---Filosofie en meta-fysica zijn vooral een zoeken naar het onbekende, het mysterieuze, naar wat de wetenschap zelf niet kan vinden .
--Cyriel Verschaeve -priester, dichter, redenaar en filosoof, - niet overal geprezen, om andere redenen dan -..., had het in een redevoering van 1920 over het 'mysterie' en onze houding, die we kunnen aannemen tegenover het mysterieuze . ---Hier volgen enige typische uittreksels ter overweging...,...en meer niet ...
*...donker is 't eerst ; nog voor de dag heerst...
*..'t licht is zwak ; 't donker geweldig..
*..'t gebied van 't verlichte is klein, datgene van 't in duister gedompelde is ontzagelijk groot...
*..'t gekende ligt beperkt binnen enge palen ; 't ongekende ligt zonder perken uitgestrekt...
*.. en over 't ongekende heen, en midden in 't hart der dingen schuilt dan nog ' t onbekende, 't echte mysterie ..
* Ik zal het mysterie voor U niet ophelderen ; maar trachten met enkele vragen te benaderen : a) Waaruit komt het mysterie voort ? b) Wat is onze houding tegenover het mysterie ? c) Wat betekent het mysterie voor onszelf ?
* a) Het mysterie komt vooral uit onze stoffelijkheid voort ; dus niet uit onze diepte, die de ziel is ; maar uit de oppervlakte, die ons lichaam is .
* Dit blijkt duidelijk uit onze wanverhouding tot de wereld ...
* We zijn te klein en te groot : te klein voor de oneindige natuur ; en te groot voor de micro-natuur ...
* In de oneindige verte van het grote ; en in de nabijheid van het kleine blijft het geheim bewaard .
* We zijn een nietig schakeltje tussen twee eindeloosheden .
* Onze stoffelijkheid is dus de oorzaak van het mysterie ...
* b) oplossing : onze houding tegenover het mysterie : Het stoffelijke bekampt men niet met stoffelijke oplossingen ; maar met geestelijke oplossingen .
* Mijn oog ziet slechts één punt in scherpe duidelijkheid, en daaromheen een groot veld van verstrooidheden ...; waarom zou mijn geest anders aangelegd zijn ?
* Kardinaal Newman.. bad aldus tot God :.. om geen klaarte, die 't heelal verlicht , maar om genoegzaam licht om de volgende stap te kunnen zetten...
*... recht in het donkere, om klaarte te vinden over het donkere ...
* Recht door de paradoxen : "..de duisternis van het mysterie is het Goddelijk licht "...
* c) Wat is de betekenis van het mysterie voor ons ?
* Ik ben een ziel omspoeld door oneindigheid "gnoti seauton" klinkt het in het grieks : of "ken je zelf" ....
* Ik ben een stofje omgeven van onbegrensde grootheid ; dat is mijn plaats ...Wat mij omvat, kan ik zelf niet omvatten ...
* Die oneindigheid omspoelt mij niet alleen ; maar zet al mijn hartstocht, mijn droom, mijn werkkracht en heel mijn diepste menselijk wezen naar haar toe in beweging ...
* ...ben ik klein en is zij ongemeten ; 't doet er niet toe : er is een betrekking, een band en een aantrekking tussen ons ; dus ook een gelijkenis ...
* Al het gelijkende streeft naar 'eenheid' en vereniging .
*Het mysterie is geen donkere poort, maar een hoop en een verwachting van liefde .
* Is Liefde ook niet de enige reden, die God tot zijn schepping dreef ?
dixit Cyriel Verschaeve,
---In die laatste zin ligt m.i. gans het mysterie verborgen... Immers vraag blijft wel ; wat is God ? wat is Schepping ? wat is Liefde ?
---Heeft het mysterieuze te doen met het niet-stoffelijke- het geestelijke- wat dit ook moge wezen ?
---En kan men aan het stoffelijke voorbijgaan en het ontkennen, om het mysterie in het licht te zetten ?
Contradictie of Dualisme in het Cognitief Systeem ?
Eet ons Cognitief systeem van twee walletjes ?
---"Nihil est in intellectu, quin prius fuerit in sensu" .
---Alles wat in ons brein, onze geest of in ons geheugen opgeslagen is, werd via onze zintuigen binnen gebracht . Zo denkt men reeds sedert de Griekse oudheid ...
---Dat laat vermoeden, dat we enerzijds gecentraliseerd zijn in ons 'ego' ; en dat er anderzijds het 'alter-ego' en de externe materiele wereld bestaan ; waarmede het ego dan in relatie staat .
---Zodoende is ons cognitief systeem dualistisch van aard ? Een ego en een niet-ego ? Of geest en materie ?
---Zo zijn er de 'intellectus agens', de ordinator of de Pc., die ons geheugen en ons brein beheert ; en anderzijds de materiele prikkels, die we van buitenuit (ook soms van binnen-uit) via onze zintuigen ontvangen .
---Alle substanties, die wij waarnemen of kunnen waarnemen, zouden aldus bestaan in de ruimte en in de tijd ? Dat zijn immers de voorwaarden à priori van hun 'er-zijn' .
---Maar de ruimte en de tijd zelf zijn echter slechts à priorismen in onze geest ...,volgens Kant al, die het verder ook had over de antinomieën van de ruimte en de tijd ...
---Zowel ruimte als tijd waren volgens Kant slechts 'vormen', ideeën en middelen tot het 'scheppen' of het ons voorstellen van alle substanties en zijnden ...
---Zo wordt onze cognitieve faculteit een 'monisme' van geestelijke interacties .
---En toch blijft een ander soort dualisme over ; een dualisme binnen de schoot van het ideeële en bewuste zelf ...
---Enerzijds de vormen, de empirische waarneembare objecten, de uiterlijkheden van de dingen, die zelf als ideeën er zijn en gepercepteerd worden ; en anderzijds het 'innere' der dingen - het innere van de materie en de substanties, dat verantwoordelijk is voor die vormen ; dat innere dat ook al volgens Kant niet kon gekend worden ; juist omdat het aan onze zintuigen voorbijgaat, en aldus transcendent is .
---Van dit 'innere der dingen' maakt de 'intellectus agens', -het goddelijke gedeelte van onze ziel volgens Aristoteles-, deel uit ...
---Als het uiterlijke en de vormen causaal ontstaan en weer vergaan ; is het innere vrij, niet gedetermineerd en oorzakelijkheid op-zich .
---De vormen, dus de dingen zelf, zoals ze aan ons verschijnen, zijn de werkingen van het 'innere' . Zo is ook de 'intellectus agens' in onze ziel of in ons brein het actieve gedeelte, dat de gegevens, die zich op de tabula rasa van ons geheugen ingeplant hebben, vrij bewerkt en verwerkt ...
---Zo zijn het innere en uiterlijke van de dingen toch 'één' ...En zo is ons cognitief systeem één en een wisselwerking tussen het transcendente innere en het empirische uitere, dat door en in dit innere zijn bestaan bezit .
---Er bestaat aldus een verhouding en noodzakelijke relatie -volgens Heidegger- van het ongekende substraat van alles, nl. het 'Sein' en het 'Dasein' (of het er-zijn) , dat er uit voortgekomen is .
---Enerzijds wordt een einde gemaakt aan dualismen zoals lichaam en ziel, materie en geest . Maar anderzijds is ook in de natuur van de dingen zelf een eigen dualisme aanwezig ; nl. het innere, dat m.i. 'bewuste-energie' moet zijn, en anderzijds het uiterlijke van de fenomenale objecten, die slechts als vormen of ideeën bestaan , en ontstaat uit dat 'innere' zelf ...
---Ook onze geest en onze verstandelijke faculteiten, zoals verstand en wil, zijn zodoende slechts één centrum van interactie van 'ideeën', wat die dan ook mogen wezen ?
--De moderne wetenschappen geven ons nieuwe visies op onze wereld en op onze identiteit . --De klassieke beelden van de cosmos en van het ego waren slechts deducties en conclusies van een oude logica, die stoelden op 'valse' praemissen van het fenomenale materialisme . --De nieuwe ideeën kwamen vooral uit de Quantum-fysica, maar ook uit ervaringen, die oosterse vormen van meditatie opleverden .
--Deepak Chopra ( India, 1947-geneesheer en filosoof ) zocht om oude indische, vedantische zegswijzen of Soetras te rijmen aan de meest moderne, wetenschappelijke inzichten van de Quantum-fysica en andere denkbeelden .
--Volgende Soetras zetten ons aan het denken ; en zijn een ware Yoga voor de geest :
* Het stoffelijke heelal en het stoffelijk lichaam, die ik met mijn zintuigen waarneem, zijn slechts één aspect van de realiteit .
* Alle stoffelijke dingen zijn opgebouwd uit atomen .
* Atomen zijn opgebouwd uit sub-atomaire deeltjes, die zich met de snelheid van het licht door de enorme lege ruimtes verplaatsen .
* Sub-atomaire deeltjes zijn geen stoffelijke dingen, ze zijn schommelingen van energie en informatie in een reusachtige lege ruimte .
* Sub-atomaire deeltjes schieten het bestaan in en uit, afhankelijk van de vraag, of ik ze waarneem, of niet .
* Voordat ik besluit sub-atomaire deeltjes waar te nemen, zijn ze waarschijnlijkheids-golven en wiskundige schimmen in een veld van oneindige mogelijkheden .
* Wanneer ik besluit de sub-atomaire deeltjes van de wiskundige schimmen waar te nemen, verstarren de schimmen tot 'tijd-ruimtelijke' gebeurtenissen of deeltjes, die zich manifesteren als materie .
* De wezenlijke aard van mijn stoffelijk lichaam en die van het ogenschijnlijk vaste heelal is onstoffelijk . Ze bestaan uit non-materie .
* Mijn zenuw-stelsel kan deze kwantum-gebeurtenissen niet uitwerken---; daarom decodeert het de 'soep' van energie en informatie tot 'stoffelijke' lichamen .
* Met mijn besluit een waarnemer te worden, creëer ik de ervaring van mijn stoffelijk lichaam en die van het stoffelijk heelal .
* Mijn hersenen zijn een sensor, die zich afstemt op een niet-plaatsgebonden alomtegenwoordig vibrerend veld van oneindige frequenties .
