|
Hersttij der Middeleuwen,
door Johan Huizinga
bespreking: Peter Motte
Het boek is van 1919, het
Nederlands dus ook. Dat betekent niet dat het onleesbaar is, maar wel dat je
eraan moet wennen.
Misschien ligt het aan de
druk, maar hier en daar vond ik diverse fouten: er ontbreekt al eens een
lettertje, al is dat een zeldzaamheid.
Erg vreemd was de
onregelmatige behandeling van de citaten.
Aangezien "Herfsttij
der Middeleeuwen" een historische studie is, worden de stellingen bewezen
door voorbeelden. Die voorbeelden bestaan vaak uit citaten. Aangezien het over
de 14e en 15e eeuw gaat, zijn die citaten vaak uit oude Nederlandse, Frans,
Engelse, Duitse en Latijnse teksten.
De vertalingen daarvan
staan achteraan in een lijst. Maar vreemd genoeg zijn niet alle citaten
vertaald. Even vreemd is dat de vertaling van de Latijnse citaten doorgaans in
de tekst zelf staat, vlak na het citaat.
Het boek ontstond uit de
wens om de schilderijen van Jan van Eyck beter te begrijpen, waardoor het dus
aansluit bij het Van Eyck-jaar van 2020.
De behandelde periode valt
kort na die van "Montaillou" door de historicus Emmanuel Leroy
Ladurie, en er is zelfs overlapping.
Beide boeken vormen een
interessant tweeluik, niet in het minst omdat ze niet alleen qua
tijdperk in elkaars verlengde liggen, maar op andere gebieden tegenstellingen
zijn: "Montaillou" speelt zich af in het zuiden van wat nu Frankrijk
is (maar het rond 1300 nog niet was), terwijl "Herfsttij der Middeleeuwen" zich in het noorden van
Frankrijk en in de Nederlanden afspeelt, met veel aandacht voor de
Bourgondiërs, en uitstapjes naar de Duitse gebieden en Italië.
"Montaillou"
speelt zich af onder de arme boeren van een klein dorp, terwijl "Herfsttij
der Middeleeuwen" zich bezighoudt
met de rijke cultuur van de hoge adel en de rijke burgerij.
Beide boeken hebben
gemeenschappelijk dat ze een andere benadering van geschiedenis hebben dan
louter een weergave van gebeurtenissen. "Montaillou" omschrijft de
omstandigheden waarin de Katharen van Montaillou en omgeving leefden en
vervolgd werden, waardoor het een sociaal-maatschappelijk georiënteerde studie
is.
"Herfsttij der Middeleeuwen" daarentegen besteed vooral
aandacht aan de geestelijke en culturele beleving.
De verdienste van beide
werken is dat ze meestal korte metten maken met ideeën die we hebben over het
verleden.
In "Herfsttij
der Middeleeuwen" zijn er veel
verrassende zaken te lezen, zoals een hoge edelman die een belangrijke veldslag
onderbreekt om zich snel naar Brussel te reppen om de koning te begroeten,
omdat hij het oneervol zou hebben gevonden als de koning naar hem had moeten
komen.
Dat was het gevolg van het
enorme belang dat op het einde van de middeleeuwen werd gehecht aan de vorm,
waardoor de oorspronkelijke betekenis van die vorm en het nut ervan vaak
volledig werden veronachtzaamd.
Overigens zijn sommige van
die vormen tot op vandaag overgeleverd, zoals het "Na u", om iemand
te laten voorgaan. Maar in het hofleven van de 15e eeuw was dat
buitenproportioneel geworden, en kon men lange tijd met elkaar staan palaveren
voor ze eindelijk hun weg vervolgden. Het is uit die omgangsvormen en de
opvattingen die aan de basis liggen van de spelvormen van het toernooi, dat ons
idee over "ridderlijkheid" is ontstaan. Die opvattingen evolueerden
in Engeland tot de "gentleman".
Zowel "Montaillou" als "Herfsttij der Middeleeuwen" vragen dat de lezer vooral de eerste bladzijden volhoudt. Huizinga heeft de neiging droge inleidingen te schrijven, die een verkeerd beeld geven van het vervolg van het boek. Maar als men aan de stijl gewoon is geworden, en in geval van Huizinga het oudere Nederlands begint aan te voelen, geven de boeken veel terug aan inzichten in perioden waarop onze visie doorgaans is misvormd.
Bij mij te koop voor 6
euro exclusief verzendkosten, afhalen mogelijk. De rug van het exemplaar heeft
wel wat geleden onder het lezen.
|