Kies Keurig
Links
  • Uitleg bij sommige links
  • Winkel / Recensies
  • Preken
  • Mijn engelstalige website (uitgebreider)
  • Mijn kerk
  • Website van een christelijke geschiedkundige
    Zoeken in blog

    Inhoud blog
  • Een preek over de dwaalleer der Nicolaïeten en der Gnostici
  • Een Preek over Twee Bomen
  • Maria, de Apostelen en de Heilige Geest
  • Enkele Leerrijke Elementen uit Gordon Fee en Douglas Stuart, "How to Read the Bible for All Its Worth"
  • Gods Gezette Tijden en hun Vervullingen in Christus
  • De Stad Gods, Vaderland der Gelovigen [korte versie]
  • De Stad Gods, Vaderland der Gelovigen [lange versie]
  • Nieuwtestamentische Aansluiting
  • Genesis versus Egyptologie
  • IJsjeschristendom en Erfzondeleer
  • De Mens en zijn Zoektocht naar Voldoening en naar God
  • De Verkiezing in het Oude Testament
  • Persoonlijke Relatie met God in het Oude Testament
  • De Antichrist
  • Jeremia 11:11 uitgelegd
  • Onvoorwaardelijke Gehoorzaamheid
  • Zuiver van Hart
  • Waarin Geloven Pinksterchristenen?
  • Het Geloof in de Godheid van Christus is Noodzakelijk
  • Kladversie van "Het Geweten en de Gouvernementele Visie op het Zoenoffer in Relatie tot Evangelisatie"
  • Het Einde vanaf Het Begin
  • Dr. W.F. Dankbaar over Dwaalleraar Marcion
  • Dr. W.F. Dankbaar over De Gnostiek
  • Niet buigen
  • Jezus huilde
  • De 'Grote Toorn' over Israël (2 Koningen 3:27)
  • God bezoekt 2 Prostituees - De Parabel van De 2 Prostituees
  • Advent - De Verwachting van De Wederkomst van Christus
  • Romeinen in Perspectief
  • Waarom Ik hou van Mijn Lokale Kerk
  • De Drie-Eenheid in Jesaja 48:12-13,16
  • Genesis 3:22 leert niet dat De Mens aan God Gelijk is geworden
  • Een Facebook Gesprek over De Gouvernementele Theorie van Het Zoenoffer
  • Volgens De Bijbel zou Jij Dood moeten zijn
  • Winkel / Recensies
  • William Booth over De Gaven van De Geest volgens Gordon Lindsay
  • John Wesley over Het Calvinisme volgens Gordon Lindsay
  • Leiders zijn niet gebaat bij Huldeblijken
  • Wat We in De Kerk nodig hebben
  • De Grenzen van Het Land van Belofte
  • Bijbels Verschil tussen Vreemdeling en Onbekende
  • Het Zondvloedverslag uit Het Gilgameš-Epos en Oudere Teksten versus Het Bijbelse Zondvloedverslag
  • Het Babylonische Scheppingsverhaal versus Het Bijbelse Scheppingsverhaal
  • Genesis 10 is geen Interpolatie
  • Één Paar of Zeven Paar
  • Het Verschil tussen De Namen Jahwè en Elohim
  • Het Bewijs van Onze Liefde voor Jezus
  • Losprijs Model van Het Zoenoffer
  • Uitleg over Links
  • Tõledõt
  • 5 Redenen om De Sabbat te houden
    25-11-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een preek over de dwaalleer der Nicolaïeten en der Gnostici

    In de tijd van de apostelen waren er twee soorten dwaalleraren (de Nicolaïeten en de Gnostici) die vandaag de dag ook populair zijn hoewel ze zich verschuilen onder andere namen en in andere vormen bestaan. Vandaag de dag hoor je hen met uitspraken zoals: “Ik ben positioneel rechtvaardig hoewel ik nog volop zondig.” Of “Als de Vader naar me kijkt ziet Hij mijn zonden niet maar Hij ziet Christus in de plaats van mijn zonden.” Deze dwaalleer is ook populair in de Protestantse en Evangelische kerken in België en deze dwaalleraren misleiden niet alleen anderen maar hebben ook zichzelf misleid zodat ze zelf niet beseffen dat ze misleid zijn. Ze willen dit niet beseffen omdat ze de leugen meer liefhebben dan de waarheid, en de zonde meer liefhebben dan de gehoorzaamheid. Ze tolereren leugengeesten maar de waarheid tolereren ze niet. Ze geloven dat ze liefhebben maar hun tolerante liefde heeft niets met ware liefde en waarheid te maken. Het zou kunnen dat je zelf door dit soort mensen of geesten misleid bent.

    Hoewel ik jullie streng toespreek zijn mijn bedoelingen zuiver en goed. Ik spreek zo omdat ik deze en de andere kerken liefheb en ik graag zou willen dat de kerken zichzelf samen met God zullen bevrijden van deze dwaalleren, dwaalleraren, en dwaalgeesten en omdat ik wil dat niemand van deze kerkgemeente misleid zal worden door charismatische dwaalleraars die jullie oren masseren met mooiklinkende sprookjes die haaks staan op Gods waarheid. We zullen deze leugenaars, leugengeesten, en dwaalleer openlijk ontmaskeren met behulp van enkele geschriften van Johannes, namelijk de Openbaring van Jezus Christus aan Johannes en de Eerste Brief van Johannes. De waarheid kan je misschien kwetsen maar als je je er voor open stelt, zal ze je vrijmaken.

    We beginnen met het Boek der Openbaring. Ik verschaf jullie even wat achtergrondinformatie: Johannes ging volgens de overlevering naar Klein-Azië in Turkije. Hij was daar “overzichthouder” of opziener van de gemeenten in die streek waarvan hij er velen zelf had gesticht. Johannes werd naar het eiland Patmos verbannen waar hij een Openbaring van Jezus Christus ontving. Vanuit deze Openbaring moest hij enkele brieven schrijven naar lokale kerkgemeenten van die tijd. Deze brieven zijn opgenomen in de Bijbel opdat we er zelf van kunnen leren en er anderen vanuit kunnen onderwijzen. We gaan hier drie kerken kort bespreken, namelijk Efeze, Pérgamus, en Thyatira, in verband met de Nicolaïeten. We beginnen met Efeze, waar Jezus zegt:

    “Schrijf aan den engel der kerk te Efese. Dit zegt Hij, die de zeven sterren houdt in zijn rechterhand, die rondgaat te midden der zeven gouden luchters: Ik ken uw werken, uw zwoegen en uw geduld; en Ik weet, dat ge de bozen niet kunt verdragen. Ge hebt hen, die zich apostelen noemen – maar ze zijn het niet – op de proef gesteld, en ze leugenaars bevonden. (…) Dit echter hebt ge vóór, dat ge de werken der Nikolaieten haat, die Ik ook haat. Wie oren heeft, die hore wat de Geest zegt tot de kerken: Wie overwint zal ik doen eten van de boom des levens, die staat in het Paradijs van God.” (Openbaringen 2:1-2,6-7)

    Efeze is een kerk die bekend stond om haar orthodoxie; haar zuiverheid van leer, haar ontmaskering van leugenaars, en haar haat voor de werken der dwaalleraars. Bij hen kwam de leer der Nicolaïeten niet eens binnen.

    De volgende kerk is de kerk van Pérgamus:

    “Schrijf aan den engel der kerk te Pérgamus. Dit zegt Hij, die voert het scherpe tweesnijdende zwaard: (…) Maar ik heb enkele dingen tégen u. Want ge hebt er daar, die de leer van Bálaäm volgen, van hem, die Balák een struikelblok leerde leggen voor Israёls zonen, om afgodenoffers te eten en ontucht te plegen; zó hebt gij er ook, die de leer der Nikolaieten volgen, die hetzelfde beoogt. – Bekeer u dus! Zo niet, dan kom Ik schielijk op u af; en Ik zal strijd tegen hen voeren met het zwaard van mijn mond. Wie oren heeft, die hore wat de Geest zegt tot de kerken: wie overwint, zal Ik van het verborgen manna geven.” (Openbaringen 2:12,14-17a)

    In de kerk van Pérgamus zien we dus al wel dat sommigen misleid zijn door de leer der Nicolaïeten; sommigen onder hen namen wel hun tolerantie voor zonden over en probeerden anderen te misleiden door hun tolerantie van zonde aan te praten; ze zeiden misschien enkele van de volgende dingen: “God begrijpt het wel als je een beetje zondigt… Je kan toch niet zondeloos zijn?! We zijn toch maar zwakke mensen… Iedereen is een zondaar…” Gelukkig was het merendeel nog niet misleid in deze kerk maar ze tolereerden wel al deze dwaalleer.