* Gedachten zijn belevingen . Misschien is de gedachte de denker in vermomming, en is de beleving de belever in vermomming .
* De Geest is de werkelijkheid .
* Geest en materie zijn één .
* De waarnemer en het waargenomene zijn één .
* De Geest is het onmeetbare potentieel van al wat is ; en hij is 'Ik' . Hij is het veld .
* Trillingen in het veld zijn gedachten in het bewustzijn = quantum-gebeurtenissen .
* Wanneer deze trillingen condenseren of verstarren ontstaat materie .
* Materie is de geboorte van deeltjes uit golven .
* Al wat bestaat is 'Ik' in interactie met 'mijzelf' ; terwijl ik mijzelf ervaar als geest, intellect, wil en materie .
* 'Ik' ben dat wat buiten, voor, en na alle vormen en verschijnselen is ..
* Het vereningd veld is het veld van de dimensieloze werkelijkheid . Het is de potentiele capaciteit van alle informatie-energie en materie in het heelal .
* Het verenigd veld is het bewustzijn van de natuur .
* Ik ben het veld, de 'zelf' en het deeltje ...
* Ik ben het 'bestaan' ...
* In mijn wezen ligt het Heelal .
* De wereld speelt sich slechts af als een verschijningsvorm van het 'bewustzijn' .
* Ik ben oneindig, onsterfelijk, en verlicht .
* Keer tot de diepste stilte en besef, dat ge de 'God ' bent ; de bron, die de totaliteit van de werkelijkheid voortbrengt, ordent en regelt ...
---Aldus Deepak Chopra ...
---Quid ? om over te filosoferen ? --Zijn deze soetras slechts poëtische ontboezemingen , of zijn ze vormen van New-age, exacte wetenschap of filosofie ?
--Men kan ze ridiculiseren, verifieren, accepteren ; maar men zal er zeker over speculeren, mediteren en meta-fysiceren .
--De moderne mens moet weer durven denken, en niet alleen 'zien' ; t.t.z. hij moet weer filosoferen, redelijke hypothesen maken ; en niet enkel 'zien' of menen te zien bij middel van wetenschappen of experimenten; want dit 'zien' zelf is soms ook wat troebel ...
---En tenslotte heeft de gedachte en de idee toch het laatste woord ...
--De voornaamste wetten van de fysica zijn misschien wel de : 'wet van behoud van energie' en de beroemde formule of wet van Einstein , E=mc2.
--Behoud van energie wil zeggen, dat de totale energie in een bepaald systeem of ruimte onveranderd blijft na gelijk welke omzetting of beweging er in die ruimte ook plaats zou vinden .
--E=mc2 zegt, dat energie gelijkwaardig is aan massa . M.a.w. massa of materie kan in een hoeveelheid energie omgezet worden, en vice-versa ...
--De Quantum-mechanica heeft Einstein gelijk gegeven en zijn formule bewezen .
--Men stelt vast, dat de kleinste sub-atomaire deeltjes weer verdwijnen in het niets als het ware ; een niets dat toch gelijkwaardig als energie blijkt te zijn aan in gedaante-veranderde materie-deeltjes . Ook hier wordt massa energie en omgekeerd ...
--Wat wij massa of materie noemen, is slechts een tijdelijke verschijningsvorm van energie.
--Einstein zelf beweerde, dat "de hele massa van een lichaam de uiting is van zijn inwendige energie" ...
--Misschien zijn wij zelf als mensen een vorm van 'energie'; en gezien de wet van behoud van energie en de gelijkwaardigheid van massa en energie, zijn we aldus ook wel eeuwig en onvergankelijk ? En misschien zijn we net als die sub-atomaire deeltjes slechts fenomenale gedaanten van onze eigen energie ; en kunnen we zowel als massa of als energie bestaan ?
--Wat drijft dan die energie om zich te openbaren als massa of materie en vice versa ?
--Is die energie in 'kennis' van die fenomenale gebeurtenissen en mutaties van energie naar massa en omgekeerd ?
--Of is die energie het 'bewustzijn' zelf, dat het substraat is van alle zijnden ?
--Bewustzijn op zich is immers niets anders dan energie of werking ; daar het ook niets anders is dan tegen- of voorstelling van subject tot object ...
--Is het een bewustzijn als energie met een wil en zelfs met een doel ?
--Is alles dan niet één 'bewuste' eenheid, waarvan ook wij deel van uitmaken, en ook ons 'behoud' in vinden ?
--Het is moeilijk steeds nieuwe onderwerpen aan te snijden , en ook om niet al te veel in herhaling te vallen ...
--'Inzicht in filosofie' is en was het doel van 'Visie op Filosofie' . --Dieper ingaan op de allerlaatste levensvragen, die de mens zich kan stellen, en die de wetenschap zelf niet kan oplossen ; zoals daar zijn :
Bestaat God wel ?- Hebben we een ziel ?- Wat blijft er van ons over na de dood ?- Is er een absolute moraal ? - Is de mens vrij in zijn denken en in zijn 'doen' ?- Heeft het leven en heeft alles een zin en een doel ?
--Al deze klassieke en ook primaire vragen zijn hier wel al eens aan bod gekomen, zij het rechtstreeks of op een indirecte wijze .
--En meestal werd getracht er een oplossing aan te geven ; er tevens van uitgaande, dat veel van die vragen zelf wel eens onjuist of verkeerd konden gesteld zijn ; of dat woorden als God - ziel - vrijheid - op zich reeds leiden tot vooroordelen ; en als verouderde en onpraktische begrippen nog in de meta-fysica en in de filosofie gangbaar zijn .
--Begrippen als Holisme-, Ietsisme-, en Supra-solipsisme werden hier de 'nieuwkomers', die voor de moderne mens meer aanneembaar kunnen zijn ; en ook tot meer bevredigende hypothesen en conclusies leidden .
--De onderwerpen waren ook uiteenlopend ; maar het doel of de strekking er van was steeds te verwijzen naar een 'reële , maar tevens 'transcendentale' grond of principe van onze fenomenale wereld en voor ons eigen 'ego' .
--Het besluit was steeds : "er is meer..." .
--Men moet er ook van uitgaan, dat meta-fysische vragen alleen kunnen beargumenteerd worden en meestal of nooit echt kunnen 'wiskundig' bewezen worden .
--Maar filosoferen blijft wel de meest hoogstaande bezigheid voor de mens ( advies ook van Aristoteles) ...
--Misschien is het wel onze plicht en ook ons doel ?
--In zijn rede van 5.2.06 te Antwerpen had dhr Matthias Storme het over de grote waarden of normen, die de Europese Unie vooropstelde als de pijlers van de nieuwe Europese Grondwet .
--deze waarden zijn : Vrijheid Gelijkheid Solidariteit Respect en Burgerschap ...
--Dhr Storme was het niet altijd eens met deze voorstelling ; en noemde de waarden te universeel, en niet passend bij een regio als Europa ...
--Zijn ze te universeel en te weinig zeggend ? Zijn ze slechts leuzen en geen normen ; maar slechts strijdkreten van de 'barricaden' van de franse revolutie ?
--En waar is bv. de christelijke invloed, die europa kenmerkt, gebleven ? Waar zijn de erfenissen van de klassieke Griekse en Romeinse kultuur ?
--Moeten de nieuwkomers in de Europese Unie niet voldoen aan de particuliere waarden, die er wel nog zijn in Europa ? Of moeten en mogen die nieuwkomers de waarden en levensnormen zelf naar willekeur invullen ?
--Moet voor die nieuwkomers bv.niet meer gelden, dat een echtpaar uit één man en één vrouw samengesteld is ?
--Of dat de man wel gelijkwaardig is aan de vrouw ; maar daarom nog niet gelijk is .
--Moet het bestaan van man of vrouw genegeerd worden, of moet de traditionele instelling van het huwelijk 'verketterd' worden door de zogezegde non-discriminatie wetten, die gelden voor homo's, lesbiennes, en nog andere ?
--Moet het respect voor het leven vervangen worden door het recht op abortus, euthanasie ..?
--De verplichting tot ruimte voor 'vrijheid', leidde tot een morele leegte .
--Niet de vrijheid van godsdienst of filosofie is verkeerd ; maar de vrije morele keuze is verkeerd ...
--De vrijheid mag niet vervangen worden door de ideologie van de non-discriminatie .
--Verschil van mening is blijkbaar niet meer toegelaten in Europa . En enkel de 'mensenrechten' komen blijkbaar nog aan bod .
--Quid ??? Terechte of on-terechte opmerkingen en bezwaren ?
--Zijn de nieuwe waarden eerder strijdleuzen en pamfletten dan passende morele of ethische waarden en normen ?
--Feit is dat Europa Europa moet blijven ; en niet mag wegebben in een zee van een nietszeggende universaliteit, die tot een waar moreel-nihilisme leidt ...
-Stoffelijke materie, zien we als objecten of substanties . Substanties, de dingen dus, kennen we als vormen en hun inhouden ; of liever als inhouden en hun vormen .
-Wat zijn vormen ? Volgens Aristoteles waren vormen ideeën ; ideeën van 'zijnden' . Vormen of 'lichamen' van substanties kunnen we verder ontleden in vlakken, lijnen en tenslotte in punten .
-De punt is op zich een 'niets' een 'nihil' ; want wat meer is dan de punt moet men reeds een vlak of zelf een volume noemen .
-Maar ook de lijn is op haar beurt een nihil . Ze is de verbinding tussen twee punten, dus tussen twee nietsen . Sommigen zien de lijn als een verzameling of een juxta-positie van punten, dus weeral van nietsen .
-Het vlak ontstaat door een verbinding van rechte lijnen tussen minimum drie punten . De oppervlakte zelf is slechts een onwezenlijke grens van een 'lichaam' of een vorm, dus een stoffelijk niets; die men slechts als 'idee' kan begri!jpen .
-Lichamen en vormen van substanties zijn slechts immateriele vormen of liever ideeën .
-Ook de inhouden van de substanties kan men zich onmogelijk empirisch voorstellen .
-Bij het 'indringen' in iedere vorm of lichaam komt men voor een nieuwe vorm te staan . Slechts de buitenkant van de dingen kan men waarnemen en begrijpen . Ook als men de kleinste sub-atomaire deeltjes zou splitsen, zouden we slechts op nieuwe vormen van die gedeelde deeltjes stuiten . We blijven steeds aan de buitenkant ...
