijke fout. Ik passeer het pad dat mij over die rivier moet leiden en mis de juist brug. Links de spoorwegbrug, rechts de voetgangersbrug. Ik kom plots op dit doodlopend pad voor de spoorwegbrug te staan die niet voor mij is bestemd. Kerekeerwere (Marcel leerde me deze Westvlaamse uitdrukking als expressie van: ik heb mij van weg vergist…) was de enige oplossing. Moet het nu juist vandaag voorvallen op zulk een zware dag dat ik mij vergis van paadje (want het was volledig mijn eigen fout door niet genoeg opmerkzaam te zijn)? Na een kwartier is de miskleun opgelost en zie de foute brug naast mij lopen terwijl ik op de juiste voetgangersbrug nog een foto maak voor het geheugen. Precies dat mijn copain weet had van deze zware dag. Je raadt het nooit, maar wanneer ik enigszins vermoeid na mijn dagtocht op de plaats arriveer, staat er een koud badje water klaar, “le petit jaune” is reeds uitgeschonken en er liggen brokjes kaas klaar voor de eerste hulp bij honger. Spijt dat je niet meekwam he. Deze avond eten we gebakken krielpatatjes, boontjes, en saucisse van den Belgique. Ik ga een biertje drinken en Walter evenzo. Chocomousse als dessert. Morgen volgt er een lichtere dag van 28 kilometer en laat ik Murphy zachtjes in het bed. 

    Achter mijn handen: NIET ALLEEN PATIËNTEN BEHANDELEN WAS MIJN TAAK 

    Er bestonden binnen die veertig jaar praktijk van die taken die elk jaar weerkeerden. Vooral als je huisbezoeken deed. Telkens rond de periode van opname van de meterstanden van elektriciteit en gas waren er wel een aantal patiënten die me vroegen of ik niet even in de kelder met de looplamp de meterstand wilde noteren en doorbellen naar de desbetreffende maatschappij. Zo was dit ook het geval voor de watermeters die zich meestal in de meest stoffige en met spinnenwebben gedecoreerde kelders bevonden. Thuis komen met spinrag in je haar of een achtergebleven kobbenet op de jas was dan geen uitzondering. Maar ik deed het met alle plezier. Bovendien kaderde mijn keldertrapafdaling perfect in het project van valpreventie in huis voor senioren…. Een veel meegemaakt karwei was het afstellen van het televisietoestel op de posten van Telenet of Proximus. Soms werd die decoder aangekocht door zoon of dochter en konden die er niet aan uit om de televisie op de juiste frequentie en instelling te krijgen. Vooral bij de opkomst van de digitale televisie heb ik alzo menig burger uit de nood geholpen. Achteraf bij de high definition beelden en camera’s was dit nogmaals het geval. De afstelling van de TV verliep op het laatst alsof ik zelf de verkoper was. Geen toestel had nog geheimen voor mij wat betrof de instellingen rond het ingangssignaal. Veel ouderen heb ik hun flat screen-TV afgesteld omdat het beeld niet juist geselecteerd bleek bij het menu, instellingen. Wat mij vooral heel zenuwachtig maakte, tweemaal per jaar, waren de aanpassingen van de uurwerken aan zomer –en wintertijd. De ellende die zo’n veranderingen van het uur meebrachten, daar heeft geen enkele wetenschapper ooit van wakker gelegen, denk ik. Tweemaal per jaar heb ik de meest uiteenlopende modellen en vormen en soorten van uurwerken aangepast aan de nieuwe zomer- of wintertijd. Het aanpassen was dikwijls bij digitale horloges uiteenlopend en verschillend van technische handeling of manipulatie. Het lezen van de gebruiksaanwijzing en de toepassing ervan waren niet altijd evident en dikwijls erg tijdrovend. Er zijn heel wat systemen in omloop om het juiste digitale uur op het schermpje te krijgen. Ook daarin zijn we ondertussen zowat expert geworden.






























    23-05-2018 om 19:04 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    22-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.En daar zijn ze dan: de eerste wijngaarden bieden zich aan.
    DAG 24: Dinsdag 22 mei 2018. 

    Onder mijn voeten: Blois – Chargé 39,4 kilometer 

    En daar zijn ze dan: de eerste wijngaarden bieden zich aan. 

    De eerste ogenblikken dacht ik dat we prijs hadden. De hemel door het dakraam was niet zo hevig verlicht en bij nadere controle zag ik zelfs stapelwolken wiens lagen en stapeltjes precies toch veel vocht bevatten. Nochtans na het ontbijt kreeg ik de indruk dat ik moest rekening houden met wat warmere temperaturen dan ik vermoedde. Na het ochtendritueel roep ik nog naar Walter: “tot vanavond he schat.” Maar hij antwoordt gevat: “toch vanavond niet he, straks zeker”. Wandelend steek ik de Loire nog eens over om vandaag enkel te promeneren langs de linkeroever. Veel meer te beleven dan de vorige dagen langs de rechteroever. Strandbarretjes, plaatsen on zeilbootjes te huren (met buitenboordmotor), proeverijen van plaatselijke wijnen en zelfs mogelijkheden om paarden te huren. Een heel ander commercieel plaatje dan gisteren waar van dat alles niets te merken was. Ik wandel een sterk stijgend pad omhoog gedurende zeker een kwartier. Wanneer ik boven aan kom op een bredere asfaltweg aanschouw ik voor de eerste maal deze missie mijn eerste wijngaard. Waarschijnlijk van de druif Chenin Blanc. Een beetje verder zie ik twee Ford busjes stoppen waaruit na het tellen ervan 10 mensen stappen. Allen in werkkledij en met een groen zakje voor hun buik, waarin na mijn controle, allemaal plastieken clipjes steken die de twee draden waartussen de wijnranken groeien, aan elkaar moeten klikken. Zo kan later de tractor de uitstekende takken gemakkelijker snoeien. Nog enkele overblijfsels van oudere kastelen en resten van poorten en omwallingen zijn een oogvatter voor mijn kodakske. De naam Chambon sur Cisse wil ik onthouden en dat lukt door te denken aan Jambon sur Saucisse. Een heel klein maar daarom niet minder mooi dorpje. Het ligt in het hartje van de Loire streek. Wanneer ik zo verder trek door de straten van kleine dorpjes bieden zich ook de eerste wijnproducenten aan die hun producten promoten. Wanneer ik Onzain verlaat staan er aan de brug van de Loire enkele heel mooie beeldhouwwerken. Ik vermoed dat ze uitgevoerd zijn in inox. Langs de linkeroever liggen er nog enkele bootjes die in een vorig leven betere opdrachten hebben moeten uitvoeren dan liggen te rotten op de oever. Op het moment dat ik Walter ga ontmoeten op een tussenstop ben ik de bevoorrechte toeschouwer van een oldtimer Rolls-Royce treffen. Er zijn er welgeteld zeven. En de laatste kan ik nog net op het digitale plaatje plaatsen. De laatste fase van de tocht verloopt langs de nationale weg en daar bevinden zich enkele wijnkelders die zich hebben genesteld in de rotswand. De laatste indrukwekkende impressie is een waarschuwing aan een tuinpoort dat ze enkel willen gestoord worden in geval van een nationale mobilisatie. De vaderlands getrouwe dienaar ontmoet ik net voor een openluchtmuseum waar allerlei karren en dienstvoertuigen op een grasvlakte geëtaleerd staan. Vanavond eten we na ons aperitief rijst met hamburger en ratatouille en wijn. Morgen wacht nog een stevig tochtje om het laatste derde van een overlappende dag in te halen. Wanneer dan vrijdag de dames komen zullen we in Pussigny twee dagen kunnen rusten omdat we twee dagen hadden goed gemaakt. Buiten al dit slechte nieuws moet ik plichtsgetrouw toch melden dat beide heren hier diep in Frankrijk het heel goed stellen en dat aan het beleid hier elke dag stevig wordt gesleuteld om alles zoveel mogelijk in goede banen te leiden. Tot heden toe nog steeds geen klachten of problemen. 

    Achter mijn handen: WE LEVEN OM TE LEREN 

    Communiceren met patiënten is zowat een basis die je hebt of aanlegt om je behandeling mee te laten slagen. Er was ooit een wijze mens in mijn leven die me vertelde dat je steeds moet trachten te spreken met je patiënten binnen hun interessegebied. Bovendien biedt dit het grote voordeel dat je op een eenvoudige manier heel veel kennis kan vergaren van mensen die jouw nieuwsgierigheid zomaar invullen. Ik had een man in behandeling die werkte als ingenieur in een bedrijf dat zich gespecialiseerd had in het produceren van spanbeton. Weet je, spanbeton, ik had daar al wel eens van gehoord, maar wist in de verte verste niet wat hiermee werd bedoeld. Nochtans wordt iedereen er elke dag mee geconfronteerd. Pijlers, steunbalken voor bruggen, vloerplaten voor bodems, wat maar enige kracht of druk moet kunnen weerstaan, wordt door een desbetreffende firma op maat geproduceerd. Dat hierbij heel speciale technieken, toestellen, producten, berekeningen en materialen worden gebruikt heb ik geleerd van die man op die negen sessies. Wat mij zo beroerde in deze gesprekken met de burgerlijke ingenieur, was zijn steeds wederkerende opmerking dat mijn vragen echt ad rem waren en steeds wel belangrijk waren in het proces van uiteenzetting over deze technische materie. Beetje bij beetje werd ik echt ondergedompeld in de uitleg over het ontstaan, de evolutie, de geschiedenis en zelfs de productie van het beton onder voorspanning. We praatten honderduit over deze techniek alsof ik op de schoolbanken zat. De man bracht mij documentatie mee onder vorm van afbeeldingen, folders, foto’s en zelfs berekeningen. Hij bracht me een vijzel mee waarmee de boog werd verwezenlijkt van zo’n betonplaat. Hij maakte tekeningen en schetsen en slaagde daar zo heel goed in dat mijn vragen minder en minder noodzakelijk werden. Ik bevond mij heel dicht bij de realiteit door de informatie. Toevallig, veel later bij een bezoek aan de brug van Millau in Frankrijk (fietstocht doorheen Frankrijk met de politievrienden van Leuven) bekeken wij een informatief filmpje over de realisatie van dit kunstwerk. Tot grote verrassing van enkele fietsvrienden kon ik via mijn kennis enkele details, die niet heel duidelijk waren in de film, aanvullen. En toch, elke keer ik met een auto over een langere brug rijd, heb ik enigszins moeite om deze realisaties te kunnen plaatsen in hun juiste context. Sinds ik weet hoeveel berekeningen, hoeveel arbeid en zeker hoeveel materialen en mensenhanden bij de bouw van zo’n kunstwerk komen kijken, confronteer ik mij ermee dat enige kennis over deze dingen mij werd bijgebracht door één patiënt. Als ik zo van elke patiënt één ding zou bij leren, dan moet ik na veertig jaren dienst wel beschikken over een heel groot arsenaal kennis over wetenschappen naast mijn domein.
































    22-05-2018 om 19:11 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    21-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Veel flanatie langs de Loire!
    DAG 23: Pinkstermaandag 21 mei 2018.  

    Onder mijn voeten: Beaugency – Blois 38,1 kilometer 

    Veel flanatie (van het werkwoord flaneren) naast die Loire ! 

