Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
E-mail mij

Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.

Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto

Momentum

04/07/07

Beste vogelvriend …

Startdatum: om meteen de drempelvrees te verlagen stel ik voor dat iedereen een reactie ventileert over het wegblijven van een birdyreünie; het kan kort in de 'poll'-rubriek en wat uitgebreider in dit communicatievenstertje.
Het was Oswald die mij ooit voorstelde ons wat dieper in het internet te nestelen, wat nu via deze blog is gebeurd, weliswaar zonder een referendum te houden.
Bij deze nodig ik jullie uit je mening te ventileren, want de bedoeling is een handig alternatief aan te bieden.
Tot heel binnenkort …

04/07/08

Happy Birdyday …

 

Temidden van een levendige en warmhartige woonwijk, ligt een door menselijke bebouwing omzoomde biotoop … een fraaie frisgroene weelderige oase, waar de birdyfans de gevederde tuinbezoekers graag welkom heten en gul onthalen.

Die verwennende gastvrijheid in een gezellig en veilig rustoord, bekoorlijk door landelijke eenvoud en liefelijkheid, prikkelt de vertrouwenwekkende aanhang, de nesteldrang met vrolijk vogelgezang en feestelijke voortgang. We hopen volgend jaar nog meer ‘straatketten’ naar de Kille Meutel te lokken …

 

04/07/09

 

Je zoekt, vindt en kiest

een levensweg, die je deelt

met trouwe vrienden …

 

Precies vandaag bestaat ons“Kille Meutel”Forumpje 2 jaar.

Sinds de wondermooie opnames van onze huisfotografen het “Blogscherm” sieren, loopt het aantal bezoekers gevoelig op.

Een verheugende en hartverwarmende vaststelling, daar eveneens destijds de voor natuurliefhebbers en vogelbeschermers bedoelde nieuwsbrieven, geïllustreerd met tekeningen, een educatieve waarde beoogden.

Sedert kort werd de rubriek“Birdywatch”gelanceerd, initieel opgevat als verzamelbox voor (tuin)observaties van vogelspotters.

Momenteel is een gebruiksvriendelijke observatiefiche, waarin de waarnemer zijn vaststellingen optekent, nog niet beschikbaar.

Met een klik op“Vogelwaarnemingen” nodigt de rubriekenindeling de bezoeker uit een pittige anekdote,een blikvanger,een weetje of een suggestie neer te pennen.

Af en toe duikt over een verschenen artikel een leuke en spontane “Reactie” op of laat men een indruk na in het “Gastenboek”.

In de speurtocht naar kennisdeling en verwondering wekken, blijft de drijfveer“Alles kan altijd beter”…

04/07/10

 

Vandaag hebben we weer wat te vieren want de blog bestaat 3 jaar.

Onze trouwe huisfotografen Jo en Wim blijven voor merkwaardig beeldmateriaal zorgen en dan is het ook niet verwonderlijk dat het bezoekersaantal gestaag aangroeit.

Met vereende krachten hebben we met ons klein, maar niet minder enthousiast clubje vogelvrienden een mussenteltraject uitgezet om in de streek (Zaventem, Nossegem, Sterrebeek, Kraainem) op 17 verschillende telpunten onze geliefde‘straatketjes’ te tellen.

Hierdoor maken we deel uit van de mussenwerkgroep Vlaanderen die naast het jaarlijks weerkerend mussentelweekend in samenwerking met de universiteit Gent een grootschalig huismussenonderzoek coördineert.

Wij blijven uiteraard ook gefocust op de vliegbewegingen binnen onze tuinenbiotoop. Tijdens de jongste reünie gaven enkele haiku’s mooi weer hoe fel we gehecht zijn aan onze gevederde levensgezel; meteen ook een gelegenheid om de loyale vogelliefhebbers een welverdiende  huismuspin op te spelden …

Dakpan of dakgoot,

voor de huismus is een nest

in Kille Meutel – Georges

Tjilpende huismus,

nest in de Kille Meutel

welkom bij ons hier – Arlette

Kijk Kille Meutel,

veel parende huismussen,

hemel op aarde – Oswald

Kille Meutel vriend,

huismus breng ons samen en

laat het blijven zijn – Chris

Groene oase,

paradijs voor de huismus,

dé Kille Meutel – Franz

04/07/11

Drukke en woelige tijden tasten al eens vaker de drang aan om over de fascinatie voor het
vedervolkje te communiceren.Immers in de Brusselse betonnen biotoop beter bestuurlijk beleid geldt de regel: first things first and don't feel free as a bird!
Toch is het bezoekersaantal op jaarbasis weer gevoelig toegenomen dit jaar, een eerbetoon dat vooral de huisfotografen toekomt, die voor kwalitatief hoogstaande visuele impressies zorgen.In de loop van volgend jaar zal de Kille Meutel een bijdrage leveren aan de geplande acties van de mussenwerkgroep Vogelbescherming Vlaanderen.

04/07/12

Inmiddels hebben ruim 51 000 bezoekers op de blog 275 artikels en 125 vogelportretten geraadpleegd, alsook 1 100 foto's, waarvan de helft door onze huisfotografen werd aangeleverd. Uit statistieken ter beschikking gesteld door de providers kunnen we afleiden 
dat 54% Nederlanders en 41% Vlamingen geregeld de blog raadplegen en dan het vaakst gedurende de weekdagen (70%), voornamelijk tussen 13.00 en 18.00 u en 30% tijdens het weekend. Tijdens de maanden juli, augustus en september heeft de blog 'begrijpelijk' minder succes.De Kille Meuel blijft zich samen met Vogelbescherming Vlaanderen inzetten voor het behoud van de huismus.  

Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Mijn favorieten reeks 1
  • bloggen.be
  • Natuurpunt
  • National Geographic
  • Natuurfotograaf Mineur
  • Vogelbescherming Vlaanderen
  • Vogelportretten Birdpix
  • Vogelportretten Birdfocus
  • Vogelbescherming Nederland
  • Belgium Digital
  • Vogelzang
    Mijn favorieten reeks 2
  • Favoriete vogel 2014
  • Instituut voor natuur- en bosbouw
  • Mussenwerkgroep
  • Natuurfotograaf Laura Sperber
  • Vogelencyclopedie
  • Natuurfotgrafen Monique & Luc Bogaerts
  • Natuurfotograaf Pieter Cox
  • Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    TO DO - List

    Kille Meutel Meetings Overlegmomenten Vogelbescherming Vlaanderen Overlegmomenten Natuurpunt Overlegmomenten WWF Overlegmomenten Greenpeace Overlegmomenten INBO

    KILLE MEUTEL
    Vogelvrienden
    12-03-2026
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De goudplevier is talrijker dan zijn verwant, de zilverplevier

    Geraadpleegde bron: Knack: Beestenboel: de goudplevier [Dirk Draulans]

    De wilster (goudplevier) werd in de vorige eeuw nog flink bejaagd. ‘Wilsterflappen’ is een eeuwenoude vangstmethode waarbij met een slagnet trekvogels worden gevangen. Vooral goudplevieren – in het Fries ‘wilsters’ – maken in het voor- en najaar tijdens hun lange reis een tussenstop bij ons. De flappers zitten achter een windscherm en bedienen op afstand een vangnet met een touw. Met behulp van een speciaal fluitje, dat de roep van de vogels nabootst en met namaakvogels worden de echte vogels gelokt. Zodra ze neerstrijken, wordt het snel opgehaald. Tegenwoordig wordt dit alleen nog toegepast om de vogels te vangen voor ringonderzoek.