    De volgende kerk is die van Thyatira:

    “Schrijf aan den engel der kerk te Tyatira. Dit zegt de Zoon van God, die ogen heeft als een vuurvlam, wiens voeten zijn als glanzend koper: (…) Maar ik heb tégen u, dat ge de vrouw Izébel laat begaan, die zich profetes noemt, en door haar leer mijn dienaars verleidt, om ontucht te plegen en afgodenoffers te eten. Ik heb haar tijd gegeven, om tot inkeer te komen; maar ze wíl zich niet bekeren van haar ontucht. Zie, haar werp Ik op het bed; die overspel met haar plegen. Breng Ik in grote verdrukking, wanneer ze zich niet van haar werken bekeren; haar kinderen zal Ik doen omkomen door de dood. Dan zullen alle kerken weten, dat Ik het ben, die nieren en harten doorgrond, en dat Ik ieder van u naar uw werken vergeld. Aan de anderen van Tyatira, aan hen, die deze leer niet aanvaarden en de diepte van Satan niet kennen, zoals men dat noemt; aan u zeg Ik: Ik leg u geen andere last op; houdt slechts vast, wat gij hebt, totdat Ik kom. Wie overwint, en ten einde toe mijn werken volbrengt, hem zal Ik macht over de heidenen geven.” (Openbaringen 2:18,20-26)

    Izebel was waarschijnlijk een leidster van de Nicolaïeten. In de kerk van Thyatira is het zo ver gekomen dat van binnenuit de leer der Nicolaïeten werd gepromoot vanuit een totaal tolerante positie. Wat de eerste kerk buiten hield, wat door sommigen van de tweede kerk werd geloofd, werd openlijk gedaan en gepromoot door de derde kerk. Van kwaad naar erger. Uit liefde mogen we zo een negatieve evolutie niet tolereren om de val van de christenen tegen te gaan. De Nicolaïeten zijn diegenen die de ware christenen kunnen overwinnen, onderwerpen en vernietigen door hen te verleiden tot liberalisme, valse tolerantie voor-, en slavernij van de zonde (Νικολαΐτης betekent namelijk “zegeviering over- of vernietiging van mensen”), maar Jezus draagt ons op om niet geestelijk vernietigd te worden door deze dwaalleer der Nicolaïeten, maar om haar te overwinnen (in de Griekse tekst is dit het woord νικῶν, dat we al verschillende malen tegenkwamen in deze teksten), en haar te haten en te verafschuwen (μισῶ). Daarom moeten we gaan voor steeds meer zuiverheid en niet voor steeds meer zondigheid. De “diepte van Satan” is waarschijnlijk Johannes’ manier om te spotten met de diepe, geheime kennis der Nicolaïeten waar ware christenen niets mee te maken mogen hebben. Hier zullen we spoedig nog iets dieper op ingaan.

    Een ander geschrift van Johannes dat we zeer spoedig gaan bespreken is 1 Johannes. Ook hier beweert Johannes dat de christenen moeten vasthouden aan het eerste, het ware christendom, in plaats van af te dwalen door beïnvloed te worden door dwaalleraren. Deze dwaalleraren beweerden dat ze geheime kennis bezitten. Ze stonden bekend als de gnostici [zij die weten]. Hun geheime kennis was de gnosis. Het is occulte, esoterische, verborgen kennis. Ze dachten diepere, geheime kennis te bezitten maar Johannes zegt dat deze schijnchristenen niet de diepe kennis van God bezitten maar wel “de diepte van satan”, die ware christenen niet hoeven te kennen, zoals we daarnet al lazen in Openbaringen 2:24. Het volgende vers geeft aan dat de ware christenen geen extra, geheime kennis hoeven te hebben maar slechts hoeven vast te houden wat ze hebben (Openbaringen 2:25), zoals Johannes schrijft over de ware kennis die ware christenen hebben in 1 Johannes 2: vers 20, vers 24, en vers 26 tot 27: ‘Maar gíj hebt de Zalving van den Heilige, en allen, en allen bezit gij kennis [sommige handschriften: “van God”; of, er kan ook gesteld worden: “en gij weet alles”]. (…) Wat u betreft: wat gij gehoord hebt van de aanvang af, het blijve in u. Waanneer in u blijft, wat gij van de aanvang af hebt gehoord, dan zult gij ook zelf blijven in den Zoon en in den Vader. (…) Dit alles schrijf ik u met het oog op hen, die u misleiden [πλανάω: van het rechte pad afleiden, van de waarheid naar de leugen, naar de zonde]. Wat toch uzelf betreft: in u blijft de Zalving, die gij van Hem ontvangen hebt; gij hebt dus niet nodig, dat iemand u leert. Maar juist zoals zijn Zalving het u leert, zó is dat alles ook waar en geen leugen [ψεῦδος: een leugen; misleiding; perverse, oneerbare, misleidende voorschriften].’ Ook staat er in hoofdstuk 4, vers 13: “Hieraan erkennen wij, dat wij in Hem blijven, en Hij in ons: dat Hij ons van zijn Geest heeft meegedeeld.” Hoe proberen deze dwaalleraars de ware christenen te misleiden? En hoe herkennen we deze misleiders dan? Hier volgen enkele verzen van deze Brief van Johannes die we aan het bespreken zijn: “Hieraan zijn de kinderen Gods en de kinderen des duivels te kennen: wie de gerechtigheid niet beoefent, is niet uit God. Evenmin hij, die zijn broeder niet liefheeft” (1 Johannes 3:10). “Zíj zijn uit de wereld; daarom spreken ze naar de wereld, en de wereld luistert naar hen. Wíj zijn uit God: wie God kent, luistert naar ons; wie niet uit God is, luistert niet naar ons. – Hieraan erkennen we de geest der waarheid en de geest der dwaling. Geliefden, laat ons elkander beminnen. Want de liefde is uit God, en wie liefheeft, is uit God geboren en kent God; wie niet liefheeft kent God niet. Want God is liefde!” (1 Johannes 4:5-8) Net zoals de Nicolaïeten tot ontucht en afgoderij misleidden stelt Johannes hier over de wetteloze misleiders: “Kinderen, laat niemand u misleiden. Wie de gerechtigheid doet, is rechtvaardig zoals Hij rechtvaardig is. Wie de zonde doet, is uit de duivel, want de duivel zondigt van het begin af.” (1 Johannes 3:7-8a, TELOS) “Wie zijn broeder haat, is een moordenaar; en gij weet, dat geen moordenaar het eeuwige leven behoudt.” (1 Johannes 3:15). Het zijn dus mensen die beweren dat hoewel we zondigen, we toch rechtvaardig zijn. Doet je dat niet denken aan uitspraken zoals: “Je bent positioneel rechtvaardig hoewel je nog volop zondigt.” Of: “Als de Vader naar je kijkt ziet Hij jouw zonden niet maar Hij ziet Christus in de plaats van jouw zonden.” We moeten zulke dwaalleer niet geloven. In tegenstelling tot deze dwaalleraren die de waarheid met de leugen vermengen stelt Johannes: “Ik schrijf u dan ook niet, omdat gij de waarheid niet kent, maar omdat ge haar wèl kent, en weet, dat geen leugen deel uitmaakt van de waarheid.” (1 Johannes 2:21) Deze giftige slangen sluipen, net zoals hun vader de slang, binnen in het Paradijs (ik gebruik het hier vrij als een symbool voor de kerk) en zij stellen: “Gij zult volstrekt niet sterven. Maar God weet, dat uw ogen zullen opengaan (…).” (Genesis 3:4-5a) Dat zijn twee leugens in een zin en half. “Gij zult volstrekt niet sterven.” is gelijk aan “eens gered altijd gered” en “God weet, dat uw ogen zullen opengaan” is gelijk aan de occulte kennis die niet van God komt. Dit is de diepte van satan, de ervaringskennis van goed en kwaad (Genesis 2:17; 3:22) waartoe ze de ware christenen proberen te misleidden. Ze leren namelijk dat je het slechte kan doen en toch de relatie met de Goede God kan behouden. Dit is niet waar. Zoals ik in mijn vorige preek zei: “Je kan niet van de kennis van het kwaad en van het eeuwige leven eten. Het is òf een relatie met God òf een relatie met de zonde.” God is licht zonder duisternis (Jakobus 1:17; 1 Johannes 1:5), laat ons licht zijn zonder duisternis zodat we niet verdwalen in de duisternis en van Hem vervreemd worden (1 Johannes 2:11). Jakobus leert ons dat we niet dubbelhartig mogen zijn en dat we ons van zulke dubbelhartigheid, indien die in ons aanwezig is, moeten bekeren (Jakobus 1:8; 4:8). Johannes leert zulke radicale stellingen ook aan de ware christenen en leert ons duidelijk wat we moeten doen: “En de wereld gaat voorbij en haar begeerte, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.” (1 Johannes 2:17, TELOS); “Als u weet dat Hij rechtvaardig is, erkent dan dat ieder die de gerechtigheid doet, uit Hem geboren is.” (1 Johannes 2:29, TELOS); “en verkrijgen van Hem al wat we vragen. – Want we onderhouden zijn geboden, en doen, wat Hem behaagt.” (1 Johannes 3:22) Hij leert ons duidelijk dat we ons niet mogen laten beïnvloeden door zulk soort dwaalleraren, en dwaalgeesten maar dat we moeten blijven: “Wat u betreft: wat gij gehoord hebt van de aanvang af, het blijve in u. Wanneer in u blijft, wat gij van de aanvang af hebt gehoord, dan zult gij ook zelf blijven in den Zoon en in den Vader.” (1 Johannes 2:24) “En wat u betreft, de zalving die u van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en u hebt niet nodig dat iemand u leert; maar zoals zijn zalving u over alles leert, en waar is en geen leugen, en zoals zij u geleerd heeft, blijft in Hem.” (1 Johannes 2:27, TELOS) “Ieder die in Hem blijft, zondigt niet; ieder die zondigt, heeft Hem niet gezien en Hem niet gekend.” (1 Johannes 3:6, TELOS) “Ieder die uit God geboren is, doet de zonde niet, omdat Diens zaad in hem blijft; en hij kan niet zondigen, omdat hij uit God geboren is.” (1 Johannes 3:9, TELOS) “Wie zijn geboden onderhoudt, blijft in Hem en Hij in hem; en hieraan erkennen we, dat Hij in ons blijft: aan de geest die Hij ons schonk.” (1 Johannes 3:24) “Wij weten dat ieder die uit God geboren is, niet zondigt, maar wie uit God geboren is, bewaart zichzelf en de boze heeft geen vat op hem.” (1 Johannes 5:18, TELOS) We moeten blijven in gehoorzaamheid in Hem opdat er van ons en van de misleidde kerken in België zal kunnen gezegd worden: “Maar dit hebt u, dat u de werken van de Nicolaïeten haat, die ook Ik haat. Wie een oor heeft, laat hij horen wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, die zal Ik te eten geven van de boom van het leven die in het paradijs van God is.” (Openbaringen 2:6-7, TELOS)


