De 'zin' van de Zin . ...dit is geen kerstboodschap ...
-De meest gedrukte en ook meest gelezen zin in de literatuur is ongetwijfeld de eerste zin van de Bijbel , nl.;
" In het begin schiep God de hemel en de aarde".
- De Bijbel is nog steeds het meest verspreide en meest gelezen boek ter wereld . En het is dus nogal logisch, dat vooral die eerste zin ; die ook op zich reeds veel verklaart ; dan wel de meest gelezen zin is .
-Die eerste zin kan men zien als zowel een mythische, een religieuze of een louter meta-fysische visie of filosofie van onze werkelijkheid .
-De zin verheldert als het ware de vele vragen, die reeds vanin de oudheid gesteld werden omtrent die realiteit en werkelijkheid .
-Men kan de zin of propositie- want de phrase kan ook best een stelling zijn - woord na woord ontleden .
-Men leest : 'In het begin'... Is er dan een begin geweest ; en zijn de wereld en de tijd niet eeuwig ? -Als de tijd net als de ruimte een 'realiteit' heeft, die kan 'gemeten' worden ; moet er wel een maat van zijn, en aldus ook een begin ... -Volgens Kant echter bestaan tijd en ruimte slechts in de geest of bewustzijn ; en worden ze als het ware à priori 'voorgesteld' ; dus net zoals de substanties, die zich in die ruimte en tijd bevinden slechts ideeën of 'iets' met een bewuste-energie als substraat kunnen zijn . -Verder hebben tijd en eeuwigheid niets met elkander te maken ...
-Dan lezen wij : 'schiep'... Wat is scheppen ? -Scheppen moet wel het maken zijn uit het 'stoffelijke' niets ; maar volgens het adagium 'ex nihilo nihil', of uit niets komt niets voort, is dat onmogelijk . -En deze onmogelijkheid wijst op het onmogelijk bestaan van een dualiteit, nl. stoffelijke-materie en bewuste-energie... -Scheppen kunnen we ons niet anders voorstellen dan ' voorstellen' zelf . - Ook voor Aristoteles was God het 'Denken van het denken' . . Een God, die slechts alles in zijn geest als het ware bedenkt en voorstelt ... Ja, de 'Wereld als Wil en Voorstelling' volgens Schopenhauer; of 'de ontwikkeling van Absolute Idee' volgens Hegel ...
-Dan heeft men het woord 'God'... zelf . Dat woord roept ook vele vragen op . -God is bij uitstek het 'noumenon' volgens Kant ; en tevens het absolute, transcendente en eeuwige . -Men mag die God niet al te persoonlijk voorstellen, al ligt dit wel in onze natuur , en Hem ook niet teveel menselijk-geestelijke faculteiten toekennen .. -En aangezien ook de huidige wetenschappen en kennissen zien, dat het enige 'absolute' de eeuwige 'wetten' zijn ; en dat daarnaast alles contingent is en moet zijn ; moet en kan de God van onze voorstelling niets anders zijn dan die absolute 'logica' zelf ; of misschien wel de Logos ; waarover ook de oud-Grieken het al hadden ....
-Tenslotte leest men : 'de hemel en de aarde' ... -De hemel en de aarde...twee verschillende entiteiten ? Waarom schiep God niet bv. de cosmos of het universum ? -Is de hemel soms de plaats waar Hij, volgens die verouderde inzichten, zelf vertoeft ;en die wij hier na een 'voorbeeldig' leven kunnen verdienen ? -En is die aarde slechts het dal van 'ellende' ?
-Is die aarde dan ontstaan vanaf den beginne ; en zijn wij op die 6de dag als mens dan ook geschapen ? -Volgens de huidige wetenschappen zou dit slechts een verouderde mythe zijn ... -Thans spreekt men van de Big Bang en van de Evolutie-leer ... -Maar evengoed moet men het heden ten dage hebben over de relativiteits-theorie, de quantum-fysica en over New-age ; die daar gevolgen trachten uit te distilleren .
-Deze inzichten leiden ons enigszins terug naar dit onbekende 'noumenon' ; en verwijderen ons steeds verder van alle dualistische principes ; die iedere vorm van moderne meta-fysica onmogelijk maken . -Tenslotte belanden wij in een wereld van 'inter-agerend bewustzijn' ...
-Wat dat dan ook moge wezen ?
-Kortom de ene mythe moet plaats maken voor een andere, zij het dan voor een meer beredeneerde mythe .
---Waartoe een Zin met 'zin' kan leiden ???
---Toch een zalige Kerst en een gelukkig Nieuwjaar !
--Dualismen zoals geest en materie, Uitgebreidheid en Denken, Ziel en Lichaam, zijn de grootste struikelstenen tot én belemmeringen voor goede meta-fysica .
--Het was Descartes, die met zijn 'Cogito ergo Sum' het principe van dualismen opnieuw in het licht plaatste, en er zijn filosofie op bouwde .
--"Alle filosofie begint met de twijfel" zei Descartes . Hij kon echter niet loochenen, dat hij 'dacht', of liever dat er 'geconcentreerde gedachten of ideeën' bestonden... in zijn ego of persoon . --Daaruit concludeerde hij, dat hij ook effectief moest bestaan ; ...ergo Sum...
--En dit leidde tot een dualisme van twee werelden ; vanuit het 'zijn' of bestaan van zijn denken en bewustzijn, besloot Descartes ten onrechte tot een reëel existeren van een stoffelijke persoon, zijn 'ik', in een stoffelijke wereld ; en dit in een parallel samengaan met een wereld van het 'denken'- de geest . --Uitgebreidheid en denken maakten gans zijn wereld uit ..;
--Het is echter moeilijk enig dualisme of pluralisme te begrijpen, in te zien, of aan te nemen .
--Immers hoe verklaar je de 'osmose' tussen bv. het geestelijke en het stoffelijke ? Hoe kan je een inter-actie voorstellen tussen ziel en lichaam, geest en materie ?
--"Cogito, ergo Sum' kan alleen doen besluiten of concluderen, dat er zo-iets als gedachten of ideeën zijn ; nl. het intelligibele ; maar conclusies tot het stoffelijk- materiele zijn hier echter onmogelijk .
--Niet van twee walletjes eten !!
--Die 'eenheid' blijkt ook uit de 'categorieën-leer' zowel van Aristoteles als van Kant . --Categorieën-leer waar logica en meta-fysica naar een ware band en eenheid zoeken . --Aristoteles zag de categorieën als de leer van het zijn en de zijnden ; terwijl Kant de categorieën eerder als à priorismen in de geest zag . --Categorieën zijn aldus zowel de vormen van het 'zijn' als van het 'denken' of de logica ...En zowel de logica als de ontologie kunnen zich van diezelfde categorieën bedienen . --De categorieën zijn het logisch of grammaticaal alfabet van de 'cosmos' en.. van de ontologie
--Zou : ZIJN (dan toch) = DENKEN ?
