-Stoffelijke materie, zien we als objecten of substanties . Substanties, de dingen dus, kennen we als vormen en hun inhouden ; of liever als inhouden en hun vormen .
-Wat zijn vormen ? Volgens Aristoteles waren vormen ideeën ; ideeën van 'zijnden' . Vormen of 'lichamen' van substanties kunnen we verder ontleden in vlakken, lijnen en tenslotte in punten .
-De punt is op zich een 'niets' een 'nihil' ; want wat meer is dan de punt moet men reeds een vlak of zelf een volume noemen .
-Maar ook de lijn is op haar beurt een nihil . Ze is de verbinding tussen twee punten, dus tussen twee nietsen . Sommigen zien de lijn als een verzameling of een juxta-positie van punten, dus weeral van nietsen .
-Het vlak ontstaat door een verbinding van rechte lijnen tussen minimum drie punten . De oppervlakte zelf is slechts een onwezenlijke grens van een 'lichaam' of een vorm, dus een stoffelijk niets; die men slechts als 'idee' kan begri!jpen .
-Lichamen en vormen van substanties zijn slechts immateriele vormen of liever ideeën .
-Ook de inhouden van de substanties kan men zich onmogelijk empirisch voorstellen .
-Bij het 'indringen' in iedere vorm of lichaam komt men voor een nieuwe vorm te staan . Slechts de buitenkant van de dingen kan men waarnemen en begrijpen . Ook als men de kleinste sub-atomaire deeltjes zou splitsen, zouden we slechts op nieuwe vormen van die gedeelde deeltjes stuiten . We blijven steeds aan de buitenkant ...
-'Het innere der dingen' kunnen we echt niet kennen ; en Kant had dat juist gezien ...
-Dit 'innere' begrijpen als een 'energie' blijft eveneens vaag ; want energie-in zijn 'materiele' zin- is slechts waar te nemen of voor te stellen als een vorm van beweging ; en beweging is een plaatsverandering van substanties, atomen of electronen .; dus van stoffelijke nietsen ...Materie zien als 'golven' is evenmin evident ; want...als golven waarvan ??? - Quid ?
-Zowel vorm als inhoud zijn aldus stoffelijke 'nihils' ; en substanties kunnen slechts als ideeën of voorstellingen begrepen worden en bestaan .
-En toch 'kennen' of ontmoeten we de dingen als quasi 'materiele' substanties ; maar deze zijn dan slechts als het ware verschijningsvormen van uit een transcendente-bewuste-energie; die wij niet echt kunnen kennen .
-En die bewuste-energie, misschien wel te vergelijken met de 'Wil' (die Wille) van Schopenhauer, moet men begrijpen als het enige absolute ; zoals de eeuwige wetten van de logica of de wiskunde dat zijn ...
-Naast die eeuwige logische wetten, die ook in de natuur heersen, is alles contingent, afhankelijk ; en is dus voortgekomen uit die 'bewuste-energie' en logica, die eenheid, die het substraat van alles moet zijn .
-Die bewuste logica 'schept' als het ware alles in zijn 'voorstelling vanuit het 'niets', de punt zelf, het ego-centrum, dat verder door juxta-posering van deze punten of nihils alle 'zijnden' evolueert .
-Want bewustzijn is niets anders dan 'voorstelling' . En het 'moeten zijn' van de absolute logica is tevens de 'Wil' en de aanzet tot dit alles .
-"De Wereld als Wil en Voorstelling".."Het denken van het denken"... ?
-Gezien onze beperktheid, en onze deelname aan die evolutie is 'dieper inzicht' in dit alles onmogelijk;
"Waarover men niet kan spreken, moet men zwijgen".
--Ludwig Wittgenstein publiceerde in 1922 zijn "Tractatus logico-philosophicus" , een geschrift, dat hij op losse blaadjes gedurende de 1e wereldoorlog, als soldaat, had neergepend .
--Het is een gedrongen, nummeriek stelsel, dat zowel over kennis-theorie, over taal als over meta-fysica zelf gaat .
--Hij schrijft als volgt :
onder Nr 1. .;"De wereld is al wat gebeurt.."
" Nr 1.1 : "De wereld is het geheel van feiten, niet van dingen ."
" Nr 1.1.3 : "De feiten van de logische ruimte vormen de wereld".
" Nr 1.2.:"Hetgeen gebeurt, het feit, is het bestaan van de toestanden van de dingen."
, enz.
tot hij tenslotte onder
Nr 7. zegt :" Waarover men niet kan spreken, moet men zwijgen".
-- In één klap verklaart hij zijn vorige stellingen als onzin.. ? -- Quid ? werd meta-fysica ineens zinloos voor Wittgenstein ? Misschien wel, en misschien niet ...
--Wittgenstein was echter niet zinloos geworden ...
--Volgens hem moest filosofie het denken verhelderen, en dat door de proposities van de taal te verhelderen . --Maar juist door dit verhelderen, komt aan het licht, dat bv. wiskunde en logica 'tautologieën" zijn ; t.t.z., ze zijn één logische eenheid, die emaneert in 'identieke' eenheden ...
--Zag Wittgenstein dat als een vorm van 'solipsisme' ? En zag hij alles als één realiteit, die enkel bestaat binnen de vormen en wetten van die ene logica ? --Een realiteit, een wereld, die slechts uit feiten samengesteld is; en niet uit dingen . En verder, dat het 'objecten' van 'subjecten' zijn, die de 'substanties' van de wereld vormen ...
--Conclusie : Filosofie is meer dan een taal-spelletje ; en
"Waarover men niet kan zwijgen, moet men spreken" ...
--'Zijn' is het meest transcendent begrip uit de meta-fysica . --'God' heeft hetzelfde praedikaat op theologisch gebied dan .
--Zijn en God, de meest transcendente begrippen . --Misschien is God wel het Zijn zelf ?-- 'Deus est Esse' .
--Het 'zijn' zelf is onbepaalbaar . Al het empirische neemt deel aan het 'zijn' . En het 'zijn' is dan als het ware het substraat ervan . Maar wat het eigenlijk is, blijft een raadsel .
--Zo is ook het begrip 'God' ; - hoe men de godheid ook voorstelt- Hij of Het blijft een grote onbekende . Men zou er zelfs een tekort aan doen om zowel God als het Zijn te definieren of te bepalen ; daar dit een beperking van het 'absolute' zou zijn .
--Het Zijn kan men enkel voorstellen door en in de 'zijnden', die we in onze fenomenale wereld ontmoeten . Zijnden, die steeds in de ruimte en in de tijd verschijnen ; maar ook vertoeven in het 'zijn' zelf.
--Ruimte en Tijd bestaan slechts als ideeën in ons bewustzijn of verstand ;- volgens Kant's antinomieën en à priorismen .. --Zo moet het de 'zijnden' dan ook vergaan in die ruimte en tijd ...
--Zijn 'zijnden' slechts ideeën, en is het 'zijn' dan een potentieel veld van zijnden, die dan zelf de 'hic et nunc'-acten er van moeten zijn ? Zo verlaten act en potentie elkander niet ...
--God als schepper zien, is ongeveer hetzelfde ... God, het 'zijn zelf', die de schepselen als zijnden actualiseert of creëert .
--De grote fout, is God en ook het Zijn zowel te personaliseren of te bepalen ...; alhoewel het moeilijk is, om anders te 'doen' en te denken ...
--Het is enkel een 'beperking' vanuit het Zijn zelf, dat de zijnden doet 'zijn' .
--Zo vergaat het ook de God van de Kabbala, die in eigen beperking en concentratie, het ZIMZUM van de fenomenale wereld voortbrengt .
Drie spirituele pareltjes uit de Nederlandse letterkunde . - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - ---Filosofie en poëzie kunnen hand in hand gaan ; en elkander bevestigen .
------ Zo hebben wij :
-van Frederik Van Eeden ---------------------
De Waterlelie
Ik heb de witte waterlelie lief, Daar die zo blank is, en zo stil haar Kroon uitplooit in 't licht .
Rijzend uit donker-koelen vijvergrond Heeft zij het Licht gevonden en ontsloot Toen blij het gouden hart.
Nu rust zij peinzend op het watervlak, En wenst niet meer .
-Analyse : "het Licht gevonden" ;.... het licht dat slechts schaduwen vertoont ?
"en wenst niet meer " :... kan men tevreden zijn met een vorm van "ietsisme" ? ... - - - - - - - - - - -
-van Guido Gezelle -------------------
Als de Ziele luistert ..
Als de ziele luistert, spreekt het al een taal dat leeft; 'T lijzigste gefluister ook een taal en teken heeft . Blaren van de bomen kouten met elkaar gezwind .
Baren in de stromen klappen luide en welgezind . Wind en weer en wolken, wegelen van Gods heiligen voet . Talen en vertolken 't diep gedoken woord zo zoet .
- Analyse ; ..."spreekt het al een taal...", wijst misschien op een zeker 'holisme' in de natuur en in alles ? ...eenheid in de veelheid ? - - - - - - - - - - - - - - -
-van Willem Kloos ----------------
Sonnet
--Ik ben een God in het diepst van mijn gedachten ; En zit in 't binnenste van mijn ziel ten troon . Over mijzelf en 't al, naar rijksgeboôn Van eigen strijd en zege, uit eigen krachten...., enz ...
-Analyse : ..: "Ik.." als idee, het enige 'absolute'..., leidt tot een vorm van solipsisme en Supra-solipsisme ... - - - - - - - - - - - - -
Conclusie : - - - - - - - - -
---Filosofie blijft de meest verheven bezigheid en taak voor de mens ...
---Filosofie leert ons relativeren en geeft een juister inzicht in de 'dingen' en in de 'feiten' .
---Filofosie geeft tenslotte rust en voldoening .
Meer moet dat niet zijn .... Prettige vacantie ...
--Zeno was een leerling van Parmenides . En Parmenides zelf zag alles als één 'zijn', en niet als één 'worden' ; en dit in tegenstelling met Heracleitos, voor wie alles slechts één 'worden' was - "Panta Rhei"...
--Beroemd of berucht zijn de paradoxen van Zeno : bv. Achilles en de schildpad, of de Vliegende Pijl .
--Volgens Zeno kon Achilles in een loopwedstrijd met de schildpad deze nooit inhalen . --Achilles, die een achterstand van 10 m. had op de schildpad liep 10 x sneller dan deze . --Nu als Achilles na 1 sec. de eerste 10 m; heeft afgelegd, dan heeft de schildpad 1 m. doorlopen . Maar als Achilles op het vertrekpunt komt van de schildpad, is deze dan al die 1 m. verder . Zo gaat het verder ; als Achilles die 1 m. aflegt, dan is de schildpad weeral 10 cm. verder op ; en zo gaat het verder en verder tot in het oneindige . M.a.w. een achterstand blijft er steeds . --Dit toont ons de mathematische logica en onze manier van logisch denken . Maar in de praktijk zien wij dit echter enigszins anders . We weten, dat Achilles de schildpad vlug zal ingehaald hebben en achter zich zal laten . Immers na 2 sec. zal Achilles reeds 20 m. afgelegd hebben en de schildpad slechts 2 m. --Is hier dan sprake van 2 soorten 'denken' ? Of wat scheelt er aan die logica ?
