Kies Keurig
Links
  • Uitleg bij sommige links
  • Winkel / Recensies
  • Preken
  • Mijn engelstalige website (uitgebreider)
  • Mijn kerk
  • Website van een christelijke geschiedkundige
    Zoeken in blog

    Inhoud blog
  • De Macht van Jezus
  • De Geest en de Eucharistie
  • Herder of Wolf?
  • Nieuwjaarswensen
  • Een preek over de dwaalleer der Nicolaïeten en der Gnostici
  • Een Preek over Twee Bomen
  • Maria, de Apostelen en de Heilige Geest
  • Enkele Leerrijke Elementen uit Gordon Fee en Douglas Stuart, "How to Read the Bible for All Its Worth"
  • Gods Gezette Tijden en hun Vervullingen in Christus
  • De Stad Gods, Vaderland der Gelovigen [korte versie]
  • De Stad Gods, Vaderland der Gelovigen [lange versie]
  • Nieuwtestamentische Aansluiting
  • Genesis versus Egyptologie
  • IJsjeschristendom en Erfzondeleer
  • De Mens en zijn Zoektocht naar Voldoening en naar God
  • De Verkiezing in het Oude Testament
  • Persoonlijke Relatie met God in het Oude Testament
  • De Antichrist
  • Jeremia 11:11 uitgelegd
  • Onvoorwaardelijke Gehoorzaamheid
  • Zuiver van Hart
  • Waarin Geloven Pinksterchristenen?
  • Het Geloof in de Godheid van Christus is Noodzakelijk
  • Kladversie van "Het Geweten en de Gouvernementele Visie op het Zoenoffer in Relatie tot Evangelisatie"
  • Het Einde vanaf Het Begin
  • Dr. W.F. Dankbaar over Dwaalleraar Marcion
  • Dr. W.F. Dankbaar over De Gnostiek
  • Niet buigen
  • Jezus huilde
  • De 'Grote Toorn' over Israël (2 Koningen 3:27)
  • God bezoekt 2 Prostituees - De Parabel van De 2 Prostituees
  • Advent - De Verwachting van De Wederkomst van Christus
  • Romeinen in Perspectief
  • Waarom Ik hou van Mijn Lokale Kerk
  • De Drie-Eenheid in Jesaja 48:12-13,16
  • Genesis 3:22 leert niet dat De Mens aan God Gelijk is geworden
  • Een Facebook Gesprek over De Gouvernementele Theorie van Het Zoenoffer
  • Volgens De Bijbel zou Jij Dood moeten zijn
  • Winkel / Recensies
  • William Booth over De Gaven van De Geest volgens Gordon Lindsay
  • John Wesley over Het Calvinisme volgens Gordon Lindsay
  • Leiders zijn niet gebaat bij Huldeblijken
  • Wat We in De Kerk nodig hebben
  • De Grenzen van Het Land van Belofte
  • Bijbels Verschil tussen Vreemdeling en Onbekende
  • Het Zondvloedverslag uit Het Gilgameš-Epos en Oudere Teksten versus Het Bijbelse Zondvloedverslag
  • Het Babylonische Scheppingsverhaal versus Het Bijbelse Scheppingsverhaal
  • Genesis 10 is geen Interpolatie
  • Één Paar of Zeven Paar
  • Het Verschil tussen De Namen Jahwè en Elohim
  • Het Bewijs van Onze Liefde voor Jezus
  • Losprijs Model van Het Zoenoffer
  • Uitleg over Links
  • Tõledõt
  • 5 Redenen om De Sabbat te houden
    24-03-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Macht van Jezus

    Vandaag gaan we samen stilstaan bij de macht of autoriteit van Jezus.

    Laat ons beginnen met te praten over de macht of de autoriteit van Jezus over het kwade:

    * Mattheüs 8:23-27: “Hij [Jezus] stapte in de boot en zijn leerlingen volgden hem. Plotseling begon het meer enorm te kolken, zodat de boot bijna door de golven werd verzwolgen. Maar Jezus sliep. Ze maakten hem wakker en riepen: ‘Heer, red ons toch, we vergaan!' Hij zei tegen hen: ‘Waarom hebben jullie zo weinig moed, kleingelovigen?’ Toen stond hij op en sprak de wind en het water bestraffend toe, en het meer kwam geheel tot rust. De mensen zeiden vol verbazing: ‘Wat is dit toch voor iemand, dat zelfs de wind en het water hem gehoorzamen?’.” Het weer, of het nu natuurlijk, schrikwekkend, of zelfs demonisch is, gehoorzaamt Hem.

    * Hierop volgend lezen we van verzen 28 tot 34: “Toen hij [Jezus] aan de overkant in het gebied van de Gadarenen kwam, liepen hem vanuit de grafspelonken twee bezetenen tegemoet. Ze waren zo gevaarlijk dat niemand daar langs durfde te gaan. Ze begonnen te schreeuwen en te roepen: ‘Wat hebben wij met jou te maken, Zoon van God? Ben je hier gekomen om ons pijn te doen nog voordat de tijd daarvoor is aangebroken?’ een eind verderop liep een grote kudde varkens te grazen. De demonen smeekten hem: ‘Als je ons uitdrijft, stuur ons dan naar die kudde varkens.’ Hij antwoordde hun: ‘Vooruit!’ Ze verlieten de twee mannen en trokken in de varkens. Toen stormde de hele kudde van de steile helling af het meer in, en de dieren kwamen om in de golven. De varkenshoeders sloegen op de vlucht, en toen ze in de stad kwamen vertelden ze het overal rond, ook wat er met de bezetenen was gebeurd. Nu trok de hele stad uit, Jezus tegemoet. Toen ze hem gevonden hadden, verzochten ze hem dringend hun gebied te verlaten.” Jezus kan demonen gemakkelijk met de duizenden uitdrijven uit bezetenen.

    * Lukas 10:17-22: “De tweeënzeventig keerden vol vreugde terug en zeiden: ‘Heer, zelfs de demonen onderwerpen zich aan ons bij het horen van uw naam. Hij [Jezus] zei tegen hen: ‘Ik heb Satan als een lichtflits uit de hemel zien vallen! Bedenk wel: ik heb jullie de macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen en om de kracht van de vijand te breken, zodat niets jullie kan schaden. Verheug je er echter niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is.’ Op dat moment begon hij vervuld van de heilige Geest te juichen en zei: ‘Ik loof u, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat u deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt u het gewild. Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is weet alleen de Zoon en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren.’” Jezus heeft de absolute macht over de demonen. Ook gaf Jezus aan zijn discipelen “macht en gezag over alle demonen” (Lukas 9:1). Via zijn volgelingen worden ze uitgedreven in Zijn Naam of autoriteit. Maar wat nog sterker is, zoals we daarnet al lazen, is dat de namen van al Zijn ware volgelingen opgeschreven staan in de hemel en dat Hij heerst over het dodenrijk en over de dood! “Toen brak er oorlog uit in de hemel. Michaël en zijn engelen bonden de strijd aan met de draak. De draak en zijn engelen boden tegenstand maar werden verslagen; sindsdien is er voor hen in de hemel geen plaats meer. De grote draak werd op de aarde gegooid. Hij is de slang van weleer, die duivel of Satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt. Samen met zijn engelen werd hij op de aarde gegooid. Toen hoorde ik een luide stem in de hemel zeggen: ‘Nu zijn redding, de macht en het koningschap van onze God werkelijkheid geworden, en de heerschappij van zijn messias. Want de aanklager van onze broeders en zusters, die hen dag en nacht bij onze God aanklaagde, is ten val gebracht. Zij hebben hem dankzij het bloed van het lam en dankzij hun getuigenis overwonnen. Zij waren niet aan het leven gehecht en hebben hun dood aanvaard” (Openbaring 12:7-11). We kunnen weten dat Jezus heerst met absolute autoriteit over de dood en het dodenrijk, aangezien Hij de sleutels heeft van deze plaatsen. Zoals Hij het zelf zo mooi zei: “Wees niet bang. Ik ben de eerste en de laatste. Ik ben degene die leeft; ik was dood, maar ik leef, nu en tot in eeuwigheid. Ik heb de sleutels van de dood en van het dodenrijk” (Openbaring 1:17b-18). Inderdaad, Hij was dood maar Hij toonde Zijn macht door op te staan in drie dagen en te overwinnen over de dood, zoals Hij zelf voorspeld had. We lezen namelijk in Johannes 2:19-22: “Jezus antwoordde hun: ‘Breek deze tempel maar af, en ik zal hem in drie dagen weer opbouwen.’ ‘Zesenveertig jaar heeft de bouw van deze tempel geduurd,’ zeiden de Joden, ‘en u wilt hem in drie dagen weer opbouwen?’ Maar hij sprak over de tempel van zijn lichaam. Na zijn opstanding uit de dood herinnerden zijn leerlingen zich dat hij dit gezegd had, en zij geloofden de Schrift en alles wat Jezus gezegd had” (Johannes 2:19b). Jezus heeft dus de sleutels (dit is: de macht en de autoriteit) over de dood en het dodenrijk en Hij kan en zal de duivel straffen als de grootste loser van alle losers: “Wanneer de duizend jaar voorbij zijn, zal Satan uit zijn gevangenis worden losgelaten. Dan gaat hij eropuit om de volken aan de vier hoeken van de aarde, Gog en Magog, te misleiden. Hij brengt hen voor de strijd bijeen, een menigte zo talrijk als zandkorrels aan de zee. Ze trekken op, over de hele breedte van de aarde, en omsingelen het kamp van de heiligen en de geliefde stad. Maar vuur daalt neer uit de hemel en verteert hen. En de duivel, die hen misleidde, wordt in de poel van vuur en zwavel gegooid, bij het beest en de valse profeet. Daar zullen ze dag en nacht worden gepijnigd, tot in eeuwigheid” (Openbaring 20:7-10). Jezus zal oordelen over alle mensen. Hoe komt het dat Jezus mag oordelen? We weten dat het oordeel aan God de Vader toekomt want over Hem werd er al geschreven in het Oude Testament: “Heer, God van onze voorouders, u bent God in de hemel en u heerst over de koninkrijken van alle volken. In uw hand liggen macht en kracht besloten, niemand kan zich tegen u verzetten” (2 Kronieken 20:6b). Maar we lezen in Johannes 5:27-30 dat Jezus dit recht tot oordelen gekregen heeft van de Vader. Over dit oordeel staat er geschreven: “Toen zag ik een grote witte troon en hem die daarop zat. De aarde en de hemel vluchtten van hem weg en verdwenen in het niets. Ik zag de doden, jong en oud, voor de troon staan. Er werden boeken geopend. Toen werd er nog een geopend: het boek van het leven. De doden werden op grond van wat in de boeken stond geoordeeld naar hun daden. De zee stond de doden die ze in zich had af, en ook de dood en het dodenrijk stonden hun doden af. En iedereen werd geoordeeld naar zijn daden. Toen werden de dood en het dodenrijk in de vuurpoel gegooid. Dit is de tweede dood: de vuurpoel. Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid” (Openbaring 20:11-15). Jezus is de Albeheerser. “‘Ik ben de alfa en de omega,’ zegt God, de Heer, ‘ik ben het die is, die was en die komt, de Almachtige’” (Openbaring 1:8). In het Grieks staat hier het woord: pantokrator: Jezus is de panto: alles – krator: heerser. In eenvoudig Nederlands betekent dit dat Hij heerst over alles en iedereen. De duivel en zijn volgelingen (een deel van de engelen en een deel van de mensen) zijn rebellen. Zoals ik al eerder zei, is Jezus de Albeheerser die heerst over alles en iedereen of ze er nu voor kiezen om te rebelleren of niet. Laat ons nog eventjes stilstaan bij het feit dat elk schepsel onder de autoriteit van Jezus valt. Zo lezen we dat Jezus “het begin van Gods schepping” is (Openbaring 3:14b) en dat “in hem is alles geschapen, alles in de hemel en alles op aarde, het zichtbare en het onzichtbare, vorsten en heersers, machten en krachten, alles is door hem en voor hem geschapen. Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in hem” (Kolossenzen 1:16-17).

