Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
E-mail mij

Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.

Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto

Momentum

04/07/07

Beste vogelvriend …

Startdatum: om meteen de drempelvrees te verlagen stel ik voor dat iedereen een reactie ventileert over het wegblijven van een birdyreünie; het kan kort in de 'poll'-rubriek en wat uitgebreider in dit communicatievenstertje.
Het was Oswald die mij ooit voorstelde ons wat dieper in het internet te nestelen, wat nu via deze blog is gebeurd, weliswaar zonder een referendum te houden.
Bij deze nodig ik jullie uit je mening te ventileren, want de bedoeling is een handig alternatief aan te bieden.
Tot heel binnenkort …

04/07/08

Happy Birdyday …

 

Temidden van een levendige en warmhartige woonwijk, ligt een door menselijke bebouwing omzoomde biotoop … een fraaie frisgroene weelderige oase, waar de birdyfans de gevederde tuinbezoekers graag welkom heten en gul onthalen.

Die verwennende gastvrijheid in een gezellig en veilig rustoord, bekoorlijk door landelijke eenvoud en liefelijkheid, prikkelt de vertrouwenwekkende aanhang, de nesteldrang met vrolijk vogelgezang en feestelijke voortgang. We hopen volgend jaar nog meer ‘straatketten’ naar de Kille Meutel te lokken …

 

04/07/09

 

Je zoekt, vindt en kiest

een levensweg, die je deelt

met trouwe vrienden …

 

Precies vandaag bestaat ons“Kille Meutel”Forumpje 2 jaar.

Sinds de wondermooie opnames van onze huisfotografen het “Blogscherm” sieren, loopt het aantal bezoekers gevoelig op.

Een verheugende en hartverwarmende vaststelling, daar eveneens destijds de voor natuurliefhebbers en vogelbeschermers bedoelde nieuwsbrieven, geïllustreerd met tekeningen, een educatieve waarde beoogden.

Sedert kort werd de rubriek“Birdywatch”gelanceerd, initieel opgevat als verzamelbox voor (tuin)observaties van vogelspotters.

Momenteel is een gebruiksvriendelijke observatiefiche, waarin de waarnemer zijn vaststellingen optekent, nog niet beschikbaar.

Met een klik op“Vogelwaarnemingen” nodigt de rubriekenindeling de bezoeker uit een pittige anekdote,een blikvanger,een weetje of een suggestie neer te pennen.

Af en toe duikt over een verschenen artikel een leuke en spontane “Reactie” op of laat men een indruk na in het “Gastenboek”.

In de speurtocht naar kennisdeling en verwondering wekken, blijft de drijfveer“Alles kan altijd beter”…

04/07/10

 

Vandaag hebben we weer wat te vieren want de blog bestaat 3 jaar.

Onze trouwe huisfotografen Jo en Wim blijven voor merkwaardig beeldmateriaal zorgen en dan is het ook niet verwonderlijk dat het bezoekersaantal gestaag aangroeit.

Met vereende krachten hebben we met ons klein, maar niet minder enthousiast clubje vogelvrienden een mussenteltraject uitgezet om in de streek (Zaventem, Nossegem, Sterrebeek, Kraainem) op 17 verschillende telpunten onze geliefde‘straatketjes’ te tellen.

Hierdoor maken we deel uit van de mussenwerkgroep Vlaanderen die naast het jaarlijks weerkerend mussentelweekend in samenwerking met de universiteit Gent een grootschalig huismussenonderzoek coördineert.

Wij blijven uiteraard ook gefocust op de vliegbewegingen binnen onze tuinenbiotoop. Tijdens de jongste reünie gaven enkele haiku’s mooi weer hoe fel we gehecht zijn aan onze gevederde levensgezel; meteen ook een gelegenheid om de loyale vogelliefhebbers een welverdiende  huismuspin op te spelden …

Dakpan of dakgoot,

voor de huismus is een nest

in Kille Meutel – Georges

Tjilpende huismus,

nest in de Kille Meutel

welkom bij ons hier – Arlette

Kijk Kille Meutel,

veel parende huismussen,

hemel op aarde – Oswald

Kille Meutel vriend,

huismus breng ons samen en

laat het blijven zijn – Chris

Groene oase,

paradijs voor de huismus,

dé Kille Meutel – Franz

04/07/11

Drukke en woelige tijden tasten al eens vaker de drang aan om over de fascinatie voor het
vedervolkje te communiceren.Immers in de Brusselse betonnen biotoop beter bestuurlijk beleid geldt de regel: first things first and don't feel free as a bird!
Toch is het bezoekersaantal op jaarbasis weer gevoelig toegenomen dit jaar, een eerbetoon dat vooral de huisfotografen toekomt, die voor kwalitatief hoogstaande visuele impressies zorgen.In de loop van volgend jaar zal de Kille Meutel een bijdrage leveren aan de geplande acties van de mussenwerkgroep Vogelbescherming Vlaanderen.

04/07/12

Inmiddels hebben ruim 51 000 bezoekers op de blog 275 artikels en 125 vogelportretten geraadpleegd, alsook 1 100 foto's, waarvan de helft door onze huisfotografen werd aangeleverd. Uit statistieken ter beschikking gesteld door de providers kunnen we afleiden 
dat 54% Nederlanders en 41% Vlamingen geregeld de blog raadplegen en dan het vaakst gedurende de weekdagen (70%), voornamelijk tussen 13.00 en 18.00 u en 30% tijdens het weekend. Tijdens de maanden juli, augustus en september heeft de blog 'begrijpelijk' minder succes.De Kille Meuel blijft zich samen met Vogelbescherming Vlaanderen inzetten voor het behoud van de huismus.  

Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Mijn favorieten reeks 1
  • bloggen.be
  • Natuurpunt
  • National Geographic
  • Natuurfotograaf Mineur
  • Vogelbescherming Vlaanderen
  • Vogelportretten Birdpix
  • Vogelportretten Birdfocus
  • Vogelbescherming Nederland
  • Belgium Digital
  • Vogelzang
    Mijn favorieten reeks 2
  • Favoriete vogel 2014
  • Instituut voor natuur- en bosbouw
  • Mussenwerkgroep
  • Natuurfotograaf Laura Sperber
  • Vogelencyclopedie
  • Natuurfotgrafen Monique & Luc Bogaerts
  • Natuurfotograaf Pieter Cox
  • Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    TO DO - List

    Kille Meutel Meetings Overlegmomenten Vogelbescherming Vlaanderen Overlegmomenten Natuurpunt Overlegmomenten WWF Overlegmomenten Greenpeace Overlegmomenten INBO

    KILLE MEUTEL
    Vogelvrienden
    20-02-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Film- & voordrachtavond 15/02/2018 – cultuurhoeve Mariadalkasteel

    Met de slogan ‘Je hebt meer buren dan je denkt’ startte de provincie Vlaams-Brabant in 2010 haar ambitieuze biodiversiteitscampagne.

    Samen met gemeenten, verenigingen en scholen werken aan een rijke en blijvende variatie aan planten en dieren, is het ultieme doel.

    Iedere gemeente is uniek in haar samenstelling van leefgebieden en daaraan gekoppelde soorten.
    Of anders gezegd, elke gemeente heeft haar specifieke groep van buren om te koesteren: vandaar ook de naam
    koesterburen.

     

    Gemeenten, bedrijven, organisaties, burgers, verenigingen en scholen kunnen één van de koesterburen uitroepen tot hun totemdier of -plant.

    Deze totem staat dan symbool voor hun bijdrage aan de grote biodiversiteitscampagne.

    Ze dragen er zorg voor, koesteren haar en nemen maatregelen om haar leefgebied te beschermen.

     

    De Kille Meutel Vogelvrienden kozen voor de huismus nu reeds 13 jaar geleden met hun actie ‘Red de straatket!’, een actie die helpt de bestaande huismussenpopulaties in stand te houden.

     

    Zowat een jaar geleden toen we ornitholoog Didier Vangeluwe van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen hadden uitgenodigd voor een film- en voordrachtavond over de huismus, had milieuambtenaar Guido Declercq de suggestie gedaan voortaan de huismus op te nemen in de reeks koestersoorten.

    En zo geschiedde. Met een gemotiveerd schrijven stelden we het gemeentebestuur voor de huismus, naast de huiszwaluw, de geelgors en de braamsluiper aan het lijstje koesterburen toe te voegen. Eerste schepen Erik Rennen nam deze oproep ter harte en zorgde samen met het burgemeester en schepencollege voor de bekrachtiging hiervan.

    Inmiddels prijkt onze trouwe tuinbezoeker op de affiche.

     

    Op deze webblog verschenen al meer dan een dozijn bijdragen over de huismus en over de diverse initiatieven rond de instandhouding van de soort. Deze kunnen uit het archief worden opgevist door in de zoekrobot ‘huismus’ in te tikken.  

     

    Met een kort filmpje en een bondige toelichting werden de 4 vogelsoorten, die we in Zaventem koesteren, nog eens voorgesteld.

    Bedoeling is de attente natuur- en vogelliefhebbers nauwer te betrekken bij het in kaart brengen van deze zeldzame vogelsoorten. Wie bereid is de acties van de Kille Meutel Vogelvrienden te helpen ondersteunen, is zeer welkom!

    Immers, hoe meer milieubewuste burgers zich engageren om de bedreigde biodiversiteit te helpen in stand houden, hoe beter we daartoe in staat zijn, al was het maar door te signaleren waar onze koesterburen het in Zaventem naar hun zin hebben.

     

     

    De braamsluiper [filmpje van Kees Vanger (3.45 min)]

     

    https://www.youtube.com/watch?v=0EOnb0zvBFI

     

    De braamsluiper is – zoals de naam al doet vermoeden – een kleine compacte vogel die meestal onopgemerkt blijft. Deze zomergast die hier verblijft van april tot oktober, is een schuwe bewoner van bosranden en dikke hagenrijen.

    Terwijl grasmussen gewoonlijk leven in lage, struikachtige vegetatie, zijn braamsluipers te vinden in hogere en dichtere begroeiing.

    Zo geeft een paartje braamsluipers de voorkeur aan een hoge, dichte wijd gespreide heg van meidoorn en sleedoorn, met hier en daar een hoge boom zoals eik en es.

    Erg bontgekleurd is de braamsluiper niet, maar slechts weinig vogelsoorten hebben zo’n witte keel; alleen de grasmus (die net als de heggenmus geen familie is van de huismus) vertoont datzelfde patroon.

    Dat opzichtig kenmerk en de uitbundige zang maakt het mogelijk de kleine zangvogel te herkennen, al verplaatst hij zich haast na elke zangstonde enkele meters verder, zeker tijdens de baltsperiode wanneer hij een wijfje tracht te lokken.

    Tijdens de herfst is hij gemakkelijker te vinden in struikgewas en bomen met bessen, zoals vlieren en kamperfoelies en soms in het bijzijn van andere zangvogels, zoals zwartkoppen en tuinfluiters.

    Hij pikt insecten op van bladeren, maar eet in de nazomer hoofdzakelijk veel bessen.

    De braamsluiper is een vaalbruine vogel met een grijze kap op de kop, vaak met een iets donkerdere oorstreek en een spierwitte keel die fel contrasteert met de vuilwitte onderdelen (borst en buik).

    Er is geen verschil tussen het verenpak van het mannetje en het vrouwtje.

    De zang heeft een zachte riedelende inleiding, gevolgd door een holle houtige ratel, lang niet zo metalig klinkend als die van de geelgors bv.

    De meest gehoorde roep is een korte tik, net twee keitjes (knikkers) die tegen elkaar worden gekletst.

    Het paar bouwt een nest van gras en stengels in een struik of boom, vastgemaakt aan klimplanten vlak langs de stam of tussen andere opgaande vegetatie. Binnenin wordt het kommetje afgewerkt met fijner materiaal, zoals fijne haarwortels, mos, wat haar en pluizen van planten.

    Er is één legsel in de periode mei-juni dat 4 tot 6 eieren telt.

    Deze worden 11 tot 14 dagen bebroed en de jongen vliegen al uit als ze 10 tot 13 dagen oud zijn.

    Ze overwinteren in Afrika ten zuiden v/d Sahara.

     

    Vindplaats in Zaventem: al komt die verspreid voor over de gemeente, werd hij het recentst opgemerkt in het parkje aan het Hoekplein in Zaventem, achter het Crown Plazza hotel

     

     

    De huiszwaluw [filmpje van Kees Vanger (4.45 min)]

     

    https://www.youtube.com/watch?v=nozuupIhA-o

     

    Het nest van de huiszwaluw is een meesterwerkje van modder; het heeft slechts een kleine ingang aan één kant van de bovenzijde en wordt gebouwd onder dakgoten en –randen, afdaken of nokbalken.

    Mannetje en wijfje voeren samen de modderballetjes aan, die met plantenvezeltjes worden verstevigd. De modder voor de bouw van het nest wordt bij poeltjes en sloten in de nabije omgeving verzameld.

    Van oorsprong is het een bewoner van rotswanden en kliffen, maar in onze streken heeft de huiszwaluw zich uitstekend aangepast aan de geschikte broedplaatsen die de menselijke bouwwerken hem bieden.

    Hij heeft echter geen behoefte aan de mensen zelf in tegenstelling tot de huismus. In Zuid-Europa broedt hij nog op afgelegen plaatsen en bouwt zijn nest tegen kliffen hoog in de bergen.

    Het broeden begint eind mei, enkele weken nadat de vogels van hun Afrikaanse winterkwartieren zijn teruggekomen.

    Het nest wordt met hooi, ander plantenmateriaal en veertjes gevoerd, waarna het wijfje er haar 4 tot 5 glanzend witte eieren in deponeert.

    Deze komen na 13 tot 19 dagen uit; de jongen blijven 3 tot 3 ½ week in het nest voordat ze uitvliegen. Jaarlijks brengen ze 2 tot 3 broedsels groot. Soms helpen de oudste jongen met het voeden v/d jongere.

    Huiszwaluwen vangen in een zwenkende en tamelijk fladderende vlucht vliegende insecten of zwevende spinnen.

    Van bovenaf gezien is de huiszwaluw te onderscheiden van de boerenzwaluw door de witte stuit en de kortere staart.

