Hoop is een noodzakelijk onderdeel voor een volledig,
vervuld leven als christen. Er is het gezegde Waar hoop is, is leven, of
Hoop doet leven. Daar zit volgens mij veel waarheid in. Maar laat ik zeggen
dat het omgekeerde ook waar is: Waar geen hoop is, daar is geen leven. Naar mijn mening is hopeloosheid één van de
meest trieste dingen die een mens kan meemaken. Ik kan me moeilijk iets
droevigers en uitzichtlozers voorstellen dan wanhoop en toch, ontelbare
miljoenen mensen in onze wereld vandaag zijn hopeloos. Maar gelukkig, je hoeft
niet hopeloos te zijn en je kan zelfs anderen helpen om uit die beproeving te
komen!
Samenwerken
Om ons begrip van hoop te vergroten, kijken we naar 1 Tess
1:2-6. In deze passage laat Paulus een beeld zien van Gods volk, de christenen
van Thessalonica, die genieten van hun hele erfenis. Ze hebben geloof, ze
hebben hoop en ze hebben liefde. Let erop dat hij alle drie deze deugden
vermeldt en dat hij God voor hen dankt. Dit is wat Paulus zegt:
Wij zeggen God dank voor u
allen, telkens wanneer wij uw naam noemen in onze gebeden. Onophoudelijk
gedenken wij voor het aanschijn van God, onze Vader, uw werkdadig geloof, uw
onvermoeibare liefde en uw standvastige hoop op onze Heer Jezus
Christus. Wij weten, broeders, dat God u liefheeft en dat gij door Hem
zijt uitverkoren, want wij hebben u het evangelie verkondigd niet alleen
met woorden maar met kracht en heilige Geest en volle overtuiging. Gij weet
trouwens zelf wel hoe ons optreden bij u is geweest: het was gericht op uw
heil. En gij van uw kant zijt navolgers geworden van ons en van de Heer,
toen gij het woord hebt aangenomen onder allerlei beproevingen en toch met
vreugde van de heilige Geest.
Het is duidelijk dat de geestelijke gesteldheid van deze
christenen in Thessaloniki Paulus ervan overtuigde dat zij echt mensen waren
die in God waren. Wat hij in hen zag waren deze drie voortdurend aanwezige
realiteiten: geloof, liefde en hoop. In het woord van goedkeuring dat hij over
hen uitspreekt, gebruikt hij een aantal karakteristieke woorden om te
beschrijven wat er aan elk van deze waarheden zo bijzonder is. Hij heeft het
over het werkdadig
geloof, de onvermoeibare liefde en de standvastige hoop. Tegen
christenen in Thessalonica zegt hij: de standvastigheid van (jullie) hoop. We
zien dus dat hoop volharding, vasthoudendheid, standvastigheid,
uithoudingsvermogen voortbrengt. Zonder deze kwaliteiten van
uithoudingsvermogen, standvastigheid en volharding die hoop produceert, zouden
we gemakkelijk de eerste twee deugden namelijk geloof en liefde kunnen
verliezen.
De bron van hoop
Hoe kunnen we deze hoop verkrijgen? Het antwoord is dat
hoop het directe resultaat is van de wedergeboorte. Ze is het directe gevolg
van het door de Heilige Geest wederom geboren worden door geloof in Jezus
Christus. Hoop komt niet door gewoon algemeen geloof in Jezus Christus, maar
eerder een specifiek geloof in Zijn dood, begrafenis en opstanding. Deze
waarheid bevestigt de apostel Petrus in zijn eerste brief:
Gezegend is God, de Vader van
onze Heer Jezus Christus, die ons in zijn grote barmhartigheid deed herboren
worden tot een leven van hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de dood.
(1
Petrus 1:3)
Let op die erg belangrijke zin: herboren worden tot een
leven van hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de dood Dit leert ons
dat als wij geloven in de dood van Jezus Christus en Zijn opstanding we geboren
worden in een levende hoop. Hoop komt in ons door de verrijzenis van Jezus
Christus uit de dood. We moeten deze ultieme, historische basis voor alle hoop
goed begrijpen. De basis voor
werkelijke, blijvende hoop is de opstanding van Jezus. Zonder de
opstanding van Jezus, zou het leven hopeloos zijn. Het is de opstanding van
Jezus die ons in een levende hoop brengt.
Hoop gaat door
Het is belangrijk om ons te realiseren dat deze hoop moet
blijven doorgaan tot de voltooiing van onze redding. We zien een andere
essentiële waarheid in dezelfde brief van Petrus, vers 13:
Weest daarom wakker en actief,
weest nuchter, vestigt heel uw hoop op de genade die uw deel wordt, wanneer
Jezus Christus zich zal openbaren.
Wat Petrus hier zegt, is dat het proces van redding nog
niet compleet is. Het zal uiteindelijk pas volledig voltrokken worden bij de
Tweede Wederkomst van Jezus Christus. Intussen moeten wij onze hoop volledig
stellen op die toekomstige gebeurtenis. Terwijl wij onze weg gaan door dit
leven, moeten wij aan dit bevel van Petrus gehoorzamen. Wij moeten onze hoop
volledig stellen op de genade en zegen die ons ten deel zal vallen door de
terugkomst van Jezus in heerlijkheid.
Tot het einde
Zoals dit belangrijke principe, brengt de schrijver van
Hebreeën een ander belangrijk facet van hoop naar voren in Hebreeën 3:6:
Christus echter is getrouw als zoon, aangesteld over het
huis van God. En dat huis zijn wijzelf, als wij tenminste ons vertrouwen en de
hoop die onze trots is ongeschokt bewaren tot het einde.
Let er opnieuw op dat deze hoop moet worden vastgehouden
tot het einde toe. We mogen ons hopen niet opgeven, totdat die vervuld is door
de gebeurtenis. Dat is waarom de schrijver van Hebreeën de aansporing hierboven
geeft. Om deel te zijn van het volk van God, moeten we ons vertrouwen en de
vrijmoedigheid van onze hoop vastberaden vasthouden tot het eind.
De soort hoop die we moeten vasthouden is geen passieve,
innerlijke verwachting. Nee, het is eerder heel sterk, heel zelfverzekerd, vol
vertrouwen. Het is een hoop die het uitroept, die vrijmoedig de Heer roemt.
Deze opdracht om uitdrukking te geven aan onze hoop en zo die hoop in stand te
houden, is deel van wat God voor ons heeft voorzien. De voortdurende verklaring
van onze zekere verwachting van de komst van de Heer Jezus en de opstanding uit
de dood - tot het einde van ons leven of de komst van Jezus Christus. Uit:
www.derekprince.nl
Hoop is een bovennatuurlijke deugd waarbij we
vertrouwensvol Gods belofte verwachten, het eindeloze geluk van de Hemel en de
noodzakelijke middelen om het te bereiken. Om overtuigd te zijn van de
onschatbare waarde van deze deugd, en het voortdurend in praktijk brengen
ervan, is het goed om de doelstelling van onze hoop te overwegen. Het eerste
doel van onze hoop is het bezit van God in de Hemel. De hoop om God eeuwig in
de Hemel te bezitten is verenigd met liefde, want enkel in de Hemel zal de
voltooiing en perfectie van liefde gevonden worden. Volgens de leer van de H.
Thomas sluit liefde de hoop op een beloning die God heeft voorbereid voor ons
in de Hemel niet uit. Want God alleen is het doel van het eeuwig geluk voor de
uitverkorenen.
Het goede waar ik op hoop, zegt de H. Franciscus van
Assisi is zo groot dat alle lijden voor mij een plezier wordt. Dit verlangen
is een daad van perfecte liefde. De H. Thomas leert ons dat de hoogste graad
van liefde wat een ziel op aarde kan bereiken is een vurig verlangen naar de
Hemel, om daar verenigd te zijn met God en Hem voor eeuwig te bezitten.
Kardinaal Bellarmine denkt dat in het Vagevuur er een plaats is waar zielen
geen pijn door de zintuigen ervaren, maar gemarteld worden enkel omdat ze de
aanwezigheid van God missen. De H. Gregorius, de H. Vincent Ferrer, de H.
Brigitta en de H. Bede noemen een aantal omstandigheden op waar de zielen
worden gemarteld niet op basis van hun zonden, maar omdat ze geen verlangen
hadden naar de Hemel. Er zijn zielen die streven naar perfectie, maar zonder
enig speciaal verlangen om de aarde te verlaten en verenigd te zijn met God.
Maar sinds het eeuwig leven een kostbare schat is dat Jezus Christus voor ons
heeft gekocht door Zijn dood, moeten de zielen die maar een zwak verlangen
hadden later lijden hiervoor. Er zijn drie dingen noodzakelijk voor het
bereiken van het eeuwig leven: de vergeving van onze zonden, de overwinning
over bekoringen en de kroon van alle genaden: een heilige dood. Deze drie zaken
zijn de voorwerpen van onze hoop.
De
vergeving van onze zonden
Aan elke zondaar die berouw toont, belooft God vergeving.
God zal een berouwvol en nederig hart niet weigeren. Het is Jezus Christus,
onze Verlosser die het oordeel zal vellen, maar het zal ook onze liefdevolle
Verlosser zijn die om ons te redden van de eeuwige dood, zichzelf heeft
overgeleverd aan de dood, en dit nu handelt als onze voorspreker bij de Vader
in de Hemel. We moeten dus niets vrezen, zegt de H. Thomas van Villanova,
zolang we onze zonden haten. In de openbaringen van de H. Maria Magdalena de
Pazzi lezen we dat op een dag God tot haar sprak: Door de wraak die Ik
uitwerkte op het lichaam van Mijn Zoon, veranderde Mijn gerechtigheid in
genade. Zijn Bloed schreeuwt niet om wraak, zoals het bloed van Abel; het
vraagt om barmhartigheid, en Mijn gerechtigheid kan zijn smeking niet
weerstaan. Het bloed van Jezus bindt de handen van Gerechtigheid zodat ze niet
kunnen opgeheven worden om te straffen.
Overwinning
over bekoring
Om ons overeind te houden in de genade van God is het
noodzakelijk om onze hoop te plaatsen op de verdiensten van Jezus Christus, en
niet te bouwen op onze eigen kracht. We moeten ons vertrouwen niet stellen op
onze goede voornemens. Met Zijn hulp zullen we volhouden. Er zullen keren zijn
wanneer bekoringen zo hevig zijn dat de zonde onvermijdelijk lijkt, maar dan
mogen we onze moed niet verliezen en ons haasten naar de gekruisigde Jezus.
Alleen Hij kan ons helpen. De Heer laat soms zon stormen van bekoringen toe,
zodat we onze eigen zwakheid ondervinden en dat we onze miserie erkennen en
niet vertrouwen op onszelf maar in God, die de doden verrijst (2 Kor 1:9). We
moeten dan nederig om Zijn hulp vragen zodat we ons niet overgeven. Dan geeft
Hij in Zijn genade ons de kracht om onze vijanden te weerstaan.
Een goede
dood
We hopen op de genade van een goede dood. Het uur van de
dood is voor ons de tijd van de grootste benauwdheid. Jezus alleen kan ons de
kracht geven om te lijden, met geduld en verdiensten, en de beproevingen op dit
laatste beslissende moment te verduren. Bij het naderbij komen van de dood
hebben we meer dan ooit te vrezen voor de aanvallen van de Hel. Hoe dichter we
bij ons doel komen, hoe meer de Hel er naar zal streven om te voorkomen dat we
in de Hemel geraken. De Heer wenste de menselijke natuur en zijn miserie te
ervaren, zodat hij beter medelijden met ons kon hebben. Op deze manier kon Onze
Heer ons beter bijstaan om ons te helpen in alle bekoringen van het leven, en
vooral in het uur van de dood.
Beweegredenen
voor onze hoop
De eerste vinden we in de beloften die door God gedaan
zijn. Op bijna elke bladzijde in de H. Schrift vinden we redenen om te hopen op
de Heer. We lezen er dat God eeuwige redding belooft en de middelen om het te
bereiken als je in Hem gelooft en bidt: Amen, amen, Ik zeg jullie: als je de
Vader iets in mijn naam vraagt, zal Hij het je geven. (Joh 16:23). De beloften
worden aan alle mensen gegeven zonder uitzondering. De Hemel en de aarde zullen
voorbijgaan, maar de woorden en beloften van God zullen niet voorbijgaan. Laten wij onwrikbaar
vasthouden aan de belijdenis van onze hoop, want Hij die de beloften deed is
betrouwbaar. (Hebr 10:23)
De tweede beweegreden van onze hoop is het oprechte
verlangen van onze Heer om ons gelukkig te maken. God houdt van alle mensen,
Hij moet dus ook verlangen dat alle mensen het eeuwige geluk bereiken, want dit
is het hoogste en enige goed van de mens sinds het het doel is waarom de mens
is geschapen. Maar
nu, bevrijd van de zonde en dienstknechten geworden van God, oogst gij
heiligheid en tenslotte eeuwig leven. (Rom 6:22) De Heer wil niet dat iemand
verloren gaat, maar dat ze boete doen en gered worden. We moeten onszelf niet
veroordelen tot eeuwige verdoemenis.
De derde beweegreden is dat we de verdiensten van Jezus
Christus hebben gekregen. Door onze zonden hebben we een goede reden om de
eeuwige dood te vrezen, maar we hebben nog meer reden om te hopen op het eeuwig
leven door de verdiensten van Jezus Christus. En ze zijn krachtiger om ons te
redden dan dat onze zonden zijn om ons te vernietigen. Hij heeft de straf van
God op het Kruis genageld en het uitgeveegd met Zijn Kostbaar Bloed. We kunnen
dus hopen op vergeving en op eeuwige redding. Het enige dat we moeten doen is
naar Jezus gaan en vragen dat Hij ons helpt. Hij is het die genade kan
schenken. De verdiensten van Jezus hebben voor ons de schat van God geopend
voor ons doordat Hij voor ons het recht heeft verdiend op alle mogelijke genaden
die we maar kunnen wensen.
Een vierde beweegreden is de machtige voorspraak van Maria
onze Moeder. De H. Bernardus zegt dat we toegang hebben door de Eeuwige Vader
door Zijn Goddelijke Zoon, die de bemiddelaar is in gerechtigheid. Maar we
hebben toegang tot de Zoon door Zijn heilige Moeder, die de middelares is van
genade en die, door haar voorspraak voor ons verkregen heeft wat Jezus heeft
verdient door Zijn dood. Alle deugden en genaden die we ontvangen van God komen
tot ons door de voorspraak van Maria. Dit heeft God zo gewild. De H. Bernardus
roept ons op om voortdurend ons tot Maria te wenden, omdat haar verzoeken zeker
worden beantwoord. Zij is de ladder van veiligheid voor de arme zondaars. De
heilige noemt Maria zijn grootste zekerheid en de enige grond van zijn hoop.
Hij die deze goede Moeder liefheeft en zich onder haar bescherming plaatst kan
zeggen met de H. Bonaventuur: Ik ben verheugd want mijn vonnis op het laatst
Oordeel hangt af van Jezus, mijn Broeder en op Maria, mijn Moeder.
Eigenschappen
van onze hoop
Eerst en vooral moet onze hoop vast zijn en onwankelbaar.
Er is een verschil tussen menselijke hoop en Christelijke hoop. Menselijke hoop
is altijd verbonden met de vrees dat degene die een belofte gedaan heeft zijn
gedacht zal veranderen. Christelijke hoop, daarentegen, die kijkt naar de
eeuwige redding, heeft geen twijfel of vrees dat God Zijn belofte houdt. De
Heer verleent ons met plezier het eeuwig geluk, en Hij heeft het belooft aan
alle die Zijn geboden onderhouden.
Ten tweede moet onze hoop enkel en alleen op God gebaseerd
zijn. Dat wil echter niet zeggen dat Maria hierbuiten staat. Jezus verlangt om
ons te verrijken met Zijn genaden; maar als een groot vertrouwen van onze kant
nodig is om ze te verkrijgen, heeft Hij om ons vertrouwen te vergroten, ons
Zijn eigen Moeder gegeven als onze Moeder en Middelares om ons te helpen.
Daarom wenst Hij dat onze hoop op redding en van alle deugden en genaden in
haar gesteld wordt. Door Maria te aanroepen met vertrouwen, is het niet dat we
de barmhartigheid van God niet vertrouwen, maar gewoonweg dat we onze
onwaardigheid vrezen.
Ten derde moet onze hoop een actieve hoop zijn. We moeten
handelen alsof het verkrijgen van onze redding volledig van onszelf afhangt, en
toch al ons vertrouwen in God stellen en ervan overtuigd zijn dat we niet in
staat zijn ons verlangen te bereiken. God voltooid alles door middel van Zijn
genade, maar Hij verlangt toch onze medewerking. We moeten dus bidden en de
Geboden van Christus navolgen.
Boodschappen aan Mario te Brindisi : tot en met 5/11
Ik
nodig jullie uit om al Mijn boodschappen te beleven want zij zullen jullie
vervullen van zuivere Liefde, Mijn moederlijke liefde.
5 oktober 2017 : De Moeder van Verzoening aan
Mario dIgnazio in de Gezegende Tuin van de wijk Santa Teresa, Brindisi
Vandaag wenste het heilige Hemelse Hof om ons met eindeloze
liefde te overstromen en liet ons allen deze buitengewone gebeurtenissen intens
beleven: de verschijning van de Madonna, het afscheiden van de heilige olie, de
verschijning van Jezus die mij de Heilige Eucharistie gaf.
Mario: Vlak voor het begin van de heilige Rozenkrans stond
ik bij het beeld van de Heilige Michael en ik begroette enkele pelgrims uit
Duitsland die gekomen waren om de Maagd van de Verzoening te eren en daarna
verscheen Onze Heer Jezus. Hij was helemaal gekleed in het wit en werd omgeven
door een immens licht, een licht dat niet kan beschreven worden met een
bestaande kleur. Nadat Hij mij met het kruisteken zegende en mij de Heilige
Eucharistie gaf zei Hij:
Ik zegen je in Mijn
Heilige Naam. Ik ben Jezus, de Goede Herder.
Mijn zoon, ontvang
Mijn Heilig Lichaam en aanbid Mij.
Ik wens dat de
kleine kudde trouw blijft aan Mijn Heilig Evangelie van Leven en dat ze zich
voeden met Mij, het Hemels Brood. Zij die zich met Mijn Heilig Lichaam voeden,
zullen eeuwig leven.
De Maagd Maria verscheen helemaal gekleed in het wit,
gekroond door twaalf schitterende sterren en met een lange rozenkrans aan Haar
rechterarm. De Madonna was buitengewoon stralend. Zij heeft de mensen allemaal
gezegend en naar hen gekeken met ogen van oneindige moederliefde. De Heilige
Moeder heeft gezegd:
Geloofd zij Jezus
Christus.
Lieve kinderen, Ik
wil nog lang bij jullie blijven en jullie opvoeden om intens te beminnen, te
vergeven en te heiligen met het gebed. Ik nodig jullie uit om al Mijn boodschappen
te beleven want zij zullen jullie vervullen van zuivere Liefde, Mijn
moederlijke liefde.
Blijf standvastig in
de Leer van Jezus door je broeders te vermanen tot bekering van het hart. De
weg van de bekering geldt voor iedereen want God maakt geen onderscheid tussen
personen. God bemint iedereen en verlangt dat iedereen herrijst door Zijn Geest
van Leven. In deze maand zul je veel dank ontvangen wegens Mijn tussenkomsten
van universele Moeder. Ik verenig jullie allen met Mijn heilige geparfumeerde olie
om jullie te zegenen in de naam van de Allerheiligste Drie-eenheid die Mij naar
de aarde zendt."
Mario: Toen Zij de laatste woorden sprak begon uit de
sokkel van het beeld van O.L.Vrouw van Fatima, waar het beeld op staat, de
geparfumeerde olie van de Heilige Maagd te vloeien. De olie kwam er zo
overvloedig uit dat er meer vaatjes nodig waren om alles te verzamelen.
Berichten ontvangen door mario, tijdens de meetings in het
buitenland op 28 oktober 30, 29 oktober 2017, terwijl ze bidden voor de
rozenkrans voor zijn getuigenis.
Net als andere keren werd mario in het buitenland uitgenodigd voor zijn
publieke evangelisatie, over de authentieke verschijning van contrada s. Teresa
-. honderden en honderden gelovigen, priesters en religieuze, bezochten zijn
vergaderingen. In elke vergadering werd de heilige rozenkrans gebeden, er was
een buitengewone verschijning van de goddelijke moeder. Men waardeerde de
aansporingen van de kleine eik, ook de moeder van god, door het kleine
teken van kruis op het voorhoofd - en de uitstorting van de heilige geest - door
de handen van mario ware leerling en apostel van de heer. Vele mooie
emoties hebben de harten van de mensen gevuld, die voortaan het beeld van maria
maagd van verzoening zullen eren, met grote toewijding en waardering voor de
hemel. Denk aan de berichten in deze dagen van genade door mario, ware krijger
van de heilige harten, verenigd naar het voorbeeld van de heilige Jeanne d'Arc zijn gids en beschermer, evenals voorbeeld om te volgen in de vernietiging van de ketterij nl. de vrijmetselarij. Die bestaat uit valse
christenen en valse bedienaren van de Kerk, vervolgers van de verschijningen.
28 oktober
De madonna verschijnt in het wit. Nadat hij ons gezegend had met het teken van
het kruis, zei hij:
"wees gezegend, geprezen H. Drie-eenheid. Mijn kinderen, open je hart en aanroep
mij elke dag. Ik heb veel tekenen gegeven met mijn jezus, maar veel harten zijn
hard, ze geloven niet in het goddelijke en zijn klaar om te oordelen, en
veroordelen elk teken dat van boven komt. Kinderen, geloof in ons in de hemel
en veracht onze hulp en onze wonderbaarlijke wonderen niet. De man van vandaag
is erg sceptisch en geen teken kan hen bekeren tot hun Vader (behalve door een
speciale gratie). Laat me je vertrouwen in mijn hart, wijd het toe, om te leven
als echte christenen. De ware christen houdt van iedereen en bidt voor
iedereen. Wees barmhartig en luister naar mijn instrument die zo vervolgd wordt
en verkeerd begrepen door de meesten. Zegen met een klein teken van kruis op het
hoofd van mijn kinderen en leg hen hun handen voor de uitstorting van de geest
van de liefde".
29 oktober
De maagd maria verscheen in het wit. Hij zei:
"Loof jezus christus.
Ik ben de levende moeder. In deze heilige vergadering van het gebed en
eerherstel en ik ben hier door het bevel van de vader. Ik dring er bij u op aan
om in de vrede van de heer te blijven en niet te vrezen voor de vervolging van
de agenten van het beest. Mijn verschijningen zullen steeds meer worden bestreden
en als onnodig worden beschouwd, maar zal de naties en de kerk van zo ' n
verwarring redden. Bevrijd jezelf van elke angst en laat mij jou naar de Heer
jezus leiden. Bid dat de harten de oproepen verstaan en navolgen, anders zullen
zij in de hel vallen en met hen allen die in hen geloven. Het is tijd om mij te
volgen en mij zonder twijfel te eren.
30 oktober
De maagd maria is in het wit en dicht bij haar is de H. aartsengel Michael.
"Loof jezus christus.
Lieve kinderen, vandaag ben ik hier onder jullie, omdat ik jullie wil zegenen
met mijn moederlijke liefde. Ik verzamel jullie allemaal onder mijn mantel en
jullie zullen veilig zijn: beschermd. Geloof is als een vlam die altijd gevoed
moet worden: bidden. Je moet volledig van christus zijn, ver van de wereld en
alleen in god. Ik laat je niet achter. Wees op je hoede voor iedereen die bij
je in de buurt komt, om hulp vragen, stuur ze naar mij. Vandaag is de H.
Michael hier om je te bevrijden van satan die je kwelt met zijn verleidingen en
vleierij. Bid elke dag mijn rozenkrans ".
Heilige Aartsengel Michael,
machtige hemelse strijder,
help ons met uw zegen,
bevrijd ons door uw macht,
verdedig ons met uw hemelse legermacht.
aan u vertrouwen wij ons toe,
bescherm ons en neem ons mee naar het Hoogste Goed.
H. Michael, onze hemelse bewaker,
kom ons te hulp en vertroost ons,
o bewaker van degenen die geloof hebben,
vervul ons met de liefde van de Vader,
de vrede van de Zoon,
de genade van de Heilige Geest. Amen.
5
november 2017 : Boodschap van de Maagd van de Verzoening aan Mario dIgnazio in de Gezegende Tuin van
de wijk Santa Teresa, Brindisi
De H. Maagd Maria verscheen helemaal wit gekleed met Haar
Hart zichtbaar en omringd door drie gele rozen.
De Maagd Maria: "Geloofd zij Jezus Christus."
Mario: "In alle eeuwigheid.
De Gezegende Moeder: "Ik zegen jullie Mijn kleintjes
in de Naam van de Allerheiligste Drievuldigheid die Mij naar de aarde zendt om
jullie aan te sporen tot gebed en tot vrede.
Ik heb jullie vele tekens en boodschappen gegeven in deze jaren.
Prijs God voor dit alles; wees dankbaar jegens de Heer voor elke ontvangen
genade op deze heilige plaats veracht door atheïsten en valse Christenen die
niet tot de ware Christus behoren. Velen geloven dat ze Mij toebehoren, maar in
waarheid behoren ze niet bij Mij omdat ze leven gebonden aan de dingen van deze
wereld.
Blijf verenigd in de beproeving en verwijder jullie niet van Mij. De Boze zal
vernietigd worden met heel zijn leger. Bid, bid en wees alleen maar van Mij.
Mario na de verschijning: De Madonna was bijzonder
schitterend, stralend. Dit licht omhult me elke keer volledig en breidt zich
uit naar allen: het is het Licht van God, want de Allerheiligste Maagd Maria
brengt Gods Licht om ons te bevrijden van duisternis.
Onze ziel, om beter gelijkvormig te worden met Jezus Christus en om steeds meer
en meer op Hem te gaan gelijken, moet vele beproevingen, vele tegenslagen, vele
obstakels overwinnen. Zij moet de strenge winter ervaren van misverstand,
veroordeling, vonnis. Maar eenmaal overwonnen worden we één in Jezus Christus
en het mooie komt bij ons tot uiting omdat er het goede is. Dat goede kan
alleen ontstaan door onze overgave aan de Goddelijke Wil, vast in Jezus te
geloven en Jezus zal het goede voortbrengen dat Hijzelf is: Jezus is het
Hoogste Goed!
Dank aan de Maagd Maria die ons ook op deze 5de november is komen zegenen.
Laten we het gebed van de heilige Rozenkrans blijven bidden bijzonder voor de
zielen van onze overledenen, voor allen die we tijdens ons leven hebben gekend
en die van ons hielden, ons hebben geholpen, aangemoedigd, ondersteund en
getroost.
Laten we deze zielen niet vergeten, dierbaar aan God, zodat ze in het Paradijs
kunnen komen en niet meer moeten lijden zodat ze vrede, licht en vreugde in God
kunnen vinden, deel uitmaken van het Hemelse Hof en het Licht van Christus
kunnen ervaren, het Licht van Zijn Wederopstanding en eens in de Hemel voor ons
allemaal kunnen bemiddelen.
MIJN
VOLK, ALS EEUWIGE EN SOEVEREINE PRIESTER, VRAAG IK JULLIE OM VELE GEBEDEN EN
EERHERSTEL VOOR DE PRIESTERS. MIJN KERK IS IN EEN CRISIS, HET SCHISMA KOMT
NADERBIJ, LAAT ZE NIET IN DE STEEK!
6 november 20171:55
PM
DRINGENDE OPROEP VAN JEZUS, DE EEUWIGE EN SOEVEREINE
PRIESTER AAN ZIJN TROUWE VOLK
Mijn vrede zij met jullie, mijn Volk.
Mijn kinderen, elke dag wordt de geestelijke strijd
heviger; de krachten van het kwaad vallen mijn kudde aan, de zwaarste aanvallen
zijn voor mijn Uitverkoren Zonen en mijn Instrumenten, door de missie die ze
moeten voltooien. Bid veel, mijn kleintjes, voor mijn Priesters en hoogwaardigheidsbekleders
van mijn Kerk, omdat mijn tegenstander hen hevig aanvalt. Houd met hen rekening
in jullie gebeden, laat ze niet alleen, omdat mijn tegenstander hen wil doen
vallen in het priesterlijk ambt dat ik hen heb toevertrouwd.
De rozenkrans van mijn Moeder met de Droevige mysteries,
het kroontje van mijn wonden en het kroontje van mijn Allerkostbaarste Bloed,
zijn krachtige wapens die de plannen van het rijk der duisternis vernietigen.
Dompel, mijn kinderen, mijn priesters in mijn wonden, zodat het kwaad ze niet
doet afkeren van hun priesterlijk ambt; bid en doe eerherstel voor mijn
uitverkoren Zonen en in het bijzonder van degenen die verloren gaan door het
modernisme, het vlees, New Age, de zorgen en de pleziertjes van deze wereld.
Mijn volk, vele van mijn uitverkoren Zonen geloven niet
meer in de transsubstantiatie, van mijn Lichaam en mijn Bloed; bepaalde
priesters dragen de mis op in snel tempo en anderen enkel om zich aan de orders
te houden. Wat een grote smart voel ik in mijn Liefdevolle Hart, als ik deze
priesters zie van mijn Kerk, die het Heilige Priesterambt bezoedelen! Hun
onverschilligheid en hun nalatigheid, doen mijn Hart bloeden. Hoeveel lijd ik
en ween ik als ik zoveel van mijn Priesters zie die zich laten verleiden door
de New Age! In vele van mijn Huizen zijn er Priesters, die yoga, reiki en
andere occulte technieken praktiseren. En het droevigste, is dat ze mijn kudde
besmetten en het laten doorgaan alsof het goddelijk is.
Vele van mijn huizen zijn wereldse huizen geworden, men
organiseert er feesten en markten en activiteiten die niets met het religieuze
leven te maken hebben. In vele van mijn huizen, zijn er priesters die onzuivere
daden plegen; de geest van Asmodeus is er binnengedrongen. Welke droefheid voel
ik als ik al deze degradatie binnen mijn Kerk zie! Iedereen zwijgt, niemand
staat recht, deze schuldige stilte is een belediging voor mijn Goddelijkheid
die mij diep verdrietig maakt en de Hemel doet wenen.
Vele van mijn uitverkoren Zonen, zijn tegenwoordig als
Judas die me verraadde, ze laten zich verleiden door de wereld en het vlees en
ze hebben de deuren van mijn huizen geopend voor mijn tegenstander. In vele
huizen woont mijn Heilige Geest niet meer. O ontrouwe priesters, als jullie geen
berouw tonen en geen eerherstel bieden voor jullie grove beledigingen, verzeker
ik jullie dat de eeuwige dood jullie beloning zal zijn! Wanneer jullie aankomen
in de eeuwigheid, laat ik het gewicht van mijn Gerechtigheid los op jullie,
ontrouwe priesters en jullie zullen sterven zoals de vetgemeste schapen! Ik doe
een dringende oproep aan jullie, ontrouwe priesters van mijn Kerk, zodat jullie
terug op de goede weg komen, voor de komst van mijn Waarschuwing; omdat als
jullie het niet doen, en jullie komen in de eeuwigheid aan, de plaats die
jullie zal wachten zal het rijk der duisternis zijn.
Mijn volk, als eeuwige en soevereine priester, vraag ik
jullie veel gebeden en eerherstel voor mijn priesters. Mijn Kerk is in een
crisis, het schisma komt naderbij, laat de Kerk niet in de steek. Bid
rozenkransen, vast en doe boete, voor heel mijn clerus; zodat de Wijsheid en
het Licht van mijn Heilige Geest mijn Kerk en mijn priesters kan leiden op de
weg van de zaligheid.
Jullie Meester, Jezus, eeuwige en soevereine Priester
Breng mijn boodschappen naar al mijn uitverkoren Zonen
In deze context zal het Mariale
jaar een nieuwe en diepgaande lezing moeten bevorderen ook van wat het Concilie
gezegd heeft over de heilige Maagd Maria en Moeder van God in het mysterie van
Christus en de Kerk, van datgene dus waarop de overwegingen van deze encycliek
zich beroepen. Het gaat hier niet alleen over de geloofsleer maar ook
over het geloofsleven en dus over de authentieke Mariale
spiritualiteit, gezien in het licht van de Traditie en in het bijzonder van de
spiritualiteit waartoe het Concilie ons opwekt.
De Mariale spiritualiteit vindt
evenals de overeenkomstige devotie bovendien een uitermate rijke bron
in de historische ervaring van de personen en de verschillende christelijke
gemeenschappen die overal op aarde leven onder de diverse volken en naties. In
dit opzicht wil ik graag onder de vele getuigen en meesters van deze
spiritualiteit herinneren aan de heilige Louis Maria Grignion de Montfort die
aan de christenen de toewijding aan Christus door Maria voorhield als
doeltreffend middel om te leven in trouw aan de verplichtingen van het doopsel.
Met voldoening merk ik op dat ook in onze dagen nieuwe uitingen van deze
spiritualiteit en devotie niet ontbreken.
Wij hebben dus veilige
oriënteringspunten waarop wij ons kunnen richten en waarmee wij ons kunnen verbinden
in de context van dit Mariale jaar.
Het zal beginnen op het
hoogfeest van Pinksteren, 7 juni a.s. Het gaat er niet alleen om te herdenken
dat Maria is voorafgegaan aan de intrede van Christus de Heer in de
geschiedenis van de mensheid, maar tevens om in het licht van Maria te
onderstrepen dat de geschiedenis van de mensheid vanaf de verwerkelijking van
het mysterie van de menswording binnengetreden is in de volheid van de tijd
en dat de Kerk het teken van deze volheid is. De Kerk maakt als volk
Gods haar pelgrimstocht naar de eeuwigheid in geloof temidden van alle volken
en naties vanaf de dag van Pinksteren. De Moeder van Christus die
aanwezig was aan het begin van de tijd van de Kerk toen zij de Heilige Geest
afwachtte en ijverig in het gebed volhardde temidden van de apostelen en
leerlingen van haar Zoon, blijft de Kerk voorgaan op deze tocht door
de geschiedenis van de mensheid heen. Zij is ook degene die precies als
dienstmaagd des Heren onophoudelijk meewerkt aan het heilswerk dat Christus,
haar Zoon, verricht.
Zo wordt door middel van dit
Mariale jaar de Kerk opgeroepen, niet alleen om alles te herdenken wat in
haar verleden getuigt van de speciale moederlijke medewerking van de Moeder
Gods aan het heilswerk in Christus de Heer, maar ook om van haar kant voor de
toekomst de wegen voor te bereiden van deze medewerking: want het
einde van het tweede christelijk millennium opent als het ware een nieuw
perspectief.
Er is reeds aan herinnerd dat
ook onder de gescheiden broeders velen aan de Moeder van de Heer de
verschuldigde eer bewijzen, vooral onder de oosterse christenen. Het is een
mariaal licht dat op het oecumenisme valt. Ik wil er speciaal nog aan
herinneren dat gedurende het Mariajaar de duizendste verjaardag gevierd
zal worden van het doopsel van de heilige Wladimir, Grootvorst van
Kiev (in het jaar 988), dat het begin was van het christendom in de gebieden
van het Rus van die tijd en vervolgens in andere gebieden van Oost-Europa.
Langs deze weg is door het werk van de evangelisatie het christendom ook buiten
Europa verspreid tot in de noordelijke streken van het Aziatische continent.
Wij zouden ons dus vooral gedurende dit jaar in gebed willen verenigen met
allen die deze duizendste verjaardag van dit doopsel vieren, orthodoxen en katholieken,
en wij hernieuwen en bevestigen met het Concilie de gevoelens van vreugde en
troost omdat de oosterse Christenen . . . met vurige geestdrift en vrome
zin wedijveren om de Moeder van God, altijd Maagd, te vereren.
Ook al ondervinden wij nog steeds
de smartelijke gevolgen van de scheiding die enige tientallen jaren later (in
het jaar 1054) heeft plaatsgevonden, toch kunnen wij zeggen dat wij ons
tegenover de Moeder van Christus waarlijk broeders en zusters voelen binnen het
messiaanse volk dat geroepen is om op aarde een enkele familie van God te
vormen, zoals ik reeds verklaard heb aan het begin van het nieuwe jaar: Wij
willen opnieuw deze universele erfenis van alle zonen en dochters van deze
aarde bevestigen.
Toen ik het Mariajaar
aankondigde heb ik tevens gezegd dat dit volgend jaar besloten zal worden op
het hoogfeest van de Tenhemelopneming van de allerheiligste Maagd,
om het grote teken aan de hemel te doen uitkomen waarover de Apokalyps spreekt.
Op deze wijze willen wij ook gevolg geven aan de aansporing van het Concilie
dat naar Maria opziet als teken van vaste hoop en vertroosting voor het
pelgrimerende volk van God. Het Concilie spreekt deze aansporing uit met de
volgende woorden:
Laten alle gelovigen de Moeder
van God en de Moeder van de mensen dringend erom smeken, dat zij, die de
beginnende Kerk met haar gebed heeft bijgestaan, ook nu zij in de hemel boven
alle gelukzaligen en engelen verheven is, in de gemeenschap van alle heiligen
bij haar Zoon ten beste zal spreken, totdat alle volkerenfamilies, zowel zij
die de erenaam van christenen dragen als zij die hun Verlosser nog niet kennen,
in vrede en eensgezindheid tot een enkel volk van God gelukkig verenigd worden,
tot glorie van de allerheiligste en onverdeelde Drievuldigheid
DEEL 4 - Besluit
Aan het einde van de dagelijkse
getijden stijgt onder andere de volgende aanroeping van de Kerk tot Maria op:
Verheven Moeder van de
Verlosser,
die de open deur des hemel blijft en de sterre der zee
snel het volk te hulp, dat valt en poogt op te staan.
Gij die tot verbazing der natuur uw heilige Schepper hebt gebaard.
Tot verbazing der natuur. Deze
woorden van de antifoon drukken de verbazing van het geloof uit die
het mysterie van het goddelijke moederschap van Maria vergezelt. Zij vergezelt
het in zekere zin in het hart van de natuur en direct in het hart van het
gehele volk Gods, in het hart van de Kerk. Hoe wonderlijk ver is God, Schepper
en Heer van het heelal, gegaan in de openbaring van zichzelf aan de
mens. Hoe duidelijk heeft Hij alle ruimten overwonnen van de oneindige afstand die
de Schepper scheidt van het schepsel! Hij blijft onuitsprekelijk en
onnaspeurlijk in zichzelf, maar nog meer in de werkelijkheid van de
incarnatie van het Woord dat mens is geworden door de Maagd van Nazareth.
Als Hij de mens van eeuwigheid
af heeft willen roepen om deel te krijgen aan het goddelijke wezen, dan kan men
zeggen dat Hij de vergoddelijking van de mens beschikt heeft
overeenkomstig diens historische condities, zodat Hij ook na de zondeval bereid
is om het eeuwige plan van zijn liefde uit te voeren tegen een hoge prijs, door
middel van de vermenselijking van de Zoon die één in wezen met Hem
is. De natuur en meer direct de mens kan niet ontkomen aan de verbazing
tegenover deze gave waaraan hij deelachtig is geworden in de Heilige
Geest: Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn
eniggeboren Zoon heeft gegeven (Joh. 3, 16).
In het middelpunt van dit
mysterie, in het hart van de verbazing van het geloof staat Maria. Als verheven
Moeder van de Verlosser heeft zij deze het eerst ervaren: Gij die tot
verbazing der natuur uw heilige Schepper hebt gebaard!
In de woorden van de liturgische
antifoon ligt ook de waarheid uitgedrukt van de grote wending die
het mysterie van de menswording bewerkt heeft voor de mens. Deze wending hoort
tot heel zijn geschiedenis, van het begin af dat ons geopenbaard is in de
eerste hoofdstukken van genesis, tot aan het laatst toe, in het
perspectief van het einde van de wereld waarvan Jezus ons de dag noch het
uur heeft geopenbaard (Mt. 25, 13). Het is onophoudelijk en voortdurende
omkeer van het vallen naar het opstaan, tussen de mens van de zonde en de mens
van de genade en de gerechtigheid. De liturgie plaatst ons vooral in de Advent
in het zenuwpunt van deze wending en raakt het onophoudelijke heden en
nu ervan aan, terwijl zij uitroept: Snel het volk te hulp dat valt
en poogt te op te staan!
Deze woorden betreffen iedere
mens, alle gemeenschappen, alle naties en volkeren, alle geslachten en
tijdvakken van de mensengeschiedenis, ons tijdvak, deze jaren van het
millennium dat ten einde loopt: Snel te hulp, ja snel het volk te hulp
dat valt!
Dit is de aanroeping die gericht
is tot Maria, de verheven Moeder van de Verlosser; het is de aanroeping
die gericht is tot Christus die door Maria de geschiedenis van de mensheid is
binnengetreden. Van jaar tot jaar verheft de antifoon zich tot Maria en roept
zij het moment op waarop deze wezenlijke historische wending zich voltrokken
heeft, die onomkeerbaar voortduurt: de omkeer van het vallen naar
het opstaan.
De mensheid heeft
bewonderenswaardige ontdekkingen gedaan en wonderbaarlijke resultaten bereikt
op het gebied van de wetenschap en de techniek; zij heeft grote werken verricht
op de weg van de vooruitgang en de beschaving en men zou zeggen dat zij in de
jongste tijden erin geslaagd is de loop van de geschiedenis te versnellen; maar
de fundamentele wending, de wending die oorspronkelijk genoemd kan
worden, begeleidt altijd de tocht van de mens en vergezelt door de
verschillende historische gebeurtenissen heen allen en iedereen. Het is de
omkeer van het vallen naar het opstaan, van de dood naar het
leven. Het is ook een onophoudelijke uitdaging aan het menselijke
bewustzijn, een uitdaging aan heel het historische bewustzijn van de mens: de
uitdaging om de weg van het niet vallen te volgen op de altijd oude
en nieuwe wijzen en van het opstaan als hij gevallen is.
Terwijl de Kerk met de gehele
mensheid de grens tussen de twee millennia nadert, neemt zij van haar kant met
de gehele gemeenschap der gelovigen en samen met iedere mens van goede wil de
grote uitdaging aan de vervat ligt in de woorden van de antifoon over het
volk dat valt en poogt op te staan. Zij richt zich zowel tot de Verlosser als
tot zijn Moeder met de aanroeping: Kom te hulp. Zij ziet de heilige
Moeder van God immers en dit gebed ziet haar diep betrokken bij de
geschiedenis van de mensheid, bij de eeuwige roeping van de mens, volgens het
providentiële plan dat God van eeuwigheid voor hem beschikt heeft; zij ziet
haar moederlijke aanwezigheid en betrokkenheid bij de veelvuldige en
ingewikkelde problemen waarmee heden ten dage het leven van de
enkelingen, van de gezinnen en van de volkeren vergezeld gaat; zij ziet haar
het christenvolk te hulp snellen in de onophoudelijke strijd tussen goed en
kwaad, opdat het niet zal vallen en, als het gevallen is zal
opstaan.
Ik hoop van harte dat ook de
overwegingen die in deze encycliek vervat zijn, mogen dienen tot de vernieuwing
van deze visie in het hart van alle gelovigen! Als bisschop van Rome zend ik
aan allen voor wie deze beschouwingen bestemd zijn de vredeskus en groeten en
zegen in onze Heer Jezus Christus.
Amen.
Gegeven te Rome bij Sint Petrus,
op 25 maart, het hoogfeest van de Aankondiging van de Heer, van het jaar
1987,
het negende van mijn pontificaat.
Paus Johannes Paulus II
Kroontje van dank aan Maria
INLEIDEND GEBED:
Allerheiligste Maagd Maria, machtige Schatbewaarster en
Uitdeelster van Gods Genaden. Ik breng U mijn dank voor al Uw weldaden die ik
niet waardig ben, voor al Uw Liefde die ik nog niet voel, en voor Uw gebeden
die mij de Eeuwige Gelukzaligheid verdienen.
3 x "Wees gegroet Maria "
daarna (op een gewone rozenkrans) 5 tientjes
als volgt:
* Op de GROTE KRALEN (kralen van het "Onze
Vader"):
Mijn liefhebbende Moeder Maria, Middelares van alle
Genaden, ik dank U voor de gunsten die ik uit Uw handen heb bekomen, voor de
kussen van Liefde die U op mijn hart hebt gedrukt, en voor de onzichtbare
bloemen van Eeuwig Leven die U in mijn ziel hebt gezaaid.
* Op de KLEINE KRALEN (kralen van het
"Weesgegroet"):
Dank U, Hemelse Moeder, voor Uw bescherming, hulp,
bemiddeling en Voorspraak.
Na de 5 tientjes:
Het volgend SLOTGEBED:
Geprezen zij Maria, Middelares voor de hele mensheid.
Geprezen zij Maria, Voorspreekster voor de hele mensheid.
Geprezen zij Maria, Medeverlosseres van de hele mensheid.
Aanvaard de toewijding van mijn hele wezen als dank, want zonder U ben ik
verloren.
De oecumenische beweging heeft
op grond van een meer helder en verspreid bewustzijn van de noodzaak om tot de
eenheid van alle christenen te komen van de kant van de katholieke Kerk haar
hoogste uitdrukking gevonden in het werk van het Tweede Vaticaans Concilie: het
is nodig dat de Christenen in zichzelf en in ieder van hun gemeenschappen de
gehoorzaamheid van het geloof verdiepen waarvan Maria het eerste en meest
lichtende voorbeeld is. En aangezien zij het lichtend teken is van de vaste
hoop en de vertroosting van het pelgrimerende volk van God, is het voor de
heilige kerkvergadering een reden tot grote vreugde en vertroosting dat er
onder de gescheiden broeders niet weinigen zijn die aan de Moeder van de Heer
en Verlosser de verschuldigde eer bewijzen, vooral Oosterse Christenen.
De Christenen weten dat zij hun
eenheid alleen werkelijk zullen terugvinden als deze gebaseerd zal zijn op de
eenheid van geloof. Zij moeten niet-geringe verschillen oplossen in de leer
over het mysterie en het dienstwerk van de Kerk en soms ook over de taak van
Maria in het heilswerk.
De dialogen die de katholieke
Kerk begonnen is met de kerken en kerkgemeenschappen van het Westen, komen
steeds meer samen op twee onscheidbare aspecten van heilsmysterie.
Als het mysterie van het mensgeworden Woord ons het mysterie van het goddelijke
moederschap doet onderscheiden en als de beschouwing van de Moeder Gods ons op
haar beurt voert tot een dieper begrip van het mysterie van de incarnatie, dan
moet men hetzelfde zeggen van het mysterie van de Kerk en van het mysterie van
de taak van Maria in het heilswerk. Door dieper door te dringen in de twee
mysteries en het ene te verhelderen door het andere zullen de Christenen die
verlangen te doen wat Jezus hun zal zeggen - zoals hun Moeder hun aanbeveelt
samen voort kunnen gaan op de pelgrimstocht van het geloof, waarvan
Maria nog steeds het voorbeeld is en welke hen moet voeren tot de eenheid die
gewild is door hun ene Heer en zozeer verlangd wordt door hen die oplettend
luisteren naar wat de Geest tegen de kerken zegt (Openb. 2, 7.11.17)
in deze tijd.
Het is een gelukkig teken dat
deze kerken en kerkgemeenschappen met de katholieke Kerk overeenkomen op
fundamentele punten van het geloof, ook wat de Maagd Maria betreft. Zij
erkennen haar immers als Moeder van de Heer en nemen aan dat dit deel uitmaakt
van ons geloof in Christus, waarlijk God en waarlijk mens. Zij zien op naar
haar die aan de voet van het kruis de geliefde leerling als haar zoon ontvangt,
die op zijn beurt als moeder ontvangt.
Waarom zouden wij dus niet allen
samen opzien naar haar als onze gemeenschappelijke Moeder die bidt
voor de eenheid van de familie van God en die allen voorgaat aan
het hoofd van de lange stoet van de getuigen van het geloof in de ene Heer, de
Zoon van God, die zij door de Heilige Geest in haar maagdelijke schoot
ontvangen heeft?
Anderzijds wil ik benadrukken
hoe diep de katholieke Kerk, de orthodoxe Kerk en de oude Oosterse Kerken zich
één voelen door de liefde en de lof voor de Theotókos. Niet alleen zijn
de fundamentele dogmas van het christelijk geloof over de Drie-eenheid en de
menswording van het Woord van God uit de Maagd Maria vastgesteld op
oecumenische Concilies die in het Oosten zijn gehouden, maar ook verheerlijken
de oosterse Christenen . . . met plechtige hymnen ... Maria altijd Maagd ... en
de heilige Moeder van God in hun liturgie.
De broeders van die kerken
hebben ingewikkelde lotgevallen gekend, maar door hun geschiedenis heeft steeds
een vurig verlangen gelopen naar christelijke inzet en apostolische
uitstraling, welke vaak getekend is door vervolgingen die ook bloedig zijn
geweest. Het is een geschiedenis van trouw aan de Heer, een authentieke pelgrimstocht
van het geloof door de plaatsen en tijden heen, waarbij de oosterse
christenen steeds met onbeperkt vertrouwen opgezien hebben naar de Moeder van
de Heer, haar met lofzangen geprezen en voortdurend met gebed aangeroepen
hebben. In de moeilijke ogenblikken van het gekwelde christelijke bestaan hebben
zij tot haar hun toevlucht genomen, omdat zij er zich van bewust waren in haar
een krachtige hulp te hebben. De kerken die de leer van Efese belijden
verklaren dat de Maagd waarlijk Moeder van God is, daar onze
Heer Jezus Christus . . . die voor alle eeuwen naar de godheid uit de Vader
geboren is, in de laatste dagen voor ons en voor ons heil naar de mensheid
geboren werd uit de Maagd Maria, de Moeder van God. De Griekse vaders en de
byzantijnse traditie hebben getracht door de Maagd te beschouwen in het licht
van het mensgeworden Woord door te dringen tot de diepte van de band die Maria
als Moeder van God verbindt met Christus en de Kerk: de Maagd is blijvend
aanwezig in heel de omvang van het heilsmysterie.
De koptische en Ethiopische
tradities zijn tot deze beschouwing van het mysterie van Maria gebracht door de
heilige Cyrillus van Alexandrië en op hun beurt hebben zij haar geprezen met
een overvloed van bloemrijke dichtwerken. Het poëtische genie van sint Efrem de
Syriër, die de citer van de heilige Geest wordt genoemd, heeft
onvermoeibaar de lof van Maria gezongen en in de gehele traditie van de
syrische Kerk een spoor achtergelaten dat nog steeds levend is. De heilige
Gregorius van Narek, één van degenen die op de meest stralende wijze de roem
van Armenië uitmaken, diept in zijn lofrede op de Theotókos met
sterke dichterlijke inspiratie de verschillende aspecten uit van het mysterie
van de incarnatie en ieder daarvan is voor hem een gelegenheid om de
buitengewone waardigheid en de schitterende schoonheid te bezingen en te
prijzen van de Maagd Maria, de Moeder van het mensgeworden Woord.
Het verbaast daarom niet dat
Maria een bevoorrechte plaats inneemt in de eredienst van de oude Oosterse
Kerken, met een onvergelijkelijke overvloed van feesten en hymnen.
In de byzantijnse liturgie gaat
de lof aan de Moeder in alle uren van het goddelijke officie samen met de lof
aan de Zoon en met de lof die door de Zoon opstijgt tot de Vader in de heilige
Geest. In de anafoor of het eucharistische gebed van de heilige Johannes
Chrysostomus bezingt de verzamelde gemeente onmiddellijk na de epiclese als
volgt de Moeder van God:
Het is waarlijk goed u zalig te
prijzen. Theotókos, die allerheiligst bent, geheel zuiver en de Moeder van onze
God. Wij verheerlijken u die meer eer waardig bent dan de cherubijnen en
onvergelijkelijk meer glorie dan de serafijnen. U die zonder uw maagdelijkheid
te verliezen het Woord van God ter wereld hebt gebracht. U die waarlijk de
Moeder van God bent.
Deze lofprijzingen die in iedere
viering van de eucharistische liturgie opstijgen naar Maria hebben vorm gegeven
aan het geloof, de vroomheid en het gebed der gelovigen. Zij hebben in de loop
der eeuwen heel hun geestelijke houding doordrongen en in hen een diepe devotie
opgewekt voor de geheel heilige Moeder van God.
Dit jaar is het twaalf eeuwen
geleden dat het tweede Oecumenisch Concilie van Nicea plaats vond (in
het jaar 787), waarop een einde werd gemaakt aan de bekende controverse over de
verering van de gewijde afbeeldingen en bepaald werd dat, volgens de leer van
de heilige vaders en de universele traditie van de Kerk, samen met het kruis de
beeltenissen van de Moeder van God, van de engelen en van de heiligen
voorgehouden mochten worden aan de verering van de gelovigen, zowel in de
kerken als in de huizen en langs de wegen. Dit gebruik is bewaar gebleven in
heel het oosten en ook in het westen: de beeltenissen van de Maagd hebben een
ereplaats in de kerken en de huizen. Maria wordt er afgebeeld als de troon van
God die de Heer draagt en aan de mensen geeft (Theotókos) of als de
weg die naar Christus leidt en Hem toont (Odigitria) of als orante
die ten beste spreekt en als teken van de goddelijke tegenwoordigheid op de weg
van de gelovigen tot aan de dag van de Heer (Deisis) of als
beschermster die haar mantel uitspreidt over de volkeren (Pokrov) of
als barmhartige Maagd van de tederheid (Eleousa) . Gewoonlijk wordt
zij afgebeeld met haar Zoon. Het kind Jezus, dat zij op haar arm draagt: het is
de band met de Zoon die de Moeder verheerlijkt. Nu eens omarmt zij Hem met
tederheid (Glykofilousa); dan weer lijkt zij hieratisch verzonken in de
contemplatie van Hem die de Heer van de geschiedenis is.
Het is passend ook te herinneren
aan de icoon van de heilige Maagd van Wladimir, die voortdurend de geloofstocht
begeleid heeft van de volkeren van het oude Rusland op de weg van het geloof.
Het eerste millennium va de bekering tot het christendom van die edele landen nadert:
landen van nederigen, van denkers en van heiligen. Nog steeds worden de iconen
onder verschillende titels vereerd in de Oekraïne, in Wit-Rusland en in
Rusland: het zijn beeltenissen die getuigen van het geloof en van de geest van
gebed van het vrome volk, dat de aanwezigheid en de bescherming van de Moeder
Gods ondervindt. Op die iconen schittert de Maagd als beeld van de goddelijke
schoonheid, verblijf van de eeuwige Wijsheid, figuur van de orante, oerbeeld
van de contemplatie, beeld van de heerlijkheid: zij die vanaf haar aardse leven
de geestelijke wetenschap bezit die ontoegankelijk is voor de menselijke rede
en door het geloof de meest verheven kennis heeft bereikt. Ik herinner ook nog
aan de icoon van de Maagd van het cenakel die samen met de apostelen bidt,
wachtend op de heilige Geest: zou zij niet als het ware het teken van hoop
kunnen worden voor allen die in de broederlijke dialoog hun
geloofsgehoorzaamheid willen verdiepen?
Deze rijkdom aan lofprijzing die
opgestapeld is door de verschillende vormen van de grote traditie van de Kerk,
zou ons kunnen helpen om de Kerk weer ten volle te laten ademen met haat twee
longen, het oosten en het westen. Dit is nu meer dan ooit nodig, zoals ik
meermalen heb bevestigd. Het zou een krachtig hulpmiddel zijn om de bestaande
dialoog tussen de katholieke Kerk en de kerken en kerkgemeenschappen van het
westen de bevorderen. Het zou ook voor de Kerk onderweg het middel zijn om op
meet volmaakte wijze haar Magnificat te zingen en te beleven.
HOOFDSTUK 3 - Het Magnificat van
de pelgrimerende Kerk
In de huidige fase van haar
tocht zoekt de Kerk dus de eenheid terug te vinden van hen die hun geloof in
Christus belijden, om de gehoorzaamheid aan haar Heer te tonen die vóór zijn
lijden gebeden heeft voor deze eenheid. Zij zet haar pelgrimstocht voort ...
en verkondigt het kruis en de dood van de Heer, totdat Hij komt.
Dwars door de beproevingen en
de wederwaardigheden heen schrijdt de Kerk voort, gesterkt door de kracht van
Gods genade, die haar door de Heer werd beloofd. Zo is zij bij machte om in de
zwakheid van het vlees van de oprechte trouw niet af te wijken, maar de
waardige bruid van haar Heer te blijven. Dank zij de werking van de heilige
Geest houdt zij niet op zichzelf te vernieuwen, tot zij door het kruis het
licht bereikt dat geen ondergang meer kent.
De moedermaagd is steeds
aanwezig op deze geloofstocht van het volk Gods naar het licht. Dit toont op
speciale wijze de lofzang van het Magnificat, dat opgeweld is uit de
diepte van het geloof van Maria bij het bezoek en niet ophoudt te
weerklinken in het hart van de Kerk door de eeuwen heen. Dit wordt bewezen
doordat het dagelijks gebeden wordt in de liturgie van de vespers en op zovele
andere ogenblikken van persoonlijke en gemeenschappelijke vroomheid.
Mijn hart prijst hoog de Heer,
van vreugde juicht mijn geest om God mijn redder:
daar Hij welwillend neerzag op de kleinheid zijner dienstmaagd.
En zie, van heden af prijst elk geslacht mij zalig
omdat aan mij zijn wonderwerken deed die machtig is,
en heilig is zijn Naam.
Barmhartig is Hij van geslacht tot geslacht
voor hen die Hem vrezen.
Hij toont de kracht van zijn arm;
slaat trotsen van hart uiteen.
Heersers ontneemt Hij hun troon,
maar verheft de geringen.
Die hongeren overlaadt Hij met gaven,
en rijken zendt Hij heen met lege handen.
Zijn dienaar Israël heeft Hij zich aangetrokken, gedachtig zijn barmhartigheid
voor eeuwig
jegens Abraham en zijn geslacht,
gelijk Hij had gezegd tot onze vaderen (Lc. 1, 46-55)
Toen Elisabet haar jonge
bloedverwante die uit Nazareth gekomen was, begroet had, antwoordde Maria
met het Magnificat. In haar groet had Elisabet Maria eerst vanwege de vrucht
van haar schoot gezegend genoemd en vervolgens zalig vanwege
haar geloof . Deze tweevoudige zegen had direct betrekking op het moment
van de boodschap. Nu de groet van Elisabet bij het bezoek getuigt van dat
hoogtepunt, wordt het geloof van Maria nog bewuster en drukt het zich opnieuw
uit. Wat op het ogenblik van de boodschap verborgen was gebleven in de diepte van
de gehoorzaamheid van het geloof bevrijdt zich nu om zo te zeggen
als een heldere, levenwekkende vlam van de geest. De woorden die Maria gebruikt
heeft op de drempel van het huis van Elisabet vormen een geïnspireerde
belijdenis van haar geloof, waarin het antwoord op het woord van de
openbaring zich uitdrukt door de religieuze en dichterlijke verheffing van
heel haar wezen tot God. In die verheven woorden, die tegelijk zo eenvoudig
zijn en geheel ingegeven door de gewijde teksten van het volk van Israël,
schijnt de persoonlijke ervaring van Maria door, de extase van haar hart. Er
schittert een straal in van het mysterie van God, de heerlijkheid van zijn
onuitsprekelijke heiligheid, de eeuwige liefde die in de mensgeschiedenis
binnentreedt als een definitieve gave.
Maria heeft als eerste deel aan
deze nieuwe openbaring van God en hierin aan deze nieuwe zelfgave van God.
Daarom roept zij uit: Hij deed aan mij zijn wonderwerken . . . heilig is zijn
Naam. Haar woorden weerspiegelen de vreugde van de geest welke zich moeilijk
laat uitdrukken: Van vreugde juicht mijn geest om God mijn redder. Want de
meest innerlijke waarheid, zowel over God als over het heil van de mens, . . .
verschijnt ons in Christus die tegelijk de Middelaar en de volheid van de gehele
openbaring is. In haar geestdrift belijdt Maria dat zij zich in het hart zelf
van deze volheid van Christus bevindt. Zij is er zich van bewust dat de belofte
die aan de vaders en vooral aan Abraham en zijn geslacht voor eeuwig is
gedaan, in haar vervuld wordt: dat dus in haar als Moeder van Christus de
gehele heilseconomie uitmondt, waarin zich van geslacht tot geslacht diegene
openbaart die als God van het Verbond zijn barmhartigheid gedachtig is.
De Kerk die van het begin af
haar aardse tocht gelijkvormig maakt aan die van de Moeder Gods, zegt haar
voortdurend de woorden van het Magnificat na. Zij put uit het diepst van het
geloof van de Maagd bij de boodschap en het bezoek de waarheid over de God van
het Verbond, over God die almachtig is en wonderwerken doet aan de
mens: heilig is zijn Naam. In het Magnificat ziet zij de zonde
die aan het begin staat van de aardse geschiedenis van de man en de vrouw, tot
in de wortel overwonnen, de zonde van het ongeloof en van de kleingelovigheid jegens
God. Tegen de verdenking in die de vader van de leugen heeft
opgewekt in het hart van Eva, de eerste vrouw, verkondigt Maria die de traditie
de traditie de nieuwe Eva pleegt te noemen en de ware moeder
van de levenden, met kracht de onverminderde waarheid over God: de
heilige en almachtige God die vanaf het begin de bron van iedere schenking
is, die wonderwerken heeft gedaan. Scheppend schenkt God het bestaan aan
heel de werkelijkheid. De mens scheppend geeft hij in vergelijking met alle
andere aardse schepselen op speciale wijze de waardigheid van zijn beeld en
gelijkenis. En ondanks de zonde van de mens laat Hij zich niet weerhouden in
zijn wil om te schenken en geeft Hij zich in zijn Zoon: Zozeer heeft
Hij de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven (Joh.
3, 16). Maria is de eerste getuige van deze bewonderenswaardige waarheid die
zich ten volle zal verwerkelijken door wat haar Zoon doet en leert en
definitief door middel van zijn kruis en verrijzenis.
De Kerk die ook dwars door
de beproevingen en wederwaardigheden heen niet ophoudt Maria de woorden
van het Magnificat na te zeggen, vat moed ui de kracht
van de waarheid over God die toen met zulke buitengewone eenvoud is verkondigd.
Tegelijk wil zij met deze waarheid over God de moeilijke en soms
onontwarbare wegen van het aardse bestaan van de mensen verlichten. De
tocht van de Kerk die nu aan het einde van het tweede christelijke millennium
is gekomen, houdt een nieuwe inzet in haar zending in De Kerk die Hem volgt die
van zichzelf zei: (God) heeft mij gezonden om aan armen de Blijde
Boodschap te brengen, heeft er van geslacht tot geslacht naar gestreefd en
streeft er nog naar die zending te vervullen.
Haar voorliefde voor de armen staat
op wonderbare wijze in het Magnificat van Maria geschreven. De God
van het Verbond die de Maagd van Nazaret bezongen heeft in de verrukking van
haar geest, is tevens degene die de heersers hun troon ontneemt en de
geringen verheft ..., de hongerigen overlaadt met gaven en de rijken met lege
handen heenzendt ..., de trotsen van hart uiteenslaat ... en barmhartig is voor
hen die Hen vrezen. Maria is diep doordrongen van de geest van de armen
van Jahwe die in het psalmgebed hun verwachten en al hun vertrouwen op
Hem stelden.
Zij verkondigt waarlijk de komst
van het mysterie van het heil, de komst van de Messias van de armen.
De Kerk die put uit het hart van
Maria, uit het diepst van haar geloof dat uitgedrukt is in de woorden van
het Magnificat, wordt zich steeds beter bewust dat de waarheid over
God die redt, over God die de bron van iedere schenking is, niet
gescheiden kan worden van het betonen van zijn voorliefde voor de armen en
geringen, welke bezongen is in het Magnificat en vervolgens
uitdrukking gevonden heeft in de woorden en daden van Jezus.
De Kerk is zich daarom bewust
en in onze tijd wordt dit bewustzijn op geheel bijzondere wijze sterker -, niet
alleen dat deze twee elementen van de boodschap welke vervat is in het Magnificat,
niet gescheiden kunnen worden, maar ook dat zij de betekenis die de
armen en de voorkeur voor de armen hebben in het woord van de
levende God, zorgvuldig moet beschermen. Het gaat om themas en problemen die
organiek samenhangen met de christelijke zin voor vrijheid en bevrijding. Totaal
afhankelijk van God en geheel op Hem gericht door de geestdrift van haar geloof
is Maria naast haar Zoon het meest volmaakte beeld van de vrijheid en
bevrijding van de mensheid en van de kosmos. Naar haar moet de Kerk waarvan zij
de moeder en het voorbeeld is, opzien om de betekenis van haar zending in haar
volheid te begrijpen.
DEEL 3 : MIDDELARES ALS MOEDER
HOOFDSTUK 1 - Maria,
dienstmaagd des Heren
De Kerk weet en leert met sint
Paulus dat wij één middelaar hebben: Want God is één, één is ook de
middelaar tussen God en de mensen, de mens Christus Jezus, die zich als
losprijs voor allen gegeven heeft (1 Tim. 2, 5-6). Welnu, de
moederlijke taak van Maria tegenover de mensen verduistert of vermindert op
geen enkele wijze dat enig middelaarschap van Christus maar toont aan, hoe
krachtig het is. Het is bemiddeling in Christus.
De Kerk weet en leert dat elke
heilsinvloed van de heilige Maagd op de mensen ontstaat ... uit welbehagen
van God, voortvloeit uit de overvloed van de verdiensten van Christus, op
zijn middelaarschap is gevestigd, daarvan volkomen afhankelijk is en daaruit
haar gehele kracht put; de onmiddellijke vereniging van de gelovigen met
Christus geenszins belemmert maar juist bevordert. Deze heilsinvloed wordt
gesteund door de Heilige Geest die, zoals Hij de Maagd Maria overschaduwde en
haar goddelijk moederschap deed aanvangen, zo ook voortdurend haar zorg voor de
broeders van haar Zoon bijstaat.
Het middelaarschap van
Maria is inderdaad nauw verbonden met haar moederschap en
heeft een specifiek moederlijk karakter waardoor het te onderscheiden is van
het middelaarschap van de andere schepselen die op verschillende maar altijd
ondergeschikte wijzen deelnemen aan het enig middelaarschap van Christus, ook
al blijft het hare eveneens deelname. Want al kan geen enkel schepsel op
één lijn worden gesteld met het mens geworden Woord en de Verlosser,
toch verhindert het enig middelaarschap van de Verlosser niet de
menigvuldige medewerking van de schepselen, maar wekt het deze op door ze aan
de enige ervan deelachtig te maken; en zo wordt de ene goedheid van God
op verscheidene wijzen werkelijk uitgespreid in de schepselen.
De leer van het Tweede Vaticaans
Concilie houdt deze waarheid over het middelaarschap van Maria voor als deelname
aan deze enige bron die het middelaarschap van Christus zelf is. Wij lezen
namelijk: De Kerk belijdt zonder aarzelen deze ondergeschikte taak van
Maria; voortdurend ervaart zij deze en zij drukt de gelovigen op het hart,
opdat zij, daar deze moederlijke bescherming geholpen, zich inniger aan de
Middelaar en Verlosser zouden hechten. Deze taak is tegelijk speciaal en
uitzonderlijk. Zij vloeit voort uit haar goddelijk moederschap en kan
slechts op grond van de volledige waarheid over dit moederschap in geloof
begrepen en beleefd worden. Omdat Maria door goddelijke uitverkiezing de Moeder
is van de Zoon die één in wezen is met de Vader, en edelmoedige gezellin Deze
taak vormt een reëel aspect van haar tegenwoordigheid in het heilmysterie van
Christus en de Kerk.
Het is nodig vanuit dit
gezichtspunt nogmaals de fundamentele gebeurtenis in het heilsbestel te
beschouwen, d.w.z. de menswording van het Woord op het ogenblik van de
boodschap. Het is veelbetekenend dat Maria die in het woord van de goddelijke
bode de wil van de Allerhoogste onderkent en zich aan zijn macht onderwerpt,
zegt: Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord
(Lc. 1, 38). Het eerste moment van de onderwerping aan het enig
middelaarschap tussen God en de mensen - het middelaarschap van Jezus
Christus is de aanvaarding van het moederschap door de Maagd van Nazareth.
Maria stemt in met de keuze van God om door de Heilige Geest de Moeder van Gods
Zoon te worden. Men kan zeggen dat haar instemming met het moederschap vooral
een vrucht is van haar volledige overgave aan God in de
maagdelijkheid. Geleid door de bruidsliefde, welke de liefde is die een
menselijke persoon geheel aan God wijdt, heeft Maria de uitverkiezing
tot Moeder van Gods Zoon aanvaard. Krachtens deze liefde wilde Maria altijd en
in alles aan God toegewijd zijn door in maagdelijkheid te leven. De
woorden Zie de dienstmaagd des Heren drukken het feit uit dat zij
van het begin af haar eigen moederschap heeft aanvaard en begrepen als de
totale gave van zichzelf, van haar persoon, ten dienste van het heilsplan
van de Allerhoogste. En heel haar moederlijke deelname aan het leven van Jezus
Christus, haar Zoon, heeft zij tot het einde toe vervuld op een wijze die
overeenkomt met haar roeping tot de maagdelijkheid.