    Ondanks hun aantrekkelijke naam doen goudplevieren er alles aan om zo weinig mogelijk op te vallen. Ooit broedden ze in onze contreien, in heidegebieden, die werden begraasd door schapen, maar die specifieke biotoop is helaas grotendeels opgeslorpt door intensieve landbouw, waardoor de goudplevier als broedvogel verdween. Hij broedt nu vooral in het noorden in Oost-Groenland, de noordelijke delen van de Britse Eilanden, in Scandinavië, de Baltische Staten en een groot deel van Noord-Rusland met IJsland als bolwerk – daar leeft een derde van de Europese populatie, die op zo’n anderhalf miljoen vogels wordt geraamd.

    In onze streken is de goudplevier ‘gedegradeerd’ tot trekvogel en overwinteraar. Algemeen is hij niet. Vroeger kwam hij in de winter veelvuldig op akkers voor, maar dat is ook niet langer het geval. Degradatie van landbouwbodems en het voedsel dat ze bieden is er de verklaring voor – álle akkervogels in onze regio krijgen het kwaad, ook de niet-broedvogels. 

    De goudplevier lijkt bij ons gebonden aan grazige natuurgebieden, waar hij soms in dichte troepen voorkomt, niet zelden in het gezelschap van grote aantallen kieviten, waaraan hij nauw verwant is. Hij leeft van beestjes in en boven de bodem, van wormen tot allerlei ongewervelde dieren (insecten, spinnen), tijdens jachtsessies van korte snelle loopjes afgewisseld met stilstand-momenten om de omgeving te scannen. Als het moet, jaagt hij ook in maanverlichte nachten.

    Als je hem goed kan bekijken, is de goudplevier prachtig gekleurd, met een goudbruin geparelde rug – de perfecte camouflage voor zowel zijn rust- als broedgebieden. In het broedkleed (prachtkleed) krijgt hij wel een opvallende zwarte tekening, afgezet met een witte baan van de wenkbrauw, via de hals en zijborst naar de flanken (op keel, borst en buik) die hij etaleert tijdens baltsvluchten boven zijn nestterritorium om indruk te maken. Tijdens de vlucht vallen de smalle witte vleugelstrepen en de lichte oksels op. Bij de zilverplevier zijn die oksels zwart. Ook het markant grote oog en de korte snavel zijn karakteristieke kenmerken bij deze soort.

    De goudplevier broedt vooral in de toendra, maar hier en daar ook wel in heide, hoogvenen of bergweiden boven de boomgrens. Het nest is een kuiltje in de grond, spaarzaam bekleed met plantenmateriaal, liefst in oude graslanden met kort gras in open gebieden; ook wel op kale akkers en steeds vaker op wadplaten. De legtijd start vanaf eind maart (zuiden) en duurt tot eind juli (noorden). Eén broedsel levert meestal 4 eieren op. Meteen nadat ze uit het ei zijn gekropen (na 27-31 dagen), gaan de jongen met de ouders op wandel (nestvlieders), om het risico op predatie te beperken. De jongen kunnen zich vanaf het prille begin zelf voeden.

    De levenswijze van onze goudplevier is zo succesvol dat er ook een Amerikaanse en Aziatische versie van bestaat. Beide verzeilen heel af en toe bij ons als dwaalgast. De verschillen met de ‘onze’ zijn subtiel. Goudplevieren zijn doortrekkers en wintergasten in Vlaanderen. Reeds vanaf augustus, maar vooral in oktober start de najaarstrek. In de periode november-februari gaat de doortrek over in overwintering. In strenge vorstperioden trekt de soort nagenoeg volledig weg uit Vlaanderen. In februari is soms de voorjaarstrek al merkbaar, maar die piek valt doorgaans in maart. In een breed front trekt de goudplevier in zuidwestelijke richting, naar West- en Zuidwest-Europa; ook naar Zuid-Europa en zelfs in Noord-Afrika. Vanaf april beginnen ze aan hun terugtocht naar de noordelijkere regionen. Op doortrek en in de winter komen goudplevieren vooral voor op kort grasland, stoppelvelden en kale akkers in laagland, al of niet met plassen. Ook slikken en schorren in estuaria herbergen soms grote groepen.

    Goudplevier versus zilverplevier

    De zilverplevier is een andere, heel verwante soort die eveneens in het noorden broedt. In zomerkleed zijn de zwarte bovendelen bezaaid met zilverwitte vlekken; gezicht, oor-streek, borst en buik zijn diep zwart, afgescheiden door een brede witte band. De steltloper is groter, heeft langere vleugels en houdt veel meer van de zee dan de goudplevier. In vlucht is hij altijd herkenbaar aan de karakteristieke zwarte veren in de oksels, contrasterend met de witte onder-vleugels en witte borstzijden, goed te zien wanneer hij vliegt. 

    Hij wordt bij ons vooral langs de kust en in de getijdengebieden gezien (wad- en slikplaten, kwelders, stranden, ook op grasland en kale akkers). Als juveniel lijkt die wat op de goudplevier met de geel gevlekte bovendelen, maar de zwarte oksels (zie foto), de witte stuit en witte vleugelstreep zijn dan weer typische herkenningspunten.

    Omdat die schaarser zijn dan de graslanden waar de goudplevier graag op vertoeft, is het winterareaal van de zilverplevier ruimer: in het binnenland kan je hem aantreffen aan oevers en op plasdrasterreintjes. Hij broedt in toendra op berghellingen en heuvels met stenen en weinig vegetatie, maar ook in valleien. Bij de zilverplevier staan vooral wormen (zeepieren), mollusken (wad-slakjes), kreeftachtigen (garnalen, krabben) op het menu. Op de toendra zijn dat vooral insecten (kevers, zeeduizendpoten, vliegen en hun larven), soms zaden. In onze streken kan je hem tijdens de vogeltrek vooral zien van augustus tot en met november en in mei.

    Tijdens de trek langs de Atlantische kust verzeilt hij soms zelfs in Zuid-Afrika. Hij kan als lange-afstandstrekker immers 5 000 km lang non-stop vliegen. Zijn winterbestand in onze regio zou wel toenemen, vooral in de Waddenzee, mogelijk als gevolg van de klimaatopwarming. Toch is hij minder talrijk aanwezig dan de goudplevier: zijn bestand wordt op een half miljoen vogels geschat, een derde van dat van de goudplevier.











