SPORT Sprekers: Maarten van der Heijden (zwemmer) Marit van Eupen (roeister - nog niet zeker)
MUZIEK Namen nog niet bekend
BEDRIJFSLEVEN/UNIVERSITEIT Sprekers: Prof. Dr. Willem Hendrik Gispen (Rector Utrecht) Prof. Dr. Ir. Aalt A. Dijkhuizen (Voorz Raad v. best. Wageningen)
SCIENCEFICTION Sciencefiction is gebaseerd op onze ervaringen in onze tijd en onzeverwachtingen en dromen. SF benadert onze werkelijkheid door middel van spel, fantasie en creativiteit. Wat zijn de bronnen waar SF-schrijvers uit putten? Zij werken met de vraag: wie zijn we? Hoe leven we? Wat zijn onze mogelijkheden en onze kansen? Sprekers: Ir. Peter van Lith (Multimotions) Peter Motte (De Tijdlijn, tijdschrift voor sciencefiction)
Donderdag 10 november voorlopige dagindeling: 16.00 Opening: Dagvoorzitter: Leo de la Chambre 16.05 Sport Gesprek met twee studenten en twee sprekers 16.45 Sciencefiction Gesprek met twee studenten en twee sprekers 17.30 Pauze Koffie en thee 17.45 Beleid en bestuur Gesprek met twee studenten en twee sprekers(mogelijk 3 sprekers) 18.30 Muziek Gesprek met twee studenten en twee sprekers 19.15 Afsluiting sprekers, opening buffet, aankondiging discussiesDagvoorzitter 19.20 Buffet 20.00 Parallelle workshops Op de vier Thema gebieden sport, sciencefiction, beleid en bestuur, muziek, wordt dieper ingegaan in vier afzonderlijke ruimtes. 21.30 Afsluiting discussies Dagvoorzitter 21.30 Borrel 22.30 Band 2.00 Einde & opruimen
FOUT Hij deed verschrikkelijk hard zijn best, maar het bleven uiteindelijk allemaal tevergeefse pogingen. Hij voelde zich totaal mislukt.
GOED Hij deed verschrikkelijk hard zijn best, maar het bleven uiteindelijk allemaal vergeefse pogingen. Hij voelde zich totaal mislukt.
VERKLARING
Tevergeefs is een bijwoord. Vergeefs is zowel bijwoord als adjectief. Alsje het niet precies meer weet, gebruik je altijd vergeefs.
Toelichting
Voor een zelfstandig naamwoord - zoals in "een vergeefse poging" - kanalleen "vergeefs" gebruikt worden. We noemen "vergeefs" in dat geval een attributief gebruikt bijvoeglijk naamwoord.
"Vergeefs" kan ook voorkomen als predicatief gebruikt bijvoeglijk naamwoord en als bijwoord.
"Tevergeefs" komt alleen voor als predicatief gebruikt bijvoeglijk naamwoord of als bijwoord, nooit als attributief gebruikt bijvoeglijk naamwoord.
Een attributief gebruikt bijvoeglijk naamwoord benoemt een eigenschap of kenmerk van een zelfstandig naamwoord, en staat vlak voor dat zelfstandig naamwoord:
(1) De laatste weken deden verschillende avonturiers een vergeefse poging om de wereld rond te reizen in een luchtballon.
(2) Hij deed een vergeefs beroep op haar inlevingsvermogen.
(3) Hij probeerde de stapel tegen te houden, maar het was vergeefse moeite.
Een bijvoeglijk naamwoord kan ook predicatief gebruikt worden. In dat geval zegt het ook iets over het zelfstandig naamwoord, maar staat het verderop in de zin.
Voorbeelden zijn:
(4) De poging van de Amerikanen was vergeefs/tevergeefs.
(5) Die moeite bleek al snel vergeefs/tevergeefs.
Een bijwoord geeft nadere informatie over de handeling die door hetwerkwoord wordt uitgedrukt.
Dat is het geval in de volgende zinnen:
(6) Hij probeerde tevergeefs/vergeefs de vallende stapel boeken tegen te houden.
(7) Hij hoopte tevergeefs/vergeefs haar binnenkort terug te zien.
FOUT Vooral het feit dat hij niet geselecteerd werd voor de Ronde van Frankrijk dit jaar, ontgoochelde Baguet.
GOED Baguet was vooral ontgoocheld omdat hij dit jaar niet mee mocht naar de Ronde van Frankrijk.