--"Het intelligibele kan zich wel de stoffelijke-materie voorstellen ; maar de stoffelijke-materie kan nooit tot enig inzicht komen van en leiden naar het intelligibele" ... Valère--
--Kant zag de ruimte en de tijd slechts als aanschouwingsvormen- of categorieën- van én in onze 'geest' ; en als geen werkelijkheden buiten die geest . --Dit toonde hij aan met zijn antinomieën van de ruimte en de tijd zelf , en ook met het à priori-zijn ervan in onze geest, nog voor alle waarneming . --Ruimte en tijd zijn als een bril, die net zoals een rode bril de indruk wekt dat er slechts een rode werkelijkheid is ; ons de schijn geeft, dat alles zou bestaan in die ruimte en tijd . --In zijn 'Transcendente Aesthetica' zegt Kant, dat zonder deze aanschouwingsvormen ons kenproces niet functioneert . --Ruimte en tijd, zogezien, begrenzen ons kennisgebied, omdat buiten de ruimte en de tijd er geen 'bestaan' -in reële zin dan- mogelijk is . --Aldus zijn de ruimte en de tijd geen gevolg of uitvloeisel van de 'reële' wereld, want dan zou er 'ervaring' voor en buiten de ruimte en de tijd mogelijk zijn ; hetgeen niet kan . --En toch waren er voor Kant andere 'werkelijkheden' buiten die ruimte en die tijd ; die niet bepaald zijn door beide categorieën ; en dit waren de 'ideële' realiteiten- de noumena...
--Kant wist niet wat de 'dingen op zich' zijn ; en dat hoefde niet voor hem ; omdat die dingen nooit anders dan in een verschijning kunnen 'verschijnen' . --Het innere der dingen kon men immers nooit kennen .
--'Das Ding an sich' blijft aldus verstoken van een 'reële' existentie in en van een reële ruimte en tijd . --Zowel de substantie als 'het zijn' zelf blijven onbekend, omdat ze transcendent zijn .
--'Das Ding an sich' is aldus het 'noumenon' bij uitstek ; en heeft een 'innere'- een inhoud, die transcendent is aan onze 'gemeende' ruimte en tijd ; en aldus ook aan wat wij 'stoffelijke materie' noemen . --M.a.w. 'Das Ding an sich' moet van een 'geestelijke', ideële orde zijn; en moet het 'innere' zelf een faculteit van 'wil' en 'bewustzijn' zijn ...
--De meta-fysica ( lett. na de fysica) gaat per definitie op zoek naar hetgene de empirische wereld te buiten of te boven gaat ; nl. hetgene, dat niet door de exacte wetenschappen kan onderzocht worden ; zoals ook het 'innere der dingen' . --Want inderdaad bij iedere splitsing of deling, zelfs van de allerkleinste deeltjes, komt men steeds weer voor nieuwe 'vormen' te staan, en kan men nooit het eigenlijke innere zelf ervaren . --Dat innere kan dan alleen onrechtstreeks waargenomen worden , en de kleinste partikeltjes zelf kunnen bij iedere waarneming terug in het 'niets', of in een ongekende energie verdwijnen . --Terecht wordt het 'innere der dingen' als transcendent beschouwd .
--Het beroemde of beruchte 'innere der dingen', dat men volgens Kant niet kon kennen, is dan ook een top-probleem of vraagstuk in de meta-fysica . En misschien is dit innere wel het 'zijn' zelf . --Het Zijn waar Heidegger steeds op zoek naar was, trouwens net als vele andere filosofen .
--Men zegt, dat filosofen de schoolmeesters van het heelal zijn ; juist omdat ze steeds naar de allerlaatste, allerdiepste en meest principiele vragen op zoek gingen ; om daarna hun inzichten en verworvenheden aan anderen kenbaar te maken .
--Twee van die top-schoolmeesters waren ongetwijfeld Kant en Aristoteles .
--Kant, van wie het adagium 'het innere der dingen kan men niet kennen' ; waardoor hij wees op de transcendentie van onze realiteit ; en waarmede hij ook grens en beperking, en misschien ook wel een einde wilde maken aan alle meta-fysica . --Kant, die het ook had over de antinomieën van de ruimte en de tijd, die zelf slechts à prioriteiten van en in de 'geest' waren ; en waardoor hij de deur opende naar idealistische systemen, zoals : idealisme, panpsychisme, pantheisme, solipsisme en... supra-solipsisme .
--Aristoteles zag de 'zijnden' en de substanties als : enerzijds de vormen, die de buiten-wereldse ideeën van Plato binnen in onze realiteit zelf plaatsten ; en anderzijds de 'materie' ; niet zozeer 'stoffelijk' bedoeld ;=want stoffelijke eenheden moeten per sé reeds van een vorm voorzien zijn . --En die materie, volgens Aristoteles, was zelf de aanzet naar en tot die vormen . --Het woord 'materie' komt immers van het woord 'mater' -moeder, voortbrengster van... de vormen ; en aldus van de substanties, de dingen... Die materie is aldus ook het 'innere der dingen' .
--Aristoteles zegt letterlijk in zijn boek 'De Fysica', dat de :'eerste materie' verlangt naar de vormen, en dat die 'materie' , die in alle dingen dezelfde moet zijn, noch een element, noch een hoedanigheid is; doch slechts de potentie is tot de actualisering van de vormen . --Aristoteles kende aan het 'innere der dingen'- de 'materie'- eerder een psychologische inhoud van 'verlangen naar.., en gedreven zijn tot...', en tegelijkertijd een teleologische eigenschap toe ...
--'Materie' aldus onstoffelijk voorgesteld, is misschien wel het 'zijn' zelf, en aldus het substraat van alles ... --Het ongekende innere der dingen dat zijn vormen 'schept', en aldus de voortbrenger is van die dingen, die zelf zodoende slechts een ideeële of spiritualistische en 'energieke' inhoud kunnen hebben .
--Wat dit dan ook moge wezen ???
--Het 'innere der dingen' en het 'zijn' zelf kan niet empirisch gekend worden ; maar kan enkel, net als ons eigen bewustzijn, in ons allerdiepste 'ego' intuitief aangevoeld worden .
--"Cogito, ergo Esse.." .
--Kortom het 'innere der dingen' blijft een mysterie, dat slechts nauwelijks kan verhelderd worden .
---Filosofie en meta-fysica zijn vooral een zoeken naar het onbekende, het mysterieuze, naar wat de wetenschap zelf niet kan vinden .
--Cyriel Verschaeve -priester, dichter, redenaar en filosoof, - niet overal geprezen, om andere redenen dan -..., had het in een redevoering van 1920 over het 'mysterie' en onze houding, die we kunnen aannemen tegenover het mysterieuze . ---Hier volgen enige typische uittreksels ter overweging...,...en meer niet ...
*...donker is 't eerst ; nog voor de dag heerst...
*..'t licht is zwak ; 't donker geweldig..
*..'t gebied van 't verlichte is klein, datgene van 't in duister gedompelde is ontzagelijk groot...
*..'t gekende ligt beperkt binnen enge palen ; 't ongekende ligt zonder perken uitgestrekt...
*.. en over 't ongekende heen, en midden in 't hart der dingen schuilt dan nog ' t onbekende, 't echte mysterie ..
* Ik zal het mysterie voor U niet ophelderen ; maar trachten met enkele vragen te benaderen : a) Waaruit komt het mysterie voort ? b) Wat is onze houding tegenover het mysterie ? c) Wat betekent het mysterie voor onszelf ?
* a) Het mysterie komt vooral uit onze stoffelijkheid voort ; dus niet uit onze diepte, die de ziel is ; maar uit de oppervlakte, die ons lichaam is .
