De wederkomst van Jezus Christus
Inhoud blog
  • Ik zal een vuur zenden in Magog, en onder degenen, die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
  • De profeet Micha en het TIJDS-DAL in de heilsgeschiedenis
  • De Moeder van alle verwoestingen 1
  • De Moeder van alle verwoestingen 2
  • De Moeder van alle verwoestingen 3
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    12-07-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De profeet Micha en het TIJDS-DAL in de heilsgeschiedenis

    Micha 5:1 En gij, Bethlehem Efrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal zijn over Israël en wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid. 2 Daarom zal Hij hen prijsgeven tot de tijd, dat zij die baren zal, gebaard heeft. …(…Tijdskloof)

    … Dan zal het overblijfsel zijner broederen terugkeren met de Israëlieten. 3 Dan zal Hij staan en hen weiden in de kracht des HEREN, in de majesteit van de naam des HEREN, zijns Gods; en zij zullen rustig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde, 4 en Hij zal vrede zijn. (NBG Vertaling 1951)

     

     

    De naam van de profeet Micha is een verkorte vorm van de naam Michajah wat betekent: “Hij die is als de HEERE". De profeet Micha trad op in dagen van de koningen van Juda: Jotham, Achaz en Jehizkia. Op de tijdsbalk zitten we voor deze koningen in de jaren van 754 tot 694 v. Chr. Dat maakt van de profeet Micha een tijdgenoot van de profeet Jesaja. De bediening van Jesaja begon al eerder in de dagen van koning Uzzia van Juda in het jaar 776 v. Chr. het jaar van de moeder alles verwoestingen.

    Jesaja 1:1 Het gezicht van Jesaja, de zoon van Amoz, dat hij heeft gezien over Juda en Jeruzalem in de dagen van Uzzia, Jotham, Achaz en Jehizkia, koningen van Juda.

    Zie het artikel van 17.11.2017 op dit blog: de moeder van alle verwoestingen, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1510527600&stopdatum=1511132400

    In het eerste hoofdstuk van het Bijbelboek Micha lijkt het dat Micha (1:2-4) zijn bediening ook begon ten tijde van een meganatuurcatastrofe. Het is mogelijk dat hier dezelfde ramp beschreven wordt als ten tijde van de aardbeving van Uzzia. Diezelfde dag werd Uzzia door melaatsheid getroffen, in quarantaine geplaatst en nam zijn zoon Jotham van die dag aan de staatszaken waar.

    Aangezien Micha een tijdgenoot van Jesaja was vinden we dezelfde oordeelsaankondigingen bij beide profeten, wat niet onlogisch is gezien de ernst van de waarschuwingen. In Micha hoofdstuk 1:6 voorspelde de profeet de val van Samaria dat in 717 v. Chr. een feit werd.

    Met het artikel van deze week wil ik een bijzonder chronologisch onderdeel van de profeet Micha behandelen. De tijdskloof namelijk, het tijds-dal, dat er bestaat tussen vers 2b en vers 3 van hoofdstuk vijf.

    De profetie van Micha over de geboorteplaats van de Messias of Christus is wereldwijd bekend vanwege het ‘Kerst’-gebeuren. Het gehucht Bethlehem is de plaats waar de Heiland in het jaar vijf voor Christus in de vijfde maand Ab (juli/augustus) geboren werd. Toen de Magi uit het Oosten aan het hof van Herodes de Grote navraag deden naar de geboorte van de Koning der Joden werd op bevel van Herodes de Joodse Schriftgeleerden er bij gehaald die daarop aan Herodes de Boekrol van de profeet Micha citeerden zoals vermeld in Matteüs 2:1-6. Hierna het Bijbelcitaat volgens de Statenvertaling:

    Micha 5:1 En gij, Bethlehem Efratha! zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israël, en Wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid.

     

    Het is de Messias/ Gezalfde/ Christus, de Zoon van God, de HEERE God zelf, die mens werd en het kleinste dorp van Juda uitkoos voor Zijn geboorte in de wereld.

