40 jaar kinesitherapie praktijk - 95 dagen wandelfeest.
03-06-2018
Fontcouverte surplace...jour de repos.
DAG 36: Zondag 3 juni 2018.
Onder mijn voeten: Fontcouverte surplace. Jour de repos!
Als ware toeristen flaneren door Saintes .
De slaaprecords liggen aan diggelen. Zowel Walter als ik worden simultaan wakker om 8.00u. Op het klepperen van de kerkklokken tel ik langzaam ontwakend mee tot acht. Niet dat ik rustig op stond, toch maakte er enig schuldgevoel zich van mij meester omdat ik zo flashy laat verticaal stond. Het programma hadden we gisteren al besproken in detail en we zijn nu éénmaal gewoon om heel gestructureerd te werk te gaan, dus opstaan, ontbijtje verzorgen, goed douchke, afwasje van gisteren en daarna de ruikende frigo eens even onder handen nemen. Bij nazicht blijkt er tijdens het transport een flesje met sojasaus te zijn gekanteld en opgedroogd aan de bodem. Dit goedje is bovendien niet zo welriekend zodat interventie zich opdrong. Er werd nog net geen noodplan uitgevaardigd, maar de onaangenaamheid bij het openen van het ijskastdeurtje was zowel Walter als mezelf niet ontgaan. De warmwaterkan voor koffie werd geruild voor warmwaterkan voor opkuis omdat Walter ondertussen met meer dringende collitis-extractie festiviteiten zich had verwijderd naar het kleine huisje. Ik had dus het kot voor mij alleen en dat kwam goed uit want onze bodem stond bedekt met voedingsattributen die koel hoeven te blijven. Op geen tijd was heel het zaakje geklaard en beiden ondervinden we dat de malafide geur toch verdwenen is.
We wenden ons naar het terras van de camping en aan de verleiding is echt niet te weerstaan. Een zalig pintje uit den tap: une pression, Madamme. Het smaakt zoals het klinkt, en de madam was zo vriendelijk als het pintje druipte. We dronken er twee, zowel van dorst als van goesting, want dat je aan de toog zit heeft iedereen gezien, zeg ik altijd maar, maar dat je dorst hebt, dat ziet niemand. Dus geen schaamte, we komen er rond voor uit, het leven is hier zalig en niets doen we ons tekort. We dachten in de vooravond naar het stadje te gaan om er iets te gaan eten, maar die vriendelijke madam raadde ons aan dat toch niet te doen. De meeste en dus ook de betere zaken sluiten na 15u en dan is Saintes mort. Dus gingen we op de middag flaneren door de straatjes van Saintes op zoek naar een goed(koop) restaurantje Wie zoekt die vindt. Walter at een tartaar met gebakken patatjes en ik koos voor een slaatje met gerookte zalm. De schotels waren mooi, goed bovendien en vooral veel. Een dessertje ging er niet meer bij. We dronken zelfs Affligemse van het vat, hier diep in la douce France.
Voor de rest hield ik me vanmiddag bezig met het ontwarren van een Gordiaanse knoop in verband met het conversieprogramma Picasa 3. De drukker van mijn boek wenst de fotos die ik onderweg maak, in een bepaald zwaar formaat om bij vergroting niet te veel kwaliteit te verliezen, maar anderzijds kan de blog zwaardere bestanden dan die ik nu gebruik niet tot bij de lezer versturen. Dus heeft Gwenny mij een programma aangeraden waarbij ik de fotos in zwaardere resolutie kan maken en ze kan verkleinen voor de blog. Het lukt me bijna.
Vanavond eten we de rest van de spaghetti en morgen zijn we en route. Ik laat je wel weten hoe het draaide, want ze geven tot donderdag elke dag kans op regen. Maar, we wachten wel af.
Het gebeurde eerder in mijn carrière wel eens dat mijn huisbezoek niet alleen diende om de patiënt te revalideren, maar ook een sociale taak inhield die ik vrijwillig uitvoerde. Zo behandelde ik een alleenstaande mevrouw die tijdens hartje winter sukkelde met een ontsteking van de knieschijfpees. Een pijnlijke situatie wanneer men beweegt, een pijnloze toestand wanneer het been gestrekt kan rusten. Het vrouwtje woonde alleen op den Doren en haar huis was een aaneenschakeling van kamers. Men kwam binnen in een smal vertrek. Net niet lang genoeg om een gang te zijn. Daarna volgde de keuken die meteen ook dienst deed als eetplaats en nagenoeg de ganse dag het verblijf was waar de bewoonster vertoefde. Tijdens haar verzorging was dit ook de plaats waar de mevrouw s nachts sliep in haar lange zetel. Hier stond de enige kachel des huizes.
Onmiddellijk achter de keuken bevond zich de eerste chique plaats met meubilair dat niet werd gebruikt. Daarna volgde de tweede, minder kwetsbare plaats waar televisie werd gekeken, dan was er een derde plaats waar werd gestreken en spulletjes werden opgeborgen in twee kasten tegen elke muur. De vierde plaats was de slaapkamer en dan volgde een soort van vuile berging. Hier lagen de ajuinen te drogen, werden de kolen voor de kachel gestapeld, lagen de aardappels onder een juten zak, stond er een oude stoel en wat tuingerief. Deze berging gaf met een oude houten deur en grendel toegang tot de tuin.
Men moest werkelijk elke kamer doorwandelen om zich naar de volgende ruimte te begeven.
Ik verwacht van de lezer de vraag : en waar is de badkamer? Die was er gewoon niet. De dame waste zich in de keuken in een plastieken kom die ze op de tafel plaatste. Verpleging kwam er niet aan te pas.
Het was een heel gedoe om de kolenemmer van gans achteraan naar helemaal vooraan in de keuken te sleuren. De vrouw wilde het wel, maar hield er telkens erg veel pijn aan over. Ik moest geen twee keer voorstellen om kolen op de kachel te gieten en een nieuwe emmer achteraan te gaan halen. Ik bracht bovendien nog een plastieken reserve emmer mee zodat het vrouwtje niet meer zelf naar de berging kolen diende te halen. Een paar keer viel het voor dat de kachel uitgedoofd was wegens gebrek aan munitie. Ik maakte met papier en klein hout dan heel snel terug vuur in die stoof en binnen de kortste keer had madammeke terug warme voeten. Dat gebeurde een keer of drie. Gevaarlijk weliswaar, want ik besefte als die kachel niet brandend werd gehouden, de mevrouw wellicht ook snel onderkoeld zou geraken. In het weekend kwam de dochter langs en kon ik beschikken, maar tijdens de week waren we van corvee.
Het was een woensdagochtend, wanneer ik de kamer binnenkwam en zag dat er iets niet pluis was. De mevrouw lag in de zetel en leek mooi te slapen. Wanneer ik echter korter bij kwam merkte ik de bleke huid en die voelde ook koud aan. Een fel contrast met de kachel die zoemde van heetheid.
Een polsslag was er niet en de ademhaling was ook afwezig. De dokter is daarna de dood komen vaststellen. Toch blij dat H. niet is gestorven van de kou.
Et voilà , c'est Thomas qui m"accompagne pour la deuxième fois.
DAG 35: Samedi 2 juin 2018
Onder mijn voeten: Saint-Jean-dAngély Fontcouverte 27,2 kilomètre.
Et voilà, cest Thomas qui m accompagne pour la deuxième fois !
Thomas, veuillez mexcuser, mais écrire en Français cest encore plus difficile que parler la langue. Et ma conversation était déjà si pire. Mais enfin, être un pèlerin tu me donne pitié sans doute.
Bonjour Thomas, comme promis cette après-midi, je commençe mon blog en Français pour faire la preuve que jécris en effet une histoire de la route. Thomas ma accompagné les derniers kilomètres avant mon arrivée a Fontcouverte. Quil est sympa, le jeune homme a pris 4 mois de pause de carrière. Dorigine il est de Chartres, la ville avec la plus belle cathédrale du monde ( blagueur ) Son métier ce concerne le secteur sociale et il fait des enquêtes pour aider des handicapés, des vieilles personnes, des gens avec beaucoup moins de possibilités. La conversation en chemin a directement un sujet qui intéresse nous deux. Aider les gens qui ne peuvent pas défendre ses droits, et surtout, aider des gens qui nont pas eu toutes les possibilités depuis leur naissance. Je vous salue,Thomas, de tout mon cur et je croise les doigts pour que tu réussisse ta mission.