    Het verenpak wordt gekenmerkt door de hoofdzakelijk blauwzwarte bovendelen (rug), bruine vleugels en de zuiver witte onderdelen, de kin en keel inbegrepen. De poten zijn tot op de tenen bevederd.

    Het geluid vertoont wat gelijkenissen met de huismus, een hard, snel tjilpend sjirrrit of tjirrrip en de zang is een kwetterende improvisatie van dergelijke tonen.

    De lichaamslengte reikt tot 12cm, de spanwijdte varieert tussen 26 en 29cm en het lichaamsgewicht schommelt tussen 15 en 21g.

     

    Naast de huiszwaluw kennen we ook nog de gier-, de boeren- en oeverzwaluw.

     

    De gierzwaluw brengt de nacht vliegend door en nestelt in gaten en spleten onder daken van oude gebouwen. De vogel is helemaal donker gekleurd en heeft die karakteristieke sikkelvormige vleugels die hem heel wendbaar maken. Vaak hoort men hun opgewonden krijsende kreten tijdens hun groepsvluchten over de daken in de buurt van hun nesten.

     

    De boerenzwaluw is zeer herkenbaar aan de lange gevorkte staart met een dikke witte stippenlijn en de roodbruine keel. Zij is merkelijk groter dan de huiszwaluw. Ook boerenzwaluwen strijken zelden neer, behalve voor het verzamelen van nestmateriaal. Eten en drinken doen ze al vliegend.

     

    De oeverzwaluw – kleiner dan de huiszwaluw – heeft lichtbruine bovendelen en is onderaan tijdens de vlucht te herkennen aan de bruine band over de witte borst. De kolonies graven net zoals de ijsvogel gaten in de steile kleiwanden liefst in de directe buurt van water.

     

    Vindplaats in Zaventem (huiszwaluw): voornamelijk treffen we de huiszwaluw aan in en rond het Woluweveld in Sint-Stevens-Woluwe. Recent trokken we op verkenning in de wijk Rijmelgem in de buurt van de Sint-Stefaansstraat en omliggende straten, waar we tegen de gevels van huizen enkele afgestoken huiszwaluwnesten aantroffen. Ook in de Woluwevallei richting Machelen zijn er al opgemerkt. Vroeger trof men ook wel op de hippodroomsite in Sterrebeek – waar nu de Golf is – samen met boerenzwaluwen, huiszwaluwen aan.

     

     

    De geelgors aan de beurt [filmpje van Kees Vanger (3.28 min)]

     

    https://www.youtube.com/watch?v=E0CoExofJE4

     

    Het mannetje van de geelgors is zijn territorium zeer trouw en kan jaren na elkaar op een vaste plek – meestal een hoge zangpost – zijn lied verkondigen.

    Weinig vogels zingen op een zomerdag in de hitte van de middag, maar de geelgors zingt zijn vrolijke zang de hele dag en zomer door.

    Hij heeft een opmerkelijke zang, een serie van 5 tot 7 noten, die veel weg heeft van de aanzet van de 5de symfonie van Beethoven.

     

    Geelgorzen zijn algemeen voorkomende vogels in kleinschalige cultuurgebieden, langs bosranden, struikenrijke heidevelden of jonge dennenaanplant … vooral in open grazige stroken met lage begroeiing en weinig hoge bomen.

    Deze perceelranden met grassen en onkruiden vormen immers een belangrijke voedselbron voor geelgorzen tijdens het broedseizoen.

    In agrarische gebieden zijn de aantallen afgenomen door het verlies van heggen en vooral van wintervoedsel; stoppelvelden en hooimijten zijn nu eerder een zeldzaamheid.

    Het mannetje heeft een helder gele kop met donkere strepen; een dunne bovensnavel en een forsere ondersnavel en een fletse vlek op de wang.

    De borst en bovendelen zijn kastanjebruin met zwarte en rossige strepen; de flanken zijn roestkleurig en de gele onderkant vertoont eveneens een lichtbruin strepenpatroon.

    De roodbruine stuit loopt uit in een slanke zwarte staart, die is afgezoomd met witte randen.

    De vlucht is golvend met een vrij snelle reeks van vleugelslagen.

    Na verstoring vliegen ze in een snelle vlucht steil naar de dichtstbijzijnde heg of hoge boom, waarbij het wit op de staart goed te zien is.

    De lichaamslengte wisselt tussen 16 en 17cm; de spanwijdte varieert tussen 23 en 29cm; het gewicht schommelt tussen 24 en 30g.

    ’s Winters vormen ze kleine groepen of mengen zich met andere gorzen en vinken en zoeken ze naar zaden, scheuten, gemorst veevoer en ander afval op begroeide velden of geploegd land.

    De broedtijd begint eind april.

    De balts omvat een woeste achtervolging van het wijfje door het mannetje. Het door het wijfje gebouwde omvangrijke nest is een keurige kom van gras, mos en plantenstengels gevoerd met pluisjes en haren.

    Meestal ligt het verborgen op de grond onder overhangende hagen, vlak tegen houtkanten, ruigtes en struwelen, maar soms vlak erboven in een dicht struikgewas en heg; doornstruiken als mei- en sleedoorn genieten de voorkeur.

    De 3 tot 5 eieren zijn wit of paarsachtig wit met een krabbeltekening. Meestal broedt het wijfje.

    De jongen verschijnen na 12 tot 14 dagen en verlaten het nest na 2 weken voordat ze goed kunnen vliegen.

     

    Vindplaats in Zaventem: de geelgors treft men voornamelijk aan in het zuiden van Zaventem in de grote open ruimte rond het Golfdomein Sterea. Guido nam vorig jaar geelgorzen waar in de open ruimte tussen Nossegem en Zaventem, gebied bekend als ‘Nossegemdelle’ en verderop in het landbouwgebied in Steenokkerzeel, de zogenaamde ‘Runderenberg’.

     

                                                   

    Het totemdier onder de koestersoorten, de huismus (filmpje van Kees Vanger (2.35 min)]

     

    https://www.youtube.com/watch?v=nSAZSpR8-ak

     

    De tsjilpende huismus is een uitgesproken cultuurvolger, die zich vooral in de nabijheid van bewoning ophoudt, zowel in landelijke als in stedelijke omgevingen.

    Huismussen nestelen zich vaker onder dakpannen, in nissen of holtes in muren dan in bomen en struiken.

    De huismus houdt van gezelschap; ze vinden het erg gezellig om met zijn allen bij elkaar te wonen. Het zijn standvogels die zich meestal niet meer dan enkele honderden meters van de broedplaats verwijderen en in het broedseizoen nog minder ver.

    Toch zijn struiken, bomen en andere groene elementen in het landschap essentieel voor huismussen. Ze dienen als schuilplaatsen, voedselbronnen en nestgelegenheid. Huismussen foerageren langs groene stroken van klimop-hagen, struiken en lage bomen.

     

    Huismussen zijn honkvast en hebben een sociale leefwijze, d.w.z. dat wanneer ze een geschikte locatie vinden om te leven, de populatie hier generaties na elkaar zal blijven. 

    Broeden, foerageren, baltsen, stofbaden nemen, slapen en uitzwermen zijn allemaal activiteiten die in groepsverband plaatsvinden.

    Het mannetje en vrouwtje verschillen van uiterlijk. Het mannetje heeft een grijze kruin en een zwarte bef tot op de bovenborst, warmbruin, zwart-gestreepte bovendelen en vleugels en een opvallende witte vleugelstreep. Het vrouwtje heeft licht bruine bovendelen met een grijze waas en donker-bruine strepen, een effen lichte borst en eenkleurig grijze onderdelen met een beige teint.

    Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit zaden. De huismus heeft zich gespecialiseerd in de zaden van cultuurgewassen: tarwe, gerst, haver, gierst en maïs. Ook zaden van grassen, ganzenvoet en muur staan op het menu, aangevuld met een ruim aanbod aan tafelrestjes.

    De jongen worden vooral met insecten (onder meer bladluizen) gevoederd.

    De huismus is 14 tot 16cm lang en weegt max circa 30g; de spanwijdte varieert tussen 20 en 22cm.

    In de 10 dagen voor het vrouwtje haar eerste ei legt, kan het aantal paringen oplopen tot 40 per dag. Huismuspaartjes blijven levenslang samen. Mannetjes met een grote keelvlek, hebben ook grotere teelballen, produceren meer zaadcellen en zijn bij de vrouwtjes erg in trek.

    Een huismusvrouwtje legt gemiddeld 4 tot 7 eieren per legsel en kan in een broedseizoen tot 3 legsels voltooien. Het vrouwtje neemt het uitbroeden van de eieren haast volledig voor haar rekening.

     

    Toch gaat het niet goed met de kleine vogel; de aantallen lopen de laatste decennia heel sterk terug. Voor het duurzaam overleven is een groepsgrootte van minimaal 15 broedparen noodzakelijk.

    Verspreiding vindt over kleine afstanden plaats: (her)kolonisatie van geschikte habitats vindt alleen plaats direct aangrenzend aan gebieden waar de huismus al aanwezig is. In het residentieel gebied blijven de meeste jonge dieren binnen 1,5 à 2 kilometer van de nestplaats waar ze zijn opgegroeid. Voorwaarde om die wat langere afstanden te overbruggen, is dat er groene corridors aanwezig zijn waarlangs de huismussen de oversteek kunnen wagen.

     

    Vindplaats in Zaventem: over enkele weken zal een link op deze webblog toelaten via CartoWeb de locaties te markeren op kaart – work in progress!

     

    20-02-2018 om 20:19 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    01-02-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vrijwilligers van het Wildlife Taxi Team zorgen voor dierenwelzijn

     

    Geraadpleegde bron: WTT- Vlaams-Brabant, regio-coördinator Koen De Troyer / Anne  & Maurice Vandeput, de bezielers van het eerste uur

     

    In 2017 werden maar liefst 900 gewonde en verzwakte wilde inheemse dieren door vrijwilligers van het Wildlife Taxi Team (WTT) in Vlaams-Brabant gered van een mogelijke dood.

    De onfortuinlijke dieren waren tegen een venster gevlogen, hingen verstrikt in prikkeldraad, vielen als jong uit het ouderlijk nest of werden gewond aangetroffen langs de kant van een druk bereden weg.

    Iedereen kan met een gewond of verzwakt wild dier terecht in een erkend opvangcentrum voor vogels en wilde dieren (VOC).

     

    Maar wat als je de mogelijkheid niet hebt om het dier zelf te brengen?

     

    Gelukkig kan je dan een beroep doen op het WTT. Dit Vlaams-Brabantse team van vrijwilligers van Vogelbescherming Vlaanderen geeft jou advies en transporteert wanneer nodig het noodlijdende dier naar het dichtstbijzijnde VOC.

    Het team is sinds 2012 actief in Vlaams-Brabant, als eerste provincie in Vlaanderen en bestaat inmiddels uit een 60-tal gemotiveerde natuur- en dierenliefhebbers, die zich vrijwillig inzetten.

    Oproepen komen van wandelaars, mensen die een hulpbehoevend dier in hun tuin vinden, maar ook van politie, brandweer, dierenartsen en andere instanties.

     

    Afgelopen jaar werd een record van 900 oproepen geregistreerd, een stijging met meer dan 40% ten op zichte van 2016.

    Meer dan de helft van de dieren moest effectief door de vrijwilligers worden getransporteerd naar een VOC. Daarenboven konden de vrijwillige dispatchers – die instaan voor de telefoonpermanentie – een 400-tal personen met vragen over een wild dier in nood met het juist advies verder helpen of motiveren het dier zelf naar een naburig VOC te brengen.

     

    Alle mogelijke inheemse wilde diersoorten kunnen worden gemeld.

    De top 3 werd dit jaar vertegenwoordigd door de meer algemene soorten, respectievelijk houtduif, egel en merel.

    Opvallend was het aantal hulpbehoevende bosuilen dat de laatste maanden verstrikt raakte in prikkeldraad of gekneld zat in een schouw. Dankzij een snelle interventie en een goede samenwerking tussen melder, vrijwilliger en het VOC konden de dieren allemaal snel worden bevrijd en vlogen ze na enkele dagen revalidatie weer rond in de natuur.

     

    Ter info: je kan op het Wildlife Taxi Team beroep doen 7 dagen op 7 van 09u00 tot 21u00 via het noodtelefoonnummer 03 331 97 00

    Eén van de vrijwiller-dispatchers helpt je dan graag verder.

     

    Wil jij ook helpen bij het transporteren van noodlijdende wilde dieren of het beantwoorden van oproepen over wilde dieren?

    Het WTT is nog op zoek naar gemotiveerde vrijwilligers.

    Als je hiervoor interesse hebt, contacteer dan de regio-coördinator Koen De Troyer via e-mail:

    wtt.vlaams-brabant@vogelbescherming.be

     

    Om je een idee te geven van hoe het eraan toegaat, kan je even de fotoreportage met een woordje uitleg erbij van het WTT-team Vlaams-Brabant hieronder bekijken.

     

     

    Prikkeldraad blijft een gevaarlijk obstakel voor vogels. Gelukkig werd deze grijze variant bosuil opgedoken in het Haachtse Broek door de snelle actie van het Wildlife Taxi Team Vlaams-Brabant gered van een pijnlijke dood. Het dier werd aan beide kanten van de linkervleugel losgeknipt, waarna het vliegensvlug werd overgebracht naar een VOC. Een natuurlijke haag in plaats van prikkeldraad had dit ongeval kunnen voorkomen. Ondertussen vliegt deze geluksvogel alweer rond dankzij de vlotte samenwerking tussen, de bezorgde melder het attente WTT en het reddend VOC.

     

     

    Hier zien we een geringde kerkuil in de handen van een landbouwer te Breisem. De man merkte vanuit zijn tractor een geringde kerkuil op in een resterende pluk graanveld. Daarop liet hij het dier uitgeput door de verzengende hitte bekomen in zijn met airco gekoelde tractor en zorgde een snelle interventie van het WTT Vlaams-Brabant ervoor dat het dier een uur later in het natuurhulpcentrum van Opglabbeek werd opgevangen.