    De voorzegging van de profeet Micha was nochtans een oordeel-aankondiging voor zijn tijdgenoten. Het volk van Juda dat zijn eigen weg ging zou in ballingschap naar Babylon weggevoerd worden. Zij zouden ‘prijs gegeven worden’:

    Micha 4:10 Krimp ineen en schreeuw het uit, dochter Sions, als een barende; want thans zult gij uittrekken uit de stad en verblijven op het veld, en gij zult naar Babel komen. Daar zult gij bevrijd worden; daar zal de HERE u verlossen uit de macht van uw vijanden.

    Micha 5: 2 Daarom zal Hij hen prijsgeven tot de tijd, dat zij die baren zal, gebaard heeft. …

     

    De profeet Micha verwittigde het volk dat zij door God prijsgegeven zouden worden ‘tot de tijd, dat zij die baren zal, gebaard heeft. Dit is in de geschiedenis van Israël letterlijk uitgekomen. Na de val van Babylon in 539 v. Chr. namen de Meden en de Perzen de heerschappij over, gevolgd door de Grieken en daarna vanaf 63 v. Chr. door de Romeinen. In het jaar 70 AD, veertig jaar na de verwerping van de Messias werd Jeruzalem en de Tempel door de Romeinen werd de grond gelijk gemaakt.

     

     

    © onbekend – public domain?

    Micha 3:12 Daarom zal om uwentwil Sion als een akker worden omgeploegd, en Jeruzalem zal worden tot steenhopen, ja de tempelberg tot woudhoogten.

     

    Er waren in de lange periode van de Babylonische Ballingschap (605/535 v. Chr.) af tot aan de Romeinse periode (63 v. Chr.) enkele lichtpuntjes zoals de terugkeer van een overblijfsel uit de ballingschap, de herbouw van de tempel onder Ezra en Nehemia tijdens de Perzische heerschappij. Maar het koningschap was verdwenen. Wat bleef was de belofte van het herstel. Voor een gelovig overblijfsel van Israël (Lucas 2:25) was het nu wachten op ‘degene die baren zou’, op de geboorte van de Gezalfde, de Koning der koningen.

    De profeet Jesaja had ‘degene die baren zou’ eveneens voorspeld:

    Jesaja 7: 14 Daarom zal de Here zelf u een teken geven: Zie, de jonkvrouw zal zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem de naam Immanuël geven.

     

    In het Nieuwe Testament wordt deze profetie vervuld in Maria van het huis van David. Zie Lucas 1:26-38 en Matteüs 1;18-25

    De profeet Jesaja geeft twee verschillende facetten van de verwachte Heerser door: een Heerser namelijk maar tegelijkertijd ook een Knecht. De Knechtgestalte wordt in het bijzonder in hoofdstuk 53 beschreven.

    Jesaja 53:1 Wie gelooft, wat wij gehoord hebben, en aan wie is de arm des HEREN geopenbaard? 2 Want als een loot schoot hij op voor zijn aangezicht, en als een wortel uit dorre aarde; hij had gestalte noch luister, dat wij hem zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat wij hem zouden hebben begeerd. 3 Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met ziekte, ja, als iemand, voor wie men het gelaat verbergt; hij was veracht en wij hebben hem niet geacht. 4 Nochtans, onze ziekten heeft hij op zich genomen, en onze smarten gedragen; wij echter hielden hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte. 5 Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden. 6 Wij allen dwaalden als schapen, wij wendden ons ieder naar zijn eigen weg, maar de HERE heeft ons aller ongerechtigheid op hem doen neerkomen. 7 Hij werd mishandeld, maar hij liet zich verdrukken en deed zijn mond niet open; als een lam dat ter slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed hij zijn mond niet open. …

     

    Maar nu verder met de profetie van Micha. Ik herhaal gemakkelijks halve het Bijbelcitaat:

    Micha 5:1 En gij, Bethlehem Efrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal zijn over Israël en wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid. 2 Daarom zal Hij hen prijsgeven tot de tijd, dat zij die baren zal, gebaard heeft. …

    (…Het prijsgeven besloeg een tijdsperiode die begon in 586 v. Chr. en eindigde in het jaar van de geboorte van de Messias in 5 v. Chr. Een totaal van 581 jaar)

    … Dan zal het overblijfsel zijner broederen terugkeren met de Israëlieten. 3 Dan zal Hij staan en hen weiden in de kracht des HEREN, in de majesteit van de naam des HEREN, zijns Gods; en zij zullen rustig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde, 4 en Hij zal vrede zijn.

