De wederkomst van Jezus Christus
Inhoud blog
  • Ik zal een vuur zenden in Magog, en onder degenen, die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
  • De profeet Micha en het TIJDS-DAL in de heilsgeschiedenis
  • De Moeder van alle verwoestingen 1
  • De Moeder van alle verwoestingen 2
  • De Moeder van alle verwoestingen 3
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    18-03-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Moeder van alle verwoestingen 1

    Robert De Telder, 17.03.2018

    Jesaja 1:1 Het gezicht van Jesaja, den zoon van Amoz, hetwelk hij zag over Juda en Jeruzalem, in de dagen van Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia, de koningen van Juda. 2 Hoort, gij hemelen! en neem ter ore, gij aarde! want de HEERE spreekt: Ik heb kinderen groot gemaakt en verhoogd; maar zij hebben tegen Mij overtreden. 3 Een os kent zijn bezitter, en een ezel de krib zijns heren; maar Israël heeft geen kennis, Mijn volk verstaat niet. 4 Wee het zondige volk, het volk van zware ongerechtigheid, het zaad der boosdoeners, de verdervende kinderen! Zij hebben den HEERE verlaten, zij hebben den Heilige Israëls gelasterd, zij hebben zich vervreemd, wijkende achterwaarts. 5 Waartoe zoudt gij meer geslagen worden? Gij zoudt des afvals des te meer maken; het ganse hoofd is krank, en het ganse hart is mat. 6 Van de voetzool af tot het hoofd toe is er niets geheels aan hetzelve; maar wonden, en striemen, en etterbuilen, die niet uitgedrukt noch verbonden zijn, en geen derzelve is met olie verzacht. 7 Uw aardrijk is een verwoesting, uw steden zijn met het vuur verbrand; uw land verteren de vreemden in uw tegenwoordigheid, en een verwoesting is er, als een omkering door de vreemden. 8 En de dochter van Sion is overgebleven als een hutje in den wijngaard, als een nachthutje in den komkommerhof, als een belegerde stad. 9 Zo niet de HEERE der heirscharen ons nog een weinig overblijfsel had gelaten, als Sodom zouden wij geworden zijn; wij zouden Gomorra gelijk zijn geworden. (Statenvertaling)

     

    Toen de bekende Oudtestamentische profeet Jesaja zijn bediening begon was het gebied van Israël net door een meganatuurcatastrofe getroffen. De geciteerde verzen geven een beschrijving van het land dat als omgekeerd beschreven wordt met alom verbrande steden. De dodentol aan mensenlevens moet enorm geweest zijn en de overlevenden worden als een overblijfsel beschreven. De verwoesting kon men vergelijken met de bekende historische verwoesting van de steden Sodom en Gomorra in oktober van het jaar 1889 v. Chr.

    De beschreven verwoesting van het land door de profeet Jesaja was zo desastreus dat later de profeet Zacharia ernaar verwijst wanneer deze de Apocalyps van de HEERE God op de Olijfberg te Jeruzalem beschrijft.

    Zacharia 14:1 Ziet, de dag komt den HEERE, dat uw roof zal uitgedeeld worden in het midden van u, o Jeruzalem! 2 Want Ik zal alle heidenen tegen Jeruzalem ten strijde verzamelen; en de stad zal ingenomen, en de huizen zullen geplunderd, en de vrouwen zullen geschonden worden; en de helft der stad zal uitgaan in de gevangenis; maar het overige des volks zal uit de stad niet uitgeroeid worden. 3 En de HEERE zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds. 4 En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeën gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, zodat er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene helft des bergs zal wijken naar het noorden, en de helft deszelven naar het zuiden. 5 Dan zult gijlieden vlieden door de vallei Mijner bergen (want deze vallei der bergen zal reiken tot Azal), en gij zult vlieden, gelijk als gij vloodt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, den koning van Juda; dan zal de HEERE, mijn God, komen, en al de heiligen met U, o HEERE! 6 En het zal te dien dage geschieden, dat er niet zal zijn het kostelijk licht, en de dikke duisternis. 7 Maar het zal een enige dag zijn, die den HEERE bekend zal zijn; het zal noch dag, noch nacht zijn; en het zal geschieden, ten tijde des avonds, dat het licht zal wezen. (Statenvertaling)