Jos en ik vertrekken om 8.10u aan de parking waar Walter en ik vannacht zeer goed sliepen. De tocht begint meteen met een wandeling door het dorp. Die hadden we alle vier eigenlijk gisterenavond al gedaan toen we een pizza gingen eten (meer dan behoorlijk lekker en vooral zeer goedkoop). We aten gezellig met Jos en Gwen en Walter op een ingesloten terrasje waar het zonlicht bleef tot iets na 21.00 uur. Dit stadje is eigenlijk een heel mooie oudere vesting. Het uitgerafelde decor van kleine smalle straatjes die zich niet konden aanpassen aan het moderne autoverkeer verraden dat hier andere modificaties nodig waren. Om koning auto enerzijds het leven in het hartje centrum zo onaangenaam mogelijk te maken en anderzijds de bewoners en toeristen de gelegenheid te geven toch nog langs de straten te kunnen flaneren, werden er toegangspalen in het leven geroepen die enkel via een code in te tikken (uitstappen uit de wagen en intikken manueel) in de grond verdwijnen en dit enkel na 20.00 uur.
Twee rijzige torens trekken mijn aandacht en gunnen u via een foto uw mening. Het wandelen verloopt opnieuw zeer vlot en dank zij ons gepraat en overwegend gewaagde tactiek der afleiding tijdens bergop en bergaf loopt de kilometerteller sneller dan verwacht. We zitten op kilometer 12 op een idyllische plaats die geen schilder onberoerd zou laten. Ik zit met mijn voeten boven een aflopend watervalletje en waar het water met matig gedruis in het lagere beekje valt, bevindt zich aan de overkant een mooi gerestaureerd huisje met chouette details die uitblinken in grandioos decoreertalent. Het prachtig decor waarin Jos en ik zitten maakt ons beiden lyrisch. Zowaar Jos begint te rijmen en te dichten over een groot woud en een bank in hout maar de rest van de tekst is hij kwijt. We helpen zo nu en dan elkaar in rijmende woorden maar eigenlijk trekt de tekst op niets, zelfs vuile woordjes komen er aan te pas, en meteen wordt de toon gezet: geen vuile praat onder mannen zonder vrouwendaad. Waar het parcours gisteren vrij eentonig was, is het vandaag zo attractief, afwisselend en zo in de goesting van ons beider gedacht. We lopen door de bramen op wegeltjes die allang niet meer werden gebruikt en moesten ons bukken voor agressieve dorens en hoge distels. Regelmatig moesten we ons ontdoen van prikkende takken die met hun dorens ons aanvielen en gemeen vastklampten. Een mens moest ons hebben bezig gezien. Niemand zou kunnen geloven dat Jos en ik van persoonlijkheid zulke rustige en geduldige mensen zijn. We amuseren ons rot in deze wildernis en meteen beginnen we weer te fantaseren over ons gevecht om te overleven. De streek van de Cognac en de Pineau des Charentes wordt gekenmerkt door heel frivole en niet zo grootschalige wijngaarden. Heel lieflijke hellende flanken en vooral heel goed weer vandaag. We zijn allebei weer eens gelukkig en opnieuw beleef ik die tijd van toen, wanneer ik zoveel malen met Jos op pad ging. Toegegeven, wanneer we na 27 kilometer de Walter en Gwen zien staan, lachen mijn kaken een brede tandenboog bloot. Jos vindt nog een kraantje op 100 meter van de aankomst en daar doen we ons beiden tegoed aan die fantastische drank. Het water smaakt naar frisdrank en lavend bier tegelijk. Onze tong plakte tegen onze slokdarm en eigenlijk is dat best gevaarlijk.
We staan op de camping in Fontcouverte: heel mooie en rustige plaats vlak tegen de rivier La Charente.
Deze avond eten we een koude schotel met een glaasje bier en morgen leg ik er heel eventjes de riem af. Rusten en bezinnen. Genieten van het mooie weer en een uitstapje naar Saintes waar er wellicht iets is te zien. Maar de blog loopt gewoon door.
Tot morgen.
Achter mijn handen: DE VERHUIS
Het was een weduwe van 85 jaar die nog steeds elke avond de trap naar boven opging en op de eerste verdieping in haar slaapkamer de nacht doorbracht. Sinds de dood van haar echtgenoot een 15-tal jaar geleden was ze overgeschakeld naar een éénpersoonsbedje.
Op een bepaald ogenblik werd het met de week duidelijker dat deze transfer naar de bovenliggende verdieping echt wel moeilijk begon te verlopen. Niet alleen fysiek problematisch maar bovendien ondervonden we samen met de dochter van deze mevrouw dat het gevaarlijk werd en dat zowel het zicht als de fysiek mogelijks wel eens valrisicos konden inhouden of zelfs veroorzaken. Het besluit was heel snel genomen: er zou een nieuw éénpersoonsbed worden aangekocht en beneden in de huidige leefkamer geplaatst worden. Een bed met een elektrisch verstelbare lattenbodem, een heel goede, een dikke en uitgekiende matras, en bovendien moest het bed zodanig hoog zijn dat de mama eenvoudig en zonder al te veel inspanning vanuit dit bed rechtop zou kunnen staan. Er werd inderdaad aangekocht en de materiaalkeuze was uitermate goed. Eénmaal dat alles geplaatst was naar de goedkeuring van oma, kon iedereen weer gerust op zijn twee oren slapen. Zo dachten we toch.
Bij een volgende behandeling werd er gevraagd naar de slaapsituatie. Oma kon in dat nieuwe bed niet aarden. Het opstaan s morgens verliep immers totaal verschillend van boven. Boven kon ze langs de rechterkant uit het bed komen en kon dus haar sterker rechterbeen eerst gebruikt worden. Beneden verliep alles omwille van de lokalisatie van het bed in de andere volgorde. Ze was verplicht langs links uit te stappen en dat wou echt niet vlot verlopen.
Ik stel de dame voor om het bed te draaien en dus het hoofdeinde naar de living te plaatsen en de achterkant tegen de muur. Dat zou al wat beter zijn zei ze. Ik verplaats dus op eigen houtje de tafel en de stoelen en zet ander meubilair en attributen ver aan de zijkant zodat er eenvoudig kan worden omgedraaid. Het lukt en zowaar, de mevrouw is heel tevreden.
Er wordt enthousiast en overtuigd van de oplossing, gepolst naar haar nieuw slaapgedrag nu. Alweer is de reactie niet rooskleurig. De matras is veel te dik, ze voelt te warm aan, ze ligt veel harder en bovendien veroorzaakt ze pijn in de rug. Iets wat ze in haar ander bed nooit heeft gehad. Ik ontzie het een beetje en geef de raad toch een paar weken aanpassing te gunnen aan haar wervels en spieren. Maar bij elk kine-bezoek is er hetzelfde verhaal dat dit bed haar dood wordt want ze heeft niet voldoende nachtrust, ze slaapt met pijn en staat op met pijn. Iets wat ze herhaalt en blijft herhalen.
Tot ik op zekere dag voorstel om de matras van het oude bed naar beneden te halen en deze nieuwe matras dan maar op het oude bed te leggen. Ik overtuig mevrouw dat de lattenbodem van boven echt niet deugt om op dit nieuwe bed te leggen. Er wordt ingestemd met de verhuis van de matras. Ik haal al mijn Newtonmeters spankracht boven en sleur minutieus trap per trap die matras naar boven. Het zweet staat in mijn nekhaar te druppelen. De mevrouw observeert mij van in het trapgat beneden en mompelt iets van Tarzan De oude matras wordt minder elegant en veel sneller als daarjuist van boven naar beneden getransfereerd en het bed wordt netjes opgemaakt.
Het volgende bezoek kreeg ik van de mevrouw een doosje pralines, als dank voor de redding van haar leven. Ze had zo goed geslapen en heeft het zelfs gepresteerd om haar ogen voor de eerste keer te openen een uur later als haar normale tijd van opstaan. Ze was me heel dankbaar en heeft nooit nog geklaagd van slaap- of ontwaakstoornissen.
La Villedieu Saint-Jean-dAngély 27,6 kilometer.
De tijd van toen, herinneriiiiiingen !