--Wat is de oorzaak van deze discrepansie in het 'denken' tussen de logica en de realiteit ,
--Eeuwen bleef dit een van eigenaardigste en boeiendste problemen van de filosofie . --Velen hebben naar een verklaring en oplossing gezocht van dit schijnbaar dom of belachelijk probleem . --Aristoteles trachtte het op te lossen met zijn theorie van 'act en potentie'; door te stellen dat oneindige deelbaarheid 'in potentie' niet oneindig kon zijn 'in act'. --Maar zeer afdoende was die oplossing niet voor de meeste latere filosofen ...
--Tot dat men via de Quantum-theorieën eindelijk tot een redelijke oplossing kwam ; nl. door te stellen, dat net zoals energie of licht, die zowel als golven of als quanta kunnen bestaan , ook de ruimte en de lengte uit quanta konden bestaan . Quanta, die dan niet verder meer deelbaar waren . En misschien verschijnen alle 'dingen' wel onder vormen van quanta .?
--Net zoals Democritos dacht, dat er ondeelbare atomen waren, moet of kan men deze opinie misschien herzien en aannemen, dat er ondeelbare deeltjes of quanta bestaan ; en dat deze quanta ondeelbaar zijnde, ook niet meer van 'materiele' aard konden zijn, immers al wat materie is, kan wel tot in het oneindige gedeeld worden .
--Deze quanta van ruimte en lengte zouden de oplossing worden voor de paradoxen van Zeno en van het raadsel van Achilles en de schildpad . --Achilles zou de schildpad kunnen benaderen tot op 1 quantum-lengte . En deze laatste quantum-lengte zou hij dan in éénmaal overbruggen, daar deze geen 'reeële' lengte meer is, maar een ondeelbare quantum-lengte . En aldus zou hij de schildpad voorbijsteken . En daar zijn snelheid 10 x vlugger is dan de schildpad, zou hij deze quantum-lengte 10x sneller overschrijden en de schildpad steeds verder achter zich laten . --Quid ??? --Deze quanta zelf ontsnappen echter aan de menselijke waarneming .
--Ook de 'Vliegende Pijl', die schijnbaar volgens Zeno niet beweegt, daar hij ieder moment op zijn plaats in rust verkeert, is een paradox..., die de quanta misschien ook wel kunnen oplossen ?
--Misschien is de beweging van de pijl niets anders dan een 'beelden-film' van stilstaande beelden, die in massa in onze geest voorbij-flitsen , en waarvan ieder beeld van de beweging in feite slechts één onzichtbare quant in lengte of ruimte van het vorige verschilt En zo de schijn van beweging opwekt . ---Quid ???
--Misschien is de werkelijkheid, zoals wij die menen te kennen, dan toch slechts een aan ons gegeven voorstelling, of enkel een fenomeen van de absolute realiteit ?
--Wijzen deze paradoxen dan in ieder geval niet op een breuk tussen de absolute realiteit en het beperkte menselijk denken ; en ook niet tussen 'onze werkelijkheid' en het absoluut mathematisch denken ?
--Wat is denken ; wie of wat denkt ; en wat zijn gedachten ? --Meta-fysische vragen van het allerhoogste niveau door de eeuwen heen ...
--Meningen van filosofen :
--Volgens Parmenides was 'denken=zijn', en 'zijn=denken' . Dit is vatbaar voor veel interpretaties ; en is op zich zeker niet vreemd aan een vorm van transcendentie, zowel van het denken als van het zijn .
--Voor Heracleitos was alles altijd in beweging of in verandering ; en wel onder invloed van de Logos , die alles ordent in een dialectische vooruitgang . De Logos, een denken achter en in de 'realiteit' ?
--Plato nam aan, dat in deze wereld alles deelnam aan de 'eeuwige Ideeên-wereld' ; de ideeën als enige absolute 'zijnden' . Is die Ideeên-wereld de 'trancendente intelligentie' en principe van alle wereldlijke 'zijnden' of gedachten ?
--Volgens Aristoteles bevatte de 'ziel' een 'intellectus agens', die van buiten-uit in de foetus van de mens werd ingebracht -als een deel van de 'god zelf' .Deze 'intellectus agens' zag hij als het ordenend principe van alle naar binnen gekomen impressies van de zintuigen. Dit was dan 'denken' .
--Descartes zei ; "je pense, donc je suis" ; waarvan het "je pense", het denken dus, de eerste en ook enige zekerheid is. Enkel het denken of de gedachte kan ons enige zekerheid van 'bestaan' geven ; al het overige is of bestaat gratie het denken ... Wie of wat denkt of wat de gedachte is, blijft een geheim .
--Ruimte en tijd waren voor Kant à priorismen in ons verstand; en waren de vormen en de voorwaarden voor ons denken .
--Kant verklaarde het 'innere der dingen' nooit te kunnen kennen ; maar Schopenhauer loste dit 'probleem' op door te stellen, dat de 'Wil' als het innere van alles moest gezien worden . Die Wil was ook de aanzet tot het 'voorstellen' van de 'wereld' . Zie zij hoofdwerk : "De wereld als wil en voorstelling" . Voorstelling als het absolute 'denken' .
--Voor Hegel was 'alles' een evolutie van de 'Absloute Idee' .. Bedoelde hij hier waarschijnlijk, dat alles gelegen was in één 'absoluut denken' .?
--Sartre maakte onderscheid tussen een 'en soi' en een 'pour soi' . Het 'zijn' van de dingen was het 'en soi' ; en het bewustzijn, het denken, was het 'pour soi' .
--Besluit : 'Denken' werd steeds gezien als een transcendente act ; en geeft in alle filosofische systemen aanleiding tot een vorm van 'idealisme' ; daar 'denken' , gedachte en object, dat gedacht wordt, veelal niet te scheiden zijn ...
--Hieromtrent van Aristoteles nog het volgende : uit zijn hoofdwerk : de "Meta-fysica"- en topper, boek "Lambda" lezen wij :
" Het denken denkt zichzelf, omdat dit immers het beste is ; en zijn gedachte is de gedachte van de gedachte ....; (verder) en omdat in alle gevallen er geen sprake is van stof, het gedachte niet iets anders is dan de denkende geest, zullen ze hetzelfde zijn, en zal de gedachte geheel één zijn met het gedachte ... De denkende Geest denkt zichzelf krachtens zijn deelname aan wat gedacht wordt ; zodat de denkende Geest en het gedachte hetzelfde zijn ...; (verder) : de Onbewogen Beweger moet goddelijk zijn , en zijn voornaamste bezigheid is zeker het 'denken' ..."
--Visie : 'Denken' is als het ware een ordinator in ons brein, die alles wat via onze zintuigen werd ontvangen, ordent en 'vrij' verwerkt tot ideeën, denken en handelen .
--En die enigszins 'vrije' verwerking bewijst de 'transcendentie' van het 'denken' ...
--In de natuur, de wereld, of de cosmos, alsook in de wereld van de psyche, de ziel of het brein is beweging een opvallend en zelfs een overheersend verschijnsel . --Beweging als fenomeen moet men begrijpen als iedere verandering of zelfs als iedere 'act', die zich manifesteert, zowel in de cosmos buiten ons, als in de eigen microcosmos van onze geest of ziel . --In de natuur kan men iedere beweging zien als een verplaatsing of verandering in de ruimte, die ook in de tijd zijn beloop vindt ; iedere van deze verplaatsingen kent of heeft een oorzaak, die de beweging zus of zo, van links naar rechts, van boven naar onder, aanzet en voltooit . --Ieder bewegend object kan ook zelf als causaliteits-beginsel dienen en een nieuwe 'reeks' moties of bewegingen doen ontstaan . --Men kan bewegingen zien als een louter 'hotsen en botsen' van objecten . Maar Aristoteles in wiens boek "De Fysica" het hoofdzakelijk over de beweging gaat, ging er van uit, dat voor iedere beweging een 'eerste beweger' of grondoorzaak was ; een beweger, die dan zelf onbewogen moest zijn ; en die noemde hij 'God' . De God die de wereld beweegt, zoals ' het beminde de minnaar beweegt'... en als een 'verlangen' . --De oorzaak van iedere beweging was een zuivere 'act', die enigszins zelf buiten het bereik van de natuur lag . Die zuivere act was de God, de onbewogen beweger . --De 'kwestie' van de eerste onbewogen beweger behandelde Aristoteles in zijn laatste boek van zijn werk over "De Fysica". --De Eerste beweger zag hij hier niet zozeer als een 'geestelijke' oorzaak ; maar enkel als een ongekende fysische aanzet tot verandering of beweging ; --In zijn boek "Lambda", deel van "De Meta-fysica",is dit wel het geval ; waar hij een geestelijk principe zowel de oorzaak van de beweging als de reden van het 'zijn'zelf toekende aan de substanties en aan hun bewegingen . --Zo gezien was zijn verhandeling over de "Meta-fysica" een voltooiing van zijn werk over "De Fysica" . --Aristoteles beweerde eveneens, dat de 'beweging' in zijn geheel eeuwig was, daar de tijd zelf slechts als eeuwig kon gedacht worden, dus zonder begin of einde ; en daar deze zelf beschouwd werd als de 'maat' van de beweging, veronderstelde Aristoteles de beweging op haar beurt als eeuwig . --Maar toch kon Aristoteles niet aanvaarden, dat geen eerste oorzaak de aanstoot zou gegeven hebben aan alles . Die eerste oorzaak moest bijgevolg eeuwig zijn net als de beweging zelf ; maar moest ook zelf 'onbewogen' zijn als beweger . --Voor Aristoteles was die eeuwige beweging van circulaire aard ; daar deze beweging de meest volmaakte was, in tegenstelling met de rechtlijnige beweging, die ergens op aarde moest beginnen om in de hemel te eindigen . Die eeuwige circulaire beweging is dan ook terug te vinden in de hemelsferen, de zonnen, de sterren en de planeten, die steeds in cirkelvormige banen rondcirkelen . --Thans in onze moderne wetenschappen zien we ook hetzelfde fenomeen in de atomaire wereld, waar electronen eveneens in regelmatige banen rond hun atoom-kernen rondcirkelen .