     

     

    Het profetisch Bijbelgedeelte van vers 2b en verder bleef bij het afwijzen van Jezus van Nazareth als de Messias onvervuld en als een gevolg werd ‘het herstel van alle dingen’ uitgesteld. Er zou ten tijde van de eerste komst van de Messias geen overblijfsel van Israël zijn dat kon terugkeren naar het Beloofde Land, gevolgd door een rustig wonen in het Vrederijk. Zie het artikel op dit blog van 12.01.2018: de chronologie van het Johannes-evangelie, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1515366000&stopdatum=1515970800

    De belofte van een derde herstel van het koningschap van Israël van de profeten zoals van o.a. Micha werd echter alleen uitgesteld en niet afgelast zoals het gevestigde christendom leert. De Joden die in 70 AD in een wereldwijde diaspora terecht kwamen, zijn in de ‘volken-zee’ bewaard gebleven (wat in wezen wonderlijk is), zij het dikwijls onder zware verdrukking. Sinds 1948 kennen we een nationaal herstel in het oude land der vaderen: Israël. Een nationaal herstel dat onder druk gehandhaafd wordt. De belofte van de profeet Micha: “…en zij zullen rustig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde, 4 en Hij zal vrede zijn.”, ligt nog ver weg. Hier gelden namelijk wetmatigheden waaraan voldaan moet worden.

    Onder degenen in het christendom die op basis van de profetische Boeken van de Bijbel een derde herstel van Israël verwachten is de vestiging van de seculiere staat Israël in mei 1948 het grote teken dat de wederkomst van de Messias nabij gekomen is. Ook als dit geprofeteerde geestelijke herstel van Israël inmiddels al zeventig jaar op zich laat wachten.

    Het christendom: de Rooms-Katholieke kerk, de Orthodoxe kerken, de vele Protestantse kerken en de sekten, zitten op de tijdsbalk chronologisch gezien in een tijds-dal – de tussentijd. De tijd tussen de verwerping van Israël en de weder aanneming van hen. Dit christendom is gesticht door de oudste kerkvaders, de bisschoppen en in zijn staatkundige dimensies door Constantijn de Grote. Een vergelijking maken met de gemeente of kerk van het eerste uur is pijnlijk. Wanneer we bijvoorbeeld het laatste hoofdstuk van de Romeinenbrief van Paulus aandachtig lezen dan zien we hoe het er in de eerste gemeenten in de stad Rome circa 50/60 AD aan toe ging. Na de leerstellige vijftien hoofdstukken van de Romeinenbrief volgt een hoofdstuk met persoonlijke mededelingen van Paulus gericht aan verschillende individuen, zowel mannen als vrouwen wat een goed beeld geeft van de Gemeente van het eerste uur. Vrouwen blijken bijvoorbeeld zonder discriminatie een belangrijke rol in de Ekklesia of Gemeente gespeeld te hebben. De eerste persoon die Paulus (16:1-2) aanbeveelt is de genaamde Febe, een vrouw die de functie van ‘Diakonon’ in de Gemeente uitoefende en zij diende volgens Paulus door de Christen-Romeinen behandelt te worden gelijk het de heiligen betaamde. Dit staat onmiddellijk haaks op de minderwaardige rol van de vrouw daarna in het gevestigde christendom sinds Constantijn de Grote. Het volgende dat opvalt is dat de Ekklesia van het eerste uur het zonder kerkgebouwen, tempels of kathedralen deed. In de plaats daarvan bestonden er meerdere zogenaamde huisgemeenten in Rome (16:3-4, 10, 11, 16). De mensen van het eerste uur kwamen samen bij elkaar thuis en braken brood en dronken een beker wijn ter nagedachtenis van hun Heiland Jezus Christus, wiens wederkomst zij spoedig verwachtten. Zij spraken elkaar aan als broer en/of zus en dit in ongeveinsde liefde tot elkaar, gedragen en verbonden door de Liefde van de opgestane Heer en Heiland Jezus Christus die in afwachting van Zijn wederkomst hun de Trooster gegeven had: de Heilige Geest van God de Vader.