    Wanneer we in de ochtend om 7.10 uur de rolluiken van de zijvensters omlaag laten zakken overmant een stoere ochtendzon met bijhorende warmte onze gelederen. Het normale ritueel zoals we dat nu al een paar dagen gewoon zijn, kent zijn verloop en om 8.02 uur is de rugzak volstrekt correct op de schouder en de rug gefixeerd. We zijn weeral eens op route. We wandelen vandaag naar Cour-Sur-Loire, ongeveer 25 kilometer, maar al heel oppervlakkig in mijn achterhoofd speelt de gedachte dat ik er rekening moet mee houden dat er vandaag toch nog een aantal kilometertjes zullen bijkomen. Immers, meteo-blue geeft dinsdag kans op regen en onweer en laat er nu juist op dinsdag een planning gemaakt zijn van om en bij de dertig kilometer. Dat zou een tocht zijn van ongeveer zes uren en als dat in de regen moet verlopen, ben ik daar na al deze zonnige dagen echt niet graag bij. Ik moet voor mezelf daar een oplossing aan bieden en denk eraan om na de tocht vandaag er nog een 12 tal kilometer bij te doen, tot in een locatie aan een meer en bos (Blois). Wanneer ik vertrek loop ik onmiddellijk terug een tiental kilometers langs de Loire. Op het vroege ochtenduur en dan nog op een Pinkstermaandag is er echt weer geen levende ziel te bekennen. Ik kan dus gemakkelijk in het midden van de straat lopen waar de raaklijn met het meest bolle deel van het wegoppervlak mijn knieën het minste last bezorgen. De departementele wegen zijn hier meestal maar twee wagens breed en lopen erg bol omwille van de betere afwatering. Wanneer ik dan een tijdje op de linkse of de rechtse kant van die weg loop, worden de knieën erg schuin belast. Ik krijg daar nu sinds een aantal dagen meer last van, maar wees gerust, het zal mijn missie niet doen kantelen. Wat een gedacht van de verantwoordelijken om gans de wandelweg langs de Loire te bedekken met Dolomiet steentjes. Fijne scherpe kiezelsteentjes die je als wandelaar hoopt om nergens tegen te komen. Voor fietsers zijn ze ook erg gevaarlijk want je kan er haast niet op remmen zonder dat je voorwiel onderuit rolt. Mij hoor je echt niet klagen, want ik beleef hier wederom DE tijd van mijn leven en niets dat dit geluk zal stuk krijgen, maar een beetje inwinnen van advies, empathie en kennis van het terrein zouden veel mensen hier hun plezier nog groter hebben gemaakt. Tijdens het wandelen langs die boorden zie ik regelmatig reuze spinnenwebben. Walter zegt me dat het ook van rupsen kan zijn. Maar waarschijnlijk is het een resultaat van ‘des araignées’ in coöperatief verband. Eén spin kan zoiets niet verwezenlijken, en als je dan eens kijkt wat die coöperatieven elders zoal kunnen aanrichten (Arcopar) dan heb je plots geen twijfels meer over de kracht van zulk een malafide samenwerking. Ik doorkruis enkele onnoemlijk kleine dorpjes van dertig, veertig huizen groot. Allen hebben ze hun wassalon en stromend water om de schuimende was te spoelen. Wanneer mijn aandacht getrokken wordt door twee dampende koeltorens weet ik niet goed waar eerst te kijken. Links de koeltorens van een kerncentrale en rechts een oud vervallen kasteel waarop vermeld stond dat het nog steeds privédomein was. Ook de kerktoren steekt zijn nekje uit boven het jonge graangewas. In Doel heb ik ooit net dezelfde foto gemaakt, het verschil is enkel :” Can I stay or should I go?” Ik zie een straatnaam die in verband met de inspiratie van het gemeentebestuur boekdelen spreekt. Rue de la Rue. Ik zie er twee dwergkonijntjes die mij zelfs enkele meters achtervolgen. Ik kan het niet nalaten daar een foto van te maken. Ook zijn de huizen hier om ter mooist versierd met natuurlijke bloemenplantsoenen. Ik laat je echt mee genieten van zoveel kleur en geur. Heel veel water zag ik vandaag. Was het niet van de Loire, dan was het van de wasplaatsen die mij confronteerden. Op deze warme Pinkstermaandag telkens weer een uitnodiging om je wat te verfrissen en eventjes wat uit te rusten. Walter staat op de afgesproken plaats en vindt dit inderdaad geen plek om te blijven staan. Langs een drukke weg en zonder parking is inderdaad niet de ideale overnachtingsplaats. Ik besluit van een nieuwe aankomstplaats in de computer op te zoeken en het wordt de plek op 12,4 kilometer verder gelegen: Blois. Na een uurtje te hebben gerust met de beentjes wat omhoog voel ik me in staat om de volgend 12.4 kilometer er bij te voegen. Ik loop gezwind en bedenk alsmaar meer hoe eenvoudig het wandelen mij vergaat. Geen pijnlijke voetjes meer, geen nerveuze knietjes meer, de zweetexplosie niet te na gelaten heb ik niet te veel hinder meer van deze kilometertjes. Waarschijnlijk ben ik ooit totaal verkeerd geboren! Waarschijnlijk moest ik ergens een boswachtersjonk geweest zijn die elke dag zijn kost kon verdienen door omgewaaide bomen van de weg te slepen, putten te vullen en gaten te maken om palen in te steken… Dat heb ik al meermaals gedacht. In Blois maak ik zelfs een extra lusje aan mijn traject. Bij het zien van de toren van de Kathedraal van Saint-Louis, kan ik het niet nalaten de pseudo Chinese muur op te klimmen en regelmatig naar boven te staren waar deze trappenmassa ophoudt. Eénmaal boven, haast ik me om naar mijn flesje water te grabbelen, want ei zo na besterf ik het van de dorst. Maar, die heb ik eigenlijk altijd. Dus zo snel zal ik nog niet dood zijn. Ik maak voor u allen, lezer nog een paar mooie kiekjes van het binnenste deel van Blois en vermoed dat ook uw muiltje zal open vallen van zoveel typisch Franse schoonheid. Ik ontmoet Walter zonder enig probleem op de nieuwe afspraakplaats en er wordt geklonken op wederom een prachtig geschapen dag. Hij zijn Chimay-ke bleu en ik mijn petit Jaune die alsmaar groter wordt. Vanavond eten we een éénpansgerecht met gebakken ei, stukjes spek, sla en tomaat en tartaar saus met eventueel een boterhammetje met een biertje (of twee). Morgen wellicht een lichter dagje dan vandaag. 

    Achter mijn handen: 

    GEEN SCHAAMTE 

    Een revalidatie bij een kinesitherapeut bestaat uit een reeks behandelingen die worden voorgeschreven door een behandelende arts. Wanneer dat aantal oploopt, stijgt de rekening van het ereloon evenredig. Daarom dat we als regel binnen de praktijk een rekening maken om de negen behandelingen. Praktisch gezien geven we dan een rekening mee na de negende behandeling. Die wordt dan ofwel contant vereffend, of kan ook via bancontact betaald worden. Een laatste mogelijkheid is via een meegegeven overschrijvingsformulier. In geweldige tijden wordt door de patiënt zo snel mogelijk betaald. In minder goede omstandigheden wordt er pas betaald wanneer de patiënt eraan denkt, en in het niveau van slechte periodes wordt er helemaal niet betaald en haalt een schuldenaar allerlei redenen aan om toch maar deze verantwoordelijkheid te kunnen ontwijken. Nooit leuk. XY was een mevrouw die werd gesteund door het OCMW. Nochtans, werd er thuis degelijk geen water gedronken, gebruikte het gezin alle laatste mediasnufjes en reden ze met een gloednieuwe SUV die pas was aangekocht. Geen haar op mijn hoofd dat grijs kleurt van afgunst of jaloersheid. Ik tracht enkel een situatieschets te creëren, waardoor je je kan inbeelden waarrond het probleem hier zowat draait. Zo zitten we met het probleem dat deze patiënt zijn negen behandelingen niet betaalt, ondanks enkele aanmaningen en herinneringen. Ook persoonlijk aanbellen aan huis verschaft (meestal) niet de verwachte oplossing. Na een tijdje wordt zo’n dossier geseponeerd en leggen wij ons als therapeut neer bij dit verlies. Stel je nu eens even voor. Hoe zou het bij u aanvoelen wanneer diezelfde XY zich na enige tijd opnieuw aanbiedt voor een afspraak om een totaal andere en nieuwe behandeling te ondergaan. Is dit een uitdaging, is dit een provocatie, is dit puur gebrek aan respect. Ik heb alleszins een vermoeden van gebrek aan intelligentie. Marieke stond aan de afsprakendesk en maakte kennis met mijn onverwacht snelle tussenkomst. Ik herkende deze dame en plaatste me snel en behendig tussen deze hardnekkig onbeschaamde verschijning en Marieke. Ze blijkt zich van geen kwaad bewust te zijn. Er wordt me zelfs gevraagd of ik haar niet WIL behandelen. Spannend wordt het gesprek. Ik meld dat ze mag vertrouwen op mijn goede kennis en ervaring, maar dat zoals alles in het leven, dit zijn prijs kent. Dat we niet gratis werken en echt geen afspraak maken met mensen waarvan we zeker zijn dat ze niet betalen. Dat wanneer de vorige reeks betaald is geworden, ze welkom zal zijn maar ze zich ervan moet vergewissen dat zij bij uitzondering elke behandeling contant zal moeten betalen. We hebben haar niet meer gezien en niet meer hoeven te behandelen, maar mijn frustratie hieromtrent had toch een uitweg gevonden.




































    21-05-2018 om 19:05 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    20-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De boorden van de Loire.
    DAG 22: Pinksterzondag 20 mei 2018 

    Onder mijn voeten: La Petite Vallée (Ingré) - Les Mardelles (Beaugency) 29,8 kilometer. 

    Langs de boorden van de Loire: Een romanteeeeerische vloedgolf overspoelt mijn verkesterd lichaam… 

    Naargelang de dagen hier voorbij schieten, worden ook de handelingen en gewoonten meer en meer ingeburgerd en verlopen taken meer en meer op routine. Terwijl Walter ’s morgens in zijn broek schiet(!) op het bovendek maak ik warme koffie klaar en dek ik de tafel. Wanneer de tafel klaar is zet mijne “copain” zich recht over mij en gaat hij verder door met ontwaken. Niet dat ik te klagen heb over zijn ochtendhumeur, helemaal niet zelfs, (vrolijke man aan de ontbijtdis die niet veel woorden nodig heeft), maar mijn ritme vanaf 7.00 uur is wel een motor op benzine en Walter heeft meer een dieseltje, langzaam warm worden en dan volle kracht vooruit. We controleren nog even de aankomstplaats van vandaag en weg zijn wij. Vandaag zou ik voor mezelf een eerste wimpeltje binnen halen: mijn idee was als ik aan de Loire geraak zonder kleerscheuren wordt er gefeest. Dat doen we ook: Walter is bezig met de pannenkoekjes van zijn lieve zus, Hilde, op te warmen en te verdelen met mij. Ik moet dringend bij die Hilde goede punten gaan halen want die was niet in haar sas met de opmerking dat lief Waltertje voor haar als een levende poppemie in haar leven werd geworpen. Walter moet naar het schijnt zijn zussen allemaal geterroriseerd hebben omdat hij letterlijk zijn mannetje moest staan tegenover het alomtegenwoordig vrouwelijk dreigement thuis. Ik kom na een vijftal kilometers door burgerlijk gebied plots als een dief in de nacht aan de oevers van die lang verwachte Loire. Tijdens de doorsteek naar het zuidelijke deel van de voorsteden van Orléans loop ik door allerlei woningkernen. Ik loop zelfs door een straat genaamd naar het huis van Jacques en Chris in Laval-De-Cère. Er wordt een foto gemaakt van de Rue du maison Rouge. Oude vervallen appartementsblokken met volk van een lagere klasse, vernieuwde en bijna allemaal gerenoveerde burgerhuizen en woningblokken. Ook de meer sublieme en hoger geplaatste sociale klasse vocht hier voor een plaatsje dicht bij de romantische rivier. Je merkt dit alles vooral aan het wagenpark die op de parkings staan en die achter de omheining van de door camera’s geobserveerde elitaire bakstenen huisjes en nieuwe kasteeltjes staan. De nieuwprijs van de wagens is recht evenredig met de kwaliteit van de huizen die ernaast, erachter of opzij staan. En laat dat nu juist mijn dada zijn: wagens en hun waarde. Ik loop dus plots op een pad naast de Loire maar zie de stroom amper door de bossen en het struikgewas naast mij. Hier en daar komt het pad wel nauw aan de waterboord maar door het hoogteverschil tussen mijn wandelpad en het niveau van de Loire wordt ik regelmatig verrast door allerlei variërende zichten op deze stroom. Inderdaad, dit pad loopt golvend op en af. En wanneer je enkele malen een twee of drie meter hoogte en laagte overbrugt, is dat niet zo moeilijk, maar wanneer je bedenkt dat ik 25 kilometer naast deze stroom liep en dat er vandaag in totaal 195 meter werd gestegen, kun je zelf uitrekenen hoeveel er van die molshoopjes onder mijn klompen passeerden. Wanneer je langs de Loire wandelt kom je kastelen tegen. Ik zag er oude heel mooi onderhouden. Ik zag er verouderde, totaal niet onderhouden en zelfs bouwvallig (geen goesting in een investering Mijnheer De Gucht?). Ik ontwaarde er oude, totaal gerenoveerd waar een stroom geld tegen aan is gegooid geweest. Met beweegbare camera’s en loslopende grillige waakhonden. Waar de oude conciërgewoning plots werd omgebouwd tot poolhouse of opbergplaats voor de zitmaaier. Ik liep ook langs een paar nieuwe moderne kasteeltjes. Vlotjes uit de mouw geschud en uit de grond opgebouwd met de huidige kwaliteitsvolle materialen en met alles erop en eraan. Soms ontwaar je ook de afspanningen als bij een militair domein…Bij het doorkruisen van de GR 3 zit ik plots op een heel brede laan. Van ver hoor ik een zeer luide muziek die me meelokt op mijn stapritme: Should I stay or should I go (The Clash). Een groep jongeren (een twintigtal) heeft hier op de parking vannacht een geweldig feestje gebouwd (het kampvuur is nog brandend) en is nu langzaam het kamp dat ze maakten aan het opruimen. Ik loop dwars door de groep en zie wel twintig lege flessen sterke drank (geweest) op de grond liggen( en bedenk, voilà se, één de man) . Allen hebben ze dreadlocks en zijn ze niet zo zeer verzorgd. Iedereen groet mij echter vriendelijk en zeer uitdrukkelijk met zelfs een :encore une bonne journée. Ver op het einde van de tocht loop ik gedurende de laatste kilometers nog twee tieners voorbij. Cloé en Gwendoline zijn twee vriendinnen van 16 jaar en wonen hier in het dorpje. Op mijn vraag naar de reden waarom ik geen boten zie op de Loire weten ze mij te affirmeren dat dit inderdaad zo is maar ze weten ook niet waarom. Walter denkt dat de rivier op die plaats daarvoor te ondiep is. Ze kunnen niet geloven dat ik op mijn GPS 27,5 kilometer staan heb. Tieners van tegenwoordig denk ik, maar ze waren wel sympathiek en vlot van babbel. Wanneer ik onderweg opgebeld word door een ongeruste Walter, ontwaak ik als uit mijn visioen. De aankomstplaats is op de wagen-GPS onbekend. We spreken dan maar af op een camping vlakbij de voorziene aankomstplaats. Kwestie van al de plooitjes eens proper te kunnen uitschuren en de T-shirts allemaal eens een ordentelijke wasbeurt te geven. Alles proper: lichaam, geest en klederen. Vanavond eten we na onze pannenkoeken nog een pizza in het dorpje. Morgen wandel ik naar Cour-Sur-Loire. Ik spendeer in samenspraak met Walter mijn dagje reserve aan de dames die vrijdag nog eens op bezoek komen. Tot morgen dus voor een nieuw verhaaltje.  