--Maar Aristoteles zag ook de ziel als een 'onbewogen beweger' . Van de ziel beschouwde hij een deel als 'transcendent' ,nl. de 'intellectus agens' . --Dat gedeelte van de ziel, was niet afkomstig was van de sperma van de vader, noch via de moeder meegegeven aan de foetus bij de geboorte of verwekking ; maar werd nadien van 'buitenuit' als door 'de deur' in de foetus naar binnen gebracht ; als een deel van de godheid zelf . --De ziel of liever dit gedeelte ervan 'de intellectus agens' bewoog door 'begeerte of verlangen'- Zie het boek "Over de Ziel" van Aristoteles. --Deze begeerte of wil zette de mens aan tot denken, en tot handelen naar het 'gewilde of verlangde' toe . --Over de werkelijke inhoud van die 'zwarte doos'- de intellectus agens, heeft Aristoteles zich nooit volledig uitgesproken of volledig kunnen beschrijven . --Maar hier ook, ontstond beweging vanuit een rust-toestand; of liever vanuit een 'geestelijk' principe , net zoals in de grote cosmos ...
--Lamettrie in zijn werk "De mens een machine" zag de ziel als een mechanische beweger, die slechts bewogen werd, en de beweging verder zette in de hersenen . Hij aanvaardde slechts een inter-actie van senso-receptieve en senso-motorische prikkels en bewegingen, die na een zekere concentratie van energie omgezet werden in denken en daarna in handelen . --Aldus werd de ziel hier herleid tot een loutere 'translatoire omzettingsmachine'.. --Van een vrije wil, die ongedetermineerd handelt, kon aldus geen sprake meer zijn . Hier kon ook geen sprake meer zijn van moraal, verantwoordelijkheid, initiatief, intentie ,of zelfs van een waardig mens-zijn . --En hier blijft dan niets meer over van de ziel als onbewogen beweger ?
--Maar toch heeft men er zich nadien niet helemaal van ontdaan van die 'transcendente' 'intellectus agens' -zij het dan onder andere gedaanten ... --Er moest een 'vrije stuurman' blijven, die het schip leidde over de baren van senso-receptieve bewegingen van de zintuigen en van de inwendige prikkels ; om die dan verder te centraliseren, te abstraheren tot begrippen, ideeën en later om te vormen tot denken en handelen .
--Die ziel is aldus een 'eerste beweger' die net als de eerste beweger in de cosmos aanzet tot bewegen uit 'liefde of verlangen naar'...En deze 'begeerte' is dan ook de enige echte oorzaak van iedere vrije beweging ; die steeds ontstaat uit een vrije wil ; en vanuit een toestand van rust en een 'niets' tot act en actie overgaat . --Misschien moet men het wel zo zien, dat er slechts één Wil is, waarvan onze eigen wil een tijdelijk aandeel is ; en misschien is die Wil wel het substraat van al wat is .
--Nu terug naar het fenomeen van 'beweging' zelf . Wat betekent beweging inhoudelijk ? Dit is niet duidelijk, net zoals het begrip 'energie' . Beweging kan men slechts zien en begrijpen in relatie tot het 'andere' . --Ook de relativiteits-theorie heeft ons nieuwe inzichten gegeven in de beweging . Wat beweegt immers ? Is het de pijl, of is het zijn omgeving, die voortsnelt ?
--Voor Parmenides en Zeno bestond echter geen beweging, alles 'was' ; terwijl Heracleitos enkel beweging en worden aannam, voor hem was er geen 'echt zijn' .
--Misschien is beweging, die slechts in de ruimte en in de tijd kan plaatsvinden, ook slechts te zien als een 'à priorisme' van en in onze geest ; net als de ruimte en de tijd zelf dit zijn (vlgs Kant) .
--En misschien is de beweging zelf, na tenslotte door een transcendente oorzaak en onbewogen beweger veroorzaakt te zijn, niets meer dan een 'flits' in onze geest ? Valère--
--Men stelt meestal vragen omtrent de 'zijnden' . Wat is 'iets' ? Wat is de wereld, de cosmos, de mens de lichamen, enz. En meestal is het antwoord in overeenstemming met de opgedane percepties van deze zaken . --Het zijn vooral de essenties van de dingen, die genoemd worden ; de uiterlijke gewaarwordingen ervan, die beschreven worden . --Reeds van in de oudheid, en vooral sedert Thomas van Aquino heeft men de objecten van onze waarneming gesplitst in enerzijds de essentie en anderzijds de existentie ervan . ---De 'existentie' zou dan eerder moeten gaan over het 'zijn' zelf . --Men zou kunnen stellen, dat de existentie der dingen het 'innere der dingen' zelf is . Dat innere kan niet gekend worden, verklaarde Kant reeds tweehonderd jaar geleden . Schopenhauer van zijn kant, loste dit probleem op door te stellen, dat dit innere niets anders was dan 'Wil' ; t.t.z. het streven van de dingen om te blijven in de tijd ; om als het ware de 'vierde' dimensie van de dingen zelf te worden . Het aanhouden der vormen, de essenties van de dingen, zou het ware 'zijn' kunnen zijn ? --Geen tijd zonder duur ; en duren is blijven en dit is dan 'zijn' ; --Misschien kan mijn dissertatie omtrent het 'zijn' hier reeds beëindigd worden ; doch laat ons nog wat verder het 'zijn' in betrekking met het 'bewustzijn' en het 'worden' van het 'al' nader beschouwen .
--Men moet zich de vraag stellen, wat is, wat wordt en wat blijft . --Algemener vragen kan men zich in de metaphysica niet voorstellen . --Het 'zijn', nog in een grotere mate dan de 'zijnden' zelf, was in de geschiedenis van de metaphysica het grondprobleem en een der hardnekkigste knelpunten voor de meeste filosofen . --Enkelen hebben zich heel gedecideerd en op hun eigen manier uitgesproken omtrent het 'zijn' . --Parmenides hield stand, dat er enkel 'zijn' is, en geen 'worden' ; dus geen verandering, geen beweging...Aldus besloot hij, dat alles 'is' en 'blijft' ; maar zij het dan wel onder verschillende verschijningsvormen . --Voor Heraclitos was er slechts het 'worden' . Niets blijft of 'is' ; Alles verandert steeds- "Panta rhei"- en men kan "geen tweemaal in dezelfde rivier stappen "... --Plato kende enkel de 'ideeên' als de ware zijnden, die aldus het ware 'zijn' zelf ook hadden . Alle wereldse bestaande lichamen en substanties waren voor hem slechts 'afstralingen' van die eeuwige 'ideeën' ; die de vormen en de vormers van alle zijnden waren . --Aristoteles van zijn kant was nuchtigder van opvatting en verwierp de 'ideeënleer' van Plato . Hij aanvaardde wel dat er vormen waren, die de materie begrensden tot de werkelijke 'zijnden' . Wat deze vormen, die de aanzet, het motief en het doel van de zijnden waren, zelf waren, heeft Aristoteles nooit klaar uiteengezet . --Verder in de geschiedenis van de meta-physica is men nooit meer gekomen om het 'zijn' zelf te ontrafelen . --Patricia De Martelaere in haar essay "Wat blijft", had het eveneens over dit probleem, en stelde zich ook de vraag : "Wat is er dat wordt, als er geen enkele vorm van 'zijn' meer overblijft ?". --Om dit 'grootste' metaphysisch raadsel te trachten op te lossen, stelde zij voor eens te kijken naar het eigen 'ik' ., ons eigen ik, dat voor ons wel het meest vertrouwde- maar daarom nog niet het best gekende- object is ... --Het 'cogito' van Descartes is inderdaad de enige zekerheid voor het 'sum' en voor het 'zijn' zelf . We moeten aanvaarden, dat het zoeken naar een eenheid van en in het 'ik' nooit echt gevonden werd . Het 'ik' blijkt niets anders te zijn dan een verzameling van waarnemings- en voorstellingsbeelden , zonder te ontdekken wat deze beelden maakt of verbindt en ordent . --Ons 'bewustzijn' is aldus noch een verzameling van al zijn inhouden, noch een onderdeel er van . --Maar het bewustzijn blijft wel voor en na deze beelden-activiteiten over als een zelfstandige entiteit ...
--Volgens Sartre was een bepaalde 'negativiteit' de 'sleutel' en de oplossing voor het probleem van het bewustzijn . --Het oude Griekse "Ken U zelf" kan de aanzet hiertoe zijn . We kennen onszelf, beweren wij . Het 'ik' dat kent is echter niet hetzelfde als het 'ik' dat gekend wordt . Hier is een scheiding van onderwerp naar lijdend voorwerp toe. En toch ligt er tussen beide 'ik's' niets . Dit 'niets' nu was voor Sartre het 'bewustzijn' zelf , t.t.z. een niet samenvallen met zichzelf ; wat voor hem aldus een 'tekort' was in de volheid van het 'zijn zelf' . --Levenloze substanties , en zelfs planten en dieren, hebben volgens Sartre een grotere en meer perfecte volheid van het 'zijn' dan de mens . Ze bestaan en zijn 'en soi' . De mens met zijn bewust verstand is er veelal 'pour soi' . De mens kan buiten zichzelf en naast zijn natuurlijke instincten alles bezien en overwegen ; zowel zijn eigen ik als alles wat hem omgeeft . --De mens leeft steeds met het beeld van zich-zelf; zoals hij is, maar ook zoals hij wil, dat hij zou zijn en worden . Hierin ligt voor de mens de ware vrijheid ; maar tevens zijn verantwoordelijkheid . --Hij -de mens- behoort aldus, verstandelijk, niet tenvolle tot de causale natuur en wereld ; maar hij bezit de 'ex-istensie' met eigen keuzes, die hij moet maken . En dit laatste stemt de mens niet altijd gelukkig . Dikwijls poogt hij aan deze vrijheid te ontsnappen ; want het is eenvoudiger slechts een 'en soi' te zijn dan een 'pour soi' ; en te kunnen bestaan zonder verlangens, hoop, spijt, angst en andere zielepijnen . Aldus verlangt de mens naar het samenvallen van het 'en soi' met het 'pour soi' . Al wil en kan hij dit niet in zijn totaliteit verwezenlijken ; omdat hij beseft, dat deze eenheid een bewusloze toestand wordt en zelfs de dood voor hem kan en zou worden . --'Bewust zijn' en gewoon 'zijn' tegelijk kan hier niet ... ---Paradoxaal bereiken we in de dood en in het onbewustzijn de volheid van het 'zijn' . --Voor Sartre was dit trouwens een bewijs, dat God niet kon bestaan ; want God, die wij ons voorstellen als de absolute coïncidentie van 'zijn' en 'bewustzijn' ; en als een Super 'pour-soi', dat samenvalt met het hele universum als een 'en-soi', zou immers een contradictie zijn ..? ---Maar het is en blijft hopeloos voor de mens, die in zijn diepste streven en inzicht geen eenheid en vervulling kan vinden . --Sartre was pessimist en vatte bewustzijn op als een 'negativiteit' .. --Bewustzijn is immers slechts een beperkende en nihiliserende acte ; daar het slechts een terugvallen is als een onderwerp tot vele bepaalde en beperkte voorwerpen . Het bewustzijn bestaat slechts uit een tegenstelling . Deze tegenstelling is de acte van de 'Logos', de eeuwig zijnde 'logica', die als enige absoluut is en blijft, terwijl al het overige werkelijk contingent is en vervloeit . --Het menselijk bewustzijn, waarin alle geestelijke activiteiten en voorstellingen ontstaan en bestaan ; is op zich genomen een 'niets', een leegte tussen het volle 'zijn' en zijn beperkingen, die het voorstelt ; Het "Niets nietst dan toch" ? Het 'niets' is het 'al', dat door een geestelijke activiteit zich beperkt tot alle voorstellinen of 'zijnden' ; --De ruimte tussen iets en niets is een 'iets' dat het lege bewustzijn is . --Tussen onze gedachten en andere bewustzijns-inhouden is er of zijn er 'tussenruimten', nl; het 'lege bewustzijn' . Deze leegte is steeds het 'steunpunt' in het worden van het 'al' en van onze bewustziijn -inhouden .
