|
Vrijdag, na de computerlessen van de Ben, naar de locale biertent geweest. 't Was al geleden van de Zondag, dus zouden ze kunnen denken dat ik ziek was. Na vier uur komen de stormtroepen binnen. Je hebt er van soorten. Gasten die de ganse week hun kloten afgedraaid hebben en dan haastig een pint of drie achteroverkappen, ondertussen twintig maal op hun horloge kijkend, omdat hun wijf het niet mag weten. Lozers. Er zijn er ook die om half twaalf niet meer weten waar ze wonen. Iedere week. Lozers. De meesten zijn daar echter niet om pinten te drinken alleen. Nee. Na een week moeten ze, onder het nuttigen van een glas, de fabriek of het bedrijf waar ze werken terug op de rails zetten. Hoe langer ze blijven zitten hoe drastischer maatregelen ze zouden treffen. Zij zijn feitelijk de ruggegraat van het bedrijf en houden het dan ook recht. Het ergste is: ze menen het! Lozers eerste klas.
Wij van onze kant houden ons bezig met nuttiger zaken. Drinken, vrouwen, auto's en drinken. Toen Copain, veel later, gewassen en geschoren binnenkwam kon de wekelijkse rallyvergadering beginnen. Niet da't echt een vergadering is. We hadden het er verleden week al over gehad. We gaan niet naar de Wallonie. De rally's komen te vlug na elkaar. De mazout begint veel te kosten en het is, volgens ons, de minst mooie.
We gaan, zoals de piloten, ons budget sparen voor een andere verre rally.
Ik weet nog altijd niet waarom Copain zo uitgedost was. Hij gaf geen uitleg en ik vertikte het om te vragen. Hij zou kunnen denken dat ik 'curieus' ben.
|