-'Het innere der dingen' kunnen we echt niet kennen ; en Kant had dat juist gezien ...
-Dit 'innere' begrijpen als een 'energie' blijft eveneens vaag ; want energie-in zijn 'materiele' zin- is slechts waar te nemen of voor te stellen als een vorm van beweging ; en beweging is een plaatsverandering van substanties, atomen of electronen .; dus van stoffelijke nietsen ...Materie zien als 'golven' is evenmin evident ; want...als golven waarvan ??? - Quid ?
-Zowel vorm als inhoud zijn aldus stoffelijke 'nihils' ; en substanties kunnen slechts als ideeën of voorstellingen begrepen worden en bestaan .
-En toch 'kennen' of ontmoeten we de dingen als quasi 'materiele' substanties ; maar deze zijn dan slechts als het ware verschijningsvormen van uit een transcendente-bewuste-energie; die wij niet echt kunnen kennen .
-En die bewuste-energie, misschien wel te vergelijken met de 'Wil' (die Wille) van Schopenhauer, moet men begrijpen als het enige absolute ; zoals de eeuwige wetten van de logica of de wiskunde dat zijn ...
-Naast die eeuwige logische wetten, die ook in de natuur heersen, is alles contingent, afhankelijk ; en is dus voortgekomen uit die 'bewuste-energie' en logica, die eenheid, die het substraat van alles moet zijn .
-Die bewuste logica 'schept' als het ware alles in zijn 'voorstelling vanuit het 'niets', de punt zelf, het ego-centrum, dat verder door juxta-posering van deze punten of nihils alle 'zijnden' evolueert .
-Want bewustzijn is niets anders dan 'voorstelling' . En het 'moeten zijn' van de absolute logica is tevens de 'Wil' en de aanzet tot dit alles .
-"De Wereld als Wil en Voorstelling".."Het denken van het denken"... ?
-Gezien onze beperktheid, en onze deelname aan die evolutie is 'dieper inzicht' in dit alles onmogelijk;
"Waarover men niet kan spreken, moet men zwijgen".
--Ludwig Wittgenstein publiceerde in 1922 zijn "Tractatus logico-philosophicus" , een geschrift, dat hij op losse blaadjes gedurende de 1e wereldoorlog, als soldaat, had neergepend .
--Het is een gedrongen, nummeriek stelsel, dat zowel over kennis-theorie, over taal als over meta-fysica zelf gaat .
--Hij schrijft als volgt :
onder Nr 1. .;"De wereld is al wat gebeurt.."
" Nr 1.1 : "De wereld is het geheel van feiten, niet van dingen ."
" Nr 1.1.3 : "De feiten van de logische ruimte vormen de wereld".
" Nr 1.2.:"Hetgeen gebeurt, het feit, is het bestaan van de toestanden van de dingen."
, enz.
tot hij tenslotte onder
Nr 7. zegt :" Waarover men niet kan spreken, moet men zwijgen".
-- In één klap verklaart hij zijn vorige stellingen als onzin.. ? -- Quid ? werd meta-fysica ineens zinloos voor Wittgenstein ? Misschien wel, en misschien niet ...
--Wittgenstein was echter niet zinloos geworden ...
--Volgens hem moest filosofie het denken verhelderen, en dat door de proposities van de taal te verhelderen . --Maar juist door dit verhelderen, komt aan het licht, dat bv. wiskunde en logica 'tautologieën" zijn ; t.t.z., ze zijn één logische eenheid, die emaneert in 'identieke' eenheden ...
--Zag Wittgenstein dat als een vorm van 'solipsisme' ? En zag hij alles als één realiteit, die enkel bestaat binnen de vormen en wetten van die ene logica ? --Een realiteit, een wereld, die slechts uit feiten samengesteld is; en niet uit dingen . En verder, dat het 'objecten' van 'subjecten' zijn, die de 'substanties' van de wereld vormen ...
--Conclusie : Filosofie is meer dan een taal-spelletje ; en
"Waarover men niet kan zwijgen, moet men spreken" ...
--'Zijn' is het meest transcendent begrip uit de meta-fysica . --'God' heeft hetzelfde praedikaat op theologisch gebied dan .
--Zijn en God, de meest transcendente begrippen . --Misschien is God wel het Zijn zelf ?-- 'Deus est Esse' .
--Het 'zijn' zelf is onbepaalbaar . Al het empirische neemt deel aan het 'zijn' . En het 'zijn' is dan als het ware het substraat ervan . Maar wat het eigenlijk is, blijft een raadsel .
--Zo is ook het begrip 'God' ; - hoe men de godheid ook voorstelt- Hij of Het blijft een grote onbekende . Men zou er zelfs een tekort aan doen om zowel God als het Zijn te definieren of te bepalen ; daar dit een beperking van het 'absolute' zou zijn .
--Het Zijn kan men enkel voorstellen door en in de 'zijnden', die we in onze fenomenale wereld ontmoeten . Zijnden, die steeds in de ruimte en in de tijd verschijnen ; maar ook vertoeven in het 'zijn' zelf.
--Ruimte en Tijd bestaan slechts als ideeën in ons bewustzijn of verstand ;- volgens Kant's antinomieën en à priorismen .. --Zo moet het de 'zijnden' dan ook vergaan in die ruimte en tijd ...
--Zijn 'zijnden' slechts ideeën, en is het 'zijn' dan een potentieel veld van zijnden, die dan zelf de 'hic et nunc'-acten er van moeten zijn ? Zo verlaten act en potentie elkander niet ...
--God als schepper zien, is ongeveer hetzelfde ... God, het 'zijn zelf', die de schepselen als zijnden actualiseert of creëert .
--De grote fout, is God en ook het Zijn zowel te personaliseren of te bepalen ...; alhoewel het moeilijk is, om anders te 'doen' en te denken ...
--Het is enkel een 'beperking' vanuit het Zijn zelf, dat de zijnden doet 'zijn' .
--Zo vergaat het ook de God van de Kabbala, die in eigen beperking en concentratie, het ZIMZUM van de fenomenale wereld voortbrengt .
Drie spirituele pareltjes uit de Nederlandse letterkunde . - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - ---Filosofie en poëzie kunnen hand in hand gaan ; en elkander bevestigen .
------ Zo hebben wij :
-van Frederik Van Eeden ---------------------
De Waterlelie
Ik heb de witte waterlelie lief, Daar die zo blank is, en zo stil haar Kroon uitplooit in 't licht .
Rijzend uit donker-koelen vijvergrond Heeft zij het Licht gevonden en ontsloot Toen blij het gouden hart.
Nu rust zij peinzend op het watervlak, En wenst niet meer .
-Analyse : "het Licht gevonden" ;.... het licht dat slechts schaduwen vertoont ?
"en wenst niet meer " :... kan men tevreden zijn met een vorm van "ietsisme" ? ... - - - - - - - - - - -
-van Guido Gezelle -------------------
Als de Ziele luistert ..
Als de ziele luistert, spreekt het al een taal dat leeft; 'T lijzigste gefluister ook een taal en teken heeft . Blaren van de bomen kouten met elkaar gezwind .
Baren in de stromen klappen luide en welgezind . Wind en weer en wolken, wegelen van Gods heiligen voet . Talen en vertolken 't diep gedoken woord zo zoet .
- Analyse ; ..."spreekt het al een taal...", wijst misschien op een zeker 'holisme' in de natuur en in alles ? ...eenheid in de veelheid ? - - - - - - - - - - - - - - -
-van Willem Kloos ----------------
Sonnet
--Ik ben een God in het diepst van mijn gedachten ; En zit in 't binnenste van mijn ziel ten troon . Over mijzelf en 't al, naar rijksgeboôn Van eigen strijd en zege, uit eigen krachten...., enz ...
-Analyse : ..: "Ik.." als idee, het enige 'absolute'..., leidt tot een vorm van solipsisme en Supra-solipsisme ... - - - - - - - - - - - - -
Conclusie : - - - - - - - - -
---Filosofie blijft de meest verheven bezigheid en taak voor de mens ...
---Filosofie leert ons relativeren en geeft een juister inzicht in de 'dingen' en in de 'feiten' .
---Filofosie geeft tenslotte rust en voldoening .
Meer moet dat niet zijn .... Prettige vacantie ...
--Zeno was een leerling van Parmenides . En Parmenides zelf zag alles als één 'zijn', en niet als één 'worden' ; en dit in tegenstelling met Heracleitos, voor wie alles slechts één 'worden' was - "Panta Rhei"...
--Beroemd of berucht zijn de paradoxen van Zeno : bv. Achilles en de schildpad, of de Vliegende Pijl .
--Volgens Zeno kon Achilles in een loopwedstrijd met de schildpad deze nooit inhalen . --Achilles, die een achterstand van 10 m. had op de schildpad liep 10 x sneller dan deze . --Nu als Achilles na 1 sec. de eerste 10 m; heeft afgelegd, dan heeft de schildpad 1 m. doorlopen . Maar als Achilles op het vertrekpunt komt van de schildpad, is deze dan al die 1 m. verder . Zo gaat het verder ; als Achilles die 1 m. aflegt, dan is de schildpad weeral 10 cm. verder op ; en zo gaat het verder en verder tot in het oneindige . M.a.w. een achterstand blijft er steeds . --Dit toont ons de mathematische logica en onze manier van logisch denken . Maar in de praktijk zien wij dit echter enigszins anders . We weten, dat Achilles de schildpad vlug zal ingehaald hebben en achter zich zal laten . Immers na 2 sec. zal Achilles reeds 20 m. afgelegd hebben en de schildpad slechts 2 m. --Is hier dan sprake van 2 soorten 'denken' ? Of wat scheelt er aan die logica ?
--Wat is de oorzaak van deze discrepansie in het 'denken' tussen de logica en de realiteit ,
--Eeuwen bleef dit een van eigenaardigste en boeiendste problemen van de filosofie . --Velen hebben naar een verklaring en oplossing gezocht van dit schijnbaar dom of belachelijk probleem . --Aristoteles trachtte het op te lossen met zijn theorie van 'act en potentie'; door te stellen dat oneindige deelbaarheid 'in potentie' niet oneindig kon zijn 'in act'. --Maar zeer afdoende was die oplossing niet voor de meeste latere filosofen ...
