Op deze blog vind je
1.) het dagboek van onze reis in Colombia, Guatemala, Costa Rica de Malediven, Sri Lanka, Maleisië, Zuid-Afrika en Namibië (zie rechts: Inhoud blog & Archief per jaar);
2.) het (oude) dagboek van ons jaar werken en reizen in Senegal in 2006 -2007 (zie rechts: Archief per maand);
3.) een link naar een (primitieve) website met de reisverslagen van onze vroegere reizen 1999-2000 en 2001-2002 (zie rechtsonder: oude reisverslagen Barbara & Serge);
4.) een link naar ons fotoalbum van Zuid-Afrika, Namibië, Maleisië, Sri Lanka, de Malediven, Costa Rica, Guatemala en Colombia (zie rechtsonder).
14-08-2018
LUNA
We zijn in de Desierto de Tatacoa, een van de heetste plekken in
Colombia: de temperatuur klimt hier elke dag vlotjes boven de 30 graden.
Tatacoa is een van de beste plekken in Zuid-Amerika om sterren te kijken, omdat
er is s nachts zo goed als geen lichtvervuiling
is. Bij de Observatorio de Tatacoa komt iedere avond om 7 uur een sterrenkundige
uitleg geven. Dit willen we natuurlijk niet missen!
We wandelen dan ook goed gemutst in het pikkedonker naar de
observatietoren. Tussen de
wolkenslierten door zien we hier en daar een ster fonkelen. Veel zal er niet te zien zijn met al die
wolken, waarschuw
ik onze kinderen om een te grote teleurstelling te voorkomen, maar met wat chance klaart het nog wel op! Je bent toch echt wel onze eeuwige optimist. merkt Barbara schamper op. Zij ziet het
allemaal wat minder rooskleurig.
Maar kijk: op het moment dat we op onze bestemming
aankomen, worden we hartelijk verwelkomd door een sterrengids (zoals Julie hem noemt) die ons op de
schaarse plekken tussen de wolken wijst waar we Venus en Mars kunnen zien. We
mogen plaatsnemen op plastieken tuinstoelen van waaruit we relaxed achteruit
leunen om sterren te kijken. Zalig! Let the show begin.
Even later is het zover. Met een grote laserlamp
tekent onze astronoom enthousiast figuren in de lucht op de plaats waar de
sterrenbeelden zijn. Jammer genoeg zien we niets door een steeds dikker
wolkendek. De man vertelt echter met zoveel passie (en humor I am Darth Vader!) dat we toch geïnteresseerd blijven luisteren. We verwachten
namelijk nog altijd dat hij uiteindelijk de telescopen te voorschijn zal
toveren, zodat we alles in detail kunnen bekijken.
Wanneer zullen we de sterren zien? fluistert Mateo na een kwartier in mijn oor. Nog even geduld. Het zal straks wel opklaren. Maar mijn woorden klinken al wat minder
overtuigend. En wanneer het ook nog eens begint te regenen, laat het optimisme
zelfs mij in de steek: Wat denk
je, Barbara, zullen we doorgaan?
De show is echter nog niet voorbij! De man sommeert
ons onze ogen te sluiten. De hoop wakkert weer op. Zullen we dan toch nog iets te zien krijgen? En hopla: met een grote zwaai tovert hij een
maan-lamp te voorschijn. Het is een schrale troost. Maar toch pronken Mateo en
Julie vrolijk met de maan in de hand. We hadden er eventueel nog een originele
foto van kunnen proberen maken. Niet dus. Even poseren en dan snel naar huis.
Mijn Colombiaanse sim-kaart van Claro is geblokkeerd. Blijkbaar is dat normaal met buitenlandse smartphones, tenzij je ze officieel laat registreren. Maar dat was dus niet op tijd gelukt. Waarom moet dit me godverdomme net overkomen op het moment dat we in een piepklein dorpje zitten: Tello. In de vorige steden was het al niet gelukt iemand te vinden die me kon helpen de kaart te registreren, dus deblokkeren zou hier helemaal hopeloos zijn.
'Tello' spreek je in het plaatselijke dialect uit als [tedzjo]. Op het moment dat we op de busterminal van Neiva zeiden dat Tello onze eindbestemming was, klonk er telkens een soort van echo: 'Tello?' 'met wat verbazing in de stem of verwondering, vertwijfeling, verstomming, verbluffing, verbijstering, ontsteltenis en zelfs leedvermaak. 'Wat gaan jullie in godsnaam in Tello doen?'
Tijdens de lange busrit naar ginder, vroeg Barbara het zich ook luidop af: 'Waar zijn we het in hemelsnaam gaan zoeken?' De bus sjokkelde rustig verder richting Tello. Er leek geen eind aan de rit te komen.
