De wederkomst van Jezus Christus
Inhoud blog
  • Ik zal een vuur zenden in Magog, en onder degenen, die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
  • De profeet Micha en het TIJDS-DAL in de heilsgeschiedenis
  • De Moeder van alle verwoestingen 1
  • De Moeder van alle verwoestingen 2
  • De Moeder van alle verwoestingen 3
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    22-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE ASSYRIER
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Jesaja 10:24 Daarom, zo zegt de Here, de HERE der heerscharen: Vrees niet, o mijn volk, dat in Sion woont, voor de Assyriërs, wanneer zij u met de stok slaan en hun staf tegen u opheffen, zoals Egypte deed. 25 Want nog een korte wijle, dan is de gramschap ten einde en mijn toorn richt zich op hun vernietiging. 26 Dan zwaait de HERE der heerscharen de gesel over hen, zoals Midjan geslagen werd bij de rots Oreb, en (Hij zwaait) zijn staf over de zee en heft die op zoals in Egypte. 27 En het zal te dien dage geschieden, dat hun last van uw schouder afglijden zal en hun juk van uw hals, ja, het juk zal vernietigd worden op uw schouder. 28 Zij overvallen Ajjat, zij trekken door Migron, te Mikmas legeren zij hun legertros. 29 Zij trekken de bergpas door: „Geba zij ons nachtkwartier”. Rama siddert, Gibea Sauls vlucht. 30 Gil het uit, o dochter van Gallim! Pas op, Laïs! Arm Anatot! 31 Madmena vlucht, de inwoners van Gebim bergen zich. 32 Nog heden stellen zij zich op te Nob: zij zwaaien hun handen in de richting van de berg der dochter van Sion, de heuvel van Jeruzalem. 33 Zie, de Here, de HERE der heerscharen, houwt met vervaarlijke kracht de loverkroon af, de rijzige stammen worden omgehouwen en de hoge geveld; 34 het dichte gewas van het woud houwt Hij af met het ijzer, en de Libanon zal vallen door de Heerlijke. (NBG Vertaling 1951)

     

    Het Bijbelcitaat van hierboven van de profeet Jesaja, met de beschrijving van een veldtocht van een Assyrisch leger richting Jeruzalem, heeft zich in de geschiedenis nooit voorgedaan. Wanneer we de chronologie van het Bijbelboek Jesaja volgen merken we dat Jesaja deze profetie neerschreef ten tijde van de regeringsperiode van koning Achaz van Juda (Jesaja 7:1 en 14:28) (739/722 v. Chr.). Zie ook het artikel: Kroniek van koning Jotham en van Achaz van Juda van 15-05-2014 op http://bloggen.be/robertdetelder/

     

    De invasie van Juda en de belegering van Jeruzalem door de Assyriër Sanherib zou pas in 709 v. Chr. gebeuren tijdens de regeerperiode van koning Hizkia, de zoon van Achaz. En wat heel opmerkelijk is; de marsroute van het Assyrische leger naar Jeruzalem toe, geschiedde toen via het zuiden vanuit Lachis. Zie de kaart bovenaan het artikel: aan de linkerzijde merken we de pijlen en aanvalsrichtingen van het leger van Sanherib in 709 v. Chr., een veldtocht en een oorlog die sindsdien geschiedenis zijn. De rode kader aan de rechterkant van de kaart toont de geprofeteerde aanvalsrichting van het Assyrische leger van de ‘eindtijd’. De bedoeling van dit artikel is aandacht aan het profetische gedeelte van dit Bijbelgedeelte te geven. Het Bijbelcitaat van Jesaja 10:24-34 maakt deel uit van een serie profetieën over het herstel van Israël, over de oprichting van het beloofde Messiaanse Vrederijk en over een Grote Oorlog, die daaraan vooraf gaat. Het Messiaanse Vrederijk wordt in het volgende hoofdstuk 11 van de profeet Jesaja heel concreet profetisch ingevuld.