    Zoals ik al eerder zei zal Jezus oordelen. Ja, laat ons echt beseffen dat we voor zijn rechterstoel zullen staan “Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus verschijnen, zodat ieder van ons krijgt wat hij verdient voor wat hij in zijn leven heeft gedaan, of het nu goed is of slecht” (2 Korintiërs 5:10). Daarom: “Alles wat je hebt gehoord komt hierop neer: heb ontzag voor God en leef zijn geboden na. Dat geldt voor ieder mens, want God oordeelt over elke daad, ook over de verborgen daden, zowel over de goede als de slechte” (Prediker 12:13-14). Laat ons niet beschaamd zijn over Jezus want anders zal Hij zich schamen voor ons, zoals Hij zelf heeft gezegd: “Wie zich schaamt voor mij en mijn woorden, zal merken dat de Mensenzoon zich ook voor hem schaamt, wanneer hij komt in de stralende luister die hemzelf, de Vader en de heilige engelen omgeeft” (Lukas 9:26). Verder lezen we: “Jezus kwam op hen toe en zei: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld” (Matteüs 28:18-20). Waarom zouden we ons schamen voor de Koning die Heerst over alles en iedereen? Waarom zouden we zijn woorden uit de Bijbel ongehoorzaam zijn? Waarom zouden we Jezus, de bron van leven en liefde, toestoppen in onze eigen levens in plaats van haar uit te dragen naar anderen? Onze gehele levens en de levens van alle personen hier in de kerk en buiten de kerk zouden onder de heerschappij van de meest liefdevolle Koning Jezus moeten staan. Vlaanderen behoort aan koning Jezus, België behoort aan koning Jezus, Europa behoort aan koning Jezus, heel de wereld komt toe aan koning Jezus! Halleluja!

    Ik heb 3 overdenkingsvragen voor jullie:

    1. In welk gebied van jouw leven zou Jezus nog meer koning moeten worden?
    2. In welk gebied van onze kerk zou Jezus nog meer koning moeten worden?
    3. Hoe wordt Jezus meer koning in Haacht en omstreken?

    Categorie:Preken
    24-02-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Geest en de Eucharistie

    Het volgende is een overdenking van Amos Yong, uit zijn boek Who Is the Holy Spirit? A Walk with the Apostles (In het Nederlands: “Wie is de Heilige Geest? Een wandeltocht met de apostelen”). Ik heb het voor jullie vertaald en ik wil het graag met jullie delen ter overdenking voordat we deelnemen aan het avondmaal.

