Inhoud blog
  • Een Amerikaan in Parijs, Benjamin Franklin (1706-1790). Achtergronden 1
  • Jacques-Louis David, revolutionair of opportunist ? (2)
  • Jacques-Louis David, revolutionair of opportunist ? (1)
  • Louise 0'Murphy
  • Vier zussen in het bed van de koning.
  • Wolfgang Amadeus Mozart op de 'thé à l’anglaise' bij Conti in de Temple.
  • Belisarius, een Byzantijnse generaal als proto-revolutionair icoon in de 18de eeuw.
  • In de Rue Neuve des Petits-Champs: Adelaïde, Jeanne, Vincent "et les autres".
  • Diderot : brieven aan Sophie Volland (3)
  • Diderot : Brieven aan Sophie Volland (2)
  • Diderot : Brieven aan Sophie Volland (1)
  • Diderot : huwelijk en eerste affaire
  • Een dubbel portret door Roslin uit 1954 in het Göteborgs Konstmuseum
  • Een merkwaardig portret van Louis XIV en zijn familie.
  • Een Vlaams-Duitse familie in Parijs of de Gentse roots van Eugène Delacroix.
  • Een nieuwe jas voor Diderot.
  • Verzamelde Lumières in het Salon van Mme Geoffrin.
  • Diderot, Greuze en Mademoiselle Babuti (2).
  • Diderot, Greuze en Mademoiselle Babuti (1).
  • Het trieste eind van Mme du Barry. (2) De obsessie van Grieve.
  • Het trieste eind van Mme du Barry. (1) De dood van Brissac.
  • Soufflot (1713-1780), architect van het Pantheon.
  • De smadelijke aftocht van Voltaire uit Pruisen.
  • over schilders, meubels & maîtresses
  • Opkomst en ondergang van de hertog van Choiseul
  • Voltaire : de smadelijke vlucht uit Engeland.
  • Het drama van Metz en het Pantheon
  • De mythische diamanten van Marie-Antoinette (2)
  • De serre-bijoux en de mythische diamanten van Marie-Antoinette (1)
  • Diderot verhuist naar het Pantheon.
  • Een 18de eeuwse galante abbé in de slaapkamer van Madame C.
  • 2013. Het jaar van Denis Diderot.
  • Shakespeare en Voltaire. Geslepen zakenlui en fraudeurs.
  • Voltaire vlucht voor een duel aan het hof van Stanislas te Lunéville.
  • Voltaire in Versailles, vicino al piu puzzolente cacatoio di Versailes.
  • Boucher en de Chinoiserieën (2).
  • Ontbijt met oesters en champagne
  • Boucher en de Chinoiserieën (1).
  • Een knipoog van Lavoisier.
  • Van bordeelmeisje tot First Lady
  • Our Lady of the Potatoes
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    18de Eeuws Parijs

    Over kunst, wetenschap, techniek, politiek, mannen, vrouwen en roddels in het 18de eeuwse Parijs.

    © Guido VanPoucke.
    Wil je verwittigd worden als er een nieuw item wordt gepost, geef dan je emailadres op.

    20-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Diderot, Greuze en Mademoiselle Babuti (2).

    In een artikel van Paul de Musset over Mlle Quinault (Revue de Paris, 1841) wordt het volgende gesprek weergegeven:

    ... Un soir, Duclos arriva chez Mlle Quinault et dit négligemment :
     - Vous allez avoir Diderot à souper.
     - Ah ! répondit Mlle Quinault, voici la première fois que vos grands airs accouchent d'autre chose que d'une souris. La nouvelle me fait plaisir. Il nous faut du vin de Champagne, car M. Diderot est bon convive.
    - Sans doute, reprit Duclos, et je lui ai ordonné de boire sec pour s'étourdir.
    - Est-ce qu'il a quelque chagrin?
    - Vous ne savez donc pas ce qui lui arrive? Il était amoureux de la petite Babuti, la fille du libraire, et elle a épousé Greuze le peintre. J'ai rencontré tout à l'heure Diderot éperdu et en désordre. Il parlait de fuir en Russie ou à La Baye, de se jeter dans la rivière, et, en dernier lieu, de courir à Montmorency confier sa peine à Rousseau; mais je lui ai ouvert mes deus bras, où il s'est précipité en pleurant, et l’envie de voyager et de mourir lui a passé aussitôt. Je connais l'homme. Il ne lui fallait qu'un moment d'effusion. Je me suis trouvé là fort à propos pour offrir un exutoire à sa sensibilité. Une page dans un de ses contes sur l'inconstance des femmes, une tirade dont vous jouirez, achèveront la purgation, et demain il écrira au voyageur Grimm: Nous avons sablé le Champagne, et tu n’y était pas!

    La petite Babuti trouwde officieus met Greuze in 1757 – deze conversatie werpt een ander licht op het verhaal van Diderot van quand j’étois jeune... .

    Jean-Baptiste Greuze, geboren in 1728, was op het Salon van 1755 beroemd geworden door een schilderij van een tot dan toe ongekend moralizerend genre : Père de famille expliquant la Bible à ses enfants. Door het succes van dit werk werd hij aangenomen als Agréé de l’Académie en in 1756 vertrok hij naar Rome voor de obligate Italië-reis. Het jaar daarop was hij alweer in Parijs.

    Volgens zijn mémoires liep hij op een dag, kort na zijn terugkeer, de Librairie Babuti binnen, gelegen in de Rue Saint Jacques (Diderot situeerde deze boekhandel eerder in de Quai des Augustins, de winkel was ondertussen blijkbaar verhuisd). Hij trof er Mlle Babuti. Je fus frappé d’admiration, schrijft hij, car elle avait une très belle figure.

    Er volgden komplimentjes heen en weer, et des cajoleries. Zij deed er ondertussen alles aan om hem tot een huwelijk te verleiden, want zo schrijft Greuze, nogal verwaand: ik was al beroemd en Mlle Babuti vreesde reeds “ de faire Sainte-Catherine” voor de rest van haar leven, ttz een oude vrijster te blijven, want ze was al meer dan 25. Op haar vraag of Greuze niet met haar wou trouwen indien ze daarin zou toestemmen, antwoordde hij galant : Mademoiselle, n’est-on pas trop heureux de passer sa vie avec une femme aussi belle que vous ? Deze galanterie zou hem zeer zuur opbreken want ze nam zijn antwoord letterlijk op als een bevestiging op haar vraag. Ze kocht enkele juwelen en vertelde in de buurt dat het een huwelijksgeschenk was van M. Greuze de l’ Académie Royale. Omwille van het goed fatsoen kon Greuze de boot toen niet langer afhouden. Toch zou het nog 2 jaar duren, tot begin 1759, voor ze officieel trouwden.

    Aanvankelijk liep alles gesmeerd. Greuze boekte aanzienlijke successen op de Salons van 1761, 63 en 65 met werken als Un paralytique soigné par sa famille, La mère bien aimée, La piété familiale, Le bonheur conjugal, etc. Diderot was een vriend aan huis en prees zijn schilderijen de hemel in. Greuze was volgens Diderot de eerste peintre morale van zijn tijd. Het was alsof hij predikte, niet met woorden maar met het penseel. Greuze, hierin aangemoedigd door Diderot, surfte volop verder op de golven van een soort epidemie van moralisme waaraan de tweede helft van de 18de eeuw zo onderhevig was. De “heilige” waarden van het huwelijk, het gezin en de deugdzame opvoeding van de kinderen waren weer “in” bij een publiek lassé de galanteries mythologiques, de nudités friponnes et de tableautins galants, zoals de gebroeders Goncourt schreven.

    En dan waren er nog de “Greuze girls”: Jeune fille pleurant son oiseau mort, La cruche cassée, etc. Over de onderliggende dubbele moraal hebben we het nog in een andere bijdrage. Gravures van zijn werken verkochten als zoete broodjes. Ze waren omzeggens in elke huiskamer te vinden en bezorgden Greuze een fortuin.

    Geleidelijk echter zou mevrouw Greuze zich ontwikkelen tot een kreng van een wijf. Ze hield er tal van minnaars op na, soms van het meest bedenkelijke allooi en verkwiste de fortuinen die Greuze verdiende. In 1769 mislukte Greuze in zijn poging om door de Académie aanvaard te worden als Peintre d’Histoire hetgeen voor de ijdele Greuze een enorme vernedering betekende. Diderot, niet langer een erotische fascinatie koesterend voor Mme Greuze, sprak nu in zijn kritieken negatief over het werk van feu mon ami Greuze.

    Ondertussen, voor de buitenwereld, voor de schone schijn, tolereerde hij oogluikend de buitenechtelijke escapades van zijn vrouw en bleef hij schilderijen maken over het idyllische gezin, Le bonheur conjugal, La paix du ménage, Fidelité, etc, ttz over het leven dat hij zich wellicht gedroomd had toen hij la petite Babuti ontmoette avec sa très belle figure.

    Eén keer echter gaf hij een inkijkje in de ellende van zijn huwelijksleven. Toen zijn vrouw hem met een pan vol aangebrand voedsel aanviel moesten zijn twee dochters hem tegen deze razende harpij beschermen. La femme colère, een tekening, getuigt hiervan.

    In december 1785 zal hij uiteindelijk een klacht indienen tegen zijn vrouw bij de politie : een transcriptie hiervan vindt men in het befaamde Mémoire de Greuze contre sa femme, in extenso weergegeven in Archives de l’Art Français. Op het einde van de 18de eeuw vielen de werken van Greuze niet meer in de smaak van het publiek: de nieuwe goden waren nu eerst Vien en dan David. Geruïneerd door de perikelen omtrent zijn echtscheiding (echtscheiding werd pas mogelijk na de revolutie, dit kon niet onder het Ancien Régime) en waardeloos geworden revolutionaire assignaten stierf hij in behoeftige omstandigheden op tachtigjarige keeftijd in 1805. Alleen Dr Guillotin, zijn logebroeder van de Loge des Sept Soeurs was aan zijn sterfbed aanwezig.

    La belle Babuti was al eerder gestorven aan de gevolgen van haar liederlijk gedrag.

    Bronnen: 
    Revue de Paris, 1841. 
    L’Art du dix-huitième siècle. Edmond et Jules de Goncourt. Paris, 1881-82 
    Archives de l’Art Français, tome deuxième, 1852-53. 
    Greuze. Louis Hautecoeur. Paris, 1913.







                        Portret van François Babuti. Greuze, Salon 1761.


           L'Accordée de Village. Greuze, Salon van 1761.


    Le bonheur conjugal. Gravure naar een schilderij van Greuze.


                         La femme colère (The angry wife). The MET, NY


               Jeune fille pleurant son oiseau mort. Greuze,1765.

                        La cruche cassée. Greuze, 1777.

             Girl with birds. Greuze, 1780. NGA, Washington.


                    Graf van Greuze, Montmartre.

    20-11-2013 om 00:00 geschreven door Guido  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    17-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Diderot, Greuze en Mademoiselle Babuti (1).

