De wederkomst van Jezus Christus
Inhoud blog
  • Ik zal een vuur zenden in Magog, en onder degenen, die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
  • De profeet Micha en het TIJDS-DAL in de heilsgeschiedenis
  • De Moeder van alle verwoestingen 1
  • De Moeder van alle verwoestingen 2
  • De Moeder van alle verwoestingen 3
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    17-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De profeet Micha en het tijds-dal
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Micha 1:1 Het woord des HEREN, dat tot Micha, de Morastiet, kwam in de dagen van Jotham, Achaz, Jehizkia, koningen van Juda, hetwelk hij geschouwd heeft over Samaria en Jeruzalem.

     

    De naam van de profeet Micha is een verkorte vorm van de naam Michajah wat betekent: “Hij die is als de HERE". Zoals het eerste vers hierboven geciteerd, trad de profeet op in dagen van de koningen van Juda: Jotham, Achaz en Jehizkia. Op de tijdsbalk zitten we voor deze koningen in de jaren van 750 tot 694 v. Chr. Dat maakt van de profeet Micha een tijdgenoot van de profeet Jesaja. De bediening van Jesaja duurde langer in tijd aangezien deze profeet zijn bediening al een generatie eerder, in de dagen van koning Uzzia van Juda, begon.

     

    Jesaja 1:1 Het gezicht van Jesaja, de zoon van Amoz, dat hij heeft gezien over Juda en Jeruzalem in de dagen van Uzzia, Jotham, Achaz en Jehizkia, koningen van Juda.

     

    In het eerste hoofdstuk van het Bijbelboek Micha lijkt het dat Micha (1:2-4) zijn bediening begon ten tijde van een meganatuurcatastrofe. Ik vermoed dat het de catastrofe van het jaar 748 v. Chr. was (Genesis versus Egyptologie, hoofdstuk 22) die de bediening van Micha zag aanvangen. Het was dan nog 31 jaar tot de val van Samaria en de wegvoering van de tien stammen van Israël in Assyrische ballingschap (Micha 1:5-7).

     

    Sommige van de oordeel-aankondigingen over Juda en Samaria zijn bij de profeten Micha en Jesaja dezelfde. Dit was voer voor de Bijbelkritiek, wanneer deze in de tweede helft van de negentiende eeuw echt op gang kwam. De profeten zouden van elkaar gekopieerd hebben enz. Voor iemand die gelooft dat de Bijbel het Woord van God is, is dit uiteraard onzin. Het gaat hier tenslotte niet om de woorden van de profeten maar om het Woord van God dat Hij via deze mensen doorgaf.

     

    Paulus aan de Hebreeën 1:1 Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, 2 heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon, die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door wie Hij ook de wereld geschapen heeft.

     

    Net zoals Paulus eertijds aan de Hebreeën schreef dat God vele malen en op vele wijzen tot de profeten sprak, is het logisch dat dezelfde boodschap met dezelfde woorden is doorgegeven.

     

    De brief van Paulus aan de Hebreeën is overigens nog zo een voorbeeld van ijdel gepraat van de Bijbelkritiek. Aangezien de brief aan de Hebreeën in ons Nieuwe Testament geen afzender opgeeft mag/moet/kan er getwijfeld worden aan de identiteit van Paulus als briefschrijver. En de brief van Paulus aan de Hebreeën waar de apostel Petrus naar verwijst, zou dan verloren gegaan zijn?

     

    2 Petrus 3: 14 Daarom, geliefden, beijvert u in deze verwachting, onbevlekt en onberispelijk te blijken voor Hem in vrede, 15 en houdt de lankmoedigheid van onze Here voor zaligheid, zoals ook onze geliefde broeder Paulus naar de hem gegeven wijsheid u geschreven heeft, 16 evenals in alle brieven, wanneer hij over deze dingen spreekt. Daarin is een en ander moeilijk te verstaan, wat de onkundige en onstandvastige lieden tot hun eigen verderf verdraaien, evenals trouwens de overige schriften.

     

    Dit is bij de studie van de Bijbelboeken niet mijn uitgangspunt. Met dit artikel wil ik een bijzonder chronologisch onderdeel van de profeet Micha behandelen. De tijdskloof namelijk die er zit in tussen vers 2b en vers 3 van het hierna volgende citaat:

     

    Micha 5:1 En gij, Bethlehem Efrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal zijn over Israël en wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid. 2 Daarom zal Hij hen prijsgeven tot de tijd, dat zij die baren zal, gebaard heeft. …

    (…Tijdskloof van inmiddels 2018 jaar)

    … Dan zal het overblijfsel zijner broederen terugkeren met de Israëlieten. 3 Dan zal Hij staan en hen weiden in de kracht des HEREN, in de majesteit van de naam des HEREN, zijns Gods; en zij zullen rustig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde, 4 en Hij zal vrede zijn.

     

    De profetie van Micha over de geboorteplaats van de Messias of Christus is wereldwijd bekend vanwege het ‘Kerst’-gebeuren. Het gehucht Bethlehem is de plaats waar de Heiland in het jaar vijf voor Christus in de vijfde maand Ab (juli/augustus) geboren werd. Toen de Magi uit het Oosten aan het hof van Herodes de Grote navraag kwamen doen naar de geboorte van de Koning der Joden werd op bevel van Herodes de Joodse Schriftgeleerden er bij gehaald die daarop aan Herodes de Boekrol van de profeet Micha citeerden:

     

    Matteüs 2:1 Toen nu Jezus geboren was te Betlehem in Judea, in de dagen van koning Herodes, zie, wijzen uit het Oosten kwamen te Jeruzalem, 2 en vroegen: Waar is de Koning der Joden, die geboren is? Want wij hebben zijn ster in het Oosten gezien en wij zijn gekomen om Hem hulde te bewijzen. 3 Toen koning Herodes hiervan hoorde, ontstelde hij en geheel Jeruzalem met hem. 4 En hij liet al de over-priesters en Schriftgeleerden van het volk vergaderen en trachtte van hen te vernemen, waar de Christus geboren zou worden. 5 Zij zeiden tot hem: Te Bethlehem in Judea, want aldus staat geschreven door de profeet: 6 En gij, Betlehem, land van Juda, zijt geenszins de minste onder de leiders van Juda, want uit u zal een leidsman voortkomen, die mijn volk Israël weiden zal.

     

    De evangelist Matteüs die zijn geschiedenis van de eerste komst van de Christus in het Grieks neerschreef gebruikte voor het citaat van de profeet Micha, de Griekse Septuagint LXX vertaling, en vandaar het verschil in schrijfwijze tussen het citaat van Micha uit het Hebreeuwse Oude Testament zoals het door de Masoreten is overgeleverd en de Griekse vertaling van de LXX.

