Inhoud blog
  • Ik verhuis naar een andere blogsite!!!
  • De mystiek achter de tweede komst van Jezus
  • Luz de Maria 24/4
  • Zalig de armen van geest
  • Aanbidden in geest en waarheid
  • 3.33 uur 's ochtends
  • De kracht van 1 Weesgegroet
  • Ze komen eraan
  • Vreemde en grote donkere wezens zullen spoedig overal binnendringen
  • Een volgende lockdown
  • Boodschap aan Anna Shelley 24/4
  • De devotie van de 7 smarten van OLVrouw
  • Toewijdingsgebeden aan God de Vader, het H. Hart van Jezus en het Onbevlekt Hart van Maria
  • Gebeden van toewijding van ziekte, lijden en levenslasten
  • De betekenis van Pinksteren - 4
  • Om een baby uit een miskraam en geaborteerde baby's te dopen
  • Exorcismegebed over je woning en grond en toewijdingsgebed
  • Gebeden van zegening en bescherming
  • Het is eindelijk aangebroken
  • Wat God me toonde over aanstootgevende kledij...
  • Wat God me toonde over feminisme
  • De betekenis van Pinksteren - 3
  • Einde van Satans invloed in zicht
  • Red de planeet, ga CO2 uitstoten
  • Over de verliezen aan Westerse kant wordt gezwegen
  • Boodschappen aan Eduardo Ferreira
  • Boodschappen aan Pedro Regis
  • Boodschappen van OLVrouw di Zaro 8/4
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • Boodschappen aan Valeria Copponi (tot 19/4)
  • Instorting van economie, en munteenheden
  • De uitval
  • Over Poetin
  • Zal dit het einde veroorzaken?
  • Een miraculeuze foto van de Gekruisigde Jezus
  • Boodschap aan Anna Shelley 20/4
  • Luz de Maria 20/4
  • Rusland wordt verder uitgedaagd
  • De 3 daagse duisternis
  • De 9 cirkels van de Hel
  • In de Hel wegens echtscheiding
  • Meteoor op California
  • 23 april
  • De komst van de asteroide
  • Massale afname van bevolking in Europa komt eraan
  • Repost: Genezingsgebed van God de Vader
  • Opwarming van het klimaat? Niet dus.
  • Let op voor cosmetica en dergelijke producten
  • De uitleg van het merkteken van het beest door de Heer
  • De volgende pandemie
  • Over Obama: hij kan de Antichrist worden, door bezetenheid
  • Luz de Maria 16/4
  • Boodschap aan Anna Shelley 19/4
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • Een zombievirus
  • Nano chip
  • VK zal getroffen worden
  • Dit zal gebeuren door Hem
  • Het is reeds begonnen
  • Hoe de Antichrist zal werken door AI en Biotechnologie
  • Ze komen voor onze kinderen
  • Vernietiging van 3 landen
  • Bloedmanen als waarschuwend teken
  • 5 tekenen dat je een Uitverkorene bent
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • OLVrouw van Smarten
  • Adviezen om de duivel te bevechten
  • Het sociaal kredietsysteem
  • NEEM GEEN VACCINS!!! GEEN ENKELE!!!
  • BID TEGEN ABORTUS!!!
  • De betekenis van Pinksteren - 2
  • De betekenis van Pinksteren - 1
  • Goede raad: wees niet afhankelijk van de staat
  • De plannen van de wereldelites
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • Bijhorende afbeelding bij de boodschap van Lorena
  • Nog eens nieuws van de Antichrist/Maitreya
  • Boodschap aan Pedro Regis 11/4
  • Luz de Maria 12/4
  • Boodschap aan Lorena 8/4
  • Chaga
  • Dit is de waarheid
  • Boodschap aan Anna Shelley 14/4
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 9
  • Janet Klasson - 9/2 Licht van de wereld in de Goddelijke Wil
  • Geheim van gedrevenheid
  • Kom, H. Geest, kom!
  • 3 middelen die Satan gebruikt om je ziek te maken
  • Gezegend zij
  • Gods Barmhartigheid is grenzeloos
  • Boodschap aan Anna Shelley 13/4
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 7 en 8
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • De Emmaüsgangers
  • Mummie
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 6
  • Op weg naar de microchip
  • Nog steeds kunnen we het tij keren - Niburu
  • Boodschap aan John Mariani
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 5
  • Boodschappen aan Jennifer
  • 28/3 Plaats dit in je huis en land (The Unsealed Message)
  • Maria Simma openbaart 7 geheimen
  • Het Gezicht van Jezus
  • Opruimen van de wereldbevolking was altijd het doel - Niburu
  • 11 april
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 4
  • Boodschappen aan John Leary - rest van maart
  • Boodschap aan Mary of Divine Mercy
  • Grote schudding 8/4
  • Luz de Maria: Paaszondag 9/4
  • Afbraak van immuunsysteem door vaccins
  • Luz de Maria: Stille Zaterdag 8/4
  • Luz de Maria: Goede Vrijdag 7/4
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 2 en 3
  • Boodschap aan Anna Shelley 6/4
  • Zalig Pasen!!!
  • Boodschap aan Anna Shelley 8/4 DRINGEND!!!
  • Gebed op vrijdag voor de Arme Zielen
  • Boodschap aan Eduardo Ferreira 24/3
  • Droom van J. Frances 3/4
  • Boodschap aan Manuela te Sievernich (25/3)
  • Het echte gevaar van het einde van de dollar
  • Schildklier en jodium
  • Boodschap aan Manuela te Sievernich (21/3)
  • Boodschappen aan Valentina Papagna
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 1
  • Boodschap aan Marco Ferrari 26/3
  • Boodschap aan Gisella Cardia 3/4
  • De Kruisweg
  • 15 doodzonden in het Katholieke Geloof
  • Luz de Maria: Witte Donderdag 6/4
  • Het bankroet van Europa
  • Boodschap aan Anna Marie - Houston 11/2
  • Plaats terug brood op je huisaltaar
  • Boodschappen aan Pedro Regis
  • Palmzondag-rede van Vigano
  • Luz de Maria: Heilige Woensdag 5/4
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • Het Communisme zal opgelegd worden door de elite
  • Boodschap aan Ned Dougherty 26/3
  • Boodschap aan Anna Shelley (3/4)
  • Het verraad van Judas Iscariot (2)
  • Het verraad van Judas Iscariot (1)
  • Luz de Maria: Heilige Dinsdag 4/4
  • Luz de Maria: Palmzondag 2/4
  • Luz de Maria: Heilige Maandag 3/4
  • Interview met Luz Maria de Bonilla
  • Grafeenoxide in vaccins
  • Boodschap aan Lorena 14/3
    Zoeken in blog

    ALLES GAAT VOORBIJ, BEHALVE GOD !
    agenda

    Belangrijke data in mijn agenda

    Mijn favorieten
  • Mijn bibliotheek
  • Nieuwe blogsite
  • Archief per maand
  • 05-2023
  • 04-2023
  • 03-2023
  • 02-2023
  • 01-2023
  • 12-2022
  • 11-2022
  • 10-2022
  • 09-2022
  • 08-2022
  • 07-2022
  • 06-2022
  • 05-2022
  • 04-2022
  • 03-2022
  • 02-2022
  • 01-2022
  • 12-2021
  • 11-2021
  • 10-2021
  • 09-2021
  • 08-2021
  • 07-2021
  • 06-2021
  • 05-2021
  • 04-2021
  • 03-2021
  • 02-2021
  • 01-2021
  • 12-2020
  • 11-2020
  • 10-2020
  • 09-2020
  • 08-2020
  • 07-2020
  • 06-2020
  • 05-2020
  • 04-2020
  • 03-2020
  • 02-2020
  • 01-2020
  • 12-2019
  • 11-2019
  • 10-2019
  • 09-2019
  • 08-2019
  • 07-2019
  • 06-2019
  • 05-2019
  • 04-2019
  • 03-2019
  • 02-2019
  • 01-2019
  • 12-2018
  • 11-2018
  • 10-2018
  • 09-2018
  • 08-2018
  • 07-2018
  • 06-2018
  • 05-2018
  • 04-2018
  • 03-2018
  • 02-2018
  • 01-2018
  • 12-2017
  • 11-2017
  • 10-2017
  • 09-2017
  • 08-2017
  • 07-2017
  • 06-2017
  • 05-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 09-2016
  • 08-2016
  • 07-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 04-2016
  • 11--0001
    Levend geloof 9

    13-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pastor Enoc 6/11

    MIJN VOLK, ALS EEUWIGE EN SOEVEREINE PRIESTER, VRAAG IK JULLIE OM VELE GEBEDEN EN EERHERSTEL VOOR DE PRIESTERS. MIJN KERK IS IN EEN CRISIS, HET SCHISMA KOMT NADERBIJ, LAAT ZE NIET IN DE STEEK!

    6 november 2017  1:55 PM

    DRINGENDE OPROEP VAN JEZUS, DE EEUWIGE EN SOEVEREINE PRIESTER AAN ZIJN TROUWE VOLK

    Mijn vrede zij met jullie, mijn Volk.

    Mijn kinderen, elke dag wordt de geestelijke strijd heviger; de krachten van het kwaad vallen mijn kudde aan, de zwaarste aanvallen zijn voor mijn Uitverkoren Zonen en mijn Instrumenten, door de missie die ze moeten voltooien. Bid veel, mijn kleintjes, voor mijn Priesters en hoogwaardigheidsbekleders van mijn Kerk, omdat mijn tegenstander hen hevig aanvalt. Houd met hen rekening in jullie gebeden, laat ze niet alleen, omdat mijn tegenstander hen wil doen vallen in het priesterlijk ambt dat ik hen heb toevertrouwd.

    De rozenkrans van mijn Moeder met de Droevige mysteries, het kroontje van mijn wonden en het kroontje van mijn Allerkostbaarste Bloed, zijn krachtige wapens die de plannen van het rijk der duisternis vernietigen. Dompel, mijn kinderen, mijn priesters in mijn wonden, zodat het kwaad ze niet doet afkeren van hun priesterlijk ambt; bid en doe eerherstel voor mijn uitverkoren Zonen en in het bijzonder van degenen die verloren gaan door het modernisme, het vlees, New Age, de zorgen en de pleziertjes van deze wereld.

    Mijn volk, vele van mijn uitverkoren Zonen geloven niet meer in de transsubstantiatie, van mijn Lichaam en mijn Bloed; bepaalde priesters dragen de mis op in snel tempo en anderen enkel om zich aan de orders te houden. Wat een grote smart voel ik in mijn Liefdevolle Hart, als ik deze priesters zie van mijn Kerk, die het Heilige Priesterambt bezoedelen! Hun onverschilligheid en hun nalatigheid, doen mijn Hart bloeden. Hoeveel lijd ik en ween ik als ik zoveel van mijn Priesters zie die zich laten verleiden door de New Age! In vele van mijn Huizen zijn er Priesters, die yoga, reiki en andere occulte technieken praktiseren. En het droevigste, is dat ze mijn kudde besmetten en het laten doorgaan alsof het goddelijk is.

    Vele van mijn huizen zijn wereldse huizen geworden, men organiseert er feesten en markten en activiteiten die niets met het religieuze leven te maken hebben. In vele van mijn huizen, zijn er priesters die onzuivere daden plegen; de geest van Asmodeus is er binnengedrongen. Welke droefheid voel ik als ik al deze degradatie binnen mijn Kerk zie! Iedereen zwijgt, niemand staat recht, deze schuldige stilte is een belediging voor mijn Goddelijkheid die mij diep verdrietig maakt en de Hemel doet wenen.

    Vele van mijn uitverkoren Zonen, zijn tegenwoordig als Judas die me verraadde, ze laten zich verleiden door de wereld en het vlees en ze hebben de deuren van mijn huizen geopend voor mijn tegenstander. In vele huizen woont mijn Heilige Geest niet meer. O ontrouwe priesters, als jullie geen berouw tonen en geen eerherstel bieden voor jullie grove beledigingen, verzeker ik jullie dat de eeuwige dood jullie beloning zal zijn! Wanneer jullie aankomen in de eeuwigheid, laat ik het gewicht van mijn Gerechtigheid los op jullie, ontrouwe priesters en jullie zullen sterven zoals de vetgemeste schapen! Ik doe een dringende oproep aan jullie, ontrouwe priesters van mijn Kerk, zodat jullie terug op de goede weg komen, voor de komst van mijn Waarschuwing; omdat als jullie het niet doen, en jullie komen in de eeuwigheid aan, de plaats die jullie zal wachten zal het rijk der duisternis zijn.

    Mijn volk, als eeuwige en soevereine priester, vraag ik jullie veel gebeden en eerherstel voor mijn priesters. Mijn Kerk is in een crisis, het schisma komt naderbij, laat de Kerk niet in de steek. Bid rozenkransen, vast en doe boete, voor heel mijn clerus; zodat de Wijsheid en het Licht van mijn Heilige Geest mijn Kerk en mijn priesters kan leiden op de weg van de zaligheid.

    Jullie Meester, Jezus, eeuwige en soevereine Priester

    Breng mijn boodschappen naar al mijn uitverkoren Zonen

    13-11-2017 om 07:27 geschreven door claudia  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mariale dogma's - deel 4

    In deze context zal het Mariale jaar een nieuwe en diepgaande lezing moeten bevorderen ook van wat het Concilie gezegd heeft over de heilige Maagd Maria en Moeder van God in het mysterie van Christus en de Kerk, van datgene dus waarop de overwegingen van deze encycliek zich beroepen. Het gaat hier niet alleen over de geloofsleer maar ook over het geloofsleven en dus over de authentieke ”Mariale spiritualiteit”, gezien in het licht van de Traditie en in het bijzonder van de spiritualiteit waartoe het Concilie ons opwekt. 

    De Mariale spiritualiteit vindt evenals de overeenkomstige devotie bovendien een uitermate rijke bron in de historische ervaring van de personen en de verschillende christelijke gemeenschappen die overal op aarde leven onder de diverse volken en naties. In dit opzicht wil ik graag onder de vele getuigen en meesters van deze spiritualiteit herinneren aan de heilige Louis Maria Grignion de Montfort die aan de christenen de toewijding aan Christus door Maria voorhield als doeltreffend middel om te leven in trouw aan de verplichtingen van het doopsel. Met voldoening merk ik op dat ook in onze dagen nieuwe uitingen van deze spiritualiteit en devotie niet ontbreken.

    Wij hebben dus veilige oriënteringspunten waarop wij ons kunnen richten en waarmee wij ons kunnen verbinden in de context van dit Mariale jaar.

    Het zal beginnen op het hoogfeest van Pinksteren, 7 juni a.s. Het gaat er niet alleen om te herdenken dat Maria ”is voorafgegaan” aan de intrede van Christus de Heer in de geschiedenis van de mensheid, maar tevens om in het licht van Maria te onderstrepen dat de geschiedenis van de mensheid vanaf de verwerkelijking van het mysterie van de menswording binnengetreden is ”in de volheid van de tijd” en dat de Kerk het teken van deze volheid is. De Kerk maakt als volk Gods haar pelgrimstocht naar de eeuwigheid in geloof temidden van alle volken en naties vanaf de dag van Pinksteren. De Moeder van Christus die aanwezig was aan het begin van de ”tijd van de Kerk” toen zij de Heilige Geest afwachtte en ijverig in het gebed volhardde temidden van de apostelen en leerlingen van haar Zoon, blijft de Kerk ”voorgaan” op deze tocht door de geschiedenis van de mensheid heen. Zij is ook degene die precies als dienstmaagd des Heren onophoudelijk meewerkt aan het heilswerk dat Christus, haar Zoon, verricht.

    Zo wordt door middel van dit Mariale jaar de Kerk opgeroepen, niet alleen om alles te herdenken wat in haar verleden getuigt van de speciale moederlijke medewerking van de Moeder Gods aan het heilswerk in Christus de Heer, maar ook om van haar kant voor de toekomst de wegen voor te bereiden van deze medewerking: want het einde van het tweede christelijk millennium opent als het ware een nieuw perspectief.

    Er is reeds aan herinnerd dat ook onder de gescheiden broeders velen aan de Moeder van de Heer de verschuldigde eer bewijzen, vooral onder de oosterse christenen. Het is een mariaal licht dat op het oecumenisme valt. Ik wil er speciaal nog aan herinneren dat gedurende het Mariajaar de duizendste verjaardag gevierd zal worden van het doopsel van de heilige Wladimir, Grootvorst van Kiev (in het jaar 988), dat het begin was van het christendom in de gebieden van het Rus’ van die tijd en vervolgens in andere gebieden van Oost-Europa. Langs deze weg is door het werk van de evangelisatie het christendom ook buiten Europa verspreid tot in de noordelijke streken van het Aziatische continent. Wij zouden ons dus vooral gedurende dit jaar in gebed willen verenigen met allen die deze duizendste verjaardag van dit doopsel vieren, orthodoxen en katholieken, en wij hernieuwen en bevestigen met het Concilie de gevoelens van vreugde en troost omdat ”de oosterse Christenen . . . met vurige geestdrift en vrome zin wedijveren om de Moeder van God, altijd Maagd, te vereren”. 

    Ook al ondervinden wij nog steeds de smartelijke gevolgen van de scheiding die enige tientallen jaren later (in het jaar 1054) heeft plaatsgevonden, toch kunnen wij zeggen dat wij ons tegenover de Moeder van Christus waarlijk broeders en zusters voelen binnen het messiaanse volk dat geroepen is om op aarde een enkele familie van God te vormen, zoals ik reeds verklaard heb aan het begin van het nieuwe jaar: ”Wij willen opnieuw deze universele erfenis van alle zonen en dochters van deze aarde bevestigen”.

    Toen ik het Mariajaar aankondigde heb ik tevens gezegd dat dit volgend jaar besloten zal worden op het hoogfeest van de Tenhemelopneming van de allerheiligste Maagd, om ”het grote teken aan de hemel” te doen uitkomen waarover de Apokalyps spreekt. Op deze wijze willen wij ook gevolg geven aan de aansporing van het Concilie dat naar Maria opziet als ”teken van vaste hoop en vertroosting voor het pelgrimerende volk van God”. Het Concilie spreekt deze aansporing uit met de volgende woorden:

    ”Laten alle gelovigen de Moeder van God en de Moeder van de mensen dringend erom smeken, dat zij, die de beginnende Kerk met haar gebed heeft bijgestaan, ook nu zij in de hemel boven alle gelukzaligen en engelen verheven is, in de gemeenschap van alle heiligen bij haar Zoon ten beste zal spreken, totdat alle volkerenfamilies, zowel zij die de erenaam van christenen dragen als zij die hun Verlosser nog niet kennen, in vrede en eensgezindheid tot een enkel volk van God gelukkig verenigd worden, tot glorie van de allerheiligste en onverdeelde Drievuldigheid” 

    DEEL 4 - Besluit

    Aan het einde van de dagelijkse getijden stijgt onder andere de volgende aanroeping van de Kerk tot Maria op:

    ”Verheven Moeder van de Verlosser, 
    die de open deur des hemel blijft en de sterre der zee
    snel het volk te hulp, dat valt en poogt op te staan.
    Gij die tot verbazing der natuur uw heilige Schepper hebt gebaard”.

    ”Tot verbazing der natuur”. Deze woorden van de antifoon drukken de verbazing van het geloof uit die het mysterie van het goddelijke moederschap van Maria vergezelt. Zij vergezelt het in zekere zin in het hart van de natuur en direct in het hart van het gehele volk Gods, in het hart van de Kerk. Hoe wonderlijk ver is God, Schepper en Heer van het heelal, gegaan in de ”openbaring van zichzelf” aan de mens. Hoe duidelijk heeft Hij alle ruimten overwonnen van de oneindige ”afstand” die de Schepper scheidt van het schepsel! Hij blijft onuitsprekelijk en onnaspeurlijk in zichzelf, maar nog meer in de werkelijkheid van de incarnatie van het Woord dat mens is geworden door de Maagd van Nazareth.

    Als Hij de mens van eeuwigheid af heeft willen roepen om deel te krijgen aan het goddelijke wezen, dan kan men zeggen dat Hij de ”vergoddelijking” van de mens beschikt heeft overeenkomstig diens historische condities, zodat Hij ook na de zondeval bereid is om het eeuwige plan van zijn liefde uit te voeren tegen een hoge prijs, door middel van de ”vermenselijking” van de Zoon die één in wezen met Hem is. De natuur en meer direct de mens kan niet ontkomen aan de verbazing tegenover deze gave waaraan hij deelachtig is geworden in de Heilige Geest: ”Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven” (Joh. 3, 16).

    In het middelpunt van dit mysterie, in het hart van de verbazing van het geloof staat Maria. Als verheven Moeder van de Verlosser heeft zij deze het eerst ervaren: ”Gij die tot verbazing der natuur uw heilige Schepper hebt gebaard”!

    In de woorden van de liturgische antifoon ligt ook de waarheid uitgedrukt van de “grote wending” die het mysterie van de menswording bewerkt heeft voor de mens. Deze wending hoort tot heel zijn geschiedenis, van het begin af dat ons geopenbaard is in de eerste hoofdstukken van genesis, tot aan het laatst toe, in het perspectief van het einde van de wereld waarvan Jezus ons ”de dag noch het uur” heeft geopenbaard (Mt. 25, 13). Het is onophoudelijk en voortdurende omkeer van het vallen naar het opstaan, tussen de mens van de zonde en de mens van de genade en de gerechtigheid. De liturgie plaatst ons vooral in de Advent in het zenuwpunt van deze wending en raakt het onophoudelijke ”heden en nu” ervan aan, terwijl zij uitroept: ”Snel het volk te hulp dat valt en poogt te op te staan”!

    Deze woorden betreffen iedere mens, alle gemeenschappen, alle naties en volkeren, alle geslachten en tijdvakken van de mensengeschiedenis, ons tijdvak, deze jaren van het millennium dat ten einde loopt: ”Snel te hulp, ja snel het volk te hulp dat valt”!

    Dit is de aanroeping die gericht is tot Maria, ”de verheven Moeder van de Verlosser”; het is de aanroeping die gericht is tot Christus die door Maria de geschiedenis van de mensheid is binnengetreden. Van jaar tot jaar verheft de antifoon zich tot Maria en roept zij het moment op waarop deze wezenlijke historische wending zich voltrokken heeft, die onomkeerbaar voortduurt: de omkeer van het ”vallen” naar het ”opstaan”.

    De mensheid heeft bewonderenswaardige ontdekkingen gedaan en wonderbaarlijke resultaten bereikt op het gebied van de wetenschap en de techniek; zij heeft grote werken verricht op de weg van de vooruitgang en de beschaving en men zou zeggen dat zij in de jongste tijden erin geslaagd is de loop van de geschiedenis te versnellen; maar de fundamentele wending, de wending die ”oorspronkelijk” genoemd kan worden, begeleidt altijd de tocht van de mens en vergezelt door de verschillende historische gebeurtenissen heen allen en iedereen. Het is de omkeer van het ”vallen” naar het ”opstaan”, van de dood naar het leven. Het is ook een onophoudelijke uitdaging aan het menselijke bewustzijn, een uitdaging aan heel het historische bewustzijn van de mens: de uitdaging om de weg van het ”niet vallen” te volgen op de altijd oude en nieuwe wijzen en van het ”opstaan” als hij gevallen is.

    Terwijl de Kerk met de gehele mensheid de grens tussen de twee millennia nadert, neemt zij van haar kant met de gehele gemeenschap der gelovigen en samen met iedere mens van goede wil de grote uitdaging aan de vervat ligt in de woorden van de antifoon over ”het volk dat valt en poogt op te staan”. Zij richt zich zowel tot de Verlosser als tot zijn Moeder met de aanroeping: ”Kom te hulp”. Zij ziet de heilige Moeder van God immers – en dit gebed ziet haar diep betrokken bij de geschiedenis van de mensheid, bij de eeuwige roeping van de mens, volgens het providentiële plan dat God van eeuwigheid voor hem beschikt heeft; zij ziet haar moederlijke aanwezigheid en betrokkenheid bij de veelvuldige en ingewikkelde problemen waarmee heden ten dage het leven van de enkelingen, van de gezinnen en van de volkeren vergezeld gaat; zij ziet haar het christenvolk te hulp snellen in de onophoudelijke strijd tussen goed en kwaad, opdat het ”niet zal vallen” en, als het gevallen is ”zal opstaan”.

    Ik hoop van harte dat ook de overwegingen die in deze encycliek vervat zijn, mogen dienen tot de vernieuwing van deze visie in het hart van alle gelovigen! Als bisschop van Rome zend ik aan allen voor wie deze beschouwingen bestemd zijn de vredeskus en groeten en zegen in onze Heer Jezus Christus.

    Amen.

    Gegeven te Rome bij Sint Petrus, op 25 maart, het hoogfeest van de Aankondiging van de Heer, van het jaar 1987, 
    het negende van mijn pontificaat.

    Paus Johannes Paulus II

    Kroontje van dank aan Maria

    INLEIDEND GEBED:

    Allerheiligste Maagd Maria, machtige Schatbewaarster en Uitdeelster van Gods Genaden. Ik breng U mijn dank voor al Uw weldaden die ik niet waardig ben, voor al Uw Liefde die ik nog niet voel, en voor Uw gebeden die mij de Eeuwige Gelukzaligheid verdienen.

    3 x "Wees gegroet Maria…"

    daarna (op een gewone rozenkrans) 5 tientjes als volgt:

    * Op de GROTE KRALEN (kralen van het "Onze Vader"):

    Mijn liefhebbende Moeder Maria, Middelares van alle Genaden, ik dank U voor de gunsten die ik uit Uw handen heb bekomen, voor de kussen van Liefde die U op mijn hart hebt gedrukt, en voor de onzichtbare bloemen van Eeuwig Leven die U in mijn ziel hebt gezaaid.

    * Op de KLEINE KRALEN (kralen van het "Weesgegroet"):

    Dank U, Hemelse Moeder, voor Uw bescherming, hulp, bemiddeling en Voorspraak.

    Na de 5 tientjes:

    Het volgend SLOTGEBED:

    Geprezen zij Maria, Middelares voor de hele mensheid.
    Geprezen zij Maria, Voorspreekster voor de hele mensheid.
    Geprezen zij Maria, Medeverlosseres van de hele mensheid.
    Aanvaard de toewijding van mijn hele wezen als dank, want zonder U ben ik verloren.

     

    13-11-2017 om 06:49 geschreven door claudia  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mariale dogma's - deel 3

    De oecumenische beweging heeft op grond van een meer helder en verspreid bewustzijn van de noodzaak om tot de eenheid van alle christenen te komen van de kant van de katholieke Kerk haar hoogste uitdrukking gevonden in het werk van het Tweede Vaticaans Concilie: het is nodig dat de Christenen in zichzelf en in ieder van hun gemeenschappen de ”gehoorzaamheid van het geloof” verdiepen waarvan Maria het eerste en meest lichtende voorbeeld is. En aangezien zij ”het lichtend teken is van de vaste hoop en de vertroosting van het pelgrimerende volk van God”, ”is het voor de heilige kerkvergadering een reden tot grote vreugde en vertroosting dat er onder de gescheiden broeders niet weinigen zijn die aan de Moeder van de Heer en Verlosser de verschuldigde eer bewijzen, vooral Oosterse Christenen”. 

    De Christenen weten dat zij hun eenheid alleen werkelijk zullen terugvinden als deze gebaseerd zal zijn op de eenheid van geloof. Zij moeten niet-geringe verschillen oplossen in de leer over het mysterie en het dienstwerk van de Kerk en soms ook over de taak van Maria in het heilswerk. 

    De dialogen die de katholieke Kerk begonnen is met de kerken en kerkgemeenschappen van het Westen, komen steeds meer samen op twee onscheidbare aspecten van heilsmysterie. Als het mysterie van het mensgeworden Woord ons het mysterie van het goddelijke moederschap doet onderscheiden en als de beschouwing van de Moeder Gods ons op haar beurt voert tot een dieper begrip van het mysterie van de incarnatie, dan moet men hetzelfde zeggen van het mysterie van de Kerk en van het mysterie van de taak van Maria in het heilswerk. Door dieper door te dringen in de twee mysteries en het ene te verhelderen door het andere zullen de Christenen die verlangen te doen wat Jezus hun zal zeggen - zoals hun Moeder hun aanbeveelt – samen voort kunnen gaan op de “pelgrimstocht van het geloof”, waarvan Maria nog steeds het voorbeeld is en welke hen moet voeren tot de eenheid die gewild is door hun ene Heer en zozeer verlangd wordt door hen die oplettend luisteren naar wat ”de Geest tegen de kerken zegt” (Openb. 2, 7.11.17) in deze tijd.

    Het is een gelukkig teken dat deze kerken en kerkgemeenschappen met de katholieke Kerk overeenkomen op fundamentele punten van het geloof, ook wat de Maagd Maria betreft. Zij erkennen haar immers als Moeder van de Heer en nemen aan dat dit deel uitmaakt van ons geloof in Christus, waarlijk God en waarlijk mens. Zij zien op naar haar die aan de voet van het kruis de geliefde leerling als haar zoon ontvangt, die op zijn beurt als moeder ontvangt.

    Waarom zouden wij dus niet allen samen opzien naar haar als onze gemeenschappelijke Moeder die bidt voor de eenheid van de familie van God en die allen ”voorgaat” aan het hoofd van de lange stoet van de getuigen van het geloof in de ene Heer, de Zoon van God, die zij door de Heilige Geest in haar maagdelijke schoot ontvangen heeft?

    Anderzijds wil ik benadrukken hoe diep de katholieke Kerk, de orthodoxe Kerk en de oude Oosterse Kerken zich één voelen door de liefde en de lof voor de Theotókos. Niet alleen ”zijn de fundamentele dogma’s van het christelijk geloof over de Drie-eenheid en de menswording van het Woord van God uit de Maagd Maria vastgesteld op oecumenische Concilies die in het Oosten zijn gehouden, maar ook ”verheerlijken de oosterse Christenen . . . met plechtige hymnen ... Maria altijd Maagd ... en de heilige Moeder van God” in hun liturgie.

    De broeders van die kerken hebben ingewikkelde lotgevallen gekend, maar door hun geschiedenis heeft steeds een vurig verlangen gelopen naar christelijke inzet en apostolische uitstraling, welke vaak getekend is door vervolgingen die ook bloedig zijn geweest. Het is een geschiedenis van trouw aan de Heer, een authentieke ”pelgrimstocht van het geloof” door de plaatsen en tijden heen, waarbij de oosterse christenen steeds met onbeperkt vertrouwen opgezien hebben naar de Moeder van de Heer, haar met lofzangen geprezen en voortdurend met gebed aangeroepen hebben. In de moeilijke ogenblikken van het gekwelde christelijke bestaan hebben zij tot haar hun toevlucht genomen”, omdat zij er zich van bewust waren in haar een krachtige hulp te hebben. De kerken die de leer van Efese belijden verklaren dat de Maagd ”waarlijk Moeder van God” is, daar onze Heer Jezus Christus . . . die voor alle eeuwen naar de godheid uit de Vader geboren is, in de laatste dagen voor ons en voor ons heil naar de mensheid geboren werd uit de Maagd Maria, de Moeder van God”. De Griekse vaders en de byzantijnse traditie hebben getracht door de Maagd te beschouwen in het licht van het mensgeworden Woord door te dringen tot de diepte van de band die Maria als Moeder van God verbindt met Christus en de Kerk: de Maagd is blijvend aanwezig in heel de omvang van het heilsmysterie.

    De koptische en Ethiopische tradities zijn tot deze beschouwing van het mysterie van Maria gebracht door de heilige Cyrillus van Alexandrië en op hun beurt hebben zij haar geprezen met een overvloed van bloemrijke dichtwerken. Het poëtische genie van sint Efrem de Syriër, die “de citer van de heilige Geest” wordt genoemd, heeft onvermoeibaar de lof van Maria gezongen en in de gehele traditie van de syrische Kerk een spoor achtergelaten dat nog steeds levend is. De heilige Gregorius van Narek, één van degenen die op de meest stralende wijze de roem van Armenië uitmaken, diept in zijn lofrede op de Theotókos met sterke dichterlijke inspiratie de verschillende aspecten uit van het mysterie van de incarnatie en ieder daarvan is voor hem een gelegenheid om de buitengewone waardigheid en de schitterende schoonheid te bezingen en te prijzen van de Maagd Maria, de Moeder van het mensgeworden Woord.

    Het verbaast daarom niet dat Maria een bevoorrechte plaats inneemt in de eredienst van de oude Oosterse Kerken, met een onvergelijkelijke overvloed van feesten en hymnen.

    In de byzantijnse liturgie gaat de lof aan de Moeder in alle uren van het goddelijke officie samen met de lof aan de Zoon en met de lof die door de Zoon opstijgt tot de Vader in de heilige Geest. In de anafoor of het eucharistische gebed van de heilige Johannes Chrysostomus bezingt de verzamelde gemeente onmiddellijk na de epiclese als volgt de Moeder van God:

    “Het is waarlijk goed u zalig te prijzen. Theotókos, die allerheiligst bent, geheel zuiver en de Moeder van onze God. Wij verheerlijken u die meer eer waardig bent dan de cherubijnen en onvergelijkelijk meer glorie dan de serafijnen. U die zonder uw maagdelijkheid te verliezen het Woord van God ter wereld hebt gebracht. U die waarlijk de Moeder van God bent”.

    Deze lofprijzingen die in iedere viering van de eucharistische liturgie opstijgen naar Maria hebben vorm gegeven aan het geloof, de vroomheid en het gebed der gelovigen. Zij hebben in de loop der eeuwen heel hun geestelijke houding doordrongen en in hen een diepe devotie opgewekt voor de “geheel heilige Moeder van God”.

    Dit jaar is het twaalf eeuwen geleden dat het tweede Oecumenisch Concilie van Nicea plaats vond (in het jaar 787), waarop een einde werd gemaakt aan de bekende controverse over de verering van de gewijde afbeeldingen en bepaald werd dat, volgens de leer van de heilige vaders en de universele traditie van de Kerk, samen met het kruis de beeltenissen van de Moeder van God, van de engelen en van de heiligen voorgehouden mochten worden aan de verering van de gelovigen, zowel in de kerken als in de huizen en langs de wegen. Dit gebruik is bewaar gebleven in heel het oosten en ook in het westen: de beeltenissen van de Maagd hebben een ereplaats in de kerken en de huizen. Maria wordt er afgebeeld als de troon van God die de Heer draagt en aan de mensen geeft (Theotókos) of als de weg die naar Christus leidt en Hem toont (Odigitria) of als orante die ten beste spreekt en als teken van de goddelijke tegenwoordigheid op de weg van de gelovigen tot aan de dag van de Heer (Deisis) of als beschermster die haar mantel uitspreidt over de volkeren (Pokrov) of als barmhartige Maagd van de tederheid (Eleousa) . Gewoonlijk wordt zij afgebeeld met haar Zoon. Het kind Jezus, dat zij op haar arm draagt: het is de band met de Zoon die de Moeder verheerlijkt. Nu eens omarmt zij Hem met tederheid (Glykofilousa); dan weer lijkt zij hieratisch verzonken in de contemplatie van Hem die de Heer van de geschiedenis is. 

    Het is passend ook te herinneren aan de icoon van de heilige Maagd van Wladimir, die voortdurend de geloofstocht begeleid heeft van de volkeren van het oude Rusland op de weg van het geloof. Het eerste millennium va de bekering tot het christendom van die edele landen nadert: landen van nederigen, van denkers en van heiligen. Nog steeds worden de iconen onder verschillende titels vereerd in de Oekraïne, in Wit-Rusland en in Rusland: het zijn beeltenissen die getuigen van het geloof en van de geest van gebed van het vrome volk, dat de aanwezigheid en de bescherming van de Moeder Gods ondervindt. Op die iconen schittert de Maagd als beeld van de goddelijke schoonheid, verblijf van de eeuwige Wijsheid, figuur van de orante, oerbeeld van de contemplatie, beeld van de heerlijkheid: zij die vanaf haar aardse leven de geestelijke wetenschap bezit die ontoegankelijk is voor de menselijke rede en door het geloof de meest verheven kennis heeft bereikt. Ik herinner ook nog aan de icoon van de Maagd van het cenakel die samen met de apostelen bidt, wachtend op de heilige Geest: zou zij niet als het ware het teken van hoop kunnen worden voor allen die in de broederlijke dialoog hun geloofsgehoorzaamheid willen verdiepen?

    Deze rijkdom aan lofprijzing die opgestapeld is door de verschillende vormen van de grote traditie van de Kerk, zou ons kunnen helpen om de Kerk weer ten volle te laten ademen met haat “twee longen”, het oosten en het westen. Dit is nu meer dan ooit nodig, zoals ik meermalen heb bevestigd. Het zou een krachtig hulpmiddel zijn om de bestaande dialoog tussen de katholieke Kerk en de kerken en kerkgemeenschappen van het westen de bevorderen. Het zou ook voor de Kerk onderweg het middel zijn om op meet volmaakte wijze haar ”Magnificat” te zingen en te beleven.

    HOOFDSTUK 3 - Het Magnificat van de pelgrimerende Kerk

    In de huidige fase van haar tocht zoekt de Kerk dus de eenheid terug te vinden van hen die hun geloof in Christus belijden, om de gehoorzaamheid aan haar Heer te tonen die vóór zijn lijden gebeden heeft voor deze eenheid. Zij ”zet haar pelgrimstocht voort ... en verkondigt het kruis en de dood van de Heer, totdat Hij komt. 

    ”Dwars door de beproevingen en de wederwaardigheden heen schrijdt de Kerk voort, gesterkt door de kracht van Gods genade, die haar door de Heer werd beloofd. Zo is zij bij machte om in de zwakheid van het vlees van de oprechte trouw niet af te wijken, maar de waardige bruid van haar Heer te blijven. Dank zij de werking van de heilige Geest houdt zij niet op zichzelf te vernieuwen, tot zij door het kruis het licht bereikt dat geen ondergang meer kent”.

    De moedermaagd is steeds aanwezig op deze geloofstocht van het volk Gods naar het licht. Dit toont op speciale wijze de lofzang van het ”Magnificat”, dat opgeweld is uit de diepte van het geloof van Maria bij het bezoek en niet ophoudt te weerklinken in het hart van de Kerk door de eeuwen heen. Dit wordt bewezen doordat het dagelijks gebeden wordt in de liturgie van de vespers en op zovele andere ogenblikken van persoonlijke en gemeenschappelijke vroomheid.

    ”Mijn hart prijst hoog de Heer,
    van vreugde juicht mijn geest om God mijn redder:
    daar Hij welwillend neerzag op de kleinheid zijner dienstmaagd.
    En zie, van heden af prijst elk geslacht mij zalig
    omdat aan mij zijn wonderwerken deed die machtig is,
    en heilig is zijn Naam.
    Barmhartig is Hij van geslacht tot geslacht
    voor hen die Hem vrezen.
    Hij toont de kracht van zijn arm;
    slaat trotsen van hart uiteen.
    Heersers ontneemt Hij hun troon,
    maar verheft de geringen.
    Die hongeren overlaadt Hij met gaven,
    en rijken zendt Hij heen met lege handen.
    Zijn dienaar Israël heeft Hij zich aangetrokken, gedachtig zijn barmhartigheid voor eeuwig
    jegens Abraham en zijn geslacht,
    gelijk Hij had gezegd tot onze vaderen” (Lc. 1, 46-55)

    Toen Elisabet haar jonge bloedverwante die uit Nazareth gekomen was, begroet had, antwoordde Maria met het Magnificat. In haar groet had Elisabet Maria eerst vanwege de ”vrucht van haar schoot” ”gezegend” genoemd en vervolgens ”zalig” vanwege haar geloof . Deze tweevoudige zegen had direct betrekking op het moment van de boodschap. Nu de groet van Elisabet bij het bezoek getuigt van dat hoogtepunt, wordt het geloof van Maria nog bewuster en drukt het zich opnieuw uit. Wat op het ogenblik van de boodschap verborgen was gebleven in de diepte van de ”gehoorzaamheid van het geloof” bevrijdt zich nu om zo te zeggen als een heldere, levenwekkende vlam van de geest. De woorden die Maria gebruikt heeft op de drempel van het huis van Elisabet vormen een geïnspireerde belijdenis van haar geloof, waarin het antwoord op het woord van de openbaring zich uitdrukt door de religieuze en dichterlijke verheffing van heel haar wezen tot God. In die verheven woorden, die tegelijk zo eenvoudig zijn en geheel ingegeven door de gewijde teksten van het volk van Israël, schijnt de persoonlijke ervaring van Maria door, de extase van haar hart. Er schittert een straal in van het mysterie van God, de heerlijkheid van zijn onuitsprekelijke heiligheid, de eeuwige liefde die in de mensgeschiedenis binnentreedt als een definitieve gave.

    Maria heeft als eerste deel aan deze nieuwe openbaring van God en hierin aan deze nieuwe ”zelfgave” van God. Daarom roept zij uit: ”Hij deed aan mij zijn wonderwerken . . . heilig is zijn Naam”. Haar woorden weerspiegelen de vreugde van de geest welke zich moeilijk laat uitdrukken: “Van vreugde juicht mijn geest om God mijn redder”. Want ”de meest innerlijke waarheid, zowel over God als over het heil van de mens, . . . verschijnt ons in Christus die tegelijk de Middelaar en de volheid van de gehele openbaring is”. In haar geestdrift belijdt Maria dat zij zich in het hart zelf van deze volheid van Christus bevindt. Zij is er zich van bewust dat de belofte die aan de vaders en vooral ”aan Abraham en zijn geslacht voor eeuwig” is gedaan, in haar vervuld wordt: dat dus in haar als Moeder van Christus de gehele heilseconomie uitmondt, waarin zich ”van geslacht tot geslacht” diegene openbaart die als God van het Verbond ”zijn barmhartigheid gedachtig is”.

    De Kerk die van het begin af haar aardse tocht gelijkvormig maakt aan die van de Moeder Gods, zegt haar voortdurend de woorden van het Magnificat na. Zij put uit het diepst van het geloof van de Maagd bij de boodschap en het bezoek de waarheid over de God van het Verbond, over God die almachtig is en ”wonderwerken” doet aan de mens: ”heilig is zijn Naam”. In het Magnificat ziet zij de zonde die aan het begin staat van de aardse geschiedenis van de man en de vrouw, tot in de wortel overwonnen, de zonde van het ongeloof en van de ”kleingelovigheid” jegens God. Tegen de ”verdenking” in die de ”vader van de leugen” heeft opgewekt in het hart van Eva, de eerste vrouw, verkondigt Maria die de traditie de traditie de nieuwe Eva” pleegt te noemen en de ware ”moeder van de levenden”, met kracht de onverminderde waarheid over God: de heilige en almachtige God die vanaf het begin de bron van iedere schenking is, die ”wonderwerken heeft gedaan”. Scheppend schenkt God het bestaan aan heel de werkelijkheid. De mens scheppend geeft hij in vergelijking met alle andere aardse schepselen op speciale wijze de waardigheid van zijn beeld en gelijkenis. En ondanks de zonde van de mens laat Hij zich niet weerhouden in zijn wil om te schenken en geeft Hij zich in zijn Zoon: ”Zozeer heeft Hij de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven” (Joh. 3, 16). Maria is de eerste getuige van deze bewonderenswaardige waarheid die zich ten volle zal verwerkelijken door wat haar Zoon doet en leert en definitief door middel van zijn kruis en verrijzenis.

    De Kerk die ook ”dwars door de beproevingen en wederwaardigheden heen” niet ophoudt Maria de woorden van het Magnificat na te zeggen, ”vat moed” ui de kracht van de waarheid over God die toen met zulke buitengewone eenvoud is verkondigd. Tegelijk wil zij met deze waarheid over God de moeilijke en soms onontwarbare wegen van het aardse bestaan van de mensen verlichten. De tocht van de Kerk die nu aan het einde van het tweede christelijke millennium is gekomen, houdt een nieuwe inzet in haar zending in De Kerk die Hem volgt die van zichzelf zei: ”(God) heeft mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen”, heeft er van geslacht tot geslacht naar gestreefd en streeft er nog naar die zending te vervullen.

    Haar voorliefde voor de armen staat op wonderbare wijze in het Magnificat van Maria geschreven. De God van het Verbond die de Maagd van Nazaret bezongen heeft in de verrukking van haar geest, is tevens degene die ”de heersers hun troon ontneemt en de geringen verheft ..., de hongerigen overlaadt met gaven en de rijken met lege handen heenzendt ..., de trotsen van hart uiteenslaat ... en barmhartig is voor hen die Hen vrezen”. Maria is diep doordrongen van de geest van de ”armen van Jahwe” die in het psalmgebed hun verwachten en al hun vertrouwen op Hem stelden. 

    Zij verkondigt waarlijk de komst van het mysterie van het heil, de komst van de ”Messias van de armen”. 

    De Kerk die put uit het hart van Maria, uit het diepst van haar geloof dat uitgedrukt is in de woorden van het Magnificat, wordt zich steeds beter bewust dat de waarheid over God die redt, over God die de bron van iedere schenking is, niet gescheiden kan worden van het betonen van zijn voorliefde voor de armen en geringen, welke bezongen is in het Magnificat en vervolgens uitdrukking gevonden heeft in de woorden en daden van Jezus.

    De Kerk is zich daarom bewust – en in onze tijd wordt dit bewustzijn op geheel bijzondere wijze sterker -, niet alleen dat deze twee elementen van de boodschap welke vervat is in het Magnificat, niet gescheiden kunnen worden, maar ook dat zij de betekenis die ”de armen” en ”de voorkeur voor de armen” hebben in het woord van de levende God, zorgvuldig moet beschermen. Het gaat om thema’s en problemen die organiek samenhangen met de christelijke zin voor vrijheid en bevrijding. ”Totaal afhankelijk van God en geheel op Hem gericht door de geestdrift van haar geloof is Maria naast haar Zoon het meest volmaakte beeld van de vrijheid en bevrijding van de mensheid en van de kosmos. Naar haar moet de Kerk waarvan zij de moeder en het voorbeeld is, opzien om de betekenis van haar zending in haar volheid te begrijpen.” 

    DEEL 3 : MIDDELARES ALS MOEDER

    HOOFDSTUK 1 - Maria, dienstmaagd des Heren

    De Kerk weet en leert met sint Paulus dat wij één middelaar hebben: Want God is één, één is ook de middelaar tussen God en de mensen, de mens Christus Jezus, die zich als losprijs voor allen gegeven heeft” (1 Tim. 2, 5-6). ”Welnu, de moederlijke taak van Maria tegenover de mensen verduistert of vermindert op geen enkele wijze dat enig middelaarschap van Christus maar toont aan, hoe krachtig het is”.  Het is bemiddeling in Christus.

    De Kerk weet en leert dat ”elke heilsinvloed van de heilige Maagd op de mensen ontstaat ... uit welbehagen van God, voortvloeit uit de overvloed van de verdiensten van Christus, op zijn middelaarschap is gevestigd, daarvan volkomen afhankelijk is en daaruit haar gehele kracht put; de onmiddellijke vereniging van de gelovigen met Christus geenszins belemmert maar juist bevordert”. Deze heilsinvloed wordt gesteund door de Heilige Geest die, zoals Hij de Maagd Maria overschaduwde en haar goddelijk moederschap deed aanvangen, zo ook voortdurend haar zorg voor de broeders van haar Zoon bijstaat.

    Het middelaarschap van Maria is inderdaad nauw verbonden met haar moederschap en heeft een specifiek moederlijk karakter waardoor het te onderscheiden is van het middelaarschap van de andere schepselen die op verschillende maar altijd ondergeschikte wijzen deelnemen aan het enig middelaarschap van Christus, ook al blijft het hare eveneens deelname. Want al ”kan geen enkel schepsel op één lijn worden gesteld met het mens geworden Woord en de Verlosser”, toch ”verhindert het enig middelaarschap van de Verlosser niet de menigvuldige medewerking van de schepselen, maar wekt het deze op door ze aan de enige ervan deelachtig te maken; en zo ”wordt de ene goedheid van God op verscheidene wijzen werkelijk uitgespreid in de schepselen”. 

    De leer van het Tweede Vaticaans Concilie houdt deze waarheid over het middelaarschap van Maria voor als deelname aan deze enige bron die het middelaarschap van Christus zelf is. Wij lezen namelijk: ”De Kerk belijdt zonder aarzelen deze ondergeschikte taak van Maria; voortdurend ervaart zij deze en zij drukt de gelovigen op het hart, opdat zij, daar deze moederlijke bescherming geholpen, zich inniger aan de Middelaar en Verlosser zouden hechten”. Deze taak is tegelijk speciaal en uitzonderlijk. Zij vloeit voort uit haar goddelijk moederschap en kan slechts op grond van de volledige waarheid over dit moederschap in geloof begrepen en beleefd worden. Omdat Maria door goddelijke uitverkiezing de Moeder is van de Zoon die één in wezen is met de Vader, en “edelmoedige gezellin” Deze taak vormt een reëel aspect van haar tegenwoordigheid in het heilmysterie van Christus en de Kerk.

    Het is nodig vanuit dit gezichtspunt nogmaals de fundamentele gebeurtenis in het heilsbestel te beschouwen, d.w.z. de menswording van het Woord op het ogenblik van de boodschap. Het is veelbetekenend dat Maria die in het woord van de goddelijke bode de wil van de Allerhoogste onderkent en zich aan zijn macht onderwerpt, zegt: ”Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord” (Lc. 1, 38). Het eerste moment van de onderwerping aan het enig middelaarschap ”tussen God en de mensen” - het middelaarschap van Jezus Christus – is de aanvaarding van het moederschap door de Maagd van Nazareth. Maria stemt in met de keuze van God om door de Heilige Geest de Moeder van Gods Zoon te worden. Men kan zeggen dat haar instemming met het moederschap vooral een vrucht is van haar volledige overgave aan God in de maagdelijkheid. Geleid door de bruidsliefde, welke de liefde is die een menselijke persoon geheel aan God ”wijdt”, heeft Maria de uitverkiezing tot Moeder van Gods Zoon aanvaard. Krachtens deze liefde wilde Maria altijd en in alles ”aan God toegewijd” zijn door in maagdelijkheid te leven. De woorden ”Zie de dienstmaagd des Heren” drukken het feit uit dat zij van het begin af haar eigen moederschap heeft aanvaard en begrepen als de totale gave van zichzelf, van haar persoon, ten dienste van het heilsplan van de Allerhoogste. En heel haar moederlijke deelname aan het leven van Jezus Christus, haar Zoon, heeft zij tot het einde toe vervuld op een wijze die overeenkomt met haar roeping tot de maagdelijkheid.

    Het moederschap van Maria, tot in het diepst waarvan de bruidshouding van ”dienstmaagd des Heren” is doorgedrongen, vormt de eerste en fundamentele dimensie van het middelaarschap dat de Kerk met betrekking tot haar belijdt en verkondigt en dat zij voortdurend ”aanbeveelt aan de liefde van de gelovigen”, daar zij er veel vertrouwen in stelt. Men moet immers erkennen dat God zelf, de eeuwige Vader zich als eerste heeft toevertrouwd aan de Maagd van Nazareth, toen Hij haar zijn eigen Zoon gaf in het mysterie van de menswording. Haar uitverkiezing tot de hoogste taak en waardigheid van Moeder van Gods Zoon heeft op ontologisch vlak betrekking op de werkelijkheid zelf van de vereniging van de twee naturen in de persoon van het Woord (hypostatische vereniging). Het fundamentele feit van Moeder van Gods Zoon te zijn is vanaf het begin een volledige openheid voor de persoon van Christus, voor hee; zijn werk, voor heel zijn zending. De woorden ”Zie de dienstmaagd des heren” getuigen van deze openheid van de geest van Maria, die in zichzelf op volmaakte wijze de liefde verwezenlijkt welke eigen is aan de maagdelijkheid, verenigd en als het ware versmolten met de liefde welke karakteristiek is voor het moederschap.

    Daarom is Maria niet alleen de “moeder en voedster” van de Mensenzoon geworden, maar ook ”op heel bijzondere wijze de edelmoedige gezellin” van de Messias en Verlosser. Zoals reeds gezegd, is zij voortgegaan op de pelgrimstocht van het geloof en op deze pelgrimstocht tot aan de voet van het kruis heeft zij tegelijk door wat zij gedaan en geleden heeft haar moederlijke medewerking aan heel de zending van de Heiland gerealiseerd. Langs de weg van die samenwerking met het werk van de Zoon en Verlosser heeft het moederschap van Maria een bijzonder verandering gekend en zich steeds meer gevuld met ”vurige liefde voor allen tot wie de zending van Christus zich richtte. Door die ”vurige liefde” die erop gericht is om in vereniging met Christus het herstel ”van het bovennatuurlijke leven van de zielen” te bewerken, begon zij op geheel persoonlijke wijze deel te nemen aan het enige middelaarschap “tussen God en de mensen”, dat het middelaarschap van de mens Christus Jezus is. Als eerste heeft zij de bovennatuurlijke uitwerking van dat enige middelaarschap op zichzelf ervaren – reeds bij de boodschap was zij begroet als ”vol van genade” - en daarom moet men zeggen dat zij door de volheid van genade en van bovennatuurlijk leven bijzonder voorbereid was op de medewerking met Christus, de enige Middelaar van het menselijke heil. En deze medewerking is juist het middelaarschap dat ondergeschikt is aan het middelaarschap van Christus.

    In het geval van Maria gaat het om een speciaal en uitzonderlijk middelaarschap dat berust op haar ”volheid van genade” die tot uitdrukking kwam in de volledige beschikbaarheid van de ”dienstmaagd des Heren”. In antwoord op deze innerlijke beschikbaarheid van zijn Moeder bereidde Jezus Christus haar er steeds meer op voor om voor de mensen ”moeder in de orde van de genade” te worden. Daarom wijzen minstens indirect bepaalde bijzondere aantekeningen van de synoptici en nog meer van het evangelie van Johannes die ik reeds toegelicht heb. In dit opzicht zijn de woorden die Jezus aan het kruis uitgesproken heeft met betrekking tot Maria en Johannes bijzonder welsprekend.

    Na de gebeurtenissen van de verrijzenis en de hemelvaart ging Maria samen met de apostelen in afwachting van Pinksteren het cenakel binnen, waar zij aanwezig was als Moeder van de verheerlijkte Heer. Zij was niet alleen degene die ”voortging op de pelgrimstocht van het geloof” en de vereniging met haar Zoon standvastig volhield tot onder het kruis, maar ook de “dienstmaagd des Heren” die door haar Zoon achtergelaten was als moeder midden in de beginnende Kerk: “Zie daar uw moeder”. Zo begon zich een speciale band te vormen tussen deze Moeder en de Kerk. De beginnende Kerk was immers een vrucht van het kruis en de verrijzenis van haar Zoon. Het was niet mogelijk dat Maria, die zich van het begin af zonder voorbehoud aan de persoon en het werk van de Zoon had gegeven, niet van het begin af haar moederlijke gaven over de Kerk zou uitstorten. Haar moederschap is na het heengaan van de Zoon in de Kerk blijven voortbestaan als moederlijk middelaarschap: door ten beste te spreken voor al haar kinderen werkt de Moeder mee aan het heilswerk van de Zoon, de Verlosser van de wereld. Het Concilie leert inderdaad: het “moederschap van Maria in het genadebestel gaat zonder ophouden voort ... tot aan de eeuwige voleinding van alle uitverkorenen”. Bij de verlossingsdood van haar Zoon heeft het moederlijke middelaarschap van de dienstmaagd des Heren een universele omvang gekregen omdat het verlossingswerk alle mensen omvat. Zo openbaart zich op bijzondere wijze de doeltreffendheid van het enige en universele middelaarschap van Christus ”tussen God en de mensen”. De medewerking van Maria is in haar ondergeschikt karakter deelname aan de universaliteit van het middelaarschap van de Verlosser, de enige Middelaar. Het Concilie geeft dit duidelijk aan met de bovengeciteerde woorden.

    Wij lezen verder: ”Want, ten hemel opgenomen, heeft zij deze heilbrengende taak niet neergelegd, maar door haar menigvuldige voorspraak gaat zij voort ons de gaven van het eeuwige heil te bezorgen”. Het middelaarschap van Maria zet zich voort in de geschiedenis van de Kerk en de wereld met dit karakter van ”voorspraak” dat zich voor het eerst gemanifesteerd heeft te Kana in Galilea. Wij lezen dat Maria ”met moederlijke liefde zorg draagt voor de broeders van haar Zoon die nog op pelgrimstocht zijn en in gevaren en angsten verkeren, totdat zij het gezegende vaderland bereiken”. Op deze wijze gaat het moederschap van Maria steeds voort in de Kerk als middelaarschap dat voorspraak is, en de Kerk drukt haar geloof in deze waarheid uit door Maria aan te roepen ”onder de titels van voorspreekster, helpster, bijstand, middelares”. 

    Door haar middelaarschap, dat ondergeschikt is aan het middelaarschap van de Verlosser, draagt Maria op speciale wijze bij tot de vereniging van de op aarde pelgrimerende Kerk met de eschatologische en hemelse realiteit van de gemeenschap van de heiligen, omdat zij reeds ”ten hemel opgenomen” is. 

    De waarheid van de tenhemelopneming die door Pius XII is gedefinieerd, is opnieuw bevestigd door het Tweede Vaticaans Concilie dat het geloof van de Kerk als volgt uitdrukt: ”Tenslotte werd de onbevlekte Maagd, die voor elke smet van de erfzonde behoed was gebleven, bij het einde van haar aardse loopbaan met lichaam en ziel in de hemelse glorie opgenomen en tot koningin van allen door de Heer verheven, om aldus vollediger gelijkvormig te worden aan haar Zoon, de Heer der heren en de Overwinnaar van zonde en dood”. 

    Met deze leer sloot Pius XII zich aan bij de Traditie die op vele wijzen uitdrukking gevonden heeft in de geschiedenis van de Kerk, zowel in het oosten als in het westen.

    Met het mysterie van de tenhemelopneming is in Maria heel de uitwerking van het enige Middelaarschap van Christus, de Verlosser van de wereld en de verrezen Heer, werkelijkheid geworden: ”Allen zullen in Christus herleven. Maar ieder in zijn eigen rangorde: als eerste en voornaamste Christus, vervolgens, bij zijn komst, zij die Christus toebehoren” (1 Kor. 15, 22-23). In het mysterie van de tenhemelopneming drukt zich het geloof van de Kerk uit volgens hetwelk Maria ”door een innige en onverbreekbare band verenigd” is met Christus, omdat zij die als Moedermaagd op speciale wijze met Hem verenigd was bij zijn eerste komst, dit door haar voortdurende samenwerking met Hem ook zal zijn in afwachting van zijn tweede komst; ”op een meer verheven wijze verlost met het oog op de verdiensten van haar Zoon” heeft zij ook de taak van middelares van goedertierenheid die eigen is aan de Moeder, bij de definitieve komst, als allen die Christus toebehoren zullen herleven en ”de laatste vijand, de dood, vernietigd zal worden” (1 Kor. 15, 26).

    Met deze verheffing van de “dochter van Sion bij uitnemendheid” door de tenhemelopneming is het mysterie van haar eeuwige heerlijkheid verbonden. Want de Moeder van Christus is verheerlijkt als ”koningin van allen”. Zij die bij de boodschap zichzelf ”dienstmaagd des Heren” heeft genoemd, is heel haar aardse leven trouw gebleven aan wat deze naam uitdrukt en daarmee heeft zij bevestigd een echte ”leerlinge” van Christus te zijn die sterk benadrukt heeft dat zijn eigen zending dienst is: ”de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen” (Mt. 20,28). Zo is Maria de eerste geworden onder hen die ”Christus ook in de anderen dienen en aldus, door nederigheid en geduld, hun broeders terugbrengen naar de koning: Hem dienen is pas waarlijk heersen”; zij heeft ten volle de ”staat van koninklijke vrijheid” verworven die eigen is aan de leerlingen van Christus: dienen betekent heersen!

    ”Christus, gehoorzaam geworden tot de dood toe en daarom door de Vader verhoogd, is in de glorie van zijn rijk binnengegaan. Alles is Hem onderwerpen, totdat Hij zichzelf en heel de schepping aan de Vader onderwerpt, opdat God alles in allen zou zijn”. Maria, de dienstmaagd des Heren, heeft deel aan dit Rijk van de Zoon. De glorie van het dienen houdt niet op haar koninklijke verheffing te zijn: ten hemel opgenomen staakt zij haar heilbrengende dienst niet, waarin het moederlijke middelaarschap zich uitdrukt ”tot aan de eeuwige voleinding van alle uitverkorenen”. Zo blijft zij die hier op aarde ”de vereniging met haar Zoon standvastig heeft volgehouden tot onder het kruis”, steeds met Hem verenigd, nu ”alles Hem onderwerpen is, totdat Hij zichzelf en heel de schepping aan de Vader onderwerpt”. Zo is Maria door haar tenhemelopneming als het ware omgeven door heel de werkelijkheid van de gemeenschap der heiligen en haar vereniging met de Zoon in de heerlijkheid staat geheel gericht op de definitieve volheid van het Rijk, als ”God alles in allen zal zijn”. Ook in deze fase blijft het moederlijke middelaarschap van Maria ondergeschikt aan Hem die de enige Middelaar is, tot aan de definitieve verwezenlijking “van de volheid der tijden”, totdat het heelal in Christus onder één hoofd wordt gebracht.

    HOOFDSTUK 2 - Maria in het leven van de Kerk en van iedere Christen

    Het Tweede Vaticaans Concilie heeft in aansluiting op de Traditie nieuw licht geworpen op de taak van de Moeder van Christus in het leven van de Kerk. ”Door de gave ... van het goddelijk moederschap dat haar met haar Zoon, de Verlosser, verenigt, en door haar heel bijzondere genaden en opdrachten is de heilige Maagd ook met de Kerk innig verbonden: de Moeder van God is het model van de Kerk, ... namelijk in de orde van het geloof, de liefde en de volmaakte eenheid met Christus”. Wij hebben reeds eerder gezien hoe Maria vanaf het begin bij de apostelen bleef in afwachting van Pinksteren en hoe zij, ”de zalige die geloofd heeft”, van geslacht tot geslacht aanwezig is midden in de Kerk die in geloof onderweg is, ook als model van de hoop die niet teleurgesteld wordt.

    Maria heeft geloofd dat tot vervulling zou komen wat haar vanwege de Heer gezegd is. Als maagd heeft zij geloofd dat zij zwanger zou worden en een zoon ter wereld zou brengen: “de Heilige”, aan wie de naam toekomt van ”Zoon van God”, de naam van ”Jezus” (=God redt). Als dienstmaagd des Heren bleef zij volmaakt trouw aan de persoon en de zending van deze Zoon. Als bleef zij volmaakt trouw aan de persoon en de zending van deze Zoon. Als moeder heeft zij ”in geloof en gehoorzaamheid . . . de eigen Zoon van de Vader hier op aarde gebaard, en wel zonder een man te bekennen, overschaduwd door de Heilige Geest”.

    Om deze redenen wordt Maria ”terecht door de Kerk met een bijzonder verering omringd. Inderdaad, vanaf de oudste tijden wordt (zij) met de titel van ‘Godsmoeder’ vereerd en tot haar bescherming nemen de gelovigen in al hun gevaren en noden hun toevlucht”. Deze eredienst is van heel bijzonder aard: hij houdt de diepe band in die bestaat tussen de Moeder van Christus en de Kerk en drukt deze uit. Maria blijft als maagd en moeder voor de Kerk het model. Men kan dus zeggen dat Maria die aanwezig is in het mysterie van Christus vooral volgens dit aspect, dus als model of beter als ”beeld” ook steeds aanwezig blijft in het mysterie van de Kerk. Inderdaad wordt ook de Kerk ”Moeder en maagd” genoemd en deze namen zijn bijbels en theologisch zeer verantwoord.

    De Kerk ”wordt . . . moeder door het woord van God met getrouwheid op te nemen”. Zoals Maria, die als eerste geloofd heeft oen zij het woord van God aannam dat haar geopenbaard werd bij de boodschap, en daaraan trouw bleef in al haar beproevingen tot onder het kruis, zo wordt de Kerk moeder als zij het woord van God met getrouwheid aanneemt en ”door de prediking en het doopsel zonen ter wereld brengt, van de Heilige Geest ontvangen en uit God geboren, voor een nieuw en onsterfelijk leven”. Dit ”moederlijke” kenmerk van de Kerk is op bijzondere levendige wijze uitgedrukt door de apostel van de heidenen toen hij schreef: ”Ach kinderen, ik moet opnieuw weeën om u doorstaan, totdat ge de gestalte van Christus hebt aangenomen” (Gal. 4, 19). Deze woorden van sint Paulus bevatten een interessant spoor van het moederlijke bewustzijn van de oerkerk, dat verband houdt met haar apostolische dienstwerk onder de mensen. Dit bewustzijn maakte het de Kerk mogelijk en maakt het haar steeds mogelijk het mysterie van haar leven en zending te zien naar het voorbeeld van de Moeder van de Zoon die de ”eerstgeborene onder vele broeders” is (Rom. 8, 29).

    Men kan zeggen dat de Kerk ook van Maria haar eigen moederschap leert. Zij herkent het moederlijke aspect van haar roeping dat wezenlijk verbonden is met haar sacramentele natuur, terwijl zij ”de verborgen heiligheid van Maria beschouwt, haar liefde navolgt en de wil van de Vader getrouw volbrengt”. 

    Als de Kerk teken en instrument van de innige vereniging met God is, dan is zij dit vanwege haar moederschap: omdat zij door de levenwekkende Geest zonen en dochters van de mensenfamilie ”voortbrengt” voor een nieuw leven in Christus; omdat de Kerk zo ten dienste blijft staan van het mysterie van de aanneming tot de kinderen door de genade, zoals Maria ten dienste staat van het mysterie van de menswording.

    Naar het voorbeeld van Maria blijft de Kerk tevens de maagd die trouw is aan haar bruidegom: ”Ook zij is maagd: zij behoudt haar trouw aan de bruidegom gaaf en zuiver”. De Kerk is inderdaad de bruid van Christus, zoals blijkt uit de paulijnse brieven en uit de naam die Johannes haar geeft: ”de bruid van het Lam” (Openb. 21, 9). Wanneer de Kerk als bruid ”de aan Christus gegeven trouw behoudt”, dan heeft deze trouw die in de leer van de apostel beeld van het huwelijk is geworden, tegelijk de waarde van beeld van de volledige overgave aan God in het celibaat ”omwille van het Rijk der hemelen” ofwel van de aan God gewijde maagdelijkheid. 

    Juist deze maagdelijkheid naar het voorbeeld van de Maagd van Nazareth is bron van een bijzonder geestelijke vruchtbaarheid: zij is bron van het moederschap in de Heilige Geest.

    De Kerk behoudt ook het geloof dat zij van Christus ontvangen heeft: naar het voorbeeld van Maria die alles wat haar goddelijke Zoon betrof in haar hart bewaarde en bij zichzelf overwoog, legt zij zich erop toe het Woord van God te bewaren en de rijkdommen ervan oordeelkundig en omzichtig na te vorsen, om er in ieder tijdvak voor alle mensen trouw van te getuigen. 

    Aangezien Maria haar voorbeeld is gaat de Kerk naar Maria toe en tracht zij aan haar gelijk te worden: ”in navolging van de Moeder van haar Heer bewaart zij op maagdelijke wijze, door de kracht van de Heilige Geest, het ongerept geloof, de standvastige hoop en de oprechte liefde”. Maria is dus aanwezig in het mysterie van de Kerk als model. Maar het mysterie van de Kerk bestaat er ook in de mensen voort te brengen voor een nieuw en onsterfelijk leven: dit is haar moederschap in de Heilige Geest. En hier is Maria niet alleen model en beeld van de Kerk maar veel meer. Want ”met moederlijke liefde draagt zij bij tot de geboorte en de opvoeding” van de zonen en de dochters van de moederkerk. Het moederschap van de Kerk verwerkelijkt zich niet alleen volgens het model en het beeld van de Moeder Gods maar ook met haar ”medewerking”. De Kerk putovervloedig uit deze medewerking, uit het moederlijke middelaarschap dus, dat karakteristiek is voor Maria, omdat zij reeds op aarde bijdroeg tot de geboorte en de opvoeding van zonen en dochters van de Kerk, als Moeder van de Zoon ”die God gesteld heeft tot Eerstgeborene onder vele broeders”.

    Zij droeg ertoe bij – zoals het Tweede Vaticaans Concilie leert – met moederlijke liefde. Hier ziet men de werkelijke waarde van de woorden die Jezus op het uur van het kruis tot zijn moeder gesproken heeft: ”Vrouw, zie daar uw zoon”, en tot de leerling: ”Zie daar uw moeder” (Joh. 19, 26-27). Het zijn woorden die de plaats van Maria in het leven van de leerlingen van Christus bepalen en, zoals reeds gezegd, het nieuwe moederschap van de Moeder van de Verlosser uitdrukken: het geestelijke moederschap dat voortgekomen is uit het diepst van het Paasmysterie van de Verlosser der wereld. Het is een moederschap in de orde van de genade, want het smeekt de gave af van de Heilige Geest die de nieuwe kinderen van God verwekt die verlost zijn door het offer van Christus: de Geest die ook Maria, samen met de Kerk, ontvangen heeft op de dag van Pinksteren.

    Het christenvolk ervaart en beleeft dit moederschap speciaal in het heilig Gastmaal, de liturgische viering van het mysterie van de verlossing waarin Christus tegenwoordig komt zijn waarachtige lichaam geboren uit de Maagd Maria.

    Terecht heeft de vroomheid van het christenvolk steeds een nauw verband gezien tussen de verering van de heilige Maagd en de eucharistische eredienst: dit is een feit dat men kan opmerken zowel in de westerse als in de oosterse liturgie, in de tradities van de kloosterfamilies, in de spiritualiteit van de hedendaagse bewegingen, ook in die van de jongeren, in de pastoraal van de Mariaheiligdommen. Maria voert de gelovigen tot de Eucharistie.

    Het is wezenlijk voor het moederschap dat het betrekking heeft op personen. Het vormt steeds een unieke en onherhaalbare relatie van twee personen: van de moeder met het kind en van het kind met de moeder. Ook als eenzelfde vrouw moeder is van vele kinderen, dan kenmerkt toch haar persoonlijke relatie met ieder van hen wezenlijk het moederschap. Want ieder kind is op unieke en onherhaalbare wijze ter wereld gebracht en dit geldt zowel voor de moeder als voor het kind. Ieder kind wordt op diezelfde wijze omringd met de moederlijke liefde waarop zijn opvoeding en rijping in menselijkheid gebaseerd zijn.

    Men kan zeggen dat het moederschap ”in de orde van de genade” de gelijkenis behoudt met wat ”in de orde van de natuur” de band van de moeder met het kind kenmerkt. In dit licht wordt het begrijpelijker dat in het testament van Christus op Golgota het nieuwe moederschap van zijn Moeder uitgedrukt is in het enkelvoud tegenover één mens: ”Zie daar uw zoon”.

    Men kan bovendien zeggen dat in die woorden ook volledig het motief aangegeven wordt voor de mariale dimensie van het leven van de leerlingen van Christus: niet allen van Johannes die op dat uur samen met de Moeder van zijn Meester onder het kruis stond, maar van iedere leerling van Christus, van iedere christen. De Verlosser vertrouwt zijn Moeder aan de leerling toe en geeft haar tegelijk als moeder aan hem. Het moederschap van Maria dat een erfenis wordt voor de mens is een gave: een geschenk dat Christus persoonlijk aan ieder mens geeft. Zoals de Verlosser Maria toevertrouwt aan Johannes, zo vertrouwt Hij tegelijk Johannes toe aan Maria. Aan de voet van het kruis begint de speciale toewijding van de mens aan de Moeder van Christus die vervolgens in de geschiedenis van de Kerk op verschillende wijzen in praktijk gebracht en uitgedrukt is. Als de apostel en evangelist na de woorden weergegeven te hebben die Jezus aan het kruis tot de moeder en tot hemzelf richtte, eraan toevoegt: ”En van dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich” (Joh. 19, 27), dan wil dit ongetwijfeld zeggen dat aan de leerling de taak van zoon werd gegeven en dat hij de zorg voor de moeder van zijn geliefde Meester op zich nam. Daar Maria aan hem persoonlijk als moeder gegeven werd, duidt het, zij het indirect, datgene aan wat de intieme band van een kind met zijn moeder uitdrukt. En dit alles kan begrepen worden in het woord ”overgave”. De overgave is het antwoord op de liefde van een persoon en in het bijzonder op de liefde van de moeder.

    De mariale dimensie van het leven van een leerling van Christus drukt zich op speciale wijze uit juist door zo’n kinderlijke overgave aan de Moeder van God, welke zijn oorsprong heeft in het testament van de Verlosser op Golgota. Als de christen zich kinderlijk aan Maria toevertrouwt, ”neemt” hij de Moeder van Christus ”op in het zijne”, zoals de apostel Johannes gedaan heeft, en leidt hij haar binnen in heel de ruimte van zijn eigen innerlijke leven, d.w.z. in zijn menselijke en christelijke “ik”: ”Hij nam haar bij zich”. Zo streeft hij ernaar binnen te treden in de straal van werking van de ”moederlijke liefde” waarmee de Moeder van de Verlosser ”zorg draagt voor de broeders van haar Zoon” ”tot wier geboorte en opvoeding zij bijdraagt”, overeenkomstig de maat van de gave die aan ieder eigen is door de kracht van de Geest van Christus. Zo ontplooit zich ook het moederschap naar de geest dat de taak van Maria is geworden onder het kruis en in het cenakel.

    Deze kinderlijke band, dit zich toevertrouwen van een zoon aan de Moeder heeft niet slechts zijn oorsprong in Christus, maar men kan zeggen dat het tenslotte op Hem gericht is. Men kan zeggen dat Maria tot allen dezelfde woorden blijft zeggen die zij te Kana in Galilea gezegd heeft: ”Doet maar wat Hij u zeggen zal”. Hij, Christus, is immers de enige Middelaar tussen God en de mensen; Hij is ”de weg, de waarheid en het leven” (Joh. 14, 6); Hij is degene die door de Vader aan de wereld is gegeven, opdat de mens ”niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben” (Joh. 3, 16). De Maagd van Nazareth is de eerste ”getuige” geworden van deze heilsliefde van de Vader en zij verlangt ook altijd en overal zijn nederige dienstmaagd te blijven. Maria is ten opzichte van iedere Christen, van iedere mens degene die als eerste ”geloofd heeft” en zij wil juist met dit geloof van een bruid en moeder haar invloed uitoefenen op allen die zich als kinderen aan haar toevertrouwen. En het is bekend dat, hoe meer deze kinderen in die houding volharden en daarin vooruitgaan, Maria hen des te dichter bij de ”ondoorgrondelijke rijkdom van Christus” (Lc. 3, 8) brengt. En zij herkennen eveneens steeds beter heel de waardigheid van de mens en de uiteindelijke zin van zij roeping, want ”Christus maakt . . . de mens voor zichzelf duidelijk”. 