Wanneer we er eindelijk zijn, worden we nieuwsgierig, maar vriendelijk bekeken. Uitzonderlijk is dit niet. De mensen zijn altijd wel geïnteresseerd en aardig, maar het valt gewoon nog meer op. Groot is echter onze verbazing wanneer we ook nog eens benieuwd worden aangesproken door 2 militairen: '¿Qué ave Maria están haciendo aquí?' 'Euhm... we komen hier gewoon overnachten.'
Het blijkt plots te wemelen van de soldaten. 'We zullen met jullie mee lopen, want er hangen gevaarlijke guerrilla's rond.' Het is een beetje een raar zicht. We lopen onder begeleiding van het leger over het dorpsplein van Tello, terwijl de inwoners gezellig zitten te keuvelen met elkaar. Ze trekken zich geen barst aan van de militairen en begroeten ons vriendelijk: 'Buenas tardes.'
'Trek het je niet aan." is het antwoord van Gladys, onze gastvrouw, op onze vraag bij aankomst in onze airbnb wat de militairen juist bedoelen. 'Een rustigere en veiligere plek zal je in Colombia niet vinden, gracias a Dios. Tja... dat is gemakkelijk gezegd, maar door de aanwezigheid van het leger voelen we ons niet direct veilig: 'Wat doen we verdorie hier in dit hol van Pluto?'
Gelukkig is er een supermarkt vlak achter de hoek. Zo kunnen we snel over en weer om inkopen te doen voor het avondeten en het ontbijt. En ons huis is effectief een oase van rust. Hier zitten we veilig, 'gracias a dios'.
De volgende dag waag ik het er op en ga ik op zoek naar een Claro winkeltje. De militairen zijn verdwenen. Het voelt lekker veilig op straat. De winkelier is super behulpzaam. Hij biedt me een koffietje aan en weet het probleem op te lossen, gratis en voor niks. 'Con mucho gusto. Buena suerte y dios te bendiga.' Zalig. Hier zijn gewoon geen woorden voor.
Kijk, dat is nog van het paardrijden in San Agustin, zegt
Barbara. Ze wijst naar een stukje huid dat anders van kleur is aan de
binnenkant van haar onderbeen. Het is niet echt een litteken, maar je ziet toch
nog waar de huid toen geschaafd was van het schuren tegen de stijgbeugel. Dat
is ondertussen 2 maanden geleden. Ook Mateo en Julie hadden toen een
schaafwonde. Ik als enige niet. Maar dat was dan ook echt het enige waar ik mee
kon stoefen. Het paardrijden zelf ging me niet zo goed af.
'Ze hebben natuurlijk al wel vier dagen kunnen
oefenen!' zei ik toen ter verdediging wanneer Barbara opmerkte dat Mateo en
Julie veel beter paardrijden dan de mama en de papa. Wij deden het ook niet
slecht, maar het viel inderdaad op dat onze kinderen veel relaxter op hun paar
zaten dan de mama en papa.
We waren nochtans rustig stapvoets begonnen van
bij onze airbnb op een 20 minuten wandelen van San Agustin. Maar gaandeweg ging
het sneller en sneller. Voor ik het wist ging mijn paard in draf in
achtervolging op het paard van Mateo. En toen Julie in galop voorbij kwam, was
dat het teken voor mijn paard om ook te galopperen, veel had ik er niet aan te
zeggen. We denderden in volle vaart langs smalle paden de bergen op en af. Of
zo voelde het toch aan.
De natuur rond San Agustin is prachtig, dus het
was puur genieten. Maar ik moet toegeven dat ik me soms zo hard moest
concentreren op het paardrijden dat er niet altijd even veel tijd was om rustig
rond te kijken. Julie en Mateo hadden hier duidelijk geen last van. Zij hadden
dus tijd genoeg om rustig rond te kijken. Maar ze hadden we een schaafwonde. En
ik niet. Ha!
Diana en haar familie kijken af en toe een beetje verwonderd naar ons. We zijn te gast in een prachtig modern huis met zwembad en zicht op de bergen. We zijn een van de eerste bezoekers in de airbnb. Het is duidelijk een vermogende familie. Ze zijn dus niet wereldvreemd en kijken niet verwonderd naar ons, omdat we 'extranjeros' zijn, maar wel omdat we totaal andere dingen doen. Wie gaat er nu 5 dagen wandelen in de bergen tot op 4.200 meter hoogte met 2 jonge kinderen?
Ook op andere vlakken zijn we heel verschillend. Terwijl wij als ontbijt muesli met fruit en yoghurt eten, bakken zij vettige worstjes. En 's avonds eten wij pasta met groenten en spelen zij op hun beurt muesli naar binnen. Bizar. We kijken dus met grote ogen naar elkaar en geven de nodige commentaar. We spreken onze verwondering echter ook uit en moeten er om lachen. En voor we het weten plannen we een culinaire 'exchange': de mama zal haar typische ontbijtsoep 'morcilla' maken op zondag en wij zullen gehaktballekes met selder en tomatensaus koken als avondeten. Het smaakt enorm. En tijdens de gesprekken aan tafel blijkt uiteindelijk dat we helemaal niet zo verschillend zijn. We delen dezelfde waarden en normen. Het klikt dus echt wel.