      Diderot liep in zijn jonge jaren als een min of meer haveloze bohémien rond in het Quartier Latin, samen met zijn vriend Wille met wie hij destijds een soort kraakpand deelde in de Rue de l’Observance (tegenwoordig Rue Antoine Dubois). Beiden vermoedden toen nog niet hun latere beroemdheid. Wille, een Duitse graveur, twee jaar jonger dan Diderot, was in 1736 in Parijs aangeland. Vele jaren later zou Wille in zijn Mémoires over deze periode het volgende schrijven:

    Enfin, notre situation actuelle nous parut admirable, même digne d'envie. Les mets de notre table étoient parfaits, nos vins exquis. Nous choquâmes nos verres pleinement remplis les uns contre les autres; on les vidoit souvent, on les remplissoit de nouveau. Les contes, les rires, les charges et les plaisanteries, se succédèrent rapidement. Chacun étoit content de soi et de moi. Nous nous séparâmes vers minuit. On se donnoit la main d'amitié. Chacun retournoit peut-être un peu chancelan! pour se reposer dans son manoir, où souvent il ne trouvoit ni feu ni flamme pour allumer sa pauvre petite bougie. Il ne faut pas oublier que nous étions tous de jeunes artistes, peu sujets aux inquiétudes, quoique souvent sans pécune, mais toujours  prêts à nous réjouir honnête ment, selon les circonstances, nos moyens et les occasions.

    Op een dag liep Diderot de boekhandel binnen van François Babuti op de Quai des Augustins. Hij trof er de dochter, Anne-Gabrielle, en werd op slag verliefd. Hij beschrijft deze ontmoeting in zijn beroemde kritiek op het Salon van 1765.

    De Académie Royale de Peinture et de Sculpture, organiseerde tweejaarlijks een expositie waar alleen de académiciens of agréés de l’académie  mochten deelnemen. Deze druk bezochte tentoonstelling werd telkens gehouden in een imposante zaal van het Louvre, de zogenaamde Salon Carré. Sindsdien noemt men elke tijdelijke tentoonstelling in Frankrijk een “salon”: Salon du Livre, Salon de l’Agriculture, enz. Vanaf het Salon van 1759 tot dat van 1781 gaf Diderot pittige commentaren op de tentoongestelde werken. Deze commentaren werden gepubliceerd in een soort handgeschreven nieuwsbrief, de Correspondance Littéraire van Grimm. Baron von Grimm, grootvader van de beroemde gebroeders Grimm, bekend om hun sprookjes: Assepoester, Roodkapje, Hans en Grietje, enz., was een Duits diplomaat in Parijs die op geregelde tijdstippen deze nieuwsbrief over Parijs, hét centrum van het intellectuele en artistieke leven in Europa, stuurde naar tal van Duitse prinsen en koningen. Deze Correspondance Littéraire werd slechts op een beperkt aantal exemplaren via de diplomatieke post verspreid. Pas in 1812 werden deze bijdragen gedrukt en publiek gemaakt.

    In zijn commentaar op een schilderij van Greuze op het Salon van 1765 (Mme Greuze avec épagneul- waarvan we nergens een afbeelding vonden) schrijft Diderot : Je l'ai bien aimée, moi, quand j'étois jeune, et qu'elle s'appeloit mademoiselle Babuti. Elle occupait une petite boutique de libraire sur le quai des Augustins: poupine, blanche et droite comme le lys, vermeille comme la rose. J’entrois avec cet air vif, ardent et fou que j'avois, et je lui disois: Mademoiselle, les contes de La Fontaine, un Pétrone, s'il vous plaît ... Monsieur, les voilà. Ne vous faut-il point d'autres livres ? .. Pardonnez­ moi. mademoiselle. Mais... Dites toujours ... La Religieuse en chemise [destijds een bekend pornografisch werk dat onder de toonbank werd verkocht] ... Fi donc, monsieur; est-ce qu'on lit ces vilénies-là? .. Ah! ah! ce sont des vilénies; mademoiselle, moi, je n'en savois rien ... Et puis un autre jour, quand je repassois, elle sourioit, et moi aussi.

    En in zijn commentaar op een ander schilderij van Greuze, op het zelfde salon (Le Baiser envoyé) geeft hij nog steeds lucht aan zijn erotische fascinatie voor Mme Greuze die model stond voor het schilderij : ... et la mollesse voluptueuse qui règne depuis l'extrémité des doigts de la main, et qu'on suit de-là dans tout le reste de la figure; et comme cette mollesse vous gagne et serpente dans les veines du spectateur, comme il la voit serpenter dans la figure! C'est un tableau à tourner la tête ...

    Op deze ontboezemingen past enig commentaar. Anne-Gabrielle Babuti, de latere Mme Greuze, werd geboren in 1732, dus 19 jaar jonger dan Diderot. Als Diderot in 1765 – hij was toen 52 jaar - schrijft over zijn jonge jaren (quand j’étois jeune) dus 20 jaar of zo, dan was Mlle Babuti amper 1 jaar oud. Stel dat Babuti 15 jaar en vroegrijp was ten tijde van deze ontmoeting, dan was Diderot 34 jaar, getrouwd en vader van 2 kinderen. De zo levendig beschreven ontmoeting tijdens zijn “jonge jaren” in de boekhandel op de Quai des Augustins is dus wellicht aan zijn verbeelding ontsproten.

    Bronnen:
    Diderot & l’Art de Boucher à David. Editions de la RMN, 1984.
    Mémores et Journal de Wille.Tome premier.1857.
    Oeuvres de Denis Diderot. Salons. Tome I. 1821. 
    Jean Sgard : rde.revues.org  (N°43, 2008)

     






    Plan général de Paris et des faubourgs de Paris / par le Sr Robert de Vaugondy. 1760




    17-11-2013 om 00:00 geschreven door Guido  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    07-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het trieste eind van Mme du Barry. (2) De obsessie van Grieve.

    In oktober 92, een maand na de dood van Brissac vertrekt du Barry weer naar Londen in de hoop eindelijk haar juwelen te recupereren. Door de Revolutie ontvluchtten een groot aantal Fransen hun vaderland en werden de wetten op emigratie zo sterk verstrengd dat emigratie meestal illegaal werd waardoor de bezittingen van de emigrant verbeurd konden worden verklaard. Du Barry was zich daar terdege van bewust en zorgde er voor dat haar papieren in orde waren. Ten overvloede kreeg ze nog een attest mee van Lebrun, minister van Buitenlandse Zaken : het ging om een zakenreis  en het was niet de bedoeling het land te ontvluchten.

    Terwijl de juridische procedure in Londen eindeloos aansleept frequenteert ze er de kringen van de Franse émigrés. Het nieuws uit Parijs is alarmerend: op 21 januari 1793 wordt de koning onthoofd, en daarmee vervliegt alle hoop op een herstel van de monarchie. In Londen wordt een officiële rouwperiode aangekondigd en du Barry draagt de voorgeschreven rouwkledij. Een en ander wordt door spionnen van de Republiek getrouw doorgebriefd aan het Comité du Salut Public in Parijs als bewijs van haar royalistische sympathie.

    Eind februari 73 is er eindelijk een doorbraak in het juridische kluwen. De juwelen worden als haar eigendom beschouwd en de beloning voor De Symon geregeld. De bekrachtiging van dit definitieve vonnis is gepland in april waarna ze haar juwelen zal kunnen gaan ophalen bij de bank van Ransom, Morland & Hammersley en haar leven in Louveciennes hervatten met haar nieuwe minnaar Alexandre Louis Auguste hertog van Rohan-Chabot. Ze had deze in Londen leren kennen en hem daar een substantiële lening gegeven om hem toe te laten zijn bezittingen in Frankrijk te gaan beschermen (later zou dit door het Revolutionaire Tribunaal uitgelegd worden als verkapte steun aan de antirevolutionaire opstandelingen in de Vendée waar Rohan-Chabot bezittingen had).

    Haar plannen werden echter doorkruist door de obsessie van één man : George Grieve, een radicale politiek actieve Brit. In zijn jeugdjaren had hij Marat leren kennen, toen deze voor zijn studies in Engeland verbleef om als apotheker vooralsnog geneesheer te worden. Later zou Grieve in Amerika actief zijn in de Onafhankelijkheidsoorlog waar hij Washington en Franklin frequenteerde. Hij was wel degelijk een revolutionair.

    Maar Grieve had een morbide - en naar sommigen beweren - seksuele fascinatie opgevat voor du Barry. Die fascinatie ging schuil onder zogenaamde revolutionaire motieven. Zo tekende hij een anti du Barry pamflet als : Greive (sic), défendeur officieux des braves sans-culottes de Louveciennes, ami de Franklin et de Marat, factieux et anarchiste de premier ordre, et désorganisateur du despotisme dans les deux hémisphères depuis vingt ans.’   

    In de winter van 1792-93, terwijl du Barry in Londen verbleef, logeerde hij in het dorp Louveciennes en snuffelde rond in haar kasteel, daarbij geholpen door 2 ontevreden personeelsleden : de butler Salanave en de “neger” Zamor. Hij kreeg er info uit de eerste hand over het komen en gaan van aristocraten en hun gedragingen. Hij klaagde du Barry aan als illegale emigrant en op 16 februari 1793 verkreeg hij het order haar kasteel en de inhoud ervan te verzegelen.

    Du Barry werd hiervan verwittigd en ze vertrok op 5 maart hals over kop uit Londen om het misverstand over haar zogezegde illegale emigratie op te helderen. Met het attest van Lebrun kon ze haar verblijf in Londen verklaren. Begin april werden de zegels verwijderd en ze kreeg enkele maanden respijt tot Grieve eind juni een nieuwe actie ondernam.  Hij slaagde erin een kleine minderheid van de dorpelingen van Louveciennes een petitie te laten ondertekenen waarin du Barry beschuldigd werd van incivisme, lèze-nation en royalisme. Salanave en Zamor bevestigden bovendien dat aristocratische genodigden werden aangesproken met hun adellijke titels in plaats van citoyen zoals voorgeschreven. Op grond daarvan werd ze aangehouden om naar de gevangenis van Versailles overgebracht te worden. Ze protesteerde hevig en bekwam dat ze haar arrest in haar kasteel  mocht uitzitten. Maar ook hier kreeg Grieve het deksel op zijn neus : onder druk van de lokale bevolking die betoogde dat du Barry een echte citoyenne was en bovendien hun weldoenster werd het arrest herzien en op 13 augustus kwam ze vrij. Het hielp Grieve ook al niet dat Marat, zijn vriend en medestander in zijn kruistocht tegen du Barry, in juli was vermoord. Maar Grieve liet niet los, zo groot was zijn obsessie om du Barry op het schavot te krijgen.

    In september ondernam hij een nieuwe aanval, hij wendde zich nu rechtstreeks tot het zopas opgerichte Comité de Sûreté Générale in Parijs, daarbij de lokale autoriteiten passerend. Dat Comité - een soort “ministerie van terreur” - was gemachtigd alle verdachten van inciviek gedrag aan te houden en hen naar het Tribunal révolutionnaire te sturen. Dit laatste was in feite niet meer dan een doorgeefluik naar de guillotine.

    Dat du Barry “verdacht” was kon Grieve gemakkelijk aantonen en hij verkreeg moeiteloos de beslissing om haar te arresteren.

    Hij verkreeg zelfs subsidies om haar in eigen persoon naar Parijs te brengen met een gewapende wacht naar zijn keuze. Op 21 september 1973 stond hij triomfantelijk voor haar deur in Louveciennes om haar op te pakken waarbij hij volgens verschillende getuigen uiterst hardhandig te keer ging. Op weg naar de Parijse gevangenis Sainte-Pélagie, zou hij zelfs gepoogd hebben haar te verkrachten.