    De profetie van Zacharia hoofdstuk 14 is uitgebreider en gaat tot en met vers eenentwintig. Ik wens echter in het bijzonder de aandacht te vestigen op vers vijf waar de profeet de omvang van de aardbeving ten tijde van koning Uzzia beschrijft. De profeet onderlijnt hier het destructieve karakter van de apocalyptische meganatuurcatastrofe wanneer Jesaja zijn bediening als profeet van de HEERE aanving.

    Het dateren van de meganatuurcatastrofe in het jaar dat Jesaja zijn bediening begon doen we met de hulp van de historische Bijbelboeken en de Joodse historicus uit de eerste eeuw van onze tijdrekening: Flavius Josephus.

    De regeerperiode van koning Uzzia heb ik in mijn werk TIJD en TIJDEN, 2015, hoofdstuk: De kroniek van koning Uzzia van Juda: blz. 279, uitgewerkt en op de tijdsbalk verankerd met de jaren: 803/750 v. Chr.

    De Joodse oudheidhistoricus Flavius Josephus reikt het ankerjaar aan tot het exact dateren van het begin van de bediening van Jesaja als profeet. Ook hij beschrijft hoe het land Juda door een aardbeving getroffen werd op het moment dat koning Uzzia/Azaria zich met Jom Kippoer de rol van hogepriesters toe eigende:

    In the meantime a great earthquake shook the ground and a rent was made in the temple, and the bright rays of the sun shone through it, and fell upon the king's face, insomuch that the leprosy seized upon him immediately. And before the city, at a place called Eroge, half the mountain broke off from the rest on the west, and rolled itself four furlongs, and stood still at the east mountain, till the roads, as well as the king's gardens, were spoiled by the obstruction. Now, as soon as the priests saw that the king's face was infected with the leprosy, they told him of the calamity he was under, and commanded that he should go out of the city as a polluted person. Hereupon he was so confounded at the sad distemper, and sensible that he was not at liberty to contradict, that he did as he was commanded, and underwent this miserable and terrible punishment for an intention beyond what befitted a man to have, and for that impiety against God which was implied therein. So he abode out of the city for some time, and lived a private life, while his son Jotham took the government; after which he died with grief and anxiety at what had happened to him, when he had lived sixty- eight years, and reigned of them fifty-two; and was buried by himself in his own gardens.

    (Flavius Josephus, Joodse Oudheden, Boek IX,x.4)

     

    Het was in de maand oktober met Jom Kippoer van het jaar 776 v. Chr. dat Uzzia meende niet alleen als koning maar ook als hogepriester te kunnen optreden. Het resultaat was dat hij met melaatsheid geslagen werd en de volgende vijfentwintig jaar tot aan zijn dood in quarantaine geplaatst (2 Kronieken 26:16-23).

    Het vermelde Bijbelgedeelte maakt duidelijk dat koning Uzzia in quarantaine geplaatst werd en dat zijn zoon van dan af in zijn plaats het land bestuurde. Een jaartal geeft de Kroniekschrijver niet op, maar zowel THE LEGENDS OF THE JEWS gecompileerd door Louis Ginzberg als de SEDER OLAM vermelden een periode van vijfentwintig jaar dat de zoon van Uzzia: Jotham, als co-regent optrad. Het laatste regeringsjaar van Uzzia op de tijdsbalk was het jaar oktober 751/september 750 v. Chr. Wanneer we vanaf dit jaartal vijfentwintig jaar terugrekenen arriveren we in de maand oktober van het jaar 776 v. Chr.