    De beschrijving van de heiden-christenen van het eerste uur te Rome is in lijn met de bekende boodschap van Paulus te Athene waar hij eerder de gelegenheid kreeg op de Areopagus zijn evangelie aan de aldaar verzamelde Griekse wijsgeren door te geven:

    Handelingen 17:24 De God, Die de wereld gemaakt heeft en alles wat daarin is; Deze, zijnde een Heere des hemels en der aarde, woont niet in tempelen met handen gemaakt; 25 En wordt ook van mensenhanden niet gediend, als iets behoevende, alzo Hij Zelf allen het leven, en den adem, en alle dingen geeft; 26 En heeft uit een bloede het ganse geslacht der mensen gemaakt, om op den gehelen aardbodem te wonen, bescheiden hebbende de tijden te voren geordineerd, en de bepalingen van hun woning; 27 Opdat zij den Heere zouden zoeken, of zij Hem immers tasten en vinden mochten; hoewel Hij niet verre is van een iegelijk van ons. 28 Want in Hem leven wij, en bewegen ons, en zijn wij; gelijk ook enigen van uw poeten gezegd hebben: Want wij zijn ook Zijn geslacht. 29 Wij dan, zijnde Gods geslacht, moeten niet menen, dat de Godheid goud, of zilver, of steen gelijk zij, welke door mensenkunst en bedenking gesneden zijn. 30 God dan, de tijden der onwetendheid overzien hebbende, verkondigt nu allen mensen alom, dat zij zich bekeren. 31 Daarom dat Hij een dag gesteld heeft, op welken Hij den aardbodem rechtvaardiglijk zal oordelen, door een Man, Dien Hij daartoe geordineerd heeft, verzekering daarvan doende aan allen, dewijl Hij Hem uit de doden opgewekt heeft. (Statenvertaling)

     

    De boodschap van Paulus is duidelijk. De christenen van het eerste uur wisten dat de Schepper niet in tempels woonde en niet door mensenhanden gediend kon worden, wat een bijzonder (mannelijk) priesterschap met zogenaamde sacramenten overbodig maakte en uitsloot. Alleen het geloof als een gave van God was van belang.

    De tijden der onwetendheid waren voor de niet-Joden voorbij. Paulus was de uitverkoren apostel tot het brengen van het evangelie naar de heidenwereld. Zijn boodschap was tot dan toe een verborgenheid geweest, was aan geen enkele profeet van het Oude Testament ooit geopenbaard geweest.

    Romeinen 16:25 Hem nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn Evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring der verborgenheid, die van de tijden der eeuwen verzwegen is geweest; 26 Maar nu geopenbaard is, en door de profetische Schriften, naar het bevel des eeuwigen Gods, tot gehoorzaamheid des geloofs, onder al de heidenen bekend is gemaakt; 27 Den zelven alleen wijzen God zij door Jezus Christus de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen. (Statenvertaling)

     

    Het scharnierpunt in de tijd van twee bedelingen (Galaten 4:24) was de afwijzing van Paulus door de Joden in Rome. Het Bijbelboek Handelingen sluit deze geschiedenis af met hoofdstuk 28:17-28, met de voormannen der Joden te Rome die de boodschap van Paulus afwijzen en de oordeelsprofetie van de profeet Jesaja (6:9-10) over zich halen. Het is na de afwijzing van Israël dat Paulus zijn Efeze-brief schrijft en aan alle dan bestaande gemeenten bekendmaakt.