VERKLARING Het is vooral een kwestie van stijl: de oorspronkelijke zin klinkt stijf met dat "het feit dat" voorop. Het is best mogelijk dat er Franse invloed meespeelt, want het overdadige gebruik van "het feit dat" komt meer voor in Vlaanderen dan in Nederland.
Recensie: Arnaud Huftier: De onmogelijke vertaling / L'impossible traduction
Dit boek staat in een traditie die uniek is voor de wereld: de tweetalige Nederlands-Franse aanpak van België. Slecht toegepast leidt ze tot onderdrukking van een van de twee talen, maar goed gebruikt is ze een verrijking voor beide culturen.
Het is die verrijking die Arnaud Huftier en Peter Motte in deze uitgave hebben nagestreefd. Arnaud Huftier is een assistent letteren van de universiteit van Valenciennes. Hij doktoreerde op een van de merkwaardigste terreinen van de literatuur ter wereld: de verstrengelde Belgische literatuur, waar Vlaams, Waals, Frans, Nederlands en Belgisch op zo'n manier door elkaar lopen, dat het voor buitenlanders surrealistisch wordt. Het getuigt dan ook van Arnauds inzicht en doorzettingsvermogen dat hij het goed kon onderzoeken, maar bovendien is het verhelderend om de verwonderde en neutrale blik van een niet-Belg op het onderwerp te zien.
Peter Motte en Arnaud besloten samen om het essay over de Nederlandstalige Belgische fantastische literatuur in een tweetalige Nederlands-Franse editie uit te geven, in een al even opmerkelijke vorm als het land zelf: er is geen achterpagina. Het boek telt wel twee voorpagina's!
Ze besloten het essay in het Nederlands en het Frans af te drukken, maar op zo'n manier dat de lezer kan kiezen wat hij als de eerste taal beschouwt. In plaats van de ene tekst na de andere af te drukken, werd ze ten opzichte van elkaar ondersteboven afgedrukt. Als men het boek omdraait, krijgt men een andere voorpagina met de andere taal.
De kunstenaar Johnny Bekaert heeft daar nog een schepje bovenop gedaan door een voorpagina-illustratie te creëren die geen onder- of bovenkant heeft.
Deze goed geannoteerde editie heeft niet alleen een diepgaand inzicht in de ontwikkelingen van de Nederlandstalige Belgische sciencefiction, fantasy, griezel en fantastische literatuur van het begin tot heden, maar is in zijn uitgavevorm een uniek kunstwerkje geworden.
Mijn carrière als technisch vertaler werd mogelijk door mijn al jonge belangstelling voor het verkeerd gelabelde genre sciencefiction, want het is eigenlijk meer technical fiction, sterker nog: technical adventure fiction, dan SCIENCEfiction.
Vandaar dat ik aangenaam verrast was toen ik werd uitgenodigd om mee te werken aan de eendagsconferentie Seek My Face aan de TU Delft (Nederland).
MoTiv probeert er in samenwerking met studenten en studentenorganisaties aan de TU de motivatie te achterhalen van de âheldenâ in de sport, de muziek, bedrijfsleven en universiteit, en de onderliggende idealen van de hedendaagse sciencefiction. Welke krachten gaan er schuil achter het succes van mensen? Wat zijn de diepe, onzichtbare bronnen waar mensen uit putten? Ze proberen die diepe bronnen aan te boren en zo het ware gezicht van de mens te vinden.
Een van de thema's is SCIENCEFICTION.
Sciencefiction is gebaseerd op onze ervaringen in onze tijd en onze verwachtingen en dromen. SF benadert onze werkelijkheid door middel van spel, fantasie en creativiteit. Wat zijn de bronnen waar SF-schrijvers uit putten? Zij werken met de vraag: wie zijn we? Hoe leven we? Wat zijn onze mogelijkheden en onze kansen?
Het voorlopige programma plaatst het interview met mij om 16.45. Om 19.15 volgt een afsluiting met alle vier de sprekers, met aansluitend een buffet. Daarna volgt om 20.00 een parallelle discussie met elk thema in 1 hoek.
Meer info later, o.a. op http://www.seekmyface.tudelft.nl/
Van een vertaler kreeg ik het volgende verhaal over zijn vroegste ervaringen:
Toen ik pas begon, kreeg ik van een Belgisch bureau (nu ja, een freelancer die zich voordeed als een middelgroot bureau) een gratis proefvertaling voorgeschoteld van maar liefst zeven pagina's! Met een redelijk krappe deadline.