    Achter mijn handen 

    IK DRINK GEEN KOFFIE UIT EEN KARTONNEN BEKER 

    Gelukkig maakte ik de vermelding in mijn voorwoord dat al mijn verhalen authentiek zijn, en dat hoe ongeloofwaardig ze ook overkomen, ze nimmer geveinsd zijn. Insiders zullen misschien beter de situaties en de gevoeligheden hieromtrent kunnen inschatten, maar wat dit verhaal betreft, heb ikzelf na het gebeuren even met mijn oren geschud om er zeker van te zijn dat ik geen kwade droom doormaakte. Patiënt X, een man tussen de dertig en de veertig jaar, zit in mijn wachtkamer met zijn laptop te spelen. Hij is nog niet in behandeling geweest, komt voor de eerste keer langs en moet nog alle inschrijvingsformaliteiten en eerste statusonderzoek - (onderzoek voor de eigenlijke behandeling kan starten, waar ook de doelstellingen en de beginsituatie duidelijk worden gemeten, geobserveerd en genoteerd) – ondergaan. Ik laat gewoontegetrouw de man binnen met een glimlach en steek mijn hand uit om die persoon op een Europese manier te begroeten. In plaats van mij een hand te geven, pakt die man mijn voorarm vast en trekt mij zacht terug in de verkeerde richting waar ik eigenlijk naar toe wil. Hij port mij naar de deur van de wachtzaal en de kast waarop de koffiemachine staat. Heel ernstig mompelt hij mij toe dat hij nooit of nooit koffie zal drinken uit een kartonnen beker. Nimmer op mijn spraakorgaan gevallen en mijn tong juist geslepen met de klaar liggende potloodslijper repliceer ik: “dan is er maar één oplossing mijnheer, en dat is dat jij wel degelijk je eigen tas meebrengt.” -HIJ : “ja maar, ik lach daar echt niet mee hoor, ik drink echt geen koffie uit zo’n bekertje”. Ik weet eerst niet goed wat mij overkomt maar val vrij snel en erg stabiel op mijn kattenpootjes. De man zijn handdruk had bij mij reeds vanaf het eerste huidcontact enkele rode alarmlampjes doen branden. Een gave die me haast nooit in de steek liet. -IK : “Ik zou hier zelfs niet durven mee lachen, dit is intriest genoeg. Heb jij nu echt het idee, zelfs de gedachte nog maar, dat ik primo, iedereen die het wil een tas koffie gratis schenk (om zo het wachten wat aangenamer te maken), en dan secundo, daarna nog eens de afwas erbij op mijn nek ga halen…?” De man is duidelijk verschoten en weet niet goed zich een houding te geven, want vergeet niet, er zaten nog een tweetal mensen (getuigen) in de wachtzaal. Zij spraken naderhand ook hun verontwaardiging uit en prezen mijn koelbloedigheid en mijn ad rem reactie. - HIJ : “ Je zal mij hier niet aantreffen met je koffie in mijn hand”. Ik werd plotseling zo heel inwendig boos en posteerde me met een halve draai tussen de man en de voordeur. Ik greep met een geste van een buitenwipper met mijn linkerhand de deurklink vast, en plaatste mijn rechterhand rond zijn pols. -IK : “Denk jij nu werkelijk dat ik je verplicht om hier koffie te drinken? Dit blijft een gunst en je drinkt enkel wanneer je dat zelf wil. Je wordt niet verplicht om van die espresso koffie te slurpen. Weet je wat? Ik raad je aan om naar een beroepsgenoot te gaan, want dat revalideren zonder pijn, dat komt hier nooit goed tussen jou en mij. Trouwens, die weigering te drinken uit een kartonnen beker vertelt mij veel meer over jou dan de reden waarom je dient behandeld te worden”. Het heeft me nog een hele avond wakker gehouden en het duurde tot de volgende ochtend tot ik overtuigd aan tafel zat en wist dat het geen kwade droom was geweest. Ik heb die man nooit meer weer gezien, en of ik zijn gezicht zou kunnen vergeten? No way. Moest hij zich op een volgende morgen aangeboden hebben was ik in staat om een kartonnen bekertje over zijn …. te gieten. Voor waar en echt gebeurd.




































    20-05-2018 om 17:19 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    19-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Niet door een militair domein en toch op bezoek bij de kunstenaar.
    DAG 21: Zaterdag 19 mei 2018. 

    Onder mijn voeten: Saint-Lyé-La-Foret - La Petite Vallée 28,9 kilometer  

    Niet door een militair domein en toch op bezoek bij de kunstenaar.  

    De meteo was mooi vanaf 7.00 uur en toch dampte mijn ochtend urinestaal als kokend water. De hemel was open maar het had zelfs hier nog gevroren deze nacht. De witte waas over het gras verraadde de zeer lage temperatuur en al was het niet dat ik deze nacht in mijn blootje gewaar werd dat het geen weer was om in uw blote kont buiten te komen, toch was ik een beetje verrast. Het mooie zonnetje achter ons plexiglas zou doen vermoeden dat het veel warmer was dan in werkelijkheid. Toch vertrok ik weer heel blij en met meer dan een rugzak vol goede moed naar mijn volgende dagdoel. Het zou een tocht moeten worden van juist geen 24 kilometer. Maar de voorzienigheid wist meer. Bijna na mijn eerste vijf kilometer wou ik kost wat kost de GPS geweld aan doen. Ik weet nog toen ik thuis het traject aan het uittekenen was dat hij op deze positie mij altijd een andere richting wou uitsturen. Bij de navigatie bestaat er dan een procedure dat je van het parcours ( een route genaamd) omschakelt naar een spoor (track). Bij een route stelt de GPS voor wat jij kan doen, bij een spoor zeg jij zelf aan de GPS wat je echt wil doen. Als je dan recht door een vijver wil gaan, gaat hij je recht door de vijver sturen. We veronachtzamen dan het voorstel van de GPS. Niet altijd ongevaarlijk. Dat ervaarde ik ook vandaag. Ik had via een spoor mijn traject dwars door een gigantisch groot militair domein gestuurd in Saran. Nergens stond er iets vermeld van militair domein, laat staan van schiettoestanden en doodsgevaar. Ik ging er niet doorheen, maar waar ik een spoortje vond in dat gigantisch groot domein zonder waarschuwingsbord ben ik toch maar doorgestapt. Ik zag allerlei metalen plakkaten in de vorm van een mensenfiguur, zag vierkante kaders in hout waar een schietroos in gespannen stond, en zag ook een commandotoren waar militairen zich waarschijnlijk oefenden in het opwaarts klimmen en afwaarts dalen, want er hingen nog koorden aan de wand. Wanneer ik plots aan een zeer streng bewaakte post toekwam waar camera’s waren opgesteld in 8 richtingen, besefte ik toch instant dat dit geen Banana-split opname was. Ik ben wijselijk op mijn passen terug gekeerd en heb een omweg gemaakt van bijna twee en een halve kilometer. Beter dat dan hagel in mijn g.t. Na een half uur was dit euvel mentaal en plantair geplaatst. Ik kom aan in de rand van Saran. Een departementeel stadje met commercieel centrum en allerlei bijhorigheden zoals industriële zone en kleinhandelaarsgebied. Ik zie plots een heel groot verguld beeldhouwwerk staan in een tuin naast mijn voetweg. Een olifantenjong achterna gelopen door zijn moeder olifant en allebei gedragen door 4 armen en handen. Heel speciaal en vooral de uitbeelding en mijn impulsieve impressie maken dat ik er foto wil van maken. Terwijl ik die foto maak, komt per toeval een man de tuin in gelopen en ziet mij die foto maken. Hij komt op mij toe en vraagt vanwaar ik die interesse heb. Ik vertel hem over mijn boek (onder mijn voeten en handen) en verklap hem mijn impressie over dat standbeeld. Zijn uitleg is gans anders: hij vertelt mij hoe hij is aangedaan door de noodkreet van de gewone mens naar de politiek toe. De mensen schreeuwen om hulp, om empathie, om begrip, om eerlijkheid, om beslissingen die ook eens in hun voordeel uitvallen. Maar de politieker die overheerst van generatie op generatie. Ze geven hun oppermacht door aan hun kinderen. En waar politiek vroeger een mandaat was om een populatie gelukkig te maken is het nu een mogelijkheid geworden om jezelf het leven heel comfortabel te maken. De gewone mens wordt verdrukt, plat gedrukt door een uitverkorene van hemzelf, niet om de gewone mens te dienen, dan wel om zijn eigen portefeuille te dienen. Zo had ik het niet gezien, maar het was best wel heel prachtig gevisualiseerd. Terwijl hij dat allemaal aan het vertellen is aan mij, tekent hij mij een schildpad. Ik had hem bij het begin van het gesprek gevraagd of hij in zijn galerij geen beeldje had van een schildpad (Marie Rose is zot van schildpadden en reptielen in het algemeen). Neen zei hij, maar als je wil maak ik je er nu meteen eentje, en tekende in balpen een schildpad voor mij ( zie foto). Na een 15 minuten vertrek ik bij hem en bedank hem uiteraard voor de mooie geste. Ik wandel voor de laatste 8 kilometer richting doel. Dat was voor de tweede maal vandaag buiten de waard gerekend. Mijn boswegeltje dat er wanhopig vuil en verwaarloosd bij lag (verstrooid afval van banden, takken van sierdennen, plastieken emmers en bussen, ook onderdelen van auto’s en stukken koetswerk) wordt weer maar eens smaller en moeilijker doorgaanbaar. Waar heb ik dit ooit nog eens meegemaakt. Na een vijftal minuten lopen word ik een halt toegeroepen door een drie meter hoge draad voor een distributiecentrum van een transportbedrijf. Ik zie wederom camera’s hangen en vermijd onheil door op mijn stappen rustig weer te keren. Het ogenblik waarop mijn GPS-kaart in het toestel werd gestoken is hopeloos achterhaald. Sinds 2017 werd op deze plaats een project gestart met “une zone industriëlle”. Bossen werden gewoon afgesloten en wegeltjes liepen dood. Ik, ei zo na ook, want opnieuw moesten er extra kilometers worden gelopen om hier weer uit te geraken; Uit plaatsvervangende schaamte bel ik Walter om 13.00 uur op om hem te melden dat hij niet ongerust hoeft te zijn, maar dat er op mijn tocht vandaag toch enkele dingen fout zijn gelopen. We ontmoeten elkaar (bijna niet) op het kerkhof van dit grote dorp. Maar wat hij noch ik niet wisten is dat dit kerkhof twee ingangen heeft en wij elkaar ter plaatse niet vinden. We staan amper 100 meter van elkaar verwijderd, maar het duurt toch wel een kwartier voor we elkaar gelukkig in de armen kunnen vliegen. Vanavond eten we gepaneerde vis met brood en tartaar. Bovenop een glaasje heel zwaar bier, want de frigo hangt scheef. We dachten op een camping te gaan staan en morgen Orléans eens een bezoek te brengen maar dat was tegen ons g.t gesch.ten. De ene camping toe, en de andere camping geen douches, geen wifi, geen TV en WC. Daar betalen wij niet voor. Morgen wandel ik verder door en daar treffen we bij aankomst een camping. Ik vertel je dan wel hoe het daar is verlopen. 

