|
Gisteravond van pure verveling nog eens binnengesprongen in't café. Toen ik binnenkwam viel het lawaai me op. Of beter gezegd: het gebrek ervan. Niettegenstaande er toch wat volk was, kon je bij wijze van spreken, een speld horen vallen. Mijn verwondering duurde niet lang. Buiten de inboorlingen, die gewoonlijk lawaai produceren om een bende doorsnee viswijven jaloers te maken, zaten er twee Afrikaanse vrouwen in traditionele kledij thee te slurpen. En 't waren mooie. Gerdi, de locale macho, had uitgevogeld dat de twee een paar haltes te vroeg van de bus waren gestapt en op hun venten wachtten. Dat laatste was er voor Don Juan te veel aan geweest. Hij had zijn versiertruken teruggestoken waar ze altijd zitten. Achter zijn rits. Hypoliet, want zo noemen we Gerdi's penis sinds zijn wijf er is vanonder gemuisd, zou vanavond niet moeten optreden.Waar 'Hyploiet' vandaan komt leg ik wel eens uit.
Aan de toog zat 'Seb' met zijn copiloot met grote gebaren tegen te sturen. Toen ik naderde begon hij te lachen en stopte de gebarentaal. ' Het kriebelt nog altijd, Vroum.' 'Zeker nu, met Moorslede voor de deur.' Hij werd stil. Toen ik vroeg of hij ging kijken schudde hij het hoofd. 'Ik zou blèten, denk ik' zei hij lachend. Zijn co van welleer knipoogde en knikte van ja. 'Patron, geef er hier nog eens drie. De laatste.' Ik trakteerde nog eens en begon over iets anders.
|