* Dit blijkt duidelijk uit onze wanverhouding tot de wereld ...
* We zijn te klein en te groot : te klein voor de oneindige natuur ; en te groot voor de micro-natuur ...
* In de oneindige verte van het grote ; en in de nabijheid van het kleine blijft het geheim bewaard .
* We zijn een nietig schakeltje tussen twee eindeloosheden .
* Onze stoffelijkheid is dus de oorzaak van het mysterie ...
* b) oplossing : onze houding tegenover het mysterie : Het stoffelijke bekampt men niet met stoffelijke oplossingen ; maar met geestelijke oplossingen .
* Mijn oog ziet slechts één punt in scherpe duidelijkheid, en daaromheen een groot veld van verstrooidheden ...; waarom zou mijn geest anders aangelegd zijn ?
* Kardinaal Newman.. bad aldus tot God :.. om geen klaarte, die 't heelal verlicht , maar om genoegzaam licht om de volgende stap te kunnen zetten...
*... recht in het donkere, om klaarte te vinden over het donkere ...
* Recht door de paradoxen : "..de duisternis van het mysterie is het Goddelijk licht "...
* c) Wat is de betekenis van het mysterie voor ons ?
* Ik ben een ziel omspoeld door oneindigheid "gnoti seauton" klinkt het in het grieks : of "ken je zelf" ....
* Ik ben een stofje omgeven van onbegrensde grootheid ; dat is mijn plaats ...Wat mij omvat, kan ik zelf niet omvatten ...
* Die oneindigheid omspoelt mij niet alleen ; maar zet al mijn hartstocht, mijn droom, mijn werkkracht en heel mijn diepste menselijk wezen naar haar toe in beweging ...
* ...ben ik klein en is zij ongemeten ; 't doet er niet toe : er is een betrekking, een band en een aantrekking tussen ons ; dus ook een gelijkenis ...
* Al het gelijkende streeft naar 'eenheid' en vereniging .
*Het mysterie is geen donkere poort, maar een hoop en een verwachting van liefde .
* Is Liefde ook niet de enige reden, die God tot zijn schepping dreef ?
dixit Cyriel Verschaeve,
---In die laatste zin ligt m.i. gans het mysterie verborgen... Immers vraag blijft wel ; wat is God ? wat is Schepping ? wat is Liefde ?
---Heeft het mysterieuze te doen met het niet-stoffelijke- het geestelijke- wat dit ook moge wezen ?
---En kan men aan het stoffelijke voorbijgaan en het ontkennen, om het mysterie in het licht te zetten ?
Contradictie of Dualisme in het Cognitief Systeem ?
Eet ons Cognitief systeem van twee walletjes ?
---"Nihil est in intellectu, quin prius fuerit in sensu" .
---Alles wat in ons brein, onze geest of in ons geheugen opgeslagen is, werd via onze zintuigen binnen gebracht . Zo denkt men reeds sedert de Griekse oudheid ...
---Dat laat vermoeden, dat we enerzijds gecentraliseerd zijn in ons 'ego' ; en dat er anderzijds het 'alter-ego' en de externe materiele wereld bestaan ; waarmede het ego dan in relatie staat .
---Zodoende is ons cognitief systeem dualistisch van aard ? Een ego en een niet-ego ? Of geest en materie ?
---Zo zijn er de 'intellectus agens', de ordinator of de Pc., die ons geheugen en ons brein beheert ; en anderzijds de materiele prikkels, die we van buitenuit (ook soms van binnen-uit) via onze zintuigen ontvangen .
---Alle substanties, die wij waarnemen of kunnen waarnemen, zouden aldus bestaan in de ruimte en in de tijd ? Dat zijn immers de voorwaarden à priori van hun 'er-zijn' .
---Maar de ruimte en de tijd zelf zijn echter slechts à priorismen in onze geest ...,volgens Kant al, die het verder ook had over de antinomieën van de ruimte en de tijd ...
---Zowel ruimte als tijd waren volgens Kant slechts 'vormen', ideeën en middelen tot het 'scheppen' of het ons voorstellen van alle substanties en zijnden ...
---Zo wordt onze cognitieve faculteit een 'monisme' van geestelijke interacties .
---En toch blijft een ander soort dualisme over ; een dualisme binnen de schoot van het ideeële en bewuste zelf ...
---Enerzijds de vormen, de empirische waarneembare objecten, de uiterlijkheden van de dingen, die zelf als ideeën er zijn en gepercepteerd worden ; en anderzijds het 'innere' der dingen - het innere van de materie en de substanties, dat verantwoordelijk is voor die vormen ; dat innere dat ook al volgens Kant niet kon gekend worden ; juist omdat het aan onze zintuigen voorbijgaat, en aldus transcendent is .
---Van dit 'innere der dingen' maakt de 'intellectus agens', -het goddelijke gedeelte van onze ziel volgens Aristoteles-, deel uit ...
---Als het uiterlijke en de vormen causaal ontstaan en weer vergaan ; is het innere vrij, niet gedetermineerd en oorzakelijkheid op-zich .
---De vormen, dus de dingen zelf, zoals ze aan ons verschijnen, zijn de werkingen van het 'innere' . Zo is ook de 'intellectus agens' in onze ziel of in ons brein het actieve gedeelte, dat de gegevens, die zich op de tabula rasa van ons geheugen ingeplant hebben, vrij bewerkt en verwerkt ...
---Zo zijn het innere en uiterlijke van de dingen toch 'één' ...En zo is ons cognitief systeem één en een wisselwerking tussen het transcendente innere en het empirische uitere, dat door en in dit innere zijn bestaan bezit .
---Er bestaat aldus een verhouding en noodzakelijke relatie -volgens Heidegger- van het ongekende substraat van alles, nl. het 'Sein' en het 'Dasein' (of het er-zijn) , dat er uit voortgekomen is .
---Enerzijds wordt een einde gemaakt aan dualismen zoals lichaam en ziel, materie en geest . Maar anderzijds is ook in de natuur van de dingen zelf een eigen dualisme aanwezig ; nl. het innere, dat m.i. 'bewuste-energie' moet zijn, en anderzijds het uiterlijke van de fenomenale objecten, die slechts als vormen of ideeën bestaan , en ontstaat uit dat 'innere' zelf ...
---Ook onze geest en onze verstandelijke faculteiten, zoals verstand en wil, zijn zodoende slechts één centrum van interactie van 'ideeën', wat die dan ook mogen wezen ?
--De moderne wetenschappen geven ons nieuwe visies op onze wereld en op onze identiteit . --De klassieke beelden van de cosmos en van het ego waren slechts deducties en conclusies van een oude logica, die stoelden op 'valse' praemissen van het fenomenale materialisme . --De nieuwe ideeën kwamen vooral uit de Quantum-fysica, maar ook uit ervaringen, die oosterse vormen van meditatie opleverden .
--Deepak Chopra ( India, 1947-geneesheer en filosoof ) zocht om oude indische, vedantische zegswijzen of Soetras te rijmen aan de meest moderne, wetenschappelijke inzichten van de Quantum-fysica en andere denkbeelden .