    12-03-2026 om 16:52 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    05-03-2026
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De groene specht, de lachende clown

    Geraadpleegde bron: Vogels kijken: editie 12: groene specht [Thomas van der Es]

    De kleurrijke groene grond-hoppende specht heeft een frappant karakteristiek uitzicht. Het hoofdvoedsel van deze vogel is namelijk mieren en die zijn vooral in de bodem te vinden. In de natuurgebieden wordt dat wat lastiger gedurende de wintermaanden, maar in stedelijk gebied kunnen ze dan in parken, op sportvelden en in tuinen vrij makkelijk terecht. De zachte winters van tegenwoordig zorgen er bovendien voor dat er langer en meer activiteit is van deze insecten. Groene spechten zijn standvogels die voorkomen in boreale, Atlantische en mediterrane bossen en parkachtige landschappen in geheel Europa, met uitzondering van het Iberisch Schiereiland, Ierland, Corsica, Sardinië, Sicilië en Finland. Niet in het noorden van Noorwegen en Zweden.

    Groene spechten hebben een lange, kleverige tong van wel 10 cm lang. Ze boren en graven als het ware met hun grijze dolksnavel eerst een gaatje in het gazon, vaak tot net onder de graszoden en soms tot wel 30 cm diepte. Vervolgens likken ze alle beschikbare eitjes, poppen, larven en mieren op. Na dit overheerlijke maaltje rolt de lange tong zich weer op in een holle ruimte in de schedel. De vogel vliegt vaak snel weer op, want als hij gefocust zit te eten , is hij best kwetsbaar voor grondpredatoren en roofvogels. Misschien herinner je je het virale plaatje van een vliegende groene specht met een wezel in zijn nek? Een spectaculair bewijs dat kleine marterachtigen, maar ook vast huiskatten, een risico vormen tijdens deze manier van foerageren op de grond.

    Een opvallende verschijning

    Vooral het oog is indrukwekkend. Rondom het oog tot aan de snavelbasis bevindt zich een gitzwart veld, dat scherp afsteekt tegen de rode mondstreep (bij de mannetjes) en de rode kruin en kopkap. Centraal daarin zit het kraaloog met witte omlijning. Vanaf de rode kruin, die doorloopt tot in de nek, volgt een prachtige zachtgroene mostint. Afhankelijk van de lichtinval en of het verenpak nat of droog is, verschilt die kleurschakering nogal. Die kan soms haast fluorescerend lijken, maar bij minder licht of bij nattigheid lijkt de soort soms ook best donker. De stuit van een groene specht is lichter groen dan het lichaam en steekt daardoor duidelijk af. Vooral tijdens de vlucht is dat goed te zien. De snavel is stevig en groot.

    Een goede zichtwaarneming van een groene specht is soms nog best lastig. Het vroege voorjaar biedt daarvoor vaak de beste kansen. Er zit dan immers nog niet veel blad aan de bomen. Gras en kruiden staan nog niet (te) hoog. Vanaf de eerste, warme zonnestralen in februari zal steeds vaker de heerlijke lachroep van de groene specht te horen zijn. In tegenstelling tot de andere spechten zal je een groene specht zelden horen roffelen of trommelen. Ze markeren hun territorium door te roepen. Als je hem hoort heb je een goede eerste indicatie van waar je moet zoeken. Meestal vind je ze met wat geduld en geluk uiteindelijk vrij hoog in een boom, vaak zelfs helemaal in de top. De groene specht vliegt met een karakteristieke golvende beweging, waarbij hij 3 tot 4 vleugelslagen afwisselt met een korte glijvlucht met dichtgevouwen vleugels.

    De roep van groene spechten is eigenlijk nauwelijks te verwarren met die van een andere vogelsoort, behalve natuurlijk met die van de zwarte specht. Deze laatste soort die je vooral ziet op zandgronden, heeft een vergelijkbare lach in zijn répertoire en het vergt goede omstandigheden en een scherp oor om de twee van elkaar te onderscheiden. Globaal kun je zeggen dat de lach van de groene specht meteen op volle sterkte begint en wat ‘ronder’ klinkt, terwijl de zwarte specht vaak iets trager op gang komt en vervolgens wat ‘scherper’ uitpakt.

    Sportvelden en andere biotopen

    De combinatie van open grasveldjes met hoge bomen voldoet op heel veel plekken aan de biotoopeisen van deze soort. Rondom sportparken hebben gemeenten vaak populieren aangeplant. Deze snelgroeiende hoge bomen zetten de sportvelden dan in de luwte. Groene spechten zijn gek op populieren. Ze hebben overigens wel wat te vrezen van de vereiste opmars van de kunstgrasveldjes. Daar kun je als specht natuurlijk niet overheen hoppen en met je lange roltong naar mieren peuren.

    In Zeeland en Zuid-Holland (Nederland) zijn de binnenduinen nog steeds een heel belangrijk leefgebied voor de groene specht. Het Hageven in Neerpelt, de Mechelse heide in Maasmechelen, de Teut en Tenhaagdoornheide in Zonhoven, de vallei van de Ziepbeek in Rekem, de Tiendeberg in Kanne en de Oudsberg in Meeuwen-Gruitrode zijn de regio’s in Vlaanderen, waar je van oudsher veel en diverse mierenkolonies vindt. De laatste jaren zien we echter een opmars richting stedelijk gebied en rivierengebied.

    Neem een gebied als de Biesbosch, waar zich een steeds ouder bos ontwikkelt sinds het staken van het hakken van knotwilgen voor de griendcultuur. Dit bos is niet alleen gevuld met de dominante wilgensoorten, maar ook met zwarte populier en eik.

    In bebouwd gebied zijn grote hoge bomen essentieel als broedplek. Groene spechten hakken daarin zelf een behoorlijk diepe nestopening uit in wat zachter hout zoals populieren en abelen of hardhoutsoorten, die al wat ingerot zijn. Het laten staan van kwijnende bomen is voor deze soort belangrijk. Daar zijn ze lang mee bezig, soms wel een maand. De nestholte kan wel 30 cm diep zijn. Dat is ook nodig, want de oudervogels zijn best groot, alsook de bijna vlieg-vlugge jongen. In tegenstelling tot de in Nederland gerapporteerd toename lijkt de groene specht in Vlaanderen licht af te nemen. De trend is echter niet significant en regionale cijfers tonen een genuanceerder beeld.