    Eenmaal in de handen van het “Ministerie van Terreur” was het lot van du Barry voorspelbaar. Op 6 december verscheen zij voor het Tribunal révolutionnaire met de geduchte aanklager Fouquier-Tinville. Zijn requisitoir, volledig van de pot gerukt, waarin hij du Barry vergelijkt met de beruchte oud-Griekse hetaïre Laïs, voor wiens schaamteloos genot, een despoot, een moderne Sardanapalus (Louis XV) het bloed en de bezittingen van zijn volk opofferde, deze hoer die het zelfs met Pitt zou aangelegd hebben (Pitt: Engelse Prime Minister, die de oorlog verklaarde aan het revolutionaire Frankrijk), zijn requisitoir dus overdonderde de 12 juryleden dusdanig dat die prompt du Barry naar de guillotine verwezen. Hetgeen dan ook geschiedde op 8 december 1793, onder oorverdovend gekrijs, sterk contrasterend met de stoïcijnse houding van Marie-Antoinette, koningin van Frankrijk, die een paar weken voordien hetzelfde lot had ondergaan.

    Haar juwelen die nog altijd in een Londense bank lagen werden op 19 februari 1795 werden openbaar geveild door Christie (de stichter van het huidige Christie’s in Londen).

    En hoe liep het af met Grieve ? Na de val van Robespierre werd hij gearresteerd maar ontsnapte aan een veroordeling en vluchtte naar Newcastle, Amerika. Uiteindelijk kwam hij terug naar Europa en vestigde zich in Brussel waar hij overleed op 22 februari 1809. Het zou interessant zijn eens op te zoeken waar ergens in Brussel die man werd begraven en als daar nog een grafzerk of zoiets te vinden is.

    In 1935 verscheen een boek van James Henry Duveen (die aan de basis ligt van de huidige collectie van 18de- eeuws Frans meubilair in de beroemde Huntington collectie te San Marino, California, US) waarin het vermoeden werd geuit dat Grieve zelf zou betrokken geweest zijn bij de diefstal van du Barry’s juwelen op 10 januari 1791.  

    Bronnen ( alles integraal digitaal downloadbaar van het internet):

    Marion Ward: The du Barry inheritance (1967). 
    Georges Leclerc: La juridiction consulaire pendant la Révolution (1909)  
    H. Fleischmann : Réquisitoires de Fouquier-Tinville (1911). 
    Charles Vatel: Histoire de Mme du Barry (1883)















    07-11-2013 om 00:00 geschreven door Guido  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    04-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het trieste eind van Mme du Barry. (1) De dood van Brissac.
    In onze blog van 14-03-2013 (Van Bordeelmeisje tot First Lady) vertelden we reeds hoe du Barry in 1774 het Petit Trianon moest ontruimen zodat Louis XV vooralsnog waardig zou kunnen overlijden, niet in haar onkuise schoot, maar in de schoot van onze Moeder de Heilige Kerk.
    Ze trok naar haar kasteeltje in het dorp Louveciennes en zou daar nog bijna 20 jaar wonen, in peis en vree, in een LAT relatie met haar nieuwe minnaar  Louis Hercule Timoléon de Cossé-Brissac, kapitein van de Cent-Suisses, een soort persoonlijke lijfwacht van de koning.

    Het drama begon in feite op maandag 10 januari 1791. Du Barry was die dag naar Parijs getrokken om Driekoningen te vieren ten huize van Brissac en bleef daar overnachten. Een Joodse dievenbende uit Parijs was daarvan op de hoogte geraakt, waarschijnlijk getipt door Zamor, de Bengaalse huisslaaf van du Barry. De dieven besloten tijdens haar afwezigheid in te breken in haar  kasteel te Louveciennes. Het was algemeen bekend dat du Barry over een aanzienlijke hoeveelheid juwelen beschikte, die ze geleidelijk moest verkopen om met de opbrengst haar train de vie en dat van haar personeel te kunnen handhaven, maar ook om behoeftige inwoners van het dorp te kunnen helpen.

    Een signalement van het gestolen goed werd verspreid en er werd in vage termen gewag gemaakt van een beloning voor wie de juwelen zou kunnen terugbezorgen. De dieven zagen in dat ze hun waar niet in Parijs zouden kunnen verkopen en besloten dit in Londen aan de man te brengen. Via een andere Jood, Goldschmidt, maakten ze kennis met een Britse juwelier, Lyon De Symon. Deze vond de zaak verdacht en verwittigde de politie. Via de Franse ambassade ontstond het vermoeden dat het wel eens de gestolen juwelen van du Barry zouden kunnen zijn. Ze wordt uitgenodigd de juwelen te komen identificeren en op 20 februari 1791 arriveert ze de eerste keer in Londen en bevestigt dat de juwelen inderdaad van haar zijn. De juridische procedure sleept eindeloos aan en er zijn allerlei complicaties : de Londense rechtbank heeft problemen met het feit dat het misdrijf in Frankrijk is gepleegd, de dieven beweren dat ze de juwelen in Frankrijk hebben gekocht en eisen zelfs schadevergoeding en De Symon vindt dat hij onvoldoende wordt beloond voor het “vinden” van de juwelen. Ondertussen worden deze juwelen bewaard in de Bank van Ransom, Morland & Hammersley.

    Du Barry zal nog herhaalde malen heen en weer moeten pendelen tussen Louveciennes en Londen. Van mei tot augustus 91 is ze weer eens in Londen. Ze zal pas terugkeren naar Londen in october 1792. Terwijl ze daar is, in juni 91, vlucht de koninklijke familie uit hun verplicht verblijf in de Tuileries maar worden gevat in Varennes. Later, tijdens het proces tegen Bissac, zal Marat, l’ami du peuple, in de Journal de la République getuigen over een afgeluisterd gesprek, op de vooravond van de vlucht, tussen Brissac en du Barry, over geheime vluchtroutes uit de Tuileries. Hetgeen natuurlijk een flagrante leugen was vermits du Barry op dit ogenblik in Londen verbleef.

    In october 91 wordt de Garde des 100 Suisses ontbonden en vervangen door een Garde Constitutionelle. Brissac wordt weer aangeduid als commandant van deze Garde.

    In april 1792 verklaart de Assemblée Nationale de oorlog aan Oostenrijk. Aanvankelijk lijden de Franse troepen zware verliezen en er wordt een zondebok gevonden in de persoon van Brissac die er van wordt beschuldigd alleen koningsgezinden te hebben gerecruteerd voor zijn Garde. Op 30 mei wordt de Garde ontbonden en Brissac samen met zijn kompanen gearresteerd en gevangen gezet in Orléans waar het Hooggerechtshof zetelt.

    Ondertussen trekken buitenlandse troepen zich samen aan de grenzen en de anti-royalistische stemming van de Parijse bevolking bereikt een hoogtepunt. De Tuileries, het gedwongen verblijf van de koning, wordt bestormd op 10 augustus 1792. De koninklijke familie wordt dan maar opgesloten in de Temple. Dit is het feitelijk einde van de monarchie in Frankrijk.
    In de dagen daarop bereikt de hysterie van de bevolking, opgejut door Danton en Marat, een hoogtepunt met de zogenaamde massacres de septembre waarbij tussen 2 en 6 september meer dan duizend gevangenen in de diverse Parijse gevangenissen worden doodgeslagen.

    Eind augustus werd besloten Brissac en 53 van zijn Gardisten van Orléans over te brengen naar Parijs om te worden berecht. Het konvooi vertrekt op 2 september maar gezien de chaotische toestand in de Parijse gevangenissen wordt het omgeleid naar Versailles waar de gevangenen en hun bewakers op zondag 9 september aankomen. Een uitzinnige menigte kan de gevangenen scheiden van de bewakers die voor hun veiligheid moesten instaan en overvalt de wagens waarin Brissac en zijn kompanen zitten. Tijdens een gruwelijke slachtpartij die meer dan een uur duurde worden alle gevangenen zwaar toegetakeld en uiteindelijk gedood. Het hoofd van Brissac wordt op een hooivork gespiest en door een brallende menigte in triomf naar Louveciennes gedragen. Daar paraderen ze rond het kasteeltje van een angstig afwachtende du Barry en gooien uiteindelijk het hoofd door de vensters voor haar voeten. 





    du Barry, 46 jaar, door Vigée-Lebrun.


    Hertog van Brissac ( door Drouais ?)


    "Pavillon de musique" in de tuin van kasteel van du Barry. Ontwerp door Ledoux.


    Kasteeltje van du Barry. Huidig zicht. Beschermd monument.


    Bestorming van de Tuileries op 10 augustus 1792 (door Jacques Bertaux, 1793)


    Les massacres de Septembre. Gravure

    04-11-2013 om 00:00 geschreven door Guido  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    23-10-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Soufflot (1713-1780), architect van het Pantheon.

    Dit jaar, 2013, herdenken we de 300ste verjaardag van de geboorte van Soufflot (net als van Diderot trouwens). Naar aanleiding van deze tricentenaire wordt er in het Pantheon, zijn meesterwerk, van 11 september tot 24 november, een tentoonstelling gehouden van zijn werk.

    Hoe de kerk van Ste Geneviève, het latere Pantheon, er kwam vertelden we reeds in de blog van 28 -05-2013 ( Het drama van Metz).

    Een kantelmoment in de carrière van Soufflot was zijn reis naar Italië in 1750 in het gezelschap van Abel Poisson, broer van Pompadour en latere marquis de Marigny en Directeur des Bâtiments du Roi. Poisson en Soufflot werden vrienden en zo kwam het dat de opdracht voor de kerk van St Geneviève naar Souflot ging en niet naar zijn rivaal, Ange-Jacques Gabriel, Premier Architecte du Roi.

    In Italië maakte Soufflot kennis  niet alleen met de basiliek van Sint Pieters te Rome maar raakte ook onder de indruk van de Griekse tempels van Paestum.

    Het imago van Soufflot als heraut van het neo-classicisme dient te worden genuanceerd. Soufflot bewonderde eveneens de lichtheid en het licht van de gothische architectuur. Het originele ontwerp van de kerk van Ste Geneviève toont nog deze gothische invloed: hoge ranke kolonnen en overvloedig licht via grote vensters aan de zijkant. Een en ander kan men nog zien op de maquette van de originele kerk die nog steeds in het Pantheon wordt bewaard. Deze maquette werd gemaakt door Rondelet, leerling van Soufflot. Het is trouwens Rondelet die na de dood van Soufflot de vensters liet dichtmetsen en de kolonnen verzwaarde om het geheel een meer robuust aspect te verlenen, meer kompatiebel met de smaak van zijn tijd. Daardoor ging echter het gothisch aspect van dit neoklassiek meesterwerk verloren.

    Voor een uitgebreide monografie van Soufflot zie : “Jacques-Germain Soufflot” door Pérouse de Montclos (2003).




    Portret van Soufflot door Van Loo



    Tempel van Poseidon in Paestum


    Plan van de kerk

    maquette van Rondelet

    23-10-2013 om 19:30 geschreven door Guido  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    14-09-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De smadelijke aftocht van Voltaire uit Pruisen.

