De wederkomst van Jezus Christus
Inhoud blog
  • Ik zal een vuur zenden in Magog, en onder degenen, die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
  • De profeet Micha en het TIJDS-DAL in de heilsgeschiedenis
  • De Moeder van alle verwoestingen 1
  • De Moeder van alle verwoestingen 2
  • De Moeder van alle verwoestingen 3
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    27-04-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Na de tetrade van bloed-manen

    Over de tetrade van bloed-manen die tijdens de jaren 2014 en 2015 vier maal gelijk vielen met de Joodse feestdagen van Pesach en Sukkot, is in de jaren die daar aan vooraf gingen, heel wat geschreven en gepubliceerd. Men verwees o.a. naar de eerdere tetrade van de jaren 1949/1950 en van 1967/1968 in relatie tot de nieuwe staat Israël. De indruk werd gewekt dat er in en rond Israël in 2014/2015 heel wat te gebeuren stond. Sommigen zagen de geprofeteerde Apocalyps in de Bijbel een aanvang nemen. De profetie van Joël 2:31 stond te gebeuren.

    Joël 2:28 Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. 29 Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten. 30 Ik zal wonderen geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen. 31 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des HEREN komt. 32 En het zal geschieden, dat ieder die de naam des HEREN aanroept, behouden zal worden, want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HERE gezegd heeft; en tot de ontkomenen zullen zij behoren, die de HERE zal roepen. (NBG 1951 vertaling)

     

     

    Het citaat van de profeet Joël leert nochtans geen tetrade van maansverduisteringen. Er staat geschreven: “De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des HEREN komt”. Een natuurlijke zonsverduistering valt per definitie samen met de nieuwe maan, als de maan tussen de zon en de aarde staat. Een maansverduistering valt samen met een volle maan, als de aarde tussen de zon en de maan staat.

    De profeet Joël spreekt echter over iets buitengewoons, iets dat niet 'natuurlijk' is, iets 'bovennatuurlijks', een ingrijpen van God.”

     

    De tetrade van 2014/2015 stond los van de eindtijdprofetie van de Joël. Op God ‘s tijd en op ‘een dag’ die astronomisch niet te berekenen valt, zal deze profetie pas uitkomen. Aan ‘die Dag’ gaan trouwens heel wat dagen, tijden en tekenen vooraf. Lees hierna een volgend relevant hoofdstuk van de profeet Joël:

    Joël 3:1 Want zie, in die dagen en te dien tijde, wanneer Ik een keer zal brengen in het lot van Juda en van Jeruzalem, 2 zal Ik alle volken verzamelen en afvoeren naar het dal van Josafat, en Ik zal aldaar met hen in het gericht treden ter oorzake van mijn volk en van mijn erfdeel Israël, dat zij onder de volken verstrooid hebben, terwijl zij mijn land verdeelden, 3 en over mijn volk het lot wierpen, en een jongen gaven voor een hoer en een meisje verkochten voor wijn, opdat zij konden drinken. (NBG 1951 vertaling)

     

    De profeet Joël verwijst in geen een van de drie hoofdstukken van zijn Bijbelboek naar een toen regerende koning in Israël of Juda, waarmee het optreden van de profeet gedateerd zou kunnen worden. Heel opmerkelijk: de profeet Joël verwijst ook nergens naar de grote mijlpalen in de Joodse geschiedenis: namelijk de Babylonische ballingschap van 605 tot 535 v. Chr., noch naar de wereldwijde ballingschap die volgde na het jaar 70 AD toen de Romeinen de stad Jeruzalem en Tempel vernietigden, en de Joden in krijgsgevangenschap wegvoerden.

    Het onderwerp van het Bijbelboek Joël is uitsluitend: ‘de dag des HEREN’, of de oordeelsdag. Het Boek is gericht aan het Juda van de eindtijd.

    Joël 1:15 Wee die dag, want nabij is de dag des HEREN; als een verwoesting komt hij van de Almachtige.

     

    Joël 3:1 Want zie, in die dagen en te dien tijde, wanneer Ik een keer zal brengen in het lot van Juda en van Jeruzalem, …

     

    Het hiervoor vermelde citaat uit Joël 3:1 werd niet vervuld in 1948 toen de Joden in mei van dat jaar hun staat Israël uitriepen. Noch in juni 1967 toen Oost-Jeruzalem met de Tempelberg op het Jordaanse leger veroverd werd. Maar zal pas vervuld worden in de tweede helft van een toekomstige  zevenjarige eindtijdperiode, de zeventigste jaarweek van de profeet Daniël.