--Tot dat men via de Quantum-theorieën eindelijk tot een redelijke oplossing kwam ; nl. door te stellen, dat net zoals energie of licht, die zowel als golven of als quanta kunnen bestaan , ook de ruimte en de lengte uit quanta konden bestaan . Quanta, die dan niet verder meer deelbaar waren . En misschien verschijnen alle 'dingen' wel onder vormen van quanta .?
--Net zoals Democritos dacht, dat er ondeelbare atomen waren, moet of kan men deze opinie misschien herzien en aannemen, dat er ondeelbare deeltjes of quanta bestaan ; en dat deze quanta ondeelbaar zijnde, ook niet meer van 'materiele' aard konden zijn, immers al wat materie is, kan wel tot in het oneindige gedeeld worden .
--Deze quanta van ruimte en lengte zouden de oplossing worden voor de paradoxen van Zeno en van het raadsel van Achilles en de schildpad . --Achilles zou de schildpad kunnen benaderen tot op 1 quantum-lengte . En deze laatste quantum-lengte zou hij dan in éénmaal overbruggen, daar deze geen 'reeële' lengte meer is, maar een ondeelbare quantum-lengte . En aldus zou hij de schildpad voorbijsteken . En daar zijn snelheid 10 x vlugger is dan de schildpad, zou hij deze quantum-lengte 10x sneller overschrijden en de schildpad steeds verder achter zich laten . --Quid ??? --Deze quanta zelf ontsnappen echter aan de menselijke waarneming .
--Ook de 'Vliegende Pijl', die schijnbaar volgens Zeno niet beweegt, daar hij ieder moment op zijn plaats in rust verkeert, is een paradox..., die de quanta misschien ook wel kunnen oplossen ?
--Misschien is de beweging van de pijl niets anders dan een 'beelden-film' van stilstaande beelden, die in massa in onze geest voorbij-flitsen , en waarvan ieder beeld van de beweging in feite slechts één onzichtbare quant in lengte of ruimte van het vorige verschilt En zo de schijn van beweging opwekt . ---Quid ???
--Misschien is de werkelijkheid, zoals wij die menen te kennen, dan toch slechts een aan ons gegeven voorstelling, of enkel een fenomeen van de absolute realiteit ?
--Wijzen deze paradoxen dan in ieder geval niet op een breuk tussen de absolute realiteit en het beperkte menselijk denken ; en ook niet tussen 'onze werkelijkheid' en het absoluut mathematisch denken ?
--Wat is denken ; wie of wat denkt ; en wat zijn gedachten ? --Meta-fysische vragen van het allerhoogste niveau door de eeuwen heen ...
--Meningen van filosofen :
--Volgens Parmenides was 'denken=zijn', en 'zijn=denken' . Dit is vatbaar voor veel interpretaties ; en is op zich zeker niet vreemd aan een vorm van transcendentie, zowel van het denken als van het zijn .
--Voor Heracleitos was alles altijd in beweging of in verandering ; en wel onder invloed van de Logos , die alles ordent in een dialectische vooruitgang . De Logos, een denken achter en in de 'realiteit' ?
--Plato nam aan, dat in deze wereld alles deelnam aan de 'eeuwige Ideeên-wereld' ; de ideeën als enige absolute 'zijnden' . Is die Ideeên-wereld de 'trancendente intelligentie' en principe van alle wereldlijke 'zijnden' of gedachten ?
--Volgens Aristoteles bevatte de 'ziel' een 'intellectus agens', die van buiten-uit in de foetus van de mens werd ingebracht -als een deel van de 'god zelf' .Deze 'intellectus agens' zag hij als het ordenend principe van alle naar binnen gekomen impressies van de zintuigen. Dit was dan 'denken' .
--Descartes zei ; "je pense, donc je suis" ; waarvan het "je pense", het denken dus, de eerste en ook enige zekerheid is. Enkel het denken of de gedachte kan ons enige zekerheid van 'bestaan' geven ; al het overige is of bestaat gratie het denken ... Wie of wat denkt of wat de gedachte is, blijft een geheim .
--Ruimte en tijd waren voor Kant à priorismen in ons verstand; en waren de vormen en de voorwaarden voor ons denken .
--Kant verklaarde het 'innere der dingen' nooit te kunnen kennen ; maar Schopenhauer loste dit 'probleem' op door te stellen, dat de 'Wil' als het innere van alles moest gezien worden . Die Wil was ook de aanzet tot het 'voorstellen' van de 'wereld' . Zie zij hoofdwerk : "De wereld als wil en voorstelling" . Voorstelling als het absolute 'denken' .
--Voor Hegel was 'alles' een evolutie van de 'Absloute Idee' .. Bedoelde hij hier waarschijnlijk, dat alles gelegen was in één 'absoluut denken' .?
--Sartre maakte onderscheid tussen een 'en soi' en een 'pour soi' . Het 'zijn' van de dingen was het 'en soi' ; en het bewustzijn, het denken, was het 'pour soi' .
--Besluit : 'Denken' werd steeds gezien als een transcendente act ; en geeft in alle filosofische systemen aanleiding tot een vorm van 'idealisme' ; daar 'denken' , gedachte en object, dat gedacht wordt, veelal niet te scheiden zijn ...
--Hieromtrent van Aristoteles nog het volgende : uit zijn hoofdwerk : de "Meta-fysica"- en topper, boek "Lambda" lezen wij :
" Het denken denkt zichzelf, omdat dit immers het beste is ; en zijn gedachte is de gedachte van de gedachte ....; (verder) en omdat in alle gevallen er geen sprake is van stof, het gedachte niet iets anders is dan de denkende geest, zullen ze hetzelfde zijn, en zal de gedachte geheel één zijn met het gedachte ... De denkende Geest denkt zichzelf krachtens zijn deelname aan wat gedacht wordt ; zodat de denkende Geest en het gedachte hetzelfde zijn ...; (verder) : de Onbewogen Beweger moet goddelijk zijn , en zijn voornaamste bezigheid is zeker het 'denken' ..."
--Visie : 'Denken' is als het ware een ordinator in ons brein, die alles wat via onze zintuigen werd ontvangen, ordent en 'vrij' verwerkt tot ideeën, denken en handelen .
--En die enigszins 'vrije' verwerking bewijst de 'transcendentie' van het 'denken' ...
--In de natuur, de wereld, of de cosmos, alsook in de wereld van de psyche, de ziel of het brein is beweging een opvallend en zelfs een overheersend verschijnsel . --Beweging als fenomeen moet men begrijpen als iedere verandering of zelfs als iedere 'act', die zich manifesteert, zowel in de cosmos buiten ons, als in de eigen microcosmos van onze geest of ziel . --In de natuur kan men iedere beweging zien als een verplaatsing of verandering in de ruimte, die ook in de tijd zijn beloop vindt ; iedere van deze verplaatsingen kent of heeft een oorzaak, die de beweging zus of zo, van links naar rechts, van boven naar onder, aanzet en voltooit . --Ieder bewegend object kan ook zelf als causaliteits-beginsel dienen en een nieuwe 'reeks' moties of bewegingen doen ontstaan . --Men kan bewegingen zien als een louter 'hotsen en botsen' van objecten . Maar Aristoteles in wiens boek "De Fysica" het hoofdzakelijk over de beweging gaat, ging er van uit, dat voor iedere beweging een 'eerste beweger' of grondoorzaak was ; een beweger, die dan zelf onbewogen moest zijn ; en die noemde hij 'God' . De God die de wereld beweegt, zoals ' het beminde de minnaar beweegt'... en als een 'verlangen' . --De oorzaak van iedere beweging was een zuivere 'act', die enigszins zelf buiten het bereik van de natuur lag . Die zuivere act was de God, de onbewogen beweger . --De 'kwestie' van de eerste onbewogen beweger behandelde Aristoteles in zijn laatste boek van zijn werk over "De Fysica". --De Eerste beweger zag hij hier niet zozeer als een 'geestelijke' oorzaak ; maar enkel als een ongekende fysische aanzet tot verandering of beweging ; --In zijn boek "Lambda", deel van "De Meta-fysica",is dit wel het geval ; waar hij een geestelijk principe zowel de oorzaak van de beweging als de reden van het 'zijn'zelf toekende aan de substanties en aan hun bewegingen . --Zo gezien was zijn verhandeling over de "Meta-fysica" een voltooiing van zijn werk over "De Fysica" . --Aristoteles beweerde eveneens, dat de 'beweging' in zijn geheel eeuwig was, daar de tijd zelf slechts als eeuwig kon gedacht worden, dus zonder begin of einde ; en daar deze zelf beschouwd werd als de 'maat' van de beweging, veronderstelde Aristoteles de beweging op haar beurt als eeuwig . --Maar toch kon Aristoteles niet aanvaarden, dat geen eerste oorzaak de aanstoot zou gegeven hebben aan alles . Die eerste oorzaak moest bijgevolg eeuwig zijn net als de beweging zelf ; maar moest ook zelf 'onbewogen' zijn als beweger . --Voor Aristoteles was die eeuwige beweging van circulaire aard ; daar deze beweging de meest volmaakte was, in tegenstelling met de rechtlijnige beweging, die ergens op aarde moest beginnen om in de hemel te eindigen . Die eeuwige circulaire beweging is dan ook terug te vinden in de hemelsferen, de zonnen, de sterren en de planeten, die steeds in cirkelvormige banen rondcirkelen . --Thans in onze moderne wetenschappen zien we ook hetzelfde fenomeen in de atomaire wereld, waar electronen eveneens in regelmatige banen rond hun atoom-kernen rondcirkelen .
--Maar Aristoteles zag ook de ziel als een 'onbewogen beweger' . Van de ziel beschouwde hij een deel als 'transcendent' ,nl. de 'intellectus agens' . --Dat gedeelte van de ziel, was niet afkomstig was van de sperma van de vader, noch via de moeder meegegeven aan de foetus bij de geboorte of verwekking ; maar werd nadien van 'buitenuit' als door 'de deur' in de foetus naar binnen gebracht ; als een deel van de godheid zelf . --De ziel of liever dit gedeelte ervan 'de intellectus agens' bewoog door 'begeerte of verlangen'- Zie het boek "Over de Ziel" van Aristoteles. --Deze begeerte of wil zette de mens aan tot denken, en tot handelen naar het 'gewilde of verlangde' toe . --Over de werkelijke inhoud van die 'zwarte doos'- de intellectus agens, heeft Aristoteles zich nooit volledig uitgesproken of volledig kunnen beschrijven . --Maar hier ook, ontstond beweging vanuit een rust-toestand; of liever vanuit een 'geestelijk' principe , net zoals in de grote cosmos ...