Het moederschap van Maria, tot
in het diepst waarvan de bruidshouding van dienstmaagd des Heren is
doorgedrongen, vormt de eerste en fundamentele dimensie van het middelaarschap
dat de Kerk met betrekking tot haar belijdt en verkondigt en dat zij
voortdurend aanbeveelt aan de liefde van de gelovigen, daar zij er veel
vertrouwen in stelt. Men moet immers erkennen dat God zelf, de eeuwige
Vader zich als eerste heeft toevertrouwd aan de Maagd van
Nazareth, toen Hij haar zijn eigen Zoon gaf in het mysterie van de menswording.
Haar uitverkiezing tot de hoogste taak en waardigheid van Moeder van Gods Zoon
heeft op ontologisch vlak betrekking op de werkelijkheid zelf van de vereniging
van de twee naturen in de persoon van het Woord (hypostatische vereniging). Het
fundamentele feit van Moeder van Gods Zoon te zijn is vanaf het begin een
volledige openheid voor de persoon van Christus, voor hee; zijn werk, voor heel
zijn zending. De woorden Zie de dienstmaagd des heren getuigen van
deze openheid van de geest van Maria, die in zichzelf op volmaakte wijze de
liefde verwezenlijkt welke eigen is aan de maagdelijkheid, verenigd en als het
ware versmolten met de liefde welke karakteristiek is voor het moederschap.
Daarom is Maria niet alleen
de moeder en voedster van de Mensenzoon geworden, maar ook op
heel bijzondere wijze de edelmoedige gezellin van de Messias en
Verlosser. Zoals reeds gezegd, is zij voortgegaan op de pelgrimstocht van het
geloof en op deze pelgrimstocht tot aan de voet van het kruis heeft
zij tegelijk door wat zij gedaan en geleden heeft haar moederlijke medewerking aan
heel de zending van de Heiland gerealiseerd. Langs de weg van die samenwerking
met het werk van de Zoon en Verlosser heeft het moederschap van Maria een
bijzonder verandering gekend en zich steeds meer gevuld met vurige liefde voor
allen tot wie de zending van Christus zich richtte. Door die vurige
liefde die erop gericht is om in vereniging met Christus het
herstel van het bovennatuurlijke leven van de zielen te
bewerken, begon zij op geheel persoonlijke wijze deel te nemen
aan het enige middelaarschap tussen God en de mensen, dat het
middelaarschap van de mens Christus Jezus is. Als eerste heeft zij de
bovennatuurlijke uitwerking van dat enige middelaarschap op zichzelf ervaren
reeds bij de boodschap was zij begroet als vol van genade - en
daarom moet men zeggen dat zij door de volheid van genade en van
bovennatuurlijk leven bijzonder voorbereid was op de medewerking met Christus,
de enige Middelaar van het menselijke heil. En deze medewerking is juist
het middelaarschap dat ondergeschikt is aan het middelaarschap van
Christus.
In het geval van Maria gaat het
om een speciaal en uitzonderlijk middelaarschap dat berust op haar volheid
van genade die tot uitdrukking kwam in de volledige beschikbaarheid van
de dienstmaagd des Heren. In antwoord op deze innerlijke beschikbaarheid
van zijn Moeder bereidde Jezus Christus haar er steeds meer op voor om
voor de mensen moeder in de orde van de genade te worden. Daarom
wijzen minstens indirect bepaalde bijzondere aantekeningen van de
synoptici en nog meer van het evangelie van Johannes die ik
reeds toegelicht heb. In dit opzicht zijn de woorden die Jezus aan het kruis uitgesproken
heeft met betrekking tot Maria en Johannes bijzonder welsprekend.
Na de gebeurtenissen van de
verrijzenis en de hemelvaart ging Maria samen met de apostelen in afwachting
van Pinksteren het cenakel binnen, waar zij aanwezig was als Moeder van de
verheerlijkte Heer. Zij was niet alleen degene die voortging op de
pelgrimstocht van het geloof en de vereniging met haar Zoon standvastig
volhield tot onder het kruis, maar ook de dienstmaagd des Heren die door haar
Zoon achtergelaten was als moeder midden in de beginnende Kerk: Zie daar uw
moeder. Zo begon zich een speciale band te vormen tussen deze Moeder en de
Kerk. De beginnende Kerk was immers een vrucht van het kruis en de verrijzenis
van haar Zoon. Het was niet mogelijk dat Maria, die zich van het begin af
zonder voorbehoud aan de persoon en het werk van de Zoon had gegeven, niet van
het begin af haar moederlijke gaven over de Kerk zou uitstorten. Haar
moederschap is na het heengaan van de Zoon in de Kerk blijven voortbestaan als
moederlijk middelaarschap: door ten beste te spreken voor al haar kinderen werkt
de Moeder mee aan het heilswerk van de Zoon, de Verlosser van de wereld. Het
Concilie leert inderdaad: het moederschap van Maria in het genadebestel gaat
zonder ophouden voort ... tot aan de eeuwige voleinding van alle uitverkorenen.
Bij de verlossingsdood van haar Zoon heeft het moederlijke middelaarschap van
de dienstmaagd des Heren een universele omvang gekregen omdat het
verlossingswerk alle mensen omvat. Zo openbaart zich op bijzondere wijze de
doeltreffendheid van het enige en universele middelaarschap van Christus
tussen God en de mensen. De medewerking van Maria is in haar ondergeschikt
karakter deelname aan de universaliteit van het middelaarschap van de
Verlosser, de enige Middelaar. Het Concilie geeft dit duidelijk aan met de
bovengeciteerde woorden.
Wij lezen verder: Want, ten
hemel opgenomen, heeft zij deze heilbrengende taak niet neergelegd, maar door
haar menigvuldige voorspraak gaat zij voort ons de gaven van het eeuwige heil
te bezorgen. Het middelaarschap van Maria zet zich voort in de geschiedenis
van de Kerk en de wereld met dit karakter van voorspraak dat zich voor het
eerst gemanifesteerd heeft te Kana in Galilea. Wij lezen dat Maria met
moederlijke liefde zorg draagt voor de broeders van haar Zoon die nog op
pelgrimstocht zijn en in gevaren en angsten verkeren, totdat zij het gezegende
vaderland bereiken. Op deze wijze gaat het moederschap van Maria steeds voort
in de Kerk als middelaarschap dat voorspraak is, en de Kerk drukt haar geloof
in deze waarheid uit door Maria aan te roepen onder de titels van
voorspreekster, helpster, bijstand, middelares.
Door haar middelaarschap, dat
ondergeschikt is aan het middelaarschap van de Verlosser, draagt Maria op
speciale wijze bij tot de vereniging van de op aarde pelgrimerende Kerk met de
eschatologische en hemelse realiteit van de gemeenschap van de heiligen, omdat
zij reeds ten hemel opgenomen is.
De waarheid van de
tenhemelopneming die door Pius XII is gedefinieerd, is opnieuw bevestigd door
het Tweede Vaticaans Concilie dat het geloof van de Kerk als volgt uitdrukt:
Tenslotte werd de onbevlekte Maagd, die voor elke smet van de erfzonde behoed
was gebleven, bij het einde van haar aardse loopbaan met lichaam en ziel in de
hemelse glorie opgenomen en tot koningin van allen door de Heer verheven, om
aldus vollediger gelijkvormig te worden aan haar Zoon, de Heer der
heren en de Overwinnaar van zonde en dood.
Met deze leer sloot Pius XII
zich aan bij de Traditie die op vele wijzen uitdrukking gevonden heeft in de
geschiedenis van de Kerk, zowel in het oosten als in het westen.
Met het mysterie van de
tenhemelopneming is in Maria heel de uitwerking van het enige Middelaarschap
van Christus, de Verlosser van de wereld en de verrezen Heer, werkelijkheid
geworden: Allen zullen in Christus herleven. Maar ieder in zijn eigen
rangorde: als eerste en voornaamste Christus, vervolgens, bij zijn komst, zij
die Christus toebehoren (1 Kor. 15, 22-23). In het mysterie van de
tenhemelopneming drukt zich het geloof van de Kerk uit volgens hetwelk Maria
door een innige en onverbreekbare band verenigd is met Christus, omdat zij
die als Moedermaagd op speciale wijze met Hem verenigd was bij zijn eerste
komst, dit door haar voortdurende samenwerking met Hem ook zal zijn in
afwachting van zijn tweede komst; op een meer verheven wijze verlost met het
oog op de verdiensten van haar Zoon heeft zij ook de taak van middelares
van goedertierenheid die eigen is aan de Moeder, bij de definitieve komst, als
allen die Christus toebehoren zullen herleven en de laatste vijand, de dood,
vernietigd zal worden (1 Kor. 15, 26).
Met deze verheffing van de
dochter van Sion bij uitnemendheid door de tenhemelopneming is het
mysterie van haar eeuwige heerlijkheid verbonden. Want de Moeder van Christus
is verheerlijkt als koningin van allen. Zij die bij de boodschap zichzelf
dienstmaagd des Heren heeft genoemd, is heel haar aardse leven trouw gebleven
aan wat deze naam uitdrukt en daarmee heeft zij bevestigd een echte leerlinge
van Christus te zijn die sterk benadrukt heeft dat zijn eigen zending dienst
is: de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en
zijn leven te geven als losprijs voor velen (Mt. 20,28). Zo is Maria de eerste
geworden onder hen die Christus ook in de anderen dienen en aldus, door
nederigheid en geduld, hun broeders terugbrengen naar de koning: Hem dienen is
pas waarlijk heersen; zij heeft ten volle de staat van koninklijke vrijheid
verworven die eigen is aan de leerlingen van Christus: dienen betekent heersen!
Christus, gehoorzaam geworden
tot de dood toe en daarom door de Vader verhoogd, is in de glorie van zijn rijk
binnengegaan. Alles is Hem onderwerpen, totdat Hij zichzelf en heel de
schepping aan de Vader onderwerpt, opdat God alles in allen zou zijn. Maria,
de dienstmaagd des Heren, heeft deel aan dit Rijk van de Zoon. De glorie van
het dienen houdt niet op haar koninklijke verheffing te zijn: ten hemel
opgenomen staakt zij haar heilbrengende dienst niet, waarin het moederlijke
middelaarschap zich uitdrukt tot aan de eeuwige voleinding van alle
uitverkorenen. Zo blijft zij die hier op aarde de vereniging met haar Zoon
standvastig heeft volgehouden tot onder het kruis, steeds met Hem verenigd, nu
alles Hem onderwerpen is, totdat Hij zichzelf en heel de schepping aan de
Vader onderwerpt. Zo is Maria door haar tenhemelopneming als het ware omgeven
door heel de werkelijkheid van de gemeenschap der heiligen en haar vereniging
met de Zoon in de heerlijkheid staat geheel gericht op de definitieve volheid
van het Rijk, als God alles in allen zal zijn. Ook in deze fase blijft het
moederlijke middelaarschap van Maria ondergeschikt aan Hem die de enige
Middelaar is, tot aan de definitieve verwezenlijking van de volheid der tijden,
totdat het heelal in Christus onder één hoofd wordt gebracht.
HOOFDSTUK 2 - Maria
in het leven van de Kerk en van iedere Christen
Het Tweede Vaticaans Concilie
heeft in aansluiting op de Traditie nieuw licht geworpen op de taak van de
Moeder van Christus in het leven van de Kerk. Door de gave ... van het
goddelijk moederschap dat haar met haar Zoon, de Verlosser, verenigt, en door
haar heel bijzondere genaden en opdrachten is de heilige Maagd ook met de Kerk
innig verbonden: de Moeder van God is het model van de Kerk, ... namelijk in de
orde van het geloof, de liefde en de volmaakte eenheid met Christus. Wij
hebben reeds eerder gezien hoe Maria vanaf het begin bij de apostelen bleef in
afwachting van Pinksteren en hoe zij, de zalige die geloofd heeft, van
geslacht tot geslacht aanwezig is midden in de Kerk die in geloof onderweg is,
ook als model van de hoop die niet teleurgesteld wordt.
Maria heeft geloofd dat tot
vervulling zou komen wat haar vanwege de Heer gezegd is. Als maagd heeft zij
geloofd dat zij zwanger zou worden en een zoon ter wereld zou brengen: de
Heilige, aan wie de naam toekomt van Zoon van God, de naam van Jezus (=God
redt). Als dienstmaagd des Heren bleef zij volmaakt trouw aan de persoon en de
zending van deze Zoon. Als bleef zij volmaakt trouw aan de persoon en de zending
van deze Zoon. Als moeder heeft zij in geloof en gehoorzaamheid . . . de eigen
Zoon van de Vader hier op aarde gebaard, en wel zonder een man te bekennen,
overschaduwd door de Heilige Geest.
Om deze redenen wordt Maria
terecht door de Kerk met een bijzonder verering omringd. Inderdaad, vanaf de
oudste tijden wordt (zij) met de titel van Godsmoeder vereerd en tot haar
bescherming nemen de gelovigen in al hun gevaren en noden hun toevlucht. Deze
eredienst is van heel bijzonder aard: hij houdt de diepe band in die bestaat
tussen de Moeder van Christus en de Kerk en drukt deze uit. Maria blijft als
maagd en moeder voor de Kerk het model. Men kan dus zeggen dat Maria die
aanwezig is in het mysterie van Christus vooral volgens dit aspect, dus als
model of beter als beeld ook steeds aanwezig blijft in het mysterie van de
Kerk. Inderdaad wordt ook de Kerk Moeder en maagd genoemd en deze namen zijn
bijbels en theologisch zeer verantwoord.
De Kerk wordt . . . moeder
door het woord van God met getrouwheid op te nemen. Zoals Maria, die als
eerste geloofd heeft oen zij het woord van God aannam dat haar geopenbaard werd
bij de boodschap, en daaraan trouw bleef in al haar beproevingen tot onder het
kruis, zo wordt de Kerk moeder als zij het woord van God met getrouwheid
aanneemt en door de prediking en het doopsel zonen ter wereld brengt, van
de Heilige Geest ontvangen en uit God geboren, voor een nieuw en onsterfelijk
leven. Dit moederlijke kenmerk van de Kerk is op bijzondere
levendige wijze uitgedrukt door de apostel van de heidenen toen hij
schreef: Ach kinderen, ik moet opnieuw weeën om u doorstaan, totdat ge de
gestalte van Christus hebt aangenomen (Gal. 4, 19). Deze woorden van sint
Paulus bevatten een interessant spoor van het moederlijke bewustzijn van de
oerkerk, dat verband houdt met haar apostolische dienstwerk onder de mensen.
Dit bewustzijn maakte het de Kerk mogelijk en maakt het haar steeds mogelijk
het mysterie van haar leven en zending te zien naar het voorbeeld van de
Moeder van de Zoon die de eerstgeborene onder vele broeders is
(Rom. 8, 29).
Men kan zeggen dat de Kerk ook
van Maria haar eigen moederschap leert. Zij herkent het moederlijke aspect van
haar roeping dat wezenlijk verbonden is met haar sacramentele natuur, terwijl
zij de verborgen heiligheid van Maria beschouwt, haar liefde navolgt en de wil
van de Vader getrouw volbrengt.
Als de Kerk teken en instrument
van de innige vereniging met God is, dan is zij dit vanwege haar moederschap:
omdat zij door de levenwekkende Geest zonen en dochters van de mensenfamilie
voortbrengt voor een nieuw leven in Christus; omdat de Kerk zo ten dienste
blijft staan van het mysterie van de aanneming tot de kinderen door de genade,
zoals Maria ten dienste staat van het mysterie van de menswording.
Naar het voorbeeld van Maria
blijft de Kerk tevens de maagd die trouw is aan haar bruidegom: Ook zij is
maagd: zij behoudt haar trouw aan de bruidegom gaaf en zuiver. De Kerk is
inderdaad de bruid van Christus, zoals blijkt uit de paulijnse brieven en
uit de naam die Johannes haar geeft: de bruid van het Lam (Openb. 21, 9).
Wanneer de Kerk als bruid de aan Christus gegeven trouw behoudt, dan heeft
deze trouw die in de leer van de apostel beeld van het huwelijk is geworden,
tegelijk de waarde van beeld van de volledige overgave aan God in het celibaat
omwille van het Rijk der hemelen ofwel van de aan God gewijde
maagdelijkheid.
Juist deze maagdelijkheid naar
het voorbeeld van de Maagd van Nazareth is bron van een bijzonder geestelijke
vruchtbaarheid: zij is bron van het moederschap in de Heilige Geest.
De Kerk behoudt ook het geloof
dat zij van Christus ontvangen heeft: naar het voorbeeld van Maria die alles
wat haar goddelijke Zoon betrof in haar hart bewaarde en bij zichzelf overwoog,
legt zij zich erop toe het Woord van God te bewaren en de rijkdommen ervan
oordeelkundig en omzichtig na te vorsen, om er in ieder tijdvak voor alle
mensen trouw van te getuigen.
Aangezien Maria haar voorbeeld
is gaat de Kerk naar Maria toe en tracht zij aan haar gelijk te worden: in
navolging van de Moeder van haar Heer bewaart zij op maagdelijke wijze, door de
kracht van de Heilige Geest, het ongerept geloof, de standvastige hoop en de
oprechte liefde. Maria is dus aanwezig in het mysterie van de Kerk als model.
Maar het mysterie van de Kerk bestaat er ook in de mensen voort te brengen voor
een nieuw en onsterfelijk leven: dit is haar moederschap in de Heilige Geest.
En hier is Maria niet alleen model en beeld van de Kerk maar veel meer.
Want met moederlijke liefde draagt zij bij tot de geboorte en de
opvoeding van de zonen en de dochters van de moederkerk. Het moederschap
van de Kerk verwerkelijkt zich niet alleen volgens het model en het beeld van
de Moeder Gods maar ook met haar medewerking. De Kerk putovervloedig
uit deze medewerking, uit het moederlijke middelaarschap dus, dat
karakteristiek is voor Maria, omdat zij reeds op aarde bijdroeg tot de geboorte
en de opvoeding van zonen en dochters van de Kerk, als Moeder van de Zoon die
God gesteld heeft tot Eerstgeborene onder vele broeders.
Zij droeg ertoe bij zoals het
Tweede Vaticaans Concilie leert met moederlijke liefde. Hier ziet men de
werkelijke waarde van de woorden die Jezus op het uur van het kruis tot zijn
moeder gesproken heeft: Vrouw, zie daar uw zoon, en tot de
leerling: Zie daar uw moeder (Joh. 19, 26-27). Het zijn woorden
die de plaats van Maria in het leven van de leerlingen van Christus bepalen
en, zoals reeds gezegd, het nieuwe moederschap van de Moeder van de Verlosser
uitdrukken: het geestelijke moederschap dat voortgekomen is uit het diepst van
het Paasmysterie van de Verlosser der wereld. Het is een moederschap in de orde
van de genade, want het smeekt de gave af van de Heilige Geest die de nieuwe
kinderen van God verwekt die verlost zijn door het offer van Christus: de Geest
die ook Maria, samen met de Kerk, ontvangen heeft op de dag van Pinksteren.
Het christenvolk ervaart en
beleeft dit moederschap speciaal in het heilig Gastmaal, de liturgische
viering van het mysterie van de verlossing waarin Christus tegenwoordig komt
zijn waarachtige lichaam geboren uit de Maagd Maria.
Terecht heeft de vroomheid van
het christenvolk steeds een nauw verband gezien tussen de verering
van de heilige Maagd en de eucharistische eredienst: dit is een feit dat men
kan opmerken zowel in de westerse als in de oosterse liturgie, in de tradities
van de kloosterfamilies, in de spiritualiteit van de hedendaagse bewegingen,
ook in die van de jongeren, in de pastoraal van de Mariaheiligdommen. Maria
voert de gelovigen tot de Eucharistie.
Het is wezenlijk voor het
moederschap dat het betrekking heeft op personen. Het vormt steeds een
unieke en onherhaalbare relatie van twee personen: van de moeder met
het kind en van het kind met de moeder. Ook als eenzelfde vrouw
moeder is van vele kinderen, dan kenmerkt toch haar persoonlijke relatie met
ieder van hen wezenlijk het moederschap. Want ieder kind is op unieke en
onherhaalbare wijze ter wereld gebracht en dit geldt zowel voor de moeder als
voor het kind. Ieder kind wordt op diezelfde wijze omringd met de moederlijke
liefde waarop zijn opvoeding en rijping in menselijkheid gebaseerd zijn.
Men kan zeggen dat het
moederschap in de orde van de genade de gelijkenis behoudt met
wat in de orde van de natuur de band van de moeder met het kind
kenmerkt. In dit licht wordt het begrijpelijker dat in het testament van
Christus op Golgota het nieuwe moederschap van zijn Moeder uitgedrukt is in het
enkelvoud tegenover één mens: Zie daar uw zoon.
Men kan bovendien zeggen dat in
die woorden ook volledig het motief aangegeven wordt voor de mariale
dimensie van het leven van de leerlingen van Christus: niet allen van
Johannes die op dat uur samen met de Moeder van zijn Meester onder het kruis
stond, maar van iedere leerling van Christus, van iedere christen. De Verlosser
vertrouwt zijn Moeder aan de leerling toe en geeft haar tegelijk als moeder aan
hem. Het moederschap van Maria dat een erfenis wordt voor de mens is een gave:
een geschenk dat Christus persoonlijk aan ieder mens geeft. Zoals de
Verlosser Maria toevertrouwt aan Johannes, zo vertrouwt Hij tegelijk Johannes
toe aan Maria. Aan de voet van het kruis begint de speciale toewijding van
de mens aan de Moeder van Christus die vervolgens in de geschiedenis van
de Kerk op verschillende wijzen in praktijk gebracht en uitgedrukt is. Als de
apostel en evangelist na de woorden weergegeven te hebben die Jezus aan het
kruis tot de moeder en tot hemzelf richtte, eraan toevoegt: En van dat
ogenblik af nam de leerling haar bij zich (Joh. 19, 27), dan wil dit
ongetwijfeld zeggen dat aan de leerling de taak van zoon werd gegeven en dat
hij de zorg voor de moeder van zijn geliefde Meester op zich nam. Daar Maria
aan hem persoonlijk als moeder gegeven werd, duidt het, zij het indirect,
datgene aan wat de intieme band van een kind met zijn moeder uitdrukt. En dit
alles kan begrepen worden in het woord overgave. De overgave is het
antwoord op de liefde van een persoon en in het bijzonder op de
liefde van de moeder.
De mariale dimensie van het
leven van een leerling van Christus drukt zich op speciale wijze uit juist door
zon kinderlijke overgave aan de Moeder van God, welke zijn oorsprong heeft in
het testament van de Verlosser op Golgota. Als de christen zich kinderlijk aan
Maria toevertrouwt, neemt hij de Moeder van Christus op in
het zijne, zoals de apostel Johannes gedaan heeft, en leidt hij haar binnen in
heel de ruimte van zijn eigen innerlijke leven, d.w.z. in zijn menselijke en
christelijke ik: Hij nam haar bij zich. Zo streeft hij ernaar binnen
te treden in de straal van werking van de moederlijke liefde waarmee
de Moeder van de Verlosser zorg draagt voor de broeders van haar Zoon tot
wier geboorte en opvoeding zij bijdraagt, overeenkomstig de maat van de gave
die aan ieder eigen is door de kracht van de Geest van Christus. Zo ontplooit
zich ook het moederschap naar de geest dat de taak van Maria is geworden onder
het kruis en in het cenakel.
Deze kinderlijke band, dit zich
toevertrouwen van een zoon aan de Moeder heeft niet slechts zijn oorsprong
in Christus, maar men kan zeggen dat het tenslotte op Hem gericht is.
Men kan zeggen dat Maria tot allen dezelfde woorden blijft zeggen die zij te
Kana in Galilea gezegd heeft: Doet maar wat Hij u zeggen zal. Hij, Christus,
is immers de enige Middelaar tussen God en de mensen; Hij is de weg, de
waarheid en het leven (Joh. 14, 6); Hij is degene die door de Vader aan
de wereld is gegeven, opdat de mens niet verloren zal gaan, maar eeuwig
leven zal hebben (Joh. 3, 16). De Maagd van Nazareth is de eerste getuige geworden
van deze heilsliefde van de Vader en zij verlangt ook altijd en overal
zijn nederige dienstmaagd te blijven. Maria is ten opzichte van iedere
Christen, van iedere mens degene die als eerste geloofd heeft en
zij wil juist met dit geloof van een bruid en moeder haar invloed uitoefenen op
allen die zich als kinderen aan haar toevertrouwen. En het is bekend dat, hoe
meer deze kinderen in die houding volharden en daarin vooruitgaan, Maria hen
des te dichter bij de ondoorgrondelijke rijkdom van Christus (Lc.
3, 8) brengt. En zij herkennen eveneens steeds beter heel de waardigheid van de
mens en de uiteindelijke zin van zij roeping, want Christus maakt . . .
de mens voor zichzelf duidelijk.
Deze mariale dimensie van het
christelijk leven krijgt een bijzonder accent waar het om de vrouw en haar
conditie gaat. De vrouwelijkheid staat immers op speciale wijze in relatie met
de Moeder van de Verlosser; een thema dat elders nader uitgewerkt zal kunnen
worden. Hier wil ik alleen opmerken dat de persoon van Maria van Nazareth licht
werpt op de vrouw als zodanig door het feit zelf dat God zich in de
sublieme gebeurtenis van de incarnatie van de Zoon heeft toevertrouwd aan de
vrije en actieve dienst van een vrouw. Daarom kan men zeggen dat de vrouw die
naar Maria kijkt in haar het geheim vindt om op waardige wijze haar vrouw-zijn
te beleven en haar echte promotie te realiseren. In het licht van Maria ziet de
Kerk op het gelaat van iedere vrouw een schoonheid die de spiegel is van de
meest verheven gevoelens waartoe het menselijke hart in staat is: de totale
offervaardigheid van de liefde; de kracht die weet te weerstaan aan de grootste
smart; de onbeperkte trouw en de onvermoeibare zorg; het vermogen om de doordringende
intuïtie te verenigen met het woord van ondersteuning en bemoediging.
Paulus VI heeft tijdens het
Concilie plechtig verklaard dat Maria Moeder van de Kerk is, dat wil
zeggen Moeder van hel het christenvolk, zowel van de gelovigen als van de
herders. Later, in 1968, bevestigde hij deze verklaring in de
geloofsbelijdenis die bekend is onder naam Credo van het Volk van
God in een nog meer bindende vorm met de woorden: Wij geloven dat de
allerheiligste Moeder van God, de nieuwe Eva, de Moeder van de Kerk, in de
hemel haar moederlijke taak ten opzichte van de ledematen van Christus
voortzet, door mee te werken aan de geboorte en de ontwikkeling van het
goddelijke leven in de zielen van de verlosten.
De leer van het Concilie heeft
onderstreept dat de waarheid over de allerheiligste Maagd en Moeder van
Christus een doeltreffend hulpmiddel vormt voor de verdieping van de waarheid
over de Kerk. Sprekend in verband met de constitutie Lumen
Gentium die juist door het Concilie goedgekeurd was, heeft Paulus VI
gezegd: De kennis van de ware katholieke leer over de heilige Maagd Maria
zal altijd een sleutel vormen voor het nauwkeurige begrip van het mysterie van
Christus en van de Kerk.
Maria is in de Kerk aanwezig als
Moeder van Christus en tevens als de Moeder die Christus in het mysterie van de
verlossing aan de mens gegeven heeft in de persoon van de apostel Johannes.
Daarom omringt Maria met haar nieuwe moederschap in de Geest allen en
ieder in de Kerk en door de Kerk. In deze zin is Maria, de
Moeder van de Kerk, ook moeder van de Kerk. Want deze moet, zoals Paulus
VI wenst en vraagt, de Maagd en Moeder van God tot het meest authentieke
voorbeeld van de volmaakte navolging van Christus nemen.
Dank zij deze speciale band die
de Moeder van Christus met de Kerk verbindt, wordt het mysterie
duidelijker van de vrouw die vanaf de eerste hoofdstukken van het boek
Genesis tot aan de Apokalyps de openbaring van Gods heilsplan ten
opzichte van de mensheid vergezelt. Maria die als Moeder van de Verlosser aanwezig
is in de Kerk, neemt inderdaad op moederlijke wijze deel aan de lastige
worsteling tegen de machten van de duisternis, die zich ontwikkelt gedurende
heel de geschiedenis van de mensheid. En daar de Kerk haar identificeert met
de vrouw, bekleed met de zon (Openb. 12, 1), kan men zeggen
dat de Kerk in de zalige Maagd de volmaaktheid reeds bereikt heeft,
waardoor zij vlek noch rimpel vertoont. Daarom heffen de christenen op hun
aardse pelgrimstocht in geloof hun ogen op naar Maria en spannen zij zich
nog steeds in om in heiligheid te groeien.
Maria, de dochter van Sion bij
uitnemendheid, helpt al haar kinderen, waar en in welke situatie zij ook
leven om in Christus de weg naar het huis van de Vader te vinden.
Daarom, onderhoudt de Kerk in
heel haar leven met de Moeder van God een band die in het heilsmysterie het
verleden, het heden en de toekomst omvat en vereert zij haar als geestelijke
moeder van de mensheid en pleitbezorgster van genade.
HOOFDSTUK 3 - De
betekenis van het Mariale jaar
Juist de speciale band van de
mensheid met deze Moeder heeft mij er toe gebracht om in de Kerk een Mariajaar
uit te roepen in de periode die voorafgaat aan het einde van het tweede
millennium na de geboorte van Christus. Een soortgelijk initiatief is er reeds in
het verleden geweest toen Pius XII het jaar 1954 tot Mariajaar uitriep teneinde
de uitzonderlijke heiligheid van de Moeder van Christus in het licht te stellen
die tot uitdrukking komt in de mysteries van haar onbevlekte ontvangenis (welke
precies een eeuw eerder tot dogma was verklaard) en van haar tenhemelopneming.
Nu wil ik in de lijn van het
Tweede Vaticaans Concilie de speciale tegenwoordigheid van de Moeder Gods
in het mysterie van Christus en zijn Kerk doen uitkomen. Dit is namelijk een
fundamentele dimensie die opkomt uit de mariologie van het Concilie dat nu
reeds meer dan twintig jaar geleden is afgesloten. De buitengewone
bisschoppensynode die in 1985 heeft plaatsgevonden heeft allen aangespoord
de leer en de aanwijzingen van het Concilie trouw te volgen. Men kan zeggen dat
het Concilie en de synode datgene bevatten wat de Heilige Geest wil zeggen
tot de Kerk in de huidige fase van de geschiedenis.
Het woord van de levende God dat
door de engel aan Maria verkondigd werd betrof haarzelf Zie, gij zult
zwanger worden en een zoon ter wereld brengen (Lc. 1, 31). Maria die deze
boodschap aannam moest de Moeder van de Heer worden en in haar
moest het goddelijke mysterie van de menswording in vervulling gaan: De
Vader van barmhartigheid heeft gewild dat aan de menswording de aanvaarding zou
voorafgaan door haar die voorbestemd was de moeder van Jezus te worden. En
Maria geeft deze instemming, na alle woorden van de bode aanhoord te hebben.
Zij zegt: Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord(Lc.
1, 38). Dit fiat van Maria - mij geschiede - heeft van de
menselijke kant beslist over de vervulling van het goddelijke mysterie. Er is
volledige overeenkomst met de woorden van de Zoon, die volgens de brief
een de Hebreeën bij zijn komst in de wereld tot de Vader zegt: Slachtoffers
en gaven hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt voor Mij een lichaam bereid . . .
Hier ben Ik . . . gekomen . . . om uw wil te doen (Heb. 10, 5-7). Het
mysterie van de menswording is vervuld toen Maria haar fiat heeft
uitgesproken: Mij geschiede naar uw woord en de verhoring van de
wens van haar Zoon heeft mogelijk gemaakt, voorzover dit van haar afhing in het
goddelijk plan.
Maria heeft dit fiat uitgesproken door
het geloof. Zij heeft zich door het geloof zonder voorbehoud aan God
toevertrouwd en zich als dienstmaagd des Heren geheel en al gewijd aan de
persoon en het werk van haar Zoon. En zij heeft deze Zoon, zoals de kerkvaders
leren, alvorens Hem in haar schoot te ontvangen in haar geest ontvangen: juist
door het geloof! Elisabet prijst dus Maria terecht: Zalig zij die geloofd
heeft dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer gezegd is. Deze
woorden zijn reeds in vervulling gegaan: Maria van Nazaret verschijnt op de
drempel van het huis van Elisabet en Zacharias als Moeder van Gods Zoon. Fat is
de blijde ontdekking van Elisabet: De moeder van mijn Heer komt naar mij
toe!
Daarom kan ook het geloof van
Maria vergeleken worden met dat van Abraham, die door de
apostel onze vader in het geloof is genoemd. Het geloof van Abraham
vormt in de heilsgeschiedenis van de goddelijke openbaring het begin van het
Oude Verbond. Door het geloof van Maria bij de boodschap begint het Nieuwe
Verbond. Zoals Abraham geloofd heeft, hopend tegen alle hoop in, dat hij
vader zou worden van vele volken, zo heeft Maria op het ogenblik van
de boodschap, na erop gewezen te hebben dat zij maagd was (Hoe zal dit
geschieden, daar ik geen gemeenschap heb met een man?), geloofd dat
zij door de kracht van de Allerhoogste, door de werking van de heilige Geest,
de Moeder van Gods Zoon zou worden, overeenkomstig de openbaring van de
engel: wat ter wereld wordt gebracht zal heilig genoemd worden, Zoon van
God (Lc. 1, 35).
Maar de woorden van
Elisabet: Zalig zij die geloofd heeft zijn niet alleen van
toepassing op dat speciale ogenblik van de boodschap. Dit is zeker het
hoogtepunt van het geloof van Maria die Christus verwacht, maar ook het
vertrekpunt van waaruit heel haar opgang naar God, heel haar
geloofstocht begint. En op deze weg zal zich op voortreffelijke en waarlijk
heldhaftige wijze ja, met een steeds groter en heldhaftiger geloof de gehoorzaamheid aan
het woord van de goddelijke openbaring welke zij beloofd heeft, verwezenlijken.
En deze gehoorzaamheid van het geloof van de kant van Maria
gedurende haar gehele tocht zal op verassende wijze lijken op het geloof van
Abraham. Zoals de aartsvader van het volk van God zo heeft ook Maria langs de
weg van haar kinderlijk en moederlijk fiat geloofd, hopend tegen
alle hoop in. De zegen die geschonken is aan haar die geloofd heeft zal
zich bijzonder duidelijk openbaren speciaal langs sommige etappes van deze weg.
Geloven wil zeggen vertrouwen op de waarheid van het woord van de
levende God, ook al weet en erkent men nederig hoe ondoorgrondelijk zijn
beslissingen zijn, hoe onnaspeurlijk zijn wegen (Rom. 11, 33). Maria, kan
men zeggen, bevindt zich door de eeuwige wil van de Allerhoogste in het centrum
van die onnaspeurlijke wegen en ondoorgrondelijke
beslissingen van God; zij geeft zich daaraan over in de schemering van
het geloof en aanvaardt volledig en met open hart alles wat beschikt is in het
goddelijk plan.
Als Maria bij de boodschap hoort
spreken over de Zoon van wie zij de moeder zal worden en aan wie zij de
naam Jezus (=Redder) moet geven, komt zij ook te weten dat de Heer de
troon van zijn vader David zal schenken aan Hem en dat Hij in
eeuwigheid koning zal zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap geen
eind zal komen (Lc. 1, 32-33). De verwachting van heel Israël ging in
deze richting. De beloofde Messias zou groot zijn en ook de hemelse
bode kondigt aan dat hij groot zal zijn - groot zowel vanwege de
naam van Zoon van de Allerhoogste als vanwege het ontvangen van
de erfenis van David. Hij zal dus koning zijn, hij zal regeren over
het huis van Jakob. Maria is opgegroeid temidden van deze verwachtingen van
haar volk: kon zij op het ogenblik van de boodschap vermoeden welke wezenlijke
betekenis deze woorden van de engel hadden? En hoe dient dat koningschap waaraan nooit
een einde zal komen verstaan te worden?
Hoewel zij door het geloof op
dat ogenblik begrepen heeft moeder van de Messias-koning te zijn,
heeft zij toch geantwoord: Zie de dienstmaagd des Heren; mij
geschiede naar uw woord (Lc. 1, 38). Vanaf het eerste ogenblik heeft Maria
vooral de gehoorzaamheid van het geloof getoond en zich verlaten op
de betekenis die Hij van wie de woorden van de boodschap kwamen eraan gaf: God
zelf.
Een weinig later hoort Maria
steeds op deze weg van de gehoorzaamheid van het geloof andere
woorden, de woorden die Simeon uitsprak in de tempel van Jeruzalem.
Het was reeds de veertigste dag na de geboorte van Jezus toen Maria en Jozef volgens
het voorschrift van de Wet van Mozes het kind naar Jeruzalem brachten om
het aan de Heer op te dragen (Lc. 2, 22). De geboorte had plaats gevonden
in omstandigheden van uiterste armoede. Wij weten door Lucas dat Maria zich met
Jozef naar Betlehem had begeven bij gelegenheid van de volkstelling die door de
Romeinse autoriteiten uitgeschreven was, en dat zij, daar zij geen plaats
in de herberg gevonden had, haar kind in een stal ter wereld bracht en Hem
neerlegde in een kribbe .
Een zekere Simeon, een
wetsgetrouw en vroom man, verschijnt aan het begin van de geloofstocht van
Maria. Zijn door de heilige Geest ingegeven woorden bevestigen de waarheid
van de boodschap. Wij lezen namelijk dat hij het kind in zijn armen nam,
dat volgens het bevel van de engel de naam Jezus ontving . Wat
Simeon zegt stemt overeen met de betekenis van deze naam die Redder is: God
redt. Hij keerde zich tot de Heer en zei: Mijn ogen hebben uw heil
aanschouwd dat Gij voor alle volken hebt bereid; een licht dat voor de heidenen
straalt, een glorie voor uw volk Israël (Lc. 2, 30-32). Maar Simeon richt
zich tevens tot Maria met de volgende woorden: Mijn ogen hebben uw heil
aanschouwd dat Gij voor alle volken hebt bereid; een licht dat voor de heidenen
straalt, een glorie voor uw volk Israël (Lc. 2, 30-32). Maar Simeon richt
zich tevens tot Maria met de volgende woorden: Zie, dit kind is bestemd
tot val of opstanding van velen in Israël, tot een teken dat weersproken wordt,
opdat de gezindheid van velen openbaar zal worden. En met betrekking tot Maria
zelf voegt hij eraan toe: en uw eigen ziel zal door een zwaard worden
doorboord (Lc. 2, 34-35). De woorden van Simeon werpen een nieuw licht op de
boodschap die Maria gehoord heeft van de engel: Jezus is de Redder. Hij is licht
om te stralen voor de mensen. Is dit niet wat in zekere zin gebleken is
in de kerstnacht, toen de herders naar de stal waren gekomen? Is dit
niet wat nog duidelijker zou blijken bij de komst van de Wijzen uit het
oosten? Maar tegelijk ervaart de Zoon van Maria reeds aan het begin van zijn
leven en met Hem zijn moeder aan zichzelf de waarheid van de andere woorden
van Simeon: teken van tegenspraak (Lc. 2, 34). Wat Simeon zegt
blijkt een tweede boodschap aan Maria te zijn, want het toont haar de
concrete historische omstandigheden waarin de Zoon zijn zending zal vervullen,
namelijk in onbegrip en leed. Deze boodschap is enerzijds een bevestiging van
haar geloof in de vervulling van de goddelijke heilsbeloften, maar openbaart
van de andere kant ook dat zij haar geloofsgehoorzaamheid moet beleven in
lijden aan de zijde van de lijdende Heiland en dat haar moederschap duister en
smartelijk zal zijn. Zie, na het bezoek van de Wijzen, na hun eerbetuiging (neervallend
betuigen zij hun hulde), na het aanbieden van de geschenken, moet Maria
inderdaad samen met het kind onder de zorgzame hoede van Jozef naar Egypte
vluchten, omdat Herodes het kind komt zoeken om het te doden. En tot aan
de dood van Herodes zullen zij in Egypte moeten blijven.
Na de dood van Herodes keert de
heilige familie terug naar Nazaret en begint de lange periode van het
verborgen leven. Zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen
wat haar vanwege de Heer is gezegd (Lc. 1, 45) beleefd iedere dag de
inhoud van deze woorden. De Zoon aan wie zij de naam Jezus heeft gegeven is
dagelijks aan haar zijde; zij gebruikt dus zeker in haar contacten met Hem deze
naam, die overigens bij niemand verwondering kon opwekken daar hij sinds lang
gebruikelijk was in Israël. Maria weet echter dat Hij die de naam Jezus draagt door
de engel Zoon van de Allerhoogste genoemd is. Maria weet dat zij Hem geeft
ontvangen en ter wereld gebracht zonder gemeenschap te hebben met een
man, door de werking van de heilige Geest, uit de kracht van de Allerhoogste
die daar overschaduwd heeft, zoals de wolk de tegenwoordigheid van God omhulde
in de tijd van Mozes en de vaders. Maria weet dus dat de Zoon die zij als maagd
ter wereld heeft gebracht werkelijk de Heilige is de Zoon van
God over wie de engel haar gesproken heeft.
Gedurende de jaren van het
verborgen leven van Jezus in het huis van Nazaret is ook het leven van
Maria met Christus verborgen in God door het geloof. Want het geloof is
een contact met het mysterie van God. Maria is voortdurend, dagelijks in
contact met het onuitsprekelijk mysterie van God die mens is geworden, een
mysterie dat alles overtreft wat in het Oude Verbond geopenbaard is. Vanaf het
ogenblik van de boodschap is de geest van de Moedermaagd binnengeleid in de
radicale nieuwheid van Gods zelfopenbaring en ingewijd in het
mysterie. Zij is de eerste van die kleinen van wie Jezus eens zal
zeggen: Vader, . . . Gij hebt deze dingen verborgen gehouden voor wijzen
en verstandigen, maar ze geopenbaard aan kleinen (Mt. 11, 25). Niemand
kent de Zoon tenzij de Vader (Mt. 11, 27). Hoe kan Maria dan de
Zoon kennen? Zij kent Hem zeker niet zoals de Vader Hem kent; maar toch is
zij de eerste onder hen aan wie de Vader Hem heeft willen openbaren. Ook
al is aan Maria van het ogenblik van de boodschap af de Zoon geopenbaard die
alleen de Vader ten bolle kent omdat Hij Hem voortbrengt in het eeuwige heden,
toch is zij, de Moeder, alleen in en door het geloof in contact met de
werkelijkheid van haar Zoon! Zij is dus zalig omdat zij geloofd heeft en iedere
dag gelooft temidden van alle beproevingen en tegenspoed van de periode
van Jezus kindsheid en vervolgens gedurende de jaren van het verborgen leven
te Nazaret, waar Hij aan hen onderdanig was (Lc. 2, 51): onderdanig
aan Maria en ook aan Jozef, want deze nam voor de ogen van de mensen de plaats
van de vader in; daarom werd de Zoon van Maria door de mensen voor de
zoon van de timmerman (Mt. 13, 55) gehouden.
De moeder van die Zoon, die
alles wat haar bij de boodschap en de daarop volgende gebeurtenissen gezegd was
in haar hart bewaart, draagt dus de radicale nieuwheid van het
geloof in zich: het begin van het Nieuwe Verbond. Dit is het begin van het
evangelie ofwel van de goede, blijde boodschap. Maar het is niet moeilijk in dat
begin een bijzondere moeite van het hart op te merken, samen met een
soort nacht van het geloof (om de woorden van de heilige Johannes
van het Kruis te gebruiken), als het ware een sluier waardoorheen
men moet naderen tot de Onzichtbare en leven in innige verbondenheid met het
mysterie. Het is inderdaad op deze wijze dat Maria vele jaren innig
verbonden bleef met het mysterie van haar Zoon en voortging op haar
geloofstocht, terwijl Jezus toenam in wijsheid en welgevalligheid bij God
en de mensen (Lc. 2, 25). Steeds meer openbaarde zich voor de ogen van de
mensen de voorliefde die God voor Hem had. De eerste van de menselijke
schepselen aan wie het gegeven was Christus te ontdekken, was Maria die met
Jozef in het huis te Nazaret leefde.
Toe Maria en Jozef Jezus teruggevonden
hadden in de tempel en de twaalfjarige op de vraag van zijn
Moeder: Waarom hebt Ge ons dit aangedaan? antwoordde Wist ge
dan niet dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?, voegt de evangelist
toe: Zij begrepen echter niet wat Hij daarmee bedoelde (Lc. 2,
48-50). Jezus was er zich dus van bewust dat alleen de Vader de Zoon kent,
zozeer dat zelfs zij aan wie het mysterie van zijn goddelijk Zoon-zijn dieper
geopenbaard was, de Moeder, alleen door het geloof in innige verbondenheid met
dit mysterie leefde! Aan de zijde van haar Zoon onder hetzelfde dak heeft zij
de vereniging met haar Zoon standvastig volgehouden en is zij voortgegaan op
de pelgrimstocht van het geloof, zoals het Concilie onderstreept. En zo was
het ook tijden het openbare leven van Christus, waardoor van dag tot dag in
haar de zegen vervuld werd welke Elisabet bij haar bezoek had uitgesproken: Zalig
zij de geloofd heeft.
Deze zegen bereikt het
hoogtepunt van zijn betekenis als Maria onder het kruis van haar
Zoon staat . Het Concilie verzekert dat dit niet is geschied zonder
Gods beschikking: daar heeft zij smartelijk met haar Eniggeborene
meegeleden en zich met haar moederhart bij zijn offer aangesloten, liefdevol
toestemmend in de slachting van het offerlam dat uit haar was geboren.
Zo, heeft zij de vereniging met haar Zoon standvastig volgehouden tot
onder het kruis de vereniging door het geloof, hetzelfde geloof waarmee
zij de openbaring van de engel op het ogenblik van de boodschap had ontvangen.
Toen had zij ook tot zich horen zeggen: Hij zal groot zijn . . . God de
Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken en Hij zal in eeuwigheid
koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal nooit een einde
komen (Lc. 1, 32-33).
En zie, aan de voet van het
kruis is Maria menselijkerwijs gesproken getuige van de volstrekte logenstraffing
van deze woorden. Haar Zoon sterft als een veroordeelde op dat hout. Geminacht
en gemeden werd hij door de mensen, man van smarten . . . geminacht en als niet
de moeite waard beschouwd: als het ware vernietigd. Hoe groot en heldhaftig is
dan de gehoorzaamheid van het geloof die Maria toont tegenover de ondoorgrondelijke
beslissingen van God! Hoe vertrouwt zij zich zonder
voorbehoud toe aan God, door de volledige onderdanigheid van verstand en
wil jegens Hem wiens wegen onnaspeurlijk zijn ! En hoe
machtig is tevens de werking van de genade in haar ziel, hoe doordringend is de
invloed van de heilige Geest, van zij licht en kracht?
Door dit geloof is Maria
volmaakt verenigd met Christus in zijn ontlediging. Want Jezus Christus . . .
die bestond in goddelijke majesteit, heeft zich niet willen vastklampen aan de
gelijkheid met God. Hij heeft zich van zichzelf ontdaan en het bestaan van een
slaaf aangenomen: juist op Golgota heeft Hij zich vernederd en werd Hij
gehoorzaam tot de dood, tot de dood aan het kruis. Aan de voet van het kruis
neemt Maria door het geloof deel aan het ontstellende mysterie van deze
ontlediging. Misschien is dit de meest diepe ontlediging van het geloof in de
mensengeschiedenis. Door het geloof neemt de Moeder deel aan de dood van de
Zoon, aan zijn verlossingsdood. Het was een geloof dat veel meer verlicht was
dan het geloof van de leerlingen die op de vlucht sloegen. Op Golgota heeft
Jezus door het kruis definitief bevestigd het teken van tegenspraak te zijn
dat Simeon voorzegd had. Tegelijkertijd zijn daar de woorden in vervulling
gegaan die tot Maria gericht had: En uw eigen ziel zal door een zwaard worden
doorboord.
Ja, waarlijk zalig zij die
geloofd heeft! Deze woorden welke Elisabet uitgesproken heeft na de boodschap,
lijken hier aan de voet van het kruis te weerklinken met uiterste
welsprekendheid en de kracht die erin opgesloten ligt wordt doordringend. Vanaf
het kruis, als het ware uit het hart zelf van het mysterie van de verlossing,
verbreidt zich de straal en verwijdt zich het perspectief van die geloofszegen.
Hij gaat terug, tot aan het begin en wordt, als deelname aan het
offer van Christus, de nieuwe Adam, in zekere zin het tegenwicht van de
ongehoorzaamheid en het ongeloof die gelegen zijn in de zonde van de
stamouders. Zo leren de kerkvaders en in het bijzonder de heilige Ireneüs die
geciteerd wordt door de constitutie Lumen Gentium: De knoop van Evas
ongehoorzaamheid werd door de gehoorzaamheid van Maria ontward: hetgeen de
maagd Eva door het ongeloof gebonden had, dat heeft de Maagd Maria door haar
geloof ontbonden. In het licht van deze vergelijking met Eva noemen de vaders
Maria "moeder van de levenden", zoals het Concilie ook in herinnering
brengt, en zij verklaren vaak: De dood door Eva, het leven door Maria.
Wij kunnen dus terecht in de
uitdrukking Zalig zij de geloofd heeft als het ware een sleutel vinden die
ons de innerlijke werkelijkheid van Maria ontsluit: van haar die de engel
gegroet heeft als vol van genade. Als vol van genade is zij van eeuwigheid
aanwezig in het mysterie van Christus, terwijl zij door het geloof daaraan
deelneemt op heel haar aardse levensweg: zij is voortgegaan op de
pelgrimstocht van het geloof. Tegelijk heeft zij op discrete maar directe en
doeltreffende wijze dit mysterie van Christus voor de mensen tegenwoordig
gesteld. En zij doet dit nog steeds. En door het mysterie van Christus is zij
ook aanwezig onder de mensen. Zo wordt door het mysterie van de Zoon ook het
mysterie van de Moeder verhelderd.
HOOFDSTUK 3 - Zie
daar uw moeder
In het Evangelie van Lucas staat
het moment opgetekend waarom een vrouw uit de menigte haar stem verhief en
Jezus toeriep: Gelukkig de schoot die u gedragen heeft en de borsten die
u hebben gevoed (Lc. 11, 27). Deze woorden vormden een hulde aan Maria
als moeder van Jezus naar het vlees. Die vrouw kende de Moeder van Jezus
misschien niet persoonlijk. Toen Jezus zijn messiaanse activiteit begon,
vergezelde Maria Hem immers niet en bleef zij in Nazareth. Men zou kunnen
zeggen dat de woorden van die onbekende vrouw haar op zeker wijze haar
verborgenheid hebben doen verlaten.
Door die woorden heen heeft
minstens voor een ogenblik onder de menigte het Evangelie van Jezus kindsheid
gestraald. Het is het Evangelie waarin Maria aanwezig is als de moeder die
Jezus in haar schoot ontvangt en ter wereld brengt en Hem als pasgeborene de
moederborst geeft: de moeder en voedster op wie de vrouw uit het volk
zinspeelt. Dank zij dit moederschap is Jezus Zoon van de
Allerhoogste een echt mensenkind. Hij is vlees ,zoals iedere
mens: Hij is het Woord (dat) vlees is geworden.
Hij is vlees en bloed van
Maria. Maar Jezus antwoordt op veelzeggende wijze op de zegen welke werd
uitgesproken door die vrouw tegenover zijn moeder naar het vlees: Veeleer
gelukkig die naar het woord van God luisteren en het onderhouden (Lc. 11, 28).
Hij wil de aandacht afleiden van het moederschap enkel in de zin van een band
van het vlees om haar te richten op de mysterievolle banden van de geest die
gevormd worden door het beluisteren en onderhouden van het woord Gods.
Eenzelfde overdracht naar de
sfeer van de geestelijke waarden tekent zich nog duidelijker af in een ander
antwoord van Jezus, dat alle synoptici weergeven. Als men aan Jezus laat weten
dat zijn moeder en broeders zijn zij die het woord van God horen en er naar
handelen (Lc. 8, 20-21). Dit zei Hij terwijl Hij zijn blik liet gaan
over de mensen die in een kring om hen heen zaten, zoals wij bij Marcus lezen"
(Mc. 3, 34) of, volgens Matteüs, met een gebaar naar zijn leerlingen (Mt. 12,
49).
Deze uitdrukkingen lijken een
vervolg op wat Jezus als twaalfjarige antwoordde aan Maria en Jozef toen zij
Hem na drie dagen terugvonden in de tempel van Jeruzalem.
Toen Jezus uit Nazareth wegtrok
en zijn openbare leven begon in heel Palestina, wijdde Hij zich volledig en
uitsluitend aan de dingen van de Vader.
Hij verkondigde het Rijk: Rijk
van God en dingen van de Vader, die ook een nieuwe dimensie en een nieuwe
zin geven aan al wat menselijk is en dus aan iedere menselijke relatie, in
verband met de doeleinden en de taken die aan iedere mens zijn toevertrouwd.
Ook een band als die van het broeder-zijn betekent in deze nieuwe dimensie
iets anders dan het broeder-zijn naar het vlees, dat voortkomt uit de
gemeenschappelijke afkomst van dezelfde ouders. En zelfs het moederschap
krijgt een andere zin in de dimensie van het Rijk Gods, in de straal van het
vaderschap van God zelf. Met de woorden die Lucas heeft opgeschreven leert
Jezus juist deze nieuwe zin van het moederschap.
Verwijdert Hij zich daarmee van
haar die Hem naar het vlees heeft voortgebracht? Wil Hij haar misschien in de
schaduw van de verborgenheid laten die zij zelf gekozen heeft? Als dit zo kan
lijken omdat de woorden zo klinken, dan moet men evenwel vaststellen dat het
nieuwe en andere moederschap waarover Jezus tot zijn leerlingen spreekt, juist
op zeer speciale wijze Maria treft. Is Maria soms niet de eerste onder hen die
het woord van God horen en er naar handelen? En betreft de zegen die Jezus
uitgesproken heeft in antwoord op de woorden van de anonieme vrouw dus niet
vooral haar? Maria is zonder twijfel zegen waardig door het feit dat zij naar
het vlees Moeder van Jezus is geworden (Gelukkig de schoot die u gedragen
heeft en de borsten die u hebben gevoed), maar ook en vooral omdat zij reeds
op het ogenblik van de boodschap het woord van God aangenomen heeft, omdat zij
daarin geloofd heeft, omdat zij gehoorzaam was aan God, omdat zij het woord in
haar hart bewaarde en overwoog en met heel haar leven er naar handelde.
Wij mogen dus zeggen dat de zaligspreking die Jezus uitgesproken heeft, niet
staat tegenover die welke verwoord is door de onbekende vrouw, ook al heeft het
er de schijn van, maar daarmee samenvalt in de persoon van deze Moedermaagd die
zich alleen maar "dienstmaagd des Heren heeft genoemd (Lc. 1, 38). Het is
waar dat elk geslacht haar zalig prijst (Lc. 1, 48) maar men kan zeggen dat
die naamloze vrouw de eerste geweest is die onbewust dat profetische vers van
het Magnificat van Maria heeft bevestigd en het Magnificat van de
eeuwen heeft ingezet.
Door het geloof is Maria de
moeder geworden van de Zoon die de Vader haar gegeven heeft uit kracht van de
Heilige Geest, terwijl zij haar maagdelijkheid ongeschonden heeft bewaard. In
hetzelfde geloof heeft zij de andere dimensie van het moederschap ontdekt en
aanvaard, welke Jezus geopenbaard heeft gedurende zijn messiaanse zending. Men
kan zeggen dat het moederschap van Maria vanaf het begin deze dimensie had,
d.w.z. vanaf het ogenblik van de ontvangenis en de geboorte van de Zoon. Van
toen af aan was zij degene die geloofd heeft. Terwijl de messiaanse zending
van deze Zoon duidelijk werd voor haar ogen en in haar geest, stelde zij
zichzelf als Moeder steeds meer open voor de nieuwheid van het moederschap
die haar deel zou zijn aan de zijde van de Zoon. Had zij niet van het begin
af verklaard: Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord (Lc.
1, 28)? Door het geloof bleef Maria luisteren naar en nadenken over dat woord,
waarin op een wijze die alle kennis te boven gaat (Lc. 3, 19) de
zelfopenbaring van de levende God zich steeds doorzichtiger maakte. Moeder
Maria werd zo in zekere zin de eerste leerlinge van haar Zoon, de eerste tot
wie Hij scheen te zeggen: Volg Mij, nog voor Hij deze oproep richtte tot de
apostelen of tot wie anders ook.
Bijzonder welsprekend is vanuit
dit gezichtspunt de tekst van het evangelie van Johannes die ons
Maria toont op de bruiloft van Kana. Maria verschijnt er als de Moeder van
Jezus aan het begin van zijn openbare leven: Er was een bruiloft te Kana
in Galilea, waarbij de moeder van Jezus aanwezig was. Jezus en zijn leerlingen
waren eveneens op die bruiloft uitgenodigd (Joh. 2, 1-2). Uit de tekst
lijkt te blijken dat Jezus en zijn leerlingen uitgenodigd waren samen met
Maria, als het ware vanwege haar aanwezigheid op dat feest: de Zoon lijkt
uitgenodigd vanwege de moeder. Het vervolg van de gebeurtenissen die verbonden
zijn met die uitnodiging is bekend, dat begin van de tekenen die
Jezus deed het water veranderde in wijn dat de evangelist doet zeggen:
Jezus openbaarde zijn heerlijkheid en zijn leerlingen geloofden in hem (Joh.
2, 11).
Maria is te Kana in Galilea
aanwezig als Moeder van Jezus en draagt op veelbetekenende
wijze bij tot dat begin van de tekenen die de messiaanse
macht van haar Zoon openbaren. Zie: Toen de wijn opraakte zei de Moeder
van Jezus tot Hem: Ze hebben geen wijn meer. Jezus zei tot haar: Vrouw, is
dat soms uw zaak? Nog is mijn uur niet gekomen (Joh. 2, 3-4). In het
evangelie van Johannes betekent dat uur het moment dat door de
Vader is vastgesteld en waarop de Zoon zijn werk vervult en verheerlijkt moet
worden. Ook al lijkt het antwoord van Jezus aan zijn moeder te klink weigering
(vooral als men meer van Jezus aan zijn moeder te klinken als een weigering
(vooral als men meer dan naar de vraag kijkt naar die besliste verklaring: Nog
is mijn uur niet gekomen), toch wendt Maria zich tot de bedienden en zegt
hun: Doet maar wat Hij u zal zeggen (Joh. 2, 5) Dan beveelt Jezus
de bedienden om de kruiken met water te vullen en het water wordt wijn, betere
dan de wijn die eerst aangeboden was aan de gasten van het bruiloftsmaal.
Welke diepe verstandhouding is
er geweest tussen Jezus en zijn moeder? Hoe het mysterie van hun intieme
geestelijke eenheid te peilen? Maar het feit is welsprekend. Het is zeker dat
zich reeds in die gebeurtenis vrij duidelijk de nieuwe dimensie, de nieuwe
zin van het moederschap van Maria aftekent. Dit heeft een betekenis
die niet uitsluitend besloten ligt in de woorden van Jezus en in de
verschillende episoden die door de synoptici weergegeven (Lc. 11, 27-28)(Lc. 8,
19-21)(Mt. 12, 46-50)(Mc. 3, 31-35). In deze teksten wil Jezus vooral het
moederschap dat voortvloeit uit het feit zelf van de geboorte stellen tegenover
wat dit moederschap (zoals het broeder-zijn) moet zijn in de
dimensie van het Rijk Gods, in de heilbrengende uitstraling van het vaderschap
van God. In de johanneïsche tekst tekent zich daarentegen in de beschrijving
van de gebeurtenissen van Kana af wat zich concreet manifesteert als dit nieuwe
moederschap naar de geest en niet alleen maar naar vlees, ofwel de zorg
van Maria voor de mensen, naar wie zij toekomt in heel het wijde gamma van hun
noden en behoeften. Te Kana in Galilea toont zich slechts een concreet,
schijnbaar klein en onbeduidend aspect van de menselijke behoeftigheid (Zij
hebben geen wijn meer). Maar het heeft symbolische waarde. Dat tegemoetkomen
aan de noden van de mensen betekent tegelijk dat zij hen binnenleidt in de
straal van de messiaanse zending en van de heilbrengende macht van Christus. Er
is dus een bemiddeling: Maria plaatst zich tussen haar Zoon en de mensen in de
werkelijkheid van hun ontberingen, armoede en lijden.
Zij plaatst zich midden
tussen, d.w.z. zij wordt middelares, niet als een vreemdelinge maar in haar positie
van moeder, zich ervan bewust dat zij als zodanig in staat is zelfs het
recht heeft - om de noden van de mensen aan de Zoon voor te leggen. Haar
middelaarschap heeft dus het karakter van tussenkomst: Maria komt
tussenbeide voor de mensen. En niet alleen dit als moeder verlangt
zij ook dat de messiaanse macht van de Zoon zich openbaart ofwel zijn
heilsmacht die erop gericht is de mens te hulp te komen in zijn ongeluk, hem te
bevrijden van het kwaad dat in verschillende vormen en graden zijn leven
bezwaart. Juist zoals de profeet Jesaja voorspeld had van de Messias in de
befaamde tekst waarop Jezus zich beroepen heeft ten overstaan van zijn
stadgenoten van Nazareth: Om aan armen de Blijde Boodschap te brengen,
aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden dat zij zullen
zien . . . .
Een ander wezenlijk element van
deze moederlijke taak van Maria vindt men in de woorden die zij tot de
bedienden gericht heeft: Doet maar wat Hij u zeggen zal. De Moeder van
Christus treedt op voor de mensen als woordvoerster van de wil van de Zoon,
als degene die de vereisten aangeeft waaraan voldaan moet worden, opdat de
heilsmacht van de Messias zich kan openbaren. Dank zij de tussenkomst van Maria
en de gehoorzaamheid van de bedienden begint Jezus te Kana zijn uur. Te
Kana blijkt dat Maria in Jezus gelooft: haar geloof geeft aanleiding tot
zijn eerste teken en draagt bij tot het opwekken van het geloof van
de leerlingen.
Daarom kunnen wij zeggen dat wij
op deze bladzijde van het evangelie van Johannes als het ware een eerste blijk
vinden van de waarheid over de moederlijke zorg van Maria. Deze waarheid heeft
ook uitdrukking gevonden in de leer van het laatste Concilie. Het is
belangrijk op te merken hoe de moederlijke taak van Maria daardoor belicht
wordt in verband met het middelaarschap van Christus. Wij lezen er
namelijk: De moederlijke taak van Maria tegenover de mensen verduistert
of vermindert op geen enkele wijze het enige middelaarschap van Christus, maar
toont aan, hoe krachtig het is. Want . . . ,één is de Middelaar tussen God en
de mensen, de mens Christus Jezus . . . (1 Tim. 2, 5). Deze taak vloeit
volgens het welbehagen van God voort uit de overvloed van de verdiensten
van Christus, is gevestigd op zijn middelaarschap, is daarvan volkomen
afhankelijk en put daaruit haar gehele kracht.
Juist in deze zin biedt de
gebeurtenis te Kana in Galilea ons als het ware een vooraankondiging van
het middelaarschap van Maria, dat geheel op Christus is georiënteerd en gericht
op de openbaring van zijn heilsmacht.
Uit de johanneïsche tekst blijkt
dat het om een moederlijk middelaarschap gaat. Zoals het Concilie verklaart:
Maria is onze moeder in de orde van de genade. Dit moederschap in de
orde van de genade is voortgekomen uit haar goddelijke moederschap, want omdat
zij door beschikking van de goddelijke voorzienigheid moeder en voedster van de
Verlosser was, is zij op heel bijzonder wijze, vóór alle anderen, zijn
edelmoedige gezellin en de nederige dienstmaagd des Heren geworden en geeft
zij . . . aan het werk van de Heiland meegewerkt door haar gehoorzaamheid, haar
geloof, haar hoop, haar vurige liefde, om het bovennatuurlijke leven van de
zielen te herstellen.
En dit moederschap van
Maria in het genadebestel gaat zonder ophouden voort . . . tot aan de eeuwige
voleinding van alle uitverkorenen.
De passage van het evangelie van
Johannes over de gebeurtenis van Kana laat het zorgzame moederschap van Maria
zien aan het begin van de messiaanse activiteit van Christus. Een andere
passage van hetzelfde evangelie bevestigt dit moederschap in het heilsbestel
van de genade op zijn hoogtepunt, namelijk als het kruisoffer van Christus,
zijn Paasmysterie, voltrokken wordt. De beschrijving van Johannes is
bondig: Bij Jezus kruis stonden zijn moeder, de zuster van zijn moeder,
Maria de vrouw van Klopas en Maria Magdalena. Toen Jezus zijn moeder zag en
naast haar de leerling die Hij liefhad, zei Hij tot zijn moeder: Vrouw, zie
daar uw zoon. Vervolgens zei Hij tot de leerling: Zie daar uw moeder En van
dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich op (Joh. 19, 25-27).
Ongetwijfeld is dit een
uitdrukking van de bijzondere zorg van de Zoon voor de Moeder die Hij in zulk
een grote smart achterliet. Maar Christus testament van het kruis zegt
meer over de zin van deze zorg. Jezus doet een nieuwe band uitkomen tussen
Moeder en Zoon, waarvan Hij plechtig heel de waarheid en werkelijkheid
bevestigt. Men kan zeggen dat het moederschap van Maria ten opzichte van de
mensen, dat zich reeds eerder afgetekend had nu duidelijk omschreven en
vastgesteld wordt: het vloeit voort uit de definitieve
vervulling van het Paasmysterie van de Verlosser. De Moeder van Christus
die zich in de directe sfeer van dit mysterie bevindt welke de mens iedereen
en allen omvat, wordt als moeder aan de mens gegeven aan ieder en aan
allen. Deze mens is aan de voet van het kruis Johannes, de leerling die
Hij liefhad.
Dit nieuwe moederschap van
Maria dat voorgebracht is door het geloof, is dus vrucht van de
nieuwe liefde die definitief in haar rijpte aan de voet van het kruis
door middel van haar deelname aan de verlossende liefde van de Zoon.
Zo bevinden wij ons in het
middelpunt van de vervulling van de belofte die vervat is in het
proto-evangelie: het kroost van de vrouw zal de kop van de slang
verpletteren. Inderdaad overwint Jezus Christus door zijn verlossingsdood het
kwaad van de zonde en de dood in de wortels zelf ervan. Het is veelzeggend dat
Hij, als Hij zich vanaf het kruis tot de moeder richt, haar vrouw noemt
en zegt: Vrouw, zie daar uw zoon. Met dezelfde term heeft Hij zich
overigens ook te Kana in Galilea tot haar gericht. Hoe zou men kunnen
betwijfelen dat speciaal nu, op Golgotta, deze uitdrukking tot op de bodem van
het mysterie van Maria gaat er doordringt tot haar bijzondere plaats
in heel de heilseconomie? Zoals het Concilie leert, werden met
Maria, de dochter van Sion bij uitnemendheid na de lange verwachting van
de belofte, de tijden vervuld en de nieuwe heilsorde ingeluid, toen de Zoon van
God in haar de menselijke natuur aannam, om door de mysteries van zijn
mens-zijn de mensen van de zonden te bevrijden.
De woorden die Jezus uitspreekt
vanaf het kruis betekenen dat het moederschap van haar die Hem gebaard
heeft een nieuwe voortzetting vindt in en door de Kerk, die
gesymboliseerd en vertegenwoordigd wordt door Johannes. Op deze wijze blijft
zij die vol van genade is binnengeleid in het mysterie van Christus
om zijn Moeder te zijn, de heilige moeder van God dus, door middel
van de Kerk in dat mysterie als de vrouw die aan het begin van de
heilsgeschiedenis door het boek Genesis wordt aangeduid (Gen. 3, 15) en aan het
eind ervan door de Apokalyps (Openb. 12, 1). Volgens het eeuwige plan van de
Voorzienigheid moet het goddelijk moederschap van Maria zich uitstrekken over
de Kerk, zoals aangegeven wordt door uitspraken van de Traditie volgens welke
het moederschap van Maria ten opzichte van de Kerk de weerspiegeling en de
verlenging is van haar moederschap ten opzichte van Gods Zoon.
Reeds het ogenblik zelf van de
geboorte van de Kerk en van haar volle openbaring aan de wereld laat volgens
het Concilie de continuïteit van Marias moederschap doorschemeren.
Daar het God had behaagd het
mysterie van het heil van de mensen niet plechtig openbaar te maken, vooraleer
Hij de Geest die door de Zoon was beloofd, had uitgestort, zien wij de
apostelen vóór Pinksteren, ,eensgezind volharden in het gebed samen met de
vrouwen, met Maria de Moeder van Jezus en met zijn broeders (Hand. 1, 14). Ook
Maria smeekte door haar gebeden om de gave van de Geest, die haar reeds bij de
boodschap had overschaduwd.
Er is dus in het genadebestel
dat verwezenlijkt wordt onder de werking van de menswording van het Woord en
dat van de geboorte van de Kerk. De persoon die deze twee momenten verbindt, is
Maria: Maria te Nazaret en Maria in het cenakel te Jeruzalem. In beide gevallen
wijst haar discrete maar wezenlijke aanwezigheid de weg aan van de geboorte
van de heilige Geest. Zo komt zij die als moeder aanwezig is in het mysterie van
Christus, krachtens de wil van de Zoon en door de werking van de heilige Geest
tegenwoordig in het mysterie van de Kerk. Ook in de Kerk blijft het een
moederlijke aanwezigheid, zoals de op het kruis uitgesproken woorden
aangeven: Vrouw, zie daar uw zoon; Zie daar uw moeder.
