Wat ik met 'lot' bedoel? In ieder geval de kans op een tragedie. De determinante buitenwereld, de stigmatisering, die ons leven absurd maakt en het op gewelddadige wijze in een door totalitarisme beheerste situatie brengt, doet die kans teniet. Als we alleen de werkelijkheid van de ons opgelegde determinanten beleven, en niet de verplichtingen die uit onze eigen - betrekkelijke - vrijheid voortvloeien, ontstaat de toestand waarin men niet door het lot wordt bepaald, de toestand van lotloosheid. Imre Kértesz
Tao Te Ching (min of meer uitgesproken als Dow Deh Jing) kan vertaald worden als Het Boek van de Immanentie[1] van de Weg of Het Boek van de Weg en Hoe Het Zichzelf Manifesteert in de Wereld of simpelweg Het Boek van de Weg. Omdat de Chinese titel al algemeen bekend is, heb ik die zo gelaten.
Over Lao Tzu, de auteur, valt bijna niets te zeggen. Hij kan een oudere tijdgenoot van Confucius geweest zijn (551-479 v. Chr.) en archivaris in een van de onbeduidende koninkrijkjes van die tijd. Maar alle informatie die ons bereikt heeft, is hoogst twijfelachtig. Zelfs de betekenis van zijn naam is onzeker (de meest geloofwaardige interpretaties zijn nog: de Oude Meester of meer schilderachtig, de Ouwe Jongen). Net als een Irokese Indiaan liet hij geen sporen na. Dit boek is alles wat hij ons naliet: het klassieke handboek over levenskunst, gevat in kleine heldere juweeltjes, stralend van humor en gratie, ruimhartigheid en diepe wijsheid: een wereldwonder.
Men stelt zich Lao Tzu vaak voor als een Heremiet, een drop-out, die vredig in een of andere berghut woont. Die door niemand bezocht wordt, behalve misschien door een toevallige voorbijganger it een grapje van de jaren zestig, die hem vraagt: Wat is de bedoeling van het leven? Maar uit zijn lessen wordt duidelijk dat hij diep begaan was met de samenleving, als samenleving betekent, dat het om het welzijn van de naaste gaat; zijn boek is onder andere een verhandeling over de manieren van leiding geven, zowel aan een land als aan een kind.
Een misverstand kan ontstaan door zijn nadruk op wei wu wei, letterlijk doen door niet te doen, dat als passiviteit werd gezien. Niets is minder waar. Een goede atleet kan een lichamelijk bewustzijn bereiken waarin de juiste zet of de juiste beweging vanzelf, ongedwongen, zonder het bewust gebruik van de wil, tot stand komt. Dit is een voorbeeld van niet-doen: de meest pure en effectieve vorm van doen. Het spel speelt het spel; het gedicht schrijft het gedicht; we kunnen de danser niet onderscheiden van de dans.
Minder en minder hoef je de dingen te forceren,
Tot je eindelijk het punt van niet-doen bereikt.
Als niets is gedaan,
is niets ongedaan
Niets is gedaan omdat de doener met zijn gehele hart in de daad is verdwenen; de brandstof is volkomen getransformeerd tot vuur. Dit niets is in feite alles. Het gebeurt als we vertrouwen op de kracht van het universum, zoals de atleet of een danser op de voortreffelijke kracht van zijn lichaam vertrouwt. Dat verklaart het accent dat Lao Tzu op zachtheid legt. Zachtheid is het tegenovergestelde van starheid en is synoniem aan souplesse, aanpassingsvermogen en verdraagzaamheid. Iedereen die een tai chi of een ai-kido-meester bezig heeft gezien met het doen door niet te doen, weet hoeveel kracht er van deze zachtheid uitgaat.