    De populatie groene spechten in Vlaanderen zit inmiddels rond de 4500 – 7000 exemplaren. De zachte winters van tegenwoordig dragen zeker bij aan deze recente toename. Daardoor is er langer en meer voedsel beschikbaar, wat weer zorgt voor een relatief hoge overleving van de jongen. Terwijl de groene spechten in het verleden toch een beetje fijnproevers waren met een sterke voorkeur voor rode bosmieren, eten ze in de randstad tegenwoordig ook zwarte wegmieren. Deze minder kritische houding zorgt ervoor dat ze het daar ook steeds beter volhouden.











    05-03-2026 om 12:15 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    23-02-2026
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De waterspreeuw, een vrij zeldzame wintergast

    Geraadpleegde bron: Vogelskijken editie 12: Zeldzame soort: de waterspreeuw [Jorrit Vlot]

    Tussen de vele wintergasten die ons land aandoen, schuilt een soort die bij veel vogelaars hoog op het verlanglijstje staat: de waterspreeuw, die helemaal geen familie is van de alom bekende spreeuw. De waterspreeuw is geen moeilijke soort om te herkennen, maar toch kan je er zo aan voorbij lopen. Het zijn kleine, compact gebouwde vogels met een ronde kop en korte staart. In één oogopslag valt vooral dat ene kenmerk op: de grote witte bef op borst en keel. Dit contrasteert sterk met de verder donkerbruine tot zwartbruine veren. De kop en nek zijn chocoladebruin; de bovendelen, de staart en vleugels zijn donker leigrijs. Er zijn twee ondersoorten: de zwartbuik- en de roodbuikwaterspreeuw.

    De zwartbuikwaterspreeuw heeft, zoals de naam al zegt, een donkere bruinzwarte buik. Bij de roodbuikwaterspreeuw zit de kleur meer tegen kastanjebruin aan. Juveniele waterspreeuwen lijken qua uiterlijk helemaal niet op volwassen vogels. Ze zijn geheel grijs met een veel minder duidelijke bef. Dit verenkleed hebben ze echte maar kort: al vrij snel maken de grijze veren plaats voor bruinzwarte veren.

    Verder is het gedrag heel herkenbaar. Waterspreeuwen zitten zelden lang stil. Ze knikken voortdurend met hun lichaam, buigen licht door de poten en ploffen na enkele seconden alweer in het water. Daar duiken ze onder, lopen als het ware over de bodem met behulp van poten en vleugels en komen een paar meter verderop weer boven. Er is geen enkele andere zangvogel die dit doet. Hun oog wordt beschermd door een transparant membraan. De vlucht is krachtig en rechtlijnig, vaak laag over het water. Als je denkt een ‘vreemde merel’ bij een beek te zien, kijk dan nog eens goed – het zou zomaar eens een waterspreeuw kunnen zijn.

    De lichaamslengte varieert van 15 tot 21 cm. Het koepelvormige nest is bekleed met mos, gras en bladeren met aan de zijkant een ingang en ligt verborgen in een rotsspleet tussen boomwortels, onder een brug of achter een waterval. Een legsel bestaat uit 3 tot 6 witte eitjes, die 16 dagen lang worden bebroed door het vrouwtje. De jongen worden gevoerd door beide ouders. Direct na het verlaten van het nest, begeven de jongen zich in het water op zoek naar voedsel.

    De waterspreeuw hoort met name thuis in bergachtige gebieden met snelstromende, zuurstofrijke riviertjes met stenige bodems en weinig vegetatie in het water en langs de oevers. Ze broeden in grote delen van Scandinavië, Midden-Europa en de Alpen. De meeste vogels, die we hier zien, zijn zwervers uit Scandinavië. Ze trekken ’s winters iets zuidelijker en overwinteren, normaal gesproken in Denemarken en Noord-Duitsland, maar bij strengere winters vliegen ze soms een stukje door. Dit gaat zonder uitzondering om zwartbuikwaterspreeuwen.

    De andere ondersoort, de roodbuikwaterspreeuw komt voor in Midden-Europa en broedt heel zelden eens in de Ardennen. Toch blijft de waterspreeuw een schaarse gast. De aantallen verschillen behoorlijk, met sommige winters wel een dozijn vogels en andere winters maar een enkele waarneming. De meeste waterspreeuwen laten zich in onze streken zien tussen november en maart. De grootste kans heb je in de koude wintermaanden, wanneer vogels uit Scandinavië worden gedwongen hun broedgebieden te verlaten. Toch zijn er ook uitzonderingen. Soms duikt er een waterspreeuw op die een plek zó geschikt vindt, dat hij maanden blijft hangen. En af en toe vertoont een vogel zich zelfs al in oktober of juist nog in april. Hun habitat bestaat hoofdzakelijk uit stromend water. Beekjes, stuwen, vistrappen en kleine watervalletjes zijn favoriet.

    Waterspreeuwen zoeken tussen stenen op de bodem, ongewervelde waterdieren (slakken), insectenlarven, kikkervisjes, visseneitjes en kleine visjes. Dat betekent dat je vooral moet zoeken op plekken waar het water helder is. Loop beekjes langzaam af en scan elk stukje oever, elke steen, elk stuwtje. Vaak zie je eerst slechts een donkere schicht die rakelings over het water wegschiet, maar met wat geduld blijven ze echt wel even zitten.











    23-02-2026 om 17:44 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    09-02-2026
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het tirannieke roodborstje

    Geraadpleegde bron: de Standaard weekblad [Simon Demeulemeester]

    Jouw roodborstje in de tuin is niet de schattige goedzak waarvoor je hem aanziet. Een onthullend portret van de publiekslieveling en ook wel van hoe wij naar de natuur kijken, brengt duidelijkheid.

    Het beestje is al een klassieker op kerstkaarten sinds de Britse Royal Mail ze in 1843 op de markt bracht, omdat de beestjes in de kale wintermaanden een uitzonderlijke kleurrijke verschijning zijn en omdat de Britten hun in felrode uniformen, gestoken postbodes, liefkozend ‘robins’ noemden.

    Groot-Brittannië is gek op het vogeltje. Het werd verkozen tot nationaal symbool (1960) en nationale vogel (2015). Vier voetbalploegen en één rugbyploeg worden aangemoedigd met ‘Go robins!” en in 2016 ging een melig reclamespotje viraal waarin een roodborst, na een gevaarlijke tocht vanuit het Hoge Noorden, zich op een voedertafel in een Britse tuin tegoed deed aan een Christmas pudding.

    Vogelbescherming Vlaanderen draagt het vogeltje al bijna 50 jaar in haar logo. Zoveel liefde en dat voor een vogeltje dat weliswaar belachelijk schattig is, maar bij kenners ook bekend staat als een teruggetrokken driftkikkertje. De roodborst zou, meer dan andere vogels, vechten tot de dood om het territorium te verdedigen.