Ik zei dat hij overdreef en na lang onderhandelen bleef hij beweren dat het een proefvertaling was, maar uiteindelijk ging hij akkoord om toch een (heel laag, maar als beginneling besefte ik dat toen niet, het was mijn derde of vierde klant) tarief te betalen.
Hij zei er nog bij dat het de eerste keer was dat hij betaalde voor een proefvertaling, maar dat hij het wilde doen, om zijn goede bedoelingen te tonen.
Een week nadat ik de "proefvertaling" had geleverd, kreeg ik de tekst terug, met de mededeling dat de klant helemaal niet tevreden was en dat hij korting wou.
Ik heb elke opmerking weerlegd, met telkens de uitleg en een verwijzing naar een naslagwerk erbij. Geen enkele correctie bleek gerechtvaardigd, er was telkens een fout aan toegevoegd in plaats van verbeterd. Achteraf vermoedde ik dat hij er zelf zo'n hoop wijzigingen heeft ingestopt, om een korting te kunnen vragen.
Ik heb 'm mijn reactie teruggestuurd en even later belde hij met de mededeling dat hij mijn reactie wel begreep, maar dat ikniet flauw moest doen. "Al mijn andere vertalers geven in zo'n geval zonder morren meteen 50% korting, dus ik verwacht dat je dat ook doet."
Maar dat heb ik dus niet gedaan.
Een dag later belde hij weer voor een vertaling en wou hij dat ik voor "echte" opdrachten nog goedkoper ging werken dan het al goedkopere tarief van de "proefvertaling" (hij bood toen - vijf jaargeleden - 35 eurocent per regel, zo'n 4 cent per woord; "want er gaat nog heel veel werk volgen", nog zo'n liedje dat we al kennen). Hij had namelijk"tientallen vertalers die staan te springen om tegen zo'n tarief te MOGEN werken".
Ik heb 'm vriendelijk gezegd dat hij die mensen dan een plezier mocht doen van mij, maar dat ik het niet deed en dat ik voortaan mijn gewone tarief zou rekenen.
Ik heb niets meer van 'm gehoord, behalve toen hij excuses verzon waarom de betaling maar niet kwam.
FOUT Hij eindigde in een tijd van 23 seconde en 1 honderdste.GOED Hij eindigde in een tijd van 23 en 1 honderdste seconde. VERKLARING:Een klein probleempje deze keer:Het breukgetal (1 honderdste) moet voor de eenheid (seconde) staan.
Hij is juist als wordt bedoeld: "Michael Schumacher is nog niet lang geleden over de eindstreep gereden, en hij eindigde op de zevende plaats." Als echter wordt bedoeld: "Michael Schumacher eindigde niet hoger in de uitslag dan op de zevende plaats," dan is het fout.
'Pas' is een bijwoord van tijd. Zoals de meeste bijwoorden heeft het een heel scala aan betekenissen, die erg met elkaar verwant zijn.
Het betekent in de eerste plaats: "juist, net, zopas, zo-even, nog niet lang'.
Voorbeelden: - Hij is pas vertrokken. - Het bericht is pas aangekomen. - Hij is pas klaar.
'Pas' betekent ook: 'niet later dan'. Voorbeelden: - Het is pas acht uur. - Pas tien jaar na de moord werd de dader gearresteerd.
'Pas' betekent verder: 'niet ouder dan'. Voorbeelden: - Ze is pas twintig jaar.
En ook: 'niet verder dan'. Voorbeelden: - We zijn pas in Utrecht.
En 'nog maar net'. Voorbeelden: - Dat is pas het begin.
Er is meer: het betekent ook 'niet eerder dan'. Voorbeelden: - Hij staat pas om acht uur op. - dan pas - nu pas
Onze openingszin moet dus zijn: - Michael Schumacher is maar zevende. - Michael Schumacher is slechts zevende.
Maar toch hoor je nogal eens 'pas' in zinnen zoals onze openingszin.
Waar komt dat vandaan? Het is een hypercorrectie. Het Franse 'que' wordt vaak vertaald door 'maar'.
Voorbeelden:
- Frans: 'Il ne vient que demain' wordt FOUT 'Hij komt maar morgen' i.p.v. GOED 'Hij komt pas morgen'.
