Ik ben , en gebruik soms ook wel de schuilnaam E.D..
Ik ben een man en woon in Frankfurt (Deutschland) en mijn beroep is Een voorbeeld zijn.
Ik ben geboren op 01/01/1988 en ben nu dus 37 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: Provoceren, intrigeren, samenzweren, ambeteren..
[Vooraf: ooit werd hier een muziekproject aangekondigd, maar dat heeft elders zijn promotiekanaal gevonden. Voorwaarts met de gedichten, dus!]
Eén trits kraaien fladdert, fladdert van hier naar ginder en van ginder naar hier. Terwijl elke boom wakkert, wakkert, siddert en kraakt zoals schuurdeuren op 'n kier.
Onbewaakt en onverzorgd, door niemand beroerd 't zij door een scheutje wind. Delicaat weten zij zich geborgd, in 's winds ongeziene palm uit erbarmen hen toegezwind.
Zo moeders kind'ren wiegen, zo liggen schuurdeuren knus in 's winds pluchen krippe. Zo moeders troostend liegen, zo zal de aaiende wind uit de hengsels hen wippen.
Had de landman opgelet, over zijn hofstaat gewaakt lag herstelling in 't verschiet. Toch werd de deuren niet belet, te klapperen en te kieren de boer was reeds lang failliet.
Des winds ongeziene palm, deed meer dan aaien en blikte in de schuur door. Tussen rommel, bestoft en kalm, onbereikbaar voor kraaien hing de boer aan 'n koor'.
Flooding the audience with data true and false, would compel the electorate into either developing an information-apathy (thus no longer taking an interest in anything in particular) or into becoming overly sceptical, in which case friends and family would suspect the sceptic of mere bigotry and paranoia. In either case, the politician could continue undisturbed with his main business in life: serving his own career. One or two sceptics could be effortlessly ridiculed as "loons" and -thus- didn't pose a threat.
Zoals u kan zien, moest de blog enkele veranderingen ondergaan. Voortaan zullen ook fragmenten uit mijn nog-te-verschijnen roman gepubliceerd worden, weliswaar in de Engelse taal. Daarnaast moeten er binnenkort ook Duitse gedichten getoond worden aangezien ik mijn oeuvre in die richting uitgebreid heb.
Voorts zie ik me verplicht de komende weken met tekstvormen en lettertypes te experimenteren. Ik vind helaas niet genoeg tijd dat allemaal ineens klaar te spelen. Indien u geduld heeft, zal u geduld beloond worden.
De Geest forceert mijn sompende, verwoed tranen pompende, ja zo vertroebelde ogen, dagelijks opwaarts te gluren, over groenbeloofde bergen, en heen en weer te schuren. Om telkens driest te pogen, maar toch niet vermogen, daar Trek te verbergen, in het aanschijnlijk dons, van een duizendvoudig bomenonderons. Kijken brengt, donderom, geen peis voor de Verlangenszeis, die, vlijmscherp en krom, veroorzaakt stil geschreeuw en gekrijs. Alternatiefloos staande restend, is d'oplossing aan het woelen, in verzandde gedachtenpoelen. En al blijft er geen tijd, is d'oplossing als enige restend: "Trek wijd en breid, zodat uw herte verblijdt, en solitude, ja, poez'lig zachte solitude, uw zorgen bestrijdt, met deze wijze raad: Wat in 't dal om de oren slaat, zal hier uiteenstuiven, zoals een trits kloeke bosduiven."
This blog will, from now on, be used solely to promote the music of Prolaz od Vjernost. In the coming days and weeks, Prolaz od Vjernost will -so to speak- hijack this blog and change its appearance in order to better suit the promotional purposes of Prolaz od Vjernost.
First, I would like to uplike this link to the music video of the track "Razvratnost". It can now be viewed on youtube and (at the bottom) viewers will find a link to the site Bandcamp.com where the album is available for free downloading.
So let us present the video: http://www.youtube.com/watch?v=-kU3KZV3Q6w
The music is currently being described as "Dreckklang", because it is neither music, nor a random collection of noises. It is more of a "sound experience" that combines sound recordings into stories about themes such as terrorism, political decadence, depression, ect.
I hope some people find the patience to listen to this "Shit sound".
Mein Herz ist kalt. Es will, kann aber keinen lieben. Mann, Frau, Vater, Mutter, Verwandter, meine Teuerste: keiner findet in meinem Herz einen Platz. Es glaubt nur an Misstrauen. Keinen will es bedingungslos in den Armen schliessen. Allen sind da um zu misstrauen.
Aurora mijnes gekluisterd hertes! Nachtelijk furieus was 't rencontre, teerplakkerig de wijze van 't vlees, obsceen toegewijd gelikt, neuzen op heiligdommen gedrukt, instincten tot profane tenhemelopnemingen, Ascendeer ik naar u, aartsengel Berlijn!