     

    In november 1947 sprak de VN zich uit voor de deling van het Britse mandaatgebied Palestina in een Joodse en een Arabische staat, en in het jaar daaropvolgend in mei 1948 werd de staat Israël afgekondigd. De historische tetrade van 1949/1950 kwam hier te laat. Tenzij men bedenkt dat tussen de Joodse feesten van Pesach en Sukkot in 1949 de VN-vredesconferentie te Lausanne plaatsvond. De jonge staat Israël weigerde daar alle 700.000+ Arabische vluchtelingen (vrouwen, kinderen, grijsaards) als gevolg van de onafhankelijkheidsoorlog opnieuw binnen te laten. Het begin van veel miserie sindsdien en een overtreding van de Thora (Exodus 22:21). Ik begrijp wel de omstandigheden waar de jonge staat Israël zich in bevond, na het afslaan van de binnenvallende Arabische legers tijdens de onafhankelijkheidsoorlog van 1948/49. Het was een strijd op leven of dood geweest.

     

     

    De tetrade van 1967/1968 viel gedeeltelijk gelijk volgens profetische lijnen. In juni 1967 overwon Israël in zes dagen tijd een overweldigende Arabische coalitie en nam alle Bijbelse gebieden in bezit met als hoofdprijs Oost-Jeruzalem en de Tempelberg. De toenmalige regering van Israël had na de drie Arabische nee ’s van Khartoem: – geen erkenning – geen onderhandelingen en  - nooit vrede -, het verkregen gebied moeten annexeren en de Arabische bevolking aldaar burgerrechten geven. De jonge staat Israël koos een andere weg. Zes jaar later in 1973 volgde de Jom Kippoeroorlog. Op hun heiligste feestdag, de grote verzoendag, een dag waarop ze veilig van enige agressie hadden moeten zijn, werden ze door een gevaarlijke Egyptisch/Syrische coalitie overvallen. Een offensief dat zij met veel moeite konden afslaan.

    Men kan stellen dat het vanaf 1967 definitief fout is gegaan en er sindsdien andere wetmatigheden spelen die uiteindelijk zullen uitmonden in Jacob ’s benauwdheid, de grote verdrukking, de zeventigste jaarweek van de profeet Daniël.

    Aan het einde van de zevenjarige eindtijdperiode, de dag des Heren, gaat het vervolg van Joël 3:1 pas in vervulling:

    Joël 3:1 Want zie, in die dagen en te dien tijde, wanneer Ik een keer zal brengen in het lot van Juda en van Jeruzalem, …

    … 2 zal Ik alle volken verzamelen en afvoeren naar het dal van Josafat, en Ik zal aldaar met hen in het gericht treden ter oorzake van mijn volk en van mijn erfdeel Israël, dat zij onder de volken verstrooid hebben, terwijl zij mijn land verdeelden, 3 en over mijn volk het lot wierpen, en een jongen gaven voor een hoer en een meisje verkochten voor wijn, opdat zij konden drinken.

     

    Dit vers sluit aan bij het laatste Bijbelboek Openbaring of Apocalyps dat een Nieuwtestamentisch profetisch Boek is, en het sluitstuk van alle Oudtestamentische profetieën wat het herstel van de Joden betreft, nationaal en geestelijk in het oude land der vaderen: Israël. Het dal van Josafat bij de profeet Joël is in het Boek Openbaring, het gebied van Harmageddon. En de vermelding ‘alle volken’; dat zijn in deze tijd ‘de Verenigde Naties’ die aldus eens in de toekomst naar het land Israël getrokken zullen worden.