- Frans: 'Il ne reviendra qu'en 2007' wordt FOUT 'Hij komt maar in 2007 terug.' i.p.v. GOED 'Hij komt pas in 2007 terug.'
Let wel: 'que' vertalen als 'maar' is niet per se verkeerd, maar het is wel verkeerd als het om een tijdsbepaling gaat. Met andere woorden: men leert dat 'maar' vaak verkeerd is, en dat het in zo'n geval 'pas' moet zijn. Daardoor gaat men ook 'maar' vervangen door 'pas' waar het 'maar' moet blijven. Dat is hypercorrectie. Hypercorrectie ontstaat eigenlijk omdat men de taalregel niet goed kent. Men weet wel dat er iets verkeerd is, maar men weet niet precies wat. En daardoor ontstaan zinnen zoals: 'Michael Schumacher is pas zevende.' (hypercorrectie vorm) terwijl 'Michael Schumacher is maar zevende.' goed is, maar als fout wordt aangevoeld.
Het goede woord is 'boeiend', niet 'interessant'. 'Interessant' is iets waar je belang bij hebt. Je huurcontract is interessant, je arbeidscontract ook. Maar sommige dingen zijn boeiend: ze houden je vast. En soms zijn ze verrassend. Boeiend en verrassend, dan kan het niet meer stuk.
"Ik heb onlangs een korte tekst vertaald waarin een paar keer denaam van een bedrijf werd genoemd. De opdrachtgever heeft het aantal keren dat deze naam voorkwam van het totale aantal woorden afgetrokken (rond 6%) omdat de naam niet vertaald diende te worden."
Taalprobleem: apostrof bij verkleinwoorden van cijfer- en letterwoorden
FOUT Hij had zijn hele carrière bij hetzelfde aanneembedrijf gewerkt,en zijn cv'tje besloeg amper een half A4-tje.
GOED Hij had zijn hele carrière bij hetzelfde aanneembedrijf gewerkt,en zijn cv'tje besloeg amper een half A4'tje.
VERKLARING Je gebruikt een apostrof bij verkleinwoorden van cijfer- en letterwoorden.
De apostrof wordt gebruikt bij afleidingen (o.a. verkleinwoorden enbezitsaanduidingen of genitiefvormen) en meervoudsvormen van cijfer- en letterwoorden. Het gaat hierbij om de achtervoegsels -tje, -er/-ster en -s. Het is daarom A4'tje en bijvoorbeeld ook 65+'er, VVD'ster, NV's, tv'tje en PvdA's beleid.
Bijzonderheid In samenstellingen waarin het eerste lid een cijfer- of letterwoord is,schrijven we een koppelteken: A4-formaat, 65+-pas, VVD-vrouw, tv-toestel, PvdA-beleid.
Wanneer we A4'tje willen afbreken aan het eind van een regel, wat weoverigens beter kunnen vermijden, dan schrijven we wel een koppelteken. De apostrof valt dan weg: A4-/tje en ook: 65+:-er, PvdA-/ster, tv-/tje.
Tijdaanduidingen die niet op een -r eindigen, worden dus na een meervoudig telwoord altijd in het meervoud gezet.
Het is een van de moeilijkste regels, omdat sommige dialecten anders werken. Ik heb hem dan ook op een etiketje geschreven en dat op de rand van mijn pc-monitor gekleefd.
FOUT Een getuige, die zelf een politieagent is, had de jongeman zienwegrijden.
GOED Een getuige, die zelf politieagent is, had de jongeman zien wegrijden.
VERKLARING
Geen lidwoord als de persoonsnaam (hier politieagent) een functie of beroep aanduidt. De ANS legt het verschil uit tussen de constructie met en zonderlidwoord.
Bij substantieven als naamwoordelijk deel van het gezegde
1 Als naamwoordelijk deel van het gezegde worden persoonsnamen zonder lidwoord gebruikt om een kenmerkende hoedanigheid, met name een functie of beroep (zie voorbeeld (1a)), een nationaliteit (zie voorbeeld (2a)) of een levensbeschouwing (zie voorbeeld (3a)) aan te duiden. Voorbeelden:
(1a) Willem is soldaat. (2a) Hij is Belg. (3a) Hij is overtuigd christen.
Zinnen als (1a), (2a) en (3a) kunnen ook met een lidwoord voorkomen (voor het gebruik van het als onderwerp: zie ):
(1b) Willem is een soldaat. (2b) Hij/het is een Belg. (3b) Hij/het is een overtuigd christen.