     

    De Statenvertaling is de Hebreeuwse grondtekst trouw gebleven en geeft het citaat als het volgt weer:

    Micha 5:1 En gij, Bethlehem Efratha! zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israël, en Wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid.

     

    De NBG Vertaling van 1951 heeft hier de Statenbijbel gevolgd.

     

    NBG 5:1 En gij, Betlehem Efrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal zijn over Israël en wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid.

     

    De juiste vertaling is belangrijk voor het eenvoudig herkennen van juist wie in de profetie, de beloofde Heerser is. Het is namelijk de Messias/ Gezalfde/ Christus, de Zoon van God, de HERE God zelf, die mens werd en het kleinste dorp van Juda uitkoos voor Zijn geboorte in de wereld.

     

    Micha 5: 2 Daarom zal Hij hen prijsgeven tot de tijd, dat zij die baren zal, gebaard heeft. …

     

    De voorzegging van de profeet Micha was nochtans een oordeel-aankondiging voor zijn tijdgenoten. Het volk van Juda dat zijn eigen weg ging zou in ballingschap naar Babylon weggevoerd worden. Zij zouden ‘prijs gegeven worden’:

     

    Micha 4:10 Krimp ineen en schreeuw het uit, dochter Sions, als een barende; want thans zult gij uittrekken uit de stad en verblijven op het veld, en gij zult naar Babel komen. Daar zult gij bevrijd worden; daar zal de HERE u verlossen uit de macht van uw vijanden.

     

    De profeet Jesaja, de tijdgenoot van de profeet Micha had dezelfde boodschap voor het volk:

     

    Jesaja 39: 6 zie, er zullen dagen komen, dat alles wat in uw paleis is en wat uw vaderen opgestapeld hebben tot op deze dag, naar Babel zal worden weggevoerd. Niets zal er overblijven, zegt de HERE. 7 En van uw zonen, die uit u voortkomen zullen, die gij zult verwekken, zullen zij nemen, om hoveling te zijn in het paleis van de koning van Babel.

     

    Ik herhaal nogmaals; dit is geen plagiaat, maar twee profeten die vanwege de ernst van de zaak, hetzelfde oordeel aankondigen. En de profeet Micha verwittigde het volk dat zij door God prijsgegeven zouden worden ‘tot de tijd, dat zij die baren zal, gebaard heeft. …En dit is in de geschiedenis van Israël letterlijk uitgekomen. Na Babylon, namen de Meden en de Perzen de heerschappij over, gevolgd door de Grieken en daar vanaf 63 v. Chr. de Romeinen.

     

    Micha 3:12 Daarom zal om uwentwil Sion als een akker worden omgeploegd, en Jeruzalem zal worden tot steenhopen, ja de tempelberg tot woudhoogten.

     

    Er waren in de lange periode vanaf de Babylonische Ballingschap (605/536 v. Chr.) tot aan de Romeinse periode (63 v. Chr.) af en toe lichtpuntjes zoals de terugkeer van een overblijfsel uit de ballingschap, de herbouw van de tempel onder Ezra en Nehemia tijdens de Perzische heerschappij. Maar het koningschap was verdwenen. Wat bleef was de belofte van het herstel. Voor een gelovig overblijfsel van Israël was het nu wachten op ‘degene die baren zou’, op de geboorte van de Gezalfde, de Koning der koningen.

     

    De profeet Jesaja had ‘degene die baren zou’ eveneens voorspeld:

     

    Jesaja 7: 14 Daarom zal de Here zelf u een teken geven: Zie, de jonkvrouw zal zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem de naam Immanuël geven.

     

    In het Nieuwe Testament wordt deze profetie vervuld in Maria van het huis van David. Zie Lucas 1:26-38 en Matteüs 1;18-25

     

    En de profeet Jesaja geeft twee verschillende facetten van de verwachte Heerser door; een Heerser namelijk maar tegelijkertijd ook een Knecht.

     

    Jesaja 53: 1 Wie gelooft, wat wij gehoord hebben, en aan wie is de arm des HEREN geopenbaard? 2 Want als een loot schoot hij op voor zijn aangezicht, en als een wortel uit dorre aarde; hij had gestalte noch luister, dat wij hem zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat wij hem zouden hebben begeerd. 3 Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met ziekte, ja, als iemand, voor wie men het gelaat verbergt; hij was veracht en wij hebben hem niet geacht. 4 Nochtans, onze ziekten heeft hij op zich genomen, en onze smarten gedragen; wij echter hielden hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte. 5 Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden. 6 Wij allen dwaalden als schapen, wij wendden ons ieder naar zijn eigen weg, maar de HERE heeft ons aller ongerechtigheid op hem doen neerkomen. 7 Hij werd mishandeld, maar hij liet zich verdrukken en deed zijn mond niet open; als een lam dat ter slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed hij zijn mond niet open. …

     

    Maar nu verder met de profetie van Micha. Ik herhaal voor de goede orde nogmaals het Bijbelcitaat:

    Micha 5:1 En gij, Bethlehem Efrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal zijn over Israël en wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid. 2 Daarom zal Hij hen prijsgeven tot de tijd, dat zij die baren zal, gebaard heeft. …

    (…Tijdskloof van inmiddels 2018 jaar)

    … Dan zal het overblijfsel zijner broederen terugkeren met de Israëlieten. 3 Dan zal Hij staan en hen weiden in de kracht des HEREN, in de majesteit van de naam des HEREN, zijns Gods; en zij zullen rustig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde, 4 en Hij zal vrede zijn.

     

    Het profetisch Bijbelgedeelte van vers 2b en verder is tot op heden niet vervuld geworden. De Heer Jezus Christus werd als Gezalfde, als Messias bij zijn eerste komst door zijn generatie afgewezen met als een gevolg dat ‘de belofte van herstel’ uitgesteld werd. In de tussentijd wordt al bijna gedurende twintig eeuwen de EKKLESIA ‘uit’geroepen, en kennen we daarnaast het verdeelde Christendom.

     

    De belofte van een derde herstel van het koningschap van Israël van de profeten zoals o.a. Micha, blijft echter geldig. De Joden die in 70 AD in een wereldwijde diaspora terecht kwamen, zijn in deze volken-zee bewaard gebleven (wat in wezen wonderlijk is), zij het dikwijls onder heel zware verdrukking. Sinds 1948 kennen we een nationaal herstel in het zogenaamde oude land der vaderen: Israël. Een nationaal herstel dat echter onder grote moeilijkheden gehandhaafd wordt. De belofte van de profeet Micha: “…en zij zullen rustig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde, 4 en Hij zal vrede zijn.”, ligt nog ver weg. Hier gelden namelijk andere wetmatigheden.