    Het zijn de ogen, die een stuk groter zijn dan die van andere zangvogels en die wat plompe vorm die het diertje haar grote aaibaarheidsfactor bezorgen. Die grote kijkers hebben echter vooral een anatomisch voordeel. Ze vangen veel licht op en daardoor kunnen roodborsten niet alleen onder dicht struikgewas foerageren, maar ook al heel vroeg ’s ochtends beginnen met eten zoeken en tot laat doorgaan. Ook zijn gedrag maakt de roodborst zo onweerstaanbaar. Vrijpostig is het beestje en ook nieuwsgierig. Wie tuiniert, weet dat je bij een spadesteek in de grond al gauw het gezelschap krijgt van een roodborst, verlekkerd op de wormen en insecten die je naar boven spit.

    De Britse minister van Buitenlandse Zaken, sir Edward Grey, vond in de donkere dagen van de Eerste Wereldoorlog verlichting in het kijken en luisteren naar vogels. Een roodborst kan je in 2 of 3 dagen tijd leren om uit je hand te eten, schreef hij in ‘The charm of birds’ (1927), een klassieker. Lok de vogel met broodkruimels op de grond, werp hem dan een meelworm toe en zet later een doosje met meelwormen open op de grond. Dan volgt de moeilijkste horde, maar roodborsten wagen hun leven voor meelwormen. Je gaat op je knieën zitten en legt de rug van je hand plat op de grond met een doosje open op je handpalm, waarbij de vingers uitsteken. Het durvertje zal spoedig de vingers trotseren en erop gaan zitten. De roodborst zal ook tam blijven, verzekert Grey.

    Roodborsten zijn weinig kieskeurige half-holenbroeders: ze verkiezen holtes of inhammen of de beschutting van dicht struikgewas. Lok ze dus naar je tuin met hagen en struiken, het liefst van de stekelige soort, zoals meidoorn en hulst. Het broedseizoen begint in maart-april en kan doorlopen tot september: roodborsten kunnen tot 3 legsels voortbrengen. Een hele prestatie, wetende dat een roodborstvrouwtje per nest tot 6 eitjes legt, elke dag één tot het nest vol is. Die eitjes wegen elk zo’n 2.5 g. Een bezet nest weegt 10 tot 15 g, de moeder zelf 16 à 22 g. Na 14 dagen is het nest uitgebroed, waarna vader roodborst aan een continue voedermarathon begint. Moeder houdt het nest schoon: de uitwerpselen van de zeer jonge jongen eet ze op, later voert ze die af, soms zelfs tot in het territorium van andere vogels. Een erg vuile klus is dat overigens niet: de poepjes zitten voorverpakt in een zakje. Soms voedert vader ook de moeder – maar nooit in het nest. Dat zou het katten al te gemakkelijk maken de nesten leeg te roven. In Groot-Brittannië doden huiskatten 1.5 miljoen roodborsten per jaar.

    Nog eens 14 dagen later, de jongen zijn dan vertienvoudigd in gewicht, zijn ze klaar om uit te vliegen. Dan komt er een extra taak bij voor de vader: zingen alsof zijn leven ervan afhangt. Alvast het leven van zijn nageslacht. Als die niet goed leren zingen – om partners te lokken of vijanden weg te jagen – dan hebben ze minder overlevingskansen. Na een 20-tal dagen zijn ze zelfstandig.

    Cultuurdrager

    De Germanen zagen in de roodborst de kompaan van dondergod Thor, de drager van vuur en bliksem. Voor de Kelten was het een heilig vogeltje, omdat zijn rode borst afkomstig was van het bloed van Christus. Toen Christus aan het kruis hing, had niemand behalve het kleine vogeltje medelijden met hem. De roodborst pikte de spijkers uit het kruis of de doorns uit de doornenkrans op Christus hoofd en daarbij spatte diens bloed op zijn tot dan toe bruine borst. Opmerkelijk is dat de roodborst zowel positief als negatief te boek staat.

    In Tirol beschermt zijn aanwezigheid je huis tegen brand en bliksem. Tegelijk zagen mensen in de roodborst ook een brenger van onheil. Een zingende roodborst op de dorpel – of erger nog: in huis – betekende in Wales een nakend sterfgeval. En gaat het bij ons in het bekende wijsje lieflijk van ‘Roodborstje tikt aan het raam, tintintin laat mij erin!’ dan geloofden Engelsen dat een roodborst die op het raam van een zieke tikte, diens doodvonnis bracht.

    Die tweesnijdende symboliek zegt veel over onze relatie met de natuur. Ieder dier heeft zijn plek en zolang het daar blijft en geen grenzen overschrijdt en ook wij niet, is alles koek en ei. Maar zo gauw dieren de fysieke en metaforische grens overschrijden die wij mensen hebben getrokken, antwoorden wij ‘met angst en vijandigheid’, zelfs wanneer het over ons zo geliefde roodborstje gaat.

    Toch werd door het Europees Forum voor Milieurechters in samenwerking met het Vlaams Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek een kader opgesteld om financiële compensaties te berekenen voor het toebrengen van schade aan de natuur. Met als resultaat dat een stroper voor het illegaal doden van een roodborst als natuurcompensatie 250 euro mag neertellen.

    Er zijn 5 criteria om de waarde van een soort te bepalen. Het gevaar op uitsterven, de ecologische impact van de soort, haar culturele waarde, de bijdrage aan welvaart en de grootte en gemiddelde levensduur van het dier. De roodborst is een klein beestje, dat niet heel lang leeft, niet met uitsterven is bedreigd en geen bijzondere impact heeft op het ecosysteem. Dat het toch op 250 euro is gevaloriseerd, dankt het aan zijn hoge culturele waarde.

    Uitgepikte oogjes

    Roodborsten reageren heel agressief op soortgenoten of andere zangvogels tijdens het ringen bv. Wanneer ringers de gevangen vogels een poosje in een katoenen zakje stoppen, voorzien ze altijd een apart zakje als een roodborst in de mistnetten verstrikt is geraakt.

    De roodborst is inderdaad een van de agressiefste tuinvogels. De Griekse filosoof Zenodotus vatte het in de 3de eeuw voor onze jaartelling zo samen: ‘Eén struik kan geen twee roodborsten herbergen’ ‘Een individueel territorium is een rode draad in het roodborstenverhaal, schreef gedragsecoloog, Jenny de Laet (UGent) in 1997 in het zeer lezenswaardige ‘De roodborst dichtbij en ver weg’

    Hun obsessie met hun territorium verklaart veel van hun gedrag dat ons zo gesteld maakt op het beestje, zoals hun permanente gezang. Niet alleen zingen bij de roodborst mannetje en vrouwtje, ze doen het ook dag en nacht en zowat het hele jaar door. Dat eeuwige zingen is een alarmsysteem dat blijft hangen. Wat wij mensen dus als iets prettigs ervaren, is simpelweg survival of the fittest: als geen andere tuinvogel beschermt de roodborst zijn territorium.