    Deze mariale dimensie van het christelijk leven krijgt een bijzonder accent waar het om de vrouw en haar conditie gaat. De vrouwelijkheid staat immers op speciale wijze in relatie met de Moeder van de Verlosser; een thema dat elders nader uitgewerkt zal kunnen worden. Hier wil ik alleen opmerken dat de persoon van Maria van Nazareth licht werpt op de vrouw als zodanig door het feit zelf dat God zich in de sublieme gebeurtenis van de incarnatie van de Zoon heeft toevertrouwd aan de vrije en actieve dienst van een vrouw. Daarom kan men zeggen dat de vrouw die naar Maria kijkt in haar het geheim vindt om op waardige wijze haar vrouw-zijn te beleven en haar echte promotie te realiseren. In het licht van Maria ziet de Kerk op het gelaat van iedere vrouw een schoonheid die de spiegel is van de meest verheven gevoelens waartoe het menselijke hart in staat is: de totale offervaardigheid van de liefde; de kracht die weet te weerstaan aan de grootste smart; de onbeperkte trouw en de onvermoeibare zorg; het vermogen om de doordringende intuïtie te verenigen met het woord van ondersteuning en bemoediging.

    Paulus VI heeft tijdens het Concilie plechtig verklaard dat Maria Moeder van de Kerk is, ”dat wil zeggen Moeder van hel het christenvolk, zowel van de gelovigen als van de herders”. Later, in 1968, bevestigde hij deze verklaring in de geloofsbelijdenis die bekend is onder naam Credo van het Volk van God in een nog meer bindende vorm met de woorden: ”Wij geloven dat de allerheiligste Moeder van God, de nieuwe Eva, de Moeder van de Kerk, in de hemel haar moederlijke taak ten opzichte van de ledematen van Christus voortzet, door mee te werken aan de geboorte en de ontwikkeling van het goddelijke leven in de zielen van de verlosten”. 

    De leer van het Concilie heeft onderstreept dat de waarheid over de allerheiligste Maagd en Moeder van Christus een doeltreffend hulpmiddel vormt voor de verdieping van de waarheid over de Kerk. Sprekend in verband met de constitutie Lumen Gentium die juist door het Concilie goedgekeurd was, heeft Paulus VI gezegd: ”De kennis van de ware katholieke leer over de heilige Maagd Maria zal altijd een sleutel vormen voor het nauwkeurige begrip van het mysterie van Christus en van de Kerk”. 

    Maria is in de Kerk aanwezig als Moeder van Christus en tevens als de Moeder die Christus in het mysterie van de verlossing aan de mens gegeven heeft in de persoon van de apostel Johannes. Daarom omringt Maria met haar nieuwe moederschap in de Geest allen en ieder in de Kerk en door de Kerk. In deze zin is Maria, de Moeder van de Kerk, ook moeder van de Kerk. Want deze ”moet”, zoals Paulus VI wenst en vraagt, ”de Maagd en Moeder van God tot het meest authentieke voorbeeld van de volmaakte navolging van Christus nemen”. 

    Dank zij deze speciale band die de Moeder van Christus met de Kerk verbindt, wordt het mysterie duidelijker van de “vrouw” die vanaf de eerste hoofdstukken van het boek Genesis tot aan de ”Apokalyps” de openbaring van Gods heilsplan ten opzichte van de mensheid vergezelt. Maria die als Moeder van de Verlosser aanwezig is in de Kerk, neemt inderdaad op moederlijke wijze deel aan de ”lastige worsteling tegen de machten van de duisternis”, die zich ontwikkelt gedurende heel de geschiedenis van de mensheid. En daar de Kerk haar identificeert met de “vrouw, bekleed met de zon” (Openb. 12, 1), kan men zeggen dat ”de Kerk in de zalige Maagd de volmaaktheid reeds bereikt heeft, waardoor zij vlek noch rimpel vertoont”. Daarom heffen de christenen op hun aardse pelgrimstocht in geloof hun ogen op naar Maria en ”spannen zij zich nog steeds in om in heiligheid te groeien”. 

    Maria, de dochter van Sion bij uitnemendheid, helpt al haar kinderen, waar en in welke situatie zij ook leven om in Christus de weg naar het huis van de Vader te vinden.

    Daarom, onderhoudt de Kerk in heel haar leven met de Moeder van God een band die in het heilsmysterie het verleden, het heden en de toekomst omvat en vereert zij haar als geestelijke moeder van de mensheid en pleitbezorgster van genade.

    HOOFDSTUK 3 - De betekenis van het Mariale jaar

    Juist de speciale band van de mensheid met deze Moeder heeft mij er toe gebracht om in de Kerk een Mariajaar uit te roepen in de periode die voorafgaat aan het einde van het tweede millennium na de geboorte van Christus. Een soortgelijk initiatief is er reeds in het verleden geweest toen Pius XII het jaar 1954 tot Mariajaar uitriep teneinde de uitzonderlijke heiligheid van de Moeder van Christus in het licht te stellen die tot uitdrukking komt in de mysteries van haar onbevlekte ontvangenis (welke precies een eeuw eerder tot dogma was verklaard) en van haar tenhemelopneming.

    Nu wil ik in de lijn van het Tweede Vaticaans Concilie de speciale tegenwoordigheid van de Moeder Gods in het mysterie van Christus en zijn Kerk doen uitkomen. Dit is namelijk een fundamentele dimensie die opkomt uit de mariologie van het Concilie dat nu reeds meer dan twintig jaar geleden is afgesloten. De buitengewone bisschoppensynode die in 1985 heeft plaatsgevonden heeft allen aangespoord de leer en de aanwijzingen van het Concilie trouw te volgen. Men kan zeggen dat het Concilie en de synode datgene bevatten wat de Heilige Geest wil ’zeggen tot de Kerk” in de huidige fase van de geschiedenis.


    13-11-2017 om 06:47 geschreven door claudia  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mariale dogma's - deel 2

    Het woord van de levende God dat door de engel aan Maria verkondigd werd betrof haarzelf ”Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen” (Lc. 1, 31). Maria die deze boodschap aannam moest de “Moeder van de Heer” worden en in haar moest het goddelijke mysterie van de menswording in vervulling gaan: “De Vader van barmhartigheid heeft gewild dat aan de menswording de aanvaarding zou voorafgaan door haar die voorbestemd was de moeder van Jezus te worden”. En Maria geeft deze instemming, na alle woorden van de bode aanhoord te hebben. Zij zegt: ”Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord”(Lc. 1, 38). Dit fiat van Maria - ”mij geschiede” - heeft van de menselijke kant beslist over de vervulling van het goddelijke mysterie. Er is volledige overeenkomst met de woorden van de Zoon, die volgens de brief een de Hebreeën bij zijn komst in de wereld tot de Vader zegt: ”Slachtoffers en gaven hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt voor Mij een lichaam bereid . . . Hier ben Ik . . . gekomen . . . om uw wil te doen” (Heb. 10, 5-7). Het mysterie van de menswording is vervuld toen Maria haar fiat heeft uitgesproken: ”Mij geschiede naar uw woord” en de verhoring van de wens van haar Zoon heeft mogelijk gemaakt, voorzover dit van haar afhing in het goddelijk plan.

    Maria heeft dit fiat uitgesproken door het geloof. Zij heeft zich door het geloof zonder voorbehoud aan God toevertrouwd en ”zich als dienstmaagd des Heren geheel en al gewijd aan de persoon en het werk van haar Zoon”. En zij heeft deze Zoon, zoals de kerkvaders leren, alvorens Hem in haar schoot te ontvangen in haar geest ontvangen: juist door het geloof! Elisabet prijst dus Maria terecht: ”Zalig zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer gezegd is”. Deze woorden zijn reeds in vervulling gegaan: Maria van Nazaret verschijnt op de drempel van het huis van Elisabet en Zacharias als Moeder van Gods Zoon. Fat is de blijde ontdekking van Elisabet: “De moeder van mijn Heer komt naar mij toe”!

    Daarom kan ook het geloof van Maria vergeleken worden met dat van Abraham, die door de apostel “onze vader in het geloof” is genoemd. Het geloof van Abraham vormt in de heilsgeschiedenis van de goddelijke openbaring het begin van het Oude Verbond. Door het geloof van Maria bij de boodschap begint het Nieuwe Verbond. Zoals Abraham ”geloofd heeft, hopend tegen alle hoop in, dat hij vader zou worden van vele volken”, zo heeft Maria op het ogenblik van de boodschap, na erop gewezen te hebben dat zij maagd was (”Hoe zal dit geschieden, daar ik geen gemeenschap heb met een man?”), geloofd dat zij door de kracht van de Allerhoogste, door de werking van de heilige Geest, de Moeder van Gods Zoon zou worden, overeenkomstig de openbaring van de engel: ”wat ter wereld wordt gebracht zal heilig genoemd worden, Zoon van God” (Lc. 1, 35).

    Maar de woorden van Elisabet: ”Zalig zij die geloofd heeft” zijn niet alleen van toepassing op dat speciale ogenblik van de boodschap. Dit is zeker het hoogtepunt van het geloof van Maria die Christus verwacht, maar ook het vertrekpunt van waaruit heel haar “opgang naar God”, heel haar geloofstocht begint. En op deze weg zal zich op voortreffelijke en waarlijk heldhaftige wijze – ja, met een steeds groter en heldhaftiger geloof – de “gehoorzaamheid” aan het woord van de goddelijke openbaring welke zij beloofd heeft, verwezenlijken. En deze “gehoorzaamheid van het geloof” van de kant van Maria gedurende haar gehele tocht zal op verassende wijze lijken op het geloof van Abraham. Zoals de aartsvader van het volk van God zo heeft ook Maria langs de weg van haar kinderlijk en moederlijk fiat ”geloofd, hopend tegen alle hoop in”. De zegen die geschonken is aan haar ”die geloofd heeft” zal zich bijzonder duidelijk openbaren speciaal langs sommige etappes van deze weg. Geloven wil zeggen “vertrouwen” op de waarheid van het woord van de levende God, ook al weet en erkent men nederig ”hoe ondoorgrondelijk zijn beslissingen zijn, hoe onnaspeurlijk zijn wegen” (Rom. 11, 33). Maria, kan men zeggen, bevindt zich door de eeuwige wil van de Allerhoogste in het centrum van die ”onnaspeurlijke wegen” en ”ondoorgrondelijke beslissingen” van God; zij geeft zich daaraan over in de schemering van het geloof en aanvaardt volledig en met open hart alles wat beschikt is in het goddelijk plan.

    Als Maria bij de boodschap hoort spreken over de Zoon van wie zij de moeder zal worden en aan wie zij ”de naam Jezus (=Redder) moet geven”, komt zij ook te weten dat “de Heer de troon van zijn vader David zal schenken” aan Hem en dat Hij ”in eeuwigheid koning zal zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap geen eind zal komen” (Lc. 1, 32-33). De verwachting van heel Israël ging in deze richting. De beloofde Messias zou ”groot” zijn en ook de hemelse bode kondigt aan dat ”hij groot zal zijn” - groot zowel vanwege de naam van Zoon van de Allerhoogste als vanwege het ontvangen van de erfenis van David. Hij zal dus koning zijn, hij zal regeren “over het huis van Jakob”. Maria is opgegroeid temidden van deze verwachtingen van haar volk: kon zij op het ogenblik van de boodschap vermoeden welke wezenlijke betekenis deze woorden van de engel hadden? En hoe dient dat “koningschap” waaraan ”nooit een einde zal komen” verstaan te worden?

    Hoewel zij door het geloof op dat ogenblik begrepen heeft moeder van de “Messias-koning” te zijn, heeft zij toch geantwoord: ”Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord” (Lc. 1, 38). Vanaf het eerste ogenblik heeft Maria vooral de ”gehoorzaamheid van het geloof” getoond en zich verlaten op de betekenis die Hij van wie de woorden van de boodschap kwamen eraan gaf: God zelf.

    Een weinig later hoort Maria steeds op deze weg van de ”gehoorzaamheid van het geloof” andere woorden, de woorden die Simeon uitsprak in de tempel van Jeruzalem. Het was reeds de veertigste dag na de geboorte van Jezus toen Maria en Jozef volgens het voorschrift van de Wet van Mozes ”het kind naar Jeruzalem brachten om het aan de Heer op te dragen” (Lc. 2, 22). De geboorte had plaats gevonden in omstandigheden van uiterste armoede. Wij weten door Lucas dat Maria zich met Jozef naar Betlehem had begeven bij gelegenheid van de volkstelling die door de Romeinse autoriteiten uitgeschreven was, en dat zij, daar zij geen ”plaats in de herberg” gevonden had, haar kind in een stal ter wereld bracht en “Hem neerlegde in een kribbe” .

    Een zekere Simeon, een wetsgetrouw en vroom man, verschijnt aan het begin van de geloofstocht van Maria. Zijn door de heilige Geest ingegeven woorden bevestigen de waarheid van de boodschap. Wij lezen namelijk dat hij het kind ”in zijn armen nam”, dat volgens het bevel van de engel ”de naam Jezus ontving” . Wat Simeon zegt stemt overeen met de betekenis van deze naam die Redder is: ”God redt”. Hij keerde zich tot de Heer en zei: ”Mijn ogen hebben uw heil aanschouwd dat Gij voor alle volken hebt bereid; een licht dat voor de heidenen straalt, een glorie voor uw volk Israël” (Lc. 2, 30-32). Maar Simeon richt zich tevens tot Maria met de volgende woorden: ”Mijn ogen hebben uw heil aanschouwd dat Gij voor alle volken hebt bereid; een licht dat voor de heidenen straalt, een glorie voor uw volk Israël” (Lc. 2, 30-32). Maar Simeon richt zich tevens tot Maria met de volgende woorden: ”Zie, dit kind is bestemd tot val of opstanding van velen in Israël, tot een teken dat weersproken wordt, opdat de gezindheid van velen openbaar zal worden”. En met betrekking tot Maria zelf voegt hij eraan toe: ”en uw eigen ziel zal door een zwaard worden doorboord” (Lc. 2, 34-35). De woorden van Simeon werpen een nieuw licht op de boodschap die Maria gehoord heeft van de engel: Jezus is de Redder. Hij is ”licht om te stralen” voor de mensen. Is dit niet wat in zekere zin gebleken is in de kerstnacht, toen de herders naar de stal waren gekomen? Is dit niet wat nog duidelijker zou blijken bij de komst van de Wijzen uit het oosten? Maar tegelijk ervaart de Zoon van Maria reeds aan het begin van zijn leven – en met Hem zijn moeder – aan zichzelf de waarheid van de andere woorden van Simeon: ”teken van tegenspraak” (Lc. 2, 34). Wat Simeon zegt blijkt een tweede boodschap aan Maria te zijn, want het toont haar de concrete historische omstandigheden waarin de Zoon zijn zending zal vervullen, namelijk in onbegrip en leed. Deze boodschap is enerzijds een bevestiging van haar geloof in de vervulling van de goddelijke heilsbeloften, maar openbaart van de andere kant ook dat zij haar geloofsgehoorzaamheid moet beleven in lijden aan de zijde van de lijdende Heiland en dat haar moederschap duister en smartelijk zal zijn. Zie, na het bezoek van de Wijzen, na hun eerbetuiging (”neervallend betuigen zij hun hulde”), na het aanbieden van de geschenken, moet Maria inderdaad samen met het kind onder de zorgzame hoede van Jozef naar Egypte vluchten, omdat ”Herodes het kind komt zoeken om het te doden”. En tot aan de dood van Herodes zullen zij in Egypte moeten blijven.

    Na de dood van Herodes keert de heilige familie terug naar Nazaret en begint de lange periode van het verborgen leven. Zij die “geloofd heeft dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer is gezegd” (Lc. 1, 45) beleefd iedere dag de inhoud van deze woorden. De Zoon aan wie zij de naam Jezus heeft gegeven is dagelijks aan haar zijde; zij gebruikt dus zeker in haar contacten met Hem deze naam, die overigens bij niemand verwondering kon opwekken daar hij sinds lang gebruikelijk was in Israël. Maria weet echter dat Hij die de naam Jezus draagt door de engel “Zoon van de Allerhoogste” genoemd is. Maria weet dat zij Hem geeft ontvangen en ter wereld gebracht ”zonder gemeenschap te hebben met een man”, door de werking van de heilige Geest, uit de kracht van de Allerhoogste die daar overschaduwd heeft, zoals de wolk de tegenwoordigheid van God omhulde in de tijd van Mozes en de vaders. Maria weet dus dat de Zoon die zij als maagd ter wereld heeft gebracht werkelijk ”de Heilige” is de Zoon van God” over wie de engel haar gesproken heeft.

    Gedurende de jaren van het verborgen leven van Jezus in het huis van Nazaret is ook het leven van Maria “met Christus verborgen in God” door het geloof. Want het geloof is een contact met het mysterie van God. Maria is voortdurend, dagelijks in contact met het onuitsprekelijk mysterie van God die mens is geworden, een mysterie dat alles overtreft wat in het Oude Verbond geopenbaard is. Vanaf het ogenblik van de boodschap is de geest van de Moedermaagd binnengeleid in de radicale “nieuwheid” van Gods zelfopenbaring en ingewijd in het mysterie. Zij is de eerste van die ”kleinen” van wie Jezus eens zal zeggen: ”Vader, . . . Gij hebt deze dingen verborgen gehouden voor wijzen en verstandigen, maar ze geopenbaard aan kleinen” (Mt. 11, 25). ”Niemand kent de Zoon tenzij de Vader” (Mt. 11, 27). Hoe kan Maria dan ”de Zoon kennen”? Zij kent Hem zeker niet zoals de Vader Hem kent; maar toch is zij de eerste onder hen aan wie de Vader “Hem heeft willen openbaren”. Ook al is aan Maria van het ogenblik van de boodschap af de Zoon geopenbaard die alleen de Vader ten bolle kent omdat Hij Hem voortbrengt in het eeuwige “heden”, toch is zij, de Moeder, alleen in en door het geloof in contact met de werkelijkheid van haar Zoon! Zij is dus zalig omdat zij ”geloofd heeft” en iedere dag gelooft temidden van alle beproevingen en tegenspoed van de periode van Jezus’ kindsheid en vervolgens gedurende de jaren van het verborgen leven te Nazaret, waar Hij ”aan hen onderdanig was” (Lc. 2, 51): onderdanig aan Maria en ook aan Jozef, want deze nam voor de ogen van de mensen de plaats van de vader in; daarom werd de Zoon van Maria door de mensen voor ”de zoon van de timmerman” (Mt. 13, 55) gehouden.

    De moeder van die Zoon, die alles wat haar bij de boodschap en de daarop volgende gebeurtenissen gezegd was in haar hart bewaart, draagt dus de radicale ”nieuwheid” van het geloof in zich: het begin van het Nieuwe Verbond. Dit is het begin van het evangelie ofwel van de goede, blijde boodschap. Maar het is niet moeilijk in dat begin een bijzondere moeite van het hart op te merken, samen met een soort ”nacht van het geloof” (om de woorden van de heilige Johannes van het Kruis te gebruiken), als het ware een ”sluier” waardoorheen men moet naderen tot de Onzichtbare en leven in innige verbondenheid met het mysterie. Het is inderdaad op deze wijze dat Maria vele jaren innig verbonden bleef met het mysterie van haar Zoon en voortging op haar geloofstocht, terwijl Jezus ”toenam in wijsheid en welgevalligheid bij God en de mensen” (Lc. 2, 25). Steeds meer openbaarde zich voor de ogen van de mensen de voorliefde die God voor Hem had. De eerste van de menselijke schepselen aan wie het gegeven was Christus te ontdekken, was Maria die met Jozef in het huis te Nazaret leefde.

    Toe Maria en Jozef Jezus teruggevonden hadden in de tempel en de twaalfjarige op de vraag van zijn Moeder: ”Waarom hebt Ge ons dit aangedaan?” antwoordde ”Wist ge dan niet dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?”, voegt de evangelist toe: ”Zij begrepen echter niet wat Hij daarmee bedoelde” (Lc. 2, 48-50). Jezus was er zich dus van bewust dat ”alleen de Vader de Zoon kent”, zozeer dat zelfs zij aan wie het mysterie van zijn goddelijk Zoon-zijn dieper geopenbaard was, de Moeder, alleen door het geloof in innige verbondenheid met dit mysterie leefde! Aan de zijde van haar Zoon onder hetzelfde dak “heeft zij de vereniging met haar Zoon standvastig volgehouden” en is zij ”voortgegaan op de pelgrimstocht van het geloof”, zoals het Concilie onderstreept. En zo was het ook tijden het openbare leven van Christus, waardoor van dag tot dag in haar de zegen vervuld werd welke Elisabet bij haar bezoek had uitgesproken: ”Zalig zij de geloofd heeft”.

    Deze zegen bereikt het hoogtepunt van zijn betekenis als Maria onder het kruis van haar Zoon staat . Het Concilie verzekert dat dit niet is geschied ”zonder Gods beschikking”: ”daar heeft zij smartelijk met haar Eniggeborene meegeleden en zich met haar moederhart bij zijn offer aangesloten, liefdevol toestemmend in de slachting van het offerlam dat uit haar was geboren”. Zo, ”heeft zij de vereniging met haar Zoon standvastig volgehouden tot onder het kruis” de vereniging door het geloof, hetzelfde geloof waarmee zij de openbaring van de engel op het ogenblik van de boodschap had ontvangen. Toen had zij ook tot zich horen zeggen: ”Hij zal groot zijn . . . God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen” (Lc. 1, 32-33).

    En zie, aan de voet van het kruis is Maria menselijkerwijs gesproken getuige van de volstrekte logenstraffing van deze woorden. Haar Zoon sterft als een veroordeelde op dat hout. ”Geminacht en gemeden werd hij door de mensen, man van smarten . . . geminacht en als niet de moeite waard beschouwd”: als het ware vernietigd. Hoe groot en heldhaftig is dan de gehoorzaamheid van het geloof die Maria toont tegenover de ”ondoorgrondelijke beslissingen” van God! Hoe ”vertrouwt zij zich” zonder voorbehoud ”toe aan God, door de volledige onderdanigheid van verstand en wil” jegens Hem wiens ”wegen onnaspeurlijk zijn” ! En hoe machtig is tevens de werking van de genade in haar ziel, hoe doordringend is de invloed van de heilige Geest, van zij licht en kracht?

    Door dit geloof is Maria volmaakt verenigd met Christus in zijn ontlediging. Want ”Jezus Christus . . . die bestond in goddelijke majesteit, heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God. Hij heeft zich van zichzelf ontdaan en het bestaan van een slaaf aangenomen”: juist op Golgota ”heeft Hij zich vernederd en werd Hij gehoorzaam tot de dood, tot de dood aan het kruis”. Aan de voet van het kruis neemt Maria door het geloof deel aan het ontstellende mysterie van deze ontlediging. Misschien is dit de meest diepe ”ontlediging” van het geloof in de mensengeschiedenis. Door het geloof neemt de Moeder deel aan de dood van de Zoon, aan zijn verlossingsdood. Het was een geloof dat veel meer verlicht was dan het geloof van de leerlingen die op de vlucht sloegen. Op Golgota heeft Jezus door het kruis definitief bevestigd het ”teken van tegenspraak” te zijn dat Simeon voorzegd had. Tegelijkertijd zijn daar de woorden in vervulling gegaan die tot Maria gericht had: ”En uw eigen ziel zal door een zwaard worden doorboord”.

    Ja, waarlijk ”zalig zij die geloofd heeft”! Deze woorden welke Elisabet uitgesproken heeft na de boodschap, lijken hier aan de voet van het kruis te weerklinken met uiterste welsprekendheid en de kracht die erin opgesloten ligt wordt doordringend. Vanaf het kruis, als het ware uit het hart zelf van het mysterie van de verlossing, verbreidt zich de straal en verwijdt zich het perspectief van die geloofszegen. Hij gaat terug, ”tot aan het begin” en wordt, als deelname aan het offer van Christus, de nieuwe Adam, in zekere zin het tegenwicht van de ongehoorzaamheid en het ongeloof die gelegen zijn in de zonde van de stamouders. Zo leren de kerkvaders en in het bijzonder de heilige Ireneüs die geciteerd wordt door de constitutie Lumen Gentium: ”De knoop van Eva’s ongehoorzaamheid werd door de gehoorzaamheid van Maria ontward: hetgeen de maagd Eva door het ongeloof gebonden had, dat heeft de Maagd Maria door haar geloof ontbonden”. In het licht van deze vergelijking met Eva noemen de vaders Maria "moeder van de levenden", zoals het Concilie ook in herinnering brengt, en zij verklaren vaak: ”De dood door Eva, het leven door Maria”.

    Wij kunnen dus terecht in de uitdrukking ”Zalig zij de geloofd heeft” als het ware een sleutel vinden die ons de innerlijke werkelijkheid van Maria ontsluit: van haar die de engel gegroet heeft als ”vol van genade”. Als ”vol van genade” is zij van eeuwigheid aanwezig in het mysterie van Christus, terwijl zij door het geloof daaraan deelneemt op heel haar aardse levensweg: ”zij is voortgegaan op de pelgrimstocht van het geloof”. Tegelijk heeft zij op discrete maar directe en doeltreffende wijze dit mysterie van Christus voor de mensen tegenwoordig gesteld. En zij doet dit nog steeds. En door het mysterie van Christus is zij ook aanwezig onder de mensen. Zo wordt door het mysterie van de Zoon ook het mysterie van de Moeder verhelderd.

    HOOFDSTUK 3 - Zie daar uw moeder

    In het Evangelie van Lucas staat het moment opgetekend waarom ”een vrouw uit de menigte haar stem verhief” en Jezus ”toeriep: Gelukkig de schoot die u gedragen heeft en de borsten die u hebben gevoed” (Lc. 11, 27). Deze woorden vormden een hulde aan Maria als moeder van Jezus naar het vlees. Die vrouw kende de Moeder van Jezus misschien niet persoonlijk. Toen Jezus zijn messiaanse activiteit begon, vergezelde Maria Hem immers niet en bleef zij in Nazareth. Men zou kunnen zeggen dat de woorden van die onbekende vrouw haar op zeker wijze haar verborgenheid hebben doen verlaten.

    Door die woorden heen heeft minstens voor een ogenblik onder de menigte het Evangelie van Jezus’ kindsheid gestraald. Het is het Evangelie waarin Maria aanwezig is als de moeder die Jezus in haar schoot ontvangt en ter wereld brengt en Hem als pasgeborene de moederborst geeft: de moeder en voedster op wie de vrouw uit het volk zinspeelt. Dank zij dit moederschap is Jezus –Zoon van de Allerhoogste  – een echt mensenkind. Hij is ”vlees” ,zoals iedere mens: Hij is ”het Woord (dat) vlees is geworden”. 

     Hij is vlees en bloed van Maria. Maar Jezus antwoordt op veelzeggende wijze op de zegen welke werd uitgesproken door die vrouw tegenover zijn moeder naar het vlees: ”Veeleer gelukkig die naar het woord van God luisteren en het onderhouden” (Lc. 11, 28). Hij wil de aandacht afleiden van het moederschap enkel in de zin van een band van het vlees om haar te richten op de mysterievolle banden van de geest die gevormd worden door het beluisteren en onderhouden van het woord Gods.

    Eenzelfde overdracht naar de sfeer van de geestelijke waarden tekent zich nog duidelijker af in een ander antwoord van Jezus, dat alle synoptici weergeven. Als men aan Jezus laat weten dat zijn ”moeder en broeders zijn zij die het woord van God horen en er naar handelen” (Lc. 8, 20-21). Dit zei Hij ”terwijl Hij zijn blik liet gaan over de mensen die in een kring om hen heen zaten”, zoals wij bij Marcus lezen" (Mc. 3, 34) of, volgens Matteüs, ”met een gebaar naar zijn leerlingen” (Mt. 12, 49).

    Deze uitdrukkingen lijken een vervolg op wat Jezus als twaalfjarige antwoordde aan Maria en Jozef toen zij Hem na drie dagen terugvonden in de tempel van Jeruzalem.

    Toen Jezus uit Nazareth wegtrok en zijn openbare leven begon in heel Palestina, wijdde Hij zich volledig en uitsluitend aan de “dingen van de Vader”. 

    Hij verkondigde het Rijk: ”Rijk van God” en ”dingen van de Vader”, die ook een nieuwe dimensie en een nieuwe zin geven aan al wat menselijk is en dus aan iedere menselijke relatie, in verband met de doeleinden en de taken die aan iedere mens zijn toevertrouwd. Ook een band als die van het ”broeder-zijn” betekent in deze nieuwe dimensie iets anders dan het ”broeder-zijn naar het vlees”, dat voortkomt uit de gemeenschappelijke afkomst van dezelfde ouders. En zelfs het ”moederschap” krijgt een andere zin in de dimensie van het Rijk Gods, in de straal van het vaderschap van God zelf. Met de woorden die Lucas heeft opgeschreven leert Jezus juist deze nieuwe zin van het moederschap.

    Verwijdert Hij zich daarmee van haar die Hem naar het vlees heeft voortgebracht? Wil Hij haar misschien in de schaduw van de verborgenheid laten die zij zelf gekozen heeft? Als dit zo kan lijken omdat de woorden zo klinken, dan moet men evenwel vaststellen dat het nieuwe en andere moederschap waarover Jezus tot zijn leerlingen spreekt, juist op zeer speciale wijze Maria treft. Is Maria soms niet de eerste onder hen” die het woord van God horen en er naar handelen”? En betreft de zegen die Jezus uitgesproken heeft in antwoord op de woorden van de anonieme vrouw dus niet vooral haar? Maria is zonder twijfel zegen waardig door het feit dat zij naar het vlees Moeder van Jezus is geworden (”Gelukkig de schoot die u gedragen heeft en de borsten die u hebben gevoed”), maar ook en vooral omdat zij reeds op het ogenblik van de boodschap het woord van God aangenomen heeft, omdat zij daarin geloofd heeft, omdat zij gehoorzaam was aan God, omdat zij het woord ”in haar hart bewaarde en overwoog” en met heel haar leven er naar handelde. Wij mogen dus zeggen dat de zaligspreking die Jezus uitgesproken heeft, niet staat tegenover die welke verwoord is door de onbekende vrouw, ook al heeft het er de schijn van, maar daarmee samenvalt in de persoon van deze Moedermaagd die zich alleen maar "dienstmaagd des Heren” heeft genoemd (Lc. 1, 38). Het is waar dat ”elk geslacht haar zalig prijst” (Lc. 1, 48) maar men kan zeggen dat die naamloze vrouw de eerste geweest is die onbewust dat profetische vers van het Magnificat van Maria heeft bevestigd en het Magnificat van de eeuwen heeft ingezet.

    Door het geloof is Maria de moeder geworden van de Zoon die de Vader haar gegeven heeft uit kracht van de Heilige Geest, terwijl zij haar maagdelijkheid ongeschonden heeft bewaard. In hetzelfde geloof heeft zij de andere dimensie van het moederschap ontdekt en aanvaard, welke Jezus geopenbaard heeft gedurende zijn messiaanse zending. Men kan zeggen dat het moederschap van Maria vanaf het begin deze dimensie had, d.w.z. vanaf het ogenblik van de ontvangenis en de geboorte van de Zoon. Van toen af aan was zij “degene die geloofd heeft”. Terwijl de messiaanse zending van deze Zoon duidelijk werd voor haar ogen en in haar geest, stelde zij zichzelf als Moeder steeds meer open voor de “nieuwheid” van het moederschap die haar ”deel” zou zijn aan de zijde van de Zoon. Had zij niet van het begin af verklaard: ”Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord” (Lc. 1, 28)? Door het geloof bleef Maria luisteren naar en nadenken over dat woord, waarin op een wijze ”die alle kennis te boven gaat” (Lc. 3, 19) de zelfopenbaring van de levende God zich steeds doorzichtiger maakte. Moeder Maria werd zo in zekere zin de eerste “leerlinge” van haar Zoon”, de eerste tot wie Hij scheen te zeggen: ”Volg Mij”, nog voor Hij deze oproep richtte tot de apostelen of tot wie anders ook.

    Bijzonder welsprekend is vanuit dit gezichtspunt de tekst van het evangelie van Johannes die ons Maria toont op de bruiloft van Kana. Maria verschijnt er als de Moeder van Jezus aan het begin van zijn openbare leven: ”Er was een bruiloft te Kana in Galilea, waarbij de moeder van Jezus aanwezig was. Jezus en zijn leerlingen waren eveneens op die bruiloft uitgenodigd” (Joh. 2, 1-2). Uit de tekst lijkt te blijken dat Jezus en zijn leerlingen uitgenodigd waren samen met Maria, als het ware vanwege haar aanwezigheid op dat feest: de Zoon lijkt uitgenodigd vanwege de moeder. Het vervolg van de gebeurtenissen die verbonden zijn met die uitnodiging is bekend, dat “begin van de tekenen” die Jezus deed – het water veranderde in wijn – dat de evangelist doet zeggen: Jezus ”openbaarde zijn heerlijkheid en zijn leerlingen geloofden in hem” (Joh. 2, 11).

    Maria is te Kana in Galilea aanwezig als Moeder van Jezus en draagt op veelbetekenende wijze bij tot dat ”begin van de tekenen” die de messiaanse macht van haar Zoon openbaren. Zie: ”Toen de wijn opraakte zei de Moeder van Jezus tot Hem: ‘Ze hebben geen wijn meer’. Jezus zei tot haar: ‘Vrouw, is dat soms uw zaak? Nog is mijn uur niet gekomen’” (Joh. 2, 3-4). In het evangelie van Johannes betekent dat ”uur” het moment dat door de Vader is vastgesteld en waarop de Zoon zijn werk vervult en verheerlijkt moet worden. Ook al lijkt het antwoord van Jezus aan zijn moeder te klink weigering (vooral als men meer van Jezus aan zijn moeder te klinken als een weigering (vooral als men meer dan naar de vraag kijkt naar die besliste verklaring: ”Nog is mijn uur niet gekomen”), toch wendt Maria zich tot de bedienden en zegt hun: ”Doet maar wat Hij u zal zeggen” (Joh. 2, 5) Dan beveelt Jezus de bedienden om de kruiken met water te vullen en het water wordt wijn, betere dan de wijn die eerst aangeboden was aan de gasten van het bruiloftsmaal.

    Welke diepe verstandhouding is er geweest tussen Jezus en zijn moeder? Hoe het mysterie van hun intieme geestelijke eenheid te peilen? Maar het feit is welsprekend. Het is zeker dat zich reeds in die gebeurtenis vrij duidelijk de nieuwe dimensie, de nieuwe zin van het moederschap van Maria aftekent. Dit heeft een betekenis die niet uitsluitend besloten ligt in de woorden van Jezus en in de verschillende episoden die door de synoptici weergegeven (Lc. 11, 27-28)(Lc. 8, 19-21)(Mt. 12, 46-50)(Mc. 3, 31-35). In deze teksten wil Jezus vooral het moederschap dat voortvloeit uit het feit zelf van de geboorte stellen tegenover wat dit ”moederschap” (zoals het ”broeder-zijn”) moet zijn in de dimensie van het Rijk Gods, in de heilbrengende uitstraling van het vaderschap van God. In de johanneïsche tekst tekent zich daarentegen in de beschrijving van de gebeurtenissen van Kana af wat zich concreet manifesteert als dit nieuwe moederschap naar de geest en niet alleen maar naar vlees, ofwel de zorg van Maria voor de mensen, naar wie zij toekomt in heel het wijde gamma van hun noden en behoeften. Te Kana in Galilea toont zich slechts een concreet, schijnbaar klein en onbeduidend aspect van de menselijke behoeftigheid (”Zij hebben geen wijn meer”). Maar het heeft symbolische waarde. Dat tegemoetkomen aan de noden van de mensen betekent tegelijk dat zij hen binnenleidt in de straal van de messiaanse zending en van de heilbrengende macht van Christus. Er is dus een bemiddeling: Maria plaatst zich tussen haar Zoon en de mensen in de werkelijkheid van hun ontberingen, armoede en lijden.

    Zij plaatst zich “midden tussen”, d.w.z. zij wordt middelares, niet als een vreemdelinge maar in haar positie van moeder, zich ervan bewust dat zij als zodanig in staat is – zelfs ”het recht heeft” - om de noden van de mensen aan de Zoon voor te leggen. Haar middelaarschap heeft dus het karakter van tussenkomst: Maria ”komt tussenbeide” voor de mensen. En niet alleen dit als moeder verlangt zij ook dat de messiaanse macht van de Zoon zich openbaart ofwel zijn heilsmacht die erop gericht is de mens te hulp te komen in zijn ongeluk, hem te bevrijden van het kwaad dat in verschillende vormen en graden zijn leven bezwaart. Juist zoals de profeet Jesaja voorspeld had van de Messias in de befaamde tekst waarop Jezus zich beroepen heeft ten overstaan van zijn stadgenoten van Nazareth: ”Om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden dat zij zullen zien . . .” .

    Een ander wezenlijk element van deze moederlijke taak van Maria vindt men in de woorden die zij tot de bedienden gericht heeft: ”Doet maar wat Hij u zeggen zal”. De Moeder van Christus treedt op voor de mensen als woordvoerster van de wil van de Zoon, als degene die de vereisten aangeeft waaraan voldaan moet worden, opdat de heilsmacht van de Messias zich kan openbaren. Dank zij de tussenkomst van Maria en de gehoorzaamheid van de bedienden begint Jezus te Kana ”zijn uur”. Te Kana blijkt dat Maria in Jezus gelooft: haar geloof geeft aanleiding tot zijn eerste ”teken” en draagt bij tot het opwekken van het geloof van de leerlingen.

    Daarom kunnen wij zeggen dat wij op deze bladzijde van het evangelie van Johannes als het ware een eerste blijk vinden van de waarheid over de moederlijke zorg van Maria. Deze waarheid heeft ook uitdrukking gevonden in de leer van het laatste Concilie. Het is belangrijk op te merken hoe de moederlijke taak van Maria daardoor belicht wordt in verband met het middelaarschap van Christus. Wij lezen er namelijk: ”De moederlijke taak van Maria tegenover de mensen verduistert of vermindert op geen enkele wijze het enige middelaarschap van Christus, maar toont aan, hoe krachtig het is. Want . . . ,één is de Middelaar tussen God en de mensen, de mens Christus Jezus . . .’ (1 Tim. 2, 5)”. Deze taak vloeit volgens het welbehagen van God voort ”uit de overvloed van de verdiensten van Christus, is gevestigd op zijn middelaarschap, is daarvan volkomen afhankelijk en put daaruit haar gehele kracht”. 

    Juist in deze zin biedt de gebeurtenis te Kana in Galilea ons als het ware een vooraankondiging van het middelaarschap van Maria, dat geheel op Christus is georiënteerd en gericht op de openbaring van zijn heilsmacht.

    Uit de johanneïsche tekst blijkt dat het om een moederlijk middelaarschap gaat. Zoals het Concilie verklaart: Maria “is onze moeder in de orde van de genade”. Dit moederschap in de orde van de genade is voortgekomen uit haar goddelijke moederschap, want omdat zij door beschikking van de goddelijke voorzienigheid moeder en voedster van de Verlosser was, is zij ”op heel bijzonder wijze, vóór alle anderen, zijn edelmoedige gezellin en de nederige dienstmaagd des Heren” geworden en ”geeft zij . . . aan het werk van de Heiland meegewerkt door haar gehoorzaamheid, haar geloof, haar hoop, haar vurige liefde, om het bovennatuurlijke leven van de zielen te herstellen”. 

    En dit ”moederschap van Maria in het genadebestel gaat zonder ophouden voort . . . tot aan de eeuwige voleinding van alle uitverkorenen”. 

    De passage van het evangelie van Johannes over de gebeurtenis van Kana laat het zorgzame moederschap van Maria zien aan het begin van de messiaanse activiteit van Christus. Een andere passage van hetzelfde evangelie bevestigt dit moederschap in het heilsbestel van de genade op zijn hoogtepunt, namelijk als het kruisoffer van Christus, zijn Paasmysterie, voltrokken wordt. De beschrijving van Johannes is bondig: ”Bij Jezus’ kruis stonden zijn moeder, de zuster van zijn moeder, Maria de vrouw van Klopas en Maria Magdalena. Toen Jezus zijn moeder zag en naast haar de leerling die Hij liefhad, zei Hij tot zijn moeder: ’Vrouw, zie daar uw zoon’. Vervolgens zei Hij tot de leerling: ‘Zie daar uw moeder’ En van dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich op” (Joh. 19, 25-27).

    Ongetwijfeld is dit een uitdrukking van de bijzondere zorg van de Zoon voor de Moeder die Hij in zulk een grote smart achterliet. Maar Christus’ ”testament van het kruis” zegt meer over de zin van deze zorg. Jezus doet een nieuwe band uitkomen tussen Moeder en Zoon, waarvan Hij plechtig heel de waarheid en werkelijkheid bevestigt. Men kan zeggen dat het moederschap van Maria ten opzichte van de mensen, dat zich reeds eerder afgetekend had nu duidelijk omschreven en vastgesteld wordt: het vloeit voort uit de definitieve vervulling van het Paasmysterie van de Verlosser. De Moeder van Christus die zich in de directe sfeer van dit mysterie bevindt welke de mens – iedereen en allen – omvat, wordt als moeder aan de mens gegeven – aan ieder en aan allen. Deze mens is aan de voet van het kruis Johannes, de leerling die Hij liefhad”. 

    Dit ”nieuwe moederschap van Maria” dat voorgebracht is door het geloof, is dus vrucht van de “nieuwe” liefde die definitief in haar rijpte aan de voet van het kruis door middel van haar deelname aan de verlossende liefde van de Zoon.

    Zo bevinden wij ons in het middelpunt van de vervulling van de belofte die vervat is in het proto-evangelie: het ”kroost van de vrouw zal de kop van de slang verpletteren”. Inderdaad overwint Jezus Christus door zijn verlossingsdood het kwaad van de zonde en de dood in de wortels zelf ervan. Het is veelzeggend dat Hij, als Hij zich vanaf het kruis tot de moeder richt, haar vrouw noemt en zegt: “Vrouw, zie daar uw zoon”. Met dezelfde term heeft Hij zich overigens ook te Kana in Galilea tot haar gericht. Hoe zou men kunnen betwijfelen dat speciaal nu, op Golgotta, deze uitdrukking tot op de bodem van het mysterie van Maria gaat er doordringt tot haar bijzondere plaats in heel de heilseconomie? Zoals het Concilie leert, werden met Maria, ”de dochter van Sion bij uitnemendheid na de lange verwachting van de belofte, de tijden vervuld en de nieuwe heilsorde ingeluid, toen de Zoon van God in haar de menselijke natuur aannam, om door de mysteries van zijn mens-zijn de mensen van de zonden te bevrijden”. 

    De woorden die Jezus uitspreekt vanaf het kruis betekenen dat het moederschap van haar die Hem gebaard heeft een “nieuwe” voortzetting vindt in en door de Kerk, die gesymboliseerd en vertegenwoordigd wordt door Johannes. Op deze wijze blijft zij die ”vol van genade” is binnengeleid in het mysterie van Christus om zijn Moeder te zijn, de heilige moeder van God dus, door middel van de Kerk in dat mysterie als de “vrouw” die aan het begin van de heilsgeschiedenis door het boek Genesis wordt aangeduid (Gen. 3, 15) en aan het eind ervan door de Apokalyps (Openb. 12, 1). Volgens het eeuwige plan van de Voorzienigheid moet het goddelijk moederschap van Maria zich uitstrekken over de Kerk, zoals aangegeven wordt door uitspraken van de Traditie volgens welke het moederschap van Maria ten opzichte van de Kerk de weerspiegeling en de verlenging is van haar moederschap ten opzichte van Gods Zoon.

    Reeds het ogenblik zelf van de geboorte van de Kerk en van haar volle openbaring aan de wereld laat volgens het Concilie de continuïteit van Maria’s moederschap doorschemeren.

    ”Daar het God had behaagd het mysterie van het heil van de mensen niet plechtig openbaar te maken, vooraleer Hij de Geest die door de Zoon was beloofd, had uitgestort, zien wij de apostelen vóór Pinksteren, ,eensgezind volharden in het gebed samen met de vrouwen, met Maria de Moeder van Jezus en met zijn broeders’ (Hand. 1, 14). Ook Maria smeekte door haar gebeden om de gave van de Geest, die haar reeds bij de boodschap had overschaduwd”. 

    Er is dus in het genadebestel dat verwezenlijkt wordt onder de werking van de menswording van het Woord en dat van de geboorte van de Kerk. De persoon die deze twee momenten verbindt, is Maria: Maria te Nazaret en Maria in het cenakel te Jeruzalem. In beide gevallen wijst haar discrete maar wezenlijke aanwezigheid de weg aan van de ”geboorte van de heilige Geest”. Zo komt zij die als moeder aanwezig is in het mysterie van Christus, krachtens de wil van de Zoon en door de werking van de heilige Geest tegenwoordig in het mysterie van de Kerk. Ook in de Kerk blijft het een moederlijke aanwezigheid, zoals de op het kruis uitgesproken woorden aangeven: ”Vrouw, zie daar uw zoon”; ”Zie daar uw moeder”.

    DEEL 2 : DE MOEDER VAN GOD MIDDEN IN DE PELGRIMERENDE KERK

    HOOFDSTUK 1 - De Kerk, het Volk van God, in alle delen van de wereld geworteld

    “ ‘Dwars door de vervolgingen van de kant van de wereld en de vertroostingen van de kant van God heen zet de Kerk haar pelgrimstocht voort’ en verkondigt zij het kruis en de dood van de Heer, totdat Hij komt” 

    ”Zoals nu Israël naar het vlees, bij zijn tocht door de woestijn, reeds de Kerk van God genoemd wordt, zo wordt het nieuwe Israël . . . ook de Kerk van Christus genoemd. Want Hij heeft haar door zijn bloed verworven, met zijn Geest vervuld en met geschikte middelen voor een zichtbare en maatschappelijke eenheid uitgerust. God heeft de vergadering van hen die gelovend naar Jezus opzien als naar de bewerker van het heil en het beginsel voor eenheid en vrede samengeroepen en tot de Kerk gemaakt, om voor allen en ieder afzonderlijk het zichtbare sacrament te zijn van deze heil brengende eenheid”. 

    Het Tweede Vaticaans Concilie spreekt over de pelgrimerende Kerk en maakt een vergelijking met het Israël van het Oude Verbond onderweg door de woestijn. De tocht heeft ook een uiterlijk karakter, dat zichtbaar is in de tijd en de ruimte waarin hij historisch verloopt. De Kerk ”spreidt zich uit tot alle streken, treedt binnen in de geschiedenis van de mensen en blijft toch tevens boven de tijden en grenzen van de volkeren verheven”. 

    Maar het wezenlijke karakter van de pelgrimstocht van de Kerk is innerlijk. Het gaat om een pelgrimstocht door middel van het geloof, door ”de kracht van de verrezen Heer”, om een pelgrimstocht in de heilige Geest die als onzichtbare Helper (parákletos) aan de Kerk is gegeven: ”Dwars door de beproevingen en de wederwaardigheden heen schrijdt zij voort, gesterkt door de kracht van Gods genade, die haar door de Heer werd beloofd . . . Dank zij de werking van de heilige Geest houdt zij niet op zichzelf te vernieuwen, tot zij door het kruis het licht bereikt dat geen ondergang meer kent”. 

    Juist op deze pelgrimstocht van de Kerk door de ruimte en de tijd en nog meer door de geschiedenis van de zielen is Maria aanwezig als degene die ”zalig is omdat zij geloofd heeft”, als degene die voortging op de pelgrimstocht van het geloof, terwijl zij als geen ander schepsel deelnam aan het mysterie van Christus. Het Concilie zegt nog dat, ”Maria is binnengetreden in het hart van de heilsgeschiedenis en als het ware de hoogste geloofsgeheimen verenigt en weerspiegelt”. 

    Zij is onder alle gelovigen als het ware een “spiegel” waarin ”Gods grote daden” (Hand. 2, 11) zich op de meest diepe en klare wijze weerspiegelen.

    De Kerk die door Christus op de apostelen is gebouwd, is zich geheel bewust geworden van die grote daden van God op “Pinksteren” toen zij die bijeengekomen waren in het cenakel, terwijl zij ”door haar gebeden om de gave van de Geest smeekte”. 

    Haar geloofstocht is in zekere zin langer. De heilige Geest is reeds over haar neergedaald en zij is zijn trouwe bruid geworden bij de boodschap, toen zij het Woord van de ware God ontving en de ”volledige onderdanigheid van verstand en wil jegens de openbarende God” bewees, ja ”zich geheel aan God toevertrouwde door de gehoorzaamheid van het geloof”, waarmee zij aan de engel antwoordde: ”Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord”. De geloofstocht van Maria, die wij zien bidden in het cenakel, is dus langer dan de tocht van de anderen die daar bijeen waren. Maria ”gaat” hen ”voor”, ”gaat voor” hen ”uit”. 

    Het ogenblik van Pinksteren te Jeruzalem is, behalve door het ogenblik van het kruis, ook voorbereid door het ogenblik van de boodschap te Nazareth. In het cenakel komt de weg van Maria samen met de geloofstocht van de Kerk. Op welke wijze?

    Sommigen van degenen die ijverig waren in het gebed in het cenakel en zich voorbereidden om uit te gaan ”in heel de wereld” na het ontvangen van de heilige Geest, waren successievelijk door Jezus geroepen vanaf het begin van zijn zending in Israël Elf van hen waren aangesteld tot apostelen en aan dezen had Jezus de zending overgedragen die Hij zelf ontvangen had van de Vader. Na de verrijzenis had Hij tot de apostelen gezegd ”Zoals de Vader Mij gezonden, geeft, zo zend Ik u” (Joh. 20, 21). En veertig dagen later zei Hij nog alvorens terug te keren naar de Vader: “Gij zult kracht ontvangen van de heilige Geest, die over u komt, om mijn getuigen te zijn . . . tot het uiteinde der aarde”. Deze zending van de apostelen begint op het ogenblik dat zij het cenakel te Jeruzalem verlaten. Dan wordt de Kerk geboren en groeit zij door het getuigenis dat Petrus en de andere apostelen afleggen over de gestorven en verrezen Christus.

    Maria heeft niet direct deze apostolische zending ontvangen. Zij was niet onder hen die Jezus uitzond ”in heel de wereld om alle volkeren tot zijn leerlingen te maken”, toen Hij hun deze zending toevertrouwde. Zij was daarentegen wel in het cenakel waar de apostelen zich voorbereidden om hun zending te beginnen met de komst van de Geest der Waarheid: zij was met hen. Temidden van hen was zij ”ijverig in het gebed” als ”moeder van Jezus”, van de gestorven en verrezen Christus. En deze eerste kern van hen die in geloof opzagen ”naar Jezus, de bewerker van het heil”, was er zich van bewust dat Jezus de Zoon van Maria was en dat zijn moeder was en als zodanig vanaf de ontvangenis en de geboorte een bijzondere getuige van het mysterie van Jezus, van het mysterie dat voor hun ogen uitgedrukt en bevestigd was door het kruis en de verrijzenis. Van het eerste ogenblik af ”zag de kerk dus ”op” naar Maria door Jezus, zoals zij “opzag” naar Jezus door Maria. Zij was voor de Kerk van die tijd en van alle tijden een bijzondere getuige van de jaren van de kindsheid van Jezus en van zijn verborgen leven te Nazareth, toen zij ”alles wat er gebeurd was in haar hart bewaarde en bij zichzelf overwoog” (Lc. 2, 19).

    Maar in de Kerk van die tijd en van alle tijden was en is zij vooral degene die ”zalig is omdat zij geloofd heeft”: als eerste geloofd heeft. Vanaf het ogenblik van de boodschap en de ontvangenis, vanaf het moment van de geboorte in de grot van Bethlehem, volgde Maria op haar moederlijke pelgrimstocht van het geloof stap voor stap Jezus. Zij volgde Hem gedurende de jaren van zijn verborgen leven te Nazareth; zij volgde Hem ook in de periode van de uiterlijke scheiding, toen Hij begon ”op te treden en te leren” in Israël; zij volgde Hem vooral in de tragische ervaring van Golgota. Toen Maria zich met de apostelen aan de dageraad van de Kerk in het cenakel te Jeruzalem bevond, vond haar geloof dat gewekt was door de woorden van de boodschap bevestiging. De engel had haar bij de boodschap gezegd: “Gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen die gij de naam Jezus moet geven. Hij zal groot zijn . . . en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen”. De recente gebeurtenissen van Calvarië hadden deze belofte in duisternis gehuld; maar zelfs onder het kruis was het geloof van Maria niet verflauwd. Zij was degene gebleven die, zoals Abraham, geloofde hopend tegen alle hoop in” (Rom. 4, 18). En zie, na de verrijzenis had de hoop haar ware gelaat getoond en de belofte was begonnen werkelijkheid te worden. Jezus had inderdaad voor zijn terugkeer naar de Vader tot de apostelen gezegd: ”Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen . . . Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld”. Zo had het gezegd Hij die door de verrijzenis had laten zien dat Hij de overwinnaar van de dood was en het koningschap bekleedde waaraan ”nooit een einde zal komen”, overeenkomstig de aankondiging van de engel.

    Nu aan de dageraad van de Kerk, aan het begin van de lange geloofstocht die met Pinksteren te Jeruzalem aanving, was Maria samen met allen die de kiem van het ”nieuwe Israël” vormden. Zij was in hun midden als een uitzonderlijke getuige van het mysterie van Christus. En de Kerk was ijverig in het gebed samen met haar en ”beschouwde haar tegelijk in het licht van het mensgeworden Woord”. Zo zou het steeds zijn. Inderdaad, wanneer de Kerk ”verder doordringt in het diepste mysterie van de incarnatie”, denkt zij met grote verering en eerbied aan de Moeder van Christus. Maria hoort onverbrekelijk bij het mysterie van Christus en ook, van het begin af, bij het mysterie van de Kerk, vanaf de dag van haar geboorte. Aan de basis van wat de Kerk vanaf het begin is, van wat zij voortdurend moet worden, van geslacht tot geslacht, temidden van alle volkeren der aarde, staat zij ”die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer is gezegd” (Lc. 1, 45). Juist dit geloof van Maria dat het begin betekent van het nieuwe altijddurende Verbond van God met de mensheid in Jezus Christus, dit heldhaftige geloof “gaat” het apostolische getuigenis van de Kerk ”voor” en blijft in het hart van de Kerk, verborgen als een speciale erfenis van Gods openbaring. Allen die van geslacht tot geslacht het apostolische getuigenis van de Kerk aanvaarden en deelhebben aan die mysterievolle erfenis nemen in zekere zin deel aan het geloof van Maria.

    De woorden van Elisabet ”zalig zij die geloofd heeft” blijven de Maagd ook op Pinksteren vergezellen; zij volgen haar van eeuw tot eeuw daar waar door het apostolische getuigenis en het dienstwerk van de Kerk de kennis van het heilsmysterie van Christus zich verbreidt. Zo wordt de voorspelling van het Magnificat vervuld: ”Elk geslacht prijst mij zalig omdat aan mij zijn wonderwerken deed die machtig is, en heilig is zijn Naam” (Lc. 1, 48-49). Waarlijk op de kennis van het mysterie van Christus volgt de zaligprijzing van zijn Moeder in de vorm van speciale verering voor de Theotókos. Maar in deze verering is steeds de zaligprijzing van haar geloof begrepen, want de Maagd van Nazareth is zalig geworden vooral door dit geloof, overeenkomstig de woorden van Elisabet. Zij die in elk geslacht onder de verschillende volken en naties van de aarde het mysterie van Christus, het mensgeworden Woord en de Verlosser van de wereld, in geloof aannemen richten zich niet alleen met verering tot Maria en nemen niet alleen met vertrouwen hun toevlucht tot haar als tot zijn Moeder, maar zoeken in haar geloof steun voor hun eigen geloof. En precies deze levende deelname aan het geloof van Maria is beslissend voor haar speciale aanwezigheid op de pelgrimstocht van de Kerk als het nieuwe volk van God op de gehele aarde.

    Zoals het Concilie zegt: ”Maria is in het hart van de heilsgeschiedenis binnengetreden . . . Wanneer zij dus het voorwerp is van verkondiging en verering, roept zij de gelovigen op naar haar Zoon en zijn offer en naar de liefde tot de Vader”. Daarom wordt het geloof van Maria op grond van het apostolische getuigenis van de Kerk op zekere wijze onophoudelijk het geloof van het volk Gods onderweg: van de personen en gemeenschappen, van de standen en verenigingen, van de verschillende groepen die samen de Kerk vormen. Het is een geloof dat door kennis en tegelijk door het hart wordt overgedragen. Het wordt voortdurend verworven of herwonnen door het gebed. ”Daarom ook ziet de Kerk bij haar apostolisch werk terecht op naar haar die Christus ter wereld bracht; die juist van de heilige Geest werd ontvangen en uit de Maagd geboren om door de Kerk ook in de harten van de gelovigen te worden geboren en te groeien.” 

    Nu wij op deze pelgrimstocht van het geloof thans het einde van het tweede christelijke millennium naderen, richt de Kerk door middel van de leer van het Tweede Vaticaans Concilie de aandacht op wat zij in zichzelf ziet, als ”het ene volk van God . . . dat bij alle volkeren van de aarde is gevestigd”, en op de waarheid volgens welke alle gelovigen, ook al zijn zij ”over de gehele aardbol verspreid, door de heilige Geest in gemeenschap blijven met elkaar”, zodat men kan zeggen dat in deze gemeenschap het mysterie van Pinksteren zich voortdurend voltrekt. Tegelijkertijd blijven de apostelen en de leerlingen van de Heer in alle naties van de aarde ”volharden in het gebed samen met Maria de Moeder van Jezus”. Zij vormen van geslacht tot geslacht het ”teken van het Koninkrijk” dat niet van deze wereld is en zij zijn zich ook bewust dat zij midden in deze wereld moeten verenigen met de Koning aan wie de volkeren tot erfdeel zijn gegeven, aan wie de Vader ”de troon van zijn vader David” heeft geschonken, zodat Hij “in eeuwigheid Koning is over het huis van Jakob en aan zijn koningschap nooit een einde zal komen”.

    In deze vigilietijd is Maria door hetzelfde geloof dat haar vooral vanaf het ogenblik van de boodschap zalig maakte, aanwezig in de zending van de Kerk, aanwezig in het werk van de Kerk waardoor het rijk van haar Zoon een aanvang neemt in de wereld. Deze aanwezigheid van Maria vindt heden ten dage veelvuldige uitdrukkingsmiddelen, zoals in heel de geschiedenis van de Kerk. Zij is ook in vele vormen verspreid: door middel van het geloof en de vroomheid van de afzonderlijke gelovigen, door middel van de tradities van de christelijke gezinnen of “huiskerken”, van de parochie- en missiegemeenschappen, van de kloosterinstellingen, van de bisdommen, door middel van de aantrekkings- en uitstralingskracht van de grote heiligdommen waar niet alleen individuen of plaatselijke groepen maar soms gehele naties en continenten de Moeder van de Heer zoeken te ontmoeten, haar die zalig is omdat zij geloofd heeft, die de eerste onder de gelovigen is en daarom Moeder van de Immanuël is geworden. Dat is de roep van het land Palestina, het geestelijke vaderland van alle christenen omdat het het vaderland is van de redder van de wereld en van zijn Moeder. Dat is de roep van de vele heiligdommen die het christelijk geloof in de loop der eeuwen heeft opgericht te Rome en overal in de wereld. Dat is de roep van plaatsen zoals Guadaloupe, Lourdes, Fatima en van de andere die verspreid zijn in de diverse landen, waaronder – hoe zou ik het niet kunnen vermelden – Jasna Gora in mijn geboorteland. Men zou wellicht kunnen spreken van een specifieke ”geografie” van het geloof en de mariale vroomheid die al deze bijzondere bedevaartplaatsen van het volk Gods bevat, dat de Moeder van God zoekt te ontmoeten om in de uitstraling van de moederlijke aanwezigheid van ”haar die geloofd heeft” de versterking van het eigen geloof te vinden. Want door het geloof van Maria reeds bij de boodschap en definitief aan de voet van het kruis is van de kant van de mens de innerlijke ruimte heropend waarin de eeuwige Vader ons kan overladen ”met elke geestelijke zegen”: de ruimte ”van het nieuwe altijddurende Verbond”. Deze ruimte bestaat in de Kerk die in Christus ”een sacrament van de innige vereniging met God en van de eenheid van het menselijk geslacht “ is. 

    In het geloof dat Maria als ”dienstmaagd des Heren” bij de boodschap beleed en waarin zij voortdurend het volk Gods onderweg op aarde ”voorgaat”, ”streeft de katholieke Kerk er . . . zonder ophouden naar heel de mensheid . . . weer samen te brengen onder Christus als hoofd, in de eenheid van zijn Geest”. 

    HOOFDSTUK 2 - De weg van de Kerk en de eenheid van alle Christenen

    ”De Geest wekt bij alle leerlingen van Christus het verlangen en de inspanning om allen, naar de wijze die Christus heeft bepaald in één kudde onder één Herder vreedzaam te verenigen”. De weg van de Kerk is speciaal in ons tijdperk gemarkeerd door het teken van het oecumenisme: de christenen zoeken wegen om de eenheid te herstellen, waarom Christus daags voor zijn lijden de Vader smeekte voor zijn leerlingen: ”opdat zij allen één mogen zijn, zoals Gij, Vader, in Mij en Ik in U: dat ook zij in Ons mogen zijn opdat de wereld gelove dat Gij Mij gezonden hebt” (Joh. 17, 21). De eenheid van de Christenen is een groot teken dat gegeven is om het geloof van de wereld op te wekken, terwijl hun verdeeldheid een ergernis is. 


    13-11-2017 om 06:44 geschreven door claudia  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mariale dogma's

    DE MARIALE DOGMA’S

    Twee dogma’s uit de oudheid worden in de Katholieke Kerk en de Oosterse Orthodoxie beleden:

    • Door de Maagdelijke geboorte schonk Maria het leven aan Christus. Maria is maagd, voor, tijdens en na de geboorte van Christus.
    • Maria, Moeder van God (Theotokos). In wezen is dit een christologische uitspraak: Maria is moeder van Jezus, die zowel volledig mens als volledig God is.

    In de moderne tijd werden in de Rooms-Katholieke Kerk twee dogma's, die reeds eeuwen bestanddeel van de katholieke geloofspraktijk waren, formeel bevestigd:

    • Paus Pius IX kondigde in 1854 het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis af. Hiermee wordt bedoeld dat Maria verwekt werd en ter wereld kwam zonder met de erfzonde te zijn bevlekt;
    • Paus Pius XII voegde in 1950 het dogma toe dat Maria met ziel en lichaam in de hemel is opgenomen (Maria-Tenhemelopneming).

    Sommige gelovigen vragen ook de afkondiging door de Kerk van het "vijfde en laatste mariale dogma", dat van Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster.

    Lumen Gentium : De Heilige Maagd en Moeder Gods Maria in het geheim van Christus en de Kerk – 21/11/1964 Tweede Vaticaans Concilie

    In dit document wordt al gewag gemaakt dat Maria, Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster is.

    1 Inleiding

    PARAGRAAF 1 - Maria het verhevenste lid van de Kerk

    Toen de algoede en alwijze God zijn plan tot verlossing van de wereld ten uitvoer wilde brengen, "zond Hij, toen de volheid van de tijd gekomen was, zijn Zoon, geboren uit een vrouw, ... opdat wij het zoonschap zouden verkrijgen". (Gal. 4, 4-5) Deze is voor ons, mensen en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald. En Hij heeft het vlees aangenomen door de Heilige Geest uit de maagd Maria. 

    Dit goddelijke heilsgeheim wordt ons opgebaard in de Kerk en duurt voort in de Kerk, die de Heer tot zijn lichaam heeft gemaakt, en waarin de gelovigen, één met het Hoofd Christus en in gemeenschap verbonden met al zijn heiligen, ook de gedachtenis moeten eren "op de eerste plaats van de glorierijke Maria, altijd maagd, de moeder van onze God en Heer Jezus Christus".

    De Maagd Maria, die, op de boodschap van de engel, het Woord Gods ontving in haar hart en in haar schoot en die aan de wereld het Leven bracht, wordt erkend en geëerd als de waarachtige Moeder van God, onze Verlosser. Met het oog op de verdiensten van haar Zoon op een meer verheven wijze verlost en door een intieme en onverbreekbare band met Hem verenigd, bezit zij de hoogste taak en waardigheid van Moeder Gods en hierdoor van meestgeliefde dochter van de Vader en tempel van de Heilige Geest; en door deze sublieme genadegave overtreft zij verre alle andere schepselen in de hemel en op aarde. Tevens echter is zij in het geslacht van Adam verbonden met alle te verlossen mensen, ja, "zij is ten volle de moeder van de ledematen (van Christus), ... omdat zij in liefde heeft meegewerkt aan de geboorte van de gelovigen in de Kerk, die de ledematen zijn van dat Hoofd". Dientengevolge wordt zij ook geëerd als het voortreffelijkste en het uitzonderlijk verheven lid van de Kerk en als haar beeld en uitstekendste model in het geloof en in de liefde; en de katholieke Kerk, onderricht door de Heilige Geest, omgeeft haar, als een zeer beminde moeder, met kinderlijke liefde. (…)

    2 De functie van de Heilige Maagd in de heilsorde

    PARAGRAAF 1 - De Moeder van de Verlosser in het Oude Testament

    De Heilige Schrift van Oud en Nieuw Testament en de eerbiedwaardige Traditie tonen ons met steeds grotere duidelijkheid de functie van de Moeder van de Verlosser in de heilsorde en tekenen ons als het ware het beeld ervan. De boeken van het Oude Testament beschrijven de heilsgeschiedenis, waardoor de komst van Christus in de wereld geleidelijk wordt voorbereid.

    Deze eerste documenten, zoals die in de Kerk worden gelezen en zoals ze worden verstaan in het licht van de verdere en volle openbaring, laten stap voor stap scherper uitkomen het beeld van een vrouw: de Moeder van de Verlosser. In dit licht wordt zij reeds profetisch aangeduid in de belofte van de overwinning op de slang, de belofte, die aan onze eerste ouders werd gegeven na de zondeval. 

    Zij is ook de Maagd, die zal ontvangen en een zoon baren, wiens naam Emmanuël zal zijn. 

    Zij neemt de eerste plaats in onder de nederigen en armen van de Heer, die vol vertrouwen van Hem het heil verwachten en het verkrijgen. Zij is tenslotte de verheven dochter van Sion, met wie, na een lang wachten op de vervulling van de belofte, de volheid der tijden kwam en een nieuwe heilsorde gevestigd werd, toen nl. de Zoon Gods uit haar de menselijke natuur aannam om de mens door de mysteries van zijn aardse bestaan te bevrijden van de zonde.

    PARAGRAAF 2 - Maria bij de boodschap van de engel

    Het was de wil van de Vader van barmhartigheid, dat de toestemming van de gepredestineerde Moeder vooraf zou gaan aan de menswording, opdat zó, gelijk een vrouw had meegewerkt tot de dood, ook een vrouw zou meewerken tot het leven. Dit geldt op volmaakte wijze van Jezus' Moeder, die aan de wereld het Leven zelf schonk, dat alles vernieuwt, en die door God is begiftigd met de gaven, passend bij deze sublieme taak. Geen wonder dus, dat het bij de heilige vaders gebruikelijk werd, de Moeder Gods te noemen: de geheel-heilige, vrij van iedere zondesmet, gevormd als het ware door de Heilige Geest en gemaakt tot een nieuw schepsel. 

    Vanaf het eerste ogenblik van haar ontvangenis gesierd met de luister van een uitzonderlijke heiligheid, wordt de Maagd van Nazareth op Gods bevel bij de boodschap van de engel door deze gegroet als "vol van genade" (Lc. 1, 28), waarbij zij van haar kant aan de hemelse afgezant antwoordt: "Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar uw woord" (Lc. 1, 38).

    Zo werd Maria, de dochter van Adam, door haar "Ja" op het goddelijk woord, de Moeder van Jezus; en, van ganser harte en door geen zonde belemmerd, aanvaardde zij de heilswil Gods en wijdde zij zich als de dienstmaagd van de Heer geheel toe aan de persoon en het werk van haar Zoon, en zó stelde zij zich onder Hem en met Hem in dienst van het verlossingsgeheim door de genade van de almachtige God. Daarom zijn de heilige vaders terecht van mening, dat Maria geen louter passief werktuig is geweest in de hand van God, maar dat zij door een vrije daad van geloof en gehoorzaamheid heeft meegewerkt aan het heil van de mensen. Zij is, gelijk de heilige Irenaeus zegt, "door haar gehoorzaamheid een oorzaak van heil geworden zowel voor zichzelf als voor de gehele mensheid". 

    Vandaar, dat meerdere oude vaders in hun preken graag de woorden van Irenaeus overnemen: "De knoop van Eva's ongehoorzaamheid werd ontward door de gehoorzaamheid van Maria. Wat de maagd Eva had gebonden door haar ongeloof heeft de Maagd Maria ontbonden door haar geloof". 

    En een parallel trekkend tussen Maria en Eva, noemen zij Maria "de Moeder van de levenden", en verklaren zij herhaaldelijk: "de dood kwam door Eva, het leven door Maria". 

    PARAGRAAF 3 - Maria in het verborgen leven van Jezus

    Deze verbondenheid van de Moeder met de Zoon in het heilswerk zien wij vanaf het ogenblik van de maagdelijke ontvangenis van Christus tot aan zijn dood. Vooreerst, als Maria met spoed op reis gaat om Elisabeth te bezoeken, als zij door haar zalig wordt geprezen om haar geloof in het beloofde heil, en als de voorloper Johannes van vreugde opspringt in de schoot van zijn moeder. 

    Verder bij de geboorte, wanneer de Moeder Gods haar eerstgeboren Zoon, die haar maagdelijkheid niet verminderde, maar heiligde, met blijdschap toont aan de herders en de magiërs. Toen zij Hem in de tempel, met de offergave van de armen, opdroeg aan de Heer, vernam zij tegelijkertijd van Simeon de voorspelling, dat haar Zoon een teken van tegenspraak zou zijn en dat een zwaard de ziel van de Moeder zou doorboren, opdat de gezindheid van vele harten openbaar zou worden. 

    En toen de ouders het Kind Jezus hadden verloren en met droefheid hadden gezocht, vonden zij het in de tempel, bezig met de dingen van zijn Vader; maar zij begrepen de woorden van hun Zoon niet. Zijn Moeder bewaarde dit alles in haar hart en overwoog het bij zichzelf. 

    PARAGRAAF 4 - Maria in het openbaar leven van Jezus en onder het kruis

    In het openbaar leven van Jezus komt zijn Moeder duidelijk naar voren, reeds in het begin, wanneer zij uit medelijden op de bruiloft van Kana in Galilea Jezus de Messias door haar tussenkomst er toe brengt, een begin te maken met de tekenen. 

    Tijdens zijn prediking nam zij de woorden in zich op, waarmee haar Zoon het Koninkrijk stelde boven de betrekkingen en de banden van vlees en bloed, en waarmee Hij degenen gelukkig prees, die naar het woord Gods luisteren en het onderhouden, iets wat zij zelf zo trouw in vervulling bracht. 

    Zo ging ook de heilige Maagd vooruit op haar pelgrimstocht van het geloof en volhardde zij trouw in de vereniging met haar Zoon tot aan het kruis, waar zij stond, niet zonder een bepaald plan van God, diep meeleed met haar Eniggeborene en zich met moederlijke gevoelens verenigde met zijn offer, door liefdevol toe te stemmen in de offerdood van het Slachtoffer, dat uit haar was geboren; en tenslotte werd zij door dezelfde Christus Jezus, stervend aan het kruis, als moeder gegeven aan de leerling met deze woorden: Vrouw, ziedaar uw zoon. 

    PARAGRAAF 5 - Maria in haar verheerlijking

    Omdat God het mysterie van het menselijk heil niet plechtig wilde openbaren, voordat Hij die door Christus beloofde Geest had uitgestort, zijn wij de apostelen vóór de Pinksterdag, "eensgezind volharden in het gebed samen met de vrouwen, met Maria de Moeder van Jezus en met zijn broeders" (Hand. 1, 14), en zien wij ook Maria met haar gebed de gave afsmeken van de Geest, die haar bij de boodschap reeds had overschaduwd. Tenslotte is de onbevlekte Maagd, die van alle smet der erfzonde is gevrijwaard  na het voltooien van haar aardse levensloop met lichaam en ziel in de hemelse glorie opgenomen en door de Heer verheven tot Koningin van het heelal, opdat zij vollediger gelijkvormig zou worden aan haar zoon, de Heer der heren (Openb. 19, 16), de overwinnaar van zonde en dood. 

    3 De Heilige Maagd en de Kerk

    PARAGRAAF 1 - Maria's moederlijke functie en het middelaarschap van Christus

    Wij hebben slechts één Middelaar, zoals de apostel zegt: "Want God is één, één is ook de middelaar tussen God en de mensen, de mens Christus Jezus, die zich gegeven heeft als losprijs voor allen". (1 Tim. 2, 5-6). Door de moederlijke functie van Maria jegens de mensen wordt dit éne middelaarschap van Christus volstrekt niet die schaduw gesteld of verkleind, integendeel de kracht ervan komt daardoor nog beter uit. Want heel de heilbrengende invloed van de heilige Maagd op de mensen vindt zijn oorsprong niet in een of andere noodzakelijkheid, maar in Gods welbehagen: hij vloeit voort uit de overvloed van Christus' verdiensten, steunt op zijn middelaarschap, is daarvan totaal afhankelijk en ontleent daaraan heel zijn werkdadigheid; en het onmiddellijk contact van de gelovigen met Christus wordt daar door volstrekt niet belemmerd, maar veeleer bevorderd.