--Lamettrie in zijn werk "De mens een machine" zag de ziel als een mechanische beweger, die slechts bewogen werd, en de beweging verder zette in de hersenen . Hij aanvaardde slechts een inter-actie van senso-receptieve en senso-motorische prikkels en bewegingen, die na een zekere concentratie van energie omgezet werden in denken en daarna in handelen . --Aldus werd de ziel hier herleid tot een loutere 'translatoire omzettingsmachine'.. --Van een vrije wil, die ongedetermineerd handelt, kon aldus geen sprake meer zijn . Hier kon ook geen sprake meer zijn van moraal, verantwoordelijkheid, initiatief, intentie ,of zelfs van een waardig mens-zijn . --En hier blijft dan niets meer over van de ziel als onbewogen beweger ?
--Maar toch heeft men er zich nadien niet helemaal van ontdaan van die 'transcendente' 'intellectus agens' -zij het dan onder andere gedaanten ... --Er moest een 'vrije stuurman' blijven, die het schip leidde over de baren van senso-receptieve bewegingen van de zintuigen en van de inwendige prikkels ; om die dan verder te centraliseren, te abstraheren tot begrippen, ideeën en later om te vormen tot denken en handelen .
--Die ziel is aldus een 'eerste beweger' die net als de eerste beweger in de cosmos aanzet tot bewegen uit 'liefde of verlangen naar'...En deze 'begeerte' is dan ook de enige echte oorzaak van iedere vrije beweging ; die steeds ontstaat uit een vrije wil ; en vanuit een toestand van rust en een 'niets' tot act en actie overgaat . --Misschien moet men het wel zo zien, dat er slechts één Wil is, waarvan onze eigen wil een tijdelijk aandeel is ; en misschien is die Wil wel het substraat van al wat is .
--Nu terug naar het fenomeen van 'beweging' zelf . Wat betekent beweging inhoudelijk ? Dit is niet duidelijk, net zoals het begrip 'energie' . Beweging kan men slechts zien en begrijpen in relatie tot het 'andere' . --Ook de relativiteits-theorie heeft ons nieuwe inzichten gegeven in de beweging . Wat beweegt immers ? Is het de pijl, of is het zijn omgeving, die voortsnelt ?
--Voor Parmenides en Zeno bestond echter geen beweging, alles 'was' ; terwijl Heracleitos enkel beweging en worden aannam, voor hem was er geen 'echt zijn' .
--Misschien is beweging, die slechts in de ruimte en in de tijd kan plaatsvinden, ook slechts te zien als een 'à priorisme' van en in onze geest ; net als de ruimte en de tijd zelf dit zijn (vlgs Kant) .
--En misschien is de beweging zelf, na tenslotte door een transcendente oorzaak en onbewogen beweger veroorzaakt te zijn, niets meer dan een 'flits' in onze geest ? Valère--
--Men stelt meestal vragen omtrent de 'zijnden' . Wat is 'iets' ? Wat is de wereld, de cosmos, de mens de lichamen, enz. En meestal is het antwoord in overeenstemming met de opgedane percepties van deze zaken . --Het zijn vooral de essenties van de dingen, die genoemd worden ; de uiterlijke gewaarwordingen ervan, die beschreven worden . --Reeds van in de oudheid, en vooral sedert Thomas van Aquino heeft men de objecten van onze waarneming gesplitst in enerzijds de essentie en anderzijds de existentie ervan . ---De 'existentie' zou dan eerder moeten gaan over het 'zijn' zelf . --Men zou kunnen stellen, dat de existentie der dingen het 'innere der dingen' zelf is . Dat innere kan niet gekend worden, verklaarde Kant reeds tweehonderd jaar geleden . Schopenhauer van zijn kant, loste dit probleem op door te stellen, dat dit innere niets anders was dan 'Wil' ; t.t.z. het streven van de dingen om te blijven in de tijd ; om als het ware de 'vierde' dimensie van de dingen zelf te worden . Het aanhouden der vormen, de essenties van de dingen, zou het ware 'zijn' kunnen zijn ? --Geen tijd zonder duur ; en duren is blijven en dit is dan 'zijn' ; --Misschien kan mijn dissertatie omtrent het 'zijn' hier reeds beëindigd worden ; doch laat ons nog wat verder het 'zijn' in betrekking met het 'bewustzijn' en het 'worden' van het 'al' nader beschouwen .
--Men moet zich de vraag stellen, wat is, wat wordt en wat blijft . --Algemener vragen kan men zich in de metaphysica niet voorstellen . --Het 'zijn', nog in een grotere mate dan de 'zijnden' zelf, was in de geschiedenis van de metaphysica het grondprobleem en een der hardnekkigste knelpunten voor de meeste filosofen . --Enkelen hebben zich heel gedecideerd en op hun eigen manier uitgesproken omtrent het 'zijn' . --Parmenides hield stand, dat er enkel 'zijn' is, en geen 'worden' ; dus geen verandering, geen beweging...Aldus besloot hij, dat alles 'is' en 'blijft' ; maar zij het dan wel onder verschillende verschijningsvormen . --Voor Heraclitos was er slechts het 'worden' . Niets blijft of 'is' ; Alles verandert steeds- "Panta rhei"- en men kan "geen tweemaal in dezelfde rivier stappen "... --Plato kende enkel de 'ideeên' als de ware zijnden, die aldus het ware 'zijn' zelf ook hadden . Alle wereldse bestaande lichamen en substanties waren voor hem slechts 'afstralingen' van die eeuwige 'ideeën' ; die de vormen en de vormers van alle zijnden waren . --Aristoteles van zijn kant was nuchtigder van opvatting en verwierp de 'ideeënleer' van Plato . Hij aanvaardde wel dat er vormen waren, die de materie begrensden tot de werkelijke 'zijnden' . Wat deze vormen, die de aanzet, het motief en het doel van de zijnden waren, zelf waren, heeft Aristoteles nooit klaar uiteengezet . --Verder in de geschiedenis van de meta-physica is men nooit meer gekomen om het 'zijn' zelf te ontrafelen . --Patricia De Martelaere in haar essay "Wat blijft", had het eveneens over dit probleem, en stelde zich ook de vraag : "Wat is er dat wordt, als er geen enkele vorm van 'zijn' meer overblijft ?". --Om dit 'grootste' metaphysisch raadsel te trachten op te lossen, stelde zij voor eens te kijken naar het eigen 'ik' ., ons eigen ik, dat voor ons wel het meest vertrouwde- maar daarom nog niet het best gekende- object is ... --Het 'cogito' van Descartes is inderdaad de enige zekerheid voor het 'sum' en voor het 'zijn' zelf . We moeten aanvaarden, dat het zoeken naar een eenheid van en in het 'ik' nooit echt gevonden werd . Het 'ik' blijkt niets anders te zijn dan een verzameling van waarnemings- en voorstellingsbeelden , zonder te ontdekken wat deze beelden maakt of verbindt en ordent . --Ons 'bewustzijn' is aldus noch een verzameling van al zijn inhouden, noch een onderdeel er van . --Maar het bewustzijn blijft wel voor en na deze beelden-activiteiten over als een zelfstandige entiteit ...
--Volgens Sartre was een bepaalde 'negativiteit' de 'sleutel' en de oplossing voor het probleem van het bewustzijn . --Het oude Griekse "Ken U zelf" kan de aanzet hiertoe zijn . We kennen onszelf, beweren wij . Het 'ik' dat kent is echter niet hetzelfde als het 'ik' dat gekend wordt . Hier is een scheiding van onderwerp naar lijdend voorwerp toe. En toch ligt er tussen beide 'ik's' niets . Dit 'niets' nu was voor Sartre het 'bewustzijn' zelf , t.t.z. een niet samenvallen met zichzelf ; wat voor hem aldus een 'tekort' was in de volheid van het 'zijn zelf' . --Levenloze substanties , en zelfs planten en dieren, hebben volgens Sartre een grotere en meer perfecte volheid van het 'zijn' dan de mens . Ze bestaan en zijn 'en soi' . De mens met zijn bewust verstand is er veelal 'pour soi' . De mens kan buiten zichzelf en naast zijn natuurlijke instincten alles bezien en overwegen ; zowel zijn eigen ik als alles wat hem omgeeft . --De mens leeft steeds met het beeld van zich-zelf; zoals hij is, maar ook zoals hij wil, dat hij zou zijn en worden . Hierin ligt voor de mens de ware vrijheid ; maar tevens zijn verantwoordelijkheid . --Hij -de mens- behoort aldus, verstandelijk, niet tenvolle tot de causale natuur en wereld ; maar hij bezit de 'ex-istensie' met eigen keuzes, die hij moet maken . En dit laatste stemt de mens niet altijd gelukkig . Dikwijls poogt hij aan deze vrijheid te ontsnappen ; want het is eenvoudiger slechts een 'en soi' te zijn dan een 'pour soi' ; en te kunnen bestaan zonder verlangens, hoop, spijt, angst en andere zielepijnen . Aldus verlangt de mens naar het samenvallen van het 'en soi' met het 'pour soi' . Al wil en kan hij dit niet in zijn totaliteit verwezenlijken ; omdat hij beseft, dat deze eenheid een bewusloze toestand wordt en zelfs de dood voor hem kan en zou worden . --'Bewust zijn' en gewoon 'zijn' tegelijk kan hier niet ... ---Paradoxaal bereiken we in de dood en in het onbewustzijn de volheid van het 'zijn' . --Voor Sartre was dit trouwens een bewijs, dat God niet kon bestaan ; want God, die wij ons voorstellen als de absolute coïncidentie van 'zijn' en 'bewustzijn' ; en als een Super 'pour-soi', dat samenvalt met het hele universum als een 'en-soi', zou immers een contradictie zijn ..? ---Maar het is en blijft hopeloos voor de mens, die in zijn diepste streven en inzicht geen eenheid en vervulling kan vinden . --Sartre was pessimist en vatte bewustzijn op als een 'negativiteit' .. --Bewustzijn is immers slechts een beperkende en nihiliserende acte ; daar het slechts een terugvallen is als een onderwerp tot vele bepaalde en beperkte voorwerpen . Het bewustzijn bestaat slechts uit een tegenstelling . Deze tegenstelling is de acte van de 'Logos', de eeuwig zijnde 'logica', die als enige absoluut is en blijft, terwijl al het overige werkelijk contingent is en vervloeit . --Het menselijk bewustzijn, waarin alle geestelijke activiteiten en voorstellingen ontstaan en bestaan ; is op zich genomen een 'niets', een leegte tussen het volle 'zijn' en zijn beperkingen, die het voorstelt ; Het "Niets nietst dan toch" ? Het 'niets' is het 'al', dat door een geestelijke activiteit zich beperkt tot alle voorstellinen of 'zijnden' ; --De ruimte tussen iets en niets is een 'iets' dat het lege bewustzijn is . --Tussen onze gedachten en andere bewustzijns-inhouden is er of zijn er 'tussenruimten', nl; het 'lege bewustzijn' . Deze leegte is steeds het 'steunpunt' in het worden van het 'al' en van onze bewustziijn -inhouden .