     

    Onder diegenen in het christendom die op basis van de profetische Boeken van de Bijbel in een derde herstel van Israël geloven is de vestiging van de seculiere staat Israël in 1948 het grote teken, nu nog meer aan het begin van het derde millennium, dat de (weder)komst van de Messias nabij is. En regelmatig loopt men de laatste zestig+ jaar, op de te verwachten feiten vooruit.

     

    Er zijn namelijk wetmatigheden die bepalen wanneer de profetie(en) hun volledige vervulling zullen zien. Zie o.a. mijn werk: De Apocalyps: de zeventigste jaarweek van Daniël: http://www.shopmybook.com/nl/ROBERT-DE-TELDER/APOCALYPS%2C-de-70ste-jaarweek-van-Dani%C3%ABl

     

    Het hierna volgende Bijbelcitaat van de profeet Hosea verklaart in een notendop hoe het allemaal in de toekomst in zijn werk zal gaan.

     

    Micha 5:15b.. Ik zal heengaan, Ik wil wederkeren naar mijn plaats, totdat zij zich schuldig gevoelen en mijn aangezicht zoeken; wanneer het hun bang te moede is, zullen zij verlangend naar Mij uitzien. 6:1 Komt, laat ons wederkeren tot de HERE! Want Hij heeft verscheurd, en zal ons helen; Hij heeft geslagen, en zal ons verbinden. 2 Hij zal ons na twee dagen doen herleven, ten derden dage zal Hij ons oprichten, en wij zullen leven voor zijn aangezicht. 3 Ja, wij willen de HERE kennen, ernaar jagen Hem te kennen. Zo zeker als de dagenraad is zijn opgang. Dan komt Hij tot ons als de regen, als de late regen, die het land besproeit. (NBG Vertaling 1951)

     

    De uitleg van dit Bijbelcitaat zou als het volgt kunnen gegeven worden: in vers 15b wordt de Hemelvaart van de Messias in 30 AD beschreven: “Ik zal heengaan, Ik wil wederkeren naar mijn plaats”. Het woord: “totdat” slaat op de tijdskloof van inmiddels 1984 jaar. ‘Wanneer het hun bang te moede is’, slaat op een komende verdrukking waaruit zij op God zullen roepen. Hoofdstuk 6:1 leert de collectieve bekering op één dag van een rest van Israël. En volgens vers 2 is er onder de rest van Israël dan een kennen, een weten van wat er twee dagen of tweeduizend jaar eerder in het jaar 30 AD gebeurd is en beseft men vanaf dat ogenblik dat de derde dag van de wederoprichting aller dingen nabij is.

     

    Dan pas zal ook de profetie van Joël haar volledige vervulling kennen:

     

    Joël 2:28 Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. 29 Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten. 30 Ik zal wonderen geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen. 31 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des HEREN komt. 32 En het zal geschieden, dat ieder die de naam des HEREN aanroept, behouden zal worden, want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HERE gezegd heeft; en tot de ontkomenen zullen zij behoren, die de HERE zal roepen. (NBG 1951 vertaling)

     

    De geciteerde profetie van Joël gaat pas in vervulling op het einde van de Bijbelse eindtijdperiode en aldus niet anno 2014/2015 zoals een aantal data-hoppers tegenwoordig beweren. Al de profetische Bijbelcitaten van dit artikel hebben trouwens betrekking op de eindtijdperiode met een duur van zeven jaar. Deze periode is dan nog eens verdeeld in twee schijven van 3 ½ jaar. De ‘Grote Verdrukking’ of ‘Jacob ’s benauwdheid’ vangt aan in de helft van de zevenjarige eindtijdperiode.

     

    Joël 3:1 Want zie, in die dagen en te dien tijde, wanneer Ik een keer zal brengen in het lot van Juda en van Jeruzalem, 2 zal Ik alle volken verzamelen en afvoeren naar het dal van Josafat, en Ik zal aldaar met hen in het gericht treden … (NBG 1951 vertaling)

     

    Het hiervoor vermelde profetische Bijbelgedeelte werd niet vervuld in 1948 toen de Joden in mei van dat jaar hun staat Israël uitriepen. Noch in juni 1967 toen Oost-Jeruzalem met de Tempelberg op het Jordaanse leger veroverd werd. Maar zal pas vervuld worden in de tweede helft van de zevenjarige eindtijd-periode, de 70ste jaarweek van de profeet Daniël.

     

    En het hierna volgende citaat is niet het al lang gehoopte Utopia, maar een in de Bijbel beloofd Vrederijk dat pas werkelijkheid zal worden bij de komst van de Messias.

     

    Micha 4:1 En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des HEREN vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En volkeren zullen derwaarts heenstromen, 2 en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des HEREN, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEREN woord uit Jeruzalem. 3 En Hij zal richten tussen vele volkeren en rechtspreken over machtige natiën tot in verre landen. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren. 4 Maar zij zullen zitten, een ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgeboom, zonder dat iemand hen opschrikt; want de mond van de HERE der heerscharen heeft het gesproken.

     

    Dan pas zal de volledige profetie van Micha hoofdstuk 5, waar we momenteel een tijdskloof van 2700 jaar in herkennen, in vervulling gaan. De lange tijdskloof wordt door de profeet Hosea duidelijk weergegeven:

     

    Hosea 3: 4 Want vele dagen zullen de Israëlieten blijven zitten zonder koning en zonder vorst, zonder offer en zonder gewijde steen, zonder efod of terafim. 5 Daarna zullen de Israëlieten zich bekeren, en de HERE, hun God, zoeken, en David, hun koning, en bevende komen tot de HERE en tot zijn heil – in de dagen der toekomst.

     

    Maar eens, op Gods tijd, wordt de profetie van Micha werkelijkheid:

     

    Micha 5:2b.. Dan zal het overblijfsel zijner broederen terugkeren met de Israëlieten. 3 Dan zal Hij staan en hen weiden in de kracht des HEREN, in de majesteit van de naam des HEREN, zijns Gods; en zij zullen rustig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde, 4 en Hij zal vrede zijn. Wanneer Assur in ons land komt, en wanneer hij onze paleizen betreedt, dan zullen wij tegen hem zeven herders stellen en acht vorsten uit de mensen, 5 die het land Assur zullen weiden met het zwaard en het land van Nimrod in zijn poorten. En Hij zal bevrijden van Assur, wanneer die in ons land komt en wanneer hij ons gebied betreedt.

     

    Wanneer we dit Bijbelcitaat vers per vers in ogenschouw nemen dan merken we vooreerst de uiteindelijke terugkeer van een overblijfsel van alle stammen van Israël naar het land. Een land dat dan vrede kent nadat de Assyriër van de eindtijd er door geraasd heeft. Vers vier van het Bijbelcitaat hierboven, heeft zich in de geschiedenis van het oude Israël nooit voorgedaan. Dit betekent, wanneer naar onze tijd getransponeerd, dat er noordelijk van de moderne staat Israël in de toekomst nog een nieuwe staat tot stand zal komen: het Assyrië van de eindtijd met aan het hoofd de koning van het Noorden van de profeet Daniël (11:40-45).