    ‘In de avond op de dag van hun schipbreuk, “nam Paulus een stuk brood, dankte God in de aanwezigheid van allen, brak het brood en begon te eten” (Handelingen 27:35). Dit is een redelijk traditionele vorm van gebed dat vóór maaltijden werd gebeden door vrome Joden. Ook roept dit ritueel herinneringen op aan wat Jezus deed rond de maaltijden in de evangeliën. Daar worden ons drie gebeurtenissen verhaald – namelijk het voeden van de 5000, het Laatste Avondmaal, en het verhaal van de Emmaüsgangers – waar ons wordt verteld dat Jezus ook brood nam, het zegende of er voor dankte, het brak, en het gaf aan anderen (Lukas 9:16; 22:19; 24:30). Het brood op het schip was een teken van hoop en redding, zoals het brood in de evangeliën een symbool is van hoop en leven dat beschikbaar is door Jezus. Om het belang van het brood als een leven-gevende realiteit op de weg naar Emmaüs te begrijpen, moeten we de ervaringen van de discipelen volgen op die reis. De twee discipelen op de weg naar Emmaüs waren duidelijk moedeloos vanwege de dood van Jezus (24:17-21). En terwijl Jezus hen onderwees vanuit de Schrift terwijl zij aan het wandelen waren, hadden zij niet door dat Hij bij hen aanwezig was totdat Hij neerzat om met hen te eten. Hoewel Hij een gast was in hun midden, deed Jezus zich voor als de gastheer want Hij ging hen voor in het gebed om de maaltijd te zegenen. Later vertelden zij aan de andere discipelen over hoe Jezus “zich aan hen kenbaar had gemaakt door het breken van het brood” (24:35). De levende aanwezigheid van Jezus had hen kracht gegeven en had hen aangemoedigd tot hoop. Aan de Pesachmaaltijd, had Jezus al gezegd dat Zijn Leven en Lichaam door wijn en brood zouden worden gerepresenteerd. Wijn en brood zijn namelijk de hoofdelementen van de maaltijd. Nadat Hij een stuk brood had genomen, dankte Hij, brak het en verdeelde het, en zei: “Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken” (22:19). Er zijn enkele aspecten in verband met hoe een christelijke viering van deze maaltijd een gedenken aan Jezus is. Ten eerste, het gebroken brood en de uitgegoten beker zijn symbolen van het verwonde Lichaam van Jezus en het vergoten Bloed en zij dienen als herinnering aan dat Hij Zijn Leven heeft gegeven als een zegel van het nieuwe verbond en een vooruitbetaling in verwachting van het koninkrijk van God (22:18, 20). Ten tweede, “her-inneren” (in het Engels: “re-member”) zou ook kunnen betekenen dat de viering van de maaltijd door de volgelingen van Jezus in feite de delen van Zijn gebroken Lichaam weer samenbrengt. Het resultaat zou dan zijn dat de Jezus die wordt herinnerd ook de Jezus zou zijn die aanwezig is te midden van diegenen die het uitgieten van Zijn Leven voor anderen vieren. Maar vanuit het voeden van de 5000 mannen, plus vrouwen en kinderen, wordt er verwacht dat het Zichzelf geven van Jezus aan anderen een voorbeeld is voor Zijn volgelingen. We mogen natuurlijk niet het miraculeuze van het voeden van de 5000 minder laten lijken dan wat het werkelijk is, maar de zegen van Jezus, het breken, en het geven van brood en vis is slechts een deel van een grotere volgorde van gebeurtenissen waarin de discipelen betrokken zijn bij het dienen van de menigte. In het begin hadden de discipelen gevraagd aan Jezus om de menigte weg te sturen, mogelijkerwijs terug naar de stad Betsaïda (9:10), om een slaapplaats en voedsel te vinden. Maar aangezien Jezus hen specifiek had gezegd om noch voedsel noch geld mee te nemen voor hun missie (9:3), bekrachtigde Hij nu de voorziening van God en betrok Hij de discipelen hierbij. Zij moesten de menigte indelen, waarna Jezus hen deze menigte liet dienen, en tenslotte moesten ze de overgebleven stukken brood ophalen (9:14-17). Het voeden van dit groot aantal mensen toont ons de allesomvattende tafel die Jezus voor de menigte plaatst. Hoewel de Joodse zuiverheidswetten zich druk maakten over eten met de niet-zuiveren (voor welke reden dan ook), lezen we niet in deze tekst dat Jezus of de discipelen zich druk maakten over eten met niet-zuiveren en met vrouwen (die dikwijls apart aten tijdens publieke maaltijden). Dit geeft ons een beeld van de eetgewoonten van Jezus zoals ze ons worden verteld in de rest van de evangeliën. Jezus at niet alleen met zijn discipelen en de farizeeën maar ook met tollenaars en zondaars. Wat meer is, de open tafel van Jezus is een verwachting van het uiteindelijke en grote feestmaal van het koninkrijk dat Hij verwachtte om zowel te vieren met zijn discipelen (22:15) alsook met de armen, de kreupelen, de blinden, en de lammen (14:13,21). Met andere woorden, toen Jezus het laatste Pascha at met slechts Zijn twaalf discipelen (waaronder ook Judas de verrader), gaf Hij ook een voorbeeld van verwelkomende eetgewoonten van waaruit diegenen die normaalgesproken niet zouden uitgenodigd worden voor een maaltijd ook omarmd worden. We zien vanuit Handelingen dat de vroegste volgelingen van Jezus dit gebruik van open gemeenschap voortzetten. Ze bleven het brood samen breken, en herinnerden zich Jezus terwijl ze dit deden (Handelingen 2:42, 46; 20:7). Dat de tafel van de Heer ook open moest zijn zelfs naar de heidenen toe was bevestigd in een visioen dat Petrus ontving, van waaruit hij geleid werd om bij Cornelius binnen te stappen en met hem te eten (10:48). En zo werd Paulus, een apostel naar de heidenen, op zijn gemak met het breken van het brood en het eten met heidenen op die noodlottige bootreis. Maar de verlossende kracht die gesymboliseerd wordt in het samen eten wordt nog versterkt als we er bij stil staan dat de beker en het brood een vieren is van het gebroken, leven-gevende Lichaam van Jezus dat uitgegoten is ter wille van de wereld. Zodoende is de open tafel niet alleen een gelegenheid om de dood van Jezus te herinneren maar ook om dat Leven geleefd voor anderen zelf weer na te leven. De maaltijd is mogelijk vanwege de dienst die het samen eten mogelijk maakt. Zoals de discipelen de menigte op het platteland dienden, zo ook dienden zij de Joden van de diaspora (of de verstrooiing van de Joden over de ganse wereld) die verzameld waren in Jeruzalem na de dag van Pinksteren. Dit hebben ook andere leiders gedaan zoals de Griekstalige Joodse diakenen (6:3-6) die het grote aantal weduwen en andere meest kwetsbaren dienden in de prille gemeenschap. Het samen breken van het brood was een hoogtepunt dat mogelijk werd gemaakt door daden van dienstbaarheid voor en na de maaltijd. Dit dienen werd uitgevoerd door diegenen die toegewijd waren aan het volgen in de voetsporen van Jezus, Die Zichzelf volledig gaf aan anderen in de kracht van de Heilige Geest. En Diezelfde Geest blijft aanwezig en actief in diegenen die in Jezus geloven. Deze Geest maakt dat Jezus nu aanwezig is en Deze Geest zorgt er voor dat we Hem kunnen herkennen in elke gelegenheid waarin we deze maaltijd vieren. Hij geeft kracht aan de leven-gevende bediening die de geloofsgemeenschap voedt en die de wereld vernieuwt en die de hoop van Jezus’ opstanding geeft aan allen die in wanhoop leven en redding nodig hebben. Dit gebeurde in en door Paulus, in een boot gevuld met heidenen, en het zal blijven gebeuren tot aan de einden der aarde als we ons openen voor de leiding van de Geest, die uitgestort is over alle vlees.’


    27-01-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Herder of Wolf?

    (Voornamelijk Handelingen 20, Kolossenzen 2.
    Behalve indien anders aangegeven, bijbelteksten genomen uit de NBV.)

    Vandaag gaan we het hebben over leiderschap en het volgen van leiders. Meer bepaald gaan we het hebben over de kenmerken van een goede leider en de kenmerken van een misleider; de kenmerken van gezond leiderschap en de kenmerken van misleiding en misbruik. We gaan dit alles bestuderen aan de hand van Handelingen hoofdstuk 20 en Kolossenzen hoofdstuk 2.

    Handelingen 20:18-21:1a. Laten we dit stuk eerst samen lezen en dan bespreken: <<Toen ze waren gearriveerd, sprak hij [dat is Paulus] hen [dat zijn de oudsten van Efeze] als volgt toe: ‘U weet hoe ik te midden van u geleefd heb, vanaf de eerste dag dat ik in Asia was: ik heb de Heer in alle nederigheid gediend en heb al het verdriet en de beproevingen als gevolg van de samenzweringen van de Joden doorstaan. U weet ook dat ik alles bekend heb gemaakt wat uw welzijn ten goede komt en dat ik u daarover in het openbaar en thuis heb onderricht. Zowel Joden als Grieken heb ik opgeroepen zich te bekeren tot God en te geloven in Jezus, onze Heer. Nu ben ik op weg naar Jeruzalem, gedreven door de Geest, zonder te weten wat me daar te wachten staat, behalve dan dat de heilige Geest me in iedere stad verzekert dat gevangenschap en vervolging mijn deel zullen zijn. Ik hecht echter niet de minste waarde aan het behoud van mij leven, als ik mijn levenstaak maar kan voltooien en de opdracht uitvoeren die ik van de Heer Jezus ontvangen heb: getuigen van het evangelie van Gods genade. Ik weet dat niemand van u, aan wie ik op mijn reizen het koninkrijk heb verkondigd, mij terug zal zien. Daarom verklaar ik hier op deze dag dat ik voor niemands ondergang verantwoordelijk ben; ik heb immers mijn uiterste best gedaan om u vertrouwd te maken met Gods wil. Zorg voor uzelf [in de zin van: geef acht op uzelf] en voor de hele kudde waarover de heilige Geest u als herder heeft aangesteld; u bent de opzieners van Gods gemeente, die hij verworven heeft door het bloed van zijn eigen Zoon. Ik weet dat er na mijn vertrek woeste wolven bij u zullen binnendringen die de kudde niet zullen ontzien. Uit uw eigen kring zullen mensen voortkomen die de waarheid verdraaien om de leerlingen voor zich te winnen. Wees daarom waakzaam en vergeet niet hoe ik ieder van u drie jaar lang dag en nacht onder tranen steeds weer raad heb gegeven. Nu vertrouw ik u toe aan God en aan het evangelie van zijn genade, dat onze gemeenschap kan opbouwen en dat het beloofde erfdeel zal schenken aan allen die hem toebehoren. Geld of kleding heb ik van niemand verlangd; u weet wel dat ik eigenhandig heb voorzien in mijn levensonderhoud en dat van mijn metgezellen. In alles heb ik u getoond dat u de zwakken zo, door hard te werken, moet steunen, indachtig de woorden van de Heer Jezus die immers gezegd heeft: “Geven maakt gelukkiger dan ontvangen.”’ Toen hij uitgesproken was, knielde hij samen met de aanwezigen neer om te bidden. Niemand kon zijn tranen bedwingen. Allen vielen ze Paulus om de hals en kusten hem. Ze waren vooral zo ontdaan omdat hij gezegd had dat ze hem niet terug zouden zien. Toen deden ze hem uitgeleide naar het schip. Nadat we ons met moeite van hen hadden losgemaakt (…)>> Tot zover onze lezing. We gaan beginnen met deze verzen te bespreken vanaf de eerste vers, namelijk vers 18.

