Een donderwoorden-bliksemend betoog 'Niet laten knechten,
vrienden, kijk omhoog!' Waarom maakt hij nu plots zo'n gek gebaar? Er
vloog een bijtend vliegje in zijn oog...
Samen-zin
Wat zou een
knotwilg zonder knot, Een prevelkwezel zonder god Een kuddenloze herder
zijn Zo bij een wijze hoort een zot
Opvoeding
Op
jambenpasjes leerde ze haar les Van één a twee en stoppen voor de
zes Maar stoppen heeft ze blijkbaar nooit gekund ze hakt de prei nu met
een jambisch mes
Bewolkt
De dag voldeed niet aan zijn
zondagsplicht. Vergat de zon te wassen, en haar licht Ligt vuilig grauw
langsheen de huizenrij. Verbolgen doe 'kmaar weer mijn ogen
dicht.
De reis
Levensmoe en Levenswijs Maken broederlijk
de reis. Zachte zetels in de trein Naar 't beloofde
Paradijs.
Los
Breng mij terug bij de rollende stenen. Roep
mij terug naar de bruisende zee! Weg zijn de muren, de grenzen
verdwenen. 'k Geef wat ik heb met de wolken mee!
Schrappen?
De
hoogste bomen worden door de wind gesnoeid, En zijn na elke barre storm weer
doorgegroeid. Als bakens kunnen zij nu in het landschap staan Omdat ze
nooit door regelneven zijn verknoeid.
Categorie:Op rijm gezet
Doffe ellende
de marsupilami zit hoog op een tak zijn
zeer lange staart te betreuren
de veer is gesprongen de lol is eruit. hij jengelt en jeremieert: iedereen
is gemeen! hij kijkt
naar zijn navel en denkt aan zijn moeder hij grient
uit zijn neus ja
toen kwam ze nog na met een doekje nu niet. hij dropt
zijn verdriet in het
stof van de wegel die onder hem doorloopt geen mens
die het ziet
Categorie:Over dieren
En de winnaar is... DRIEK
Onderstaand gedichtje schreef ik destijds op Schrijf.Net. Daar zwaaide toen wat! Protest, ontgoocheling, omzeggens totale verslagenheid. Een sonnettenbakker als Dichter Des Vaderlands (NL), stel je voor!!!
*
't Is nie waar!
zo zaten ze bijeen en klonken met holle ogen aan
elkaar gewaagd op een in gram verzonken hoerensjans onder hun
haar.
het platte plebs had hun een loer gedraaid. geen krijger geen
hervormer neen! een rijmelaar had uitgeblonken kreeg de eer om voor het
land
huns vaders en de schone ogen van het prinsendom te
dichten.
dit was een allereerste ramp daarover zal hij niet...
*
Op
26 januari 2005 werd Driek van Wissen door het Nederlandse publiek voor de komende
vier jaar verkozen tot derde Dichter des Vaderlands. Zijn voorgangers waren
Gerrit Komrij, die voortijdig afhaakte, en interimaris Simon
Vinkenoog.
De zogenaamd vernieuwende dichters, voorzien van inslaande
etiketten zoals jong, postmodern, absurdistisch of
gewoon absurd, experimenteel, conceptueel, meer anti dan pro
etc... afijn, samengevat: zij die Dada nog geen dada! toezwaaiden, kwamen in
opstand. De kersverse DDV kreeg van sommigen al direct een vuur... he, slijkdoop
te verwerken.
Precies op de dag van zijn inauguratie werd de sluiting van
het het concentratiekamp Auschwitz herdacht. Hoe rijmt men dat tesaam? Hij
deed het, tóch dus, en wel met een vers dat volgens mij van humor en
tegelijkertijd van respect getuigt. Een speedsonnet dat op een mild-cynische wijze
laat aanvoelen dat Driek zich bewust was van zijn ondankbare taak.