     

    Sefanja 2:13 En Hij zal zijn hand tegen het Noorden uitstrekken, Hij zal Assur te gronde richten en Nineve tot een wildernis maken, dor als een woestijn.

     

    Het slot van het Bijbelboek Micha is hoopgevend:

     

    Micha 7: 19 Hij zal Zich wederom over ons ontfermen, Hij zal onze ongerechtigheden vertreden. Ja, Gij zult al onze zonden werpen in de diepten der zee. 20 Gij zult trouw bewijzen aan Jakob, goedertierenheid aan Abraham, gelijk Gij van oude dagen af aan onze vaderen hebt gezworen.

     

    In het geprofeteerde Vrederijk zal ook een overblijfsel van de Volken hun plaats en hun herstel vinden:

     

    Jesaja 19:23 Te dien dage zal er een heerbaan wezen van Egypte naar Assur, en Assur zal in Egypte komen en Egypte in Assur, en Egypte zal met Assur (de HERE) dienen. 24 Te dien dage zal Israël de derde zijn naast Egypte en Assur, een zegen in het midden der aarde, 25 omdat de HERE der heerscharen het gezegend heeft met de woorden: Gezegend zij mijn volk Egypte en het werk mijner handen, Assur, en mijn erfdeel Israël.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    17-08-2014, 14:11 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    14-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE NIEUWE ORDE IN OPKOMST (1985) herbekeken.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    DE NIEUWE ORDE in opkomst

    Robert De Telder

    Uitgeverij Aksent

    Wettelijk Depot: D/1985/4347/01

    ISBN 90-73739-01-2

     

    Sinds het verschijnen van de eerste druk van mijn boek in 1985 zijn er bijna dertig jaar voorbijgegaan en heeft er zich in de wereld een verdere en niet voorziene ontwikkeling, naar het einde van de zogenaamde Bijbelse eindtijd voorgedaan. Het boek was naar Nederlandse normen een besteller, kende vier herdrukken met uiteindelijk 5000 verkochte exemplaren. Al vele jaren is het boek intussen uitverkocht en alleen nog in sommige antiquariaatzaken verkrijgbaar. In enkele nog te volgen afleveringen wil ik iedere keer op onderdelen van mijn boek stilstaan en een evaluatie maken.

     

    Toen ik aan het boek DE NIEUWE ORDE IN OPKOMST anno 1984 werkte was Europa nog met een ijzeren gordijn in twee machtsblokken verdeeld en heerste er een koude oorlog met de Sovjet-Unie en haar Oost-Europese satellietstaten. De Berlijnse muur was nog niet neergekomen en het leek erop dat deze situatie nog decennia lang zou voortduren. In feite had niemand zicht in 1985 op hoelang de Duitse deling nog zou duren. Geen een van de westerse leiders in het jaar 1989 had het slopen van de Berlijnse muur voorzien. Niemand had dit ook zo snel verwacht. De auteur Sebastian Haffner schreef zelfs een hoofdstuk over de onwaarschijnlijkheid van een toekomstige hereniging neer in zijn boek ‘Von Bismarck zu Hitler’ dat in 1987 uitgegeven werd. Achteraf bekeken was de getallen symboliek nochtans heel treffend. Duitsland dat zich tijdens de Tweede Wereldoorlog op zulk een verschrikkelijke manier aan het Joodse volk vergrepen had, werd in 1945 verslagen en daarop vier jaar lang bezet. In 1949 werd in het westen de Bondsrepubliek opgericht en onder Russische voogdij in het oosten de DDR. Wat volgde was een deling die exact veertig jaar geduurd heeft. Vier en veertig zijn getallen die in de Bijbel dikwijls met een oordeelsperiode te maken hebben. We hebben dus heel duidelijk, voor wie het zien wil, metahistorie zien plaatsvinden. Het was een vervulling van Bijbelse profetie geweest. De uiteindelijke hereniging van de beide Duitslanden had ik op basis van het Profetische Woord van de Bijbel in mijn boeken voorspeld.

     

    Israël stond in de tijd van de koude oorlog, in het westerse kamp en kon bij westerse mensen op veel sympathie rekenen. Tegenwoordig heeft Israël alle krediet verloren. Het land is in de media en in de geesten der mensen uitgegroeid van een David naar een Goliath. Het rollenpatroon is omgekeerd en het is duidelijk dat Israël de mediaoorlog verloren heeft. Het antisemitisme bestrijkt dezelfde toppen als in de jaren dertig van de vorige eeuw. Ook is er het taalgebruik dat de systematische uitmoording van de Joden in Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog minimaliseert, er een detail van maakt. Dat gebeurt op allerlei manieren, onder meer door gelijkstelling van de situatie van de Palestijnen onder Israëlisch militair bestuur aan die van de Joden tijdens de Holocaust.

     

    Sinds 1985 is er in en rond Israël heel wat in beweging. In 1991 was het met enige verbazing dat ik merkte hoe de toenmalige Amerikaanse president Bush Sr., na de eerste Golfoorlog, de woorden ‘een nieuwe orde’ in de mond nam en deze slagzin lanceerde in het vooruitzicht op een algemene vredesregeling voor het Midden-Oosten. Sindsdien hanteren zijn geestgenoten dezelfde retoriek om hun wens naar een nieuwe orde uit te drukken. De titel van mijn boek had ik echter ontleend aan Hitler en zijn nazi’s die ook naar een nieuwe orde en een Duizendjarig Rijk streefden. Ik zag het als een menselijk streven voor het oprichten van een Utopia, een pseudo-messiaans vrederijk, net zoals Nimrod in den beginne. Dezelfde demonen zijn nog altijd aan het werk.

     

    Dat vader-Bush de titel van mijn boek in de mond nam, vond ik boeiend. Na de eerste Golfoorlog van 1990/1991 volgde in de geest van deze nieuwe orde, dan ook de eerste poging tot een vredesregeling met Israël en zijn buurlanden te komen. Het resultaat was de zogenaamde Madrid-conferentie van november 1991. Onder leiding van Sovjet-Rusland en de VS zaten Israël en al zijn buurlanden aan de onderhandelingstafel. De Palestijnen hadden samen met de Jordaanse delegatie een vertegenwoordiging. De PLO van Arafat zat alsnog geïsoleerd in Tunis. Het was de eerste keer in de geschiedenis sinds 1948 dat alle partijen aan één tafel zaten. Dit laatste was op dat moment het enige resultaat van de vergadering, naast het feit dat de Palestijnse afvaardiging akkoord ging om over een autonomie van de zogenaamde bezette gebieden met Israël verder te onderhandelen. Een tweede ronde is er niet gekomen. Hetzelfde jaar verdween de Sovjet-Unie om plaats te maken voor een nieuw Rusland. Het jaar daarop werd voor Bush Sr. een verkiezingsjaar dat hij verloor van Bill Clinton. Het resultaat daarvan waren twee ambtstermijnen van vier jaar voor Clinton met een administratie die gedreven was om vrede tussen Israël en de Arabieren te brengen.