    Categorie:Preken
    21-10-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een Preek over Twee Bomen

    [Hier kan u naar de preek luisteren: https://www.mixcloud.com/annick-vanblaere/2018-10-21-een-preek-over-twee-bomen-door-tom-torbeyns/]

    Voor deze preek moet je twee bomen in je gedachten hebben; een goede, gezonde boom, en een slechte, zieke, verdorrende boom. Deze soorten bomen stellen twee soorten mensen voor. De ene boom is geplant in God de Vader en wordt gevoed door de Heilige Geest die wordt voorgesteld door het levende water, de andere is op zijn minst deels geplant in een andere bodem, en wordt deels gevoed met datgene wat niet van God komt. Het verschil tussen een boom en een mens is dat een boom geen vrije wil heeft. Een boom kan zich niet verplaatsen. Waar een boom is geplant, daar blijft hij. Wij hebben wel de keuze om onze wortels te verplaatsen. Het is de bedoeling dat je tijdens deze prediking biddend je eigen hart onderzoekt en jezelf afvraagt welk soort boom je bent. Indien je een slechte of gewoon een verziekte boom bent, kan je je wortels alsnog verplaatsen.

    Ter illustratie beginnen we met een trieste tekst uit Jeremia:

    “Is ooit een volk van goden veranderd? En dat zijn niet eens goden! Maar mijn volk heeft zijn machtige God vervangen door een god die niet helpt. Hemel, schrik hier heftig van, huiver en beef – godsspraak van de HEER – want mijn volk heeft dubbele misdaden begaan. Ze hebben Mij verlaten, de bron van levend water, en ze hebben regenbakken gemaakt, die gebarsten zijn en die geen water kunnen houden. Israël is toch geen knecht; hij is ook niet als slaaf geboren! Hoe is hij dan een prooi geworden waartegen de leeuwen brullen!”
    - Jeremia 2:11-15a (WB)

    Deze tekst gaat niet over bomen maar we kunnen ze verbinden met onze analogie over bomen. Wat een prachtige symbolisme komen we toch tegen in deze tekst. God is de bron van levend water, toch verwachten deze “bomen” het benodigde water van ergens anders. Ze kunnen het benodigde water zelfs niet meer opslaan in hun systeem, ja, ze kunnen het zelfs niet verkrijgen van die afgoden. Ze worden hun afstervende slaven, en worden toch nog steeds genadeloos door hen opgejaagd als prooien. Zulke verslavende afgoden kunnen verscheidene dingen zijn waaraan je verhangen bent: pornografie, roken, drinken,… een ander voorbeeld dat in me opkwam, vooral voor de dames onder ons, was Instagram, Facebook, en soortgelijke apps. Vele vrouwen zitten op deze apps. De gevolgen hiervan zijn dat ze hun uiterlijk gaan vergelijken met gefotoshopte vrouwen die er beter uitzien dan henzelf. Hierdoor gaan ze van zichzelf een negatief zelfbeeld krijgen en zullen ze hun wortel niet langer geplant hebben in het feit dat ze door God wonderbaarlijk gemaakt zijn. (Psalm 139:14) Wat nog erger is is dat sommige “christelijke” vrouwen zichzelf schaarser kleden, omdat dat zogezegd “the new normal” is. Zulk gedrag mogen jullie als christelijke vrouwen niet aanvaarden. Het strookt niet met de wet van de liefde (Markus 12:30-31), en het kan jullie broeders ten val brengen, waarvoor jullie zelf zwaar zullen aansprakelijke worden gesteld tijdens Gods dag van het oordeel (Mattheus 18:6-7).

    In schril contrast met de boom die zijn water probeert te halen uit de wereld, uit dat wat niet van God is, staat de goede boom:

    “Maar gezegend de man, die op Jahweh vertrouwt, En zijn hoop stelt op Jahweh. Hij is als een boom, aan het water geplant, Die zijn wortels schiet in de beek: Die dreigende hitte niet vreest, En wiens blad niet verwelkt; Die in droge jaren niet kwijnt, Maar altijd vruchten blijft dragen.”

      - Jeremia 17:7-8 (CV)

    Dit is een boom die geplant is in de HEER (Jahweh), en zich voedt met de Heilige Geest. Verder kan men lezen over deze boom:

    “Gelukkig is iemand die niet luistert naar slechte mensen, die nee zegt tegen hun verkeerde plannen. Als slechte mensen spotten met God, doet hij niet mee. Maar hij is blij met de wet van de Heer. Daar is hij dag en nacht mee bezig. Het gaat altijd goed met hem. Hij lijkt op een boom aan het water. De boom geeft vruchten, ieder jaar opnieuw, en zijn bladeren blijven altijd groen.”

    - Psalm 1:1-3 (BGT)

    Deze boom heeft zijn wortels niet geplaatst in het advies van slechte mensen, maar in het advies van God, ja, in God zelf. Daarom is hij gezond en weet hij waarom hij best nee kan zeggen tegen het advies van slechte mensen; hij weet dat zulk advies zijn gezonde leven en zijn gezonde groei belemmert.

    Het concept van deze twee soorten bomen gaat helemaal terug tot het begin der mensheid, toen Adam in de tuin van Eden aanwezig was; “Midden in de tuin stonden twee bijzondere bomen. Als je van de ene boom gegeten had, bleef je altijd leven. En als je van de andere boom gegeten had, wist je wat goed was en wat kwaad was.”
    - Genesis 2:9b (BGT)

    Dus, de ene boom brengt enkel leven voort, terwijl de andere boom je ook de andere kant; de dood laat zien. Over deze laatste boom stond geschreven: “En Jahweh God gaf den mens het volgend gebod: Van alle bomen uit de tuin moogt ge eten: maar van de boom der kennis van goed en kwaad moogt ge niet eten: want wanneer ge daarvan eet, zult ge sterven.”

    - Genesis 2:16-17 (CV)

    Het was nooit de bedoeling dat de mens zichzelf zou voeden vanuit een andere bron met datgene wat niet van God komt. Maar de duivel misleidde de mens en de mens luisterde naar zijn advies. Dit kan u zelf lezen in Genesis hoofdstuk 3. Het gevolg was dat: “De HEER God zei: ‘Nu de mens in de kennis van goed en kwaad als een van Ons is geworden, wil Ik voorkomen dat hij zijn hand uitstrekt en ook van de boom van het leven plukt. Door daarvan te eten, zou hij eeuwig blijven leven!’ Daarom verwees de HEER God hem uit de tuin van Eden, en moest hij de grond gaan bebouwen waaruit hij was genomen. Hij verjoeg dus de mens uit de tuin, en aan de oostkant van de tuin van Eden plaatste Hij de kerubs en de vlam van het wentelend zwaard, om de weg naar de boom van het leven te bewaken.”
    - Genesis 3:22-24 (WB)

    Merk op dat je dus niet zowel van de boom van het kwaad kan eten als van de boom van het leven. Kies welke boom jij zal zijn! Kies in welke grond jij je wortels zal planten! Kies welke vruchten jij zal eten! Als je voor het laatste, verslavingen, zonde,… kiest, begin je te verdorren, en wordt je automatisch uitgesloten van het eeuwige leven; “Weet gij dan niet, dat zij die onrecht doen, geen deel zullen hebben aan het koninkrijk Gods?” – 1 kor 6:9 (CV) en “Pas op, je kunt God niet bedriegen. Uiteindelijk geeft hij je wat je verdient. Als je je laat leiden door slechte verlangens, blijft er niets van je over. Maar als je je laat leiden door de heilige Geest, krijg je het eeuwige leven.”
    - Galaten 6:7-8 (BGT)

    Je vraagt je misschien af: “Staan mijn wortels in de dood of in het eeuwige leven? Hoe kom ik dan te weten welk soort boom ik ben?”
    Welnu, je kijkt naar de vruchten die je voortbrengt. Voor een slechte boom geldt: “De uitingen van een zondig leven zijn bekend, zoals ontucht, onreinheid, losbandigheid, afgodendienst, toverij, vijandschap, twist, afgunst, woede, intriges, ruzies, partijdigheid, jaloersheden, drinkgelagen, orgieën en dergelijke meer. [Dan zegt Paulus weer:] Ik waarschuw u zoals ik u al eerder gewaarschuwd heb: wie zich zo misdragen, zullen het koninkrijk van God niet erven.”

