Inhoud blog
  • Overlijden Robert De Telder
  • Corona
  • Chronologische schema's - afbeeldingen - vanaf de Grote Vloed tot de Spraakverwarring
  • Joeja
  • De eerste drieduizend jaar, hoofdstuk 1
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    KRONOS
    chronologie - archeologie - oudheid
    03-06-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Farao Sethos volgens de faraolijst van de oudheidhistoricus Herodotos

    Met onze aflevering van 13.05.2019 op dit blog behandelden we Herodotos’ ANYSIS, de blinde farao uit de gelijknamige stad Anysis, die we met Achnaton identificeerden. Zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?ID=3158659

    Deze week gaan we verder met het identificeren van de Griekse namen die Herodotos via zijn faraolijst doorgaf. De farao die Anysis opvolgde kreeg de naam Sethos van Herodotos.

     

     

    Herodotos is mijn naam, ik kom uit Halikarnassos en maak hierbij het verslag wereldkundig van het onderzoek dat ik heb verricht om de herinnering aan het verleden levend te houden en de grootse, indrukwekkende prestaties van de Grieken en andere volken te vereeuwigen.

     

    De oudheidhistoricus Herodotos schreef zijn historisch verslag ongeveer tussen de jaren 450 en 420 voor Chr. De Romeinse staatsman Cicero noemde hem in diens tijd ‘de vader der historie’. Halikarnassos, de plaats waar hij geboren werd, lag aan de zuidwestkust van het huidige Turkije. In Herodotos’ tijd was het een Griekse kolonie. Herodotos was de eerste classicus die een gedetailleerd verslag over Egypte neerschreef. Herodotos reisde het gehele land door tot aan de grens met Nubië. In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, (blz. 43, 310, 345, 371, 375, 385) gaf ik heel wat aandacht aan Herodotos. De Egyptische koningslijst van Herodotos is niet volledig. Hij vermeldt weliswaar een bestaande lijst in zijn tijd van 330 koningen (Boek 2:100) die na de eerste farao Menes over het land regeerden, maar geeft geen namen op. Al die namen slaat hij over om daarna (Boek 2:102) alle aandacht op Sesostris en diens opvolgers te richten.

    Hierna de betreffende faraolijst van Herodotos. In de linker kolom staan de Griekse namen vermeld met rechts hun historische verankering op de tijdsbalk:

    Herodotos                    Boek:                   historische verankering op tijdsbalk:

    Sesostris             2 :102        Thothmosis III, Rehabeam – 961 v. Chr.

    Feroos/Pheros    2 :111                   Amonhotep II – 941 v. Chr.

    Proteus               2 :112         Thothmosis IV – 800 v. Chr.

    Rampsinitos       2 :121         Amonhotep III – 776 v. Chr.

    Cheops                2 :124        piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Chefren               2 :127         piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Mykerinos           2 :129        piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Asychis                2 :136        8ste eeuw v. Chr.

    Anysis                 2 :137         tijdgenoot Sabakoos – 8ste eeuw v. Chr.

     

    Sethos                 2 :141         tijdgenoot Sanherib, Assyrië – 709 v. Chr.

    12 koningen        2 :147         Ramessieden

     

    Psammetichos    2 :152         675 v. Chr.

    Neko                   2 :158         Neko – 605 v. Chr.

    Psammis             2 :159

    Apriës                 2 :161         Hofra

    Amasis                2 :172         525 v. Chr.

     

    De opvolger van Anysis volgens Herodotos’ faraolijst was Sethos. Hierna het citaat uit Boek 2:

    141. After him (Anysis) there came to the throne the priest of Hephaistos, whose name was Sethos. This man, they said, neglected and held in no regard the warrior class of the Egyptians, considering that he would have no need of them; and besides other slights which he put upon them, he also took from them the yokes of corn-land which had been given to them as a special gift in the reigns of the former kings, twelve yokes to each man. After this, Sanacharib king of the Arabians and of the Assyrians marched a great host against Egypt. Then the warriors of the Egyptians refused to come to the rescue, and the priest, being driven into a strait, entered into the sanctuary of the temple and bewailed to the image of the god the danger which was impending over him; and as he was thus lamenting, sleep came upon him, and it seemed to him in his vision that the god came and stood by him and encouraged him, saying that he should suffer no evil if he went forth to meet the army of the Arabians; for he himself would send him helpers. Trusting in these things seen in sleep, he took with him, they said, those of the Egyptians who were willing to follow him, and encamped in Pelusion, for by this way the invasion came: and not one of the warrior class followed him, but shop-keepers and artisans and men of the market. Then after they came, there swarmed by night upon their enemies mice of the fields, and ate up their quivers and their bows, and moreover the handles of their shields, so that on the next day they fled, and being without defense of arms great numbers fell. And at the present time this king stands in the temple of Hephaistos in stone, holding upon his hand a mouse, and by letters inscribed he says these words: "Let him who looks upon me learn to fear the gods."

     

    Herodotos beschrijft zijn Sethos als een priester van Hephaistos die na zijn troonsbestijging de Egyptische militaire kaste niet bijzonder hoog achtte en hun daarom ondermijnde door bepaalde voorrechten die zij onder de vorige farao ’s genoten af te nemen. Hij was van mening geen leger nodig te hebben. Daarna beschrijft Herodotos hoe een nakende Assyrische invasie van Egypte de noodzaak van een leger duidelijk maakte en hij met een militieleger van vrijwilligers naar de grens nabij Pelusium optrok. De naam van de Assyrische koning is Sanherib. Een koning die ook in de Bijbel vermeld wordt en in 709 v. Chr. in het veertiende regeringsjaar van koning Hizkia van Juda Jeruzalem belegerde maar daar verslagen werd. Datzelfde jaar trok Sanherib voorafgaand tegen Egypte op.

    Farao Sethos kunnen we ontegensprekelijk in de tweede helft van de achtste eeuw v. Chr. op de tijdsbalk onderbrengen. De identificatie wordt ook via de verschillende historische bronnen mogelijk. De veldtocht van Sanherib tegen Egypte wordt verhaald op diens zogenaamde prismastele die bewaard is gebleven. Een nederlaag werd op de prismastele niet vermeld, integendeel! Hierna het betreffende citaat:

    “…. The officials, nobles, and people of Ekron, who had thrown Padi their king—bound by oath and curse of Assyria— into fetters of iron and had given him over to Hezekiah, the Judahite—he kept him in confinement like an enemy— their heart became afraid, and they called upon the Egyptian kings, the bowmen, chariots and horses of the king of Meluhha [Ethiopia], a countless host, and these came to their aid. In the neighborhood of Eltekeh, their ranks being drawn up before me, they offered battle. With the aid of Assur, my lord, I fought with them and brought about their defeat. The Egyptian charioteers and princes, together with the Ethiopian king's charioteers, my hands captured alive in the midst of the battle. Eltekeh and Timnah I besieged, I captured, and I took away their spoil”.

     

     

    Sanherib vermeldt de koningen van Egypte in het meervoud samen met de koning van Ethiopië die hij bovendien krijgsgevangen nam. Egypte en vooral de Nijldelta was in de achtste eeuw v. Chr. een lappendeken van dynastieën die ieder over hun deel van de delta heersten. Een eigennaam geeft Sanherib echter niet op. De krijgsgevangen Egyptische koningen en prinsen voerde hij mee tot voor de poorten van Jeruzalem dat onder Assyrische belegering lag. Zij waren daar getuigen van de ondergang van het Assyrische leger waarbij de Engel des HEEREN in de Pesachnacht 185.000 Assyrische soldaten vernietigde. Zie het artikel op dit blog van 04.12.2018, de Assyrische koning Sanherib chronologisch in lijn met de Bijbelse koning Hizkia van Juda gebracht, zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1543791600&stopdatum=1544396400

    Een Joodse legende leert dat na de vernietiging van het belegerende Assyrische leger te Jeruzalem de Joden de volgende morgen het Assyrische bivak binnentrokken en daar de farao van Egypte en de Ethiopische koning Tirhaka van hun ketenen verlosten, en huiswaarts zonden.

    “…..In view of all the wonders God had done for him, it was unpardonable that Hezekiah did not feel himself prompted at least to sing a song of praise to God. Indeed, when the prophet Isaiah urged him to it, he refused, saying that the study of the Torah, to which he devoted himself with assiduous zeal, was a substitute for direct expressions of gratitude. Besides, he thought God's miracles would become known to the world without action on his part, in such ways as these: After the destruction of the Assyrian army, when the Jews searched the abandoned camps, they found Pharaoh the king of Egypt and the Ethiopian king Tirhakah. These kings had hastened to the aid of Hezekiah, and the Assyrians had taken them captive and clapped them in irons, in which they were languishing when the Jews came upon them. Liberated by Hezekiah, the two rulers returned to their respective realms, spreading the report of the greatness of God everywhere. And again, all the vassal troops in Sennacherib's army, set free by Hezekiah, accepted the Jewish faith, and on their way home they proclaimed the kingdom of God in Egypt and in many other lands.”

    The Legends of the Jews, Boek IX,

    In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 307-311, breng ik de aangehaalde historische bronnen samen en lever een historisch plaatje waar de verschillende puzzelstukjes hun plaats vinden. De Bijbel is hierbij de leidraad. De farao die de oudheidhistoricus Herodotos met de (Griekse) naam Sethos doorgeeft is dezelfde persoon als farao (Hebreeuws) So uit de Bijbel. Het is ook boeiend op te merken wat de buiten-Bijbelse bronnen weglaten, niet vermelden. We hebben al gezien dat Sanherib nergens melding van zijn nederlaag maakt. Maar ook Herodotos kreeg van de Egyptische priesters met wie hij over deze epoque in gesprek ging, niet de volledige waarheid te horen. Zo wordt de krijgsgevangenneming van de Egyptische en Ethiopische prinsen en edelen op het slagveld bij Eltekeh door Sanherib niet vermeld. Volgens de eerder geciteerde Joodse overlevering werd de farao van Egypte waarvan de naam niet wordt meegedeeld, te samen met de Ethiopische koning Tirhaka door de Joden uit Jeruzalem van hun ketenen bevrijd en huiswaarts gezonden. Zij waren getuigen geweest van de vernietiging van het belegerende Assyrische leger voor de poorten van Jeruzalem. Volgens de Joodse overlevering keerden zij huiswaarts verkondigende de grootheid van de God van Israël. Maar deze informatie was ten tijde van Herodotos door de Egyptenaren al lang verwijderd. Wat historisch na ongeveer 275 jaar voor hen van waarde overbleef was de vermelding van een veldslag tegen het leger van Sanherib en een standbeeld van de farao die in zijn hand een muis vasthield met op de sokkel van het beeld een opschrift met de boodschap om de goden (meervoud) te vrezen.

    De bekende wetenschapper Isaac Newton die een revisionist van de geschiedenis van de oudheid was, schreef ook zijn mening over farao So neer. Volgens Newton was de Ethiopiër Sabakoos of Sabacon die Herodotos beschreef de Bijbelse farao So. En mogelijk schrijft Newton, was Sabacon identiek met Sethon of Sethos. Hierna het betreffende gedeelte dat ik van het internet plukte:

    In the Dynasties of Manetho; Sevechus is made the successor of Sabacon, being his son; and perhaps he is the Sethon of Herodotus, who became Priest of Vulcan, and neglected military discipline: for Sabacon is that So or Sua with whom Hoshea King of Israel conspired against the Assyrians, in the fourth year of Hezekiah, Anno Nabonass. 24. Herodotus tells us twice or thrice, that Sabacon after a long Reign of fifty years relinquished Egypt voluntarily, and that Anysis who fled from him, returned and Reigned again in the lower Egypt after him, or rather with him: and that Sethon Reigned after Sabacon, and went to Pelusium against the army of Sennacherib, and was relieved with a great multitude of mice, which eat the bow-strings of the Assyrians; in memory of which the statue of Sethon, seen by Herodotus, was made with a Mouse in its hand. A Mouse was the Egyptian symbol of destruction, and the Mouse in the hand of Sethon signifies only that he overcame the Assyrians with a great destruction. The Scriptures inform us, that when Sennacherib invaded Judæa and besieged Lachish and Libnah, which was in the 14th year of Hezekiah, Anno Nabonass. 34. the King of Judah trusted upon Pharaoh King of Egypt, that is upon Sethon, and that Tirhakah King of Ethiopia came out also to fight against Sennacherib, 2 King. xviii. 21. & xix. 9. which makes it probable, that when Sennacherib heard of the Kings of Egypt and Ethiopia coming against him, he went from Libnah towards Pelusium to oppose them, and was there surprised and set upon in the night by them both, and routed with as great a slaughter as if the bow-strings of the Assyrians had been eaten by mice. Some think that the Assyrians were smitten by lightning, or by a fiery wind which sometimes comes from the southern parts of Chaldæa. After this victory Tirhakah succeeding Sethon, carried his arms westward through Libya and Afric to the mouth of the Straits: but Herodotus tells us, that the Priests of Egypt reckoned Sethon the last King of Egypt, who Reigned before the division of Egypt into twelve contemporary Kingdoms, and by consequence before the invasion of Egypt by the Assyrians.

    (THE CHRONOLOGY OF ANCIENT KINGDOMS AMENDED. A SHORT CHRONICLE from the First Memory of Things in Europe, to the Conquest of Persia by Alexander the Great, by Sir ISAAC NEWTON, London, MDCCXXVIII, 1728 AD)

     

    Het boeiende aan de studie van Newton is dat deze onderzoeker van de achttiende eeuw uitsluitend werkte met het historische materiaal dat toen voorhanden was via de Bijbel, Flavius Josephus, Herodotos, Diodorus en andere oudheidhistorici. Het archeologische terrein in Egypte lag toen nog braak en zou pas voor het Westen toegankelijk worden na de veldtocht van Napoleon in Egypte in de negentiende eeuw. Maar de eerder vermelde oudheidhistorici had Newton door en door in de grondtekst bestudeerd en toen al had hij een revisie van de Egyptische geschiedenis neergepend waar heden heel wat bruikbare puzzelstukjes in te vinden zijn.

     

    In mijn eerder vermelde studie TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 307-311, identificeer ik farao Sethos van Herodotos met farao Zet van de drieëntwintigste dynastie van Manetho. Volgens het studiewerk van Donovan A. Courville (The Exodus Problem and its Ramifications, Chapter XVIII) was de laatste farao van dynastie XXIII met de naam Zet gelijk aan ‘Sethnakht’ de grondvester van de twintigste dynastie. Sethnakht was volgens Courville een overgangsfiguur tussen de twee dynastieën. De orthodoxe Egyptologie heeft niet veel informatie over deze koning en veel over zijn afkomst en leven wordt gespeculeerd.

     

    Farao ‘Sethos’ van Herodotos wordt opgevolgd door ‘twaalf koningen’ die ieder voor een tijd over een gebied van Egypte heersten. Later zou één van hen: farao Psammetichos, de alleenheerschappij overnemen.

    Herodotos Boek 2:

    147. but I will now recount that which other nations also tell, and the Egyptians in agreement with the others, of that which happened in this land: and there will be added to this also something of that which I have myself seen. Being set free after the reign of the priest of Hephaistos, the Egyptians, since they could not live any time without a king, set up over them twelve kings, having divided all Egypt into twelve parts. These made intermarriages with one another and reigned, making agreement that they would not put down one another by force, nor seek to get an advantage over one another, but would live in perfect friendship: and the reason why they made these agreements, guarding them very strongly from violation, was this, namely that an oracle had been given to them at first when they began to exercise their rule, that he of them who should pour a libation with a bronze cup in the temple of Hephaistos, should be king of all Egypt (for they used to assemble together in all the temples). …

     

     

    De identificatie van de Sethos van Herodotos met Sethnakht de grondvester van de twintigste dynastie ligt voor de hand wanneer we in de twaalf koningen van Herodotos als opvolgers van Sethos, de Ramessieden willen herkennen. Tien Ramessieden die samen met Necho en Psammetichos de twaalf koningen van Herodotos uitmaken. Het is een passend puzzelstuk dat men via deze identificatie kan invoegen.

    De orthodoxe Egyptologie heeft op basis van haar foutieve veronderstelling dat er een dubbele Sothis-kalender in het oude Egypte in gebruik was, farao Sethnakht in de twaalfde eeuw v. Chr. geplaatst van 1185 tot 1182 v. Chr. en laat de Ramessieden daarna in opeenvolging regeren en niet tegelijkertijd zoals Herodotos het doorgaf. Eerder schreef ik op dit blog op 27.02.2017 een artikel over de chronologie van het oude Egypte, waarin het gebruik van de Sothis-kalender weerlegd wordt. Zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1488150000&stopdatum=1488754800

    Volgens Herodotos behoren Sethos en de twaalf koningen op de tijdsbalk aan het einde van de achtste eeuw v. Chr. Dit heeft onder andere tot gevolg dat de invallen van de zeevolken ten tijde van Ramses III nu ook aan het einde van de achtste eeuw v. Chr. op de tijdsbalk onder te brengen zijn. De invallen van de zeevolken en de chronologische revisie gaf ik aandacht in mijn boek ‘De Zonaanbidder, Achnaton de strenge en hardvochtige farao volgens de profeet Jesaja’, 2016, blz. 149-158, met Appendix 1. Het boek begon ik als inleiding met het beleg van Troje dat gereviseerd nu aan het begin van de achtste eeuw v. Chr. plaatsvind. De zogenaamde duistere eeuwen van Griekenland ’s vallen nu weg en krijgen hun historische plaats op de tijdsbalk. O      f hoe belangrijk het onderzoek van Herodotos’ rangschikking van de farao ’s vanaf Sesostris is.

     

    Wordt vervolgd…

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

     

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    03-06-2019 om 09:41 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    28-05-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het Bijbelboek Openbaring en het herstel van Israël

    Deuteronomium 28:64 En de HEERE zal u verstrooien onder alle volken, van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde; en aldaar zult gij andere goden dienen, die gij niet gekend hebt, noch uw vaders, hout en steen. 65 Daartoe zult gij onder dezelve volken niet stil zijn, en uw voetzool zal geen rust hebben; want de HEERE zal u aldaar een bevend hart geven, en bezwijking der ogen, en mattigheid der ziel. 66 En uw leven zal tegenover u hangen; en gij zult nacht en dag schrikken, en gij zult van uw leven niet zeker zijn. 67 Des morgens zult gij zeggen: Och, dat het avond ware; en des avonds zult gij zeggen: Och, dat het morgen ware; vermits den schrik uws harten, waarmede gij zult verschrikt zijn, en vermits het gezicht uwer ogen, dat gij zien zult. (Statenvertaling)

     

    Het hiervoor geciteerde Bijbelcitaat gaat terug tot het voorjaar van 1443 v. Chr. aan de vooravond van de inbezitneming van het Beloofde Land Kanaän door de twaalf stammen van Israël. Dit Woord van God werd door Mozes uitgesproken kort voor zijn dood. De geschiedenis van Israël volgend op de intocht in Kanaän werd gekenmerkt door vallen en opstaan in hun verbond met de HEERE God. Uiteindelijk werden zij in 70 AD, veertig jaar na de verwerping van de Messias, uit het land gerukt en begon hun wereldwijde verstrooiing of diaspora. De Romeinen onder leiding van Titus vernietigden toen de Tempel en Jeruzalem. Geen steen bleef op de andere staan, het leek alsof het definitief met Israël voorbij was. Het Europese christendom dat later binnen het Romeinse Rijk politieke macht verwierf, leek in de plaats van Israël geplaatst te zijn. Nochtans leert de Bijbel een herstel van de Israëlieten in het oude land der vaderen, zowel geestelijk als nationaal.

    Deuteronomium 30:1 Voorts zal het geschieden, wanneer al deze dingen over u zullen gekomen zijn, deze zegen of deze vloek, die ik u voorgesteld heb; zo zult gij het weder ter harte nemen, onder alle volken, waarheen u de HEERE, uw God, gedreven heeft; 2 En gij zult u bekeren tot den HEERE, uw God, en Zijner stem gehoorzaam zijn, naar alles, wat ik u heden gebiede, gij en uw kinderen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel. 3 En de HEERE, uw God, zal uw gevangenis wenden, en Zich uwer ontfermen; en Hij zal u weder vergaderen uit al de volken, waarheen u de HEERE, uw God, verstrooid had. 4 Al waren uw verdrevenen aan het einde des hemels, van daar zal u de HEERE, uw God, vergaderen, en van daar zal Hij u nemen. 5 En de HEERE, uw God, zal u brengen in het land, dat uw vaderen erfelijk bezeten hebben, en gij zult dat erfelijk bezitten; en Hij zal u weldoen, en zal u vermenigvuldigen boven uw vaderen. (Statenvertaling)

     

    Het eerder vermelde christendom is niet te verwarren met de Bijbelse Ekklesia, het Lichaam van Christus, dat sinds Pinksteren 30 AD over de eeuwen heen ‘uit’geroepen wordt en bestaat uit individuele Joden en niet-Joden zowel mannen als vrouwen (Efeze 2:14-22). Het is een organisme dat vandaag in de wereld verborgen is (Matteüs 13:44). De relatie onderling tussen Christus en christenen is er één zoals tussen vrienden en niet een zoals tussen een heer en zijn dienstknechten (Joh. 15:12-15). Ook de bedeling van de Genade, volgend op de bedeling onder de Wet (Galaten 4:24) zal echter ooit afgesloten worden, waarna de draad met het oude Israël, dat wonder boven wonder over de eeuwen heen in de volkeren-zee bewaard is gebleven, door God opnieuw opgenomen wordt. Voor een overzicht van de bedelingenleer, zie de hierna vermelde link met een artikel dienaangaande uit het Zoeklicht van 11/2016, link: http://www.dekoningkomt.nl/debedelingenleer.html

    Het laatste boek van de Bijbel in het Nieuwe Testament gaat inhoudelijk volledig over het herstel van Israël in de toekomst.

    Openbaring 1:1 De openbaring van Jezus Christus, die God hem gegeven heeft, om Zijn dienstknechten te tonen de dingen, die haast geschieden moeten; en die Hij door Zijn engel gezonden, en Zijn dienstknecht Johannes te kennen gegeven heeft; 2 Dewelke het woord Gods betuigd heeft, en de getuigenis van Jezus Christus, en al wat hij gezien heeft. (Statenvertaling)

     

     

    © Map Public Domain, bewerkt door de auteur. De zeven Gemeenten in de Romeinse provincie Asia kregen op de kaart een blauwe omkadering.

     

    Vooraleer het Bijbelboek Openbaring de toekomstige gebeurtenissen als vooraf geschreven geschiedenis behandelt wordt de oude geschiedenis van Israël in de zeven brieven geadresseerd aan zeven gemeenten in Klein-Azië, zeer herkenbaar weergegeven. De zeven gemeenten bevonden zich in de volgende plaatsen: Efeze, Smyrna, Pergamon, Thyatira, Sardes, Philadelphia en Laodicea. De zeven plaatsen lagen in het westelijke gedeelte van de Romeinse provincie Asia tegenover de Egeïsche zee. Het karakter van de zeven plaatselijke Gemeenten was heel verschillend van elkaar en was een type van de geschiedenis van het oude Israël vanaf de Exodus tot de komst van de Messias. Volgens de Bijbelvorser C.I. Scofield (1843/1921) hebben de zeven brieven aan de zeven Gemeenten een viervoudige toepassing: (1) lokaal, naar de Gemeenten die in 93 AD daadwerkelijk zijn aangesproken; (2) vermanend, voor alle Gemeenten in alle tijden als beproevingen waarmee ze hun ware spirituele staat in de ogen van God kunnen onderscheiden; (3) persoonlijk, in de vermaningen aan hem "die een oor heeft", en in de belofte "aan hem die overwint"; (4) profetisch, als het onthullen van zeven fasen van de geschiedenis van de Gemeenten tot het einde. Volgens punt 3 zijn de brieven voor de christen in de huidige bedeling als vermaning en bemoediging gegeven zoals overigens heel de Schrift (Romeinen 15:4 en 1 Korintiërs 10:6).

    Het woord: Gemeente in onze Bijbelvertaling is een vertaling van het Griekse woord: EKKLESIA. Een Grieks woord dat in de Bijbel ook gebruikt wordt voor de aanduiding van ‘kring’ en/of ‘vergadering’ wat de betekenis van het woord EKKLESIA weergeeft. Het woord werd ook in het oude Griekenland gebruikt voor een vergadering van burgers ‘uit’ geroepen tot een publieke positie. De geestelijke lessen in iedere brief zijn in tegenstelling tot het historische niet aan een tijdsperiode gebonden. De Bijbelse Nieuwtestamentische Gemeente is een vergadering, een kring van gelovige individuen, zowel mannen als vrouwen en bestaande uit zowel niet-Joden als Joden die over de eeuwen heen door God ‘uit’ geroepen worden.

    Alle zeven brieven zijn iedere keer gericht aan de engel der gemeente: ‘Schrijf aan de engel der Gemeente te …’. Hier kan alleen maar de Joodse gemeente of synagoge mee bedoelt zijn. Tussen de Ekklesia, het lichaam van Christus, en de Heer Jezus Christus, het hoofd van de Ekklesia, staat er namelijk geen engel of andere tussenpersoon. “Waar twee of drie in mijn naam vergaderd zijn, daar ben Ik in uw midden”, zegt Christus tot iedere kring van christenen, zonder tussenpersoon. De in de wereld verborgen Nieuwtestamentische gemeente is bovendien standenvrij:

    Galaten 3:27 Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed. 28 Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers één in Christus Jezus…

    Colossenzen 3:10b … die vernieuwd wordt tot volle kennis naar het beeld van zijn Schepper, 11 waarbij geen onderscheid is tussen Griek en Jood, besneden of onbesneden, barbaar en Skyth, slaaf en vrije, maar alles en in allen is Christus.

     

    In God ’s relatie met het oude Israël bevonden er zich tussenpersonen. De profeet Daniël vestigt bijvoorbeeld de aandacht op de aartsengel Michael in diens bijzondere relatie en bediening tot Israël.

    Daniël 12:1 En te dier tijd zal Michaël opstaan, die grote vorst, die voor de kinderen uws volks staat, als het zulk een tijd der benauwdheid zijn zal, als er niet geweest is, sinds dat er een volk geweest is, tot op dienzelven tijd toe; en te dier tijd zal uw volk verlost worden, al wie gevonden wordt geschreven te zijn in het boek.

     

    In Psalm 82 wordt naar engelenmachten als goden over volken verwezen. Goden die op God ’s tijd ook geoordeeld zullen worden.

    Psalm 82: 1 Een psalm van Asaf. God staat in de vergadering Godes; Hij oordeelt in het midden der goden; 2 Hoe lang zult gijlieden onrecht oordelen, en het aangezicht der goddelozen aannemen? Sela. 3 Doet recht den arme en den wees; rechtvaardigt den verdrukte en den arme. 4 Verlost den arme en den behoeftige, rukt hem uit der goddelozen hand. 5 Zij weten niet, en verstaan niet; zij wandelen steeds in duisternis; dies wankelen alle fondamenten der aarde. 6 Ik heb wel gezegd: Gij zijt goden; en gij zijt allen kinderen des Allerhoogsten; 7 Nochtans zult gij sterven als een mens; en als een van de vorsten zult gij vallen. 8 Sta op, o God! oordeel het aardrijk, want Gij bezit alle natiën.

     

    Ik meen hier aangetoond te hebben dat engelen als tussenpersonen altijd in een bijzondere relatie tot Israël gestaan hebben zoals ook de brief van Paulus aan de Hebreeën vermeld:

    1:14 Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, om dergenen wil, die de zaligheid beërven zullen?

     

    Het is aldus niet verwonderlijk dat de brieven van Christus aan de zeven gemeenten in Asia aan engelen gericht zijn. De eerste brief van Christus was gericht aan de engel der Gemeente te Efeze. Hierna het betreffende Bijbelgedeelte:

    Openbaring 2:1 Schrijf aan den engel der Gemeente van Efeze: Dit zegt Hij, Die de zeven sterren in Zijn rechter hand houdt, Die in het midden der zeven gouden kandelaren wandelt: 2 Ik weet uw werken, en uw arbeid, en uw lijdzaamheid, en dat gij de kwaden niet kunt dragen; en dat gij beproefd hebt degenen, die uitgeven, dat zij apostelen zijn, en zij zijn het niet; en hebt ze leugenaars bevonden; 3 En gij hebt verdragen, en hebt geduld; en gij hebt om Mijns Naams wil gearbeid, en zijt niet moede geworden. 4 Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt verlaten. 5 Gedenk dan, waarvan gij uitgevallen zijt, en bekeer u, en doe de eerste werken; en zo niet, Ik zal u haastelijk bij komen, en zal uw kandelaar van zijn plaats weren, indien gij u niet bekeert. 6 Maar dit hebt gij, dat gij de werken der Nikolaieten haat, welke Ik ook haat. 7 Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt. Die overwint, Ik zal hem geven te eten van den boom des levens, die in het midden van het paradijs Gods is.

     

    De brief aan Efeze beschrijft de geschiedenis van het oude Israël vanaf Pinksteren 1483 v. Chr. met het geven van de Tien Woorden op de berg Gods in de wildernis, vijftig dagen na de Exodus uit Egypte. Het was de periode van ‘ondertrouw’ van Israël op weg naar het Beloofde Land Kanaän. De profeten Hosea en Jeremia beschrijven de bijzondere liefdesverhouding tussen de HEERE God en Zijn verbondsvolk tijdens deze periode. De betekenis van ‘Efeze’ is dan ook de ‘lieflijke’.

    Hosea 11:1 Als Israël een kind was, toen heb Ik hem liefgehad, en Ik heb Mijn zoon uit Egypte geroepen.

    Jeremia 2:1 En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende: 2 Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land. 3 Israël was den HEERE een heiligheid, de eerstelingen Zijner inkomste; allen, die hem opaten, werden voor schuldig gehouden; kwaad kwam hun over, spreekt de HEERE.

    Deuteronomium 7:6 Want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God; u heeft de HEERE, uw God, verkoren, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zoudt zijn uit alle volken, die op den aardbodem zijn. 7 De HEERE heeft geen lust tot u gehad, noch u verkoren, om uw veelheid boven alle andere volken; want gij waart het weinigste van alle volken. 8 Maar omdat de HEERE ulieden liefhad, en opdat Hij hield den eed, dien Hij uw vaderen gezworen had, heeft u de HEERE met een sterke hand uitgevoerd, en heeft u verlost uit het diensthuis, uit de hand van Farao, koning van Egypte.

     

    De Israëlieten die hiervoor beschreven worden waren de jonge nieuwe generatie die in de wildernis geboren werden en opgroeiden. Hun ouderen werden na hun weigering om het Beloofde Land in geloof binnen te trekken veroordeeld tot een rondzwerven in de wildernis. In de achtendertig jaar die daarop volgden zijn zij allen in de wildernis aan hun levenseinde gekomen (Numeri 14:28). Zij zijn ‘de kwaden’ waar in Openbaring 2:2 naar verwezen wordt. Tien van de twaalf verspieders die het Beloofde Land verkenden kwamen vol ongeloof terug en overtuigden het volk dat zij allen zouden omkomen indien zij Kanaän zouden binnentrekken. De Kanaänieten waren naar hun mening te sterk.

    Numeri 13:31 Maar de mannen, die met hem opgetrokken waren, zeiden: Wij zullen tot dat volk niet kunnen optrekken, want het is sterker dan wij. 32 Alzo brachten zij een kwaad gerucht voort van het land, dat zij verspied hadden, aan de kinderen Israëls, zeggende: Dat land, door hetwelk wij doorgegaan zijn, om het te verspieden, is een land, dat zijn inwoners verteert; en al het volk, hetwelk wij in het midden van hetzelve gezien hebben, zijn mannen van grote lengte. 33 Wij hebben ook daar de reuzen gezien, de kinderen van Enak, van de reuzen; en wij waren als sprinkhanen in onze ogen, alzo waren wij ook in hun ogen. (Statenvertaling)

     

    Zie ook de brief van Paulus aan de Hebreeën 3:15 Terwijl er gezegd wordt: Heden, indien gij Zijn stem hoort, zo verhardt uw harten niet, gelijk in de verbittering geschied is. 16 Want sommigen, als zij die gehoord hadden, hebben Hem verbitterd, doch niet allen, die uit Egypte door Mozes uitgegaan zijn. 17 Over welke nu is Hij vertoornd geweest veertig jaren? Was het niet over degenen, die gezondigd hadden, welker lichamen gevallen zijn in de woestijn? 18 En welken heeft Hij gezworen, dat zij in Zijn rust niet zouden ingaan, anders dan dengenen, die ongehoorzaam geweest waren? 19 En wij zien, dat zij niet hebben kunnen ingaan vanwege hun ongeloof. (Statenvertaling)

     

    Zie het artikel op dit blog van 20.05.2019: Chronologie en reisroute van veertig jaar wildernis voor Israël.

    De betekenis van de zeven sterren en de kandelaren van Openbaring 2:1 wordt in het twintigste vers verklaart. Schrift verklaart zich met Schrift!:

    Openbaring 1:20 De verborgenheid der zeven sterren, die gij gezien hebt in Mijn rechter hand, en de zeven gouden kandelaren. De zeven sterren zijn de engelen der zeven Gemeenten; en de zeven kandelaren, die gij gezien hebt, zijn de zeven Gemeenten.

     

    Dit zijn gegevens die we in het Oude Testament terugvinden:

    Leviticus 26:11 En Ik zal Mijn tabernakel in het midden van u zetten; en Mijn ziel zal van u niet walgen. 12 En Ik zal in het midden van u wandelen, en zal u tot een God zijn, en gij zult Mij tot een volk zijn. 13 Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land der Egyptenaren uitgevoerd heb, opdat gij hun slaven niet zoudt zijn; en Ik heb de disselbomen van uw juk verbroken, en heb u doen rechtop staan.

     

    Deuteronomium 23:14 Want de HEERE, uw God, wandelt in het midden van uw leger, om u te verlossen, en om uw vijanden voor uw aangezicht te geven; daarom zal uw leger heilig zijn, opdat Hij niets schandelijks onder u zie, en achterwaarts van u afkere. (Statenvertaling)

     

    De HEERE God wil niets anders dan een volmaakte liefdesrelatie met zijn verbondsvolk. Het fundament hiervan is ‘de eerste liefde’ zoals ze alleen tussen twee geliefden bestaat. Men mag dan als individu nog zo ijverig zijn in werk, arbeid en al de andere punten die in vers twee aangehaald worden, indien men de eerste liefde verlaat is het alles voor niets geweest. Indien men zich hiervan niet omkeert wordt de kandelaar die men moet zijn door de HEERE God uiteindelijk weggenomen, en is men geen lichtdrager meer in een duistere wereld. Dit is bij het oude Israël letterlijk in vervulling gegaan. Zij zijn na de Exodus als lichtdrager begonnen (Exodus 19:1-6 en Jesaja 49:6) maar faalden al kort na de dood van Jozua en de inname van Kanaän. De HEERE God had de generatie van de intocht gewaarschuwd dat er zeven verdrukkingen zouden volgen indien zij hun ingeslagen weg zouden aanhouden. In mijn laatste uitgave: Dertig Jubeljaren, 2018, blz. 15-21, heb ik de zeven historische verdrukkingen geduid. Ook na de zevende verdrukking: de zeventigjarige Babylonische Ballingschap, volharden zij in de keuze van hun weg en dit ondanks de vele onheilswaarschuwingen door de profeten en leiders geleverd. In de volheid der tijden openbaarde zich de Messias, de knecht des HEEREN, zoals door de profeet Jesaja hoofdstuk 53, voorspelt, maar ook het aangeboden heil in Jezus Christus werd afgewezen. Tijdens de periode die het Bijbelboek Handelingen beschrijft werd Israël nog opgeroepen alsnog de opgestane Heer en Heiland Jezus Christus aan te nemen (Handelingen 2:36, 3:12, 7:1-60, 28:17). Het is opmerkelijk dat het Bijbelboek Handelingen eindigt met de geschiedenis van de evangelieverkondiging van Paulus aan de voornaamsten der Joden te Rome, een prediking die afgewezen werd.

    Handelingen 28:24 En sommigen geloofden wel, hetgeen gezegd werd, maar sommigen geloofden niet. 25 En tegen elkander oneens zijnde, scheidden zij; als Paulus dit ene woord gezegd had, namelijk: Wel heeft de Heilige Geest gesproken door Jesaja, den profeet, tot onze vaderen, 26 Zeggende: Ga heen tot dit volk, en zeg: Met het gehoor zult gij horen, en geenszins verstaan; en ziende zult gij zien, en geenszins bemerken. 27 Want het hart dezes volks is dik geworden, en met de oren hebben zij zwaarlijk gehoord, en hun ogen hebben zij toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien, en met de oren horen, en met het hart verstaan, en zij zich bekeren, en Ik hen geneze. 28 Het zij u dan bekend, dat de zaligheid Gods den heidenen gezonden is, en dezelve zullen horen. 29 En als hij dit gezegd had, gingen de Joden weg, veel twisting hebbenden onder elkander.

     

     

    © Reverend Clarence Larkin (1850–1924). Het schema hierboven toont het tijds-dal van bijna tweeduizend jaar dat de profeten van het Oude Testament niet te zien kregen wanneer zij over de komst van de Messias en het herstel van alle dingen profeteerden (Romeinen 16:25-26, Efeze 3:9). De profeten van het Oude Testament zagen één bergtop de komst van de Messias voorstellende en niet de tijdskloof van 30 AD tot op heden tussen beide bergen. Tijdens deze periode wordt de Ekklesia gevormd en is Israël als heilsorgaan (tijdelijk) opzijgezet.

     

    De periode van dertig jaar tussen 30 AD met de uitstorting van de Heilige Geest, de beloofde andere Trooster, over de eerste Gemeente te Jeruzalem en 60 AD met het definitieve afwijzen van Jezus als de geprofeteerde Messias door Israël werd gekenmerkt door een bijzondere prediking tot het Joodse volk. Gedurende dertig jaar deed zich tijdens de Gemeentesamenkomsten het fenomeen van de tongentaal voor. Gemeenteleden die in een vreemde taal en engelentaal in de samenkomst een boodschap van God doorgaven. In de eerste Korintiërsbrief van Paulus krijgt dit fenomeen aandacht via instructies die tijdens de samenkomst in acht dienden genomen te worden (1 Kor. 14:1-40). Die instructies waren blijkbaar hoogstnodig vanwege de verwarring die zich in Korinthe voordeed. In 1 Korintiërs 14:21 haalt Paulus hierbij de profetie van Jesaja aan:

    Jesaja 28: 11 Daarom zal Hij door belachelijke lippen, en door een andere tong tot dit volk spreken; 12 Tot dewelken Hij gezegd heeft: Dit is de rust, geeft den moeden rust, en dit is de verkwikking; doch zij hebben niet willen horen. (Statenvertaling)

     

    1 Korintiërs 14:20 Broeders, wordt geen kinderen in het verstand, maar zijt kinderen in de boosheid, en wordt in het verstand volwassen. 21 In de wet is geschreven: Ik zal door lieden van andere talen, en door andere lippen tot dit volk spreken, en ook alzo zullen zij Mij niet horen, zegt de Heere. 22 Zo dan, de vreemde talen zijn tot een teken niet dengenen, die geloven, maar den ongelovigen; en de profetie niet den ongelovigen, maar dengenen, die geloven. (Statenvertaling)

     

    Na de gebeurtenissen zoals in het Bijbelboek Handelingen hoofdstuk 28 beschreven hield het fenomeen van de bijzondere tongentaal op en verstomde deze gave:

    1 Korintiërs 13:8 De liefde vergaat nimmermeer; maar hetzij profetieën, zij zullen te niet gedaan worden; hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan worden.

     

    Gedurende dertig jaar zou de Heilige Geest van de HEERE God de deur voor Israël op een kier laten en kregen zij gelegenheid alsnog Jezus Christus aan te nemen en de ‘tijden der wederoprichting aller dingen’ te laten aanvangen. Zoals Petrus het te Jeruzalem in 30 AD verkondigde:

    Handelingen 2:38 En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen. 39 Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen, die daar verre zijn, zo velen als er de Heere, onze God, toe roepen zal.

     

    Handelingen 3:19 Betert u dan, en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden; wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heeren, 20 En Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is; 21 Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige profeten van alle eeuw.

     

    In 60 AD zo een dertig jaar na Pinksteren met het begin van de Gemeente werd de kandelaar weggenomen. Een nieuwe bedeling in Gods handelen met de mens nam hier een aanvang. Vanaf nu zou ‘de zaligheid Gods den heidenen gezonden worden’. De Efeze-brief van de apostel der heidenen: Paulus, dateren we in het jaar van de gebeurtenissen van Handelingen hoofdstuk 28. Over het Israël van het Oude Verbond kwam een verharding van Godswege:

    2 Korintiërs 3:12 Dewijl wij dan zodanige hoop hebben, zo gebruiken wij vele vrijmoedigheid in het spreken; 13 En doen niet gelijkerwijs Mozes, die een deksel op zijn aangezicht leide, opdat de kinderen Israëls niet zouden sterk zien op het einde van hetgeen te niet gedaan wordt. 14 Maar hun zinnen zijn verhard geworden; want tot op den dag van heden blijft hetzelfde deksel in het lezen des Ouden Testaments, zonder ontdekt te worden, hetwelk door Christus te niet gedaan wordt. 15 Maar tot den huidigen dag toe, wanneer Mozes gelezen wordt, ligt een deksel op hun hart. 16 Doch zo wanneer het tot den Heere zal bekeerd zijn, zo wordt het deksel weggenomen. (Statenvertaling)

     

    Na het afsluiten van de huidige bedeling der genade, een tijdsperiode die geen Oudtestamentische profeet ‘gezien’ heeft, zal de draad met het oude Israël opgenomen worden en worden zij door de HEERE God hersteld: geestelijk en nationaal in het oude land der vaderen. Het Bijbelboek Openbaring leert dit duidelijk. De zeven brieven aan de zeven Gemeenten waar het Boek mee opent nemen de draad op met de geschiedenis van Israël vanaf het geven van de Wet of Tien Woorden met Sjavoeot in 1483 v. Chr. tot aan de komst van de Messias.