     

    In mijn studie ‘TIJD en TIJDEN, 2015’ ga ik uitvoerig in op de chronologie vanaf Genesis tot de komst van Jezus Christus. Voor wie het boek wil aanschaffen, zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

     

    Wanneer we de Masoretische tekst van de Bijbel volgen kan men berekenen dat het vanaf Genesis tot de inhuldiging van de Tempel van Salomo in het jaar 996 v. Chr., drieduizend jaar waren. Het is aldus eenvoudig te berekenen dat wanneer Salomo rond het jaar duizend voor Christus leefde, het in totaal ongeveer zesduizend (plus) jaar zijn vanaf de Schepping tot op heden. Een dwaasheid voor velen, maar niettemin een chronologie die vanuit de Bijbel (Masoretische tekst) aangetoond kan worden. In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, appendix 5, verbind ik de Anno Mundi jaartelling met de westerse kalender.

    Daarnaast hebben we de Griekse Septuagintvertaling van het Oude Testament daterend van de derde eeuw voor Christus, die echter hogere jaartallen hanteert. Zo heeft de Septuagint-LXX een totaal van 2242 jaar vanaf Adam tot de Grote Vloed in plaats van de 1656 jaar van de Masoretische tekst. En vanaf de zondvloed of grote vloed tot de geboorte van Abram heeft de Septuagint een totaal van 1172 jaar in plaats van 352 jaar volgens de jaartallen van de Masoretische tekst. Er bestaan aldus vraagtekens.

     

     

    Mijn werk ‘TIJD en TIJDEN’ heb ik chronologisch opgebouwd rond het fundament van de sabbat- en jubeljaartelling zoals William Whiston, een vriend en tijdgenoot van Isaac Newton, het al in de achttiende eeuw van onze jaartelling uitbracht. William Whiston heeft verder vooral bekendheid gekregen door zijn voortreffelijke vertaling naar de Engelse taal van de werken van Flavius Josephus.

    Het bijzondere aan zijn sabbat- en jubeljaartelling was zijn vaststelling dat in het oude Israël de sabbatjaarcyclus vanaf haar instelling in 1443 v. Chr. met de inbezitneming van Kanaän door de Israëlieten, altijd in één cyclus ononderbroken voortging. Het Jubeljaar, het vijftigste jaar in deze cyclus, betekende geen onderbreking maar begon in de maand Tishri (september/oktober) van het negenenveertigste jaar van de sabbatjaarcyclus, en liep verder tot september/oktober van het nieuwe jaar, waarin intussen al een nieuw sabbatjaar cyclus van zeven maal zeven jaar begonnen was.

    William Whiston geeft in zijn werk tien verwijzingen naar historische sabbat- en jubeljaren die vanuit de Bijbel, de Makkabeeënboeken en de werken van Flavius Josephus geduid kunnen worden. Tegelijkertijd bevestigen deze historische verankeringen de juistheid van Whiston ’s bevinding. In mijn werk ‘Genesis versus Egyptologie, 2009’ voegde ik nog een elfde chronologische verankering toe, die ik ontdekt had bij het uittekenen van mijn chronologische constructie op millimeter papier. Het jubeljaar namelijk van 562/561 v. Chr., het jaar wanneer de Babylonische koning Evil Merodach in zijn eerste regeringsjaar, na de dood van zijn vader Nebukadnezar, koning Jojachin van Juda in diens zevenendertigste jaar van zijn gevangenneming en ballingschap, uit zijn gevangenis bevrijdde. Dit kon geen toeval zijn.

     

    Naar mijn weten maken weinig of geen chronologen vandaag gebruik van de wijze van tellen van de sabbat- en jubeljaren volgens William Whiston en komen als een gevolg hiervan tot geheel andere jaartallen wat betreft bijvoorbeeld het jaar van de Exodus, de splitsing van het Rijk van Salomo, de val van Samaria, de belegering van Jeruzalem door de Assyriër Sanherib, enz.

    En wat zelfs nog extra verwarring geeft, is wanneer sommigen met de foutieve verkregen jaartallen uit het verleden het begin van het zevende millennium Anno Mundi trachten te berekenen.

    Dat de datering van de Bijbelse geschiedenis zo moeilijk lijkt komt vooral voort door de druk die er bestaat van de zijde van de orthodoxe Egyptologie en Assyriologie; twee wetenschappen die in hun tijdsconstructies geen rekening met de Bijbels-historische chronologie houden. Met mijn boek ‘TIJD en TIJDEN, 2015’, heb ik de gefabriceerde jaartallen van de koningen van Assyrië en Egypte aan de Bijbelse chronologische gegevens aangepast.