    Achter mijn handen 

    DREIGEN OM TE KRIJGEN  

    MJ.S was een vrouw van rond de 65 en sukkelde met een agressieve vorm van een spierziekte. Het probleem was dat de spieren wegsmolten. Dit proces was niet alleen onomkeerbaar, het was ook degressief in tijd. De bedoeling van de kinesitherapie was zo strategisch mogelijk dit proces van spieraftakeling zo fel als mogelijk tegen te werken, af te remmen en te vertragen door spieren zo veel als mogelijk actief en passief te doen functioneren. Hierdoor verliep dit proces van aftakeling, spierzwakte en zelfs onkunde in de dagelijkse functionele activiteiten trager. Dat MJ.S in een rolstoel zou belanden was zo goed als zeker. De bedoeling was om dit zo lang mogelijk te kunnen uitstellen. In huis begon het mobiliteitsprobleem zich schrijnend te etaleren onder vorm van een onzekere gang met wandelstok tot een loop met twee huishoud-aftrekkers onder beide oksels, waarbij de voeten slepend en schoffelend vooruit werden gesleept. Wanneer die dag dan toch aanbreekt dat de mobiliteit sneller afneemt dan dat de afremming van deze aftakeling, moet er een keuring geschieden door een adviserend geneesheer. Deze autoriteit heeft de autonome macht om te beslissen of de tussenkomt in de aanschaf van een rolstoel, primo toegelaten is, en secundo de technische aard van deze rolstoel. Het is erg confronterend, maar wanneer iemands spiersysteem zodanig is aangetast dat autonome aandrijving van de wielen niet meer mogelijk is, dan dringt zich de oplossing van een elektrische wielstoel op. Bij MJ.S. was het zo ver reeds gevorderd, dat indien zij een conventionele rolstoel zou moeten gebruiken, zij niet in staat zou zijn deze wielen via grip op de randen zelf te verplaatsen. Een kleine onmondige kleuter zou dit kunnen opmerken. Enkel de enige uitvoerende machtspersoon die een mandaat had over de mobiliteit van deze patiënte zag dat niet. Wij hadden als verzorgende kinesist al één keer gescoord, door de adviserende geneesheer te verplichten zelf de controle aan huis te komen doen, vermits een verplaatsing van de patiënte naar het openbaar kantoor van de controlerende dienst zoveel problemen opleverde. Dat zinde die adviserende persoon helemaal niet en zo is er miserie ontstaan. Wat is er gebeurd? De adviserend geneesheer belt aan de deur waarop vermeld staat dat de beller eventjes geduld moet hebben omwille van het moeilijk gangpatroon van deze bewoonster. Bij het openmaken van de deur meldt die man dat verplaatsen dan toch nog mogelijk is. Hij observeert daarbij een vrouw die steunt op twee aftrekkers onder haar oksels. Geïrriteerd sist hij dat een elektrische rolstoel zeker niet in overweging wordt genomen omdat autonoom verplaatsen nog altijd mogelijk is (sic). Daarbij is hij echt niet vriendelijk en sociaal empathisch. Goed, MJ.S. heeft recht op een conventionele rolstoel, waar zij niets mee kan doen. Bij mijn volgend bezoek hoor ik heel het relaas van een erg ontdane mevrouw. Ze heeft (onder lichte dwang ) een papier getekend waarbij zij akkoord ging met deze beslissing. Ik zou geen De Smedt zijn als ik niet impulsief reageerde door naar de telefoon te lopen en de bevoegde instantie hun nummer draaide. Licht overstuur roept de patiënte me nog toe dat ik dat niet mag doen, want ze is bang dat haar gewone (overbodige) rolstoel haar ook niet zal worden gegund. Na een echte telefonische Parijs-Dakar van diensten en doorverbindingen heb ik de grote eer om persoonlijk met de adviserend geneesheer te kunnen en te mogen communiceren. Ik speel heel gevaarlijk spel. Ik meld aan de telefoon dat deze mevrouw mij vraagt om voor haar op te treden. Of ik haar burgerlijke partij wil stellen tegen het RIZIV indien bij deze mevrouw geen elektrische rolstoel wordt goedgekeurd. De arts aan de andere kant van de communicatielijn blijft evenwel beleefd en meldt mij heel laconiek dat de procedure nu éénmaal deze regel oplegt: wanneer de patiënte zich autonoom kan verplaatsen is er geen tussenkomst is voor de meerprijs van een elektrische rolwagen. Voor deze patiënte is dit een zware financiële domper, en ze had het al helemaal niet zo gemakkelijk op financieel gebied. Ik speelde nog gevaarlijker spel. Ik noemde de adviserend geneesheer, krantenmerk en naam van de plaatselijke journalist die bereid was om aan deze mistoestand wel eens een verhaaltje te wijden. Ik kende een plaatselijke reporter (Mijnheer Mertens zal me nu wel vergeven indien hij nog leeft) maar ik had die man in de verste verte niet gecontacteerd om een reportage te maken. Toch was de toon wat minder hoog en plots nam de dialoog een wending. Er werd mij gevraagd wat mijn argumentatie zou zijn. Toen ik opmerkte dat deze mevrouw inderdaad nog wel over een basismobiliteit beschikte, maar dat dit afhing van een middeleeuwse situatie. Haar verplaatsingsmogelijkheid hangt af van twee huishoud aftrekkers onder haar oksels. Ik stelde voor dat de adviserend geneesheer dit zeer zeker in zijn verslag zou moeten melden, en dat het duidelijk was dat hier zich oplossende maatregelen aandienden. Toen werd er plots na reeds een korte tijdspanne overgegaan naar een actieplan. De huisarts (ikzelf dus) stelde voor dat de behandelende kinesist (ikzelf dus) een verslag zou opmaken dat zich toespitste op de gangmogelijkheden, de ADL-activiteiten (activiteiten die gepaard gaan bij het uitvoeren van de dagelijkse huishoudelijke functies), de valrisico’s in huis en de preventiemanieren hieromtrent, en last but not least, de sociale afhankelijkheid en meerwaarde van een elektrische rolstoel tegenover een conventionele. Ik liet niet na de huisarts op de hoogte te brengen van mijn capriolen. Hijzelf zou niet anders gereageerd hebben, werd mij achteraf verteld. Het verslag was diezelfde avond klaar en werd voldaan in de brievenbus gedropt. Welgeteld een week later kreeg de patiënte een goedkeuring voor deze bede. Ook de huisarts en ikzelf kregen een kopij van deze goedkeuring. Twee maanden later op een dinsdagochtend reed M.J.S. met haar rolstoel naar de markt in Herent. Dat had ze in jaren niet meer gedaan. Aan zo’n oplossingen houden heel veel betrokken partijen een goed gevoel over. Een pracht job hebben wij. De patiënt heeft mij er jaren na elkaar regelmatig over aangesproken, en zich afgevraagd of ik niet beter voor huisarts had gestudeerd…….




















    19-05-2018 om 17:53 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    18-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Van de 29,6 gewandelde kilometers, 28 dwars door de akkers.
    DAG 20: Vrijdag 18 mei 2018. 

    Onder mijn voeten: : Faronville-Saint-Lyé-De-La-Foret 

    29,6 kilometer. 28 kilometer dwars door de akkers. 

    Reeds vanaf 06.30 wringen de staafjes zonlicht zich door elke transparante ruimte binnen in ons mafcompartiment. Door de schuine stand van de mobil-home ligt Walter met zijn hoofd halverwege het bed en zijn voeten zijn gezakt tot vlak tegen het buitenraam. Hij snurkt nog zachtjes en verwerkt zijn naweeën van een vrome nachtbevalling. Wanneer de geur van warme koffie zijn neusje bereikt staat hij gezwind op, trekt wat deftig ondergoed aan en beweert paraat te staan voor het beste moment van de dag (sic). Wederom zijn we vertrokken voor een dagfeest in ons douce France. Le Plat pays (qui n’est pas le mien) heeft meerdere malen doorheen mijn auditief geheugen rond gedoold. Wat heeft die Jacqeus Brel dat toch mooi verwoord. Wanneer de tocht aanvangt staat er een gunstige bries die mij in de rug naar het zuiden stuwt. Het zou de ganse tocht zo blijven want van de 29,6 kilometers die vandaag werden gewandeld heb ik er 28 op zachte bodem tussen de velden gestapt. Wanneer je de topografische kaart van deze regio bekijkt zie je op de dag van vandaag een heel wit vlak met allerlei vierkantjes op. De zwarte lijnen zijn de tractorwegeltjes die de landbouwers gebruiken om naar hun veld te rijden. Op een bepaalde plaats was een wegeltje weer maar eens vervangen door 8 rijen tarweplantjes. Dus werd er weer maar eens gebunkerd en deze maal gaf ik mijn aandacht aan het startcijfertje van mijn traject. Ik begon op kilometer 11,6 en eindige op 13,4. Haast twee kilometer lang was deze akker. Kan je je inbeelden dat ik raar opkijk wanneer ik plots op een betonweg arriveer en zowaar in de verte een kerktoren merk. Dit is echt wel een uitgestrekt gebied met alleen maar productiegrond voor de landbouw. Ik merk op een bepaald ogenblik dat kerkje en maak een paar voet hectometers meer om een bankje of zitmogelijkheid te vinden. Ik eet uit principe nooit rechtstaand en wandel desnoods tot ik iets vind om op neer te zitten. In het midden van dat dorp staat een tafel met zitgelegenheid aan vast. Mijn God, wat een meevaller. Alleen had ik geen rekening gehouden met de gemeentearbeiders die op de plantsoenen rond mijn picknicktafel het gras aan het maaien waren en met een blazer de overtollige sprietjes van de straat mijn richting uitbliezen. Boterhammetjes met stof en sprietjes gras. Meer moest het niet zijn. Verder door wandelend kom ik terug op mijn voorzien traject terecht. Regelrecht naar het zuiden in de richting van 6 moderne windmolens. Ze draaien een toer per vier seconden. Dat is snel bedenk ik nog. In België telde ik ooit voor één toer 11 seconden. Maar in ons landje is er ook niet zoveel wind, al kunnen de meesten van onze politiekers soms van een scheet wel een orkaan maken. Maar dat is dan weer een ander niet deftig en slecht ruikend verhaal. We naderen langzaam de streek van de Loire en zijn mooie kastelen. Hier en daar zie ik al een reclamepaneel met de naam van Orléans vermeld. Dus daar zijn we ook niet ver meer van af. Vicky en Job stuurden me deze morgen nog een antwoord op de blog met de melding dat ze om beurt de teksten lezen en eigenlijk naast me meewandelen via de foto’s en beeldspraak. Blijven volgen en vrolijk bedankt om de heel toffe feedback. Onderweg denk ik bij mezelf dat deze tocht ook een overtuiging inhoudt dat er zeker nog goedheid onder de mensheid te vinden is. Gisteren twee keer koeken troef: ik kreeg een bussel waterkers waar we vandaag nog eens kunnen van eten, en bij de familie Nicolle en Jean-Philip werd ik ontvangen zoals een Bonaparte Napoléon destijds, maar dan zonder hoed en trommelgeroffel. Heel de tocht tot heden toe stemt me nog steeds gelukkig en de interne rust die zulks in mij teweeg brengt is met geen enkel medicament, wiet, tranquilizer of valiumderivaat te evenaren. Al heb ik er nog niet één van geprobeerd! De zuurkool die we gisterenavond aten was buitengewoon, maar ik vermoed dat hierdoor de chemische reactie ter hoogte van mijn dikke en dunne darm van die aard zijn dat het overdrukventiel ter hoogte van de endeldarm onder zware druk en belasting komen te staan. Zoveel rugwind er was vandaag, zoveel heb ik die natuurkracht gebruikt om mijn eigen chemische dampen en snuisterij op korte afstand te controleren. Nooit was er paniek, daar was ook geen reden toe, maar ik moet bekennen dat ik zo blij was om hier alleen door al die velden te kunnen lopen. Want heel regelmatig zag ik fazanten, hazen en zelfs een hertje wegvluchten. Ik bedenk als troost dat die niet alleen vluchtten van schrik om mijn persoon, dan wel om allerlei odeurs die in hun habitat niet tot het natuur getrouwe tint behoorden. Ik eindig mijn tocht vandaag met een epiloog van drie kilometer door een plaatselijk bos. Opvallend hoe ik me moest aanpassen na al dat getrack door die velden. Op korte afstand zie ik Walter staan, maar ik moet wel een ommetoer maken van anderhalve kilometer omdat het terrein tussen mij en mijn getrouwe hulp behoort tot een plaatselijke boer. De Deze avond wordt Walter ontlast van de kook. We eten boterhammetjes met kaas en wijn. Du frommage, du pain et du vin. Er is nog te veel beleg in de frigo en dat moet op voor we het moeten weggooien. Morgen een tochtje van amper 24 kilometer en waarschijnlijk maken we er een avondje Orléans van en eten we Orléaans. Bekijk het maar en wees gerust, we missen hier veel mensen aan wie we dagelijks denken. Maar toch vind ik het hier keinijg en oerplezant. 

    Achter mijn handen: 

    HET ZWARTE GAT 

    L.H. is een heel joviale dame van om en bij de zeventig jaar. Altijd druk in de weer en super enthousiast in alles wat ze uitvoert en onderneemt. Nu is L. reeds een hele periode gepensioneerd, maar echt stil zitten is niet op haar lijf geschreven. Zij is ook de (enige) patiënte die in ruil voor haar gratis kopjes koffie in de wachtzaal, bij wijze van dank en appreciatie de ganse ploeg kiné’s al eens voorziet van een koffiekoek. Zij is bijzonder vrolijk en het aanbod van uitgestraalde positieve energie kent geen limieten. L. komt op een vrijdagmorgen mankend en licht voorovergebogen de wachtzaal binnen. Bij navraag naar haar ongemakken bekent zij dat ze achterwaarts op haar zitvlak is gevallen. Haar staartbeentje was zo pijnlijk en alles wat achterkant pleegt te noemen zag zo zwart als de nacht, vertelde ze ons. Ik merkte op dat zoiets toch gecontroleerd zou moeten worden. Ze antwoordde heel gevat: “dan pas gaat ge kennis maken met het zwarte gat”. Ik ook weer heel gevat en nogal iets te snel: “Awel L. gij kunt tenminste tegen iedereen zeggen, die het wil weten, ik heb met hen in een zwart gat gezeten”.








    18-05-2018 om 16:24 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    17-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Merci au famille Levassor-Picard pour l'acceuil très sympa à Tremeville.
    DAG 19: Donderdag 17 mei 2018. 

    Onder mijn voeten: Saclas – Faronville 24,6 kilometer 

    Merci au famille Levassor–Picard pour l’acceuil très sympa à Tremeville, juste à temps! 