--Deze absolute 'houvast' is echter een 'niets', dat blijft ...Alleen het 'niets' blijft, en is het bewustzijn zelf , in een potentiele toestand ... --Het 'niets' is het enige en ware wezen van het 'ik' ; maar is ook de 'oergrond' van de gehele werkelijkheid . Want wat geldt voor de inhouden van ons bewustzijn, geldt net zo goed voor de 'veronderstelde' dingen buiten ons, die wij niet anders kennen dan als bewustzijn-inhouden . --Hoe meer we onze bewustzijns-inhouden beschouwen als reële 'dingen' en entiteiten buiten ons, hoe meer ze ons teleurstellen door hun verscheidenheid en vergankelijkheid . Maar als we ze leren begrijpen als manifestaties van een onbepaalde en transcendentale 'aanwezigheid'- wat een 'niet-iets is'- wordt alles één en oneindig . Zoals de dingen zichtbaar worden in en door het licht, terwijl het licht zelf niet echt zichtbaar wordt . --Het Boeddhisme ziet zowel de werkelijkheid als het bewustzijn als dit alomtegenwoordige 'oerlicht', waarvan de 'materiele' werkelijkheid een soort van kristalisatie is . --Dit oerlicht is een god, waar ik in mijn diepste wezen mee samenval . Dit besef leidt het Boeddhisme tot het 'Nirwana' van het Niet-iets ... --Het volmaakste is het 'niets, dat blijft ... --Het 'ik' heeft wel een zekere realiteit ; doch niet deze, die het denkt te hebben . Het beeldt zich in een onproblematische eenheid te zijn ; terwijl het in tegendeel zijn eenheid voortdurend hoeft te bedenken . Het 'ik' is een illusie ; maar de absolute 'Wil' echter niet ... Het 'moeten zijn' van en in de 'logica', en in de wiskundige of andere exacte wetenschappen, is dan ook het enige absolute en eeuwige, dat is en blijft als een absolute 'wil' .; waarin alles zijn ontstaan, evolutie en doel vindt . --Wat men in de psycho-analyse de veelheid van onbewuste motieven, die ons voortbewegen, noemt, is geen illusie ;maar is werkelijk het 'zijn' zelf . --Onbewuste motieven, naast ook bewuste, blijven werkzaam in de wereld en in het 'ik' , dat zo zijn eigen 'wereld' zelf schept ... --Kant aanvaardde het transcendente van het verstand in zijn kennisleer door à priorismen voor onze rede en begripsvorming aan te nemen . --Schopenhauer bepaalde het 'innere der dingen en der 'zijnden'- hetgeen Kant niet kon kennen- wel als de 'wil' .; maar dan wel een wil tot voorstelling der zijnden ...-zie zijn " De wereld als Wil en Voorstelling" ...
--Mag men besluiten dat het 'zijn' van een geestelijke of spirituele aard is, nl. een zekere 'wil' tot scheppend voorstellen door een 'eeuwig' verstand ...de Logos ? --De Logos als enig absoluut zijnde als eeuwige wet, en voortbrenger van alles ..,zien als 'het Denken van het denken'- volgens Aristoteles ... --Die Logos is het voorstellend bewustzijn en is aldus het 'zijn' zelf, dat zich uit in een worden van alle zijnden als 'materie' en 'bewustzijn' ...
De 3 Grote uit de Filosofie ; het WARE, het SCHONE en het GOEDE .
De 3 grote uit de filosofie : het WARE, het SCHONE, en het GOEDE .
--De voornaamste activiteiten van de mens zijn ongetwijfeld denken en 'doen' . Ook de filosofie is daarom sedert eeuwen gedualiseerd qua inhoud ; en niet enkel in materialisme en idealisme, geest en uitgebreidheid of lichaam en ziel ; maar ook enerzijds in een theoretische en anderzijds in een praktische filosofie . --We gaan het vooral over de 'praktische filosofie' hebben ...
--Kant schreef meer dan tweehonderd jaar geleden ook enerzijds zijn 'Kritiek der zuivere Rede' en anderzijds zijn 'Kritiek der praktische Rede' . --'Zuivere rede' is eerder diep-metafysisch van inhoud en strekking ; terwijl 'praktische rede' eerder via een zekere levenswijze de waarheid en vooral het juiste doen en laten tracht te ontwarren, om de mens te dienen en hem verder te helpen in het leven .
--Tot de theoretische filosofie behoren in het bijzonder : de ontologie (leer van het zijn en de zijnden) ; de cosmologie (leer van de wereld en zijn inhouden) ; de theologie ( de leer van het opperwezen..) ; alsook de theoretische psychologie ( de leer van de ziel zelf ) . Deze theoretische disciplines zijn van diep-metafysische aard , daar ze verder tot de kern der dingen trachten door te dringen dan de experimentele wetenschappen zoals fysica of scheikunde, enz. --De praktische filosofie was, en is nu nog voornaamlijk samengesteld uit disciplines, waarvan de mens onmiddellijk gebruik kan maken . Zo kennen wij de logica ( de leer van het juiste denken en kennen), de ethiek of moraal ( de leer om juist en goed te handelen en te leven ), en ook nog de esthetica ( de leer van het schone en van de kunst ) De laatste drie disciplines handelen aldus concreet gezien respectievelijk over het Ware, het Schone, en het Goede . --Ook Plato kende deze drie toppers of koppen van de filosofie reeds in zijn leer over de ideeën ; voor hem waren ze als uithangborden voor een praktische, correcte levenswijze . Ze moesten de mensen voorhouden, hoe ze het best moesten denken om tot de waarheid te komen ; hoe zij het best moesten handelen om het goede te bereiken , en hoe ze het schone moesten kennen en nastreven om tot een harmonieuse, aangenamere wereld en eigen leven te komen .
A. Hoe vindt men het Ware ...; op praktische wijze via de kennisleer, de wiskunde en de wetenschappen ; maar eerst en vooral door de logica, die zelf een systeem voor dit 'vinden' is . --De logica kreeg zijn naam als discipline veel later, na Aristoteles, die de basis ervan legde in zijn 'organon' of logische geschriften ; die hij zelf eerder analytica of interpretatie noemde . Toch is Aristoteles de 'uitvinder' van het beroemde syllogisme, dat als een wonder-truc aanzien werd en nog wordt ,door om via minimum drie termen en proposities de sleutel en hefboom te zijn voor een bewijsvoering . In feite is het syllogisme niets meer of minder dan een uitgewerkte vergelijking, zoals men die in de wiiskunde kent , en steunt zij op het eerste 'ken' of oordeels-principe, nl. dit van de 'identiteit' ; A = A, of A is niet enkel A, maar ook B ; dus A = B ; dat gaat verder als B = C, waaruit volgt dat A = C, enz...; zo eenvoudig is en moet logica zijn . Een evolutie vanuit het begrip-het woord- de volzin- een of meerdere volzinnen of proposities en tenslotte de conclusie, het betoog of argumentatie ... --Er bestaan allerlei logica's en methoden : er is aldus de 'deductie'-methode of afgeleide-methode, waarvan het syllogisme het proto-type is . En er is ook een bewijsvoering vanuit de ervaring en de feiten, die stelregels en bewijzen tracht op te stellen , nl. de 'inductie' . -- Logica als denkleer is ook in die zin meta-fysisch, daar het ordenend beginsel in het begrippen- en geheugenbestand , de 'intellectus agens' van een transcendente oorsprong moet zijn (ook voor Aristoteles ) . Toch blijft logica vooral een praktische discipline om beter te denken. --Het Ware moet steeds gezocht worden om tot ware communicatie, gerede argumentatie en zelfs tot echte wetenschap en kennis te komen . Tot daar de zoektocht naar het Ware ...
B. Wat is het Schone ? Het schone is een tweede topper voor ons streven en handelen . --Dit schone uit zich eveneens in een gedeelte dat min of meer van meta-fysische aard is ; nl. als definitie van het 'schone' zelf . Wat is schoon of schoonheid ? Wat streeft men na om schoonheid te bereiken ? Wanneer is iets of iemand mooi of schoon ? --Mogelijk antwoord : als iets, iemand of het beeld van iets of iemand 'bevalt', behaagt of aangenaam is . Maar wat is de voorwaarde en conditie om te bevallen, te behagen of aangenaam te zijn ? Hier ligt de diepere aard van het schone . --Een zekere orde, harmonie en vooral een redelijkheid of logisch -zijn, staan borg voor dit behagen van iets of van iemand . --Het ideale beeld ; of het volledig aan de definitie beantwoordend model van iets of iemand, kan en moet men schoon noemen . Een mens is werkelijk schoon te noemen als alles erop en eraan de juiste maten en proporties heeft, en harmonieus in evenwicht is . Alsdan schept hij behagen en is hij aangenaam voor zijn omgeving ...,kortom hij is een mooi mens . --De ware grond van het schone dient m.i. gezocht te worden- ja, natuurlijk in het behagen, en aangenaam zijn ; maar dit behagen zelf vindt zijn 'grond' en principe in het redelijk of logisch zijn en functioneel en harmonieus zijn van zijn vormen en inhouden . Alles wat behaagt is aldus schoon te noemen, omdat het kritiekloos kan 'gezien' en bewonderd worden . --Naast de theorie van het schone is er ook nog de 'kunst', die het praktische deel ervan is . Kunst is eerst en vooral een handeling, die het ideale 'zijn' in harmonie en proportie wil bereiken ; t.t.z. het medehelpen aan de perfectie van zowel het 'zijn als de zijnden . Dit kan zich uiten in bv. schoonheidzorg, onderhoud en eveneens in imitatie via beelden, schilderijen en andere afbeeldingen zowel in plastische vormen of zelfs in woord en klank . --Voor Plato was het beeld of schilderij slechts een secondaire en zelfs tertiaire schoonheid ; daar dit beeld slechts een afbeelding was van een persoon bv., die dan zelf maar een 'afgietsel' was van de als idee bestaande, transcendentale mens . --Voor Aristoteles was kunst eerder een perfecte 'imitatie'- zij het meestal wel in een verbeterde uitvoering . --Voor Kant was iets 'schoon' wanneer zijn delen zo gerangschikt zijn, dat daardoor de overeenstemming van fantasie en verstand verkregen wordt . Schoonheid moest men eerder in het toeziende subject zelf zoeken, dan in het bewonderde object ; daar het 'innere' der dingen dan toch niet gekend kon worden, en er slechts affecties van die dingen waargenomen konden worden . --Aldus is Kunst een kunnen ; een imiteren, een aanvoelen van impressies, die door de kunstenaar door zijn eigen expressies weer naar buiten gebracht worden . Zoals eerder gezegd : kunst is de aller- individueelste expressie van de aller-individueelste impressie of emotie .. --Kunst wil de werkelijkheid meestal op een geïdealiseerde en verbeterde wijze uitbeelden en weergeven ; en is op zijn beurt een streven naar het 'transcendentale' perfecte, logische en redelijke ...