    Daar werd de vogel onderzocht en ontdaan van naaldaar in de vleugelpennen en borstpluimen. De aren uit deze plant van de grassenfamilie bleven allicht kleven in het verenpak tijdens de jachtsessies van de kerkuil in het graanveld.

    Nog geen 2 uur later kon een vrijwilliger van het WTT de gelukkige vogel alweer vrijlaten aan de kerktoren van Bunsbeek, nog geen km verwijderd van de vindplaats. Bij het observeren van het vrijgelaten dier kon een teamlid tot zijn grote verwondering vaststellen dat de prachtige uil bij valavond al terug aan het jagen was.

     

     

    Deze buizerd werd totaal uitgeput aangetroffen aan de rand van de vijvers in Erps-Kwerps. Het dier was zwaar ondervoed en werd onmiddellijk na melding overgebracht naar het NHC van Opglabbeek, waar de roofvogel in een couveuse werd gezet om onderkoeling te voorkomen. Een dagje later verorberde de buizerd al een kuiken.

     

     

    Een jonge houtduif waaide uit het nest, wat aan onze dispatcher van dienst meteen werd gemeld. Aangezien niemand graag wordt ontvoerd zocht onze vrijwilliger naar een nest in de nabije omgeving. Op de foto zien we de houtduif, gezond en wel terug in het nest geplaatst met een nog volle krop.

     

     

    Een fel verzwakte knobbelzwaan werd met visdraad om de tong en haak in de bek uit de ‘Zoete Waters’ in Oud-Heverlee opgevist. In een VOC werden de haak en de visdraad vakkundig verwijderd en werden voor de zekerheid enkele XR-scans genomen van de hals.

    Een week later mocht de zwaan alweer terug naar haar vertrouwde omgeving. Op de foto zie je de herstelde en net aangekomen knobbelzwaan die allicht blij was haar partner opnieuw te mogen vervoegen.

     

    Een getuigenis van Maurice en Anne

     

    Ziehier een momentopname van wat wij tijdens een heel jaar beleven. Elke opdracht is verschillend. Het is telkens een ander dier en het zijn altijd heel verscheiden mensen waarmee we in contact komt. Zo zijn we ooit al ontvangen geweest op een kasteeldomein waar een aangeschoten vos op de inrijlaan lag te verkommeren. Ook bij de minst begoeden worden we wel eens verwelkomd, waarbij we dan vaststellen dat deze behoeftige mensen toch nog een plaats in hun hart bewaren voor de dieren. Geregeld ook worden we door de politie opgebeld zoals die ene keer tijdens de vorige winterperiode dat de brigade van Tervuren op ons beroep deed om een verstoteling te redden. Het park lag ondergesneeuwd en als we toekwamen opende de politieagenten de barelen voor ons. Het was al laat en behoorlijk duister toen ze ons een wegeltje aanwezen waarlangs we moesten rijden om bij de eenzame jonge zwaan te geraken, die doorhaar ouders werd verstoten. Eens ter plekke verlieten de politieagenten ons want ze hadden een nieuwe opdracht. Daar stonden we dan moederziel alleen in die desolate witte vlakte. We volgden het aangeduide weggetje en reden pardoes haast het meer in zo smal was het pad. Toen we stopten zagen we de zwaan op zowat 4 m van de oever verwijderd radeloos rondkijken. Alle pogingen om haar te benaderen of te lokken, waren vergeefs en we beslisten dan maar de volgende ochtend met daglicht een nieuwe poging te ondernemen. Nu wij wisten hoe we de barelen konden omhoog heffen, waren we weer snel ter plaatse. We bevonden ons op de tussenweg van de twee vijvers toen we getuige waren van een hevige schermutseling onder 3 zwanen.

    Juist op het ogenblik dat wij aankwamen bij de plaats waar die zwanen in een hevig gevecht waren gewikkeld, sprong de jonge zwaan, die we moesten te pakken krijgen op de begane grond, weggejaagd door de twee ouders die wederom in hun nuptiale fase, het vervelend jong weg wilden. Inmiddels hadden we met ons groot vangnet post gevat achter de geopende voordeur van onze wagen. Op het gepaste moment gooiden we het net over de jonge zwaan en konden we het opgeschrikte dier met een aangeleerde veilige houdgreep in de wagen stoppen en warm houden tot we de siervogel in een VOC afleverden. Na een poosje bekomen werd de jonge zwaan te water gelaten in het vijverpark te Londerzeel, waar ze niet meer in conflict kon komen met het ouderpaar.

     

    Bij Vogelbescherming Vlaanderen hebben ze al vaker Maurice en Anne aangeraden al deze boeiende verhalen eens te bundelen en in een boek te publiceren. Het zou alvast geen saaie lectuur worden.

     

    01-02-2018 om 18:35 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    27-01-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tel mee tijdens het Grote Vogelweekend!

    Geraadpleegde bron: Tuingids voor blije vogels [Natuurpunt]

     

    Elke winter organiseert Natuurpunt deze telling.

    Dit weekend tellen duizenden kinderen, volwassenen en gezinnen gedurende een half uurtje de vogels die op hun balkon of in hun tuin neerstrijken.

    Die massale gegevens zijn van onschatbare waarde om de vogelpopulatie in kaart te brengen. Doe mee aan dit grote burgeronderzoek!

     

    Vogels houden van tuinen, zelfs van de kleinste.

    In heel Vlaanderen wordt de totale oppervlakte tuin geschat op 9%. In de stad maken tuinen zelfs 20% uit van het grondgebied. Daarmee is er meer privégroen dan openbaar groen.

    Voor heel wat planten en dieren vormt jouw tuin(tje) een levensnoodzakelijke biotoop, zeker in de stadskern. Gazon neemt in onze Vlaamse tuinen vaak meer dan 50% in beslag. Kies je daarentegen voor een natuurlijke tuin, dan krijg je ongetwijfeld meer bezoekers in je tuin.

     

    Vooral tijdens de winterperiode is geregeld voederen belangrijk. De vogels moeten op jou kunnen rekenen. Ze nemen een vaste route langs de tuinen en willen graag precies weten waar en wanneer er iets te rapen valt. Immers in elk seizoen hebben vogels behoefte aan voldoende voedsel. Je kan daarom op elk moment in het jaar beginnen met voederen. Wel altijd goed overwegen wat je best voedert in welk seizoen; vet alleen in de winter en tijdens de zomer alleen natuurlijke voeding zoals granen en noten.

    In elk jaargetijde kan voedselschaarste optreden. Langdurige regen, droogte of een slecht insectenjaar kunnen oorzaken zijn.

    Door bij te voederen is het toch mogelijk om vogels in alle seizoenen door periodes met weinig voedsel heen te helpen. Ook in augustus en september, de periode waarin ze hun veren vervangen (de rui) kunnen een aantal soorten een extra graantje gebruiken.

    Volwassen vogels zullen altijd proberen hun jongen eiwitrijk voedsel te geven zoals, insecten, spinnen of andere kleine diertjes. Wanneer er een voedselgebrek is, worden alle insecten aan de jongen gevoederd en schakelen de ouders over op ander voedsel.

     

    Op een voedertafel kunnen alle vogels makkelijk landen, goed om zich heen kijken en snel wegwezen als er gevaar dreigt.

    Het is makkelijk er zelf één te maken van een stuk watervast multiplex. Met latjes maak je opstaande randen die voorkomen dat het voer er af rolt of weg waait. In de hoeken laat je openingen vrij om regenwater af te voeren.

    Voor de gezondheid van de vogels is het van belang dat je de voederplank wekelijks schoonmaakt met heet water en een borstel. Zo verwijder je de uitwerpselen, beschimmelde etensresten en allerlei vervelende bacteriën.

     

    Plaats het voederhuisje of –tafel op een open plek waar de etende vogels een goed overzicht hebben op de omgeving. Het liefst met een vluchtstruik in de buurt. Op een hoogte van anderhalve meter is de voedertafel doorgaans veilig voor springende katten.

     

    Ik ben echt benieuwd naar de resultaten, want van vele vogelliefhebbers in het Zaventemse hoor ik dat zowat alle tuinvogels in veel kleinere aantallen in de tuinen opdagen.











    27-01-2018 om 11:15 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    13-01-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ons geluid maakt vogels onwennig  

    Geraadpleegde bron: De Standaard: Continu lawaai kan erger zijn dan luid lawaai

     

    Vogels beleven de omgeving op een andere manier dan mensen. Een aantal experimenten die  rekening hielden met de frequentiekarakteristieken van het omgevingsgeluid en met het soort specifieke gehoorvermogen van vogels vertellen ons meer.

     

    Communicatie door middel van geluid heeft diverse functies.

    Zo dient het bij vogels om partners te vinden, om rivalen te verjagen en waarborgt het de veiligheid doordat predatoren tijdig kunnen worden gedetecteerd.

     

    Het bepalen van de effecten van verstoring van de communicatie tussen vogels door omgevingsgeluid is echter niet eenvoudig. Uit tal van onderzoeken is gebleken dat het gehoorvermogen van vogels sterk afwijkt van dat van de mens. Veel soorten horen minder goed en in een smaller frequentiebereik dan de mens.

    De verschillen tussen de gehoordrempels van vogels en mensen kunnen wel 20 dB zijn.

     

    Met de kennis van de frequentieverdeling van het stoorlawaai en de kennis over het gehoorvermogen van een specifieke vogelsoort kan worden geanalyseerd in hoeverre de voor die vogelsoort relevante frequenties uit het mogelijke stoorlawaai daadwerkelijk verstorend werken.

    In de ruimtelijke procedures moet worden gekeken in hoeverre vogels met elkaar kunnen communiceren in een bepaald type omgevingslawaai en op bepaalde afstanden.

     

    Vroege vogels woonachtige in de buurt van de luchthaven schijnen eerder op te staan om in alle rust te kunnen zingen. Maar niet alle vogels kunnen even goed overweg met lawaaiige plekken. De soorten die verdwijnen zijn soorten met lage liedjes of zelfs vogels die niet zingen zoals uilen en de koekoek, maar ook boomklevers en wielewalen.

     

    Dat stadsvogels een en ander te verduren krijgen, lijkt evident, maar zelfs een ‘rustige’ activiteit als aardgaswinning zet vogels in de buurt onder zware stress.

    Amerikaanse onderzoekers hingen nestkastjes op verschillende afstanden van een aardgaswinning in New Mexico, in het zuiden van de Verenigde Staten en grenzend aan Mexico. Er klinkt daar wat geluid van compressors, maar niet meteen iets dat je spontaan als ‘hinderlijk’ zou bestempelen. Maar zelfs in die ‘redelijk rustige’ omgeving zagen de vogels in de nestkastjes hun stresshormonen in de soep draaien, legden ze minder eieren en hadden ze jongen met verminderde groei.

    Het was de eerste keer dat iemand vogels onderzocht in een omgeving met niet al te intensief, maar wel aanhoudend geluid van menselijke oorsprong.

     

    Zo is al in 10 Europese steden, waaronder Antwerpen en Brussel, vastgesteld dat koolmezen hoger gaan zingen om gemakkelijker boven het verkeerslawaai, dat vooral lage frequenties bevat, uit te komen. Voor koolmeesmannetjes pakt dat slecht uit, want wijfjes raken vooral opgewonden door mannetjes met een lage stem. Als de stadsmannetjes met hun hogere zang dan toch een wijfje vastkrijgen, is de kans groter dat zij vreemdgaat. De vrouwtjes houden namelijk van mannen met zwoele stemmen.

    Koolmezen zijn sowieso al fameuze ‘schuin-marcheerders’, maar ons verkeersgeluid maakt dat nog erger.

    De huismussen in San Francisco – waarvan men geluidsopnames had van 30 en 60 jaar geleden – blijken echter niet schriller, maar ook 10 dB luider te zingen. Bovendien hadden ze 60 jaar geleden 3 liedjes op hun repertoire, nu nog amper één: dát met de meeste hoge tonen. Geelgorzen in Nederlandse steden gaan zelfs tot 14 dB extra luider zingen.

    Nachtegalen zingen in de week luider dan in het weekend, gelijk op met het stadslawaai. Stadsvogels beginnen vroeger in de ochtend te zingen dan vogels op het platteland, om de ochtendspits voor te zijn.

    De biologen in het aardgasveld onderzochten plaatselijke vogels, waaronder de blauwkeelsialia, de bergsialia en de grijskeeltiran. Bij alle drie de vogels werkte het constante achtergrondgeruis als een ‘geluidsdeken’: het dempte de geluiden van roofdieren, concurrenten en soortgenoten, waardoor de moeders niet meer zeker waren of de omgeving veilig was en voortdurend moesten kiezen of ze op wacht bleven of de jongen toch maar achterlieten om voedsel te zoeken.  











    13-01-2018 om 18:45 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    08-01-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De kunst van fotograferen – deel 2

     

    Hier volgen nog een reeks knappe momentopnames van Wim Dekelver.

     

    De schuchtere roerdomp in volle vlucht kunnen vereeuwigen, is een hele krachttoer.

    De reigersoort leidt een zeer verborgen leven en een ontmoeting met een roerdomp is zeer zeldzaam. Immers het is een mysterieuze vogel die moeilijk te zien is wanneer hij de ‘paalhouding’ aanneemt (het imiteren van een pol rietstengels door stijf rechtop en onbeweeglijk te staan).

    Het vergt dan ook uren geduld om een geslaagde foto te maken van deze schichtige rietvogel, die zich slechts aan korte verplaatsingen waagt.

    Maar met het fabuleuze AF-systeem in de Nikon D500 maak je al meer kans om de vogel passend in het vizier te krijgen.

     

    Een leuk filmpje schetst de levensloop in een 5-tal minuten

    https://www.youtube.com/watch?v=fyxBXS2fTqs

     

    Een slobeend die net opvliegt na een forse aanloop in het water met waterdruppels die nog van het verenpak afglijden is een dankbaar moment.

    De eend is een broedvogel van vochtige weilandcomplexen, moerassen en ondiepe plassen met modderzones en een weelderige oevervegetatie.

    Tijdens de broedseizoen leeft het vrouwtje zeer verborgen tot de jongen vlieg-vlug zijn.