    Jenny De Laet beschrijft in haar boek bloedstollende waarnemingen van ‘grensconflicten’ die pas worden beslecht wanneer de ogen van de verliezer uit de kassen worden gepikt, pluimen worden uitgerukt en de schedel wordt ingeslagen. Heel soms gebeurt dat werkelijk, maar grotendeels gedragen roodborsten zich volgens de logische evolutionaire principes: om de haverklap een gevecht op leven of dood aangaan, is simpelweg niet bevorderlijk voor je overlevingskansen.

    Net als het lied zijn oorlogskreet is, zijn de rode borstveren zijn oorlogskleuren en zang en verenkleed zijn er om te voorkomen dat een gevecht daadwerkelijk fysiek moet worden beslecht. Het rood op zijn borst heeft dus niet als doel de mannetjes mooi en aantrekkelijk te maken (ook vrouwtjes hebben die kleuren) maar eerder als afschrikking – misschien vergelijkbaar met de felle kleuren van giftige kikkers.

    Dat wij geschandaliseerd zijn dat ‘onze roodborst’ een agressieve driftkikker is, zegt meer over ons dan over het vogeltje, vindt Gerald Driessens, vogelexpert bij Natuurpunt Studie. Wij bekijken dat te emotioneel. We hebben sympathie voor vogeltjes die zogezegd braaf en lief zijn en niet voor de stouteriken, zoals de ekster. Terwijl alle vogels net als wijzelf ‘moordenaars’ zijn. Alleen zijn de slachtoffers van de roodborst wormen en rupsen, beestjes die ons niet boeien en geen liefelijke kuikentjes zoals de ekster ze wel eens lust.

    Die ekster werd pas nog verkozen als Vogel van het Jaar, een verkiezing georganiseerd door Vogelbescherming Vlaanderen. De drie andere kandidaten waren kauw, kraai en roek. Géén publieklievelingetjes zoals de roodborst, die in 2007 nog Vogel van het Jaar was.

    En nét dat was de bedoeling, zegt directeur Agnes Wené. Alle kraaiachtigen zijn slimme, mooie en ongelooflijk nuttige dieren. Je moet ze niet afzetten tegen aaibare soorten als de roodborst, dat slaat nergens op. Elke soort heeft haar rol te spelen en elke soort is het waard om voor te vechten. Toen Vogelbescherming Vlaanderen onlangs haar huisstijl, visie en missie vernieuwde, dacht niemand erover om de roodborst te vervangen in het logo. Het is een iconisch beestje en het past perfect bij onze organisatie; ook wij zijn moedig en strijdlustig. En noem ons gerust territoriaal: wie aan de vogels en de natuur raakt, krijgt met ons te maken.

    Tijdens het Grote Vogelweekend verscheen ongetwijfeld de roodborst meermaals op het telformulier. Voor veel mensen is dat dan ‘hun’ roodborst. Het kan dat je lang dezelfde roodborst in je tuin hebt, maar de vogeltjes leven gemiddeld maar 2 of 3 jaar. Roodborsten zijn wat heet gedeeltelijke trekvogels en die maken zeer fijn afgesteld kosten-baten-analyses: trekken of hier blijven overwinteren? Mocht het deze week sneeuwen, dan kunnen roodborsten nu nog beslissen om enkele honderden km naar het zuiden te trekken. Ongeveer de helft van onze roodborstjes trekt weg, vooral vrouwtjes en juvenielen (de niet geslachtsrijpe exemplaren). De mannetjes zijn honkvaster. Iemand moet het huis bewaken, toch?











    09-02-2026 om 17:31 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    05-01-2026
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De fazant houdt het hoofd koel tijdens knokpartijen met concurrenten

    Geraadpleegde bronnen: Knack: Beestenboel: de fazant [Dirk Draulans] – Vogelbescherming Vlaanderen [Free Van Rompaey] – VOC Heusden-Zolder [Rudi Oyen]

    De fazant roept interessante vragen op. Zoals: hoe lang moet een exoot ingeburgerd zijn om officieel tot onze inheemse fauna te behoren? Onze fazant is van oorsprong een Aziatische soort. De Oude Romeinen zouden de eersten zijn geweest die fazanten in Europa importeerden. In onze contreien gebeurden de eerste introducties op het einde van de 16de eeuw, vooral voor de jacht. Het blijft merkwaardig dat mensen fazanten kweken en loslaten om ze vervolgens af te kunnen schieten. Je zou denken dat het makkelijker is om ze rechtstreeks van de kooi naar de keuken te brengen.

    Vandaag zijn fazanten alomtegenwoordig in ons landschap. Toch doet de soort het de laatste tijd minder goed. De Vlaamse broedpopulatie wordt op 8 000 à 20 000 koppels geraamd. Die produceren elk 8 tot 15 kuikens per jaar, wat een totaalpopulatie van zo’n kwart miljoen exemplaren kan opleveren. Veel dieren sterven echter snel. De achteruitgang wordt geïllustreerd door afschotgegevens. Volgens het Agentschap voor Natuur en Bos werden er in 2011 in Vlaanderen meer dan 100 000 fazanten geschoten, maar 10 jaar later waren het er nog slechts 34 000. De afname wordt toegeschreven aan de intensivering van de landbouw, waardoor er minder geschikte fazantenbiotoop overblijft. Er is ook de toename van predatoren, zoals de vos en belangrijk, een verbod op het uitzetten van gekweekte fazanten sinds 2002, maar pas in 2020 werd het laatste achterpoortje in die wet gesloten.

    Het uitzetverbod is een goede zaak, al was het maar uit dierenwelzijnsoverwegingen. Een studie in Ecology Letters toonde aan dat uitgezette fazanten bijna drie keer meer kans hebben dan wilde individuen om besmet te geraken met de borrelia-bacterie, die de ziekte van Lyme veroorzaakt.

    Een studie in Nature Ecology & Evolution concludeerde dat niet alle fazanten even gevoelig zijn voor predatie door vossen. Een combinatie van intelligentietests (in gevangenschap) en tracking van verplaatsingen in een natuurlijk gebied wees uit dat de individuen met de grootste ruimtelijke vaardigheden ook het grootste territorium hebben. Dieren bleken kwetsbaarder voor vossen aan de rand van hun leefgebied dan in het hart ervan. De randen kennen ze minder goed, zodat ze er minder goed weten waar vossen in een hinderlaag kunnen liggen.

    Een wat bizarre studie in Philosophical Transactions of the Royal Society B wees uit dat de kop van een fazant afkoelt vlak voor hij aan een knokpartij met een concurrent begint. Er vloeit dan bloed vanuit de extremiteiten van het lichaam naar het hart. De dieren moeten zichzelf ‘oppompen’ voor de strijd. Het geldt zowel voor aanvallers als voor verdedigers, voor winnaars en voor verliezers. Een paar minuten na het gevecht is alles weer bij het oude.