--Volgende Soetras zetten ons aan het denken ; en zijn een ware Yoga voor de geest :
* Het stoffelijke heelal en het stoffelijk lichaam, die ik met mijn zintuigen waarneem, zijn slechts één aspect van de realiteit .
* Alle stoffelijke dingen zijn opgebouwd uit atomen .
* Atomen zijn opgebouwd uit sub-atomaire deeltjes, die zich met de snelheid van het licht door de enorme lege ruimtes verplaatsen .
* Sub-atomaire deeltjes zijn geen stoffelijke dingen, ze zijn schommelingen van energie en informatie in een reusachtige lege ruimte .
* Sub-atomaire deeltjes schieten het bestaan in en uit, afhankelijk van de vraag, of ik ze waarneem, of niet .
* Voordat ik besluit sub-atomaire deeltjes waar te nemen, zijn ze waarschijnlijkheids-golven en wiskundige schimmen in een veld van oneindige mogelijkheden .
* Wanneer ik besluit de sub-atomaire deeltjes van de wiskundige schimmen waar te nemen, verstarren de schimmen tot 'tijd-ruimtelijke' gebeurtenissen of deeltjes, die zich manifesteren als materie .
* De wezenlijke aard van mijn stoffelijk lichaam en die van het ogenschijnlijk vaste heelal is onstoffelijk . Ze bestaan uit non-materie .
* Mijn zenuw-stelsel kan deze kwantum-gebeurtenissen niet uitwerken---; daarom decodeert het de 'soep' van energie en informatie tot 'stoffelijke' lichamen .
* Met mijn besluit een waarnemer te worden, creëer ik de ervaring van mijn stoffelijk lichaam en die van het stoffelijk heelal .
* Mijn hersenen zijn een sensor, die zich afstemt op een niet-plaatsgebonden alomtegenwoordig vibrerend veld van oneindige frequenties .
* Gedachten zijn belevingen . Misschien is de gedachte de denker in vermomming, en is de beleving de belever in vermomming .
* De Geest is de werkelijkheid .
* Geest en materie zijn één .
* De waarnemer en het waargenomene zijn één .
* De Geest is het onmeetbare potentieel van al wat is ; en hij is 'Ik' . Hij is het veld .
* Trillingen in het veld zijn gedachten in het bewustzijn = quantum-gebeurtenissen .
* Wanneer deze trillingen condenseren of verstarren ontstaat materie .
* Materie is de geboorte van deeltjes uit golven .
* Al wat bestaat is 'Ik' in interactie met 'mijzelf' ; terwijl ik mijzelf ervaar als geest, intellect, wil en materie .
* 'Ik' ben dat wat buiten, voor, en na alle vormen en verschijnselen is ..
* Het vereningd veld is het veld van de dimensieloze werkelijkheid . Het is de potentiele capaciteit van alle informatie-energie en materie in het heelal .
* Het verenigd veld is het bewustzijn van de natuur .
* Ik ben het veld, de 'zelf' en het deeltje ...
* Ik ben het 'bestaan' ...
* In mijn wezen ligt het Heelal .
* De wereld speelt sich slechts af als een verschijningsvorm van het 'bewustzijn' .
* Ik ben oneindig, onsterfelijk, en verlicht .
* Keer tot de diepste stilte en besef, dat ge de 'God ' bent ; de bron, die de totaliteit van de werkelijkheid voortbrengt, ordent en regelt ...
---Aldus Deepak Chopra ...
---Quid ? om over te filosoferen ? --Zijn deze soetras slechts poëtische ontboezemingen , of zijn ze vormen van New-age, exacte wetenschap of filosofie ?
--Men kan ze ridiculiseren, verifieren, accepteren ; maar men zal er zeker over speculeren, mediteren en meta-fysiceren .
--De moderne mens moet weer durven denken, en niet alleen 'zien' ; t.t.z. hij moet weer filosoferen, redelijke hypothesen maken ; en niet enkel 'zien' of menen te zien bij middel van wetenschappen of experimenten; want dit 'zien' zelf is soms ook wat troebel ...
---En tenslotte heeft de gedachte en de idee toch het laatste woord ...
--De voornaamste wetten van de fysica zijn misschien wel de : 'wet van behoud van energie' en de beroemde formule of wet van Einstein , E=mc2.
--Behoud van energie wil zeggen, dat de totale energie in een bepaald systeem of ruimte onveranderd blijft na gelijk welke omzetting of beweging er in die ruimte ook plaats zou vinden .
--E=mc2 zegt, dat energie gelijkwaardig is aan massa . M.a.w. massa of materie kan in een hoeveelheid energie omgezet worden, en vice-versa ...
--De Quantum-mechanica heeft Einstein gelijk gegeven en zijn formule bewezen .
--Men stelt vast, dat de kleinste sub-atomaire deeltjes weer verdwijnen in het niets als het ware ; een niets dat toch gelijkwaardig als energie blijkt te zijn aan in gedaante-veranderde materie-deeltjes . Ook hier wordt massa energie en omgekeerd ...
--Wat wij massa of materie noemen, is slechts een tijdelijke verschijningsvorm van energie.
--Einstein zelf beweerde, dat "de hele massa van een lichaam de uiting is van zijn inwendige energie" ...
--Misschien zijn wij zelf als mensen een vorm van 'energie'; en gezien de wet van behoud van energie en de gelijkwaardigheid van massa en energie, zijn we aldus ook wel eeuwig en onvergankelijk ? En misschien zijn we net als die sub-atomaire deeltjes slechts fenomenale gedaanten van onze eigen energie ; en kunnen we zowel als massa of als energie bestaan ?
--Wat drijft dan die energie om zich te openbaren als massa of materie en vice versa ?
--Is die energie in 'kennis' van die fenomenale gebeurtenissen en mutaties van energie naar massa en omgekeerd ?
--Of is die energie het 'bewustzijn' zelf, dat het substraat is van alle zijnden ?
--Bewustzijn op zich is immers niets anders dan energie of werking ; daar het ook niets anders is dan tegen- of voorstelling van subject tot object ...
--Is het een bewustzijn als energie met een wil en zelfs met een doel ?
--Is alles dan niet één 'bewuste' eenheid, waarvan ook wij deel van uitmaken, en ook ons 'behoud' in vinden ?
--Het is moeilijk steeds nieuwe onderwerpen aan te snijden , en ook om niet al te veel in herhaling te vallen ...
--'Inzicht in filosofie' is en was het doel van 'Visie op Filosofie' . --Dieper ingaan op de allerlaatste levensvragen, die de mens zich kan stellen, en die de wetenschap zelf niet kan oplossen ; zoals daar zijn :
Bestaat God wel ?- Hebben we een ziel ?- Wat blijft er van ons over na de dood ?- Is er een absolute moraal ? - Is de mens vrij in zijn denken en in zijn 'doen' ?- Heeft het leven en heeft alles een zin en een doel ?
--Al deze klassieke en ook primaire vragen zijn hier wel al eens aan bod gekomen, zij het rechtstreeks of op een indirecte wijze .
--En meestal werd getracht er een oplossing aan te geven ; er tevens van uitgaande, dat veel van die vragen zelf wel eens onjuist of verkeerd konden gesteld zijn ; of dat woorden als God - ziel - vrijheid - op zich reeds leiden tot vooroordelen ; en als verouderde en onpraktische begrippen nog in de meta-fysica en in de filosofie gangbaar zijn .