     

    Jesaja 11:1 En er zal een rijsje voortkomen uit de tronk van Isaï en een scheut uit zijn wortelen zal vrucht dragen. 2 En op hem zal de Geest des HEREN rusten, de Geest van wijsheid en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis en vreze des HEREN; 3 ja, zijn lust zal zijn in de vreze des HEREN. Hij zal niet richten naar hetgeen zijn ogen zien, noch rechtspreken naar hetgeen zijn oren horen; 4 want hij zal de geringen in gerechtigheid richten en over de ootmoedigen des lands in billijkheid rechtspreken, maar hij zal de aarde slaan met de roede zijns monds en met de adem zijner lippen de goddeloze doden. 5 Gerechtigheid zal de gordel zijner lendenen zijn en trouw de gordel zijner heupen. 6 Dan zal de wolf bij het schaap verkeren en de panter zich nederleggen bij het bokje; het kalf, de jonge leeuw en het mestvee zullen tezamen zijn, en een kleine jongen zal ze hoeden; 7 de koe en de berin zullen samen weiden, haar jongen zullen zich tezamen nederleggen, en de leeuw zal stro eten als het rund; 8 dan zal een zuigeling bij het hol van een adder spelen en naar het nest van een giftige slang zal een gespeend kind zijn hand uitstrekken. 9 Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van kennis des HEREN, zoals de wateren de bodem der zee bedekken.

     

    De verzen 1 tot 5 beschrijven de persoon van de Messias en het feit dat Hij de ‘goddeloze’ van de eindtijd zal doden. De ‘goddeloze’ van Jesaja is dezelfde tegenstander waar de andere relevante Bijbelgedeelten, naar verwijzen. Paulus verwijst in zijn tweede brief aan de Thessalonicenzen naar de ‘wetteloze’:

     

    2 Thessalonicenzen 2:8 Dan zal de wetteloze zich openbaren; hem zal de Here [Jezus] doden door de adem zijns monds en machteloos maken door zijn verschijning, als Hij komt.

     

    Ook bij Paulus lezen we het gemak waarmee de wetteloze uiteindelijk geneutraliseerd wordt: simpelweg door ‘de adem zijns monds’ van de wederkerende Christus.

     

    Vanaf vers 6 lezen we bij de profeet Jesaja hoofdstuk 11, de beschrijving van het Messiaanse Vrederijk. Een volmaakte toestand van de natuur wordt geschilderd, waar mens en dier in volmaakte harmonie met elkaar leven. Geen roofdieren meer noch roof-‘mensen’.

     

    11:9 Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van kennis des HEREN, zoals de wateren de bodem der zee bedekken.

     

    Vanaf vers 10 kunnen we lezen dat de twaalf stammen van Israël van de oudheid, opnieuw in het land door de HERE God hersteld zullen worden. Van de vier einden der aarde, staat er in beeldspraak geschreven, zullen zij naar het Beloofde Land gevoerd worden. En vanaf vers 14 vinden we details over de laatste grote oorlog die in het gebied ooit zal woeden. Een oorlog die aansluit bij het laatste Bijbelboek Openbaring hoofdstuk 19, met de beschrijving van de slag bij Harmageddon.

     

    Jesaja 11:10 En het zal te dien dage geschieden, dat de volken de wortel van Isaï zullen zoeken, die zal staan als een banier der natiën, en zijn rustplaats zal heerlijk zijn. 11 En het zal te dien dage geschieden, dat de Here wederom zijn hand opheffen zal om los te kopen de rest van zijn volk, die overblijft in Assur, Egypte, Patros, Ethiopië, Elam, Sinear, Hamat en in de kustlanden der zee. 12 En Hij zal een banier opheffen voor de volken, en de verdrevenen van Israël verzamelen en de verstrooide dochters van Juda vergaderen van de vier einden der aarde. 13 Dan zal de afgunst van Efraïm verdwijnen en zij die Juda benauwen, zullen uitgeroeid worden; Efraïm zal niet afgunstig zijn op Juda en Juda zal Efraïm niet benauwen. 14 Westwaarts zullen zij de Filistijnen op de schouder vliegen, samen zullen zij de stammen van het Oosten plunderen; naar Edom en Moab zullen zij hun hand uitstrekken en de Ammonieten zullen hun onderhorig zijn. 15 Dan zal de HERE de zeeboezem van Egypte met de ban slaan en Hij zal zijn hand tegen de Rivier bewegen met de gloed van zijn adem, en Hij zal haar tot zeven beken uiteenslaan en maken, dat men geschoeid daardoor kan gaan. 16 Dan zal er een heerbaan zijn voor de rest van zijn volk, die in Assur overblijven zal, zoals er voor Israël geweest is ten dage, toen het optrok uit het land Egypte.

