De wederkomst van Jezus Christus
Inhoud blog
  • Ik zal een vuur zenden in Magog, en onder degenen, die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
  • De profeet Micha en het TIJDS-DAL in de heilsgeschiedenis
  • De Moeder van alle verwoestingen 1
  • De Moeder van alle verwoestingen 2
  • De Moeder van alle verwoestingen 3
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    17-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De profeet Micha en het tijds-dal
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Micha 1:1 Het woord des HEREN, dat tot Micha, de Morastiet, kwam in de dagen van Jotham, Achaz, Jehizkia, koningen van Juda, hetwelk hij geschouwd heeft over Samaria en Jeruzalem.

     

    De naam van de profeet Micha is een verkorte vorm van de naam Michajah wat betekent: “Hij die is als de HERE". Zoals het eerste vers hierboven geciteerd, trad de profeet op in dagen van de koningen van Juda: Jotham, Achaz en Jehizkia. Op de tijdsbalk zitten we voor deze koningen in de jaren van 750 tot 694 v. Chr. Dat maakt van de profeet Micha een tijdgenoot van de profeet Jesaja. De bediening van Jesaja duurde langer in tijd aangezien deze profeet zijn bediening al een generatie eerder, in de dagen van koning Uzzia van Juda, begon.

     

    Jesaja 1:1 Het gezicht van Jesaja, de zoon van Amoz, dat hij heeft gezien over Juda en Jeruzalem in de dagen van Uzzia, Jotham, Achaz en Jehizkia, koningen van Juda.

     

    In het eerste hoofdstuk van het Bijbelboek Micha lijkt het dat Micha (1:2-4) zijn bediening begon ten tijde van een meganatuurcatastrofe. Ik vermoed dat het de catastrofe van het jaar 748 v. Chr. was (Genesis versus Egyptologie, hoofdstuk 22) die de bediening van Micha zag aanvangen. Het was dan nog 31 jaar tot de val van Samaria en de wegvoering van de tien stammen van Israël in Assyrische ballingschap (Micha 1:5-7).

     

    Sommige van de oordeel-aankondigingen over Juda en Samaria zijn bij de profeten Micha en Jesaja dezelfde. Dit was voer voor de Bijbelkritiek, wanneer deze in de tweede helft van de negentiende eeuw echt op gang kwam. De profeten zouden van elkaar gekopieerd hebben enz. Voor iemand die gelooft dat de Bijbel het Woord van God is, is dit uiteraard onzin. Het gaat hier tenslotte niet om de woorden van de profeten maar om het Woord van God dat Hij via deze mensen doorgaf.

     

    Paulus aan de Hebreeën 1:1 Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, 2 heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon, die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door wie Hij ook de wereld geschapen heeft.

     

    Net zoals Paulus eertijds aan de Hebreeën schreef dat God vele malen en op vele wijzen tot de profeten sprak, is het logisch dat dezelfde boodschap met dezelfde woorden is doorgegeven.

     

    De brief van Paulus aan de Hebreeën is overigens nog zo een voorbeeld van ijdel gepraat van de Bijbelkritiek. Aangezien de brief aan de Hebreeën in ons Nieuwe Testament geen afzender opgeeft mag/moet/kan er getwijfeld worden aan de identiteit van Paulus als briefschrijver. En de brief van Paulus aan de Hebreeën waar de apostel Petrus naar verwijst, zou dan verloren gegaan zijn?

     

    2 Petrus 3: 14 Daarom, geliefden, beijvert u in deze verwachting, onbevlekt en onberispelijk te blijken voor Hem in vrede, 15 en houdt de lankmoedigheid van onze Here voor zaligheid, zoals ook onze geliefde broeder Paulus naar de hem gegeven wijsheid u geschreven heeft, 16 evenals in alle brieven, wanneer hij over deze dingen spreekt. Daarin is een en ander moeilijk te verstaan, wat de onkundige en onstandvastige lieden tot hun eigen verderf verdraaien, evenals trouwens de overige schriften.

     

    Dit is bij de studie van de Bijbelboeken niet mijn uitgangspunt. Met dit artikel wil ik een bijzonder chronologisch onderdeel van de profeet Micha behandelen. De tijdskloof namelijk die er zit in tussen vers 2b en vers 3 van het hierna volgende citaat:

     

    Micha 5:1 En gij, Bethlehem Efrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal zijn over Israël en wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid. 2 Daarom zal Hij hen prijsgeven tot de tijd, dat zij die baren zal, gebaard heeft. …

    (…Tijdskloof van inmiddels 2018 jaar)

    … Dan zal het overblijfsel zijner broederen terugkeren met de Israëlieten. 3 Dan zal Hij staan en hen weiden in de kracht des HEREN, in de majesteit van de naam des HEREN, zijns Gods; en zij zullen rustig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde, 4 en Hij zal vrede zijn.

     

    De profetie van Micha over de geboorteplaats van de Messias of Christus is wereldwijd bekend vanwege het ‘Kerst’-gebeuren. Het gehucht Bethlehem is de plaats waar de Heiland in het jaar vijf voor Christus in de vijfde maand Ab (juli/augustus) geboren werd. Toen de Magi uit het Oosten aan het hof van Herodes de Grote navraag kwamen doen naar de geboorte van de Koning der Joden werd op bevel van Herodes de Joodse Schriftgeleerden er bij gehaald die daarop aan Herodes de Boekrol van de profeet Micha citeerden:

     

    Matteüs 2:1 Toen nu Jezus geboren was te Betlehem in Judea, in de dagen van koning Herodes, zie, wijzen uit het Oosten kwamen te Jeruzalem, 2 en vroegen: Waar is de Koning der Joden, die geboren is? Want wij hebben zijn ster in het Oosten gezien en wij zijn gekomen om Hem hulde te bewijzen. 3 Toen koning Herodes hiervan hoorde, ontstelde hij en geheel Jeruzalem met hem. 4 En hij liet al de over-priesters en Schriftgeleerden van het volk vergaderen en trachtte van hen te vernemen, waar de Christus geboren zou worden. 5 Zij zeiden tot hem: Te Bethlehem in Judea, want aldus staat geschreven door de profeet: 6 En gij, Betlehem, land van Juda, zijt geenszins de minste onder de leiders van Juda, want uit u zal een leidsman voortkomen, die mijn volk Israël weiden zal.

     

    De evangelist Matteüs die zijn geschiedenis van de eerste komst van de Christus in het Grieks neerschreef gebruikte voor het citaat van de profeet Micha, de Griekse Septuagint LXX vertaling, en vandaar het verschil in schrijfwijze tussen het citaat van Micha uit het Hebreeuwse Oude Testament zoals het door de Masoreten is overgeleverd en de Griekse vertaling van de LXX.

     

    De Statenvertaling is de Hebreeuwse grondtekst trouw gebleven en geeft het citaat als het volgt weer:

    Micha 5:1 En gij, Bethlehem Efratha! zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israël, en Wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid.

     

    De NBG Vertaling van 1951 heeft hier de Statenbijbel gevolgd.

     

    NBG 5:1 En gij, Betlehem Efrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal zijn over Israël en wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid.

     

    De juiste vertaling is belangrijk voor het eenvoudig herkennen van juist wie in de profetie, de beloofde Heerser is. Het is namelijk de Messias/ Gezalfde/ Christus, de Zoon van God, de HERE God zelf, die mens werd en het kleinste dorp van Juda uitkoos voor Zijn geboorte in de wereld.

     

    Micha 5: 2 Daarom zal Hij hen prijsgeven tot de tijd, dat zij die baren zal, gebaard heeft. …

     

    De voorzegging van de profeet Micha was nochtans een oordeel-aankondiging voor zijn tijdgenoten. Het volk van Juda dat zijn eigen weg ging zou in ballingschap naar Babylon weggevoerd worden. Zij zouden ‘prijs gegeven worden’:

     

    Micha 4:10 Krimp ineen en schreeuw het uit, dochter Sions, als een barende; want thans zult gij uittrekken uit de stad en verblijven op het veld, en gij zult naar Babel komen. Daar zult gij bevrijd worden; daar zal de HERE u verlossen uit de macht van uw vijanden.

     

    De profeet Jesaja, de tijdgenoot van de profeet Micha had dezelfde boodschap voor het volk:

     

    Jesaja 39: 6 zie, er zullen dagen komen, dat alles wat in uw paleis is en wat uw vaderen opgestapeld hebben tot op deze dag, naar Babel zal worden weggevoerd. Niets zal er overblijven, zegt de HERE. 7 En van uw zonen, die uit u voortkomen zullen, die gij zult verwekken, zullen zij nemen, om hoveling te zijn in het paleis van de koning van Babel.

     

    Ik herhaal nogmaals; dit is geen plagiaat, maar twee profeten die vanwege de ernst van de zaak, hetzelfde oordeel aankondigen. En de profeet Micha verwittigde het volk dat zij door God prijsgegeven zouden worden ‘tot de tijd, dat zij die baren zal, gebaard heeft. …En dit is in de geschiedenis van Israël letterlijk uitgekomen. Na Babylon, namen de Meden en de Perzen de heerschappij over, gevolgd door de Grieken en daar vanaf 63 v. Chr. de Romeinen.

     

    Micha 3:12 Daarom zal om uwentwil Sion als een akker worden omgeploegd, en Jeruzalem zal worden tot steenhopen, ja de tempelberg tot woudhoogten.

     

    Er waren in de lange periode vanaf de Babylonische Ballingschap (605/536 v. Chr.) tot aan de Romeinse periode (63 v. Chr.) af en toe lichtpuntjes zoals de terugkeer van een overblijfsel uit de ballingschap, de herbouw van de tempel onder Ezra en Nehemia tijdens de Perzische heerschappij. Maar het koningschap was verdwenen. Wat bleef was de belofte van het herstel. Voor een gelovig overblijfsel van Israël was het nu wachten op ‘degene die baren zou’, op de geboorte van de Gezalfde, de Koning der koningen.

     

    De profeet Jesaja had ‘degene die baren zou’ eveneens voorspeld:

     

    Jesaja 7: 14 Daarom zal de Here zelf u een teken geven: Zie, de jonkvrouw zal zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem de naam Immanuël geven.

     

    In het Nieuwe Testament wordt deze profetie vervuld in Maria van het huis van David. Zie Lucas 1:26-38 en Matteüs 1;18-25

     

    En de profeet Jesaja geeft twee verschillende facetten van de verwachte Heerser door; een Heerser namelijk maar tegelijkertijd ook een Knecht.

     

    Jesaja 53: 1 Wie gelooft, wat wij gehoord hebben, en aan wie is de arm des HEREN geopenbaard? 2 Want als een loot schoot hij op voor zijn aangezicht, en als een wortel uit dorre aarde; hij had gestalte noch luister, dat wij hem zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat wij hem zouden hebben begeerd. 3 Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met ziekte, ja, als iemand, voor wie men het gelaat verbergt; hij was veracht en wij hebben hem niet geacht. 4 Nochtans, onze ziekten heeft hij op zich genomen, en onze smarten gedragen; wij echter hielden hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte. 5 Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden. 6 Wij allen dwaalden als schapen, wij wendden ons ieder naar zijn eigen weg, maar de HERE heeft ons aller ongerechtigheid op hem doen neerkomen. 7 Hij werd mishandeld, maar hij liet zich verdrukken en deed zijn mond niet open; als een lam dat ter slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed hij zijn mond niet open. …

     

    Maar nu verder met de profetie van Micha. Ik herhaal voor de goede orde nogmaals het Bijbelcitaat:

    Micha 5:1 En gij, Bethlehem Efrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal zijn over Israël en wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid. 2 Daarom zal Hij hen prijsgeven tot de tijd, dat zij die baren zal, gebaard heeft. …

    (…Tijdskloof van inmiddels 2018 jaar)

    … Dan zal het overblijfsel zijner broederen terugkeren met de Israëlieten. 3 Dan zal Hij staan en hen weiden in de kracht des HEREN, in de majesteit van de naam des HEREN, zijns Gods; en zij zullen rustig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde, 4 en Hij zal vrede zijn.

     

    Het profetisch Bijbelgedeelte van vers 2b en verder is tot op heden niet vervuld geworden. De Heer Jezus Christus werd als Gezalfde, als Messias bij zijn eerste komst door zijn generatie afgewezen met als een gevolg dat ‘de belofte van herstel’ uitgesteld werd. In de tussentijd wordt al bijna gedurende twintig eeuwen de EKKLESIA ‘uit’geroepen, en kennen we daarnaast het verdeelde Christendom.

     

    De belofte van een derde herstel van het koningschap van Israël van de profeten zoals o.a. Micha, blijft echter geldig. De Joden die in 70 AD in een wereldwijde diaspora terecht kwamen, zijn in deze volken-zee bewaard gebleven (wat in wezen wonderlijk is), zij het dikwijls onder heel zware verdrukking. Sinds 1948 kennen we een nationaal herstel in het zogenaamde oude land der vaderen: Israël. Een nationaal herstel dat echter onder grote moeilijkheden gehandhaafd wordt. De belofte van de profeet Micha: “…en zij zullen rustig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde, 4 en Hij zal vrede zijn.”, ligt nog ver weg. Hier gelden namelijk andere wetmatigheden.

     

    Onder diegenen in het christendom die op basis van de profetische Boeken van de Bijbel in een derde herstel van Israël geloven is de vestiging van de seculiere staat Israël in 1948 het grote teken, nu nog meer aan het begin van het derde millennium, dat de (weder)komst van de Messias nabij is. En regelmatig loopt men de laatste zestig+ jaar, op de te verwachten feiten vooruit.

     

    Er zijn namelijk wetmatigheden die bepalen wanneer de profetie(en) hun volledige vervulling zullen zien. Zie o.a. mijn werk: De Apocalyps: de zeventigste jaarweek van Daniël: http://www.shopmybook.com/nl/ROBERT-DE-TELDER/APOCALYPS%2C-de-70ste-jaarweek-van-Dani%C3%ABl

     

    Het hierna volgende Bijbelcitaat van de profeet Hosea verklaart in een notendop hoe het allemaal in de toekomst in zijn werk zal gaan.

     

    Micha 5:15b.. Ik zal heengaan, Ik wil wederkeren naar mijn plaats, totdat zij zich schuldig gevoelen en mijn aangezicht zoeken; wanneer het hun bang te moede is, zullen zij verlangend naar Mij uitzien. 6:1 Komt, laat ons wederkeren tot de HERE! Want Hij heeft verscheurd, en zal ons helen; Hij heeft geslagen, en zal ons verbinden. 2 Hij zal ons na twee dagen doen herleven, ten derden dage zal Hij ons oprichten, en wij zullen leven voor zijn aangezicht. 3 Ja, wij willen de HERE kennen, ernaar jagen Hem te kennen. Zo zeker als de dagenraad is zijn opgang. Dan komt Hij tot ons als de regen, als de late regen, die het land besproeit. (NBG Vertaling 1951)

     

    De uitleg van dit Bijbelcitaat zou als het volgt kunnen gegeven worden: in vers 15b wordt de Hemelvaart van de Messias in 30 AD beschreven: “Ik zal heengaan, Ik wil wederkeren naar mijn plaats”. Het woord: “totdat” slaat op de tijdskloof van inmiddels 1984 jaar. ‘Wanneer het hun bang te moede is’, slaat op een komende verdrukking waaruit zij op God zullen roepen. Hoofdstuk 6:1 leert de collectieve bekering op één dag van een rest van Israël. En volgens vers 2 is er onder de rest van Israël dan een kennen, een weten van wat er twee dagen of tweeduizend jaar eerder in het jaar 30 AD gebeurd is en beseft men vanaf dat ogenblik dat de derde dag van de wederoprichting aller dingen nabij is.

     

    Dan pas zal ook de profetie van Joël haar volledige vervulling kennen:

     

    Joël 2:28 Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. 29 Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten. 30 Ik zal wonderen geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen. 31 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des HEREN komt. 32 En het zal geschieden, dat ieder die de naam des HEREN aanroept, behouden zal worden, want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HERE gezegd heeft; en tot de ontkomenen zullen zij behoren, die de HERE zal roepen. (NBG 1951 vertaling)

     

    De geciteerde profetie van Joël gaat pas in vervulling op het einde van de Bijbelse eindtijdperiode en aldus niet anno 2014/2015 zoals een aantal data-hoppers tegenwoordig beweren. Al de profetische Bijbelcitaten van dit artikel hebben trouwens betrekking op de eindtijdperiode met een duur van zeven jaar. Deze periode is dan nog eens verdeeld in twee schijven van 3 ½ jaar. De ‘Grote Verdrukking’ of ‘Jacob ’s benauwdheid’ vangt aan in de helft van de zevenjarige eindtijdperiode.

     

    Joël 3:1 Want zie, in die dagen en te dien tijde, wanneer Ik een keer zal brengen in het lot van Juda en van Jeruzalem, 2 zal Ik alle volken verzamelen en afvoeren naar het dal van Josafat, en Ik zal aldaar met hen in het gericht treden … (NBG 1951 vertaling)

     

    Het hiervoor vermelde profetische Bijbelgedeelte werd niet vervuld in 1948 toen de Joden in mei van dat jaar hun staat Israël uitriepen. Noch in juni 1967 toen Oost-Jeruzalem met de Tempelberg op het Jordaanse leger veroverd werd. Maar zal pas vervuld worden in de tweede helft van de zevenjarige eindtijd-periode, de 70ste jaarweek van de profeet Daniël.

     

    En het hierna volgende citaat is niet het al lang gehoopte Utopia, maar een in de Bijbel beloofd Vrederijk dat pas werkelijkheid zal worden bij de komst van de Messias.

     

    Micha 4:1 En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des HEREN vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En volkeren zullen derwaarts heenstromen, 2 en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des HEREN, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEREN woord uit Jeruzalem. 3 En Hij zal richten tussen vele volkeren en rechtspreken over machtige natiën tot in verre landen. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren. 4 Maar zij zullen zitten, een ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgeboom, zonder dat iemand hen opschrikt; want de mond van de HERE der heerscharen heeft het gesproken.

     

    Dan pas zal de volledige profetie van Micha hoofdstuk 5, waar we momenteel een tijdskloof van 2700 jaar in herkennen, in vervulling gaan. De lange tijdskloof wordt door de profeet Hosea duidelijk weergegeven:

     

    Hosea 3: 4 Want vele dagen zullen de Israëlieten blijven zitten zonder koning en zonder vorst, zonder offer en zonder gewijde steen, zonder efod of terafim. 5 Daarna zullen de Israëlieten zich bekeren, en de HERE, hun God, zoeken, en David, hun koning, en bevende komen tot de HERE en tot zijn heil – in de dagen der toekomst.

     

    Maar eens, op Gods tijd, wordt de profetie van Micha werkelijkheid:

     

    Micha 5:2b.. Dan zal het overblijfsel zijner broederen terugkeren met de Israëlieten. 3 Dan zal Hij staan en hen weiden in de kracht des HEREN, in de majesteit van de naam des HEREN, zijns Gods; en zij zullen rustig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde, 4 en Hij zal vrede zijn. Wanneer Assur in ons land komt, en wanneer hij onze paleizen betreedt, dan zullen wij tegen hem zeven herders stellen en acht vorsten uit de mensen, 5 die het land Assur zullen weiden met het zwaard en het land van Nimrod in zijn poorten. En Hij zal bevrijden van Assur, wanneer die in ons land komt en wanneer hij ons gebied betreedt.

     

    Wanneer we dit Bijbelcitaat vers per vers in ogenschouw nemen dan merken we vooreerst de uiteindelijke terugkeer van een overblijfsel van alle stammen van Israël naar het land. Een land dat dan vrede kent nadat de Assyriër van de eindtijd er door geraasd heeft. Vers vier van het Bijbelcitaat hierboven, heeft zich in de geschiedenis van het oude Israël nooit voorgedaan. Dit betekent, wanneer naar onze tijd getransponeerd, dat er noordelijk van de moderne staat Israël in de toekomst nog een nieuwe staat tot stand zal komen: het Assyrië van de eindtijd met aan het hoofd de koning van het Noorden van de profeet Daniël (11:40-45).

     

    Sefanja 2:13 En Hij zal zijn hand tegen het Noorden uitstrekken, Hij zal Assur te gronde richten en Nineve tot een wildernis maken, dor als een woestijn.

     

    Het slot van het Bijbelboek Micha is hoopgevend:

     

    Micha 7: 19 Hij zal Zich wederom over ons ontfermen, Hij zal onze ongerechtigheden vertreden. Ja, Gij zult al onze zonden werpen in de diepten der zee. 20 Gij zult trouw bewijzen aan Jakob, goedertierenheid aan Abraham, gelijk Gij van oude dagen af aan onze vaderen hebt gezworen.

     

    In het geprofeteerde Vrederijk zal ook een overblijfsel van de Volken hun plaats en hun herstel vinden:

     

    Jesaja 19:23 Te dien dage zal er een heerbaan wezen van Egypte naar Assur, en Assur zal in Egypte komen en Egypte in Assur, en Egypte zal met Assur (de HERE) dienen. 24 Te dien dage zal Israël de derde zijn naast Egypte en Assur, een zegen in het midden der aarde, 25 omdat de HERE der heerscharen het gezegend heeft met de woorden: Gezegend zij mijn volk Egypte en het werk mijner handen, Assur, en mijn erfdeel Israël.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    17-08-2014, 14:11 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    14-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE NIEUWE ORDE IN OPKOMST (1985) herbekeken.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    DE NIEUWE ORDE in opkomst

    Robert De Telder

    Uitgeverij Aksent

    Wettelijk Depot: D/1985/4347/01

    ISBN 90-73739-01-2

     

    Sinds het verschijnen van de eerste druk van mijn boek in 1985 zijn er bijna dertig jaar voorbijgegaan en heeft er zich in de wereld een verdere en niet voorziene ontwikkeling, naar het einde van de zogenaamde Bijbelse eindtijd voorgedaan. Het boek was naar Nederlandse normen een besteller, kende vier herdrukken met uiteindelijk 5000 verkochte exemplaren. Al vele jaren is het boek intussen uitverkocht en alleen nog in sommige antiquariaatzaken verkrijgbaar. In enkele nog te volgen afleveringen wil ik iedere keer op onderdelen van mijn boek stilstaan en een evaluatie maken.

     

    Toen ik aan het boek DE NIEUWE ORDE IN OPKOMST anno 1984 werkte was Europa nog met een ijzeren gordijn in twee machtsblokken verdeeld en heerste er een koude oorlog met de Sovjet-Unie en haar Oost-Europese satellietstaten. De Berlijnse muur was nog niet neergekomen en het leek erop dat deze situatie nog decennia lang zou voortduren. In feite had niemand zicht in 1985 op hoelang de Duitse deling nog zou duren. Geen een van de westerse leiders in het jaar 1989 had het slopen van de Berlijnse muur voorzien. Niemand had dit ook zo snel verwacht. De auteur Sebastian Haffner schreef zelfs een hoofdstuk over de onwaarschijnlijkheid van een toekomstige hereniging neer in zijn boek ‘Von Bismarck zu Hitler’ dat in 1987 uitgegeven werd. Achteraf bekeken was de getallen symboliek nochtans heel treffend. Duitsland dat zich tijdens de Tweede Wereldoorlog op zulk een verschrikkelijke manier aan het Joodse volk vergrepen had, werd in 1945 verslagen en daarop vier jaar lang bezet. In 1949 werd in het westen de Bondsrepubliek opgericht en onder Russische voogdij in het oosten de DDR. Wat volgde was een deling die exact veertig jaar geduurd heeft. Vier en veertig zijn getallen die in de Bijbel dikwijls met een oordeelsperiode te maken hebben. We hebben dus heel duidelijk, voor wie het zien wil, metahistorie zien plaatsvinden. Het was een vervulling van Bijbelse profetie geweest. De uiteindelijke hereniging van de beide Duitslanden had ik op basis van het Profetische Woord van de Bijbel in mijn boeken voorspeld.