    PARAGRAAF 2 - Maria's deelname aan het verlossingswerk

    De heilige Maagd, die tegelijk met de menswording van het goddelijk Woord van eeuwigheid voorbestemd was tot Moeder Gods, werd door het raadsbesluit van de goddelijke Voorzienigheid hier op aarde de verheven Moeder van de goddelijke Verlosser, de gezellin bij uitstek, en de nederige dienstmaagd van de Heer. Door Christus te ontvangen, ter wereld te brengen, te voeden, in de tempel aan de Vader op te dragen en door te lijden met haar zoon, stervend aan het kruis, heeft zij op heel bijzondere wijze deelgenomen aan het werk van de Verlosser, in gehoorzaamheid, geloof, hoop en vurige liefde, om het bovennatuurlijk leven van de zielen te herstellen. Hierdoor is zij voor ons de Moeder geworden in de orde van de genade.

    PARAGRAAF 3 - De aard van Maria's moederlijke functie

    Dit moederschap van Maria in de orde der genade duurt ononderbroken voort, vanaf haar jawoord, dat zij vol geloof bij de Boodschap gaf en waarin zij onder het kruis zonder aarzelen volhardde, tot aan de eeuwige bekroning van alle uitverkorenen. Want na haar tenhemelopneming heeft zij niet opgehouden deze heilbrengende taak uit te oefenen, maar zij blijft door haar voorspraak op allerlei wijzen de gaven van het eeuwig heil voor ons verwerven. 

    Met haar moederlijke liefde draagt zij zorg voor de broeders van haar Zoon, die nog op aardse pelgrimstocht zijn temidden van gevaren en lijden, totdat zij binnentreden in het gelukkige vaderland. Daarom wordt de heilige Maagd in de Kerk aangeroepen onder de titels van voorspreekster, helpster, bijstand, middelares, Geen enkel schepsel immers kan ooit in vergelijking komen bij het mensgeworden Woord, onze Verlosser. Maar gelijk de gewijde bedienaars zowel als het gelovige volk op verschillende wijzen deel hebben aan het priesterschap van Christus, en God op verschillende wijzen zijn éne goedheid werkelijk uitstort in de schepselen, zo wordt ook door het enige middelaarschap van de Verlosser een verscheidenheid van medewerking van de schepselen, als aandeel uit de enige bron, niet uitgesloten, maar veeleer gewekt.

    Deze ondergeschikte functie van Maria wordt openlijk en zonder aarzelen door de Kerk erkend, voortdurend ervaren, en aan de liefde van de gelovigen aanbevolen, opdat zij, gesteund door deze moederlijke hulp, zich inniger verenigen met de Middelaar en Verlosser.

    PARAGRAAF 4 - Maria het beeld van de Kerk

    De heilige Maagd is door de gave en de functie van het goddelijk moederschap, waardoor zij met haar Zoon, de Verlosser, is verenigd, en door haar buitengewone genaden en functies ook ten nauwste verbonden met de Kerk. Zoals reeds de heilige Ambrosius leerde, is de Moeder Gods het beeld van de Kerk, nl. in de orde van het geloof, de liefde en de volmaakte vereniging met Christus. 

    Want in het mysterie van de Kerk, die eveneens met recht moeder en maagd wordt genoemd, is de heilige Maagd Maria voorgegaan, doordat zij op eminente en bijzondere wijze het model is van een maagd en van een moeder. In geloof en gehoorzaamheid immers heeft zij op aarde de Zoon zelf van de Vader voortgebracht, en wel zonder aanraking met een man, maar overschaduwd door de Heilige Geest, als de nieuwe Eva, die geloof schonk nier aan de oude slang, maar aan de afgezant van God, en dit zonder enige aarzeling. Zij baarde de Zoon, die God gesteld heeft tot de eerstgeborene onder vele broeders (Rom. 8, 29), nl. de gelovigen, aan wier geboorte en vorming zij met moederlijke liefde meewerkt.

    Welnu, de Kerk, die Maria's geheimnisvolle heiligheid beschouwt, haar liefde navolgt en getrouw de wil van de Vader volbrengt, wordt door het woord Gods, dat zij in geloof aanvaardt, eveneens moeder, want door de prediking en het doopsel brengt zij de kinderen, die van Heilige Geest zijn ontvangen en uit God zijn geboren, voort tot een nieuw en onsterfelijk leven. Ook zij is maagd; zij bewaart de aan haar bruidegom beloofde trouw gaaf en zuiver, en op het voorbeeld van de Moeder van haar Heer bewaart zij maagdelijk, door de kracht van de Heilige Geest, het geloof ongerept, de hoop ongeschokt, de liefde onvervalst.

    PARAGRAAF 5 - Maria's deugden, het voorbeeld van de Kerk

    Terwijl de Kerk in de allerheiligste Maagd reeds de volmaaktheid heeft bereikt, waardoor zij zonder vlek of rimpel is, streven de gelovigen nog ernaar de zonde te overwinnen en te groeien in heiligheid. Daarom zien zij op naar Maria, die als een toonbeeld van deugden schittert voor heel de gemeenschap van de uitverkorenen. Door met liefde aan haar te denken en haar te beschouwen in het licht van het mensgeworden Woord, dringt de Kerk vol eerbied dieper door in het allerhoogste geheim van de menswording en maakt zij zich steeds meer gelijkvormig aan haar Bruidegom. Want wanneer Maria, die zo diepgaand heeft deelgenomen aan de geschiedenis van het heil en daardoor de grootste leerstukken van het geloof als het ware in zich verenigd en weerspiegelt, wordt gepredikt en vereerd, dan brengt zij de gelovigen tot haar Zoon en diens offer en tot de liefde van de Vader. De Kerk van haar kant, die de glorie van Christus nastreeft, wordt meer gelijk aan haar verheven Beeld door voortdurend toe te nemen in geloof, hoop en liefde en door in alles de goddelijke wil te zoeken en te vervullen. Daarom houdt de Kerk ook bij haar apostolaat terecht de blik gericht op haar, die Christus ter wereld bracht, Christus, die daarom juist werd ontvangen van de Heilige Geest en geboren uit de Maagd om door middel van de Kerk ook in harten van de gelovigen geboren te worden en te groeien. Maagd is in haar leven een voorbeeld geworden van die broederlijke liefde, waarmee allen bezield moeten zijn, die in de apostolische zending van de Kerk meewerken aan de wedergeboorte van de mensen.

    4 De verering van de Heilige Maagd in de Kerk

    PARAGRAAF 1 - De ontwikkeling en de vruchten van de Mariaverering

    Maria, door Gods genade, na haar Zoon, verheven boven alle engelen en mensen, geniet als de allerheiligste Moeder van God, die heeft deelgenomen aan de geheimen van Christus, terecht een bijzondere verering van de kant van de Kerk. En inderdaad, reeds vanaf de oudste tijden wordt de heilige Maagd vereerd onder de titel van "Moeder Gods", tot wier bescherming de gelovigen in al hun gevaren en noden smekend hun toevlucht nemen. Vooral sinds het concilie van Efese heeft de verering van Maria door het volk Gods een wonderbare groei gekend in eerbied en liefde, in gebed en navolging, overeenkomstig haar eigen profetische woorden: "Elk geslacht zal mij zalig prijzen, omdat aan mij zijn wonderwerken deed die machtig is" (Lc. 1, 48). Deze verering, zoals die altijd in de Kerk heeft bestaan, draagt zeker een heel bijzonder karakter, maar verschilt wezenlijk van de aanbidding, die gegeven wordt aan het mensgeworden Woord en ook aan de Vader en de Heilige Geest, en bevordert deze aanbidding in hoge mate. Want de verschillende vormen van godsvrucht jegens de Moeder Gods, die de Kerk heeft goedgekeurd, binnen de grenzen van de gezonde en orthodoxe leer, overeenkomstig de omstandigheden van plaats en tijd en naar gelang van de mentaliteit en de geest van de gelovigen, hebben tot gevolg, dat, door de verering van de Moeder, de Zoon, voor wie alles is geschapen, en in wie de eeuwige Vader "de gehele volheid heeft willen doen wonen" (Kol. 1, 19), op de juiste wijze wordt gekend, bemind, verheerlijkt, en dat zijn geboden worden onderhouden.

    PARAGRAAF 2 - Pastorale wenken voor de theologie, de prediking en de Mariaverering

    Het heilig Concilie houdt uitdrukkelijk deze katholieke leer voor en wekt tevens alle kinderen van de Kerk op om edelmoedig de verering van de heilige Maagd, vooral de liturgische verering, te bevorderen, een hoge waardering te hebben voor de praktijken en oefeningen van godsvrucht jegens haar, die in de loop van de eeuwen door het leerambt zijn aanbevolen, en de bepalingen uit het verleden omtrent de verering van de afbeeldingen van Christus, de heilige Maagd en de heiligen nauwgezet te onderhouden.

     Verder spoort het Concilie de theologen en de predikanten dringend aan om zich bij de behandeling van de bijzondere waardigheid van de Moeder Gods met zorg te onthouden zowel van alle overdrijvingen als van een te bekrompen opvatting. Bij de studie van de heilige Schrift, van de Kerk, onder leiding van het leerambt, moeten zij zuiver de verschillende functies en voorrechten van de heilige Maagd belichten, die altijd op Christus gericht zijn, de oorsprong van alle waarheid, heiligheid en godsvrucht. Zij moeten zorgvuldig alles vermijden, wat in woorden of daden de gescheiden broeders of wie dan ook een verkeerd idee zou kunnen geven omtrent de ware leer van de Kerk. De gelovigen moeten er aan denken, dat de ware godsvrucht niet bestaat in een onvruchtbaar en voorbijgaand sentiment of in een ijdele lichtgelovigheid, maar dat ze voortkomt uit het echte geloof, dat ons brengt tot de erkenning van de hoge waardigheid van de Moeder Gods en dat ons opwekt tot een kinderlijke liefde jegens onze Moeder en tot de navolging van haar deugden.

    5 Maria, een teken van vaste hoop en van troost voor het volk Gods op pelgrimstocht

    Gelijk de Moeder van Jezus, in de hemel thans verheerlijkt naar lichaam en ziel, een beeld en begin is van de Kerk, die haar voltooiing zal vinden in het toekomstig leven, zo licht zij hier op aarde het volk Gods op pelgrimstocht voor als een teken van vaste hoop en van troost, totdat eens de dag des Heren komt. 

    Het is voor dit heilig Concilie een reden tot grote vreugde en troost, dat ook onder de gescheiden broeders velen aan de Moeder van de Heer en Verlosser de verschuldigde eer bewijzen, vooral bij de oosterlingen, die eensgezind, met vurig elan en diepe godsvrucht de Moeder Gods, altijd Maagd, vereren.

    Laten alle gelovigen zich in een dringend gebed richten tot de Moeder Gods en de Moeder der mensen en haar smeken, dat zij, die met haar gebed de eerstellingen van de Kerk bijstond, nu ook in de hemel verheven boven alle heiligen en engelen, in de gemeenschap van alle heiligen een voorspraak mag zijn bij haar Zoon, opdat eindelijk alle volkenfamilies, hetzij zij christenen zijn hetzij zij hun Verlosser nog niet kennen, in vrede en eendracht het geluk mogen hebben in één volk Gods te worden verenigd, tot glorie van de allerheiligste en onverdeelde Drieëenheid.

    Dit alles, tot in alle onderdelen, wat in deze dogmatische Constitutie is vastgelegd, heeft de instemming van de Vaders. En wij, krachtens het apostolisch gezag, door Christus aan ons verleend, geven samen met de Concilievaders, in de Heilige Geest daaraan onze goedkeuring, bepalen het en stellen het vast, en wij bevelen datgene, wat aldus door de Synode is vastgesteld, tot Gods glorie te promulgeren.

    Redemptoris Mater – Johannes Paulus II – 25/3/1987

    Inleiding

    De MOEDER van de VERLOSSER heeft een zeer bepaalde plaats in het heilsplan, want “toen de volheid van de tijd gekomen was, heeft God zijn Zoon gezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, opdat Hij hen die onder de wet stonden zou bevrijden, opdat wij de rang van zonen zouden verkrijgen. En het bewijs dat ge zonen zijt: Hij heeft de Geest van zijn Zoon in ons hart gezonden, die roept: Abba, Vader!” (Gal. 4, 4-6).

    Met deze woorden van de apostel Paulus wil ik mijn overwegingen beginnen over de betekenis die Maria heeft in het mysterie van Christus, en over haar werkdadige en voorbeeldige tegenwoordigheid in het leven van de Kerk. Het zijn woorden die zowel de Vader gedenken als de Zoon, de gave van de Geest, de vrouw uit wie de Verlosser geboren werd, en ons goddelijk kindschap, in het mysterie van de “volheid van de tijd.” 

    Deze volheid duidt het ogenblik aan dat van alle eeuwigheid is vastgesteld en waarop de Vader zijn Zoon gezonden heeft, “opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben” (Joh. 1, 1.14) en onze broeder is geworden. Zij duidt het ogenblik aan waarop de heilige Geest, die reeds de volheid van de genade had uitgestort in Maria van Nazaret, in haar maagdelijke schoot de menselijke natuur van Christus vormde. Zij geeft het ogenblik aan waarop door de intrede van het eeuwige in het tijdelijke de tijd verlost wordt, vervuld wordt met het mysterie van Christus en definitief “heilstijd” wordt. Zij geeft tenslotte het mysterievolle begin aan van de weg van de Kerk. Inderdaad begroet de Kerk in de liturgie Maria van Nazaret haar begin, omdat zij ziet dat in de gebeurtenis van de onbevlekte ontvangenis de heilsgenade van Pasen zich reeds van te voren aftekent in haar edelste lid. En vooral omdat zij in het gebeuren van de menswording Christus en Maria onverbrekelijk tezamen ontmoet, Hem die haar Heer en Hoofd is, en haar die door het uitspreken van het eerste fiat van het Nieuwe Verbond voorafbeelding is van de Kerk als bruid en moeder.

    Gesterkt door de aanwezigheid van Christus is de Kerk in de tijd onderweg naar de voleinding der tijden en gaat zij haar Heer die komt tegemoet. Maar op deze weg gaat de Kerk voort in de voetsporen van de Maagd Maria die ”is voortgegaan op de pelgrimstocht van het geloof en de vereniging met haar Zoon standvastig heeft volgehouden tot onder het kruis”.

    Het tweeduizendjarig jubileum van de geboorte van Jezus Christus is nabij en richt onze blik tegelijk op zijn Moeder. In de laatste jaren zijn verschillende stemmen opgegaan die wenselijkheid geopperd hebben om deze herdenking te laten voorafgaan door een soortgelijk jubileum dat gewijd is aan de viering van de geboorte van Maria. Ook al is het niet mogelijk om de geboortedatum van Maria nauwkeurig chronologisch vast te stellen, toch is de Kerk zich er steeds van bewust dat Maria eerder dan Christus verschenen is aan de horizon van de heilsgeschiedenis (het Oude Testament heeft op vele wijzen het mysterie van Maria aangekondigd). Het is een feit dat bij de definitieve nadering van “de volheid van de tijd”, d.w.z. van de heilskomst van de Immanuël, zij die van eeuwigheid af bestemd was om zijn Moeder te zijn reeds op aarde leefde. Dit feit dat zij er was “vóór” de komst van Christus, vindt ieder jaar een weerspiegeling in de liturgie van de Advent. Als dus de jaren die ons nader brengen tot het einde van het tweede millennium na Christus en tot het begin van het derde, vergeleken worden met de historische verwachting van de Verlosser in de oudheid, dan wordt het geheel begrijpelijk dat wij ons in deze periode op speciale wijze willen richten tot haar die in de “nacht” van de Adventsverwachting begon te schitteren als een ware ‘morgenster’ (Stella matutina). Zoals deze ster samen met de “dageraad” voorafgaat aan de opkomst van de zon, zo is Maria vanaf haar onbevlekte ontvangenis voorafgegaan aan de komst van de Redder, aan de opkomst van de “zon der gerechtigheid” in de geschiedenis van het mensengeslacht.

    Haar aanwezigheid in Israël – zo onopvallend dat zij bijna onopgemerkt bleef voor de ogen van de tijdgenoten – straalde wel duidelijk voor de Eeuwige die deze verborgen “dochter van Sion” deelgenoot gemaakt had van het heilsplan dat de gehele geschiedenis van de mensheid omvat. Wij christenen, die weten hoe het providentiële plan van de Allerheiligste Drieëenheid de centrale werkelijkheid is van de openbaring en het geloof, voelen dus terecht de behoefte om aan het einde van het tweede millennium de uitzonderlijke tegenwoordigheid van de Moeder van Christus in de geschiedenis in het licht te stellen in het bijzonder gedurende deze laatste jaren die voorafgaan aan het jaar tweeduizend.

    Het Tweede Vaticaans Concilie, dat ons in zijn leer de Moeder van God voorhoudt in het mysterie van Christus en de Kerk, bereidt ons hierop voor. Want als het waar is dat ”het mysterie van de mens alleen oplicht in het mysterie van het mens geworden Woord”, zoals het Concilie verklaart, dan moet men dit beginsel op zeer bijzondere wijze toepassen op die uitzonderlijke “dochter van het mensengeslacht”, op die buitengewone “vrouw” die Moeder van Christus werd. Alleen in het mysterie van Christus wordt haar mysterie geheel en al duidelijk. Vanaf het begin heeft de Kerk overigens getracht het zo te verstaan: het mysterie van de menswording heeft het haar mogelijk gemaakt steeds dieper door te dringen in het mysterie van de Moeder van het vleesgeworden Woord en dit steeds beter te verduidelijken. Beslissende betekenis voor deze verdieping heeft het Concilie van Efese gehad (in het jaar 431), waarop de waarheid over het goddelijke moederschap van Maria tot grote vreugde van de christenen plechtig bevestigd werd als geloofswaarheid van de Kerk. Maria is de Moeder van God (= Theotókos), omdat zij door de heilige Geest Jezus Christus, de Zoon van God die één in wezen is met de Vader, in haar maagdelijke schoot ontvangen en aan de wereld geschonken heeft. “De Zoon van God, . . . geboren uit de Maagd Maria, is . . . werkelijk één van de onzen geworden”. Hij is mens geworden. Zo schittert aan de horizon van het geloof van de Kerk door middel van het mysterie van Christus ten volle het mysterie van zijn Moeder. Op zijn beurt was het dogma van het goddelijke moederschap van Maria voor het Concilie van Efese, en is het voor de Kerk, als het ware een bezegeling van het dogma van de menswording, waarin het Woord waarlijk de menselijke natuur aanneemt in de eenheid van zijn persoon zonder haar te niet te doen.

    Het Tweede Vaticaans Concilie, dat Maria voorhoudt in het mysterie van Christus, vindt op deze manier ook de weg om de kennis van het mysterie van de Kerk te verdiepen. Want Maria is als Moeder van Christus op bijzondere wijze verenigd met de Kerk, “die de Heer als zijn lichaam heeft ingesteld”. De Concilietekst brengt op veelzeggende wijze deze waarheid over de Kerk als het lichaam van Christus (volgens de leer van de brieven van Paulus) in verband met de waarheid dat de Zoon van God “door de heilige Geest uit de Maagd Maria is geboren”. De werkelijkheid van de menswording vindt als het ware een verlengstuk in het mysterie van de Kerk, lichaam van Christus. En men kan niet aan die werkelijkheid van de menswording denken zonder te verwijzen naar Maria, de Moeder van het mensgeworden Woord.

    In deze overwegingen wil ik echter vooral verwijzen naar de “pelgrimstocht van het geloof” waarop “de heilige Maagd is voortgegaan” en de vereniging met Christus standvastig volgehouden heeft. Zo krijgt die tweevoudige band die de Moeder van God verenigt met Christus en met de Kerk een historische betekenis. Het gaat hier niet slechts om de geschiedenis van de Moeder-maagd, om haar persoonlijke geloofsweg en het ”beste deel” dat zij heeft in het heilsmysterie, maar ook om de geschiedenis van heel het volk Gods, van allen die deelnemen aan dezelfde pelgrimstocht van het geloof.

    Het Concilie drukt dit uit waar het in een andere passage vaststelt dat Maria “is voorgegaan” en ”model van de Kerk” is geworden “in de order van het geloof, de liefde en de volmaakte eenheid met Christus”. Dit ”voorgaan” als beeld of model verwijst naar het diepe mysterie zelf van de Kerk, die in de vervulling van haar eigen heilszending in zich de eigenschappen van moeder en maagd verenigt, zoals Maria. Zij is een maagd die “haar trouw aan de Bruidegom gaaf en zuiver behoudt” en die ”ook zelf moeder wordt . . . want zij brengt zonen ter wereld, van de heilige Geest ontvangen en uit God geboren, voor een nieuw en onsterfelijk leven”. 

    Dit alles geschiedt in een groot historisch proces en om zo te zeggen “op een tocht”. De pelgrimstocht van het geloof duidt de innerlijke geschiedenis aan, men zou kunnen zeggen de geschiedenis van de zielen. Maar deze is ook de geschiedenis van de mensen die op deze aarde onderworpen zijn aan de vergankelijkheid, opgenomen zijn in de dimensie van de geschiedenis. In de volgende overwegingen willen wij ons vooral concentreren op de huidige fase, die uiteraard nog niet geschiedenis is en haar toch voortdurend vormt, ook in de zin van heilsgeschiedenis. Hier gaat een wijde ruimte open waarin de heilige Maagd Maria het volk Gods “blijft voorgaan”. Haar uitzonderlijke pelgrimstocht van het geloof vormt een vast referentiepunt voor de Kerk, voor de enkelingen en de gemeenschappen, voor de volkeren en de naties, en in zekere zin voor de gehele mensheid. Het is werkelijk moeilijk om de straal ervan te omvatten en te meten.

    Het Concilie onderstreept dat de Moeder van God nu reeds de eschatologische vervulling van de Kerk is: “De Kerk heeft in de zalige Maagd reeds de volmaaktheid bereikt, waardoor ze vlek noch rimpel vertoont”; en tegelijk benadrukt het dat “de gelovigen zich nog steeds moeten inspannen om door de overwinning op de zonde in heiligheid te groeien; daarom verheffen zij hun blikken naar Maria, die voor heel de gemeenschap van de uitverkorenen als een toonbeeld van deugden uitmunt”. De Moeder van Gods Zoon neemt niet meer deel aan de pelgrimstocht van het geloof. Maria die verheerlijkt in de hemel is naast haar Zoon, heeft reeds de drempel tussen geloof en zien “van aangezicht tot aangezicht” (1 Kor. 13, 12) overschreden. Maar tegelijk houdt Maria niet op in deze eschatologische vervulling “de sterre der zee” (Maris Stella) te zijn voor allen die nog de weg van het geloof gaan. Als zij hun blikken naar haar opheffen op de verschillende plaatsen van het aardse bestaan, dan doen zij dit omdat zij de Zoon ter wereld heeft gebracht die God gesteld heeft tot Eerstgeborene onder vele broeders”, en ook omdat zij ”met moederlijke liefde bijdraagt” tot de “geboorte en opvoeding” van deze broeders en zusters. 

    DEEL 1 : MARIA IN HET MYSTERIE VAN CHRISTUS

    HOOFDSTUK 1 - Vol genade

     “Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelen in Christus heeft gezegend met elke geestelijke zegen” (Ef. 1, 3). Deze woorden van de brief aan de christenen van Efese openvaren het eeuwige plan van God de Vader, zijn plan om de mens in Christus te redden. Het is een universeel plan dat alle mensen die geschapen zijn naar het beeld en de gelijkenis van God , betreft. Zoals allen “in het begin” begrepen zijn in Gods scheppingswerk, zo zijn zij ook van eeuwigheid begrepen in het goddelijke heilsplan, dat volledig geopenbaard zou worden in de “volheid van de tijd” met de komst van Christus. De God die ”de Vader van onze heer Jezus Christus” “in Hem”, zo gaat dezelfde brief verder, “ons uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, om heilig en vlekkeloos te zijn voor zijn aangezicht. In liefde heeft Hij ons voorbestemd zijn kinderen te worden door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil, tot lof van de heerlijkheid van zijn genade. Hiermee heeft Hij ons begiftigd in de Geliefde, in wie wij de verlossing hebben door zijn bloed, de vergeving van de zonden, dank zij de rijkdom van zijn genade” (Ef. 1, 4-7).

    Het goddelijke heilsplan, dat ons volledige geopenbaard is met de komst van Christus, is eeuwig. Het is ook, volgens de leer van die brief en van andere paulijnse brieven, van eeuwigheid af verbonden met Christus. Het omvat alle mensen, maar behoudt een bijzondere plaats voor aan de “vrouw” die de Moeder is van Hem aan wie de Vader het heilswerk toevertrouwd heeft. Zoals het Tweede Vaticaans Concilie schrijft: “Zij is het die . . . reeds profetisch doorzichtig wordt in de belofte die aan de in zonde gevallen stamouders werd geschonken” -volgens het boek Genesis; “evenzo is zij de maagd die een zoon zal ontvangen en varen aan wie men de naam Immanuel zal geven” -volgens de woorden van Jesaja. Op deze wijze bereidt het Oude Testament die “volheid van de tijd” voor waarin God “zijn Zoon gezonden heeft, geboren uit een vrouw . . . opdat wij de rang van zonen zouden verkrijgen”. De komst van Gods Zoon in de wereld is de gebeurtenis die opgetekend staat in de eerste hoofdstukken van de evangelies volgens Lucas en volgens Matteüs.

    Maria wordt definitief binnengeleid in het mysterie van Christus door deze gebeurtenis: de boodschap van de engel. Zij vindt plaats te Nazaret, in zeer bepaalde omstandigheden van de geschiedenis van Israël het volk zegt tot de Maagd: “Wees gegroet, vol van genade, de Heer is met u” (Lc. 1, 28). Maria ”schrok van dat woord en vroeg zich af wat die groet toch wel kon betekenen” (Lc. 1, 29): wat konden al die buitengewone woorden wel betekenen en in het bijzonder de uitdrukking ”vol van genade” (kecharitoméne)? 

    Als wij samen met Maria willen mediteren over deze woorden en speciaal over de uitdrukking ”vol van genade”, dan kunnen wij een veelbetekenend vergelijkingspunt vinden juist in de bovengenoemde tekst uit de brief aan de christenen van Efese. Als de Maagd van Nazaret na de boodschap van de hemelse bode ook “de gezegende onder de vrouwen” genoemd wordt, dan ligt de verklaring hiervoor in de zegen waarmee “God de Vader” ons overladen heeft “in de hemelen in Christus”. Het is een geestelijke zegen, die alle mensen betreft en in zich de volheid en de universaliteit draagt (“elke zegen”), en die voortkomt uit de liefde die de Vader en de Zoon, die één in wezen met Hem is, verenigt in de heilige Geest. Het is tegelijk een zegen die door Jezus Christus is uitgestort in de mensgeschiedenis tot aan het einde toe: over alle mensen. Deze zegen betreft echter in een speciale en uitzonderlijke maat Maria: Elisabet heeft haar immers begroet als “de gezegende onder de vrouwen”.

    De reden voor de tweevoudige groet is dus dat zich in de ziel van deze “dochter van Sion” in zekere zin heel de “heerlijkheid van de genade” heeft geopenbaard, van die genade waarmee “de Vader . . . ons heeft begiftigd in de Geliefde”. De bode groet Maria immers als “de Begenadigde”; hij noemt haar zo, alsof dit haar echte naam is. Hij noemt zijn gesprekspartner niet bij de naam die zij onder de mensen heeft: Miryam (=Maria), maar bij deze nieuwe naam: “Begenadigde”. Wat betekent deze naam? Waarom noemt de aartsengel de Maagd van Nazaret zo?

    In de bijbelse taal betekent “genade” een speciale gave, die volgens het Nieuwe Testament haar bron heeft in het leven van de drieëne God, van God die liefde is. De uitverkiezing waarover de brief aan de christenen van Efese spreekt is vrucht van deze liefde. Van Gods kant is deze uitverkiezing de eeuwige wil om de mens te redden door deelname aan zijn eigen leven in Christus: het is het heil in de deelname aan het bovennatuurlijke leven. De uitwerking van deze eeuwige gave, van deze genade van de uitverkiezing van de mens door God, is als een kiem van heiligheid of als een bron die opspringt in de ziel als gave van God zelf, die de uitverkorenen levend en heilig maakt door middel van de genade. Op deze wijze wordt vervuld, d.w.z. wordt werkelijkheid, die zegening van de mens “met elke geestelijke zegen”, die “aanneming tot zijn kinderen” in Christus ofwel in Hem die eeuwig de “geliefde Zoon” van de Vader is.

    Wanneer wij lezen dat de bode tot Maria zegt: “vol van genade”, dan laat de context van het evangelie, waarin oude openbaringen en beloften samenvloeien, ons begrijpen dat het hier gaat om een speciale zegen onder alle “geestelijke zegeningen in Christus”. Zij is reeds aanwezig in het mysterie van Christus “voor de schepping der wereld” als degene die de Vader “uitgekozen heeft” als Moeder van zijn Zoon in de menswording – en de Zoon heeft haar samen met de Vader uitgekozen en haar eeuwig toevertrouwd aan de Geest van heiligheid. Maria is op geheel bijzondere en uitzonderlijke wijze verenigd met Christus. Zij wordt eveneens op geheel bijzonder en uitzonderlijke wijze bemind in deze eeuwige geliefde Zoon, in deze Zoon die één wezen is met de Vader en in wie heel de “heerlijkheid van de genade” samenkomt. Tegelijk is en blijft zij geheel open voor deze “gave van boven”. Zoals het Concilie leert, “munt” Maria “uit tussen de nederigen en armen van de Heer, die het heil met vertrouwen van Hem verwachten en ontvangen.” 

    Al Betekenen de groet en de naam “Begenadigde” dit alles, in de context van de boodschap van de engel hebben zij vooral betrekking op de uitverkiezing van Maria als Moeder van Gods Zoon. Maar tegelijk wijst de volheid der genade heel de bovennatuurlijke gave aan waarmee Maria begiftigd is in verband met het feit dat zij uitgekozen en bestemd is om de Moeder van Christus te zijn. Ook al is deze uitverkiezing fundamenteel voor de vervulling van het heilsplan van God met betrekking tot de mensheid; ook al betreffen de eeuwige keuze in Christus en de bestemming tot de waardigheid van aangenomen kinderen alle mensen, toch is de uitverkiezing van Maria geheel uitzonderlijk en uniek. Vandaar ook de uitzonderlijkheid en de enigheid van haar plaats in het mysterie van Christus.

    De hemelse bode zegt tot haar: “Vrees niet, Maria, want gij hebt genade gevonden bij God. Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, die gij de naam Jezus moet geven. Hij zal groot zijn en zijn Zoon van de Allerhoogste genoemd worden” (Lc. 1, 30-32). En als de Maagd, verschrikt door deze buitengewone groet, vraagt: “Hoe zal dit geschieden, daar ik geen gemeenschap heb met een man?”, ontvangt zij van de engel bevestiging en uitleg van de voorafgaande woorden. Gabriël zegt tot haar: “De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht heilig genoemd worden, Zoon van God” (Lc. 1, 35).

    De boodschap is daarom de openbaring van het mysterie van menswording aan het begin zelf van de vervulling ervan op aarde. De heilsgave die God maakt van zichzelf en van zijn leven, op zekere wijze aan de gehele schepping en direct aan de mens, bereikt in het mysterie van de menswording één van zijn hoogtepunten. Dit is inderdaad een hoogtepunt onder alle genadegaven in de geschiedenis van de mens en van het heelal. Maria is “vol van genade omdat de menswording van het Woord, de vereniging van Gods Zoon met de menselijke natuur, juist in haar verwerkelijkt en vervuld wordt. Maria is, zoals het Concilie leert, “de Moeder van de Zoon van God . . . en daarom de geliefde dochter van de Vader en het heiligdom van de heilige Geest. Door deze uitmuntende gave gaat zij alle andere schepselen in de hemel en op aarde ver te boven”.

    Sprekend over de ”heerlijkheid van de genade” waarmee ”God de Vader . . . ons begiftigd heeft in de Geliefde”, voegt de brief aan de christenen van Efese hieraan toe: “in Hem hebben wij de verlossing door zijn bloed” (Ef. 1, 7). Volgens de leer die geformuleerd is in plechtige documenten van de Kerk heeft deze “heerlijkheid van de genade” zich in de Moeder Gods geopenbaard door het feit dat zij “op een meer verheven wijze” is verlost. Krachtens de rijkdom der genade van de geliefde Zoon, vanwege de verlossende verdiensten van Hem die haar Zoon zou worden, is Maria gevrijwaard voor de overdracht van de erfzonde. Zo hoort zij vanaf het eerste ogenblik van haar ontvangenis, dus van haar bestaan, toe aan Christus en deelt zij in de verlossende en heiligmakende genade en in die liefde die zijn oorsprong heeft in de “Geliefde” in de Zoon van de eeuwige Vader, die door de menswording haar eigen Zoon is geworden. Daarom ontvangt Mariadoor de heilige Geest in de orde van de genade, d.w.z. van de deelname aan Gods eigen wezen, het leven van Hem aan wie zij zelf in de orde van de aardse voortbrenging als moeder het leven schonk. De liturgie aarzelt niet haar ”moeder van haar Schepper” te noemen en haar te groeten met de woorden die Dante Alighieri de heilige Bernardus in de mond legt: “dochter van uw Zoon”. En omdat Maria die ”nieuwe leven” ontvangt in een volheid die beantwoordt aan de liefde van de Zoon voor de Moeder en dus aan de waardigheid van het goddelijke moederschap, noemt de engel haar bij de boodschap “Begenadigde”.

    In het heilsplan van de Allerheiligste Drieëenheid vormt het mysterie van de menswording de overvloedige vervulling van de belofte die God aan de mensen gedaan heeft na de erfzonde, na die eerste zonde waarvan de uitwerking op heel de geschiedenis van de mens op aarde drukt. Zie, een Zoon komt ter wereld, het ”kroost van de vrouw” dat het kwaad van de zonde in de wortel zal verslaan: ”Hij zal de kop van de slang verpletteren”. Zoals uit de woorden van het proto evangelie blijkt, zal de overwinning van de Zoon van de vrouw niet behaald worden zonder een zware strijd die heel de geschiedenis van de mens op aarde zal vullen. ”De vijandschap” die in het begin is aangekondigd wordt bevestigd in de Apokalyps, het boek van de laatste gebeurtenissen van de Kerk en de wereld, waarin opnieuw het teken verschijnt van de ”vrouw”” ditmaal “bekleed met de zon” (Apok. 12, 1).

    Maria, de Moeder van het Woord, wordt geplaatst in het centrum van die vijandschap, van die strijd waarmee de mensengeschiedenis op aarde en de heilsgeschiedenis zelf vergezeld gaan. Op die plaats draagt zij die bij de ”nederigen en armen van de Heer” hoort, als geen andere mens de ”heerlijkheid van de genade” in zich waarmee de Vader ”ons begiftigd heeft in de Geliefde”, en deze genade bepaalt de buitengewone grootheid en schoonheid van heel haar wezen. Zo blijft Maria voor God en ook voor de gehele mensheid als het onveranderlijke en onschendbare teken van de uitverkiezing door God waarover de paulijnse brief spreekt: “In Christus . . . heeft Hij ons uitverkoren vóór de grondlegging van de wereld . . . en ons voorbestemd zijn kinderen te worden” (Lc. 1, 4.5). Deze uitverkiezing is machtiger dan iedere ervaring van het kwaad en van de zonde, dan heel die ”vijandschap” waardoor de geschiedenis van de mens getekend wordt. In deze geschiedenis blijft Maria een teken van vaste hoop.

    HOOFDSTUK 2 - Zalig zij die geloofd heeft

    Onmiddellijk na het verhaal van de boodschap voert de evangelist Lucas ons achter de schreden van de Maagd van Nazaret aan naar “een stad in Judea” (Lc. 1, 39). Volgens de geleerden zou deze stad het huidige Ain-Karim zijn, dat niet ver van Jeruzalem in de bergen ligt. Maria gaat daar ”met spoed” naar toe om Elisabet, haar bloedverwante, te bezoeken. De reden voor het bezoek moet ook gezocht worden in het feit dat Gabriël bij de boodschap op veelzeggende wijze Elisabet genoemd had die op gevorderde leeftijd van haar man Zacharias een zoon ontvangen had, door Gods kracht: ”Elisabet, uw bloedverwante, heeft in haar ouderdom een zoon ontvangen en, ofschoon zij ontvruchtbaar hette, is zij nu in haar zesde maand; want voor God is niets onmogelijk” (Lc. 1, 36-37). De goddelijke bode had zich beroepen op wat met Elisabet gebeurd was om te antwoorden op de vraag van Maria: ”Hoe zal dit geschieden, daar ik geen gemeenschap heb met een man?” (Lc. 1, 34). Zie, het zal kunnen geschieden juist door de kracht van de Allerhoogste”, zoals en nog meer dan in het geval van Elisabet.

    Door liefde gedreven begeeft Maria zich dus naar het huis van haar bloedverwante. Als zij er binnentreedt, beantwoordt Elisabet haar groet en voelt zij het kind in haar schoot opspringen. ”Vervuld met de heilige Geest groet zij op haar beurt Maria met luider stemme: “Gij zijt gezegend onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot. Deze uitroep of toejuiching van Elisabet zou later opgenomen worden in het Weesgegroet, als vervolg op de groet van de engel, en zo één van de meest voorkomende gebeden van de Kerk worden. Maar nog meer betekenis hebben de woorden van Elisabet in de vraag die volgt: ”Waaraan heb ik het te danken dat de moeder van mijn Heer naar mij toekomt?” (Lc. 1, 43). Elisabet legt getuigenis af over Maria: zij erkent en verklaart dat voor haar Moeder van de Heer staat, de Moeder van de Messias. Ook de zoon die Elisabet in haar schoot draagt neemt deel aan dit getuigenis: “Het kind sprong van vreugde in mijn schoot” (Lc. 1, 44). Het kind is de toekomstige Johannes de Doper die bij de Jordaan Jezus als de Messias zal aanwijzen.

    Ieder woord in de groet van Elisabet is vol betekenis, maar wat zij op het eind zegt lijkt van fundamentele betekenis: “Zalig zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer gezegd is” (Lc. 1, 45). Deze woorden kunnen geplaatst worden naast de benaming “Begenadigde” van de groet van de engel. In beide teksten wordt de waarheid over Maria die werkelijk binnengetreden is in het mysterie van Christus, juist omdat zij “geloofd heeft”, werkelijkheid. De volheid de genade die de engel aangekondigd heeft betekent de gave van God zelf; het geloof van Maria, dat Elisabet geprezen heeft bij het bezoek, geeft aan hoe de Maagd van Nazaret geantwoord heeft op deze gave.

    ”Aan de openbare God moet de mens ‘de gehoorzaamheid van het geloof’ (Rom. 16, 26)  betonen, waardoor hij zich vrijelijk geheel aan God toevertrouwt”, leert het Concilie. Het geloof zoals het hier beschreven wordt, heeft in Maria een volmaakte verwezenlijking gevonden. Het ”beslissende” ogenblik was de boodschap, en de woorden van Elisabet: “Zalig zij die geloofd heeft” hebben op de eerste plaats juist op dit moment betrekking.

    Want bij de boodschap heeft Maria zich volledig aan God toevertrouwd en ”de gehoorzaamheid van het geloof” betoond aan Hem die door zijn bode tot haar sprak, en de ”volledige onderdanigheid van verstand en wil” bewezen. Zij heeft dus met heel haar menselijke, vrouwelijke “ik” geantwoord. Dit geloofsantwoord bevatte een volmaakte medewerking met “de voorkomende en helpende genade van God en een volmaakte beschikbaarheid voor de werking van de heilige Geest die ”voortdurend het geloof vervolmaakt door zijn gave”.


    13-11-2017 om 06:40 geschreven door claudia  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    12-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wijwater - deel 2

    Alternatieve lezingen:

    Jesaja 12:1-6 Op die dag zult gij zeggen: Ik loof u, Jahwe; Gij waart toornig op mij, maar uw toorn is bedaard en Gij hebt mij getroost. Ja, God is mijn redding, ik vrees niet, ik ben vol vertrouwen: Jahwe is mijn sterkte en kracht, Hij is mijn redding geworden. En gij zult vol vreugde water putten uit de bronnen der redding. Op die dag zult gij zeggen: Looft jahwe, roept zijn naam uit, maakt onder de volken zijn daden bekend, verkondigt zijn hoog verheven naam. Zingt Jahwe lof, want Hij deed grootse dingen, laat het bekend zijn over heel de aarde! Juicht en jubelt, bewoners van Sion: Israëls Heilige is groot in uw midden!

    Jesaja 55:1-11 Komt allen die dorst hebt, hier is water; en gij, die geen geld hebt, komt, koopt koren en eet zonder geld, en drinkt zonder betaling wijn en melk. Waarom besteedt gij geld aan wat geen brood is, en uw loon aan iets wat niet verzadigt? Luistert aandachtig naar Mij, en gij zult eten wat goed is, en uw honger stillen met uitgelezen spijs. Neigt uw oor en komt naar Mij, luistert en gij zult leven; een eeuwig verbond zal Ik met u sluiten, een blijk van mijn blijvende trouw aan David gezworen.  Zie, hem had Ik tot getuige voor de volkeren aangesteld, tot vorst en gebieder over de naties. Zie, zo komt nu een volk, dat gij niet kent, naar u toe, en een volk dat u niet kent, snelt op u af, omwille van Jahwe, uw God, en wegens de Heilige van Israël, omdat Hij u luister heeft verleend. Zoekt Jahwe, nu Hij te vinden is, roept Hem aan: Hij is nabij, De zondaar moet zijn weg verlaten en de boosdoener zijn gedachten; en terugkeren naar Jahwe, die zich over hem erbarmen zal, naar onze God, die immers rijkelijk vergeeft. Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen niet mijn wegen, zo luidt de godsspraak van Jahwe, want zoals de hemel hoger is dan de aarde, zo gaan ook mijn wegen uw wegen te boven, en mijn gedachten uw gedachten. Want zoals de regen en de sneeuw uit de hemel neerdalen en daarheen pas terugkeren, wanneer zij de aarde hebben gedrenkt, haar hebben bevrucht en met planten bedekt, wanneer zij zaad hebben gegeven aan de zaaier, en brood aan de eter; zo zal het ook gaan met mijn woord, dat voortkomt uit mijn mond; het keert niet vruchteloos naar Mij terug, maar pas wanneer het heeft gedaan wat Mij behaagt, en alles heeft volvoerd, waartoe Ik het heb gezonden.

    Sirach 15:1-6  Zo doet degene die de Heer vreest; wie zich houdt aan de wet zal de wijsheid verwerven. Als een moeder komt zij hem tegemoet en zij begroet hem als de vrouw van zijn jeugd. Zij geeft hem het brood van het inzicht te eten en laat hem het water van de wijsheid drinken. Hij steunt op haar en hij wankelt niet, hij hecht zich aan haar en hij wordt niet beschaamd. Zij zal hem verheffen boven zijn naasten en in het midden van de vergadering ontsluit ze zijn mond. Blijdschap en een vreugdekrans en een onvergankelijke naam zal zij hem schenken.

    1 Johannes 5:1-6 Iedereen die gelooft dat Jezus de verlosser is, is een kind van God. Welnu, wie de vader liefheeft bemint ook het kind. Willen wij God liefhebben en zijn geboden onderhouden, dan moeten wij ook Gods kinderen liefhebben. Dat is onze maatstaf. God beminnen wil zeggen zijn geboden onderhouden, en zijn geboden zijn niet moeilijk te onderhouden, want ieder die uit God geboren is overwint de wereld. En het wapen waarmee wij de wereld overwinnen is geen ander dan ons geloof. Niemand kan de wereld overwinnen dan hij die gelooft dat Jezus de Zoon van God is. Hij is het die gekomen is met water en bloed, Jezus Christus. Hij is gekomen niet door water alleen, maar door water en door bloed. De Geest betuigt het, omdat de Geest de waarheid is.

    Openbaring 7:13-17 Toen richtte zich een van de oudsten tot mij en zei: “Wie zijn dat in die witte gewaden en waar komen zij vandaan? Ik antwoordde hem: “Heer, dat weet gij.” Toen zei hij: “Dat zijn degenen die komen uit de grote verdrukking, die hun gewaden hebben wit gewassen in het bloed van het Lam. Daarom staan zij voor de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in zijn tempel, en Hij die op de troon is gezeten zal zijn tent over hen uitspreiden. Zij zullen nooit meer honger of dorst lijden, geen zonnesteek of woestijngloed zal hen treffen, want het Lam in het midden van de troon zal hen weiden en voeren naar de waterbronnen van het leven, en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.”

    Openbaring 22:1-5 Toen toonde mij de engel de rivier met het water des levens, helder als kristal, die ontwelde aan de troon van God en van het Lam. Zij liep midden door de straat van de stad, en op haar oevers, aan weerszijden, stond het geboomte des levens, dat twaalfmaal vrucht draagt, elke maand eens; en zijn loof brengt de volken genezing. En er zal geen banvloek meer zijn. En de troon van God en van het Lam zal daar staan en zijn dienstknechten zullen Hem vereren. Zij zullen zijn gelaat aanschouwen en zijn naam zal op hun voorhoofd zijn. Er zal geen nacht meer zijn en zij behoeven geen licht meer van lamp of zon, want God de Heer zal over hen lichten, en zij zullen heersen in de eeuwen der eeuwen.

    Johannes 13:3-15 In het bewustzijn dat de Vader Hem alles in handen had gegeven en dat Hij van God was uitgegaan en naar God terugkeerde, stond Hij van tafel op, legde zijn bovenkleren af, nam een linnen doek en omgordde zich daarmee. Daarop goot Hij water in het wasbekken en begon de voeten van de leerlingen te wassen en ze met de doek waarmee Hij omgord was af te drogen. Zo kwam Hij bij Simon Petrus, die echter tot Hem zei: “Heer wilt Gij mij de voeten wassen?” Jezus gaf hem ten antwoord: “Wat Ik doe begrijpt ge nu nog niet, maar later zult gij het inzien.” Toen zei Petrus tot Hem: “Nooit in der eeuwigheid zult Gij mij de voeten wassen!” Jezus antwoordde hem: “Als gij u niet door Mij laat wassen, kunt gij mijn deelgenoot niet zijn.” Daarop zei Simon Petrus tot Hem: “Heer, dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en hoofd.” Maar Jezus antwoordde: “Wie een bad heeft genomen, behoeft zich niet meer te wassen (tenzij de voeten), hij is immers helemaal rein. Ook gij zijt rein, ofschoon niet allen.” Hij wist immers wie Hem zou overleveren. Daarom zei Hij: “Niet allen zijt gij rein.” Toen Hij dan hun voeten had gewassen, zijn bovenkleren had aangetrokken en weer aan tafel was gegaan, sprak Hij tot hen: “Begrijpt gij wat Ik u gedaan heb? Gij spreekt Mij aan als Leraar en Heer, en dat doet gij terecht, want dat ben Ik. Maar als Ik, de Heer en Leraar, uw voeten heb gewassen, dan behoort ook gij elkaar de voeten te wassen. Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gij zoudt doen zoals Ik u gedaan heb. 

    Gebed van zegen

    Na de lezing, zegt de celebrant:
    Laat ons bidden.

    Allen bidden in stilte; dan zegt de celebrant met uitgestrekte handen, het gebed van zegen:

    Gezegend bent U, Heer, Almachtige God,
    die in Christus, het levende water van redding,
    ons gezegend heeft en omgevormd.
    Verleen dat wanneer we besprenkeld worden met dit water
    of wanneer we er gebruik van maken,
    we innerlijk worden verfrist door de kracht
    van de Heilige Geest
    en blijven leven in het nieuwe leven
    dat we ontvingen bij het Doopsel.

    We vragen dit door Christus onze Heer.  
    R. Amen.

    Het kruisteken over het water.

    God zij dank dat we het Roomse Rituale hebben om ons te helpen. Je moet niet elke keer het zout exorciseren. Ik exorciseer het zout en houd het zo wanneer ik de traditionele zegening doe, het neemt niet zoveel tijd in beslag. Geëxorciseerd zout is zeer krachtig tegen de duivel. Je kunt het rond je huis, tuin, werk, en buurt strooien. Je kunt het ook gebruiken als je kookt.

    Sommige eenvoudige zaken om te gebruiken als bescherming tegen de duivel zijn: Wijwater, de geëxorciseerde H. Benedictusmedaille, het bruine scapulier, de wonderdadige medaille en het dragen van de rozenkrans.  

    Blijf altijd in staat van genade, het helpt zoveel om de aanvallen van de duivel te vermijden. We zouden meer moeten bevreesd zijn voor het beledigen van God, dan voor de duivel. Vergeet ook nooit dat Maria een grote beschermster is tegen de boze en ook de H. Michael. De H. Jozef wordt “verschrikking van de duivel” genoemd.

    Driekoningenwater

    Het driekoningenwijwater is het water dat tijdens de hoogmis op die dag gewijd wordt. Het is wijwater, en als zodanig een van de vele sacramentaliën in de katholieke kerken. Er wordt ongeveer 45 minuten over gebeden en is daarom het sterkste wijwater. De sacramentaliën ontvangen de kracht die de gebeden uitdrukken bij de zegening ervan.

    In het Romeins Rituaal wordt het wijdingsritueel beschreven dat alleen op de vigilie van Driekoningen (5 januari) door een priester uitgevoerd kan worden. De wijding geeft vier groepen van genaden:

    • verjaagt de duivel en zijn invloeden
    • roept de hulp van de hemel, de heiligen en engelen af
    • geeft genezing naar ziel en lichaam
    • biedt genezing voor mensen en dieren.

    Driekoningen was vroeger – net zoals Pasen – traditioneel een doopdag. Ter herinnering aan de doop vond met Driekoningen de wijding van het water plaats.

    De liturgie van de wijding van het driekoningenwijwater is als volgt opgebouwd:

    • litanie van alle heiligen, dat is de aanroeping van degenen die definitief de overwinning over alle kwaad hebben behaald; de 'zegevierende Kerk'
    • twee overwinningshymnen uit de H Schrift, het Benedictus over de komst van de voorloper van de Messias en verlosser en het Magnificat over de komst van de Messias en verlosser zelf
    • drie psalmen over de overwinning van Israël tegen de vijanden in het Oude Testament, voorteken van overwinning over geestelijke vijanden in het nieuwe testament
    • gewone wijwatergebed met exorcismen over zout en water
    • het kleine exorcisme van paus Leo XIII of van de Aartsengel Michael tegen de omzetenheid (sterke merkbare invloed van de duivel), waarin beroep wordt gedaan op alle sterke geloofsgeheimen
    • gezongen Te Deum, loflied van de overwinnende kerk van de heiligen in de hemel.

    Het verdrijven van de duivel 

    De duivel haat wijwater omwille van zijn macht over hem. Hij kan niet lang blijven op een plaats of bij een persoon die dikwijls wordt besprenkeld met wijwater. 

    Lees wat de H. Teresa van Avila hierover had te zeggen: 

    "Uit lange ervaring heb ik geleerd dat er niets zoals wijwater is om duivels op de vlucht te jagen en te voorkomen dat ze terugkomen. Ze vluchten ook voor het kruis, maar keren terug; daarom moet wijwater een grote waarde hebben. Voor mij, als ik het neem, is mijn ziel getroost. In feite is het een bewuste verfrissing die ik niet kan omschrijven, het lijkt op een innerlijke vreugde die mijn hele ziel troost.”

    "Op een nacht, ongeveer deze tijd, dacht ik dat de duivels mij aan het verstikken waren; en wanneer de zusters heel wat wijwater hadden gesprenkeld zag ik een grote groep duivels wegrennen zo vlug ze konden." 

    "Op een nacht was ik devotionele gebeden aan het bidden, wanneer de duivel zelf kwam en me wilde doen stoppen met bidden. Ik sloeg een kruisteken en hij ging weg. Ik begon verder te bidden en hij kwam terug. Ik begon drie keer opnieuw en het was tot ik wat wijwater sprenkelde dat ik verder kon bidden. Op hetzelfde moment zag ik verschillende zielen uit het Vagevuur komen: hun tijd was bijna op en ik denk dat de duivel hun bevrijding wilde voorkomen."

    Wijwater gebed voor de zielen van het Vagevuur

    Sprenkel een paar druppels van Heilig Water en bid vurig: 

    "O God, in Uw barmhartigheid vermenigvuldig deze druppels in zoveel Wijwaterdruppels als er zielen zijn in het Vagevuur, en laat hen toe de pijnen van het Vagevuur niet te vrezen, zoals als het vocht van het Wijwater aanwezig is.”

    Hoe van wijwater dat muf is afgeraken:

    Wijwater blijft gewoonlijk voor een lange tijd bewaard. Maar als je toch muf water hebt, giet het dan buiten in de grond aan planten of bomen. De reden omdat we het in de grond gieten is omdat de grond heilig is en we het teruggeven aan de natuur. Andere religieuze zaken zoals gebroken rozenkransen, versleten scapulieren, gebroken beelden, enz. mogen ook in de grond begraven worden.

    Asperges me (wikipedia): Het Asperges me is de katholieke liturgische plechtigheid die op zondagen aan de viering van een plechtige H. Mis voorafgaat. De kerkgangers worden gezegend met wijwater, terwijl het koor de Gregoriaanse antifoon 'Asperges Me' zingt.

    De gewone vorm van de Romeinse ritus voorziet in een verkorte versie van het Asperges me. In de buitengewone vorm is de plechtigheid volledig bewaard.

    Ritueel

    De priester of bisschop gaat hierbij, gekleed in koorkap en eventueel geholpen door diakens, door de kerk en besprenkelt de gelovigen door middel van een aspergil met wijwater. Dit gebeurt ter herinnering aan het doopsel en om barmhartigheid en reiniging van God af te smeken, voordat men de heilige geheimen van de eucharistie viert. Na de besprenkeling spreekt de celebrant staande voor het tabernakel een gebed uit, waarin bescherming van het kerkgebouw en het gelovige volk afgesmeekt wordt. Hierna wordt de koorkap afgelegd en bekleedt de priester zich met kazuifel, manipel en bonnet.

    Antifoon

    De naam Asperges me komt van de Latijnse antifoon die tijdens deze besprenkeling met wijwater Gregoriaans gezongen wordt, namelijk Psalm 51:9 Raak met hysop mij aan: ik zal rein zijn, maak mij smetteloos: witter dan sneeuw.

    In de Paastijd zingt men in plaats van Psalm 51, Psalm 118:1; deze antifoon heet Vidi aquam bij de besprenkeling, waarin op mystieke wijze Christus aan het kruis bezongen wordt, uit wiens Zijde water en bloed vloeit.

    Tweede Vaticaans Concilie

    De plechtigheid is bijna overal verdwenen, hoewel de Novus Ordo Missae wel in een verkorte versie van het Asperges me voorziet. In de Mis volgens de Tridentijnse ritus is de plechtigheid bewaard. De priester kan ervoor kiezen om het asperges en de processie met koorkap te doen en zich te verkleden bij het altaar, maar kan er ook voor kiezen om meteen het kazuifel te dragen bij het vertrekken uit de sacristie. De priester bekleedt zich in de nieuwe misorde (Ordo Missae Cum Populo) enkel nog met het kazuifel (en stole); het manipel en de bonnet worden niet meer gedragen. (In de nieuwe misorde is het asperges een deel van de eucharistie.)

    Tekst der plechtigheid

    Asperges me, Domine, hyssopo, et mundabor:

    Gij zult mij besprenkelen, Heer, met hysop, en ik zal rein worden:

    Lavabis me, et super nivem dealbabor.

    Gij zult mij wassen, en ik zal witter worden dan sneeuw.

    Miserere mei, Deus,

    Ontferm u mijner, o God,

    secundum magnam misericordiam tuam.

    volgens uw grote barmhartigheid.

    Gloria Patri, et Filio, et Spiritui Sancto.

    Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.

    Sicut erat in principio, et nunc, et semper,

    Zoals het was in het begin, en nu, en altijd,

    et in saecula saeculorum. Amen.

    en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

    Asperges me (...) dealbabor.

    Was mij (...) dan sneeuw.

    S. Ostende nobis, Domine, misericordiam tuam.

    Pr. Toon ons, Heer, uw barmhartigheid.

    M. Et salutare tuum da nobis.

    V. En schenk ons uw heil.

    S. Domine exaudi orationem meam.

    Pr. Heer verhoor mijn gebed.

    M. Et clamor meus ad te veniat.

    V. En mijn noodkreet kome tot U.

    S. Dominus vobiscum.

    Pr. De Heer zij met u.

    M. Et cum spiritu tuo.

    V. En met uw geest.

    S. Oremus. Exaudi nos Domine sancte Pater omnipotens aeterne Deus et mittere digneris sanctum angelum tuum de caelis, qui custodiat, foveat, protegat, visitet atque defendat omnes habitantes in hoc habitaculo. Per Christum Dominum nostrum. Amen.

    Pr. Laat ons bidden. Verhoor ons Heer, heilige Vader, almachtige, eeuwige God en zend genadig uw heilige engel uit de hemel, die allen die in dit heiligdom wonen moge bewaren, begunstigen, beschermen, bezoeken en verdedigen. Door Christus onze Heer. Amen.

    Wijwater

    Definitie : Wijwater dat door een priester gewijd is. Dit water wordt in de katholieke kerk gebruikt bij verschillende religieuze handelingen. Wijwater wordt gerekend tot de sacramentalia.

    Water is een heel belangrijk christelijk symbool. Het is de bron van het leven. De hele aarde is een planeet vol water. Het geeft ons leven, vernieuwt en hernieuwt.

    Het christelijk leven begint met water bij de doop. Al in het joodse leven werd water gebruikt bij reinigingsriten tegen de zonden. Het is met de doop dat de gedoopte een nieuw leven begint als christen. We worden gereinigd van onze zonden, begraven (ondergedompeld) met Christus om met Hem uit het water te verrijzen in het nieuwe leven, herboren als kind van God.

    Het doopwater is wijwater: water, waarover Gods zegen is afgeroepen. Tijdens de viering in de Paasnacht wordt water in doopbekken gegoten en gewijd door het uitspreken van een bede en het maken van een kruisteken over het water. Tijdens de Paasviering worden de aanwezigen gezegend met dit water, ter herinnering aan de eigen doop.

    Wijwater is belangrijk: het wordt gebruikt om mensen en zaken te zegenen. Bij binnenkomst (of het verlaten) van een kerk slaan katholieken een kruisje nadat een paar vingers even in het wijwatervaten zijn gedompeld. Ze staan dan onder het teken van het kruis met herinnering aan de eigen doop. In kleinere vorm kunnen katholieken thuis ook wijwaterbakjes hebben, gevuld met het gezegende wijwater uit de kerk.

    Aan het einde van ons leven wordt bij de uitvaart de lijkbaar besprenkeld met wijwater om Gods zegen over de dood af te smeken. Dit is de absoute: het besprenkelen met wijwater en het bewieroken van de kist onder het uitspreken van gebeden.

    Een andere ‘rol’ van water is bij plaatsen van Mariavereringen en -verschijningen. Op veel plaatsen waar Maria is verschenen, is wel een kraan te vinden dat heilig water schenkt. Bijvoorbeeld in bekende bedevaartplaatsen als Banneux, Lourdes en Fatima. Ook hier reinigt, zegent en heiligt het water de gelovige. (www.katholiek.nl)

    Enkele manieren om wijwater te gebruiken –  Gretchen Filz – 12/8/2014 www.catholiccompany.com

     “Van lange ervaring heb ik geleerd dat er niets zo goed is zoals wijwater om duivels op de vlucht te jagen en te verhinderen dat ze terugkomen. Ze vluchten ook voor het Kruis, maar keren terug; wijwater moet dus een grote heilzame werking hebben. Als ik er gebruik van maak ondervindt mijn ziel een bijzondere troost.” – H. Teresa van Avila

    Wanneer we deze uitspraak lezen zouden we moeten herinnerd worden aan het belang van wijwater. Als we denken aan ons doopsel en onze doopbeloften, als Katholieke hun vinger dopen in het wijwater en het kruisteken maken als ze de kerk binnengaan.

    Onze doopbeloften bevatten beloften om Satan te verwerpen en zonde te vermijden. Maar meestal denken we er niet meer aan en is wijwater maar gewoon omdat we het zo dikwijls gebruiken.

    We moeten onthouden dat dit water, door de priester, gezegend is door God krachtens Christus’ doopsel. De Katholieke Kerk bezit een enorme kracht van sacramentele genade en het wijwater als sacramentalie ontvangt zijn kracht door het gebed en de autoriteit van de Kerk.

    De zegening dat over het water gezegd wordt door de priester om het te wijden bevat gebeden van exorcisme. Het kan demonen verdrijven, de zieken genezen, en ons genade geven, en toch wanneer we een kruisteken maken met het wijwater denken we er zelfs niet aan hoe heilig het eigenlijk is.

    Wijwater is een krachtige sacramentalie en we zouden het dagelijks moeten gebruiken. Wijwater kan gebruikt worden om mensen te zegenen, plaatsen, en dingen die gebruikt worden om God te verheerlijken in hun leven.

    Hier enkele manieren om wijwater te gebruiken in je dagelijks leven:

    1. Zegen jezelf –  Deze suggestie is duidelijk, maar als we onszelf enkel zegenen met wijwater op zondag, wat dan met de rest van de week? Je kunt nooit teveel genade of zegening in je leven hebben. Gebruik dagelijks wijwater. Houd een wijwatervatje in huis zodat jij en je gezin, en ook gasten zich kunnen zegenen in het komen en gaan uit je huis. Houd het wijwatervatje in de buurt van de voordeur om er zeker van te zijn dat je nooit de deur uitgaat zonder je te zegenen.

    2. Zegen je huis –  Als je niet de tijd genomen hebt om je huis te zegenen met wijwater, dan begin je er best nu mee. Je huis is de huiskerk en heeft geestelijke bescherming nodig. Je kunt zelf wijwater sprenkelen in je huis, of een priester je huis laten wijden. Hij maakt gebruik van wijwater als een deel van de inzegening van je huis. Wijwater in een kleine verstuiver doen, is gemakkelijk. Zo kun je het thuis en elders gebruiken.

    3. Zegen je gezin – Gebruik wijwater om te bidden en maak het Kruisteken over je partner en je kinderen voor ze gaan slapen. Het dichterbij brengen van je gezin met God is op deze manier een familietraditie om verder te zetten. Houd een wijwaterflesje bij je bed voor dit doel.

    4. Zegen je werkplaats – Als je buitenshuis werkt is het sprenkelen van je werkplaats een goed idee, niet enkel voor geestelijke bescherming op de job, maar ook om je dagelijks werk te heiligen voor de glorie van God.

    5. Zegen je wagen – De wagen is waarschijnlijk de meest gevaarlijke plaats waar je elke dag tijd in doorbrengt. Onderschat nooit de kracht van wijwater als het gebruikt wordt op en in je wagen om veilig te rijden, wanneer het gebruikt wordt met geloof en vertrouwen op God. Je kunt ook een priester je wagen laten zegenen met wijwater.

    6. Zegen je moestuin – Het was een gewone praktijk in de Middeleeuwen dat mensen hun groentetuin besprenkelden met wijwater. In tijden wanneer mensen zeer afhankelijk waren van hun oogst om te overleven, konden een gebrek aan regen of vroege vorst roet in het eten gooien. Het gebruik van wijwater om de plantjes te zegenen die gebruikt worden voor voedsel toont het vertrouwen op Gods genade.

    7. Zegen de zieken –  Als je zieke familie hebt, zegen hen dan met wijwater, dan doe je een lichamelijk en geestelijk werk van barmhartigheid. Als je zieken bezoekt in het ziekenhuis of bejaardentehuis, zegen dan hun leefruimte met wijwater en laat een flesje wijwater achter als een troost in hun noden. 

    8. Zegen de zielen van het vagevuur – Als we willen een kring van voorsprekers hebben voor onszelf, laat ons dan enige van hun verlangens in praktijk brengen en hen niet vergeten bij het wijwatervat. De heilige zielen die het dichtst bij de Hemel zijn kunnen misschien maar 1 druppel wijwater nodig hebben om hun hunkerende ziel te verlichten. Enkel in het Vagevuur kan men begrijpen hoe hevig een arme ziel verlangt naar wijwater.

    9. Zegen je huisdieren –  Huisdieren zijn geliefde metgezellen voor alleenstaanden en gezinnen en ze bewijzen hen dikwijls een grote dienst, en zelfs deze huisdieren kunnen gezegend worden met wijwater omdat alle schepselen glorie geven aan God. Dit is ook van toepassing op het vee en de veestapel op een boerderij.

    Hier is een eenvoudig gebedje om te bidden wanneer wijwater gebruikt wordt:

    Omdat wijwater één van de sacramentaliën is van de Kerk, worden dagelijkse zonden vergeven. Houd je ziel mooi zuiver in Gods zicht door het Kruisteken te maken en te zeggen: 

     “Door dit wijwater en door Uw Kostbaar Bloed, was al mijn zonden weg, O Heer. Amen.”

    Er is geen specifiek gebed om te gebruiken wanneer wijwater gebruikt wordt, buiten het kruisteken. Je kunt een Onze Vader bidden of zelf het St Michaelsgebed wanneer je wijwater gebruikt. Houd er rekening mee dat het wijwater reeds gezegend is door de gebeden van de priester.

    Heilige Aartsengel Michaël, 
    Verdedig ons in de strijd en wees onze beschermer tegen de aanvallen en de listen van de duivel. 
    Wij smeken U, dat God zijn heerschappij uitoefent over hem. En gij, Prins van de Hemelse Legermachten, drijf Satan en de andere boze geesten, die over de wereld ronddwalen voor het verderf van de zielen, terug in de hel door de Goddelijke macht die U is toevertrouwd. Amen.

    Traditioneel wijwater – Pr. Carota – 25/4/2013

    Vandaag werd ik gevraagd om water te zegenen. Het duurt langer en is meer werk, maar ik doe nog alleen de traditionele zegening van water. Volgens het Roomse Rituale wordt er exorcisme gebed en wordt er geëxorciseerd zout aan het wijwater toegevoegd. Hier is de ritus:

    “V. Onze hulp is in de naam van de Heer.

    R. Die Hemel en aarde geschapen heeft.

    Exorcisme van zout

    O zout, schepping van God, ik exorciseer u door de levende God, door de ware God, door de heilige God, door de God die u beval om gegoten te worden in het water door Elisa de Profeet zodat zijn levengevende krachten mogen hersteld worden. Ik exorciseer u zodat u een middel van redding moge worden voor gelovigen, dat u gezondheid van ziel en lichaam moge brengen aan allen die gebruik van u maken. Dat onvruchtbaarheid moge vluchten. Dat van de plaatsen waar u gesprenkeld wordt alle verschijningen, boosdoeners, duivels bedrog en elke onreine geest verdreven wordt, bezworen door Hem die zal komen om de levenden en de doden en de wereld te oordelen door vuur. Amen.

    Elisa (wikipedia) : (Hebreeuws voor "Mijn God is redding") is een profeet over wie geschreven staat in de Hebreeuwse Bijbel. Hij is de leerling van de profeet Elia en zijn opvolger na diens hemelvaart. De levensloop van Elisa is met name terug te vinden aan het einde van het Bijbelboek 1 Koningen en voor de rest in het Bijbelboek 2 Koningen. In de Rooms-Katholiek Kerk wordt zijn naamdag gevierd op 14 juni.

    Elisa was de zoon van Safat uit Abel-meholah; hij werd de dienaar en volgeling van Elia (1 Kon. 19:16-19). Zijn naam komt het eerst voor in de opdracht aan Elia om hem tot opvolger te zalven.

    Op zijn weg van Sinaï naar Damascus treft de profeet Elia hem aan terwijl hij met de runderen het land ploegt. Hij roept Elisa door zijn mantel over diens schouders te gooien. Hij neemt hem aan als zoon en roept hem tot het profetenambt.

    Tot het overlijden van Elia is verder weinig vermeld over Elisa. Hierna wordt gezegd dat hij 'een dubbel deel' van de geest van Elia heeft gekregen, en wel omdat hij de wonderbaarlijke hemelvaart van Elia heeft mogen aanschouwen. Hij heeft de leiding van de profetenschool in Jericho, redt Samaria en Dothan van een Syrische belegering, en geneest de Syrische generaal Naäman van melaatsheid. Hij zalft Hazael tot koning over Syrië en Jehu tot koning over Israël.

    Jaren later, op zijn sterfbed, komt koning Joas, de kleinzoon van Jehu van Israël, om te rouwen over zijn naderende einde. Hij spreekt tot Elisa dezelfde woorden als Elisa bij Elia's dood: "Mijn vader, mijn vader! Wagens en ruiters van Israël!"

    Volgens 2 Koningen 13:20-21 werd een overleden man, door omstandigheden in de gauwigheid in het graf van Elisa gegooid, weer levend toen zijn lichaam in aanraking kwam met het gebeente van Elisa.

    Laat ons bidden.

    Almachtige en eeuwige God, we smeken U nederig, in Uw oneindige goedheid en liefde, dit zout te zegenen + en te heiligen + die U heeft geschapen en aan het gebruik door de mensheid heeft overgelaten, zodat het een bron van gezondheid wordt voor de geest en het lichaam van allen die er gebruik van maken, en het alle onreinheid moge wegnemen van hetgeen aangeraakt of besprenkeld wordt en hetgeen beschermen van elke aanval van boze geesten. Door onze Heer, Jezus Christus, Uw Zoon, die leeft en heerst met U in de eenheid van de Heilige Geest, God, voor eeuwig en altijd. R. Amen.

    Exorcisme van water

    O water, schepping van God, ik exorciseer u in de naam van God de Almachtige Vader, en in de naam van Jezus Christus, Zijn Zoon, onze Heer, en met de kracht van de Heilige Geest. Ik exorciseer u zodat je al de kracht van de Vijand moge doen vluchten, en in staat zijn om die Vijand met zijn gevallen engelen uit te roeien: door de kracht van onze Heer Jezus Christus, die zal komen om de levenden en de doden en de wereld te oordelen door vuur. Amen.

    Laat ons bidden.

    O God, die voor de redding van de mensheid Uw grootste mysteries op deze substantie, water, hebt gebouwd, aanhoor in Uw goedheid onze gebeden en stort de kracht van Uw zegening + uit in dit element, klaargemaakt voor vele soorten van zuiveringen. Moge dit,  Uw schepping, een vertegenwoordiger worden van goddelijke genade in dienst van Uw mysteries, om boze geesten te verjagen en ziekte te verdrijven, zodat alles in de huizen en andere gebouwen van de gelovigen die besprenkeld worden met dit water bevrijd moge worden van alle onreinheid en bevrijd van alle kwaad. Laat geen adem van besmetting, geen ziektedragende lucht, in deze plaatsen blijven. Mogen de sluwe streken van de op de loer liggende Vijand vruchteloos zijn. Laat alles wat de veiligheid en vrede van degenen die hier leven bedreigd vluchten door het sprenkelen van dit water, zodat het heilzame dat verkregen wordt door Uw heilige naam te aanroepen, verzekerd wordt tegen alle aanvallen. Door onze Heer Jezus Christus, Uw Zoon, die leeft en heerst met U in de eenheid van de Heilige Geest, God, voor eeuwig en altijd.

    R. Amen.

    Er is ook een zegening in het novus ordo boek van zegeningen. Hier zijn de woorden om water te zegenen:

    Gezegend bent U, Heer, Almachtige God, U die zich verwaardigde om ons te zegenen in Christus, het levende water van onze redding, en ons innerlijk te hervormen. Verleen dat wij die versterkt worden door het besprenkelen of gebruik van dit water, vernieuwd mogen worden door de Heilige geest, door Zijn kracht, en altijd moge in de nieuwheid van leven zijn.

    En dan maak je een kruisteken over het water.

    Dit is de zegening in de viering van de mis:

    WIJDING

    Aanvangsritus

    De celebrant begint met deze woorden:
    In de naam van de Vader, en de Zoon, en de Heilige Geest.

    Allen maken het kruisteken en antwoorden:
    Amen.

    De celebrant groet degenen die aanwezig zijn, en hij gebruikt de volgende worden, hoofdzakelijk genomen uit de H. Schrift:
    Moge God, die door water en de Heilige Geest ons een nieuwe geboorte gegeven heeft in Christus, met U allen zijn.

    Allen antwoorden:
    En met Uw geest.

    De celebrant bereidt deze die aanwezig zijn voor op de zegening:
    De zegening van dit water herinnert ons aan Christus, het levende water, en aan het sacrament van het Doopsel, waarin we werden geboren uit water en de Heilige Geest. Wanneer we daarom besprenkeld worden met dit heilig water of het gebruiken om ons te zegenen als we de kerk of ons huis binnenkomen, danken we God voor zijn onschatbare gave aan ons en vragen we om zijn hulp zodat we trouw blijven aan het sacrament die we hebben ontvangen in geloof.

    Lezing van het Woord van God

    Een lezer, of de celebrant leest een korte tekst uit de H. Schrift, zoals de volgende:

    Luister naar de woorden uit het H. Evangelie volgens Johannes 7:37-39

    Als iemand dorst heeft, Hij kome tot Mij.

    Op de laatste en grootste dag van het feest stond Jezus daar en riep met luider stem: “Als iemand dorst heeft, hij kome tot Mij; wie in Mij gelooft, hij drinke! Zoals de Schrift zegt: “Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.” Hiermee doelde Hij op de Geest, die zij, die in Hem geloofden, zouden ontvangen, want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.

    De lezer besluit:
    Dit is het Woord van de Heer.

    Allen antwoorden:
    Lof zij U, Christus.

