Wim Van Thuyne van het Gentse Dopinglabo promoveerde onlangs met de doctoraatstudie 'The grey zone in doping'. Hiermee wordt bedoeld : een atleet kan positief bevonden worden zonder dat hij slechte bedoelingen had, maar omgekeerd kan een atleet ook wegkomen met medicatie die eigenlijk verboden is. Er is immers een immens probleem. In de periode dat de jacht op Epo goede resultaten boekte, is het gebruik van coticosteroïden weer fel gestegen, ook omdat het Wada, begrijpe wie kan, begin 2005 de grenswaarden fel verhoogd heeft. Bijna 37 % van de renners (want het gaat toch voornamelijk over (prof)wielrenners) rapporteert spontaan het gebruik van corticosteroïden, maar men mag aannemen dat het reeële verbruik nog een stuk hoger zal liggen. Daarbij kunnen cortico's in sommige gevallen nog eens het voorwerp uitmaken van een uitzondering wegens therapeutische doeleinden. Het gevolg is dat wielrenners omzeggens niet meer betrapt worden op het gebruik van corticosteroïden. Samen met het gebruik van cortico's steeg ook het gebruik van beta-2-antagonisten, middelen die helpen bij inspanningsastma, maar die ook een prestatieverhogend effect hebben. Ook hier circuleren enorm veel therapeutische voorschriften. Feit is dat geneesmiddelengebruik geen voorrecht van de wielrenners is, maar dat zij wel de enigen zijn die wegens het euforiserend effect kiezen voor corticosteroïden. We hadden het hier nu over de atleten die wegkomen met ongeoorloofde medicatie, in het stukje "voedingssupplementen en doping" hebben we het over diegenen die pech zouden kunnen hebben. (DM, 19/09/06)