    - Galaten 5:19-21 (WB)

    Ook onze Heer Jezus Christus leert ons:

    “Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort, maar de zieke boom brengt slechte vruchten voort. Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een zieke boom geen goede. [Net zoals Paulus geeft Hij ons een sterke waarschuwing:] Iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur gegooid. Aan hun vruchten zul je ze dus kennen.”

    - Mattheus 7:17-20 (WB)

    Voor een goede boom geldt:

    “Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, vertrouwen, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.”
    - Galaten 5:23 (WB)

    Of je een goede of een slechte boom bent, wordt praktisch door je geuit, bijvoorbeeld door de woorden die je spreekt:

    “Als een mens iets goeds zegt, heeft hij een gevoel van welbehagen, hij voedt zich met de vruchten van zijn mond. Woorden hebben macht over leven en dood, wie zijn tong koestert, plukt daarvan de vruchten.”

    - Spreuken 18:20-21 (NBV)

    Als je bemerkt dat je een slechte boom bent geweest, dat je je hebt laten leiden door al het wereldse afval dat je in je wortels opgeslorpt hebt, wat is daar dan het tegengif voor? Om het tegengif te nemen moet je tot het besef komen dat je vergiftigd bent:

    [Jezus waarschuwde namelijk:] “Ge zegt: Ik ben rijk, ik heb overvloed en heb behoefte aan niets; daarom beseft ge ook niet, dat ge ellendig zijt en erbarmelijk, arm, blind en naakt. Ik raad u aan, om goud van Mij te kopen, door vuur gelouterd, opdat ge rijk moogt worden; en witte klederen, om ze aan te trekken, opdat de schande uwer naaktheid niet aan de dag zal komen; en zalf, om uw ogen te zalven, opdat ge moogt zien. Ik bestraf en tuchtig al, die Ik liefheb. Doe dus uw best en bekeer u.”

    - Openbaringen 3:17-19 (CV)

    Deze tekst was oorspronkelijk geschreven aan de kerk van Laodicea, maar zou ze ook niet toepasbaar zijn op andere kerken in België, ja, zelfs op onze kerk? “ik heb overvloed en heb behoefte aan niets.” Is dit niet de ingesteldheid van vele christenen? We hebben het hier materieel zo goed dat we niet beseffen hoe geestelijk “ellendig en erbarmelijk, arm” we zijn. Zo arm zelfs dat we soms verblind zijn voor het geestelijke leven vanwege de dingen die we dagelijks zien en waaraan we o zo gewend zijn geraakt. Mijn vraag aan u is: zijn er zulk soort dingen die je beter niet bekijkt? Je kan ook doof geworden zijn. Zijn er dingen die je beter niet beluistert? Welk vuil moet je uit je ogen en oren doen? Moet je meer tijd spenderen met God om Hem beter te kunnen zien en horen? Heb je jezelf misschien te veel gevoed met wereldse dingen zodat de “buis” tussen jou en God misschien verstopt is geraakt?

    Er is goed nieuws. Al dit kan hersteld worden; Jezus heeft voor ons oogzalf om onze ogen te herstellen, en oorstokjes om onze oren uit te kuisen, indien we bereid zijn om ons af te keren van onze zonden. Zeg nooit: “Voor mij is het te laat, ik ben te ver afgedwaald, ik heb me te veel laten beïnvloeden door de wereld.” Er is goed nieuws voor u: “Zegt tot de harten in angst: Houdt moed, hebt geen vrees! Ziet, hier is uw God; Hij komt, om de wraak te voltrekken! God zal vergelden; Zelf zal Hij komen, om u te verlossen! Dan worden de ogen der blinden ontsloten, En de oren der doven gaan open; De lamme springt op als een hert, De tong van den stomme zal juichen! Zelfs in de steppe borrelen de wateren omhoog, En de beken in de woestijn; De gloeiende bodem wordt een plas, het dorre land een fontein.” - Jesaja 35:4-7a (CV) Jezus wil uw ogen, uw oren, en uw mond herstellen zodat je reine dingen ziet, hoort, en spreekt. Er zal “een bron ontspringen tegen zonde en onreinheid.” – Zacharia 13:1b (CV) En waarom zouden we nog langer verder drinken van de zonde en van de onreinheid? Zulk werelds water laat ons met als maar meer dorst achter maar het water dat Christus ons wil geven, zorgt er voor dat we geen dorst meer hebben (Johannes 4:13), zodat we geen behoefte meer hebben om onze wortels in ander water, water dat niet goed voor ons is, te plaatsen. Het goede, genezende water, dat voor ons allen beschikbaar is, stroomt van de Vader en van de Zoon tot ons: “ook toonde hij mij een stroom van het water des Levens, helder als kristal, opbruisend uit de Troon van God en het Lam.” – Openbaringen 22:1 (CV) en “Het water dat hen drenkt, stroomt uit het heiligdom.” – Ezechiël 47:12b (CV)

    Ik zeg nogmaals dat het verschil tussen een boom en een mens is dat een boom geen vrije wil heeft. Een boom kan zich niet verplaatsen. Waar een boom is geplant, daar blijft hij. Wij hebben wel de keuze om onze wortels te verplaatsen. De grootste zondaar, zieke, gebrokene,… is welkom om zijn of haar wortels te verplaatsen en te komen drinken van het goede water! Jezus nodigt je uit om gratis en voor niets te drinken van dit water van God en enkel van dit water: “Iedereen die dorst heeft, mag komen. Iedereen die wil, mag zomaar komen drinken van het water dat eeuwig leven geeft.” (Openbaringen 22:17b, BGT) En: “Als je dorst hebt, kom dan bij mij om te drinken!” (Johannes 7:37b, BGT)

    Wat is nu dit water dat stroomt vanuit het heiligdom, vanuit de troon van de Vader en van de Zoon? Zoals je verder kan lezen in het zevende hoofdstuk van het evangelie van Johannes, staat ook hier dit water symbool voor de Heilige Geest. (Johannes 7:39) Daarom, geef je zondige, onbevredigende levensstijlen op en kies om te leven vanuit de heilige Geest die je ware vervulling zal geven.


    Categorie:Preken
    23-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Maria, de Apostelen en de Heilige Geest

    [Hier kan u naar de preek luisteren: https://www.mixcloud.com/annick-vanblaere/2018-09-23-maria-de-apostelen-en-de-h-geest-door-tom-torbeyns/]

    De titel van deze preek is: “Maria, de Apostelen en de Heilige Geest”. Vandaag gaan we lezen uit het evangelie van Lukas en uit het boek Handelingen. Beide boeken zijn geschreven door dezelfde auteur, namelijk Lukas. Laten we even lezen uit Lukas hoofdstuk 1 en Handelingen hoofdstuk 1 en 2 om een feel te krijgen voor deze verhalen.

    Voor diegenen die het willen opschrijven, de Bijbelteksten die we vandaag zullen bespreken zijn: Lukas 1:26-38; Handelingen 1:8-14 en Handelingen 2:1-4,12-13,41,47.

    We beginnen met Lukas 1:26-38 (NBV):

    26 In de zesde maand zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea,  27 naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria.  28 Gabriël ging haar huis binnen en zei: 'Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.'  29 Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had.  30 Maar de engel zij tegen haar: 'Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken.  31 Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen.  32 Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven.  33 Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jacob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.'  34 Maria vroeg aan de engel: 'Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.'  35 De engel antwoordde: 'De Heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God.  36 Luister, ook je familielid Elisabet is zwanger van een zoon, ondanks haar hoge leeftijd. Ze is nu, ook al hield men haar voor onvruchtbaar, in de zesde maand van haar zwangerschap,  37 want voor God is niets onmogelijk.'  38 Maria zei: 'De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.' Daarna liet de engel haar weer alleen.