    Het mannetje patrouilleert dan ergens in de buurt van het nest. Tijdens de winter zitten grote aantallen in overstroomde meersen, maar ook op open water zoals dokken, spaarbekkens en grote vijvers. Tijdens het foerageren zeeft de slobeend, net onder het wateroppervlak kleine ongewervelden uit het water.

     

    Ook dit kort filmfragment leert je meer over de karakteristieke eigenschappen

    https://www.youtube.com/watch?v=N84wQTAFE-w

     

    De aalscholver is een oude vertrouwde bewoner van waterrijke gebieden. Het is een forse, donkere watervogel met gehaakte snavel. Een handig instrument voor de visvangst.

    De aalscholver lijkt wel een zwarte vogel, maar feitelijk is het verenpak grotendeels diep bronsgroen. Elk veertje van de boven-vleugels heeft een subtiel zwart randje. Dat geef de vogel een ‘geschubd’ uiterlijk.

    Hun vlucht is stevig en resoluut; ze vliegen in strakke lijn naar hun bestemming. Vertrouwd is ook het beeld van aalscholvers met gespreide vleugels om deze te laten drogen.

     

    In dit filmpje zie je zelfs hoe Chinese vissers gebruik maken van aalscholvers om vis te vangen.

    https://www.youtube.com/watch?v=nounx7eAbcI

     

    De krakeend is een onopvallend gekleurde middelgrote grondeleend. Het vrouwtje van de krakeend lijkt sterk op het vrouwtje van de wilde eend, maar heeft een oranje rand langs de donkere snavel. Het mannetje heeft in het zomerkleed een zeer fijne gedetailleerde donkere tekening op een verder grijsbruine ondergrond, een zwarte stuit met daarvoor hagelwitte spiegelvlakken op de vleugels, die bij de wilde eend blauw is. De krakeend is een wijd verbreide broedvogel van moerasgebieden, duinplassen en open polders met veel grasland en sloten.

     

    In dit filmpje zie je bij een aantal foto’s van de vlucht duidelijk de afgetekende witte vlekken op de vleugels.

    https://www.youtube.com/watch?v=5nFy-Dzg0Xk











    08-01-2018 om 18:48 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    31-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De kunst van het fotograferen

     

    Wanneer de jaarwisseling nadert, maakt men doorgaans het bilan op van het verstreken jaar.

    Hoogtepunten dit jaar waren de viering van het 10-jarig bestaan van deze educatieve blog en het behaald bezoekersaantal, dat ondertussen meer dan 100 000 views telt.

    Inmiddels zijn er 600 artikels verschenen en meer dan 2300 foto’s gepubliceerd waarvan 60% aangeleverd door Wim Dekelver.

     

    De duivel-doet-al en jonge ambitieuze Pieter Cox heeft het almaar drukker en vindt nog zelden de tijd om een compositie van 5 foto’s samen te stellen voor dit blog, maar dat wordt hem absoluut niet kwalijk genomen. Hij zoekt af en toe wel eens een nachtelijk moment om in hoogste nood te helpen of goede raad te verstrekken. Hij blijft als gastfotograaf erg welkom!

     

    De jarenlange vriendschappelijke band met Wim dwingt respect en erkentelijkheid af. Wim is immers altijd bereid om voor het beeldend materiaal te zorgen, wat onbetwistbaar het succes van de populariteitcijfers verklaart. De recente prachtige reportage over de visarend is daar een mooi voorbeeld van.

     

    Onze huisfotograaf kan ongelooflijk genieten van de aanwezigheid van vogels in de natuur en slaagt er telkens weer in die passionele beleving in een beeld te vatten om het te delen met andere vogelliefhebbers. Wanneer Wim een reeks geselecteerde foto’s aanlevert, besef je als leek helemaal niet welke inspanningen de gerichte verkenning (voorbereiding vooraf) en de geduldige observatie (soms urenlang waarnemen en soms zonder resultaat) heeft gevergd.

    Af en toe heb je wel eens een toevaltreffer tijdens die geduldige waarnemingssessies. Onverwacht duikt dan een vogel op die het aandurft haast vlak voor je lens een poosje zijn verenpak te poetsen, maar dat gebeurt maar zelden.

     

    Door de jaren heen heeft onze natuurfotograaf nieuwe natuurgebieden gezocht, contacten gelegd met natuurbeheerders, conservators, boswachters die hem vertellen waar de dieren zich ophouden. Zulke belangrijke relaties bouw je op telkens je in een schuilhut andere even enthousiaste natuurfanaten ontmoet. Doordat je gerichter kijkt, valt er niet alleen meer te ontdekken, maar het fotograferen wordt ook leuker om te doen, wat ik zelf kon ondervinden toen ik Wim een dagje vergezelde in een vogelkijkhut van Glenn Vermeersch in Kalmthout.

     

    Als de scherpte en de compositie goed zitten, heb je fraaie foto’s geschoten, maar de drang en het doorzettingsvermogen om unieke momentopnames vast te leggen die de ultieme kick geven, blijven Wims grootste verdienste. Hij zoekt altijd weer nieuwe manieren om de natuur onderscheidend in beeld te brengen. En de reeks foto’s die bij deze bijdrage werden aangeleverd, bewijzen dat zonneklaar. Dank je wel, Wim!

     

    Aan al onze lezers en fans wens ik  

     

    een sprankelend en bruisend,

    een stralend en schitterend,

    een gezond en gelukkig,

    een zorgeloos en prachtig jaar.











    31-12-2017 om 17:18 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    27-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De kunst van het vliegen

     

    Een actieve vlucht met vleugelslagen is een zeer complexe manier van bewegen die nog altijd niet al zijn geheimen heeft prijsgegeven. De basisprincipes zijn echter goed bekend. Net als vliegtuigen moeten vogels twee krachten ontwikkelen om te vliegen.

    De eerste, de ‘lift’, is tegengesteld aan de zwaartekracht.

    De tweede, de ‘voortstuwing’, is tegengesteld aan de luchtweerstand en stuwt de vogel naar voren. Bij zowel vogels als vliegtuigen ontstaat lift door de luchtstroom over de gebogen oppervlakken van de vleugels terwijl de voortstuwing wordt geleverd door de vleugelslagen. Vogelvleugels zijn echter zeer flexibel, waardoor ook vele andere factoren een rol spelen.

    Zo zorgen duiven voor een extra lift door hun vleugels bij de opwaartse slag dicht bij elkaar te brengen, terwijl de vleugels van kolibries een 8-vormige figuur beschrijven waardoor zowel bij de neerwaartse als de opwaartse slag lift ontstaat.

     

    Het lichaamsgewicht heeft een grote invloed op de manier waarop vogels opstijgen en landen. Kleine zangvogels vliegen met een simpele afzet in een fractie van een seconde op, maar zware vogels moeten meer moeite doen om in de lucht te geraken.

    Fazanten en andere hoenders zijn een belangrijke uitzondering: door krachtige vliegspieren kunnen ze op een explosieve manier opstijgen om aan gevaar te ontsnappen.

    Toch kan het opstijgen soms moeizaam verlopen en zware vogels passen de vorm van de vleugels aan om lift te maximaliseren en energieverspillende turbulentie te minimaliseren. Deze veranderingen worden weer teruggedraaid als de vogel in de lucht is.

     

    Landen vereist coördinatie en bij zware vogels als zwanen en trappen ook veel ruimte. Bij de landing vergroten vogels de hoek van de vleugels, zoals een vliegtuig zijn ‘flaps’ laat zakken.

    De vogel strekt vervolgens de poten naar voren en als alles goed gaat, landt hij daarop zonder over de kop te slaan.

    Maar voor een vogel als een zwaan is het moeilijk om zo snel zo veel snelheid te minderen. Daarom landen zwanen op water waarbij de poten voorzien van zwemvliezen als rem dienen.

    Om te landen vermindert een zangvogel, zoals een roodborst zijn snelheid tot hij bijna stil valt. Open gespreide vleugels en uitgewaaierde staart dienen als rem om zachtjes op de zitpost te landen.

     

    Met de vleugels gedeeltelijk gevouwen stort een slechtvalk zich op zijn vliegende prooi, soms honderden meters lager tegen een snelheid van meer dan 200 km / u.

    De snelste vogels in horizontale vlucht zijn eenden, ganzen en gierzwaluwen. Sommigen bereiken een snelheid van 80 km / u. In het algemeen vliegen vogels zelden sneller dan 30 km / u.

    De langzaamste vogels – houtsnippen – vliegen rustig met 8 km / u zonder neer te storten, dus niet veel sneller dan een snelwandelaar.

     

    Vogels hebben vaak een karakteristieke manier van vliegen, waaraan ze ook in vlucht kunnen worden gedetermineerd. Sommige hebben een rechte vlucht met regelmatige vleugelslagen van ca 200 / min. bij duiven tot een veel rustiger tempo van 25 / min bij grote vogels als reigers.

    Veel andere vogels wisselen vleugelslagen af met korte glijvluchten. Sommige soorten hebben een opvallende golvende vlucht: met een snelle serie vleugelslagen wordt hoogte gewonnen, waarna de vleugels tegen het lichaam worden gevouwen en de vogel fel daalt. Dit komt vaak voor bij vinken, maar het is vooral opvallend bij spechten.

     

    Vergeleken met actief vliegen zijn glij- en zweefvluchten zeer efficiënte manieren om zich door de lucht te verplaatsen. Bij een glijvlucht verliest een vogel langzaam hoogte, maar de grootste zwevers, zoals gieren en andere roofvogels, kunnen vrijwel zonder enige vleugelslag tot enkele km hoogte stijgen.

    Veel vogels combineren glijden, zweven en actieve vlucht.

     

    Wanneer de grond wordt verwarmd door de zon, warmt ook de lucht erboven op.

    Hierdoor ontstaan te midden van de koelere omgeving kolommen warme, opstijgende lucht, ‘thermiekbellen’. Zwevende vogels zoeken deze natuurlijke ‘liften’ op en cirkelen in de warme luchtkolom langzaam op tot grote hoogte.

    De bekendste voorbeelden zijn roofvogels zoals gieren, arenden en buizerds, alsook diverse ooievaars. Al deze vogels hebben ‘gevingerde’ handpennen. Veel vogels gebruiken het zweven om zonder veel inspanning voedsel te vinden.

    Ooievaars gebruiken thermiek tijdens hun trek tussen Europa en Afrika. Bij smalle zee-engtes, zoals de Straat van Gibraltar, winnen ze in een thermiekbel zo veel mogelijk hoogte voordat ze in een glijvlucht het water oversteken. In een thermiekbel kan een vogel stijgen met een snelheid van 5m / sec.

     

    Steile rotskusten en bergwanden buigen de heersende wind naar boven af, waardoor vogels hoog boven het ruige terrein kunnen zweven. Anders dan de thermiek kunnen deze stijgwinden maanden achter elkaar in stand blijven, zelfs wanneer het koud is.

    Hierdoor kunnen zweefvliegers ver van de warmte van de tropen toch hun vliegwijze handhaven.  

    Zo komt de Andescondor over de hele lengte van de gelijknamige bergketen voor, van West-Venezuela tot Vuurland, terwijl zeearenden rondzweven langs de bergachtige rotskusten van Scandinavië en Siberië.

    Behalve gieren en arenden maken ook verscheidene kleinere vogels gebruik van stijgwinden. Meeuwen en Noordse stormvogels zweven boven kustkliffen en Alpenkauwen langs hooggelegen bergwanden. Alpenkauwen vertonen in het voorjaar acrobatische, dwarrelende baltsvluchten.

     

    De dynamische zweefvlucht is een speciale vliegtechniek die door albatrossen en verwante soorten wordt gebruikt. In plaats van te zweven op thermiek – wat zelden voorkomt op zee – maken ze gebruik van de sterke winden die boven het zeeoppervlak waaien. Deze techniek werkt omdat de windsnelheid vlak boven het water lager is dan wat hogerop. Een albatros gebruikt bij het vliegen dit snelheidsverschil in een opeenvolgende reeks van bewegingen.

    Deze begint wanneer de vogel met de zeewind mee naar het zeeoppervlak glijdt en snelheid maakt. Vlak boven het oppervlak draait hij zichzelf tegen de wind in waardoor hij steil omhoog klimt. Wanneer hij zijn oorspronkelijke hoogte weer bereikt, is hij alweer honderden meters verder. Door deze cyclus te herhalen kunnen albatrossen met slechts geringe inspanningen enorme afstanden afleggen. De grote albatros, de grootste zeevogel ter wereld, kan 10 000 – 20 000 km afleggen in 10 – 20 dagen door zijn dynamische zweefvluchttechniek.

     

    Energie-efficiënt vliegen maakt het sommige vogels mogelijk om zeer langdurig in de lucht te blijven. De meest uitgesproken vlieger ter wereld is wellicht de bonte stern. Deze pikt in de vlucht voedsel op van het zeeoppervlak en landt zelden op het water. Hij brengt zijn eerste 8 – 9 levensjaren in de lucht door alvorens aan de grond te komen om te broeden.

    Op het land is het record in handen (vleugels) van de gierzwaluw die 2 – 4 jaar in de lucht blijft en al vliegend eet, slaapt, rooft en zelfs paart.

     

    Jullie zien in alfabetische volgorde een aalscholver, een blauwe reiger, een buizerd, een roerdomp en een scholekster in actie.











    27-12-2017 om 11:22 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (3 Stemmen)
    14-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De groene specht

     

    De groene specht met zijn karakteristiek, lachend, snel herhaald ‘kjuu-kjuu-kjuu’ is bij ons een vrij talrijk voorkomende broedvogel, die echter door het verdwijnen van hoogstammige fruitbomen in aantal achteruitgaat en ook zeer gevoelig is voor strenge winters met veel sneeuw.

    Hij komt voornamelijk voor in of rond loof- en gemengd bos en droge heideachtige gebieden met struiken en boomgroepen. Foerageert geregeld op brede gazons en andere open grasvelden.

     

    Opvallend zijn de groene rug met de geelgroene stuit, de knalrode kruin en de zwarte vlek (masker) rond de ogen. Kenmerkend zijn ook de lichtgroene wang-, wit omringde zwarte ronde ogen en zwarte baardstreep met rood binnenin. Bij het vrouwtje is die baardstreep helemaal zwart. Karakteristiek ook zijn de grijze dolksnavel en de wit gebandeerde donkere vleugeluiteinden.