    • 18: “U weet hoe ik te midden van u geleefd heb, vanaf de eerste dag dat ik in Asia was”: De oudsten van Efeze zijn allen getuige van hoe Paulus geleefd heeft van het eerste moment dat ze hem ontmoetten. Hij was niet de onfeilbare apostel die niemand iets kon maken. Zoals Jezus kon hij zeggen dat ze hem niet van zonden konden beschuldigen (Johannes 8:46). Hij leefde te midden van hen. Niet in een bevoorrechte positie.
    • 19: In vers 19 spreekt hij over nederigheid en dienen. Dit zijn kenmerken van een ware leider (onderdrukken zoals de Nicolaïeten is geen kenmerk van een ware leider maar de Heer dienen in alle nederigheid is dit wel). Verder kunnen tranen, beproevingen, en zelfs aanslagen door religieuze mensen je deel zijn.
    • 20: hij laat niets geniepig weg uit de verkondiging en hij verkondigde hetzelfde in de huizen (de toenmalige kerken of intieme kring) als in openbaarheid (op de straat, voor de gemeente). Hij had geen verborgen agenda die enkel toegankelijk was voor de ingewijden.
    • 21: Bekering en trouw aan Christus. Geen zacht evangelie en hetzelfde evangelie voor de Joden. Zij zullen niet worden gered als ze koppig blijven ten overstaande van Jezus hun Messias.
    • 22-24: Paulus geeft niet om zijn eigen leven maar is helemaal oké met vervolgd te worden en gevangen genomen te worden zolang hij de opdracht die Jezus hem gegeven heeft maar kan volbrengen.
    • 25-27: Als er later valse beschuldigingen zullen komen, ik heb jullie alles verkondigd en ik heb niets verdraaid, daarom zal ik niet verantwoordelijk worden gehouden als er onder jullie misleid worden. “om u vertrouwd te maken met Gods wil”: Het ging niet om Paulus’ wil. Het ging om Gods wil, en ècht om Gods wil, niet om de wil van een manipulator die “de naam van de HEER misbruikt” (Exodus 20:7) voor zijn eigen doeleinden.
    • 28-30: Een herder let op zijn kudde maar een wolf geeft niet om de kudde of om de schapen maar enkel om zichzelf. Een wolf leeft op het verslinden van schapen. Hoe doet een wolf dit? Door de schapen weg te lokken van de goede herders door valse leer te verkondigen. Een wolf wil niet alleen verscheuren maar ook scheuring brengen. Hij wil de schapen achter zichzelf lokken, niet om hen te helpen, maar om het gemakkelijker te kunnen verslinden.
      • Hij doet dit op een subtiele, misschien wel religieuze manier. Over zulk een religieuze manier van mensen weg te lokken en te gebruiken, daar zullen we straks nog dieper op ingaan wanneer we Kolossenzen 2 bespreken.
      • Het lijkt alsof zo iemand het goed met je voorheeft maar het gaat eigenlijk enkel en alleen om hemzelf. Aan zijn vruchten zul je hem uiteindelijk kennen (Matteüs 7:15-16).
    • 31: “Wees daarom waakzaam”: Waak! Wees niet naïef! Voed de manipulerende wolven niet, ook al geven ze je valse schuldgevoelens of proberen ze je te beliegen en te misleiden tot valse verplichtingen. Zo zei Jezus in Matteüs 7:6: “Geef wat heilig is niet aan de honden en gooi je parels niet voor de zwijnen; die zouden ze maar met hun poten vertrappen, zich omkeren en jullie verscheuren.” Varkens zijn alleseters. Ze vertrappen en verscheuren. Een wolf is familie van de hond. Ook zijn honden, inclusief wolven, en varkens onreine dieren die je willen besmetten met hun onreinheid. Waar je mee omgaat wordt je mee besmet. Volg niet in de voetsporen van de wolf, voor hij jou verscheurt. Parels voor de zwijnen werpen is ook je energie verspillen. Laat de manipulators achter en kijk niet om zodat je productief kan arbeiden en het koninkrijk waardig kan zijn. Jezus zei: “Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.” (Lukas 9:62b)
      “onder tranen”: Paulus is een trouwe herder geweest, door de schapen zó lief te hebben dat hij zelfs over hen weende, niet met krokodillentranen maar met ongeveinsde tranen van ware bewogenheid èn door hen terecht te wijzen met de héle bijbelse waarheid, niet door enkel te vertellen wat ze graag wilden horen.
    • 32: “Nu vertrouw ik u toe aan God”: Gepaste nederigheid. Paulus weet dat het niet van hem afhangt maar van God. “Het evangelie van zijn genade, dat onze gemeenschap kan opbouwen”: Het is het evangelie – niet buiten-bijbelse regeltjes van leiders – dat deze gemeenschap zal opbouwen en gezond zal maken. Buiten-bijbelse regeltjes kunnen zeer ongezond en zelfs destructief voor de ziel zijn.
    • 33: “Geld of kleding heb ik van niemand verlangd”: Paulus kwam niet om te profiteren. Paulus was geen profiteur, bloedzuiger, noch parasiet.
    • 34: “u weet wel dat ik eigenhandig heb voorzien in mijn levensonderhoud en dat van mijn metgezellen”: Paulus gelooft dat het het beste is om niet afhankelijk te zijn van giften en geen last te zijn voor de gemeente maar om te voorzien in het eigen levensonderhoud door naast de bediening een job te kloppen. Hij zegt nogmaals dat hij de gemeente niets heeft gekost.
    • 35: ‘In alles heb ik u getoond dat u de zwakken zo, door hard te werken, moet steunen, indachtig de woorden van de Heer Jezus, die immers gezegd heeft: “Geven maakt gelukkiger dan ontvangen.”’: Paulus was zelfs een voorbeeld in het geven, het tegengestelde van een profiteur die komt om te pakken, pakken, pakken, op de rug van anderen.
    • 36: “Toen hij uitgesproken was, knielde hij samen met de aanwezigen neer om te bidden.”: “Knielde”: Hij zat niet op zijn troon of hij torende niet boven hen. Hij kwam op het gelijke niveau van nederige dienaars. Hij deed dit “Samen”: Hij voelde zich niet te goed om als apostel ook samen met de oudsten te knielen. We kunnen ook stellen dat Paulus niet te mottig zou geweest zijn om samen met de schapen te knielen. Een herder knielt of heft een schaap op om het te verzorgen.
    • 37-38: “Niemand kon zijn tranen bedwingen. Allen vielen ze Paulus om de hals en kusten hem.”: De oudsten hadden Paulus zó lief omdat híj́ hen zó sterk liefhad en het viel hen zwaar dat ze hem nooit meer zouden terugzien aan deze kant van het eeuwige leven. Het waren weeral ware tranen vanuit echte liefde, niet vanuit een gevoel van dit hoort zo, of een wenen wat ze niet meenden om te bedriegen en te misleiden.
    • 21:1: “Nadat we ons met moeite van hen hadden losgemaakt”: De liefde van de oudsten tot Paulus en van Paulus tot de oudsten was zó immens dat ze hem niet wilden loslaten en dat hij niet wilde gaan. Uiteindelijk vertrok hij toch uit gehoorzaamheid aan de Heilige Geest.

    Kort samengevat lazen we hier dus een Bijbeltekst die het verschil tussen schapen en wolven duidelijk weergeeft. De herders zorgen voor hun schapen, de wolven veinzen bezorgdheid. De herders hebben hun schapen lief, de wolven doen zich voor als heel liefdevol. De herders zijn eerlijk en oprecht, de wolven zijn vals en dwingen je om hun eigen ideeën te volgen. De herders geven om hun schapen, de wolven geven enkel en alleen om zichzelf. We zeiden al dat je deze wolven aan hun vruchten zult herkennen. Inderdaad, want Jezus zei: “Pas op voor valse profeten, die in schaapskleren op jullie afkomen maar eigenlijk roofzuchtige wolven zijn. Aan hun vruchten zul je hen herkennen. Men plukt toch geen druiven van doornstruiken of vijgen van distels? Zo draagt elke goede boom goede vruchten, maar een slechte boom draagt slechte vruchten. Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, evenmin als een slechte boom goede vruchten dragen kan. Elke boom die geen goede vruchten draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. Zo kunnen jullie hen dus aan hun vruchten erkennen” (Matteüs 7:15-20). Jezus’ uitleg gaat verder, zoals u zelf kunt lezen in de volgende drie verzen. Hij vertelt daar dat zij die de wil van Zijn Vader doen de ware schapen zijn en zij die de Wet – of, we kunnen zeggen, de Bijbel – verdraaien en misbruiken de wolven zijn.

    Een vorm van de Bijbel te verdraaien of te misbruiken voor eigen doeleinden is het opleggen van extra regels. In Kolossenzen 2:16-23 geeft Paulus ons tal van voorbeelden. Laat ons eerst de voorafgaande context bespreken: Als we deze context kort samenvatten vanaf het begin van het hoofdstuk, dan zien we dat Paulus beweert dat we ons niet mogen laten meeslepen of misleiden. Het oude geloof (volgens de oudste christelijke Traditie) en vertrouwen in en gehoorzaamheid aan Christus is alles wat we nodig hebben. Verbondenheid en totale onderworpenheid aan Christus het hoofd. Van dit hoofd komen de bevelen, bevelen vanuit liefde tot goedheid en opbouw, geen bevelen van angst en gebondenheid tot verrijking van de misleiders en dezij die scheuringen veroorzaken op de kap van jou. Paulus wil dit geprofiteer niet. Hier kunnen we Kolossenzen 2:16-23 bespreken waar hij nog enkele voorbeelden van misleiders geeft; ik begin vanaf vers 16: ‘Laat dus niemand u oordelen met betrekking tot spijs en drank, of feestdag, nieuwe maan en sabbat. Deze dingen zijn slechts een schaduwbeeld van de toekomstige dingen, maar de werkelijkheid is van Christus. Laat niemand u overbluffen met gewilde nederigheid en engelendienst. Zó iemand maakt zich druk over zijn visioenen [andere handschriften lezen: “in wat hij niet gezien heeft” (voetnoot NBV)], en wordt verwaand door zijn vleselijke gezindheid zonder enige grond; maar hij houdt zich niet vast aan het Hoofd, waaruit het ganse lichaam door gewrichten en vezels gestut en saamgehouden wordt, en opgroeit tot goddelijke rijpheid. Indien gij met Christus zijt afgestorven aan de leerbeginselen der wereld, waarom laat gij u dan, als iemand, die in de wereld leeft, allerlei bepalingen voorschrijven, als: “raak niet aan; proef niet; roer niet aan!” Al dergelijke bepalingen slaan op dingen, die vergaan door het gebruik; het zijn slechts geboden en leringen van mensen! Ze hebben de schijn wel van wijsheid door godzaligheid van eigen vinding, door nederigheid en zelfkastijding, maar ze hebben geen waarde dan voor de bevrediging van het vlees’ (Canisiusvertaling).