De persoon om wie het draait bij Lao Tzu is een man of vrouw van wie het leven in perfecte harmonie is met de werkelijkheid. Dit is geen fantasie; het is werkelijkheid; ik heb het gezien. De Meester heeft de Natuur overmeesterd; niet door haar te overwinnen, maar door haar te worden. Door overgave aan de Tao, door alle begrippen, oordelen en verlangens op te geven, is haar geest als vanzelfsprekend meedogend geworden. In haar eigen diepe ervaring vindt ze de waarheden waar het in de kunst van het leven om draait, ogenschijnlijk paradoxaal: hoe meer we werkelijk solitair zijn, hoe meedogender we kunnen zijn; hoe meer we loslaten wat we liefhebben, des te aanweziger wordt onze liefde; hoe helderder we kunnen zien wat uitgaat boven goed en kwaad, hoe meer we het goede kunnen belichamen. Tot ze uiteindelijk kan zeggen in alle bescheidenheid Ik ben de Tao, de Waarheid, het Leven.
DE leer van de Tao Te Ching heeft in de diepste zin met moraal te maken. Ongehinderd door enig zondebesef, ziet de Meester het kwaad niet als een kracht waar je je tegen moet verzetten, maar eenvoudigweg als een duisternis, een toestand van opgaan in jezelf, die in disharmonie is met het universele proces, zodat het licht niet naar binnen kan schijnen, net zoals dat door een smerig raam niet kan. Deze onafhankelijkheid van morele categorieën staat hem zijn grote mededogen voor de slechten en de egoïsten toe.
Daarom is de Meester beschikbaar voor alle mensen
en wijst niemand af.
Hij is bereid om op alle situaties in te spelen
en verspilt niets.
Dit wordt de belichaming van het licht genoemd.
Wat is een goed mens anders dan de leraar van een slecht mens?
Wat is een slecht mens anders dan het werk voor een goed mens?
Als je dit niet begrijpt, zul je verloren gaan,
hoe intelligent je ook bent.
Het is het grote geheim.
De lezer zal merken dat ik, in de vele passages waarin Lao Tzu de Meester beschrijft, het voornaamwoord zij minstens even vaak heb gebruikt als hij. Het Chineest maakt hierin geen onderscheid; in het Engels moet je kiezen. Maar omdat we potentieel allemaal de Meester zijn (want wij zijnwezenlijk de Meester), vond ik het niet reëel om het over een mannelijk archetype te hebben, zoals ironisch genoeg in andere versies wel gebeurd is. Ironisch, want van alle grote wereldgodsdiensten is de leer van Lao Tzu verreweg de meest vrouwelijke. Natuurlijk kun je door het boek heen vrijelijk hij voor zij in de plaats zetten en andersom.
Wat betreft de werkwijze: ik heb uit de prozaïsche versie van Paul Carus gewerkt, waarin Engelse equivalenten (vaak erg ouderwets) naast elk Chinees ideogram weergegeven worden. Ik heb ook tientallen Engelse, Duitse en Franse vertalingen geraadpleegd. Maar de meest essentiële voorbereiding op mijn werk was een veertien jaar durende Zen-trainingscusus, die me van aangezicht tot aangezicht bracht met Lao Tzu en zijn ware volgenelingen en erfgenarmen, de vroege Chinese Zen-meesters.
Met grootse poëzie is de meest vrije vertaling soms de betrouwbaarste. We meoten het effect ervan als Engels gedicht uitproberen, zie Dr. Johanson; op die manier kun je de verdienste van een vertaling beoordelen. Ik heb vaak erg letterlijk vertaald of zo letterlijk als je zijn kunt met zon subtiel, caleidoscopisch boek als de Tao Te Ching. Maar ik heb ook dingen omschreven, uitgebreid, ingekort, geïnterpreteerd, met de tekst gewerkt, ermee gespeeld, totdat het vorm gekregen had in een taal die me eerlijk in de oren klonk. Al heb ik dan niet altijd de woorden van Lao Tzu vertaald, het is altijd mijn bedoeling geweest zijn geest te vertalen.