C. De derde topper is het Goede . --Volgens de ideeën-hiërarche van Plato was het Goede de allerhoogste waarde, die diende nagestreefd worden .Het Goede is evenals het Ware en het Schone een abstract begrip, dat evenwel door iedereen begrepen wordt ; maar niet steeds op dezelfde wijze gezien wordt . --Het Goede was voor Plato de Godheid zelf, en de goddelijkste onder de ideeën. Reeds eerder werd door de Epicuristen het 'goede' vereenzelvigd met het 'goede leven', dat moest gevolgd en betracht worden ... Goed- leven volgens bepaalde regels in deugdzaamheid, moed en vooral in matigheid- t.t.z. volgens de 'gulden middenweg' van Aristoteles, was het motto . Hieruit zou dan de 'gelukzaligheid' voortvloeien . --Het Goede was vooral een ethische of morele doelstelling...Hoe leven ?... Volgens uw geweten zoals ook de Christenen dat leren ? Volgens Kant was dit te bereiken door het naleven van zijn 'categorische imperatieven' ."Leef zo, zodat uw levenswijze kan gelden als 'Wet' ..en Gebruik de mens nooit als als een middel, maar steeds als doel .." --Leef eerlijk en deugdzaam volgens de regels van de 'logica' als het ware ; zo behoort het . Leef goed, niet enkel om tijdelijke of eeuwige straffen te vermijden ; maar vooral omdat het nu eenmaal zo 'hoort' ; en aldus de meest logische handelwijze is . Deugden moeten nu eenmaal logisch zijn... --Leven volgens uw conscientie of geweten ; is leven volgens de Rede en de logica ; een logica die enigszins dwingend is ; maar toch een vrije keuze laat van doen of laten . De mens werd doorheen de geschiedenis steeds geloofd om zijn goede daden en gelaakt of gestraft om zijn slechte daden ; en steeds werd en wordt verondersteld, dat hij deze daden in vrijheid kan stellen . Want zonder die vrijheid van handelen, kan hij nooit verantwoordelijk gesteld worden, en is van ware ethiek geen sprake . --Leef 'juist', zo leef je goed ; moet de 'slogan' zijn voor een goede ethiek en moraal .
--Na een beknopt overzicht gegeven te hebben omtrent de 'drie grote koppen' uit de filosofie ; moet men besluiten dat ieder van deze drie als 'idool' of voorbeeld kan gelden en moet aanzetten tot navolging . --Alle drie doen zij een streven ontstaan naar het 'hogere' en naar het 'transcendente' . --Zowel het Ware als het Schone en het Goede staan als ideaal torenhoog boven het gewone leven, dat om 'meer en beter' vraagt . "Excelsior" is het motief om deze toppers te bereiken ...
--Maar, alle drie de waarden steunen werkelijk op een zekere 'logica', zowel het Ware, het Schone als het Goede moeten volgens de logische weg en redelijk handelen bereikt worden . --De ware basis voor een praktische en goede levenswijze waarvoor het Ware, het Schone en het Goede het uithangbord zijn, is dus de logica of de redelijkheid .
--Het Ware zal wel het dichtst bij de 'logica' betrokken zijn ; omdat het tevens een 'term' of begrip is 'uit eigen huis'. --Schoonheid eist een logische harmonie en evenwicht in alles . --Goedheid tenslotte vraagt om een juiste en logische levenswijze en een inzicht om tot het echte 'geluk' te komen .
--De 'logica' ( de Logos ?) waarin alle streven, zowel zijn causaliteit als zijn finaliteit vindt, is dan ook het 'transcendente' zelf, waarnaar de mens in zijn vrijheid naar verlangt, naar hunkert en zelfs aanbidt .
--Die 'logica' vindt de mens in zichzelf terug, daar hij zelf deel heeft aan het 'absolute bewustzijn', dat de 'logica' zelf is ...
---Weeral een nieuw begrip in onze samenleving en in onze filosofie ?
In ieder geval, net als ietsisme of holisme en new-age, een fenomeen, dat iedereen vroeg of laat zal boeien, of misschien wel zal afschrikken .
Religieuze leiders en andere behoudsgezinden liggen er nu al van wakker .
---Transhumanisme is een wetenschappelijk manipuleren van vooral het menselijk brein- de maakbare mens-; maar dan vooral met het doel het brein of de 'ziel' te perfectioneren . M.a.w. een hogere orde van 'mens' creëren is het streefdoel . Ook al begint het in de praktijk met het zoeken naar een verbetering voor Alzheimer-patienten ; of het verbeteren van de levensomstandigheden van doven, blinden, enz.
---Vooral via de genen tracht men ook het veroudering-proces te vertragen ; of de geestesmogelijkheden uit te breiden ; ook worden transplantaties geplant, zelf met kunstmatige organen in de hersenen ..
---Vraag blijft : hoever kan dit alles gaan ? ---In hoeverre kan de mens door eigen manipulatie, niet alleen aan organen of zintuiigen ; maar ook aan wat men de 'ziel' zelf noemt , zijn eigen status van traditionele 'homo sapiens' transformeren naar een hogere soort van bewust, levend wezen ?
---Zal de 'mens' door een nieuwe zelfgeschapen concurrent voorbijgestoken worden ?
---Of wilt de mens een halfgod of misschien wel god zelf worden ?
---En behoort ook deze lijn van vooruitgang tot de evolutie en evolutie-leer ?
---De logica ontwikkelt zich op dialectische wijze . De ruimte en de tijd zijn de 'à priorismen' van onze geest ., van ons denken, en ook van het 'zijn' zelf .; maar ze zijn eveneens categorieën van de logica ; dit was ook al zo sedert Aristoteles en ook nog met Kant .
---Ook 'ruimte' en 'tijd' evolueren op dialectische wijze ; het universele-zijn verwisselen ze voor het individuele-zijn van de substanties in hun 'hic en nunc' pose - het hier en het nu van de dingen en van hun onderlinge relaties .. Beide categorieën slaan als het ware terug op zich zelf in de verenkeling van dat 'nu en hier',zo als het collectief bewustzijn dat zich bewust wordt van zichzelf in de individualisering in het nu en het hier..., of van subject tot object .
---Zowel ruimte als tijd kunnen het niet zonder die moment-opnamen van het 'hier en nu' . De tijd ontvouwt zich steeds vanuit een ver verleden tot het 'nu' en wacht op een verre toekomst . Enkel het 'nu' is actualiserend en daadwerkelijk in het 'zijn' . Hetzelfde geldt voor de ruimte, waar ook slechts de verenkeling in de substantie en in het 'hier' daadwerkelijk is .
---De logische categorieën en de à priorische vormen van de 'geest' moeten zich aldus 'concentreren' op de ideeën , die de 'dingen' voorstellen en ook 'zijn' .
---Deze dialectiek kan men ook de potentie noemen, die zich actualiseert uit pure logische noodzaak, want zowel de logische evolutie van de tijd als van de ruimte hebben noodzakelijk dit 'nu en hier'-moment ...; geen tijd zonder verleden of toekomst, dus ook niet zonder het scharnier-punt, wat het 'nu' is . .En ook geen ruimte zonder het 'hier' of het 'daar' ...
---Deze voortgang van tegendelen en dialectiek is dan ook de wijze van denken en van zijn ; omdat op deze wijze het 'absolute' van de logica zich ontwikkelt...tot alle 'zijn' en 'zijnden' ...
---Volgens de Bijbel en Prediker : Pr.13. "...en ik zette mijn hart er op wijsheid te zoeken en na te vorsen in verband met alles wat er onder de hemel is gedaan ; die rampzalige bezigheid, die God aan de mensen gegeven heeft, om zich daarmede bezig te houden."
....filosofie een ijdelheid ?
---Uit de Oosterse poësie :
"Het Doel is het Al ; en Al wat het Doel niet is, beschouwen we het best als Niets . Alleen met Niets bereik je het Al . En als je het Al bereikt; dan is het Niets."
.... ontmoedigend ? of niet ?
---Aristoteles in zijn 'Lof aan de wijsbegeerte' zegt : "De meest hoogstaande bezigheid voor de mens is filosoferen." ...
Quid ?
---Is alles dan ijdel, zinloos of niet ; ook filosofie ? Of kennen wij alleen de ware 'zin' van alles niet ? Of mogen we eenvoudigweg die 'zin' niet kennen ; om het voor ons mensen 'menselijk' te houden ?
---En toch blijft het aangewezen vooruit te denken en te zien; en steeds naar meer en beter te streven, en de 'zin' te blijven zoeken .
.... want,
---" De Zin van het Leven zou wel eens 'het Zoeken naar die Zin' zelf kunnen zijn ?" .
Argumenten zijn nog geen bewijzen , maar wel redelijke betogen ...