Yallah, Yallah!, schreeuwt des Jezus' vader, vanuit bierbetoverd bewustzijn, ergens anders verkeren Eenheidsmensen, sluimerend in elkaars armen.
Le bourgeois de Gand sortit de son lit, mit la tête à la fenêtre et demanda ce qu'on lui voulait : De la lumière pour rentrer chez moi, répondit Charles. Servez-moi une chandelle d'un denier. A l'instant, répondit le bourgeois. Il descendit en hâte et remit gracieusement sa chandelle d'un denier. Vous voyez, dit alors l'Empereur, à quoi cet honnête homme doit ses richesses : à l'activité et au travail-
Bafomet proclameert: leest mijn soubriquet: -Glorie in de ijzeren Verlatene- en maakt de haat tot uw wet, want zonder liefde werd gij ook verlatene, mijn gelijke in minachting gezegend, mijn gelijke in rancune gedrenkt, mijn gelijke in ere gekrenkt, uit moeders omarming weggerend. Eert en glorifieert niets anderswils. Zegent uzelf Voor uzelf Met uzelf Als allen verheugen, verheugt gij in hun kwelling. Mijn wrake is hun de pest, u de heling. Glorie aan Bafomet!
Winterhager, Professor kommt aus Berlin, Berlijn, Berlinn, hat nur Gewalt im Sinn. Nie versteckt in einem Rohr schlägt, tötet, schneidet er wen sich als Frau verkleidet. Gewalt, Gewalt, nackte GEWALT! Dieser teutonischer Gestalt und sein Schwert haben immer Blut begehrt. Es muss fliessen, sowohl in Giessen, als in ganz Hessen. Mann soll nicht vergessen wie gross sein Ruhm ist. [...]
Geile stem klimt als bloesemgeur, uit uw borstraam uitwaarts, zich reppend naar onze zinnen, hoe overdonderd worden wij gewaar! Teder vult uw stem ons vanbinnen, als de was van 'n smeltende kaars.
Geen toon te schril of hees, is dit menselijke melodie, van organen en vlees geboren, best benut voor 'n liefdestragedie. Hoe zingen de Engelenkoren toch in éénpersoonsharmonie?
Blitsende ogen belichten uw zingen, als de schijnwerpers de Bühne, waar kunst ten hemel stijgt, en onze aanwezigheid beloont. Hoe uw stem naar goddelijks neigt, is indrukwekkender dan Wotans runen.
Volgende week beschik ik wederom over zeeën van tijd, maar nu moet u het met een fragment stellen dat ik ergens opduikelde.
E.D.
Eén Roodborstje doet 't gebladert ritselen. Het zoekt in 's winters witte greep en diens grasverkleumende sleep onverdroten levensgoed te knibbelen.
Schichtig omkijkend tussen bruin gebladert, springt dit vogelspecie op 'n kruimel die als godsgeschenk neerwaarts tuimelt, tussen de bladers aldaar vergaderd.
Nog één brok komt neergestort -zonder geluid, maar toch ijlt 't borstjen rood toe als 'n pijl voor het spijs op z'n winterbord.
Amper kon hij de pit opprikken of de derde verschijnt ten berde alsof 't lot goed wil beschikken.
Zwart haar neemt vrede weg! Uit het oord beneden. Wat kan baten, als 'k niet kan laten, u aan te staren, zonder wenken zonder je me kan verdenken? Zo geschiedt de minnelust, ontdaan van alle geesterust. Ik, onnozele zielepoot, die z'n tijd zielig verkloot, met denken, wensen, hopen zal je steeds ontlopen. Zo blijf ik eenzaam, niet zeldzaam, achter 'n raam, waar 'k aanschouw, hoe anderen u vervoeren Beroeren Ontvoeren Hoort! De Lolovogel roept "Heio! Die heeft hij u afgesnoept! Wat richt gij er tegen uit? Wie vraagt gij nog uit?" Ach nu! Ik ben geen vent die 't versieren deftig kent. Ik verwijf -niet het lijf- doch de status van grijze heggemus wordt de mijne. Zo wegkwijnen drijft 'n man naar 't koord daar hij niet op aard behoort. Zo triest Die mij kiest heeft toch iets goed. Hij draagt 'n hoed is deftig seksueel heftig elegant -niet charmant- doch galant.
Hau ab! Es reicht! U gedicht is weêrom verslapt. Verdammt! Ertappt! De concentratie vliedt. De wanhoop geschiedt. Tot het dodenlied weerklinkt en de nacht zich biedt. Dood Verrot Vermolmd Ontbeend Van vlees en bloed gespeend. Zo is het wonder: allen kunnen zonder. Niemand mist de knul, sociaal stuk onbenul!