    Koud voelde het aan wanneer ik bij het ochtendgloren om 06.45 mijn neus en beide wangen door de deuropening wriemelde. Amper 9 graden en voor de tijd van het jaar veel te ruige wind. Gisterenavond hadden we net na het avondeten en juist voor de afwas, nog een fikse regenbui op ons dak gekregen. Geen nood, zo was alles proper met koud water. Deze nacht voor de eerste maal zeer slecht geslapen. Mijn benen konden de statische fase van het liggen niet goed verdragen en schreeuwden om beweging. Bij de dokter na het betalen van zijn opinie wordt dat ook al eens restless legs genoemd. Ik noem dat gewoon nerveus zijn en niet kunnen stil liggen. Ik vertrek na mijn drie soeplepels platte kaas met één soeplepel vloeibare honing (dank u mijnheer de imker François en Hans), en de geplette banaan met bruine suiker. Volgens de planning zou ik vandaag een ganse tijd wandelen in het groen langs de rivier “La Juine”. Een ongelooflijk mooi parcours en ik bedenk bij mezelf als er in Frankrijk al eens gesproken wordt van een paradijs, dan zal hier zeker wel een minister wonen. Ik betreed de regio van de Cresson. Méréville is DE hoofdstad van de waterkers. Wanneer ik zo langs de oevers wandel zie ik regelmatig betonnen bakken waar water in stroomt en groene planten in gecultiveerd worden. Wanneer ik wat verder twee mannen deze groenten zie afsnijden en binden in bundeltjes begrijp ik dat dit de Cresson is. Ik maak een foto en krijg de lachende opmerking van één der plukkers dat daarvoor een toelating vereist is. Ik vertel hen in mijn beste verstaanbare Frans dat ik aan het thuisfront eens wil tonen hoe zwaar het labeur van een Cresson-cultivator wel is. Het ijs is gebroken en ik word bij hen geroepen. Hij legt me wat uit over de manier van kweken van deze waterkers en omdat ik toch van zoverre ben gekomen krijg ik een gratis busseltje cadeau. “Bon pour l’apéro ce soir” Ik wandel steeds maar dieper het departement Île de France door en beleef de topmomenten van mijn bestaan. Mijn lijf fladdert als een vlindertje (ik denk nog maar eens aan Mira) en mijn benen volgen als een veterbindertje. Het wandelt hier tussen al die gerst-, tarwe- en graanvelden zoals een atleet loopt over de sintelbaan. Waarschijnlijk doet de rugwind er ook wel iets aan. Noorderwind wanneer je naar het zuiden gaat is altijd meegenomen, letterlijk. Wanneer ik na 18 kilometer toch wat stoom wil aflaten en bedenk dat het tijd is voor een boterhammetje loop ik in volle eenzaamheid maar wel met felle wind in de rug op een alleenstaande boerderij. Ik vraag aan de vriendelijke man die juist uit de stalling komt, of ik in de beschutting van zijn kar en tractor eventjes mag uitblazen en wat verorberen. Maar ja, zegt hij, zet je maar in de schuur, ik zal de poort aan de andere zijde sluiten zodat er geen courant d’air is. Maar neen, niet doen roept hij, kom maar mee naar binnen, ik zal je een tas koffie presenteren. De zwarte gevaarlijk uitziende hond blafte wel maar ook nu weer zie ik aan zijn staart dat deze kwispelende en blaffende hond geen kwaad karakter eigen is. De baas zegt het me nog: “ Il ne mange pas des promeneurs, leurs jambes sont tros dur”. De gastvrouw verwelkomt mij alsof ik haar eigen verloren zoon ben. Onmiddellijk krijg ik een tas koffie met twee verse chocoladekoeken. Het gesprek verloopt heel amicaal en vanaf het eerste ogenblik voel ik mij hier zeer comfortabel en welkom. Ik krijg een tweede tas koffie en er wordt verteld over mijn project van het boek dat ik schrijf en de VZW Oostrem, waar ik het voor doe. De mevrouw is heel enthousiast en wil dat ik haar GSM op de juiste blog pagina plaats zodat ze dit verhaal kan volgen (google translate vertaalt het in het Frans in een flits). Ook wil ze persé mijn facebook vriend worden zodat ze me kan volgen voor de rest van de reis. De mevrouw vertelt me nog gauw dat twee van de beelden in de kapel van Faronville nog door haar zijn geschilderd. Ik leg de laatste 6 kilometer af met zeer lichte voetjes en vooral een zeer voldaan gevoel. Wat twee tassen warme koffie toch al niet kunnen veroorzaken. Merci a vous, Jean-Philippe et Nicole. 
    In Faronville staan we (bij toeval) voor een oude kapel die ooit nog dienst deed als ontmoetingsplaats voor Compostella-pelgrims. Heden is de kapel gesloten, maar wat een droomlocatie om met ons vierwielig huis te overnachten.
    Deze avond eten we op zijn Frans : Une baguette, de la choucroute, des saucissons et surtout... un verre de vin rouge ou blanc, ça dépend. Morgen naar Saint-Lyé-la-Foret, ongeveer een kleine 29 kilometer. We zullen dat wel aankunnen zeker? 

    Achter mijn handen 

    OP EEN STOEL DE KELDERTRAP OMHOOG 

    Ik kwam aan bij Margriet en de familiale helpster opende duidelijk overstuur en erg zenuwachtig de voordeur. Ik kwam als geroepen zei ze. Monica vertelt me dat de oudere vrouw in de kelder op de grond is gevallen. Blijkbaar heeft Margriet zich tijdens de afwezigheid (boodschappen) bezondigd aan een verboden afdaling van de keldertrap. De afdaling was vlot verlopen maar onderaan heeft zij een draaiing gevoeld en daardoor haar evenwicht verloren. Ze lag reeds enige tijd op haar zijkant in een voor haar veel te koele kelderplaats. Haar rechtzetten op haar voeten was niet zo goed gelukt, want vele spieren waren verstijfd. Hier speelde de omgevingstemperatuur een nefaste rol. Ook ondervond ik dat de patiënte wat verstijfd bleek, hoogstwaarschijnlijk van het verschieten en het trauma op zich. Omdat de tijd van vertoeven in deze koele ruimte in haar dragen. Een stoel was het meest voor de hand liggende hulpmiddel. We plaatsten dus een stevige en reeds oude “Kampenhoutse stoel” in de kelder met de rugleuning naar de trap gericht en zetten dan Margriet op die stoel. De opdracht was niet erg eenvoudig. De bedoeling was de onfortuinlijke vrouw zonder verwondingen en zonder een tweede valincident boven te krijgen. Stel u voor: Margriet houdt mij bij de beide schouders vast, zittend op die stoel. Monica heeft de bovenste lat van de rugleuning vast, en positioneert zich met haar rug naar boven. Ikzelf hou de beide zijkanten van het zitvlak van de stoel stevig omklemd . Op aftellend bevel heffen we allebei de stoel één spaak opwaarts en laten telkens de achterpoten van de stoel steunen op de trap. Aangezien ik met mijn voeten op die trap geen blijf weet moet ik deze breed gespreid plaatsen naast de voorste poten van die stoel. Ik moet dus telkens diep door mijn knieën buigen en gelijktijdig mijn romp voorwaarts buigen. Van bij de eerste tilpoging hoor ik een verrassend brekend en scheurend geluid van diep onder mijn kruis. Bij nazicht blijkt de naad van mijn broek van iets verder dan de rits tot 5 centimeter onder de riem aan flarden te zijn gescheurd. Het was haast een cowboy overbroek geworden. Verder scheuren kon deze broek niet, maar stijgen op de trap ging nu plots wel behoorlijk gemakkelijk met deze breed gapende gulp. De witte vaan die tevoorschijn kwam was echter geen witte vlag van overgave in oorlogsgebied, al had ik me erg graag gehuld in camouflagekledij. Margriet kwam haast niet bij van lachen en ronkend van plezier werd zij netjes bovenaan de trap van de stoel gehaald en in de zetel gezet. De pijn die ze overhield aan deze escapade was eerder een kramp van de lachspieren dan letsels van de val. Monica leende mij haar pull zodat ik hiermee mijn gewonnen veldslag en witte ondergoed netjes kon verbergen.


















    17-05-2018 om 15:38 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    16-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De eerste 500 kilometer zitten er op.
    DAG 18: Woensdag 16 mei 2018.

    Onder mijn voeten: Chamarande – Salcas 27,6 kilometer. 

    De eerste vijfhonderd kilometer zitten er op.  

    De dag kondigt zich nogal grijs aan wanneer ik aan Walter om 6.30u vraag hoe laat het is. Mijn horloge hing aan de lader en daardoor kon ik niets weten van het vroege uur. De overslagklep van mijn urinair expantievatje liet weten dat het tijd was om wat overdruk te vieren. Toch nog iets te vroeg om te vertrekken dacht ik, en bovendien gaven ze vanaf 10.00 uur op meteo blue (bedankt Arend voor de link) zonneschijn en zeker geen kans op regen. Ondertussen zie en voel ik de zon duwen en stoempen om toch maar door dat grijs sheltertje door te geraken. De lucht is vochtig en waar we vannacht stonden was een droomlocatie wat betreft de plaats en de omgeving. Wat we echter niet incalculeerden: we stonden net op geen 100 meter van een voorname ijzeren weg verbinding van goederen en personenverkeer. Heel de nacht door reden er met hels lawaai en aanstormend gebulder treinen en locomotieven voorbij tegen weliswaar zeer hoge snelheid. Ik heb geen enkele trein gemist denk ik. Ik hoorde Walter zelfs niet snurken. We eten een licht ontbijt met platte kaas, gemengd met banaan en bruine “kinnekes” suiker. Mmmmm. Alles smaakt hier toch altijd zo overheerlijk. Niets dat hier niet heerlijk naar binnen wordt gewerkt. Ik verlaat om 7.20 uur de tafel om mij klaar te maken. Mijn tapzak wordt meteen lichter gemaakt door de waterdichte wandeljas eruit te laten. Walter maakte gisteren met de toast-koekjes van zus (Hilde) aperitief hapjes. Geweldig idee was dat. Waar hij het geleerd heeft…ik kan het niet raden. Wel heeft Walter me verteld dat hij vier zussen heeft waarvan Hilde de oudste is. Wellicht heeft het moederinstinct van de oudere zus er wat mee te maken, want voor haar is Walter altijd een levend poppemieke geweest waar zij haar kloekinstinct aan kwijt geraakte. Weet je wel dat warm kloppend moederhart. Meteen wil ik langs deze weg ook die Hilde bedanken voor de voorraad havermoutkoeken die ze aan Walter meegaf voor de wandelaar. Dus die zijn duidelijk voor mij, al mag ik van Walter zijn gulheid niet klagen. Hij deelt zijn Picon, hij deelt zijn toastkoekjes, ansjovisjes, eitjes, witte wijn, van alles wat hij van Hilde kreeg. Bij deze Hilde, uw gulle giften zijn dus zeer goed besteed! Vandaag krijg ik weer een Frankrijk langs een mooie zijde te zien. De GR 111 stond voor gans de dag op het programma. Heel mooi traject dat veel groene zones bevat en vooral ook wat klimwerk voor de kuiten schotelt. Ik moet drie heuvels over en echt geen pannenkoekjes. De hoogtemeters op mijn GPS liegen er niet om: op 27,6 kilometer ging ik een kleine 400 meter hemelwaarts. Genoeg om er aan te wennen vind ik dat. Ik zie onderweg voorwaar de eerste grote sproei installatie en bedenk dat we stilletjes aan naar warmere oorden trekken met droger klimaat. Ook idyllisch was dat riviertje in Etampes waar ik via een voetgangersbrugje over de pont de L’Espoir mocht wandelen. Vrij vlug gaat het plots, want voor ik het goed en wel besef zit ik aan de laatste 9 kilometers wanneer mijn droge keel om enige vloeistof kreunt. Ik blijf voortdurend flirten naast, over en zelfs op de GR111. Hier zijn die paden echt wel in heel goede staat van onderhoud. Wat me opvalt zijn de trosjesbosjes. Hier en daar tussen de akkers verschijnen zonder orde of regelmaat kleine bosjes die dan doorkruist kunnen worden via de rood-witte streepjescode. Ik passeer een paar leerlingen die van school naar huis toe gaan en meteen besef ik dat het reeds woensdag is. Wanneer ik straks bij Walter aankom zal ik 514 kilometer hebben gestapt. De eerste grens is overschreden. Wat vliegt de tijd hier snel. Onderweg maakte ik de bedenking dat ik via de Facebook groep van de Kinesitherapeuten misschien toch wel best wat promotie maak voor de blog en het boek want 500 boeken verkopen is ook een uitdaging op zichzelf. Ook Axxon zou Dirk Bellemans misschien best eens contacteren. Ik mail hen wel. In een laatste dorpje merk ik een zeer oude waterput op. Het mechanisme om de volle emmers naar boven te hevelen is er bewaard en zelfs als monument opgesteld. Wat verderop zie ik de dada van mijn schoonzoon Mike. Een ruime werf van een ijzerverwerkend bedrijf waar blijkbaar nog voor enkele weken werkzekerheid is voorzien. Het is ook een recyclage bedrijf, net zo eentje waar Mike directiesecretaris is. Misschien is het ook wel over te nemen? Ik steek enkele spoorwegen na elkaar over. Met een tussen afstand van enkele honderden meters zijn er wel twee slagbomen en één brug die weg- en spoorverkeer mooi gescheiden houden. Ik wandel nog een 4 tal kilometer doorheen de heerlijke weidse tarwevelden en aan de watertoren in de verte, samen met de twee GSM-antennemasten weet ik dat het voor een laatste keer klimmen is geblazen. Vanavond maakt de Meuzentruit gebakken kippenfilets, met pasta en Bolognaisesaus. Wijn is voorzien in alle kleuren. Meteen zit de sfeer er weer goed in en kunnen we vanavond swingend ons bedje in. Groetjes aan Gudrun in de Hemelboom in Herent: regelmatig denk ik aan mijn vriendin-patiënte, en wens haar langs deze weg nog veel leesgenot. Binnen een dikke 2,5 maand ben ik weer thuis Gudrun. Ook veel vriendschappelijke groeten aan Josianne en Christian, want die zijn rond deze tijd haast 2 jaar gehuwd. Proficiat en vooral niet ophouden he. Blijven voortdoen en zeker niet plooien. Morgen trekken we naar Faronville en tegen dat het weekend wordt zouden we graag rond de stad Orléans zijn want het wordt weer hoog tijd dat we allebei eens een proper badje nemen… Tot morgen 

    Achter mijn handen: 

    DE VUILNISWAGEN  

    M.B. woonde in de Van Bladelstraat en was een alleenstaande oudere vrouw van rond de tachtig jaar. Drie maal per week werd ze geholpen in haar huishouden door familiehulp. Zij deden haar boodschappen, maakten eten klaar, poetsten, wasten en boden vooral gezelschap in moeilijkere eenzame ogenblikken. Ze hadden als verzorgster een erg intieme band met M. omdat ze heel veel familiale bezorgdheden deelden. Meestal kwam ik de dagen dat zij er ook aanwezig waren omdat er nu eenmaal drie maal per week moest behandeld worden, dus was het voor de hand liggend dat ik op maandag, woensdag en vrijdag bij M. aanbelde. Het huisje van M. was een rijhuis, waarvan de voordeur toegang gaf tot de eerste ruimte. Een mooie plaats met tafel en stoelen die nooit werden gebruikt. Een glazen kast met enkele poppetjes en wat porseleinen prullaria. De gevel was een 4-tal meter breed en bevatte naast de voordeur ook een vensterraam dat de voorplaats van licht voorzag. Achter de eerste kamer was een tweede leefruimte en de derde ruimte was de keuken. Alle kamers vier meter breed. M. woonde een vijftigtal meter van de basisschool “De Kraal”. De stoep voor haar deur was niet zo breed en uit voorzichtigheid werden de vuilniszakken binnenskamers vlak naast de voordeur in de eerste “sjieke” kamer klaargezet om mee te kunnen geven wanneer de vuilniswagen langs kwam. Deze strategie werd gebruikt om te vermijden dat schoolgaande kinderen en begeleidende ouders zouden vallen op de nog smallere stoep door deze in de weg staande zakken. Het was dan telkens op vrijdag algemeen “alert” om te luisteren naar het lawaai van een aankomende vuilniswagen. De gehoortentakels waren bij alle drie de aanwezigen telkens op deze vrijdag gespannen. Zo gebeurde het dat we de vuilniswagen te laat opmerkten en de vrachtwagen met oranje knipperlicht in het venster traag zagen voorbij tuffen. M. opent de deur en roept vragend naar de ophalers die reeds een tiental meter verder hun ophaalronde afwerkten of ze eventjes wilden wachten. Eén van die mannen roept heel gepast en vrij assertief terug naar M.: “Allez madammeke, spoedt u en springt maar bij in den bak”. M. heel verbouwereerd: “ ja, maar ik heb mijn nachtjapon nog aan….”


