    12-11-2017 om 17:16 geschreven door claudia  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Heiligheid - deel 5

    Heilig zijn betekent in alle opzichten op Christus lijken: in gedachten en gevoelens, in woord en daad. Het meest kenmerkende van heiligheid is de liefde (God boven alles beminnen en de naaste als zichzelf). De liefde doordrenkt alle deugden: de nederigheid, rechtvaardigheid, werkinzet, kuisheid, gehoorzaamheid, vreugde, etc. De heiligheid is een doel waartoe alle gedoopten geroepen zijn. Ze wordt alleen, met de hulp van God, in de hemel bereikt na een levenslange strijd.  – Opus Dei

    Vertegenwoordigers van heiligheid (www.derekprince.nl)

    De Heilige Geest, de Gever van heiligheid

    Zonder de Heilige Geest (of: de Geest van heiligheid) is er geen hoop dat wij heilig kunnen worden. Zowel in heiliging als in het proces van verlossing, ligt het initiatief bij God. Vervolgens vindt het volgende proces plaats:

    – De Heilige Geest begint invloed op ons uit te oefenen
    – Hij keert ons af van de weg die naar verwoesting leidt (Matt. 7:13)
    – Hij brengt ons oog in oog met de waarheid (en met Jezus, die zelf de Waarheid is)
    – Hij geeft ons geloof om die waarheid te geloven
    – Door deze waarheid te geloven, worden we gered

    In Efeze 2:8 vertelt Paulus ons dat we moeten geloven. En vervolgens herinnert hij ons aan het feit dat dit geloof niet uit onszelf is gekomen, maar in ons is gelegd als gave van God.

    Heiliging is het proces waardoor de Heilige Geest ons afzondert tot een confrontatie met de waarheid die Christus brengt. De Heilige Geest geeft ons de genade om het evangelie te gehoorzamen, en als we dat doen wordt het bloed van Jezus over ons gesprenkeld.

    Het initiatief van heiliging bij God, niet bij de mens, en de eerste vertegenwoordiger in dit proces is de Heilige Geest. Daarom moeten we vragen om de 7 Gaven van de Heilige Geest om het proces van heiliging bij ons kracht bij te zetten. De Gaven van de Heilige Geest zijn voor de ziel wat voedsel is voor het lichaam: levensnoodzakelijk. Wij mogen stellen dat de ingesteldheid, de levensvisie, de houding en de deugdzaamheid van een mens grotendeels wordt bepaald door de mate waarin hij door de Heilige Geest bezield wordt. Het is diezelfde bezieling die in verregaande mate de graad van Liefde en zuiverheid van de mens bepaalt. Liefde tot God, Maria en de medemens, en zuiverheid in daden, woorden, gedachten, gevoelens en verlangens zijn de grootste graadmeters voor heiligheid. Dit alles laat begrijpen waarom de Heilige Geest de Heiligmaker wordt genoemd. Wat zijn nu de 7 Gaven van de Heilige Geest: (catechese door Paus Franciscus 11/6/2014)

    1 Wijsheid

    Dit is een geschenk van de Heilige Geest. Daarom moeten we aan de Heer vragen dat Hij ons de gave van wijsheid schenkt, van de wijsheid van God die ons leert met de ogen van God te zien, met het hart van God te voelen, met de woorden van God te spreken. En zo, met deze wijsheid, gaan we vooruit, bouwen we het gezin op, bouwen we de Kerk op en heiligen we onszelf. Vragen we vandaag de genade van de wijsheid. En vragen we dat aan Onze Lieve Vrouw, die de zetel van wijsheid is, van deze gave: dat zij ons deze genade schenkt.

    2 Inzicht

    Dat is wat de Heilige Geest met ons doet: Hij opent onze geest, om beter te verstaan, om beter het heilsplan van God te verstaan, de situaties in het mensenleven en de werkelijkheid te doorgronden, enz. De gave van inzicht is belangrijk voor ons christelijk leven. Vragen we aan de Heer dat Hij ze ons schenkt, dat Hij ons allen de gave schenkt om de dingen die gebeuren te verstaan, te verstaan zoals Hij en om vooral het Woord van God in het Evangelie te verstaan.

    3 Raad

    Zoals alle andere gaven van de Geest, is ook de raad een schat voor all christenen. De Heer spreekt niet slechts in de intimiteit van ons hart, Hij spreekt daar zeker, maar niet alleen daar, Hij spreekt ook doorheen de stem en het getuigenis van de broeders. Het is waarlijk een groot geschenk mannen en vrouwen van geloof te mogen ontmoeten die ons , vooral bij ingewikkelde en belangrijke overgangen in het leven, helpen klaarheid te scheppen in ons hart om de wil van de Heer te leren kennen! Psalm 16 nodigt ons uit met deze woorden te bidden: “Ik prijs de Heer die mij raad heeft gegeven, zelfs bij nacht spreekt mijn geweten. Ik houd de Heer voor ogen, de Heer altijd, Hij staat mij terzijde en ik wankel niet”. Dat de Geest altijd ons hart vervult met deze zekerheid en ons overlaadt met zijn troost en vrede! Vraag altijd om de gave van raad.

    4 Sterkte

    We moeten niet denken dat de gave van sterkte slechts bij bijzondere situaties nodig is. Deze gave moet het basiskenmerk zijn van ons christelijk bestaan, in het gewone van ons alledaagse leven. Alle dagen van ons dagelijks leven moeten we sterk zijn, we hebben deze sterkte nodig om met ons leven, ons gezin, ons geloof verder te gaan. De apostel Paulus zegt hierover: “Alles vermag ik in Hem, die mij kracht geeft” (Fil. 4, 13). Als we het gewone leven trotseren, als er moeilijkheden komen, laat ons dan dit herinneren: “Alles vermag ik in Hem, die mij kracht geeft”. De Heer geeft sterkte, Hij laat ze ons niet ontbreken; de Heer beproeft ons niet boven onze krachten. Hij is ons altijd nabij. “Alles vermag ik in Hem, die mij kracht geeft”. Soms kennen we de bekoring om ons, met de lasten en beproevingen van het leven voor ogen, te laten verleiden tot ontmoediging. Laten we in dergelijke gevallen de moed niet opgeven, maar laten we de Heilige Geest aanroepen dat Hij ons hart door de gave van sterkte verlicht en aan ons leven en onze navolging van Jezus nieuwe kracht en enthousiasme meedeelt.

    5 Kennis

    Wanneer over kennis gesproken wordt, denkt men onmiddellijk aan het vermogen van de mens om altijd beter de werkelijkheid die hem omgeeft te kennen en de wetten te ontdekken die de natuur en het heelal ordenen. De kennis die van de Heilige Geest komt, beperkt zich echter niet tot de menselijke kennis: het is een bijzondere gave, die ons ertoe brengt, via de schepping, de grootheid en de liefde van God en zijn diepe verbondenheid met elk schepsel, te vatten. Dit moet ons tot nadenken stemmen en ons aan de Heilige Geest de gave van kennis doen vragen om goed te verstaan dat de schepping het mooiste geschenk van God is. Hij heeft zoveel goede dingen gemaakt voor het beste dat er is en dat is de menselijke persoon.

    6 Vroomheid

    Deze gave van de Heilige Geest wordt dikwijls hetzij misverstaan hetzij oppervlakkig benaderd, terwijl ze het hart van onze christelijke identiteit raakt: het gaat over de gave van vroomheid.

    Het moet van meet af aan duidelijk zijn dat deze gave niet hetzelfde is als medelijden met iemand hebben. Deze gave verwijst naar ons toebehoren aan God en onze diepe band met Hem, een band die zin geeft aan heel ons leven en die ons, in gemeenschap met Hem, rechtop houdt ook op de moeilijke en uitdagende momenten.

    Deze band met de Heer mag niet verstaan worden als een plicht of een last. Het is een band die van binnenuit komt. Het gaat om een met het hart beleefde relatie: het is onze vriendschap met God, door Jezus geschonken, een vriendschap die ons leven verandert en ons vervult van enthousiasme en vreugde. Vandaar dat de gave van vroomheid in op de eerste plaats tot dankbaarheid en lofprijzing voert. Dat is inderdaad het motief en de meest waarachtige zin van onze aanbidding. Wanneer de Heilige Geest ons de aanwezigheid van de Heer en heel zijn liefde voor ons doet waarnemen, verwarmt Hij ons hart en zet ons als het ware natuurlijker wijze aan tot bidden en vieren. Vroomheid is dus synoniem van waarachtige godsdienstzin, van kinderlijk vertrouwen in God, van dat vermogen om tot Hem met liefde en eenvoud, eigen aan personen met een nederig hart, te bidden.

    Omdat de gave van vroomheid ons doet groeien in de relatie en in de gemeenschap met God en ons ertoe brengt als zijn kinderen te leven, helpt ze ons tegelijkertijd die liefde op de anderen te oriënteren en hen als broeders te erkennen. Wanneer dat gebeurt, worden we bewogen door gevoelens van vroomheid tegenover onze naasten en tegenover hen die we elke dag ontmoeten. Sommigen denken dat vroom zijn, betekent de ogen sluiten, een gezicht van een heiligenprentje opzetten, doen alsof men een heilige is. Dat is niet de gave van vroomheid. De gave van vroomheid betekent echt bekwaam zijn, blij te zijn met wie vreugde beleeft, te wenen met wie weent, nabij te zijn bij wie alleen of angstig is, te verbeteren wie dwaalt, te troosten wie rouwt, op te vangen en hulp te bieden aan wie in nood is. Er bestaat een sterke band tussen de gave van vroomheid en zachtmoedigheid. De gave van vroomheid die de Heilige Geest ons schenkt, maakt ons zachtmoedig, rustig, geduldig, in vrede met God, zachtmoedig ten dienste van de anderen.

    7 Ontzag voor God

    Ontzag voor God is de gave van de Geest die ons eraan herinnert hoe klein we tegenover God en zijn liefde zijn en dat ons welzijn erin bestaat ons nederig, met eerbied en vertrouwen aan zijn handen toe te vertrouwen. Dat is het ontzag voor God: overgave aan de goedheid van onze Vader die ons bijzonder liefheeft.

    Wanneer de Heilige Geest in ons komt wonen, stort Hij troost en vrede in ons en brengt ons ertoe ons te voelen zoals we zijn, dat wil zeggen: klein, met die houding van iemand die al zijn zorgen en verwachtingen aan God toevertrouwt en zich geborgen weet en gesteund door zijn warmte en bescherming, precies zoals een kindje met zijn papa! Dat bewerkt de Heilige Geest in onze harten: Hij geeft ons het gevoel van kindjes in de armen van onze papa. Zo begrijpen we dat ontzag voor God in ons de vorm aanneemt van volgzaamheid, van erkentelijkheid en van lofprijzing en zo ons hart vervult van hoop. Vaak slagen we er niet in de bedoeling van God te verstaan en stellen we vast dat we er op eigen kracht niet in slagen het geluk en het eeuwig leven te bereiken. Het is precies bij de ervaring van onze grenzen en onze armoede dat de Geest ons moed inspreekt en ons doet zien dat het enig belangrijke erin bestaat ons door Jezus in de armen van zijn Vader te laten voeren.

    Daarom hebben we grote nood aan deze gave van de Heilige Geest. Ontzag voor God doet ons verstaan dat alles genade is en dat onze ware sterkte alleen in de navolging van Jezus bestaat en in het aanvoelen dat de Vader zijn goedheid en barmhartigheid over ons kan uitstorten. Het hart openen zodat de goedheid en barmhartigheid van God tot ons komen. Dat bewerkt de Heilige Geest bij middel van de gave van ontzag voor God: Hij opent de harten zodat de vergiffenis, de barmhartigheid, de goedheid en de liefkozingen van de Vader ons bereiken, want we zijn kinderen die oneindig bemind worden.

    Wanneer we doordrongen zijn van ontzag voor God, zijn we geneigd de Heer met nederigheid, volgzaamheid en gehoorzaamheid te volgen. Niet met een houding van onderwerping, passief, zelfs klagend, maar met de verbazing en de vreugde van een kind dat zich door de Vader geholpen en bemind weet. Ontzag voor God maakt van ons geen angstige Christenen die het opgeven, maar het wekt moed en kracht in ons! Het is en gave die ons tot overtuigde en enthousiaste Christenen maakt, niet door angst aan de Heer onderworpen, maar ontroerd en gewonnen door zijn liefde! Door Gods liefde veroverd! Dat is iets zeer mooi. Ons laten veroveren door de liefde van papa die ons intens, met heel zijn hart, bemint.

    Maar, laten we oppassen, want de gave van God, de gave van ontzag voor God, is ook een alarmsignaal ten aanzien van de hardnekkigheid van de zonde. Wanneer iemand slecht leeft, wanneer men God vervloekt, wanneer men anderen uitbuit, wanneer men anderen tiranniseert, wanneer men alleen voor het geld leeft, alleen voor eigenwaan, macht, trots leeft, dan luidt het heilige ontzag voor God de alarmklok: Pas op! Met al die macht, met al dat geld, met al je trots, met al je eigenwaan, zal je niet gelukkig worden. Niemand zal het geld, de macht, de eigenwaan of de trots naar de overkant meenemen. Niets! Alleen de liefde van God Vader, de liefkozingen van God, aanvaard en ontvangen met liefde, kunnen we meenemen. En ook wat we voor anderen gedaan hebben, kunnen we meenemen. Hoed je er dus voor je hoop te stellen op geld, op trots, op macht, op eigenwaan want dat alles kan ons niets goeds beloven!

    Gebed tot Maria om de gaven van de Heilige Geest

    Lieve Moeder Maria,
    In Uw liefdevol Moederhart leg ik mijn verlangen dat de Heilige Geest voorgoed bezit van mij zou mogen nemen.
    Moge Hij mijn geest verlichten, opdat ik doorheen de nevelen waarmee de satan mijn ogen versluiert, de Eeuwige Waarheid zou zien. Moge ik zo leren herkennen wat echt van belang is, en mijn wereldse zorgen en tegenslagen als dermate onbelangrijk leren beschouwen dat zij mijn geest niet langer geketend houden.
    Moge Hij mijn hart steeds meer laten ontbranden in Liefde tot U, opdat ik elk moment van de dag zodanig naar U en Jezus moge verlangen dat tijdens mijn gebedsvereniging met U niets anders meer een plaats in mijn hart en mijn geest krijgt.
    Moge diezelfde verheven Liefde tot U mij onderdompelen in een volkomen zin voor versterving, opdat ik alle beperkingen en tekortkomingen in mijn dagelijks leven blijmoedig aan U zou kunnen opdragen, in plaats van deze als constante bron van afleiding mijn geest te laten domineren.
    Moge mijn geloof in de Eeuwige Dingen als enig doel van mijn leven mij oprecht gelukkig maken, ongeacht wat in mijn leven gebeurt.
    En moge mijn Liefde tot U de enige zin van mijn leven zijn en blijven, want als Uw toegewijde heb ik mijn hele wezen, al mijn zijn, hebben en doen voor eeuwig in Uw handen gegeven, en leef ik bijgevolg alleen nog voor U, de Deur naar mijn God.

    Het bloed van Jezus, de Kracht tot heiligheid

    In Hebreeën 13:12 staat: Daarom heeft ook Jezus, om door zijn eigen bloed het volk te heiligen, buiten de poort geleden. Jezus vergoot zijn bloed om vele redenen. Een van die redenen was om ons vrij te kopen. Een andere was om ons te heiligen of ons apart te zetten voor God en ons heilig te maken.

    Het is mogelijk om op de plaats te komen waar satan en de zonde ons niet langer kunnen raken omdat we beschermd en geheiligd zijn door het bloed van Jezus: Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, een het bloed van Jezus Christus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde (1 Johannes 1:7). Als we voortdurend in het licht wandelen, hebben we voortdurend gemeenschap, en reinigt het bloed van Jezus ons voortdurend van alle zonde. We worden rein en onbesmet bewaard, omdat we in een andere werkelijkheid leven. We leven niet in de besmetting en vuilheid van deze slechte wereld. We worden afgezonderd voor God door het bloed van Jezus.

    Dit leidt ons naar een andere belangrijke bijbeltekst: Wij weten dat ieder die uit God geboren is, niet zondigt; maar wie uit God geboren is, bewaart zichzelf en de boze heeft geen vat op hem (1 Johannes 5:18). Dit is uitdagend – bijna beangstigend. Om deze tekst goed te begrijpen, moeten we zien dat Johannes hier niet spreekt over een individuele gelovige, maar over een gesteldheid. Het is de nieuwe natuur – die iedere gelovige bij de wedergeboorte in het doopsel ontvangt – die niet kan zondigen.

    1 Petrus 1:23 zegt ons dat deze natuur is geboren, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God. Het onverderfelijke zaad van Gods Woord bewerkt een natuur, onverderfelijk is. Deze natuur is de ‘nieuwe mens’. Deze nieuwe mens is onverderfelijk. Hij zondigt niet. Dat geldt niet voor de individuele gelovige op zich, maar wel voor de ‘nieuwe mens’ in iedere gelovige.

    Dit is in overeenstemming met 1 Johannes 3:9: Ieder die uit God geboren is, doet de zonde niet, want zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, omdat hij uit God geboren is. Johannes spreekt hier duidelijke taal. Hij zegt niet dat zo iemand niet zondigt, maar dat hij niet kán zondigen. Waarom niet? Omdat het onverderfelijke zaad van Gods Woord – dat in hem is – een natuur heeft bewerkt die net als het zaad onverderfelijk is. De nieuwe mens kan niet bedorven worden door de zonde.

    Nadat ik wedergeboren ben is de koers van mijn leven afhankelijk van door welke natuur ik me laat leiden – de nieuwe of de oude mens. Als ik een nederlaag leid, dan komt dat doordat ik het probleem niet aanpak met mijn nieuwe natuur. De nieuwe natuur is onoverwinnelijk. Een oude vrouw die opzienbaarlijke overwinningen had geboekt, werd eens gevraagd hoe ze verleiding weerstond. Ze antwoordde: “Als de duivel aan mijn deur klopt, laat ik Jezus opendoen.” Dat is de nieuwe mens; Christus in ons.

    Terug naar 1 Johannes 5:18, waar we worden opgeroepen ‘onszelf te bewaren’. Hoe? Onder het bloed. Dit doen we door in het licht te wandelen volgens 1 Johannes 1:7: Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van Jezus Christus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde. Als we in het licht wandelen en onszelf bedekken onder het bloed van Jezus, dan plaatsen we ons in een ruimte waar satan ons niet kan raken.

    Smeekgebed om het Allerheiligste Bloed van Jezus

    O Jezus, levende Schatkamer der eeuwen en der eeuwigheid,
    Elk uur van mijn leven tracht duisternis mij van het erfdeel te beroven, dat U mij op Golgotha hebt nagelaten.
    Zie, ik verschijn voor U in mijn armoede, gedreven door het verlangen, vanaf heden mijn hart vervuld te mogen weten van de schat der Ware Liefde, die mij de oogst der eeuwige rijkdom zal opleveren.
    Daarom smeek ik U, wil Uw Bloed in mij uitstorten, opdat het mijn hele wezen tot nieuw Leven moge wekken, want hoe zou ik anders voor altijd in mijn God verder leven?
    O Maria, Schatbewaarster van alle genaden, U smeek ik om versmelting van mijn hart met Uw Hart, opdat het Bloed van Jezus in mij moge stromen op Uw hartslag, en mijn hele wezen moge leven op de golven uit de Bron van alle Gelukzaligheid.

    Hoe bereik je nu heiligheid

    1 Door de Heilige Geest die ze geeft en de 7 gaven van de Heilige Geest die nodig zijn om heiligheid te bereiken

    2 Door Jezus Bloed die de Kracht geeft om te blijven volhouden in heiligheid

    3 Door de sacramenten van de RK Kerk wordt heiligheid bereikt en ondersteund

    4 Door de 12 stappen tot Heiligheid te beoefenen die de H. Alfonsus van Liguori beschrijft : geloof, hoop, liefde tot God, liefde voor de naaste, soberheid, kuisheid, gehoorzaamheid, nederigheid en zachtmoedigheid, versterving, meditatie van Gods woord, gebed, zelfverloochening of liefde voor het Kruis. (er zijn natuurlijk nog deugden die moeten nagevolgd worden, de H. Maagd Maria had er 64 die ze perfect heeft nagevolgd)

    Nu volgt een gedetailleerde beschrijving van de 12 stappen

    1 Geloof

    De Bijbel geeft een duidelijke definitie wat ‘geloof’ is, namelijk:
    Het geloof is de zekerheid van de dingen, die men hoopt en de overtuiging van de dingen die men niet ziet. (Hebr. 11:1)
    Het geloof heeft dan ook te maken met dingen, die niet concreet en tastbaar zijn. Veel mensen kunnen alleen maar dingen geloven, die toch indirect te bewijzen zijn. Er is één mens op aarde geweest, die van God kwam, namelijk Jezus. Hij getuigde van alles wat Hij bij God gehoord, geleerd en gezien heeft (Joh 8 :26, 28 en 38). De mensen die Hem hoorden en zagen wat Hij deed, kwamen tot de erkenning dat Hij van God moest komen (Luk. 1:1-5) en geloofden door Hem niet alleen in God, maar gingen ook begrijpen wie God werkelijk is en dat Hij van hen hield. 
    Door het lezen in de Bijbel en wat andere mensen vertellen over God, kan je geloven dat God bestaat en ook gaan ontdekken wie Hij is en voor jou wil zijn. Ook krijg je een beeld van de geestelijke wereld, die je niet ziet, maar die wel bestaat. 

    God kan je echter niet zien. Je zult moeten vertrouwen op Jezus en de Bijbel. Jezus zegt zelf dat je moet geloven in Hem (Jezus), die God gezonden heeft (Joh. 6: 29). Toch kan je door het geloof gaan ervaren dat God bestaat; zoals in Lukas 1:1 staat dat de mensen volkomen zekerheid hadden. Dat kan bijv. door gebed waarbij je met God kan spreken. Daarbij moet je er wel van uitgaan dat Hij bestaat. De Bijbel zegt het in Hebr. 11: 6 zo: Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken.

    Wel of niet geloven in God en de Bijbel is dus een persoonlijke keus, maar heeft verstrekkende gevolgen. In je huidige leven mag je door het geloof gaan ervaren dat God van je houdt en een echte liefdevolle Vader voor je wil zijn. Daardoor ben je nooit alleen en dat geeft rust en ook vertrouwen in de toekomst, want je geloof heeft ook grote gevolgen voor je leven na dit leven op aarde. God wil je daarna graag bij Hem in de hemel hebben, maar dat kan alleen als je nu de keuze doet voor God en gelooft wat Jezus voor je heeft gedaan. Wat dat is kan je lezen in de Bijbel vooral in de boeken Mattheus, Markus, Lukas en Johannes. Kies daarom en laat je overtuigen omtrent de dingen, die je niet ziet! Uit: www.bijbelindebus.nu

    Geloof is een goddelijke ingegoten deugd waarbij de mens gelooft, op Gods autoriteit, wat God heeft geopenbaard en ons leert door Zijn Heilige Kerk. De H. Paulus noemt geloof “de substantie van dingen die niet te zien zijn.” (Hebr. 11:1). Geloof is inderdaad “de substantie van dingen die men hoopt,”. Het is de basis van onze hoop, want zonder geloof kan de hoop niet bestaan. Geloof is een bewijs van het ongeziene, “het bewijs van dingen die niet te zien zijn.” Het bewijs voor de waarheid van ons heilig geloof zijn zo duidelijk dat, zoals Pico van Mirandola zegt, dat een mens volledig moet beroofd zijn van zijn rede om te weigeren ze te aanvaarden. “Uw getuigenissen, O Heer, zijn buitengewoon aanneembaar,” zegt de Psalmist. (Ps. 92:5). Daarom hebben ongelovigen geen excuus om te weigeren hun verstand te onderwerpen aan de leer van het heilig geloof. “Hij die niet gelooft, is reeds veroordeeld,” zegt Jezus. God heeft gewild dat het voorwerp van ons geloof zou duister blijven, omdat door geloof, we verdiensten zouden verkrijgen. Van wat er gezegd is, volgt dat geloof ons kennis geeft die in waardigheid alle wetenschappelijke waarheden overstijgt. “Zie,” zegt Job, “hoe groot is onze God; Hij overstijgt al onze kennis.” (Job 36:26)

    Ons schild en bescherming

    Geloof is een schild tegen de vijanden van onze redding. De H. Johannes zegt: “Dit is de overwinning op de wereld, ons geloof.” (1 Joh 5:4). God heeft ons geschapen om te werken aan de redding van onze ziel en heilig te worden. “Dit is de wil van God, je heiliging,” zegt de H.  Paulus (1 Tess. 4:3).

    Geloof zorgt voor de vrede in ons hart temidden van beproevingen, want in al de kruisen van het leven, geeft geloof ons de verzekering dat geduld en overgave eeuwige vreugde zullen geven. De H. Petrus zei: “Als je gelooft, zal je je verheugen met een onuitsprekelijke vreugde en glorie, en zal je het doel van je geloof ontvangen nl. de redding van je ziel.” (1 Petrus 1:8-9)

    Een levend geloof

    Om te behagen en acceptabel te zijn in Gods ogen is het niet genoeg om enkel te geloven al wat ons heilig geloof ons leert; we moeten ook ons leven aanpassen in overeenstemming met ons geloof. Pico van Mirandola zegt: “Het is een grote dwaasheid niet wensen te geloven in het Evangelie van Christus; maar het is nog een grotere dwaasheid om het te geloven en te leven alsof je er niet in geloofde.” De H. Jacobus roept het uit: “Wat voor nut heeft het als een man zegt dat hij gelooft, maar geen werken doet? Zal dat geloof hem kunnen redden?” (Jacobus 2:14)

    Vele Christenen geloven zonder twijfel dat er een rechtvaardige God is die hen zal oordelen; dat eindeloos geluk of eeuwige miserie hen wacht; en toch leven zij alsof er geen God was, geen oordeel, geen Hemel en geen Hel. Er zijn er velen die geloven dat onze Goddelijke Verlosser in een stal geboren is in Bethlehem, 30 jaar nederig geleefd heeft in Nazareth, overal gepredikt heeft, en op het einde onder lijden en leed Zijn leven op het Kruis beëindigd heeft; en toch houden ze niet van Hem. Ze beledigen Hem door ontelbare zonden. De H. Bernardus zegt hierover: “Toon door je daden dat je gelooft; door een deugdzaam leven moet een Christen bewijzen dat hij geloof heeft.” “Geloof zonder werken is dood,” zegt de H. Jacobus (Jac 2:17).

    Als we geloven in de leer van de H. Drie-eenheid en in de Incarnatie van het Goddelijk Woord, moeten we ook de principes accepteren die Christus neergelegd heeft voor onze houding te reguleren. De H. Paulus zei hierover: “Beproef jullie als jullie in het geloof zijn.” (2 Kor. 13:5) De mens die echt gelooft moet zijn rijkdom en zijn geluk zoeken in de genade van God en het eeuwig leven, en niet in de vergankelijke goederen van de wereld.

    De wet van Jezus Christus beveelt ons te strijden tegen onze begeerten, om onze vijanden lief te hebben, om te versterven aan ons lichaam, om geduld te hebben in tegenslagen en al onze hoop te stellen in het volgend leven. Maar dit alles maakt het leven van de ware gelovige niet triestig. De godsdienst van Jezus zegt ons: Kom en verenig je met Mij. Ik zal je leiden op een weg die voor de menselijke ogen ruw en hard eruitziet om te beklimmen, maar voor degenen van goede wil is het gemakkelijk en aangenaam. Jullie zoeken vrede en plezier? Goed. Welke vrede verkies je? Degene die je nauwelijks hebt geproefd, die verdwijnt en het hart achterlaat in bitterheid, of degene die je zal verblijden en bevredigen voor alle eeuwigheid? Jullie streven naar eer? Goed. Welke verkies je? Nietszeggende eer dat verdwijnt zoals rook, of de ware en echte eer die op een dag je zal verheerlijken voor de hele wereld?

    Geloof is lastig voor degenen die steunen op hun eigen kracht en hulpmiddelen. Maar voor degene die vertrouwen stelt in God en smeekt om Zijn bijstand, is de naleving van de wet van Jezus zoet en gemakkelijk. “Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken. Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.” (Matt 11:28-30) Uit: 12 steps to holiness and salvation – Rev. Warren

    Catholic Online door F.K. Bartels  20/11/2009 (www.catholic.org)

    […] Men moet maar een blik werpen op de morele staat van ons land, om te zien wat onze bevolking na aan het hart ligt, over praat, voor stemt, om te besluiten dat velen de verplichting om heiligheid te zoeken hebben afgewezen. En het is echt een verplichting; de oproep tot heiligheid is niet enkel een optie voor degenen die verlangen God lief te hebben. We houden van God of we houden van de “aardse stad” dat gebouwd is “door de eigenliefde die God uitsluit” zoals de H. Augustinus schreef. De oproep tot heiligheid is een universele oproep van Christus zelf. Het mijden of verwerpen van een dergelijke oproep leidt tot het oprichten van een aardse stad gemaakt van de modder en het vuil van de wereld, een wereld dat onheilig is en onaanvaardbaar voor God.

    "En nu, broeders, smeek ik u bij Gods erbarming: wijdt uzelf aan Hem toe als een levende, heilige offergave, die Hij kan aanvaarden. Dat is de geestelijke eredienst die u past. Stemt uw gedrag niet af op deze wereld. Wordt andere mensen, met een nieuwe visie. Dan zijt ge in staat om uit te maken wat God van u wil, en wat goed is, wat zeer goed is en volmaakt.” (Romeinen 12:1-2)

    We moeten onze geest vernieuwen, een heilige manier van denken toepassen- ver van de laagheid van de wereld- en onze gedachten en handelingen afstemmen op de wil van Christus; we moeten het licht van de waarheid aanvaarden, die zich zo vurig en vol liefde op heiligheid richt. Christus roept ons op om “perfect te zijn zoals onze hemelse Vader perfect is” (Mt 5:48). We worden opgeroepen tot perfectie. We zijn verplicht tot heiligheid.

    In 1993, schreef Johannes Paulus II in zijn encycliek Veritatis Splendor de noodzaak van gehoorzaamheid aan de waarheid om heilig te worden: “Geroepen worden tot redding door geloof in Jezus Christus is het ware licht dat iedereen verlicht (Joh 1:9), de mensen worden het licht in de Heer en kinderen van het licht (Ef 5:8), en worden heilig door de gehoorzaamheid van de waarheid" (1 Pet 1:22).

    Gehoorzaamheid van de waarheid is gehoorzaam zijn in alles wat Christus heeft gezegd en gedaan, het is geloven en leven volgens hetgeen wat de Heilige Geest heeft geopenbaard aan de apostelen; het is aanvaarden van de Heilige Traditie, de H. Schrift en het Magisterium van de Katholieke Kerk  met zijn hart en geest. Heiligheid vraagt om gehoorzaamheid; en heiligheid is een manier van leven; het is zich richten op de H. Geest op elk moment, en onze wil verenigen met de wil van God. Degenen die dorsten voor heiligheid dragen er zorg voor om te leven door liefde: ze houden van Christus, ze houden van de Katholieke Kerk die 2000 jaar geleden werd opgericht, en ze koesteren de woorden van waarheid die zijn doorgegeven aan de naties door die Kerk. Lumen Gentium leert dat, omdat de Kerk onfeilbaar heilig is, alle Christenen in de Kerk worden opgeroepen om heilig te zijn.

    "De Kerk wordt als een geloofszaak gehouden om onfeilbaar heilig te zijn. Dit komt omdat Christus, de Zoon van God, die met de Vader en de Geest aanroepen wordt als heilig, de Kerk liefhad als zijn Bruid, en zich aan haar gaf om haar te heiligen (cf. Ef 5:25-26); Hij verenigde haar met zichzelf als zijn lichaam en begiftigde haar met de Heilige Geest voor de glorie van God. Daarom zijn allen in de Kerk, of ze nu behoren tot de hiërarchie of door haar geleid worden, geroepen tot heiligheid, zoals de apostel Paulus zegt: ‘Want dit is de wil van God, uw heiliging’” (1 Tess 4:3; cf. Ef 1:4).

    Het Tweede Vaticaans Concilie herinnert ons aan de verplichting tot onderwerping aan de authentieke leer en praktijk van het geloof in ons dagelijks leven: "Want de bisschoppen zijn de predikers van het geloof, die nieuwe leerlingen naar Christus leiden, en zij zijn authentieke leraars, dat wil zeggen leraars begiftigd met de autoriteit van Christus, die het geloof prediken tot de mensen die aan het zijn toevertrouwd en het in praktijk brengen”.

    Een ware terugkeer naar authentieke heiligheid is het antwoord op de vele kwalen die ons plagen. Heiligheid is de remedie die geneest, versterkt, verenigd, en vrede brengt waar ons hart zo naar verlangt, want in heiligheid omhelzen we Christus. Een gemeenschap wiens wil gericht is op heiligheid beweegt zich tot een grotere vereniging met God, de bron van alle geluk. Als we onze wil verenigen met deze van God brengen we de volheid van het Christelijk leven tot stand en de perfectie van liefde, die in werkelijkheid de ware menselijke manier van leven is. We zijn niet ten volle menselijk tenzij we doordrongen zijn van heiligheid.

    Het is dus voor iedereen duidelijk, dat alle gelovigen van iedere staat of stand geroepen zijn tot de volheid van het christelijk leven en tot de volmaaktheid van de liefde en door deze heiligheid wordt ook de burgerlijke maatschappij meer menselijk in haar manier van leven. (Lumen Gentium 40)

    Heiligheid vereist gehoorzaamheid aan de waarheid; daarom staat het vast dat gehoorzaamheid van de volheid van waarheid die in de Katholieke Kerk gevonden wordt een eerste vereiste is voor Heiligheid. Men kan niet heilig zijn en het tegelijkertijd oneens zijn met Christus’ Bruid. Het verwerpen van de Kerk terwijl we varen op onze reis naar heiligheid is zoals het maken van een gat in de bodem van het schip waarin we varen. Toch vinden velen zo’n manier van leven moeilijk te verteren. De vroegere Paus Johannes Paulus II doet ons eraan herinneren dat we moeten vechten tegen ongehoorzaamheid, omdat we anders de waarheid van God ruilen voor een leugen.

    "Deze gehoorzaamheid is niet altijd gemakkelijk. Als gevolg van de mysterieuze erfzonde, die gepleegd werd door toedoen van Satan, degene die een leugenaar is en de vader van alle leugens (Joh 8:44), wordt de mens voortdurend bekoort om zijn blik af te keren van de levende en ware God om ze naar afgoden te richten (dg. 1 Tess 1:9), klaar om de waarheid over God te ruilen voor een leugen (Rom 1:25). Het vermogen van de mens om de waarheid te kennen wordt ook verduisterd, en zijn wil om zich te onderwerpen verzwakt. Dan geeft hij zich over aan relativisme en scepticisme (cf. Joh 18:38), hij begeeft zich op pad om een denkbeeldige vrijheid te zoeken ver van de waarheid.

    Verder, is het niet door onze eigen kracht dat we een mate van heiligheid bereiken, maar door ons volledig over te geven aan Christus. Onze Heer is onze kracht; het is van de Wijnstok dat we voedsel vergaren. Het is door onze wil te verenigen met God dat we in perfectie kunnen leven, want de Heer jezus is de goddelijke leraar en het voorbeeld van alle perfectie.

    De volgelingen van Christus, worden door God geroepen niet in de deugd van hun werken maar door zijn genade, en gerechtvaardigd in de Heer Jezus werden ze zonen van God door het doopsel van geloof en deelnemers aan de goddelijke natuur, en worden ze zo geheiligd. Ze moeten daarom de heiligheid die ze van God ontvangen hebben, vasthouden en perfectioneren in hun leven. Ze worden door de apostelen aangemoedigd te leven zoals onder heiligen (Ef 5:3), en als Gods uitverkorenen moeten ze zich heiligheid en liefde, medelijden, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld aanmeten (Kol 3:12), om de vruchten van de Geest te verkrijgen voor hun heiliging. (dg. Gal 5:22; Rom 6:22).

    Door zijn Incarnatie, Lijden, Dood en Verrijzenis heeft Christus ons vele ondoorgrondelijke gaven gegeven. Men zo een heel leven kunnen mediteren over zo’n wonderen en toch nauwelijks  oppervlakkig hun liefdevolle dimensies snappen. We zijn opgetild tot een verheven status door de bijzondere genade van Christus. Gerechtigheid vraagt dat we onze Heer liefhebben voor wat Hij heeft gedaan, voor Wie Hij is, voor zijn gaven die hij vrij gegeven heeft.

    Al de kinderen van de Kerk zouden zich moeten herinneren dat hun verheven status niet van hun eigen verdiensten komt, maar van de bijzondere genade van Christus. Als ze falen om te reageren op die genade in gedachten, woorden en daden, zullen ze niet alleen verloren gaan, maar zullen ze strenger worden geoordeeld.

    We worden opgeroepen tot heiligheid. Om het te bereiken vereist het dat we reageren op Christus’ genade. Liefde fluistert, Liefde wenkt, Liefde regent neer uit de hemel, en komt neer op Gods kinderen met geestelijke voiding en troost, zodat ze de heiligheid bereiken; dat ze de oproep tot heiligheid horen, omarmen, en beleven.

    Er zijn veel taken in het leven maar de heiligheid is de belangrijkste. Heiligheid die gecultiveerd wordt door allen die handelen door Gods Geest en de stem van de Vader gehoorzamen en God de Vader aanbidden in geest en waarheid, volgen Christus die arm, nederig was en zijn kruis droeg. Dat zij het waardig mogen zijn om deelnemers te zijn in zijn glorie.

    De levensbiecht en groei in heiligheid – Fr Carota 1/3/2013

    Dit zegt de H. Franciscus van Sales over de groei in heiligheid in een “Introductie tot het devote leven”.

    “Zie je, mijn kind, ik spreek nu van een levensbiecht, die heel heilzaam is in het begin van je zoektocht naar heiligheid en daarom raad ik het je ten zeerste aan. De gewone biechtgelegenheden van een dagelijks leven zijn vol grote fouten, en dat omdat ze weinig of geen voorbereiding doen, en ze niet het noodzakelijke berouw hebben. Door deze onvolkomenheid gaan deze mensen naar de biecht met een stilzwijgende intentie terug te keren naar hun oude zonden, omdat ze de gelegenheden tot zonde niet vermijden, of niet de noodzakelijke maatregelen nemen om hun leven te beteren, en in al zo’n gevallen moet de ziel hersteld worden. Maar bovendien dwingt een levensbiecht ons tot een duidelijkere zelfkennis, wekt ze een schaamte op voor ons voorbije leven, en doet ze dankbaarheid rijzen voor Gods barmhartigheid, die zolang geduldig op ons heeft gewacht. De levensbiecht troost het hart, verfrist de geest, brengt goede voornemens tot stand, geeft de kans aan onze geestelijke leidsman om ons goede raad te geven, en het opent onze harten om de toekomstige biechtgelegenheden meer effectief te maken. Daarom kan ik niet over het onderwerp beginnen om een algemene verandering in je levensstijl uit te voeren en je volledig tot God te keren, zonder aan te dringen dat je met een levensbiecht begint..”

    Een levensbiecht neemt tijd in beslag. De kwaliteit van de priester is niet zo belangrijk omdat je niet komt voor geestelijke leiding, maar om het vertellen van al de zonden in je leven. Dit vraagt om grote nederigheid. Verzwijg geen zonden omdat je verlegen bent. Breng eerst wat tijd door, door het opschrijven van al deze zonden op te schrijven voordat je naar de biecht gaat, zodat je volledig bent. Dit is niet nodig als je reeds met berouw je voorbije zonden in de biecht hebt beleden. Maar het is vooral al het al lang geleden is dat je naar de biecht bent geweest. 

    Sommigen vragen zich af: “Waarom onze zonden aan een priester belijden, die zelf een mens is”. “Ik vertel mijn zonden direct aan God.” Wanneer je direct tot God biecht, heb je Hem dan horen zeggen “uw zonden zijn vergeven”. Ik denk het niet. In het Evangelie van Johannes 20:22,23 Hij blies over hen en zei: “Ontvang de heilige Geest. Aan wie ge (de apostelen) de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.” Een andere reden is dat Katholieken de biecht altijd gedaan hebben. Er is ook nog een andere reden: je hoort van de priester: “uw zonden zijn vergeven” in plaats van God.

    Zoals jullie misschien weten is er niets zo uitputtend en moeilijk als te luisteren naar biechtelingen. Jullie betalen ons, priesters, niet om neer te zitten en te luisteren naar jullie zonden. Het is een gave van God dat wij als priesters doen wat zo moeilijk is. We hebben er niets aan, behalve de vreugde als we mensen horen zich bekeren en proberen heiliger te worden. Er is geen menselijk motief om de biecht te horen, daarom moet het een sacrament van God zijn. Je kunt een psycholoog betalen om naar je te luisteren of je kan naar God gaan in het Heilig Sacrament van de Biecht.

    Noveengebed tot voorbereiding op een levensbiecht

    Lieve Moeder Maria, Moeder van de Barmhartigheid,
    Met een hart vervuld van berouw neem ik tot U mijn toevlucht, om door Uw onvergelijkbaar machtige Voorspraak bevrijding te bekomen van de lasten die reeds zo lang mijn ziel bezwaren.
    Mijn hele leven tot op deze dag leg ik nu in Uw handen, opdat U mij zou geleiden naar het Sacrament van verzoening met God.
    Ontsluit toch mijn eigen hart voor mij, opdat ik mijn zonden, zwakheden, fouten, ondeugden en tekortkomingen van mijn hele leven moge ontdekken, en ik moge begrijpen waarom zij God hebben bedroefd en mijn medemens pijn of schade hebben toegebracht.
    Wil mij leiden naar een volkomen zuivering van mijn ziel.
    O mag ik mijn hele verleden begraven in Uw machtig Hart, waarin het gelouterd kan worden in het Vuur van de ware Hemelse Liefde.
    Wil mijn rouwmoedigheid aan God opdragen tot afbetaling van de genade van een wedergeboorte uit Uw Hart, opdat mijn ziel opnieuw met God verzoend moge worden.
    Moge ik op Uw bemiddeling bevrijd worden van de ballast van elke herinnering aan de zonde, opdat ik vanaf mijn ontmoeting met God in de Biecht kan openbloeien als op de eerste dag van een nieuw leven.
    Ontvlam mijn hart met de Ware Liefde, opdat ik als een nieuw mens kan verschijnen voor Jezus, die mij hiertoe heeft geroepen vanop het Kruis van mijn Verlossing.

    Toen OLVrouw verscheen aan Claude Newman in Mississippi in 1944 nadat hij een wonderdadige medaille van Maria aanhad, zei Ze: “Wanneer je naar de biecht gaat kniel je niet neer voor een priester, maar voor het Kruis van mijn Zoon Jezus.” En wanneer we echt spijt hebben voor onze zonden, dan vloeit het vergoten Bloed van Jezus over ons en reinigt ons van al onze zonden.

    Wanneer ik vroeg aan mijn parochianen om te knielen voor de biecht, was ik bang dat er parochianen zouden protesteren. Maar nee, bijna allen waren nederig en knielden om te biechten. Er was een stoel voor degenen die niet konden knielen. Maar het voelt juist aan als men knielt in nederigheid en berouw voor de biecht. Laat de duivel je niet op een afstand houden van de barmhartigheid van God die vrijelijk wordt aangeboden in de biecht. Het is beter nu beschaamd te zijn voor wat je verkeerd deed, dan het voor altijd te laat is om er nog iets aan te doen.

    Op een namiddag na de heilige mis was er een jongeman aan het wachten om met mij te spreken. Hij zei: “Je kent me niet, maar een jaar geleden ging ik naar de biecht bij u en het veranderde totaal mijn leven.” Wij, priesters zouden nooit ontmoedigd mogen raken. Misschien wordt er een persoon een heilige Katholiek omdat hij naar een biecht gegaan is. En jullie, die worstelen met zonde zouden ook niet mogen ontmoedigd raken. Misschien kun je dit advies van de H. Franciscus van Sales uitprinten en het herlezen zodat je niet in zonde terugvalt. Wat een bevrijdende gebeurtenis is een goede biecht. We zijn zo gezegend om traditionele Katholieken te zijn.

    Toewijding aan de Moeder van Smarten voor de biecht

    O Maria, Moeder van Smarten,
    Mijn hart is verscheurd door mijn zondigheid en al mijn fouten en nalatigheden.
    Mijn hart bloedt bij de aanblik van Uw lijden om de talloze dwalingen van Uw kinderen.
    Ik geef U mijn hart in diepe rouwmoedigheid, opdat het vervuld moge worden van Uw volmaakte Liefde, die elke bekoring en elke zwakheid in de ziel overwint.
    Ik geef U mijn berouw. Moge het in Uw Hart omgezet worden tot grondstof voor het herstel van mijn gewonde ziel.
    Mogen mijn tranen mijn ziel reinigen.
    Wil ook Uw eigen Tranen in mijn ziel storten, opdat haar bodem vruchtbaarder moge worden voor werken, gevoelens, gedachten en woorden die een bloemtapijt van volkomen Liefde in de zielen zaaien.
    Neem mij restloos op in Uw Hart, o tedere Moeder, opdat mijn zelfofferande het Kruis van Jezus moge verlichten, en Uw eigen heiligheid mijn hele verdere leven richting moge geven.

    Nederigheid om aan de stappen van heiligheid te beginnen

    De mystieken zeggen ons allemaal dat de noodzakelijke eerste deugd op het pad van heiligheid nederigheid is. We hebben hier reeds een grote uitdaging: het betekent de algemeen heersende mentaliteit die tegenwoordig heerst tegenwerken. Onze jongeren worden gebombardeerd met de boodschap dat om hun dromen te bereiken ze moeten geloven in zichzelf. Maar we weten echter dat deze blinde promotie van het individu de studenten op het verkeerde been zet. Uit 4000 jaar heiligen en schriftgeleerden die de geopenbaarde waarheid van God overwegen en het werk van Gods genade ervaren in hun leven, dat teruggaat tot onze Joodse voorouders in het geloof, weten we dat het bereiken van ware menselijkheid bloeit als men begint in God te geloven. Je moet ook weten hoe je voor God bent, en weten waartoe God je oproept in het leven zodat je God kunt dienen.

    De moderne maatschappij vindt de deugd van nederigheid onbelangrijk. Degenen die nederigheid in praktijk brengen zijn: “goede mensen die laatst eindigen op de maatschappelijke ladder.” Maar nederigheid is een deugd die gebaseerd is op de realiteit, op de weg hoe zaken werkelijk zijn. “Nederigheid” komt van het Latijnse woord “humus”, wat “aarde” betekent. Nederigheid betekent kleinheid, zoals men dicht bij de aarde, de grond is. De aarde is de grond waarop we lopen, daarom is de nederigheid wat ons met twee voeten op de grond houdt, zodat we succesvol door de vele wisselvalligheden van het leven geloodst worden. Nederigheid betekent dat we realistisch rekening houden waar we ons bevinden en waar we naartoe gaan. Dit is de meest verrassende manier waarin nederigheid fundamenteel is. Als we de realiteit niet in het oog houden of waar we naartoe gaan, kan dit zware gevolgen hebben, zelfs al denkt de wereld dat je er materieel op bent vooruit gegaan.

    De deugd van nederigheid is een Christelijke deugd die gebaseerd is op de realiteit van een begrensde persoon, die door God geschapen is naar het beeld en gelijkenis van een oneindig Wezen. God prent in de menselijke natuur een verlangen in om de basisdoelstellingen van het menselijk bestaan te zoeken en te respecteren. Het respecteren van de menselijke deugden betekent dat men zich aan normen houdt, objectieve normen die als vaststaand beschouwd worden in de gecreërde orde. Men verwijst hiernaar als de natuurwet. Volgens deze normen, moeten bepaalde menselijke deugden altijd gerespecteerd worden: leven, waarheid, schoonheid, liefde, vriendschap en ook anderen. Deze zijn algemene doelstellingen voor alle mensen. Particuliere doelstellingen moeten verkregen worden door gebed, wat de conversatie is met God. Een nederige persoon nadert God in gebed en vraagt: “Heer, wat wilt U dat ik doe?" Dit is de vraag die iedereen zich moet afvragen om hun levensweg te vervolgen.

    Natuurwet (ethiek) (wikipedia): Natuurwet (van het Latijnse lex naturae) of natuurrecht (ius naturale) heeft een aantal uiteenlopende invullingen. In de theologie, de rechtsfilosofie en de ethiek staat dit begrip voor de regels en beginselen die voor alle mensen gelden, omdat ze voortvloeien uit het verstand, zoals dat bepalend is voor de menselijke natuur.

    Natuurwet of natuurrecht staat voor een geheel van principes en regels die universele geldigheid zouden hebben en mede daarom boven de regels van het positieve recht (recht dat geldig is op een bepaalde plaats op een bepaald tijdstip vb. ons Belgisch positief recht) zouden gaan. In de gangbare opvatting slaan deze termen op de menselijke natuur, die gekenmerkt wordt door het verstand (de rede).

    Dit natuurrecht speelde tot aan de invoering van de nationale codificaties eind 18e en begin 19e een grote rol in het Romeinse en Europese rechtsbewustzijn. Tegenwoordig is de natuurwet nog een belangrijk onderdeel van de katholieke theologie en ethiek, naast een kleine stroming van moderne natuurrechtsaanhangers.

    Grieken

    Bij de Grieken had het natuurrecht vooral een ethische en politieke betekenis. Aristoteles schreef in zijn Ethica Nicomachea, V, 7, 1134b: "Van het in een staat geldende recht berust een gedeelte op het natuurrecht en een gedeelte op wetten. Het natuurrecht is dat recht dat overal dezelfde rechtskracht heeft en onafhankelijk is van opinies; het wettenrecht is datgene waarvan het er in beginsel niet toe doet of het nu zo dan wel anders is, maar waar het verschil maakt wanneer het een keer is vastgesteld". Het natuurrecht werd door Aristoteles verder niet systematisch uitgewerkt. In elk geval zou zijn opvatting over rechtvaardigheid een belangrijk onderdeel van het natuurrecht worden.

    Romeinen

    Bij de Romeinen werd onderscheid gemaakt tussen het recht dat ieder volk voor zichzelf maakt (ius civile) en het recht dat alle volkeren ter wereld gemeen hebben (ius naturale) en dat gebaseerd is op de natuurlijke aard der dingen, de naturalis ratio. Dit natuurrecht werd ook wel het recht der volkeren (ius gentium) genoemd, maar moet niet verward worden met het moderne volkenrecht.

    Cicero zegt het in zijn De republica, III, XXII, 33 zo: "Er is een waarachtige wet, een rechte rede overeenkomstig de natuur, aanwezig in allen, onveranderlijk, eeuwig; zij roept de mens tot het goede door haar geboden en houdt hem af van het kwade door haar verboden" en "Eén God is er, heer en meester over allen. Hij is de maker van die wet, hij heeft haar afgekondigd en bekrachtigd".

    Anders dan bij de Grieken, had het natuurrecht bij de Romeinen vooral betekenis voor het privaatrecht. Zo werden koop en verkoop, huur en verhuur als typisch natuurrechtelijke verbintenissen gezien. Een ander belangrijk onderdeel van het Romeinse natuurrecht was de rechtvaardigheid (iustitia). Die werd, in de klassieke formulering van Ulpianus, omschreven als de vaste en constante wil ieder het zijne toe te delen (constans et perpetua voluntas ius suum cuique tribuendi). Daar werd onder meer uit afgeleid dat de rechter de wet goed en billijk (bonum et aequum ) diende toe te passen. De hieruit voortkomende redelijkheid en billijkheid is nog altijd een basisprincipe van het privaatrecht.

    Al deze principes en regels behoorden tot het natuurrecht omdat ze door de menselijke rede (naturalis ratio) van de beste Romeinse juristen geformuleerd waren. Toen keizer Justinianus I dit in de praktijk gegroeide recht systematisch codificeerde in het Corpus Iuris Civilis, werd daarmee een groot deel van het natuurrecht (ius naturale) tot positief recht (ius civile). Het Romeinse recht gold daarna eeuwenlang als het gepositiveerde natuurrecht (ratio scripta).

    Het Ius Gentium was het Romeinse recht dat de Romeinen gemeen hadden met de haar omringende volkeren. Het waren privaatrechtelijke regels die werden toegepast tussen burgers die afkomstig waren uit verschillende rechtssystemen. Dit ter onderscheiding van het Ius Civile dat alleen gold voor Romeinse burgers, ongeacht waar zij zich bevonden. (J.E. Spruit, Enchiridium, Deventer: Kluwer 1994, p.55 en 76)

    Katholicisme

    Al in de late Oudheid namen christelijke denkers de Griekse en Romeinse concepten van het natuurrecht als boven het positieve recht staande regels over. Omdat in de christelijke opvatting de menselijke rede door God geschapen is, is in die visie ook het daaruit voortkomende natuurrecht van goddelijke oorsprong.

    De kerkvader Augustinus (354-430) schreef dat er in de mens een ingeboren natuurlijk recht is dat alle mensen kennen. Andere christelijke denkers uit die tijd wijzen er op dat deze kennis van de natuurlijke orde verduisterd werd door de zonde, maar weer duidelijk gemaakt werd in de bijbel en door de kerk. In de middeleeuwen wordt dan het natuurrecht gezien als de orde die het verstand voorschrijft, nadat het in de menselijke natuur heeft ontdekt wat nodig is om rechtschapen te leven.

    In de middeleeuwen was het natuurrecht nauw verbonden met het canoniek recht van de Rooms-Katholieke Kerk. Zo werd in het Corpus Iuris Canonici, de belangrijkste verzameling van kerkrechtelijke bepalingen, bepaald dat de rede (dat wil zeggen het natuurrecht) voorrang had boven zowel het gewoonterecht als het positieve recht. De natuurrechtelijke billijkheid kreeg hierdoor een zo belangrijke plaats in het kerkelijke recht, dat gesproken werd van de canonieke billijkheid (aequitas canonica).

    Thomas van Aquino (ca. 1225-1274) bevestigt dat de natuurwet de door het verstand erkende orde is. Die orde bestaat uit de eerste beginselen van het praktische verstand, dat deze inziet op grond van onze natuurlijke neigingen. Thomas benadrukt dat de natuurwet niet zonder meer of volledig is ingeboren, maar dat slechts het beginsel ervan met de menselijke natuur gegeven is. Omdat de natuurwet dus uit het menselijke verstand voortvloeit, zijn de beginselen ervan voor alle mensen hetzelfde, doch kunnen de concrete uitwerkingen verschillen. De gewone, positieve wetten mogen volgens Thomas niet in strijd zijn met het natuurrecht, maar inhoudelijk onrechtvaardige wetten moeten wel nageleefd worden om ergernis of wanorde te voorkomen. Pas wanneer zo'n wet in strijd komt met het zgn. goddelijk goede (bonum divinum), mag zij niet meer worden nageleefd en kan uiteindelijk ook de omverwerping van een tiran geoorloofd zijn.

    De Spaanse katholieke geleerde Francisco Suarez (1548-1617) erkende dat het natuurrecht samenvalt met het verstand, maar stelde dat er pas sprake kon zijn van een echte natuurwet, wanneer er ook sprake was van een werkelijke gezagsdrager die deze wet uitvaardigde. Als die gezagsdrager werd God gezien.

    Het natuurrecht of de natuurwet is sindsdien een belangrijk onderdeel van de katholieke theologie en ethiek gebleven. Zo is de klassieke, op Thomas van Aquino teruggaande, opvatting terug te vinden in de nieuwste Katechismus van de Katholieke Kerk onder nr. 1954 e.v.

    De realiteit is dat mensen werden geschapen door God om lief te hebben, te prijzen en Hem te eren in dit leven en voor altijd gelukkig te zijn bij Hem in het volgende leven. De deugd van nederigheid is de gewoonte en praktijk waarbij een persoon zijn ware tekortkomingen en gaven erkent, en in het licht ervan, zich aan Gods wil onderwerpt en aan de deugden van anderen omwille van God. De persoon accepteert de fundamentele realiteit van zowel zijn tekortkomingen en de uitnodiging van God om zijn of haar gaven te gebruiken om God te prijzen en anderen te dienen.

    Een citaat dat toegeschreven wordt aan de H. Augustinus is dat “nederigheid de basis is van alle andere deugden”; vandaar als deze deugd in de ziel niet aanwezig is, er geen andere deugd kan zijn. De H. Teresa van Avila zegt: “er is meer waarde in een kleine studie van nederigheid en in een nederige daad, dan in alle kennis van de wereld" (hoofdstuk XV).

    De waarlijk nederige persoon heeft drie overtuigingen die moeten onderkend worden. Het begint met het antwoord van Paus Franciscus dat hij gaf in een interview waar hij werd gevraagd: “Wie is Paus Franciscus?” Trouw aan zijn charisma van Ignatius antwoordde hij: “Ik ben een zondaar.” Dit is de start. De eerste overtuiging. Maar het wordt gezien in het licht van de tweede overtuiging nl. ik werd geschapen naar het beeld en gelijkenis van God en ik moet daarom erkennen dat ik zowel zonden als gaven in mij heb. En ten derde, streef ik om Gods plan voor mij te vervullen.

    Ware nederigheid alleen is niet genoeg. Maar het is het fundament waarop al de andere deugden zijn gebaseerd die nodig zijn om heiligheid te bereiken, samen met de deugd van liefde, waarnaar iedereen verlangt in het diepste van hun wezen, en die zo dikwijls op de verkeerde plaatsen wordt gezocht.

    De narcistische obsessie met de cultuur van het ego is een symptoom van een diepe onzekerheid en eenzaamheid in onze maatschappij. Mensen verlangen naar liefde, intimiteit en vriendschap, en falen dikwijls om het te bereiken. Het is duidelijk dat vele mensen niet in staat zijn, om een relatie van engagement in stand te houden in hun leven. (…)

    Gebed om navolging van Maria in de nederigheid

    Hemelse Moeder Maria, Meesteres van mijn ziel,
    In mijn verlangen om U na te volgen in de nederigheid die God zo welgevallig is, smeek ik U,
    Houd mij voortdurend bewust van mijn nietigheid, en doordring mij van het besef dat ik slechts nut kan hebben voor Gods Werken in de mate waarin al mijn handelingen, mijn woorden en mijn voorkomen vervuld zijn van Uw nederigheid.
    Maak mij steeds kleiner, opdat alle plaats in mijn hart door U bezet mag worden, en geef mij de kracht, mijn tekortkoming toe te geven bij elke fout die ik bega.
    Vervul mij met afschuw voor de lofprijzingen der mensen, en wek in mij het verlangen naar het verborgen leven met U.
    Schenk mij het vermogen om de mens van weinig aanzien met waardigheid te behandelen, opdat ik zijn hart kan helpen genezen van de slagen en wonden van het leven.
    Laat uit mijn mond niets dan eenvoud geboren worden, opdat geen ziel zich in mijn tegenwoordigheid minderwaardig moge voelen.
    Leer mij mijn medemens niet steeds te corrigeren, doch in eenheid met hem de vervulling van Gods Werken na te streven.
    Geef mij de kracht om elke bestreving van prestige voor mijzelf in het oog van mijn medemens te verafschuwen.
    Leer mij, mijn gaven en talenten niet te gebruiken om macht te verwerven, doch voor de bevordering van het Heil van mijn ziel en van andere zielen.
    O Koningin van Hemel en aarde, leer mij mijn kleinheid te koesteren als het geschenk van een God die er vreugde in heeft geschept, mij een volmaakte Moeder te geven.

    Hoe komt de ziel tot aanbidding van God? Waaruit bestaat aanbidding?

    1.   Het verlangen om tot het Hart van God door te dringen. Word U ervan bewust dat de kern van Uw ziel niets anders verlangt dan God te kennen en in Hem over te vloeien.

    2.   De Liefde tot God: Deze opent Uw hart voor de overvloeiing tussen Uw ziel en God, in beide richtingen. Liefde moet gegrondvest zijn op inwendige rust, en brengt op haar beurt ook diepere rust in de ziel.

    3.   De ontlediging van Uw geest: U moet trachten, aan niets meer te denken. U kijkt alleen nog maar inwendig naar het Licht, het Kruis (symbool voor Gods oneindige Liefde voor U), Maria met het Kind Jezus (de Menswording van Gods Zoon) of elk Hemels beeld dat U vervult van Liefde, Vrede en rust.

    4.   De verheerlijking van God. U prijst God inwendig voor Uw leven, alle genaden, de natuur, het vooruitzicht op het Eeuwig Leven, enzovoort.

    5.   De uitnodiging aan God. wellicht de grootste vrucht die aanbidding Uzelf kan opleveren, is het bezoek van God in Uw ziel. Door Uw ingesteldheid kunt U mee bepalen of Hij U slechts voor de tijd van de aanbidding bezoekt, dan wel voor onbepaalde tijd bij U intrekt met bagage (genaden die U blijvend veranderen). Een werkzame aanroeping om God in U uit te nodigen, kan bijvoorbeeld zijn: "God van Licht en Liefde, ik bemin U. Ik geef mij aan U. Vervul mij met Uzelf".

     

    Welke zijn de vruchten die God in de aanbiddende ziel tot rijping brengt?

     

    1.   Aanbidding doet de ziel openbloeien als een bloem die zich ontvouwt, blaadje voor blaadje, in het besef van Gods Tegenwoordigheid. God is de Bron van Leven. Zijn aanraking schept, verlost, heiligt en herschept (geneest). De realiteit van dit gegeven blijkt bij het mystiek contact: De voelbare (soms zichtbare en/of hoorbare) Aanwezigheid en aanraking van Maria (Gods Gezante) lijkt de ziel, het hart, de geest, en in zeker opzicht zelfs het lichaam 'open te gooien', en maakt onvermoede krachten vrij. Aanbidding kan een enigszins gelijkaardig effect krijgen in de ziel: Zij kan vervuld worden met genaden, en kan dit ervaren als een bevrijding. Wanneer de bloem van Uw ziel zich onder invloed van deze Goddelijke kracht opent, kunnen hierdoor haar kleur (bovennatuurlijke schoonheid) en geur (heiligheid) gewekt worden, wat nieuwe impulsen van aanbidding in werking kan stellen.

     

    2.   Aanbidding stort intense gevoelens van dankbaarheid in de ziel, in het besef van het vele mooie waarvan zij getuige mag zijn omdat God er is. De aanbiddende ziel begrijpt dat God Bron, Oorzaak en Bestemming van alle dingen is. Dit besef baart dankbaarheid, dankbaarheid schept vreugde, en deze vreugde baart het ware Geluk omdat zij van Hemelse oorsprong is. Dankbaarheid is een emotie die vaak verstikt wordt onder het gewicht van het leven. Waarom zou men God danken terwijl men ten prooi is aan tegenslagen en lasten? De aanbiddende ziel voelt dat God niet verantwoordelijk is voor het negatieve in haar leven, maar dat Hij integendeel de enige waarborg vormt voor de inlossing van de belofte van het ware Geluk na het leven op aarde. Alle lasten van Uw leven worden door God opgetekend als aanleidingen voor een honderdvoudige vergoeding in Zijn Rijk. Dat is ook wat Hij U tijdens aanbidding in het verborgene kan laten voelen.

     

    3.   Aanbidding levert gevoelens van diepe zaligheid, intense vreugde, stil geluk, omdat het hart in aanbidding Gods Aanwezigheid voelt. Deze Aanwezigheid is even onhoorbaar of onzichtbaar als radiogolven, maar is even reëel als radiogolven: De atmosfeer is vervuld van radiosignalen, die U noch kunt zien noch kunt horen tenzij U Uw radiotoestel aanzet. Iets gelijkaardigs geldt voor Gods Aanwezigheid: God is er altijd en overal, maar U kunt Hem pas aanvoelen zodra U het 'radiotoestel' van Uw ziel in werking laat komen. Aanbidding is één van de wijzen bij uitstek om dit contact tot stand te brengen. Aanbidding schept in de ziel de rust en Vrede die U in staat stellen om U totaal te laten gaan in de zaligheid van het Hemelse.

     

    4.   Aanbidding schept de spontane behoefte van diepe overgave aan God in het bewustzijn dat Zijn heiligheid U omgeeft als een wolk van bloemenparfum op een zomeravond: een atmosfeer van gelukzaligheid die uitnodigt om U totaal aan God over te geven. Dit is de meest natuurlijke emotie die de ziel kan opbrengen, want zo is zij oorspronkelijk ook gemaakt: met een inwendig, natuurlijk vermogen om alles los te laten en zichzelf zonder de geringste weerstand in Gods Hart uit te storten.


    5.   Aanbidding schenkt de ziel het gevoel dat zij reeds ondergedompeld is in een stuk Hemelse werkelijkheid. Dit gevoel is het natuurlijk gevolg van de aanraking met Gods Wezen. Vele zielen laten God vergeefs bij zich aankloppen (onbeantwoorde ingevingen). God, daarentegen, doet steeds open wanneer U bij Hem aanklopt. De wijze waarop Uw pogingen tot contact beantwoord worden, is onvoorspelbaar. Vaak worden in Uw ziel genaden gestort die voor onbepaalde tijd in het verborgene blijven en U eventueel pas na Uw aardse leven geopenbaard worden, want voor God is slechts het Eeuwig Leven van belang. Niettemin kan de aanbiddende ziel een gevoel ervaren dat zij niet kan vergelijken met gevoelens die haar bekend zijn uit het dagelijks leven. Zo worden nieuwe wegen geopend naar een rijkere ervaringswereld die het wereldse sterk in belang doet verminderen.


    6.   Aanbidding zet het hart, de geest en de ziel ertoe aan, zich totaal te ontledigen in golven van ontembare, brandende Liefde, en elke herinnering aan het wereldse in Gods Hart te begraven. De ziel die ooit door de Hemel aangeraakt is, stelt steeds minder prijs op wereldse dingen, want de ervaring van het Hemelse is met niets op aarde te vergelijken. In deze gesteldheid verdwijnen ook vele beperkingen op het vermogen om uitdrukking te geven aan de Liefde: Aanbidding leert U, Ware Liefde te ervaren en te geven. Dit kan voor Uw hart en ziel een ware genezing brengen en de deur openen naar een veel vrijere belevingswereld: Uw leven wordt doordrongen van de Ware Liefde, die in de werkelijke zin van het woord een Goddelijke eigenschap is en U leert begrijpen waar het in het leven werkelijk om gaat.


    7.   Aanbidding schept het verlangen om Uw hele leven op te offeren als brandhout voor het Hemels Vuur dat uitgaat van Gods Tegenwoordigheid, in een verlangen naar wedergeboorte in een Hemels leven. In deze ervaring wordt de ziel reeds hier en nu geraakt door de gesteldheid van de engelen, en verwerft zij nooit vermoede inzichten in de onbelangrijkheid en nietigheid van elke wereldse gesteldheid. U begrijpt dan dat dit leven slechts zin heeft als offerande ten bate van Gods Rijk.

     

    8.   Aanbidding wakkert het geloof in Gods Aanwezigheid aan, dat in de ziel versterkt wordt door gevoelens waarvan men de bovennatuurlijke oorsprong moet aannemen omdat zij niet met het verstand verklaard kunnen worden.

     

    9.   Aanbidding versterkt in de ziel de nederigheid. De ziel ervaart de behoefte om zich in alle eenvoud in God te laten opnemen, zich te laten overvloeien in het oneindige, het ongrijpbare. Het bewustzijn van Gods Tegenwoordigheid ontsluit in de ziel een groter bewustzijn van de menselijke kleinheid, en een behoefte om 'kind te zijn' teneinde zich te kunnen laten dragen op deze golven van zaligheid, die de gesteldheid van aanbidding in werking blijkt te zetten.

     

    10.               Aanbidding is zowel oorzaak als gevolg van een gesteldheid van verering. 'Verering' betekent in feite 'diep eerbetoon bewijzen'. Dit kunt U pas zodra U begrepen hebt dat God Bron is van alle goeds, ondanks het feit dat de wereld om U heen ogenschijnlijk onder de heerschappij van slechte invloeden staat. Zodra U beseft dat het niet God maar het verkeerd gebruik van de vrije wil van de mens is die alle ellende over de wereld afroept, zult U in staat zijn tot een volkomen verering van God.

     

    In de aanbidding doorleeft de ziel meer bewust wat zij onbewust verlangt, namelijk de eenwording met God te benaderen. Dit verlangen heeft God in elke ziel gelegd. Het is alsof God elk maaksel van Zijn handen voorziet van een ingeplant element dat (bij de meeste mensen totaal onbewust) een leven lang tot God aangetrokken wordt. Men zou bij vergelijking kunnen zeggen dat God een magneet is, en elke ziel een blokje ijzer in zich draagt waardoor zij constant naar de magneet toe getrokken wordt.

    Hoe kunt U God aanbidden?

    God kan aanbeden worden bij het uitgestald Heilig Sacrament, in de Heilige Communie, bij een beeltenis, door diepe verering van Maria, engelen of heiligen (omdat al deze verheerlijkte zielen als Gods gezanten beschouwd kunnen worden en tot op zekere hoogte dragers zijn van Zijn eigenschappen; dit geldt zeker voor Maria). God kan echter ook aanbeden worden in de natuur: Wanneer U Gods Tegenwoordigheid verheerlijkt in Zijn Schepping, leert U Zijn heerlijkheid voelen terwijl U een bloem, een boom, een dier of een landschap waarneemt (ziet, hoort, ruikt, betast...).

    In Gods ogen is de meest lovenswaardige vorm van aanbidding deze in en door Uw dagelijkse activiteiten. Waarom? Omdat, wanneer U in Uw dagelijks leven de gesteldheden betracht die hierboven zijn beschreven, U daarmee God op volkomen wijze in Uw leven inbouwt, en bijvoorbeeld niet alleen diep contact met Hem zoekt in het kader van een uitstalling van het Heilig Sacrament.

    Verheerlijking van God door Uw hele doen en laten, spreken, denken en voelen, in een gesteldheid van blijmoedigheid, is een bloesem die bloeit op de tak van de ware heiligheid. Het is weinig zielen gegeven, maar het is de edelste betrachting die in een hart kan ontstaan. De ideale toestand die U kunt nastreven, is deze waarbij U het punt bereikt waarop Uw hele leven één onophoudelijke akte van aanbidding wordt. U kunt God verheerlijken door wat U doet, zegt of denkt, maar U kunt Hem ook aanbidden door wat U bent.

    Naarmate het proces van de heiliging dat God in Uw ziel is begonnen door het Vuur waaruit zij bij de bronnen van Gods Rijk is gemaakt, vordert, wordt de ziel steeds méér gevoed door een steeds bredere schakering van het Goddelijk Licht, tot zij als het ware gelijkt op een volmaakte regenboog. Dat is de staat van genade, de toestand waarin Uw hele wezen zo vervuld wordt van Gods eigen Wezen dat U om zo te zeggen heiligheid begint uit te stralen. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn in de verenigingsmystiek, waarbij het instrument van Maria spontaan begint te handelen, te spreken, te denken en te voelen zoals Maria, en Haar lijkt uit te ademen door zijn/haar hele verschijning, zijn/haar hele manier van voorkomen of optreden. In dit stadium wordt het wezen zelf tot één onophoudelijke aanbidding van God. Dit komt doordat Maria dan Haar eigen Wezen in Haar instrument laat overvloeien, tot zijn/haar hart van het Hare doordrongen is zoals een spons van water. Zij kan Haar instrument zodanig beheersen dat deze ziel Haar woorden spreekt, Haar gebaren maakt, Haar gevoelens, voor- en afkeur deelt, enzovoort.

    Maria’s leven was één en al aanbidding van God. Zij wil dit ook in Haar instrumenten herhalen, mits deze zich volkomen voor Haar invloed openstellen. Om deze reden kan dus de totale en onvoorwaardelijke Mariatoewijding beschouwd worden als een koninklijke weg van aanbidding tot God. Wanneer de overvloeiing tussen Maria en Haar geroepene de hoogst mogelijke graden begint te bereiken, kunnen wij spreken van een vereniging of eenwording met Maria. Tot deze weg zijn heel weinig zielen geroepen, maar ook buiten de mystiek is het voor de ziel niet onmogelijk om tot een volkomen aanbidding van God te komen, indien zij zich met vastberadenheid oefent in alle deugden en zo haar leven zelf tot een aanhoudende verheerlijking van God maakt.

    Heel vaak wordt aanbidding beschouwd als een geschenk van de ziel aan God, doch de ware aanbidding is een ervaringstoestand waarbij de geschenken van God aan de ziel de geschenken van de ziel aan God ver overtreffen. Aanbidding is een gesteldheid van de ziel die tussen God en de ziel een uitwisseling tot stand brengt die bron is van Licht. Een ziel die haar hele leven tot aanbidding weet te maken, schept hierdoor om zich heen een aura van Hemels Licht dat tot een schild tegen bekoring en zonde wordt. Wanneer zielen via deze weg het Licht van God in en om zich heen verspreiden, vormen zij hierdoor een Ketting van Licht. Hoe talrijker de zielen worden die een leven van aanbidding leiden, des te groter en krachtiger wordt deze Ketting.

    Dit is de Ketting van Licht die door de Heilige Maagd zo vurig wordt verlangd: Door deze structuur van bovennatuurlijk Licht zal het kwaad verblind worden. De satan kan in zijn hoogmoed niet meer vatten dat uit het zozeer verdorven mensengeslacht nog zielen kunnen opstaan die de heiligheid bezitten om zijn werken te onthullen door het Licht dat zij in Gods Genade om zich heen verspreiden. Dit zal hem verblinden en onder Maria’s voeten leggen. Bid daarom om gelegenheden tot uitstalling van het Heilig Sacrament, en om de genade dat Uw ziel een levende aanbidding zou worden, want zo wordt U tot bouwsteen in de fundering van Gods Rijk op aarde. Om Gods Rijk op aarde te vestigen, moet dit Rijk eerst in een aantal harten gevestigd worden. Slechts een hart dat bereid is tot een leven van aanbidding, bezit een bodem met de gesteldheid die noodzakelijk is om Gods Rijk in zich te ontvangen en tot vrucht te laten komen.

    Gebed van aanroeping tot aanbidding

    Aanbeden zij de allerheiligste Wil van God, die alles bezielt.
    Aanbeden zij Zijn onovertroffen Liefde, die alles voedt.
    Aanbeden zij Zijn onvergelijkbare Wijsheid, die alles bestuurt.
    Aanbeden zij de Drie-Ene God in de Schepping, Verlossing en Heiliging van alle zielen.
    Aanbeden zij de Bron der heiligheid, die mijn ziel zal wassen voor de Bruiloft in het hoogste der Hemelen.