    Het jaar 776 v. Chr. is het jaartal van de instelling van de Olympische Spelen door de Grieken, als dank naar hun goden toe voor de afgewende meganatuurcatastrofe. Ook over Nineveh werd in 776 v. Chr. een verwoesting afgewend. Het was hetzelfde jaar dat de profeet Jona naar Nineveh gezonden werd ter aankondiging van de nakende verwoesting. Het is geen toeval dat we Bijbels-chronologisch naar hetzelfde jaartal geloodst worden voor de datering van de aardbeving van Uzzia en het begin van de bediening van de profeet Jesaja. De combinatie van de hiervoor aangehaalde chronologische bronnen leveren allen het jaar 776 v. Chr. voor de grote aardbeving ten tijde van de regeerperiode van Uzzia en het jaar van het begin van het optreden van de profeet Jesaja, op.

     

    In de reconstructie die de geleerde Edwin R. Thiele (1895/1986) maakte van de regeerperiode van de koningen van Israël en Juda gaat het verband met het jaar 776 v. Chr. verloren en wordt als een gevolg het niet opgemerkt.

    Thiele dokterde op basis van de Assyrische koningslijst het jaartal 701 v. Chr. voor het veertiende regeringsjaar van Hizkia, uit. Het veertiende regeringsjaar van Hizkia wijkt met acht jaar van de Bijbelse chronologische gegevens af en het sterfjaar van Salomo wijkt zelfs met zevenendertig jaar af van de Bijbels-chronologische gegevens volgens de Sabbatjaar- en jubeljaarcyclus. Fundamentele Bijbels-chronologische citaten zoals 2 Koningen 18:9-13 die niet compatibel met de fabricatie van de Assyriologie zijn verklaarde Thiele zelfs als kunstmatig aan de Bijbel toegevoegd. Zijn werk “The Mysterious Numbers of the Hebrew Kings, 1951” wordt nochtans door godgeleerden vandaag beschouwd als de definitieve Bijbelse chronologie en vindt men in menig naslagwerk terug. Een reden voor mij om de studie van de Bijbel niet uitsluitend aan theologen over te laten. Ik blijf uiteraard dankbaar naar die theologen toe die ons de Statenvertaling en andere degelijke vertalingen van het Hebreeuws en het Grieks leverden.

     

    De erudiete onderzoeker van het eerste uur Dr. Immanuël Velikovsky (1895/1979), Werelden in botsing, 1950 ziet de grote natuurramp ten tijde van koning Uzzia als een scheidslijn tussen twee tijdsperioden. Als een gevolg van de meganatuurcatastrofe werd in het Midden-Oosten tegen 747 v. Chr. noodgedwongen een nieuwe kalender ingevoerd. Dat jaar was het begin van de era van Nabonassar, een tot dan toe onbekende koning van Babylon. Over dit onderwerp ga ik uitgebreid in met mijn werk TIJD en TIJDEN, blz. 331, de noodzakelijke kalenderhervorming van de achtste eeuw voor Christus.

    Volgens Velikovsky werden de Olympiaden die in 776 v. Chr. van start gingen door een of andere kosmische gebeurtenis ingeluid. In het tweede hoofdstuk van zijn boek ‘Werelden in botsing’ maakt hij de link met de planeet Mars en de Romeinse mythologie. De Romeinse maand maart was aan de planeet Mars gewijd die verondersteld werd als god, de vader van Romulus, de stichter van Rome te zijn.

    De stichting van Rome in 753 v. Chr. vond plaats in een tijd, niet ver verwijderd van ‘de grote verwoesting’ of zoals de titel van mijn boek luidt: ‘de moeder van alle verwoestingen’, die de profeet Jesaja in 776 v. Chr. beschreef. Volgens een Romeinse overlevering zouden de ontvangenis van Romulus door zijn moeder, de stichting van Rome en de dood van Romulus hebben plaatsgevonden in jaren van grote natuurberoeringen die gepaard gingen met verschijnselen aan de hemel en storingen in de beweging van de zon.

     

    Een cyclus van meganatuurcatastrofes van kosmische oorsprong.

    Ik besef dat het aanvaarden van een cyclus van meganatuurcatastrofes van kosmische oorsprong in de oudheid, voor menigeen moeilijk is. Men kan de schouders ophalen voor een theorie die ontwikkeld en gebaseerd is op Mythisch-historische overleveringen en niet op astrofysische waarneming. Het lijkt dan ook fantastisch wanneer men bedenkt dat het zonnestelsel dat in de huidige tijd als een klokwerk loopt, ooit tot slechts 2650 jaar terug de tijd in, in beroering was.