     

    Wat namelijk volgde waren de Oslo-verdragen waar Israël, onder supervisie van de VS, tot een akkoord kwam met de PLO onder leiding toen van Arafat. Deze man zetelde tot dan in Tunis nadat hij eerder in 1982 door Israël uit Beiroet verjaagd was. Het akkoord voorzag in autonome gebieden voor de Arabieren in Gaza, Samaria en Judea en dit volgens etappes, volgens het zogenaamde stappenplan. Gaza werd voor een gedeelte autonoom Arabisch gebied. Wat de Israëlische premier Rabin in gang zette heeft hij niet kunnen beëindigen. De man werd in het openbaar in Israël vanwege zijn vredespolitiek vermoord. Zijn opvolgers waren minder bereid tot het opgeven van land zonder een allesomvattend akkoord.

     

    En na de opvolging van Clinton door Jr. Bush verdween ook alle druk van de VS op Israël en gingen alle vredesvoorstellen de koelkast in. Na 11 september 2001 met de terroristische aanval in New York op het World Trade Center, ontbrandde namelijk de WAR ON TERROR van de VS tegen Al Qayda en kreeg alle aandacht. Als een gevolg van de WAR ON TERROR en de totaal gewijzigde wereldsituatie, begon ik aan het vervolledigend vervolg van mijn eerder uitgeven boek. Het resultaat was: “WAR ON TERROR! DE APOCALYPS?” dat in 2008 bij Shopmybook.com via het internet beschikbaar werd.

     

    “Het wereldgebeuren ontwikkelt zich volgens ‘modellen’ en profetische lijnen in de Bijbel”, merkte de Bijbelvorser wijlen Huib Verweij al eerder op.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Zie ook: http://bloggen.be/robertdetelder/


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    14-08-2014, 10:06 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    11-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.TYRUS: REEDS VERVULDE PROFETIE IN DE OUDHEID
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    In het artikel: ALEXANDER DE GROTE van 14-06-2014 op http://bloggen.be/robertdetelder/ , verwees ik o.a. naar de inname van de stad Tyrus door het leger van Alexander de Grote. Ik vermelde toen dat Alexander een dam naar het eiland Tyrus voor de Libanees/Fenicische kust had laten aanleggen. Hij had hiervoor het puin gebruikt van een vorige belegering in de zesde eeuw voor Christus door de Babyloniër Nebukadnezar. Met dit artikel wil ik de twee verschillende belegeringen van Tyrus belichten. De Bijbelse profeten Jesaja en Ezechiël hadden namelijk nauwkeurig de ondergang van Tyrus voorspeld.

     

    De naam Tyrus betekent: ‘rots’ en verwijst naar de rots waar de stad op gebouwd was. Het was een Fenicische handelsstad aan de oostelijke Middellandse Zeekust die met haar schepen de link vormde tussen de kustlanden en Klein-Azië. De handel die normaal gezien een kanaal moet zijn tussen producent en consument werd door de hoogmoedige koning van Tyrus misbruikt om een machtspositie te verkrijgen. Hierna de woorden van de profeet Ezechiël tegen de vorst van Tyrus:

     

    Ezechiël 28:1 Het woord des HEREN kwam tot mij: 2 Mensenkind, zeg tot de vorst van Tyrus: zo zegt de Here HERE: omdat uw hart hoogmoedig geworden is en gij zegt: ik ben een god, een godenwoning bewoon ik midden in zee, – terwijl gij een mens zijt en geen god – en gij in uw hart uzelf gelijkstelt met een god; 3 voorzeker, gij zijt wijzer dan Daniël, geen geheim is voor u verborgen; 4 door uw wijsheid en uw inzicht hebt gij u een vermogen verworven en goud en zilver verzameld in uw schatkamers; 5 door uw wijs beleid bij de handel hebt gij uw vermogen vermeerderd, en uw hart is trots geworden op uw vermogen. 6 Daarom, zo zegt de Here HERE, omdat gij in uw hart uzelf gelijkgesteld hebt met een god, 7 daarom, zie, Ik breng vreemdelingen over u, de gewelddadigste der volken; die zullen hun zwaarden trekken tegen de luister van uw wijsheid en uw glans ontwijden. 8 In de groeve zullen zij u doen neerdalen, gij zult de bittere dood der gesneuvelden sterven, midden in zee. 9 Zult gij dan nog zeggen: ik ben een god – terwijl gij een mens zijt en geen god – als gij staat tegenover hem die u doodt en in de macht zijt van wie u neerslaan? 10 De dood der onbesnedenen zult gij sterven door de hand van vreemdelingen, want Ik heb het gesproken, luidt het woord van de Here HERE. (NBG Vertaling 1951)

     

    De Bijbelse profeet Jesaja had al veel eerder dan Ezechiël in het jaar 720 v. Chr. een serie profetieën uitgesproken waaronder één in het bijzonder aan Tyrus gericht. Een profetie die 122 jaar later zou uitkomen:

     

    Jesaja 23:1 De Godsspraak over Tyrus. Jammert, gij schepen van Tarsis, want het is verwoest, zodat er geen huis meer is; sedert zij kwamen uit het land der Kittiërs (KITTIM), is het hun bekend geworden. 2 Verstomt, gij bewoners van het kustland; de handelaars van Sidon, die de zee bevaren, hebben u verrijkt; 3 over de grote wateren kwam het zaad van Sichor (zwarte rivier: de Nijl), de oogst van de Nijl was zijn inkomen, en het was de koopwaar der volken. 4 Sta beschaamd, Sidon, want de zee, de vesting der zee, zegt: Ik heb geen weeën gehad noch gebaard, geen jonge mannen grootgebracht, geen meisjes opgevoed. 5 Als de tijding Egypte bereikt, beeft men bij die tijding over Tyrus. 6 Steekt over naar Tarsis, jammert gij bewoners van het kustland! 7 Is dit uw uitgelaten (stad), welker oorsprong is van de dagen van ouds, welker voeten haar wegdroegen om zich in verre landen te vestigen? 8 Wie heeft dit over Tyrus besloten, dat over kronen beschikte, welks handelaars vorsten, welks kooplieden geëerden der aarde waren? 9 De HERE der heerscharen heeft het besloten om heel die pralende trots te ontluisteren, om alle geëerden der aarde verachtelijk te maken. 10 Overstroom uw land als de Nijl, dochter van Tarsis, er is geen dam meer. 11 Hij heeft zijn hand uitgestrekt over de zee, Hij heeft koninkrijken doen beven; de HERE heeft aangaande Kanaän bevel gegeven zijn vestingen te verwoesten, 12 en Hij heeft gezegd: Gij zult niet langer uitgelaten zijn, gij onteerde maagd, dochter van Sidon. Sta op, steek over naar de Kittiërs; zelfs daar zal u geen rust beschoren zijn. 13 Zie, het land der Chaldeeën – dit volk, dat niet meer bestaat; Assur bestemde het voor de woestijndieren; zij richtten hun stormtorens op, zij slechtten zijn burchten –, men maakte het tot een bouwval. 14 Jammert, schepen van Tarsis, want uw vesting is verwoest.

