40 jaar kinesitherapie praktijk - 95 dagen wandelfeest.
24-05-2018
Persoonlijk gesprek met een kasteelheer aan de Loire.
DAG 26: Donderdag 24 mei 2018.
Onder mijn voeten: Montbazon Sainte-Maure-de-Touraine 30,6 kilometer
Persoonlijk gesprek met een kasteelheer aan de Loire.
Wanneer er drie dagen vooraf gingen die de dertig kilometer ruim overschreden, dan ben je geneigd om te denken dat alles onder die dertig kilometer peanuts zullen zijn. Niets is minder waar. Vandaag zou het een lichte tocht worden van 28 kilometer, maar deze afstand onderschatten is een instelling die niet soepel doet lopen. Ik vond deze afstand vandaag zeker zo zwaar als de 40 van gisteren. Het lange lopen op asfalt, de hellingen, de zwoele warme temperaturen maar ook de opstapeling van de vermoeidheid van de vorige dagen spelen hier allen in mee. Aan de attractieve en aantrekkelijke natuur onderweg heeft het zeker niet gelegen. Voor het eerst merk ik oranje-gele kersen onderweg. Binnen een week tot veertien dagen zijn die plukrijp. De beelden van de bossen en hun aanhorige kastelen blijven mij imponeren. Ze zijn dikwijls privé domein, maar af en toe is er een sociale kasteelheer die zijn mooi onderhouden domein ten gunste van de gemeenschap open stelt en zijn onroerend goed laat bewonderen in al zijn hoekjes en kanten. Wanneer ik aankom bij Le Chateau de Longue Plaine valt mijn maalderij wijd open en zeg ik met nog amper te horen volume en intonatie: waw. Dit is echt een prachtig kasteel en de staat van onderhoud heeft wellicht heel veel investering en moeite gekost. Heel veel bezoekers zie ik op de binnenkoer, want ik moet volgens de GPS rechtdoor dwars over het privé domein van dit doeninkske, en daardoor ben ik geneigd om toch maar eerst te vragen of dit wel mag. Wanneer ik eerst een bezoeker naar deze gunst vraag, verwijst hij mij naar een deur waar de eigenaar zelf achter huist. Als bij groot toeval komt deze rijzige man op het eigenste ogenblik naar buiten en komt hij recht op de groep af die ik aansprak. Hij wordt aangeduid door iemand van de groep als le propriétaire, monsieur du chateau. Een heel aimabele man van tussen de 75 en 80 jaar. Fier op zijn optrekje is hij wel, want wanneer ik wat smoelen trek en hem zeg dat ik speciaal voor dit kasteel te zien een omweg maakte van 7 kilometer naast de Compostella route, glunderen zijn oogjes en gaat die bovenlip wat tuitend naar voor. Hij vindt dit een prachtige instelling en waardeert mijn houding. Wanneer ik hem erop wijs dat ik met een probleem zit in verband met mijn te volgen route, is dit echt geen kwestie en wijst hij mij zelfs met de verticale hand dat ik gerust zijn weg van 5 kilometer (!) lang mag volgen over zijn domein en brug over zijn meer. Aan de andere zijde zal het hek open staan meldt hij me nog. Een foto van hem maken heeft hij liever niet, en zodus laat ik dat maar zo. Zijn kasteel is zeker zo mooi als zijn Kathedraal van een lichaam (Marcel, weet je nog?). Als bevoorrechte wandelaar loop ik met een voldaan gevoel door deze rijkdom van bossen, plantsoen, aangelegde vijver en brug, gazonboorden en zelfs niet rendabele weivelden. Uit zijn eigendom wandelend loop ik recht af op het dorpje Villeperdue. Niets dat wijst op een verloren stad, al moet ik bekennen dat een total-lost Amerikaanse leger helikopter hier ook eigenlijk niet thuis hoort. Als bij wonder loop ik op het einde van de straat op een bar-café-restaurant, die worden bevoorraad door Stella Artois au fut. Dat kon ik in deze omstandigheden niet overslaan. Warm, moe, pijnlijke voetjes, dorst en niet thuis, dat vraagt om een heerlijk heldere Stella. Smaak gaat boven heimwee en honger. Geen van beiden die ik op dit ogenblik bezit, maar voorkomen is beter dan genezen denk ik even. Een dagje dorst is een verloren dag.
Ik ontmoet Walter in het grotere dorp dat Sainte-Maure-de-Touraine toch wel is, en uit plaatsvervangende schaamte lok ik hem mee naar het plaatselijk terrasje van een bar op het gemeenteplein. We drinken er tot we geen dorst meer hebben en bespreken hoe we de dames morgen zullen ont- en binnenhalen. Het wordt dus een ontvangst met strik en lange broek met opgerolde pijpen. We zullen toch met iets moeten indruk maken.
Vanavond op het menu: koude schotel met zalm, sla, worteltjes, hard gekookte ei, erwtjes en tomaten met brood. De witte wijn staat koel en de zure haring die gebruiken we in stukjes bij het aperitief. Zijn wij hier niet goed denk je?
Morgen vertrek ik heeeeel vroeg. Walter zit er niets mee in zegt hij, maar om zes uur ben ik reeds op pad om op tijd op de camping te zijn. Daar moet immers die witte orkaan gestuit worden die ons rijdend huis van alle restjes van een kommerloze veertien vorige dagen moeten opkuisen en doen verdwijnen.
Ik rapporteer je wel over deze ontluizingsprocedure en zijn effect.
Achter mijn handen: EEN PORSELEINEN KEUKENSET
H.D. was een bejaarde vrouw die in een oud en groot herenhuis op de Winkselsesteenweg woonde. Van comfort was er niet veel sprake. Er was geen ingerichte keuken. s Avonds na zijn werkuren kreeg ze bezoek van haar zoon. Die maakte dan warm eten voor zijn moeder. In de vroege namiddag bracht de buurvrouw ook een inkijk-bezoekje zodat deze mevrouw sociaal toch bewaakt bleef. In de latere voormiddag kwam elke dag het Witgele kruis de verplegende activiteiten uitvoeren. Er kwam dus behoorlijk wat volk over de vloer.
Mijn kiné-behandeling vond plaats in de vroege morgen. Ik had ze om 07.30 uur als eerste patiënt geplaatst omdat de leefkamer, waarin een geïmproviseerd bed was gemaakt van de lange zetel die naar de morgen toe wel snel afkoelde omdat de koleninhoud was opgebrand. De kolenkachel (de feu-continu in het Herents) was dan namelijk leeg gebrand. De voorraad kolen bevond zich in de voorste kelderruimte, tegen de straat. Vermits de mevrouw zelf het zwarte antraciet niet kon ophalen, had ik haar aangeboden dit zelf te doen om zo de kachel na de nacht brandend te houden. Het lukte me verbazingwekkend goed om het rood in de kolen te bewaren, de verbrande as telkens te verwijderen en de warme kolen eens goed op te schudden. H.D. beleefde de pret van de dag wanneer ze mij zag opgaan in mijn werk. Het plezierige van heel deze situatie was ook dat deze zorghulp aan huis na een tijdje erg gesmeerd liep. In de morgen de kinesist, in de voormiddag het Wit-Gele Kruis, na de middag de buurvrouw die de kachel weer vulde en s avonds de zoon die kookte en boodschappen mee bracht. Niemand zag elkaar, maar er werd danig gecommuniceerd via potlood en papier. Zo kon de mevrouw zonder plaatsing in een rusthuis of revalidatiecentrum thuis herstellen in eigen omgeving. Tot het bittere einde heeft deze ploeg dat volgehouden.
Wanneer de mevrouw terug mobiel werd, besefte ze dat ze had geboft met zon team aan zorgkrachten. Ze stelde éénieder voor om haar dankbaarheid te aanvaarden onder vorm van een geschenk. We mochten allen iets kiezen van de inboedel. Eender wat mochten we kiezen. Er was iemand die een mooie vaas prefereerde, ook een schilderij werd verpast. Ik had mijn oogjes laten vallen op een porseleinen keukenstel voor zout, suiker, peper en dergelijke. De keukenattributen staan nog steeds te pronken in onze kook- en eet-omgeving. Telkens wanneer die wordt gebruikt, komt ongewild H.D. piepen in mijn herinnering.
Niet alleen Walter aan mijn zijde, ook Murphy wandelt mee !
DAG 25: Woensdag 23 mei 2018.
Chargé Montbazon 41,6 kilometer
Niet alleen Walter aan mijn zijde, ook Murphy wandelt mee !
Stel je voor dat je s morgens wakker wordt en meteen denkt dat er een zware dag zit aan te komen. Ik wil zeker vandaag een tweede dag overbruggen door voor de derde maal op rij, mijn kilometers van de volgende dag voor één derde bij te voegen bij de huidige trip. Normaal moet ik vandaag 38,6 kilometer lopen. Wetende dat het de derde dag is dat ik over de 35 kilometer marcheer, ben ik toch een klein beetje bevreesd wat dat lichaam van mij daarvan vindt. Laat het nu de eerste ochtend zijn dat ik met niet al te frisse beentjes aan de ontbijtdis zit. Ik zeg het niet, maar voel het wel. De spiertjes zijn zo een beetje als gummi en ook de voetjes hebben de tocht van gisteren nog niet helemaal verteerd. Het lopen in kniehoog nat gras en de doordrenkte schoenen, maakten mijn voeten gisteren wat wak en daardoor ben ik s avonds wel gearriveerd met wat pijnlijke voetjes. Ook het laatste driekwart uur in de regen zal misschien wel een rol hebben gespeeld. Ik vertrek om 7.15u en het opdrogende dampende asfalt maakt me meteen duidelijk dat er inderdaad tijdens het onweer gisterenavond heel wat nattigheid de aarde bereikte. Het stapt wel vlot en ook de zuurstof in de lucht bereikt op een minimum van tijd mijn darmgebied. Ik moet zo dringend. Geplaatst in de berm van een zeer autoluwe straat word ik betrapt door die ene auto die hier vandaag passeert. Met mijn broek half opgetrokken in mijn handen groet ik de voorbij rijdende jonge dame. Die kijkt ostentatief naar de andere richting nadat ze mij met een wuivend gebaar verontschuldigde. Iedereen moet dat doen denk ik zo, alleen de plaats en het tijdstip durven al eens verschillen
Wanneer ik het eerste papaverveld opmerk, laat ik het niet na u ook te doen genieten van zoveel kleurenpracht. Wanneer ik door het park van Léonard de Vinci wandel (is hij hier geboren misschien?) kan ik het niet nalaten een naakte vrouw op mijn digitaal plaatje te plakken. Ze is in steen, gebeeldhouwd en voor de rest zijn er geen linken tussen ons beiden. Restanten van een oude omwalde kasteeltuin met hoge muren zijn ook een opmerkelijk aandachtspunt. Na een kwartier voetganger te zijn op een N weg heb ik er ruim genoeg van om steeds maar opzij te moeten springen voor het aanstormende razendsnelle autoverkeer, de vieze smoelen te zien omdat je een deel van hun wegdek inpikt en de chagrijnigheid van sommige bestuurders die om je angst aan te jagen op amper dertig centimeter van je lichaam passeren. Ik maak een oplossing aan de verscheurende keuze tussen 1,5 kilometer meer te lopen door het bos en zo de N weg voor een groot stuk te omzeilen, of verder mijn leven in de weegschaal te werpen. Ik kies voor de rust, de boompjes, de varens, de vogels, het zachte wegdek. Geen dag ging er tot heden voorbij of ik hoorde vlakbij de koekoek zijn eieren in een ander zijn nest gaan leggen. Hij roept dan Koekoek, broedt ze maar uit. Ik beland na een tijdje terug tussen de mensen en de landbouw. Aan de sputterende sproei-installaties zie ik dat de boeren nog niet te veel regen verwachten. Elke akker die ik voorbij loop wordt geïrrigeerd door machtige en omvangrijke buizensystemen. Aan de boorden van de Indre is het weer één en al nostalgie. Huizen uit de goede tijd van weleer met scheepswrakken die al een tijdje liggen te rotten langs de kade doen mijn verbeelding weer ontsporen. In het volgende dorpje, Veigné, kijk ik wel even verrast op want de toren van de kerk is gewoon gemetst met stenen en cement. Op de zijkant van de kerk staat nog een mooie tekst over handen. Lees maar. Wanneer ik naar het einde van deze lange tocht snak maak ik door te weinig focus nog een belangrijke fout. Ik passeer het pad dat mij over die rivier moet leiden en mis de juist brug. Links de spoorwegbrug, rechts de voetgangersbrug. Ik kom plots op dit doodlopend pad voor de spoorwegbrug te staan die niet voor mij is bestemd. Kerekeerwere (Marcel leerde me deze Westvlaamse uitdrukking als expressie van: ik heb mij van weg vergist ) was de enige oplossing. Moet het nu juist vandaag voorvallen op zulk een zware dag dat ik mij vergis van paadje (want het was volledig mijn eigen fout door niet genoeg opmerkzaam te zijn)? Na een kwartier is de miskleun opgelost en zie de foute brug naast mij lopen terwijl ik op de juiste voetgangersbrug nog een foto maak voor het geheugen. Precies dat mijn copain weet had van deze zware dag. Je raadt het nooit, maar wanneer ik enigszins vermoeid na mijn dagtocht op de plaats arriveer, staat er een koud badje water klaar, le petit jaune is reeds uitgeschonken en er liggen brokjes kaas klaar voor de eerste hulp bij honger. Spijt dat je niet meekwam he.
Deze avond eten we gebakken krielpatatjes, boontjes, en saucisse van den Belgique. Ik ga een biertje drinken en Walter evenzo. Chocomousse als dessert.
Morgen volgt er een lichtere dag van 28 kilometer en laat ik Murphy zachtjes in het bed.
Achter mijn handen: NIET ALLEEN PATIËNTEN BEHANDELEN WAS MIJN TAAK
Er bestonden binnen die veertig jaar praktijk van die taken die elk jaar weerkeerden. Vooral als je huisbezoeken deed. Telkens rond de periode van opname van de meterstanden van elektriciteit en gas waren er wel een aantal patiënten die me vroegen of ik niet even in de kelder met de looplamp de meterstand wilde noteren en doorbellen naar de desbetreffende maatschappij. Zo was dit ook het geval voor de watermeters die zich meestal in de meest stoffige en met spinnenwebben gedecoreerde kelders bevonden. Thuis komen met spinrag in je haar of een achtergebleven kobbenet op de jas was dan geen uitzondering. Maar ik deed het met alle plezier. Bovendien kaderde mijn keldertrapafdaling perfect in het project van valpreventie in huis voor senioren .
Een veel meegemaakt karwei was het afstellen van het televisietoestel op de posten van Telenet of Proximus. Soms werd die decoder aangekocht door zoon of dochter en konden die er niet aan uit om de televisie op de juiste frequentie en instelling te krijgen. Vooral bij de opkomst van de digitale televisie heb ik alzo menig burger uit de nood geholpen. Achteraf bij de high definition beelden en cameras was dit nogmaals het geval. De afstelling van de TV verliep op het laatst alsof ik zelf de verkoper was. Geen toestel had nog geheimen voor mij wat betrof de instellingen rond het ingangssignaal. Veel ouderen heb ik hun flat screen-TV afgesteld omdat het beeld niet juist geselecteerd bleek bij het menu, instellingen.
Wat mij vooral heel zenuwachtig maakte, tweemaal per jaar, waren de aanpassingen van de uurwerken aan zomer en wintertijd. De ellende die zon veranderingen van het uur meebrachten, daar heeft geen enkele wetenschapper ooit van wakker gelegen, denk ik. Tweemaal per jaar heb ik de meest uiteenlopende modellen en vormen en soorten van uurwerken aangepast aan de nieuwe zomer- of wintertijd. Het aanpassen was dikwijls bij digitale horloges uiteenlopend en verschillend van technische handeling of manipulatie. Het lezen van de gebruiksaanwijzing en de toepassing ervan waren niet altijd evident en dikwijls erg tijdrovend. Er zijn heel wat systemen in omloop om het juiste digitale uur op het schermpje te krijgen. Ook daarin zijn we ondertussen zowat expert geworden.
En daar zijn ze dan: de eerste wijngaarden bieden zich aan.
DAG 24: Dinsdag 22 mei 2018.
Onder mijn voeten: Blois Chargé 39,4 kilometer
En daar zijn ze dan: de eerste wijngaarden bieden zich aan.
De eerste ogenblikken dacht ik dat we prijs hadden. De hemel door het dakraam was niet zo hevig verlicht en bij nadere controle zag ik zelfs stapelwolken wiens lagen en stapeltjes precies toch veel vocht bevatten. Nochtans na het ontbijt kreeg ik de indruk dat ik moest rekening houden met wat warmere temperaturen dan ik vermoedde. Na het ochtendritueel roep ik nog naar Walter: tot vanavond he schat. Maar hij antwoordt gevat: toch vanavond niet he, straks zeker.
Wandelend steek ik de Loire nog eens over om vandaag enkel te promeneren langs de linkeroever. Veel meer te beleven dan de vorige dagen langs de rechteroever. Strandbarretjes, plaatsen on zeilbootjes te huren (met buitenboordmotor), proeverijen van plaatselijke wijnen en zelfs mogelijkheden om paarden te huren. Een heel ander commercieel plaatje dan gisteren waar van dat alles niets te merken was.
Ik wandel een sterk stijgend pad omhoog gedurende zeker een kwartier. Wanneer ik boven aan kom op een bredere asfaltweg aanschouw ik voor de eerste maal deze missie mijn eerste wijngaard. Waarschijnlijk van de druif Chenin Blanc. Een beetje verder zie ik twee Ford busjes stoppen waaruit na het tellen ervan 10 mensen stappen. Allen in werkkledij en met een groen zakje voor hun buik, waarin na mijn controle, allemaal plastieken clipjes steken die de twee draden waartussen de wijnranken groeien, aan elkaar moeten klikken. Zo kan later de tractor de uitstekende takken gemakkelijker snoeien. Nog enkele overblijfsels van oudere kastelen en resten van poorten en omwallingen zijn een oogvatter voor mijn kodakske. De naam Chambon sur Cisse wil ik onthouden en dat lukt door te denken aan Jambon sur Saucisse. Een heel klein maar daarom niet minder mooi dorpje. Het ligt in het hartje van de Loire streek. Wanneer ik zo verder trek door de straten van kleine dorpjes bieden zich ook de eerste wijnproducenten aan die hun producten promoten. Wanneer ik Onzain verlaat staan er aan de brug van de Loire enkele heel mooie beeldhouwwerken. Ik vermoed dat ze uitgevoerd zijn in inox. Langs de linkeroever liggen er nog enkele bootjes die in een vorig leven betere opdrachten hebben moeten uitvoeren dan liggen te rotten op de oever. Op het moment dat ik Walter ga ontmoeten op een tussenstop ben ik de bevoorrechte toeschouwer van een oldtimer Rolls-Royce treffen. Er zijn er welgeteld zeven. En de laatste kan ik nog net op het digitale plaatje plaatsen. De laatste fase van de tocht verloopt langs de nationale weg en daar bevinden zich enkele wijnkelders die zich hebben genesteld in de rotswand. De laatste indrukwekkende impressie is een waarschuwing aan een tuinpoort dat ze enkel willen gestoord worden in geval van een nationale mobilisatie. De vaderlands getrouwe dienaar ontmoet ik net voor een openluchtmuseum waar allerlei karren en dienstvoertuigen op een grasvlakte geëtaleerd staan.