    Het boek ‘Werelden in botsing’ van Dr. I. Velikovsky las ik de eerste maal in 1975. De kosmologische aspecten waren voor mij toen een vrij moeilijke materie, een onderwerp die ik niet onmiddellijk vanuit mijn opleiding en vorming kon toetsen. De motivatie van Velikovsky voor zijn studie en publicaties was echter de Bijbel, een Boek dat hij als seculiere Jood als een historisch boek benaderde. De Exodus uit Egypte van de Israëlieten was voor hem een historisch feit en de tien plagen gevolgd door het scheuren van de Rode Zee verklaarde hij vanuit de kosmologie. Ik stond aldus open voor de voor mij nieuwe theorieën die hij bracht.

    Op 21 februari 1991 was ik uitgenodigd in Hilversum in het programma van Feike ter Velde; Mag ik eens met je praten, (https://teleblik.nl/media/5424617), en in het vervolg van dit gebeuren mocht ik daarna enkele malen op de radio komen. Bij zulk een opname voor een radioprogramma in Katwijk aan Zee kreeg ik als afscheid van ds. Willem Glashouwer twee recensieboeken cadeau, boeken die hem vanuit Amerika waren toegestuurd. Eén boek was het al eerder geciteerde boek: ‘The Long Day of Joshua and Six Other Catastrophes’ van Donald W. Patten, Ronald R. Hatch and Loren C. Steinhauer, en het andere boek was ‘The Biblical Flood and the Ice Epoch’ van Donald W. Patten. Het was na het lezen en bestuderen van deze werken dat ik ook de draad met Velikovsky en de kosmologie weer opnam. Vooral dan het chronologische aspect van de cyclus van kosmische rampen kreeg mijn aandacht.

    Ik ben van mening dat de onderzoekers Donald W. Patten, Ronald R. Hatch and Loren C. Steinhauer, chronologisch gezien wat de intervallen tussen de catastrofes betreft, correct zitten. Wat men ook wil geloven of afwijzen wat betreft de kosmische catastrofetheorie, een cyclus van meganatuurcatastrofes kan vanuit de Bijbel, de werken van Flavius Josephus en andere bronnen, chronologisch aangetoond worden, en in dat spoor ga ik verder.

    De geleerden Donald W. Patten, Ronald R. Hatch and Loren C. Steinhauer, ‘The Long Day of Joshua and Six Other Catastrophes’, leveren een schema met een cyclus van catastrofes van 2484 v. Chr. tot 701 v. Chr. Zij identificeren zeven rampen van kosmische oorsprong die planeet aarde in de oudheid teisterden. Het jaar 701 v. Chr. is hun vertrekpunt op de tijdsbalk en ankerpunt vanaf waar zij in de tijd terugrekenen.

    Het noodlottige jaartal 701 v. Chr. dat de onderzoekers Donald W. Patten, Ronald R. Hatch and Loren C. Steinhauer als vertrekpunt op de tijdsbalk nemen hebben zij van eerder vermelde geleerde Edwin R. Thiele. Thiele dokterde op basis van de Assyrische koningslijst het jaartal 701 v. Chr. voor het veertiende regeringsjaar van Hizkia, uit. Hij deed dit via het aanpassen van de Bijbelse chronologische gegevens aan de Assyrische Khorsabad-koningslijst. Om in lijn met de Assyrische chronologische gegevens te komen verkorte Thiele de algemene regeringstijd van de koningen van Israël en Juda met ongeveer veertig jaar. Het veertiende regeringsjaar van Hizkia wijkt op die manier met acht jaar van de Bijbelse chronologische gegevens af. Het Exodusjaartal 1447 v. Chr. wijkt zelfs zesendertig jaar af van de Bijbels-chronologische gegevens volgens de Sabbatjaar- en jubeljaarcyclus.