DEEL 2 : DE MOEDER VAN GOD MIDDEN IN DE
PELGRIMERENDE KERK
HOOFDSTUK 1 - De
Kerk, het Volk van God, in alle delen van de wereld geworteld
Dwars door de vervolgingen
van de kant van de wereld en de vertroostingen van de kant van God heen zet de
Kerk haar pelgrimstocht voort en verkondigt zij het kruis en de dood van
de Heer, totdat Hij komt
Zoals nu Israël naar het vlees,
bij zijn tocht door de woestijn, reeds de Kerk van God genoemd wordt, zo wordt
het nieuwe Israël . . . ook de Kerk van Christus genoemd. Want Hij heeft haar
door zijn bloed verworven, met zijn Geest vervuld en met geschikte middelen
voor een zichtbare en maatschappelijke eenheid uitgerust. God heeft de
vergadering van hen die gelovend naar Jezus opzien als naar de bewerker van het
heil en het beginsel voor eenheid en vrede samengeroepen en tot de Kerk
gemaakt, om voor allen en ieder afzonderlijk het zichtbare sacrament te zijn
van deze heil brengende eenheid.
Het Tweede Vaticaans Concilie
spreekt over de pelgrimerende Kerk en maakt een vergelijking met het Israël van
het Oude Verbond onderweg door de woestijn. De tocht heeft ook een uiterlijk
karakter, dat zichtbaar is in de tijd en de ruimte waarin hij historisch
verloopt. De Kerk spreidt zich uit tot alle streken, treedt binnen in de
geschiedenis van de mensen en blijft toch tevens boven de tijden en grenzen van
de volkeren verheven.
Maar het wezenlijke karakter van
de pelgrimstocht van de Kerk is innerlijk. Het gaat om een pelgrimstocht
door middel van het geloof, door de kracht van de verrezen Heer, om een
pelgrimstocht in de heilige Geest die als onzichtbare Helper (parákletos) aan
de Kerk is gegeven: Dwars door de beproevingen en de wederwaardigheden heen
schrijdt zij voort, gesterkt door de kracht van Gods genade, die haar door de
Heer werd beloofd . . . Dank zij de werking van de heilige Geest houdt zij niet
op zichzelf te vernieuwen, tot zij door het kruis het licht bereikt dat geen
ondergang meer kent.
Juist op deze pelgrimstocht van
de Kerk door de ruimte en de tijd en nog meer door de geschiedenis van de
zielen is Maria aanwezig als degene die zalig is omdat zij geloofd heeft, als
degene die voortging op de pelgrimstocht van het geloof, terwijl zij als geen
ander schepsel deelnam aan het mysterie van Christus. Het Concilie zegt nog
dat, Maria is binnengetreden in het hart van de heilsgeschiedenis en als het
ware de hoogste geloofsgeheimen verenigt en weerspiegelt.
Zij is onder alle gelovigen als
het ware een spiegel waarin Gods grote daden (Hand. 2, 11) zich op de meest
diepe en klare wijze weerspiegelen.
De Kerk die door Christus op de
apostelen is gebouwd, is zich geheel bewust geworden van die grote daden van
God op Pinksteren toen zij die bijeengekomen waren in het cenakel, terwijl
zij door haar gebeden om de gave van de Geest smeekte.
Haar geloofstocht is in zekere
zin langer. De heilige Geest is reeds over haar neergedaald en zij is zijn
trouwe bruid geworden bij de boodschap, toen zij het Woord van de ware God
ontving en de volledige onderdanigheid van verstand en wil jegens de
openbarende God bewees, ja zich geheel aan God toevertrouwde door de
gehoorzaamheid van het geloof, waarmee zij aan de engel antwoordde: Zie de
dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord. De geloofstocht van Maria,
die wij zien bidden in het cenakel, is dus langer dan de tocht van de anderen
die daar bijeen waren. Maria gaat hen voor, gaat voor hen uit.
Het ogenblik van Pinksteren te
Jeruzalem is, behalve door het ogenblik van het kruis, ook voorbereid door het
ogenblik van de boodschap te Nazareth. In het cenakel komt de weg van Maria
samen met de geloofstocht van de Kerk. Op welke wijze?
Sommigen van degenen die ijverig
waren in het gebed in het cenakel en zich voorbereidden om uit te gaan in heel
de wereld na het ontvangen van de heilige Geest, waren successievelijk door
Jezus geroepen vanaf het begin van zijn zending in Israël Elf van hen waren
aangesteld tot apostelen en aan dezen had Jezus de zending overgedragen die Hij
zelf ontvangen had van de Vader. Na de verrijzenis had Hij tot de apostelen
gezegd Zoals de Vader Mij gezonden, geeft, zo zend Ik u (Joh. 20, 21). En
veertig dagen later zei Hij nog alvorens terug te keren naar de Vader: Gij
zult kracht ontvangen van de heilige Geest, die over u komt, om mijn getuigen
te zijn . . . tot het uiteinde der aarde. Deze zending van de apostelen begint
op het ogenblik dat zij het cenakel te Jeruzalem verlaten. Dan wordt de Kerk
geboren en groeit zij door het getuigenis dat Petrus en de andere apostelen
afleggen over de gestorven en verrezen Christus.
Maria heeft niet direct deze
apostolische zending ontvangen. Zij was niet onder hen die Jezus uitzond in
heel de wereld om alle volkeren tot zijn leerlingen te maken, toen Hij hun
deze zending toevertrouwde. Zij was daarentegen wel in het cenakel waar de
apostelen zich voorbereidden om hun zending te beginnen met de komst van de
Geest der Waarheid: zij was met hen. Temidden van hen was zij ijverig in het
gebed als moeder van Jezus, van de gestorven en verrezen Christus. En deze
eerste kern van hen die in geloof opzagen naar Jezus, de bewerker van het
heil, was er zich van bewust dat Jezus de Zoon van Maria was en dat zijn
moeder was en als zodanig vanaf de ontvangenis en de geboorte een bijzondere
getuige van het mysterie van Jezus, van het mysterie dat voor hun ogen
uitgedrukt en bevestigd was door het kruis en de verrijzenis. Van het eerste
ogenblik af zag de kerk dus op naar Maria door Jezus, zoals zij opzag naar
Jezus door Maria. Zij was voor de Kerk van die tijd en van alle tijden een
bijzondere getuige van de jaren van de kindsheid van Jezus en van zijn
verborgen leven te Nazareth, toen zij alles wat er gebeurd was in haar hart
bewaarde en bij zichzelf overwoog (Lc. 2, 19).
Maar in de Kerk van die tijd en
van alle tijden was en is zij vooral degene die zalig is omdat zij geloofd
heeft: als eerste geloofd heeft. Vanaf het ogenblik van de boodschap en de
ontvangenis, vanaf het moment van de geboorte in de grot van Bethlehem, volgde
Maria op haar moederlijke pelgrimstocht van het geloof stap voor stap Jezus.
Zij volgde Hem gedurende de jaren van zijn verborgen leven te Nazareth; zij
volgde Hem ook in de periode van de uiterlijke scheiding, toen Hij begon op te
treden en te leren in Israël; zij volgde Hem vooral in de tragische
ervaring van Golgota. Toen Maria zich met de apostelen aan de dageraad van de
Kerk in het cenakel te Jeruzalem bevond, vond haar geloof dat gewekt was door
de woorden van de boodschap bevestiging. De engel had haar bij de boodschap
gezegd: Gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen die gij de naam
Jezus moet geven. Hij zal groot zijn . . . en Hij zal in eeuwigheid koning zijn
over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen. De
recente gebeurtenissen van Calvarië hadden deze belofte in duisternis gehuld;
maar zelfs onder het kruis was het geloof van Maria niet verflauwd. Zij was
degene gebleven die, zoals Abraham, geloofde hopend tegen alle hoop in (Rom. 4,
18). En zie, na de verrijzenis had de hoop haar ware gelaat getoond en de
belofte was begonnen werkelijkheid te worden. Jezus had inderdaad voor zijn
terugkeer naar de Vader tot de apostelen gezegd: Gaat dus en maakt alle
volkeren tot mijn leerlingen . . . Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de
voleinding der wereld. Zo had het gezegd Hij die door de verrijzenis had laten
zien dat Hij de overwinnaar van de dood was en het koningschap bekleedde
waaraan nooit een einde zal komen, overeenkomstig de aankondiging van de
engel.
Nu aan de dageraad van de Kerk,
aan het begin van de lange geloofstocht die met Pinksteren te Jeruzalem
aanving, was Maria samen met allen die de kiem van het nieuwe Israël vormden.
Zij was in hun midden als een uitzonderlijke getuige van het mysterie van
Christus. En de Kerk was ijverig in het gebed samen met haar en beschouwde
haar tegelijk in het licht van het mensgeworden Woord. Zo zou het steeds zijn.
Inderdaad, wanneer de Kerk verder doordringt in het diepste mysterie van
de incarnatie, denkt zij met grote verering en eerbied aan de Moeder van
Christus. Maria hoort onverbrekelijk bij het mysterie van Christus en ook, van
het begin af, bij het mysterie van de Kerk, vanaf de dag van haar geboorte. Aan
de basis van wat de Kerk vanaf het begin is, van wat zij voortdurend moet
worden, van geslacht tot geslacht, temidden van alle volkeren der aarde, staat
zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de
Heer is gezegd (Lc. 1, 45). Juist dit geloof van Maria dat het begin
betekent van het nieuwe altijddurende Verbond van God met de mensheid in Jezus
Christus, dit heldhaftige geloof gaat het apostolische getuigenis van
de Kerk voor en blijft in het hart van de Kerk, verborgen als een
speciale erfenis van Gods openbaring. Allen die van geslacht tot geslacht het
apostolische getuigenis van de Kerk aanvaarden en deelhebben aan die
mysterievolle erfenis nemen in zekere zin deel aan het geloof van Maria.
De woorden van Elisabet zalig
zij die geloofd heeft blijven de Maagd ook op Pinksteren vergezellen; zij
volgen haar van eeuw tot eeuw daar waar door het apostolische getuigenis en het
dienstwerk van de Kerk de kennis van het heilsmysterie van Christus zich
verbreidt. Zo wordt de voorspelling van het Magnificat vervuld: Elk
geslacht prijst mij zalig omdat aan mij zijn wonderwerken deed die machtig is,
en heilig is zijn Naam (Lc. 1, 48-49). Waarlijk op de kennis van het
mysterie van Christus volgt de zaligprijzing van zijn Moeder in de vorm van
speciale verering voor de Theotókos. Maar in deze verering is steeds de
zaligprijzing van haar geloof begrepen, want de Maagd van Nazareth is zalig
geworden vooral door dit geloof, overeenkomstig de woorden van Elisabet. Zij
die in elk geslacht onder de verschillende volken en naties van de aarde het
mysterie van Christus, het mensgeworden Woord en de Verlosser van de wereld, in
geloof aannemen richten zich niet alleen met verering tot Maria en nemen niet
alleen met vertrouwen hun toevlucht tot haar als tot zijn Moeder, maar zoeken
in haar geloof steun voor hun eigen geloof. En precies deze levende
deelname aan het geloof van Maria is beslissend voor haar speciale aanwezigheid
op de pelgrimstocht van de Kerk als het nieuwe volk van God op de gehele aarde.
Zoals het Concilie zegt: Maria
is in het hart van de heilsgeschiedenis binnengetreden . . . Wanneer zij dus
het voorwerp is van verkondiging en verering, roept zij de gelovigen op naar
haar Zoon en zijn offer en naar de liefde tot de Vader. Daarom wordt het
geloof van Maria op grond van het apostolische getuigenis van de Kerk op zekere
wijze onophoudelijk het geloof van het volk Gods onderweg: van de personen en
gemeenschappen, van de standen en verenigingen, van de verschillende groepen
die samen de Kerk vormen. Het is een geloof dat door kennis en tegelijk door
het hart wordt overgedragen. Het wordt voortdurend verworven of herwonnen door
het gebed. Daarom ook ziet de Kerk bij haar apostolisch werk terecht op naar
haar die Christus ter wereld bracht; die juist van de heilige Geest werd
ontvangen en uit de Maagd geboren om door de Kerk ook in de harten van de
gelovigen te worden geboren en te groeien.
Nu wij op deze pelgrimstocht van
het geloof thans het einde van het tweede christelijke millennium naderen,
richt de Kerk door middel van de leer van het Tweede Vaticaans Concilie de
aandacht op wat zij in zichzelf ziet, als het ene volk van God . . . dat
bij alle volkeren van de aarde is gevestigd, en op de waarheid volgens welke
alle gelovigen, ook al zijn zij over de gehele aardbol verspreid, door de
heilige Geest in gemeenschap blijven met elkaar, zodat men kan zeggen dat in
deze gemeenschap het mysterie van Pinksteren zich voortdurend voltrekt.
Tegelijkertijd blijven de apostelen en de leerlingen van de Heer in alle naties
van de aarde volharden in het gebed samen met Maria de Moeder van Jezus.
Zij vormen van geslacht tot geslacht het teken van het Koninkrijk dat
niet van deze wereld is en zij zijn zich ook bewust dat zij midden in deze
wereld moeten verenigen met de Koning aan wie de volkeren tot erfdeel
zijn gegeven, aan wie de Vader de troon van zijn vader David heeft
geschonken, zodat Hij in eeuwigheid Koning is over het huis van Jakob en
aan zijn koningschap nooit een einde zal komen.
In deze vigilietijd is Maria
door hetzelfde geloof dat haar vooral vanaf het ogenblik van de boodschap zalig
maakte, aanwezig in de zending van de Kerk, aanwezig in het werk van de Kerk
waardoor het rijk van haar Zoon een aanvang neemt in de wereld. Deze aanwezigheid
van Maria vindt heden ten dage veelvuldige uitdrukkingsmiddelen, zoals in heel
de geschiedenis van de Kerk. Zij is ook in vele vormen verspreid: door middel
van het geloof en de vroomheid van de afzonderlijke gelovigen, door middel van
de tradities van de christelijke gezinnen of huiskerken, van de parochie- en
missiegemeenschappen, van de kloosterinstellingen, van de bisdommen, door
middel van de aantrekkings- en uitstralingskracht van de grote heiligdommen
waar niet alleen individuen of plaatselijke groepen maar soms gehele naties en
continenten de Moeder van de Heer zoeken te ontmoeten, haar die zalig is omdat
zij geloofd heeft, die de eerste onder de gelovigen is en daarom Moeder van de
Immanuël is geworden. Dat is de roep van het land Palestina, het geestelijke
vaderland van alle christenen omdat het het vaderland is van de redder van de
wereld en van zijn Moeder. Dat is de roep van de vele heiligdommen die het
christelijk geloof in de loop der eeuwen heeft opgericht te Rome en overal in de
wereld. Dat is de roep van plaatsen zoals Guadaloupe, Lourdes, Fatima en van de
andere die verspreid zijn in de diverse landen, waaronder hoe zou ik het niet
kunnen vermelden Jasna Gora in mijn geboorteland. Men zou wellicht kunnen
spreken van een specifieke geografie van het geloof en de mariale vroomheid
die al deze bijzondere bedevaartplaatsen van het volk Gods bevat, dat de Moeder
van God zoekt te ontmoeten om in de uitstraling van de moederlijke aanwezigheid
van haar die geloofd heeft de versterking van het eigen geloof te vinden.
Want door het geloof van Maria reeds bij de boodschap en definitief aan de voet
van het kruis is van de kant van de mens de innerlijke ruimte heropend waarin
de eeuwige Vader ons kan overladen met elke geestelijke zegen: de ruimte van
het nieuwe altijddurende Verbond. Deze ruimte bestaat in de Kerk die in
Christus een sacrament van de innige vereniging met God en van de eenheid van
het menselijk geslacht is.
In het geloof dat Maria als
dienstmaagd des Heren bij de boodschap beleed en waarin zij voortdurend het
volk Gods onderweg op aarde voorgaat, streeft de katholieke Kerk er . . .
zonder ophouden naar heel de mensheid . . . weer samen te brengen onder
Christus als hoofd, in de eenheid van zijn Geest.
HOOFDSTUK 2 - De weg
van de Kerk en de eenheid van alle Christenen
De Geest wekt bij alle
leerlingen van Christus het verlangen en de inspanning om allen, naar de wijze
die Christus heeft bepaald in één kudde onder één Herder vreedzaam te
verenigen. De weg van de Kerk is speciaal in ons tijdperk gemarkeerd door het
teken van het oecumenisme: de christenen zoeken wegen om de eenheid te
herstellen, waarom Christus daags voor zijn lijden de Vader smeekte voor zijn
leerlingen: opdat zij allen één mogen zijn, zoals Gij, Vader, in Mij en Ik in
U: dat ook zij in Ons mogen zijn opdat de wereld gelove dat Gij Mij gezonden
hebt (Joh. 17, 21). De eenheid van de Christenen is een groot teken dat
gegeven is om het geloof van de wereld op te wekken, terwijl hun verdeeldheid
een ergernis is.
Twee dogmas uit de oudheid worden in de Katholieke Kerk en
de Oosterse Orthodoxie beleden:
Door
de Maagdelijke geboorte schonk Maria het leven aan Christus. Maria is
maagd, voor, tijdens en na de geboorte van Christus.
Maria,
Moeder van God (Theotokos). In wezen is dit een christologische uitspraak:
Maria is moeder van Jezus, die zowel volledig mens als volledig God is.
In de moderne tijd werden in de Rooms-Katholieke Kerk twee
dogma's, die reeds eeuwen bestanddeel van de katholieke geloofspraktijk waren,
formeel bevestigd:
Paus
Pius IX kondigde in 1854 het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis af.
Hiermee wordt bedoeld dat Maria verwekt werd en ter wereld kwam zonder met
de erfzonde te zijn bevlekt;
Paus
Pius XII voegde in 1950 het dogma toe dat Maria met ziel en lichaam in de
hemel is opgenomen (Maria-Tenhemelopneming).
Sommige gelovigen vragen ook de afkondiging door de Kerk
van het "vijfde en laatste mariale dogma", dat van Medeverlosseres,
Middelares en Voorspreekster.
Lumen
Gentium : De Heilige Maagd en Moeder Gods Maria in het geheim van Christus en
de Kerk 21/11/1964 Tweede Vaticaans Concilie
In dit document wordt al gewag gemaakt dat Maria,
Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster is.
1
Inleiding
PARAGRAAF 1 - Maria het verhevenste lid van de
Kerk
Toen de algoede en alwijze God zijn plan tot verlossing van
de wereld ten uitvoer wilde brengen, "zond Hij, toen de volheid van de tijd gekomen was, zijn Zoon, geboren
uit een vrouw, ... opdat wij het zoonschap zouden verkrijgen". (Gal.
4, 4-5) Deze is voor ons, mensen en omwille van ons heil uit de hemel
neergedaald. En Hij heeft het vlees aangenomen door de Heilige Geest uit de
maagd Maria.
Dit goddelijke heilsgeheim wordt ons opgebaard in de Kerk
en duurt voort in de Kerk, die de Heer tot zijn lichaam heeft gemaakt, en
waarin de gelovigen, één met het Hoofd Christus en in gemeenschap verbonden met
al zijn heiligen, ook de gedachtenis moeten eren "op de eerste plaats van
de glorierijke Maria, altijd maagd, de moeder van onze God en Heer Jezus
Christus".
De Maagd Maria, die, op de boodschap van de engel, het
Woord Gods ontving in haar hart en in haar schoot en die aan de wereld het
Leven bracht, wordt erkend en geëerd als de waarachtige Moeder van God, onze
Verlosser. Met het oog op de verdiensten van haar Zoon op een meer verheven wijze
verlost en door een intieme en onverbreekbare band met Hem verenigd, bezit zij
de hoogste taak en waardigheid van Moeder Gods en hierdoor van meestgeliefde
dochter van de Vader en tempel van de Heilige Geest; en door deze sublieme
genadegave overtreft zij verre alle andere schepselen in de hemel en op aarde.
Tevens echter is zij in het geslacht van Adam verbonden met alle te verlossen
mensen, ja, "zij is ten volle de moeder van de ledematen (van Christus),
... omdat zij in liefde heeft meegewerkt aan de geboorte van de gelovigen in de
Kerk, die de ledematen zijn van dat Hoofd". Dientengevolge wordt zij ook
geëerd als het voortreffelijkste en het uitzonderlijk verheven lid van de Kerk
en als haar beeld en uitstekendste model in het geloof en in de liefde; en de
katholieke Kerk, onderricht door de Heilige Geest, omgeeft haar, als een zeer
beminde moeder, met kinderlijke liefde. ( )
2 De functie van de Heilige Maagd in de
heilsorde
PARAGRAAF 1 - De Moeder van de Verlosser in het
Oude Testament
De Heilige Schrift van Oud en Nieuw Testament en de
eerbiedwaardige Traditie tonen ons met steeds grotere duidelijkheid de functie
van de Moeder van de Verlosser in de heilsorde en tekenen ons als het ware het
beeld ervan. De boeken van het Oude Testament beschrijven de heilsgeschiedenis,
waardoor de komst van Christus in de wereld geleidelijk wordt voorbereid.
Deze eerste documenten, zoals die in de Kerk worden gelezen
en zoals ze worden verstaan in het licht van de verdere en volle openbaring,
laten stap voor stap scherper uitkomen het beeld van een vrouw: de Moeder van
de Verlosser. In dit licht wordt zij reeds profetisch aangeduid in de belofte
van de overwinning op de slang, de belofte, die aan onze eerste ouders werd
gegeven na de zondeval.
Zij is ook de Maagd, die zal ontvangen en een zoon baren,
wiens naam Emmanuël zal zijn.
Zij neemt de eerste plaats in onder de nederigen en armen
van de Heer, die vol vertrouwen van Hem het heil verwachten en het verkrijgen.
Zij is tenslotte de verheven dochter van Sion, met wie, na een lang wachten op
de vervulling van de belofte, de volheid der tijden kwam en een nieuwe
heilsorde gevestigd werd, toen nl. de Zoon Gods uit haar de menselijke natuur
aannam om de mens door de mysteries van zijn aardse bestaan te bevrijden van de
zonde.
PARAGRAAF 2 - Maria bij de boodschap van de
engel
Het was de wil van de Vader van barmhartigheid, dat de
toestemming van de gepredestineerde Moeder vooraf zou gaan aan de menswording,
opdat zó, gelijk een vrouw had meegewerkt tot de dood, ook een vrouw zou
meewerken tot het leven. Dit geldt op volmaakte wijze van Jezus' Moeder, die
aan de wereld het Leven zelf schonk, dat alles vernieuwt, en die door God is
begiftigd met de gaven, passend bij deze sublieme taak. Geen wonder dus, dat
het bij de heilige vaders gebruikelijk werd, de Moeder Gods te noemen: de
geheel-heilige, vrij van iedere zondesmet, gevormd als het ware door de Heilige
Geest en gemaakt tot een nieuw schepsel.
Vanaf het eerste ogenblik van haar ontvangenis gesierd met
de luister van een uitzonderlijke heiligheid, wordt de Maagd van Nazareth op
Gods bevel bij de boodschap van de engel door deze gegroet als "vol van genade" (Lc. 1, 28),
waarbij zij van haar kant aan de hemelse afgezant antwoordt: "Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede
naar uw woord" (Lc. 1, 38).
Zo werd Maria, de dochter van Adam, door haar
"Ja" op het goddelijk woord, de Moeder van Jezus; en, van ganser
harte en door geen zonde belemmerd, aanvaardde zij de heilswil Gods en wijdde
zij zich als de dienstmaagd van de Heer geheel toe aan de persoon en het werk
van haar Zoon, en zó stelde zij zich onder Hem en met Hem in dienst van het
verlossingsgeheim door de genade van de almachtige God. Daarom zijn de heilige
vaders terecht van mening, dat Maria geen louter passief werktuig is geweest in
de hand van God, maar dat zij door een vrije daad van geloof en gehoorzaamheid
heeft meegewerkt aan het heil van de mensen. Zij is, gelijk de heilige Irenaeus
zegt, "door haar gehoorzaamheid een oorzaak van heil geworden zowel voor
zichzelf als voor de gehele mensheid".
Vandaar, dat meerdere oude vaders in hun preken graag de
woorden van Irenaeus overnemen: "De knoop van Eva's ongehoorzaamheid werd
ontward door de gehoorzaamheid van Maria. Wat de maagd Eva had gebonden door
haar ongeloof heeft de Maagd Maria ontbonden door haar geloof".
En een parallel trekkend tussen Maria en Eva, noemen zij
Maria "de Moeder van de levenden", en verklaren zij herhaaldelijk:
"de dood kwam door Eva, het leven door Maria".
PARAGRAAF 3 - Maria in het verborgen leven van
Jezus
Deze verbondenheid van de Moeder met de Zoon in het
heilswerk zien wij vanaf het ogenblik van de maagdelijke ontvangenis van
Christus tot aan zijn dood. Vooreerst, als Maria met spoed op reis gaat om
Elisabeth te bezoeken, als zij door haar zalig wordt geprezen om haar geloof in
het beloofde heil, en als de voorloper Johannes van vreugde opspringt in de
schoot van zijn moeder.
Verder bij de geboorte, wanneer de Moeder Gods haar
eerstgeboren Zoon, die haar maagdelijkheid niet verminderde, maar heiligde, met
blijdschap toont aan de herders en de magiërs. Toen zij Hem in de tempel, met
de offergave van de armen, opdroeg aan de Heer, vernam zij tegelijkertijd van
Simeon de voorspelling, dat haar Zoon een teken van tegenspraak zou zijn en dat
een zwaard de ziel van de Moeder zou doorboren, opdat de gezindheid van vele
harten openbaar zou worden.
En toen de ouders het Kind Jezus hadden verloren en met
droefheid hadden gezocht, vonden zij het in de tempel, bezig met de dingen van
zijn Vader; maar zij begrepen de woorden van hun Zoon niet. Zijn Moeder
bewaarde dit alles in haar hart en overwoog het bij zichzelf.
PARAGRAAF 4 - Maria in het openbaar leven van
Jezus en onder het kruis
In het openbaar leven van Jezus komt zijn Moeder duidelijk
naar voren, reeds in het begin, wanneer zij uit medelijden op de bruiloft van
Kana in Galilea Jezus de Messias door haar tussenkomst er toe brengt, een begin
te maken met de tekenen.
Tijdens zijn prediking nam zij de woorden in zich op,
waarmee haar Zoon het Koninkrijk stelde boven de betrekkingen en de banden van
vlees en bloed, en waarmee Hij degenen gelukkig prees, die naar het woord Gods
luisteren en het onderhouden, iets wat zij zelf zo trouw in vervulling
bracht.
Zo ging ook de heilige Maagd vooruit op haar pelgrimstocht
van het geloof en volhardde zij trouw in de vereniging met haar Zoon tot aan
het kruis, waar zij stond, niet zonder een bepaald plan van God, diep meeleed
met haar Eniggeborene en zich met moederlijke gevoelens verenigde met zijn
offer, door liefdevol toe te stemmen in de offerdood van het Slachtoffer, dat
uit haar was geboren; en tenslotte werd zij door dezelfde Christus Jezus,
stervend aan het kruis, als moeder gegeven aan de leerling met deze woorden:
Vrouw, ziedaar uw zoon.
PARAGRAAF 5 - Maria in haar verheerlijking
Omdat God het mysterie van het menselijk heil niet plechtig
wilde openbaren, voordat Hij die door Christus beloofde Geest had uitgestort,
zijn wij de apostelen vóór de Pinksterdag, "eensgezind volharden in het gebed samen met de vrouwen, met Maria de
Moeder van Jezus en met zijn broeders" (Hand. 1, 14), en zien wij
ook Maria met haar gebed de gave afsmeken van de Geest, die haar bij de
boodschap reeds had overschaduwd. Tenslotte is de onbevlekte Maagd, die van
alle smet der erfzonde is gevrijwaard na het voltooien van haar
aardse levensloop met lichaam en ziel in de hemelse glorie opgenomen en
door de Heer verheven tot Koningin van het heelal, opdat zij vollediger
gelijkvormig zou worden aan haar zoon, de Heer der heren (Openb. 19, 16), de
overwinnaar van zonde en dood.
3 De
Heilige Maagd en de Kerk
PARAGRAAF 1 - Maria's moederlijke functie en
het middelaarschap van Christus
Wij hebben slechts één Middelaar, zoals de apostel zegt:
"Want God is één, één is ook de
middelaar tussen God en de mensen, de mens Christus Jezus, die zich gegeven
heeft als losprijs voor allen". (1 Tim. 2, 5-6). Door de
moederlijke functie van Maria jegens de mensen wordt dit éne middelaarschap van
Christus volstrekt niet die schaduw gesteld of verkleind, integendeel de kracht
ervan komt daardoor nog beter uit. Want heel de heilbrengende invloed van de
heilige Maagd op de mensen vindt zijn oorsprong niet in een of andere
noodzakelijkheid, maar in Gods welbehagen: hij vloeit voort uit de overvloed
van Christus' verdiensten, steunt op zijn middelaarschap, is daarvan totaal
afhankelijk en ontleent daaraan heel zijn werkdadigheid; en het onmiddellijk
contact van de gelovigen met Christus wordt daar door volstrekt niet belemmerd,
maar veeleer bevorderd.
PARAGRAAF 2 - Maria's deelname aan het
verlossingswerk
De heilige Maagd, die tegelijk met de menswording van het
goddelijk Woord van eeuwigheid voorbestemd was tot Moeder Gods, werd door het
raadsbesluit van de goddelijke Voorzienigheid hier op aarde de verheven Moeder
van de goddelijke Verlosser, de gezellin bij uitstek, en de nederige
dienstmaagd van de Heer. Door Christus te ontvangen, ter wereld te brengen, te
voeden, in de tempel aan de Vader op te dragen en door te lijden met haar zoon,
stervend aan het kruis, heeft zij op heel bijzondere wijze deelgenomen aan het
werk van de Verlosser, in gehoorzaamheid, geloof, hoop en vurige liefde, om het
bovennatuurlijk leven van de zielen te herstellen. Hierdoor is zij voor ons de
Moeder geworden in de orde van de genade.
PARAGRAAF 3 - De aard van Maria's moederlijke
functie
Dit moederschap van Maria in de orde der genade duurt
ononderbroken voort, vanaf haar jawoord, dat zij vol geloof bij de Boodschap
gaf en waarin zij onder het kruis zonder aarzelen volhardde, tot aan de eeuwige
bekroning van alle uitverkorenen. Want na haar tenhemelopneming heeft zij niet
opgehouden deze heilbrengende taak uit te oefenen, maar zij blijft door haar
voorspraak op allerlei wijzen de gaven van het eeuwig heil voor ons
verwerven.
Met haar moederlijke liefde draagt zij zorg voor de
broeders van haar Zoon, die nog op aardse pelgrimstocht zijn temidden van
gevaren en lijden, totdat zij binnentreden in het gelukkige vaderland. Daarom
wordt de heilige Maagd in de Kerk aangeroepen onder de titels van
voorspreekster, helpster, bijstand, middelares, Geen enkel schepsel immers
kan ooit in vergelijking komen bij het mensgeworden Woord, onze Verlosser. Maar
gelijk de gewijde bedienaars zowel als het gelovige volk op verschillende
wijzen deel hebben aan het priesterschap van Christus, en God op verschillende
wijzen zijn éne goedheid werkelijk uitstort in de schepselen, zo wordt ook door
het enige middelaarschap van de Verlosser een verscheidenheid van medewerking
van de schepselen, als aandeel uit de enige bron, niet uitgesloten, maar
veeleer gewekt.
Deze ondergeschikte functie van Maria wordt openlijk en
zonder aarzelen door de Kerk erkend, voortdurend ervaren, en aan de liefde van
de gelovigen aanbevolen, opdat zij, gesteund door deze moederlijke hulp, zich
inniger verenigen met de Middelaar en Verlosser.
PARAGRAAF 4 - Maria het beeld van de Kerk
De heilige Maagd is door de gave en de functie van het
goddelijk moederschap, waardoor zij met haar Zoon, de Verlosser, is verenigd,
en door haar buitengewone genaden en functies ook ten nauwste verbonden met de
Kerk. Zoals reeds de heilige Ambrosius leerde, is de Moeder Gods het beeld van
de Kerk, nl. in de orde van het geloof, de liefde en de volmaakte vereniging
met Christus.
Want in het mysterie van de Kerk, die eveneens met recht
moeder en maagd wordt genoemd, is de heilige Maagd Maria voorgegaan, doordat
zij op eminente en bijzondere wijze het model is van een maagd en van een
moeder. In geloof en gehoorzaamheid immers heeft zij op aarde de Zoon zelf van
de Vader voortgebracht, en wel zonder aanraking met een man, maar overschaduwd
door de Heilige Geest, als de nieuwe Eva, die geloof schonk nier aan de oude
slang, maar aan de afgezant van God, en dit zonder enige aarzeling. Zij baarde
de Zoon, die God gesteld heeft tot de eerstgeborene onder vele broeders (Rom.
8, 29), nl. de gelovigen, aan wier geboorte en vorming zij met moederlijke
liefde meewerkt.
Welnu, de Kerk, die Maria's geheimnisvolle heiligheid
beschouwt, haar liefde navolgt en getrouw de wil van de Vader volbrengt, wordt
door het woord Gods, dat zij in geloof aanvaardt, eveneens moeder, want door de
prediking en het doopsel brengt zij de kinderen, die van Heilige Geest zijn
ontvangen en uit God zijn geboren, voort tot een nieuw en onsterfelijk leven.
Ook zij is maagd; zij bewaart de aan haar bruidegom beloofde trouw gaaf en
zuiver, en op het voorbeeld van de Moeder van haar Heer bewaart zij maagdelijk,
door de kracht van de Heilige Geest, het geloof ongerept, de hoop ongeschokt,
de liefde onvervalst.
PARAGRAAF 5 - Maria's deugden, het voorbeeld
van de Kerk
Terwijl de Kerk in de allerheiligste Maagd reeds de
volmaaktheid heeft bereikt, waardoor zij zonder vlek of rimpel is, streven de
gelovigen nog ernaar de zonde te overwinnen en te groeien in heiligheid. Daarom
zien zij op naar Maria, die als een toonbeeld van deugden schittert voor heel
de gemeenschap van de uitverkorenen. Door met liefde aan haar te denken en haar
te beschouwen in het licht van het mensgeworden Woord, dringt de Kerk vol
eerbied dieper door in het allerhoogste geheim van de menswording en maakt zij
zich steeds meer gelijkvormig aan haar Bruidegom. Want wanneer Maria, die zo
diepgaand heeft deelgenomen aan de geschiedenis van het heil en daardoor de
grootste leerstukken van het geloof als het ware in zich verenigd en
weerspiegelt, wordt gepredikt en vereerd, dan brengt zij de gelovigen tot haar
Zoon en diens offer en tot de liefde van de Vader. De Kerk van haar kant, die
de glorie van Christus nastreeft, wordt meer gelijk aan haar verheven Beeld
door voortdurend toe te nemen in geloof, hoop en liefde en door in alles de
goddelijke wil te zoeken en te vervullen. Daarom houdt de Kerk ook bij haar
apostolaat terecht de blik gericht op haar, die Christus ter wereld bracht,
Christus, die daarom juist werd ontvangen van de Heilige Geest en geboren uit
de Maagd om door middel van de Kerk ook in harten van de gelovigen geboren te
worden en te groeien. Maagd is in haar leven een voorbeeld geworden van die
broederlijke liefde, waarmee allen bezield moeten zijn, die in de apostolische
zending van de Kerk meewerken aan de wedergeboorte van de mensen.
4 De
verering van de Heilige Maagd in de Kerk
PARAGRAAF 1 - De ontwikkeling en de vruchten
van de Mariaverering
Maria, door Gods genade, na haar Zoon, verheven boven alle
engelen en mensen, geniet als de allerheiligste Moeder van God, die heeft deelgenomen
aan de geheimen van Christus, terecht een bijzondere verering van de kant van
de Kerk. En inderdaad, reeds vanaf de oudste tijden wordt de heilige Maagd
vereerd onder de titel van "Moeder Gods", tot wier bescherming de
gelovigen in al hun gevaren en noden smekend hun toevlucht nemen. Vooral sinds
het concilie van Efese heeft de verering van Maria door het volk Gods een
wonderbare groei gekend in eerbied en liefde, in gebed en navolging,
overeenkomstig haar eigen profetische woorden: "Elk geslacht zal mij zalig prijzen, omdat aan mij zijn wonderwerken
deed die machtig is" (Lc. 1, 48). Deze verering, zoals die altijd
in de Kerk heeft bestaan, draagt zeker een heel bijzonder karakter, maar
verschilt wezenlijk van de aanbidding, die gegeven wordt aan het mensgeworden
Woord en ook aan de Vader en de Heilige Geest, en bevordert deze aanbidding in
hoge mate. Want de verschillende vormen van godsvrucht jegens de Moeder Gods,
die de Kerk heeft goedgekeurd, binnen de grenzen van de gezonde en orthodoxe leer,
overeenkomstig de omstandigheden van plaats en tijd en naar gelang van de
mentaliteit en de geest van de gelovigen, hebben tot gevolg, dat, door de
verering van de Moeder, de Zoon, voor wie alles is geschapen, en in wie de
eeuwige Vader "de gehele volheid
heeft willen doen wonen" (Kol. 1, 19), op de juiste wijze wordt
gekend, bemind, verheerlijkt, en dat zijn geboden worden onderhouden.
PARAGRAAF 2 - Pastorale wenken voor de
theologie, de prediking en de Mariaverering
Het heilig Concilie houdt uitdrukkelijk deze katholieke
leer voor en wekt tevens alle kinderen van de Kerk op om edelmoedig de verering
van de heilige Maagd, vooral de liturgische verering, te bevorderen, een hoge
waardering te hebben voor de praktijken en oefeningen van godsvrucht jegens
haar, die in de loop van de eeuwen door het leerambt zijn aanbevolen, en de
bepalingen uit het verleden omtrent de verering van de afbeeldingen van
Christus, de heilige Maagd en de heiligen nauwgezet te onderhouden.
Verder spoort het Concilie de theologen en de
predikanten dringend aan om zich bij de behandeling van de bijzondere
waardigheid van de Moeder Gods met zorg te onthouden zowel van alle
overdrijvingen als van een te bekrompen opvatting. Bij de studie van de heilige
Schrift, van de Kerk, onder leiding van het leerambt, moeten zij zuiver de
verschillende functies en voorrechten van de heilige Maagd belichten, die
altijd op Christus gericht zijn, de oorsprong van alle waarheid, heiligheid en
godsvrucht. Zij moeten zorgvuldig alles vermijden, wat in woorden of daden de
gescheiden broeders of wie dan ook een verkeerd idee zou kunnen geven omtrent
de ware leer van de Kerk. De gelovigen moeten er aan denken, dat de ware
godsvrucht niet bestaat in een onvruchtbaar en voorbijgaand sentiment of in een
ijdele lichtgelovigheid, maar dat ze voortkomt uit het echte geloof, dat ons
brengt tot de erkenning van de hoge waardigheid van de Moeder Gods en dat ons
opwekt tot een kinderlijke liefde jegens onze Moeder en tot de navolging van
haar deugden.
5 Maria, een teken van vaste hoop en van troost
voor het volk Gods op pelgrimstocht
Gelijk de Moeder van Jezus, in de hemel thans verheerlijkt
naar lichaam en ziel, een beeld en begin is van de Kerk, die haar voltooiing
zal vinden in het toekomstig leven, zo licht zij hier op aarde het volk Gods op
pelgrimstocht voor als een teken van vaste hoop en van troost, totdat eens de
dag des Heren komt.
Het is voor dit heilig Concilie een reden tot grote vreugde
en troost, dat ook onder de gescheiden broeders velen aan de Moeder van de Heer
en Verlosser de verschuldigde eer bewijzen, vooral bij de oosterlingen, die
eensgezind, met vurig elan en diepe godsvrucht de Moeder Gods, altijd Maagd,
vereren.
Laten alle gelovigen zich in een dringend gebed richten tot
de Moeder Gods en de Moeder der mensen en haar smeken, dat zij, die met haar
gebed de eerstellingen van de Kerk bijstond, nu ook in de hemel verheven boven
alle heiligen en engelen, in de gemeenschap van alle heiligen een voorspraak
mag zijn bij haar Zoon, opdat eindelijk alle volkenfamilies, hetzij zij
christenen zijn hetzij zij hun Verlosser nog niet kennen, in vrede en eendracht
het geluk mogen hebben in één volk Gods te worden verenigd, tot glorie van de
allerheiligste en onverdeelde Drieëenheid.
Dit alles, tot in alle
onderdelen, wat in deze dogmatische Constitutie is vastgelegd, heeft de
instemming van de Vaders. En wij, krachtens het apostolisch gezag, door
Christus aan ons verleend, geven samen met de Concilievaders, in de Heilige
Geest daaraan onze goedkeuring, bepalen het en stellen het vast, en wij bevelen
datgene, wat aldus door de Synode is vastgesteld, tot Gods glorie te
promulgeren.
Redemptoris Mater
Johannes Paulus II 25/3/1987
Inleiding
De MOEDER van de VERLOSSER heeft
een zeer bepaalde plaats in het heilsplan, want toen de volheid van de
tijd gekomen was, heeft God zijn Zoon gezonden, geboren uit een vrouw, geboren
onder de wet, opdat Hij hen die onder de wet stonden zou bevrijden, opdat wij
de rang van zonen zouden verkrijgen. En het bewijs dat ge zonen zijt: Hij heeft
de Geest van zijn Zoon in ons hart gezonden, die roept: Abba, Vader! (Gal.
4, 4-6).
Met deze woorden van de apostel
Paulus wil ik mijn overwegingen beginnen over de betekenis die Maria heeft in
het mysterie van Christus, en over haar werkdadige en voorbeeldige
tegenwoordigheid in het leven van de Kerk. Het zijn woorden die zowel de Vader
gedenken als de Zoon, de gave van de Geest, de vrouw uit wie de Verlosser
geboren werd, en ons goddelijk kindschap, in het mysterie van de volheid
van de tijd.
Deze volheid duidt het ogenblik
aan dat van alle eeuwigheid is vastgesteld en waarop de Vader zijn Zoon
gezonden heeft, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar
eeuwig leven zal hebben (Joh. 1, 1.14) en onze broeder is geworden. Zij duidt
het ogenblik aan waarop de heilige Geest, die reeds de volheid van de genade
had uitgestort in Maria van Nazaret, in haar maagdelijke schoot de menselijke
natuur van Christus vormde. Zij geeft het ogenblik aan waarop door de intrede
van het eeuwige in het tijdelijke de tijd verlost wordt, vervuld wordt met het
mysterie van Christus en definitief heilstijd wordt. Zij geeft tenslotte het
mysterievolle begin aan van de weg van de Kerk. Inderdaad begroet de Kerk in de
liturgie Maria van Nazaret haar begin, omdat zij ziet dat in de gebeurtenis van
de onbevlekte ontvangenis de heilsgenade van Pasen zich reeds van te voren aftekent
in haar edelste lid. En vooral omdat zij in het gebeuren van de menswording
Christus en Maria onverbrekelijk tezamen ontmoet, Hem die haar Heer en Hoofd
is, en haar die door het uitspreken van het eerste fiat van het
Nieuwe Verbond voorafbeelding is van de Kerk als bruid en moeder.
Gesterkt door de aanwezigheid
van Christus is de Kerk in de tijd onderweg naar de voleinding der tijden
en gaat zij haar Heer die komt tegemoet. Maar op deze weg gaat de Kerk
voort in de voetsporen van de Maagd Maria die is voortgegaan op
de pelgrimstocht van het geloof en de vereniging met haar Zoon standvastig
heeft volgehouden tot onder het kruis.
Het tweeduizendjarig jubileum
van de geboorte van Jezus Christus is nabij en richt onze blik tegelijk op zijn
Moeder. In de laatste jaren zijn verschillende stemmen opgegaan die
wenselijkheid geopperd hebben om deze herdenking te laten voorafgaan door een
soortgelijk jubileum dat gewijd is aan de viering van de geboorte van Maria.
Ook al is het niet mogelijk om de geboortedatum van Maria nauwkeurig chronologisch vast
te stellen, toch is de Kerk zich er steeds van bewust dat Maria eerder dan
Christus verschenen is aan de horizon van de heilsgeschiedenis (het
Oude Testament heeft op vele wijzen het mysterie van Maria aangekondigd). Het
is een feit dat bij de definitieve nadering van de volheid van de tijd,
d.w.z. van de heilskomst van de Immanuël, zij die van eeuwigheid af bestemd was
om zijn Moeder te zijn reeds op aarde leefde. Dit feit dat zij er was vóór de
komst van Christus, vindt ieder jaar een weerspiegeling in de liturgie van
de Advent. Als dus de jaren die ons nader brengen tot het einde van het
tweede millennium na Christus en tot het begin van het derde, vergeleken worden
met de historische verwachting van de Verlosser in de oudheid, dan wordt het
geheel begrijpelijk dat wij ons in deze periode op speciale wijze willen
richten tot haar die in de nacht van de Adventsverwachting begon te
schitteren als een ware morgenster (Stella matutina). Zoals deze ster samen
met de dageraad voorafgaat aan de opkomst van de zon, zo is Maria vanaf haar
onbevlekte ontvangenis voorafgegaan aan de komst van de Redder, aan de opkomst
van de zon der gerechtigheid in de geschiedenis van het mensengeslacht.
Haar aanwezigheid in Israël zo
onopvallend dat zij bijna onopgemerkt bleef voor de ogen van de tijdgenoten
straalde wel duidelijk voor de Eeuwige die deze verborgen dochter van
Sion deelgenoot gemaakt had van het heilsplan dat de gehele geschiedenis
van de mensheid omvat. Wij christenen, die weten hoe het providentiële plan van
de Allerheiligste Drieëenheid de centrale werkelijkheid is van de
openbaring en het geloof, voelen dus terecht de behoefte om aan het einde van
het tweede millennium de uitzonderlijke tegenwoordigheid van de Moeder van
Christus in de geschiedenis in het licht te stellen in het bijzonder gedurende
deze laatste jaren die voorafgaan aan het jaar tweeduizend.
Het Tweede Vaticaans Concilie,
dat ons in zijn leer de Moeder van God voorhoudt in het mysterie
van Christus en de Kerk, bereidt ons hierop voor. Want als het waar is
dat het mysterie van de mens alleen oplicht in het mysterie van het mens
geworden Woord, zoals het Concilie verklaart, dan moet men dit beginsel op
zeer bijzondere wijze toepassen op die uitzonderlijke dochter van het
mensengeslacht, op die buitengewone vrouw die Moeder van Christus werd.
Alleen in het mysterie van Christus wordt haar mysterie geheel en
al duidelijk. Vanaf het begin heeft de Kerk overigens getracht het zo te
verstaan: het mysterie van de menswording heeft het haar mogelijk gemaakt
steeds dieper door te dringen in het mysterie van de Moeder van het
vleesgeworden Woord en dit steeds beter te verduidelijken. Beslissende
betekenis voor deze verdieping heeft het Concilie van Efese gehad (in het jaar
431), waarop de waarheid over het goddelijke moederschap van Maria tot grote
vreugde van de christenen plechtig bevestigd werd als geloofswaarheid van de
Kerk. Maria is de Moeder van God (= Theotókos), omdat zij door de
heilige Geest Jezus Christus, de Zoon van God die één in wezen is met de Vader,
in haar maagdelijke schoot ontvangen en aan de wereld geschonken heeft. De
Zoon van God, . . . geboren uit de Maagd Maria, is . . . werkelijk één van de
onzen geworden. Hij is mens geworden. Zo schittert aan de horizon van het
geloof van de Kerk door middel van het mysterie van Christus ten volle het
mysterie van zijn Moeder. Op zijn beurt was het dogma van het goddelijke
moederschap van Maria voor het Concilie van Efese, en is het voor de Kerk, als
het ware een bezegeling van het dogma van de menswording, waarin het Woord
waarlijk de menselijke natuur aanneemt in de eenheid van zijn persoon zonder
haar te niet te doen.
Het Tweede Vaticaans Concilie,
dat Maria voorhoudt in het mysterie van Christus, vindt op deze manier ook de
weg om de kennis van het mysterie van de Kerk te verdiepen. Want Maria is als
Moeder van Christus op bijzondere wijze verenigd met de Kerk, die de
Heer als zijn lichaam heeft ingesteld. De Concilietekst brengt op veelzeggende
wijze deze waarheid over de Kerk als het lichaam van Christus (volgens de leer
van de brieven van Paulus) in verband met de waarheid dat de Zoon van God door
de heilige Geest uit de Maagd Maria is geboren. De werkelijkheid van de
menswording vindt als het ware een verlengstuk in het mysterie van de
Kerk, lichaam van Christus. En men kan niet aan die werkelijkheid van de
menswording denken zonder te verwijzen naar Maria, de Moeder van het
mensgeworden Woord.
In deze overwegingen wil ik
echter vooral verwijzen naar de pelgrimstocht van het geloof waarop de
heilige Maagd is voortgegaan en de vereniging met Christus standvastig volgehouden
heeft. Zo krijgt die tweevoudige band die de Moeder van God verenigt met
Christus en met de Kerk een historische betekenis. Het gaat hier niet
slechts om de geschiedenis van de Moeder-maagd, om haar persoonlijke geloofsweg
en het beste deel dat zij heeft in het heilsmysterie, maar ook om
de geschiedenis van heel het volk Gods, van allen die deelnemen aan
dezelfde pelgrimstocht van het geloof.
Het Concilie drukt dit uit waar
het in een andere passage vaststelt dat Maria is voorgegaan en model
van de Kerk is geworden in de order van het geloof, de liefde en de
volmaakte eenheid met Christus. Dit voorgaan als beeld of model verwijst
naar het diepe mysterie zelf van de Kerk, die in de vervulling van haar eigen
heilszending in zich de eigenschappen van moeder en maagd verenigt,
zoals Maria. Zij is een maagd die haar trouw aan de Bruidegom gaaf en
zuiver behoudt en die ook zelf moeder wordt . . . want zij brengt
zonen ter wereld, van de heilige Geest ontvangen en uit God geboren, voor een
nieuw en onsterfelijk leven.
Dit alles geschiedt in een groot
historisch proces en om zo te zeggen op een tocht. De pelgrimstocht
van het geloof duidt de innerlijke geschiedenis aan, men zou kunnen zeggen de
geschiedenis van de zielen. Maar deze is ook de geschiedenis van de mensen die
op deze aarde onderworpen zijn aan de vergankelijkheid, opgenomen zijn in de
dimensie van de geschiedenis. In de volgende overwegingen willen wij ons vooral
concentreren op de huidige fase, die uiteraard nog niet geschiedenis is en haar
toch voortdurend vormt, ook in de zin van heilsgeschiedenis. Hier gaat een
wijde ruimte open waarin de heilige Maagd Maria het volk Gods blijft
voorgaan. Haar uitzonderlijke pelgrimstocht van het geloof vormt een vast
referentiepunt voor de Kerk, voor de enkelingen en de gemeenschappen, voor de
volkeren en de naties, en in zekere zin voor de gehele mensheid. Het is
werkelijk moeilijk om de straal ervan te omvatten en te meten.
Het Concilie onderstreept
dat de Moeder van God nu reeds de eschatologische vervulling van de Kerk
is: De Kerk heeft in de zalige Maagd reeds de volmaaktheid bereikt,
waardoor ze vlek noch rimpel vertoont; en tegelijk benadrukt het dat de
gelovigen zich nog steeds moeten inspannen om door de overwinning op de zonde
in heiligheid te groeien; daarom verheffen zij hun blikken naar Maria, die
voor heel de gemeenschap van de uitverkorenen als een toonbeeld van deugden
uitmunt. De Moeder van Gods Zoon neemt niet meer deel aan de pelgrimstocht van
het geloof. Maria die verheerlijkt in de hemel is naast haar Zoon, heeft reeds
de drempel tussen geloof en zien van aangezicht tot aangezicht (1 Kor. 13,
12) overschreden. Maar tegelijk houdt Maria niet op in deze eschatologische
vervulling de sterre der zee (Maris Stella) te zijn voor allen die nog
de weg van het geloof gaan. Als zij hun blikken naar haar opheffen op de
verschillende plaatsen van het aardse bestaan, dan doen zij dit omdat zij de
Zoon ter wereld heeft gebracht die God gesteld heeft tot Eerstgeborene onder
vele broeders, en ook omdat zij met moederlijke liefde bijdraagt tot
de geboorte en opvoeding van deze broeders en zusters.
DEEL 1 : MARIA IN HET MYSTERIE VAN CHRISTUS
HOOFDSTUK 1 - Vol
genade
Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus
Christus, die ons in de hemelen in Christus heeft gezegend met elke geestelijke
zegen (Ef. 1, 3). Deze woorden van de brief aan de christenen van Efese openvaren
het eeuwige plan van God de Vader, zijn plan om de mens in Christus te redden.
Het is een universeel plan dat alle mensen die geschapen zijn naar het beeld en
de gelijkenis van God , betreft. Zoals allen in het begin begrepen
zijn in Gods scheppingswerk, zo zijn zij ook van eeuwigheid begrepen in het
goddelijke heilsplan, dat volledig geopenbaard zou worden in de volheid
van de tijd met de komst van Christus. De God die de Vader van onze
heer Jezus Christus in Hem, zo gaat dezelfde brief verder, ons
uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, om heilig en vlekkeloos te zijn
voor zijn aangezicht. In liefde heeft Hij ons voorbestemd zijn kinderen te
worden door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil, tot lof van de
heerlijkheid van zijn genade. Hiermee heeft Hij ons begiftigd in de Geliefde,
in wie wij de verlossing hebben door zijn bloed, de vergeving van de zonden,
dank zij de rijkdom van zijn genade (Ef. 1, 4-7).
Het goddelijke heilsplan, dat
ons volledige geopenbaard is met de komst van Christus, is eeuwig. Het is ook,
volgens de leer van die brief en van andere paulijnse brieven, van
eeuwigheid af verbonden met Christus. Het omvat alle mensen, maar behoudt
een bijzondere plaats voor aan de vrouw die de Moeder is van Hem
aan wie de Vader het heilswerk toevertrouwd heeft. Zoals het Tweede Vaticaans
Concilie schrijft: Zij is het die . . . reeds profetisch doorzichtig
wordt in de belofte die aan de in zonde gevallen stamouders werd geschonken -volgens
het boek Genesis; evenzo is zij de maagd die een zoon zal ontvangen
en varen aan wie men de naam Immanuel zal geven -volgens de woorden
van Jesaja. Op deze wijze bereidt het Oude Testament die volheid van
de tijd voor waarin God zijn Zoon gezonden heeft, geboren uit een
vrouw . . . opdat wij de rang van zonen zouden verkrijgen. De komst van Gods
Zoon in de wereld is de gebeurtenis die opgetekend staat in de eerste
hoofdstukken van de evangelies volgens Lucas en volgens Matteüs.
Maria wordt
definitief binnengeleid in het mysterie van Christus door deze
gebeurtenis: de boodschap van de engel. Zij vindt plaats te Nazaret,
in zeer bepaalde omstandigheden van de geschiedenis van Israël het volk zegt
tot de Maagd: Wees gegroet, vol van genade, de Heer is met u (Lc.
1, 28). Maria schrok van dat woord en vroeg zich af wat die groet toch
wel kon betekenen (Lc. 1, 29): wat konden al die buitengewone woorden wel
betekenen en in het bijzonder de uitdrukking vol van genade (kecharitoméne)?
Als wij samen met Maria willen
mediteren over deze woorden en speciaal over de uitdrukking vol van
genade, dan kunnen wij een veelbetekenend vergelijkingspunt vinden juist in de
bovengenoemde tekst uit de brief aan de christenen van Efese. Als de Maagd
van Nazaret na de boodschap van de hemelse bode ook de gezegende onder de
vrouwen genoemd wordt, dan ligt de verklaring hiervoor in de zegen
waarmee God de Vader ons overladen heeft in de hemelen in
Christus. Het is een geestelijke zegen, die alle mensen betreft en in
zich de volheid en de universaliteit draagt (elke zegen), en die voortkomt
uit de liefde die de Vader en de Zoon, die één in wezen met Hem is, verenigt in
de heilige Geest. Het is tegelijk een zegen die door Jezus Christus is
uitgestort in de mensgeschiedenis tot aan het einde toe: over alle mensen. Deze
zegen betreft echter in een speciale en uitzonderlijke maat Maria: Elisabet
heeft haar immers begroet als de gezegende onder de vrouwen.
De reden voor de tweevoudige
groet is dus dat zich in de ziel van deze dochter van Sion in
zekere zin heel de heerlijkheid van de genade heeft geopenbaard,
van die genade waarmee de Vader . . . ons heeft begiftigd in de Geliefde.
De bode groet Maria immers als de Begenadigde; hij noemt haar zo, alsof
dit haar echte naam is. Hij noemt zijn gesprekspartner niet bij de naam die zij
onder de mensen heeft: Miryam (=Maria), maar bij deze nieuwe naam:
Begenadigde. Wat betekent deze naam? Waarom noemt de aartsengel de Maagd
van Nazaret zo?
In de bijbelse taal betekent
genade een speciale gave, die volgens het Nieuwe Testament haar bron heeft in
het leven van de drieëne God, van God die liefde is. De uitverkiezing waarover
de brief aan de christenen van Efese spreekt is vrucht van deze
liefde. Van Gods kant is deze uitverkiezing de eeuwige wil om de mens te redden
door deelname aan zijn eigen leven in Christus: het is het heil in de
deelname aan het bovennatuurlijke leven. De uitwerking van deze eeuwige gave,
van deze genade van de uitverkiezing van de mens door God, is als een kiem van
heiligheid of als een bron die opspringt in de ziel als gave van God zelf, die
de uitverkorenen levend en heilig maakt door middel van de genade. Op deze
wijze wordt vervuld, d.w.z. wordt werkelijkheid, die zegening van de mens met
elke geestelijke zegen, die aanneming tot zijn kinderen in Christus ofwel in
Hem die eeuwig de geliefde Zoon van de Vader is.
Wanneer wij lezen dat de bode
tot Maria zegt: vol van genade, dan laat de context van het evangelie, waarin
oude openbaringen en beloften samenvloeien, ons begrijpen dat het hier gaat om
een speciale zegen onder alle geestelijke zegeningen in Christus. Zij is
reeds aanwezig in het mysterie van Christus voor de schepping der
wereld als degene die de Vader uitgekozen heeft als Moeder van zijn
Zoon in de menswording en de Zoon heeft haar samen met de Vader uitgekozen en
haar eeuwig toevertrouwd aan de Geest van heiligheid. Maria is op geheel
bijzondere en uitzonderlijke wijze verenigd met Christus. Zij wordt eveneens op
geheel bijzonder en uitzonderlijke wijze bemind in deze eeuwige geliefde
Zoon, in deze Zoon die één wezen is met de Vader en in wie heel de
heerlijkheid van de genade samenkomt. Tegelijk is en blijft zij geheel open
voor deze gave van boven. Zoals het Concilie leert, munt Maria uit tussen
de nederigen en armen van de Heer, die het heil met vertrouwen van Hem
verwachten en ontvangen.
Al Betekenen de groet en de naam
Begenadigde dit alles, in de context van de boodschap van de engel hebben zij
vooral betrekking op de uitverkiezing van Maria als Moeder van Gods Zoon. Maar
tegelijk wijst de volheid der genade heel de bovennatuurlijke gave aan waarmee
Maria begiftigd is in verband met het feit dat zij uitgekozen en bestemd is om
de Moeder van Christus te zijn. Ook al is deze uitverkiezing fundamenteel voor
de vervulling van het heilsplan van God met betrekking tot de mensheid; ook al
betreffen de eeuwige keuze in Christus en de bestemming tot de waardigheid van
aangenomen kinderen alle mensen, toch is de uitverkiezing van Maria geheel
uitzonderlijk en uniek. Vandaar ook de uitzonderlijkheid en de enigheid van
haar plaats in het mysterie van Christus.
De hemelse bode zegt tot
haar: Vrees niet, Maria, want gij hebt genade gevonden bij God. Zie, gij
zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, die gij de naam Jezus moet
geven. Hij zal groot zijn en zijn Zoon van de Allerhoogste genoemd worden (Lc.
1, 30-32). En als de Maagd, verschrikt door deze buitengewone groet,
vraagt: Hoe zal dit geschieden, daar ik geen gemeenschap heb met een
man?, ontvangt zij van de engel bevestiging en uitleg van de voorafgaande
woorden. Gabriël zegt tot haar: De heilige Geest zal over u komen en de
kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat ter wereld
wordt gebracht heilig genoemd worden, Zoon van God (Lc. 1, 35).
De boodschap is daarom de
openbaring van het mysterie van menswording aan het begin zelf van de
vervulling ervan op aarde. De heilsgave die God maakt van zichzelf en van zijn
leven, op zekere wijze aan de gehele schepping en direct aan de mens,
bereikt in het mysterie van de menswording één van zijn hoogtepunten. Dit
is inderdaad een hoogtepunt onder alle genadegaven in de geschiedenis van de
mens en van het heelal. Maria is vol van genade omdat de menswording
van het Woord, de vereniging van Gods Zoon met de menselijke natuur, juist in
haar verwerkelijkt en vervuld wordt. Maria is, zoals het Concilie leert, de
Moeder van de Zoon van God . . . en daarom de geliefde dochter van de Vader en
het heiligdom van de heilige Geest. Door deze uitmuntende gave gaat zij alle
andere schepselen in de hemel en op aarde ver te boven.
Sprekend over de heerlijkheid
van de genade waarmee God de Vader . . . ons begiftigd heeft in de
Geliefde, voegt de brief aan de christenen van Efese hieraan toe: in
Hem hebben wij de verlossing door zijn bloed (Ef. 1, 7). Volgens de leer die
geformuleerd is in plechtige documenten van de Kerk heeft deze heerlijkheid
van de genade zich in de Moeder Gods geopenbaard door het feit dat
zij op een meer verheven wijze is verlost. Krachtens de rijkdom der
genade van de geliefde Zoon, vanwege de verlossende verdiensten van Hem die
haar Zoon zou worden, is Maria gevrijwaard voor de overdracht van de
erfzonde. Zo hoort zij vanaf het eerste ogenblik van haar ontvangenis, dus van
haar bestaan, toe aan Christus en deelt zij in de verlossende en heiligmakende
genade en in die liefde die zijn oorsprong heeft in de Geliefde in
de Zoon van de eeuwige Vader, die door de menswording haar eigen Zoon is
geworden. Daarom ontvangt Mariadoor de heilige Geest in de orde van de
genade, d.w.z. van de deelname aan Gods eigen wezen, het leven van Hem aan
wie zij zelf in de orde van de aardse voortbrenging als moeder het
leven schonk. De liturgie aarzelt niet haar moeder van haar
Schepper te noemen en haar te groeten met de woorden die Dante
Alighieri de heilige Bernardus in de mond legt: dochter van uw Zoon. En
omdat Maria die nieuwe leven ontvangt in een volheid die
beantwoordt aan de liefde van de Zoon voor de Moeder en dus aan de waardigheid
van het goddelijke moederschap, noemt de engel haar bij de boodschap Begenadigde.
In het heilsplan van de
Allerheiligste Drieëenheid vormt het mysterie van de menswording de
overvloedige vervulling van de belofte die God aan de mensen gedaan heeft na
de erfzonde, na die eerste zonde waarvan de uitwerking op heel de
geschiedenis van de mens op aarde drukt. Zie, een Zoon komt ter wereld,
het kroost van de vrouw dat het kwaad van de zonde in de wortel zal
verslaan: Hij zal de kop van de slang verpletteren. Zoals uit de woorden
van het proto evangelie blijkt, zal de overwinning van de Zoon van de vrouw
niet behaald worden zonder een zware strijd die heel de geschiedenis van de
mens op aarde zal vullen. De vijandschap die in het begin is aangekondigd
wordt bevestigd in de Apokalyps, het boek van de laatste gebeurtenissen van de
Kerk en de wereld, waarin opnieuw het teken verschijnt van de vrouw
ditmaal bekleed met de zon (Apok. 12, 1).
Maria, de Moeder van het Woord,
wordt geplaatst in het centrum van die vijandschap, van die strijd waarmee
de mensengeschiedenis op aarde en de heilsgeschiedenis zelf vergezeld gaan. Op
die plaats draagt zij die bij de nederigen en armen van de Heer hoort,
als geen andere mens de heerlijkheid van de genade in zich waarmee
de Vader ons begiftigd heeft in de Geliefde, en deze genade bepaalt
de buitengewone grootheid en schoonheid van heel haar wezen. Zo blijft
Maria voor God en ook voor de gehele mensheid als het onveranderlijke en
onschendbare teken van de uitverkiezing door God waarover de paulijnse brief
spreekt: In Christus . . . heeft Hij ons uitverkoren vóór de grondlegging
van de wereld . . . en ons voorbestemd zijn kinderen te worden (Lc. 1,
4.5). Deze uitverkiezing is machtiger dan iedere ervaring van het kwaad en van
de zonde, dan heel die vijandschap waardoor de geschiedenis van de
mens getekend wordt. In deze geschiedenis blijft Maria een teken van vaste
hoop.
HOOFDSTUK 2 - Zalig
zij die geloofd heeft
Onmiddellijk na het verhaal van
de boodschap voert de evangelist Lucas ons achter de schreden van de Maagd van
Nazaret aan naar een stad in Judea (Lc. 1, 39). Volgens de
geleerden zou deze stad het huidige Ain-Karim zijn, dat niet ver van Jeruzalem
in de bergen ligt. Maria gaat daar met spoed naar toe om
Elisabet, haar bloedverwante, te bezoeken. De reden voor het bezoek moet
ook gezocht worden in het feit dat Gabriël bij de boodschap op veelzeggende
wijze Elisabet genoemd had die op gevorderde leeftijd van haar man Zacharias
een zoon ontvangen had, door Gods kracht: Elisabet, uw bloedverwante,
heeft in haar ouderdom een zoon ontvangen en, ofschoon zij ontvruchtbaar hette,
is zij nu in haar zesde maand; want voor God is niets onmogelijk (Lc. 1,
36-37). De goddelijke bode had zich beroepen op wat met Elisabet gebeurd was om
te antwoorden op de vraag van Maria: Hoe zal dit geschieden, daar ik geen
gemeenschap heb met een man? (Lc. 1, 34). Zie, het zal kunnen geschieden
juist door de kracht van de Allerhoogste, zoals en nog meer dan in het
geval van Elisabet.
Door liefde gedreven begeeft
Maria zich dus naar het huis van haar bloedverwante. Als zij er binnentreedt,
beantwoordt Elisabet haar groet en voelt zij het kind in haar schoot
opspringen. Vervuld met de heilige Geest groet zij op haar beurt Maria
met luider stemme: Gij zijt gezegend onder de vrouwen en gezegend is de vrucht
van uw schoot. Deze uitroep of toejuiching van Elisabet zou later opgenomen
worden in het Weesgegroet, als vervolg op de groet van de engel, en zo één
van de meest voorkomende gebeden van de Kerk worden. Maar nog meer betekenis
hebben de woorden van Elisabet in de vraag die volgt: Waaraan heb ik het
te danken dat de moeder van mijn Heer naar mij toekomt? (Lc. 1, 43).
Elisabet legt getuigenis af over Maria: zij erkent en verklaart dat voor haar
Moeder van de Heer staat, de Moeder van de Messias. Ook de zoon die Elisabet in
haar schoot draagt neemt deel aan dit getuigenis: Het kind sprong van vreugde
in mijn schoot (Lc. 1, 44). Het kind is de toekomstige Johannes de Doper die
bij de Jordaan Jezus als de Messias zal aanwijzen.
Ieder woord in de groet van
Elisabet is vol betekenis, maar wat zij op het eind zegt lijkt van fundamentele
betekenis: Zalig zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen wat
haar vanwege de Heer gezegd is (Lc. 1, 45). Deze woorden kunnen geplaatst
worden naast de benaming Begenadigde van de groet van de engel. In
beide teksten wordt de waarheid over Maria die werkelijk binnengetreden is in
het mysterie van Christus, juist omdat zij geloofd heeft, werkelijkheid.
De volheid de genade die de engel aangekondigd heeft betekent de gave
van God zelf; het geloof van Maria, dat Elisabet geprezen heeft bij
het bezoek, geeft aan hoe de Maagd van Nazaret geantwoord heeft
op deze gave.
Aan de openbare God moet de
mens de gehoorzaamheid van het geloof (Rom. 16, 26) betonen,
waardoor hij zich vrijelijk geheel aan God toevertrouwt, leert het Concilie.
Het geloof zoals het hier beschreven wordt, heeft in Maria een volmaakte
verwezenlijking gevonden. Het beslissende ogenblik was de
boodschap, en de woorden van Elisabet: Zalig zij die geloofd heeft hebben
op de eerste plaats juist op dit moment betrekking.
Want bij de boodschap heeft Maria zich volledig aan
God toevertrouwd en de gehoorzaamheid van het geloof betoond
aan Hem die door zijn bode tot haar sprak, en de volledige onderdanigheid
van verstand en wil bewezen. Zij heeft dus met heel haar menselijke,
vrouwelijke ik geantwoord. Dit geloofsantwoord bevatte een volmaakte
medewerking met de voorkomende en helpende genade van God en een
volmaakte beschikbaarheid voor de werking van de heilige Geest die voortdurend
het geloof vervolmaakt door zijn gave.