Jos is een vriend van uit de Chiro en laat geen gelegenheid liggen om me op te zoeken wanneer hij uit Suriname op bezoek komt in België. Vriendschap die nooit verwelkt of nooit is verbloemd. Dit keer lag het iets moeilijker aangezien ik hier in het douce Frankrijk mijn goede pijlen uit het beste hout aan het verschieten ben op vele plattelandse wegeltjes. Hoeveel kilometer zouden we samen niet afgestapt hebben, ik durf er geen getal op plakken maar het ruimte station ISS zal ons misschien nog net voor blijven. Ik keek er al heel de week naar uit en de vreugde was alleen maar des te groter wanneer ik deze nacht tijdens mijn urinaire ventilatie zijn wagen zag staan naast onze mobilhome. Ze waren om 1 uur in de nacht aangekomen en wilden ons niet meer wakker maken. Deze morgen dus een klaar heldere hemel met alleen maar blije gezichten: én de zon scheen én kameraden die elkaar weerzien na een jaar onthouding van vriendschappelijke gesprekken. Er zal weer wat afgetetterd en gelachen worden tijdens de mars. Om 8.26u zetten we ons schrap en net als opgejaagde sleehonden schieten we uit de startblokken. Er wordt inderdaad wat geschertst en gelachen, anekdotes van vroeger boven gehaald en vooral veel bijgepraat over wat er is gebeurd en nog staat aan te komen. Het verleden herleeft onder het ritme van ons beider gestap. Ook de herbeleving van het passenritme en de even lange passenlengte zoals destijds in Corsica schenkt me wederom vleugels en nog net op tijd kan ik een denderende vreugdescheet onderdrukken. Ik stap immers niet alleen denk ik. Niet lang meer hield ik die ingehouden flatulentie nog uit, want wanneer de druk uit mijn darmenketel spuit antwoordt de Jos dat hij zich weer helemaal thuis voelde bij mij. Wat een compliment. We stappen er een aardig ritme op los. Na twee uren duidt de GPS al 12,7 kilometer aan. Dit is niet goed vindt mijn vriend, want we dreigen veel te vroeg aan te komen. Walter en Gwen staan getrouw zoals verwacht werd op de afgesproken plaats en er wordt wat gedronken en tape aangelegd op de voeten van de medeloper. Hij voelt zich duidelijk ook in zijn sas en geniet van de trip als een hongerig kind aan de moederborst. Heel even moeten we de GPS wat bijsturen wanneer hij ons over een moeilijk brugje (afgebroken latten op de bodem en enkel nog een boomstam op te lopen) loodst en we naar de weg er achter wat moeten bunkeren. Dat vindt de Jos natuurlijk ook zeer prettig en hij kan het niet laten dat ook te melden. Zo wat avontuur is toch ook plezant, he Pa, zoals in de droppings in de Ardennen. En dat we daar wat hebben uitgestoken. We halen allerlei gebeurtenissen uit vroegere droppings weer naar boven en hop, we hebben weer gesprekthemas voor de volgende vijf kilometer. Jos vertelt me dat Gwen soms vraagt waar wij zoal over praten onderweg. Hij antwoordt dan dat er door onze gesprekken al heel veel wereldproblemen hun oplossing vonden, waarbij hij met zijn vier vingers en de duim een schuivend gebaar maakt van zijn neuspunt naar voor toe (Pinnokio die liegt). Wanneer we plots een vluchtend reetje zien springen doorheen en over de kniehoge tarwe, merk ik op dat zo een beestje wel elegant springt en loopt. Jos repliceert met het antwoord dat hij zich op die manier elke dag verplaatst naar zijn werk. Om 13.40u staan we na 27,6 kilometer voor het kerkhof in Saint-Jean-dAngély. Walter zit er getrouw op ons te wachten. Een kerkhofspoeling en dan picknick wat verder op een grote parking waar ook alle natte kleren van gisteren worden opgehangen. We eten er een Frans broodje met beleg en koffie en voelen met de minuut dat de wedergeboorte ons uit een fysieke vermoeidheid terug naar weelderige en haast moeilijk te beschrijven genietmodus begeleidt. Jos en Gwen gaan op zoek naar een slaapgelegenheid voor vannacht, want morgen wil hij opnieuw nog een keer mee. Is dat geen goed nieuws. Geen gekook vanavond. We zitten straks met vier aan tafel en laten ons allen eens lekker en keurig bedienen. Geen pelgrimspraat, ik weet dat, maar al mijn fouten en straffen zijn haast uitgeboet het genieten kent nog steeds geen einde.
Niet jaloers zijn, geen biscandatie ge had maar moeten meekomen.
Tot morgen.
Achter mijn handen
REDDINGSOPERATIE IN DE W.C.
Er kwam een heer aangelopen op onze kampeerplaats in Nieuwpoort. We stonden er met het gezin voor een weekje vakantie op de camping van de toenmalige organisatie Vakantiegenoegens. Het was een zwoele zomernamiddag en we hadden familie op bezoek. Via één of ander informatienetwerk rondom mijn staanplaats moet de man hebben geweten dat ik een paramedisch beroep uitoefende. Zijn vrouw had zich enige tijd geleden naar het toilet begeven, maar bleef iets te lang weg om zich niet ongerust te hoeven maken. Hij was dus op zoektocht gegaan en had zijn vrouw op één der toiletten gevonden. Door een spleet onder de deur kon hij zien dat zijn echtgenote op de grond lag voor de deur. Bij nazicht bleek de mevrouw op dat toilet opgesloten te zitten. Erger nog, ze was waarschijnlijk van de pot naar voor gevallen en bevond zich tussen de deur en de W.C.-pot. In paniek vraagt de man of ik hem niet even wil komen helpen. We spurten naar de plaats des onheils en inderdaad, ik zie onder de deur die mevrouw daar liggen in haar braaksel en stoelgang. De sloten waren langs de buitenkant te openen door een grote spleet waar een muntstuk in paste. Al heel gauw was er iemand die me dit ter hand stelde, maar helaas kreeg ik die deur niet open omdat de mevrouw dit portier zelf blokkeerde met haar lichaam. Het waren bovenaan open toiletten, dus met een lendenslag en jaguar-achtige klauwensprong zat ik bovenaan op de deur. Ik zag die vrouw daar in foetushouding op haar zijkant liggen en kon niet naar beneden springen vermits de ruimte daar onderaan, een vrije landing niet zo evident maakte. En de plas met braaksel, en de massa vloeibare stoelgang, en de mevrouw haar lichaam maakten een comfortabele landingszone onmogelijk. Behoedzaam liet ik me langs de binnenkant van de deur richting vloer glijden.
Erg fijn en erg proper was het niet, maar in zon situaties ben ik super nuchter. Niets dat me deert.
Ik zette de mevrouw op de W.C., maakte de deur los en kon zo een helper die langs de buitenkant stond te wachten, binnen laten. Samen hebben wij die mevrouw dan in de gang van het sanitaire gebouw op een aangebracht deken gelegd en de eerste zorgen toegediend. We spoelden hier en daar wat braaksel weg, reinigden haar benen en fatsoeneerden haar kledij waar dat nodig was.
Ze had tijdens het toiletbezoek een hersenbloeding doorgemaakt. Tijdens heel de evacuatie was de vrouw volledig bij bewustzijn. De volledige linkerzijde van het lichaam was echter motorisch niet meer functioneel.
Ik schat dat het arme vrouwtje zich ruim 100 keer heeft verontschuldigd. Verbaal deed ze dit met de meest mogelijke moeite. Het universele teken van het geklop met de rechter duimmuis tegen de borst moest deze verontschuldiging nog kracht bij zetten. Ik had echt te doen met deze dame in deze omstandigheden.
De ziekenwagen was er heel snel en bracht deze mevrouw met de grootst mogelijke zorg naar het ziekenhuis van Oostende.
Ik ontving van de man die me om hulp kwam roepen, via het onthaal van de camping, nog een dankkaartje om mijn interventie.
Later vernam ik het nieuws van de echtgenoot dat de patiënte het gehaald had. Ze hield echter aan de hersenbloeding wel een halfzijdige verlamming over.
Internationale ontmoeting met andere Compostella lopers.
DAG 33: Donderdag 31 mei 2018.
Melle la Villedieu 29,6 kilometer.
Internationale ontmoetingen met andere Compostella lopers.