    Als een gevolg van het hanteren van de chronologie van Thiele voor de regeerperioden van de koningen van Israël en Juda zit ook Donald W. Patten in zijn cycluslijst van rampen er acht tot achtendertig jaar en gaan verloren. Zij werken als een gevolg dikwijls met ‘circa ’s jaartallen wat de datering van de meganatuurcatastrofes betreft.

    Wanneer men echter het cyclusmodel van Donald W. Patten, Ronald R. Hatch en Loren C. Steinhauer, binnen de nieuwe chronologie hanteert zijn de resultaten nochtans verbluffend.

    Een voorbeeld is het bekende jaartal 776 v. Chr. met de instelling van de Olympische Spelen door de Grieken als dank naar hun goden toe, toen een verwachte ramp werd afgewend. Het is een ankerjaar bij uitstek waar we met zekerheid de cyclus van rampen mee kunnen linken. Heel de wereld hield tegen het jaar 776 v. Chr. de adem in voor de aangekondigde ramp die planeet aarde dan opnieuw zou treffen.

    Wanneer men vanaf het jaartal 776 v. Chr. in oktober 54 jaar en zes maanden op de tijdsbalk naar voor rekent arriveert men in maart 722 v. Chr.

    Het verkregen jaartal 722 v. Chr. is hier opmerkelijk omdat dit jaar volgens de Bijbelse chronologie in het voorjaar de dood zag van koning Achaz, de vader van Hizkia, met een historische vermelding van een kosmisch fenomeen. Een Joodse legende verhaalt namelijk dat op de dag dat koning Achaz stierf er slechts gedurende twee uur daglicht was (Louis Ginzberg, Legends of the Jews, Volume IV, Bible Times and Characters. From Joshua to Esther). De oorzaak ligt volgens de catastrofetheorie bij een storing van planeet aarde in haar omwenteling om de zon.

     

    Voorjaar 722 v. Chr.: meganatuurcatastrofe-jaar

    Het jaar dat koning Achaz van Juda stierf en begraven werd was het voorjaar van 722 v. Chr. Sinds het begin van de bediening van Jesaja in oktober 776 v. Chr. waren er 54 jaar en zes maanden verlopen. Een tijdsperiode die de cyclus van meganatuurcatastrofes volgens Donald W. Patten, Ronald R. Hatch and Loren C. Steinhauer, in hun studie; ‘The long day of Joshua and six other catastrophes, had.

    Een Joodse overlevering leert dat een meganatuurcatastrofe van kosmische aard de aarde trof op de dag van het overlijden van koning Achaz van Juda:

    While the northern kingdom was rapidly descending into the pit of destruction, a mighty upward impulse was given to Judah, both spiritually and materially, by its king Hezekiah. In his infancy the king had been destined as a sacrifice to Moloch. His mother had saved him from death only by rubbing him with the blood of a salamander, which made him fire-proof. In every respect he was the opposite of his father. As the latter is counted among the worst of sinners, so Hezekiah is counted among the most pious of Israel. His first act as king is evidence that he held the honor of God to be his chief concern, important beyond all else. He refused to accord his father regal obsequies; his remains were buried as though he had been poor and of plebeian rank. Impious as he was, Ahaz deserved nothing more dignified. God had Himself made it known to Hezekiah, by a sign, that his father was to have no consideration paid him. On the day of the dead king's funeral daylight lasted but two hours, and his body had to be interred when the earth was enveloped in darkness.

    Louis Ginzberg, Legends of the Jews, Volume IV, Bible Times and Characters. From Joshua to Esther.

     

    Zoals eerder opgemerkt was het volgens de theorie de planeet Mars die in de achtste eeuw voor Christus verantwoordelijk was dat planeet aarde in haar loop rond de zon periodiek verstoord werd met iedere keer de daarmee gepaard gaande catastrofes. Deze boosdoener werd door de volkeren van de oudheid vergoddelijkt en kreeg van hen diverse namen zoals: MARS bij de Romeinen, Ares bij de Grieken, Tyr bij de Germanen, Horus in Egypte, Baal of Bel in Klein-Azië en Indra in India.

    De hiervoor vermelde volkeren verwijzen in hun bewaarde geschriften naar een cyclus van rampen die de wereld getroffen hebben met intervallen van ongeveer 54 en 108 jaar.