     

    Tijdens de historische periode van het Bijbelboek Handelingen vanaf de Opstanding van Christus en Zijn Hemelvaart, gevolgd door Pinksteren en de uitstorting van de beloofde Heilige Geest, de andere Trooster, te Jeruzalem over de daar verzamelde discipelen – zowel mannen als vrouwen – honderdtwintig in totaal, worden de Joden alsnog meerdere keren opgeroepen het Heil, de Verlossing in Christus te aanvaarden. Zie Handelingen 2:14-40, 3:12-26, 7:1-60. De chronologie van deze geschiedenis op de tijdsbalk heb ik al eens eerder op dit blog behandelt. Zie het artikel van 25.01.2016: De datering van Paulus ontmoeting met de opgestane Christus, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1453676400&stopdatum=1454281200

    De roeping van Paulus als bijzondere apostel voor de niet-Joden of heidenen dateren we in het najaar van 30 AD. Paulus begint vanaf hier voor geruime tijd (Galaten 2:1) aan zijn bediening zonder contact met de Joodse christenen, de eerste Gemeente te Jeruzalem. Terwijl Paulus wiens naam door de Heer Jezus Christus van Saulus naar Paulus gewijzigd was, zijn missie naar de heidenen uitvoert wordt in Judea Petrus naar Caesarea, het machtscentrum van de Romeinse bezettende macht in Judea, naar het huis van de niet-Jood Cornelius geleidt.

    Handelingen 10:1 En er was te Caesarea iemand, genaamd Cornelius, een hoofdman van de zogenaamde Italiaanse afdeling, 2 een godvruchtig man, een vereerder van God met zijn gehele huis, die vele aalmoezen aan het volk gaf en geregeld tot God bad.

     

    Wat is hier aan de hand? In dezelfde tijdsperiode dat Paulus zijn bijzondere bediening naar de heidenen uitvoert, wordt Petrus, de apostel voor de Joden (Galaten 2:7-8) eveneens naar het huis van een heiden geleidt: de Centurion Cornelius van de Italiaanse afdeling. Dit toont volgens mijn mening aan hoe reëel het aanbod aan de Joden was, om alsnog met Sjavoeot of Pinksteren op 28 mei 30 AD de Heer Jezus Christus te aanvaarden en het beloofde Vrederijk met het herstel van alle dingen te laten aanvangen. Indien Israël positief op dit aanbod was ingegaan zouden alle profetieën aangaande de komst van de Messias versneld uitgekomen zijn. In dit mogelijk scenario zou ook toen al een overblijfsel van de volken het vrederijk binnengaan.

    Dat Cornelius van de Italiaanse afdeling te Caesarea geroepen werd is ook geen toeval maar de vervulling van een zeer oude profetie die ooit Noach na de Grote Vloed over zijn drie zonen uitsprak.

    Genesis 9:26 Voorts zeide hij: Gezegend zij de HEERE, de God van Sem; en Kanaän zij hem een knecht! 27 God breide Jafeth uit, en hij wone in Sems tenten! en Kanaän zij hem een knecht! (Statenvertaling)

     

    Jafeth en zijn nakomelingen zijn n         a de spraakverwarring vooral in Europa terechtgekomen. De autochtone volken van Europa gaan terug tot hun stamvader Jafeth. Ook de Italianen die in Handelingen 10:1 genoemd worden gaan terug tot Jafeth. In de lijn van Sem zitten de aartsvaders en is de Messias voortgekomen. Het beloofde wonen in de tenten van Sem door Jafeth kan verklaard worden in de voorrang op de genade die in de geslachtslijn van Sem zit.

    Ook de roeping van Paulus om te Troje vanuit Klein-Azië naar Europa over te steken kan verklaard worden als een vervulling van de profetie van Noach aangaande Jafeth (Handelingen 16:9)

     

    Het hierna volgende Bijbelcitaat van de profeet Hosea verklaart in een notendop hoe het allemaal in de toekomst in zijn werk zal gaan.