Jesaja
12:1-6 Op die dag zult gij zeggen: Ik loof u, Jahwe; Gij waart
toornig op mij, maar uw toorn is bedaard en Gij hebt mij getroost. Ja, God is
mijn redding, ik vrees niet, ik ben vol vertrouwen: Jahwe is mijn sterkte en
kracht, Hij is mijn redding geworden. En gij zult vol vreugde water
putten uit de bronnen der redding. Op die dag zult gij zeggen: Looft
jahwe, roept zijn naam uit, maakt onder de volken zijn daden bekend, verkondigt
zijn hoog verheven naam. Zingt Jahwe lof, want Hij deed grootse dingen,
laat het bekend zijn over heel de aarde! Juicht en jubelt, bewoners van Sion:
Israëls Heilige is groot in uw midden!
Jesaja
55:1-11Komt allen die dorst hebt, hier is water; en gij,
die geen geld hebt, komt, koopt koren en eet zonder geld, en drinkt zonder
betaling wijn en melk. Waarom besteedt gij geld aan wat geen brood is, en
uw loon aan iets wat niet verzadigt? Luistert aandachtig naar Mij, en gij zult
eten wat goed is, en uw honger stillen met uitgelezen spijs. Neigt uw oor
en komt naar Mij, luistert en gij zult leven; een eeuwig verbond zal Ik met u
sluiten, een blijk van mijn blijvende trouw aan David gezworen. Zie, hem
had Ik tot getuige voor de volkeren aangesteld, tot vorst en gebieder over de
naties. Zie, zo komt nu een volk, dat gij niet kent, naar u toe, en een volk
dat u niet kent, snelt op u af, omwille van Jahwe, uw God, en wegens de Heilige
van Israël, omdat Hij u luister heeft verleend. Zoekt Jahwe, nu Hij te
vinden is, roept Hem aan: Hij is nabij, De zondaar moet zijn weg verlaten
en de boosdoener zijn gedachten; en terugkeren naar Jahwe, die zich over hem
erbarmen zal, naar onze God, die immers rijkelijk vergeeft. Want mijn
gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen niet mijn wegen, zo luidt de
godsspraak van Jahwe, want zoals de hemel hoger is dan de aarde, zo gaan
ook mijn wegen uw wegen te boven, en mijn gedachten uw gedachten. Want
zoals de regen en de sneeuw uit de hemel neerdalen en daarheen pas terugkeren,
wanneer zij de aarde hebben gedrenkt, haar hebben bevrucht en met planten
bedekt, wanneer zij zaad hebben gegeven aan de zaaier, en brood aan de
eter; zo zal het ook gaan met mijn woord, dat voortkomt uit mijn mond; het
keert niet vruchteloos naar Mij terug, maar pas wanneer het heeft gedaan wat
Mij behaagt, en alles heeft volvoerd, waartoe Ik het heb gezonden.
Sirach
15:1-6Zo doet degene die
de Heer vreest; wie zich houdt aan de wet zal de wijsheid verwerven. Als
een moeder komt zij hem tegemoet en zij begroet hem als de vrouw van zijn
jeugd. Zij geeft hem het brood van het inzicht te eten en laat hem het
water van de wijsheid drinken. Hij steunt op haar en hij wankelt niet,
hij hecht zich aan haar en hij wordt niet beschaamd. Zij zal hem verheffen
boven zijn naasten en in het midden van de vergadering ontsluit ze zijn mond. Blijdschap
en een vreugdekrans en een onvergankelijke naam zal zij hem schenken.
1
Johannes 5:1-6 Iedereen die gelooft dat Jezus de verlosser
is, is een kind van God. Welnu, wie de vader liefheeft bemint ook het kind. Willen
wij God liefhebben en zijn geboden onderhouden, dan moeten wij ook Gods
kinderen liefhebben. Dat is onze maatstaf. God beminnen wil zeggen zijn
geboden onderhouden, en zijn geboden zijn niet moeilijk te onderhouden, want
ieder die uit God geboren is overwint de wereld. En het wapen waarmee wij de
wereld overwinnen is geen ander dan ons geloof. Niemand kan de wereld
overwinnen dan hij die gelooft dat Jezus de Zoon van God is. Hij is het die
gekomen is met water en bloed, Jezus Christus. Hij is gekomen niet door water
alleen, maar door water en door bloed. De Geest betuigt het, omdat de Geest de
waarheid is.
Openbaring
7:13-17 Toen richtte zich een van de oudsten tot mij en zei: Wie
zijn dat in die witte gewaden en waar komen zij vandaan? Ik antwoordde hem:
Heer, dat weet gij. Toen zei hij: Dat zijn degenen die komen uit de grote
verdrukking, die hun gewaden hebben wit gewassen in het bloed van het Lam. Daarom
staan zij voor de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in zijn tempel, en
Hij die op de troon is gezeten zal zijn tent over hen uitspreiden. Zij
zullen nooit meer honger of dorst lijden, geen zonnesteek of woestijngloed zal
hen treffen, want het Lam in het midden van de troon zal hen weiden en voeren
naar de waterbronnen van het leven, en God zal alle tranen van hun ogen
afwissen.
Openbaring
22:1-5 Toen toonde mij de engel de rivier met het water des
levens, helder als kristal, die ontwelde aan de troon van God en van het Lam. Zij
liep midden door de straat van de stad, en op haar oevers, aan weerszijden,
stond het geboomte des levens, dat twaalfmaal vrucht draagt, elke maand eens;
en zijn loof brengt de volken genezing. En er zal geen banvloek meer zijn.
En de troon van God en van het Lam zal daar staan en zijn dienstknechten zullen
Hem vereren. Zij zullen zijn gelaat aanschouwen en zijn naam zal op hun
voorhoofd zijn. Er zal geen nacht meer zijn en zij behoeven geen licht
meer van lamp of zon, want God de Heer zal over hen lichten, en zij zullen
heersen in de eeuwen der eeuwen.
Johannes
13:3-15 In het bewustzijn dat de Vader Hem alles in handen had
gegeven en dat Hij van God was uitgegaan en naar God terugkeerde, stond
Hij van tafel op, legde zijn bovenkleren af, nam een linnen doek en omgordde
zich daarmee. Daarop goot Hij water in het wasbekken en begon de voeten van de
leerlingen te wassen en ze met de doek waarmee Hij omgord was af te
drogen. Zo kwam Hij bij Simon Petrus, die echter tot Hem zei: Heer wilt
Gij mij de voeten wassen? Jezus gaf hem ten antwoord: Wat Ik doe
begrijpt ge nu nog niet, maar later zult gij het inzien. Toen zei Petrus
tot Hem: Nooit in der eeuwigheid zult Gij mij de voeten wassen! Jezus
antwoordde hem: Als gij u niet door Mij laat wassen, kunt gij mijn deelgenoot
niet zijn. Daarop zei Simon Petrus tot Hem: Heer, dan niet alleen mijn
voeten, maar ook mijn handen en hoofd. Maar Jezus antwoordde: Wie een
bad heeft genomen, behoeft zich niet meer te wassen (tenzij de voeten), hij is
immers helemaal rein. Ook gij zijt rein, ofschoon niet allen. Hij
wist immers wie Hem zou overleveren. Daarom zei Hij: Niet allen zijt gij
rein. Toen Hij dan hun voeten had gewassen, zijn bovenkleren had aangetrokken
en weer aan tafel was gegaan, sprak Hij tot hen: Begrijpt gij wat Ik u gedaan
heb? Gij spreekt Mij aan als Leraar en Heer, en dat doet gij terecht, want
dat ben Ik. Maar als Ik, de Heer en Leraar, uw voeten heb gewassen, dan
behoort ook gij elkaar de voeten te wassen. Ik heb u een voorbeeld
gegeven, opdat gij zoudt doen zoals Ik u gedaan heb.
Gebed van zegen
Na de lezing, zegt de celebrant: Laat ons bidden.
Allen bidden in stilte; dan zegt de celebrant met uitgestrekte
handen, het gebed van zegen:
Gezegend bent U, Heer, Almachtige God,
die in Christus, het levende water van redding,
ons gezegend heeft en omgevormd.
Verleen dat wanneer we besprenkeld worden met dit water
of wanneer we er gebruik van maken,
we innerlijk worden verfrist door de kracht
van de Heilige Geest
en blijven leven in het nieuwe leven
dat we ontvingen bij het Doopsel.
We vragen dit door Christus onze Heer. R. Amen.
Het kruisteken over het water.
God zij dank dat we het Roomse Rituale hebben om ons te
helpen. Je moet niet elke keer het zout exorciseren. Ik exorciseer het zout en
houd het zo wanneer ik de traditionele zegening doe, het neemt niet zoveel tijd
in beslag. Geëxorciseerd zout is zeer krachtig tegen de duivel. Je kunt het
rond je huis, tuin, werk, en buurt strooien. Je kunt het ook gebruiken als je kookt.
Sommige eenvoudige zaken om te gebruiken als
bescherming tegen de duivel zijn: Wijwater, de geëxorciseerde H. Benedictusmedaille,
het bruine scapulier, de wonderdadige medaille en het dragen van de rozenkrans.
Blijf altijd in staat van genade, het helpt zoveel om de
aanvallen van de duivel te vermijden. We zouden meer moeten bevreesd zijn voor
het beledigen van God, dan voor de duivel. Vergeet ook nooit dat Maria een
grote beschermster is tegen de boze en ook de H. Michael. De H. Jozef wordt verschrikking van de duivel
genoemd.
Driekoningenwater
Het driekoningenwijwater is het water
dat tijdens de hoogmis op die dag gewijd wordt. Het is wijwater,
en als zodanig een van de vele sacramentaliën in de katholieke
kerken. Er wordt ongeveer 45 minuten over gebeden en is daarom het sterkste
wijwater. De sacramentaliën ontvangen de kracht die de gebeden uitdrukken bij
de zegening ervan.
In het Romeins
Rituaal wordt het wijdingsritueel beschreven dat alleen op de vigilie
van Driekoningen (5 januari) door een priester uitgevoerd kan worden.
De wijding geeft vier groepen van genaden:
verjaagt de duivel en zijn invloeden
roept de hulp van de hemel, de heiligen en engelen
af
geeft genezing naar ziel en lichaam
biedt genezing voor mensen en dieren.
Driekoningen was vroeger
net zoals Pasen traditioneel een doopdag. Ter herinnering aan de doop
vond met Driekoningen de wijding van het water plaats.
De liturgie van de wijding
van het driekoningenwijwater is als volgt opgebouwd:
litanie van alle heiligen, dat is de aanroeping van
degenen die definitief de overwinning over alle kwaad hebben behaald; de
'zegevierende Kerk'
twee overwinningshymnen uit de H Schrift, het Benedictus over
de komst van de voorloper van de Messias en verlosser en het Magnificat over
de komst van de Messias en verlosser zelf
drie psalmen over de overwinning van Israël tegen
de vijanden in het Oude Testament, voorteken van overwinning over
geestelijke vijanden in het nieuwe testament
gewone wijwatergebed met exorcismen over zout en
water
het kleine exorcisme van paus Leo XIII of
van de Aartsengel Michael tegen de omzetenheid (sterke merkbare
invloed van de duivel), waarin beroep wordt gedaan op alle sterke geloofsgeheimen
gezongen Te Deum, loflied van de overwinnende
kerk van de heiligen in de hemel.
Het
verdrijven van de duivel
De duivel haat wijwater omwille van zijn macht over hem. Hij
kan niet lang blijven op een plaats of bij een persoon die dikwijls wordt
besprenkeld met wijwater.
Lees wat de H. Teresa van Avila hierover had te zeggen:
"Uit lange ervaring heb ik
geleerd dat er niets zoals wijwater is om duivels op de vlucht te jagen en te
voorkomen dat ze terugkomen. Ze vluchten ook voor het kruis, maar keren terug;
daarom moet wijwater een grote waarde hebben. Voor mij, als ik het neem, is
mijn ziel getroost. In feite is het een
bewuste verfrissing die ik niet kan omschrijven, het lijkt op een innerlijke
vreugde die mijn hele ziel troost.
"Op een nacht, ongeveer
deze tijd, dacht ik dat de duivels mij aan het verstikken waren; en wanneer de
zusters heel wat wijwater hadden gesprenkeld zag ik een grote groep duivels
wegrennen zo vlug ze konden."
"Op een nacht was ik
devotionele gebeden aan het bidden, wanneer de duivel zelf kwam en me wilde
doen stoppen met bidden. Ik sloeg een kruisteken en hij ging weg. Ik begon verder te bidden en hij kwam terug. Ik
begon drie keer opnieuw en het was tot ik wat wijwater sprenkelde dat ik verder
kon bidden. Op hetzelfde moment zag ik verschillende zielen uit het Vagevuur
komen: hun tijd was bijna op en ik denk dat de duivel hun bevrijding wilde
voorkomen."
Wijwater
gebed voor de zielen van het Vagevuur
Sprenkel een paar druppels van Heilig Water en bid vurig:
"O God, in Uw
barmhartigheid vermenigvuldig deze druppels in zoveel Wijwaterdruppels als er
zielen zijn in het Vagevuur, en laat hen toe de pijnen van het Vagevuur niet te
vrezen, zoals als het vocht van het Wijwater aanwezig is.
Hoe
van wijwater dat muf is afgeraken:
Wijwater blijft gewoonlijk voor
een lange tijd bewaard. Maar als je toch muf water hebt, giet het dan buiten in
de grond aan planten of bomen. De reden omdat we het in de grond gieten is
omdat de grond heilig is en we het teruggeven aan de natuur. Andere religieuze
zaken zoals gebroken rozenkransen, versleten scapulieren, gebroken beelden,
enz. mogen ook in de grond begraven worden.
Asperges me (wikipedia): Het Asperges me is de katholieke liturgische plechtigheid
die op zondagen aan de viering van een plechtige H. Mis voorafgaat.
De kerkgangers worden gezegend met wijwater, terwijl het koor de Gregoriaanse antifoon 'Asperges
Me' zingt.
De gewone vorm van de
Romeinse ritus voorziet in een verkorte versie van het Asperges me.
In de buitengewone vorm is de plechtigheid volledig bewaard.
Ritueel
De priester of
bisschop gaat hierbij, gekleed in koorkap en eventueel geholpen
door diakens, door de kerk en besprenkelt de gelovigen door middel van
een aspergil met wijwater. Dit gebeurt ter herinnering aan
het doopsel en om barmhartigheid en reiniging van God af
te smeken, voordat men de heilige geheimen van de eucharistie viert.
Na de besprenkeling spreekt de celebrant staande voor het tabernakel een
gebed uit, waarin bescherming van het kerkgebouw en het gelovige volk
afgesmeekt wordt. Hierna wordt de koorkap afgelegd en bekleedt de priester zich
met kazuifel, manipel en bonnet.
Antifoon
De naam Asperges
me komt van de Latijnse antifoon die tijdens deze
besprenkeling met wijwater Gregoriaans gezongen wordt, namelijk Psalm 51:9
Raak
met hysop mij aan: ik zal rein zijn, maak mij smetteloos: witter dan sneeuw.
In de Paastijd zingt
men in plaats van Psalm 51, Psalm 118:1; deze antifoon heet Vidi aquam bij
de besprenkeling, waarin op mystieke wijze Christus aan het kruis bezongen
wordt, uit wiens Zijde water en bloed vloeit.
Tweede Vaticaans Concilie
De plechtigheid is bijna
overal verdwenen, hoewel de Novus Ordo Missae wel in een verkorte
versie van het Asperges me voorziet. In de Mis volgens
de Tridentijnse ritus is de plechtigheid bewaard. De priester kan
ervoor kiezen om het asperges en de processie met koorkap te doen en zich te
verkleden bij het altaar, maar kan er ook voor kiezen om meteen het kazuifel te
dragen bij het vertrekken uit de sacristie. De priester bekleedt zich in de
nieuwe misorde (Ordo Missae Cum Populo) enkel nog met het kazuifel (en stole);
het manipel en de bonnet worden niet meer gedragen. (In de nieuwe misorde is
het asperges een deel van de eucharistie.)
Tekst der plechtigheid
Asperges me, Domine,
hyssopo, et mundabor:
Gij zult mij besprenkelen, Heer, met hysop,
en ik zal rein worden:
Lavabis me, et super
nivem dealbabor.
Gij zult mij wassen, en ik zal witter worden
dan sneeuw.
Miserere mei, Deus,
Ontferm u mijner, o God,
secundum magnam misericordiam tuam.
volgens uw grote barmhartigheid.
Gloria Patri, et
Filio, et Spiritui Sancto.
Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige
Geest.
Sicut erat in principio,
et nunc, et semper,
Zoals het was in het begin, en nu, en altijd,
et in saecula saeculorum. Amen.
en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Asperges me (...) dealbabor.
Was mij (...) dan sneeuw.
S. Ostende nobis,
Domine, misericordiam tuam.
Pr. Toon ons, Heer, uw barmhartigheid.
M. Et salutare tuum
da nobis.
V. En schenk ons uw heil.
S. Domine exaudi orationem meam.
Pr. Heer verhoor mijn gebed.
M. Et clamor meus ad te veniat.
V. En mijn noodkreet kome tot U.
S. Dominus vobiscum.
Pr. De Heer zij met u.
M. Et cum spiritu
tuo.
V. En met uw geest.
S. Oremus. Exaudi nos Domine sancte Pater omnipotens
aeterne Deus et mittere digneris sanctum angelum tuum de caelis, qui
custodiat, foveat, protegat, visitet atque defendat omnes habitantes in hoc
habitaculo. Per Christum Dominum nostrum. Amen.
Pr. Laat ons bidden. Verhoor ons Heer, heilige
Vader, almachtige, eeuwige God en zend genadig uw heilige engel uit de hemel,
die allen die in dit heiligdom wonen moge bewaren, begunstigen, beschermen,
bezoeken en verdedigen. Door Christus onze Heer. Amen.
Wijwater
Definitie : Wijwater dat door een priester gewijd is.
Dit water wordt in de katholieke kerk gebruikt bij verschillende
religieuze handelingen. Wijwater wordt gerekend tot de sacramentalia.
Water is een heel belangrijk christelijk symbool. Het is de
bron van het leven. De hele aarde is een planeet vol water. Het geeft ons
leven, vernieuwt en hernieuwt.
Het christelijk leven begint met water bij de doop. Al in
het joodse leven werd water gebruikt bij reinigingsriten tegen de zonden. Het
is met de doop dat de gedoopte een nieuw leven begint als christen. We worden
gereinigd van onze zonden, begraven (ondergedompeld) met Christus om met Hem
uit het water te verrijzen in het nieuwe leven, herboren als kind van God.
Het doopwater is wijwater: water, waarover Gods zegen is
afgeroepen. Tijdens de viering in de Paasnacht wordt water in doopbekken
gegoten en gewijd door het uitspreken van een bede en het maken van een kruisteken
over het water. Tijdens de Paasviering worden de aanwezigen gezegend met dit
water, ter herinnering aan de eigen doop.
Wijwater is belangrijk: het wordt gebruikt om mensen en
zaken te zegenen. Bij binnenkomst (of het verlaten) van een kerk slaan katholieken
een kruisje nadat een paar vingers even in het wijwatervaten zijn
gedompeld. Ze staan dan onder het teken van het kruis met herinnering
aan de eigen doop. In kleinere vorm kunnen katholieken thuis ook wijwaterbakjes
hebben, gevuld met het gezegende wijwater uit de kerk.
Aan het einde van ons leven wordt bij de uitvaart de
lijkbaar besprenkeld met wijwater om Gods zegen over de dood af te smeken. Dit
is de absoute: het besprenkelen met wijwater en het bewieroken van de kist
onder het uitspreken van gebeden.
Een andere rol van water is bij plaatsen van Mariavereringen
en -verschijningen. Op veel plaatsen waar Maria is verschenen, is wel
een kraan te vinden dat heilig water schenkt. Bijvoorbeeld in bekende bedevaartplaatsen
als Banneux, Lourdes en Fatima. Ook hier reinigt, zegent en heiligt het water
de gelovige. (www.katholiek.nl)
Enkele
manieren om wijwater te gebruiken Gretchen Filz 12/8/2014 www.catholiccompany.com
Van lange ervaring heb ik geleerd dat er
niets zo goed is zoals wijwater om duivels op de vlucht te jagen en te
verhinderen dat ze terugkomen. Ze vluchten ook voor het Kruis, maar keren terug;
wijwater moet dus een grote heilzame werking hebben. Als ik er gebruik van maak
ondervindt mijn ziel een bijzondere troost. H. Teresa van Avila
Wanneer we deze uitspraak lezen zouden we moeten herinnerd
worden aan het belang van wijwater. Als we denken aan ons doopsel en onze
doopbeloften, als Katholieke hun vinger dopen in het wijwater en het kruisteken
maken als ze de kerk binnengaan.
Onze doopbeloften bevatten beloften om Satan te verwerpen
en zonde te vermijden. Maar meestal denken we er niet meer aan en is wijwater
maar gewoon omdat we het zo dikwijls gebruiken.
We moeten onthouden dat dit water, door de priester,
gezegend is door God krachtens Christus doopsel. De Katholieke Kerk bezit een
enorme kracht van sacramentele genade en het wijwater als sacramentalie
ontvangt zijn kracht door het gebed en de autoriteit van de Kerk.
De zegening dat over het water gezegd wordt door de
priester om het te wijden bevat gebeden van exorcisme. Het kan demonen
verdrijven, de zieken genezen, en ons genade geven, en toch wanneer we een
kruisteken maken met het wijwater denken we er zelfs niet aan hoe heilig het
eigenlijk is.
Wijwater is een krachtige sacramentalie en we zouden het
dagelijks moeten gebruiken. Wijwater kan gebruikt worden om mensen te zegenen,
plaatsen, en dingen die gebruikt worden om God te verheerlijken in hun leven.
Hier enkele
manieren om wijwater te gebruiken in je dagelijks leven:
1. Zegen jezelf
Deze suggestie is duidelijk, maar als we onszelf enkel zegenen met wijwater op
zondag, wat dan met de rest van de week? Je kunt nooit teveel genade of
zegening in je leven hebben. Gebruik dagelijks wijwater. Houd een wijwatervatje
in huis zodat jij en je gezin, en ook gasten zich kunnen zegenen in het komen
en gaan uit je huis. Houd het wijwatervatje in de buurt van de voordeur om er
zeker van te zijn dat je nooit de deur uitgaat zonder je te zegenen.
2. Zegen je huis Als
je niet de tijd genomen hebt om je huis te zegenen met wijwater, dan begin je
er best nu mee. Je huis is de huiskerk en heeft geestelijke bescherming nodig.
Je kunt zelf wijwater sprenkelen in je huis, of een priester je huis laten
wijden. Hij maakt gebruik van wijwater als een deel van de inzegening van je
huis. Wijwater in een kleine verstuiver doen, is gemakkelijk. Zo kun je het
thuis en elders gebruiken.
3. Zegen je gezin Gebruik
wijwater om te bidden en maak het Kruisteken over je partner en je kinderen
voor ze gaan slapen. Het dichterbij brengen van je gezin met God is op deze
manier een familietraditie om verder te zetten. Houd een wijwaterflesje bij je bed voor dit doel.
4. Zegen je
werkplaats Als je
buitenshuis werkt is het sprenkelen van je werkplaats een goed idee, niet enkel
voor geestelijke bescherming op de job, maar ook om je dagelijks werk te
heiligen voor de glorie van God.
5. Zegen je wagen De
wagen is waarschijnlijk de meest gevaarlijke plaats waar je elke dag tijd in
doorbrengt. Onderschat nooit de kracht van wijwater als het gebruikt wordt op
en in je wagen om veilig te rijden, wanneer het gebruikt wordt met geloof en
vertrouwen op God. Je kunt ook een priester je wagen laten zegenen met wijwater.
6. Zegen je moestuin Het
was een gewone praktijk in de Middeleeuwen dat mensen hun groentetuin
besprenkelden met wijwater. In tijden wanneer mensen zeer afhankelijk waren van
hun oogst om te overleven, konden een gebrek aan regen of vroege vorst roet in
het eten gooien. Het gebruik van wijwater om de plantjes te zegenen die gebruikt
worden voor voedsel toont het vertrouwen op Gods genade.
7. Zegen de zieken Als
je zieke familie hebt, zegen hen dan met wijwater, dan doe je een lichamelijk
en geestelijk werk van barmhartigheid. Als je zieken bezoekt in het ziekenhuis
of bejaardentehuis, zegen dan hun leefruimte met wijwater en laat een flesje
wijwater achter als een troost in hun noden.
8.
Zegen de zielen van het vagevuur Als we willen een kring van
voorsprekers hebben voor onszelf, laat ons dan enige van hun verlangens in
praktijk brengen en hen niet vergeten bij het wijwatervat. De heilige zielen
die het dichtst bij de Hemel zijn kunnen misschien maar 1 druppel wijwater
nodig hebben om hun hunkerende ziel te verlichten. Enkel in het Vagevuur kan
men begrijpen hoe hevig een arme ziel verlangt naar wijwater.
9. Zegen je huisdieren
Huisdieren zijn geliefde metgezellen voor alleenstaanden en gezinnen en ze bewijzen
hen dikwijls een grote dienst, en zelfs deze huisdieren kunnen gezegend worden met
wijwater omdat alle schepselen glorie geven aan God. Dit is ook van toepassing op het vee en de veestapel
op een boerderij.
Hier is een eenvoudig gebedje om te bidden
wanneer wijwater gebruikt wordt:
Omdat wijwater één van de sacramentaliën
is van de Kerk, worden dagelijkse zonden vergeven. Houd je ziel mooi zuiver in
Gods zicht door het Kruisteken te maken en te zeggen:
Door dit wijwater en door
Uw Kostbaar Bloed, was al mijn zonden weg, O Heer. Amen.
Er is geen specifiek gebed om te gebruiken wanneer wijwater
gebruikt wordt, buiten het kruisteken. Je kunt een Onze Vader bidden of zelf
het St Michaelsgebed wanneer je wijwater gebruikt. Houd er rekening mee dat het wijwater reeds gezegend
is door de gebeden van de priester.
Heilige Aartsengel Michaël,
Verdedig ons in de strijd en wees onze beschermer tegen de aanvallen en de
listen van de duivel.
Wij smeken U, dat God zijn heerschappij uitoefent over hem. En gij, Prins
van de Hemelse Legermachten, drijf Satan en de andere boze geesten, die
over de wereld ronddwalen voor het verderf van de zielen, terug in de hel door
de Goddelijke macht die U is toevertrouwd. Amen.
Traditioneel wijwater Pr. Carota 25/4/2013
Vandaag werd ik gevraagd om water te zegenen. Het duurt
langer en is meer werk, maar ik doe nog alleen de traditionele zegening van
water. Volgens het Roomse Rituale wordt er exorcisme gebed en wordt er geëxorciseerd
zout aan het wijwater toegevoegd. Hier is de ritus:
V. Onze hulp is in de naam van de Heer.
R. Die Hemel en aarde geschapen heeft.
Exorcisme van zout
O zout, schepping van God, ik exorciseer u door de levende
God, door de ware God, door de heilige God, door de God die u beval om gegoten
te worden in het water door Elisa de Profeet zodat zijn levengevende krachten
mogen hersteld worden. Ik exorciseer u zodat u een middel van redding moge
worden voor gelovigen, dat u gezondheid van ziel en lichaam moge brengen aan
allen die gebruik van u maken. Dat onvruchtbaarheid
moge vluchten. Dat van de plaatsen waar u gesprenkeld wordt
alle verschijningen, boosdoeners, duivels bedrog en elke onreine geest
verdreven wordt, bezworen door Hem die zal komen om de levenden en de doden en
de wereld te oordelen door vuur. Amen.
Elisa (wikipedia) : (Hebreeuws voor
"Mijn God is redding") is een profeet over wie
geschreven staat in de Hebreeuwse Bijbel. Hij is de leerling van de
profeet Elia en zijn opvolger na diens hemelvaart. De levensloop van
Elisa is met name terug te vinden aan het einde van het Bijbelboek 1
Koningen en voor de rest in het Bijbelboek 2 Koningen. In de Rooms-Katholiek
Kerk wordt zijn naamdag gevierd op 14 juni.
Elisa was de zoon van Safat uit Abel-meholah; hij werd de dienaar
en volgeling van Elia (1 Kon. 19:16-19). Zijn naam komt het
eerst voor in de opdracht aan Elia om hem tot opvolger te zalven.
Op zijn weg van Sinaï naar Damascus treft de
profeet Elia hem aan terwijl hij met de runderen het land ploegt. Hij roept
Elisa door zijn mantel over diens schouders te gooien. Hij neemt hem aan als
zoon en roept hem tot het profetenambt.
Tot het overlijden van Elia is verder weinig vermeld over Elisa.
Hierna wordt gezegd dat hij 'een dubbel deel' van de geest van Elia heeft
gekregen, en wel omdat hij de wonderbaarlijke hemelvaart van Elia heeft mogen
aanschouwen. Hij heeft de leiding van de profetenschool in Jericho,
redt Samaria en Dothan van een Syrische belegering, en
geneest de Syrische generaal Naäman van melaatsheid. Hij zalft
Hazael tot koning over Syrië en Jehu tot koning over Israël.
Jaren later, op zijn sterfbed, komt koning Joas, de kleinzoon
van Jehu van Israël, om te rouwen over zijn naderende einde. Hij spreekt
tot Elisa dezelfde woorden als Elisa bij Elia's dood: "Mijn vader, mijn
vader! Wagens en ruiters van Israël!"
Volgens 2 Koningen 13:20-21 werd een overleden man, door
omstandigheden in de gauwigheid in het graf van Elisa gegooid, weer levend toen
zijn lichaam in aanraking kwam met het gebeente van Elisa.
Laat ons bidden.
Almachtige en eeuwige God, we smeken U nederig, in Uw oneindige
goedheid en liefde, dit zout te zegenen + en te heiligen + die U heeft
geschapen en aan het gebruik door de mensheid heeft overgelaten, zodat het een
bron van gezondheid wordt voor de geest en het lichaam van allen die er gebruik
van maken, en het alle onreinheid moge wegnemen van hetgeen aangeraakt of
besprenkeld wordt en hetgeen beschermen van elke aanval van boze geesten. Door
onze Heer, Jezus Christus, Uw Zoon, die leeft en heerst met U in de eenheid van
de Heilige Geest, God, voor eeuwig en altijd. R. Amen.
Exorcisme van water
O water, schepping van God, ik exorciseer u in de naam van
God de Almachtige Vader, en in de naam van Jezus Christus, Zijn Zoon, onze
Heer, en met de kracht van de Heilige Geest. Ik exorciseer u zodat je al de
kracht van de Vijand moge doen vluchten, en in staat zijn om die Vijand met
zijn gevallen engelen uit te roeien: door de kracht van onze Heer Jezus
Christus, die zal komen om de levenden en de doden en de wereld te oordelen
door vuur. Amen.
Laat ons bidden.
O God, die voor de redding van de mensheid Uw grootste
mysteries op deze substantie, water, hebt gebouwd, aanhoor in Uw goedheid onze
gebeden en stort de kracht van Uw zegening + uit in dit element, klaargemaakt
voor vele soorten van zuiveringen. Moge dit, Uw schepping, een vertegenwoordiger worden van
goddelijke genade in dienst van Uw mysteries, om boze geesten te verjagen en
ziekte te verdrijven, zodat alles in de huizen en andere gebouwen van de
gelovigen die besprenkeld worden met dit water bevrijd moge worden van alle
onreinheid en bevrijd van alle kwaad. Laat geen adem van besmetting, geen
ziektedragende lucht, in deze plaatsen blijven. Mogen de sluwe streken van de
op de loer liggende Vijand vruchteloos zijn. Laat alles wat de veiligheid en
vrede van degenen die hier leven bedreigd vluchten door het sprenkelen van dit
water, zodat het heilzame dat verkregen wordt door Uw heilige naam te
aanroepen, verzekerd wordt tegen alle aanvallen. Door onze Heer Jezus Christus,
Uw Zoon, die leeft en heerst met U in de eenheid van de Heilige Geest, God,
voor eeuwig en altijd.
R. Amen.
Er is ook een zegening in het novus ordo boek van
zegeningen. Hier zijn de woorden om
water te zegenen:
Gezegend bent U, Heer, Almachtige God, U die
zich verwaardigde om ons te zegenen in Christus, het levende water van onze
redding, en ons innerlijk te hervormen. Verleen dat wij die versterkt worden door
het besprenkelen of gebruik van dit water, vernieuwd mogen worden door de Heilige
geest, door Zijn kracht, en altijd moge in de nieuwheid van leven zijn.
En dan maak je een kruisteken over het water.
Dit is de zegening in de viering van de mis:
WIJDING
Aanvangsritus
De celebrant begint met deze woorden: In de naam van de Vader, en de Zoon, en de Heilige Geest.
Allen maken het kruisteken en antwoorden: Amen.
De celebrant groet degenen die aanwezig zijn, en hij
gebruikt de volgende worden, hoofdzakelijk genomen uit de H. Schrift: Moge God, die door water en de Heilige Geest ons een nieuwe geboorte gegeven
heeft in Christus, met U allen zijn.
Allen antwoorden: En met Uw geest.
De celebrant bereidt deze die aanwezig zijn voor op de
zegening: De zegening van dit water herinnert ons aan Christus, het levende water, en aan
het sacrament van het Doopsel, waarin we werden geboren uit water en de Heilige
Geest. Wanneer we daarom besprenkeld worden met dit heilig water of het
gebruiken om ons te zegenen als we de kerk of ons huis binnenkomen, danken we
God voor zijn onschatbare gave aan ons en vragen we om zijn hulp zodat we trouw
blijven aan het sacrament die we hebben ontvangen in geloof.
Lezing van het Woord van God
Een lezer, of de celebrant leest een korte tekst uit de H.
Schrift, zoals de volgende:
Luister naar de woorden uit het H. Evangelie volgens
Johannes 7:37-39
Als iemand dorst heeft, Hij kome tot Mij.
Op de laatste en grootste dag van het feest
stond Jezus daar en riep met luider stem: Als iemand dorst heeft, hij kome tot
Mij; wie in Mij gelooft, hij drinke! Zoals de Schrift zegt: Stromen van
levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Hiermee doelde Hij op de
Geest, die zij, die in Hem geloofden, zouden ontvangen, want de Geest was er
nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.
Heilig zijn betekent in alle
opzichten op Christus lijken: in gedachten en gevoelens, in woord en daad. Het
meest kenmerkende van heiligheid is de liefde (God boven alles beminnen en de
naaste als zichzelf). De liefde doordrenkt alle deugden: de nederigheid,
rechtvaardigheid, werkinzet, kuisheid, gehoorzaamheid, vreugde, etc. De
heiligheid is een doel waartoe alle gedoopten geroepen zijn. Ze wordt alleen,
met de hulp van God, in de hemel bereikt na een levenslange strijd. Opus Dei
Vertegenwoordigers van heiligheid (www.derekprince.nl) De Heilige Geest, de Gever van
heiligheid
Zonder de Heilige Geest (of: de Geest van heiligheid) is er geen hoop dat wij
heilig kunnen worden. Zowel in heiliging als in het proces van verlossing,
ligt het initiatief bij God. Vervolgens vindt het volgende proces plaats:
De Heilige Geest begint invloed op ons uit te
oefenen
Hij keert ons af van de weg die naar verwoesting leidt (Matt. 7:13)
Hij brengt ons oog in oog met de waarheid (en met Jezus, die zelf de Waarheid
is)
Hij geeft ons geloof om die waarheid te geloven
Door deze waarheid te geloven, worden we gered
In Efeze 2:8 vertelt Paulus ons dat we moeten geloven. En
vervolgens herinnert hij ons aan het feit dat dit geloof niet uit onszelf is
gekomen, maar in ons is gelegd als gave van God.
Heiliging is het proces waardoor de Heilige Geest ons
afzondert tot een confrontatie met de waarheid die Christus brengt. De Heilige
Geest geeft ons de genade om het evangelie te gehoorzamen, en als we dat doen
wordt het bloed van Jezus over ons gesprenkeld.
Het initiatief van heiliging bij God, niet bij de mens, en
de eerste vertegenwoordiger in dit proces is de Heilige Geest. Daarom moeten we
vragen om de 7 Gaven van de Heilige Geest om het proces van heiliging bij ons
kracht bij te zetten.De Gaven van de Heilige Geest zijn voor de ziel
wat voedsel is voor het lichaam: levensnoodzakelijk. Wij mogen stellen dat de
ingesteldheid, de levensvisie, de houding en de deugdzaamheid van een mens
grotendeels wordt bepaald door de mate waarin hij door de Heilige Geest bezield
wordt. Het is diezelfde bezieling die in verregaande mate de graad van Liefde
en zuiverheid van de mens bepaalt. Liefde tot God, Maria en de medemens, en
zuiverheid in daden, woorden, gedachten, gevoelens en verlangens zijn de
grootste graadmeters voor heiligheid. Dit alles laat begrijpen waarom de
Heilige Geest de Heiligmaker wordt genoemd. Wat zijn nu de 7 Gaven van de
Heilige Geest: (catechese door Paus Franciscus 11/6/2014)
1 Wijsheid
Dit is een geschenk van de Heilige Geest. Daarom moeten we
aan de Heer vragen dat Hij ons de gave van wijsheid schenkt, van de wijsheid van God die ons leert met de ogen van God te zien,
met het hart van God te voelen, met de woorden van God te spreken. En zo, met
deze wijsheid, gaan we vooruit, bouwen we het gezin op, bouwen we de Kerk op en
heiligen we onszelf. Vragen we vandaag de genade van de wijsheid. En vragen we
dat aan Onze Lieve Vrouw, die de zetel van wijsheid is, van deze gave: dat zij
ons deze genade schenkt.
2 Inzicht
Dat is wat de Heilige Geest met ons doet: Hij opent onze
geest, om beter te verstaan, om beter het heilsplan van God te verstaan, de
situaties in het mensenleven en de werkelijkheid te doorgronden, enz. De gave
van inzicht is belangrijk voor ons christelijk leven. Vragen we aan de Heer dat
Hij ze ons schenkt, dat Hij ons allen de gave schenkt om de dingen die gebeuren
te verstaan, te verstaan zoals Hij en om vooral het Woord van God in het
Evangelie te verstaan.
3 Raad
Zoals alle andere gaven van de Geest, is ook de raad een
schat voor all christenen. De Heer spreekt niet slechts in de intimiteit van
ons hart, Hij spreekt daar zeker, maar niet alleen daar, Hij spreekt ook
doorheen de stem en het getuigenis van de broeders. Het is waarlijk een groot
geschenk mannen en vrouwen van geloof te mogen ontmoeten die ons , vooral bij
ingewikkelde en belangrijke overgangen in het leven, helpen klaarheid te
scheppen in ons hart om de wil van de Heer te leren kennen! Psalm 16 nodigt ons
uit met deze woorden te bidden: Ik prijs de Heer die mij raad heeft gegeven,
zelfs bij nacht spreekt mijn geweten. Ik houd de Heer voor ogen, de Heer
altijd, Hij staat mij terzijde en ik wankel niet. Dat de Geest altijd ons
hart vervult met deze zekerheid en ons overlaadt met zijn troost en vrede!
Vraag altijd om de gave van raad.
4 Sterkte
We moeten niet denken dat de gave van sterkte slechts bij bijzondere
situaties nodig is. Deze gave moet het basiskenmerk zijn van ons christelijk
bestaan, in het gewone van ons
alledaagse leven. Alle dagen van ons dagelijks leven moeten we sterk
zijn, we hebben deze sterkte nodig om met ons leven, ons gezin, ons geloof
verder te gaan. De apostel Paulus zegt hierover: Alles vermag ik in Hem, die
mij kracht geeft (Fil. 4, 13). Als we het gewone leven trotseren, als er
moeilijkheden komen, laat ons dan dit herinneren: Alles vermag ik in Hem, die
mij kracht geeft. De Heer geeft sterkte, Hij laat ze ons niet ontbreken; de Heer
beproeft ons niet boven onze krachten. Hij is ons altijd nabij. Alles vermag
ik in Hem, die mij kracht geeft. Soms kennen we de bekoring om ons, met de
lasten en beproevingen van het leven voor ogen, te laten verleiden tot ontmoediging.
Laten we in dergelijke gevallen de moed niet opgeven, maar laten we de Heilige
Geest aanroepen dat Hij ons hart door de gave van sterkte verlicht en aan ons
leven en onze navolging van Jezus nieuwe kracht en enthousiasme meedeelt.
5 Kennis
Wanneer over kennis gesproken wordt, denkt men onmiddellijk
aan het vermogen van de mens om altijd beter de werkelijkheid die hem omgeeft
te kennen en de wetten te ontdekken die de natuur en het heelal ordenen. De
kennis die van de Heilige Geest komt, beperkt zich echter niet tot de
menselijke kennis: het is een bijzondere gave, die ons ertoe brengt, via de
schepping, de grootheid en de liefde van God en zijn diepe verbondenheid met
elk schepsel, te vatten.Dit
moet ons tot nadenken stemmen en ons aan de Heilige Geest de gave van kennis
doen vragen om goed te verstaan dat de schepping het mooiste geschenk van God
is. Hij heeft zoveel goede dingen gemaakt voor het beste dat er is en dat is de
menselijke persoon.
6 Vroomheid
Deze gave van de Heilige Geest wordt dikwijls hetzij misverstaan
hetzij oppervlakkig benaderd, terwijl ze het hart van onze christelijke
identiteit raakt: het gaat over de gave van vroomheid.
Het moet van meet af aan duidelijk zijn dat deze gave niet
hetzelfde is als medelijden met iemand hebben. Deze gave verwijst naar ons
toebehoren aan God en onze diepe band met Hem, een band die zin geeft aan heel
ons leven en die ons, in gemeenschap met Hem, rechtop houdt ook op de moeilijke
en uitdagende momenten.
Deze band met de Heer mag niet verstaan worden als een
plicht of een last. Het is een band die van binnenuit komt. Het gaat om een met het hart beleefde relatie:
het is onze vriendschap met God, door Jezus geschonken, een vriendschap die ons
leven verandert en ons vervult van enthousiasme en vreugde. Vandaar dat de gave
van vroomheid in op de eerste plaats tot dankbaarheid en lofprijzing voert. Dat
is inderdaad het motief en de
meest waarachtige zin van onze aanbidding. Wanneer de Heilige Geest ons
de aanwezigheid van de Heer en heel zijn liefde voor ons doet waarnemen,
verwarmt Hij ons hart en zet ons als het ware natuurlijker wijze aan tot bidden
en vieren. Vroomheid is dus synoniem van waarachtige godsdienstzin, van
kinderlijk vertrouwen in God, van dat vermogen om tot Hem met liefde en
eenvoud, eigen aan personen met een nederig hart, te bidden.
Omdat de gave van vroomheid ons doet groeien in de relatie
en in de gemeenschap met God en ons ertoe brengt als zijn kinderen te leven,
helpt ze ons tegelijkertijd die
liefde op de anderen te oriënteren en hen als broeders te erkennen.
Wanneer dat gebeurt, worden we bewogen door gevoelens van vroomheid tegenover
onze naasten en tegenover hen die we elke dag ontmoeten. Sommigen denken dat
vroom zijn, betekent de ogen sluiten, een gezicht van een heiligenprentje
opzetten, doen alsof men een heilige is. Dat is niet de gave van vroomheid. De
gave van vroomheid betekent echt bekwaam zijn, blij te zijn met wie vreugde
beleeft, te wenen met wie weent, nabij te zijn bij wie alleen of angstig is, te
verbeteren wie dwaalt, te troosten wie rouwt, op te vangen en hulp te bieden
aan wie in nood is. Er bestaat een sterke band tussen de gave van vroomheid en
zachtmoedigheid. De gave van vroomheid die de Heilige Geest ons schenkt, maakt
ons zachtmoedig, rustig, geduldig, in vrede met God, zachtmoedig ten dienste
van de anderen.
7 Ontzag voor God
Ontzag voor God is de gave van de Geest die ons eraan
herinnert hoe klein we tegenover God en zijn liefde zijn en dat ons welzijn
erin bestaat ons nederig, met eerbied en vertrouwen aan zijn handen toe te
vertrouwen. Dat is het ontzag voor God: overgave aan de goedheid van onze Vader
die ons bijzonder liefheeft.
Wanneer de Heilige Geest in ons komt wonen, stort Hij
troost en vrede in ons en brengt ons ertoe ons te voelen zoals we zijn, dat wil
zeggen: klein, met die houding van iemand die al zijn zorgen en verwachtingen
aan God toevertrouwt en zich geborgen weet en gesteund door zijn warmte en
bescherming, precies zoals een kindje met zijn papa! Dat bewerkt de Heilige
Geest in onze harten: Hij geeft ons het gevoel van kindjes in de armen van onze
papa. Zo begrijpen we dat ontzag voor God in ons de vorm aanneemt van
volgzaamheid, van erkentelijkheid en van lofprijzing en zo ons hart vervult van
hoop. Vaak slagen we er niet in de bedoeling van God te verstaan en stellen we
vast dat we er op eigen kracht niet in slagen het geluk en het eeuwig leven te
bereiken. Het is precies bij de ervaring van onze grenzen en onze armoede dat
de Geest ons moed inspreekt en ons doet zien dat het enig belangrijke erin
bestaat ons door Jezus in de armen van zijn Vader te laten voeren.
Daarom hebben we grote nood aan deze gave van de Heilige
Geest. Ontzag voor God doet ons verstaan dat alles genade is en dat onze ware
sterkte alleen in de navolging van Jezus bestaat en in het aanvoelen dat de
Vader zijn goedheid en barmhartigheid over ons kan uitstorten. Het hart openen
zodat de goedheid en barmhartigheid van God tot ons komen. Dat bewerkt de
Heilige Geest bij middel van de gave van ontzag voor God: Hij opent de harten
zodat de vergiffenis, de barmhartigheid, de goedheid en de liefkozingen van de
Vader ons bereiken, want we zijn kinderen die oneindig bemind worden.
Wanneer we doordrongen zijn van ontzag voor God, zijn we
geneigd de Heer met nederigheid, volgzaamheid en gehoorzaamheid te volgen. Niet
met een houding van onderwerping, passief, zelfs klagend, maar met de verbazing
en de vreugde van een kind dat zich door de Vader geholpen en bemind weet.
Ontzag voor God maakt van ons geen angstige Christenen die het opgeven, maar
het wekt moed en kracht in ons! Het is en gave die ons tot overtuigde en
enthousiaste Christenen maakt, niet door angst aan de Heer onderworpen, maar
ontroerd en gewonnen door zijn liefde! Door Gods liefde veroverd! Dat is iets
zeer mooi. Ons laten veroveren door de liefde van papa die ons intens, met heel
zijn hart, bemint.
Maar, laten we oppassen, want de gave van God, de gave van
ontzag voor God, is ook een alarmsignaal ten aanzien van de hardnekkigheid van
de zonde. Wanneer iemand slecht leeft, wanneer men God vervloekt, wanneer men
anderen uitbuit, wanneer men anderen tiranniseert, wanneer men alleen voor het
geld leeft, alleen voor eigenwaan, macht, trots leeft, dan luidt het heilige
ontzag voor God de alarmklok: Pas op! Met al die macht, met al dat geld, met al
je trots, met al je eigenwaan, zal je niet gelukkig worden. Niemand zal het
geld, de macht, de eigenwaan of de trots naar de overkant meenemen. Niets!
Alleen de liefde van God Vader, de liefkozingen van God, aanvaard en ontvangen
met liefde, kunnen we meenemen. En ook wat we voor anderen gedaan hebben, kunnen
we meenemen. Hoed je er dus voor je hoop te stellen op geld, op trots, op
macht, op eigenwaan want dat alles kan ons niets goeds beloven!
Gebed tot Maria om de gaven van de
Heilige Geest
Lieve Moeder Maria,
In Uw liefdevol Moederhart leg ik mijn verlangen dat de Heilige Geest voorgoed
bezit van mij zou mogen nemen.
Moge Hij mijn geest verlichten, opdat ik doorheen de nevelen waarmee de satan
mijn ogen versluiert, de Eeuwige Waarheid zou zien. Moge ik zo leren herkennen
wat echt van belang is, en mijn wereldse zorgen en tegenslagen als dermate
onbelangrijk leren beschouwen dat zij mijn geest niet langer geketend houden.
Moge Hij mijn hart steeds meer laten ontbranden in Liefde tot U, opdat ik elk
moment van de dag zodanig naar U en Jezus moge verlangen dat tijdens mijn
gebedsvereniging met U niets anders meer een plaats in mijn hart en mijn geest
krijgt.
Moge diezelfde verheven Liefde tot U mij onderdompelen in een volkomen zin voor
versterving, opdat ik alle beperkingen en tekortkomingen in mijn dagelijks
leven blijmoedig aan U zou kunnen opdragen, in plaats van deze als constante
bron van afleiding mijn geest te laten domineren.
Moge mijn geloof in de Eeuwige Dingen als enig doel van mijn leven mij oprecht
gelukkig maken, ongeacht wat in mijn leven gebeurt.
En moge mijn Liefde tot U de enige zin van mijn leven zijn en blijven, want als
Uw toegewijde heb ik mijn hele wezen, al mijn zijn, hebben en doen voor eeuwig
in Uw handen gegeven, en leef ik bijgevolg alleen nog voor U, de Deur naar mijn
God.
Het bloed van Jezus,
de Kracht tot heiligheid
In Hebreeën 13:12 staat: Daarom
heeft ook Jezus, om door zijn eigen bloed het volk te heiligen, buiten de poort
geleden. Jezus vergoot zijn bloed om vele redenen. Een van die
redenen was om ons vrij te kopen. Een andere was om ons te heiligen of ons
apart te zetten voor God en ons heilig te maken.
Het is mogelijk om op de plaats te komen waar satan en de
zonde ons niet langer kunnen raken omdat we beschermd en geheiligd zijn door
het bloed van Jezus: Maar als wij
in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met
elkaar, een het bloed van Jezus Christus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde (1
Johannes 1:7). Als we voortdurend in het licht wandelen, hebben we voortdurend
gemeenschap, en reinigt het bloed van Jezus ons voortdurend van alle zonde. We
worden rein en onbesmet bewaard, omdat we in een andere werkelijkheid leven. We
leven niet in de besmetting en vuilheid van deze slechte wereld. We worden
afgezonderd voor God door het bloed van Jezus.
Dit leidt ons naar een andere belangrijke
bijbeltekst: Wij weten dat ieder
die uit God geboren is, niet zondigt; maar wie uit God geboren is, bewaart
zichzelf en de boze heeft geen vat op hem (1 Johannes 5:18). Dit is
uitdagend bijna beangstigend. Om deze tekst goed te begrijpen, moeten we zien
dat Johannes hier niet spreekt over een individuele gelovige, maar over een
gesteldheid. Het is de nieuwe natuur die iedere gelovige bij de wedergeboorte
in het doopsel ontvangt die niet kan zondigen.
1 Petrus 1:23 zegt ons dat deze natuur is geboren, niet uit vergankelijk, maar uit
onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God. Het
onverderfelijke zaad van Gods Woord bewerkt een natuur, onverderfelijk is. Deze
natuur is de nieuwe mens. Deze nieuwe mens is onverderfelijk. Hij zondigt
niet. Dat geldt niet voor de individuele gelovige op zich, maar wel voor de
nieuwe mens in iedere gelovige.
Dit is in overeenstemming met 1 Johannes 3:9: Ieder die uit God geboren is, doet de zonde
niet, want zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, omdat hij uit God
geboren is. Johannes spreekt hier duidelijke taal. Hij zegt niet
dat zo iemand niet zondigt, maar dat hij niet kán zondigen. Waarom niet? Omdat
het onverderfelijke zaad van Gods Woord dat in hem is een natuur heeft
bewerkt die net als het zaad onverderfelijk is. De nieuwe mens kan niet
bedorven worden door de zonde.
Nadat ik wedergeboren ben is de koers van mijn leven
afhankelijk van door welke natuur ik me laat leiden de nieuwe of de oude
mens. Als ik een nederlaag leid, dan komt dat doordat ik het probleem niet
aanpak met mijn nieuwe natuur. De nieuwe natuur is onoverwinnelijk. Een oude
vrouw die opzienbaarlijke overwinningen had geboekt, werd eens gevraagd hoe ze
verleiding weerstond. Ze antwoordde: Als de duivel aan mijn deur klopt, laat
ik Jezus opendoen. Dat is de nieuwe mens; Christus in ons.
Terug naar 1 Johannes 5:18, waar we worden opgeroepen
onszelf te bewaren. Hoe? Onder het bloed. Dit doen we door in het licht te
wandelen volgens 1 Johannes 1:7: Maar
als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij
gemeenschap met elkaar, en het bloed van Jezus Christus, zijn Zoon, reinigt ons
van alle zonde. Als we in het licht wandelen en onszelf bedekken
onder het bloed van Jezus, dan plaatsen we ons in een ruimte waar satan ons
niet kan raken.
Smeekgebed om het Allerheiligste Bloed
van Jezus
O Jezus, levende Schatkamer der eeuwen en der eeuwigheid,
Elk uur van mijn leven tracht duisternis mij van het erfdeel te beroven, dat U
mij op Golgotha hebt nagelaten.
Zie, ik verschijn voor U in mijn armoede, gedreven door het verlangen, vanaf
heden mijn hart vervuld te mogen weten van de schat der Ware Liefde, die mij de
oogst der eeuwige rijkdom zal opleveren.
Daarom smeek ik U, wil Uw Bloed in mij uitstorten, opdat het mijn hele wezen
tot nieuw Leven moge wekken, want hoe zou ik anders voor altijd in mijn God
verder leven?
O Maria, Schatbewaarster van alle genaden, U smeek ik om versmelting van mijn
hart met Uw Hart, opdat het Bloed van Jezus in mij moge stromen op Uw hartslag,
en mijn hele wezen moge leven op de golven uit de Bron van alle Gelukzaligheid.
Hoe bereik je nu heiligheid
1 Door de Heilige Geest die ze geeft en de 7 gaven van de
Heilige Geest die nodig zijn om heiligheid te bereiken
2 Door Jezus Bloed die de Kracht geeft om te blijven volhouden
in heiligheid
3 Door de sacramenten van de RK Kerk wordt heiligheid bereikt en ondersteund
4 Door de 12 stappen tot Heiligheid te beoefenen die de H.
Alfonsus van Liguori beschrijft : geloof, hoop, liefde tot God, liefde voor de
naaste, soberheid, kuisheid, gehoorzaamheid, nederigheid en zachtmoedigheid,
versterving, meditatie van Gods woord, gebed, zelfverloochening of liefde voor
het Kruis. (er zijn natuurlijk nog deugden die moeten nagevolgd worden, de H.
Maagd Maria had er 64 die ze perfect heeft nagevolgd)
Nu
volgt een gedetailleerde beschrijving van de 12 stappen
1 Geloof
De Bijbel geeft een duidelijke definitie wat geloof is,
namelijk:
Het geloof is de zekerheid van de dingen, die men hoopt en de overtuiging van
de dingen die men niet ziet. (Hebr. 11:1)
Het geloof heeft dan ook te maken met dingen, die niet concreet en tastbaar
zijn. Veel mensen kunnen alleen maar dingen geloven, die toch indirect te
bewijzen zijn. Er is één mens op aarde geweest, die van God kwam, namelijk
Jezus. Hij getuigde van alles wat Hij bij God gehoord, geleerd en gezien heeft
(Joh 8 :26, 28 en 38). De mensen die Hem hoorden en zagen wat Hij deed, kwamen
tot de erkenning dat Hij van God moest komen (Luk. 1:1-5) en geloofden door Hem
niet alleen in God, maar gingen ook begrijpen wie God werkelijk is en dat Hij
van hen hield.
Door het lezen in de Bijbel en wat andere mensen vertellen over God, kan je
geloven dat God bestaat en ook gaan ontdekken wie Hij is en voor jou wil zijn.
Ook krijg je een beeld van de geestelijke wereld, die je niet ziet, maar die
wel bestaat.
God kan je echter niet zien. Je zult moeten vertrouwen op
Jezus en de Bijbel. Jezus zegt zelf dat je moet geloven in Hem (Jezus), die God
gezonden heeft (Joh. 6: 29). Toch kan je door het geloof gaan ervaren dat God
bestaat; zoals in Lukas 1:1 staat dat de mensen volkomen zekerheid hadden. Dat
kan bijv. door gebed waarbij je met God kan spreken. Daarbij moet je er wel van
uitgaan dat Hij bestaat. De Bijbel zegt het in Hebr. 11: 6 zo: Want wie tot God
komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig
zoeken.
Wel of niet geloven in God en de Bijbel is dus een
persoonlijke keus, maar heeft verstrekkende gevolgen. In je huidige leven mag
je door het geloof gaan ervaren dat God van je houdt en een echte liefdevolle
Vader voor je wil zijn. Daardoor ben je nooit alleen en dat geeft rust en ook
vertrouwen in de toekomst, want je geloof heeft ook grote gevolgen voor je
leven na dit leven op aarde. God wil je daarna graag bij Hem in de hemel
hebben, maar dat kan alleen als je nu de keuze doet voor God en gelooft wat
Jezus voor je heeft gedaan. Wat dat is kan je lezen in de Bijbel vooral in de
boeken Mattheus, Markus, Lukas en Johannes. Kies daarom en laat je overtuigen
omtrent de dingen, die je niet ziet! Uit: www.bijbelindebus.nu
Geloof is een goddelijke ingegoten deugd waarbij de mens
gelooft, op Gods autoriteit, wat God heeft geopenbaard en ons leert door Zijn
Heilige Kerk. De H. Paulus noemt geloof de substantie van dingen die niet te
zien zijn. (Hebr. 11:1). Geloof is inderdaad de substantie van dingen die men
hoopt,. Het is de basis van onze hoop, want zonder geloof kan de hoop niet
bestaan. Geloof is een bewijs van het ongeziene, het bewijs van dingen die
niet te zien zijn. Het bewijs voor de waarheid van ons heilig geloof zijn zo
duidelijk dat, zoals Pico van Mirandola zegt, dat een mens volledig moet
beroofd zijn van zijn rede om te weigeren ze te aanvaarden. Uw getuigenissen,
O Heer, zijn buitengewoon aanneembaar, zegt de Psalmist. (Ps. 92:5). Daarom
hebben ongelovigen geen excuus om te weigeren hun verstand te onderwerpen aan
de leer van het heilig geloof. Hij die niet gelooft, is reeds veroordeeld,
zegt Jezus. God heeft gewild dat het voorwerp van ons geloof zou duister
blijven, omdat door geloof, we verdiensten zouden verkrijgen. Van wat er gezegd
is, volgt dat geloof ons kennis geeft die in waardigheid alle wetenschappelijke
waarheden overstijgt. Zie, zegt Job, hoe groot is onze God; Hij overstijgt
al onze kennis. (Job 36:26)
Ons
schild en bescherming
Geloof is een schild tegen de vijanden van onze redding. De
H. Johannes zegt: Dit is de overwinning op de wereld, ons geloof. (1 Joh
5:4). God heeft ons geschapen om te werken aan de redding van onze ziel en
heilig te worden. Dit is de wil van God, je heiliging, zegt de H.Paulus (1 Tess. 4:3).
Geloof zorgt voor de vrede in ons hart temidden van
beproevingen, want in al de kruisen van het leven, geeft geloof ons de
verzekering dat geduld en overgave eeuwige vreugde zullen geven. De H. Petrus
zei: Als je gelooft, zal je je verheugen met een onuitsprekelijke vreugde en
glorie, en zal je het doel van je geloof ontvangen nl. de redding van je ziel.
(1 Petrus 1:8-9)
Een
levend geloof
Om te behagen en acceptabel te zijn in Gods ogen is het
niet genoeg om enkel te geloven al wat ons heilig geloof ons leert; we moeten
ook ons leven aanpassen in overeenstemming met ons geloof. Pico van Mirandola
zegt: Het is een grote dwaasheid niet wensen te geloven in het Evangelie van
Christus; maar het is nog een grotere dwaasheid om het te geloven en te leven
alsof je er niet in geloofde. De H. Jacobus roept het uit: Wat voor nut heeft
het als een man zegt dat hij gelooft, maar geen werken doet? Zal dat geloof hem
kunnen redden? (Jacobus 2:14)
Vele Christenen geloven zonder twijfel dat er een
rechtvaardige God is die hen zal oordelen; dat eindeloos geluk of eeuwige
miserie hen wacht; en toch leven zij alsof er geen God was, geen oordeel, geen
Hemel en geen Hel. Er zijn er velen die geloven dat onze Goddelijke Verlosser
in een stal geboren is in Bethlehem, 30 jaar nederig geleefd heeft in Nazareth,
overal gepredikt heeft, en op het einde onder lijden en leed Zijn leven op het
Kruis beëindigd heeft; en toch houden ze niet van Hem. Ze beledigen Hem door
ontelbare zonden. De H. Bernardus zegt hierover: Toon door je daden dat je
gelooft; door een deugdzaam leven moet een Christen bewijzen dat hij geloof
heeft. Geloof zonder werken is dood, zegt de H. Jacobus (Jac 2:17).
Als we geloven in de leer van de H. Drie-eenheid en in de
Incarnatie van het Goddelijk Woord, moeten we ook de principes accepteren die
Christus neergelegd heeft voor onze houding te reguleren. De H. Paulus zei
hierover: Beproef jullie als jullie in het geloof zijn. (2 Kor. 13:5) De mens
die echt gelooft moet zijn rijkdom en zijn geluk zoeken in de genade van God en
het eeuwig leven, en niet in de vergankelijke goederen van de wereld.
De wet van Jezus Christus beveelt ons te strijden tegen
onze begeerten, om onze vijanden lief te hebben, om te versterven aan ons
lichaam, om geduld te hebben in tegenslagen en al onze hoop te stellen in het
volgend leven. Maar dit alles maakt het leven van de ware gelovige niet
triestig. De godsdienst van Jezus zegt ons: Kom en verenig je met Mij. Ik zal
je leiden op een weg die voor de menselijke ogen ruw en hard eruitziet om te
beklimmen, maar voor degenen van goede wil is het gemakkelijk en aangenaam.
Jullie zoeken vrede en plezier? Goed. Welke vrede verkies je? Degene die je
nauwelijks hebt geproefd, die verdwijnt en het hart achterlaat in bitterheid,
of degene die je zal verblijden en bevredigen voor alle eeuwigheid? Jullie
streven naar eer? Goed. Welke verkies je? Nietszeggende eer dat verdwijnt zoals
rook, of de ware en echte eer die op een dag je zal verheerlijken voor de hele
wereld?
Geloof is lastig voor degenen die steunen op hun eigen
kracht en hulpmiddelen. Maar voor degene die vertrouwen stelt in God en smeekt
om Zijn bijstand, is de naleving van de wet van Jezus zoet en gemakkelijk. Komt
allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en
verlichting schenken. Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik
ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want
mijn juk is zacht en mijn last is licht. (Matt 11:28-30) Uit: 12 steps to
holiness and salvation Rev. Warren
Catholic Online
door F.K. Bartels20/11/2009 (www.catholic.org)
[ ] Men moet maar een blik werpen op de morele staat van
ons land, om te zien wat onze bevolking na aan het hart ligt, over praat, voor
stemt, om te besluiten dat velen de verplichting om heiligheid te zoeken hebben
afgewezen. En het is echt een verplichting; de oproep tot heiligheid is niet
enkel een optie voor degenen die verlangen God lief te hebben. We houden van
God of we houden van de aardse stad dat gebouwd is door de eigenliefde die
God uitsluit zoals de H. Augustinus schreef. De oproep tot heiligheid is een
universele oproep van Christus zelf. Het mijden of verwerpen van een dergelijke
oproep leidt tot het oprichten van een aardse stad gemaakt van de modder en het
vuil van de wereld, een wereld dat onheilig is en onaanvaardbaar voor God.
"En nu, broeders, smeek ik u bij Gods erbarming: wijdt
uzelf aan Hem toe als een levende, heilige offergave, die Hij kan aanvaarden.
Dat is de geestelijke eredienst die u past. Stemt uw gedrag niet af op
deze wereld. Wordt andere mensen, met een nieuwe visie. Dan zijt ge in staat om
uit te maken wat God van u wil, en wat goed is, wat zeer goed is en volmaakt. (Romeinen 12:1-2)
We moeten onze geest vernieuwen, een heilige manier van
denken toepassen- ver van de laagheid van de wereld- en onze gedachten en
handelingen afstemmen op de wil van Christus; we moeten het licht van de
waarheid aanvaarden, die zich zo vurig en vol liefde op heiligheid richt. Christus
roept ons op om perfect te zijn zoals onze hemelse Vader perfect is (Mt
5:48). We worden opgeroepen
tot perfectie. We zijn verplicht tot heiligheid.
In 1993, schreef Johannes Paulus II in zijn encycliek Veritatis
Splendor de noodzaak van
gehoorzaamheid aan de waarheid om heilig te worden: Geroepen worden tot
redding door geloof in Jezus Christus is het ware licht dat iedereen
verlicht (Joh 1:9), de mensen worden het licht in de Heer en kinderen van het
licht (Ef 5:8), en worden heilig door de gehoorzaamheid van de waarheid"
(1 Pet 1:22).
Gehoorzaamheid van de waarheid is gehoorzaam zijn in alles
wat Christus heeft gezegd en gedaan, het is geloven en leven volgens hetgeen
wat de Heilige Geest heeft geopenbaard aan de apostelen; het is aanvaarden van
de Heilige Traditie, de H. Schrift en het Magisterium van de Katholieke Kerk met zijn hart en geest. Heiligheid vraagt om
gehoorzaamheid; en heiligheid is een manier van leven; het is zich richten op
de H. Geest op elk moment, en onze wil verenigen met de wil van God. Degenen
die dorsten voor heiligheid dragen er zorg voor om te leven door liefde: ze
houden van Christus, ze houden van de Katholieke Kerk die 2000 jaar geleden
werd opgericht, en ze koesteren de woorden van waarheid die zijn doorgegeven
aan de naties door die Kerk. Lumen Gentium leert dat, omdat de Kerk onfeilbaar
heilig is, alle Christenen in de Kerk worden opgeroepen om heilig te zijn.
"De Kerk wordt als een geloofszaak gehouden om
onfeilbaar heilig te zijn. Dit komt omdat Christus, de Zoon van God, die met de
Vader en de Geest aanroepen wordt als heilig, de Kerk liefhad als zijn Bruid,
en zich aan haar gaf om haar te heiligen (cf. Ef 5:25-26); Hij verenigde haar
met zichzelf als zijn lichaam en begiftigde haar met de Heilige Geest voor de
glorie van God. Daarom zijn allen in de Kerk, of ze nu behoren tot de hiërarchie
of door haar geleid worden, geroepen tot heiligheid, zoals de apostel Paulus zegt:
Want dit is de wil van God, uw heiliging (1 Tess 4:3; cf. Ef 1:4).
Het Tweede Vaticaans Concilie herinnert ons aan de
verplichting tot onderwerping aan de authentieke leer en praktijk van het
geloof in ons dagelijks leven: "Want de bisschoppen zijn de predikers van
het geloof, die nieuwe leerlingen naar Christus leiden, en zij zijn authentieke
leraars, dat wil zeggen leraars begiftigd met de autoriteit van Christus, die
het geloof prediken tot de mensen die aan het zijn toevertrouwd en het in
praktijk brengen.
Een ware terugkeer naar authentieke heiligheid is het
antwoord op de vele kwalen die ons plagen. Heiligheid is de remedie die
geneest, versterkt, verenigd, en vrede brengt waar ons hart zo naar verlangt,
want in heiligheid omhelzen we Christus. Een gemeenschap wiens wil gericht is
op heiligheid beweegt zich tot een grotere vereniging met God, de bron van alle
geluk. Als we onze wil verenigen met deze van God brengen we de volheid van het
Christelijk leven tot stand en de perfectie van liefde, die in werkelijkheid de
ware menselijke manier van leven is. We
zijn niet ten volle menselijk tenzij we doordrongen zijn van heiligheid.
Het is dus voor iedereen duidelijk, dat alle gelovigen van
iedere staat of stand geroepen zijn tot de volheid van het christelijk leven en
tot de volmaaktheid van de liefde en door deze heiligheid wordt ook de
burgerlijke maatschappij meer menselijk in haar manier van leven. (Lumen Gentium 40)
Heiligheid vereist gehoorzaamheid aan de waarheid; daarom
staat het vast dat gehoorzaamheid van de volheid van waarheid die in de
Katholieke Kerk gevonden wordt een eerste vereiste is voor Heiligheid. Men kan
niet heilig zijn en het tegelijkertijd oneens zijn met Christus Bruid. Het
verwerpen van de Kerk terwijl we varen op onze reis naar heiligheid is zoals
het maken van een gat in de bodem van het schip waarin we varen. Toch vinden
velen zon manier van leven moeilijk te verteren. De vroegere Paus Johannes
Paulus II doet ons eraan herinneren dat we moeten vechten tegen
ongehoorzaamheid, omdat we anders de waarheid van God ruilen voor een leugen.
"Deze gehoorzaamheid is niet altijd gemakkelijk. Als
gevolg van de mysterieuze erfzonde, die gepleegd werd door toedoen van Satan,
degene die een leugenaar is en de vader van alle leugens (Joh 8:44), wordt de
mens voortdurend bekoort om zijn blik af te keren van de levende en ware God om
ze naar afgoden te richten (dg. 1 Tess 1:9), klaar om de waarheid over God te
ruilen voor een leugen (Rom 1:25). Het vermogen van de mens om de waarheid te
kennen wordt ook verduisterd, en zijn wil om zich te onderwerpen verzwakt. Dan
geeft hij zich over aan relativisme en scepticisme (cf. Joh 18:38), hij begeeft
zich op pad om een denkbeeldige vrijheid te zoeken ver van de waarheid.
Verder, is het niet door onze eigen kracht dat we een mate
van heiligheid bereiken, maar door ons volledig over te geven aan Christus. Onze
Heer is onze kracht; het is van de Wijnstok dat we voedsel vergaren. Het is
door onze wil te verenigen met God dat we in perfectie kunnen leven, want de
Heer jezus is de goddelijke leraar en het voorbeeld van alle perfectie.