Grijs is het wolkendek en geen zon te bespeuren. Zou het regenen vandaag of blijft het droog? De iets of wat vooringenomen vraag beantwoord ikzelf met een hele hoop optimistisch verlangen. Neen, het ziet er niet naar uit dat het zal regenen, maar toch neem ik mijn regenjasje en regenhoed maar mee. Je weet nooit. Wat ben ik daar blij om geweest. Na nog net geen 8 kilometer krijg ik een ongevraagde douche. Geen zorg, ik heb reserve kousen en hemdje bij. Na een vestimentaire tussenstop sta ik er weer. Daarjuist liep ik nog zoals een koe op glad ijs, omwille van de modder onder mijn voeten en het dichthouden van mijn KW. Bij het doorkruisen van enkele oudere gehuchten zie ik enkele verlaten huizen die in staat van ontbinding zijn. Het kerkje staat er wat onverzorgd bij, en al is het misschien maar een buitenverblijfje voor Onze Lieve Heer, hij mocht gerust wat meer werkvolk aanstellen om zijn nestje wat deftiger te houden. De deur van de kerk staat wagenwijd open en waarschijnlijk kan die ook niet meer dicht. Het loopt wederom zeer gezwind, en wanneer ik in de verte nog twee rugzakken zie lopen, heb ik steeds, al van vroeger, de neiging gehad om die zo snel als mogelijk in te halen. Wanneer ik op hun hoogte kom groeten ze mij vriendelijk goeiendag: Bosoer zegt de dame en meteen verraadt ze zichzelf dat zij niet van dit land afkomstig is. De echtgenoot zegt hello en meteen begin ik in de Engelse taal te vragen naar hun herkomst. Uit the Netherlands zegt de man. Goed, er gebeuren erge dingen in de wereld, maar dit is ook geen fait divers denk ik in mezelf. Ze zijn beiden uit Den Haag en lopen elk jaar 200 kilometer van de Compostella route. Dit jaar vertrokken ze beiden in Poitiers om er van de boorden van de Loire te genieten. Elke dag wandelen ze een 20 kilometer. Ik wens hen nog veel wandelplezier en schakel een versnelling hoger. Ik maak een prent van een oud vervallen kasteel, het is te zeggen, van de majestatische poort die ooit de ingang sierde. Een tweede felle regenbui kondigt zich aan. Ook veel wind en duisternis is erbij betrokken. De grond is verzadigd van het regenwater dat neerviel de laatste vier dagen. Ik moet regelmatig sprongen maken om over de dwarse en uitgebreide plassen in het wegdek te geraken, met droge voeten weliswaar. Ook plakken de zolen van mijn wandelschoenen vrijwel constant en zitten ze zwaar omwille van de aanklevende modder. Blijkbaar is het hier een leemgrond die niet erg doorlaatbaar is. De natuur waar ik doorheen wandel is zeer attractief en afwisselend. Beekjes, rivieren, stroomversnellingen, brugjes, holle wegen en zeer mooi aangelegde wandeldreven zijn mijn deel. Genieten is er nog steeds bij en geloof me, hier kan dat op voorwaarde dat je wat wil stappen. Wanneer ik wat tijd neem op een bank om mijn rozijnkoekje en het havermoutkoekje van Hilde te verorberen, komen er plots drie natte eenden uit een klein padje recht in mijn zicht. Het zijn drie wandelvrienden van tussen de 25 en 35 jaar. Twee mannen uit Chartres en de derde was een Ier. Een vlot gesprek met af en toe wat translaties om duidelijkheid te verschaffen. Wanneer ik antwoord op hun waar-vandaan-vraag, meld ik met enige onbeschaamde fierheid dat ik van Brussel vertrokken ben. Dat was voor hen even verschieten. Het gesprek zit op de rails en na een twintig minuten gaan zij en ik een andere richting uit. Ik kom aan in la Villedieu en net voor ik Walter op de parking tref, maak ik nog een foto om te bewijzen dat de Pineau de Charentes uit deze streek komt. Tijdens mijn dagelijkse sanitaire hygiënische onderhoudswerken op het plaatselijk kerkhof, sta ik volledig in mijn blootje wanneer de hemelsluizen weer eens hun gal en water spuwen. Die douche kon ik missen. In bloot bovenlijf spurt ik met de kom gewassen klederen de mobilhome binnen en ontdoe mij van mijn natte broek. Walter zit op de eerste loge en krijgt waar voor zijn geld.
Deze avond eten we spaghetti met Bolognaisesaus en een goed glaasje wijn met Picon. Ook lekker en ook geleerd van Walter.
Deze avond wordt Jos hier verwacht en morgen doen we dan nog een Compo-stellake. Ik laat je weten hoe het ons is vergaan.
Groeten uit Melle maar t is niet voor mijn eenzaamheid, want aan Walter heb ik goed gezelschap.
Achter mijn handen:
KOEKEN BIJ DE KOFFIE
Reeds enkele jaren kunnen wachtende patiënten zich gratis bedienen van een heerlijk tasje koffie in de wachtzaal. Allerlei taferelen zie en hoor je daar dan in die ruimte. Het is er echt een plek van sociaal contact en menig patiënt komt volgaarne enkele minuten te vroeg om deze interactie tussen velerlei lotgenoten van verschillende maatschappelijke pluimage zijn dag mee te helpen kleuren.
Je hebt er geen idee van wat een kartonnen bekertje espresso koffie kan uitlokken, realiseren en zelfs vermijden.
Tijdens het lezen van de ochtendkrant en zich vergewissend van de gunstige beurscijfers en evolutie van de BEL 20 staat de speculant heel verblijd op van zijn stoel en antwoordt hij fortuinlijk op onze interpellatie naar zijn schouderpijn, dat alles zeer goed evolueert.
Na het slurpen aan het warme bekertje vertelt de haast onderkoelde mevrouw aan de andere patiënt dat ze zich zo goed voelt met deze warme koffie. De aanzet tot een positieve dag is gegeven.
Er is een mevrouw die haar uitgebreid ochtendontbijt bij ons in de wachtkamer benut. Ze komt éénmaal per week en passeert dan eerst bij de Open Bakker. Ze haalt er welgeteld twee heerlijke gevulde koffiekoeken en zet zich met een zakdoek als tafellaken aan ons klein kastje. Koffie met melk en suiker samen met de verse koeken moeten van deze door God zelf geschapen dag een goddelijk geschenk maken dat zich eenmaal per week aan deze mens voltrekt. Laat hierna dan nog een zalige en rugspier ontspannende massage volgen en meteen kent de voorbije week, een zalige epiloog.
Er is die patiënt die het niet kon nalaten terug te keren naar de wachtplaats na zijn behandeling. In plaats van huiswaarts te keren plofte hij zich met een nieuwe koffie op de stoel om te bekomen van de oefeningen. Naar de kiné gaan wordt zo een dag vullende bezigheid en daarbij is er de koffie toch zo goed .
Er is de echtgenoot die tijdens de behandeling van zijn eega wacht op zijn partner. Wachten is hier verheven tot een luxe bezigheid en zeker geen verloren tijd, want na de behandeling vertelt hij haar wat hij las in de krant. Meteen is er een onderwerp gevonden voor dialoog gedurende de rest van de voormiddag.
Het gebeurt dat mensen de opmerking maken dat ze nog niet klaar zijn in de wachtzaal. Ze willen eerst elke letter hebben verslonden van het artikel dat ze aan het lezen waren. Er wordt dan met een knipoog gemeld dat onze afspraken te stipt lopen. De rollen worden dan al eens omgedraaid en zo zijn wij het soms die moeten wachten zonder koffie.
In de wachtruimte zien sommige mensen elkaar sinds jaren nog eens terug en wordt de draad heropgevist om oude vriendschappen aan de zuurstoffles te koppelen. Er worden dan behandelingsafspraken gemaakt bij de kinesist in functie van het tijdstip en dag van de andere patiënt zodat ze elkaar vooraf nog even samen zien en wat kunnen vertellen in de wachtzaal.
Er worden bij de koffie ook wereldproblemen besproken en zelfs oplossingen voorgesteld. Misschien een hint aan plaatselijke politiekers om hier hun mosterd te komen zoeken!
Niets zo eenvoudig als het objectief oordeel van een koffie slurpende wachtzaal zitter.
Er werd ooit een behandeling en waarschijnlijk frustrerend contact vermeden door in de wachtzaal koffie in een kartonnen beker te schenken. Een eikel van een man werd ooit doorgestuurd omdat hij bloedernstig mijn koffie op de korrel nam. Hij wou die niet drinken uit een beker in verdikt papier. Die heb ik dan maar doorverwezen naar de concurrentie.