Stephen Mitchell
[1] De Immanentie: het inwonende, het innerlijk bijblijvende, aanklevende
Il est une forme de philautie[1] vertueuse[2][3], qui appartient à la nature de lhomme, que recommande le Christ dans le cadre du premier commandement : « Tu aimeras ton prochain comme toi-même » (Mt 19,19 ;33,39. Lc 10,27), et qui consiste à saimer soi-même comme créature à limage de Dieu et donc à saimer en Dieu et à aimer Dieu en soi.
Jean-Claude Larchet Thérapeutique des maladies spirituelles. Cerf2000 p 151-152
[2] Maxime le Confesseur, Questions à Thalassios, Prologue, PG 90, 260CD, qui oppose à la philautie perverse, mauvaise, cette bonne et spirituelle philautie.
Lotloosheid - 'Onbepaald door het lot'. Imre Kertesz
Wat ik met 'lot' bedoel? In ieder geval de kans op een tragedie. De determinante buitenwereld, de stigmatisering, die ons leven absurd maakt en het op gewelddadige wijze in een door totalitarisme beheerste situatie brengt, doet die kans teniet. Als we alleen de werkelijkheid van de ons opgelegde determinanten beleven, en niet de verplichtingen die uit onze eigen - betrekkelijke - vrijheid voortvloeien, ontstaat de toestand waarin men niet door het lot wordt bepaald, de toestand van lotloosheid. Imre Kértesz
Dotteren is genoemd naar de Amerikaanse hartspecialist Charles T. Dotter, die deze procedure heeft uitgevonden. Andere benamingen zijn ballonverwijding, ballondilatatie of angioplastiek. Bij een dotterprocedure wordt een vernauwing van de slagader met behulp van een ballonnetje opgerekt. Voor deze behandeling kunt u in aanmerking komen als de vernauwing klachten geeft. Een vernauwing in de slagader is het gevolg van aderverkalking (atherosclerose). Bekende risicofactoren voor aderverkalking zijn roken, hypertensie (hoge bloeddruk), diabetes mellitus (suikerziekte) en een te hoog cholesterolgehalte van het bloed.
Een dotterbehandeling vindt plaats tijdens een röntgencontrastonderzoek. Daarbij wordt een slagader aangeprikt en een catheter met aan het eind een leeg ballonnetje in de slagader gebracht. Door het opblazen van het ballonnetje ter plaatse van een vernauwing, wordt deze vernauwing opgerekt. Het bloedvat wordt dan weer beter doorgankelijk. Soms is de vernauwing zo verkalkt dat het niet zal lukken om deze plat te drukken. De dotterbehandeling kan dan mislukken
Tegenwoordig bestaat de mogelijkheid om deze behandeling te combineren met het plaatsen van een buisje (een stent) in het opgerekte vaatsegment, waardoor na het oprekken het bloedvat wijder blijft.
Hoe gebeurt het onderzoek
Voor de dotterbehandeling is het nodig dat u kortdurend in het ziekenhuis wordt opgenomen, gemiddeld 1 tot 2 dagen. Soms gebeurt het ook poliklinisch.
Op de röntgenafdeling wordt u naar de onderzoekskamer gebracht. Vervolgens gaat u op de onderzoekstafel liggen. Beide liezen worden van te voren geschoren en met jodium schoongemaakt. Vervolgens wordt u met steriele groene lakens toegedekt om een infectie te voorkomen.
U krijgt in de lies een prik voor de verdoving. Wanneer de verdoving is ingewerkt prikt de radioloog de liesslagader aan. Er wordt een dun slangetje, een katheter over een geleidedraad, in de liesslagader geschoven. Hier zult u weinig van merken. Als de katheter op de goede plek ligt wordt de contrastvloeistof ingespoten waardoor de bloedvaten zichtbaar worden op de röntgenfoto. De contrastvloeistof veroorzaakt een warm gevoel. Dit trekt vrij snel weer weg, maar het is heel belangrijk dat u stil blijft liggen voor het maken van de röntgenfoto's.