De volgelingen van Christus, worden door God geroepen niet
in de deugd van hun werken maar door zijn genade, en gerechtvaardigd in de Heer
Jezus werden ze zonen van God door het doopsel van geloof en deelnemers aan de
goddelijke natuur, en worden ze zo geheiligd. Ze moeten daarom de heiligheid die
ze van God ontvangen hebben, vasthouden en perfectioneren in hun leven. Ze
worden door de apostelen aangemoedigd te leven zoals onder heiligen (Ef 5:3),
en als Gods uitverkorenen moeten ze zich heiligheid en liefde, medelijden,
vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld aanmeten (Kol 3:12), om
de vruchten van de Geest te verkrijgen voor hun heiliging. (dg. Gal 5:22; Rom
6:22).
Door zijn Incarnatie, Lijden, Dood en Verrijzenis heeft
Christus ons vele ondoorgrondelijke gaven gegeven. Men zo een heel leven kunnen
mediteren over zon wonderen en toch nauwelijks oppervlakkig hun liefdevolle dimensies
snappen. We zijn opgetild tot een verheven status door de bijzondere genade van
Christus. Gerechtigheid vraagt dat we onze Heer liefhebben voor wat Hij heeft
gedaan, voor Wie Hij is, voor zijn gaven die hij vrij gegeven heeft.
Al de kinderen van de Kerk zouden zich moeten herinneren
dat hun verheven status niet van hun eigen verdiensten komt, maar van de
bijzondere genade van Christus. Als ze falen om te reageren op die genade in
gedachten, woorden en daden, zullen ze niet alleen verloren gaan, maar zullen
ze strenger worden geoordeeld.
We worden opgeroepen tot
heiligheid. Om het te bereiken vereist het dat we reageren op Christus genade.
Liefde
fluistert, Liefde wenkt, Liefde regent neer uit de hemel, en komt neer op Gods
kinderen met geestelijke voiding en troost, zodat ze de heiligheid bereiken; dat
ze de oproep tot heiligheid horen, omarmen, en beleven.
Er zijn veel taken in het leven maar de heiligheid is de
belangrijkste. Heiligheid die gecultiveerd wordt door allen die handelen door
Gods Geest en de stem van de Vader gehoorzamen en God de Vader aanbidden in geest
en waarheid, volgen Christus die arm, nederig was en zijn kruis droeg. Dat zij het waardig mogen zijn om deelnemers te zijn
in zijn glorie.
De
levensbiecht en groei in heiligheid Fr Carota 1/3/2013
Dit zegt de H. Franciscus van Sales over de groei in
heiligheid in een Introductie tot het devote leven.
Zie je, mijn kind, ik spreek nu van een levensbiecht, die
heel heilzaam is in het begin van je zoektocht naar heiligheid en daarom raad
ik het je ten zeerste aan. De gewone biechtgelegenheden van een dagelijks leven
zijn vol grote fouten, en dat omdat ze weinig of geen voorbereiding doen, en ze
niet het noodzakelijke berouw hebben. Door deze onvolkomenheid gaan deze mensen
naar de biecht met een stilzwijgende intentie terug te keren naar hun oude
zonden, omdat ze de gelegenheden tot zonde niet vermijden, of niet de noodzakelijke
maatregelen nemen om hun leven te beteren, en in al zon gevallen moet de ziel
hersteld worden. Maar bovendien dwingt een levensbiecht ons tot een
duidelijkere zelfkennis, wekt ze een schaamte op voor ons voorbije leven, en
doet ze dankbaarheid rijzen voor Gods barmhartigheid, die zolang geduldig op
ons heeft gewacht. De levensbiecht troost het hart, verfrist de geest, brengt
goede voornemens tot stand, geeft de kans aan onze geestelijke leidsman om ons
goede raad te geven, en het opent onze harten om de toekomstige
biechtgelegenheden meer effectief te maken. Daarom kan ik niet over het
onderwerp beginnen om een algemene verandering in je levensstijl uit te voeren
en je volledig tot God te keren, zonder aan te dringen dat je met een levensbiecht
begint..
Een levensbiecht neemt tijd in beslag. De kwaliteit van de
priester is niet zo belangrijk omdat je niet komt voor geestelijke leiding,
maar om het vertellen van al de zonden in je leven. Dit vraagt om grote
nederigheid. Verzwijg geen zonden omdat je verlegen bent. Breng eerst wat tijd
door, door het opschrijven van al deze zonden op te schrijven voordat je naar
de biecht gaat, zodat je volledig bent. Dit is niet nodig als je reeds met
berouw je voorbije zonden in de biecht hebt beleden. Maar het is vooral al het
al lang geleden is dat je naar de biecht bent geweest.
Sommigen vragen zich af: Waarom onze zonden aan een
priester belijden, die zelf een mens is. Ik vertel mijn zonden direct aan
God. Wanneer je direct tot God biecht, heb je Hem dan horen zeggen uw zonden
zijn vergeven. Ik denk het niet. In het
Evangelie van Johannes 20:22,23 Hij blies over hen en zei: Ontvang de heilige
Geest. Aan wie ge (de apostelen) de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en
aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven. Een andere reden is dat
Katholieken de biecht altijd gedaan hebben. Er is ook nog een andere reden: je
hoort van de priester: uw zonden zijn vergeven in plaats van God.
Zoals jullie misschien weten is er niets zo uitputtend en
moeilijk als te luisteren naar biechtelingen. Jullie betalen ons, priesters,
niet om neer te zitten en te luisteren naar jullie zonden. Het is een gave van
God dat wij als priesters doen wat zo moeilijk is. We hebben er niets aan,
behalve de vreugde als we mensen horen zich bekeren en proberen heiliger te
worden. Er is geen menselijk motief om de biecht te horen, daarom moet het een
sacrament van God zijn. Je kunt een psycholoog betalen om naar je te luisteren
of je kan naar God gaan in het Heilig Sacrament van de Biecht.
Noveengebed tot voorbereiding op een
levensbiecht
Lieve Moeder Maria, Moeder van de Barmhartigheid,
Met een hart vervuld van berouw neem ik tot U mijn toevlucht, om door Uw
onvergelijkbaar machtige Voorspraak bevrijding te bekomen van de lasten die
reeds zo lang mijn ziel bezwaren.
Mijn hele leven tot op deze dag leg ik nu in Uw handen, opdat U mij zou
geleiden naar het Sacrament van verzoening met God.
Ontsluit toch mijn eigen hart voor mij, opdat ik mijn zonden, zwakheden,
fouten, ondeugden en tekortkomingen van mijn hele leven moge ontdekken, en ik
moge begrijpen waarom zij God hebben bedroefd en mijn medemens pijn of schade
hebben toegebracht.
Wil mij leiden naar een volkomen zuivering van mijn ziel.
O mag ik mijn hele verleden begraven in Uw machtig Hart, waarin het gelouterd
kan worden in het Vuur van de ware Hemelse Liefde.
Wil mijn rouwmoedigheid aan God opdragen tot afbetaling van de genade van een
wedergeboorte uit Uw Hart, opdat mijn ziel opnieuw met God verzoend moge
worden.
Moge ik op Uw bemiddeling bevrijd worden van de ballast van elke herinnering
aan de zonde, opdat ik vanaf mijn ontmoeting met God in de Biecht kan
openbloeien als op de eerste dag van een nieuw leven.
Ontvlam mijn hart met de Ware Liefde, opdat ik als een nieuw mens kan
verschijnen voor Jezus, die mij hiertoe heeft geroepen vanop het Kruis van mijn
Verlossing.
Toen OLVrouw verscheen aan Claude Newman in Mississippi in
1944 nadat hij een wonderdadige medaille van Maria aanhad, zei Ze: Wanneer je
naar de biecht gaat kniel je niet neer voor een priester, maar voor het Kruis
van mijn Zoon Jezus. En
wanneer we echt spijt hebben voor onze zonden, dan vloeit het vergoten Bloed
van Jezus over ons en reinigt ons van al onze zonden.
Wanneer ik vroeg aan mijn parochianen om te knielen voor de
biecht, was ik bang dat er parochianen zouden protesteren. Maar nee, bijna
allen waren nederig en knielden om te biechten. Er was een stoel voor degenen
die niet konden knielen. Maar het voelt juist aan als men knielt in nederigheid
en berouw voor de biecht. Laat de duivel je niet op een afstand houden van de
barmhartigheid van God die vrijelijk wordt aangeboden in de biecht. Het is
beter nu beschaamd te zijn voor wat je verkeerd deed, dan het voor altijd te
laat is om er nog iets aan te doen.
Op een namiddag na de heilige mis was er een jongeman aan
het wachten om met mij te spreken. Hij zei: Je kent me niet, maar een jaar
geleden ging ik naar de biecht bij u en het veranderde totaal mijn leven. Wij,
priesters zouden nooit ontmoedigd mogen raken. Misschien wordt er een persoon
een heilige Katholiek omdat hij naar een biecht gegaan is. En jullie, die
worstelen met zonde zouden ook niet mogen ontmoedigd raken. Misschien kun je
dit advies van de H. Franciscus van Sales uitprinten en het herlezen zodat je
niet in zonde terugvalt. Wat een bevrijdende gebeurtenis is een goede biecht.
We zijn zo gezegend om traditionele Katholieken te zijn.
Toewijding aan de Moeder van Smarten voor
de biecht
O Maria, Moeder van Smarten,
Mijn hart is verscheurd door mijn zondigheid en al mijn fouten en nalatigheden.
Mijn hart bloedt bij de aanblik van Uw lijden om de talloze dwalingen van Uw
kinderen.
Ik geef U mijn hart in diepe rouwmoedigheid, opdat het vervuld moge worden van
Uw volmaakte Liefde, die elke bekoring en elke zwakheid in de ziel overwint.
Ik geef U mijn berouw. Moge het in Uw Hart omgezet worden tot grondstof voor
het herstel van mijn gewonde ziel.
Mogen mijn tranen mijn ziel reinigen.
Wil ook Uw eigen Tranen in mijn ziel storten, opdat haar bodem vruchtbaarder
moge worden voor werken, gevoelens, gedachten en woorden die een bloemtapijt
van volkomen Liefde in de zielen zaaien.
Neem mij restloos op in Uw Hart, o tedere Moeder, opdat mijn zelfofferande het
Kruis van Jezus moge verlichten, en Uw eigen heiligheid mijn hele verdere leven
richting moge geven.
Nederigheid
om aan de stappen van heiligheid te beginnen
De mystieken zeggen ons allemaal dat de noodzakelijke
eerste deugd op het pad van heiligheid nederigheid is. We hebben hier reeds een
grote uitdaging: het betekent de algemeen heersende mentaliteit die
tegenwoordig heerst tegenwerken. Onze jongeren worden gebombardeerd met de
boodschap dat om hun dromen te bereiken ze moeten geloven in zichzelf. Maar we
weten echter dat deze blinde promotie van het individu de studenten op het
verkeerde been zet. Uit 4000 jaar heiligen en schriftgeleerden die de geopenbaarde
waarheid van God overwegen en het werk van Gods genade ervaren in hun leven,
dat teruggaat tot onze Joodse voorouders in het geloof, weten we dat het
bereiken van ware menselijkheid bloeit als men begint in God te geloven. Je
moet ook weten hoe je voor God bent, en weten waartoe God je oproept in het
leven zodat je God kunt dienen.
De moderne maatschappij vindt de deugd van nederigheid
onbelangrijk. Degenen die nederigheid in praktijk brengen zijn: goede mensen
die laatst eindigen op de maatschappelijke ladder. Maar nederigheid is een
deugd die gebaseerd is op de realiteit, op de weg hoe zaken werkelijk zijn. Nederigheid
komt van het Latijnse woord humus, wat aarde betekent. Nederigheid betekent
kleinheid, zoals men dicht bij de aarde, de grond is. De aarde is de grond
waarop we lopen, daarom is de nederigheid wat ons met twee voeten op de grond
houdt, zodat we succesvol door de vele wisselvalligheden van het leven geloodst
worden. Nederigheid betekent dat we realistisch rekening houden waar we ons
bevinden en waar we naartoe gaan. Dit
is de meest verrassende manier waarin nederigheid fundamenteel is. Als we
de realiteit niet in het oog houden of waar we naartoe gaan, kan dit zware gevolgen
hebben, zelfs al denkt de wereld dat je er materieel op bent vooruit gegaan.
De deugd van nederigheid is een Christelijke deugd die
gebaseerd is op de realiteit van een begrensde persoon, die door God geschapen
is naar het beeld en gelijkenis van een oneindig Wezen. God prent in de
menselijke natuur een verlangen in om de basisdoelstellingen van het menselijk
bestaan te zoeken en te respecteren. Het respecteren van de menselijke deugden
betekent dat men zich aan normen houdt, objectieve normen die als vaststaand beschouwd
worden in de gecreërde orde. Men verwijst hiernaar als de natuurwet. Volgens
deze normen, moeten bepaalde menselijke deugden altijd gerespecteerd worden:
leven, waarheid, schoonheid, liefde, vriendschap en ook anderen. Deze zijn
algemene doelstellingen voor alle mensen. Particuliere doelstellingen moeten verkregen worden
door gebed, wat de conversatie is met God. Een nederige persoon nadert
God in gebed en vraagt: Heer, wat wilt U dat ik doe?" Dit is de vraag die
iedereen zich moet afvragen om hun levensweg te vervolgen.
Natuurwet (ethiek) (wikipedia):Natuurwet (van het Latijnse lex naturae)
of natuurrecht (ius naturale) heeft een aantal uiteenlopende
invullingen. In de theologie, de rechtsfilosofie en de ethiek staat
dit begrip voor de regels en beginselen die voor alle mensen gelden, omdat ze
voortvloeien uit het verstand, zoals dat bepalend is voor de menselijke natuur.
Natuurwet of natuurrecht staat voor een geheel
van principes en regels die universele geldigheid zouden hebben en mede daarom
boven de regels van het positieve recht (recht dat geldig is op een
bepaalde plaats op een bepaald tijdstip vb. ons Belgisch positief recht) zouden
gaan. In de gangbare opvatting slaan deze termen op de menselijke natuur, die
gekenmerkt wordt door het verstand (de rede).
Dit natuurrecht speelde tot aan de invoering
van de nationale codificaties eind 18e en begin 19e een
grote rol in het Romeinse en Europese rechtsbewustzijn. Tegenwoordig is de
natuurwet nog een belangrijk onderdeel van de katholieke theologie en
ethiek, naast een kleine stroming van moderne natuurrechtsaanhangers.
Grieken
Bij de Grieken had het natuurrecht vooral
een ethische en politieke betekenis. Aristoteles schreef in
zijn Ethica Nicomachea, V, 7, 1134b: "Van het in een staat geldende
recht berust een gedeelte op het natuurrecht en een gedeelte op wetten. Het
natuurrecht is dat recht dat overal dezelfde rechtskracht heeft en
onafhankelijk is van opinies; het wettenrecht is datgene waarvan het er in
beginsel niet toe doet of het nu zo dan wel anders is, maar waar het verschil
maakt wanneer het een keer is vastgesteld". Het natuurrecht werd door
Aristoteles verder niet systematisch uitgewerkt. In elk geval zou zijn opvatting
over rechtvaardigheid een belangrijk onderdeel van het natuurrecht
worden.
Romeinen
Bij de Romeinen werd onderscheid gemaakt
tussen het recht dat ieder volk voor zichzelf maakt (ius civile) en het
recht dat alle volkeren ter wereld gemeen hebben (ius naturale) en dat
gebaseerd is op de natuurlijke aard der dingen, de naturalis ratio.
Dit natuurrecht werd ook wel het recht der volkeren (ius gentium)
genoemd, maar moet niet verward worden met het moderne volkenrecht.
Cicero zegt het in zijn De
republica, III, XXII, 33 zo: "Er is een waarachtige wet, een rechte
rede overeenkomstig de natuur, aanwezig in allen, onveranderlijk, eeuwig; zij
roept de mens tot het goede door haar geboden en houdt hem af van het kwade
door haar verboden" en "Eén God is er, heer en meester over allen.
Hij is de maker van die wet, hij heeft haar afgekondigd en bekrachtigd".
Anders dan bij de Grieken, had het natuurrecht
bij de Romeinen vooral betekenis voor het privaatrecht. Zo werden koop en
verkoop, huur en verhuur als typisch natuurrechtelijke verbintenissen gezien.
Een ander belangrijk onderdeel van het Romeinse natuurrecht was de rechtvaardigheid (iustitia).
Die werd, in de klassieke formulering van Ulpianus, omschreven als de vaste en
constante wil ieder het zijne toe te delen (constans et perpetua voluntas
ius suum cuique tribuendi). Daar werd onder meer uit afgeleid dat de
rechter de wet goed en billijk (bonum et aequum ) diende toe te
passen. De hieruit voortkomende redelijkheid en billijkheid is nog altijd
een basisprincipe van het privaatrecht.
Al deze principes en regels behoorden tot het
natuurrecht omdat ze door de menselijke rede (naturalis ratio) van de
beste Romeinse juristen geformuleerd waren. Toen keizer Justinianus I dit
in de praktijk gegroeide recht systematisch codificeerde in het Corpus
Iuris Civilis, werd daarmee een groot deel van het natuurrecht (ius naturale)
tot positief recht (ius civile). Het Romeinse recht gold daarna
eeuwenlang als het gepositiveerde natuurrecht (ratio scripta).
Het Ius Gentium was het Romeinse recht dat de Romeinen
gemeen hadden met de haar omringende volkeren. Het waren privaatrechtelijke
regels die werden toegepast tussen burgers die afkomstig waren uit
verschillende rechtssystemen. Dit ter onderscheiding van het Ius Civile dat
alleen gold voor Romeinse burgers, ongeacht waar zij zich bevonden. (J.E.
Spruit, Enchiridium, Deventer: Kluwer 1994, p.55 en 76)
Katholicisme
Al in de late Oudheid namen
christelijke denkers de Griekse en Romeinse concepten van het natuurrecht als
boven het positieve recht staande regels over. Omdat in de christelijke opvatting
de menselijke rede door God geschapen is, is in die visie ook het daaruit
voortkomende natuurrecht van goddelijke oorsprong.
De kerkvader Augustinus (354-430)
schreef dat er in de mens een ingeboren natuurlijk recht is dat alle mensen
kennen. Andere christelijke denkers uit die tijd wijzen er op dat deze kennis
van de natuurlijke orde verduisterd werd door de zonde, maar weer duidelijk
gemaakt werd in de bijbel en door de kerk. In de middeleeuwen wordt
dan het natuurrecht gezien als de orde die het verstand voorschrijft, nadat het
in de menselijke natuur heeft ontdekt wat nodig is om rechtschapen te leven.
In de middeleeuwen was het natuurrecht nauw
verbonden met het canoniek recht van de Rooms-Katholieke Kerk. Zo
werd in het Corpus Iuris Canonici, de belangrijkste verzameling van
kerkrechtelijke bepalingen, bepaald dat de rede (dat wil zeggen het
natuurrecht) voorrang had boven zowel het gewoonterecht als het
positieve recht. De natuurrechtelijke billijkheid kreeg hierdoor een zo
belangrijke plaats in het kerkelijke recht, dat gesproken werd van de canonieke
billijkheid (aequitas canonica).
Thomas van Aquino (ca. 1225-1274)
bevestigt dat de natuurwet de door het verstand erkende orde is. Die orde
bestaat uit de eerste beginselen van het praktische verstand, dat deze inziet
op grond van onze natuurlijke neigingen. Thomas benadrukt dat de natuurwet niet
zonder meer of volledig is ingeboren, maar dat slechts het beginsel ervan met
de menselijke natuur gegeven is. Omdat de natuurwet dus uit het menselijke
verstand voortvloeit, zijn de beginselen ervan voor alle mensen hetzelfde, doch
kunnen de concrete uitwerkingen verschillen. De gewone, positieve wetten mogen
volgens Thomas niet in strijd zijn met het natuurrecht, maar inhoudelijk
onrechtvaardige wetten moeten wel nageleefd worden om ergernis of wanorde te
voorkomen. Pas wanneer zo'n wet in strijd komt met het zgn. goddelijk goede (bonum
divinum), mag zij niet meer worden nageleefd en kan uiteindelijk ook de
omverwerping van een tiran geoorloofd zijn.
De Spaanse katholieke geleerde Francisco
Suarez (1548-1617) erkende dat het natuurrecht samenvalt met het verstand,
maar stelde dat er pas sprake kon zijn van een echte natuurwet, wanneer er ook
sprake was van een werkelijke gezagsdrager die deze wet uitvaardigde. Als die
gezagsdrager werd God gezien.
Het natuurrecht of de natuurwet is sindsdien
een belangrijk onderdeel van de katholieke theologie en ethiek
gebleven. Zo is de klassieke, op Thomas van Aquino teruggaande, opvatting terug
te vinden in de nieuwste Katechismus van de Katholieke Kerk onder nr.
1954 e.v.
De realiteit is dat mensen werden geschapen door God om
lief te hebben, te prijzen en Hem te eren in dit leven en voor altijd gelukkig
te zijn bij Hem in het volgende leven. De deugd van nederigheid is de gewoonte
en praktijk waarbij een persoon zijn ware tekortkomingen en gaven erkent, en in
het licht ervan, zich aan Gods wil onderwerpt en aan de deugden van anderen
omwille van God. De persoon accepteert de fundamentele realiteit van zowel zijn
tekortkomingen en de uitnodiging van God om zijn of haar gaven te gebruiken om
God te prijzen en anderen te dienen.
Een citaat dat toegeschreven wordt aan de H. Augustinus is
dat nederigheid de basis is van alle andere deugden; vandaar als deze deugd in
de ziel niet aanwezig is, er geen andere deugd kan zijn. De H. Teresa van Avila
zegt: er is meer waarde in een kleine studie van nederigheid en in een
nederige daad, dan in alle kennis van de wereld" (hoofdstuk XV).
De waarlijk nederige persoon heeft drie overtuigingen die
moeten onderkend worden. Het begint met het antwoord van Paus Franciscus dat
hij gaf in een interview waar hij werd gevraagd: Wie is Paus Franciscus?
Trouw aan zijn charisma van Ignatius antwoordde hij: Ik ben een zondaar. Dit is de start. De eerste overtuiging. Maar
het wordt gezien in het licht van de tweede overtuiging nl. ik werd geschapen
naar het beeld en gelijkenis van God en ik moet daarom erkennen dat ik zowel
zonden als gaven in mij heb. En ten derde, streef ik om Gods plan voor mij te
vervullen.
Ware nederigheid alleen is niet genoeg. Maar het is het
fundament waarop al de andere deugden zijn gebaseerd die nodig zijn om
heiligheid te bereiken, samen met de deugd van liefde, waarnaar iedereen
verlangt in het diepste van hun wezen, en die zo dikwijls op de verkeerde
plaatsen wordt gezocht.
De narcistische obsessie met de cultuur van het ego is een symptoom
van een diepe onzekerheid en eenzaamheid in onze maatschappij. Mensen verlangen
naar liefde, intimiteit en vriendschap, en falen dikwijls om het te bereiken. Het
is duidelijk dat vele mensen niet in staat zijn, om een relatie van engagement in
stand te houden in hun leven. ( )
Gebed om navolging van Maria in de nederigheid
Hemelse Moeder Maria, Meesteres van mijn ziel,
In mijn verlangen om U na te volgen in de nederigheid die God zo welgevallig
is, smeek ik U,
Houd mij voortdurend bewust van mijn nietigheid, en doordring mij van het besef
dat ik slechts nut kan hebben voor Gods Werken in de mate waarin al mijn
handelingen, mijn woorden en mijn voorkomen vervuld zijn van Uw nederigheid.
Maak mij steeds kleiner, opdat alle plaats in mijn hart door U bezet mag
worden, en geef mij de kracht, mijn tekortkoming toe te geven bij elke fout die
ik bega.
Vervul mij met afschuw voor de lofprijzingen der mensen, en wek in mij het
verlangen naar het verborgen leven met U.
Schenk mij het vermogen om de mens van weinig aanzien met waardigheid te
behandelen, opdat ik zijn hart kan helpen genezen van de slagen en wonden van
het leven.
Laat uit mijn mond niets dan eenvoud geboren worden, opdat geen ziel zich in
mijn tegenwoordigheid minderwaardig moge voelen.
Leer mij mijn medemens niet steeds te corrigeren, doch in eenheid met hem de
vervulling van Gods Werken na te streven.
Geef mij de kracht om elke bestreving van prestige voor mijzelf in het oog van
mijn medemens te verafschuwen.
Leer mij, mijn gaven en talenten niet te gebruiken om macht te verwerven, doch
voor de bevordering van het Heil van mijn ziel en van andere zielen.
O Koningin van Hemel en aarde, leer mij mijn kleinheid te koesteren als het
geschenk van een God die er vreugde in heeft geschept, mij een volmaakte Moeder
te geven.
Hoe komt de ziel tot aanbidding van God? Waaruit bestaat aanbidding?
1.Het verlangen om tot
het Hart van God door te dringen. Word U ervan bewust dat de kern
van Uw ziel niets anders verlangt dan God te kennen en in Hem over te vloeien.
2.De Liefde tot God: Deze opent Uw
hart voor de overvloeiing tussen Uw ziel en God, in beide richtingen. Liefde
moet gegrondvest zijn op inwendige rust, en brengt op haar beurt ook diepere
rust in de ziel.
3.De ontlediging van Uw
geest: U moet trachten, aan niets meer te denken. U kijkt alleen nog maar
inwendig naar het Licht, het Kruis (symbool voor Gods oneindige Liefde voor U),
Maria met het Kind Jezus (de Menswording van Gods Zoon) of elk Hemels beeld dat
U vervult van Liefde, Vrede en rust.
4.De verheerlijking van
God. U prijst God inwendig voor Uw leven, alle genaden, de natuur, het
vooruitzicht op het Eeuwig Leven, enzovoort.
5.De uitnodiging aan
God. wellicht de grootste vrucht die aanbidding Uzelf kan opleveren, is
het bezoek van God in Uw ziel. Door Uw ingesteldheid kunt U mee bepalen of Hij
U slechts voor de tijd van de aanbidding bezoekt, dan wel voor onbepaalde tijd
bij U intrekt met bagage (genaden die U blijvend veranderen). Een werkzame
aanroeping om God in U uit te nodigen, kan bijvoorbeeld zijn: "God
van Licht en Liefde, ik bemin U. Ik geef mij aan U. Vervul mij met Uzelf".
Welke zijn de vruchten die God in de aanbiddende ziel tot rijping
brengt?
1.Aanbidding doet de
ziel openbloeien als een bloem die zich ontvouwt, blaadje voor
blaadje, in het besef van Gods Tegenwoordigheid. God is de Bron van Leven. Zijn
aanraking schept, verlost, heiligt en herschept (geneest). De
realiteit van dit gegeven blijkt bij het mystiek contact: De voelbare (soms
zichtbare en/of hoorbare) Aanwezigheid en aanraking van Maria (Gods Gezante)
lijkt de ziel, het hart, de geest, en in zeker opzicht zelfs het lichaam 'open
te gooien', en maakt onvermoede krachten vrij. Aanbidding kan een enigszins
gelijkaardig effect krijgen in de ziel: Zij kan vervuld worden met genaden, en
kan dit ervaren als een bevrijding. Wanneer de bloem van Uw ziel zich onder
invloed van deze Goddelijke kracht opent, kunnen hierdoor haar kleur
(bovennatuurlijke schoonheid) en geur (heiligheid) gewekt worden, wat nieuwe
impulsen van aanbidding in werking kan stellen.
2.Aanbidding stort
intense gevoelens van dankbaarheid in de ziel, in het besef
van het vele mooie waarvan zij getuige mag zijn omdat God er is. De
aanbiddende ziel begrijpt dat God Bron, Oorzaak en Bestemming van alle dingen
is. Dit besef baart dankbaarheid, dankbaarheid schept vreugde, en deze vreugde
baart het ware Geluk omdat zij van Hemelse oorsprong is. Dankbaarheid is een
emotie die vaak verstikt wordt onder het gewicht van het leven. Waarom zou men
God danken terwijl men ten prooi is aan tegenslagen en lasten? De aanbiddende
ziel voelt dat God niet verantwoordelijk is voor het negatieve in haar leven,
maar dat Hij integendeel de enige waarborg vormt voor de inlossing van de
belofte van het ware Geluk na het leven op aarde. Alle lasten van Uw leven
worden door God opgetekend als aanleidingen voor een honderdvoudige vergoeding
in Zijn Rijk. Dat is ook wat Hij U tijdens aanbidding in het verborgene kan
laten voelen.
3.Aanbidding levert
gevoelens van diepe zaligheid, intense vreugde, stil geluk, omdat het hart
in aanbidding Gods Aanwezigheid voelt. Deze Aanwezigheid is even onhoorbaar of
onzichtbaar als radiogolven, maar is even reëel als radiogolven: De atmosfeer
is vervuld van radiosignalen, die U noch kunt zien noch kunt horen tenzij U Uw
radiotoestel aanzet. Iets gelijkaardigs geldt voor Gods Aanwezigheid: God is er
altijd en overal, maar U kunt Hem pas aanvoelen zodra U het 'radiotoestel' van
Uw ziel in werking laat komen. Aanbidding is één van de wijzen bij uitstek om
dit contact tot stand te brengen. Aanbidding schept in de ziel de rust en Vrede
die U in staat stellen om U totaal te laten gaan in de zaligheid van het
Hemelse.
4.Aanbidding schept de
spontane behoefte van diepe overgave aan God in het bewustzijn dat Zijn heiligheid U
omgeeft als een wolk van bloemenparfum op een zomeravond: een atmosfeer van
gelukzaligheid die uitnodigt om U totaal aan God over te geven. Dit is de meest
natuurlijke emotie die de ziel kan opbrengen, want zo is zij oorspronkelijk ook
gemaakt: met een inwendig, natuurlijk vermogen om alles los te laten en
zichzelf zonder de geringste weerstand in Gods Hart uit te storten.
5.Aanbidding schenkt de
ziel het gevoel dat zij reeds ondergedompeld is in een stuk Hemelse werkelijkheid. Dit gevoel is
het natuurlijk gevolg van de aanraking met Gods Wezen. Vele zielen laten God
vergeefs bij zich aankloppen (onbeantwoorde ingevingen). God, daarentegen, doet
steeds open wanneer U bij Hem aanklopt. De wijze waarop Uw pogingen tot contact
beantwoord worden, is onvoorspelbaar. Vaak worden in Uw ziel genaden gestort
die voor onbepaalde tijd in het verborgene blijven en U eventueel pas na Uw
aardse leven geopenbaard worden, want voor God is slechts het Eeuwig Leven van
belang. Niettemin kan de aanbiddende ziel een gevoel ervaren dat zij niet kan
vergelijken met gevoelens die haar bekend zijn uit het dagelijks leven. Zo
worden nieuwe wegen geopend naar een rijkere ervaringswereld die het wereldse
sterk in belang doet verminderen.
6.Aanbidding zet het
hart, de geest en de ziel ertoe aan, zich totaal te ontledigen in golven van
ontembare, brandende Liefde, en elke herinnering aan het
wereldse in Gods Hart te begraven. De ziel die ooit door de Hemel aangeraakt
is, stelt steeds minder prijs op wereldse dingen, want de ervaring van het
Hemelse is met niets op aarde te vergelijken. In deze gesteldheid verdwijnen
ook vele beperkingen op het vermogen om uitdrukking te geven aan de Liefde:
Aanbidding leert U, Ware Liefde te ervaren en te geven. Dit
kan voor Uw hart en ziel een ware genezing brengen en de deur openen naar een
veel vrijere belevingswereld: Uw leven wordt doordrongen van de Ware Liefde,
die in de werkelijke zin van het woord een Goddelijke eigenschap is en U leert
begrijpen waar het in het leven werkelijk om gaat.
7.Aanbidding schept het
verlangen om Uw hele leven op te offeren als brandhout voor het Hemels Vuur dat
uitgaat van Gods Tegenwoordigheid, in een verlangen naar wedergeboorte in
een Hemels leven. In deze ervaring wordt de ziel reeds hier en nu
geraakt door de gesteldheid van de engelen, en verwerft zij nooit vermoede
inzichten in de onbelangrijkheid en nietigheid van elke wereldse gesteldheid.
U begrijpt dan dat dit leven slechts zin heeft als offerande ten bate van Gods
Rijk.
8.Aanbidding wakkert
het geloof in Gods Aanwezigheid aan, dat in de ziel versterkt wordt
door gevoelens waarvan men de bovennatuurlijke oorsprong moet aannemen omdat
zij niet met het verstand verklaard kunnen worden.
9.Aanbidding versterkt
in de ziel de nederigheid. De ziel ervaart de behoefte om zich in alle
eenvoud in God te laten opnemen, zich te laten overvloeien in het oneindige,
het ongrijpbare. Het bewustzijn van Gods Tegenwoordigheid ontsluit in de ziel
een groter bewustzijn van de menselijke kleinheid, en een behoefte om 'kind te
zijn' teneinde zich te kunnen laten dragen op deze golven van zaligheid, die de
gesteldheid van aanbidding in werking blijkt te zetten.
10.Aanbidding is zowel oorzaak als gevolg van een
gesteldheid van verering. 'Verering' betekent in feite 'diep eerbetoon
bewijzen'. Dit kunt U pas zodra U begrepen hebt dat God Bron is van alle goeds,
ondanks het feit dat de wereld om U heen ogenschijnlijk onder de heerschappij
van slechte invloeden staat. Zodra U beseft dat het niet God maar het verkeerd
gebruik van de vrije wil van de mens is die alle ellende over de wereld
afroept, zult U in staat zijn tot een volkomen verering van God.
In de aanbidding doorleeft de ziel meer bewust wat zij onbewust
verlangt, namelijk de eenwording met God te benaderen. Dit verlangen heeft God
in elke ziel gelegd. Het is alsof God elk maaksel van Zijn handen voorziet van
een ingeplant element dat (bij de meeste mensen totaal onbewust) een leven lang
tot God aangetrokken wordt. Men zou bij vergelijking kunnen zeggen dat God een
magneet is, en elke ziel een blokje ijzer in zich draagt waardoor zij constant
naar de magneet toe getrokken wordt.
Hoe kunt U God aanbidden?
God kan aanbeden worden bij het uitgestald Heilig Sacrament, in de
Heilige Communie, bij een beeltenis, door diepe verering van Maria, engelen of
heiligen (omdat al deze verheerlijkte zielen als Gods gezanten beschouwd kunnen
worden en tot op zekere hoogte dragers zijn van Zijn eigenschappen; dit geldt
zeker voor Maria). God kan echter ook aanbeden worden in de natuur: Wanneer U
Gods Tegenwoordigheid verheerlijkt in Zijn Schepping, leert U Zijn heerlijkheid
voelen terwijl U een bloem, een boom, een dier of een landschap waarneemt
(ziet, hoort, ruikt, betast...).
In Gods ogen is de meest lovenswaardige vorm van aanbidding deze in en
door Uw dagelijkse activiteiten. Waarom? Omdat, wanneer U in Uw
dagelijks leven de gesteldheden betracht die hierboven zijn beschreven, U
daarmee God op volkomen wijze in Uw leven inbouwt, en bijvoorbeeld niet alleen
diep contact met Hem zoekt in het kader van een uitstalling van het Heilig
Sacrament.
Verheerlijking van God door Uw hele doen en laten, spreken, denken en
voelen, in een gesteldheid van blijmoedigheid, is een bloesem die bloeit op de
tak van de ware heiligheid. Het is weinig zielen gegeven, maar het is de
edelste betrachting die in een hart kan ontstaan. De ideale toestand die U kunt
nastreven, is deze waarbij U het punt bereikt waarop Uw hele leven één
onophoudelijke akte van aanbidding wordt. U kunt God verheerlijken door wat U
doet, zegt of denkt, maar U kunt Hem ook aanbidden door wat U bent.
Naarmate het proces van de heiliging dat God in Uw ziel is begonnen door
het Vuur waaruit zij bij de bronnen van Gods Rijk is gemaakt, vordert, wordt de
ziel steeds méér gevoed door een steeds bredere schakering van het Goddelijk
Licht, tot zij als het ware gelijkt op een volmaakte regenboog. Dat is de staat
van genade, de toestand waarin Uw hele wezen zo vervuld wordt van Gods eigen
Wezen dat U om zo te zeggen heiligheid begint uit te stralen. Dat
kan bijvoorbeeld het geval zijn in de verenigingsmystiek, waarbij het
instrument van Maria spontaan begint te handelen, te spreken, te denken en te
voelen zoals Maria, en Haar lijkt uit te ademen door zijn/haar hele
verschijning, zijn/haar hele manier van voorkomen of optreden. In dit stadium
wordt het wezen zelf tot één onophoudelijke aanbidding van God. Dit komt
doordat Maria dan Haar eigen Wezen in Haar instrument laat overvloeien, tot
zijn/haar hart van het Hare doordrongen is zoals een spons van water. Zij kan
Haar instrument zodanig beheersen dat deze ziel Haar woorden spreekt, Haar
gebaren maakt, Haar gevoelens, voor- en afkeur deelt, enzovoort.
Marias leven was één en al aanbidding van God. Zij wil dit ook in Haar
instrumenten herhalen, mits deze zich volkomen voor Haar invloed openstellen.
Om deze reden kan dus de totale en onvoorwaardelijke Mariatoewijding beschouwd
worden als een koninklijke weg van aanbidding tot God. Wanneer de overvloeiing
tussen Maria en Haar geroepene de hoogst mogelijke graden begint te bereiken,
kunnen wij spreken van een vereniging of eenwording met Maria. Tot deze weg
zijn heel weinig zielen geroepen, maar ook buiten de mystiek is het voor de
ziel niet onmogelijk om tot een volkomen aanbidding van God te komen, indien
zij zich met vastberadenheid oefent in alle deugden en zo haar leven zelf tot
een aanhoudende verheerlijking van God maakt.
Heel vaak wordt aanbidding beschouwd als een geschenk van de ziel aan
God, doch de ware aanbidding is een ervaringstoestand waarbij de geschenken van
God aan de ziel de geschenken van de ziel aan God ver overtreffen. Aanbidding
is een gesteldheid van de ziel die tussen God en de ziel een uitwisseling tot
stand brengt die bron is van Licht. Een ziel die haar hele leven tot aanbidding
weet te maken, schept hierdoor om zich heen een aura van Hemels Licht dat tot
een schild tegen bekoring en zonde wordt. Wanneer zielen via deze weg het Licht
van God in en om zich heen verspreiden, vormen zij hierdoor een Ketting van
Licht. Hoe talrijker de zielen worden die een leven van aanbidding leiden, des
te groter en krachtiger wordt deze Ketting.
Dit is de Ketting van Licht die door de Heilige Maagd zo vurig wordt
verlangd: Door deze structuur van bovennatuurlijk Licht zal het kwaad verblind
worden. De satan kan in zijn hoogmoed niet meer vatten dat uit het zozeer
verdorven mensengeslacht nog zielen kunnen opstaan die de heiligheid bezitten
om zijn werken te onthullen door het Licht dat zij in Gods Genade om zich heen
verspreiden. Dit zal hem verblinden en onder Marias voeten leggen. Bid daarom
om gelegenheden tot uitstalling van het Heilig Sacrament, en om de genade dat
Uw ziel een levende aanbidding zou worden, want zo wordt U tot bouwsteen in de
fundering van Gods Rijk op aarde. Om Gods Rijk op aarde te vestigen, moet dit
Rijk eerst in een aantal harten gevestigd worden. Slechts een
hart dat bereid is tot een leven van aanbidding, bezit een bodem met de
gesteldheid die noodzakelijk is om Gods Rijk in zich te ontvangen en tot vrucht
te laten komen.
Gebed van
aanroeping tot aanbidding
Aanbeden zij de allerheiligste Wil van
God, die alles bezielt.
Aanbeden zij Zijn onovertroffen Liefde, die alles voedt.
Aanbeden zij Zijn onvergelijkbare Wijsheid, die alles bestuurt.
Aanbeden zij de Drie-Ene God in de Schepping, Verlossing en Heiliging van alle
zielen.
Aanbeden zij de Bron der heiligheid, die mijn ziel zal wassen voor de Bruiloft
in het hoogste der Hemelen.
Gebed van
aanbidding
Mijn Drie-Ene God, in Uw
Tegenwoordigheid leg ik mijzelf in de handen van Maria, de Parel van Uw
Schepping, die mij tijdens de voltrekking van het groot Verlossingsmysterie tot
Moeder is gegeven.
Moge Zij mij onderdompelen in de Bron der Genaden, en Haar Mantel om mijn ziel
heen slaan, opdat deze in zuiverheid met U alleen kan zijn.
Mijn God, wat kan ik zeggen. Welke woorden doen geen afbreuk aan de heilige
gloed die mijn hart bezielt?
Kom, o Lam Gods, ik weet dat U hier bent, dichter dan ik durf dromen. Wie kan
de zalige geur van Uw Tegenwoordigheid voor mij verborgen houden?
In mijn hart welt de wierook van de lofprijzing op uit het Vuur van de Liefde.
Voor mijn ogen wijkt het gordijn van de onwetendheid op de vleugels van Uw
Geest, die mij bestraalt met het Licht van het geloof.
In mijn oren weerklinkt de zang van de hoop op Uw zachte stem die mijn hele
wezen omhelst, en mij op al mijn wegen zal leiden en bemoedigen.
U hebt mij geschapen, U hebt mij eindeloze heerlijkheden bereid,
U hebt mij een leven op aarde gegeven om de Hemel te verdienen, U hebt de
Kruisdood aanvaard om mij in Uw Rijk te verwelkomen, nu stort U Uw Geest over
mij uit opdat ik waarlijk een kind van het Licht moge zijn.
O Drie-Ene God van Liefde, wil hier en nu mijn verlangen naar vereniging met U
aanvaarden als een bede van verzoening tot redding van zielen uit de greep van
de duisternis.
Maak mij tot een heilig tabernakel dat Uw Tegenwoordigheid in zich kan bergen,
opdat wij één blijven.
Druk Uw Aanschijn onuitwisbaar in mijn hart, opdat ik de zin van mijn aardse
leven moge begrijpen en mijn ware roeping binnen Uw Heilsplan voor de
eeuwigheid mij geopenbaard moge worden, vandaag en tot in het uur van mijn
terugkeer naar U.
Dank U, mijn God, ik mag U aanbidden, omdat mijn ziel door U is gemaakt.
Ik kan U aanbidden, omdat Maria mij voor de ontmoeting met U in de Tuin der
Hemelse bloemen voorbereidt.
Ik wil U aanbidden, omdat mijn hart niet anders kan dan U beminnen.
Wees geprezen, o Vader, in Uw scheppende Liefde die mij tot zaad in het hart is
gestort.
Wees geprezen, o Jezus, in Uw verlossend Kruis dat mij het Eeuwig Geluk zal
geven.
Wees geprezen, o Heilige Geest, in de Wijsheid en het Licht die mijn ziel
besturen, en in Maria, Uw Bruid die de Tuin van Haar heerlijkheden voor mij
heeft ontsloten, opdat ik U, mijn God, voor eeuwig moge toebehoren.
Wat is de aanbidding als levenshouding?
De christen kent de aanbidding gewoonlijk als een devotionele oefening
die wordt volbracht bij het uitgestald Allerheiligste, de Christus in de Heilige
Hostie, zoals deze in de monstrans op het altaar aan de christenen wordt
vertoond. Maria, de Meesteres van alle zielen heeft er reeds meermaals op
gewezen dat aanbidding slechts de volheid van het in haar aanwezig Licht kan
voortbrengen zodra de ziel komt tot aanbidding doorheen haar hele zijn, doen en
denken. Zij schenkt de zielen nu de volgende vijf wegen om deze gesteldheid in
zich te verwezenlijken:
1 Het Kruis van Jezus Christus is het hart van ons
geloof.
God had het zo beschikt, dat de mensenzielen de aarde in stand zouden
houden als een spiegel van het Rijk der Hemelen. Door de erfzonde werd de ziel
verwond en hierdoor vatbaarder voor verdere overtredingen tegen Gods Wet. De
ziel verloor haar 'aangeboren' heiligheid en hierdoor de gelegenheid om na de
voltooiing van haar aardse levensreis het Eeuwig Leven in de Hemel binnen te
gaan. Jezus Christus moest de Kruisdood sterven opdat elke mensenziel de kans
zou krijgen om zich de sleutel te verdienen waarmee zij de gesloten Hemelpoort
zou kunnen openen. Deze sleutel werd de zielen ter beschikking gesteld door de
Verlossingswerken van de Christus.
Maria beklemtoonde reeds bij herhaling dat de Verlossingswerken geen
eindpunt zijn en derhalve de Hemel niet automatisch voor de ziel
ontsluiten. Elke ziel moet de Verlossingswerken van Christus in zichzelf
voltooien, door een onwankelbaar geloof en de toepassing van de Ware Liefde in
de vorm van een concrete beleving van alle deugden op elk ogenblik en in alle
situaties van haar leven. Doordat het aardse leven wegens de verwondingen van
de zielen door de erfzonde en alle verdere overtredingen tegen Gods Wet van
Liefde een leven van beproevingen is, draagt de ziel de verplichting, haar
leven te leiden in volkomen navolging van het Leven van de Christus: met
beleving van de volheid der deugd, en met liefdevolle aanvaarding van de
kruisen van al haar beproevingen.
De christenziel vereert het kruis als symbool voor haar geloof omdat het
Kruis van Jezus het instrument en symbool van haar Verlossing uit de macht van
de duisternis over haar eeuwig lot is. Essentieel is echter, dat de ziel de
kruisen van haar leven verheft, door de beproevingen toe te wijden en in
Liefde te dragen. Hierin ligt een eerste element van de ziel als levende
aanbidding, die een groot tegengewicht zal vormen tegen de duisternis, die de
zielen ertoe inspireert, alle kruisen van het leven te maken tot bronnen van
vervloeking jegens God (die de schuld krijgt voor alle ellende) en van
ongebreidelde ondeugd als reacties op een steeds groeiende ontevredenheid.
Zodra de ziel haar levensweg van harte kan beschouwen, en wil beleven, als een
herhaling van de verlossende Kruisweg van Christus, verandert haar leven in één
doorlopende aanbidding.
2 Elke dag worden
over de hele wereld miljoenen kaarsen aangestoken.
De ziel beschouwt dit ritueel als een handeling waardoor Licht wordt
ontstoken tot bestrijding van duisternis. Dit ritueel krijgt echter pas
waarlijk deze uitwerking in de mate waarin het wordt voltrokken vanuit een hart
dat intens op het Eeuwig Licht (God) is georiënteerd en door zijn hele
ingesteldheid zelf een straal van Licht doorheen de Schepping stuurt.
Een brandende kaars is een symbool. Zij is niet bij machte om uit
zichzelf enige uitwerking van duisternis in het leven van een ziel of in de
wereld als geheel teniet te doen. Het aansteken van de kaars geeft jegens God
een signaal voor het verlangen naar de verandering van een toestand of
ontwikkeling. De enige verandering die God Zelf verlangt, is deze, dat de
wereld stap voor stap moge naderen tot de voltooiing van Zijn Heilsplan, dat
hieruit bestaat dat de hele Schepping een weerspiegeling zou zijn van Zijn
Hemelrijk: een Rijk van volmaakte Vrede en van Ware Liefde. Alles wat daartoe
kan bijdragen, brengt Licht in de duisternis. Daarom wijst de Maria erop, dat
elke ziel zelf een brandende kaars moet zijn: De ziel kan haar bestemming als
volkomen instrument voor de verwezenlijking van Gods Heilsplan slechts bereiken
in de mate waarin zij Licht en warmte verspreidt.
Licht verspreidt de ziel in de mate waarin zij in alle situaties van het
leven Gods Tegenwoordigheid waarneembaar maakt en een levend teken voor de
volheid van de Waarheid is. Levend teken voor de volheid van de Waarheid wordt
de ziel wanneer zij in al haar doen en laten en al haar innerlijke gesteldheden
bijdraagt tot de verwezenlijking van Gods Plannen en Werken.
Warmte verspreidt de ziel in de mate waarin zij in alle situaties van het
leven onvoorwaardelijke en onzelfzuchtige Liefde laat doorstromen naar al haar
medeschepselen, naar de Schepping als geheel en naar God en al Zijn Werken en
Plannen.
De ziel wordt zelf een brandende kaars in de mate waarin zij zichzelf
helemaal geeft voor de verwezenlijking van Gods Heilsplan, en bij deze
'zelfverbranding' het Licht van Gods Waarheid en de warmte van Zijn vlekkeloze
Liefde om zich heen verspreidt. De kaars van de ziel gaat dan helemaal op in
het Vuur van Gods Werking in haar en door haar heen.
3 Over de hele wereld
worden dagelijks vele Heilige Missen opgedragen.
De Heilige Mis is in de jonge Kerk van Jezus Christus, en in navolging
van Zijn gebod, gegrondvest als het hoogste eerbetoon aan God en Zijn
Verlossingswerken. Zij is van nature draagster van een gouden sleutel tot
opening van de Schatkamers der Genaden. Zij behoort tot de machtigste wapens
tot bestrijding van de duisternis in de wereld. Om deze reden is het Heilig
Misoffer ononderbroken ten prooi aan verwoede pogingen van de duisternis om
haar inherente waarde aan te tasten. Vele Heilige Missen worden dagelijks
opgedragen op verzoek van christenen die via deze weg genaden afsmeken voor de
verwezenlijking van een door hen verlangde verandering van een situatie of
ontwikkeling in hun leven of in het leven van een medemens. De volle waarde
krijgt deze intentie voor God echter slechts in de mate waarin de ziel in haar
eigen leven en gesteldheden zelf tot een doorlopende Heilige Mis wordt.
Helaas verzoeken vele christenen om het opdragen van Heilige Missen in
de veronderstelling dat deze uit zichzelf hun intenties zullen verwezenlijken.
Dit is echter in strijd met Gods Wet, die het zo heeft voorzien dat alles in
de Schepping slechts kan worden beïnvloed volgens de actieve bijdrage van
de zielen tot de verwezenlijking ervan. Bijvoorbeeld: Een ziel die Heilige
Missen laat opdragen voor haar Eeuwig Heil of het Heil van een medemens, zal
weinig resultaat kunnen oogsten zolang zij niet tevens zelf actief aan haar
heiliging en de concrete beleving van de Ware Liefde werkt.
Heiliging, Heil en de overwinning van het Licht in een individuele ziel
evenals in de Schepping als geheel worden in de eerste plaats bewerkt door de
actieve inzet van de ziel voor de ontsluiting van Gods Licht.
De Heilige Mis gedenkt in de eerste plaats de Zelfofferande van Jezus
Christus aan Gods Heilsplan voor de ontsluiting van de Verlossing der zielen
uit de zegevierende greep van de duisternis op hun eeuwig lot. De ziel wordt
zelf tot een doorlopende Heilige Mis door een levensgesteldheid waardoor zij zichzelf
in alle situaties van het leven aanbiedt als offerlam voor de ontsluiting van
de Verlossing in zichzelf en in haar medemensen.
Deze gesteldheid krijgt haar absolute bekroning in de totale,
onvoorwaardelijke en levenslange, in elke levenssituatie concreet beleefde
toewijding van de ziel en haar hele leven aan God via de Heilige Maagd Maria.
Hierdoor offert de ziel zichzelf volkomen onzelfzuchtig op als werktuig (of
grondstof) voor Gods Bouwwerken aan Zijn Rijk op aarde. Door deze gesteldheid
beleeft de ziel volkomen de rol die God voor elke ziel heeft voorzien: dat zij
haar leven niet leidt voor zichzelf, doch voor de verwezenlijking van Gods Plannen
en Werken. Volkomen beleefde toewijding maakt de ziel voor God tot een levend
Misoffer.
4 Voor de christen maakt het gebedsleven een vast
bestanddeel uit van het dagelijks leven.
Gebed is niet slechts spreken tot God, het is in de brede zin van het
woord elke handeling waardoor de ziel zich met God of met een Hemels Wezen in
verbinding stelt. Door gebed communiceert de ziel in de breedste zin van het
woord met God. God luistert niet met de oren, Hij luistert met het Hart. Dit
betekent dat God geen klanken beluistert die Hij via een soort logisch verstand
analyseert om hen een betekenis te geven. God vangt alles op
met het Hart. Dit betekent dat alles door Hem wordt bekleed met een
waardecijfer (positief of negatief), dat Hij toekent volgens:
de
mate van Ware Liefde die Hij waarneemt in datgene wat Hij ziet, hoort en
voelt, en
de
mate waarin de biddende ziel blijkt te verlangen naar eenheid van haar wil
met Zijn Wil.
Dit betekent dat het ware gebed, datgene wat door God
wordt waargenomen als een verlangen naar communicatie van de ziel met Hem, niet
bestaat uit een veelheid van woorden die niet of nauwelijks in het hart worden
gevoeld, doch uit vlammen van Liefde. Dit mag niet zo worden beschouwd alsof de
ziel voelbaar moet 'branden van Liefde', want gesteldheden van zogenaamd Vuur
in het Hart worden in vele gevallen door de duisternis gemanipuleerd en
vervormd tot dweperij, waarbij de ziel zichzelf (en haar medemens) misleidt tot
de 'vaststelling' dat haar Liefde volkomen zou zijn. Het ware Liefdesvuur
ontwikkelt de ziel in de eerste plaats vanuit een waarachtig en oprecht
verlangen om haar wil één te maken met Gods Wil. Dit betekent dat het gebed dat
God welgevallig is, een communicatie is vanuit een ziel naar God toe, waarbij
de ziel verlangt om haar hart één te maken met Gods Hart, en om vanuit die
eenheid Gods concrete tussenkomst te verkrijgen voor ontwikkelingen die de
overwinning van het Licht over de duisternis een stap dichterbij brengen.
In wezen behoort elke gebedsintentie derhalve neer te komen op het
uitsturen van een signaal dat zegt: "Mijn God, ik wil mijn hele wezen en
mijn hele leven volkomen in de dienst van de verwezenlijking van Uw Plannen en
Werken stellen, en verlang ernaar dat elke ontwikkeling binnen de hele
Schepping op deze verwezenlijking zou zijn gericht. Daarom verlang ik naar
eenheid met Uw Hart, opdat dit verlangen met het Zegel van Uw Liefde en Uw
almacht moge worden bekleed".
Een gebed dat niet vanuit deze gesteldheid vertrekt, is niet een heilige
handeling, doch een menselijke handeling, met andere woorden: het brengt weinig
Heil, wegens gebrek aan zuiverheid van hart. De ware zuiverheid van hart
bereikt de ziel immers slechts in de mate van haar verlangen dat Gods Hart
in haar zou kloppen en haar hele innerlijke gesteldheid richting zou geven.
"God en Ikzelf luisteren niet in mono, doch steeds in stereo. Dit
betekent dat Wij steeds luisteren via twee geluidssporen tezelfdertijd: de
woorden zelf, en de stroming van de Liefde die tijdens deze woorden uit het
hart komt. Bij talloze zielen blijft dit tweede spoor leeg, zodat de ware,
diepe, spirituele inhoud van de gebedswoorden Ons nauwelijks bereikt. Hetzelfde
geldt voor verheerlijking, aanbidding, zelfvernedering jegens God en Mij:
Wanneer tezelfdertijd niets uit het hart stroomt, is dit alles inhoudsloos,
zowel voor Ons als voor het Levensboek van de ziel zelf".
5 Door de erfzonde beleeft de mens zijn leven op aarde meer zintuiglijk en door het verstand, dan vanuit
het hart.
Hierdoor kijkt de ziel doorgaans voorbij aan al het essentiële, alles
wat voor God van doorslaggevend belang is. God stelt talloze tekenen in alle
situaties van het leven, ook de schijnbaar meest banale, doch het vermogen van
de mensenziel om Gods werkingen te merken en te voelen, is door haar verwonde
natuur zeer verzwakt en wordt bovendien zwaar geremd door de talloze werken van
duisternis die in de wereld alle tekenen van Gods Tegenwoordigheid systematisch
tracht uit te roeien.
De ziel kan haar vermogen om God in alles te voelen, slechts herstellen
door het verlangen om Hem te herontdekken. De verwezenlijking van dit verlangen
moet beginnen met het verlangen om de oppervlakkigheden en de valse
verlokkingen van het werelds leven te leren ontdekken. Hoe meer de ziel
de schijn der dingen om zich heen en de valse waarheden in het
werelds denken leert ontdekken, des te beter wordt zij in staat om alle
elementen van duisternis en dwaallichten uit haar waarneming weg te
filteren, waardoor zij steeds méér op het Licht wordt afgestemd en zij in alles
geleidelijk aan God, Zijn Werken en Plannen en Zijn ware bedoelingen leert
zien, evenals de listige strategieën der duisternis die voor misleiding,
dwaling en vertekende waarneming van de Waarheid zorgen.
De Maria wees er reeds vroeger op, dat voor de ziel geen betere weg
bestaat om God te herontdekken dan door zich erin te oefenen om de natuur om
zich heen op een andere wijze waar te nemen. De immense pracht en de ontelbare
wonderen die zijn verborgen in de wereld van dieren en planten, berusten op de
oneindige Liefde van God voor Zijn Schepping. In de natuur klopt het Hart van
God beter voelbaar dan in de elementen der 'beschaving' die door mensenhand
zijn omgevormd. De tekenen van onvrede en disharmonie die ook in de natuur
waarneembaar zijn (bijvoorbeeld in het gedrag van roofdieren) zijn gevolgen van
de erfzonde en dus van menselijke beïnvloeding, zij zijn niet oorspronkelijk
door God zo voorzien. Deze Tegenwoordigheid en Werkingen van God echter, zitten
dieper onder de oppervlakte verscholen, en de ziel die de natuur niet langer
waarneemt vanuit het analyserend verstand doch vanuit het hart, kan
Gods Hartslag en de diepere zin van Zijn Plannen leren voelen in elk contact
met een dier, boom, bloem, struik of plant, en nog méér in de waarneming van
elk van deze elementen in het geheel van hun leefwereld.
De mensenziel die de natuur benadert vanuit het hart, kan
hierdoor haar hart herprogrammeren tot een bron van levende aanbidding, waarbij
elke waarneming voedsel zal geven aan gevoelens van verrukking over Gods
Liefde, en over de intense beleving ervan in het eigen hart. De ziel die de
wonderen van elk individueel dier of elk individueel element van de vegetatie
op aarde leert aanvoelen, diep in het hart, kan het punt bereiken waarop zij
zich één voelt met het geheel van de Schepping en daardoor volledig overvloeit
in Gods Hart. De gesteldheid die daarbij het hart beheerst, maakt de ziel tot
een levende aanbidding. Het is de gesteldheid waarin de ziel tevens haar ware
rol en plaats binnen Gods Werken en binnen de Schepping leert ontdekken, en zo tot
de spirituele vruchtbaarheid kan komen, die God voor haar had voorzien en van
haar verwacht.
Samengevat: Wat maakt de ziel tot een levende aanbidding?
de
protestloze aanvaarding van alle kruisen van het leven als volmaakte
navolging van Christus;
de
betrachting van een vlekkeloze, onvoorwaardelijke toepassing van
onzelfzuchtige Liefde jegens alle medeschepselen en jegens God en Zijn
Werken en Plannen;
de
beleving van totale, onvoorwaardelijke en levenslange toewijding, die
concreet wordt toegepast in alle situaties van het leven;
een
leven waardoor de ziel in alle situaties God met al Zijn gesteldheden
zoekt te vertegenwoordigen jegens al haar medeschepselen;
de
betrachting om de eigen leefwereld en de Schepping om zich heen louter
waar te nemen en te benaderen vanuit het hart, om aldus de Hartslag van
God in alles te leren voelen en over te vloeien met Zijn Hart en Zijn Wil.
Opmerking : God doet weinig dingen rechtstreeks. Hij werkt graag via mensen.
Waarom? Omdat de Liefde de brandstof van al Zijn Werken is. God
schept er meer behagen in wanneer Zijn goede dingen via mensenhanden tot
stand worden gebracht. Deze daden zijn in feite Gods werk, doch doordat Hij ze
aan mensen inspireert, bevordert Hij de Liefde (Zijn eigen brandstof) tussen de
mensen. Zo wil Hij bekomen dat de hele schepping de Liefde ervaart en
doorgeeft, tot alles doordrongen is van Zijn eigen adem en klaar wordt voor
de vestiging van Zijn Rijk van Liefde op aarde. Gods werking wordt
dus slechts zichtbaar via mensen. Zoals Jezus zegt: "Ik
ben de Wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft terwijl Ik blijf in hem,
die draagt veel vrucht", zo geldt eveneens het volgende: Wat in de
wijnstok omgaat, wordt pas duidelijk via de druiven die men eraan ziet rijpen.
welnu, de verworvenheden van mensen brengen in feite aan het licht wat
God in hen tot stand heeft gebracht. Indien God de ziel niet voedt met
Zijn genaden, kan de ziel niet rijpen, en kan zij niet op haar beurt andere
zielen voeden.
Heiligheid van Jezus en Maria
Maria is naast Jezus het voorbeeld bijuitstek van
een leven in uitmuntende heiligheid.
Maria werd als enige mens onbevlekt ontvangen, wat betekent dat Haar
ziel niet de erfzonde in zich draagt.
God had
de mens geschapen met de bedoeling een dat hij een heilig leven zou leiden. Onze stamouders, Adam en Eva, gaven
echter toe aan de influistering van de satan om ongehoorzaam te zijn aan God. (Genesis
3:1-5) Deze eerste zonde van de mensen wordt de erfzonde genoemd: het gif van de satan werd in de
ziel van de eerste mens gegoten en zou alle verdere generaties belemmeren om te leven naar Gods
beeld en gelijkenis. God heeft de H. Maagd Maria voorzien als de Overwinnares van Satan. Aan Haar
is alle macht gegeven
om de duivel aan de ketting te leggen. Zij is de Uitverkorene die JEZUS,
het LICHTDER WERELD aan de mensen moest
geven om de wortels te
leggen van het Rijk van Christus
op aarde. Maria is door God uitverkoren om Satan te onderwerpen (zoals
de Bijbel zegt: Zij is de Vrouw die de
kop van de slang onder Haar voet zal verpletteren- Genesis 3:15).
Een heilige is volgens mgr Flavio Capucci "niet iemand
die nooit fouten heeft gemaakt, maar iemand die na te zijn gevallen weer
opstaat". Heiligen zijn gewone mensen, die een heel groot geloof in God
hebben en die hard werken in dienst van de naaste. Hij of zij is een voorbeeld
van een christelijk leven. Heiligheid begint in wezen bij nederigheid en
zwakheid van de mens.
Capucci wijst op de grote verscheidenheid van heiligen en
zaligen: moeder Teresa, die op 19 oktober zalig wordt verklaard, was bekend om
haar dienstbaarheid aan de allerarmsten, de Italiaanse kapucijn padre Pio was
een eminent getuige van Gods grootheid en mgr. Escrivá stond bekend om zijn
innerlijk leven. Hieruit blijkt dat iedereen de weg naar God kan vinden, aldus
Capucci.
Maar, zegt hij, het is God die de heiligen maakt. Uit een
zalig- of heiligverklaring blijkt de kracht van God. Zonder het fundamentele
principe dat God in de wereld aanwezig is en in de wereld werkt, begrijp je
daar niets van. (Opus Dei)
Er is veel discussie over de oorspronkelijke betekenis van
de Joodse Q-D-SH, waardoor heiligheid wordt uitgedrukt in het Oude Testament. Sommigen
verbinden het met een Assyrisch woord dat zuiverheid, helderheid betekent; de
meeste moderne geleerden menen dat het afscheiding betekent. De etymologie
geeft geen verdict over het punt, maar het idee van afscheiding leent zich het
best voor de verschillende uitdrukkingen waar het woord heiligheid wordt
gebruikt. In het primitieve joodse gebruik lijkt heiligheid niets meer te
hebben betekent dan een ceremoniële afscheiding van een voorwerp van gewoon
gebruik. Maar binnen de Bijbelse sfeer, wordt heiligheid aangeduid voor de
onzichtbare Yahweh, en voor plaatsen, seizoenen, dingen en mensen voor zover ze
worden geassocieerd met Hem. Terwijl het idee van ceremoniële heiligheid in het
hele Oude Testament aanwezig is, is de ethische betekenis in het Christendom
nooit helemaal afwezig.
Katholiek woordenboek: Heiligheid in het Oude Testament komt van het Hebreeuwse qadhosh (heilig)
en betekent afgescheiden worden van het wereldse, of toewijding aan Gods
dienst, zoals van Israël gezegd werd dat ze heilig was, omdat het het volk van
God was. De heiligheid van God wordt geϊdentificeerd als zijn afscheiding van
alle kwaad. En schepselen zijn heilig door hun relatie tot Hem, Heiligheid in
schepselen is subjectief, objectief of beide. Het is subjectief in essentie
door het bezit van goddelijke genade en moreel door de praktijk van deugd.
Objectieve heiligheid in schepselen hangt af van hun exclusieve toewijding aan
de dienst van God: priesters door hun wijding, religieuzen door hun geloften,
gewijde plaatsen, gewijde voorwerpen, en gewijde gewijden door de zegening die
ze ontvangen en het gewijde doel voor wat ze dienen.
De mensen die in
aanraking kwamen met de heiligheid van God
De keren dat mensen in het Oude
Testament in aanraking kwamen met de heiligheid van God waren vaak
angstaanjagend. Na Gods vernietiging van het leger van de farao in de Rode Zee,
sloegen de Israëlieten hun kamp op bij de berg Sinaï - waar God aan Mozes
verscheen in een brandende struik. Voordat God een verbond sloot met Zijn volk,
droeg Hij hen op om zich apart te zetten van onreinheid om zichzelf te zuiveren
(heiligen) voor God. Op de derde voorbereidingsdag daalde God af naar de berg
Sinaï, waarbij Hij Zijn macht en heiligheid toonde (Exodus 19:16-20). God
waarschuwde dat een ieder die de berg zou aanraken, gedood zou worden. Alleen
Mozes en Aaron mochten de berg betreden. De berg Sinaï werd als heilige plek afgezonderd --
een herinnering aan de onmetelijke kloof tussen het Goddelijke en het
menselijke.
Gedurende 100 lange jaren was de Ark des Verbonds afwezig geweest uit de
Tabernakel en andere vereringsplaatsen. God schreef voor dat alleen Levieten de
ark mochten vervoeren op hun schouders middels draagstokken die door aan de ark
bevestigde gouden ringen werden gestoken. Zelfs de Levieten mochten de ark niet
aanraken of er in kijken, want Gods heiligheid (aanwezigheid) verbleef in de
ark. Toch besloot David om de ark terug te brengen naar Jeruzalem op een
ossenwagen. Toen de ossen zich verstapten, waardoor de ark van de ossenwagen
dreigde te vallen, probeerde Uzza de ark in evenwicht te brengen met zijn hand.
Deze oneerbiedige handeling vertoornde God, die Uzza onmiddellijk dood liet
neervallen (2 Samuel 6:1-11). Eerbied en absolute gehoorzaamheid aan Gods
geboden zijn vereist om de heiligheid van God te naderen.
De Heiligheid van God:
Als het toegepast wordt op God zijn er in het Oude
Testament twee verschillende betekenissen:
·Het
absolute en de majesteit van God
Eerst is er de algemene betekenis van afscheiding van alles
wat menselijk en aards is. Het duidt het absolute, de majesteit en het
ontzagwekkende van de Schepper aan in zijn onderscheid van de schepselen.
Daarin is heiligheid gelijk aan de algemene term van Godheid, en heilig bijna
synoniem met Goddelijk. Yahwehs heilige arm is Zijn Goddelijke arm, en Zijn heilige
naam is Zijn Goddelijke naam. Wanneer Hannah zingt Er is niemand heiliger dan
Yahweh (1 Samuel 2:2) suggereert de rest van het vers Zijn opperste
Goddelijkheid.
·Ethische
reinheid/heiligheid
Maar heiligheid van karakter in de ethische betekenis wordt
toegeschreven aan God. Wees heilig; want Ik ben heilig (Leviticus 11:44, 19:2),
veronderstelt een voorstelling van goed en kwaad. De mens kan zich niet
vergelijken met God in Zijn onmededeelbare eigenschappen. Ze kunnen Zijn
gelijkenis enkel weerspiegelen volgens de lijnen van rechtvaardigheid en liefde
waaruit ware heiligheid bestaat. De Goddelijke heiligheid wordt een realiteit
van goed en kwaad waar zondaars veroordeeld worden (Jesaja 6:3,1) en degenen die
in Zijn aanwezigheid staan reine handen en een zuiver hart geven (Psalmen
24:3).
Wanneer we de heiligheid van God overdenken, lijkt het
wellicht onmogelijk voor gebrekkige wezens zoals wij om Zijn gebod Wees heilig, want Ik ben heilig (1
Petrus 1:15-16) te gehoorzamen. Hoe kunnen wij onszelf volledig afscheiden van
zonde? Hoe kunnen wij rein blijven zoals God? Toen God de mens schiep, was het
Zijn bedoeling dat wij Zijn heerlijkheid zouden ervaren. De mens is de
bekroning van Gods scheppingswerk. Ons bestaan is niet willekeurig en was ook
geen ongeluk. God wist wie Hij schiep, en Hij wilde dat wij allemaal heiligheid
zouden ontvangen.
Tweede omschrijving van de heiligheid van God
Van alle eigenschappen die God
heeft, is Zijn heiligheid de moeilijkste om te verklaren.