Er werden moppen getapt en verhaaltjes verteld. Er ontstond onder mijn begeleiding zelfs ooit een samenzang van het Te Lourdes op de bergen lied
Je moet dit ooit zelf eens meemaken, je zou voor minder een voet omslaan.
Onder mijn voeten: Lusignan Saint-Sauvant Melle 41,6 kilometer.
Een wandelende Zorro zonder paard.
Ik beken het eerlijk: Tijdens de voorbereiding en dus het opstellen van mijn stapprogramma heb ik liggen prutsen en zoeken om die voorlaatste week voor Bordeaux, toch wat minder zwaar in kilometers te kunnen plannen. Het lukte niet. Ik moet immers rekening houden met overnachtingsplaatsen, afstanden, bevoorrading en vooral ook bereikbaarheid voor de mobilhome. Reeds van voor het vertrek in Herent besefte ik dat deze week de zwaarste week zou zijn. Dat de huidige weersomstandigheden dan nog wat tegenvallen kan de missie en taak die eronder ligt alleen nog wat meer in de war sturen. Achterna maakt het je prestatie des te sierlijker. Deze morgen op de camping vanaf 5.30u reeds veel tamboer en lawaai want de trophy tour van visueel gehandicapten die gestart waren in Bordeaux en zich verplaatsten naar Poitiers om de toeschouwer te tonen dat gehandicapte personen wel degelijk prestaties kunnen leveren (een soort kom op tegen kanker van bij ons). Gisterenavond stonden hier wel vijftig tentjes en wagens, 20 camionetten en een tiental grotere vrachtwagens. Een fel opgedreven geluidsinstallatie met dito microman zweepte met muziek en slogans de menigte op. Tijdens mijn toiletbezoek zat ik naast een deelnemer en die vertelde me de details van de trophy. De vlaggen en wimpels aan de ingang van de camping waren Walter en mezelf niet ontgaan. De ontgoocheling was groot, want beiden dachten we aan een zeer onverwacht en gul onthaal alhier. Het was dus niet voor ons bedoeld. De zon is van de partij, maar heeft een zeer grote badmuts op want het water voor haar oogjes is in grotere mate aanwezig als de gloeibol zelf. Het is een waterzonnetje en ze geeft om 7.30u nog geen warmte. Ik vertrek toch maar in korte benen en licht zomerhemdje met korte mouwen, al was het maar om Laura-Soleil wat uit te dagen. Het zou dus de derde zware dag worden op rij. Als alles zou lukken stap ik vandaag een 42 kilometer tot in Melle en zitten we vanavond weer heel mooi op schema. Walter en ik hebben de dag opgedeeld in drie stukken. We ontmoeten elkaar na de eerste 20 kilometer in Les Basses Boudillieres. Daarna een twee reünie in le Coudray na 31 kilometer en tenslotte afspraak op de overnachtingsplaats in Melle na 41 kilometer. Het parcours vandaag liep veelal langs het GR-pad en de Compostella route. Toch was ik zeer verheugd door de juiste keuze van schoeisel deze morgen. Vanaf de tweede kilometer was het lopen door en over hoog gras dat nog nat en vochtig was van de regen en de dauw. Het onweer heeft hier trouwens ook zeer lelijk huisgehouden. Verscheidene malen moet ik me over en zelfs door omgewaaide bomen murwen. Geen sinecure want die takken houden je tegen alsof het grijparmen zijn. Ook veel stukken takken die naar benden zijn gevallen liggen op mijn spoor.
Na nog geen 3,5 uren bereik ik de eerste post en sta zelf versteld van deze knappe tijd. Via de zendpost vind ik mijn begeleider op de juiste afgesproken plaats. Wat loopt het hier op wolkjes en kan zelfs de fakir op zijn vliegend tapijt mijn poepje ruiken. Ik loop gezwind het tweede deel van mijn dag traject. Na 8 kilometer kon het niet meer uitblijven. Een wolk boven mij zat met hoog water en de druk moest duidelijk van haar ketel. Lossen dan maar dat water. Gedurende een halfuur loop ik zoals Zorro zit op zijn paard. Mijn regenjasje heb ik aan de nek, de twee uiteinden met elkaar verbonden met een musketon klem zodat die niet kan wegwaaien en de mantel van de KW werp ik achterwaarts over mijn rugzak zodat die zeker droog blijft. Ik weet het, geen zicht en absoluut medelijden opwekkend. Blijven steken in mijn jeugdjaren en zo graag die Zorro eens imiteren. Maar niemand kent mij hier, niemand heeft weet van mijn persoon en verder vertellen zal men het ook niet, want daarvoor is mijn paard te snel Het laatste stuk is het kortste en nog voor ik het goed en wel besef loop ik door hartje Melle. Heel mooi stadje met pittoreske plaatsen en straatjes. Ik maak er een paar fotos van onder meer enkele smalle steegjes en een bloem in het park. Het bloemenpark is een initiatief van de gemeente en heeft een verzameling van velerlei rozen variëteiten en menig andere inheemse zowel als uitheemse bloemensoorten. Bij elke plant staat een tekst met uitleg over herkomst van die plant en zijn geneeskrachtige eigenschap. Ook de manier van cultiveren staat er uitgebreid vermeld. De wandeldreef is zowat 800 meter lang en bevindt zich ook op het GR pad. Een aanrader. Op de grote plaats tref ik nog een kiosk aan en een overdekte ruiterij (manège). Na wat dalen en op het laatste nog een moordende klim, kom ik nat en badend in mijn eigen vocht boven toe bij Walter aan het kerkhof. Mijn graf ligt klaar denk ik.
Vanavond eten we patatjes met witte selder en gehaktballetjes met een wijntje. Erna is fruitsla voorzien en voor het slapen gaan drink ik zeker nog een petite jauneke. Goed voor mijn prostaat, al heb ik er nog geen last van
Morgen stap ik een lichtere tocht van 29 kilometer naar Lavilledieu en vrijdag rolt hier de rode loper uit want dan wandel ik zij aan zij met Jos, mijn wandel- en klimmaat van weleer. We zullen weer wat kunnen tetteren tegen elkaar want het is al lang geleden dat we nog eens naast elkaar ons DING konden doen. Welkom Jos.
Tot morgen
Achter mijn handen: JOHAN, IEDEREEN GAAT DOOD
Er was een oude man die alleen woonde in een veel te groot huis op het einde van een doodlopende straat aan de vaart in Wilsele. Ik had hem in behandeling om zijn algemene conditie wat op te waarderen en ook zijn gangpatroon zodanig te herstellen en te verbeteren dat hij in staat zou zijn met een rollator zich zelfstandig binnen en buiten te verplaatsen. Hij moest zijn dagelijkse activiteiten in huis, ook onafhankelijk van externe hulp, moeten kunnen uitvoeren. De afspraak was dat Henri zo lang mogelijk in zijn eigen huis wou blijven. Hiervoor deed de patiënt een beroep op ons. Een persoonlijke coach zou hem via doorgedreven oefeningen en specifieke training helpen om die betrachting te realiseren.
De doelstelling was althans door ons en hemzelf zo geformuleerd. Want de eenzame man kon ook rekenen op de hulp van een zeer goede vriend die in Leuven woonde. Deze vriend ontfermde zich zolang het nodig was, elke dag in de voormiddag, over de nodige boodschappen en de noodzakelijke administratieve plichtplegingen. Het liep er zoals de radertjes in een horloge. Ook wij mochten aan deze huishoudelijke structuur deelnemen. De vriend kwam in de voormiddag, wij kwamen elke dag in de namiddag en de verpleging kwam elke dag s avonds. Zo ging het enkele weken en de resultaten waren verbluffend.
Henri kon met de rollator op straat wandelen wanneer het warm genoeg was en niet regende. De vriend diende maar tweemaal per week langs te komen en de verpleging werd gereduceerd tot 2 toiletten per week. Wij bleven 3 maal per week behandelen.
Tot de dag dat Henri heel plots en acuut ernstig ziek werd. Het begon met een eenvoudige verkoudheid, die uitmondde in een dubbele longontsteking. Toen ik op vrijdagnamiddag langs kwam met een stagiaire, lag de man met hevige koorts in bed en wist hij niet goed meer wie ik was. Ook mijn collega stagiaire merkte op dat Henri het niet zo goed stelde. Wij namen zelfs het woord terminaal in de mond, omdat de ademhaling zo kort en oppervlakkig verliep en de transpiratie van de man verraadde dat hij hoge koorts had. Bovendien antwoordde hij niet meer alert op de vragen die we stelden en moesten we besluiten dat hij niet in staat was om met ons te communiceren.