Mateo en Julie spelen tot laat in de nacht met Jacobo de zoon. Tot veel te laat, want de dag erna moet iedereen er vroeg uit. Gustavo vertrekt voor dag en dauw naar zijn job op een 6-tal uren rijden. De grootouders vertrekken naar Bogota. En wij reizen door naar Popayan. Het afscheid is heel hartelijk en er wordt afgesproken dat we elkaar nog eens zullen terugzien.
Wat is het landschap prachtig in Parque National Los Nevados! We zijn op pad voor een trektocht van 5 dagen van Pereira naar Salento. Onze bagage wordt gedragen door een 'muella', waardoor we enkel een dagrugzak moeten meesleuren. Ook al is het een best zware tocht o.w.v. het weer, de koude en de hoogte, Mateo en Julie doen het prima.
Tussen de regenbuien door, kunnen we dus genieten van de wondermooie 'páramo', het typische landschap boven de boomgrens bestaande uit meer dan 2.000 unieke plantensoorten. De meest tot de verbeelding sprekende zijn de 'frailejones' (espeletia) die zo worden genoemd omdat de rechtopstaande stam en bruine bladeren doen denken aan het kleed van monniken (frailes).
We trotseren de koude met verschillende lagen kleren en houden ons droog met een regenjas en een paraplu. Het weer verandert voortdurend. Soms moeten we verschillende lagen uitschieten, omdat we ons kapot zweten met de brandende zon. En even later bibberen we van de kou en trekken we alle lagen weer aan.
We overnachten in een tent terwijl de temperaturen buiten flirten met het vriespunt. Door de hoogte hebben we allemaal wat 'wind' in onze buik. Dit resulteert niet alleen in een luchtig gespreksonderwerp, maar zorgt ook voor wat extra warmte. Buiten onze voeten, die ijsklompjes blijven, hebben we het zelfs te warm.
De ijle lucht speelt ons wel wat parten: bonzend koppeke en weinig adem. We zitten dan ook gemiddeld boven de 4.000 meter. Alles gaat wat trager en kost wat meer moeite. Maar langzaam gaat ook. En de pauzes dienen niet alleen om op adem te komen. We geven vooral ook onze ogen de kost, want het zicht op de bergen is fantastisch.
Mateo heeft echter op dag 3 last van zijn darmen. Hij is zo slap als een vod. Hij voelt ijskoud aan, maar schiet alle kleren uit, omdat hij lekt van het zweet. Onze gids, Benjamin, wil geen risico's nemen. Hij beslist dat we moeten terugkeren. Mateo is echter redelijk snel weer ok. Even later stapt hij weer flink mee. We argumenteren nog dat het wel zal lukken, maar Mateo twijfelt hier zelf aan en de gids wijkt niet af van zijn standpunt. We keren dus terug.
Jammer. Vooral ook omdat blijkt dat Mateo helemaal recupereert en uiteindelijk zonder problemen heel de weg terug stapt zonder klachten. Als we dit hadden geweten, hadden we waarschijnlijk wat meer 'gepusht' om toch verder te gaan. Je weet het echter nooit op voorhand. En het is het niet waard om risico's te nemen. We zaten ten slotte namelijk echt wel 2 dagen verwijderd van medische hulp. Het belangrijkste is dat Mateo snel weer beter was en nog heeft kunnen genieten van de trektocht. Dat hebben we uiteindelijk allemaal gedaan, want het was adembenemend mooi.
Mijn peter, tio Jef, is jarig. Hij wordt zevenentachtig! Jammer dat we er niet meer aan hadden gedacht, want anders hadden we wel iets speciaals gedaan. Het moet echter wel lukken dat we net nu in Medellin zijn. De timing kon niet beter.
We flansen snel snel een verjaardagskaart in elkaar met tekeningen van onze kinderen en kopen in de plaatselijke supermarkt een fles Baileys, want dat lust hij volgens Magdalena graag. En met de verjaardagsvlaggeskes en ballonnen die we elk jaar mee sleuren, zorgen we voor nog meer gezelligheid. Nonkel Jef is duidelijk in zijn nopjes. En Mateo en Julie smullen van de taart die Magdalena heeft gekocht.
Ze willen ons graag Medellin laten zien. We hebben echter niet zoveel tijd. Het wordt dus een blitzbezoek. En tio Jef wordt mee op sleeptouw genomen: taxi in, taxi uit, kabelbaan in, kabelbaan uit. Medellin is gigantisch. En vanuit een cabine hoog aan een kabel, kan je het geheel overschouwen. We beseffen dat we slechts een fractie van de stad zullen kunnen ontdekken. Het is een stad die bruist van de activiteit.
