De mosselen met de tijm op een hoog vuur laten openkoken. Afgieten, het kookvocht opvangen.
Eén van de twee van de schelpen van de mosselen verwijderen. De mosselen in de overblijvende schelp in een ovenvaste schotel leggen.
Het kookvocht zeven. Samen met de witte wijn tot de helft laten inkoken. Knoflook en kerriepoeder toevoegen.
De eierdooiers met drie eetlepels water tot een schuimig mengsel kloppen. De kom met dit mengsel in een warmwaterbad op een zacht vuurtje zetten. Kruiden met peper. Scheutje na scheutje het ingekookte mosselvocht bij de eieren gieten onder voortdurend kloppen.
De ovengrill verwarmen.
Voorzichtig een koffielepel sabayon in elke mosselschelp gieten. De schaal vijftien centimeter onder de ovengrill plaatsen. Twee tot drie minuten laten gratinere met open ovendeur.
De mosselen bestrooien met de fijngehakte koriander en meteen serveren.
(Uit : Plus Magazine. Artikel : 'Het najaar ? Mosseltijd.' September '07)