    Micha 5:15b.. Ik zal heengaan, Ik wil wederkeren naar mijn plaats, totdat zij zich schuldig gevoelen en mijn aangezicht zoeken; wanneer het hun bang te moede is, zullen zij verlangend naar Mij uitzien. 6:1 Komt, laat ons wederkeren tot de HERE! Want Hij heeft verscheurd, en zal ons helen; Hij heeft geslagen, en zal ons verbinden. 2 Hij zal ons na twee dagen doen herleven, ten derden dage zal Hij ons oprichten, en wij zullen leven voor zijn aangezicht. 3 Ja, wij willen de HERE kennen, ernaar jagen Hem te kennen. Zo zeker als de dagenraad is zijn opgang. Dan komt Hij tot ons als de regen, als de late regen, die het land besproeit. (NBG Vertaling 1951)

     

    De verklaring van dit Bijbelcitaat zou de volgende kunnen zijn: in vers 15b wordt de Hemelvaart van de Messias in 30 AD beschreven: “Ik zal heengaan, Ik wil wederkeren naar mijn plaats”. Het woord: “totdat” slaat op de tijdskloof van inmiddels al 1988 jaar. ‘Wanneer het hun bang te moede is’, slaat op een komende verdrukking waaruit zij op God zullen roepen. Hoofdstuk 6:1 leert de collectieve bekering op één dag van een rest van Israël. En volgens vers 2 is er onder de rest van Israël dan een kennen, een weten van wat er twee dagen of tweeduizend jaar eerder in het jaar 30 AD gebeurd is en beseft men vanaf dat ogenblik dat de derde dag van de wederoprichting aller dingen nabij is.

    Dan pas zal ook de profetie van Joël haar volledige vervulling kennen:

    Joël 2:28 Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. 29 Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten. 30 Ik zal wonderen geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen. 31 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des HEREN komt. 32 En het zal geschieden, dat ieder die de naam des HEREN aanroept, behouden zal worden, want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HERE gezegd heeft; en tot de ontkomenen zullen zij behoren, die de HERE zal roepen. (NBG 1951 vertaling)

     

    De geciteerde profetie van Joël kent haar vervulling op het einde van de Bijbelse eindtijdperiode. Al de profetische Bijbelcitaten van dit artikel hebben trouwens betrekking op de eindtijdperiode met een duur van zeven jaar. Deze periode is bovendien verdeeld in twee schijven van 3 ½ jaar. De ‘Grote Verdrukking’ of ‘Jacob ’s benauwdheid’ vangt aan in de helft van de zevenjarige eindtijdperiode.

    Joël 3:1 Want zie, in die dagen en te dien tijde, wanneer Ik een keer zal brengen in het lot van Juda en van Jeruzalem, 2 zal Ik alle volken verzamelen en afvoeren naar het dal van Josafat, en Ik zal aldaar met hen in het gericht treden … (NBG 1951 vertaling)

     

    Zie het artikel op dit blog van 28.06.2017: De chronologie van de Apocalyps, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1498428000&stopdatum=1499032800

     

     

    Het hierna volgende citaat is geen Utopia, maar een in de Bijbel beloofd Vrederijk dat werkelijkheid zal worden bij de komst van de Messias.

    Micha 4:1 En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des HEREN vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En volkeren zullen derwaarts heenstromen, 2 en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des HEREN, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEREN woord uit Jeruzalem. 3 En Hij zal richten tussen vele volkeren en rechtspreken over machtige natiën tot in verre landen. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren. 4 Maar zij zullen zitten, een ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgeboom, zonder dat iemand hen opschrikt; want de mond van de HERE der heerscharen heeft het gesproken.