DICHTER DES
VADERLANDS
De nieuwe Dichter van het Vaderland Mag, in de
wolken door de eerbewijzen, In een speciale feesttrein huiswaarts
reizen En werpt daar nog een half oog in de krant
En leest dat exact
zestig jaar geleden De laatste treinen richting Auschwitz
reden.
het blijft te lang te stil op straat ik
bind de honden holle trommels aan hun staart er moet gekletter zijn geblaf
en dat ik hoor waarheen ze gaan en kerend ik de doening van hun neuzen
volg en weet wanneer en waar waarom ze blijven staan
want daar
daar
is er iets waarnaar ik later op de nacht kan graven
Categorie:Korte verzen
De man die
de man die verzen leest hij leest geen
verzen hij droomt dat scheerschuim geurt naar moeders borst naar romig
opgeklopte moedermelk en zwarte stoppels op zijn mansgezicht
verzacht
hij weekt zijn brood in lauw verdriet en roept de vrouw de
andere zij die de vorige uit zijn gedachten giet
Categorie:Over mensen
Aan mijn moni
moni o moni ik hou zo van jou jij bent mijn
alles mijn méér dan ik wou.
jij toont mij werelden wijder dan
wijd sust mij in webben, geen verte geen tijd
kunnen ons
scheiden van elkaar 'k trek al in dagen geen kam door mijn
haar
en je vierkantig cyclopenoog weet wat er mij naar je
toe bewoog.
was 't niet de roep van de Lorelei heel in de
verte aangrijpend nabij?
was het die
vreemde gedrevenheid: kennis vergaren? vergetelheid?
het is de duik in een kolkende zee Orfeus, vertel
mij Eurydike...
*ik had voor 't eerst een PC - november
2000 - begon toen pas gedichtjes te maken
Categorie:Waar is de tijd
Het weekje in de ruimte
Gaia in het midden? Ze méént het! Maar...
De Maan heeft een oog dat
nog lonkt naar de Zon
Mars ramt hun droom in elkaar maar de zalvende
Zeus weet wel donders goed hoe de pientere gast Mercurius aan
Venus te
koppelen valt die frivool haar dag vol marktmuziek op kopers speelt en
verzen breit uit dunne draden van White Linen geurend tot hij komt, het oude plichtsgetrouwe vadertje
Saturnus dat gedisciplineerd de tobbe-dag eert
Want straks troont de Zon weer.
We maken voor haar alles mooi!
Categorie:Over dingen
Loslaten
dit is een vruchtbare nacht zwaar hangen rijpe mispels maar de
bomen laten ze niet los
eerst moet het verlangen komen naar
verrotting naar vergaan
naar de smaak daarvan
Categorie:Korte verzen
Goddank
zo is het dus in februari jaar na jaar na jaar het kloppen van de stad het
sap in valentijnen harten verheven rood en afgerond
zijn het de vogels
al? of giechelen de cherubijntjes warmpjes ingevette lijfjes mij uit
bed?
hortensia's staan dood te kijk in stenen tuinen bevroren bruin
hun kleur verloren weren zij de scherpe geur van wat ontstuimig
zwelt
in teder doen de knoppen stoute knoppen durven weer en weten
niet
goddank
Categorie:SeiZoenen
Gij badt... G.G.
hoe moet ik hoor ik mij wie vraag ik het is er
nog één die mij niet jaagt ik klaag niet
hagel laat geen
wonden weegt onderhuids bloedt binnenwaarts mijn hals dicht lauw en
smoort mijn stamelen waar ik u roep waar ik u niet kan roepen
roept
gij mij
Categorie:Vr.Vorm-rest
Februari
vandaag kwam ik de liefde tegen ze leek te dampen in de winterkou de ruiten
bloosden reeds ze deed de stoep de goot waarin het schuim de schilfertjes
van gisteren gewillig loodste naar vergetelheid
ze was gewoon de
kleine dagelijkse vrouw haar handen spanden zich om zeem en lap en
dweil ze wrong hen wreed en wapperde bevrijd de straat vol geuren van
lavendel kamperfoelie en limoen
straks als hij thuiskomt zal zij
hem een schotel warmte doen
Categorie:SeiZoenen
Famke
hoe het begon: we zaten aan een tafel weet ik nog
de boter was heel
zacht het was zomer buiten, zwoel wij zouden praten over een tuin
geloof ik en een groter huis
ik zei hoe zei ik dat de hond is
vuil niet zo ik zei je hond zou ja en zonder overgang zag ik je
elders
zitten op de grond je rug gerecht de benen wijd gespreid de
hond zo dicht zo daar
en jij begon haar zijden haren te kammen
toegewijd aandachtig liefdevol omslachtig ook geen plekje heb je ongemoeid
gelaten
het bliksemde
ik had je lief ik had je kunnen
haten
*herinnering aan een geprek met mijn vriend A.B.