     

    Israël stond in de tijd van de koude oorlog, in het westerse kamp en kon bij westerse mensen op veel sympathie rekenen. Tegenwoordig heeft Israël alle krediet verloren. Het land is in de media en in de geesten der mensen uitgegroeid van een David naar een Goliath. Het rollenpatroon is omgekeerd en het is duidelijk dat Israël de mediaoorlog verloren heeft. Het antisemitisme bestrijkt dezelfde toppen als in de jaren dertig van de vorige eeuw. Ook is er het taalgebruik dat de systematische uitmoording van de Joden in Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog minimaliseert, er een detail van maakt. Dat gebeurt op allerlei manieren, onder meer door gelijkstelling van de situatie van de Palestijnen onder Israëlisch militair bestuur aan die van de Joden tijdens de Holocaust.

     

    Sinds 1985 is er in en rond Israël heel wat in beweging. In 1991 was het met enige verbazing dat ik merkte hoe de toenmalige Amerikaanse president Bush Sr., na de eerste Golfoorlog, de woorden ‘een nieuwe orde’ in de mond nam en deze slagzin lanceerde in het vooruitzicht op een algemene vredesregeling voor het Midden-Oosten. Sindsdien hanteren zijn geestgenoten dezelfde retoriek om hun wens naar een nieuwe orde uit te drukken. De titel van mijn boek had ik echter ontleend aan Hitler en zijn nazi’s die ook naar een nieuwe orde en een Duizendjarig Rijk streefden. Ik zag het als een menselijk streven voor het oprichten van een Utopia, een pseudo-messiaans vrederijk, net zoals Nimrod in den beginne. Dezelfde demonen zijn nog altijd aan het werk.

     

    Dat vader-Bush de titel van mijn boek in de mond nam, vond ik boeiend. Na de eerste Golfoorlog van 1990/1991 volgde in de geest van deze nieuwe orde, dan ook de eerste poging tot een vredesregeling met Israël en zijn buurlanden te komen. Het resultaat was de zogenaamde Madrid-conferentie van november 1991. Onder leiding van Sovjet-Rusland en de VS zaten Israël en al zijn buurlanden aan de onderhandelingstafel. De Palestijnen hadden samen met de Jordaanse delegatie een vertegenwoordiging. De PLO van Arafat zat alsnog geïsoleerd in Tunis. Het was de eerste keer in de geschiedenis sinds 1948 dat alle partijen aan één tafel zaten. Dit laatste was op dat moment het enige resultaat van de vergadering, naast het feit dat de Palestijnse afvaardiging akkoord ging om over een autonomie van de zogenaamde bezette gebieden met Israël verder te onderhandelen. Een tweede ronde is er niet gekomen. Hetzelfde jaar verdween de Sovjet-Unie om plaats te maken voor een nieuw Rusland. Het jaar daarop werd voor Bush Sr. een verkiezingsjaar dat hij verloor van Bill Clinton. Het resultaat daarvan waren twee ambtstermijnen van vier jaar voor Clinton met een administratie die gedreven was om vrede tussen Israël en de Arabieren te brengen.

     

    Wat namelijk volgde waren de Oslo-verdragen waar Israël, onder supervisie van de VS, tot een akkoord kwam met de PLO onder leiding toen van Arafat. Deze man zetelde tot dan in Tunis nadat hij eerder in 1982 door Israël uit Beiroet verjaagd was. Het akkoord voorzag in autonome gebieden voor de Arabieren in Gaza, Samaria en Judea en dit volgens etappes, volgens het zogenaamde stappenplan. Gaza werd voor een gedeelte autonoom Arabisch gebied. Wat de Israëlische premier Rabin in gang zette heeft hij niet kunnen beëindigen. De man werd in het openbaar in Israël vanwege zijn vredespolitiek vermoord. Zijn opvolgers waren minder bereid tot het opgeven van land zonder een allesomvattend akkoord.

     

    En na de opvolging van Clinton door Jr. Bush verdween ook alle druk van de VS op Israël en gingen alle vredesvoorstellen de koelkast in. Na 11 september 2001 met de terroristische aanval in New York op het World Trade Center, ontbrandde namelijk de WAR ON TERROR van de VS tegen Al Qayda en kreeg alle aandacht. Als een gevolg van de WAR ON TERROR en de totaal gewijzigde wereldsituatie, begon ik aan het vervolledigend vervolg van mijn eerder uitgeven boek. Het resultaat was: “WAR ON TERROR! DE APOCALYPS?” dat in 2008 bij Shopmybook.com via het internet beschikbaar werd.

     

    “Het wereldgebeuren ontwikkelt zich volgens ‘modellen’ en profetische lijnen in de Bijbel”, merkte de Bijbelvorser wijlen Huib Verweij al eerder op.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Zie ook: http://bloggen.be/robertdetelder/


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    14-08-2014, 10:06 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    11-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.TYRUS: REEDS VERVULDE PROFETIE IN DE OUDHEID
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    In het artikel: ALEXANDER DE GROTE van 14-06-2014 op http://bloggen.be/robertdetelder/ , verwees ik o.a. naar de inname van de stad Tyrus door het leger van Alexander de Grote. Ik vermelde toen dat Alexander een dam naar het eiland Tyrus voor de Libanees/Fenicische kust had laten aanleggen. Hij had hiervoor het puin gebruikt van een vorige belegering in de zesde eeuw voor Christus door de Babyloniër Nebukadnezar. Met dit artikel wil ik de twee verschillende belegeringen van Tyrus belichten. De Bijbelse profeten Jesaja en Ezechiël hadden namelijk nauwkeurig de ondergang van Tyrus voorspeld.

     

    De naam Tyrus betekent: ‘rots’ en verwijst naar de rots waar de stad op gebouwd was. Het was een Fenicische handelsstad aan de oostelijke Middellandse Zeekust die met haar schepen de link vormde tussen de kustlanden en Klein-Azië. De handel die normaal gezien een kanaal moet zijn tussen producent en consument werd door de hoogmoedige koning van Tyrus misbruikt om een machtspositie te verkrijgen. Hierna de woorden van de profeet Ezechiël tegen de vorst van Tyrus:

     

    Ezechiël 28:1 Het woord des HEREN kwam tot mij: 2 Mensenkind, zeg tot de vorst van Tyrus: zo zegt de Here HERE: omdat uw hart hoogmoedig geworden is en gij zegt: ik ben een god, een godenwoning bewoon ik midden in zee, – terwijl gij een mens zijt en geen god – en gij in uw hart uzelf gelijkstelt met een god; 3 voorzeker, gij zijt wijzer dan Daniël, geen geheim is voor u verborgen; 4 door uw wijsheid en uw inzicht hebt gij u een vermogen verworven en goud en zilver verzameld in uw schatkamers; 5 door uw wijs beleid bij de handel hebt gij uw vermogen vermeerderd, en uw hart is trots geworden op uw vermogen. 6 Daarom, zo zegt de Here HERE, omdat gij in uw hart uzelf gelijkgesteld hebt met een god, 7 daarom, zie, Ik breng vreemdelingen over u, de gewelddadigste der volken; die zullen hun zwaarden trekken tegen de luister van uw wijsheid en uw glans ontwijden. 8 In de groeve zullen zij u doen neerdalen, gij zult de bittere dood der gesneuvelden sterven, midden in zee. 9 Zult gij dan nog zeggen: ik ben een god – terwijl gij een mens zijt en geen god – als gij staat tegenover hem die u doodt en in de macht zijt van wie u neerslaan? 10 De dood der onbesnedenen zult gij sterven door de hand van vreemdelingen, want Ik heb het gesproken, luidt het woord van de Here HERE. (NBG Vertaling 1951)

     

    De Bijbelse profeet Jesaja had al veel eerder dan Ezechiël in het jaar 720 v. Chr. een serie profetieën uitgesproken waaronder één in het bijzonder aan Tyrus gericht. Een profetie die 122 jaar later zou uitkomen:

     

    Jesaja 23:1 De Godsspraak over Tyrus. Jammert, gij schepen van Tarsis, want het is verwoest, zodat er geen huis meer is; sedert zij kwamen uit het land der Kittiërs (KITTIM), is het hun bekend geworden. 2 Verstomt, gij bewoners van het kustland; de handelaars van Sidon, die de zee bevaren, hebben u verrijkt; 3 over de grote wateren kwam het zaad van Sichor (zwarte rivier: de Nijl), de oogst van de Nijl was zijn inkomen, en het was de koopwaar der volken. 4 Sta beschaamd, Sidon, want de zee, de vesting der zee, zegt: Ik heb geen weeën gehad noch gebaard, geen jonge mannen grootgebracht, geen meisjes opgevoed. 5 Als de tijding Egypte bereikt, beeft men bij die tijding over Tyrus. 6 Steekt over naar Tarsis, jammert gij bewoners van het kustland! 7 Is dit uw uitgelaten (stad), welker oorsprong is van de dagen van ouds, welker voeten haar wegdroegen om zich in verre landen te vestigen? 8 Wie heeft dit over Tyrus besloten, dat over kronen beschikte, welks handelaars vorsten, welks kooplieden geëerden der aarde waren? 9 De HERE der heerscharen heeft het besloten om heel die pralende trots te ontluisteren, om alle geëerden der aarde verachtelijk te maken. 10 Overstroom uw land als de Nijl, dochter van Tarsis, er is geen dam meer. 11 Hij heeft zijn hand uitgestrekt over de zee, Hij heeft koninkrijken doen beven; de HERE heeft aangaande Kanaän bevel gegeven zijn vestingen te verwoesten, 12 en Hij heeft gezegd: Gij zult niet langer uitgelaten zijn, gij onteerde maagd, dochter van Sidon. Sta op, steek over naar de Kittiërs; zelfs daar zal u geen rust beschoren zijn. 13 Zie, het land der Chaldeeën – dit volk, dat niet meer bestaat; Assur bestemde het voor de woestijndieren; zij richtten hun stormtorens op, zij slechtten zijn burchten –, men maakte het tot een bouwval. 14 Jammert, schepen van Tarsis, want uw vesting is verwoest.

     

    15 En het zal te dien dage geschieden, dat Tyrus vergeten zal worden, zeventig jaar lang, de dagen van één koning. Ten einde van zeventig jaar zal het Tyrus vergaan naar het lied op de hoer: 16 Neem de citer, ga rond door de stad, verlaten hoer! Speel mooi, zing veel, opdat men aan u denke. 17 Zo zal het geschieden, ten einde van zeventig jaar, dat de HERE Tyrus bezoeken zal, zodat zij weer aan hoerenloon komt en hoereert met alle koninkrijken der aarde op de aardbodem.

     

    18 Dan zal haar winst en haar hoerenloon de HERE heilig wezen; het zal niet opgehoopt noch bewaard worden, maar haar winst zal zijn voor hen die voor het aangezicht des HEREN wonen, om tot verzadiging te eten, en om zich sierlijk te kleden. (NBG Vertaling 1951)

     

    Het land der Kittiërs of KITTIM bevond zich in de kustlanden. De kustlanden zijn in de Bijbel de Europese landen aan de Middellandse Zeekust (Numeri 24:24). De stamvader KITTIM was een zoon van Jawan, de zoon van Jafeth, de zoon van Noach. Hun oorsprong gaat aldus terug tot de periode na de Grote Vloed. De ‘dagen van ouds’ zoals het in vers zeven van het Bijbelcitaat van Jesaja vermeld staat.

     

    Genesis 10:1 Dit zijn de nakomelingen der zonen van Noach: Sem, Cham en Jafet; hun werden namelijk zonen geboren na de vloed. 2 De zonen van Jafet waren Gomer, Magog, Madai, Jawan, Tubal, Mesek en Tiras. 3 En de zonen van Gomer waren Askenaz, Rifat en Togarma. 4 En de zonen van Jawan waren Elisa, Tarsis, de Kittiërs en de Dodanieten. 5 Naar dezen zijn de kustlanden der volken in hun landen verdeeld, elk naar zijn taal, naar hun geslachten, onder hun volken. (NBG Vertaling 1951)

     

    De profetie van Jesaja, betreffende de periode van zeventig jaar in vers 15, werd vervuld ten tijde van Nebukadnezar. De profeet Jeremia maakt duidelijk dat toen niet alleen Juda dienstbaar aan Babylon zou zijn, maar ook de buurvolken:

     

    Jeremia 25: 11 dan zal dat gehele land tot een oord van puinhopen, tot een woestenij worden. Deze volken nu zullen de koning van Babel dienstbaar zijn zeventig jaren; 12 maar na verloop van zeventig jaren zal Ik aan de koning van Babel en dit volk, luidt het woord des HEREN, hun ongerechtigheid bezoeken, ook aan het land der Chaldeeën, en Ik zal dat tot eeuwige woestenijen maken. (NBG Vertaling 1951)

     

    Na de val van Babylon en de aanvang van de Medisch-Perzische heerschappij over het gebied kon Tyrus zich herstellen en verplaatste zijn activiteiten naar een eiland voor de kust waar de stad herbouwd werd. De oorspronkelijke door Nebukadnezar vernietigde stad bleef in puin achter.

     

    Het was de nieuwe stad Tyrus die door de bekende historicus Herodotos (ca. 490/425 v. Chr.) bezocht werd.

     

    Herodotos Boek 2:44. I moreover, desiring to know something certain of these matters so far as might be, made a voyage also to Tyre of Phenicia, hearing that in that place there was a holy temple of Heracles; and I saw that it was richly furnished with many votive offerings besides, and especially there were in it two pillars, the one of pure gold and the other of an emerald stone of such size as to shine by night: and having come to speech with the priests of the god, I asked them how long time it was since their temple had been set up: and these also I found to be at variance with the Hellenes, for they said that at the same time when Tyre was founded, the temple of the god also had been set up, and that it was a period of two thousand three hundred years since their people began to dwell at Tyre. I saw also at Tyre another temple of Heracles, with the surname Thasian; and I came to Thasos also and there I found a temple of Heracles set up by the Phenicians, who had sailed out to seek for Europa and had colonised Thasos; and these things happened full five generations of men before Heracles the son of Amphitryon was born in Hellas. So then my inquiries show clearly that Heracles is an ancient god, and those of the Hellenes seem to me to act most rightly who have two temples of Heracles set up, and who sacrifice to the one as an immortal god and with the title Olympian, and make offerings of the dead to the other as a hero.

     

    De reden voor de reis van Herodotos naar Tyrus was de bezichtiging van een tempel aldaar, opgedragen aan de god Heracles. De tempel was kostbaar versierd met binnen twee pilaren, één van zuiver goud en de ander van emerald die in het bijzonder de aandacht van Herodotos trok. De priesters van Heracles deelden Herodotos mede dat hun tempel ruim 2300 jaar oud was en dit vanaf de grondvesting van de stad.

     

    Dit was uiteraard grootspraak van de priesters van Heracles want zij lieten Herodotos tenslotte een nieuwe tempel zien aangezien de oude tempel na het jaar 598 v. Chr. door de legers van Nebukadnezar vernietigd werd. De ouderdom van 2300 jaar ten tijde van Herodotos kan chronologisch gezien, ook niet, maar zal eerder liggen bij circa 2200 v. Chr., wat uiteraard ook nog een respectabele ouderdom is. We zitten in ieder geval voor het begin van Tyrus in de periode niet lang na de Grote Vloed. En dit is ook de tijdsperiode waar de eerder geciteerde profeet Jesaja naar verwijst:

     

    Jesaja 23:6 Steekt over naar Tarsis, jammert gij bewoners van het kustland! 7 Is dit uw uitgelaten (stad), welker oorsprong is van de dagen van ouds, welker voeten haar wegdroegen om zich in verre landen te vestigen?

     

    De ‘dagen van ouds’ gaan terug tot de dagen van Nimrod en de grote opstand en trek. En het wordt echt boeiend wanneer we in de Bijbelse Nimrod de vergoddelijkte Heracles uit de Griekse Mythologie herkennen. (Zie: DE WERELDWIJDE VLOED, Tjarko Evenboer, 2012, hoofdstuk 7, blz.266-275)

     

    Het is tegen deze stad en afgodendienst dat de Hebreeuwse profeten moesten getuigen.

     

    De historicus Flavius Josephus heeft eveneens de geschiedenis van de belegering van Tyrus door Nebukadnezar neergeschreven:

     

    Flavius Josephus, Against Apion, Book 1.21

    21. These accounts agree with the true histories in our books; for in them it is written that Nebuchadnezzar, in the eighteenth year of his reign, laid our temple desolate, and so it lay in that state of obscurity for fifty years; but that in the second year of the reign of Cyrus its foundations were laid, and it was finished again in the second year of Darius. I will now add the records of the Phoenicians; for it will not be superfluous to give the reader demonstrations more than enough on this occasion. In them we have this enumeration of the times of their several kings: "Nabuchodonosor besieged Tyre for thirteen years in the days of Ithobal, their king; after him reigned Baal, ten years; after him were judges appointed, who judged the people: Ecnibalus, the son of Baslacus, two months; Chelbes, the son of Abdeus, ten months; Abbar, the high priest, three months; Mitgonus and Gerastratus, the sons of Abdelemus, were judges six years; after whom Balatorus reigned one year; after his death they sent and fetched Merbalus from Babylon, who reigned four years; after his death they sent for his brother Hirom, who reigned twenty years. Under his reign Cyrus became king of Persia." So that the whole interval is fifty-four years besides three months; for in the seventh year of the reign of Nebuchadnezzar (598/597 v. Chr.) he began to besiege Tyre, and Cyrus the Persian took the kingdom in the fourteenth year of Hirom. So that the records of the Chaldeans and Tyrians agree with our writings about this temple; and the testimonies here produced are an indisputable and undeniable attestation to the antiquity of our nation. And I suppose that what I have already said may be sufficient to such as are not very contentious.

     

    Flavius Josephus geeft in zijn apologetisch geschrift tegen Apion heel wat chronologische gegevens tot het juist verankeren van de belegering van Tyrus door het leger van Nebukadnezar op de tijdsbalk. Josephus had in zijn dagen de beschikking over de koningslijsten van Fenicië die in overeenstemming waren met die van de Bijbel.

     

    Maar nu verder aandacht voor de profetie van Ezechiël:

     

    Ezechiël 26:1 In het elfde jaar nu, op de eerste der maand, kwam het woord des HEREN tot mij: 2 Mensenkind, omdat Tyrus van Jeruzalem gezegd heeft: ha! verbroken is zij, die deur der volken; naar mijn kant staat zij open; nu zij vernield is, krijg ik volop; 3 daarom, zo zegt de Here HERE: zie, Ik zàl u, Tyrus! Vele volken stuw Ik tegen u op, zoals de zee haar golven opstuwt. 4 Die zullen de muren van Tyrus vernielen en zijn torens omverhalen; ook het puin zal Ik eruit wegvegen en het maken tot een kale rots. 5 Een droogplaats voor netten zal het worden midden in de zee, want Ik heb het gesproken, luidt het woord van de Here HERE. Het zal de volken ten buit worden 6 en de dochters op het vasteland zullen met het zwaard gedood worden; en zij zullen weten, dat Ik de HERE ben.

    7 Want zo zegt de Here HERE: Zie, tegen Tyrus breng Ik van uit het noorden Nebukadressar, de koning van Babel, de koning der koningen, met paarden, wagens, ruiters en met een geweldige menigte voetvolk. 8 Uw dochters op het vasteland zal hij met het zwaard doden. Hij zal tegen u een schans oprichten, een wal opwerpen en een schilddak opstellen. 9 Het gebeuk van zijn stormrammen zal hij tegen uw muren richten en uw torens met zijn breekijzers afbreken. 10 De menigte van zijn paarden zal u met stofwolken overdekken. Van het rumoer der ruiters, der wielen en der strijdwagens zullen uw muren schudden, als hij uw poorten binnentrekt, zoals men binnentrekt in een veroverde stad. 11 Met de hoeven zijner paarden zal hij al uw straten stukstampen; uw inwoners zal hij met het zwaard doden, uw sterke zuilen zullen ter aarde vallen. 12 Uw bezit zullen zij roven en uw handelswaren buitmaken, uw muren omverhalen, uw kostbare huizen afbreken, uw stenen, balken en puin in het water werpen. 13 Ik zal een einde maken aan het geklank van uw liederen, het geluid van uw citers zal niet langer worden gehoord. 14 Ik zal u maken tot een kale rots; een droogplaats voor netten zult gij worden, gij zult niet meer worden herbouwd. Want Ik, de HERE, heb het gesproken, luidt het woord van de Here HERE. 15 Zo zegt de Here HERE tot Tyrus: Zullen de kustlanden niet beven van het gedreun van uw val, als de gewonden kermen en de moord in uw midden woedt? 16 Ja, alle vorsten der zee zullen van hun tronen afdalen, hun mantels afleggen en hun kleurig geborduurde klederen uittrekken; in schrik zullen zij zich hullen; zij zullen zich op de grond neerzetten en voortdurend beven in ontzetting over u. 17 Dan zullen zij een klaaglied over u aanheffen en tot u zeggen: Hoe zijt gij, o volkrijke, uit de zee verdwenen, gij hooggeroemde stad, die machtig was ter zee, zij en haar inwoners, die schrik inboezemden aan alle omwonenden. 18 Nu sidderen de kustlanden ten dage van uw val; ja, de kustlanden aan de zee zijn ontzet vanwege uw ondergang. 19 Want zo zegt de Here HERE: Wanneer Ik u maken zal tot een verwoeste stad, als de steden die ontvolkt zijn; wanneer Ik de vloed over u zal doen opkomen en de grote wateren u zullen bedekken, 20 dan zal Ik u doen neerdalen met hen die in de groeve neerdalen bij de mensen van de voortijd; Ik zal u doen wonen in de onderwereld bij de puinhopen uit de voortijd, met hen die in de groeve neerdalen, opdat gij niet meer bewoond wordt, en niet meer herrijst in het land der levenden. 21 Tot een voorwerp van verschrikking zal Ik u maken en gij zult niet meer zijn. Dan zult gij gezocht, maar in eeuwigheid niet meer gevonden worden, luidt het woord van de Here HERE. (NBG Vertaling 1951)

     

    De profeet Ezechiël trad op ten tijde van de Babylonische Ballingschap. Hij had deel uitgemaakt van de tweede wegvoering in ballingschap in het jaar 597 v. Chr. onder koning Jojachin van Juda. De jaartallen die hij hanteert hebben als vertrekpunt het jaar van de tweede wegvoering. Het elfde jaar is aldus 586 v. Chr., het jaar van de val van Jeruzalem en de vernietiging van de Tempel van Salomo door de hand van de Babyloniërs. De derde en laatste wegvoering van de Joden in Babylonische ballingschap vond daarop plaats.

     

    De profetieën van Jesaja en Ezechiël gaan beide over de Babyloniër Nebukadnezar die Tyrus zou belegeren en innemen. Maar het is Alexander de Grote die de allerlaatste details van de oude profetie in vervulling zou doen gaan. De profeet Ezechiël had namelijk voorspelt dat de stad Tyrus tot een kale rots zou worden waar de vissers hun netten zouden op te drogen leggen.