    Dan lezen we Handelingen 1:8-14 (NBV):

    8 'Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.'  9 Toen hij dit gezegd had, werd hij voor hun ogen omhooggeheven en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zagen.  10 Terwijl hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen.  11 Ze zeiden: 'Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan.'  12 Daarop keerden de apostelen van de Olijfberg terug naar Jeruzalem. Deze berg ligt vlak bij de stad, op een sabbatsreis afstand.  13 Toen gingen ze naar het bovenvertrek waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jacobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jacobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de IJveraar en Judas, de zoon van Jacobus.  14 Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broers.

    En, als laatste, lezen we Handelingen 2:1-4,12-13,41,47 (NBV):

    1 Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar.  2 Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde.  3 Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten,  4 en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven. 12 Verbijsterd en geheel van hun stuk gebracht vroegen ze aan elkaar: 'Wat heeft dit toch te betekenen?'  13 Maar sommigen zeiden spottend: 'Ze zullen wel dronken zijn.' 41 Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend. 47 Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.

    De passage uit Lukas gaat over de aankondiging van Jezus’ geboorte. De passage uit Handelingen gaat over Jezus’ hemelvaart, de discipelen die samen met Maria in eenheid bij elkaar in gebed zijn, en de uitstorting van de Heilige Geest, alsook de groei van de gemeente te Jerusalem. In al deze passages zijn Maria en de Heilige Geest aanwezig.

    Als we deze teksten vergelijken, dan zien we dat er niet-toevallige overeenkomsten zijn tussen beide teksten. Deze parallellen zullen een outline (een structuur) vormen voor onze preek maar we zullen ook andere passages bespreken:

    • 2 maal wordt er een profetie uitgesproken dat de Heilige Geest over Maria en over de apostelen zal komen en dat ze kracht zullen ontvangen:
      • In Lukas 1:35 wordt dit omschreven als: “De Heilige Geest zal op u neerdalen, en de kracht van den Allerhoogste zal u overschaduwen.” (CV)
      • In Handelingen 1:8 staat: “Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.” (NBV)
    • 2 maal zien we als reactie complete gehoorzaamheid, het zich volledig overgeven aan de Heer:
      • In Lukas 1:38 staat: “Maria zei: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’” (NBV)
      • In Handelingen 1:12-14 staat: “Daarop keerden de apostelen van de Olijfberg terug naar Jeruzalem. Deze berg ligt vlak bij de stad, op een sabbatsreis afstand. Toen ze in de stad waren aangekomen, gingen ze naar het bovenvertrek waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de IJveraar en Judas, de zoon van Jakobus. Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broers.” (NBV)
    • 2 maal komt de Heilige Geest als een reactie op deze toewijding, deze gehoorzaamheid:
      • We lazen al in Lukas 1:38 dat “Maria zei: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’” (NBV)
      • In Handelingen 2:1-4 staat: “Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.” (NBV)
    • 2 maal komt er een negatieve reactie van buitenaf: bespotting (of erger): Maria was zogezegd "onwettelijk" zwanger voor het huwelijk en de apostelen waren zogezegd "dronken vanwege wijn"
      • In Mattheus staat dit duidelijker vermeld dan in Lukas. We lezen in Mattheus 1:18-19a: “De afkomst van Jezus was als volgt. Toen zijn moeder Maria al was uitgehuwelijkt aan Jozef maar nog niet bij hem woonde, bleek ze zwanger te zijn van de heilige Geest. Haar man Jozef, die een rechtschapen man was, wilde haar niet in opspraak brengen.” (NBV)
      • In Handelingen 2:13b staat: “Sommigen zeiden spottend: ‘Ze zullen wel dronken zijn.’” (NBV)

    Vanwege haar zogezegde “onwettelijke” zwangerschap had Maria het risico om van overspel beticht te worden en als onreine, ontrouwe hoer uitgescholden te worden en gestenigd te worden. Jozef, haar verloofde, had volgens de Joodse Wet het recht om haar te laten stenigen vanwege haar zogezegde “onwettelijke” zwangerschap (Deuteronomium 22:20-21). Maar, staat er in Mattheus, “Haar man Jozef, die een rechtschapen mens was, wilde haar niet in opspraak brengen [m.a.w. hij wilde niet dat ze gestenigd zou worden] en dacht erover haar in het geheim te verstoten.” (Mattheus 1:29, NBV) Dit toont ons wat een goed man Jozef was, aangezien hij haar genade wou betonen. Maar, buiten steniging, was de kans dus ook heel reëel dat Maria haar verloofde zou verliezen.

    Zij wist dat al deze dingen mogelijk waren maar de genade van God, door de Heilige Geest gaf haar de kracht om met moed deze taak van zwangerschap, bespotting, doosbedreigingen, eenzaamheid en bevalling aan te vatten. Dit alles gebeurde niet door menselijke kracht, noch door menselijk geweld maar door Zijn Geest (Zacharia 4:6). De Heilige Geest gaf aan haar de kracht.

    Zijn wij, net als Maria, ook zo vervuld door de Heilige Geest dat we geloven dat het onmogelijke zich zal manifesteren in ons leven? Zullen we vasthouden, in moeilijke tijden, aan Gods woord; aan Gods beloftes? Zullen we vasthouden door bespotting heen? Zullen we vasthouden als mensen ons dronken, krankzinnig, raar,... vinden? Wij hoeven het niet voor onszelf op te nemen maar God zal dit wel doen. God nam het immers op voor Maria. Jozef dacht dat ze overspel gepleegd had maar een engel kwam naar hem toe en maakte het hem duidelijk. De engel zei: “Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest.” (Mattheus 1:20, NBV)

    • 2 maal komt er op bovennatuurlijke wijze nageslacht uit voort, namelijk Jezus en geestelijke kinderen:
      • Jezus: “De Heilige Geest zal op u neerdalen, en de kracht van den Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat uit u wordt geboren, heilig zijn, en de Zoon van God worden genoemd.” (Lukas 1:35, CV) en verder staat er geschreven in Lukas 2:6-7a: “Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene.” (NBV)
      • Geestelijke kinderen: “Degenen die zijn [Petrus’] woorden aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend.” (Handelingen 2:41, NBV) en “De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.” (Handelingen 2:47, NBV)

    De verwekking van Jezus gebeurde niet door eigen kracht, zoals er geschreven staat in Jesaja 7:14: ‘Daarom geeft de Heer zelf u een teken: Zie, de maagd zal ontvangen, en een zoon baren; zij zal hem noemen: “God-met-ons”’ (CV). Ook werden de geestelijke zonen niet toegevoegd aan de gemeente van Jeruzalem door de kracht van de gemeenteleden, zoals geschreven staat: “De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.” (Handelingen 2:47, NBV) en “Wie hem [Jezus] wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God.” (Joh 1:12-13, NBV)

    Mag de Heilige Geest ook zo op een vruchtbare wijze in ons wonen? De bekende Rooms-Katholieke aartsbisschop Fulton Sheen zei het als volgt (ik parafraseer): ‘De Engel Gabriël zei tot Maria: "Zal jij God een Man schenken?" Hetzelfde wordt ook van ons gevraagd bij de doop: "Zal jij God een man schenken?". De man die wij God mogen schenken kan beschouwd worden als onszelf.’ Ik zou nog willen toevoegen bij broeder Sheen dat dit ook kan geïnterpreteerd worden als verwijzend naar onze geestelijke kinderen. Zullen wij God vele kinderen schenken? Zijn wij, net zoals Maria, in verwachting van vele geestelijke zonen en dochters?

    Kan de Heilige Geest ons zo gebruiken? Zullen we leven vanuit Zijn kracht? Als wij, zoals Maria, zeggen: “Mij geschiedde naar uw woord.”, dan zal God het voor ons opnemen. Hij zal ons beschermen als wij ons volledig overgeven aan Zijn wil. Dat moeten wij dan niet doen, God zal het voor ons doen. Laten wij ons focussen op het doen van Gods wil.

    Nog een laatste overdenking: we kunnen het leven van Maria beschrijven door 3 M’en; 3 maal de letter M: Maria als Maagd: zuiver leven (dit staat voor geen seks voor het huwelijk en zuiverheid in alle andere gebieden): “Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.’” (Lukas 1:34, NBV), Maria als DienstMeid des Heeren: gehoorzaam leven (open voor alles wat God met ons wil doen): “ ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’” (Lukas 1:38b, NBV), Maria als Moeder: volhardend en verdragend leven: “Zelf zult u [Maria] als door een zwaard doorstoken worden.” (Lukas 2:35a, NBV). Uit deze 3 M’en, Maagd, DienstMeid, en Moeder, kunnen we dus leren dat we rein, gehoorzaam, en volhardend en verdragend moeten zijn.

    Tot zover enkele van mijn overdenkingen omtrent het leven van Maria en de apostelen en hoe de Heiligen Geest in haar alsook in hen werkte. Nu is het aan jullie. [powerpoint:]

    Bespreek in groepjes van 4 (2 minuten per vraag + 1 minuut per antwoord)

    1. Wat hebt u geleerd van het leven van Maria?
    2. Waarin wilt u haar navolgen? Wat gaat u doen?
    3. Wat waren haar laatst gesproken woorden die opgeschreven zijn in de Bijbel? Wat kunnen we hier allen uit leren? [Antwoord: Joh. 2:5: "Wat Hij [Jezus] u ook zegt, doe dat."]