    16-05-2018 om 16:20 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    15-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De eerste maal dat ik als voetganger een autostrade overstak!
    DAG 17: Dinsdag 15 mei 2018.

    Onder mijn voeten: Les Aunettes-Chamarande 24,6 kilometer. 

    De eerste maal dat ik als voetganger een autostrade overstak! 

    Het had de hele nacht niet geregend. We hadden ons geparkeerd op een plaats die ook nu weer heel speciaal was en die we wellicht nooit meer zullen herbeleven. Niet dat het affreus was, maar laat ons zeggen dat Jan-de-modale-kampeerder daar nooit zou gaan staan. Achter de mobil-home verkeerslichten, zijkant links de bushalte, rechts een wagen die in maanden niet meer was verplaatst (er groeide haast gras op zijn dak) en de voorkant was de rest van de parking van de plaatselijke bibliotheek genoemd naar de Franse Chemicus Marie Currie in Saint-Michel-Sur-Orge. De jongeren die onze verplaatsbaar huis passeren zijn echt wel van gegoede klasse. Dat merk je aan hun kledij, verzorgd voorkomen en accessoires. We slapen op een appartementsparking juist naast het dorpje Les Aunettes. Door vermoeidheid of mijn onkunde zijn we niet kunnen navigeren naar de overnachtingsplaats die we hadden gepland. Deze morgen zijn we dus een tweetal kilometer verder gereden naar de startplaats van dag 17 en wat een schril contrast met de stadsparking van gisterenavond. Stel je voor: hartje Brussel, met vierkante appartementsblokken die elk hun eigen parking voor de deur hebben. Wij hebben vannacht geslapen op zulk een parking. Nochtans hebben we allebei geslapen als een blok. Waar ik vanmorgen vertrokken ben om deze dag te stappen was het volle natuur. Het startsein werd gegeven door een wegvliegend eendje die zich om 8.32 uur verstoord voelde in haar ochtendtoilet. Ze was nog in nachtjapon. Meteen valt het mij op dat hier ook een camino stuk naar Compostella passeert. Ik loop kilometers door een derpartementeel domein. Je kan het vergelijken met Ter Kameren bos, maar hier wordt alleen maar Frans gesproken. Prachtig onderhouden, om de 500 meter een wegwijzer met een plannetje erbij om u duidelijk te maken waar je bent en welke de mogelijkheden zijn om te wandelen. Ik ontmoet veel joggers en Nordick-Walkers. Vanaf een bepaald tijdstip kruis ik ook veel senioren die man-man of vrouw-vrouw, samen vertellend hun aantal uurtjes beweging doen. Weinig man-vrouw koppels. Soms ook wel hondenwandelaars: wie laat wie hier nu uit? Ik loop gestaag over beekjes en brugjes die als nieuw zijn aangelegd. Samen met de malse ondergrond is dat wellicht de oorzaak dat er snel wordt gemarcheerd. Na twee uur wandelen had ik 11,8 kilometer op mijn Garminneke staan. Wat kan het leven toch variëren. Gisteren nog in de kletsende regen en vandaag zwelgend van het zweet onder een bewolkte maar toch droge hemel. Zonder een overgang te merken voel ik mij plots weer in mijn sas. De aglomeratiedrukte van neem maar 50 kilometer rond Parijs, is niet echt mijn ding. Toch blij dat ik het eens heb gezien. Dat ik in België geen mens meer hoor klagen over de multi-culturele maatschappij. Hier, rond Parijs, kijk je op als je een blanke mens tegen komt. Nooit heb ik me bedreigd gevoeld, maar ik kan er niet omheen, de voorsteden van Parijs, dat is echt wel anders gepigmenteerd dan onze blanke huidskleur. De wandel-party blijft maar duren en mijn energietank noopt mij tot hervullen. Ik zet me aan een kerkhof op een bank en eet de rozijnkoekjes uit de Aldi met heel veel smaak op. Op geen tijd zitten er voor mij 4 katten. Geen propere en wellicht niet zonder medebewoners, want ze krabben alle vier om ter hardst naar de vlooitjes. Ik leg zonder na te denken de link naar de mop van die twee clochards met hun vlooien. Als je ze nietkent vertel ik ze wel op de avond van de persvoorstelling van mijn boek op 18 oktober 2018. Komen dus!. De laatste 5 kilometer worden afgelegd en weer zijn verrassingen mij niet vreemd. Een prachtig landwegeltje dat ook langs een vliegveldje voor ULM toestelletjes loopt, eindigt plots op de expresweg naar Etampes. Geen ontkomen aan. Ik moet hierover want op nog geen 800 meter is de afspraakplaats met trouwe Walter. De grote baan bestaat uit twee rijvakken die gescheiden zijn door een betonnen muurtje van 1 meter. Ik wacht echt wel tot het veilig is en beide baanvakken in mijn richting vrij zijn. Dan spurt ik naar het midden en zet me neer op de muur om wanneer het in de andere rijrichting vrij is, over te spurten. Natuurlijk word ik onthaald op een getoeter van menige bestuurder die zelf veel te hard rijdt, maar het kan me iet verdoemen omdat ik weet dat ik in geen enkel moment mijn leven in gevaar bracht. Beredeneerd risico noemen ze dat. Die laatste 500 meter moest een onverharde weg zijn. Dat was hij ook, maar het begrip is iets te genuanceerd. Ik stap letterlijk over heuveltjes afgekapte stort uit afbraakwerken. Zelfs niet platgemaakt of open gereden. Gewoon van de vrachtwagen afgekapt en loop er maar over mijnheer De Smedt, je bent toch op pelgrimstocht…. Vanavond eten we saucisse du chef. Walter maakt voor mij en hemzelf ook natuurlijk, rode kool met wederom die schatjes van patatjes en een fijn chipolatakke om het bord mooi rond te vullen. Nog nooit heb ik hier met mijn persoonlijke coach slecht gegeten. Job van Vicky komt hier ook regelmatig ter sprake omdat hij ook altijd alles “lakker” vindt. In Merksem zeggen ze “lakker” tegen lekker. Ik volg hun al was het maar om Walter een trouw hart onder zijn spannend riempje te steken. Vanavond staan we hier op de parking van Belvedere. Een oase van rust en vogeltjes die laten merken dat ook zij blij zijn met onze komst. Temidden van de bomen en in een schuchter zonnetje die echter sterk genoeg is om mijn natte spullen helemaal droog te krijgen. Tot morgen voor een nieuw woensdag verhaal. 

    Achter mijn handen: DE KUISPLOEG 

    Monica van familiehulp was bezig met haar verzorgende dagtaak bij N.V.B. Wie deze familiale helpster niet kent is niet van deze wereld. Monica wordt door elke senior, man of vrouw, geprezen en verheven. Regelmatig kwam ik haar dan ook tegen tijdens mijn huisbezoeken bij oudere patiënten. Op een dag kom ik bij N. aan en Monica doet de deur open. Maar Johan, zegt ze zo vriendelijk, gij komt als geroepen. Wil jij eens iets doen voor mij wat ik niet kan gedaan krijgen? Ik antwoord dat ik dat wel wil, maar dat ik mij niet kan inbeelden dat ik iets zou kunnen dat zij niet kan. Het betreft een klein werkje aan de zoldering in de badkamer van N. Naast de verlichting is er namelijk een zwarte kring en die zou ik zo graag weg hebben want de badkamer is voor de rest helemaal gepoetst en opgefleurd. Alleen, die zwarte kring, daar kan ik niet aan en N. is niet sterk genoeg om die ladder vast te houden. Dus ik haal die ladder, Monica een emmer en een sopje met spons en een vochtige microvezeldoek. Ik begin daar te wrijven en te soppen en opnieuw te wrijven. Een lust om te zien, want ik weet van mezelf, dat ik zeer goed wrijven kan. Maar wat ik van zo kortbij niet zag, was dat mijn zwarte cirkel rond de luchter veranderde in een witte veegcirkel. De behandelde oppervlakte was zo proper geworden dat de rest van het plafond er tegen af stak. De logica van Monica was dan ook dat ik dan maar moest verder doen nu ik toch zo goed bezig was. Met overgave en professionaliteit heb ik daar op (ik schat het maar) 20 minuutjes heel dat plafond gemasseerd, gewreven, afgewassen en droog geboend. N. kon het niet geloven dat een man zo proper kon kuisen. Monica zelf heeft er achteraf nog zo mee gelachen maar me er steeds op gewezen dat het niet zo verlopen is als wat ze aanvankelijk had bedoeld. Mijn gedacht is nog altijd dat ze heel goed wist dat door die zwarte veeg weg te doen, heel het plafond wel verder moest worden afgewerkt. Maar…N. haar badkamer was ontegensprekelijk proper en het was toch rond Pasen, dus de grote kuis mocht gebeuren. N. blij, Monica blij, en ik …ja toch ook blij omdat de twee anderen zo blij waren.






















    15-05-2018 om 15:30 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    14-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Geen waterdichte regenjas !
    Maandag 14 mei 2018  

    Onder mijn voeten: Champigny-Sur-Marne – Les Aunettes 24,2 km 

    Geen waterdichte regenjas !

    We liggen om 7.30u nog horizontaal als we de tikkertjes horen vallen op de plaat van de wagen. Gezellig is dat wel, maar met het vooruitzicht van een voettocht neemt dat enthousiasme toch wel wat af. Mijn goesting om er zo snel mogelijk aan te beginnen krijgt dan weliswaar geen deuk, dan toch wel een fameuze kras op de lak. Ik voorzie me van mijn hoge getten zodat het aflopende water van mijn regenjas niet op mijn onderbenen en zo in de schoenen kan lopen. Mijn regenhoed heeft rondom een boordrand van 15 centimeter. En dat is genoeg om met een droge neus door Parijs te kunnen strompelen. De eerste twee uren van de tocht wandel ik door een bui die me eigenlijk niet zo veel kan deren, maar ik stel vast dat mijn regenjas niet meer waterdicht is. Hij beschermt me nog wel maar met elk kwartier voel ik dat groot stuk canvas zwaarder en zwaarder worden. Pas wanneer ik het stuk textiel van mijn schouders haal, voel ik welk gewicht aan water ik heb getorst. Het moreel zit echter nog altijd goed en al zwemt mijn missie meer dan ze loopt, en al is zonneschijn nog zoveel aangenamer dan dit regenfestijn, ik heb ooit met Jos in Corsica tegen intensere regen momenten een vuist gemaakt. Het traject vandaag begint langs de Marne en verderop loop ik plots naast de Seine. Spijtig van het weer bedenk ik zowaar, want dit kanaal en gans de omgeving met oude huizen en smalle straatjes, straalt een niet nader te benoemen sfeer uit die toch wat weg heeft van de Belle Epoque. Wanneer ik op de GPS de vermelding zie dat er nog slechts 5 kilometer scheiding is tussen de moderne slavernij en mij, schiet weemoed me door het hart. Waar Walter op me wacht ben ik in de mogelijkheid om al het nat door droog te vervangen. Wat ik echter niet wist dat die laatste woorden van dit dorp weer een berg betekenen. In Athis-Mons is het erg snel klimmen en zelfs voor de residentiële inwoners is het pad naar de garage voorzien van een slingerpad of traplift met zeteltje!!!!Ik klim dat het zweet aan de binnenkant van mijne “frak” blijft kleven. Mijn mouwen druipen, mijn voorhoofd is klam en zelfs in mijn nek loopt vocht naar beneden. Dit is waarlijk zwaar. Ik zie scholieren van de middelbare school : “Sacré-Coeur d’Athis-Mons en école moyenne de Saint-Exupéry”. Veel schoon volk hier en in de omgeving van heilige namen en wat die hier allemaal komen leren!!! Ik ben er van buiten adem. Van die berg. Ik ben natter van transpiratie dan daarjuist te wandelen in de regen. Gezien de regen is het heel moeilijk om mijn fotokodakske bij de hand te hebben. Bij vocht pak ik dat liever veilig in. Vandaar ook het verhaal zonder één kiekje. Ik vind het spijtig voor jullie, maar daar is “beaucoup trop de pluie” de oorzaak van. Deze avond eet ik de overschot van de Nasi goreng op. Walter eet een geroosterd boterhammetje. Morgen zitten we terug een beetje in ons vertrouwd gebied buiten de drukke agglomeratie. We trekken dan echt iets westwaarts onder Parijs en komen aan in Chamarande : departement Essonne. Ik nodig je uit om morgen mijn nieuw verhaal te lezen 

    Achter mijn handen: 