    De jonge vogels hebben in tegenstelling tot hun volwassen soortgenoten een gespikkeld/gestreept verenkleed.

    De vlucht is diep golvend, maar snelle vleugelslagen tussen de glijvluchten met gesloten vleugels.

     

    De spanwijdte wisselt tussen 40 en 42cm; de lichaamslengte varieert van 30 tot 33cm en het lichaamsgewicht schommelt tussen 180 en 220g.

     

    De groene specht roffelt zelden en zoekt zijn voedsel veel vaker dan andere spechten op de grond, want behalve op larven van hout-borende insecten, kevers, nachtvlinders en vliegen, is hij vooral verzot op mieren en hun larven, die hij met zijn lange, kleverige tong uit hun nesten haalt. Deze tong kan wel tot 10 cm buiten de snavelpunt worden uitgestoken. Het uiteinde van de tong vormt een plat en verbreed orgaan met haakvormige uitsteeksels dat onafhankelijk kan worden bewogen. De grote speekselklieren produceren een stof die de tong kleverig houdt. De groene specht gebruikt de tong net als een miereneter om larven en cocons van mieren uit hun nest op te likken.

    Restanten in de uitwerpselen wijzen uit dat rode bosmieren hun favoriete hap zijn.

    Rode bosmieren worden in de zomer nauwelijks gegeten, omdat ze dan actief zijn en met vele tegelijk mierenzuur naar de aanvaller spuiten.

    Tijdens de winter worden – naast de rode bosmieren – vooral mierensoorten gegeten die relatief volkrijke kolonies bezitten, relatief dicht aan het oppervlak overwinteren en aldus gemakkelijk te vinden zijn. Vooral wegmieren, gele weidemieren en glanzende houtmieren staan dan op het menu.

     

    Groene spechten broeden vooral in een kleinschalig cultuurlandschap met oude bomen en duinen, maar steeds vaker in polders, in recreatiebossen, stads- en sportparken. In grote bosgebieden broedt de groene specht vaak alleen langs de randen of rond kale plekken.

    Bij het baltsgedrag voert de groene specht dezelfde spiraalvormige achtervolgingen uit als de grote bonte specht. De mannetjes hebben echter ook een kenmerkend vertoon: bij het vechten om een wijfje zwaaien ze met uitgespreide vleugels, uitgewaaierde staart en opgezette kuif met hun kop heen en weer.

    Er wordt één broedsel per jaar voortgebracht. Meestal legt het wijfje 5 tot 7 ellipsvormige glanzende eieren in de kale zelf uitgehakte nestholte (geen bekleding). Het uithakken van dat groot gat in het zachte hout van een oude loofboom (6 tot 8cm diameter) duurt gemiddeld 15 tot 30 dagen.

    Hetzelfde hol wordt soms meerdere jaren na elkaar gebruikt. Mannetje en wijfje broeden beide het legsel in 18 tot 19 dagen uit en voeden ook allebei de jongen van 18 tot 21 dagen met een melkachtige brei, die in de krop uit de massa gevangen insecten ontstaat.

     

    In het filmpje hieronder zie je de groene specht speuren naar rode bosmieren.

     

    https://www.youtube.com/watch?v=jFsQp7pdVpE











    14-12-2017 om 18:05 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    07-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De visarend in actie – Deel_5

     

    Roofvogels jagen overdag en worden daarom ook dagroofvogels genoemd. Je moet ermee rekening houden dat elke roofvogel zijn eigen manier van jagen heeft en een eigen jachtpatroon.

    Zo is de slechtvalk een snelle jager en vliegt een blauwe kiekendief een stuk trager. Dit vereist een andere aanpak van fotograferen.

    Het nadeel met roofvogels is dat ze niet poseren en dat, als ze vliegen, ze weer snel weg zijn.

    De grootste kick voor de fotograaf is natuurlijk een duikende visarend. Hier komt een dosis geluk bij kijken, maar ook veel tijd (geduld).

    Als je weet rond welk tijdstip en welke plek een visarend dagelijks langskomt om te vissen, kan je hierop anticiperen. Het is geen toeval dat het nieuws zich snel verspreidt als er een bijzondere vogel is gezien.

    Via de website www.waarneming.be houden vogelspotters elkaar op de hoogte van de locaties waar bijzondere (roof)vogels worden gezien.

    Ook twitterende vogelaars zijn nuttige informatiebronnen.

     

    Eens je een visarend hebt opgemerkt, vat dan zo post dat de lichtinval gunstig is en dat je een fijne achtergrond hebt. Met windstil weer – en daardoor een rimpelloos wateroppervlak – heeft de visarend veel meer kans om een vis te pakken. Maar jij als fotograaf hebt dan dus maar weinig kans om die duik perfect te fotograferen. Als het iets meer waait, heeft hij meerdere duikpogingen nodig om een vis te verschalken, wat ook de fotograaf meerdere kansen biedt!

    Stel je belichting handmatig in. Een visarend komt van hoog (fel belichte lucht = overbelichting), daalt net vóór de impact en passeert dan in een schicht een bomengordel op de achtergrond (neutrale belichting), waarna hij het water induikt (als het water donker is, moet je onderbelichten).

    Dit red je nooit als je je belichting op automatisch zet. Hou je sluitertijd zo hoog mogelijk.

    Kies daarom een zo hoog mogelijke iso-waarde. Liever een beetje ruis dan een onscherp beeld. Als je over een waaier mogelijkheden beschikt kan je uiteraard ook experimenteren met lage sluitertijden.

     

    Soms kan je vanuit schuilhutten visarenden van heel nabij aanschouwen. Echter niet alle schuilhutten zijn geschikt om vissende visarenden te fotograferen. De te smalle kijkspleten (en te grote lenzen) zorgen ervoor dat je weinig bewegingsvrijheid hebt.

    Door de aanvliegroutes van vogels, zeker als er jongen zijn, te observeren, is het met enige voorkennis mogelijk te achterhalen waar zich een nest bevindt. Dit lijkt een verlokkelijke tip maar het is een no-go-zone. Roofvogels en uilen zijn immers beschermde diersoorten en door het benaderen van een nest wordt het broedsel in gevaar gebracht. Dit is niet de manier waarop een vogelfotograaf te werk hoort te gaan en dit wordt streng afgekeurd door collega-fotografen en vogelliefhebbers.

     

    Bekijk dit leuk filmfragment dat de beeldreportage, ingedeeld in 5 fases met fraaie momentopnames, knap samenvat:

     

    Als platvis spendeer je de meeste tijd op de bodem van de zee en houd je rekening met alle vormen van gevaar, behalve vanuit de lucht. Zonder de aanwezigheid van de visarend zou deze argeloosheid misschien terecht zijn, maar in dit geval wordt het de ‘kortzichtige’ vis fataal.

     

    https://www.youtube.com/watch?v=nA3LtXnNIto

     











    07-12-2017 om 12:05 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
    06-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De visarend in actie – Deel_4

     

    Vaak zie je meteen na de duik met opspattend water de visarend met zijn kop boven de waterlijn en zijn vleugels uitgespreid een beetje dwaas om zich heen kijken. Het lijkt wel of hij dit moment gebruikt om in te schatten of de prooi misschien te groot is. Wanneer dit het geval is, laat hij de vis wijselijk los.

    Er doen spectaculaire verhalen de ronde van verdrinkende visarenden omdat hun klauwen niet kunnen worden geopend na de impact. Dit klopt natuurlijk niet. Wat wel wordt aangenomen, is dat de klauwen en de lange nagels misschien wel eens kunnen vastzitten in de graten van de vis. Na dit bezinningsmoment probeert de visarend weer uit het water op te stijgen.

    Uit het water komen met of zonder zo’n zware spartelende vis kost heel veel inspanning.

    De staart dient daarbij als hulpmiddel en wordt schuin omhoog gehouden.

    Er volgt weer een hoop gespetter. Eenmaal in de lucht wordt de vis zo gemanoeuvreerd dat de kop naar voren is gericht en vliegt de vogel met zijn maaltje naar een rustig plekje om de vis op te eten.

    Hier had de visarend blijkbaar de positie van de prooi niet goed ingeschat. Niettemin had hij ook wel enige moeite om zich met korte en krachtige vleugelslagen verticaal uit het water te hijsen.











    06-12-2017 om 12:31 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    05-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De visarend in actie – Deel_3

     

    Met de stevige poten graaien de visarenden de vis in één stootduik uit het water.

    Als je het geluk hebt een visarend te zien jagen, neem er dan de tijd voor. Af en toe biddend, wordt het wateroppervlak afgespeurd op vangbare vis, net onder de waterspiegel.

    Als er een prooi wordt ontdekt, manoeuvreert de visarend zich bij voorkeur in een positie waarbij hij de zon in de rug heeft. Er volgt een stootduik waarbij de vogel vaak kopje onder gaat. Zwemt de vis voorwaarts dan wordt de jachttechniek zo aangepast dat de duik met de zwemrichting mee schuin wordt ingezet. Vissen van 1 tot 2 kg zijn geen uitzondering.

    Omdat de visarend zich niet zoals watervogels stevig kan invetten, moet het water snel weer uit de veren worden geschud. Na elke duik stijgt de visarend eerst 1 tot 10 hoog om vervolgens al vliegend en schuddend het water uit zijn verenpak kwijt te raken.

    De buit wordt altijd vervoerd met de kop naar voren om zo min mogelijk luchtweerstand te ondervinden.

    De visarend kent diverse jachttechnieken. Een ervan is laag over het water komen aanzweven, op het laatste moment de poten naar voren zwaaien om zo de vis uit het water te graaien.

    Als ze een vis hebben gevangen nemen ze die mee naar een vaste ‘slachtplaats’. Liefst een hoge dode boom in de buurt van het water.

    Vliegend en cirkelend speuren ze naar een grote vis die niet te diep onder het wateroppervlak zwemt. Zien ze een geschikte prooi, dan storten ze zich in het water en grijpen de vis met hun stevige klauwen.

    Om de gladde vissen uit het water te kunnen grijpen, heb je heel speciaal gereedschap nodig en dat heeft de visarend. De onderkant van zijn klauwen zijn voorzien van kleine weerhaakjes waardoor de vis niet kan wegglippen.

    Bovendien kan hij één van de 4 tenen zowel naar voren als naar achteren bewegen (omkeerbare teen); hij heeft zo eigenlijk aan elke poot twee duimen.











    05-12-2017 om 12:15 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    04-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De visarend in actie – Deel_2

     

    Veel vogelliefhebbers merken een visarend niet eens op. Als hij in de verte aan komt vliegen lijkt hij soms bedrieglijk veel op een forse zilvermeeuw, zeker als je niet zorgvuldig kijkt. Cirkelt hij eenmaal rond naar een grotere hoogte, dan vergt het een ervaren blik om hem te onderscheiden. De iets gehoekte en gevingerde vleugel, de soepele, diepe vleugelslag en natuurlijk het formaat, vertellen echter genoeg. Wanneer de visarend zwevend naar prooien speurt, maakt hij gebruik van thermiek en schroeft zich omhoog via de stijgende warme luchtlagen. Vanuit het hoogste punt glijden ze weer naar een volgende plaats waar een warme luchtkolom zit. Door hun vleugels maximaal uit te spreiden, vergroten ze het draagvlak.

    Een visarend op jacht is een niet te missen schouwspel, want er is maar één arend die boven het water hangt te bidden om zich vervolgens vanuit de lucht robuust in het water te storten.

    De vleugels zijn niet alleen hoekig, maar ook lang en slank. De visarend heeft maar 4 vingers; dat zijn de zichtbare uiteinden van de slagpennen aan het uiteinde van de vleugels.

    De andere arenden hebben doorgaans 6 of meer vingers. Er is geen andere roofvogel die zo gespecialiseerd is in het vangen van vis als de visarend.

    In vergelijking met de visarend zijn de andere roofvogelsoorten maar amateurvissers, die op de wijze van zeearenden en wouwen alleen traag aan het wateroppervlak zwemmende vissen grijpen of zelf aan het oppervlak drijvende of aan de oever aangespoelde dode vissen of andere dieren oppeuzelen.

    De visarend daarentegen eet uitsluitend verse, zelf gevangen vis. Alle aanpassingen aan zijn jachttechniek gaan veel verder dan die van de meeste andere roofvogels; alleen de wespendief is ook zo’n superspecialist.

    De visarend is helemaal ingesteld op het grijpen van vissen uit oppervlakkig helder water. In ons deel van Europa zijn dat voorn, karper, blei, snoek, baars, elders ook forel, zalm, harder, kabeljauw. Deze vindt hij vooral in brede riviermondingen, diepe fjörden, stille rivierbochten, berg- en bosmeren en tropische koraalzeeën.

     

    Deze reeks foto’s tonen de visarend op het moment dat de bewegingen van het opgemerkt prooidier zijn jachtinstinct prikkelt.











    04-12-2017 om 11:45 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    03-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De visarend in actie – Deel_1

     

    Een uitgebreide beeldreportage van Wim Dekelver illustreert in 5 bijdragen [fases] hoe de roofvogel zijn jachtdomein verkent, zijn prooi bespiedt, aanvalt, vastgrijpt en uit het water sleurt om de buit elders rustig op te peuzelen.

     

    Om de bezoeker/lezer niet meteen met 25 foto’s en commentaren te overrompelen zullen vanaf vandaag tot en met donderdag achtereenvolgend 5 bijdragen op deze blog verschijnen:

     

    1.        de verkenningsronde: de visarend komt aangevlogen en begint grote cirkels te draaien om een geschikte prooi te detecteren;

    2.       het bidden: klapwiekend met de vleugels en met de naar beneden gerichte gespreide staart blijft de visarend in de lucht ‘hangen’, terwijl hij scherp toekijkt op een mogelijk slachtoffer; 

    3.       de duikvlucht – als een ‘stuka’ – naar het uitgekozen doelwit;

    4.      in het water: het moment waarop de visarend moeizaam terug boven water komt;

    5.       het wegvliegen – in dit geval – zonder vangst.