    Categorie:Preken
    09-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Enkele Leerrijke Elementen uit Gordon Fee en Douglas Stuart, "How to Read the Bible for All Its Worth"

    Deze week was ik, om te groeien in de kennis van de Bijbel en in de kennis van het preken, verschillende boeken aan het lezen. Één van deze boeken was Gordon Fee en Douglas Stuart’s How to Read the Bible for All Its Worth (Grand Rapids, Michigan: Zondervan, 1982). Het leek me nuttig om een klein stukje van wat me is opgevallen te delen ter stichting van de leden van de gemeenten en haar leden. Meer specifiek: dit kleine tekstje kan de lezer enkele handige tools geven om de Bijbel beter te leren lezen.

    In het onderdeel over exegese gaf Gordon Fee advies over de correcte volgorde van het lezen van de Bijbel. Eerst moet de lezer kijken naar de historische context (de auteur, het doelpubliek, de achtergrond,…), dan naar de literaire context (vergeet vooral niet in paragrafen te denken), en pas uiteindelijk naar de hermeneutiek.

    De studie van de hermeneutiek betekent dat we gaan kijken naar wat de tekst nu voor ons betekent. Hiervoor moeten we ons gezond verstand gebruiken. De tekst kan niet betekenen wat het niet betekende voor de oorspronkelijke ontvangers. Indien de tekst spreekt over levenssituaties die we momenteel doormaken, dan is dit Gods woord voor ons in deze specifieke situatie. We mogen enkel de toepassing van deze tekst doortrekken indien we daarvoor toestemming krijgen vanuit een andere plaats in de Bijbel.

    We krijgen niet altijd alle informatie maar we moeten tevreden zijn met al de informatie die we krijgen. We mogen niet verder gaan dan de Bijbel door middel van eigen toevoegingen, wilde speculaties, enzovoort.

    Volgens Douglas Stuart leren de verhalen (narratives) van het Oude Testament ons meestal niet direct doctrines maar ze kunnen wel doctrines die ons ergens anders vanuit de Bijbel worden geleerd verhelderen. Ze leren ons wat er gebeurd is maar ze zijn niet altijd goede voorbeelden voor ons. Dit is ook het geval voor vele oudtestamentische personen. Deze narratives en personages moeten we beoordelen aan de hand van wat God ons duidelijk heeft geleerd in de Bijbel. Deze verhalen bevatten niet alles wat er is gebeurd, maar ze bevatten wel alles wat we moeten weten, en we moeten er tevreden mee zijn. Ze kunnen ons iets bijleren op zowel expliciete als impliciete wijze. De oudtestamentische verhalen draaien altijd om God, die de Held van deze verhalen is.

    Op dezelfde manier, verwijdert Fee zichzelf van de typische Evangelische restorationist visie die leert dat Handelingen de norm of het ideaal is. Fee ziet Handelingen als een narrative. Dit heeft als gevolg dat volgens Fee het niet Lukas’ bedoeling was om een patroon uiteen te zetten voor al de lokale kerken. Ook was het niet Lukas’ bedoeling om alle zaken te standaardiseren, en zelfs niet om een boek over kerkgeschiedenis te schrijven. Het was Lukas’ bedoeling om de bovennatuurlijke rol van de Heilige Geest in de westwaartse uitbreiding van het evangelie naar Rome te beschrijven. Zoals in de oudtestamentische narratives, stelt de narrative van Handelingen God voor als de ware Held van het verhaal en net zoals met de narratives van het Oude Testament kan hier dezelfde regel worden toegepast: wat slechts wordt verhaald of weergegeven mag nooit als normatief worden begrepen.

    Tevens leert Fee net hetzelfde als hij het heeft over de oudtestamentische Wet; enkel die geboden die expliciet worden herhaald in het Nieuwe Testament zijn nog slechts van toepassing, niet de rituele en civiele wetten van het oude Israël.

    Zoals we over de Brieven moeten denken per paragraaf, zo moeten we over de Profetische geschriften denken per orakel. Waar een orakel begint en eindigt is niet altijd even gemakkelijk te bepalen. Wel weten we dat de profeten meestal niet de verre toekomst voorspelden maar soms loopt een stukje van een profetie wel over in de verre toekomst. De meeste profetieën zijn dus, voor ons, reeds uitgekomen in het verleden. We mogen geen diepere betekenissen in de profetieën zoeken, behalve degenen die ons gegeven zijn in het Nieuwe Testament. De profeten van het Oude Testament leren ons dat we zowel zuiver in leer als zuiver in daden moeten zijn.

    Psalmen zijn niet bedoeld om ons doctrines of moraliteit bij te brengen maar om ons te helpen onszelf (met onze emoties, zorgen, hoop,...) uit te drukken naar God en om Zijn wegen te overwegen.

    Spreuken zijn bedoeld om visuele voorstellingen van adviezen te geven. Deze adviezen zijn niet theologisch, niet historisch, en niet geldend in elke specifieke situatie. Tevens kunnen we uit het boek Spreuken leren om niet alles te vergeestelijken maar om te beseffen dat God zei over de materiele wereld: "Het is goed" toen Hij die schiep, aangezien de spreuken gaan over praktische, aardse zaken. Natuurlijk wordt dit weer gebalanceerd door andere bijbelpassages die ons waarschuwen voor materialisme.

    Prediker leert ons het leven te bekijken vanuit een atheïstisch / deïstisch perspectief: de logische, koude gevolgen als God er niet zou zijn. Er zou dan geen beloning zijn voor goede daden en er zou dan geen straf zijn voor slechte daden. Maar God is er wel, daarom moeten we Hem vrezen en Zijn geboden onderhouden. Hij zal alle goede en slechte daden oordelen.

    Net zoals Prediker begint Job vanuit negatief advies. Het boek leert ons dat, in tegenstelling tot het negatieve advies van Jobs vrienden, niet alles wat gebeurt in dit leven Gods wil is of eerlijk is. In tegenstelling tot Prediker waar God, volgens het verkeerde advies, voorgesteld wordt als niet betrokken zijnde bij dit leven, is God, in het boek Job, “te betrokken” aangezien Hij zogezegd elk klein detail zit uit te meten om perfecte gerechtigheid te verschaffen in dit leven. Daarom zou dan al het goede en slechte dat je overkomt zogezegd te herleiden zijn tot of je God al dan niet behaagt. Voor alle duidelijkheid: dit is het verkeerde advies van Jobs vrienden. Dit verkeerde advies werd weersproken door Job – die het bij het rechte eind had – en ook door Jezus (Johannes 9:1-3).

    Het boek Openbaringen vormt een geheel opgebouwd uit paragrafen, waarin de details van de visioenen niet altijd een specifieke betekenis hebben. Van het begin tot het einde, presenteert dit boek een drama. Dit begint met de introductie van het verhaal, alsook de introductie van de personages. De latere visioenen bouwen verder op de eerdere visioenen en hebben hen nodig. Weeral moeten we eerst kijken naar wat dit boek betekende voor haar oorspronkelijke ontvangers (= de zeven kerken in Klein-Azië), en hoe [een deel van] deze profetieën al snel vervuld waren in hun leven. Slechts hierna kunnen we logischerwijze een hermeneutische toepassing vinden in het boek Openbaringen, zoals Gods troost en bemoediging voor hedendaagse kerken en individuele christenen die in onderdrukking leven. Een verdere suggestie voor het lezen en het bestuderen van dit boek is dat haar beelden over de toekomst slechts beelden zijn. Ze drukken een realiteit uit maar ze zijn zelf niet deze realiteit. Ook moeten niet alle details van deze beelden noodzakelijk vervuld worden. We zouden er goed aan doen om niet te speculeren over zogezegde vervullingen uit onze tijd. Er zullen weliswaar delen zijn die nog vervuld moeten worden maar we hebben geen sleutels gekregen om dezen te ontrafelen. Openbaringen 13-14 leert niet noodzakelijk dat er een specifieke, wereldwijde antichrist-leider zal komen, hoewel dit niet onmogelijk is. Wat er ook van zij, als het gaat om vage teksten mogen we niet met dogmatische zekerheid te spreken. Sommige beelden uit openbaringen zijn totaal eschatologisch en deze moeten we ze zo interpreteren. Ze zullen pas vervuld worden op het einde. We zijn niet zeker over de specifieke details maar we mogen wel zeker zijn dat Christus dit alles tot vervulling zal brengen. Laat deze zekerheid een waarschuwing maar ook een bemoediging zijn. Laten we luisteren naar het Woord en het gehoorzamen. Op het einde zullen we alles weten en begrijpen.



    26-08-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gods Gezette Tijden en hun Vervullingen in Christus

    [Hier kan u naar de preek luisteren: https://www.mixcloud.com/annick-vanblaere/2018-08-26-gods-gezette-tijden-hun-vervulling-in-christus-door-tom-torbeyns/]

    De volgende preek kan misschien ingewikkeld zijn en theoretisch overkomen maar op het einde zal ik alles kort samenvatten zodat je weet hoe het je persoonlijke leven en het leven als kerk positief kan beïnvloeden.