     

    Tot slot wil ik opmerken dat de brief van Paulus aan de heidenchristenen (Efeze 3) te Efeze haaks staat op de brief aan de Joodse Gemeente in diezelfde plaats. Wanneer we de inhoud van de brief van Christus aan de Gemeente te Efeze in het boek Openbaring vergelijken met de Efeze-brief van Paulus blijkt duidelijk dat we met twee verschillende bedelingen of huishoudingen Gods in de tijd te maken hebben. Het hoofdthema van de Efeze-brief van Paulus is ‘het geheimenis van de roeping der heidenen'. Paulus ontvouwt Gods plan om mensen uit elk volk, zowel vrouw als man van welke afkomst ook, samen te brengen in Christus. In dit Lichaam is iedereen gelijk. Dit Lichaam is de Gemeente van Christus. De Efeze-brief van Paulus leert dat een mens alleen door genade behouden kan worden.

    Efeze 2:4 Maar God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft, 5 Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden), 6 En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus; 7 Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus. 8 Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; 9 Niet uit de werken, opdat niemand roeme. 10 Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen. 11 Daarom gedenkt, dat gij, die eertijds heidenen waart in het vlees, en die voorhuid genaamd werdt van degenen, die genaamd zijn besnijdenis in het vlees, die met handen geschiedt; 12 Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld. 13 Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus. 14 Want Hij is onze vrede, Die deze beiden een gemaakt heeft, en den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende, 15 Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de wet der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende; 16 En opdat Hij die beiden met God in een lichaam zou verzoenen door het kruis, de vijandschap aan hetzelve gedood hebbende. 17 En komende, heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd u, die verre waart, en dien, die nabij waren. 18 Want door Hem hebben wij beiden den toegang door een Geest tot den Vader. 19 Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods; 20 Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen; 21 Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in den Heere; 22 Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest.

     

    Met een te volgen aflevering wil ik de brief van Christus aan de Gemeente te Smyrna bespreken: de tijdsperiode van Israël in de wildernis op weg naar het Beloofde Land.

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    28-05-2019 om 13:20 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    20-05-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Chronologie en reisroute van veertig jaar wildernis voor Israël

    In het Bijbelboek Numeri hoofdstuk 33 vinden we de samenvatting door Mozes opgesteld, van de reizen van het volk Israël vanaf de Exodus uit Egypte tot de intocht in het Beloofde Land Kanaän veertig jaar later. Zij hebben weliswaar geen veertig jaar nodig gehad tot het bereiken van de grens van Kanaän. Daar arriveerden zij één jaar na de exodus uit Egypte al, maar weigerden toen het land in geloof binnen te trekken uit vrees voor de inwoners. Het oordeel was een verblijf in de wildernis aan de buitenrand van de grenzen van het Beloofde Land, totdat de generatie van de exodus vanaf twintig jaar en ouder in de wildernis gestorven zou zijn. Hoofdstuk 33 van het Bijbelboek Numeri geeft de reizen van Israël weer van pleisterplaats tot pleisterplaats en begint de reisroute vanaf Rameses in Egypte in de eerste maand Nisan (maart/april), op de vijftiende dag der eerste maand; daags na het Pascha toen het leger van Israël aan haar grote trek begon. Ik ga hierna het volledige hoofdstuk 33 citeren met de bekende namen der pleisterplaatsen in vette druk weergeven. De meeste namen van de pleisterplaatsen in de wildernis zijn vandaag moeilijk te identificeren. Dat de pleisterplaatsen zich echter in de wildernis zuidelijk en oostelijk van Kanaän aan de grenzen van Edom en Moab bevonden staat buiten twijfel. Er bestaat heel wat verwarring over de reisroute van de Israëlieten. Het grote struikelblok voor velen is de egyptologie en de datering van de geologische aardlagen in Kanaän aan de hand van de Egyptische tijdlijn. Men zoekt namelijk bewijs van de intocht van de Israëlieten in de verkeerde aardlagen. Dit onderwerp heeft de voorbije vier jaren al heel wat aandacht op mijn blog gekregen. Het meest recente artikel dienaangaande dateert alweer van 28.01.2019, de late datering van de exodus, zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1548630000&stopdatum=1549234800

     

    Numeri 33:1 Dit zijn de reizen der kinderen Israëls, die uit Egypteland uitgetogen zijn, naar hun heiren, door de hand van Mozes en Aäron. 2 En Mozes schreef hun uittochten, naar hun reizen, naar den mond des HEEREN; en dit zijn hun reizen, naar hun uittochten. 3 Zij reisden dan van Rameses; in de eerste maand, op den vijftienden dag der eerste maand, des anderen daags van het pascha, togen de kinderen Israëls uit door een hoge hand, voor de ogen van alle Egyptenaren; 4 Als de Egyptenaars begroeven degenen, welke de HEERE onder hen geslagen had, alle eerstgeborenen; ook had de HEERE gerichten geoefend aan hun goden. 5 Als de kinderen Israëls van Rameses verreisd waren, zo legerden zij zich te Sukkoth. 6 En zij verreisden van Sukkoth, en legerden zich in Etham, hetwelk aan het einde der woestijn is. 7 En zij verreisden van Etham, en keerden weder naar Pi-hachiroth, dat tegenover Baäl-sefon is, en zij legerden zich voor Migdol. 8 En zij verreisden van Hachiroth, en gingen over, door het midden van de zee, naar de woestijn, en zij gingen drie dagreizen in de woestijn Etham, en legerden zich in Mara. 9 En zij verreisden van Mara, en kwamen te Elim; in Elim nu waren twaalf waterfonteinen en zeventig palmbomen, en zij legerden zich aldaar. 10 En zij verreisden van Elim, en legerden zich aan de Schelfzee. 11 En zij verreisden van de Schelfzee, en legerden zich in de woestijn Sin. 12 En zij verreisden uit de woestijn Sin, en zij legerden zich in Dofka. 13 En zij verreisden van Dofka, en legerden zich in Aluz. 14 En zij verreisden van Aluz, en legerden zich in Rafidim; doch daar was geen water voor het volk, om te drinken. 15 En zij verreisden van Rafidim, en legerden zich in de woestijn van Sinaï. 16 En zij verreisden uit de woestijn van Sinaï, en legerden zich in Kibroth-thaava. 17 En zij verreisden van Kibroth-thaava, en legerden zich in Hazeroth. 18 En zij verreisden van Hazeroth, en legerden zich in Rithma. 19 En zij verreisden van Rithma, en legerden zich in Rimmon-perez. 20 En zij verreisden van Rimmon-perez, en legerden zich in Libna. 21 En zij verreisden van Libna, en legerden zich in Rissa. 22 En zij verreisden van Rissa, en legerden zich in Kehelatha. 23 En zij verreisden van Kehelatha, en legerden zich in het gebergte van Safer. 24 En zij verreisden van het gebergte Safer, en legerden zich in Harada. 25 En zij verreisden van Harada, en legerden zich in Makheloth. 26 En zij verreisden van Makheloth, en legerden zich in Tachath. 27 En zij verreisden van Tachath, en legerden zich in Tharah. 28 En zij verreisden van Tharah, en legerden zich in Mithka. 29 En zij verreisden van Mithka, en legerden zich in Hasmona. 30 En zij verreisden van Hasmona, en legerden zich in Moseroth. 31 En zij verreisden van Moseroth, en legerden zich in Bene-jaakan. 32 En zij verreisden van Bene-jaakan, en legerden zich in Hor-gidgad. 33 En zij verreisden van Hor-gidgad, en legerden zich in Jotbatha. 34 En zij verreisden van Jotbatha, en legerden zich in Abrona. 35 En zij verreisden van Abrona, en legerden zich in Ezeon-geber. 36 En zij verreisden van Ezeon-geber, en legerden zich in de woestijn Zin, dat is Kades.

     

     

    De voortreffelijke atlas van J. B. Wolters, 1961, schafte ik in 1975 bij het begin van mijn studie van de Bijbel aan. Het was de eerste atlas van een inmiddels hele privéverzameling die ik sindsdien opbouwde. Sinds het ontstaan van het www-internet kwamen daar nog ettelijke interessante kaarten bij. De kaart van J.B. Wolters is voortreffelijk omdat het via één rode lijn de trek van de Israëlieten toont zonder vraagtekens erbij. Dat men de berg Gods in de Sinaïwoestijn plaatste heeft te maken met de christelijke traditie die toen niet in vraag werd gebracht. Via een blauwe lijn heb ik de trek vanuit Egypte tot de berg Gods in Arabië gecorrigeerd aangebracht. Van daar af gaat het via een rode lijn naar Kades waar we de draad weer opnemen. Vanuit Kades keerden zij na geruime tijd terug naar het gebied van Ezeon-Geber aan de Schelfzee daarbij het gebied van Edom omcirkelende. Vandaar ging het naar het noorden toe, naar het Beloofde Land.

     

    37 En zij verreisden van Kades, en legerden zich aan den berg Hor, aan het einde des lands van Edom. 38 Toen ging de priester Aäron op den berg Hor, naar den mond des HEEREN, en stierf aldaar, in het veertigste jaar na den uittocht van de kinderen Israëls uit Egypteland, in de vijfde maand, op den eersten der maand. 39 Aäron nu was honderd drie en twintig jaren oud, als hij stierf op den berg Hor. 40 En de Kanaäniet, de koning van Harad, die in het zuiden woonde in het land Kanaän, hoorde, dat de kinderen Israëls aankwamen. 41 En zij verreisden van den berg Hor, en legerden zich in Zalmona. 42 En zij verreisden van Zalmona, en legerden zich in Funon. 43 En zij verreisden van Funon, en legerden zich in Oboth. 44 En zij verreisden van Oboth, en legerden zich aan de heuvelen van Abarim, in de landpale van Moab. 45 En zij verreisden van de heuvelen van Abarim, en legerden zich in Dibon-gad. 46 En zij verreisden van Dibon-gad, en legerden zich in Almon-diblathaim. 47 En zij verreisden van Almon-diblathaim, en legerden zich in de bergen Abarim, tegen Nebo. 48 En zij verreisden van de bergen Abarim, en legerden zich in de vlakke velden der Moabieten, aan de Jordaan van Jericho. 49 En zij legerden zich aan de Jordaan van Beth-jesimoth, tot aan Abel-sittim, in de vlakke velden der Moabieten. 50 En de HEERE sprak tot Mozes, in de vlakke velden der Moabieten, aan de Jordaan van Jericho, zeggende: 51 Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: Wanneer gijlieden over de Jordaan zult gegaan zijn in het land Kanaän; 52 Zo zult gij alle inwoners des lands voor uw aangezicht uit de bezitting verdrijven, en al hun beeltenissen verderven; ook zult gij al hun gegotene beelden verderven, en al hun hoogten verdelgen. 53 En gij zult het land in erfelijke bezitting nemen, en daarin wonen; want Ik heb u dat land gegeven, om hetzelve erfelijk te bezitten. 54 En gij zult het land in erfelijke bezitting nemen door het lot, naar uw geslachten; dengenen, die veel zijn, zult gij hun erfenis meerder maken, en dien, die weinig zijn, zult gij hun erfenis minder maken; waarheen voor iemand het lot zal uitgaan, dat zal hij hebben; naar de stammen uwer vaderen zult gij de erfenis nemen. 55 Maar indien gij de inwoners des lands niet voor uw aangezicht uit de bezitting zult verdrijven, zo zal het geschieden, dat, die gij van hen zult laten overblijven, tot doornen zullen zijn in uw ogen, en tot prikkelen in uw zijden, en u zullen benauwen op het land, waarin gij woont. 56 En het zal geschieden, dat Ik u zal doen, gelijk als Ik hun dacht te doen. (Statenvertaling)

     

    Hierna volgen nog enkele accenten wat de chronologie van de veertig jaren betreft. Het Bijbelboek Exodus 19:1 leert dat de Israëlieten in de derde maand na de exodus uit Egypte, op dezelfde dag, in de woestijn aan de berg Gods arriveerden. Het vertrek uit Egypte hebben we gezien geschiedde op 15 nisan van het jaar 1483 v. Chr., en hun aankomst bij de berg Gods viel in de derde maand op 15 Siwan. Een dag later besteeg Mozes alleen de berg Gods. Dit is een geschiedenis die algemeen goed bekend is. Mozes krijgt op de berg het Woord van God, geschreven op stenen tabletten. Terwijl Mozes veertig dagen en veertig nachten op de berg Gods verblijft, keert in de aanbidding van een gouden kalf, het volk van Israël hem de rug toe, terug naar de goden van Egypte. Deze bekende geschiedenis verhaalt Stefanus in het Nieuwe Testament in 30 AD opnieuw voor de leiders van Israël, toen:

    Handelingen 7:36 Deze heeft hen uitgeleid, doende wonderen en tekenen in het land van Egypte, en in de Rode zee, en in de woestijn, veertig jaren. 37 Deze is de Mozes, die tot de kinderen Israëls gezegd heeft: De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen. 38 Deze is het, die in de vergadering des volks in de woestijn was met den Engel, Die tot hem sprak op den berg Sinaï, en met onze vaderen; welke de levende woorden ontving, om ons die te geven. 39 Denwelken onze vaders niet wilden gehoorzaam zijn, maar verwierpen hem, en keerden met hun harten weder naar Egypte; 40 Zeggende tot Aäron: Maak ons goden, die voor ons heengaan; want wat dezen Mozes aangaat, die ons uit het land van Egypte geleid heeft, wij weten niet, wat hem geschied is. 41 En zij maakten een kalf in die dagen, en brachten offerande tot den afgod, en verheugden zich in de werken hunner handen. 42 En God keerde Zich, en gaf hen over, dat zij het heir des hemels dienden, gelijk geschreven is in het boek der profeten: Hebt gij ook slachtofferen en offeranden Mij opgeofferd, veertig jaren in de woestijn, gij huis Israëls? 43 Ja, gij hebt opgenomen den tabernakel van Moloch, en het gesternte van uw god Remfan, de afbeeldingen, die gij gemaakt hebt, om die te aanbidden; en Ik zal u overvoeren op gene zijde van Babylon. 44 De tabernakel der getuigenis was onder onze vaderen in de woestijn, gelijk geordineerd had Hij, Die tot Mozes zeide, dat hij denzelven maken zou naar de afbeelding, die hij gezien had;

     

    De tabletten met het Woord van God die Mozes bij zijn eerste verblijf op de berg Gods ontvangen heeft, verbreekt hij voor de ogen van de Israëlieten, die tijdens zijn afwezigheid in hun hart naar de goden van Egypte waren teruggekeerd. Daarna gaat Mozes opnieuw de berg op (Deuteronomium 9:17-19), voor veertig dagen en veertig nachten.

    Tweemaal veertig dagen later zijn we haast drie maanden verder en volgens de Joodse overlevering in de Seder Olam was het pas met Jom Kippoer, de grote Verzoendag in de maand Tisjri (september/oktober) 1483 v. Chr., dat Mozes van de berg Gods kwam en de bouw van het Heiligdom met de ark van het verbond begon. Het volk Israël werd vergeven en kreeg nogmaals een kans tot het bereiken van hun doel.

    Exodus 39:42 Naar alles, wat de HEERE aan Mozes geboden had, alzo hadden de kinderen Israëls het ganse werk gemaakt. 43 Mozes nu bezag het ganse werk, en ziet, zij hadden het gemaakt, gelijk als de HEERE geboden had; alzo hadden zij het gemaakt. Toen zegende Mozes hen.

     

     

    Eén jaar na de exodus was de tent der samenkomst in de woestijn in de maand april 1482 v. Chr. klaar.

     

    Exodus 40:16 Mozes nu deed het naar alles, wat hem de HEERE geboden had; alzo deed hij. 17 En het geschiedde in de eerste maand, in het tweede jaar, op den eersten der maand, dat de tabernakel opgericht werd….

    Exodus 40:34 Toen bedekte de wolk de tent der samenkomst; en de heerlijkheid des HEEREN vervulde den tabernakel. 35 Zodat Mozes niet kon ingaan in de tent der samenkomst, dewijl de wolk daarop bleef, en de heerlijkheid des HEEREN den tabernakel vervulde. 36 Als nu de wolk opgeheven werd van boven den tabernakel, zo reisden de kinderen Israëls voort in al hun reizen. 37 Maar als de wolk niet opgeheven werd, zo reisden zij niet tot op den dag, dat zij opgeheven werd. 38 Want de wolk des HEEREN was op den tabernakel bij dag, en het vuur was er bij nacht op, voor de ogen van het ganse huis Israëls in al hun reizen.

     

    De datering van het wonen van de HEERE God, de Sjekinah of de Heerlijkheid des HEEREN, in de wolkkolom in de tent der samenkomst, valt naar Exodus 40:17, in de eerste maand van het tweede jaar sinds de Exodus uit Egypte, op de eerste dag van die maand ofwel april van de westerse kalender in het jaar 1482 v. Chr. en vierden zij veertien dagen later hun eerste Pesachfeest in de woestijn:

    Numeri 9:1 En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinaï, in het tweede jaar, nadat zij uit Egypteland uitgetogen waren, in de eerste maand, zeggende: 2 Dat de kinderen Israëls het pascha houden zouden, op zijn gezetten tijd. 3 Op den veertienden dag in deze maand, tussen twee avonden zult gij dat houden, op zijn gezetten tijd; naar al zijn inzettingen, en naar al zijn rechten zult gij dat houden. 4 Mozes dan sprak tot de kinderen Israëls, dat zij het pascha zouden houden. 5 En zij hielden het pascha op den veertienden dag der eerste maand, tussen de twee avonden, in de woestijn van Sinaï; naar alles, wat de HEERE Mozes geboden had, alzo deden de kinderen Israëls.

     

    Vijftig dagen later zouden ze de woestijn van Sinaï – de berg Gods – op hun trektocht naar het Beloofde Land, verlaten.

    Numeri 10: 11 En het geschiedde in het tweede jaar, in de tweede maand, op den twintigsten van de maand, dat de wolk verheven werd van boven den tabernakel der getuigenis. 12 En de kinderen Israëls togen op, naar hun tochten, uit de woestijn Sinaï; en de wolk bleef in de woestijn Paran. 13 Alzo togen zij vooreerst op, naar den mond des HEEREN, door de hand van Mozes.

     

     

    Vanuit de wildernis rondom de berg Sinaï, trokken ze in mars kolom naar de woestijn van Paran.

    Numeri 12:16 Maar daarna verreisde het volk van Hazeroth (zie 33:17), en zij legerden zich in de woestijn van Paran.

     

    Het is vanuit de woestijn van Paran nabij Kades dat twaalf verspieders naar het Beloofde Land Kanaän werden uitgezonden.

    Numeri 13:1 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende: 2 Zend u mannen uit: die het land Kanaän verspieden, hetwelk Ik den kinderen Israëls geven zal; van elken stam zijner vaderen zult gijlieden een man zenden, zijnde ieder een overste onder hen. 3 Mozes dan zond hen uit de woestijn van Paran, naar den mond des HEEREN; al die mannen waren hoofden der kinderen Israëls.

     

    Dit is een geschiedenis die algemeen bekend is. De twaalf verspieders verkennen gedurende veertig dagen het land, komen terug met druiventrossen die ze amper kunnen dragen, bevestigen dat het een land van melk en honing is, kortom een vruchtbaar land van overvloed. Maar tien van de twaalf verspieders overtuigen het volk dat het land onneembaar is vanwege de sterkte van de inwoners. Met zekerheid zouden zij ten onder gaan moesten ze pogen het land in te nemen. Het zijn alleen Jozua en Kaleb die geloof hebben en het land willen binnentrekken. Het volk echter laat zich overtuigen door de tien ongehoorzame verspieders en weigert binnen te trekken. Het resultaat is dat alle volwassenen van twintig jaar en daarboven gedoemd worden in de woestijn aan de rand van het Beloofde Land te blijven, tot zij allen gestorven zijn. De nieuwe generatie zou samen met Jozua en Kaleb achtendertig jaar later in 1443 v. Chr., het Beloofde Land binnentrekken.

    Numeri 14:28 Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de HEERE, indien Ik ulieden zo niet doe, gelijk als gij in Mijn oren gesproken hebt! 29 Uw dode lichamen zullen in deze woestijn vallen; en al uw getelden, naar uw gehele getal, van twintig jaren oud en daarboven, gij, die tegen Mij gemurmureerd hebt. 30 Zo gij in dat land komt, over hetwelk Ik Mijn hand opgeheven heb, dat Ik u daarin zou doen wonen, behalve Kaleb, de zoon van Jefunne, en Jozua, de zoon van Nun. 31 En uw kinderkens, waarvan gij zeidet: Zij zullen ten roof worden! die zal Ik daarin brengen, en die zullen bekennen dat land, hetwelk gij smadelijk verworpen hebt. 32 Maar u aangaande, uw dode lichamen zullen in deze woestijn vallen! 33 En uw kinderen zullen gaan weiden in deze woestijn, veertig jaren, en zullen uw hoererijen dragen, totdat uw dode lichamen verteerd zijn in deze woestijn. 34 Naar het getal der dagen, in welke gij dat land verspied hebt, veertig dagen, elken dag voor elk jaar, zult gij uw ongerechtigheden dragen, veertig jaren, en gij zult gewaar worden Mijn afbreking. 35 Ik, de HEERE, heb gesproken: zo Ik dit aan deze ganse boze vergadering dergenen, die zich tegen Mij verzameld hebben, niet doe, zij zullen in deze woestijn te niet worden, en zullen daar sterven!

     

    Na de oordeelaankondiging van Numeri 14:28-35 was er een poging van de Israëlieten toch het Beloofde Land vanuit het zuiden binnen te rukken, maar werden naar het woord van Mozes smadelijk door de Kanaänieten en Amalekieten verslagen ( Num. 14:40-45) en teruggedreven tot Horma toe.

    Te Kades-barnea zouden de Israëlieten lange tijd vertoeven. De Joodse overlevering volgens de Seder Olam laat hen gedurende negentien jaar, de helft van de achtendertigjarige wildernistocht, te Kades verblijven (Deut. 1:46).

    Deuteronomium 2:14 De dagen nu, die wij gewandeld hebben van Kades-barnea, totdat wij over de beek Zered getogen zijn, waren acht en dertig jaren; totdat het ganse geslacht der krijgslieden uit het midden der heirlegers verteerd was, gelijk de HEERE hun gezworen had.

     

    De trek door de woestijn van pleisterplaats naar pleisterplaats, na deze gebeurtenissen, staat in het Bijbelboek Numeri hoofdstuk 33 gedetailleerd beschreven. In totaal waren er tweeënveertig pleisterplaatsen op hun reis door de wildernis. De trek van de ene pleisterplaats naar de andere geschiedde onder leiding van ‘de wolk des HEEREN’ zoals we in Exodus 40:36-38 eerder gelezen hebben.

    Exodus 40:36 Als nu de wolk opgeheven werd van boven den tabernakel, zo reisden de kinderen Israëls voort in al hun reizen. 37 Maar als de wolk niet opgeheven werd, zo reisden zij niet tot op den dag, dat zij opgeheven werd. 38 Want de wolk des HEEREN was op den tabernakel bij dag, en het vuur was er bij nacht op, voor de ogen van het ganse huis Israëls in al hun reizen.

     

    Het getal tweeënveertig ‘42’ zien we ook in het Bijbelboek Openbaring vermeld. Daar niet als een getal dat 42 pleisterplaatsen voorstelt maar als een getal dat de toekomstige tijdsperiode weergeeft dat een gelovige rest van de Israëli’s een ballingschap in de over-Jordaanse woestijn doorbrengt terwijl in Israël en de wereld het eindtijd-’beest’ beter bekend onder de naam antichrist, gedurende tweeënveertig maanden (Openbaring 13:) zijn ding mag doen. Aan het einde van die tijdsperiode, ook Jacob ’s benauwdheid genoemd, zal de Koning der koningen en de Heer der heren Zijn koninkrijk oprichten en Israël definitief herstellen. Het meest recente artikel op dit over dit onderwerp dateert van 25.02.2019, het dal Achor, een deur der hoop…, zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1551049200&stopdatum=1551654000

     

    Over de tijdsperiode van achtendertig jaar geeft Mozes geen jaartallen door. Het waren wat chronologie betreft achtendertig ‘stille’ jaren. We weten niet hoelang zij telkens op hun trek door de wildernis in de tweeënveertig vermelde pleisterplaatsen verbleven hebben. Het veertigste jaar echter, het jaar van de intocht, is nauwkeurig weergegeven tot op de dag, maand en jaar toe.

    De jongeren tot en met twintig jaar wiens leven gespaard werd groeiden tijdens deze periode samen met de nieuwe generaties die in die achtendertigjarige periode in de woestijn geboren werden, tot volwassenen op. En nu tot een volk dat op de HEERE God vertrouwde. De Bijbel noemt dit de bruidstijd van het oude Israël.

    Jeremia 2:1 Het woord des HEREN nu kwam tot mij: 2 Ga, predik ten aanhoren van Jeruzalem: Zo zegt de HERE: Ik gedenk de genegenheid van uw jeugd, de liefde van uw bruidstijd, toen gij Mij gevolgd waart in de woestijn, in onbezaaid land; 3 Israël was de HERE geheiligd, de eersteling zijner opbrengst; allen die daarvan wilden eten, zouden schuld op zich laden, onheil zou over hen komen, luidt het woord des HEREN.

     

    Hosea 2:13 Daarom zie, Ik zal haar lokken, en haar leiden in de woestijn, en spreken tot haar hart. 14 Ik zal haar aldaar haar wijngaarden geven, en het dal Achor maken tot een deur der hoop. Dan zal zij daar zingen als in de dagen van haar jeugd, als ten dage toen zij trok uit Egypte.

     

    Het Bijbelboek Numeri hoofdstuk 33 geeft een samenvatting van alle reizen van pleisterplaats tot pleisterplaats in de wildernis. Andere reisvermeldingen zoals in Numeri 21:1-35 dienen naar best vermogen in Numeri 33 ingevoegd te worden. De pleisterplaatsen bevonden zich rond omheen het gebied van Edom in het gebergte van Seïr (Deuteronomium 2:1), zoals de bijgevoegde landkaart uit de Bijbelatlas van J. B. Wolters aantoont. Alle pleisterplaatsen vandaag identificeren is niet meer mogelijk. Ik neem aan dat net zoals het geval was bij Sukkot de Israëlieten dikwijls zelf namen aan hun pleisterplaatsen gaven (Exodus, 2016, blz. 79-80). De archeologie (wanneer ze eerlijk is) kan ook geen soelaas brengen, aangezien de Israëlieten gedurende veertig jaar een nomadenbestaan leidden, dat geen sporen in de grond nalaat.

     

    In Egypte is het overigens op dit gebied nog erger gesteld waarbij heelder hoofdsteden tot op heden niet geïdentificeerd werden, door de archeologie tevoorschijn gebracht. Een voorbeeld is de hoofdplaats Itj-taoey van de twaalfde dynastie waar de juiste ligging tot op heden een vraagteken blijft (zie TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 89/98). Een ander voorbeeld is de hoofdplaats Saïs van de zesentwintigste dynastie waar twijfel over de juiste ligging bestaat. De Koninklijke begraafplaats van de farao ’s van de zesentwintigste dynastie met alle pracht en praal door de oudheidhistoricus Herodotos (boek 2:169/170) beschreven werd tot op heden niet gevonden (zie TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 375/384). Nog een voorbeeld is de hoofdstad Avaris die de Hyksos volgens Manetho bouwden. Tegenwoordig wordt de plaats Tell el Daba in de Nijldelta als het Avaris van de oudheid geïdentificeerd alhoewel heel wat vragen blijven. Zie het artikel van 21.05.2018 op dit blog: Waar lag de vestingstad stad Avaris en wie bouwde ze?, zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1526853600&stopdatum=1527458400

     

    Wordt vervolgd…

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    20-05-2019 om 08:12 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    13-05-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Herodotos’ ANYSIS, de blinde farao uit de gelijknamige stad Anysis

    Met onze aflevering van 06.05.2019 op dit blog behandelden we farao Asychis van de Egyptische koningslijst volgens de oudheidhistoricus Herodotos. Hij werd geïdentificeerd met farao Bocchoris uit de achtste eeuw v. Chr. Na farao Asychis regeerde volgens Herodotos een blinde man uit de stad Anysis, wiens naam eveneens Anysis was. Hierna de faraolijst van Herodotos samen met hun historische verankering op de tijdsbalk:

    Herodotos                    Boek:                   historische verankering op tijdsbalk:

    Sesostris             2 :102        Thothmosis III, Rehabeam – 961 v. Chr.

    Feroos/Pheros    2 :111                   Amonhotep II – 941 v. Chr.

    Proteus               2 :112         Thothmosis IV – 800 v. Chr.

    Rampsinitos       2 :121         Amonhotep III – 776 v. Chr.

    Cheops                2 :124        piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Chefren               2 :127         piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Mykerinos           2 :129        piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Asychis                2 :136        8ste eeuw v. Chr.

     

    Anysis                 2 :137         tijdgenoot Sabakoos – 8ste eeuw v. Chr.

     

    Sethoos               2 :141         tijdgenoot Sanherib, Assyrië – 716 v. Chr.

    12 koningen        2 :147         Ramessieden

    Psammetichos    2 :152         675 v. Chr.

    Neko                   2 :158         Neko – 605 v. Chr.

    Psammis             2 :159

    Apriës                 2 :161         Hofra

    Amasis                2 :172         525 v. Chr.

     

    Hierna het betreffende gedeelte over farao Anysis uit het werk van Herodotos:

    Book 2:137. and after him reigned a blind man of the city of Anysis, whose name was Anysis. In his reign the Ethiopians and Sabacos the king of the Ethiopians marched upon Egypt with a great host of men; so this blind man departed, flying to the fen-country, and the Ethiopian was king over Egypt for fifty years, during which he performed deeds as follows:-- whenever any man of the Egyptians committed any transgression, he would never put him to death, but he gave sentence upon each man according to the greatness of the wrong-doing, appointing them work at throwing up an embankment before that city from whence each man came of those who committed wrong. Thus the cities were made higher still than before; for they were embanked first by those who dug the channels in the reign of Sesostris, and then secondly in the reign of the Ethiopian, and thus they were made very high: and while other cities in Egypt also stood high, I think in the town at Bubastis especially the earth was piled up. In this city there is a temple very well worthy of mention, for though there are other temples which are larger and built with more cost, none more than this is a pleasure to the eyes. Now Bubastis in the Hellenic tongue is Artemis, … …

     

     

    Achnaton uit Achet-aton

     

    De oudheidhistoricus Herodotos brengt in zijn tweede boek (Boek 2, 137-140) het verhaal van een blinde farao met de naam Anysis, een naam die eveneens met een stad in Egypte verbonden was: Anysis. Wie was deze farao wiens naam Herodotos noteerde in de vijfde eeuw v. Chr. toen hij in Egypte met de priesters aldaar navraag deed naar hun geschiedenis? Let op: de naam Anysis is bij Herodotos een Griekse versie van een faraonaam. De tijdsperiode waar we Anysis op de tijdsbalk moeten onderbrengen is de achtste eeuw v. Chr. Dit blijkt onder meer met de vermelding van de Ethiopiër Sabakoos als tijdgenoot die in de achtste eeuw v. Chr. thuishoort. Na de regeerperiode van Anysis volgde de regeerperiode van farao Sethos die volgens Herodotos Boek 2, 141, een tijdgenoot van de Assyriër Sanherib was. De regeerperiode van Sanherib is via de Bijbelse koning Hizkia vast op de tijdsbalk verankerd met de jaren: 705/680 v. Chr. (TIJD en TIJDEN, 2015, hoofdstuk: Kroniek van koning Hizkia van Juda, blz. 327-330).

    De erudiete Dr. Immanuel Velikovsky (1895/1979) legde in zijn studie ‘Oedipus and Akhnaton, 1960, deel I, De blinde koning’, eveneens de link met de blinde Anysis van Herodotos en identificeerde in zijn boek: ‘Oedipus and Akhnaton, (1960)’, farao Achnaton met Anysis en met Oedipus uit de Griekse legende. Een legende die men overigens nooit tot een Griekse historische gebeurtenis heeft kunnen terugvoeren. Velikovsky heeft echter aangetoond het hier geen specifiek Griekse legende betreft maar dat het in wezen gaat over een historische tragedie uit het oude Egypte. Hij identificeert de Oedipus van het Griekse Thebe overtuigend met farao Achnaton van het Egyptische Thebe. Zijn werk leest als een waar detectiveverhaal, zoals bijvoorbeeld op de wijze waarop hij naspeurt naar de verhouding van Achnaton met zijn moeder Teje, nadat hij zijn vader Amonhotep III vermoord heeft. En Achnaton ‘s dochter Beketaton, verwekt bij zijn moeder. De relatie met zijn vrouw Nefertete enzoverder. De bewijzen die Velikovsky aanhaalt zijn zondermeer overtuigend: de blinde incestueuze Oedipus is dezelfde persoon als Achnaton, die ook in een later stadium van zijn regeerperiode met blindheid getroffen werd.

     

     

    In mijn boek ‘De zonaanbidder, de strenge en hardvochtige farao volgens de profeet Jesaja, 2016, borduurde ik verder op de bevindingen van Velikovsky. Dat Anysis met Achnaton geïdentificeerd kan worden blijkt uit het feit dat er nooit in heel de geschiedenis van het oude Egypte, meer dan één farao geweest was waarvan de persoonsnaam en de hoofdstad één en dezelfde waren. En farao Achn-aton van de achttiende dynastie is die ene farao die zijn naam aan de door hem nieuw gebouwde hoofdstad: Achn-aton, gaf. Dit is ook de piste die wijlen Dr. Bronson Feldman volgde. In een publicatie van ‘Catastrophism and Ancient History, Proceedings of the Second Seminar of catastrophism and ancient history, 1983, The Blind Pharaoh’, gaf de professor alle krediet aan Velikovsky met diens identificatie van Anysis met Achnaton, en voegde er aan toe dat de Griekse naam Anysis een verbastering is van het Egyptische Aton maar dan veranderd naar ‘Anyt. De naam ‘Aton’ of ‘Aten’ werd door de priesters waar Herodotos mee sprak nog altijd met afkeer uitgesproken, stelt Bronson, en vandaar de wijziging in ‘Anyt’. Dit verklaart dat één en ander voor Herodotos onduidelijk bleef na zijn gesprekken met de Egyptische priesters. Anysis alias Achnaton blijkt bij nader onderzoek namelijk één en dezelfde persoon geweest te zijn als Cheops. Volgens de Griekse legende bracht Oedipus een ballingschap door op een duineneiland. Dit stemt volgens Feldman, overeen met de geschiedenis die Herodotos in verband met Anysis brengt. Farao Anysis moest als een gevolg van een Ethiopische invasie onder leiding van Sabacos, in een moerasland vluchten waar hij vijftig jaar zou verblijven. Na het vertrek van de Ethiopiërs (of Nubiërs) kwam de blinde Anysis uit zijn ballingsoord tevoorschijn en zette daarna zijn heerschappij verder.

    De invasie van de Ethiopiër Sabacos of Sjabaka zit chronologisch verankerd met het jaar 722 v. Chr., het stervensjaar van koning Achaz van Juda met een meganatuurcatastrofe dat toen de oude wereld trof. De natuurramp was de aanleiding voor de Ethiopiër Sjabaka om in zijn tweede regeringsjaar Egypte binnen te vallen De invasie betekende ook het einde van de vierentwintigste dynastie doordat Sjabaka zoals we gezien hebben in het artikel over Asychis, farao Bocchoris op een brandstapel terechtstelde.

    Wanneer we de tijdsperiode van vijftig jaar Ethiopische heerschappij volgens Herodotos Boek 2, 137, vanaf 722 v. Chr. hanteren arriveren we op de tijdsbalk in het jaar 672 v. Chr. Dat is volgens mijn reconstructie van de geschiedenis van het oudheid-Egypte het laatste regeringsjaar van farao Eje alvorens Horemheb de heerschappij naar zich toetrok en de Ethiopiërs uit Egypte verdreef. Zie het artikel van 12.11.2018, Farao Eje van de achttiende dynastie alias Kreon van de Griekse legende, zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1541977200&stopdatum=1542582000

    Het wegtrekken van de Ethiopiërs zoals Herodotos (Boek 2,139) het vermeld, gebeurde in werkelijkheid met het leger van Horemheb op hun hielen. Van Horemheb is er namelijk een vermelding van een veldtocht naar Koesj bewaard gebleven.

     

    De orthodoxe Egyptologie heeft farao Achnaton in de veertiende eeuw v. Chr. op de tijdsbalk geplaatst en dit op basis van hun foutieve veronderstelling dat er een Sothis-kalender in het oude Egypte in gebruik was. Het revisionisme van de geschiedenis van de oudheid heeft dit weerlegd. Zie o.a. het artikel op 18.02.2019 op dit blog, de kalender van het oude Egypte nagerekend…, zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1550444400&stopdatum=1551049200

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    13-05-2019 om 07:55 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    06-05-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Egyptische faraolijst van de oudheidhistoricus Herodotos (vervolg)

    De faraolijst van de oudheidhistoricus Herodotos heeft al geruime tijd op dit blog mijn aandacht. Met de aflevering van 29.04.2019 behandelde ik de controversiële koningen Cheops, Chefren en Mykerinos van Herodotos, de bekende piramidebouwers die chronologisch gezien in de achtste eeuw v. Chr. thuishoren. Ik schrijf controversieel omdat de orthodoxe egyptologie deze koningen met heersers van de vierde dynastie van Manetho verbind. De identificatie van Cheops, Chefren en Mykerinos met de farao ’s Amonhotep IV, Smenkhkare en Toetanchaton is voor velen een breekpunt en een brug te ver. Het is wachten op de archeologie om eventueel een verwijzing naar de historische bouwer van de grote piramide in een alsnog verborgen kamer te vinden.

    Maar eerst nu de volledige faraolijst van Herodotos samen met hun historische verankering op de tijdsbalk:

    Herodotos                    Boek:                   historische verankering op tijdsbalk:

    Sesostris             2 :102        Thothmosis III, Rehabeam – 961 v. Chr.

    Feroos/Pheros    2 :111                   Amonhotep II – 941 v. Chr.

    Proteus               2 :112         Thothmosis IV – 800 v. Chr.

    Rampsinitos       2 :121         Amonhotep III – 776 v. Chr.

    Cheops                2 :124        piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Chefren               2 :127         piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Mykerinos           2 :129        piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

     

    Asychis               2 :136        8ste eeuw v. Chr.

     

    Anysis                 2 :137         tijdgenoot Sabakoos – 8ste eeuw v. Chr.

    Sethoos               2 :141         tijdgenoot Sanherib, Assyrië – 716 v. Chr.

    12 koningen        2 :147         Ramessieden

    Psammetichos    2 :152         675 v. Chr.

    Neko                   2 :158         Neko – 605 v. Chr.

    Psammis             2 :159

    Apriës                 2 :161         Hofra

    Amasis                2 :172         525 v. Chr.

     

    De opvolger van de laatste piramidebouwer Mykerinos is een farao die van Herodotos de Griekse naam Asychis meekreeg. Het is een naam die in geen enkele bekende (Griekstalige) koningslijst voorkomt. Hierna het citaat van Herodotos over Asychis:

    Book 2:136. After Mykerinos the priests said Asychis became king of Egypt, and he made for Hephaistos (Ptah) the temple gateway which is towards the sunrising, by far the most beautiful and the largest of the gateways; for while they all have figures carved upon them and innumerable ornaments of building besides, this has them very much more than the rest. In this king's reign they told me that, as the circulation of money was very slow, a law was made for the Egyptians that a man might have that money lent to him which he needed, by offering as security the dead body of his father; and there was added moreover to this law another, namely that he who lent the money should have a claim also to the whole sepulchral chamber belonging to him who received it, and that the man who offered that security should be subject to this penalty, if he refused to pay back the debt, namely that neither the man himself should be allowed to have burial when he died, either in that family burial-place or in any other, nor should he be allowed to bury any one of his kinsmen whom he lost by death. This king desiring to surpass the kings of Egypt who had arisen before him left as a memorial of himself a pyramid which he made of bricks, and on it there is an inscription carved in stone and saying thus: "Despise not me in comparison with the pyramids of stone, seeing that I excel them as much as Zeus excels the other gods; for with a pole they struck into the lake, and whatever of the mud attached itself to the pole, this they gathered up and made bricks, and in such manner they finished me." Such were the deeds which this king performed;…

     

    Heel veel informatie ter identificatie van Asychis met namen van de overige Egyptische koningslijsten hebben we niet. Dat ook hij in de achtste eeuw v. Chr. op de tijdsbalk thuishoort is zeker. Zijn opvolger Anysis uit de stad Anysis wordt door Herodotos namelijk met de Assyriër Sanherib verbonden. Een Assyrische koning waar in de Bijbel naar verwezen wordt bij de belegering van Jeruzalem in 709 v. Chr. ten tijde van de regeerperiode van koning Hizkia van Juda. Egypte was in die periode een lappendeken van dynastieën die ieder over hun deel van Egypte de plak zwaaiden (De zonaanbidder, 2016, blz. 65-75). Er zijn aldus meerdere kandidaat-farao ’s voorhanden ter identificatie van Herodotos’ Asychis. Herodotos beschrijft zijn Asychis in de eerste plaats als een wetgever en dit vereenvoudigt de identificatie. Een farao-wetgever voor deze periode is Bakenranef of Bocchoris. In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 301-306, heb ik een hoofdstuk aan deze farao besteed.

     

     

    In de achtste eeuw v. Chr. was Egypte als een lappendeken van een aantal huizen of dynastieën die elk over hun deel van het land heersten. Farao Bocchoris alias Asychis behoorde tot de vierentwintigste dynastie met de hoofdplaats te Memfis.