     

    Wim maakte deze foto’s in het natuurgebied ‘Ploegsteert Briqueteries’.

    Ploegsteert is een landelijk dorpje in de provincie Henegouwen, vlak tegen de Franse grens en deelgemeente van de stad Komen. Het Ploegsteertbos is één van de grootste aaneengesloten bossen in de omgeving; het ligt ten N van het dorpscentrum, deels op het grondgebied van Waasten.

    In 1976 beslisten de steenbakkerijen van Ploegsteert om de ontgonnen terreinen te beheren als moerasgebied. De vzw ‘Réserve naturelle et ornithologique de Ploegsteert’ werd opgericht. Vandaag beslaat het natuurreservaat zo’n 150 ha en biedt onderdak aan 220 verschillende vogelsoorten.

    Aangepaste beheerderswerken houden het water kunstmatig ondiep. Dit moerasgebied bevordert de ontwikkeling van planten en ongewervelden waar ook ontelbare vogels op afkomen.

    Daarnaast wordt ook aan bosbeheer gedaan om te vermijden dat enkele agressieve planten- en bomensoorten de volledige zone zouden overwoekeren. 

    Met een volgend project beoogt men waddeneilandjes aan te leggen, waardoor men steltlopers zou kunnen aantrekken.

    Tegen 2020 hoopt men op die manier het natuurreservaat uit te breiden tot 175 ha. Het is nadrukkelijk de bedoeling hier natuur te observeren en niet je hond hier uit te laten, te joggen of te mountainbiken. Het observeren kan in strategisch geplaatste kijkhutten of vanaf enkele speciaal aangelegde wandelpaden.











    03-12-2017 om 18:46 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (2 Stemmen)
    26-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Stroperij nekt trek- en roofvogels

     

    Geraadpleegde bron: De Standaard: Buizerd en havik zijn nu zelf grof wild [Gerald Driessens / Nicolas Brackx]

     

    Jaarlijks nekt stroperij gemiddeld 25 miljoen trekvogels. Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek van Birdlife International, een internationale koepelorganisatie in de vogelbescherming.

    De studie strekt zich uit van heel Europa tot aan de Kaukasus en rond de Middellandse Zee. Het is het eerste onderzoek van die omvang dat het probleem vaststelt en in kaart brengt.

    De meest slachtoffers vallen in Egypte, Italië, Libië en Frankrijk. Maar ook België is niet zonder zonde. Jaarlijks verdwijnen in ons land gemiddeld 60 400 vogels. Zij worden afgeschoten, vergiftigd, gevangen of geroofd uit nesten.

    De meest geviseerde soorten in ons land zijn vinken, zwarte kraaien, kepen, putters en spreeuwen. Winstbejag is de belangrijkste reden. De handel in beschermde soorten als kooivogel is nog altijd een van de grootste bedreigingen voor wilde vogels. Vinken worden bv. in Wallonië nog dikwijls gevangen en nadien verkocht voor de vinkenzetting of als volièrevogel.

    Spreeuwen daarentegen worden nog altijd gedood en later verkocht aan restaurants als kwartel.

     

    Concrete cijfers per soort zijn in België maar heel beperkt voorhanden. De beschikbare cijfers houden natuurlijk geen rekening met het illegale karakter van de praktijken. Bovendien houden vogels zich niet aan de landsgrenzen; de vogelpopulatie van een land is nooit constant.

    De stroperij van roof- en trekvogels is duidelijk een wereldprobleem.

    Toch worden ieder jaar naast zangvogels 440 dag- en nachtroofvogels het slachtoffer van de duistere praktijken. Maar de dieren die in beslag worden genomen, zijn slechts het topje van de ijsberg.

    Vooral de buizerd en de havik worden getroffen. Jagers zien hen vaak als concurrenten voor jonge patrijzen en fazanten. Nochtans zijn het veeleer aaseters.

     

    Maar ook illegale handel speelt een rol. Het is niet uitzonderlijk dat een niet-geringde roofvogel opduikt op een koopjeswebsite. Volgens de Belgische en Europese wetgeving moeten alle dieren die worden verhandeld een gesloten voetring dragen, die de kuikens op jonge leeftijd omgeschoven krijgen.

    Dat schrikt roofvogelhandelaars niet af. Eieren of kuikens uit nesten stelen, is hen niet vreemd. Of ze vangen roofvogels om die illegaal te ringen en certificaten te vervalsen.

    Eind vorig jaar werd een Belgisch bende roofvogelhandelaars met Europese vertakkingen nog veroordeeld door het Hof van Cassatie.

    Meer dan 20 jaar lang hebben zij duizenden dieren verhandeld met een opbrengst van 15 000 euro per koppel.

    Er moet dringend werk worden gemaakt van een gecentraliseerde databank om betere controles mogelijk te maken.

     

    De 5 foto’s van diverse fotografen beelden de buizerd af.











    26-11-2017 om 17:00 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    18-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De krooneend, exoot of inheemse broedvogel?

     

    De krooneend is met z’n exotisch uiterlijk één van de mooiste eendensoorten.

    De eend was hier een weinig talrijke vogelsoort die in de jaren ‘70 fors in aantal is afgenomen. Verbeteringen in de waterkwaliteit en herstel van kranswiervegetaties leidden sinds het eind van de jaren ’80 tot een duidelijke populatie-aangroei.

     

    De definitie van een exoot wordt in eerste instantie omschreven als ‘vertegenwoordigers van vogelsoorten of populaties die niet tot onze avifauna behoren of hebben behoord en wiens voorkomen aanwijsbaar is gelieerd aan het handelen van de mens (ontsnapping of vrijlating).

    Deze definitie werd wat later bij de motivatie voor het opnemen van de krooneend in de rode lijst, afgezwakt tot ‘… er sterke aanwijzingen zijn dat (een deel van) de vogels uit gevangenschap afkomstig is.’

    Het karakteriseren van een soort als exoot kan beleidsmatig grote gevolgen hebben.

    Voor sommige als exoot te boek staande soorten wordt afschot of andersoortige verwijdering van individuen als een gerechtvaardigde natuurbeschermingsactiviteit gezien.

    Dit strookt uiteraard niet met het tegelijkertijd voorkomen van de soort op de rode lijst.

     

    Een bronnenonderzoek naar vroegere waarnemingen onthult dat in West-Europa krooneenden als reguliere broedvogels reeds worden gesignaleerd sinds de 19de en begin 20ste E. Het geografisch verbrokkelde voorkomen van de soort kan niet als argument voor een onnatuurlijke herkomst worden aangewend, aangezien ook in de rest van het verspreidingsgebied in Zuid- en Oost-Europa en Azië de soort bepaald niet gelijkmatig is verspreid.

    Toch heeft de krooneend zich sinds het einde van de 19de E op veel plekken in West- en Centraal-Europa weten te vestigen. Een sterke aantalsgroei deed zich in vele gebieden voor sinds het midden van de jaren ’80.

    De krooneend is in staat om zeer geïsoleerde gebieden over grote afstanden te koloniseren, als zich geschikte habitatsomstandigheden voordoen. Het pleksgewijze voorkomen op Europese schaal is dan ook een uiting van het verspreidingsgedrag van deze soort.

    Krooneenden zijn trekvogels met gescheiden broed-, rui- en overwinteringsgebieden.

     

    Een andere reden waarom diverse vogeldeskundigen vermoedden dat krooneenden uit gevangenschap afkomstig zijn, is het feit dat ze tijdens de broedperiode erg tam zijn.

    Bij alle watervogels stelt men echter in parken een zekere mate van gewenning vast.

    Zodra de krooneenden gaan ruien (juni-juli) verandert dit patroon wezenlijk. Ze worden schuw en verstoppen zich overdag tussen de oevervegetatie en laten zich niet meer voeren door parkbezoekers. Vermoedelijk foerageren ze dan vooral in de nacht op kranswieren.

     

    Het feit dat er in het verleden veel eieren uit nesten van krooneenden werden verwijderd en de uitgekomen vogels vervolgens in collecties werden gehouden, heeft geleid tot de veronderstelling dat de krooneenden uit gevangenschap afkomstig waren. Het is uiteraard mogelijk dat, ook langer geleden, een deel van de krooneenden die in gevangenschap werden opgekweekt later weer is losgelaten. Het is zeker zo dat er ook nu nog eendenhoeders zijn waar de krooneenden jongen krijgen, die vervolgens de vrijheid krijgen (en kiezen). 

     

    Toch toont het onderzoek onomwonden aan dat het grootste deel van de krooneenden van wilde herkomst is. Inmiddels heeft de mooie exotische watervogel zich spontaan en succesvol hier bij ons gevestigd en is hij van de rode lijst geschrapt.

     

    Wens je een eerder verschenen bijdrage te raadplegen, maak dan gebruik van de zoekrobot om in het archief het artikel op te diepen:

     

    27/11/2009       De krooneend [knappe fotoreeks van Wim Dekelver]

     











    18-11-2017 om 11:08 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    12-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vogels voeren

    Onze bebouwde kom wordt steeds dichter bebouwd en intensiever beheerd. Braakliggende terreinen met zadenrijke planten en insecten maken steeds vaker plaats voor beton en asfalt. Vogels kunnen daarom minder geschikte voedselplekken vinden. Struiken en bomen die natuurlijke schuil- en nestgelegenheid bieden, komen ook niet veel meer voor. Vogelvriendelijk ingerichte tuinen kunnen dat verlies compenseren en bieden vogels een veilige thuis in de bebouwde kom. Een variatie aan gras, bloeiende planten, struiken en bomen helpt de vogels op eigen kracht voor zichzelf te zorgen. Vogels horen nu eenmaal in onze woonomgeving. Door bij te voeren laten vogels zich veel vaker zien en kunnen we ze beter leren kennen.

    Als je het juiste voedsel aanbiedt, mogen tuinvogels het jaar door worden gevoerd.

    Doordat het klimaat verandert, verandert het voedselaanbod voor de vogels mee. Worden ze het hele jaar bijgevoerd, dan gaan ze sterker en vitaler de winter in. Hiermee is hun overlevingskans vele malen groter wat uiteindelijk zal resulteren in meer jonge vogeltjes in het voorjaar en zomer.

    Het is niet zo dat vogels lui worden van het bijvoeren. Ze blijven ook zelf voedsel, zoals wormpjes, larfjes, spinnetjes en mugjes in de natuur zoeken. Wel dien je te weten dat vetbollen die in de winter te koop worden aangeboden, niet geschikt zijn om te voeren in de lente en zomer.

    Vogeltjes voelen zich niet overal op hun gemak. Daarom is het belangrijk om een zo goed mogelijke plek voor de gevederde bezoekers te creëren.

    Kies een rustige plek zonder verstoring. Zorg voor beschutting zoals een boom of struik om bij gevaar in te kunnen vluchten. Geef vogels goed uitzicht op de omgeving om tijdig gevaar te kunnen opmerken (katten, sperwers).

    Zadenmengsels kunnen het best worden aangeboden in speciale voedersystemen om verspilling en verontreiniging te voorkomen. Vetbollen kunnen door regen erg vies en soppig worden; hang er daarom niet teveel op tenzij er erg veel vogels aanwezig zijn en de voorraad snel slinkt.

    Als pinda’s in een silo worden aangeboden kan men met een gerust hart het gehele jaar door

    ‘apennoten’ schenken.  Vogels kunnen door het gaas van de silo namelijk alleen kleine stukjes pinda eruit halen. Pinda’s in netjes zijn ook niet geschikt; de vogeltjes kunnen met hun pootjes of tongetje vast in het netje komen te zitten.

    Best koop je vogelvoer bij een dierenspeciaalzaak waar je zeker bent dat de producten goed zijn voor de gezondheid van je tuinbezoekers.

    Even belangrijk is de hygiëne. Maak daarom geregeld alle voedersystemen, voedertafels en waterschalen goed schoon. Best maak je hierbij gebruik van biologisch afbreekbare, desinfecterende middelen. Zorg er ook voor dat je na het reinigen met voldoende water de voederapparaten en waterschalen afspoelt.

     

    Wie lust wat?

     

    ·         Merel, kramsvogel, koperwiek, zanglijster, spreeuw:

    Broodkruimels, geweekte rozijnen en krenten, kaasrestjes zonder korst, fruit, bessen, schillen en klokhuizen, gekookte rijst, gekookte aardappelen zonder zout

    ·         Koolmees, pimpelmees, zwarte mees, staartmees, kuifmees, matkop:

    Vetbollen, slingers ongebrande en ongezouten pindanootjes, hazel- en okkernoten, graanzaadmengeling, zonnebloempitten, halve kokosnoot

    ·         Grote bonte specht, boomklever, boomkruiper:

    Spekzwoerd, ongezouten pinda’s en noten, vetbollen, zonnebloempitten, kaasrestjes zonder korst

    ·         Huismus, ringmus, vink, keep, sijs, groenling, putter:

    Bruine broodkruimels, graanmix (gemengd onkruid- en strooizaad), zonnebloempitten, etensresten zonder zout,

    ·         Winterkoning, heggenmus, roodborst:

    Broodkruimels, bessen, maden en larven, meelwormen, ongekookte havermoutvlokjes

     

    Self-made voedercake

     

    Smelt 250g rundervet, voeg hierbij fijngemalen pinda-, okker- en hazelnoten. Vul aan met wat rozijnen, gebroken granen (maïs, tarwe), muesli en fijngemalen broodkruim. Met wat gepelde zonnebloempitten maak je de voederbol speciaal. Roer alles om tot een nog vloeibare massa, giet dit vervolgens in een recipiënt (bv. melkbrik) waar je een touw of gevlochten draad hebt ingebracht (om deze te kunnen ophangen). Nog even wachten tot alles voldoende is gestold en dan kan je je tuinvogels op een eigen voedercake trakteren.











    12-11-2017 om 18:40 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    06-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Evolutie is nog steeds aan de gang  

     

    Geraadpleegde bronnen: De Standaard [Pieter Van Dooren]

     

    Wij Vlamingen gaan meteen grijnzen als we het woord ‘vogelen’ horen: het is een synoniem voor het waarnemen en fotograferen van wilde vogels. Maar hoe vogelminnend de Nederlanders, ook zijn ze worden verre overtroffen door de Britten. Bij hen is ‘bird watching’ zowat een nationale sport.