Ik vermoed ook dat Henri inderdaad echt stervende is, bedenk het tijdstip van de dag en de dag van de week. Vrijdag rond 15.30u voor een weekend, op sterven staat geen tijdstip, maar zonder iemand aan je zijde is niet de ideale manier om naar een andere wereld te verhuizen bedacht ik.
Ik besluit de huisarts te bellen.
Hallo dokter,
Ik ben hier op huisbezoek bij Henri en merk dat het echt niet goed gaat met de man. Eigenlijk bel ik je om te zeggen dat Henri heel slecht is en ik vermoed dat de man stervende is. Kun je even langskomen om samen voor deze patiënt een oplossing te zoeken naar het weekend toe?
De arts in kwestie was waarschijnlijk ook verbaasd om deze boodschap te horen, maar net niet fijngevoelig genoeg om hierop heel dwaas en totaal buiten de kwestie te antwoorden.
Wij gaan allemaal dood, hoor Johan. Er bestaan geen uitzonderingen.
Ik begrijp het niet goed en daardoor valt er een kleine pauze van een, twee, drie seconden.
Wij gaan allemaal dood zindert het nog na wanneer ik heel pittig en toch nog snel genoeg om direct te zijn, na een drietal seconden mijn antwoord formuleer:
Ja dokter, iedereen gaat dood, maar de omstandigheden en de omgeving waarin je sterft zouden voor mij persoonlijk belangrijker genoemd durven worden als de actie van sterven zelf. Wanneer u het initiatief niet neemt om deze man te laten opnemen in het ziekenhuis, dan doe ik het wel. Maar ik laat deze man hier niet en nooit alleen in dit huis eenzaam sterven.
De huisarts oordeelt om onmiddellijk te komen checken, en besliste dan ook tot een opname. Maandagmorgen om 6 uur is de man gestorven in het U.Z. Gasthuisberg te Leuven
Onder mijn voeten: Buxerolles Fontaine-le-Comte Lusignan 46,4 kilometer.
En plots is mijn weg, weg: verdwenen.
Robinière daar liep het volledig fout.
Vetrekken om 7.00 uur stipt. Het is zoals in de boekjes maar het ochtendritueel verloopt zo alert en zo structureel dat bij het opstaan om 06.30 ik reeds na een 30 minuten later klaar sta om te vertrekken. Ik loop westwaarts onder Poitiers door maar kan niet vermijden dat ik de voorstadjes en al het bijgevoegde sociale woningnet willens nillens moet doorkruisen. Ook hier zie je vele andere culturen en vele anders gepigmenteerden. Het Franse rijk wordt voor een groot deel bevolkt door nieuwe Fransen, dat heb ik nu al wel door. Ik wandel door een park van Poitiers waar allerlei tuinen gratis te bezoeken zijn. Ik wandel erg geïnteresseerd door het onderdeel Engelse tuinen. Prachtig onderhouden en bovendien zeer kleurrijk. Het regent zoals een man die lijdt aan een prostaat zwelling. Eventjes droog, daarna een straal met intense wateroverdracht, daarna weer eventjes droog. De intensiteit van de waterstralen zijn recht evenredig met de tussenpauze. Wanneer ik na 19 kilometer om 11 uur bij Walter zijn eerste afspreekpunt aankom ben ik even nat als een onderwater gedoken eend. Nieuw ondergoed, verse broek en kousen en na een halfuurtje rust kan ik er weer tegen. Ik wil naar Coulombiers via de GR 556. In Coulombiers is net hetzelfde gebeurd als in Herent in 2006. Toen de TGV-lijn er werd aangelegd werd Herent voor de zoveelste maal in twee verdeeld. Ook de aanleg van de E-314 en de aanleg van omleiding en de Brusselse steenweg maakte dat Herent nu een taart is die in acht stukken is verdeeld. Hier gebeurde net hetzelfde. In 2017 werd de lijn Parijs-Bordeaux commercieel actief en moesten in de omgeving van Coulombiers heel wat huizen en eigendommen worden onteigend voor dit project. Op mijn GPS merk ik zeer snel al enkele onregelmatigheden die mijn techniek van navigatie niet eenvoudig maken. Zo is het bos van het schermpje nergens te verkennen. Zo is ook de afstand tussen mijn positie en een bestaande spoorweg ( de TGV-lijn) minder dan op het scherm is te zien. Ook mijn traject (een GR-pad) is sinds lang niet meer gebruikt en ook de indicaties op de bomen en stenen zijn erg lang geleden geplaatst en verouderd. Wanneer ik een 4 tal kilometer na vertrek op een TGV-lijn bots, begint mijn paniekerige frank te vallen. Dit is allemaal nieuw en het traject van het GR pad bestaat gewoon niet meer. Wanneer ik voor het spoor van de snelheidslijn niet verder kan waar ik normaal nog rechtdoor moet, beslis ik vooreerst niet over die sporen te lopen. Mijn tweede besluit is Jos zijn principe toe te passen. Ik wil zeker zijn van mijn positie en zie naderhand dat heel het plaatje op het scherm van de GPS niet meer klopt met de huidige realiteit. Aan de infrastructuur van de nieuwe TGV-lijn zie ik dat alles nog heel recent werd aangelegd. Mijn derde besluit is dat ik moet weerkeren voor een 4 tal kilometer omdat hier geen andere vluchtwegen voorhanden zijn en om hier echt uit te geraken moet ik wederkeren. Ik loop bunkerend ( via rechte lijnen op kompas en geen rekening houden met paden of wegen) over de aangrenzende akkers die beplant zijn met kleine koolplantjes en met graan. Na een tijdje kom ik op de weg naar Robinière een tractor met boer tegen. Ik doe mijn verhaal uit de doeken en de brave man geeft me alle uitleg en verklaring. De TGV is nieuw sinds 2017 en de GR is oud, maar een nieuw traject werd verlegd reeds 7 kilometer van hier. Dit wordt enkel aangegeven bij het begin van de route in Croutelle, 10 kilometer meer noordwaarts. Ik krijg van hem een lift op zijn tractor voor 2 kilometer en hij zet mij af op de weg die mij via een brug over de snelheidslijn loodst. Op geen tijd ben ik in Coulombiers en bijna op hetzelfde tijdstip komen Walter en ik aan op de afgesproken plaats. Ik verorber een tomatensoepje met balletjes (dank u Liliane), leg mij een half uur neer en besluit voor de laatste trip mij te beperken tot 10 kilometer. Wonderbaarlijke natuur en laat het toeval niet in twijfel worden getrokken, op 6 kilometer voor Lusignan kom ik een ploeg van drie mannen tegen die alle GR-aanduidingen aan het oververven zijn met nieuwe verf. Ik meld hun mijn frustratie in Robinière. Ze weten ervan maar het is niet hun zone waar ze verantwoordelijk voor zijn. Maar ze hebben er nog klachten over gehoord en gingen meteen aan de slag om de plaatselijke organisatie er van in te lichten. Dit mag echt niet blijven duren vinden zij ook.
Na nog een uurtje wandelen staat er op mijn GPS 48,6 kilometer. Ik ben eerlijk, twee ervan heb ik niet gewandeld, maar het zitten op een tractor is ook echt niet comfortabel
Redelijk vermoeid ontmoet ik Walter in het centrum van een heel aangenaam dorp waar men veel geld over heeft voor de renovatie van de Place Notre dame en het kerkplein maar de kerk zelve is echt niet meer in de beste staat. Niet moeilijk dat ik vermoeid aankom, het kerkplein ligt wederom op een hoogte met trappen. Ik passeerde bij het binnenlopen van het dorp een plaatselijke mooie gemeentelijke camping, en stel aan Walter voor om daar te gaan staan, al was het maar om een heerlijk ontspannende warme douche te nemen. We doen het en betalen voor elektriciteit en warm water 15 euro. Daar kan een mens niet vuil voor rond lopen vinden we beiden.
Deze avond eten we varkens fricassée (weer dank u wel Liliane) met rijst en een heerlijk glaasje wijn. Daarna is er een toetje maar Walter wil niet verklappen wat.
Wat zal ik goed slapen vannacht en de topklassieker die hoor ik wel van Walter zijn zeer zacht zescylinderachtig gesnurk. Ik slaap er altijd dwars doorheen,
Mag ik je morgen nog eens een verhaal uit de doeken doen.
Tot dan.