    Gebed van aanbidding

    Mijn Drie-Ene God, in Uw Tegenwoordigheid leg ik mijzelf in de handen van Maria, de Parel van Uw Schepping, die mij tijdens de voltrekking van het groot Verlossingsmysterie tot Moeder is gegeven.
    Moge Zij mij onderdompelen in de Bron der Genaden, en Haar Mantel om mijn ziel heen slaan, opdat deze in zuiverheid met U alleen kan zijn.
    Mijn God, wat kan ik zeggen. Welke woorden doen geen afbreuk aan de heilige gloed die mijn hart bezielt?
    Kom, o Lam Gods, ik weet dat U hier bent, dichter dan ik durf dromen. Wie kan de zalige geur van Uw Tegenwoordigheid voor mij verborgen houden?
    In mijn hart welt de wierook van de lofprijzing op uit het Vuur van de Liefde.

    Voor mijn ogen wijkt het gordijn van de onwetendheid op de vleugels van Uw Geest, die mij bestraalt met het Licht van het geloof.
    In mijn oren weerklinkt de zang van de hoop op Uw zachte stem die mijn hele wezen omhelst, en mij op al mijn wegen zal leiden en bemoedigen.
    U hebt mij geschapen, U hebt mij eindeloze heerlijkheden bereid,
    U hebt mij een leven op aarde gegeven om de Hemel te verdienen, U hebt de Kruisdood aanvaard om mij in Uw Rijk te verwelkomen, nu stort U Uw Geest over mij uit opdat ik waarlijk een kind van het Licht moge zijn.
    O Drie-Ene God van Liefde, wil hier en nu mijn verlangen naar vereniging met U aanvaarden als een bede van verzoening tot redding van zielen uit de greep van de duisternis.

    Maak mij tot een heilig tabernakel dat Uw Tegenwoordigheid in zich kan bergen, opdat wij één blijven.
    Druk Uw Aanschijn onuitwisbaar in mijn hart, opdat ik de zin van mijn aardse leven moge begrijpen en mijn ware roeping binnen Uw Heilsplan voor de eeuwigheid mij geopenbaard moge worden, vandaag en tot in het uur van mijn terugkeer naar U.
    Dank U, mijn God, ik mag U aanbidden, omdat mijn ziel door U is gemaakt.

    Ik kan U aanbidden, omdat Maria mij voor de ontmoeting met U in de Tuin der Hemelse bloemen voorbereidt.
    Ik wil U aanbidden, omdat mijn hart niet anders kan dan U beminnen.
    Wees geprezen, o Vader, in Uw scheppende Liefde die mij tot zaad in het hart is gestort.
    Wees geprezen, o Jezus, in Uw verlossend Kruis dat mij het Eeuwig Geluk zal geven.
    Wees geprezen, o Heilige Geest, in de Wijsheid en het Licht die mijn ziel besturen, en in Maria, Uw Bruid die de Tuin van Haar heerlijkheden voor mij heeft ontsloten, opdat ik U, mijn God, voor eeuwig moge toebehoren.

    Wat is de aanbidding als levenshouding?

    De christen kent de aanbidding gewoonlijk als een devotionele oefening die wordt volbracht bij het uitgestald Allerheiligste, de Christus in de Heilige Hostie, zoals deze in de monstrans op het altaar aan de christenen wordt vertoond. Maria, de Meesteres van alle zielen heeft er reeds meermaals op gewezen dat aanbidding slechts de volheid van het in haar aanwezig Licht kan voortbrengen zodra de ziel komt tot aanbidding doorheen haar hele zijn, doen en denken. Zij schenkt de zielen nu de volgende vijf wegen om deze gesteldheid in zich te verwezenlijken:

    1 Het Kruis van Jezus Christus is het hart van ons geloof. 

    God had het zo beschikt, dat de mensenzielen de aarde in stand zouden houden als een spiegel van het Rijk der Hemelen. Door de erfzonde werd de ziel verwond en hierdoor vatbaarder voor verdere overtredingen tegen Gods Wet. De ziel verloor haar 'aangeboren' heiligheid en hierdoor de gelegenheid om na de voltooiing van haar aardse levensreis het Eeuwig Leven in de Hemel binnen te gaan. Jezus Christus moest de Kruisdood sterven opdat elke mensenziel de kans zou krijgen om zich de sleutel te verdienen waarmee zij de gesloten Hemelpoort zou kunnen openen. Deze sleutel werd de zielen ter beschikking gesteld door de Verlossingswerken van de Christus.

    Maria beklemtoonde reeds bij herhaling dat de Verlossingswerken geen eindpunt zijn en derhalve de Hemel niet automatisch voor de ziel ontsluiten. Elke ziel moet de Verlossingswerken van Christus in zichzelf voltooien, door een onwankelbaar geloof en de toepassing van de Ware Liefde in de vorm van een concrete beleving van alle deugden op elk ogenblik en in alle situaties van haar leven. Doordat het aardse leven wegens de verwondingen van de zielen door de erfzonde en alle verdere overtredingen tegen Gods Wet van Liefde een leven van beproevingen is, draagt de ziel de verplichting, haar leven te leiden in volkomen navolging van het Leven van de Christus: met beleving van de volheid der deugd, en met liefdevolle aanvaarding van de kruisen van al haar beproevingen.

    De christenziel vereert het kruis als symbool voor haar geloof omdat het Kruis van Jezus het instrument en symbool van haar Verlossing uit de macht van de duisternis over haar eeuwig lot is. Essentieel is echter, dat de ziel de kruisen van haar leven verheft, door de beproevingen toe te wijden en in Liefde te dragen. Hierin ligt een eerste element van de ziel als levende aanbidding, die een groot tegengewicht zal vormen tegen de duisternis, die de zielen ertoe inspireert, alle kruisen van het leven te maken tot bronnen van vervloeking jegens God (die de schuld krijgt voor alle ellende) en van ongebreidelde ondeugd als reacties op een steeds groeiende ontevredenheid. Zodra de ziel haar levensweg van harte kan beschouwen, en wil beleven, als een herhaling van de verlossende Kruisweg van Christus, verandert haar leven in één doorlopende aanbidding.

    2 Elke dag worden over de hele wereld miljoenen kaarsen aangestoken.

    De ziel beschouwt dit ritueel als een handeling waardoor Licht wordt ontstoken tot bestrijding van duisternis. Dit ritueel krijgt echter pas waarlijk deze uitwerking in de mate waarin het wordt voltrokken vanuit een hart dat intens op het Eeuwig Licht (God) is georiënteerd en door zijn hele ingesteldheid zelf een straal van Licht doorheen de Schepping stuurt.

    Een brandende kaars is een symbool. Zij is niet bij machte om uit zichzelf enige uitwerking van duisternis in het leven van een ziel of in de wereld als geheel teniet te doen. Het aansteken van de kaars geeft jegens God een signaal voor het verlangen naar de verandering van een toestand of ontwikkeling. De enige verandering die God Zelf verlangt, is deze, dat de wereld stap voor stap moge naderen tot de voltooiing van Zijn Heilsplan, dat hieruit bestaat dat de hele Schepping een weerspiegeling zou zijn van Zijn Hemelrijk: een Rijk van volmaakte Vrede en van Ware Liefde. Alles wat daartoe kan bijdragen, brengt Licht in de duisternis. Daarom wijst de Maria erop, dat elke ziel zelf een brandende kaars moet zijn: De ziel kan haar bestemming als volkomen instrument voor de verwezenlijking van Gods Heilsplan slechts bereiken in de mate waarin zij Licht en warmte verspreidt.

    Licht verspreidt de ziel in de mate waarin zij in alle situaties van het leven Gods Tegenwoordigheid waarneembaar maakt en een levend teken voor de volheid van de Waarheid is. Levend teken voor de volheid van de Waarheid wordt de ziel wanneer zij in al haar doen en laten en al haar innerlijke gesteldheden bijdraagt tot de verwezenlijking van Gods Plannen en Werken.

    Warmte verspreidt de ziel in de mate waarin zij in alle situaties van het leven onvoorwaardelijke en onzelfzuchtige Liefde laat doorstromen naar al haar medeschepselen, naar de Schepping als geheel en naar God en al Zijn Werken en Plannen.

    De ziel wordt zelf een brandende kaars in de mate waarin zij zichzelf helemaal geeft voor de verwezenlijking van Gods Heilsplan, en bij deze 'zelfverbranding' het Licht van Gods Waarheid en de warmte van Zijn vlekkeloze Liefde om zich heen verspreidt. De kaars van de ziel gaat dan helemaal op in het Vuur van Gods Werking in haar en door haar heen.

    3 Over de hele wereld worden dagelijks vele Heilige Missen opgedragen.

    De Heilige Mis is in de jonge Kerk van Jezus Christus, en in navolging van Zijn gebod, gegrondvest als het hoogste eerbetoon aan God en Zijn Verlossingswerken. Zij is van nature draagster van een gouden sleutel tot opening van de Schatkamers der Genaden. Zij behoort tot de machtigste wapens tot bestrijding van de duisternis in de wereld. Om deze reden is het Heilig Misoffer ononderbroken ten prooi aan verwoede pogingen van de duisternis om haar inherente waarde aan te tasten. Vele Heilige Missen worden dagelijks opgedragen op verzoek van christenen die via deze weg genaden afsmeken voor de verwezenlijking van een door hen verlangde verandering van een situatie of ontwikkeling in hun leven of in het leven van een medemens. De volle waarde krijgt deze intentie voor God echter slechts in de mate waarin de ziel in haar eigen leven en gesteldheden zelf tot een doorlopende Heilige Mis wordt.

    Helaas verzoeken vele christenen om het opdragen van Heilige Missen in de veronderstelling dat deze uit zichzelf hun intenties zullen verwezenlijken. Dit is echter in strijd met Gods Wet, die het zo heeft voorzien dat alles in de Schepping slechts kan worden beïnvloed volgens de actieve bijdrage van de zielen tot de verwezenlijking ervan. Bijvoorbeeld: Een ziel die Heilige Missen laat opdragen voor haar Eeuwig Heil of het Heil van een medemens, zal weinig resultaat kunnen oogsten zolang zij niet tevens zelf actief aan haar heiliging en de concrete beleving van de Ware Liefde werkt.

    Heiliging, Heil en de overwinning van het Licht in een individuele ziel evenals in de Schepping als geheel worden in de eerste plaats bewerkt door de actieve inzet van de ziel voor de ontsluiting van Gods Licht.

    De Heilige Mis gedenkt in de eerste plaats de Zelfofferande van Jezus Christus aan Gods Heilsplan voor de ontsluiting van de Verlossing der zielen uit de zegevierende greep van de duisternis op hun eeuwig lot. De ziel wordt zelf tot een doorlopende Heilige Mis door een levensgesteldheid waardoor zij zichzelf in alle situaties van het leven aanbiedt als offerlam voor de ontsluiting van de Verlossing in zichzelf en in haar medemensen.

    Deze gesteldheid krijgt haar absolute bekroning in de totale, onvoorwaardelijke en levenslange, in elke levenssituatie concreet beleefde toewijding van de ziel en haar hele leven aan God via de Heilige Maagd Maria. Hierdoor offert de ziel zichzelf volkomen onzelfzuchtig op als werktuig (of grondstof) voor Gods Bouwwerken aan Zijn Rijk op aarde. Door deze gesteldheid beleeft de ziel volkomen de rol die God voor elke ziel heeft voorzien: dat zij haar leven niet leidt voor zichzelf, doch voor de verwezenlijking van Gods Plannen en Werken. Volkomen beleefde toewijding maakt de ziel voor God tot een levend Misoffer.

    4 Voor de christen maakt het gebedsleven een vast bestanddeel uit van het dagelijks leven. 

    Gebed is niet slechts spreken tot God, het is in de brede zin van het woord elke handeling waardoor de ziel zich met God of met een Hemels Wezen in verbinding stelt. Door gebed communiceert de ziel in de breedste zin van het woord met God. God luistert niet met de oren, Hij luistert met het Hart. Dit betekent dat God geen klanken beluistert die Hij via een soort logisch verstand analyseert om hen een betekenis te geven. God vangt alles op met het Hart. Dit betekent dat alles door Hem wordt bekleed met een waardecijfer (positief of negatief), dat Hij toekent volgens:

    • de mate van Ware Liefde die Hij waarneemt in datgene wat Hij ziet, hoort en voelt, en
    • de mate waarin de biddende ziel blijkt te verlangen naar eenheid van haar wil met Zijn Wil.

    Dit betekent dat het ware gebed, datgene wat door God wordt waargenomen als een verlangen naar communicatie van de ziel met Hem, niet bestaat uit een veelheid van woorden die niet of nauwelijks in het hart worden gevoeld, doch uit vlammen van Liefde. Dit mag niet zo worden beschouwd alsof de ziel voelbaar moet 'branden van Liefde', want gesteldheden van zogenaamd Vuur in het Hart worden in vele gevallen door de duisternis gemanipuleerd en vervormd tot dweperij, waarbij de ziel zichzelf (en haar medemens) misleidt tot de 'vaststelling' dat haar Liefde volkomen zou zijn. Het ware Liefdesvuur ontwikkelt de ziel in de eerste plaats vanuit een waarachtig en oprecht verlangen om haar wil één te maken met Gods Wil. Dit betekent dat het gebed dat God welgevallig is, een communicatie is vanuit een ziel naar God toe, waarbij de ziel verlangt om haar hart één te maken met Gods Hart, en om vanuit die eenheid Gods concrete tussenkomst te verkrijgen voor ontwikkelingen die de overwinning van het Licht over de duisternis een stap dichterbij brengen.

    In wezen behoort elke gebedsintentie derhalve neer te komen op het uitsturen van een signaal dat zegt: "Mijn God, ik wil mijn hele wezen en mijn hele leven volkomen in de dienst van de verwezenlijking van Uw Plannen en Werken stellen, en verlang ernaar dat elke ontwikkeling binnen de hele Schepping op deze verwezenlijking zou zijn gericht. Daarom verlang ik naar eenheid met Uw Hart, opdat dit verlangen met het Zegel van Uw Liefde en Uw almacht moge worden bekleed".

    Een gebed dat niet vanuit deze gesteldheid vertrekt, is niet een heilige handeling, doch een menselijke handeling, met andere woorden: het brengt weinig Heil, wegens gebrek aan zuiverheid van hart. De ware zuiverheid van hart bereikt de ziel immers slechts in de mate van haar verlangen dat Gods Hart in haar zou kloppen en haar hele innerlijke gesteldheid richting zou geven.

    "God en Ikzelf luisteren niet in mono, doch steeds in stereo. Dit betekent dat Wij steeds luisteren via twee geluidssporen tezelfdertijd: de woorden zelf, en de stroming van de Liefde die tijdens deze woorden uit het hart komt. Bij talloze zielen blijft dit tweede spoor leeg, zodat de ware, diepe, spirituele inhoud van de gebedswoorden Ons nauwelijks bereikt. Hetzelfde geldt voor verheerlijking, aanbidding, zelfvernedering jegens God en Mij: Wanneer tezelfdertijd niets uit het hart stroomt, is dit alles inhoudsloos, zowel voor Ons als voor het Levensboek van de ziel zelf".

    5 Door de erfzonde beleeft de mens zijn leven op aarde meer zintuiglijk en door het verstand, dan vanuit het hart.

    Hierdoor kijkt de ziel doorgaans voorbij aan al het essentiële, alles wat voor God van doorslaggevend belang is. God stelt talloze tekenen in alle situaties van het leven, ook de schijnbaar meest banale, doch het vermogen van de mensenziel om Gods werkingen te merken en te voelen, is door haar verwonde natuur zeer verzwakt en wordt bovendien zwaar geremd door de talloze werken van duisternis die in de wereld alle tekenen van Gods Tegenwoordigheid systematisch tracht uit te roeien.

    De ziel kan haar vermogen om God in alles te voelen, slechts herstellen door het verlangen om Hem te herontdekken. De verwezenlijking van dit verlangen moet beginnen met het verlangen om de oppervlakkigheden en de valse verlokkingen van het werelds leven te leren ontdekken. Hoe meer de ziel de schijn der dingen om zich heen en de valse waarheden in het werelds denken leert ontdekken, des te beter wordt zij in staat om alle elementen van duisternis en dwaallichten uit haar waarneming weg te filteren, waardoor zij steeds méér op het Licht wordt afgestemd en zij in alles geleidelijk aan God, Zijn Werken en Plannen en Zijn ware bedoelingen leert zien, evenals de listige strategieën der duisternis die voor misleiding, dwaling en vertekende waarneming van de Waarheid zorgen.

    De Maria wees er reeds vroeger op, dat voor de ziel geen betere weg bestaat om God te herontdekken dan door zich erin te oefenen om de natuur om zich heen op een andere wijze waar te nemen. De immense pracht en de ontelbare wonderen die zijn verborgen in de wereld van dieren en planten, berusten op de oneindige Liefde van God voor Zijn Schepping. In de natuur klopt het Hart van God beter voelbaar dan in de elementen der 'beschaving' die door mensenhand zijn omgevormd. De tekenen van onvrede en disharmonie die ook in de natuur waarneembaar zijn (bijvoorbeeld in het gedrag van roofdieren) zijn gevolgen van de erfzonde en dus van menselijke beïnvloeding, zij zijn niet oorspronkelijk door God zo voorzien. Deze Tegenwoordigheid en Werkingen van God echter, zitten dieper onder de oppervlakte verscholen, en de ziel die de natuur niet langer waarneemt vanuit het analyserend verstand doch vanuit het hart, kan Gods Hartslag en de diepere zin van Zijn Plannen leren voelen in elk contact met een dier, boom, bloem, struik of plant, en nog méér in de waarneming van elk van deze elementen in het geheel van hun leefwereld.

    De mensenziel die de natuur benadert vanuit het hart, kan hierdoor haar hart herprogrammeren tot een bron van levende aanbidding, waarbij elke waarneming voedsel zal geven aan gevoelens van verrukking over Gods Liefde, en over de intense beleving ervan in het eigen hart. De ziel die de wonderen van elk individueel dier of elk individueel element van de vegetatie op aarde leert aanvoelen, diep in het hart, kan het punt bereiken waarop zij zich één voelt met het geheel van de Schepping en daardoor volledig overvloeit in Gods Hart. De gesteldheid die daarbij het hart beheerst, maakt de ziel tot een levende aanbidding. Het is de gesteldheid waarin de ziel tevens haar ware rol en plaats binnen Gods Werken en binnen de Schepping leert ontdekken, en zo tot de spirituele vruchtbaarheid kan komen, die God voor haar had voorzien en van haar verwacht.

    Samengevat: Wat maakt de ziel tot een levende aanbidding?

    • de protestloze aanvaarding van alle kruisen van het leven als volmaakte navolging van Christus;
    • de betrachting van een vlekkeloze, onvoorwaardelijke toepassing van onzelfzuchtige Liefde jegens alle medeschepselen en jegens God en Zijn Werken en Plannen;
    • de beleving van totale, onvoorwaardelijke en levenslange toewijding, die concreet wordt toegepast in alle situaties van het leven;
    • een leven waardoor de ziel in alle situaties God met al Zijn gesteldheden zoekt te vertegenwoordigen jegens al haar medeschepselen;
    • de betrachting om de eigen leefwereld en de Schepping om zich heen louter waar te nemen en te benaderen vanuit het hart, om aldus de Hartslag van God in alles te leren voelen en over te vloeien met Zijn Hart en Zijn Wil.

    Opmerking : God doet weinig dingen rechtstreeks. Hij werkt graag via mensen. Waarom? Omdat de Liefde de brandstof van al Zijn Werken is. God schept er meer behagen in wanneer Zijn goede dingen via mensenhanden tot stand worden gebracht. Deze daden zijn in feite Gods werk, doch doordat Hij ze aan mensen inspireert, bevordert Hij de Liefde (Zijn eigen brandstof) tussen de mensen. Zo wil Hij bekomen dat de hele schepping de Liefde ervaart en doorgeeft, tot alles doordrongen is van Zijn eigen adem en klaar wordt voor de vestiging van Zijn Rijk van Liefde op aarde. Gods werking wordt dus slechts zichtbaar via mensen. Zoals Jezus zegt: "Ik ben de Wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft terwijl Ik blijf in hem, die draagt veel vrucht", zo geldt eveneens het volgende: Wat in de wijnstok omgaat, wordt pas duidelijk via de druiven die men eraan ziet rijpen. welnu, de verworvenheden van mensen brengen in feite aan het licht wat God in hen tot stand heeft gebracht. Indien God de ziel niet voedt met Zijn genaden, kan de ziel niet rijpen, en kan zij niet op haar beurt andere zielen voeden.

    Heiligheid van Jezus en Maria

    Maria is naast Jezus het voorbeeld bij uitstek van een leven in uitmuntende heiligheid. Maria werd als enige mens onbevlekt ontvangen, wat betekent dat Haar ziel niet de erfzonde in zich draagt.

    God had de mens geschapen met de bedoeling een dat hij een heilig leven zou leiden. Onze stamouders, Adam en Eva, gaven echter toe aan de influistering van de satan om ongehoorzaam te zijn aan God. (Genesis 3:1-5) Deze eerste zonde van de mensen wordt de erfzonde genoemd: het gif van de satan werd in de ziel van de eerste mens gegoten en zou alle verdere generaties belemmeren om te leven naar Gods beeld en gelijkenis. God heeft de H. Maagd Maria voorzien als de Overwinnares van Satan. Aan Haar is alle macht gegeven om de duivel aan de ketting te leggen. Zij is de Uitverkorene die JEZUS, het LICHT DER WERELD aan de mensen moest geven om de wortels te leggen van het Rijk van Christus op aarde. Maria is door God uitverkoren om Satan te onderwerpen (zoals de Bijbel zegt: “Zij is de Vrouw die de kop van de slang onder Haar voet zal verpletteren”- Genesis 3:15).


    10-11-2017 om 00:21 geschreven door claudia  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Heiligheid - deel 1

    HEILIGHEID

    Een heilige is volgens mgr Flavio Capucci "niet iemand die nooit fouten heeft gemaakt, maar iemand die na te zijn gevallen weer opstaat". Heiligen zijn gewone mensen, die een heel groot geloof in God hebben en die hard werken in dienst van de naaste. Hij of zij is een voorbeeld van een christelijk leven. Heiligheid begint in wezen bij nederigheid en zwakheid van de mens.

    Capucci wijst op de grote verscheidenheid van heiligen en zaligen: moeder Teresa, die op 19 oktober zalig wordt verklaard, was bekend om haar dienstbaarheid aan de allerarmsten, de Italiaanse kapucijn padre Pio was een eminent getuige van Gods grootheid en mgr. Escrivá stond bekend om zijn innerlijk leven. Hieruit blijkt dat iedereen de weg naar God kan vinden, aldus Capucci.

    Maar, zegt hij, het is God die de heiligen maakt. Uit een zalig- of heiligverklaring blijkt de kracht van God. Zonder het fundamentele principe dat God in de wereld aanwezig is en in de wereld werkt, begrijp je daar niets van. (Opus Dei)

    HEILIGHEID

    heiligheid (qadhosh, "heilig," qodhesh, "heiligheid"; hagios, "heilig"):

    In het Oude Testament

    Er is veel discussie over de oorspronkelijke betekenis van de Joodse Q-D-SH, waardoor heiligheid wordt uitgedrukt in het Oude Testament. Sommigen verbinden het met een Assyrisch woord dat zuiverheid, helderheid betekent; de meeste moderne geleerden menen dat het afscheiding betekent. De etymologie geeft geen verdict over het punt, maar het idee van afscheiding leent zich het best voor de verschillende uitdrukkingen waar het woord heiligheid wordt gebruikt. In het primitieve joodse gebruik lijkt heiligheid niets meer te hebben betekent dan een ceremoniële afscheiding van een voorwerp van gewoon gebruik. Maar binnen de Bijbelse sfeer, wordt heiligheid aangeduid voor de onzichtbare Yahweh, en voor plaatsen, seizoenen, dingen en mensen voor zover ze worden geassocieerd met Hem. Terwijl het idee van ceremoniële heiligheid in het hele Oude Testament aanwezig is, is de ethische betekenis in het Christendom nooit helemaal afwezig.  

    Katholiek woordenboek: Heiligheid in het Oude Testament komt van het Hebreeuwse qadhosh (heilig) en betekent afgescheiden worden van het wereldse, of toewijding aan Gods dienst, zoals van Israël gezegd werd dat ze heilig was, omdat het het volk van God was. De heiligheid van God wordt geϊdentificeerd als zijn afscheiding van alle kwaad. En schepselen zijn heilig door hun relatie tot Hem, Heiligheid in schepselen is subjectief, objectief of beide. Het is subjectief in essentie door het bezit van goddelijke genade en moreel door de praktijk van deugd. Objectieve heiligheid in schepselen hangt af van hun exclusieve toewijding aan de dienst van God: priesters door hun wijding, religieuzen door hun geloften, gewijde plaatsen, gewijde voorwerpen, en gewijde gewijden door de zegening die ze ontvangen en het gewijde doel voor wat ze dienen.

    De mensen die in aanraking kwamen met de heiligheid van God

    De keren dat mensen in het Oude Testament in aanraking kwamen met de heiligheid van God waren vaak angstaanjagend. Na Gods vernietiging van het leger van de farao in de Rode Zee, sloegen de Israëlieten hun kamp op bij de berg Sinaï - waar God aan Mozes verscheen in een brandende struik. Voordat God een verbond sloot met Zijn volk, droeg Hij hen op om zich apart te zetten van onreinheid om zichzelf te zuiveren (heiligen) voor God. Op de derde voorbereidingsdag daalde God af naar de berg Sinaï, waarbij Hij Zijn macht en heiligheid toonde (Exodus 19:16-20). God waarschuwde dat een ieder die de berg zou aanraken, gedood zou worden. Alleen Mozes en Aaron mochten de berg betreden. De berg Sinaï werd “als heilige plek afgezonderd” -- een herinnering aan de onmetelijke kloof tussen het Goddelijke en het menselijke.

    Gedurende 100 lange jaren was de Ark des Verbonds afwezig geweest uit de Tabernakel en andere vereringsplaatsen. God schreef voor dat alleen Levieten de ark mochten vervoeren op hun schouders middels draagstokken die door aan de ark bevestigde gouden ringen werden gestoken. Zelfs de Levieten mochten de ark niet aanraken of er in kijken, want Gods heiligheid (aanwezigheid) verbleef in de ark. Toch besloot David om de ark terug te brengen naar Jeruzalem op een ossenwagen. Toen de ossen zich verstapten, waardoor de ark van de ossenwagen dreigde te vallen, probeerde Uzza de ark in evenwicht te brengen met zijn hand. Deze oneerbiedige handeling vertoornde God, die Uzza onmiddellijk dood liet neervallen (2 Samuel 6:1-11). Eerbied en absolute gehoorzaamheid aan Gods geboden zijn vereist om de heiligheid van God te naderen.

    De Heiligheid van God:

    Als het toegepast wordt op God zijn er in het Oude Testament twee verschillende betekenissen:

    ·        Het absolute en de majesteit van God

    Eerst is er de algemene betekenis van afscheiding van alles wat menselijk en aards is. Het duidt het absolute, de majesteit en het ontzagwekkende van de Schepper aan in zijn onderscheid van de schepselen. Daarin is heiligheid gelijk aan de algemene term van Godheid, en heilig bijna synoniem met Goddelijk. Yahweh’s “heilige arm” is Zijn Goddelijke arm, en Zijn “heilige naam” is Zijn Goddelijke naam. Wanneer Hannah zingt “Er is niemand heiliger dan Yahweh” (1 Samuel 2:2) suggereert de rest van het vers Zijn opperste Goddelijkheid.

    ·        Ethische reinheid/heiligheid

    Maar heiligheid van karakter in de ethische betekenis wordt toegeschreven aan God. “Wees heilig; want Ik ben heilig” (Leviticus 11:44, 19:2), veronderstelt een voorstelling van goed en kwaad. De mens kan zich niet vergelijken met God in Zijn onmededeelbare eigenschappen. Ze kunnen Zijn gelijkenis enkel weerspiegelen volgens de lijnen van rechtvaardigheid en liefde waaruit ware heiligheid bestaat. De Goddelijke heiligheid wordt een realiteit van goed en kwaad waar zondaars veroordeeld worden (Jesaja 6:3,1) en degenen die in Zijn aanwezigheid staan reine handen en een zuiver hart geven (Psalmen 24:3).

    Wanneer we de heiligheid van God overdenken, lijkt het wellicht onmogelijk voor gebrekkige wezens zoals wij om Zijn gebod “Wees heilig, want Ik ben heilig” (1 Petrus 1:15-16) te gehoorzamen. Hoe kunnen wij onszelf volledig afscheiden van zonde? Hoe kunnen wij rein blijven zoals God? Toen God de mens schiep, was het Zijn bedoeling dat wij Zijn heerlijkheid zouden ervaren. De mens is de bekroning van Gods scheppingswerk. Ons bestaan is niet willekeurig en was ook geen ongeluk. God wist wie Hij schiep, en Hij wilde dat wij allemaal heiligheid zouden ontvangen.

    Tweede omschrijving van de heiligheid van God

    Van alle eigenschappen die God heeft, is Zijn heiligheid de moeilijkste om te verklaren.
    Dit is deels omdat het een van Zijn essentiële kenmerken is die wij als mens niet met Hem delen. Wij zijn geschapen naar Gods evenbeeld, en wij delen veel van Zijn kenmerken, zij het in veel mindere mate natuurlijk – liefde, barmhartigheid, trouw, enzovoorts. Maar sommige van Gods kenmerken zullen nooit door schepselen gedeeld worden – alomtegenwoordigheid, alwetendheid, almacht en heiligheid. Gods heiligheid onderscheidt Hem van alle andere wezens en zondert Hem af, en maakt Hem anders dan al het andere. Gods heiligheid is meer dan alleen Zijn volmaaktheid of zondevrije zuiverheid: het is de essentie van Zijn “anders-zijn”, een eigenschap van Hem die ver boven alles uitstijgt. Gods heiligheid belichaamt het mysterie van Zijn majesteit en zorgt ervoor dat wij in bewondering naar Hem kijken, terwijl wij maar slechts een klein stukje van Zijn grootsheid beginnen te bevatten.  (www.gotquestions.org)

    Derde omschrijving van de heiligheid van God

    Kan een mens de heiligheid van God bevatten? In bijna elke religie bestaat onderscheid tussen datgene wat heilig is, en datgene wat werelds is. Meestal zullen godsdienstige mensen iets als heilig of gewijd beschouwen. Heiligheid vereist het maken van een onderscheid tussen de heiligheid die Gods gehele wezen betreft, en de heiligheid die het karakter van Zijn volk weerspiegelt.
    Ons begrip van de heiligheid van God zoals wij die bevatten met onze natuurlijke zintuigen, schiet tekort. In Exodus 15:11 vraagt Mozes: “Wie onder de goden is Uw gelijke, HEER? Wie is Uw gelijke, zo ontzagwekkend en heilig, wie dwingt zo veel eerbied af met roemrijke daden, wie anders verricht zulke wonderen?” Heiligheid omvat elk afzonderlijk kenmerk van elke Persoon van de Drie-eenheid, Vader (Johannes 17:11), Zoon (Handelingen 4:30) en in het bijzonder de Heilige Geest, als Degene die ons een innige kennis van een Heilige God schenkt (1 Korintiërs 2:10). Welke heerlijke woorden hebben we tot onze beschikking om de heerlijkheid, eer en dank tot uiting te brengen tegenover de Heer, onze Almachtige God? Voor de Hemelse Troon vereerden de vier wezens God door dag en nacht te herhalen: “Heilig, heilig, heilig” (Openbaring 4:8).

    De eigenschappen van zijn Wezen  (www.allaboutgod.com)

    Wijsheid: "Wijsheid is het vermogen om perfecte doelen te stellen en om deze doelen op de meest perfecte manier te bereiken". Met andere woorden: God maakt geen fouten. Hij is de Vader die het echt het beste weet, zoals Paulus in Romeinen 11:33 uitlegt: "O onpeilbare rijkdom van Gods wijsheid en kennis! Hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn beslissingen, hoe onnaspeurlijk zijn wegen!"

    Oneindigheid: God kent geen grenzen. Hij is onmetelijk. Deze eigenschap heeft per definitie gevolgen voor alle andere eigenschappen van God. Omdat God oneindig is, moeten ook al Zijn andere eigenschappen oneindig zijn.

    Oppermacht: Dit is "de eigenschap waarmee Hij over Zijn hele schepping heerst". Het is de toepassing van Zijn andere eigenschappen van alwetendheid en almachtigheid. Deze eigenschap geeft Hem de absolute vrijheid om datgene te doen, waarvan Hij weet dat dit het beste is. God heeft de controle over alles wat er gebeurt. Maar de mens heeft nog steeds een vrije wil en is nog steeds verantwoordelijk voor de keuzes in zijn leven.

    Heiligheid: Dit is de eigenschap die God onderscheidt van alle andere, geschapen wezens. Deze heeft betrekking op Zijn verhevenheid en Zijn perfecte morele reinheid. Er bestaat absoluut geen enkele zonde of boosaardige gedachte in God. Zijn heiligheid is de definitie van wat rein en rechtvaardig is, in het hele universum. Steeds als God zich ergens vertoont, zoals aan Mozes in de brandende doornstruik, dan wordt die plaats heilig omdat God er is geweest.

    Drie-eenheid: Ook al wordt dit woord niet in de Bijbel gebruikt, toch is de waarheid in de Bijbel opgenomen dat God Zichzelf in drie Personen openbaart. De Vader, de Zoon en de Heilige Geest worden alle drie God genoemd, worden als God aanbeden, bestaan eeuwig en zijn betrokken bij zaken die alleen God kan doen. Maar, ook al openbaart God Zichzelf in drie Personen, toch is God Eén en kan Hij niet worden gesplitst. De drie Personen zijn er allen volledig bij betrokken wanneer Eén van de Drie actief is.

    Alwetendheid: "God weet alles en heeft daarom geen behoefte aan nieuwe kennis. God heeft nooit iets geleerd en kan niet leren." Alwetendheid betekent "alles wetend". God weet alles en Zijn kennis is daarom oneindig. Het is onmogelijk om iets voor God verborgen te houden.

    Trouw: Alles wat God heeft beloofd zal plaatsvinden. Zijn trouw garandeert dit. Hij liegt niet. Wat Hij in de Bijbel over Zichzelf heeft gezegd is waar. Jezus zei zelfs dat Hij de Waarheid is. Dit is extreem belangrijk voor volgelingen van Jezus, omdat onze hoop op eeuwig leven juist op Zijn trouw berust.

    Liefde: Liefde is een zo belangrijk onderdeel van Gods karakter dat de apostel Johannes schreef: "God is liefde". Dit betekent dat het welzijn van anderen Zijn grootste zorg is. Als je een volledige definitie van "liefde" wil ontdekken, lees dan 1 Korintiërs 13. Als wij liefde in actie willen zien, dan kunnen we het leven van Jezus bestuderen. Zijn offergave aan het kruis voor de zonden van anderen is de hoogst mogelijke liefdesdaad. Gods liefde is geen liefde die uit emoties bestaat, maar een liefde die uit daden bestaat. Zijn liefde wordt vrijelijk aan Zijn geliefden gegeven; de mensen die er voor kiezen om Zijn zoon Jezus te volgen.

    Almachtig: Dit woord betekent letterlijk al-machtig. Omdat God oneindig is en omdat Hij macht heeft, heeft Hij oneindige macht. Hij staat weliswaar toe dat Zijn schepselen een zekere macht bezitten, maar dit doet op geen enkele manier af aan Zijn eigen macht. "Hij verbruikt geen hoeveelheid energie die weer aangevuld zou moeten worden". Wanneer de Bijbel ons vertelt dat God op de zevende dag rustte, dan is dit om ons een voorbeeld te geven van de rust die wij nodig hebben, niet omdat Hij Zelf moe was.

    Onveroorzaakt: Toen Mozes vroeg wie in de brandende doornstruik met hem in gesprek was, zei God: "IK BEN DEGENE DIE ER ALTIJD IS." God heeft geen begin en geen einde. Hij bestaat gewoon. Niets anders in het hele universum is onveroorzaakt. Als er iets zou bestaan dat God had geschapen, dan zou dat andere iets God zijn. Voor onze menselijke geesten is dit moeilijk te bevatten, omdat alle andere dingen in onze ervaringswereld uit iets anders dan zichzelf afkomstig zijn. De Bijbel zegt: "In het begin schiep God". Hij was er al.

    Zelfvoorzienend: De Bijbel zegt dat God in Zichzelf leven heeft (zie Johannes 5:26). Al het andere leven in het universum is een geschenk van God. Hij heeft nergens behoefte aan en er is geen enkele manier waarop Hij zou kunnen verbeteren. Voor God is niets anders noodzakelijk. Hij heeft onze hulp nergens voor nodig, maar vanwege Zijn barmhartigheid en Zijn liefde laat Hij ons deel uitmaken van de ontvouwing van Zijn plan op aarde en staat Hij ons toe om een zegen voor anderen te zijn. Wij zijn degenen die veranderen: God verandert nooit. Hij is zelfvoorzienend.

    Rechtvaardig: De Bijbel zegt dat God rechtvaardig is, maar Zijn karakter is juist wat ons vertelt wat rechtvaardigheid werkelijk inhoudt. Hij schikt zich niet naar externe criteria. Rechtvaardigheid verschaft iedereen een morele gelijkheid. Wanneer slechte dingen worden gedaan, dan eist de gerechtigheid dat er een straf wordt uitgedeeld. Omdat God perfect is en nooit enig kwaad heeft begaan, zou er voor Hem nooit een straf nodig zijn; maar vanwege Zijn grote liefde heeft God de straf voor onze kwaadaardige daden op Zich genomen door Zelf naar het kruis te gaan. Er moet aan Zijn rechtvaardigheid voldaan worden: voor alle mensen die in Jezus willen geloven heeft Hij hier Zelf voor gezorgd.

    Onveranderlijk: Dit betekent eenvoudigweg dat God nooit verandert. Daarom zegt de Bijbel: "Jezus Christus is dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid."

    Barmhartig: "Barmhartigheid is de eigenschap van God die Hem actief genadig maakt". Omdat door Jezus aan Gods gerechtigheid werd tegemoetgekomen, staat het Hem vrij om genadig te zijn voor alle mensen die ervoor kiezen Hem te volgen. Deze genade zal nooit ophouden omdat het een onderdeel van Gods aard is. Barmhartigheid is de manier waarop Hij verlangt met de mensheid om te gaan. Hij zal dit daarom ook doen, tenzij een mens er zelf voor kiest om God te verachten of te negeren. Als dat het geval is, dan wordt Zijn gerechtigheid Zijn meest prominente eigenschap.

    Eeuwig: Dit feit over God is in enkele opzichten eender aan Zijn zelfvoorzienigheid. God is er altijd al geweest en zal er ook altijd zijn, omdat Hij Zich in de eeuwigheid bevindt. De tijd is Zijn schepping. Daarom kan God het einde al vanaf het begin zien en daarom wordt Hij nooit door iets verrast. Als God niet eeuwig zou zijn, dan zou Zijn belofte van eeuwig leven voor de volgelingen van Jezus van weinig waarde zijn.

    Goed: "De goedheid van God is wat Hem vriendelijk, schappelijk, welwillend en vol goedheid ten opzichte van de mens maakt". Deze eigenschap van God verklaart waarom Hij Zijn volgelingen zegent zoals Hij doet. Gods daden definiëren wat goedheid is en we kunnen dit zonder moeite waarnemen in de manier waarop Jezus met de mensen om Hem heen omging.

    Genadig: God geeft graag grote geschenken aan de mensen die van Hem houden, zelfs als zij dat niet verdienen. Genadigheid is het woord waarmee we deze houding beschrijving. Jezus Christus is het kanaal waardoor Zijn genadigheid zich beweegt. De Bijbel zegt: "Want is de wet gegeven door Mozes, de genade en de waarheid zijn gebracht door Jezus Christus."

    Alomtegenwoordig: Deze theologische term betekent: "altijd aanwezig". Omdat God oneindig is kent Zijn wezen geen grenzen. Het is dus duidelijk dat Hij overal aanwezig is. Deze waarheid wordt ons door de Bijbel met de woorden "Ik ben met jullie" onderwezen, die in zowel het Oude als het Nieuwe Testament 22 keer worden herhaald. Dit waren zelfs Jezus' geruststellende woorden juist nadat Hij Zijn discipelen de opdracht had gegeven om Zijn boodschap over de hele wereld te verspreiden. Dit is ongetwijfeld een geruststellende waarheid voor alle mensen die Jezus volgen.

    Eigenschappen van God - De conclusie
    Dit is de beschrijving van de God van de Bijbel. Alle andere ideeën over God zijn, volgens de Bijbel, afgoden. Zij komen voort uit het voorstellingsvermogen van de mens. Door over de eigenschappen van God te leren, kun je God prijzen voor wie Hij werkelijk is en voor de manier waarop al Zijn eigenschappen jouw leven op een positieve manier beïnvloeden.

    Heiligheid van plaats, tijd en voorwerp

    Uit de heiligheid van God wordt afgeleid dat ceremoniële heiligheid van voorwerpen een karakteristiek is van het Oude Testament. Wat verbonden is met de aanbidding van de heilige Yahweh is heilig. Niets is heilig op zichzelf, maar wordt heilig omdat het toegewijd is aan Hem. Een plaats waar Hij zich manifesteert door Zijn aanwezigheid is heilige grond (Exodus 3:5). Het tabernakel of tempel waar Zijn glorie wordt geopenbaard is een heilig gebouw (Exodus 28:29; 2 Kronieken 35:5); en al zijn offers (Exodus 29:33), ceremoniële voorwerpen (1 Koningen 8:4) zijn ook heilige. De Sabbat is heilig omdat het de Sabbat is van de Heer (Exodus 20:8-11).

    Heiligheid van mensen

    Men heeft in het Oude Testament twee soorten:

    ·        Ceremoniële

    Priesters en Levieten zijn heilig omdat ze “geheiligd” zijn door de handelingen van consacratie (Exodus 29:1; Leviticus 8:12,30). En Israel is ondanks zijn zonden en tekortkomingen heilig, als een natie die afgescheiden is van andere naties voor Goddelijke doeleinden en gebruik (Exodus 19:6).

    ·        Ethisch en spiritueel

    Maar uit deze ceremoniële heiligheid volgt een hogere heiligheid die spiritueel en ethisch is. Want de mens werd geschapen naar het beeld van God en is in staat om de Goddelijke gelijkenis te weerspiegelen. En God openbaart Zich als heilig, en Hij roept de mens op tot een heiligheid zoals de Zijne (Leviticus 19:2). In de zogenaamde "Wet van Heiligheid” is Gods oproep voor morele heiligheid duidelijk; en toch is de morele inhoud van de Wet nog verweven met ceremoniële elementen (Leviticus 17:10; 19:19; 21:1). In de psalmen en de profetie is de menselijke heiligheid gebaseerd op rechtvaardigheid en waarheid (Psalmen 15:1) en het bezit van een berouwvolle en nederige geest (Jesaja 57:15).

    In het Nieuwe Testament

    Het idee van heiligheid wordt hier uitgedrukt door het woord hagios en zijn afgeleiden, en het leunt zeer dicht aan bij de woorden van de Q-D-SH groep in het Hebreeuws, en worden in de Septuagint weergegeven. Het uiterlijke aspect van heiligheid is bijna volledig verdwenen en de ethische betekenis staat voorop. Het ceremoniële idee bestaat nog in het jodendom, en wordt typisch vertegenwoordigd door de Farizeeën (Markus 7:1-13; Lukas 18:11). Maar Jezus verkondigde een nieuwe standpunt van religie en moraliteit volgens dewelke mensen zijn gereinigd of bezoedeld, niet door iets van buitenaf, maar door de gedachten van hun hart (Mattheus 15:17-20), en God moet aanbeden worden overal waar men Hem zoekt in geest en waarheid (Johannes 4:21-24).

    1. Op God toegepast:

    In het Nieuwe Testament wordt de term “heilig” zelden op God toegepast, en enkel in vermeldingen uit het Oude Testament (Lukas 1:49; 1 Petrus 1:15), en in de geschriften van Johannes (Johannes 17:11; Openbaring 4:8; 6:10). Maar het wordt voortdurend gebruikt voor de Geest van God (Mattheus 1:18; Handelingen 1:2; Romeinen 5:5 enz.) die nu in tegenstelling tot het Oude Testament specifiek voor de Heilige Geest wordt gebruikt.

    2. Op Christus toegepast:

    In verschillende teksten wordt de term toegepast op Christus (Markus 1:24; Handelingen 3:14; 4:30 enz.), als het type van ethische perfectie.

    3. Op zaken toegepast:

    Zaken zijn heilig door hun relatie tot God, het woord wordt gebruikt voor Jeruzalem (Mattheus 4:5), het Oude Verbond (Lukas 1:72), de Schriften (Romeinen 1:2), de Wet (Romeinen 7:12), de Berg van de gedaanteverandering (2 Petrus 1:18), enz.

    4. Op Christenen toegepast:

    Christus’ volk wordt gewoonlijk “heilig” genoemd, of heilige personen, en heiligheid in ethische en spirituele betekenis van het woord wordt gebruikt om hun houding en hun levenswijze te omschrijven.

    (1) als afgescheiden/onthecht van de wereld

    Als de term wordt gebruikt voor gelovigen, is “heilig” in de eerste plaats de onthechting van de wereld en een toewijding aan God. Net als Israël onder het oude verbond een uitverkoren ras was, zo is de Christelijke Kerk in opvolging van Israëls privileges een heilig volk geworden (1 Petrus 2:9), en de individuele Christen, als één van het uitverkoren volk, wordt een heilige man of vrouw (Kolossenzen 3:12). In Paulus’ gebruik zijn alle gedoopte personen “heiligen”, hoewel ze nog ver van een heilig karakter hebben.

    (2) als gebonden aan het streven naar het ideaal van morele goedheid

    De Heilige Geest komt in het hart van elke herboren persoon als die streeft naar het ideaal van morele goedheid. Hij doet er het heiligend werk. Er bestaat in het Nieuwe Testament geen heiligheid dat gescheiden is van morele kwaliteiten die de heilige God van ons verwacht.

    "Leidt een leven dat in alle opzichten heilig is, zoals hij die u geroepen heeft heilig is. Er staat immers geschreven: 'Wees heilig, want ik ben heilig." (1 Petrus 1:16; Leviticus 11:44)

    "Laten wij onszelf reinigen van alle besmetting van vlees en geest, en de heiliging volbrengen in het vrezen van God." (2 Korintiërs 7:1)

    "Doe de nieuwe mens aan die naar het beeld van God geschapen is in ware gerechtigheid en heiligheid." (Efeziërs 4:24)

    Kies nu om rein en zuiver te leven. Heilig jezelf van de onreinheid van deze perverse wereld. Leef heilig zoals Ik heilig ben vraagt God!

    God roept ons om ons te heiligen zoals Hij heilig is. Hou grote schoonmaak in je hart en in je leven. Kies radicaal voor heiligheid, want God is heilig!

    God wil komen met zijn heerlijkheid in je leven, maar dat kan niet als je leven vol rommel zit! Breek met het verleden. Breek met de zonde. Breek met de dood. Stap in het leven! Kies vandaag nog! Het is de enige weg naar echt geluk. De enige weg naar redding. 

    Waartoe de mens geschapen is (Mechelse katechismus)

    De mens is geschapen om God te kennen, te beminnen en te dienen in dit leven, en Hem eeuwig te aanschouwen en te genieten in de hemel. De eerste mens kreeg van God een heilige bovennatuurlijke gave, nl. de heiligmakende genade, waardoor hij kind was van God, bestemd om Hem eeuwig te aanschouwen en te genieten in de Hemel. Maar door de ongehoorzaamheid speelde Adam deze gave kwijt. Maar door het offer van Jezus werden we weer met God verzoend en schonk God ons de genade terug.

    De heiligmakende genade en de genade van bijstand (prentencatechismus.org)

    De genade is een bovennatuurlijk geschenk van God. God schenkt ons de genade niet omdat we die zelf hebben verdiend, maar door de verdienste van Jezus Christus. We kunnen de genade gebruiken om tot rechtvaardiging te komen.

    De genade is een geschenk van God omdat Hij ze ons geeft uit loutere goedheid en zonder dat Hij daartoe verplicht is. De genade is bovennatuurlijk omdat ze de krachten van onze natuur overtreft en omdat we haar op eigen kracht niet kunnen bekomen. Wij hebben de genade niet verdiend, maar God schenkt ze ons door de verdienste van Jezus Christus, die voor ons op het kruis is gestorven. God geeft ons de genade niet om ons geluk op aarde te verzekeren, maar opdat we ze zouden gebruiken om het geluk in de hemel te verdienen.

    Naast het bovennatuurlijke geschenk van de genade schenkt God ons ook natuurlijke gaven, zoals lichamelijke, geestelijke en emotionele gezondheid of rijkdom.

    Die natuurlijke gaven kunnen bijdragen tot onze rechtvaardiging, maar zijn niet voldoende om ons naar de hemel te leiden. Alleen door de genade worden we het eeuwig leven waardig.

    De genade is het kostbaarste wat we kunnen krijgen, omdat ze door het bloed van Christus is betaald en omdat ze voor ons de hemel verdient.

    De heiligmakende genade

    De heiligmakende genade maakt ons van zondaars rechtvaardigen, kinderen van God, erfgenamen van de hemel.

    De heiligmakende genade zuivert ons van de zonde, geeft aan de ziel het bovennatuurlijk leven en doet de H. Drieëeenheid in ons wonen.

    Wij ontvangen de heiligmakende genade voor het eerst door het H. Doopsel. Maar wij verliezen de heiligmakende genade door de doodzonde. Door het H. Sacrament van de Biecht en door een volmaakt berouw als wij onze zonden belijden kunnen wij de heiligmakende genade terugkrijgen.

    De heiligmakende genade wordt vermeerderd, als wij in staat van genade het H. Misoffer bijwonen, de Sacramenten ontvangen, of een goed werk ter ere Gods doen.

    Wij zijn in staat van genade, als wij zuiver zijn van doodzonde. Het is het minste dat we doen om God te behagen en het is verdienstelijk voor de hemel.

    We kunnen de heiligmakende genade laten groeien door de sacramenten, maar we verminderen haar door onze lauwheid en door dagelijkse zonden. We verliezen de heiligmakende genade door de doodzonde.

    De genade van bijstand

    Met de genade van bijstand helpt God ons het goede te doen en het kwade te vermijden.

    God helpt ons door ons verstand te verlichten en door onze wil tot het goede aan te sporen.

    God helpt ons ook met zichtbare middelen, zoals preken, goede voorbeelden, mirakels, enz.

    We hebben de hulp van de genade echt nodig, want zonder die hulp kunnen we de rechtvaardiging niet bereiken. Christus gaf immers te kennen dat we los van Hem niets kunnen.

    God wil dat iedereen de rechtvaardiging bereikt en schenkt dus aan iedereen, zelfs aan zondaars en ongelovigen, genoeg genade om gerechtvaardigd te worden en dat ze in de hemel kunnen komen.

    God schenkt ons minstens de genade van het gebed en daarmee kunnen alle andere genaden verkregen worden.

    Als God ons de genade van bijstand schenkt, mogen we er niet tegen ingaan, maar moeten we er trouw aan meewerken.

    De mens is geschapen om God te aanbidden (www.maria-domina-animarum.net)

    1.   het spontaan en diep geloof in het feit dat God de Bron en Heer van de hele Schepping is, en dat slechts Hij de ware macht in de Schepping heeft


    2.   het onwankelbaar geloof dat het Heil voor de Schepping en voor de eigen ziel slechts ligt in volkomen en onvoorwaardelijke overgave aan Gods Wil


    3.   vurige Liefde tot God en diens Werken, Plannen en verlangens


    4.   het vurig verlangen om steeds méér op God te lijken


    5.   de spontane neiging om zich totaal, onvoorwaardelijk en zonder enige beperking aan God te onderwerpen en zich voor Hem te vernederen, in het besef dat men jegens Hem klein en nietig is, en dat men een welbepaalde plaats inneemt binnen Zijn Plan omdat men precies op die plaats de grootste bijdrage kan leveren tot de voltooiing van Zijn Heilsplan op Zijn Tijd, voor het welzijn van de hele Schepping, en dat men slechts op die door Hem voorziene plaats de hoogst mogelijke graad van Eeuwig Heil voor de eigen ziel kan bereiken


    6.   de spontane neiging om God te verheerlijken in alle doen en laten, alle gedachten, gevoelens, verlangens en bestrevingen, d.w.z. Zijn grootheid en verhevenheid te belijden, ernaar te handelen, en zich er van harte over te verheugen

    7. het spontaan en vurig verlangen naar Gods nabijheid, naar Diens Tegenwoordigheid in het eigen leven en in het eigen hart, ja het intens verlangen naar overvloeiing van het eigen wezen in God

    Twee vormen van aanbidding

    Van elke ziel wordt verwacht dat zij God (en alleen de ene ware God) aanbidt. Aanbidding is in wezen: het op liefdevolle wijze contact zoeken met het Goddelijk Licht, met het diepe Wezen van God Zelf.

    1 Aanbidding als levenshouding

    2 Aanbidding door het bijwonen van de aanbidding van het Allerheiligste Sacrament

    Waarom moet de ziel God aanbidden?


    1.   Omdat aanbidding, het zoeken naar diep contact met God, een levensnoodzakelijke behoefte is voor de ziel. God heeft deze behoefte in elke ziel gelegd met de bedoeling dat de ziel zelf het verlangen zou ervaren om de levensstroom tussen God en haarzelf in stand te houden. Een ziel die dit verlangen negeert, takelt geleidelijk af en verliest het Ware Leven doordat zij in staat van ongenade vervalt: Zij krijgt niet meer het voedsel dat haar sterkt tegen alle kwaad, bekoring en zonde. God eerbiedigt Uw vrije wil, en indien U geen contact met Hem zoekt om Hem Uw Liefde te betuigen, gaat Hij ervan uit dat U op Uw beurt door Hem 'met rust gelaten' wil worden. Het is dan Uw vrije keuze om Uw leven op eigen kracht te leiden, zonder de leiding en hulp van Zijn volmaakte Liefde en oneindige Wijsheid.

     

    2.   Omdat aanbidding eerbetoon geeft aan God als Schepper, Verlosser en Heiligmaker. Elke ziel is dit aan God verschuldigd, want zonder de Schepping zou zij niet eens bestaan, zonder de Verlossing zou zij geen uitzicht hebben op Eeuwig Leven na de aardse dood, en zonder heiliging zou de eeuwige verheerlijking onbereikbaar blijven en zou zelfs de ware zin van haar bestaan nooit verwezenlijkt worden: De ziel is immers louter en alleen in de wereld gestuurd om Gods Rijk op aarde te helpen vestigen. De bijdrage daartoe is des te groter en krachtiger naarmate de ziel heiliger wordt.


    3.   Omdat aanbidding Licht over de zielen afroept, en aldus bijdraagt tot:

     

      • de ontwikkeling van de ziel naar de heiligheid.
      • de verlamming van alle duisternis in en tussen de zielen.
      • de voorbereiding van Gods Rijk op aarde

    4.   Omdat aanbidding één van de meest rechtstreekse wegen vormt om Gods Tegenwoordigheid te leren ervaren.

     

    Welke zijn de voornaamste en meest werkzame wegen naar deze ervaring van Gods Tegenwoordigheid?

     

      • de Heilige Sacramenten: In alle Sacramenten komt God naar de ziel toe. Het zijn 'raakpunten tussen Hemel en aarde'. De enige voorwaarde om deze aanraking daadwerkelijk in Uw hart te voelen en er in Uw ziel waarlijk vrucht uit te halen, is een ingesteldheid van Liefde, zuiverheid en verlangen naar God.
      • het diep gebed: Wanneer U bidt vanuit Uw hart (dus met veel gevoel), kunt U in Uw hart voelen dat dit geen eenrichtingsverkeer is van U naar God, maar dat Hij als het ware de plaats van waaruit deze woorden van Liefde vertrekken, zalft. Een kenmerk van diep gebed met het hart is het feit dat dit gevoelens van Liefde in het hart wekt. De Bron van deze gevoelens is God Zelf.
      • de mystieke eenwording. De ware en authentieke mystieke aanraking kunt U niet opwekken: Op deze weg is het louter God Zelf die het initiatief neemt door de mystieke ziel te roepen, haar speciale genaden te verlenen om haar toe te rusten voor haar speciale opdracht, en een kanaal te scheppen voor bovennatuurlijk contact tussen Hemzelf en de betreffende ziel. Aan deze ziel worden bepaalde eisen gesteld om dit contact in stand te kunnen houden en het 'kanaal' zuiver te houden. In de mystieke eenwording wordt de ziel uit de wereldse beleving weggerukt en als het ware in een min of meer aanhoudende toestand van aanbidding gehouden, doordat zij brandt in een Liefdesvuur dat nooit meer volledig dooft (zolang zij de genade waardig blijft).
      • de aanbidding.

    Deze vier wegen zijn wegen naar eenwording. De eenwording met God (en via Hem met de medezielen) is het uiteindelijk doel van elke ziel.


    10-11-2017 om 00:13 geschreven door claudia  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Heiligheid - deel 3

    Maria is geheel en al zuiverheid en heiligheid: uit Haar moest Jezus Christus, Gods Zoon geboren worden om de mensheid door Zijn lijden en kruisdood te verlossen van de eeuwige verdoemenis als gevolg van de erfzonde. Om het Verlossingswerk van Jezus voor jezelf tot nut te maken is het noodzakelijk dat je Jezus in je leven volgt: je moet in Zijn woord geloven als de enige Waarheid van God en Zijn aardse leven zoveel mogelijk navolgen, door de 10 geboden te beoefenen, te streven naar vervolmaking van alle christelijke deugden en door de liefdevolle aanvaarding van Uw dagelijkse kruisen.

    De H. Maagd Maria heeft de macht gekregen om het Verlossingswerk van Christus in de wereld te voltooien en de satan definitief uit de wereld te verbannen. Wij kunnen aan dit grote verlossingswerk meewerken door ons dagelijks “toe te wijden” aan MARIA.

    Waarom u aan Maria toewijden ?

    Omdat Maria over de macht van God zelf beschikt, en Zij door Haar uitverkiezing en Haar volmaakte overwinning over de zonde en de bekoring de duivel onder Haar voeten zal vernederen, want God heeft Haar voorbestemd als de Vrouw die de kop van de slang zal verpletteren. Het zijn de zielen die zich totaal aan Maria geven, niet in woorden maar in daden, in het bijzonder door het offer van hun lasten, die als Haar dienaren de satan onder Haar voeten moeten leggen. Maria is de draagster van de macht van God, en de Brug tussen Hemel en aarde. Dit betekent dat Zij door God aan de mensheid wordt voorgehouden als spiegelbeeld van Zijn macht en Liefde, dat Zij alle Genaden uit Gods bron van Leven over de mensenzielen uitstrooit, dat de zielen via Haar naar God moeten gaan (“Maria is de veiligste, de kortste en de zekerste weg om tot Christus te gaan”- H. Grignion de Montfort) en dat de zielen Haar de diepste verering en alle vertrouwen verschuldigd zijn. Wie zich met heel zijn wezen en heel zijn leven aan Maria weggeeft stelt zich daardoor onder de bescherming van het machtigste schild tegen het kwaad. De totale toewijding aan Maria is de enige poort naar het ontdekken en vervullen van Uw ware levensdoel, namelijk uzelf ter beschikking stellen voor de verwezenlijking van Gods Heilsplan! Toewijding aan Maria is in deze laatste tijden de enige WEG die uw leven werkelijk zin kan geven.

    Gebed van de toewijding tot Maria

    Hemelse Moeder Maria,
    Ik wil U helemaal toebehoren, in al mijn daden, woorden, gedachten, gevoelens, verlangens en bestrevingen.
    Help mij, U elk ogenblik van mijn leven te dienen in Liefde, zuiverheid, aanvaarding, overgave en blijmoedigheid.
    Moge deze offerande van mijzelf aan U mijn ziel heiligen en de wereld bevrijden uit de greep van het kwaad, opdat Gods Rijk op aarde kome.

    Opgeroepen worden op heilig te zijn

    Heiligheid is dus eenvoudigweg dit: een perfecte gelijkvormigheid aan de wil van God in alle dingen, ten allen tijde, en op alle plaatsen. Het is willen wat God wil. Het is handelen zoals God het wil. Het is de perfecte overeenkomst tussen wie en wat je bent, en wie en wat God wil dat je bent.

    Jezus Christus maakt je heilig en Hij zegt:

    Lukas 9:23 Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en elke dag opnieuw zijn kruis op te nemen.

    Mattheus 5:48 Weest dus volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is.

    Heiligheid is een intieme zaak – tussen God en jij. Hij vraagt je jezelf te veranderen, om je Kruis op te nemen en Hem te volgen, niet de wereld. Hij is ons voorbeeld van Heiligheid, net zoals Zijn Heilige Moeder Maria die zei: 'Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord.' (Lukas 1:38). Volg hen na, niet de wereld, net zoals de H. Paulus:  “Volg me na, zoals ik ook Christus navolg.” Alstublieft God, laat ons samen met de H. Paulus zeggen: “Ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij.“ (Galaten 2:20)

    De H. Johannes zegt : Verliest uw hart niet aan de wereld of aan de dingen in de wereld! Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem. Want al wat in de wereld is het begeren van de lust en het begeren der ogen en de hovaardij van het geld het komt niet van de Vader maar van de wereld. En die wereld gaat voorbij met heel haar begeerlijkheid, maar wie de wil doet van God blijft in eeuwigheid. (1 Johannes 2:15-17)

    Wie ga je zoeken als je heilig wilt worden? Christus of de wereld? Het is duidelijk dat je niet de wereld en Christus kunt volgen. Elk pad loopt volledig uiteen, en hoe langer je op het ene pad blijft, hoe verder je van het andere verwijderd raakt.

    Oproep om heilig te worden: Kardinaal Dolan’s 10 stappen naar heiligheid  10/29/2013 Kardinaal Dolan is de aartsbisschop van New York.

    Hier is de sleutel tot geestelijke groei: een gelovige, persoonlijke, liefdevolle relatie met Jezus. Het doel is Jezus te leren kennen, Jezus te horen, Jezus lief te hebben, Jezus te vertrouwen, Jezus te gehoorzamen en zijn leven in elke vezel van ons wezen te delen met Hem en Hem te dienen. Hoe groeien we in heiligheid? Ik bied u een geestelijk regime aan die niet van mij komt, maar van eeuwenlang leren en praktiseren.

    1. Dagelijks gebed

    Elke dag geduldig en standvastig gebed is nummer 1. Hier spreek in niet over de Mis maar van een stil en persoonlijk gebed, een dagelijkse stille vereniging met de Heer, bewust van zijn aanwezigheid, het aanvaarden van zijn liefde, en het teruggeven met lofprijzing, smeekbede en dankzegging.

    2. Dagelijkse Mis

    Van deze dagelijkse Eucharistische maaltijd, als essentieel moment van de dag, komt een ontzag voor de Waarlijke Aanwezigheid van Christus in het Heilig Sacrament, en een verlangen om tijd door te brengen in aanbidding voor Hem in gebed.

    3. Dagelijkse trouw aan het getijdengebed

    Dit oud gebed van de kerk wordt geassocieerd met deze van de geestelijken. Het is ook bedoeld om het gebed van de leken te zijn, die worden aangemoedigd om het getijdengebed te bidden, samen met priesters, of individueel.

    4. Dagelijkse geestelijke lezing

    Lectio divina, is een dagelijkse overweging van de Heilige Schrift, en is het belangrijkste. Daarnaast wordt ook het lezen van boeken uit onze Katholieke Traditie aangeraden, en over het innerlijk leven. We mogen ook de documenten van het magisterium niet vergeten, de woorden van onze Heilige Vader, de documenten van de Heilige Stoel, de boodschappen van onze bisschoppen en priesters, en alle instrumenten van de Heilige Geest die onze groei in heiligheid bewerkstellingen. 

    5. Geestelijke leiding

    Een oprechte, vertrouwelijke, vruchtbare en constante relatie met een geestelijke leidsman is de spil voor al de rest, want dit is waar integratie en verinnerlijking beginnen plaatsvinden. Het gevaar waarmee we allen geconfronteerd worden is een leven van formalisme, waar we passief dingen doen, en niet toelaten dat de waarden om ons te vormen binnendringen en een deel van ons worden. Geestelijke leiding kan de verinnerlijking steunen.

    6. Het Sacrament van de Biecht

    Een regelmatig vertrouwen op de barmhartigheid van God die overvloedig aanwezig is in het Sacrament van de Biecht zou een prioriteit in ons leven moeten zijn. Hoe dikwijls je dit sacrament moet bijwonen is een goed onderwerp om te bespreken met je geestelijke leidsman, tenminste één keer per maand lijkt een traditie te zijn in de Kerk. Het regelmatig bijwonen van de Biecht is een gezonde instelling van je geloof. Een praktische hulp om regelmatige biecht vruchtbaar te maken is een dagelijks onderzoek van het geweten, het prijzen van God voor je groei en het vragen om genezing voor de fouten die we plegen.

    Gebed tot de Eeuwige Vader om vergeving van mijn zonden

    Beminde Eeuwige Vader, God van het Licht, Begin en Einde van de Reis der zielen,
    Spreid over Uw arm kind de warmte van Uw vergevend Hart.
    Omwille van Jezus' Geboorte in de grootste armoede, vergeef mij om de keren dat ik materiële welstand of aardse genoegens heb begeerd.
    Omwille van Jezus' verkondiging van het Woord, vergeef mij om de keren dat ik de Waarheid niet heb gediend of mijn mond gesloten bleef voor dank en prijzing aan de Allerheiligste Drie-Eenheid.
    Omwille van het Laatste Avondmaal, vergeef mij om de keren dat ik de Heilige Sacramenten niet op hun waarde heb geschat of een gebrek aan eerbied heb betoond tegenover de Hemelse Geschenken die mijn ziel heeft ontvangen.
    Omwille van Jezus' morele Doodsstrijd in de Hof van Gethsemane, vergeef mij om de keren dat ik onverschillig was tegenover mijn eigen zonden.
    Omwille van de geseling van Jezus, vergeef mij om de keren dat ik meer oog had voor de honger van mijn lichaam dan voor de honger van mijn ziel.
    Omwille van de doornenkroning van Jezus, vergeef mij om de keren dat ik mijn kleinheid ben vergeten of mijn verstand niet heb aangewend ten dienste van mijn medemens.

    Omwille van de beroving van Jezus' kleren op Calvarie, vergeef mij om de keren dat ik niet oprecht was tegenover mijn medemens, of mijn ware armoede heb verborgen achter een uiterlijke schijn.
    Omwille van de vergevingsgezindheid van de gekruisigde Jezus, vergeef mij om de keren dat ik wrok heb gekoesterd jegens hen die mij hadden misdaan.
    Omwille van Jezus' dorst aan het Kruis, vergeef mij om de keren dat de gifbeker van de eigenliefde mij aantrekkelijker toescheen dan de dorst naar bekering van een medemens.
    Omwille van het Heilig Bloed dat Jezus voor mij heeft uitgestort, vergeef mij om de keren dat ik niet het beste van mijzelf heb gegeven in de dienst aan U in mijn medeschepselen.
    Omwille van Jezus' Dood aan het Kruis, vergeef mij om alle zonden die ik heb bedreven naar lichaam, geest en hart, en die het Eeuwig Leven verder van mij hebben verwijderd.
    Omwille van de uitstorting van de Heilige Geest op de Eerste Pinksterdag, vergeef mij om de keren dat ik het Vuur van de Liefde voor God en medemens liet doven, de vreugde van de Hemel niet meer voelde, of onwijsheid en geestelijke verblinding mij hebben verleid tot beslissingen die nadelig waren voor het Zielenheil van mijzelf of anderen.

    Omwille van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria, vergeef mij om de keren dat duisternis in hart of geest mij de zuiverheid heeft ontstolen.
    Omwille van Maria's Voorspraak te Kana, vergeef mij om de keren dat ik zozeer in mijzelf opgesloten was dat ik geen oog had voor de armoede of de behoeften van mijn medemens.
    Omwille van Maria's ontmoeting met Jezus op de Kruisweg, vergeef mij om de keren dat ik niet klaar stond om mijn naaste tegemoet te komen in de nood.
    Omwille van Maria's Tranen onder het Kruis, vergeef mij om de keren dat ik onverschillig was tegenover het leed of de eenzaamheid van mijn medemens.
    Eeuwige Vader, door de gezegende handen van Maria, de volmaakte Moeder die U mij hebt gegeven, laat ik mijn rouwmoedig hart voor U neerleggen opdat mijn ziel bij U genezing moge vinden voor de wonden die zij op haar dwaalwegen heeft opgelopen. Amen.

    Akte van eerherstel voor nooit gebiechte zonden

    Lieve Moeder Maria, Brug tussen de zielen en God, in antwoord op de grenzeloze Liefde van de Allerheiligste Drievuldigheid geef ik U mijn rouwmoedigheid over alle zonden en tekortkomingen, dwalingen en misleidingen van mijn hele leven.
    Wil mijn berouw en alle Liefde van mijn hart samen met Uw oneindige verdiensten en met de oneindige verdiensten van de lijdende Jezus aanbieden aan de Goddelijke Gerechtigheid, tot vergoeding voor de zielen die dagelijks voor eeuwig verloren gaan.
    Voor de onmetelijke zondeschuld waardoor talloze zielen zichzelf voor eeuwig verdoemen, o God, vergeef ons.
    Voor de zware last van alle nooit gebiechte zonden van de hele mensheid van alle tijden, o God, vergeef ons.
    Voor de steeds groeiende berg van zonden die de hele Schepping ontwrichten en Gods Werken en Plannen ondermijnen, o God, vergeef ons.
    O eeuwige Moeder van Smarten, mogen Uw Tranen en het Bloed van Christus de wereld reinigen van het slijk van de zonden van alle eeuwen, en de hele Schepping bevrijden van de vacht der duisternis die haar verstikt, opdat het Licht van Gods Liefde alle harten moge ontvlammen.
    Wil mij voortaan vrijwaren van alle zonde, opdat Gods Barmhartigheid gewekt moge worden, en de zware verwonding van Zijn Gerechtigheid moge genezen tot Heil en bekering van velen, en de poorten der hel gesloten mogen worden tot verheerlijking van het Goddelijk Licht. Amen.


    7. Groeien in deugd

    Een onvermoeibare inspanning om te groeien in deugd en het zich afkeren van zonde zou een dagelijks patroon moeten zijn in ons leven. Gehoorzaamheid aan het Evangelie en de 10 geboden zorgen ervoor dat we altijd ons aan het bekeren zijn, berouw tonen, sterven aan zonde en onszelf, ons afkeren van Satan en rijzen tot nieuw leven in Christus. Dit is het paasmysterie. In praktijk betekent dit groeien in deugd en strijden tegen de zonde. De ontwikkeling in deze deugden is aangewezen: geloof, hoop, naastenliefde, eenvoud van leven, kuisheid, gehoorzaamheid en integriteit.

    8. Toewijding aan de H. Maagd Maria en de Heiligen

    Onze devotie aan hen is een aangemoedigde afhankelijkheid op de “Gemeenschap van Heiligen”, een bewustzijn dat we leden zijn van een bovennatuurlijke familie die niet begrensd is tot het hier en nu, dat we de heiligen hebben als voorbeelden en helpers, vooral dan onze H. Maagd Maria. Een toewijding aan haar is dus een essentieel deel van onze geestelijk plan.

    Akte van totale toewijding aan Maria

    Lieve Moeder Maria,
    In de beschouwing van Uw volmaaktheid kniel ik voor U neer om mij totaal, onvoorwaardelijk en voor eeuwig aan U te geven met alles wat ik ben en heb.
    Ik wijd mij toe aan Uw handen, die zo vaak Jezus hebben aangeraakt en die mij voeden uit de Graanschuur van Gods Genaden. Mogen mijn handen de Uwe zijn, en slechts naar God uitgestrekt worden in verlangen, en naar mijn broeders en zusters tot zegening.
    Ik wijd mij toe aan Uw voeten, die op Jezus zijn toegesneld op de Weg van het Kruis, en voorbestemd zijn om het kwaad te vertrappen. Mogen mijn voeten de Uwe zijn, en mij steeds naar Jezus en mijn medemens voeren tot hulp en troost, en tot beschaming van alles wat ondeugd is.
    Ik wijd mij toe aan Uw ogen, die Gods volle Heerlijkheid op aarde hebben aanschouwd, en zoveel gezegende Tranen hebben gestort voor mijn Zielenheil. Mogen mijn ogen de Uwe zijn, slechts het goede om mij heen zien, en vanuit Uw Hart liefdestranen over de wereld laten vloeien.
    Ik wijd mij toe aan Uw oren, die Jezus' woorden hebben gehoord, maar ook de spot, de beledigingen en de slagen van de onwetenden. Mogen mijn oren de Uwe zijn, en slechts geopend blijven voor Gods stem en de nood van mijn medemens.

    Ik wijd mij toe aan Uw armen, die het Goddelijk Kind hebben gedragen. Mogen mijn armen de Uwe zijn, en steeds klaar zijn om God aan mijn hart te drukken.
    Ik wijd mij toe aan Uw Schoot, die Jezus heeft gevormd voor deze wereld. Moge mijn schoot de Uwe zijn, opdat hij klaar zou zijn om onophoudelijk te voeden en te baren wat goed is voor deze wereld.
    Ik wijd mij toe aan Uw mond, die 'ja' heeft gezegd aan Gods Heilsplan. Moge mijn mond de Uwe zijn, en zonder aarzeling 'ja' zeggen wanneer God en mijn naasten mij nodig willen hebben.
    Ik wijd mij toe aan Uw geest, die zo vervuld was van godsbeschouwing en zegenende gedachten. Moge mijn geest de Uwe zijn, slechts verwijlen bij God, en gedreven worden door de behoefte om te dienen.
    Ik wijd mij toe aan Uw Hart, kolkende Bron van Liefdesvuur dat Hemel en aarde verbindt. Moge mijn hart het Uwe zijn, opdat het zou branden voor alles wat leeft, en als een oven alle kwaad zou omsmelten tot een liefdegave.