    Na de dood van Emilie (zie blog van 27/3/13) gaat Voltaire uiteindelijk in op de herhaalde verzoeken van Frederik II om naar Potsdam te komen. Hij vertrekt nu naar Pruissen waar hij als een echte Prins der Letteren wordt  ontvangen. Hij voelt zich aanvankelijk zeer goed thuis in Frederik’s verfijnde en homosexuele hofhouding en ontmoet er een aantal figuren die hij reeds kende. 

    Maupertuis bijvoorbeeld - die nog wiskundelessen had gegeven aan Emilie, en ook haar minnaar was geweest - en die nu door Frederik benoemd was tot hoofd van de Berlijnse Academie voor Wetenschappen. Voltaire zou het nog zeer aan de stok krijgen met deze Maupertuis die, net als Emilie destijds, de stellingen van Leibnitz verdedigde, en de theorie van het optimisme. Ook La Mettrie was daar : de man van L’Homme machine, en de markies d’Argens, auteur van Therèse Philosophe, een van de merkwaardigste afleveringen van de erotische productie van de radicale Franse Verlichting waarin wellust niet langer als zondig werd beschouwd, maar waar de volupté  als de ware drijvende kracht van het leven werd beschouwd. 

    Ondanks de rooskleurige en snoeverige brieven die Voltaire schreef naar zijn vrienden in Parijs, werd hij verteerd door heimwee en via Richelieu trachtte hij weer in de gunst te komen van Pompadour en de Franse koning. Hij raakte verslaafd aan opium onder de vorm van Laudanum –  en zou zelfs een zelfmoordpoging hebben ondernomen tijdens een van zijn depressieve buien.

    Net als toen in Engeland, eindigde zijn verblijf in Pruissen weer eens met een financieel schandaal. Uiteindelijk zou hij op zeer vernederende wijze het land worden uitgezet. Het ging over een dispuut met 2 Joodse bankiers, vader en zoon Abraham Hirschel.

    Voltaire zou hen een enorme som hebben gegeven om illegaal Saksische obligaties te gaan kopen te Dresden om die nadien met grote winst in Pruissen te verkopen, wat door Frederik streng werd verboden. Toen Voltaire hoorde dat Frederik lucht gekregen had van zijn voornemen, cancelde hij snel de opdracht en vroeg zijn geld terug. Om een of andere reden kon Hirschel die enorme som niet meer meteen terugbetalen en stelde hij Voltaire schadeloos met een hoeveelheid diamanten. Voltaire beweerde echter dat de diamanten vals waren en sleepte de Jood voor de rechter. Onder ede verklaarde Voltaire dat hij Hirschel naar Dresden gezonden had, niet  voor die  Saksische obligaties – nee, helemaal niet - maar wel om diamanten en bontjassen te gaan kopen. 

    Iedereen wist dat Voltaire loog maar om de schone schijn te redden werd de Jood veroordeeld. Gelukkig stierf Abraham Hirchel kort na het proces.
    De ganse zaak bracht hem de minachting mee van Frederik en Voltaire werd eens te meer persona non grata waarop hij besloot met al zijn geld naar de republiek Genève te vluchten.

    Eerst vestigde hij zich met Mme Denis – die hij steevast “maman” noemde, en die steeds dikker werd naarmate hij vermagerde - in een statige woning die hij Les Délices noemde. Het gebouw bestaat nog steeds en is nu een museum gewijd aan Voltaire. Vervolgens, en voor de rest van zijn lange leven verbleef hij te Ferney, een kasteel en bijbehorende landerijen op de grens van de toenmalige Republiek Genève en het Koninkrijk Frankrijk.  En alsof het nog niet genoeg was kocht hij met zijn immense kapitaal ook nog Tournay een aanpalend graafschap, inclusief de lijfeigenen, zodat hij zich nu ook comte de Tournay kon noemen.

    Hij was 60 toen hij in Ferney aankwam en zou er nog 24 jaar zijn kleine koninkrijkje als een verlicht despoot beheren. Op 84 jarige leeftijd trok hij naar Parijs om er enkele weken later uiteindelijk te sterven.















    14-09-2013 om 13:22 geschreven door Guido  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    11-09-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.over schilders, meubels & maîtresses
    Het is een tijdje stil geweest op deze blog. Enerzijds door de prachtige voorbije zomer, anderzijds omdat ik me onledig hield met het omzetten van een boek dat ik onlangs publiceerde, in een een digitale versie. Dat boek, over schilders, meubels & maîtresses, met 320 bldz en meer dan 200 illustraties in full color, werd, via sponsoring, in beperkte oplage uitgebracht en is volledig uitverkocht. Gezien de kostprijs en het onderwerp dat slechts een zeer beperkt publiek kan boeien, is een herdruk niet doenbaar. Een Engelstalige versie is onderweg voor de Apple Store.
    Het boek was weliswaar initieel bedoeld voor aficionados van 18de eeuws Frans meubilair maar groeide gaandeweg uit tot een breed panoroma van Parijs onder Louis XV en XVI.

    Ik heb dit boek nu omgezet in een interactieve PDF versie, leesbaar op elk platform, PC of Mac, en uiteraard op de iPad of gelijkwaardig tablet. U kunt via mail een link bekomen waar u het volledige boek kunt downloaden (prijs 10 €, ca 25 MB) of desnoods  de DVD bestellen (+ verzendkosten).


    Inhoudsopgave

    VOORWOORD    2

    Inleiding         9

    Deel I Achtergronden        14

    Hoofdstuk I. Koningen en maîtresses         16

    Hoofdstuk II. Les Lumières.      31

    De eeuw van de Verlichting               31

    Newtonianismo per le dame.              33

    Het Laatste Avondmaal van de Patriarch.    37

    Marmontel en Belisarius.                   39

    Verzamelde Lumières in het Salon van Madame Geoffrin.            42

    Hoofdstuk III. Wetenschap & Techniek.       45

    Le Jardin des Plantes .       46

    Le Cabinet Physique de M. Bonnier de la Mosson.          48

    De Encyclopedie.                 50

    Verkenningen te land: de meridiaan van Parijs.              52

    Verkenningen in de lucht: Montgolfières & Charlières.  54

    Verkenningen ter zee: De reis van La Pérouse.                   58

    De lamp van Argand        61

    Rien ne se crée, rien ne se perd.            64

    Hoofdstuk IV. Architectuur & Interieur.                  69

    Architectuur in de eerste helft van de 18de eeuw.              69

    Architectuur in de tweede helft van de 18de eeuw.            79

    Ornamentiek van laat Louis XIV tot Rococo.                   87

    Het Neoklassieke Interieur.                 96

    Hoofdstuk V. De Meubelkunst  102

    De Meubelmakers               102

    De marchands-merciers.   111

    Gersaint en Watteau.        114

    Meubelstijlen.    119

    Hoofdstuk VI. De Schilderkunst                149

     

    Deel II. Schilderijen               155

    A. Eerste helft van de 18de eeuw           155

    Hoofdstuk I. Nicolas de Largillière           156

    Hoofdstuk II. Jean-François de Troy       160

    Hoofdstuk III. François Boucher (1703-1770)       169

    Le Déjeuner: prototype van een burgerlijk rococo-interieur.            169

    Boucher en de Chinoiserieën.              171

    Boucher en Diderot.           174

    Madame Boucher               176

    Hoofdstuk IV. Jean-Siméon Chardin.      180

    B. Pompadour, Marigny & Angiviller                186

    Hoofdstuk I. Pompadour.          187

    Alexander Roslin, 1754.  187

    Maurice Quentin de la Tour, 1755.                  189

    François Boucher,1756.    195

    François Guérin, 1763.    198

    François-Hubert Drouais, 1764.    201

    Hoofdstuk II. Marigny.             211

    De Troy, 1750. 211

    Tocqué, 1755.    212

    Roslin, 1761.     214

    Hoofdstuk III. Angiviller.         217

    Duplessis, 1779.                 217

    C. Tweede helft van de 18de eeuw        221

    Hoofdstuk I. Pierrre-Antoine Baudouin (17231769)          222

     Hoofdstuk II. Jean-Baptiste Greuze         225

    Het meubilair van Lalive de Jully en de style grecque.    225

    “ Le contrat “ van Fragonard: style grecque.    231

    Een portret van Watelet.  234

    Over de mislukking van Greuze als Peintre d’Histoire. 235

    De dubbele moraal van Greuze en de “Greuze girls”.      239

    Hoofdstuk III. Van Blarenberghe en de snuifdoos van Choiseul             242

    Wie was Van Blarenberghe?              242

    Wie was Choiseul?             243

    La tabatière de Choiseul.  245

    Hoofdstuk IV. Joseph-Marie Vien (1716-1809).    258

    Hoofdstuk V. Genretaferelen.    267

    De familie Devin.              267

    Mozart in de Temple        268

    Jean-Fréderic Schall          270

    Lavreince            271

    Louis Léopold Boilly         274

    Moreau le Jeune.                  275

    Hoofdstuk VI. Vrouwen in hogere sferen. 279

    Adelaïde Labille                 279

    Elisabeth-Louise Vigée      285

    Hoofdstuk VII. J. Louis David (1748-1825).         293

    Een schilder in dienst van de politiek ?             293

    David in Rome.                  295

    De smart van Andromache (1783).                   298

    De eed der Horatiërs (1784).             300

    Pâris en Helena (1788).   303

    De lictoren brengen Brutus de lichamen van zijn zonen,1789.      306

    Epiloog              311

    Genealogie van de Bourbons              313

    Illustratieverantwoording                314

    Bibliografie        314

    Register van schilders en graveurs met afbeeldingen.       316

    Back cover: Over de auteur.                320

     





    11-09-2013 om 00:00 geschreven door Guido  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    13-06-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Opkomst en ondergang van de hertog van Choiseul

    Etienne François de Choiseul was in zijn tijd een van de machtigste, en door zijn huwelijk met de dochter van de steenrijke baron Crozat de Châtel, ook een van de rijkste mensen van Frankrijk. Hij was aan de macht gekomen door toedoen van een vrouw, was rijk geworden door een andere vrouw en zou tenslotte door een derde vrouw ten val worden gebracht. Hij was rosharig, klein van gestalte en bovendien eerder lelijk, maar hij was een succesrijke vrouwengek en had tal van minaressen. Hij zou een meer dan broederlijke belangstelling hebben gehad voor zijn eigen zus, de hertogin van Grammont, die op haar beurt een goede vriendin was van Pompadour. Hetgeen de carrière van haar broer uiteraard ten goede kwam. Zijn beste vriend was de Abbé Barthélemy en zijn trouwste vriendin Mme de Brionne. Alhoewel totaal amoreel nam hij, in tegenstelling tot veel van zijn rivalen, zijn politieke taken uiterst ernstig op.

     Hij was een van de belangrijkste ministers van Louis XV geworden door de steun van Pompadour, aka Madame Quinze. Zij was hem dankbaar omdat hij haar een indiscrete brief van de koning aan zijn nichtje, Mme de Choiseul-Beaupré, had laten zien waarin Louis XV aan dit nieuwe liefje beloofde haar te installeren als maîtresse en titre en Pompadour te dumpen. Pompadour maakte een gepaste scène, de koning trok zijn staart in en de carrière van Choiseul was begonnen.