Dit is deels omdat het een van Zijn essentiële kenmerken is die wij als mens
niet met Hem delen. Wij zijn geschapen naar Gods evenbeeld, en wij delen veel
van Zijn kenmerken, zij het in veel mindere mate natuurlijk liefde,
barmhartigheid, trouw, enzovoorts. Maar sommige van Gods kenmerken zullen nooit
door schepselen gedeeld worden alomtegenwoordigheid, alwetendheid, almacht en
heiligheid. Gods heiligheid onderscheidt Hem van alle andere wezens en zondert
Hem af, en maakt Hem anders dan al het andere. Gods heiligheid is meer dan
alleen Zijn volmaaktheid of zondevrije zuiverheid: het is de essentie van Zijn
anders-zijn, een eigenschap van Hem die ver boven alles uitstijgt. Gods
heiligheid belichaamt het mysterie van Zijn majesteit en zorgt ervoor dat wij
in bewondering naar Hem kijken, terwijl wij maar slechts een klein stukje van
Zijn grootsheid beginnen te bevatten. (www.gotquestions.org)
Derde omschrijving
van de heiligheid van God
Kan een mens de heiligheid van God bevatten? In bijna elke
religie bestaat onderscheid tussen datgene wat heilig is, en datgene wat
werelds is. Meestal zullen godsdienstige mensen iets als heilig of gewijd
beschouwen. Heiligheid vereist
het maken van een onderscheid tussen de heiligheid die Gods gehele wezen
betreft, en de heiligheid die het karakter van Zijn volk weerspiegelt.
Ons begrip van de heiligheid van God zoals wij die bevatten met onze
natuurlijke zintuigen, schiet tekort. In Exodus 15:11 vraagt Mozes: Wie onder de goden is Uw gelijke, HEER? Wie
is Uw gelijke, zo ontzagwekkend en heilig, wie dwingt zo veel eerbied af met
roemrijke daden, wie anders verricht zulke wonderen? Heiligheid
omvat elk afzonderlijk kenmerk van elke Persoon van de Drie-eenheid, Vader
(Johannes 17:11), Zoon (Handelingen 4:30) en in het bijzonder de Heilige Geest,
als Degene die ons een innige kennis van een Heilige God schenkt (1 Korintiërs
2:10). Welke heerlijke woorden hebben we tot onze beschikking om de
heerlijkheid, eer en dank tot uiting te brengen tegenover de Heer, onze
Almachtige God? Voor de Hemelse Troon vereerden de vier wezens God door dag en
nacht te herhalen: Heilig,
heilig, heilig (Openbaring 4:8).
De eigenschappen van zijn Wezen (www.allaboutgod.com)
Wijsheid: "Wijsheid is
het vermogen om perfecte doelen te stellen en om deze doelen op de meest
perfecte manier te bereiken". Met andere woorden: God maakt geen fouten.
Hij is de Vader die het echt het beste weet, zoals Paulus in Romeinen 11:33
uitlegt: "O onpeilbare rijkdom van Gods wijsheid en kennis! Hoe
ondoorgrondelijk zijn Zijn beslissingen, hoe onnaspeurlijk zijn wegen!"
Oneindigheid: God kent geen grenzen. Hij is onmetelijk. Deze
eigenschap heeft per definitie gevolgen voor alle andere eigenschappen van God.
Omdat God oneindig is, moeten ook al Zijn andere eigenschappen oneindig zijn.
Oppermacht: Dit is "de eigenschap waarmee Hij over Zijn hele
schepping heerst". Het is de toepassing van Zijn andere eigenschappen van
alwetendheid en almachtigheid. Deze eigenschap geeft Hem de absolute vrijheid
om datgene te doen, waarvan Hij weet dat dit het beste is. God heeft de
controle over alles wat er gebeurt. Maar de mens heeft nog steeds een vrije wil
en is nog steeds verantwoordelijk voor de keuzes in zijn leven.
Heiligheid: Dit is de eigenschap die God onderscheidt van alle
andere, geschapen wezens. Deze heeft betrekking op Zijn verhevenheid en Zijn
perfecte morele reinheid. Er bestaat absoluut geen enkele zonde of boosaardige
gedachte in God. Zijn heiligheid is de definitie van wat rein en rechtvaardig
is, in het hele universum. Steeds als God zich ergens vertoont, zoals aan Mozes
in de brandende doornstruik, dan wordt die plaats heilig omdat God er is
geweest.
Drie-eenheid: Ook al wordt dit woord niet in de Bijbel gebruikt,
toch is de waarheid in de Bijbel opgenomen dat God Zichzelf in drie Personen
openbaart. De Vader, de Zoon en de Heilige Geest worden alle drie God genoemd,
worden als God aanbeden, bestaan eeuwig en zijn betrokken bij zaken die alleen
God kan doen. Maar, ook al openbaart God Zichzelf in drie Personen, toch is God
Eén en kan Hij niet worden gesplitst. De drie Personen zijn er allen volledig
bij betrokken wanneer Eén van de Drie actief is.
Alwetendheid: "God weet alles en heeft daarom geen behoefte
aan nieuwe kennis. God heeft nooit iets geleerd en kan niet leren."
Alwetendheid betekent "alles wetend". God weet alles en Zijn kennis
is daarom oneindig. Het is onmogelijk om iets voor God verborgen te houden.
Trouw: Alles wat God heeft beloofd zal plaatsvinden. Zijn trouw
garandeert dit. Hij liegt niet. Wat Hij in de Bijbel over Zichzelf heeft gezegd
is waar. Jezus zei zelfs dat Hij de Waarheid is. Dit is extreem belangrijk voor volgelingen van Jezus, omdat
onze hoop op eeuwig leven juist op Zijn trouw berust.
Liefde: Liefde is een zo
belangrijk onderdeel van Gods karakter dat de apostel Johannes schreef:
"God is liefde". Dit betekent dat het welzijn van anderen Zijn
grootste zorg is. Als je een volledige definitie van "liefde" wil
ontdekken, lees dan 1 Korintiërs 13. Als wij liefde in actie willen zien, dan
kunnen we het leven van Jezus bestuderen. Zijn offergave aan het kruis voor de
zonden van anderen is de hoogst mogelijke liefdesdaad. Gods liefde is geen
liefde die uit emoties bestaat, maar een liefde die uit daden bestaat. Zijn
liefde wordt vrijelijk aan Zijn geliefden gegeven; de mensen die er voor kiezen
om Zijn zoon Jezus te volgen.
Almachtig: Dit woord betekent letterlijk al-machtig. Omdat God
oneindig is en omdat Hij macht heeft, heeft Hij oneindige macht. Hij staat
weliswaar toe dat Zijn schepselen een zekere macht bezitten, maar dit doet op
geen enkele manier af aan Zijn eigen macht. "Hij verbruikt geen
hoeveelheid energie die weer aangevuld zou moeten worden". Wanneer de
Bijbel ons vertelt dat God op de zevende dag rustte, dan is dit om ons een
voorbeeld te geven van de rust die wij nodig hebben, niet omdat Hij Zelf moe
was.
Onveroorzaakt: Toen Mozes vroeg wie in de brandende doornstruik met
hem in gesprek was, zei God: "IK BEN DEGENE DIE ER ALTIJD IS." God heeft
geen begin en geen einde. Hij bestaat gewoon. Niets anders in het hele
universum is onveroorzaakt. Als er iets zou bestaan dat God had geschapen, dan
zou dat andere iets God zijn. Voor onze menselijke geesten is dit moeilijk te
bevatten, omdat alle andere dingen in onze ervaringswereld uit iets anders dan
zichzelf afkomstig zijn. De Bijbel zegt: "In het begin schiep God".
Hij was er al.
Zelfvoorzienend: De Bijbel zegt dat God in Zichzelf leven heeft
(zie Johannes 5:26). Al het andere leven in het universum is een geschenk van
God. Hij heeft nergens behoefte aan en er is geen enkele manier waarop Hij zou
kunnen verbeteren. Voor God is niets anders noodzakelijk. Hij heeft onze hulp
nergens voor nodig, maar vanwege Zijn barmhartigheid en Zijn liefde laat Hij
ons deel uitmaken van de ontvouwing van Zijn plan op aarde en staat Hij ons toe
om een zegen voor anderen te zijn. Wij zijn degenen die veranderen: God
verandert nooit. Hij is zelfvoorzienend.
Rechtvaardig: De Bijbel zegt dat God rechtvaardig is, maar Zijn
karakter is juist wat ons vertelt wat rechtvaardigheid werkelijk inhoudt. Hij
schikt zich niet naar externe criteria. Rechtvaardigheid verschaft iedereen een
morele gelijkheid. Wanneer slechte dingen worden gedaan, dan eist de
gerechtigheid dat er een straf wordt uitgedeeld. Omdat God perfect is en nooit
enig kwaad heeft begaan, zou er voor Hem nooit een straf nodig zijn; maar
vanwege Zijn grote liefde heeft God de straf voor onze kwaadaardige daden op
Zich genomen door Zelf naar het kruis te gaan. Er moet aan Zijn
rechtvaardigheid voldaan worden: voor alle mensen die in Jezus willen geloven
heeft Hij hier Zelf voor gezorgd.
Onveranderlijk: Dit betekent eenvoudigweg dat God nooit verandert.
Daarom zegt de Bijbel: "Jezus Christus is dezelfde, gisteren, vandaag en
tot in eeuwigheid."
Barmhartig: "Barmhartigheid is de eigenschap van God die Hem
actief genadig maakt". Omdat door Jezus aan Gods gerechtigheid werd
tegemoetgekomen, staat het Hem vrij om genadig te zijn voor alle mensen die
ervoor kiezen Hem te volgen. Deze genade zal nooit ophouden omdat het een
onderdeel van Gods aard is. Barmhartigheid is de manier waarop Hij verlangt met
de mensheid om te gaan. Hij zal dit daarom ook doen, tenzij een mens er zelf
voor kiest om God te verachten of te negeren. Als dat het geval is, dan wordt
Zijn gerechtigheid Zijn meest prominente eigenschap.
Eeuwig: Dit feit over God is in enkele opzichten eender aan Zijn
zelfvoorzienigheid. God is er altijd al geweest en zal er ook altijd zijn,
omdat Hij Zich in de eeuwigheid bevindt. De tijd is Zijn schepping. Daarom kan
God het einde al vanaf het begin zien en daarom wordt Hij nooit door iets
verrast. Als God niet eeuwig zou zijn, dan zou Zijn belofte van eeuwig leven
voor de volgelingen van Jezus van weinig waarde zijn.
Goed: "De goedheid van God is wat Hem vriendelijk,
schappelijk, welwillend en vol goedheid ten opzichte van de mens maakt".
Deze eigenschap van God verklaart waarom Hij Zijn volgelingen zegent zoals Hij
doet. Gods daden definiëren wat goedheid is en we kunnen dit zonder moeite
waarnemen in de manier waarop Jezus met de mensen om Hem heen omging.
Genadig: God geeft graag grote geschenken aan de mensen die van Hem
houden, zelfs als zij dat niet verdienen. Genadigheid is het woord waarmee we
deze houding beschrijving. Jezus Christus is het kanaal waardoor Zijn
genadigheid zich beweegt. De Bijbel zegt: "Want is de wet gegeven door
Mozes, de genade en de waarheid zijn gebracht door Jezus Christus."
Alomtegenwoordig: Deze theologische term betekent: "altijd aanwezig".
Omdat God oneindig is kent Zijn wezen geen grenzen. Het is dus duidelijk dat
Hij overal aanwezig is. Deze waarheid wordt ons door de Bijbel met de woorden
"Ik ben met jullie" onderwezen, die in zowel het Oude als het Nieuwe
Testament 22 keer worden herhaald. Dit waren zelfs Jezus' geruststellende
woorden juist nadat Hij Zijn discipelen de opdracht had gegeven om Zijn
boodschap over de hele wereld te verspreiden. Dit is ongetwijfeld een
geruststellende waarheid voor alle mensen die Jezus volgen.
Eigenschappen van God - De conclusie
Dit is de beschrijving van de God van de Bijbel. Alle andere ideeën over God
zijn, volgens de Bijbel, afgoden. Zij komen voort uit het voorstellingsvermogen
van de mens. Door over de eigenschappen van God te leren, kun je God prijzen
voor wie Hij werkelijk is en voor de manier waarop al Zijn eigenschappen jouw
leven op een positieve manier beïnvloeden.
Heiligheid van plaats, tijd en voorwerp
Uit de heiligheid van God wordt afgeleid dat ceremoniële
heiligheid van voorwerpen een karakteristiek is van het Oude Testament. Wat
verbonden is met de aanbidding van de heilige Yahweh is heilig. Niets is heilig
op zichzelf, maar wordt heilig omdat het toegewijd is aan Hem. Een plaats waar
Hij zich manifesteert door Zijn aanwezigheid is heilige grond (Exodus 3:5). Het
tabernakel of tempel waar Zijn glorie wordt geopenbaard is een heilig gebouw (Exodus
28:29; 2 Kronieken 35:5); en al zijn offers (Exodus 29:33), ceremoniële
voorwerpen (1 Koningen 8:4) zijn ook heilige. De Sabbat is heilig omdat het de
Sabbat is van de Heer (Exodus 20:8-11).
Heiligheid van mensen
Men heeft in het Oude Testament twee soorten:
·Ceremoniële
Priesters en Levieten zijn heilig omdat ze geheiligd zijn
door de handelingen van consacratie (Exodus 29:1; Leviticus 8:12,30). En Israel
is ondanks zijn zonden en tekortkomingen heilig, als een natie die afgescheiden
is van andere naties voor Goddelijke doeleinden en gebruik (Exodus 19:6).
·Ethisch en spiritueel
Maar uit deze ceremoniële heiligheid volgt een hogere
heiligheid die spiritueel en ethisch is. Want de mens werd geschapen naar het
beeld van God en is in staat om de Goddelijke gelijkenis te weerspiegelen. En
God openbaart Zich als heilig, en Hij roept de mens op tot een heiligheid zoals
de Zijne (Leviticus 19:2). In de zogenaamde "Wet van Heiligheid is Gods
oproep voor morele heiligheid duidelijk; en toch is de morele inhoud van de Wet
nog verweven met ceremoniële elementen (Leviticus 17:10; 19:19; 21:1). In de
psalmen en de profetie is de menselijke heiligheid gebaseerd op
rechtvaardigheid en waarheid (Psalmen 15:1) en het bezit van een berouwvolle en
nederige geest (Jesaja 57:15).
In het
Nieuwe Testament
Het idee van heiligheid wordt hier uitgedrukt door het
woord hagios en zijn afgeleiden, en het leunt zeer dicht aan bij de woorden van
de Q-D-SH groep in het Hebreeuws, en worden in de Septuagint weergegeven. Het
uiterlijke aspect van heiligheid is bijna volledig verdwenen en de ethische
betekenis staat voorop. Het ceremoniële idee bestaat nog in het jodendom, en
wordt typisch vertegenwoordigd door de Farizeeën (Markus 7:1-13; Lukas 18:11). Maar
Jezus verkondigde een nieuwe standpunt van religie en moraliteit volgens
dewelke mensen zijn gereinigd of bezoedeld, niet door iets van buitenaf, maar
door de gedachten van hun hart (Mattheus 15:17-20), en God moet aanbeden worden
overal waar men Hem zoekt in geest en waarheid (Johannes 4:21-24).
1. Op God toegepast:
In het Nieuwe Testament wordt de term heilig zelden op
God toegepast, en enkel in vermeldingen uit het Oude Testament (Lukas 1:49; 1
Petrus 1:15), en in de geschriften van Johannes (Johannes 17:11; Openbaring
4:8; 6:10). Maar
het wordt voortdurend gebruikt voor de Geest van God (Mattheus 1:18;
Handelingen 1:2; Romeinen 5:5 enz.) die nu in tegenstelling tot het Oude
Testament specifiek voor de Heilige Geest wordt gebruikt.
2. Op Christus
toegepast:
In verschillende teksten wordt de term toegepast op
Christus (Markus 1:24; Handelingen 3:14; 4:30 enz.), als het type van ethische
perfectie.
3. Op zaken toegepast:
Zaken zijn heilig door hun relatie tot God, het woord wordt
gebruikt voor Jeruzalem (Mattheus 4:5), het Oude Verbond (Lukas 1:72), de
Schriften (Romeinen 1:2), de Wet (Romeinen 7:12), de Berg van de gedaanteverandering
(2 Petrus 1:18), enz.
4. Op Christenen toegepast:
Christus volk wordt gewoonlijk heilig genoemd, of
heilige personen, en heiligheid in ethische en spirituele betekenis van het
woord wordt gebruikt om hun houding en hun levenswijze te omschrijven.
(1) als afgescheiden/onthecht van de wereld
Als de term wordt gebruikt voor gelovigen, is heilig in
de eerste plaats de onthechting van de wereld en een toewijding aan God. Net
als Israël onder het oude verbond een uitverkoren ras was, zo is de
Christelijke Kerk in opvolging van Israëls privileges een heilig volk geworden
(1 Petrus 2:9), en de individuele Christen, als één van het uitverkoren volk,
wordt een heilige man of vrouw (Kolossenzen 3:12). In Paulus gebruik zijn alle
gedoopte personen heiligen, hoewel ze nog ver van een heilig karakter hebben.
(2) als gebonden aan het streven naar het ideaal van morele
goedheid
De Heilige Geest komt in het hart van elke herboren persoon
als die streeft naar het ideaal van morele goedheid. Hij doet er het heiligend werk. Er
bestaat in het Nieuwe Testament geen heiligheid dat gescheiden is van morele
kwaliteiten die de heilige God van ons verwacht.
"Leidt een leven dat in
alle opzichten heilig is, zoals hij die u geroepen heeft heilig is. Er staat immers geschreven: 'Wees heilig, want ik ben heilig." (1 Petrus 1:16; Leviticus
11:44)
"Laten wij onszelf reinigen
van alle besmetting van vlees en geest, en de heiliging volbrengen in het
vrezen van God." (2 Korintiërs 7:1)
"Doe de nieuwe mens aan die naar het
beeld van God geschapen is in ware gerechtigheid en heiligheid." (Efeziërs 4:24)
Kies nu om rein en zuiver te leven. Heilig jezelf van de onreinheid
van deze perverse wereld. Leef heilig zoals Ik heilig ben vraagt God!
God roept ons om ons te heiligen
zoals Hij heilig is. Hou grote schoonmaak in je hart en in je leven. Kies
radicaal voor heiligheid, want God is heilig!
God wil komen met zijn heerlijkheid
in je leven, maar dat kan niet als je leven vol rommel zit! Breek met het
verleden. Breek met de zonde. Breek met de dood. Stap in het leven! Kies
vandaag nog! Het is de enige weg naar echt geluk. De enige weg naar redding.
Waartoe de mens geschapen is
(Mechelse katechismus)
De mens is geschapen om God te kennen, te beminnen en te
dienen in dit leven, en Hem eeuwig te aanschouwen en te genieten in de hemel.
De eerste mens kreeg van God een heilige bovennatuurlijke gave, nl. de
heiligmakende genade, waardoor hij kind was van God, bestemd om Hem eeuwig te
aanschouwen en te genieten in de Hemel. Maar door de ongehoorzaamheid speelde
Adam deze gave kwijt. Maar door het offer van Jezus werden we weer met God
verzoend en schonk God ons de genade terug.
De
heiligmakende genade en de genade van bijstand (prentencatechismus.org)
De genade is een bovennatuurlijk geschenk van God. God
schenkt ons de genade niet omdat we die zelf hebben verdiend, maar door de
verdienste van Jezus Christus. We kunnen de genade gebruiken om tot
rechtvaardiging te komen.
De genade is een geschenk van God omdat Hij ze ons geeft
uit loutere goedheid en zonder dat Hij daartoe verplicht is. De genade is
bovennatuurlijk omdat ze de krachten van onze natuur overtreft en omdat we haar
op eigen kracht niet kunnen bekomen. Wij hebben de genade niet verdiend, maar
God schenkt ze ons door de verdienste van Jezus Christus, die voor ons op het
kruis is gestorven. God geeft ons de genade niet om ons geluk op aarde te
verzekeren, maar opdat we ze zouden gebruiken om het geluk in de hemel te
verdienen.
Naast het bovennatuurlijke geschenk van de genade schenkt
God ons ook natuurlijke gaven, zoals lichamelijke, geestelijke en emotionele
gezondheid of rijkdom.
Die natuurlijke gaven kunnen bijdragen tot onze
rechtvaardiging, maar zijn niet voldoende om ons naar de hemel te leiden.
Alleen door de genade worden we het eeuwig leven waardig.
De genade is het kostbaarste wat we kunnen krijgen, omdat
ze door het bloed van Christus is betaald en omdat ze voor ons de hemel
verdient.
De heiligmakende genade
De heiligmakende genade maakt ons van zondaars
rechtvaardigen, kinderen van God, erfgenamen van de hemel.
De heiligmakende genade zuivert
ons van de zonde, geeft aan de ziel het bovennatuurlijk leven en doet de H.
Drieëeenheid in ons wonen.
Wij ontvangen
de heiligmakende genade voor het eerst door het H. Doopsel. Maar wij verliezen
de heiligmakende genade door de doodzonde. Door het H. Sacrament van de Biecht
en door een volmaakt berouw als wij onze zonden belijden kunnen wij de
heiligmakende genade terugkrijgen.
De heiligmakende genade wordt
vermeerderd, als wij in staat van genade het H. Misoffer bijwonen, de
Sacramenten ontvangen, of een goed werk ter ere Gods doen.
Wij zijn in staat van genade,
als wij zuiver zijn van doodzonde. Het is het minste dat we doen om
God te behagen en het is verdienstelijk voor de hemel.
We kunnen de heiligmakende genade laten groeien door de
sacramenten, maar we verminderen haar door onze lauwheid en door dagelijkse
zonden. We verliezen de heiligmakende genade door de doodzonde.
De genade van bijstand
Met de genade van bijstand helpt God ons het goede te doen
en het kwade te vermijden.
God helpt ons door ons verstand te verlichten en door onze
wil tot het goede aan te sporen.
God helpt ons ook met zichtbare middelen, zoals preken,
goede voorbeelden, mirakels, enz.
We hebben de hulp van de genade echt nodig, want zonder die
hulp kunnen we de rechtvaardiging niet bereiken. Christus gaf immers te kennen
dat we los van Hem niets kunnen.
God wil dat iedereen de rechtvaardiging bereikt en schenkt
dus aan iedereen, zelfs aan zondaars en ongelovigen, genoeg genade om
gerechtvaardigd te worden en dat ze in de hemel kunnen komen.
God schenkt ons minstens de genade van het gebed en daarmee
kunnen alle andere genaden verkregen worden.
Als God ons de genade van bijstand schenkt, mogen we er
niet tegen ingaan, maar moeten we er trouw aan meewerken.
De mens is geschapen om God te aanbidden
(www.maria-domina-animarum.net)
1.het spontaan en diep geloof in het feit dat God de Bron en Heer van de
hele Schepping is, en dat slechts Hij de ware macht in de Schepping heeft
2.het onwankelbaar geloof dat het Heil voor de Schepping en voor de eigen
ziel slechts ligt in volkomen en onvoorwaardelijke overgave aan Gods Wil
3.vurige Liefde tot God en diens Werken, Plannen en verlangens
4.het vurig verlangen om steeds méér op God te lijken
5.de spontane neiging om zich totaal, onvoorwaardelijk en zonder enige
beperking aan God te onderwerpen en zich voor Hem te vernederen, in het besef
dat men jegens Hem klein en nietig is, en dat men een welbepaalde plaats
inneemt binnen Zijn Plan omdat men precies op die plaats de grootste bijdrage
kan leveren tot de voltooiing van Zijn Heilsplan op Zijn Tijd, voor het welzijn
van de hele Schepping, en dat men slechts op die door Hem voorziene plaats de
hoogst mogelijke graad van Eeuwig Heil voor de eigen ziel kan bereiken
6.de spontane neiging om God te verheerlijken in alle doen en laten, alle
gedachten, gevoelens, verlangens en bestrevingen, d.w.z. Zijn grootheid en
verhevenheid te belijden, ernaar te handelen, en zich er van harte over te
verheugen
7. het spontaan en vurig verlangen naar Gods nabijheid, naar Diens
Tegenwoordigheid in het eigen leven en in het eigen hart, ja het intens
verlangen naar overvloeiing van het eigen wezen in God
Twee vormen van aanbidding
Van elke ziel wordt verwacht dat zij God (en alleen de ene ware God)
aanbidt. Aanbidding is in wezen:
het op liefdevolle wijze contact zoeken met het Goddelijk Licht, met het diepe
Wezen van God Zelf.
1 Aanbidding als levenshouding
2 Aanbidding door het bijwonen van de
aanbidding van het Allerheiligste Sacrament
Waarom moet de ziel God aanbidden?
1.Omdat aanbidding, het
zoeken naar diep contact met God, een levensnoodzakelijke behoefte is voor de
ziel. God heeft deze behoefte in elke ziel gelegd met de bedoeling dat
de ziel zelf het verlangen zou ervaren om de levensstroom tussen God en
haarzelf in stand te houden. Een ziel die dit verlangen negeert, takelt
geleidelijk af en verliest het Ware Leven doordat zij in staat van ongenade
vervalt: Zij krijgt niet meer het voedsel dat haar sterkt tegen alle kwaad,
bekoring en zonde. God eerbiedigt Uw vrije wil, en indien U geen contact met
Hem zoekt om Hem Uw Liefde te betuigen, gaat Hij ervan uit dat U op Uw beurt
door Hem 'met rust gelaten' wil worden. Het is dan Uw vrije keuze om Uw leven
op eigen kracht te leiden, zonder de leiding en hulp van Zijn volmaakte Liefde
en oneindige Wijsheid.
2.Omdat aanbidding
eerbetoon geeft aan God als Schepper, Verlosser en Heiligmaker. Elke ziel is
dit aan God verschuldigd, want zonder de Schepping zou zij niet eens bestaan,
zonder de Verlossing zou zij geen uitzicht hebben op Eeuwig Leven na de aardse
dood, en zonder heiliging zou de eeuwige verheerlijking onbereikbaar blijven en
zou zelfs de ware zin van haar bestaan nooit verwezenlijkt worden: De ziel is
immers louter en alleen in de wereld gestuurd om Gods Rijk op aarde te helpen
vestigen. De bijdrage daartoe is des te groter en krachtiger naarmate de ziel
heiliger wordt.
3.Omdat aanbidding
Licht over de zielen afroept, en aldus bijdraagt tot:
de
ontwikkeling van de ziel naar de heiligheid.
de
verlamming van alle duisternis in en tussen de zielen.
de
voorbereiding van Gods Rijk op aarde
4.Omdat aanbidding één van de meest rechtstreekse
wegen vormt om Gods Tegenwoordigheid te leren ervaren.
Welke zijn de
voornaamste en meest werkzame wegen naar deze ervaring van Gods
Tegenwoordigheid?
de Heilige
Sacramenten: In alle Sacramenten komt God naar de ziel toe. Het
zijn 'raakpunten tussen Hemel en aarde'. De enige voorwaarde om deze
aanraking daadwerkelijk in Uw hart te voelen en er in Uw ziel waarlijk
vrucht uit te halen, is een ingesteldheid van Liefde, zuiverheid en
verlangen naar God.
het diep
gebed: Wanneer U bidt vanuit Uw hart (dus met veel gevoel), kunt
U in Uw hart voelen dat dit geen eenrichtingsverkeer is van U naar God, maar
dat Hij als het ware de plaats van waaruit deze woorden van Liefde
vertrekken, zalft. Een kenmerk van diep gebed met het hart is het feit
dat dit gevoelens van Liefde in het hart wekt. De Bron van deze gevoelens
is God Zelf.
de mystieke
eenwording. De ware en authentieke mystieke aanraking kunt U
niet opwekken: Op deze weg is het louter God Zelf die het initiatief
neemt door de mystieke ziel te roepen, haar speciale genaden te verlenen
om haar toe te rusten voor haar speciale opdracht, en een kanaal te
scheppen voor bovennatuurlijk contact tussen Hemzelf en de betreffende
ziel. Aan deze ziel worden bepaalde eisen gesteld om dit contact in stand
te kunnen houden en het 'kanaal' zuiver te houden. In de mystieke
eenwording wordt de ziel uit de wereldse beleving weggerukt en als het
ware in een min of meer aanhoudende toestand van aanbidding gehouden,
doordat zij brandt in een Liefdesvuur dat nooit meer volledig dooft
(zolang zij de genade waardig blijft).
de aanbidding.
Deze vier wegen zijn wegen naar eenwording. De eenwording met God (en
via Hem met de medezielen) is het uiteindelijk doel van elke ziel.
Maria is geheel en al zuiverheid enheiligheid: uit Haar moest Jezus Christus, Gods Zoon geboren
worden om de mensheid door Zijn lijden en kruisdood te verlossen van de eeuwige verdoemenis als gevolg van de
erfzonde. Om het Verlossingswerk van Jezus voor jezelf tot nut te maken is
het noodzakelijk dat je Jezus in
je levenvolgt: je
moet in Zijn woord geloven
als de enige Waarheid van God en
Zijn aardse leven zoveel mogelijk navolgen, door de 10 geboden te beoefenen, te
streven naar vervolmaking van alle christelijke deugden en door de liefdevolle
aanvaarding van Uw dagelijkse kruisen.
De H.
Maagd Maria heeft de macht gekregen om het Verlossingswerk van Christus in de
wereld te voltooien en
de satan definitief uit de wereld te verbannen. Wij kunnen aan dit grote verlossingswerkmeewerken door ons dagelijks toe te wijden aan MARIA.
Waarom u aan Maria toewijden ?
Omdat
Maria over de macht van God zelf beschikt, en Zij door Haar uitverkiezing en
Haar volmaakte overwinning over de zonde en de bekoring de duivel onder Haar
voeten zal vernederen, want God heeft Haar voorbestemd als de Vrouw die de kop
van de slang zal verpletteren. Het zijn de zielen die zich totaal aan Maria
geven, niet in woorden maar in daden,
in het bijzonder door het offer van hun lasten, die als Haar dienaren de satan
onder Haar voeten moeten leggen. Maria is de draagster van de macht van God, en
de Brug tussen Hemel en aarde. Dit betekent dat Zij door God aan de mensheid
wordt voorgehouden als spiegelbeeld van Zijn macht en Liefde, dat Zij alle Genaden uit Gods bron van
Leven over de mensenzielen uitstrooit, dat de zielen via Haar naar God moeten gaan (Maria is de veiligste, de kortste ende zekerste weg om tot Christus te gaan-
H. Grignion de Montfort) en dat
de zielen Haar de diepste verering
en alle vertrouwen verschuldigd zijn. Wie zich met heel zijn wezen en heel
zijn leven aan Maria weggeeft stelt zich daardoor onder de bescherming
van hetmachtigste schild tegen het kwaad. De
totale toewijding aan Maria is de enige poort naar het ontdekken en vervullen
van Uw ware levensdoel, namelijk uzelf ter beschikking stellen voor de verwezenlijking van GodsHeilsplan! Toewijding aan Maria is in
deze laatste tijden de enige WEG die
uw leven werkelijk zin kan geven.
Gebed van de toewijding tot Maria
Hemelse Moeder Maria,
Ik wil U helemaal toebehoren, in al mijn daden, woorden, gedachten, gevoelens,
verlangens en bestrevingen.
Help mij, U elk ogenblik van mijn leven te dienen in Liefde, zuiverheid,
aanvaarding, overgave en blijmoedigheid.
Moge deze offerande van mijzelf aan U mijn ziel heiligen en de wereld bevrijden
uit de greep van het kwaad, opdat Gods Rijk op aarde kome.
Opgeroepen worden op heilig te zijn
Heiligheid is dus eenvoudigweg
dit: een perfecte gelijkvormigheid aan de wil van God in alle dingen, ten allen
tijde, en op alle plaatsen. Het is willen wat God wil. Het is handelen zoals God
het wil. Het is de perfecte overeenkomst
tussen wie en wat je bent, en wie en wat God wil dat je bent.
Jezus Christus maakt je heilig en
Hij zegt:
Lukas 9:23 Wie mijn volgeling wil
zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en elke dag opnieuw zijn
kruis op te nemen.
Mattheus 5:48 Weest dus volmaakt,
zoals uw Vader in de hemel volmaakt is.
Heiligheid is een intieme zaak tussen God en jij. Hij
vraagt je jezelf te veranderen, om je Kruis op te nemen en Hem te volgen, niet
de wereld. Hij is ons voorbeeld van Heiligheid, net zoals Zijn Heilige Moeder
Maria die zei: 'Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord.' (Lukas 1:38). Volg hen na, niet de wereld,
net zoals de H. Paulus: Volg me na,
zoals ik ook Christus navolg. Alstublieft God, laat ons samen met de H. Paulus
zeggen: Ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij. (Galaten 2:20)
De H. Johannes zegt : Verliest uw hart niet aan de wereld of aan de dingen in
de wereld! Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in
hem. Want al wat in de wereld is het begeren van de lust en het begeren
der ogen en de hovaardij van het geld het komt niet van de Vader maar van de
wereld. En die wereld gaat voorbij met heel haar begeerlijkheid, maar wie
de wil doet van God blijft in eeuwigheid. (1 Johannes 2:15-17)
Wie ga je zoeken als je heilig wilt worden? Christus of de
wereld? Het is duidelijk dat je niet de wereld en Christus kunt volgen. Elk pad
loopt volledig uiteen, en hoe langer je op het ene pad blijft, hoe verder je
van het andere verwijderd raakt.
Oproep om heilig te
worden: Kardinaal Dolans 10 stappen naar heiligheid10/29/2013 Kardinaal Dolan is
de aartsbisschop van New York.
Hier is de sleutel tot geestelijke groei: een gelovige,
persoonlijke, liefdevolle relatie met Jezus. Het doel is Jezus te leren kennen,
Jezus te horen, Jezus lief te hebben, Jezus te vertrouwen, Jezus te gehoorzamen
en zijn leven in elke vezel van ons wezen te delen met Hem en Hem te dienen.
Hoe groeien we in heiligheid? Ik bied u een geestelijk regime aan die niet van
mij komt, maar van eeuwenlang leren en praktiseren.
1. Dagelijks gebed
Elke dag geduldig en standvastig gebed is nummer 1. Hier
spreek in niet over de Mis maar van een stil en persoonlijk gebed, een
dagelijkse stille vereniging met de Heer, bewust van zijn aanwezigheid, het
aanvaarden van zijn liefde, en het teruggeven met lofprijzing, smeekbede en
dankzegging.
2. Dagelijkse Mis
Van deze dagelijkse Eucharistische maaltijd, als essentieel
moment van de dag, komt een ontzag voor de Waarlijke Aanwezigheid van Christus
in het Heilig Sacrament, en een verlangen om tijd door te brengen in aanbidding
voor Hem in gebed.
3. Dagelijkse trouw aan het
getijdengebed
Dit oud gebed van de kerk wordt geassocieerd met deze van
de geestelijken. Het is ook bedoeld om het gebed van de leken te zijn, die
worden aangemoedigd om het getijdengebed te bidden, samen met priesters, of
individueel.
4. Dagelijkse geestelijke lezing
Lectio divina, is een dagelijkse overweging van de Heilige Schrift,
en is het belangrijkste. Daarnaast wordt ook het lezen van boeken uit onze
Katholieke Traditie aangeraden, en over het innerlijk leven. We
mogen ook de documenten van het magisterium niet vergeten, de woorden van onze
Heilige Vader, de documenten van de Heilige Stoel, de boodschappen van onze
bisschoppen en priesters, en alle instrumenten van de Heilige Geest die onze
groei in heiligheid bewerkstellingen.
5. Geestelijke leiding
Een oprechte, vertrouwelijke, vruchtbare en constante
relatie met een geestelijke leidsman is de spil voor al de rest, want dit is
waar integratie en verinnerlijking beginnen plaatsvinden. Het gevaar waarmee we
allen geconfronteerd worden is een leven van formalisme, waar we passief dingen
doen, en niet toelaten dat de waarden om ons te vormen binnendringen en een
deel van ons worden. Geestelijke leiding kan de verinnerlijking steunen.
6. Het Sacrament van de Biecht
Een regelmatig vertrouwen op de barmhartigheid van God die
overvloedig aanwezig is in het Sacrament van de Biecht zou een prioriteit in
ons leven moeten zijn. Hoe dikwijls je dit sacrament moet bijwonen is een goed
onderwerp om te bespreken met je geestelijke leidsman, tenminste één keer per maand
lijkt een traditie te zijn in de Kerk. Het regelmatig bijwonen van de Biecht is een gezonde
instelling van je geloof. Een praktische hulp om regelmatige biecht
vruchtbaar te maken is een dagelijks onderzoek van het geweten, het prijzen van
God voor je groei en het vragen om genezing voor de fouten die we plegen.
Gebed tot de Eeuwige Vader om vergeving van mijn zonden
Beminde Eeuwige Vader, God van het Licht, Begin en Einde van
de Reis der zielen,
Spreid over Uw arm kind de warmte van Uw vergevend Hart.
Omwille van Jezus' Geboorte in de grootste armoede, vergeef mij om de keren dat
ik materiële welstand of aardse genoegens heb begeerd.
Omwille van Jezus' verkondiging van het Woord, vergeef mij om de keren dat ik
de Waarheid niet heb gediend of mijn mond gesloten bleef voor dank en prijzing
aan de Allerheiligste Drie-Eenheid.
Omwille van het Laatste Avondmaal, vergeef mij om de keren dat ik de Heilige
Sacramenten niet op hun waarde heb geschat of een gebrek aan eerbied heb
betoond tegenover de Hemelse Geschenken die mijn ziel heeft ontvangen.
Omwille van Jezus' morele Doodsstrijd in de Hof van Gethsemane, vergeef mij om
de keren dat ik onverschillig was tegenover mijn eigen zonden.
Omwille van de geseling van Jezus, vergeef mij om de keren dat ik meer oog had
voor de honger van mijn lichaam dan voor de honger van mijn ziel.
Omwille van de doornenkroning van Jezus, vergeef mij om de keren dat ik mijn
kleinheid ben vergeten of mijn verstand niet heb aangewend ten dienste van mijn
medemens.
Omwille van de beroving van Jezus' kleren op Calvarie, vergeef mij
om de keren dat ik niet oprecht was tegenover mijn medemens, of mijn ware
armoede heb verborgen achter een uiterlijke schijn.
Omwille van de vergevingsgezindheid van de gekruisigde Jezus, vergeef mij om de
keren dat ik wrok heb gekoesterd jegens hen die mij hadden misdaan.
Omwille van Jezus' dorst aan het Kruis, vergeef mij om de keren dat de gifbeker
van de eigenliefde mij aantrekkelijker toescheen dan de dorst naar bekering van
een medemens.
Omwille van het Heilig Bloed dat Jezus voor mij heeft uitgestort, vergeef mij
om de keren dat ik niet het beste van mijzelf heb gegeven in de dienst aan U in
mijn medeschepselen.
Omwille van Jezus' Dood aan het Kruis, vergeef mij om alle zonden die ik heb
bedreven naar lichaam, geest en hart, en die het Eeuwig Leven verder van mij
hebben verwijderd.
Omwille van de uitstorting van de Heilige Geest op de Eerste Pinksterdag,
vergeef mij om de keren dat ik het Vuur van de Liefde voor God en medemens liet
doven, de vreugde van de Hemel niet meer voelde, of onwijsheid en geestelijke
verblinding mij hebben verleid tot beslissingen die nadelig waren voor het
Zielenheil van mijzelf of anderen.
Omwille van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria, vergeef mij om de
keren dat duisternis in hart of geest mij de zuiverheid heeft ontstolen.
Omwille van Maria's Voorspraak te Kana, vergeef mij om de keren dat ik zozeer
in mijzelf opgesloten was dat ik geen oog had voor de armoede of de behoeften
van mijn medemens.
Omwille van Maria's ontmoeting met Jezus op de Kruisweg, vergeef mij om de
keren dat ik niet klaar stond om mijn naaste tegemoet te komen in de nood.
Omwille van Maria's Tranen onder het Kruis, vergeef mij om de keren dat ik
onverschillig was tegenover het leed of de eenzaamheid van mijn medemens.
Eeuwige Vader, door de gezegende handen van Maria, de volmaakte Moeder die U
mij hebt gegeven, laat ik mijn rouwmoedig hart voor U neerleggen opdat mijn
ziel bij U genezing moge vinden voor de wonden die zij op haar dwaalwegen heeft
opgelopen. Amen.
Akte van eerherstel voor nooit gebiechte zonden
Lieve Moeder Maria, Brug tussen de zielen en God, in antwoord op de
grenzeloze Liefde van de Allerheiligste Drievuldigheid geef ik U mijn
rouwmoedigheid over alle zonden en tekortkomingen, dwalingen en misleidingen
van mijn hele leven.
Wil mijn berouw en alle Liefde van mijn hart samen met Uw oneindige verdiensten
en met de oneindige verdiensten van de lijdende Jezus aanbieden aan de
Goddelijke Gerechtigheid, tot vergoeding voor de zielen die dagelijks voor
eeuwig verloren gaan.
Voor de onmetelijke zondeschuld waardoor talloze zielen zichzelf voor eeuwig
verdoemen, o God, vergeef ons.
Voor de zware last van alle nooit gebiechte zonden van de hele mensheid van
alle tijden, o God, vergeef ons.
Voor de steeds groeiende berg van zonden die de hele Schepping ontwrichten en
Gods Werken en Plannen ondermijnen, o God, vergeef ons.
O eeuwige Moeder van Smarten, mogen Uw Tranen en het Bloed van Christus de
wereld reinigen van het slijk van de zonden van alle eeuwen, en de hele
Schepping bevrijden van de vacht der duisternis die haar verstikt, opdat het
Licht van Gods Liefde alle harten moge ontvlammen.
Wil mij voortaan vrijwaren van alle zonde, opdat Gods Barmhartigheid gewekt
moge worden, en de zware verwonding van Zijn Gerechtigheid moge genezen tot
Heil en bekering van velen, en de poorten der hel gesloten mogen worden tot
verheerlijking van het Goddelijk Licht. Amen.
7. Groeien in deugd
Een onvermoeibare inspanning om te groeien in deugd en het
zich afkeren van zonde zou een dagelijks patroon moeten zijn in ons leven. Gehoorzaamheid
aan het Evangelie en de 10 geboden zorgen ervoor dat we altijd ons aan het
bekeren zijn, berouw tonen, sterven aan zonde en onszelf, ons afkeren van Satan
en rijzen tot nieuw leven in Christus. Dit is het paasmysterie. In praktijk
betekent dit groeien in deugd en strijden tegen de zonde. De ontwikkeling in
deze deugden is aangewezen: geloof, hoop, naastenliefde, eenvoud van leven,
kuisheid, gehoorzaamheid en integriteit.
8. Toewijding aan de H. Maagd Maria
en de Heiligen
Onze devotie aan hen is een aangemoedigde afhankelijkheid
op de Gemeenschap van Heiligen, een bewustzijn dat we leden zijn van een
bovennatuurlijke familie die niet begrensd is tot het hier en nu, dat we de
heiligen hebben als voorbeelden en helpers, vooral dan onze H. Maagd Maria. Een
toewijding aan haar is dus een essentieel deel van onze geestelijk plan.
Akte van totale toewijding aan Maria
Lieve Moeder Maria,
In de beschouwing van Uw volmaaktheid kniel ik voor U neer om mij totaal,
onvoorwaardelijk en voor eeuwig aan U te geven met alles wat ik ben en heb.
Ik wijd mij toe aan Uw handen, die zo vaak Jezus hebben aangeraakt en die mij
voeden uit de Graanschuur van Gods Genaden. Mogen mijn handen de Uwe zijn, en
slechts naar God uitgestrekt worden in verlangen, en naar mijn broeders en
zusters tot zegening.
Ik wijd mij toe aan Uw voeten, die op Jezus zijn toegesneld op de Weg van het
Kruis, en voorbestemd zijn om het kwaad te vertrappen. Mogen mijn voeten de Uwe
zijn, en mij steeds naar Jezus en mijn medemens voeren tot hulp en troost, en
tot beschaming van alles wat ondeugd is.
Ik wijd mij toe aan Uw ogen, die Gods volle Heerlijkheid op aarde hebben
aanschouwd, en zoveel gezegende Tranen hebben gestort voor mijn Zielenheil.
Mogen mijn ogen de Uwe zijn, slechts het goede om mij heen zien, en vanuit Uw
Hart liefdestranen over de wereld laten vloeien.
Ik wijd mij toe aan Uw oren, die Jezus' woorden hebben gehoord, maar ook de
spot, de beledigingen en de slagen van de onwetenden. Mogen mijn oren de Uwe
zijn, en slechts geopend blijven voor Gods stem en de nood van mijn medemens.
Ik wijd mij toe aan Uw armen, die het Goddelijk Kind hebben
gedragen. Mogen mijn armen de Uwe zijn, en steeds klaar zijn om God aan mijn
hart te drukken.
Ik wijd mij toe aan Uw Schoot, die Jezus heeft gevormd voor deze wereld. Moge
mijn schoot de Uwe zijn, opdat hij klaar zou zijn om onophoudelijk te voeden en
te baren wat goed is voor deze wereld.
Ik wijd mij toe aan Uw mond, die 'ja' heeft gezegd aan Gods Heilsplan. Moge
mijn mond de Uwe zijn, en zonder aarzeling 'ja' zeggen wanneer God en mijn
naasten mij nodig willen hebben.
Ik wijd mij toe aan Uw geest, die zo vervuld was van godsbeschouwing en
zegenende gedachten. Moge mijn geest de Uwe zijn, slechts verwijlen bij God, en
gedreven worden door de behoefte om te dienen.
Ik wijd mij toe aan Uw Hart, kolkende Bron van Liefdesvuur dat Hemel en aarde
verbindt. Moge mijn hart het Uwe zijn, opdat het zou branden voor alles wat
leeft, en als een oven alle kwaad zou omsmelten tot een liefdegave.
Ik wijd mij toe aan Uw ziel, draagster van het allerzuiverste
Licht, diamant van onbevlekte heiligheid. Moge mijn ziel de Uwe zijn, opdat zij
gevrijwaard moge blijven voor de zonde en God moge verheerlijken.
O volmaakte Liefdekoningin, Kroon van Gods Schepping, ik wil van U zijn in al
mijn nietigheid, opdat U in alles over mij zou heersen, opdat U in en door mij
zou leven, en mijn omgeving in mijn nabijheid niet langer mij doch U moge
aanschouwen.
Wil mij maken tot een spiegel van Uzelf, opdat mijn zelfgave aan het eind van
de weg God moge behagen en U moge eren. Amen.
Toewijding aan de H.
Familie
O Jezus, ons liefdevolle Verlosser, die kwam om de wereld te
verlichten met Uw leer en voorbeeld, wilde een groot deel van Uw in nederigheid
en onderwerping doorbrengen aan Maria en Jozef in het arme huisje te Nazareth. Op
die manier heiligde U de H. Familie dat een voorbeeld is voor alle Christelijke
gezinnen. Ontvang ons gezin genadevol als wij ons toewijden aan U op deze dag. Bescherm
en bewaar ons en stort in ons de Vreze Gods, Uw ware vrede en Christelijke
liefde opdat we door te leven volgens het voorbeeld van Uw familie we allen,
zonder uitzondering, het eeuwig geluk bereiken.
O H. Maagd Maria, lieve Moeder van Jezus en Moeder van ons allemaal, zorg dat door
Uw voorspraak ons nederige offer acceptabel is in het zicht van Jezus, en
verkrijg voor ons Zijn genade en zegeningen.
O H. Jozef, heilige Bewaarder van Jezus en Maria, help ons door Uw gebeden in
al onze geestelijke en tijdelijke noden, zodat we onze goddelijke Redder Jezus,
tezamen met Maria en U kunnen prijzen in alle eeuwigheid. Amen.
3 Onze Vaders, 3 Weesgegroeten en 3 Glorie zij
(Aflaat van 500 dagen. Een gedeeltelijke aflaat op de gewone
voorwaarden als dit gebed vurig gebeden wordt elke dag voor een maand.)
9. Een geestelijke vorming die ons toelaat dat
de spiritualiteit ons leven doordringt
Paus Johannes Paulus II zei dat Geestelijke vorming de
kern is die ons hele wezen verenigd en leven geeft. Elk element in ons leven
maakt dus deel uit van de geestelijke arena, en groei in heiligheid zal een
complete onderdompeling in het geestelijk plan vergen.
10. De laatste
component: de oproep tot heiligheid voor ogen houden
Ons doel is niets minder dan ons leven reorganiseren door
de sacramenten, die ons vormen op een onomkeerbare, radicale manier tot
Christus. Dat we goed, heilig, gelukkig, gezond, vol kennis, onbaatzuchtig en
ijverig in geloof mogen zijn. Dat is het doel van onze geestelijke groei.
Ik wil echter twee bemerkingen hieraan toevoegen. De eerste bemerking is dat de
groei in heiligheid niet onze prestatie is, maar een pure gave van God. De Heer
verwezenlijkt de groei in heiligheid. Het zijn eenvoudigweg manieren om in
nederigheid de Heer toe te laten om zijn werk in ons te voltooien.
Ten
tweede, om de woorden van Zuster Bridge McKenna te gebruiken: "De weg naar
binnen voor geestelijke groei wordt altijd gevolgd door een weg naar buiten in
liefde voor de anderen. De H. Geest is altijd een inspiratie om de mensheid
meer lief te hebben. De Jezus die ons oproept tot geestelijke extase op de berg
Tabor nodigt ons tegelijk uit voor een uitstorting van zichzelf op de berg
Calvarie.
LUMEN
GENTIUM over de Kerk Tweede Vaticaans Concilie 21 november 1964
Hoofdstuk 5 : De algemene roeping tot heiligheid in de Kerk
1 - De heiligheid in
de Kerk en de verschillende uitingen ervan
De Kerk bezit, naar wij vast geloven, een onvergankelijke
heiligheid. Want Christus, de Zoon van God de Vader en de Heilige Geest, die
als "de alleen Heilige" wordt geprezen, heeft de Kerk liefgehad
als zijn bruid en zich voor haar overgeleverd om haar heiligen: Hij heeft haar
als zijn Lichaam met zich verenigd en haar overvloedig verrijkt met de gaven
van de Heilige Geest, tot verheerlijking van God. Daarom zijn allen in de Kerk,
zowel de hiërarchie als zij, die door haar worden geleid, tot heiligheid
geroepen, volgens het woord van de apostel: "Dit is de wil van God uw
heiliging" (1 Tess. 4, 3). Deze heiligheid van de Kerk
manifesteert zich voortdurend in de vruchten van genade, die de Geest in de
gelovigen voortbrengt. Ze toont zich onder velerlei vormen in de individuele
Personen, die in hun levensstaat streven naar de volmaaktheid van de liefde en
daarbij een stichtend voorbeeld zijn voor de anderen. Op een heel eigen wijze
treedt ze aan het licht in de beleving van de zogenaamde evangelische raden. Degene
die deze beleving van stuwing van de Heilige Geest op zich hebben genomen,
hetzij privé, hetzij in een door de Kerk goedgekeurde instelling of staat, geven
in de wereld een schitterend getuigenis en voorbeeld van de heiligheid, en moeten
dit ook geven.
2 - De heiligheid,
door alle gelovigen te beleven
De Heer Jezus, die goddelijke Leraar en het Toonbeeld van
alle volmaaktheid is, heeft al zijn leerlingen zonder uitzondering, van iedere
staat of stand, die heiligheid van leven voorgehouden. Waarvan Hijzelf de
grondslag en de voleinding is: " Weest dus volmaakt, zoals uw
Vader in de hemel volmaakt is" (Mt. 5, 48). Want over allen heeft
Hij de Heilige Geest gezonden, die hen innerlijk moet aanzetten om God lief te
hebben met geheel hun hart, geheel hun ziel, geheel hun verstand en geheel hun
kracht, en om elkaar lief te hebben, zoals Christus hun heeft liefgehad.
Christus volgelingen, door God geroepen en in de Heer Jezus gerechtvaardigd
niet op grond van werken maar volgens Gods raadsbesluit en genade, zijn door
het doopsel van het geloof waarlijk kinderen Gods geworden en deelachtig aan de
goddelijke natuur, en daarom werkelijk heilig. Daarom moeten zij de ontvangen
heiligheid met Gods hulp in de praktijk van hun leven bewaren en vervolmaken.
De apostel vermaant hen te leven "zoals heiligen betaamt" (Ef.
5, 13), en zich te bekleden "als Gods heilige en geliefde
uitverkorenen, met tedere ontferming, goedheid, deemoed, zachtheid en geduld"
(Kol. 3, 12), en de vruchten van de Geest voort te brengen tot heiliging.
De vruchten van de
Heilige Geest worden genoemd in Galaten 5:22-23. Het zijn liefde,
vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof en vertrouwen, zachtmoedigheid
en zelfbeheersing (matigheid).
Omdat wij allen echter op vele punten misdoen, hebben wij
opnieuw behoefte aan Gods barmhartigheid en moeten wij dagelijks bidden: "En
vergeef ons onze schuld" (Mt. 6, 12). Het is dus voor iedereen
duidelijk, dat alle gelovigen van iedere staat of stand geroepen zijn tot de
volheid van het christelijk leven en tot de volmaaktheid van de liefde en
door deze heiligheid wordt ook de burgerlijke maatschappij meer menselijk in
haar manier van leven. De gelovigen moeten deze volmaaktheid trachten te
verwezenlijken met behulp van de krachten, die zij naar de maat van Christus'
gave hebben ontvangen, om zo zijn voorbeeld te volgen, gelijkvormig te worden
aan zijn beeld, de wil van de Vader in alles te volbrengen en zich met heel hun
hart in te zetten voor de eer van God en de dienst van de naaste.
Hierdoor zal de heiligheid van het volk Gods rijke vruchten
opleveren, zoals in de geschiedenis van de Kerk duidelijk blijkt uit het leven
van zoveel heiligen.
3 - De beoefening van
de heiligheid in alle rangen van de Kerk
Allen beoefenen in de verscheidenheid van levensvormen en
levenstaken een en dezelfde heiligheid, allen die zich laten leiden door de
Geest van God, gehoorzamen aan de stem van de Vader, God de Vader in geest en
waarheid aanbidden en Christus volgen in zijn armoede, nederigheid en kruis, om
deelachtig te mogen worden aan zijn heerlijkheid, Iedereen moet volgens zijn
eigen gaven en plichten zonder aarzelen voortaan op de weg van het levend
geloof, dat de hoop ontsteekt en werkzaam is door de liefde.
A. De bisschoppen
Op de eerste plaats moeten de herders van Christus' kudde
naar het voorbeeld van de eeuwige Hogepriester, de Herder en Behoeder van onze
zielen, hun ministerie uitoefenen met heiligheid en geestdrift, met nederigheid
en sterkte. Doen zij dit, dan zal hun ministerie ook voor hen een machtig
middel zijn tot heiliging. Door hun uitverkiezing tot de volheid van het
priesterschap is hun de sacramentele genade geschonken om door gebed, het
opdragen van het offer en door de prediking hun ambt van herderlijke liefde
volmaakt te kunnen uitoefenen in alle vormen van hun bisschoppelijke zorg en
dienstbetoon!
Deze genade schenkt hun de bereidheid, hun leven te geven
voor de schapen, en helpt hen om, als een model voor de kudde, de Kerk ook door
hun voorbeeld tot een steeds grotere heiligheid te brengen.
B. De priesters
De priesters moeten evenals de bisschoppen, wier
geestelijke kroon zij vormen, delend in de genade van hun ambt door Christus,
de eeuwige en enige Middelaar, door de dagelijkse uitoefening van hun bediening
groeien in de liefde tot God en de naaste; zij moeten de onderlinge
verbondenheid als priesters bewaren, uitmunten door een rijk geestelijk leven
en voor allen een levend getuigenis zijn van God, in navolging van al de
priesters, die in de loop van de eeuwen een schitterend model van heiligheid
waren door hun vaak nederig en verbogen dienstbetoon. Hun roem leeft voort in
de Kerk van waar zij hun eigen gelovigen en voor heel het volk Gods krachtens
hun ambt bidden en het offer opdragen, beseffend wat zij doen en navolgend wat
zij voltrekken.
Bij het ceremonieel van de priesterwijding, bij de
begin-aansporing, daar mogen de zorgen, de gevaren en de mogelijkheden van het
apostolaat voor hun geen beletsel vormen, maar moeten veeleer de weg zijn naar
hogere heiligheid, waarbij hun activiteit voedsel en steun moet vinden in een
rijkdom van innerlijk leven. Zo zullen ze een vreugde zijn voor heel de Kerk
van God. Alle Priesters en vooral zij die krachtens de bijzondere titel van hun
wijding diocesane Priester worden genoemd, moeten goed voor ogen houden,
hoezeer een trouwe verbondenheid en een edelmoedig samenwerken met hun bisschop
bijdraagt tot hun heiliging.
C. De lagere geestelijken en de lekenapostelen
In de zending en de genade van het bisschopsambt delen ook
op bijzondere wijze de bedienaars van lagere rang, vooral de diakens. Zij
wijden hun dienst aan de mysteries van Christus en de Kerk, en moeten zich
daarom rein houden van al wat slecht is, God behagen, en zich beijveren al het
goede te doen ten overstaan van de mensen. De clerici die door God zijn
geroepen en voor Hem zijn afgezonderd, en zich onder de waakzame zorg van de
bisschoppen voorbereiden op het heilige dienstwerk, hebben de plicht hun geest
en hart af te stemmen op hun verheven uitverkiezing door volhoudend te zijn in
het gebed, vurig in de liefde en bedacht op al wat waar, wat rechtvaardig is en
lof verdient, heel hun handelen richtend op glorie en de eer van God. Dan zijn
er nog de door God uitverkoren leden, die door de bisschoppen worden geroepen
om zich geheel te wijden aan het apostolaat en met veel vruchten arbeiden op de
akker van de Heer.
D. De gehuwden, ongehuwden, de arbeiders
De Christelijke echtgenoten en ouders moeten volgens hun
eigen staat met trouwe liefde gedurende heel hun aardse bestaan elkaar steunen
in het genadeleven: zij moeten de kinderen, die God hun schenkt, met liefde
aanvaarden en hun de christelijke leer en de evangelische deugden bijbrengen.
Hierdoor vestigen zij een boodschap van liefde en zijn zij de getuigen van de
vruchtbaarheid van onze Moeder de Kerk, en werken zij mee aan deze
vruchtbaarheid. Dit alles als een manifestatie van en deel hebben aan die
liefde waarmee Christus zijn Bruid heeft liefgehad en zich voor haar heeft
overgeleverd.
Ditzelfde voorbeeld wordt op een andere manier gegeven door
de weduwen en de ongehuwden: Ook zij kunnen zeer veel bijdragen tot de
heiligheid en activiteit in de Kerk. De arbeiders, die vaak zulk een zware
arbeid hebben, moeten door hun menselijk werken zichzelf vervolmaken, hun
medeburgers behulpzaam zijn en heel de samenleving en de schepping veredelen.
Ook moeten zij Christus, die handenarbeid heeft willen verrichten en steeds met
de Vader werkzaam is aan het heil van alle mensen, navolgen in daadwerkelijke
liefde, met blijde hoop en elkaars lasten dragend. Zo moeten zij juist door hun
dagelijkse arbeid groeien in heiligheid en apostolische geest
E. De lijdenden en vervolgden
Degenen, die gebukt gaan onder armoede, zwakte, ziekte en
allerlei moeilijkheden, moeten zich bewust zijn van hun bijzondere
verbondenheid met Christus, die geleden heeft voor het heil van de wereld. Dit
geldt ook voor hen, die vervolgd worden om de gerechtigheid en die door de Heer
in het Evangelie zalig zijn geprezen. Hen zal "de God van alle genade, die
ons in Christus tot zijn eeuwige heerlijkheid heeft geroepen, na een
kortstondig lijden herstellen en bevestigen, sterken en grondvesten" (1
Pt. 5, 10).
Alle gelovigen zullen dus steeds meer worden geheiligd in
en door hun levensstaat, hun werkzaamheden en levensomstandigheden, indien zij
alle met geloof aanvaarden uit de hand van de hemelse Vader en meewerken met
Gods wil, doordat zij de liefde, waarmee God de wereld heeft liefgehad, aan
allen manifesteren in hun aardse dienstbetoon.
4 - De wegen en de
middelen tot heiligheid
"God is liefde; wie in de liefde blijft, blijft in
God en God blijft in hem" (1 Joh. 4, 16). God nu heeft zijn liefde in
ons hart uitgestort door de Heilige Geest, die ons werd geschonken. Daarom is
de eerste en allernoodzakelijkste gave de liefde, waarmee wij God liefhebben
boven alles en onze naaste omwille van God. Wil echter liefde als een goed zaad
in de ziel ontkiemen en vrucht dragen, dan moet iedere gelovige graag het woord
Gods aanhoren en met behulp van Gods genade zijn wil volbrengen, dikwijls de
Sacramenten ontvangen, vooral de Eucharistie, en de heilige handelingen meevieren,
zich met volharding toeleggen op het gebed, de zelfverloochening, op actief
hulpbetoon aan zijn broeders en op de beoefening van alle deugden. De liefde
immers, die de band der volmaaktheid en de vervulling van de wet is, geeft aan
alle middelen tot heiliging de juiste richting, de juiste vorm en de voltooiing. Derhalve
is de liefde tot God en tot de naaste het kenmerk van de ware leerling van
Christus.
Gelijk Jezus, de Zoon van God, zijn liefde getoond heeft
door zijn leven voor ons te geven, zo heeft niemand grotere liefde dan hij, die
zijn leven geeft voor Hem en zijn broeders. Reeds vanaf de oudste tijden werden
meerdere christenen geroepen tot dit hoogste liefdesgetuigenis tegenover alle
mensen, vooral tegenover de vervolgers, en altijd zullen Christenen daartoe
geroepen worden. Daarom wordt het martelaarschap, waardoor de leerling
gelijkenis krijgt met de Meester, die vrijwillig de dood aanvaardde voor het
heil van de wereld, en aan Hem gelijkvormig wordt door het vergieten van zijn
bloed, door de Kerk beschouwd als een sublieme gave en als het grootste bewijs
van liefde. Al valt dit maar aan enkelen te beurt, toch moeten allen bereid
zijn, Christus voor de mensen te belijden en Hem bij de vervolgingen, die aan
de Kerk nooit zullen ontbreken, te volgen op de weg van het kruis.
De heiligheid van de Kerk wordt ook op bijzondere wijze
gevoed door de verschillende evangelische raden, die de Heer aan zijn
leerlingen ter beoefening voorhoudt. Onder deze neemt een speciale plaats
in de kostbare genadegave, die de Vader aan sommigen schenkt, de genade nl.
waardoor zij zich in de maagdelijkheid of in het celibaat gemakkelijker met een
onverdeeld hart aan God alleen wegschenken. Deze volmaakte onthouding omwille
van het Koninkrijk der hemelen heeft in de Kerk altijd hoog in ere gestaan als
een teken van liefde en een stimulans tot liefde en als een bijzondere bron van
geestelijke vruchtbaarheid in de wereld.
De Kerk houdt ook de vermaning voor ogen van de apostel,
die bij zijn aansporing tot liefde de gevolgen opwekt om onder elkaar de
gezondheid te hebben van Christus Jezus die "zichzelf heeft ontledigd door
het bestaan van een dienstknecht op zich te nemen en gehoorzaam geworden tot de
dood" (Fil. 2, 7-8), en die om onzentwil "Arm is geworden,
terwijl Hij rijk was" (2 Kor. 8, 9). Dat de leerlingen van Christus
altijd zijn liefde en nederigheid moeten navolgen en daarvan getuigen, is het
toch voor onze Moeder de Kerk een vreugde, dat zij onder haar leden vele mannen
en vrouwen telt, die de Verlosser in zijn zelfontlediging meer van nabij volgen
en hiervan een sprekend bewijs geven door met de vrijheid van de kinderen Gods
de armoede op zich te nemen en aan hun eigen wil verzaken: zij stellen zich nl.
inzake de volmaaktheid omwille van God, onder de wil van een mens meer dan
strikt is voorgeschreven om zo vollediger gelijkvormig te worden aan Christus
in al zijn gehoorzaamheid.
Alle gelovigen dus zijn geroepen en gehouden tot het
nastreven van de heiligheid en van de volmaaktheid in hun eigen levensstaat.
Alle moeten daarom hun verlangens op de juiste wijze regelen om niet door het
omgaan met dingen van deze wereld en door gehechtheid aan de rijkdom, tegen de
geest van de evangelische armoede in, belemmerd te worden in hun opgang naar
volmaakte liefde, overeenkomstig het woord van de apostel: Zij die met aardse
omgaan, moeten zich er niet aan hechten; want de wereld, die wij zien gaat
voorbij.
De heiligen herinneren ons eraan
dat elke maaltijd een kans biedt voor versterving, ongeacht of men aan het
vasten is of niet. Eenvoudige dingen zoals het vermijden van desserts, geen
kruiden toevoegen, geen zout toevoegen, niet eten tot men vol zit, en zo kunnen
verstervingen van grote verdienste zijn. Zoals de H. Alfonsus zei: In
religieuze gemeenschappen zijn er over het algemeen verschillende maaltijden op
een dag: vandaar degenen die de versterving van de eetlust verwaarloosd zal
dagelijks duizenden fouten maken. Soberheid aan tafel is dikwijls de eerste
defensie in een gemeenschap tegen de geest van de wereld. Als een gemeenschap
geen soberheid praktiseert zal het naar beneden gehaald worden door het gewicht
van het vlees, en de steeds vermeerderende vraag van het lichaam. Zon leven is
spijtig, zeg de H. Teresa van Avila, want ze zullen overblijven met niets dan
dorheid en lethargie, ervan overtuigd dat het een beproeving is van bovenaf,
terwijl het enkel door gebrek is van zelfbeheersing. Tegenwoordig gebeurt dit
meer dan men zou denken.
H. Augustinus: Het is niet de
onreinheid van vlees dat ik vrees, maar de onreinheid van een mateloze eetlust.
Ik weet dat Noah de toelating kreeg om elk soort vlees te eten dat goed was
voor voedsel; dat Elia vlees kreeg; dat Johannes, die gezegend was met een
wonderlijke onthouding, niet aangetast was door het eten van insecten zoals sprinkhanen.
Maar ik weet ook dat Esau bedrogen was door zijn honger naar linzen en dat
David zich schuldig voelde om water te verlangen, en dat Jezus werd verleid
door brood. De Israëlieten in de woestijn verdienden hun berisping, niet omdat
ze verlangden naar vlees, maar omdat in hun verlangen naar voedsel ze zich
tegen God keerden. Temidden van deze verleidingen, worstel ik dagelijks tegen
mijn goesting naar voedsel en drank. Maar je kunt het niet voor eens en voor
altijd stoppen. En wie is hij, O Heer, die niet in enige mate meegesleept wordt
buiten de grenzen van noodzaak?"
Het vasten zou verborgen moeten zijn
De heiligen zorgden ervoor dat
anderen niet wisten dat ze aan het vasten waren, zodat hun offer grotere
verdienste had. Ze herinneren ons eraan dat offers die verborgen zijn voor de
ogen van anderen Gods tevredenheid wegdragen. Daarom is het goed dat een
religieuze aan zijn overste toelating vraagt om een taak te krijgen gedurende
etenstijd, zodat hij in het verborgene kan vasten, zonder dat mijn metgezellen
het weten. Omwille van die reden kreeg de H. Faustina tijdens etenstijd de taak
van portierster.
Vasten zonder Liefde is ellendig
Zoals de heiligen ons zeggen, is
het gemakkelijk voor beginnelingen om te beginnen met lichamelijke boetedoening
zoals vasten, maar men moet een echte geest van versterving kweken voor de
onthechting van eigenliefde.
H. Alfonsus: "Uiterlijke
werken zijn van geen waarde voor God, tenzij ze komen uit het hart." Het
vasten kan inderdaad een kostbare gave zijn aan God, maar het moet uit een
nederig hart komen. Net zoals de profeten uit het Oude Testament zich
vernederden voor God wanneer ze vastten, en genade afsmeekten voor Israël. Zo
moeten we ook als we vasten onthouden hoe we hebben gefaald voor God en Zijn
genade afsmeken voor de mensheid. Door dit te doen, zetten we in zekere zin het
werk van de oude profeten verder. Om een heilige te zijn, vraagt dit een diep
verlangen voor de redding van de mens, wat een leven van deugdzaamheid
verlangt. Zoals Paus Benedictus zegt, ligt het ware vasten niet alleen in het
uiterlijke, maar is het ook een innerlijk vasten van het hart. Dat wil zeggen: het ware sterven van het zelf; van
hoogmoed en alle vormen van eigenwil, om de ziel te bevrijden zodat de ziel
vreugdevol kan zoeken om God te behagen en Zijn wil uit te voeren met liefde. Voor zon mensen is vasten
een vrijheid van geest, vreugde, vrede en troost. Voor beginnelingen zal het eerder een last zijn.
Paus Benedictus XVI: Het ware
vasten, zoals Jezus zegt, is eerder de wil van de Hemelse Vader doen, die in
het verborgene ziet, en je zal belonen (Mt 6,18). Hij geeft het voorbeeld, en antwoordt aan Satan op
het einde van de 40 dagen in de woestijn dat de mens niet leeft van brood
alleen, maar door elk woord dat uit de mond van God komt (Mt 4,4). Het ware
vasten ligt dus in het eten van het ware voedsel, wat het doen is van de
Vaders wil (cf. Jn 4,34).