Wanneer u bekend bent met een allergie voor contrastmiddelen dient u dit te vermelden aan de arts welke dit onderzoek voor u aanvraagd. Zodoende kan er rekening mee worden gehouden door bepaalde medicijnen tijdig voor het onderzoek toe te dienen. Wanneer een ernstige allergische reactie al eerder is voorgekomen zal sterk overwogen moeten worden of het onderzoek wel uitgevoerd moet worden.
Dan wordt een ballonnetje via de geleidedraad, die al in uw bloedvat zit, opgevoerd tot aan de vernauwing die gedotterd zal gaan worden. Als het ballonnetje precies op de goede plaats ligt wordt het ballonnetje tot een hoge druk opgepompt waardoor de vernauwing in het bloedvat wordt opgerekt. De ballon blijft dan enige seconden tot minuten opgepompt. Dit kan wat pijnlijk zijn. Meestal moet dit oprekken van het bloedvat enige malen achter elkaar gebeuren om een goed resultaat te krijgen. Sommige vernauwingen blijven na het dotteren spontaan terugveren. Het kan dan nodig zijn om een stent op de plek van de vernauwing te plaatsen. Een stent is een buisje van gevlochten metaal, dat er voor zorgt dat na het dotteren het bloedvat opgerekt blijft.
Na de dotterbehandeling wordt de geleidekatheter weer verwijderd en wordt de prikplaats van de slagader ongeveer 10 minuten dichtgedrukt. Tot slot krijgt u nog een drukverband in de lies en komt u weer in uw bed te liggen.
U wordt weer teruggebracht naar de afdeling, waar u ongeveer zes uur in bed moet blijven liggen. U krijgt instructies van de verpleegkundige over de gewenste bedrust
U mag na het onderzoek onmiddellijk weer eten en drinken. Het is belangrijk, dat u na het onderzoek veel drinkt, zodat u de contrastvloeistof snel kwijtraakt.
Vanaf de dag van de dotterbehandeling krijgt u medicijnen voorgeschreven. Meestal is dit acetylsalicylzuur (Aspirine, Ascal). Deze medicijnen remmen de natuurlijke neiging van het atherosclerose proces. Daarnaast moet u er voor zorgen dat de atherosclerose zo min mogelijk toeneemt. Dit doet u door zo gezond mogelijk te leven: niet roken, zorg voor voldoende lichaamsbeweging en voorkom overgewicht. Als u suikerziekte, hoge bloeddruk of een te hoog cholesterolgehalte heeft is behandeling hiervan noodzakelijk.
In een aantal gevallen komt na een dotterprocedure de vernauwing na kortere of langere tijd weer terug. De ingreep kan dan herhaald worden. Bij jongere mensen (onder het zestigste jaar) is dit wat vaker nodig omdat de vernauwing dan vaak veel elastischer is doordat er nog maar weinig kalk in zit.
Geen enkel 'invasief' onderzoek is zonder risico"s. Zo kunnen ook tijdens of na een dotterbehandeling complicaties optreden.
·Er kan een allergische reactie op het contrastmiddel ontstaan, wanneer u overgevoelig blijkt te zijn voor jodium. Wanneer u bekend bent met deze overgevoeligheid, moet u dit van te voren melden. Men kan er dan rekening mee houden en tijdig voor het onderzoek bepaalde medicijnen toedienen.
·Ondanks het drukverband kan het gebeuren dat het gaatje in het bloedvat weer opengaat en er een bloeding in de lies optreedt. Hiervoor is behandeling noodzakelijk, dit kan door langdurig afdrukken onder echocontrole of door inspuiten van een bloedstollend middel. Heel zelden is zelfs een operatie nodig, waarbij het gaatje dichtgehecht wordt.