     

    Dan pas zal de profetie van Micha hoofdstuk 5, waar we momenteel een tijdskloof van 2700 jaar in herkennen, volledig in vervulling gaan. De lange tijdskloof wordt door de profeet Hosea duidelijk weergegeven:

    Hosea 3:4 Want vele dagen zullen de Israëlieten blijven zitten zonder koning en zonder vorst, zonder offer en zonder gewijde steen, zonder efod of terafim. 5 Daarna zullen de Israëlieten zich bekeren, en de HERE, hun God, zoeken, en David, hun koning, en bevende komen tot de HERE en tot zijn heil – in de dagen der toekomst.

     

    Maar eens, op Gods tijd, wordt de profetie van Micha werkelijkheid:

    Micha 5:2b.. Dan zal het overblijfsel zijner broederen terugkeren met de Israëlieten. 3 Dan zal Hij staan en hen weiden in de kracht des HEREN, in de majesteit van de naam des HEREN, zijns Gods; en zij zullen rustig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde, 4 en Hij zal vrede zijn. Wanneer Assur in ons land komt, en wanneer hij onze paleizen betreedt, dan zullen wij tegen hem zeven herders stellen en acht vorsten uit de mensen, 5 die het land Assur zullen weiden met het zwaard en het land van Nimrod in zijn poorten. En Hij zal bevrijden van Assur, wanneer die in ons land komt en wanneer hij ons gebied betreedt.

     

    Wanneer we dit Bijbelcitaat vers per vers in ogenschouw nemen dan merken we vooreerst de uiteindelijke terugkeer van een overblijfsel van alle stammen van Israël naar het land. Een land dat dan vrede kent nadat de Assyriër van de eindtijd er door geraasd heeft. Vers vier van het Bijbelcitaat hierboven, heeft zich in de geschiedenis van het oude Israël nooit voorgedaan. Dit betekent dat wanneer we de profetie naar onze tijd transponeren, er noordelijk van de moderne staat Israël in de toekomst nog een nieuwe staat tot stand zal komen: het Assyrië van de eindtijd met aan het hoofd de koning van het Noorden van de profeet Daniël (11:40-45).

    Sefanja 2:13 En Hij zal zijn hand tegen het Noorden uitstrekken, Hij zal Assur te gronde richten en Nineve tot een wildernis maken, dor als een woestijn.

     

    Het slot van het Bijbelboek Micha is hoopgevend:

    Micha 7:19 Hij zal Zich wederom over ons ontfermen, Hij zal onze ongerechtigheden vertreden. Ja, Gij zult al onze zonden werpen in de diepten der zee. 20 Gij zult trouw bewijzen aan Jakob, goedertierenheid aan Abraham, gelijk Gij van oude dagen af aan onze vaderen hebt gezworen.

     

    In het geprofeteerde Vrederijk zal ook een overblijfsel van de volken hun plaats en hun herstel vinden:

    Jesaja 19:23 Te dien dage zal er een heerbaan wezen van Egypte naar Assur, en Assur zal in Egypte komen en Egypte in Assur, en Egypte zal met Assur (de HERE) dienen. 24 Te dien dage zal Israël de derde zijn naast Egypte en Assur, een zegen in het midden der aarde, 25 omdat de HERE der heerscharen het gezegend heeft met de woorden: Gezegend zij mijn volk Egypte en het werk mijner handen, Assur, en mijn erfdeel Israël.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).



    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    12-07-2018, 10:01 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    Archief per week
  • 15/10-21/10 2018
  • 09/07-15/07 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 25/12-31/12 2017
  • 04/12-10/12 2017
  • 21/08-27/08 2017
  • 19/06-25/06 2017
  • 22/05-28/05 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 12/12-18/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 01/02-07/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 23/11-29/11 2015
  • 10/08-16/08 2015
  • 29/06-05/07 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 15/12-21/12 2014
  • 01/12-07/12 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 15/09-21/09 2014
  • 01/09-07/09 2014
  • 25/08-31/08 2014
  • 18/08-24/08 2014
  • 11/08-17/08 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 21/07-27/07 2014
    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Blog als favoriet !

    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!