Het hart is door zijn functie als pomp van het
lichaam symbool van het gevoelsleven geworden. Als het hart stopt, houdt ook
het leven op. Daar valt nu eenmaal weinig aan te doen. Vele culturen beschouwen
het hart als de zetel van het gevoel, en de hersenen als de zetel van het
verstand.
Het hart speelt al sinds de oude Egyptenaren een
speciale rol. Bij het balsemen lieten ze het hart als enige orgaan zitten. Het
werd in het Dodenrijk gewogen tegen een veer om na te gaan of de dode in
kwestie doodzonden of goede daden had begaan. Met de komst van het christendom
werd het hart het symbool van Gods liefde, en de oorsprong van alle goede en
ook slechte daden.
In de middeleeuwen werden de eerste universiteiten
in Europa opgericht; daar werd de tegenstelling tussen het verstand dat in het
hoofd zat en het gevoel dat in het hart zat, bevestigd. In grote delen van de
wereld heerst die opvatting nu nog. Maar er zijn uitzonderingen: in Japan zat
de ziel in de buik, en nu denken veel Japanners dat die in de keel zit.
Waarom
dit verhaal?
Op
3 december 1967 werd voor de eerste
keer in de geschiedenis van de mensheid een harttransplantatie uitgevoerd door
dokter Christiaan Barnard. Mijlpaal in de geschiedenis van de geneeskunde.
http://www.youtube.com/watch?v=GZ7cGnucGNU
|