·Er kan een bloedpropje (trombus - embolie ) in een bloedvat in het been komen. Het is dan soms noodzakelijk u snel te opereren om het bloedpropje te verwijderen.
·Daarnaast kan na het onderzoek een blauwe plek ontstaan in de lies. Dit is vervelend, maar het trekt na verloop van tijd vanzelf weg. http://www.gezondheid.be/
Stent voorkomt terugkeren adervernauwing na dotteren
Een dotterbehandeling is de geijkte manier om een verstopte kransslagader weer te openen. Toch bestaat het gevaar dat de ader zich binnen enkele maanden opnieuw vernauwt. Dit fenomeen heet restenose. Braim Rahel laat zien hoe restenose voorkomen kan worden en welke factoren het optreden ervan voorspellen.
Uit zijn onderzoek blijkt dat het direct plaatsen van een stent (een hol buisje) in de ader restenose kan voorkomen. De ader zou dan niet 'voorgerekt' moeten worden, omdat dit de vaatwand kan beschadigen. Volgens Rahel geeft deze behandelstrategie goede resultaten bij zowel patiënten die alleen met een ballon gedotterd zijn, als bij patiënten bij wie de kransslagaders chronisch en volledig zijn afgesloten.
Restenose kan ook optreden in de stent zelf. Het gebruik van een zogeheten 'cutting-balloon' kan dan uitkomst bieden, aldus Rahel. De mesjes daarin zorgen voor het vrijmaken van de stent.
Risicofactoren voor restenose zijn de hoeveelheid ontstekingsactiviteit in het lichaam en een infectie met de longbacterie Chlamydia pneumoniae.
18 mei 2005
Braim Rahel (Kerkrade, 1972) studeerde geneeskunde in Maastricht. Hij verrichtte zijn promotieonderzoek in het Sint Antoniusziekenhuis te Nieuwegein waar hij na de promotie zijn opleiding zal afronden.
Het hart is eigenlijk een spier die als een pomp werkt. Het hart pompt het bloed met zuurstof en voedingsstoffen via de slagaders naar alle delen van het lichaam. Afvalstoffen worden via het bloed afgevoerd naar de nieren, de lever en de longen.
Het hart is opgebouwd uit een rechter en een linker helft. Elke helft bestaat uit een boezem (of atrium) en een kamer (of ventrikel). De rechter- en de linkerharthelft zijn van elkaar gescheiden door een tussenschot (of septum).
De beide kamers zijn met de grote slagaders verbonden. Vanuit de rechterkamer gaat een slagader naar de longen. Vandaar de naam: longslagader (of arteria pulmonalis). Vanuit de linkerkamer gaat er één naar het lichaam en heet daarom grote lichaamsslagader (of aorta).
De bloedsomloop
De bloedsomloop voor en na de geboorte is verschillend. Na de geboorte komt het zuurstofrijke bloed van de longen maar voor de geboorte komt het van de navelstreng.
Het bloed wordt uit de linkerkamer door de slagaders (arteriën) het lichaam ingepompt. Daar geeft het zuurstof en voedingsstoffen af en neemt het afvalstoffen op. Het zuurstofarme bloed keert via de aders (venen) vanuit het lichaam terug in de rechterboezem. Vanuit de rechterboezem komt het bloed in de rechterkamer en daarna in de longslagader. In de longen wordt koolzuur (een afvalstof) afgegeven en weer zuurstof opgenomen. Hierna komt het zuurstofrijke bloed via de linkerboezem in de linkerkamer, die het bloed via de aorta weer het lichaam inpompt.
Om al dit werk te kunnen doen, heeft het hart zelf bloed nodig. Dat krijgt het via een stelsel van slagaders die het hart als een krans omgeven. Zij worden daarom kransslagaders genoemd (of coronaire vaten).