     

    Ezechiël 26: 4 Die zullen de muren van Tyrus vernielen en zijn torens omverhalen; ook het puin zal Ik eruit wegvegen en het maken tot een kale rots. 5 Een droogplaats voor netten zal het worden midden in de zee, want Ik heb het gesproken, luidt het woord van de Here HERE. Het zal de volken ten buit worden 6 en de dochters op het vasteland zullen met het zwaard gedood worden; en zij zullen weten, dat Ik de HERE ben.

     

    Het is Alexander de Grote die door het gebruiken van het puin van de oude stad tot het maken van een dam, in het jaar 332 v. Chr. de eindvervulling aan de profetie gaf. De huidige kustlijn rond Tyrus laat de dam, dat inmiddels een landengte is geworden, duidelijk zien. De huidige stad Tyrus werd op het eiland dat nu met de kust verbonden was, herbouwd en op de rots waar ooit het oude Tyrus stond leggen vandaag vissers hun netten te drogen. Er bestaan tekeningen van reiziger-kunstenaars die nog in de negentiende eeuw, de kale rots en de vissersnetten te Tyrus afgebeeld hebben.

     

    Er is echter anno 2014 nog één onderdeel van de profetie van Jesaja dat niet vervuld werd:

     

    Jesaja 23:18 Dan zal haar winst en haar hoerenloon de HERE heilig wezen; het zal niet opgehoopt noch bewaard worden, maar haar winst zal zijn voor hen die voor het aangezicht des HEREN wonen, om tot verzadiging te eten, en om zich sierlijk te kleden.

     

    Tussen vers 17 en 18 zit er al een tijdskloof van 2700 jaar. Nochtans maakten de serie profetieën van de profeet Jesaja allen deel uit van het beloofde Messiaanse vrederijk, dat ooit op planeet aarde werkelijkheid zal worden. Hierna enkele (van vele) Bijbelcitaten van de profeet Jesaja die dit Vrederijk aankondigen:

     

    Jesaja 2:1 Het woord, dat Jesaja, de zoon van Amoz, aanschouwd heeft over Juda en Jeruzalem. 2 En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des HEREN vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En alle volkeren zullen derwaarts heenstromen 3 en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des HEREN, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEREN woord uit Jeruzalem. 4 En Hij zal richten tussen volk en volk en rechtspreken over machtige natiën. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren. 5 Huis van Jakob, komt, laten wij wandelen in het licht des HEREN. (NBG Vertaling 1951)

     

    Jesaja 11:1 En er zal een rijsje voortkomen uit de tronk van Isaï en een scheut uit zijn wortelen zal vrucht dragen. 2 En op hem zal de Geest des HEREN rusten, de Geest van wijsheid en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis en vreze des HEREN; 3 ja, zijn lust zal zijn in de vreze des HEREN. Hij zal niet richten naar hetgeen zijn ogen zien, noch rechtspreken naar hetgeen zijn oren horen; 4 want hij zal de geringen in gerechtigheid richten en over de ootmoedigen des lands in billijkheid rechtspreken, maar hij zal de aarde slaan met de roede zijns monds en met de adem zijner lippen de goddeloze doden. 5 Gerechtigheid zal de gordel zijner lendenen zijn en trouw de gordel zijner heupen. 6 Dan zal de wolf bij het schaap verkeren en de panter zich nederleggen bij het bokje; het kalf, de jonge leeuw en het mestvee zullen tezamen zijn, en een kleine jongen zal ze hoeden; 7 de koe en de berin zullen samen weiden, haar jongen zullen zich tezamen nederleggen, en de leeuw zal stro eten als het rund; 8 dan zal een zuigeling bij het hol van een adder spelen en naar het nest van een giftige slang zal een gespeend kind zijn hand uitstrekken. 9 Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van kennis des HEREN, zoals de wateren de bodem der zee bedekken. 10 En het zal te dien dage geschieden, dat de volken de wortel van Isaï zullen zoeken, die zal staan als een banier der natiën, en zijn rustplaats zal heerlijk zijn. (NBG Vertaling 1951)

     

    ‘Dan’ pas wanneer deze volmaakte toestand werkelijkheid wordt zal de profetie van Jesaja 23:18 ook in vervulling gaan. Het economische en financieel systeem in het komende Vrederijk zal volledig haaks op het huidige Tyrus-systeem staan. Er zullen ‘dan’ geen ‘trusts’ meer bestaan, geld en goederen zullen niet meer opgehoopt noch bewaard worden maar besteed aan eten en onderhoud voor allen.

     

    Zo een 1984 jaar geleden vroegen de discipelen van Jezus Christus bij hun afscheid nemen van de Heiland bij Zijn Hemelvaart naar het ‘wanneer’ van de oprichting van dit beloofde vrederijk:

     

    Handelingen 1: 6 Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël? 7 Hij zeide tot hen: Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft, 8 maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde. (NBG Vertaling 1951)

     

    Naar ‘de tijden of gelegenheden’ wordt heden door vele christenen nog altijd de zelfde vragen gesteld. Ik vermeld ‘vele’ mensen, op basis van de enorme oplage van uitgegeven boeken over eschatologie. En het antwoord van de Heiland, dat het namelijk onze zaak niet is, negeren velen. Over het berekenen van de tijden schreef ik eerder op deze blog op 29-07-2014 een artikel: DE PROFEET JOEL EN DE TETRADE VAN BLOEDRODE MAANSVERDUISTERINGEN IN 2014/2015?

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    11-08-2014, 14:59 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    02-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De twee getuigen te Jeruzalem
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Toen Jezus te Bethlehem in de vijfde maand Ab of juli/augustus van de westerse kalender in het jaar vijf voor Christus geboren werd, werd hij naar de wet van Mozes, veertig dagen later in Jeruzalem door zijn ouders in de Tempel aan God opgedragen. Dit zijn verordeningen die Maria en Jozef naar het Bijbelboek Leviticus 12:1-4 volgden. Hierna het Bijbelgedeelte uit het Lucasevangelie dat deze geschiedenis brengt:

     

    Lucas 2:21 En toen acht dagen vervuld waren, zodat zij Hem moesten besnijden, ontving Hij ook de naam Jezus, die door de engel genoemd was, eer Hij in de moederschoot was ontvangen. 22 En toen de dagen hunner reiniging naar de wet van Mozes vervuld waren, brachten zij Hem naar Jeruzalem om Hem de Here voor te stellen, 23 gelijk geschreven staat in de wet des Heren: Al het eerstgeborene van het mannelijke geslacht zal heilig heten voor de Here, 24 en om een offer te brengen overeenkomstig hetgeen in de wet des Heren gezegd is, een paar tortelduiven of twee jonge duiven.

     

    25 En zie, er was een man te Jeruzalem, wiens naam was Simeon, en deze man was rechtvaardig en vroom, en hij verwachtte de vertroosting van Israël, en de heilige Geest was op hem. 26 En hem was door de heilige Geest een godsspraak gegeven, dat hij de dood niet zou zien, eer hij de Christus des Heren gezien had. 27 En hij kwam door de Geest in de tempel. En toen de ouders het kind Jezus binnenbrachten om met Hem te doen overeenkomstig de gewoonte der wet, 28 nam ook hij het in zijn armen en hij loofde God en zeide:

     

    29 Nu laat Gij, Here, uw dienstknecht gaan in vrede, naar uw woord, 30 want mijn ogen hebben uw heil gezien, 31 dat Gij bereid hebt voor het aangezicht van alle volken: 32 licht tot openbaring voor de heidenen en heerlijkheid voor uw volk Israël. 33 En zijn vader en zijn moeder stonden verwonderd over hetgeen van Hem gezegd werd. 34 En Simeon zegende hen en zeide tot Maria, zijn moeder: Zie, deze is gesteld tot een val en opstanding van velen in Israël en tot een teken, dat weersproken wordt 35 – en door uw eigen ziel zal een zwaard gaan –, opdat de overleggingen uit vele harten openbaar worden.

     

    36 Ook was daar Hanna, een profetes, een dochter van Fanuël, uit de stam Aser. Zij was op hoge leeftijd gekomen, nadat zij met haar man na haar huwelijksdag zeven jaren had geleefd, 37 en nu was zij weduwe, ongeveer vierentachtig jaar oud, en zij diende God onafgebroken in de tempel, met vasten en bidden, nacht en dag. 38 En zij kwam op datzelfde ogenblik daarbij staan, en zij loofde mede God en sprak over Hem tot allen, die voor Jeruzalem verlossing verwachtten.

     

    39 En toen zij alles volbracht hadden, wat volgens de wet des Heren te doen was, keerden zij terug naar Galilea, naar hun stad Nazareth.

    (NBG Vertaling 1951)

     

    Wanneer we vanaf de vijfde maand Ab veertig dagen rekenen arriveren we ongeveer aan het begin van de zevende maand Tisjri of naar het einde toe van de zesde Hebreeuwse maand Eloel, naar gelang het vertrekpunt van ons rekenen. Met de woorden van Simeon in gedachten stel ik me echter voor dat de Christus met Rosj Hasjanah in de Tempel aan God opgedragen werd. Rosj Hasjanah betekent: ‘Hoofd van het Jaar’ en is van oudsher het Joodse Nieuwjaar dat ingaat op 1 en 2 Tisjri. In de Joodse overlevering is het een tijd van oordeel. Gedurende 30 dagen tijdens de voorafgaande Hebreeuwse maand bereidden de Joden zich voor op deze heilige dagen. Het was/is een tijd om in gebed na te denken over al het kwaad dat men zijn vrienden of kennissen mogelijk had aangedaan. Het was een tijd om vergeving te vragen en te krijgen. Iedere morgen tijdens deze periode werd op de Sjofar of ramshoorn geblazen ter voorbereiding van Rosj Hasjanah met tien dagen later de Grote Verzoendag of Jom Kippoer. Het is aldus niet onlogisch om het opdragen in de Tempel van de Christus des HEREN, de Heiland, op Rosj Hasjanah te laten plaatsvinden.

     

    De geboortedag van Jezus Christus was dan veertig dagen eerder op de negentiende dag van de maand Ab. Dit gerekend op basis van 29 dagen voor de maand Eloel en 29 dagen voor de maan Ab.

     

    Een volgend punt waar ik aandacht aan wil geven is dat het geciteerde Bijbelgedeelte de christelijke traditie met het bezoek van de wijzen uit het oosten aan de kribbe te Bethlehem, als foutief bevindt. Het is duidelijk dat na de geboorte van Jezus te Bethlehem Hij veertig dagen later met zijn ouders te Jeruzalem was en dat zij vandaar naar Nazareth in Galilea reisden. Het is alzo in Nazareth in hun eigen huis dat de Magi hun opwachting deden (Matteüs 2:9-11).

     

    Maar nu eerst aandacht voor de twee getuigen bij de eerste komst van de Heer Jezus te Jeruzalem. Deze getuigen waren een oude man met de naam Simeon en een oude vrouw genaamd Hanna. Slechts twee getuigen in Jeruzalem bij de eerste komst? Ja, dat klopt. Bij de geboorte te Bethlehem waren het eerder de herders die nacht in het veld bij hun schapen de wacht hielden die getuige waren van de geboorte van de Heiland en daarna hierover getuigden. Hierna het Bijbelgedeelte:

     

    Lucas 2:8 En er waren herders in diezelfde landstreek, die zich ophielden in het veld en des nachts de wacht hielden over hun kudde. 9 En opeens stond een engel des Heren bij hen en de heerlijkheid des Heren omstraalde hen, en zij vreesden met grote vreze. 10 En de engel zeide tot hen: Weest niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die heel het volk zal ten deel vallen: 11 U is heden de Heiland geboren, namelijk Christus, de Here, in de stad van David. 12 En dit zij u het teken: Gij zult een kind vinden in doeken gewikkeld en liggende in een kribbe. 13 En plotseling was er bij de engel een grote hemelse legermacht, die God loofde, zeggende: 14 Ere zij God in den hoge, en vrede op aarde bij mensen des welbehagens. 15 En het geschiedde, toen de engelen van hen heengevaren waren naar de hemel, dat de herders tot elkander spraken: Laten wij dan naar Betlehem gaan om te zien hetgeen geschied is en ons door de Here is bekendgemaakt. 16 En zij gingen haastig en vonden Maria en Jozef, en het kind liggende in de kribbe. 17 En toen zij het gezien hadden, maakten zij bekend hetgeen tot hen gesproken was over dit kind. 18 En allen, die ervan hoorden, verbaasden zich over hetgeen door de herders tot hen gezegd werd. 19 Doch Maria bewaarde al deze woorden, die overwegende in haar hart. 20 En de herders keerden terug, God lovende en prijzende om alles wat zij hadden gehoord en gezien, gelijk het hun gezegd was. (NBG Vertaling 1951)

     

    Veertig dagen later waren Maria en Jozef met hun kind in Jeruzalem in de Tempel ter vervulling van de Wet. Voor de priesters van dienst in de tempel die dag was dit gewoon maar een jong koppel uit de provincie met boreling. Bovendien sprak het koppel met een dialect, een tongval waar in Jeruzalem door velen op neergekeken werd. Aan deze priesters ging de komst van de Messias als kind voorbij, behalve aan de twee getuigen, twee oude mensen in Jeruzalem. Later kwamen de Magi naar Nazareth. Tot aan het openbaar optreden van Johannes de Doper in 25 AD zouden er geen getuigen meer zijn. De geschiedenis daaropvolgend van het jaar 25 tot 30 AD kennen we vanuit de evangeliën.

     

    Johannes 1: 1 In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. 2 Dit was in den beginne bij God. 3 Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is. 4 In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen; 5 en het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen. 6 Er trad een mens op, van God gezonden, wiens naam was Johannes; 7 deze kwam als getuige om van het licht te getuigen, opdat allen door hem geloven zouden. 8 Hij was het licht niet, maar was om te getuigen van het licht. 9 Het waarachtige licht, dat ieder mens verlicht, was komende in de wereld. 10 Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem geworden, en de wereld heeft Hem niet gekend. 11 Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen. 12 Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven; 13 die niet uit bloed, noch uit de wil des vlezes, noch uit de wil eens mans, doch uit God geboren zijn. (NBG Vertaling 1951)

     

    De twee getuigen van de HERE God te Jeruzalem bij het opdragen van de boreling Jezus waren twee oude mensen; een man en vrouw, niet twee mannen, maar een man én een vrouw. En dit volgens de Scheppingsorde:

     

    Genesis 1: 27 En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.

     

    En de vrouw is in deze geschiedenis, een volwaardige getuige en gelijk aan de man als getuige. Geen onderscheid. Er waren bijvoorbeeld geen drie getuigen nodig; één man en twee vrouwen. Nee, in de Bijbel zijn man en vrouw aan elkaar gelijk. Van Hanna staat er bovendien in het Lucasevangelie geschreven dat zij profeet was, de dochter van Fanuël uit de stam Aser:

     

    Lucas 2: 36 Ook was daar Hanna, een profetes, een dochter van Fanuël, uit de stam Aser.

     

    Dat God twee oude mensen als getuigen gebruikte en daarbij ook een vrouw, is opmerkelijk. Oude mensen die naar de wijsheid van de wereld meestal afgeschreven zijn en vrouwen die in de Midden-Oosten-cultuur als getuige niet onmiddellijk als betrouwbaar gelden. Dit alles is ‘de dwaasheid der prediking’ waar Paulus in zijn eerste brief aan de Korintiërs naar verwees:

     

    1 Korintiërs 1:18 Want het woord des kruises is wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid, maar voor ons, die behouden worden, is het een kracht Gods. 19 Want er staat geschreven: Verderven zal Ik de wijsheid der wijzen, en het verstand der verstandigen zal Ik verdoen. 20 Waar blijft de wijze? Waar de schriftgeleerde? Waar de redetwister van deze tijd? Heeft God niet de wijsheid der wereld tot dwaasheid gemaakt? 21 Want daar de wereld in de wijsheid Gods door haar wijsheid God niet gekend heeft, heeft het Gode behaagd door de dwaasheid der prediking te redden hen, die geloven. 22 Immers, de Joden verlangen tekenen en de Grieken zoeken wijsheid, 23 doch wij prediken een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid, 24 maar voor hen, die geroepen zijn, Joden zowel als Grieken, (prediken wij) Christus, de kracht Gods en de wijsheid Gods. 25 Want het dwaze van God is wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de mensen. 26 Ziet slechts, broeders, wat gij waart, toen gij geroepen werdt: niet vele wijzen naar het vlees, niet vele invloedrijken, niet vele aanzienlijken.27 Integendeel, wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, en wat voor de wereld zwak is, heeft God uitverkoren om wat sterk is te beschamen; 28 en wat voor de wereld onaanzienlijk en veracht is, heeft God uitverkoren, dat, wat niets is, om aan hetgeen wèl iets is, zijn kracht te ontnemen, 29 opdat geen vlees zou roemen voor God. 30 Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing, 31 opdat het zij, gelijk geschreven staat: Wie roemt, roeme in de Here. (NBG Vertaling 1951)

     

    Maar nu naar de tweede of wederkomst van Jezus Christus. Het laatste Bijbelboek Openbaring handelt over dit onderwerp. Vooraf aan deze komst gaat een moeilijke periode van zeven jaar of 1260 dagen plus 42 maanden samen. Aan het einde van deze geprofeteerde periode komt de Koning der koningen en de Heer der heren terug. Over dit thema schreef ik meerdere boeken. Zie link: http://www.shopmybook.com/nl/Robert-De-Telder/APOCALYPS

     

    Bij de aanvang van de zevenjarige periode die voorafgaat aan de openbaring van Jezus Christus treden in Jeruzalem opnieuw twee getuigen op (Openbaring 11:3) die tegen de dan herstelde offerdienst spreken. Wanneer we dit Bijbelgedeelte opzoeken en laten doordringen merken we ook weer iets van de ‘dwaasheid der prediking’ waar God zich van bedient. De twee getuigen zijn namelijk slechts met een zak bekleed, een soort poncho probeer ik het mij voor te stellen. Een sterk afwijkende kledij van hetgeen gangbaar is.

     

    In het Bijbelboek Openbaring worden geen namen van deze getuigen genoemd noch het geslacht van hen. Het traditionele christendom gaat er van uit dat het mannen (waren) of (zullen) zijn, tussen haakjes geplaatst naar gelang de hermeneutiek die men in de verschillende christelijke kerken hanteert.

     

    Bij diegenen die een geestelijk oog hebben voor het toekomstig nationaal en geestelijk herstel van het Jodenvolk en een wederkomst van Jezus christus te Jeruzalem verwachten, lopen de meningen betreffende de identiteit van de twee getuigen uiteen. Een van de getuigen meent men met zekerheid te herkennen als de profeet Elia waarvan de profeet Maleachi in het Oude Testament voorzegt heeft dat Elia voor de Dag des HEREN zal terugkeren. Hierna het relevante Bijbelgedeelte:

     

    Maleachi 4:1 Want zie, de dag komt, brandend als een oven! Dan zullen alle overmoedigen en allen die goddeloosheid bedrijven, zijn als stoppels, en de dag die komt, zal hen in brand steken – zegt de HERE der heerscharen – welke hun wortel noch tak zal overlaten. 2 Maar voor u, die mijn naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder haar vleugelen; gij zult uitgaan en springen als kalveren uit de stal. 3 Gij zult de goddelozen vertreden, want tot stof zullen zij zijn onder uw voetzolen op de dag die Ik bereiden zal, zegt de HERE der heerscharen. 4 Gedenkt de wet van Mozes, mijn knecht, die Ik hem op Horeb geboden heb voor gans Israël, inzettingen en verordeningen. 5 Zie, Ik zend u de profeet Elia, voordat de grote en geduchte dag des HEREN komt. 6 Hij zal het hart der vaderen terugvoeren tot de kinderen en het hart der kinderen tot hun vaderen, opdat Ik niet kome en het land treffe met de ban. (NBG Vertaling 1951)

     

    Betreffende de andere niet bij naam genoemde getuige denkt men gewoonlijk aan andere 0ud-Testamentische mogelijke mannelijke kandidaten zoals Mozes en/of Henoch. (Zie het artikel van 30-07-2014 op deze blog: De profeet Elia en Johannes de Doper)

     

    Ik meen dat nochtans een andere piste ook mogelijk is. We moeten bedenken dat alle profetie pas duidelijk is wanneer ze zich vervult. Het is dus uiteindelijk wachten op het optreden van de twee getuigen te Jeruzalem. Ik ben voorzichtig van mening nu dat het mogelijk is dat zowel een vrouw als een man als ‘twee getuigen’ samen zullen optreden. Beide dan in de geest en de kracht van Elia zoals het ook van Johannes de Doper bij de eerste komst van Christus geschreven staat:

     

    Lucas 1:17 En hij zal voor zijn aangezicht uitgaan in de geest en de kracht van Elia, om de harten der vaderen te keren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de gezindheid der rechtvaardigen, ten einde voor de Here een weltoegerust volk te bereiden

     

    En men moet bedenken dat indien de Joden de Heer Jezus Christus bij zijn eerste komst als Messias aanvaard hadden, dat dan Johannes de Doper de profeet Elia geweest zou zijn. Lees het hierna volgende Bijbelgedeelte dienaangaande:

     

    Matteüs 11:Johannes nu hoorde in de gevangenis de werken van de Christus en liet Hem door zijn discipelen de vraag overbrengen: Zijt Gij het, die komen zou, of hebben wij een ander te verwachten? En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gaat heen en boodschapt Johannes wat gij hoort en ziet: blinden worden ziende en lammen wandelen, melaatsen worden gereinigd en doven horen en doden worden opgewekt en armen ontvangen het evangelie. En zalig is wie aan Mij geen aanstoot neemt. Terwijl dezen heengingen, begon Jezus tot de scharen te zeggen van Johannes: Wat zijt gij in de woestijn gaan aanschouwen? Een riet, door de wind bewogen? Maar wat zijt gij gaan zien? Een mens in weelderige kleding? Zie, die weelderige kleding dragen, zijn aan de hoven der koningen. Maar waarom zijt gij dan gegaan? Om een profeet te zien? Ja, Ik zeg u, zelfs meer dan een profeet. 10 Deze is het, van wie geschreven staat:

    Zie, Ik zend mijn bode voor uw aangezicht uit, die uw weg voor U heen bereiden zal. 11 Voorwaar, Ik zeg u, onder hen, die uit vrouwen geboren zijn, is er niemand opgestaan, groter dan Johannes de Doper, maar de kleinste in het Koninkrijk der hemelen is groter dan hij. 12 Sinds de dagen van Johannes de Doper tot nu toe breekt het Koninkrijk der hemelen zich baan met geweld en geweldenaars grijpen ernaar. 13 Want al de profeten en de wet hebben geprofeteerd tot Johannes toe; 14 en indien gij het wilt aanvaarden: Hij is Elia, die komen zou. 15 Wie oren heeft, die hore! (NBG Vertaling 1951)

     

    En er zijn nog vrouwen in de Bijbel te vinden die profeet waren. Op de volgende link: http://bloggen.be/robertdetelder/ schreef ik op 25-02-14 een artikel over de richter Debora die niet alleen Israël voor een periode van veertig jaar gericht heeft maar ook als profeet en generaal in de Bijbel beschreven staat. De perceptie bestaat dat de Bijbel vrouwonvriendelijk zou zijn, wat bij nadere studie toch niet klopt. Het zijn alleen vele religieuze systemen die antivrouw zijn.