    Ik wijd mij toe aan Uw ziel, draagster van het allerzuiverste Licht, diamant van onbevlekte heiligheid. Moge mijn ziel de Uwe zijn, opdat zij gevrijwaard moge blijven voor de zonde en God moge verheerlijken.
    O volmaakte Liefdekoningin, Kroon van Gods Schepping, ik wil van U zijn in al mijn nietigheid, opdat U in alles over mij zou heersen, opdat U in en door mij zou leven, en mijn omgeving in mijn nabijheid niet langer mij doch U moge aanschouwen.
    Wil mij maken tot een spiegel van Uzelf, opdat mijn zelfgave aan het eind van de weg God moge behagen en U moge eren.
    Amen.

    Toewijding aan de H. Familie

    O Jezus, ons liefdevolle Verlosser, die kwam om de wereld te verlichten met Uw leer en voorbeeld, wilde een groot deel van Uw in nederigheid en onderwerping doorbrengen aan Maria en Jozef in het arme huisje te Nazareth. Op die manier heiligde U de H. Familie dat een voorbeeld is voor alle Christelijke gezinnen. Ontvang ons gezin genadevol als wij ons toewijden aan U op deze dag. Bescherm en bewaar ons en stort in ons de Vreze Gods, Uw ware vrede en Christelijke liefde opdat we door te leven volgens het voorbeeld van Uw familie we allen, zonder uitzondering, het eeuwig geluk bereiken. 

    O H. Maagd Maria, lieve Moeder van Jezus en Moeder van ons allemaal, zorg dat door Uw voorspraak ons nederige offer acceptabel is in het zicht van Jezus, en verkrijg voor ons Zijn genade en zegeningen.

    O H. Jozef, heilige Bewaarder van Jezus en Maria, help ons door Uw gebeden in al onze geestelijke en tijdelijke noden, zodat we onze goddelijke Redder Jezus, tezamen met Maria en U kunnen prijzen in alle eeuwigheid. Amen.

    3 Onze Vaders, 3 Weesgegroeten en 3 Glorie zij

    (Aflaat van 500 dagen. Een gedeeltelijke aflaat op de gewone voorwaarden als dit gebed vurig gebeden wordt elke dag voor een maand.)

    9. Een geestelijke vorming die ons toelaat dat de spiritualiteit ons leven doordringt

    Paus Johannes Paulus II zei dat “Geestelijke vorming de kern is die ons hele wezen verenigd en leven geeft.” Elk element in ons leven maakt dus deel uit van de geestelijke arena, en groei in heiligheid zal een complete onderdompeling in het geestelijk plan vergen.

     

    10. De laatste component: de oproep tot heiligheid voor ogen houden

    Ons doel is niets minder dan ons leven reorganiseren door de sacramenten, die ons vormen op een onomkeerbare, radicale manier tot Christus. Dat we goed, heilig, gelukkig, gezond, vol kennis, onbaatzuchtig en ijverig in geloof mogen zijn. Dat is het doel van onze geestelijke groei. 

    Ik wil echter twee bemerkingen hieraan toevoegen. De eerste bemerking is dat de groei in heiligheid niet onze prestatie is, maar een pure gave van God. De Heer verwezenlijkt de groei in heiligheid. Het zijn eenvoudigweg manieren om in nederigheid de Heer toe te laten om zijn werk in ons te voltooien.


    Ten tweede, om de woorden van Zuster Bridge McKenna te gebruiken: "De weg naar binnen voor geestelijke groei wordt altijd gevolgd door een weg naar buiten in liefde voor de anderen.” De H. Geest is altijd een inspiratie om de mensheid meer lief te hebben. De Jezus die ons oproept tot geestelijke extase op de berg Tabor nodigt ons tegelijk uit voor een uitstorting van zichzelf op de berg Calvarie.

    LUMEN GENTIUM over de Kerk – Tweede Vaticaans Concilie – 21 november 1964

    Hoofdstuk 5 : De algemene roeping tot heiligheid in de Kerk

    1 - De heiligheid in de Kerk en de verschillende uitingen ervan

    De Kerk bezit, naar wij vast geloven, een onvergankelijke heiligheid. Want Christus, de Zoon van God de Vader en de Heilige Geest, die als "de alleen Heilige" wordt geprezen, heeft de Kerk liefgehad als zijn bruid en zich voor haar overgeleverd om haar heiligen: Hij heeft haar als zijn Lichaam met zich verenigd en haar overvloedig verrijkt met de gaven van de Heilige Geest, tot verheerlijking van God. Daarom zijn allen in de Kerk, zowel de hiërarchie als zij, die door haar worden geleid, tot heiligheid geroepen, volgens het woord van de apostel: "Dit is de wil van God uw heiliging" (1 Tess. 4, 3). Deze heiligheid van de Kerk manifesteert zich voortdurend in de vruchten van genade, die de Geest in de gelovigen voortbrengt. Ze toont zich onder velerlei vormen in de individuele Personen, die in hun levensstaat streven naar de volmaaktheid van de liefde en daarbij een stichtend voorbeeld zijn voor de anderen. Op een heel eigen wijze treedt ze aan het licht in de beleving van de zogenaamde evangelische raden. Degene die deze beleving van stuwing van de Heilige Geest op zich hebben genomen, hetzij privé, hetzij in een door de Kerk goedgekeurde instelling of staat, geven in de wereld een schitterend getuigenis en voorbeeld van de heiligheid, en moeten dit ook geven.

    2 - De heiligheid, door alle gelovigen te beleven

    De Heer Jezus, die goddelijke Leraar en het Toonbeeld van alle volmaaktheid is, heeft al zijn leerlingen zonder uitzondering, van iedere staat of stand, die heiligheid van leven voorgehouden. Waarvan Hijzelf de grondslag en de voleinding is: " Weest dus volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is" (Mt. 5, 48). Want over allen heeft Hij de Heilige Geest gezonden, die hen innerlijk moet aanzetten om God lief te hebben met geheel hun hart, geheel hun ziel, geheel hun verstand en geheel hun kracht, en om elkaar lief te hebben, zoals Christus hun heeft liefgehad. Christus volgelingen, door God geroepen en in de Heer Jezus gerechtvaardigd niet op grond van werken maar volgens Gods raadsbesluit en genade, zijn door het doopsel van het geloof waarlijk kinderen Gods geworden en deelachtig aan de goddelijke natuur, en daarom werkelijk heilig. Daarom moeten zij de ontvangen heiligheid met Gods hulp in de praktijk van hun leven bewaren en vervolmaken. De apostel vermaant hen te leven "zoals heiligen betaamt" (Ef. 5, 13), en zich te bekleden "als Gods heilige en geliefde uitverkorenen, met tedere ontferming, goedheid, deemoed, zachtheid en geduld" (Kol. 3, 12), en de vruchten van de Geest voort te brengen tot heiliging. 

    De vruchten van de Heilige Geest worden genoemd in Galaten 5:22-23. Het zijn liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof en vertrouwen, zachtmoedigheid en zelfbeheersing (matigheid).

    Omdat wij allen echter op vele punten misdoen, hebben wij opnieuw behoefte aan Gods barmhartigheid en moeten wij dagelijks bidden: "En vergeef ons onze schuld" (Mt. 6, 12). Het is dus voor iedereen duidelijk, dat alle gelovigen van iedere staat of stand geroepen zijn tot de volheid van het christelijk leven en tot de volmaaktheid van de liefde en door deze heiligheid wordt ook de burgerlijke maatschappij meer menselijk in haar manier van leven. De gelovigen moeten deze volmaaktheid trachten te verwezenlijken met behulp van de krachten, die zij naar de maat van Christus' gave hebben ontvangen, om zo zijn voorbeeld te volgen, gelijkvormig te worden aan zijn beeld, de wil van de Vader in alles te volbrengen en zich met heel hun hart in te zetten voor de eer van God en de dienst van de naaste.

    Hierdoor zal de heiligheid van het volk Gods rijke vruchten opleveren, zoals in de geschiedenis van de Kerk duidelijk blijkt uit het leven van zoveel heiligen.

    3 - De beoefening van de heiligheid in alle rangen van de Kerk

    Allen beoefenen in de verscheidenheid van levensvormen en levenstaken een en dezelfde heiligheid, allen die zich laten leiden door de Geest van God, gehoorzamen aan de stem van de Vader, God de Vader in geest en waarheid aanbidden en Christus volgen in zijn armoede, nederigheid en kruis, om deelachtig te mogen worden aan zijn heerlijkheid, Iedereen moet volgens zijn eigen gaven en plichten zonder aarzelen voortaan op de weg van het levend geloof, dat de hoop ontsteekt en werkzaam is door de liefde.

    A. De bisschoppen

    Op de eerste plaats moeten de herders van Christus' kudde naar het voorbeeld van de eeuwige Hogepriester, de Herder en Behoeder van onze zielen, hun ministerie uitoefenen met heiligheid en geestdrift, met nederigheid en sterkte. Doen zij dit, dan zal hun ministerie ook voor hen een machtig middel zijn tot heiliging. Door hun uitverkiezing tot de volheid van het priesterschap is hun de sacramentele genade geschonken om door gebed, het opdragen van het offer en door de prediking hun ambt van herderlijke liefde volmaakt te kunnen uitoefenen in alle vormen van hun bisschoppelijke zorg en dienstbetoon! 

    Deze genade schenkt hun de bereidheid, hun leven te geven voor de schapen, en helpt hen om, als een model voor de kudde, de Kerk ook door hun voorbeeld tot een steeds grotere heiligheid te brengen.

    B. De priesters

    De priesters moeten evenals de bisschoppen, wier geestelijke kroon zij vormen, delend in de genade van hun ambt door Christus, de eeuwige en enige Middelaar, door de dagelijkse uitoefening van hun bediening groeien in de liefde tot God en de naaste; zij moeten de onderlinge verbondenheid als priesters bewaren, uitmunten door een rijk geestelijk leven en voor allen een levend getuigenis zijn van God, in navolging van al de priesters, die in de loop van de eeuwen een schitterend model van heiligheid waren door hun vaak nederig en verbogen dienstbetoon. Hun roem leeft voort in de Kerk van waar zij hun eigen gelovigen en voor heel het volk Gods krachtens hun ambt bidden en het offer opdragen, beseffend wat zij doen en navolgend wat zij voltrekken.

    Bij het ceremonieel van de priesterwijding, bij de begin-aansporing, daar mogen de zorgen, de gevaren en de mogelijkheden van het apostolaat voor hun geen beletsel vormen, maar moeten veeleer de weg zijn naar hogere heiligheid, waarbij hun activiteit voedsel en steun moet vinden in een rijkdom van innerlijk leven. Zo zullen ze een vreugde zijn voor heel de Kerk van God. Alle Priesters en vooral zij die krachtens de bijzondere titel van hun wijding diocesane Priester worden genoemd, moeten goed voor ogen houden, hoezeer een trouwe verbondenheid en een edelmoedig samenwerken met hun bisschop bijdraagt tot hun heiliging.

    C. De lagere geestelijken en de lekenapostelen

    In de zending en de genade van het bisschopsambt delen ook op bijzondere wijze de bedienaars van lagere rang, vooral de diakens. Zij wijden hun dienst aan de mysteries van Christus en de Kerk, en moeten zich daarom rein houden van al wat slecht is, God behagen, en zich beijveren al het goede te doen ten overstaan van de mensen. De clerici die door God zijn geroepen en voor Hem zijn afgezonderd, en zich onder de waakzame zorg van de bisschoppen voorbereiden op het heilige dienstwerk, hebben de plicht hun geest en hart af te stemmen op hun verheven uitverkiezing door volhoudend te zijn in het gebed, vurig in de liefde en bedacht op al wat waar, wat rechtvaardig is en lof verdient, heel hun handelen richtend op glorie en de eer van God. Dan zijn er nog de door God uitverkoren leden, die door de bisschoppen worden geroepen om zich geheel te wijden aan het apostolaat en met veel vruchten arbeiden op de akker van de Heer. 

    D. De gehuwden, ongehuwden, de arbeiders

    De Christelijke echtgenoten en ouders moeten volgens hun eigen staat met trouwe liefde gedurende heel hun aardse bestaan elkaar steunen in het genadeleven: zij moeten de kinderen, die God hun schenkt, met liefde aanvaarden en hun de christelijke leer en de evangelische deugden bijbrengen. Hierdoor vestigen zij een boodschap van liefde en zijn zij de getuigen van de vruchtbaarheid van onze Moeder de Kerk, en werken zij mee aan deze vruchtbaarheid. Dit alles als een manifestatie van en deel hebben aan die liefde waarmee Christus zijn Bruid heeft liefgehad en zich voor haar heeft overgeleverd. 

    Ditzelfde voorbeeld wordt op een andere manier gegeven door de weduwen en de ongehuwden: Ook zij kunnen zeer veel bijdragen tot de heiligheid en activiteit in de Kerk. De arbeiders, die vaak zulk een zware arbeid hebben, moeten door hun menselijk werken zichzelf vervolmaken, hun medeburgers behulpzaam zijn en heel de samenleving en de schepping veredelen. Ook moeten zij Christus, die handenarbeid heeft willen verrichten en steeds met de Vader werkzaam is aan het heil van alle mensen, navolgen in daadwerkelijke liefde, met blijde hoop en elkaars lasten dragend. Zo moeten zij juist door hun dagelijkse arbeid groeien in heiligheid en apostolische geest

    E. De lijdenden en vervolgden

    Degenen, die gebukt gaan onder armoede, zwakte, ziekte en allerlei moeilijkheden, moeten zich bewust zijn van hun bijzondere verbondenheid met Christus, die geleden heeft voor het heil van de wereld. Dit geldt ook voor hen, die vervolgd worden om de gerechtigheid en die door de Heer in het Evangelie zalig zijn geprezen. Hen zal "de God van alle genade, die ons in Christus tot zijn eeuwige heerlijkheid heeft geroepen, na een kortstondig lijden herstellen en bevestigen, sterken en grondvesten" (1 Pt. 5, 10).

    Alle gelovigen zullen dus steeds meer worden geheiligd in en door hun levensstaat, hun werkzaamheden en levensomstandigheden, indien zij alle met geloof aanvaarden uit de hand van de hemelse Vader en meewerken met Gods wil, doordat zij de liefde, waarmee God de wereld heeft liefgehad, aan allen manifesteren in hun aardse dienstbetoon.

    4 - De wegen en de middelen tot heiligheid

    "God is liefde; wie in de liefde blijft, blijft in God en God blijft in hem" (1 Joh. 4, 16). God nu heeft zijn liefde in ons hart uitgestort door de Heilige Geest, die ons werd geschonken. Daarom is de eerste en allernoodzakelijkste gave de liefde, waarmee wij God liefhebben boven alles en onze naaste omwille van God. Wil echter liefde als een goed zaad in de ziel ontkiemen en vrucht dragen, dan moet iedere gelovige graag het woord Gods aanhoren en met behulp van Gods genade zijn wil volbrengen, dikwijls de Sacramenten ontvangen, vooral de Eucharistie, en de heilige handelingen meevieren, zich met volharding toeleggen op het gebed, de zelfverloochening, op actief hulpbetoon aan zijn broeders en op de beoefening van alle deugden. De liefde immers, die de band der volmaaktheid en de vervulling van de wet is, geeft aan alle middelen tot heiliging de juiste richting, de juiste vorm en de voltooiing. Derhalve is de liefde tot God en tot de naaste het kenmerk van de ware leerling van Christus.

    Gelijk Jezus, de Zoon van God, zijn liefde getoond heeft door zijn leven voor ons te geven, zo heeft niemand grotere liefde dan hij, die zijn leven geeft voor Hem en zijn broeders. Reeds vanaf de oudste tijden werden meerdere christenen geroepen tot dit hoogste liefdesgetuigenis tegenover alle mensen, vooral tegenover de vervolgers, en altijd zullen Christenen daartoe geroepen worden. Daarom wordt het martelaarschap, waardoor de leerling gelijkenis krijgt met de Meester, die vrijwillig de dood aanvaardde voor het heil van de wereld, en aan Hem gelijkvormig wordt door het vergieten van zijn bloed, door de Kerk beschouwd als een sublieme gave en als het grootste bewijs van liefde. Al valt dit maar aan enkelen te beurt, toch moeten allen bereid zijn, Christus voor de mensen te belijden en Hem bij de vervolgingen, die aan de Kerk nooit zullen ontbreken, te volgen op de weg van het kruis.

    De heiligheid van de Kerk wordt ook op bijzondere wijze gevoed door de verschillende evangelische raden, die de Heer aan zijn leerlingen ter beoefening voorhoudt. Onder deze neemt een speciale plaats in de kostbare genadegave, die de Vader aan sommigen schenkt, de genade nl. waardoor zij zich in de maagdelijkheid of in het celibaat gemakkelijker met een onverdeeld hart aan God alleen wegschenken. Deze volmaakte onthouding omwille van het Koninkrijk der hemelen heeft in de Kerk altijd hoog in ere gestaan als een teken van liefde en een stimulans tot liefde en als een bijzondere bron van geestelijke vruchtbaarheid in de wereld.

    De Kerk houdt ook de vermaning voor ogen van de apostel, die bij zijn aansporing tot liefde de gevolgen opwekt om onder elkaar de gezondheid te hebben van Christus Jezus die "zichzelf heeft ontledigd door het bestaan van een dienstknecht op zich te nemen en gehoorzaam geworden tot de dood" (Fil. 2, 7-8), en die om onzentwil "Arm is geworden, terwijl Hij rijk was" (2 Kor. 8, 9). Dat de leerlingen van Christus altijd zijn liefde en nederigheid moeten navolgen en daarvan getuigen, is het toch voor onze Moeder de Kerk een vreugde, dat zij onder haar leden vele mannen en vrouwen telt, die de Verlosser in zijn zelfontlediging meer van nabij volgen en hiervan een sprekend bewijs geven door met de vrijheid van de kinderen Gods de armoede op zich te nemen en aan hun eigen wil verzaken: zij stellen zich nl. inzake de volmaaktheid omwille van God, onder de wil van een mens meer dan strikt is voorgeschreven om zo vollediger gelijkvormig te worden aan Christus in al zijn gehoorzaamheid.

    Alle gelovigen dus zijn geroepen en gehouden tot het nastreven van de heiligheid en van de volmaaktheid in hun eigen levensstaat. Alle moeten daarom hun verlangens op de juiste wijze regelen om niet door het omgaan met dingen van deze wereld en door gehechtheid aan de rijkdom, tegen de geest van de evangelische armoede in, belemmerd te worden in hun opgang naar volmaakte liefde, overeenkomstig het woord van de apostel: Zij die met aardse omgaan, moeten zich er niet aan hechten; want de wereld, die wij zien gaat voorbij. 

    10-11-2017 om 00:00 geschreven door claudia  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    09-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Serie: offerzielen - deel 13

    SERIE: OFFERZIELEN – deel 13

    Elke maaltijd biedt een goede versterving

    De heiligen herinneren ons eraan dat elke maaltijd een kans biedt voor versterving, ongeacht of men aan het vasten is of niet. Eenvoudige dingen zoals het vermijden van desserts, geen kruiden toevoegen, geen zout toevoegen, niet eten tot men vol zit, en zo kunnen verstervingen van grote verdienste zijn. Zoals de H. Alfonsus zei: “In religieuze gemeenschappen zijn er over het algemeen verschillende maaltijden op een dag: vandaar degenen die de versterving van de eetlust verwaarloosd zal dagelijks duizenden fouten maken.” Soberheid aan tafel is dikwijls de eerste defensie in een gemeenschap tegen de geest van de wereld. Als een gemeenschap geen soberheid praktiseert zal het naar beneden gehaald worden door het gewicht van het vlees, en de steeds vermeerderende vraag van het lichaam. Zo’n leven is spijtig, zeg de H. Teresa van Avila, want ze zullen overblijven met niets dan dorheid en lethargie, ervan overtuigd dat het een beproeving is van bovenaf, terwijl het enkel door gebrek is van zelfbeheersing. Tegenwoordig gebeurt dit meer dan men zou denken.

    H. Augustinus: “Het is niet de onreinheid van vlees dat ik vrees, maar de onreinheid van een mateloze eetlust. Ik weet dat Noah de toelating kreeg om elk soort vlees te eten dat goed was voor voedsel; dat Elia vlees kreeg; dat Johannes, die gezegend was met een wonderlijke onthouding, niet aangetast was door het eten van insecten zoals sprinkhanen. Maar ik weet ook dat Esau bedrogen was door zijn honger naar linzen en dat David zich schuldig voelde om water te verlangen, en dat Jezus werd verleid door brood. De Israëlieten in de woestijn verdienden hun berisping, niet omdat ze verlangden naar vlees, maar omdat in hun verlangen naar voedsel ze zich tegen God keerden. Temidden van deze verleidingen, worstel ik dagelijks tegen mijn goesting naar voedsel en drank. Maar je kunt het niet voor eens en voor altijd stoppen. En wie is hij, O Heer, die niet in enige mate meegesleept wordt buiten de grenzen van noodzaak?"

    Het vasten zou verborgen moeten zijn

    De heiligen zorgden ervoor dat anderen niet wisten dat ze aan het vasten waren, zodat hun offer grotere verdienste had. Ze herinneren ons eraan dat offers die verborgen zijn voor de ogen van anderen Gods tevredenheid wegdragen. Daarom is het goed dat een religieuze aan zijn overste toelating vraagt om een taak te krijgen gedurende etenstijd, zodat hij in het verborgene kan vasten, zonder dat mijn metgezellen het weten. Omwille van die reden kreeg de H. Faustina tijdens etenstijd de taak van portierster.

    Vasten zonder Liefde is ellendig

    Zoals de heiligen ons zeggen, is het gemakkelijk voor beginnelingen om te beginnen met lichamelijke boetedoening zoals vasten, maar men moet een echte geest van versterving kweken voor de onthechting van eigenliefde.

    H. Alfonsus: "Uiterlijke werken zijn van geen waarde voor God, tenzij ze komen uit het hart." Het vasten kan inderdaad een kostbare gave zijn aan God, maar het moet uit een nederig hart komen. Net zoals de profeten uit het Oude Testament zich vernederden voor God wanneer ze vastten, en genade afsmeekten voor Israël. Zo moeten we ook als we vasten onthouden hoe we hebben gefaald voor God en Zijn genade afsmeken voor de mensheid. Door dit te doen, zetten we in zekere zin het werk van de oude profeten verder. Om een heilige te zijn, vraagt dit een diep verlangen voor de redding van de mens, wat een leven van deugdzaamheid verlangt. Zoals Paus Benedictus zegt, ligt het ware vasten niet alleen in het uiterlijke, maar is het ook een innerlijk vasten van het hart. Dat wil zeggen: het ware sterven van het zelf; van hoogmoed en alle vormen van eigenwil, om de ziel te bevrijden zodat de ziel vreugdevol kan zoeken om God te behagen en Zijn wil uit te voeren met liefde. Voor zo’n mensen is vasten een vrijheid van geest, vreugde, vrede en troost. Voor beginnelingen zal het eerder een last zijn.

    Paus Benedictus XVI: Het ware vasten, zoals Jezus zegt, is eerder de wil van de Hemelse Vader doen, die “in het verborgene ziet, en je zal belonen” (Mt 6,18). Hij geeft het voorbeeld, en antwoordt aan Satan op het einde van de 40 dagen in de woestijn dat “de mens niet leeft van brood alleen, maar door elk woord dat uit de mond van God komt” (Mt 4,4). Het ware vasten ligt dus in het eten van het “ware voedsel,” wat het doen is van de Vaders wil (cf. Jn 4,34).

    Voedselverslaving en religieus leven

    Als een beschaving afdwaalt in deugd, doet het di took in zijn begrip van de wetenschap. We zeggen dit met zekerheid, omdat zoals de H. Thomas van Aquino zegt, het gevolg van zonde een sterven is van het intellect. Met andere woorden, zonde verwijdert de mens van de realiteit. Het keert de waarheid om: wat eens goed was wordt slecht, en wat eens slecht was, wordt goed.

    Hetzelfde kan gezegd worden van ons begip van voedsel. Amerika was gebouwd op een stevig dieet van verzadigde vetten. Nu zijn verzadigde vetten de boosdoener. Amerika groeide op landbouw waar vlees, eieren en zuivel de standaard kost waren. Nu zijn vlees, eieren en zuivel onder verdenking. Zout was overvloedig gebruik om voedsel te bewaren. Nu is zout slecht voor je. Suiker was zeldzaam en enkel gebruikt in kleine hoeveelheden. Nu zit suiker in alles. Zijn deze verandering een noodzakelijk goed?

    Voor deze veranderingen bleven we relatief gezond, geen kanker, geen hartziekten, geen diabetes, geen allergieën, geen hoge bloeddruk, geen obesitas, geen hypertensie. Deze kwalen bestonden eenvoudigweg niet. Maar nu zijn ze de voornaamste doders. Ook waren de meeste psychologische aandoeningen die we nu hebben ongekend, zoals bipolaire stoornissen, ADHD, depressie, autisme enz. Nu geeft onze medische industrie ons medicatie zoals snoep. Het is de oplossing voor alles tegenwoordig. Maar het behandelt de problemen niet aan de wortel.

    Het voedsel van vandaag is niet wat het 70 jaar geleden was. Het wordt verwerkt, gesteriliseerd, en bevat drie keer zoveel suiker dan in de ‘40iger jaren. Deze combinatie heeft geleid tot catastrofale gevolgen die we reeds vermeldden. Waarom? Omdat wat we in onze mond duwen onze gezondheid meer bepaalt dan al het andere op aarde, met inbegrip van onze omgeving.

    Voor de tweede wereldoorlog was het meeste voedsel gebaseerd op landbouw; zuivel, groenten, granen en vlees. Deze waren de hoofdbestanddelen op het Amerikaanse menu. In feite waren ze de hoofdbestanddelen van de meeste culturen in de geschiedenis. De bewaring van voedsel gebeurde door zout en fermentatie (wijn, kaas bv.) in plaats van invriezing. En deze fermentatie bracht gunstige bacteriën voort, waar onze lichamen van afhangen voor de gezondheid.

    Het genot van bederf uit: www.nemokennislink.nl – Ronald Veldhuizen 23/3/2011

    Vers eten, dat is natuurlijk het lekkerst. Maar wie denkt dat alles wat we eten ‘vers’ is houdt zichzelf voor de gek. Sterker nog, veel van onze favorieten, zoals bier, kaas en wijn zijn voorgekauwd door bacteriën, gisten of andere kleine wezens, en balanceren eerder op het randje van rotting dan dat ze vers zijn. Sommige gerechten, zoals de Chinese ‘duizendjarige eieren’ en het Zweedse ‘Surströmming’, zijn die grens zelfs ruimschoots gepasseerd. Waarom doen we dat, en waar ligt de grens tussen ‘vers’ en ‘bedorven’?

    Mensen eten met liefde voedsel waaraan bacteriën vrolijk hebben zitten knabbelen. Neem bijvoorbeeld melk; wie de witte vloeistof een tijdje in een papje met bacteriën legt, ziet de substantie veranderen in een plakkerige gel. Laat deze gel op een iets te warme plek liggen en hij bederft nog verder.

    Het resultaat: een klont oude melk, met daarbovenop zelfs schimmels. Wie niet beter weet, zou zeggen dat de melk is verrot. Maar we weten wel beter: de harde schimmelklont is een heerlijk stuk kaas.

    Rijp of rot?

    Als kaas verrotte melk is, hoe kan dan zoiets als verse kaas bestaan? Een beetje culinair liefhebber noemt kaas dan ook niet ‘bedorven’, maar gerijpt. Dat impliceert dat rijpen wat anders is dan rotten. Microbiologen– onderzoekers die bacteriën, schimmels en gistcellen bestuderen – zien echter tussen rijping en bederf van voedsel technisch geen onderscheid, zo blijkt uit het standaardwerk Microbiology van Brock. Voor microbiologen ziet ‘rotten’ of ‘rijpen’ onder de microscoop er gewoon hetzelfde uit: in beide gevallen slaan micro-organismen aan het werk om zojuist gestorven planten of dieren in kleinere stukjes af te breken.

    Bedorven fraude of eerlijk over eten?

    In Italië kreeg een maffiabende het voor elkaar om oude verrotte kaas, volledig beschimmeld en bezaaid met muizenpoep en maden, opnieuw te verwerken en verkopen tot ‘vers’ uitziende gorgonzola. Deze gorgonzola is in Duitsland en Italië verkocht, maar voor zover we weten werd niemand er ziek van. Het is natuurlijk crimineel om klanten de volle mep te laten betalen voor deze gerecyclede gorgonzola, maar het feit dat consumenten waarschijnlijk niets door hebben gehad bewijst wel dat verse en gerecyclede gorgonzola qua rotting niet eens zo heel veel van elkaar hoeven te verschillen. Als de goede smaakvolle schimmels er maar op zitten, en de vieze niet, is alles wel.

    Dat we het ene afgebroken stukje voedsel verrot noemen en het ander gerijpt, heeft daarom vooral te maken met onze afspraak over wat eetbaar is voor mensen en wat niet. Of, zoals in de woorden van Amerikaanse voedselveiligheidsbioloog Edward Richter: “Wat bedorven is voor de één, is gerijpt voor de ander.”

    Door de bedorven smaak prikken

    Het grote mysterie is dus niet de vraag of we bedorven voedsel eten – dat doen we namelijk wel zeker – maar waarom. Het gekke is namelijk dat hoe eetbaar we onze gerijpte schimmelkazen en yoghurts ook mogen vinden, de smaak ervan druist regelrecht in tegen onze aangeboren voorkeuren. Kleine kinderen houden meestal niet van bier (te bitter) of ongesuikerde yoghurt (te zuur). Om deze dingen lekker te vinden, moeten we ze leren eten.

    Betekent dit dat de kinderlijke smaak- en reukzin vals alarm slaan wanneer ze zuur of bitter eten voorgeschoteld krijgen? Of zouden we er goed aan doen om schimmelkaas, yoghurt en bier te laten voor wat het is: verrot voedsel?

    Biologen buigen zich al jaren over deze ogenschijnlijke tegenstrijdigheid. Omdat de meeste gerijpte voeding geen ongezonde effecten vertoont – niemand wordt zomaar ziek van yoghurt, kaas of een glaasje bier – is de kans groot dat onze kinderlijke smaak- en reukzin inderdaad gewoon vals alarm slaat. Onderzoek naar de evolutie van onze smaakjes bevestigt dat. Uit het werk van smaakexpert Adam Drewnowski blijkt dat onze tong veel beter is in het herkennen van giftige dan gezonde stoffen, aldus de bioloog in het blad Nutrition Reviews.

    Sterker nog: meer dan vijftig verschillende stoffen die chemisch weinig met elkaar te maken hebben, herkent de tong als ‘bitter’ en dus ‘vies’. Het lijstje van stoffen die op de smaakpapillen de meer positieve smaken als zoet- en hartigheid losmaken, is daarentegen veel korter. Kortom: onze tong is vooral een grote encyclopedie van het níet wil eten.

    Dat idee is evolutionair gezien eigenlijk vrij logisch. Denk maar even aan een holbewoner in de steentijd. Wie van hen het risico nam om zurig, enigszins bedorven voedsel uit te proberen, had soms misschien geluk, maar werd vaak ook wel gestraft met een flinke voedselvergiftiging. En een voedselvergiftiging maakt het moeilijk om kinderen te krijgen. Dus zullen de meeste mensen die vandaag leven, afstammen van voorouders die geen risico’s namen en daarom liever zure en bittere smaken volledig uit de weg gingen. Beter te hard geblazen dan je mond gebrand.

    Het goede bederf

    Een streng afgesteld smaak helpt je dus te overleven, maar in ruil daarvoor hebben onze voorouders yoghurt, bier, wijn en kaas moeten missen. Steeds meer onderzoek wijst erop dat wanneer je eten gecontroleerd laat bederven – ook wel fermenteren – het meestal langer houdbaar is en soms zelfs meer voedingsstoffen bevat dan toen het vers was.

    De uitvinding van lekkere rot

    Archeologen denken dat de meeste soorten gefermenteerde voeding tussen de 10.000 en 5000 jaar geleden zijn uitgevonden, toen de mensheid in het Midden Oosten en omstreken ineens massaal aan landbouw begon. Boeren die een overvloed aan vlees, granen, druivensap en dierlijke melk produceerden, moesten het ergens opslaan. Rotting is dan niet te vermijden, en experimenten van boeren om daar iets aan te doen waarschijnlijk ook niet. Het kan niet anders, of in deze tijd werden kaas, wijn, bier en yoghurt uitgevonden.

    Kaas lijkt een apart verhaal te zijn. Het ontstaat alleen als je melk mengt met de enzymen uit een dierenmaag. Aangezien magen van geslachte beesten toentertijd werden beschouwd als waterdichte rugzakken, is het niet onwaarschijnlijk dat iemand ooit melk in een slecht schoongemaakte maagzak heeft bewaard, die daarna warm is geworden. De eerste hap is vast gedaan naar aanleiding van een weddenschap. Of ontzettende honger.

    Zo schrijft Geoffrey Campbell-Platt in 1994 in het blad Food Research International dat yoghurt en kaas voor veel mensen een unieke manier oplevert om aan energierijke suikers uit melk te kunnen komen. Koemelk zit namelijk vol lactose, een stof die bijvoorbeeld veel Aziatische mensen niet kunnen verteren. Maar laat melk onder de juiste omstandigheden fermenteren tot yoghurt of kaas – met behulp van de bacteriesoort Lactococcus – dan wordt de lactose omgezet in het altijd verteerbare melkzuur.

    Lactobacillus helveticus is één van de soorten die melkzuurbacteriën die gebruikt worden bij het fermenteren van melk tot kaas.

    Nog handiger is dat gefermenteerde voeding vaak langer houdbaar is. Exact het soort uitvinding dat je nodig hebt in een wereld waar niet iedereen zijn eigen voedsel regelt, maar waarin het wordt verhandeld. De aanwezigheid van melkzuurbacteriën maakt het voor andere, meer giftige bacteriën moeilijk om in de gefermenteerde melk te overleven, aldus Campbell-Platt.

    Zo ontdekte Griekse microbioloog Panagiotis Chanos dat de goede bacteriën in zijn geliefde fetakaas natuurlijke antibiotica produceren om giftige bacteriën te weren. Dat maakt de kruimelige maar natte kaas heel geschikt om lang te bewaren. Die strategie van gecontroleerde verzuring om écht vieze rot te voorkomen, zie je overal ter wereld en niet alleen bij melk.

    Zo worden in Azië ook groenten met veel liefde gefermenteerd. De Amerikaanse oud-hoogleraar Keith Steinkraus maakte er zijn levenswerk van om al deze verschillende fermentatiepraktijken in voor hem onbekende culturen in kaart te brengen.

    Kimchi, een vrij populair Koreaans gerecht van gefermenteerde sojabonen, kolen en pepers.

    Steinkraus heeft bijvoorbeeld uitgezocht welke bacteriesoorten meeëten bij kimchi. Dat is een Koreaanse mix aan sojabonen, kolen en pepers die in een luchtdicht vat fermenteren tot langer houdbare en smaakvolle prutjes. Doordat de celwanden van de planten tijdens dit proces scheuren en de bacterie suikers vrijmaakt, heeft kimchi meer voedingswaarde dan de gemiddelde rauwe sojaboon.

    De fermentatie voorbij

    Hoewel fermentatie allerlei voordelen biedt, worden mensen soms nog op lelijke manieren geconfronteerd met het feit dat fermentatie in principe niets anders is dan voedselbederf, en waaraan soms gevaarlijke microben deelnemen.

    Wanneer je bijvoorbeeld kool laat fermenteren tot zuurkool, is het belangrijk om voldoende zout toe te voegen, schrijft Joseph Hotchkiss in het studieboek Food Science. Doe je dat niet, dan geef je bepaalde bacteriën die giffen achterlaten een kans om mee te snoepen. “Zout maakt het verschil tussen gewenste fermentatie en totale verrotting”, aldus de auteur. De tip is belangrijk, want dat er schadelijke bacteriën meesnoepen is soms niet te proeven.

    ‘Bedorven’ vis

    Surströmming is een traditioneel Zweeds gerecht dat uit gefermenteerde haring bestaat. De methode om haring door middel van fermenteren te bewaren zou zijn ontstaan in de 16e eeuw, toen Zweden door oorlogen had Zweden te kampen had met een zouttekort. Doordat bij het pekelen minder zout kon worden toegevoegd, begon de vis zelfs na het inmaken nog te gisten. Tegenwoordig wordt de vis aan de buitenlucht, in de volle zon, gefermenteerd totdat deze ‘begint te ruiken’. Dan wordt de vis snel ingeblikt, waar ze ‘nagist’. Wanneer het blik wordt geopend, komt daarbij een geur vrij die nog het meeste lijkt op die van rotte eieren of van een stinkbom. De haring is echter nog goed te eten; de smaak is sterk zoutig, maar moet volgens kenners mild en aangenaam zijn. Voor veel mensen vormt de geur echter een te grote barrière om de vis daadwerkelijk te kunnen of zelfs maar te willen proeven.

    Maar niet in alle gevallen is zout afdoende om te verhinderen dat fermentatie tot bederf leidt. Noordpoolbewoners die traditioneel zeehonden- en walvisvlees laten fermenteren, doen twee dingen: ze maken het vlees in zekere zin voedzamer, maar balanceren daarmee vaak op de rand van giftig bederf.

    En soms gaan ze daar overheen: jaarlijks loopt minstens één Inuit de dodelijke zenuwziekte botulisme op. Die aandoening wordt veroorzaakt door giffen van de botulismebacterie, die graag op het vlees leeft. Alleen al in Alaska liepen in totaal 317 Eskimo’s botulisme op.

    In Nederland komen zulke vergiftigingen niet vaak meer voor bij populair verrot voedsel. Volgens het Nederlandse Tijdschrift voor de Geneeskunde stamt de laatste grote vergiftiging door bijvoorbeeld kaas uit 1939. In het plaatsje Sint Oedenrode werden 16 mensen ziek van Nederlandse kaas.

    Maar ja, dat is lang geleden. Wie nu nog een spannend hapje kaas wil eten, moet vooral veel van die Franse zachte kaasjes eten. Daar wil nog wel eens de beruchte Listeria-bacterie op zitten.

    De voordelen van voedsel laten rotten zijn duidelijk: we kunnen gezonder voedsel krijgen en het langer bewaren. Maar tegelijk moeten we voorzichtig blijven. Rotten balanceert altijd op de rand van gevaar. Andere, vervelende bacteriën of schimmels kunnen mee gaan eten en gifstoffen achterlaten. Dat gevaar kunnen we met onze neus maar slecht herkennen, omdat we onszelf aanleren om nare smaakjes te eten.

    Al deze verandering kwam met de komst van verwerkt voedsel in de ‘40iger jaren. Maak een grafiek van deze ziekten over een lange tijd, en je zult zien dat het bijna overeenkomt met komst van dat verwerkt voedsel. Uiteindelijk werd het voedsel een product van engineering in een laboratorium om te ruiken op een bepaalde manier, te smaken op een bepaalde manier, om een bepaalde textuur te hebben. Het voedsel begon steeds minder op de oorspronkelijke vorm te lijken—in de vorm waarop God het gemaakt had—en zorgde er dus voor dat het moeilijkheden gaf voor het lichaam om het af te breken. Amerikanen leken ook banger te worden voor bacteriën (niet beseffend dat 80% van ons immuunsysteem precies de bacteriën zijn in onze ingewanden) en het voedsel werd steeds meer gesteriliseerd, verder bijdragend tot ziekten en kwalen. (Had Hippocrates het dan toch juist wanneer hij zei dat “alle ziekten beginnen in het darmkanaal?”).

    Er is geen twijfel dat suiker tegenwoordig dit probleem heeft vergroot. Volgens de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie) zou een mens niet meer dan 45 gr suiker per dag mogen eten (ong 10 theelepels), wat het equivalent is van ongeveer een coca cola van 355ml. Maar Amerikanen consumeren gemiddeld ong 175 gr suiker per dag (ong 40 theelepels), wat nooit voorgekomen is in de geschiedenis. Amerikanen eten tegenwoordig ongeveer 600 calorieën meer per dag dan in 1970. Wat ertoe leidt dat we meer wegen dan vroeger. Het is duidelijk dat we meer eten dan we nodig hebben (hoewel we zelfs minder gevoed zijn), wat suggereert dat we een voedselverslaving hebben ontwikkeld.

    De reden waarom we dit vermelden is omdat het noodzakelijk is te realiseren dat Amerikanen vandaag een strijd voeren met hun vlees. Voedsel is meer verslavend dan ooit, met miljoenen dollars die worden uitgegeven om het zo te maken. En als we meer gehecht zijn aan voedsel, dan is onze maatschappij gevallen in een geestelijke verdoving. En dat zet zich verder in het geestelijke leven. Voedsel is in feite het ene element van de wereld dat vrijelijk de omheining binnendringt zonder dat er op gelet wordt. Een klooster kan volledig afgesloten zijn van de wereld, behalve wanneer het aankomt op voedsel. Als we denken met de geest van onze tegenstander: wat is er een betere manier om te infiltreren dan door de voedselvoorraad?

    H. Teresa van Los Ades: “Ik weet niet wat te doen met betrekking tot verstervingen, sinds de priester vertelde geen te doen, maar ik heb zo’n goesting om caramels te eten. Vandaag had ik zo’n honger dat ik ze allemaal opat. Het doet me pijn te zien dat ik zo ben. Echt, ik weet niet wat te doen. Ik zal Moeder Izquierdo vragen wat te doen. Mijn Jezus, mijn Moeder, heb medelijden met mij. Bevrijd me van mijn lauwheid. Ik ben ziek in mijn ziel. Ik zal mijzelf meer verstervingen opleggen."

    Gezondheidsvoordelen van het vasten

    Medische rapporten zeggen dat regelmatig vasten het verteringssysteem de kans geeft om te rusten en zo het lichaam zijn energie teruggeeft. Zo kan het lichaam vechten tegen latent aanwezige kwalen. Het vasten kan ook iemands energieniveau doen stijgen (moeheid terwijl men vast is gewoonlijk een symptoom dat het suikergehalte niet in evenwicht is, wegens afhankelijkheid van verwerkte suikers). Strikt vasten stelt het lichaam ook in staat om te ontgiften van bepaalde toxines dat aanwezig zijn in vetcellen, en het geeft het lichaam een kans om terug normaal te functioneren. Het vasten helpt ook voor een stabiele gemoedstoestand.

    SERIE: OFFERZIELEN – deel 12

    Het vasten in het Nieuwe Testament

    Het Nieuwe Testament staat ook vol met vele verwijzingen naar het vasten, met inbegrip van degene de Onze Heer gemaakt heeft, die de intentie had de traditie van de Oude Wet verder te zetten in het Nieuwe Verbond. Dit is betekenisvol omdat onder de duizenden gewoonten van het Oude Testament, het vasten door Christus zelf werd voorgeschreven. De H. Leo bevestigt: “De voorafbeeldingen van toekomstige zaken zijn weggevallen, wat betekent dat ze voltooid waren. Maar het vasten is in het Nieuwe Testament niet weggevallen; men heeft bemerkt dat het vasten altijd gunstig is voor zowel het lichaam als de ziel.”  

    Marcus 9:29 Hij antwoordde hun: “Dit soort (van demon) kan door niets anders uitgedreven worden dan door bidden en vasten.” Net als in het Oude Testament, moet gebed vergezeld zijn van vasten om een grotere doeltreffendheid te hebben voor God.

    Matth 6:16-18 Wanneer gij vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen; zij verstrakken hun gezicht om de mensen te tonen dat zij aan het vasten zijn. Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als gij vast, zalft dan uw hoofd en wast uw gezicht, om niet aan de mensen te laten zien dat gij vast, maar vast voor uw Vader die in het verborgene is en uw Vader die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.

    Matth 4:1,2 Daarna werd Jezus door de Geest naar de woestijn gevoerd om door de duivel op de proef gesteld te worden. Nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij honger. 

    Paus Benedictus heeft het volgende commentaar hierop: “Zoals Mozes, die vastte vooraleer hij de tafels van de Wet in ontvangst nam (cf. Ex 34:28) en het vasten van Elia voor hij de Heer ontmoette op de Berg Horeb (cf. 1 Koningen 19:8) bereidde Jezus zich ook voor, door gebed en vasten voor de missie die voor Hem lag, en die startte met een serieuze strijd met de verleider."

    Matth 9:14,15  Op zekere dag kwamen de leerlingen van Johannes tot Hem met de vraag: “Waarom vasten wij en de Farizeeën wel, maar uw leerlingen niet?” Jezus sprak tot hen: “De vrienden van de bruidegom kunnen toch niet bedroefd zijn, zolang de bruidegom bij hen is? Er zullen dagen komen, dat de bruidegom van hen is weggenomen; dan zullen zij vasten." Hier beveelt Onze Heer ons te vasten tot de Bruidegom terugkomt.

    Hoe moet ik vasten? Wat is de beste formule voor te vasten?

    In de geschiedenis van de Kerk, kunnen we een gouden draad vinden van gewone vastenpraktijken, het meest prominente is een brood en water vasten op woensdag en vrijdag—een praktijk die zelfs terugvoert naar de vroege Kerk en het vroege monnikenleven. Een dergelijk vasten lijkt extreem voor ons, die gewoon zijn om een volle buik te hebben elke dag. Maar vόόr de 20ste eeuw was deze vorm van vasten niet ongewoon in de Kerkpraktijk. En in feite, hebben sommige oosterse kerken het vasten op woensdag en vrijdag zelfs tot op vandaag verdergezet.

    We moeten onszelf kennen, en enkel uitvoeren wat ons in leven kan houden, dan worden we niet ontmoedigd en geven we de weg van de ascese niet helemaal op. Omwille van die reden is het gewoonlijk het beste om het vasten in fases te doen.

    Didache (ca. 100 n. Chr.): "Maar laat je vasten niet zijn zoals de hypocrieten; want ze vasten op de tweede en de vijfde dag van de week; maar vast op de vierde dag (woensdag) en de Voorbereiding (vrijdag)."

    Apostolische Constituties: "Maar Hij beval ons te vasten op de vierde en zesde dag van de week (woensdag en vrijdag); de eerste omwille van Zijn verraad, en de laatste omwille van Zijn lijden."

    H. Petrus de Hieromartelaar: “Laat ons niet de fout maken dat we vasten op woensdag en vrijdag volgens een gewoonte alleen door de traditie ingesteld: op woensdag omwille van de beproeving van de Joden voor het verraad van de Heer; en op vrijdag voor al wat Hij geleden heeft.” Hieromartelaar : volgens de Oosters Orthodoxe Kerk een priester of bisschop die een martelaar werd

    H. Faustina: "Op drie dagen in de week, woensdag, vrijdag en zaterdag, zal er een stricte vasten zijn (op brood en water) Gedurende de twee grote vasten, quatertemperdagen en vigilies, zal het voedsel bestaan uit een stuk brood en wat water, één keer op een dag.” De H. Faustina maakte een gedetailleerd voorschrift voor het vasten voor de nieuwe gemeenschap dat ze oprichtte. De heilige vroeg dikwijls toelating aan haar overste om te vasten op brood en water.

    OLVrouw van Medjugorje: "Vast strikt op woensdagen en vrijdagen." “De beste vasten is op brood en water. Door het vasten en gebed kan men oorlogen stoppen, kan men de wetten van de natuur opheffen. Iedereen behalve de zieken, moeten vasten.” Hoewel het nog niet goedgekeurd is, sluiten we dit citaat in voor degenen die geϊnteresseerd zijn in verdere studie.

    H. Alfonsus van Liguori: “Religieuzen mogen, zonder het gevaar van ijdele glorie, nu en dan zeer strenge verstervingen uitvoeren. Bijvoorbeeld, door op water en brood te leven op dagen van devotie, op vrijdagen en zaterdagen, op de vigilies van de H. Maagd, en op gelijkaardige gelegenheden; een dergelijk vasten wordt gewoonlijk gepraktiseerd door fervente religieuzen.”

    H. Teresa van Los Andes: “Onze Heer vraagt me om verstervingen te doen in alle dingen. Niet alleen door niet toe te geven aan mijn smaak, maar zelfs in het eten; dat ik maar een beetje van alles eet."

    H. Franciscus van Sales: “De eerste Christenen hielden dagen van onthouding op woensdag, vrijdag en zaterdag. De oude monniken, zoals de H. Jeroom zegt, dachten dat het een groot tekort was om voedsel op te dienen dat bereid was op het vuur. Hun dagelijks voedsel bestond uit een stuk brood. De H. Aloysius, die hoewel hij ziek was, vastte drie keer in de week op brood en water.

    Aloysius

    Aloysius Gonzaga (wikipedia): (Castigilone delle Stiviere (bij Mantua), 9 maart 1568 – Rome, 21 juni 1591) (eigenlijk Luigi Gonzaga) is een jonggestorven katholieke heilige.

    Luigi was de oudste zoon van Ferdinand Gonzaga, markgraaf van Castiglione. Reeds als kind legde hij onder invloed van zijn moeder een grote vroomheid aan de dag. Als tienjarige werd hij aan het hof van de Medici te Brescia als page aangesteld. Vervolgens verbleef hij aan het hof van Filips II van Spanje.

    De heilige kardinaal Carolus Borromeus, de aartsbisschop van Milaan, maakte op de jonge Luigi een grote indruk. In het jaar 1585 deed hij ten gunste van zijn broer Rudolf afstand van zijn rechten op het markgraafschap Castiglione. Tegen de wil van zijn familie in trad hij toe tot de Sociëteit van Jezus. Daar studeerde hij filosofie en theologie. Tevens had hij veel zorg voor de zieken en voor het waardig begraven van de armen. Toen in Rome een pestepidemie woedde, liet Aloysius niet na de zieken te helpen. Hij was 23 jaar oud toen hij zelf ziek raakte en stierf.

    Direct na zijn dood werd Aloysius al als een heilige beschouwd. Spoedig werd hij in de San Ignazio te Rome begraven. Zijn hoofd werd later naar de Aloysius-basiliek in Castiglione delle Stiviere overgebracht. Reeds 14 jaar na zijn dood werd hij zalig verklaard. In 1726 werd hij door paus Benedictus XIII heilig verklaard. In 1729 werd hij door dezelfde paus tot patroon van jonge studenten uitgeroepen. Als symbool van de kuisheid wordt hij ook in het bijzonder tegen seksuele verzoekingen aangeroepen. Ten slotte is hij patroon van de stad Mantua. Zijn feestdag is 21 juni.

    De H. Franciscus Xaverius was gedurende zijn missies tevreden elke dag met een paar granen van geroosterde rijst.

    Franciscus

    Franciscus Xaverius (wikipedia) : (Javier, 7 april 1506 – Shangchuan, 3 december 1552), eigenlijk Francisco de Yasu de Azpilicueta y Xavier, was een Spaanse jezuϊeten-missionaris uit Navarra die een belangrijke rol speelde in de opbouw van de missie in Zuid- en Oost-Azië.

    Xaverius werd geboren in het kasteel van Javier. Hij verliet Navarra en studeerde in Parijs filosofie en theologie aan het College van Navarra. In Parijs maakte hij kennis met Ignatius van Loyola. Op 15 augustus 1534 was hij een van de eerste zes die de gelofte deden waarop later de jezuïetenorde zou worden gebaseerd. In 1539-1540 speelde Xaverius een belangrijke rol in de bijeenkomsten die leidden tot de stichting van de Sociëteit van Jezus.

    Xaverius kreeg de opdracht van Ignatius, op verzoek van koning Johan III en paus Paulus III, om het geloof te verspreiden in Indië. In 1540 vertrok hij daartoe naar Lissabon, en in 1541 vertrok hij met Martin de Sousa naar Goa, waar hij een jaar later aankwam. De volgende jaren deed hij kerk- en missiewerk in diverse delen van India, en maakte naar verluidt meer dan 30.000 bekeerlingen.

    In 1545 vertrok Xaverius verder oostwaarts, naar Malakka, en in 1546 reisde hij rond door de Molukken, waarbij hij de christelijke gemeenschappen bezocht en trachtte meer mensen te bekeren.

    Terug in Malakka hoorde Xaverius over Japan, dat kort tevoren voor het eerst door Portugezen was bezocht. Hij vergezelde Yajiro, een Japanner, naar Goa, en besloot dat Japan zijn nieuwe werkterrein zou worden. In 1549 arriveerde hij met een aantal metgezellen in Kagoshima op het eiland Kyushu. Dat werd de aanvang van de missie van de jezuϊeten in Japan.

    Terug in Goa in 1552, vertrok hij meteen weer op zijn volgende reis: China was zijn nieuwe doel. Hij kwam tot aan Shangchuan, een eiland nabij Kanton, waar hij drie maanden wachtte op een mogelijkheid naar het vasteland over te steken. Xaverius werd ziek, en overleed op 3 december van dat jaar. Zijn lichaam werd overgebracht naar Goa, en aldaar in de kathedraal begraven.

    De H. Johannes Franciscus Régis nam in de grote missies geen ander voedsel dan een beetje meel in water gedoopt.

    Johannes

    Johannes Franciscus Régis (wikipedia): (31 januari 1597, Fontcouverte (Aude) – 31 december 1640, Lalouvesc) was een rooms-katholieke Franse volksprediker en jezuϊet uit de tijd van de contrareformatie. Jean François Régis kwam uit een adellijk geslacht. Hij trad toe tot de jezuϊetenorde en werkte vanaf 1632 als volksmissionaris in Le-Puy-en-Velay. Voor gevallen meisjes en vrouwen liet hij opvanghuizen bouwen. Men noemde hem de apostel van Velay en Viverais (de omgeving van Le Puy).

    De dagelijkse maaltijd van de H. Petrus van Alcantara was maar een kleine hoeveelheid van bouillon. We lezen in het leven van de Eerbiedwaardige Broeder Johannes Joseph van het Kruis, die in onze dagen leefde, en met wie ik goed bevriend was, dat hij 24 jaar dikwijls vastte op brood en water, en nooit iets ander at dan brood en wat kruiden en fruit. Wanneer hij door zijn lichamelijke zwakheden gedwongen was om warm voedsel te nuttigen, nam hij enkel brood dat gedoopt was in bouillon. Wanneer de dokter hem beval om een beetje wijn te drinken, mengde hij het met zijn bouillon om de smaakloosheid van zijn schaarse maaltijd te verhogen. Ik wil niet zeggen, dat om heiligheid te bereiken het voor zusters noodzakelijk is deze voorbeelden na te volgen; maar degene die gehecht is aan de pleziertjes van de tafel, en niet let op de versterving van de eetlust, zal nooit een aanzienlijke vooruitgang boeken in perfectie. In religieuze gemeenschappen zijn er over het algemeen verschillende maaltijden overdag: vandaar wie de versterving van de eetlust verwaarloost zal dagelijks duizend fouten plegen.”

    Hoe ken ik mijn grenzen?

    De heiligen herinneren ons eraan dat we nooit boetedoening zouden mogen praktiseren die onze mogelijkheid om onze plichten in het leven te vervullen, aantast. Vele heiligen hadden zelfs spijt dat ze hun lichamen in hun jeugd hadden bestraft met strenge vasten (H. Johannes Maria Vianney, Ignatius van Loyola, enz) en hen achterlieten met gezondheidsproblemen later in het leven. Toch herinneren ze ons er tegelijkertijd ook aan dat hoe meer het lichaam wordt gegeven, hoe meer het vraagt (vooral degenen die in westerse landen leven, omdat we de neiging hebben onze lichamen in de watten te leggen).

    H. Teresa van Avila: “Onze menselijke natuur vraagt dikwijls voor meer dan het nodig heeft, en soms helpt de duivel om vrees te veroorzaken over de praktijk van boetedoening en vasten. Mijn gezondheid is veel beter geworden sinds ik ben gestopt om te kijken naar mijn gemak en comfort.”

    Als we de gewone kost van de Apostelen bekijken, bestond die voornamelijk uit oudbakken brood, vis, geitenmelk, groenten, olijven en kaas. We zouden beschaamd moeten zijn wat we tegenwoordig als “noodzakelijk” zien. Het menselijk lichaam is veerkrachtiger dan de meesten zich realiseren. Het is algemeen aanvaard da een persoon kan leven zonder voedsel (enkel water) voor ongeveer 40 dagen. We weten ook dat vele wereldlijken die vasten uit gezondheidsredenen alleen, gewoonlijk vloeistoffen-alleen vasten voor drie, tien en zelfs twintig dagen (onder supervisie). We vermelden dit omdat er zijn die nerveus worden over vasten op brood en water voor een of twee dagen per week. We willen duidelijk maken dat deze vrees niet gerechtvaardigd is. De meeste mensen zouden gemakkelijk moeten kunnen vasten op water en brood voor een dag (als ze gezond zijn), en nog steeds hun noodzakelijke taken moeten kunnen vervullen. Het vasten zou ons niet moeten doen vrezen voor onze gezondheid, maar zou ons moeten vervullen met grote vreugde, omdat we door het vasten een geestelijke burcht optrekken rond ons huis en de bekering verdienen van talrijke zielen. Degenen die een grootmoedig hart hebben, is het vasten dikwijls een zaligheid, die de beste dagen van gebed en klaarheid teweeg brengt.

    Als algemene regel zoals vasten moet het enkel gedaan worden wanneer men gezond is. De H. Alfonsus zegt hierover: “Als lichamelijke zwakte ons niet in staat stelt om lichamelijke verstervingen te doen, laat ons dan tenminste met vreugde de zwakheden aanvaarden, waarmee de Almachtige God ons bezoekt. Als ze gedragen worden met geduld, leiden ze ons naar perfectie, meer dan vrijwillige boetedoeningen.” Als laatste punt, is het ook belangrijk te herinneren dat de doelstelling van het vasten niet het vernietigen van het lichaam is, maar het onderwerpen ervan door niet aan alle grillen toe te geven, en het voortdurend te beperken zodat de geest bevrijd is. De buik maar gedeeltelijk vullen is bijvoorbeeld een boetedoening van enorme verdienste. Zoals de H. Augustinus en H. Jeroom zeggen, is het een mindere wilsdaad om helemaal voedsel te vermijden, dan met eten te stoppen als men er al van geproefd heeft.

    H. Alfonsus: “O, hoe dikwijls is lichamelijke zwakheid een excuus om onnodig toe te geven aan genoegens."

    H. Alfonsus: "Als men tengevolge van lichamelijke zwakheid geen strenge vasten kan praktiseren, zou men tenminste niet mogen klagen over de gewone kost; en zou men moeten tevreden zijn met wat er op tafel komt. De H. Thomas vroeg nooit om bijzonder voedsel, maar hij was altijd tevreden met wat voor zijn neus stond en hij at ervan met grote mate. Over de H. Ignatius lezen we dat hij nooit een gerecht weigerden en nooit klaagde dat het voedsel niet genoeg gebakken, gekookt of gekruid was. Het is de plicht van de Overste om de gemeenschap te voorzien van gezond voedsel, maar een religieuze zou nooit mogen klagen dat het schraal, aangebrand, smaakloos, of te zout is.”

    Het vermijden van overdaad op gewone dagen

    Dit is een zeer belangrijk punt. De H. Alfonsus: “Sommige religieuzen vasten een dag, en eten overdadig de volgende. De H. Jeroom zegt dat het beter is om altijd een sobere maaltijd te houden dan soms te vasten en erna overdaad te plegen." Dit is vooral van toepassing op ons vandaag. We geven ons meer dan ooit over aan overdaad. De H. Alfonsus gaat verder: "Dit is de beste en moeilijkste soort van versterving; want het is gemakkelijker om volledig af te zien van vlees, dan na het geproefd te hebben, een beetje te eten. Hij die verlangt mate toe te passen in het eten zou er het best aan doen geleidelijk zijn maaltijden te verminderen. Zo ontdekt hij door ervaring het minimum voedsel dat hij nodig heeft om nog goed te kunnen functioneren." Het doel van vasten is de hartstochten van het vlees te onderwerpen. Dus overdaad op niet-vasten dagen is vruchteloos. Genieten van een goede maaltijd is niet verkeerd, maar het moet onderworpen zijn aan het feit dat God het schiep voor ons voedsel.

    08-11-2017 om 21:07 geschreven door claudia  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.In moeilijkheden, ontbering en tegenslagen

    AANVAARDEN VAN JE LOTSBESTEMMING DOOR MOEILIJKHEDEN, ONTBERING EN TEGENSLAG


    Wanneer dingen moeilijk worden in ons Christelijk leven en we twijfelen om het goede te blijven doen, is het belangrijk om ons doel in het leven te kennen. Ongeacht wat je denkt, ben je niet een ongeluk of een mislukking (Psalm 139:13,14) Gij zijt die mijn kern hebt gevormd, die mij weefde in de schoot mijner moeder, en ik loof U in het besef dat ik ben eerbiedwekkend van maaksel, een wonder is wat Gij schiep.

    Je doel lag vast door God voordat je werd geboren. Je weet het misschien niet maar je kwam eens in een reddende relatie met de Heer Jezus. Je tocht begon in het vinden van je doel en het vervullen ervan.

    Je werd van geestelijke gaven voorzien door God die beschikbaar zijn voor je om te gebruiken voor Zijn glorie tot jouw doel. (Efesiërs 1:3,11) Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelen in Christus heeft gezegend met elke geestelijke zegen. In Christus hebben wij ook ons erfdeel ontvangen, daartoe voorbestemd door de beschikking van Hem die alles tot stand brengt naar het besluit van zijn wil. En de erfenis is deel uit te maken van Gods Koninkrijk en voor eeuwig bij Hem te leven in geluk en zaligheid. Dat is Gods plan voor je leven.

    Net zoals God Zijn oog op je had vanaf je geboorte zo heeft ook de vijand van je ziel, de duivel je in het oog gehouden. De job van de vijand is je van de rechte weg doen afwijken en te zorgen dat je het doel waarvoor je bent geschapen in de steek laat. Maar je moet er rekening mee houden dat de vijand het plan niet kan aantasten, het glorierijke plan blijft bestaan. Jij bent degene die moet volhouden en de duivel verslaan.

    Hoe kan hij je van je erfenis doen afzien? Door twijfel, angst, verwerping door anderen, tegenslagen, moeilijkheden, ontbering, hindernissen of je verleiden tot andere wereldse zaken. Hij probeert alles om je te doen opgeven en Gods plan voor je leven in de steek te laten.

    Overweeg dat ook Christus te maken had met hindernissen en vervolging toen Hij Zijn doel wilde vervullen. Hij kwam om te sterven voor onze zonden zodat we zouden gereinigd worden van onze zonden en tot volle vereniging komen met de Vader. (Mattheüs 26:28) Want dit is mijn Bloed van het Verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.

    Terwijl de vijand je in het oog heeft gehouden, heeft hij ook Jezus van in het begin in het oog gehouden, maar hij kent NIET het doel en plan voor je leven. Waarom? Hij is niet alwetend, enkel God is alwetend. Maar door te kijken naar het pad dat je volgt, je gewoonten, je gedrag kan hij raden wat het zal zijn.

    Gebed tegen ontbering, moeilijkheden en tegenslagen

    Het plan van de vijand bij Jezus was Hem eerst verleiden met alle dingen van de wereld. Hij wist niet echt waarom Jezus kwam. De duivel dacht dat Hij hem wel zou kunnen stoppen op het juiste moment door Hem te doden. Maar dit was het EIGENLIJKE PLAN VAN GOD DE HELE TIJD AL! Jezus was gekomen om te sterven!

    Denk je werkelijk dat de duivel Jezus naar het Kruis zou gevoerd hebben als hij had geweten dat de mensheid door dit offer zou verzoend worden met God? Zeer zeker niet. Hij zou alles gedaan hebben om het te voorkomen!

    Zo is het ook met jouw leven. De duivel kent het plan niet, daarom moet hij je verstrooien en afbrengen van Gods doel, je duwen zodat je het loslaat, zorgen dat je wanhopig wordt.

    Alles heeft zijn tijd wanneer het moet gebeuren, je moet dus wachten tot God zegt: “Nu is de tijd gekomen.” En dit is net zo belangrijk als het vervullen van je doel.

    Lukas 22:1-6 Het feest van het ongedesemde brood, Pasen geheten, naderde. De hogepriesters en de schriftgeleerden, bang als ze waren voor het volk, zochten naar een manier om Hem uit de weg te ruimen. Toen voer de satan in Judas, die Iskariot heette, en tot het getal van de twaalf behoorde. Hij begaf zich naar de hogepriesters en bevelhebbers om met hen te bespreken, hoe hij hun Jezus zou uitleveren. In hun blijdschap hierover spraken zij met hem af, hem een som gelds te geven. Hij nam hun voorstel aan en zag uit naar een goede gelegenheid om Hem zonder volksoploop aan hen uit te leveren.

    Zo zie je dat er een plan is om Jezus te doden en de ene die dit orkestreert is een van zijn eigen leerlingen. Het is ook wanneer God het toelaat dat het gebeurt, de hogepriesters hebben vele kansen gehad om Jezus te doden, maar God liet het niet toe.

    Je kunt op een gegeven moment tegenkanting ervaren hebben uit je eigen gezin. Gedurende deze momenten moet je denken hoe Jezus Zijn tegenstander behandelde en het plan tegen zijn leven. Jezus ging door.

    Jij moet dus ook verder, zelfs al is er tegenstand. Ben je bereid de weg te volgen dat God voor je heeft bereid? Ben je bereid alles op te offeren voor wat God met je voor heeft? Dit is wat Jezus zegt aan jou: ‘Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en elke dag opnieuw zijn kruis op te nemen.’ (Lukas 9:23)


    Gebed wanneer we geconfronteerd worden met tegenslag, moeilijkheden en ontberingen

    Heer Jezus, als ik Uw weg naar het Kruis overweeg, laat mij ook mijn eigen weg bekijken. Zuiver mijn hart en geest zodat ik mij blijf richten op U. Ik bid om genade om mijn dagelijks kruis op te nemen en U te volgen. U hebt nooit gezegd dat deze tocht gemakkelijk zou zijn, maar U zei dat U bij mij zou blijven tot het einde van de tijden, wanneer Uw evangelie over de hele wereld zal verkondigd worden. Geef mij de genade om het door moeilijkheden, ontberingen en tegenslag te maken die ik zal tegenkomen. Geef mij kracht. Vervul mijn geest met het doel dat U voor mij hebt. Bind de handen van de vijand die de oorzaak is dat ik mijn doel verlies. Vervul mijn hart met vrede ondanks de omgeving om Uw oproep te volgen. Maak mij bewust van mijn spirituele gaven die ik van U gekregen heb.

    Hemelse Vader, ik dank U dat U mijn God en Redder bent en ik zegen U dat U elke omstandigheid in mijn leven aangrijpt om mij te helpen groeien in rijpheid in geloof, om te groeien in genade en de persoon te worden dat U wenst dat ik word. Heer, te dikwijls zijn de omstandigheden in mijn leven niet hetgeen ik gekozen heb, maar steeds meer toont U mij dat Uw wegen het beste zijn voor mijn leven, en ik dank U voor alles wat U mij leert door de vele tegenslagen dat ik moest doormaken en degene die ik nog moet doormaken, want ik erken dat U mij door deze tegenslagen mij nog dichter in Uw liefdevolle armen neemt.

    Help me om een grote begrip te verwerven van Uw perfecte perspectief in mijn leven. Geef me geduld in al mijn moeilijkheden en help me om Uw leidende hand te herkennen en Uw liefdevol geduld met mij. Ik bid dat ik niet overweldigd word door de moeilijkheden in het leven, maar gebruik elk om me Uw karakter, liefde en genade te leren. Zorg dat ik steeds meer verander in de persoon die U wilt dat ik zou worden, voor U meerdere glorie in Jezus’ Naam. Amen.

    Gebed voor kracht in beproevingen

    Lieve Almachtige God,

    Het is soms teveel, bezorgdheid en angst overrompelen mijn leven en mijn gedachten.

    Zoveel strijd ineens. God, wat kan ik doen? Kunt U mij helpen?

    De strijd is in mijn geest; de vijand komt en fluistert in mijn oor een leugen dat alles verloren is.

    Geef me de kracht, O Heer, om de vijand te verwerpen. Laat me naar Christus kijken in de plaats die op het Kruis hangt voor mij,

    Verheerlijkt is aan Uw rechterhand, en mij de kracht van Zijn Heilige Geest zend.

    Laat mij rechtstaan en zeggen: “Ik kan dit aan. Ik kan de zorgen aanpakken. Ik kan ze verslaan, als de machtige hand van God ingrijpt.

    Moge het U verheerlijken, O Heer, en mogen de engelen in de Hemel lofgezangen aanheffen bij het zien dat deze zondaar terug is gekomen uit de zorgen en hersteld is.

    Glorie aan God in den hoge! In Jezus’ naam. Amen.

    Gebed tegen tegenslag

    Lieve Vader,

    U doet mijn rijpheid in geloof groeien door omstandigheden die niet altijd in de lijn liggen van wat ik verwacht.

    Het helpt mij het nodige perspectief en ervaring verkrijgen in situaties die ik niet heb gekozen, maar die mij ten gunste zullen komen.

    Help mij geduldig te zijn als ik zoek om Uw plan te begrijpen als het zich ontvouwt in mijn leven.

    Doe mijn verlangens samenvallen met de Uwe als ik mijn wil aan U overgeef.

    Zorg dat ik niet verpletterd word door tegenslagen, maar ik vraag U, Vader om de tegenslagen te gebruiken als een instrument waarmee U Uw beeld en karakter diep in mijn hart grift.

    Ik kan misschien mijn plannen maken, maar ik moet beseffen dat, als Uw kind, U altijd de laatste zeg hebt voor mijn goed. Amen.

    Gebed in de morgen van een moeilijke dag

    Hemelse Vader, ik geef U deze dag. Alstublieft, help mij er doorheen, omdat ik niet zeker ben dat ik het op mijn eentje aankan. Ik voel dat ik niet genoeg kracht heb, genoeg moed en genoeg kracht om te doen wat ik moet doen vandaag. Help mij om te vechten tegen mijn ellende en verdriet. Help me het beter te doen dan gisteren. Help me om mijn idealen te bereiken. Geef me hoop, vertrouwen en geloof. Wees bij mij als ik met mijn bezigheden start, en vergeef me als ik niet altijd het juiste doe. Geef me hoop voor de toekomst, de juiste houding over mijn voorbije zonden, en kracht om de huidige aan te pakken.

    Het gaat in mijn leven niet al te goed op dit moment. Het lijkt alsof ik op iedere hoek van mijn levensweg tegenslag heb, en U mijn vertrouwen geven is zeer moeilijk. Op dit moment in mijn leven, denk ik niet dat ik mezelf nog verder kan trekken, en ik smeek om Uw hulp om mij de nodige duw te geven zodat ik verder kan. Ik ben bang en weet niet hoe het te overwinnen. Ik toon niet genoeg geloof. Mijn ziel is in een grote strijd om zijn angst te overwinnen en ware vrede te vinden. 

    Ik geef mijn leven aan U voor leiding; ik geef mijn lichaam aan U voor Uw vaderlijke zorg; en ik geef U mijn ziel, zodat U het kunt voorzien van de groei dat het nodig heeft. Ik geef U al mijn persoonlijke relaties met anderen, en vraag U om mij genoeg tijd te geven om te vervullen wat ik nodig heb om  de eeuwigheid te genieten met elkaar. U hebt me reeds de nodige gaven gegeven, waarvoor ik U dank uit de grond van mijn hart. Ik wil U eren, Vader. Help me om dit te doen. Amen.

    08-11-2017 om 20:54 geschreven door claudia  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De boodschappen van OLVrouw aan Pedro Regis : deel 2

    DE BOODSCHAPPEN VAN OLVROUW AAN PEDRO REGIS : deel 2

    Anguera 1/3/2008

    Op een majestatische datum zal de kerk wenen. De gelovigen zullen weeklagen en het pad van de Kerk zal veranderen.

    De derde Wereldoorlog, gebeurtenissen in Europa, VS, Midden-Oosten, Rusland, Oproer, bloedvergieten, schisma in de Katholieke Kerk, de Antichrist

    De dood zal waren in de Heilige Stad. De verschrikking zal immens groot zijn. Er was geen gelijkaardige gebeurtenis in de geschiedenis. Bid. Ik lijd omwille van wat jullie te wachten staat.