    Vandaag ga ik preken vanuit het boek Leviticus, meer bepaald vanuit hoofdstuk 23, dat gaat over Joodse feesten. De titel van mijn preek is “Gods Gezette Tijden en hun Vervullingen in Christus” en het is mijn bedoeling om een korte schets van enkele van de feesten van Leviticus 23 te geven, een onvolledige uitleg te geven over enkele van deze feesten en uit te leggen hoe hun betekenis vervuld wordt in Christus. Eerst gaan we dus kijken naar de letterlijke betekenis en dan gaan we naar christologische en nieuwtestamentische interpretaties kijken, met andere woorden: hoe deze feesten en hun symbolen zijn vervuld in Christus.

    Leviticus 23 bevat 8 feesten, waarvan 1 een wekelijks feest is en 7 jaarlijkse feesten zijn. We zullen vandaag dit wekelijkse feest en de eerste 4 jaarlijkse feesten bespreken tot en met Pinksteren. “De Heer sprak tot Mozes: Zeg tegen de Israëlieten: De feesten ter ere van de HEER, die u voor Mij tot heilige dagen moet uitroepen zijn de volgende” (Leviticus 23:1-2, WB). De Willibrordvertaling gebruikt hier de termen “feesten” en “heilige dagen”. Mijn preferentie hier gaat echter uit naar de Statenvertaling, aangezien zij de termen “hoogtijden” (מוֹעֵד mow`ed) en “heilige samenroepingen” (מִקְרָא miqra') gebruikt. “Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: De gezette hoogtijden des HEEREN, die gij uitroepen zult, zullen heilige samenroepingen zijn; deze zijn Mijn gezette hoogtijden” (Leviticus 23:1-2). Ditzelfde woord wordt trouwens in Genesis 1:14 in de Statenvertaling correct vertaald als “gezette tijden” (מוֹעֵד mow`ed): “En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen de dag en tussen de nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren!” (Genesis 1:14). God vond het dus belangrijk om vanaf het begin tekenen in de hemel te plaatsen voor gezette tijden. De tekenen bepalen niet de gezette tijden, ze geven ze slechts aan. God bepaalt zijn gezette tijden voor wanneer Zijn volk wordt samengeroepen voor zulke heilige vergaderingen.

    (1a) De eerste gezette tijd die wordt aangegeven in Leviticus 23 is de Sabbat: “Zes dagen zal men het werk doen, maar op de zevende dag is de sabbat der rust, een heilige samenroeping; geen werk zult gij doen; het is de sabbat des HEEREN, in al uw woningen” (Leviticus 23:3). Zoals velen van u weten, staat deze uiterst belangrijke rustdag weergegeven in de Tien Geboden als het langste gebod: “Gedenkt de sabbatdag, dat gij die heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; Maar de zevende dag is de sabbat van de HEERE uw God; dan zult gij geen werk den, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uw poorten is; Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage; daarom zegende de HEERE de sabbatdag, en heiligde die.” (Exodus 20:8-11). De reden die hier aangegeven wordt voor de sabbat gaat terug op Gods zes-dagen-schepping, die u kan terugvinden in Genesis hoofdstuk 1. We haalden het veertiende vers van dit hoofdstuk zonet al even aan. Een maand wordt aangegeven door de stand van de maan, een jaar wordt aangegeven door 12 manen, indien u het jaar berekent vanuit de stand van de maan of door 1 zon indien u het jaar berekent vanuit de stand van de zon. Maar is er een teken dat de week aangeeft? De enige reden waarom onze week 7 dagen duurt, is omdat God dit zelf heeft ingesteld, aangezien er geen teken aan de hemel is dat ons verteld: “de week is nu om”! Hij schiep de wereld op 6 dagen en rustte 1 dag, als voorbeeld voor ons. Dat is voor de mens het ideale ritme. Adam en Eva – en dus ook hun nakomelingen – werden uit Gods rust verbannen (Genesis 3:23). Hebreeën hoofdstuk 4 verwijst ook naar de oorspronkelijke sabbatsrust (vers 4) en het leert ons dat Jozua de Israëlieten niet in de uiteindelijke rust binnen bracht (vers 8). In vers 9-11 wordt verder uitgelegd over dat de gehoorzamen aan Christus die sabbatsrust zullen mogen binnengaan. Die uiteindelijke, paradijselijke rust staat beschreven in de laatste hoofdstukken van het laatste boek van de Bijbel, i.e. Openbaringen 21-22. De sabbat is het enige wekelijkse “feest”. De volgende 7 “feesten” zijn jaarlijkse “feesten”. Het patroon van deze jaarlijkse feesten toont ons hoe ze werkelijkheid worden in Christus en hoe Hij ons allen stap voor stap binnenleid in zijn Sabbatsrust, zowel geestelijk waarmee ik bedoel in het hiernamaals, als letterlijk in dit leven.

    (1b) Het eerste feest van deze 7 is het Pesachfeest: “In de eerste maand, op den veertienden der maand, tussen twee avonden is des HEEREN pascha”(Leviticus 23:5). (2) Ook het feest van de ongezuurde broden kan met het Pesachfeest in verband gebracht worden: “En op den vijftienden dag der derzelver maand is het feest van de ongezuurde broden des HEEREN; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten” (Leviticus 23:6). De uitleg van het Pesachfeest en het feest der ongezuurde broden staat beschreven in Numeri 28 en Exodus 12, waar beiden aan elkaar gekoppeld worden. Ook is dit het geval in Markus 14:12. De hedendaagse Joden vieren deze feesten ook als 1 feest. Deze feesten werd ingesteld toen de Israëlieten nog in Egypte waren. Op de avond van de 14de april moesten de Israëlieten een lam slachten zoals u kan lezen in Exodus 12:6. De uitleg wordt enkele verzen verder gegeven: “Want Ik zal in dezen nacht door Egypteland gaan, en alle eerstgeborenen in Egypteland slaan, van de mensen af tot de beesten toe; en Ik zal gerichten oefenen aan al de goden der Egyptenaren, Ik, de HEERE! En dat bloed zal ulieden tot een teken zijn aan de huizen, waarin gij zijt; wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbijgaan; en er zal geen plaag onder ulieden ten verderve zijn, wanneer Ik Egypteland slaan zal. En deze dag zal ulieden wezen ter gedachtenis, en gij zult hem den HEERE tot een feest vieren; gij zult hem vieren onder uw geslachten tot een eeuwige inzetting” (Exodus 12:12-14). Door deze laatste daad, het doden van de eerstgeborenen en de eerstgeboren zoon van de farao, brak God farao’s verzet, en daarmee farao’s macht over de Israëlieten. Deze Israëlieten waren nu een vrij volk, vrij van hun oude slavenmeester. Hoe ging dit Pesachfeest te werk volgens deze passage? God is aan het woord: “Spreekt tot de ganse vergadering van Israël, zeggende: Aan den tienden dezer maand neme een iegelijk een lam, naar de huizen der vaderen, een lam voor een huis. Maar indien een huis te klein is voor een lam, zo neme hij het en zijn nabuur, de naaste aan zijn huis, naar het getal der zielen, een iegelijk naar dat hij eten kan; gij zult rekening maken naar het lam. Gij zult een volkomen lam hebben, een manneken, een jaar oud; van de schapen of van de geitenbokken zult gij het nemen. En gij zult het in bewaring hebben tot den veertienden dag dezer maand; en de ganse gemeente der vergadering van Israël zal het slachten tussen twee avonden. En zij zullen van het bloed nemen, en strijken het aan de beide zijposten, en aan den bovendorpel, aan de huizen, in welke zij het eten zullen.” (Exodus 12:3-7) Indien ze hun vertrouwen in het Bloed van het Lam stelden zouden ze gered worden van de dood, de straf voor hun zonden (Romeinen 6:23). Zoals Johannes de Doper later zou zeggen: “Zie, het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!” (Johannes 1:29). Het bloed maakte de scheiding, zoals Johannes ook zei: “Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op Hem” (Johannes 3:36). Geloven en doen gaan dus hand in hand. De Israëlieten moesten niet gewoon geloven in het bloed maar ze moesten ook de daad bij het woord voegen door het bloed te strijken op hun deurposten. Verder moesten ze ook het vlees van het lam met ongezuurde broden eten (Exodus 12:8). Zoals ik daarnet al zei is Jezus het Lam en Hij noemde zichzelf het Brood des Levens (Johannes 6:35). Hij zei het als volgt: “Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven. Ik ben het Brood des levens. Uw vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn, en zij zijn gestorven. Dit is het Brood, dat uit den hemel nederdaalt, opdat de mens daarvan ete, en niet sterve. Ik ben dat levende Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld. De Joden dan streden onder elkander, zeggende: Hoe kan ons deze Zijn vlees te eten geven? Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Tenzij dat gij het vlees des Zoons des mensen eet, en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelven. Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage. Want Mijn vlees is waarlijk Spijs, en Mijn bloed is waarlijk Drank. Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij, en Ik in hem. Gelijkerwijs Mij de levende Vader gezonden heeft, en Ik leve door den Vader; alzo die Mij eet, dezelve zal leven door Mij. Dit is het Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; niet gelijk uw vaders het Manna gegeten hebben, en zijn gestorven. Die dit Brood eet, zal in der eeuwigheid leven.” (Johannes 6:47-58) Zoals u verder kan lezen in die passage, hadden velen moeite met onze Heer Jezus Christus nog te geloven vanaf dat Hij zei dat ze zijn vlees moesten eten en zijn bloed moesten drinken en zij volgden Hem niet langer (Johannes 6:60,66). Jezus was geen populist. Hij veranderde niet van gedacht en zei vlak voor ze Hem arresteerden: “dit is mijn lichaam” en “dit is mijn bloed” bij de instelling van het avondmaal, toen Hij het brood en de wijn doorgaf aan zijn discipelen, zoals u kan lezen in Mattheus 26:26-29, Markus 14:22-25, en Lukas 22:13-20. Zoals we allen weten zou Hij niet slechts zijn lichaam en zijn bloed geven door brood en wijn in het avondmaal maar ook op het kruis. We kunnen hieruit leren dat we niet slechts in Hem moeten geloven, maar dat we Hem volledig tot ons moeten nemen. Hij heeft zichzelf al volledig voor ons gegeven (Romeinen 8:32).