--Begrippen als Holisme-, Ietsisme-, en Supra-solipsisme werden hier de 'nieuwkomers', die voor de moderne mens meer aanneembaar kunnen zijn ; en ook tot meer bevredigende hypothesen en conclusies leidden .
--De onderwerpen waren ook uiteenlopend ; maar het doel of de strekking er van was steeds te verwijzen naar een 'reële , maar tevens 'transcendentale' grond of principe van onze fenomenale wereld en voor ons eigen 'ego' .
--Het besluit was steeds : "er is meer..." .
--Men moet er ook van uitgaan, dat meta-fysische vragen alleen kunnen beargumenteerd worden en meestal of nooit echt kunnen 'wiskundig' bewezen worden .
--Maar filosoferen blijft wel de meest hoogstaande bezigheid voor de mens ( advies ook van Aristoteles) ...
--Misschien is het wel onze plicht en ook ons doel ?
--In zijn rede van 5.2.06 te Antwerpen had dhr Matthias Storme het over de grote waarden of normen, die de Europese Unie vooropstelde als de pijlers van de nieuwe Europese Grondwet .
--deze waarden zijn : Vrijheid Gelijkheid Solidariteit Respect en Burgerschap ...
--Dhr Storme was het niet altijd eens met deze voorstelling ; en noemde de waarden te universeel, en niet passend bij een regio als Europa ...
--Zijn ze te universeel en te weinig zeggend ? Zijn ze slechts leuzen en geen normen ; maar slechts strijdkreten van de 'barricaden' van de franse revolutie ?
--En waar is bv. de christelijke invloed, die europa kenmerkt, gebleven ? Waar zijn de erfenissen van de klassieke Griekse en Romeinse kultuur ?
--Moeten de nieuwkomers in de Europese Unie niet voldoen aan de particuliere waarden, die er wel nog zijn in Europa ? Of moeten en mogen die nieuwkomers de waarden en levensnormen zelf naar willekeur invullen ?
--Moet voor die nieuwkomers bv.niet meer gelden, dat een echtpaar uit één man en één vrouw samengesteld is ?
--Of dat de man wel gelijkwaardig is aan de vrouw ; maar daarom nog niet gelijk is .
--Moet het bestaan van man of vrouw genegeerd worden, of moet de traditionele instelling van het huwelijk 'verketterd' worden door de zogezegde non-discriminatie wetten, die gelden voor homo's, lesbiennes, en nog andere ?
--Moet het respect voor het leven vervangen worden door het recht op abortus, euthanasie ..?
--De verplichting tot ruimte voor 'vrijheid', leidde tot een morele leegte .
--Niet de vrijheid van godsdienst of filosofie is verkeerd ; maar de vrije morele keuze is verkeerd ...
--De vrijheid mag niet vervangen worden door de ideologie van de non-discriminatie .
--Verschil van mening is blijkbaar niet meer toegelaten in Europa . En enkel de 'mensenrechten' komen blijkbaar nog aan bod .
--Quid ??? Terechte of on-terechte opmerkingen en bezwaren ?
--Zijn de nieuwe waarden eerder strijdleuzen en pamfletten dan passende morele of ethische waarden en normen ?
--Feit is dat Europa Europa moet blijven ; en niet mag wegebben in een zee van een nietszeggende universaliteit, die tot een waar moreel-nihilisme leidt ...
-Stoffelijke materie, zien we als objecten of substanties . Substanties, de dingen dus, kennen we als vormen en hun inhouden ; of liever als inhouden en hun vormen .
-Wat zijn vormen ? Volgens Aristoteles waren vormen ideeën ; ideeën van 'zijnden' . Vormen of 'lichamen' van substanties kunnen we verder ontleden in vlakken, lijnen en tenslotte in punten .
-De punt is op zich een 'niets' een 'nihil' ; want wat meer is dan de punt moet men reeds een vlak of zelf een volume noemen .
-Maar ook de lijn is op haar beurt een nihil . Ze is de verbinding tussen twee punten, dus tussen twee nietsen . Sommigen zien de lijn als een verzameling of een juxta-positie van punten, dus weeral van nietsen .
-Het vlak ontstaat door een verbinding van rechte lijnen tussen minimum drie punten . De oppervlakte zelf is slechts een onwezenlijke grens van een 'lichaam' of een vorm, dus een stoffelijk niets; die men slechts als 'idee' kan begri!jpen .
-Lichamen en vormen van substanties zijn slechts immateriele vormen of liever ideeën .
-Ook de inhouden van de substanties kan men zich onmogelijk empirisch voorstellen .
-Bij het 'indringen' in iedere vorm of lichaam komt men voor een nieuwe vorm te staan . Slechts de buitenkant van de dingen kan men waarnemen en begrijpen . Ook als men de kleinste sub-atomaire deeltjes zou splitsen, zouden we slechts op nieuwe vormen van die gedeelde deeltjes stuiten . We blijven steeds aan de buitenkant ...
-'Het innere der dingen' kunnen we echt niet kennen ; en Kant had dat juist gezien ...
-Dit 'innere' begrijpen als een 'energie' blijft eveneens vaag ; want energie-in zijn 'materiele' zin- is slechts waar te nemen of voor te stellen als een vorm van beweging ; en beweging is een plaatsverandering van substanties, atomen of electronen .; dus van stoffelijke nietsen ...Materie zien als 'golven' is evenmin evident ; want...als golven waarvan ??? - Quid ?
-Zowel vorm als inhoud zijn aldus stoffelijke 'nihils' ; en substanties kunnen slechts als ideeën of voorstellingen begrepen worden en bestaan .
-En toch 'kennen' of ontmoeten we de dingen als quasi 'materiele' substanties ; maar deze zijn dan slechts als het ware verschijningsvormen van uit een transcendente-bewuste-energie; die wij niet echt kunnen kennen .
-En die bewuste-energie, misschien wel te vergelijken met de 'Wil' (die Wille) van Schopenhauer, moet men begrijpen als het enige absolute ; zoals de eeuwige wetten van de logica of de wiskunde dat zijn ...
-Naast die eeuwige logische wetten, die ook in de natuur heersen, is alles contingent, afhankelijk ; en is dus voortgekomen uit die 'bewuste-energie' en logica, die eenheid, die het substraat van alles moet zijn .
-Die bewuste logica 'schept' als het ware alles in zijn 'voorstelling vanuit het 'niets', de punt zelf, het ego-centrum, dat verder door juxta-posering van deze punten of nihils alle 'zijnden' evolueert .
-Want bewustzijn is niets anders dan 'voorstelling' . En het 'moeten zijn' van de absolute logica is tevens de 'Wil' en de aanzet tot dit alles .
-"De Wereld als Wil en Voorstelling".."Het denken van het denken"... ?
-Gezien onze beperktheid, en onze deelname aan die evolutie is 'dieper inzicht' in dit alles onmogelijk;
"Waarover men niet kan spreken, moet men zwijgen".
--Ludwig Wittgenstein publiceerde in 1922 zijn "Tractatus logico-philosophicus" , een geschrift, dat hij op losse blaadjes gedurende de 1e wereldoorlog, als soldaat, had neergepend .