     

     

    Wat betreft de link nu naar de huidige tijd zijn het de jubeljaren van William Whiston die de brug vormen. Het dertigste jubeljaar sinds de instelling ervan viel in het jaar 27/28 AD. De gebeurtenissen zoals beschreven in het Lucas evangelie hoofdstuk 4 met de Heer Jezus die in de synagoge de profetie van Jesaja 61 citeerde en het aangename jaar des HEEREN uitriep, dienen hier op de tijdsbalk geplaatst. De verdere geschiedenis is algemeen bekend. De Joden van toen hebben Jezus van Nazareth als Messias afgewezen. Veertig jaar later in 70 AD gingen zij voor een tweede maal in ballingschap en werd de tempel te Jeruzalem voor een tweede maal vernietigd. Een onveranderde toestand sindsdien van bijna tweeduizend jaar. Sinds 1948 kennen we het nationale herstel van de staat Israël en is er sindsdien de verwachting bij velen zowel in het christendom als in het Jodendom dat het door de HERE God beloofde herstel van alle dingen nabijgekomen is. Aan dit beloofde herstel zijn echter voorwaarden verbonden.

     

    En zo komen we tot de invulling van de link tussen de Bijbelse geschiedenis, die afgesloten werd in de periode 30/70 AD, tot de huidige tijd. Het is weer de jubeljaartelling volgens Whiston, die ons de weg wijst. Het zeventigste jubeljaar viel, wanneer we de wijze van tellen van William Whiston naar de toekomst toe hanteren, in 1987-okt./1988-sept. Het daaropvolgende 71ste jubeljaar staat genoteerd voor het jaar oct2036/sept2037 AD.

    De Heer Jezus Christus verkondigde met het Jubeljaar van 27/28 AD aan de Joden in de synagoge te Nazareth dat de profetie van Jesaja hoofdstuk 61 nu voor hun oren vervuld was. Het antwoord van de Joden ter plaatse kunnen we lezen in Lucas 4:29 “Zij stonden op en wierpen Hem de stad uit en voerden Hem tot aan de rand van de berg, waarop hun stad gebouwd was, om Hem van de steilte te storten. 30 Maar Hij ging midden tussen hen door en vertrok.”

    De Heer Jezus werd afgewezen, of zoals het in het Johannesevangelie beschreven staat: “hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen”.

     

     

    Het is interessant om in dit beknopte artikel de profetie van Jesaja hoofdstuk 61 volledig te citeren aangezien de inhoud van de woorden van Jesaja aansluiten bij het Jubeljaar zoals het beschreven staat in het Bijbelboek Leviticus.

    Jesaja 61:1 De Geest des Heren HEREN is op mij, omdat de HERE mij gezalfd heeft; Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, om te verbinden gebrokenen van hart, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening der gevangenis; 2 om uit te roepen een jaar van het welbehagen des HEREN …

    (hier stopte de Heer Jezus met voorlezen en sloot de boekrol – een tijdskloof inmiddels van bijna 2000 jaar)

    … en een dag der wrake van onze God; om alle treurenden te troosten, 3 om over de treurenden van Sion te beschikken, dat men hun geve hoofdsieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een kwijnende geest. En men zal hen noemen: Terebinten der gerechtigheid, een planting des HEREN, tot zijn verheerlijking. 4 Zij zullen de overoude puinhopen herbouwen, het verwoeste uit vroeger tijd doen herrijzen en de steden vernieuwen, die in puin liggen, die verwoest hebben gelegen van geslacht op geslacht. 5 Vreemden zullen gereed staan om voor u de kudden te weiden, vreemdelingen zullen uw akkerlieden en uw wijngaardeniers zijn; 6 maar gij zult priesters des HEREN heten, dienaars van onze God genoemd worden; gij zult het vermogen der volken genieten en u op hun heerlijkheid beroemen. 7 In plaats van uw schande gewordt u dubbele vergoeding en in plaats van smaad zullen zij jubelen over hun deel; zo zullen zij dan in hun land dubbele vergoeding verkrijgen, blijvende vreugde zal hun geworden. 8 Want Ik, de HERE, heb het recht lief. Ik haat onrechtmatige roof, Ik zal hun stipt hun loon geven en een eeuwig verbond met hen sluiten. 9 En hun nageslacht zal onder de volken vermaard zijn en hun nakomelingschap te midden der natiën; allen die hen zien, zullen erkennen, dat zij het nageslacht zijn, dat de HERE gezegend heeft. 10 Ik verblijd mij zeer in de HERE, mijn ziel juicht in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, met de mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omhuld, gelijk een bruidegom, die zich als een priester het hoofdsieraad ombindt, en gelijk een bruid, die zich met haar versierselen tooit. 11 Want zoals de aarde haar gewas voortbrengt en een hof zijn zaaisel doet uitspruiten, zo zal de Here HERE gerechtigheid en lof doen uitspruiten voor het oog van alle volken. (NBG Vertaling 1951)