Voedselverslaving en religieus leven
Als een beschaving afdwaalt in
deugd, doet het di took in zijn begrip van de wetenschap. We zeggen dit met
zekerheid, omdat zoals de H. Thomas van Aquino zegt, het gevolg van zonde een
sterven is van het intellect. Met andere woorden, zonde verwijdert de mens van
de realiteit. Het keert de waarheid om: wat eens goed was wordt slecht, en wat
eens slecht was, wordt goed.
Hetzelfde kan gezegd worden van
ons begip van voedsel. Amerika was gebouwd op een stevig dieet van verzadigde
vetten. Nu zijn verzadigde vetten de boosdoener. Amerika groeide op landbouw
waar vlees, eieren en zuivel de standaard kost waren. Nu zijn vlees, eieren en
zuivel onder verdenking. Zout was overvloedig gebruik om voedsel te bewaren. Nu
is zout slecht voor je. Suiker was zeldzaam en enkel gebruikt in kleine
hoeveelheden. Nu zit suiker in alles. Zijn deze verandering een noodzakelijk
goed?
Voor deze veranderingen bleven we
relatief gezond, geen kanker, geen hartziekten, geen diabetes, geen allergieën,
geen hoge bloeddruk, geen obesitas, geen hypertensie. Deze kwalen bestonden
eenvoudigweg niet. Maar nu zijn ze de voornaamste doders. Ook waren de meeste
psychologische aandoeningen die we nu hebben ongekend, zoals bipolaire
stoornissen, ADHD, depressie, autisme enz. Nu geeft onze medische industrie ons
medicatie zoals snoep. Het is de oplossing voor alles tegenwoordig. Maar het
behandelt de problemen niet aan de wortel.
Het voedsel van vandaag is niet
wat het 70 jaar geleden was. Het wordt verwerkt, gesteriliseerd, en bevat drie
keer zoveel suiker dan in de 40iger jaren. Deze combinatie heeft geleid tot
catastrofale gevolgen die we reeds vermeldden. Waarom? Omdat wat we in onze
mond duwen onze gezondheid meer bepaalt dan al het andere op aarde, met
inbegrip van onze omgeving.
Voor de tweede wereldoorlog was
het meeste voedsel gebaseerd op landbouw; zuivel, groenten, granen en vlees. Deze
waren de hoofdbestanddelen op het Amerikaanse menu. In feite waren ze de
hoofdbestanddelen van de meeste culturen in de geschiedenis. De bewaring van
voedsel gebeurde door zout en fermentatie (wijn, kaas bv.) in plaats van
invriezing. En deze fermentatie bracht gunstige bacteriën voort, waar onze
lichamen van afhangen voor de gezondheid.
Vers eten, dat is natuurlijk het
lekkerst. Maar wie denkt dat alles wat we eten vers is houdt zichzelf voor de
gek. Sterker nog, veel van onze favorieten, zoals bier, kaas en wijn zijn
voorgekauwd door bacteriën, gisten of andere kleine wezens, en balanceren
eerder op het randje van rotting dan dat ze vers zijn. Sommige gerechten, zoals
de Chinese duizendjarige eieren en het Zweedse Surströmming, zijn die grens
zelfs ruimschoots gepasseerd. Waarom doen we dat, en waar ligt de grens tussen
vers en bedorven?
Mensen eten met liefde voedsel
waaraan bacteriën vrolijk hebben zitten knabbelen. Neem bijvoorbeeld
melk; wie de witte vloeistof een tijdje in een papje met bacteriën legt, ziet
de substantie veranderen in een plakkerige gel. Laat deze gel op een iets te
warme plek liggen en hij bederft nog verder.
Het resultaat: een klont oude melk, met
daarbovenop zelfs schimmels. Wie niet beter weet, zou zeggen dat de melk
is verrot. Maar we weten wel beter: de harde schimmelklont is een heerlijk stuk
kaas.
Rijp of rot?
Als kaas verrotte melk is, hoe kan dan
zoiets als verse kaas bestaan? Een beetje culinair liefhebber noemt kaas dan
ook niet bedorven, maar gerijpt. Dat impliceert dat rijpen wat anders is dan
rotten. Microbiologen onderzoekers die bacteriën, schimmels en gistcellen
bestuderen zien echter tussen rijping en bederf van voedsel technisch geen
onderscheid, zo blijkt uit het standaardwerk Microbiology van Brock. Voor
microbiologen ziet rotten of rijpen onder de microscoop er gewoon hetzelfde
uit: in beide gevallen slaan micro-organismen aan het werk om zojuist
gestorven planten of dieren in kleinere stukjes af te breken.
Bedorven fraude of eerlijk over eten?
In Italië kreeg een maffiabende het voor
elkaar om oude verrotte kaas, volledig beschimmeld en bezaaid met muizenpoep en
maden, opnieuw te verwerken en verkopen tot vers uitziende gorgonzola.
Deze gorgonzola is in Duitsland en Italië verkocht, maar voor zover we weten
werd niemand er ziek van. Het is natuurlijk crimineel om klanten de volle mep
te laten betalen voor deze gerecyclede gorgonzola, maar het feit dat
consumenten waarschijnlijk niets door hebben gehad bewijst wel dat verse en
gerecyclede gorgonzola qua rotting niet eens zo heel veel van elkaar hoeven te
verschillen. Als de goede smaakvolle schimmels er maar op zitten, en de vieze
niet, is alles wel.
Dat we het ene afgebroken stukje voedsel
verrot noemen en het ander gerijpt, heeft daarom vooral te maken met onze
afspraak over wat eetbaar is voor mensen en wat niet. Of, zoals in de
woorden van Amerikaanse voedselveiligheidsbioloog Edward Richter: Wat
bedorven is voor de één, is gerijpt voor de ander.
Door de bedorven smaak prikken
Het grote mysterie is dus niet de
vraag of we bedorven voedsel eten dat doen we namelijk wel
zeker maar waarom. Het gekke is namelijk dat hoe eetbaar we
onze gerijpte schimmelkazen en yoghurts ook mogen vinden, de smaak ervan druist
regelrecht in tegen onze aangeboren voorkeuren. Kleine kinderen houden meestal
niet van bier (te bitter) of ongesuikerde yoghurt (te zuur). Om deze dingen
lekker te vinden, moeten we ze leren eten.
Betekent dit dat de kinderlijke smaak- en
reukzin vals alarm slaan wanneer ze zuur of bitter eten voorgeschoteld krijgen?
Of zouden we er goed aan doen om schimmelkaas, yoghurt en bier te laten voor
wat het is: verrot voedsel?
Biologen buigen zich al jaren over deze
ogenschijnlijke tegenstrijdigheid. Omdat de meeste gerijpte voeding geen
ongezonde effecten vertoont niemand wordt zomaar ziek van yoghurt, kaas of
een glaasje bier is de kans groot dat onze kinderlijke smaak- en reukzin
inderdaad gewoon vals alarm slaat. Onderzoek naar de evolutie van onze smaakjes
bevestigt dat. Uit het werk van smaakexpert Adam Drewnowski blijkt dat onze
tong veel beter is in het herkennen van giftige dan gezonde stoffen, aldus de
bioloog in het blad Nutrition Reviews.
Sterker nog: meer dan vijftig
verschillende stoffen die chemisch weinig met elkaar te maken hebben, herkent
de tong als bitter en dus vies. Het lijstje van stoffen die op de
smaakpapillen de meer positieve smaken als zoet- en hartigheid losmaken,
is daarentegen veel korter. Kortom: onze tong is vooral een grote encyclopedie
van het níet wil eten.
Dat idee is evolutionair gezien eigenlijk
vrij logisch. Denk maar even aan een holbewoner in de steentijd. Wie van hen
het risico nam om zurig, enigszins bedorven voedsel uit te proberen, had soms
misschien geluk, maar werd vaak ook wel gestraft met een flinke
voedselvergiftiging. En een voedselvergiftiging maakt het moeilijk om kinderen
te krijgen. Dus zullen de meeste mensen die vandaag leven, afstammen van
voorouders die geen risicos namen en daarom liever zure en bittere smaken
volledig uit de weg gingen. Beter te hard geblazen dan je mond gebrand.
Het goede bederf
Een streng afgesteld smaak helpt je dus
te overleven, maar in ruil daarvoor hebben onze voorouders yoghurt, bier, wijn
en kaas moeten missen. Steeds meer onderzoek wijst erop dat wanneer je eten
gecontroleerd laat bederven ook wel fermenteren het meestal
langer houdbaar is en soms zelfs meer voedingsstoffen bevat dan toen het vers
was.
De uitvinding van lekkere rot
Archeologen denken dat de meeste soorten
gefermenteerde voeding tussen de 10.000 en 5000 jaar geleden zijn uitgevonden,
toen de mensheid in het Midden Oosten en omstreken ineens massaal aan landbouw
begon. Boeren die een overvloed aan vlees, granen, druivensap en dierlijke melk
produceerden, moesten het ergens opslaan. Rotting is dan niet te vermijden, en
experimenten van boeren om daar iets aan te doen waarschijnlijk ook niet. Het
kan niet anders, of in deze tijd werden kaas, wijn, bier en yoghurt
uitgevonden.
Kaas lijkt een apart verhaal te zijn. Het
ontstaat alleen als je melk mengt met de enzymen uit een dierenmaag. Aangezien
magen van geslachte beesten toentertijd werden beschouwd als waterdichte
rugzakken, is het niet onwaarschijnlijk dat iemand ooit melk in een slecht
schoongemaakte maagzak heeft bewaard, die daarna warm is geworden. De eerste
hap is vast gedaan naar aanleiding van een weddenschap. Of ontzettende honger.
Zo schrijft Geoffrey Campbell-Platt in
1994 in het blad Food Research International dat yoghurt en
kaas voor veel mensen een unieke manier oplevert om aan energierijke suikers
uit melk te kunnen komen. Koemelk zit namelijk vol lactose, een stof die
bijvoorbeeld veel Aziatische mensen niet kunnen verteren. Maar laat melk onder
de juiste omstandigheden fermenteren tot yoghurt of kaas met behulp van de
bacteriesoort Lactococcus dan wordt de lactose omgezet in
het altijd verteerbare melkzuur.
Lactobacillus helveticus is één van de soorten die melkzuurbacteriën die gebruikt worden bij
het fermenteren van melk tot kaas.
Nog handiger is dat gefermenteerde
voeding vaak langer houdbaar is. Exact het soort uitvinding dat je nodig hebt
in een wereld waar niet iedereen zijn eigen voedsel regelt, maar waarin het
wordt verhandeld. De aanwezigheid van melkzuurbacteriën maakt het
voor andere, meer giftige bacteriën moeilijk om in de gefermenteerde melk te
overleven, aldus Campbell-Platt.
Zo ontdekte Griekse microbioloog
Panagiotis Chanos dat de goede bacteriën in zijn geliefde fetakaas natuurlijke antibiotica produceren
om giftige bacteriën te weren. Dat maakt de kruimelige maar natte kaas heel
geschikt om lang te bewaren. Die strategie van gecontroleerde verzuring om écht
vieze rot te voorkomen, zie je overal ter wereld en niet alleen bij melk.
Zo worden in Azië ook groenten met veel
liefde gefermenteerd. De Amerikaanse oud-hoogleraar Keith Steinkraus maakte er
zijn levenswerk van om al deze verschillende fermentatiepraktijken in voor hem
onbekende culturen in kaart te brengen.
Kimchi, een vrij populair Koreaans gerecht
van gefermenteerde sojabonen, kolen en pepers.
Steinkraus heeft bijvoorbeeld uitgezocht
welke bacteriesoorten meeëten bij kimchi. Dat is een Koreaanse mix
aan sojabonen, kolen en pepers die in een luchtdicht vat fermenteren tot
langer houdbare en smaakvolle prutjes. Doordat de celwanden van de
planten tijdens dit proces scheuren en de bacterie suikers vrijmaakt, heeft
kimchi meer voedingswaarde dan de gemiddelde rauwe sojaboon.
De fermentatie voorbij
Hoewel fermentatie allerlei voordelen
biedt, worden mensen soms nog op lelijke manieren geconfronteerd met het feit
dat fermentatie in principe niets anders is dan voedselbederf, en waaraan soms
gevaarlijke microben deelnemen.
Wanneer je bijvoorbeeld kool laat
fermenteren tot zuurkool, is het belangrijk om voldoende zout toe te
voegen, schrijft Joseph Hotchkiss in het studieboek Food Science. Doe
je dat niet, dan geef je bepaalde bacteriën die giffen achterlaten een kans om
mee te snoepen. Zout maakt het verschil tussen gewenste fermentatie en totale
verrotting, aldus de auteur. De tip is belangrijk, want dat er schadelijke
bacteriën meesnoepen is soms niet te proeven.
Bedorven vis
Surströmming is een traditioneel Zweeds
gerecht dat uit gefermenteerde haring bestaat. De methode om haring door middel
van fermenteren te bewaren zou zijn ontstaan in de 16e eeuw,
toen Zweden door oorlogen had Zweden te kampen had met een zouttekort. Doordat
bij het pekelen minder zout kon worden toegevoegd, begon de vis zelfs na het
inmaken nog te gisten. Tegenwoordig wordt de vis aan de buitenlucht, in de
volle zon, gefermenteerd totdat deze begint te ruiken. Dan wordt de vis snel
ingeblikt, waar ze nagist. Wanneer het blik wordt geopend, komt daarbij een
geur vrij die nog het meeste lijkt op die van rotte eieren of van een stinkbom.
De haring is echter nog goed te eten; de smaak is sterk zoutig, maar moet
volgens kenners mild en aangenaam zijn. Voor veel mensen vormt de geur echter
een te grote barrière om de vis daadwerkelijk te kunnen of zelfs maar te willen
proeven.
Maar niet in alle gevallen is zout
afdoende om te verhinderen dat fermentatie tot bederf leidt. Noordpoolbewoners
die traditioneel zeehonden- en walvisvlees laten fermenteren, doen twee dingen:
ze maken het vlees in zekere zin voedzamer, maar balanceren daarmee vaak op de
rand van giftig bederf.
En soms gaan ze daar overheen: jaarlijks
loopt minstens één Inuit de dodelijke zenuwziekte botulisme op.
Die aandoening wordt veroorzaakt door giffen van de botulismebacterie, die
graag op het vlees leeft. Alleen al in Alaska liepen in totaal 317 Eskimos
botulisme op.
In Nederland komen zulke vergiftigingen
niet vaak meer voor bij populair verrot voedsel. Volgens het Nederlandse
Tijdschrift voor de Geneeskunde stamt de laatste grote vergiftiging door
bijvoorbeeld kaas uit 1939. In het plaatsje Sint Oedenrode werden 16 mensen
ziek van Nederlandse kaas.
Maar ja, dat is lang geleden. Wie nu nog
een spannend hapje kaas wil eten, moet vooral veel van die Franse zachte
kaasjes eten. Daar wil nog wel eens de beruchte Listeria-bacterie op
zitten.
De voordelen van voedsel laten rotten
zijn duidelijk: we kunnen gezonder voedsel krijgen en het langer bewaren. Maar
tegelijk moeten we voorzichtig blijven. Rotten balanceert altijd op de rand van
gevaar. Andere, vervelende bacteriën of schimmels kunnen mee gaan eten en
gifstoffen achterlaten. Dat gevaar kunnen we met onze neus maar slecht
herkennen, omdat we onszelf aanleren om nare smaakjes te eten.
Al deze verandering kwam met de
komst van verwerkt voedsel in de 40iger jaren. Maak een grafiek van deze
ziekten over een lange tijd, en je zult zien dat het bijna overeenkomt met
komst van dat verwerkt voedsel. Uiteindelijk werd het voedsel een product van
engineering in een laboratorium om te ruiken op een bepaalde manier, te smaken
op een bepaalde manier, om een bepaalde textuur te hebben. Het voedsel begon
steeds minder op de oorspronkelijke vorm te lijkenin de vorm waarop God het
gemaakt haden zorgde er dus voor dat het moeilijkheden gaf voor het lichaam om
het af te breken. Amerikanen leken ook banger te worden voor bacteriën (niet
beseffend dat 80% van ons immuunsysteem precies de bacteriën zijn in onze
ingewanden) en het voedsel werd steeds meer gesteriliseerd, verder bijdragend
tot ziekten en kwalen. (Had Hippocrates het dan toch juist wanneer hij zei dat alle
ziekten beginnen in het darmkanaal?).
Er is geen twijfel dat suiker
tegenwoordig dit probleem heeft vergroot. Volgens de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie)
zou een mens niet meer dan 45 gr suiker per dag mogen eten (ong 10 theelepels),
wat het equivalent is van ongeveer een coca cola van 355ml. Maar Amerikanen
consumeren gemiddeld ong 175 gr suiker per dag (ong 40 theelepels), wat nooit
voorgekomen is in de geschiedenis. Amerikanen eten tegenwoordig ongeveer 600
calorieën meer per dag dan in 1970. Wat ertoe leidt dat we meer wegen dan
vroeger. Het is duidelijk dat we meer eten dan we nodig hebben (hoewel we zelfs
minder gevoed zijn), wat suggereert dat we een voedselverslaving hebben
ontwikkeld.
De reden waarom we dit vermelden
is omdat het noodzakelijk is te realiseren dat Amerikanen vandaag een strijd
voeren met hun vlees. Voedsel is meer verslavend dan ooit, met miljoenen
dollars die worden uitgegeven om het zo te maken. En als we meer gehecht zijn
aan voedsel, dan is onze maatschappij gevallen in een geestelijke verdoving. En
dat zet zich verder in het geestelijke leven. Voedsel is in feite het ene
element van de wereld dat vrijelijk de omheining binnendringt zonder dat er op
gelet wordt. Een klooster kan volledig afgesloten zijn van de wereld, behalve
wanneer het aankomt op voedsel. Als we denken met de geest van onze
tegenstander: wat is er een betere manier om te infiltreren dan door de
voedselvoorraad?
H. Teresa van Los Ades: Ik weet
niet wat te doen met betrekking tot verstervingen, sinds de priester vertelde
geen te doen, maar ik heb zon goesting om caramels te eten. Vandaag had ik zon
honger dat ik ze allemaal opat. Het doet me pijn te zien dat ik zo ben. Echt, ik weet niet wat te
doen. Ik zal Moeder Izquierdo vragen wat te doen. Mijn Jezus, mijn Moeder, heb
medelijden met mij. Bevrijd me van mijn lauwheid. Ik ben ziek in mijn ziel. Ik zal mijzelf meer verstervingen opleggen."
Gezondheidsvoordelen van het vasten
Medische rapporten zeggen dat
regelmatig vasten het verteringssysteem de kans geeft om te rusten en zo het
lichaam zijn energie teruggeeft. Zo kan het lichaam vechten tegen latent
aanwezige kwalen. Het vasten kan ook iemands energieniveau doen stijgen
(moeheid terwijl men vast is gewoonlijk een symptoom dat het suikergehalte niet
in evenwicht is, wegens afhankelijkheid van verwerkte suikers). Strikt vasten
stelt het lichaam ook in staat om te ontgiften van bepaalde toxines dat
aanwezig zijn in vetcellen, en het geeft het lichaam een kans om terug normaal
te functioneren. Het vasten helpt ook voor een stabiele gemoedstoestand.
SERIE:
OFFERZIELEN deel 12
Het vasten in het Nieuwe Testament
Het Nieuwe Testament staat ook
vol met vele verwijzingen naar het vasten, met inbegrip van degene de Onze Heer
gemaakt heeft, die de intentie had de traditie van de Oude Wet verder te zetten
in het Nieuwe Verbond. Dit is betekenisvol omdat onder de duizenden gewoonten
van het Oude Testament, het vasten door Christus zelf werd voorgeschreven. De
H. Leo bevestigt: De voorafbeeldingen van toekomstige zaken zijn weggevallen,
wat betekent dat ze voltooid waren. Maar het vasten is in het Nieuwe Testament
niet weggevallen; men heeft bemerkt dat het vasten altijd gunstig is voor zowel
het lichaam als de ziel.
Marcus 9:29 Hij antwoordde hun:
Dit soort (van demon) kan door niets anders uitgedreven worden dan door bidden
en vasten. Net als in het Oude Testament, moet gebed vergezeld zijn van vasten
om een grotere doeltreffendheid te hebben voor God.
Matth 6:16-18 Wanneer gij vast,
zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen; zij verstrakken hun
gezicht om de mensen te tonen dat zij aan het vasten zijn. Voorwaar, Ik zeg u:
Zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als gij vast, zalft dan uw hoofd en wast
uw gezicht, om niet aan de mensen te laten zien dat gij vast, maar vast
voor uw Vader die in het verborgene is en uw Vader die in het verborgene ziet,
zal het u vergelden.
Matth 4:1,2 Daarna werd Jezus
door de Geest naar de woestijn gevoerd om door de duivel op de proef gesteld te
worden. Nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij
honger.
Paus Benedictus heeft het
volgende commentaar hierop: Zoals Mozes, die vastte vooraleer hij de tafels
van de Wet in ontvangst nam (cf. Ex 34:28) en het vasten van Elia voor hij de
Heer ontmoette op de Berg Horeb (cf. 1 Koningen 19:8) bereidde Jezus zich ook
voor, door gebed en vasten voor de missie die voor Hem lag, en die startte met
een serieuze strijd met de verleider."
Matth 9:14,15Op zekere dag kwamen de leerlingen van
Johannes tot Hem met de vraag: Waarom vasten wij en de Farizeeën wel, maar uw
leerlingen niet? Jezus sprak tot hen: De vrienden van de bruidegom
kunnen toch niet bedroefd zijn, zolang de bruidegom bij hen is? Er zullen dagen
komen, dat de bruidegom van hen is weggenomen; dan zullen zij vasten."
Hier beveelt Onze Heer ons te vasten tot de Bruidegom terugkomt.
Hoe moet ik vasten? Wat is de beste formule
voor te vasten?
In de geschiedenis van de Kerk,
kunnen we een gouden draad vinden van gewone vastenpraktijken, het meest
prominente is een brood en water vasten op woensdag en vrijdageen praktijk die
zelfs terugvoert naar de vroege Kerk en het vroege monnikenleven. Een dergelijk
vasten lijkt extreem voor ons, die gewoon zijn om een volle buik te hebben elke
dag. Maar vόόr de 20ste eeuw was deze vorm van vasten
niet ongewoon in de Kerkpraktijk. En in feite, hebben sommige oosterse kerken
het vasten op woensdag en vrijdag zelfs tot op vandaag verdergezet.
We moeten onszelf kennen, en enkel
uitvoeren wat ons in leven kan houden, dan worden we niet ontmoedigd en geven
we de weg van de ascese niet helemaal op. Omwille van die reden is het
gewoonlijk het beste om het vasten in fases te doen.
Didache (ca. 100 n. Chr.): "Maar
laat je vasten niet zijn zoals de hypocrieten; want ze vasten op de tweede en
de vijfde dag van de week; maar vast op de vierde dag (woensdag) en de
Voorbereiding (vrijdag)."
Apostolische Constituties: "Maar
Hij beval ons te vasten op de vierde en zesde dag van de week (woensdag en
vrijdag); de eerste omwille van Zijn verraad, en de laatste omwille van Zijn
lijden."
H. Petrus de Hieromartelaar: Laat
ons niet de fout maken dat we vasten op woensdag en vrijdag volgens een
gewoonte alleen door de traditie ingesteld: op woensdag omwille van de
beproeving van de Joden voor het verraad van de Heer; en op vrijdag voor al wat
Hij geleden heeft. Hieromartelaar : volgens de Oosters Orthodoxe Kerk een priester of
bisschop die een martelaar werd
H. Faustina: "Op drie dagen
in de week, woensdag, vrijdag en zaterdag, zal er een stricte vasten zijn (op
brood en water) Gedurende de twee grote vasten, quatertemperdagen en vigilies,
zal het voedsel bestaan uit een stuk brood en wat water, één keer op een dag. De
H. Faustina maakte een gedetailleerd voorschrift voor het vasten voor de nieuwe
gemeenschap dat ze oprichtte. De heilige vroeg dikwijls toelating aan haar
overste om te vasten op brood en water.
OLVrouw van Medjugorje: "Vast
strikt op woensdagen en vrijdagen." De beste vasten is op brood en water.
Door het vasten en gebed kan men oorlogen stoppen, kan men de wetten van de
natuur opheffen. Iedereen behalve de zieken, moeten vasten. Hoewel het nog
niet goedgekeurd is, sluiten we dit citaat in voor degenen die geϊnteresseerd zijn in verdere studie.
H. Alfonsus van Liguori: Religieuzen
mogen, zonder het gevaar van ijdele glorie, nu en dan zeer strenge
verstervingen uitvoeren. Bijvoorbeeld, door op water en brood te leven op dagen
van devotie, op vrijdagen en zaterdagen, op de vigilies van de H. Maagd, en op
gelijkaardige gelegenheden; een dergelijk vasten wordt gewoonlijk gepraktiseerd
door fervente religieuzen.
H. Teresa van Los Andes: Onze
Heer vraagt me om verstervingen te doen in alle dingen. Niet alleen door niet
toe te geven aan mijn smaak, maar zelfs in het eten; dat ik maar een beetje van
alles eet."
H. Franciscus van Sales: De
eerste Christenen hielden dagen van onthouding op woensdag, vrijdag en
zaterdag. De oude monniken, zoals de H. Jeroom zegt, dachten dat het een groot
tekort was om voedsel op te dienen dat bereid was op het vuur. Hun dagelijks
voedsel bestond uit een stuk brood. De H. Aloysius, die hoewel hij ziek was,
vastte drie keer in de week op brood en water.
Aloysius
Aloysius Gonzaga (wikipedia): (Castigilone delle Stiviere (bij Mantua), 9 maart 1568
Rome, 21 juni 1591) (eigenlijk Luigi Gonzaga) is een
jonggestorven katholieke heilige.
Luigi was de oudste zoon van Ferdinand
Gonzaga, markgraaf van Castiglione. Reeds als kind legde hij onder invloed van
zijn moeder een grote vroomheid aan de dag. Als tienjarige werd hij aan
het hof van de Medici te Brescia als page aangesteld.
Vervolgens verbleef hij aan het hof van Filips II van Spanje.
De heilige kardinaal Carolus Borromeus,
de aartsbisschop van Milaan, maakte op de jonge Luigi een grote indruk. In
het jaar 1585 deed hij ten gunste van zijn broer Rudolf afstand van
zijn rechten op het markgraafschap Castiglione. Tegen de wil van zijn familie
in trad hij toe tot de Sociëteit van Jezus. Daar studeerde hij filosofie
en theologie. Tevens had hij veel zorg voor de zieken en voor het
waardig begraven van de armen. Toen in Rome een pestepidemie woedde,
liet Aloysius niet na de zieken te helpen. Hij was 23 jaar oud toen hij zelf
ziek raakte en stierf.
Direct na zijn dood werd Aloysius al als
een heilige beschouwd. Spoedig werd hij in de San Ignazio te Rome
begraven. Zijn hoofd werd later naar de Aloysius-basiliek in Castiglione delle
Stiviere overgebracht. Reeds 14 jaar na zijn dood werd hij zalig verklaard.
In 1726 werd hij door paus Benedictus XIII heilig
verklaard. In 1729 werd hij door dezelfde paus tot patroon van jonge
studenten uitgeroepen. Als symbool van de kuisheid wordt hij ook in het
bijzonder tegen seksuele verzoekingen aangeroepen. Ten slotte is hij patroon
van de stad Mantua. Zijn feestdag is 21 juni.
De H. Franciscus Xaverius was
gedurende zijn missies tevreden elke dag met een paar granen van geroosterde
rijst.
Franciscus
Franciscus Xaverius (wikipedia) : (Javier, 7 april 1506 Shangchuan, 3 december 1552),
eigenlijk Francisco de Yasu de Azpilicueta y Xavier, was een Spaanse jezuϊeten-missionaris uit Navarra
die een belangrijke rol speelde in de opbouw van de missie in Zuid- en
Oost-Azië.
Xaverius werd geboren in het kasteel
van Javier. Hij verliet Navarra en studeerde in Parijs filosofie en
theologie aan het College van Navarra. In Parijs maakte hij kennis
met Ignatius van Loyola. Op 15 augustus 1534 was hij een van de
eerste zes die de gelofte deden waarop later de jezuïetenorde zou worden
gebaseerd. In 1539-1540 speelde Xaverius een belangrijke rol in de
bijeenkomsten die leidden tot de stichting van de Sociëteit van Jezus.
Xaverius kreeg de opdracht van Ignatius,
op verzoek van koning Johan III en paus Paulus III, om het geloof te
verspreiden in Indië. In 1540 vertrok hij daartoe naar Lissabon, en
in 1541 vertrok hij met Martin de Sousa naar Goa, waar hij
een jaar later aankwam. De volgende jaren deed hij kerk- en missiewerk in
diverse delen van India, en maakte naar verluidt meer dan 30.000 bekeerlingen.
In 1545 vertrok Xaverius verder
oostwaarts, naar Malakka, en in 1546 reisde hij rond door
de Molukken, waarbij hij de christelijke gemeenschappen bezocht en
trachtte meer mensen te bekeren.
Terug in Malakka hoorde Xaverius
over Japan, dat kort tevoren voor het eerst door Portugezen was bezocht.
Hij vergezelde Yajiro, een Japanner, naar Goa, en besloot dat Japan zijn
nieuwe werkterrein zou worden. In 1549 arriveerde hij met een aantal
metgezellen in Kagoshima op het eiland Kyushu. Dat werd de
aanvang van de missie van de jezuϊeten in Japan.
Terug in Goa in 1552, vertrok hij
meteen weer op zijn volgende reis: China was zijn nieuwe doel. Hij kwam tot
aan Shangchuan, een eiland nabij Kanton, waar hij drie maanden
wachtte op een mogelijkheid naar het vasteland over te steken. Xaverius werd
ziek, en overleed op 3 december van dat jaar. Zijn lichaam werd
overgebracht naar Goa, en aldaar in de kathedraal begraven.
De H. Johannes Franciscus Régis nam
in de grote missies geen ander voedsel dan een beetje meel in water gedoopt.
Johannes
Johannes Franciscus Régis (wikipedia): (31 januari 1597, Fontcouverte (Aude) 31 december 1640,
Lalouvesc) was een rooms-katholieke Franse volksprediker en jezuϊet uit
de tijd van de contrareformatie. Jean François Régis kwam uit een adellijk geslacht.
Hij trad toe tot de jezuϊetenorde en werkte vanaf 1632 als
volksmissionaris in Le-Puy-en-Velay. Voor gevallen meisjes en vrouwen liet
hij opvanghuizen bouwen. Men noemde hem de apostel van Velay en Viverais (de
omgeving van Le Puy).
De dagelijkse maaltijd van de H.
Petrus van Alcantara was maar een kleine hoeveelheid van bouillon. We lezen in
het leven van de Eerbiedwaardige Broeder Johannes Joseph van het Kruis, die in
onze dagen leefde, en met wie ik goed bevriend was, dat hij 24 jaar dikwijls
vastte op brood en water, en nooit iets ander at dan brood en wat kruiden en
fruit. Wanneer hij door zijn lichamelijke zwakheden gedwongen was om warm
voedsel te nuttigen, nam hij enkel brood dat gedoopt was in bouillon. Wanneer
de dokter hem beval om een beetje wijn te drinken, mengde hij het met zijn
bouillon om de smaakloosheid van zijn schaarse maaltijd te verhogen. Ik wil
niet zeggen, dat om heiligheid te bereiken het voor zusters noodzakelijk is
deze voorbeelden na te volgen; maar degene die gehecht is aan de pleziertjes
van de tafel, en niet let op de versterving van de eetlust, zal nooit een
aanzienlijke vooruitgang boeken in perfectie. In religieuze gemeenschappen zijn
er over het algemeen verschillende maaltijden overdag: vandaar wie de
versterving van de eetlust verwaarloost zal dagelijks duizend fouten plegen.
Hoe ken ik mijn grenzen?
De heiligen herinneren ons eraan
dat we nooit boetedoening zouden mogen praktiseren die onze mogelijkheid om
onze plichten in het leven te vervullen, aantast. Vele heiligen hadden zelfs
spijt dat ze hun lichamen in hun jeugd hadden bestraft met strenge vasten (H.
Johannes Maria Vianney, Ignatius van Loyola, enz) en hen achterlieten met
gezondheidsproblemen later in het leven. Toch herinneren ze ons er
tegelijkertijd ook aan dat hoe meer het lichaam wordt gegeven, hoe meer het
vraagt (vooral degenen die in westerse landen leven, omdat we de neiging hebben
onze lichamen in de watten te leggen).
H. Teresa van Avila: Onze
menselijke natuur vraagt dikwijls voor meer dan het nodig heeft, en soms helpt
de duivel om vrees te veroorzaken over de praktijk van boetedoening en vasten. Mijn
gezondheid is veel beter geworden sinds ik ben gestopt om te kijken naar mijn
gemak en comfort.
Als we de gewone kost van de
Apostelen bekijken, bestond die voornamelijk uit oudbakken brood, vis, geitenmelk,
groenten, olijven en kaas. We zouden beschaamd moeten zijn wat we tegenwoordig
als noodzakelijk zien. Het menselijk lichaam is veerkrachtiger dan de meesten
zich realiseren. Het is algemeen aanvaard da een persoon kan leven zonder
voedsel (enkel water) voor ongeveer 40 dagen. We weten ook dat vele
wereldlijken die vasten uit gezondheidsredenen alleen, gewoonlijk vloeistoffen-alleen
vasten voor drie, tien en zelfs twintig dagen (onder supervisie). We vermelden
dit omdat er zijn die nerveus worden over vasten op brood en water voor een of
twee dagen per week. We willen duidelijk maken dat deze vrees niet
gerechtvaardigd is. De meeste mensen zouden gemakkelijk moeten kunnen vasten op
water en brood voor een dag (als ze gezond zijn), en nog steeds hun
noodzakelijke taken moeten kunnen vervullen. Het vasten zou ons niet moeten
doen vrezen voor onze gezondheid, maar zou ons moeten vervullen met grote
vreugde, omdat we door het vasten een geestelijke burcht optrekken rond ons
huis en de bekering verdienen van talrijke zielen. Degenen die een grootmoedig
hart hebben, is het vasten dikwijls een zaligheid, die de beste dagen van gebed
en klaarheid teweeg brengt.
Als algemene regel zoals vasten
moet het enkel gedaan worden wanneer men gezond is. De H. Alfonsus zegt
hierover: Als lichamelijke zwakte ons niet in staat stelt om lichamelijke
verstervingen te doen, laat ons dan tenminste met vreugde de zwakheden
aanvaarden, waarmee de Almachtige God ons bezoekt. Als ze gedragen worden met
geduld, leiden ze ons naar perfectie, meer dan vrijwillige boetedoeningen. Als
laatste punt, is het ook belangrijk te herinneren dat de doelstelling van het
vasten niet het vernietigen van het lichaam is, maar het onderwerpen ervan door
niet aan alle grillen toe te geven, en het voortdurend te beperken zodat de
geest bevrijd is. De buik maar gedeeltelijk vullen is bijvoorbeeld een
boetedoening van enorme verdienste. Zoals de H. Augustinus en H. Jeroom zeggen,
is het een mindere wilsdaad om helemaal voedsel te vermijden, dan met eten te
stoppen als men er al van geproefd heeft.
H. Alfonsus: O, hoe dikwijls is
lichamelijke zwakheid een excuus om onnodig toe te geven aan genoegens."
H. Alfonsus: "Als men
tengevolge van lichamelijke zwakheid geen strenge vasten kan praktiseren, zou
men tenminste niet mogen klagen over de gewone kost; en zou men moeten tevreden
zijn met wat er op tafel komt. De H. Thomas vroeg nooit om bijzonder voedsel,
maar hij was altijd tevreden met wat voor zijn neus stond en hij at ervan met
grote mate. Over de H. Ignatius lezen we dat hij nooit een gerecht weigerden en
nooit klaagde dat het voedsel niet genoeg gebakken, gekookt of gekruid was. Het
is de plicht van de Overste om de gemeenschap te voorzien van gezond voedsel,
maar een religieuze zou nooit mogen klagen dat het schraal, aangebrand,
smaakloos, of te zout is.
Het vermijden van overdaad op gewone dagen
Dit is een zeer belangrijk punt. De
H. Alfonsus: Sommige religieuzen vasten een dag, en eten overdadig de volgende.
De H. Jeroom zegt dat het beter is om altijd een sobere maaltijd te houden dan
soms te vasten en erna overdaad te plegen." Dit is vooral van toepassing
op ons vandaag. We geven ons meer dan ooit over aan overdaad. De H. Alfonsus gaat verder: "Dit is de beste en
moeilijkste soort van versterving; want het is gemakkelijker om volledig af te
zien van vlees, dan na het geproefd te hebben, een beetje te eten. Hij die
verlangt mate toe te passen in het eten zou er het best aan doen geleidelijk
zijn maaltijden te verminderen. Zo ontdekt hij door ervaring het minimum
voedsel dat hij nodig heeft om nog goed te kunnen functioneren." Het doel
van vasten is de hartstochten van het vlees te onderwerpen. Dus overdaad op
niet-vasten dagen is vruchteloos. Genieten van een goede maaltijd is niet
verkeerd, maar het moet onderworpen zijn aan het feit dat God het schiep voor
ons voedsel.
AANVAARDEN VAN JE
LOTSBESTEMMING DOOR MOEILIJKHEDEN, ONTBERING EN TEGENSLAG
Wanneer dingen moeilijk worden
in ons Christelijk leven en we twijfelen om het goede te blijven doen, is het
belangrijk om ons doel in het leven te kennen. Ongeacht wat je denkt, ben je
niet een ongeluk of een mislukking (Psalm 139:13,14)Gij
zijt die mijn kern hebt gevormd, die mij weefde in de schoot mijner
moeder, en ik loof U in het besef dat ik ben eerbiedwekkend van maaksel,
een wonder is wat Gij schiep.
Je doel lag vast door God
voordat je werd geboren. Je weet het misschien niet maar je kwam eens in een
reddende relatie met de Heer Jezus. Je tocht begon in het vinden van je doel en
het vervullen ervan.
Je werd van geestelijke gaven
voorzien door God die beschikbaar zijn voor je om te gebruiken voor Zijn glorie
tot jouw doel. (Efesiërs 1:3,11) Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus
Christus, die ons in de hemelen in Christus heeft gezegend met elke geestelijke
zegen. In Christus hebben wij ook ons erfdeel ontvangen, daartoe voorbestemd
door de beschikking van Hem die alles tot stand brengt naar het besluit van
zijn wil. En de erfenis is deel uit te maken van Gods Koninkrijk en voor eeuwig
bij Hem te leven in geluk en zaligheid. Dat is Gods plan voor je leven.
Net zoals God Zijn oog op je had
vanaf je geboorte zo heeft ook de vijand van je ziel, de duivel je in het oog
gehouden. De job van de vijand is je van de rechte weg doen afwijken en te
zorgen dat je het doel waarvoor je bent geschapen in de steek laat. Maar je
moet er rekening mee houden dat de vijand het plan niet kan aantasten, het
glorierijke plan blijft bestaan. Jij bent degene die moet volhouden en de
duivel verslaan.
Hoe kan hij je van je erfenis
doen afzien? Door twijfel, angst, verwerping door anderen, tegenslagen,
moeilijkheden, ontbering, hindernissen of je verleiden tot andere wereldse
zaken. Hij probeert alles om je te doen opgeven en Gods plan voor je leven in
de steek te laten.
Overweeg dat ook Christus te
maken had met hindernissen en vervolging toen Hij Zijn doel wilde vervullen.
Hij kwam om te sterven voor onze zonden zodat we zouden gereinigd worden van
onze zonden en tot volle vereniging komen met de Vader. (Mattheüs 26:28) Want dit
is mijn Bloed van het Verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving
van zonden.
Terwijl de vijand je in het oog
heeft gehouden, heeft hij ook Jezus van in het begin in het oog gehouden, maar
hij kent NIET het doel en plan voor je leven. Waarom? Hij is niet alwetend, enkel God is alwetend. Maar
door te kijken naar het pad dat je volgt, je gewoonten, je gedrag kan hij raden
wat het zal zijn.
Gebed tegen ontbering, moeilijkheden en tegenslagen
Het plan van de vijand bij Jezus
was Hem eerst verleiden met alle dingen van de wereld. Hij wist niet echt waarom
Jezus kwam. De duivel dacht dat Hij hem wel
zou kunnen stoppen op het juiste moment door Hem te doden. Maar dit was het
EIGENLIJKE PLAN VAN GOD DE HELE TIJD AL! Jezus was gekomen om te sterven!
Denk je werkelijk dat de duivel
Jezus naar het Kruis zou gevoerd hebben als hij had geweten dat de mensheid
door dit offer zou verzoend worden met God? Zeer zeker niet. Hij zou
alles gedaan hebben om het te voorkomen!
Zo is het ook met jouw leven. De
duivel kent het plan niet, daarom moet hij je verstrooien en afbrengen van Gods
doel, je duwen zodat je het loslaat, zorgen dat je wanhopig wordt.
Alles heeft zijn tijd wanneer het moet gebeuren, je moet dus wachten
tot God zegt: Nu is de tijd gekomen. En dit
is net zo belangrijk als het vervullen van je doel.
Lukas 22:1-6 Het feest van
het ongedesemde brood, Pasen geheten, naderde. De hogepriesters en de
schriftgeleerden, bang als ze waren voor het volk, zochten naar een manier om
Hem uit de weg te ruimen. Toen voer de satan in Judas, die Iskariot
heette, en tot het getal van de twaalf behoorde. Hij begaf zich naar de
hogepriesters en bevelhebbers om met hen te bespreken, hoe hij hun Jezus zou
uitleveren. In hun blijdschap hierover spraken zij met hem af, hem een som
gelds te geven. Hij nam hun voorstel aan en zag uit naar een goede
gelegenheid om Hem zonder volksoploop aan hen uit te leveren.
Zo zie je dat er een plan is om
Jezus te doden en de ene die dit orkestreert is een van zijn eigen leerlingen.
Het is ook wanneer God het toelaat dat het gebeurt, de hogepriesters hebben
vele kansen gehad om Jezus te doden, maar God liet het niet toe.
Je kunt op een gegeven moment
tegenkanting ervaren hebben uit je eigen gezin. Gedurende deze momenten moet je
denken hoe Jezus Zijn tegenstander behandelde en het plan tegen zijn leven. Jezus ging door.
Jij moet dus ook verder, zelfs al is er tegenstand. Ben je bereid de weg te volgen dat God voor je
heeft bereid? Ben je bereid alles op te offeren voor wat God met je voor heeft?
Dit is wat Jezus zegt aan jou: Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen
door zichzelf te verloochenen en elke dag opnieuw zijn kruis op te nemen.
(Lukas 9:23)
Gebed wanneer we
geconfronteerd worden met tegenslag, moeilijkheden en ontberingen
Heer Jezus, als ik Uw weg naar
het Kruis overweeg, laat mij ook mijn eigen weg bekijken. Zuiver mijn hart en
geest zodat ik mij blijf richten op U. Ik bid om genade om mijn dagelijks kruis
op te nemen en U te volgen. U hebt nooit gezegd dat deze tocht gemakkelijk zou
zijn, maar U zei dat U bij mij zou blijven tot het einde van de tijden, wanneer
Uw evangelie over de hele wereld zal verkondigd worden. Geef mij de genade
om het door moeilijkheden, ontberingen en tegenslag te maken die ik zal
tegenkomen. Geef mij kracht. Vervul mijn geest met het doel dat U voor mij
hebt. Bind de handen van de vijand die de oorzaak is dat ik mijn doel verlies. Vervul
mijn hart met vrede ondanks de omgeving om Uw oproep te volgen. Maak mij bewust
van mijn spirituele gaven die ik van U gekregen heb.
Hemelse Vader, ik dank U dat U
mijn God en Redder bent en ik zegen U dat U elke omstandigheid in mijn leven
aangrijpt om mij te helpen groeien in rijpheid in geloof, om te groeien in
genade en de persoon te worden dat U wenst dat ik word. Heer, te dikwijls zijn
de omstandigheden in mijn leven niet hetgeen ik gekozen heb, maar steeds meer
toont U mij dat Uw wegen het beste zijn voor mijn leven, en ik dank U voor
alles wat U mij leert door de vele tegenslagen dat ik moest doormaken en degene
die ik nog moet doormaken, want ik erken dat U mij door deze tegenslagen mij
nog dichter in Uw liefdevolle armen neemt.
Help me om een grote begrip te verwerven van Uw
perfecte perspectief in mijn leven. Geef me geduld in al mijn moeilijkheden en
help me om Uw leidende hand te herkennen en Uw liefdevol geduld met mij. Ik bid
dat ik niet overweldigd word door de moeilijkheden in het leven, maar gebruik
elk om me Uw karakter, liefde en genade te leren. Zorg dat ik steeds meer
verander in de persoon die U wilt dat ik zou worden, voor U meerdere glorie in
Jezus Naam. Amen.
Gebed voor kracht in
beproevingen
Lieve Almachtige God,
Het is soms teveel, bezorgdheid
en angst overrompelen mijn leven en mijn gedachten.
Zoveel strijd ineens. God, wat kan ik doen? Kunt U mij helpen?
De strijd is in mijn geest; de
vijand komt en fluistert in mijn oor een leugen dat alles verloren is.
Geef me de kracht, O Heer, om de
vijand te verwerpen. Laat me naar Christus kijken in de plaats die op het Kruis
hangt voor mij,
Verheerlijkt is aan Uw
rechterhand, en mij de kracht van Zijn Heilige Geest zend.
Laat mij rechtstaan en zeggen: Ik
kan dit aan. Ik kan de zorgen aanpakken. Ik kan ze verslaan, als de machtige
hand van God ingrijpt.
Moge het U verheerlijken, O
Heer, en mogen de engelen in de Hemel lofgezangen aanheffen bij het zien dat
deze zondaar terug is gekomen uit de zorgen en hersteld is.
Glorie aan God in den hoge! In Jezus naam. Amen.
Gebed tegen tegenslag
Lieve Vader,
U doet mijn rijpheid in geloof groeien
door omstandigheden die niet altijd in de lijn liggen van wat ik verwacht.
Het helpt mij het nodige
perspectief en ervaring verkrijgen in situaties die ik niet heb gekozen, maar
die mij ten gunste zullen komen.
Help mij geduldig te zijn als ik
zoek om Uw plan te begrijpen als het zich ontvouwt in mijn leven.
Doe mijn verlangens samenvallen
met de Uwe als ik mijn wil aan U overgeef.
Zorg dat ik niet verpletterd
word door tegenslagen, maar ik vraag U, Vader om de tegenslagen te
gebruiken als een instrument waarmee U Uw beeld en karakter diep in mijn hart
grift.
Ik kan misschien mijn plannen
maken, maar ik moet beseffen dat, als Uw kind, U altijd de laatste zeg hebt
voor mijn goed. Amen.
Gebed in de morgen van een
moeilijke dag
Hemelse Vader, ik geef
U deze dag. Alstublieft, help mij er doorheen, omdat ik niet zeker ben
dat ik het op mijn eentje aankan. Ik voel dat ik niet genoeg kracht heb, genoeg
moed en genoeg kracht om te doen wat ik moet doen vandaag. Help mij om te
vechten tegen mijn ellende en verdriet. Help me het beter te doen dan gisteren. Help me om
mijn idealen te bereiken. Geef me hoop, vertrouwen en geloof. Wees
bij mij als ik met mijn bezigheden start, en vergeef me als ik niet altijd het
juiste doe. Geef me hoop voor de toekomst, de juiste houding over mijn voorbije
zonden, en kracht om de huidige aan te pakken.
Het gaat in mijn leven niet al te goed op dit moment. Het
lijkt alsof ik op iedere hoek van mijn levensweg tegenslag heb, en U mijn
vertrouwen geven is zeer moeilijk. Op dit moment in mijn leven, denk ik niet
dat ik mezelf nog verder kan trekken, en ik smeek om Uw hulp om mij de nodige
duw te geven zodat ik verder kan. Ik ben bang en weet niet hoe het te
overwinnen. Ik toon niet genoeg
geloof. Mijn
ziel is in een grote strijd om zijn angst te overwinnen en ware vrede te
vinden.
Ik geef mijn leven aan U voor leiding; ik geef mijn lichaam
aan U voor Uw vaderlijke zorg; en ik geef U mijn ziel, zodat U het kunt
voorzien van de groei dat het nodig heeft. Ik geef U al mijn persoonlijke
relaties met anderen, en vraag U om mij genoeg tijd te geven om te vervullen
wat ik nodig heb om de eeuwigheid te
genieten met elkaar. U hebt me reeds de nodige gaven gegeven, waarvoor ik U
dank uit de grond van mijn hart. Ik wil
U eren, Vader. Help me om dit te doen. Amen.
De boodschappen van OLVrouw aan Pedro Regis : deel 2
DE
BOODSCHAPPEN VAN OLVROUW AAN PEDRO REGIS : deel 2
Anguera 1/3/2008
Op een majestatische datum zal de kerk wenen. De gelovigen
zullen weeklagen en het pad van de Kerk zal veranderen.
De
derde Wereldoorlog, gebeurtenissen in Europa, VS, Midden-Oosten, Rusland,
Oproer, bloedvergieten, schisma in de Katholieke Kerk, de Antichrist
De dood zal waren in de Heilige Stad. De verschrikking zal
immens groot zijn. Er was geen gelijkaardige gebeurtenis in de geschiedenis.
Bid. Ik lijd omwille van wat jullie te wachten staat.
Gebeurtenissen
Schisma van de Katholieke Kerk het Vaticaan zal vernietigd
worden en er zal de komst zijn van de Antichrist
Oorlog in het Midden-Oosten Jeruzalem vernietigd een nucleaire
holocaust
Een terroristische aanval in de VS Manhattan, Washington
en Philadelphia en het groene gif
Andere aanvallen die de pokken zullen verspreiden Europa in
armoede de Europese bevolking die alarmerend zal verminderen boodschap 3804
(13/4/2013)
Terroristen vallen Rome aan dan de Russen Rome zal
volledig verwoest worden weinig overlevenden boodschap 2939 (1/5/2008)
Derde Wereldoorlog Allianties tussen Rusland, Iran, China
en Syrie tegen allen
De alliantie Begin van de oorlog Russische aanval over
Europa
De komst van de tweede zon : de toorn van God op ons, na de
verschijning van de antichrist
Nieuwe Hemel en een Nieuwe aarde de eerste verrijzenis en
de terugkeer van Christus
Gebruikte beelden in de profetieën
razende leeuw = Iran, land van de koning = Italië/Vaticaan,
woeste beer = Rusland, stad van 7 heuvels = Rome, nest van de beer = Moskou,
koning = paus, draak = China, mannen met grote baarden = terroristen, Aquila =
VS, paleis = St Pietersbasiliek, land van de koningin = Engeland, orde = orde
van Malta, antichrist = 1ste valse profeet : politiek 2de
valse profeet : religie, de tegenstander = hoe de antichrist te herkennen,
hoogmoedige man = president van VS, vuur = bommen, perverse man = de
antichrist, land van de Redder = Israël, slang van het Oosten =
China/Communisme, reus = tweede zon, vogel = vliegtuig, zwarte vogel =
terroristen (IS), oorlog in het Midden-Oosten wordt realiteit (Lukas 19)
Het land van de Redder zal veel moeten lijden, maar wanneer
het de nederlaag voelt zal het zich verdedigen met wapens die vuur in de lucht
verspreiden. (2501 26/3/2005)
De stad Jeruzalem zal vernietigd worden en wanneer de grote
kastijding komt, zal het niet meer te herkennen zijn; het zal net een grote
woestijn zijn. (2514 26/4/2005)
Een hoogmoedige man zal deals sluiten met Iran. Hij zal
lijken een vredestichter te zijn, maar in werkelijkheid zal hij een doorn in
het oog zijn van vele naties. De mannen van terreur, geleid door de ene die het
voorkomen heeft van een profeet, zal lijden en pijn brengen in het nest van de
arend (VS) en voor het land van de Redder. Hier kwamen de tijden die ik heb
voorspeld. (2516 30/04/2005 het begin van de eindtijd is het sluiten van een
overeenkomst te Geneve tussen de VS en Iran op 24/11/2013)
Israël zal het leed van een veroordeelde beleven, omdat het
verrast zl worden door de mannen van terreur. (2544 3/7/2005)
Syrië zal verraden, maar dan zal het zijn eigen vergif
drinken. (2552 23/7/2005)
Iran zal verwoest worden door Israël. De aarde zal beven
voor de grote nucleaire holocaust. (2557 4/8/2005)
In Jeruzalem zal een tempel gebouwd worden. Het geweld zal
toenemen. (2563 16/8/2005)
De stad van de Redder zal verdwijnen (Bethlehem of
Nazareth), maar de mannen van geloof zullen gespaard blijven. (2636 2/2/2006)
Het zal van Iran komen en de mensen zullen bang zijn. (2649
4/3/2006)
De koningen van het Oosten (koninkrijken van het Arabisch
schiereiland) zullen zich verzamelen voor de grote strijd en de mensheid zal
een zwaar kruis moeten dragen. (2694 -16/6/2006)
Openbaring 9:13 de 6de trompet
Op een berg bij Jeruzalem zal een verschrikkelijke
gebeurtenis gebeuren. (2695 17/6/2006)
De zwarte vogel (IS) zal door Europa gaan en waar het zal
rusten zal het zijn merkteken van vernietiging en dood achterlaten. Het geweld
zal groeien en de mensen zullen een zwaar kruis brengen. (2718 10/8/2006)
Een ziekte zal zich verspreiden en het zal erger zijn dan
al degenen die ooit hebben bestaan. De mensen zullen besmet geraken en
miljoenen van dode lichamen zullen overal verspreid liggen. (2719 12/8/2006)
Een groot leger zal vertrekken uit Mekka en waar het zal
passeren, zal het een spoor van vernietiging en dood achterlaten. De
goddeloosheid van de mensen zal zo groot zijn op aarde dat de Heer de dag van het
Laatste Oordeel zal brengen. (2722 19/8/2006)
De zwarte vogel zal rusten in Gods Huis. Zijn kracht zal
vernietiging en dood veroorzaken. (2735 18/9/2006)
De dood zal waren in de Heilige Stad. De verschrikkingen
zullen immens zijn. Er is geen gelijkaardige gebeurtenis in de hele geschiedenis.
Bid. Ik lijd omwille van wat jullie te wachten staat. (2806 3/3/2007)
De zwarte vogel zal handelen en grote verschrikkingen
veroorzaken in het hele Oosten. Het zal passeren langs het arendsnest (VS) en
zal haar kinderen doen lijden. (2846 3/6/2007)
Israël zal wenen. De dood zal er passeren en er zal een
grote verwoesting zijn. De grote stad zal omsingeld zijn en zijn inwoners
zullen een zwaar kruis moeten dragen. (2899 6/10/2007)
De woeste beer zal de leeuw voeden en dit zal zorgen dat
hij sterk is voor de aanval. (2902 13/10/2007)
De zonen van de leeuw (Iran) zullen reageren met grote
razernij tegen het Huis van God. (3006 5/6/2008)
Vanuit Jeruzalem zal een verhaal verteld worden dat de
aandacht van de wereld zal trekken. Het zal groot lijden brengen voor de Kerk.
(3030 22/7/2008)
De hoofden zullen zich verenigen en een grote aanval
plannen. Israël, en bijna zijn hele bevolking zullen vernietigd worden.
In het centrum van dit land zullen grote catastrofes
gebeuren. In Jeruzalem zullen brutale feiten gebeuren die verbonden zijn met
religie en de regering. Zelfs in deze natie zal de aarde vele keren beven.
(21/10/2007)
Jeruzalem en vele steden in de buurt zullen een zwaar kruis
te dragen hebben. Groot zal de verwoesting zijn. (3145 4/10/2009)
Het Midden-Oosten zal beven door een grote nucleaire holocaust.
(3272 -28/1/2010)
Er zal een dag komen dat de woeste leeuw zal liggen aan de
voeten van de draak (China). (3281 17/2/2010)
De vereniging van wilde dieren zal groot lijden brengen aan
mijn arme kinderen. Bethlehem zal het leed van een veroordeelde moeten beleven.
De verwoesting zal groot zijn en mijn arme kinderen zullen een zwaar kruis
moeten dragen. (3311 27/4/2010)
Aanvallen in de VS en andere plaatsen in de
wereld
De meest angstaanjagende gebeurtenis van de 15de
eeuw zal zich herhalen. (2483 15/2/2005)
De wijze mannen zijn tezamen gekomen en hebben de
vernietiging in laboratoria voorbereid, De mens zal de dood zien in wat bestaat
om leven te geven. (2487 24/2/2005)
De draak zal de arend ontmoeten en zal vuur lanceren op
zijn kinderen, en de vernietiging veroorzaken van een groot deel van zijn nest
(VS). (2492 - 3/8/2005)
Nucleaire en biologische wapens zullen gebruikt worden door
mannen met grote baarden en terreur zal zich verspreiden in verschillende
naties. Weet dat er een grote chaos zal zijn in de wereldeconomie en enkel de
zachtmoedigen en nederigen van hart zullen in staat zijn te overleven. (2518
5/3/2005)
Rusland zal een overeenkomst sluiten waarvan iets pijnlijk
zal komen voor de mensen. De plaag die zal komen, zal ervoor zorgen dat de
besmetten zich niet meer kunnen herkennen. Degenen die besmet zijn zullen niet
in staat zijn om na te denken. (2520 5/10/2005)
Rusland zal een overeenkomst sluiten dat lijden en dood zal
brengen aan veel van mijn arme kinderen. (3810 23/4/2013)
De pokken zullen gebruikt worden als wapen tegen een natie
door de mannen met de grote baarden. (2531 6/4/2005)
Verschrikkingen zullen een grote stad bij het water
overkomen. (2547 7/12/2005)
De mannen met de grote baarden bereiden een grote
boosaardige actie voor. In verschillende streken en op hetzelfde tijdstip zal
er lijden en pijn zijn. Een wapen zal exploderen. (2548 14/7/2005)
Weet dat een beroemde stad leeg zal blijven. Een epidemie
zal veel van zijn inwoners doen verhuizen terwijl de anderen zullen sterven.
(2559 8/9/2005)
De mannen met de grote baarden zullen handelen in een grote
stad. In een laboratorium is een wapen van grote vernietiging voorbereid. (2575
13/9/2005)
Mannen hebben het virus van de dood voorbereid en Mijn arme
kinderen zullen een groot lijden kennen. Er zullen geen barrières zijn om het
virus te stoppen. (2594 25/10/2005)
De ziekte dat je doet denken aan een groot veld met groene
kruiden, zal de mensen kwellen. De mannen van terreur zullen het veroorzaken.
(2607 26/11/2005)
Een epidemie zal zich verspreiden naar vele naties en Mijn
arme kinderen zullen een zwaar kruis te dragen hebben. (2626 10/1/2006)
Het Iberisch schiereiland zal het nest zijn van de wilde
beesten, die een groot lijden voor de mensheid zullen brengen. (2693 23/6/2006)
Er zal een ziekte komen en het zal erger zijn dan al degene
die ooit bestaan hebben. De mensen zullen besmet zijn en miljoenen dode
lichamen zullen overal verspreid liggen. (2719 12/8/2006)
De arend zal verwond zijn op de kust en vele nesten zullen
vernietigd worden. Een berg zal vallen en er zal een grote vernietiging zijn in
vele regios. Rusland zal struikelen en de hoogmoedige man zal reageren met de
kracht die hem gegeven werd door de duivel. (2780 1/1/2007)
De inwoners van Philadelphia zullen in grote moeilijkheden
komen. Verschrikkingen zullen komen. Het gif zal zich verspreiden en vele van
mijn arme kinderen besmetten. (2821 7/4/2007)
De zwarte vogel zal reageren en terreur veroorzaken in het
hele Oosten. Het zal langsgaan bij het Arendsnest (VS) en zijn kinderen zullen
lijden. (2846 3/6/2007)
De mannen van de verschrikking zullen gif verspreiden en de
dood zal toeslaan. (2847 5/6/2007)
De mannen van verschrikking zullen handelen in het land van
het Heilig Kruis. Er zal een handeling zal gebeuren in het Goddelijk Land (Israël
of Vaticaan). (2851 16/6/2007)
De vijanden zullen in Manhattan komen en mijn arme kinderen
zullen een zwaar kruis te dragen hebben. (2924 12/1/2007)
Het grote brein van de mensheid (VS) zal vallen en de
mensen zullen de kracht van het zwaard van de grote bevelhebber van het Oosten
voelen. De ratten lopen onder de grond in de richting van het witte paleis
(White House) na de twee rivieren met namen van wilde dieren, te hebben
overgestoken. (Potomac en Anacostia te Washington DC) (16/4/2008)
Mannen van verschrikking zullen een grote verwoesting
aanrichten in het Land van het Heilig Kruis (Israël of Brazilië). (3169 5/6/2009)
De arend zal niet stil vliegen. Zijn nest zal beven en er
zal grote wanhoop zijn. (3280 16/2/2010)
Het arendsnest (VS) zal binnengedrongen worden en er zal
een grote verwoesting zijn. Terreur zal verspreid worden en Mijn arme kinderen
zullen wenen en weeklagen. (3347 18/7/2010)
Andere aanvallen in Europa
De wijze mannen hebben zich verzameld en ze hebben
vernietiging in laboratoria voorbereid. De mens zal de dood zien in wat bestaat
om leven te geven. (2487 24/2/2005)
De rijkste mensen in de wereld zullen in moeilijkheden
zijn; ze zullen hun hand reiken naar de armen en vragen om genade. Europa zal
aan de grond zitten. (2517 1/5/2005)
Nucleaire en biologische wapens zullen gebruikt worden door
de mensen met grote baarden en de terreur zal zich verspreiden naar
verschillende naties. (2518 6/5/2005)
Eén die terreur verspreid zal gevangen worden en de moeder
van de verschrikkelijke naties zal getroffen worden. (2536 14/6/2005)
Pollen zullen gebruikt worden als wapen tegen een natie
door mannen met grote baarden. Het lijden zal groot zijn voor velen. (2531 6/4/2005)
Terreur zal verspreid tot verschillende naties. (2519 5/7/2005)
De mannen met de grote baarden zullen handelen in een grote
stad. Een wapen van grote vernietiging is voorbereid in een laboratorium. (2575
13/9/2005)
Een leger (Russische leger) zal over Europa stappen en een
spoor nalaten van vernietiging en dood. (2708 18/07/2006)
Er zal een ziekte komen en ze zal erger zijn dan al degenen
die tot dusver bestonden. De mensen zullen besmet raken en miljoenen dode
lichamen zullen overal verspreid worden. (2719 12/8/2006)
De zwarte vogel (IS) zal door Europa passeren en waar ze
zal rusten zal het een teken van vernietiging en dood achterlaten. Het geweld
zal groeien en de mensen zullen een zwaar kruis te dragen hebben. (2718 8/10/2006)
De mensen met de grote baarden zullen reageren met grote
woede. Duitsland zal lijden. (2743 7/10/2006)
Het uur van de grote strijd komt naderbij. Een snel vuur
zal op de mensen vallen. De kraan zal geopend worden. (2820 4/5/2007)
De dag zal komen waarin een beroemde Braziliaanse stad zal
binnengevallen worden. Mensen zullen woedend zijn en terreur en dood
verspreiden. (2838 17/5/2007)
Mensen van terreur zullen handelen in het land van het
Heilig Kruis (Brazilie). Een handeling zal zich voordoen in het land van het
Goddelijke (Israel of het Vaticaan). (2851 16/6/2007)
De mannen van terreur zullen daden stellen uit grote woede.
Een tempel zal vernietigd worden (Vaticaan, St Pieters) (2878 -18/8/2007)
Als tegenstanders kent dit
koninkrijk Gods alleen het rijk van Satan en de macht van de duisternis. Het
vraagt van zijn aanhangers, dat zij hun hart vrijmaken van rijkdom en
stoffelijke dingen, dat zij zich, zachtmoedig tonen, dat zij hongeren en
dorsten naar de gerechtigheid en bovendien, dat zij zichzelf verloochenen en
hun kruis opnemen. Omdat echter Christus de Kerk verworven heeft door Zijn
Bloed als Verlosser, en Zich tot een zoenoffer voor de zonden heeft gemaakt,
wat Hij ook gedurig blijft doen als Priester, zal iedereen begrijpen, dat ook
Zijn koninklijke waardigheid de aard van die beide andere bedieningen moet
aannemen.
PARAGRAAF 3 - Wel bezit Christus een absoluut
recht op alle aardse goederen; maar Hij laat de uitoefening daarvan aan anderen
over
De macht over al het geschapene,
die Hij van de Vader heeft, is zo volstrekt onbeperkt, dat alles van Zijn
wilsbeschikking afhankelijk is gemaakt. Toch heeft Hij, zolang Hij Zijn leven
op aarde leidde, ervan afgezien dit eigendomsrecht uit te oefenen. En zoals Hij
eens het bezitten en beheren van goederen voor menselijk gebruik niet heeft
geteld, zo liet Hij ze toen en laat ze ook nu nog aan hun eigenaars over, zoals
zeer mooi die zinsnede uitdrukt: Hij rooft vergankelijke rijken niet, die ons
het rijk der hemelen biedt!
ARTIKEL 6 - Christus' koninkrijk omvat alle
mensen als particulieren maar ook de staten
De vorstenmacht van onze Verlosser
omvat alle mensen. Zijn machtssfeer reikt niet alleen tot alle katholieken, en
niet alleen tot hen die door het heilig Doopsel gereinigd zijn en zeker tot de
Kerk behoren, al zijn zij dan door dwaalleringen van de ware weg afgeweken of
door scheuring van haar liefde gescheiden; nee, Zijn rijk omvat ook allen die
buiten het christelijk geloof leven, zodat in volle waarheid het mensdom in
zijn geheel onder het gezag van Jezus Christus staat.
En dit geldt evengoed voor
enkelingen, als voor de gemeenschap van het gezin en van de staat, want
verbonden door een sociale band staan de mensen evenzeer onder Christus' gezag
als afzonderlijk. Hij is de enige bron, waaruit zowel het algemene als het
bijzondere welzijn voortkomt. En bij niemand anders is er redding, en er is
onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij zalig
moeten worden. (Hand. 4, 12) Hij is zowel voor de staat als voor
individuen de gever van voorspoed en van echt geluk. Want het geluk van de
maatschappij ontspringt aan dezelfde bron als dat van het individu; een
maatschappij is niets anders dan een eendrachtig strevende menigte van mensen.
PARAGRAAF 1 - Het gewicht van deze leer voor
het behoud van de staat
Willen dus de staatshoofden hun
eigen gezag onaangetast handhaven en de welvaart van hun land bevorderen en
vergroten, dan moeten zij niet weigeren zowel voor hun eigen persoon als in hun
volk openlijk eerbiedige gehoorzaamheid te betonen aan Christus' gezag. Wij
hebben al bij de aanvang van ons pausschap een klacht neergeschreven over de
ernstige verzwakking van de achting voor het recht en van de eerbied voor het
gezag; en die woorden hebben tegenwoordig niets van hun actualiteit en
toepasselijkheid verloren:
Men had God en Jezus Christus
uit wetgeving en staatsbestuur verbannen, en daardoor leidde men het gezag niet
meer af van God maar van de mensen. Maar het gevolg dáárvan was.... de
omverwerping van de grondslagen zelf van het gezag. Men had de principiële
reden laten vallen, waarom de enen het recht hebben om te bevelen en de anderen
de plicht om te gehoorzamen. Dit moest als onvermijdelijk gevolg hebben dat de
hele maatschappij wankelde, die nu zonder enige hechte stut en zonder enige
verdediging was.
PARAGRAAF 2 - Die erkenning zal zegeningen storten
over de dragers van het gezag en over de onderdanen
Als de mensen eindelijk in hun
particulier en in hun openbaar leven de koninklijke macht van Christus zullen
erkennen, dan kan het niet uitblijven, dat voor heel de maatschappij
onnoemelijke zegeningen en voordelen daaruit voortvloeien, namelijk rechtmatige
vrijheid, orde en tucht, rust, eendracht en vrede. Want terwijl de koninklijke
waardigheid van onze goddelijke Heer aan het menselijk gezag van vorsten en
bewindvoerders een zekere godsdienstige wijding geeft, veredelt zij van de
andere kant ook de plichtsvervulling en gehoorzaamheid van de staatsburgers.
Daarom gaf de apostel Paulus, terwijl hij aan de vrouwen beval om in hun man,
en aan de slaven om in hun meesters Christus te eerbiedigen, hun toch de raad,
om hen niet als mensen te gehoorzamen, maar enkel omdat zij Christus' plaats
bekleedden; want aan mensen door Christus verlost paste het niet slaafs mensen
te dienen: Gij zijt voor een hoge prijs gekocht: weest toch geen slaven van
mensen. (1 Kor. 7, 23)
PARAGRAAF 3 - Het bestuur zal rechtvaardig en
mild zijn: er ontstaat vrede, orde en eendracht
En als de vorsten en wettig
gekozen overheden eenmaal de overtuiging hebben, dat zij niet zozeer krachtens
eigen recht, als wel in opdracht en in plaats van de goddelijke Koning het
bestuur voeren, dan zullen zij van hun gezag een heilig en verstandig gebruik
maken. Zij zullen dan in de wetgeving en in de toepassing van de wetten
rekening houden met het algemene welzijn en met de menselijke waardigheid van
hun ondergeschikten. Vandaar zal ongetwijfeld de rust in de orde opbloeien en
standhouden. Want al zal ook een burger in zijn vorst of in andere bestuurders
van de staat zijns gelijken zien, of mensen die om enige reden onwaardig en
berispelijk zijn, toch zal hij daarom hun macht nog niet afwijzen, daar hij in
hun persoon het beeld en het gezag van de Godmens Christus zal uitgedrukt zien.