    Wanneer men het jaartal 776 v. Chr. als ankerjaar en navigatiepunt gebruikt en vanaf hier 54 jaar op de tijdsbalk naar voor en naar achter rekent verkrijgt men meer dan eens passende historische vermeldingen van meganatuurcatastrofes.

     

    Essarhaddon ‘s veldtocht naar Egypte en de vermelding van een meganatuurcatastrofe van kosmische oorsprong.

    De geleerden Donald W. Patten, Ronald R. Hatch and Loren C. Steinhauer, in hun studie: ‘The long day of Joshua and six other catastrophes’, plaatsen de laatste ramp in 701 v. Chr. op de tijdsbalk en volgens hen kwam daarna ons zonnestelsel tot rust kwam en namen de planeten hun huidige stand in:

    After the year 701 BC, Mars was sufficiently ‘bumped’ or perturbed in its orbit by Earth to throw its orbit out of 2:1 resonance. It subsequently arrived in its current orbit, which is 1.88 in its period compared to Earth’s orbital period.’ (The Long Day of Joshua and Six Other Catastrophes, 1973, Chapter II)

     

    Nochtans bestaat er een primaire bron met een indicatie dat er nog een ramp volgde. De annalen van de Assyrische koning Essarhaddon verwijzen namelijk mogelijk naar een gelijkaardige meganatuurcatastrofe wanneer deze zijn veldtocht tegen Egypte ondernam.

    Wanneer we van het vorige meganatuurcatastrofe-jaar 722 v. Chr. met een tijdschijf van 54 jaar en zes maanden rekenen arriveren we op de tijdsbalk in oktober 668 v. Chr.

    De annalen van Essarhaddon verwijzen naar een storm-demon die hem vooraf naar Egypte ging. Ik meen dat de verwijzing van Essarhaddon van een storm-demon naar een kosmisch fenomeen verwijst dat past in de cyclus van meganatuurcatastrofes die planeet aarde van de vierentwintigste tot de achtste eeuw voor Christus plaagden. Hierna het betreffende gedeelte uit de bewaarde annalen van Essarhaddon dat over de storm-demon handelt:

    “The king, whose sovereignty the lord of lords, Marduk, has exalted, far above that of the kings of the four quarters, who has brought all the lands in submission under his feet who has exacted tribute and tax from them. (He is) conqueror of his foes, destroyer of his enemies; (He is) the king whose walk is a storm, and whose deeds a raging wolf. Before him is a storm-demon, behind him a cloudburst. The onset of his battle is mighty. He is a consuming flame, a fire that does not go out. (He is) the son of Sennacherib, king of the universe, king of Assyria, son of Sargon, king of the universe, king of Assyria, viceroy of Babylon, king of Sumer and Akkad. (He is of) the eternal seed of priesthood, of Bel-bani, son of Adasi, who established the kingdom of Assyria, who at the command of A¹¹ur, Shamash, Nabu, and Marduk, the great gods, his lords, overthrew the servitude of the city of A¹¹ur.”

    (Adapted from Luckenbill 2:224-27, Luckenbill, Daniel David. Ancient Records of Assyria and Babylonia. Vol. 2: From Sargon to the End. Chicago: University of Chicago Press, 1927.)

     

    De invasie van Egypte door Essarhaddon wordt in zijn annalen vermeldt in zijn tiende regeringsjaar in 671 v. Chr. wat met drie jaar afwijkt van het verkregen meganatuurcatastrofe-jaar in oktober 668 v. Chr.

    Een afwijking in de cyclus is echter niet onmogelijk wat de onderzoekers Donald W. Patten, Ronald R. Hatch and Loren C. Steinhauer, in hun boek: The Long Day of Joshua and Six Other Catastrophes, overigens bevestigen.