     

    Volgens de historicus Diodorus van Sicilië was Bocchoris een van de zes grote wetgevers van Egypte: hij regelde het verbintenissenrecht en verbood slavernij op grond van schulden (1.65, 79, 94). De Egyptische oudheidhistoricus Manetho die in het Grieks zijn geschiedenis van Egypte in de derde eeuw voor Christus neerschreef, vermeld twee bijzondere gebeurtenissen uit de tijd van Bocchoris’ bewind. De eerste gebeurtenis is de rampenprofetie van het lam, een verhaal dat door auteurs als Claudius Aelianus (De Natura Animalis 12.3) later eveneens vermeld werd. De tweede gebeurtenis die Manetho vermeld, is de gevangenneming van Bocchoris door Sjabaka van de vijfentwintigste dynastie en het feit van de terechtstelling van Bocchoris op een brandstapel. Het verankeren van de regeerperiode van farao Bocchoris op de tijdsbalk heb ik uitgevoerd via diens laatste regeringsjaar te verankeren met het tweede regeringsjaar van farao Sjabaka van de vijfentwintigste dynastie. Het tweede regeringsjaar van de Kuschiet Sjabaka wordt namelijk door een Apis-stele verbonden met het zesde regeringsjaar van Bocchoris. Daarenboven leert Manetho dat Sjabaka farao Bocchoris omgebracht heeft door hem op een brandstapel te plaatsen. De Ethiopische vijfentwintigste dynastie heb ik verankerd via de regeerperiode van farao Tirhaka die bij naam in de Bijbel vermeld staat. De meganatuurcatastrofe van het voorjaar van 722 v. Chr. in het sterfjaar van koning Achaz van Juda, is volgens mijn reconstructie gelijk aan het zesde regeringsjaar van Bocchoris, het jaar in Egypte van ‘de profetie van het lam’, dat eveneens een meganatuurcatastrofe beschrijft.

    De Joodse oudheidhistoricus Flavius Josephus (Against Apion, Book 1.34 en 2.2) vermeldt farao Bocchoris in zijn betoog tegen Apion die deze farao foutieve lijk met de Exodus verbond. Volgens mijn reconstructie van de geschiedenis van de oudheid maakte Bocchoris de terugtrekking van het Judese leger van koning Uzzia uit Egypte mee. Zie het artikel van 08.12.2017 op dit blog: Azarja de koning van Juda, heerser over Klein-Azië en Egypte in de achtste eeuw v. Chr., zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1512342000&stopdatum=1512946800

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    06-05-2019 om 11:19 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    29-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Egyptische faraolijst van de oudheidhistoricus Herodotos (vervolg)

    We vervolgen deze week met de faraolijst van Herodotos. Op 04.03.2019 gaven we aandacht aan de farao ’s Sesostris en Pheros en identificeerden hen met twee farao ’s van Manetho ’s achttiende dynastie: Thothmosis III en Amonhotep II. Herodotos die in de vijfde eeuw v. Chr. Egypte bezocht en daar met de priesters over de oude geschiedenis van Egypte sprak geeft een faraolijst door met unieke Griekse namen die afwijken van de Griekse namen van Egyptische farao ‘s die ons via de Egyptische oudheidhistoricus Manetho bereikten. Het is een hele opdracht om de namen van Herodotos met historische farao ’s te identificeren. Een moeilijke opdracht weliswaar maar geen onmogelijke. Met onze aflevering van 11.03.2019 op dit blog behandelden we de farao ’s Proteus en Rampsinitos en identificeerden hen met de farao ’s Thothmosis IV en Amonhotep III van Manetho ’s lijst. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?ID=3147858

    De orthodoxe Egyptologie verwerpt de rangschikking van Herodotos’ koningslijst aangezien deze niet past in hun reconstructie van de oude geschiedenis van Egypte gebaseerd op het vermeende gebruik toen van een dubbele kalender: de Sothis-perioden. Volgens hen zijn de namen van Herodotos niet in opeenvolging genoteerd. Sesostris bijvoorbeeld, de eerste farao die Herodotos na de voortijd opgeeft behoort volgens hen tot het Midden-rijk en wordt op basis van de dubbele Sothis-kalender in de negentiende eeuw v. Chr. als Sesostris III van 1878 tot 1841 v. Chr., gedateerd. De tweede naam die Herodotos doorgeeft: Proteus, komt ook niet voor in enige (Griekstalige) koningslijst van Egypte maar wordt op basis van de Trojaanse oorlog in de twaalfde eeuw v. Chr. geplaatst. Maar ook de chronologie van Griekenland en Klein-Azië is aan een revisie toe. Zie het artikel op dit blog van 30.07.2018: De datering van de val van Homeros’ Troje, link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1532901600&stopdatum=1533506400

    Hierna de betreffende faraolijst van Herodotos samen met hun historische verankering op de tijdsbalk:

    Herodotos                    Boek:                   historische verankering op tijdsbalk:

    Sesostris             2 :102        Thothmosis III, Rehabeam – 961 v. Chr.

    Feroos/Pheros    2 :111                   Amonhotep II – 941 v. Chr.

    Proteus               2 :112         Thothmosis IV – 800 v. Chr.

    Rampsinitos       2 :121         Amonhotep III – 776 v. Chr.

    ^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^

    Cheops                2 :124        piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Chefren               2 :127         piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Mykerinos          2 :129        piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    ^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^

    Asychis                2 :136        8ste eeuw v. Chr.

    Anysis                 2 :137         tijdgenoot Sabakoos – 8ste eeuw v. Chr.

    Sethoos               2 :141         tijdgenoot Sanherib – 8ste eeuw v. Chr.

    12 koningen        2 :147         Ramessieden

    Psammetichos    2 :152         675 v. Chr.

    Neko                   2 :158         Neko – 605 v. Chr.

    Psammis             2 :159

    Apriës                 2 :161         Hofra

    Amasis                2 :172         525 v. Chr.

     

    Wanneer we de koningslijst van Herodotos als een lijst beschouwen van een opeenvolging van farao ’s die ooit over het oude Egypte heersten, blijkt dat de piramidebouwers met de namen Cheops, Chefren en Mykerinos in de achtste eeuw v. Chr. op de tijdsbalk thuishoren. De farao ’s die na Mykerinos komen behoren namelijk allen tot die bepaalde eeuw. Farao Anysis (die we in een nog te volgen artikel zullen bespreken) was een tijdgenoot van de Ethiopiër Sabakoos of Sjabaka van de vijfentwintigste dynastie. Zijn opvolger was volgens Herodotos farao Sethoos die een tijdgenoot van de Assyriër Sanherib was. Al deze koningen zitten op de tijdsbalk verankerd in de achtste eeuw v. Chr. Zo ook de piramidebouwers Cheops, Chefren en Mykerinos, volgens Herodotos. Na de voorspoedige regeerperiode van Rampsinitos die Egypte orde en grote welvaart bracht heeft Herodotos Cheops op de tijdsbalk geplaatst die het land in korte tijd in ellende stortte.

    Herodotos Book 2:124. ‘Down to the time when Rhampsinitos was king, they told me there was in Egypt nothing but orderly rule, and Egypt prospered greatly; but after him Cheops became king over them and brought them to every kind of evil: for he shut up all the temples, and having first kept them from sacrificing there, he then bade all the Egyptians work for him. So some were appointed to draw stones from the stone-quarries in the Arabian mountains to the Nile, and others he ordered to receive the stones after they had been carried over the river in boats, and to draw them to those which are called the Libyan mountains; and they worked by a hundred thousand men at a time, for each three months continually. Of this oppression there passed ten years while the causeway was made by which they drew the stones, which causeway they built, and it is a work not much less, as it appears to me, than the pyramid; for the length of it is five furlongs and the breadth ten fathoms and the height, where it is highest, eight fathoms, and it is made of stone smoothed and with figures carved upon it. For this, they said, the ten years were spent, and for the underground chambers on the hill upon which the pyramids stand, which he caused to be made as sepulchral chambers for himself in an island, having conducted thither a channel from the Nile. For the making of the pyramid itself there passed a period of twenty years; and the pyramid is square, each side measuring eight hundred feet, and the height of it is the same. It is built of stone smoothed and fitted together in the most perfect manner, not one of the stones being less than thirty feet in length.

     

     

    De orthodoxe Egyptologie heeft de bouw van de piramiden op het Gizehplateau met farao ’s van de vierde dynastie van Manetho verbonden: Choefoe, Chafre en Menkaoere. Nochtans berust hun identificatie van Cheops, Chefren en Mykerinos met Choefoe, Chafre en Menkaoere op zwakke grond!

    De muren aan de binnenzijde van de grote piramide zijn namelijk blank. Geen enkele hiëroglief of enige afbeelding met verwijzing naar een eventuele architect, koning of afgod zijn op de muren te vinden. Uitsluitend in de drukverminderingskamer boven de koningskamer is er in de grote piramide met rode inkt de naam Choefoe aangebracht. Het was in het jaar 1837 dat de onderzoeker Howard Vyse de ontdekking van de naam van de bouwer wereldkundig maakte. Hij had zich op gewelddadige wijze (niet professioneel) door middel van gebruik van dynamiet een weg naar de drukverminderingskamer boven de koningskamer gebaand. De zogenaamde ontdekking van de naam Choefoe in rode inkt gebeurde aan het einde van een duur archeologisch seizoen van onderzoek. De ontdekking van de bouwer van de grote piramide kwam zodoende op tijd om de gemaakte kosten te rechtvaardigen. Dat is één theorie. Hoogstwaarschijnlijk zijn de inkt-inscripties door Vyse zelf aangebracht.

     

    Wat weinig of geen aandacht krijgt is het feit dat van alle drie zogenaamde piramidebouwers-farao ’s van de vierde dynastie graftombe ’s gevonden zijn, wat onlogisch is indien de piramiden op het Gizehplateau als laatste rustplaats voorzien waren. Zo heeft Menkaoere een niet afgewerkte piramide op de begraafplaats van de vierde dynastiekoningen en is hij volgens onverklaarbare redenen aan de bouw van een tweede piramide op het Gizeh-plateau begonnen. In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 77-88, ga ik hier uitvoerig op in. Van Seneferoe, de voorganger van Choefoe, bestaan er drie piramides die aan hem worden toegeschreven. Een van deze piramides kan van Chafre geweest zijn. Ook van Choefoe is een extra graftombe tevoorschijn gekomen, een vondst die echter door de orthodoxie niet wordt opgemerkt. Het is een piramide (of de restanten ervan) die in april 2002 door een Zwitsers/Frans team van Egyptologen op een site te Aboe Roasj ontdekt werd. De piramide ligt niet ver van de piramide die aan Djedefre, een zoon van Choefoe wordt toegeschreven. In de restanten van de ontdekte piramide zat een grote Alabaster plaat met de inscriptie: HR MD DDW HWFW dat de Horus naam van Choefoe is. Hoogstwaarschijnlijk heeft men de ware laatste rustplaats van Choefoe vlak naast de piramide van zijn zoon Djedefre tevoorschijn gebracht. Wanneer men afbeeldingen van de piramiden-constructies tussen enerzijds het Gizeh-plateau en anderzijds het bouwwerk van Djedefre en Choefoe te Aboe Roash vergelijkt valt onmiddellijk de erbarmelijke staat van de piramiden op. Waar is de kennis gebleven die aan de grondslag van de piramide van Cheops lag in vergelijking met die van Djedefre en Choefie te Aboe Roash?

    Een volgende vaststelling is dat de familierelatie tussen Cheops, Chefren en Mykerinos onderling zoals Herodotos die beschrijft niet overeenstemt met de farao ’s Choefoe, Chafre en Menkaoere van de vierde dynastie van Manetho. Volgens Herodotos was Mykerinos een zoon van Cheops en Chefren de broer van Cheops. In de vierde dynastie is Menkaura echter een kleinzoon van Choefoe. Alleen bij de godsdienstfanatici Cheops, Chefren en Mykerinos alias Achnaton, Smenkhkare en Toetanchaton klopt het familiale verband van Herodotos.

    Voor de Egyptologie is dit een detail dat niet afdoet aan hun foutieve identificatie van Choefoe, Chafre en Menkaoere met Cheops, Chefren en Mykerinos. Zij nemen Herodotos sowieso niet serieus. De naam van Choefoe in hiërogliefenschrift met rode inkt in de drukverminderingskamer boven de koningskamer (op een meest onwaarschijnlijke plaats) aangebracht is voor hen doorslaggevend? Dat de binnenmuren van de piramiden in afwijking met alle andere bouwwerken in het Egypte van de oudheid, blank zijn is geen probleem? Nochtans hebben de beeld loze binnenmuren alleen zin bij een afwijzen van het Egyptische veelgodendom door Cheops.

    De piramiden op het Gizehplateau hebben al langer mijn aandacht. Op 07.06.2017 schreef ik op dit blog een artikel: door wie werd de grote piramide op het Gizehplateau gebouwd en wanneer? Link: https://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1496613600&stopdatum=1497218400

    Anno 2002 werd vanuit de koninginkamer in de grote piramide door het bekende ‘National Geographic Genootschap’ in samenwerking met de Egyptische autoriteiten onderzoek in de zogenaamde luchtschachten gedaan. Met een geavanceerde kleine computer gestuurde robot-camera-tractor werd doorheen een eerder ontdekt deurtje in de zuidelijke luchtschacht met een steenboor een andere deur blootgelegd. Wat zich hier eventueel achter bevindt blijft alsnog een vraagteken. Het is intussen wachten op het voortzetten van dit boeiende project.

     

    Wanneer we Herodotos’ faraolijst voor correct houden en vooral de opgegeven farao’ s in opeenvolging over Egypte zien heersen, dan wordt Rampsinitos alias Amonhotep III opgevolgd door Cheops/Achnaton.

    Daarna volgde Chefren/Smenkhkare, gevolgd door Mykerinos/Toetanchaton. In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 345-353, heb ik de identificatie van Herodotos’ Mykerinos met Toetanchaton, beter bekend als Toetanchamon aangetoond. Ook de piramide van Mykerinos werd door dezelfde ontdekkingsreiziger kolonel R. W. Howard Vyse in 1837 onder handen genomen. Ook de binnenmuren van de piramide van Mykerinos zijn blank bevonden. Geen afbeeldingen van enige afgod of koning zijn voorhanden. De enige uitzondering is de naam van Menkaoere in hiërogliefenschrift met rode verf geschreven op de voor de rest blanke muren aangebracht. Men kan aannemen dat Vyse dezelfde pot rode verf gebruikte als in de grote piramide waar hij de naam Choefoe in de bovenste drukkingskamer op de muur aanbracht. In mijn studie TIJD en TIJDEN, geef ik aandacht aan de sarcofaag die door Vyse in de piramide van Mykerinos ontdekt werd. De sarcofaag bevatte de restanten van een doodskist maar geen stoffelijke resten van de farao. Van de basalten sarcofaag werd door Vyse een ets gemaakt.

     

     

    En deze afbeelding is de enige illustratie vandaag voorhanden van de sarcofaag. De sarcofaag in kwestie werd namelijk in 1838 naar Engeland naar het British Museum verscheept, maar het schip dat de sarcofaag vervoerde, leed in de buurt van Livorno (Italië) schipbreuk en ging verloren. De doodskist werd op een ander schip verladen en vond wel haar plek in het British Museum. Volgens het deskundige commentaar van het British Museum behoort de kist (of wat er van rest) tot de periode van de zesentwintigste dynastie. Een dynastie die op de tijdsbalk in de zevende en zesde eeuw v. Chr. verankerd zit. Voor de orthodoxie is het een raadsel hoe een kist uit de zesde eeuw v. Chr. in een grafkamer van het derde millennium v. Chr. kon terecht komen. Men gaat er van uit dat er ten tijde van de zesentwintigste dynastie een poging tot restauratie van het graf is uitgevoerd. Deze veronderstelling blijft echter gissen, en levert vraagteken op vraagteken. Want het gaat niet alleen om de gevonden doodskist, ook de afgebeelde basalten sarcofaag op de ets van Vyse, wordt door specialisten niet ten tijde van de Egyptische vierde dynastie gedateerd, maar eveneens in de zesde eeuw v. Chr., ten tijde van de Saïtische periode. Met deze twee gegevens voorhanden: de sarcofaag en de kist, kunnen we redelijk goed besluiten dat de piramide van Mykerinos niet in ongeveer 2500 v. Chr. gebouwd werd maar eerder rond 700/600 v. Chr. En dat de chronologische reconstructie die ik in ‘TIJD en TIJDEN, 2015, heb aangeboden, wel degelijk steek houdt. Herodotos heeft dan wel degelijk goed naar zijn gastheren in Egypte geluisterd en het verhaal van de Aton-ketters in de achtste eeuw v. Chr. ondergebracht.

    Mykerinos alias Toetanchamon zou bij zijn aan de macht komen zijn vaders daden Cheops/Achnaton zo goed mogelijk herstellen en de gesloten tempels van Egypte na een periode van 106 jaar opnieuw laten openen.

    Herodotos 2:129. After him, they said, Mykerinos became king over Egypt, who was the son of Cheops; and to him his father's deeds were displeasing, and he both opened the temples and gave liberty to the people, who were ground down to the last extremity of evil, to return to their own business and to their sacrifices: also he gave decisions of their causes juster than those of all the other kings besides. Etcetera…

    De beschrijving van de historicus Herodotos past volkomen in het historische plaatje dat we kennen in de geschiedenis Toetanchaton, de zoon van Achnaton, die bij het aan de macht komen, zijn naam zou veranderen van Toetanch-‘aton’ naar Toetanch-‘amon’ en de eredienst aan de god Amon herstelde.

     

     

    Met mijn boek ‘De zonaanbidder, Achnaton de strenge en hardvochtige farao volgens de profeet Jesaja’, 2016, heb ik mijn revisie van de geschiedenis van de oudheid betreffende deze epoque verduidelijkt. De Aton-ketters hebben veel langer geregeerd dan hun door de orthodoxe egyptologie gegunde regeerperiode. Hun tirannieke regeerperiode liep in werkelijkheid van 739 v. Chr. tot 671 v. Chr. waarna generaal Horemheb de macht verkreeg en daarop een beeldenstorm in Egypte doorvoerde. Alles wat herinnerde aan de onheilsperiode van de Aton-volgers werd vernietigd. Wat overbleef waren ‘rags and tatters’ waar de egyptologie vandaag meer mee tracht in te vullen dan mogelijk is. Tenzij men Herodotos wat deze epoque betreft naar waarheid zou waarderen.

     

    De conventionele Egyptologie gunt Achnaton een regeerduur van slechts zeventien jaar en dit op basis van het hoogste jaartal dat in de ruïnes van Achetaton het huidige Amarna, is aangetroffen. Maar dit blijft bij het ontbreken van andere verifieerbare gegevens, gissen.

    De Egyptische oudheidhistoricus Manetho vermeldt de Aton-aanhangers in zijn koningslijst niet maar geeft alternatieve namen op die ons in staat stellen de regeerperiode van de Aton-ketters ongeveer te bepalen. Recent schreef ik op dit blog een artikel dienaangaande op 12.11.2018. Zie link:

    http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1541977200&stopdatum=1542582000 en scrol naar beneden.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    29-04-2019 om 06:57 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    22-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De volgorde van de gebeurtenissen bij de opstanding van Jezus Christus

    Alle vier evangelisten: Matteüs, Markus, Lukas en Johannes, berichten over de gebeurtenissen op zondagmorgen 9 april 30 AD: de opstanding uit de dood van de Heer Jezus Christus. Wat logisch is want de opstanding van Christus is het hart, de kern van het evangelie.

    Paulus aan de Korintiërs, 1 Korintiërs 15:1 Voorts, broeders, ik maak u bekend het Evangelie, dat ik u verkondigd heb, hetwelk gij ook aangenomen hebt, in hetwelk gij ook staat; 2 Door hetwelk gij ook zalig wordt, indien gij het behoudt op zodanige wijze, als ik het u verkondigd heb; tenzij dan dat gij tevergeefs geloofd hebt. 3 Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften; 5 En dat Hij is van Cefas gezien, daarna van de twaalven. 6 Daarna is Hij gezien van meer dan vijfhonderd broeders op eenmaal, van welken het meren deel nog over is, en sommigen ook zijn ontslapen. 7 Daarna is Hij gezien van Jakobus, daarna van al de apostelen. 8 En ten laatste van allen is Hij ook van mij, als van een ontijdig geborene, gezien. 9 Want ik ben de minste van de apostelen, die niet waardig ben een apostel genaamd te worden, daarom dat ik de Gemeente Gods vervolgd heb. 10 Doch door de genade Gods ben ik, dat ik ben; en Zijn genade, die aan mij bewezen is, is niet ijdel geweest, maar ik heb overvloediger gearbeid dan zij allen; doch niet ik, maar de genade Gods, Die met mij is.

     

     

    De bedoeling van dit artikel is de chronologie van de beschreven gebeurtenissen door de evangelisten te rangschikken. De definitie van chronologie is de volgende: volgorde van tijdstippen, waarop gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Ons Nederlandse woord ‘chronologie’ komt uit het Grieks: ‘K R O N O L O G I A. ‘Kronos’ betekent tijd en ‘legein’ betekent ‘zeggen’ of ‘vertellen’. Chronologie is de ruggengraat van alle geschiedschrijving. ‘Chronos’ en ‘Chronologie’ en neemt in de Bijbel een belangrijke plaats in. Hierna vooreerst de vier betreffende Bijbelgedeelten over die gedenkwaardige zondagmorgen:

    Matteüs 28:1 En laat na de sabbat, als het begon te lichten, tegen den eersten dag der week, kwam Maria Magdalena, en de andere Maria, om het graf te bezien. 2 En ziet, er geschiedde een grote aardbeving; want een engel des Heeren, nederdalende uit den hemel, kwam toe, en wentelde den steen af van de deur, en zat op denzelven. 3 En zijn gedaante was gelijk een bliksem, en zijn kleding wit gelijk sneeuw. 4 En uit vrees van hem zijn de wachters zeer verschrikt geworden, en werden als doden. 5 Maar de engel, antwoordende, zeide tot de vrouwen: Vreest gijlieden niet; want ik weet, dat gij zoekt Jezus, Die gekruisigd was. 6 Hij is hier niet; want Hij is opgestaan, gelijk Hij gezegd heeft. Komt herwaarts, ziet de plaats, waar de Heere gelegen heeft.

     

    Marcus 16:1 En als de sabbat voorbijgegaan was, hadden Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus, en Salome specerijen gekocht, opdat zij kwamen en Hem zalfden. 2 En zeer vroeg op den eersten dag der week, kwamen zij tot het graf, als de zon opging; 3 En zeiden tot elkander: Wie zal ons den steen van de deur des grafs afwentelen? 4 (En opziende zagen zij, dat de steen afgewenteld was) want hij was zeer groot. 5 En in het graf ingegaan zijnde, zagen zij een jongeling, zittende ter rechter zijde, bekleed met een wit lang kleed, en werden verbaasd. 6 Maar hij zeide tot haar: Zijt niet verbaasd; gij zoekt Jezus den Nazarener, Die gekruist was; Hij is opgestaan; Hij is hier niet; ziet de plaats, waar zij Hem gelegd hadden.

     

     

    © Gustave Doré (1832/1883)

     

    Lucas 24: 1 En op den eersten dag der week, zeer vroeg in den morgenstond, gingen zij naar het graf, dragende de specerijen, die zij bereid hadden, en sommigen met haar. 2 En zij vonden den steen afgewenteld van het graf. 3 En ingegaan zijnde, vonden zij het lichaam van den Heere Jezus niet. 4 En het geschiedde, als zij daarover twijfelmoedig waren, zie, twee mannen stonden bij haar in blinkende klederen. 5 En als zij zeer bevreesd werden, en het aangezicht naar de aarde neigden, zeiden zij tot haar: Wat zoekt gij den Levende bij de doden? 6 Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan. Gedenkt, hoe Hij tot u gesproken heeft, als Hij nog in Galilea was, 7 Zeggende: De Zoon des mensen moet overgeleverd worden in de handen der zondige mensen, en gekruisigd worden, en ten derden dage wederopstaan.

     

    Johannes 20:1 En op den eersten dag der week ging Maria Magdalena vroeg, als het nog duister was, naar het graf; en zag den steen van het graf weggenomen. 2 Zij liep dan, en kwam tot Simon Petrus en tot den anderen discipel, welken Jezus liefhad, en zeide tot hen: Zij hebben den Heere weggenomen uit het graf, en wij weten niet, waar zij Hem gelegd hebben.

     

    De volgorde der gebeurtenissen wanneer we de vier verhalen bundelen, is de volgende:

    Drie vrouwen: Maria Magdalena, Maria de moeder van Jezus, en Salome, vertrekken naar de graftombe, gevolgd door andere vrouwen die specerijen bij zich hebben. De drie vinden de steen weggerold, en Maria Magdalena gaat dit de discipelen meedelen (Lucas 23:55, 24:9; Johannes 20: 1-2). Maria, de moeder van Jakobus en Joses, komt dichterbij de graftombe en ziet de engel des Heeren (Matteüs 28:2). Zij gaat terug om de andere vrouwen te ontmoeten die met de specerijen aan het volgen waren. Intussen komen Petrus en Johannes aan, die door Maria Magdalena ingelicht werden. Zij kijken in de tombe en gaan weg (Johannes 20:3-10). Maria Magdalena arriveert vervolgens terug aan de graftombe, ziet de twee engelen en daarna Jezus (Johannes 20:11-18). Op een woord van Jezus gaat zij de discipelen inlichten. Maria (moeder van Jakobus en Joses) heeft ondertussen de vrouwen met de specerijen ontmoet en keert met hen terug. Zij zien de twee engelen (Lucas 24:4- 5, Markus 16:5). Ook zij horen de blijde boodschap van de engelen en gaan vervolgens de discipelen opzoeken en ontmoeten hierbij Jezus (Matteüs 28: 8-10).

    De tekst hierboven is een vrije vertaling van het commentaar van de Bijbelvorser C. I. Scofield (1843/1921) op Matteüs hoofdstuk 28, zie link: https://www.biblestudytools.com/commentaries/scofield-reference-notes/matthew/matthew-28.html

     

    Een vaststelling na het lezen van de betreffende Bijbelgedeelten is dat vrouwen de eerste getuigen en verkondigers waren van de opstanding van de Heer Jezus Christus. Vrouwen waren ook aanwezig geweest bij de kruisiging van Jezus en waren daar ook gebleven tot aan Zijn sterven toe (Matteüs 27:55-56 en Johannes 19:25). Van de apostelen wordt alleen de aanwezigheid van Johannes vermeld (Johannes 19:25-27). De andere mannen waren blijkbaar ondergedoken. De vrouwen waren aanwezig toen Jezus' lichaam van het kruis werd genomen en maakten dat het dood gefolterde en leeggebloede lichaam van Jezus zo goed mogelijk verzorgd (Lucas 23:55-56) in het graf van Jozef van Arimatea geborgen kon worden. De apostelen waren op dat moment nergens te bespeuren. Alleen Nicodemus en Jozef van Arimatea worden ter plaatse vermeld om de begrafenis te organiseren (Johannes 19:38-42).

    Aan Jozef van Arimatea wil ik hier iets meer aandacht geven. De evangelist Matteüs beschrijft hem als een rijk man (Matteüs 27:57) en ook als een discipel van Jezus. De evangelist Markus noemt Jozef van Arimatea: ‘een eerlijk raadsheer’ die al zijn moed bijeen vergaarde en naar Pilatus ging en vroeg en verkreeg het lijk van Jezus ter bijzetting in zijn voor zich voorziene graftombe.

    Marcus 15:42 En als het nu avond was geworden, dewijl het de voorbereiding was, welke is de voorsabbat; 43 Kwam Jozef, die van Arimatea was, een eerlijk raadsheer, die ook zelf het Koninkrijk Gods was verwachtende, en zich verstoutende, ging hij in tot Pilatus, en begeerde het lichaam van Jezus. 44 En Pilatus verwonderde zich, dat Hij alrede gestorven was; en den hoofdman over honderd tot zich geroepen hebbende, vraagde hem, of Hij lang gestorven was. 45 En als hij het van den hoofdman over honderd verstaan had, schonk hij Jozef het lichaam. 46 En hij kocht fijn lijnwaad, en Hem afgenomen hebbende, wond Hem in dat fijne lijnwaad, en leide Hem in een graf, hetwelk uit een steenrots gehouwen was; en hij wentelde een steen tegen de deur des grafs. (Statenvertaling)

     

    Volgens de normale gang der zaken zou Jezus samen bij de andere criminelen begraven zijn. Het was de moedige actie van de rijke raadsheer Jozef van Arimatea dat Jezus in een nieuwe graftombe gelegd werd. Samen met Nicodemus heeft Jozef van Arimatea het lichaam van Jezus verzorgd en in zijn uit een rots gehouwen graftombe geborgen.

    Johannes 19:38 En daarna Jozef van Arimatea (die een discipel van Jezus was, maar bedekt om de vreze der Joden), bad Pilatus, dat hij mocht het lichaam van Jezus wegnemen; en Pilatus liet het toe. Hij dan ging en nam het lichaam van Jezus weg. 39 En Nicodemus kwam ook (die des nachts tot Jezus eerst gekomen was), brengende een mengsel van mirre en aloe; omtrent honderd ponden gewichts. 40 Zij namen dan het lichaam van Jezus, en bonden dat in linnen doeken met de specerijen, gelijk de Joden de gewoonte hebben van begraven. 41 En er was in de plaats, waar Hij gekruist was, een hof, en in den hof een nieuw graf, in hetwelk nog nooit iemand gelegd was geweest. 42 Aldaar dan legden zij Jezus, om de voorbereiding der Joden, overmits het graf nabij was.

     

    Volgens de evangelist Lucas maakte Jozef van Arimatea deel uit van het Sanhedrin waar Jezus in de nacht van Zijn gevangenneming voorstond. Hij vermeldt namelijk Jozef van Arimatea als zijnde een raadsheer, een goed en rechtvaardig man die niet mede in hun raad en handen bewilligd had.

    Lucas 23:50 En zie, een man, met name Jozef, zijnde een raadsheer, een goed en rechtvaardig man, 51 (Deze had niet mede bewilligd in hun raad en handel) van Arimatea, een stad der Joden, en die ook zelf het Koninkrijk Gods verwachtte; 52 Deze ging tot Pilatus, en begeerde het lichaam van Jezus. 53 En als hij hetzelve afgenomen had, wond hij dat in een fijn lijnwaad, en legde het in een graf, in een rots gehouwen, waarin nog nooit iemand gelegd was.

     

     

    © Rembrandt, De kruisafname, 1633 AD, Rijksmuseum Amsterdam

     

    Dat Jezus bij Zijn dood in het graf van een rijke gelegd zou worden werd zo een zevenhonderddertig jaar eerder door de profeet Jesaja voorspeld toen deze het lijden van de komende Messias vooraf beschreef. Met de vermelde tijdspanne neem ik afstand van een hypothetische deutero-Jesaja die tijdens de Babylonische Ballingschap opgetreden zou zijn.

    Jesaja 53:1 Wie heeft onze prediking geloofd, en aan wien is de arm des HEEREN geopenbaard? 2 Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde; Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben. 3 Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht. 4 Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was. 5 Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. 6 Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen. 7 Als dezelve geëist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open. 8 Hij is uit den angst en uit het gericht weggenomen; en wie zal Zijn leeftijd uitspreken? Want Hij is afgesneden uit het land der levenden; om de overtreding Mijns volks is de plage op Hem geweest. 9 En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij den rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is. 10 Doch het behaagde den HEERE Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem krank gemaakt; als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des HEEREN zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan. 11 Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien, en verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen. 12 Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de machtigen als een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood, en met de overtreders is geteld geweest, en Hij veler zonden gedragen heeft, en voor de overtreders gebeden heeft. (Statenvertaling)

     

    Voor wie interesse heeft, op 24.12.2018 publiceerde ik een artikel op dit blog over: De volgorde van de gebeurtenissen bij de kruisiging van Jezus Christus, zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1545606000&stopdatum=1546210800

     

    Ter conclusie zien we dat bij de opstanding uit de dood van Jezus Christus het alleen vrouwen zijn die getuigen. Het is aan de vrouwen dat Jezus’ persoonlijk verschenen is. Wat heel opmerkelijk is wanneer we dit in het licht van de Midden-Oosten-cultuur zien waar vrouwen als getuigen als niet betrouwbaar gelden. Het lijkt er op dat de ‘mannelijke’ apostelen sinds de gevangenneming van Jezus gevolgd door zijn kruisiging en sterven in verwarring waren en niet aanspreekbaar, dit terwijl de vrouwen bij hun positieven bleven. Wanneer vijftig dagen later met Pinksteren de Heilige Geest, de door Jezus beloofde Trooster (Johannes 14:26, 16:13-14) over de honderdtwintig discipelen te Jeruzalem verzameld wordt uitgestort, geschiedde dit over mannen én vrouwen daar vergaderd (Handelingen 1:13-15).

    Het laatste hoofdstuk van de Romeinenbrief van Paulus geeft een beeld hoe het er in de gemeenten van het eerste uur in de stad Rome circa 50/60 AD aan toe ging, vooral de positie van de vrouw in de eerste gemeente is verrassend. Na de leerstellige vijftien hoofdstukken van de Romeinenbrief volgt het zestiende hoofdstuk met persoonlijke mededelingen van Paulus gericht aan verschillende individuen, zowel mannen als vrouwen. Vrouwen blijken hier zonder discriminatie een belangrijke rol in de Ekklesia of Gemeente gespeeld te hebben. De eerste persoon die Paulus (16:1-2) aanbeveelt is de genaamde Febe, een vrouw die de functie van ‘Diakonon’ in de Gemeente uitoefende en zij diende volgens Paulus door de Christen-Romeinen behandelt te worden gelijk het de heiligen betaamde. Dit staat haaks op de minderwaardige rol van de vrouw daarna in het gevestigde christendom sinds Constantijn de Grote. Het volgende dat opvalt is dat de Ekklesia van het eerste uur het zonder kerkgebouwen, tempels of kathedralen deed. In de plaats daarvan bestonden er meerdere zogenaamde huisgemeenten in Rome (16:3-4, 10, 11, 16). De christenmensen van het eerste uur kwamen bij elkaar thuis samen en braken brood en dronken een beker wijn ter nagedachtenis van hun Heiland Jezus Christus, wiens wederkomst zij spoedig verwachtten. Zij spraken elkaar aan als broer en/of zus en dit in ongeveinsde liefde tot elkaar, gedragen en verbonden door de Liefde van de opgestane Heer en Heiland Jezus Christus die in afwachting van Zijn wederkomst hun de Trooster gegeven had: de Heilige Geest van God de Vader. De boodschap van Paulus was tot dan toe een verborgenheid geweest, was aan geen enkele profeet van het Oude Testament ooit geopenbaard geweest.

    Romeinen 16:25 Hem nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn Evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring der verborgenheid, die van de tijden der eeuwen verzwegen is geweest; 26 Maar nu geopenbaard is, en door de profetische Schriften, naar het bevel des eeuwigen Gods, tot gehoorzaamheid des geloofs, onder al de heidenen bekend is gemaakt; 27 Den zelven alleen wijzen God zij door Jezus Christus de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen. (Statenvertaling)

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    22-04-2019 om 09:57 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    15-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Psalm 83: de identificatie van de oudheidplaats Gebal voor onze tijd

    Psalm 83:1 Een lied, een psalm van Asaf. 2 O God! zwijg niet, houd U niet als doof, en zijt niet stil, o God! 3 Want zie, Uw vijanden maken getier, en Uw haters steken het hoofd op. 4 Zij maken listiglijk een heimelijken aanslag tegen Uw volk, en beraadslagen zich tegen Uw verborgenen. 5 Zij hebben gezegd: Komt, en laat ons hen uitroeien, dat zij geen volk meer zijn; dat aan den naam Israëls niet meer gedacht worde. 6 Want zij hebben in het hart te zamen geraadslaagd; tegen U hebben zij een verbond gemaakt; 7 De tenten van Edom en der Ismaëlieten, Moab en de Hagarenen; 8 Gebal, en Ammon, en Amalek, Palestina met de inwoners van Tyrus. 9 Ook heeft zich Assur bij hen gevoegd; zij zijn den kinderen van Lot tot een arm geweest. Sela. (Statenvertaling)

     

    De schrijver van Psalm 83 was de ziener Asaf die leefde ten tijde van Koning David (1047/1007 v. Chr.). Asaf was een Leviet, een afstammeling van Levi, een van de twaalf zonen van Jacob en behoorde tot de priesterzangers van David. Hij is de auteur van meerdere psalmen.

    In Psalm 83 heeft de dichter het over een vijandelijk verbond van tien volken tegen het volk van Israël. Tien volkeren smeden samen een pact met als doel de verdelging van Israël. Het is een verbond van tien geallieerde volken dat zich nooit eerder in de geschiedenis van het oude Israël heeft voorgedaan. Mijn gevolgtrekking is dat een alsnog toekomstig verbond van tien volken tegen het sinds 1948 nationaal herstelde Israël bedoelt is. Het getal van tien landen is ook gelijk aan het getal van de tien koningen van de profeet Daniël (hoofdstuk 2 en zeven), wat ook in het laatste boek van de Bijbel: de Apocalyps (hoofdstuk 13 en 17), terug te vinden is.

     

     

    © Georges Rochegrosse (1859/1929 AD), Het droombeeld van Nebukadnezar (Daniël 2:1-49), bewerkt door de auteur.

     

    Wanneer we psalm 83 naar onze tijd transponeren merken we na identificatie van de namen uit de oudheid dat alle tegenstanders uit het verleden er vandaag opnieuw zijn. De reden van dit artikel is de identificatie van Gebal dat een verrassing oplevert. Maar eerst wil ik de andere namen identificeren. Edom levert geen probleem. Dit volk leefde in de oudheid in het gebied op de huidige grens tussen Jordanië en Saoedi-Arabië. De identificatie van de Ismaëlieten geeft evenmin een probleem. Ismaël was een zoon van Abraham en Hagar, de slavin van Sara. Van hem stammen vele Arabische stammen af. Moab en Ammon waren in het Oude Testament twee zonen van Lot en zij woonden eertijds in het gebied van het huidige Jordanië. Palestina is de huidige Gaza-strip en Tyrus ligt in Zuid-Libanon, het Fenicië van de oudheid. De moderne staat Libanon beslaat grotendeels het gebied van het oude Fenicië maar is al lang geen eenheidsstaat meer maar opgedeeld als een lappendeken met meerdere rivaliserende fracties binnen de grenzen. In het zuiden heerst de Hezbollah, een vijand van Israël. Volgens Psalm 83 zal Tyrus nauw samenwerken met Filistea in zijn strijd tegen Israël. Het Assur dat Asaf vermeldt bevindt zich binnen het gebied van de huidige landen Irak en Syrië en is een staat die zich nog moet ontpoppen. Amalek is een nakomeling van Esau de broer van Jakob/Israël. Zijn woonplaats was het Seïr-gebergte. Dit gebergte bevindt zich binnen de grenzen van het huidige Jordanië. De 'Hagarenen' zijn moeilijker te plaatsen. Hagar was de slavin van Sara en moeder van Ismaël. Zij was een Egyptische. Een eerste conclusie zou kunnen zijn dat Hagar of de Hagarenen synoniem staat voor Egypte. De naam blijkt echter niet Egyptisch te zijn maar Semitisch, en vermoedelijk is deze naam haar door Abraham gegeven. De naam Hagar betekent 'reizende of vluchtende'. Ik veronderstel dat de Hagarenen de huidige Palestijnen voorstellen die woonachtig buiten Israël zijn. Geen enkel Arabisch land heeft namelijk de Palestijnse ontheemden van 1948 en 1967 opgenomen. De meesten die in het Midden-Oosten bleven, leven in vluchtelingenkampen en worden sindsdien door de VN onderhouden.

     

    Maar laat ons nu het volk te Gebal identificeren. Wanneer men er een Bijbelse encyclopedie op na gaat blijkt dat de plaatsing van Gebal op een moderne landkaart geen eenvoudige zaak is. Meerdere verklaringen zijn mogelijk. Gebal betekent berg en wordt het geïdentificeerd met Byblos in Fenicië. Ook een locatie in het noordelijke gedeelte van het gebergte Seïr komt als Gebal in aanmerking. Eerlijkheidshalve vermeldt men erbij dat de precieze ligging onbekend is. Met deze verklaring nam ik geen genoegen en zocht verder voor een identificatie van Gebal. Wat mijn aandacht trok was de verwijzing in Egyptische bronnen naar de stad Gebal of Goebla. Het Egyptische Oude Rijk haalde er zijn hout en gedurende het Egyptische Nieuwe Rijk ten tijde van de Amarna-periode, zat er een Egyptische vazal: Rib Addi, die vanuit Gebal meer dan vijftig brieven aan farao schreef.

     

     

    In mijn boek ‘De Zonaanbidder, Achnaton de strenge en hardvochtige farao volgens de profeet Jesaja, 2015, identificeer ik Gebal of Goebla met de plaats Jizreël in Samaria. Het was de studie van Dr. I. Velikovsky (Eeuwen in Chaos, 1952, hoofdstuk VI) die me op deze piste zette. Velikovsky toont overtuigend aan dat Goebla met Jizreël in Samaria geïdentificeerd dient te worden. De eerder vermelde Rib-Addi was de heerser die vanuit Goebla zijn brieven aan farao schreef. De conventionele Egyptologie heeft gemeend de plaatsnaam Goebla met de stad Byblos aan de Fenicische kust te kunnen identificeren. Het is echter vanuit Jizreël dat volgens de gereviseerde chronologie, Hosea van het tienstammenrijk meer dan vijftig brieven aan farao schreef.