De mogelijkheden lijken onbegrensd. Maar toch zien we ook nog veel armoede. De kabelbaan neemt ons eerst mee langs chique appartementen en daarna over arme wijken met houten huisjes. De man die met ons in de cabine zit vertelt over de rivaliteit tussen drugsbendes in 'sector 3' en de drang van de jeugd om snel rijk te worden, wat zorgt voor een explosieve situatie. Op een boogscheut van het toeristische 'Plaza Botero' waar het krioelt van de toeristen en de politie de veiligheid garandeert, is er een verpauperde buurt met drugsverslaafden en bedelaars. De politie is plots nergens meer te bekennen. De sfeer is er compleet anders. Op het moment dat we er met een taxi passeren, doet Magdalena snel de deuren op slot.
Iedereen is stik kapot van de drukke dag. Nonkel Jef geraakt zelfs niet meer de trap op om mee te komen eten van het lekkere eten dat Magdalena voor zijn verjaardag heeft laten maken. En ook wij kunnen de tafel geen eer aandoen, omdat onze maag het middageten nog niet helemaal heeft verteerd.
We zitten met een dubbel gevoel. Het is jammer dat we niet samen nog meer de stad Medellin kunnen verkennen. Maar tegelijkertijd voelen we ook aan dat we het tempo niet zouden volhouden. Magdalena bruist van de energie, net zoals Medellin. Chapeau dat tio Jef haar tempo met zijn 87 jaar nog weet te volgen!
'Wat is dat eigenlijk, mangrove?' We hebben een gezellig gesprek met 2 Belgische vrouwen waarvan er toevallig ook een in Kapellen woont. Wat een kleine wereld! We zitten op Isla Grande, voor de kust van Cartagena en we leren mensen kennen die op een boogscheut van ons thuis wonen!
Onze overnachtingsplek ligt op 20 meter van prachtige mangrove: struiken en bomen die groeien op zoute slikgronden. De 2 vrouwen moeten lachen met het feit dat ze 3 dagen vlakbij mangrove hebben gezeten, zonder te weten wat het is.
De typische geur prikt in onze neus. Het is de grond met bladeren die begint te gisten wanneer het laagwater is en de krabbetjes tevoorschijn komen. Mateo en Julie kennen mangroves al van vorige reizen. En ze kijken al uit naar de kanotocht die we gepland hebben.
De volgende dag stappen we dan ook goed gezind in een kano voor een tocht op zee naar een aantal lagunes in de mangrove. Bongo, de hond des huizes, volgt ons zoals bij elke uitstap die we al hebben gemaakt. 'Neen, Bongo, jij mag niet meevaren!' Maar de hond weet van geen wijken. Om een of andere reden hechten de 'huishonden' zich steeds aan onze kinderen en willen ze hen steeds vergezellen.
Bongo duikt uiteindelijk zelfs van op een steiger in het water en volgt ons diep de zee in. Mateo en Julie waaien eerst nog enthousiast naar de hond, maar kijken uiteindelijk vertwijfeld wanneer het dier steeds meer achterop geraakt en een klein stipje wordt in de zee.
Wanneer Bongo volledig uit het zicht verdwijnt op het moment dat we de mangroves induiken, zijn ze super verdrietig. Het kost veel moeite om hen gerust te stellen. En van de uitstap genieten lukt aanvankelijk niet echt meer.
De mangrove is echter zo mooi dat Bongo een beetje wordt vergeten. En wanneer we een paar uur later tevreden terugkeren, staat de hond op ons te wachten. Eind goed al goed.
Het is feest in de bungalow. Allez ja... In de airbnb waar wij verblijven is het rustig, maar vanuit tientallen huizen rond ons huis weergalmt luide muziek. De buurman heeft de radio zo luid gezet dat we eigenlijk gewoon niet meer verstaan wat we tegen elkaar zeggen.
Het is niet de eerste keer dat we kunnen meegenieten van muziek van de buren. Het is een typisch verschijnsel in Colombia: tijdens het weekend wordt er gefeest met luide muziek. Tot hiertoe was het echter altijd beschaafd gebleven. Zo lang de mensen niet met luide muziek tegen elkaar op bieden en zo lang de muziek op een redelijk uur zachter wordt gezet, kunnen we er wel mee leven. Deze keer is het echter verre van beschaafd. Het is er gewoon keihard over.
We hadden bewust gekozen om in een 'barrio', een buitenwijk, te verblijven om de echte sfeer van Cartagena te kunnen opsnuiven. Het historische centrum is namelijk wondermooi en heel sfeervol, maar het is heel toeristisch en dus niet authentiek.