     

    15 En het zal te dien dage geschieden, dat Tyrus vergeten zal worden, zeventig jaar lang, de dagen van één koning. Ten einde van zeventig jaar zal het Tyrus vergaan naar het lied op de hoer: 16 Neem de citer, ga rond door de stad, verlaten hoer! Speel mooi, zing veel, opdat men aan u denke. 17 Zo zal het geschieden, ten einde van zeventig jaar, dat de HERE Tyrus bezoeken zal, zodat zij weer aan hoerenloon komt en hoereert met alle koninkrijken der aarde op de aardbodem.

     

    18 Dan zal haar winst en haar hoerenloon de HERE heilig wezen; het zal niet opgehoopt noch bewaard worden, maar haar winst zal zijn voor hen die voor het aangezicht des HEREN wonen, om tot verzadiging te eten, en om zich sierlijk te kleden. (NBG Vertaling 1951)

     

    Het land der Kittiërs of KITTIM bevond zich in de kustlanden. De kustlanden zijn in de Bijbel de Europese landen aan de Middellandse Zeekust (Numeri 24:24). De stamvader KITTIM was een zoon van Jawan, de zoon van Jafeth, de zoon van Noach. Hun oorsprong gaat aldus terug tot de periode na de Grote Vloed. De ‘dagen van ouds’ zoals het in vers zeven van het Bijbelcitaat van Jesaja vermeld staat.

     

    Genesis 10:1 Dit zijn de nakomelingen der zonen van Noach: Sem, Cham en Jafet; hun werden namelijk zonen geboren na de vloed. 2 De zonen van Jafet waren Gomer, Magog, Madai, Jawan, Tubal, Mesek en Tiras. 3 En de zonen van Gomer waren Askenaz, Rifat en Togarma. 4 En de zonen van Jawan waren Elisa, Tarsis, de Kittiërs en de Dodanieten. 5 Naar dezen zijn de kustlanden der volken in hun landen verdeeld, elk naar zijn taal, naar hun geslachten, onder hun volken. (NBG Vertaling 1951)

     

    De profetie van Jesaja, betreffende de periode van zeventig jaar in vers 15, werd vervuld ten tijde van Nebukadnezar. De profeet Jeremia maakt duidelijk dat toen niet alleen Juda dienstbaar aan Babylon zou zijn, maar ook de buurvolken:

     

    Jeremia 25: 11 dan zal dat gehele land tot een oord van puinhopen, tot een woestenij worden. Deze volken nu zullen de koning van Babel dienstbaar zijn zeventig jaren; 12 maar na verloop van zeventig jaren zal Ik aan de koning van Babel en dit volk, luidt het woord des HEREN, hun ongerechtigheid bezoeken, ook aan het land der Chaldeeën, en Ik zal dat tot eeuwige woestenijen maken. (NBG Vertaling 1951)

     

    Na de val van Babylon en de aanvang van de Medisch-Perzische heerschappij over het gebied kon Tyrus zich herstellen en verplaatste zijn activiteiten naar een eiland voor de kust waar de stad herbouwd werd. De oorspronkelijke door Nebukadnezar vernietigde stad bleef in puin achter.

     

    Het was de nieuwe stad Tyrus die door de bekende historicus Herodotos (ca. 490/425 v. Chr.) bezocht werd.

     

    Herodotos Boek 2:44. I moreover, desiring to know something certain of these matters so far as might be, made a voyage also to Tyre of Phenicia, hearing that in that place there was a holy temple of Heracles; and I saw that it was richly furnished with many votive offerings besides, and especially there were in it two pillars, the one of pure gold and the other of an emerald stone of such size as to shine by night: and having come to speech with the priests of the god, I asked them how long time it was since their temple had been set up: and these also I found to be at variance with the Hellenes, for they said that at the same time when Tyre was founded, the temple of the god also had been set up, and that it was a period of two thousand three hundred years since their people began to dwell at Tyre. I saw also at Tyre another temple of Heracles, with the surname Thasian; and I came to Thasos also and there I found a temple of Heracles set up by the Phenicians, who had sailed out to seek for Europa and had colonised Thasos; and these things happened full five generations of men before Heracles the son of Amphitryon was born in Hellas. So then my inquiries show clearly that Heracles is an ancient god, and those of the Hellenes seem to me to act most rightly who have two temples of Heracles set up, and who sacrifice to the one as an immortal god and with the title Olympian, and make offerings of the dead to the other as a hero.

     

    De reden voor de reis van Herodotos naar Tyrus was de bezichtiging van een tempel aldaar, opgedragen aan de god Heracles. De tempel was kostbaar versierd met binnen twee pilaren, één van zuiver goud en de ander van emerald die in het bijzonder de aandacht van Herodotos trok. De priesters van Heracles deelden Herodotos mede dat hun tempel ruim 2300 jaar oud was en dit vanaf de grondvesting van de stad.

     

    Dit was uiteraard grootspraak van de priesters van Heracles want zij lieten Herodotos tenslotte een nieuwe tempel zien aangezien de oude tempel na het jaar 598 v. Chr. door de legers van Nebukadnezar vernietigd werd. De ouderdom van 2300 jaar ten tijde van Herodotos kan chronologisch gezien, ook niet, maar zal eerder liggen bij circa 2200 v. Chr., wat uiteraard ook nog een respectabele ouderdom is. We zitten in ieder geval voor het begin van Tyrus in de periode niet lang na de Grote Vloed. En dit is ook de tijdsperiode waar de eerder geciteerde profeet Jesaja naar verwijst:

     

    Jesaja 23:6 Steekt over naar Tarsis, jammert gij bewoners van het kustland! 7 Is dit uw uitgelaten (stad), welker oorsprong is van de dagen van ouds, welker voeten haar wegdroegen om zich in verre landen te vestigen?

     

    De ‘dagen van ouds’ gaan terug tot de dagen van Nimrod en de grote opstand en trek. En het wordt echt boeiend wanneer we in de Bijbelse Nimrod de vergoddelijkte Heracles uit de Griekse Mythologie herkennen. (Zie: DE WERELDWIJDE VLOED, Tjarko Evenboer, 2012, hoofdstuk 7, blz.266-275)

     

    Het is tegen deze stad en afgodendienst dat de Hebreeuwse profeten moesten getuigen.