     Eerst als militair in de Oostenrijkse Successieoorlog (Dispuut over de opvolging van de laatste Habsburger, Karel VI, door zijn dochter Maria-Theresia.) waar hij deelnam aan de veldslagen die Frankrijk voerde in de Lage Landen als bondgenoot van Pruisen tegen de Oostenrijkers die toen in Vlaanderen aan het bewind waren. Hij was bijvoorbeeld aanwezig bij de slag van Fontenay waar ook Van Blarenberghe bij was als “reporter” belast met het zeer nauwkeurig schilderen van de stellingen van de diverse legereenheden. Later, toen Choiseul minister van Oorlog werd zou hij Louis-Nicolas Van Blarenberghe trouwens benoemen als Peintre de Batailles au Département de la Guerre. Over die Van Blarenberghe zullen we het nog uitgebreid hebben.

    Frankrijk dat door zijn alliantie met Pruisen in een oorlog verwikkeld raakte met Oostenrijk en diens bondgenoten Engeland en de Verenigde Provinciën, voelde zich zwaar bekocht toen Frederik II van Pruisen, om wie tenslotte Frankrijk in de oorlog verwikkeld was geraakt, een afzonderlijke vrede sloot met Oostenrijk, zodat Frankrijk nu eigenlijk zonder reden verder vocht tegen Engeland et de Verenigde Provinciën. Vandaar het spreekwoord, door Voltaire gelanceerd: travailler pour le roi de Prusse, waarmee dus werd bedoeld: een nutteloze inspanning leveren. De oorlog eindigde in 1748 met de Vrede van Aken waardoor Maria-Theresia op de Habsburgse troon kon blijven zitten zoals zovele jaren voordien al was afgesproken bij de zogenaamde Pragmatieke Sanctie. In 1756 werd Choiseul ambassadeur in Wenen waar hij aan de basis lag van de Renversement des Alliances: Frankrijk sloot nu een vredesverdrag met de Habsburgse erfvijand, wat zou bezegeld worden door het huwelijk van de dochter van Maria-Theresa, Marie-Antoinette, met de Dauphin, de latere Louis XVI.

    Deze nieuwe alliantie met Oostenrijk lag mee aan de basis van de “Zevenjarige Oorlog” (1756-1763), de eerste echte “wereldoorlog” met aan de ene kant Oostenrijk en zijn gealliëeerden Frankrijk, Spanje en Zweden en aan de andere kant Pruisen, Hannover en Engeland. De oorlog werd op drie continenten uitgevochten, in Europa natuurlijk, maar ook in Amerika waar de Britten de Fransen uit Canada en Missisipi verjaagden, en in Indië waar de Compagnie Française des Indes Orientales zwaar verloor van de Britten die o.a. Pondicherry op de Fransen veroverden. De Franse generaal Lally-Tollendal zag zich genoodzaakt Pondicherry aan de Engelsen over te geven, dit werd als een zware belediging aan het adres van de koning beschouwd en de generaal werd ter dood veroordeeld.

    Die oorlog verliep dus desastreus voor Frankrijk dat het gros van zijn overzeese kolonies aan Engeland moest prijsgeven.

     Met de dood van Pompadour verloor Choiseul zijn machtige beschermvrouw. De nieuwe maîtresse en titre, du Barry, die op zeer gespannen voet leefde met Marie-Antoinette, vertrouwelinge van Choiseul, kon Louis XV met haar beruchte uitroep: saute Choiseul ! uiteindelijk overhalen Choiseul te ontslaan. De druppel die de emmer deed overlopen was een ongelukkige tussenkomst van Choiseul in de oorlog die Engeland en Spanje voerden om de Falklands (Islas Malvinas of îles Malouines, zo genoemd naar de vissers uit St Malo).

     Op 24 december 1770 werd hij uit al zijn functies ontslagen en moest zich terugtrekken op zijn kasteel te Chanteloup waar de Franse adel - uit onvrede met de koning - hem ostentatief bleef frekwenteren. Een jaar later diende hij zijn uitgebreide collectie schilderijen te verkopen om zijn schulden te kunnen betalen. Ter gelegenheid van deze openbare verkoop werd een gedetailleerde cataloog opgemaakt met gravures van de belangrijkste werken van zijn verzameling. Deze cataloog, een volkomen nieuw experiment, in een format portatif, volgens de graveur Basan een handig formaat dont la petitesse n’empêchat pas de reconnoitre l’excellence des Maitres. (F. Basan: Recueil d’estampes gravées d’après les tableaux du cabinet de Monseigneur le duc de Choiseul. Paris, 1771).




    Choiseul door Adelaïde Labille-Guiard (deiail) 1786.


    Pondicherry (India) waar de straatnamen nog steeds 2-talig zijn : Frans en Tamil



    Frontispice van de cataloog van de schilderijen van Choiseul bij de openbare verkoop, 1771.

    13-06-2013 om 00:00 geschreven door Guido  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    05-06-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Voltaire : de smadelijke vlucht uit Engeland.

    In 1718, na de succesrijke opvoering van Oedipe, besloot François Arouet dat het tijd werd voor een fatsoenlijker naam dan het banale Arouet. Arouet klonk teveel als “à rouer”, mettre sur la roue, om af te ranselen, te radbraken. Negatieve associaties dus. In de eeuw daarvoor al had een zekere Poquelin zijn naam veranderd in Molière. En Arouet vond dat hij minstens even goed was als die Molière. Hij noemde zichzelf nu Monsieur de Voltaire.
    Waarom precies “de Voltaire” ? Dat heeft hij nooit uitgelegd. Hoe dan ook, deze nieuwe adelijke naam belette niet dat hij op zekere
    dag een flinke rammeling kreeg door handlangers van een telg uit het zeer oude adelijk geslacht  Rohan-Chabot. Hij zocht hulp bij zijn kennissen maar de adelijke gelederen sloten zich en de jonge arrivist, in plaats van hulp te krijgen werd meteen opgesloten in de Bastille. Hij komt echter vlug vrij, op voorwaarde dat hij ophoepelde naar Engeland.

    Eenzaam en berooid komt hij daar aan, in de winter van 1725. Maar na enkele maanden reeds spreekt en schrijft hij behoorlijk Engels. Hij maakt er kennis met de religieuze tolerantie en een constitutionele monarchie. Een en ander zal later de basis vormen van zijn Lettres sur les Anglais of Lettres philosophiques. Hij gaat er de stukken van Skakespeare bekijken, en verbroedert met vooraanstaande intellectuelen zoals Pope en Berkeley en schrijvers als Jonathan Swift.

    Hij heeft er een verhouding met John Hervey, de bisexuele graaf van Bristol. Maar bovenal zorgt hij ervoor dat zijn Henriade wordt gepubliceerd (een lofdicht op Henri IV die middels het Edict van Nantes een eind had gemaakt aan de godsdienstoorlogen) in een dure luxe uitgave en opgedragen aan de Engelse Koningin.

    Met zijn voorintekenformulieren schuimt hij de Britse High Society af. Hij werd in die kringen geintroduceerd door zijn vriend Lord Bolingbroke die hij destijds in Parijs had leren kennen. De publicatie van de Henriade  wordt een financieel succes.

    Toch is de opbrengst niet genoeg om zijn levensstijl van dure snob te bekostigen en hij komt vlug weer in geldnood. Hij schrijft slijmende brieven naar Kardinaal Fleury, de nieuwe machtige man in Frankrijk waarin hij zijn terugkeer naar Parijs afsmeekt. Ondertussen aanvaardt hij Judaspenningen van Robert Walpole, leider van de Whigs, voor het bespionneren van zijn goede vriend, Lord Bollingbroke, leider van de rivalizerende Tories.

     Maar het mag niet helpen. Hij neemt nu zijn toevlucht tot frauduleuze financiële praktijken, waarschijnlijk door het vervalsen en knoeien met cheques. In de Franse biografiën over Voltaire doet men zeer discreet over deze episode. Ce ne sont que des rumeurs, schrijft Max Gallo van de Academie Française, des rumeurs basées sur quelques “petits faits” vrais.

    Op het punt ontmaskerd te worden vlucht hij stilletjes met de staart tussen de benen naar Frankrijk om zich te gaan verbergen bij een apotheker in Dieppe, in de pharmacie Cassel (deze bestaat nog steeds : 4, Rue de la Barre) waar hij zich voordoet als  een Engelsman die amper een woord Frans spreekt. De Franse hagiografieën noemen dat "Le studieux séjour de Voltaire à Dieppe au cours de l'hiver 1728-1729" (Gérard Bignot : Connaissance de Dieppe et de sa région, 1985, N° 51, p 6-10)

     




    Voltaire, de jonge snob. Portret door Largillière



    Luxe uitgave opgedragen aan de Engelse Koningin



    Lord Hervey, loverboy



    De pharmacie in Dieppe, 4 Rue de la Barre.

    05-06-2013 om 00:00 geschreven door Guido  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    28-05-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het drama van Metz en het Pantheon

    In 1744 was Louis XV zijn troepen gaan bezoeken in Metz en had op die tocht zijn minnares meegenomen, Mme de Châteauroux en haar zuster Mme de Lauraguais. Hij viel daar echter ziek, vreesde voor zijn leven en wilde graag biechten. Zijn biechtvader, Mgr de Fitz-]ames, vond het niet kunnen dat hij daar op zijn sterfbed lag met zijn maîtresse in de buurt. Hij verplichtte de koning beide zussen weg te sturen. Nog voor ze klaar was met inpakken begon "het grauw" zich rond haar rijtuig te verzamelen en haar met modderkluiten en uitwerpselen te bestoken terwijl ze er snel vandoor ging, terug naar Parijs. Een of twee dagen later werd ze vermoord teruggevonden in haar woning. Het gerucht gaat dat Phélypeaux, comte de Maurepas, daarbij betrokken was. Maar dat was niet alles. De aalmoezenier liet de koning beloven dat hij, in geval van genezing, een nieuwe kerk zou laten bouwen in Parijs voor Sainte Geneviève, beschermheilige van de stad. Bovendien eiste deze aalmoezenier van de koning een publieke biecht waarin hij zich de titel van Roi Très Cbrétien onwaardig verklaarde te zijn en hij liet deze verklaring, god weet waarom, door de geestelijkheid vanaf de preekstoel in gans Frankrijk verspreiden. De bevolking was diep geschokt en niet alleen Le Bien Aimé, zoals Louis XV toen nog werd genoemd, maar ook de monarchie als dusdanig verloor definitief heel wat van haar prestige.

    Volgens sommige historici lag het "drama van Metz" aan de basis lag van een irreversibele aantasting van het principe van de absolute monarchie veroorzaakt door de stupide houding van de Kerk zelf in de persoon van de hoofdaalmoezenier van de koning, Monseigneur de Fitz-]ames, die aldus zijn steentje bijdroeg voor de latere Revolutie..

    Een van de eerste architecten van de toen nieuwe neoklassieke stijl was Soufflot en hij kreeg de opdracht voor de bouw van een nieuwe kerk voor de abdij van Sainte Geneviève.