--Deze absolute 'houvast' is echter een 'niets', dat blijft ...Alleen het 'niets' blijft, en is het bewustzijn zelf , in een potentiele toestand ... --Het 'niets' is het enige en ware wezen van het 'ik' ; maar is ook de 'oergrond' van de gehele werkelijkheid . Want wat geldt voor de inhouden van ons bewustzijn, geldt net zo goed voor de 'veronderstelde' dingen buiten ons, die wij niet anders kennen dan als bewustzijn-inhouden . --Hoe meer we onze bewustzijns-inhouden beschouwen als reële 'dingen' en entiteiten buiten ons, hoe meer ze ons teleurstellen door hun verscheidenheid en vergankelijkheid . Maar als we ze leren begrijpen als manifestaties van een onbepaalde en transcendentale 'aanwezigheid'- wat een 'niet-iets is'- wordt alles één en oneindig . Zoals de dingen zichtbaar worden in en door het licht, terwijl het licht zelf niet echt zichtbaar wordt . --Het Boeddhisme ziet zowel de werkelijkheid als het bewustzijn als dit alomtegenwoordige 'oerlicht', waarvan de 'materiele' werkelijkheid een soort van kristalisatie is . --Dit oerlicht is een god, waar ik in mijn diepste wezen mee samenval . Dit besef leidt het Boeddhisme tot het 'Nirwana' van het Niet-iets ... --Het volmaakste is het 'niets, dat blijft ... --Het 'ik' heeft wel een zekere realiteit ; doch niet deze, die het denkt te hebben . Het beeldt zich in een onproblematische eenheid te zijn ; terwijl het in tegendeel zijn eenheid voortdurend hoeft te bedenken . Het 'ik' is een illusie ; maar de absolute 'Wil' echter niet ... Het 'moeten zijn' van en in de 'logica', en in de wiskundige of andere exacte wetenschappen, is dan ook het enige absolute en eeuwige, dat is en blijft als een absolute 'wil' .; waarin alles zijn ontstaan, evolutie en doel vindt . --Wat men in de psycho-analyse de veelheid van onbewuste motieven, die ons voortbewegen, noemt, is geen illusie ;maar is werkelijk het 'zijn' zelf . --Onbewuste motieven, naast ook bewuste, blijven werkzaam in de wereld en in het 'ik' , dat zo zijn eigen 'wereld' zelf schept ... --Kant aanvaardde het transcendente van het verstand in zijn kennisleer door à priorismen voor onze rede en begripsvorming aan te nemen . --Schopenhauer bepaalde het 'innere der dingen en der 'zijnden'- hetgeen Kant niet kon kennen- wel als de 'wil' .; maar dan wel een wil tot voorstelling der zijnden ...-zie zijn " De wereld als Wil en Voorstelling" ...
--Mag men besluiten dat het 'zijn' van een geestelijke of spirituele aard is, nl. een zekere 'wil' tot scheppend voorstellen door een 'eeuwig' verstand ...de Logos ? --De Logos als enig absoluut zijnde als eeuwige wet, en voortbrenger van alles ..,zien als 'het Denken van het denken'- volgens Aristoteles ... --Die Logos is het voorstellend bewustzijn en is aldus het 'zijn' zelf, dat zich uit in een worden van alle zijnden als 'materie' en 'bewustzijn' ...
De 3 Grote uit de Filosofie ; het WARE, het SCHONE en het GOEDE .
De 3 grote uit de filosofie : het WARE, het SCHONE, en het GOEDE .
--De voornaamste activiteiten van de mens zijn ongetwijfeld denken en 'doen' . Ook de filosofie is daarom sedert eeuwen gedualiseerd qua inhoud ; en niet enkel in materialisme en idealisme, geest en uitgebreidheid of lichaam en ziel ; maar ook enerzijds in een theoretische en anderzijds in een praktische filosofie . --We gaan het vooral over de 'praktische filosofie' hebben ...
--Kant schreef meer dan tweehonderd jaar geleden ook enerzijds zijn 'Kritiek der zuivere Rede' en anderzijds zijn 'Kritiek der praktische Rede' . --'Zuivere rede' is eerder diep-metafysisch van inhoud en strekking ; terwijl 'praktische rede' eerder via een zekere levenswijze de waarheid en vooral het juiste doen en laten tracht te ontwarren, om de mens te dienen en hem verder te helpen in het leven .
--Tot de theoretische filosofie behoren in het bijzonder : de ontologie (leer van het zijn en de zijnden) ; de cosmologie (leer van de wereld en zijn inhouden) ; de theologie ( de leer van het opperwezen..) ; alsook de theoretische psychologie ( de leer van de ziel zelf ) . Deze theoretische disciplines zijn van diep-metafysische aard , daar ze verder tot de kern der dingen trachten door te dringen dan de experimentele wetenschappen zoals fysica of scheikunde, enz. --De praktische filosofie was, en is nu nog voornaamlijk samengesteld uit disciplines, waarvan de mens onmiddellijk gebruik kan maken . Zo kennen wij de logica ( de leer van het juiste denken en kennen), de ethiek of moraal ( de leer om juist en goed te handelen en te leven ), en ook nog de esthetica ( de leer van het schone en van de kunst ) De laatste drie disciplines handelen aldus concreet gezien respectievelijk over het Ware, het Schone, en het Goede . --Ook Plato kende deze drie toppers of koppen van de filosofie reeds in zijn leer over de ideeën ; voor hem waren ze als uithangborden voor een praktische, correcte levenswijze . Ze moesten de mensen voorhouden, hoe ze het best moesten denken om tot de waarheid te komen ; hoe zij het best moesten handelen om het goede te bereiken , en hoe ze het schone moesten kennen en nastreven om tot een harmonieuse, aangenamere wereld en eigen leven te komen .
A. Hoe vindt men het Ware ...; op praktische wijze via de kennisleer, de wiskunde en de wetenschappen ; maar eerst en vooral door de logica, die zelf een systeem voor dit 'vinden' is . --De logica kreeg zijn naam als discipline veel later, na Aristoteles, die de basis ervan legde in zijn 'organon' of logische geschriften ; die hij zelf eerder analytica of interpretatie noemde . Toch is Aristoteles de 'uitvinder' van het beroemde syllogisme, dat als een wonder-truc aanzien werd en nog wordt ,door om via minimum drie termen en proposities de sleutel en hefboom te zijn voor een bewijsvoering . In feite is het syllogisme niets meer of minder dan een uitgewerkte vergelijking, zoals men die in de wiiskunde kent , en steunt zij op het eerste 'ken' of oordeels-principe, nl. dit van de 'identiteit' ; A = A, of A is niet enkel A, maar ook B ; dus A = B ; dat gaat verder als B = C, waaruit volgt dat A = C, enz...; zo eenvoudig is en moet logica zijn . Een evolutie vanuit het begrip-het woord- de volzin- een of meerdere volzinnen of proposities en tenslotte de conclusie, het betoog of argumentatie ... --Er bestaan allerlei logica's en methoden : er is aldus de 'deductie'-methode of afgeleide-methode, waarvan het syllogisme het proto-type is . En er is ook een bewijsvoering vanuit de ervaring en de feiten, die stelregels en bewijzen tracht op te stellen , nl. de 'inductie' . -- Logica als denkleer is ook in die zin meta-fysisch, daar het ordenend beginsel in het begrippen- en geheugenbestand , de 'intellectus agens' van een transcendente oorsprong moet zijn (ook voor Aristoteles ) . Toch blijft logica vooral een praktische discipline om beter te denken. --Het Ware moet steeds gezocht worden om tot ware communicatie, gerede argumentatie en zelfs tot echte wetenschap en kennis te komen . Tot daar de zoektocht naar het Ware ...