    NET OP TIJD 

    M. woonde in de Karrestraat in een rijhuisje. Vooraan enkel de voordeur en een raam. Naast haar woning nog twee rijhuisjes en dan de hoek van de straat. Mijn huisbezoek was steeds tussen 15.00 en 16.00u in de namiddag. Bij mijn aanbellen kreeg ik geen reactie en dat verwonderde me wel, want M. was steeds zeer vooruitziend en verwittigde me van het kleinste voorval tot de grootste hindernis die mijn huisbezoek maar voor een kleinigheid zou kunnen dwarsbomen. Bij mijn tweede druk op de deurbel vergewiste ik mij ervan of de bel wel degelijk lawaai maakte en dit was affirmatief. Ik hoorde noch zag enig gevolg. Door het raam gekeken en ook dat bracht niet de nodige geruststelling. Wat prees ik me achteraf gelukkig dat ik me niet zo maar gewonnen gaf. Iets in mij dwong me om via de hoek van de straat M. haar naam te gaan roepen. Op mijn geroep volgde een haast fluisterend antwoord, echter luid genoeg om te horen dat het geen normaal stemgeluid was. “JOHAN” krijste ze. Als een dolle Duitse scheper loop ik langs de roestige afspanning twee tuinen verder dan waar M. woonde en baan ik mij een weg over de draad van de eerste tuin, achteraan loop ik via de composthoop over de haag tussen de tweede en de derde tuin, en dan pas bereik ik via een rot houten schutsel dat ik met een karatestamp opzij doe vallen, de tuin van M. Het oude vrouwtje zat opgevouwen als een rolmops tussen de twee ijzeren staven van een tuinstoel. Het stuk zeil van het zitvlak van de stoel was gescheurd en zo was M. met haar eigen zitvlak en onderrug diep in de opening geschoven en geblokkeerd geraakt. Het mensje kon niets meer uitbrengen van ellende, maar vooral doordat haar ademhaling voor een groot gedeelte afgesneden werd door de voorovergebogen houding. Ik heb haar zachtjes gekanteld op het gras zodat zij in zijlighouding kwam te liggen en heb dan beetje bij beetje die stoel achterwaarts weggetrokken om die rug en achterwerk terug vrij te maken. M. heeft daar zeker wel vijf minuten liggen wenen en snikken en naar ik kon uitmaken uit haar verhaal moet ze daar zo gezeten hebben van vlak na haar middagmaal. Een telefoontje naar de huisarts maakte dat we uit voorzorg toch maar de 100 hebben gebeld en haar lieten opnemen in spoedgevallen voor de nodige onderzoeken. Achteraf bleek er niets gebroken of levensbedreigend gekwetst was, maar M. heeft er nog enkele weken veel pijn en ongemak van ondervonden. Vele keren heeft M. nadien gewezen op het feit dat mijn interventie niets anders te maken had dan met een teken van God. Zij beweert dat ze het geen 10 minuten langer zou volgehouden hebben. Niets dat bewijst dat dit inderdaad zo ook zou geweest zijn, maar aan de hulpeloosheid en de lamentabele fysieke toestand na het euvel, dacht ik toch ook dat M. aan het einde van haar latijn was gekomen tijdens mijn verlossingswerk. M. is me er de rest van mijn huisbezoeken altijd zo trouw dankbaar om gebleven. Mijn reddende engel zei ze regelmatig.

    14-05-2018 om 17:12 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    13-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 15 en 16 zijn rustdagen.
    Zaterdag 12 en zondag 13 mei 2018.

    Onder mijn voeten : Champigny-Sur-Marne (op de camping)

    Rust geboden en gegund. 

    Vrijdag avond stonden we met de motorhome op een historische site met een lange dreef van Leilindens en op het einde van die dreef een oude kapel die door de lichtinval extra in beeld kwam. Geen wonder dat we voor donker aangesproken werden door een bezorgde parochiaan die bij wijze van sociale bewaking toch wel eens poolshoogte wou nemen welke twee vreemde toeverlaten hier op haar dreef waren komen kamperen. Na een paar geruststellende thema's (Compostella - boetedoening - goede bedoelingen - geen wanorde of overmatig drankverbruik...????) had de ongeruste ziel terug in haar Christelijke structuur gevonden en konden we blijven staan tot zaterdagochtend 09.00 uur. We sliepen goed en stonden rustig en dat was het voornaamste.
    Zaterdagmorgen reden we dan sitopresto naar de camping die we hadden gepland om de dames op te vangen. We komen er toe om 08.40 uur en op de poort een grote aankondiging: CAMPING FERMEE. We zien over de poort de openingsuren van de camping en staat op vermeld dat de camping pas open gaat om 09.00 uur. Dus we wandelen wat rond, kijken naar de versassing van een Belgisch schip en begeven ons terug naar het onthaal. Om kwart over negen nog steeds geen beweging achter die gesloten poort. Typisch op zijn Frans denken wij. Wanneer er om 09.30 nog steeds geen deur open gaat spreken we wat verder een man aan die ons doodgemoedereerd vertelt dat de camping in februari is overstroomd geweest en misschien, heel misschien pas eind juni opnieuw de deuren zal openen. Het alternatief is een camping in Champigny-Sur-Marne, een 12 tal kilometer verderop. De vrouwtjes verwittigd dat de plannen veranderd waren en dat ze hun GPS moesten herinstalleren. Eens we toegekomen waren kwam onze activiteit op gang. Laat staan, ontplofte hier in de motorhome een witte orkaan. Borstels werden boven gehaald, de stofzuiger werd aangesloten, de keukenblok werd met schuursponsje en schoonmaakmiddel aangepakt. De zetels werden proper gefrot. de matten werden uitgeklopt, de stuurcabine werd netjes gemaakt en de vloer werd stofvrij geborsteld en gedweild.
    Haast niet meer te herkennen en dat op nog geen twee uur tijd. We geven  onze eigen carrosserie ook nog een goede beurt onder de douche en staan met strik en "pitler" klaar om de vrouwtjes te ontvangen. Die waren over tijd...door een laat vertrek en een probleem bij de instelling van het adres in de GPS. Het verschil tussen een Avenue des Alliées en Boulevard des Alliées kan het verschil maken tussen winst en verlies van een oorlog of in dit geval een langere wachttijd voor de mannen op weduwschap. 
    Het weerzien vindt dan toch plaats. er wordt gekust en gezoend. Gefrot en gewreven, maar dan niet meer op de zetels, op het andere raakvlak. Die dames hadden beloofd een beetje proviand mee te brengen. Ze hadden alleen vergeten dat we op tocht zijn met een mobilhome in plaats van een oplegger met aanhanger. Ook dat we maar met ons tweeën zijn. Maar ons hoort ge niet klagen. 
    We eten en drinken om toch al maar een deel van die ballast niet hoeven mee te nemen, en hier dus te kunnen achterlaten. 's Avonds kruipen we in de bak van ons camionette, en op zondag wordt er uitgebreid ontbijt.
    Waarom dan in Gods naam twee dagen rust nemen. Daar zijn veeeeeel redenen voor . Vooreerst: ik was vrijdagavond toegekomen aan de aankomstplaats en voelde een venijnige pijn aan de rechter hiel. Een plekje waar ik eigenlijk niet op steun, maar die wel eerst grond raakt bij het afrollen van mijn rechter voet. Wanneer ik de voet niet afrol, maar de voet volop plat op de grond plaats (olifantengang) heb ik geen last, maar deze compenserende beweging is min of meer gevaarlijk voor rug of bekkenklachten. Ik besluit deze hiel twee dagen rust te gunnen en daarna preventief in te tapen.
    De tweede reden: de vrouwtjes zijn hier. Waarom dan weglopen van hen.
    De derde reden: het regent hier en alle redenen om bij de bezoekers te blijven zijn goed genoeg om er mij van te bedienen.
    En ook al is er een aanslag in Parijs gebeurt, ons heeft hier niemand bang kunnen maken. 
    Morgenvroeg kent  heel het reisverhaal opnieuw een doorstart. 
    Deze avond eten we sla met tomaatjes en hamburgers en worst, een Chimay bleu en als dessert de rest van de Frangipanne taart met een goede tas koffie. Voedzaam genoeg denk ik om morgen fris als de wind met mijn neusje richting zuiden verder te trekken. Tot dan en vele groetjes van ons vieren. 

    Onder mijn voeten: Champigny-Sur-Marne  


    Achter mijn handen: 

    SLECHTE COMMUNICATIE TUSSEN ARTS EN PATIËNT

    Het overkwam mij dat een patiënt me bezocht en me vroeg waarvoor hij moest komen. In de eerste ogenblikken dacht ik aan een verwarde persoon, maar dat bleek niet zo te zijn. De vraagstelling kwam er omdat de patiënt op doktersbezoek ging wegens schouderpijn. De arts had deze schouderpijn onmiddellijk gerelateerd aan een halswervel die in zijn slechte artrotische positie een zenuw knelde. Het zit namelijk zo dat tussen twee wervels een discus (tussenwervelschijf, een soort sponsje) ligt. Die vermijdt dat de bovenste en de onderste wervel vlak tegen elkaar liggen en daardoor hebben zenuwen,- die op die plaats de wervelkolom verlaten -, een klein platformpje om zonder al te grote druk van de onderste of bovenste wervel, vrij zonder oponthoud de zone te bereiken die ze moeten bedienen. Bij artrose is die ruimte tussen de bovenste en de onderste wervel, de tussenwervelspleet, iets nauwer geworden. Dit gebeurt enerzijds doordat de sponsachtige tussenwervelschijf afgeplat is geworden door enerzijds de te hoge druk erop en/of anderzijds een aanzetting van kalk en artrotische reststoffen op deze werveloppervlakken. Het gevolg is dat de zenuw minder elektrische stroom of vervormde stroom doorstuurt naar haar uiteinde. Als dat uiteinde een spier is (motorische eenheid) zal die minder goed functioneren. Dan zal die spier dus minder kracht kunnen uitoefenen. Als het uiteinde van de zenuw een gevoelseenheid is die bijvoorbeeld iets zegt over warm of kou, trillingen, drukgevoel, wrijving of iets dergelijks (sensibele eenheid), dan kan het gevoel dat we vertalen wel eens vervormd zijn en dus in pijn eindigen.

    Bij deze patiënt was de pijn en het onvermogen om iets boven de schouder te heffen duidelijk afkomstig van een ingeklemde zenuw in de nekwervelzuil.

    De arts schrijft dus zonder verdere verduidelijking een voorschrift om die man zijn nek te behandelen, en zo de druk op die nekzenuw te verminderen of indien mogelijk op te heffen. De man echter vermoedde dat ik zijn schouder zou onder handen nemen. Groot was zijn verbazing toen ik zijn nek behandelde. Dat had zijn dokter hem niet verteld of uitgelegd. Ik geef dus tekst en uitleg met zelfs een grafische toelichting.

    Zonder slechte bedoeling vertelt de man dit tijdens een latere controle aan zijn arts waarop die prompt en enigszins verontwaardigd telefonisch bij mij polst of er misschien niet goed gecommuniceerd is geweest. Ik heb hem gewezen op de eerlijkheid van mijn antwoord, maar ik vond dat er niet slecht, maar waarschijnlijk helemaal NIET gecommuniceerd is over de reden van deze doorverwijzing. Ook meldde ik dat het niet mijn taak was om tekst en uitleg te geven over deze aandoening, maar dat ik nu eenmaal niet anders kon omdat de mijnheer mij ernaar vroeg. De arts bleef heel beleefd en sloot zijn telefonisch onderhoud met mij af met de belofte om daar voortaan toch werk van te maken. 



     






    13-05-2018 om 10:48 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    11-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    DAG 14: Vrijdag 11 mei 2018.
     
    Lagny-le-Sec - Livry-Gargan 38,6 kilometer. 

    Lawaai, vuile troep maar op het einde toch nog een mooi bos! 