Hartkleppen
Tussen de kamers en de slagaders zitten kleppen. Deze kleppen voorkomen dat het bloed terugstroomt. Tussen de rechterkamer en de longslagader zit de longslagaderklep (of pulmonalisklep). De klep tussen de linkerkamer en de lichaamsslagader heet lichaamsslagaderklep (of aortaklep). Ook tussen de boezems en de kamers zitten kleppen. De klep tussen de linkerboezem en linkerkamer heet mitralisklep. De klep tussen rechterboezem en rechterkamer tricuspidalisklep.
Het elektrisch besturingssysteem
Het bloed stroomt doordat de spierwanden van boezems en kamers ritmisch samentrekken. De gangmaker van het hart, de sinusknoop, geeft een elektrische impuls af waardoor de boezems samentrekken.
Omdat de boezems en de kamers zijn geïsoleerd, kan de impuls niet zo maar van de boezems op de kamers overgaan. De elektrische verbinding zit in de AV-knoop (atrioventriculaire knoop). Deze vangt de impuls van de boezems op en geeft het met een kleine vertraging door aan de bundel van His, een geleidingssysteem in het septum. Die zenuwbundel geeft de impuls via een fijn vertakt stelsel van kleinere vezels, de Purkinjevezels, door aan de kamerwanden waardoor deze samentrekken. Dit is secondenwerk! Op dat moment wordt het bloed de longen en het lichaam ingepompt.
Bij een volwassene trekt het hart in rust zo'n 60 tot 70 keer per minuut samen. Tijdens inspanning kan dat oplopen tot 160 à 180 keer per minuut.
Bij een pasgeboren baby kan het hart tussen de 80 en 200 slagen per minuut slaan. Hoe ouder het kind is, des te langzamer het hart gaat slaan. Bij alle leeftijden geldt een hartslag van ca. 220 en hoger als afwijkend.
Ons hart is de belangrijkste spierbundel van ons lichaam. Het stuwt ons hele leven lang, 24 uur per dag bloed door ons lijf. Bloed, dat ons lichaam van zuurstof en voedingsstoffen voorziet. Als onze bloedpomp gezond is, is hij uitstekend opgewassen tegen deze taak. Maar bij het ouder worden kan het prestatievermogen van het hart afnemen. Meestal als gevolg van een hartinfarct. Zo'n infarct beschadigt het hart. Het aangetaste hartspierweefsel herstelt zich niet na een hartinfarct. Op de plaats van de beschadiging ontstaat een litteken. Het getroffen hartspierweefsel wordt bindweefsel. En bindweefsel pompt niet mee met de hartspiercellen. Hierdoor verliest het hart aan kracht, aan pompvermogen. Maar de verzwakte spier moet dezelfde last blijven dragen. Want ons lichaam blijft om bloed vragen. Ons hart moet dus doorgaan met pompen. De kans is groot dat het verzwakte hart overbelast raakt. Op den duur kan het hart het niet meer bijbenen. Met slijtage en een verminderde pompfunctie tot gevolg. Met andere woorden: het hart faalt.
Het uur, waarin de rechtvaardige geen enkele hulp van buiten af vindt, waarin geen enkele instelling hem nog beschermt, waarin zelfs de vertroosting van de goddelijke aanwezigheid in het kinderlijke religieuze gevoel ontbreekt en waarin het individu alleen nog in zijn geweten, dat wil zeggen in het hart van zijn lijden zelf de overwinning kan behalen, dat is het moment waarop God zijn Gelaat bedekt. En dit is, de typisch joodse zin van het lijden: leren leven in eenwereld zonder God. Want deze toestand, dit lijden openbaart een God die door af te zien van elk verlossend optreden een beroep doet op de werkelijke volwassenheid van de volledig verantwoordelijke mens. Levinas.
Kertesz - De musicerende man moeten we ons natuurlijk als gelukkig voorstellen
11 augustus 1991
Alles heeft een eind genomen en is opnieuw begonnen, maar het is deze keer elders begonnen en zal misschien ook naar elders voeren.