---Het is duidelijk, dat in mijn onderwerpen en antwoorden steeds een ontologisch idealisme als basis-principe naar voor geschoven werd . En dikwijls wordt mij gevraagd meer bewijzen of argumenten, verzameld, op te voeren . Daar wil ik hierbij enigszins aan voldoen . ---Toch blijft het meta-fysica en filosofie ; dus geen wiskunde, zodat 'bewijzen' niets meer dan hypothesen en redelijke theorieën kunnen worden . ---Na opzoeking in de discussiegroepen, waarbij ik aangesloten ben, heb ik volgende argumenten van mij-zelf teruggevonden . ::: Arg.1. Uitgangspunt was : 'Van immaterialisme naar idealisme' : een antinomie van de 'ruimte' .: Processus ; Stelling A. - 'De ruimte is eindig' : Als de ruimte in zijn, laat ons zeggen , gewone 'materiele' betekenis en zin zou 'bestaan', moet ze een bepaalde omvang hebben ; in principe meetbaar zijn ; een bepaald aantal kubieke km. of zelfs kubieke lichtjaren tellen ; anders 'is' ze er niet . Stelling B . - 'De ruimte is on-eindig' : Indien de ruimte dan een bepaalde omvang moet hebben , moet ze wel begrensd en als het ware om-muurd zijn ...Vraag blijft dan echter : 'wat is er achter die muur of voorbij die grens ?' ..Ja, alweer ruimte ; anders kan men zich dat niet voorstellen .; dus een on-eindige ruimte . De ruimte moet aldus zowel eindig als oneindig zijn ... Wat een contradictie is ... Conclusie : De ruimte kan zodoende slechts 'ideëel' 'bestaan of zijn . ;en is ze ook samen met de 'tijd' slechts in de 'geest' bestaande ; hetgeen Kant zijn beroemde 'à priorismen' noemde ... Gevolg alle 'substanties', die zich in de ruimte bevinden, kunnen aldus ook slechts een ideëel bestaan leiden ; en net als de à priorismen zelf, waarin ze zich voordoen, slechts in dé of in een geest bestaan .--Zie ook Berkeley .
Arg.2 : Ook had ik het over het 'stoffelijk' nihiliseren van zowel 'vormen' als 'inhouden' van alle substanties . Substanties als vormen zelf, geëvolueerd vanuit de punt, dat een 'niets' is, via de lijn, naar het oppervlak, en naar het lichaam (als vorm), waarvan elk element op zich alweer een 'nihil' is, moesten op hun beurten 'onstoffelijke nihils' zijn .; en slechts bestaan als 'ideeën' .
Arg. 3 : Hetzelfde werd gezegd van de inhouden van de dingen of substanties, die we ook volgens Kant niet kunnen kennen . Want bij het zoeken naar die diepere inhouden stuit men alweer op vormen en oppervlakten, die een materieel 'niets' zijn ; zelfs bij het splitsen van de kleinste partikeltjes kan men slechts nieuwe vormen waarnemen ; maar nooit geen 'innerlijkheden' . Die inhouden zelf blijven verborgen buiten alle empirisch onderzoek, en kunnen slechts ideëel begrepen worden als een soort energie, die men slechts een naam kan geven .
Arg. 4 : Ook de 'tijd' is gezien geworden, als bestaande uit 3 delen ; nl. het verleden, het heden en de toekomst. Het verleden, dat niet meer is, en slechts in een geheugen blijft bestaan . De toekomst, die nog niet is ,en slechts als een verwachting eveneens in de geest bestaat . En het 'heden' of het 'NU' is net als de punt zonder afmetingen, een moment dat op zich een 'nihil' is . Zodat ook het begrip 'tijd' als een 'ideêel' iets moet gezien worden ...Tijd is eveneens een à priorisme van Kant ...
Arg. 5 : Verder werd gesteld, dat enige vormen van 'intelligentie' in onze wereld zeker niet kunnen geloochend of ontkend worden . ; zie onze verstandelijke-, en wils faculteiten. Niemand gaat toegeven, dat hij geen verstand of geen eigen wil heeft . Is het bestaan of het hebben van een intellectueel- of wils vermogen dan een enig feit in onze cosmos ? Ook als men, net als de ziel, intelligentie op een materiele wijze zou interpreteren en begrijpen, dan nog moet men besluiten, dat in 'materie' een vorm van intelligentie of bewustzijn verscholen moet zitten , en er uit geëvolueerd is . Aldus moet men aanvaarden, dat zogenaamde 'materie' als inhoud een zeker energiek-onstoffelijk bewustzijn moet bezitten, insluiten ,of in potentie hebben ..
Arg. 6: Hetzelfde kan gezegd worden over causaliteit, finaliteit, en vrijheid, waarvan bij de mens zeker enige vorm van te vinden is . Zonder enige vrijheid is geen verantwoordelijkheid, geen moraal en geen intentionaliteit mogelijk. En vrijheid leidt ons ongetwijfeld buiten het empirische naar het 'transcendente' en het 'ideeële .
Arg. 7 : We hadden het ook dikwijls over dualismen, of pluralismen in de filisofie ; die dan volgens mijn opinie niet konden aangenomen worden . ;Dus geen 'denken en uitgebreidheid', geen 'lichaam en ziel', geen geest en stoffelijke materie samen mogelijk ...; daar geen enkele 'osmose' tussen meerdere grond- of basisprincipes kunnen aanvaard worden . Hoe kan geest op 'stoffelijkheid' inwerken, enz.? "Geest kan wel materie voorstellen ; maat materie op zich kan geen voorstellingen maken" . Stoffelijke materie is aldus slechts een verschijningsvorm , een fenomeen van een ongekende, bewuste energie of geest ..; Bewustzijn zelf is echter niets anders dan voorstelling subject tot object... ---Verder heb ik nog aangehaald, van : ..Democritos en zijn a-tomen-leer . Democritos stelde dat de atomen verder ondeelbaar waren .. Is alles wat stoffelijk-materieel is dan niet niet verder deelbaar ? Democritos poneerde hierdoor, dat de inhoud van die atomen niet echt 'stoffelijk' kon zijn ...; alhoewel hij de eerste materialist werd genoemd ... ..Kant stelde dat het 'innere der dingen' niet empirisch kon gekend of gezocht worden . ..Schopenhauer vulde dat innere in met een intellectuele Wil, als oorzaak en beweegreden van alles . ..Hegel zag alles eerder als een evolutie van de Absolute Idee --- ...Leibniz tenslotte begon zijn Monadologie als volgt : 1. De monade is een eenvoudig 'iets', een enkelvoudige substantie, dus zonder delen . 2. Er moeten eenvoudige of enkelvoudige substanties bestaan, omdat er samengestelde zijn ; want samengestelde zijn samengevoegde enkelvoudige . 3. Daar in de monade geen delen zijn, is geen uitgebreidheid, geen vorm of deelbaarheid mogelijk . En die monaden zijn werkelijk de atomen van de Natuur - in een woord de 'elementen' van alle dingen ... Enz.....
Arg. 8: Besluiten voortvloeiende uit de relativiteits-theorie en de quantum-mechanica hebben aangetoond, dat de stelling van materie als mechanisch en stoffelijk, niet langer kan weerhouden worden ; gezien het enigszins gelijkschakelen van 'massa en energie' en vice versa ; en ook anderzijds met het terug invoeren in de wetenschap met een zekere 'creatio ex nihilo' een ontstaan of schepping uit het 'niets' ; namelijk door het waarnemen van sub-atomaire deeltjes die ontstaan en weer verdwijnen in het 'niets' , enz.. Materie is voor de quantum-theorie eerder een ideëel 'iets' of begrip dan een 'tastbaar' ding .
Arg. 9: Er bleef enkel nog een vorm van 'energie' over , die dan van een intellectueel, berwuste aard moest zijn . ; en op zich zelf niets meer dan de 'eeuwige logica' zelf kon zijn . De logica van de wiskiunde, de formele logica of de wetmatige natuurwetten , deze wetten waren dan het enige 'absolute' in onze cosmos ; en al het overige bestaande moest als 'contingent' worden gezien. Alles moest dus uit die eeuwige absolute Logos - logica geëmaneerd zijn . Logica is zelf een 'moeten zijn', en intelligente wilsakt als het ware, die enigszins met de Wil van Schopenhauer kan vergeleken worden . Schopenhauer vond aldus ook een oplossing voor het 'ongekende innere der dingen' van Kant ...; hij noemde dit innere een 'Wille' ...
Arg. 10. Die enige energie was dan ook de voorstelling of bewustzijn, dat alles schiep als 'idee', en waaraan wij ook samen met alles deelnemen . Een bewustzijn, dat op zich, zoals reeds aangehaald, enkel voorstelling is; -een juxta-posering van 'nietsen' als punten en nu-momenten -.en waarin object en subject samen vallen ...zie Hegel- Alles zien als 'ideeën', gedachten, voorstellingen of bewuste acten, uitgaande van een allerdiepst, onderbewust 'zijn', lijkt aangewezen .== Idealisme ... "Ken je zelf, dan ken je 'god', of dan ken je het 'principe' van alles" , wordt toepasselijk . Wij zelf , allen en alles zijn dan als het ware, slechts 'moment-ideeën' van één Super -ego ; 'Het denken van het denken' zelf -..Zie Aristoteles .
---Besluit : Geen egoïstisch solipsisme, maar een SUPRA-SOLIPSISME, als vorm van idealisme kiezen, blijft een redelijke keuze...
---Deze argumenten zijn transcendente 'richtingaanwijzers' ; Maar omtrent het 'transcendente' zelf moet men toegeven, dat het een 'Weten van niet-weten' blijft .. .Maar zeker is : "Er is meer dan ..." ... Het blijft echter META-FYSICA ...
---Dikwijls heeft men het in de filosofie of in de meta-fysica over evolutie, evolutie-leer, Darwin, enz. Maar kan er ook sprake zijn van enige evolutie in de meta-fysica zelf ? ... Ik denk het wel .
---De oudste vormen van meta-fysica, ver voor de naam van die discipline zelfs bestond, kwamen enigszins voor als natuur-religies . Natuurverschijnsels, hemellichamen, e.a. waren oorzaak of finaliteit van alle gebeuren op onze wereld . Er ontstond stilaan een veel-godendom ; meta-fysisch vertaald in een 'veel-oorzakendom'... Later ontstonden ook monotheïsmen als religie ; en ook de meta-fysica ontwikkelde zich van een 'meer-oorzakendom' tot een 'één of slechts enkele elementen-wetenschap' .
---Bij de oud-grieken ontstond de tendens alles één oorzaak toe te kennen ; m.a.w. men wilde klaarheid en vooral een eenheid in de cosmos . Dit was dan reeds en thans nog het doel van de meta-fysica . Die elementaire oorzaken waren echter materialistisch van aard . De ene zag water als basis element van alles . Anderen beperkten zich tot de 'vier elementen' als oorzaak van alles . En Democritos herleidde alles tot atomen, die verder ondeelbaar moesten zijn ; en steeds in beweging waren in een ledige ruimte .