     

    Het volk Gebal is aldus in Samaria te plaatsen. Ik herhaal nog even de tien vijanden van Israël in Psalm 83: "De tenten van Edom en de Ismaëlieten, Moab en de Hagarenen, Gebal, Ammon en Amalek, Filistea met de inwoners van Tyrus; zelfs Assur heeft zich bij hen gevoegd,"

     

     

    Het plaatsje Jizreël in het moderne Israël ligt in het zuiden van Galilea met zijn vandaag overwegend Arabische bevolking. Het Palestijnse Jenin ligt zuidelijk van Jizreël/Gebal. Ik verwacht nu met Psalm 83 in gedachten dat met een toekomstige vredesregeling dit gebied via een land-swap langs de grenzen van 1967, naar een toekomstige Palestijnse staat gaat en een centrum van haat tegen de staat Israël wordt.

     

    De Engelstalige term ‘land-swap’ gaat terug tot de VS Obama-administratie (2009/2017) die een land-swap langsheen de wapenstilstandslijn van 1949/1967 voorstelde ter verkrijging van een definitieve vredesregeling tussen Israël en de Palestijnen. Dit in lijn met de Oslo-verdragen van 1993 tussen Israël en de Palestijnen dat een algemene vredesregeling voorzag op basis van een stappenplan. De huidige ‘Palestijnse autoriteit’ was een van de onmiddellijke resultaten van het Oslo-verdrag. Onder de huidige VS Trump-administratie (2017-) lijkt het dat alle druk op Israëli ’s en Palestijnen om tot een vredesregeling te komen, in de koelkast is gestopt. Dit is echter naar mijn mening alleen maar een uitstel en betekent op langere termijn geen afstel. Democratische leiders worden voor een bepaalde ambtstermijn gekozen en ruimen daarna baan voor nieuwgekozenen. Dictators doen er langer over maar worden uiteindelijk door de dood ingehaald, zij het natuurlijk of gewelddadig. Het is wachten op de in de Bijbel geprofeteerde pseudo-vredevorst en de verleiding dan voor Israël in het aanvaarden van een algemene vredesregeling door dit genie aangeboden. Het laatste artikel op dit blog over eschatologie dateert van 25.03.2019, de oorsprong van Kusch, de zoon van Cham, de zoon van Noach…zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1553468400&stopdatum=1554073200

     

    Vanuit onze identificatie van Gebal met Jizreël-Samaria en Filistea met Gaza is het te veronderstellen dat er bij een toekomstige vredesregeling op basis van een landswap meerdere Palestijnse staten zullen ontstaan. Het is opmerkelijk dat Palestina in Psalm 83 in één adem met Tyrus genoemd wordt. De verschillende staatjes zullen uiteindelijk niet tot vrede leiden maar het doel blijft volgens Psalm 83 wanneer naar onze tijd getransponeerd, de vernietiging van Israël. Psalm 83 is een gebed om hulp tegen de vijanden van Israël. Het tweede gedeelte van de Psalm vanaf vers tien geeft dan ook hoop.

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

    Recente publicaties:

     

     

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

     

     

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).


    15-04-2019 om 08:52 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    08-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De farao van de Exodus

    Met onze aflevering van 01.04.2019 brachten we de Exodus van de Israëlieten uit Egypte en de Pesachweek onder de aandacht. Met 15 Nisan 1483 v. Chr. begon na de middernacht van donderdag op vrijdag de uittocht. Terwijl Egypte die nacht over de dood van hun eerstgeborenen huilde begonnen de Israëlieten onder leiding van Mozes aan hun trek naar de wildernis.

    Exodus 12:29 En het geschiedde ter middernacht, dat de HEERE al de eerstgeborenen in Egypteland sloeg, van den eerstgeborene van Farao af, die op zijn troon zitten zou, tot op den eerstgeborene van den gevangene, die in het gevangenhuis was, en alle eerstgeborenen der beesten. 30 En Farao stond op bij nacht, hij en al zijn knechten, en al de Egyptenaars; en er was een groot geschrei in Egypte; want er was geen huis, waarin niet een dode was. 31 Toen riep hij Mozes en Aäron in den nacht, en zeide: Maakt u op, trekt uit het midden van mijn volk, zo gijlieden als de kinderen van Israël; en gaat heen, dient den HEERE, gelijk gijlieden gesproken hebt.

     

    Maar wie was de farao van de exodus die in de nacht van donderdag op vrijdag ook zijn eerstgeborene aan de dood moest afstaan?

     

     

    Als men Hollywood wil geloven was het Ramses II alias Ramses de Grote die zijn oudste zoon en troonopvolger die Pesachnacht verloor en op de vierde dag na het vertrek van de Israëlieten met heel zijn legermacht aan de achtervolging in de wildernis begon. De keuze voor Ramses II als farao van de exodus is een gevolg van de foutieve rangschikking van de farao ’s op de tijdsbalk door de gevestigde Egyptologie. De Egyptologie heeft vanaf de vijftiende tot de twaalfde eeuw v. Chr. de achttiende en negentiende dynastiefarao ’s op de tijdsbalk geplaatst. Geen een van de kandidaat-farao ’s voor de Exodus past echter in het Bijbels-chronologische raamwerk. Over deze problematiek schreef ik al eerder op dit blog. Zie het artikel van 28.01.2019, de late datering van de exodus, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1548630000&stopdatum=1549234800

     

    In mijn boek Exodus breng ik een volledige herziening van de plaatsing van de Egyptische dynastieën op de tijdsbalk. De ankerpunten voor het chronologisch verbinden van regeerperioden van de farao ’s met die van de aartsvader van Israël halen we uit de Bijbel, daarnaast uit de werken van Flavius Josephus en uit de Joodse overleveringen en legendes. Maar ook de Egyptologie levert via een revisie van de geschiedenis van de oudheid verrassende resultaten. De Exodus van de Israëlieten uit Egypte met de gepaard gaande tien plagen betekende namelijk een ware breuk in de Egyptische geschiedenis. Volgens de revisie van de oudheidgeschiedenis waren het zogenaamde Oude- en het Midden-Rijk in Egypte contemporain met elkaar en gingen als een gevolg van de tien plagen en de exodus met de vernietiging van het Egyptische leger in de Schelfzee, samen ten onder. Binnen de revisie van de oudheidgeschiedenis van Egypte was er maar één tussenperiode, die van de Hyksos, die na de Exodus Egypte overrompelden en hun heerschappij over het Midden-Oosten vestigden.

     

     

    Een revisionist van het eerste uur was Dr. I. Velikovsky (1895/1979). In zijn bekend werk ‘Eeuwen in Chaos, 1952, hoofdstuk I’ identificeerde hij de farao van de Exodus als Thom of Thoem, naar een inscriptie op een schrijn gevonden te El Arisj, een stad op de oude grens tussen Egypte en Kanaän. Het is een zwarte monoliet beschreven met hiëroglyfen waarop koningen, residenties, geografische plaatsen en de invasie van Egypte door vreemdelingen wordt beschreven. De inscriptie beschrijft een periode van volslagen duisternis over Egypte voor een periode van negen dagen, wat een bevestiging is van het relaas in het Bijbelboek Exodus 10:22-23 waar een van de plagen beschreven staat met dikke duisternis gedurende drie dagen. Dit was trouwens het eerste dat bij Velikovsky in zijn onderzoek de aandacht trok, toen hij de inscriptie in het licht van de Bijbel bestudeerde. Daarnaast verwijst de inscriptie naar Pi-Charoti waar farao aan zijn einde komt. Dit Pi-Charoti uit Egyptische bron was voor Velikovsky overduidelijk te identificeren met het Bijbelse Pi-ha-Chiroth aan de Schelfzee. De inscriptie op het schrijn verhaalt verder dat een zoon van farao, ‘zijne majesteit Geb’ op onderzoek uitgaat en naar de plaats Pi-Charoti trekt en daar bij de lokale bevolking navraag doet naar de ramp die farao Thoem en zijn leger getroffen heeft. Velikovsky merkt op dat de naam Thoem of Thom in de plaatsnaam Pi-Thom zit, een voorraadplaats die de Israëlieten in slavernij moesten bouwen. En de naam Thom, stelt Velikovsky, is ook identiek met het Griekse Timaios of Toetimaeus zoals Manetho via Flavius Josephus, hem heeft doorgegeven. Farao Timaios/Timaus is bij Manetho de farao die de invasie van de Hyksos of Amalekieten onderging.

     

     

    Nog een revisionist van de geschiedenis van de oudheid voor wie de historische boeken van de Bijbel gezag hadden, was Dr. Donovan A. Courville (1901/1996). Zijn opus magnum: ‘The Exodus Problem and its Ramifications, 1971’, brengt een volledige herziening van alle Egyptische dynastieën op de tijdsbalk. In Volume I, Chapter IX, Who was the Pharaoh of the Exodus?, levert ook hij zijn bijdrage tot het identificeren van de farao van de exodus. Courville hechtte veel belang aan de Egyptische koningslijst bekend onder de naam: Sothis-lijst. Deze lijst geeft (o.a.) vijfentwintig faraonamen (in de Griekse taal) vanaf de eerste farao Menes tot aan Salatis. Deze laatste naam is de eerste Hyksos-farao. Aan de Hyksos-invasie van Egypte ging de Exodus vooraf. De vierentwintigste naam is die van Koncharis, wat volgens Courville een Griekse versie is van het Egyptische ‘Ka-ankh-ra’ van de Karnak-koningslijst, een naam die dan weer volgens Courville overeenkomt met Sobekhotep VI van de Turijn-koningslijst. En volgens de Turijn-koningslijst regeerde Sobekhotep VI voor een periode van twee jaar, twee maanden en negen dagen. Farao Koncharis/Ka-ankh-ra/Sobekhotep VI is volgens Courville de farao die de Hyksos-invasie onderging. In het model van Courville waren het Oude Rijk en het Midden-Rijk voor een belangrijke periode contemporain. De farao van de verdrukking is in Courville ’s model Senwosret III van de twaalfde dynastie. De dertiende dynastie was gedurende een periode contemporain met de twaalfde dynastie en won na de dood van de farao van de verdrukking, aan macht. De tachtigjarige Mozes stond aldus bij zijn terugkeer in Egypte voor (een) Sobekhotep van de dertiende dynastie. Courville wijst in zijn studie op nog een bijzonderheid van de Sothis-koningslijst. De voorgangers van naam nummer 24.Koncharis hadden namelijk allen tot aan nummer 18. de naam Ramesse in hun faraonamen verweven. Het is naar deze naam dat het Bijbelse Pi-Ramesse of Raämses, een voorraadstad die de Israëlieten onder dwang moesten bouwen, genoemd werd. In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, hoofdstuk Pitom en Raämses, blz. 89-98, diep ik dit verder uit. In het aangehaalde hoofdstuk; Pitom en Raämses, leg ik de link tussen het Bijbelse Raämses en de tot nu toe niet gevonden tweede hoofdstad van het Egyptische Midden-rijk; It-taoey. De dertiende dynastie’ farao’s hadden hier ook hun residenties. Van de eerste farao’s van de dertiende dynastie; Hor, Sobekhotep II en Chendjer werden te Dahsjoer hun laatste rustplaatsen teruggevonden. Vanaf Sobekhotep III en diens opvolgers ontbreekt tot nu toe elk spoor naar een laatste rustplaats, of mummie.

     

    In het variant dat de Egyptoloog David Rohl brengt (A Test of Time, 1995, Chapters 12 en 13) is de vermoedelijke farao van de exodus; Sobekhotep IV. David Rohl noemt zichzelf een agnost maar hanteert wel in zijn studie van het oude Egypte de Bijbel als een historisch boek. Rohl haalt de christelijke oudheidhistoricus Eusebius aan die verwijst naar een nog oudere bron, de Joodse historicus Artapanus, en deze laatste vermeldt dat de farao ten tijde van Mozes, de naam ‘Khe-neph-res’ had. Vanuit deze naam distilleerde Rohl de naam ‘Kha-nefer-re’ van de Egyptische koningslijsten. En de naam ‘Kha-nefer-re’ stemt overeen met de koninklijke naam die alleen farao Sobekhotep IV Kha-nefer-re, van de dertiende dynastie droeg. Het is boeiend studiewerk van David Rohl, iets dat zijn boek als een detectiveverhaal laat lezen.

     

     

    Ter conclusie stellen we vast dat de farao waar Mozes in het Exodusjaar tegenover stond, farao Sobekhotep IV van de dertiende dynastie was. Het is deze farao die meende de Israëlieten te kunnen achterhalen in de wildernis, en als een gevolg zijn einde vond in de Schelfzee. Het is deze farao wiens troonopvolger in de Pesachnacht door de HEERE God gedood werd. Het is farao Sobekhotep VI die de opvolger werd van Sobekhotep IV, de farao die niet terugkeerde van de Schelfzee en bovendien het Egyptische leger naar de ondergang gevoerd had. Als resultaat lag het Egypte van Sobekhotep VI wagenwijd open voor de kort daarop binnentrekkende Hyksos of Amalekieten.

     

    Mijn boek ‘Exodus’ aanschaffen (als cadeautip voor Pasen!) kan via de hierna volgende link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    ‘Exodus’ staat ook al geruime tijd online gratis te lezen op de hierna volgende link:
    https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    08-04-2019 om 07:44 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Exodus-Pesach 15 Nisan 1483 v. Chr.

    Dit jaar valt de Pesach week van vrijdagavond 19 april tot zaterdagavond 27 april 2019. De historische Pesachweek verbonden met de exodus ving met 15 Nisan 1483 v. Chr. aan bij het ondergaan van de zon op een donderdagavond volgens de westerse kalender. Volgens de Joodse kalender eindigt een dag bij het ondergaan van de zon en vangt een nieuwe dag aan. Op donderdagavond nuttigden de Israëlieten per familie hun bereide Pesachlam en brachten zoals opgedragen het bloed van het geslachte Pesachlam aan de deurposten van hun woningen aan. Daarna maakten zij zich klaar voor de grote trek onder leiding van Mozes naar de woestijn waar zij de HEERE God wilden dienen. Te Middernacht sloeg de HEERE God al het eerstgeborene van mens en dier in het land Egypte.

     

     

    Exodus 12:29 En het geschiedde ter middernacht, dat de HEERE al de eerstgeborenen in Egypteland sloeg, van den eerstgeborene van Farao af, die op zijn troon zitten zou, tot op den eerstgeborene van den gevangene, die in het gevangenhuis was, en alle eerstgeborenen der beesten. 30 En Farao stond op bij nacht, hij en al zijn knechten, en al de Egyptenaars; en er was een groot geschrei in Egypte; want er was geen huis, waarin niet een dode was. 31 Toen riep hij Mozes en Aäron in den nacht, en zeide: Maakt u op, trekt uit het midden van mijn volk, zo gijlieden als de kinderen van Israël; en gaat heen, dient den HEERE, gelijk gijlieden gesproken hebt. 32 Neemt ook met u uw schapen en uw runderen, zoals gijlieden gesproken hebt, en gaat heen, en zegent mij ook. 33 En de Egyptenaars hielden sterk aan bij het volk, haastende, om die uit het land te drijven; want zij zeiden: Wij zijn allen dood! 34 En het volk nam zijn deeg op, eer het gedesemd was, hun deegklompen, gebonden in hun klederen, op hun schouderen. 35 De kinderen Israëls nu hadden gedaan naar het woord van Mozes, en hadden van de Egyptenaren geëist zilveren vaten, en gouden vaten, en klederen. 36 Daartoe had de HEERE het volk genade gegeven in de ogen der Egyptenaren, dat zij hun hun begeerte deden; en zij beroofden de Egyptenaren. 37 Alzo reisden de kinderen Israëls uit van Rameses naar Sukkoth, omtrent zeshonderd duizend te voet, mannen alleen, behalve de kinderkens. (Statenvertaling)

     

    Dat de exodus op een vrijdag geschiedde leert de Joodse overlevering die stelt dat de Tien Woorden aan Israël gegeven werden op een sabbat, op de vijftigste dag na het vertrek uit Egypte. Het is aldus een eenvoudige berekening om zeven maal zeven weken eerder de Exodus met Pesach op een vrijdag te plaatsen.

    Dit alles was een voorafschaduwing van het Pesachlam Jezus Christus die op goede vrijdag 7 april 30 AD Zijn Bloed plaatsvervangend voor de Verlossing van Israël en van de wereld, gaf.

     

     

    Het vertrek van de Israëlieten geschiedde onmiddellijk na middernacht. Vanuit Rameses ging het richting Sukkot, en vervolgens naar Etham aan het einde van de woestijn. De plaatsnamen Rameses en Pitom heb ik in mijn boek: ‘Exodus’ van 2016 geïdentificeerd en vervolgens de reisroute naar de Schelfzee op een landkaart uitgestippeld. De plaats van de doorgang door de Schelfzee wordt in het boek aangewezen en de berg Sinaï in Arabië gelokaliseerd. Sinds de eerste historische Pesachweek zijn er nu 3501 jaar verlopen.

     

    Hoe ik het jaartal 1483 v. Chr. voor het exodusjaar verkregen heb is vrij eenvoudig uit te leggen. Vanaf het optreden van de Heer Jezus Christus in oktober 27 AD te Nazareth volgens Lukas hoofdstuk 4, toen de Heiland het ‘aangename jaar des HEREN’ uitriep, wat het dertigste jubeljaar was, rekent men negenentwintig jubeljaren terug de tijd in. Het eerste jubeljaar viel in okt.1395/sep.1394 v. Chr. Zeven maal zeven jaar eerder waren zij in 1443 v. Chr. het beloofde land Kanaän binnengetrokken en begon de eerste sabbatjaren-cyclus. Veertig jaar daarvoor waren de Israëlieten in 1483 v. Chr. uit Egypte opgetrokken. De dertig jubeljaren zijn wetenschappelijk via elf historische vermeldingen op de tijdsbalk verankerd. Volgens het Bijbelboek 1 Koningen 6:1 waren het vierhonderdtachtig jaar vanaf het exodusjaar tot het vierde regeringsjaar van Salomo wanneer deze aan de bouw van de Tempel te Jeruzalem begon. Het vierde regeringsjaar van Salomo viel volgens de sabbat- en jubeljaar-telling in oktober 1004/september 1003 v. Chr. Zijn eerste regeringsjaar begon in oktober 1007 v. Chr. en zijn sterfjaar was het najaar van 967 v. Chr. Voor Salomo hebben we de veertigjarige regeerperiode van David: 1047/1007 v. Chr. en daarvoor regeerde Saul van 1087 tot 1047 v. Chr. over de twaalf stammen van Israël. De koningen van Israël en Juda heb ik tussen de jaartallen 967 en 586 v. Chr. op de tijdsbalk herschikt met de historische sabbat- en jubeljaren als ijkpunten. Zie o.a. mijn laatste uitgave: dertig jubeljaren, uit 2018.

     

    Volgens Flavius Josephus geschiedde de exodus in een jaar dat de Nisan-zon zich in het astronomische Ram of Lam (Aries)-beeld op de veertiende dag van de maand nisan bevond.

    In the month of Xanthicus, which is by us called Nisan, and is the beginning of our year, on the fourteenth day of the lunar month, when the sun is in Aries, (for in this month it was that we were delivered from bondage under the Egyptians,) the law ordained that we should every year slay that sacrifice which I before told you we slew when we came out of Egypt, and which was called the Passover; and so we do celebrate this Passover in companies, leaving nothing of what we sacrifice till the day following. (Flavius Josephus (Joodse Oudheden, Boek III.x.5)

     

    Dat de exodus volgens Flavius Josephus plaatsvond op het exacte moment dat de zon het sterrenbeeld Ram/Lam binnenging is uiteraard geen toeval (The Witness of the Stars, Rev. E. W. Büllinger (1837/1913), Chapter IV, The Sign Aries (The Ram or Lamb). Het maakt deel uit van het plan der eeuwen, namelijk God ’s voornemen (Efeze 3:11) dat zal leiden naar het herstel van alle dingen.

     

     

    In mijn boek Exodus, 2016, breng ik de geschiedenis van Israël in het oude Egypte vanaf de aartsvader Jakob tot op Mozes. De exacte Exodusroute wordt op de landkaart uitgestippeld en de Bijbelse plaatsnamen Rameses, Sukkot en Etham op de landkaart geplaatst. De plaats van de doorgang door de Schelfzee wordt in het boek aangewezen en de berg Sinaï in Arabië gelokaliseerd. Mijn verhaal laat ik aanvangen in het Egypte van de oudheid vanaf de aankomst daar van Jakob/Israël in 1699 v. Chr. op het hoogtepunt van een wereldwijde hongersnood en eindigt met de Exodus uit Egypte in 1483 v. Chr., gevolgd door het geven van de Tien Woorden aan Israël. De geschiedenis van Israël en de Exodus halen we in de eerste plaats uit de Bijbel, daarnaast uit de werken van Flavius Josephus en uit de Joodse overleveringen en legendes. Maar ook de Egyptologie levert via een revisie van de geschiedenis van de oudheid verrassende resultaten. De Exodus van de Israëlieten uit Egypte met de gepaard gaande tien plagen betekende namelijk een ware breuk in de Egyptische geschiedenis. Volgens de revisie van de oudheidgeschiedenis waren het zogenaamde Oude- en het Midden-Rijk in Egypte contemporain met elkaar en gingen als een gevolg van de tien plagen en de exodus met de vernietiging van het Egyptische leger in de Schelfzee, samen ten onder. Binnen de revisie van de oudheidgeschiedenis van Egypte was er maar één tussenperiode, die van de Hyksos, die na de Exodus Egypte overrompelden en hun heerschappij over het Midden-Oosten vestigden. De twaalf stammen van Israël trokken intussen na een periode van veertig jaar in de wildernis, het Beloofde Land Kanaän binnen.

     

    Het boek aanschaffen (als cadeautip voor Pasen!) kan via de hierna volgende link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    Mijn boek staat ook al geruime tijd online gratis te lezen op de hierna volgende link:
    https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    01-04-2019 om 14:16 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    25-03-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De oorsprong van Kusch, de zoon van Cham, de zoon van Noach…

    Mijn eerste boek dateert uit het jaar 1985: DE NIEUWE ORDE in opkomst, ISBN 90-73739-01-2. Het was een eschatologisch werk met alle aandacht voor de nakende wederkomst van Jezus Christus. Sindsdien zijn er vierendertig jaar verlopen en heeft er zich een verdere (en niet voorziene) ontwikkeling naar het begin van de zogenaamde Bijbelse eindtijd voorgedaan. Het boek was naar Nederlandstalige normen een besteller, kende vier herdrukken met uiteindelijk vijfduizend verkochte exemplaren. Al vele jaren is het boek intussen uitverkocht en alleen nog in gespecialiseerde antiquariaatzaken verkrijgbaar. In enkele afleveringen wil ik op dit blog op onderdelen van mijn boek stilstaan en een evaluatie maken.

     

     

    Met dit artikel wil ik het Bijbelse Ethiopië onder de aandacht brengen. In de Hebreeuwse grondtekst staat er KUSCH dat met Ethiopië vertaald werd. De Statenvertaling vertaalde Kusch met Moren. In ‘De nieuwe orde in opkomst’, 1985, identificeerde ik foutief dit Bijbelse Ethiopië met de moderne staat Ethiopië aan de hoorn van Afrika.

    Kusch is volgens de profeet Ezechiël een bondgenoot van Magog, wanneer deze laatste in de eindtijd Israël zal aanvallen, maar daar aan zijn einde komt. Hierna het betreffende Bijbelcitaat:

    Ezechiël 38:1 Het woord des HEREN kwam tot mij: 2 Mensenkind, richt uw aangezicht tegen Gog in het land Magog, de grootvorst van Mesek en Tubal; profeteer tegen hem, 3 en zeg: zo zegt de Here HERE: zie, ik zàl u, Gog, grootvorst van Mesek en Tubal! 4 Ik zal u komen halen, haken slaan in uw kaken en u doen uittrekken met uw gehele leger: paarden en ruiters, allen volledig uitgerust, een grote schare, met grote en kleine schilden, allen vertrouwd met het zwaard; 5 ook Perzen, Ethiopiërs en Puteeërs, allen met schild en helm; 6 Gomer en al zijn krijgsbenden; Bet-Togarma ver in het noorden met al zijn krijgsbenden – vele volken met u. 7 Maak u gereed en rust u toe, gij met al de scharen die zich bij u gevoegd hebben; wees gij hun tot een leidsman. 8 Na geruime tijd zult gij een bevel ontvangen; in toekomende jaren zult gij optrekken tegen het land dat zich van de krijg hersteld heeft, (een volk) dat uit het gebied van vele volken bijeengebracht is op de bergen Israëls die tot een blijvende wildernis waren geworden, maar het is uit de volken uitgeleid; allen wonen zij in gerustheid. 9 Dan zult gij optrekken als een opkomend onweer; gij zult zijn als een wolk die de aarde bedekt, gij met al uw krijgsbenden, en vele volken met u. (NBG Vertaling 1951)

     

    De oorsprong van Kusch vinden we in het Bijbelboek Genesis:

    Genesis 10:1 Dit nu zijn de geboorten van Noachs zonen: Sem, Cham, en Jafeth; en hun werden zonen geboren na den vloed. 2 De zonen van Jafeth zijn: Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Thiras. 3 En de zonen van Gomer zijn: Askenaz, en Rifath, en Togarma. 4 En de zonen van Javan zijn: Elisa, en Tarsis; de Chittieten en Dodanieten. 5 Van dezen zijn verdeeld de eilanden der volken in hun landschappen, elk naar zijn spraak, naar hun huisgezinnen, onder hun volken. 6 En de zonen van Cham zijn: Cusch en Mitsraim, en Put, en Kanaän.

     

     

    Kusch was een zoon van Cham, de zoon van Noach. Zijn oorsprong gaat zo terug tot de periode onmiddellijk na de Grote Vloed van 2341/2340 v. Chr. Na de spraakverwarring in het najaar van 2239 v. Chr. begon de clan van Kusch aan hun trek naar Afrika (TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 13-25). Zie ook het artikel van 27.06.2016, Genesis van de eerste beschavingen na de Grote Vloed, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1466978400&stopdatum=1467583200

     

    Met de identificatie van het Bijbelse Kusch met de moderne staat Ethiopië heb ik in 1985 de bal misgeslagen. Ik liet me toen leiden door wat Hal Lindsey in zijn ‘De planeet die aarde heette’ over Ethiopië meende te kunnen invullen. Het land zat toen nog in het Sovjetblok met zelfs een contingent Cubaanse huurlingen actief in de strijdkrachten. Ik schreef in mijn boek over Ethiopië; dat het land zich naar het noorden zou uitbreiden, naar Soedan toe. De reden was dat de Egyptische vijfentwintigste dynastie van Manetho in het huidige Noord-Soedan haar basis had. Het was een dynastie van zwarte koning-farao ’s die zelfs onder Sabakoos en de Bijbelse Tirhaka in de achtste eeuw v. Chr. over beneden-Egypte geheerst hebben.

    Met het moderne Ethiopië is het sinds 1985 na de publicatie van mijn boek anders gelopen. Het land zat na het marxistische avontuur een hele tijd aan de grond en het noordelijke Eritrea heeft zich zelfs kunnen afscheiden. De correcte identificatie van het Bijbelse Kusch vandaag is Noord-Soedan. Zuid-Soedan heeft zich anno 2011 van het overwegend Arabisch-Islamietisch noorden afgescheiden. Het is Noord-Soedan dat zich in de toekomst in een alliantie met Magog tegen Israël zal keren.

     

     

    Over Magog schreef ik eerder op 22.10.2018 op dit blog een artikel met de titel: Ik zal een vuur zenden in Magog, en onder degenen, die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1540159200&stopdatum=1540764000

     

    Met de studie van het Profetische Woord ben ik sinds 1975 bezig. Mijn eerste kennismaking met de Bijbelse profetieën in verband met het nationale en geestelijke herstel van Israël was via het boek ‘de planeet die aarde heette’ van Hal Lindsey. Deze Amerikaanse auteur verwachtte de wederkomst van Jezus Christus voor de jaren tachtig van de vorige eeuw. Een van zijn boeken volgend op zijn bestseller ‘The Late Great Planet Earth’ had de titel ‘Counting Down the Eighties’, een titel die voor zichzelf spreekt. Hal Lindsey ’s bestsellers werden geschreven toen de koude oorlog van het communistisch-atheïstische Rusland en zijn satellietstaten tegen het Westen nog gaande was en veel van de Bijbelse eindtijdprofetieën kregen van Lindsey als een gevolg daarvan, een eigentijdse invulling. Veel van wat Hal Lindsey meende in vervulling te zien gaan is toen niet uitgekomen en onderdelen ervan intussen zelfs achterhaald.

    Hoe was de situatie in de wereld in die jaren tachtig? In het verre noorden ten opzichte van Israël stond het (militair) machtige Sovjet-Rusland met aan de grenzen van Israël de door Rusland militair uitgeruste Arabische bondgenoten zoals Syrië en Irak. In Afrika zaten Angola, Mozambique, Libië en Ethiopië in het Sovjet-Russische kamp. West-Europa had zich verenigd en maakte deel uit van de NAVO. Hal Lindsey zag in de EEG (dat toen negen leden telden) de vervulling van het Statenbeeld van de profeet Daniël. Hij verwachtte met de toetreding van Griekenland als tiende lid, de eindvervulling van Bijbelse profetieën dienaangaande. Een ander voorbeeld is Lindsey ’s identificatie van het Bijbelse eindtijd-Koesch met Ethiopië. Dat land zat tijdens de koude oorlog in het Russische kamp en alzo werd toen de foutieve identificatie gemaakt. Idem dito met het Bijbelse eindtijd-Put dat met de staat Libië in Noord-Afrika geïdentificeerd werd aangezien ook daar de Sovjet-Russen bases hadden.

    Het historische Koesh bevond zich echter binnen de grenzen van het huidige Noord-Soedan. Met de val van de Berlijnse muur in 1989 en de implosie van de Sovjet-Unie in 1991 kwam aan de koude oorlog in het westen (voorlopig) een einde. In Europa vond de hereniging van het sinds 1945 gesplitste Duitsland plaats en landen uit het voormalige Oostblok vonden aansluiting bij West-Europa. De Europese Economische Gemeenschap werd omgevormd en uitgebreid tot een Unie. De politieke situatie in de wereld is sinds 1989 helemaal gewijzigd. Oude vijanden werden bondgenoten en nieuwe vijanden verschenen op het toneel. De Verenigde Staten, de overwinnaar van de koude oorlog en toen de enig overblijvende supermacht werd op 11 september 2001 onverwacht en op eigen terrein door Arabisch-Islamietische terroristen aangevallen. De schurken hadden lijnvliegtuigen in de VS gekaapt en boorden zich met de gekaapte Jumbo-toestellen in de gigantisch hoge torens van het WTC ‘World Trade Center’ te New York. Duizenden onschuldige mensen, werknemers in de beide torens en de passagiers in de lijnvliegtuigen, kwamen bij deze terreurzelfmoordactie om het leven. Deze daad mobiliseerde de VS om een wereldwijde oorlog tegen het terrorisme te beginnen.

     

    De ontwikkeling rond de moderne staten Ethiopië en Noord-Soedan sinds de publicatie van mijn boek in 1985 zijn een waarschuwing voor mij om niet te snel expliciete profetische vervullingen te zoeken in eigentijdse ontwikkelingen. Het gehele profetische plaatje moet kloppen alvorens men meent boude uitspraken te kunnen doen. Een voorbeeld is de profetie van Ezechiël hoofdstukken 38 en 39. Hoofdstuk 38:1-9 van de profeet Ezechiël heb ik bij de aanvang van mijn artikel geciteerd. De chronologie van de profetie is als ’t volgt: op Gods tijd (38:4) zal Magog met zijn bondgenoten tegen het nationaal herstelde Israël optrekken. Volgens 38:7 zijn zij dan herbewapend en toegerust. Israël is dan (38:8b) uit het gebied van vele volken bijeengebracht en leeft in gerustheid, zonder (veiligheid)muren (38:11) en poorten. Als aan deze profetische voorwaarden voldaan is zal Magog getrokken worden, en niet eerder: 38:9 ‘Dan zult gij optrekken als een opkomend onweer; gij zult zijn als een wolk die de aarde bedekt, gij met al uw krijgsbenden, en vele volken met u’.

     

    De conclusie moet zijn dat bij de vervulling van de profetie van Ezechiël het ene detail op een tijdsbalk gezien, niet voor het andere kan geschieden. Eerst dient het nationaal weer vergaderde Israël in (schijn)vrede te leven en is de voorwaarde vervuld voor de overige details van de profetie. De schijnvrede is op basis van andere profetieën, het resultaat van een verbond dat Israël met de koning van het noorden-Assyrië zal aangaan. Meer hierover in een volgende aflevering.

     

    Wordt vervolgd…

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    25-03-2019 om 08:25 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    18-03-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Werd de Ark van het Verbond in 586 v. Chr. bij de val van Jeruzalem vernietigd of werd ze toen verborgen en tot op heden ergens bewaard?

    Deze week geef ik aandacht aan de ark van het verbond die in 586 v. Chr. samen met de Tempel te Jeruzalem door de Babyloniërs vernietigd werd. Sindsdien bestaan er hardnekkige legendes die leren dat de ark ergens verborgen werd? De oorsprong van de Ark van het Verbond gaat terug tot het ontstaan van Israël als natie na de Exodus in 1483 v. Chr. bij het geven van de Tien Woorden aan Mozes. In het Bijbelboek Exodus 25:10-22) vinden we de opdracht tot het bouwen van de ark van het verbond .

     

     

    © James Tissot (1836/1902), Aaron en Mozes voor de Ark van het verbond.

     

    De Ark van het Verbond heeft de Israëlieten daarna op al hun tochten en belevenissen vergezeld. Het Beloofde Land Kanaän werd in 1443 v. Chr. binnengetrokken met de Ark van het Verbond op kop (Jozua 3:11-17). Tot aan de bouw van de Tempel van Salomo was zij ondergebracht in ‘de Tent der samenkomst’. In het jaar 996 v. Chr. ten tijde van Salomo werd zij in de tempel in het Heilige der heiligen neergezet. Een vertrek van de tempel waar met Jom Kippoer (de grote verzoendag) de hogepriester binnenging voor de verzoenings-handelingen. Hier is de ark met zekerheid tot aan haar vernietiging gebleven. De vernietiging gebeurde door de hand van de Babyloniërs ten tijde van Zedekia, de laatste koning van Juda.

    2 Koningen 25:8 Daarna in de vijfde maand, op den zevenden der maand (dit was het negentiende jaar van Nebukadnezar, den koning van Babel) kwam Nebuzaradan, de overste der trawanten, de knecht des konings van Babel, te Jeruzalem. 9 En hij verbrandde het huis des HEEREN, en het huis des konings, mitsgaders alle huizen van Jeruzalem; en alle huizen der groten verbrandde hij met vuur. (Statenvertaling)

     

    Na de verwoesting van Jeruzalem en de tempel door Nebukadnezar de koning van Babylon, in 586 v. Chr. horen wij nooit meer iets over de ark. In de tempel van Zerubbabel na de Babylonische Ballingschap, en in de tempel van Herodes de Grote bevond zich in het Heilige der heiligen geen ark meer maar volgens de Joodse overlevering alleen een steen waarop de hogepriester op de grote Verzoendag het vat met reukwerk zette (Leviticus 16:12-14). Het is pas na de vernietiging van de tweede tempel in 70 AD dat de legendes en het zoeken naar een verborgen ark een aanvang namen. De oorspronkelijke ark echter was echter al in 586 v. Chr. vernietigd en dit volgens het gezaghebbende woord van Asaf en Jeremia.

    Psalm 74:1 Een onderwijzing, voor Asaf. O God! waarom verstoot Gij in eeuwigheid? Waarom zou Uw toorn roken tegen de schapen Uwer weide? 2 Gedenk aan Uw vergadering, die Gij van ouds verworven hebt; de roede Uwer erfenis, die Gij verlost hebt; den berg Sion, waarop Gij gewoond hebt. 3 Hef Uw voeten op tot de eeuwige verwoestingen; de vijand heeft alles in het heiligdom verdorven. 4 Uw wederpartijders hebben in het midden van Uw vergaderplaatsen gebruld; zij hebben hun tekenen tot tekenen gesteld. 5 Een ieder werd er bekend als een, die de bijlen omhoog aanbrengt in de dichtigheid van een geboomte. 6 Alzo hebben zij nu derzelver graveerselen samen met houwelen en beukhamers in stukken geslagen. 7 Zij hebben Uw heiligdommen in het vuur gezet; ter aarde toe hebben zij de woning Uws Naams ontheiligd. 8 Zij hebben in hun hart gezegd: Laat ze ons te zamen uitplunderen; zij hebben alle Gods vergaderplaatsen in het land verbrand. 9 Wij zien onze tekenen niet; er is geen profeet meer, noch iemand bij ons, die weet, hoe lang. 10 Hoe lang, o God! zal de wederpartijder smaden? Zal de vijand Uw Naam in eeuwigheid lasteren? 11 Waarom trekt Gij Uw hand, ja, Uw rechterhand af? Trek haar uit het midden van Uw boezem; maak een einde.

     

     

    Jeremia 3:14 Bekeert u, gij afkerige kinderen! spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd, en Ik zal u aannemen, een uit een stad, en twee uit een geslacht, en zal u brengen te Sion. 15 En Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart; die zullen u weiden met wetenschap en verstand. 16 En het zal geschieden, wanneer gij vermenigvuldigd en vruchtbaar zult geworden zijn in het land, in die dagen, spreekt de HEERE, zullen zij niet meer zeggen: De ark des verbonds des HEEREN, ook zal zij in het hart niet opkomen; en zij zullen aan haar niet gedenken, en haar niet bezoeken, en zij zal niet weder gemaakt worden. 17 Te dier tijd zullen zij Jeruzalem noemen, des HEEREN troon; en al de heidenen zullen tot haar vergaderd worden, om des HEEREN Naams wil, te Jeruzalem; en zij zullen niet meer wandelen naar het goeddunken van hun boos hart. 18 In die dagen zal het huis van Juda gaan tot het huis van Israël; en zij zullen te zamen komen uit het land van het noorden, in het land, dat Ik uw vaderen ten erve gegeven heb.

     

    De hierboven geciteerde Bijbelgedeelten leren dat de Ark van het Verbond door de Babyloniërs te samen met alle andere Tempelattributen vernietigd werd. Volgens de profeet Jeremia zou de Ark niet weder gemaakt worden. Het jaartal voor de vernietiging Jeruzalem en de Tempel was 586 v. Chr. Zie het artikel van 31.10.2016 op dit blog, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1477868400&stopdatum=1478473200

    Het is nu duidelijk dat het verhaal in het apocrief (twijfelachtig – niet gezaghebbend) boek 2 Makkabeeën gebracht, dat de Roomse kerk aan haar Bijbel heeft toegevoegd, haaks staat op de canonieke boeken van de Bijbel. Hierna het betreffende gedeelte:

    2 Makkabeeën 2:1 In de boeken staat niet alleen dat de profeet Jeremia de ballingen beval om iets van het vuur mee te nemen, zoals reeds is gezegd, 2 maar ook dat hij hun de leer gaf en hun daarbij op het hart drukte, de geboden van de Heer niet te vergeten en zich niet te laten misleiden door de fraai versierde gouden en zilveren beelden die ze zouden zien. 3 Naast andere vermaningen drong hij erop aan de leer niet uit hun hart te bannen. 4 Verder staat er in hetzelfde geschrift dat de profeet, gehoorzaam aan een goddelijke ingeving, de verbondstent en de ark liet halen en achter hem aan liet dragen, terwijl hij de berg beklom die Mozes bestegen had om het erfdeel van God te aanschouwen. 5 Daar aangekomen vond Jeremia een rotsspelonk; daarin plaatste hij de tent, de ark en het reukofferaltaar en hij sloot de toegang af. 6 Toen enkele van zijn metgezellen er weer heen gingen om de weg te markeren, konden ze de plaats niet meer vinden. 7 Jeremia hoorde van hun poging en maakte hun verwijten. Hij zei: ‘Die plaats moet onbekend blijven, totdat God zijn volk weer samenbrengt en het zijn barmhartigheid toont. 8 Dan zal de Heer dat alles weer tevoorschijn brengen; dan zal de glorie van de Heer in een wolk verschijnen, zoals dat gebeurd is in de tijd van Mozes en ook in die van Salomo, toen hij bad dat de tempel op grootse wijze geheiligd zou worden.’ 9 Ook werd erin verteld wat Salomo in zijn wijsheid deed toen hij bij de voltooiing van de tempel het inwijdingsoffer opdroeg: 10 zoals er tijdens Mozes’ gebed tot de Heer vuur uit de hemel was neergedaald, zo daalde er ook tijdens zijn gebed vuur neer en dit verteerde de brandoffers. 11 Met betrekking tot dat offer heeft Mozes verklaard: ‘Omdat het zondeoffer niet genuttigd is, is het door het vuur verteerd.’ 12 Ook Salomo heiligde acht dagen lang het inwijdingsfeest. 13 Behalve deze dingen vermelden die boeken, namelijk de gedenkschriften van Nehemia, ook dat Nehemia een bibliotheek had aangelegd, waarin hij de boeken bijeenbracht die betrekking hadden op de koningen, de geschriften van de profeten en van David, evenals de brieven van de koningen betreffende schenkingen aan de tempel. 14 Nu heeft Judas die boeken, die door de oorlog waarin wij gewikkeld zijn geraakt verspreid waren, weer bijeengebracht, en ze zijn weer in ons bezit. 15 Mocht u ze nodig hebben, dan kunt u ze laten halen. 16 Wij schrijven u, omdat we van plan zijn de reiniging van de tempel te heiligen. Wij houden u de plicht voor, dit feest te heiligen. 17 God, die heel zijn volk bevrijd heeft en het erfdeel, het koningschap, het priesterschap en de tempel aan zijn volk heeft teruggegeven, 18 zoals Hij dat in de leer had beloofd, God zal zich spoedig, naar wij hopen, over ons ontfermen en ons vanuit alle windstreken weer bijeenbrengen naar zijn heilige plaats. Want Hij heeft ons uit grote nood verlost en de plaats gereinigd. 19 De geschiedenis van Judas de Makkabeeër en van zijn broers, de reiniging van de grote tempel en de wijding van het altaar, 20 de oorlogen tegen Antiochus Epifanes en zijn zoon Eupator 21 en de hemelse verschijningen die ten deel zijn gevallen aan degenen die met zoveel toewijding en heldhaftigheid streden voor het jodendom. (Willibrord Vertaling 1995)

     

    Waarom voegde de Makkabeeënschrijver deze legende aan het apocriefe boek toe? Ik meen dat het deel uitmaakt van een complot (Efeze 5:11, 6:12) dat de komst van de pseudovredevorst – de anti-Messias – moet voorbereiden. In het artikel van 25.02.2019 op dit blog verwees ik naar de koning van het noorden die als een pseudovredevorst velen in Israël en de wereld zal misleiden. Een misleiding zoals ze nooit voorheen is voorgekomen. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1551049200&stopdatum=1551654000

     

     

    Hoewel de ark zonder twijfel vernietigd werd zijn er hoogstwaarschijnlijk in de oudheid replica’s van de ark gemaakt, die tot nu toe ergens op aarde verborgen zitten. Een Joodse legende plaatst de ark van het verbond op een verborgen plaats nabij de Dode Zee. Zij is hier verborgen in een van de vele grotten waar ook de bekende Dode Zee-rollen gevonden werden. Een hardnekkige legende leert dat de ark verborgen werd 'in' de tempelberg en op Gods tijd bij de herbouw van de tempel tevoorschijn zal komen. Een andere legende zoals in het aangehaalde apocriefe boek 2 Makkabeeën leert dat de ark van het verbond bij de nadering van de Babyloniërs op de berg Nebo in Jordanië, verborgen werd. Een andere geheime plaats zou zich te Axoem in Ethiopië bevinden waar een replica van de ark van het verbond vereerd wordt. Ethiopië betwist namelijk Arabië de roem van de koningin van het Zuiden. De koningen van Ethiopië eisten afstamming voor zich op via Menelik, een zoon volgens hen van de koningin van Scheba en Salomo. Hoogstwaarschijnlijk bracht de koningin van Scheba een replica van de ark naar haar land mee. Enkele jaren geleden bracht de BBC een overtuigende documentaire over de verborgen ark te Axoem in Ethiopië. Volgens de documentaire wordt de ark op een geheime plaats door een monnik bekend als de 'bewaarder van de ark' in de kerk van de Heilige Maria van Sion, bewaard.