    Uitzetten van fazanten voor de plezierjacht

    Vorig jaar deed de Rechtbank van eerste aanleg in Antwerpen uitspraak in een zaak waarin 8 beklaagden uit de regio Hoogstraten terecht stonden voor het houden van niet-reglementair geringde of on-geringd fazanten met het oog om ze uit te zetten voor de jacht. 

    Ondanks het wettelijk verbod worden fazanten nog te vaak illegaal uitgezet. Dat het in maart 2025 op zo’n grote schaal gebeurde en dan ook nog door personen van wie wordt verwacht dat ze een voorbeeldfunctie hebben, is gewoon wraakroepend, stelt beleidsmedewerker van Vogelbescherming Vlaanderen, Free Van Rompaey.

    Leden van een wildbeheereenheid, die voor hun eigen jachtplezier stiekem fazanten kweken en uitzetten, maakt het misdrijf des te groter. Er moet ontegensprekelijk meer transparantie komen in de werking van de wildbeheereenheden, zodat dergelijk misbruik in de toekomst wordt vermeden. Als we mensen een mandaat geven om dieren te doden, dan moeten we er als samenleving vanuit kunnen gaan dat dit om de juiste redenen en op de juiste manieren gebeurt. Een stap in de goede richting zou zijn dat jachtplannen, afschotplannen, faunabeheerplannen en wildrapporten voortaan openbaar worden gemaakt. 

    Daarnaast is het essentieel dat het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) meer controle uitoefent op de uitvoering ervan. Rechtszaken als deze tonen helaas dat strikte handhaving nog steeds erg nodig is, want de jachtsector slaagt er zelf niet in om ervoor te zorgen dat alle leden de regelgeving secuur volgen. 

    Het verboden uitzetten van fazanten vormen een groter gevaar voor ons ecosysteem en onze biodiversiteit dan mensen denken. Om bedreigde wilde soorten maximale overlevingskansen te geven, is het belangrijk dat er geen genetische vervuiling ontstaat tussen gekweekte en natuurlijke wilde soorten. Vermenging zorgt immers voor een verzwakking van de wildpopulatie en het heeft bijgevolg een negatief effect op de stabiliteit ervan. Geweekte akkervogels, zoals fazanten en patrijzen zitten bovendien vaak erg dicht op elkaar in kwekerijen. Om ziektes te voorkomen wordt preventief antibiotica toegediend. En die residuen van antibiotica, of de mogelijke ziektes, wil je toch niet in de natuur binnenbrengen. 

    Op het terrein speuren de dienst Natuurinspectie van het ANB, het Voedselagentschap en andere diensten, zoals de lokale politie naar illegale fazantenkwekerijen. Deze overheidsdiensten verbaliseren en nemen de dieren in beslag, waarna zij beroep doen op het Vogel- en zoogdierenopvangcentrum in Heusden-Zolder om de dieren te ‘evacueren’.

    In heel het land worden jaarlijks duizenden dieren opgehaald. Vermoedelijk ontdekken de toezichthouders maar het topje van de ijsberg. Op één locatie trof men eens 3 000 fazanten aan, maar wellicht worden er tienduizenden dieren, vooral fazanten, maar bv. ook wilde eenden en patrijzen uitgezet voor de plezierjacht.

    Een illegale kwekerij opsporen, is behoorlijk lastig want de jagers die zich aan deze praktijk bezondigen, zijn op hun hoede. Wanneer de plaats van het delict toch wordt ontdekt, slaagt de overheid er meestal in om de clandestiene kweker en zijn handlangers te klissen. Oyen wil niet alle jagers stigmatiseren, maar dit aanhoudende probleem dient wel grondig aangepakt. Trouwens ook de consument die wild koopt, wordt bedot.











    05-01-2026 om 17:54 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Laatste commentaren
  • moncler coat (caijuan83)
        op De biodiversiteit in het Zwin bevorderen
  • Fyne lente' (Louisette)
        op Vogels en renners: één strijd
  • copyright (Ho-Merris)
        op De biodiversiteit in het Zwin bevorderen
  • Kauw (Henriëtte)
        op De kauw
  • Goedemorgen,mooie blog.Wens jullie nog een fijne dinsdag toe. (Mieke)
        op M-day, een mix, magische momentopnames
  • Startpagina !

    Zoeken in blog


    Gastenboek
  • Goedemiddag blogvrienden u bent van harte welkom
  • Hallo beste Franz,prachtige foto's met omschrijving,heel interssant om te kijken en te lezen
  • Goedemiddag blogmaatje
  • Voorbeeld???
  • Ben is op bezoek geweest. (I like it)

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek




    Archief per jaar
  • 2026
  • 2025
  • 2024
  • 2023
  • 2022
  • 2021
  • 2020
  • 2019
  • 2018
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007
  • 2005
  • -0001

    Foto

    Foto

    Over mijzelf
    Ik ben Franz Pieters
    Ik ben een man en woon in Zaventem (België) en mijn beroep is 25 jaar lkr, 2 jaar kabinetsadviseur, 2 jaar adviseur DVO, 2 jaar TOS21-projectmedew..
    Ik ben geboren op 08/05/1954 en ben nu dus 71 jaar jong.
    Mijn hobby's zijn: onderwijs - wetenschap & techniek - geschiedenis - natuur - muziek - lectuur - gastronomie - sport.
    2 jaar TOS21-coördinator, 3 jaar projectcoördinator ESF-projecten KOMMA, WERK PRO-OPER, LINK en nu op RUST
    Foto

    Foto

    Een interessant adres?