Opmerking 1 Bij uitzondering worden ook verwantschapsnamen zonder lidwoord op deze manier gebruikt, bijv.: (i) Mijn broer Cornelis is vanmorgen vader geworden en nu ben ik dus oom. Ook man en vrouw kunnen op een dergelijke manier gebruikt worden: (ii) Zij zijn nu man en vrouw.
Tussen de (a) - en de (b) -zinnen is een aantal verschillen aan te geven.
[a] In de (a) -zinnen kan de aard van de kwalificering geëxpliciteerdworden, wat in de (b) -zinnen onmogelijk is omdat hier een individu met een bepaald beroep enz. wordt genoemd:
(4a) Hij is advocaat van beroep. (4b) Hij/het is een advocaat van beroep. [uitgesloten] (5a) Hij is Belg van nationaliteit. (5b) Hij/het is een Belg van nationaliteit. [uitgesloten] (6a) Hij is christen van religie. (6b) Hij/het is een christen van religie. [uitgesloten]
[b] Dat in de (a) -zinnen niet geïndividualiseerd wordt, blijkt ook uit demogelijkheid de substantieven zonder lidwoord die een beroep of functieaanduiden, onderwerp te doen zijn van een gezegde als: ... is een (mooienz.) beroep, ... is een (hoge enz.) functie .
Voor de substantieven met lidwoord is dit onmogelijk, omdat een advocaat enz. geen beroep of functie noemt, maar een individu.
Voorbeelden: (7a) Opticien is een mooi beroep. (8) Partijsecretaris is een belangrijke functie. Maar: (7b) Een opticien is een mooi beroep. [uitgesloten]
[c] De beide types vertonen ook verschillen wat de toevoegbaarheid vanvoor- en nabepalingen betreft.
Substantieven zonder lidwoord kunnen alleen dan voor- of nabepalingen krijgen als de resulterende combinatie nog als geheel een beroep, een functie enz. kan uitdrukken. Wordt bijv. een adjectief als voorbepaling gebruikt, dan moet er semantisch een hechte eenheid bestaan tussen adjectief en substantief. Voorbeelden: (9) Zijn vader was gediplomeerd opticien. (10) Hij is nog praktiserend arts. (11) Peter wordt wetenschappelijk medewerker.
Nabepalingen worden frequent gebruikt bij substantieven die een beroepnoemen of een functie, om dat beroep of die functie te specificeren.
Voorbeelden: (12) Hij is doctor in de theologie/hoogleraar (in de) wiskunde/leraarNederlands/directeur van een ziekenhuis/ziekenhuisdirecteur/leider van eenjeugdbeweging/jeugdleider.
Onmogelijk daarentegen is een betrekkelijke bijzin als bijvoeglijkenabepaling: (13) Hij is tandarts die het niet zo nauw neemt. [uitgesloten] (14) Peter is communist die nooit op straat komt. [uitgesloten]
In de bijzin wordt namelijk geen specialiserende informatie over een functie enz. verstrekt, maar wel informatie over een persoon.
Opmerking 2 Het gebruik van substantieven zonder lidwoord als voorstuk in uitroepende zinnen is van een andere aard. Het substantief is hierin geen naamwoordelijk deel van het gezegde.
Voorbeeld: (i) Communist die/dat je bent!
We hebben hier te maken met een bijzonder type zinnen, waarin debetrekkelijke bijzin vrijwel inhoudsloos geworden is.
(zie verder ook http://oase.uci.kun.nl/~ans/e-ans/23/05/02/04/body.html )
[d] Verder valt nog een onderscheid te signaleren dat betrekking heeft op de objectiviteit of subjectiviteit van de uitingen. De zinnen zonderlidwoord kunnen namelijk nooit gebruikt worden om een oordeel of waardering uit te spreken. De kwalificering is derhalve steeds objectief. Is het lidwoord aanwezig, dan kunnen de zinnen wel een subjectief karakter hebben.
Vergelijk: (15a) Hij is artiest. (15b) Hij is een artiest.
Terwijl in (15a) aan een persoon een feitelijke hoedanigheid wordttoegekend, waardoor de zin als mededeling van een feit kan worden getypeerd, kan (15b) een subjectief oordeel inhouden: de persoon in het onderwerp genoemd hoeft geen artiest te zijn, maar hij wordt ingedeeld in de klasse van artiesten, bijv. omdat hij zich gedraagt zoals een artiest dat doet.