     

    Het beloofde herstel van Israël (en via hen de hele schepping) zoals beschreven in Jesaja hoofdstuk 61 vanaf vers 2 laat nog op zich wachten maar is een wetmatigheid die ooit vervuld zal worden. De sleutel is Israël. We stellen echter vast dat na het uitroepen van de staat Israël in mei 1948 de beloofde zegeningen verbonden aan de sabbat – en jubeljaren uitbleven. De vroege en late regen, die maakten dat het land Israël van de oudheid zo vruchtbaar was, kwam in 1948 en daarna niet terug. Integendeel, water en vooral het tekort aan water is een blijvend probleem in de nieuwe staat Israël. De Israëli ’s zijn uiterst vindingrijk en hebben een ingenieus irrigatiesysteem ontworpen waarbij water helemaal van in het noorden uit het meer van Galilea tot in het zuiden in de Negev-woestijn en elders geleid wordt en druppelsgewijs gebruikt. Prachtig en om bewonderend naar te kijken, maar het blijft echter mensenwerk.

     

    Zoeken naar bijzondere gebeurtenissen in jubeljaren volgend op het jubeljaar van 27/28 AD leveren geen resultaat op. Het is het ‘tijds-dal’ waarin dat de HERE God Zijn EKKLESIA, Zijn Gemeente, uitroept en Israël voor het grootste gedeelte van deze tussentijd in de diaspora leeft.

    Toch zijn er raakpunten in de tijd te vinden. Zulk een scharnierjaar naar mijn mening, was het jaar 1517 AD. In oktober van dat jaar ging in Europa namelijk de reformatie van start met een moedige hervormer Maarten Luther die zijn 95 stellingen tegen de aflatenleer van de Roomse Kerk, tegen de deur van de kerk te Wittenberg nagelde. Iets heel opmerkelijk nu, en minder bekend in het Westen, in datzelfde jaar 1517 veroverden de Turken namelijk Jeruzalem op de Arabieren, en begon de Turkse periode van heersen over het van Joden ontvolkte gebied van Israël. Toeval? Ik meen van niet. Vanaf de exodus uit Egypte in 1483 v. Chr. waren er in 1517 AD 2999/3000 jaar verlopen. Wat een opmerkelijk profetisch jaartal is. De Ottomanen of Turken zouden tot het jaar 1917 over Jeruzalem heersen en het gebied in een soort profetische winterslaap houden. In december 1917 zouden de Britten tijdens de eerste wereldoorlog de stad en het gebied op de Turken veroveren. Dit is exact een tijdsperiode van 400 jaar dat overeenkomt met sommige getallenperiodes die in de Bijbel gehanteerd worden. Maar er is meer aan de hand dat lijkt op sturing van Gods wege. In november 1947 stemde de VN bij meerderheid tot splitsing van het Britse mandaatgebied Palestina in een Joodse staat en een Arabische. De Arabieren stemden tegen maar de Joden accepteerden de deling en proclameerden enkele maanden later hun staat. Tussen 1517 en 1947 zitten er 430 jaar wat weer een bijzondere Bijbelse tijdsperiode is, die er ten tijde van het Oude Testament zat tussen het geven van de belofte aan Abraham van een land en een volk en het geven van de wet aan Mozes. Er is dus meer onder de zon dan menig iemand zou vermoeden (of willen zien). Nog een opmerkelijke Bijbelse tijdsperiode van 50 jaar ditmaal, zit er tussen het eerste Zionistische congres van 1897, alwaar gepleit werd voor de oprichting van een Joods thuisland, en het jaar 1947. Van het jaar 1947 met de deling van Palestina door de VN, tot 1987, het begin van het zeventigste jubeljaar, waren het veertig jaar, wat weer een herkenbare Bijbelse tijdsperiode is. Denk aan de periode van veertig jaar dat de Israëlieten na de exodus en het geven van de Wet, in de woestijn doorbrachten, als een gevolg van hun weigering het Beloofde land binnen te trekken.