    Gebeurtenissen

    Schisma van de Katholieke Kerk – het Vaticaan zal vernietigd worden en er zal de komst zijn van de Antichrist

    Oorlog in het Midden-Oosten – Jeruzalem vernietigd – een nucleaire holocaust

    Een terroristische aanval in de VS – Manhattan, Washington en Philadelphia en het groene gif

    Andere aanvallen die de pokken zullen verspreiden – Europa in armoede – de Europese bevolking die alarmerend zal verminderen – boodschap 3804 (13/4/2013)

    Terroristen vallen Rome aan – dan de Russen – Rome zal volledig verwoest worden – weinig overlevenden – boodschap 2939 (1/5/2008)

    Derde Wereldoorlog – Allianties tussen Rusland, Iran, China en Syrie tegen allen

    De alliantie – Begin van de oorlog – Russische aanval over Europa

    De komst van de tweede zon : de toorn van God op ons, na de verschijning van de antichrist

    Nieuwe Hemel en een Nieuwe aarde – de eerste verrijzenis en de terugkeer van Christus

    Gebruikte beelden in de profetieën

    razende leeuw = Iran, land van de koning = Italië/Vaticaan, woeste beer = Rusland, stad van 7 heuvels = Rome, nest van de beer = Moskou, koning = paus, draak = China, mannen met grote baarden = terroristen, Aquila = VS, paleis = St Pietersbasiliek, land van de koningin = Engeland, orde = orde van Malta, antichrist = 1ste valse profeet : politiek – 2de valse profeet : religie, de tegenstander = hoe de antichrist te herkennen, hoogmoedige man = president van VS, vuur = bommen, perverse man = de antichrist, land van de Redder = Israël, slang van het Oosten = China/Communisme, reus = tweede zon, vogel = vliegtuig, zwarte vogel = terroristen (IS), oorlog in het Midden-Oosten wordt realiteit (Lukas 19)

    Het land van de Redder zal veel moeten lijden, maar wanneer het de nederlaag voelt zal het zich verdedigen met wapens die vuur in de lucht verspreiden. (2501 – 26/3/2005)

    De stad Jeruzalem zal vernietigd worden en wanneer de grote kastijding komt, zal het niet meer te herkennen zijn; het zal net een grote woestijn zijn. (2514 – 26/4/2005)

    Een hoogmoedige man zal deals sluiten met Iran. Hij zal lijken een vredestichter te zijn, maar in werkelijkheid zal hij een doorn in het oog zijn van vele naties. De mannen van terreur, geleid door de ene die het voorkomen heeft van een profeet, zal lijden en pijn brengen in het nest van de arend (VS) en voor het land van de Redder. Hier kwamen de tijden die ik heb voorspeld. (2516 – 30/04/2005 het begin van de eindtijd is het sluiten van een overeenkomst te Geneve tussen de VS en Iran op 24/11/2013)

    Israël zal het leed van een veroordeelde beleven, omdat het verrast zl worden door de mannen van terreur. (2544 – 3/7/2005)

    Syrië zal verraden, maar dan zal het zijn eigen vergif drinken. (2552 – 23/7/2005)

    Iran zal verwoest worden door Israël. De aarde zal beven voor de grote nucleaire holocaust. (2557 – 4/8/2005)

    In Jeruzalem zal een tempel gebouwd worden. Het geweld zal toenemen. (2563 – 16/8/2005)

    De stad van de Redder zal verdwijnen (Bethlehem of Nazareth), maar de mannen van geloof zullen gespaard blijven. (2636 – 2/2/2006)

    Het zal van Iran komen en de mensen zullen bang zijn. (2649 – 4/3/2006)

    De koningen van het Oosten (koninkrijken van het Arabisch schiereiland) zullen zich verzamelen voor de grote strijd en de mensheid zal een zwaar kruis moeten dragen. (2694 -16/6/2006)

    Openbaring 9:13 – de 6de trompet

    Op een berg bij Jeruzalem zal een verschrikkelijke gebeurtenis gebeuren. (2695 – 17/6/2006)

    De zwarte vogel (IS) zal door Europa gaan en waar het zal rusten zal het zijn merkteken van vernietiging en dood achterlaten. Het geweld zal groeien en de mensen zullen een zwaar kruis brengen. (2718 – 10/8/2006)

    Een ziekte zal zich verspreiden en het zal erger zijn dan al degenen die ooit hebben bestaan. De mensen zullen besmet geraken en miljoenen van dode lichamen zullen overal verspreid liggen. (2719 – 12/8/2006)

    Een groot leger zal vertrekken uit Mekka en waar het zal passeren, zal het een spoor van vernietiging en dood achterlaten. De goddeloosheid van de mensen zal zo groot zijn op aarde dat de Heer de dag van het Laatste Oordeel zal brengen. (2722 – 19/8/2006)

    De zwarte vogel zal rusten in Gods Huis. Zijn kracht zal vernietiging en dood veroorzaken. (2735 – 18/9/2006)

    De dood zal waren in de Heilige Stad. De verschrikkingen zullen immens zijn. Er is geen gelijkaardige gebeurtenis in de hele geschiedenis. Bid. Ik lijd omwille van wat jullie te wachten staat. (2806 – 3/3/2007)

    De zwarte vogel zal handelen en grote verschrikkingen veroorzaken in het hele Oosten. Het zal passeren langs het arendsnest (VS) en zal haar kinderen doen lijden. (2846 – 3/6/2007)

    Israël zal wenen. De dood zal er passeren en er zal een grote verwoesting zijn. De grote stad zal omsingeld zijn en zijn inwoners zullen een zwaar kruis moeten dragen. (2899 – 6/10/2007)

    De woeste beer zal de leeuw voeden en dit zal zorgen dat hij sterk is voor de aanval. (2902 – 13/10/2007)

    De zonen van de leeuw (Iran) zullen reageren met grote razernij tegen het Huis van God. (3006 – 5/6/2008)

    Vanuit Jeruzalem zal een verhaal verteld worden dat de aandacht van de wereld zal trekken. Het zal groot lijden brengen voor de Kerk. (3030 – 22/7/2008)

    De hoofden zullen zich verenigen en een grote aanval plannen. Israël, en bijna zijn hele bevolking zullen vernietigd worden.

    In het centrum van dit land zullen grote catastrofes gebeuren. In Jeruzalem zullen brutale feiten gebeuren die verbonden zijn met religie en de regering. Zelfs in deze natie zal de aarde vele keren beven. (21/10/2007)

    Jeruzalem en vele steden in de buurt zullen een zwaar kruis te dragen hebben. Groot zal de verwoesting zijn. (3145 – 4/10/2009)

    Het Midden-Oosten zal beven door een grote nucleaire holocaust. (3272 -28/1/2010)

    Er zal een dag komen dat de woeste leeuw zal liggen aan de voeten van de draak (China). (3281 – 17/2/2010)

    De vereniging van wilde dieren zal groot lijden brengen aan mijn arme kinderen. Bethlehem zal het leed van een veroordeelde moeten beleven. De verwoesting zal groot zijn en mijn arme kinderen zullen een zwaar kruis moeten dragen. (3311 – 27/4/2010)

    Aanvallen in de VS en andere plaatsen in de wereld

    De meest angstaanjagende gebeurtenis van de 15de eeuw zal zich herhalen. (2483 – 15/2/2005)

    De wijze mannen zijn tezamen gekomen en hebben de vernietiging in laboratoria voorbereid, De mens zal de dood zien in wat bestaat om leven te geven. (2487 – 24/2/2005)

    De draak zal de arend ontmoeten en zal vuur lanceren op zijn kinderen, en de vernietiging veroorzaken van een groot deel van zijn nest (VS). (2492 - 3/8/2005)

    Nucleaire en biologische wapens zullen gebruikt worden door mannen met grote baarden en terreur zal zich verspreiden in verschillende naties. Weet dat er een grote chaos zal zijn in de wereldeconomie en enkel de zachtmoedigen en nederigen van hart zullen in staat zijn te overleven. (2518 – 5/3/2005)

    Rusland zal een overeenkomst sluiten waarvan iets pijnlijk zal komen voor de mensen. De plaag die zal komen, zal ervoor zorgen dat de besmetten zich niet meer kunnen herkennen. Degenen die besmet zijn zullen niet in staat zijn om na te denken. (2520 – 5/10/2005)

    Rusland zal een overeenkomst sluiten dat lijden en dood zal brengen aan veel van mijn arme kinderen. (3810 – 23/4/2013)

    De pokken zullen gebruikt worden als wapen tegen een natie door de mannen met de grote baarden. (2531 – 6/4/2005)

    Verschrikkingen zullen een grote stad bij het water overkomen. (2547 – 7/12/2005)

    De mannen met de grote baarden bereiden een grote boosaardige actie voor. In verschillende streken en op hetzelfde tijdstip zal er lijden en pijn zijn. Een wapen zal exploderen. (2548 – 14/7/2005)

    Weet dat een beroemde stad leeg zal blijven. Een epidemie zal veel van zijn inwoners doen verhuizen terwijl de anderen zullen sterven. (2559 – 8/9/2005)

    De mannen met de grote baarden zullen handelen in een grote stad. In een laboratorium is een wapen van grote vernietiging voorbereid. (2575 – 13/9/2005)

    Mannen hebben het virus van de dood voorbereid en Mijn arme kinderen zullen een groot lijden kennen. Er zullen geen barrières zijn om het virus te stoppen. (2594 – 25/10/2005)

    De ziekte dat je doet denken aan een groot veld met groene kruiden, zal de mensen kwellen. De mannen van terreur zullen het veroorzaken. (2607 – 26/11/2005)

    Een epidemie zal zich verspreiden naar vele naties en Mijn arme kinderen zullen een zwaar kruis te dragen hebben. (2626 – 10/1/2006)

    Het Iberisch schiereiland zal het nest zijn van de wilde beesten, die een groot lijden voor de mensheid zullen brengen. (2693 – 23/6/2006)

    Er zal een ziekte komen en het zal erger zijn dan al degene die ooit bestaan hebben. De mensen zullen besmet zijn en miljoenen dode lichamen zullen overal verspreid liggen. (2719 – 12/8/2006)

    De arend zal verwond zijn op de kust en vele nesten zullen vernietigd worden. Een berg zal vallen en er zal een grote vernietiging zijn in vele regio’s. Rusland zal struikelen en de hoogmoedige man zal reageren met de kracht die hem gegeven werd door de duivel. (2780 – 1/1/2007)

    De inwoners van Philadelphia zullen in grote moeilijkheden komen. Verschrikkingen zullen komen. Het gif zal zich verspreiden en vele van mijn arme kinderen besmetten. (2821 – 7/4/2007)

    De zwarte vogel zal reageren en terreur veroorzaken in het hele Oosten. Het zal langsgaan bij het Arendsnest (VS) en zijn kinderen zullen lijden. (2846 – 3/6/2007)

    De mannen van de verschrikking zullen gif verspreiden en de dood zal toeslaan. (2847 – 5/6/2007)

    De mannen van verschrikking zullen handelen in het land van het Heilig Kruis. Er zal een handeling zal gebeuren in het Goddelijk Land (Israël of Vaticaan). (2851 – 16/6/2007)

    De vijanden zullen in Manhattan komen en mijn arme kinderen zullen een zwaar kruis te dragen hebben. (2924 – 12/1/2007)

    Het grote brein van de mensheid (VS) zal vallen en de mensen zullen de kracht van het zwaard van de grote bevelhebber van het Oosten voelen. De ratten lopen onder de grond in de richting van het witte paleis (White House) na de twee rivieren met namen van wilde dieren, te hebben overgestoken. (Potomac en Anacostia te Washington DC) (16/4/2008)

    Mannen van verschrikking zullen een grote verwoesting aanrichten in het Land van het Heilig Kruis (Israël of Brazilië). (3169 – 5/6/2009)

    De arend zal niet stil vliegen. Zijn nest zal beven en er zal grote wanhoop zijn. (3280 – 16/2/2010)

    Het arendsnest (VS) zal binnengedrongen worden en er zal een grote verwoesting zijn. Terreur zal verspreid worden en Mijn arme kinderen zullen wenen en weeklagen. (3347 – 18/7/2010)

    Andere aanvallen in Europa

    De wijze mannen hebben zich verzameld en ze hebben vernietiging in laboratoria voorbereid. De mens zal de dood zien in wat bestaat om leven te geven. (2487 – 24/2/2005)

    De rijkste mensen in de wereld zullen in moeilijkheden zijn; ze zullen hun hand reiken naar de armen en vragen om genade. Europa zal aan de grond zitten. (2517 – 1/5/2005)

    Nucleaire en biologische wapens zullen gebruikt worden door de mensen met grote baarden en de terreur zal zich verspreiden naar verschillende naties. (2518 – 6/5/2005)

    Eén die terreur verspreid zal gevangen worden en de moeder van de verschrikkelijke naties zal getroffen worden. (2536 – 14/6/2005)

    Pollen zullen gebruikt worden als wapen tegen een natie door mannen met grote baarden. Het lijden zal groot zijn voor velen. (2531 – 6/4/2005)

    Terreur zal verspreid tot verschillende naties. (2519 – 5/7/2005)

    De mannen met de grote baarden zullen handelen in een grote stad. Een wapen van grote vernietiging is voorbereid in een laboratorium. (2575 – 13/9/2005)

    Een leger (Russische leger) zal over Europa stappen en een spoor nalaten van vernietiging en dood. (2708 – 18/07/2006)

    Er zal een ziekte komen en ze zal erger zijn dan al degenen die tot dusver bestonden. De mensen zullen besmet raken en miljoenen dode lichamen zullen overal verspreid worden. (2719 – 12/8/2006)

    De zwarte vogel (IS) zal door Europa passeren en waar ze zal rusten zal het een teken van vernietiging en dood achterlaten. Het geweld zal groeien en de mensen zullen een zwaar kruis te dragen hebben. (2718 – 8/10/2006)

    De mensen met de grote baarden zullen reageren met grote woede. Duitsland zal lijden. (2743 – 7/10/2006)

    Het uur van de grote strijd komt naderbij. Een snel vuur zal op de mensen vallen. De kraan zal geopend worden. (2820 – 4/5/2007)

    De dag zal komen waarin een beroemde Braziliaanse stad zal binnengevallen worden. Mensen zullen woedend zijn en terreur en dood verspreiden. (2838 – 17/5/2007)

    Mensen van terreur zullen handelen in het land van het Heilig Kruis (Brazilie). Een handeling zal zich voordoen in het land van het Goddelijke (Israel of het Vaticaan). (2851 – 16/6/2007)

    De mannen van terreur zullen daden stellen uit grote woede. Een tempel zal vernietigd worden (Vaticaan, St Pieters) (2878 -18/8/2007)

    08-11-2017 om 00:36 geschreven door claudia  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    07-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jezus, de Koning van Alle Naties : deel 3

    JEZUS, DE KONING VAN ALLE NATIES : deel 3

    Als tegenstanders kent dit koninkrijk Gods alleen het rijk van Satan en de macht van de duisternis. Het vraagt van zijn aanhangers, dat zij hun hart vrijmaken van rijkdom en stoffelijke dingen, dat zij zich, zachtmoedig tonen, dat zij hongeren en dorsten naar de gerechtigheid en bovendien, dat zij zichzelf verloochenen en hun kruis opnemen. Omdat echter Christus de Kerk verworven heeft door Zijn Bloed als Verlosser, en Zich tot een zoenoffer voor de zonden heeft gemaakt, wat Hij ook gedurig blijft doen als Priester, zal iedereen begrijpen, dat ook Zijn koninklijke waardigheid de aard van die beide andere bedieningen moet aannemen.

    PARAGRAAF 3 - Wel bezit Christus een absoluut recht op alle aardse goederen; maar Hij laat de uitoefening daarvan aan anderen over

    De macht over al het geschapene, die Hij van de Vader heeft, is zo volstrekt onbeperkt, dat alles van Zijn wilsbeschikking afhankelijk is gemaakt. Toch heeft Hij, zolang Hij Zijn leven op aarde leidde, ervan afgezien dit eigendomsrecht uit te oefenen. En zoals Hij eens het bezitten en beheren van goederen voor menselijk gebruik niet heeft geteld, zo liet Hij ze toen en laat ze ook nu nog aan hun eigenaars over, zoals zeer mooi die zinsnede uitdrukt: „Hij rooft vergankelijke rijken niet, die ons het rijk der hemelen biedt!”

    ARTIKEL 6 - Christus' koninkrijk omvat alle mensen als particulieren maar ook de staten

    De vorstenmacht van onze Verlosser omvat alle mensen. „Zijn machtssfeer reikt niet alleen tot alle katholieken, en niet alleen tot hen die door het heilig Doopsel gereinigd zijn en zeker tot de Kerk behoren, al zijn zij dan door dwaalleringen van de ware weg afgeweken of door scheuring van haar liefde gescheiden; nee, Zijn rijk omvat ook allen die buiten het christelijk geloof leven, zodat in volle waarheid het mensdom in zijn geheel onder het gezag van Jezus Christus staat.”

    En dit geldt evengoed voor enkelingen, als voor de gemeenschap van het gezin en van de staat, want verbonden door een sociale band staan de mensen evenzeer onder Christus' gezag als afzonderlijk. Hij is de enige bron, waaruit zowel het algemene als het bijzondere welzijn voortkomt. „En bij niemand anders is er redding, en er is onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij zalig moeten worden.” (Hand. 4, 12) Hij is zowel voor de staat als voor individuen de gever van voorspoed en van echt geluk. „Want het geluk van de maatschappij ontspringt aan dezelfde bron als dat van het individu; een maatschappij is niets anders dan een eendrachtig strevende menigte van mensen.”

    PARAGRAAF 1 - Het gewicht van deze leer voor het behoud van de staat

    Willen dus de staatshoofden hun eigen gezag onaangetast handhaven en de welvaart van hun land bevorderen en vergroten, dan moeten zij niet weigeren zowel voor hun eigen persoon als in hun volk openlijk eerbiedige gehoorzaamheid te betonen aan Christus' gezag. Wij hebben al bij de aanvang van ons pausschap een klacht neergeschreven over de ernstige verzwakking van de achting voor het recht en van de eerbied voor het gezag; en die woorden hebben tegenwoordig niets van hun actualiteit en toepasselijkheid verloren:

    „Men had God en Jezus Christus uit wetgeving en staatsbestuur verbannen, en daardoor leidde men het gezag niet meer af van God maar van de mensen. Maar het gevolg dáárvan was.... de omverwerping van de grondslagen zelf van het gezag. Men had de principiële reden laten vallen, waarom de enen het recht hebben om te bevelen en de anderen de plicht om te gehoorzamen. Dit moest als onvermijdelijk gevolg hebben dat de hele maatschappij wankelde, die nu zonder enige hechte stut en zonder enige verdediging was.”

    PARAGRAAF 2 - Die erkenning zal zegeningen storten over de dragers van het gezag en over de onderdanen

    Als de mensen eindelijk in hun particulier en in hun openbaar leven de koninklijke macht van Christus zullen erkennen, dan kan het niet uitblijven, dat voor heel de maatschappij onnoemelijke zegeningen en voordelen daaruit voortvloeien, namelijk rechtmatige vrijheid, orde en tucht, rust, eendracht en vrede. Want terwijl de koninklijke waardigheid van onze goddelijke Heer aan het menselijk gezag van vorsten en bewindvoerders een zekere godsdienstige wijding geeft, veredelt zij van de andere kant ook de plichtsvervulling en gehoorzaamheid van de staatsburgers. Daarom gaf de apostel Paulus, terwijl hij aan de vrouwen beval om in hun man, en aan de slaven om in hun meesters Christus te eerbiedigen, hun toch de raad, om hen niet als mensen te gehoorzamen, maar enkel omdat zij Christus' plaats bekleedden; want aan mensen door Christus verlost paste het niet slaafs mensen te dienen: „Gij zijt voor een hoge prijs gekocht: weest toch geen slaven van mensen.” (1 Kor. 7, 23)

    PARAGRAAF 3 - Het bestuur zal rechtvaardig en mild zijn: er ontstaat vrede, orde en eendracht

    En als de vorsten en wettig gekozen overheden eenmaal de overtuiging hebben, dat zij niet zozeer krachtens eigen recht, als wel in opdracht en in plaats van de goddelijke Koning het bestuur voeren, dan zullen zij van hun gezag een heilig en verstandig gebruik maken. Zij zullen dan in de wetgeving en in de toepassing van de wetten rekening houden met het algemene welzijn en met de menselijke waardigheid van hun ondergeschikten. Vandaar zal ongetwijfeld de rust in de orde opbloeien en standhouden. Want al zal ook een burger in zijn vorst of in andere bestuurders van de staat zijns gelijken zien, of mensen die om enige reden onwaardig en berispelijk zijn, toch zal hij daarom hun macht nog niet afwijzen, daar hij in hun persoon het beeld en het gezag van de Godmens Christus zal uitgedrukt zien.

    En wat de weldaden van eendracht en vrede aangaat, is één ding volkomen duidelijk: hoe verder dit koninkrijk zich uitstrekt en hoe meer het de mensheid in haar volle omvang gaat omvatten, dan worden de mensen zich óók meer bewust van hun gemeenschapsverhouding onderling. En dit bewustzijn voorkomt niet alleen veel conflicten en maakt ze overbodig, maar vermindert en verzacht ook steeds hun scherpte.

    ARTIKEL 7 - Conclusie van het eerste deel : Troostvolle hoop en vooruitzichten

    Als Christus' rijk eens werkelijk allen zal omvatten, zoals het hen rechtens omvat, waarom zouden we dan nog wanhopen aan die vrede, die de Vredevorst op aarde is komen brengen? Hij, die „alles kwam verzoenen” en die „niet kwam om gediend te worden, maar om te dienen”, (Mt. 20, 28) en die, terwijl Hij de Heer van allen was, toch zichzelf tot een voorbeeld van nederigheid heeft gesteld en bovendien een heel voornaam gebod van nederigheid heeft gegeven, dat met het gebod van de liefde in zeer nauw verband staat, en die bovendien gezegd heeft: „Mijn juk is zoet en mijn last is licht"? (Mt. 11, 30) O wat zouden de mensen een geluk kunnen genieten, als alle mensen, individuen, gezinnen en staten zich door Christus lieten besturen!

    „Dan eindelijk zullen zoveel wonden kunnen genezen; dan zal het recht weer overal mogen hopen op de erkenning die het vroeger vond; dan zal de luister van de vrede hersteld worden, zal het zwaard vanzelf neerzinken en zullen de wapens aan de hand ontvallen, als allen Christus' oppermacht gewillig zullen aanvaarden en Hem gehoorzamen, en iedere tong zal belijden, dat Jezus Christus de Heer is tot glorie van God de Vader.”

    Traditionele akte van toewijding van het Menselijk Ras

    Allerzoetste Jezus, Verlosser van het menselijk ras, kijk neer op ons die zich nederig voor Uw altaar bevinden. We zijn de Uwe, en de Uwe willen we zijn; maar om meer verenigd te zijn met U, zie elk van ons zich vandaag vrijelijk toewijden aan Uw Allerheiligste Hart. Velen hebben U nooit gekend; velen hebben Uw geboden geminacht en hebben U verworpen. Heb medelijden met hen allen, Allerbarmhartigste Jezus en breng hen tot Uw Heilig Hart. Wees Koning, O Heer, niet enkel van de gelovigen die U nooit hebben verlaten, maar ook voor de verloren kinderen die U hebben in de steek gelaten; verleen dat ze vlug terugkeren naar hun Vaders huis en niet sterven van ellende en honger. Wees Koning van degenen die bedrogen zijn door valse meningen, of die door onenigheid worden weerhouden, en roep hen terug naar de haven van waarheid en eenheid van geloof, zodat er spoedig één kudde en éém Herder moge zijn. Wees Koning van al degenen die nog in duisternis dwalen van afgoderij of van de Islam, en weiger niet hen allen naar het licht te brengen en naar Gods koninkrijk. Richt Uw ogen van barmhartigheid naar de kinderen van dat ras, dat eens Uw uitverkoren volk was: ze hebben het Bloed van de Redder over zich geroepen; moge het nu neerkomen over hen, een vont van verlossing en leven. Verleen O, Heer, aan Uw Kerk de verzekering van vrijheid en immuniteit van kwaad; geef vrede en orde aan alle naties, en zorg dat over de aarde, van pool tot pool één roep weerklinkt: “Geprezen zijn het Goddelijk Hart dat onze redding bewerkte. Het Hart worde voor eeuwig verheerlijkt en aanbeden.” Amen.

    DEEL 2 : HET FEEST VAN CHRISTUS’ KONINGSCHAP

    ARTIKEL 1 – Algemene reden tot het instellen van feesten

    PARAGRAAF 1 - Leringen vinden beter ingang door een feestelijke viering dan door het schriftelijk voorhouden en uitleggen

    De kennis van de koninklijke waardigheid van onze Zaligmaker zal zoveel mogelijk verspreid moeten worden, en niets zal zozeer bijdragen dan het instellen van een eigen en bijzondere feestdag, van Christus Koning. Want om het volk van geloofswaarheden te doordringen en het daardoor tot de innerlijke levensvreugde op te wekken, heeft het jaarlijks vieren van de heilige mysteriën een grotere uitwerking dan ieder stuk uitgaande van het kerkelijk leergezag. Zulke lerende stukken bereiken slechts een minderheid van meer onderlegden, maar bovengenoemde plechtigheden ontroeren en beleren alle gelovigen; de eerste spreken slechts eenmaal, de andere spreken om zo te zeggen jaarlijks en aldoor; de eerste richten zich vooral tot het verstand, de andere maken een heilzame indruk op geest en gemoed, dus op de hele mens. Want omdat de mens uit ziel en lichaam bestaat, heeft hij er ongetwijfeld behoefte aan door uitwendige plechtigheden op feestdagen ontroerd en diep getroffen te worden. En dan zal, dank zij de schoonheid en de verscheidenheid van de heilige handelingen, de hemelse leer dieper in hem doordringen, en als ze hem in vlees en bloed is overgegaan, zal hij ze zich ten nutte maken tot zijn voortgang in het geestelijk leven.

    PARAGRAAF 2 - Er zijn in den loop van de tijden dikwijls feesten ingesteld tot onderrichting van brede lagen van het volk

    Het wordt overigens door schriftelijke oorkonden gestaafd, dat dergelijke plechtigheden in de loop van de eeuwen de een na de andere zijn ingevoerd op het tijdstip, waarop de behoefte of het welzijn van de christenen dit bleek te eisen.

    PARAGRAAF 3 - Bijv. feesten ter ere van de martelaren en belijders, en bijzonder die ter ere van Onze Lieve Vrouw

    En zo is al in de eerste eeuwen na de verlossing, toen de Christenen met grote bitterheid werden vervolgd, het gebruik ontstaan om de martelaren met een kerkelijke viering te gedenken, „opdat" - naar het getuigenis van St. Augustinus - "de plechtige verering van de martelaren een aanmoediging zou zijn tot het martelaarschap.”

    En de liturgische verering, die naderhand ook gebracht werd aan belijders, maagden en weduwen, heeft een buitengewoon gelukkige invloed gehad op een vurig streven naar deugd onder de christenen, dat ook in rustige tijden onmisbaar is.

    Maar bovenal het vieren van feesten ter ere van de allerheiligste Maagd heeft tot vrucht gehad, niet alleen dat het gelovige volk haar als Gods Moeder en als zijn krachtdadigste beschermster met meer godsvrucht vereert, maar ook dat het een vuriger liefde heeft opgevat voor haar als zijn Moeder, die de goddelijke Verlosser het heeft nagelaten.

    PARAGRAAF 4 - Heiligen- en Mariaverering heeft de Kerk tegen ketterijen beschermd

    Onder de weldaden, die aan de wettige openbare verering van de Moeder Gods en van de heiligen des hemels te danken zijn, behoort ook en heel bijzonder, dat de Kerk door alle eeuwen heen van de besmetting van ketterijen en dwalingen volkomen is vrij gebleven. En wij moeten Gods wijze Voorzienigheid bewonderen, die zelfs uit het kwaad nog het goede pleegt te trekken. En zo heeft Hij soms toegelaten, dat het geloof of de godsvrucht van de massa verslapte, of dat valse leringen de katholieke waarheid bedreigden; maar steeds was de einduitslag, dat zij als in een nieuwe luister straalde en dat het geloofsleven, eenmaal uit zijn loomheid ontwaakt, zijn vlucht nam tot grotere heiligheid.

    PARAGRAAF 5 - Sacramentsdag en de feestdag van het H. Hart

    Een dergelijke oorsprong hadden ook andere feesten, die in latere eeuwen in het kader van het kerkelijk jaar zijn opgenomen, en die eveneens zulke vruchten hebben afgeworpen. Zo bijvoorbeeld is, toen de eerbied en de godsvrucht voor het hoogwaardig Sacrament des Altaars verkoeld was, het feest van Sacramentsdag ingesteld, waarvan de viering beoogde, door de pracht en praal van processies en gezamenlijke bidstonden acht dagen achtereen, de mensen er weer toe te brengen Onze Heer openlijk te aanbidden. Zo ook is het feest van het Allerheiligste Hart van Jezus ingesteld, in een tijd, toen de harten, ontmoedigd en terneergeslagen door de stroefheid en sombere strengheid van de Jansenisten, geheel verkoeld waren en zich van de liefde Gods en de vertrouwvolle hoop op hun zaligheid lieten vervreemden.

    ARTIKEL 2 – Bijzondere redenen voor dit feest

    PARAGRAAF 1 - Een geneesmiddel tegen de ergste kwaal van onze tijd: het laïcisme, met zijn warnet van dwalingen; voornamelijk de ontkenning van de rechten van de Kerk

    Welnu, wanneer ook wij aan alle katholieken gaan voorschrijven om Christus als Koning te vereren, dan hebben wij daarbij ook de bedoeling te voorzien in de noden van onze tijd en een zeer voornaam geneesmiddel toe te passen tegen de plaag die de maatschappij teistert. Wij bedoelen met die plaag het zogenaamde laïcisme, met al zijn dwalingen en heel zijn verderfelijk streven. Zoals gij wel weet is deze gruwel niet op één dag tot volle uitwerking gekomen, maar lag hij reeds lang in het binnenste van de maatschappij te gisten. Want men was begonnen met de ontkenning van Christus' heerschappij over alle volkeren; daarop ontzegde men aan de Kerk het onmiddellijk van Christus' recht afgeleide recht om het mensdom te onderwijzen, om wetten uit te vaardigen, om aan de volkeren de leiding te geven, waardoor zij toch tot de eeuwige zaligheid moeten komen. Toen het zover was, durfde men de christelijke godsdienst met valse godsdiensten te vergelijken en allesbehalve eervol op één lijn te stellen. Verder wilde men de godsdienst aan de staatsmacht onderwerpen en ongeveer geheel afhankelijk maken van de willekeur van vorsten en overheden. Nog verder gingen sommigen die meenden, dat de geopenbaarde godsdienst plaats moest maken voor een soort natuurgodsdienst, een zeker natuurlijk religieus gevoel. Zelfs waren er staten die meenden het wel zonder God te kunnen stellen, en die heel hun religie lieten bestaan in verwaarlozing van God en godsdienst.

    PARAGRAAF 2 - Wrange vruchten van geloofsafval en laïcisme

    Wat wrange vruchten heeft deze afval van Christus bij enkelingen zowel als in de maatschappij sinds lange tijd overvloedig afgeworpen! Hebben wij die reeds in onze encycliek Ubi Arcano Dei Concilio betreurd, wij moeten heden andermaal daarover klagen. Daaraan is het te wijten, dat de kiemen van tweedracht overal zijn uitgestrooid, dat er zulk een afgunst is opgelaaid en zo hevige conflicten tussen de volkeren zijn uitgebroken, die nog steeds onoverkomelijke hinderpalen vormen voor vrede en verzoening. Verder, dat er een ongebreidelde begeerlijkheid heerst, niet zelden met het belang van de staat of de vaderlandsliefde als dekmantel en dat daaruit weer, behalve verdeeldheid onder de burgers, ook dat blinde en mateloze egoïsme voortkomt, dat geen oog heeft voor iets anders en geen andere maatstaf aanlegt dan eigen nut en voordeel. Ook is de afval van Christus schuld er aan, dat door het vergeten en verwaarlozen van de plicht de vrede in de huisgezinnen grondig is verstoord, dat de familiebanden en tradities verbroken zijn, en ten slotte dat heel het maatschappelijke leven ontwricht is en zich op weg naar de ondergang bevindt.

    PARAGRAAF 3 - Plicht van de katholieken om de wereld voor Christus te heroveren ondanks hun ongunstige positie

    Maar wij hebben goede hoop, dat de maatschappij in zijn tijd de weg tot onze allerbeminnelijkste Zaligmaker terug zal vinden. Wij steunen hierbij op de viering van Christus' koningschap, dat voortaan ieder jaar zal plaats hebben. Op de katholieken zou ongetwijfeld een plicht rusten om door krachtdadige ijver deze terugkeer voor te bereiden en te verhaasten.

    Maar het schijnt, dat heel velen onder hen in het maatschappelijk verkeer niet de rang bekleden en het gezag hebben, die voor hen, als fakkeldragers van de waarheid, onmisbaar zijn. Deze ongunstige positie is misschien te wijten aan -een zekere traagheid of vreesachtigheid van de weldenkenden, die het kwaad geen of te weinig energieke tegenstand bieden; iets waardoor de tegenstanders van de Kerk vanzelfsprekend in durf en vermetelheid zullen toenemen. Maar als de gelovigen eens algemeen gaan begrijpen, dat zij onder Christus' banieren een dappere en volhardende strijd hebben te voeren, dan zullen zij weldra, vol apostolische ijver, er voor werken om onwetende en van de echte aard vervreemde geesten weer met God, hun Heer, te verzoenen en hun best doen om Zijn rechten onverkort te handhaven.

    PARAGRAAF 4 - Wat in dit verband de jaarlijkse viering van Christus' koningschap beoogt

    De jaarlijkse viering van Christus' Koningschap zal overal ter wereld een machtig middel zijn om die openlijke afval, die het laïcisme tot grote schade van de maatschappij heeft veroorzaakt, aan de kaak te stellen en enigermate weer goed te maken. Wordt immers niet bij internationale bijeenkomsten en in de volksvertegenwoordiging de allerzoetste naam van onze Verlosser in een onwaardig stilzwijgen gesmoord? Welnu, des te luider moeten wij die verheven naam uitroepen en de rechten van Christus' koninklijke waardigheid en macht in des te wijdere kring bevestigen.

    ARTIKEL 3 – Voorgeschiedenis van dit feest

    PARAGRAAF 1 - De toewijding van de gezinnen en van het mensdom aan Jezus' heilig Hart; de eucharistische congressen

    Trouwens, wij zien sinds het einde van de vorige eeuw op een gelukkige wijze de weg gebaand tot het instellen van deze feestdag. Het is algemeen bekend, hoe deze vorm van verering op even degelijke als heldere wijze is verdedigd in zeer vele werken, overal in de wijde wereld in verschillende talen uitgegeven. Ook de invoering van de vrome praktijk in ontelbaar veel families, om zich met heel het gezin aan het allerheiligst Hart van Jezus toe te wijden, heeft Christus’ koninklijke macht en opperheerschappij veel erkenning bezorgd. En ze bleef niet tot huisgezinnen beperkt, maar ook staten en koninkrijken namen haar over; in de loop van het heilig jaar 1900 is heel de mensheid aan dat Goddelijk Hart toegewijd.

    Wij mogen ook aan de zeer druk bezochte eucharistische congressen niet stilzwijgend voorbijgaan. Ook zij hebben er buitengewoon veel toe bijgedragen om deze koningsmacht van Christus over de menselijke maatschappij plechtig te belijden. Hun taak is de gelovigen van een afzonderlijk diocees, of die van een geheel volk of land, of zelfs van de gehele wereld, uit te nodigen om Christus, hun Koning, verborgen onder de eucharistische gedaanten, te vereren en te aanbidden. Zij willen dan ook door het houden van toespraken en preken op vergaderingen en in kerken, door openbare uitstelling en aanbidding van het verheven Sacrament en door prachtige processies Christus als de door God gegeven Koning huldigen. Diezelfde Jezus, die een goddeloos geslacht, toen Hij in Zijn eigendom was gekomen, niet heeft willen erkennen, heeft het gelovige katholieke volk, als door een goddelijke ingeving, uit de stilte en verborgenheid van het gewijde kerkgebouw als een triomfator langs de straten van de steden willen geleiden, om Hem in al Zijn koninklijke rechten te herstellen.

    PARAGRAAF 2 - De geesten zijn er op voorbereid, de tijd er voor is aangebroken

    Het heilig Jaar biedt waarlijk een geschikte gelegenheid. Want nadat dit jubeljaar geest en hart van de gelovigen hemelwaarts gericht had tot de goederen die alle voorstelling te boven gaan, heeft God in Zijn grote goedertierenheid hen opnieuw met de gave van Zijn genade verrijkt, of hen bevestigd op de goede weg, onder hernieuwde aansporing om naar betere genadegaven te streven. Wij mogen Christus met een eigen en bijzonder feest vereren als koning van de hele mensheid. Want, zoals wij al gezegd hebben, is die goddelijke Koning, die inderdaad „wonderbaar is in Zijn heiligen” (Ps. 67) dit jaar „glorierijk verheerlijkt” (Ex. 15, 1), doordat aan een nieuwe schaar van Zijn strijders de eer van de heiligen werd toegekend. Ten slotte hebben wij dit jaar door het eeuwgetij van het concilie van Nicea te vieren herdacht, hoe de medezelfstandigheid van de mensgeworden Zoon van God met de Vader op die kerkvergadering is verdedigd en gehandhaafd; een waarheid, waarop de rijksmacht van diezelfde Christus over alle volkeren steunt als op haar onmiddellijke grondslag.

    ARTIKEL 4 - Plechtige afkondiging van het nieuwe feest

    Daarom stellen wij krachtens ons apostolisch gezag het feest in van onze Heer Jezus Christus Koning, jaarlijks overal ter wereld te vieren op de laatste zondag van oktober, die het feest van Allerheiligen onmiddellijk voorafgaat. Ook schrijven wij voor, dat op diezelfde dag jaarlijks de toewijding van de gehele mensheid aan het allerheiligst Hart van Jezus zal herhaald worden.

    Akte van Toewijding van de mensheid aan het Allerheiligste Hart van Jezus
    Allerliefste Jezus, Verlosser van het menselijk geslacht, wij zijn in alle nederigheid voor uw altaar neergeknield. Wij behoren U toe, en willen steeds met U verbonden zijn. Elk van ons wijdt zich nu vrijwillig toe aan uw allerheiligste Hart.
    Velen hebben U nooit gekend, velen hebben uw geboden geminacht, en U verworpen. Barmhartige Jezus, schenk aan ieder van hen uw barmhartigheid, en trek hen allen tot uw Heilig Hart. Wees de Koning, o Heer, niet enkel van de gelovigen die zich nooit van U verwijderden, maar ook van de verloren zonen die U hebben verlaten. Maak, dat deze spoedig tot het vaderlijk huis terugkeren, zodat zij niet zouden vergaan van honger en ellende.
    Wees de Koning van hen, die door dwaalleer bedrogen of door scheuring van U zijn gescheiden; roep hen terug tot de haven van waarheid en tot de eenheid van geloof, zodat er spoedig maar één kudde en één herder zouden zijn.
    Wees de Koning van al degenen, die nog in de duisternis van het heidendom of van de Islam verdwalen, weiger niet hen daaraan te ontrukken en hen naar het licht en het rijk van God te voeren.
    Zie met barmhartigheid neer op de kinderen van het volk, dat zolang uw uitverkoren volk was. Moge het Bloed, dat zij vroeger over zich hebben afgeroepen, nu als een bad van verlossing en van leven zijn, en over hen neerkomen.
    Geef, o Heer, aan uw Kerk een zorgeloze vrijheid; geef aan alle volkeren de vrede door de handhaving van de orde; en zorg dat van het ene einde der aarde tot het andere deze ene kreet zou weerklinken: Lof aan het Goddelijk Hart, dat ons de zaligheid heeft gegeven. Aan het Hart zij eer en roem tot in eeuwigheid. Amen.

    Voor dit jaar evenwel verlangen wij, dat die toewijding op de 31e van deze maand zal plaats vinden, en op die dag zullen wij zelf met pontificale plechtigheid het heilig Offer opdragen en diezelfde toewijding in onze tegenwoordigheid laten doen. Het komt ons voor, dat wij het heilig Jaar niet beter en passender kunnen besluiten, en dat wij aan Christus „de onsterfelijke Koning der eeuwen” geen schitterender blijk van onze dankbaarheid kunnen geven voor al de weldaden in deze tijd van zegen aan ons zelf, aan de Kerk, kortom aan alle katholieken bewezen; wij zullen daarbij dan ook de dankbaarheid van de gehele katholieke wereld vertolken.

    ARTIKEL 5 - Weerlegging van bezwaren die tegen een afzonderlijk feest van Christus Koning kunnen worden ingebracht

    Ook behoeven wij u niet lang en breed uiteen te zetten, waarom wij een afzonderlijk feest van Christus Koning te vieren hebben voorgeschreven, naast andere feesten, waarin een zekere aanduiding en herdenking van die waardigheid zou liggen opgesloten. Wij kunnen volstaan met er op te wijzen, dat, hoewel bij alle feesten van Onze Heer het zg. materiële object hetzelfde is, toch het formele object volstrekt onderscheiden is van de macht en de titel van ‘koning’. En wij hebben dit feest op zondag gezet hierom, opdat niet alleen de clerus door het heilig Misoffer en het psalmgebed aan de goddelijke Koning zijn hulde zal betuigen, maar ook het volk, vrij van zijn dagelijkse bezigheden en in de geest van heilige blijdschap, een schitterend getuigenis van zijn gehoorzaamheid en verknochtheid aan Christus zal afleggen. Maar voor deze viering leek ons veel meer dan andere zondagen geschikt: de laatste zondag van oktober, wanneer de kringloop van het kerkelijk jaar weldra gaat gesloten worden. Want de herdenking van de geheimen van Christus' leven, die in de loop van het voorafgaand jaar heeft plaats gehad, vindt zo door het plechtig feest van Christus Koning haar afsluiting en bekroning. Ook wordt dan, alvorens wij de glorie van alle heiligen vieren, de roem en heerlijkheid verkondigd van Hem die in al Zijn heiligen en uitverkorenen triomfeert.

    Het zal derhalve uw taak zijn, en tot uw opdracht horen, om te zorgen dat aan die jaarlijkse viering voorafgaand op vastgestelde dagen voor de gelovigen van iedere parochie preken over dit onderwerp worden gehouden. Zij moeten daarin zorgvuldig worden onderricht over de natuur, de betekenis en het gewicht van het feestgeheim, en worden opgewekt om ook hun leven zo in te richten, als het past aan getrouwe en toegewijde onderdanen van hun goddelijke Koning.

    DEEL 3 : BESLUIT

    ARTIKEL 1 – Verwachtingen die de paus van de viering koestert

    PARAGRAAF 1 - Voor de Kerk en de geestelijke orden

    Intussen willen wij u op het einde van dit rondschrijven in het kort de voordelen uiteenzetten, welke wij van de openbare eredienst aan Christus als koning verwachten en verhopen, zo voor het welzijn van de Kerk en de burgerlijke maatschappij, als voor het heil van de gelovigen ieder afzonderlijk. Ongetwijfeld zullen door deze eerbewijzen aan het koningschap des Heren vanzelf diverse waarheden in herinnering gebracht worden; vooreerst deze: daar de Kerk door Christus is ingericht als een volkomen maatschappij, kan zij beslist krachtens oorspronkelijk en onvervreemdbaar recht aanspraak maken op onbeperkte vrijheid van en onaantastbaarheid door de burgerlijke macht. En daar de taak om te leren, te besturen en allen die tot Christus' rijk behoren tot de eeuwige zaligheid te brengen, haar van Godswege is opgedragen, moet zij in het uitoefenen daarvan onafhankelijk zijn van vreemde willekeur.

    En zelfs moet de staat bovendien een soortgelijke vrijheid verlenen aan orden en genootschappen voor kloosterlingen van beiderlei geslacht, die voor de herders van de Kerk een krachtige hulp zijn en buitengewoon verdienstelijk werken voor de uitbreiding en bevestiging van het rijk Gods. Want zij bestrijden de drievoudige begeerte van de wereld door hun gebondenheid aan de heilige geloften en hebben de verplichting tot een volmaakter leven op zich genomen; door een en ander doen zij die heiligheid, welke de goddelijke Stichter tot onderscheidend kenmerk van Zijn Kerk heeft gemaakt, in onafgebroken en dagelijks toenemende luister voor aller ogen uitstralen en schitteren.

    PARAGRAAF 2 - Voor de staatslieden en het gelovige volk

    Ook zal de jaarlijks herhaalde viering van dit feest op zichzelf reeds de staten er aan herinneren, dat de overheden en regeringen evenzeer als de particulieren gehouden en verplicht zijn om Christus in het openbaar te erkennen en Hem te gehoorzamen. En het zal hen doen denken aan dat laatste oordeel, waarin Christus niet alleen zijn uitbanning uit het openbare leven, maar ook die verachtelijke miskenning en veronachtzaming als een groot onrecht zeer streng zal wreken. Het is immers een eis van Zijn koninklijke waardigheid, dat het gehele openbare leven naar de geboden Gods en de christelijke beginselen worden geregeld, zowel in de wetgeving en in de rechtspraak, als ook in de opvoeding van de jeugd tot een gezonde leer en reine zeden.

    Bovendien zullen de gelovigen uit de verklaring van deze gewichtige waarheden zeer veel kracht en moed kunnen putten om hun innerlijk leven naar de zuiver christelijke levensbeginselen te vormen. Want als aan Christus onze Heer alle macht is gegeven in de hemel en op de aarde, en als alle mensen, door Zijn allerkostbaarste Bloed verlost, hierom op een nieuwe titel aan Zijn macht zijn onderworpen; als kortom Zijn heerschappij geheel de menselijke natuur omvat, dan spreekt het vanzelf, dat geen enkel onzer vermogens van onderwerping aan die macht is vrijgesteld.

    ARTIKEL 2 - Gevolgtrekking en vermaning

    En daarom moet Hij heersen in 's mensen verstand, dat in volmaakte onderwerping vast en onwankelbaar behoort in te stemmen met de geopenbaarde waarheden en met de leer van Christus. Hij moet heersen in 's mensen wil, en deze behoort aan Gods wetten en geboden te gehoorzamen; Hij moet heersen in 's mensen hart, en dit behoort God boven alles te beminnen en Hem alleen aan te hangen, met achterstelling van zijn natuurlijke verlangens. Ja, Hij moet heersen in ons lichaam en zijn ledematen, die als werktuigen, of liever om met de H. Paulus te spreken, als „wapenen van gerechtigheid voor God” (Rom. 6, 13) de innerlijke heiliging van de ziel dienstbaar moeten zijn. Als men dit alles aan de gelovigen voorhoudt, opdat zij het grondig overwegen, dan zal het hun de weg tot grote volmaaktheid veel vergemakkelijken.

    ARTIKEL 3 - Slotwens van de paus

    O, mogen velen buiten de Kerk, tot hun heil naar het zoete juk van Christus verlangen en het ook aannemen; en mogen wij allen, die door de barmhartige wil van God reeds Zijn huisgenoten zijn, dat zoete juk niet bedrukt, maar graag met liefde en op heilige wijze dragen. En als wij ons leven naar de wetten van Gods koninkrijk inrichten, dan zullen wij een overvloed van goede vruchten oogsten; wij zullen dan, door Christus als goede en trouwe dienaren erkend, in Zijn hemels koninkrijk de eeuwige zaligheid en glorie bij Hem deelachtig worden. Moge deze vrome heilwens voor u, bij het naderen van het heilig Kerstfeest, een bewijs zijn van onze vaderlijke liefde voor u; en ontvangt als onderpand van de goddelijke weldaden de apostolische zegen, die wij aan u, en aan uw clerus en uw volk met grote liefde verlenen.

    Gegeven te Rome, bij Sint Pieter, 11 december 1925.

    PAUS PIUS XI

    07-11-2017 om 21:33 geschreven door claudia  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jezus, de Koning van Alle Naties : deel 2

    JEZUS, DE KONING VAN ALLE NATIES : deel 2

    Maar Jezus deed een profetie aan Zuster Maria van Christus Koning. Hij zei: “Ik zal een tijd van beproeving toelaten, en voor mijn werk moet Ik begraven worden in het graf zoals toen, maar Ik zal terugkomen, want deze plaats behoort aan Mij tot het einde van de wereld. Wanneer de vrede is hersteld op de wereld zal de Basiliek herop gebouwd worden en zullen alle naties van de aarde komen en zich neergooien en overvloedig gaven ontvangen.” Deze basiliek zal herop gebouwd worden door de toekomstige koning van Frankrijk, Henri V van het Kruis.

    Deze profetie werd ook bevestigd in een eerdere profetie door Marie Julie Jahenny in 1880. Ze zei dat het heiligdom zou herop gebouwd worden een een centrum zal zijn van genaden, gebeden en zegeningen in Parijs, dat zal vernieuwd worden en herop gebouwd.”

    Overzicht voor de Jezus Koning van Alle Naties Devotie. De devotie bestaat uit de volgende elementen: 

    * De afbeelding stelt de barmhartige Jezus voor in Zijn titel van "Jezus Koning van Alle Naties". 

    * De medaille stelt "Jezus Koning van Alle Naties" voor en de “Heilige Aartsengel Michael, Beschermer van het Koninkrijk van Christus op Aarde”, op de keerzijde van de medaille. 

    * De gebeden bestaan uit: 
    1 De afbeeldingen en medaille (zie deel 1)
    2 Het Kroontje van eenheid 
    3 De Noveen van kroontjes (9 keer het Kroontje van eenheid bidden)
    4 De Noveen ter ere van Jezus als Ware Koning 
    5 De Noveen van Heilige Communies 
    6 De Toewijding aan Maria, Middelares van Alle Genade 
    7 De Speciale Zegen 
    8 De Litanie ter ere van Jezus Koning van Alle Naties

    2 Kroontje van Eenheid

    Het Kroontje wordt gebeden op een gewone rozenkrans. Gebedsgroepen mogen het gebed opsplitsen tussen Voorspreker (V) en Groep (G). Bid op de grote kraal voor ieder van de vijf tientjes :

    V:  God onze Hemelse Vader, door Uw Zoon Jezus, onze Geslachtofferde Hogepriester, Ware Profeet, en Soevereine Koning,

    G:  Stort de kracht van Uw Heilige Geest over ons uit en open onze harten. In Uw Grote Barmhartigheid, door de Moederlijke Voorspraak van de Heilige Maagd Maria, onze Koningin, vergeef onze zondigheid, heel onze gebrokenheid, en vernieuw onze harten in geloof, vrede, liefde en vreugde van Uw Koninkrijk, dat we één mogen zijn in U.

    Bid op de 10 kleine kralen van elk van de vijf tientjes:

    V:  In Uw Grote Barmhartigheid,

    G:  Vergeef onze zondigheid, heel onze gebrokenheid, en vernieuw onze harten, dat we één mogen zijn in U.

    Tenslotte in koor:

    Hoor, O Israel! De Heer Onze God is Eén God!

    Oh Jezus, Koning van Alle Naties, moge Uw heerschappij op Aarde erkend worden!

    Maria, Onze Moeder en Middelares van Alle Genade, bid voor ons en wil voor ons, uw kinderen, ten beste spreken!

    Heilige Michael, Grote Prins en Beschermer van Uw Volk, kom met de Heilige Engelen en Heiligen, en bescherm ons!

    "Bid Mijn Kroontje van eenheid voor de lijdende zielen in het Vagevuur. Deze zielen in het bijzonder hebben de heling van mijn barmhartige genaden nodig omdat zij niet voor zichzelf kunnen bidden. Velen zullen geleidelijk geheeld worden en Ik zeg je, menigten zullen bevrijd worden!"

    "Ik beloof dat dit Kroontje van Eenheid grote macht over Mijn Gewonde Heilig Hart heeft wanneer het gebeden wordt in Geloof en Vertrouwen om de gebrokenheid te genezen van de levens van Mijn volk veroorzaakt door zoveel zonde, egoïsme, verdeeldheid en onenigheid. Bid dit Kroontje voor bekering en vergeving, om jullie harten te openen en jullie harten met het Mijne te verzoenen, dat je Mijn Woord moge ontvangen, en handelen volgens Mijn Wil voor jou. Bekering, bekering, bekering, Mijn kinderen! Belijd je zonden aan Mij door Mijn priesters zodat Ik je moge bedekken met Mijn Barmhartigheid. Bid dit Kroontje zodat een vernieuwing van je hart en geest door de Heilige Geest zal leiden tot een dagelijkse bekering in Geloof, Vrede, Liefde en Vreugde in jullie zielen. Ik beloof je 'Mijn Vrede, Mijn Goddelijke Aanwezigheid in jullie ziel,' die de werelds denkenden niet kunnen of willen verstaan! Mijn Vrede kent geen grenzen of beperkingen! Door op deze manier tot Mij te bidden, zullen jullie je van zonde afkeren en van de vernietigende gevolgen ervan, en tot een steeds groter wordende overvloed van genaden van Mij in Mijn Barmhartigheid."

    4 Het noveengebed ter ere van Jezus als Ware Koning

    Dit eenvoudig noveengebed is een gul geschenk van Onze Heer. Jezus gaf deze buitengewone beloften samen met het noveen: 

    "Ik beloof dat iedere keer dat je dit noveengebed bidt, Ik 10 zondaars zal bekeren, 10 zielen tot het Ene Ware Geloof zal brengen, 10 zielen zal bevrijden uit het Vagevuur –waarvan velen priesterzielen zijn-, en minder streng zal zijn in Mijn oordeel over jullie natie."

    De noveen bestaat uit een dagelijks gebed over een periode van 9 dagen te bidden. Het dagelijks gebed bestaat uit 1 Onze Vader, 1 Wees Gegroet en 1 Eer van de Vader, gebeden samen met het volgende noveengebed :

    O Heer onze God, U alleen bent de Heilige Koning en Bestuurder van alle naties. We bidden tot U, Heer, en blijven in grote verwachting om van U, O Goddelijke Koning, barmhartigheid, vrede, rechtvaardigheid en alle goede dingen te ontvangen.

    O Heer onze Koning, bescherm onze gezinnen en ons geboorteland. We bidden tot U, onze Meest Getrouwe, ons te beschermen!  Bescherm ons voor onze vijanden en voor Uw Rechtvaardig Gericht.

    O Soevereine Koning, vergeef ons onze zonden. Jezus, U bent de Koning van Barmhartigheid. We hebben Uw Rechtvaardig Gericht verdient. Heb medelijden met ons, Heer, en vergeef ons. We vertrouwen op Uw Grote Barmhartigheid.

    O ontzagwekkende Koning, we buigen ons voor U en bidden; dat Uw Heerschappij, Uw Koninkrijk, op aarde mag erkend worden! 
    Amen.

    Jezus zei : "Ik wens dat dit noveengebed gebeden wordt 9 dagen voor Mijn Feest van Christus Koning, maar Ik moedig zielen aan dit noveengebed op ieder tijdstip gedurende het jaar te bidden. Mijn beloften zullen verleend worden elke keer dat het gebeden wordt."

    5 Noveen van Heilige Communies

    Dit noveengebed bestaat uit 9 opeenvolgende Heilige Communies ter ere van Jezus Koning van Alle Naties. Jezus zei "Ik wens dat de gelovige zielen die deze Devotie tot Mij doen een noveen van Heilige Communies bidden.  Zij zullen mij daardoor 9 opeenvolgende Heilige Communies offeren, en gedurende deze noveen naar de Biecht gaan, als het mogelijk is, ter ere van Mij als 'Jezus Koning van Alle Naties'."

    Jezus wees erop dat met "opeenvolgend", Hij 9 communies bedoelde die de zielen ononderbroken zouden ontvangen, de een na de ander zouden gebeurden. Ze moeten niet op 9 opeenvolgende kalenderdagen gebeuren. Ze mogen ook op 9 opeenvolgende zaterdagen of 9 opeenvolgende zondagen gebeuren.

    De krachtige en weergaloze gevolgen van deze Noveen werden aan Jezus' boodschapper in een visioen getoond.  Ze zag Jezus opkijken naar de Hemel.  Negen keer gaf Hij een opdracht en kwam er een engel naar de aarde. Jezus zei: "Mijn dochter, voor die zielen die deze devotie tot Mij richten zal Ik een engel van elk van de Negen Engelenkoren aanbieden, één met iedere Heilige Communie, om deze ziel te beschermen voor de rest van zijn leven op deze aarde."

    Jezus wil dat we de Noveen voor anderen bidden, en Hij legt de noodzaak ervan in deze tijd uit :  "Deze Noveen kan gebeden worden met zijn beloften voor een andere ziel, en deze ziel zal ook bijkomende engelenbescherming ontvangen. Ik dring er bij Mijn getrouwen op aan om Mij deze Noveen telkens opnieuw aan te bieden zodat Ik kan blijven Mijn heilige engelen naar beneden zenden voor de bescherming en hulp van andere zielen die dit niet voor zichzelf kunnen doen. In deze eindtijd is de macht van de vijand fel vermeerderd. Ik zie hoezeer Mijn kinderen Mijn bescherming nodig hebben."

    In Zijn grote vrijgevigheid verleende Jezus, bovenop zijn engelenbescherming, dat iemand een aparte, losstaande intentie voor deze Noveen mocht hebben. Hij beloofde : "Wat ze vragen in deze Noveen, zal Ik zeker verlenen, als het in overeenstemming is met Mijn Heilige Wil. Laat deze zielen hun intentie aan Mij vragen zonder voorbehoud."

    6 Toewijding aan Maria, Middelares van Alle Genade

    Jezus vraagt aan diegene die deze Devotie bidden zich toe te wijden aan Zijn Moeder onder de titel “Maria, Middelares van Alle Genade.” Zijn boodschapper noteerde Jezus’ woorden.

    "Mijn dierbare kleine dochter, jouw Heer en God komt naar jou om je een belangrijke boodschap te geven. Ik wens dat de zielen die Mijn devotie tot 'Jezus Koning van Alle Naties’ bidden, zich special toewijden aan Mijn Heilige Moeder onder haar titel van  'Maria, Middelares van Alle Genaden,' dat Mij verheugd heeft in Mijn grote Liefde voor haar en dit aan haar te geven. Mensen MOETEN haar onmisbare rol als Middelares erkennen. Zij is het Kanaal van al Mijn Genaden aan de mensheid. Enkel wanneer dit dogma officieel uitgeroepen zal worden door Mijn Kerk zal Ik waarlijk Mijn Heerschappij op aarde vestigen."

    OLVrouw verscheen daarna naast de Heer en zei:  "Dochter, weet dat Ik dit gebed heb verkregen voor mijn kinderen van het Hart van mijn Goddelijke Zoon."

    Jezus openbaarde dan het Gebed van Toewijding aan Maria, Middelares van Alle Genade :

    O Maria, Heilige en Onbevlekte Moeder van God, van Jezus, onze Geslachtofferde Hogepriester, Ware Profeet en Soevereine Koning. Ik kom tot U, Middelares van Alle Genade, want dat is waarlijk wat U bent. O Fontein van alle Genade! O Mooiste van alle Rozen! Zuivere Lente! Onbezoedeld Kanaal van al Gods Genade! Ontvang mij, Heilige Moeder! Bied mij en al mijn noden aan de Heilige Drieёenheid aan! Dat mijn noden die door U zuiver en heilig werden gemaakt in Zijn ogen door Uw handen, naar mij mogen terugkeren door U, als genaden en zegen. Ik geef mijzelf aan U en wijd me toe aan U, Maria, Middelares van Alle Genade, dat Jezus, Onze Unieke Ware Middelaar, die de Koning van Alle Naties is, moge regeren in ieder hart. Amen.

    Jezus gaf ook deze mooie boodschap:

    "Mijn kinderen, Ik wens enkel vrede en geluk voor jullie! Mijn Heilige Moeder heeft telkens opnieuw smeekbeden tot jullie gericht! Ze smeekt nog steeds voor jullie… Kinderen, luister naar jullie Hemelse Moeder. Is er een meer tedere en liefdevolle ambassadrice dan Mijn eigen Moeder? Zie je, Mijn kinderen, als Ik tot jullie was gekomen in Mijn Macht en Majesteit vooraleer Mijn Heilige Moeder tot jullie was gekomen in grote tederheid en nederigheid, zouden jullie dit niet aangekund hebben uit schrik. De tijd is aangebroken, Mijn kinderen. Jullie Heer komt tot jullie met grote Macht en Majesteit."

    "Mijn Heilige Moeder heeft Mijn Weg voorbereid, met de grootst mogelijke zorg. Mijn kinderen, jullie hebben heel veel te danken aan jullie Hemelse Moeder.." Op 12 december 1993, feest van OLVrouw van Guadelupe, zei Jezus het volgende over Zijn Moeder:

    "Maria regeert niet meer als een Koningin, dan wanneer Ze liefheeft als een Moeder." Hij zei, "Maak dit bekend."  

    7 De Speciale Zegen

    De Speciale Zegen van Jezus Koning van Alle Naties was geopenbaard door Onze Lieve Vrouw wanneer ze verscheen met het Kind Jezus in haar armen. Het Kind was rozen aan het plukken, één voor één van Zijn Heilig Hart. Hij kuste de rozen en hield ze aan de lippen van Zijn Moeder. Onze Lieve Vrouw kuste iedere roos, nam ze uit Jezus’ handen, raakte met de rozen Haar Hart aan en gaf ze daarna aan de "geestelijke moeder" die iedere roos in het Onbevlekt Hart van Maria plaatste. De rozen werden vandaar verdeeld aan de volkeren van alle naties voor eeuwig – miljarden en miljarden rozen. De rozen zijn genaden van de Speciale Zegen, en het doorgeven van de genaden van Jezus naar Maria en dan naar haar kinderen illustreert de rol van Maria als Middelares van Alle Genade.

    Om de Speciale Zegen te geven:

    De Speciale Zegen kan door elkeen doorgegeven worden aan anderen, in persoon of op afstand in gebed. Als je het persoonlijk door wilt geven, plaats dan je handen op het hoofd van de persoon met jouw rechterduim op zijn/haar voorhoofd. Als je deze zegen wilt doorgeven op afstand, houd dan je handen over, of in de richting van, de persoon of groep en bid :  

    Moge de Heerschappij van Jezus Koning van Alle Naties erkend worden in je hart; 
    Moge de Heerschappij van Jezus Koning van Alle Naties beleefd worden in je hart; 
    Moge de Heerschappij van Jezus Koning van Alle Naties gegeven worden door jouw hart aan andere harten; zodat de Heerschappij van Jezus Koning van Alle Naties beleefd kan worden in ieder hart over de hele wereld. Ik vraag deze Speciale Zegen door Onze Lieve Vrouw, Middelares van Alle Genade. Zij heeft, als Koningin en Moeder van Alle Naties, deze enorme genade voor jou verkregen van het Heilig Hart van haar Goddelijke Zoon, in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest. Amen.  

    Maak het kruisteken op het voorhoofd van de persoon met je duim, of maak het kruisteken met je handen in zijn/haar richting.

    De gaven van de Speciale Zegen zijn de gave van ontvangen, begrijpen, en beleven van Jezus’ Woord in de Schrift; de gave van intimiteit met Jezus, Maria, en zielen als partners in het Lichaam van Christus; en de gave om de geheimen van God’s liefde te kennen. De zegen schenkt ook genezing en brengt eenheid in het Lichaam van Christus.

    Jezus wil dat iedereen de genaden van deze koninklijke Speciale Zegen ontvangt. Bid ervoor zodat jouw gezin, jouw vrienden, je priesters, de zieken, de stervenden en ieder die Gods barmhartigheid nodig heeft deze ontvangt.

    8 Litanie ter ere van Jezus Koning van alle Naties

    Jezus zei tot Zijn boodschapper :  "Ik beloof…dat éénieder die Mijn Litanie bidt, in Mijn armen zal sterven met Mijn glimlach op hen gericht. Ik zal Zelf verschijnen aan deze zielen als ‘Koning van Alle Naties’ vóór hun dood."

    De litanie antwoorden zijn aangeduid met de letter "A" en moeten na iedere aanroeping gebeden worden.

    Heer, heb medelijden met ons. 
    Christus, heb medelijden met ons. 
    Heer, heb medelijden met ons.

    A – Heb medelijden met Ons.

    God, onze Hemelse Vader, Die de Troon van Uw Zoon voor eeuwig in stand houdt.

    God de Zoon, Jezus, onze Geslachtofferde Hogepriester, Ware Profeet, en Soevereine Koning,

    God de Heilige Geest, stort over ons met overvloedige nieuwheid uit,

    Heilige Drieëenheid, Drie Personen-Eén God in de Schoonheid van Uw Eeuwige Eenheid,

    A - Regeer in Onze Harten.

    O Jezus, onze Eeuwige Koning, 
    O Jezus, Barmhartige Koning, 
    O Jezus, Die de Gouden Scepter van Uw Barmhartigheid tot ons richt, 
    O Jezus, door Wiens Grote Barmhartigheid we het Sacrament van de Biecht hebben gekregen, 
    O Jezus, Liefhebbende Koning die ons Uw helende Genade aanbiedt, 
    O Jezus, onze Eucharistische Koning, 
    O Jezus, de Koning die door de profeten werd voorspeld, 
    O Jezus, Koning van Hemel en Aarde, 
    O Jezus, Koning en Bestuurder van Alle Naties, 
    O Jezus, Grote vreugde van het Hemels Hof, 
    O Jezus, Koning die Medelijden toont voor Uw onderdanen, 
    O Jezus, Koning van waar alle autoriteit komt, 
    O Jezus, in wie, we met de Vader en de Heilige Geest, één zijn, 
    O Jezus, Koning Wiens Koninkrijk niet van deze wereld is, 
    O Jezus, Koning Wiens Heilig Hart brandt van Liefde voor de hele mensheid, 
    O Jezus, Koning Die het Begin en het Einde is, het Alfa en Omega, 
    O Jezus, Koning Die ons Maria, de Koningin gegeven heeft om onze Moeder te zijn, 
    O Jezus, Koning Die op de wolken van de Hemel zal komen met Macht en in Glorie, 
    O Jezus, Koning Wiens Troon we mogen naderen met vertrouwen, 
    O Jezus, Koning Die werkelijk aanwezig is in het Heilig Sacrament, 
    O Jezus, Koning Die Maria tot Middelares van Alle Genaden gemaakt heeft, 
    O Jezus, Koning Die Maria tot Medeverlosseres gemaakt heeft, Uw partner in het Plan van Verlossing, 
    O Jezus, Koning Die ons wil genezen van alle verdeeldheid en onenigheid, 
    O Jezus, Koning die gekwetst is door de onverschilligheid van de mensheid, 
    O Jezus, Koning Die de balsem van Uw Liefde geeft om ons gewond hart te troosten, 
    O Jezus, Koning Die de Grote IK BEN in ons is, onze Bron van Pure Verrukking.

    A – Dat we U mogen dienen.

    Jezus, Koning van Alle Naties, Ware Heerser van alle aardse machten, 
    Jezus, Koning van Alle Naties, die onder Uw voeten de machten der Hel voor eeuwig bindt, 
    Jezus, Koning van Alle Naties, het Licht dat boven alle licht is verheven en die ons verlicht in de duisternis dat rond ons hangt, 
    Jezus, Koning van Alle Naties, Wiens Barmhartigheid zo Groot is dat ze de straffen milder maakt, die onze zonden eigenlijk verdienen, 
    Jezus, Koning van Alle Naties, door de Drie Koningen als de Ware Koning werd erkend, 
    Jezus, Koning van Alle Naties, Enige Remedie voor een wereld die zo ziek is, 
    Jezus, Koning van Alle Naties, Die de zielen en naties die U als Ware Koning erkennen, zegent met Vrede, 
    Jezus, Koning van Alle Naties, Die in Zijn Barmhartigheid ons Uw Heilige Engelen zendt om ons te beschermen, 
    Jezus, Koning van Alle Naties, Wiens Grootste Prins de Heilige Aartsengel Michael is, 
    Jezus, Koning van Alle Naties, Die ons leert dat regeren dienen is, 
    Jezus, Koning van Alle Naties, Rechtvaardige Rechter Die de goddelozen van de goeden zal scheiden, 
    Jezus, Koning van Alle Naties, voor Wie iedere knie zal buigen, 
    Jezus, Koning van Alle Naties, Wiens Rijk een eeuwig Rijk is, 
    Jezus, Koning van Alle Naties, het Lam die onze Herder is, 
    Jezus, Koning van Alle Naties, Die na het vernietigen van iedere soevereiniteit, autoriteit en macht, het Koninkrijk aan Uw God en Vader zal geven, 
    Jezus, Koning van Alle Naties, Wiens Heerschappij geen einde kent, 
    Jezus, Koning van Alle Naties, Wiens goedheid aan ons blijvend is en wiens trouw voor eeuwig is,

    A – We prijzen en danken U.

    Eeuwige Vader, Die ons Uw Eniggeboren Zoon hebt geschonken om onze Verlosser te zijn, Onze Ware Middelaar, en Soevereine Koning, Liefhebbende Jezus. De Soevereine Koning, die Zich vernederd heeft uit Liefde voor ons en die dienaar werd. De Heilige Geest, Derde Persoon van de Drieëenheid, Liefde van de Vader en de Zoon, Die ons heiligt en ons leven geeft.

    Maria, onze Koningin en Moeder, die tot Jezus voor ons bemiddelt,  A – Bid voor ons.

    Maria, onze Koningin en Moeder, door wie alle Genade tot ons komt,  A – Bid voor ons.

    Maria, onze Koningin en Moeder, Uniek Juweel van de Heilige Drieëenheid,  A – Bid voor ons.

    Heilige Engelen en Heiligen van onze Goddelijke Koning, A – Bid voor ons en Bescherm ons.

    Amen.

    QUAS PRIMAS – Paus Pius XI – 11 december 1925
    Over het feest van Christus Koning

    INLEIDING

    ARTIKEL 1 - Een terugblik op de paus zijn eerste encycliek: de vrede van Christus in het rijk van Christus; betere vooruitzichten

    In het eerste rondschrijven, dat wij na het aanvaarden van het pausschap tot alle bisschoppen hebben gericht, gingen wij de diepere oorzaken na van de zware rampspoed, die de mensheid tegenwoordig teistert. Wij hebben het toen, ondubbelzinnig uitgesproken, dat de bron van die stortvloed van ellende, waarmee de wereld wordt overstelpt, deze is: dat de meeste mensen uit hun persoonlijk gedrag en hun familieleven, evenals uit de maatschappij Jezus Christus en Zijn heilige wet hebben verbannen. Bovendien hebben wij erop gewezen, dat de hoop op een duurzame vrede onder de volkeren nooit zal komen, zolang de mensen individueel en in staatsverband de heerschappij van onze Verlosser blijven miskennen en verwerpen. Daarom hebben wij er toe aangespoord de vrede van Christus in het rijk van Christus te zoeken, en ook beloofd van onze kant al het mogelijke te doen.

    Want wij achten geen middel doeltreffender om het herstel en de bevestiging van de vrede te bereiken, dan de heerschappij van onze Heer Jezus Christus weer in ere te herstellen.

    Toch is er een verschijnsel dat ons op betere tijden doet hopen. Er is opvallende belangstelling onder de volkeren voor Christus en Zijn Kerk, de enige die redding brengt. Het is een belangstelling van jonge datum, die nu veel krachtiger opleeft. Hieruit blijkt dat velen, die eenmaal door verwerping van het gezag van onze Heiland als van Zijn rijk uitgesloten waren, nu terugkeren naar de gehoorzaamheid aan Christus.

    ARTIKEL 2 - Het heilig jaar en Christus' koninkrijk: de Vaticaanse missietentoonstelling, talrijke bedevaarten naar Rome, de heiligverklaringen, het eeuwfeest van de kerkvergadering van Nicea

    Is er in de loop van het heilig jaar veel tot stand gebracht en gebeurd, wat ongetwijfeld in gedurig aandenken verdient te blijven: welk een grote eer en glorie is daardoor niet gebracht aan de Stichter van de Kerk, onze opperste Heer en Koning!

    Bij de Vaticaanse missietentoonstelling hebben verscheiden punten sterk de aandacht getrokken en diepe indruk gemaakt. Vooreerst de moeite die de Kerk zich voortdurend getroost om het rijk van haar Bruidegom steeds verder uit te breiden naar alle landen, ja, tot op de meest afgelegen eilanden in de oceaan toe. Verder het grote aantal landstreken die door missionarissen, ten koste van veel inspanning en bloed, reeds voor het katholicisme gewonnen zijn. Dan nog de uitgestrekte gebieden die nog overblijven om aan de heilbrengende en milde heerschappij van onze Koning te onderwerpen.

    Wanneer gedurende deze tijd van zegen talloze scharen onder leiding van hun bisschoppen of priesters van heinde en ver naar de heilige stad getogen zijn, dan hadden zij allen daarbij maar één doel: hun zielen te zuiveren van zondeschuld en dan bij de graven van de Apostelen in ons bijzijn te betuigen, dat zij nu en voor altijd horen en willen blijven horen tot Christus' rijk.

    En dit rijk van onze Zaligmaker zag men juist in nieuwe luister stralen, toen wij zes belijders en maagden, wier loffelijke en buitengewone deugden bewezen waren, tot de verering onder de heiligen in de hemel hebben toegelaten.

    O welk een vreugde en welk een troost heeft ons hart in die ogenblikken vervuld, toen in het heiligdom van de St. Pieter, na onze beslissende uitspraak, onder het danklied uit de mond van een ontzaglijke menigte gelovigen de jubelkreet weerklonk: Tu, Rex gloriae, Christe: Gij, o Christus, zijt de Koning van de glorie! Want terwijl overal, waar de mensheid van God vervreemd is, enkelingen zowel als staten, tengevolge van de hoog opgelaaide onderlinge afgunst en van inwendige beroeringen, hun verval en ondergang tegemoet snellen, zet de Kerk haar taak voort om aan de mensheid geestelijk voedsel toe te dienen. Zij schenkt aan Christus, haar Bruidegom, steeds weer een nieuwe heilige kroost, mannelijk en vrouwelijk, en brengt dat voor Hem groot; en Hij van Zijn kant blijft zonder ophouden de trouwste en gehoorzaamste onderdanen van Zijn rijk op aarde oproepen tot de eeuwige zaligheid in het rijk des hemels.

    Eindelijk werd tijdens het groot jubileum de zestiende eeuwkring afgesloten sinds de kerkvergadering van Nicea. Wij hebben dat feit gevierd en ook persoonlijk aan de herdenking in de Vaticaanse basiliek deelgenomen; en wij deden dat met des te meer genoegen, omdat die kerkvergadering niet alleen de medezelfstandigheid van de eniggeboren Zoon met de Vader plechtig heeft erkend en als katholieke geloofsleer voorgeschreven, maar ook door die woorden „wiens rijk geen einde zal hebben” in haar geloofsbelijdenis of symbolum op te nemen, de koninklijke waardigheid van Christus heeft uitgesproken.

    ARTIKEL 3 - Slot van het jubeljaar: instelling van een feest voor Christus' koningschap.

    Omdat dit heilig jaar meer dan één gelegenheid heeft geboden om Christus' koningschap in een nieuw licht te plaatsen, menen wij volkomen te handelen in overeenstemming met ons apostolisch ambt, als wij dit jaar besluiten met het invoeren van een bijzonder feest van Onze Heer Jezus Christus Koning in de liturgie van de Kerk. Wij zullen daarmee aan talrijke verzoeken voldoen, zowel door kardinalen en bisschoppen als door gelovigen tot ons gericht. Het onderwerp stemt ons zo gelukkig, dat wij wensen u daarover enige woorden te richten. Het zal dan daarna uw taak zijn, om alles wat wij over de verering van Christus Koning zullen zeggen, zo voor het begrip en de godsdienstige ontwikkeling van het volk pasklaar te maken, dat het invoeren van deze jaarlijkse feestviering voor de toekomst overvloedige zegen als gevolg zal hebben.

    Gebed tot Christus Koning
      
    O JEZUS CHRISTUS, ik erken U als Universele Koning. 
    Alle schepselen werden voor u geschapen.
    Oefen over mij alle rechten uit waarover U beschikt. 

    Vernieuw mijn Doopbeloften, ik neem afstand van Satan, met al zijn werken en ijdelheid, en ik beloof om te leven als een goede Katholiek: Ik beloof door alle middelen die in mijn macht liggen de triomf tot stand te brengen van Gods rechten en van Uw Kerk. 