     

    Maar nu verder aandacht voor de geprofeteerde Assyriër van de eindtijd, de goddeloze van de profeet Jesaja 11:4. In de eindtijd zal een nieuwe Assyriër naar Jeruzalem oprukken. De profeet Jesaja geeft de marsroute op van het leger van de Assyriër via een aantal plaatsnamen in Samaria en Juda. Naar onze tijd getransponeerd herkennen we de plaatsen waar heden op grote schaal door Israël nederzettingen en nieuwe steden worden gebouwd.

     

    De profeet Daniël heeft deze geprofeteerde grote laatste oorlog eveneens in detail voorspelt en beschreven:

     

    Daniël 11:40 Maar in de eindtijd zal met hem (=de koning van het noorden) de koning van het Zuiden in botsing komen, en de koning van het Noorden zal op deze aanstormen met wagens en ruiters en vele schepen; en hij zal de landen binnenvallen, en als een overstroming steeds verder om zich heen grijpen. 41 Ook het Sieraadland zal hij binnenvallen, en velen zullen struikelen; maar aan zijn macht zullen ontkomen: Edom, Moab en de keur der Ammonieten. 42 En hij zal zijn hand uitstrekken tegen de landen, en het land Egypte zal niet ontkomen, 43 maar hij zal de schatten bemachtigen van goud en zilver en alle kostbaarheden van Egypte; en Libiërs en Ethiopiërs zullen in zijn gevolg zijn. 44 Doch geruchten uit het oosten en uit het noorden zullen hem ontstellen, zodat hij in grote grimmigheid zal uittrekken om velen te verdelgen en te vernietigen. 45 Hij zal zijn staatsietenten opslaan tussen de zee en de berg van het heilig Sieraad – maar dan komt hij aan zijn einde, zonder dat iemand hem helpt. 12:1 Te dien tijde zal Michaël opstaan, de grote vorst, die de zonen van uw volk terzijde staat; en er zal een tijd van grote benauwdheid zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan, tot op die tijd toe. Maar in die tijd zal uw volk ontkomen: al wie in het boek geschreven wordt bevonden. 2 Velen van hen die slapen in het stof der aarde, zullen ontwaken, dezen tot eeuwig leven en genen tot versmading, tot eeuwig afgrijzen. 3 En de verstandigen zullen stralen als de glans van het uitspansel, en die velen tot gerechtigheid hebben gebracht als de sterren, voor eeuwig en altoos. 4 Maar gij, Daniël, houd de woorden verborgen, en verzegel het boek tot de eindtijd; velen zullen onderzoek doen, en de kennis zal vermeerderen.

    (NBG Vertaling 1951)

     

    Bij de profeet Daniël hoofdstuk 11:40-45 en hoofdstuk 12:1-4 wordt naar de koning van het Noorden van de eindtijd verwezen. De vorige verwijzingen in Daniel 11:1-39 naar de koning van het noorden, waren naar de koningen van het Grieks-Syrische Rijk van de oudheid bedoelt. Vanaf vers 40 gaat het echter duidelijk over een koning van het noorden van de eindtijd. En wordt er een oorlog beschreven die heden nog geen geschiedenis is. De profetie van Daniël 11:40-45 handelt over de grote oorlog, de slag bij Harmageddon die in de eindtijd in het gebied van Israël uitgevochten zal worden.

     

    Het profetische noorden in de Bijbel is het gebied van het oude Assyrië. De profeet Sefanja geeft dit duidelijk weer:

     

    Sefanja 2:13 En Hij (JHWH) zal zijn hand tegen het Noorden uitstrekken, Hij zal Assur te gronde richten en Nineveh tot een wildernis maken…”

     

    Het moet duidelijk zijn dat de hiervoor beschreven koning van het noorden gelijk is aan de ‘Assyriër’ van de profeet Jesaja en dat deze ook gelijk is aan de ‘goddeloze’ van de apostel Paulus en aan ‘het beest’ van het Bijbelboek Openbaring hoofdstuk 13. Of de ‘antichrist’ van de eindtijd zoals alleen de apostel Johannes hem in zijn brief (1 Johannes 2:28-27) noemt.