    Het ‘aangename jaar des HEEREN’ brak echter in 1987 niet door. Geen een van de beloften verbonden aan het Jubeljaar ging op 3 oktober 1987 met de Grote Verzoendag of Jom Kippoer, in vervulling. Integendeel, diezelfde maand vond op zwarte maandag 19 oktober in New York een beurscrash plaats dat het begin van een wereldwijde financiële crisis inluidde die tot op vandaag nazindert. En twee maanden later begon er een Arabische volksopstand in Gaza, Judea en Samaria tegen het Israëlische militaire bestuur, een opstand die manu militari door Israël de kop werd ingedrukt.

     

    Men is al eens in de verleiding om op basis van de eerder beschreven scharniermomenten in de tijd berekeningen naar de toekomst toe te maken. Dit is een oefening die menigeen al eens gemaakt heeft en in de media gelanceerd. De periode van de tetrade van bloed-manen van 2014/2015 ligt nu achter ons en is een goed voorbeeld van zulke pogingen tot berekenen van het begin van de Apocalyps.

    Een volgend opmerkelijk toekomstig jaartal is het jaar 2017. Op basis van de telling van de sabbat- en jubeljaren volgens William Whiston is het jaar van de exodus te berekenen in 1483 v. Chr. We zagen eerder al dat het 3000 jaar waren tot het jaar 1517 met de heerserswissel over Jeruzalem. In datzelfde jaar begon in het christelijke Europa de Reformatie.

     

     

    In 2017 zal het 500 jaar geleden zijn dat de Reformatie begon en is het 3500 geleden dat de Exodus plaatsvond. Wat de berekening/optelling van de voor Christus-jaartallen betreft, moeten we rekening houden dat het jaar nul niet bestaat, en we bij de optelling van 1483 plus 1517 één jaar moeten aftrekken. Het zal dus met Pesach anno 2018 pas zijn dat het 3500 jaar terug tot de exodus is. In 2018 zal het nationaal herstelde Israël ook zijn zeventigjarig bestaan vieren. Zal dit jaar iets bijzonders te zien geven? Ik weet het niet. Wat de wederkomst van Christus in de ‘tussen-tijd’ wederhoudt, zijn wetmatigheden zoals de vrije wil van de mens in het aannemen of afwijzen van de HERE God, het ingaan van de volheid der heidenen, en de maat der zonde.

     

    Wat dit laatste betreft is er een voorbeeld in het Oude Testament over een uitstel van oordeel. In het tweede jaar na de exodus trokken de Israëlieten onder leiding van Mozes, van de berg Gods op naar het Beloofde Land. Twaalf verspieders werden daarna aan de grens uitgezonden. Dit is een geschiedenis die algemeen bekend is. De twaalf verspieders verkennen gedurende veertig dagen het land, komen terug met druiventrossen die ze amper kunnen dragen, bevestigen dat het een land van melk en honing is, kortom een vruchtbaar land van overvloed. Maar tien van de twaalf verspieders overtuigen het volk dat het land onneembaar is vanwege de sterkte van de inwoners. Met zekerheid zouden zij ten onder gaan moesten ze trachten het land in te nemen. Het zijn alleen Jozua en Kaleb die geloof hebben en het land willen binnentrekken. Het volk echter laat zich overtuigen door de tien ongehoorzame verspieders en weigert binnen te trekken. Het resultaat is dat alle volwassenen van twintig jaar en daarboven gedoemd worden in de woestijn aan de rand van het Beloofde Land te verblijven, tot zij daar allen gestorven zijn (Numeri 14:28-35). De nieuwe generatie zou samen met Jozua en Kaleb, achtendertig jaar later in 1443 v. Chr., het Beloofde Land binnentrekken.

     

    Tegelijkertijd betekende de ongehoorzaamheid van de Israëlieten een uitstel van oordeel over de Amorieten en de andere bewoners van het land Kanaän. De maat van hun zonde was nochtans vol.