Onze 'barrio' is zonder twijfel wél authentiek. We hebben er op al die dagen dat we er sliepen niet één andere 'extranjero' gezien. En dat is best opvallend als je weet dat Cartegana dé toeristische trekpleister van Colombia is en het er echt zwart ziet van het volk. In de buitenwijk waar wij verblijven (op een half uurtje stappen van het historisch centrum) wemelt het ook van de mensen, maar het zijn allemaal locals. Iedereen hangt rond op straat om een beetje verkoeling te zoeken voor de hitte. En vanuit veel huizen klinkt luide muziek. We zien ettelijke gezinnen op straat zitten vlak voor een luidspreker die knalhard staat. Het moet ook, anders kunnen ze niet horen welke muziek ze zelf spelen, door de luide bassen van de buurman. Ze kunnen dan wel niet meer horen wat ze tegen elkaar zeggen. Maar ja... je kan niet alles hebben in het leven. Het is echt hallucinant.
Het feest gaat heel de nacht door. Wanneer we 's morgensvroeg opstaan, verstaan we de 'buenas dia's' nog altijd even slecht als de 'buenas noches' toen we gingen slapen. We hebben geen van allen een oog dicht gedaan.
Het is altijd fijn de couleur local op te kunnen snuiven, maar hier bedanken we toch feestelijk voor!
Mateo en Julie zitten
prins(es)heerlijk op een paard. Terwijl Julie honderduit verhalen vertelt
en Mateo voortdurend kuren verkoopt, lopen wij te zwoegen op steile
rotsige paden, die afwisselend omhoog en omlaag gaan - naar ons gevoel vooral
omhoog. De eerste dag maakten we ons nog zorgen over de veiligheid van onze
kids, maar het gemak waarmee ze op het paard zitten, deed ons al snel beseffen
dat we onze energie beter kunnen investeren in onszelf. Het
is namelijk best wel heftig.
Gelukkig is het landschap zo adembenemend mooi dat het de zware inspanning
waard is. En het zalige is dat we de natuur helemaal voor ons alleen
hebben. We zien een hele dag niemand anders. Telkens wanneer we 's avonds
aankomen bij de familie bij wie we overnachten, worden we enorm gastvrij
ontvangen. En het blijken allemaal leden van dezelfde familie te
zijn, die telkens op een dag wandelen van elkaar wonen: "Denys, la hermana
de María, está casada con Alfredo, el hermano de Carlos, que está casado con
María, la hermana de Denys, que también tiene un hermano, Franco, que está
casado con Elisa, la hermana de Afredo y Carlos." Of zoiets...
Deze keer is Denys, onze sympathieke gastvrouw.
Ze verwelkomt ons met een drankje en tatert honderduit, terwijl we haar helpen
met het frituren van bananen. Even later komt haar man thuis. Hij is wat minder
spraakzaam, maar minstens even gastvrij. Wanneer we bij zonsondergang op een
heuvel even verderop staan te genieten van het prachtige zicht op de bergen,
komt hij een 'tinto' brengen, een koffie. Super lief.
's Avonds aan tafel vragen we of we voor de
verjaardag van Mateo vlaggeskes en ballonekes mogen ophangen de volgende
dag. Ze vinden het een geweldig idee. Tio, onze gids, vertelt dat we
gepland hadden om een cake mee te brengen, maar dat het niet is gelukt. 'Dan
bak ik toch gewoon een cake.' stelt Denys voor. 'Ik denk wel dat ik alle
ingrediënten in huis heb.' Dat blijkt niet onmiddellijk het geval. En een
winkel bevindt zich op 2 dagen wandelen, dus dat is niet echt een optie.
Jammer. Maar toch bedankt.
Wanneer onze kinderen al lang in bed liggen en
wij 'goede nacht' gaan wensen, zien we onze gastvrouw echter in actie in de
keuken. 'Het komt goed,' zegt ze 'we zullen een kaastaart maken.' We zijn
benieuwd wat het zal worden, maar zijn sowieso super content. En Mateo zal het
ook geweldig vinden.
De volgende ochtend wacht dan ook een feestelijke tafel op
onze jarige. De verjaardagsvlaggen hangen uit. De ballonnen zorgen voor extra
kleur. Er zijn verjaardagskaarten en een cadeautje. En de 2 taarten staan ook
te pronken op tafel. De gastheer haalt een fles sterke drank te voorschijn en
we toasten op de verjaardag van Mateo. Santé. De dag kan niet meer stuk.
We voelen ons
telkens part of the family. En het afscheid is dan ook telkens
moeilijk. Zo omhelst Denys ons zo heftig, dat we er bijna tranen van in de
ogen krijgen. Afredo is ondertussen een heuvel op geklommen om met een walkie-talkie
de (schoon)broer en (schoon)zus op de hoogte te brengen van onze komst: 'Je mag
ze binnen een 6-tal uur verwachten!'
Tio, onze gids voor in de bergen van Sierra Nevada, staat ons op te wachten met een bende stoere maten: mannen met mototaxi's. Als je ze ziet staan aan de terminal de buses, komen ze altijd een beetje te stoer over. Maar deze gasten zijn super vriendelijk!
Voor we het weten, vertrekken we voor een helse rit over hobbelige en modderige wegen. We stijgen op een uur tijd van zeeniveau tot ongeveer 2000 meter. Telkens wanneer we onze kids voorbijsteken, zien we hen van achter de brommerhelm smilen tot achter hun oren. Ze genieten er duidelijk van.