--Het is een gedrongen, nummeriek stelsel, dat zowel over kennis-theorie, over taal als over meta-fysica zelf gaat .
--Hij schrijft als volgt :
onder Nr 1. .;"De wereld is al wat gebeurt.."
" Nr 1.1 : "De wereld is het geheel van feiten, niet van dingen ."
" Nr 1.1.3 : "De feiten van de logische ruimte vormen de wereld".
" Nr 1.2.:"Hetgeen gebeurt, het feit, is het bestaan van de toestanden van de dingen."
, enz.
tot hij tenslotte onder
Nr 7. zegt :" Waarover men niet kan spreken, moet men zwijgen".
-- In één klap verklaart hij zijn vorige stellingen als onzin.. ? -- Quid ? werd meta-fysica ineens zinloos voor Wittgenstein ? Misschien wel, en misschien niet ...
--Wittgenstein was echter niet zinloos geworden ...
--Volgens hem moest filosofie het denken verhelderen, en dat door de proposities van de taal te verhelderen . --Maar juist door dit verhelderen, komt aan het licht, dat bv. wiskunde en logica 'tautologieën" zijn ; t.t.z., ze zijn één logische eenheid, die emaneert in 'identieke' eenheden ...
--Zag Wittgenstein dat als een vorm van 'solipsisme' ? En zag hij alles als één realiteit, die enkel bestaat binnen de vormen en wetten van die ene logica ? --Een realiteit, een wereld, die slechts uit feiten samengesteld is; en niet uit dingen . En verder, dat het 'objecten' van 'subjecten' zijn, die de 'substanties' van de wereld vormen ...
--Conclusie : Filosofie is meer dan een taal-spelletje ; en
"Waarover men niet kan zwijgen, moet men spreken" ...
--'Zijn' is het meest transcendent begrip uit de meta-fysica . --'God' heeft hetzelfde praedikaat op theologisch gebied dan .
--Zijn en God, de meest transcendente begrippen . --Misschien is God wel het Zijn zelf ?-- 'Deus est Esse' .
--Het 'zijn' zelf is onbepaalbaar . Al het empirische neemt deel aan het 'zijn' . En het 'zijn' is dan als het ware het substraat ervan . Maar wat het eigenlijk is, blijft een raadsel .
--Zo is ook het begrip 'God' ; - hoe men de godheid ook voorstelt- Hij of Het blijft een grote onbekende . Men zou er zelfs een tekort aan doen om zowel God als het Zijn te definieren of te bepalen ; daar dit een beperking van het 'absolute' zou zijn .
--Het Zijn kan men enkel voorstellen door en in de 'zijnden', die we in onze fenomenale wereld ontmoeten . Zijnden, die steeds in de ruimte en in de tijd verschijnen ; maar ook vertoeven in het 'zijn' zelf.
--Ruimte en Tijd bestaan slechts als ideeën in ons bewustzijn of verstand ;- volgens Kant's antinomieën en à priorismen .. --Zo moet het de 'zijnden' dan ook vergaan in die ruimte en tijd ...
--Zijn 'zijnden' slechts ideeën, en is het 'zijn' dan een potentieel veld van zijnden, die dan zelf de 'hic et nunc'-acten er van moeten zijn ? Zo verlaten act en potentie elkander niet ...
--God als schepper zien, is ongeveer hetzelfde ... God, het 'zijn zelf', die de schepselen als zijnden actualiseert of creëert .
--De grote fout, is God en ook het Zijn zowel te personaliseren of te bepalen ...; alhoewel het moeilijk is, om anders te 'doen' en te denken ...
--Het is enkel een 'beperking' vanuit het Zijn zelf, dat de zijnden doet 'zijn' .
--Zo vergaat het ook de God van de Kabbala, die in eigen beperking en concentratie, het ZIMZUM van de fenomenale wereld voortbrengt .
Drie spirituele pareltjes uit de Nederlandse letterkunde . - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - ---Filosofie en poëzie kunnen hand in hand gaan ; en elkander bevestigen .
------ Zo hebben wij :
-van Frederik Van Eeden ---------------------
De Waterlelie
Ik heb de witte waterlelie lief, Daar die zo blank is, en zo stil haar Kroon uitplooit in 't licht .
Rijzend uit donker-koelen vijvergrond Heeft zij het Licht gevonden en ontsloot Toen blij het gouden hart.
Nu rust zij peinzend op het watervlak, En wenst niet meer .
-Analyse : "het Licht gevonden" ;.... het licht dat slechts schaduwen vertoont ?
"en wenst niet meer " :... kan men tevreden zijn met een vorm van "ietsisme" ? ... - - - - - - - - - - -
-van Guido Gezelle -------------------
Als de Ziele luistert ..
Als de ziele luistert, spreekt het al een taal dat leeft; 'T lijzigste gefluister ook een taal en teken heeft . Blaren van de bomen kouten met elkaar gezwind .
Baren in de stromen klappen luide en welgezind . Wind en weer en wolken, wegelen van Gods heiligen voet . Talen en vertolken 't diep gedoken woord zo zoet .
- Analyse ; ..."spreekt het al een taal...", wijst misschien op een zeker 'holisme' in de natuur en in alles ? ...eenheid in de veelheid ? - - - - - - - - - - - - - - -
-van Willem Kloos ----------------
Sonnet
--Ik ben een God in het diepst van mijn gedachten ; En zit in 't binnenste van mijn ziel ten troon . Over mijzelf en 't al, naar rijksgeboôn Van eigen strijd en zege, uit eigen krachten...., enz ...
-Analyse : ..: "Ik.." als idee, het enige 'absolute'..., leidt tot een vorm van solipsisme en Supra-solipsisme ... - - - - - - - - - - - - -
Conclusie : - - - - - - - - -
---Filosofie blijft de meest verheven bezigheid en taak voor de mens ...
---Filosofie leert ons relativeren en geeft een juister inzicht in de 'dingen' en in de 'feiten' .
---Filofosie geeft tenslotte rust en voldoening .
Meer moet dat niet zijn .... Prettige vacantie ...
--Zeno was een leerling van Parmenides . En Parmenides zelf zag alles als één 'zijn', en niet als één 'worden' ; en dit in tegenstelling met Heracleitos, voor wie alles slechts één 'worden' was - "Panta Rhei"...
--Beroemd of berucht zijn de paradoxen van Zeno : bv. Achilles en de schildpad, of de Vliegende Pijl .
--Volgens Zeno kon Achilles in een loopwedstrijd met de schildpad deze nooit inhalen . --Achilles, die een achterstand van 10 m. had op de schildpad liep 10 x sneller dan deze . --Nu als Achilles na 1 sec. de eerste 10 m; heeft afgelegd, dan heeft de schildpad 1 m. doorlopen . Maar als Achilles op het vertrekpunt komt van de schildpad, is deze dan al die 1 m. verder . Zo gaat het verder ; als Achilles die 1 m. aflegt, dan is de schildpad weeral 10 cm. verder op ; en zo gaat het verder en verder tot in het oneindige . M.a.w. een achterstand blijft er steeds . --Dit toont ons de mathematische logica en onze manier van logisch denken . Maar in de praktijk zien wij dit echter enigszins anders . We weten, dat Achilles de schildpad vlug zal ingehaald hebben en achter zich zal laten . Immers na 2 sec. zal Achilles reeds 20 m. afgelegd hebben en de schildpad slechts 2 m. --Is hier dan sprake van 2 soorten 'denken' ? Of wat scheelt er aan die logica ?