    Lang voor mij maakte Paulus een christologische verbinding tussen het Pesachmaal en het feest van de ongezuurde broden toen hij schreef: “Zuivert dan den ouden zuurdesem uit, opdat gij een nieuw deeg zijn moogt, gelijk gij ongezuurd zijt. Want ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus” (1 Korinthiërs 5:7). Wat is de betekenis van de ongezuurde broden? Paulus legt ons uit dat het symbool staat voor zonde: “Zo dan laat ons feest houden, niet in den ouden zuurdesem, noch in den zuurdesem der kwaadheid en der boosheid, maar in de ongezuurde broden der oprechtheid en der waarheid.” (1 Korinthiërs 5:8) Hij dacht misschien aan een oud Joods ritueel waarin de Joodse moeder tien stukjes brood met zuurdesem er in, in het huis verborg, waarna haar man samen met de kinderen deze stukjes zou zoeken en ze buiten het huis zou verbranden. De zuurdesem stond dus voor zonde – slechtheid en boosheid – en het ongezuurde brood stond voor reinheid en waarheid. Na dat we in het Paaslam geloven, en Hem helemaal tot ons hebben genomen, behoren we dus de zonde uit ons leven te doen, en ja zelfs te verbranden. Wij willen ook zo zuiver, rein, en heilig zijn als Christus, het Ongezuurde Brood des Levens.

    (3) Het volgende feest dat we tegenkomen in Leviticus 23:9-14 is het Eerstelingen feest: “En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende: Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: Als gij in het land zult gekomen zijn, hetwelk Ik u geven zal, en gij zijn oogst zult inoogsten, dan zult gij een garf [schoof] der eerstelingen van uw oogst tot den priester brengen. En hij zal die garf [schoof] voor het aangezicht des HEEREN bewegen, opdat het voor u aangenaam zij; des anderen daags na den sabbat zal de priester die bewegen. Gij zult ook op den dag, als gij die garf [schoof] bewegen zult, bereiden een volkomen lam, dat eenjarig is, ten brandoffer den HEERE; En zijn spijsoffer twee tienden meelbloem, met olie gemengd, ten vuuroffer, den HEERE tot een liefelijken reuk; en zijn drankoffer van wijn, het vierde deel van een hin. En gij zult geen brood, noch geroost koren, noch groene aren eten, tot op dienzelven dag, dat gij de offerande uws Gods zult gebracht hebben; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten, in al uw woningen” (Leviticus 23:9-14) We zien in deze tekst weeral het symbool van het Lam, het Brood, en de Wijn. Wat is de betekenis van het eerstelingenfeest? Voordat de Joden hun oogst zouden binnenhalen, moesten ze een klein deel van de oogst aan God aanbieden, uit dankbaarheid en als uitdrukking van hun vertrouwen dat Hij de Heer van de oogst is en dat Hij voor de rest van de oogst zou zorgen. De priester heiligde de eersteling, waarna de rest van de oogst ook geheiligd is. Maar wat is nu de specifieke betekenis van de eersteling; het eerste offer? Paulus leert ons dat: “Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, en is de Eersteling geworden dergenen, die ontslapen zijn. Want dewijl de dood door een mens is, zo is ook de opstanding der doden door een Mens. Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar een iegelijk in zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst [i.e. bij zijn komst]” (1 Korinthiërs 15:20-23). We zien dus dat Christus de Eersteling is, die door de Geest verheven is uit de dood voor het aangezicht van Zijn Vader en door Zijn opstanding de dood heeft overwonnen (Romeinen 8:11)! Omdat Adam verbannen werd uit het paradijs, zijn wij allen sterfelijke wezens geworden, aangezien wij geen toegang meer hadden tot het tegengif, de boom des levens (Genesis 3:23); wij hadden geen toegang meer tot de paradijselijke rust. Maar nu geldt: “En indien de Geest Desgenen, Die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont, zo zal Hij, Die Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken, door Zijn Geest, Die in u woont” (Romeinen 8:11), “Omdat die kinderen mensen zijn van vlees en bloed, is de Zoon een mens geworden als zij om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood, de duivel, en zo allen te bevrijden die slaaf waren van hun levenslange angst voor de dood” (Hebreeën 2:14-15, NBV), “Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou” (1 Johannes 3:8b). Dus, om het even samen te vatten: Jezus is de Eersteling, de representant van al zijn volgelingen die hierna zullen worden binnengehaald. Dit gebeurde 50 dagen na het Eerstelingenfeest.

    (4) “Daarna zult gij u tellen van den anderen dag na den sabbat, van den dag, dat gij de garf [schoof] des beweegoffers zult gebracht hebben; het zullen zeven volkomen sabbatten zijn; Tot den anderen dag, na den zevenden sabbat, zult gij vijftig dagen tellen” (Leviticus 23:15-16a). Dus vijftig dagen na het Pesachfeest wordt dit feest gevierd. In de oorspronkelijke context was het het Joodse oogstfeest waarin men God bedankte voor zijn geschenk van voedsel, door verscheidene soorten voorgeschreven voedsel aan Hem terug te geven, zoals u zelf kan lezen in Leviticus 23:15-22. We zien hier weer de symbolen van brood, lam, en drankoffer terugkeren.

    In de Nieuwtestamentische context gebeurde het volgende: Vijftig dagen na Pasen toen Jezus opstond en 10 dagen na zijn hemelvaart, werd de Heilige Geest over de apostelen uitgestort. Dit staat bij ons beter bekend als Pinksteren. Petrus sprak toen de volgende woorden: “Gij Israëlietische mannen, hoort deze woorden: Jezus den Nazarener, een Man van God, onder ulieden betoond door krachten, en wonderen, en tekenen, die God door Hem gedaan heeft, in het midden van u, gelijk ook gijzelven weet; Dezen, door den bepaalden raad en voorkennis Gods overgegeven zijnde, hebt gij genomen, en door de handen der onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood; Welken God opgewekt heeft, de smarten des doods ontbonden hebbende, alzo het niet mogelijk was, dat Hij van denzelven dood zou gehouden worden (…) Dezen Jezus heeft God opgewekt; waarvan wij allen getuigen zijn” (Handelingen 2:22-24, 32). We zijn dus nu al voorbij het eerstelingenfeest, voorbij de opwekking van Christus en nu zal de rest van de oogst worden binnengehaald door Petrus’ uitnodiging “En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen” (Handelingen 2:38). Toen werden ze toegevoegd aan de oogst: “Die dan zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt; en er werden op dien dag tot hen toegedaan omtrent drie duizend zielen” (Handelingen 2:41). “En de Heere deed dagelijks tot de Gemeente, die zalig werden” (Handelingen 2:47). We kunnen hier dus spreken van een geestelijke oogst op dit Joodse oogstfeest. Net zoals al de voorgaande feesten, wordt dit feest dus ook vervuld in Christus.

    Een korte samenvatting van de belangrijkste punten van deze preek:
    We moeten geloven in het Lam en in het bloed van het Lam. Deze positie van geloven in het bloed is uiterst belangrijk. We moeten niet enkel geloven maar we moeten ook in gehoorzaamheid handelen. We moeten Christus volledig tot ons nemen en de zonde uitbannen. Verder moeten we de geestelijke oogst binnenhalen door dezelfde uitnodiging als Petrus te geven, namelijk: “Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden” (Handelingen 2:38b, NBV).

    Gegeven in de Emmanuel Christengemeente Haacht op 26/08/2018.

    Voetnoot:

    [1] Alle bijbelteksten zijn overgenomen uit de Statenvertaling, behalve indien anders aangeduid.


    Categorie:Preken
    >

    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!