Vanavond eten we na ons aperitief rijst met hamburger en ratatouille en wijn.
Morgen wacht nog een stevig tochtje om het laatste derde van een overlappende dag in te halen. Wanneer dan vrijdag de dames komen zullen we in Pussigny twee dagen kunnen rusten omdat we twee dagen hadden goed gemaakt.
Buiten al dit slechte nieuws moet ik plichtsgetrouw toch melden dat beide heren hier diep in Frankrijk het heel goed stellen en dat aan het beleid hier elke dag stevig wordt gesleuteld om alles zoveel mogelijk in goede banen te leiden. Tot heden toe nog steeds geen klachten of problemen.
Achter mijn handen: WE LEVEN OM TE LEREN
Communiceren met patiënten is zowat een basis die je hebt of aanlegt om je behandeling mee te laten slagen. Er was ooit een wijze mens in mijn leven die me vertelde dat je steeds moet trachten te spreken met je patiënten binnen hun interessegebied. Bovendien biedt dit het grote voordeel dat je op een eenvoudige manier heel veel kennis kan vergaren van mensen die jouw nieuwsgierigheid zomaar invullen.
Ik had een man in behandeling die werkte als ingenieur in een bedrijf dat zich gespecialiseerd had in het produceren van spanbeton. Weet je, spanbeton, ik had daar al wel eens van gehoord, maar wist in de verte verste niet wat hiermee werd bedoeld. Nochtans wordt iedereen er elke dag mee geconfronteerd.
Pijlers, steunbalken voor bruggen, vloerplaten voor bodems, wat maar enige kracht of druk moet kunnen weerstaan, wordt door een desbetreffende firma op maat geproduceerd. Dat hierbij heel speciale technieken, toestellen, producten, berekeningen en materialen worden gebruikt heb ik geleerd van die man op die negen sessies. Wat mij zo beroerde in deze gesprekken met de burgerlijke ingenieur, was zijn steeds wederkerende opmerking dat mijn vragen echt ad rem waren en steeds wel belangrijk waren in het proces van uiteenzetting over deze technische materie. Beetje bij beetje werd ik echt ondergedompeld in de uitleg over het ontstaan, de evolutie, de geschiedenis en zelfs de productie van het beton onder voorspanning. We praatten honderduit over deze techniek alsof ik op de schoolbanken zat. De man bracht mij documentatie mee onder vorm van afbeeldingen, folders, fotos en zelfs berekeningen. Hij bracht me een vijzel mee waarmee de boog werd verwezenlijkt van zon betonplaat. Hij maakte tekeningen en schetsen en slaagde daar zo heel goed in dat mijn vragen minder en minder noodzakelijk werden.
Ik bevond mij heel dicht bij de realiteit door de informatie. Toevallig, veel later bij een bezoek aan de brug van Millau in Frankrijk (fietstocht doorheen Frankrijk met de politievrienden van Leuven) bekeken wij een informatief filmpje over de realisatie van dit kunstwerk. Tot grote verrassing van enkele fietsvrienden kon ik via mijn kennis enkele details, die niet heel duidelijk waren in de film, aanvullen.
En toch, elke keer ik met een auto over een langere brug rijd, heb ik enigszins moeite om deze realisaties te kunnen plaatsen in hun juiste context. Sinds ik weet hoeveel berekeningen, hoeveel arbeid en zeker hoeveel materialen en mensenhanden bij de bouw van zon kunstwerk komen kijken, confronteer ik mij ermee dat enige kennis over deze dingen mij werd bijgebracht door één patiënt. Als ik zo van elke patiënt één ding zou bij leren, dan moet ik na veertig jaren dienst wel beschikken over een heel groot arsenaal kennis over wetenschappen naast mijn domein.
Onder mijn voeten: Beaugency Blois 38,1 kilometer
Veel flanatie (van het werkwoord flaneren) naast die Loire !
Wanneer we in de ochtend om 7.10 uur de rolluiken van de zijvensters omlaag laten zakken overmant een stoere ochtendzon met bijhorende warmte onze gelederen. Het normale ritueel zoals we dat nu al een paar dagen gewoon zijn, kent zijn verloop en om 8.02 uur is de rugzak volstrekt correct op de schouder en de rug gefixeerd. We zijn weeral eens op route. We wandelen vandaag naar Cour-Sur-Loire, ongeveer 25 kilometer, maar al heel oppervlakkig in mijn achterhoofd speelt de gedachte dat ik er rekening moet mee houden dat er vandaag toch nog een aantal kilometertjes zullen bijkomen. Immers, meteo-blue geeft dinsdag kans op regen en onweer en laat er nu juist op dinsdag een planning gemaakt zijn van om en bij de dertig kilometer. Dat zou een tocht zijn van ongeveer zes uren en als dat in de regen moet verlopen, ben ik daar na al deze zonnige dagen echt niet graag bij. Ik moet voor mezelf daar een oplossing aan bieden en denk eraan om na de tocht vandaag er nog een 12 tal kilometer bij te doen, tot in een locatie aan een meer en bos (Blois).
Wanneer ik vertrek loop ik onmiddellijk terug een tiental kilometers langs de Loire. Op het vroege ochtenduur en dan nog op een Pinkstermaandag is er echt weer geen levende ziel te bekennen. Ik kan dus gemakkelijk in het midden van de straat lopen waar de raaklijn met het meest bolle deel van het wegoppervlak mijn knieën het minste last bezorgen. De departementele wegen zijn hier meestal maar twee wagens breed en lopen erg bol omwille van de betere afwatering. Wanneer ik dan een tijdje op de linkse of de rechtse kant van die weg loop, worden de knieën erg schuin belast. Ik krijg daar nu sinds een aantal dagen meer last van, maar wees gerust, het zal mijn missie niet doen kantelen. Wat een gedacht van de verantwoordelijken om gans de wandelweg langs de Loire te bedekken met Dolomiet steentjes. Fijne scherpe kiezelsteentjes die je als wandelaar hoopt om nergens tegen te komen. Voor fietsers zijn ze ook erg gevaarlijk want je kan er haast niet op remmen zonder dat je voorwiel onderuit rolt. Mij hoor je echt niet klagen, want ik beleef hier wederom DE tijd van mijn leven en niets dat dit geluk zal stuk krijgen, maar een beetje inwinnen van advies, empathie en kennis van het terrein zouden veel mensen hier hun plezier nog groter hebben gemaakt. Tijdens het wandelen langs die boorden zie ik regelmatig reuze spinnenwebben. Walter zegt me dat het ook van rupsen kan zijn. Maar waarschijnlijk is het een resultaat van des araignées in coöperatief verband. Eén spin kan zoiets niet verwezenlijken, en als je dan eens kijkt wat die coöperatieven elders zoal kunnen aanrichten (Arcopar) dan heb je plots geen twijfels meer over de kracht van zulk een malafide samenwerking. Ik doorkruis enkele onnoemlijk kleine dorpjes van dertig, veertig huizen groot. Allen hebben ze hun wassalon en stromend water om de schuimende was te spoelen. Wanneer mijn aandacht getrokken wordt door twee dampende koeltorens weet ik niet goed waar eerst te kijken. Links de koeltorens van een kerncentrale en rechts een oud vervallen kasteel waarop vermeld stond dat het nog steeds privédomein was. Ook de kerktoren steekt zijn nekje uit boven het jonge graangewas. In Doel heb ik ooit net dezelfde foto gemaakt, het verschil is enkel : Can I stay or should I go?
Ik zie een straatnaam die in verband met de inspiratie van het gemeentebestuur boekdelen spreekt. Rue de la Rue. Ik zie er twee dwergkonijntjes die mij zelfs enkele meters achtervolgen. Ik kan het niet nalaten daar een foto van te maken. Ook zijn de huizen hier om ter mooist versierd met natuurlijke bloemenplantsoenen. Ik laat je echt mee genieten van zoveel kleur en geur.
Heel veel water zag ik vandaag. Was het niet van de Loire, dan was het van de wasplaatsen die mij confronteerden. Op deze warme Pinkstermaandag telkens weer een uitnodiging om je wat te verfrissen en eventjes wat uit te rusten.
Walter staat op de afgesproken plaats en vindt dit inderdaad geen plek om te blijven staan. Langs een drukke weg en zonder parking is inderdaad niet de ideale overnachtingsplaats. Ik besluit van een nieuwe aankomstplaats in de computer op te zoeken en het wordt de plek op 12,4 kilometer verder gelegen: Blois. Na een uurtje te hebben gerust met de beentjes wat omhoog voel ik me in staat om de volgend 12.4 kilometer er bij te voegen. Ik loop gezwind en bedenk alsmaar meer hoe eenvoudig het wandelen mij vergaat. Geen pijnlijke voetjes meer, geen nerveuze knietjes meer, de zweetexplosie niet te na gelaten heb ik niet te veel hinder meer van deze kilometertjes. Waarschijnlijk ben ik ooit totaal verkeerd geboren! Waarschijnlijk moest ik ergens een boswachtersjonk geweest zijn die elke dag zijn kost kon verdienen door omgewaaide bomen van de weg te slepen, putten te vullen en gaten te maken om palen in te steken Dat heb ik al meermaals gedacht. In Blois maak ik zelfs een extra lusje aan mijn traject. Bij het zien van de toren van de Kathedraal van Saint-Louis, kan ik het niet nalaten de pseudo Chinese muur op te klimmen en regelmatig naar boven te staren waar deze trappenmassa ophoudt. Eénmaal boven, haast ik me om naar mijn flesje water te grabbelen, want ei zo na besterf ik het van de dorst. Maar, die heb ik eigenlijk altijd. Dus zo snel zal ik nog niet dood zijn. Ik maak voor u allen, lezer nog een paar mooie kiekjes van het binnenste deel van Blois en vermoed dat ook uw muiltje zal open vallen van zoveel typisch Franse schoonheid. Ik ontmoet Walter zonder enig probleem op de nieuwe afspraakplaats en er wordt geklonken op wederom een prachtig geschapen dag. Hij zijn Chimay-ke bleu en ik mijn petit Jaune die alsmaar groter wordt.
Vanavond eten we een éénpansgerecht met gebakken ei, stukjes spek, sla en tomaat en tartaar saus met eventueel een boterhammetje met een biertje (of twee).
Morgen wellicht een lichter dagje dan vandaag.
Achter mijn handen:
GEEN SCHAAMTE
Een revalidatie bij een kinesitherapeut bestaat uit een reeks behandelingen die worden voorgeschreven door een behandelende arts. Wanneer dat aantal oploopt, stijgt de rekening van het ereloon evenredig. Daarom dat we als regel binnen de praktijk een rekening maken om de negen behandelingen. Praktisch gezien geven we dan een rekening mee na de negende behandeling. Die wordt dan ofwel contant vereffend, of kan ook via bancontact betaald worden. Een laatste mogelijkheid is via een meegegeven overschrijvingsformulier. In geweldige tijden wordt door de patiënt zo snel mogelijk betaald. In minder goede omstandigheden wordt er pas betaald wanneer de patiënt eraan denkt, en in het niveau van slechte periodes wordt er helemaal niet betaald en haalt een schuldenaar allerlei redenen aan om toch maar deze verantwoordelijkheid te kunnen ontwijken. Nooit leuk.
XY was een mevrouw die werd gesteund door het OCMW. Nochtans, werd er thuis degelijk geen water gedronken, gebruikte het gezin alle laatste mediasnufjes en reden ze met een gloednieuwe SUV die pas was aangekocht. Geen haar op mijn hoofd dat grijs kleurt van afgunst of jaloersheid. Ik tracht enkel een situatieschets te creëren, waardoor je je kan inbeelden waarrond het probleem hier zowat draait.
Zo zitten we met het probleem dat deze patiënt zijn negen behandelingen niet betaalt, ondanks enkele aanmaningen en herinneringen. Ook persoonlijk aanbellen aan huis verschaft (meestal) niet de verwachte oplossing. Na een tijdje wordt zon dossier geseponeerd en leggen wij ons als therapeut neer bij dit verlies.
Stel je nu eens even voor. Hoe zou het bij u aanvoelen wanneer diezelfde XY zich na enige tijd opnieuw aanbiedt voor een afspraak om een totaal andere en nieuwe behandeling te ondergaan. Is dit een uitdaging, is dit een provocatie, is dit puur gebrek aan respect. Ik heb alleszins een vermoeden van gebrek aan intelligentie.
Marieke stond aan de afsprakendesk en maakte kennis met mijn onverwacht snelle tussenkomst.
Ik herkende deze dame en plaatste me snel en behendig tussen deze hardnekkig onbeschaamde verschijning en Marieke. Ze blijkt zich van geen kwaad bewust te zijn. Er wordt me zelfs gevraagd of ik haar niet WIL behandelen.
Spannend wordt het gesprek.
Ik meld dat ze mag vertrouwen op mijn goede kennis en ervaring, maar dat zoals alles in het leven, dit zijn prijs kent. Dat we niet gratis werken en echt geen afspraak maken met mensen waarvan we zeker zijn dat ze niet betalen.
Dat wanneer de vorige reeks betaald is geworden, ze welkom zal zijn maar ze zich ervan moet vergewissen dat zij bij uitzondering elke behandeling contant zal moeten betalen.
We hebben haar niet meer gezien en niet meer hoeven te behandelen, maar mijn frustratie hieromtrent had toch een uitweg gevonden.
Onder mijn voeten: La Petite Vallée (Ingré) - Les Mardelles (Beaugency) 29,8 kilometer.
Langs de boorden van de Loire: Een romanteeeeerische vloedgolf overspoelt mijn verkesterd lichaam…
Naargelang de dagen hier voorbij schieten, worden ook de handelingen en gewoonten meer en meer ingeburgerd en verlopen taken meer en meer op routine. Terwijl Walter ’s morgens in zijn broek schiet(!) op het bovendek maak ik warme koffie klaar en dek ik de tafel. Wanneer de tafel klaar is zet mijne “copain” zich recht over mij en gaat hij verder door met ontwaken. Niet dat ik te klagen heb over zijn ochtendhumeur, helemaal niet zelfs, (vrolijke man aan de ontbijtdis die niet veel woorden nodig heeft), maar mijn ritme vanaf 7.00 uur is wel een motor op benzine en Walter heeft meer een dieseltje, langzaam warm worden en dan volle kracht vooruit. We controleren nog even de aankomstplaats van vandaag en weg zijn wij. Vandaag zou ik voor mezelf een eerste wimpeltje binnen halen: mijn idee was als ik aan de Loire geraak zonder kleerscheuren wordt er gefeest. Dat doen we ook: Walter is bezig met de pannenkoekjes van zijn lieve zus, Hilde, op te warmen en te verdelen met mij. Ik moet dringend bij die Hilde goede punten gaan halen want die was niet in haar sas met de opmerking dat lief Waltertje voor haar als een levende poppemie in haar leven werd geworpen. Walter moet naar het schijnt zijn zussen allemaal geterroriseerd hebben omdat hij letterlijk zijn mannetje moest staan tegenover het alomtegenwoordig vrouwelijk dreigement thuis. Ik kom na een vijftal kilometers door burgerlijk gebied plots als een dief in de nacht aan de oevers van die lang verwachte Loire. Tijdens de doorsteek naar het zuidelijke deel van de voorsteden van Orléans loop ik door allerlei woningkernen. Ik loop zelfs door een straat genaamd naar het huis van Jacques en Chris in Laval-De-Cère. Er wordt een foto gemaakt van de Rue du maison Rouge. Oude vervallen appartementsblokken met volk van een lagere klasse, vernieuwde en bijna allemaal gerenoveerde burgerhuizen en woningblokken. Ook de meer sublieme en hoger geplaatste sociale klasse vocht hier voor een plaatsje dicht bij de romantische rivier. Je merkt dit alles vooral aan het wagenpark die op de parkings staan en die achter de omheining van de door camera’s geobserveerde elitaire bakstenen huisjes en nieuwe kasteeltjes staan. De nieuwprijs van de wagens is recht evenredig met de kwaliteit van de huizen die ernaast, erachter of opzij staan. En laat dat nu juist mijn dada zijn: wagens en hun waarde. Ik loop dus plots op een pad naast de Loire maar zie de stroom amper door de bossen en het struikgewas naast mij. Hier en daar komt het pad wel nauw aan de waterboord maar door het hoogteverschil tussen mijn wandelpad en het niveau van de Loire wordt ik regelmatig verrast door allerlei variërende zichten op deze stroom. Inderdaad, dit pad loopt golvend op en af. En wanneer je enkele malen een twee of drie meter hoogte en laagte overbrugt, is dat niet zo moeilijk, maar wanneer je bedenkt dat ik 25 kilometer naast deze stroom liep en dat er vandaag in totaal 195 meter werd gestegen, kun je zelf uitrekenen hoeveel er van die molshoopjes onder mijn klompen passeerden. Wanneer je langs de Loire wandelt kom je kastelen tegen. Ik zag er oude heel mooi onderhouden. Ik zag er verouderde, totaal niet onderhouden en zelfs bouwvallig (geen goesting in een investering Mijnheer De Gucht?). Ik ontwaarde er oude, totaal gerenoveerd waar een stroom geld tegen aan is gegooid geweest. Met beweegbare camera’s en loslopende grillige waakhonden. Waar de oude conciërgewoning plots werd omgebouwd tot poolhouse of opbergplaats voor de zitmaaier. Ik liep ook langs een paar nieuwe moderne kasteeltjes. Vlotjes uit de mouw geschud en uit de grond opgebouwd met de huidige kwaliteitsvolle materialen en met alles erop en eraan. Soms ontwaar je ook de afspanningen als bij een militair domein…Bij het doorkruisen van de GR 3 zit ik plots op een heel brede laan. Van ver hoor ik een zeer luide muziek die me meelokt op mijn stapritme: Should I stay or should I go (The Clash). Een groep jongeren (een twintigtal) heeft hier op de parking vannacht een geweldig feestje gebouwd (het kampvuur is nog brandend) en is nu langzaam het kamp dat ze maakten aan het opruimen. Ik loop dwars door de groep en zie wel twintig lege flessen sterke drank (geweest) op de grond liggen( en bedenk, voilà se, één de man) . Allen hebben ze dreadlocks en zijn ze niet zo zeer verzorgd. Iedereen groet mij echter vriendelijk en zeer uitdrukkelijk met zelfs een :encore une bonne journée. Ver op het einde van de tocht loop ik gedurende de laatste kilometers nog twee tieners voorbij. Cloé en Gwendoline zijn twee vriendinnen van 16 jaar en wonen hier in het dorpje. Op mijn vraag naar de reden waarom ik geen boten zie op de Loire weten ze mij te affirmeren dat dit inderdaad zo is maar ze weten ook niet waarom. Walter denkt dat de rivier op die plaats daarvoor te ondiep is. Ze kunnen niet geloven dat ik op mijn GPS 27,5 kilometer staan heb. Tieners van tegenwoordig denk ik, maar ze waren wel sympathiek en vlot van babbel.