     

    Bij een profeet mogen we niet onmiddellijk uitsluitend denken aan het voorspellen van de toekomst. Een profeet (zowel man als vrouw) in de huidige Ekklesia is iemand die voor de vergadering spreekt in de zin van: stichtend, vermanend en bemoedigend (1 Korintiërs 14:3). In de apostolische Ekklesia van de eerste eeuw bestond hier geen onderscheid tussen mannen en vrouwen wat blijkt uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs. Maar wat bedoelde Paulus dan met 1 Timoteüs 2:11-12? Een Bijbelgedeelte waar Paulus stelt dat een vrouw niet mag onderrichten of gezag over een man zou mogen hebben. Idem dito het Bijbelgedeelte van 1 Korintiërs 14:34-35 waar Paulus stelt dat de vrouw in de Gemeente moet zwijgen. Een Bijbelgedeelte waar het lijkt dat Paulus zichzelf tegenspreekt. De Bijbelvorser Dr. C. I. Scofield heeft het volgende commentaar:

    http://www.biblestudytools.com/commentaries/scofield-reference-notes/1-corinthians/1-corinthians-14.html

     

    We moeten echter bedenken dat bij de aanvang van de Ekklesia met Pinksteren in anno Domini 30 er nog altijd het aanbod van de HERE God aan Zijn oude verbondsvolk Israël was, om alsnog de Messias aan te nemen. Dit is een draad, een uitnodiging die we in het hele Bijbelboek Handelingen tot en met het laatste hoofdstuk 28 kunnen volgen. Het boek Handelingen eindigt met de Joden in Rome die het evangelie volgens de apostel Paulus definitief afwijzen. Het is vanaf dit tijdstip dat de huidige Ekklesia van start ging met Paulus die zijn brief aan alle op dat moment bestaande gemeentes schreef: bekend onder de Efeze-brief.

     

    De prediking aan de Joden vanaf Pinksteren 30 AD tot Handelingen hoofdstuk 28, in 60 AD, ging gepaard met wonderen en tekenen. Ook tongentaal (vreemde talen en engelentaal) kwam in de vergaderingen toen algemeen voor. Dit laatste gebeurde met heel veel verwarring, wat de reden was dat Paulus in zijn eerste brief aan de Korintiërs instructies geeft hoe het met tongentaal en de vertaling en uitleg ervan, er in de vergaderingen aan toe moest gaan. En ik meen dat het dit aspect van grote verwarring was, wat Paulus bedoelde met het voorschrift tot zwijgen van de vrouw in de vergadering. Dus niet de vrouw als profeet moest zwijgen maar de vrouw als eventuele tolk en uitlegger van vreemde talen.

     

    Het fenomeen van de vreemde talen (zowel van mens als engel) als Goddelijke boodschap naar Israël toe was in het Oude Testament door de profeet Jesaja voorspeld.

     

    Jesaja 28:11 Voorwaar, door mensen die een onverstaanbare taal spreken, en in een vreemde tongval zal tot dit volk spreken Hij, die tot hen gezegd heeft: 12 Dit is de rust, geeft de vermoeide rust, en dit is de verademing – maar zij wilden niet horen.

     

    Het is dit Bijbelgedeelte dat Paulus in zijn eerste brief aan de Korintiërs aanhaalt waar hij in het veertiende hoofdstuk het bijzondere van de tongentaal behandelt.

     

    1 Korintiërs 14:22 Derhalve zijn de tongen een teken niet voor hen, die geloven, maar voor de ongelovigen; de profetie echter is niet voor de ongelovigen, maar voor hen, die geloven.

     

    Deze bijzondere prediking naar Israël toe eindigde in het jaar 60 AD in de periode volgend op Handelingen hoofdstuk 28.

     

    Het zal na het afsluiten van de huidige Ekklesia zijn dat de draad met het oude Verbondsvolk Israël opnieuw opgenomen wordt. Het laatste Bijbelboek Openbaring van het zogenaamde nieuwe testament, handelt over het herstel van Israël zowel nationaal in het oude land der vaderen, als geestelijk.

     

    Maar zoals eerder geschreven, gaat aan het geestelijke herstel een moeilijke periode van misleiding vooraf. Het is de periode van de zeventigste jaarweek van Daniël. (zie het artikel op deze blog van 31-07-2014: De zeventig jaarweken van de profeet Daniël) Een periode van zeven jaar die gelijk is aan de tijdsperiode in het boek Openbaring van 1260 dagen en 42 maanden. In de eerste periode van 1260 dagen treden er opnieuw twee getuigen van God te Jeruzalem op. Twee getuigen, een man en een vrouw(?), die in de geest en de kracht van Elia tegen de herstelde tempeldienst spreken.

     

    Openbaring 11:1 En mij werd een riet gegeven, een staf gelijk, met de woorden: Sta op en meet de tempel Gods en het altaar en hen, die daarin aanbidden. 2 Maar laat de voorhof, die buiten de tempel is, erbuiten, en meet die niet; want hij is aan de heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad vertreden, tweeënveertig maanden lang.

    3 En Ik zal mijn twee getuigen lastgeven om, met een zak bekleed, te profeteren, twaalfhonderd zestig dagen lang. 4 Dit zijn de twee olijfbomen en de twee kandelaren, die voor het aangezicht van de Here der aarde staan. 5 En indien iemand hun schade wil toebrengen, komt er vuur uit hun mond en het verslindt hun vijanden; en indien iemand hun schade wil toebrengen, moet hij zó de dood vinden. 6 Dezen hebben de macht de hemel te sluiten, zodat er geen regen valt gedurende de dagen van hun profeteren; en zij hebben macht over de wateren, om die in bloed te veranderen en om de aarde te slaan met allerlei plagen, zo dikwijls zij willen. 7 En wanneer zij hun getuigenis zullen voleindigd hebben, zal het beest, dat uit de afgrond opkomt, hun de oorlog aandoen en het zal hen overwinnen en hen doden. 8 En hun lijk (zal liggen) op de straat der grote stad, die geestelijk genaamd wordt Sodom en Egypte, alwaar ook hun Here gekruisigd werd. 9 En uit de volken en stammen en talen en natiën zijn er, die hun lijk zien, drie en een halve dag, en zij laten niet toe, dat hun lijken in een graf worden bijgezet. 10 En zij, die op de aarde wonen, zijn blijde en verheugd over hen en zullen elkander geschenken zenden, omdat deze twee profeten hen, die op de aarde wonen, gepijnigd hadden. 11 En na [die] drie en een halve dag voer een levensgeest uit God in hen, en zij gingen op hun voeten staan en grote vrees viel op (allen), die hen aanschouwden. 12 En zij hoorden een luide stem uit de hemel tot hen zeggen: Klimt hierheen op! En zij klommen naar de hemel op in de wolk, en hun vijanden aanschouwden hen. 13 En te dien ure kwam er een grote aardbeving en een tiende deel der stad stortte in, en zevenduizend personen werden door de aardbeving gedood, en de overigen werden zeer bevreesd en gaven de God des hemels eer. 14 Het tweede wee is voorbijgegaan: zie, het derde wee komt spoedig.

     

    Gedurende een periode van 1260 dagen, de eerste helft van de eindtijdperiode, treden de twee getuigen in Jeruzalem op. Zij spreken tegen de herstelde offerdienst op het tempelplein te Jeruzalem. In mijn laatste publicatie ‘APOCALYPS’ ga ik hier uitgebreider op in. Zie link:

    http://www.shopmybook.com/nl/ROBERT-DE-TELDER/APOCALYPS%2C-de-70ste-jaarweek-van-Dani%C3%ABl

     

    In de toekomst zal een replica van de verloren gewaande ark van het verbond ergens gevonden worden en een bron van misleiding worden. Tijdens de eindtijdperiode van zeven jaar zullen alle wereldreligies samen gaan (Openbaring 17). Een grote verzoening op basis van dit Schriftwoord kan verwacht worden tussen Jodendom en Islam en christendom. Op en rond de ark van het verbond zullen opnieuw dierenoffers gebracht worden. Een misleider zal vuur uit de hemel kunnen laten neerkomen op het offer (Openbaring 13:11-13) met als resultaat een wereldwijde religieuze verwondering lees verdwazing. De misleider wordt in het aangehaalde Schriftwoord ‘het beest uit de aarde’ genoemd, een Israëli aldus, een Levi of een Cohen en ijveraar voor het instellen van de nieuwe offerdienst in Jeruzalem na een onderbreking van haast tweeduizend jaar. Hij wordt geholpen door ‘het beest uit de zee’ een man uit de volken, een niet-Jood, en vermoedelijk een Assyriër, een land dat dan in het Midden-Oosten ook hersteld zal zijn. Hij is de eerste ruiter op het witte paard van Openbaring hoofdstuk 6, die overwinnende uittrekt. Een periode van algemene wereldvrede met de zegen van alle verenigde godsdiensten breekt dan aan. De huidige periode van oorlogen en geruchten van oorlogen lijkt dan afgesloten. En tegen deze algemene religieuze vredeseuforie spreken tot afgrijzen van velen, de twee gehate getuigen van God.

     

    Maar het gaat in dit artikel om die mogelijke piste dat de twee getuigen een man én een vrouw zullen zijn. Ik haalde de vrouw Hanna de profeet te Jeruzalem aan in het jaar 5 v. Chr. bij het opdragen van Jezus in de Tempel. Daarna vinden we in de Bijbel dat vrouwen de eerste getuigen waren van de opstanding van de Heer Jezus Christus. Vrouwen waren ook aanwezig bij de kruisiging van Jezus en zijn daar ook gebleven tot aan Zijn sterven (Matteüs 27:55-56 en Johannes 19:25). Van de apostelen wordt alleen de aanwezigheid van Johannes vermeld (Johannes 19:25-27). De andere mannen zijn blijkbaar ondergedoken. De vrouwen waren aanwezig toen Jezus' lichaam van het kruis werd genomen en maakten dat het kapot gefolterde en totaal leeggebloede lichaam van Jezus zo goed mogelijk verzorgd (Lucas 23:55-56) in het graf van Jozef van Arimatea gelegd kon worden. De apostelen zijn op dat moment ook nergens te bespeuren. Alleen Nicodemus en Jozef van Arimatea worden ter plaatse vermeld om de begrafenis te organiseren. (Johannes 19:38-42).

     

    Bij de opstanding uit de dood van Jezus Christus zijn het alleen vrouwen die getuigen zijn. Het is aan de vrouwen dat Jezus’ persoonlijk verschenen is. Wat heel opmerkelijk is wanneer we dit weer in het licht van de Midden-Oosten-cultuur willen zien waar vrouwen als getuigen als niet betrouwbaar gelden.

     

    Mattheüs 28:1 Laat na de sabbat , tegen het aanbreken van de eerste dag der week, ging Maria van Magdala en de andere Maria het graf bezien. 2 En zie, er kwam een grote aardbeving, want een engel des Heren daalde uit de hemel neder en kwam nader, en hij wentelde de steen weg en zette zich daarop. 3 Zijn uiterlijk was als een bliksem en zijn kleding wit als sneeuw. 4 En de bewakers werden door vrees voor hem bevangen en zij werden als doden. 5 Doch de engel antwoordde en zeide tot de vrouwen: Weest gij niet bevreesd; want ik weet, dat gij Jezus zoekt, de gekruisigde. 6 Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, gelijk Hij gezegd heeft; komt, ziet de plaats, waar   Hij gelegen heeft. 7 En gaat terstond op weg en zegt zijn discipelen, dat Hij is opgewekt uit de doden. En zie, Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult gij Hem zien. Zie, ik heb het u gezegd. 8 En zij gingen terstond weg van het graf, met vrees en grote blijdschap, en liepen haastig voort om het zijn discipelen te berichten. 9 En zie, Jezus  kwam haar tegemoet en zeide: Weest gegroet. Zij naderden Hem en grepen zijn voeten en zij aanbaden Hem. 10 Toen zeide Jezus tot haar: Weest niet bevreesd. Gaat heen en bericht mijn broeders, dat zij naar Galilea gaan, en daar zullen zij Mij zien.

     

    Het lijkt er op dat de ‘mannelijke’ apostelen sinds de gevangenneming van Jezus gevolgd door zijn kruisiging en sterven in verwarring waren en niet aanspreekbaar, dit terwijl de vrouwen beter bij hun positieven bleven.

     

    Nu ik met dit artikel aandacht wil geven aan de twee getuigen te Jeruzalem tijdens de eerste helft van de eindtijdperiode van zeven jaar met de mogelijkheid dat één van de twee getuigen een vrouw zal zijn, moet ik ook een schijnbaar negatieve verwijzing in het Bijbelboek Openbaring naar ‘de vrouw’ behandelen. Het Bijbelgedeelte namelijk waar in Openbaring 14:1-5 over de 144.000 verzegelden uit Israël gesproken wordt en deze maagdelijk genoemd worden en die ‘zich niet met vrouwen hebben bevlekt’. Dit laatste wordt door vrouwen van alle tijden bij het (voor)lezen als beledigend (terecht?) ervaren. Onvoorstelbaar ook: maagdelijke mannen die zich niet met vrouwen bevlekt hebben. Dit kan onmogelijk letterlijk bedoelt zijn en is beeldspraak. Dat moet duidelijk zijn. De ‘vrouwen’ waar de 144.000 verzegelde ‘mannen én vrouwen’ uit alle stammen van Israël zich niet mee bevlekt hebben zijn de vrouwen van het beschreven religieuze systeem in hoofdstuk 17 van het boek Openbaring. In dat hoofdstuk kreeg de apostel Johannes ‘de grote hoer’ te zien die ‘op’ het beest zit en ‘de moeder van alle hoeren’ van Babylon en van de gruwelen der aarde genoemd wordt. Dit is overduidelijke beeldspraak. Wanneer we Schrift met Schrift vergelijken vrij van eigenmachtige uitlegging kan dit volgens mij de enige conclusie voor dit Schriftgedeelte zijn.

     

    Heb ik nu de identiteit en/of geslacht van de twee toekomstige getuigen aangetoond? Nee, maar ik herhaal dat profetie pas duidelijk is bij de vervulling ervan. Wel wil ik met dit artikel de aandacht op een andere mogelijke piste wijzen.

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    02-08-2014, 11:26 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    01-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.WAAR ZIJN DE VERLOREN TIEN STAMMEN?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Het oude Israël telde aanvankelijk twaalf stammen die ten tijde van David en Salomo tot één verenigd koninkrijk samengesmeed waren. Na de dood van Salomo in 967 v. Chr., bij het begin van de regering van diens zoon Rehabeam, scheurden zich echter naar het uitgesproken Godsoordeel over Salomo, tien stammen af en vormden o.l.v. Jerobeam, het noordelijke koninkrijk, ook het tienstammenrijk genoemd. Alle opvolgers van Jerobeam kozen voor de afgodendienst in afwijzing van de God van Israël. Uiteindelijk werden zij na vele waarschuwingen van Godswege in het jaar 717 v. Chr. in ballingschap door de Assyriërs naar het noorden en het oosten van het Assyrische Rijk weggevoerd.

     

    2 Koningen 17:1 In het twaalfde jaar van Achaz, de koning van Juda, werd Hosea, de zoon van Ela, koning over Israël te Samaria; hij regeerde negen jaar. 2 Hij deed wat kwaad is in de ogen des HEREN, echter niet zoals de koningen van Israël die vóór hem geweest waren. 3 Tegen hem trok Salmanassar, de koning van Assur, op; en Hosea onderwierp zich aan hem en betaalde hem schatting. 4 Maar toen de koning van Assur een samenzwering bij Hosea ontdekte, dat hij gezanten naar So, de koning van Egypte, gezonden had en aan de koning van Assur geen schatting meer opbracht, zoals van jaar tot jaar, nam de koning van Assur hem gevangen en sloot hem in boeien in de gevangenis. 5 De koning van Assur trok door het gehele land, rukte op naar Samaria en belegerde het drie jaar. 6 In het negende jaar van Hosea nam de koning van Assur Samaria in; hij voerde Israël in ballingschap naar Assur en deed hen wonen in Chalach, aan de Chabor, de rivier van Gozan en in de steden der Meden. (NBG 1951 Vertaling)

     

    Ten tijde van het tot stand komen van het Nieuwe Testament, zo een acht eeuwen later, was hun woonplaats nog bekend want Petrus, de apostel voor de Joden, in tegenstelling tot Paulus die de heidenen met het evangelie bekend ging maken, schrijft Petrus vanuit de stad Babylon zijn brieven aan hen. En ook de apostel Jacobus schrijft zijn brief aan de 12 stammen in de verstrooiing. En uit het Bijbelboek Handelingen blijkt ook dat alle 12 stammen en hun woonplaats in het jaar 30 AD nog bekend was. In het tweede hoofdstuk van het boek Handelingen kunnen we het land van oorsprong vernemen van de Israëlieten aanwezig te Jeruzalem met het Pinksterfeest van 30 AD. De lijst begint heel opmerkelijk met Parten en Meden in het Oosten:

     

    Handelingen 2:En hoe horen wij hen dan een ieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn? 9 Parten, Meden, Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kapadocië, Pontus en Asia, 10 Frygië en Pamfylië, Egypte en de streken van Libië bij Cyrene, en hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als Jodengenoten, 11 Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal van de grote daden Gods spreken. (NBG 1951 Vertaling)

     

    We moeten ook bedenken dat een rest, een overblijfsel van de tien stammen in het Judea van de eerste eeuw van de christelijke jaartelling aanwezig was. Enkele Bijbelgedeelten maken dit duidelijk. Zo leert de evangelist Lucas dat bij het opdragen van de baby Jezus (veertig dagen jong) in de Tempel te Jeruzalem, één van de twee getuigen Hanna de dochter van Fanuël, was. En dan kan men lezen dat zij uit de stam Aser was, één van de tien stammen dus.

     

    Lucas 2:36 Ook was daar Hanna, een profetes, een dochter van Fanuël, uit de stam Aser. Zij was op hoge leeftijd gekomen, nadat zij met haar man na haar huwelijksdag zeven jaren had geleefd, 37 en nu was zij weduwe, ongeveer vierentachtig jaar oud, en zij diende God onafgebroken in de tempel, met vasten en bidden, nacht en dag. 38 En zij kwam op datzelfde ogenblik daarbij staan, en zij loofde mede God en sprak over Hem tot allen, die voor Jeruzalem verlossing verwachtten.

     

    Dat o.a. de stam Aser in Jeruzalem ten tijde van Jezus Christus in Judea vertegenwoordigd was is een gevolg van de handelingen van koning Jehizkia van Juda (723/694 v. Chr.). Zie het hierna volgende Bijbelgedeelte:

     

    2 Kronieken 30:1 Toen zond Jehizkia een boodschap tot geheel Israël en Juda, ja, zelfs schreef hij brieven aan Efraïm en Manasse, dat zij zouden komen naar het huis des HEREN te Jeruzalem, om voor de HERE, de God van Israël, het Pascha te vieren. 2 En de koning, zijn oversten en de gehele gemeente te Jeruzalem overlegden, dat zij het Pascha zouden vieren in de tweede maand, 3 want zij konden het op de gewone tijd niet vieren, omdat zich niet voldoende priesters geheiligd hadden en het volk niet in Jeruzalem samengekomen was. 4 Dit verwierf de goedkeuring van de koning en van de gehele gemeente. 5 Toen namen zij het besluit, een bevel te laten uitgaan door geheel Israël van Berseba tot Dan, om in Jeruzalem de HERE, de God van Israël, het Pascha te komen vieren, want men had het niet, zoals was voorgeschreven, algemeen gevierd. 6 De ijlboden nu gingen met de brieven van de koning en zijn oversten door geheel Israël en Juda, en zeiden overeenkomstig het gebod des konings: Israëlieten, keert weder tot de HERE, de God van Abraham, Isaak en Israël, dan zal Hij wederkeren tot de ontkomenen, die u overgebleven zijn uit de macht van de koningen van Assur. 7 Weest dan niet als uw vaderen en als uw broeders, die ontrouw geweest zijn jegens de HERE, de God hunner vaderen, zodat Hij hen maakte tot een voorwerp van ontzetting, zoals gij ziet. 8 Weest thans niet hardnekkig zoals uw vaderen, geeft de HERE uw hand en komt tot zijn heiligdom, dat Hij voor altijd geheiligd heeft, en dient de HERE, uw God, opdat zijn brandende toorn zich van u afkere. 9 Want, wanneer gij wederkeert tot de HERE, dan zullen uw broeders en zonen erbarming vinden bij degenen die hen als gevangenen hebben weggevoerd, en dan zullen zij naar dit land wederkeren. Want genadig en barmhartig is de HERE, uw God: Hij zal het aangezicht niet van u afwenden, indien gij tot Hem wederkeert. 10 Toen de ijlboden van stad tot stad door het land van Efraïm en Manasse trokken en tot Zebulon toe, lachte men hen uit en bespotte men hen. 11 Maar enige mannen uit Aser, Manasse en Zebulon verootmoedigden zich en kwamen naar Jeruzalem.

     

    Een volgende keer dat dit gebeurde was als een gevolg van de godsdiensthervorming ten tijde van koning Josia van Juda (640/609 v. Chr.). Toen kwamen ook enkelingen uit de tien stammen naar Jeruzalem over. Zie het hierna vermelde Bijbelgedeelten:

     

    2 Kronieken 34: 33 Josia verwijderde al de gruwelen uit al de landstreken die aan de Israëlieten toebehoorden, en bracht allen die zich in Israël bevonden, tot de dienst van de HERE, hun God. Gedurende heel zijn leven weken zij niet af van de HERE, de God hunner vaderen.

     

    2 Kronieken 35: 18 Zulk een Pascha was in Israël niet gevierd sinds de dagen van de profeet Samuël; geen der koningen van Israël heeft het Pascha gevierd zoals Josia het vierde met de priesters, de Levieten en geheel Juda en Israël dat zich daar bevond, en met de inwoners van Jeruzalem. 19 In het achttiende jaar van de regering van Josia werd dit Pascha gevierd.

     

    Deze mensen, deze rest van de tien stammen is later ook met de twee stammen Juda en Benjamin plus de Levieten door de Babyloniërs vanaf 605 v. Chr. tot 586 v. Chr. in ballingschap weggevoerd. Een rest van hen is blijkbaar dan ook onder Ezra en Nehemia teruggekeerd getuige de profetes Hanna van de stam Aser die bij het opdragen van de jonge boreling Jezus te Jeruzalem aanwezig was.

     

    Bij de tweede ballingschap na de tweede vernietiging van de Tempel te Jeruzalem in 70 AD door de Romeinen werd ook de rest, het overblijfsel van de tien stammen op dat ogenblik aanwezig in Judea door de Romeinen weggevoerd.

     

    De mensen die wij vandaag als Joden aanduiden kunnen aldus uit alle stammen van het oude Israël stammen. Alleen de Levi ’s en de Cohen ’s weten met zekerheid dat zij van de stam Levi afstammen. Wat trouwens heel opmerkelijk is.

     

    De profeten van de Bijbel spreken over een derde herstel van Israël in het oude land der vaderen. Een herstel dat momenteel nog in de toekomst ligt. Wanneer men deze profetische gedeelten van de Bijbel doorneemt is het opmerkelijk dat er expliciet een herstel van zowel de twee stammen als van de tien stammen gesproken wordt.