    Al deze verhalen en legenden zijn nochtans in strijd met de Bijbel die duidelijk door de mond van Jeremia leert dat "… en zij zullen aan haar niet gedenken, en haar niet bezoeken, en zij zal niet weder gemaakt worden. “

     

    Het tevoorschijn komen van een replica van de Ark van het Verbond in de toekomst past in het chronologische ‘eindtijdkader’ dat de profetische gedeelten van de Bijbel leren. Het apocriefe boek 2 Makkabeeën zal aldus nog voor heel wat misleiding zorgen. Men kan op basis van het profetische boek Daniël in het Oude Testament en het laatste Bijbelboek Apocalyps in het Nieuwe Testament een chronologisch eindtijdscenario schetsen. Het laatste boek van de Bijbel: Openbaring (11:1), leert namelijk een alsnog toekomstig herstel van de offerdienst ten tijde van de heerschappij van ‘het beest’. Ook de zeventigste jaarweek van de profeet Daniel (9:27) leert een herstel van de offerdienst. Voor een eventuele herstelde offerdienst in Israël heeft men een tent ter samenkomst nodig, daarnaast een altaar én de ark van het verbond voor de verzoeningshandelingen.

     

     

    © Clarence Larkin, 1915, Dispensational Truth.

     

    Hierna het citaat uit het Boek Daniël gevolgd door het citaat uit het Boek Openbaring:

    Daniël 9:27 … en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste.

     

    Openbaring 11:1 En mij werd een rietstok gegeven, een meet roede gelijk; en de engel stond en zeide: Sta op, en meet den tempel Gods en het altaar, en degenen, die daarin aanbidden. 2 En laat het voorhof uit, dat van buiten den tempel is, en meet dat niet, want het is den heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad vertreden twee en veertig maanden. 3 En Ik zal Mijn twee getuigen macht geven, en zij zullen profeteren duizend tweehonderd zestig dagen, met zakken bekleed. 4 Dezen zijn de twee olijfbomen, en de twee kandelaren, die voor den God der aarde staan. 5 En zo iemand die wil beschadigen, een vuur zal uit hun mond uitgaan, en zal hun vijanden verslinden; en zo iemand hen wil beschadigen, die moet alzo gedood worden. 6 Dezen hebben macht den hemel te sluiten, opdat geen regen regene in de dagen hunner profetering; en zij hebben macht over de wateren, om die in bloed te verkeren, en de aarde te slaan met allerlei plage, zo menigmaal als zij zullen willen. 7 En als zij hun getuigenis zullen geëindigd hebben, zal het beest, dat uit den afgrond opkomt, hun krijg aandoen, en het zal hen overwinnen, en zal hen doden. 8 En hun dode lichamen zullen liggen op de straat der grote stad, die geestelijk genoemd wordt Sodoma en Egypte, alwaar ook onze Heere gekruist is.

     

    Beide Bijbelgedeelten leren dat de zevenjarige oordeelsperiode in twee gelijke delen verdeeld is. Tijdens de eerste helft van drie jaar en een half jaar, wat gelijk is aan 1260 dagen, bestaat er een herstelde offerdienst in Jeruzalem waar twee getuigen van de HEERE God tegen profeteren. Gedurende de eerste helft van de zeventigste jaarweek van Daniël zal een anti/pseudo-Messias gepaard gaande met nooit eerder geziene tekenen de offerdienst leiden.

    Openbaring 13:11 En ik zag een ander beest uit de aarde opkomen, en het had twee hoornen, des Lams hoornen gelijk, en het sprak als de draak. 12 En het oefent al de macht van het eerste beest, in tegenwoordigheid van hetzelve, en het maakt, dat de aarde, en die daarin wonen het eerste beest aanbidden, wiens dodelijke wonde genezen was. 13 En het doet grote tekenen, zodat het ook vuur uit den hemel doet afkomen op de aarde, voor de mensen. 14 En verleidt degenen, die op de aarde wonen, door de tekenen, die aan hetzelve toe doen gegeven zijn in de tegenwoordigheid van het beest; zeggende tot degenen, die op de aarde wonen, dat zij het beest, dat de wond des zwaards had, en weder leefde, een beeld zouden maken.

     

     

    © Robert De Telder, de lezer is vrij om de afbeelding voor niet-commerciële doeleinden te reproduceren en openbaar te maken, mits ongewijzigd en met bronverwijzing.

     

    In de tweede helft van de zevenjarige oordeelsperiode zal de toekomstige wereldleider (het beest uit de volkeren-zee – Openbaring 13) van het nieuwe Romeinse Rijk de nieuw ingestelde slacht- en spijsofferdienst doen ophouden, wat aansluit met de beschrijving van het ‘andere beest uit de aarde’ dat de macht heeft zelfs vuur uit de hemel op het slachtoffer te doen neerkomen. De ark van het verbond waarvan een replica inmiddels tevoorschijn is gekomen zal hier haar rol spelen. Dit alles sluit ook aan bij de rede van Jezus Christus over de laatste dingen:

    Matteüs 24:15 Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël, den profeet, staande in de heilige plaats; (die het leest, die merke daarop!) 16 Dat alsdan, die in Judea zijn, vlieden op de bergen; …

     

    De heilige plaats is de Tempelberg te Jeruzalem waar de tempel van Salomo tot 586 v. Chr. stond. Na de Babylonische Ballingschap werd de tempel door de teruggekeerde Joden herbouwd (535/515 v. Chr.) Dezelfde Tempel die onder het bewind van Herodes de Grote tot een wereldwonder herbouwd werd (20 v. Chr.-27 AD). De Tempel die in 70 AD, veertig jaar na de verwerping van Messias Jezus, door het Romeinse leger van Titus vernietigd werd.

    De ‘gruwel der verwoesting’ is naar mijn mening de herstelde slachtoffer- en spijsofferdienst van de pseudo-Messias rond een replica van de ark van het verbond. In helft van de eindtijdperiode plaatst de koning van het noorden – de wereldleider - zich in het Heilige der heiligen en begint de grote verdrukking gevolgd door de vlucht van een overblijfsel van Israël naar de woestijn (Openbaring 12:6).

    2 Thessalonicenzen 2:3 Dat u niemand verleide op enigerlei wijze; want die komt niet, tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij de mens der zonde, de zoon des verderfs; 4 Die zich tegenstelt, en verheft boven al wat God genaamd, of als God geëerd wordt, alzo dat hij in den tempel Gods als een God zal zitten, zichzelven vertonende, dat hij God is. (Statenvertaling)

     

    Tijdens de eerste helft van de zevenjarige eindtijdperiode spreken twee getuigen van de HERE God tegen de herstelde offerdienst.

    Ik ben ook van mening dat het niet noodzakelijk is dat er een nieuwe Joodse tempel op de tempelberg gebouwd moet worden. De toekomstige Tempel die de profeet Ezechiël voor het Messiaanse Vrederijk profeteert (Ezechiël 40-48) wordt overigens noordelijk van Jeruzalem gebouwd en niet op de Tempelberg. Indien een replica van de ark in de nabije toekomst ergens tevoorschijn zou komen, kan de ark ook in een ‘tent der samenkomst’ op de tempelberg geplaatst worden. Het Bijbelboek Openbaring hoofdstuk 11:2 lijkt dit te veronderstellen. Dit betekent ook dat er dan een overeenkomst met de Islam komt. De Koran vermeldt de ark van het verbond overigens in de positieve zin. Hierna de betreffende Soera:

    2:248 En hun profeet zeide tot hen: het teken van zijn koningschap is, dat tot u zal komen de Ark, waarin is een Godsrust van uw Heer en een nalatenschap, welke nagelaten hebben het geslacht van Musa (Mozes) en het geslacht van Harun, (Aäron) en welke engelen dragen. Daarin is waarlijk een teken voor u, indien gij gelovigen zijt. (De Koran volgens de vertaling van Prof. Dr. J. H. Kramers)

    De profeet waarnaar verwezen wordt is de profeet Samuël en het koningschap dat van Saul van het Verenigd Koninkrijk van het oude Israël. Wat het teken zal zijn, weet ik niet. Men kan vandaag alleen maar raden naar wat de reacties van de verschillende religies op de mogelijke vondst van de ark zal zijn. Een ding is zeker: de drie monotheïstische religies zouden haar kunnen claimen en vermoedelijk een gezamenlijke rustplaats overeenkomen. En waarom niet op de tempelberg voor de rotskoepel te Jeruzalem? In de eindtijd zullen alle religies samengaan. Het is zelfs mogelijk dat de gevonden replica van de ark van het verbond aanvankelijk het middel wordt tot verzoening en het verenigen van de godsdiensten. Een misleiding zonder weerga. Dat de herstelde offerdienst op ‘de heilige plaats’ door de HEERE God middels zijn twee getuigen wordt afgewezen, lezen we ook bij de profeet Jesaja:

    Jesaja 61:3 Wie een stier slacht, verslaat een mens; wie een schaap offert, breekt een hond de nek; wie spijsoffer brengt, (offert) zwijnenbloed; wie wierook ten gedenkoffer ontsteekt, prijst een afgod……

    ….17 Zij, die zich heiligen en reinigen, om achter de ene man in het midden naar de hoven te gaan, die zwijnenvlees eten, gruwelijke beesten en muizen, zullen tezamen verdwijnen, luidt het woord des HEREN. (NBG Vertaling 1951)

     

    De rotskoepel werd in 691 AD door kalief Abd al-Malik gebouwd. Het werd achthoekig gebouwd en heeft schijnbaar geen Qibla of gebedsrichtpunt. Het werd blijkbaar in de eerste plaats als een heiligdom gebouwd en het wordt binnen de moslimwereld als de derde heilige plaats na Mekka en Medina beschouwd. Volgens de moslims werd de koepel gebouwd om de hemelvaart van Mohammed te gedenken. Op de binnenmuren van het moslim heiligdom staan Arabische Koranteksten die vooral tegen het Zoon-schap van de God van de Bijbel gericht zijn:

    Soera 112 Zeg: Hij Allah is één – Allah, de Eeuwige. - Niet heeft Hij verwekt noch is Hij verwekt. – En niet is één aan Hem gelijkwaardig.

    Het evangelie zoals de Bijbel het brengt zal in de tijd van het einde afgevallen worden. De verenigde religies zullen de Heer Jezus Christus niet als de Zoon van God belijden worden maar alleen nog als een profeet, zoals de Koran ook leert. Hij heeft dan ook niet Zijn leven op Golgotha afgelegd en door Zijn Bloed verzoening gebracht, maar is zoals iedere andere sterveling gestorven en in een graf bijgezet. Geen opstanding, geen hemelvaart en geen hoop. Het Jeruzalem van de eindtijd wordt in het laatste Bijbelboek: Apocalyps, dan ook Sodom en Egypte genoemd.

    De eerste drie en een half jaar van de oordeelstijd is de tijdsperiode dat het nieuwe Babylon (Openbaring 17) alle religieuze macht zal hebben. Deze tijd zal aanvankelijk een periode van vrede, voorspoed en vooral van religieuze eenheid worden. De leider en componist van dit alles zal het eerder beschreven genie van Openbaring 13 zijn: het beest met de horens als van het lam, de pseudo- of anti-Messias, die in eigen naam komt en Joden en Arabieren samenbrengt. Vandaag nog een utopie? Stel je echter voor dat degene die beschreven wordt als ‘het beest uit de aarde’ als nieuwe hogepriester in staat is om het eerste slachtoffer op het altaar gebracht door vuur vanuit de hemel te laten verteren, en dit naar de hele wereld toe via alle huidige en nog toekomstige mediakanalen getoond. Voor de meeste mensen van die toekomstige generatie zal het ervaren worden alsof god zich opnieuw geopenbaard heeft. Zij die altijd naar bewijzen vroegen worden hier op hun wenken bediend. Diegene die in zijn eigen naam komt zal hier voor zorgen.

    Johannes 5:41 Ik neem geen eer van mensen; 42 Maar Ik ken ulieden, dat gij de liefde Gods in uzelven niet hebt. 43 Ik ben gekomen in den Naam Mijns Vaders, en gij neemt Mij niet aan; zo een ander komt in zijn eigen naam, dien zult gij aannemen. 44 Hoe kunt gij geloven, gij, die eer van elkander neemt, en de eer, die van God alleen is, niet zoekt? 45 Meent niet, dat Ik u verklagen zal bij den Vader; die u verklaagt, is Mozes, op welken gij gehoopt hebt. 46 Want indien gij Mozes geloofdet, zo zoudt gij Mij geloven; want hij heeft van Mij geschreven. 47 Maar zo gij zijn Schriften niet gelooft, hoe zult gij Mijn woorden geloven?

     

    2 Korintiërs 11:4 Want indien degene, die komt (= pseudo-messias), een anderen Jezus predikte (Isa de profeet?), dien wij niet gepredikt hebben, of indien gij een anderen geest ontvingt, dien gij niet hebt ontvangen, of een ander Evangelie, dat gij niet hebt aangenomen, zo verdroegt gij hem met recht. (Statenvertaling) - (woorden tussen haakjes door de auteur toegevoegd)

     

    Dat ooit een genie – de eerste ruiter van de Apocalyps – universele vrede brengt staat geprofeteerd.

    Openbaring 6:1 En ik zag, toen het Lam een van de zegelen geopend had, en ik hoorde een uit de vier dieren zeggen, als een stem van een donderslag: Kom en zie! 2 En ik zag, en ziet, een wit paard, en Die daarop zat, had een boog; en Hem is een kroon gegeven, en Hij ging uit overwinnende, en opdat Hij overwonne! 3 En toen Het het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie! 4 En een ander paard ging uit, dat rood was; en dien, die daarop zat, werd macht gegeven den vrede te nemen van de aarde; en dat zij elkander zouden doden; en hem werd een groot zwaard gegeven.

     

    De tweede ruiter van de Apocalyps neemt de vrede van de aarde weg die de eerste ruiter gebracht had, wat ook aansluit bij de woorden van Paulus in zijn eerste brief aan Thessalonicenzen 5:1-3.

    5:1 Maar van de tijden en de gelegenheden, broeders! hebt gij niet van node, dat men u schrijve. 2 Want gij weet zelven zeer wel, dat de dag des Heeren alzo zal komen, gelijk een dief in den nacht. 3 Want wanneer zij zullen zeggen: Het is vrede, en zonder gevaar; dan zal een haastig verderf hun overkomen, gelijk de barensnood een bevruchte vrouw; en zij zullen het geenszins ontvlieden;….

     

    Uiteindelijk komt aan de oordeelsperiode 3 ½ jaar later een einde bij de wederkomst van Jezus Christus als Heer der heren en Koning der koningen, zoals beschreven in Openbaring hoofdstuk 19. Het replica van de Ark van het Verbond dat voor misleiding gezorgd heeft zal Harmageddon niet overleven.

     

    Wordt vervolgd…

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    18-03-2019 om 07:33 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    11-03-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.eerherstel voor de oudheidhistoricus Herodotos (vervolg)

    We vervolgen deze week onze reeks over de faraolijst van de oudheidhistoricus Herodotos. Zoals de titel luidt gaat het om eerherstel voor de oudheidhistoricus betreffende diens historische berichtgeving over het Egypte van de oudheid. Herodotos geeft namelijk in zijn werk (boek 2) een faraolijst weer die door de orthodoxe egyptologie wat rangschikking van de farao ’s betreft, afgewezen wordt. Met de aflevering van 04.03.2019 hebben we de farao ’s Sesostris en Pheros behandelt. Deze week gaan we verder met de faraolijst en behandelen we de farao ’s Proteus en Rampsinitos. Hierna de betreffende faraolijst van Herodotos samen met hun historische verankering op de tijdsbalk:

    Herodotos                    Boek:                   historische verankering op tijdsbalk:

    Sesostris             2 :102        Thothmosis III, Rehabeam – 961 v. Chr.

    Feroos/Pheros    2 :111                   Amonhotep II – 941 v. Chr.

    Proteus               2 :112         Thothmosis IV – 800 v. Chr.

    Rampsinitos       2 :121         Amonhotep III – 776 v. Chr.

    Cheops                2 :124        piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Chefren               2 :127         piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Mykerinos           2 :129        piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Asychis                2 :136        8ste eeuw v. Chr.

    Anysis                 2 :137         tijdgenoot Sabakoos – 8ste eeuw v. Chr.

    Sethoos               2 :141         tijdgenoot Sanherib, Assyrië – 716 v. Chr.

    12 koningen        2 :147         Ramessieden

    Psammetichos    2 :152         675 v. Chr.

    Neko                   2 :158         Neko – 605 v. Chr.

    Psammis             2 :159

    Apriës                 2 :161         Hofra

    Amasis                2 :172         525 v. Chr.

     

     

    De regeerperiode van Sesostris en Pheros die we identificeerden met de farao ‘s Thothmosis III en Amonhotep II eindigde in chaos als een gevolg van de zondvloed van Deucalion die in het voorjaar van 941 v. Chr. in Egypte dood en vernieling veroorzaakte. Zie het artikel van 13.03.2017 op dit blog, link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1489359600&stopdatum=1489964400

    In 933 v. Chr. volgde de Nubische invasie onder leiding van de Bijbelse koning van Nubië: Zera (zie TIJD en TIJDEN, 2015, blz 239-241). De Ethiopiër Zera rukte met zijn miljoenenleger vervolgens Juda binnen maar werd daar door het Judese leger van koning Asa teruggeslagen. Voor het Egypte van de achttiende dynastie begon toen een Ethiopisch/Nubische tussenperiode. Ook de bekende wetenschapper Isaac Newton (1643/1723) die een grote interesse in de geschiedenis van de oudheid had, schreef dat de Bijbelse Zera de Ethiopiër, doorheen Egypte naar Juda was opgerukt en aldus heer over Egypte werd. Hierna het citaat van Newton uit mijn boek ‘De Zonaanbidder, 2016, blz. 14:

    But in the fifth year of Asa the land of Judah became quiet from war, and from thence had quiet ten years; and Asa took away the altars of strange Gods, and brake down the Images, and built the fenced cities of Judah with walls and towers and gates and bars, having rest on every side, and got up an army of 580000 men, with which in the fifteenth year of his Reign he met Zerah the Ethiopian, who came out against him with an army of a thousand thousand Ethiopians and Libyans: the way of the Libyans was through Egypt, and therefore Zerah was now Lord of Egypt: they fought at Mareshah near Gerar, between Egypt and Judæa, and Zerah was beaten, so that he could not recover himself: and from all this I seem to gather that Osiris was slain in the fifth year of Asa, and thereupon Egypt fell into civil wars, being invaded by the Libyans, and defended by the Ethiopians for a time; and after ten years more being invaded by the Ethiopians, …. (The chronology of ancient kingdoms amended by Isaac Newton)

     

     

    © Robert De Telder, Dertig Jubeljaren, 2018, blz. 260

     

    Farao Thothmosis IV zou pas in 797 v. Chr. Egypte van het juk van de Nubiërs kunnen bevrijden. Dit is een epoque die ik in het bijzonder in mijn boek ‘De Zonaanbidder, Achnaton de strenge en hardvochtige farao volgens de profeet Jesaja’, 2016, behandelt heb.

    De laatste Ethiopisch/Nubische heerser van de beschreven tussenperiode in de achttiende dynastie was de legendarische Memnon. Memnon was volgens de overlevering een van de geallieerden van Priamos, de koning van Troje. Hij trok met een leger vanuit Egypte over Klein-Azië naar Troje om het te steunen in zijn strijd tegen de Grieken, maar kwam daar aan zijn einde. De dood van Memnon op het slagveld van Troje had als resultaat dat ook de Ethiopische overheersing van Egypte ophield. De Ethiopische tussenperiode voor de Egyptische achttiende dynastie die begonnen was aan het einde van de regeerperiode van farao Amonhotep II, kwam in de periode van 800 tot 790 v. Chr. aan haar einde met farao Thothmosis IV die in Egypte de macht naar zich toe trok. Het beleg van Troje plaatsen we gereviseerd van 800 tot 790 v. Chr. op de tijdsbalk.

     

    De faraolijst van Herodotos vervolgd met de Griekse naam Proteus na Pheros. In zijn tweede boek verhaalt Herodotos de geschiedenis van Pheros tegen achtergrond van de schaking van Helena gevolgd door de belegering van Troje door de Grieken. Farao Proteus wordt namelijk door Herodotos met de ontvoering van Helena verbonden. De geschiedenis over het stranden van Helena op de Egyptische kust is de enige anekdote die Herodotos over de persoon van Proteus vermeld. Ten tijde van Herodotos’ reis naar Egypte bevond het graf van Proteus zich in Memfis alwaar ook een tempel gewijd aan Aphrodite de vreemdelinge stond. Gefascineerd door deze tempel liet Herodotus zich door de priesters van Egypte onderwijzen in de geschiedenis van Helena. Na de schaking van Helena uit Sparta voer Alexandros op weg naar zijn vaderland, toen zijn schip midden op de Egeïsche zee door winden uit de koers werd geslagen en naar de Egyptische kust is afgedreven. Herodotus geeft zoveel details over het wedervaren van deze Grieken in Egypte dat het heel aannemelijk wordt het verhaal als historisch feit aan te nemen. Deze geschiedenis is dan een variant op het relaas van Homeros' Ilias wat Herodotos ook bevestigd. Hierna een citaat uit het tweede boek van Herodotos aangaande Proteus:

    Book 2:112. After him, they said, there succeeded to the throne a man of Memphis, whose name in the tongue of the Hellenes was Proteus; for whom there is now a sacred enclosure at Memphis, very fair and well ordered, lying on that side of the temple of Hephaistos which faces the North Wind. Round about this enclosure dwell Phenicians of Tyre, and this whole region is called the Camp of the Tyrians. Within the enclosure of Proteus there is a temple called the temple of the "foreign Aphrodite," which temple I conjecture to be one of Helen the daughter of Tyndareus, not only because I have heard the tale how Helen dwelt with Proteus, but also especially because it is called by the name of the "foreign Aphrodite," for the other temples of Aphrodite which there are have none of them the addition of the word "foreign" to the name.

    113. And the priests told me, when I inquired, that the things concerning Helen happened thus:--Alexander having carried off Helen was sailing away from Sparta to his own land, and when he had come to the Egean Sea contrary winds drove him from his course to the Sea of Egypt; and after that, since the blasts did not cease to blow, he came to Egypt itself, and in Egypt to that which is now named the Canobic mouth of the Nile and to Taricheiai. Now there was upon the shore, as still there is now, a temple of Heracles, in which if any man's slave take refuge and have the sacred marks set upon him, giving himself over to the god, it is not lawful to lay hands upon him; and this custom has continued still unchanged from the beginning down to my own time. Accordingly the attendants of Alexander, having heard of the custom which existed about the temple, ran away from him, and sitting down as suppliants of the god, accused Alexander, because they desired to do him hurt, telling the whole tale how things were about Helen and about the wrong done to Menelaos; and this accusation they made not only to the priests but also to the warden of this river-mouth, whose name was Thonis.

    Enzoverder… Zie de hierna volgende link voor wie het bericht vanaf boek 2:114-120 in zijn geheel wil lezen: http://www.sacred-texts.com/cla/hh/

     

    Ik verwees al naar mijn studie ‘De Zonaanbidder, Achnaton de strenge en hardvochtige farao volgens de profeet Jesaja’, 2016, een boek dat met de regeerperiode van Thothmosis IV begint. Hierna een citaat: Na een onderbreking van honderddrieëndertig jaar sinds de dood van Amonhotep II en de invasie van de Ethiopiërs/Nubiërs onder leiding van de Bijbelse Zera was het belangrijk voor Thothmosis IV om zijn legitimiteit bij zijn troonsbestijging te bevestigen.

     

     

    De zogenaamde ‘droomstele’ tussen de poten van de Sfinx op het Gizehplateau is daar een voorbeeld van. De droomstele is van farao Thothmosis IV die de stele in zijn eerste regeringsjaar liet aanbrengen (Alan Gardiner, Egypt of the Pharaohs, 1961, Chapter VIII). De inscriptie verhaalt hoe de jonge prins Thothmosis op jacht was in de woestijn en in de schaduw van de sfinx in slaap viel. De god Re verscheen toen in zijn slaap en beloofde in de droom dat, wanneer Thothmosis IV het zand rondom de sfinx weghaalde, hij legitiem koning zou worden. Zelfs voor de orthodoxe Egyptologie roept dit alles twijfel op betreffende de wettelijke opvolging van Thothmosis IV en worden vraagtekens bij zijn afkomst geplaatst.

    Het feit dat de sfinx bij het begin van de regeerperiode van Thothmosis IV volledig onder het zand zat wijst op meganatuurcatastrofes zoals de eerder beschreven zondvloed van Deucalion in het jaar 941 v. Chr. en op de lange periode daarna van verwaarlozing. Dat er zich een tussentijd in de achttiende dynastie heeft voorgedaan blijkt ook uit enkele vondsten die binnen het orthodoxe kader vraagtekens oproepen. Zo is er een obelisk die heden in Italië opgesteld staat. Een obelisk die door farao Thothmosis III te Aswan uitgehakt was en voor lange tijd onafgewerkt bleef liggen. De onafgewerkte obelisk werd later door farao Thothmosis IV overgenomen en met toegevoegde inscripties van zowel Thothmosis III als van hemzelf opgesteld (Donald B. Redford, 1992, Egypt, Canaan, and Israel in Ancient Times, Chapter 6). In het gereviseerde model geeft dit een verklaring voor een lange periode tussen het uithakken van de obelisk en het aanbrengen van de inscripties. Het aanbrengen van een inscriptie door farao Thothmosis IV aan de obelisk had nu als enige doel zijn legitimiteit als opvolger van de farao’s van de achttiende dynastie te onderstrepen.

    Naar buiten toe was het belangrijk voor het nieuwe Egypte van Thothmosis IV om goede relaties met de koninkrijken in Klein-Azië te hebben. En hoewel er inscripties bewaard zijn gebleven waar Thothmosis IV beschreven wordt als ‘veroveraar van Syrië’, beschrijft de orthodoxie deze eerder als inspectietochten (Peter A. Clayton, Kroniek van de farao’s, 1995, hoofdstuk: het nieuwe rijk). In het achtste regeringsjaar van Thothmosis IV staat er een veldtocht naar Ethiopië beschreven die past in de revisie van de geschiedenis van de oudheid. Het achtste jaar van Thothmosis IV is op de tijdsbalk: 790/789 v. Chr. Het is het jaar waarin Memnon vermoedelijk te Troje sneuvelde, met Thothmosis IV die van de gelegenheid gebruik maakte om het Nubische juk af te werpen. Naar Klein-Azië toe normaliseerde Thothmosis IV de relaties door een huwelijk met een dochter van de koning van Mitanni: Artatama (Donald B. Redford, 1992, Egypt, Canaan, and Israel in Ancient Times, Chapter 6). De naam van de nieuwe koningin was ‘Moet-em-wija’ en zij zou de moeder worden van de troonopvolger Amonhotep III. Het huwelijk betekende de basis van een alliantie met Mitanni alias Assyrië voor een langere periode. In mijn werk: De Assyriologie herzien, 2012, Appendix 1, blz. 115-120, heb ik aangetoond dat het door de moderne Egyptologie gefabriceerde koninkrijk van Mitanni in feite het Assyrische Rijk van de achtste eeuw v. Chr. was. De werkelijke garant voor vrede voor Egypte was buurland Juda onder het koningschap van Uzzia. Tijdens de regeerperiode van Thothmosis IV tot aan zijn dood in het jaar 776 v. Chr. was koning Azaria/Uzzia als een buffer voor Egypte, die vrede en welvaart garandeerde. Zie het artikel op dit blog van 08.12.2017, Azaria de koning van Juda, heerser over Klein-Azië en Egypte in de achtste eeuw v. Chr., link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1512342000&stopdatum=1512946800

    De regeringswissel in Egypte viel niet toevallig in een jaar dat getuige van een meganatuurcatastrofe was. Op het bijgevoegde tijdschema heb ik de meganatuurcatastrofe via een verticale balk in het najaar van 776 v. Chr. markeert. Op 17.11.2017 plaatste ik op dit blog een artikel met de titel: de moeder van alle verwoestingen, zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1510527600&stopdatum=1511132400

     

     

    © Robert De Telder, Dertig Jubeljaren, 2018, blz. 261

     

    Farao Amonhotep III identificeer ik met Herodotos’ Rampsinitos, de opvolger van Proteus. Herodotos (Boek 2, 121) schrijft dat Rampsinitos onmetelijk rijk was, bouwwerken liet uitvoeren en het land onder zijn bewind voortreffelijk bestuurd en welvarend is geweest. Opmerkelijk is dat we over Amonhotep III hetzelfde commentaar vinden (Donald B. Redford, Akhenaten The Heretic King, 1984, chapter: Amenophis the Builder). Amonhotep III was een farao die vermeld wordt met een voorspoedige regering van meer dan negenendertig jaar en beschreven als onmetelijk rijk en dit niet als een gevolg van oorlogshandelingen, maar als het resultaat van internationale handel en een overvloedige goudvoorraad. Het verband met Herodotus is treffend en past precies in het plaatje van de revisie van de geschiedenis van het oude Egypte. Hierna het citaat uit het werk van Herodotos Boek 2,

    121. After Proteus, they told me, Rhampsinitos received in succession the kingdom, who left as a memorial of himself that gateway to the temple of Hephaistos which is turned towards the West, and in front of the gateway he set up two statues, in height five-and-twenty cubits, of which the one which stands on the North side is called by the Egyptians Summer and the one on the South side Winter; and to that one which they call Summer they do reverence and make offerings, while to the other which is called Winter they do the opposite of these things.

    121. (a) This king, they said, got great wealth of silver, which none of the kings born after him could surpass or even come near to; and wishing to store his wealth in safety he caused to be built a chamber of stone, Etcetera…

     

    De voorspoedige regeringsperiode van Amonhotep III is in het gereviseerde model een gevolg van de bescherming van Egypte door koning Uzzia van Juda. De connectie met Juda wordt nog duidelijker wanneer blijkt dat de hoofdvrouw van Amonhotep III: Teje, van Joodse origine was. Tot aan het jaar van het terugtrekken van het Judese leger in 748 v. Chr. zou de schoonfamilie van Amonhotep III gedurende zesentwintig jaar het bestuur over Egypte gesuperviseerd hebben. Het huwelijk van Amonhotep III met Teje, de dochter van luitenant-generaal Joeja, hield Amonhotep III niet tegen om er naast zijn hoofdvrouw een harem van vrouwen op na te houden. Over Joeja schreef ik eerder op dit blog op 12.12.2016 een artikel, zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1481497200&stopdatum=1482102000

    Er waren ook nog een aantal diplomatieke huwelijken zoals met Gilukhepa, een prinses uit Mitanni/Assyrië in Amonhotep ’s tiende regeringsjaar. Daarna huwde Amonhotep III in zijn dertigste regeringsjaar wat een jubileumjaar was, met zijn dochter Sit-amon, die aldus ook in zijn harem terecht kwam. Amonhotep III had twee zonen waarvan de oudste zoon voor de dood van zijn vader gestorven is, wat de weg baande bij de dood van Amonhotep III in 739 v. Chr. voor de jongste zoon: de bekende Amonhotep IV die zijn naam zou veranderen naar Achnaton. Een godsdienstfanaat die alle veelgodendomtempels in Egypte zou laten sluiten en uiteindelijk het Egyptische Rijk met al zijn orde, pracht en praal teloor zou laten gaan.

    Herodotos Book 2:124. ‘Down to the time when Rhampsinitos was king, they told me there was in Egypt nothing but orderly rule, and Egypt prospered greatly; but after him Cheops became king over them and brought them to every kind of evil: for he shut up all the temples, and having first kept them from sacrificing there, he then bade all the Egyptians work for him’.

     

    Maar dit is stof voor een volgende aflevering.

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

    Recente publicaties:

     

     

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    11-03-2019 om 08:17 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    04-03-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.eerherstel voor de oudheidhistoricus Herodotos

    In het artikel van 18.02.2019 op dit blog schreef ik over een eerherstel voor de oudheidhistoricus Herodotos betreffende diens historische berichtgeving over het Egypte van de oudheid. Herodotos geeft namelijk in zijn werk (boek 2) een faraolijst weer die door de orthodoxe egyptologie wat rangschikking van de farao ‘s betreft afgewezen wordt.

     

     

    “Herodotos is mijn naam, ik kom uit Halikarnassos en maak hierbij het verslag wereldkundig van het onderzoek dat ik heb verricht om de herinnering aan het verleden levend te houden en de grootse, indrukwekkende prestaties van de Grieken en andere volken te vereeuwigen.”

     

    Er wordt aangenomen dat Herodotos zijn historisch verslag schreef tussen 450 en 420 voor Chr. Zijn titel ‘vader der historie’ kreeg hij na zijn dood van de bekende Romeinse staatsman Cicero. Uit het werk van Herodotos kunnen we vooral de duur van de regeringsjaren van Griekse en Perzische vorsten vernemen. Halikarnassos, de plaats waar hij geboren werd, heet tegenwoordig Bodrum en ligt aan de zuidwestkust van Turkije. In Herodotos’ tijd was het een Griekse kolonie met het Ionisch als omgangstaal. Herodotos was de eerste classicus die een gedetailleerd verslag over Egypte neerschreef. In de vijfde eeuw voor Christus wanneer Herodotos Egypte bezocht, was de geschiedenis van dit land nog steeds een levende geschiedenis. De piramiden in beneden-Egypte hadden bijvoorbeeld nog steeds hun glanzende buitenbedekking. Herodotos reisde het gehele land door tot aan de grens met Nubië. Zoals eerder opgemerkt wordt Herodotos’ geschiedschrijving over Klein-Azië niet in twijfel getrokken, wat Egypte betreft echter wordt hij door de gevestigde Egyptologie niet gevolgd. We zullen zien wie gelijk heeft.

    In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, (blz. 43, 310, 345, 371, 375, 385) gaf ik al aandacht aan Herodotos. De Egyptische koningslijst van Herodotos is niet volledig. Hij vermeldt weliswaar een bestaande lijst in zijn tijd van 330 koningen (Boek 2:100) die na de eerste farao Menes over het land regeerden, maar geeft geen namen op. Al die namen slaat hij over om daarna (Boek 2:102) alle aandacht op Sesostris en diens opvolgers te richten. Hierna vooreerst een opgave van Herodotos’ farao ’s vanaf Sesostris, samen met hun historische verankering op de tijdsbalk:

    Herodotos                    Boek:                   historische verankering op tijdsbalk:

    Sesostris             2 :102        Thothmosis III, Rehabeam – 961 v. Chr.

    Feroos/Pheros   2 :111                  Amonhotep II – 941 v. Chr.

    Proteus               2 :112         Thothmosis IV – 800 v. Chr.

    Rampsinitos       2 :121         Amonhotep III – 776 v. Chr.

    Cheops                2 :124        piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Chefren               2 :127         piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Mykerinos           2 :129        piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Asychis                2 :136        8ste eeuw v. Chr.

    Anysis                 2 :137         tijdgenoot Sabakoos – 8ste eeuw v. Chr.

    Sethoos               2 :141         tijdgenooot van Sanherib - 716 v. Chr.

    12 koningen        2 :147         Ramessieden

    Psammetichos    2 :152         675 v. Chr.

    Neko                    2 :158         Neko – 605 v. Chr.

    Psammis             2 :159

    Apriës                 2 :161         Hofra

    Amasis                2 :172         525 v. Chr.

     

     

    © Robert De Telder, Dertig Jubeljaren, 2018, blz. 249

     

    Het is mijn bedoeling om via een aantal afleveringen op dit blog al de farao ‘s van Herodotos vanaf Sesostris te behandelen. Met het artikel van deze week wil ik de farao ’s Sesostris en Pheros belichten. Sesostris was volgens Herodotos (Boek 2:102-110) een farao die met een groot leger alle volken rondom Egypte onderwierp en hierbij zelfs in het noorden de Kaspische Zee bereikte. Ook Nubië in het zuiden werd door Sesostris overheerst. Dit was een unieke gebiedsuitbreiding die alleen aan farao Thothmosis III van de achttiende dynastie toegeschreven kan worden. Zie hierna een link voor een Grieks/Engelse vertaling van het werk van Herodotos: http://www.sacred-texts.com/cla/hh/

    De Egyptoloog J. H. Breasted vergelijkt hem met een Alexander of een Napoleon. Dr. I. Velikovsky identificeerde Thothmosis III overtuigend met de Bijbelse Sisak die in het vijfde jaar van de zoon van Salomo: Rehabeam, in het voorjaar van 961 v. Chr. Jeruzalem en de tempel plunderde. Zie het meest recente artikel dienaangaande op dit blog van 01.10.2018, link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1538344800&stopdatum=1538949600

     

    De opvolger van Thothmosis III was zijn zoon Amonhotep II die logischer wijze nu met Herodotos’ farao Pheros geïdentificeerd dient te worden. Het is een identificatie echter die via meer dan één aanwijzing tot stand komt. In mijn studie ‘Genesis versus Egyptologie, 2009, hoofdstuk 18’ gaf ik al aandacht aan de periode van tien rust dat het land Juda kende ten tijde van het koningschap van Asa, de zoon van Abiam, de zoon van Rehabeam. Koning Asa van Juda was een tijdgenoot van Amonhotep II.

    2 Kronieken 14:1 Zo ontsliep Abia met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad Davids, en zijn zoon Asa werd koning in zijn plaats. In zijn dagen was het land tien jaren stil. 2 En Asa deed dat goed en dat recht was in de ogen des HEEREN, zijns Gods. (Statenvertaling)

     

     

    © Robert De Telder, Dertig Jubeljaren, 2018, blz. 250

     

    Het is geen toeval dat de periode van rust of stilte voor het land Juda gelijk viel met de periode dat farao Pheros met blindheid geslagen was. Bovendien stemmen de beide genoteerde perioden van tien jaar voor zowel Juda als Egypte overeen. Hierna het relevante gedeelte uit het werk van Herodotos: Book 2,

    111. Now after Sesostris had brought his life to an end, his son Pheros, they told me, received in succession the kingdom, and he made no warlike expedition, and moreover it chanced to him to become blind by reason of the following accident:--when the river had come down in flood rising to a height of eighteen cubits (8 meter), higher than ever before that time, and had gone over the fields, a wind fell upon it and the river became agitated by waves: and this king (they say) moved by presumptuous folly took a spear and cast it into the midst of the eddies of the stream; and immediately upon this he had a disease of the eyes and was by it made blind. For ten years then he was blind, and in the eleventh year there came to him an oracle from the city of Buto saying that the time of his punishment had expired, and that he should see again if he washed his eyes with the water of a woman who had accompanied with her own husband only and had not knowledge of other men: and first he made trial of his own wife, and then, as he continued blind, he went on to try all the women in turn; and when he had at last regained his sight he gathered together all the women of whom he had made trial, excepting her by whose means he had regained his sight, to one city which now is named Erythrabolos, and having gathered them to this he consumed them all by fire, as well as the city itself; but as for her by whose means he had regained his sight, he had her himself to wife. Then after he had escaped the malady of his eyes he dedicated offerings at each one of the temples which were of renown, and especially (to mention only that which is most worthy of mention) he dedicated at the temple of the Sun works which are worth seeing, namely two obelisks of stone, each of a single block, measuring in length a hundred cubits each one and in breadth eight cubits.