Wanneer ik onderweg opgebeld word door een ongeruste Walter, ontwaak ik als uit mijn visioen. De aankomstplaats is op de wagen-GPS onbekend. We spreken dan maar af op een camping vlakbij de voorziene aankomstplaats. Kwestie van al de plooitjes eens proper te kunnen uitschuren en de T-shirts allemaal eens een ordentelijke wasbeurt te geven. Alles proper: lichaam, geest en klederen.
Vanavond eten we na onze pannenkoeken nog een pizza in het dorpje. Morgen wandel ik naar Cour-Sur-Loire. Ik spendeer in samenspraak met Walter mijn dagje reserve aan de dames die vrijdag nog eens op bezoek komen. Tot morgen dus voor een nieuw verhaaltje.
Achter mijn handen
IK DRINK GEEN KOFFIE UIT EEN KARTONNEN BEKER
Gelukkig maakte ik de vermelding in mijn voorwoord dat al mijn verhalen authentiek zijn, en dat hoe ongeloofwaardig ze ook overkomen, ze nimmer geveinsd zijn. Insiders zullen misschien beter de situaties en de gevoeligheden hieromtrent kunnen inschatten, maar wat dit verhaal betreft, heb ikzelf na het gebeuren even met mijn oren geschud om er zeker van te zijn dat ik geen kwade droom doormaakte.
Patiënt X, een man tussen de dertig en de veertig jaar, zit in mijn wachtkamer met zijn laptop te spelen. Hij is nog niet in behandeling geweest, komt voor de eerste keer langs en moet nog alle inschrijvingsformaliteiten en eerste statusonderzoek - (onderzoek voor de eigenlijke behandeling kan starten, waar ook de doelstellingen en de beginsituatie duidelijk worden gemeten, geobserveerd en genoteerd) – ondergaan.
Ik laat gewoontegetrouw de man binnen met een glimlach en steek mijn hand uit om die persoon op een Europese manier te begroeten. In plaats van mij een hand te geven, pakt die man mijn voorarm vast en trekt mij zacht terug in de verkeerde richting waar ik eigenlijk naar toe wil. Hij port mij naar de deur van de wachtzaal en de kast waarop de koffiemachine staat.
Heel ernstig mompelt hij mij toe dat hij nooit of nooit koffie zal drinken uit een kartonnen beker.
Nimmer op mijn spraakorgaan gevallen en mijn tong juist geslepen met de klaar liggende potloodslijper repliceer ik: “dan is er maar één oplossing mijnheer, en dat is dat jij wel degelijk je eigen tas meebrengt.”
-HIJ : “ja maar, ik lach daar echt niet mee hoor, ik drink echt geen koffie uit zo’n bekertje”.
Ik weet eerst niet goed wat mij overkomt maar val vrij snel en erg stabiel op mijn kattenpootjes. De man zijn handdruk had bij mij reeds vanaf het eerste huidcontact enkele rode alarmlampjes doen branden. Een gave die me haast nooit in de steek liet.
-IK : “Ik zou hier zelfs niet durven mee lachen, dit is intriest genoeg. Heb jij nu echt het idee, zelfs de gedachte nog maar, dat ik primo, iedereen die het wil een tas koffie gratis schenk (om zo het wachten wat aangenamer te maken), en dan secundo, daarna nog eens de afwas erbij op mijn nek ga halen…?”
De man is duidelijk verschoten en weet niet goed zich een houding te geven, want vergeet niet, er zaten nog een tweetal mensen (getuigen) in de wachtzaal. Zij spraken naderhand ook hun verontwaardiging uit en prezen mijn koelbloedigheid en mijn ad rem reactie.
- HIJ : “ Je zal mij hier niet aantreffen met je koffie in mijn hand”.
Ik werd plotseling zo heel inwendig boos en posteerde me met een halve draai tussen de man en de voordeur. Ik greep met een geste van een buitenwipper met mijn linkerhand de deurklink vast, en plaatste mijn rechterhand rond zijn pols.
-IK : “Denk jij nu werkelijk dat ik je verplicht om hier koffie te drinken? Dit blijft een gunst en je drinkt enkel wanneer je dat zelf wil. Je wordt niet verplicht om van die espresso koffie te slurpen.
Weet je wat? Ik raad je aan om naar een beroepsgenoot te gaan, want dat revalideren zonder pijn, dat komt hier nooit goed tussen jou en mij. Trouwens, die weigering te drinken uit een kartonnen beker vertelt mij veel meer over jou dan de reden waarom je dient behandeld te worden”.
Het heeft me nog een hele avond wakker gehouden en het duurde tot de volgende ochtend tot ik overtuigd aan tafel zat en wist dat het geen kwade droom was geweest.
Ik heb die man nooit meer weer gezien, en of ik zijn gezicht zou kunnen vergeten? No way. Moest hij zich op een volgende morgen aangeboden hebben was ik in staat om een kartonnen bekertje over zijn …. te gieten.
Voor waar en echt gebeurd.
Niet door een militair domein en toch op bezoek bij de kunstenaar.
DAG 21: Zaterdag 19 mei 2018.
Onder mijn voeten: Saint-Lyé-La-Foret - La Petite Vallée 28,9 kilometer
Niet door een militair domein en toch op bezoek bij de kunstenaar.
De meteo was mooi vanaf 7.00 uur en toch dampte mijn ochtend urinestaal als kokend water. De hemel was open maar het had zelfs hier nog gevroren deze nacht. De witte waas over het gras verraadde de zeer lage temperatuur en al was het niet dat ik deze nacht in mijn blootje gewaar werd dat het geen weer was om in uw blote kont buiten te komen, toch was ik een beetje verrast. Het mooie zonnetje achter ons plexiglas zou doen vermoeden dat het veel warmer was dan in werkelijkheid. Toch vertrok ik weer heel blij en met meer dan een rugzak vol goede moed naar mijn volgende dagdoel. Het zou een tocht moeten worden van juist geen 24 kilometer. Maar de voorzienigheid wist meer. Bijna na mijn eerste vijf kilometer wou ik kost wat kost de GPS geweld aan doen. Ik weet nog toen ik thuis het traject aan het uittekenen was dat hij op deze positie mij altijd een andere richting wou uitsturen. Bij de navigatie bestaat er dan een procedure dat je van het parcours ( een route genaamd) omschakelt naar een spoor (track). Bij een route stelt de GPS voor wat jij kan doen, bij een spoor zeg jij zelf aan de GPS wat je echt wil doen. Als je dan recht door een vijver wil gaan, gaat hij je recht door de vijver sturen. We veronachtzamen dan het voorstel van de GPS. Niet altijd ongevaarlijk. Dat ervaarde ik ook vandaag. Ik had via een spoor mijn traject dwars door een gigantisch groot militair domein gestuurd in Saran. Nergens stond er iets vermeld van militair domein, laat staan van schiettoestanden en doodsgevaar. Ik ging er niet doorheen, maar waar ik een spoortje vond in dat gigantisch groot domein zonder waarschuwingsbord ben ik toch maar doorgestapt. Ik zag allerlei metalen plakkaten in de vorm van een mensenfiguur, zag vierkante kaders in hout waar een schietroos in gespannen stond, en zag ook een commandotoren waar militairen zich waarschijnlijk oefenden in het opwaarts klimmen en afwaarts dalen, want er hingen nog koorden aan de wand. Wanneer ik plots aan een zeer streng bewaakte post toekwam waar camera’s waren opgesteld in 8 richtingen, besefte ik toch instant dat dit geen Banana-split opname was. Ik ben wijselijk op mijn passen terug gekeerd en heb een omweg gemaakt van bijna twee en een halve kilometer. Beter dat dan hagel in mijn g.t. Na een half uur was dit euvel mentaal en plantair geplaatst. Ik kom aan in de rand van Saran. Een departementeel stadje met commercieel centrum en allerlei bijhorigheden zoals industriële zone en kleinhandelaarsgebied. Ik zie plots een heel groot verguld beeldhouwwerk staan in een tuin naast mijn voetweg. Een olifantenjong achterna gelopen door zijn moeder olifant en allebei gedragen door 4 armen en handen. Heel speciaal en vooral de uitbeelding en mijn impulsieve impressie maken dat ik er foto wil van maken. Terwijl ik die foto maak, komt per toeval een man de tuin in gelopen en ziet mij die foto maken. Hij komt op mij toe en vraagt vanwaar ik die interesse heb. Ik vertel hem over mijn boek (onder mijn voeten en handen) en verklap hem mijn impressie over dat standbeeld. Zijn uitleg is gans anders: hij vertelt mij hoe hij is aangedaan door de noodkreet van de gewone mens naar de politiek toe. De mensen schreeuwen om hulp, om empathie, om begrip, om eerlijkheid, om beslissingen die ook eens in hun voordeel uitvallen. Maar de politieker die overheerst van generatie op generatie. Ze geven hun oppermacht door aan hun kinderen. En waar politiek vroeger een mandaat was om een populatie gelukkig te maken is het nu een mogelijkheid geworden om jezelf het leven heel comfortabel te maken. De gewone mens wordt verdrukt, plat gedrukt door een uitverkorene van hemzelf, niet om de gewone mens te dienen, dan wel om zijn eigen portefeuille te dienen. Zo had ik het niet gezien, maar het was best wel heel prachtig gevisualiseerd. Terwijl hij dat allemaal aan het vertellen is aan mij, tekent hij mij een schildpad. Ik had hem bij het begin van het gesprek gevraagd of hij in zijn galerij geen beeldje had van een schildpad (Marie Rose is zot van schildpadden en reptielen in het algemeen). Neen zei hij, maar als je wil maak ik je er nu meteen eentje, en tekende in balpen een schildpad voor mij ( zie foto). Na een 15 minuten vertrek ik bij hem en bedank hem uiteraard voor de mooie geste. Ik wandel voor de laatste 8 kilometer richting doel. Dat was voor de tweede maal vandaag buiten de waard gerekend. Mijn boswegeltje dat er wanhopig vuil en verwaarloosd bij lag (verstrooid afval van banden, takken van sierdennen, plastieken emmers en bussen, ook onderdelen van auto’s en stukken koetswerk) wordt weer maar eens smaller en moeilijker doorgaanbaar. Waar heb ik dit ooit nog eens meegemaakt. Na een vijftal minuten lopen word ik een halt toegeroepen door een drie meter hoge draad voor een distributiecentrum van een transportbedrijf. Ik zie wederom camera’s hangen en vermijd onheil door op mijn stappen rustig weer te keren. Het ogenblik waarop mijn GPS-kaart in het toestel werd gestoken is hopeloos achterhaald. Sinds 2017 werd op deze plaats een project gestart met “une zone industriëlle”. Bossen werden gewoon afgesloten en wegeltjes liepen dood. Ik, ei zo na ook, want opnieuw moesten er extra kilometers worden gelopen om hier weer uit te geraken;
Uit plaatsvervangende schaamte bel ik Walter om 13.00 uur op om hem te melden dat hij niet ongerust hoeft te zijn, maar dat er op mijn tocht vandaag toch enkele dingen fout zijn gelopen. We ontmoeten elkaar (bijna niet) op het kerkhof van dit grote dorp. Maar wat hij noch ik niet wisten is dat dit kerkhof twee ingangen heeft en wij elkaar ter plaatse niet vinden. We staan amper 100 meter van elkaar verwijderd, maar het duurt toch wel een kwartier voor we elkaar gelukkig in de armen kunnen vliegen.
Vanavond eten we gepaneerde vis met brood en tartaar. Bovenop een glaasje heel zwaar bier, want de frigo hangt scheef. We dachten op een camping te gaan staan en morgen Orléans eens een bezoek te brengen maar dat was tegen ons g.t gesch.ten. De ene camping toe, en de andere camping geen douches, geen wifi, geen TV en WC. Daar betalen wij niet voor.
Morgen wandel ik verder door en daar treffen we bij aankomst een camping. Ik vertel je dan wel hoe het daar is verlopen.
Achter mijn handen
DREIGEN OM TE KRIJGEN
MJ.S was een vrouw van rond de 65 en sukkelde met een agressieve vorm van een spierziekte. Het probleem was dat de spieren wegsmolten. Dit proces was niet alleen onomkeerbaar, het was ook degressief in tijd. De bedoeling van de kinesitherapie was zo strategisch mogelijk dit proces van spieraftakeling zo fel als mogelijk tegen te werken, af te remmen en te vertragen door spieren zo veel als mogelijk actief en passief te doen functioneren. Hierdoor verliep dit proces van aftakeling, spierzwakte en zelfs onkunde in de dagelijkse functionele activiteiten trager.
Dat MJ.S in een rolstoel zou belanden was zo goed als zeker. De bedoeling was om dit zo lang mogelijk te kunnen uitstellen. In huis begon het mobiliteitsprobleem zich schrijnend te etaleren onder vorm van een onzekere gang met wandelstok tot een loop met twee huishoud-aftrekkers onder beide oksels, waarbij de voeten slepend en schoffelend vooruit werden gesleept.
Wanneer die dag dan toch aanbreekt dat de mobiliteit sneller afneemt dan dat de afremming van deze aftakeling, moet er een keuring geschieden door een adviserend geneesheer. Deze autoriteit heeft de autonome macht om te beslissen of de tussenkomt in de aanschaf van een rolstoel, primo toegelaten is, en secundo de technische aard van deze rolstoel. Het is erg confronterend, maar wanneer iemands spiersysteem zodanig is aangetast dat autonome aandrijving van de wielen niet meer mogelijk is, dan dringt zich de oplossing van een elektrische wielstoel op. Bij MJ.S. was het zo ver reeds gevorderd, dat indien zij een conventionele rolstoel zou moeten gebruiken, zij niet in staat zou zijn deze wielen via grip op de randen zelf te verplaatsen. Een kleine onmondige kleuter zou dit kunnen opmerken. Enkel de enige uitvoerende machtspersoon die een mandaat had over de mobiliteit van deze patiënte zag dat niet.
Wij hadden als verzorgende kinesist al één keer gescoord, door de adviserende geneesheer te verplichten zelf de controle aan huis te komen doen, vermits een verplaatsing van de patiënte naar het openbaar kantoor van de controlerende dienst zoveel problemen opleverde. Dat zinde die adviserende persoon helemaal niet en zo is er miserie ontstaan.
Wat is er gebeurd? De adviserend geneesheer belt aan de deur waarop vermeld staat dat de beller eventjes geduld moet hebben omwille van het moeilijk gangpatroon van deze bewoonster. Bij het openmaken van de deur meldt die man dat verplaatsen dan toch nog mogelijk is. Hij observeert daarbij een vrouw die steunt op twee aftrekkers onder haar oksels. Geïrriteerd sist hij dat een elektrische rolstoel zeker niet in overweging wordt genomen omdat autonoom verplaatsen nog altijd mogelijk is (sic). Daarbij is hij echt niet vriendelijk en sociaal empathisch.
Goed, MJ.S. heeft recht op een conventionele rolstoel, waar zij niets mee kan doen. Bij mijn volgend bezoek hoor ik heel het relaas van een erg ontdane mevrouw. Ze heeft (onder lichte dwang ) een papier getekend waarbij zij akkoord ging met deze beslissing. Ik zou geen De Smedt zijn als ik niet impulsief reageerde door naar de telefoon te lopen en de bevoegde instantie hun nummer draaide. Licht overstuur roept de patiënte me nog toe dat ik dat niet mag doen, want ze is bang dat haar gewone (overbodige) rolstoel haar ook niet zal worden gegund.
Na een echte telefonische Parijs-Dakar van diensten en doorverbindingen heb ik de grote eer om persoonlijk met de adviserend geneesheer te kunnen en te mogen communiceren. Ik speel heel gevaarlijk spel. Ik meld aan de telefoon dat deze mevrouw mij vraagt om voor haar op te treden. Of ik haar burgerlijke partij wil stellen tegen het RIZIV indien bij deze mevrouw geen elektrische rolstoel wordt goedgekeurd. De arts aan de andere kant van de communicatielijn blijft evenwel beleefd en meldt mij heel laconiek dat de procedure nu éénmaal deze regel oplegt: wanneer de patiënte zich autonoom kan verplaatsen is er geen tussenkomst is voor de meerprijs van een elektrische rolwagen. Voor deze patiënte is dit een zware financiële domper, en ze had het al helemaal niet zo gemakkelijk op financieel gebied.
Ik speelde nog gevaarlijker spel. Ik noemde de adviserend geneesheer, krantenmerk en naam van de plaatselijke journalist die bereid was om aan deze mistoestand wel eens een verhaaltje te wijden. Ik kende een plaatselijke reporter (Mijnheer Mertens zal me nu wel vergeven indien hij nog leeft) maar ik had die man in de verste verte niet gecontacteerd om een reportage te maken.
Toch was de toon wat minder hoog en plots nam de dialoog een wending. Er werd mij gevraagd wat mijn argumentatie zou zijn.
Toen ik opmerkte dat deze mevrouw inderdaad nog wel over een basismobiliteit beschikte, maar dat dit afhing van een middeleeuwse situatie. Haar verplaatsingsmogelijkheid hangt af van twee huishoud aftrekkers onder haar oksels. Ik stelde voor dat de adviserend geneesheer dit zeer zeker in zijn verslag zou moeten melden, en dat het duidelijk was dat hier zich oplossende maatregelen aandienden. Toen werd er plots na reeds een korte tijdspanne overgegaan naar een actieplan.