En ik? Ik denk weer een beetje te veel na. Uiteraard weten die mannen best wat ze doen. Het is hun job: mensen met een moto rondrijden. Maar toch... we rijden echt wel met een rotvaart de berg op. En op de modderige stukken glijden we regelmatig weg. Ik mag er niet aan denken wat er zou gebeuren als een van de moto's onderuit zou gaan. Ik zou bijna vergeten te genieten van de tocht.
Wanneer we op onze bestemming, het startpunt van de trektocht, aankomen, slaak ik dan ook een zachte zucht van opluchting. Het is allemaal goed verlopen. Mateo en Julie zijn echter teleurgesteld: 'Is het nu al gedaan?' Ze vonden het geweldig en het had allemaal veel langer mogelijk duren. Ze stoefen tegen elkaar op over hoe rap ze gingen en hoe ze zich goed moesten vasthouden om niet te vallen.
Gelukkig staat er al een volgend avontuur op hen te wachten: een trektocht van 4 dagen te paard. To be continued.
We hebben er een lange rit op zitten: helemaal van Punta Gallinas naar Bonda vlakbij Santa Marta. We waren in goed gezelschap van Gustavo. Hij had ons eerder al rondgereden en was best een sympathieke man. Jammer genoeg verstonden we niet al te veel van wat hij zei. Ons Spaans is blijkbaar toch nog altijd niet zo denderend.
Toen we bij onze Airbnb aankwamen, werden we vriendelijk onthaald door Fabio: 'Jullie zijn Belgen, dus jullie drinken ongetwijfeld graag een pintje? 'Claro! Es muy simpático!' 'Con mucho gusto.' Plots ging ons Spaans weer wat vlotter. En dat had niets te maken met het bier, maar wel met het feit dat Fabio een pak duidelijker sprak dan Gustavo. Straffer nog: Fabio verstond ook amper wat Gustavo allemaal brabbelde. We moeten er keihard mee lachen. Het ligt dus niet aan ons dat de gesprekken zo moeilijk verliepen de laatste dagen. Blijkbaar spreken de mensen van Riohacha allemaal een taaltje dat niemand in Colombia verstaat.
Later op de avond delen we een maaltijd en een fles wijn met Fabio.Hij woont in een prachtig oud huis met een grote tuin met schitterend zicht op de bergen. We genieten van de hartelijke gastvrijheid en hebben een fijn gesprek. De man heeft een tijd een vriendin in België gehad en vindt het duidelijk fijn van herinneringen op te roepen aan zijn tijd in ons land.
Nog een glaasje wijn? Wanneer hij voorstelt een 2de fles wijn soldaat te maken, bedanken we hartelijk. We hebben al geruime tijd geen alcohol meer gedronken en willen nog veilig in ons bed geraken. Onze slaapkamer bevindt zich namelijk onderaan een vrij steil pad. Bovendien hebben we de volgende dag een bezoek aan Parque National de Tayrona gepland. En het plan is om vroeg te vertrekken.
We schuifelen voorzichtig naar beneden en vallen als een blok in slaap.
Overdag zag het er zalig rustig uit. Maar nu we zo 's avonds alleen zijn, voelt het een beetje 'grellig' aan. Zeker na het avontuur met Julie! We beseffen nu pas dat we moederziel alleen zijn, volledig overgeleverd aan de grillen van de natuur.
We hangen met ons vier op een rij in een hangmat met op een 20-tal meter afstand de zee. De wind waait ondertussen zo hard dat we het ruisen van de zee niet meer horen. Onze hangmatten schommelen zo hevig heen en weer dat we bijna tegen elkaar botsen. En door de wind is het zo koud geworden dat we ons helemaal moeten verstoppen in ons slaaplaken om het warm genoeg te hebben. Straf, want overdag is het meer dan 30°! Onze kinderen liggen in het midden, kwestie van toch een beetje het gevoel te hebben dat ze veilig liggen.
Na lang wroeten heb ik het een beetje warm gekregen en lig ik eindelijk goed om te kunnen slapen. Boven ons hoofd fonkelen de sterren. Zalig! Nu gewoon hopen dat iedereen het warm genoeg heeft en dat er niemand ons komt 'ambeteren' 's nachts. Iemand zou zonder dat we er iets van zouden merken een van de kinderen kunnen ontvoeren, of zo... Ik mag er niet aan denken!
Plots hoor ik voetstappen. ' Het Is toch niet waar? Wie komt er ons storen? Ik lag net zo goed!' Ik veer recht in mijn hangmat en zie lichtjes de berg afdalen. Ik spring uit de hangmat en zet me schrap voor wat er op ons afkomt. Een paar mannenstemmen weerklinken in het duister. 'Wat komen die hier doen?' Ik schijn stoer in de richting vanwaar de stemmen komen en zie een hoop dekens uit het donker tevoorschijn komen. 'Kei tof! Ze komen speciaal dekens brengen om ons wat warm te kunnen houden! En ik maar heel de tijd doemscenario's bedenken!'
