|
De regen viel niet, hij hing. Als een dun gordijn dat de wereld net niet afsloot, maar haar wel dempte. Op het plein stond een man die zijn handen in zijn jaszakken hield alsof hij daar iets belangrijks bewaarde... een sleutel, een herinnering, of gewoon de gewoonte om niets los te laten.
Niemand kende hem. Of beter: iedereen dacht hem ooit gezien te hebben, maar nooit lang genoeg om zeker te zijn. Hij hoorde bij de stad zoals de scheve lantaarnpaal bij de hoek of de barst in het trottoir die elk jaar een beetje groter werd.
Hij keek naar de etalage van een gesloten winkel. In het glas zag hij zichzelf, maar ook de straat achter hem, en daarachter weer iets dat er niet was. Dat vond hij het prettigst: dat een spiegel nooit alleen toont wat er is, maar ook wat er ontbreekt.
Een vrouw passeerde, haar stappen snel, haar blik recht vooruit. Ze droeg een tas die te zwaar leek voor wat erin zat. Hij vroeg zich af of mensen ooit weten wat ze meeslepen, of dat het gewicht pas betekenis krijgt wanneer ze het neerzetten.
“Het is altijd dit weer,” zei hij plots, zonder iemand specifiek aan te spreken.
De vrouw vertraagde even, niet genoeg om stil te staan, maar net genoeg om te twijfelen of ze iets moest antwoorden. Ze deed het niet. Mensen kiezen zelden voor het onverwachte, dacht hij, en dat stelde hem gerust.
Hij haalde een hand uit zijn zak en keek ernaar, alsof hij verwachtte dat er iets veranderd was. Niets. Dezelfde lijnen, dezelfde bleke huid. Toch voelde hij dat er iets verschoven was, iets kleins, onzichtbaars. Misschien was het de tijd. Misschien was het gewoon de regen die bleef hangen.
Aan de overkant ging een deur open. Een jongen kwam naar buiten met een fiets die te groot voor hem was. Hij worstelde even met het slot, keek op, en hun blikken kruisten elkaar. Het was maar een seconde, maar daarin lag een vraag die geen woorden nodig had.
De man knikte, bijna onmerkbaar.
De jongen knikte terug, alsof hij begreep wat niet gezegd werd.
En toen was het moment voorbij, opgelost in het grijze licht van de middag.
De man stak zijn hand weer in zijn jaszak en liep verder, zonder bestemming, maar met het vage gevoel dat hij ergens al was aangekomen.
maandag 23 - woensdag 25 maart 2026
|