     

    Door nu de komende antichrist als een Assyriër te herkennen worden ook andere teksten uit het Profetische Woord van de Bijbel duidelijker. Zo een voorbeeld is de profeet Micha hoofdstuk 5 dat o.a. handelt over Bethlehem als de plaats waar de Messias moest geboren worden.

     

    Micha 5:1 En gij, Betlehem Efrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal zijn over Israël en wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid. 2 Daarom zal Hij hen prijsgeven tot de tijd, dat zij die baren zal, gebaard heeft. Dan zal het overblijfsel zijner broederen terugkeren met de Israëlieten. 3 Dan zal Hij staan en hen weiden in de kracht des HEREN, in de majesteit van de naam des HEREN, zijns Gods; en zij zullen rustig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde, 4 en Hij zal vrede zijn. Wanneer Assur in ons land komt, en wanneer hij onze paleizen betreedt, dan zullen wij tegen hem zeven herders stellen en acht vorsten uit de mensen, 5 die het land Assur zullen weiden met het zwaard en het land van Nimrod in zijn poorten. En Hij zal bevrijden van Assur, wanneer die in ons land komt en wanneer hij ons gebied betreedt. 6 En het overblijfsel van Jakob zal te midden van vele volkeren zijn als dauw van de HERE, als regenstromen op het groene kruid, dat niet wacht op de mens, noch mensenkinderen verbeidt. 7 En het overblijfsel van Jakob zal zijn onder de natiën, te midden van vele volkeren als een leeuw onder de dieren des wouds, als een jonge leeuw onder de schaapskudden, die, wanneer hij er binnendringt, neerslaat en verscheurt, zonder dat iemand redt. 8 Uw hand zal verheven zijn boven uw tegenstanders, en al uw vijanden zullen worden uitgeroeid.

     

    Na de eerste twee ‘Kerst’ -verzen gaat de profetie vanaf vers 3 verder naar wat we inmiddels de tweede of wederkomst van de Messias noemen. En dan is het opmerkelijk dat we in vers 4 opnieuw Assur vermeldt zien. Deze profetie is bovendien opmerkelijk aangezien ten tijde van de eerste komst van de Heer Jezus Christus, het historische Assyrië toen al meer dan zeshonderd jaar als wereldmacht verdwenen was. De conclusie is dat er opnieuw een Assyrische grootmacht zal zijn ten tijde van de tweede komst van de Messias. Een grootmacht die aan het einde van de eindtijd voor een korte tijd het land Israël zal bezetten. Dit is echter nog niet voor morgen (of overmorgen) maar ligt nog in de verre toekomst (aan toekomstberekeningen via het noemen mogelijke jaartallen doe ik niet mee).

     

    Het is de komst van de Messias dat aan het bewind van de eindtijd-Assyriër een einde brengt. Aan het begin van het Messiaanse Vrederijk zal het gebied van Assyrië gedurende een tijd door ‘zeven herders en acht vorsten uit de mensen’ bestuurd worden. Alvorens dat ook Assur in de nieuwe gemeenschap van volken tijdens het komende Vrederijk zal opgenomen worden.

     

    Jesaja 19: 23 Te dien dage zal er een heerbaan wezen van Egypte naar Assur, en Assur zal in Egypte komen en Egypte in Assur, en Egypte zal met Assur (de HERE) dienen. 24 Te dien dage zal Israël de derde zijn naast Egypte en Assur, een zegen in het midden der aarde, 25 omdat de HERE der heerscharen het gezegend heeft met de woorden: Gezegend zij mijn volk Egypte en het werk mijner handen, Assur, en mijn erfdeel Israël.