    Op 6 september 1764 vond de plechtige eerste steenlegging plaats van deze kerk. Zelfs als men niet van de stijl houdt moet men erkennen dat het een bouwkundig wonder geworden is dat bijvoorbeeld niet moet onderdoen voor de St Pau1's Cathedral van Christopher Wren te Londen. Voor de ceremonie van de eerste steenlegging bedacht Soufflot een reusachtige trompe-l’oeil op ware grootte van de toekomstige kerk. Dit enorme doek werd door de Machy geschilderd op basis van de plannen van Soufflot en op een houten chassis gespannen als decor voor de ceremonie. Uiteraard maakte de Machy achteraf graag een schilderij van het gebeuren. Op dit schilderij herkent men, behalve de trompe-l’oeil natuurlijk, Soufflot vergezeld door Marigny die het plan van de kerk aanbiedt aan de Koning en de Dauphin. De kerk zelf kwam pas klaar in de jaren 1780 en werd na de revolutie prompt herdoopt tot Pantheon, een mausoleum voor de groten van Frankrijk.

    Jammer genoeg werden later de vensters dichtgemetseld zodat het deelaspect van gothische lichtvoetigheid verdween en het massief en gesloten karakter van het gebouw op de voorgrond kwam te staan zoals de tijdsgeest toen wilde. In dit mausoleum werden figuren als Rousseau, Voltaire en Soufflot zelf begraven. Ook Marat werd er bijgezet maar kort daarop weer verwijderd wegens beschuldiging van verraad. Pierre en Marie Curie liggen er, evenals Malraux. En straks komt er dus Diderot bij te liggen In tegenstelling tot wat velen denken ligt Napoleon niet daar maar in het Hótcl des Invalides begraven.

    Het Pantheon met zijn 83 meter hoge koepel was tevens de locatie voor de experimenten met de beroemde “slinger van Foucault” waardoor werd aangetoond dat de aarde om haar as draait. Umberto Eco heeft er zelfs een heel boek aan gewijd. De originele slinger hangt er sinds 1995 opnieuw.



     





    28-05-2013 om 00:00 geschreven door Guido  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    09-05-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De mythische diamanten van Marie-Antoinette (2)

    Kardinaal de Rohan had als gewezen ambassadeur in Wenen geen al te goede indruk nagelaten bij keizerin Maria Theresia van Oostenrijk en dus ook niet bij haar dochter de Franse koningin Marie-Antoinette. Dit stond haaks op de ambitie van de kardinaal om premier ministre te worden. En dus probeerde hij weer op goede voet te komen bij Marie-Antoinette.



    Dit was ter ore gekomen van Jeanne de La Motte, een gewiekste boerendochter, die zich door allerlei intriges en vervalste documenten liet doorgaan als afstammend van Henri II, een van de laatste koningen uit de Valois-dynastie. Zij maneuvreerde zich in de entourage van de kardinaal en liet daar uitschijnen dat zij een gunstelinge was van de koningin. De Rohan trapte in de val en gaf haar belangrijke sommen om voor hem te lobbyen bij de koningin. Als bewijs van haar succes schreef Jeanne brieven naar de kardinaal die ze ondertekende als Marie-Antoinette de France. De toon van die brieven werd steeds intiemer naarmate Jeanne meer geld toegestopt kreeg en de kardinaal zag zijn dromen bijna verwezenlijkt. De La Motte had een hoertje gevonden, Nicole Le Guay, die wat bijkluste als actrice en die opvallend leek op de koningin. Jeanne arrangeerde een afspraakje tussen de kardinaal en de vermeende koningin, op een donkere avond in het park van Versailles. De actrice moest niet veel meer doen dan de kardinaal een roos aan te bieden en hem toe te fluisteren dat hij wel wist wat dat betekende. De kardinaal was nu als was in de handen van Jeanne de La Motte en zij zag haar kans schoon voor een van de grootste oplichterijen van de 18de eeuw.



    De juweliers Böhmer en Bassenge hadden destijds een exuberant diamanten halssnoer vervaardigd ten koste van een astronomisch bedrag in de hoop dat Louis XV het zou aankopen voor zijn maîtresse, Madame du Barry. Maar de koning stierf voor het klaar was. Nu trachtten ze het aan Marie-Antoinette te verkopen maar deze weigerde, het halssnoer leek haar te vulgair en teveel in stijl met du Barry die ze verafschuwde. De juweliers waren radeloos en de La Motte was daarvan op de hoogte.

    Zij wist de Rohan te overtuigen dat de koningin dit juweel wenste te kopen maar via een discrete tussenpersoon om kritiek van het volk over haar hang naar dure juwelen te vermijden. De kardinaal leek de geknipte persoon daarvoor. Jeanne schreef hem een brief, vervalst uiteraard, waarin de koningin bevestigde dat ze het juweel wenste te kopen op voorwaarde dat het direct zou geleverd worden en dat de betaling later zou volgen gespreid over vier termijnen waarvan de eerste op 1 augustus 1785. De kardinaal liet het juweel bij hem thuis brengen en overtuigde de juweliers dat de koningin garant stond voor de betaling. Op 29 januari 1785 werd het  juweel gebracht en werd meteen gegeven aan een zogezegde bode van de koningin, in werkelijkheid een minnaar van de La Motte. Zij ontmantelde het juweel en verkocht de meer dan 500 afzonderlijke diamanten in Londen. Met de opbrengst kocht ze een landgoed dat paste bij haar verzonnen adellijke afkomst en liet het inrichten “met niet minder dan 42 wagenladingen met meubels van Adam, tapijten van d’Aubusson, etc ”.



    Op de vooravond van de eerste vervaldag was er nog steeds geen geld, en er zou ook geen komen want de koningin wist van deze hele handel niets af. De volgende dag informeerde de La Motte de juweliers dat ze bedrogen waren door middel van een vervalste brief. De juweliers trokken naar de koningin en de waarheid kwam onmiddellijk aan het licht. De kardinaal, de la Motte, Le Guay en Cagliostro – een charlatan die meegeholpen had aan het komplot – werden gearresteerd en het kwam tot een openbaar proces. De zaak mocht zich verheugen in een enorme belangstelling van het publiek en er verschenen honderden pamfletten, prenten en pornografische schotschriften waarvan de algemene teneur was dat de koningin een spilzieke slet was die voor niets terugdeinsde om haar lusten te bevredigen. Het proces dat ruim een jaar later volgde was een soort straattheater waar de advocaten het publiek naar de mond praatten –net zoals in sommige recente assisenprocessen bij ons. Het gevolg laat zich raden : de Rohan werd vrijgesproken, de la Motte veroordeeld en gebrandmerkt met de grote V van voleuse. Ze wist echter na enige tijd  naar Engeland te ontsnappen van waaruit ze een virulente campagne voerde tegen Marie Antoinette waarvoor ze een gretig publiek vond bij de bevolking van Parijs. Ze beweerde een lesbische verhouding te hebben gehad met de koningin die haar gebruikt had om de Rohan ten val te brengen omdat hij op de oneerbare voorstellen van de koningin niet wilde ingaan. De wildste verhalen deden de ronde en het gepeupel raakte er van overtuigd dat de koningin nog steeds tal van diamanten bewaarde in haar serre-bijoux.



    Zo kwam het dat in de nacht van 5 op 6 oktober 1789 het woedende volk Versailles binnen drong, tot in de slaapkamer van de koningin. Deze  kon op het laatste nippertje nog ontsnappen via een geheim deurtje van haar alkoof. Het blijft onduidelijk of de plunderaars daar de serre-bijoux van Ewald of die van Schwerdfeger aantroffen. In elk geval is sindsdien het meubel van Ewald spoorloos.

    09-05-2013 om 18:48 geschreven door Guido  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    03-05-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De serre-bijoux en de mythische diamanten van Marie-Antoinette (1)

    In 1787 schilderde Vigée-Lebrun een portret van de koningin en haar kinderen. Op dit portret zien we de oudste dochter, Marie-Thérèse of Madame Royale, de enige van het gezin die de revolutionaire moordpartijen zou overleven. Na de executie van haar ouders bleef ze nog zes jaar gevangen in de Temple tot ze in 1799 werd uitgewisseld voor Franse gevangenen in Oostenrijk, waarna ze werd opgevangen aan het Hof in Wenen. De eerstgeboren zoon, de Dauphin, wijst naar het lege wiegje waar normaal het jongste dochtertje had moeten liggen, maar dat was gestorven terwijl het portret werd gemaakt.

    De Dauphin zelf stierf twee jaar later, in 1789, aan de ziekte van Pott, een tuberculeuze aandoening van de wervels. Hij zou TBC hebben opgelopen via zijn min die de toepasselijke naam droeg van Madame Poitrine. Louis-Charles, het tweejarig knaapje op de schoot van zijn moeder werd dus na de dood van zijn oudere broer nu Dauphin, en na de executie van zijn vader in 1793 de eigenlijke troonopvolger of Louis XVII. Hij bleef gevangen in de Temple en zou er in 1795 - hij was toen tien jaar - gestorven zijn tengevolge van uithongering en de slechte behandeling aldaar. In royalistische kringen werd beweerd dat hij ontsnapte uit de gevangenis en dat het lijkje dat men in de Temple vond van iemand anders was. Ïn latere jaren zouden dan een aantal figuren opduiken die zich uitgaven voor Louis XVII, sommigen zoals Karl Wilhelm Naundorff zelfs met enig succes. Op het lijkje dat men in de Temple vond werd destijds sectie verricht en het hart naar buiten gesmokkeld en bewaard in gemummificeerde toestand. Pas in 2004 zou via DNA-onderzoek van dat hart, onder andere door Professor Cassiman, in opdracht van de Franse regering, definitief kunnen worden aangetoond dat het wel degelijk om Louis XVII ging.

    Maar waar het ons eigenlijk om te doen is in verband met dit schilderij is het meubel dat men rechts op de achtergrond ziet. Dit is de befaamde serre-bijoux die Marie-Antoinette aangeboden kreeg van Louis XV ter gelegenheid van haar huwelijk met de dauphin in 1770 om haar persoonlijke juwelen in op te bergen. Het meubel werd vervaardigd en geleverd door de ebenist Ewald op basis van een ontwerp van Belanger, dessinateur du Roi. De bronzen waren van Pierre Gouthière en het meubel kreeg een soort overtrek van met goud bestikt velours. In 1777 stond het meubel in de hoek van haar kamer, naast haar bed zoals we kunnen zien op een gouache van Jean-Baptiste-André Gautier d'Agoty. Marie-Antoinette moet wel van dat meubel hebben gehouden want in 1787 stond het daar nog steeds, getuige het doek van Vigée. Het is trouwens mede aan de hand van de gouache van d'Agoty dat de kamer van de koningin in Versailles recentelijk werd gerestaureerd. De serre­ bijoux van Ewald is vandaag spoorloos, maar de ontwerptekening van Belanger, in vroege neoklassieke stijl, is bewaard gebleven.

    In 1787, en die datum staat vast, werd een nieuwe serre-bijoux geleverd, nu door de ebenist Schwerdfeger. Men neemt meestal aan dat dit ter vervanging was van het meubel van Ewald. Dat lijkt ons onwaarschijnlijk. Marie-Antoinette zou zich in 1787 niet met dat oude meubel hebben laten afbeelden als er al een nieuw was besteld of er al stond. Meest waarschijnlijk werd dit meubel besteld hetzij voor het Trianon hetzij voor haar kasteel in Saint-Cloud.

    Toen in de nacht van 5 op 6 october 1789 het gepeupel, criminals and fishwives, het paleis van Versailles bestormde en de slaapkamer van de koningin binnen drong troffen ze daar waarschijnlijk dus het meubel van Ewald aan en ze moeten hebben gedacht dat daarin de mythische diamanten van de koningin waren opgeborgen. Sindsdien ontbreekt elk spoor van dat meubel. Wie nu Versailles bezoekt zal in de Chambre de la Reine, in de hoek van de alkoof een andere serre-bijoux zien staan, namelijk die van Schwerdfeger.