De huisarts (ikzelf dus) stelde voor dat de behandelende kinesist (ikzelf dus) een verslag zou opmaken dat zich toespitste op de gangmogelijkheden, de ADL-activiteiten (activiteiten die gepaard gaan bij het uitvoeren van de dagelijkse huishoudelijke functies), de valrisico’s in huis en de preventiemanieren hieromtrent, en last but not least, de sociale afhankelijkheid en meerwaarde van een elektrische rolstoel tegenover een conventionele.
Ik liet niet na de huisarts op de hoogte te brengen van mijn capriolen. Hijzelf zou niet anders gereageerd hebben, werd mij achteraf verteld.
Het verslag was diezelfde avond klaar en werd voldaan in de brievenbus gedropt. Welgeteld een week later kreeg de patiënte een goedkeuring voor deze bede. Ook de huisarts en ikzelf kregen een kopij van deze goedkeuring.
Twee maanden later op een dinsdagochtend reed M.J.S. met haar rolstoel naar de markt in Herent. Dat had ze in jaren niet meer gedaan.
Aan zo’n oplossingen houden heel veel betrokken partijen een goed gevoel over. Een pracht job hebben wij.
De patiënt heeft mij er jaren na elkaar regelmatig over aangesproken, en zich afgevraagd of ik niet beter voor huisarts had gestudeerd…….
Van de 29,6 gewandelde kilometers, 28 dwars door de akkers.
DAG 20: Vrijdag 18 mei 2018.
Onder mijn voeten: : Faronville-Saint-Lyé-De-La-Foret
29,6 kilometer.
28 kilometer dwars door de akkers.
Reeds vanaf 06.30 wringen de staafjes zonlicht zich door elke transparante ruimte binnen in ons mafcompartiment. Door de schuine stand van de mobil-home ligt Walter met zijn hoofd halverwege het bed en zijn voeten zijn gezakt tot vlak tegen het buitenraam. Hij snurkt nog zachtjes en verwerkt zijn naweeën van een vrome nachtbevalling. Wanneer de geur van warme koffie zijn neusje bereikt staat hij gezwind op, trekt wat deftig ondergoed aan en beweert paraat te staan voor het beste moment van de dag (sic). Wederom zijn we vertrokken voor een dagfeest in ons douce France. Le Plat pays (qui nest pas le mien) heeft meerdere malen doorheen mijn auditief geheugen rond gedoold. Wat heeft die Jacqeus Brel dat toch mooi verwoord. Wanneer de tocht aanvangt staat er een gunstige bries die mij in de rug naar het zuiden stuwt. Het zou de ganse tocht zo blijven want van de 29,6 kilometers die vandaag werden gewandeld heb ik er 28 op zachte bodem tussen de velden gestapt. Wanneer je de topografische kaart van deze regio bekijkt zie je op de dag van vandaag een heel wit vlak met allerlei vierkantjes op. De zwarte lijnen zijn de tractorwegeltjes die de landbouwers gebruiken om naar hun veld te rijden. Op een bepaalde plaats was een wegeltje weer maar eens vervangen door 8 rijen tarweplantjes. Dus werd er weer maar eens gebunkerd en deze maal gaf ik mijn aandacht aan het startcijfertje van mijn traject. Ik begon op kilometer 11,6 en eindige op 13,4. Haast twee kilometer lang was deze akker. Kan je je inbeelden dat ik raar opkijk wanneer ik plots op een betonweg arriveer en zowaar in de verte een kerktoren merk. Dit is echt wel een uitgestrekt gebied met alleen maar productiegrond voor de landbouw. Ik merk op een bepaald ogenblik dat kerkje en maak een paar voet hectometers meer om een bankje of zitmogelijkheid te vinden. Ik eet uit principe nooit rechtstaand en wandel desnoods tot ik iets vind om op neer te zitten. In het midden van dat dorp staat een tafel met zitgelegenheid aan vast. Mijn God, wat een meevaller. Alleen had ik geen rekening gehouden met de gemeentearbeiders die op de plantsoenen rond mijn picknicktafel het gras aan het maaien waren en met een blazer de overtollige sprietjes van de straat mijn richting uitbliezen. Boterhammetjes met stof en sprietjes gras. Meer moest het niet zijn. Verder door wandelend kom ik terug op mijn voorzien traject terecht. Regelrecht naar het zuiden in de richting van 6 moderne windmolens. Ze draaien een toer per vier seconden. Dat is snel bedenk ik nog. In België telde ik ooit voor één toer 11 seconden. Maar in ons landje is er ook niet zoveel wind, al kunnen de meesten van onze politiekers soms van een scheet wel een orkaan maken. Maar dat is dan weer een ander niet deftig en slecht ruikend verhaal. We naderen langzaam de streek van de Loire en zijn mooie kastelen. Hier en daar zie ik al een reclamepaneel met de naam van Orléans vermeld. Dus daar zijn we ook niet ver meer van af. Vicky en Job stuurden me deze morgen nog een antwoord op de blog met de melding dat ze om beurt de teksten lezen en eigenlijk naast me meewandelen via de fotos en beeldspraak. Blijven volgen en vrolijk bedankt om de heel toffe feedback.
Onderweg denk ik bij mezelf dat deze tocht ook een overtuiging inhoudt dat er zeker nog goedheid onder de mensheid te vinden is. Gisteren twee keer koeken troef: ik kreeg een bussel waterkers waar we vandaag nog eens kunnen van eten, en bij de familie Nicolle en Jean-Philip werd ik ontvangen zoals een Bonaparte Napoléon destijds, maar dan zonder hoed en trommelgeroffel. Heel de tocht tot heden toe stemt me nog steeds gelukkig en de interne rust die zulks in mij teweeg brengt is met geen enkel medicament, wiet, tranquilizer of valiumderivaat te evenaren. Al heb ik er nog niet één van geprobeerd! De zuurkool die we gisterenavond aten was buitengewoon, maar ik vermoed dat hierdoor de chemische reactie ter hoogte van mijn dikke en dunne darm van die aard zijn dat het overdrukventiel ter hoogte van de endeldarm onder zware druk en belasting komen te staan. Zoveel rugwind er was vandaag, zoveel heb ik die natuurkracht gebruikt om mijn eigen chemische dampen en snuisterij op korte afstand te controleren. Nooit was er paniek, daar was ook geen reden toe, maar ik moet bekennen dat ik zo blij was om hier alleen door al die velden te kunnen lopen. Want heel regelmatig zag ik fazanten, hazen en zelfs een hertje wegvluchten. Ik bedenk als troost dat die niet alleen vluchtten van schrik om mijn persoon, dan wel om allerlei odeurs die in hun habitat niet tot het natuur getrouwe tint behoorden.
Ik eindig mijn tocht vandaag met een epiloog van drie kilometer door een plaatselijk bos. Opvallend hoe ik me moest aanpassen na al dat getrack door die velden. Op korte afstand zie ik Walter staan, maar ik moet wel een ommetoer maken van anderhalve kilometer omdat het terrein tussen mij en mijn getrouwe hulp behoort tot een plaatselijke boer. De
Deze avond wordt Walter ontlast van de kook. We eten boterhammetjes met kaas en wijn. Du frommage, du pain et du vin. Er is nog te veel beleg in de frigo en dat moet op voor we het moeten weggooien.
Morgen een tochtje van amper 24 kilometer en waarschijnlijk maken we er een avondje Orléans van en eten we Orléaans. Bekijk het maar en wees gerust, we missen hier veel mensen aan wie we dagelijks denken. Maar toch vind ik het hier keinijg en oerplezant.
Achter mijn handen:
HET ZWARTE GAT
L.H. is een heel joviale dame van om en bij de zeventig jaar. Altijd druk in de weer en super enthousiast in alles wat ze uitvoert en onderneemt. Nu is L. reeds een hele periode gepensioneerd, maar echt stil zitten is niet op haar lijf geschreven. Zij is ook de (enige) patiënte die in ruil voor haar gratis kopjes koffie in de wachtzaal, bij wijze van dank en appreciatie de ganse ploeg kinés al eens voorziet van een koffiekoek. Zij is bijzonder vrolijk en het aanbod van uitgestraalde positieve energie kent geen limieten.
L. komt op een vrijdagmorgen mankend en licht voorovergebogen de wachtzaal binnen. Bij navraag naar haar ongemakken bekent zij dat ze achterwaarts op haar zitvlak is gevallen. Haar staartbeentje was zo pijnlijk en alles wat achterkant pleegt te noemen zag zo zwart als de nacht, vertelde ze ons.
Ik merkte op dat zoiets toch gecontroleerd zou moeten worden.
Ze antwoordde heel gevat: dan pas gaat ge kennis maken met het zwarte gat.
Ik ook weer heel gevat en nogal iets te snel: Awel L. gij kunt tenminste tegen iedereen zeggen, die het wil weten, ik heb met hen in een zwart gat gezeten.
Merci au famille Levassor-Picard pour l'acceuil très sympa à Tremeville.
DAG 19: Donderdag 17 mei 2018.
Onder mijn voeten: Saclas Faronville 24,6 kilometer
Merci au famille LevassorPicard pour lacceuil très sympa à Tremeville, juste à temps!
Koud voelde het aan wanneer ik bij het ochtendgloren om 06.45 mijn neus en beide wangen door de deuropening wriemelde. Amper 9 graden en voor de tijd van het jaar veel te ruige wind. Gisterenavond hadden we net na het avondeten en juist voor de afwas, nog een fikse regenbui op ons dak gekregen. Geen nood, zo was alles proper met koud water. Deze nacht voor de eerste maal zeer slecht geslapen. Mijn benen konden de statische fase van het liggen niet goed verdragen en schreeuwden om beweging. Bij de dokter na het betalen van zijn opinie wordt dat ook al eens restless legs genoemd. Ik noem dat gewoon nerveus zijn en niet kunnen stil liggen. Ik vertrek na mijn drie soeplepels platte kaas met één soeplepel vloeibare honing (dank u mijnheer de imker François en Hans), en de geplette banaan met bruine suiker. Volgens de planning zou ik vandaag een ganse tijd wandelen in het groen langs de rivier La Juine. Een ongelooflijk mooi parcours en ik bedenk bij mezelf als er in Frankrijk al eens gesproken wordt van een paradijs, dan zal hier zeker wel een minister wonen. Ik betreed de regio van de Cresson. Méréville is DE hoofdstad van de waterkers. Wanneer ik zo langs de oevers wandel zie ik regelmatig betonnen bakken waar water in stroomt en groene planten in gecultiveerd worden. Wanneer ik wat verder twee mannen deze groenten zie afsnijden en binden in bundeltjes begrijp ik dat dit de Cresson is. Ik maak een foto en krijg de lachende opmerking van één der plukkers dat daarvoor een toelating vereist is. Ik vertel hen in mijn beste verstaanbare Frans dat ik aan het thuisfront eens wil tonen hoe zwaar het labeur van een Cresson-cultivator wel is. Het ijs is gebroken en ik word bij hen geroepen. Hij legt me wat uit over de manier van kweken van deze waterkers en omdat ik toch van zoverre ben gekomen krijg ik een gratis busseltje cadeau. Bon pour lapéro ce soir
Ik wandel steeds maar dieper het departement Île de France door en beleef de topmomenten van mijn bestaan. Mijn lijf fladdert als een vlindertje (ik denk nog maar eens aan Mira) en mijn benen volgen als een veterbindertje. Het wandelt hier tussen al die gerst-, tarwe- en graanvelden zoals een atleet loopt over de sintelbaan. Waarschijnlijk doet de rugwind er ook wel iets aan. Noorderwind wanneer je naar het zuiden gaat is altijd meegenomen, letterlijk.
Wanneer ik na 18 kilometer toch wat stoom wil aflaten en bedenk dat het tijd is voor een boterhammetje loop ik in volle eenzaamheid maar wel met felle wind in de rug op een alleenstaande boerderij. Ik vraag aan de vriendelijke man die juist uit de stalling komt, of ik in de beschutting van zijn kar en tractor eventjes mag uitblazen en wat verorberen. Maar ja, zegt hij, zet je maar in de schuur, ik zal de poort aan de andere zijde sluiten zodat er geen courant dair is. Maar neen, niet doen roept hij, kom maar mee naar binnen, ik zal je een tas koffie presenteren. De zwarte gevaarlijk uitziende hond blafte wel maar ook nu weer zie ik aan zijn staart dat deze kwispelende en blaffende hond geen kwaad karakter eigen is. De baas zegt het me nog: Il ne mange pas des promeneurs, leurs jambes sont tros dur.
De gastvrouw verwelkomt mij alsof ik haar eigen verloren zoon ben. Onmiddellijk krijg ik een tas koffie met twee verse chocoladekoeken. Het gesprek verloopt heel amicaal en vanaf het eerste ogenblik voel ik mij hier zeer comfortabel en welkom. Ik krijg een tweede tas koffie en er wordt verteld over mijn project van het boek dat ik schrijf en de VZW Oostrem, waar ik het voor doe.
De mevrouw is heel enthousiast en wil dat ik haar GSM op de juiste blog pagina plaats zodat ze dit verhaal kan volgen (google translate vertaalt het in het Frans in een flits). Ook wil ze persé mijn facebook vriend worden zodat ze me kan volgen voor de rest van de reis.
De mevrouw vertelt me nog gauw dat twee van de beelden in de kapel van Faronville nog door haar zijn geschilderd. Ik leg de laatste 6 kilometer af met zeer lichte voetjes en vooral een zeer voldaan gevoel. Wat twee tassen warme koffie toch al niet kunnen veroorzaken. Merci a vous, Jean-Philippe et Nicole.
In Faronville staan we (bij toeval) voor een oude kapel die ooit nog dienst deed als ontmoetingsplaats voor Compostella-pelgrims. Heden is de kapel gesloten, maar wat een droomlocatie om met ons vierwielig huis te overnachten.
Deze avond eten we op zijn Frans : Une baguette, de la choucroute, des saucissons et surtout... un verre de vin rouge ou blanc, ça dépend.
Morgen naar Saint-Lyé-la-Foret, ongeveer een kleine 29 kilometer. We zullen dat wel aankunnen zeker?
Achter mijn handen
OP EEN STOEL DE KELDERTRAP OMHOOG
Ik kwam aan bij Margriet en de familiale helpster opende duidelijk overstuur en erg zenuwachtig de voordeur. Ik kwam als geroepen zei ze. Monica vertelt me dat de oudere vrouw in de kelder op de grond is gevallen. Blijkbaar heeft Margriet zich tijdens de afwezigheid (boodschappen) bezondigd aan een verboden afdaling van de keldertrap. De afdaling was vlot verlopen maar onderaan heeft zij een draaiing gevoeld en daardoor haar evenwicht verloren. Ze lag reeds enige tijd op haar zijkant in een voor haar veel te koele kelderplaats. Haar rechtzetten op haar voeten was niet zo goed gelukt, want vele spieren waren verstijfd. Hier speelde de omgevingstemperatuur een nefaste rol. Ook ondervond ik dat de patiënte wat verstijfd bleek, hoogstwaarschijnlijk van het verschieten en het trauma op zich. Omdat de tijd van vertoeven in deze koele ruimte in haar dragen. Een stoel was het meest voor de hand liggende hulpmiddel. We plaatsten dus een stevige en reeds oude Kampenhoutse stoel in de kelder met de rugleuning naar de trap gericht en zetten dan Margriet op die stoel. De opdracht was niet erg eenvoudig. De bedoeling was de onfortuinlijke vrouw zonder verwondingen en zonder een tweede valincident boven te krijgen.
Stel u voor: Margriet houdt mij bij de beide schouders vast, zittend op die stoel. Monica heeft de bovenste lat van de rugleuning vast, en positioneert zich met haar rug naar boven. Ikzelf hou de beide zijkanten van het zitvlak van de stoel stevig omklemd . Op aftellend bevel heffen we allebei de stoel één spaak opwaarts en laten telkens de achterpoten van de stoel steunen op de trap. Aangezien ik met mijn voeten op die trap geen blijf weet moet ik deze breed gespreid plaatsen naast de voorste poten van die stoel. Ik moet dus telkens diep door mijn knieën buigen en gelijktijdig mijn romp voorwaarts buigen. Van bij de eerste tilpoging hoor ik een verrassend brekend en scheurend geluid van diep onder mijn kruis. Bij nazicht blijkt de naad van mijn broek van iets verder dan de rits tot 5 centimeter onder de riem aan flarden te zijn gescheurd. Het was haast een cowboy overbroek geworden. Verder scheuren kon deze broek niet, maar stijgen op de trap ging nu plots wel behoorlijk gemakkelijk met deze breed gapende gulp. De witte vaan die tevoorschijn kwam was echter geen witte vlag van overgave in oorlogsgebied, al had ik me erg graag gehuld in camouflagekledij.
Margriet kwam haast niet bij van lachen en ronkend van plezier werd zij netjes bovenaan de trap van de stoel gehaald en in de zetel gezet. De pijn die ze overhield aan deze escapade was eerder een kramp van de lachspieren dan letsels van de val.
Monica leende mij haar pull zodat ik hiermee mijn gewonnen veldslag en witte ondergoed netjes kon verbergen.
Onder mijn voeten: Chamarande – Salcas 27,6 kilometer.
De eerste vijfhonderd kilometer zitten er op.
De dag kondigt zich nogal grijs aan wanneer ik aan Walter om 6.30u vraag hoe laat het is. Mijn horloge hing aan de lader en daardoor kon ik niets weten van het vroege uur. De overslagklep van mijn urinair expantievatje liet weten dat het tijd was om wat overdruk te vieren. Toch nog iets te vroeg om te vertrekken dacht ik, en bovendien gaven ze vanaf 10.00 uur op meteo blue (bedankt Arend voor de link) zonneschijn en zeker geen kans op regen. Ondertussen zie en voel ik de zon duwen en stoempen om toch maar door dat grijs sheltertje door te geraken. De lucht is vochtig en waar we vannacht stonden was een droomlocatie wat betreft de plaats en de omgeving. Wat we echter niet incalculeerden: we stonden net op geen 100 meter van een voorname ijzeren weg verbinding van goederen en personenverkeer. Heel de nacht door reden er met hels lawaai en aanstormend gebulder treinen en locomotieven voorbij tegen weliswaar zeer hoge snelheid. Ik heb geen enkele trein gemist denk ik. Ik hoorde Walter zelfs niet snurken.
We eten een licht ontbijt met platte kaas, gemengd met banaan en bruine “kinnekes” suiker. Mmmmm. Alles smaakt hier toch altijd zo overheerlijk. Niets dat hier niet heerlijk naar binnen wordt gewerkt. Ik verlaat om 7.20 uur de tafel om mij klaar te maken.