Even later liggen we lekker warm in onze hangmat. De wind waait nog altijd even hard. Maar we liggen nu zo gerust dat we als een blok in slaap vallen...
De nacht is gevallen - letterlijk. Plots is het pikdonker. Er staan nog geen sterren aan de hemel, dus je ziet echt niets. Gelukkig is er een generator die zorgt voor stroom voor de lampjes die her en der in het kamp hangen. De generator durft wel eens stil vallen en dan wordt het vooral weer donker. Veel verschil in lawaai maakt het echter niet, want er staat een strakke wind die alle geluid overstemt.
We zijn aan het babbelen met een sympathiek koppel uit Medellin. Zij zijn de enige andere gasten in ons kamp in Punta Gallinas, het meest noordelijke punt van Colombia. We zitten in een godverlaten gat in de woestijn van de Guajira Peninsula. Rond ons kamp is niets: een donker gat met zand, stenen, cactussen en een afgrond van 10 meter diep naar de plek waar onze 'chinchorros' hangen, lekker brede hangmatten waar je dwars in kan liggen om te slapen.
Mateo volgt het gesprek door voortdurend te vragen 'Wat zeggen ze?' En Julie... 'Tiens, waar is Julie?' Ik ga kijken bij het toilet. Ik loop naar de keuken. Ik kijk naar de plek waar ze met een jongetje domino aan het spelen was. Ik vind geen Julie, 'Barbara weet jij waar Julie is?' Groot is het kamp niet, dus veel plekken om verstoppertje te spelen, zijn er niet. Maar ze is nergens te vinden.
We hadden bij aankomst gevraagd wat 'el lugar más tranquilo' is, de meest rustige plek. En dat was dus op een 200 meter van het kamp, in het pikkedonker, vlakbij de zee. 'Julie is toch niet alleen naar onze slaapplek gedaan!' flitst het door mijn hoofd. Ze had gezegd dat ze moe was en wilde gaan slapen. En als Julie iets in haar hoofd heeft, heeft ze het niet in haar staart.
Ik loop vertwijfeld het donker in en roep Julie haar naam. De wind suist echter in mijn oren. Ik hoor mezelf bijna niet roepen. In het licht van mijn koplampje zoek ik de spleet tussen de rotsen om af te dalen naar ons kamp: 'Langs waar was het ook weer?' Steeds luider roep ik naar Julie. Plots hoor ik van ver een stem, ergens links van me. Ik ben duidelijk verkeerd gelopen in het donker. Ik struikel over scherpe stenen het pad af naar het strand en vind Julie in haar hangmat, lekker knus, klaar om te gaan slapen. 'Hoe is ze hier in godsnaam alleen in het donker geraakt?' vraag ik me verbaasd af. Straf!
Het is geen moment om boos te zijn Maar Julie merkt wel dat ze ons ongerust heeft gemaakt. Barbara had ondertussen namelijk heel het kamp gemobiliseerd om mee te zoeken en we worden even later dan ook omringd door luid taterende Colombianen: '¡La niña está aquí! Todo está bien!'
'Ja, ik vond het ook niet leuk om alleen naar hier te komen.' antwoordt Julie op onze vraag om dit nooit meer te doen, 'maar ik moest gaan slapen!' We besluiten wijselijk om ook in de hangmat te kruipen om te gaan slapen. We hebben genoeg avontuur gehad voor vandaag!
Vanuit onze luie zetel onder een parasolleke hebben we een goed zicht op de zee. We zijn op een populaire plek voor kite surfers: Cabo de la Vela. Het is echt wel 'graaf' om de surfers in actie te zien! 'Dat willen wij ook wel doen!' zeggen Mateo en Julie. Ze zijn er echter nog wat te jong voor, dus het zal voor een andere keer zijn. Gewoon windsurfen staat wel op het programma.
De plaatselijke vissers trekken zich niet veel aan van al die kite surfers. Voor dag en dauw gaan ze op pad om te vissen. We zien hen 's morgens vroeg de boten op het strand slepen en even later hun vangst sorteren: vissen, krabben, kreeften... Pelikanen azen op de restjes en komen lekker dichtbij: ideaal voor een foto!
Een van de vissers komt 'showen' met 2 'langostas'. Voor 20.000 pesos zijn ze van ons: ongeveer 6 voor 2 grote beesten, daar kunnen we geen neen tegen zeggen! Hij stopt ze in een net en hangt ze aan een boot die in de zee ligt: 'Dan kan je ze er straks uithalen en zijn ze lekker vers!'
Lekker vers is super, maar dat betekent dus wel dat de beestjes nog leven. Wanneer ik ze later op de dag uit het net wil halen, geven ze zich dus niet zomaar zonder slag of stoot over. 'Laat ze niet vallen, hé!' roept Barbara vanop een veilige afstand, terwijl ik in de zee sta te sukkelen met de kreeften die zich vasthaken in het visnet.