     

    Ezechiël 37:15 Het woord des HEREN kwam tot mij: 16 Gij mensenkind, neem een stuk hout en schrijf daarop: voor Juda en de Israëlieten die daarbij behoren; neem dan een ander stuk hout en schrijf daarop: voor Jozef – het stuk hout van Efraïm – en het gehele huis Israëls dat daarbij behoort; 17 voeg ze dan aan elkander tot één stuk hout, zodat zij in uw hand tot één worden. 18 Wanneer nu uw volksgenoten u vragen: Wilt gij ons niet meedelen, wat gij daarmee bedoelt? 19 zeg dan tot hen: Zo zegt de Here HERE: zie, Ik neem het stuk hout van Jozef – dat aan Efraïm toebehoort – en van de stammen Israëls die daarbij behoren, en Ik voeg het bij het stuk van Juda en maak ze tot één stuk hout, zodat zij één zijn in mijn hand. 20 Terwijl de stukken hout die gij beschreven hebt, voor hun ogen in uw hand zijn, 21 zeg dan tot hen: Zo zegt de Here HERE: zie, Ik haal de Israëlieten weg uit de volken naar wier gebied zij gegaan zijn; Ik zal hen van alle kanten bijeenverzamelen en hen naar hun land brengen. 22 En Ik zal hen tot één volk maken in het land, op de bergen Israëls, en één koning zal over hen allen koning zijn; niet langer zullen zij twee volken zijn en niet langer verdeeld in twee koninkrijken. 23 Niet langer zullen zij zich verontreinigen met hun afgoden, hun gruwelen en al hun overtredingen, maar Ik zal hen verlossen van alle afvalligheid waarmee zij gezondigd hebben, en hen reinigen, zodat zij Mij tot een volk zullen zijn en Ik hun tot een God zal zijn. 24 En mijn knecht David zal koning over hen wezen; één herder zal er voor hen allen zijn. Zij zullen naar mijn verordeningen wandelen en naarstig mijn inzettingen onderhouden. 25 Zij zullen wonen in het land dat Ik aan mijn knecht Jakob gegeven heb en waarin hun vaders gewoond hebben; ja, zij zullen daarin wonen, zij, hun kinderen en hun kindskinderen, tot in eeuwigheid, en mijn knecht David zal hun voor eeuwig tot vorst zijn. 26 Ik zal met hen een verbond des vredes sluiten, een eeuwig verbond met hen zal het zijn; Ik zal hun een plaats geven, hen vermeerderen en mijn heiligdom voor eeuwig te midden van hen stellen. 27 Mijn woning zal bij hen zijn; Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. 28 En de volken zullen weten, dat Ik, de HERE, het ben die Israël heilig, doordat mijn heiligdom voor eeuwig te midden van hen staat. (NBG 1951 Vertaling)

     

    Waar bevind zich het gros van de verloren gewaande tien stammen vandaag? De Bijbel noemt in het eerder geciteerde Bijbelgedeelte van 2 Koningen 17 hun ballingsoorden: Assur, Chalach, aan de Chabor, aan de rivier van Gozan en in de steden der Meden.

     

    De meest oostelijke grens van het Medisch-Perzische Rijk was de rivier de Indus. Vertaald naar deze tijd is dit het gebied van Afghanistan met in de rand: Pakistan, Irak, Iran en Turkmenistan.

    De Jewish Encyclopedia.com (internet) schrijft het volgende over Afghanistan en de verloren tien stammen:

    “according to their native traditions, the Afghans also are to be identified with the Lost Ten Tribes. They declare that Nebuchadnezzar banished them into the mountains of Ghur, whence they maintained correspondence with the Arabian Jews. When some of the latter were converted by Mohammed, one Khalid wrote to the Afghans and invited them to embrace Islam. Several Afghan nobles went to Arabia under one Kais, who claimed trace his descent through forty-seven generations from Saul. He was accordingly greeted by Mohammed by the title of "malik," in deference to this illustrious descent. Kais is reported to have died at the age of eighty seven, in 662 and all the modern chiefs of Afghanistan claim to be descended from him (Malcolm, "History of Persia," ii. 596, London, 1815). The Afghans still call themselves "Beni-Israel," and are declared to have a markedly Jewish appearance. Their claim to Israelitish descent is allowed by most Mohammedan writers. G. Moore, in his "Lost Tribes" (pp. 143-160, London, 1861), also identified the Afghans with the Ten Tribes.”

     

    Geen één van de vele stammen die Afghanistan en daarbuiten vandaag rijk is kent echter zijn oorsprong. Wat religie betreft zijn zij volgelingen van de Arabische god Allah en diens profeet Mohammed. Zij zijn zelfs vanuit de Koran (Soera 17) tegen een in de Bijbel beloofde derde herstel van Israël in het oude land der vaderen.

     

    Er zal een ‘act of God’ nodig zijn om deze mensen hun Israëlitische wortels duidelijk te maken. Op Gods tijd echter zullen zij ooit in de toekomst aan hun tocht naar het Beloofde Land beginnen. Het zal een bewogen tocht worden. Het feit alleen dat men als individu tot een der verloren stammen behoord is geen vrijkaart voor het beloofde land want ook hier telt alleen geloof zoals het hierna vermelde Bijbelgedeelte leert:

     

    Ezechiël 20:34 Ik zal u voeren uit het midden der volken en u bijeenbrengen uit de landen waarin gij verstrooid zijt, met sterke hand, met uitgestrekte arm en met uitgestorte grimmigheid. 35 Ik zal u brengen naar de woestijn der volken en daar met u in het gericht treden, van aangezicht tot aangezicht. 36 Zoals Ik met uw vaderen in het gericht getreden ben in de woestijn van het land Egypte, zo zal Ik ook met u in het gericht treden, luidt het woord van de Here HERE. 37 Ik zal u onder de herdersstaf doen doorgaan en u brengen in de band van het verbond. 38 Ik zal de weerspannigen uit u uitschiften en hen die tegen Mij overtreden hebben; wel zal Ik hen leiden uit het land waarin zij als vreemdelingen vertoeven, maar in het land van Israël zullen zij niet komen. En gij zult weten, dat Ik de HERE ben. (NBG 1951 Vertaling)

     

    De aanvang van de terugkeer van de tien stammen gebeurt in de tweede helft van de zeventigste jaarweek van de profeet Daniël. Zie ook het artikel op deze blog van 31-07-2014: de zeventig jaarweken. Tijdens de eindslag, in het boek Openbaring Harmageddon geheten, wanneer het land Israël door de legers van de koning van het noorden (het nieuwe Assyrië) onder de voet wordt gelopen en schijnbaar verloren is zullen geruchten uit het noorden en het oosten (Daniël 11:40-44-45, 12:1) de koning van het noorden verontrusten, staat er geschreven. In het eindtijdscenario zijn dit de tien stammen die met sterke hand staat er geschreven bij de profeet Ezechiël, uit de landen hunner ballingschap worden weggevoerd richting beloofde land.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    01-08-2014, 07:45 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    31-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE 70 JAARWEKEN VAN DE PROFEET DANIEL
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Met dit artikel wil ik een stuk Bijbelchronologie brengen en dit zowel historisch als toekomstig. Een studie namelijk over de profetie van de 70 jaarweken uit Daniël hoofdstuk 9. De balling Daniël kreeg deze profetie betreffende het herstel van Israël in het jaar na de heerserswissel over Babylon in 539 v. Chr. toen het Babylonische Rijk door de Meden en Perzen veroverd werd. De profeet was op dat moment al 66 jaar in ballingschap. Hij was nog een knaap geweest (Daniël 1:1-4) in het jaar 605 v. Chr. toen hij met de eerste wegvoering in ballingschap in Babylon terecht kwam. Wanneer hij onder de regering van Darius de Mediër, volgens het verhaal, in de leeuwenkuil geworpen werd, was hij al een oude man van 80+.

     

    Daniël 9:1 In het eerste jaar van Darius, de zoon van Ahasveros, uit het geslacht der Meden, die koning geworden was over het koninkrijk der Chaldeeën – 2 in het eerste jaar van zijn koningschap lette ik, Daniël, in de boeken op het getal van de jaren, waarover het woord des HEREN tot de profeet Jeremia gekomen was, dat Hij over de puinhopen van Jeruzalem zeventig jaar zou doen verlopen.

    (NBG Vertaling 1951)

     

    De val van Babylon in het jaar 539 v. Chr. staat chronologisch vast en is een sleuteljaar dat de Babylonische met de Bijbelse chronologie verankerd. De Meden en Perzen brachten in dat jaar met hun verovering van de hoofdstad Babylon een einde aan het Babylonische Rijk dat eerder het koninkrijk Juda ontmanteld, de bevolking weggevoerd en de Tempel te Jeruzalem met al wat daarin was, vernietigd had. In het eerste regeringsjaar van Darius de Mediër, de zoon van Ahasveros, zijnde het jaar 539/538 v. Chr. deed Daniël studie in de verschillende Bijbelboeken, die toen al gecompileerd waren, en werd bepaald bij de profetische woorden van het Bijbelboek Jeremia waar deze profeet voorzegd had dat de Babylonische Ballingschap 70 jaar zou duren. Daniël die zelf nu de rekensom sinds zijn wegvoering kon maken besefte dat het nog slechts vier jaar tot het einde van de ballingschap was. Het resultaat van het bestuderen van de profetie van Jeremia door Daniël, maakt dat hij in gebed tot de HERE God gaat. Zie Daniël 9:3-19 en daarna verder met:

     

    Daniël 9:20 Terwijl ik nog sprak en bad en mijn zonde en de zonde van mijn volk Israël beleed, en mijn smeking over de heilige berg mijns Gods uitstortte voor de HERE, mijn God, – 21 terwijl ik nog sprak in het gebed, kwam de man Gabriël, die ik tevoren gezien had in het gezicht, in ijlende vlucht tot vlak bij mij op de tijd van het avondoffer. 22 En hij begon mij te onderrichten en sprak met mij en zeide: Daniël, nu ben ik uitgegaan om u een klaar inzicht te geven. 23 Bij het begin van uw smeekbede is er een woord uitgegaan, en ik ben gekomen om het u mede te delen, want gij zijt zeer bemind. Let dus op het woord en sla acht op het gezicht.

     

    Ik vermoed dat Daniël in de verwachting leefde dat de HERE God het door de profeten beloofde Messiaanse Vrederijk onmiddellijk na het einde van de Babylonische Ballingschap zou oprichten. De man Gabriël, die door God naar Daniël gezonden werd, maakt echter duidelijk dat er nog drie tijdsschijven van zeven maal zevens van jaren zouden overgaan alvorens de HERE God Zijn Koninkrijk zal oprichten. En zo komen we aan het onderwerp van dit artikel. Het chronologisch plaatsen van de zeventig weken:

     

    Daniël 9:24 Zeventig weken zijn bepaald over uw volk en uw heilige stad, om de overtreding te voleindigen, de zonde af te sluiten, de ongerechtigheid te verzoenen, en om eeuwige gerechtigheid te brengen, gezicht en profeet te bezegelen en iets allerheiligst te zalven. 25 Weet dan en versta: vanaf het ogenblik (458 v. Chr.), dat het woord uitging om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen tot op een gezalfde, een vorst, zijn zeven weken; en tweeënzestig weken lang zal het hersteld en herbouwd blijven, met plein en gracht, maar in de druk der tijden. 26 En na de tweeënzestig weken (25+ AD) zal een gezalfde worden uitgeroeid (30 AD), terwijl er niets tegen hem is; en het volk van een vorst die komen zal, zal de stad en het heiligdom te gronde richten (70 AD), maar zijn einde zal zijn in de overstroming (370+ AD); en tot het einde toe zal er strijd zijn: verwoestingen, waartoe vast besloten is.

     

    27 En hij (de vorst van vers 26) zal het verbond voor velen zwaar maken, een week lang (alsnog toekomst); in de helft van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden; en op een vleugel van gruwelen zal een verwoester komen, en wel tot aan de voleinding toe, en waartoe vast besloten is, dat zal zich uitstorten over wat woest is.

    (NBG Vertaling 1951)

     

    De jaartallen tussen haakjes in het hiervoor vermelde citaat zijn door mij toegevoegd om het historisch plaatsen op de tijdsbalk te verduidelijken. De 7 x 70 zevens zijn begonnen in het jaar 458 v. Chr. wanneer het woord uitging om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen. Dit gebeurde in het zevende regeringsjaar van Artachsasta of Artaxerxes I volgens het hierna volgende Bijbelgedeelte:

     

    Ezra 7:Hierna, onder de regering van Artachsasta, de koning van Perzië, trok Ezra op, de zoon van Seraja, de zoon van Azarja, de zoon van Chilkia, 2 de zoon van Sallum, de zoon van Sadok, de zoon van Achitub, 3 de zoon van Amarja, de zoon van Azarja, de zoon van Merajot, 4 de zoon van Zerachja, de zoon van Uzzi, de zoon van Bukki, 5 de zoon van Abisua, de zoon van Pinechas, de zoon van Eleazar, de zoon van Aäron, de hogepriester – 6 deze Ezra trok op uit Babel. Hij was een schriftgeleerde, bekwaam in de wet van Mozes, welke de HERE, de God van Israël, gegeven had; en daar de hand van de HERE, zijn God, over hem was, had de koning hem alles gegeven wat hij verlangd had.

    7 Zo trokken ook een aantal Israëlieten en priesters, Levieten, zangers, poortwachters en tempelhorigen naar Jeruzalem, in het zevende jaar van koning Artachsasta. 8 En hij kwam te Jeruzalem in de vijfde maand, en wel in het zevende jaar van de koning. 9 Op de eerste van de eerste maand namelijk was hij de tocht uit Babel begonnen, en op de eerste van de vijfde maand kwam hij te Jeruzalem aan, daar de goede hand van zijn God over hem was, 10 want Ezra had er zijn hart op gezet om de wet des HEREN te onderzoeken en haar te volbrengen, en om in Israël inzetting en verordening te onderwijzen.

     

    Tot hier het (ver)korte citaat betreffende het woord dat uitging om “te doen wederkeren en om Jeruzalem te bouwen”. Zeven maal zeven jaar, of negenenveertig jaar later, treedt de laatste profeet van het Oude Testament op; Maleachi en compileren Ezra en Nehemia de Bijbelboeken die wij tegenwoordig als het Oude Testament kennen. De geprofeteerde vorst na de 7 x 7 jaren moet dan Nehemia zijn. Daarna zijn het nog eens 62 x 7 jaarweken tot op een Gezalfde of Messias. Dit brengt ons in het jaar 25 AD voor het openbaar optreden van de Heer Jezus. De evangelist Lucas leert dat Jezus ‘ongeveer’ 30 jaar oud was bij het begin van zijn bediening. De Heer Jezus Christus werd geboren in de maand Ab (of juli/augustus) van het jaar 5 v. Chr. en dit klopt met het profetische schema van Daniël. Tussen 25 AD en 30 AD wanneer “de Messias uitgeroeid werd terwijl er niets tegen hem is” zit er een eerste tijdskloof van 5 jaar. Een volgende tijdskloof, van 40 jaar ditmaal, zit er tussen 30 AD en 70 AD wanneer in het laatst vermelde jaar “het volk van een vorst zal komen, die de stad en het heiligdom te gronde zal richten”. Dit was dan de Romeinse generaal Titus (later Keizer) die in 70 AD als een gevolg van zijn oorlog tegen het opstandige Jeruzalem deze profetie in vervulling deed gaan.

     

    Het jaar 70 AD is een mijlpaal in de geschiedenis van Israël. Sinds het jaar 30 AD met “het uitroeien van de Gezalfde” waren er enkele bijzonderheden – eigenaardigheden - aan de hand met de Tempel Gods te Jeruzalem. De Talmoed (Joma 39b) leert: “Onze meesters leerden: veertig jaren voor de verwoesting van het Huis kwam het lot niet terecht noch werden de rode banden wit, noch brandde het westelijke licht en openden zich de deuren des Tempels vanzelf.”(Dr. F. De Graaf, Jezus de verborgene - blz.37). De Heer Jezus Christus voorspelde de vernietiging van stad en tempel in 30 AD:

     

    Lucas 19:41 En toen Hij nog dichterbij gekomen was en de stad zag, weende Hij over haar, 42 en zeide: Och, of gij ook op deze dag verstondt wat tot uw vrede dient; maar thans is het verborgen voor uw ogen. 43 Want er zullen dagen over u komen, waarin uw vijanden een bolwerk tegen u zullen opwerpen 44 en u omsingelen en u van alle zijden in het nauw brengen, en zij zullen u en uw kinderen in u vertreden en zij zullen in u geen steen op de andere laten, omdat gij de tijd niet hebt opgemerkt, dat God naar u omzag.

     

    Net zoals de Romeinen met Carthago deden vernietigden zij Jeruzalem en de tempel en lieten geen steen op de andere staan. Het jaar 70 AD betekende het einde van het nationale Israël. De heersersstaf en scepter waren van Juda geweken, zoals de aartsvader Jacob het eeuwen eerder voorzegd had:

     

    Genesis 49:10 De scepter zal van Juda niet wijken, noch de heersersstaf tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en hem zullen de volken gehoorzaam zijn.

     

    Opmerkelijk is dat Flavius Josephus (Joodse Oudheden Bk. XIV, 393-395) verwijst naar een Romeinse commandant met de naam SILO ten tijde van het beleg van Jeruzalem in 70 AD. Het Romeinse Rijk dat in 70 AD op het toppunt van zijn macht was zou echter volgens de profetische woord van de Bijbel ook ten onder gaan.

     

    Het Bijbelboek Daniël beschrijft de uiteindelijke ondergang van het Romeinse Rijk als gevolg van een overstroming: “maar zijn einde zal zijn in de overstroming; en tot het einde toe zal er strijd zijn: verwoestingen, waartoe vast besloten is.” De overstroming is hier een beeld van volkeren, de grote volksverhuizing die rond 370 AD op gang kwam en de ondergang van het West-Romeinse Rijk betekende. De geschiedenis van het gebied van het Romeinse Rijk was daarna er een van strijd en verwoestingen. De tijdskloof van inmiddels 1944 jaar die er zit tussen de 69ste jaarweek en de 70ste jaarweek duurt tot op heden voort.

     

    Het begin van de 70ste jaarweek wordt door Daniël beschreven als: “En hij zal het verbond voor velen zwaar maken, een week lang…”. Dit betekent dat het Romeinse Rijk van de oudheid in de toekomst een herstel zal kennen. Een nieuwe Titus zal in de toekomst voor het sinds anno 1948 nationaal herstelde Israël, ‘het verbond’ zwaar maken en aldus de laatste jaarweek der wereldgeschiedenis inluiden. Ik herhaal nog even de profetie van Daniël:

    27 En hij zal het verbond voor velen zwaar maken, een week lang; in de helft van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden; en op een vleugel van gruwelen zal een verwoester komen, en wel tot aan de voleinding toe, en waartoe vast besloten is, dat zal zich uitstorten over wat woest is.

     

    Het beschreven verbond dat Daniël vermeld is naar mijn mening het landverbond. Aan de Israëlieten is door de HERE God in een verbond het land tussen de Jordaan en de Middellandse Zee, het land van de plaats Dan in het noorden van het land tot Beersjeva in het zuiden. Het ‘zwaar maken’ van het verbond, zoals het in Daniël hoofdstuk 9 beschreven wordt, betekend dan het bestaansrecht van een exclusief Joodse staat betwisten, ‘zwaar maken’. In de helft van de laatste jaarweek, of 3 ½ jaar later, zal een toekomstige Titus (ditmaal uit het gebied van het Oost-Romeinse Rijk) ‘slachtoffer en spijsoffer doen ophouden’ wat een herstel van de Offerdienst inhoudt. Heel wat Bijbelvorsers verwachten op basis van dit Schriftwoord in Jeruzalem een nieuwe tempel. In mijn laatste publicatie…

     

    (zie link: http://www.shopmybook.com/nl/ROBERT-DE-TELDER/APOCALYPS%2C-de-70ste-jaarweek-van-Dani%C3%ABl )

     

    …breng ik een andere denkpiste en wijs er op dat tijdens de laatste jaarweek, die overeenkomt met de tijdsperiode die het Bijbelboek Apocalyps of Openbaring weergeeft, er één wereldreligie zal zijn. Alle godsdiensten zullen opgaan in één en een tegenstander van de HERE God van de Bijbel worden. Alle huidige heiligdommen op en rond de Tempelberg in Jeruzalem blijven aldus op hun plaats staan en krijgen in de één-gemaakte religie hun functie. In mijn geciteerde boek ga ik er van uit dat in de toekomst een replica van de ark van het verbond ergens te voorschijn zal komen en een bron van afval zal worden. Op en rondom de ark zullen opnieuw, na een onderbreking van bijna 2000 jaar, slachtoffers gebracht worden. Een Joods/Israëlische handlanger van de toekomstige Assyrische Titus zal zelfs in staat zijn om vuur uit te hemel (zie Openbaring 13:13) op het slachtoffer te laten neerkomen wat een meerderheid van de mensenwereld zal overtuigen van de juistheid van de nieuwe wereldreligie. In de helft van de jaarweek zal de nieuwe Oost-Romein de herstelde offerdienst te Jeruzalem doen ophouden en zichzelf tot god uitroepen. De wereldreligie wordt daarop door hem vernietigd. En “tot aan de voleinding” met de wederkomst van Christus Jezus 3 ½ jaar later, zal er strijd zijn. Voor het gelovige overblijfsel van Israël zal de profetie van Daniël in de komende grote verdrukking een troost en een gids zijn, een soort spoorboekje, om doorheen deze moeilijke tijd van ‘Jacobs benauwdheid’ te geraken. Uiteindelijk wordt dan na het afsluiten van de 70ste jaarweek, de profetie van Daniël volledig vervuld:

     

    Zeventig weken zijn bepaald over uw volk en uw heilige stad, om de overtreding te voleindigen, de zonde af te sluiten, de ongerechtigheid te verzoenen, en om eeuwige gerechtigheid te brengen, gezicht en profeet te bezegelen en iets allerheiligst te zalven.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    31-07-2014, 09:59 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    30-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De profeet Elia en Johannes de Doper
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    “In Ahaziah ’s second year Elijah was hidden and will not be seen again until King Messiah will come, then he will be seen, then hidden a second time until Gog and Magog come.” SEDER OLAM

     

    De naam Elia (of in het Hebreeuws: Elijahoe), betekent ‘Mijn God is de HERE’. Zijn bediening als profeet begon ten tijde van de regering van koning Achab van Israël (909/888 v. Chr.) en eindigde in het tweede jaar van Ahazia, de zoon van Achab, in het jaar 887 v. Chr. Met dit artikel wil ik de voorspelde tweede en de derde komst van Elia belichten. De profeet Elia werd namelijk levend met ‘vurige wagens’ in 887 v. Chr. naar de hemel van God in een storm weggerukt. Maar de laatste profeet van het Oude Testament Maleachi, voorspelt de terugkeer van Elia, voorafgaande aan ‘de Dag des HEREN’ met de komst van de Messias.