Mijn tapzak wordt meteen lichter gemaakt door de waterdichte wandeljas eruit te laten. Walter maakte gisteren met de toast-koekjes van zus (Hilde) aperitief hapjes. Geweldig idee was dat. Waar hij het geleerd heeft…ik kan het niet raden. Wel heeft Walter me verteld dat hij vier zussen heeft waarvan Hilde de oudste is. Wellicht heeft het moederinstinct van de oudere zus er wat mee te maken, want voor haar is Walter altijd een levend poppemieke geweest waar zij haar kloekinstinct aan kwijt geraakte. Weet je wel dat warm kloppend moederhart. Meteen wil ik langs deze weg ook die Hilde bedanken voor de voorraad havermoutkoeken die ze aan Walter meegaf voor de wandelaar. Dus die zijn duidelijk voor mij, al mag ik van Walter zijn gulheid niet klagen. Hij deelt zijn Picon, hij deelt zijn toastkoekjes, ansjovisjes, eitjes, witte wijn, van alles wat hij van Hilde kreeg. Bij deze Hilde, uw gulle giften zijn dus zeer goed besteed!
Vandaag krijg ik weer een Frankrijk langs een mooie zijde te zien. De GR 111 stond voor gans de dag op het programma. Heel mooi traject dat veel groene zones bevat en vooral ook wat klimwerk voor de kuiten schotelt. Ik moet drie heuvels over en echt geen pannenkoekjes. De hoogtemeters op mijn GPS liegen er niet om: op 27,6 kilometer ging ik een kleine 400 meter hemelwaarts. Genoeg om er aan te wennen vind ik dat. Ik zie onderweg voorwaar de eerste grote sproei installatie en bedenk dat we stilletjes aan naar warmere oorden trekken met droger klimaat. Ook idyllisch was dat riviertje in Etampes waar ik via een voetgangersbrugje over de pont de L’Espoir mocht wandelen. Vrij vlug gaat het plots, want voor ik het goed en wel besef zit ik aan de laatste 9 kilometers wanneer mijn droge keel om enige vloeistof kreunt. Ik blijf voortdurend flirten naast, over en zelfs op de GR111. Hier zijn die paden echt wel in heel goede staat van onderhoud. Wat me opvalt zijn de trosjesbosjes. Hier en daar tussen de akkers verschijnen zonder orde of regelmaat kleine bosjes die dan doorkruist kunnen worden via de rood-witte streepjescode. Ik passeer een paar leerlingen die van school naar huis toe gaan en meteen besef ik dat het reeds woensdag is. Wanneer ik straks bij Walter aankom zal ik 514 kilometer hebben gestapt. De eerste grens is overschreden. Wat vliegt de tijd hier snel. Onderweg maakte ik de bedenking dat ik via de Facebook groep van de Kinesitherapeuten misschien toch wel best wat promotie maak voor de blog en het boek want 500 boeken verkopen is ook een uitdaging op zichzelf. Ook Axxon zou Dirk Bellemans misschien best eens contacteren. Ik mail hen wel.
In een laatste dorpje merk ik een zeer oude waterput op. Het mechanisme om de volle emmers naar boven te hevelen is er bewaard en zelfs als monument opgesteld. Wat verderop zie ik de dada van mijn schoonzoon Mike. Een ruime werf van een ijzerverwerkend bedrijf waar blijkbaar nog voor enkele weken werkzekerheid is voorzien. Het is ook een recyclage bedrijf, net zo eentje waar Mike directiesecretaris is. Misschien is het ook wel over te nemen?
Ik steek enkele spoorwegen na elkaar over. Met een tussen afstand van enkele honderden meters zijn er wel twee slagbomen en één brug die weg- en spoorverkeer mooi gescheiden houden.
Ik wandel nog een 4 tal kilometer doorheen de heerlijke weidse tarwevelden en aan de watertoren in de verte, samen met de twee GSM-antennemasten weet ik dat het voor een laatste keer klimmen is geblazen.
Vanavond maakt de Meuzentruit gebakken kippenfilets, met pasta en Bolognaisesaus. Wijn is voorzien in alle kleuren. Meteen zit de sfeer er weer goed in en kunnen we vanavond swingend ons bedje in.
Groetjes aan Gudrun in de Hemelboom in Herent: regelmatig denk ik aan mijn vriendin-patiënte, en wens haar langs deze weg nog veel leesgenot. Binnen een dikke 2,5 maand ben ik weer thuis Gudrun.
Ook veel vriendschappelijke groeten aan Josianne en Christian, want die zijn rond deze tijd haast 2 jaar gehuwd. Proficiat en vooral niet ophouden he. Blijven voortdoen en zeker niet plooien.
Morgen trekken we naar Faronville en tegen dat het weekend wordt zouden we graag rond de stad Orléans zijn want het wordt weer hoog tijd dat we allebei eens een proper badje nemen…
Tot morgen
Achter mijn handen:
DE VUILNISWAGEN
M.B. woonde in de Van Bladelstraat en was een alleenstaande oudere vrouw van rond de tachtig jaar. Drie maal per week werd ze geholpen in haar huishouden door familiehulp. Zij deden haar boodschappen, maakten eten klaar, poetsten, wasten en boden vooral gezelschap in moeilijkere eenzame ogenblikken. Ze hadden als verzorgster een erg intieme band met M. omdat ze heel veel familiale bezorgdheden deelden. Meestal kwam ik de dagen dat zij er ook aanwezig waren omdat er nu eenmaal drie maal per week moest behandeld worden, dus was het voor de hand liggend dat ik op maandag, woensdag en vrijdag bij M. aanbelde.
Het huisje van M. was een rijhuis, waarvan de voordeur toegang gaf tot de eerste ruimte. Een mooie plaats met tafel en stoelen die nooit werden gebruikt. Een glazen kast met enkele poppetjes en wat porseleinen prullaria. De gevel was een 4-tal meter breed en bevatte naast de voordeur ook een vensterraam dat de voorplaats van licht voorzag. Achter de eerste kamer was een tweede leefruimte en de derde ruimte was de keuken. Alle kamers vier meter breed.
M. woonde een vijftigtal meter van de basisschool “De Kraal”. De stoep voor haar deur was niet zo breed en uit voorzichtigheid werden de vuilniszakken binnenskamers vlak naast de voordeur in de eerste “sjieke” kamer klaargezet om mee te kunnen geven wanneer de vuilniswagen langs kwam. Deze strategie werd gebruikt om te vermijden dat schoolgaande kinderen en begeleidende ouders zouden vallen op de nog smallere stoep door deze in de weg staande zakken.
Het was dan telkens op vrijdag algemeen “alert” om te luisteren naar het lawaai van een aankomende vuilniswagen. De gehoortentakels waren bij alle drie de aanwezigen telkens op deze vrijdag gespannen.
Zo gebeurde het dat we de vuilniswagen te laat opmerkten en de vrachtwagen met oranje knipperlicht in het venster traag zagen voorbij tuffen.
M. opent de deur en roept vragend naar de ophalers die reeds een tiental meter verder hun ophaalronde afwerkten of ze eventjes wilden wachten.
Eén van die mannen roept heel gepast en vrij assertief terug naar M.: “Allez madammeke, spoedt u en springt maar bij in den bak”.
M. heel verbouwereerd: “ ja, maar ik heb mijn nachtjapon nog aan….”
De eerste maal dat ik als voetganger een autostrade overstak!
DAG 17: Dinsdag 15 mei 2018.
Onder mijn voeten: Les Aunettes-Chamarande 24,6 kilometer.
De eerste maal dat ik als voetganger een autostrade overstak!
Het had de hele nacht niet geregend. We hadden ons geparkeerd op een plaats die ook nu weer heel speciaal was en die we wellicht nooit meer zullen herbeleven. Niet dat het affreus was, maar laat ons zeggen dat Jan-de-modale-kampeerder daar nooit zou gaan staan. Achter de mobil-home verkeerslichten, zijkant links de bushalte, rechts een wagen die in maanden niet meer was verplaatst (er groeide haast gras op zijn dak) en de voorkant was de rest van de parking van de plaatselijke bibliotheek genoemd naar de Franse Chemicus Marie Currie in Saint-Michel-Sur-Orge. De jongeren die onze verplaatsbaar huis passeren zijn echt wel van gegoede klasse. Dat merk je aan hun kledij, verzorgd voorkomen en accessoires. We slapen op een appartementsparking juist naast het dorpje Les Aunettes.
Door vermoeidheid of mijn onkunde zijn we niet kunnen navigeren naar de overnachtingsplaats die we hadden gepland. Deze morgen zijn we dus een tweetal kilometer verder gereden naar de startplaats van dag 17 en wat een schril contrast met de stadsparking van gisterenavond. Stel je voor: hartje Brussel, met vierkante appartementsblokken die elk hun eigen parking voor de deur hebben. Wij hebben vannacht geslapen op zulk een parking. Nochtans hebben we allebei geslapen als een blok. Waar ik vanmorgen vertrokken ben om deze dag te stappen was het volle natuur. Het startsein werd gegeven door een wegvliegend eendje die zich om 8.32 uur verstoord voelde in haar ochtendtoilet. Ze was nog in nachtjapon. Meteen valt het mij op dat hier ook een camino stuk naar Compostella passeert. Ik loop kilometers door een derpartementeel domein. Je kan het vergelijken met Ter Kameren bos, maar hier wordt alleen maar Frans gesproken. Prachtig onderhouden, om de 500 meter een wegwijzer met een plannetje erbij om u duidelijk te maken waar je bent en welke de mogelijkheden zijn om te wandelen. Ik ontmoet veel joggers en Nordick-Walkers. Vanaf een bepaald tijdstip kruis ik ook veel senioren die man-man of vrouw-vrouw, samen vertellend hun aantal uurtjes beweging doen. Weinig man-vrouw koppels. Soms ook wel hondenwandelaars: wie laat wie hier nu uit? Ik loop gestaag over beekjes en brugjes die als nieuw zijn aangelegd. Samen met de malse ondergrond is dat wellicht de oorzaak dat er snel wordt gemarcheerd. Na twee uur wandelen had ik 11,8 kilometer op mijn Garminneke staan. Wat kan het leven toch variëren. Gisteren nog in de kletsende regen en vandaag zwelgend van het zweet onder een bewolkte maar toch droge hemel. Zonder een overgang te merken voel ik mij plots weer in mijn sas. De aglomeratiedrukte van neem maar 50 kilometer rond Parijs, is niet echt mijn ding. Toch blij dat ik het eens heb gezien. Dat ik in België geen mens meer hoor klagen over de multi-culturele maatschappij. Hier, rond Parijs, kijk je op als je een blanke mens tegen komt. Nooit heb ik me bedreigd gevoeld, maar ik kan er niet omheen, de voorsteden van Parijs, dat is echt wel anders gepigmenteerd dan onze blanke huidskleur. De wandel-party blijft maar duren en mijn energietank noopt mij tot hervullen. Ik zet me aan een kerkhof op een bank en eet de rozijnkoekjes uit de Aldi met heel veel smaak op. Op geen tijd zitten er voor mij 4 katten. Geen propere en wellicht niet zonder medebewoners, want ze krabben alle vier om ter hardst naar de vlooitjes. Ik leg zonder na te denken de link naar de mop van die twee clochards met hun vlooien. Als je ze nietkent vertel ik ze wel op de avond van de persvoorstelling van mijn boek op 18 oktober 2018. Komen dus!.
De laatste 5 kilometer worden afgelegd en weer zijn verrassingen mij niet vreemd. Een prachtig landwegeltje dat ook langs een vliegveldje voor ULM toestelletjes loopt, eindigt plots op de expresweg naar Etampes. Geen ontkomen aan. Ik moet hierover want op nog geen 800 meter is de afspraakplaats met trouwe Walter. De grote baan bestaat uit twee rijvakken die gescheiden zijn door een betonnen muurtje van 1 meter. Ik wacht echt wel tot het veilig is en beide baanvakken in mijn richting vrij zijn. Dan spurt ik naar het midden en zet me neer op de muur om wanneer het in de andere rijrichting vrij is, over te spurten. Natuurlijk word ik onthaald op een getoeter van menige bestuurder die zelf veel te hard rijdt, maar het kan me iet verdoemen omdat ik weet dat ik in geen enkel moment mijn leven in gevaar bracht. Beredeneerd risico noemen ze dat.
Die laatste 500 meter moest een onverharde weg zijn. Dat was hij ook, maar het begrip is iets te genuanceerd. Ik stap letterlijk over heuveltjes afgekapte stort uit afbraakwerken. Zelfs niet platgemaakt of open gereden. Gewoon van de vrachtwagen afgekapt en loop er maar over mijnheer De Smedt, je bent toch op pelgrimstocht….
Vanavond eten we saucisse du chef. Walter maakt voor mij en hemzelf ook natuurlijk, rode kool met wederom die schatjes van patatjes en een fijn chipolatakke om het bord mooi rond te vullen. Nog nooit heb ik hier met mijn persoonlijke coach slecht gegeten. Job van Vicky komt hier ook regelmatig ter sprake omdat hij ook altijd alles “lakker” vindt. In Merksem zeggen ze “lakker” tegen lekker. Ik volg hun al was het maar om Walter een trouw hart onder zijn spannend riempje te steken.
Vanavond staan we hier op de parking van Belvedere. Een oase van rust en vogeltjes die laten merken dat ook zij blij zijn met onze komst. Temidden van de bomen en in een schuchter zonnetje die echter sterk genoeg is om mijn natte spullen helemaal droog te krijgen.
Tot morgen voor een nieuw woensdag verhaal.
Achter mijn handen: DE KUISPLOEG
Monica van familiehulp was bezig met haar verzorgende dagtaak bij N.V.B. Wie deze familiale helpster niet kent is niet van deze wereld. Monica wordt door elke senior, man of vrouw, geprezen en verheven. Regelmatig kwam ik haar dan ook tegen tijdens mijn huisbezoeken bij oudere patiënten.
Op een dag kom ik bij N. aan en Monica doet de deur open. Maar Johan, zegt ze zo vriendelijk, gij komt als geroepen. Wil jij eens iets doen voor mij wat ik niet kan gedaan krijgen?
Ik antwoord dat ik dat wel wil, maar dat ik mij niet kan inbeelden dat ik iets zou kunnen dat zij niet kan.
Het betreft een klein werkje aan de zoldering in de badkamer van N. Naast de verlichting is er namelijk een zwarte kring en die zou ik zo graag weg hebben want de badkamer is voor de rest helemaal gepoetst en opgefleurd. Alleen, die zwarte kring, daar kan ik niet aan en N. is niet sterk genoeg om die ladder vast te houden.
Dus ik haal die ladder, Monica een emmer en een sopje met spons en een vochtige microvezeldoek. Ik begin daar te wrijven en te soppen en opnieuw te wrijven. Een lust om te zien, want ik weet van mezelf, dat ik zeer goed wrijven kan.
Maar wat ik van zo kortbij niet zag, was dat mijn zwarte cirkel rond de luchter veranderde in een witte veegcirkel. De behandelde oppervlakte was zo proper geworden dat de rest van het plafond er tegen af stak. De logica van Monica was dan ook dat ik dan maar moest verder doen nu ik toch zo goed bezig was. Met overgave en professionaliteit heb ik daar op (ik schat het maar) 20 minuutjes heel dat plafond gemasseerd, gewreven, afgewassen en droog geboend. N. kon het niet geloven dat een man zo proper kon kuisen. Monica zelf heeft er achteraf nog zo mee gelachen maar me er steeds op gewezen dat het niet zo verlopen is als wat ze aanvankelijk had bedoeld. Mijn gedacht is nog altijd dat ze heel goed wist dat door die zwarte veeg weg te doen, heel het plafond wel verder moest worden afgewerkt.
Maar…N. haar badkamer was ontegensprekelijk proper en het was toch rond Pasen, dus de grote kuis mocht gebeuren.
N. blij, Monica blij, en ik …ja toch ook blij omdat de twee anderen zo blij waren.
Onder mijn voeten: Champigny-Sur-Marne Les Aunettes 24,2 km
Geen waterdichte regenjas !
We liggen om 7.30u nog horizontaal als we de tikkertjes horen vallen op de plaat van de wagen. Gezellig is dat wel, maar met het vooruitzicht van een voettocht neemt dat enthousiasme toch wel wat af. Mijn goesting om er zo snel mogelijk aan te beginnen krijgt dan weliswaar geen deuk, dan toch wel een fameuze kras op de lak. Ik voorzie me van mijn hoge getten zodat het aflopende water van mijn regenjas niet op mijn onderbenen en zo in de schoenen kan lopen. Mijn regenhoed heeft rondom een boordrand van 15 centimeter. En dat is genoeg om met een droge neus door Parijs te kunnen strompelen. De eerste twee uren van de tocht wandel ik door een bui die me eigenlijk niet zo veel kan deren, maar ik stel vast dat mijn regenjas niet meer waterdicht is. Hij beschermt me nog wel maar met elk kwartier voel ik dat groot stuk canvas zwaarder en zwaarder worden. Pas wanneer ik het stuk textiel van mijn schouders haal, voel ik welk gewicht aan water ik heb getorst. Het moreel zit echter nog altijd goed en al zwemt mijn missie meer dan ze loopt, en al is zonneschijn nog zoveel aangenamer dan dit regenfestijn, ik heb ooit met Jos in Corsica tegen intensere regen momenten een vuist gemaakt. Het traject vandaag begint langs de Marne en verderop loop ik plots naast de Seine. Spijtig van het weer bedenk ik zowaar, want dit kanaal en gans de omgeving met oude huizen en smalle straatjes, straalt een niet nader te benoemen sfeer uit die toch wat weg heeft van de Belle Epoque. Wanneer ik op de GPS de vermelding zie dat er nog slechts 5 kilometer scheiding is tussen de moderne slavernij en mij, schiet weemoed me door het hart. Waar Walter op me wacht ben ik in de mogelijkheid om al het nat door droog te vervangen. Wat ik echter niet wist dat die laatste woorden van dit dorp weer een berg betekenen. In Athis-Mons is het erg snel klimmen en zelfs voor de residentiële inwoners is het pad naar de garage voorzien van een slingerpad of traplift met zeteltje!!!!Ik klim dat het zweet aan de binnenkant van mijne frak blijft kleven. Mijn mouwen druipen, mijn voorhoofd is klam en zelfs in mijn nek loopt vocht naar beneden. Dit is waarlijk zwaar. Ik zie scholieren van de middelbare school : Sacré-Coeur dAthis-Mons en école moyenne de Saint-Exupéry. Veel schoon volk hier en in de omgeving van heilige namen en wat die hier allemaal komen leren!!! Ik ben er van buiten adem. Van die berg.