     

    Maar voor deze profetie werkelijkheid wordt zal er nog een donkere periode voor Israël en de wereld aanbreken. Van uit het gebied van het oude Oost-Romeinse Rijk zal de wereld in de eindtijd gedirigeerd worden. Het Oost-Romeinse Rijk zal in de toekomst opnieuw geformeerd worden door een federatie van vijf landen. Met zekerheid kunnen we vandaag de volgende landen al invullen: Israël, Egypte, Turkije en Griekenland. Het vijfde land zal een nieuw Assyrië zijn, een land dat heden nog gevormd dient te worden. Deze vijf landen zullen zich verenigen met vijf koningen/landen uit het gebied van het voormalige West-Romeinse Rijk en aldus het Romeinse Rijk van de oudheid opnieuw op de kaart plaatsen. In een later stadium geven de in totaal tien koningen of leiders hun macht over aan een elfde leider. Dit dan tot slot in een notendop waar de verschillende profetische Schriftgedeelten over gaan.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder


    P.S. Enkele aanbevolen websites:

    http://www.zoeklicht.nl/

    http://www.dekoningkomt.nl/deeindtijdinvogelvlucht.html



    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    22-08-2014, 17:50 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    18-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ADVENT. KOMT HIJ OF KOMT HIJ NIET MEER?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Definitie van het woord Advent (Bijbelse Encyclopedie KOK, 1975): Latijn: Adventus, komst. Aanduiding van de komst van de Zoon van God in het vlees, de incarnatie; voorts van Zijn wederkomst ten oordeel in de volheid der tijden.

     

    Volgens deze definitie is met ADVENT niet alleen de voorbereidingstijd tot het Kerstfeest bedoeld, maar ook een leven in de verwachting van de wederkomst van Christus in de zogenaamde ‘volheid der tijden’. Dit laatste is een verwachting die het traditionele christendom, ook wat er van overblijft in de tweede generatie sinds de kerkverlating, niet meer kent. De verwachting van het traditionele christendom is er een van als mens geboren worden, ouder worden, moeten sterven en daarna de hemel (als het goed is), de overige wacht de traditionele hel. Dit christendom heeft weinig of geen kennis van de Bijbel en laat zich al eens leiden door leiders die hun geloof in de Bijbel, al tijdens hun opleiding in de seminaries en/of Bijbelscholen als een gevolg van de Bijbelkritiek en de evolutietheorie, verloren - opgegeven -, of er een eigen invulling aan gegeven hebben.

     

    De Bijbel leert nochtans duidelijk en niet mis te verstaan, een wederkomst van Christus. Deze komst heeft Jezus tijdens zijn leven en bediening voorzegt, en werd door de evangelisten zo genoteerd. Onmiddellijk na Zijn hemelvaart wordt dezelfde boodschap herhaald.

     

    Handelingen 1:“Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël? Hij zeide tot hen: Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft, maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde. En nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. 10 En toen zij naar de hemel staarden, terwijl Hij henenvoer, zie, twee mannen in witte klederen stonden bij hen, 11 die ook zeiden: Galileese mannen, wat staat gij daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen.” (NBG Vertaling 1951)

     

    In het hiervoor geciteerde Schriftgedeelte worden enkele eenvoudige waarheden weergegeven. De verwachting namelijk van het herstel van koningschap van Israël en de wederkomst van Jezus Christus op dezelfde wijze zoals bij Zijn hemelvaart. Boven Jeruzalem is er duidelijk een voor onze ogen, onzichtbare deur naar die andere dimensie van waar Jezus op God ’s tijd zal terugkomen. Naar de komst van dit Rijk Gods hebben honderden en honderden miljoenen christenen bijna tweeduizend jaar lang al, sinds 30 AD (dikwijls onwetend) gebeden. Het ‘Onze Vader’ namelijk zoals het in het evangelie opgetekend staat.

     

    Matteüs 6:En wanneer gij bidt, zult gij niet zijn als de huichelaars, want zij staan gaarne in de synagogen en op de hoeken der pleinen te bidden, om zich aan de mensen te vertonen. Voorwaar, Ik zeg u, zij hebben hun loon reeds. Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. En gebruikt bij uw bidden geen omhaal van woorden, zoals de heidenen; want zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden. Wordt hun dan niet gelijk, want [God] uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt. Bidt gij dan aldus: Onze Vader die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd; 10 uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. 11 Geef ons heden ons dagelijks brood; 12 en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren; 13 en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. [Want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.] 14 Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; 15 maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven. (NBG Vertaling 1951)

     