Dat met zinnen van het (a) -type nooit een oordeel of waardering tekennen wordt gegeven, impliceert dat substantieven die altijd eensubjectieve betekenis hebben, niet in dit type kunnen fungeren, bijv.: (16) Hij is stommeling/kwajongen/bedrieger/klaploper/dweper/dief/gangster.<>
Met de onmogelijkheid van subjectiviteit hangt ook de onmogelijkheid samen om het substantief een verkleinwoordvorm te geven, behalve als het gevallen betreft waarin de niet-verkleinwoordvorm nooit of slechts zelden gebruikt wordt en waarin het verkleinwoord geen affectieve betekenis heeft. Voorbeelden: (17) Hij is doktertje/kruideniertje/communistje/Belgje. [uitgesloten] (18) Zij is dienstmeisje.
Een substantief zonder lidwoord komt ook nooit voor in zinnen waarin despreker zich minachtend uitlaat over een andere persoon, bijv.: (19a) Hij is me ook advocaat. [uitgesloten] (19b) Hij is me ook een advocaat.
Opmerking 3 Van een andere aard is weer het gebruik van een substantief zonder lidwoord in uitroepende zinnen (zie Opmerking 2), die altijd een emotionele waardering inhouden: (i) Communist(je) dat je bent! (ii) Advocaat(je) dat je bent! In dit type kunnen ook substantieven gebruikt worden waaruit altijd een negatieve waardering blijkt: (iii) Stommeling dat je bent! (iv) Kwajongen die je bent! [e] Zinnen met een meervoudig onderwerp behoren tot het (a) -type als ze een enkelvoudig naamwoordelijk deel bevatten, tot het (b) -type als het naamwoordelijk deel meervoudig is.
Vergelijk: (20a) Ze zijn allebei praktiserend arts. (20b) Ze zijn allebei praktiserende artsen. (21a) Ze zijn allebei arts van beroep. (21b) Ze zijn allebei artsen van beroep. [uitgesloten] (22a) Ze zijn allebei arts die een drukke praktijk heeft.[uitgesloten] (22b) Ze zijn allebei artsen die een drukke praktijk hebben.
2 Ook zaaknamen kunnen als naamwoordelijk deel van het gezegde zonder lidwoord voorkomen,
bijv.: (23) Deze kamer is opslagplaats. (24) Dat zinsdeel is bijwoordelijke bepaling. Evenals bij persoonsnamen worden hier functies, geen concrete zakenaangeduid, wat duidelijk wordt door omschrijving met gebruikt worden als, fungeren als:
(25) Deze kamer wordt gebruikt als opslagplaats. (26) Dat zinsdeel fungeert als bijwoordelijke bepaling.
Wat de syntactische mogelijkheden betreft, geldt hetzelfde als wat in 1 voor zinnen met persoonsnamen gezegd is.
Vergelijk: (27a) Deze kamer is uitstekende opslagplaats. [uitgesloten] (27b) Deze kamer is een uitstekende opslagplaats.
Opmerking 4 Ten slotte dient nog vermeld te worden dat het naamwoordelijk deel van het gezegde ook een functie met een spelkarakter kan aanduiden; zowel persoonsnamen als diernamen als zaaknamen zijn hier mogelijk, bijv.: (i) Jantje was dokter en zijn zusje patiënt. (ii) Jantje was mus en Piet merel. (iii) Jij was stoel en ik tafel.
Als niet aan een dergelijke functie met spelkarakter gedacht kan worden, is een diernaam of zaaknaam zonder lidwoord onmogelijk, bijv.: (iv) Die vogel is mus. [uitgesloten] (v) De walvis is zoogdier. [uitgesloten]
Taalprobleem: streepje of geen streepje bij combinaties met eigennamen
FOUT Voor het eerst sinds de uitspraak heeft de familie-Jackson gereageerd.
GOED Voor het eerst sinds de uitspraak heeft de familie Jackson gereageerd.
VERKLARING
Het is een interessant geval: geen streepje in de familie Jackson. Met een streepje geven we aan dat een groep, werkstuk of kwestie naar iemand genoemd is: de commissie-Geerts, het rapport-Van Traa, de zaak-Dutroux. De familie is niet genoemd naar Jackson, ze heet gewoon zo.