    En hobby nummer één bij Britten met een tuin … is vogels voederen.

    Ze geven er dubbel zo veel aan uit als de rest van Europa. Dat gebeurt vaak met een voedersilo, een soort omgekeerde fles met onderaan een kleine opening voor de vogelsnavel. En dan biedt een lange snavel voordeel.

     

    Onderzoekers volgen al 70 jaar een populatie koolmezen nabij Oxford. Daaruit blijkt dat de snavels van de vogels sinds de jaren 70 langer zijn geworden. In nog geen 50 generaties dus. Voor een erfelijk kenmerk is dat bijzonder snel. Een ruwe vuistregel onder biologen zegt dat een diersoort zo’n 1000 generaties nodig heeft om een nieuw kenmerk algemeen te laten worden.

    Nu elektronica steeds kleiner en lichter wordt, is het mogelijk geworden om zelfs kleine vogeltjes van een zendertje of een datalogger te voorzien. Daaruit leerden de Britse vorsers dat de meesjes met de langste snaveltjes het vaakst bij de voedersilo’s te vinden waren.

     

    De Darwin-vinken, die op ieder eiland van de Galapagos-archipel weer anders zijn, zijn een iconisch voorbeeld van aanpassing aan de omstandigheden. Ze specialiseerden zich elk in het vergaren van ander voedsel en ontwikkelden er de bijpassende snavel bij.  

    Het verschil in voederpraktijk tussen de Britten en het continent lijkt een zinnige verklaring.

     

    Met meesjes valt grof geld te verdienen

     

    Geraadpleegde bron: Knack [Dirk Draulans]

     

    De Vlaamse overheid beheert een fonds om schade te vergoeden die wordt veroorzaakt door dieren. Een analyse van de cijfers leidt tot de verrassende conclusie dat niet ganzen of everzwijnen de voornaamste schadeposten zijn, maar wel soorten zoals steenmarters en mezen.

     

    Voor veel Vlamingen zijn dieren niets minder dan lastposten. Intrigerend in de cijfers is de post ‘schade aan gewassen’ door zangvogels.

    Onze tuinvogels werden sinds kort door het Agentscha Natuur & Bos (ANB) als een schadepost in de fruitteelt beschouwd.

    Dat is een beetje vreemd want in het broedseizoen wordt de aanwezigheid van mezen net gewaardeerd, omdat ze massaal rupsen van bladeren plukken om hun jongen te voederen. Maar tijdens het fruitseizoen verpoppen ze zich blijkbaar tot een vijand: ze pikken aan peren en appels, waardoor die geïnfecteerd kunnen geraken met schimmels en bacteriën en rottingsplekken krijgen.

     

    Het probleem is in Nederland ‘populair’ geworden. Daar wordt jaarlijks voor minstens 500 000 euro aan vergoedingen uitbetaald voor schade aan fruit, die is veroorzaakt door mezen.

    De bedragen zijn de laatste 10 jaar fors gestegen. Dat kan niet te maken hebben met een grote toename van het mezenbestand. Het lijkt evenmin evident dat de diertjes pas in het voorbije decennium de appel en de peer hebben ontdekt als voedsel.

    Het is waarschijnlijker dat de fruittelers erin geslaagd zijn mezen als de schadepost te laten erkennen en er nu geld uit puren.

    Het valt te vrezen dat Vlaamse fruittelers de mees ook gaan beschouwen als een bron van schadevergoedingen. Het Agentschap Natuur & Bos moet over de omvang van de schade waken en beslissen minder snel tot schadevergoeding over te gaan. Want op de duur kan elk dier dat in een veld of een boomgaard passeert als een bron van inkomen worden aanzien.











    06-11-2017 om 16:43 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    29-10-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De kneu

    De kneu, een kleine, levendige en sociale vink, is een echte bewoner van open cultuurlandschappen en komt bij ons vooral voor in open terrein met lage bosjes en struwelen nabij kruidenrijke vegetaties, zoals dat in landelijke dorpen, tuinsteden, boomgaarden en bij spoorbeddingen te vinden is.

    De soort is vooral zeer talrijk in open duingebieden en in de wilgenopslag van nieuwe polders.

    Vanwege zijn muzikaal liedje werd hij vroeger veel als volièrevogel gehouden. Zijn fraaie robijnrode kleuren raakt het dier in gevangenschap wel snel kwijt.

    Oude namen voor deze soort zijn ‘vlasvink’ en ‘hennepvink’ omdat men vroeger dacht de kneu zich enkel met vlas- en hennepzaden voedde. Zijn menu bestaat echter uit een grote verscheidenheid van vooral kleine zaden. De kneu heeft graag braakliggend land met veel zaaddragende planten en struiken of heggen om in te nestelen.

     

    Het mannetje in zomerkleed vertoont een lichtgrijze kop, karmijnrood voorhoofd en karmijnrode borst; de rug is roestbruin, de zwarte slagpennen en de gevorkte staartpennen hebben witte randen. De snavel is donkergrijs.

    De lichaamslengte wisselt tussen 12.5 en 14cm; de spanwijdte varieert tussen 21 en 25cm en het lichaamsgewicht schommelt tussen 15 en 20g.

    De kneu vliegt in hechte, golvende, zeer gecoördineerd bewegende zwermen.

    De kwetterende zang wordt gewoonlijk op een uitstekende twijg van een struik ten gehore gebracht en soms zingt een aantal mannetjes in koor. De kneu is gesteld op laag struikgewas en lage uitkijkposten.

     

    Om te broeden kiest het vrouwtje voor de open heide, langs de randen van hoogvenen, in agrarische gebieden met rommelige heggen en hoog in het voorgebergte van Alpen en Pyreneeën waar lage heggen groene bloemenrijke weilanden doorsnijden.

    ’s Winters zijn kneuen vaak in groepen te vinden in open agrarische gebieden, op kwelders en met onkruid begroeide kiezelvlaktes, alsook rond zoetwatermoerassen met zaadplanten langs de randen van vennetjes en greppels.

    Ze zijn minder behendig dan barmsijzen en fraters, die zaden eten terwijl ze aan planten hangen.

    De kneu foerageert gewoonlijk vanaf de grond en pikt zaden uit overhangende planten of van de grond eronder.

    Op het menu staan wilde soorten maar ook cultuurgewassen, zoals koolzaad, mosterdzaad en lijnzaad. Vroeg in de lente zijn vogelmuur, veldkers, vroegeling en varkensgras belangrijke voedselbronnen, later ook paardenbloem, brandnetel, distel en kaardenbol. Ook de nestjongen eten uitsluitend zaden.

    Mannetjes zingen vaak vanuit de toppen van liefst doornige struiken, zelfs in groepen op het einde van de winter. Het klein territorium wordt afgebakend door te zingen; een vrij stille, muzikale, snelle, herhaalde medley van gefluit met een riedel, getjilp en trillers. De roep is een typisch vinkachtig gekwetter, die metalig, snel, droog en lichter weerklinkt dan de harde tonen van een barmsijs.

     

    De kneu broedt vanaf half april, vaak in kleine, losse kolonies.

    Het wijfje bouwt een fraai komvormig nest van twijgen en wortels, gevoerd met wol en haar bij voorkeur laag in een struik, zoals in een duindoorn bv.

    Ze broedt de 4 tot 6 eitjes in 10 tot 14 dagen uit. Er kunnen 2 tot 3 legsels voorkomen tijdens de periode april – juli. Het mannetje helpt bij het voeren van de jongen.

    Vaak zitten kneuen in groep bij elkaar in struiktoppen en kwetteren vrolijk in koor voordat ze zich voor de nacht verplaatsen naar een gemeenschappelijke slaapplaats.

    In onze streken broedende kneuen trekken via Zuidwest- Frankrijk weg naar Spanje en Marokko. Men treft ook doortrekkers aan vanuit Groot-Brittannië en de Scandinavische landen.











    29-10-2017 om 18:40 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    22-10-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zanglijster

     

    Geraadpleegde bron: Vogelbescherming Vlaanderen: Mens & Vogel 2013_2

     

    De zanglijster doet zijn naam alle eer aan. Zijn lied duurt 5 minuten of langer en bestaat uit een rijke opeenvolging van luide, muzikale strofen, waarvan sommige vele malen worden herhaald. Meestal zingt de zanglijster op een hoge post, zoals een boomtop en is vrijwel het gehele jaar door op mooie dagen te beluisteren.

     

    De volwassen vogel heeft effen donkerbruine bovendelen met blekere uiteinden aan de veren.

    De vaalgele onderkant en de witte buik vertonen minder en kleinere bruinzwarte pijlpuntvlekken dan bij de grote lijster. De onder-vleugel is zacht oranjebeige. Er is een vale ring rond het oog; de poten zijn bleek en roze-achtig.

    De lichaamslengte varieert tussen 21 en 23 cm; de spanwijdte wisselt van 33 tot 36 cm en het lichaamsgewicht schommelt tussen 70 en 90g.

     

    Het wijfje bouwt een nest van gras en twijgen, gevoerd met modder of houtpulp en legt gewoonlijk 4 tot 6 lichtblauwe, gespikkelde eieren.

    De binnenkant van het nest is wel opmerkelijk. Voordat de houtmolm wordt aangebracht, wordt die met de snavel fijn gebeten en met speeksel of water doorweekt. Door met de borst op de geknede bestanddelen van de binnenlaag te duwen, brengt de zanglijster het lemen pleisterwerk op de vereiste dikte en wordt de diepe nestkom gepolijst. De zanglijster baadt zich tijdens de nestbouw geregeld in plasjes om de binnenlaag optimaal te kunnen gladstrijken. In plaats van leem wordt soms ook paardenmest gebruikt. De aanleg van de lemen binnenkant vereist droog weer. De voordelen van leembekleding: het nest is stevig en kan later opnieuw worden gebruikt; de leembekleding beperkt vermoedelijk ook het aantal nestparasieten.

    Het wijfje broedt het legsel in ca 2 weken uit en het mannetje helpt bij het voeren van de jongen gedurende de 12 tot 16 dagen dat deze in het nest verblijven.

     

    In het zuidwesten van Frankrijk worden jaarlijks nog vele tienduizenden zanglijsters tot paté verwerkt. Hetzelfde gebeurt met leeuweriken, roodborsten en ortolanen.

    In de omgeving van de Mont Ventoux verkoopt men als specialiteit lijsterpaté met truffels. Deze ‘Paté de grive’ wordt in de restaurants als een delicatesse aanbevolen.

    In Noord- en Midden-Italië worden tussen juli en oktober op vele plaatsen grote vogelfeesten georganiseerd, dit alles ter ere van de vogeljacht en -vangst. Vuurwapens worden gezegend, er worden missen opgedragen en op de markt verkoopt men allerlei benodigdheden voor de vogelvangst.

    In ‘Notes sur les forêts’, la chasse et la pêche en Belgique’ uit 1897 lezen we dat men het jaar ervoor op 5 marktdagen (3 in Brussel, 1 voor Antwerpen en 1 voor Verviers) in de openbare hallen ongeveer 380 000 lijsterachtigen heeft verhandeld.

    Daaronder bevonden zich allicht ook veel koperwieken. Deze vogels werden gevangen in België, Nederland en Frankrijk.

    De auteur Iserbyt (Ieper 1906) zei het volgende over de lijstervangst: “En moest men de vangst verbieden of te veel inkorten, ’t ware ’t land in rep en roer stellen, vooral de Ardense gewesten, waar jong en oud, rijk en arm, lijsters vangt en eet”.

    Pas via een Koninklijk Besluit in 1967 werd de lijstervangst met behulp van strikken bij wet verboden.

     

    Zanglijsters komen vooral voor in de gematigde streken van Europa en zijn veel te zien in oude tuinen, villawijken, parken en loofbossen.

    Hoewel de Vlaamse populatie stabiel lijkt te zijn, spelen vermoedelijk toch een aantal processen een rol. Mogelijk heeft het bodemtype in combinatie met de zure regen een impact op de populatie.

    Zo zou verzuring in verschillende grote bosgebieden in Nederland hebben geleid tot een afname van lokale populaties met soms 75%, terwijl zanglijsters op kalkarme bodems (minder huisslakken) van nature in lagere aantallen voorkomen.

    In tegenstelling tot zanglijsters in bosgebieden hebben hun soortgenoten in uitgestrekte landbouwgebieden andere problemen.

    In Groot-Brittannië nam het bestand sinds halfweg de jaren ’70 sterk af. De afname werd vooral vastgesteld in het agrarische landschap. In de bosgebieden deed de soort het ook slecht, al bleven de verliezen eerder beperkt.

    Vooral de hoge sterfte bij jonge vogels in hun eerste levensjaar zou verantwoordelijk zijn voor de afname van het zanglijsterbestand, terwijl ook intensivering van de landbouw met de vinger wordt gewezen. Vooral in de intensief bewerkte akkergebieden zou voedselgebrek een groot probleem vormen wanneer op het einde van de zomer regenwormen door de droogte veel moeilijker te vinden zijn dan in de relatief vochtige graslanden en bossen.

    De Britse situatie kan echter niet zomaar worden geprojecteerd op Vlaanderen.

    De vastgestelde toenames in zowel Zuid-West-Vlaanderen als in het zuidwesten van Oost-Vlaanderen – nochtans ook gedeeltelijk gelegen in intensief bewerkt akkerbouwgebied – tonen dat aan.

    Het open landschap wordt er in belangrijke mate doorsneden door de typisch Vlaamse lintbebouwing waar de zanglijsters alternatieve voedselbronnen vinden in de goed onderhouden, vochtige privé-tuinen. Daar hebben ze bovendien extra nestgelegenheid ter beschikking als gevolg van het ouder worden van aanplantingen.