--Wat is de oorzaak van deze discrepansie in het 'denken' tussen de logica en de realiteit ,
--Eeuwen bleef dit een van eigenaardigste en boeiendste problemen van de filosofie . --Velen hebben naar een verklaring en oplossing gezocht van dit schijnbaar dom of belachelijk probleem . --Aristoteles trachtte het op te lossen met zijn theorie van 'act en potentie'; door te stellen dat oneindige deelbaarheid 'in potentie' niet oneindig kon zijn 'in act'. --Maar zeer afdoende was die oplossing niet voor de meeste latere filosofen ...
--Tot dat men via de Quantum-theorieën eindelijk tot een redelijke oplossing kwam ; nl. door te stellen, dat net zoals energie of licht, die zowel als golven of als quanta kunnen bestaan , ook de ruimte en de lengte uit quanta konden bestaan . Quanta, die dan niet verder meer deelbaar waren . En misschien verschijnen alle 'dingen' wel onder vormen van quanta .?
--Net zoals Democritos dacht, dat er ondeelbare atomen waren, moet of kan men deze opinie misschien herzien en aannemen, dat er ondeelbare deeltjes of quanta bestaan ; en dat deze quanta ondeelbaar zijnde, ook niet meer van 'materiele' aard konden zijn, immers al wat materie is, kan wel tot in het oneindige gedeeld worden .
--Deze quanta van ruimte en lengte zouden de oplossing worden voor de paradoxen van Zeno en van het raadsel van Achilles en de schildpad . --Achilles zou de schildpad kunnen benaderen tot op 1 quantum-lengte . En deze laatste quantum-lengte zou hij dan in éénmaal overbruggen, daar deze geen 'reeële' lengte meer is, maar een ondeelbare quantum-lengte . En aldus zou hij de schildpad voorbijsteken . En daar zijn snelheid 10 x vlugger is dan de schildpad, zou hij deze quantum-lengte 10x sneller overschrijden en de schildpad steeds verder achter zich laten . --Quid ??? --Deze quanta zelf ontsnappen echter aan de menselijke waarneming .
--Ook de 'Vliegende Pijl', die schijnbaar volgens Zeno niet beweegt, daar hij ieder moment op zijn plaats in rust verkeert, is een paradox..., die de quanta misschien ook wel kunnen oplossen ?
--Misschien is de beweging van de pijl niets anders dan een 'beelden-film' van stilstaande beelden, die in massa in onze geest voorbij-flitsen , en waarvan ieder beeld van de beweging in feite slechts één onzichtbare quant in lengte of ruimte van het vorige verschilt En zo de schijn van beweging opwekt . ---Quid ???
--Misschien is de werkelijkheid, zoals wij die menen te kennen, dan toch slechts een aan ons gegeven voorstelling, of enkel een fenomeen van de absolute realiteit ?
--Wijzen deze paradoxen dan in ieder geval niet op een breuk tussen de absolute realiteit en het beperkte menselijk denken ; en ook niet tussen 'onze werkelijkheid' en het absoluut mathematisch denken ?
--Wat is denken ; wie of wat denkt ; en wat zijn gedachten ? --Meta-fysische vragen van het allerhoogste niveau door de eeuwen heen ...
--Meningen van filosofen :
--Volgens Parmenides was 'denken=zijn', en 'zijn=denken' . Dit is vatbaar voor veel interpretaties ; en is op zich zeker niet vreemd aan een vorm van transcendentie, zowel van het denken als van het zijn .
--Voor Heracleitos was alles altijd in beweging of in verandering ; en wel onder invloed van de Logos , die alles ordent in een dialectische vooruitgang . De Logos, een denken achter en in de 'realiteit' ?
--Plato nam aan, dat in deze wereld alles deelnam aan de 'eeuwige Ideeên-wereld' ; de ideeën als enige absolute 'zijnden' . Is die Ideeên-wereld de 'trancendente intelligentie' en principe van alle wereldlijke 'zijnden' of gedachten ?
--Volgens Aristoteles bevatte de 'ziel' een 'intellectus agens', die van buiten-uit in de foetus van de mens werd ingebracht -als een deel van de 'god zelf' .Deze 'intellectus agens' zag hij als het ordenend principe van alle naar binnen gekomen impressies van de zintuigen. Dit was dan 'denken' .
--Descartes zei ; "je pense, donc je suis" ; waarvan het "je pense", het denken dus, de eerste en ook enige zekerheid is. Enkel het denken of de gedachte kan ons enige zekerheid van 'bestaan' geven ; al het overige is of bestaat gratie het denken ... Wie of wat denkt of wat de gedachte is, blijft een geheim .
--Ruimte en tijd waren voor Kant à priorismen in ons verstand; en waren de vormen en de voorwaarden voor ons denken .
--Kant verklaarde het 'innere der dingen' nooit te kunnen kennen ; maar Schopenhauer loste dit 'probleem' op door te stellen, dat de 'Wil' als het innere van alles moest gezien worden . Die Wil was ook de aanzet tot het 'voorstellen' van de 'wereld' . Zie zij hoofdwerk : "De wereld als wil en voorstelling" . Voorstelling als het absolute 'denken' .
--Voor Hegel was 'alles' een evolutie van de 'Absloute Idee' .. Bedoelde hij hier waarschijnlijk, dat alles gelegen was in één 'absoluut denken' .?
--Sartre maakte onderscheid tussen een 'en soi' en een 'pour soi' . Het 'zijn' van de dingen was het 'en soi' ; en het bewustzijn, het denken, was het 'pour soi' .
--Besluit : 'Denken' werd steeds gezien als een transcendente act ; en geeft in alle filosofische systemen aanleiding tot een vorm van 'idealisme' ; daar 'denken' , gedachte en object, dat gedacht wordt, veelal niet te scheiden zijn ...
--Hieromtrent van Aristoteles nog het volgende : uit zijn hoofdwerk : de "Meta-fysica"- en topper, boek "Lambda" lezen wij :
" Het denken denkt zichzelf, omdat dit immers het beste is ; en zijn gedachte is de gedachte van de gedachte ....; (verder) en omdat in alle gevallen er geen sprake is van stof, het gedachte niet iets anders is dan de denkende geest, zullen ze hetzelfde zijn, en zal de gedachte geheel één zijn met het gedachte ... De denkende Geest denkt zichzelf krachtens zijn deelname aan wat gedacht wordt ; zodat de denkende Geest en het gedachte hetzelfde zijn ...; (verder) : de Onbewogen Beweger moet goddelijk zijn , en zijn voornaamste bezigheid is zeker het 'denken' ..."
--Visie : 'Denken' is als het ware een ordinator in ons brein, die alles wat via onze zintuigen werd ontvangen, ordent en 'vrij' verwerkt tot ideeën, denken en handelen .
--En die enigszins 'vrije' verwerking bewijst de 'transcendentie' van het 'denken' ...