- "doorwinteren" staat er wel in, met de hoofdtijden: "doorwinteren, winterde door, doorgewinterd"
Ook Taalunieversum (sic.) ziet "doorgewinterd" als de enige correcte vorm.
"Doorgewinterd" is nu eenmaal het correcte voltooide deelwoord van "doorwinteren".
Dat "doorwinteren" verraste me: ik had nooit gedacht dat het bijvoeglijke naamwoord "doorgewinterd" van een voltooid deelwoord zou zijn afgeleid.
Die man stelde ook: "Hij [iemand die beweerde dat het "doorwinterd" is] beweert bij hoog en bij laag dat het correct Nederlands is omdat het woord in het Groene Boekje staat, iets wat ik zeer betwijfel."
Onze man heeft dus gelijk: "doorwinterd" staat NIET in het groene boekje.
Hij gaat verder: "Is het Groene Boekje bovendien de standaard? Ik leerde in mijn tijd dat het de standaard voor de spelling was, de Van Dale voor betekenis. In De Van Dale staat naar verluidt bij doorwinterd: Belgisch Nederlands."
Het GB is wel degelijk de standaard voor spelling. Dat is zelfs bij wet vastgelegd.
De grote Van Dale daarentegen is niet echt een standaard voor betekenis: het is geen normatief maar een descriptief woordenboeken, d.w.z. dat het de taal beschrijft die wordt gebruikt, maar dat de redactieervan geen richtinggevende autoriteit opeist.
Als de GVD beweert dat "doorwinterd" Belgisch Nederlands is, dan hebben zij of iemand anders dat vastgesteld.
Ik zou die vorm dan ook vermijden. Al ben ik een Vlaming, dit was de eerste keer dat ik vernam dat "doorwinterd" bestaat.
Ik heb een google-statistisch onderzoek uitgevoerd, d.w.z. dat ik diverse termen op verschillende manieren met Google op het Internet heb opgezocht.
Term Aantal p's waarop hij voorkomt - doorwinterd 291 - doorgewinterd 707
Verdeeld volgens domein: - doorwinterd in domein .be: 216 - doorgewinterd in domein .be: 199 - doorwinterd in domein .nl: 28 - doorgewinterd in domein .nl: 1490
Ik vind 1490 p's voor het domein .nl met 'doorgewinterd', terwijl ik er maar 707 vind als ik geen domein vermeld. Dat komt doordat ik dan Google instel op "pagina's n het Nederlands", en dan zoekt het naar pagina's die expliciet vermelden dat ze in het Nederlands zijn, terwijl de instelling voor het domein .nl alleen maar zoekt op sites waarvan de domeinnaam eindigt op .nl.
Maar het is in elk geval duidelijk dat 'doorgewinterd' de meest voorkomende variant is, en dat 'doorwinterd' alleen maar domineert in Belgische sites in het Nederlands, en daar op de hielen wordt gezeten door 'doorgewinterd'.
Er is dan ook weinig reden om vast te houden aan 'doorwinterd': de vorm is niet erg bekend.
Noot: ik heb Google bij het zoeken altijd ingesteld op "pagina's in het Nederlands". Als ik instel op "pagina's uit België", krijg ik dezelfde resultaten als met het zoeken op het domein .be. Google bepaalt immers met het domein in welk land een site zit. Als een domeinnaam eindigt op .nl, veronderstelt Google dat die website in Nederland is. Eindigt hij op .be, dan is het België.
Zoeken op een domein doet u door "site:" achter de zoekterm in te voeren, bijv. "doorgewinterd site:be".
GOED: Doris groeit op bij twee homoseksuele papa's.
VERKLARING Homofiel klinkt verouderd en wordt door sommigen ook als kwetsend of beledigend ervaren. Tegenwoordig is homoseksueel het neutrale woord.
Toch wil ik hierbij ook opmerken dat dit soort taaladviezen een beetje gevaarlijk is. Wanneer is een woord verouderd? En dit woord wordt blijkbaar niet door iedereen als kwetsen of beledigend ervaren ("sommigen"). Moeten we met die connotatie dan ook wel rekening houden? Is de context waarin het woord wordt gebruikt niet belangrijker dan een tendens in de connotaties?
Let ook op de spelling van "homoseksueel": alle woorden met "seks" worden met -ks gespeld, niet met -x. Met -x is de Engelse spelling.