     

    Maleachi 4:5 Zie, Ik zend u de profeet Elia, voordat de grote en geduchte dag des HEREN komt. 6 Hij zal het hart der vaderen terugvoeren tot de kinderen en het hart der kinderen tot hun vaderen, opdat Ik niet kome en het land treffe met de ban. (NBG Vertaling 1951)

     

    Over de profeet Elia schreef ik eerder een artikel betreffende een schijnbaar chronologisch probleem in de Bijbel: 2 Kronieken 21:12 Toen kwam er een schrijven tot hem (Joram) van de profeet Elia,… (15-02-2014) http://bloggen.be/robertdetelder/

     

    Het citaat uit de Seder Olam bovenaan het artikel, leert dat de Joodse verwachting was/is dat de profeet Elia opnieuw gezien zal worden bij de komst van Messias(1), maar daarna opnieuw verborgen zal worden(2), tot het opkomen van Gog en Magog(3). Deze verwachting past in hetgeen we in de ‘tussen-tijd’ historisch kunnen reconstrueren en profetisch naar de toekomst toe, mogen verwachten.

     

    Aan de eerste komst van Jezus Christus als de lijdende knecht des HEREN, ging de bediening van Johannes de Doper vooraf. En van Johannes de Doper weten we dat hij in de geest en de kracht van Elia in het jaar 25 AD aan zijn bediening begon. Zie ook het artikel van 02-06-2014: De Joodse jaartelling Anno Mundi 5774, http://bloggen.be/robertdetelder/

     

    Matteüs 3:1 In die dagen trad Johannes de Doper op en hij predikte in de woestijn van Judea, 2 en zeide: Bekeert u, want het Koninkrijk  der hemelen is nabijgekomen. 3 Hij toch is het, van wie door de profeet Jesaja gesproken werd, toen hij zeide: De stem van een, die roept in de woestijn: Bereidt de weg des Heren, maakt recht zijn paden. 4 Hij nu, Johannes, droeg een kleed van kameelhaar en een lederen gordel om zijn lendenen; en zijn voedsel bestond uit sprinkhanen en wilde honing. 5 Toen liep Jeruzalem en heel Judea en de gehele Jordaanstreek tot hem uit, 6 en zij lieten zich in de rivier, de Jordaan, door hem dopen, onder belijdenis van hun zonden. (NBG Vertaling 1951)

     

    De vraag toen van de Joden aan Johannes de Doper was dan ook (terecht) of hij Elia was?

     

    Johannes 1: 19 En dit was het getuigenis van Johannes, toen de Joden uit Jeruzalem priesters en Levieten tot hem zonden om hem te vragen: Wie zijt gij? 20 En hij beleed en ontkende het niet; en hij beleed: Ik ben de Christus niet. 21 En zij vroegen hem: Wat dan? Zijt gij Elia? En hij zeide: Ik ben het niet. Zijt gij de profeet? En hij antwoordde: Neen. 22 Zij zeiden dan tot hem: Wie zijt gij? Wij moeten toch antwoord geven aan hen, die ons gezonden hebben; wat zegt gij van uzelf? 23 Hij zeide: Ik ben de stem van een die roept in de woestijn: Maakt recht de weg des Heren, gelijk de profeet Jesaja gesproken heeft. 24 En er waren sommigen afgezonden uit de Farizeeën. 25 En zij vroegen hem en zeiden tot hem: Waarom doopt gij dan, indien gij de Christus niet zijt, noch Elia, noch de profeet? 26 Johannes antwoordde hun en zeide: Ik doop met water; midden onder u staat Hij, van wie gij niet weet, 27 Hij, die na mij komt, wiens schoenriem ik niet waardig ben los te maken. 28 Dit geschiedde te Betanië over de Jordaan, waar Johannes doopte.

     

    29 De volgende dag zag hij Jezus tot zich komen en zeide: Zie, het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. 30 Deze is het, van wie ik zeide: Na mij komt een man, die vóór mij geweest is, want Hij was eer dan ik. 31 En zelf wist ik niet van Hem, maar opdat Hij aan Israël zou geopenbaard worden, daarom kwam ik dopen met water.

    32 En Johannes getuigde en zeide: Ik heb aanschouwd, dat de Geest nederdaalde als een duif uit de hemel, en Hij bleef op Hem. 33 En ik kende Hem niet, maar Hij, die mij gezonden had om te dopen met water, die had tot mij gezegd: Op wie gij de Geest ziet nederdalen en op Hem blijven, deze is het, die met de heilige Geest doopt. 34 En ik heb gezien en getuigd, dat deze de Zoon van God is. (NBG Vertaling 1951)

     

    Op de vraag van de Joden naar wie hij was en of hij nu de Christus was of Elia of de profeet die komen zou, antwoordde Johannes de Doper alleen met de profetie van de profeet Jesaja: Ik ben de stem van een die roept in de woestijn: Maakt recht de weg des Heren. Met dit citaat maakte Johannes de Doper duidelijk dat hij de slechts de voorloper was van degene die de Joden verwachtten.

     

    Na de verwerping van Jezus als de Messias door Zijn tijdgenoten (okt28 AD) verkondigt Jezus echter dat Johannes de Doper Elia is.

     

    Matteüs 11:12 Sinds de dagen van Johannes de Doper tot nu toe breekt het Koninkrijk der hemelen zich baan met geweld en geweldenaars grijpen ernaar. 13 Want al de profeten en de wet hebben geprofeteerd tot Johannes toe; 14 en indien gij het wilt aanvaarden: Hij is Elia, die komen zou. 15 Wie oren heeft, die hore! (NBG Vertaling 1951)

     

    Het volgende jaar in de zomer van 29 AD plaatsen we de verheerlijking van Jezus’ op de berg (vermoedelijk de Hermonberg) met de profeet Elia aldaar present, waar het hierna volgende citaat over gaat:

     

    Matteüs 17:1 En zes dagen later nam Jezus Petrus en Jakobus en zijn broeder Johannes mede en Hij leidde hen een hoge berg op, in de eenzaamheid. 2 En zijn gedaante veranderde voor hun ogen en zijn gelaat straalde gelijk de zon en zijn klederen werden wit als het licht. 3 En zie, hun verschenen Mozes en Elia, die met Hem spraken. 4 Petrus antwoordde en zeide tot Jezus: Here, het is goed, dat wij hier zijn; indien Gij het wilt, zal ik hier drie tenten opslaan, voor U een, en voor Mozes een, en voor Elia een. 5 Terwijl hij nog sprak, zie, daar overschaduwde hen een lichtende wolk, en zie, een stem uit de wolk zeide: Deze is mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb; hoort naar Hem! 6 Toen de discipelen dit hoorden, wierpen zij zich op hun aangezicht ter aarde en werden zeer bevreesd. 7 En Jezus kwam bij hen, raakte hen aan en zeide: Staat op en weest niet bevreesd. 8 Toen zij hun ogen opsloegen, zagen zij niemand dan Jezus alleen. 9 En terwijl zij van de berg afdaalden, gebood Jezus hun, zeggende: Vertelt niemand dit gezicht, voordat de Zoon des mensen uit de doden is opgewekt. 10 En de discipelen vroegen Hem en zeiden: Hoe kunnen dan de Schriftgeleerden zeggen, dat Elia eerst moet komen? 11 Hij antwoordde en zeide: 12 Elia zal wel komen en alles herstellen, maar Ik zeg u, dat Elia reeds gekomen is en zij hebben hem niet erkend, maar met hem gedaan al wat zij wilden. Zó zal ook de Zoon des mensen door hen moeten lijden. 13 Toen begrepen de discipelen, dat Hij over Johannes de Doper tot hen gesproken had. (NBG Vertaling 1951)

     

    Bij de verheerlijking van Jezus Christus op een hoge berg lezen we bij de evangelist Matteüs, dat Elia en Mozes vanuit die andere dimensie verschijnen en in gesprek met Jezus gaan. Johannes de Doper was echter in de winter van 28/29 AD door Herodes gedood en chronologisch gezien plaatsen we de gebeurtenissen van Matteüs 17 in de zomer van 29 AD, wanneer Johannes al terechtgesteld was. (Betreffende het chronologische openbaar optreden van Jezus Christus in de evangeliën schreef ik op 05-05-14 een artikel) zie link: http://bloggen.be/robertdetelder/

     

    De discipelen die met Jezus op de berg waren stelden hierop terecht de vraag:

     

    “Hoe kunnen dan de Schriftgeleerden zeggen, dat Elia eerst moet komen? 11 Hij antwoordde en zeide: 12 Elia zal wel komen en alles herstellen, maar Ik zeg u, dat Elia reeds gekomen is en zij hebben hem niet erkend, maar met hem gedaan al wat zij wilden. Zó zal ook de Zoon des mensen door hen moeten lijden. 13 Toen begrepen de discipelen, dat Hij over Johannes de Doper tot hen gesproken had. (NBG Vertaling 1951)

     

    Voor het juist verstaan van dit Bijbelgedeelte moeten we oog hebben voor de geprofeteerde twee komsten van de Messias, over een tijds-dal heen. (over de tijdskloof schreef ik een artikel 29-06-2014: De profeet Micha) Een eerste komst als de lijdende knecht en een tweede (nog toekomstige) komst in heerlijkheid. Bij de eerste komst was het aanbod van de Messias en Zijn koninkrijk aan de Joden nochtans reëel. En aldus was ook de profeet Elia present in de persoon van Johannes de Doper.

     

    Dat er twee komsten zijn wordt ook duidelijk in het voorlezen van de Jesaja-rol door Jezus in de synagoge te Nazareth toen hij zich als de Gezalfde daar bekendmaakte (Lucas 4:14-30): “De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen; 19 en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des Heren”.

     

    Wanneer we het Bijbelboek Jesaja openslaan bij hoofdstuk 61 kunnen we vaststellen dat daar waar Jezus stopte met voorlezen geen punt of komma staat, maar de tekst gewoon verder gaat:

     

    ….en een dag der wrake van onze God; om alle treurenden te troosten, 3 om over de treurenden van Sion te beschikken, dat men hun geve hoofdsieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een kwijnende geest. En men zal hen noemen: Terebinten der gerechtigheid, een planting des HEREN, tot zijn verheerlijking. 4 Zij zullen de overoude puinhopen herbouwen, het verwoeste uit vroeger tijd doen herrijzen en de steden vernieuwen, die in puin liggen, die verwoest hebben gelegen van geslacht op geslacht. (NBG Vertaling 1951)

     

    Het aangename jaar des HEREN dat Jezus inluidde was het dertigste Jubeljaar dat in oktober van het jaar 27 AD van start ging. Gedurende het ganse jubeljaar okt27/sep28 AD zou het aanbod van de Messias en Zijn Koninkrijk aan de Joden aangeboden worden. De Bergrede, in de Bijbel volgend op dit aanbod, was in wezen de grondwet van dit aangeboden Koninkrijk. En met buitengewone tekenen maakte Jezus duidelijk dat Hij de Messias was. Een meerderheid van zijn tijdgenoten verwierp Hem echter en vanaf het najaar van het jaar 28 AD sprak Jezus alleen nog in gelijkenissen tot de Joden en was Zijn blik al op Jeruzalem gericht waar Hij zich met Pesach 30 AD als het Lam van God ter kruisiging zou overgeven. Drie dagen later zou Hij echter zelf Zijn leven weer opnemen en opstaan uit de dood met veertig dagen later Zijn Hemelvaart. Bij Zijn Hemelvaart vanaf de Olijfberg naar die andere dimensie toe, boven de wolken, is er onmiddellijk de belofte aan de discipelen van een tweede komst en dit op dezelfde wijze als Zijn Hemelvaart. Dit sluit aan bij de geprofeteerde komst van de Here HERE, zoals de profeet Zacharia het neergeschreven heeft:

     

    Zacharia 14:1 Zie, er komt een dag voor de HERE, waarop de buit, op u behaald, binnen uw muren verdeeld zal worden. 2 Dan zal Ik alle volken tegen Jeruzalem ten strijde vergaderen; de stad zal genomen worden, de huizen zullen worden geplunderd en de vrouwen geschonden. De helft van de stad zal wegtrekken in ballingschap, maar de rest van het volk zal in de stad niet uitgeroeid worden. 3 Dan zal de HERE uittrekken om tegen die volken te strijden, zoals Hij vroeger streed, ten dage van de krijg; 4 zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die vóór Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal, en de ene helft van de berg zal noordwaarts wijken en de andere helft zuidwaarts; 5 en gij zult de vlucht nemen in het dal mijner bergen, want het dal der bergen zal reiken tot Asel; ja, gij zult de vlucht nemen, zoals gij de vlucht genomen hebt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda. En de HERE, mijn God, zal komen, alle heiligen met Hem. 6 En op die dag zal er geen kostelijk licht zijn, noch verstijving; 7 ja, het zal één dag zijn – die is bij de HERE bekend – geen dag en geen nacht; maar ten tijde van de avond zal er licht wezen. (NBG Vertaling 1951)

     

    Deze bijzondere komst door de profeten voorspelt, verkondigde Jezus in de nacht voor Zijn dood aan de leiders van Israël tijdens zijn verhoor na zijn gevangenneming.

     

    Markus 14:53 En zij leidden Jezus weg naar de hogepriester, en al de over-priesters en oudsten en Schriftgeleerden kwamen bijeen. 54 En Petrus volgde Hem van verre tot binnen de hof van de hogepriester en hij zat daar tussen de dienaars, zich warmende bij het vuur. 55 De over-priesters nu en de gehele Raad trachtten een getuigenverklaring tegen Jezus te vinden om Hem ter dood te kunnen brengen; maar zij vonden er geen. 56 Want velen legden een vals getuigenis tegen Hem af, maar hun getuigenissen stemden niet overeen. 57 En er stonden enigen op, die een vals getuigenis tegen Hem aflegden, 58 zeggende: Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal deze tempel, die met handen gemaakt is, afbreken, en binnen drie dagen een andere, niet met handen gemaakt, bouwen. 59 Maar ook zó stemde hun getuigenis niet overeen. 60 En de hogepriester stond op en hij trad naar voren en ondervroeg Jezus en zeide: Geeft Gij niets ten antwoord? Wat getuigen dezen tegen U? 61 Maar Hij bleef zwijgen en gaf niets ten antwoord. Wederom ondervroeg de hogepriester Hem en zeide tot Hem: Zijt Gij de Christus, de Zoon van de Gezegende? 62 En Jezus zeide: Ik ben het, en gij zult de Zoon des mensen zien, gezeten aan de rechterhand der Macht en komende met de wolken des hemels. 63 De hogepriester scheurde zijn klederen en zeide: Waartoe hebben wij nog getuigen nodig? 64 Gij hebt de godslastering gehoord: wat is uw oordeel? En zij allen veroordeelden Hem als des doods schuldig. 65 En sommigen begonnen Hem te bespuwen en zijn gelaat te bedekken en Hem met vuisten te slaan en tot Hem te zeggen: Profeteer nu! En de dienaars sloegen Hem in het gelaat. (NBG Vertaling 1951)

     

    Nadat Jezus geen antwoord gaf op alle beschuldigen naar voor gebracht door valse getuigen, wordt hij direct door de hogepriester aangesproken en gevraagd: “Zijt Gij de Christus, de Zoon van de Gezegende?”. Het Nieuwe Testament werd in de Griekse taal neergeschreven en daarom staat er hier in het Nederlands ‘Christus’ wat in het Hebreeuws Messias betekent. “Zijt gij de Messias, de Zoon van de Gezegende?”, was de vraag van Kajafas, de hogepriester. De Joden spraken de Naam van God niet uit en daarom verwijst Kajafas naar Hem als de ‘Gezegende’. Het antwoord van Jezus is bevestigend: Hij is de Messias. Men moet nu trachten dit verhoor voor de geest te halen. De Heer Jezus Christus staat daar voor de hogepriester van Israël, in een vernederde en lijdende toestand. En tegelijkertijd verkondigt Hij aan de leiders van Israël zijn tweede komst: “Ik ben het” en zonder op een reactie van Kajafas te wachten vervolgt Jezus met: “en gij zult de Zoon des mensen zien, gezeten aan de rechterhand der Macht en komende met de wolken des hemels”. Jezus haalt voor leiders van Israël de profetie van Daniël 7:13 aan en voegt er nog een citaat uit Psalm 110 bij. Duidelijker kan het niet en het resultaat is dat Kajafas woedend zijn klederen scheurt en de doodstraf over Jezus uitspreekt.

     

    Van Kajafas werd in 1990 door archeologen in Jeruzalem zijn familiegraf blootgelegd. Een van de ontdekte en onderzochte ossuaria bevatte de botten van de overleden dochter van Kajafas: Mirjam. (Wie bent u Jezus?, hoofdstuk 3, Carsten Peter Thiede, 2002, uitgeverij Merweboek)

    Verrassend was dat men in de schedel van de dochter van Kajafas een geldstuk vond. Dit geldstuk is een munt van Herodes Agrippa I die van het jaar 41 tot 43/44 AD in Jeruzalem regeerde maar al vanaf 36 AD door de Romeinse keizer tot koning aangesteld was. De munt is door een inscriptie gedateerd op het zesde jaar van de regering van Herodes Agrippa I in het jaar 42/43 AD. Het is aldus mogelijk de dood van de dochter van Kajafas ongeveer op de tijdsbalk te plaatsen. Op de tijdsbalk zijn we in 42 AD slechts twaalf jaar verwijderd sinds het eerder beschreven verhoor van Jezus door de leiders van Israël, met Kajafas op kop en zijn veroordeling door hen tot de dood.

     

    Het gevonden muntstuk in de schedel van de overleden dochter van Kajafas werd daar geplaatst als symbolisch betaalmiddel voor de veerman Charon, een figuur uit de Griekse mythologie. Wanneer men stierf geloofden de oude Grieken dat de god Hermes de dode begeleidde tot aan de oever van de doodsrivier. Hier moest men een muntstuk aan de veerman Charon betalen die de dode over de rivier van de onderwereld – de Styx – zette. Aan de overkant van de Styx-rivier kwam de dode drie rechters tegen. Zij beslisten over het lot van de dode op basis van zijn aardse werken. Wie goed geleefd had, ging naar de Elyseese Velden. Wie slecht geleefd had ging naar de Tartarus waar men gestraft werd. Wie niet bijzonder goed of slecht geleefd had ging naar de Asphodel-velden, een grote vlakte waar men eeuwig rondzwierf.

     

    En met dit geloof hield Kajafas blijkbaar rekening. De man, de geestelijke leider van Israël die Jezus veroordeelde en overleverde om gedood te worden, vertrouwde niet de op de HERE God maar meende integendeel dat het niet slecht was om veilig te spelen en toch maar een muntstuk in de mond van zijn overleden dochter te plaatsen. De Babylonische mythologie moest ook eens waar zijn? Terecht noemde Jezus de Schriftgeleerden van zijn tijd: huichelaars.

     

    Het was vanuit de Babylonische ballingschap al dat een rest van de Joden met dit soort geloof was teruggekeerd. En wanneer de Grieken de oude wereld onder de voet liepen begon ook voor het herstelde Juda de hellenisering. En ook het Griekse religieuze geloof vond zijn ingang. Een geloof dat haaks staat op wat de Thora betreffende dood leert. Men merkt dit bijgeloof ook in de gelijkenis van de bedelaar Lazarus en de rijke man die beide sterven en door engelen naar hun bestemming gevoerd worden.

     

    Lucas 16:19 En er was een rijk man, die gekleed ging in purper en fijn linnen en elke dag schitterend feest hield. 20 En er was een bedelaar, Lazarus genaamd, vol zweren, 21 nedergelegd bij zijn voorportaal, die verlangde zijn honger te stillen met wat van de tafel van de rijke afviel; zelfs kwamen de honden zijn zweren likken. 22 Het geschiedde, dat de arme stierf en door de engelen gedragen werd in Abrahams schoot. 23 Ook de rijke stierf en hij werd begraven. En toen hij in het dodenrijk (Grieks: Hades) zijn ogen opsloeg onder de pijnigingen, zag hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot. 24 En hij riep en zeide: Vader Abraham, heb medelijden met mij en zend Lazarus, opdat hij de top van zijn vinger in water dope en mijn tong verkoele, want ik lijd pijn in deze vlam. 25 Maar Abraham zeide: Kind, herinner u, hoe gij het goede tijdens uw leven hebt ontvangen en insgelijks Lazarus het kwade; nu wordt hij hier vertroost en gij lijdt pijn. 26 En bij dit alles, er is tussen ons en u een onoverkomelijke kloof, opdat zij, die vanhier tot u zouden willen gaan, dit niet zouden kunnen, en zij vandaar niet aan onze kant zouden kunnen komen. 27 Doch hij zeide: Dan vraag ik u, vader, dat gij hem naar het huis van mijn vader zendt, want ik heb vijf broeders. 28 Laat hij hen dan ernstig waarschuwen, dat ook zij niet in deze plaats der pijniging komen. 29 Maar Abraham zeide: Zij hebben Mozes en de profeten, naar hen moeten zij luisteren. 30 Doch hij zeide: Neen, vader Abraham, maar indien iemand van de doden tot hen komt, zullen zij zich bekeren. 31 Doch hij zeide tot hem: Indien zij naar Mozes en de profeten niet luisteren, zullen zij ook, indien iemand uit de doden opstaat, zich niet laten gezeggen.

     

    In ‘de schoot van Abraham’ waar de beschreven bedelaar Lazarus vertroost wordt zie ik een beeld, een variant, van de Elyseese velden. En de plaats van pijniging, waar de rijke in terecht komt, staat voor Tartarus. En het criteria voor naar welke plaats men gaat zijn de goede of slechte daden.

     

    De bedoeling en de betekenis van de gelijkenis staat in vers 31 uitgelegd: “Doch hij zeide tot hem: Indien zij naar Mozes en de profeten niet luisteren, zullen zij ook, indien iemand uit de doden opstaat, zich niet laten gezeggen”.

     

    De Heer Jezus Christus verkondigde hier zijn aanstaande dood en opstanding uit de dood en vooral het feit dat de leiders van Israël Hem dan ook niet zouden aannemen. Dat de evangelist Lucas het woord ‘gelijkenis’ aan dit verhaal niet toevoegde heeft te maken met het feit dat dit verhaal alom bekend was.

     

    Wanneer Paulus de christenen te Thessaloníki met zijn eerste brief wil troosten in verband met het verlies van geliefden van hen aan de dood, dan verwijst Paulus niet naar ‘de schoot van Abraham’ waar hun zielen door engelen naar toe geleid zouden zijn, maar hij schrijft het volgende:

     

    1 Thessalonicenzen 4:13 Doch wij willen u niet onkundig laten, broeders, wat betreft hen, die ontslapen, opdat gij niet bedroefd zijt, zoals de andere (mensen), die geen hoop hebben. 14 Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal God ook zó hen, die ontslapen zijn, door Jezus weder-brengen met Hem. 15 Want dit zeggen wij u met een woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, 16 want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; 17 daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen. 18 Vermaant elkander dus met deze woorden. (NBG Vertaling 1951)

     

    Paulus troost de christenen met de belofte van de wederkomst van Jezus Christus en de opstanding dan, van de gelovigen uit de dood. Samen met de eindtijdgeneratie van gelovigen worden zij op dat moment naar de Heer Jezus toe weggevoerd.

     

    Maar nu verder met het onderwerp van dit artikel: de twee komsten van Elia en de twee komsten de Messias. De eerste komst in 30 AD ligt inmiddels al 1984 jaar achter ons en opnieuw is er al geruime tijd een verwachting naar de tweede komst van de Messias, zowel door christenen als Joden. Alhoewel de wederkomst voor beide groepen afzonderlijk staat te gebeuren. Aan de wederkomst voor de Ekklesia gaat geen komst van Elia vooraf. Aan de tweede komst van de Messias voor Israël gaat wel de komst van de profeet Elia vooraf.