     

    De zanglijster heeft op haar menukaart zowel dierlijk voedsel (insecten en hun larven, regenwormen, spinnen, duizendpoten, pissebedden, huisjes- en kleine naaktslakjes) als een aanzienlijke hoeveelheid soorten bessen (vogelkers, aalbes, vlier, meidoorn, hulst, zuurbes, klimop) staan. Het is algemeen geweten dat lijsters graag huisjesslakken eten en dat ze – om zich van de harde delen te ontdoen – deze op stenen, rotsen, tuinpaadjes en harde boomwortels stukslaan. Geregeld zal een zanglijster naar deze ‘lijstersmidse’ terugkeren, zodat na verloop van tijd hoopjes verbrijzelde slakkenhuisjes haar aanwezigheid verraden. Vermits de weekdieren een aanzienlijk bestanddeel van het zomervoedsel uitmaken worden de specifieke leefgebieden van deze slakken opgespoord: humusrijke, min of meer vochtige bossen met veel kruiden en/of onderhout, waterloopjes en poelen. Ook grote kevers worden geregeld op dikke takken, blootliggende boomwortels of stenen stukgeslagen.

     

    Onze zanglijsters zijn trekvogels die onze streken in de winter verruilen voor delen in Frankrijk en Groot-Brittannië. In het najaar trekken zowel overdag als ’s nachts grote aantallen door uit het noorden en oosten. De najaarstrek loopt gewoonlijk van september tot begin december. In het voorjaar verloopt de trek vanaf midden februari tot in mei.











    22-10-2017 om 18:40 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    15-10-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De boomkruiper, een onopvallende boombewoner  

    De boomkruiper leeft aan bosranden, in parklandschappen, in hagen, tuinen, boomgaarden en oude lanen.

    Het is een kleine vogel, die wat weg heeft van een kleine, bruine muis die met schokjes langs de ruwe boomschors naar omhoog klautert, op zoek naar insecten en spinnen.

    De boomkruiper tref je voornamelijk aan in bossen, (kasteel)parken, grote tuinen en (oude) boomgaarden met een voorkeur voor oude loofbossen, waaronder de eik, omwille van de ruwe stam.

     

    Het nest wordt meestal gemaakt achter loshangende stukken boomschors, in spleten of houtstapels. Soms wordt het nest ook in dichte vegetatie (klimop) gemaakt. Ongeveer 20% van de paartjes broedt 2 keer per jaar. Beide broedsels overlappen vaak; het mannetje bouwt een 2de nest waarin het wijfje eieren legt, terwijl de jongen van het eerste nest nog niet zijn uitgevlogen.

     

    De boombewoner is best onopvallend. Door zijn bruinige verenkleed is hij prima gecamoufleerd wanneer hij tegen een boomstam naar omhoog klautert. Ook de zang en de roep stellen niet veel voor en vergen een getraind oor om het te herkennen.

     

    Boomkruipers hebben een speciale staart. Het dozijn staartveren zijn stug, stijf een puntig; ideaal als steun bij het klimmen. Doordat de staartveren almaar over de schors slepen, slijten die snel. Alle zangvogels ruien eerst de centrale staartveren. Enkel de boomkruipers en de spechten, die beide de steun van vooral de middelste staartveren nodig hebben bij het klimmen, ruien de centrale staartveren als laatste, nadat alle andere staartveren zijn vervangen.

    Omdat de boomkruiper zijn staart als steun moet gebruiken, is hij niet in staat om onderste boven te kruipen, wat een boomklever daarentegen wél kan. Daarom zie je een boomkruiper steeds weer naar een lager gelegen nieuw stuk stam vliegen en vervolgens weer in spiraalvorm naar omhoog kruipen op zoek naar wat lekkers (eitjes, larfjes, torretjes, spinnetjes).

     

    Boomkruipers slapen achter een loshangend stuk schors of hakken een slaaphol uit in het halfvergane hout van dode bomen of in de zachte, levende schorslaag van coniferen.

    Vooral ’s winters slapen ze vaak in groep; door dicht tegen elkaar te gaan aanzitten, verliezen ze minder energie.

    De boomkruiper gaat tijdens de winter op zoek naar insecten, die in holtes en spleten overwinteren, waardoor hij heel het jaar rond hier kan verblijven.

     

    De boomkruiper is een stuk minder opvallend dan zijn bijna-naamgenoot, de boomklever. In dit kort filmfragment van Kees Vanger kan je het minutenlang gadeslaan.

     

    https://www.youtube.com/watch?v=srFdzvcJW8E

     

    Wie een eerder verschenen artikel wenst te raadplegen kan via de zoekrobot in het archief de gewenste bijdrage opdiepen.

     

    06/04/2013      De boomkruiper











    15-10-2017 om 11:42 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Laatste commentaren
  • moncler coat (caijuan83)
        op De biodiversiteit in het Zwin bevorderen
  • Fyne lente' (Louisette)
        op Vogels en renners: één strijd
  • copyright (Ho-Merris)
        op De biodiversiteit in het Zwin bevorderen
  • Kauw (Henriëtte)
        op De kauw
  • Goedemorgen,mooie blog.Wens jullie nog een fijne dinsdag toe. (Mieke)
        op M-day, een mix, magische momentopnames
  • Startpagina !

    Zoeken in blog


    Gastenboek
  • Goedemiddag blogvrienden u bent van harte welkom
  • Hallo beste Franz,prachtige foto's met omschrijving,heel interssant om te kijken en te lezen
  • Goedemiddag blogmaatje
  • Voorbeeld???
  • Ben is op bezoek geweest. (I like it)

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek




    Archief per jaar
  • 2026
  • 2025
  • 2024
  • 2023
  • 2022
  • 2021
  • 2020
  • 2019
  • 2018
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007
  • 2005
  • -0001

    Foto

    Foto

    Over mijzelf
    Ik ben Franz Pieters
    Ik ben een man en woon in Zaventem (België) en mijn beroep is 25 jaar lkr, 2 jaar kabinetsadviseur, 2 jaar adviseur DVO, 2 jaar TOS21-projectmedew..
    Ik ben geboren op 08/05/1954 en ben nu dus 72 jaar jong.
    Mijn hobby's zijn: onderwijs - wetenschap & techniek - geschiedenis - natuur - muziek - lectuur - gastronomie - sport.
    2 jaar TOS21-coördinator, 3 jaar projectcoördinator ESF-projecten KOMMA, WERK PRO-OPER, LINK en nu op RUST
    Foto

    Foto

    Een interessant adres?

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Inhoud blog
  • De spotvogel, een schertsende spraakwaterval  
  • De bosruiter, de kleinste ruiter onder de steltlopers
  • De Cetti’s zanger, zie je hem niet, je hoort hem wel
  • De klapekster, de geduldige opzichter
  • Stijn Leestmans ijvert voor systematische verandering in de landbouw
  • De slechtvalk, terug van weggeweest
  • De zwarte ooievaar, in tegenstelling tot zijn witte neef, een schuchtere steltloper
  • Polders van Kruibeke, het grootste overstromingsgebied van Vlaanderen
  • De middelste bonte specht in volle expansie
  • De schattige kuikens van de dodaars zijn opdringerige profiteurs
  • De goudplevier is talrijker dan zijn verwant, de zilverplevier
  • De groene specht, de lachende clown
  • De waterspreeuw, een vrij zeldzame wintergast
  • Het tirannieke roodborstje
  • De fazant houdt het hoofd koel tijdens knokpartijen met concurrenten
  • Het succesverhaal van een sneeuwwitte beauty
  • De kunst van het vliegen – deel 3
  • De kunst van het vliegen – deel 2
  • De kunst van het vliegen – deel 1
  • Het vogelgriepvirus slaat ferm toe
  • De rode wouw is extra gevoelig voor vergiftiging
  • De kleine plevier, kampioen van de vluchtige kansen
  • Trekvogels versnellen hun overtocht naar de Noordpool, maar de klok tikt verder
  • Het natuurfenomeen: trekkende vogels
  • De holenduif is de discreetste van onze duiven
  • De sprinkhaanzanger, meester verstoppertje van de ruigte
  • De Koekoek, een raadselachtige vogel die blijft verrassen
  • De buizerd, een weinig gewaardeerde roofvogel
  • De boomvalk, steeds minder trouw aan zijn broedplaats
  • Wetenschappelijk onderbouwd natuurbeheer is wat anders dan knaldrang
  • Een slinkende biodiversiteit heeft ook voor de mens nefaste gevolgen
  • Sinds kort broedt de steltkluut elk jaar bij ons
  • De drieteenmeeuw is onze enige echte zeemeeuw
  • De grauwe klauwier
  • Het opvallend riedeltje van de tjiftjaf kondigt de lente aan
  • Overleven: hoe doen pinguïns dat toch?
  • De Turkse tortel, één van de spectaculairste vogelinvasies ooit
  • Zwartkopje en bruinkapje
  • De zwarte kraai kiest voor een leven in de nabijheid van diervriendelijke mensen
  • Handel en stroperij brengen Europese zangvogels in gevaar
  • Grote stern, wit, zwart en geel puntje
  • Scandinavische neefjes van de vink geven de winter kleur
  • De mandarijn-eend
  • De Krakeend, vijftig tinten grijs
  • Ruzie over de Zeearenden: conservator van De Blankaart beschuldigd van nestverstoring
  • De groenling heeft ernstig last van het ‘geel’
  • Fluiters zijn bang van muizen
  • Natuurmonitoring met AI
  • Meten is weten: de staat van de natuur monitoren

    {TITEL_VRIJE_ZONE}

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Dropbox

    Druk op onderstaande knop om je bestand naar mij te verzenden.


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    godelieve
    www.bloggen.be/godelie
    Privacyverklaring van de Kille Meutel Vogelvrienden

    Algemene privacyverklaring van onze vereniging: de Kille Meutel Vogelvrienden De Kille Meutel Vogelvrienden hechten veel waarde aan de bescherming van uw persoonsgegevens. In deze privacyverklaring willen we heldere en transparante informatie geven over welke gegevens we verzamelen en hoe wij omgaan met persoonsgegevens. Wij doen er alles aan om uw privacy te waarborgen en gaan daarom zorgvuldig om met persoonsgegevens. Onze vereniging houdt zich in alle gevallen aan de toepasselijke wet- en regelgeving, waaronder de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Dit brengt met zich mee dat wij in ieder geval: • uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met het doel waarvoor deze zijn verstrekt, deze doelen en type persoonsgegevens zijn beschreven in deze Privacy verklaring; • verwerking van uw persoonsgegevens beperkt is tot enkel die gegevens welke minimaal nodig zijn voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt; • vragen om uw uitdrukkelijke toestemming als wij deze nodig hebben voor de verwerking van uw persoonsgegevens; • passende technische en organisatorische maatregelen hebben genomen zodat de beveiliging van uw persoonsgegevens gewaarborgd is; • geen persoonsgegevens doorgeven aan andere partijen, tenzij dit nodig is voor uitvoering van de doeleinden waarvoor zij zijn verstrekt; • op de hoogte zijn van uw rechten omtrent uw persoonsgegevens, u hierop willen wijzen en deze respecteren. Als Kille Meutel Vogelvrienden zijn wij verantwoordelijk voor de verwerking van uw persoonsgegevens. Indien u na het doornemen van onze privacy verklaring, of in algemenere zin, vragen heeft hierover of contact met ons wenst op te nemen kan dit via onderstaande contactgegevens: Kille Meutel Vogelvrienden Watertorenlaan 59 1930 Zaventem franz.pieters@telenet.be Mobiel: 0478 55 34 59 Waarom verwerken wij persoonsgegevens? Uw persoonsgegevens worden door onze vereniging verwerkt ten behoeve van de volgende doeleinden en rechtsgronden: • om te kunnen deelnemen aan de activiteiten van de Kille Meutel Vogelvrienden; • om de uitnodigingen, verslagen, nieuwsmeldingen, … te versturen (met toestemming van de betrokken sympathisanten); • om een brede en vlotte communicatie te verzorgen binnen het netwerk van de diverse partners; • om de jaarlijkse subsidiëring door de overheid te bekomen (wettelijke verplichting); Voor de bovenstaande doelstellingen houden we volgende gegevens bij: naam, voornaam, adres, telefoon/gsm-nummer (indien beschikbaar), e-mail (indien aan ons doorgegeven) We gebruiken de verzamelde gegevens alleen voor de doeleinden waarvoor we de gegevens hebben verkregen. Verstrekking aan derden Wij geven nooit persoonsgegevens door aan andere partijen waarmee we geen verwerkersovereenkomst hebben afgesloten, tenzij we hiertoe wettelijk worden verplicht (bv. politioneel onderzoek) Bewaartermijn De Kille Meutel Vogelvrienden bewaren persoonsgegevens niet langer dan 5 jaar op hun informaticasystemen. Beveiliging van de gegevens Wij hebben passende technische en organisatorische maatregelen genomen om persoonsgegevens van u te beschermen tegen onrechtmatige verwerking, zo hebben we bv. de volgende maatregelen genomen: • we hanteren een gebruikersnaam en wachtwoordbeleid op al onze systemen en cloud-toegangen; • de toegang tot de persoonsgegevens is beperkt tot de bestuursleden; • wij maken back-ups van de persoonsgegevens om deze te kunnen herstellen bij fysieke of technische incidenten; • onze bestuursleden zijn geïnformeerd over het belang van de bescherming van persoonsgegevens. Uw rechten omtrent uw gegevens U heeft recht op inzage en recht op correctie of verwijdering van de persoonsgegeven welke wij van u ontvangen hebben. Bovenaan dit privacy statement staat hoe je contact met ons kan opnemen. Tevens kunt u verzet aantekenen tegen de verwerking van uw persoonsgegevens (of een deel hiervan) door ons of door één van onze verwerkers. Klachten Mocht u een klacht hebben over de verwerking van uw persoonsgegevens dan vragen wij u hierover direct met ons contact op te nemen. U heeft altijd het recht een klacht in te dienen bij de Privacy Commissie, dit is de toezichthoudende autoriteit op het gebied van privacy bescherming. Wijziging privacy statement Onze vereniging de ‘Kille Meutel Vogelvrienden’ kan zijn privacy statement wijzigen. Van deze wijziging zullen we een aankondiging doen op onze website. De laatste wijziging gebeurde op 22 mei 2018. Oudere versies van ons privacy statement zullen in ons archief worden opgeslagen. Stuur ons een e-mail als u deze wilt raadplegen.


    Laatste commentaren
  • moncler coat (caijuan83)
        op De biodiversiteit in het Zwin bevorderen

  • Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Meer blogs