Op zoek naar het innere der dingen .
--De meta-fysica ( lett. na de fysica) gaat per definitie op zoek naar hetgene de empirische wereld te buiten of te boven gaat ; nl. hetgene, dat niet door de exacte wetenschappen kan onderzocht worden ; zoals ook het 'innere der dingen' . --Want inderdaad bij iedere splitsing of deling, zelfs van de allerkleinste deeltjes, komt men steeds weer voor nieuwe 'vormen' te staan, en kan men nooit het eigenlijke innere zelf ervaren . --Dat innere kan dan alleen onrechtstreeks waargenomen worden , en de kleinste partikeltjes zelf kunnen bij iedere waarneming terug in het 'niets', of in een ongekende energie verdwijnen . --Terecht wordt het 'innere der dingen' als transcendent beschouwd .
--Het beroemde of beruchte 'innere der dingen', dat men volgens Kant niet kon kennen, is dan ook een top-probleem of vraagstuk in de meta-fysica . En misschien is dit innere wel het 'zijn' zelf . --Het Zijn waar Heidegger steeds op zoek naar was, trouwens net als vele andere filosofen .
--Men zegt, dat filosofen de schoolmeesters van het heelal zijn ; juist omdat ze steeds naar de allerlaatste, allerdiepste en meest principiele vragen op zoek gingen ; om daarna hun inzichten en verworvenheden aan anderen kenbaar te maken .
--Twee van die top-schoolmeesters waren ongetwijfeld Kant en Aristoteles .
--Kant, van wie het adagium 'het innere der dingen kan men niet kennen' ; waardoor hij wees op de transcendentie van onze realiteit ; en waarmede hij ook grens en beperking, en misschien ook wel een einde wilde maken aan alle meta-fysica . --Kant, die het ook had over de antinomieën van de ruimte en de tijd, die zelf slechts à prioriteiten van en in de 'geest' waren ; en waardoor hij de deur opende naar idealistische systemen, zoals : idealisme, panpsychisme, pantheisme, solipsisme en... supra-solipsisme .
--Aristoteles zag de 'zijnden' en de substanties als : enerzijds de vormen, die de buiten-wereldse ideeën van Plato binnen in onze realiteit zelf plaatsten ; en anderzijds de 'materie' ; niet zozeer 'stoffelijk' bedoeld ;=want stoffelijke eenheden moeten per sé reeds van een vorm voorzien zijn . --En die materie, volgens Aristoteles, was zelf de aanzet naar en tot die vormen . --Het woord 'materie' komt immers van het woord 'mater' -moeder, voortbrengster van... de vormen ; en aldus van de substanties, de dingen... Die materie is aldus ook het 'innere der dingen' .
--Aristoteles zegt letterlijk in zijn boek 'De Fysica', dat de :'eerste materie' verlangt naar de vormen, en dat die 'materie' , die in alle dingen dezelfde moet zijn, noch een element, noch een hoedanigheid is; doch slechts de potentie is tot de actualisering van de vormen . --Aristoteles kende aan het 'innere der dingen'- de 'materie'- eerder een psychologische inhoud van 'verlangen naar.., en gedreven zijn tot...', en tegelijkertijd een teleologische eigenschap toe ...
--'Materie' aldus onstoffelijk voorgesteld, is misschien wel het 'zijn' zelf, en aldus het substraat van alles ... --Het ongekende innere der dingen dat zijn vormen 'schept', en aldus de voortbrenger is van die dingen, die zelf zodoende slechts een ideeële of spiritualistische en 'energieke' inhoud kunnen hebben .
--Wat dit dan ook moge wezen ???
--Het 'innere der dingen' en het 'zijn' zelf kan niet empirisch gekend worden ; maar kan enkel, net als ons eigen bewustzijn, in ons allerdiepste 'ego' intuitief aangevoeld worden .
--"Cogito, ergo Esse.." .
--Kortom het 'innere der dingen' blijft een mysterie, dat slechts nauwelijks kan verhelderd worden .
Valère--
|