    Dit beloofde Koninkrijk is komende. Het zal niet tot stand komen door menselijke inzet, maar net zoals bij de wedergeboorte van een mens, zoals beschreven in het evangelie naar Johannes, door God Zelf. De verwachting van het komende Godsrijk werd echter als een gevolg van het lange uitblijven van de Messias, door het christendom al vroeg in de geschiedenis opgegeven. Toen de Romeinse keizer Constantijn zich in de vierde eeuw tot het christendom bekeerde en de kerk van Rome tot staatsgodsdienst verhief, leerde en verwachte men dat het Godsrijk door mensenhanden gebouwd kon worden. De profetische gedeelten van de Bijbel werden als een allegorie uitgelegd en ontdaan van hun letterlijke boodschap. Alle heilsbeloften in de Bijbel, die betrekking op het volk Israël hadden, werden op de kerk van nu, van toepassing gebracht. De duizend jaar dat satan volgens het boek Openbaring, tijdens het komende Vrederijk gebonden zou worden, werd niet meer letterlijk genomen, maar gezien als een zinnebeeld van de nieuwe tijd die sinds Constantijn baan brak. Dat het sterven, de dood bleef heersen, nam men erbij.

     

    In de twintigste eeuw in het jaar 1948, werd de staat Israël echter werkelijkheid. En dit slechts drie jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog. In het ‘christelijke’ Europa werden tijdens deze oorlog 6.000.000 Joden door de nazi’s opgejaagd en in vernietigingskampen e. a. plaatsen vermoord. Vele overlevenden van de Holocaust luisterden daarna naar de stem van de Zionistische beweging en besloten naar Palestina te emigreren. Ook vanuit de Arabische wereld begon tegelijkertijd een uittocht van Joodse mensen naar Israël. En het gevestigde christendom was getuige van deze Bijbelse ‘heils’-feiten. De vraag zou moeten zijn: is het herstel van het volk der Joden nu de vervulling van Oudtestamentische profetieën of niet? En indien het antwoord ja is, moeten we de Bijbel opnieuw en ditmaal los van alle tradities bestuderen. De Bijbelse profetieën betreffende een derde herstel van de Joden in het oude land der vaderen zijn duidelijk leesbaar en herkenbaar. Zo een voorbeeld is de profetie van Amos:

     

    Amos 9:11 Te dien dage zal Ik de vervallen hut van David weder oprichten, Ik zal haar scheuren dichten en wat daarvan is ingestort, overeind zetten; Ik zal haar herbouwen als in de dagen van ouds, 12 opdat zij beërven de rest van Edom en van al de volken over wie mijn naam is uitgeroepen, luidt het woord van de HERE, die dit doet. 13 Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat de ploeger zich aansluit bij de maaier en de druiventreder bij hem die het zaad strooit; dan zullen de bergen druipen van jonge wijn en al de heuvelen daarvan overvloeien. 14 Ik zal een keer brengen in het lot van mijn volk Israël: verwoeste steden zullen zij herbouwen en bewonen; wijngaarden zullen zij planten en de wijn ervan drinken; boomgaarden zullen zij aanleggen en de vrucht daarvan eten. 15 Dan zal Ik hen planten in hun grond, en zij zullen niet meer worden uitgerukt uit de grond die Ik hun gegeven heb, zegt de HERE, uw God. (NBG Vertaling 1951)

     

    Vers 15 van het hiervoor geciteerde Bijbelgedeelte van Amos leert een derde definitieve herstel van Israël. Dit betekent dat de catastrofe van het jaar 70 AD met de vernietiging van de Tempel te Jeruzalem door de Romeinse legers en de wegvoering van de Joden in de diaspora niet het einde is, maar de belofte van een herstel inhoudt, na een lang tijd-dal van inmiddels bijna tweeduizend jaar.

     

    De gevestigde kerken zoals de Rooms-katholieke kerk, de oosterse orthodoxe kerken en vele Protestantse kerkgenootschappen leren nochtans dat de kerk in de plaats van Israël is gekomen en dat de Joden als heilsorgaan in de eerste eeuw van de christelijke jaartelling, vervloekt en definitief door God opzijgezet werden. Deze Kerkgenootschappen, het christendom, beschouwen zichzelf als het geestelijke Israël uit de Bijbel. Alle beloften, die in het Oude Testament handelen over het 'heil voor Israël' en over het Messiaanse Vrederijk, past het christendom op zichzelf toe. Volgens de orthodoxe exegese is met de start van de Kerk in 30 AD met Pinksteren, alle Oudtestamentische profetie vervuld. Het volk Israël als uitverkoren volk van God heeft al 20 eeuwen voor hen afgedaan.

