DAG 9: Zondag 6 mei 2018.
Onder mijn voeten: Rumilly en Cambrésis Nauroy 25,1 kilometer.
Om precies 08.34 stuurt Walter me de baan op richting Nauroy. Hij heeft me van de camping terug naar hier gebracht, om dat op deze plaats de volgende tocht aanvat. Bij het verlaten van het dorp zie ik nog een wagen die mij passeert en volgens de statistiek die ik bij hou zou het de voorlaatste wagen zijn die ik opmerk. Welgeteld twee autos kruisten mijn pad. Niet moeilijk als je voor 80% op onverharde bodem en over pas gezaaide velden loopt. Het is hier een slechte gewoonte dat landbouwers een publiek pad plots met een ketting afsluiten of zelfs het publiek pad gewoon overzaaien. Ik ben eerlijk, ik volg getrouw mijn purper lijntje op het scherm en loop dan al wel eens met één voet op de aspergehoopjes en met de andere in een tarweveld. Laat die boeren maar eens van hun gat komen geven. Ik zou ze snel wijzen op hun afgekeken tactiek van Poetin. Veld-annexatie, staat daar de kogel niet op? Ik wandel het ene wegje in en kronkel het andere uit. Vandaag was het de onverharde landbouwwegeltjes dag.
Ik weet ondertussen al wel hoe oergezellig het is om in Frankrijk door een stad of dorp te lopen op een zondagvoormiddag. Die eer en dat plezier zal mij vandaag niet te beurt vallen. Ik kom maar door één dorpje en dat telt dan misschien 50 huizen. Dus van die haast onbeweeglijkheid en die onnoembare rust en stilte op de zondagvoormiddag in Frankrijk zal ik je een andere keer moeten berichten.
Tot ik plots een zwart geklede occasionele wandelaar ontmoet. Hij is behoorlijk corpulent en zeker geen Compostella pelgrim. Dat maak ik op omwille van zijn geweldig puntig en dus werkelijk vooruitstekend buikje. Marcel zou zeggen een broek van drop 4. Zijn met druppels bedekt kaal hoofd en ook zijn voorhoofd zijn vochtig van het transpiratiezweet. Wanneer hij zijn zonnebril afzet zie ik wenkbrauwen van zeker 4 tot 5 centimeter lang. We beginnen een aangenaam gesprek. Vooral over waar ik heen wil, vanwaar ik kom en hoe lang ik nog de weg zal doen. Echte levensvragen dus. De man maakt de opmerking dat ik voor een wandelaar op dag 9 er wel behoorlijk proper en netjes geschoren voorkom. Dat leg ik uit door onze overnachting in de camping van Cambrai.
Ik wandel verder en mijn Columbus wandelhemd dat ik van mijn collegas kreeg, mag dan wel heel licht zijn en comfortabel rond mijn lichaam passen, het wordt langzaam ook klam van het zweet. Op kilometer 14 besluit ik om het te vervangen door een shirtje zonder mouwen. De temperatuur klimt hier tot 25 graden. Vooral in de velden is er geen beschutting tegen de zon. Aan de kerk van Gouy eet ik twee wafeltjes en een appel die Walter gisteren nog mee bracht uit het magazijn., Ik drink mijn liter bidon leeg en weet mij te verfrissen via het kraantje op het plaatselijk kerkhof. Met dank aan al die lijken die mijn hoop op een behouden aankomst in de meest frisse omstandigheden alleen maar kunnen beamen. Ik wandel weer over landbouwwegen en door velden. Om 13.40 uur ontmoet ik Walter in Nauroy. Na het ritueel wasje en plasje aan het kerkhof en het zo deugddoende koude voetbad rijdt Walter ons naar een open plek waar de figuurlijke wereld zonder einde aan onze voeten ligt. We drinken er in ons zeteltje elk een geprefereerd drankje. Hij een blauwe Chimay en ik veel water met een weinig Ricard.
Deze avond eten we selder met gehaktballetjes en aardappelen. Nog nooit gegeten volgens het recept van Liliane, maar ik ben er echt niet bang voor.
Morgen een maandagtocht naar Fontaine les Clercs.
Achter mijn handen: EEN PROSTAAT VAN DRIE KILO
Leopold is een zestiger die éénmaal per week zijn rug en schouder laat behandelen en ook telkens onderhoudsoefeningen uitvoert om zo de skelet ondersteunende spiermassa in goede conditie te kunnen houden. Sinds die behandeling is L. nooit meer hervallen met acute lumbago of nekklachten.
Tot ik plots te horen kreeg dat bij een jaarlijks routineonderzoek - (onder de mannelijke patiënten, het welgekende maar niet zo overheerlijk standje in hondjespositie en het daaraan verbonden anale touché) Leopold toch moest doorverwezen worden voor verder onderzoek. Ook de P.S.A. waarden (triggers in het bloed die na onderzoek kunnen duiden op een prostaattumor) waren vervaarlijk verhoogd aanwezig in het bloedstaal.
Het verdict viel snel: De prostaat moest worden verwijderd. Over al dan niet aanwezige uitzaaiingen kon men zich in dit stadium van het onderzoek niet uitspreken, maar wel zou er na-bestraling moeten plaats vinden. Ik zou L. dus een tijdje niet meer zien.
Na een drietal weken komt de patiënt fris en monter terug op raadpleging. Weliswaar wat getrokken en getekend door de ingreep en de verderving, vind ik dat hij er oprecht goed uit ziet.
Ik zeg hem dat ook. Zijn antwoord was zeer gevat en retorisch.
Weet je dat ze daar een kanjer van een prostaat hebben verwijderd man!
Ik: Hoezo?
Hij: Wel ja, een prostaat van 3 kilo
Ik: L. een prostaat van kilo, dat kan niet, man. Uw prostaat is een klein okkernootje groot. Dat kan nooit 3 kilo wegen.
Hij: En toch is dat zo. Toen ik s avonds binnen ging in de kliniek om mij te laten opereren, woog ik 88 kilo. Toen ik na twee dagen terug thuis kwam woog ik me opnieuw, en ik las welgeteld 85 kilo op het schermpje. Hebben ze er dan geen prostaat van 3 kilo uitgehaald?
We hebben er samen eens goed mee gelachen, en
van zelfoverschatting gesproken.




|