De zeven werken van barmhartigheid kwamen ter sprake in de les. Driekwart van de klas (5e jaars) hadden er nog nooit over gehoord. Tenminste dat dachten ze. Toen iemand opperde dat hij alleen 'de dorstigen laven' kende, bleken enkelen toch ongeveer te weten waar het over ging. Eerst probeerde ik via de betekenis van het woord 'barmhartigheid'. Dat was een moeilijke. Ik vroeg dan maar of iemand voorbeelden kon bedenken van een barmhartige. En ja hoor: de barmhartige Samaritaan bleek bekend en de betekenis van het oubollige adjectief zou met enige zin voor deductief denken 'meer voor iemand doen dan verwacht' kunnen betekenen, of ook 'goedheid in overvloed'. Daar kon ik mee leven. Zo kwamen we op het zoeken naar welke de zes andere werken van barmhartigheid wel zouden kunnen zijn. De hongerigen spijzen kwam vrij vlot. Na veel zoek- en denkwerk, met soms hilarische resultaten (bijvoorbeeld: de kouwelijken verwarmen, de angstigen geruststellen, de daklozen bij je laten logeren, de dommeriken onderwijzen) kwam het derde werk op het bord, met name de naakten kleden. Maar dan bleef het stil. Ik stelde voor dat iemand het eens zou opzoeken in de bijbel (ik had zelf snel opgezocht waar precies in het evangelie ze dat konden vinden, want jammer genoeg is mijn parate kennis op dat vlak ontoereikend) en toen werden er zes gevonden. Het zevende werk van barmhartigheid (De doden begraven- cfr het boek Tobit) werd in de middeleeuwen door de paus toegevoegd. De leerlingen vonden dit geen oubollige boodschap (ik blij!), want eigenlijk zetten duizenden vrijwilligers zich dagdagelijks in voor 1 of meer van die werken in diverse organisaties, al dan niet uit christelijke hoek. Er werden voorbeelden opgesomd van 'goede werken', die beantwoorden aan elk van de zeven werken, wat bij het ene werk al wat vlotter lukte dan bij het andere. Ik was een tevreden godsdienstleerkracht na afloop. Eén van de leerlingen merkte het op: 'U vond het een leuke les, hé mevrouw?' 'Ja, ik vond het tof.' Tot volgende week!