En wat de weldaden van eendracht
en vrede aangaat, is één ding volkomen duidelijk: hoe verder dit koninkrijk zich
uitstrekt en hoe meer het de mensheid in haar volle omvang gaat omvatten, dan
worden de mensen zich óók meer bewust van hun gemeenschapsverhouding onderling.
En dit bewustzijn voorkomt niet alleen veel conflicten en maakt ze overbodig,
maar vermindert en verzacht ook steeds hun scherpte.
ARTIKEL 7 - Conclusie van het eerste deel :
Troostvolle hoop en vooruitzichten
Als Christus' rijk eens werkelijk
allen zal omvatten, zoals het hen rechtens omvat, waarom zouden we dan nog
wanhopen aan die vrede, die de Vredevorst op aarde is komen brengen? Hij, die alles
kwam verzoenen en die niet kwam om gediend te worden, maar om te
dienen, (Mt. 20, 28) en die, terwijl Hij de Heer van allen was, toch
zichzelf tot een voorbeeld van nederigheid heeft gesteld en bovendien een heel
voornaam gebod van nederigheid heeft gegeven, dat met het gebod van de liefde
in zeer nauw verband staat, en die bovendien gezegd heeft: Mijn juk is zoet
en mijn last is licht"? (Mt. 11, 30) O wat zouden de mensen een geluk kunnen
genieten, als alle mensen, individuen, gezinnen en staten zich door Christus
lieten besturen!
Dan eindelijk zullen zoveel
wonden kunnen genezen; dan zal het recht weer overal mogen hopen op de
erkenning die het vroeger vond; dan zal de luister van de vrede hersteld
worden, zal het zwaard vanzelf neerzinken en zullen de wapens aan de hand
ontvallen, als allen Christus' oppermacht gewillig zullen aanvaarden en Hem
gehoorzamen, en iedere tong zal belijden, dat Jezus Christus de Heer is tot
glorie van God de Vader.
Traditionele akte van toewijding van het
Menselijk Ras
Allerzoetste Jezus, Verlosser van het
menselijk ras, kijk neer op ons die zich nederig voor Uw altaar bevinden. We zijn
de Uwe, en de Uwe willen we zijn; maar om meer verenigd te zijn met U, zie elk
van ons zich vandaag vrijelijk toewijden aan Uw Allerheiligste Hart. Velen
hebben U nooit gekend; velen hebben Uw geboden geminacht en hebben U verworpen.
Heb medelijden met hen allen, Allerbarmhartigste Jezus en breng hen tot Uw
Heilig Hart. Wees Koning, O Heer, niet enkel van de gelovigen die U nooit
hebben verlaten, maar ook voor de verloren kinderen die U hebben in de steek
gelaten; verleen dat ze vlug terugkeren naar hun Vaders huis en niet sterven
van ellende en honger. Wees Koning van degenen die bedrogen zijn door valse
meningen, of die door onenigheid worden weerhouden, en roep hen terug naar de
haven van waarheid en eenheid van geloof, zodat er spoedig één kudde en éém
Herder moge zijn. Wees Koning van al degenen die nog in duisternis dwalen van
afgoderij of van de Islam, en weiger niet hen allen naar het licht te brengen
en naar Gods koninkrijk. Richt Uw ogen van barmhartigheid naar de kinderen van
dat ras, dat eens Uw uitverkoren volk was: ze hebben het Bloed van de Redder
over zich geroepen; moge het nu neerkomen over hen, een vont van verlossing en
leven. Verleen O, Heer, aan Uw Kerk de verzekering van vrijheid en immuniteit
van kwaad; geef vrede en orde aan alle naties, en zorg dat over de aarde, van
pool tot pool één roep weerklinkt: Geprezen zijn het Goddelijk Hart dat onze
redding bewerkte. Het Hart worde voor eeuwig verheerlijkt en aanbeden. Amen.
DEEL 2 : HET FEEST VAN CHRISTUS KONINGSCHAP
ARTIKEL 1
Algemene reden tot het instellen van feesten
PARAGRAAF 1 -
Leringen vinden beter ingang door een feestelijke viering
dan door het schriftelijk voorhouden en uitleggen
De kennis van de koninklijke
waardigheid van onze Zaligmaker zal zoveel mogelijk verspreid moeten worden, en
niets zal zozeer bijdragen dan het instellen van een eigen en bijzondere
feestdag, van Christus Koning. Want om het volk van geloofswaarheden te
doordringen en het daardoor tot de innerlijke levensvreugde op te wekken, heeft
het jaarlijks vieren van de heilige mysteriën een grotere uitwerking dan ieder
stuk uitgaande van het kerkelijk leergezag. Zulke lerende stukken bereiken slechts
een minderheid van meer onderlegden, maar bovengenoemde plechtigheden ontroeren
en beleren alle gelovigen; de eerste spreken slechts eenmaal, de andere spreken
om zo te zeggen jaarlijks en aldoor; de eerste richten zich vooral tot het
verstand, de andere maken een heilzame indruk op geest en gemoed, dus op de hele
mens. Want omdat de mens uit ziel en lichaam bestaat, heeft hij er ongetwijfeld
behoefte aan door uitwendige plechtigheden op feestdagen ontroerd en diep
getroffen te worden. En dan zal, dank zij de schoonheid en de verscheidenheid
van de heilige handelingen, de hemelse leer dieper in hem doordringen, en als
ze hem in vlees en bloed is overgegaan, zal hij ze zich ten nutte maken tot
zijn voortgang in het geestelijk leven.
PARAGRAAF 2 - Er zijn in den loop van de tijden
dikwijls feesten ingesteld tot onderrichting van brede lagen van het volk
Het wordt overigens door
schriftelijke oorkonden gestaafd, dat dergelijke plechtigheden in de loop van
de eeuwen de een na de andere zijn ingevoerd op het tijdstip, waarop de
behoefte of het welzijn van de christenen dit bleek te eisen.
PARAGRAAF 3 - Bijv. feesten ter ere van de martelaren
en belijders, en bijzonder die ter ere van Onze Lieve Vrouw
En zo is al in de eerste eeuwen
na de verlossing, toen de Christenen met grote bitterheid werden vervolgd, het
gebruik ontstaan om de martelaren met een kerkelijke viering te gedenken, opdat"
- naar het getuigenis van St. Augustinus - "de plechtige verering van de
martelaren een aanmoediging zou zijn tot het martelaarschap.
En de liturgische verering, die
naderhand ook gebracht werd aan belijders, maagden en weduwen, heeft een
buitengewoon gelukkige invloed gehad op een vurig streven naar deugd onder de
christenen, dat ook in rustige tijden onmisbaar is.
Maar bovenal het vieren van
feesten ter ere van de allerheiligste Maagd heeft tot vrucht gehad, niet alleen
dat het gelovige volk haar als Gods Moeder en als zijn krachtdadigste
beschermster met meer godsvrucht vereert, maar ook dat het een vuriger liefde
heeft opgevat voor haar als zijn Moeder, die de goddelijke Verlosser het heeft
nagelaten.
PARAGRAAF 4 - Heiligen- en Mariaverering heeft
de Kerk tegen ketterijen beschermd
Onder de weldaden, die aan de
wettige openbare verering van de Moeder Gods en van de heiligen des hemels te
danken zijn, behoort ook en heel bijzonder, dat de Kerk door alle eeuwen heen
van de besmetting van ketterijen en dwalingen volkomen is vrij gebleven. En wij
moeten Gods wijze Voorzienigheid bewonderen, die zelfs uit het kwaad nog het
goede pleegt te trekken. En zo heeft Hij soms toegelaten, dat het geloof of de
godsvrucht van de massa verslapte, of dat valse leringen de katholieke waarheid
bedreigden; maar steeds was de einduitslag, dat zij als in een nieuwe luister
straalde en dat het geloofsleven, eenmaal uit zijn loomheid ontwaakt, zijn
vlucht nam tot grotere heiligheid.
PARAGRAAF 5 - Sacramentsdag en de feestdag van
het H. Hart
Een dergelijke oorsprong hadden
ook andere feesten, die in latere eeuwen in het kader van het kerkelijk jaar
zijn opgenomen, en die eveneens zulke vruchten hebben afgeworpen. Zo
bijvoorbeeld is, toen de eerbied en de godsvrucht voor het hoogwaardig
Sacrament des Altaars verkoeld was, het feest van Sacramentsdag ingesteld,
waarvan de viering beoogde, door de pracht en praal van processies en
gezamenlijke bidstonden acht dagen achtereen, de mensen er weer toe te brengen
Onze Heer openlijk te aanbidden. Zo ook is het feest van het Allerheiligste
Hart van Jezus ingesteld, in een tijd, toen de harten, ontmoedigd en
terneergeslagen door de stroefheid en sombere strengheid van de Jansenisten,
geheel verkoeld waren en zich van de liefde Gods en de vertrouwvolle hoop op
hun zaligheid lieten vervreemden.
ARTIKEL 2 Bijzondere redenen voor dit feest
PARAGRAAF 1 - Een geneesmiddel tegen de ergste
kwaal van onze tijd: het laïcisme, met zijn warnet van dwalingen; voornamelijk
de ontkenning van de rechten van de Kerk
Welnu, wanneer ook wij aan alle
katholieken gaan voorschrijven om Christus als Koning te vereren, dan hebben
wij daarbij ook de bedoeling te voorzien in de noden van onze tijd en een zeer
voornaam geneesmiddel toe te passen tegen de plaag die de maatschappij
teistert. Wij bedoelen met die plaag het zogenaamde laïcisme, met al zijn
dwalingen en heel zijn verderfelijk streven. Zoals gij wel weet is deze gruwel
niet op één dag tot volle uitwerking gekomen, maar lag hij reeds lang in het
binnenste van de maatschappij te gisten. Want men was begonnen met de
ontkenning van Christus' heerschappij over alle volkeren; daarop ontzegde men
aan de Kerk het onmiddellijk van Christus' recht afgeleide recht om het mensdom
te onderwijzen, om wetten uit te vaardigen, om aan de volkeren de leiding te
geven, waardoor zij toch tot de eeuwige zaligheid moeten komen. Toen het zover
was, durfde men de christelijke godsdienst met valse godsdiensten te
vergelijken en allesbehalve eervol op één lijn te stellen. Verder wilde men de
godsdienst aan de staatsmacht onderwerpen en ongeveer geheel afhankelijk maken
van de willekeur van vorsten en overheden. Nog verder gingen sommigen die
meenden, dat de geopenbaarde godsdienst plaats moest maken voor een soort
natuurgodsdienst, een zeker natuurlijk religieus gevoel. Zelfs waren er staten
die meenden het wel zonder God te kunnen stellen, en die heel hun religie
lieten bestaan in verwaarlozing van God en godsdienst.
PARAGRAAF 2 - Wrange vruchten van geloofsafval
en laïcisme
Wat wrange vruchten heeft deze
afval van Christus bij enkelingen zowel als in de maatschappij sinds lange tijd
overvloedig afgeworpen! Hebben wij die reeds in onze encycliek Ubi Arcano
Dei Concilio betreurd, wij moeten heden andermaal daarover klagen. Daaraan
is het te wijten, dat de kiemen van tweedracht overal zijn uitgestrooid, dat er
zulk een afgunst is opgelaaid en zo hevige conflicten tussen de volkeren zijn
uitgebroken, die nog steeds onoverkomelijke hinderpalen vormen voor vrede en
verzoening. Verder, dat er een ongebreidelde begeerlijkheid heerst, niet zelden
met het belang van de staat of de vaderlandsliefde als dekmantel en dat daaruit
weer, behalve verdeeldheid onder de burgers, ook dat blinde en mateloze egoïsme
voortkomt, dat geen oog heeft voor iets anders en geen andere maatstaf aanlegt
dan eigen nut en voordeel. Ook is de afval van Christus schuld er aan, dat door
het vergeten en verwaarlozen van de plicht de vrede in de huisgezinnen grondig
is verstoord, dat de familiebanden en tradities verbroken zijn, en ten slotte
dat heel het maatschappelijke leven ontwricht is en zich op weg naar de
ondergang bevindt.
PARAGRAAF 3 - Plicht van de katholieken om de
wereld voor Christus te heroveren ondanks hun ongunstige positie
Maar wij hebben goede hoop, dat
de maatschappij in zijn tijd de weg tot onze allerbeminnelijkste Zaligmaker
terug zal vinden. Wij steunen hierbij op de viering van Christus' koningschap,
dat voortaan ieder jaar zal plaats hebben. Op de katholieken zou ongetwijfeld
een plicht rusten om door krachtdadige ijver deze terugkeer voor te bereiden en
te verhaasten.
Maar het schijnt, dat heel velen
onder hen in het maatschappelijk verkeer niet de rang bekleden en het gezag
hebben, die voor hen, als fakkeldragers van de waarheid, onmisbaar zijn. Deze
ongunstige positie is misschien te wijten aan -een zekere traagheid of
vreesachtigheid van de weldenkenden, die het kwaad geen of te weinig energieke
tegenstand bieden; iets waardoor de tegenstanders van de Kerk vanzelfsprekend
in durf en vermetelheid zullen toenemen. Maar als de gelovigen eens algemeen
gaan begrijpen, dat zij onder Christus' banieren een dappere en volhardende
strijd hebben te voeren, dan zullen zij weldra, vol apostolische ijver, er voor
werken om onwetende en van de echte aard vervreemde geesten weer met God, hun
Heer, te verzoenen en hun best doen om Zijn rechten onverkort te handhaven.
PARAGRAAF 4 - Wat in dit verband de jaarlijkse
viering van Christus' koningschap beoogt
De jaarlijkse viering van
Christus' Koningschap zal overal ter wereld een machtig middel zijn om die
openlijke afval, die het laïcisme tot grote schade van de maatschappij heeft
veroorzaakt, aan de kaak te stellen en enigermate weer goed te maken. Wordt
immers niet bij internationale bijeenkomsten en in de volksvertegenwoordiging
de allerzoetste naam van onze Verlosser in een onwaardig stilzwijgen gesmoord?
Welnu, des te luider moeten wij die verheven naam uitroepen en de rechten van
Christus' koninklijke waardigheid en macht in des te wijdere kring bevestigen.
ARTIKEL 3 Voorgeschiedenis van dit feest
PARAGRAAF 1 - De toewijding van de gezinnen en
van het mensdom aan Jezus' heilig Hart; de eucharistische congressen
Trouwens, wij zien sinds het
einde van de vorige eeuw op een gelukkige wijze de weg gebaand tot het
instellen van deze feestdag. Het is algemeen bekend, hoe deze vorm van verering
op even degelijke als heldere wijze is verdedigd in zeer vele werken, overal in
de wijde wereld in verschillende talen uitgegeven. Ook de invoering van de
vrome praktijk in ontelbaar veel families, om zich met heel het gezin aan het
allerheiligst Hart van Jezus toe te wijden, heeft Christus koninklijke macht
en opperheerschappij veel erkenning bezorgd. En ze bleef niet tot huisgezinnen
beperkt, maar ook staten en koninkrijken namen haar over; in de loop van het
heilig jaar 1900 is heel de mensheid aan dat Goddelijk Hart toegewijd.
Wij mogen ook aan de zeer druk
bezochte eucharistische congressen niet stilzwijgend voorbijgaan. Ook zij
hebben er buitengewoon veel toe bijgedragen om deze koningsmacht van Christus
over de menselijke maatschappij plechtig te belijden. Hun taak is de gelovigen
van een afzonderlijk diocees, of die van een geheel volk of land, of zelfs van
de gehele wereld, uit te nodigen om Christus, hun Koning, verborgen onder de
eucharistische gedaanten, te vereren en te aanbidden. Zij willen dan ook door
het houden van toespraken en preken op vergaderingen en in kerken, door
openbare uitstelling en aanbidding van het verheven Sacrament en door prachtige
processies Christus als de door God gegeven Koning huldigen. Diezelfde Jezus,
die een goddeloos geslacht, toen Hij in Zijn eigendom was gekomen, niet heeft
willen erkennen, heeft het gelovige katholieke volk, als door een goddelijke
ingeving, uit de stilte en verborgenheid van het gewijde kerkgebouw als een
triomfator langs de straten van de steden willen geleiden, om Hem in al Zijn
koninklijke rechten te herstellen.
PARAGRAAF 2 - De geesten zijn er op voorbereid,
de tijd er voor is aangebroken
Het heilig Jaar biedt waarlijk
een geschikte gelegenheid. Want nadat dit jubeljaar geest en hart van de
gelovigen hemelwaarts gericht had tot de goederen die alle voorstelling te
boven gaan, heeft God in Zijn grote goedertierenheid hen opnieuw met de gave
van Zijn genade verrijkt, of hen bevestigd op de goede weg, onder hernieuwde
aansporing om naar betere genadegaven te streven. Wij mogen Christus met een
eigen en bijzonder feest vereren als koning van de hele mensheid. Want, zoals
wij al gezegd hebben, is die goddelijke Koning, die inderdaad wonderbaar is
in Zijn heiligen (Ps. 67) dit jaar glorierijk verheerlijkt (Ex. 15, 1), doordat aan een
nieuwe schaar van Zijn strijders de eer van de heiligen werd toegekend. Ten
slotte hebben wij dit jaar door het eeuwgetij van het concilie van Nicea te
vieren herdacht, hoe de medezelfstandigheid van de mensgeworden Zoon van God
met de Vader op die kerkvergadering is verdedigd en gehandhaafd; een waarheid,
waarop de rijksmacht van diezelfde Christus over alle volkeren steunt als op
haar onmiddellijke grondslag.
ARTIKEL 4 - Plechtige afkondiging van het
nieuwe feest
Daarom stellen wij krachtens ons
apostolisch gezag het feest in van onze Heer Jezus Christus Koning, jaarlijks
overal ter wereld te vieren op de laatste zondag van oktober, die het feest van
Allerheiligen onmiddellijk voorafgaat. Ook schrijven wij voor, dat op diezelfde
dag jaarlijks de toewijding van de gehele mensheid aan het allerheiligst Hart
van Jezus zal herhaald worden.
Akte van Toewijding van de mensheid aan het Allerheiligste Hart van
Jezus Allerliefste Jezus, Verlosser van het menselijk geslacht, wij zijn in
alle nederigheid voor uw altaar neergeknield. Wij behoren U toe, en willen
steeds met U verbonden zijn. Elk van ons wijdt zich nu vrijwillig toe aan uw allerheiligste
Hart.
Velen hebben U nooit gekend, velen hebben uw geboden geminacht, en U verworpen.
Barmhartige Jezus, schenk aan ieder van hen uw barmhartigheid, en trek hen
allen tot uw Heilig Hart. Wees de Koning, o Heer, niet enkel van de gelovigen
die zich nooit van U verwijderden, maar ook van de verloren zonen die U hebben verlaten.
Maak, dat deze spoedig tot het vaderlijk huis terugkeren, zodat zij niet zouden
vergaan van honger en ellende.
Wees de Koning van hen, die door dwaalleer bedrogen of door scheuring van U zijn
gescheiden; roep hen terug tot de haven van waarheid en tot de eenheid van
geloof, zodat er spoedig maar één kudde en één herder zouden zijn.
Wees de Koning van al degenen, die nog in de duisternis van het heidendom of
van de Islam verdwalen, weiger niet hen daaraan te ontrukken en hen naar het
licht en het rijk van God te voeren.
Zie met barmhartigheid neer op de kinderen van het volk, dat zolang uw
uitverkoren volk was. Moge het Bloed, dat zij vroeger over zich hebben
afgeroepen, nu als een bad van verlossing en van leven zijn, en over hen neerkomen.
Geef, o Heer, aan uw Kerk een zorgeloze vrijheid; geef aan alle volkeren de
vrede door de handhaving van de orde; en zorg dat van het ene einde der aarde tot
het andere deze ene kreet zou weerklinken: Lof aan het Goddelijk Hart, dat ons
de zaligheid heeft gegeven. Aan het Hart zij eer en roem tot in eeuwigheid.
Amen.
Voor dit jaar evenwel verlangen wij, dat die
toewijding op de 31e van deze maand zal plaats vinden, en op die dag zullen wij
zelf met pontificale plechtigheid het heilig Offer opdragen en diezelfde
toewijding in onze tegenwoordigheid laten doen. Het komt ons voor, dat wij het
heilig Jaar niet beter en passender kunnen besluiten, en dat wij aan Christus
de onsterfelijke Koning der eeuwen geen schitterender blijk van onze dankbaarheid
kunnen geven voor al de weldaden in deze tijd van zegen aan ons zelf, aan de
Kerk, kortom aan alle katholieken bewezen; wij zullen daarbij dan ook de
dankbaarheid van de gehele katholieke wereld vertolken.
ARTIKEL 5 - Weerlegging van bezwaren die tegen
een afzonderlijk feest van Christus Koning kunnen worden ingebracht
Ook behoeven wij u niet lang en
breed uiteen te zetten, waarom wij een afzonderlijk feest van Christus Koning
te vieren hebben voorgeschreven, naast andere feesten, waarin een zekere
aanduiding en herdenking van die waardigheid zou liggen opgesloten. Wij kunnen
volstaan met er op te wijzen, dat, hoewel bij alle feesten van Onze Heer het
zg. materiële object hetzelfde is, toch het formele object volstrekt
onderscheiden is van de macht en de titel van koning. En wij hebben dit feest
op zondag gezet hierom, opdat niet alleen de clerus door het heilig Misoffer en
het psalmgebed aan de goddelijke Koning zijn hulde zal betuigen, maar ook het
volk, vrij van zijn dagelijkse bezigheden en in de geest van heilige
blijdschap, een schitterend getuigenis van zijn gehoorzaamheid en verknochtheid
aan Christus zal afleggen. Maar voor deze viering leek ons veel meer dan andere
zondagen geschikt: de laatste zondag van oktober, wanneer de kringloop van het
kerkelijk jaar weldra gaat gesloten worden. Want de herdenking van de geheimen
van Christus' leven, die in de loop van het voorafgaand jaar heeft plaats
gehad, vindt zo door het plechtig feest van Christus Koning haar afsluiting en
bekroning. Ook wordt dan, alvorens wij de glorie van alle heiligen vieren, de
roem en heerlijkheid verkondigd van Hem die in al Zijn heiligen en
uitverkorenen triomfeert.
Het zal derhalve uw taak zijn, en
tot uw opdracht horen, om te zorgen dat aan die jaarlijkse viering voorafgaand
op vastgestelde dagen voor de gelovigen van iedere parochie preken over dit
onderwerp worden gehouden. Zij moeten daarin zorgvuldig worden onderricht over
de natuur, de betekenis en het gewicht van het feestgeheim, en worden opgewekt
om ook hun leven zo in te richten, als het past aan getrouwe en toegewijde
onderdanen van hun goddelijke Koning.
DEEL 3 : BESLUIT
ARTIKEL 1 Verwachtingen die de paus van de
viering koestert
PARAGRAAF 1 - Voor de Kerk en de geestelijke
orden
Intussen willen wij u op het
einde van dit rondschrijven in het kort de voordelen uiteenzetten, welke wij
van de openbare eredienst aan Christus als koning verwachten en verhopen, zo
voor het welzijn van de Kerk en de burgerlijke maatschappij, als voor het heil
van de gelovigen ieder afzonderlijk. Ongetwijfeld zullen door deze eerbewijzen
aan het koningschap des Heren vanzelf diverse waarheden in herinnering gebracht
worden; vooreerst deze: daar de Kerk door Christus is ingericht als een
volkomen maatschappij, kan zij beslist krachtens oorspronkelijk en
onvervreemdbaar recht aanspraak maken op onbeperkte vrijheid van en
onaantastbaarheid door de burgerlijke macht. En daar de taak om te leren, te besturen
en allen die tot Christus' rijk behoren tot de eeuwige zaligheid te brengen,
haar van Godswege is opgedragen, moet zij in het uitoefenen daarvan
onafhankelijk zijn van vreemde willekeur.
En zelfs moet de staat bovendien
een soortgelijke vrijheid verlenen aan orden en genootschappen voor
kloosterlingen van beiderlei geslacht, die voor de herders van de Kerk een
krachtige hulp zijn en buitengewoon verdienstelijk werken voor de uitbreiding
en bevestiging van het rijk Gods. Want zij bestrijden de drievoudige begeerte
van de wereld door hun gebondenheid aan de heilige geloften en hebben de
verplichting tot een volmaakter leven op zich genomen; door een en ander doen
zij die heiligheid, welke de goddelijke Stichter tot onderscheidend kenmerk van
Zijn Kerk heeft gemaakt, in onafgebroken en dagelijks toenemende luister voor
aller ogen uitstralen en schitteren.
PARAGRAAF 2 - Voor de staatslieden en het
gelovige volk
Ook zal de jaarlijks herhaalde
viering van dit feest op zichzelf reeds de staten er aan herinneren, dat de
overheden en regeringen evenzeer als de particulieren gehouden en verplicht
zijn om Christus in het openbaar te erkennen en Hem te gehoorzamen. En het zal
hen doen denken aan dat laatste oordeel, waarin Christus niet alleen zijn
uitbanning uit het openbare leven, maar ook die verachtelijke miskenning en
veronachtzaming als een groot onrecht zeer streng zal wreken. Het is immers een
eis van Zijn koninklijke waardigheid, dat het gehele openbare leven naar de
geboden Gods en de christelijke beginselen worden geregeld, zowel in de
wetgeving en in de rechtspraak, als ook in de opvoeding van de jeugd tot een
gezonde leer en reine zeden.
Bovendien zullen de gelovigen uit
de verklaring van deze gewichtige waarheden zeer veel kracht en moed kunnen
putten om hun innerlijk leven naar de zuiver christelijke levensbeginselen te
vormen. Want als aan Christus onze Heer alle macht is gegeven in de hemel en op
de aarde, en als alle mensen, door Zijn allerkostbaarste Bloed verlost, hierom
op een nieuwe titel aan Zijn macht zijn onderworpen; als kortom Zijn
heerschappij geheel de menselijke natuur omvat, dan spreekt het vanzelf, dat
geen enkel onzer vermogens van onderwerping aan die macht is vrijgesteld.
ARTIKEL 2 - Gevolgtrekking en vermaning
En daarom moet Hij heersen in 's
mensen verstand, dat in volmaakte onderwerping vast en onwankelbaar behoort in
te stemmen met de geopenbaarde waarheden en met de leer van Christus. Hij moet
heersen in 's mensen wil, en deze behoort aan Gods wetten en geboden te
gehoorzamen; Hij moet heersen in 's mensen hart, en dit behoort God boven alles
te beminnen en Hem alleen aan te hangen, met achterstelling van zijn
natuurlijke verlangens. Ja, Hij moet heersen in ons lichaam en zijn ledematen,
die als werktuigen, of liever om met de H. Paulus te spreken, als wapenen
van gerechtigheid voor God (Rom. 6, 13) de innerlijke heiliging van de
ziel dienstbaar moeten zijn. Als men dit alles aan de gelovigen voorhoudt,
opdat zij het grondig overwegen, dan zal het hun de weg tot grote volmaaktheid
veel vergemakkelijken.
ARTIKEL 3 - Slotwens van de paus
O, mogen velen buiten de Kerk,
tot hun heil naar het zoete juk van Christus verlangen en het ook aannemen; en
mogen wij allen, die door de barmhartige wil van God reeds Zijn huisgenoten
zijn, dat zoete juk niet bedrukt, maar graag met liefde en op heilige wijze
dragen. En als wij ons leven naar de wetten van Gods koninkrijk inrichten, dan
zullen wij een overvloed van goede vruchten oogsten; wij zullen dan, door
Christus als goede en trouwe dienaren erkend, in Zijn hemels koninkrijk de
eeuwige zaligheid en glorie bij Hem deelachtig worden. Moge deze vrome heilwens
voor u, bij het naderen van het heilig Kerstfeest, een bewijs zijn van onze
vaderlijke liefde voor u; en ontvangt als onderpand van de goddelijke weldaden
de apostolische zegen, die wij aan u, en aan uw clerus en uw volk met grote
liefde verlenen.
Gegeven te Rome, bij
Sint Pieter, 11 december 1925.
Maar Jezus deed een profetie aan Zuster
Maria van Christus Koning. Hij zei: Ik zal een tijd van beproeving toelaten,
en voor mijn werk moet Ik begraven worden in het graf zoals toen, maar Ik zal
terugkomen, want deze plaats behoort aan Mij tot het einde van de wereld.
Wanneer de vrede is hersteld op de wereld zal de Basiliek herop gebouwd worden
en zullen alle naties van de aarde komen en zich neergooien en overvloedig
gaven ontvangen. Deze basiliek zal herop gebouwd worden door de toekomstige
koning van Frankrijk, Henri V van het Kruis.
Deze profetie werd ook bevestigd in een
eerdere profetie door Marie Julie Jahenny in 1880. Ze zei dat het heiligdom zou
herop gebouwd worden een een centrum zal zijn van genaden, gebeden en zegeningen
in Parijs, dat zal vernieuwd worden en herop gebouwd.
Overzicht voor de Jezus Koning van
Alle Naties Devotie. De devotie bestaat uit de volgende elementen:
* De afbeelding stelt
de barmhartige Jezus voor in Zijn titel van "Jezus Koning van Alle
Naties".
* De medaille stelt
"Jezus Koning van Alle Naties" voor en de Heilige Aartsengel
Michael, Beschermer van het Koninkrijk van Christus op Aarde, op de keerzijde
van de medaille.
* De gebeden bestaan
uit: 1 De
afbeeldingen en medaille (zie deel 1) 2 Het Kroontje
van eenheid 3 De Noveen van
kroontjes (9 keer het Kroontje van eenheid bidden) 4 De Noveen ter
ere van Jezus als Ware Koning 5 De Noveen van
Heilige Communies 6 De Toewijding
aan Maria, Middelares van Alle Genade 7 De Speciale
Zegen 8 De Litanie ter
ere van Jezus Koning van Alle Naties
2 Kroontje van Eenheid
Het
Kroontje wordt gebeden op een gewone rozenkrans. Gebedsgroepen mogen het gebed
opsplitsen tussen Voorspreker (V) en Groep (G). Bid op de grote kraal voor
ieder van de vijf tientjes :
V: God onze Hemelse Vader, door Uw Zoon Jezus, onze
Geslachtofferde Hogepriester, Ware Profeet, en Soevereine Koning,
G: Stort de kracht van Uw Heilige Geest over ons uit en
open onze harten. In Uw Grote Barmhartigheid, door de Moederlijke Voorspraak
van de Heilige Maagd Maria, onze Koningin, vergeef onze zondigheid, heel onze
gebrokenheid, en vernieuw onze harten in geloof, vrede, liefde en vreugde van
Uw Koninkrijk, dat we één mogen zijn in U.
Bid
op de 10 kleine kralen van elk van de vijf tientjes:
V: In Uw Grote Barmhartigheid,
G: Vergeef onze zondigheid, heel
onze gebrokenheid, en vernieuw onze harten, dat we één mogen zijn in U.
Tenslotte
in koor:
Hoor,
O Israel! De Heer Onze God is Eén God!
Oh
Jezus, Koning van Alle Naties, moge Uw heerschappij op Aarde erkend worden!
Maria,
Onze Moeder en Middelares van Alle Genade, bid voor ons en wil voor ons, uw
kinderen, ten beste spreken!
Heilige Michael, Grote
Prins en Beschermer van Uw Volk, kom met de Heilige Engelen en Heiligen, en
bescherm ons!
"Bid
Mijn Kroontje van eenheid voor de lijdende zielen in het Vagevuur. Deze zielen
in het bijzonder hebben de heling van mijn barmhartige genaden nodig omdat zij
niet voor zichzelf kunnen bidden. Velen zullen geleidelijk geheeld worden en Ik
zeg je, menigten zullen bevrijd worden!"
"Ik
beloof dat dit Kroontje van Eenheid grote macht over Mijn Gewonde Heilig Hart heeft
wanneer het gebeden wordt in Geloof en Vertrouwen om de gebrokenheid te genezen
van de levens van Mijn volk veroorzaakt door zoveel zonde, egoïsme,
verdeeldheid en onenigheid. Bid
dit Kroontje voor bekering en vergeving, om jullie harten te openen en jullie harten
met het Mijne te verzoenen, dat je Mijn Woord moge ontvangen, en handelen
volgens Mijn Wil voor jou. Bekering, bekering, bekering, Mijn kinderen! Belijd
je zonden aan Mij door Mijn priesters zodat Ik je moge bedekken met Mijn
Barmhartigheid. Bid dit Kroontje zodat een vernieuwing van je hart en geest
door de Heilige Geest zal leiden tot een dagelijkse bekering in Geloof, Vrede,
Liefde en Vreugde in jullie zielen. Ik beloof je 'Mijn Vrede, Mijn Goddelijke
Aanwezigheid in jullie ziel,' die de werelds denkenden niet kunnen of willen
verstaan! Mijn Vrede kent geen grenzen of beperkingen! Door op deze manier tot
Mij te bidden, zullen jullie je van zonde afkeren en van de vernietigende
gevolgen ervan, en tot een steeds groter wordende overvloed van genaden van Mij
in Mijn Barmhartigheid."
4 Het noveengebed ter
ere van Jezus als Ware Koning
Dit
eenvoudig noveengebed is een gul geschenk van Onze Heer. Jezus gaf deze
buitengewone beloften samen met het noveen:
"Ik beloof dat iedere keer dat je dit noveengebed bidt, Ik 10 zondaars zal
bekeren, 10 zielen tot het Ene Ware Geloof zal brengen, 10 zielen zal bevrijden
uit het Vagevuur waarvan velen priesterzielen zijn-, en minder streng zal zijn
in Mijn oordeel over jullie natie."
De
noveen bestaat uit een dagelijks gebed over een periode van 9 dagen te bidden.
Het dagelijks gebed bestaat uit 1 Onze Vader, 1 Wees Gegroet en 1 Eer van de
Vader, gebeden samen met het volgende noveengebed :
O
Heer onze God, U alleen bent de Heilige Koning en Bestuurder van alle naties.
We bidden tot U, Heer, en blijven in grote verwachting om van U, O Goddelijke
Koning, barmhartigheid, vrede, rechtvaardigheid en alle goede dingen te
ontvangen.
O
Heer onze Koning, bescherm onze gezinnen en ons geboorteland. We bidden tot U,
onze Meest Getrouwe, ons te beschermen! Bescherm ons voor onze vijanden
en voor Uw Rechtvaardig Gericht.
O
Soevereine Koning, vergeef ons onze zonden. Jezus, U bent de Koning van
Barmhartigheid. We hebben Uw Rechtvaardig Gericht verdient. Heb medelijden met
ons, Heer, en vergeef ons. We vertrouwen op Uw Grote Barmhartigheid.
O
ontzagwekkende Koning, we buigen ons voor U en bidden; dat Uw Heerschappij, Uw
Koninkrijk, op aarde mag erkend worden!
Amen.
Jezus
zei : "Ik wens dat dit noveengebed gebeden wordt 9 dagen voor Mijn Feest
van Christus Koning, maar Ik moedig zielen aan dit noveengebed op ieder
tijdstip gedurende het jaar te bidden. Mijn beloften zullen verleend worden
elke keer dat het gebeden wordt."
5 Noveen van Heilige
Communies
Dit
noveengebed bestaat uit 9 opeenvolgende Heilige Communies ter ere van Jezus
Koning van Alle Naties. Jezus zei "Ik wens dat de gelovige zielen die deze
Devotie tot Mij doen een noveen van Heilige Communies bidden. Zij zullen
mij daardoor 9 opeenvolgende Heilige Communies offeren, en gedurende deze
noveen naar de Biecht gaan, als het mogelijk is, ter ere van Mij als 'Jezus
Koning van Alle Naties'."
Jezus
wees erop dat met "opeenvolgend", Hij 9 communies bedoelde die de
zielen ononderbroken zouden ontvangen, de een na de ander zouden
gebeurden. Ze moeten niet op 9 opeenvolgende kalenderdagen gebeuren. Ze
mogen ook op 9 opeenvolgende zaterdagen of 9 opeenvolgende zondagen gebeuren.
De
krachtige en weergaloze gevolgen van deze Noveen werden aan Jezus' boodschapper
in een visioen getoond. Ze zag Jezus opkijken naar de Hemel. Negen
keer gaf Hij een opdracht en kwam er een engel naar de aarde. Jezus zei:
"Mijn dochter, voor die zielen die deze devotie tot Mij richten zal Ik een
engel van elk van de Negen Engelenkoren aanbieden, één met iedere Heilige
Communie, om deze ziel te beschermen voor de rest van zijn leven op deze
aarde."
Jezus
wil dat we de Noveen voor anderen bidden, en Hij legt de noodzaak ervan in deze
tijd uit : "Deze Noveen kan gebeden worden met zijn beloften voor
een andere ziel, en deze ziel zal ook bijkomende engelenbescherming ontvangen.
Ik dring er bij Mijn getrouwen op aan om Mij deze Noveen telkens opnieuw aan te
bieden zodat Ik kan blijven Mijn heilige engelen naar beneden zenden voor de
bescherming en hulp van andere zielen die dit niet voor zichzelf kunnen doen. In deze eindtijd is de macht van de
vijand fel vermeerderd. Ik zie hoezeer Mijn kinderen Mijn bescherming nodig
hebben."
In
Zijn grote vrijgevigheid verleende Jezus, bovenop zijn engelenbescherming, dat
iemand een aparte, losstaande intentie voor deze Noveen mocht hebben. Hij
beloofde : "Wat ze
vragen in deze Noveen, zal Ik zeker verlenen, als het in overeenstemming is met
Mijn Heilige Wil. Laat deze zielen hun intentie aan Mij vragen zonder
voorbehoud."
6 Toewijding aan Maria, Middelares van Alle
Genade
Jezus vraagt aan diegene die deze Devotie
bidden zich toe te wijden aan Zijn Moeder onder de titel Maria, Middelares van
Alle Genade. Zijn boodschapper noteerde Jezus woorden.
"Mijn
dierbare kleine dochter, jouw Heer en God komt naar jou om je een belangrijke
boodschap te geven. Ik wens dat de zielen die Mijn devotie tot 'Jezus Koning van Alle Naties bidden,
zich special toewijden aan Mijn Heilige Moeder onder haar titel van
'Maria, Middelares van Alle Genaden,' dat Mij verheugd heeft in Mijn
grote Liefde voor haar en dit aan haar te geven. Mensen MOETEN haar onmisbare
rol als Middelares erkennen. Zij is het Kanaal van al Mijn Genaden aan de
mensheid. Enkel wanneer dit dogma officieel uitgeroepen zal worden door Mijn
Kerk zal Ik waarlijk Mijn Heerschappij op aarde vestigen."
OLVrouw
verscheen daarna naast de Heer en zei: "Dochter,
weet dat Ik dit gebed heb verkregen voor mijn kinderen van het Hart van mijn
Goddelijke Zoon."
Jezus
openbaarde dan het Gebed van Toewijding aan Maria, Middelares van Alle Genade :
O
Maria, Heilige en Onbevlekte Moeder van God, van Jezus, onze Geslachtofferde
Hogepriester, Ware Profeet en Soevereine Koning. Ik kom tot U, Middelares van
Alle Genade, want dat is waarlijk wat U bent. O Fontein van alle Genade! O
Mooiste van alle Rozen! Zuivere Lente! Onbezoedeld Kanaal van al Gods Genade!
Ontvang mij, Heilige Moeder! Bied mij en al mijn noden aan de Heilige
Drieёenheid aan! Dat mijn noden die door U zuiver en heilig werden gemaakt in
Zijn ogen door Uw handen, naar mij mogen terugkeren door U, als genaden en
zegen. Ik geef mijzelf aan U en wijd me toe aan U, Maria, Middelares van Alle
Genade, dat Jezus, Onze Unieke Ware Middelaar, die de Koning van Alle Naties
is, moge regeren in ieder hart. Amen.
Jezus
gaf ook deze mooie boodschap:
"Mijn kinderen, Ik wens enkel vrede en geluk voor
jullie! Mijn Heilige Moeder heeft telkens opnieuw smeekbeden tot jullie
gericht! Ze smeekt nog steeds voor jullie Kinderen, luister naar jullie
Hemelse Moeder. Is er een meer tedere en liefdevolle ambassadrice dan Mijn
eigen Moeder? Zie je, Mijn kinderen, als Ik tot jullie was gekomen in Mijn
Macht en Majesteit vooraleer Mijn Heilige Moeder tot jullie was gekomen in
grote tederheid en nederigheid, zouden jullie dit niet aangekund hebben uit
schrik. De tijd is aangebroken, Mijn kinderen. Jullie Heer komt tot jullie met
grote Macht en Majesteit."
"Mijn Heilige Moeder heeft Mijn Weg voorbereid, met de
grootst mogelijke zorg. Mijn kinderen, jullie hebben heel veel te danken aan
jullie Hemelse Moeder.." Op 12 december 1993, feest van OLVrouw
van Guadelupe, zei Jezus het volgende over Zijn Moeder:
"Maria regeert
niet meer als een Koningin, dan wanneer Ze liefheeft als een Moeder." Hij
zei, "Maak dit bekend."
7 De Speciale Zegen
De
Speciale Zegen van Jezus Koning van Alle Naties was geopenbaard door Onze Lieve
Vrouw wanneer ze verscheen met het Kind Jezus in haar armen. Het Kind was rozen
aan het plukken, één voor één van Zijn Heilig Hart. Hij kuste de rozen en hield
ze aan de lippen van Zijn Moeder. Onze Lieve Vrouw kuste iedere roos, nam ze
uit Jezus handen, raakte met de rozen Haar Hart aan en gaf ze daarna aan
de "geestelijke moeder" die iedere roos in het Onbevlekt Hart van
Maria plaatste. De rozen werden vandaar verdeeld aan de volkeren van alle
naties voor eeuwig miljarden en miljarden rozen. De rozen zijn genaden van de
Speciale Zegen, en het doorgeven van de genaden van Jezus naar Maria en dan
naar haar kinderen illustreert de rol van Maria als Middelares van Alle Genade.
Om de Speciale Zegen te geven:
De
Speciale Zegen kan door elkeen doorgegeven worden aan anderen, in persoon of op
afstand in gebed. Als je het persoonlijk door wilt geven, plaats dan je handen
op het hoofd van de persoon met jouw rechterduim op zijn/haar voorhoofd. Als je
deze zegen wilt doorgeven op afstand, houd dan je handen over, of in de
richting van, de persoon of groep en bid :
Moge
de Heerschappij van Jezus Koning van Alle Naties erkend worden in je
hart;
Moge de Heerschappij van Jezus Koning van Alle Naties beleefd worden in je
hart;
Moge de Heerschappij van Jezus Koning van Alle Naties gegeven worden door jouw
hart aan andere harten; zodat de Heerschappij van Jezus Koning van Alle Naties
beleefd kan worden in ieder hart over de hele wereld. Ik vraag deze Speciale
Zegen door Onze Lieve Vrouw, Middelares van Alle Genade. Zij heeft, als
Koningin en Moeder van Alle Naties, deze enorme genade voor jou verkregen van
het Heilig Hart van haar Goddelijke Zoon, in de naam van de Vader en van de
Zoon en van de Heilige Geest. Amen.
Maak
het kruisteken op het voorhoofd van de persoon met je duim, of maak het
kruisteken met je handen in zijn/haar richting.
De
gaven van de Speciale Zegen zijn de gave van ontvangen, begrijpen, en beleven
van Jezus Woord in de Schrift; de gave van intimiteit met Jezus, Maria, en
zielen als partners in het Lichaam van Christus; en de gave om de geheimen van
Gods liefde te kennen. De zegen schenkt ook genezing en brengt eenheid in
het Lichaam van Christus.
Jezus
wil dat iedereen de genaden van deze koninklijke Speciale Zegen ontvangt. Bid
ervoor zodat jouw gezin, jouw vrienden, je priesters, de zieken, de stervenden
en ieder die Gods barmhartigheid nodig heeft deze ontvangt.
8 Litanie ter ere van Jezus Koning van alle Naties
Jezus
zei tot Zijn boodschapper : "Ik
beloof dat éénieder die Mijn Litanie bidt, in Mijn armen zal sterven met Mijn
glimlach op hen gericht. Ik zal Zelf verschijnen aan deze zielen als Koning
van Alle Naties vóór hun dood."
De
litanie antwoorden zijn aangeduid met de letter "A" en moeten
na iedere aanroeping gebeden worden.
Heer,
heb medelijden met ons.
Christus, heb medelijden met ons.
Heer, heb medelijden met ons.
A
Heb medelijden met Ons.
God,
onze Hemelse Vader, Die de Troon van Uw Zoon voor eeuwig in stand houdt.
God
de Zoon, Jezus, onze Geslachtofferde Hogepriester, Ware Profeet, en Soevereine
Koning,
God
de Heilige Geest, stort over ons met overvloedige nieuwheid uit,
Heilige
Drieëenheid, Drie Personen-Eén God in de Schoonheid van Uw Eeuwige Eenheid,
A
- Regeer in Onze Harten.
O
Jezus, onze Eeuwige Koning,
O Jezus, Barmhartige Koning,
O Jezus, Die de Gouden Scepter van Uw Barmhartigheid tot ons richt,
O Jezus, door Wiens Grote Barmhartigheid we het Sacrament van de Biecht hebben gekregen,
O Jezus, Liefhebbende Koning die ons Uw helende Genade aanbiedt,
O Jezus, onze Eucharistische Koning,
O Jezus, de Koning die door de profeten werd voorspeld,
O Jezus, Koning van Hemel en Aarde,
O Jezus, Koning en Bestuurder van Alle Naties,
O Jezus, Grote vreugde van het Hemels Hof,
O Jezus, Koning die Medelijden toont voor Uw onderdanen,
O Jezus, Koning van waar alle autoriteit komt,
O Jezus, in wie, we met de Vader en de Heilige Geest, één zijn,
O Jezus, Koning Wiens Koninkrijk niet van deze wereld is,
O Jezus, Koning Wiens Heilig Hart brandt van Liefde voor de hele
mensheid,
O Jezus, Koning Die het Begin en het Einde is, het Alfa en Omega,
O Jezus, Koning Die ons Maria, de Koningin gegeven heeft om onze Moeder te
zijn,
O Jezus, Koning Die op de wolken van de Hemel zal komen met Macht en in
Glorie,
O Jezus, Koning Wiens Troon we mogen naderen met vertrouwen,
O Jezus, Koning Die werkelijk aanwezig is in het Heilig Sacrament,
O Jezus, Koning Die Maria tot Middelares van Alle Genaden gemaakt heeft,
O Jezus, Koning Die Maria tot Medeverlosseres gemaakt heeft, Uw partner in het
Plan van Verlossing,
O Jezus, Koning Die ons wil genezen van alle verdeeldheid en onenigheid,
O Jezus, Koning die gekwetst is door de onverschilligheid van de
mensheid,
O Jezus, Koning Die de balsem van Uw Liefde geeft om ons gewond hart te
troosten,
O Jezus, Koning Die de Grote IK BEN in ons is, onze Bron van Pure Verrukking.
A
Dat we U mogen dienen.
Jezus,
Koning van Alle Naties, Ware Heerser van alle aardse machten,
Jezus, Koning van Alle Naties, die onder Uw voeten de machten der Hel voor
eeuwig bindt,
Jezus, Koning van Alle Naties, het Licht dat boven alle licht is verheven en
die ons verlicht in de duisternis dat rond ons hangt,
Jezus, Koning van Alle Naties, Wiens Barmhartigheid zo Groot is dat ze de
straffen milder maakt, die onze zonden eigenlijk verdienen,
Jezus, Koning van Alle Naties, door de Drie Koningen als de Ware Koning werd
erkend,
Jezus, Koning van Alle Naties, Enige Remedie voor een wereld die zo ziek
is,
Jezus, Koning van Alle Naties, Die de zielen en naties die U als Ware Koning
erkennen, zegent met Vrede,
Jezus, Koning van Alle Naties, Die in Zijn Barmhartigheid ons Uw Heilige
Engelen zendt om ons te beschermen,
Jezus, Koning van Alle Naties, Wiens Grootste Prins de Heilige Aartsengel
Michael is,
Jezus, Koning van Alle Naties, Die ons leert dat regeren dienen is,
Jezus, Koning van Alle Naties, Rechtvaardige Rechter Die de goddelozen van de
goeden zal scheiden,
Jezus, Koning van Alle Naties, voor Wie iedere knie zal buigen,
Jezus, Koning van Alle Naties, Wiens Rijk een eeuwig Rijk is,
Jezus, Koning van Alle Naties, het Lam die onze Herder is,
Jezus, Koning van Alle Naties, Die na het vernietigen van iedere
soevereiniteit, autoriteit en macht, het Koninkrijk aan Uw God en Vader zal
geven,
Jezus, Koning van Alle Naties, Wiens Heerschappij geen einde kent,
Jezus, Koning van Alle Naties, Wiens goedheid aan ons blijvend is en wiens
trouw voor eeuwig is,
A
We prijzen en danken U.
Eeuwige
Vader, Die ons Uw Eniggeboren Zoon hebt geschonken om onze Verlosser te zijn,
Onze Ware Middelaar, en Soevereine Koning, Liefhebbende Jezus. De Soevereine
Koning, die Zich vernederd heeft uit Liefde voor ons en die dienaar werd. De
Heilige Geest, Derde Persoon van de Drieëenheid, Liefde van de Vader en de
Zoon, Die ons heiligt en ons leven geeft.
Maria,
onze Koningin en Moeder, die tot Jezus voor ons bemiddelt, A
Bid voor ons.
Maria,
onze Koningin en Moeder, door wie alle Genade tot ons komt, A
Bid voor ons.
Maria,
onze Koningin en Moeder, Uniek Juweel van de Heilige Drieëenheid, A
Bid voor ons.
Heilige
Engelen en Heiligen van onze Goddelijke Koning, A Bid voor ons en
Bescherm ons.
Amen.
QUAS PRIMAS Paus Pius XI 11 december 1925
Over het feest van Christus Koning
INLEIDING
ARTIKEL 1 - Een terugblik op de paus zijn
eerste encycliek: de vrede van Christus in het rijk van Christus; betere
vooruitzichten
In het eerste rondschrijven, dat
wij na het aanvaarden van het pausschap tot alle bisschoppen hebben gericht,
gingen wij de diepere oorzaken na van de zware rampspoed, die de mensheid
tegenwoordig teistert. Wij hebben het toen, ondubbelzinnig uitgesproken, dat de
bron van die stortvloed van ellende, waarmee de wereld wordt overstelpt, deze
is: dat de meeste mensen uit hun persoonlijk gedrag en hun familieleven,
evenals uit de maatschappij Jezus Christus en Zijn heilige wet hebben
verbannen. Bovendien hebben wij erop gewezen, dat de hoop op een duurzame vrede
onder de volkeren nooit zal komen, zolang de mensen individueel en in
staatsverband de heerschappij van onze Verlosser blijven miskennen en
verwerpen. Daarom hebben wij er toe aangespoord de vrede van Christus in het rijk van Christus te zoeken,
en ook beloofd van onze kant al het mogelijke te doen.
Want wij achten geen middel
doeltreffender om het herstel en de bevestiging van de vrede te bereiken, dan
de heerschappij van onze Heer Jezus Christus weer in ere te herstellen.
Toch is er een verschijnsel dat
ons op betere tijden doet hopen. Er is opvallende belangstelling onder de
volkeren voor Christus en Zijn Kerk, de enige die redding brengt. Het is een
belangstelling van jonge datum, die nu veel krachtiger opleeft. Hieruit blijkt
dat velen, die eenmaal door verwerping van het gezag van onze Heiland als van
Zijn rijk uitgesloten waren, nu terugkeren naar de gehoorzaamheid aan Christus.
ARTIKEL 2 - Het heilig jaar en Christus'
koninkrijk: de Vaticaanse missietentoonstelling, talrijke bedevaarten naar
Rome, de heiligverklaringen, het eeuwfeest van de kerkvergadering van Nicea
Is er in de loop van het heilig
jaar veel tot stand gebracht en gebeurd, wat ongetwijfeld in gedurig aandenken
verdient te blijven: welk een grote eer en glorie is daardoor niet gebracht aan
de Stichter van de Kerk, onze opperste Heer en Koning!
Bij de Vaticaanse
missietentoonstelling hebben verscheiden punten sterk de aandacht getrokken en
diepe indruk gemaakt. Vooreerst de moeite die de Kerk zich voortdurend getroost
om het rijk van haar Bruidegom steeds verder uit te breiden naar alle landen,
ja, tot op de meest afgelegen eilanden in de oceaan toe. Verder het grote aantal
landstreken die door missionarissen, ten koste van veel inspanning en bloed,
reeds voor het katholicisme gewonnen zijn. Dan nog de uitgestrekte gebieden die
nog overblijven om aan de heilbrengende en milde heerschappij van onze Koning
te onderwerpen.
Wanneer gedurende deze tijd van
zegen talloze scharen onder leiding van hun bisschoppen of priesters van heinde
en ver naar de heilige stad getogen zijn, dan hadden zij allen daarbij maar één
doel: hun zielen te zuiveren van zondeschuld en dan bij de graven van de
Apostelen in ons bijzijn te betuigen, dat zij nu en voor altijd horen en willen
blijven horen tot Christus' rijk.
En dit rijk van onze Zaligmaker
zag men juist in nieuwe luister stralen, toen wij zes belijders en maagden,
wier loffelijke en buitengewone deugden bewezen waren, tot de verering onder de
heiligen in de hemel hebben toegelaten.
O welk een vreugde en welk een
troost heeft ons hart in die ogenblikken vervuld, toen in het heiligdom van de
St. Pieter, na onze beslissende uitspraak, onder het danklied uit de mond van
een ontzaglijke menigte gelovigen de jubelkreet weerklonk: Tu, Rex gloriae, Christe: Gij, o Christus,
zijt de Koning van de glorie! Want terwijl overal, waar de mensheid van
God vervreemd is, enkelingen zowel als staten, tengevolge van de hoog
opgelaaide onderlinge afgunst en van inwendige beroeringen, hun verval en
ondergang tegemoet snellen, zet de Kerk haar taak voort om aan de mensheid
geestelijk voedsel toe te dienen. Zij schenkt aan Christus, haar Bruidegom,
steeds weer een nieuwe heilige kroost, mannelijk en vrouwelijk, en brengt dat
voor Hem groot; en Hij van Zijn kant blijft zonder ophouden de trouwste en
gehoorzaamste onderdanen van Zijn rijk op aarde oproepen tot de eeuwige zaligheid
in het rijk des hemels.
Eindelijk werd tijdens het groot
jubileum de zestiende eeuwkring afgesloten sinds de kerkvergadering van Nicea.
Wij hebben dat feit gevierd en ook persoonlijk aan de herdenking in de
Vaticaanse basiliek deelgenomen; en wij deden dat met des te meer genoegen,
omdat die kerkvergadering niet alleen de medezelfstandigheid van de eniggeboren
Zoon met de Vader plechtig heeft erkend en als katholieke geloofsleer
voorgeschreven, maar ook door die woorden wiens rijk geen einde zal hebben in
haar geloofsbelijdenis of symbolum op te nemen, de koninklijke waardigheid van
Christus heeft uitgesproken.
ARTIKEL 3 - Slot van het jubeljaar: instelling
van een feest voor Christus' koningschap.
Omdat dit heilig jaar meer dan
één gelegenheid heeft geboden om Christus' koningschap in een nieuw licht te
plaatsen, menen wij volkomen te handelen in overeenstemming met ons apostolisch
ambt, als wij dit jaar besluiten met het invoeren van een bijzonder feest van
Onze Heer Jezus Christus Koning in de liturgie van de Kerk. Wij zullen daarmee
aan talrijke verzoeken voldoen, zowel door kardinalen en bisschoppen als door
gelovigen tot ons gericht. Het onderwerp stemt ons zo gelukkig, dat wij wensen u
daarover enige woorden te richten. Het zal dan daarna uw taak zijn, om alles
wat wij over de verering van Christus Koning zullen zeggen, zo voor het begrip
en de godsdienstige ontwikkeling van het volk pasklaar te maken, dat het
invoeren van deze jaarlijkse feestviering voor de toekomst overvloedige zegen als
gevolg zal hebben.
Gebed tot Christus Koning
O JEZUS CHRISTUS, ik erken U als Universele Koning.
Alle schepselen werden voor u geschapen. Oefen over mij alle rechten uit waarover U
beschikt.
Vernieuw mijn Doopbeloften, ik neem afstand van Satan, met al zijn werken
en ijdelheid, en ik beloof om te leven als een goede Katholiek: Ik beloof door
alle middelen die in mijn macht liggen de triomf tot stand te brengen van Gods
rechten en van Uw Kerk.
Goddelijk Hart van Jezus, ik bied U al mijn armzalige daden aan om te
verkrijgen dat alle harten Uw Heilig Koningschap mogen erkennen, en dat de
heerschappij van Uw Vrede mag opgericht worden over de hele wereld. Amen. DEEL 1 : DE LEER OMTRENT HET KONINGSCHAP VAN CHRISTUS
ARTIKEL 1 - Hoe is de leer van Christus'
koningschap te verstaan? Zeker, men noemt Christus algemeen en met recht koning
ook in oneigenlijke zin.
Christus Koning noemen is reeds
lang algemeen spraakgebruik geworden wegens Zijn hoogste trap van volkomenheid,
waardoor Hij boven al het geschapene de kroon spant. Hij heerst over het
verstand van de mensen, niet zozeer om de scherpte van Zijn geest en de
grote omvang van Zijn kennis, maar wel omdat Hij de Waarheid is, en alle mensen
noodzakelijk aan Hem de waarheid moeten ontlenen en ze van Hem in
gehoorzaamheid aanvaarden.
Eveneens heerst Hij over de wil
van de mensen: niet alleen omdat een volmaakte gelijkvormigheid van Zijn
menselijke wil beantwoordt aan de heiligheid van Zijn goddelijke wil; maar
bovendien beweegt Hij onze vrije wil om voor de edelste goederen in vuur te
geraken.
Eindelijk wordt Christus als Koning
van de harten erkend om Zijn liefde die alle begrip te boven gaat
(Ef. 3, 19) en om de aantrekkingskracht, die Zijn zachtmoedigheid en
goedertierenheid op alle harten uitoefent. Want er is nooit iemand geweest en
er zal ook in de toekomst nooit iemand zijn, die zozeer de algemene liefde van
de mensen genoot of bezitten zal, als Jezus Christus.
ARTIKEL 2 - Christus is ook koning in
eigenlijke zin
De titel en de macht van Koning
moeten ook in de eigenlijke zin worden verstaan en gehandhaafd voor Christus
als mens; want alleen als Hij mens is, kan van Hem gezegd worden, dat Hij van
de Vader macht en heerlijkheid en koningschap (Dan. 7, 13-14) heeft
ontvangen. Als het eeuwige Woord en met de Vader één in wezen, heeft Hij van
nature alles met de Vader gemeenschappelijk, dus ook het directe, opperste en
onbeperkte gezag over de hele schepping.
PARAGRAAF 1 - Bewijzen uit de heilige Schrift:
de boeken van het Oude Testament
Lezen wij niet in de heilige
Schrift, dat Christus Koning is? Hij is het, die daar genoemd wordt de heerser
die van Jacob zal afstammen, die door de Vader is aangesteld tot Koning over
Zijn heilige berg Sion en die de volkeren tot Zijn erfdeel zal ontvangen en de
grenzen van de aarde tot Zijn eigendom.
En het bruiloftslied, waarin de
gelijkenis van een zeer rijk en machtig koning de ware toekomstige Koning van
Israël wordt verheerlijkt, klinkt: Uw koningstroon, o God, duurt in
eeuwigheid, een staf van gerechtigheid is de scepter van Uw koningschap.
(Ps. 45, 7) En op een andere plaats werd voorspeld, dat Zijn koninkrijk door
geen grenzen beperkt zou zijn, en dat de weldaden van rechtvaardigheid en vrede
de rijkdom ervan zouden uitmaken. In Zijn dagen zal er rechtvaardigheid en
overvloedige vrede ontstaan.... En Hij zal heersen van zee tot zee en van de
stroom tot aan de grenzen van de aardkring. (Ps. 72, 7-8)
Hierbij voegen zich nog uitspraken
van profeten, vooral die van Jesaja:
Een Kind is ons geboren en
een Zoon is ons geschonken en de heerschappij is op Zijn schouders gelegd; en
Zijn naam wordt genoemd: wonderbaar, raadsman, God, sterke, Vader van de
toekomende tijd, Vredevorst! Zijn rijksmacht zal zich uitbreiden en aan de
vrede zal geen einde zijn: op de zetel van David en over zijn rijk zal Hij
tronen, om het te bevestigen en te versterken in recht en rechtvaardigheid,
voor nu en tot in eeuwigheid. (Jes. 9, 6-7)
Jeremias voorspelde dat een
rechtvaardige spruit van Davids stam zou voortkomen, en dat deze Zoon van
David als koning zal heersen en wijs zijn, en recht zal doen in het land.
(Jer. 23, 5) Ook Daniël kondigt aan hoe God een rijk zal stichten dat in
eeuwigheid niet ten gronde zal gaan en eeuwig zal blijven bestaan. (Dan.
2, 44) Wat later voegt hij er aan toe:
Ik zag in een nachtelijk
visioen en uit de wolken des hemels kwam iemand als een mensenzoon en hij trad
voor de hoogbejaarde en men leidde hem in zijn tegenwoordigheid. En hij gaf hem
macht en heerlijkheid en koningschap, en alle volkeren, stammen en talen zullen
hem dienen. Zijn macht is een eeuwige macht, die nooit zal vergaan, en zijn
koninkrijk is er een, dat nooit zal worden verwoest. (Dan. 7, 13-14)
En dan de voorspelling van
Zacharias over de zachtmoedige Koning, die rijdend op een ezel, het veulen
van een ezelin, rechtvaardig en als Verlosser, (Zach. 9, 9) onder het gejubel
van de volk Jeruzalem zou binnentrekken; waarvan de schrijvers van het
Evangelie de vervulling hebben erkend en vastgesteld.
PARAGRAAF 2 - Bewijzen uit de boeken van het
Nieuwe Testament
De leer over Christus'
koningschap ligt in de boeken van het Oude Testament bezegeld, maar zij
verdwijnt niet op de blaren van het Nieuwe Testament, integendeel: zij wordt er
zelfs op grootse wijze en in schitterende bewoordingen verkondigd.
Wij halen hier de boodschap van
de aartsengel Gabriel aan, van wie de heilige Maagd verneemt, dat zij een Zoon
zal baren, aan wie God de Heer de zetel van Zijn vader David zal geven en
die over het huis van Jacob zal heersen in eeuwigheid en wiens rijk geen einde
zal hebben. (Lc. 1, 32-33) Christus zelf legt getuigenis af van Zijn
vorstenmacht: want zowel toen Hij in Zijn laatste rede tot het volk sprak over
het loon dat de rechtvaardigen zullen verwerven en de straffen die de
schuldigen zullen ondergaan, evenals toen Hij de Pilatus te woord stond, die
Hem officieel ondervroeg of Hij koning was, en ook toen Hij na Zijn verrijzenis
aan de apostelen de taak opdroeg om alle volkeren te onderwijzen en te dopen:
bij iedere gelegenheid kende Hij zich de titel van koning toe en verzekerde Hij
openlijk, dat Hij koning was en verkondigde Hij, dat aan Hem alle macht was
gegeven in de hemel en op de aarde. (Mt. 28, 18)
Hij drukte niets ander uit dan de
grote omvang van Zijn macht en de onbegrensdheid van Zijn koninkrijk. Johannes
noemt hem Opperste onder de koningen der aarde, (Openb. 1, 5) en op
Zijn kleed en op Zijn heup draagt Hij het opschrift: Koning der koningen en
Heer der heren. (Openb. 19,16) God de Vader heeft Christus gesteld tot
erfgenaam van al Zijn bezit (Hebr. 1, 1) en Hij moet Zijn koningschap
uitoefenen tot Hij - bij het vergaan van de wereld - Al Zijn vijanden
aan de voeten van God de Vader zal neerleggen. (1 Kor. 15, 25)
PARAGRAAF 3 - Praktische erkenning van
Christus' koningschap door de Kerk: vooral in de liturgie.
Uit de algemene leer van de katholieke
Kerk - want zij is Christus' rijk op aarde, werkelijk bestemd om zich over alle
mensen en alle landen uit te breiden, - volgde de verplichting om haar Stichter
in de jaarkring van de liturgie als haar Koning en Heer en als Koning van de
koningen te huldigen onder vele vormen van verering. Zon huldeblijken heeft de
Kerk reeds gegeven bij het aloude gebruik van het bidden en zingen van de
psalmen en in de sacramentaria uit de oudheid; en zij kent ze ook tegenwoordig
nog, zowel bij haar dagelijks officieel gebed tot de goddelijke Majesteit, als
bij het opdragen van het Misoffer. In deze gedurige lofprijzing op Christus de
Koning neemt men gemakkelijk een overeenkomst waar tussen onze ritus en de
Oosterse kerkgebruiken, zodat ook op dit gebied het bekende beginsel geldt: de
regel voor het bidden geeft de regel voor het geloven aan.
ARTIKEL 3 De juridische grondslag voor
Christus koningschap
PARAGRAAF 1 - De rechten die volgen uit de
hypostatische vereniging (goddelijke en menselijke natuur in Jezus)
De H. Cyrillus van Alexandrië merkt
hierover op: Want Hij bezit de heerschappij over alle schepselen, zonder dat
Hij ze door geweld heeft afgedwongen of van buiten heeft ontleend, maar als
Zijn eigen recht krachtens Zijn wezen en natuur.
Zijn oppermacht steunt juist op
die wonderbare vereniging, die men de hypostatische vereniging noemt; uit deze
vereniging vloeit voort, dat Christus niet alleen als God moet aanbeden worden,
door engelen en mensen, maar ook dat aan Zijn gezag als mens de engelen zowel
als de mensen onderworpen zijn en moeten gehoorzamen. Dat wil dus zeggen, dat
Christus alleen al op titel van de hypostatische vereniging macht over alle
schepselen bezit.
PARAGRAAF 2 - De verdienste van het
verlossingswerk
Maar Christus heerst niet alleen
door geboorterecht over ons, maar ook door de verdienste van de verlossing
die Hij verworven heeft.
We moeten dikwijls denken aan de
grote prijs die wij aan onze Verlosser gekost hebben! Niet met vergankelijk
goud of zilver zijt gij vrijgekocht, maar door het kostbaar bloed van Christus,
een vlekkeloos Lam zonder gebreken. (1 Pt. 1, 18-19) Wij zijn niet meer onze
eigendom, omdat Christus ons voor een hoge prijs (1 Kor. 6, 20) heeft
gekocht. Ons lichaam is zelfs een ledemaat van Christus. (1 Kor. 6,
15)
ARTIKEL 4 - Aard en betekenis van Christus'
koningschap: het omvat een drievoudige macht, namelijk de wetgevende,
rechterlijke en uitvoerende macht
Deze heerschappij bestaat in een
drievoudige macht, zonder welke een vorstenmacht nauwelijks denkbaar is. Christus
is aan de mensen gegeven als Verlosser op wie zij hun vertrouwen mogen stellen,
maar ook als Wetgever, die zij moeten gehoorzamen.
In het Evangelie staat dat Hij
wetten heeft uitgevaardigd, maar Hij treedt voortdurend wetgevend op; en van,
al degenen, die deze geboden zullen onderhouden, zegt Jezus telkens dat zij
daardoor hun liefde jegens Hem zullen bewijzen en in Zijn genegenheid zullen
blijven.
Wat de rechterlijke macht
betreft, geeft Jezus zelf te kennen, dat die Hem door Zijn Vader toegewezen is,
want in Zijn antwoord aan de Joden; als zij Hem een verwijt maken van het
schenden van de sabbatrust door de wonderbare genezing van een lamme, zegt Hij:
De Vader oordeelt niemand, maar Hij heeft het oordeel geheel aan de Zoon
gegeven. (Joh. 5, 22) En dat Hij de mensen al tijdens hun leven met het volste
recht beloning en straffen uitdeelt, ligt daarin ook opgesloten, want dat is
onafscheidelijk met oordelen verbonden.
Bovendien moeten wij aan
Christus de uitvoerende macht toekennen; want aan Zijn bevel moeten
allen gehoorzamen, en wel onder bedreiging, dat Hij op de weerspannigen
straffen zal toepassen, waaraan niemand zal kunnen ontkomen.
ARTIKEL 5 Christus koningschap is
hoofdzakelijk van geestelijk karakter
PARAGRAAF 1 - Getuigenissen hiervoor
Het geschetste koningschap is evenwel
voornamelijk van geestelijke aard en ligt op geestelijk gebied. Dat bevestigt
Christus door Zijn wijze van handelen. Bij meer dan een gelegenheid, terwijl de
Joden, ja zelfs de apostelen in de waan verkeerden, dat de Messias het volk zou
bevrijden en het koninkrijk van Israël herstellen, moest Hij die
waanvoorstelling verstoren en hun die ijdele hoop ontnemen. Toen Hij door de
bewonderende menigte, die Hem tot koning wilde uitroepen, wees Hij die titel en
die eer van de hand door te vluchten en Zich verborgen te houden, en tegenover
de Romeinse landvoogd verklaarde Hij, dat Zijn rijk niet van deze wereld was.
PARAGRAAF 2 - Dat geestelijk karakter blijkt
ook uit de voorwaarden van intrede in Zijn rijk en uit de nagestreefde
doeleinden
Dit rijk wordt ons in het
Evangelie zo voorgesteld, dat men om er binnen te treden zich voorbereidt door
het doen van boetvaardigheid, en dat men er alleen kan binnentreden door het
geloof en het doopsel; een uitwendige ritus, die evenwel een inwendige
wedergeboorte betekent en bewerkt.