Categorie:Belevenissen
Re-ACTIE!
Alles voor 't plezier van 't schrijven
reactieversjes op
-de zich 'objectief'
noemende dichters en recensenten -de maniakale woordverkrachters -de
vrijdenkende anti-sonnettirannen -de magerzuchtigen -de uitvinders van de
naamwoordvervoeging en het jejijen -de scouts-op-zondag-van-de-straat -de
veelplempers -enzovoort
testcase
de dichterkens op 't
wereldwijdeweb ze lurken aan de tijd al bakkeleiend als mottenballen
tantes pinkhoog vleiend elkanders en een anders holle kweb
een enkel
keertje zinken heel omzichtig hun afgeroomde ogen in het dik ze schrikken
dan en murmelen doorzichtig: ik vind, nou ja, ik meen, maar wie ben
ik?
eens thuisgekomen schoppen ze hun toffels niet onder stoel of bank
maar door de ruit en trekken zij hun stoute schoenen aan
dan gaan ze
anoniem en zonder moffels -hoe tegendraads dit hier ook staat te staan- zo
dagen zij de rauwe waarheid uit
eigen weurden
zeer langwerpig slingerapen zich de miksoepweurden van het grootste naar het kleiner grut der blaters aan de dunharige draden van
het winternet
bakelei een koekoeksklok van eigen deeg hoor hoor hoe
aborigineel ze interapig in de potten slepelen want eigen weurden eerst en
wie niet meedoet
is een vlieger voor de klater van hun
zelfrijzende zandtaarten de staart onwederroepelijk
verkleefd vercollageend in saamgeraapsel niets staat nog
apart de
eigeneerstigheid blendeert ogen oren mond we eten wortelkool en preibes
peerknollen met zie naast appelsaus en kelen onze slikken
in
vrij moet
en kent er iemand nou een fijner
nummer dan stappen op de maat van het sonnet de slenterende straat een
neus gezet met hakken op de klinkers als een drummer
en tussentoontjes
fluiten voor de pret tot ergernis van menig scheve hummer die zwalkt van
hot naar her of nog de hm'er de laaggebrilde hooggeneusde wet
die jou
in vrijheids naam een voetje licht de prei de selder alles voor je soep de
krant de mug de olifant een troep
van dingen die je liefhebt op de
stoep en niemand hoort je stomverbaasde roep je reutel in jouw ongelikt
gedicht
minimalisme
de gezette gesettelde dichter
schrijft
ik zit op waarop? de gezette dichter hoort zijn zwaar te
dragen lezer lichtjes denken
schrapt op weegt voeg ik iets
toe? schrapt ik
zitten
zit
door De Gezette
Dichter uit: "Het Niets"
de gezette dichter is
tevreden een geur van puur humaan geluk omkrult zijn zinnen nadat
hij als poogde hij om op te staan een bil verheft
vanuit het
centrum vult de periferie zich met vlucht de vleugels van zijn
neus verwijden fijner nu geniet hij zich een zelf
vertoevend in een
geur van onderbuiks geluk snuift hij de geest
je nept me
nipt
je tippelt steels mijn ogen je horizont mijn zicht je
wil mij mede dogen je valst mijn ochtendlicht
je nept me nipt. de
stilte kamert rondom ons bed dat davert van de bilte je zweet je handen
wet
ik boxershort mijn delen maar jij behaat geen moer je deurt in
ambergelen je draait en baadt me loer
nooit zal ik nog bebillen een
blauwe pelikaan ik rood mij nu ik shirt me ik trek mijn schamen
aan
doeternietoe hoehoe
allez hup et on y
va! geen gedoe geen tralala dichies aan ballonnetjes
waaien boven
festivals hippig hopt een nieuwe wals boven bier in tonnetjes
en
wie wet ons en wat let ons poëzie? is blablabla maar zo'n festi! vals
of... zeg maar dat brengt centjes in de la