     

    De historicus Flavius Josephus heeft eveneens de geschiedenis van de belegering van Tyrus door Nebukadnezar neergeschreven:

     

    Flavius Josephus, Against Apion, Book 1.21

    21. These accounts agree with the true histories in our books; for in them it is written that Nebuchadnezzar, in the eighteenth year of his reign, laid our temple desolate, and so it lay in that state of obscurity for fifty years; but that in the second year of the reign of Cyrus its foundations were laid, and it was finished again in the second year of Darius. I will now add the records of the Phoenicians; for it will not be superfluous to give the reader demonstrations more than enough on this occasion. In them we have this enumeration of the times of their several kings: "Nabuchodonosor besieged Tyre for thirteen years in the days of Ithobal, their king; after him reigned Baal, ten years; after him were judges appointed, who judged the people: Ecnibalus, the son of Baslacus, two months; Chelbes, the son of Abdeus, ten months; Abbar, the high priest, three months; Mitgonus and Gerastratus, the sons of Abdelemus, were judges six years; after whom Balatorus reigned one year; after his death they sent and fetched Merbalus from Babylon, who reigned four years; after his death they sent for his brother Hirom, who reigned twenty years. Under his reign Cyrus became king of Persia." So that the whole interval is fifty-four years besides three months; for in the seventh year of the reign of Nebuchadnezzar (598/597 v. Chr.) he began to besiege Tyre, and Cyrus the Persian took the kingdom in the fourteenth year of Hirom. So that the records of the Chaldeans and Tyrians agree with our writings about this temple; and the testimonies here produced are an indisputable and undeniable attestation to the antiquity of our nation. And I suppose that what I have already said may be sufficient to such as are not very contentious.

     

    Flavius Josephus geeft in zijn apologetisch geschrift tegen Apion heel wat chronologische gegevens tot het juist verankeren van de belegering van Tyrus door het leger van Nebukadnezar op de tijdsbalk. Josephus had in zijn dagen de beschikking over de koningslijsten van Fenicië die in overeenstemming waren met die van de Bijbel.

     

    Maar nu verder aandacht voor de profetie van Ezechiël:

     

    Ezechiël 26:1 In het elfde jaar nu, op de eerste der maand, kwam het woord des HEREN tot mij: 2 Mensenkind, omdat Tyrus van Jeruzalem gezegd heeft: ha! verbroken is zij, die deur der volken; naar mijn kant staat zij open; nu zij vernield is, krijg ik volop; 3 daarom, zo zegt de Here HERE: zie, Ik zàl u, Tyrus! Vele volken stuw Ik tegen u op, zoals de zee haar golven opstuwt. 4 Die zullen de muren van Tyrus vernielen en zijn torens omverhalen; ook het puin zal Ik eruit wegvegen en het maken tot een kale rots. 5 Een droogplaats voor netten zal het worden midden in de zee, want Ik heb het gesproken, luidt het woord van de Here HERE. Het zal de volken ten buit worden 6 en de dochters op het vasteland zullen met het zwaard gedood worden; en zij zullen weten, dat Ik de HERE ben.

    7 Want zo zegt de Here HERE: Zie, tegen Tyrus breng Ik van uit het noorden Nebukadressar, de koning van Babel, de koning der koningen, met paarden, wagens, ruiters en met een geweldige menigte voetvolk. 8 Uw dochters op het vasteland zal hij met het zwaard doden. Hij zal tegen u een schans oprichten, een wal opwerpen en een schilddak opstellen. 9 Het gebeuk van zijn stormrammen zal hij tegen uw muren richten en uw torens met zijn breekijzers afbreken. 10 De menigte van zijn paarden zal u met stofwolken overdekken. Van het rumoer der ruiters, der wielen en der strijdwagens zullen uw muren schudden, als hij uw poorten binnentrekt, zoals men binnentrekt in een veroverde stad. 11 Met de hoeven zijner paarden zal hij al uw straten stukstampen; uw inwoners zal hij met het zwaard doden, uw sterke zuilen zullen ter aarde vallen. 12 Uw bezit zullen zij roven en uw handelswaren buitmaken, uw muren omverhalen, uw kostbare huizen afbreken, uw stenen, balken en puin in het water werpen. 13 Ik zal een einde maken aan het geklank van uw liederen, het geluid van uw citers zal niet langer worden gehoord. 14 Ik zal u maken tot een kale rots; een droogplaats voor netten zult gij worden, gij zult niet meer worden herbouwd. Want Ik, de HERE, heb het gesproken, luidt het woord van de Here HERE. 15 Zo zegt de Here HERE tot Tyrus: Zullen de kustlanden niet beven van het gedreun van uw val, als de gewonden kermen en de moord in uw midden woedt? 16 Ja, alle vorsten der zee zullen van hun tronen afdalen, hun mantels afleggen en hun kleurig geborduurde klederen uittrekken; in schrik zullen zij zich hullen; zij zullen zich op de grond neerzetten en voortdurend beven in ontzetting over u. 17 Dan zullen zij een klaaglied over u aanheffen en tot u zeggen: Hoe zijt gij, o volkrijke, uit de zee verdwenen, gij hooggeroemde stad, die machtig was ter zee, zij en haar inwoners, die schrik inboezemden aan alle omwonenden. 18 Nu sidderen de kustlanden ten dage van uw val; ja, de kustlanden aan de zee zijn ontzet vanwege uw ondergang. 19 Want zo zegt de Here HERE: Wanneer Ik u maken zal tot een verwoeste stad, als de steden die ontvolkt zijn; wanneer Ik de vloed over u zal doen opkomen en de grote wateren u zullen bedekken, 20 dan zal Ik u doen neerdalen met hen die in de groeve neerdalen bij de mensen van de voortijd; Ik zal u doen wonen in de onderwereld bij de puinhopen uit de voortijd, met hen die in de groeve neerdalen, opdat gij niet meer bewoond wordt, en niet meer herrijst in het land der levenden. 21 Tot een voorwerp van verschrikking zal Ik u maken en gij zult niet meer zijn. Dan zult gij gezocht, maar in eeuwigheid niet meer gevonden worden, luidt het woord van de Here HERE. (NBG Vertaling 1951)

     

    De profeet Ezechiël trad op ten tijde van de Babylonische Ballingschap. Hij had deel uitgemaakt van de tweede wegvoering in ballingschap in het jaar 597 v. Chr. onder koning Jojachin van Juda. De jaartallen die hij hanteert hebben als vertrekpunt het jaar van de tweede wegvoering. Het elfde jaar is aldus 586 v. Chr., het jaar van de val van Jeruzalem en de vernietiging van de Tempel van Salomo door de hand van de Babyloniërs. De derde en laatste wegvoering van de Joden in Babylonische ballingschap vond daarop plaats.