Ik ben natter van transpiratie dan daarjuist te wandelen in de regen. Gezien de regen is het heel moeilijk om mijn fotokodakske bij de hand te hebben. Bij vocht pak ik dat liever veilig in. Vandaar ook het verhaal zonder één kiekje. Ik vind het spijtig voor jullie, maar daar is beaucoup trop de pluie de oorzaak van.
Deze avond eet ik de overschot van de Nasi goreng op. Walter eet een geroosterd boterhammetje. Morgen zitten we terug een beetje in ons vertrouwd gebied buiten de drukke agglomeratie. We trekken dan echt iets westwaarts onder Parijs en komen aan in Chamarande : departement Essonne.
Ik nodig je uit om morgen mijn nieuw verhaal te lezen
Achter mijn handen:
NET OP TIJD
M. woonde in de Karrestraat in een rijhuisje. Vooraan enkel de voordeur en een raam. Naast haar woning nog twee rijhuisjes en dan de hoek van de straat. Mijn huisbezoek was steeds tussen 15.00 en 16.00u in de namiddag. Bij mijn aanbellen kreeg ik geen reactie en dat verwonderde me wel, want M. was steeds zeer vooruitziend en verwittigde me van het kleinste voorval tot de grootste hindernis die mijn huisbezoek maar voor een kleinigheid zou kunnen dwarsbomen. Bij mijn tweede druk op de deurbel vergewiste ik mij ervan of de bel wel degelijk lawaai maakte en dit was affirmatief. Ik hoorde noch zag enig gevolg. Door het raam gekeken en ook dat bracht niet de nodige geruststelling. Wat prees ik me achteraf gelukkig dat ik me niet zo maar gewonnen gaf. Iets in mij dwong me om via de hoek van de straat M. haar naam te gaan roepen. Op mijn geroep volgde een haast fluisterend antwoord, echter luid genoeg om te horen dat het geen normaal stemgeluid was. JOHAN krijste ze.
Als een dolle Duitse scheper loop ik langs de roestige afspanning twee tuinen verder dan waar M. woonde en baan ik mij een weg over de draad van de eerste tuin, achteraan loop ik via de composthoop over de haag tussen de tweede en de derde tuin, en dan pas bereik ik via een rot houten schutsel dat ik met een karatestamp opzij doe vallen, de tuin van M.
Het oude vrouwtje zat opgevouwen als een rolmops tussen de twee ijzeren staven van een tuinstoel. Het stuk zeil van het zitvlak van de stoel was gescheurd en zo was M. met haar eigen zitvlak en onderrug diep in de opening geschoven en geblokkeerd geraakt. Het mensje kon niets meer uitbrengen van ellende, maar vooral doordat haar ademhaling voor een groot gedeelte afgesneden werd door de voorovergebogen houding.
Ik heb haar zachtjes gekanteld op het gras zodat zij in zijlighouding kwam te liggen en heb dan beetje bij beetje die stoel achterwaarts weggetrokken om die rug en achterwerk terug vrij te maken.
M. heeft daar zeker wel vijf minuten liggen wenen en snikken en naar ik kon uitmaken uit haar verhaal moet ze daar zo gezeten hebben van vlak na haar middagmaal. Een telefoontje naar de huisarts maakte dat we uit voorzorg toch maar de 100 hebben gebeld en haar lieten opnemen in spoedgevallen voor de nodige onderzoeken. Achteraf bleek er niets gebroken of levensbedreigend gekwetst was, maar M. heeft er nog enkele weken veel pijn en ongemak van ondervonden.
Vele keren heeft M. nadien gewezen op het feit dat mijn interventie niets anders te maken had dan met een teken van God. Zij beweert dat ze het geen 10 minuten langer zou volgehouden hebben. Niets dat bewijst dat dit inderdaad zo ook zou geweest zijn, maar aan de hulpeloosheid en de lamentabele fysieke toestand na het euvel, dacht ik toch ook dat M. aan het einde van haar latijn was gekomen tijdens mijn verlossingswerk.
M. is me er de rest van mijn huisbezoeken altijd zo trouw dankbaar om gebleven. Mijn reddende engel zei ze regelmatig.
Onder mijn voeten : Champigny-Sur-Marne (op de camping)
Rust geboden en gegund.
Vrijdag avond stonden we met de motorhome op een historische site met een lange dreef van Leilindens en op het einde van die dreef een oude kapel die door de lichtinval extra in beeld kwam. Geen wonder dat we voor donker aangesproken werden door een bezorgde parochiaan die bij wijze van sociale bewaking toch wel eens poolshoogte wou nemen welke twee vreemde toeverlaten hier op haar dreef waren komen kamperen. Na een paar geruststellende thema's (Compostella - boetedoening - goede bedoelingen - geen wanorde of overmatig drankverbruik...????) had de ongeruste ziel terug in haar Christelijke structuur gevonden en konden we blijven staan tot zaterdagochtend 09.00 uur. We sliepen goed en stonden rustig en dat was het voornaamste.
Zaterdagmorgen reden we dan sitopresto naar de camping die we hadden gepland om de dames op te vangen. We komen er toe om 08.40 uur en op de poort een grote aankondiging: CAMPING FERMEE. We zien over de poort de openingsuren van de camping en staat op vermeld dat de camping pas open gaat om 09.00 uur. Dus we wandelen wat rond, kijken naar de versassing van een Belgisch schip en begeven ons terug naar het onthaal. Om kwart over negen nog steeds geen beweging achter die gesloten poort. Typisch op zijn Frans denken wij. Wanneer er om 09.30 nog steeds geen deur open gaat spreken we wat verder een man aan die ons doodgemoedereerd vertelt dat de camping in februari is overstroomd geweest en misschien, heel misschien pas eind juni opnieuw de deuren zal openen. Het alternatief is een camping in Champigny-Sur-Marne, een 12 tal kilometer verderop. De vrouwtjes verwittigd dat de plannen veranderd waren en dat ze hun GPS moesten herinstalleren. Eens we toegekomen waren kwam onze activiteit op gang. Laat staan, ontplofte hier in de motorhome een witte orkaan. Borstels werden boven gehaald, de stofzuiger werd aangesloten, de keukenblok werd met schuursponsje en schoonmaakmiddel aangepakt. De zetels werden proper gefrot. de matten werden uitgeklopt, de stuurcabine werd netjes gemaakt en de vloer werd stofvrij geborsteld en gedweild.
Haast niet meer te herkennen en dat op nog geen twee uur tijd. We geven onze eigen carrosserie ook nog een goede beurt onder de douche en staan met strik en "pitler" klaar om de vrouwtjes te ontvangen. Die waren over tijd...door een laat vertrek en een probleem bij de instelling van het adres in de GPS. Het verschil tussen een Avenue des Alliées en Boulevard des Alliées kan het verschil maken tussen winst en verlies van een oorlog of in dit geval een langere wachttijd voor de mannen op weduwschap.
Het weerzien vindt dan toch plaats. er wordt gekust en gezoend. Gefrot en gewreven, maar dan niet meer op de zetels, op het andere raakvlak. Die dames hadden beloofd een beetje proviand mee te brengen. Ze hadden alleen vergeten dat we op tocht zijn met een mobilhome in plaats van een oplegger met aanhanger. Ook dat we maar met ons tweeën zijn. Maar ons hoort ge niet klagen.
We eten en drinken om toch al maar een deel van die ballast niet hoeven mee te nemen, en hier dus te kunnen achterlaten. 's Avonds kruipen we in de bak van ons camionette, en op zondag wordt er uitgebreid ontbijt.
Waarom dan in Gods naam twee dagen rust nemen. Daar zijn veeeeeel redenen voor . Vooreerst: ik was vrijdagavond toegekomen aan de aankomstplaats en voelde een venijnige pijn aan de rechter hiel. Een plekje waar ik eigenlijk niet op steun, maar die wel eerst grond raakt bij het afrollen van mijn rechter voet. Wanneer ik de voet niet afrol, maar de voet volop plat op de grond plaats (olifantengang) heb ik geen last, maar deze compenserende beweging is min of meer gevaarlijk voor rug of bekkenklachten. Ik besluit deze hiel twee dagen rust te gunnen en daarna preventief in te tapen.
De tweede reden: de vrouwtjes zijn hier. Waarom dan weglopen van hen.
De derde reden: het regent hier en alle redenen om bij de bezoekers te blijven zijn goed genoeg om er mij van te bedienen.
En ook al is er een aanslag in Parijs gebeurt, ons heeft hier niemand bang kunnen maken.
Morgenvroeg kent heel het reisverhaal opnieuw een doorstart.
Deze avond eten we sla met tomaatjes en hamburgers en worst, een Chimay bleu en als dessert de rest van de Frangipanne taart met een goede tas koffie. Voedzaam genoeg denk ik om morgen fris als de wind met mijn neusje richting zuiden verder te trekken. Tot dan en vele groetjes van ons vieren.
Onder mijn voeten: Champigny-Sur-Marne
Achter
mijn handen:
SLECHTE COMMUNICATIE TUSSEN ARTS EN PATIËNT
Het
overkwam mij dat een patiënt me bezocht en me vroeg waarvoor hij moest komen.
In de eerste ogenblikken dacht ik aan een verwarde persoon, maar dat bleek niet
zo te zijn. De vraagstelling kwam er omdat de patiënt op doktersbezoek ging
wegens schouderpijn. De arts had deze schouderpijn onmiddellijk gerelateerd aan
een halswervel die in zijn slechte artrotische positie
een zenuw knelde. Het zit namelijk zo dat tussen twee wervels een discus
(tussenwervelschijf, een soort sponsje) ligt. Die vermijdt dat de bovenste en
de onderste wervel vlak tegen elkaar liggen en daardoor hebben zenuwen,- die op
die plaats de wervelkolom verlaten -, een klein platformpje om zonder al te
grote druk van de onderste of bovenste wervel, vrij zonder oponthoud de zone te
bereiken die ze moeten bedienen. Bij artrose is die ruimte tussen de bovenste
en de onderste wervel, de tussenwervelspleet, iets nauwer geworden. Dit gebeurt
enerzijds doordat de sponsachtige tussenwervelschijf afgeplat is geworden door
enerzijds de te hoge druk erop en/of anderzijds een aanzetting van kalk en
artrotische reststoffen op deze werveloppervlakken. Het gevolg is dat de zenuw
minder elektrische stroom of vervormde stroom doorstuurt naar haar uiteinde.
Als dat uiteinde een spier is (motorische eenheid) zal die minder goed
functioneren. Dan zal die spier dus minder kracht kunnen uitoefenen. Als het
uiteinde van de zenuw een gevoelseenheid is die bijvoorbeeld iets zegt over
warm of kou, trillingen, drukgevoel, wrijving of iets dergelijks (sensibele
eenheid), dan kan het gevoel dat we vertalen wel eens vervormd zijn en dus in
pijn eindigen.
Bij
deze patiënt was de pijn en het onvermogen om iets boven de schouder te heffen
duidelijk afkomstig van een ingeklemde zenuw in de nekwervelzuil.
De
arts schrijft dus zonder verdere verduidelijking een voorschrift om die man zijn
nek te behandelen, en zo de druk op die nekzenuw te verminderen of indien
mogelijk op te heffen. De man echter vermoedde dat ik zijn schouder zou onder
handen nemen. Groot was zijn verbazing toen ik zijn nek behandelde. Dat had
zijn dokter hem niet verteld of uitgelegd. Ik geef dus tekst en uitleg met
zelfs een grafische toelichting.
Zonder
slechte bedoeling vertelt de man dit tijdens een latere controle aan zijn arts
waarop die prompt en enigszins verontwaardigd telefonisch bij mij polst of er
misschien niet goed gecommuniceerd is geweest. Ik heb hem gewezen op de
eerlijkheid van mijn antwoord, maar ik vond dat er niet slecht, maar
waarschijnlijk helemaal NIET gecommuniceerd is over de reden van deze
doorverwijzing. Ook meldde ik dat het niet mijn taak was om tekst en uitleg te
geven over deze aandoening, maar dat ik nu eenmaal niet anders kon omdat de
mijnheer mij ernaar vroeg. De arts bleef heel beleefd en sloot zijn telefonisch
onderhoud met mij af met de belofte om daar voortaan toch werk van te maken.
Lawaai, vuile troep maar op het einde toch nog een mooi bos!
Dit is geen Frankrijk op zijn mooiste zijde. De start om 7.26u begint met een mooi zonnetje en deed me hopen op weer een dagje feest. De eerste ontgoocheling die mijn nuchtere maag wat doet keren zijn mega grote storthopen die door sluikstorters zomaar in het wild worden gedropt. Op het verste zicht van deze lange veldweg merk ik in de einder veel verkeer op een snelweg. Ik hoor het nog niet, maar zie het wel. Ik laat nog even een sanitair spoor achter, in de wetenschap dat dit op het stuk dat nu volgt niet meer zo eenvoudig zal kunnen. Haast 3 uren loop ik naast dit stuk beton en het lawaai werkt danig enerverend. Bovendien kom ik langzaam in de zone van de luchthaven van Charles De Gaulle. Ik zie twee vliegtuigen naast elkaar opstijgen in V-formatie. Ik bevind me juist in het midden van die V. Haast om de minuut zie ik dit spektakel opnieuw. En steeds zie ik die metalen wonderdozen duidelijker en groter. Ook hun vluchtmaatschappij wordt des te duidelijker. Het lawaai dat ik moet verwerken, laat ik aan je verbeelding over, maar zowel de autosnelweg links van mij op nog geen 30 meter als de luchtlijn boven mij cumuleren de decibels. Wat een contrast met de avond twee dagen geleden.
Ik wandel op een zeker ogenblik van de snelweg vandaan en kom dichter bij de landingsbaan van de luchthaven. Ook weer zulk een oorverdovend gedonder. De ganse voormiddag werden mijn drumvliesjes stevig op hun korrel en elasticiteit genomen. Langzaam aan kom ik in de nabijheid van de voorsteden van Parijs: de Banlieus. Een allegaartje van allochtonen merk je op. Mannen in lange kleren, gesluierde vrouwen, jongeren in joggingspak met kap op hun hoofd, twee mannen die op volle straat ruzie maken en bij elkaar met veel verbaal geweld hun gelijk willen halen. Je ziet er winkels met Afro-Indische specialiteiten. Je snuift de geur der kruiden van Oosterse origine. Allerlei smaak- en geurprikkels teisteren je neuspijpen. Fietsen hangen langs buiten aan de balustrades, en koken gebeurt zo goed als op het terras. Ook kapot geslagen ramen en bushokjesruiten die aan diggelen zijn geslagen ontgaan me niet. Ik wandel voorbij het kadaver van een opgesmeulde motor. Het stuur en de velgen en het chassis zwart geblakerd. Niet abnormaal dat een kerel met een rugzak en “bottinnekes” hier opvalt. Ik ontmoet Walter niet op de afgesproken plaats: twee kerkjes in een dorp…elkeen wachtend aan een andere kerk. Ooit nog meegemaakt. Via mijn Garmin toestel is echter geen pastoor meer gerust: ik zie er alle kerken en uilen op staan. Ook Walter dus. We ontmoeten elkaar aan de tweede kerk en dito kerkhof. Ondanks de slechte afspraak, is er weer geen vuiltje aan de lucht. Mannen onder elkaar laten geen sporen na, toch niet na een slechte communicatie. Om 14.30 uur besluit ik om de laatste 7,5 kilometer rond te maken. Deze epiloog verbijstert mij. Ik wandel door le Foret de Bindon (een natuurpark zoals de bossen van Terkamerenbos). Prachtige paden die natuurlijk zijn gebleven met een ondergrond als een verende trampoline. Je loopt over een bladerentapijt van 10-15 centimeter dik en voelt haast geen bodem. Een vlinder volgt mij gedurende enkele seconden. Ik herinner me de woorden van Mira (de overleden dochter van Sonja): als je een vlinder op je weg treft, denk dan dat ik het misschien ben. Ik denk heel even aan Mira. Ook aan Mevrouw Crab (Maria is een patiënte-dame die mijn moeder had kunnen zijn). Zij diste mij het verhaal op van het recht op waardig sterven (zie later). Ik denk aan zoveel mensen onderweg. Ik denk ook aan onze avondlijke gesprekken met Walter. Verrijkend en loslatend is zulk een tocht alleen. Geen dag of ik mijmer over mijn praktijk. Veertig jaren zijn een lange tijd waarin veel kan gebeuren en waarin je veel dient te plaatsen.? Ik denk ook soms aan enkele minder toffe ervaringen. Die hebben ook hun sporen nagelaten. Maar je kan nu eenmaal niet voor iedereen goed doen. De avondlijke afspraak in Livry loopt ook helemaal fout. Er zijn twee kerkhoven: het oude en het nieuwe. Natuurlijk rijdt die dappere Walter naar het nieuwe en loopt de onfortuinlijke zwalper naar het oude. Leve de korte golf zender en het euvel was zo opgelost.
Vanavond eten we gebakken eitjes à la Jowan. Voor Walter 2 paardenoogjes zonder leddergaas en voor mij een gekluste omelet of twee met gesmolten kaas. Eten wat de pot schaft Meer moet dat niet zijn.
We staan hier weer eens prachtig aan het oude kerkje helemaal op een rustige plaatsje en gaan nu verder ons aperitiefje afronden met de echte Ricard of zoals Jacques zou zeggen: le petit Jaune. Tot morgen en dan komen de dames ons bezoeken: niet abnormaal dat ik dan geen lang verhaal zal neerpennen, of wilt ge nu echt alles weten?
Slaapwel.
Achter mijn handen:
IK, PIJN AAN MIJN SCHOUDERS? NIET ECHT
In de praktijk hielden wij ons in opdracht van de Nationale Federatie van kinesitherapeuten een jaar lang bezig om sommige voorschriften te selecteren en te rapporteren. Het betrof hier enkel de voorschriften waarvan de inhoud totaal onleesbaar was, onvolledige mededelingen, verkeerde informatie, een voorschrift waarvan de vorm en nodige inhoud niet voldeed aan de reglementering ter zake, niet gedateerde, verwarrende en soms zelfs voorschriften met tegenstrijdige inhoud.
We getroostten ons zelfs de moeite om ze te kopiëren omdat we anders erg ongeloofwaardig zouden overkomen. Op die veertig jaar heb ik heel veel meegemaakt, maar lang niet alles. Het is geen jaar geleden dat ik een voorschrift in handen kreeg waar de naam van de patiënt ingevuld was met mijn eigen naam.
Ik moest Johan De Smedt behandelen wegens een rotator cuff syndroom aan de rechterschouder. Laat het nu zo wezen dat ik al sinds mijn geboorte over een paar goede en sterke schouders beschik die heel wat last en ballast kunnen torsen, maar een scheurtje in mijn spier… dat heb ik nooit geweten.