Lolo, Froufrou, bekoorlijke schepsels: mag ik uw benen bepotelen en een suikerstok voorschotelen?
Lolo, Froufrou, bekoorlijke schepsels: mag ik uw halzen strelen en extra vochtigheid bedelen?
Twee knapen voelen hun harten bonzen bij 't aanschouwen van hun kloeke borstkassen, armen en schouderhoeken. Het zij alsof zij in levenslange spiegels zichzelf zien pronken, zelfs vereren om de gespierde spanning hunner kleren.
Trekt Can zijn wasbord bijeen, spant Amar zijn boomstronkdikke biceps op, dan stijgt de begeestering naar hun kop. Maar zien stelt hen niet tevree, zoveel bekoorlijks tenteert aan te raken. Is helaas toch voor macho's taboe, al worden zij die curiositeit nooit moe.
Wat gedaan?
Can zou geerne de hand reiken naar Amars forse porstpezen mocht het niet zo verdacht wezen of zoveel argwaan verwekken over hun seksuele preferenties Ach! Zulke man-ego-excellenties hebben het nooit klaar en simpel.
Hoe trekt de ontwetendheid intern! Hoe verrukt Can Amars zinnen als hij douchenat blinkt zoals tinnen theeservies, vers uit de wasmachine? Hoe verzeilt de minneverteerde Can in Amars zinneverblindende ban? Konden ze maar even strelen!
Mannelijke tragedies zijn d'heetste ...althans voor wie ze doorstond en tijdig stopte die brandende lont met koud water, afscheid of rede. Zoniet gaven ze even toe aan zonde en deden elkaar hunner liefde konde voor een aanraking zonder slot.
Want...ze verzeilden in Satans slot: de helle waar vrouwen ophielden een rol te spelen en niet langer bezielden. Het is gewis erg klaar: Can en Amar zijn heden vriend, maar hebben heimelijk op meer gezind: Van vriend vro tot minnaar.
Amar spendeert ganse stonden in Cans vrouwengevuld liefdesnest. Daar toont hij zich op z'n best: Amar, de ijdele haarkrultangbezitter aan Can, de worstelende Turk in een beslist ravissante jurk van maatschappijcontrole ontbonden.
Daarna gebeurt iets of niets. Dat kan ik u met beste wil niet verklappen, al circuleren reeds vieze grappen. Zo één kan 'k u wel ontbloten: "Hoe vinden Can en Amar steeds lustig plezier? Eén staat op twee poten, den anderen op vier." 't Is ranzig, maar 't zijn dan ook idioten.
Welaan! Wie had dat verwacht? Ik kon ineens een Duits dicht schrijven! Met dank aan Jan.
Kampmann, Quelle des Wissens Ursache aller Dissens! Du bist höchster Gott, macht Wint'hager zum Schrott. Und dein Mikrofon, schmückt dich, O Gottessohn wie Döner die Imbissstube oder ein Leich die kalte Grube.
Aber, dein Feind!
Nemitz, Fritz des Husarensitz' war getroffen wie vom Blitz als er Weiand sah! Er trat frech zu nah und hat sie vernascht -mit Charisma überrascht.
Aus seinem Haus kommt sie nie wieder 'raus. Dorthin hat er sie geschickt und richtig geil gef****.
Naja, ich erzähl so ranzig denn er ist noch zwanzig, dieser Barbarischen Herzendieb mit ungeheuerlich potenten Geschlechtstrieb der immer so heiβ brennt, doch keine Liebe mehr kennt.
Du hast verloren, Kampmann! und wirst nicht mehr bohren, suche also ein neues Weib für dein altes Leib.
Vergiss den alten Neid schwör 'nen neuen Eid:
"Ich allergnädigster Kampmann, Herrscher der Wissensuchenden, Ich töte alle Untugenden, tue sie in Acht und Bann.
Ich, Kampmann, KAMPMANN! Geiler Typ! Ich bin die Universität, der Staat ...oder zumindest die Vorlesung. Ich, Kampmann, KAMPMANN! Geiler Typ! Ich bin Verwandter zweiten Grad' ...oder zumindest Bastardjung des Hauses Habsburg ...oder Ludwigs XIV Hüpfburg.
Gib mir deine Pracht! Leopold! Franz! Maximilian! Dann werde ich nicht mehr ausgelacht Erfüllt also meinen Gröβenwahn!
Chor: Kampmann ist groβ, Kampmann ist klein, Seine Gedanken sind unrein. Gloria! Gloria!
Gib mir die Groβherzogwürde! Ich will werden Kurfürst und Kaiser so nehm' ich kräftig alle Liebeshürden, werde geleckt wie ein süβes Baiser.
Chor: Kampmann ist groβ, Kampmann ist klein, Seine Gedanken sind unrein. Gloria! Gloria!