     

    Ik kom nu terug op het citaat uit de Seder Olam:

    “In Ahaziah ’s second year Elijah was hidden and will not be seen again until King Messiah will come, then he will be seen, then hidden a second time until Gog and Magog come

     

    ‘Gog en Magog’ kennen we vanuit de profeet Ezechiël hoofdstuk 38 en vanuit het laatste Bijbelboek: Apocalyps hoofdstuk 20:8. Bij de profeet Ezechiël gaat de oorlog van Gog en Magog tegen het teruggekeerde Israël ‘vooraf’ aan het Messiaanse vrederijk. In het boek Openbaring of Apocalyps zien we Gog en Magog vermeldt na het Messiaanse vrederijk, na een periode van duizend jaar, dat satan gebonden was. Gog en Magog staan in Openbaring model voor alle volken die nogmaals in opstand komen en van de vier hoeken der aarde oprukken. Dit terwijl bij de profeet Ezechiël Gog en Magog alleen uit het verre noorden naar het land Israël optrekt. Er worden in de Bijbel aldus twee oorlogen met Gog en Magog beschreven met een interval van minstens duizend jaar. Het moet echter duidelijk zijn dat de Seder Olam naar de ‘Gog en Magog’ van de profeet Ezechiël verwijst.

     

    De Seder Olam lijkt twee komsten van Elia te beschrijven en dit na zijn opname door vurige wagens in 887 v. Chr.: een eerste komst in wat we nu terugkijkend herkennen in de persoon en de bediening van Johannes de Doper en een tweede maal dat nog toekomst is, maar ook ooit geschiedenis wordt, wanneer Gog en Magog naar het land Israël getrokken zullen worden. Een land dat dan pas voorspoed en vrede kent.

     

    Ezechiël 38:8 Na geruime tijd zult gij een bevel ontvangen; in toekomende jaren zult gij optrekken tegen het land dat zich van de krijg hersteld heeft, (een volk) dat uit het gebied van vele volken bijeengebracht is op de bergen Israëls die tot een blijvende wildernis waren geworden, maar het is uit de volken uitgeleid; allen wonen zij in gerustheid.

     

    De hiervoor beschreven toestand van gerustheid is nog geen realiteit voor het sinds 1948 nationaal herstelde Israël maar kunnen we op basis van het Profetisch Woord van de Bijbel verwachten. En dit geldt ook voor de buurlanden van Israël die ook geen vrede kennen. Het is momenteel nog wachten op een algemene vrederegeling voor het Midden-Oosten. Op basis van wat de profetische boeken van de Bijbel voorzeggen zal er nochtans in de toekomst een algemene (schijn)vredesregeling komen. De huidige burgeroorlog in Syrië zal eens ophouden en tot een oplossing komen. En ook met de Arabische Palestijnen zal het eens tot een vredesregeling komen waarbij heel het gebied zijn vruchten van zal plukken. Het is wachten op een nieuwe Yitzhak Rabin in Israël en op Arabische leiders die tot compromissen bereid zijn. Het zal echter een schijnvrede zijn en een periode van grote misleiding. (zie het artikel van 07-04-2014: Wat gebeurde er nu werkelijk met de ark van het Verbond?) Het is in deze tijd dat de profeet Elia opnieuw zal optreden.

     

    Zoals ik al schreef plaatst het Bijbelboek Openbaring twee getuigen in het Jeruzalem van de eindtijdperiode en niet één. Er zijn heel wat christen-onderzoekers die in ‘de twee getuigen’ van het Bijbelboek Openbaring 11 alvast één getuige herkennen: de profeet Elia namelijk. En dit is goed mogelijk. Naar de identiteit van de andere getuige is het moeilijker gissen. Indien het Mozes is, zal deze voor een tweede maal moeten sterven. De twee getuigen van God te Jeruzalem in de eerste helft van de zevenjarige eindtijdperiode worden namelijk door het ‘Beest’ (Openbaring 13) gedood. In het geval van de profeet Elia en indien hij een van de twee getuigen is, wordt dan het volgende Schriftwoord vervuld:

     

    Hebreeën 9:27 En zoals het de mensen beschikt is, éénmaal te sterven en daarna het oordeel, 28 zo zal ook Christus, nadat Hij Zich éénmaal geofferd heeft om veler zonden op Zich te nemen, ten tweeden male zonder zonde aanschouwd worden door hen, die Hem tot hun heil verwachten.

     

    De profeet Elia heeft tijdens zijn periode op aarde de dood niet moeten ondergaan en zou dan volgens het Schriftwoord van Paulus aan de Hebreeën ook eenmaal moeten sterven.

     

    Er is in de Bijbel nog één mens vermeldt die niet heeft moeten sterven maar die net zoals Elia vele duizenden jaren later, naar de hemel van God opgenomen werd: Henoch.

     

    Genesis 5:18 Toen Jered honderd tweeënzestig jaar geleefd had, verwekte hij Henoch. 19 En Jered leefde, nadat hij Henoch verwekt had, achthonderd jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 20 Zo waren al de dagen van Jered negenhonderd tweeënzestig jaar; en hij stierf. 21 Toen Henoch vijfenzestig jaar geleefd had, verwekte hij Metuselach. 22 En Henoch wandelde met God, nadat hij Metuselach verwekt had, driehonderd jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 23 Zo waren al de dagen van Henoch driehonderd vijfenzestig jaar. 24 En Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God had hem opgenomen.

     

    Het Bijbelboek Genesis hoofdstuk 5 geeft de volledige geslachtslijst van de zogenaamde oudvaders vanaf Adam tot aan de Grote Vloed met Noach en zijn drie zonen. Heel summier staat er dan in de verzen 18 tot 24 dat Henoch met God wandelde en er op een gegeven moment niet meer was, want God had hem opgenomen. In de Hebreeënbrief wordt Henoch in de lijst van geloofshelden vermeldt:

     

    Hebreeën 11:5 Door het geloof is Henoch weggenomen zodat hij de dood niet zag, en hij werd niet meer gevonden, want God had hem weggenomen. Want vóórdat hij werd weggenomen, is van hem getuigd, dat hij Gode welgevallig was geweest; 6 maar zonder geloof is het onmogelijk (Hem) welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken.

     

    En als laatste verwijst ook Judas, de broeder van Jakobus, in zijn Nieuwtestamentische brief (1:14) kort naar Henoch.

     

    Indien Hebreeën 9:27 hier rechtsgeldigheid heeft dan is Henoch een mogelijke kandidaat voor één van de twee getuigen? Maar Henoch behoorde tot een heel andere bedeling. De periode namelijk voor de Grote Vloed. De bedeling van het geweten die volgde na de uitdrijving uit het Paradijs, de hof van Eden. Een bedeling die eindigde in het oordeel van de ramp van de Zondvloed of Grote Vloed.

     

    Het blijft moeilijk om historische namen aan de twee getuigen van het Bijbelboek Openbaring 11 te geven. En dan vooral omdat de namen ons niet geopenbaard werden. Waarom? Ik weet het niet.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    30-07-2014, 09:34 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    29-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De profeet Joël en de bloedrode maansverduistering
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Joël 2:28 Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. 29 Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten. 30 Ik zal wonderen geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen. 31 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des HEREN komt. 32 En het zal geschieden, dat ieder die de naam des HEREN aanroept, behouden zal worden, want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HERE gezegd heeft; en tot de ontkomenen zullen zij behoren, die de HERE zal roepen. (NBG 1951 vertaling)

     

    Er circuleert al enkele jaren een theorie op het internet dat de tetrade van maansverduisteringen met Pesach en Sukkot van 2014/2015 mogelijk de profetie van Joël zou zien uitkomen. En in 2014 bracht het Zoeklicht het boek uit: WAKE UP, Gods profetische kalender in tijdslijnen en feesten, van Arno Lamm & Emile-Andre Vanbeckevoort. Een boek waar naast de boeiende studie over de Bijbelse feesten en het Joodse huwelijk in profetisch perspectief, eveneens op de vervulling van de profetie van Joël met de tetrade van maansverduisteringen in 2014/2015 gewezen wordt.

     

    We zijn inmiddels al ruim drie maanden na de Pesachweek van 2014 met de vooraf aangekondigde bloedrode maansverduistering, die dit jaar exact gelijk viel met het Joodse Pesach. In oktober van dit jaar zal er opnieuw een bloedrode maan te zien (?) zijn die dan eveneens exact gelijk zal vallen met het Joodse Sukkot-feest op 8 oktober. En volgend jaar zal dit zich opnieuw herhalen op 4 april en 28 september 2015 en vandaar de uitdrukking: TETRADE.

     

    Ik schreef hiervoor ‘te zien’ met een vraagteken want het blijkt nu dat de maansverduistering van 14 april alleen goed te zien was over Noord- en Zuid-Amerika en de Stille Oceaan. Zoals ook het bekende National Geographic het te kennen gaf:

     

    The best views will be from the entire North and South American continents and much of the Pacific Basin, including Hawaii. Eastern Australia should get to see the second half of the show on the night of April 15, as the moon rises during totality. Europe, Africa, and central Asia, meanwhile, will miss the entire eclipse because it will be daytime in those regions at the time of the event.

     

    De meeste kranten (die ik online lees) berichtten over de maansverduistering van 14 april met de vermelding erbij dat het voor ons in dit gedeelte van de wereld niet te zien zou zijn, en dus ook niet over het gebied van Israël.

     

    Al sinds enkele jaren wordt regelmatig door geïnteresseerden naar mijn mening gevraagd in verband met de aangekondigde tetrade van maansverduisteringen door Amerikaanse auteurs van zogenaamde eindtijdboeken en de verwachting dat de Bijbelse Dag des HEREN dan zou aanbreken. De reden voor het vragen naar mijn mening is vermoedelijk omdat ik auteur ben van verschillende Eschatologische boeken. De bekendste is de bestseller ‘De Nieuwe Orde in Opkomst’ waar dertig jaar geleden 5000 exemplaren van verkocht werden. Toen ik dan voor de eerste maal met een vraag naar mijn mening over de aangekondigde tetrade voor 2014/2015 geconfronteerd werd, luisterde ik aanvankelijk nog met het nodige respect. Het fenomeen van een tetrade van maansverduisteringen in het verleden en voor de toekomst was mij toen onbekend. Men haalde er ook tetraden uit het verleden bij, zoals die van 1949/1950 en 1967/1968 toen deze maansverduisteringen ook gelijk vielen met de Joodse feesten van Pesach en Sukkot.

     

    Maar het blijkt nu dat de meeste verklaringen/invullingen betreffende de historische tetrade van 1949/1950, na onderzoek geen steek houden. Daarbij moeten we bedenken dat religieus Israël een maankalender volgt en het haast logisch is dat er al eens een maansverduistering met Pesach of met Sukkot voorkomt.

     

    Ik maak van deze blog nu gebruik om een en ander recht te zetten. Het citaat van de profeet Joël dat ik bovenaan dit artikel zette leert geen tetrade van maansverduisteringen. Er staat geschreven: “De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des HEREN komt”. Van een specialist met astronomische kennis kreeg ik het volgende commentaar:

    “Een zonsverduistering valt per definitie samen met de nieuwe maan, als de maan tussen de zon en de aarde staat. Een maansverduistering valt samen met een volle maan, als de aarde tussen de zon en de maan staat. De profeet Joël spreekt dus over iets buitengewoons, iets dat niet 'natuurlijk' is, iets 'bovennatuurlijks', een ingrijpen van God.”

     

    Ik had al veel eerder iemand met kennis van astronomie moeten raadplegen toen ik voor het eerst met de theorie van de aangekondigde tetrade in hun relatie tot de Dag des HEREN in aanraking kwam. Maar helaas; gedane zaken nemen geen keer.

     

    De tetrade van 2014/2015 heeft geen invloed op de vervulling van de profetie van Joël. Op God ‘s tijd echter en op een dag door een astronoom niet te berekenen, zal deze profetie pas uitkomen.

     

    Aan ‘die Dag’ gaan trouwens heel wat dagen en tijden en tekenen vooraf. Lees hierna een volgend relevant hoofdstuk van de profeet Joël:

    Joël 3:1 Want zie, in die dagen en te dien tijde, wanneer Ik een keer zal brengen in het lot van Juda en van Jeruzalem, 2 zal Ik alle volken verzamelen en afvoeren naar het dal van Josafat, en Ik zal aldaar met hen in het gericht treden ter oorzake van mijn volk en van mijn erfdeel Israël, dat zij onder de volken verstrooid hebben, terwijl zij mijn land verdeelden, 3 en over mijn volk het lot wierpen, en een jongen gaven voor een hoer en een meisje verkochten voor wijn, opdat zij konden drinken. (NBG 1951 vertaling)

     

    De periode van de profeet Joël ’s bediening exact op de tijdsbalk plaatsen is moeilijk. Het Bijbelboek verwijst naar geen enkele regerende koning in Israël of Juda waarmee het optreden van de profeet gedateerd zou kunnen worden. De profeet Joël verwijst ook nergens in de drie hoofdstukken naar de grote mijlpalen in de Joodse geschiedenis; namelijk de Babylonische ballingschap noch naar de wereldwijde ballingschap die volgde na 70 AD toen de Romeinen de stad Jeruzalem en Tempel vernietigden en de Joden in krijgsgevangenschap wegvoerden. Het onderwerp van heel het Bijbelboek Joël is ‘de dag des HEREN’ of de oordeelsdag. Het boek is gericht aan het Juda van de eindtijd.

     

    Joël 1:15 Wee die dag, want nabij is de dag des HEREN; als een verwoesting komt hij van de Almachtige.

     

    Het is aanvankelijk een oordeelaanzegging tegen een nationaal hersteld Israël maar dat geestelijk gezien zijn eigen weg gaat.

     

    Joël 3:1 Want zie, in die dagen en te dien tijde, wanneer Ik een keer zal brengen in het lot van Juda en van Jeruzalem, …

     

    Het hiervoor vermelde profetische Bijbelgedeelte werd niet vervuld in 1948 toen de Joden in mei van dat jaar hun staat Israël uitriepen. Noch in juni 1967 toen Oost-Jeruzalem met de Tempelberg op het Jordaanse leger veroverd werd. Maar zal pas vervuld worden in de tweede helft van de zevenjarige eindtijdperiode, de 70ste jaarweek van de profeet Daniël. De tetrade van maansverduisteringen in 1949/1950 was aldus niet van tel. De belangrijkste jaren voor Israël tijdens deze periode waren de jaren 1947/1948 en dit zonder tetrade. In november 1947 sprak de VN zich uit voor de deling van het Britse mandaatgebied Palestina in een Joodse en een Arabische staat. En in het jaar daaropvolgend in mei 1948 werd de staat Israël afgekondigd. De tetrade van 1949/1950 kwam hier te laat. Tenzij men bedenkt dat tussen de Joodse feesten van Pesach en Sukkot in 1949 de VN-vredesconferentie te Lausanne plaatsvond. De jonge staat Israël weigerde daar alle 700.000+ Arabische vluchtelingen (vrouwen, kinderen, grijsaards) als gevolg van de onafhankelijkheidsoorlog opnieuw binnen te laten. Het begin van alle miserie sindsdien en een overtreding van de Thora (Exodus 22:21). Deze vaststelling werpt dan ook een heel ander licht op de seculiere staat Israël en hun houding naar het Woord van God toe.

     

    De tetrade van 1967/1968 viel gedeeltelijk correct volgens profetische lijnen. In juni 1967 overwon Israël een overweldigende Arabische coalitie in zes dagen tijd en nam alle Bijbelse gebieden in bezit met als hoofdprijs Oost-Jeruzalem en de Tempelberg. De toenmalige regering van Israël had na de drie Arabische nee ’s van Khartoem heel het gebied moeten annexeren en de Arabische bevolking aldaar burgerrechten geven. De jonge staat Israël koos een andere weg. Zes jaar later in 1973 volgde de Jom Kippoeroorlog. De grote verzoendag, een dag waarop ze veilig van enige agressie hadden moeten zijn. Men kan stellen dat het vanaf 1967 definitief fout is gegaan en er sindsdien andere wetmatigheden spelen uiteindelijk uitmondend in Jacob ’s benauwdheid, de grote verdrukking, de zeventigste jaarweek van de profeet Daniël.

     

    Aan het einde van de zevenjarige eindtijdperiode, de dag des Heren, gaat het vervolg van Joël 3:1 in vervulling:

    Joël 3:1 Want zie, in die dagen en te dien tijde, wanneer Ik een keer zal brengen in het lot van Juda en van Jeruzalem, …

    … 2 zal Ik alle volken verzamelen en afvoeren naar het dal van Josafat, en Ik zal aldaar met hen in het gericht treden ter oorzake van mijn volk en van mijn erfdeel Israël, dat zij onder de volken verstrooid hebben, terwijl zij mijn land verdeelden, 3 en over mijn volk het lot wierpen, en een jongen gaven voor een hoer en een meisje verkochten voor wijn, opdat zij konden drinken.

     

    Dit vers sluit aan bij het laatste Bijbelboek Openbaring of Apocalyps dat een Nieuwtestamentisch profetisch Boek is en het sluitstuk van alle Oudtestamentische profetieën wat het herstel van de Joden betreft, nationaal en geestelijk gezien in het oude land der vaderen: Israël. Het dal van Josafat bij de profeet Joël is in het Boek Openbaring, het gebied van Harmageddon. En de vermelding ‘alle volken’; dat zijn in deze tijd ‘de Verenigde Naties’ die aldus eens in de toekomst naar het land Israël getrokken zullen worden.

     

    Het chronologische eindtijdkader van de profeet Joël stemt niet alleen overeen met dat van het Bijbelboek Openbaring, maar ook met het eindtijdkader dat de profeet Ezechiël schilderde. In hoofdstuk 36 van de profeet Ezechiël, belooft God een terugkeer van de Joden uit de wereldwijde verstrooiing en het herstel van Israël in het oude land der vaderen. In hoofdstuk 37 van de profeet Ezechiël worden de chronologische details ingevuld en kan men een chronologie van toekomstige gebeurtenissen herkennen. Eerst een on-geestelijke terugkeer naar het oude land der vaderen gevolgd door een geestelijk herstel. In de hoofdstukken 38 en 39 van de profeet Ezechiël wordt de oorzaak en het chronologisch tijdstip van het geestelijk herstel gegeven, namelijk een aanval van een geweldig leger uit het verre noorden beschreven. Een leger dat aangevoerd wordt door Gog uit het land Magog en mét hem vele bondgenoten, die door de HERE God naar het land Israël getrokken worden. Deze legermassa wordt volgens de profetie, op de bergen van Israël verslagen en van die dag af, zal Israël de HERE God kennen, en zo volgt aldus het geestelijke herstel. In hoofdstuk 40 van Ezechiël tot en met hoofdstuk 48 wordt de verdeling van het land beschreven, nadat alles hersteld is én de Tempel herbouwd, maar ditmaal noordelijk van de stad Jeruzalem. Vanuit de nieuwe Tempel zal een nieuwe waterbron ontspringen en het water daarvan zal naar de westelijke en de oostelijke zee vloeien. De oostelijke zee is de huidige Dode Zee die dan gezond zal worden en alwaar vis in gevangen zal worden.

     

    Wanneer men de hiervoor beschreven hoofdstukken van Ezechiël met de profeet Joël vergelijkt zien we enkele raakpunten. Ook Joël ziet een on-geestelijk Israël dat tot bekering opgeroepen wordt. Ook Joël ziet in zijn tweede hoofdstuk een invasie vanuit het noorden gebeuren:

     

    Joël 2:20: Ik zal van u wegdrijven die uit het Noorden en hem verjagen naar een dor en woest land, zijn voorhoede naar de oostelijke zee en zijn achterhoede naar de westelijke zee, en zijn stank zal opstijgen en zijn vuile lucht zal opstijgen, want hij heeft grote dingen gedaan.

     

    Ook Joël ziet het geestelijk herstel van Israël na de invasie uit het noorden:

     

    Joël 2:28 Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. 29 Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten. 30 Ik zal wonderen geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen. 31 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des HEREN komt. 32 En het zal geschieden, dat ieder die de naam des HEREN aanroept, behouden zal worden, want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HERE gezegd heeft; en tot de ontkomenen zullen zij behoren, die de HERE zal roepen. (NBG 1951 vertaling)

     

    En ook de profeet Joël ziet het wonder van het gezond worden van het water van de Dode Zee dat daarna de vergrote oostelijke zee vormt.

     

    Joël 3: 18 Te dien dage zal het geschieden, dat de bergen van jonge wijn zullen druipen en de heuvelen van melk zullen vloeien en alle beken van Juda van water zullen stromen; een bron zal ontspringen uit het huis des HEREN en zal het dal van Sittim drenken.

     

    Het dal van Sittim ligt zuidelijk van de huidige Dode Zee, een zee die aldus naar alle kanten uitgebreid zal worden. Eén van de herstelde stammen van Israël: Zebulon, zal in het vrederijk zijn gebied in het zuiden van het land toegezegd krijgen en in het oosten aan deze beschreven nieuwe oostelijke zee grenzen. Aldus wordt een oude profetie van de aartsvader Jakob vervuld:

    Genesis 49:13 Zebulon zal wonen aan het strand der wijde zee, ja, hij zal wonen aan het strand bij de schepen, en zijn zijde zal naar Sidon gekeerd zijn.

     

    Ik geef deze summiere beschrijving van toekomstige gebeurtenissen om aan te tonen dat de tetrade van 2014/2015 en de (door sommigen) daarmee verbonden verwachte dag des HEREN, chronologisch gezien, moeilijk in het eindtijdkader van de profeten ingepast kan worden.

     

    Het eindtijdbeeld dat de Bijbel voor het begin van de zevenjarige periode van het Bijbelboek Daniël en Openbaring schetst is een periode van (schijn)vrede. De eerste apocalyptische ruiter die op het witte paard uitrijdt brengt ogenschijnlijk vrede. Het tweede paard in het Boek Openbaring neemt deze vrede weg, staat er geschreven. Wanneer Gog uit het land Magog naar Israël getrokken wordt, dan rukt dit geweldige leger uit het noorden op tegen een land en een volk dat in ‘gerustheid’ woont.