     

    De profetieën van Jesaja en Ezechiël gaan beide over de Babyloniër Nebukadnezar die Tyrus zou belegeren en innemen. Maar het is Alexander de Grote die de allerlaatste details van de oude profetie in vervulling zou doen gaan. De profeet Ezechiël had namelijk voorspelt dat de stad Tyrus tot een kale rots zou worden waar de vissers hun netten zouden op te drogen leggen.

     

    Ezechiël 26: 4 Die zullen de muren van Tyrus vernielen en zijn torens omverhalen; ook het puin zal Ik eruit wegvegen en het maken tot een kale rots. 5 Een droogplaats voor netten zal het worden midden in de zee, want Ik heb het gesproken, luidt het woord van de Here HERE. Het zal de volken ten buit worden 6 en de dochters op het vasteland zullen met het zwaard gedood worden; en zij zullen weten, dat Ik de HERE ben.

     

    Het is Alexander de Grote die door het gebruiken van het puin van de oude stad tot het maken van een dam, in het jaar 332 v. Chr. de eindvervulling aan de profetie gaf. De huidige kustlijn rond Tyrus laat de dam, dat inmiddels een landengte is geworden, duidelijk zien. De huidige stad Tyrus werd op het eiland dat nu met de kust verbonden was, herbouwd en op de rots waar ooit het oude Tyrus stond leggen vandaag vissers hun netten te drogen. Er bestaan tekeningen van reiziger-kunstenaars die nog in de negentiende eeuw, de kale rots en de vissersnetten te Tyrus afgebeeld hebben.

     

    Er is echter anno 2014 nog één onderdeel van de profetie van Jesaja dat niet vervuld werd:

     

    Jesaja 23:18 Dan zal haar winst en haar hoerenloon de HERE heilig wezen; het zal niet opgehoopt noch bewaard worden, maar haar winst zal zijn voor hen die voor het aangezicht des HEREN wonen, om tot verzadiging te eten, en om zich sierlijk te kleden.

     

    Tussen vers 17 en 18 zit er al een tijdskloof van 2700 jaar. Nochtans maakten de serie profetieën van de profeet Jesaja allen deel uit van het beloofde Messiaanse vrederijk, dat ooit op planeet aarde werkelijkheid zal worden. Hierna enkele (van vele) Bijbelcitaten van de profeet Jesaja die dit Vrederijk aankondigen:

     

    Jesaja 2:1 Het woord, dat Jesaja, de zoon van Amoz, aanschouwd heeft over Juda en Jeruzalem. 2 En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des HEREN vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En alle volkeren zullen derwaarts heenstromen 3 en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des HEREN, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEREN woord uit Jeruzalem. 4 En Hij zal richten tussen volk en volk en rechtspreken over machtige natiën. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren. 5 Huis van Jakob, komt, laten wij wandelen in het licht des HEREN. (NBG Vertaling 1951)

     

    Jesaja 11:1 En er zal een rijsje voortkomen uit de tronk van Isaï en een scheut uit zijn wortelen zal vrucht dragen. 2 En op hem zal de Geest des HEREN rusten, de Geest van wijsheid en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis en vreze des HEREN; 3 ja, zijn lust zal zijn in de vreze des HEREN. Hij zal niet richten naar hetgeen zijn ogen zien, noch rechtspreken naar hetgeen zijn oren horen; 4 want hij zal de geringen in gerechtigheid richten en over de ootmoedigen des lands in billijkheid rechtspreken, maar hij zal de aarde slaan met de roede zijns monds en met de adem zijner lippen de goddeloze doden. 5 Gerechtigheid zal de gordel zijner lendenen zijn en trouw de gordel zijner heupen. 6 Dan zal de wolf bij het schaap verkeren en de panter zich nederleggen bij het bokje; het kalf, de jonge leeuw en het mestvee zullen tezamen zijn, en een kleine jongen zal ze hoeden; 7 de koe en de berin zullen samen weiden, haar jongen zullen zich tezamen nederleggen, en de leeuw zal stro eten als het rund; 8 dan zal een zuigeling bij het hol van een adder spelen en naar het nest van een giftige slang zal een gespeend kind zijn hand uitstrekken. 9 Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van kennis des HEREN, zoals de wateren de bodem der zee bedekken. 10 En het zal te dien dage geschieden, dat de volken de wortel van Isaï zullen zoeken, die zal staan als een banier der natiën, en zijn rustplaats zal heerlijk zijn. (NBG Vertaling 1951)

     

    ‘Dan’ pas wanneer deze volmaakte toestand werkelijkheid wordt zal de profetie van Jesaja 23:18 ook in vervulling gaan. Het economische en financieel systeem in het komende Vrederijk zal volledig haaks op het huidige Tyrus-systeem staan. Er zullen ‘dan’ geen ‘trusts’ meer bestaan, geld en goederen zullen niet meer opgehoopt noch bewaard worden maar besteed aan eten en onderhoud voor allen.

     

    Zo een 1984 jaar geleden vroegen de discipelen van Jezus Christus bij hun afscheid nemen van de Heiland bij Zijn Hemelvaart naar het ‘wanneer’ van de oprichting van dit beloofde vrederijk:

     

    Handelingen 1: 6 Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël? 7 Hij zeide tot hen: Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft, 8 maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde. (NBG Vertaling 1951)

     

    Naar ‘de tijden of gelegenheden’ wordt heden door vele christenen nog altijd de zelfde vragen gesteld. Ik vermeld ‘vele’ mensen, op basis van de enorme oplage van uitgegeven boeken over eschatologie. En het antwoord van de Heiland, dat het namelijk onze zaak niet is, negeren velen. Over het berekenen van de tijden schreef ik eerder op deze blog op 29-07-2014 een artikel: DE PROFEET JOEL EN DE TETRADE VAN BLOEDRODE MAANSVERDUISTERINGEN IN 2014/2015?

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    11-08-2014, 14:59 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    Archief per week
  • 15/10-21/10 2018
  • 09/07-15/07 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 25/12-31/12 2017
  • 04/12-10/12 2017
  • 21/08-27/08 2017
  • 19/06-25/06 2017
  • 22/05-28/05 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 12/12-18/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 01/02-07/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 23/11-29/11 2015
  • 10/08-16/08 2015
  • 29/06-05/07 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 15/12-21/12 2014
  • 01/12-07/12 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 15/09-21/09 2014
  • 01/09-07/09 2014
  • 25/08-31/08 2014
  • 18/08-24/08 2014
  • 11/08-17/08 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 21/07-27/07 2014
    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Blog als favoriet !

    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!