Eergisternacht op het balkon, kouder wordende windvlagen, het grote, donkere, op een wolk lijkende bladerdak van de bomen langs de Pasarétiweg, daaronder het vage lichtschijnsel uit de huizen - even had ik het gevoel dat ik mij niet in de vertrouwde spookstad bevond.
Een bijna ondraaglijke melancholie, veel herinneringen en het gevoel dat de vergankelijkheid mij omzweefde, enkel gemeenplaatsen, enkel werkelijkheid, enkel een eentonige waarheid, als de dood.
(...)
De laatste tijd stel ik mij vaak het volgende voor: een vage gestalte, een menselijk wezen, een leeftijdloze, uiteraard bejaarde, althans oudere man. Hij komt en hij gaat, handelt zijn zaken af, leeft zijn leven, lijdt, bemint, vertrekt, keert terug, is nu eens ziek, dan weer gezond en gaat dan bijvoorbeeld zwemmen, feesten of kaartspelen.
Regelmatig echter schiet hij, zodra hij een minuutje vrij heeft, een verborgen kamertje in, waar hij vlug maar bijna verstrooid achter een aftands muziekinstrument gaat zitten om enkele akkoorden aan te slaan, waarna hij halfluid spelend begint te improviseren. Decennia achtereen speelt hij steeds nieuwe variaties op hetzelfde thema, bij elkaar genomen een eindeloze reeks. Als hij een poosje heeft gespeeld, springt hij van zijn stoel op omdat hij weer aan de slag moet, maar zodra hij weer wat vrije tijd heeft, kunnen we hem opnieuw achter het instrument zien zitten, alsof zijn leven enkel een noodgedwongen onderbreking van het spelen is. Als de tonen die hij het instrument ontlokt zouden verstarren en, zich tot een vaste vorm verdichtend, in de lucht zouden bevriezen, zagen we wellicht en grillig gevormde klomp ijskristallen die aan een verkrampte, stijve beweging doet denken; een vorm waarin bij nadere beschouwing ongetwijfeld een hardnekkige poging tot expressie zichtbaar zou zijn, hoofdzakelijk die van monotonie. Zetten we de klomp muzieknoten om, dan konden we vermoedelijk de omtrekken van een zich steeds meer verdichtende fuga ontwaren, die steeds vastberaden naar haar doel streeft, maar al strevende dat doel wegschuift of van zich af stoot, zodat de kans om het te bereiken steeds ongewisser wordt.
- Voor wie hij speelt en waarom? Dat weet hij zelf niet. Bovendien kan hij - en dat is het merkwaardigste van het geval - niet eens horen wat hij speelt. Het is alsof de spookachtige kracht die hem steeds weer dwingt achter het instrument te gaan zitten hem van zijn gehoor heeft beroofd, zodat hij alleen voor haar speelt. - Of zij de muziek wél hoort? (De vraag is zinloos, dat moet iedereen kunnen inzien, maar de musicerende man moeten we ons natuurlijk als gelukkig voorstellen.)
Imre Kertész Dagboek van een galeislaaf blz. 266-267
Heidegger - Niet meer door het Zijn van het zijnde aangesproken is de mens zonder lot
Aangesteld tot beheerder en genieter van het zijnde, niet meer door het Zijn van het zijnde aangesproken, is de mens zonder lot: schicksallos.
Terwijl het schone kunstwerk de mens uitnodigde zich naar zijn lot te voegen, zou het sublieme kunstwerk hem de ogen openen voor de lotloosheid waartoe het Gestell hem heeft veroordeeld. En juist door serieus in te gaan op deze lotloosheid zou deze zich tonen als een ultiem lot dat het Zijn, in zijn uiterste vergetelheid, de mens toebedeelt
Als in een donkere spiegel door Frank vande Veire blz 170