     

    Ezechiël 38:8 Na geruime tijd zult gij een bevel ontvangen; in toekomende jaren zult gij optrekken tegen het land dat zich van de krijg hersteld heeft, (een volk) dat uit het gebied van vele volken bijeengebracht is op de bergen Israëls die tot een blijvende wildernis waren geworden, maar het is uit de volken uitgeleid; allen wonen zij in gerustheid. 9 Dan zult gij optrekken als een opkomend onweer; gij zult zijn als een wolk die de aarde bedekt, gij met al uw krijgsbenden, en vele volken met u. 10 Zo zegt de Here HERE: Te dien dage zullen er plannen in uw hart opkomen; gij zult een boze aanslag beramen, – 11 gij zult zeggen: ik zal optrekken tegen een land van dorpen, een overval plegen op vreedzame lieden, die in gerustheid wonen, allen zonder muur, grendels of poorten – 12 om buit te maken en roof te plegen, om uw hand te keren tegen de weer bewoonde puinhopen en tegen een natie die uit het gebied der volken bijeengebracht is, die have en goed heeft verworven, die op de navel der aarde woont. (NBG 1951 vertaling)

     

    De huidige toestand in Israël en de buurlanden geeft een totaal ander beeld. Het is momenteel nog wachten op een algemene vrederegeling voor het Midden-Oosten. Op basis van wat de profetische boeken van de Bijbel voorzeggen zal er nochtans in de toekomst een algemene (schijn)vredesregeling komen. De huidige burgeroorlog in Syrië zal eens ophouden en tot een oplossing komen. En ook met de Palestijnen zal er een overeenkomst gesloten worden. De profetische boeken van de Bijbel plaatsen het Assyrië van de oudheid opnieuw op de landkaart ten tijde van de zevenjarige eindtijdperiode. Men kan op basis van dit Schriftwoord aldus nog een aantal drastische grenswijzigingen van de landen in het Midden-Oosten verwachten. De huidige grenzen van de landen in het Midden-Oosten werden trouwens na de eerste wereldoorlog, door Britten en Fransen getrokken, die het Arabische gebied van het Ottomaanse Rijk opdeelden. Uiteindelijk zullen alle landen binnen de grenzen van het voormalige Oost-Romeinse Rijk, zich verenigen en een Unie vormen van vijf koningen of leiders. Zij verenigen zich met vijf leiders uit het gebied van het voormalige West-Romeinse Rijk en zetten alzo het vierde Beestrijk van de profeet Daniel opnieuw op de landkaart. Deze tien leiders geven in een later stadium hun macht af aan een elfde leider.

     

    Dit is in een notendop wat de toekomst nog brengen zal. Het zal echter ook een tijd van misleiding worden. Op religieus gebied leert het Boek Openbaring dat er een samengaan van alle religies zal komen. Tijdens de eerste helft van de eindtijdperiode treden in Jeruzalem twee getuigen van de HERE God op die tegen de herstelde offerdienst in Jeruzalem spreken.

     

    In de helft van de zevenjarige eindtijdperiode worden de twee getuigen te Jeruzalem door het Beest alias de elfde horen alias de koning van het noorden, gedood en vlucht een tot geloof gekomen overblijfsel van Israël naar de over-Jordaanse woestijn waar zij door de HERE God bewaard zullen worden tot op het einde van de slag bij Harmageddon. De berg Sion bevindt zich ook in dit gebied. Aan het einde van de zeventigste jaarweek van Daniël en/of de eindtijdperiode van het Bijbelboek Openbaring keren de stammen van Israël naar hun gebied terug; het overblijfsel van de gevluchte Israëli ’s vanuit het Over-Jordaanse gebied en de overige stammen vanuit hun gebieden.

     

    Hier weer in een notendop gestopt wat in de toekomst nog te gebeuren staat. Aan het einde van dit artikel vindt u een boeken- en auteur-lijst die diepgaander over dit thema handelen.

     

    De bedoeling van dit artikel is om aan te tonen dat het profetisch-chronologisch gezien moeilijk is, de dag des HEREN van de profeet Joël in het jaar 2014/2015 te zien aanvangen.

     

    De drang tot het berekenen van het tijdstip voor de dag des HEREN is bij meerdere onderzoekers van het Profetische Woord van de Bijbel aanwezig. Men laat zich ook leiden door een Rabbijnse overlevering dat leert dat God Zijn vrederijk zal oprichten aan het einde van zesduizend jaar mensengeschiedenis. Elke scheppingsdag uit Genesis staat dan voor duizend jaar. De zevende sabbatdag volgens deze theorie stelt eveneens 1000 jaar voor, het aantal jaren dat we ook in het boek Openbaring vinden als periode voor de gevangenschap van de oude slang, de duivel of diabolos. Het is de periode van het Messiaanse Vrederijk.

     

    Over het onderwerp van de anno mundi jaartelling ben ik ook meerdere malen aangesproken vanwege mijn studie van de Bijbelse chronologie. Mijn bekomen jaartallen weerleggen namelijk de rekensom dat het anno mundi 6000 nog in de toekomst zou liggen. Daar zijn we inmiddels al een tijd voorbij. We leven al in geleende tijd.

     

    Ik merkte ook dat Amerikaanse Bijbelvorsers de jaartallen voor de regeerperioden van de koningen van Israël en Juda van Edwin E. Thiele gebruiken om naar de toekomst toe berekeningen te maken. Wanneer men de jaartallen van Thiele hanteert om naar voor of naar achter in de tijd te rekenen bekomt men altijd foutieve uitkomst-jaartallen. Men kan bijvoorbeeld niets aanvangen met de tijdsperiode van 390 jaar en 40 jaar voor de duur van Israël ’s ongerechtigheid volgens de profeet Ezechiël. Het probleem is dat de herkenbare navigatiepunten verdwenen zijn sinds Thiele de regeerperioden van de koningen van Israël en Juda verkort heeft om ze te laten passen met de Assyrische koningslijst. Alle mij bekende geleerden volgen de gefabriceerde jaartallen van Thiele. Het is alleen wanneer we terugkeren naar de normale Bijbelse regeerperioden voor de koningen van Israël en Juda dat de tijdsperiode van bijvoorbeeld de ‘390 jaar’ zin krijgt.

     

    Hierna de auteur-lijst waar ik mijn laatste uitgave van 2013: ‘Apocalyps; de zeventigste jaarweek van Daniël’ mee afsluit:

    Alexander Hislop, THE TWO BABYLONS, 1916

    Clarence Larkin, DISPENSATIONAL TRUTH, 1920

    Dr. F. De Graaff, ALS GODEN STERVEN, 1969, ANNO DOMINI 1000 2000

    Hal Lindsey, De planeet die aarde heette, 1970

    B. Reinders Sr., ISRAEL EN HET MESSIAANSE VREDERIJK, 1971

    Roeland Klein Haneveld, www kleinhaneveld, nl/notities/index.html

    Huib Verweij, DE TERUGKEER VAN JEZUS CHRISTUS, 1978, GRENZEN DER VOLEINDING, 1984, IK BEN DIE IK BEN, 1968, DE BOOM DER KENNIS, 1973

    Jb. Klein Haneveld, De Openbaring aan Johannes, 1981

    Huib Verweij & Ds. Willem Glashouwer Sr., DE KOMST VAN JEZUS CHRISTUS, 1985

    Arie Kleijne, JEZUS KOMT, 1989

    A. Keizer, De komende reformatie van de eindtijd - wat de kerken niet zien, 1996, De komende dertig jaar, 1997, De almachtige is de vader van alle mensen, 2003,

    Dr. Piet Borst, LIJNEN NAAR DE EINDTIJD, 2004

    Ds. Dick M. Stichter & Jeep van der Schoot, DANIEL, Gods weg met Israël en de Volken, 2012

     

    Enkele titels van de lijst zullen alleen nog in gespecialiseerde antiquariaatzaken te vinden zijn. En enkele studies zijn ook al op het www online te lezen. Het laatst vermelde boek is bij het Zoeklicht verkrijgbaar.

     

    Wordt vervolgd..

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    29-07-2014, 18:29 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    27-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PSALM 83. DE IDENTIFICATIE VAN GEBAL VOOR ONZE TIJD. HET REVISIONISME VAN DE GESCHIEDENIS VAN DE OUDHEID TOT HULP.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Een lied. Een psalm van Asaf.

    O God, houd U niet stil,

    Zwijg niet en blijf niet werkeloos, o God.

    Want zie, uw vijanden tieren,

    Uw haters steken het hoofd op:

    Zij smeden een listige aanslag tegen uw volk

    En beraadslagen tegen uw beschermelingen.

    Zij zeggen: Komt, laten wij hen als volk verdelgen,

    Zodat aan de naam van Israël niet meer wordt gedacht.

    Want zij hebben eensgezind beraadslaagd,

    Tegen U een verbond gesloten;

    De tenten van Edom en de Ismaëlieten, Moab en

    de Hagarenen, Gebal,

    Ammon en Amalek,

    Filistea met de inwoners van Tyrus;

    Zelfs Assur heeft zich bij hen gevoegd,

    Zij zijn de zonen van Lot tot steun. Sela

    Psalm 83:1-9

    (NBG Vertaling 1951)

     

    De schrijver van Psalm 83 was de ziener Asaf die leefde ten tijde van Koning David (1047/1007 v. Chr.) Asaf was een Leviet, een afstammeling van Levi, een van de zonen van Jacob, en behoorde tot de priesterzangers van David. Hij is de auteur van verschillende psalmen. In Psalm 83 heeft de dichter het over een vijandelijk verbond van tien volken tegen het volk van Israël. Tien volkeren smeden samen een pact met als doel de verdelging van Israël. Het is een verbond van volken dat zich nog nooit in de geschiedenis van het oude Israël heeft voorgedaan. Mijn gevolgtrekking is dan ook dat een toekomstig verbond van tien volken tegen het sinds 1948 nationaal herstelde Israël bedoelt is. Het getal van tien landen is ook gelijk aan het getal van de tien koningen van de profeet Daniël, dat ook in het laatste boek van de Bijbel, de Apocalyps terug te vinden is.

     

    Wanneer we psalm 83 naar onze tijd transponeren merken we na identificatie van de namen uit de oudheid dat veel tegenstanders uit het verleden er heden opnieuw zijn. En de reden van dit artikel is de identificatie van Gebal dat een verrassing oplevert. Maar eerst wil ik de andere namen duiden. Edom levert geen probleem. Dit volk leefde in de oudheid in het gebied op de huidige grens tussen Jordanië en Saoedi-Arabië. De identificatie van de Ismaëlieten geeft evenmin een probleem. Ismaël was een zoon van Abraham en Hagar, de slavin van Sara. Van hem stammen vele Arabische stammen af. Moab en Ammon waren in het Oude Testament twee zonen van Lot en zij woonden eertijds in het huidige Jordanië. Filistea is de huidige Gaza-strip en Tyrus ligt in Zuid-Libanon, het vroegere Fenicië. Het moderne Libanon beslaat grotendeels het gebied van het oude Fenicië. Libanon is al lang geen eenheidsstaat meer, maar is als een lappendeken opgedeeld met meerdere fracties binnen de grenzen, die de lakens uitdelen. In het zuiden heerst de Hezbollah, een vijand van Israël. Volgens Psalm 83 zal Tyrus nauw samenwerken met Filistea in zijn strijd tegen Israël. Het Assur dat Asaf vermeldt is het huidige Irak en Syrië. Amalek is een nakomeling van Esau, de broer van Israël. Zijn woonplaats was het Seïr-gebergte. Dit gebergte bevindt zich binnen de grenzen van het huidige Jordanië. De 'Hagarenen' zijn moeilijker te plaatsen. Hagar was de slavin van Sara en moeder van Ismaël. Zij was een Egyptische. Een eerste conclusie zou dus kunnen zijn dat Hagar of de Hagarenen synoniem staat voor Egypte. De naam blijkt echter niet Egyptisch te zijn maar Semitisch, en vermoedelijk is deze naam haar door Abraham gegeven. De naam Hagar betekent 'reizende of vluchtende'. Ik veronderstel dat de Hagarenen de huidige Palestijnen voorstellen die woonachtig buiten Israël zijn. Geen enkel Arabisch land heeft namelijk de Palestijnse ontheemden van 1948 en 1967 opgenomen. De meesten die in het Midden-Oosten bleven, leven in vluchtelingenkampen en worden sindsdien door de VN onderhouden.

     

    Maar laat ons nu het volk te Gebal identificeren. Wanneer men er een Bijbelse encyclopedie op na gaat blijkt dat de plaatsing van Gebal geen eenvoudige zaak is. Meerdere verklaringen zijn mogelijk. Gebal betekent berg en algemeen wordt het met Byblos in Fenicië geïdentificeerd. En aan de hand van Psalm 83 zoekt men ook een locatie in het noordelijke gedeelte van het gebergte Seïr. Eerlijkheidshalve vermeldt men erbij dat de precieze ligging onbekend is. Met deze verklaring nam ik geen genoegen en zocht verder voor een identificatie van Gebal. Wat mijn aandacht trok was de verwijzing in Egyptische bronnen naar de stad Gebal of Goebla. Het Egyptische Oude Rijk haalde er zijn hout en tijdens het Egyptische Nieuwe Rijk, vooral de Amarna-periode, zat er een Egyptische vazal Rib Addi die vanuit Gebal meer dan vijftig brieven aan farao schreef. In het licht van Velikovsky 's bevindingen, een bekende controversiële revisionist van de geschiedenis van de oudheid, moet Gebal met Jizreël in Samaria geïdentificeerd worden. Nu heb ik in mijn publicatie 'Genesis versus Egyptologie’ voortgeborduurd op Velikovsky ’s bevindingen. Ik identificeerde Hosea van het tienstammenrijk als de Rib Addi van de Amarna-brieven. Het volk Gebal is aldus in Samaria te plaatsen. Ik herhaal nog even de tien vijanden van Israël in psalm 83: "De tenten van Edom en de Ismaëlieten, Moab en de Hagarenen, Gebal, Ammon en Amalek, Filistea met de inwoners van Tyrus; Zelfs Assur heeft zich bij hen gevoegd,"

     

    Het huidige plaatsje Jizreël in het moderne Israël ligt in het zuiden van Galilea met zijn overwegend Arabische bevolking, noordelijk van het Palestijnse Jenin. Ik zou nu durven verwachten, met Psalm 83 in gedachten, dat via een toekomstige vredesregeling dit gebied via een land-swap langs de grenzen van 1967, naar een toekomstige Palestijnse staat gaat en een centrum van haat tegen de staat Israël wordt. De VS-administratie roept Israëli’s en Palestijnen regelmatig op om voortgang met het zogenaamde stappenplan – te maken. Een stappenplan dat met de Oslo-verdragen in 1993 tussen Israël en de Palestijnse autoriteit werd afgesproken. De huidige VS-president Obama dringt aan om langs de grens van 1967 via landswapping tot een vredesregeling te komen.

     

    Vanuit onze identificatie van Gebal met Jizreël-Samaria en Filistea met Gaza is het te veronderstellen dat er in de toekomst meerdere Palestijnse staten zullen ontstaan. Ook is het opmerkelijk dat Filistea in één adem met Tyrus genoemd wordt. De verschillende staatjes zullen niet tot vrede leiden maar hun uiteindelijk doel blijft volgens Psalm 83, wanneer naar onze tijd getransponeerd, de vernietiging van Israël. Psalm 83 is een gebed om hulp tegen de vijanden van Israël. Het tweede gedeelte van de Psalm geeft dan ook hoop.

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    27-07-2014, 07:53 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    26-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.boek presentatie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    DANIEL

    GODS WEG MET ISRAEL EN DE VOLKEN

    Ds. Dick M. Stichter en Jeep van der Schoot

    2012, Uitgeverij Het Zoeklicht

    ISBN 9789064511639

     

    Ik heb in de lente van 2012 het proefschrift van dit boek in één keer doorgenomen. Zo boeiend vond ik het. De inhoud nodigde uit tot lezen en verder lezen. De twee auteurs vullen elkaar met hun talenten aan en maken het tot een opbouwende studie van het profetische Woord. Een voorbeeld: de eerste zes hoofdstukken van de profeet Daniël worden behandeld door Dick Stichter en de hoofdstukken zeven tot en met twaalf door Jeep van der Schoot. Het statendroombeeld van Nebukadnezar in Daniël hoofdstuk 2 wordt door Dick uitvoerig becommentarieerd zowel historisch als toekomstig en toch is er geen overlapping met Jeep ’s commentaar op Daniël 7, waar de HERE God dezelfde rijken aan Daniël openbaart, maar ditmaal in de vorm van roofbeesten.

     

    Bijzondere aandacht geven de auteurs aan Gods weg in verleden en toekomst met zijn oude verbondsvolk Israël. De geschiedenis en de toekomst van de volkeren in relatie tot Israël worden duidelijk belicht. Het begrip eindtijd wordt duidelijker verklaard en vooral toegankelijker gemaakt voor beginners in de studie van het profetische woord van de Bijbel. En in alles staat in het boek de Heer Jezus Christus Centraal.

     

    Een algemeen gevoel voor mij na het doornemen van het volledige script, is dat de HERE God alles, en ook alles, onder controle heeft. Ik weet dat vele christenen er geestelijk door bemoedigd en gestimuleerd zullen worden, om uit te zien naar de komst van de Heer Jezus voor Zijn Gemeente. Amen, kom, Here Jezus!

     

    Robert De Telder


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    26-07-2014, 15:14 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.boek presentatie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Dr. Piet Borst

    Lijnen naar de Eindtijd

    Geschiedenis van de toekomst

    NOVAPRES, 2004, ISBN 9063180261-9

     

    “Lijnen naar de Eindtijd” vertelt het verhaal van de recente geschiedenis van de landen van het Midden-Oosten en de directe omgeving. Vanuit deze gebeurtenissen worden lijnen getrokken naar hetgeen de Bijbelse profeten voor de toekomst voorzeggen. De lijnen in de geschiedenis van Israël en zijn buren. Rusland en het Romeinse wereldrijk worden doorgetrokken naar de eindtijd.

     

    Dit boek tracht meer diepgaan dan andere boeken over dit onderwerp de actuele gebeurtenissen en conflicten in dit gebied te schetsen hierbij gebruik makend van duidelijke kaarten. Voor geïnteresseerden in de huidige aanloopfase naar de eindtijd is dit boek een standaard naslagwerk.

     

    Dr. Piet Borst, in het dagelijks leven actuaris, houdt zich al jarenlang bezig met de ontwikkelingen in de wereld en in het bijzonder het Midden-Oosten, om deze te kunnen plaatsen in een Bijbels licht.

     

    ^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^

     

    Voorwoord

    De titel van dit voortreffelijke boek deed me onmiddellijk aan een citaat van wijlen Huib Verweij denken:

    “Het wereldgebeuren ontwikkelt zich volgens ‘modellen’ en profetische lijnen in de Bijbel”

    Het is het wereldgebeuren, zowel qua geschiedenis en actualiteit, waar Piet Borst de aandacht op vestigt en waar vanuit hij lijnen trekt naar de zogenaamde bijbelse eindtijd. Nooit eerder heb ik zulk historisch werk bestudeerd.

    Zo’n dertig jaar geleden was ik enthousiast toen ik Hal Lindsey ’s boek “de planeet die aarde heette” ter hand kreeg en als een gevolg begin ik de Bijbel te bestuderen. Ik had toen reeds een grote belangstelling voor wereldgeschiedenis, en in het bijzonder voor de tweede wereldoorlog en de oorzaken die naar deze wereldbrand geleid hebben. Met het lezen van Hal Lindsey ’s bestseller herkende in onmiddellijk de bijbelse profetie voor de eindtijd als een slotstuk op het hele wereldgebeuren.

    Sindsdien is er heel wat water door de Schelde gelopen en het wereldgebeuren heeft zich verder ontwikkeld. Sinds de val van de Berlijnse muur in 1989 AD met daarop het uiteenvallen van de Sovjet-Unie is alles in stroomversnelling terechtgekomen. En na 11 september 2001 is niets meer hetzelfde. Naast de nieuwe machtsblokken die zich aftekenen, hebben we daarenboven de onzichtbare vijand van het terrorisme die onverbiddelijk  op elk moment en waar dan ook op deze planeet kan toeslaan. De beelden van de brandende WTC-torens in New York staan op ons netvlies gebrand en we beseffen nu pas ten volle dat zulke aanslagen elkeen kunnen treffen. Wanneer men in de zeventiger jaren nog vrijblijvend en op veilige afstand van het Midden-Oosten commentaren kon neerschrijven, is dit anno 2003 aangrijpend veranderd.

    Piet Borst geeft in zijn studiewerk  voor elk profetisch land en volk een geschiedkundig overzicht en trekt lijnen naar de eindtijd. De profetische verklaringen maken van de geschiedenismaterie een spannend leesavontuur. Daarenboven bevat het boek een serie situatiekaarten die alles overzichtelijk maakt.

    Kortom: een boek dat uitnodigt tot lezen en verder lezen.

     

    Robert De Telder


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    26-07-2014, 08:30 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    25-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.BOEK-VOORSTELLING: DE APOCALYPS
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Korte Inhoud:

    De Apocalyps is een uitgave van het Bijbelboek Openbaring in de oude vertaling (NBG 1951) met in de voetnoten verklarende concordante Bijbelteksten die het geheel verduidelijken. Een uitgebreide proloog gaat vooraf. In deze proloog geeft de auteur een inleiding op het moeilijke Bijbelboek Openbaring of Apocalyps. Het is een boek dat in de eerste plaats bestemd is voor het volk der Joden met een belofte van herstel. Het boek Openbaring handelt over de komst van de Messias en de oprichting van het Messiaans Vrederijk. Israël en de volken worden in Openbaring aangesproken. De Gemeente of Kerk schittert door haar afwezigheid. In de proloog wordt ook uitgebreid ingegaan op de ark van het verbond die door de Babylonische belegeraars van Jeruzalem in 586 v. Chr. vernietigd werd maar waarvan een replica in de toekomst een bron van misleiding zal worden.

     

    Op de volgende link kan het boek aangeschaft worden: http://www.shopmybook.com/nl/Robert-De-Telder/APOCALYPS

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

     


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    25-07-2014, 09:17 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.boek presentatie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    APOCALYPS: de 70ste jaarweek van Daniël

    Het boek dat u ter hand neemt begon anno 2012 als een PowerPointpresentatie over de Apocalyps, de Openbaring van Jezus Christus, de zeventigste jaarweek van de profeet Daniël.

     

    De toekomstvoorspellingen die men in de Bijbel kan vinden kunnen gedefinieerd worden als ‘vooraf geschreven geschiedenis’. Een alsnog toekomstige periode van zeven jaar in totaal, die als zijnde nog te vervullen historie in de Bijbel beschreven staat en dit met een bepaald begin, een midden en een einde. Dezelfde plaatjes van de PowerPointpresentatie worden in dit boek ditmaal met geschreven commentaar gepresenteerd. Het onderwerp is de tweede komst van de Messias, de Christus van de Bijbel. Een komst voor Zijn EKKLESIA, daarna voor Israël en voor de Volken. De Bijbel heeft een boodschap voor de drie hiervoor vermelde groepen van mensen. Een groot aantal van mijn lezers behoren tot de eerste groep. De tweede groep zijn de Joden die sinds het jaar 70 AD van de christelijke jaartelling in de diaspora zijn en waarvan een gedeelte sinds 1948 in de nieuwe staat Israël in het oude land der vaderen woont. De derde groep zijn de Volken die in de Bijbel als te onderscheiden van de Gemeente of Ekklesia en Israël worden vermeld. In de loop van de diapresentatie volgt meer over hen.

     

    Te bekomen bij: http://www.shopmybook.com/nl/ROBERT-DE-TELDER/APOCALYPS%2C-de-70ste-jaarweek-van-Dani%C3%ABl

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    25-07-2014, 08:19 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    Archief per week
  • 15/10-21/10 2018
  • 09/07-15/07 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 25/12-31/12 2017
  • 04/12-10/12 2017
  • 21/08-27/08 2017
  • 19/06-25/06 2017
  • 22/05-28/05 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 12/12-18/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 01/02-07/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 23/11-29/11 2015
  • 10/08-16/08 2015
  • 29/06-05/07 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 15/12-21/12 2014
  • 01/12-07/12 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 15/09-21/09 2014
  • 01/09-07/09 2014
  • 25/08-31/08 2014
  • 18/08-24/08 2014
  • 11/08-17/08 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 21/07-27/07 2014
    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Blog als favoriet !

    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!