    Dit is geen Frankrijk op zijn mooiste zijde. De start om 7.26u begint met een mooi zonnetje en deed me hopen op weer een dagje feest. De eerste ontgoocheling die mijn nuchtere maag wat doet keren zijn mega grote storthopen die door sluikstorters zomaar in het wild worden gedropt. Op het verste zicht van deze lange veldweg merk ik in de einder veel verkeer op een snelweg. Ik hoor het nog niet, maar zie het wel. Ik laat nog even een sanitair spoor achter, in de wetenschap dat dit op het stuk dat nu volgt niet meer zo eenvoudig zal kunnen. Haast 3 uren loop ik naast dit stuk beton en het lawaai werkt danig enerverend. Bovendien kom ik langzaam in de zone van de luchthaven van Charles De Gaulle. Ik zie twee vliegtuigen naast elkaar opstijgen in V-formatie. Ik bevind me juist in het midden van die V. Haast om de minuut zie ik dit spektakel opnieuw. En steeds zie ik die metalen wonderdozen duidelijker en groter. Ook hun vluchtmaatschappij wordt des te duidelijker. Het lawaai dat ik moet verwerken, laat ik aan je verbeelding over, maar zowel de autosnelweg links van mij op nog geen 30 meter als de luchtlijn boven mij cumuleren de decibels. Wat een contrast met de avond twee dagen geleden. Ik wandel op een zeker ogenblik van de snelweg vandaan en kom dichter bij de landingsbaan van de luchthaven. Ook weer zulk een oorverdovend gedonder. De ganse voormiddag werden mijn drumvliesjes stevig op hun korrel en elasticiteit genomen. Langzaam aan kom ik in de nabijheid van de voorsteden van Parijs: de Banlieus. Een allegaartje van allochtonen merk je op. Mannen in lange kleren, gesluierde vrouwen, jongeren in joggingspak met kap op hun hoofd, twee mannen die op volle straat ruzie maken en bij elkaar met veel verbaal geweld hun gelijk willen halen. Je ziet er winkels met Afro-Indische specialiteiten. Je snuift de geur der kruiden van Oosterse origine. Allerlei smaak- en geurprikkels teisteren je neuspijpen. Fietsen hangen langs buiten aan de balustrades, en koken gebeurt zo goed als op het terras. Ook kapot geslagen ramen en bushokjesruiten die aan diggelen zijn geslagen ontgaan me niet. Ik wandel voorbij het kadaver van een opgesmeulde motor. Het stuur en de velgen en het chassis zwart geblakerd. Niet abnormaal dat een kerel met een rugzak en “bottinnekes” hier opvalt. Ik ontmoet Walter niet op de afgesproken plaats: twee kerkjes in een dorp…elkeen wachtend aan een andere kerk. Ooit nog meegemaakt. Via mijn Garmin toestel is echter geen pastoor meer gerust: ik zie er alle kerken en uilen op staan. Ook Walter dus. We ontmoeten elkaar aan de tweede kerk en dito kerkhof. Ondanks de slechte afspraak, is er weer geen vuiltje aan de lucht. Mannen onder elkaar laten geen sporen na, toch niet na een slechte communicatie. Om 14.30 uur besluit ik om de laatste 7,5 kilometer rond te maken. Deze epiloog verbijstert mij. Ik wandel door le Foret de Bindon (een natuurpark zoals de bossen van Terkamerenbos). Prachtige paden die natuurlijk zijn gebleven met een ondergrond als een verende trampoline. Je loopt over een bladerentapijt van 10-15 centimeter dik en voelt haast geen bodem. Een vlinder volgt mij gedurende enkele seconden. Ik herinner me de woorden van Mira (de overleden dochter van Sonja): als je een vlinder op je weg treft, denk dan dat ik het misschien ben. Ik denk heel even aan Mira. Ook aan Mevrouw Crab (Maria is een patiënte-dame die mijn moeder had kunnen zijn). Zij diste mij het verhaal op van het recht op waardig sterven (zie later). Ik denk aan zoveel mensen onderweg. Ik denk ook aan onze avondlijke gesprekken met Walter. Verrijkend en loslatend is zulk een tocht alleen. Geen dag of ik mijmer over mijn praktijk. Veertig jaren zijn een lange tijd waarin veel kan gebeuren en waarin je veel dient te plaatsen.? Ik denk ook soms aan enkele minder toffe ervaringen. Die hebben ook hun sporen nagelaten. Maar je kan nu eenmaal niet voor iedereen goed doen. De avondlijke afspraak in Livry loopt ook helemaal fout. Er zijn twee kerkhoven: het oude en het nieuwe. Natuurlijk rijdt die dappere Walter naar het nieuwe en loopt de onfortuinlijke zwalper naar het oude. Leve de korte golf zender en het euvel was zo opgelost. Vanavond eten we gebakken eitjes à la Jowan. Voor Walter 2 paardenoogjes zonder leddergaas en voor mij een gekluste omelet of twee met gesmolten kaas. Eten wat de pot schaft Meer moet dat niet zijn. We staan hier weer eens prachtig aan het oude kerkje helemaal op een rustige plaatsje en gaan nu verder ons aperitiefje afronden met de echte Ricard of zoals Jacques zou zeggen: le petit Jaune. Tot morgen en dan komen de dames ons bezoeken: niet abnormaal dat ik dan geen lang verhaal zal neerpennen, of wilt ge nu echt alles weten? Slaapwel. 

    Achter mijn handen: 

    IK, PIJN AAN MIJN SCHOUDERS? NIET ECHT 

    In de praktijk hielden wij ons in opdracht van de Nationale Federatie van kinesitherapeuten een jaar lang bezig om sommige voorschriften te selecteren en te rapporteren. Het betrof hier enkel de voorschriften waarvan de inhoud totaal onleesbaar was, onvolledige mededelingen, verkeerde informatie, een voorschrift waarvan de vorm en nodige inhoud niet voldeed aan de reglementering ter zake, niet gedateerde, verwarrende en soms zelfs voorschriften met tegenstrijdige inhoud. We getroostten ons zelfs de moeite om ze te kopiëren omdat we anders erg ongeloofwaardig zouden overkomen. Op die veertig jaar heb ik heel veel meegemaakt, maar lang niet alles. Het is geen jaar geleden dat ik een voorschrift in handen kreeg waar de naam van de patiënt ingevuld was met mijn eigen naam. Ik moest Johan De Smedt behandelen wegens een rotator cuff syndroom aan de rechterschouder. Laat het nu zo wezen dat ik al sinds mijn geboorte over een paar goede en sterke schouders beschik die heel wat last en ballast kunnen torsen, maar een scheurtje in mijn spier… dat heb ik nooit geweten. Waarschijnlijk wou de arts de patiënt naar een kinesist verwijzen en heeft hij daardoor per vergissing op de plaats van de naam van de patiënt, mijn naam geplaatst. Groot was mijn verontwaardiging wanneer ik de patiënt zijn voorschrift op de fiche invulde. Het euvel was echter snel hersteld maar het bewijst nog maar eens dat ook artsen zich kunnen vergissen.




















    11-05-2018 om 20:17 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    10-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ik heb een fout gemaakt bij de instelling van de camera.
    Wil de lezer mij verontschuldigen maar gisteren en vandaag heb ik een fout gemaakt bij de instelling van de extensie van mijn foto's op de camera. Ik stel vast dat de kiekjes niet weg geraken, en blijkbaar is de pixels instelling te groot en dus te zwaar voor verzending. Ik tracht in de toekomst dit euvel te verhelpen. Mijn verontschuldiging maar dit zijn groeipijnen....
    Tot morgen.

    10-05-2018 om 20:39 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het loopt zoals vogeltjes vliegen op vleugeltjes !
    DAG 13: Donderdag 10 mei 2018. 

    Onder mijn voeten: Orrouy – Lagny-le-Sec 34,6  kilometer 

    Ik mocht al wat langer uitslapen, mijn missie gisteren had ik waardig volbracht en ondanks heel veel pogingen om in dit gat van Pluto een internet verbinding met de buitenwereld op te zetten, besliste ik om 22.00 uur mijn inspanningen stop te zetten. De tekst was weg geraakt via een noodhulp (50 meter verderop hadden we een zeer zwak 2G GSM signaal, maar normaal gezien kan je daar alleen maar mee telefoneren en zeer lichte data gegevens mee versturen). Aan de Mairie was er een wifi signaal maar dat mocht ik van de burgemeester (jaja hijzelf) niet gebruiken uit redenen van “securisation”. We lagen vannacht onder de toren. In Herent is dat altijd een café geweest, hier was dat niet de meest ideale plaats om een deugddoend slaapje te placeren. Neen, Marie Roseke, niet in heel Frankrijk liggen de klokken stil na 22.00 uur. Heel de nacht door gaven ze om het halfuur niet éénmaal, maar tweemaal na elkaar met een tussenpauze van 60 seconden, het uur of het halfuur aan. Als je dat niet gewoon bent ga je het even gelijk aantal keren een 10 centimeter omhoog in je bed. Ik had deze nacht volgens mijn horloge al tien verdiepingen hoogtemeters gedaan… Ik start dus om 7.30u en ga regelrecht op een prachtig bos af dat op een heuvel ligt. De paden zijn wonderbaarlijk mooi en de vogels fluiten alsof hun leven ervan af hangt. De aandachtige kijker en de persoon die de foto van de bosweg inzoemt zal zowaar een reetje (neen, niet een poep) herkennen dat centraal op de afbeelding naar mij kijkt. Door het afgaan van de flits verschiet het zich een sprong en weg was zij. Ik denk dat er op heel de aardbol niet veel mensen zullen zijn die mijn staat van gelukkig zijn zullen benaderen. Dit is al 13 dagen een feest: la grande bouffe op fysiek, op mentaal en vooral op emotioneel vlak. Dit ding doen, dit kunnen doen, is een geschenk op zich zelf en al weet ik dat mooie liedjes niet blijven duren, ik wil van deze melodische zin zo graag een perpetuum mobilé maken. Vergeef mij als ik je jaloers maak, maar mijn kindjes zeiden ooit tegen mij dat ik niet altijd mocht liegen… Bij het beklimmen van die heuvel begint het zweet mij weeral maar eens uit te breken. Zo vroeg op de morgen zijn die parasieten van zweetvliegen er ook weer bij. Je hebt nog andere vliegen, die afkomen op andere geuren (str…vliegen) maar die zijn het niet, ik gebruik nog steeds die vochtige doekjes en dat is op fecalisch gebied een openbaring. De zweetvliegen hunkeren in groepjes naar je zweetgeur en zijn daarbij niet beschaamd om rond je oren en neus te komen zoemen. Ze laten geen gelegenheid onbenut om voor je gezichtsveld de juiste weg te tonen die ze het liefst samen jou zouden bevliegen. Als je ademt met open mond, kan je er op aan dat er vlees bij de maaltijd is. Ik wandel ongeveer anderhalf uur door dit prachtige bos en merk dat het weer bewolkt blijft met af en toe een ernstige opklaring. Ik ontmoet Walter in Versigny, waar ik een tussenstop organiseerde. Hierna is het nog een 10,5 kilometer wandelen tot in Lagny-le Sec. Wanneer ik vertrek in Versigny kan ik het niet laten om met één hand door de omheiningsdraad een gewaagde foto te maken van de tuin van le Chateau de Versigny. Alles erop en eraan, boomgaard, zwemvijver, park en groot terras. Verderop maak ik nog een mooi prentje van een spitsige kerktoren die als het ware midden in de velden is ingeplant. Heel raar is dat, in het midden van de velden. Wanneer ik mij al enige tijd afvraag waar al dat motorgeronk in de lucht vandaan blijft komen, krijg ik het antwoord op een zilver schoteltje. Ik schuifel voorbij een lokaal vliegveld waar enige piloten blijkbaar leren te landen en onmiddellijk een doorvlucht nemen. Wanneer ik aan de startbaan voorbij kom langs de grote baan kan ik ze haast uit de hemel plukken. In Lagny-le-Sec staat de trouwe torenwachter nog net niet met de lans in de rechter hand trouw en geduldig op mij te wachten. Hij vergast mij op zo een deugddoende meloen, dat het sap naast mijn lippen naar beneden druipt. Geen mens die weet heeft waar deze druppels zullen eindigen. Ik doe mijn wasje, ik doe mijn plasje, strijk de haartjes nog wat schoon, ververs mijn kleren en dan komt de aperitief à la France: ik offer van mijn rekening un petit jaune voor Walter, maar hij verkiest eerder een blauwe Chimay. Wat vonden wij samen het berichtje van Pierre en Jette zo fantastisch lief. Ze willen Walter voordragen voor een ster van de Michelin omwille van zijn asperges à la Flamande. Een heel goed initiatief, maar wachten tot eind juni, want anders ben ik mijn chef kok kwijt. Tof dat jullie via de foto’s ook zo goed de reis kunnen volgen. Mag ik u nog gauw tussen de regels vermelden dat op zendingen zonder vermelding van de afzender ik echt niet kan reageren. Vanavond maakt de Walter Meusentreut een bordje van gebakken aardappeltjes in look en kruiden boter, met boontjes en hamburgers van de koe. Morgen is er een rustig dagje naar ik vermoed want op het huidige ogenblik zit ik zo al maar even 35 kilometer voor op het geplande schema. Ge moet niet vragen hoe graag ik dat vrouwtje zie…Tot morgen. 

    Achter mijn handen: 

    WORMENSOEP 

    Ik kwam langs bij een vrouw die nog zeer goed te been was maar onlangs een nieuwe protheseknie had laten plaatsen. Ze vulde haar normale dagen met tuinieren, puzzelen, lezen en koken. Zij was een 75 jaar en erg alert en open van geest. Een vrouw van de wereld. Het was winter en bar koud. De patiënte had zich naast haar fornuis neergezet waar een groentesoep zachtjes stond te koken. Het rook er verleidelijk en het speeksel kwam juist niet uit mijn mond. Natuurlijk maakte ik een opmerking over J. haar kookkwaliteit en het geluk dat ze via haar kooktalent het beste van zichzelf kon geven. Waar ik heimelijk op gehoopt had, voltrok zich. Er werd mij een bol soep aangeboden. Een mens zou voor minder zijn zinnen verliezen. Ik en soep, dat is zoals een voordeur en de deurbel. Ze horen dus samen. Ik kreeg een dampende kop soep aangeboden. Hoe meer ik lepelde hoe meer druppels er aan het neusfront verschenen. Naargelang ik dieper naar de bodem schraapte met de lepel, hoe donkerder de kleur van het soepwater bleek. Tot bij de voorlaatste dosis lepelvocht de ware toedracht van dit raadsel zich voor mijn ogen ontrafelde. In de bodembocht van de soepbol lag zowaar een dode aardworm opgerold, nog steeds in wat soepvocht. Gekookt en wel. Een walging trachtte zich meester te maken van mijn voorraad emoties. Maar ik behield de koele beheersing. Ik pakte de tas op en zei tegen J. heel flegmatisch dat ik nog niet vaak zo’n lekkere soep had gegeten en dat ik mijn afwas wel zou doen. Ik kieperde de worm en het klein beetje restsoep in de keukenvuilnisbak, zonder me maar enige zorg te maken over “het” selecteren of selectief gedrag. Wat ik had gegeten was erg lekker, maar de bodem van de beker was er net iets te veel aan.

    10-05-2018 om 20:27 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (1)


    Archief per week
  • 30/07-05/08 2018
  • 23/07-29/07 2018
  • 16/07-22/07 2018
  • 09/07-15/07 2018
  • 02/07-08/07 2018
  • 25/06-01/07 2018
  • 18/06-24/06 2018
  • 11/06-17/06 2018
  • 04/06-10/06 2018
  • 28/05-03/06 2018
  • 21/05-27/05 2018
  • 14/05-20/05 2018
  • 07/05-13/05 2018
  • 30/04-06/05 2018
  • 23/04-29/04 2018
  • 02/04-08/04 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 05/03-11/03 2018
  • 19/02-25/02 2018
  • 12/02-18/02 2018
  • 05/02-11/02 2018
  • 22/01-28/01 2018
  • 15/01-21/01 2018

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    agenda

    Belangrijke data in mijn agenda



    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Meer blogs