    In vers 18 zien we “gewilde nederigheid”. Dit is typisch voor mensen die enkel van zichzelf houden, ze gaan zich voordoen als nederig, als mensen die alles voor je doen maar ze zuigen je leeg door je valse schuldgevoelens te geven; "Ik doe alles voor je, nu moet je toch iets voor mij doen?!" Ze binden je langzaamaan aan hun vast door je schijnbaar te verwennen. Door je vet te mesten waarna ze je kunnen verslinden. Ze zullen je voor een tijd leiden vanuit geveinsde liefde, als wolven in herderskleding. Herinner je: ze geven niets om je en verslinden je met veel plezier. Je bent voor hen maar laag volk. Je bent voor hen totaal vervangbaar. Je bent slechts een middel voor hun doel te bereiken. Daarom moet je jezelf afvragen: "Geeft deze persoon wel om mij of geeft hij of zij enkel en alleen om mij omdat hij of zij mij kan gebruiken?" Als je de narcistische ideeën van zulke egoïstische personen niet volgt, zul je al snel als rebel, onstabiel, gevaarlijk, enzovoort worden omschreven… Kortom, ze zullen je met veel plezier opofferen, aan de kant schuiven,... zodat hun eer niet geschaad zal worden. Je bent inderdaad gevaarlijk voor hen op een goede manier.

    Verder zien we in dit vers “engelendienst”, “visioenen”,… Dit zijn typische manipulatietrucjes van valse profeten door middel van valse openbaringen, profetieën,... proberen ze je voor hun kar te spannen. Wees niet naïef! Je hebt geen verplichtingen naar hen toe als ze extra regeltjes toevoegen en een schijn van nederigheid en religiositeit aanhouden. Ze hebben niet het recht om je naar hun hand te zetten, te misbruiken, valse schuldgevoelens te geven,... Ze lijken geestelijk maar ze zijn vleselijk. Ze hebben volgens de apostelen geen grond om op te staan. Het zijn geen profeten maar profiteurs. Hoe kan je een profeet van een profiteur onderscheiden? Je kijkt naar de wortel: zegt die persoon dit omdat hij om je geeft of omdat hij om zichzelf geeft? Is het uit egoïsme of is het totaal zonder egoïsme; werkelijk om je te helpen? Zoals we eerder al zeiden mag je oordelen al naargelang de vruchten (Matteüs 7). Bij zulke geniepige wolven is immers niets wat het op het eerste zicht lijkt. Ze lijken liefdevol maar ze praten met lege, liefkozende woordjes. “Een open graf is hun keel, ze plegen bedrog met hun tong; achter hun lippen is adderengif, vol vloek en bitterheid is hun mond. Vlug zijn hun voeten, om bloed te vergieten, vernieling en onheil zijn op hun wegen; maar de weg van de vrede kennen ze niet.” (Romeinen 3:13-17, CV). Kijk naar hun vruchten. In Galaten 5 en Jakobus 1 staan er nog handige lijsten om deze vruchten te herkennen.

    In vers 19 leren we dat zulk soort egoïsten zich niet houden aan het Hoofd (dit is Christus). Ze worden door hun eigen ijdele hoofden en hun dikke nekken geïnspireerd. Je moet niet bang voor hen zijn want ze vrezen God toch niet! “Geen vreze Gods staat hun voor ogen!” (Romeinen 3:18, CV). In het eenvoudig Nederlands is dit: ze hebben geen respect en ontzag voor God. Ze gebruiken de naam van God voor henzelf, terwijl er geschreven staat: “Misbruik de naam van de HEER, uw God, niet, want wie zijn naam misbruikt laat hij niet vrijuit gaan” (Exodus 20:7). Ze wanen zichzelf hoger dan God (Jesaja 14:13-14) en hebben zichzelf als God op de troon geplaatst (2 Tessalonicenzen 2:2-4).

    Over de overige verzen kunnen we stellen dat in tegenstelling tot de vorige categorie jij moet dood zijn aan jezelf en Christus moet volgen als Zijn totaal-gehoorzame dienaar. Leg je kroon neer, neem je kruis op, en volg Hem (Matteüs 16:24). Maar, hier volgt niet uit dat je je moet laten extra regeltjes opleggen waar die manipulators plezier aan beleven en voldoening uit halen zoals we lazen in Kolossenzen 2:20-23. Ze zouden ook beter hun kroon van ijdelheid neerleggen en hun kruis van ware nederigheid opnemen! Voor hen zal ook gelden: ‘Niet iedereen die “Heer, Heer” tegen mij zegt, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader. Op die dag zullen velen tegen mij zeggen: “Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet vele wonderen verricht in uw naam?” En dan zal ik hun rechtuit zeggen: “Ik heb jullie nooit gekend. Weg met jullie, wetsverkrachters!”’ (Matteüs 7:21-23). Zoals we dus al verschillende malen zagen, zal God diegenen die Zijn woord of zijn naam verkeerd gebruiken volstrekt niet voor onschuldig houden. In tegenstelling tot zulke manipulators zagen we al in Handelingen 20 dat Paulus bij het oude Evangelie en de oude Traditie bleef. Wie leidt, is òf een herder òf een wolf. Wie volgt, volgt òf een herder òf een wolf. Misschien hebben mensen wel extra-bijbelse regeltjes en valse schuldgevoelens op je gelegd en misschien ben je er door gekwetst en misschien voel je je onnodig schuldig of misschien heb je zelf buiten-bijbelse regeltjes opgelegd aan anderen en hen gekwetst. Misschien heb je genezing of bekering nodig. Laat ons bidden.

    Praktische oefening:

    Onderzoek jezelf de komende week en vraag jezelf af:

    1. Hoe kan ik beter met anderen omgaan?
    2. Wie moet ik vergeving vragen?
    3. Waar is er herstel nodig?

    Categorie:Preken
    30-12-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuwjaarswensen

    In de nieuwsbrief schreef ik dat we het gaan hebben over nalatenschap. De bedoeling van deze preek is om jullie aan te zetten om te dromen over wat jij als individu en wat wij als gemeente in de toekomst kunnen bereiken, en hoe we deze dromen ook kunnen omzetten in daden. Om een goed beeld te krijgen van Gods plan met de mensheid gaan we samen de bijbelse geschiedenis overlopen, vanaf het begin, namelijk vanaf de schepping. Dan gaan we kijken naar dit plan vanuit de woorden van Jezus en enkele verdere brieven in de Bijbel om te weten te komen of we iets kunnen bijdragen aan Gods plan.

    In het scheppingsverhaal lezen we dat God telkens een plan had in zijn grote scheppingsplan. Als voorbeeld nemen we de schepping van het licht. “God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht.” (Genesis 1:3) Zijn reactie was: “God zag dat het licht goed was.” (Genesis 1:4a) Dat iets goed is zegt Hij verschillende malen nadat Hij het geschapen had. Maar het hoogtepunt van Zijn scheppingsplan waren de mensen: “God zei: ‘Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken;” (Genesis 1:26a) Hij had met hen ook een plan: “zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.” (Genesis 1:26b). Zij zouden, met andere woorden, heersen in het paradijs. Met de mens als de kers op de taart zag God dat zijn schepping niet gewoon goed was maar “zeer goed was” (Genesis 1:31). En zo werd Zijn plan voltooid (Genesis 2:1).