---En zo ging het verder ; maar bij die oud-grieken reeds ontstond toen de tegenhanger van dit materialisme . Plato stelde, dat de 'ideeën' alleen de echte substanties waren, en dat de vermeende substanties slechts een afschijnsel waren van die eeuwige vormen of Ideeën . Hier begon inderdaad een zekere vorm van idealisme, zij het dan als dualisme, dat tot op heden nog wel ingang vindt . Naast het materialisme ontstond het idealisme ; dat weliswaar verschillende vormen kende .
---Ook bij het begin van de moderne filosofie behield men dit dualisme zij het dan onder andere vormen . Descartes had het idee, dat alle substanties -of bijna alle- van materialistische aard moesten zijn , en dat hun werkingen volledig mechanisch waren ; een 'hotsen en botsen' van stoffelijkheden ...Voor de mens zelf aanvaardde hij daarboven wel nog een ziel die in het lichaam zetelde en onsterfelijk was . Ook nam hij het bestaan van een God aan, als souvereine schepper van alles . Maar hij bleef hoofdzakelijk materialist . Beiden zowel Democritos als Descartes hebben echter de ware 'inhoud' van die stoffelijkheden nooit kunnen 'waarnemen' of enigszins kunnen beschrijven of zelfs vermoeden ..; en verder dan de vormen of de ideeën van Plato kwam men ook niet .
---De meta-fysica ontwikkelde zich later wel tot het idealisme ...Te beginnen met Kant ; zijn à priorismen en het 'innere der dingen' dat men nooit kon kennen . . Dit ging zo verder met Fichte, en ook Schopenhauer, die de Wil als een bewuste, intelligente energie, vanuit een a-logische en blinde positie, tot de voortbrenger en ontwikkelaar van alles voorstelde . Hegel hield het bij de 'absolute Idee', die dialectisch alles voortbracht en ontwikkelde .
---Men stelt aldus vast, dat de meta-fysica zich ook ontwikkeld heeft, net zoals de organische wezens en misschien wel zoals alles ; vanuit een 'materialistisch' minder intellectuele positie naar intellectuele, bewuste entiteiten , of concentraties .
---Vanuit een zuivere mechanische voorstelling van alles, is men stilaan gekomen tot een intellectueel-logische en bewuste ontwikkeling van alles . . Van het empirische is men voortgegaan naar het rationele en het meer bewuste en intelligibele, om het zo te zeggen .
---De Quantum-mechanica en andere hedendaagse wetenschappen en opinies bevestigen deze evolutie tenvolle . Onlangs las ik in het werkje 'Filosofie voor krantenlezers'- uit Trouw van het jaar 2002, volgende citaten omtrent moderne filosofen ;
..." in tegenstelling met Kant stelt Schopenhauer, dat het 'ding an sich' juist wel kenbaar is ; dat het zelfs het 'kenbare bij uitstek' is ; doch niet van buitenuit, zoals de wetenschap probeert aan te tonen ; maar van binnen-uit . In je-zelf ligt de toegang tot de werkelijkheid, en daarvan zegt Schopenhauer, dat het 'Wille' is, aanvankelijk blind en zinloos -voor ons althans ..."
...en verder over Heidegger nog : "Heidegger maakte een scherp onderscheid tussen Dasein en Sein . Dit onderscheid noemde hij 'de differenz' . Het Sein kan niemand definieren . Het is een 'totaliteitscategorie', een zingevende horizon . Het Sein verleent zijn betekenis aan al wat is ..Vanuit het Dasein, het gewone dagelijkse bestaan, kan en moet men zich richten op het Sein . De mensen, die dit doen, noemt Heidegger de 'eigenlijken' ; en zij, die dat niet doen, de 'on-eigenlijken'--" Beoefen dus de meta-fysica !!!
---Ook las ik nog van Piet Vroon het volgende : " Op micro-niveau is materie, volgens de quantum-mechanica, als het ware meer een 'idee' dan een 'tastbaar ding' .."..en nog :"Materie is een verschijningsvorm of een afgeleide vande 'geest'" , enz... ---Verder hebben nog volgens Chopra : "Sub-atomaire deeltjes zijn geen stoffelijke dingen ; ze zijn slechts schommelingen van 'energie' en informatie "... :. Hij heeft het ook over de band van de waarnemer tot het waargenome :" Voordat de waarnemer besluit sub-atomaire deeltjes waar te nemen, zijn ze niet meer dan waarschijnlijkheidsgolven en wiskundige verschijnselen in een veld van oneindige potenties ."...enz...
---De evolutie van de meta-fysica zal m.i. van het uiterlijke, verschijnende naar het intuitieve en innerlijke moeten verder verlopen . M.a.w. men moet in de zaken - in de dingen- in de allerminiemste deeltjes- durven indringen . En men moet het empirische van de 'materie' durven overschrijden om tot de ware kennis van het 'innere' en aldus ook van 'alles' te komen.
---En uiteindelijk moet en zal men komen tot een ongekende 'eenheid' van bewuste-energie, die alles emaneert en zich hier voor ons slechts onder vormen van fenomenen en 'materialismen' voordoet ...
--De meta-fysica heeft zeker nog een toekomst . Valère--
--Voor George Berkeley ( Ierland 1685-1753) was de werkelijkheid volledig ideëel, en bestond niets buiten de ideeën, de onze en die van God . --Hij trok alle waarnemingen, die tot een materiele werkelijkheid moesten leiden, in twijfel . --De klassieke en beroemde filosofische vraag omtrent de plaats en de invloed van de waarnemer in de werkelijkheid luidt als volgt :
" Als in een bos een boom omver valt, maakt dit dan een geluid ; ook als er niemand is in het bos om het te horen ?"
--Een vraag om over te filosoferen ... --Wat we horen, gebeurt inderdaad enkel via onze oren in onze hersenen of onze geest . Luchttrillingen van die vallende boom op zich zijn nog geen geluid, als niemand het hoort ... --Zelfs muziek zelf is zonder enige 'zelfstandigheid' als er geen toehoorders zijn ; en is niet meer dan een variatie van luchttrillingen . --Men zou hetzelfde kunnen beweren omtrent het zicht of het zien . --Zichtbaar zijn van iets komt enkel en alleen onder invloed van gepercepteerde kleuren. Ook de vormen van substanties worden eerst duidelijk door kleuren of een afwezigheid ervan . Maar kleuren op zich zijn slechts golflengtes en lichtgolven . En eerst door opvang in onze ogen en door een verwerking in onze hersenen 'zien' wij objecten . --Met onze tastzin zou het niet anders verlopen . Voelen of tasten zou slechts een gewaarwording zijn van een zekere 'weerstand' die ons een object doet veronderstellen .
--Berkeley besloot, dat alles slechts als ideeën in de geest kon bestaan . --De werkelijkheid 'bestond' wel degelijk; maar dan alleen onder de vormen van 'geestelijke-bewuste 'energie ; en immaterialisme ... De ene idee die de andere representeerde ... --Kan men besluiten dat naast geluid en kleur, dat afhankelijk is van de waarnemer, vele andere 'dingen' afhankelijk zijn van zijn waarnemers ??? --Ja, waarschijnlijk wel . Ook volgens de huidige wetenschappen, en vooral de quantum- theorieën,, is het soms vaag en moeilijk, de waarnemer van het waargenomene te onderscheiden . Alles wordt als het ware meer en meer als een 'eenheid' van interagerend bewustzijn gezien .
--Zullen de toekomstige wetenschap en filosofie niet meer moeten gefocust worden op het 'innere' der dingen dan alleen op het fenomenale van de uiterlijkheden ? --Een zal een zicht op het diepste 'innere' in ons 'zelf' niet leiden tot een Supra-solipsisme, de eenheid van 'bewustzijn', waarin alles als idee interageert ? Herinner de oude spreuk "Ken jezelf, dan ken je god" ...
--Volgens de nihilisten heeft het leven geen zin, mijn leven niet, en ook jouw leven niet . Existeren zelf heeft geen enkel zin of doel . Er zijn ook geen ultieme waarden of normen . M.a.w. niets is van belang of van enig nut . "God is dood." ; er is geen 'goed' of 'kwaad' ; dus geen absolute moraal, die ons leven vorm of regel geeft .
--M A A R ,
--Niettegenstaande dat zinloze en a-morele van ons bestaan, leven de meeste mensen en 'nihilisten' toch alsof er wel een doel of een zin zou verborgen zijn achter al hun denken en al hun handelen . En toch zijn de mensen steeds druk bezig op zoek naar steeds meer en beter ; en trachten ze volgens bepaalde normen en regels door het leven te gaan .
--Van waar die CONTRADICTIE ?
--Misschien is er dan toch nog ergens 'IETS', een principe, dat als predikaat 'Absoluut', of misschien als definitie 'God' verdient ?
--Of is het zo, dat het INTUITIEVE van ons ONDERBEWUSTZIJN dieper weet door te dringen tot de kern der dingen, dan onze 'REDE' zelf dat zou vermogen ?
--Men kan het hebben over het 'begin' in de tijd of in de ruimte ; maar ook over het 'begin' als principe, als bron of oorzaak ;... dan spreken we eerder over het begin(sel) ...
--Volgens Aristoteles was de cosmos eeuwig en zonder begin (ook zonder einde) ; maar de cosmos ,de wereld had wel een beginsel, een principe of eerste oorzaak ; Alhoewel hij ook, evenals Heraclitos alles veeleer als een eeuwige beweging en een voortdurend worden zag ; vond hij toch dat die eeuwige verandering en beweging een oorzaak, principe of beginsel moest hebben . Dit principe of begin(sel) noemde hij dan de Onbewogen Beweger . --Voor een begin- het begin- kunnen wel parallelle versies gevonden worden .
--Versie 1 : In (het) begin schiep God de hemel en de aarde, enz... Zo begint de Bijbel . Alles wordt door God in het begin geschapen ; en wel uit het 'niets' ; want alleen God 'was' voordien ... --Moet men hier een begin in de tijd zien , of een begin als beginsel, als prima causa ? In de meeste bijbel-boeken staat : 'In (den) beginne, of 'In (het) begin ' ..'Het' of 'den' staat dan tussen haakjes . Waarom ?...Omdat 2 versies mogelijk zijn . Men kan een begin in de tijd aannemen, of ook een begin zien als beginsel, principe, of oorzaak . God schept alles in den beginne, of God is de schepper uit principe, buiten de tijd om . Hij is een permanente schepper, ook nu nog ...Hier zou men ook een compromis kunnen vinden tussen creationisme en evolutionisme. God schept steeds verder een evoluerende cosmos ...Maar alles onstaat zodoende als een 'schepping' uit een 'onstoffelijk iets'...uit God zelf .