--In de natuur, de wereld, of de cosmos, alsook in de wereld van de psyche, de ziel of het brein is beweging een opvallend en zelfs een overheersend verschijnsel . --Beweging als fenomeen moet men begrijpen als iedere verandering of zelfs als iedere 'act', die zich manifesteert, zowel in de cosmos buiten ons, als in de eigen microcosmos van onze geest of ziel . --In de natuur kan men iedere beweging zien als een verplaatsing of verandering in de ruimte, die ook in de tijd zijn beloop vindt ; iedere van deze verplaatsingen kent of heeft een oorzaak, die de beweging zus of zo, van links naar rechts, van boven naar onder, aanzet en voltooit . --Ieder bewegend object kan ook zelf als causaliteits-beginsel dienen en een nieuwe 'reeks' moties of bewegingen doen ontstaan . --Men kan bewegingen zien als een louter 'hotsen en botsen' van objecten . Maar Aristoteles in wiens boek "De Fysica" het hoofdzakelijk over de beweging gaat, ging er van uit, dat voor iedere beweging een 'eerste beweger' of grondoorzaak was ; een beweger, die dan zelf onbewogen moest zijn ; en die noemde hij 'God' . De God die de wereld beweegt, zoals ' het beminde de minnaar beweegt'... en als een 'verlangen' . --De oorzaak van iedere beweging was een zuivere 'act', die enigszins zelf buiten het bereik van de natuur lag . Die zuivere act was de God, de onbewogen beweger . --De 'kwestie' van de eerste onbewogen beweger behandelde Aristoteles in zijn laatste boek van zijn werk over "De Fysica". --De Eerste beweger zag hij hier niet zozeer als een 'geestelijke' oorzaak ; maar enkel als een ongekende fysische aanzet tot verandering of beweging ; --In zijn boek "Lambda", deel van "De Meta-fysica",is dit wel het geval ; waar hij een geestelijk principe zowel de oorzaak van de beweging als de reden van het 'zijn'zelf toekende aan de substanties en aan hun bewegingen . --Zo gezien was zijn verhandeling over de "Meta-fysica" een voltooiing van zijn werk over "De Fysica" . --Aristoteles beweerde eveneens, dat de 'beweging' in zijn geheel eeuwig was, daar de tijd zelf slechts als eeuwig kon gedacht worden, dus zonder begin of einde ; en daar deze zelf beschouwd werd als de 'maat' van de beweging, veronderstelde Aristoteles de beweging op haar beurt als eeuwig . --Maar toch kon Aristoteles niet aanvaarden, dat geen eerste oorzaak de aanstoot zou gegeven hebben aan alles . Die eerste oorzaak moest bijgevolg eeuwig zijn net als de beweging zelf ; maar moest ook zelf 'onbewogen' zijn als beweger . --Voor Aristoteles was die eeuwige beweging van circulaire aard ; daar deze beweging de meest volmaakte was, in tegenstelling met de rechtlijnige beweging, die ergens op aarde moest beginnen om in de hemel te eindigen . Die eeuwige circulaire beweging is dan ook terug te vinden in de hemelsferen, de zonnen, de sterren en de planeten, die steeds in cirkelvormige banen rondcirkelen . --Thans in onze moderne wetenschappen zien we ook hetzelfde fenomeen in de atomaire wereld, waar electronen eveneens in regelmatige banen rond hun atoom-kernen rondcirkelen .
--Maar Aristoteles zag ook de ziel als een 'onbewogen beweger' . Van de ziel beschouwde hij een deel als 'transcendent' ,nl. de 'intellectus agens' . --Dat gedeelte van de ziel, was niet afkomstig was van de sperma van de vader, noch via de moeder meegegeven aan de foetus bij de geboorte of verwekking ; maar werd nadien van 'buitenuit' als door 'de deur' in de foetus naar binnen gebracht ; als een deel van de godheid zelf . --De ziel of liever dit gedeelte ervan 'de intellectus agens' bewoog door 'begeerte of verlangen'- Zie het boek "Over de Ziel" van Aristoteles. --Deze begeerte of wil zette de mens aan tot denken, en tot handelen naar het 'gewilde of verlangde' toe . --Over de werkelijke inhoud van die 'zwarte doos'- de intellectus agens, heeft Aristoteles zich nooit volledig uitgesproken of volledig kunnen beschrijven . --Maar hier ook, ontstond beweging vanuit een rust-toestand; of liever vanuit een 'geestelijk' principe , net zoals in de grote cosmos ...
--Lamettrie in zijn werk "De mens een machine" zag de ziel als een mechanische beweger, die slechts bewogen werd, en de beweging verder zette in de hersenen . Hij aanvaardde slechts een inter-actie van senso-receptieve en senso-motorische prikkels en bewegingen, die na een zekere concentratie van energie omgezet werden in denken en daarna in handelen . --Aldus werd de ziel hier herleid tot een loutere 'translatoire omzettingsmachine'.. --Van een vrije wil, die ongedetermineerd handelt, kon aldus geen sprake meer zijn . Hier kon ook geen sprake meer zijn van moraal, verantwoordelijkheid, initiatief, intentie ,of zelfs van een waardig mens-zijn . --En hier blijft dan niets meer over van de ziel als onbewogen beweger ?
--Maar toch heeft men er zich nadien niet helemaal van ontdaan van die 'transcendente' 'intellectus agens' -zij het dan onder andere gedaanten ... --Er moest een 'vrije stuurman' blijven, die het schip leidde over de baren van senso-receptieve bewegingen van de zintuigen en van de inwendige prikkels ; om die dan verder te centraliseren, te abstraheren tot begrippen, ideeën en later om te vormen tot denken en handelen .
--Die ziel is aldus een 'eerste beweger' die net als de eerste beweger in de cosmos aanzet tot bewegen uit 'liefde of verlangen naar'...En deze 'begeerte' is dan ook de enige echte oorzaak van iedere vrije beweging ; die steeds ontstaat uit een vrije wil ; en vanuit een toestand van rust en een 'niets' tot act en actie overgaat . --Misschien moet men het wel zo zien, dat er slechts één Wil is, waarvan onze eigen wil een tijdelijk aandeel is ; en misschien is die Wil wel het substraat van al wat is .
--Nu terug naar het fenomeen van 'beweging' zelf . Wat betekent beweging inhoudelijk ? Dit is niet duidelijk, net zoals het begrip 'energie' . Beweging kan men slechts zien en begrijpen in relatie tot het 'andere' . --Ook de relativiteits-theorie heeft ons nieuwe inzichten gegeven in de beweging . Wat beweegt immers ? Is het de pijl, of is het zijn omgeving, die voortsnelt ?
--Voor Parmenides en Zeno bestond echter geen beweging, alles 'was' ; terwijl Heracleitos enkel beweging en worden aannam, voor hem was er geen 'echt zijn' .
--Misschien is beweging, die slechts in de ruimte en in de tijd kan plaatsvinden, ook slechts te zien als een 'à priorisme' van en in onze geest ; net als de ruimte en de tijd zelf dit zijn (vlgs Kant) .
--En misschien is de beweging zelf, na tenslotte door een transcendente oorzaak en onbewogen beweger veroorzaakt te zijn, niets meer dan een 'flits' in onze geest ? Valère--
Ik ben Valère De Brabandere
Ik ben een man en woon in Tielt (België) en mijn beroep is gepensioneerde ambtenaar.
Ik ben geboren op 27/02/1935 en ben nu dus 90 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: o.a. filosofie.