    Dit plan mislukte even later... Adam en Eva kozen ervoor om ongehoorzaam te worden aan God en daarom werden ze uit dit paradijs verbannen (Genesis 3:17,23-24). Ook hun zoon Kaïn was ongehoorzaam en werd uit Gods aanwezigheid verbannen (Genesis 4:8-16). Het ging van kwaad naar erger totdat “De HEER zag dat alle mensen op aarde slecht waren: alles wat ze uitdachten was steeds even slecht” (Genesis 6:5). De mensen maakten dus altijd maar weer slechte plannen en het gevolg was dat “Hij [God] kreeg er spijt van dat hij mensen had gemaakt en voelde zich diep gekwetst” (Genesis 6:6). Het kwetste God dat de mensen alsmaar duivelse plannen uitdachten en het tegenovergestelde van Zijn paradijselijke plan was bereikt. Het gevolg was dat God van plan was om Zijn gehele plan teniet te doen: “Ik zal de mensen die ik geschapen heb van de aarde wegvagen, dacht hij [God], en met de mensen ook het vee, de kruipende dieren en de vogels, want ik heb er spijt van dat ik ze heb gemaakt.” (Genesis 6:7) Om een lang verhaal kort te maken, God schakelde over op plan B en begon weer opnieuw met Noach (Genesis 6-9).

    Iets later ging het weeral verkeerd toen de mens weer en masse tegen God rebelleerde, waarop God de toren van Babel vernietigde en met Abraham verderging (Genesis 11-12). We zouden nog verder kunnen spreken over Jozef, de Israëlieten in ballingschap, Moses, de resten van rechtschapene Israëlieten onder de slechte Joden over verschillende perioden, de koningen van Israël,... Om een lang verhaal kort te maken, meestal krijgt God niet Zijn goesting omdat de mensen plannen maken die tegengesteld zijn aan Zijn plannen. Dit is een spijtige zaak.

    Maar, onze God is creatief en Hij is nog steeds bezig aan Zijn plan. Zo scheen Hij Licht in de allesomvattende duisternis. “Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen worden door een helder licht beschenen” (Jesaja 9:1 / Matteüs 4:16). Ja, “een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven; de heerschappij rust op zijn schouders. Deze namen zal hij dragen: Wonderbare raadsman, Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst. Groot is zijn heerschappij, aan de vrede zal geen einde komen. Davids troon en rijk zijn erop gebouwd, ze staan vast, in recht en gerechtigheid, van nu tot in eeuwigheid. Daarvoor zal hij zich beijveren, de HEER van de hemelse machten” (Jesaja 9:5-6). God de Vader heeft ons Zijn Zoon Jezus Christus namelijk gegeven omdat Hij zoveel hield van die paradijselijke sfeer, Gods orde, die voor ons passend en harmonieus is (Dit is een mogelijke zienswijze van Johannes 3:16 aan de hand van het Griekse woord κόσμος dat daar gebruikt wordt). God de Vader gaf niet op en wilde en wil ons nog steeds terugbrengen naar dit Paradijs. Hij wil dit Paradijs vestigen op deze aarde (Openbaring 22). Zijn Zoon Jezus had ook dit brandend verlangen. Hij verkondigde dat dit koninkrijk nabij is (Matteüs 4:17) en Hij leerde zijn leerlingen te verlangen naar dit koninkrijk want Hij leerde hen namelijk bidden: “Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden, laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel” (Matteüs 6:9b-10). Deze Jezus had dus duidelijk een koninkrijksplan. En, bijvoorbeeld na zijn opstanding, gaf Hij dit koninkrijksplan door aan Zijn leerlingen toen Hij zei: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houdt dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.” (Matteüs 28:18-20). Jezus heeft alle macht in de hemel en op aarde en Hij heeft ons gemaakt tot ambassadeurs van dit koninkrijk: “U bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht” (1 Petrus 2:9). Petrus gaat verder en noemt ons deel van Gods volk. Ook Paulus schrijft dat we Zijn volk zijn, “dat vol ijver is om het goede te doen” (Titus 2:14b). Wij mogen meedoen aan Jezus’ plan van verkondiging dat zich uitstrekt tot aan de uiteinden van de wereld. Het verlangen om goed te doen en een nalatenschap achter te laten is ons door God gegeven. God heeft namelijk “de eeuwigheid gelegd in het hart van den mens” (Prediker 3:11, Canisiusvertaling). Wij willen een verandering nalaten voor deze wereld en voor de eeuwige wereld.

    Bij nieuwjaar maken wij plannen voor het nieuwe jaar. We schrijven onze nieuwjaarswensen op. Maar hebben we er al eens over nagedacht dat God misschien ook een lijst met nieuwjaarswensen voor het nieuwe jaar heeft? Hoe kunnen we Gods nieuwjaarswensen uit doen komen? Hoe kunnen we onze plannen inpassen in Gods koninkrijksplan? Allereerst moeten we beseffen dat we vanuit onze relatie met Jezus Christus een deel van het geheel zijn. We zijn dus een schakel in Gods plan. “Voeg u bij hem, bij de levende steen die door de mensen werd afgekeurd [dit is Jezus] maar door God werd uitgekozen om zijn kostbaarheid, en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel. Vorm een heilige priesterschap om geestelijke offers te brengen die God dankzij Jezus Christus welgevallig zijn.” (1 Petrus 2:4-5) Zoals u kan lezen in Johannes 15 zijn we afhankelijk van Jezus Christus om een levend geloof te leven. Over wat een levend geloof is kan u lezen in Jakobus 2. Het is een geloof waaruit goede werken voortvloeien. Verder zegt Paulus: “Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u. U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed, volmaakt en hem welgevallig is.” (Romeinen 12:1-2). We moeten onszelf dus volledig geven aan de Heer en proberen te vinden wat Hij van ons wil. Wij hebben hierin ook elkaar nodig want “Er zijn verschillende gaven, maar er is één Geest; er zijn verschillende dienende taken, maar er is één Heer. (…) Al deze gaven worden geschonken door een en dezelfde Geest, die ze aan iedereen afzonderlijk toebedeelt zoals hij wil. (…) Welnu, u bent het lichaam van Christus en ieder van u maakt daar deel van uit.” (1 Korintiërs 12:4-5,11, 27). Hoe vervullen we een stukje van dit plan in het hier en nu? Welke plannen legde God op jouw hart? Merk op dat voor elk lid van onze gemeente geldt: “Want hij [God] heeft ons gemaakt tot wat wij nu zijn: in Christus Jezus geschapen om de weg te gaan van de goede daden die God heeft voorbereid” (Efeziërs 2:10). Dit wil niet zeggen dat wij dan maar niet moeten plannen. “Een mens stippelt zijn weg uit, de HEER bepaalt de richting die hij gaat.” (Spreuken 16:9). Wij moeten plannen en overleggen met God en ons dan laten leiden door de Heer in onze harten. Het is een teamverband want God is relationeel.

    Ook het leiderschap van onze kerk heeft hierin een taak. Zij moeten God om visie vragen want “Waar het visioen ontbreekt, verwildert het volk” (Spreuken 29:18, Willibrordvertaling).

    Dit is misschien allemaal mooie theorie maar hoe ga je als individu en hoe gaan we als gemeente deze plannen uitvoeren in 2019? Hoe gaan we onze dromen nu omzetten in daden? Ik schreef al naar Harry en het oudstenteam dat ik graag de koppen bij elkaar zou steken met ieder lid van deze gemeente zodat we samen kunnen kijken voor welk toekomstig werk jij geschikt zou kunnen zijn. Let goed op! Na de dienst kan u bij Harry, de oudsten, of bij mij komen en jouw diensten, bijdrages,… aanbieden. We gaan dit dan met jou bespreken en noteren. Blijf vooral jouw diensten koppig aanbieden opdat we voor iedereen een plek kunnen vinden in “het werk in zijn dienst” (Efeziërs 4:12b). Als ik het even mag hebben over geld. Ik weet dat dit een moeilijk gespreksonderwerp is in de kerken van Vlaanderen, waarschijnlijk vanwege misbruik in vele kerken. De Didachè, een document uit de vroege Kerk beweert: “Als hij [een profeet] geld vraagt, is hij een valse profeet” (hoofdstuk 11). Dan weet u het oordeel van de vroege Kerk over zulk soort charlatans. Geld vragen voor anderen in nood is wèl Bijbels. We zien Paulus dit doen voor de kerk van Jerusalem zoals je kan lezen in 1 Korintiërs 16:2-4: “Laat ieder van u elke eerste dag van de week naar vermogen iets opzijleggen. Dan hoeft er bij mijn komst geen geld meer te worden ingezameld. Wanneer ik eenmaal bij u ben, zal ik degenen die u hebt uitgekozen om de gaven te overhandigen, met aanbevelingsbrieven naar Jeruzalem laten gaan. Als ik zelf ook de mogelijkheid heb naar Jeruzalem te gaan, zullen ze mij vergezellen”. Dit komt overeen met wat De Didachè verder beweert: “Maar wie in de Geest zegt, geef me geld, of iets anders, je zal niet naar hem luisteren; maar als hij zegt om te geven voor anderen die nood hebben, laat niemand hem oordelen” (hoofdstuk 11). Persoonlijk zie ik geld gewoon als bevroren tijd. Het is bijvoorbeeld een vergoeding die je krijgt voor de tijd die je investeert om te werken voor je baas. Misschien heb je niet veel tijd maar wel geld dat je kan investeren. Of misschien is het juist andersom. Misschien heb je veel tijd maar weinig geld. Misschien heb je geen van beiden maar gewoon weinig geld en weinig tijd. Hoe het ook zij, je kan je tijd en / of financiële bijdragen aanbieden aan deze kerk, het project van Rita in Benin, of totaal andere projecten. Misschien heeft de Heer wel een specifiek land op je hart geplaatst. Ik heb mijn connecties en andere kerkleden hebben ook hun connecties. Laten we samen overleggen en we vinden waarschijnlijk wel een weg.