--Versie 2 : 'In den beginne was de Big Bang, ' zou men als parallel kunnen stellen ...Ook hier is sprake van een ontstaan uit een 'niets', stoffelijk-materieel gezien dan ...; een onstaan uit een massa '0' en uit een energie 'oneindig', waaruit alles 'geëmaneerd' en verder uitgedijd is . --Die oneindige energie heeft als het ware zichzelf beperkt en bepaald in vormen met een meetbare massa en een bepaalde energie . ...Zo ontstond onze cosmos en alles en allen daarin ...Ook hier kan men 'begin' als 'beginsel' en enigszins buiten de tijd zien. Volgens de quantum-theorie immers ontstaan en verdwijnen de allerkleinste deeltjes of' 'bouwstoffen' voortdurend in en uit een 'onstoffelijk' iets ; want massa = energie . En zodoende is hier ook een zekere eeuwige 'schepping' aan de gang .. --Wat is hier het beginsel ? Een energie zonder enige omvang, die op een schijnbaar 'bewuste' wijze tot een 'scheppen' overgaat . Is die energie hier dan de God achter en in alles ? Quid ?
--Versie 3 : Een ander 'beginsel' en quasi-begin of schepper zou het 'bewustzijn' zelf kunnen zijn . Wat dit dan ook moge wezen ? --Het enige bewustzijn, waarvan we enigszins 'bewust' zijn, is ons eigen bewustzijn zelf . In dit bewustzijn immers bestaat voor ons alles als waarneming, geheugen en voorstelling ...Het 'Cogito' is onze enige houvast en zekerheid . Ons bewustzijn geplaatst in een 'no place' in onze hersenen kan inderdaad een ganse cosmos 'binnenhalen', verwerken en construerend weer voorstellen ... --Bewustzijn als 'beginsel' van 'zijn' ; als tegenstelling van subject naar object, is als het ware de 'schepper' van dit zijn en van de zijnden zelf ...Puur idealisme hier ...
--Kan men dan als 'besluit' stellen, dat de oneindige God, de oneindige energie of het algemeen, oneindig bewustzijn één en hetzelfde principe of begin van alles moeten zijn ?
--"In den beginne schiep God de hemel en de aarde.'; of 'In den beginne was de Big Bang '; of 'In den beginne 'schept' het Bewustzijn' ...
--Niet alleen in de meta-fysica is een zekere dialectiek werkzaam ; maar ook in de politiek als filosofische wetenschap. --Is politiek ook filosofie ? Ja wel . Aristoteles zag politiek als de meest verheven filosofie, tenminste dan als praktische 'kennis' . Politiek was voor hem de voortzetting en de bekroning van de moraal of de ethica . --In zijn 'Ethica' had Aristoteles het vooral over het 'goede', het 'geluk' en de deugden om deze te bereiken . In zijn hoofdwerk 'De Politiek' veralgemeende hij dit streven naar het 'goede en het rechtvaardige' . Hij definieerde de mens als een ' politiek wezen'; en verder zei hij ; "Iedere Staat (of stad-staat), die wij kennen, is een zekere 'gemeenschap' . En iedere gemeenschap wordt gesticht met zicht op een zeker 'goed' als doel ... Alle gemeenschappen streven dus naar een zeker goed . Maar het opperste goed, dat alle goederen omvat, zegt hij, is de Staat zelf ; de Staat of de 'goede politieke gemeenschap' .
--Het is zo, dat bij een klein groepje mensen,, waar slechts weinig gebeurt en luttele goederen uitgewisseld worden, de spelregels automatisch opgesteld worden en bijna vanzelfs mogelijk zijn . Bij een grotere groep mensen, waar de omgang zich vermenigvuldigt, wordt het noodzakelijk, dat een zekere 'overheid' tussen komt, om die regels door wetten te bepalen, en ze te doen naleven om onvermijdelijke conflicten op te lossen ...Zodoende wordt de Staat gesticht . Die stichting is geen 'verschijnsel', dat alleen uit een vrije wil voortvloeit ; maar is ook een gedetermineerde progressieve constructie, ontstaan door het overwinnen van vele obstakels .
--Politiek is aldus een wetenschap of een filosofie van het individu als lid van een gemeenschap . Een politieke staat moet gebaseerd zijjn op een 'sociaal contract' tussen de burgers en tussen hun gezamenlijke belangen . --Staten kunnen aldus ofwel : democratisch als een republiek of als een constitutionele monarchie bestaan ; ofwel bestuurd worden door een oligarchie (bestuur door enkelen) ; of zelfs door een alleenheerser of tiran beheerst en zelfs onderdrukt worden . --Leiders kunnen aan de macht komen via democratische verkiezingen ; door erfenis of zelfs door een staatsgreep . --Volgens Plato moesten de leiders van een Staat filosofen zijn ; en liefst nog neutrale wijzen, die het niet gemunt hadden op 'macht', rijkdom of persoonlijke eer . --Er kan een liberaal bewind heersen, dat de vrijheid van de burgers hoog in het vaandel voert; de vrije markt, enz. voorstaat . Er kan ook een 'communistisch' regime aan de macht zijn . Communisme of een vorm er van , die zowel door Plato in zijn Republiek, als door Thomas More in zijn Utopia als de ideale staatsvorm werd voorgespiegeld ; maar in de praktijk spijtig genoeg nooit echt verwezenlijkt kon worden of kon blijven ... De mens is tenslotte meer gesteld op zijn vrijheid dan op een zogenaamde opgelegde 'orde' ...
--Hoe moet de juiste Staat of bestuursvorm dan zijn ?..Volgens Aristoteles moet hij rechtvaardig zijn zowel voor de burgers als voor zichzelf . Voor anderen moest de Staat de zo hoog mogelijke vrijheid in de samenleving garanderen . Nog anderen zagen de eerste taak van de overheid, te zorgen voor een zekere verdeling van de 'goederen' ; zodat ook het bestaan van de minsten leefbaar wordt . Ten allentijde moet de staat ook zorgen voor de veiligheid en de verdediging van iedereen . --Een zekere 'middenweg' zal ook hier de gulden regel zijn ...
--Politiek is net als de menselijke historie zelf een dialectisch gebeuren . Via thesis naar anti-thesis en synthesis, enz. Van bv. absolute tirannie of monarchie naar grondwettelijke monarchie en verder naar democratie en republiek ; om dan misschien in crisis-tijden terug te vallen op een zekere alleenheerschappij en zelf een tirannie ; waar mee men meestal begonnen is . --Het is een feit dat de begrippen : welvaart, tegenspoed, rechtvaardigheid, macht en vrijheid een grote rol toebedeeld krijgen naargelang de staatsvorm .
--Quid ??? Hoe moet een staat evolueren ? Of zelfs : "moeten er nog staten zijn" ? Moeten er nog grenzen zijn ? Want grenzen zijn in feite niets anders dan lidtekens van politieke evoluties .. --De mensheid is nog jong ; is nog in zijn puberteit . De ideale staat zou zeker 'anarchistisch' van aard kunnen en moeten zijn . Voor hem (de staat) moet het volstaan, dat alle burgers eerlijk en genereus zouden zijn ; t.t.z. dat ze hun 'mens-zijn' volledig betrachten . Zo kan de Staat de perfecte 'begeleider' worden voor iedere individuele mens tot het bereiken van zijn eigen ontwikkeling, en van het gezamenlijke doel van de mensheid zelf ...
--Veel hedendaagse wetenschappers en filosofen nemen aan, dat er slechts 'bewustzijn' is . Deze stelling is zeker het gevolg van moderne 'kennissen', zoals de relativiteitstheorie, de quantum-mechanica, de new-age principes en niet het minst de oosterse filosofie .
--Maar de vraag blijft : wat is 'bewustzijn' dan zelf wel ? Er zijn weinig afdoende definities van te vinden ; doch het gaat veelal om tegenstellingen, tussen subject- en object ; van these naar anti-these en synthese, en opnieuw.. ; kortom het gaat meestal om een dialektisch proces en een 'eenheid' in de tegenstelling...
--Maar 'tegenstelling' waarvan ? En welke 'eenheid' ? Ja, van 'bewustzijn', dat zowel object als subject moet zijn . En zo komen we steeds in een vicieuze cirkel terecht .
--De stelling zelf is en blijft "alles is 'bewustzijn' ; en de vraag blijft ook "wat is dan 'bewustzijn' ?
--Feit is, dat er soorten en vormen van 'bewustzijn' zijn ; en wij er slechts een gebrekkige vorm van kennen en zelf 'hebben' ...; maar alle vormen wijzen op een ongekende 'geestelijke' energie .
--Mogelijk antwoord dan op de vraag : wat is 'bewustzijn', is :"het Ene Absolute Zijn " ... --En zo kunnen we nog verder gaan .........
--Van alles en van alle substanties is enkel de vorm empirisch of fenomenaal voor te stellen , of te kennen . De inhouden zelf van de dingen blijven ongekend, mysterieus, 'het ongekende innere der dingen' vlgs Kant .
--Maar ook vormen zijn niets meer dan een juxta-positie vanuit een punt, die zelf niets meer is dan een materieel 'nihil' . De punt zet zich tegenover een ander punt als een nihil tegenover een ander nihil ; en aldus wordt de lijn 'gevormd' . Die tegenstelling kan men een bewuste act noemen ; want bewustzijn zelf is niets meer dan tegenstelling - subject contra object . --De punt wordt aldus de lijn ;de lijn wordt het vlak ;het vlak wordt een lichaam of een vorm, en aldus een substantie . Maar zowel punt als lijn of vorm en lichaam blijven op zich materiele 'nihils' . --Die tegenstellingen, die we bewustzijn kunnen noemen , moeten aldus ontstaan vanuit dit 'ongekende innere der dingen', dat fysisch niet ken-of meetbaar is, en alles is zodoende een bewuste juxta-posering vanuit een schijnbaar 'niets' .
--Dit niet te kennen 'innere' moet dus ook bewustzijn hebben of zelf zijn ,om zich in vormen of ideeën te kunnen manifesteren . Want ook al volgens Aristoteles, waren vormen hetzelfde als ideeën ... --Dit manifesteren van de vormen of ideeën is dus de emanatie vanuit dit 'innere der dingen', dat het enige absolute is, niet contingent of afhankelijk ;... de absolute wetten van de evoluerende 'logica' zelf . --Het absolute 'moeten-zijn' van die logica en wetten, is dan de ongekende 'wil', die uit de omni-potentie van de 'logica' alles als een 'hier en een nu- fenomeen' in ruimte en tijd moet actualiseren ...; of de logica als principe en causa voor de realiteit ... Valère--
Ik ben Valère De Brabandere
Ik ben een man en woon in Tielt (België) en mijn beroep is gepensioneerde ambtenaar.
Ik ben geboren op 27/02/1935 en ben nu dus 90 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: o.a. filosofie.