    Dit meubel met zijn Griekse kariatiden in verguld brons, geciseleerd door Thomire, de vier seizoenen voorstellend, zjjn panelen met arabesken, cameeën en plakken van Sèvres-porselein en een onderstel dat reeds de empire stijl aankondigt, was het culminatiepunt van de meubel­ kunst onder Marie-Antoinette. Inderdaad, zij was de gangmaker van de nieuwe trends in de meubelkunst. De mode die zij lanceerde werd in gans Europa nagevolgd. De trendsettende rol van Frankrijk, of liever van Parijs, was te wijten aan het gelijktijdig aanwezig zijn, enerzijds van iemand met een uitstekende smaak en veel geld, en anderzijds van een aantal uiterst bekwame vaklui: meubelmakers, ebenisten en bronzeurs. Deze grandeur kostte echter enorme sommen en dat terwijl de staat virtueel failliet was en de bevolking honger leed. De aankoop van de serre­ bijoux van Schwerdfeger was echter een stap te ver en zou onrechtstreeks leiden tot de ondergang van het Ancien Régime. Die aankoop was buitengewoon slecht getimed en kwam vlak na de rocamboleske geschiedenis van een diamanten halssnoer waarin een kardinaal, een prostituée, een gewiekste oplichtster en Cagliostro waren betrokken, en waarin Marie-Antoinette geheel onschuldig was, maar niet in de perceptie van het volk.

    De aankoop van deze serre-bijoux werd door het volk dan ook geïnterpreteerd als de aanschaf van een immense coffre-fort om de laatste rijkdommen van het land te roven en op te bergen. Een ultieme provocatie van de putain Autrichienne.  Het gevolg is bekend: in de nacht van 5 op 6 oktober 1789 drong het woedende volk Versailles binnen, tot in de slaapkamer van de koningin. Ze kon op het laatste nippertje nog ontsnappen via een geheim deurtje van haar alkoof. Waarschijnlijk troffen ze daar de serre-bijoux van Ewald aan. ln elk geval is dat meubel sindsdien spoorloos. Dat van Schwerdfeger dook later achtereenvolgens op in Saint-Cloud en Compiègne bij de successieve echtgenotes van Napoleon en later van Napoleon III. Nog later kwam het meubel in het Louvre terecht en uiteindelijk, in 1933, belandde het daar waar d'Agoty en Vigée­ Lebrun de serre-bijoux  van Ewald hadden geschilderd, in de hoek van de kamer van de koningin te Versailles.

     

     

     

     




    Vigéé Lebrun, 1787.


    Ontwerp van Belanger



    Gautier d'Agoty, 1777.



    Serre-bijoux van Schwerdfeger


    De kamer van Marie-Antoinette in Versailles, vandaag.


    03-05-2013 om 00:00 geschreven door Guido  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    19-04-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Diderot verhuist naar het Pantheon.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Denis Diderot, een van de meest interessante van de filosofen-schrijvers van de 18de eeuw, de zogenaamde Lumières, werd bij zijn dood begraven in de kerk van Saint-Roch, in het gezelschap van onder meer Pierre Corneille en André Le Nôtre. Tijdens de Revolutie werd de kerk geprofaneerd en de graven geplunderd. Er zou niet veel meer overblijven van de stoffelijke resten van Diderot.

    Eindelijk daagt het de Fransen wat een bijzonder figuur deze man eigenlijk was. Tot voor kort staarden ze zich blind op Voltaire ondanks de waarschuwingen van abbé Desfontaines  die reeds in 1738 in een pamflet genaamd La Voltairomanie Voltaire afschilderde  – overigens niet onterecht - als een van zich zelf bezeten figuur, dronken van arrogantie en trots, schuldig aan bedrog en fraude, een paranoïde en ijdele exhibitionist, een gewetenloze geldwolf en opportunistische sjoemelaar.

    Pas nu, valt Diderot dus de eer te beurt die hij verdient en wordt hij omstreeks de 300ste verjaardag van zijn geboorte (october 1713) herbegraven, panthéonisé, in de vroegere Eglise Ste Geneviève, nu mausoleum ‘aux grands hommes la patrie reconnaissante’.

    Hij zal er dus liggen in het gezelschap van Voltaire en diens aartsvijand Rousseau. Benieuwd of hij zal terecht komen in de crypte zelf of een of andere ‘caveau’ .

     

    19-04-2013 om 16:52 geschreven door Guido  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een 18de eeuwse galante abbé in de slaapkamer van Madame C.

    In Thérèse Philosophe, een van die pertinente romans uit de tijd van de Verlichting, brengt een abbé de middag door in het bed van Madame C. Terwijl ze naderhand nog wat uitrusten plaagt ze hem een beetje:

    'Maar hoe staat het nu met de godsdienst, mijn beste? Die verbiedt ons zeer beslist de vreugden van de wellust, behalve binnen de huwelijkse staat.'
    'Ziet u, mijn lieve dame, antwoordt de abbé, dat is dus mijn sermoen wat betreft de godsdienst. Het is de vrucht van twintig jaar observatie en nadenken. Ik heb steeds getracht de waarheid te scheiden van de leugen, zoals de Rede ons dat opdraagt. Daarom, zo geloof ik, zouden wij tot de conclusie moeten komen dat het genot dat ons, lieve vriendin, zo teder verbindt, zuiver en schuldeloos is. Garandeert niet de discretie waarmee wij ons daaraan wijden, dat het God noch de mensen kwetst? Zonder die discretie, dat is waar, zouden dergelijke genietingen een groot schandaal kunnen veroorzaken . ... Per slot van rekening zou ons voorbeeld argeloze jonge zielen in verwarring kunnen brengen en hen verleiden tot verwaarlozing van de plichten die ze tegenover de maatschappij hebben.'

    'Maar,' zo bracht Madame, daartegenin, 'als onze genietingen zo schuldeloos zijn, wat ik graag wil geloven, waarom zouden wij dan niet de hele wereld daarvan op de hoogte stellen? Wat is ertegen als wij de gouden vruchten van de lust delen met onze naasten . ... Hebt u me zelf niet telkens weer gezegd dat er geen hoger geluk voor de mens kan bestaan dan anderen gelukkig maken?'
    'Inderdaad heb ik dat gezegd, dierbare dame,' gaf de abbé toe. 'Maar dat betekent toch niet dat wij het ordinaire volk dergelijke geheimen mogen onthullen. Weet u niet dat de zinnen van die mensen zo grof zijn dat ze misbruik maken van wat ons heilig voorkomt? Men mag hen niet vergelijken met degenen die rationeel kunnen denken ... . Van de tienduizend mensen zijn er nauwelijks twintig in staat tot logisch denken .... Dat is de reden waarom wij voorzichtig moeten omgaan met onze ervaringen.'

    Stof tot nadenken...

    Bron: Peter Sloterdijk, Kritik der zynischen Vernuft, 1984.


    19-04-2013 om 00:00 geschreven door Guido  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    11-04-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.2013. Het jaar van Denis Diderot.

    In 1984 was ik in Parijs ter gelegenheid van een 3-daags congres over anesthesiologie. Op een vrije middag liep ik eerder toevallig het Hôtel de la Monnaie binnen om te schuilen voor de regen. Er liep een tentoonstelling over Diderot naar aanleiding van “le bicentenaire de la mort de Denis Diderot”. Destijds had ik nog geen enkele interesse voor de Franse 18de eeuw. Van Diderot wist ik hoogstens dat hij samen met d’Alembert een van de bezielers was van de fameuze Encyclopédie ou Dictionnaire Raisonné des Sciences, des Arts et des Métiers. Ik kocht er een mooi uitgegeven catalogus: Diderot & l’Art de Boucher à David. Les Salons 1759-1781. Een dikke, fraai geïllustreerde turf van 550 bladzijden. Ik kon toen niet vermoeden dat dit boek 25 jaar later het uitgangspunt zou zijn van een boek dat ik zelf zou schrijven over meubilair op Franse schilderijen ten tijde van Louis XV en XVI (over schilders, meubels en maîtresses).



    Denis Diderot werd geboren in october 1713, bijgevolg “vieren” we dit jaar le tricentenaire de la naissance de Diderot. Het jaar begon al goed. Het beroemde portret van Diderot door Fragonard dat tot voor kort in het Louvre hing, en in alle tekstboeken over kunstgeschiedenis werd afgebeeld als dusdanig, is nu verhuisd naar Louvre/Lens maar voorzien van een nieuw bijschrift: Fragonard, vers 1769: “Figure de fantaisie”. Het is de kunsthistorica Marie-Anne Dupuy-Vachey, die er op wees dat Diderot bruine ogen had, zoals duidelijk te zien op een portret van Van Loo dat door Diderot zelf geattesteerd werd. Op het portret van Fragonard wordt iemand afgebeeld met blauwe ogen. Bijgevolg: Figure de fantaisie.



    Dit jaar kunnen we heel wat evenementen omtrent Diderot verwachten. In het Musée des Beaux-Arts van Rennes bijvoorbeeld loopt nog tot 28 april een interessant Parcours Diderot. Men krijgt er een catalogus bij (60 blz.) met zeer fraaie illustraties op glossy paper van de tentoongestelde werken: La plume et le pinceau. Hommage à Diderot, critique d’Art.



    Zopas (januari 2013) verscheen bij de uitgeverij Perrin van de hand van Gerhardt Stenger een boek (790 blz.) dat  vermoedelijk de definitieve biografie van Diderot zal worden: Diderot. Le combattant de la liberté.



    In deze blog gaan we het nog dikwijls hebben over Diderot, een van die waarlijk verlichte geesten die door de Fransen Les Lumières werden genoemd. Diderot was, samen met Holbach en de la Mettrie, in elk geval een veel grotere Lumière dan Voltaire die bijna steeds, maar volkomen onterecht, wordt aanzien als chef de file van de Franse Verlichting.



    Spijtig dat we de Tricentaire de la mort de Diderot niet meer zullen meemaken in 2084. In feite heb ik dus een omgekeerd circuit gemaakt van 1984 naar 2013, van de dood naar de geboorte van Denis Diderot.

     









    11-04-2013 om 13:02 geschreven door Guido  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    08-04-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Shakespeare en Voltaire. Geslepen zakenlui en fraudeurs.

    Recent bracht Jayne Archer, docent aan de Aberystwyth University van Wales, in de openbaarheid iets wat men al geruime tijd wist, maar tot nog toe zedig had verzwegen om de gedachtenis aan de geniale schrijver niet te bezoedelen, namelijk dat Shakespeare eigenlijk een graanhandelaar was en een genadeloze woekeraar. Hij hamsterde bijvoorbeeld graan en verkocht het tijdens de toen frekwente hongersnoden aan woekerprijzen. Bovendien deed hij aan belastingontduiking waarvoor hij bijvoorbeeld in 1598 werd vervolgd. Offshore belastingsparadijzen bestonden toen blijkbaar nog niet.