     

     

    Wanneer Sesostris alias Thothmosis III een tijdgenoot van Salomo en Rehabeam was, is zijn opvolger Pheros alias Amonhotep II logischerwijze een tijdgenoot van Asa van Juda en zit de vermelding van tien jaar stilte of rust voor het land Juda, op zijn plaats. Herodotos schrijft over Pheros dat deze ‘no warlike expedition’ ooit uitvoerde. Dit stemt overeen met wat we over Amonhotep II vandaag weten. Over de veronderstelde militaire activiteiten van Amonhotep II lopen de meningen overigens uiteen. Er is melding van een veldtocht naar Syrië in zijn tweede regeringsjaar. In zijn derde jaar was hij in Nubië en in zijn negende regeringsjaar opnieuw in Syrië. De orthodoxe Egyptologie beschouwt Amonhotep nochtans als een overgangsfiguur tussen twee machtige farao’s in: Thothmosis III en IV. Volgens mijn eerder geïntroduceerde revisie van de geschiedenis van de oudheid regeerde Amonhotep II in co-regentschap met zijn inmiddels oude vader Thothmosis III. De Egyptoloog James. H. Breasted (1865/1935) – (Geschichte Ägyptens, Fünftes Buch, Kapitel 16), plaatst Amonhotep II als co-regent van Thothmosis III op de troon wanneer deze op hoge ouderdom zijn levenskracht voelde verdwijnen.

    En de egyptoloog Donald B. Redford (1934-) geeft het volgende commentaar (Egypt, Canaan, and Israel in Ancient Times, 1992, blz. 164) over de bewaard gebleven berichtgeving van Amonhotep II: ‘…one should be cautious in assessing these two passages. In view of Amenophis’s bombast and braggart nature, there may lie behind the first no more than the receipt of diplomatic gifts of the same sort as Thutmose III had recorded more soberly on the morrow of his Euphrates campaign; and whatever else Amenophis says about motivation may be nothing more than his eisegesis.”

    Sir Alan Gardiner (1879/1963), Egypt of the Pharaohs, 1961, VIII, The Theban Supremacy, vermeld de algemene onbetrouwbaarheid van Amonhotep ‘s bewaard gebleven stele ‘s: “The Amada stele is dated in year 3, and the Syrian campaign is there described as the first campaign of victory. This expression has caused puzzlement to scholars because the same words are applied to another great stele of year 7 with which we shall be dealing shortly…. Thutmosis III is here ostensibly the king referred to, but perhaps it was really Amenophis II acting in his father ‘s stead.

     

     

    De twee genoteerde veldtochten van Amonhotep II naar Syrië vielen samen met expedities van zijn vader Thothmosis III (rode pijlen) waar Amonhotep II met zijn eigen legertroep aan deelnam (groene pijlen).

     

    Op het bijgevoegde tijdschema uit mijn laatste boek ‘dertig jubeljaren, 2018, heb ik de eenentwintigjarige regeerperiode gelijk geplaatst met de laatste jaren van de lange regeerperiode van Thothmosis III. De voor Amonhotep II genoteerde militaire campagne naar Naharin (Syrië) valt nu samen met de negende campagne van Thothmosis III in diens vierendertigste regeringsjaar. De genoteerde campagne van Amonhotep II in zijn derde regeringsjaar naar Nubië was niet meer dan een verkenningstocht.

     

    De reden voor de blindheid van Pheros is een allerongelooflijks verhaal dat Herodotos in Egypte in de vijfde eeuw v. Chr. door de priesters ter plaatse verteld werd. Een bijzondere vloed had de Nijl tot een hoogte van acht meter boven haar normale stand gebracht, een grote vloed die zich nog nooit eerder had voorgedaan met daarbovenop nooit eerder geziene opzwepende golven in de Nijl. Farao Pheros wierp daarop als een dwaas zijn speer in het midden van de stroom en werd als een gevolg onmiddellijk met blindheid geslagen. Het is vandaag aan ons de taak om zoals met andere oude overleveringen en legendes het bruikbare van het onbruikbare te scheiden. Met bruikbaar bedoel ik dat wat chronologisch/historisch zin geeft en gebruikt kan worden ter reconstructie van de geschiedenis van de oudheid.

    Aangezien Amonhotep II in co-regentschap met zijn vader de troon deelde is het aantoonbaar dat de door Herodotos beschreven grote vloed die de Nijl tot acht meter boven het normale pijl deed stijgen gelijk was aan de zondvloed van Deucalion die de Egyptische oudheidhistoricus Manetho met de regeerperiode van Thothmosis III verbond. Op het bijgevoegde tijdschema zien we deze meganatuurcatastrofe in het voorjaar van 941 v. Chr. door een verticale balk gemarkeerd. Over de zondvloed van Deucalion en de verankering van dit historisch feit op de tijdsbalk schreef ik eerder op 13.03.2017 op dit blog een artikel, link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1489359600&stopdatum=1489964400

    De meganatuurcatastrofe van het voorjaar van 941 v. Chr. maakte deel uit van een cyclus van meganatuurcatastrofes die de aarde periodiek teisterde. Het is de studie van de geleerden Donald W. Patten, Ronald R. Hatch and Loren C. Steinhauer, met hun boek ‘The Long Day of Joshua and Six Other Catastrophes’, dat al langer op dit blog mijn aandacht heeft. Zij leveren een tijdschema van een cyclus van catastrofes van 2484 v. Chr. tot 701 v. Chr. waarbij zij zeven rampen van kosmische oorsprong identificeren die planeet aarde in de oudheid teisterden. Donald W. Patten, Ronald R. Hatch and Loren C. Steinhauer tonen in hun werk aan dat de cyclus van rampen haast gelijk aan een klokwerk alle 54 jaar en zes maanden in de oudheid de aarde teisterde. Hoewel zij rekening hielden met af en toe afwijkingen in de cyclus. De alom bekende wegvoering van de profeet Elia in een vuurstorm met vurige wagens valt chronologisch op de tijdsbalk exact 54 jaar en zes maanden na de zondvloed van Deucalion in het najaar van 887 v. Chr. Zie het artikel van 10.09.2018 ,op dit blog: de datering van de wegvoering van Elia met vurige wagens, link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1536530400&stopdatum=1537135200

     

    De zondvloed van Deucalion tijdens de regeerperiode van Thothmosis III in 941 v. Chr. in diens 45ste regeringsjaar geeft een verklaring voor het feit dat farao (noch zijn co-regent) daarna geen veldtochten meer ondernomen heeft. De meganatuurcatastrofe was verantwoordelijk voor heel wat schade waar het Egyptische land en staat zich voorlopig niet van konden herstellen. In 933 v. Chr. volgde de Nubische invasie onder leiding van de Bijbelse koning van Nubië: Zera (zie TIJD en TIJDEN, 2015, blz 239-241).

     

    Wordt vervolgd…

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    04-03-2019 om 00:00 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    25-02-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.het dal Achor, een deur der hoop…

    Het dal Achor hebben we vermeld in het artikel op dit blog van 04.02.2019 met de titel: Jozua nu verbrandde Ai, en hij stelde haar tot een eeuwigen hoop, ter verwoesting, tot op dezen dag (Jozua 8:28). Zie link:

    http://www.bloggen.be/robertdetelder/?fbclid=IwAR1KkTt0keliN4n1atH7NDQBmq3w94z37ykT_aGr9fQj7fAgKKTvgxaExGA

    Het is de plaats waar de clan van Achan kort na de intocht in het beloofde land Kanaän in 1443 v. Chr., een smartelijk einde kreeg. Achan had zich schuldig gemaakt aan het nemen van buit voor zichzelf uit de in de ban geslagen vestingstad Jericho. Bij de eerste poging ter verovering van Ai, een vestingplaats niet ver van Jericho bleek dat de bijzondere bescherming over het leger van Israël verdwenen was en de oorzaak bij Achan van de stam van Juda gevonden. Het oordeel was drastisch, de gehele clan van Achan werd in het dal van Achor nabij Jericho vernietigd, zijn bloedverwanten en veestapel incluis. Onder een grote steenhoop werden zij allen tezamen bedolven. Een enorme steenhoop (Jozua 7:26) die er tot een getuigenis nog altijd lag toen het Bijbelboek Jozua eeuwen later gecompileerd werd.

     

     

    Het wonderlijke is dat diezelfde plaats van vervloeking volgens de profetie van Hosea eens tot een plaats van hoop zal worden. En dat ‘eens’ is vandaag ook nog toekomst.

    Hosea 2:13 Daarom, ziet, Ik zal haar lokken, en zal haar voeren in de woestijn; en Ik zal naar haar hart spreken. 14 En Ik zal haar geven haar wijngaarden van daar af, en het dal Achor, tot een deur der hoop; en aldaar zal zij zingen, als in de dagen harer jeugd, en als ten dage, toen zij optoog uit Egypteland.

     

    De profeet Hosea had zijn bediening ten tijde van de koningen van Juda: Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia. Een groot gedeelte van zijn profetieën werd echter ook tegen het tienstammenrijk uitgesproken. Op de tijdsbalk bestrijken zijn bedieningsjaren de periode 802 tot 717 v. Chr. Dat betekent dat indien hij dertig jaar oud was bij het begin van zijn bediening zijn leeftijd ongeveer 115 jaar was ten tijde van de val van Samaria. Het jaar 717 v. Chr. zag in het voorjaar de wegvoering van de tien stammen van Israël in Assyrische ballingschap en de verovering van Samaria door Salmaneser V. Zie het artikel op dit blog van 08.10.2018, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1538949600&stopdatum=1539554400

    Honderddertig jaar, zes maanden en tien dagen later zou ook het tweestammenrijk in Babylonische ballingschap in juli 586 v. Chr. weggevoerd worden (Flavius Josephus, Joodse Oudheden Hoofdstuk X, ix.7b). Zie het artikel op dit blog van 08.02.2018, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1517785200&stopdatum=1518390000

     

    In het eerste hoofdstuk van de profeet Hosea lezen we de belofte van een herstel van de twaalf stammen (10+2) nationaal en geestelijk in het land Israël. Een profetie die in de tijd gezien voorbij de terugkeer uit Babylonische ballingschap en later de eerste komst van de Messias, gaat. Een profetie die tot op heden al 2700 jaar op zich laat wachten, maar eens werkelijkheid zal worden.

    Hosea 1:7 Maar over het huis van Juda zal Ik Mij ontfermen, en zal ze verlossen door den HEERE, hun God, en Ik zal ze niet verlossen door boog, noch door zwaard, noch door krijg, door paarden noch door ruiteren. 8 Als zij nu Lo-ruchama gespeend had, ontving zij, en baarde een zoon. 9 En Hij zeide: Noem zijn naam Lo-ammi; want gijlieden zijt Mijn volk niet, zo zal Ik ook de uwe niet zijn. 10 Nochtans zal het getal der kinderen Israëls zijn als het zand der zee, dat niet gemeten noch geteld kan worden; en het zal geschieden dat ter plaatse, waar tot hen gezegd zal zijn: Gijlieden zijt Mijn volk niet; tot hen gezegd zal worden: Gij zijt kinderen des levenden Gods. 11 En de kinderen van Juda, en de kinderen Israëls zullen samenvergaderd worden, en zich een enig hoofd stellen, en uit het land optrekken; want de dag van Jizreël zal groot zijn. 12 Zegt tot uw broederen: Ammi, en tot uw zusteren: Ruchama.

     

     

    © Rev. Clarence Larkin (1850–1924). Het schema hierboven toont het tijds-dal van bijna tweeduizend jaar dat de profeten van het Oude Testament niet te zien kregen wanneer zij over de komst van de Messias en het herstel van alle dingen profeteerden (Romeinen 16:25-26, Efeze 3:9). In de tijdskloof van 30 AD tot op 20?? AD wordt de Ekklesia gevormd en is Israël als heilsorgaan (tijdelijk) opzijgezet.

     

    Sinds 1948 zijn we getuige van het nationale herstel van Israël met een belangrijk deel van de Joodse wereldbevolking stevig geworteld in het land en een natie dat verleden jaar zijn zeventigste verjaardag vierde.

    Het zeventigste jubeljaar van 1987/1988 zag echter geen bijzondere geestelijke gebeurtenis. Integendeel de vroege en de late regen verbonden aan de sabbat- en jubeljaren blijft uit. De reden is het uitgesproken LO-AMMI en LO-RUCHAMA – niet mijn volk – geen vaderliefde, door de profeet Hosea. ‘Ter plaatse’ echter waar het oordeel is uitgesproken zullen zij op God ’s tijd genoemd worden: ‘kinderen des levenden Gods’, samen vergaderd worden en na het geestelijk herstel in de woestijn het beloofde land opnieuw binnentrekken. De plaats waar dit zal gebeuren is het dal van Achor. Het is een gelovig overblijfsel van de nazaten die de staat Israël in 1948 gesticht hebben die door de HEERE God vanuit de ballingschap in de woestijn naar het land teruggeleid zullen worden. De chronologie van deze toekomstige gebeurtenissen heb ik eerder op dit blog behandelt met het artikel van 28.06.2017: de chronologie van de Apocalyps, zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1498428000&stopdatum=1499032800

     

    Dat er een derde (korte) laatste ballingschap komt vind men op meerdere plaatsen in de Bijbel vermeld. Als eerste Bijbelgedeelte volgt hierna de profeet Hosea:

    Hosea 2:13 Daarom, ziet, Ik zal haar lokken, en zal haar voeren in de woestijn; en Ik zal naar haar hart spreken. 14 En Ik zal haar geven haar wijngaarden van daar af, en het dal Achor, tot een deur der hoop; en aldaar zal zij zingen, als in de dagen harer jeugd, en als ten dage, toen zij optoog uit Egypteland. 15 En het zal te dien dage geschieden, spreekt de HEERE, dat gij Mij noemen zult: Mijn Man; en Mij niet meer noemen zult: Mijn Baäl! 16 En Ik zal de namen der Baäls van haar mond wegdoen; zij zullen niet meer bij hun namen gedacht worden. 17 En Ik zal te dien dage een verbond voor hen maken met het wild gedierte des velds, en met het gevogelte des hemels, en het kruipend gedierte des aardbodems; en Ik zal den boog, en het zwaard, en den krijg van de aarde verbreken, en zal hen in zekerheid doen nederliggen. 18 En Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid; ja, Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht, en in goedertierenheid en in barmhartigheden. 19 (En Ik zal u Mij ondertrouwen in geloof; en gij zult den HEERE kennen. (Statenvertaling)

     

    De beschreven woestijn ligt in het Over-Jordaanse gebied waar ooit de Moabieten, Ammonieten en Edomieten hun woonplaats hadden.

     

     

    Daniël 11:40 En op den tijd van het einde, zal de koning van het Zuiden tegen hem met hoornen stoten; en de koning van het Noorden zal tegen hem aanstormen, met wagenen, en met ruiteren, en met vele schepen; en hij zal in de landen komen, en hij zal ze overstromen en doortrekken. 41 En hij zal komen in het land des sieraads, en vele landen zullen ter nedergeworpen worden; doch deze zullen zijn hand ontkomen, Edom en Moab, en de eerstelingen der kinderen Ammons. 42 En hij zal zijn hand aan de landen leggen, ook zal het land van Egypte niet ontkomen. 43 En hij zal heersen over de verborgen schatten des gouds en des zilvers, en over al de gewenste dingen van Egypte; en die van Libye, en de Moren zullen in zijn gangen wezen. 44 Maar de geruchten van het Oosten en van het Noorden zullen hem verschrikken; daarom zal hij uittrekken met grote grimmigheid om velen te verdelgen en te verbannen. 45 En hij zal de tenten van zijn paleis planten tussen de zeeën aan den berg des heiligen sieraads; en hij zal tot zijn einde komen, en zal geen helper hebben.

     

    De koning van het noorden van de profeet Daniël komt uit het gebied van het Griekse-Syrische Rijk van de tweede eeuw v. Chr. Een macht die zich heden nog noordelijk van Israël moet manifesteren. Geen één historische koning van het Grieks-Syrische Rijk van de oudheid heeft ooit een offensief zoals beschreven in Daniël 11:40-45 uitgevoerd. Het is een profetie die wacht op de tijd van het einde (Dan. 11:40).

    De Bijbelse koning van het noorden zal zich tot aan de beschreven oorlog van Daniël 11:40-45 als een pseudovredevorst voordoen en velen in Israël en de wereld misleiden. Hij wordt in het profetisch Woord van de Bijbel onder meerdere namen genoemd. Zie het artikel van 12.01.2015 op dit blog, de Assyriër van de eindtijd, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1421017200&stopdatum=1421622000

     

    De profeet Jeremia sluit bij de eindtijdprofeten aan wanneer hij het volk der overgeblevenen beschrijft die aan het zwaard van de koning van het noorden ontkomen zijn en in de woestijn bescherming vinden.

    Jeremia 31:1 Ter zelfder tijd, spreekt de HEERE, zal Ik allen geslachten Israëls tot een God zijn; en zij zullen Mij tot een volk zijn. 2 Zo zegt de HEERE: Het volk der overgeblevenen van het zwaard heeft genade gevonden in de woestijn, namelijk Israël, als Ik henenging om hem tot rust te brengen. 3 De HEERE is mij verschenen van verre tijden! Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid. 4 Ik zal u weder bouwen, en gij zult gebouwd worden, o jonkvrouw Israëls! gij zult weder versierd zijn met uw trommelen, en uitgaan met den rei der spelenden. 5 Gij zult weder wijngaarden planten op de bergen van Samaria; de planters zullen planten, en de vrucht genieten. 6 Want er zal een dag zijn, waarin de hoeders op Efraïms gebergte zullen roepen: Maakt ulieden op, en laat ons opgaan naar Sion, tot den HEERE, onzen God!

     

    Het laatste Bijbelboek vermeld eveneens de vlucht naar de woestijn en geeft de tijdsperiode van de ballingschap weer: 1260 dagen of 3 ½ jaar. De vrouw is hier de aanstaande bruid die Hosea 2:13-19 beschrijft en de jonkvrouw Israëls van Jeremia.

    Openbaring 12:6 En de vrouw vluchtte in de woestijn, alwaar zij een plaats had, haar van God bereid, opdat zij haar aldaar zouden voeden duizend tweehonderd zestig dagen.

     

    Het beschreven Over-Jordaanse gebied behelst de huidige landen Jordanië en noordwest Saoedi-Arabië. Het is het gebied ook waar de berg zich bevind waar Mozes de Tien Woorden op stenen tafelen van de HEERE God in ontvangst nam.

    Openbaring 14:1 En ik zag, en ziet, het Lam stond op den berg Sion, en met Hem honderd vier en veertig duizend, hebbende den Naam Zijns Vaders geschreven aan hun voorhoofden.

     

    De profeet Jesaja spreekt eveneens over de berg van de dochter van Sion, een berg die in de woestijn van de eindtijd te plaatsen is.

    Jesaja 16:1 Zendt de lammeren van den heerser des lands van Sela af, naar de woestijn henen, tot den berg der dochter van Sion. 2 Anderszins zal het geschieden, dat de dochteren van Moab aan de veren van Arnon zullen zijn, als een zwervende vogel, uit het nest gedreven zijnde. 3 Brengt een raad aan, houdt gericht, maakt uw schaduw op het midden van den middag, gelijk van den nacht; verbergt de verdrevenen, en meldt den omzwervende niet. 4 Laat mijn verdrevenen onder u verkeren, o Moab! wees gij hun een schuilplaats voor het aangezicht des verstoorders; want de onderdrukker heeft een einde, de verstoring is te niet geworden, de vertreders zijn van de aarde verdaan. (Statenvertaling)

     

    Voor een periode van 3 ½ jaar zal een overblijfsel van Israël veilig geborgen in het Over-Jordaanse gebied vertoeven. Aan het einde van hun ballingschap wanneer de koning van het noorden aan zijn einde is gekomen zullen zij volgens de profeet Hosea 2:13-14 via het dal van Achor dat dan als een deur der hoop zal zijn, het land opnieuw binnengeleid worden.

    Het is dan aan het einde van de grote verdrukking, de tijd van benauwdheid voor Israël dat de opstanding ten eeuwigen leven, voor de getrouwen uit de tijd van het oude testament werkelijkheid zal worden.

    Daniël 12:1 En te dier tijd zal Michaël opstaan, die grote vorst, die voor de kinderen uws volks staat, als het zulk een tijd der benauwdheid zijn zal, als er niet geweest is, sinds dat er een volk geweest is, tot op dienzelven tijd toe; en te dier tijd zal uw volk verlost worden, al wie gevonden wordt geschreven te zijn in het boek. 2 En velen van die, die in het stof der aarde slapen, zullen ontwaken, dezen ten eeuwigen leven, en genen tot versmaadheden, en tot eeuwige afgrijzing.

     

    De onschuldig gedode zonen en dochters uit het geslacht van Achan (Jozua 7:24-26) die samen met hun vader nabij Jericho in het dal van Achor vernietigd werden zullen dan opstaan en na een tijdskloof van circa 3500 jaar het land beërven.

     

    Aanbevolen lectuur over het onderwerp: zie link,

    https://www.zoeklichtwebshop.nl/zoeklichtuitgaven/daniel-gods-weg-met-israel-en-de-volke.html

    en link, https://www.bol.com/nl/p/lijnen-naar-de-eindtijd/1001004002112660/

     

    Wordt vervolgd….

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

    Recente publicaties:

     

     

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    25-02-2019 om 10:56 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    18-02-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De kalender van het oude Egypte nagerekend...

    De kalender in het oude Egypte telde drie seizoenen en was ten tijde van het Oude Rijk opgedeeld in vier maanden van elk dertig dagen wat een jaar van 360 dagen uitmaakte. Net zoals het aantal dagen in een jaar dat we in het Bijbelboek Genesis kunnen vinden: 360. Aan de basis van deze kalender lag de grootvizier van farao Zoser van de derde dynastie: Imhotep. In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 65-71, geef ik aandacht aan deze bijzondere man en identificeer hem met de aartsvader Jozef, als onderkoning van Egypte. Ten tijde van het Nieuwe Rijk in Egypte werd het noodzakelijk als een gevolg van verstoringen aan de kosmische hemel vijf dagen aan de jaarkalender toe te voegen. Over de oorzaak voor de verstoringen van de loop van de aarde om de zon gaf ik al meerdere malen aandacht op dit blog. Het laatste artikel dateert van 10.09.2018, zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1536530400&stopdatum=1537135200

    De vijf 'toegevoegde' dagen of ‘epagomenen’ werden beschouwd als de geboortedagen van enkele belangrijke goden. De epagomenen waren schrikkeldagen en werden als ongeluksdagen beschouwd.

    Het kalenderjaar begon in Egypte met het overstromingsseizoen wanneer de Nijl in de maand juli buiten haar oevers trad als een gevolg van de voorjaar-regens in het gebied van de Grote Meren in Centraal-Afrika, waar de Nijl ontspringt.

     

     

    Een papieren kalender zoals wij die vandaag hanteren was voor de agrarische samenleving van Egypte van minder belang. In de praktijk begon het nieuwe jaar officieel met de jaarlijkse overstroming van de Nijl en de volgende seizoenen volgden daarna vanzelf: ploegen, zaaien, oogsten. Het plotselinge wassen van het Nijlwater luidde een nieuw jaar in en werd gedateerd als de eerste dag van de maand Thoth. Het was ook de tijd dat de Hondsster zichtbaar was.

     

    De moderne egyptologie leert echter dat de Egyptenaren geen idee hadden dat een jaar 365,25 dagen telt en dat daarom hun kalender na een tijd niet meer in de pas met de seizoenen zou gelopen hebben? Volgens de theorie hielden de Egyptenaren zich aan een burgerlijke en aan een astronomische kalender die slechts één keer in 1460 jaar gelijk liep.

    Een belangrijke hint voor deze theorie haalden zij uit het werk dat de Romein Censorinus in het jaar 239 AD schreef. Een boek genaamd DE DIE NATALI ter ere van de verjaardag van Censorinus’ broodheer: QUINTUS CAERELLIUS. In dit boek schreef Censorinus dat in het jaar 139 AD de Hondsster verschenen was op de eerste dag van de maand Thoth, en dat die dag gelijk viel met 19 juli van de Romeinse kalender. De zogenaamde astronomische Sothis-kalender en verondersteld tijdperk met tijdschijven van 1460 jaar heeft hier zijn oorsprong en niet eerder. Het blijkt bij nader onderzoek een uitvinding van Grieken en Romeinen te zijn geweest. De Egyptoloog Cecil Torr (1857/1928) bijvoorbeeld en een tegenstander van het eerste uur na de introductie van de vermeende Sothis-kalender door de egyptoloog Eduard Meyer stelt dat de Sothis-cyclus een uitvinding van de Grieken was, van latere tijd:

    This all looks as though the cycle was invented by the later Greeks at Alexandria. Nor is there anything to indicate that it was known to the Egyptians in earlier times; no mention of it being found in their inscriptions or papyri, though occasionally these note the rising of the dog-star, Memphis and Mycenae, 1896.

     

     

    © BW Bijbel en Archeologie 1 – ISBN 9070145049, een naar mijn mening verhelderende algemene studie is die van de hand van wijlen de heer F. J. Kerkhof (1916/1999), waarmee de Sothis-kalender van de egyptoloog Eduard Meyer weerlegd word.

     

    Dat de oud-Egyptenaren geen kennis van het schrikkeljaar hadden wordt weerlegd door de geleerde en revisionist van de geschiedenis van de oudheid Dr. Donovan A. Courville (1901/1996) in diens studie: The Exodus Problem and its Ramifications, Volume 2, Chapter IV. Courville verwijst in zijn boek naar het feit dat de basis van de grote piramide op het Gizeh-plateau 365,24 el bedraagt, en dit op basis van een veronderstelde Piramide-el die gelijk zou zijn aan de Bijbelse Hebreeuwse el. Courville merkt op dat de afmetingen van de basis van de grote piramide aantonen dat de oude Egyptenaren vertrouwd waren met schrikkeljaren aangezien 365,2422 el gelijk staat aan het aantal dagen dat een zonnecyclus heeft. Courville weerlegd zo de moderne egyptologie en haar theorie die er vanuit gaat dat de Egyptenaren deze kennis niet hadden en daarom twee kalenders hanteerden.

    Verder verwijst Courville naar de oudheid-historicus Flavius Josephus die schreef dat het Abraham was die de Egyptenaren aritmetica en astronomie bijbracht.

    “1. …… He (pharaoh) also made him (Abram) a large present in money, and gave him leave to enter into conversation with the most learned among the Egyptians; from which conversation his virtue and his reputation became more conspicuous than they had been before.

    2. For whereas the Egyptians were formerly addicted to different customs, and despised one another's sacred and accustomed rites, and were very angry one with another on that account, Abram conferred with each of them, and, confuting the reasoning’s they made use of, every one for their own practices, demonstrated that such reasoning’s were vain and void of truth: whereupon he was admired by them in those conferences as a very wise man, and one of great sagacity, when he discoursed on any subject he undertook; and this not only in understanding it, but in persuading other men also to assent to him. He communicated to them arithmetic, and delivered to them the science of astronomy; for before Abram came into Egypt they were unacquainted with those parts of learning; for that science came from the Chaldeans into Egypt, and from thence to the Greeks also”. (Flavius Josephus, Joodse Oudheden, Boek I, viii.)

     

    In zijn boek stelt Cecil Tor dat er geen enkele indicatie in Egyptische oudheid-documenten voorkomt dat de Egyptenaren de Sothis-cyclus kenden, geen vermelding wordt er over gevonden in hun inscripties of papyri, buiten enkele occasionele vermeldingen over het opkomen van de Hondsster.

    Het zijn de enkele occasionele vermeldingen die orthodoxe egyptologen telkens opnieuw aanhalen ter staving van hun stelling dat er een Sothis-kalender in het oude Egypte gebruikt werd. Eén van hun vermeende bewijzen is het zogenaamde Ebers-papyrus dat een vermelding naar het opkomen van de Hondsster of Sothis zou hebben. Het Ebers papyrus is een document van twintig meter lang en dertig centimeter breed en ruim 3000 jaar oud. Het wordt in de Bibliotheek van de universiteit van Leipzig bewaard. Het werd in Egypte in 1873 door professor Georg Ebers verkregen die het papyrus later aan de universiteit schonk. Het document beschrijft vooral ziektes en de voorgeschreven medicijnen van die tijd. Op de achterzijde van een van de vellen staat een vermelding naar een soort kalender. Ook staat er op het papyrus een verwijzing naar het negende regeringsjaar van farao Zeserkere (Djeserkare). Het identificeren van de Egyptische naam Zeserkere is moeilijk maar er wordt aangenomen dat de naam gelijk is aan Amonhotep I (volgens zijn Griekse naam) van de achttiende dynastie is.

     

     

    Het is de verdienste van de Egyptoloog David Rohl en revisionist van de geschiedenis van de oudheid één en ander betreffende het Eber-papyrus uitgepluisd en rechtgezet te hebben. In zijn boek ‘A Test of Time’, 1995, Chapter 5, The Ebers Calendar en appendix D, merkt hij op dat het papyrusfragment een voorspelling bevat en geen vaststelling is van een historisch feit. De tekst luidt: “u moet weten dat het opkomen van SOPDET zal gebeuren in de vierde maand Pharmuti, op dag zestien”. Er is alzo helemaal geen verwijzing naar een heliakaal opkomen van de Sothis- of Hondsster maar in de plaats wordt er naar de kroning van de farao die zo een nieuwe regeringsjaarkalender wilde instellen, verwezen. Tenminste dat was de intentie van de farao, volgens Rohl. Hierna de tekst op de achterzijde van de Eberskalender.

    1. Year 9, under the person of the dual king Djeserkare, living forever;

    2. New Year’s festival, month III of Shemu, day 9, the going forth of Sopdet;

    3. Tekhy, month IV of Shemu, day 9, the going forth of Sopdet;

    4. Menkhet, month 1 of Akhet, day 9, the going forth of Sopdet;

    5. Huther , month II of Akhet, day 9, the going forth of sopdet;

    6. Kaherka, month III of Akhet, day 9, the going forth of sopdet;

    7. Shefbedet, month IV of Akhet, day 9, the going forth of sopdet;

    8. Rekeh (1st), month I of Peret, day 9, the going forth of sopdet;

    9. Rekeh (2nd) month II of Peret, day 9, the going forth of sopdet;

    10 Renutet, month III of Peret, day 9, the going forth of sopdet;

    11. Khonsu, monh IV of Peret, day 9, the going forth of sopdet;

    12 Khentykhet, month I of Shemu, day 9, the going forth of sopdet;

    13 Ipet, month II of Shemu, day 9, the going forth of sopdet;

     

    Het papyrus werd in Egyptisch hiëratisch schrift van rechts naar links geschreven. Op het papyrus zijn duidelijk de herhalingstekens vanaf lijn drie te merken, waar in lijn twee ‘the going forth of Sopdet’ vermeld staat. Dit gegeven is in tegenspraak met de orthodoxe verklaring voor dit papyrus. De orthodoxie zoekt een melding van een eenmalig opkomen van de Hondsster terwijl het Ebers-papyrus een opkomen voor iedere maand opgeeft, wat in geval van de Hondsster niet mogelijk is aangezien deze slechts eenmaal per jaar verschijnt. De conclusie is dat de gehele constructie/fabricatie waar de orthodoxie de Egyptische dynastieën op de tijdsbalk mee rangschikt, fout is. Met een beetje ironie eigen aan de Britten, merkt Rohl tot slot het volgende op: “So, I cast off the tethering rope of Egyptian history from this long used but now corroded and insecure anchor..”

    Een ketting is maar zo sterk als haar zwakste schakel. Het studiewerk van Rohl verbreekt hier de zwakste schakel en tegelijkertijd het ankerjaar bij uitstek waar de orthodoxe egyptologie haar fabricatie mee verbind.

    Cecil Torr toonde in zijn boek ‘Memphis en Mycenae’ in 1896 al aan dat men het Ebers-papyrus niet kan gebruiken ter bewijsvoering dat ten tijde van farao Amonhotep I een Sothis-periode begon. Hij maakte duidelijk dat de Egyptische jaarkalender ten tijde van Amonhotep een jaar van 360 dagen telde en wanneer men een huidig zonnejaar van 365,25 dagen in een kalender die op een jaar van 360 dagen gebaseerd is tracht in te lezen, tot foute bevindingen komt.

    “In a calendar, written on the back of a papyrus, the rising of the dog star is placed on day 9 of month 11 in year 9 of king Ser-ka-Ra. This is presumably Ser ka Ra Amen-hetep of Dyn. 18; and he came to the throne in 1249 at latest. Had there been 365 days to the year, day 9 of month 11 would have been 57 days from day 1 of month 1 in the year after; and then year 9 of king Ser ka Ra would have been assignable to 1550 BC, that being four times 57 years before 1322 BC, the supposed date of the rising of the dog star on day 1 of month 1. But this calendar proceeds from day 9 of month 12 to day 9 of month 1 just as it proceeds from day 9 of any other month to day 9 of the next; so that it clearly is intended for the year of 360 days with twelve months of thirty days apiece and nothing added. And thus it will not serve to fix the date of king Ser ka Ra Amen-hetep, as there is nothing to fix the date at which the dog star rose on day 1 of month 1 in these years of 360 days apiece.”

    (Memphis and Mycenae, Cecil Torr, Chapter IV, Egyptian Chronology: The Calendar.)

     

     

    © Christoph Marx (1931/2016), een schematisch overzicht van de rampzalige tijdsconstructie van de orthodoxe Egyptologie op basis van veronderstelde Sothis-perioden.

     

    Tot slot wil ik er op wijzen dat de Egyptische oudheidhistoricus Manetho nergens in zijn bewaard gebleven overlevering enige indicatie geeft dat er Sothis-perioden van 1460 jaar in het oude Egypte bestaan zouden hebben. Wat zeer opmerkelijk is wanneer we bedenken dat Manetho echt zijn best gedaan heeft middels het aantoonbaar manipuleren en vervalsen van geschiedkundige gegevens, zijn geschiedenis van Egypte tot de oudste van heel de oude wereld te maken. Moesten er Sothis-perioden bestaan hebben zou hij er zeker gebruik van gemaakt hebben.

     

    Conclusie: de dateringsmethode van de orthodoxe Egyptologie is onderuit gehaald en de schikking van de Egyptische dynastieën op de tijdsbalk zal nu moeten gebeuren via andere en betere ankerpunten. De historische boeken van de Bijbel bevatten zulke ankerpunten. Ook de oudheidhistoricus Herodotos verdient eerherstel en zou wat zijn rangschikking van de Egyptische farao ’s betreft ‘au sérieux’ genomen moeten worden.

    De discussie onder Bijbelvorsers over een vroege of een late datering van de exodus hoeft niet meer. Het aannemen van een late datering van de exodus om deze (ongeveer) te laten passen met de regeerperiode van Seti I en Ramses II is overbodig. Seti I en Ramses II horen namelijk op de tijdsbalk niet thuis in de dertiende eeuw v. Chr. Zie het artikel van 28.01.2019, link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?ID=3140306

     

    Wordt vervolgd…

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    18-02-2019 om 08:28 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    11-02-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.een tijdsperiode van 480 jaar

    1 Koningen 6:1 Het geschiedde nu in het vierhonderd en tachtigste jaar, na den uitgang der kinderen Israëls uit Egypte, in het vierde jaar van het koninkrijk van Salomo over Israël, in de maand Ziv (deze is de tweede maand), dat hij het huis des HEEREN bouwde. (Statenvertaling)

     

    Het artikel op dit blog van 28.01.2019 ging over een twistpunt onder theologen en Bijbelvorsers over de vroege en de late datering van de exodus. Zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?ID=3140306

    Een Bijbelgetrouwe groep leert een vroege datering van de exodus in de vijftiende eeuw v. Chr. en dit op basis van het hiervoor geciteerde Bijbelgedeelte uit 1 Koningen 6:1. Een meerderheid van onderzoekers leert echter een late datering in de dertiende eeuw v. Chr. Zij doen dit vooral op basis van hun keuze voor de kandidaat-farao voor de exodus: Ramses II. Het is de orthodoxe egyptologie die deze farao op basis van het gebruik van een vermeende Sothis-kalender, in de dertiende eeuw v. Chr. op de tijdsbalk plaatste.

    De tijdsperiode van 480 jaar tussen het vierde regeringsjaar van Salomo en de exodus van Israël uit Egypte wordt door deze groep van godgeleerden niet letterlijk genomen? Hun argumentatie is dat de tijdsperiode van 480 jaar de som is van 40 x 12 en daarom een symbolische betekenis moet hebben? Evenzo het jaartal 40 voor de leeftijd van Mozes bij zijn vlucht naar Midian en nog eens 40 jaar voor zijn verblijf aldaar. In totaal tachtig jaar die volgens hen ook niet letterlijk te nemen zijn. De Richterenperiode, die voor Israël volgde na de dood van Jozua en liep tot de profeet Samuël en de zalving van Saul tot eerste koning over het Verenigd Koninkrijk van Israël, is het volgende struikelblok. Deze lange periode past chronologisch alleen binnen het kader van de 480 jaar. In mijn boek ‘dertig jubeljaren, blz. 43-46 en 235’ dat in 2018 gepubliceerd werd, rangschik ik de Richters op de tijdsbalk aan de hand van de sabbat- en jubeljaren. Een belangrijk ijkpunt op de tijdsbalk is de vermelding in het Bijbelboek Richteren 11:26 dat wanneer Jefta het Richter-schap opneemt, er exact driehonderd jaar sinds de intocht van de Israëlieten in Kanaän verlopen zijn, veertig jaar na de exodus. Ook de tijdspanne van 300 jaar is een obstakel voor de late datering van de exodus en wordt niet letterlijk genomen en weggeredeneerd.

     

    De wonderen zijn echter de wereld niet uit en bij de studie van de Bijbel en vooral de geschiedenis van Israël in haar diaspora komt men regelmatig wonderlijke zaken zoals bepaalde tijdsperioden tegen. Zulk is de observatie dat de HEERE God in Zijn handelen met het Joodse volk soms ronde getallen in bepaalde tijdspannes gebruikt. In mijn eerder vermelde boek ‘Dertig Jubeljaren’ geef ik aandacht aan het herstel van Israël, geestelijk en nationaal in het oude land der vaderen. Zo maak ik onder andere een tijdsprong van het dertigste jubeljaar in 27/28 AD naar het zeventigste jubeljaar dat voor het najaar van 1987 berekend werd en tracht één en ander profetisch in te vullen. Mathematisch gezien was oktober 1987/september 1988 een jubeljaar. In de praktijk was echter aan geen enkele voorwaarde voldaan om over een Jubeljaar te kunnen spreken. Op zwarte maandag 19 oktober 1987 vond in New York een beurscrash plaats die wereldwijd zware economische gevolgen had en nog jaren later nazinderde. Korte tijd later begon in Israël de eerste Intifada, een Arabische volksopstand tegen het Israëlische militaire bestuur in Gaza, Judea en Samaria. Geen enkele belofte aan een Jubeljaar verbonden, ging toen in vervulling. Waar is het fout gelopen?

     

     

    Maar er is meer aan de hand. Toen ik mijn boek EXODUS in het jaar 2016 publiceerde schreef ik in het voorwoord dat voor het volgende jaar de exodus van 1483 v. Chr., in totaal 3500 jaar geschiedenis zou betekenen. Nu hebben de jaartallen 2017/2018 geen bijzondere gebeurtenis in de geschiedenis van Israël gezien.

    Een eenvoudige rekensom leert echter dat wanneer men vanaf de Exodus met een schijf van 3000 jaar rekent men op de tijdsbalk in het jaar 1517 AD uitkomt. En het jaar 1517 is getuige geweest van twee merkwaardige gebeurtenissen zowel voor Israël in haar diaspora als voor de Ekklesia.

     

     

    Op 31 oktober 1517 namelijk nagelde de moedige hervormer Maarten Luther zijn 95 stellingen ‘tegen’ de Roomse kerk te Wittenberg wat het begin van de reformatie zag. Het christendom zou de Bijbel in de volkstaal ter beschikking krijgen. De opnieuw gevonden Boodschap was het: sola fide, sola gratia en sola scriptura. Rechtvaardiging komt volgens de Bijbel alleen door het geloof en niet door goede werken en sacramenten. Alleen de genade als gave van God redt een mens zonder bemiddeling van mannelijke priesters en sacramenten. Door het geloof is een kind van God ten allen tijde in een staat van genade. Alleen de Schrift of Bijbel is het Woord van God en kan zonder tussenpersonen door de gelovige geïnterpreteerd worden.

     

     

    Dat zelfde jaar 1517 was Israël sinds 70 AD in een wereldwijde diaspora met het toen ontvolkte land onder vreemde heerschappij. In 70 AD hadden de legioenen van Titus Jeruzalem en de Tempel met de grond gelijk gemaakt en een groot deel van de bevolking in ballingschap weggevoerd. In 135 AD volgde na een tweede Joodse opstand de volledige ontvolking van het land door de Romeinen.

    Na de splitsing van het Romeinse Rijk in twee delen zou het gebied van Israël tot 638 AD deel uit maken van het Oost-Romeinse Rijk. In het jaar 638 AD veroverden de geïslamiseerde Arabieren Jeruzalem. Zij zouden tot 1517 over het gebied van Israël heersen. Tussen de jaren 1095 tot 1271 zouden er kruistochten naar het heilig land en Jeruzalem door de legers van het christelijke westen gevoerd worden die enkele malen resulteerden in een overheersing van Jeruzalem door Europese vorsten.

     

     

    In het jaar 1517 veroverden de Turken Jeruzalem op de Arabieren en zou het gebied tot 1917 voor een tijdsperiode van vierhonderd jaar (!) deel uitmaken van het Ottomaanse Rijk.

    Het jaar 1517 is een mijlpaal in de profetische ontwikkeling zoals het in de Bijbel geschilderd wordt.

    “Het wereldgebeuren ontwikkelt zich volgens ‘modellen’ en profetische lijnen in de Bijbel”, merkte de Bijbelvorser wijlen Huib Verweij (1918/1987) al eerder op.