    Genesis 15:13 Toen zeide Hij tot Abram: Weet voorzeker, dat uw zaad vreemd zal zijn in een land, dat het hunne niet is, en zij zullen hen dienen, en zij zullen hen verdrukken vierhonderd jaren. 14 Doch Ik zal het volk ook rechten, hetwelk zij zullen dienen; en daarna zullen zij uittrekken met grote have. 15 En gij zult tot uw vaderen gaan met vrede; gij zult in goeden ouderdom begraven worden. 16 En het vierde geslacht zal herwaarts wederkeren; want de ongerechtigheid der Amorieten is tot nog toe niet volkomen. 17 En het geschiedde, dat de zon onderging en het duister werd, en ziet, daar was een rokende oven en vurige fakkel, die tussen die stukken doorging. 18 Ten zelfden dage maakte de HEERE een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath: 19 Den Keniet, en den Keniziet, en den Kadmoniet, 20 En den Hethiet, en den Fereziet, en de Refaieten, 21 En den Amoriet, en den Kanaäniet, en den Girgaziet, en den Jebusiet.

     

    De tijd was in 1482 v. Chr. rijp voor hun verwijdering uit het land, maar als een gevolg van Israëls ongeloof kregen zij achtendertig jaar respijt, uitstel van executie. Mozes behoorde tot het vierde geslacht. Hij ging terug tot op Levi, een van de twaalf zonen van Jakob/Israël.

    Misschien kunnen we in het licht van deze geschiedenis de lijn doortrekken naar het moderne Israël en de Arabische buurlanden. Wel moet ik opmerken dat de Arabieren vandaag, geen Amorieten of Amalekieten zijn, maar ook Semieten die in de lijn van de aartsvader Sem hun oorsprong terugvinden. Op hen rusten uiteindelijk ook beloften van herstel in het komende Messiaanse Vrederijk. Zie o.a. het artikel van 18-06-2015 op dit blog i.v.m. Egypte, zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?ID=2731643

    Zij zijn wel sinds de dagen van Ismaël tegenstanders van Israël en betwisten het recht op het Beloofde Land. Zie TIJD en TIJDEN, 2015, hoofdstuk: De Assyriërs en Abraham, blz. 47-58.

     

    Bij het prille begin van de Ekklesia in het jaar 30 AD vroegen de discipelen naar de tijd van het herstel van alle dingen en het antwoord van de Heiland was het volgende:

    Handelingen 1: 6 Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: Here, herstelt Gij in deze tijd (30 AD) het koningschap voor Israël? 7 Hij zeide tot hen: Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft, 8 maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde.

     

    Het was niet de zaak van de EKKLESIA om ‘de tijden of gelegenheden’ te berekenen wanneer God zijn oud-verbondsvolk Israël geestelijk en nationaal in het oude land der vaderen zal herstellen.

    En later zal de apostel Paulus in zijn twee Thessalonicenzenbrieven in dezelfde zin waarschuwen:

    2 Thessalonicenzen 2:1 Maar wij verzoeken u, broeders, met betrekking tot de komst  van [onze] Here Jezus Christus en onze vereniging met Hem, 2 dat gij niet spoedig uw bezinning verliest of in onrust verkeert, hetzij door een geestesuiting, hetzij door een prediking, hetzij door een brief, die van ons afkomstig zou zijn, alsof de dag des Heren (reeds) aanbrak. (NBG Vertaling)

     

    Aan de wederkomst van de Heer Jezus Christus gaan zoals bij de geboorte van een kind weeën vooraf (Matteüs 24:8). De tijd voor de geboorte van een kind kan men vanaf de bevruchting schatten op ongeveer negen maanden. Gaat men voorbij negen maanden spreekt men in mensentaal van een ezels-dracht. Zo zal het naar mijn mening ook zijn met de periode die vooraf gaat aan de tweede komst van Christus. De weeën zijn alleen een indicator, dat het nabij tot zeer nabij is. En sommige hevige weeën die er op lijken te wijzen dat het nu snel te gebeuren staat, kunnen daarna ook weer een uitstel kennen.