B. Wat is het Schone ? Het schone is een tweede topper voor ons streven en handelen . --Dit schone uit zich eveneens in een gedeelte dat min of meer van meta-fysische aard is ; nl. als definitie van het 'schone' zelf . Wat is schoon of schoonheid ? Wat streeft men na om schoonheid te bereiken ? Wanneer is iets of iemand mooi of schoon ? --Mogelijk antwoord : als iets, iemand of het beeld van iets of iemand 'bevalt', behaagt of aangenaam is . Maar wat is de voorwaarde en conditie om te bevallen, te behagen of aangenaam te zijn ? Hier ligt de diepere aard van het schone . --Een zekere orde, harmonie en vooral een redelijkheid of logisch -zijn, staan borg voor dit behagen van iets of van iemand . --Het ideale beeld ; of het volledig aan de definitie beantwoordend model van iets of iemand, kan en moet men schoon noemen . Een mens is werkelijk schoon te noemen als alles erop en eraan de juiste maten en proporties heeft, en harmonieus in evenwicht is . Alsdan schept hij behagen en is hij aangenaam voor zijn omgeving ...,kortom hij is een mooi mens . --De ware grond van het schone dient m.i. gezocht te worden- ja, natuurlijk in het behagen, en aangenaam zijn ; maar dit behagen zelf vindt zijn 'grond' en principe in het redelijk of logisch zijn en functioneel en harmonieus zijn van zijn vormen en inhouden . Alles wat behaagt is aldus schoon te noemen, omdat het kritiekloos kan 'gezien' en bewonderd worden . --Naast de theorie van het schone is er ook nog de 'kunst', die het praktische deel ervan is . Kunst is eerst en vooral een handeling, die het ideale 'zijn' in harmonie en proportie wil bereiken ; t.t.z. het medehelpen aan de perfectie van zowel het 'zijn als de zijnden . Dit kan zich uiten in bv. schoonheidzorg, onderhoud en eveneens in imitatie via beelden, schilderijen en andere afbeeldingen zowel in plastische vormen of zelfs in woord en klank . --Voor Plato was het beeld of schilderij slechts een secondaire en zelfs tertiaire schoonheid ; daar dit beeld slechts een afbeelding was van een persoon bv., die dan zelf maar een 'afgietsel' was van de als idee bestaande, transcendentale mens . --Voor Aristoteles was kunst eerder een perfecte 'imitatie'- zij het meestal wel in een verbeterde uitvoering . --Voor Kant was iets 'schoon' wanneer zijn delen zo gerangschikt zijn, dat daardoor de overeenstemming van fantasie en verstand verkregen wordt . Schoonheid moest men eerder in het toeziende subject zelf zoeken, dan in het bewonderde object ; daar het 'innere' der dingen dan toch niet gekend kon worden, en er slechts affecties van die dingen waargenomen konden worden . --Aldus is Kunst een kunnen ; een imiteren, een aanvoelen van impressies, die door de kunstenaar door zijn eigen expressies weer naar buiten gebracht worden . Zoals eerder gezegd : kunst is de aller- individueelste expressie van de aller-individueelste impressie of emotie .. --Kunst wil de werkelijkheid meestal op een geïdealiseerde en verbeterde wijze uitbeelden en weergeven ; en is op zijn beurt een streven naar het 'transcendentale' perfecte, logische en redelijke ...
C. De derde topper is het Goede . --Volgens de ideeën-hiërarche van Plato was het Goede de allerhoogste waarde, die diende nagestreefd worden .Het Goede is evenals het Ware en het Schone een abstract begrip, dat evenwel door iedereen begrepen wordt ; maar niet steeds op dezelfde wijze gezien wordt . --Het Goede was voor Plato de Godheid zelf, en de goddelijkste onder de ideeën. Reeds eerder werd door de Epicuristen het 'goede' vereenzelvigd met het 'goede leven', dat moest gevolgd en betracht worden ... Goed- leven volgens bepaalde regels in deugdzaamheid, moed en vooral in matigheid- t.t.z. volgens de 'gulden middenweg' van Aristoteles, was het motto . Hieruit zou dan de 'gelukzaligheid' voortvloeien . --Het Goede was vooral een ethische of morele doelstelling...Hoe leven ?... Volgens uw geweten zoals ook de Christenen dat leren ? Volgens Kant was dit te bereiken door het naleven van zijn 'categorische imperatieven' ."Leef zo, zodat uw levenswijze kan gelden als 'Wet' ..en Gebruik de mens nooit als als een middel, maar steeds als doel .." --Leef eerlijk en deugdzaam volgens de regels van de 'logica' als het ware ; zo behoort het . Leef goed, niet enkel om tijdelijke of eeuwige straffen te vermijden ; maar vooral omdat het nu eenmaal zo 'hoort' ; en aldus de meest logische handelwijze is . Deugden moeten nu eenmaal logisch zijn... --Leven volgens uw conscientie of geweten ; is leven volgens de Rede en de logica ; een logica die enigszins dwingend is ; maar toch een vrije keuze laat van doen of laten . De mens werd doorheen de geschiedenis steeds geloofd om zijn goede daden en gelaakt of gestraft om zijn slechte daden ; en steeds werd en wordt verondersteld, dat hij deze daden in vrijheid kan stellen . Want zonder die vrijheid van handelen, kan hij nooit verantwoordelijk gesteld worden, en is van ware ethiek geen sprake . --Leef 'juist', zo leef je goed ; moet de 'slogan' zijn voor een goede ethiek en moraal .
--Na een beknopt overzicht gegeven te hebben omtrent de 'drie grote koppen' uit de filosofie ; moet men besluiten dat ieder van deze drie als 'idool' of voorbeeld kan gelden en moet aanzetten tot navolging . --Alle drie doen zij een streven ontstaan naar het 'hogere' en naar het 'transcendente' . --Zowel het Ware als het Schone en het Goede staan als ideaal torenhoog boven het gewone leven, dat om 'meer en beter' vraagt . "Excelsior" is het motief om deze toppers te bereiken ...
--Maar, alle drie de waarden steunen werkelijk op een zekere 'logica', zowel het Ware, het Schone als het Goede moeten volgens de logische weg en redelijk handelen bereikt worden . --De ware basis voor een praktische en goede levenswijze waarvoor het Ware, het Schone en het Goede het uithangbord zijn, is dus de logica of de redelijkheid .
--Het Ware zal wel het dichtst bij de 'logica' betrokken zijn ; omdat het tevens een 'term' of begrip is 'uit eigen huis'. --Schoonheid eist een logische harmonie en evenwicht in alles . --Goedheid tenslotte vraagt om een juiste en logische levenswijze en een inzicht om tot het echte 'geluk' te komen .
--De 'logica' ( de Logos ?) waarin alle streven, zowel zijn causaliteit als zijn finaliteit vindt, is dan ook het 'transcendente' zelf, waarnaar de mens in zijn vrijheid naar verlangt, naar hunkert en zelfs aanbidt .
--Die 'logica' vindt de mens in zichzelf terug, daar hij zelf deel heeft aan het 'absolute bewustzijn', dat de 'logica' zelf is ...
---Weeral een nieuw begrip in onze samenleving en in onze filosofie ?
In ieder geval, net als ietsisme of holisme en new-age, een fenomeen, dat iedereen vroeg of laat zal boeien, of misschien wel zal afschrikken .
Religieuze leiders en andere behoudsgezinden liggen er nu al van wakker .
---Transhumanisme is een wetenschappelijk manipuleren van vooral het menselijk brein- de maakbare mens-; maar dan vooral met het doel het brein of de 'ziel' te perfectioneren . M.a.w. een hogere orde van 'mens' creëren is het streefdoel . Ook al begint het in de praktijk met het zoeken naar een verbetering voor Alzheimer-patienten ; of het verbeteren van de levensomstandigheden van doven, blinden, enz.
---Vooral via de genen tracht men ook het veroudering-proces te vertragen ; of de geestesmogelijkheden uit te breiden ; ook worden transplantaties geplant, zelf met kunstmatige organen in de hersenen ..
---Vraag blijft : hoever kan dit alles gaan ? ---In hoeverre kan de mens door eigen manipulatie, niet alleen aan organen of zintuiigen ; maar ook aan wat men de 'ziel' zelf noemt , zijn eigen status van traditionele 'homo sapiens' transformeren naar een hogere soort van bewust, levend wezen ?
---Zal de 'mens' door een nieuwe zelfgeschapen concurrent voorbijgestoken worden ?
---Of wilt de mens een halfgod of misschien wel god zelf worden ?
---En behoort ook deze lijn van vooruitgang tot de evolutie en evolutie-leer ?
---De logica ontwikkelt zich op dialectische wijze . De ruimte en de tijd zijn de 'à priorismen' van onze geest ., van ons denken, en ook van het 'zijn' zelf .; maar ze zijn eveneens categorieën van de logica ; dit was ook al zo sedert Aristoteles en ook nog met Kant .
---Ook 'ruimte' en 'tijd' evolueren op dialectische wijze ; het universele-zijn verwisselen ze voor het individuele-zijn van de substanties in hun 'hic en nunc' pose - het hier en het nu van de dingen en van hun onderlinge relaties .. Beide categorieën slaan als het ware terug op zich zelf in de verenkeling van dat 'nu en hier',zo als het collectief bewustzijn dat zich bewust wordt van zichzelf in de individualisering in het nu en het hier..., of van subject tot object .
---Zowel ruimte als tijd kunnen het niet zonder die moment-opnamen van het 'hier en nu' . De tijd ontvouwt zich steeds vanuit een ver verleden tot het 'nu' en wacht op een verre toekomst . Enkel het 'nu' is actualiserend en daadwerkelijk in het 'zijn' . Hetzelfde geldt voor de ruimte, waar ook slechts de verenkeling in de substantie en in het 'hier' daadwerkelijk is .
---De logische categorieën en de à priorische vormen van de 'geest' moeten zich aldus 'concentreren' op de ideeën , die de 'dingen' voorstellen en ook 'zijn' .
---Deze dialectiek kan men ook de potentie noemen, die zich actualiseert uit pure logische noodzaak, want zowel de logische evolutie van de tijd als van de ruimte hebben noodzakelijk dit 'nu en hier'-moment ...; geen tijd zonder verleden of toekomst, dus ook niet zonder het scharnier-punt, wat het 'nu' is . .En ook geen ruimte zonder het 'hier' of het 'daar' ...
---Deze voortgang van tegendelen en dialectiek is dan ook de wijze van denken en van zijn ; omdat op deze wijze het 'absolute' van de logica zich ontwikkelt...tot alle 'zijn' en 'zijnden' ...
---Volgens de Bijbel en Prediker : Pr.13. "...en ik zette mijn hart er op wijsheid te zoeken en na te vorsen in verband met alles wat er onder de hemel is gedaan ; die rampzalige bezigheid, die God aan de mensen gegeven heeft, om zich daarmede bezig te houden."
....filosofie een ijdelheid ?
---Uit de Oosterse poësie :
"Het Doel is het Al ; en Al wat het Doel niet is, beschouwen we het best als Niets . Alleen met Niets bereik je het Al . En als je het Al bereikt; dan is het Niets."
.... ontmoedigend ? of niet ?
---Aristoteles in zijn 'Lof aan de wijsbegeerte' zegt : "De meest hoogstaande bezigheid voor de mens is filosoferen." ...
Quid ?
---Is alles dan ijdel, zinloos of niet ; ook filosofie ? Of kennen wij alleen de ware 'zin' van alles niet ? Of mogen we eenvoudigweg die 'zin' niet kennen ; om het voor ons mensen 'menselijk' te houden ?
