|
Lotte zweefde langzaam door de cabine terwijl ze met haar vingers langs het raam streek. Buiten hing de maan nog altijd stil en indrukwekkend onder hen, een zilveren halve bol die zacht werd verlicht door de zon. Het voelde bijna onwerkelijk dat hun rondje eromheen er al op zat.
“Het blijft raar,” zei Amir terwijl hij een checklist op zijn tablet afvinkte. “We zijn hier geweest. Gewoon... hier. En straks zijn we weer thuis, alsof het een weekendtrip was.”
Lotte glimlachte. “Een weekendtrip van bijna vierhonderdduizend kilometer.”
Ze draaide zich om en duwde zichzelf voorzichtig richting het bedieningspaneel. De Artemis-capsule was klein, maar elk hoekje voelde inmiddels vertrouwd. Hun spullen zweefden netjes vastgeklikt op hun plek, alleen een verdwaalde pen dreef langzaam langs het plafond.
“Oké,” zei Amir, iets serieuzer nu. “Tijd om ons klaar te maken voor de terugkeer. Over twintig minuten starten we de burn.”
Lotte knikte en pakte haar helm. “Communicatie check?”
“Stabiel. Houston klinkt alsof ze naast ons zitten.”
“Systemen?”
“Groen. Alles op groen.”
Ze keken elkaar even aan. Er zat een mengeling van opluchting en spanning in hun blikken. Dit was het moment waarop alles moest kloppen.
Lotte zette haar helm op en sloot de ring met een zachte klik. “Weet je nog,” zei ze via de intercom, “toen we maanden geleden in de simulator zaten? Jij bleef maar zeggen dat je dit moment het spannendst zou vinden.”
Amir lachte kort. “Ja. En jij zei dat je vooral bang was om iets te vergeten.”
“Ben ik nog steeds.”
“Daarom hebben we checklists,” zei hij. “En elkaar.”
Even was het stil, behalve het zachte gezoem van de systemen. Buiten gleed de maan langzaam uit beeld terwijl de capsule zich in positie draaide.
“Oké,” zei Amir uiteindelijk. “Oriëntatie klopt. Klaar voor de motorontsteking.”
Lotte haalde diep adem. “Klaar.”
Een paar seconden later voelde ze een zachte, maar duidelijke druk. De motoren kwamen tot leven en duwden hen voorzichtig weg van de maan, terug richting de aarde. Het was geen schokkende beweging, maar een gestage, onverbiddelijke versnelling.
“Daar gaan we,” fluisterde Lotte.
Op het scherm verscheen een kleine, blauwe stip in de verte: de aarde. Nog ver weg, maar onmiskenbaar thuis.
Amir keek ernaar en zijn stem werd zachter. “Grappig… vanaf hier lijkt alles daar zo klein. Alle zorgen, alle drukte.”
“En toch,” zei Lotte, “is het de enige plek waar we naartoe willen.”
De motoren doofden en de capsule gleed verder op haar traject. Ze hadden de maan achter zich gelaten.
Lotte leunde achterover, haar blik nog steeds gericht op die blauwe stip. “Volgende keer,” zei ze, “landen we daar.”
Amir grijnsde. “Eén missie tegelijk, Lotte. Laten we eerst maar eens veilig thuiskomen.”
Ze lachten allebei, terwijl de stilte van de ruimte hen weer omhulde, dit keer met de zekerheid dat ze onderweg waren naar huis.
donderdag, 9 april 2026
|