Waarschijnlijk wou de arts de patiënt naar een kinesist verwijzen en heeft hij daardoor per vergissing op de plaats van de naam van de patiënt, mijn naam geplaatst. Groot was mijn verontwaardiging wanneer ik de patiënt zijn voorschrift op de fiche invulde. Het euvel was echter snel hersteld maar het bewijst nog maar eens dat ook artsen zich kunnen vergissen.
Ik heb een fout gemaakt bij de instelling van de camera.
Wil de lezer mij verontschuldigen maar gisteren en vandaag heb ik een fout gemaakt bij de instelling van de extensie van mijn foto's op de camera. Ik stel vast dat de kiekjes niet weg geraken, en blijkbaar is de pixels instelling te groot en dus te zwaar voor verzending. Ik tracht in de toekomst dit euvel te verhelpen. Mijn verontschuldiging maar dit zijn groeipijnen....
Het loopt zoals vogeltjes vliegen op vleugeltjes !
DAG 13: Donderdag 10 mei 2018.
Onder mijn voeten: Orrouy – Lagny-le-Sec 34,6 kilometer
Ik mocht al wat langer uitslapen, mijn missie gisteren had ik waardig volbracht en ondanks heel veel pogingen om in dit gat van Pluto een internet verbinding met de buitenwereld op te zetten, besliste ik om 22.00 uur mijn inspanningen stop te zetten. De tekst was weg geraakt via een noodhulp (50 meter verderop hadden we een zeer zwak 2G GSM signaal, maar normaal gezien kan je daar alleen maar mee telefoneren en zeer lichte data gegevens mee versturen). Aan de Mairie was er een wifi signaal maar dat mocht ik van de burgemeester (jaja hijzelf) niet gebruiken uit redenen van “securisation”. We lagen vannacht onder de toren. In Herent is dat altijd een café geweest, hier was dat niet de meest ideale plaats om een deugddoend slaapje te placeren. Neen, Marie Roseke, niet in heel Frankrijk liggen de klokken stil na 22.00 uur. Heel de nacht door gaven ze om het halfuur niet éénmaal, maar tweemaal na elkaar met een tussenpauze van 60 seconden, het uur of het halfuur aan. Als je dat niet gewoon bent ga je het even gelijk aantal keren een 10 centimeter omhoog in je bed. Ik had deze nacht volgens mijn horloge al tien verdiepingen hoogtemeters gedaan…
Ik start dus om 7.30u en ga regelrecht op een prachtig bos af dat op een heuvel ligt. De paden zijn wonderbaarlijk mooi en de vogels fluiten alsof hun leven ervan af hangt. De aandachtige kijker en de persoon die de foto van de bosweg inzoemt zal zowaar een reetje (neen, niet een poep) herkennen dat centraal op de afbeelding naar mij kijkt. Door het afgaan van de flits verschiet het zich een sprong en weg was zij.
Ik denk dat er op heel de aardbol niet veel mensen zullen zijn die mijn staat van gelukkig zijn zullen benaderen. Dit is al 13 dagen een feest: la grande bouffe op fysiek, op mentaal en vooral op emotioneel vlak. Dit ding doen, dit kunnen doen, is een geschenk op zich zelf en al weet ik dat mooie liedjes niet blijven duren, ik wil van deze melodische zin zo graag een perpetuum mobilé maken. Vergeef mij als ik je jaloers maak, maar mijn kindjes zeiden ooit tegen mij dat ik niet altijd mocht liegen…
Bij het beklimmen van die heuvel begint het zweet mij weeral maar eens uit te breken. Zo vroeg op de morgen zijn die parasieten van zweetvliegen er ook weer bij. Je hebt nog andere vliegen, die afkomen op andere geuren (str…vliegen) maar die zijn het niet, ik gebruik nog steeds die vochtige doekjes en dat is op fecalisch gebied een openbaring. De zweetvliegen hunkeren in groepjes naar je zweetgeur en zijn daarbij niet beschaamd om rond je oren en neus te komen zoemen. Ze laten geen gelegenheid onbenut om voor je gezichtsveld de juiste weg te tonen die ze het liefst samen jou zouden bevliegen. Als je ademt met open mond, kan je er op aan dat er vlees bij de maaltijd is.
Ik wandel ongeveer anderhalf uur door dit prachtige bos en merk dat het weer bewolkt blijft met af en toe een ernstige opklaring. Ik ontmoet Walter in Versigny, waar ik een tussenstop organiseerde. Hierna is het nog een 10,5 kilometer wandelen tot in Lagny-le Sec.
Wanneer ik vertrek in Versigny kan ik het niet laten om met één hand door de omheiningsdraad een gewaagde foto te maken van de tuin van le Chateau de Versigny. Alles erop en eraan, boomgaard, zwemvijver, park en groot terras.
Verderop maak ik nog een mooi prentje van een spitsige kerktoren die als het ware midden in de velden is ingeplant. Heel raar is dat, in het midden van de velden. Wanneer ik mij al enige tijd afvraag waar al dat motorgeronk in de lucht vandaan blijft komen, krijg ik het antwoord op een zilver schoteltje. Ik schuifel voorbij een lokaal vliegveld waar enige piloten blijkbaar leren te landen en onmiddellijk een doorvlucht nemen. Wanneer ik aan de startbaan voorbij kom langs de grote baan kan ik ze haast uit de hemel plukken. In Lagny-le-Sec staat de trouwe torenwachter nog net niet met de lans in de rechter hand trouw en geduldig op mij te wachten. Hij vergast mij op zo een deugddoende meloen, dat het sap naast mijn lippen naar beneden druipt. Geen mens die weet heeft waar deze druppels zullen eindigen. Ik doe mijn wasje, ik doe mijn plasje, strijk de haartjes nog wat schoon, ververs mijn kleren en dan komt de aperitief à la France: ik offer van mijn rekening un petit jaune voor Walter, maar hij verkiest eerder een blauwe Chimay.
Wat vonden wij samen het berichtje van Pierre en Jette zo fantastisch lief. Ze willen Walter voordragen voor een ster van de Michelin omwille van zijn asperges à la Flamande. Een heel goed initiatief, maar wachten tot eind juni, want anders ben ik mijn chef kok kwijt. Tof dat jullie via de foto’s ook zo goed de reis kunnen volgen.
Mag ik u nog gauw tussen de regels vermelden dat op zendingen zonder vermelding van de afzender ik echt niet kan reageren.
Vanavond maakt de Walter Meusentreut een bordje van gebakken aardappeltjes in look en kruiden boter, met boontjes en hamburgers van de koe.
Morgen is er een rustig dagje naar ik vermoed want op het huidige ogenblik zit ik zo al maar even 35 kilometer voor op het geplande schema. Ge moet niet vragen hoe graag ik dat vrouwtje zie…Tot morgen.
Achter mijn handen:
WORMENSOEP
Ik kwam langs bij een vrouw die nog zeer goed te been was maar onlangs een nieuwe protheseknie had laten plaatsen. Ze vulde haar normale dagen met tuinieren, puzzelen, lezen en koken. Zij was een 75 jaar en erg alert en open van geest. Een vrouw van de wereld. Het was winter en bar koud. De patiënte had zich naast haar fornuis neergezet waar een groentesoep zachtjes stond te koken. Het rook er verleidelijk en het speeksel kwam juist niet uit mijn mond. Natuurlijk maakte ik een opmerking over J. haar kookkwaliteit en het geluk dat ze via haar kooktalent het beste van zichzelf kon geven. Waar ik heimelijk op gehoopt had, voltrok zich. Er werd mij een bol soep aangeboden. Een mens zou voor minder zijn zinnen verliezen. Ik en soep, dat is zoals een voordeur en de deurbel. Ze horen dus samen.
Ik kreeg een dampende kop soep aangeboden. Hoe meer ik lepelde hoe meer druppels er aan het neusfront verschenen. Naargelang ik dieper naar de bodem schraapte met de lepel, hoe donkerder de kleur van het soepwater bleek. Tot bij de voorlaatste dosis lepelvocht de ware toedracht van dit raadsel zich voor mijn ogen ontrafelde. In de bodembocht van de soepbol lag zowaar een dode aardworm opgerold, nog steeds in wat soepvocht. Gekookt en wel. Een walging trachtte zich meester te maken van mijn voorraad emoties. Maar ik behield de koele beheersing. Ik pakte de tas op en zei tegen J. heel flegmatisch dat ik nog niet vaak zo’n lekkere soep had gegeten en dat ik mijn afwas wel zou doen. Ik kieperde de worm en het klein beetje restsoep in de keukenvuilnisbak, zonder me maar enige zorg te maken over “het” selecteren of selectief gedrag. Wat ik had gegeten was erg lekker, maar de bodem van de beker was er net iets te veel aan.
Gisteren zaten we op een andere planeet: Geen internet!
Beste lezer,
Even een tussendoortje omdat we gisteren op noodgroep werkten. In Orrouy is er wel een antiek GSM signaaltje van 2G maar daar kan je haast geen data mee doorsturen. Dus zeker geen foto's. Ik maak dat goed tijdens mijn middagstop door de beelden nu in uitgesteld relais door te sturen. Deze avond volgt de blog van de huidige dag.
DAG 12: Woensdag 9 mei 2018. Onder mijn voeten: Baboeuf Champlieu 38,9 km
Even een mentale opdoffer, maar toch hersteld.
Wederom en zonder al te veel moeite om 06.00 uur stipt vertrokken. Het beloofde een bewolkte dag te worden en dat bleef het ook tot in de vroege namiddag. Het eerste stukje was wandelen uit het dorp en dan zou de wandelweg genomen worden naast het kanaal de lOise. Mijn eerste verwondering was dat de GPS mij over een zeer oud kramakkelig brugje stuurde. Verroest en de houten dwarsbalken waren meer dan hun vervaldatum onlangs voorbij. Voor de doorgang stonden hoge grassen die in verscheidene seizoenen niet meer waren gemaaid en ook netels en kleefkruid behoorden hier tot de plaatselijke flora. Geen indicatie die mij vertelde dat deze weg niet meer gebruikt werd. Op mijn GPS nagekeken en inderdaad het was aangeduid als een GR-pad (rood-wit Grand Randonnée). De eerste 500 meters die dan volgden waar geen breed spoor dan toch wel een traject dat regelmatig was belopen. Bij een tweede nazicht op de GPS zie ik dat dit spoor ongeveer 6 kilometer naast dit kanaal loopt en erger nog, ik moet deze kant van de vaart volgen omdat ik binnen 6 kilometer moet afwijken naar het Westen. Indien ik de overkant van het kanaal zou volgen, loop ik op een nette aardeweg van 3 meter breed. Maar verderop liggen op de kaart geen bruggen die mij over het water kunnen brengen, naar de weg die ik moet volgen. Na 500 meter ligt er dwars over het affreus gebrekkig onderhouden GR-pad een oude betonnen elektriciteitspaal. Geen nood denk ik, daar stap ik wel over. Vanaf dan word ik slachtoffer van mijn eigen principes en dingen die ik leerde van Jos. Ik weiger terug te keren ook al komt mijn wandelend en onvoorbereid lichaam terecht in de brousse. Mijn outfit is een korte broek, korte kousen, een shirt, mijn pet en lage wandelschoenen. Het terrein gaat van kwaad naar erger. Rechts van mij de oever zonder afschutting, links van mij een lichaamshoge muur van netels en bramen en onder mij ontwaar ik langzaam aan een drassigere en meer modderige ondergrond. Het kan nog erger. Ik loop door een drassig gebied volgens de kaart, maar in werkelijkheid lijkt dit een moeras. Ik ben enigszins van de kaart, want mijn onderbenen staan tot aan de schenen in het vuile vortige nat. Geen weg terug denk ik opnieuw. Mijn voeten zijn nu toch al nat. Veel erger kan het niet. Op de GPS merk ik dat deze huilpartij nog minstens drie kilometer zal duren. Ik jaag watervogels weg en ben een gevaar voor opvliegende eenden. Een schipper die voorbij vaart staat waarachtig op van zijn stoel in de stuurkajuit, om zich ervan te vergewissen of hij inderdaad wel ziet wat hij meent te zien. Mijn petje is soms het enige attribuut dat ogenschouwelijk doet blijken dat zich hier nog een mens onder bevindt. Want, dat petje beweegt maar een mens eronder is op verre na niet te observeren. Na een drie kwartier ploeteren en sakkeren in mezelf merk ik in de verte precies een brug. Dat kon eigenlijk niet, want op de kaart was er nergens een oversteek mogelijkheid aangeduid. Ik nader en schijt bijna in mijn broek van pure frustratie (al kan ik dat op dit moment zeker missen). Daar ligt voor mij een splinternieuwe voetgangersbrug die nog in anti-roest verf staat. Die brug ligt er misschien een aantal maanden. Splinternieuw. Ik zie het aan de bruggenhoofden en aan het grondvlak daarna. De overkant van mijn brousse was een prachtige aardeweg en hier kon ik zelfs oversteken.
Ik bel een beetje ontredderd naar Walter, mijn toeverlaat, en vraag hem of het niet mogelijk is even langs een volgende dorpje op 7 kilometer langs te komen. Mijn wandelschoenen en kousen waren doornat. Mijn tape begon te plooien omwille van het vocht en ook de voeten klaagden onder het juk van zoveel nat. Ik had wel een paar Teva-wandelsandalen bij in de rugzak voor wanneer ik door een water moest of in het geval van een pijnlijke voet of teen. Maar om hiermee nog een 30 kilometer te lopen, dat zag ik echt niet goed zitten. Mijn reisgenoot meldde zich en een half uurtje daarna was mijn slecht gevoel verdwenen. Terug op pad met droge kleren, kousen en schoenen. Het is maar als het slecht was, dat je beseft hoe goed beterschap voelt.
Ik loop voorbij een aspergeboer die net zijn oogst aan het steken is. Ik vraag hem of hij geen busseltje verkoopt. Hij verkoopt mij twee kilo voor 10 euro. Ik had een vieze goesting en Walter heeft mij in een tussenstop heel vriendelijk voorzien van een voorgerecht: Asperges à la Flamande. Heerlijk gegeten. Mijn privé kok krijgt op zijn examen 10/10 en een eervolle vermelding van de voldane jury. De kus van de juffrouw dat kan niet want de dames die zaterdag pas komen zijn hun celibataire status al lang ontnomen
Deze avond eten we koude schotel met sla, tomaatjes, zalm, mayonaise en nog dingen. Morgen heb ik waarschijnlijk de taak (dag die ik wou inhalen) afgemaakt. De vrouwtjes gaan dan niet moeten slapen naast de luchthaven van Orly, maar een dertig kilometertjes verder. Zalig.
Tot morgen.
Achter mijn handen
TWEE KAARTJES VOOR DE PREMIERE
Het zal niet zo velen overkomen zijn, maar ooit had ik de eer om een heel bekende actrice te mogen behandelen. Op de koop toe in een heel speciale en uitgelezen stresserende situatie.
Het dateert uit de periode van de opnamen van de film MAX met onder andere Jacques Vermeire en onder de productieleiding van mijnheer Provoost. Het overgrote deel van de opnames en vooral van de repetities speelden zich af in de gemeente Herent.
Het zat zo: Op een bepaald moment moet er een scène gespeeld worden waarin de dansconcurrent van de potentiële danswedstrijdwinnaar vanaf het balkon naar beneden moet slingeren aan een touw, en zich moet nestelen tussen Max en zijn vrouwelijke danspartner. Het dikke zeel wordt echter iets te vroeg losgelaten waardoor de slingeraar nogal onzacht tegen de grond kletst. Hij houdt er drie gekneusde ribben aan over waardoor ook de tussenribspiertjes veel pijn uitstralen. Echter geen breuk. De retro-zaal (ze werd ook zo helemaal aangekleed) die werd afgehuurd om deze sequenties op locatie te kunnen inblikken was slechts voor twee dagen besproken en moest de volgende dag na de opnames ruimte bieden aan een trouwfeest. Het aankleden van de zaal en de plaatsing van de attributen, het aanleveren van de figuranten, het inhuren van de gastacteurs, het draaiboek zelve, het bood geen tijdruimte om de opname een paar dagen uit te stellen.
Het toeval op dat ogenblik wou dat de dansleraar van de tango, die moest worden gedanst in de film, ook de lesgever was van mijn vrouw en mezelf, toen we nog dansles volgden als leuke hobby . Van het één komt het ander, en zo gebeurt het dat de heer De Smet (dansleraar), mij kennende, me opbelt en me vraagt of ik enig licht zou kunnen bieden in deze penibele dringende tijdsituatie. Na mijn eerste interventie die avond zelf had ik die acteur-artiest zijn entrecôtes zodanig goed gemanipuleerd en licht dwars gefrictioneerd* dat hij warempel terug haast pijnloos kon dansen. Ik besluit nog iets meer aan te bieden en breng een zwaar ondersteunend rekbaar tape-verband aan. Zowaar, die gekletste repetities konden na twee uren onderbreking worden hervat. Algemene opluchting en de heer Provoost zelf komt me in hoogsteigen persoon vragen of ik de volgende ochtend heel vroeg (06.00 uur) in Boortmeerbeek kan zijn om de behandeling nog eens te herhalen zodat de opname zeker kan doorgaan. Zo is dat ook verlopen, en zonder één rimpel in het draaiboek werd de ene sequentie na de andere ingeblikt. Allemaal content.
In de film zelf is bijna niets op te merken, maar als je de tarzan naar beneden ziet slingeren zie jij, nu je dit weet, misschien ook dat de slingeraar een landing maakt zoals een oeioeivogeltje met heel korte pootjes. Naderhand kwam de producer me bedanken en vroeg aan zijn secretaresse de nodige acties te ondernemen om de rekening te voldoen.
Wanneer ze mij aansprak en navraag deed naar mijn ereloon antwoordde ik echter heel gevat.
Twee kaartjes voor de première. Die heb ik dan achteraf ook toegestuurd gekregen om samen met het vrouwtje in de Kinepolis aan de Heizel die première bij te wonen.
*Dwarse fricties zijn een manuele techniek waarbij er over een zacht weefsel, zoals bijvoorbeeld een gewrichtsband, over de lengte dwars wordt gewreven en gepitst. De bedoeling is een heel klein wondje te creëren onderhuids en plaatselijk, waardoor er in die zone meer bloed wordt aangevoerd. Deze plaatselijke bloeding zorgt enerzijds voor een betere afvoer van de vuile reststoffen ten gevolge van de aanwezige ontsteking, anderzijds brengt deze verhoogde bloedtoevoer ook meer antistoffen aan die gebruikt kunnen worden om de plaatselijke ontsteking te verzorgen.