Achter mijn handen: JUFFROUW, ALS JE NIET GOED ADEMT, GA JE DOOD
Juffrouw J. was een oudere onderwijzeres in de meisjesschool in Herent. Toen heette die nog net niet de Kraal. Ze was een ongehuwde dame en bij mijn weten had ze nooit een relatie, al steek ik daarvoor mijn beide waardevolle handen niet in het vuur. Eén hand zelfs ook niet. Ze had nu, nog steeds als Juffrouw, de hoogbejaarde leeftijd bereikt. Mede door het feit dat ik ooit in het eerste studiejaar als angstige zesjarige voor haar majestueuze verschijning moest komen leren hoe ik van de Pastoor de heilige hostie zou ontvangen op mijn tong (ze dipte dan met de klassleutel telkens op ieders uitgestoken tong) stond ik terug enigszins timide op mijn minder jeugdige leeftijd met respectvolle attitude voor dit icoon van de door ons allen gekende onderwijzeres van de parochie. Op het voorschrift stond dat ze slecht ademde en symptomen vertoonde van hyperventilatie.
Toen een familielid mij aan de voordeur opwachtte en binnen liet, gaf deze mevrouw me gauw nog vertrouwelijk enkele hinten. Ze was onhandelbaar, vroeg aandacht, was niet coöperatief en wou geen goede raad aanvaarden. Ik zou er een moeilijke patiënt aan hebben zei men mij.
Ik voelde me net een opgedraaide regulateur. Nu was het mijn beurt om deze onderwijzeres eens wat les te geven in goed ademen.
Bij het betreden van de leefkamer zat er inderdaad een klein hompje mens met een nors gezicht en ademend als een visje in zuurstofarm water. Wat was deze reuzin van weleer erg gekrompen. Hulpeloos staarde ze mij aan en wist nog te prevelen, dat ik na zoveel jaren toch wel erg groot geworden was.
Ik heb je nog gekend als klein manneke, Jowanneke van de koster. Het ijs was dus rap gebroken en eigenlijk lukte het vrij goed om enkele oefeningen aan te leren. Inderdaad het was wel wat koud en warm blazen bij de uitvoering van deze diepere ademhalingsoefeningen, maar al bij al lukte dit zeer goed naar mijn believen en de gestelde doelstellingen.
Na een verrassend toffe sessie rondde ik af met de vraag in de namiddag en s avonds enkele oefeningen (die ik had aangeleerd) te herhalen.
Ik beklemtoonde nog dat ze bij voortdurend slecht inademen, zou sterven. Te veel en te kort ademen zou nefast zijn.
Ik reed met een buitengewoon tof en goed gevoel naar de volgende patiënt omdat ik overtuigd was van de zin van deze sessie en therapie. We zouden Juffrouw J. er wel doorheen helpen.
De volgende ochtend belde ik zoals afgesproken terug aan. Dezelfde mevrouw als de voorgaande dag kwam open doen en meldde mij terstond dat Juffrouw J. vorige avond was overleden. Kouder en beschamend ongemakkelijk dan een ijskoude douche je pijn kan doen, was de beschrijving van de niet fraaie emotie die ik doormaakte. Zo goed als mijn gevoel was geweest de dag voordien, zo ongemakkelijk en gênant voelde ik me nu.
Niets aan te doen, afscheid nemen van patiënten is deel van onze professie en ik weet het zeker voor mezelf: ik leer het nooit.
Een zwaar obese atmosfeer à la Maggie geeft me regelmatig zwoele regen.
DAG 30: Maandag 28 mei 2018.
Onder mijn voeten: Thuré Saint Georges lès Baillargeaux Buxerolles 34,6 kilometer.
Een zwaar obese atmosfeer à la Maggie geeft me regelmatig zwoele warme regen. Ik kan ze beide zo erg veel missen!
Heel de nacht heeft de hemel ons een decor bezorgd van puur expressionistische borstelvegen die kris kras door elkaar waren geborsteld. Een wilde schilderij van puur wolkenvechterij die het slechtste liet verwachten maar niets van het naarste te verwachten, prijs gaf. Om zeven uur als we beiden onze ogen wat licht gunden, hoorden we de tikjes op het dak van de eerste bui vandaag. Het zou niet de laatste zijn. Nochtans wanneer ik me klaar maak onder de luifel voel ik warmte en de atmosferische zwoelheid rond mijn lijf maakt zich meester van mijn thermostaat. Ik zweet van mijn veters te binden en ben buiten adem van mijn rugzak over mijn schouders te werpen. Dat belooft!
Al van bij de eerste passen weg van het kerkhof is mijn ingebouwde thermostaat complex in de war. Het resultaat is een zweetpartij waar je U kan tegen zeggen en zonder een antwoord te krijgen. Ook het terrein is mij niet echt gunstig gezind: ik loop door hoog gras dat net nat is geregend. Bovendien had ik mijn heel lichte en gemakkelijke Nikes laten meebrengen omdat de kleine rechterteen onverklaarbaar blijft zeuren. Niet echt pijn, maar een last die mij doet denken aan een gewrichtsklacht waarbij het tweede gewrichtje bij manipulatie echt wel uit zijn rol valt. Het volledig gamma van tenen is echt wel in goede vorm, en globaal zijn er op dermatologisch vlak geen blaar-problemen meer, maar dat kleine mormel aan mijn rechter voet blijft mijn zorgenkind. Joke had drie jaar geleden speciale tape meegegeven die zachter is dan de normale en ook meer weerstand biedt tegen vocht en transpiratie. Wellicht moet ik die eens proberen morgen. Bij het verlaten van Thuré passeer ik via een tamelijk groot bos de regio. Er is een Avonturenpark waar Marcske Coucke in zijn Durbuy nog eens een lesje zou kunnen van krijgen. Het noemt : AvenThuré. Goed gevonden vind ik. Ondertussen is het vrij ernstig beginnen te regenen en toch verlies ik zweet zoveel als calorieën. Ik ontdek de techniek die ik ergens las, dat een KW-spray heel gemakkelijk over je hoofd (kap) en rugzak kan worden geworpen waarbij je romp en armen vrij blijven. De kap fixeer je dan met een canvas regenhoed en de onder je kin maak je beide koordjes vast via een musketonklem. Dit werkt prima: je lichaam kan ademen en wordt NIET kletsnat van de condensatie aan de binnenkant van de KW. Bovendien wordt je borstkas niet nat, enerzijds omwille van de regenhoed en anderzijds ook omdat de KW deels voor je thorax hangt. Ondanks de vele Maggie-buien ben ik vrijwel droog uit deze dagtrip tevoorschijn gekomen.
Wat gaat het hier al een hele tijd opwaarts. Dat kan niet anders eindigen dan met een goed zicht en goed gevoel. Het is ook zo. Wanneer ik na een laatste explosieve klim van amper 150 meter toch een hoogte overwin van 35 meter zie ik plots pal voor mij de voorsteden van Poitiers verschijnen. Het landschap verandert en de horizon is bezaaid met bossenreepjes. Wanneer ik het dorpje Jaunay-Clan doorloop merk ik op dat er enerzijds mensen hebben gewoond die goed geld verdienden en anderzijds er architecten werden aangesproken die meestal hun inspiratie uit dezelfde pot mosterd haalden. Ik neem er fotos van enkele heel mooie kleinere kasteelhuisjes en bedenk dat hier toch veel architectonische inspiratie van de huistekenaars onder elkaar gecharmeerd werd gestolen. Ik passeer ook enkele oudere dorpjes die niet zo vernieuwd of gerenoveerd werden als in het centrum. Zij hebben echter andere eyecatchers. Heel toffe dingen wanneer je ze in detail fotografeert zie je het object in de functie en de tijd van weleer. Dat is ook boeiend vind ik. Wanneer ik mijn trouwe kompaan op de afgesproken plaats aantref zie ik naast ons een druk verkeerskruispunt met een rotonde. Nochtans is dit ook de parking van het kerkhof. Na overleg besluiten we deze slaaplocatie niet te gebruiken en nog een 8 tal kilometer verder te wandelen naar Buxerolles en daar een rustig kerkhofplaatsje op te zoeken. Ik wandel dus nog wat verder langs de Gr655 en ontwaar weer een ongelooflijke pracht van een natuurlijk decor. De weg wordt regelmatig voie Romaine genoemd en ik veronderstel omwille van de kwaliteit van het wegdek dat dit vrij vertaald mag worden als Romeinse heirbaan naar Poitiers. Het zicht hier is wederom gratis en bovendien prachtig tot adembenemend. Ik wou dat jij erbij was. Wanneer ik aankom bij de plaats van afspraak wacht mij nog een fel vermoeiende verrassing: ik moet op het einde 280 trappen opwaarts (het stond aangeduid) want tussen de D4 en de parking van het kerkhof zijn ongeveer 50 hoogtemeters. Ik luk er wel in, maar Walter ziet een mens verschijnen die druipt van het zweet en buiten adem is als een net galopperend paard. Na een wasje op het plaatselijke kerkhof ( ik word met de dag geloviger en vestig mijn hoop steeds meer op deze plaatsen) en bijwerking van mijn persoonlijke hygiëne, ben ik weer een aanspreekbaar mens. Walter heeft zowaar hapje klaargemaakt. Grissini stokjes met parmaham en olijfjes. Hij bekomt alzo zonder enig concurrentie zijn nominatie voor de Masterchef.