     

    Er staan in de Bijbel talloze profetieën die men nochtans moeilijk kan 'vergeestelijken' of allegoriseren en op de Kerk toepassen. Bijbelse profeten zoals Joël en vele anderen voorspelden Israëls herstel in de 'komende dagen'. Ik geef hierna één voorbeeld weer dat voldoende moet zijn, namelijk de profeet Joël van het Oude Testament. Naar het hierna volgende profetische gedeelte van Joël heeft de apostel Petrus op de Pinksterdag bij de aanvang van de EKKLESIA of kerk, verwezen. Voor de gevestigde kerken is de ganse profetie van Joël hiermee vervuld. De aandachtige lezer(es) moet nochtans vaststellen dat de apocalyptische verzen 30 en 31 toen niet zichtbaar waren.

     

    Joël 2:28 Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. 29 Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten. 30 Ik zal wonderen geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen. 31 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des HEREN komt. 32 En het zal geschieden, dat ieder die de naam des HEREN aanroept, behouden zal worden, want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HERE gezegd heeft; en tot de ontkomenen zullen zij behoren, die de HERE zal roepen.

     

    Het zou duidelijk moeten zijn dat slechts een gedeelte, een belangrijk gedeelte weliswaar, in 30 AD vervuld werd. De daarop volgende verzen 30 en 31 liggen echter nog in de toekomst.

     

    Over de bloedmaan en de dag des HEREN schreef ik op deze blog eerder op 29-07-14 een artikel: De profeet Joël en de bloedrode maansverduistering.

     

    Het wonderlijke is ook dat alle tijdgenoten van de Joden uit de eerste eeuw van onze jaartelling, verdwenen zijn. De volken van toen, hun talen en rassen zijn verdwenen. Opgegaan in andere en nieuwe volken en talen. Het Latijn, de taal van de verdrukkers van toen is tegenwoordig een dode taal. De Joden echter hebben hun aard en religie bewaart en dit in de diaspora in den vreemde, ver weg van het oude land der vaderen.

     

    Een andere religie die een derde herstel van Israël afwijst is de Islam. Soera 17 uit de Koran is hier overduidelijk:

    Soera 17:1 "Lofprijzing aan Hem, die Zijn dienaar des nachts deed reizen van het Gewijde Bedehuis (Mekka) naar het Uiterste Bedehuis (Jeruzalem), welks omtrek Wij gezegend hebben, opdat Wij hem van Onze tekenen zouden tonen. Hij is de Horende, de Ziende. (2) En Wij hebben Musa (Mozes) de Schrift gegeven en Wij hebben haar gemaakt tot een rechte leiding voor de Zonen Israils: Neemt u niet buiten Mij een zaakbezorger. _ (3) Nakomelingschap van hen, die Wij met Nuh (Noach) medevoerden. Hij was een dankbaar dienaar. – (4) En Wij hebben aan de Zonen Israils in de Schrift de beslissing gegeven: Gij zult op de aarde twee malen verderf verspreiden, en gij zult rijzen tot grote hoogte. – (5) Wanneer de tijd komt van de eerste der twee aanzeggingen, zenden Wij tegen ulieden dienaren van Ons, toegerust met hevig geweld, welke tussen de woningen door speuren; en het zal een verwerkelijkte aanzegging worden. – (6) Daarna geven wij U weder de kans tegen hen en versterken Wij u met bezittingen en zonen, en maken Wij u talrijker in krijgerscharen. – (7) Indien gij lieden wel handelt, dan handelt gij wel voor uzelven, en indien gij slecht handelt, dan is dat ook voor uzelf. Wanneer dan de tijd komt van de latere aanzegging, zal het gebeuren, dat zij uw gezichten schenden en dat zij het bedehuis binnendringen, zoals zij het de eerste maal binnengedrongen waren, en dat zij de plaats, waarover zij komen, geheel verwoesten. –(8) Mogelijk, dat uw Heer ulieden dan barmhartigheid zal betonen. Maar indien gij terugkeert, keren ook Wij terug en maken Wij Djahannam voor de ongelovigen tot een inperking." (Uit het Arabisch vertaald door J.H.KRAMERS, 1976)