    Laten we de volgende bemoediging van de voormalige paus Benedictus XVI tot ons nemen:

    "Als je verenigd blijft met Christus, dan zal elkeen van jullie grootse dingen kunnen doen. Daarom, beminde vrienden, moeten jullie niet bang zijn om met jullie ogen open te dromen over belangrijke projecten die met het goede te maken hebben en jullie moeten jullie niet laten ontmoedigen door moeilijkheden. Christus heeft vertrouwen in jullie en wil dat jullie jullie meest nobele en verhevene dromen van ware blijdschap realiseren. Niets is onmogelijk voor diegenen die vertrouwen in God en zich aan Hem toevertrouwen."

    — Paus Benedictus XVI, Gebedswake met Jonge Mensen (1 September 2007) [vertaald vanuit het Engels]

    Als je klaar bent om je diensten aan te bieden, kom dan met ons spreken na de dienst. Als je hierover nog tijd nodig hebt om te bidden, kom dan een andere keer naar Harry of mij of naar de andere oudsten hier aanwezig. Ik wens jullie allemaal een gezegend 2019.

     

    (De Bijbelvertalingen zijn genomen uit de Nieuwe Bijbelvertaling, behalve indien anders aangegeven.)


    Categorie:Preken
    25-11-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een preek over de dwaalleer der Nicolaïeten en der Gnostici

    [Hier kan u naar de preek luisteren: https://www.mixcloud.com/emmanuelhaacht/2018-11-25-de-dwaalleer-der-nicolaïeten-en-der-gnostici-door-tom-torbeyns/]

    In de tijd van de apostelen waren er twee soorten dwaalleraren (de Nicolaïeten en de Gnostici) die vandaag de dag ook populair zijn hoewel ze zich verschuilen onder andere namen en in andere vormen bestaan. Vandaag de dag hoor je hen met uitspraken zoals: “Ik ben positioneel rechtvaardig hoewel ik nog volop zondig.” Of “Als de Vader naar me kijkt ziet Hij mijn zonden niet maar Hij ziet Christus in de plaats van mijn zonden.” Deze dwaalleer is ook populair in de Protestantse en Evangelische kerken in België en deze dwaalleraren misleiden niet alleen anderen maar hebben ook zichzelf misleid zodat ze zelf niet beseffen dat ze misleid zijn. Ze willen dit niet beseffen omdat ze de leugen meer liefhebben dan de waarheid, en de zonde meer liefhebben dan de gehoorzaamheid. Ze tolereren leugengeesten maar de waarheid tolereren ze niet. Ze geloven dat ze liefhebben maar hun tolerante liefde heeft niets met ware liefde en waarheid te maken. Het zou kunnen dat je zelf door dit soort mensen of geesten misleid bent.

    Hoewel ik jullie streng toespreek zijn mijn bedoelingen zuiver en goed. Ik spreek zo omdat ik deze en de andere kerken liefheb en ik graag zou willen dat de kerken zichzelf samen met God zullen bevrijden van deze dwaalleren, dwaalleraren, en dwaalgeesten en omdat ik wil dat niemand van deze kerkgemeente misleid zal worden door charismatische dwaalleraars die jullie oren masseren met mooiklinkende sprookjes die haaks staan op Gods waarheid. We zullen deze leugenaars, leugengeesten, en dwaalleer openlijk ontmaskeren met behulp van enkele geschriften van Johannes, namelijk de Openbaring van Jezus Christus aan Johannes en de Eerste Brief van Johannes. De waarheid kan je misschien kwetsen maar als je je er voor open stelt, zal ze je vrijmaken.

    We beginnen met het Boek der Openbaring. Ik verschaf jullie even wat achtergrondinformatie: Johannes ging volgens de overlevering naar Klein-Azië in Turkije. Hij was daar “overzichthouder” of opziener van de gemeenten in die streek waarvan hij er velen zelf had gesticht. Johannes werd naar het eiland Patmos verbannen waar hij een Openbaring van Jezus Christus ontving. Vanuit deze Openbaring moest hij enkele brieven schrijven naar lokale kerkgemeenten van die tijd. Deze brieven zijn opgenomen in de Bijbel opdat we er zelf van kunnen leren en er anderen vanuit kunnen onderwijzen. We gaan hier drie kerken kort bespreken, namelijk Efeze, Pérgamus, en Thyatira, in verband met de Nicolaïeten. We beginnen met Efeze, waar Jezus zegt:

    “Schrijf aan den engel der kerk te Efese. Dit zegt Hij, die de zeven sterren houdt in zijn rechterhand, die rondgaat te midden der zeven gouden luchters: Ik ken uw werken, uw zwoegen en uw geduld; en Ik weet, dat ge de bozen niet kunt verdragen. Ge hebt hen, die zich apostelen noemen – maar ze zijn het niet – op de proef gesteld, en ze leugenaars bevonden. (…) Dit echter hebt ge vóór, dat ge de werken der Nikolaieten haat, die Ik ook haat. Wie oren heeft, die hore wat de Geest zegt tot de kerken: Wie overwint zal ik doen eten van de boom des levens, die staat in het Paradijs van God.” (Openbaringen 2:1-2,6-7)

    Efeze is een kerk die bekend stond om haar orthodoxie; haar zuiverheid van leer, haar ontmaskering van leugenaars, en haar haat voor de werken der dwaalleraars. Bij hen kwam de leer der Nicolaïeten niet eens binnen.

    De volgende kerk is de kerk van Pérgamus:

    “Schrijf aan den engel der kerk te Pérgamus. Dit zegt Hij, die voert het scherpe tweesnijdende zwaard: (…) Maar ik heb enkele dingen tégen u. Want ge hebt er daar, die de leer van Bálaäm volgen, van hem, die Balák een struikelblok leerde leggen voor Israёls zonen, om afgodenoffers te eten en ontucht te plegen; zó hebt gij er ook, die de leer der Nikolaieten volgen, die hetzelfde beoogt. – Bekeer u dus! Zo niet, dan kom Ik schielijk op u af; en Ik zal strijd tegen hen voeren met het zwaard van mijn mond. Wie oren heeft, die hore wat de Geest zegt tot de kerken: wie overwint, zal Ik van het verborgen manna geven.” (Openbaringen 2:12,14-17a)

    In de kerk van Pérgamus zien we dus al wel dat sommigen misleid zijn door de leer der Nicolaïeten; sommigen onder hen namen wel hun tolerantie voor zonden over en probeerden anderen te misleiden door hun tolerantie van zonde aan te praten; ze zeiden misschien enkele van de volgende dingen: “God begrijpt het wel als je een beetje zondigt… Je kan toch niet zondeloos zijn?! We zijn toch maar zwakke mensen… Iedereen is een zondaar…” Gelukkig was het merendeel nog niet misleid in deze kerk maar ze tolereerden wel al deze dwaalleer.

    De volgende kerk is die van Thyatira:

    “Schrijf aan den engel der kerk te Tyatira. Dit zegt de Zoon van God, die ogen heeft als een vuurvlam, wiens voeten zijn als glanzend koper: (…) Maar ik heb tégen u, dat ge de vrouw Izébel laat begaan, die zich profetes noemt, en door haar leer mijn dienaars verleidt, om ontucht te plegen en afgodenoffers te eten. Ik heb haar tijd gegeven, om tot inkeer te komen; maar ze wíl zich niet bekeren van haar ontucht. Zie, haar werp Ik op het bed; die overspel met haar plegen. Breng Ik in grote verdrukking, wanneer ze zich niet van haar werken bekeren; haar kinderen zal Ik doen omkomen door de dood. Dan zullen alle kerken weten, dat Ik het ben, die nieren en harten doorgrond, en dat Ik ieder van u naar uw werken vergeld. Aan de anderen van Tyatira, aan hen, die deze leer niet aanvaarden en de diepte van Satan niet kennen, zoals men dat noemt; aan u zeg Ik: Ik leg u geen andere last op; houdt slechts vast, wat gij hebt, totdat Ik kom. Wie overwint, en ten einde toe mijn werken volbrengt, hem zal Ik macht over de heidenen geven.” (Openbaringen 2:18,20-26)

    Izebel was waarschijnlijk een leidster van de Nicolaïeten. In de kerk van Thyatira is het zo ver gekomen dat van binnenuit de leer der Nicolaïeten werd gepromoot vanuit een totaal tolerante positie. Wat de eerste kerk buiten hield, wat door sommigen van de tweede kerk werd geloofd, werd openlijk gedaan en gepromoot door de derde kerk. Van kwaad naar erger. Uit liefde mogen we zo een negatieve evolutie niet tolereren om de val van de christenen tegen te gaan. De Nicolaïeten zijn diegenen die de ware christenen kunnen overwinnen, onderwerpen en vernietigen door hen te verleiden tot liberalisme, valse tolerantie voor-, en slavernij van de zonde (Νικολαΐτης betekent namelijk “zegeviering over- of vernietiging van mensen”), maar Jezus draagt ons op om niet geestelijk vernietigd te worden door deze dwaalleer der Nicolaïeten, maar om haar te overwinnen (in de Griekse tekst is dit het woord νικῶν, dat we al verschillende malen tegenkwamen in deze teksten), en haar te haten en te verafschuwen (μισῶ). Daarom moeten we gaan voor steeds meer zuiverheid en niet voor steeds meer zondigheid. De “diepte van Satan” is waarschijnlijk Johannes’ manier om te spotten met de diepe, geheime kennis der Nicolaïeten waar ware christenen niets mee te maken mogen hebben. Hier zullen we spoedig nog iets dieper op ingaan.