    Goddelijk Hart van Jezus, ik bied U al mijn armzalige daden aan om te verkrijgen dat alle harten Uw Heilig Koningschap mogen erkennen, en dat de heerschappij van Uw Vrede mag opgericht worden over de hele wereld. Amen. 

    DEEL 1 : DE LEER OMTRENT HET KONINGSCHAP VAN CHRISTUS

    ARTIKEL 1 - Hoe is de leer van Christus' koningschap te verstaan? Zeker, men noemt Christus algemeen en met recht koning ook in oneigenlijke zin.

    Christus Koning noemen is reeds lang algemeen spraakgebruik geworden wegens Zijn hoogste trap van volkomenheid, waardoor Hij boven al het geschapene de kroon spant. Hij heerst over het verstand van de mensen, niet zozeer om de scherpte van Zijn geest en de grote omvang van Zijn kennis, maar wel omdat Hij de Waarheid is, en alle mensen noodzakelijk aan Hem de waarheid moeten ontlenen en ze van Hem in gehoorzaamheid aanvaarden.

    Eveneens heerst Hij over de wil van de mensen: niet alleen omdat een volmaakte gelijkvormigheid van Zijn menselijke wil beantwoordt aan de heiligheid van Zijn goddelijke wil; maar bovendien beweegt Hij onze vrije wil om voor de edelste goederen in vuur te geraken.

    Eindelijk wordt Christus als Koning van de harten erkend om Zijn „liefde die alle begrip te boven gaat” (Ef. 3, 19) en om de aantrekkingskracht, die Zijn zachtmoedigheid en goedertierenheid op alle harten uitoefent. Want er is nooit iemand geweest en er zal ook in de toekomst nooit iemand zijn, die zozeer de algemene liefde van de mensen genoot of bezitten zal, als Jezus Christus.

    ARTIKEL 2 - Christus is ook koning in eigenlijke zin

    De titel en de macht van Koning moeten ook in de eigenlijke zin worden verstaan en gehandhaafd voor Christus als mens; want alleen als Hij mens is, kan van Hem gezegd worden, dat Hij van de Vader „macht en heerlijkheid en koningschap” (Dan. 7, 13-14) heeft ontvangen. Als het eeuwige Woord en met de Vader één in wezen, heeft Hij van nature alles met de Vader gemeenschappelijk, dus ook het directe, opperste en onbeperkte gezag over de hele schepping.

    PARAGRAAF 1 - Bewijzen uit de heilige Schrift: de boeken van het Oude Testament

    Lezen wij niet in de heilige Schrift, dat Christus Koning is? Hij is het, die daar genoemd wordt de heerser die van Jacob zal afstammen, die door de Vader is aangesteld tot Koning over Zijn heilige berg Sion en die de volkeren tot Zijn erfdeel zal ontvangen en de grenzen van de aarde tot Zijn eigendom.

    En het bruiloftslied, waarin de gelijkenis van een zeer rijk en machtig koning de ware toekomstige Koning van Israël wordt verheerlijkt, klinkt: „Uw koningstroon, o God, duurt in eeuwigheid, een staf van gerechtigheid is de scepter van Uw koningschap.” (Ps. 45, 7) En op een andere plaats werd voorspeld, dat Zijn koninkrijk door geen grenzen beperkt zou zijn, en dat de weldaden van rechtvaardigheid en vrede de rijkdom ervan zouden uitmaken. „In Zijn dagen zal er rechtvaardigheid en overvloedige vrede ontstaan.... En Hij zal heersen van zee tot zee en van de stroom tot aan de grenzen van de aardkring.” (Ps. 72, 7-8)

    Hierbij voegen zich nog uitspraken van profeten, vooral die van Jesaja:

    „Een Kind is ons geboren en een Zoon is ons geschonken en de heerschappij is op Zijn schouders gelegd; en Zijn naam wordt genoemd: wonderbaar, raadsman, God, sterke, Vader van de toekomende tijd, Vredevorst! Zijn rijksmacht zal zich uitbreiden en aan de vrede zal geen einde zijn: op de zetel van David en over zijn rijk zal Hij tronen, om het te bevestigen en te versterken in recht en rechtvaardigheid, voor nu en tot in eeuwigheid.” (Jes. 9, 6-7)

    Jeremias voorspelde dat „een rechtvaardige spruit” van Davids stam zou voortkomen, en dat deze Zoon van David „als koning zal heersen en wijs zijn, en recht zal doen in het land.” (Jer. 23, 5) Ook Daniël kondigt aan hoe God een rijk zal stichten dat „in eeuwigheid niet ten gronde zal gaan en eeuwig zal blijven bestaan.” (Dan. 2, 44) Wat later voegt hij er aan toe:

    „Ik zag in een nachtelijk visioen en uit de wolken des hemels kwam iemand als een mensenzoon en hij trad voor de hoogbejaarde en men leidde hem in zijn tegenwoordigheid. En hij gaf hem macht en heerlijkheid en koningschap, en alle volkeren, stammen en talen zullen hem dienen. Zijn macht is een eeuwige macht, die nooit zal vergaan, en zijn koninkrijk is er een, dat nooit zal worden verwoest.” (Dan. 7, 13-14)

    En dan de voorspelling van Zacharias over de zachtmoedige Koning, die „rijdend op een ezel, het veulen van een ezelin, rechtvaardig en als Verlosser”, (Zach. 9, 9) onder het gejubel van de volk Jeruzalem zou binnentrekken; waarvan de schrijvers van het Evangelie de vervulling hebben erkend en vastgesteld.

    PARAGRAAF 2 - Bewijzen uit de boeken van het Nieuwe Testament

    De leer over Christus' koningschap ligt in de boeken van het Oude Testament bezegeld, maar zij verdwijnt niet op de blaren van het Nieuwe Testament, integendeel: zij wordt er zelfs op grootse wijze en in schitterende bewoordingen verkondigd.

    Wij halen hier de boodschap van de aartsengel Gabriel aan, van wie de heilige Maagd verneemt, dat zij een Zoon zal baren, aan wie „God de Heer de zetel van Zijn vader David zal geven en die over het huis van Jacob zal heersen in eeuwigheid en wiens rijk geen einde zal hebben.” (Lc. 1, 32-33) Christus zelf legt getuigenis af van Zijn vorstenmacht: want zowel toen Hij in Zijn laatste rede tot het volk sprak over het loon dat de rechtvaardigen zullen verwerven en de straffen die de schuldigen zullen ondergaan, evenals toen Hij de Pilatus te woord stond, die Hem officieel ondervroeg of Hij koning was, en ook toen Hij na Zijn verrijzenis aan de apostelen de taak opdroeg om alle volkeren te onderwijzen en te dopen: bij iedere gelegenheid kende Hij zich de titel van koning toe en verzekerde Hij openlijk, dat Hij koning was en verkondigde Hij, dat aan Hem „alle macht was gegeven in de hemel en op de aarde”. (Mt. 28, 18)

    Hij drukte niets ander uit dan de grote omvang van Zijn macht en de onbegrensdheid van Zijn koninkrijk. Johannes noemt hem „Opperste onder de koningen der aarde”, (Openb. 1, 5) en op Zijn kleed en op Zijn heup draagt Hij het opschrift: „Koning der koningen en Heer der heren”. (Openb. 19,16) God de Vader heeft Christus „gesteld tot erfgenaam van al Zijn bezit” (Hebr. 1, 1) en „Hij moet Zijn koningschap uitoefenen tot Hij” - bij het vergaan van de wereld - „Al Zijn vijanden aan de voeten van God de Vader zal neerleggen.” (1 Kor. 15, 25)

    PARAGRAAF 3 - Praktische erkenning van Christus' koningschap door de Kerk: vooral in de liturgie.

    Uit de algemene leer van de katholieke Kerk - want zij is Christus' rijk op aarde, werkelijk bestemd om zich over alle mensen en alle landen uit te breiden, - volgde de verplichting om haar Stichter in de jaarkring van de liturgie als haar Koning en Heer en als Koning van de koningen te huldigen onder vele vormen van verering. Zo’n huldeblijken heeft de Kerk reeds gegeven bij het aloude gebruik van het bidden en zingen van de psalmen en in de sacramentaria uit de oudheid; en zij kent ze ook tegenwoordig nog, zowel bij haar dagelijks officieel gebed tot de goddelijke Majesteit, als bij het opdragen van het Misoffer. In deze gedurige lofprijzing op Christus de Koning neemt men gemakkelijk een overeenkomst waar tussen onze ritus en de Oosterse kerkgebruiken, zodat ook op dit gebied het bekende beginsel geldt: de regel voor het bidden geeft de regel voor het geloven aan.

    ARTIKEL 3 – De juridische grondslag voor Christus’ koningschap

    PARAGRAAF 1 - De rechten die volgen uit de hypostatische vereniging (goddelijke en menselijke natuur in Jezus)

    De H. Cyrillus van Alexandrië merkt hierover op: „Want Hij bezit de heerschappij over alle schepselen, zonder dat Hij ze door geweld heeft afgedwongen of van buiten heeft ontleend, maar als Zijn eigen recht krachtens Zijn wezen en natuur.”

    Zijn oppermacht steunt juist op die wonderbare vereniging, die men de hypostatische vereniging noemt; uit deze vereniging vloeit voort, dat Christus niet alleen als God moet aanbeden worden, door engelen en mensen, maar ook dat aan Zijn gezag als mens de engelen zowel als de mensen onderworpen zijn en moeten gehoorzamen. Dat wil dus zeggen, dat Christus alleen al op titel van de hypostatische vereniging macht over alle schepselen bezit.

    PARAGRAAF 2 - De verdienste van het verlossingswerk

    Maar Christus heerst niet alleen door geboorterecht over ons, maar ook door de verdienste van de verlossing die Hij verworven heeft.

    We moeten dikwijls denken aan de grote prijs die wij aan onze Verlosser gekost hebben! „Niet met vergankelijk goud of zilver zijt gij vrijgekocht, maar door het kostbaar bloed van Christus, een vlekkeloos Lam zonder gebreken.” (1 Pt. 1, 18-19) Wij zijn niet meer onze eigendom, omdat Christus ons „voor een hoge prijs” (1 Kor. 6, 20) heeft gekocht. Ons lichaam is zelfs „een ledemaat van Christus.” (1 Kor. 6, 15)

    ARTIKEL 4 - Aard en betekenis van Christus' koningschap: het omvat een drievoudige macht, namelijk de wetgevende, rechterlijke en uitvoerende macht

    Deze heerschappij bestaat in een drievoudige macht, zonder welke een vorstenmacht nauwelijks denkbaar is. Christus is aan de mensen gegeven als Verlosser op wie zij hun vertrouwen mogen stellen, maar ook als Wetgever, die zij moeten gehoorzamen.

    In het Evangelie staat dat Hij wetten heeft uitgevaardigd, maar Hij treedt voortdurend wetgevend op; en van, al degenen, die deze geboden zullen onderhouden, zegt Jezus telkens dat zij daardoor hun liefde jegens Hem zullen bewijzen en in Zijn genegenheid zullen blijven.

    Wat de rechterlijke macht betreft, geeft Jezus zelf te kennen, dat die Hem door Zijn Vader toegewezen is, want in Zijn antwoord aan de Joden; als zij Hem een verwijt maken van het schenden van de sabbatrust door de wonderbare genezing van een lamme, zegt Hij: „De Vader oordeelt niemand, maar Hij heeft het oordeel geheel aan de Zoon gegeven.” (Joh. 5, 22) En dat Hij de mensen al tijdens hun leven met het volste recht beloning en straffen uitdeelt, ligt daarin ook opgesloten, want dat is onafscheidelijk met oordelen verbonden.

    Bovendien moeten wij aan Christus de uitvoerende macht toekennen; want aan Zijn bevel moeten allen gehoorzamen, en wel onder bedreiging, dat Hij op de weerspannigen straffen zal toepassen, waaraan niemand zal kunnen ontkomen.

    ARTIKEL 5 – Christus’ koningschap is hoofdzakelijk van geestelijk karakter

    PARAGRAAF 1 - Getuigenissen hiervoor

    Het geschetste koningschap is evenwel voornamelijk van geestelijke aard en ligt op geestelijk gebied. Dat bevestigt Christus door Zijn wijze van handelen. Bij meer dan een gelegenheid, terwijl de Joden, ja zelfs de apostelen in de waan verkeerden, dat de Messias het volk zou bevrijden en het koninkrijk van Israël herstellen, moest Hij die waanvoorstelling verstoren en hun die ijdele hoop ontnemen. Toen Hij door de bewonderende menigte, die Hem tot koning wilde uitroepen, wees Hij die titel en die eer van de hand door te vluchten en Zich verborgen te houden, en tegenover de Romeinse landvoogd verklaarde Hij, dat Zijn rijk „niet van deze wereld” was.

    PARAGRAAF 2 - Dat geestelijk karakter blijkt ook uit de voorwaarden van intrede in Zijn rijk en uit de nagestreefde doeleinden

    Dit rijk wordt ons in het Evangelie zo voorgesteld, dat men om er binnen te treden zich voorbereidt door het doen van boetvaardigheid, en dat men er alleen kan binnentreden door het geloof en het doopsel; een uitwendige ritus, die evenwel een inwendige wedergeboorte betekent en bewerkt.

    07-11-2017 om 21:29 geschreven door claudia  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jezus, de Koning van Alle Naties : deel 1

    JEZUS, DE KONING VAN ALLE NATIES

    O Jezus, Koning van alle naties, moge Uw heerschappij erkend worden op aarde

    Door Dan Lynch van www.jkmi.com

    Jezus verscheen aan een jonge Amerikaanse vrouw in de late ‘80iger jaren als de Koning van Alle Naties. Hij zei: “Deze afbeelding is een teken dat Ik heers in de Hemel en op aarde, en Mijn Koninkrijk, Mijn heerschappij is dichtbij. Geef deze afbeelding aan de mensheid als bron van genaden en vrede. Ik ben gekomen om je een boodschap te geven van groot belang voor de wereld. Ik vertel je dat de dagen komen wanneer de hele Mensheid Mij zal smeken om barmhartigheid. Ik zeg je, Mijn kind, dat maar 1 ding zal gegeven worden als remedie. IK BEN die remedie! Laat de zielen zich toewijden aan Mij door Mijn Allerheiligste Moeder, die over Mij mediteert namens hen, als ‘Jezus, Koning van Alle Naties’. 

    Inleiding 
    In deze nieuwe devotie van onze tijd, openbaart Jezus Zijn verlangens om erkend te worden onder Zijn bijbelse titel als Jezus, Koning van Alle Naties; om in alle harten te heersen en eenheid te brengen door Zijn liefde en barmhartigheid. Hij wil de verkondiging van het dogma van Maria, Middelares van Alle Genade. Hij wil ons genaden van vergeving, bekering, genezing, bescherming en vrede verlenen. In de ’20iger jaren openbaarde Hij ook dat Hij een Basiliek wil ter Zijner ere in Parijs.

    De inhoud van de devotie kreeg een Nihil Obstat dat verklaarde dat ze vrij zijn van dogmatische en morele dwalingen. Bisschop Enrique 
    Hernandez Rivera D.D., Bisschop van Caguas, Puerto Rico, verleende de Nihil Obstat. De Bisschop zei dat hij “de nood om meer devotie aan te moedigen tot Onze Heer en Redder Jezus Christus, Ware Koning van Alle Naties” erkent. Sommige van de openbaringen van de Devotie gebeurden in Puerto Rico.

    Jezus zei: “Deze Devotie tot Mij als ‘Jezus, Koning van Alle Naties’ is een bijkomende devotie samen met deze van Mijn Barmhartigheid die gegeven werd aan Mijn geliefde dochter, Faustina Kowalska, en deze van Mijn Heilig Hart die gegeven werd aan Mijn geliefde dochter, Margaretha Maria Alacoque." In de afbeelding van Jezus, Koning van Alle Naties zien we Hem met Zijn armen opengespreid en Zijn gewond Heilig Hart die Zijn barmhartig bloed en water uitstort op onze zieke wereld. 

    "Jezus, Koning van Alle Naties" is een titel dat afgeleid is van de H. Schrift.  

    Openb 1:5 en van Jezus Christus, de getrouwe getuige, de eerstgeborene van de doden en de vorst van de koningen der aarde. Aan Hem die ons liefheeft en van de zonden heeft verlost door zijn bloed,

    Openb 19:16 En op zijn mantel en op zijn dij staat een naam geschreven: ‘Koning der koningen en Heer der heren'

    Openb 15:4 Wie zou, o Heer, niet vrezen en uw naam niet verheerlijken? Want Gij alleen zijt heilig. En alle volken zullen komen en U aanbidden, omdat uw gerechte oordelen openbaar zijn geworden.”

    Matth 25:31 Wanneer de Mensenzoon komt in zijn heerlijkheid en vergezeld van alle engelen, dan zal Hij plaats nemen op zijn troon van glorie. (Hij zal zetelen als Rechter)

    Oorsprong 
    Jezus, Koning van Alle Naties gaf Zijn openbaringen aan de jonge vrouw en aan een andere vrouw die elkaar bevestigden. Hun geestelijke leidsmannen adviseerden hen om anoniem te blijven. Jezus openbaarde dat Hij wil dat Zijn heerschappij erkent wordt op aarde. Hij openbaarde ook Zijn beeld en een schietgebed om ons te helpen Zijn heerschappij te erkennen: “O Jezus, Koning van Alle Naties, moge Uw heerschappij op aarde erkend worden!” Deze zijn gegrift op een medaille dat Jezus openbaarde voor ons om te vereren. Hij openbaarde ook andere gebeden en beloften. Deze openbaringen zijn collectief gekend als de Jezus, Koning van Alle Naties devotie.

    Jezus zei: “Mijn kind, Ik zou willen dat Mijn trouwe gelovigen weten dat het einddoel van deze Devotie en inderdaad van alle devoties, de ware liefde en verering van Mij, hun God is en de heiliging en de daaruit volgende redding van hun zielen.”

    Hij zei: “Ik wil heersen in alle harten!! Mijn troon op deze aarde blijft in de harten van alle mensen. Ik wil vooral heersen in de Allerheiligste Eucharistie, en in de liefdevolle harten die in Mij geloven, die met Mij spreken, en Ik zeg je, Mijn dochter, dat Ik spreek in de harten van alle mensen.”

    Zijn heerschappij is gevestigd in onze harten door onze toewijding en herstel aan Zijn Heilig Hart. Paus Pius XII zei: “Het vraagt het volle en absolute voornemen om zich over te geven en zich toe te wijden aan de liefde van de Goddelijke Verlosser. Het gewonde hart van de Redder is het levende teken en symbool van die liefde. Het is duidelijk dat deze devotie in het bijzonder verklaart dat we de goddelijke liefde moeten terugbetalen met onze liefde.” Encycliek, Haurietis Aquas

    Jezus beloofde: “Ik zal de hele mensheid verenigen, zelfs tot het einde van de tijden, onder Mijn goddelijke heerschappij van Koning. De Barmhartige heerschappij van Mijn Koningschap zal overal verkondigd worden onder de naties door hetwelk de redding van de mensheid in de eindtijd zal komen door Eenheid in Mijn Heilige Katholieke Kerk.”

    Op deze wijze, drukte Jezus, onze geslachtofferde Hogepriester, Ware Profeet en Soevereine Koning, Zijn verlangen uit om erkend te worden als de Koning van Alle Naties, om te heersen in alle harten en om eenheid te brengen. 

    Tekenen en mirakels
    Er zijn vele tekenen, mirakels, genezingen en bekeringen gerapporteerd. In de vroege ‘90iger jaren ontving de geestelijke leidsman van de jonge vrouw de stigmata en er gebeurden vele genezingen nadat hij bad voor de mensen. Afbeeldingen die hij zegende weenden tranen. Dit leidde tot een grote verspreiding van de devotie omdat het geloof, hoop en liefde van de mensen toenam.

    De afbeelding zelf gaf dikwijls een geur van wierook af en vele mensen werden genezen voor de afbeelding. Op de 75ste verjaardag van de verschijningen van Fatima, profeteerden twee priesters dat een groep pelgrims daar een duif zouden zien als teken dat hun pelgrimstocht naar Rusland veilig zou zijn. Spoedig erna, verscheen een licht in de vorm van een duif op de afbeelding.

    De woorden van een dokter aan een vrouw vielen haar zwaar. Hij moest een kwaadaardige tumor wegnemen. Haar pijn was bijna onverdraaglijk en uiteindelijk viel ze op haar knieën en bad het Kroontje van Eenheid voor verlichting. Tien seconden nadat ze het gebed had beëindigd verdween de tumor uit haar lichaam. Ze riep haar dokter en vertelde hem het goede nieuws. Na een lange stille pauze van ongeloof zei hij “Wel, kom binnen en we zullen het eens onderzoeken.” Tot zijn grote verbazing toonde het onderzoek geen teken van de tumor. Jezus beloofde aan degenen die Zijn devotie zouden bidden dat Hij “dadelijk hun verzoeken en gebeden zou aanhoren en Zijn genade op hen zou storten.”

    Een ander vrouw leed aan oncontroleerbare bevingen en bad een Noveen van de Kroontjes van Eenheid voor haar genezing. Op de 9de dag van de Noveen, ontving ze de gave van tranen als ze bad. Ze stond op om haar tranen weg te vegen en ontdekte dat ze kon lopen zonder bevingen! Haar dokter zei dat het een mirakel was.

    Een dochter bad een Noveen van Heilige Communies voor haar zieke bejaarde moeder. Jezus beloofde negen bijzondere engelen voor de begunstigde van deze Noveen. Haar moeder had een visioen van deze engelen op het einde van de Noveen nadat zij geopereerd was en er ontdekt was dat ze terminale kanker had. Een gelijkaardig verhaal komt van een verpleegster die het Kroontje van Eenheid bad voor haar moeder die in een coma verkeerde. Jezus beloofde vele geestelijke, fysieke, emotionele en psychologische genezingen voor degenen die dit gebed bidden. Haar moeder herstelde van de coma. Een andere vrouw genas van een borsttumor nadat de gebeden van de devotie werden gebeden.

    Een zoon bad de Noveen ter ere van Jezus als Ware Koning voor zijn vader nadat hij drie keer de diagnose had ontvangen van kanker. De dokters zeiden dat het verschillende weken zou duren voor de resultaten van de vierde diagnose. Ze belden echter onverwacht op de laatste dag van de noveen en zeiden dat er geen enkele indicatie was van enige kanker!

    Een homoseksuele man lag in het ziekenhuis en was stervend van Aids. Hij was kwaad en zwoer dat hij zich nooit zou verzoenen met Jezus of de Kerk. Zijn moeder bad de gebeden van de devotie voor zijn bekering. Spoedig vroeg hij om een priester te mogen zien. Een priester kwam langs en luisterde geduldig naar hem en hoorde zijn biecht. Hij werd beter en kon het ziekenhuis verlaten om aan anderen te getuigen dat hij zou sterven als een kuise man en als een lid van de Kerk en spoedig erna stierf hij in vrede.

    Een andere homoseksuele man had het devotieboekje gekocht in een boekhandel in Australië. Hij was aangetrokken door de beloften van de Noveen van de Heilige Communies. Hij begon ze te bidden en begon twijfels te krijgen over zijn homoseksuele daden met zijn partner bij wie hij 8 jaar had geleefd. Hij ging naar de biecht gedurende de noveen. Dan bad hij de noveen voor zijn partner en bad dat ook hij twijfels erover zou hebben. Zijn partner verraste hem door te zeggen dat hij hun seksuele daden wilde stoppen en een Katholiek worden! Ze werden beiden kuise Katholieken. 

    Een zoon ontving de Noveen van Heilige Communies voor zijn stervende moeder. Toen hij zijn negende communie ontving, stierf ze in vrede!

    De Koning en Zijn Koninkrijk 
    In Zijn barmhartigheid, geeft Jezus ons een kans om nu Zijn heerschappij te erkennen vooraleer Hij ze terug opeist in Zijn Gerechtigheid. We zouden deze kans moeten aanvaarden.

    Hebr. 4:16 Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om barmhartigheid en genade te verkrijgen en tijdige hulp. en “naderen tot de troon van genade en barmhartigheid ontvangen”.

    Jezus zei: “IK BEN Koning van Hemel en aarde! Hoor Mij, O volkeren van de aarde! Mijn Heerschappij is nabij. Bekeer jullie van je perverse en kwade wegen! Ik zeg jullie, tenzij jullie terugkeren naar Mij en berouw tonen, dat Mijn oordeel over de aarde zal komen. Mensenkinderen, jullie God houdt van jullie! Waarom moeten jullie een zo’n versteend hart hebben, zodat jullie je daden niet overwegen en de verdrietige oproep van jullie God niet horen”. “Mijn kinderen, jullie God roept jullie op. Nu is de tijd van Grote Barmhartigheid!! Let erop en haal er voordeel uit. Groot is Mijn Liefde voor de hele mensheid. De mensheid moet op de waarschuwingen reageren die Ik heb gegeven en in het bijzonder degenen die gegeven zijn door Mijn Allerheiligste Moeder wanneer Ik in Mijn grote barmhartigheid haar gezonden heb naar haar kinderen op aarde.”

    Er is geen hoop op vrede onder de naties zolang ze het Koningschap van Christus ontkennen en verwerpen. De aanwezigheid, naam en geboden van Jezus zijn verwijderd uit de scholen en openbare plaatsen onder het valse voorwendsel van scheiding tussen kerk en staat. Wetten zijn bekrachtigd die tegengesteld zijn aan Gods geboden, zoals abortus, dat in tegenstelling is met Zijn Koninkrijk. Alle wetten moeten conform zijn met Gods wet. De vrede van Christus dat alle begrip te boven gaat kan enkel gevonden worden in de erkenning van Zijn wetten, Zijn goddelijke rechten en Zijn heerschappij op aarde.

    Jezus zei: “De mensheid moet mijn Goddelijk Koningschap erkennen, Mijn Goddelijke Rechten over hen! Het is enkel in Mij, mijn kind, dat de mensheid vrede zal vinden.”

    Inhoud van de devotie 

    Op dat tijdstip zal Michael opstaan, de grote prins, bewaarder van jouw volk, bescherm ons

    De devotie bestaat uit de afbeeldingen van Jezus, Koning van Alle Naties en Jezus, Onze Eucharistische Koning met de H. Aartsengel Michael; een medaille van hen; en gebeden en beloften. De gebeden zijn het Kroontje van Eenheid, de Noveen van Heilige Communies, de Noveen ter ere van Jezus als Ware Koning, de Litanie ter ere van Jezus, Koning van Alle Naties, de Bijzondere Zegen en de Toewijding aan Maria, Middelares van Alle Genade.

    Jezus zei: “Deze afbeelding van Mij is om een vat te zijn van Mijn grote barmhartigheid en ook een herinnering aan de plichten van de mensheid aan Mij, hun Heer en Soevereine Koning.”

    De beloften aan degenen die deze devotie bidden zijn de genaden van standvastigheid tot het einde, eenheid, vrede in de harten en huizen, genezingen, een bijzondere genade die uit de Heilige en Onbevlekte Harten voortkomt, de gaven van de Heilige Geest, bescherming tegen gevaar en verzachting van de kastijdingen. Jezus zei: “Reusachtig zullen de mirakels van genade zijn die Ik zal bewerkstelligen door deze afbeelding en devotie tot Mij.”

    De praktijk van de devotie bestaat in het dragen van de medaille die deze twee afbeeldingen bevat, het bidden van de gebeden en de waardige ontvangst en aanbidding van de Eucharistie.

        

    Print deze twee laatste afbeeldingen af, laat ze zegenen en draag ze bij U.

    De tocht van de afbeelding 
    Jezus vroeg dat hij zou afgebeeld worden naar Zijn beeld en naar Zijn volkeren gebracht worden overall. Grote afbeeldingen hebben de wereld afgereisd. Ze werden tentoon gesteld voor miljoenen mensen voor aanbidding.

    In oktober 1992 zorgde de afbeelding voor grote processies in Lourdes en Fatima als deel van de World Peace Flight pilgrimage van meer dan duizend pelgrims, zes bisschoppen en 60 priesters.

    In december 1992 werd de afbeelding tentoon gesteld voor 2 miljoen Filipinos in een Mis in het Lunetta Park in Manilla.

    In januari 1994 werd de afbeelding in een internationale boeteprocessie meegedragen voor vrede van Medjugorje tot Mostar in het door oorlog verscheurde Bosnië-Herzegovina. Sinds dan heeft de afbeelding gereisd door Ierland, Europa, Canada, Israël, Egypte, Afrika, Japan, Kroatië, China, Mexico en India. De afbeelding is in vele ander processies meegedragen en is aanbeden in vele kerken en conferenties in Amerika.

    De missie van de afbeelding 
    Jezus was verheugd toen Zijn afbeelding werd rondgedragen in de Fillippijnen. Op 20 december 1992 nam Hij edelstenen, die Zijn Barmhartige Genaden vertegenwoordigden, en strooide ze uit over de aarde. Hij sprak toen: “Mijn geliefde dochter, Ik ben zeer verheugd met Mijn afbeelding die de wereld rondreist. Ik beloof, Mijn kind, dat zolang als deze afbeelding van Mij rondreist, Ik genade zal hebben met deze wereld. Laat de zielen van Alle Naties voor Mij en Mijn afbeelding komen! Omdat Mijn kinderen in de Fillippijnen Mij met zo’n liefde en devotie hebben ontvangen, zal Ik hen continuïteit in het Geloof verlenen in de harde en donkere tijden van schisma en geloofsafval. Zolang ze Mijn Ware en Soevereine Koningschap erkennen, en Mijn Heilige Moeder als Middelares, zullen ze het Licht van het Ware Geloof hebben, en Ik beloof hen herders naar Mijn Eigen Hart. Ik zal hen niet in de steek laten zoals het zal lijken dat Ik degenen in de steek gelaten heb, die Mij in de steek gelaten hebben.”

    2 Kronieken 12:5 'Zo spreekt Jahwe: Gij hebt Mij de rug toegekeerd; daarom keer Ik u de rug toe en geef u prijs aan Sisak.'

    2 Timoteus 2:12 Als wij volharden, zullen wij met Hem heersen. Als wij Hem verloochenen, zal Hij ons verloochenen.

    Matth 10:33 Maar ieder die Mij zal verloochenen tegenover de mensen zal Ik ook verloochenen tegenover mijn Vader die in de hemel is.

    Jezus deed een smeekbede om voor Zijn afbeelding te komen op 8 januari 1993. “Mijn dochter, schrijf Mijn Woorden voor Mijn kinderen in de hele wereld. Kom kinderen! Kom tot Mijn Barmhartigheid! Kom kinderen! Kom voor Mijn afbeelding van ‘Jezus, Koning van Alle Naties’!”

    Ester 10:13  Voor hen zullen daarom die dagen van de maand Adar, de veertiende en de vijftiende van die maand, dagen van feestelijke samenkomsten en van vreugde zijn, voor Gods aangezicht, van geslacht tot geslacht in eeuwigheid, bij zijn volk Israël.'

    Kom en ontvang de Barmhartige balsem van Mijn Liefde zodat jullie mogen genezen van jullie geestelijke en fysieke kwalen. O Mijn kinderen, IK HOUD VAN JULLIE!!! "Jullie zijn Mijn volk."

    Jesaja 51:16 Ik heb mijn woorden in uw mond gelegd en in de schaduw van mijn hand heb Ik u geborgen, Ik die de hemel heb uitgespannen en de aarde gegrondvest heb, die tot Sion zegt: `Gij zijt mijn volk.'

    Bezoeken van de afbeeldingen zijn gecoördineerd door het nationale centrum in St. Albans, Vermont. De afbeeldingen worden gezonden naar kerken, abdijen, kloosters, gevangenissen, ziekenhuizen, abortusklinieken, bejaardentehuizen en scholen.
      
    Bouw een basiliek 
    Christus de Koning verzocht dat er een basiliek zou gebouwd worden in Parijs en toegewijd zou worden aan Hem. Hij openbaarde dit in de ‘20iger jaren aan Zuster Maria van Christus Koning. Ze was een mysticus van Bretagne. Ze hield van Jezus met zo’n intense liefde dat haar lichaam eronder leed. De andere zusters in haar gemeenschap getuigden van de “brandwonde van liefde” die op haar habijt bleef over haar hart! Ze had ook de stigmata en een bloedende wonde in de vorm van een speer die dicht bij haar hart was.

    Zuster Maria van Christus Koning (Olive Danzé) uit: lalumierededieu.blogspot.be

    Olive Danzé werd geboren in Plogoff (Bretagne) in 1906. Het was het negende kind van een gezin van 11 kinderen. Het gezin leefde in een klein huisje dat bestond uit een enkel een woonkamer en een zolder.

    In 1911, was Olive alleen in de tuin van het huis wanneer opeens, een kleine jongen naar haar komt, om met haar te spelen. De volgende dag, op vraag van Olive antwoordt de jongen: “Mijn naam is Jezus, en ik ben van Nazareth. Mijn Vader en mijn Moeder zijn in de Hemel.”

    Jezus zei haar ook dat Hij in de kerk van de parochie woonde, in een kleine wit huisje en dat ze daar met Hem kon praten, zowel ’s nachts als overdag. Er bloeide een vriendschap tussen de twee kleine kinderen. Het volgende jaar, legde Jezus uit aan Olive dat Hij binnenkort in haar hart zou komen: op haar eerste communie waar ze maar 6 jaar was.

    In 1914 ontving Olive het Sacrament van het vormsel en Jezus onthulde haar wat haar roeping zou zijn: “Jij zult mijn bruid zijn. Jij zult het slachtoffer van mijn Hart zijn. Jij zult een religieuze zijn.”

    Van dan af bleef Jezus bij Olive. Hij volgde haar overal, zelfs in de klas. Het kind Jezus leek te groeien tegelijkertijd met Olive. Maar in januari 1916 verborg Jezus zich en Olive zag Hem niet meer. Het duurde zo’n 4 maand. Olive die zeer verdrietig was, zocht haar toevlucht aan de voet van het tabernakel. En op een dag verscheen de Redder. Maar het was niet meer de kleine Jezus die ze had gekend. Hij was volwassen en Hij leed. Jezus praatte met haar en vroeg haar om Hem “alle zielen te geven die ze kon”.

    In 1926 was Olive 20 jaar en de H. Maagd Maria zei haar dat ze naar het klooster van de Benedictinessen van het Heilig Sacrament moest gaan rue Tournefort 16 te Parijs om eerherstel en troost te brengen voor Haar Zoon Jezus. Daar zou haar plaats en haar woning zijn. Op 14 augustus 1926 trad ze binnen en werd ze ontvangen door Moeder Marie-Agnes van Jezus, Meesteres van de novicen.

    Het leven in het klooster

    Olive voelde zich goed thuis in het klooster. Enkele dagen later gebeurde er een mirakel. De staat eiste een grote som geld dat de religieuzen niet konden betalen, en men had beslist om een deel van het klooster te verkopen. Toen vroeg Jezus aan Olive om aan de overste te zeggen: dat ze geen gebouwen of grond moesten verkopen, dat Hij binnenkort zijn wil zou laten weten en dat Hij dit gezegend oord zou redden. Enkele weken later, informeerde Olive de oversten dat Jezus het klooster ging redden door het nodige geld te verschaffen en dat Hij een troon wilde oprichten, een tempel toegewijd aan CHRISTUS KONING, PRINS VAN DE VREDE, MEESTER VAN DE NATIES. Op 16 januari 1927 kwam er iemand naar het klooster en gaf een grote som geld. Het was exact het bedrag dat de Staat eiste.

    Met de toestemming van haar oversten, ging ze alle weken tussen 1927 en 1929 naar de grote kerken en basilieken om geld in te zamelen en bood ze kleine afbeeldingen van het Heilig Hart aan. Gedurende deze periode vermeerderen de boodschappen zich: de Heer geeft de plaats van de toekomstige kapel aan, Olive moet bidden voor de volgende intenties:

    ·        Voor de vrede in Frankrijk, voor voedsel voor de religieuze zusters

    ·        Voor het verkrijgen van liefde en geloof

    ·        Zodat het Hart van Jezus geliefd zou worden, bekend zou worden, aanbidden zou worden en gerespecteerd zou worden

    ·        Opdat Zijn Koninkrijk geëerd zou worden

    ·        Opdat de naties Hem zouden gehoorzamen

    ·        Opdat de toegewijde zielen Hem trouw zouden zijn

    ·        En Jezus preciseert dat Hij een kapel nodig heeft om Zijn goddelijk Hart te doen aanbidden. Het zal de kapel van Christus Koning zijn, Prins van Vrede en Meester van alle naties. Hij zal de koning van Frankrijk zijn en van alle landen van het universum

    Hij wil dat men Zijn Hart doet kennen in alle naties. Hij wil dat in Parijs, de hoofdstad van Frankrijk, die de oudste dochter van de Kerk is, een kapel wordt opgericht aan Christus Koning. Op 27 juni 1927 zegt Hij: “Mijn werk, is dat mijn Hart zou gekend zijn op heel de aarde. Mijn werk, is dat de kapel wordt gebouwd zonder uitstel. Ik zal de Koning van Frankrijk zijn en van alle landen van het universum. Daar zullen de zielen van alle landen vrede en kracht zoeken, en zelfs licht om te leven en te sterven onder mijn wetten. Ik geef je twee volledige jaren om mijn koninklijke Troon te bouwen. En van het moment dat de afbeelding van mijn Hart klaar is, wil Ik dat men deze woorden eronder graveert :

    Aanbidding van het Hart van Jezus, Christus-Koning,

    Prins van de Vrede, Meester van de naties.

    Mijn Hart zal zo erkend worden als Koning en Prins. 

    Op 7 juli 1927 krijgt Olive een visioen van Christus Koning. Op een strook die door de engelen wordt gedragen, staan zinnen terwijl groepen vijanden tegen elkaar strijden: “Kom naar Mij, Ik doe vrede heersen onder jullie.” Maar Jezus wordt onttroond. Nochtans komt er na de verschijning een nieuwe tekst: “Ik ben de enige Koning, jullie zullen geen andere Koning hebben, jullie zijn onderworpen aan Mij”, al de soldaten volgen Christus Koning. En Jezus zegt: “Ik ben Koning van Frankrijk et van alle andere landen. Ik wil dat Frankrijk zich toewijdt aan Mijn goddelijk Hart”. 

    Jezus dicteert dan het gebed aan Christus Koning:

    O Jezus, unieke Koning van het universum,

    Wij leggen ons neer aan Uw voeten, om U te aanbidden en om U als onze Koning en onze Gids te beschouwen. Ja, Heer, aan U zijn alle naties onderworpen.

    U alleen bent de echte Koning,

    U alleen bent de ware Vrede,

    U alleen bent het Licht.

    Wij aanbidden U alleen!

    U bent onze ondersteuning,

    U bent onze rijkdom,

    U bent onze Meester,

    O grote God van de Hemel en aarde.

    We geloven vast dat U werkelijk aanwezig bent in de Heilige Eucharistie.

    U bent daar levend en liefhebbend aanwezig.

    U wilt ons voeden met het Brood van Leven.

    Ja, kom en geef Uw kinderen te eten.

    Uw blikken zijn gericht op de zielen.

    Uw Hart is voor ons een rustplaats.

    Wij wijden ons toe aan Uw Hart van Koning en Prins.

    Aan U alleen Heer, komt alle glorie, eerbetuiging en liefde toe,

    tot het einde der eeuwen en in alle eeuwigheid. Amen. 

    In 1928 verandert de toon. Het Hart van Jezus is verwond en lijdt onder het zien van de chaos in de Kerk, in de gezinnen, in de zielen van alle naties. “Mijn kind, bid voor je mooie vaderland”. Jezus zoekt gelovige zielen, liefdevolle zielen, die in staat zijn Hem te begrijpen. Hij wil de zielen redden. Hij is God-Redder, maar Hij laat de zielen een grote vrijheid. Jezus smeekt Olive: “Mijn kind, bid voor de ontrouwe zielen, bid voor de zielen die zijn toegewijd aan Mijn dienst, bid voor mijn Werk. Ik wil heersen. Ik zal de God-Overwinnaar zijn. Alle naties zullen aan Mij onderworpen zijn”.

    In Frankrijk is er een beweging ‘Action Française’ die een koning in Frankrijk wil, maar Jezus zegt hierover: “Het zijn degenen die koningen willen. Maar Ik ben het die de enige Koning ben”. Jezus is de enige Koning, en Hij wil het doen begrijpen aan allen die een menselijke koning zoeken. In maart 1929 zegt Jezus: “Ik kom opnieuw naar jou om je te zeggen Mijn Hart te troosten, eerherstel te bieden voor de zielen die Mij beledigen. Bid voor de leider die de zielen van de Action Française leidt. Bid voor hem en mijn Hart laat zich aanraken”.

    De bouw van het heiligdom

    Nadat de goedkeuring van Rome is verkregen, lanceert Mgr Dubois, aartsbisschop van Parijs een oproep om de nodige fondsen bijeen te krijgen. 33 landen reageren, met Ierland op kop. In 1935 wordt begonnen met de bouw. Kardinaal Verdier komt de eerste steen zegenen. In zijn preek zegt hij dat “de wereldvrede, het geluk van de gezinnen en de zaligheid van allen afhangt van het koninkrijk van Christus over onze zielen.” Op 27 oktober 1940, feest van het feest van Christus Koning wordt de eerst mis opgedragen.

    De wereld is in oorlog en Parijs wordt bezet. In 1944, enige maanden voor de bevrijding, bereiden de Duitsers de vernietiging van Parijs voor. Zonder de interventie van de Zweedse ambassadeur bij de Duitse generaal, gouverneur van Parijs zou de vernietiging van Parijs totaal zijn geweest. Maar Parijs werd beschermd, en het heiligdom van Christus Koning heeft hierin een essentiële rol gespeeld. Olive die later naar Paus Pius XII schreef zei: “Het heiligdom van Christus Koning, een bouwwerk dat werd opgericht op de Berg van de H. Geneviève, binnen de muren van ons klooster, heeft Parijs beschermd gedurende de laatste oorlog.”

    Op 16 juni 1956 wijdde de kardinaal Feltin het heiligdom toe aan Christus Koning, Prins van de Vrede, Meester van de naties.

    De grote beproevingen van Olive

    Zuster Maria van Christus Koning, Olive werd door Rome gevraagd onmiddellijk uit Parijs te vertrekken. Later zag men dat het een vals document was dat zonder medeweten van de paus werd verstuurd. Vijf jaar lang moest Olive van het ene klooster naar het andere. In 1934 bracht kardinaal Verdier Olive terug in haar klooster te Parijs tot in 1941. Maar in 1941 werd het valse document terug boven gehaald en moest Zuster Olive definitief Parijs verlaten.

    Zuster Olive verlaat het klooster samen met Zuster Maria van het H. Hart en Zuster Marie-Cécile. In heel Frankrijk worden de kloosters voor haar gesloten en ze moeten toevlucht zoeken in meerdere huizen van vrienden. In juli 1946 en mei 1947 bezoekt Zuster Olive Ierland en wordt er zeer vriendelijk ontvangen door de Eerste minister en de Aartsbisschop van Dublin. Op 14 november 1953 wordt Olive ontvangen door Paus Pius XII. Ze legt haar definitieve geloften af en de Paus zegent haar: “Wees trouw en een fervente religieuze voor de troost van het Hart van Christus”.

    Terugkeer naar Plogoff en haar overlijden

    Paus Pius XII wil haar terug naar haar klooster laten gaan, maar ze wordt nog altijd gehinderd. Van 1954 tot 1958 leeft ze met de beide zusters in de Provence. In 1958 komen ze alle drie in Plogoff aan en wonen ze in een klein appartementje. Twee familieleden van Olive helpen de drie religieuzen die in armoede leefden. Aan hen zegt Olive: “Frankrijk zal veel te lijden hebben door haar onverschilligheid, en omdat ze niet meer trouw is aan God. Omdat ze zich heeft afgekeerd van God door haar ontrouw, moet Frankrijk, die de oudste Dochter is van de Kerk, gezuiverd worden en terugkeren naar haar Koning, naar Christus Koning”.

    Op 2 mei 1968 sterft Olive. Een familielid constateert 3 dagen later, niettegenstaande ze in een kist is gelegd, dat haar lichaam soepel en zacht is.

    Trieste einde van het heiligdom

    Het klooster van de rue Tournefort liep leeg, door een tekort aan jonge religieuzen. De gebouwen van het klooster werden verkocht en het heiligom van Christus Koning werden afgebroken en vervangen door een residentieel complex.

    Het geestelijk leven van Zuster Olive

    Sedert haar kinderjaren tot haar intrede bij de Benedictinessen van het Heilig Sacrament had zij bijna dagelijks Jezus aan haar zijde. Kort na haar intrede kreeg zij de stigmata en gedurende heel de vastentijd leed ze de Doodsstrijd en het Lijden van Jezus. De Heer vroeg haar ook: “Men moet Mijn goddelijke Hart dat goed en liefdevol voor allen die erop vertrouwen en het aanroepen, leren kennen, omdat de mensen het niet genoeg begrijpen en het niet doen.”

    De Meesteres van de novicen, Moeder Agnes van Jezus, verklaart da het leek dat Olive een vlam had die uit haar hart kwam en haar verteerde. “Drie bloezen waren verbrand op de plaats van het hart. De derde droeg tegelijkertijd een bloedvlek van een stigmata van een lanssteek.” Soms brandde de vlam zelfs door haar kleed. In de nacht van 14 oktober 1926 zag Olive een groot licht komen uit het tabernakel, en dan toonde Jezus haar zijn Heilig Hart. Jezus was bedroefd door de ondankbaarheid van de mensen die Zijn Liefde niet willen kennen. “Verdraag deze warmte (deze die brandde in haar hart) in je kleine hart. Brand, brand voor mijn Hart die zo de mensen heeft liefgehad en dat de mensen zo weinig liefhebben”.

    Op 13 augustus 1926 ontving Olive het habijt en nam de naam aan van Zuster Maria van Christus Koning. Haar missie tot Christus Koning ging beginnen. In 1927 waren er talrijke verschijningen. Jezus toonde haar Zijn wonden en vroeg haar dat men Zijn Hart zou troosten dat “overstroomde van liefde en harten zocht voor deze liefde te ontvangen.” Vader Jacq zegt hierover: “De missie van Olive is deze van Jezus: gebroken zijn, verbrijzeld zijn, verteerd worden, vernietigd worden zodat in haar zoals in Hem alles verteerd wordt”.

    Men signaleert twee keer een lichtgevende Hostie die zweeft boven het bed van Olive, nadat er geconstateerd werd dat er profaneringen waren in meerdere tabernakels. In december 1941 schrijft Olive: “De missie van een aanbiddende ziel is bijzonder gekozen om bovenal de Koning van de Eucharistie te doen heersen. De minnaressen van de goddelijke Koning zijn de bruiden van zijn Hart; zij moeten door hun leven van zuiverheid en opoffering het goddelijk Koninkrijk van Christus vergroten.”

    De bescherming van Maria

    Op 8 februari 1927 verschijnt de H. Maagd en omhelst haar en zegt haar om aan haar Moeder Overste een klein hartje te geven dat ze zou dragen gedurende enkele dagen en ze zegt:

    Allerzuiverste Hart van Maria, heb medelijden met ons.

    Allerzuiverste Hart van Maria, zuiver ons.

    Allerzuiverste Hart van Maria, versterk ons.

    Allerzuiverste Hart van Maria, heers over alle harten.

    Daarna zegt ze: “Ik zal me tonen aan Moeder Overste en aan je Moeder Meesteres om ze aan te moedigen om te werken aan het werk van mijn Zoon.”

    Meerdere keren manifesteert Ze zich aan Zuster Olive om haar te troosten en haar te versterken in haar roeping: “Zoek geen troost buiten Mijn Zoon en Mij”. “Brand, mijn kind, brand altijd voor mijn Zoon. Hij wil je liefde. Geef Hem je liefde. Draag alles met vreugde. O geef Hem je liefde, lijd nog enkele jaren en alles zal beëindigd worden.” Op een dag dat Olive teveel leed, riep Zuster Olive haar Hemelse Moeder die haar zegt: “Mijn kind, ik kom je troosten. Ja, je zult een offerziel zijn voor het Hart van mijn Zoon. Ja, door je liefde, zullen de zielen gered worden, de zondaars bekeerd, het Hart van mijn Zoon getroost en dit huis beschermt.” Jezus bevestigt de deugden van Maria die Olive moet navolgen: “Gehoorzaamheid, geduld, nederigheid, naastenliefde, eenvoud”. Door deze deugden na te volgen, wordt Olive volgens Maria’s voorbeeld, die haar laat weten: “O mijn kleine meisje, bid voor degenen die niet in mijn Onbevlekte Ontvangenis willen geloven, het grote mysterie van de Incarnatie.”

    Vader Joseph-Marie Jacq over Zuster Olive

    De kleine Zuster Olive van Christus Koning, beleefde het Lijden van Jezus, heel haar leven lang, maar tegelijkertijd in de vreugde en de kinderlijke onschuld, het mooiste, volgens de kleine weg van de kinderlijke spiritualiteit van de H. Thérèse van het Kind Jezus, dat ze zo ten volle beleefde.

    Matth 18:3,4 “Voorwaar, Ik zeg u: als gij niet opnieuw wordt als de kleine kinderen, zult gij het Rijk der Hemelen zeker niet binnengaan. Wie dus zichzelf gering acht zoals dit kind is de grootste in het Rijk der hemelen. 

    Met de kinderlijke onschuld van de kleine Zuster Olive, of de kleine Gilles Bouhours als voorbeeld voor heel de Kerk, blijft Jezus ons altijd dezelfde evangelische les geven zoals aan zijn apostelen in Israël, die Hem vroegen wie onder hen de grootste zou zijn in het Koninkrijk der Hemelen. Jezus lijkt ons nog te antwoorden: “het is niet de intelligentie, de wetenschap, de macht, de rijkdom, de status, noch de diplomatie, noch de mening van de mensen, noch de werken die ons het grootst maken in het Koninkrijk van de Hemelen, maar alleen de nederigheid van hart van alle kleinen, die onze Aanbiddelijke Barmhartige Jezus liefhebben zonder grenzen!

    Geliefkoosd gebed van Zuster Olive:

    O Hart van Jezus, verbrijzeld omwille van onze zonden,
    Bedroefd en gemarteld Hart door zovele misdaden en zonden,
    Geslachtofferd Hart voor alle ongerechtigheden,
    Ik houd van U met heel mijn ziel en boven alles,
    Ik houd van U voor degenen die U minachten en U in de steek laten,
    Ik houd van U voor degenen die U beledigen en U verhinderen om te regeren,
    Ik houd van U voor degenen die U alleen laten in de H. Eucharistie,
    Ik houd van U voor de ondankbare zielen die durven Uw Sacrament van Liefde profaneren door hun beledigingen en hun heiligschennissen.
    Hart van Jezus, vergeef de zondaars, want ze weten niet wat ze doen!
    Hart van Jezus, steun hen die Uw Heilige Naam uitdragen,
    Hart van Jezus, steun hen die lijden en die strijden,
    Hart van Jezus, zorg dat de maatschappij geïnspireerd wordt door Uw Heilig Evangelie, de enige bescherming van gerechtigheid en vrede,
    Hart van Jezus, dat de gezinnen en de volkeren Uw rechten verkondigen! Hart van Jezus, heers over mijn vaderland!
    Hart van Jezus, dat Uw Rijk kome door het Onbevlekt Hart van Maria!

    Imprimatur in 1930

    07-11-2017 om 19:04 geschreven door claudia  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    06-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De boodschappen van OLVrouw aan Pedro Regis : deel 1

    DE BOODSCHAPPEN VAN OLVROUW AAN PEDRO REGIS : deel 1

    Eindtijd: een zonnestelsel komt naderbij tot onze zon

    De botsing tussen twee reuzen in het universum (zon en tweede zon) zullen grote schade veroorzaken aan de aarde. Vuur zal uit de hemel vallen en vele regio’s van de aarde zullen getroffen worden.

    Anguera 3199 – 8/11/2009

    Een buitengewoon fenomeen zal gebeuren in Europa. De mensen zullen het niet kunnen uitleggen. Wanneer de mensen de opkomst van het grote licht zullen zien, weet dat de grote laatste strijd nabij is. De mensen zullen het de ‘TWEEDE ZON’ noemen.

    Anguera 3113 – 24/01/2009

    De botsing tussen twee reuzen in het universum (zon en tweede zon) zullen grote schade aanrichten aan de aarde. Vuur zal uit de hemel vallen en vele regio’s van de aarde zullen getroffen worden.

    De driedaagse duisternis

    Anguera 110 – 3/12/1988

    Spoedig zullen er drie dagen van duisternis zijn; zelfs de wetenschap zal niet in staat zijn het uit te leggen. Jullie allen zullen heel wat lijden gedurende deze dagen. Ik beloof aan allen die aan mijn kant staan dat jullie niet zonder licht zullen zitten. Ik vraag om in jullie huis wat kaarsen te bewaren die gezegend zijn door een priester.

    Uitleg over de driedaagse duisternis van Padre Pio

    Om klaar te zijn voor deze beproeving, zal ik je wat tekenen en instructies geven.

    De nacht zal zeer koud zijn, de wind zal huilen, en de donder zal gevoeld worden.

    Sluit alle deuren en alle ramen. Praat niet met iemand buitenshuis. Kijk niet naar buiten gedurende de aardbeving, omdat de toorn van mijn Vader heilig is, je bent niet in staat om het zicht van Zijn toorn te verdragen.

    Op de derde nacht, zullen de aardbevingen en vuur ophouden, en de volgende dag zal de zon terug schijnen.

    De engelen zullen neerdalen uit de hemel en de geest van vrede brengen op aarde. Eén derde van de mensheid zal vergaan.

    Bereid jullie voor om drie dagen te leven in totale duisternis.

    Vele zaken zullen weggevaagd worden. En dit zal één van de tekenen zijn. Jullie zullen tragische momenten beleven.

    Let op voor de maand mei.

    Ik zie nog altijd aardbevingen, en overstromingen. Bid voor de drie dagen van duisternis die jullie zullen ervaren. Jullie zullen de meest essentiële dingen mankeren.

    Stockeer wat voedsel, tenminste voor drie maand. Alles zal in een zeer korte tijd vallen.

    Let op voor de maand mei (Padre Pio)

    1 De wereld gaat zijn ruϊne tegemoet. De mensen hebben de rechte weg verlaten, om zich te verlaten op smalle wegen die leiden tot in de woestijn van geweld. Als je niet dadelijk terugkomt om te drinken aan de bron van nederigheid, naastenliefde en liefde, zal het een catastrofe worden.

    2 Er zullen verschrikkelijke dingen komen. Ik kan niet langer bemiddelen voor de mensen. De Goddelijke Barmhartigheid is bijna ten einde. De mens is geschapen om het leven lief te hebben, en hij is ermee geëindigd het leven te vernietigen.

    3 Wanneer de wereld werd toevertrouwd aan de mens was het een tuin. De mens heeft het veranderd in een doornstruik vol gif. Nu kan niets het huis van de mens reinigen. Het is noodzakelijk om een diepgaande actie te ondernemen en dat kan enkel komen van de Hemelen.

    4 Bereid jullie voor om drie dagen in totale duisternis te leven. Deze drie dagen zijn zeer dichtbij. En in deze dagen, zullen jullie eruit zien als doden, zonder eten of drinken. Dan zal het licht terugkomen. Maar velen zullen het niet meer zien.

    5 Vele mensen zullen geschokt ontsnappen. Maar ze zullen rennen zonder een richting. Ze zullen zeggen dat er in het Oosten redding is en de mensen zullen naar het oosten lopen, maar ze zullen vallen in een afgrond. Ze zullen zeggen dat in het Westen er redding is en de mensen zullen naar het westen lopen, maar ze zullen in een vuurhaard vallen.

    6 De aarde zal beven en de paniek zal groot zijn. De aarde is ziek. De aarde is ziek. De aardbeving zal zoals een slang zijn: je zult het voelen kronkelen van overal. En er zullen vele stenen vallen. En vele mensen zullen sterven.

    7 Jullie zijn zoals mieren, omdat de tijd zal komen wanneer de mensen hun ogen zullen wegdoen voor een stukje brood. Winkels zullen beroofd worden; warenhuizen zullen bezet worden en vernietigd. Arm zal degene zijn die in die duistere dagen zich zonder een kaars zal bevinden, zonder een kruik water en zonder het noodzakelijke voor drie maanden.

    8 Een land zal verdwijnen, een groot land. Een land zal voor eeuwig weggevaagd worden van de kaarten. En daarmee zijn geschiedenis, rijkdom en zijn mensen, die in de modder zullen gesleept worden.

    9 De liefde die de mens heeft voor zijn naaste is een leeg woord geworden. Hoe kunnen jullie beweren dat Jezus van jullie houdt, als je zelfs niet weet hoe je degenen die eten aan je tafel moet liefhebben? De toorn van God zal de wetenschappers niet sparen, maar de mensen met een goed hart.

    10 Ik ben wanhopig. Ik weet niet meer wat de doen voor de mensheid om zijn wegen te veranderen. Als ze dit pad blijven volgen, zal de enorme woede van God razen zoals een bliksemschicht.

    11 Een meteoor (asteroïde of komeet) zal op de aarde vallen en alles zal beven. Het zal een ramp zijn, veel erger dan een oorlog. Vele dingen zullen weggevaagd worden. En dit zal één van de tekenen zijn.

    12 De mensen zullen een tragische ervaring meemaken. Velen zullen weggemaaid worden door de rivier, velen zullen verbrand worden door het vuur, velen zullen sterven door gifstoffen. Maar Ik zal dicht bij de zuiveren van hart blijven.

    Mei zal een tragische maand zijn

    De Aartsengel Michael en de Aartsengel Gabriel zijn verheugd de komst van jullie broeder in Christus, Padre Pio aan te kondigen.

    “Hier ben ik, lieve zusters, in dit huis waar ik nooit eerde ben geweest. Ik ben verheugd om hier bij jullie te zijn. Zie je, voor mij bestaat de tijd niet. Denk eraan dat alles wat ik aan jullie heb gezegd zal gebeuren, ik vraag aan ieder van jullie te bidden voor de hele wereld. Jullie zullen tragische momenten beleven. Let op voor de maand mei. Ik zie nog altijd aardbevingen, overstromingen. Ik zie bloed. Arm Italië, het gaat naar geweld toe. Bid, bid zodat de Barmhartigheid van God kan redden. Bid voor de drie dagen van duisternis dat jullie zullen leven. Maar raak niet verloren. Ik neem afscheid en zegen jullie. Moge de Heer jullie helpen, omdat jullie veel hulp zullen nodig hebben.

    Alles zal stoppen voor drie maanden

    De Aartsengel Michael en de Aartsengel Gabriel zijn verheugd de komst van jullie broeder in Christus, Padre Pio aan te kondigen.

    Ik kom on jullie een boodschap van hoop te geven, maar het is ook een tragische boodschap. De gebeurtenissen die ik lang geleden heb aangekondigd komen er snel aan. De wereld is op een koers naar een totale ruϊne. Er zullen grote cataclysmes zijn. Van boven zie ik de aarde zoals een grote bal gehuld in wolken van vuur. Ik ben wanhopig. Ik weet niet hoe te reageren. Bid, bid, bid en wees voorbereid. Ik heb jullie reeds verteld dat jullie de meest essentiële dingen zullen mankeren. Zorg voor voorraden, tenminste voor drie maand. Alles zal gebeuren in zeer korte tijd. Wanneer jullie dat beginnen te beseffen, hebben jullie reeds een lawine over jullie. De mensheid is dicht bij de afgrond. Probeer dicht bij elkaar te blijven, om elkaar te helpen, omdat jullie elkaars hulp zullen nodig hebben. De terugkeer van Christus is niet dichtbij, maar het zal in een korte tijd gebeuren. Wees voorbereid. Ik verkeer in angst en lijden. Vele mensen staan aan de afgrond en zien het niet.

    Wetenschappelijke ontdekkingen en transformatie van de aarde

    Anguera 2791 – 27/1/2007

    God zal de wetenschappers toelaten de ondoordringbare barrière van het universum te ontdekken. De dag zal komen wanneer de menselijke wijsheid zal verloren zijn. Het mysterie zal niet begrepen worden.

    Anguera 2807 – 6/3/2007

    De mensheid zal een zwaar kruis te dragen hebben wanneer de aarde zijn normale beweging verliest. Er zal een verandering zijn in de zwaartekracht van de aarde die een grote reus die zich op afstand bevindt, zal aantrekken.

    De geografie van de wereld zal veranderen. De dag zal komen dat het leven van de mensen niet langer hetzelfde zal zijn.

    Anguera 2794 – 3/2/2007

    Een reus zal komen en wanneer de mensen aankondigen dat het dichtbij is, zal de mensheid grote moeilijkheden doormaken. De aarde zal door een immense transformatie gaan.

    Anguera 2784 – 11/1/2007

    Een grote kastijding zal over de mensheid komen zonder uitstel. O, mannen en vrouwen, waar willen jullie naartoe?

    Anguera 3935 – 4/12/2007

    Een wetenschappelijke ontdekking zal de voornaamste zorg zijn van de mensheid. Het kruis zal zwaar zijn voor velen van Mijn arme kinderen.

    Anguera 2953 – 6/2/2008

    De tegenstander zal in het paleis de sleutel vinden dat de deur opent om te handelen in de wereld. Zijn project zal mannen en vrouwen van de wetenschappelijke en religieuze wereld betrekken. Leiders van de hele wereld, zowel de beroemde als de gewone mensen zullen aangetrokken worden tot dit giftig project. De gelovigen zullen een zwaar kruis te dragen hebben.

    Anguera 2874 – 7/8/2007

    Een ontdekking van de wetenschap zal grote verwarring veroorzaken voor de mensen.

    Anguera 2954 – 9/2/2008

    Het moment van zijn grootste pijn zal komen naar de Kerk van Mijn Jezus. Het zal ernstige conflicten teweegbrengen en de pijn ervaren verlaten te worden door vele geconsacreerde personen. Het nest van de vogel zal vernietigd worden.

    Anguera 2872 – 4/8/2007

    Vlucht van het kwaad en zoek de Heer om gered te worden. Mensen omarmen alle soorten van immoraliteit en tarten de Schepper. Iedereen moet weten dat de gerechtigheid van de Heer zal komen. De engelen van Sodom zullen naar de aarde komen, en wee degenen die leven in immoraliteit en ongehoorzaamheid aan de Heer.

    Anguera 2871 – 2/8/2007

    Verander jullie leven om gered te worden. Van de diepten van de aarde zal een groot mysterie rijzen. De wetenschap zal het niet uitleggen, en de inwoners van het land van het Heilig Kruis (Brazilië) zullen beven.

    Anguera 2866 – 24/7/2007

    De dag zal komen wanneer er geen beproevingen meer zullen zijn in het leven van de rechtvaardigen. De Heer zal handelen met Zijn sterke arm om jullie te helpen. Hij zal jullie tranen drogen, en wanneer alle beproevingen ten einde zijn, zullen jullie de transformatie van de aarde zien.

    Anguera 2832 – 3/5/2007

    De aarde zal aangetrokken worden wanneer het grote object naderbij komt. De tijd zal verloren zijn. Mensen zullen verward zijn door wat de Heer zal toelaten. Ware wijsheid komt van God.

    Anguera 2833 – 5/5/2007

    Mijn Heer zal handelen met tekenen en wonderen. Mensen zullen verbaasd zijn door de machtige handeling van God. God zal het tonen en de mensen zullen het zien op de middag.

    Anguera 2470 – 15/1/2005

    Een immense bol van vuur zal komen en een grote woestenij achterlaten. Geschreeuw en geweeklaag zal van alle kanten gehoord worden.

    Anguera profetieën over de pausen en de Kerk

    Bid voor de Kerk van mijn Jezus. Het zal lijden omwille van grote vervolgingen. Vele van mijn geliefde kinderen zullen zich keren tegen de Paus. Er zal een groot schisma zijn. De ware leer zal ontkend worden zelfs door leden van de hiërarchie.

    Anguera 951 – 9/5/1995

    Bid in het bijzonder voor Mijn eerste geliefde zoon, Paus Johannes Paulus II! Weet, dat de Kerk van mijn Zoon door een crisis zal moeten gaan, zoals nooit tevoren. Kardinalen en bisschoppen zullen zich tegen de paus keren, velen zullen het geloof verliezen, maar zoals ik heb gezegd, luister naar de stem van hem die waarlijk de opvolger is van de H. Stoel van Petrus. De Paus wordt verraden door zijn naaste collaborateurs. Er zijn er weinig die de moed van Petrus hebben, maar velen die de moed van Judas hebben. Bid! Ik herhaal, bid! De beslissende tijd komt. Degenen die met de Heer zijn zullen er beter uitkomen. Dit alles moet gebeuren, maar op het einde zal de Heer overwinnen.

    Anguera 1117 – 28/5/1996

    Ik nodig jullie ook uit om jullie kerkelijke oversten te gehoorzamen. Laat je geloof niet in de steek. Ga om mijn Zoon Jezus te ontmoeten. Bid! Bid voor mijn geliefde eerstgeboren zoon, de Paus Johannes Paulus II. Ik wil jullie vertellen dat de Kerk van mijn Jezus door een crisis moet zoals nooit eerder gezien sinds zijn oprichting.

    Anguera 1210 – 1/1/1997

    Bid voor de Kerk van mijn Jezus. Het zal lijden omwille van grote vervolgingen. Vele van mijn geliefde kinderen zullen zich keren tegen de Paus. Er zal een groot schisma zijn. De ware leer zal ontkend worden zelfs door leden van de hiërarchie. Bid. De Kerk van mijn Jezus zal aangevallen worden, het zal het doelwit zijn van grote aanvallen. Enkel de gelovigen, de ware gelovigen, zullen standvastig blijven.

    Anguera 2467 – 8/1/2005

    Wanneer de koning van zijn troon is gehaald zal een grote strijd beginnen, en het licht zal zijn klaarheid verliezen.

    Anguera 2468 – 11/1/2005

    Een grote stad zal in ruïne vervallen en er zal niet langer een koning op de troon zitten. Ze zullen tevergeefs zeggen: “goud is niet langer goud.”

    Anguera 2472 – 19/1/2005

    Een goed geklede man zal het huid van God binnengaan en een speciale plaats innemen. De vijanden van God zullen hem volgen en zullen grote schade aanrichten aan de hele mensheid. Hij zal lijken op een goede man en zal vele mensen verleiden. De rots zal niet overwonnen worden omdat God trouw is aan Zijn beloften. Plaats al je vertrouwen in de Heer. Degenen die trouw het Evangelie volgen en Mijn oproepen accepteren, zullen nooit de nederlaag ervaren.

    Anguera 2497 – 19/3/2005

    Een groot schip zal op de wilde golven varen, en allen aan boord zullen verbaasd zijn om Christus te zien voor zich. Een verdeelde heerschappij en een lege stoel. Het bestaan van twee koningen zal grote verwarring verspreide in de wereld, maar God zal Zijn volk te hulp komen. Zijn uitverkorenen zullen niet hulpeloos achter blijven. Vertrouw op de Heer.

    Anguera 2503 – 31/3/2005

    Bid ook voor de Kerk van Mijn Zoon Jezus. Door de beslissing van een hoogmoedige man, zullen gaten gemaakt worden, maar wat er gevonden wordt zullen valse vruchten zijn. De ware schat is niet begraven. De waarheid van Mijn Jezus is in het Evangelie. Wees voorzichtig.

    Anguera 2507 – 12/4/2005

    De dag zal komen wanneer er minachting zal zijn voor de leerstellingen en het geloof van velen zal dooreen geschud worden.

    Anguera 2512 – 29/4/2005

    Bid voor de nieuwe opvolger van Petrus. Met hem, zal de Kerk vooruitgang boeken, maar hij zal vervolgd worden door zijn vijanden. De Heilige Vader zal de calvarie ervaren, want vele van zijn standpunten zullen tegengesteld zijn aan deze van de vijanden van de Kerk.

    Anguera 2529 – 31/5/2005

    Het paleis zal verrast worden door een woedende en bloedige invasie van mannen met grote baarden. Weet dat er grote veranderingen zijn in de natuur.

    Amguera 2539 – 24/6/2005

    Het is goed te bidden voor Paus Benedictus XVI. Een steen van steen zal gebroken worden.

    Anguera 2553 – 24/7/2005

    Terroristen zullen naar het Vaticaan komen. De plaza zal gevuld zijn met lijken. De mensheid zal de boze actie zijn van de mannen met lange baarden.

    Anguera 2759 – 14/11/2006

    De mensheid leeft in de duisternis van geestelijke blindheid. De actie van de duivel zal ervoor zorgen dat velen het ware geloof verliezen. Jullie zullen nu de verschrikkingen zien op aarde. De Kerk zal vervolgd worden. De troon van Petrus zal vallen, maar op het einde zullen de rechtvaardigen overwinnen. Een grote religieuze oorlog zal komen, en de gelovigen zullen eruit gegooid worden. Heb de waarheid lief en verdedig ze. De Heer staat aan de kant van de Zijnen.

    Anguera 2814 – 22/3/2007

    De Kerk zal dooreen geschud worden en er zal een grote verdeeldheid zijn.

    Anguera 2823 – 12/4/2007

    De dag zal komen wanner het geloof maar in weinig harten zal aanwezig zijn. Er zal een grote minachting zijn voor al wat heilig is, en steeds meer bedienaren van God zullen aangetast worden door morele corruptie. Het eucharistisch maal zal veracht worden en velen zullen in honger achterblijven. Ze zullen kijken voor ander plaatsen, maar er zullen weinig plaatsen zijn waar ze degenen zullen vinden die hen het kostbare voedsel kunnen geven. Wanneer deze tijd komt, weet dan dat de grote dag er bijna is.

    Anguera 2828 – 23/4/2007

    De actie van de duivel zal ertoe leiden dat velen het geloof afvallen. Een verschrikkelijk plan zal in praktijk gebracht worden met als doel de Kerk van mijn Jezus te vernietigen. Velen zullen zich terugtrekken en de koning zal zich eenzaam voelen.

    Anguera 2860 – 7/7/2007

    Een koning zal bedreigd worden en ze zullen proberen hem te verwijderen van zijn troon. Wat ik heb voorzegd in het verleden staat te gebeuren.

    Anguera 2863 – 14/7/2007

    De mannen met de grote baarden zijn een verschrikkelijke actie aan het plannen tegen het paleis van de koning.

    Anguera 2940 – 8/1/2008

    Wanneer de troon valt en het niet langer mogelijk is dat de koning blijft, zal er een grote minachting zijn voor leerstellingen, en weinigen zullen stevig vasthouden aan het geloof.

    Anguera 2908 – 27/10/2007

    De eenheid van de grote gebaarde mannen met degenen van het rode, zullen grote pijn veroorzaken aan de mensheid. De lijn zal gebroken worden. De pijn zal groot zijn. Ik vraag jullie om de geloofsvlam brandend te houden.

    Anguera 2916 – 14/11/2007

    De dag zal komen wanneer perverse mannen zich zullen plaatsen op de gepriviligeerde posities in het huis van de Heer. Dit zullen degenen zijn die degenen die tegen Christus zijn zullen aantrekken in de Kerk. Dit zal de tijd zijn waarin het Heilige zal buiten gegooid worden en dat de gelovigen zullen vervolgd worden. Weinigen zullen standvastig blijven in het geloof, maar door deze weinigen, zal God een grote hoop doen rijzen voor Zijn volk. Na alle beproevingen zal de Kerk grote vreugde ervaren. De overwinning van de Heer zal zichtbaar zijn voor degenen die trouw blijven tot het einde.

    Anguera 2939 – 5/1/2008

    Een oorlog zal uitbreken in Rome en er zullen weinig overlevenden zijn. Hij die tegen Christus is zal lijden en verdriet brengen over heel Europa. De troon van Petrus zal leeg zijn. Tranen van pijn en geweeklaag zal gezien worden in de Kerk.

    Anguera 2944 – 17/1/2008

    Mijn Jezus werd verraden door één van zijn uitverkorenen, en overgeleverd aan de vijanden. De dag zal komen wanneer Zijn Kerk zal verraden worden door een van de uitverkorenen om ze te verdedigen. De vijand zal grote kracht hebben omdat hij de steun van vele geconsacreerde personen zal hebben. Zie de tijd van de grote spirituele strijd voor de Kerk. Weet dat ondanks de schade dat de oppositie zal veroorzaken, de Kerk nooit zal overwonnen worden. De Kerk zal blijven leven en sterk zijn in de harten van de gelovigen. Dit moet gebeuren, maar op het einde zal de Heer overwinnen.

    Anguera 2947 – 25/1/2008

    De Kerk zal een kruis van kwelling, verlatenheid, en vernedering moeten dragen. Omwille van slechte priesters, het ontkennen van grote leerstellingen, en het bekoelen van het geloof en vele twijfels. De Kerk zal gehinderd worden door grote stormen, en de weinigen zullen stevig in het geloof verankerd blijven. Het zullen moeilijke tijden zijn voor mijn arme kinderen, maar de Heer is niet ver van jullie. Na alle beproevingen, zal er een grote overwinning komen van de Heer.

    Anguera 2949 – 29/1/2008

    De dag zal komen wanneer vele van de hiërarchie valse ideologieën en valse leerstellingen zullen aanhangen. Het zal een tijd van grote kwellingen zijn voor de Kerk.

    De aanval op het Sacrament van de Eucharistie

    Anguera 2973 – 20/3/2008

    Weet dat er van nu af aan meer minachting zal zijn voor de sacramenten, en de bedienaars van God zullen veracht en vervolgd worden. De duivel zal erin slagen om velen in de heilige ordes te vernietigen met schandalen die het geloof van vele mannen en vrouwen zal doen wankelen. Rebellie zal er zijn tegen de ware leer van de Kerk en de opvolger van Petrus zal een zwaar kruis moeten dragen. Ze zullen het sacrament van de Eucharistie aanvallen met grote woede, en ervoor zorgen dat velen het geloof in de ware aanwezigheid van Mijn Jezus verliezen. De Kerk zal zijn glans verliezen op vele plaatsen en velen zullen zijn als blinden die de andere blinden leiden. De Kerk van Mijn Jezus stevent af op vele beproevingen in de toekomst, en weinig geconsacreerde personen zullen standvastig in de waarheid blijven.