     

    De Arabische Koran is tot stand gekomen in de zevende eeuw na Christus. De Joden waren toen al zes eeuwen eerder sinds 70 AD (en de laatste opstand en wegvoering in 135 AD) in de diaspora, in de zogenaamde verstrooiing, ook in Arabië. Wanneer men de eerste acht verzen van Soera 17 doorneemt merkt men dat de Koran een herstel van Israël in het oude land der vaderen, uitsluit. Er staan geen jaartallen vermeldt in de Koran, maar vanuit de Bijbel en de wereldgeschiedenis herkennen we in de eerste aanzegging de verovering van Jeruzalem door de Babyloniërs in het jaar 586 v. Chr. De tweede aanzegging geschiedde in het jaar 70 AD toen de Romeinen onder leiding van Titus de stad en Tempel verwoesten. En dan staat er vervolgens de waarschuwing in Soera 17:8 “Indien gij terugkeert”, en de waarschuwing met ‘Djahannam’ voor de teruggekeerde ongelovigen. Het woord Djahannam is het Arabische woord voor hel (een Nederlands woord dat ontleend is van de Germaanse mythologie): een plaats van foltering.

     

    Er is voor Israël in de Koran geen derde herstel beloofd. Twee maal slechts werd het hun vergund een nationale staat te hebben. Daarom ook wordt de staat Israël sinds 1948 als een doorn in het Arabische/Islamitische vlees ervaren. Een doorn die verwijderd moet worden. Voor Islamitische fundamentalisten is de Koran grondwet en is een Joodse staat in het Midden-Oosten onaanvaardbaar.

     

    De Joden die in 70 AD in een wereldwijde diaspora terecht kwamen, zijn in deze volken-zee echter bewaard gebleven, zij het dikwijls onder heel zware verdrukking. Sinds 1948 kennen we een nationaal herstel in het zogenaamde oude land der vaderen: Israël. Een nationaal herstel dat onder grote moeilijkheden gehandhaafd wordt.

     

    Onder diegenen in het christendom die op basis van de profetische Boeken van de Bijbel in een derde herstel van Israël geloven is de vestiging van de seculiere staat Israël in 1948 het grote teken, nu nog meer aan het begin van het derde millennium, dat de (weder)komst van de Messias nabij is. De seculiere Joodse staat die anno 1948 opgericht werd schept namelijk de voorwaarde tot het in vervulling gaan van de Bijbelse profetieën in verband met het beloofde derde herstel.

     

    In de profetische boeken van de Bijbel vinden we alle gebeurtenissen in detail beschreven, die zullen leiden tot de wederkomst van Messias Jezus. Zie het artikel op deze blog van 31-07-2014: De zeventig jaarweken van de profeet Daniël. Men kan het vergelijken met een spoorboekje waar alle stations in beschreven staan die men zal aandoen, alvorens zijn bestemming te bereiken.

     

    In de ‘tussen’-tijd geldt het Woord van de Heer Jezus Christus aan zijn Joodse discipelen:

     

    Matteüs 24:3 Toen Hij op de Olijfberg gezeten was, kwamen zijn discipelen alleen tot Hem en zeiden: Zeg ons wanneer zal dat geschieden, en wat is het teken van uw komst  en van de voleinding der wereld? 4 En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Ziet toe, dat niemand u verleide! 5 Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden. 6 Ook zult gij horen van oorlogen  en van geruchten van oorlogen. Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar het einde is het nog niet. 7 Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn. 8 Doch dat alles is het begin der weeën.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    18-08-2014, 08:58 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    Archief per week
  • 15/10-21/10 2018
  • 09/07-15/07 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 25/12-31/12 2017
  • 04/12-10/12 2017
  • 21/08-27/08 2017
  • 19/06-25/06 2017
  • 22/05-28/05 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 12/12-18/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 01/02-07/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 23/11-29/11 2015
  • 10/08-16/08 2015
  • 29/06-05/07 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 15/12-21/12 2014
  • 01/12-07/12 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 15/09-21/09 2014
  • 01/09-07/09 2014
  • 25/08-31/08 2014
  • 18/08-24/08 2014
  • 11/08-17/08 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 21/07-27/07 2014
    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Blog als favoriet !

    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!