    Het zou echter ook mogelijk zijn dat de annalen van Essarhaddon niet nauwkeurig zijn, en dan wordt het jaartal 668 v. Chr. een eventueel nieuw ankerpunt op de tijdsbalk. Hierna enkele citaten van de zijde van de Assyriologie over de regeerperiode van Essarhaddon en Assurbanipal:

    “The sources for the reign of Esarhaddon are difficult to date and are not reliable with regard to 15 details of campaigns and to their chronology. There are considerable differences in the recorded order of events between the Esarhaddon and the Babylonian chronicles and Esarhaddon’s prisms. Eph’al has questioned the reliability of the Esarhaddon and Babylonian Chronicles. Etcetera…

    “However, Cf. H. Tadmor, “An Assyrian Victory Chant and Related Matters”, in: G. Frame (ed.), From the Upper Sea to the Lower Sea: Studies on the History of Assyria and Babylonia in Honour of A. K. Grayson (Leiden, 2004) 269-272. Tadmor postulates that Esarhaddon’s Annals were ideologically edited and thus are less valid for chronological reconstruction than the Esarhaddon and the Babylonian chronicles. However, note that some events in the Chronicles were also wrongly placed. Tadmor, “Autobiographical Apology”, 272. Cf. J. A. Spalinger, “Esarhaddon and Egypt: An Analysis of the First Invasion”

     

    Vanuit mijn persoonlijke opleiding kan ik moeilijk over afwijkingen in de cyclus van catastrofes oordelen en blijft het voor mij een vraag wanneer juist planeet aarde en het zonnestelsel tot rust kwam en het exacte klokwerk, dat we vandaag van alle planeten waarnemen, een aanvang nam. Het is vooral via mijn interesse voor chronologie dat de cyclus van catastrofes van kosmische oorsprong al lange tijd mijn aandacht heeft aangezien het past in de in de Bijbel beschreven rampen in de oudheid.

    De moderne wetenschap kosmologie wijst de theorie van Donald W. Patten, Ronald R. Hatch and Loren C. Steinhauer die gebaseerd is op mythologische bronnen en de Bijbel, af. Hun geavanceerde computersystemen zijn alle geprogrammeerd op basis van de uniformiteittheorie: de aarde is nooit in haar baan om de zon verstoord en ons zonnestelsel loopt sinds mensengeheugenis als een klokwerk.

    Het laatste boek: Mankind in Amnesia, 1982, dat de controversiële onderzoeker Dr. Immanuël Velikovsky (1895/1979) schreef was gewijd aan dit door de moderne kosmologie afwijzen van de nochtans historisch gedateerde meganatuurcatastrofes dat hij catalogeerde onder een ‘collectief geheugenverlies’ van de moderne wetenschap. Velikovsky omschreef het als het volgt: De herinnering aan catastrofes werd uitgewist, niet door gebrek aan geschreven overleveringen, maar door een kenmerkend proces, dat later gehele naties, tezamen met hun geletterden, in deze overleveringen allegorieën of vergelijkingen deed zien, terwijl in werkelijkheid kosmische natuurverstoringen daarin heel duidelijk stonden beschreven.

     

    Voorjaar 830 v. Chr.: meganatuurcatastrofe-jaar?

    We keren terug naar het jaar 776 v. Chr. waar we ons verhaal mee begonnen zijn. Vanaf dit ankerjaar op de tijdsbalk gaan we in tijdschijven van 54 jaar en zes maanden terug de tijd in.

    Het resultaat voor de eerste tijdschijf vanaf 776 v. Chr. is het voorjaar van 830 v. Chr. voor een veronderstelde meganatuurcatastrofe. Aanwijzingen naar mogelijke historische rampen voor dit jaar hebben we niet. Dat er niettemin tekenen aan de hemel waren staat volgens mij buiten twijfel. In de chronologie van de koningen van Juda en Israël is het jaar 830 v. Chr. het sterfjaar van koning Joahaz van het tienstammenrijk en nam zijn zoon Joas het bewind over. Joas was in 833 v. Chr. als co-regent al aangesteld.

    Het voorjaar van 830 v. Chr. zag ook niet toevallig de dood van koning Joas en de troonsbestijging van diens zoon Amazia, en had waarschijnlijk verband met tekenen aan de kosmische hemel. Het is een mogelijke verklaring voor de gerapporteerde ziekten in de Bijbel voor deze tijd en het aanstellen van co-regenten in zowel Israël als Juda. Ook het fenomeen van de afgodendienst in Juda (2 Kronieken 25:14) en Israël dat iedere keer opnieuw de kop opstak kan misschien vanuit de cyclus van meganatuurcatastrofes verklaard worden.

