Gisterenavond beste maaltijd in weken gegeten. Met 14 rond
één tafel, een mix van USA, Australia, India, Canada, Duitsland en nog iets, de
voertaal is Engels in alle smaken. De wijn vloeit rijkelijk en tegen het einde
van de avond zijn alle wereldproblemen opgelost en Brussel-Halle-Vilvoorde
verenigd. Zo eenvoudig is dat. Het was gezellig.
Vandaag gaan we naar het dorp de hippe
artisanale-bio-selfmade Markt bezoeken. De stadsbus rijdt ieder uur en stopt
hier maar twee gravelwegen verderop, daar gaan we op wachten. De bus is tegen
alle verwachtingen in op tijd, of, en dat is waarschijnlijker, had exact één
uur vertraging.
We duiken in het verleden als we de bus bestijgen. Dit soort
plaatjes kennen we enkel van in de film. Alle stoeltjes zijn stuk, twee
vensters ook en de rest rammelt zo hard
De raamkozijnen staan niet meer in
verbinding met de rest van de carrosserie, die zweven een beetje in eigen tempo
rond. Ook het dashboard en de schakelbak die de halve middenconsole
inneemt bewegen op een eigen tempo los van de rest van de bus. Met een zwarte
walm achter ons aan richting El Bolson. De markt is bijzonder. Ze is u-vormig
opgesteld rond een groot gemetst bad waar een 5tal waterfietsen op
sportievelingen wachten. Voedingsmiddelen vind je bijna niet maar alle
kraampjes zijn oude ambachten en 100% zelfgemarkt, We zien hout versneden,
gekerft en gebrandmerkt worden, wol gesponnen, breiende moeders, juwelen, trollen,
honderden kraampjes. Af en toe een eetsectie met uiteraard alle lokale hapklare
broodjes en empanadas maar ook, en dat verraste ons
In deze cultuurtempel
verkopen ze Brusselse Wafels, al worden die hier schaamteloos geserveerd met
gesmolten kaas en ham.
We gaan terug naar de hostel voor het te warm wordt. In de
schaduw van de bomen blijft het aangenaam maar je hoort hier echt wel uit de
zon te zijn voor 14h. We gaan met dezelfde bus terug, ze is een half uur te
laat.
Stop nu met lezen als je deze blog op je werk leest en een
offday hebt.
In de tuin rond de hostel is het zaaaalig. Er is bijna
niemand en we hebben het ganse domein voor ons. We kiezen ons elk een hangmat
en een goed boek. Dir is echt paradijs. Warm genoeg in de schaduw met een licht
briesje dat door de zilverberken ruist. En het zijn net die bomen die bijzonder
mooi kunnen ruisen, de blaadjes zijn klein, met veel, en net iets harder dan
andere bomen, je hoort de golven in de wind komen aandrijven. Het ruikt hier
naar een mix van lavendel, eucalyptusbomen en hars van een dennenbos in de
zomerzon. Op de achtergrond klatert een riviertje.
Ik neem mij voor de rest van de dag selfies te nemen vanuit
de hangmat en elke 15 minuten mijn profielfoto op Facebook te vernieuwen. Ik
had gegarandeerd geen vriendjes meer gehad.
Ik verloochen mezelf. Waar enkele dagen terug ik de
hangcultuur van de hostels in het hokje van luie jeugd plaatste is het
perspectief vanuit deze hangmat toch gevarieerder. Noteer alvast deze hostel.
Mocht je in de geburen zijn, zeker eens binnenspringen.
Wat een geluk dat er geen plaats meer is om te blijven
anders hadden we hier zeker nog even blijven... euh .. hangen. Pech wel,
want morgen gaan ze de lavendel oogsten en gasten mochten zich vrijwillig
opgeven om te helpen in ruil voor een bord pasta of een empanada. Weer eens
iets anders maar dus niet voor ons.
Vanavond eten we weer samen met de hippebende. Het zal
moeilijk worden de maaltijd van gisteren te overtreffen.
En morgen opnieuw de sjieke bus op, naar Esquel. Dan zitten
we echt in Patagonië.








|