    De Ottomaanse/Islamietische overheersing van het gebied van Israël van het jaar 1517 tot 1917 heeft volgens de bekende evangelist Johannes de Heer (1866/1961) de landen en volken van het Midden-Oosten in een soort van winterslaap gehouden. Tot op Gods tijd want vanaf 1917 zou de profetische ontwikkeling met rasse schreden voortgang vinden.

    In december 1917 veroverden de Britten Jeruzalem op de Turken. Turkije had in 1914 toen in Europa de eerste wereldoorlog uitbrak, de zijde van Duitsland gekozen. Dit resulteerde voor het Ottomaanse Rijk in het verlies van al haar Arabische gebieden tegen het einde aan van de eerste wereldoorlog in 1918. Frankrijk en Engeland trokken in het Midden-Oosten daarop nieuwe grenzen en creëerden nieuwe staten waarbij Bijbelse oudheidlanden opnieuw tevoorschijn kwamen. Aan de verovering van Palestina op de Ottomanen was de Balfour-verklaring voorafgegaan. In dit document beloofde de Britse regering in november 1917 via Lord Rothschild aan de zionistische beweging, een thuisland voor Joden in Palestina. Die zionistische beweging was in de negentiende eeuw door Theodor Herzl (1860/1904) opgericht. Hij was een seculiere Jood, journalist en publicist en wordt als de vader van het moderne zionisme beschouwd. Herzl was als journalist voor de Weense krant Neue Freie Presse op het proces tegen Dreyfus in Frankrijk in 1894 aanwezig. De Joods-Franse officier Alfred Dreyfus werd daar beschuldigd van hoogverraad en spionage voor Duitsland. De Franse pers was toen voluit antisemietisch en schreef dagelijks over een vermeend Joods complot dat Frankrijk wilde verscheuren door middel van list, bedrog en omkoping. Herzl was bij de veroordeling en degradatie van Dreyfus zo geschokt dat hij naar huis ging en de eerste zinnen schreef van zijn traktaat ‘Der Judenstaat’: de Joden moesten een eigen staat krijgen. De tweede helft van de negentiende eeuw werd gekenmerkt door antisemitisme op het Europese continent. In het tsaristische Rusland vond pogrom op pogrom tegen Joodse medeburgers plaats wat resulteerde in de migratie van vele Joodse mensen naar West Europa en de Verenigde Staten van Amerika. Een minderheid van Oost-Europese Joden verkoos toen al naar Palestina te emigreren.

    Het eerste zionistische congres door Herzl georganiseerd vond plaats te Bazel in Zwitserland in 1897. De kiem voor een nationaal herstel in de vorm van een Joodse staat in Palestina werd toen geplant.

    Vijftig jaar later in 1947 werd de droom van Herzl werkelijkheid. Op 29 november 1947 stemden namelijk de Verenigde Naties met zetel in New York met een ruime meerderheid voor de deling van Palestina in een Joodse en een Arabische staat. In Europa waren zes miljoen Joodse mensen tijdens de tweede wereldoorlog (1939/1945) door de nazi ’s en hun bondgenoten vermoord.

     

     

    Ben Goerion leest op 14 Mei 1948 (5 Iar 5708) te Tel Aviv de onafhankelijkheidsverklaring voor. Op de achtergrond hangt een portret van Thedor Herzl tegen de muur.

     

    Een jaar later in mei 1948 werd de staat Israël één dag na het vertrek van de Britten uitgeroepen. Een Bijbelse profetie 2600 jaar geleden uitgesproken werd werkelijkheid.

    Ezechiël 37:1 De hand des HEEREN was op mij, en de HEERE voerde mij uit in den geest, en zette mij neder in het midden ener vallei; dezelve nu was vol beenderen. 2 En Hij deed mij bij dezelve voorbijgaan geheel rondom; en ziet, er waren zeer vele op den grond der vallei; en ziet, zij waren zeer dor. 3 En Hij zeide tot mij: Mensenkind! zullen deze beenderen levend worden? En ik zeide: Heere HEERE, Gij weet het! 4 Toen zeide Hij tot mij: Profeteer over deze beenderen, en zeg tot dezelve: Gij dorre beenderen! hoort des HEEREN woord. 5 Alzo zegt de Heere HEERE tot deze beenderen: Ziet, Ik zal den geest in u brengen, en gij zult levend worden. 6 En Ik zal zenuwen op u leggen, en vlees op u doen opkomen, en een huid over u trekken, en den geest in u geven, en gij zult levend worden; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben. 7 Toen profeteerde ik, gelijk mij bevolen was, en er werd een geluid, als ik profeteerde, en ziet een beroering! en de beenderen naderden, elk been tot zijn been. 8 En ik zag, en ziet, en er werden zenuwen op dezelve, en er kwam vlees op; en Hij trok een huid boven over dezelve, maar er was geen geest in hen. (Statenvertaling)

     

    De profeet Ezechiël leert dat er eerst een nationaal herstel van Israël komt, later gevolgd door een geestelijk herstel (Ez. 37:9-14). Dit als een gevolg van een invasie vanuit het verre noorden door Gog en Magog (Ez. 39:27-29). Zie ook het artikel van 22.10.2018, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1540159200&stopdatum=1540764000

    De profeet Jesaja leert ook een nationaal herstel voorafgaand aan een geestelijk herstel.

    Jesaja 43:4 Van toen af, dat gij kostelijk zijt geweest in Mijn ogen, zijt gij verheerlijkt geweest, en Ik heb u liefgehad; daarom heb Ik mensen in uw plaats gegeven, en volken in plaats van uw ziel. 5 Vrees niet, want Ik ben met u; Ik zal uw zaad van den opgang brengen, en Ik zal u verzamelen van den ondergang. 6 Ik zal zeggen tot het noorden: Geef; en tot het zuiden: Houd niet terug; breng Mijn zonen van verre, en Mijn dochters van het einde der aarde; 7 Een ieder, die naar Mijn Naam genoemd is, en dien Ik geschapen heb tot Mijn eer, dien Ik geformeerd heb, dien Ik ook gemaakt heb. 8 Breng voort het blinde volk, hetwelk ogen heeft, en de doven, die oren hebben. (Statenvertaling)

     

    Blind en doof als een larve met alle onvolkomenheden van dien handhaaft het nationale herstel van Israël zich al zeventig jaar, maar de vlinder is op komst.

    De Arabische landen die in New York tegen de verdeling van Palestina gestemd hadden vielen onmiddellijk de nieuwe staat aan en deden een eerste poging de Joden in zee te drijven. De zogenaamde onafhankelijkheidsoorlog zou tot 1949 aanslepen en eindigen in een wapenstilstand zonder uitzicht op vrede.

    In juni 1967 zou een tweede verdedigingsoorlog uitbreken. Egypte begon het conflict met het blokkeren van de Israëlische haven Eilat aan de Rode Zee. Israël overwon daarna op zes dagen tijd een coalitie van Arabische legers en veroverde Judea en Samaria op Jordanië, Gaza en de Sinaïwoestijn op Egypte en de Golanhoogten op Syrië. Op de volgende link kan men een documentaire zien over ‘The 50 Years War: Israel and the Arabs (1999)’, die in het bijzonder de geschiedenis behandelt vanaf 1947 tot 1997, link:

    https://www.youtube.com/watch?v=fSAD9pS8NIw&t=238s

     

    Wat opvalt wanneer men de geschiedenis vanaf 1897 doorneemt zijn de ronde getallen die zich telkens tussen belangrijke gebeurtenisjaren voordoen, 1897: het eerste zionistische congres, 1917: de Balfour-verklaring gevolgd door de verovering van Jeruzalem door de Britten, 1947: de VN stemt over de verdeling van Palestina, 1957: ondertekening van het verdrag van Rome in Europa, 1967: de tweede verdedigingsoorlog met de verovering van Oost-Jeruzalem en de Tempelberg op Jordanië, 1977: president Sadat van Egypte in de Knesset te Jeruzalem. De Israëlische regering sluit vrede met Egypte en geeft de eerder veroverde Sinaï in fases terug aan Egypte, 1987: het gemiste zeventigste jubeljaar. De volgende jaartallen eindigend met het getal zeven zagen geen bijzondere gebeurtenis: 1997, 2007 en 2017, wat duidelijk maakt dat andere wetmatigheden ook hun rol spelen. In een recent artikel van 21.01.2019 gaf ik al aandacht aan God ’s tijden, zie link:

    http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?ID=3139024

    In mijn uitgave ‘dertig jubeljaren’ van 2018 geef ik in de laatste twee hoofdstukken aandacht aan de tijdskloof tussen de eerste en de tweede komst van de Christus en het falen van Israël wat het zeventigste jubeljaar betreft. Ik beschrijf het als een scharniermoment in de tijd dat een periode van uitstel inluidde.

    Uiteindelijk zal dit conflict in de toekomst schijnbaar opgelost worden door ‘de nieuwe orde’ die zich in de wereld baan zal breken. Een pseudo-Messias zal voor een korte tijd, de oplossingen aanbieden en universele vrede brengen. De gehele wereld waaronder ook Israël en alle religies, zal in vervoering van dit genie komen. Wat hierop volgt is wat in het laatste boek van de Bijbel, Openbaring, het gevreesde Armageddon genoemd wordt culminerend in de wederkomst van Messias Jezus, gevolgd met het herstel van alle dingen. Een jaartal voor de wederkomst van Jezus Christus berekenen op basis van ronde getallen is echter onmogelijk. Wel leert de ontwikkeling sinds de tweede helft van de twintigste eeuw rond Israël, dat de tijd kort is.

     

    Wordt vervolgd…

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    11-02-2019 om 10:15 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    04-02-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jozua nu verbrandde Ai, en hij stelde haar tot een eeuwigen hoop, ter verwoesting, tot op dezen dag (Jozua 8:28).

    De titel voor onze aflevering van deze week ontlenen we uit het zesde Bijbelboek: Jozua. We bevinden ons in de lente van 1443 v. Chr. en op de tiende dag van de eerste maand Nisan (maart/april) waren de twaalf stammen van Israël onder leiding van Jozua de Jordaan nabij Jericho op een droge bedding doorgetrokken. Hun eerste obstakel was de vestingstad Jericho die zij op een heel bijzondere wijze konden veroveren en daarna tot op haar grondvesten verwoesten. In TIJD en TIJDEN, 2015, Jozua en de inbezitneming van Kanaän, blz. 121-132, ga ik uitvoerig op de inname van Jericho in. Na de verovering van Jericho keerde Jozua zijn aandacht naar Ai dat slechts enkele kilometers westelijk van Jericho in Kanaän verwijderd was. Ai was een vestingstad met een inwonertal van twaalfduizend mensen zowel mannen als vrouwen (Jozua 8:25).

     

     

    © Robert De Telder, Dertig Jubeljaren, 2018

    Aan de wonderlijke verovering van Jericho door de Israëlieten was een voorwaarde verbonden geweest: zij mochten namelijk geen buit uit de stad Jericho nemen.

    Jozua 6:17 Doch deze stad zal den HEERE verbannen zijn, zij en al wat daarin is; alleenlijk zal de hoer Rachab levend blijven, zij en allen, die met haar in het huis zijn, omdat zij de boden, die wij uitgezonden hadden, verborgen heeft. 18 Alleenlijk dat gijlieden u wacht van het verbannene, opdat gij u misschien niet verbant, mits nemende van het verbannene, en het leger van Israël niet stelt tot een ban, noch datzelve beroert. 19 Maar al het zilver en goud, en de koperen en ijzeren vaten, zullen den HEERE heilig zijn; tot den schat des HEEREN zullen zij komen. (Statenvertaling)

     

    Het zevende hoofdstuk van het Bijbelboek Jozua brengt de smartelijke geschiedenis van Achan de zoon van Charmi uit de stam van Juda, die in overtreding van het gebod van het verbannen te nemen, toch buit voor zichzelf genomen had en in zijn tent verstopt. De noodlottige gevolgen van deze daad kwam aan het licht toen Jozua verkenners van Jericho naar de stad Ai zond tot verdere inbezitneming van Kanaän. Op advies van de verkenners zond Jozua daarop ongeveer drieduizend man naar Ai ter inname van de vestingstad. Tot hun verbijstering versloegen de inwoners van Ai de legereenheid van Jozua en doodden ongeveer 36 man (Jozua 7:5). Ik neem aan dat dit de eerste gesneuvelden waren bij de Israëlieten met de inname van Kanaän. De belegering en de inname van Jericho zag geen enkele gevallene aan Israëlitische zijde. Daarom de verbijstering bij Jozua en het volk bij deze eerste doden. Jozua ging daarop in gebed voor de ark des HEEREN ter verkrijging van een antwoord van de HEERE God. In het Bijbelboek Jozua 7:11-15 lezen we het antwoord en de instructie voor de wegneming van de ban (Jozua 6:18). De stam van Juda wordt aangewezen als de stam waar de boosdoener uit voortkwam. Om uiteindelijk bij de clan van Achan te belanden met in diens tent de verstopte buit: ‘een schoon sierlijk Babylonisch overkleed, tweehonderd sikkelen zilvers, en een gouden tong, welker gewicht was vijftig sikkelen’. Het oordeel was drastisch maar blijkbaar nodig voor de rest van het volk dat nog een zware taak wachtte van zes jaar lang ter inbezitneming van het land Kanaän, op een veel sterkere vijand. Het waren ook allemaal jonge mensen. Jozua en Kaleb waren beide tachtigplussers en de enige overlevenden van de generatie die veertig jaar eerder uit Egypte met de exodus optrok. Wegens hun weigering en ongeloof om het Beloofde Land toen binnen te trekken werd die generatie veroordeeld tot veertig jaar omzwerving in de wildernis tot aan hun dood. De generatie die onder leiding van Jozua in 1443 v. Chr. aan de inname van Kanaän begon was in de wildernis geboren en opgegroeid.

    Jozua 7:24 Toen nam Jozua, en gans Israël met hem, Achan, den zoon van Zerah, en het zilver, en het sierlijk overkleed, en de gouden tong, en zijn zonen, en zijn dochteren, en zijn ossen, en zijn ezelen, en zijn vee, en zijn tent, en alles wat hij had; en zij voerden ze naar het dal Achor. 25 En Jozua zeide: Hoe hebt gij ons beroerd? De HEERE zal u beroeren te dezen dage! En gans Israël stenigde hem met stenen, en zij verbrandden hen met vuur, en zij overwierpen hen met stenen. 26 En zij richtten over hem een groten steenhoop, zijnde tot op dezen dag. Alzo keerde zich de HEERE van de hittigheid Zijns toorns. Daarom noemde men den naam dier plaats het dal van Achor, tot dezen dag toe.

     

     

    De opdracht om niet alleen Achan maar heel zijn gezin te verdelgen stuit in de huidige genadebedeling tegen de borst. Waarom moesten ook zijn zonen en dochters sterven? Zelfs zijn ossen, ezelen en vee moesten sterven. Dit begrijpen blijft ook vandaag moeilijk. Troost haal ik uit het Woord van God, bijvoorbeeld Deuteronomium 32:39 Ziet nu, dat Ik, Ik het ben, daar is geen God, behalve Mij. Ik dood en doe herleven, Ik verbrijzel en Ik genees, en niemand is er die redt uit mijn macht.

    Wanneer we focussen op het herleven en het genezen in plaats van op het doden, wordt een en ander aanvaardbaar. De Boodschap in de Bijbel is dat er ooit aan dit tranendal dat deze wereld onder de vloek is, een einde zal komen. Dat in de toekomst de HEERE God na de oordelen van de Apocalyps Zijn Messiaanse Vrederijk op aarde zal vestigen en dat alle doden dan zullen opstaan. Ook de gedode zonen en dochters van Achan zullen dan leven. Het dal van Achor waar de doodstraf over de clan van Achan voltrokken werd zal dan zelfs een deur der hoop worden (Hosea 2:13-14), langs waar een overblijfsel van Israël vanuit de woestijn van hun derde ballingschap het Beloofde Land zal binnentrekken.

     

    Na de voltrekking van het oordeel over de clan van Achan stuurt Jozua een nieuwe legertroep naar Ai, ditmaal dertigduizend man die met een krijgslist in staat zijn Ai te veroveren en te verwoesten. Hierna het relevante Bijbelgedeelte over de verwoesting van Ai door het leger van Jozua.

    Jozua 8:1 Toen zeide de HEERE tot Jozua: Vrees niet, en ontzet u niet; neem met u al het krijgsvolk, en maak u op, trek op naar Ai; zie, Ik heb den koning van Ai, en zijn volk, en zijn stad, en zijn land in uw hand gegeven. 2 Gij nu zult aan Ai en haar koning doen, gelijk als gij aan Jericho en haar koning gedaan hebt; behalve dat gij haar roof en haar vee voor ulieden roven zult; stel u een achterlage tegen de stad, van achter dezelve. 3 Toen maakte zich Jozua op, en al het krijgsvolk, om op te trekken naar Ai. En Jozua verkoos dertig duizend mannen,

     

     

    strijdbare helden, en hij zond hen bij nacht uit, 4 En gebood hun, zeggende: Ziet toe, gijlieden zult der stad lagen leggen van achter de stad; houdt u niet zeer verre van de stad, en weest gij allen bereid. 5 Ik nu, en al het volk, dat bij mij is, zullen tot de stad naderen; en het zal geschieden, wanneer zij ons tegemoet zullen uitgaan, gelijk als in het eerst, zo zullen wij voor hun aangezicht vlieden. 6 Laat hen dan uitkomen achter ons, totdat wij hen van de stad aftrekken; want zij zullen zeggen: Zij vlieden voor onze aangezichten, gelijk als in het eerst; zo zullen wij vlieden voor hun aangezichten. 7 Dan zult gijlieden opstaan uit de achterlage, en gij zult de stad innemen; want de HEERE, uw God, zal ze in uw hand geven. 8 En het zal geschieden, wanneer gij de stad ingenomen hebt, zo zult gij de stad met vuur aansteken; naar het woord des HEEREN zult gijlieden doen; ziet, ik heb het ulieden geboden. 9 Alzo zond Jozua hen heen, en zij gingen naar de achterlage, en zij bleven tussen Beth-el en tussen Ai, tegen het westen van Ai; maar Jozua overnachtte dien nacht in het midden des volks. 10 En Jozua maakte zich des morgens vroeg op, en hij monsterde het volk; en hij trok op, hij en de oudsten van Israël, voor het aangezicht des volks, naar Ai. 11 Ook trok al het krijgsvolk op, dat bij hem was; en zij naderden en kwamen tegenover de stad, en zij legerden zich tegen het noorden van Ai; en er was een dal tussen hem en tussen Ai. 12 Hij nam ook omtrent vijf duizend man, en hij stelde hen tot een achterlage tussen Beth-el en tussen Ai, aan het westen der stad. 13 En zij stelden het volk, het ganse leger, dat aan het noorden der stad was, en zijn lage was aan het westen der stad. En Jozua ging in denzelven nacht in het midden des dals. 14 En het geschiedde, toen de koning van Ai dat zag, zo haastten

     

     

    © James Tissot – 1836/1902

    zij en maakten zich vroeg op, en de mannen der stad kwamen uit, Israël tegemoet, ten strijde, hij en al zijn volk, ter bestemder tijd, voor het vlakke veld; want hij wist niet, dat hem iemand een achterlage leide van achter de stad. 15 Jozua dan, en gans Israël, werd geslagen voor hun aangezichten; en zij vloden door den weg der woestijn. 16 Daarom werd samengeroepen al het volk, dat in de stad was, om hen na te jagen; en zij joegen Jozua na, en werden van de stad afgetrokken. 17 En er werd niet een man overgelaten, in Ai, noch Beth-el, die niet uittrokken, Israël na; en zij lieten de stad openstaan, en joegen Israël achterna. 18 Toen sprak de HEERE tot Jozua: Strek de spies uit, die in uw hand is, naar Ai, want Ik zal hen in uw hand geven. Toen strekte Jozua de spies, die in zijn hand was, naar de stad aan. 19 Toen rees de achterlage haastelijk op van haar plaats, en zij liepen toe, met dat hij zijn hand uitgestrekt had, en kwamen aan de stad, en zij namen ze in, en zij haastten zich, en staken de stad aan met vuur. 20 Als de mannen van Ai zich achterom keerden, zo zagen zij, en ziet, de rook der stad ging op naar den hemel; en zij hadden geen ruimte, om herwaarts of derwaarts te vlieden; want het volk, dat naar de woestijn vluchtte, keerde zich tegen degenen, die hen najoegen. 21 En Jozua en gans Israël, ziende, dat de achterlage de stad ingenomen had, en dat de rook der stad opging, zo keerden zij zich om, en sloegen de mannen van Ai. 22 Ook kwamen die uit de stad hun tegemoet, zodat zij in het midden der Israëlieten waren, deze van hier en gene van daar; en zij sloegen hen, totdat geen overige onder hen overbleef, noch die ontkwam. 23 Doch den koning van Ai grepen zij levend, en zij brachten hem tot Jozua. 24 En het geschiedde, toen de Israëlieten een einde gemaakt hadden van al de inwoners van Ai te doden, op het veld, in de woestijn, in dewelke zij hen nagejaagd hadden, en dat zij allen door de scherpte des zwaards gevallen waren, totdat zij allen vernield waren; zo keerde zich gans Israël naar Ai, en zij sloegen ze met de scherpte des zwaards. 25 En het geschiedde, dat allen, die te dien dage vielen, zo mannen als vrouwen, waren twaalf duizend, al te zamen lieden van Ai. 26 Jozua trok ook zijn hand niet terug, die hij met de spies had uitgestrekt, totdat hij al de inwoners van Ai verbannen had. 27 Alleenlijk roofden de Israëlieten voor zichzelven het vee en den buit derzelver stad, naar het woord des HEEREN, dat Hij Jozua geboden had.

     

     

    28 Jozua nu verbrandde Ai, en hij stelde haar tot een eeuwigen hoop, ter verwoesting, tot op dezen dag. 29 En den koning van Ai hing hij aan een hout, tot aan den avondstond; en omtrent den ondergang der zon gebood Jozua, dat men zijn dood lichaam van het hout afname; en zij wierpen het aan de deur der stadspoort, en richtten daarop een groten steenhoop, zijnde tot op dezen dag. (Statenvertaling)

     

    De titel van mijn artikel vinden we in Jozua 8:28 terug. Zoals de vernietiging van Ai daar beschreven wordt blijkt dat de vestingstad daarna voor een lange tijd niet herbouwd is geworden. Toen de Bijbelboeken eeuwen later gecompileerd werden bleek de stad nog altijd een puinhoop te zijn.

    Men zou verwachten dat de archeologie hier een middel heeft tot een correct dateren van de vernietiging van Ai in relatie tot Jericho dat in hetzelfde seizoen van het zelfde jaar door de Israëlieten vernietigd werd. Maar niets blijkt minder waar te zijn. Men heeft er figuurlijk (maar heel toepasselijk) een puinhoop van gemaakt.

    Het is het herlezen van het werk van Dr. Donovan Courville (1901/1996) dat de aanzet voor dit artikel werd: The Exodus Problem and its Ramifications, 1971, Volume I, Chapter V, v. Het is een boek (twee volumes) dat ik in 1975 bij de aanvang van het bestuderen van mijn Bijbel aanschafte en sindsdien als naslagwerk gebruik. Naast zijn indrukwekkende lijst van onderscheidingen zoals B. Th., B.A., M.A., Ph. D, Chemistry, had Courville een grote interesse in archeologie, egyptologie en Bijbelse chronologie. In volume 2 (blz. 3) schrijft hij dat archeologie: “is anything but an exact science”, zo ook egyptologie en theologie. Met grote ijver heeft hij dan ook zijn opus magnum van haast zevenhonderd bladzijden voor Bijbelvorsers met interesse in egyptologie en archeologie, samengesteld en nagelaten.

    Wat Ai betreft hebben archeologen inderdaad vastgesteld dat de stad in de oudheid vernietigd werd maar dat deze vernietiging ongeveer zeshonderd jaar voor de intocht van de Israëlieten geschiedde en dat de vestingstad daarna meer dan achthonderd jaar een ruïne bleef. Sindsdien bestaat er een discussie waarbij het Bijbelverhaal meestal in twijfel getrokken wordt, daar waar men eerst de dateringsmethode in vraag zou moeten brengen. Wat blijft is een kluwen als een gevolg van het niet voor historisch correct houden van de relevante historische Bijbelboeken.

    Hierna een schema van Courville van de archeologische aardlagen in Israël en hun datering aan de hand van de egyptologie:

    Archeaological difficulties disappear with a redating of Early Bronze IV, Table III

    The Archeaological Ages

    Archeaological Age      Aproximate        Egyptian or Palestine

                                         Conventional      Contemporary

                                         BC Dates__________________________

    Mesolithic                    10000/5000      Predynastic Egypt

    and Neolithic

    Chalcolithic                  5000/3.300       Predynastic Egypt

    Early Bronze I              3300/2800        Late Predynastic into Dynasty I

    Early Bronze II             2800/2500        Late Dynasty through Dynasty II

    Early Bronze III           2500/????          The pyramid age

    Early Bronze IV      ????/????          Dynasty VI

    (E.B. IIIb intermediate         /????          Dynasties VII to XI

    Middle Bronze I           2000/1900        Early XII Dynasty

    Middle Bronze IIa        1900/1780                   Late XII Dynasty

    Middle Bronze IIb        1780/1600                   Dynasty XIII into Hyksos period

    Middle Bronze IIc        1600/1550          Late Hyksos period

    Late Bronze I               1550/1480          Early XVII Dynasty

    Late Bronze IIa            1480/1300                   Middle XVIII Dynasty

    Late Bronze IIb            1300/1200                   The Amarna age

    Iron I                            1200/900           Era of the Judges and United

                                                                      Monarchy of Israel

    Iron II                           900/600            Divided Monarchy of Israel

    Iron III                         600/300            Egypt under Babylon and Persia

    (The Exodus Problem and its Ramifications, 1971, Volume 1, Chapter VI,)

     

     

    Dr. Donovan Courville laat de Exodus op het einde van de Egyptische zesde dynastie van het Oude Rijk plaatsvinden en verplaatst Vroeg Brons IV naar de tweede helft van de vijftiende eeuw voor Christus. Het Egyptische Oude en Midden-rijk waren volgens Courville contemporain met slechts één tussenperiode, die van de Hyksos die na de Exodus met de vernietiging van het leger van farao, Egypte overrompelden. De Israëlieten vervolgden hun weg naar Kanaän dat zij veertig jaar later in bezit namen. Zij namen gepaard gaande met natuurlijke catastrofes op gewelddadige wijze het land in bezit. In het model van Courville volgt de Midden-brons periode onmiddellijk op het Vroeg-brons tijdperk. Het archeologische beeld in de streek van Jericho is duidelijk – een noodlottige catastrofe, gevolgd door bezetting van nieuwkomers. Het is in feite een eenvoudige oefening die Courville toepast. Men gaat in de verschillende strata op zoek naar de beschrijving die de Bijbel voor een bepaalde epoque verschaft en dateert de strata in kwestie aan de hand van de Bijbelse chronologie. Op deze wijze komt vroeg brons IV op de tijdsbalk zeshonderd jaar dichterbij. De Israëlieten die in 1443 v. Chr. aan de verovering van Kanaän begonnen waren nieuwkomers met een nieuw soort aardewerk. Alhoewel aanvankelijk hun aardewerk Egyptisch van oorsprong was dat zij bij de uittocht meegenomen hadden. Zo ook hun wapens die alle Egyptisch waren. Flavius Josephus geeft dit historisch detail door: Boek II, xvi,

    6. On the next day Moses gathered together the weapons of the Egyptians, which were brought to the camp of the Hebrews by the current of the sea, and the force of the winds resisting it; and he conjectured that this also happened by Divine Providence, that so they might not be destitute of weapons. So when he had ordered the Hebrews to arm themselves with them, he led them to Mount Sinai, in order to offer sacrifice to God, and to render oblations for the salvation of the multitude, as he was charged to do beforehand.

    Nog een interessante gedachte is de volgende: niemand twijfelt er aan dat de Israëlieten later het machtigste volk van Kanaän/Israël werden, maar dan veroverden zij op gelijke wijze het land. Dat zou het uitgangspunt moeten zijn.

    Het is pas wanneer men de orthodoxe Egyptologie en haar dateringsmethode afwijst en men de nieuwe wijze van dateren hanteert dat men de verovering van Kanaän door de Israëlieten onder leiding van Jozua in het juiste strata beter kan traceren. Hierna het gereviseerde vereenvoudigde schema met in de rechterkolom de gecorrigeerde jaartallen voor de aardlagen:

    VROEG BRONS          3000/1900 v. Chr.      1889/1443 v. Chr.

    MIDDEN BRONS    1900/1550                  1443/1000

    LAAT BRONS             1550/1200                   1000/860

    IJZER I                        1200/  930                              860/709

    IJZER II                         930/586                       709/586

     

    Volgens de orthodoxe jaartallen in de linker-kolom zoekt men vergeefs naar de intocht van de Israëlieten op het einde van het Laat Brons en begin IJzer I tijdperk. De gewelddadige intocht van de Israëlieten vanaf 1443 v. Chr. die gepaard ging met het tot op de grond toe verwoesten van steden zoals bijvoorbeeld Jericho, Ai en Hazor, vind men niet terug in de aardlagen zoals ze door de orthodoxie gedateerd werden. Over de inbezitneming van het beloofde land Kanaän schreef ik een hoofdstuk in TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 121 -141. In hetzelfde hoofdstuk gaf ik aandacht aan de opgerichte steen van Jozua te Sichem die in het Bijbelboek Jozua 24:1-33 beschreven wordt. Hoofdstuk vierentwintig van het zesde Bijbelboek Jozua geeft in een notendop de geschiedenis van Israël weer vanaf Terach, de vader van Abraham, de uitroeping van Abraham, de wonderlijke geboorte van Izaak, gevolgd door Jakob en Esau, het verblijf in Egypte, de uitredding onder leiding van Mozes, de vernietiging van het leger van Farao in de Schelfzee, gevolgd door het lange verblijf in de wildernis, met daarna de inbezitneming van het land Kanaän. Het hoofdstuk eindigt met het sluiten van een verbond van Jozua met het volk na de oproep om de HEERE God trouw te blijven. Na het sluiten van het verbond richtte Jozua te Sichem een steen op en sprak het volgende: Ziet, deze steen zal ons tot een getuigenis zijn; want hij heeft gehoord al de redenen des HEEREN, die Hij tot ons gesproken heeft; ja, hij zal tot een getuigenis tegen ulieden zijn, opdat gij uw God niet liegt.

     

    Tot op vandaag bevind er zich te Sichem nabij het Arabische Nabloes in Samaria een opgerichte steen op een archeologische site die algemeen in het Midden-brons gedateerd wordt.

     

     

    Het is de inmiddels bekende revisionist van de geschiedenis van de oudheid en egyptoloog David Rohl (A test of time, 1995, Hoofdstuk 14, Conclusie 36), die in zijn werk aandacht naar deze steen te Nabloes gaf. David Rohl is overtuigd dat deze steen degene is die Jozua oprichtte. Met het Midden-brons tijdperk nu gereviseerd naar de tweede helft van de vijftiende eeuw v. Chr. herkennen we in deze steen de opgerichte steen van Jozua die er vandaag als getuigenis nog altijd staat voor wie ‘zien’ wil.

     

    Wordt vervolgd…

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    04-02-2019 om 00:00 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    28-01-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De late datering van de exodus

    'De late datering van de exodus’ is een uitdrukking die door theologen gehanteerd wordt ter datering van de exodus in de dertiende eeuw v. Chr., dit in tegenstelling met de Bijbel die de exodus in de vijftiende eeuw voor Christus plaatst, de zogenaamde vroege datering. Hierna het relevante Bijbelgedeelte uit het Boek 1 Koningen:

    1 Koningen 6:1 Het geschiedde nu in het vierhonderd en tachtigste jaar, na den uitgang der kinderen Israëls uit Egypte, in het vierde jaar van het koninkrijk van Salomo over Israël, in de maand Ziv (deze is de tweede maand), dat hij het huis des HEEREN bouwde. (Statenvertaling)

     

    Dat sommige godgeleerden dit Bijbelgedeelte in twijfel trekken heeft te maken met de mate van gezag dat zij aan de wetenschap Egyptologie willen toekennen. Aan het begin van de twintigste eeuw in 1904 maakte de Egyptoloog Eduard Meyer (1855/1930) zijn werk ‘kalender en Sothis-periode’ bekend waarbij hij de dertig Egyptische dynastieën van Manetho via het gebruik van een veronderstelde astronomische kalender in het oude Egypte, op de tijdsbalk onderbracht. Met de historische Boeken van de Bijbel werd hierbij geen rekening gehouden. Zoals Eduard Meyer de farao ’s op de tijdsbalk rangschikte vind men het oude Israël daar niet in terug. Elk spoor naar het handelen van God in de geschiedenis van Zijn volk Israël werd uitgewist. Daarenboven worden wat de archeologie betreft alle aardlagen in Egypte en Klein-Azië sindsdien aan de hand van de nieuwe chronologie gedateerd. De gewelddadige exodus van de Israëlieten uit Egypte zoals in het Bijbelboek Exodus beschreven is als een gevolg van Eduard Meyer ’s constructie volledig verdwenen en blijkt nu fantasie te zijn? De Bijbel is sindsdien voor velen een louter godsdienstig boek zonder historische waarde. En de strijd gaat verder. Een volgende generatie van Egyptologen zet sindsdien de aanval op de Bijbel verder. Zo concludeerde bijvoorbeeld de bekende Egyptoloog Donald B. Redford (1934-) in zijn boek A Study of the Biblical Story of Joseph dat alle historische aanwijzingen betreffende Jozef en de intocht met inbegrip van iedere verwijzing naar Egypte en Egyptische persoonsnamen, plaatsnamen en titels, louter bedenksels van de Bijbelschrijver zijn die de Exodus uit Egypte wilde rechtvaardigen door Jozef en de Israëlieten over te brengen naar Egypte. Redford beschouwt de Bijbel als een verzameling van verhalen en legenden zonder historische waarde en in wezen gelijk aan de vele mythologieën. Hij gaat er van uit dat de Hyksos-periode in Egypte de oorzaak van het ontstaan van mythes in Kanaän werd wat leidde tot het verhaal rond Mozes. De auteur van het Bijbelboek Exodus had volgens Redford geen kennis van het oude Egypte van voor de zevende eeuw v. Chr. Wanneer Redford in zijn boek ‘Egypt, Canaan, and Israel in Ancient Times’ over het historische Israël schrijft doet hij dat aan de hand van de enkele schaarse bewaard gebleven berichten uit het oude Egypte. Een voorbeeld is de Merneptah-stele waarop naar het volk Israël verwezen wordt. Er bestond volgens Redford pas een Israëlitische entiteit in Kanaän aan het einde van de dertiende eeuw v. Chr. Meer wil hij echter niet invullen. De oorsprongsgeschiedenis van Israël zoals gebracht in de Bijbelboeken Genesis en Exodus wijst hij af. Op dit blog gaf ik al eerder aandacht aan Donald Redford. Zie het artikel van 08.09.2017: Was het Tetragrammaton in het oude Egypte in hiërogliefenschrift bekend? Zie link:

    http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1504476000&stopdatum=1505080800

     

    Nu is het een feit dat de egyptologie geen exacte wetenschap is en niets belet een theoloog om via zelfstudie op dit terrein te gaan ter weerlegging van de boude uitspraken door de egyptologie over de historiciteit van de Bijbel. In de praktijk echter kwam de discussie tussen een vroege en late datering van de exodus op gang en liet men de rangschikking van de farao ’s op de tijdsbalk op basis van een vermeende Sothis-kalender door de egyptologie, met rust.

     

     

    © Christoph Marx (1931/2016), een schematisch overzicht van de rampzalige tijdsconstructie van de orthodoxe Egyptologie op basis van veronderstelde Sothis-perioden. Tot zes eeuwen zit de plaatsing van de achttiende dynastie op de tijdsbalk fout.

     

    Het is het revisionisme van de geschiedenis van de oudheid dat sinds de tweede helft van de twintigste eeuw uitkomst biedt. Het is namelijk onmogelijk om de Bijbels-historische gegevens met die van de conventionele egyptologie te verzoenen of aan te passen. Alleen de frontale aanval heeft zin. De Sothis-kalender van Eduard Meyer klopt niet. Punt andere lijn. Het is naar mijn mening tijdverlies om bijvoorbeeld te trachten bepaalde farao ’s van de achttiende dynastie met de farao van de exodus te identificeren. Hatsjepsoet, Thothmosis III en Amonhotep II zijn namen van farao ‘s die telkens opnieuw naar voor gebracht worden. Hatsjepsoet zou hier als de dochter van farao herkend worden? Elke uitleg echter doet de Bijbel (moedwillig) geweld aan.

    De Bijbel noemt weliswaar de naam van de dochter van farao niet. De Joodse overleveringen hebben echter de Griekse naam bewaard. Flavius Josephus geeft de naam Thermuthis op (Flavius Josephus, Joodse Oudheden, Boek II,ix.5-7 (vertaling van het Grieks naar het Engels door William Whiston, 1667/1752).

    Het zijn echter de Bijbels-chronologische gegevens die het middel zijn ter bepaling of Hatsjepsoet of het Griekse Amessis van Manetho ’s achttiende dynastie, met de Bijbelse dochter van farao geïdentificeerd kan worden! De Bijbel leert dat Mozes drie maanden oud, te vondeling gelegd werd en door de dochter van farao gevonden en geadopteerd. De farao van de verdrukking heeft volgens de Bijbel een uitzonderlijk lange regeerperiode van minstens zeventig plus jaren. De jonge Mozes die aan het hof van farao opgroeit en onderwezen wordt verblijft daar namelijk voor een periode van veertig jaar. Daarna moet hij voor de wraak van farao voor zijn leven naar Midian vluchten. Te Midian verblijft hij ook voor een periode van veertig jaar, wanneer het nieuws komt dat de farao van de verdrukking gestorven is. In mijn werk TIJD en TIJDEN, blz. 107-111 diep ik een en ander uit en toon aan dat de farao van de verdrukking vier jaar voor de exodus het leven liet en door een ander huis of dynastie opgevolgd werd. De volledige regeerperiode van de farao van de verdrukking is hiermee vastgelegd op minimum 76 jaar.

     

    Dit gegeven past niet in het raamwerk van de achttiende dynastie. De vader van Hatsjepsoet was Thothmosis I, die volgens de theorie de farao van de verdrukking (?) moet zijn. Deze farao heeft echter een regeerperiode van slechts vier of negen jaar, tot maximum vijftien jaar, naar gelang de bronnen die gehanteerd worden. De gegevens die Manetho verstrekt zijn via de kroniekschrijvers Africanus (ca.220 AD), Eusebius (ca.320 AD) en Flavius Josephus (ca.80 AD) bewaard gebleven hoewel er onderling verschillen zijn. De naam Thothmosis I is een Griekse naam, ons overgeleverd via Manetho en zijn kopieerders. Zijn Egyptische naam in hiëroglyfen was: Akheperkara Djoetmose. Hij was een militair die als een gevolg van zijn huwelijk met prinses Ahmose, de dochter van Ahmose I en koningin Nefertari, in de Koninklijke familie opgenomen werd. Met de naam Thothmosis werd eer gebracht aan de god Thoth die vereerd werd i.v.m. de uitdrijving van de Hyksos. Zijn gemalin Ahmose baarde hem twee zonen; Wadjmose en Amenmose die echter beide voor hun vader stierven. De troonopvolger werd uiteindelijk Thothmosis II die verwekt werd bij een bijvrouw genaamd Mutnofret, de zuster van Ahmose, de gemalin van Thothmosis I. Uit de relatie Ahmose en Thothmosis I werd ook een dochter Hatsjepsoet geboren die later mee zou regeren. Thothmosis I maakte van Nubië een Egyptische provincie en voerde veldtochten tot aan de Eufraat.

     

     

    Hatsjepsoet, of de Griekse naam Amessis bij Josephus, regeerde eenentwintig jaar en negen maanden. In het bewaard gebleven manuscript van Africanus staat zij genoteerd als Amensis met een regeerperiode van tweeëntwintig jaar. De kopieerder Eusebius van Manetho, vermeld haar niet. Hatsjepsoet regeerde aanvankelijk als co-regent met Thothmosis II en na diens dood als voogd van de jonge Thothmosis III. In het tweede regeringsjaar van van de jonge Thothmosis III echter, trok Hatsjepsoet alle regeringsbevoegdheden naar zich toe en regeerde als vrouwelijke farao over Egypte. Flavius Josephus die in de Griekse taal zijn verhaal doorgaf noemt haar bij de Griekse naam Amessis en dit in afwijking van zijn eerdere vermelding van Thermuthis als Griekse naam voor de dochter van farao. Amessis en Thermuthis waren voor Flavius Josephus twee te onderscheiden personen!

     

    Ik meen dat ik de poging tot identificatie van de Bijbelse dochter van farao met Hatsjepsoet weerlegd heb. En dit vooral op basis van de vergelijking van de regeerperiode van de farao van de verdrukking in de Bijbel van minimum 76 jaar met de te korte regeerperiode van farao Thothmosis I van de achttiende dynastie van maximum 15 jaar.

    Het invoegen van Hatsjepsoet als puzzelstukje in het Bijbelse plaatje past eenvoudigweg niet! Daarenboven zwijgt de Bijbel over ‘de dochter van farao’ als koningin over Egypte na de dood van haar vader, de farao van de verdrukking.

    De uittocht uit Egypte ging volgens de Bijbel gepaard met oordelen die door de HEERE God aan Egypte voltrokken werden.