     

    Het zevende millennium sinds de Schepping zijn we binnengegaan in oktober 2005 AD en dit wanneer we aannemen dat de Masoretische tekst van onze Bijbel met haar jaartallen, de correcte is en we de jubeljaartelling volgens William Whiston volgen. Een wijze van sabbat- en jubeljaartelling die via elf historische verankeringen van de eerste tot de zesde eeuw voor Christus op de tijdsbalk verankerd is en aldus bewezen. Het antwoord op de vraag waarom het vrederijk met de komst van de Messias niet is doorgebroken in 1987 ligt bij de wetmatigheden die de Bijbelse toekomstprofetieën inhouden. Het aanbod, de uitkomst, werd Israël in de periode 1947/1967 aangeboden en het was aan hen om hier naar te handelen. Na 1967 is het definitief fout gelopen en als een gevolg van diezelfde wetmatigheden die we in het profetische woord vinden wordt nu een andere piste die naar het herstel aller dingen (zie Handelingen 3:12-21), gevolgd. Daarom meen ik dat we opnieuw in een bijzondere profetische tijdskloof terecht gekomen zijn, en het rekenen met bepaalde tijdsperioden geen concrete data opleveren.

     

    Hierna een citaat van de profeet Hosea dat in een notendop God ’s weg met hen schildert, hoe Hij met zijn oude Verbondsvolk uiteindelijk tot Zijn doel zal komen.

    Hosea 5: 14 Want Ik ben als een leeuw voor Efraïm, en als een jonge leeuw voor het huis van Juda. Ik, Ik zal verscheuren en heengaan; 15 Ik zal wegnemen, zonder dat iemand redden kan. Ik zal heengaan (30 AD Hemelvaart Messias), Ik wil wederkeren naar mijn plaats, totdat zij zich schuldig gevoelen en mijn aangezicht zoeken; wanneer het hun bang te moede is, zullen zij verlangend naar Mij uitzien. 6:1 Komt, laat ons wederkeren tot de HERE! Want Hij heeft verscheurd, en zal ons helen; Hij heeft geslagen, en zal ons verbinden. 2 Hij zal ons na twee dagen doen herleven (20?? AD), ten derden dage (het Messiaanse Vrederijk) zal Hij ons oprichten, en wij zullen leven voor zijn aangezicht. 3 Ja, wij willen de HERE kennen, ernaar jagen Hem te kennen. Zo zeker als de dagenraad is zijn opgang. Dan komt Hij tot ons als de regen, als de late regen, die het land besproeit.

     

    Wanneer we één dag als een periode van duizend jaar willen herkennen dan leert dit Schriftgedeelte dat na een periode van tweeduizend jaar van verdrukking, Israël opnieuw hersteld zal worden. De derde dag is dan de periode van duizend jaar die we in het boek Openbaring vinden wanneer we dit boek in zijn geheel als profetie willen herkennen. Het is de periode van het Messiaanse Vrederijk waar de profeten uit het Oude Testament over gesproken hebben. Daarna pas volgt het volledige herstel van alle dingen en begint de eeuwigheid.

    Het voorgaande moet duidelijk maken dat men geen berekeningen kan maken naar het uur, dag, maand en/of jaar van de wederkomt van Christus. Dat is uitsluitend in God ’s hand. Hij is soeverein. Ieder kind van God mag wel van één ding overtuigd zijn: God heeft alles onder controle.

     

    Ik hoop dat ik met mijn bijdrage niet toevoeg aan de verwarring die er over dit thema bestaat, maar dat het een aanvulling mag zijn. Ik studeer en schrijf alleen maar naar ‘de mate van de genade’ die mij gegeven is (Efeze 4:7).

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    27-04-2016, 11:00 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    Archief per week
  • 15/10-21/10 2018
  • 09/07-15/07 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 25/12-31/12 2017
  • 04/12-10/12 2017
  • 21/08-27/08 2017
  • 19/06-25/06 2017
  • 22/05-28/05 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 12/12-18/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 01/02-07/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 23/11-29/11 2015
  • 10/08-16/08 2015
  • 29/06-05/07 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 15/12-21/12 2014
  • 01/12-07/12 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 15/09-21/09 2014
  • 01/09-07/09 2014
  • 25/08-31/08 2014
  • 18/08-24/08 2014
  • 11/08-17/08 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 21/07-27/07 2014
    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Blog als favoriet !

    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!