    Het fenomeen van de afgoderij dat in de oudheid stak telkens opnieuw de kop op in zowel Israël als Juda. De oorsprong en oorzaak ligt volgens mij bij de cyclus van meganatuurcatastrofes van kosmische oorsprong die planeet aarde met intervallen vanaf de vierentwintigste eeuw v. Chr. tot de zevende eeuw v. Chr. getroffen heeft. De wereld van de oudheid was voor een lange tijd in beroering en een bron van afgoderij bij de volkeren en Israël die meenden in de planeten in beroering, goden aan het werk te zien. Toen de Israëlieten onder leiding van Mozes in 1483 v. Chr. uit Egypte trokken namen zij hun afgoden al mee. Het bekende gouden kalf dat zij bij de berg Gods maakten was een afbeelding van een Egyptische afgod. Het is Stefanus die in 30 AD voor de Joodse raad staande deze onheilsgeschiedenis beknopt doorgaf:

    Handelingen 7:41 En zij maakten een kalf in die dagen, en brachten offerande tot den afgod, en verheugden zich in de werken hunner handen. 42 En God keerde Zich, en gaf hen over, dat zij het heir des hemels dienden, gelijk geschreven is in het boek der profeten: Hebt gij ook slachtofferen en offeranden Mij opgeofferd, veertig jaren in de woestijn, gij huis Israëls? 43 Ja, gij hebt opgenomen den tabernakel van Moloch, en het gesternte van uw god Remfan, de afbeeldingen, die gij gemaakt hebt, om die te aanbidden; en Ik zal u overvoeren op gene zijde van Babylon. (Statenvertaling)

     

    Stefanus citeerde de profeet Amos hoofdstuk vijf waar de god Remfan vermeldt wordt. Er is verschil in schrijfwijze van de naam Remfan, ook in het Grieks. De Septuagintvertalers noemden hem Raephan. De NBG-vertalers van 1951 vertaalden de naam naar Kewan. Deze naam staat voor de oud-Babylonische god: Kajawanu, die de planeet Saturnus voorstelde. De verering van Saturnus en de naam Saturnus kan zelfs in verband gebracht worden met Nimrod, de anti-messias van Genesis. In het oude Babylon werd de naam als ‘Stur’ geschreven, een naam met een getalswaarde van zeshonderdzesenzestig.

    Als men dan niet het geloof van Mozes heeft naar Hebreeën 11:27 ‘die voorwaarts ging als ziende de Onzienlijke’, dan maakt men geestelijk blind en doof zijnde de verkeerde keuzes wanneer ‘werelden in botsing’ komen, en mist men zijn doel.





    Geef hier uw reactie door
    Uw naam *
    Uw e-mail *
    URL
    Titel *
    Reactie * Very Happy Smile Sad Surprised Shocked Confused Cool Laughing Mad Razz Embarassed Crying or Very sad Evil or Very Mad Twisted Evil Rolling Eyes Wink Exclamation Question Idea Arrow
      Persoonlijke gegevens onthouden?
    (* = verplicht!)
    Reacties op bericht (0)

    Archief per week
  • 15/10-21/10 2018
  • 09/07-15/07 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 25/12-31/12 2017
  • 04/12-10/12 2017
  • 21/08-27/08 2017
  • 19/06-25/06 2017
  • 22/05-28/05 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 12/12-18/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 01/02-07/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 23/11-29/11 2015
  • 10/08-16/08 2015
  • 29/06-05/07 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 15/12-21/12 2014
  • 01/12-07/12 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 15/09-21/09 2014
  • 01/09-07/09 2014
  • 25/08-31/08 2014
  • 18/08-24/08 2014
  • 11/08-17/08 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 21/07-27/07 2014
    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Blog als favoriet !

    Klik hier
    om dit blog bij uw favorieten te plaatsen!

    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!