Wanneer we ons avondeten even later in een pot kokend water dompelen, voelen we ons wel een beetje schuldig. Maar we zijn vooral blij dat onze kids er niet bij zijn, want die vonden het sowieso al zielig! Het smaakt echter geweldig en niemand rept tijdens het avondeten nog met een woord over het zielige lot van de 'langostas'!
Ik schaam me een beetje voor het gedrag van Mateo en Julie. Ik kan er echter niet veel van zeggen, want Barbara doet gewoon mee. We lopen rond in het 'Museo Botero' in Bogota en bij elk schilderij dat ze zien, staan ze te gniffelen dat het een deugd is. Ze lachen zich een deuk met wat ze zien: veel te dikke figuren met een in verhouding veel te klein hoofd. De kunstenaar heeft er zijn handelsmerk van gemaakt: alles dik opgezwollen weergeven, zowel mensen als dieren en zelfs voorwerpen. Eigenlijk is het ook best hilarisch.
De Colombianen die in het museum rondlopen blijven er echter veel ernstiger bij kijken. Is het uit respect voor Botero? Of is het omdat ze zich soms wel eens herkennen in de figuren? We zijn namelijk nog maar net in Colombia, maar we zien hier en daar toch wel iemand rondlopen die recht uit een van de schilderijen lijkt te zijn gestapt.
Bij een Botero versie van de 'Mona Lisa' blijven we wat langer staan. De wereldberoemde dame lijkt het slachtoffer van een 'cortisone kuur'. Het is ons favoriete schilderij. Nadat we heel het museum hebben bezocht, keren we nog eens terug om er nog eens een blik op te kunnen werpen.
We gaan niet vaak naar een museum met onze kinderen. Maar ze hebben er duidelijk van genoten. Misschien moeten we morgen eens naar het 'Museo del Oro' gaan. Dit 'goud museum' is naar het schijnt ook echt de moeite. En misschien moeten we het thuis in België ook eens een keertje meer doen!
We zitten op de trein van Kapellen naar Antwerpen-Centraal waar we moeten overstappen op een trein naar de luchthaven van Zaventem. De trein staat stil. Het ziet er naar uit dat we de aansluiting zullen missen... Het voelt aan als het zoveelste dat mis kan lopen... nog voor de aankomst op onze bestemming. Het is allemaal wat spannender dan anders.
Eerst was er het nieuws dat Julie echt wel risico loopt op veel pijn met haar oortjes. 'Je moet goed 'ploppen', want anders kan je trommelvlies zelfs scheuren.' had de oorarts doodleuk gemeld. Daarna was er het bericht dat er iets mis was met de ESTA van Barbara: 'Home security requires personal check-in at the airport'. In het slechtste geval zou haar toegang tot de US geweigerd kunnen worden, waardoor we dus niet naar Colombia zouden kunnen vliegen. Verder was er het typische gecross om alles op tijd ingepakt en opgeruimd te krijgen. Het is elk jaar stressen, maar deze keer was het echt extreem. 'Ik vind dit niet meer leuk. Volgend jaar moet dit anders!' had Barbara vermoeid gezegd. En ze heeft gelijk! En nu was er dan de melding dat de trein vertraging had. Op zich geen ramp. Maar het was even de druppel die de emmer laat overlopen.
Maar ja... ik wil niet laten merken dat ik het even moeilijk heb. Dat valt niet te rijmen met mijn eeuwig positieve ingesteldheid: 'Het komt allemaal goed.' Dat was ook mijn antwoord geweest op de oortjes van Julie, de ESTA van Barbara en de inpakstress. Mijn woorden klinken deze keer echter wat minder overtuigend dan anders. Ik begin dus snel over iets anders: het feit dat Mateo met zijn verstrooid koppeke op al de kaartjes voor de thuisblijvers 'gelukkige moederkesdag' had geschreven, dus ook op de verjaardagskaart van Vake, het kaartje voor de huwelijksverjaardag van mamie en papie, het kaartje voor Stan en Lise op kamp, enz. Kei grappig.
De trein beweegt voor geen meter en de tijd vliegt voorbij. De stress jaagt door mijn lichaam, maar ik moet echt wel lachen met Mateo. Hij vindt het niet erg en lacht vrolijk mee. Ook Julie en Barbara vinden het hilarisch. Het werkt zo aanstekelijk dat ik in een slappe lach schiet. De tranen rollen over mijn wangen.
De trein blijft stilstaan. Ik weet dat we onze aansluiting zullen missen en dat het hierdoor nog meer stressen zal worden, maar ik kan niet stoppen met lachen. Zalig.
Even later staan we op het perron. De trein is uiteraard al vertrokken. Maar alle stress is weg. 'Het komt allemaal goed!' zeg ik overtuigd. Ik weet dit gewoo