    Een ander geschrift van Johannes dat we zeer spoedig gaan bespreken is 1 Johannes. Ook hier beweert Johannes dat de christenen moeten vasthouden aan het eerste, het ware christendom, in plaats van af te dwalen door beïnvloed te worden door dwaalleraren. Deze dwaalleraren beweerden dat ze geheime kennis bezitten. Ze stonden bekend als de gnostici [zij die weten]. Hun geheime kennis was de gnosis. Het is occulte, esoterische, verborgen kennis. Ze dachten diepere, geheime kennis te bezitten maar Johannes zegt dat deze schijnchristenen niet de diepe kennis van God bezitten maar wel “de diepte van satan”, die ware christenen niet hoeven te kennen, zoals we daarnet al lazen in Openbaringen 2:24. Het volgende vers geeft aan dat de ware christenen geen extra, geheime kennis hoeven te hebben maar slechts hoeven vast te houden wat ze hebben (Openbaringen 2:25), zoals Johannes schrijft over de ware kennis die ware christenen hebben in 1 Johannes 2: vers 20, vers 24, en vers 26 tot 27: ‘Maar gíj hebt de Zalving van den Heilige, en allen, en allen bezit gij kennis [sommige handschriften: “van God”; of, er kan ook gesteld worden: “en gij weet alles”]. (…) Wat u betreft: wat gij gehoord hebt van de aanvang af, het blijve in u. Waanneer in u blijft, wat gij van de aanvang af hebt gehoord, dan zult gij ook zelf blijven in den Zoon en in den Vader. (…) Dit alles schrijf ik u met het oog op hen, die u misleiden [πλανάω: van het rechte pad afleiden, van de waarheid naar de leugen, naar de zonde]. Wat toch uzelf betreft: in u blijft de Zalving, die gij van Hem ontvangen hebt; gij hebt dus niet nodig, dat iemand u leert. Maar juist zoals zijn Zalving het u leert, zó is dat alles ook waar en geen leugen [ψεῦδος: een leugen; misleiding; perverse, oneerbare, misleidende voorschriften].’ Ook staat er in hoofdstuk 4, vers 13: “Hieraan erkennen wij, dat wij in Hem blijven, en Hij in ons: dat Hij ons van zijn Geest heeft meegedeeld.” Hoe proberen deze dwaalleraars de ware christenen te misleiden? En hoe herkennen we deze misleiders dan? Hier volgen enkele verzen van deze Brief van Johannes die we aan het bespreken zijn: “Hieraan zijn de kinderen Gods en de kinderen des duivels te kennen: wie de gerechtigheid niet beoefent, is niet uit God. Evenmin hij, die zijn broeder niet liefheeft” (1 Johannes 3:10). “Zíj zijn uit de wereld; daarom spreken ze naar de wereld, en de wereld luistert naar hen. Wíj zijn uit God: wie God kent, luistert naar ons; wie niet uit God is, luistert niet naar ons. – Hieraan erkennen we de geest der waarheid en de geest der dwaling. Geliefden, laat ons elkander beminnen. Want de liefde is uit God, en wie liefheeft, is uit God geboren en kent God; wie niet liefheeft kent God niet. Want God is liefde!” (1 Johannes 4:5-8) Net zoals de Nicolaïeten tot ontucht en afgoderij misleidden stelt Johannes hier over de wetteloze misleiders: “Kinderen, laat niemand u misleiden. Wie de gerechtigheid doet, is rechtvaardig zoals Hij rechtvaardig is. Wie de zonde doet, is uit de duivel, want de duivel zondigt van het begin af.” (1 Johannes 3:7-8a, TELOS) “Wie zijn broeder haat, is een moordenaar; en gij weet, dat geen moordenaar het eeuwige leven behoudt.” (1 Johannes 3:15). Het zijn dus mensen die beweren dat hoewel we zondigen, we toch rechtvaardig zijn. Doet je dat niet denken aan uitspraken zoals: “Je bent positioneel rechtvaardig hoewel je nog volop zondigt.” Of: “Als de Vader naar je kijkt ziet Hij jouw zonden niet maar Hij ziet Christus in de plaats van jouw zonden.” We moeten zulke dwaalleer niet geloven. In tegenstelling tot deze dwaalleraren die de waarheid met de leugen vermengen stelt Johannes: “Ik schrijf u dan ook niet, omdat gij de waarheid niet kent, maar omdat ge haar wèl kent, en weet, dat geen leugen deel uitmaakt van de waarheid.” (1 Johannes 2:21) Deze giftige slangen sluipen, net zoals hun vader de slang, binnen in het Paradijs (ik gebruik het hier vrij als een symbool voor de kerk) en zij stellen: “Gij zult volstrekt niet sterven. Maar God weet, dat uw ogen zullen opengaan (…).” (Genesis 3:4-5a) Dat zijn twee leugens in een zin en half. “Gij zult volstrekt niet sterven.” is gelijk aan “eens gered altijd gered” en “God weet, dat uw ogen zullen opengaan” is gelijk aan de occulte kennis die niet van God komt. Dit is de diepte van satan, de ervaringskennis van goed en kwaad (Genesis 2:17; 3:22) waartoe ze de ware christenen proberen te misleidden. Ze leren namelijk dat je het slechte kan doen en toch de relatie met de Goede God kan behouden. Dit is niet waar. Zoals ik in mijn vorige preek zei: “Je kan niet van de kennis van het kwaad en van het eeuwige leven eten. Het is òf een relatie met God òf een relatie met de zonde.” God is licht zonder duisternis (Jakobus 1:17; 1 Johannes 1:5), laat ons licht zijn zonder duisternis zodat we niet verdwalen in de duisternis en van Hem vervreemd worden (1 Johannes 2:11). Jakobus leert ons dat we niet dubbelhartig mogen zijn en dat we ons van zulke dubbelhartigheid, indien die in ons aanwezig is, moeten bekeren (Jakobus 1:8; 4:8). Johannes leert zulke radicale stellingen ook aan de ware christenen en leert ons duidelijk wat we moeten doen: “En de wereld gaat voorbij en haar begeerte, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.” (1 Johannes 2:17, TELOS); “Als u weet dat Hij rechtvaardig is, erkent dan dat ieder die de gerechtigheid doet, uit Hem geboren is.” (1 Johannes 2:29, TELOS); “en verkrijgen van Hem al wat we vragen. – Want we onderhouden zijn geboden, en doen, wat Hem behaagt.” (1 Johannes 3:22) Hij leert ons duidelijk dat we ons niet mogen laten beïnvloeden door zulk soort dwaalleraren, en dwaalgeesten maar dat we moeten blijven: “Wat u betreft: wat gij gehoord hebt van de aanvang af, het blijve in u. Wanneer in u blijft, wat gij van de aanvang af hebt gehoord, dan zult gij ook zelf blijven in den Zoon en in den Vader.” (1 Johannes 2:24) “En wat u betreft, de zalving die u van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en u hebt niet nodig dat iemand u leert; maar zoals zijn zalving u over alles leert, en waar is en geen leugen, en zoals zij u geleerd heeft, blijft in Hem.” (1 Johannes 2:27, TELOS) “Ieder die in Hem blijft, zondigt niet; ieder die zondigt, heeft Hem niet gezien en Hem niet gekend.” (1 Johannes 3:6, TELOS) “Ieder die uit God geboren is, doet de zonde niet, omdat Diens zaad in hem blijft; en hij kan niet zondigen, omdat hij uit God geboren is.” (1 Johannes 3:9, TELOS) “Wie zijn geboden onderhoudt, blijft in Hem en Hij in hem; en hieraan erkennen we, dat Hij in ons blijft: aan de geest die Hij ons schonk.” (1 Johannes 3:24) “Wij weten dat ieder die uit God geboren is, niet zondigt, maar wie uit God geboren is, bewaart zichzelf en de boze heeft geen vat op hem.” (1 Johannes 5:18, TELOS) We moeten blijven in gehoorzaamheid in Hem opdat er van ons en van de misleidde kerken in België zal kunnen gezegd worden: “Maar dit hebt u, dat u de werken van de Nicolaïeten haat, die ook Ik haat. Wie een oor heeft, laat hij horen wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, die zal Ik te eten geven van de boom van het leven die in het paradijs van God is.” (Openbaringen 2:6-7, TELOS)


    Categorie:Preken
    >

    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!