Vanavond eten we de overschot van het stoofvlees en brood. Lakker en vooral zeer goed en lekker.
Morgen doe ik de rest van de trip die nog overschiet, maar wees gerust dat ik tegen het einde van de week wellicht een dagje langer op de camping zal kunnen blijven staan omwille van ingehaalde dagen.
Sta mij toe om Guy van Sacocorchos even te vernoemen. De man heeft me enerzijds een geweldige tip gegeven om bij mijn intrede in Baskenland een heel speciale gekende streekwijn te proeven. Doe ik zeker en vast Guy, en ik laat je eerlijk mijn gedacht wel weten. Anderzijds viert hij zijn 25 jaar bestaan van zijn Spaanse wijnzaak in Kortenberg en Beveren Waas. Mag ik je van harte gelukwensen Guy? Je inzet en jaren enthousiaste selectie hebben hun vruchten al lang afgeworpen. Proficiat.
Tot morgen.
Achter mijn handen: WERKEN IN TEAM OP GELIJKWAARDIGE BASIS
Het is mij niet bespaard gebleven: het opgedrongen minderwaardigheidsgevoel ten overstaan van artsen die zich soms op een wereldvreemde wijze gedragen als superieure wezens die zogezegd voorbestemd zijn om de zware taak op zich te krijgen, alle problemen te moeten kunnen oplossen. Met alle problemen bedoel ik dan ook letterlijk alle problemen. Ook de moeilijke situaties die zich ver buiten hun medisch domein bevinden. Ook de moeilijkheden die zich bevinden buiten hun huisartsen-territorium en die dus behoren tot het domein van andere specialisten. Ook toestanden waar ze wel over gehoord hebben maar lang niet kunnen weten hoe de vork in de steel zit. Blijkbaar en dit zeg ik vanuit eigen ervaring- heeft een huisarts het moeilijk om bekend te maken dat hij zich niet in staat acht dit of een ander probleem te kunnen oplossen. Ik mocht het ervaren binnen mijn eigen kine-praktijk hoe sommige artsen aan patiënten dingen verklaren die halve waarheden bevatten, die gestoeld zijn op slechte ervaringen, die met de werkelijkheid geen zier te maken hebben of die verdraaid worden uitgelegd om zo niet de bal te hoeven spelen maar wel de man. Daar hebben wij menig voorbeeld van binnen ons specialistisch werkterrein en al wie er om vraagt zal met voorbeelden bediend worden. Ik heb er de laatste jaren niet meer op gereageerd want het heeft mij in geen enkel geval voordeel of oplossingen bezorgd.
In december 1996 was er in Gent een colloquium. Het enige thema van de ganse dag was: de communicatie tussen huisarts en kinesist bij de behandeling van dezelfde patiënt. Een huisarts vroeg mij om die nascholing te volgen en daarna verslag uit te brengen voor een groep. Zodoende hoefde een aantal huisartsen deze bijscholing niet te volgen en konden zij beroep doen op mijn verslag. Ik had mij echter al lang voor deze vraag ingeschreven en was gemotiveerd tot en met. Van de 210 aanwezigen waren er 196 kinesitherapeuten en 14 artsen. De bijscholing was tot stand gekomen door een samenwerking van de Wetenschappelijke verenigingen der artsen en kinesitherapeuten. Door rollenspellen werden allerlei situaties geschetst die recht uit het praktijkveld kwamen, heel herkenbaar en niet altijd even vrolijk voor de aanwezige huisartsen omwille van de steeds weerkerende dominante houding van deze beroepsgroep. De aanwezige huisartsen waren opmerkelijk bij menig rollenspel not amused.
De rode draad door alle situatie-evaluaties en elke eindbespreking kwam steeds maar neer op dezelfde conclusie: huisarts, verpleger (verpleegster), maatschappelijk assistent(e), psycholoog (psychologe), diëtist(e), kinesist(e), logopedist(e) en andere zorgverstrekkers moeten een kring vormen rond de patiënt, en hand in hand op GELIJKWAARDIGE BASIS werken aan het welzijn en het verbeteren van de algemene toestand van de patiënt. Vooral de term OP GELIJKWAARDIGE BASIS kwam veelvuldig terug en werd tot vervelens toe herhaald.
Tijdens een volgende bijeenkomst van een groep gezondheidswerkers werd navraag gedaan door die arts die me gevraagd had naar deze bijscholing te gaan. Ik vertelde het verhaal van de gelijkwaardigheid en staafde mijn uiteenzetting met de gedrukte syllabus die ter hand werd gesteld van elke deelnemer op het einde van die bijscholing.
Ik merk tijdens mijn uiteenzetting op dat één der artsen (de arts die me vroeg deze uiteenzetting te volgen) zich ongemakkelijk begint te draaien en te keren op zijn zitplaats. Het blijft niet bij een attitude. Er komt spontaan een mededeling die ik tot op heden nog steeds niet goed kan plaatsen.
Vermits het uit de denkwereld komt van een persoon die 7 universiteitsjaren achter de rug heeft en die geacht wordt met problemen (ook de eigen moeilijkheden) te kunnen omgaan, ben ik nog steeds mysterieus wat betreft de raadselachtige uitspraak die toen volgde.
De arts in kwestie meldde me dat die zich helemaal niet gelijkwaardig kon voelen met om het even welke andere zorgverstrekker in de thuiszorg.
1 - Ten eerste beroept de arts zich op een universitaire vorming van minstens 7 jaar. Geen enkele andere thuisverzorger in een team kan zon palmares voorleggen. Bovendien gaan aan die universitaire studies heel dikwijls andere studies vooraf die men niet aantreft bij de rest van de groep in het team.
2 - De verantwoordelijkheid en de coördinerende rol die de huisarts moet vervullen binnen de zorg van een patiënt die door verscheidene therapeuten tegelijk wordt behandeld, is van geen voorgaande en nooit te vergelijken met een andere zorgverstrekker. Het is de arts die de ketting tussen alle disciplines gesmeerd moet houden.
3 De financiële verdienste van een arts is bovendien van die aard dat gelijkwaardigheid met andere disciplines niet kan, omwille van een verloning die toch hoger blijkt te zijn. Niemand kan daar om heen kijken.
Toen zakte mijn broek bijna tot aan mijn enkels.
Ik stond recht (gelukkig zijn er van deze uitspraak enkele getuigen) en zei dat de persoon in kwestie nog eens heel dichtbij en goed in mijn ogen moest kijken. Ik verduidelijkte op een heel rustige en voor mij haast onbekend kalme toon, dat ik in al mijn onderdanigheid met deze arts, die zichzelf zo hoog inschatte, geen verdere relatie meer wou onderhouden. Ook met het eventueel verwijzen van de patiënten naar mijn praktijk wou ik bewust vanaf dat ogenblik breken want dit was echt niet binnen mijn waardigheid.
Ja, er waren nog getuigen van dit verhaal. Eén man nam het hoofd tussen beide handen en tuurde doelloos naar de map op de tafel. Er was iemand die mij de volgende dag heeft getelefoneerd om te melden dat hij zich volledig distantieerde van deze stellingname. Er was ook een persoon die mij wou melden dat dit geen gezamenlijk standpunt was van een vooraf in groep doorgenomen gesprek.
Het probleem tussen mij en de betreffende arts heeft nooit zijn rechtmatige oplossing gekregen. Sinds het voorval is die arts mij ook vreemd in het doorverwijzend patiëntenbestand, maar daar heb ik tot op heden nog steeds geen traan om gelaten.