    Genesis 15:13 Toen zeide Hij tot Abram: Weet voorzeker, dat uw zaad vreemd zal zijn in een land, dat het hunne niet is, en zij zullen hen dienen, en zij zullen hen verdrukken vierhonderd jaren. 14 Doch Ik zal het volk ook rechten, hetwelk zij zullen dienen; en daarna zullen zij uittrekken met grote have.

    Exodus 7:4 Farao nu zal naar ulieden niet horen, en Ik zal Mijn hand aan Egypte leggen, en voeren Mijn heiren, Mijn volk, de kinderen Israëls, uit Egypteland, door grote gerichten. 5 Dan zullen de Egyptenaars weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik Mijn hand over Egypte uitstrekke, en de kinderen Israëls uit het midden van hen uitleide.

    Exodus 12:12 Want Ik zal in dezen nacht door Egypteland gaan, en alle eerstgeborenen in Egypteland slaan, van de mensen af tot de beesten toe; en Ik zal gerichten oefenen aan al de goden der Egyptenaren, Ik, de HEERE!

     

    Wanneer we deze drie Bijbelcitaten letterlijk willen nemen dan blijkt dat het land Egypte dat de Israëlieten achterlieten volledig geruïneerd was met bovendien het leger – met alle strijdwagens – in de Schelfzee vernietigd.

    Dit gegeven past ook niet tegen het historische kader dat van de achttiende dynastie bekend is. De opeenvolgende farao ’s na Thothmosis I behielden hun macht en autoriteit ook buiten de grenzen zelfs tot aan de rivier de Eufraat.

     

     

    © Dr. Donovan Courville, ‘The Exodus Problem and its Ramifications’, 1971.

     

    Volgens de revisie van de geschiedenis van het Oude Egypte liepen het Oude en het Midden-Rijk contemporain en gingen beide ten onder in de ramp van de Exodus met vervolgens een tussenperiode in de geschiedenis van Egypte als een gevolg van de invallen van de Hyksos, die met de Bijbelse Amalekieten geïdentificeerd worden. De invasie van de Hyksos betekende een ware ramp voor het oude Egypte. Zie het artikel van 12.09.2016 op dit blog, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1473631200&stopdatum=1474236000

    Het is de achttiende dynastie onder farao Ahmose die aan het einde van de elfde eeuw v. Chr. de macht van de Hyksos brak en de soevereiniteit van Egypte herstelde.

     

    Psalm 78:1 Een leerdicht van Asaf. Wend het oor, mijn volk, tot mijn leer, neigt uw oor tot de woorden van mijn mond; 2 ik wil mijn mond tot een spreuk opendoen, ik wil aloude verborgenheden verkondigen. 3 Hetgeen wij gehoord hebben en weten, en onze vaderen ons hebben verteld, 4 dat willen wij voor hun kinderen niet verhelen; wij willen vertellen aan het volgende geslacht des HEREN roemrijke daden, zijn kracht en de wonderen die Hij gewrocht heeft. (NBG Vertaling 1951)

     

    Het lanceren van de theorie over ‘de late datering van de exodus’ zou zijn oorsprong bij de Amerikaan William F. Albright (1891/1971) hebben. Hij was een bijbelgeleerde, archeoloog en letterkundige. Ook hij ging er van uit dat de geïntroduceerde Sothis-kalender correct was en de datering van de aardlagen in Egypte en Kanaän eveneens correct. De datering van de exodus plaatste hij rond 1200/1250 v. Chr. Het Bijbelgedeelte van 1 Koningen 6:1 was niet letterlijk te nemen? De vermelde periode van 480 jaar tussen de Tempel van Salomo en de exodus is de som van 40 x 12 en zal wel een symbolische betekenis gehad hebben? Evenzo het jaartal 40 voor de leeftijd van Mozes bij zijn vlucht naar Midian en nog eens 40 jaar voor zijn verblijf aldaar.

    De late datering van de exodus rond 1250 v. Chr. levert tegen de achtergrond van de rangschikking van de farao ’s op de tijdsbalk door de egyptologie als resultaat de farao ’s Seti I en Ramses II van de negentiende dynastie op, als kandidaat-farao ’s voor de farao van de verdrukking en als farao van de exodus. De datering van de late datering is de meest populaire datering die gehanteerd wordt. Zelfs Hollywood ziet in haar filmproducties de farao ’s Seti I en Ramses I als de farao ’s van de verdrukking en de exodus.

    Maar ook bij deze farao ’s is de regeerperiode te kort om ze als een puzzelstuk in het Bijbelse plaatje te plaatsen. De verschillende bronnen wat de regeertijd betreft spreken elkaar overigens tegen. Maar de hoogste jaartallen zijn voor onze studie belangrijk. Seti I heeft dan maximum elf jaar regeertijd, Ramses II heeft een regeerperiode van 67 jaar en Merneptah ( de opvolger van Ramses II) een regeerperiode van tien jaar. Ook deze hoogste regeerperioden passen niet in het Bijbels-historische kader. Zoals we eerder gezien hebben moet de Bijbelse farao van de verdrukking een minimum regeerperiode van 76 jaar hebben. En ook de Richterenperiode in Israël kan onmogelijk in een tijdsbestek van slechts twee eeuwen op de tijdsbalk gerangschikt worden zonder de Bijbel geweld aan te doen. De negentiende dynastie gaf ik recent nog aandacht op mijn blog op 10.12.2018: een verwijzing naar Israël op de Merneptah-stele, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1544396400&stopdatum=1545001200

     

    De conclusie is dat zowel de vroege als de late datering van de exodus gezien tegen de achtergrond van de tijdsconstructie door de egyptologie, geen zin maakt. Beide schieten te kort en alleen met een drastische herziening van de geschiedenis van de oudheid vallen de stukken in de juiste plaats. Over de noodzaak van een nieuwe datering voor de aardlagen door archeologen blootgelegd in Egypte en Klein-Azië bracht ik eerder het werk van Dr. John J. Bimson onder de aandacht. Zie het artikel op dit blog van 11.08.2015, link:

    http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1439157600&stopdatum=1439762400

     

    Hierna een veelzeggend citaat van de bekende egyptoloog de Brit Sir Alan Gardiner (1879/1963) over het Egypte van de oudheid:

    “…It must never be forgotten that we are dealing with a civilization thousands of years old and one of which only tiny remnants have survived. What is proudly advertised as Egyptian History is merely a collection of rags and tatters

     

    En deze collectie van ‘rags and tatters’ zouden dan aanwijzingen moeten bevatten ter staving van de gebeurtenissen die in de Bijbelboeken Genesis en Exodus beschreven werden? Voor mij staat het buiten twijfel dat Genesis en Exodus historische boeken zijn die een leidraad kunnen zijn voor het historisch in beeld brengen van de ‘rags and tatters’ die het oude Egypte geleverd heeft. Veelzeggend is het commentaar van een revisionist van het eerste uur Dr. Donovan Courville, de auteur van ‘The Exodus Problem and its Ramifications’, 1971.

    “...It must not be forgotten that the task of historians is not to create history. The events of history have occurred, and there is nothing that can be done to change the time relationships between these events by a single minute. The task is rather that of unraveling the confused records which have come down to us, and when this task has been done correctly, it is axiomatic that it should not be necessary to apologize for inconsistencies and anomalies at every turn of events.”

    Donovan A. Courville, B.Th., B.A., M.A., Ph.D.

     

    Wordt vervolgd….

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    28-01-2019 om 00:00 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    21-01-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.toen bleef Hij nog twee dagen in de plaats, waar Hij was…

    De titel voor de aflevering van deze week op dit blog is een citaat uit het elfde hoofdstuk van het Johannesevangelie vers zes. Een hoofdstuk dat hierna volledig geciteerd wordt. Het is een Bijbelgedeelte dat met de geschiedenis van de opstanding van Lazarus op een Woord van Jezus zeer goed bekend is. Vooral de woorden van Jezus tot Martha de zuster van Lazarus zijn voor gelovigen tot op heden een wereldwijd begrip en vertroosting wanneer men een geliefde aan de dood moet afgeven: “Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven; 26 En een iegelijk, die leeft, en in Mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid. Gelooft gij dat?” Hierna het betreffende Bijbelgedeelte:

    Johannes 11:1 En er was een zeker man krank, genaamd Lazarus, van Bethanië, uit het vlek van Maria en haar zuster Martha. 2 (Maria nu was degene, die den Heere gezalfd heeft met zalf, en Zijn voeten afgedroogd heeft met haar haren; welker broeder Lazarus krank was.) 3 Zijn zusters dan zonden tot Hem, zeggende: Heere, zie, dien Gij liefhebt, is krank. 4 En Jezus, dat horende, zeide: Deze krankheid is niet tot den dood, maar ter heerlijkheid Gods; opdat de Zone Gods door dezelve verheerlijkt worde. 5 Jezus nu had Martha, en haar zuster, en Lazarus lief. 6 Als Hij dan gehoord had, dat hij krank was, toen bleef Hij nog twee dagen in de plaats, waar Hij was. 7 Daarna zeide Hij verder tot de discipelen: Laat ons wederom naar Judea gaan. 8 De discipelen zeiden tot Hem: Rabbi! de Joden hebben U nu onlangs gezocht te stenigen, en gaat Gij wederom derwaarts? 9 Jezus antwoordde: Zijn er niet twaalf uren in den dag? Indien iemand in den dag wandelt, zo stoot hij zich niet, overmits hij het licht dezer wereld ziet; 10 Maar indien iemand in den nacht wandelt, zo stoot hij zich, overmits het licht in hem niet is. 11 Dit sprak Hij; en daarna zeide Hij tot hen: Lazarus, onze vriend, slaapt; maar Ik ga heen, om hem uit den slaap op te wekken. 12 Zijn discipelen dan zeiden: Heere, indien hij slaapt, zo zal hij gezond worden. 13 Doch Jezus had gesproken van zijn dood; maar zij meenden, dat Hij sprak van de rust des slaaps. 14 Toen zeide dan Jezus tot hen vrijuit: Lazarus is gestorven. 15 En Ik ben blijde om uwentwil, dat Ik daar niet geweest ben, opdat gij geloven moogt; doch laat ons tot hem gaan. 16 Thomas dan, genaamd Didymus, zeide tot zijn medediscipelen: Laat ons ook gaan, opdat wij met Hem sterven. 17 Jezus dan, gekomen zijnde, vond, dat hij nu vier dagen in het graf geweest was. 18 (Bethanië nu was nabij Jeruzalem, omtrent vijftien stadiën van daar.) 19 En velen uit de Joden waren gekomen tot Martha en Maria, opdat zij haar vertroosten zouden over haar broeder. 20 Martha dan, als zij hoorde, dat Jezus kwam, ging Hem tegemoet; doch Maria bleef in huis zitten. 21 Zo zeide Martha dan tot Jezus: Heere, waart Gij hier geweest, zo ware mijn broeder niet gestorven; 22 Maar ook nu weet ik, dat alles, wat Gij van God begeren zult, God U het geven zal. 23 Jezus zeide tot haar: Uw broeder zal wederopstaan. 24 Martha zeide tot Hem: Ik weet, dat hij opstaan zal in de opstanding ten laatsten dage. 25 Jezus zeide tot haar: Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven; 26 En een iegelijk, die leeft, en in Mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid. Gelooft gij dat? 27 Zij zeide tot Hem: Ja, Heere; ik heb geloofd, dat Gij zijt de Christus, de Zone Gods, Die in de wereld komen zou. 28 En dit gezegd hebbende, ging zij heen, en riep Maria, haar zuster, heimelijk, zeggende: De Meester is daar, en Hij roept u. 29 Deze, als zij dat hoorde, stond haastelijk op, en ging tot Hem. 30 (Jezus nu was nog in het vlek niet gekomen, maar was in de plaats, waar Hem Martha tegemoet gekomen was.) 31 De Joden dan, die met haar in het huis waren, en haar vertroostten, ziende Maria, dat zij haastelijk opstond en uitging, volgden haar, zeggende: Zij gaat naar het graf, opdat zij aldaar wene. 32 Maria dan, als zij kwam, waar Jezus was, en Hem zag, viel aan Zijn voeten, zeggende tot Hem: Heere, indien Gij hier geweest waart, zo ware mijn broeder niet gestorven. 33 Jezus dan, als Hij haar zag wenen, en de Joden, die met haar kwamen, ook wenen, werd zeer bewogen in den geest, en ontroerde Zichzelven; 34 En zeide: Waar hebt gij hem gelegd? Zij zeiden tot Hem: Heere, kom en zie het. 35 Jezus weende.

     

     

    De kortste zin in de Bijbel.

     

    36 De Joden dan zeiden: Ziet, hoe lief Hij hem had! 37 En sommigen uit hen zeiden: Kon Hij, Die de ogen des blinden geopend heeft, niet maken, dat ook deze niet gestorven ware? 38 Jezus dan wederom in Zichzelven zeer bewogen zijnde, kwam tot het graf; en het was een spelonk, en een steen was daarop gelegd. 39 Jezus zeide: Neemt den steen weg. Martha, de zuster des gestorvenen, zeide tot Hem: Heere, hij riekt nu al, want hij heeft vier dagen aldaar gelegen. 40 Jezus zeide tot haar: Heb Ik u niet gezegd, dat, zo gij gelooft, gij de heerlijkheid Gods zien zult?

     

     

    41 Zij namen dan den steen weg, waar de gestorvene lag. En Jezus hief de ogen opwaarts, en zeide: Vader, Ik dank U, dat Gij Mij gehoord hebt. 42 Doch Ik wist, dat Gij Mij altijd hoort; maar om der schare wil, die rondom staat, heb Ik dit gezegd, opdat zij zouden geloven, dat Gij Mij gezonden hebt. 43 En als Hij dit gezegd had, riep Hij met grote stemme: Lazarus, kom uit! 44 En de gestorvene kwam uit, gebonden aan handen en voeten met grafdoeken, en zijn aangezicht was omwonden met een zweetdoek. Jezus zeide tot hen: Ontbindt hem, en laat hem heengaan. (Statenvertaling)

     

    Bijzondere aandacht wil ik geven aan de tijdsperioden van twee en vier dagen die in het geciteerde Bijbelgedeelte in de verzen zes, zeventienen negenendertig vermeld worden. Nadat Jezus het bericht krijgt dat zijn vriend Lazarus ten dode ziek is blijft Hij nog twee dagen in het over-Jordaanse gebied Perea alvorens naar Bethanië de woonplaats van Lazarus en diens zusters op te trekken. Het zal één dagreis gevergd hebben voor de reis van Bethanië naar de plaats waar Jezus in het Over-Jordaanse gebied was. Na de berichtgeving blijft Jezus nog eens twee dagen ter plaatse alvorens naar Bethanië in Judea te reizen. In totaal zijn er sinds de dood van Lazarus vier dagen verstreken wanneer Jezus in Bethanië aankomt. Waarom nu juist vier dagen, en waarom het oponthoud van twee dagen in Perea? In één van de studiebijbels die ik bezit vond ik het commentaar dat vele Joden in de oudheid geloofden dat bij de dood van een mens diens ziel voor een periode van drie dagen nabij het lichaam blijft alvorens definitief naar zijn of haar bestemming te verhuizen. Een bijgeloof dat zij van de Griekse mythologie ontleend hadden. De Bijbel leert geen reïncarnatie of dergelijke maar een éénmalig aards leven met de dood als onverbiddelijk einde en daarna het oordeel.

    Hebreeën 9:27 En gelijk het den mensen gezet is, eenmaal te sterven, en daarna het oordeel; 28 Alzo ook Christus, eenmaal geofferd zijnde, om veler zonden weg te nemen, zal ten anderen male zonder zonde gezien worden van degenen, die Hem verwachten tot zaligheid.

    Hierna een commentaar dat ik van het internet plukte:

    “The name of Lazarus in Hebrew means “My God will help”, and the story of his resurrection definitely justifies it. When news about Lazarus’ sickness reaches Jesus, he decides to stay put for two days. He finally arrives at Bethany (in Hebrew: “house of the poor”) four days after Lazarus’ death. Mary, Lazarus’ sister, tells him that if he would have come on time, Lazarus might still be alive. Jesus then resurrects Lazarus.

    When reading this story, we miss a most important Jewish cultural reference point that makes all the difference. In ancient times, many Jews believed that after death, the soul hovers over the body trying to get back in for a period of three days. These are the three days of resurrection. Now things become clear. Jesus timed his arrival to Bethany to the fourth day of Lazarus’ death in order to show that his powers of resurrection were not limited to three days, for he said: “I am the resurrection and the life. Those who believe in me, even though they die, will live” (John 11:25)”. (Israel Institute of Biblical Studies)

     

    De reden voor de tijdsperiode van vier dagen ligt nu voor de hand. Door de periode van drie dagen te overschrijden was Lazarus ook voor het bijgeloof van die dagen nu zonder hoop en definitief gestorven. Dit was het ogenblik voor Jezus om Zijn autoriteit over leven en dood te tonen toen Hij aan de graftombe met luide stem riep: Lazarus, kom uit! Zijn macht over leven en dood was eens te meer een feit en de geloofsbelijdenis van Martha bleek waarheid te zijn: Ja, Heere; ik heb geloofd, dat Gij zijt de Christus, de Zone Gods, Die in de wereld komen zou.

    Tegelijkertijd paste heel het gebeuren in het voornemen Gods dat zou leiden naar het plaatsvervangend lijden en sterven van Jezus als het Lam van God met het Pesachfeest dat nabij was. Er waren namelijk veel Joden naar Bethanië afgezakt ter vertroosting van Martha en Maria bij de dood van hun broer Lazarus. Hierna citeer ik het vervolg van het elfde hoofdstuk van het Johannesevangelie:

    Johannes 11:45 Velen dan uit de Joden, die tot Maria gekomen waren, en aanschouwd hadden, hetgeen Jezus gedaan had, geloofden in Hem. 46 Maar sommigen van hen gingen tot de Farizeën, en zeiden tot hen, hetgeen Jezus gedaan had. 47 De overpriesters dan en de Farizeën vergaderden den raad, en zeiden: Wat zullen wij doen? want deze Mens doet vele tekenen. 48 Indien wij Hem alzo laten geworden, zij zullen allen in Hem geloven, en de Romeinen zullen komen, en wegnemen beide onze plaats en volk. 49 En een uit hen, namelijk Kajafas, die deszelven jaars hogepriester was, zeide tot hen: Gij verstaat niets; 50 En gij overlegt niet, dat het ons nut is, dat een mens sterve voor het volk, en het gehele volk niet verloren ga. 51 En dit zeide hij niet uit zichzelven; maar, zijnde hogepriester deszelven jaars, profeteerde hij, dat Jezus sterven zou voor het volk; 52 En niet alleen voor dat volk, maar opdat Hij ook de kinderen Gods, die verstrooid waren, tot een zou vergaderen. 53 Van dien dag dan af beraadslaagden zij te zamen, dat zij Hem doden zouden. 54 Jezus dan wandelde niet meer vrijelijk onder de Joden; maar ging van daar naar het land bij de woestijn, naar de stad, genaamd Efraïm, en verkeerde aldaar met Zijn discipelen. 55 En het pascha der Joden was nabij, en velen uit dat land gingen op naar Jeruzalem, voor het pascha, opdat zij zichzelven reinigden. 56 Zij zochten dan Jezus, en zeiden onder elkander, staande in den tempel: Wat dunkt u? Dunkt u, dat Hij niet komen zal tot het feest? 57 De overpriesters nu en de Farizeën hadden een gebod gegeven, dat, zo iemand wist, waar Hij was, hij het zou te kennen geven, opdat zij Hem mochten vangen. (Statenvertaling)

     

    De exacte tijdsperiode tussen de opwekking van Lazarus uit de dood en het vertrek van Jezus naar het land bij de woestijn naar de stad genaamd Efraïm en zijn verblijf daar, wordt ons niet meegedeeld. Dat het korte tijd voor het pascha of Pesach geschiedde maakt het tekstverband (11:55) duidelijk.

    Johannes 12:1 Jezus dan kwam zes dagen voor het pascha te Bethanië, daar Lazarus was, die gestorven was geweest, welken Hij opgewekt had uit de doden. 2 Zij bereidden Hem dan aldaar een avondmaal, en Martha diende; en Lazarus was een van degenen, die met Hem aanzaten. (Statenvertaling)

     

    Het volgende hoofdstuk (12) van Johannes leidt ons naar de laatste week van Jezus’ bediening. De chronologie van het Johannesevangelie heb ik in een eerder artikel op dit blog van 12.01.2018 meegedeeld. Zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1515366000&stopdatum=1515970800

    Over de hogepriester Kajafas uit de Bijbel weten we via de archeologie dat ook hij door de Griekse mythologie beïnvloed was. Bijna dertig jaar geleden in 1990 namelijk werd in een voorstad van Jeruzalem het familiegraf van Kajafas ontdekt. Archeologen van het Israëlische departement voor oudheden identificeerden en dateerden het graf. De datering werd vergemakkelijkt door de vondst van een muntstuk met de beeltenis van Herodes Agrippa I in het gehemelte van de schedel van Mirjam Berat Schimon, de dochter van Kajafas. Het muntstuk is door een inscriptie gedateerd in het zesde jaar van de regering van Herodes Agrippa I, wat gelijk is aan de jaren van de westerse tijdrekening: 42/43 AD. Het muntstuk was door Kajafas onder de tong van zijn overleden dochter geplaatst ter betaling van de veerman Charon. Kajafas’ dochter zou aldus met deze munt volgens het mythologische geloof, door de veerman in de onderwereld over de rivier de STYX tot aan de poort van Hades gevaren worden. De archeologische vondst van het familiegraf van Kajafas ontmaskert de hogepriester van Israël van 30 AD als een hypocriet en opportunist. Een man die van twee walletjes wilde eten. Als het een niet waar was, dan misschien het andere. Voor alle zekerheid toch maar een muntstuk aan de stoffelijke resten van zijn dochter in het graf toevertrouwen. En dit was de man voor wie de Heer Jezus Christus in de nacht dat Hij werd overgeleverd, stond. Een vent die theatraal zijn kleren in stukken scheurde (Matteüs 26:65) toen Jezus zich als de Messias voor het Sanhedrin bekendmaakte. Over Kajafas schreef ik eerder op dit blog op 11.07.2016 een artikel, zie link: https://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1468188000&stopdatum=1468792800

    De Griekse mythologie die vooral sinds de Griekse overheersing in de vierde eeuw v. Chr. van het gebied van Israël geleidelijk het geestelijk denken van de mensen van toen vergiftigde werd door de opstanding van Lazarus op een Woord van de Heer Jezus Christus als vals zijnde ontmaskerd. Voor wie geestelijke oren en ogen had was het glashelder dat Jezus de Opstanding en het Leven was en de Zoon van God.

     

     

    Tot slot breng ik de profetische betekenis van de tijdsperiode van twee en vier dagen onder de aandacht. De vier dagen die Jezus laat verstrijken sinds het bericht hem bereikte dat Lazarus dodelijk ziek was staan voor de periode van vierduizend jaar sinds Genesis (3:15-24) vanaf wanneer de dood als koning over een gevallen schepping ging heersen. Eén dag staat dan voor duizend jaar (2 Petrus 3:8). In TIJD en TIJDEN, 2015, appendix 5, heb ik aandacht aan de anno mundi jaartelling gegeven. Op basis van de Masoretische tekst van de Bijbel zijn het momenteel ongeveer zesduizend jaar terug tot de eerste mens. In mijn boek heb ik op basis van de sabbatjaar- en jubeljaartelling zelfs nauwkeurig de anno mundi jaartelling van zesduizend jaar op de tijdsbalk verankerd in oktober van het jaar 2005. We bevinden ons volgens deze berekening heden in het jaar 6014 anno mundi. Een verschil van 235 jaar met de Joodse anno mundi jaartelling. Volgens de Joodse jaartelling bevinden we ons in 5779 AM? Zie het artikel op dit blog van 02.06.2014, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1401660000&stopdatum=1402264800

     

     

    © Clarence Larkin, bewerkt door de auteur. Een schematisch overzicht van de eerste zevenduizend jaar mensengeschiedenis gevolgd door de eeuwigheid.

     

    De tijdsperiode van twee dagen dat Jezus nog in het over-Jordaanse gebied buiten Judea blijft, staan in de hiervoor beschreven tijdsconstructie voor de tweeduizend jaar tussen zijn eerste komst in 30 AD en zijn tweede of wederkomst in 20?? AD. Dit laatste jaartal als uitkomst valt niet exact te berekenen aangezien hier wetmatigheden van een andere orde meespelen. De eerste komst van de Messias rekenen we niet vanaf zijn geboorte maar vanaf zijn intrede in Jeruzalem met Paaszondag 2 april (9 nisan )30 AD (Mat. 21-1-11, Mrk. 11:1-10, Luk. 19:29-44, Joh. 12:12-19).

    Matteüs 21:1 En als zij nu Jeruzalem genaakten, en gekomen waren te Beth-fage, aan den Olijfberg, toen zond Jezus twee discipelen, zeggende tot hen: 2 Gaat heen in het vlek, dat tegen u over ligt, en gij zult terstond een ezelin gebonden vinden, en een veulen met haar; ontbindt ze, en brengt ze tot Mij. 3 En indien u iemand iets zegt, zo zult gij zeggen, dat de Heere deze van node heeft, en hij zal ze terstond zenden. 4 Dit alles nu is geschied, opdat vervuld worde, hetgeen gesproken is door den profeet, zeggende: 5 Zegt der dochter Sions: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en een veulen, zijnde een jong ener jukdragende ezelin. 6 En de discipelen heengegaan zijnde, en gedaan hebbende, gelijk Jezus hun bevolen had, 7 Brachten de ezelin en het veulen, en leiden hun klederen op dezelve, en zetten Hem daarop. 8 En de meeste schare spreidden hun klederen op den weg, en anderen hieuwen takken van de bomen, en spreidden ze op den weg. 9 En de scharen, die voorgingen en die volgden, riepen, zeggende: Hosanna den Zone Davids! Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren! Hosanna in de hoogste hemelen! 10 En als Hij te Jeruzalem inkwam, werd de gehele stad beroerd, zeggende: Wie is Deze? 11 En de scharen zeiden: Deze is Jezus, de Profeet van Nazareth in Galilea.

     

     

    Het citaat bij de evangelist Matteüs 21:5 vinden we in het Oude Testament terug bij de profeet Zacharia:

    Zacharia 9:9 Verheug u zeer, gij dochter Sions! juich, gij dochter Jeruzalems! Ziet, uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel, en op een veulen, een jong der ezelinnen.

     

    Dezelfde menigte die Hem te Jeruzalem ‘Hosanna den Zone Davids! Gezegend is Hij Die komt in den Naam des Heeren! Hosanna in de hoogste hemelen!’ roepende in de stad verwelkomde zou hem echter een korte tijd later verwerpen aldus vervullende wat in het eerste hoofdstuk van het Johannes kort en duidelijk bekend word gemaakt.

    Johannes 1:9 Dit was het waarachtige Licht, Hetwelk verlicht een iegelijk mens, komende in de wereld. 10 Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt; en de wereld heeft Hem niet gekend. 11 Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.

     

    In het Oude Testament vinden we bij de profeet Hosea de twee dagen vermeld tussen de verwerping van de Messias en Zijn aanneming door Israël.

    Hosea 5:15 Ik zal henengaan (30 AD) en keren weder tot Mijn plaats, totdat zij zichzelven schuldig kennen en Mijn aangezicht zoeken; als hun bange zal zijn, zullen zij Mij vroeg zoeken. 6:1 Komt en laat ons wederkeren tot den HEERE, want Hij heeft verscheurd, en Hij zal ons genezen; Hij heeft geslagen (70 AD), en Hij zal ons verbinden. 2 Hij zal ons na twee dagen levend maken (20??); op den derden dag (20??, Messiaans vrederijk) zal Hij ons doen verrijzen, en wij zullen voor Zijn aangezicht leven. 3 Dan zullen wij kennen, wij zullen vervolgen, om den HEERE te kennen; Zijn uitgang is bereid als de dageraad; en Hij zal tot ons komen als een regen, als de spade regen en vroege regen des lands.

     

    Ik heb in het Bijbelcitaat hierboven jaartallen tussen haakjes ingevoegd. Vers vijftien zie ik vervuld bij de Hemelvaart van Jezus Christus in 30 AD. Gedurende twee dagen of (ongeveer) tweeduizend jaar zou Israël later (70 AD) in een wereldwijde diaspora terechtkomen met alle bekende verdrukking van dien. Na de twee dagen zullen zij volgens de profetie het aangezicht van God zoeken en hersteld worden, zowel nationaal als geestelijk. De derde dag is dan de periode van duizend jaar die we in het boek Openbaring vinden, indien we dit Bijbelboek in zijn geheel als profetie willen herkennen. Het is de periode van het Messiaanse Vrederijk waar vele profeten uit het Oude Testament over gesproken hebben.

     

    Nu we de profetische zin van de tijdsperioden van twee en vier dagen behandelt hebben wordt het volgende hoofdstuk van Johannes met de vermelding van zes dagen ook duidelijker:

    Johannes 12:1 Jezus dan kwam zes dagen voor het pascha te Bethanië, daar Lazarus was, die gestorven was geweest, welken Hij opgewekt had uit de doden. 2 Zij bereidden Hem dan aldaar een avondmaal, en Martha diende; en Lazarus was een van degenen, die met Hem aanzaten.

     

    Het bezoek aan Bethanië dat zes dagen voorafging, zijn naast de historische dagen een beeld van de zesduizend jaar die er zitten tussen Genesis 3:15 en het begin van het Messiaanse vrederijk.

    Hierna een opgave van de historische zes dagen die aan het Pascha of Pesach voorafgingen:

    1.      Zondag, 2 april 30 AD, 9 nisan

    De triomfantelijke intocht van Jezus te Jeruzalem: Mat. 21-1-11, Mk. 11:1-10, Lk. 19:29-44, Joh. 12:12-19

    2.    Maandag, 3 april 30 AD, 10 nisan

    Jezus vervloekt de vijgenboom: Mt. 21:18-19, Mk. 11:12-14.

    Jezus reinigt de Tempel: Mt. 21:12-13, Mk. 11:15-18

    3.    Dinsdag, 4 april 30 AD, 11 nisan

    Het gezag van Jezus in twijfel getrokken: Mt. 21:23-27, Mk. 11:27-33, Lk. 20:1-8.

    Jezus onderwijst in de tempel: Mt. 21:28, 23:39, Mk. 12:1-44, Lk. 20:9, 21:4

    Jezus gezalfd in Bethanië: Mt. 26:6-13, Mk. 14:3-9, Joh. 12:2-11

    4.    Woensdag, 5 april AD, 12 nisan

    Het moordcomplot tegen Jezus: Mt. 26:14-16, Mk. 14:10-11, Lk. 22:3-6

    5.     Donderdag, 6 april 30 AD, 13 nisan

    Het laatste avondmaal: Mt. 26:17-29, Mk. 14:12-25, Lk. 22:7-20, Joh. 13:1-38

    Jezus troost zijn discipelen: Joh. 14:1-16:33

    Gethsemane: Mt. 26:36-46, Mk. 14:32-42, Lk. 22:40-46

    Het arrest van Jezus en zijn veroordeling (donderdagnacht en vrijdag): Mt. 26:47, 27:26, Mk. 14:43, 15:15, Lk. 22:47, 23:25, Joh. 18:2, 19:16

    6.    Vrijdag, 7 april 30 AD, 14 nisan

    Kruisiging en sterven van Jezus: Mt. 27:27-56, Mk. 15:16-41, Lk. 23:26-49, Joh. 19:17-30

    Begrafenis van Jezus: Mt. 27:57-66, Mk. 15:42-47, Lk. 23:50-56, Joh. 19:31-42

    Zaterdag, 8 april AD, 15 nisan

    Zondag, 9 april AD, 16 nisan

    Opstanding: Mt 28:1-10, Mk. 16:1-8, Lk. 24:1-12, Joh. 20:1-10

     

    De tijdskloof tussen de twee komsten van Jezus Christus heb ik in mijn laatste uitgave: Dertig Jubeljaren, 2018, blz. 185-197, in een afzonderlijk hoofdstuk behandelt. Het herstel van Israël geestelijk en nationaal kreeg ook aandacht in mijn uitgave van 2017: Kronieken van de koningen van Israël, blz. 147-168. Met twee hoofdstukken behandel ik in het boek de verloren tien stammen van Israël en hun toekomstig herstel met ter illustratie specifiek aandacht voor de stam Zebulon in verleden, heden en toekomst.

     

    Wordt vervolgd….

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

     

     

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden op de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    21-01-2019 om 08:24 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 02/11-08/11 2020
  • 22/06-28/06 2020
  • 08/06-14/06 2020
  • 01/06-07/06 2020
  • 18/05-24/05 2020
  • 04/05-10/05 2020
  • 27/04-03/05 2020
  • 13/04-19/04 2020
  • 06/04-12/04 2020
  • 27/01-02/02 2020
  • 20/01-26/01 2020
  • 31/12-06/01 2019
  • 23/12-29/12 2019
  • 16/12-22/12 2019
  • 09/12-15/12 2019
  • 02/12-08/12 2019
  • 25/11-01/12 2019
  • 18/11-24/11 2019
  • 11/11-17/11 2019
  • 04/11-10/11 2019
  • 28/10-03/11 2019
  • 21/10-27/10 2019
  • 14/10-20/10 2019
  • 07/10-13/10 2019
  • 30/09-06/10 2019
  • 23/09-29/09 2019
  • 16/09-22/09 2019
  • 09/09-15/09 2019
  • 02/09-08/09 2019
  • 26/08-01/09 2019
  • 19/08-25/08 2019
  • 12/08-18/08 2019
  • 05/08-11/08 2019
  • 29/07-04/08 2019
  • 22/07-28/07 2019
  • 15/07-21/07 2019
  • 08/07-14/07 2019
  • 01/07-07/07 2019
  • 24/06-30/06 2019
  • 17/06-23/06 2019
  • 10/06-16/06 2019
  • 03/06-09/06 2019
  • 27/05-02/06 2019
  • 20/05-26/05 2019
  • 13/05-19/05 2019
  • 06/05-12/05 2019
  • 29/04-05/05 2019
  • 22/04-28/04 2019
  • 15/04-21/04 2019
  • 08/04-14/04 2019
  • 01/04-07/04 2019
  • 25/03-31/03 2019
  • 18/03-24/03 2019
  • 11/03-17/03 2019
  • 04/03-10/03 2019
  • 25/02-03/03 2019
  • 18/02-24/02 2019
  • 11/02-17/02 2019
  • 04/02-10/02 2019
  • 28/01-03/02 2019
  • 21/01-27/01 2019
  • 14/01-20/01 2019
  • 07/01-13/01 2019
  • 01/01-07/01 2018
  • 24/12-30/12 2018
  • 17/12-23/12 2018
  • 10/12-16/12 2018
  • 03/12-09/12 2018
  • 26/11-02/12 2018
  • 19/11-25/11 2018
  • 12/11-18/11 2018
  • 05/11-11/11 2018
  • 29/10-04/11 2018
  • 22/10-28/10 2018
  • 15/10-21/10 2018
  • 08/10-14/10 2018
  • 01/10-07/10 2018
  • 24/09-30/09 2018
  • 17/09-23/09 2018
  • 10/09-16/09 2018
  • 03/09-09/09 2018
  • 27/08-02/09 2018
  • 20/08-26/08 2018
  • 13/08-19/08 2018
  • 06/08-12/08 2018
  • 30/07-05/08 2018
  • 23/07-29/07 2018
  • 16/07-22/07 2018
  • 09/07-15/07 2018
  • 02/07-08/07 2018
  • 25/06-01/07 2018
  • 11/06-17/06 2018
  • 04/06-10/06 2018
  • 28/05-03/06 2018
  • 21/05-27/05 2018
  • 14/05-20/05 2018
  • 07/05-13/05 2018
  • 30/04-06/05 2018
  • 23/04-29/04 2018
  • 16/04-22/04 2018
  • 09/04-15/04 2018
  • 02/04-08/04 2018
  • 26/03-01/04 2018
  • 19/03-25/03 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 05/03-11/03 2018
  • 26/02-04/03 2018
  • 19/02-25/02 2018
  • 12/02-18/02 2018
  • 05/02-11/02 2018
  • 29/01-04/02 2018
  • 22/01-28/01 2018
  • 15/01-21/01 2018
  • 08/01-14/01 2018
  • 01/01-07/01 2018
  • 25/12-31/12 2017
  • 18/12-24/12 2017
  • 11/12-17/12 2017
  • 04/12-10/12 2017
  • 27/11-03/12 2017
  • 20/11-26/11 2017
  • 13/11-19/11 2017
  • 06/11-12/11 2017
  • 30/10-05/11 2017
  • 23/10-29/10 2017
  • 16/10-22/10 2017
  • 09/10-15/10 2017
  • 02/10-08/10 2017
  • 25/09-01/10 2017
  • 18/09-24/09 2017
  • 11/09-17/09 2017
  • 04/09-10/09 2017
  • 28/08-03/09 2017
  • 21/08-27/08 2017
  • 14/08-20/08 2017
  • 07/08-13/08 2017
  • 31/07-06/08 2017
  • 24/07-30/07 2017
  • 17/07-23/07 2017
  • 10/07-16/07 2017
  • 03/07-09/07 2017
  • 26/06-02/07 2017
  • 19/06-25/06 2017
  • 12/06-18/06 2017
  • 05/06-11/06 2017
  • 29/05-04/06 2017
  • 22/05-28/05 2017
  • 15/05-21/05 2017
  • 08/05-14/05 2017
  • 01/05-07/05 2017
  • 24/04-30/04 2017
  • 17/04-23/04 2017
  • 10/04-16/04 2017
  • 03/04-09/04 2017
  • 27/03-02/04 2017
  • 20/03-26/03 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 06/03-12/03 2017
  • 27/02-05/03 2017
  • 20/02-26/02 2017
  • 13/02-19/02 2017
  • 06/02-12/02 2017
  • 30/01-05/02 2017
  • 23/01-29/01 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 09/01-15/01 2017
  • 02/01-08/01 2017
  • 26/12-01/01 2017
  • 19/12-25/12 2016
  • 12/12-18/12 2016
  • 05/12-11/12 2016
  • 28/11-04/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 14/11-20/11 2016
  • 07/11-13/11 2016
  • 31/10-06/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 17/10-23/10 2016
  • 10/10-16/10 2016
  • 03/10-09/10 2016
  • 26/09-02/10 2016
  • 19/09-25/09 2016
  • 12/09-18/09 2016
  • 29/08-04/09 2016
  • 22/08-28/08 2016
  • 15/08-21/08 2016
  • 08/08-14/08 2016
  • 01/08-07/08 2016
  • 25/07-31/07 2016
  • 18/07-24/07 2016
  • 11/07-17/07 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 27/06-03/07 2016
  • 20/06-26/06 2016
  • 13/06-19/06 2016
  • 06/06-12/06 2016
  • 30/05-05/06 2016
  • 23/05-29/05 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 09/05-15/05 2016
  • 02/05-08/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 18/04-24/04 2016
  • 11/04-17/04 2016
  • 04/04-10/04 2016
  • 28/03-03/04 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 14/03-20/03 2016
  • 07/03-13/03 2016
  • 29/02-06/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 15/02-21/02 2016
  • 08/02-14/02 2016
  • 01/02-07/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 18/01-24/01 2016
  • 11/01-17/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 28/12-03/01 2016
  • 21/12-27/12 2015
  • 14/12-20/12 2015
  • 07/12-13/12 2015
  • 30/11-06/12 2015
  • 23/11-29/11 2015
  • 16/11-22/11 2015
  • 09/11-15/11 2015
  • 02/11-08/11 2015
  • 26/10-01/11 2015
  • 19/10-25/10 2015
  • 12/10-18/10 2015
  • 05/10-11/10 2015
  • 28/09-04/10 2015
  • 21/09-27/09 2015
  • 14/09-20/09 2015
  • 07/09-13/09 2015
  • 31/08-06/09 2015
  • 24/08-30/08 2015
  • 17/08-23/08 2015
  • 10/08-16/08 2015
  • 03/08-09/08 2015
  • 27/07-02/08 2015
  • 20/07-26/07 2015
  • 13/07-19/07 2015
  • 06/07-12/07 2015
  • 29/06-05/07 2015
  • 22/06-28/06 2015
  • 15/06-21/06 2015
  • 08/06-14/06 2015
  • 01/06-07/06 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 18/05-24/05 2015
  • 11/05-17/05 2015
  • 04/05-10/05 2015
  • 27/04-03/05 2015
  • 20/04-26/04 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 06/04-12/04 2015
  • 30/03-05/04 2015
  • 23/03-29/03 2015
  • 09/03-15/03 2015
  • 02/03-08/03 2015
  • 23/02-01/03 2015
  • 16/02-22/02 2015
  • 02/02-08/02 2015
  • 26/01-01/02 2015
  • 12/01-18/01 2015
  • 05/01-11/01 2015
  • 30/12-05/01 2014
  • 22/12-28/12 2014
  • 15/12-21/12 2014
  • 01/12-07/12 2014
  • 24/11-30/11 2014
  • 17/11-23/11 2014
  • 10/11-16/11 2014
  • 03/11-09/11 2014
  • 27/10-02/11 2014
  • 20/10-26/10 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 29/09-05/10 2014
  • 22/09-28/09 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 14/07-20/07 2014
  • 30/06-06/07 2014
  • 23/06-29/06 2014
  • 16/06-22/06 2014
  • 09/06-15/06 2014
  • 02/06-08/06 2014
  • 19/05-25/05 2014
  • 05/05-11/05 2014
  • 21/04-27/04 2014
  • 14/04-20/04 2014
  • 07/04-13/04 2014
  • 24/03-30/03 2014
  • 10/03-16/03 2014
  • 03/03-09/03 2014
  • 24/02-02/03 2014
  • 17/02-23/02 2014
  • 10/02-16/02 2014
  • 03/02-09/02 2014
  • 27/01-02/02 2014
  • 20/01-26/01 2014
  • 06/01-12/01 2014

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    Blog als favoriet !


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!