     

    Voltaire maakte kennis met de toneelstukken van Shakespeare toen hij in ballingschap in Engeland verbleef. Voltaire vond van zich zelf dat hij een groot toneelschrijver was, zoveel beter dan Shakespeare die hij maar een sukkelaar vond. Maar in tegenstelling tot de werken van Shakespeare wordt vandaag geen enkel van de melige toneelstukken van Voltaire nog opgevoerd. Maar waar Voltaire Shakespeare wel in evenaarde, en zelfs overtrof, was zijn mercantiele instelling en zijn frauduleus gedrag. Maar net als bij Shakespeare werd dit aspect van Voltaire om reden van Franse nationale trots bewust buiten de schijnwerpers gehouden.

     

    Nadat hij een fortuin had verzameld door de Franse staatsloterij op te lichten samen met La Condamine, en nadat hij via Richelieu erin geslaagd was leverancier te worden van de kwartiermeesters van het Franse Leger en in die hoedanigheid voedsel voor paarden en mensen, en stoffen voor de uniformen te leveren,  investeerde hij met zijn immense fortuin zwaar in de graanhandel, en zette daartoe een firma op met graanschuiten in Noord-Afrika. Als er in Marseille graanoverschotten waren die de prijs drukten liet hij zijn schepen naar havens in Italië of Spanje varen, waar hij hogere prijzen kon bedingen.

    Hij verdiende eveens grof geld met zijn suikerplantages in Santa Domingo waar negerslaven door zweepslagen tot hogere productiviteit werden aangezet. Hij heeft daar geen echt probleem mee want de negers behoren tot een inferieur ras. In zijn Essais sur les moeurs et l’esprit des nations schrijft hij:

    Enfin je vois des hommes qui me paraissent supérieurs à ces nègres, comme ces nègres le sont aux singes, et comme les singes le sont aux huîtres et aux autres animaux de cette espèce.

    Later zal hij zijn geld voornamelijk beleggen in lijfrenten. Hierbij leent hij, via tussenpersonen, tegen een woekerrente grote sommen aan zijn adellijke vrienden en kennissen. Levenslang zal deze gladjanus doen alsof hij de dood nabij is zodat men denkt dat hij vlug zal overlijden en de lijfrente een goede zaak zal worden. Helaas voor hen, Voltaire zal stokoud worden.

    08-04-2013 om 00:00 geschreven door Guido  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    27-03-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Voltaire vlucht voor een duel aan het hof van Stanislas te Lunéville.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De verkiezing van Voltaire tot Academicien had opnieuw aanleiding gegeven tot een bijzonder virulente lastercampagne tegen de kruiperige hoveling. Daarbovenop kwam nu nog dat een al te enthousiast gedicht over de charmes van Mme de Pompadour – natuurlijk geschreven in de hoop de koning te vleien - bij diens echtgenote in het verkeerde keelgat was geschoten.

    Toen Voltaire op een avond ook nog eens de medespelers aan de kaarttafel van de koningin van valsspelen had beschuldigd, toen was de maat vol en werd de kamerheer persona non grata in de koninklijke slaapkamer. Het gerucht ging dat hij uit Parijs zou worden verbannen.
    Voltaire wachtte daar niet op en verliet Versailles. Hij zou er nooit meer terug keren. Hij vluchtte met zijn minnares, Emilie, naar het hof van 
    de ex-koning van Polen, Stanislas, te Lunéville. 

    Lunéville was aanvankelijk een leuke tijd voor Voltaire omdat zijn toneelstukken  daar steeds opnieuw en enthousiast werden opgevoerd. Hij kreeg bovendien nog altijd uitnodigingen van Frederik II van Pruissen om  hem in Potsdam te vervoegen, maar Emilie verzette zich daartegen. Dat belette haar niet hartstochtelijk verliefd te worden op Saint Lambert, een  knappe militair aan het hof van Stanislas.

    En op een avond gebeurt het onvermijdelijke : Voltaire betrapt de geliefden in bed. De grote dichter roept en tiert en St Lambert, zoals het hoort, stelt hem voor te duelleren bij dageraad. Maar Voltaire, een hazenhart, bedreven eerder met de pen dan met de degen, besluit stante pede te vertrekken, naar Rijssel, waar zijn geliefde nichtje woont, de weduwe Denis.

    In de loop van de nacht kan Emilie hem overtuigen toch te blijven. Besefte hij dan niet - sprak ze hem toe – besefte hij dan niet dat dat ze dit alles deed –die vermoeiende fysieke bed-oefeningen met St Lambert, dat ze dat enkel deed om zijn tere gezondheid te beschermen? Hij wist toch wel hoe onstuimig ze was in bed?  ze kon van hem, een invalide, toch niet eisen aan haar onverzadigbare behoeften te voldoen? Was het dan niet beter die taak over te laten aan een wederzijdse vriend?

     Onze dappere held ging daar maar al te graag op in en ‘s anderendaags verontschuldigde hij zich bijna bij St Lambert, zo blij was hij aan dat duel te ontkomen. Het gevolg van deze “oefeningen” was echter dat Emilie zwanger werd van St Lambert. Op 43-jarige leeftijd – wat in die tijd zo goed als een doodvonnis betekende. En inderdaad, ze sterft in het kinderbed op 10 september 1749. En Voltaire schrijft :  L’univers a perdu la sublime Emilie.

    27-03-2013 om 10:43 geschreven door Guido  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    24-03-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Voltaire in Versailles, vicino al piu puzzolente cacatoio di Versailes.

    Voltaire werd verteerd door de dubbele ambitie : aanvaard te worden in de adellijke kringen rond de koning, en opgenomen te  worden in de Académie Française, bij de 40 Onsterfelijken. Beide ambities zou hij uiteindelijk dank zij de relaties van Emilie du Châtelet, zijn minnares, waarmaken, maar slechts ten koste van misselijkmakende vleierijen aan het adres van de koning en de Kerk.

    Zo schreef hij naar de rector van zijn vroegere College Louis-le-grand “dat hij slechts rustig wilde leven en sterven in de boezem van de rooms-katholieke kerk zonder iemand kwaad te doen”. Veel van zijn medestanders in de strijd voor ontvoogding en de suprematie van de Rede op het bijgeloof, keken dan ook met stil misprijzen naar het kruiperige gedrag van Voltaire.

    Naar aanleiding van een lofdicht op de slag bij Fontenay, waarbij hij ‘s konings zogezegde heldendaden dik in de verf zette, kreeg hij eindelijk een postje aan het hof als officiële historiograaf en kamerheer, gentilhomme ordinaire de la chambre du Roi, waarbij hij het nachthemd van de koning mocht aanrijken en diens pruiken poederen. Hij was ondertussen vijftig jaar geworden en slippendrager van de paus en van de koning. Nu hij zijn ultieme doel eindelijk had bereikt, academicien en hoveling, voelde hij zich echter slechts als een soort hofnar van dienst.

    Ondertussen was hij, ondanks zijn verhouding met Emilie, wel druk bezig Marie-Louise, het dochtertje van zijn zus te verleiden die inmiddels weduwe was geworden. Oom François besefte terdege dat hij niet precies was wat een jonge sensuele  weduwe verlangde, maar hij zat er warmpjes in en Marie-Louise, weduwe Denis, had daar wel oog voor.

    Voltaire had als hoveling, een logement gekregen in Versailles, kamer 144. Voor de duizenden hovelingen in Versailles was er onvoldoende sanitair en de edellieden deden overal hun gevoeg, tot in de bloempotten van de Spiegelzaal. Voltaire zelf was gelogeerd vlak boven een plaats waar de adellijke uitwerpselen zich ophoopten en de stank onhoudbaar was.
    Uit die periode is een briefje aan zijn nichtje bewaard waarin hij haar discreet om een afspraakje vraagt in zijn kamer nr 144, vicino al piu puzzolente cacatoio di Versailles.

     

    24-03-2013 om 17:54 geschreven door Guido  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    22-03-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Boucher en de Chinoiserieën (2).
    Zoek de verschillen tussen een houtsnede uit 1696 van Jiao Bingzhen in de Yuzhi gengzhi tu  en een sanguine uit ca 1740 van Boucher getiteld : Chinoise assise tenant un plat. (Bron : Perrin Stein)



    22-03-2013 om 12:55 geschreven door Guido  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    21-03-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ontbijt met oesters en champagne

    Déjeuner d’Huîtres, van J.-F. de Troy. Het doek werd besteld voor de salle à manger in de petits appartements du Roi in Versailles Er is wellicht geen schilderij dat beter de geest weergeeft van de vroege 18de eeuw dan Ontbijt met Oesters, en hing daar samen met zijn pendant Le déjeuner de Jambon van Nicolas Lancret. Beide doeken dateren van 1735 en worden nu bewaard in het Musée Condé te Chantilly.

     

    Het doek, Déjeuner d’Huîtres, lijkt wel een persiflage van een “Laatste Avondmaal”:  in plaats van brood en wijn, lichaam en bloed van Christus, gaat het hier om oesters en champagne, en de ogen van het gezelschap op de achtergrond zijn niet vroom ten hemel gericht maar volgen verrast en geamuseerd het omhoogschietend kurk uit een pas ontstopte fles dat op het doek te zien is als een stip op halve hoogte van de pilaar. Dit is voor zover bekend de oudste, of eerste, afbeelding van het drinken van champagne, toen nog maar pas “ontdekt” door de Benedictijnermonnik Dom Perignon uit Epernay. In het gezelschap onderscheiden de modieus geklede heren, de “goudvinken” van het Régime, zich van de bedienden die de oesters aanbrengen en openen. Er is geen enkele vrouw te zien maar de grond ligt bezaaid met ­oesterschelpen. Oesters waren toen, meer dan nu, symbolen voor het vrouwelijk geslachtsdeel. 

     

    Het tafereel van Déjeuner d’huîtres ademt de erotische, libertijnse en atheïstische sfeer uit die zo kenmerkend was voor de Régence. Het stijlzuivere barokke interieur is wellicht ontsproten uit de fantasie van de schilder, maar de schalen en kommen lijken authentiek. Intrigerend is het wijnkoelertafeltje op de voorgrond. Het heeft bovenaan twee zinken of loden bakken waar het ijs in zat om de flessen te koelen en daaronder lijken er wel compartimenten te zijn om de glazen koel te houden. Die frigo avant la lettre is niet zomaar aan een fantasietje van de schilder maar heeft wel degelijk bestaan en wordt in de Mobilier Domestique  beschreven als table rafraîchissoir. 

     





    21-03-2013 om 00:00 geschreven door Guido  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 20/04-26/04 2020
  • 22/12-28/12 2014
  • 01/12-07/12 2014
  • 18/08-24/08 2014
  • 16/06-22/06 2014
  • 26/05-01/06 2014
  • 12/05-18/05 2014
  • 28/04-04/05 2014
  • 31/03-06/04 2014
  • 24/03-30/03 2014
  • 10/03-16/03 2014
  • 27/01-02/02 2014
  • 30/12-05/01 2014
  • 02/12-08/12 2013
  • 18/11-24/11 2013
  • 11/11-17/11 2013
  • 04/11-10/11 2013
  • 21/10-27/10 2013
  • 09/09-15/09 2013
  • 10/06-16/06 2013
  • 03/06-09/06 2013
  • 27/05-02/06 2013
  • 06/05-12/05 2013
  • 29/04-05/05 2013
  • 15/04-21/04 2013
  • 08/04-14/04 2013
  • 25/03-31/03 2013
  • 18/03-24/03 2013
  • 11/03-17/03 2013

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!