Onder mijn voeten: Fontaine-Les-Clercs - Baboef 38,2 kilometer
Ik sta om 06.00 uur stipt aan de voordeur van de mobilhome klaar om mijn rugzak over de schouders te zwaaien en de GPS samen met het Garmin horloge op te zetten. Vandaag zijn het normaal 28 kilometers maar als ik net als gisteren zo vroeg aankom ben ik van plan om aan Walter voor te stellen het traject iets te verlengen. Heel de namiddag niets doen is niet aan mij besteed. Er wordt vandaag een flink stuk gewandeld langs Le Canal de Saint Quentin en daarna zuidwaarts doorgestoken naar de richting Parijs. Een Blauwe Reiger laat me stokstijf naderen tot een 25 meter en vliegt dan statig en heel flegmatisch in de andere richting. Ik verras eendjes met hun kroost en zie konijntjes wegspurten. Vogels kwetteren en duiven laten horen dat ook zij hier een deel van het territorium bezitten. Dorpen als in comateuze toestand en bossen als in volle vergadering, het ontgaat me niet. Heel weinig mensen kom ik tegen. Af en toe een wagen die zich rept naar zijn werkstation, of een landbouwer die met een reusachtige sproeiïnstalatie achter de tractor aan zijn tarweveld aankomt. De glooiingen van gisteren beginnen nu langzaam hellingen te worden. Er zijn kuitenbijters bij die je hartslag danig in de hoogte jagen. Weer moet ik eens bunkeren omwille van een verdwenen weg. Echter, het komt heel snel goed. Eénmaal moet ik door een netelveld van ongeveer een 20 meter. Mijn benen tintelen nog. Walter ontmoet ik in het dorpje van de afspraak om 11.30 uur. Al ben ik wat vermoeid na mijn 27 kilometer, ik speel met de gedachte om er nog een aantal kilometers bij te doen. Immers de dames komen zaterdag op bezoek en laat dat nu juist de dag zijn dat de planning voorziet dat we in de Oostkant van Parijs, net naast de luchthaven zouden overnachten. Niet goed vinden wij dat. De bedoeling is tegen zaterdag ietsje verder te zijn zodat we terug die zalige rust kunnen aanbieden. Daarom tracht ik vandaag al een 10 kilometer te winnen en als ik dat drie dagen na elkaar kan doen, zitten we een dagje voor op het schema. Ik besluit met Walter om na 15.00 uur nog een tweetal uurtjes verder te wandelen tot in Baboef. Een piepklein dorpje net voor Carlepont.
De beslissing om vandaag wat verder door te gaan was een schot in de roos. Haast 80% van de wegen waren boswegeltjes en met zulke temperaturen is de schaduw van loofbos heel welgekomen. Van de 10 kilometer die ik stapte waren er 8 door het bos. Zo leuk en heilzaam.
In Baboef is het rustig wonen. We staan recht tegenover het kerkhof op een parking waar niemand last heeft van onze aanwezigheid.
Morgen geven ze hier de laatste warme dag van de week. Dus nog eenmaal vroeg uit de veren en voor de rest zien we wel.
Deze avond staat er Miracolli op het menu met een tomatensausje.
Achter mijn handen:
DE KOMEDIANT
Ik werd door de huisarts gevraagd om bij een ouder koppel de echtgenoot te gaan revalideren. Charel lag reeds een tiental dagen in bed en was door zijn lief vrouwtje met geen liefde of geen stokken uit die horizontale positie te krijgen. Nochtans was de man steeds een zeer gedreven kleine landbouwer geweest na zijn dagtaak in loondienst. In zijn vrije tijd hield hij zich bezig met het onderhoud van de grote tuin. Hij teelde er vooral groenten, maar hield zich evenzeer bezig met het kweken van allerlei rozensoorten. Nu lag hij een tijd in zijn bed en hij kon er niet uit omdat zijn benen de rechtopstaande houding niet aankonden. Tegen de dokter had hij verteld dat hij een paar keer geprobeerd had om zich aan te kleden, maar het lukte hem niet. De laatste keer was hij letterlijk door de knieën gezakt. Sindsdien durfde hij niet meer op zijn voeten staan. Toen zijn lieftallig vrouwtje hem er op attent maakte dat hij toch niet tot aan zijn dood in bed kon blijven liggen had hij zich heel kwaad gemaakt op haar. De dokter had dan voorgesteld om hem via kinesitherapie toch wat leven en zuurstof in zijn benen te blazen.
Ik ging er dus gebriefd op af. Na een paar woorden en flink wat interesse in zijn rozen en hof, na enkele mobilisaties van zijn beide benen en een paar testjes op kracht, haalde ik Charel over om toch eens te proberen aan mijn arm een monsterachtige afstand te overbruggen tot bij zijn Mariake in de keuken. Ik won het pleidooi. Een eerste overwinning dacht ik, want zowaar, Charel tastte naar het bovenlaken en zwierde de flap boven zijn benen opzij. Hij maakte aanstalten om onmiddellijk naar rechtopstaande houding te gaan, maar ik corrigeerde tot enkel maar de zithouding op de rand van het bed. Alles verliep vlot. Zonder enig commentaar of gemor. Beter nog, Charel stond met behulp van mijn arm rechtop en begon zowaar te lopen, te marcheren tot in de keuken waar zijn vrouw,- gespeeld ongeïnteresseerd in ons - bezig was met de afwas.
Ik zei tegen haar: Awel Mariake, wat peinst ge hiervan? Daar staat ge van te kijken he. En dat doet hij helemaal uit liefde voor u om je te verrassen.
Zij antwoordt zonder hem of mij maar enige blik te gunnen : Wat ik daar van denk Johan? Dat hij al drie weken goed met mijn kl ten heeft gespeeld, de komediant. Het zal hem zuur opbreken.
Charel pinkte eens naar mij en met zijn lippen een beetje getuit en beide ogen toegeknepen, schudde hij met zijn hoofd naar links, als om te zeggen; wegwezen hier, dat komt wel goed.
Ik ben nog een paar keer aan huis geweest, maar stopte na een viertal behandelingen de revalidatie omdat ik Charel regelmatig moest onderbreken met graven in zijn tuin.
Onder mijn voeten: Nauroy Fontaine-les-Clercs 23,6 kilometer.
Frankrijk leeft op een wolk. Onder invloed van een hoge drukgebied hier in het Noorden, stijgen de temperaturen zo snel opwaarts als de graangewassen. Gisteren ben ik doornat van het zweet rond 14 uur aangekomen. Vermits men vandaag hetzelfde weer heeft voorspeld , bedenk ik samen met Walter om mijzelf wat vroeger de start te geven. Om 05.45 vanonder het dons vandaan, en om 06.10 sta ik op het asfalt mijn eerste meters af te haspelen. Het is niet zo ver vandaag en dus hoop ik tegen het middag-klokkengeluid aan de aankomst te staan.
Bij het verlaten van een straat zie ik aan een poort de lege broodzak hangen en het gepast geld in de geldbeugel erbij, zodat de rondrijdende winkelwagen deze mensen op een heel vertrouwelijke wijze kan bedienen.
Ik maakte gisteren ook al de bedenking, net als vandaag trouwens, hoe goed mijn benen zich herstellen van de voorgaande tocht. Geen pijnlijke of verzuurde kuiten, geen stramme hamstringspieren of ook geen pijnlijke heupen of knieën. Ook mijn globaal vermoeidheidsgevoel is telkens elke ochtend verdwenen.
Onderweg zijn het veelal plezierige en onverharde veldwegen die mee op en neer gaan met de glooiingen van de akkers. De afgelegde hoogtemeters achteraf liegen er niet om. Ik beklom 160 hoogtemeters en dat zou volgens mijn Garminneke inhouden dat ik 40 verdiepingen op liep.
Ik ontmoet marcherend een paar wilde dieren. Hazen genoeg, fazanten die plots op 5 meter van mijn hoofd verschrikt met veel vleugellawaai de struik uitvluchten waar ze zich veilig achtten. Ik zag ook een Hermelijn (of was het een marter) de veldweg schalks oversteken. Het kon ook bijna niet anders: ik heb weer door de kniehoge tarwe moeten bunkeren omdat de veldweg nuttig gebruikt wordt. Het gevolg was dat mijn lage stapschoenen doornat zijn en dat mijn tape rond de zere teentjes begint te lossen en door de druk ook pijn veroorzaakt. Ik loop recht op de kathedraal van Saint-Quentin af. In de oorlog door de Duitse militie erg verwoest, maar nadien in oorspronkelijke staat hersteld. Mooie glasramen en een torenspits in beton zonder ook maar één dakpan. Aan de voet van de kathedraal van Saint-Quentin (waar volgens Walter de Schelde ontspringt) eet ik met ontblote en dus drogende voetjes mijn broodjes op. Ik ververs de kousen en mijn shirt zodat ik wat droger verder op weg kan. Brute pech wanneer het GR-pad langs het kanaal de eerste 600 meter goed begaanbaar is, maar nadien plots overgaat in een chaotisch struikgewas met netels die op heuphoogte staan. Daar loop ik niet door en ik beslis wijselijk rechtsomkeer te maken en mijn parcours te wijzigen via een parallelle weg. Ondertussen zijn er bordjes langs de weg die me duidelijk doen verstaan dat ik van het département Du Nord ben overgelopen naar het département de lAisne. Het glooit hier wel degelijk en als je af en toe achter je kijkt zie je een deinende natuur waar de kleurenpracht je doet denken aan een zeer lang gebruikt schilderspalet. Geel, groen, bruin en grijs lopen in elkaar over en geven na enige tijd vorm aan een einder die op zijn beurt enige bolheid in zijn horizontale lijn uitstraalt.
Vanavond staan we een 50 meter van het kerkhof, net aan de buitenrand van een piepklein boerendorpje. Voor ons ligt wat lager achter een grasveldje, de bewerkte aarde van al die boerenheren. Af en toe zie je maar hoor je geen tractor in de verte. Het is hier de decibel nul tolerantie. De merel durft al eens wat gerucht-roet in de stilte te gooien, of een overvliegende Turkse tortel (Van Walter geleerd!!), maar al wat dan rest is stilte, silence, ruhe niks lawaai.
Deze namiddag eten we een groenten maaltijdsoep en vanavond zijn het vissticks met spinaziestomp. Alles wat mijn maagje lust.
Morgen is het weer wat moeilijker omdat het meer kilometers zijn, maar geloof me, het loopt hier allemaal nog zeer goed.
Achter mijn handen:
DE OORZAAK VAN DIKKER WORDEN
Eerder in dit verhaal had ik het over een prostaat van drie kilo.
Leopold was na zijn ingreep wel deftig op zijn beide pootjes gevallen, had de draad des bourgondisches levens zeer goed opgenomen en had zich voorgenomen om die drie verloren kilos zeer snel te recupereren. Het was hem goed gelukt, hij vergaarde zelfs nog overschot. Ik maakte een grapje over zijn anti-vermageringsprogramma en de vele kilos overschot die hij etaleerde. Hij had terug een zeer gevat antwoord. Buiten het feit dat zijn herwonnen kilos hem wel wat geld hadden gekost en hij zijn investering wel zag zitten, was er een medisch technische uitleg die wonderbaarlijk paste in zijn uitleg.
Ze hebben tijdens de ingreep een zenuw geraakt waardoor mijn jongeheer zich niet meer kan oprichten, met andere woorden, erecties zijn bij mij niet meer mogelijk. Dus de grote hoeveelheden calorieën die ik destijds verbruikte in mijn intensief seksleven, die worden nu helaas niet meer verbruikt.
Pocher, antwoord ik.
Neen, echt waar, zegt hij. Je moet eens uitrekenen als je tweemaal per week van de grond gaat hoeveel calorieën je daaraan besteedt. In de literatuur staat dat één seksbeurt overeenkomt met een calorisch verbruik gelijkgesteld aan een 100 meter spurt. En, ge moogt gerust zijn, ik heb wat spurtjes gelopen destijds, al was het maar om mijn lijn te behouden. Algemeen gelach natuurlijk, tot het moment dat ik aan Leopold de vraag stel: dan is uw vrouwke ook een paar kilokes aangekomen zeker?
Even een vijf seconden stilte fase. Neen verdorie, zegt hij. Integendeel, ze is op en top model en, erger eigenlijk, ze is sindsdien zelfs nog wat vermagerd. Daar moet ik direct meer van weten se. Dat moet ze mij maar eens uitleggen.
En hij vliegensvlug ongerust naar huis.
Die zondagen in Frankrijk...zalige rust en stilte.
DAG 9: Zondag 6 mei 2018.
Onder mijn voeten: Rumilly en Cambrésis Nauroy 25,1 kilometer.
Om precies 08.34 stuurt Walter me de baan op richting Nauroy. Hij heeft me van de camping terug naar hier gebracht, om dat op deze plaats de volgende tocht aanvat. Bij het verlaten van het dorp zie ik nog een wagen die mij passeert en volgens de statistiek die ik bij hou zou het de voorlaatste wagen zijn die ik opmerk. Welgeteld twee autos kruisten mijn pad. Niet moeilijk als je voor 80% op onverharde bodem en over pas gezaaide velden loopt. Het is hier een slechte gewoonte dat landbouwers een publiek pad plots met een ketting afsluiten of zelfs het publiek pad gewoon overzaaien. Ik ben eerlijk, ik volg getrouw mijn purper lijntje op het scherm en loop dan al wel eens met één voet op de aspergehoopjes en met de andere in een tarweveld. Laat die boeren maar eens van hun gat komen geven. Ik zou ze snel wijzen op hun afgekeken tactiek van Poetin. Veld-annexatie, staat daar de kogel niet op? Ik wandel het ene wegje in en kronkel het andere uit. Vandaag was het de onverharde landbouwwegeltjes dag.
Ik weet ondertussen al wel hoe oergezellig het is om in Frankrijk door een stad of dorp te lopen op een zondagvoormiddag. Die eer en dat plezier zal mij vandaag niet te beurt vallen. Ik kom maar door één dorpje en dat telt dan misschien 50 huizen. Dus van die haast onbeweeglijkheid en die onnoembare rust en stilte op de zondagvoormiddag in Frankrijk zal ik je een andere keer moeten berichten.
Tot ik plots een zwart geklede occasionele wandelaar ontmoet. Hij is behoorlijk corpulent en zeker geen Compostella pelgrim. Dat maak ik op omwille van zijn geweldig puntig en dus werkelijk vooruitstekend buikje. Marcel zou zeggen een broek van drop 4. Zijn met druppels bedekt kaal hoofd en ook zijn voorhoofd zijn vochtig van het transpiratiezweet. Wanneer hij zijn zonnebril afzet zie ik wenkbrauwen van zeker 4 tot 5 centimeter lang. We beginnen een aangenaam gesprek. Vooral over waar ik heen wil, vanwaar ik kom en hoe lang ik nog de weg zal doen. Echte levensvragen dus. De man maakt de opmerking dat ik voor een wandelaar op dag 9 er wel behoorlijk proper en netjes geschoren voorkom. Dat leg ik uit door onze overnachting in de camping van Cambrai.
Ik wandel verder en mijn Columbus wandelhemd dat ik van mijn collegas kreeg, mag dan wel heel licht zijn en comfortabel rond mijn lichaam passen, het wordt langzaam ook klam van het zweet. Op kilometer 14 besluit ik om het te vervangen door een shirtje zonder mouwen. De temperatuur klimt hier tot 25 graden. Vooral in de velden is er geen beschutting tegen de zon. Aan de kerk van Gouy eet ik twee wafeltjes en een appel die Walter gisteren nog mee bracht uit het magazijn., Ik drink mijn liter bidon leeg en weet mij te verfrissen via het kraantje op het plaatselijk kerkhof. Met dank aan al die lijken die mijn hoop op een behouden aankomst in de meest frisse omstandigheden alleen maar kunnen beamen. Ik wandel weer over landbouwwegen en door velden. Om 13.40 uur ontmoet ik Walter in Nauroy. Na het ritueel wasje en plasje aan het kerkhof en het zo deugddoende koude voetbad rijdt Walter ons naar een open plek waar de figuurlijke wereld zonder einde aan onze voeten ligt. We drinken er in ons zeteltje elk een geprefereerd drankje. Hij een blauwe Chimay en ik veel water met een weinig Ricard.
Deze avond eten we selder met gehaktballetjes en aardappelen. Nog nooit gegeten volgens het recept van Liliane, maar ik ben er echt niet bang voor.
Morgen een maandagtocht naar Fontaine les Clercs.
Achter mijn handen: EEN PROSTAAT VAN DRIE KILO
Leopold is een zestiger die éénmaal per week zijn rug en schouder laat behandelen en ook telkens onderhoudsoefeningen uitvoert om zo de skelet ondersteunende spiermassa in goede conditie te kunnen houden. Sinds die behandeling is L. nooit meer hervallen met acute lumbago of nekklachten.
Tot ik plots te horen kreeg dat bij een jaarlijks routineonderzoek - (onder de mannelijke patiënten, het welgekende maar niet zo overheerlijk standje in hondjespositie en het daaraan verbonden anale touché) Leopold toch moest doorverwezen worden voor verder onderzoek. Ook de P.S.A. waarden (triggers in het bloed die na onderzoek kunnen duiden op een prostaattumor) waren vervaarlijk verhoogd aanwezig in het bloedstaal.
Het verdict viel snel: De prostaat moest worden verwijderd. Over al dan niet aanwezige uitzaaiingen kon men zich in dit stadium van het onderzoek niet uitspreken, maar wel zou er na-bestraling moeten plaats vinden. Ik zou L. dus een tijdje niet meer zien.
Na een drietal weken komt de patiënt fris en monter terug op raadpleging. Weliswaar wat getrokken en getekend door de ingreep en de verderving, vind ik dat hij er oprecht goed uit ziet.
Ik zeg hem dat ook. Zijn antwoord was zeer gevat en retorisch.
Weet je dat ze daar een kanjer van een prostaat hebben verwijderd man!
Ik: Hoezo?
Hij: Wel ja, een prostaat van 3 kilo
Ik: L. een prostaat van kilo, dat kan niet, man. Uw prostaat is een klein okkernootje groot. Dat kan nooit 3 kilo wegen.
Hij: En toch is dat zo. Toen ik s avonds binnen ging in de kliniek om mij te laten opereren, woog ik 88 kilo. Toen ik na twee dagen terug thuis kwam woog ik me opnieuw, en ik las welgeteld 85 kilo op het schermpje. Hebben ze er dan geen prostaat van 3 kilo uitgehaald?
We hebben er samen eens goed mee gelachen, en van zelfoverschatting gesproken.