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Inhoud blog
  • De goudplevier is talrijker dan zijn verwant, de zilverplevier
  • De groene specht, de lachende clown
  • De waterspreeuw, een vrij zeldzame wintergast
  • Het tirannieke roodborstje
  • De fazant houdt het hoofd koel tijdens knokpartijen met concurrenten
  • Het succesverhaal van een sneeuwwitte beauty
  • De kunst van het vliegen – deel 3
  • De kunst van het vliegen – deel 2
  • De kunst van het vliegen – deel 1
  • Het vogelgriepvirus slaat ferm toe
  • De rode wouw is extra gevoelig voor vergiftiging
  • De kleine plevier, kampioen van de vluchtige kansen
  • Trekvogels versnellen hun overtocht naar de Noordpool, maar de klok tikt verder
  • Het natuurfenomeen: trekkende vogels
  • De holenduif is de discreetste van onze duiven
  • De sprinkhaanzanger, meester verstoppertje van de ruigte
  • De Koekoek, een raadselachtige vogel die blijft verrassen
  • De buizerd, een weinig gewaardeerde roofvogel
  • De boomvalk, steeds minder trouw aan zijn broedplaats
  • Wetenschappelijk onderbouwd natuurbeheer is wat anders dan knaldrang
  • Een slinkende biodiversiteit heeft ook voor de mens nefaste gevolgen
  • Sinds kort broedt de steltkluut elk jaar bij ons
  • De drieteenmeeuw is onze enige echte zeemeeuw
  • De grauwe klauwier
  • Het opvallend riedeltje van de tjiftjaf kondigt de lente aan
  • Overleven: hoe doen pinguïns dat toch?
  • De Turkse tortel, één van de spectaculairste vogelinvasies ooit
  • Zwartkopje en bruinkapje
  • De zwarte kraai kiest voor een leven in de nabijheid van diervriendelijke mensen
  • Handel en stroperij brengen Europese zangvogels in gevaar
  • Grote stern, wit, zwart en geel puntje
  • Scandinavische neefjes van de vink geven de winter kleur
  • De mandarijn-eend
  • De Krakeend, vijftig tinten grijs
  • Ruzie over de Zeearenden: conservator van De Blankaart beschuldigd van nestverstoring
  • De groenling heeft ernstig last van het ‘geel’
  • Fluiters zijn bang van muizen
  • Natuurmonitoring met AI
  • Meten is weten: de staat van de natuur monitoren
  • Vogelbeschermers die de handen uit de mouwen steken
  • De draaihals, een lid van de spechtenfamilie
  • Chemische vervuilers zijn alomtegenwoordig in onze leefomgeving
  • Onze kleinste uil krijgt het kwaad
  • Ooit was de bosbouwer Vlaams, nu is hij een wereldburger
  • Het vederlicht goudhaantje
  • De witte kwikstaart profiteert van lintbebouwing
  • Werelddierendag
  • De sperwer heeft geen noemenswaardig effect op het bestand van onze tuinvogels
  • De trompetkraanvogel

    {TITEL_VRIJE_ZONE}

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Dropbox

    Druk op onderstaande knop om je bestand naar mij te verzenden.


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    toekomst
    www.bloggen.be/toekoms
    Privacyverklaring van de Kille Meutel Vogelvrienden

    Algemene privacyverklaring van onze vereniging: de Kille Meutel Vogelvrienden De Kille Meutel Vogelvrienden hechten veel waarde aan de bescherming van uw persoonsgegevens. In deze privacyverklaring willen we heldere en transparante informatie geven over welke gegevens we verzamelen en hoe wij omgaan met persoonsgegevens. Wij doen er alles aan om uw privacy te waarborgen en gaan daarom zorgvuldig om met persoonsgegevens. Onze vereniging houdt zich in alle gevallen aan de toepasselijke wet- en regelgeving, waaronder de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Dit brengt met zich mee dat wij in ieder geval: • uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met het doel waarvoor deze zijn verstrekt, deze doelen en type persoonsgegevens zijn beschreven in deze Privacy verklaring; • verwerking van uw persoonsgegevens beperkt is tot enkel die gegevens welke minimaal nodig zijn voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt; • vragen om uw uitdrukkelijke toestemming als wij deze nodig hebben voor de verwerking van uw persoonsgegevens; • passende technische en organisatorische maatregelen hebben genomen zodat de beveiliging van uw persoonsgegevens gewaarborgd is; • geen persoonsgegevens doorgeven aan andere partijen, tenzij dit nodig is voor uitvoering van de doeleinden waarvoor zij zijn verstrekt; • op de hoogte zijn van uw rechten omtrent uw persoonsgegevens, u hierop willen wijzen en deze respecteren. Als Kille Meutel Vogelvrienden zijn wij verantwoordelijk voor de verwerking van uw persoonsgegevens. Indien u na het doornemen van onze privacy verklaring, of in algemenere zin, vragen heeft hierover of contact met ons wenst op te nemen kan dit via onderstaande contactgegevens: Kille Meutel Vogelvrienden Watertorenlaan 59 1930 Zaventem franz.pieters@telenet.be Mobiel: 0478 55 34 59 Waarom verwerken wij persoonsgegevens? Uw persoonsgegevens worden door onze vereniging verwerkt ten behoeve van de volgende doeleinden en rechtsgronden: • om te kunnen deelnemen aan de activiteiten van de Kille Meutel Vogelvrienden; • om de uitnodigingen, verslagen, nieuwsmeldingen, … te versturen (met toestemming van de betrokken sympathisanten); • om een brede en vlotte communicatie te verzorgen binnen het netwerk van de diverse partners; • om de jaarlijkse subsidiëring door de overheid te bekomen (wettelijke verplichting); Voor de bovenstaande doelstellingen houden we volgende gegevens bij: naam, voornaam, adres, telefoon/gsm-nummer (indien beschikbaar), e-mail (indien aan ons doorgegeven) We gebruiken de verzamelde gegevens alleen voor de doeleinden waarvoor we de gegevens hebben verkregen. Verstrekking aan derden Wij geven nooit persoonsgegevens door aan andere partijen waarmee we geen verwerkersovereenkomst hebben afgesloten, tenzij we hiertoe wettelijk worden verplicht (bv. politioneel onderzoek) Bewaartermijn De Kille Meutel Vogelvrienden bewaren persoonsgegevens niet langer dan 5 jaar op hun informaticasystemen. Beveiliging van de gegevens Wij hebben passende technische en organisatorische maatregelen genomen om persoonsgegevens van u te beschermen tegen onrechtmatige verwerking, zo hebben we bv. de volgende maatregelen genomen: • we hanteren een gebruikersnaam en wachtwoordbeleid op al onze systemen en cloud-toegangen; • de toegang tot de persoonsgegevens is beperkt tot de bestuursleden; • wij maken back-ups van de persoonsgegevens om deze te kunnen herstellen bij fysieke of technische incidenten; • onze bestuursleden zijn geïnformeerd over het belang van de bescherming van persoonsgegevens. Uw rechten omtrent uw gegevens U heeft recht op inzage en recht op correctie of verwijdering van de persoonsgegeven welke wij van u ontvangen hebben. Bovenaan dit privacy statement staat hoe je contact met ons kan opnemen. Tevens kunt u verzet aantekenen tegen de verwerking van uw persoonsgegevens (of een deel hiervan) door ons of door één van onze verwerkers. Klachten Mocht u een klacht hebben over de verwerking van uw persoonsgegevens dan vragen wij u hierover direct met ons contact op te nemen. U heeft altijd het recht een klacht in te dienen bij de Privacy Commissie, dit is de toezichthoudende autoriteit op het gebied van privacy bescherming. Wijziging privacy statement Onze vereniging de ‘Kille Meutel Vogelvrienden’ kan zijn privacy statement wijzigen. Van deze wijziging zullen we een aankondiging doen op onze website. De laatste wijziging gebeurde op 22 mei 2018. Oudere versies van ons privacy statement zullen in ons archief worden opgeslagen. Stuur ons een e-mail als u deze wilt raadplegen.


    Laatste commentaren
  • moncler coat (caijuan83)
        op De biodiversiteit in het Zwin bevorderen

  • Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Meer blogs