---En toch blijft het aangewezen vooruit te denken en te zien; en steeds naar meer en beter te streven, en de 'zin' te blijven zoeken .
.... want,
---" De Zin van het Leven zou wel eens 'het Zoeken naar die Zin' zelf kunnen zijn ?" .
Argumenten zijn nog geen bewijzen , maar wel redelijke betogen ...
---Het is duidelijk, dat in mijn onderwerpen en antwoorden steeds een ontologisch idealisme als basis-principe naar voor geschoven werd . En dikwijls wordt mij gevraagd meer bewijzen of argumenten, verzameld, op te voeren . Daar wil ik hierbij enigszins aan voldoen . ---Toch blijft het meta-fysica en filosofie ; dus geen wiskunde, zodat 'bewijzen' niets meer dan hypothesen en redelijke theorieën kunnen worden . ---Na opzoeking in de discussiegroepen, waarbij ik aangesloten ben, heb ik volgende argumenten van mij-zelf teruggevonden . ::: Arg.1. Uitgangspunt was : 'Van immaterialisme naar idealisme' : een antinomie van de 'ruimte' .: Processus ; Stelling A. - 'De ruimte is eindig' : Als de ruimte in zijn, laat ons zeggen , gewone 'materiele' betekenis en zin zou 'bestaan', moet ze een bepaalde omvang hebben ; in principe meetbaar zijn ; een bepaald aantal kubieke km. of zelfs kubieke lichtjaren tellen ; anders 'is' ze er niet . Stelling B . - 'De ruimte is on-eindig' : Indien de ruimte dan een bepaalde omvang moet hebben , moet ze wel begrensd en als het ware om-muurd zijn ...Vraag blijft dan echter : 'wat is er achter die muur of voorbij die grens ?' ..Ja, alweer ruimte ; anders kan men zich dat niet voorstellen .; dus een on-eindige ruimte . De ruimte moet aldus zowel eindig als oneindig zijn ... Wat een contradictie is ... Conclusie : De ruimte kan zodoende slechts 'ideëel' 'bestaan of zijn . ;en is ze ook samen met de 'tijd' slechts in de 'geest' bestaande ; hetgeen Kant zijn beroemde 'à priorismen' noemde ... Gevolg alle 'substanties', die zich in de ruimte bevinden, kunnen aldus ook slechts een ideëel bestaan leiden ; en net als de à priorismen zelf, waarin ze zich voordoen, slechts in dé of in een geest bestaan .--Zie ook Berkeley .
Arg.2 : Ook had ik het over het 'stoffelijk' nihiliseren van zowel 'vormen' als 'inhouden' van alle substanties . Substanties als vormen zelf, geëvolueerd vanuit de punt, dat een 'niets' is, via de lijn, naar het oppervlak, en naar het lichaam (als vorm), waarvan elk element op zich alweer een 'nihil' is, moesten op hun beurten 'onstoffelijke nihils' zijn .; en slechts bestaan als 'ideeën' .
Arg. 3 : Hetzelfde werd gezegd van de inhouden van de dingen of substanties, die we ook volgens Kant niet kunnen kennen . Want bij het zoeken naar die diepere inhouden stuit men alweer op vormen en oppervlakten, die een materieel 'niets' zijn ; zelfs bij het splitsen van de kleinste partikeltjes kan men slechts nieuwe vormen waarnemen ; maar nooit geen 'innerlijkheden' . Die inhouden zelf blijven verborgen buiten alle empirisch onderzoek, en kunnen slechts ideëel begrepen worden als een soort energie, die men slechts een naam kan geven .
Arg. 4 : Ook de 'tijd' is gezien geworden, als bestaande uit 3 delen ; nl. het verleden, het heden en de toekomst. Het verleden, dat niet meer is, en slechts in een geheugen blijft bestaan . De toekomst, die nog niet is ,en slechts als een verwachting eveneens in de geest bestaat . En het 'heden' of het 'NU' is net als de punt zonder afmetingen, een moment dat op zich een 'nihil' is . Zodat ook het begrip 'tijd' als een 'ideêel' iets moet gezien worden ...Tijd is eveneens een à priorisme van Kant ...
Arg. 5 : Verder werd gesteld, dat enige vormen van 'intelligentie' in onze wereld zeker niet kunnen geloochend of ontkend worden . ; zie onze verstandelijke-, en wils faculteiten. Niemand gaat toegeven, dat hij geen verstand of geen eigen wil heeft . Is het bestaan of het hebben van een intellectueel- of wils vermogen dan een enig feit in onze cosmos ? Ook als men, net als de ziel, intelligentie op een materiele wijze zou interpreteren en begrijpen, dan nog moet men besluiten, dat in 'materie' een vorm van intelligentie of bewustzijn verscholen moet zitten , en er uit geëvolueerd is . Aldus moet men aanvaarden, dat zogenaamde 'materie' als inhoud een zeker energiek-onstoffelijk bewustzijn moet bezitten, insluiten ,of in potentie hebben ..
Arg. 6: Hetzelfde kan gezegd worden over causaliteit, finaliteit, en vrijheid, waarvan bij de mens zeker enige vorm van te vinden is . Zonder enige vrijheid is geen verantwoordelijkheid, geen moraal en geen intentionaliteit mogelijk. En vrijheid leidt ons ongetwijfeld buiten het empirische naar het 'transcendente' en het 'ideeële .
Arg. 7 : We hadden het ook dikwijls over dualismen, of pluralismen in de filisofie ; die dan volgens mijn opinie niet konden aangenomen worden . ;Dus geen 'denken en uitgebreidheid', geen 'lichaam en ziel', geen geest en stoffelijke materie samen mogelijk ...; daar geen enkele 'osmose' tussen meerdere grond- of basisprincipes kunnen aanvaard worden . Hoe kan geest op 'stoffelijkheid' inwerken, enz.? "Geest kan wel materie voorstellen ; maat materie op zich kan geen voorstellingen maken" . Stoffelijke materie is aldus slechts een verschijningsvorm , een fenomeen van een ongekende, bewuste energie of geest ..; Bewustzijn zelf is echter niets anders dan voorstelling subject tot object... ---Verder heb ik nog aangehaald, van : ..Democritos en zijn a-tomen-leer . Democritos stelde dat de atomen verder ondeelbaar waren .. Is alles wat stoffelijk-materieel is dan niet niet verder deelbaar ? Democritos poneerde hierdoor, dat de inhoud van die atomen niet echt 'stoffelijk' kon zijn ...; alhoewel hij de eerste materialist werd genoemd ... ..Kant stelde dat het 'innere der dingen' niet empirisch kon gekend of gezocht worden . ..Schopenhauer vulde dat innere in met een intellectuele Wil, als oorzaak en beweegreden van alles . ..Hegel zag alles eerder als een evolutie van de Absolute Idee --- ...Leibniz tenslotte begon zijn Monadologie als volgt : 1. De monade is een eenvoudig 'iets', een enkelvoudige substantie, dus zonder delen . 2. Er moeten eenvoudige of enkelvoudige substanties bestaan, omdat er samengestelde zijn ; want samengestelde zijn samengevoegde enkelvoudige . 3. Daar in de monade geen delen zijn, is geen uitgebreidheid, geen vorm of deelbaarheid mogelijk . En die monaden zijn werkelijk de atomen van de Natuur - in een woord de 'elementen' van alle dingen ... Enz.....
Arg. 8: Besluiten voortvloeiende uit de relativiteits-theorie en de quantum-mechanica hebben aangetoond, dat de stelling van materie als mechanisch en stoffelijk, niet langer kan weerhouden worden ; gezien het enigszins gelijkschakelen van 'massa en energie' en vice versa ; en ook anderzijds met het terug invoeren in de wetenschap met een zekere 'creatio ex nihilo' een ontstaan of schepping uit het 'niets' ; namelijk door het waarnemen van sub-atomaire deeltjes die ontstaan en weer verdwijnen in het 'niets' , enz.. Materie is voor de quantum-theorie eerder een ideëel 'iets' of begrip dan een 'tastbaar' ding .
Arg. 9: Er bleef enkel nog een vorm van 'energie' over , die dan van een intellectueel, berwuste aard moest zijn . ; en op zich zelf niets meer dan de 'eeuwige logica' zelf kon zijn . De logica van de wiskiunde, de formele logica of de wetmatige natuurwetten , deze wetten waren dan het enige 'absolute' in onze cosmos ; en al het overige bestaande moest als 'contingent' worden gezien. Alles moest dus uit die eeuwige absolute Logos - logica geëmaneerd zijn . Logica is zelf een 'moeten zijn', en intelligente wilsakt als het ware, die enigszins met de Wil van Schopenhauer kan vergeleken worden . Schopenhauer vond aldus ook een oplossing voor het 'ongekende innere der dingen' van Kant ...; hij noemde dit innere een 'Wille' ...
Arg. 10. Die enige energie was dan ook de voorstelling of bewustzijn, dat alles schiep als 'idee', en waaraan wij ook samen met alles deelnemen . Een bewustzijn, dat op zich, zoals reeds aangehaald, enkel voorstelling is; -een juxta-posering van 'nietsen' als punten en nu-momenten -.en waarin object en subject samen vallen ...zie Hegel- Alles zien als 'ideeën', gedachten, voorstellingen of bewuste acten, uitgaande van een allerdiepst, onderbewust 'zijn', lijkt aangewezen .== Idealisme ... "Ken je zelf, dan ken je 'god', of dan ken je het 'principe' van alles" , wordt toepasselijk . Wij zelf , allen en alles zijn dan als het ware, slechts 'moment-ideeën' van één Super -ego ; 'Het denken van het denken' zelf -..Zie Aristoteles .
---Besluit : Geen egoïstisch solipsisme, maar een SUPRA-SOLIPSISME, als vorm van idealisme kiezen, blijft een redelijke keuze...
---Deze argumenten zijn transcendente 'richtingaanwijzers' ; Maar omtrent het 'transcendente' zelf moet men toegeven, dat het een 'Weten van niet-weten' blijft .. .Maar zeker is : "Er is meer dan ..." ... Het blijft echter META-FYSICA ...
Ik ben Valère De Brabandere
Ik ben een man en woon in Tielt (België) en mijn beroep is gepensioneerde ambtenaar.
Ik ben geboren op 27/02/1935 en ben nu dus 90 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: o.a. filosofie.